[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

WGO Visserij

Stenogram

Nummer: 2009D57243, datum: 2009-11-17, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit <1> heeft
op 16 november 2009 overleg gevoerd met minister Verburg van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit over de begroting van Landbouw, Visserij en
Voedselkwaliteit (onderdeel visserij).

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit,

Atsma

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit,

Dortmans

Voorzitter: Schreijer-Pierik

Aanwezig zijn 9 leden der Kamer, te weten:

Dibi, Graus, Jacobi, Koppejan, Ouwehand, Polderman, Schreijer-Pierik,
Snijder-Hazelhoff en Van der Vlies

en mevrouw Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

Aan de orde is de behandeling van:

	- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) voor het jaar
2010 (32123-XIV);

	- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het
Diergezondheidsfonds voor het jaar 2010 (32123-F);

	- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
d.d. 13 juli 2009 betreffende het afschrift van een brief aan de
Productieorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur te Yerseke inzake
de toekomst van de mosselsector (2009Z14787);

	- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
d.d. 24 augustus 2009 over maatregelen begrenzing staandwantvisserij
(29675, nr. 81);

	- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
d.d. 31 augustus 2009 over verdeling van
mosselzaadinvanginstallaties-locaties (MZI's) (29675, nr. 82);

	- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
d.d. 2 juni 2009 met aanbieding boekje Visserij Innovatie Platform (VIP)
(29675, nr. 79);

	- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
d.d. 16 juni 2009 over leegvissen zeeƫn, MSC-keurmerk en
visserijverdragen m.b.t. vissen buiten Europa (21501-32, nr. 342);

	- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
d.d. 18 september 2009 ter beantwoording vraag van het lid Jacobi over
de Wadpierenproblematiek (29684, nr. 76);

	- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
d.d. 28 september 2009 met uitkomsten evaluatie Visserij
Innovatieplatform (29675, nr. 83);

	- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
d.d. 8 oktober 2009 met voortgangsrapportage convenant transitie
mosselsector en natuurherstel Waddenzee (29675, nr. 84);

	- de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
d.d. 28 oktober 2009 over rondetafelconferentie eco-labelling en
certificering in de visserijsector (29675, nr. 85).

De voorzitter: Ik open de vergadering van de vaste commissie voor
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Aan de orde is het
wetgevingsoverleg over het onderdeel visserij. Wij hebben al bijna een
hele dag bij elkaar gezeten. Met de commissieleden heb ik mogen
afspreken dat zij op de punten waar zij zich bij elkaar kunnen
aansluiten dat ook doen. Ik geef als eerste het woord aan de heer
Polderman.

**

De heer Polderman (SP): Voorzitter. De situatie op de zeeƫn is ernstig.
Voor 30% van de visbestanden zijn de biologisch veilige grenzen
overschreden. Wij zijn de vrijblijvendheid echt wel voorbij. Er moet nu
stevig worden ingegrepen. Wat wij nodig hebben, is minder bevissing,
duurzame bevissing, natuurbescherming en een stop op Europese
vispiraterij.

	Eerst over de zeevisserij. Wij subsidiƫren in feite de overbevissing.
Het is waanzinnig dat er tussen 2000 en 2006 maar liefst 5688 mln. is
uitgegeven aan visserijsubsidies en dat dat geld, van ons allemaal,
eraan besteed is om die overbevissing in stand te houden. Zo financieren
wij onze eigen problemen. En dan nog is de sector slechts marginaal
winstgevend.

	Bovendien zijn de subsidies schadelijk voor de visserijsector in
ontwikkelingslanden. De SP zegt dus: schaf deze perverse Brusselse
subsidies af en geef alleen nog subsidies voor investeringen in
verduurzaming. Ik wil de minister vragen om in Brussel aan te sturen op
een snellere afbouw. Waarom zouden wij dat op de lange termijn schuiven?

	Ik vraag de minister daarom in de regiestoel te klimmen en te sturen op
honderd procent aantoonbaar duurzame visserij. De minister ziet
certificering in eerste instantie als een verantwoordelijkheid van de
sector. Dat vind ik te gemakkelijk. De overheid heeft een belangrijke
taak om in overleg met betrokken partijen snel te zorgen voor een
overstap op honderd procent duurzaam en dat desnoods af te dwingen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen moet niet als een vrijblijvende
optie worden gezien. Graag wil ik van de minister in cijfers zien hoe
veel procent van de Nederlandse visserij nu aantoonbaar duurzaam is,
bijvoorbeeld MSC- of gelijkwaardig gecertificeerd. Ik vraag de minister
een substantiƫle verhoging van dit percentage als beleidsdoelstelling
op te nemen.

	Slechts minder 1% van de Nederlandse tong en schol is momenteel MSC. De
boomkorvisserij richt, zoals bekend, veel ecologische schade aan, met
name aan de bodem, en is enorm brandstofverspillend. De omslag naar
andere methoden, zoals de pulskor, de SumWing en dergelijke, gaat veel
te langzaam. Was daarvoor niet in de begroting vorig jaar een fors
bedrag -- was het 20 mln. of twee keer 20 mln. -- beschikbaar gesteld en
wat is daarvan terechtgekomen? Als er geld beschikbaar wordt gesteld
voor onderzoek naar verantwoorde vangstmethoden moet dat wel tot
resultaat leiden. Ik heb het idee dat de minister haar
beleidsinstrumenten niet goed inzet om te streven naar honderd procent
duurzaam.

	In dat kader wil ik de minister vragen om met onmiddellijke ingang
alleen nog maar subsidies te geven die volledig gericht zijn op die
duurzaamheid, inclusief dierenwelzijn. Kan de minister mij inzicht geven
hoe veel subsidies aan niet-duurzame visserijpraktijken worden gegeven?
Ik denk bijvoorbeeld aan innovaties die niet in de eerste plaats
duurzaamheid, maar meer zaken als efficiency ten goede komen.

	Behalve de onduurzame vangstmethoden en de achterblijvende
certificering zijn een groot probleem de bijvangsten die als afval
overboord gaan. Een verspilling van de ergste soort, deze discards. Maar
liefst 900.000 ton wordt na opvissing weer dood de Noordzee in gegooid.
Het moet afgelopen zijn met deze kwalijke praktijk. Ik wil de minister
vragen zelf maatregelen te nemen om dit te stoppen en in Europa aan te
dringen op snellere maatregelen. Nederland moet hierin een
voorbeeldfunctie willen vervullen. Waarom zouden wij zo'n
voortrekkersrol moeten overlaten aan een niet-lidstaat als Noorwegen?

	Betreffende het staand-want vissen wil ik zeggen dat de maximaal 25
kilometer van de minister niet afdoende is. Slechts twee van de 60
vissers hebben nu meer dan die 25 kilometer en ik ben bang dat die 58
andere vissers dus nu ruimte zien. Ik vraag de minister om te
onderzoeken hoe veel totaal kilometer staand want voor Nederland
maximaal houdbaar is en ondertussen de hoeveelheid staand-want vistuig
te bevriezen op het huidige niveau. Graag ook een oplossing van het
probleem van vissers die nu onder Belgische vlag in Nederlandse wateren
bezig zijn.

In de Noordzee hebben wij een aantal Natura 2000-gebieden aangewezen. De
SP heeft er al eerder voor gepleit om het niet bij de twee nu aangewezen
gebieden te laten, maar er meer gebieden bij te nemen. Die beschermde
zeegebieden zijn hard nodig. Per gebied kun je dan een plan opstellen
wat voor de visserij wel en niet is toegelaten. Helemaal of gedeeltelijk
sluiten, dat kan per gebied verschillen, maar je krijgt zo een beter
totaalbeeld. In de begroting zie ik op dat punt amper iets terug. In het
kader van het regionale zeeverdrag OSPAR moeten wij een ecologisch
coherent netwerk van goed beheerde natuurgebieden in 2010 gerealiseerd
hebben. Dat is vlugger dan wij denken.

Al eerder heb ik een motie ingediend waarin werd gevraagd om een
opstelling van een rijksbestemmingsplan voor de hele Noordzee, voor het
Nederlandse deel van de Noordzee. Waarom wordt die motie niet
uitgevoerd? Graag hoor ik een traject.

	Behalve op de Noordzee is Nederland ook betrokken bij de visserij
elders in de wereld. Ik blijf vragen om meer informatie over de grootte
van deze Nederlandse betrokkenheid. Het gaat namelijk niet meer alleen
om de vloot onder Nederlandse vlag, maar ook om schepen onder een andere
vlag met wel een Nederlandse eigenaar. Naar wij hopen betalen die
firma's aan Nederland belasting en vallen zij of zouden zij ook
anderszins onder de Nederlandse wet moeten vallen. Is de minister bereid
om daarnaar onderzoek te laten doen en daarover de Kamer te informeren?
Wanneer kunnen wij de aanpak van illegale en ongewenste visserij
verwachten?

	Ook vraag ik de minister in welke Europese partnershipovereenkomsten
met derde landen wij kunnen verwachten dat de clausules voor de Europese
visserij worden opgenomen. Voert de minister ook een lobby om dit voor
elkaar te krijgen? Is zij zich bewust van de maatschappelijke en
ecologische problemen die dit Europese viskolonialisme meebrengt? Helaas
zag ik in Vis, als duurzaam kapitaal dat de minister in de toekomst nog
steeds een plek ziet voor dergelijke partnershipovereenkomsten.

	Een ander slecht voorbeeld van omgekeerde ontwikkelingssamenwerking is
de mechanische kokkelvisserij. Die hebben wij in de Waddenzee uitgekocht
en met die financiering is nieuwe apparatuur gekocht waarmee voor de
kust van Mauritaniƫ wordt gevist. Als antwoord op eerdere vragen over
dit onderwerp kreeg ik te horen dat het project ook ten goede zou komen
aan de lokale visserij, maar overeenkomsten met autoriteiten daar
blijken niet zo waterdicht. Hoe zit het daarmee inmiddels? Graag een
reactie.

	Nu wij het tussen neus en lippen door even over de Wadden hebben gehad,
een vraag over de mosselsector. Ik maak mij zorgen wat er gebeurt als
mosselzaadinvanginstallaties grootschalig worden toegepast. Al eerder
sprak ik mijn zorgen uit. Als wij dit op zich aardige concept van de
MZI's op zo'n grote schaal moeten uitrollen, is het middel dan niet
erger dan de kwaal? Kleinschalige MZI's zijn geen probleem, maar als het
grootschalig wordt? Bevreemdend is dat de zogenaamde experimenteerders
in plaats van hun voorsprong te kunnen verzilveren, op achterstand
lijken te worden gezet. Dat kan toch niet de bedoeling zijn als je
innovatiebedrijven zo wilt belonen? Uit de brief erover begrijp ik dat
de minister deze voorlopers wil afkopen. Begrijp ik dat goed? Graag een
uitleg, want ik verwonder mij daarover. In hoeverre is nu de bodemkweek
op percelen in de Wadden absoluut helemaal onmogelijk? Hoe zit het met
de steun aan innovaties voor kweek op land? Zou dat niet meer de
toekomst zijn dan MZI's op grote schaal? Is dat niet op z'n minst
innovatiesteun waard?

	Dat brengt mij ten slotte bij het onderwerp kweekvis. Wij vragen ons
toch af wat er feitelijk duurzaam is aan dit kweken in betonnen schuren.
Wij roepen de minister graag op tot een kweekverbod, met name van
kweekvis waarvoor de grondstof uit het wild komt. Ik denk daarbij aan
paling die als glasaal moet worden opgekocht en dan in vrij donkere
schuren moet worden grootgebracht. Is dat iets wat wij duurzaam kunnen
noemen? Wij willen veel meer zien in de toekomst van de Nederlandse
binnenvisserij als scharrelvissers. Wij hebben hier namelijk een
prachtig waterlandschap en daarmee hebben wij een ideale kweekvijver
voor vis in de vorm van slootjes, rivieren en plassen. Als wij daar
optimaal gebruik van maken, dus extensieve vishouderij, waarbij
bijvoorbeeld paling geoogst kan worden, lijkt mij dat een goed
streefpunt. Dan moet de minister wel werk maken van de vispassages bij
gemalen en de verbetering van de habitat.

