Antwoord op vragen van de leden Ormel en Atsma over de verspreiding van vogelgriep door trekvogels
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2009D06545, datum: 2009-02-13, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2008Z10298:
- Gericht aan: A. Klink, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Gericht aan: G. Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Indiener: H.J. Ormel, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: J.J. Atsma, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (π origineel)
FORMTEXT Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
FORMTEXT Directie Voedselkwaliteit en Diergezondheid
FORMTEXT Bezuidenhoutseweg 73
Postadres: FORMTEXT Postbus 20401
FORMTEXT 2500 EK 's-Gravenhage
Telefoon: FORMTEXT 070 - 3786868
Fax: FORMTEXT 070 - 3786100
FORMTEXT De Voorzitter van de Tweede Kamer
FORMTEXT der Staten-Generaal
FORMTEXT Postbus 20018
FORMTEXT 2500 EA 's-GRAVENHAGE
FORMTEXT βββββ
FORMTEXT βββββ
FORMTEXT βββββ
FORMTEXT βββββ
FORMTEXT βββββ
FORMTEXT 24 december 2008 FORMTEXT 2008Z10298
2080908590 FORMTEXT VD. 2009/77 FORMTEXT 13 februari 2009
FORMTEXT Kamervragen over de verspreiding van vogelgriep door
trekvogels FORMTEXT 3785137 FORMTEXT
Geachte Voorzitter,
Hierbij doe ik u, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport de antwoorden toekomen op de vragen gesteld door de leden Ormel
en Atsma (beide CDA) over de verspreiding van vogelgriep door
trekvogels.
1
Heeft u kennisgenomen van het persbericht van het Nederlands Instituut
voor Ecologie en het Erasmus MC over een voorgenomen veldonderzoek naar
de verspreiding van vogelgriep door trekvogels waarbij zwanen worden
besmet met vogelgriepvirus en vervolgens met een zender om te worden
losgelaten in de natuur?
Ja.
2
Deelt u de mening van de onderzoekers dat niet uitgesloten kan worden
dat dit laagpathogene vogelgriepvirus in de vrije natuur kan muteren
naar een hoogpathogene variant?
Er is nog nooit een hoogpathogene influenzastam van het gebruikte
subtype H4N6 aangetoond. Alle uitbraken bij pluimvee met hoogpathogene
varianten werden veroorzaakt door virussen van een ander subtype,
namelijk H5 of H7. Laagpathogene virussen leiden in het algemeen niet
tot ernstige ziekte bij pluimvee, met uitzondering van virussen van
subtype H9N2, dit virus is in AziΓ« bij pluimvee aangetroffen.
Het gebruikte virus is een volstrekt natuurlijk virus, dat direct
afkomstig is uit gezonde watervogels in Nederland. Tussen alle
trekvogels die in Nederland overwinteren zijn er op een willekeurig
moment altijd meer dan 100.000 dieren die eenzelfde of, een
vergelijkbaar laagpathogeen virus bij zich dragen. De monitoring op
vogelgriep bij wilde vogels in Nederland en in de rest van Europa heeft
laten zien dat laagpathogene aviaire influenzavirussen alom in de natuur
aanwezig zijn.
Voor al die natuurlijke infecties geldt dat er een zekere kans is op
introductie in de pluimveestapel. In vergelijking daarmee is deze kans
door dit experiment verwaarloosbaar klein.
3
Hoe is het mogelijk dat onderzoekers bewust aviaire influenza virus gaan
verspreiden?
Het onderzoek bestudeert de invloed van een infectie op het gedrag van
de vogels en het gedrag van het virus in een populatie. Op die manier
wordt meer inzicht verkregen in de ecologie en de epidemiologie van
laagpathogene vogelgriep in wilde vogels. De gegevens die uit dit
onderzoek vloeien kunnen bij de risico-evaluatie en bestrijding van
hoogpathogene vogelgriep gebruikt worden.
Zoals blijkt uit het antwoord op vraag 4 heeft een
Dierexperimentencommissie (DEC) een positief advies gegeven over het
onderzoeksvoorstel. Het onderzoek voldoet aan de van toepassing zijnde
regels, zoals de Wet op de dierproeven en de Flora- en faunawet. Ook
alle bijbehorende vergunningen en ontheffingen zijn verleend.
