[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

31974 NR Wijziging van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek en de Kadasterwet in verband met de inschrijving in de openbare registers van netwerken

Wijziging van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek en de Kadasterwet in verband met de inschrijving in de openbare registers van netwerken

Nader rapport

Nummer: 2009D29463, datum: 2009-06-10, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2009Z11009:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Datum

3 juni 2009

Onderwerp

Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek en de Kadasterwet in verband met
de inschrijving in de openbare registers van netwerken 



Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 26 maart
2009, nr. 5593220/09/6, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn
advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te
doen toekomen. Dit advies, gedateerd 24 april 2009, nr. W03.09.0092/II,
bied ik U hierbij aan.

1. De Raad heeft aandacht gevraagd voor de bescherming van de rechten
van derden in verband met het voorgestelde artikel 155a, derde lid. De
Raad meende dat het in de praktijk bezwaarlijk kan zijn, wanneer een
zakelijk recht vrijwel direct na inschrijving van de publicatie bedoeld
in het tweede lid wordt gevestigd en daarmee aan derden, wier aanspraken
niet anderszins bekend zijn, te weinig tijd wordt gelaten om een
dagvaarding uit te brengen en in te schrijven om zo hun rechten veilig
te stellen. Om derden voldoende gelegenheid te geven hun eigendomsrecht
veilig te stellen, zou er naar het oordeel van de Raad een redelijke
termijn moeten zitten tussen de inschrijving en het recht tot overdracht
en bezwaring en zouden derden hun aanspraken kenbaar moeten kunnen maken
aan zowel de eigenaar als de zakelijke rechtsverkrijger.

	De suggestie van de Raad is niet gevolgd. Het belang van derden die hun
rechten willen veilig stellen langs de weg van artikel 155a, tweede lid,
zal naar mag worden verwacht, vooral een financieel belang zijn, nu hun
recht niet eerder aan het licht zal zijn gekomen, omdat zij niet meer
bij de exploitatie van het net betrokken waren. Het belang van degene
die zich op 1 februari 2007 als eigenaar gedroeg, in de praktijk de
exploitant, zal zijn gelegen in de behoefte om de exploitatie van het
net zelf ongehinderd voort te kunnen zetten dan wel zijn recht en
daarmee deze exploitatie aan een ander te kunnen overdragen of het net
te kunnen bezwaren met een hypotheek ten einde de voortzetting van zijn
activiteiten te financieren.

	Bij dit uitgangspunt past enerzijds dat derden vooral in hun
financiële belang dienen te worden beschermd, wat gebeurt doordat zij
ook bij verlies van hun recht, hun aanspraak op schadevergoeding
behouden, zoals in het slot van artikel 155a, tweede lid, is bepaald.
Anderzijds past bij dit uitgangspunt dat de exploitant die het net op de
voet van artikel 155a, eerste lid, heeft doen inschrijven en deze
inschrijving heeft gepubliceerd, het net in het belang van een
voortgezette exploitatie terstond moet kunnen overdragen of bezwaren. De
inschrijving van het net zal immers vaak juist plaatsvinden om een
overeengekomen overdracht of bezwaring te kunnen verwezenlijken.
Eventuele rechten van derden behoren daarvoor geen obstakel te zijn. Dit
laatste dient slechts anders te zijn als de derde vóór de overdracht
of bezwaring en binnen de in lid 2 bedoelde termijn een dagvaarding
heeft doen inschrijven dan wel degene aan wie het net wordt overgedragen
of ten gunste van wie het net wordt bezwaard, het recht van de derde
kende. Een mededeling aan de eigenaar van het net is – anders dan door
de Raad gesuggereerd – niet voldoende om wetenschap van de verkrijger
van het net aan te nemen. 

	Het hier weergegeven stelsel is het resultaat van een zorgvuldig
overleg met de bij deze materie betrokken praktijk. Het verdient geen
aanbeveling thans van het resultaat van dit overleg af te wijken.

2. Aan de redactionele opmerkingen van de Raad is voldaan. 

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de memorie
van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Justitie, 

  IF   REF dvRubriceringMerkingRefBasis \* MERGEFORMAT     = " " "

" "

  REF dvRubriceringMerkingRefBasis \* MERGEFORMAT  Test  

"   

 

Datum

3 juni 2009

  REF dvRubriceringMerkingRefBasis \* MERGEFORMAT    	Pagina   PAGE \*
MERGEFORMAT  2  van   SECTIONPAGES \* MERGEFORMAT  2  



Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en
Vreemdelingenzaken

Directie Wetgeving

sector Privaatrecht

Schedeldoekshaven 100

2511 EX  Den Haag

Postbus 20301

2500 EH  Den Haag

www.justitie.nl

Contactpersoon

N.M. van der Horst

raadadviseur

T	070 370  66 65

F	070 370  79 10

Ons kenmerk

5602922/09/6

 	  IF   SECTIONPAGES \* MERGEFORMAT  2 > 1"Pagina   PAGE \* MERGEFORMAT
 1  van   SECTIONPAGES \* MERGEFORMAT  2  " " "  Pagina 1 van 2   



Aan de Koningin