	Ik zou sowieso graag nog eens uitgebreid op die paling willen ingaan,
want het broddelwerk van de minister verdient eigenlijk een apart AO. De
eerste rechtszaak tegen haar maatregelen is vandaag gewonnen. Een visser
mag op wolhandkrabben blijven vangen. Laat ik het hierbij houden dat de
binnenvisserij nog geen cent heeft gezien en vanaf 1 oktober zonder
inkomen zit. De minister verwacht wel dat zij hun tijd en energie gaan
steken in de beheercommissies, maar ook dat zonder vergoeding. Je kunt
niet de binnenvisserij grotendeels plat leggen, en met slappe
argumenten. Dan zou de handhaving niet lukken. Kom nou, als je gewoon
vistuig of aalvistuig moet optillen uit het water om te controleren. Dat
is reden genoeg om een aanlijningsverbod in te stellen in plaats van een
aalvistuigverbod. Graag een reactie.

	Ten slotte wil ik iets zeggen over de dodingsmethode van vis. Hoe staat
het met de Europese onderzoeken daarnaar? Ik wil graag dat rationeel
bekeken wordt hoe we het beste dodingsmethoden kunnen gebruiken. In een
aantal gevallen zal de beste methode al wel gebruikt worden, maar vaak
ook niet. Ik vraag de minister om met een inventarisatie per soort te
komen van de beste dodingsmethode en de gangbare praktijken, om
vervolgens te kunnen komen tot verplichte voorschrijving van wat de
meest diervriendelijke methode is.

De heer Koppejan (CDA): Voorzitter. Als CDA vinden wij het belangrijk
dat juist ook in economisch moeilijke tijden gewerkt wordt aan
versterking van de visserijsector. De visserijsector is namelijk niet
alleen goed voor vele duizenden arbeidsplaatsen; deze sector is ook een
onlosmakelijk onderdeel van onze Nederlandse identiteit en cultureel
erfgoed. Daarom is het van groot belang om goed om te gaan met onze
vissers en mogen wij van de overheid een bijdrage verwachten om duurzaam
ondernemerschap blijvend te stimuleren.

	Ik loop een aantal onderwerpen af, te beginnen met de evaluatie
Visserij Innovatieplatform. Wij zijn zeer tevreden over de resultaten
van het Visserij Innovatieplatform, het VIP. Hulde aan de minister voor
dit initiatief. Wij vinden het ook een goede zaak dat de minister het
werk van het VIP met een jaar wil verlengen. Dat laatste jaar dient wat
ons betreft zo besteed te worden, dat het stimuleren van ondernemerschap
door innovatie, meer samenwerking en verduurzaming ook voor de lange
termijn gewaarborgd wordt. In dat kader pleiten wij voor de oprichting
van een visserijkenniscentrum voor alle vormen van visserij. Een
kenniscentrum, ook wel blueport genoemd naar het succesvolle voorbeeld
van de greenports in de agrarische sector. Graag een reactie van de
minister.

	Laten we daarnaast ook het bestaande visserijonderwijs niet vergeten.
Daar zitten immers de vissers van de toekomst? Kan de minister aangeven
op welke wijze zij de visserijscholen de komende jaren wil ondersteunen?

	Ik kom bij het onderwerp MSC-certificering. Het is goed om te horen dat
er nu al meer dan twintig groepen ondernemers zijn die het voornemen
hebben om hun visserij te certificeren. We hebben ook begrepen dat de
door de Kamer gevraagde en de onlangs door de minister opengestelde
subsidieregeling voor certificering nu reeds is overschreden. Wij
betreuren het echter dat partijen die wel willen certificeren nu door
uitloting buiten de boot dreigen te vallen. Daaronder zijn twee
indieners uit de boomkorvisserij op tong en schol. Juist in deze
sectoren moet de komende jaren een slag gemaakt worden naar
verduurzaming. Gezien het succes van deze regeling en het feit dat dit
ook het beleid van de minister sterk ondersteunt om de slag naar meer
verduurzaming te maken, hebben mijn collega Jacobi, Cramer en ik een
amendement ingediend waarin voor 2010 opnieuw ā‚¬500.000 beschikbaar
wordt gesteld voor de certificering van visserij- en viskweekmethoden,
met dien verstande dat de in 2009 voor deze regeling uitgelote bedrijven
voorrang hebben in de toekenning.

	Verder krijgen wij berichten dat er soms misbruik gemaakt wordt van het
MSC-logo. Viskramen die onder het label van MSC vis verkopen die niet
gecertificeerd is. Wij vragen de minister of zij in samenwerking met MSC
de Voedsel en Waren Autoriteit in wil zetten om het MSC-logogebruik te
controleren en bij misbruik handhavend op te treden.

	Ik kom bij het onderwerp Noordzeevisserij. Uit contacten met vissers en
vissersvoormannen krijg ik de indruk dat onder vissers het draagvlak
voor uitvoering van het destijds gesloten convenant tussen de
kottersector, de ngo's en de minister snel aan het afbrokkelen is. De
vissers hebben het gevoel dat zij maar niet uit de hoek kunnen komen
waar de klappen vallen. Terwijl men zelf steeds meer de omslag wil maken
naar meer duurzame vormen van visserij heeft men tegelijkertijd het
gevoel dat men steeds maar weer nieuw terrein moet prijsgeven en
visgebieden moet afstaan: eerst aan de natuur, voor beschermde gebieden,
en later ook nog eens aan windmolenparken. Herkent de minister dit
gevoel? Welke acties denkt de minister de komende tijd te nemen om het
draagvlak en vertrouwen van deze vissers te behouden voor het
noodzakelijke transitieproces naar een meer duurzame visserij?

	Onder de Noordzeevissers zijn ook veel zorgen over de wijze waarop
straks omgegaan wordt met de beschermde gebieden in het kader van Natura
2000. De visserijsector is zich ervan bewust dat deze gebieden
beperkingen met zich zullen brengen voor de visserij, maar dan dient de
omvang van de gebieden waar deze beperkingen gelden niet groter te zijn
dan strikt noodzakelijk. Dus geen externe werking. Kan de minister de
vissers in dat verband geruststellen?

	Op de onderwerpen herziening Europees visserijbeleid en technische
maatregelen en beperkt aantal zeedagen kom ik woensdag terug wanneer wij
spreken over de Europese Visserijraad.

	Dan de transitie mosselsector en de verdeling locaties
mosselzaadinvanginstallaties, ook wel MZI's genoemd, in relatie met de
garnalenvisserij. Onze complimenten aan de minister voor de
voortvarendheid waarmee door haar bemoeienis zowel perspectief wordt
geboden voor het voortbestaan van de mosselsector alsook uitzicht op
herstel van de natuur op de Waddenzee. Voor de mosselvissers was het
positief dat er dit voorjaar en dit najaar weer op mosselzaad gevist kon
worden. De vergunningverlening is een stuk versoepeld. Een negatief
puntje in dit verband was de uitspraak van de Raad van State dit
voorjaar, met als gevolg dat er minder mosselzaad opgevist mocht worden
dan aanvankelijk was afgesproken. Mogen we erop rekenen dat dit soort
incidenten nu voorgoed tot het verleden gaat behoren? Graag een reactie
van de minister.

	Een ook voor de minister lastige kwestie betreft de vraag hoe om te
gaan met de verdeling van de schaarse ruimte voor MZI's en de
verschillende belangen van garnalenvissers, mosselvissers en
experimenteerders met MZI's. Ik heb hierover de volgende vragen.

	Garnalenvissers uit Friesland en Groningen hebben percelen moeten
inleveren om de plaatsing van MZI's mogelijk te maken. Zij vragen nu
naar de mogelijkheden om te vissen op ongebruikte mosselpercelen. Deze
openstelling zou in overleg met de mosselsector moeten plaatsvinden en
van jaar tot jaar kunnen verschillen, omdat het gebruik van een bepaald
perceel van jaar tot jaar kan wisselen.

Is de minister bereid om in overleg met de garnalenvissers en
mosselvissers deze mogelijkheid te onderzoeken?

	Het door de minister gehanteerde open planproces heeft in de zoektocht
naar geschikte locaties voor MZIā€™s niet altijd de beste locaties
opgeleverd. Sommige blijken in de praktijk zelfs geheel ongeschikt te
zijn. Zo hebben drie bedrijven die de afgelopen jaren een MZI-locatie in
de Oosterschelde hadden, de mededeling gekregen dat zij moesten
verhuizen naar een andere locatie, de Vuilbaard geheten, omdat hun
huidige locatie door Rijkswaterstaat als een hoofdtransportroute wordt
beschouwd. Deze nieuw aangewezen locatie is echter niet geschikt voor
MZIā€™s die een diepgang van tien meter nodig hebben. Wat de afgelopen
jaren zonder veel problemen heeft gewerkt, moet toch zeker kunnen worden
gecontinueerd voor de vier jaren waarin op voorstel van de minister het
experiment wordt voortgezet. Is de minister bereid om met haar collega
van Verkeer en Waterstaat in gesprek te treden over een oplossing voor
deze mosselvissers voor de duur van het experiment?

	Wat ook vragen oproept, is hoe de nu voorgestelde regeling uitpakt voor
de pioniers van het eerste uur, mosselkwekers en externe
experimenthouders, in het bijzonder de ondernemers die reeds voor 2004
zijn begonnen met experimenten met MZIā€™s en daarin miljoenen euroā€™s
hebben geĆÆnvesteerd. Bij deze pioniers leeft er veel onvrede over het
voorstel om nu reeds 50% van de percelen waarop de experimenten hebben
plaatsgevonden, te moeten inleveren en na vier jaar zelfs helemaal.
Daarmee wordt innovatie en ondernemerschap niet echt beloond. Wordt op
die manier niet het risico gelopen dat de komende jaren een grote
terugval plaatsvindt in de opbrengst van mosselzaad via MZIā€™s? Daarmee
kunnen ook de afspraken over de transitie van de mosselsector in gevaar
komen. Is de minister bereid nog eens goed te kijken naar de regeling
voor deze pioniers van het eerste uur en met hen in gesprek te gaan over
de toewijzing van MZI-locaties voor specifiek deze groep en de Kamer
daarover te informeren?

	Ik kom bij de gevolgen van de uitspraak van het Europese Hof van
15Ā oktoberĀ 2009 inzake het gedoogbeleid van Nederland met betrekking
tot motorvermogens. Kan de minister aangeven hoe zij met deze uitspraak
van het Europese Hof wil omgaan? Welke consequenties wil de minister aan
deze uitspraak verbinden als het gaat om de kotters die met teveel
pkā€™s op garnalen vissen?

	Dan kom ik bij de binnenvisserij. Er is al veel gezegd over het
aalbeheerplan. Het standpunt van de CDA-fractie daarover is bekend. Wij
hebben nu te maken met een voldongen feit van twee maanden vangstverbod
in 2009. Voor de beroepsvissers is dit een hard gelag. In eerdere
debatten heeft de CDA-fractie al aangekondigd dat zij nog eens wil
kijken naar de financiƫle tegemoetkoming voor de getroffen vissers.
Zonder daarmee te suggereren dat wij hiermee het leed voor de aalvissers
helemaal kunnen wegnemen, heb ik gemeend om samen met collega Jacobi een
amendement te moeten indienen, waarmee binnen de LNV-begroting 1 mln.
extra beschikbaar komt voor de aalvissers. Hiervan wordt 50% bestemd
voor het verhogen van de financiƫle tegemoetkoming voor de vissers die
in 2009 zijn getroffen door een vangstverbod op aal van twee maanden. De
andere 50% is bestemd ter ondersteuning van een betere bedrijfsvoering
van deze aalvissers, waaronder het opstellen van bedrijfsplannen.