4
Is dit onderzoek goedgekeurd door een Dier Ethische Commissie (DEC) en
de Europese Commissie?
Een Dierexperimentencommissie (DEC) toetst het onderzoeksvoorstel aan de
Wet op de dierproeven en heeft daarbij de afweging gemaakt tussen het
risico voor deze dieren, hun omgeving en de volksgezondheid versus het
wetenschappelijk nut van het onderzoek. Dit resulteerde in een positief
advies. De Europese Commissie hoeft geen goedkeuring te verlenen voor
voorgenomen onderzoek, zij is wel op de hoogte gesteld (DG SANCO). De
onderzoekers hebben mij gemeld dat zij de deskundigen van het Europees
referentielaboratorium voor aviaire influenza in Weybrigde (VK) en
andere deskundigen uit binnen- en buitenland op het gebied van Aviaire
Influenza en epidemiologie hebben geraadpleegd om tot het uiteindelijke
onderzoeksplan te komen.
5
Waarom gaan deze onderzoekers geen veldonderzoek doen in Nedersaksen,
waar op dit moment gepoogd wordt om een uitbraak van laagpathogeen
vogelgriepvirus onder controle te krijgen?
Een veldonderzoek in Nedersaksen kan alleen inzicht geven in het
eventuele voorkomen van vogelgriepvirussen in de wilde vogels in deze
regio. Het zal geen inzicht geven in de door de onderzoekers gestelde
onderzoeksvragen (zie het antwoord op vraag 3). De Duitse overheid voert
op dit moment al een intensieve monitoring uit op vogelgriep bij de
wilde vogels in het uitbraakgebied in Nedersaksen. Tot nu toe zijn geen
wilde vogels gevonden die besmet zijn met het daar, op dit moment in de
kalkoensector heersende vogelgriepvirus.
Er wordt reeds in een groot aantal Europese landen gedurende het hele
vogeltrekseizoen grootschalig veldonderzoek gedaan naar het voorkomen
van influenzavirussen bij wilde vogels. De Europese Commissie financiert
dit onderzoeksproject en het wordt gecoΓΆrdineerd door het Erasmus MC.
Daarnaast is er de voor alle lidstaten verplichte Europese monitoring
op vogelgriep bij wilde vogels en gehouden pluimvee. Deze onderzoeken
hebben duidelijk een andere vraagstelling, zij geven vooral informatie
over het voorkomen van laagpathogene influenzavirussen in wilde
watervogels en zijn gericht op surveillance, monitoring en early warning
en het vroeg opsporen van hoogpathogene varianten.
6
Bent u verplicht om deze proefdieren, zodra ze in de vrije natuur
losgelaten worden, te vangen en te doden vanwege het gevaar van
besmetting met vogelgriep?
Nee, de vrijgelaten dieren zullen niet meer worden gevangen en gedood.
De desbetreffende zwanen zullen over een periode van twee jaar gevolgd
worden in de diverse landen die zij aandoen tijdens de vogeltrek.
Hierbij moet bedacht worden dat een infectie met het laagpathogene
influenzavirus van voorbijgaande aard is.
7
Kunt u dit veldonderzoek verbieden als de onderzoekers geen garantie
kunnen geven dat het te onderzoeken virus niet kan muteren tot een voor
mens en dier gevaarlijke variant en zich niet oncontroleerbaar kan
verspreiden in de natuur?
Voor dit veldonderzoek is een ontheffing verleend op basis van de Wet op
de dierproeven. Zoals uit mijn antwoorden op vraag 2 en 4 blijkt, was er
geen reden deze ontheffing te weigeren.
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,
G. Verburg
HYPERLINK "http://www.erasmusmc.nl" www.erasmusmc.nl , 15 december
2008.
Datum Kenmerk Paraaf: Vervolgblad
REF datum \* MERGEFORMAT 13 februari 2009 REF onskenmerk \*
MERGEFORMAT VD. 2009/77 PAGE \* MERGEFORMAT 3
Directie Voedselkwaliteit en Diergezondheid
uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum
onderwerp doorkiesnummer bijlagen