	De CDA-fractie is sterk voorstander van een meer decentraal aalbeheer
boven een generiek vangstverbod. In dat kader zijn wij blij met de
stappen die de minister nu zet om de Visstandbeheercommissies en de
visplannen steviger te positioneren en minder vrijblijvend te maken. Zou
de minister daarbij ook de plannen van de Combinatie van binnenvissers
willen betrekken? Zij vragen ondersteuning en advies van het
onderzoeksinstituut Imares met als doel pilots aalbeheer op te zetten
die ICES-proof zijn. Graag een reactie van de minister.

	De CDA-fractie is het met de minister eens dat de ontwikkelingen in het
gebruik van de staand want visserij het nemen van nationale maatregelen
ter beperking van deze vorm van visserij helaas noodzakelijk maken. Wij
hebben echter wel vragen bij het totaalverbod van het gebruik van vaste
vistuigen voor recreatieve doeleinden in de Nederlandse kustzones.
Vooral op de Wadden is er sprake van een jarenlange traditie rond het
gebruik van netten voor recreatief gebruik. Het gaat hier om netten van
beperkte lengte. Waarom is hier niet gekozen voor een
vergunningensysteem? Dat biedt alle mogelijkheden om misbruik of
overbevissing te voorkomen. Graag een reactie van de minister.

	Tot slot de wadpiervissers. Hieromtrent sluit ik mij bij voorbaat aan
bij hetgeen collega Jacobi hierover gaat zeggen.

De heer Polderman (SP): Ik heb een vraag over de binnenvisserij. Er ligt
nu een amendement van de leden Koppejan en Jacobi om iets aan die steun
te doen, maar waarom heeft de CDA-fractie de motie die wij destijds
indienden om dat met voorrang naar voren te halen, toen niet gesteund?
Het is aardig dat het nu gebeurt, maar intussen zitten die mensen twee
maanden zonder inkomsten. Wij zijn teleurgesteld dat de CDA-fractie de
motie toen niet steunde. Nu steunt zij het amendement ineens wel.

De heer Koppejan (CDA): Omdat er pas geld uitgegeven wordt tijdens de
begrotingsbehandeling. Dat is het moment waarop je geld kunt vrijmaken.
Dat vonden wij het juiste moment om een amendement in te dienen.

De heer Polderman (SP): Dat is wel leuk beredeneerd vanuit een
begrotingstechnisch oogpunt, maar vanuit het oogpunt van de visser is
het natuurlijk een hard gelag.

De heer Koppejan (CDA): Wij stellen ook voor om zo snel mogelijk over te
gaan tot betaling van het geld voor 2009. In die zin zijn wij het dus
met u eens. Wij hebben ook een bedrag geoormerkt voor een aanvulling op
hetgeen er in 2009 bij moet komen.

De heer Graus (PVV): Er is een gesprek geweest van de beroepsvissers met
Commissaris Borg. Bent u het met mij eens dat de minister het door de
sector voorgestelde aalbeheerplan in heroverweging moet nemen?

De heer Koppejan (CDA): De vraag is of de minister het instituut Imares
ter beschikking wil stellen aan de aalvissers om te kijken naar pilots
om op een andere manier tot aalbeheer over te gaan. Dat past ook heel
goed in de decentrale aanpak en de CVB's die de minister voorstelt.

De heer Graus (PVV): Omdat het al laat is, wil ik graag dat de heer
Koppejan ja of nee zegt.

De heer Koppejan (CDA): Dan zeg ik ja.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Voorzitter. De teksten zijn zo breed
dat ik niet in Ć©Ć©n keer kan zeggen dat ik me bij iemand aansluit. Ik
zal toch op een aantal onderwerpen een inbreng leveren.

	Ik begin met te zeggen dat wij de uitgangspunten op dit onderdeel van
de begroting onderschrijven. Voor ons is het uitgangspunt vooral een
duurzaam visbestand, want daar hangt het voortbestaan van de visserij
van af. Wij moeten dus zoeken naar een houdbare balans tussen ecologie
en economie. Dat klinkt prachtig, maar dat is van wezenlijk belang voor
de toekomst. Voor ecologische duurzaamheid moet in ieder geval worden
begonnen met het terugdringen van de hoeveelheid bijvangsten, de
discards. Op het brede gemeenschappelijke visserijbeleid kom ik later
terug. In de procedurevergadering hebben wij afgesproken dat wij dat nu
niet zullen behandelen. Ik maak wel een opmerking over de discards. Ik
denk dat het van belang is om aan te geven dat wij ze moeten uitbannen.
Of dat een vooropgestelde, strikte voorwaarde voor alles moet zijn, is
voor ons nog even de vraag.

	Ook maak ik een opmerking over certificering en ecolabeling, want daar
hebben wij een prachtige brief over gekregen. Wij zijn voorstander van
certificering, maar dan wel op Europees niveau. Laat ik dat signaal
direct afgeven. Dan kom ik natuurlijk bij het certificeringstraject waar
de heer Koppejan het net ook over had. Ik heb het even op me in laten
werken. Het lijkt alsof we een prachtig subsidietraject hebben gehad,
maar bij de start was het budget al bijna op. Dat lijkt mij niet
logisch. Er is geloot, maar er zijn er veel uitgeloot. Op basis waarvan
is dat gebeurd? Ik sluit mij aan bij de vervolgvragen van de heer
Koppejan. Dit kan niet. Als wij een goed traject willen ingaan, dan moet
niet bij voorbaat iedereen zo'n beetje uitgesloten zijn van deelname.

	De minister kent onze opvatting over het aalbeheerplan. Wij hebben het
haar krachtig ontraden om in te zetten op het vangstverbod. Wij moeten
helaas constateren dat dit er wel ligt. Wij krijgen nu cijfers onder
ogen. De minister heeft een bedrag beschikbaar gesteld van ā‚¬700.000.
De bedragen liegen er niet om. Ik kan mij voorstellen dat mijn buurvrouw
en mijn buurman daar een steentje aan willen bijdragen, maar dan nog is
het bedrag onvoldoende. Doordat nu weer op wolhandkrabben mag worden
gevist, wordt een deel van de inkomstenderving ongedaan gemaakt. Dat is
mooi meegenomen, maar dan nog gaat dit de sector veel geld kosten. Ook
ik vraag de minister of zij daar op een andere wijze naar kan kijken. De
heer Graus gaf net al een voorzet.

Zou de minister ook in de contacten met de Eurocommissaris nog eens
willen proberen om iets anders te regelen voor de verkeerde keuzes die
zijn gemaakt?

	Het onderwerp mosselzaadinvanginstallaties heeft natuurlijk een nauwe
relatie met de voorgaande onderwerpen. Als ik alles overzie en de brief
van de minister lees, kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de
bedrijven, de mensen, die de voorlopers zijn geweest van het nieuwe
innovatietraject dat nu wordt ingezet, eigenlijk bijna achter in de rij
moeten aansluiten of straks misschien zelfs het nakijken hebben. Als het
aan de VVD-fractie ligt, moeten innovaties worden gesteund en moeten de
mensen die hun nek durven uit te steken om iets nieuws te bedenken,
worden beloond en niet op deze manier worden weggezet. Ik zou dan ook
graag van de minister horen of ik haar brief anders mag lezen. Zoals het
nu is gesteld, kan mijn fractie hier niet mee instemmen.

	De minister heeft ons het afgelopen weekend nog een brief gestuurd over
de brede binnenvisserij. Zij kan niet van mij verwachten dat ik daar nu
mee instem. Ik wil daarover overleg voeren met een aantal mensen uit de
sector. Ik zal hierop terugkomen in een algemeen overleg dat inmiddels
is gepland voor begin december. Ik zal er dan langer bij stilstaan.

	De Amelander vistraditie wordt om zeep geholpen, als ik het zo kort
door de bocht mag zeggen. Een historische visserij, een eeuwenoude
traditie, dreigt te verdwijnen door het Aalbesluit van deze minister.
Wij kunnen met het voorschrijven van staande netten toch niet deze
vistraditie zo over boord zetten? Ik zou graag zien dat de minister nog
eens haar oor te luisteren legt. Volgens mij heeft mevrouw Jacobi
hiervoor al een motie voorbereid.

	Ik sluit mij aan bij hetgeen straks door een woordvoerder links van mij
naar voren zal worden gebracht over de pieren. Dit is al uitgebreid
tussen ons gewisseld.

	Mijn laatste opmerking heeft betrekking op de VIP's. Het is belangrijk
dat ze zijn ingesteld. De minister heeft vorig jaar besloten om dit nog
met een jaar uit te breiden. Mijn rechterbuurman vindt dit prima. Wij
weten allemaal dat er behoorlijke slagen moeten worden gemaakt in de
visserijsector. Wij weten ook dat de sector financieel behoorlijk onder
druk staat. Daarom pleit ik ervoor om de VIP's ook op de langere termijn
niet helemaal uit te sluiten.

	Tot slot sluit ik mij aan bij de opmerking van de heer Koppejan over de
handhaving van het motorvermogen.

De heer Koppejan (CDA): Waarom steunt mevrouw Snijder ons voorstel niet
om dit jaar het VIP te gebruiken om een kenniscentrum Ć  la Blueport op
te zetten? Dan veranker je het voor de lange termijn. Het Visserij
Innovatie Platform heeft veel goed werk gedaan. Dat is ook in de komende
jaren nodig. Bundel alle krachten in zo'n kenniscentrum, in zo'n
Blueport, dan hebben de vissers en doelgroepen daar nog vele jaren
plezier van.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik vind dit een prachtig voorstel, maar
ik wil eerst de reactie van de minister afwachten. De heer Koppejan
proeft wel dat ik ook meer wil dan er nu ligt. Laat dat helder zijn. Ik
ben heel benieuwd hoe de minister reageert op zijn voorstel. Ik heb mij
specifiek gericht op het voortzetten van de VIP's en ik ben heel
benieuwd wat de minister zegt. Wellicht kunnen wij elkaar vinden.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij alles wat al is
gezegd over de VIP's, de ontwikkeling van een kenniscentrum, de
compensatie van het vangstverbod voor de palingvissers en de 300 pk voor
de garnalenvisser, dus eigenlijk bij alle opmerkingen die de heer
Koppejan wat uitgebreider heeft gemaakt.

	Ik zal mij specifiek richten op een aantal andere zaken. De eerste is
de stroperij. Visstroperijteams zijn een bewezen middel om de stroperij
aan te pakken, maar een aantal teams dreigt te worden opgeheven. Zo
heeft de provincie Friesland het voornemen om de subsidie te staken. De
politie zegt dat zij het dan ook niet meer in de lucht kan houden. Op
die manier zullen er veel kennis en een goed netwerk om de stroperij in
Friesland aan te pakken, verdwijnen. De minister zou een voorstel maken
om de visstroperij uit de Visserijwet te halen en over te brengen naar
de Wet economische delicten. Het is belangrijk dat dit gebeurt, maar dan
nog moeten de visstroperijteams behouden blijven.

Dat is best een hele lastige. Het is dubbel zo belangrijk omdat voor
alle maatregelen die wij nemen voor duurzame visserij de stroperij zwaar
moet worden aangepakt. Ik zie graag een actieplan van de minister voor
de aanpak van stroperijen tegemoet. Alleen een wetswijziging van de Wet
op de economische delicten volstaat niet, het moet een integraal verhaal
worden waarbij ook het middenveld betrokken moet zijn. Graag aandacht
voor good practices uit het buitenland. Dat lijkt mij meer dan
gerechtvaardigd gezien de tijd waarin wij ons bevinden.

	Mijn volgende punt gaat over een snelle oprichting en verankering van
de visstandbeheercommissies. De minister heeft afgelopen vrijdag een
brief verstuurd. Ik heb daar met een schuin oog doorheen gelezen en deel
de opmerkingen van mijn collega's dat het verstandig is om de zaken die
daarin voor de binnenvisserij zijn genoemd in december te behandelen.
Het gaat nu wel erg snel door de bocht en wij hebben nog met niemand
kunnen overleggen. Het is van belang dat de VBC's duidelijk worden
neergezet. De visplannen zijn voor ons de belangrijkste instrumenten om
te komen tot een duurzame visserij. Ik ben erg blij wanneer dat in het
plan van aanpak wordt opgenomen. Ik wil hierover een uitgebreide
bespreking tijdens het AO over het Groenboek in december.

	Kort iets over het herstel van de palingstand. Ik heb mij er druk over
gemaakt dat de palingvisser bij dat herstel betrokken wordt. De minister
heeft een toezegging gedaan over de ondersteuning van pilots. Ik zie dat
graag geborgd met wetenschappelijk onderzoek. Dan kan een groot deel van
het plan van de Combinatie van Beroepsvissers goed worden uitgevoerd.
Het probleem was immers dat het niet voldoende wetenschappelijk was
onderbouwd. Ik verneem graag van de minister de stand van zaken: hoever
zijn wij nu, kunnen er al pilots worden aangevraagd en hoe is de
Combinatie van Beroepsvissers hierbij betrokken?

De heer Polderman (SP): Mevrouw Jacobi wil de brief in het AO over het
Groenboek bespreken. Ik vraag mij af of dat wel handig is. Het lijkt mij
dat wij dit apart moeten behandelen. Het Groenboek gaat over de Europese
visserij en wij hebben het over de binnenvisserij.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Misschien kan het in de tijd achter elkaar worden
gekoppeld. Ik sluit mij aan bij de opmerking van collega Koppejan over
het MSC-keurmerk. Ik maak mij al een aantal jaren druk over
kleinschalige duurzame vismarkten in Nederland waar dagverse vis
verkocht kan worden. Het blijkt dat dit op Ć©Ć©n plaats na erg lastig is
vanwege de wet- en regelgeving voor de aan- en afvoer van vis. Hoe goed
die wet- en regelgeving ook is, zij frustreert het van de grond krijgen
van dit soort zaken. Het moet van onderaf komen, maar behoeft toch wel
enige regie vanuit LNV. Ik stel voor dat LNV de initiatiefnemers hulp
biedt door het probleem van de aan- en afvoer op te lossen. Dan kunnen
er vanuit die mooie broedplaats een aantal duurzame kleinschalige
vismarkten worden neergezet. Ik zou graag zien dat de minister zich
daarvoor hard maakt, want ik weet dat zij dit een goed initiatief vindt.
Alleen komen zij er echt niet uit en dat is jammer.

	Dan het verhaal van het historisch gebruik op Ameland. Dit geldt
overigens voor alle eilanden, maar alleen Ameland heeft zich gemeld. De
gemeente Ameland heeft een motie opgesteld die bijna landelijk is over
te zetten. De onrust op de Waddeneilanden gaat over een brief van LNV
over de staandwantvisserijregelingen en de regelingen voor het
palingvangstverbod. Alle recreatieve kustvisserij met vaste vistuigen
wordt uitgesloten, zelfs het uitzetten van botlijnen.

Het gaat mij niet alleen om deze kleinschalige vorm van recreatieve
visserij -- zelfs de Waddenvereniging staat hier sympathiek tegenover
--, maar ook om de kleinschalige vissers op het Wad. Zij hebben hier
namelijk ook last van, terwijl dat nu juist de vissers zijn die wij
koesteren en op alle manieren willen steunen. Ik vraag de minister dan
ook om dit probleem op te lossen. Kan zij mij verder duidelijk maken hoe
het mogelijk is dat zaken zo met elkaar vermengd zijn geraakt dat het
uiteindelijk averechts uitwerkte?

	De taskforce kustzone. Over de regulering van de staandwantvisserij is
een motie aangenomen. Wij hebben verder met vertegenwoordigers van de
recreatiesector, de beroepsvisserij, de sportvisserij en de
reddingsboten aan tafel gezeten. Zij waren het er allemaal over eens dat
het opgelost moet worden met regulering. De minister is hiermee aan de
slag gegaan en zij heeft de Kamer laten weten dat zij het niet alleen
kan en dat zij de minister van Binnenlandse Zaken nodig heeft. De
uitkomst is echter dat het nog steeds niet is opgelost en dat vind ik
heel, heel erg. Wij zijn hierdoor namelijk een jaar kwijt, want iedereen
zit te wachten op een plan om dit probleem gezamenlijk op te lossen.

Regulering is echter wel degelijk mogelijk. Het ministerie van LNV gaat
niet over alles, maar het kan wel al deze partijen naar de
onderhandelingstafel brengen. Dat is wat het ministerie moet doen. Wat
het niet moet doen, is het probleem doorschuiven naar de gemeente of het
IPO, want dat biedt echt geen soelaas. De partners moeten gezamenlijk
aangeven op welke manier het moet worden gereguleerd. Als duidelijk is
welke maatregelen nodig zijn, moet LNV vervolgens het initiatief nemen.
Op die manier kunnen wij uit de problemen komen; het gaat echt niet
lukken met een brief aan de gemeente.

Door de maatregelen die het ministerie van LNV wel heeft genomen, zijn
wij zelfs verder van huis. De regulering is namelijk uitgebreid tot
25-kilometernetten en daardoor is de capaciteit alleen maar groter
geworden. Bovendien gelden de beperkingen alleen voor schepen onder
Nederlandse vlag en een beetje slimme visser met 25-kilometernetten
omzeilt die beperking natuurlijk door onder Belgische of Duitse vlag te
gaan varen. Het zal duidelijk zijn: de minister moet met de partners om
de tafel.

Het MZI-beleid. Hierover is al veel gezegd, maar mijn fractie kan zich
in ieder geval wel vinden in dit beleid. Wij vertrouwen erop dat de
geconstateerde problemen zullen worden opgelost. Zorgen maken wij ons
echter nog wel over de ruimte die wordt geboden aan de pioniers met
innovatieve technieken. Met de mensen die investeren in innovatieve
technieken, zijn bijzondere afspraken gemaakt. Het is goed dat zij die
investeringen aandurven, want zonder die technieken is de overstap naar
duurzame visserij niet mogelijk. Deze mensen verdienen dan ook de steun
van de minister en het ministerie, zodat zij zicht houden op
bestaanszekerheid. Wij hebben immers nog een heel innovatietraject te
gaan, waarbij invang en kweekmogelijkheden aan bod dienen te komen.

Innovatieve ondernemers moeten kunnen rekenen op een bestaan van meer
dan vier jaar. Ik vraag de minister dan ook een gunstig innovatieklimaat
te bevorderen en zich daarbij in het bijzonder te richten op de mensen
met wie al eerder afspraken zijn gemaakt. Deze opmerking geldt overigens
niet alleen voor de mosselsector, maar ook voor andere sectoren.

De pierenvisserij op het Wad. Drie bedrijven zijn gekomen met een
gezamenlijke oplossing door zich samen te voegen tot twee bedrijven die
zich bezighouden met duurzame piervisserij. Daarmee kunnen zij rekenen
op de instemming van de Waddenvereniging en Sportvisserij Nederland. LNV
is nu aan zet en zou in contact moeten treden met deze bedrijven voor
verdere borging. Het is overigens een compliment waard dat ze het zelf
hebben kunnen oplossen.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. De in het VIP vertegenwoordigde
milieuorganisaties hebben een grotere vinger in de pap dan de
beroepsvissers! Het wordt namelijk steeds duidelijker dat zij maling
hebben aan de belangen van onze vissers. Verder laat de EU duurzaamheid
boven onze cultuur gaan, iets waarover wij ons ook zorgen maken. Ik ben
er tegelijkertijd achtergekomen dat commissaris Borg onze vissers nog
meer mogelijkheden biedt dan onze minister. Daarvan ben ik geschrokken,
want ik dacht dat zij zou vechten voor onze vissers en onze nationale
belangen. Wat ik in ieder geval niet had verwacht, is dat een
eurocommissaris de deur verder openzet dan de minister.

	De EU en de organisaties die vertegenwoordigd zijn in het VIP, hebben
maling aan onze economische belangen en aan cultuur en tradities.

Ze houden ook helemaal geen rekening met de zware economische crisis.
Onze innovatieve vissers experimenteren met innovatieve vistechnieken.
Ik hoor dat niet, maar het is toch leuk om het even te zeggen. Ze
proberen het systeem zo min mogelijk aan te passen en komen met een
aalbeheerplan. Ik heb ervoor gepleit dat dit in heroverweging wordt
genomen. Mijn vraag aan de minister is of zij dat wil doen, vooral nu
Borg heeft gezegd dat tot 2012 een en ander nog gewijzigd kan worden.
Mogelijk kan de minister daar zo dadelijk een reactie op geven. De
vissers komen zelf met het aalbeheerplan. Nu is het natuurlijk een
sector die je niet achter de kont aan hoeft te zitten, zoals wij in
Limburg zeggen. Ze komen zelf met een plan. Dat wordt afgeschoten onder
druk van de EU, want zo zie ik het wel. Inmiddels ben ik er echter
achter gekomen dat de EU-commissaris minder de deur heeft dichtgegooid
dan deze minister. Daar ben ik een beetje van geschrokken. Ik zie de
minister nee schudden. Mogelijk kan zij deze cognitieve dissonantie
dadelijk wegnemen.

	Onze vissers zoeken dus naar nieuwe manieren van verwerking en afzet
van vis en zij zetten in op certificering. Het is een van de meest
welwillende en vooruitstrevende sectoren van Nederland, waar wij als PVV
heel trots op zijn. Wij vinden toch dat zowel de EU als de minister als
de milieuorganisaties de sector onnodig in gevaar blijven brengen. We
willen dat de minister zich echt hard gaat maken voor een betere positie
van onze vissers in de nationale en internationale wateren en voor een
gelijk spelveld, want dat is er absoluut niet voor onze mensen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik wil hier toch een opmerking over
maken. Hoorde ik de heer Graus zeggen dat milieuorganisaties onze
vissers in gevaar brengen? Kan hij dat onderbouwen?

De heer Graus (PVV): Voorzitter. Ik weet niet waar mevrouw Ouwehand was
tijdens de vele debatten over onze mosselmannen en mogelijk moet ik ook
mosselvrouwen zeggen, ik wil niemand discrimineren. Mevrouw Ouwehand
weet ook wat er allemaal gebeurde. Die mensen werden echt genekt door
milieu- en natuurorganisaties en ik kan beter aan haar vragen wanneer
zij de vissers niet in gevaar hebben gebracht. Anders gaat zij nu naar
de bekende weg vragen en ik geloof niet ā€¦ Ik hoop trouwens dat u mijn
spreektijd hebt stopgezet, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter: Daar hoeft u zich echt geen zorgen om te maken. We hebben
met elkaar afgesproken dat we korte vragen stellen en kort antwoord
geven.

**

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik zal een verdere uitweiding van
deze interruptie de kop indrukken. Ik zat hier gewoon en dat weet de
heer Graus best. Het gejoel was voor mij, niet omdat de mosselvissers
aan mijn kant stonden, maar omdat ik de enige was die zei: als je
duidelijkheid wilt voor de sector, dan is een warme sanering op zijn
plaats. Ik vind het ongepast om milieuorganisaties te beschuldigen die
een besluit van onze minister of een bevoegd gezag aan de rechter
voorleggen met de simpele vraag om eens te bezien of de overheid zich
wel heeft gehouden aan haar eigen regels. U bent toch zo van je aan de
regels houden, mijnheer Graus, anders ga je de kerken in bij water en
brood? Ik vind het ongepast om dat iedere keer op het bordje van de
milieuorganisaties te schuiven. Als het alleen maar te doen zou zijn om
het treiteren, dan had de rechter gezegd: wegwezen hier, u hebt geen
poot om op te staan. De rechter heeft echter gezegd: de minister heeft
haar huiswerk niet goed gedaan. Wat is daar mis mee?

De heer Graus (PVV): Daar is heel veel mis mee. Ik heb in het vorige
visserijdebat een opmerking gemaakt over natuur- en milieuorganisaties.
Toen kreeg ik voor de eerste keer een mailtje van iemand. Het was wel
leuk dat ik voor het eerst een reactie kreeg. Dan heb ik dus toch mooi
kunnen uitlokken dat ze eindelijk eens de PVV benaderd hebben. Niemand
kan mij echter overtuigen. De vissers handelen al eeuwenlang naar eer en
geweten, ze steunen onze economie, ze steunen onze tradities en cultuur
en niemand heeft ooit last gehad van de Nederlandse vissers, terwijl
heel veel mensen veel last hebben gehad van de natuur- en
milieuorganisaties. Op de kerker bij water en brood kom ik later nog
terug en op de visstroperij ga ik ook graag nog verder in. Mijn
allereerste en belangrijkste vraag is of de minister de door de sector
voorgestelde aalbeheerplannen in heroverweging wil nemen. Daar wil ik
graag een reactie op en ik begrijp dat de heer Koppejan letterlijk mijn
verhaal steunt om het zo te doen, want hij zei ja. Daar was ik heel blij
mee, want in het eerste gedeelte was het een beetje politiek geneuzel
waar ik niet uitkwam, vandaar dat ik even duidelijkheid vroeg.

	Ik heb voor de rest nog een paar punten waar ik op terug wil komen. Dat
is een betere onderhandelingspositie nationaal en internationaal, dat is
de heroverweging van de voorgestelde aalbeheerplannen en dat is
inderdaad de stroperij. Ik wil de minister vragen om in het belang van
onze visstanden en in het belang van onze beroepsvisserij -- ik heb dat
al heel vaak bepleit, ook in moties die ik hier eerder over heb
ingediend -- meer controle, meer opsporing en meer handhaving in te
zetten tegen de visstroperij.

Nu zegt de minister altijd dat zij niet achter elke boom een AID'er kan
zetten. Dat is allemaal heel leuk en aardig, maar AID'ers kunnen wel
twee jaar lang het dierenpark Ouwehand in Rhenen de keel uithangen. Zij
kunnen dus ook zeker achter stropers aan. Ik ga daar morgen mogelijk
Kamervragen over stellen. De minister is er dan helaas niet. Ik heb in
ieder geval mondelinge vragen ingediend over dat verhaal van de AID en
ik krijg daar graag een reactie op.

	Ik heb nog een paar vragen. Ik zie aan de voorzitter dat ik nog even
tijd heb daarvoor. Hoe staat het met de ruimte voor zilte oogst? Ik weet
niet of de minister het zelf verzonnen heeft, maar mijn vraag is hoe het
daarmee staat.

	Een leuk woord voor scrabble is "mosselzaadinvanginstallatie". Ik heb
het woord al een paar keer gebruikt bij scrabble en niemand raadt het.
Volgens de PVV-fractie was er een te beperkt aantal ontheffingen voor
vrijwillig aangemelde experimenthouders. De minister heeft gezegd dat
het niet kan, maar zij heeft dat niet goed onderbouwd. De tijd van een
jaar was te beperkt. Bovendien konden er geen rechten aan worden
ontleend. Het ergste is echter de ernstig verstoorde
concurrentieverhouding. Ik zei al dat er moet worden gepleit voor een
gelijk speelveld, ook op dit gebied. Ik verzoek de minister om een
gelijk speelveld met gelijke kansen te creƫren voor elke mosselman en
elke mosselvrouw. Ik wil het graag weten. Ik ben een paar keer met
mosselmannen mee geweest; het zou leuk zijn om een keer met een
mosselvrouw mee te gaan. Misschien zijn die er al, maar dat weet ik
niet.

	Ik heb graag duidelijkheid van de minister in relatie tot het ongelijke
speelveld tussen de sportvissers en de beroepsvissers. De minister weet
heel goed wat ik bedoel. Ik zal twee voorbeelden geven, hoewel er meer
te noemen zijn, namelijk ten aanzien van de registratie van de
aanlanding en ten aanzien van de beperkingen. Hoe gaat de minister dat
controleren in de sportvisserij? Ik kreeg een heel mooi mailtje met een
voorbeeld van iemand die een paar vissen vangt, met een bootje naar de
kant roeit, de vissen in de auto legt en dan weer terugroeit. Ik vind
dat stroperij en ik zie daar graag meer van die "vliegende brigades" op.
Visstropers benadelen onze economie en ook mensen en beroepsvissers. Ik
vind dat wij terugmoeten naar kerkers met water en brood. Dat zou best
een goede straf zijn. Ik denk dat er dan minder mensen in de gevangenis
terecht komen.

	Er is een brief over de toekomstvisie gekomen, maar ik wil die hier
niet bij betrekken. Ik heb die brief vrijdag ontvangen en ik vind dat
niet zo sportief. Ik wil daar met mijn fractie over kunnen overleggen.
De fracties vergaderen op dinsdag. Ik ga daar nu dus niet over uitweiden
en kom daar later op terug.

	Ik rond af. Volgens ons had een generaal vangstverbod voor paling
voorkomen kunnen worden. Ik kom hiermee weer terug op Commissaris Borg.
Ik hoop dat de minister de "cognitieve dissonantie" bij mij kan
wegnemen. Bij mijn weten had de minister beter kunnen onderhandelen in
dit geval. Ik weet dat de minister ook vaak haar best heeft gedaan en
daar heb ik haar ook complimenten voor gemaakt, maar in dit geval maak
ik haar die complimenten niet. Ik vind dat de minister te weinig voor
onze vissers heeft gedaan. Mogelijk kan de minister dat beeld met een
goede reactie bij mij wegnemen. Misschien had de minister ook meer
moeten lobbyen. Dat is altijd leuk. Dan neemt zij Hollandse klompjes mee
en Hollandse kaas. Zo werkt het allemaal. Mensen zijn daar gevoelig
voor, ook een Eurocommissaris. Dat zijn ook maar mensen.

De voorzitter: Ik zei tegen de minister: GrĆ¼ne Woche, Frau Antje erbij,
minister erbij en u gaat ook altijd mee.

**

De heer Graus (PVV): Dit zijn eigenlijk wel mijn vragen. De minister zal
van de combinatie van de beroepsvisserij ook het bedrag hebben gekregen
dat gemoeid is met de inkomstenderving. Ik ben daar erg van geschrokken.
Het bedraagt ruim 5,5 mln. Ik neem aan dat de minister daarvan op de
hoogte is. Ik krijg daar ook graag een reactie op. Dat kunnen wij niet
toelaten, met name niet in deze tijd van zware economische crisis.

De voorzitter: Het woord is aan de heer Dibi.

**

De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter. Al sinds de tweede wereldoorlog
is er sprake van een enorme groei van de Nederlandse en de mondiale
visserij. Schepen zijn steeds groter en krachtiger geworden en zijn ook
steeds dieper verre wateren in gevaren. De FAO, de voedsel- en
landbouworganisatie van de VN, heeft in 2008 geconstateerd dat het
dramatische gevolg daarvan is dat ruim driekwart van alle visbestanden
maximaal wordt bevist, overbevist, of al is ingestort. Er is sprake van
een vicieuze cirkel van te veel schepen die op te weinig vis jagen.

	De Europese Commissie is ongekend hard op het punt van het eigen
Europese visserijbeleid. Zij zegt dat er sprake is van weinig
economische efficiƫntie, grote gevolgen voor het milieu, hoog
brandstofgebruik en geringe bijdrage van de Europese visserij aan de
voedselvoorziening.

Uit een onlangs uitgevoerd onderzoek door de Erasmus Universiteit blijkt
dat 96% van de Nederlanders niet op de hoogte is van de bedreigende
situatie. Ik vind dat kwalijk. Het zou enorm kunnen bijdragen aan een
duurzame en eerlijke visserij, alsook aan natuurbehoud, wanneer meer
Nederlanders, meer consumenten, en meer Europeanen op de hoogte zouden
zijn van wat er allemaal aan de hand is. Toen ik, los van mijn politieke
voorkeur, naar alle cijfers keek, viel mijn mond wel enigszins open. Als
dit inderdaad een Hollandse traditie is die wij in stand willen houden,
moet je misschien ook bereid zijn om te zeggen: nu even een stapje
terug, zodat de kinderen en de kleinkinderen van de huidige vissers ook
kunnen blijven vissen.

	Op zich is er ontzettend veel hoop. Er is dus ook heel veel steun, ten
dele in de politiek, alsmede bij de Nederlandse bevolking. Door het
sluiten van een aantal gebieden op zee, de zogeheten zeereservaten, kan
je ontzettend veel winst boeken. Een analyse van 89 bestaande
zeereservaten toont aan dat de hoeveelheid en de grootte van de vissen,
evenals het aantal soorten, sterk toenemen binnen zo'n reservaat.
Volgens mij heeft Nederland zich in Europees verband ook gecommiteerd om
een netwerk in te stellen van een aantal beschermde gebieden op het
Nederlands gedeelte van de Noordzee, de Waddenzee. Als je echter naar de
voortgang, dan moet je vaststellen dat die toch wel bedroevend is. Ik
wil de minister dan ook het volgende verzoek doen: wees nu de eerste
minister die hier echt werk van gaat maken! Als u de visserij in
Nederland toekomstbestendig wilt hebben, moeten wij ook bereid zijn om
bepaalde beslissingen te nemen. Misschien moet je een deel van de
Noordzee, bijvoorbeeld een kwart, zoals door een aantal mensen wordt
gesuggereerd, sluiten voor de visserij. Het aantal vissen kan dan met de
helft toenemen en dan kunnen de vissers op termijn weer vissen. In de
Kamer is daar volgens mij nog geen meerderheid voor, maar ik wil de
rentmeesters bij de christelijke partijen toch ook vragen om hiervoor
open te staan. Er is wat dit betreft namelijk ontzettend weinig
voortgang.

	Ik kom te spreken over de bodemberoerende visserij. Een deel van de
visserij lijkt nooit echt duurzaam te kunnen worden; het lijkt er
althans op dat dit deel daar weinig aanstalten toe maakt. Een groot deel
van de Nederlandse vloot, zoals de kotters die op de Noordzee varen,
maakt gebruik van de boomkor. Die sleept eigenlijk alles mee waarmee
deze in aanraking komt; elke vorm van zeeleven wordt dus meegesleept en
vervolgens wordt een ontzettend groot deel daarvan terug in de zee
gedumpt. Het komt mij voor dat wij moeten overgaan tot sanering van de
boomkorvisserij. Hoe kijkt de minister hier tegenaan?

	Van het volgende punt weet ik niet precies of het bij dit debat aan de
orde is, omdat ik hoorde dat dit debat vooral over de Nederlandse
(binnen)visserij zou gaan. Ik wil het toch over een enigszins Europees
probleem hebben. Ik doel op de Westerse piraten. Wij hebben het heel
vaak over de Somalische piraten, maar nu wil ik het heel graag hebben
over Spaanse piraten. Misschien geldt dit ook voor Nederlandse piraten.
Wij weten het niet precies, omdat zij vaak onder een andere vlag vissen.
Deze piraten gaan vanwege het feit dat de Europese visgronden uitgeput
zijn, uitwijken naar ontwikkelingslanden. Ik vond het beschamend, toen
ik las dat de kusten van die landen leeggevist worden en dat wij met
onze enorme trawlers aan het concurreren zijn met kleinschalige lokale
vissers. Ik heb begrepen dat de minister dit nog te weinig inziet, in
ieder geval dat zij hiertegen nog geen stappen onderneemt. Het lijkt mij
dat wij als welvarend ontwikkeld land hiervoor veel meer aandacht kunnen
vragen, ook in Europees verband. Vandaar mijn vraag aan de minister om
in Europees verband te pleiten voor een grotere controle en handhaving
op dit punt. Dat betreft niet alleen maar Somaliƫ of de landen in dat
werelddeel ā€“ die moeten natuurlijk ook hun steentje bijdragen ā€“ maar
het gaat ook om ons.

	Misschien moeten wij bij de certificering het goede voorbeeld geven.
Zou de minister kunnen aangeven of zij bereid is om ervoor te zorgen dat
in het jaar 2012 alle in overheidskantines geserveerde vis ook
gecertificeerd is? Ik weet het niet zeker, maar volgens mij hebben de
heer Koppejan en mevrouw Jacobi al verwezen naar de
visserijcertificering van 1 mln. Het budget dat voor die regeling is
vrijgemaakt, wordt ver overschreden. Gaan wij daarvoor meer ruimte vrij
maken?

	Op welke termijn gaat de minister de Kamer informeren over haar
toekomstplannen voor de palingvisserij? Het standpunt van de fractie van
GroenLinks in dezen is duidelijk. Volgens mij kan ik het hierbij laten.
Ik sluit mij aan bij een aantal ā€¦ eh, laat ik dat maar niet doen.

De heer Graus (PVV): Dank u wel, mijnheer Dibi.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het is een beetje een vage agenda.
We gaan nog spreken over de herziening van het Europese visserijbeleid.
Dat wordt natuurlijk een heel belangrijk debat, omdat de Nederlandse
visserij in belangrijke mate afhankelijk is van de afspraken die
Nederland zelf in Europa maakt. Dat zeg ik er meteen bij, want het is
mij te gemakkelijk als de minister zich achter Europa verschuilt. Zij
draagt er immers zelf haar steentje aan bij. Vandaag behandelen wij dus
enkele andere onderwerpen. Ik merk dat ik heel somber ben. Ik maak me
namelijk oprecht ontzettend veel zorgen om de toestand van de zeeƫn. Ik
denk dat er veel en veel en veel te weinig gebeurt om de dreigende
catastrofe te kunnen afwenden. Ik las in de berichten over de visie van
de minister op de hervorming van het Europese visserijbeleid dat zij een
einde aan de boomkor wil. Toen dacht ik: het zal toch niet waar zijn dat
onze minister eindelijk zegt dat deze visserijtechniek zo schadelijk is
dat wij die niet langer meer kunnen toestaan? Ja, dat zegt ze wel, las
ik, maar ze verbindt er de voorwaarde aan dat er een alternatief is. Ik
denk dat het zo dramatisch met de biodiversiteit en met de visbestanden
-- de bijvangsten zijn schrikbarend -- in onze zeeƫn is gesteld, dat je
je niet kunt veroorloven, door te gaan met die boomkor zolang je nog
geen alternatief ontwikkeld hebt. Ik vraag mij af welk alternatief de
minister daar precies voor ziet. Ik hoop heel erg dat zij de daad bij
het woord voegt en een einde maakt aan deze schadelijke visserijvorm.
Ook hoop ik dat wij binnenkort te dien aanzien spijkers met koppen
kunnen slaan.

	Nederland heeft niet zo'n beste naam als het gaat om naleving van de
regels en zorg voor de natuur. Toen ik las dat we van het Europees Hof
een tik op de vingers hadden gekregen, moest ik eerlijk gezegd wel een
beetje lachen, al vroeg ik mij tegelijkertijd af of de minister zich
niet schaamde. Je spreekt met elkaar af om in de scholboxen een maximaal
motorvermogen van 300 pk toe te staan en dan zegt de minister met droge
ogen: wij doen even 400 pk, want dan zijn meer vissers bereid om mee te
doen aan de regeling. Dat doen wij toch ook niet met rijden op de
snelwegen? We zeggen toch niet: je mag hier 100 kilometer per uur
rijden, maar gedurende het komende jaar mag je 140 kilometer per uur
rijden, anders wen je er nooit aan dat de maximumsnelheid eigenlijk 100
kilometer per uur is? Dat zijn toch geen argumenten? Dergelijke
argumenten heeft de minister nota bene tegen het Hof gebruikt. Daar
begrijp ik niets van. Het Hof trapte er natuurlijk niet in, maar zo'n
draagvlakargument krijgen wij dagelijks van de minister te verstouwen.
Ik hoop dus dat de consequentie van deze uitspraak is dat zij een
dergelijke argumentatie nooit meer zal gebruiken ten overstaan van de
Kamer.

	Ik heb een vraag over het aalbeheerplan of eigenlijk de compensatie en
de brief die wij daarover gekregen hebben. Ik zie dat er een budget voor
wordt gereserveerd. Dat moet natuurlijk, want door het te laat optreden
van onze eigen overheid zitten we nu met dit vangstverbod. Dat had met
een warm saneringsplan voorkomen kunnen worden. Als we belastinggeld
gaan uitgeven aan compensatiemaatregelen terwijl wij -- ik herhaal het
-- de boel hadden kunnen voorkomen als we het vroeger hadden opgelost,
moet er wel perspectief zijn op een sanering van de vloot totdat die een
daadwerkelijk duurzame omvang heeft bereikt. Uitgesloten moet zijn dat
wij ieder jaar de beurs moeten trekken voor een sector die, alles
overwegende, qua duurzaamheid niet kan. Ik hoor graag van de minister
welke langetermijnvoorwaarden zij hieraan verbonden heeft.

	De visserijovereenkomsten met landen en gebieden buiten de Europese
Unie, die de minister in haar brief van juni dit jaar heeft opgesomd,
baren mij veel zorgen. Ik schrik ook van de grote hoeveelheid tonijn die
in de protocollen wordt genoemd. Wil de minister aangeven om welke soort
tonijn het gaat? Ik mag aannemen dat het niet om de met uitsterven
bedreigde blauwvintonijn gaat.

In het licht daarvan wil ik graag van de minister een reactie op de
vandaag of gisteren verschenen berichten dat in elk geval de quota voor
de tonijnvangst wel worden beperkt, maar nog lang niet genoeg.

	Over de overeenkomsten met vooral armere landen zegt de minister in
haar brief dat er voorwaarden zijn en dat het gaat om zorgvuldig beleid,
maar ik heb er een hard hoofd in. De minister weet ook dat ik afkomstig
ben uit een vissersdorp. Ik ken dus mensen die op die belachelijk grote
trailers hebben gevaren en die mij hebben toevertrouwd dat het droevig
is om op zo'n grote boot te zitten en alle vis in je netten te sleuren,
en dan een paar mensen te zien roeien die met de grootste moeite nog een
klein maaltje voor hun gezin weten op te vissen. Ik kan die beleving
niet rijmen met de zorgvuldigheid die de minister uit over de
overeenkomsten van de Nederlandse of de Europese vloot met landen aan de
andere kant van de wereld. Ik zou graag van de minister horen wat dan
precies de criteria zijn en hoe wordt gemonitord wat de precieze
effecten zijn. Want ik denk dat de ervaring leert dat de lokale vissers
ernstig in problemen komen door deze afspraken.

	Dan de stappen die de minister wel zet. Zij heeft al gezegd dat de
boomkor er wat haar betreft best uit zou mogen, maar dat heeft
natuurlijk niet zo veel zin meer als wij 20 jaar moeten wachten op een
alternatief. Zij heeft een mooi boekje Innovaties in de visserij
uitgebracht, dat ik heb gekregen. Daarin staan subsidies voor
innovaties. Wat ik daarin mis, is een onderdeel vissenwelzijn. Wij
spreken er nu al jaren over, ook al voordat de Partij voor de Dieren in
de Kamer kwam. De visserijtechnieken, de beschadigingen die de vis
oplopen als zij in de netten naar boven worden gehaald, de lange
doodsstrijd, het levend bevriezen en levend opensnijden, zouden wij deze
subsidies niet eens kunnen gebruiken om een humanere vangstmethode te
ontwikkelen? Graag een reactie daarop.

	Ik sluit mij kortheidshalve aan bij de opmerkingen van mevrouw Jacobi
over de staandwantvisserij. Wat de subsidies voor het MSC-keurmerk
betreft, kan ik zeggen dat de Partij voor de Dieren, alles overwegende,
MSC ziet als een stap die niet de duurzaamheid dichterbij zal brengen,
maar eerder de echte maatregelen zal uitstellen. De kritiek van de
belangrijkste visserijbioloog Daniel Pauly hierop, ook eerder dit jaar,
lijkt mij belangrijk. Wij zouden dus liever zien dat dat geld in
daadwerkelijke stappen gaat, om te beginnen het beschermen van grote
gebieden op zee, het kortsluiten van die zeereservaten. Daar moeten wij
nu echt mee aan de slag.

De heer Van der Vlies (SGP): Voorzitter. Het is een klassiek voorbeeld
van de open deur als ik zeg dat er veel spanning is in de sector over
het perspectief. Waar je ook kijkt en wie je ook spreekt, het is aan de
orde. Een sector die historisch kenmerkend is voor ons land en gelukkig,
uiteraard met trajecten op en neer, lange jaren renderend is geweest.
Die sector wil mijn fractie behouden, maar wel onder de voorwaarde dat
wij werken aan een duurzame visserij. Dat dwingt tot innovatie. De
investeringsbereidheid daartoe is er, ook in de sector. Daarmee mogen
wij ons gelukkig prijzen. De voorbeelden liggen voor het opscheppen.
Alleen is daarbij wel een voorwaarde dat er tijd voor gegeven wordt,
want er is nu eenmaal tijd nodig om tot nieuwe vangsttechnieken en wat
dies meer zij te komen. Dan kan in mijn directe omgeving wel gepleit
worden voor een verbod op de boomkor, maar dan moet er in mijn gedachte
een alternatief zijn. Anders zeg je tegen de sector: aan de kant met die
schepen, je zoekt maar een ander baantje. Dat kan in mijn wijze van
beleven niet zo zijn.

	Allereerst de binnenvisserij. Het is natuurlijk duidelijk dat het
aalvangstverbod een grote impact heeft in de beroepsmatige
binnenvisserij. Wij hebben al in de achterliggende maanden gesproken
over de hoogte van het bedrag dat ter compensatie is aangeboden. De heer
Polderman heeft mede namens mij een motie ingediend, die is weggestemd
door de coalitie, die om wat meer geld vroeg dan de beschikbaar gestelde
ā‚¬700.000. De combinatie van beroepsvissers heeft een rekening bij de
Kamer neergelegd die beduidend hoger is.

Misschien is die wat naar boven afgerond, maar hoe je het ook wendt of
keert, het bedrag dat nu ter beschikking staat, lijkt heel veel te
weinig. Daarom zal mijn fractie het amendement van de collega's Koppejan
en Jacobi om er ā‚¬500.000 bij te plussen, wel steunen. Dat is tenminste
wat.

	Het geld moet echter ook nog worden verdeeld. Ik heb begrepen dat de
Regeling gebruik grote vistuigen daarbij een rol gaat spelen. Het moet
toch niet zo zijn -- ik vraag de minister om dat te bevestigen -- dat
hobbyisten de criteria van deze regeling met succes weten te omzeilen.
Het geld moet in die beroepsmatige sector blijven en aangewend worden.
Hoe wil de minister dat garanderen? De Regeling gebruik grote vistuigen
werd in 2008 van kracht. Wij zouden die binnen een jaar evalueren. Hoe
staat het daarmee?

	Vervolgens ligt er nog een onbeantwoorde vraag van mij, die ik de
minister meegaf naar Brussel, om eens te informeren hoe het met de
andere lidstaten zit die zonder een goedgekeurd aalbeheerplan door het
leven gaan. Er is een sanctieregime van 50% reductie aalvangst. Is dat
opgelegd? Zo ja, aan welke lidstaten en zo nee, wat is er dan verder
gebeurd? Graag een heldere mededeling daarover.

	Wij moeten gaan werken aan het opstellen van decentrale
aalbeheerplannen. Dat is duidelijk. Dat is ook zo afgesproken voor de
komende jaren. Dat kan al van start gaan voor de gebieden waar de VBC's
functioneren en goed draaien. Ik sluit mij aan bij de vraag van de heer
Koppejan of de deskundigheid van Imares daarbij kan worden ingeroepen.

	Wij hebben ook gesproken over aangepaste vismethoden om de
beroepsbinnenvissers nog in die twee maanden iets te doen te geven.
Daarbij ging het om de vangst van wolhandkrab. Dat is op weinig of niets
uitgelopen, want de alternatieve vistuigen zijn door de minister
teruggewezen. Vanmorgen heeft echter de rechtbank in Dordrecht een
uitspraak gedaan in een zaak die een beroepsvisser tegen LNV had
aangespannen. Het ging om het gebruik van aangepaste aalvisfuiken en
schietfuiken. In weerwil van de afwijzing van de minister stond de
rechter het gebruik van dit aangepaste vistuig wel toe. Hoe reageert de
minister daarop? Geeft zij het verzet tegen aangepaste aalvisfuiken en
schietfuiken per direct op en gaat zij daarvoor ontheffingen verlenen
voor de resterende paar weken?

	De keerzijde van de medaille van het vangstverbod was natuurlijk dat
wij alles zouden inzetten op handhaving en dat de stroperij aangepakt
zou worden. Mevrouw Jacobi maakte daar opmerkingen over. Ik sluit mij
daarbij aan.

	Over de beleidsbrief binnenvisserij komen wij binnenkort te spreken. De
uitdaging die daarin zit, is om de sportvissers en de
beroepsvisserijbedrijven daar waar dat nog niet is gelukt, op een lijn
te krijgen. Daarvoor is heel wat nodig. Dat beseft de minister heel
goed, denk ik zo. Als de sportvissers de ruimte krijgen om onder
uniforme voorwaarden op meer wateren te kunnen vissen, kunnen de
beroepsvissers niet in afgebakende gebieden volgens hun visplan aan het
werk gezet blijven worden. Hoe wil de minister een
vangstregistratieplicht voor sportvissers gaan organiseren, inclusief de
handhaving?

	Wat de MZI's betreft kan ik mij in grote lijnen aansluiten bij wat al
gezegd is. De minister onderscheid drie groepen in de brief: de
mosselvissers, de experimenteerders en de overigen. Mijn fractie
begrijpt dat de minister de mosselvissers de ruimte wil geven om de
beperking van de bodemberoerende mosselzaadvisserij te compenseren, maar
mijn fractie zet wel vraagtekens bij de overgangstermijn van vier jaar
voor de experimenteerders. Een deel van hen valt onder de noemer
mosselvissers. Zij kunnen doorgaan. Drie van hen hebben echter geen
mosselpercelen en moeten dus na vier jaar stoppen. Wat is nu toch het
probleem als deze drie bedrijven gewoon doorgaan of een overgangstermijn
krijgen die beduidend langer is dan die vier jaar, bijvoorbeeld minstens
tien jaar, zodat zij hun investering kunnen terugverdienen? Liever heb
ik echter dat zij aan het werk kunnen blijven in dit innovatieve deel in
de sector, want dat hebben wij hard nodig. Pioniers hebben risicovolle
investeringen gedaan en moeten daarvoor worden beloond. Overigens sluit
ik mij aan bij de opmerkingen en vragen van collega Koppejan over de
MZI-locaties meer in het algemeen.

	De minister geeft aan dat in het plan van uitvoering van het
mosselconvenant is opgenomen dat de bodemberoerende mosselzaadvisserij
stapsgewijs verminderd en in 2020 beƫindigd zal worden. Dat vindt mijn
fractie wel ver gaan als niet eerst ook het PRODUS-onderzoek wordt
afgewacht. Laten we dat nu eerst afwachten voordat we zulke vergaande
uitspraken doen. Ik vind dat we in ieder geval gegarandeerd moeten
krijgen dat de stapsgewijze beƫindiging van de mosselzaadvisserij
gelijk op zal lopen met de opschaling en zaadproductie van de MZI's.

	De evaluatie van het Visserij Innovatieplatform heeft laten zien dat
dit platform een nuttige rol vervult. Ik voeg me bij collega's die dit
zeiden. Positief is dat het mandaat verlengd wordt. Je vraagt je af wat
er dan over dat jaar gaat gebeuren. Waarom niet over meerdere jaren in
dezelfde of een aangepaste vorm? Die kennis en die inzet moeten we
behouden.

	Innovatie is cruciaal voor verdere verduurzaming van de visserij. Om
opschaling van de grond te krijgen, moet de minister versnippering
voorkomen en is consistentie nodig. Is daar voldoende aandacht voor? Ik
noem technische maatregelen vistuig, vangsttechnieken, combinatie van
vangsttechnieken, belangrijke innovaties voor de platvisserij. Zijn de
verschillende innovatieregelingen voldoende om deze innovaties van de
grond te krijgen? Is niet meer focus nodig? Waarom is een deel van de
aanvragen van de boomkorvloot, inclusief innovaties, voor de
certificeringsubsidie afgewezen? Als het dan gaat om de technische
maatregelen vistuig: 1 december -- dat is al over twee weken -- treedt
het Verdrag van Lissabon in werking; dan krijgen we een ander regime. Ik
heb begrepen dat het voorzitterschap van Zweden nog voor die datum
allerlei knopen doorgehakt wil krijgen. Misschien komen we daar
overmorgen ook nog over te spreken, maar ik zou nu al het signaal willen
uitzenden dat ik verwacht dat de minister haar best doet -- en ik heb
daar indicaties voor -- om te voorkomen dat het een vluggertje wordt en
dat we als het gaat om zinvolle innovaties in de technische sfeer van
het vistuig het nakijken hebben. Dat mag niet gebeuren.

De vergadering wordt van 21.15 uur tot 21.25 uur geschorst.

Minister Verburg: Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de inbreng in eerste
termijn. Omdat het om een wetgevingsoverleg gaat, een onderdeel van de
begroting, heb ik een inleiding met een aantal opmerkingen. Vervolgens
heb ik een vijftal onderwerpen: algemeen, zeevisserij, kustvisserij,
mosselsector en binnenvisserij en tot slot een blokje met overige zaken.

De voorzitter: Mag ik net als bij het vorige overleg kort schorsen na
het algemene blok? De rest kan de minister dan als Ć©Ć©n blok
behandelen. Wij hebben immers afgesproken dat wij op tijd klaar willen
zijn.

**

Minister Verburg: Voorzitter. Zonder vis geen visserij: dat moet ons
motto zijn. Helaas gaat het over het geheel genomen nog steeds niet goed
met de vis en dus ook niet met de visserij. Dat is vanavond sterk
gememoreerd. Wij maken ons dus als burgers, organisaties, ondernemers,
overheden en volksvertegenwoordigers terecht zorgen over het leven in
zeeƫn en oceanen. Juist daarom heeft de visserij een
verantwoordelijkheid om de biodiversiteit in de zee te bevorderen.
Uiteindelijk bedreigt de aantasting van de biodiversiteit en de
uitputting van natuurlijke hulpbronnen niet alleen het voortbestaan van
de vis, maar ook het voortbestaan van de visserij en de vele mensen die
daarvan afhankelijk zijn.

	In de Noordzee, waar de meeste Nederlandse vissers actief zijn, gaat
het met een aantal vissoorten wel beter. Imares heeft onlangs
geconcludeerd dat de visserijdruk op koolvis, schelvis, kabeljauw,
schol, tong en haring de laatste tien tot twintig jaar is gehalveerd.
Dat is goed nieuws en ik hecht eraan dat vanavond met de Kamer te delen.
Dat betekent niet dat wij onze inspanningen moeten verminderen,
integendeel. Als wij er door goed beheer in slagen om de visstand te
verbeteren, is dat een vorm van beloning, want dat betekent dat je later
weer meer kunt vissen. Die beloning is dus op zichzelf een heel goed
ding.

	Een van de belangrijkste dingen die ik in het nieuwe gemeenschappelijke
visserijbeleid wil terugdringen, vormen de discards. Ik heb in de Kamer
wel eens gezegd dat, als wij het probleem van de discards oplossen, wij
een enorme stap in de richting van verduurzaming hebben gemaakt.

	Ook in de Waddenzee is het tij aan het keren. Daar komt de transitie
van de mosselsector op gang. Er wordt gewerkt aan een
natuurherstelprogramma. Als wij terugkijken hoe wij er vorig jaar voor
stonden, blijkt duidelijk dat wij vele stappen voorwaarts hebben gezet.
Er moeten nog stappen worden gezet, maar het is een gezamenlijke
verantwoordelijkheid en een gezamenlijke uitdaging, niet alleen voor de
mosselsector en het Waddengebied, maar voor alle gebruikers in het
gebied. Ik kom daarop straks nog terug bij het open planproces, maar ik
wil hier wel gezegd hebben dat in dat gebied door alle betrokkenen een
huzarenstukje is geleverd om in zo korte tijd de gebruiksruimte op een
zorgvuldige manier te verdelen. Ik vind dat een heel groot compliment
waard voor alle betrokkenen. Ik spreek mijn erkentelijkheid daarvoor
uit. Het gaat in de Waddenzee niet alleen om de ruimte voor de
visserijsector, maar ook voor andere gebruikers.

	Bij de binnenwateren moest ik ingrijpen en heldere grenzen stellen. Wij
hebben daarover de afgelopen AOā€™s in dit huis zeer intensief gesproken
en wij weten allemaal hoe dramatisch het gesteld is met het
palingbestand. Werken aan het herstel van het palingbestand is dan ook
onmisbaar en een absolute noodzaak.

De woordvoerders hebben het vanavond al benoemd en ik kan het alleen
maar beamen: dit is een heel moeilijke maatregel voor de sector en voor
de vele visserijgezinnen. Wij moeten dit echter doen. Ik wil graag de
cognitieve dissonantie bij de heer Graus wegnemen. Daarom zeg ik dat ik
in Brussel heb gevochten voor het alternatieve plan. Ik denk dat ik
vaker met Commissaris Borg over het aalbeheerplan heb gesproken dan
menig andere collega, vooral ook omdat ik het alternatief van de vissers
goed vond.

Het initiatief van de vissers is helaas niet goedgekeurd door het
adviesorgaan in Brussel. De Commissaris heeft toen gezegd dat de
Europese Commissie dit niet zo kon accepteren. Hij heeft er wel bij
gezegd dat de huidige sluiting van de palingvisserij voor twee jaar niet
betekent dat het de komende jaren alleen maar via sluiting gebeurt. Ik
heb dat de vorige keer ook gezegd in antwoord op een vraag van onder
andere mevrouw Jacobi. Als regio's het beheer goed op poten zetten via
een visstandbeheercommissie en daar transparant en controleerbaar vorm
en inhoud aan geven, dan is het niet uitgesloten dat er zo'n pilot komt.

Commissaris Borg heeft ook gezegd dat het moet voldoen aan de criteria.
Er kan geen concessie worden gedaan. Wij zeggen ook dat Brussel vooral
moet kijken naar de zuidelijke lidstaten die schieraal en zelfs glasaal
wegvissen en dat heeft de Kamer benadrukt. Zo hebben wij ons ook te
houden aan de afspraken. Het palingbestand moet zich herstellen, willen
de komende generaties ook nog toekomst hebben in deze visserij.

Het zal niet eenvoudig zijn; daar wil ik geen illusies over laten
bestaan. Verwacht niet dat wij twee keer bij elkaar gaan zitten en dat
het appeltje-eitje is. Mevrouw Jacobi heeft gezegd dat in Friesland een
aantal zaken al goed op orde is. Daar zitten partijen in een
visstandbeheercommissie bij elkaar. Zij willen ook in elkaar investeren
en met elkaar spreken. Het lijkt allemaal makkelijk, maar wij moeten
hier een wettelijke borging onder leggen omdat de partijen er onderling
niet uitkomen. Samenwerking is niet alleen van belang in de
visserijsector, maar in alle sectoren. Daar waar vertrouwen is, ontstaat
samenwerking. Dan blijkt er veel meer mogelijk dan wanneer organisaties
met de rug naar elkaar toe staan. Ik ben ervoor dat organisaties elkaar
in de ogen gaan kijken en dat zij vervolgens kijken naar de gezamenlijke
verantwoordelijkheid, het gezamenlijke doel, ieders belang daarin en
naar mogelijkheden om de verschillen te overbruggen.

Ik kan mij voorstellen dat de Kamer het daarmee eens is. Laat mij
vanavond nog eens benadrukken dat ik vaak zie dat vertegenwoordigers van
bepaalde sectoren mij opzoeken met het verzoek om iets te regelen of dat
zij Kamerleden opzoeken om mij te vragen iets te regelen. Dat kan en dat
mag in onze democratie, maar het is niet de manier om gezamenlijk te
werken aan een duurzame toekomst. Het is niet de manier om tot duurzame
en innovatieve oplossingen te komen. Daarom doe ik hier vanavond de
hartstochtelijke oproep aan alle vertegenwoordigers van organisaties om
te stoppen met het aanleveren van wensenlijstjes en
boodschappenlijstjes, maar om te kijken naar de mogelijkheden die er
zijn. Vraag niet of de overheid dat alleen doet. Ondernemers willen ook
ondernemer zijn en sportvissers willen ook sportvisser zijn.

Als het echter gaat om het faciliteren van dat project, het ondersteunen
van het nemen van die eigen verantwoordelijkheid en het waarmaken
daarvan, dan mag er een beroep worden gedaan op de overheid. Tegen mij
zeggen: neemt u het initiatief en dan bent u ook verantwoordelijk voor
het resultaat, dat kunnen wij nog jarenlang doen, maar het zal niet
werken, het zal niet helpen. Daarom zeg ik: organisaties,
vertegenwoordigers van organisaties, u hebt een belangrijke taak, een
belangrijke maatschappelijke positie en belangrijke kansen, pak die
kansen, wees betrokken, pak verantwoordelijkheid en toon daarin ook af
en toe leiderschap. Wij zitten inderdaad nog in een moeilijke situatie,
het is door veel leden gezegd.

	Als de vraag wordt gesteld wat wij willen en kunnen benutten, wijs ik
op instrumenten als versterking van het ondernemerschap en het inspelen
op de kansen van de markt. Dit is een speerpunt in mijn beleid en dit
komt naar voren in de visie op een nieuw gemeenschappelijk
visserijbeleid. Het voortouw ligt natuurlijk bij de ondernemers, maar ik
steun die ontwikkeling en ik ben bereid die nog verder te stimuleren.
Certificering is daarbij een belangrijk bindmiddel. Er is inmiddels al
een aantal MSC-certificaten uitgereikt. Ik zou dit graag nog veel vaker
doen.

	Ik heb onlangs weer elf projectvoorstellen op dit terrein goedgekeurd.
Daar zaten vijf voorstellen bij van de platvisvloot. Zo ondersteunen wij
vissers opdat zij aan het certificeringtraject kunnen beginnen. Zij
kunnen met zo'n certificaat inspelen op vragen uit de markt en de
samenleving.

	Ik heb enkele weken geleden vijf andere projectvoorstellen goedgekeurd
die beogen de kwaliteit van visserijproducten te verhogen en ook nieuwe
markten aan te boren. Twee van deze projecten hebben tot doel, nieuwe
afzetmogelijkheden voor verse mosselen te scheppen. Zo richten zij zich
op nieuwe concepten voor jonge en ook nieuwe consumenten.

	Ik heb begin dit jaar voor de vloot en de verwerkende industrie een
investeringsregeling opengesteld voor de omschakeling van de
boomkorvissers. In die regeling was 2 mln. beschikbaar en daarmee kon
een groep vissers omschakelen naar meer duurzame vistuigen als de
twinrig.

	Op basis van de regeling Verwerking en afzet in de visketen heb ik aan
zeven projecten aan de wal 1,5 mln. toegekend.

	Ik laat mij in dit hele traject adviseren door het Visserij Innovatie
Platform. De leden hebben al verwezen naar dat prachtige boekje met
innovatieve ideeƫn. Ik kan ze alleen maar in de aandacht aanbevelen.

	Samen met collega ondernemers organiseren vissers zich in
kenniskringen. Die kringen bouwen en verspreiden technische kennis en
vullen die aan met bedrijfseconomische kennis. Er zijn inmiddels dertien
kenniskringen met een breed scala aan activiteiten.

	Verder steunen wij ondernemerschap. 150 Noordzeevissers hebben de
afgelopen tijd een bedrijfsplan opgesteld. Dat is meer dan de helft van
het totale aantal in Nederland. Ik heb dit gestimuleerd en uiteraard ook
financieel ondersteund. Veruit de meesten hebben daardoor een ander
beeld van nut en bruikbaarheid van zo'n plan gekregen en zo werken wij
ook aan de ontwikkeling van het ondernemerschap.

	De vraag is gesteld: hoe nu verder. De Kamer is erkentelijk voor het
feit dat het Visserij Innovatie Platform nog een jaar doorgaat. Ik ben
van mening dat de activiteiten van het VIP maar ook andere activiteiten
in het kader van innovatie en verduurzaming moeten worden voortgezet.
Daarom bezin ik mij al enige tijd op de vraag hoe dit kan worden
voortgezet. Daarin kunnen ook nog andere zaken worden geĆÆntegreerd in
de vorm van een "blueport", een kenniscentrumachtig iets. Ik heb al eens
een vergelijking gemaakt met de greenports. Het is de vraag hoe je, wat
je kunt doen bij de greenports en wat heel belangrijk is voor de sector
om ondernemerschap te bevorderen en de afzetkracht te versterken, kunt
doen op het gebied van de visserij. Als je dan greenport zegt als het
over groente en fruit gaat, kom je bij water en vis al snel uit op
blueport. Ik zeg de Kamer graag toe dat zij in de eerste helft van
volgend jaar voorstellen tegemoet kan zien hoe ik dit zal integreren en
hoe ik daarmee de komende jaren innovatie, verduurzaming en het
bevorderen van ondernemerschap verder wil versterken.

Vissen is niet alleen oogsten uit de natuur, het is ook boeren op
elkaars grond. Die grond is allang niet meer het exclusieve domein van
de vissen. Wij moeten niet weglopen voor elkaar of voor het samen
oplossen van de problemen. Wij moeten samen de schouders eronder zetten,
want alleen op die manier kunnen de problemen worden opgelost. Daarvoor
moeten dingen veranderen en ik weet dat er is nog veel werk aan de
winkel is. De sector zal op eigen kracht een plek onder de zon moeten
blijven verdienen. Verandering, vernieuwing en het aanpakken van de
sector zijn niet vanuit het ministerie van LNV en vanuit Den Haag op te
lossen. Ik zeg u graag toe dat ik voorwaarden zal scheppen, stimulerend
beleid zal ontwikkelen en financieren en de helpende hand zal bieden om
de verandering de goede kant op te sturen. Veranderingen moeten zodanig
wortelen dat het ook verbeteringen zijn.

	Dan kom ik op het kopje algemeen. De heer Polderman vraagt wat er
terecht is gekomen van de twee maal 20 mln. voor verduurzaming uit de
begroting van vorig jaar. Die middelen zijn ingezet voor de uitvoering
van de nodige Europese visserijfondsregelingen zoals de
saneringsregeling van Noordzeekotters, innovatie in de visketen,
collectieve acties in de visketen en een investeringsregeling voor de
vloot en certificering van de visketen. Hij vraagt ook hoeveel subsidie
er wordt gegeven aan niet duurzame innovaties. Het kader van de
subsidiƫring van de visserij is afkomstig van het Europees
Visserijfonds. Dat is gericht op verduurzaming, dus niet duurzame
innovaties worden niet gesteund. Subsidies moeten worden gericht op
duurzaamheid en dierenwelzijn. Dat zijn twee cruciale thema's.
Verduurzaming en innovaties staan absoluut centraal. Welzijn van vissen
is een zaak van kennisontwikkeling en daarvoor maken wij fondsen vrij.
Ik zal daarover straks nog iets meer zeggen, want daaraan moet nog het
nodige gebeuren. Innovatie en verduurzaming is de toekomst, maar ik
onderken met een aantal mensen hier dat er een saneringsronde nodig is
om die duurzaamheid te bereiken en om overbevissing tegen te gaan.

	De heer Van der Vlies vraagt of er binnen de innovaties meer focus
nodig is. Ik meen dat dat nu niet het geval is omdat wij nog op een
breed terrein bezig zijn. Ik heb sterk de indruk -- ik hoor graag van u
als dat anders blijkt te zijn -- dat er een enorme behoefte is aan de
innovaties die wij nu ondersteunen en stimuleren. Er is een grote
behoefte aan het stimuleren van de kenniskringen, aan het ontwikkelen
van ondernemerschap en het maken van ondernemingsplannen en aan het
stimuleren van marktketens. Ik heb de indruk dat hier veel vraag naar
is, zeker wanneer je ziet hoe gretig er op de regelingen wordt
ingetekend.

	De heer Dibi vraagt of ik bereid ben om in 2012 in alle
overheidskantines alleen nog maar gecertificeerde vis te laten serveren.
Zoals bekend heeft de overheid een beleid van duurzame inkoop. Daaronder
valt dus ook de vis. Daarmee geeft de overheid zelf ook een stimulans
voor de transitie. Ik hoop dat wij ruim voor 2012 alleen maar duurzame
vis verkopen. Dat zou een geweldige stimulans zijn en ik denk dat wij
dat gaan redden.

	De heer Van der Vlies vroeg naar de evaluatie van de VIP. Ik ben daarop
al ingegaan in mijn algemene inleiding.

	Mevrouw Ouwehand maakte een opmerking over vissenwelzijn. Het VIP kan
voorstellen doen voor humane vangstmethoden. Als men met een voorstel
komt, kan men dan ook zeker rekenen op steun van het VIP. Voorwaarde
daarbij is natuurlijk wel dat een voorstel aan de criteria voldoet, want
niet elk voorstel kan zomaar op voorhand worden goedgekeurd. Zoals ik al
eerder zei, wachten wij op dit soort initiatieven, maar ze moeten er dan
wel zijn.

	De heer Polderman en mevrouw Ouwehand vroegen naar het onderzoek naar
dodingsmethoden. De ontwerpeisen voor een apparaat voor het bedwelmen
van de meerval zijn kortgeleden afgerond. Binnenkort zal het eerste
ontwerpapparaat in de praktijk worden beproefd. Voor de paling zijn de
ontwerpeisen aan het einde van dit jaar bekend. Dat betekent dat er
waarschijnlijk volgend jaar voor het eerst in de praktijk kan worden
getoetst.

	De heer Koppejan vraagt op welke manier ik het visserijonderwijs
ondersteun. De wettelijke verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de
minister van Verkeer en Waterstaat. Ik heb echter ook mijn eigen
instrumentarium ingezet om projecten te steunen die ervoor moeten zorgen
dat het onderwijs goed aansluit bij en inspeelt op veranderingen in de
visserij. In het Maatschappelijk Convenant Noordzeevisserij zijn
afspraken gemaakt om duurzame visserij, ecologie, beleid en markt
integraal onderdeel uit te laten maken van het visserijonderwijs.

Mevrouw Ouwehand sprak er al over en het is inderdaad niet voor niets
dat ik mijn toekomstvisie voor het gemeenschappelijk visserijbeleid heb
gepresenteerd aan twee visserijonderwijsinstellingen. Daar zitten
namelijk de vissers van de toekomst. Ze hebben nog een hele weg te gaan,
maar ze zagen er stevig uit en hadden er zeker zin in. Ik weet Ć©Ć©n
ding zeker: zij zullen er net als wij voor gaan.

	De zeevisserij. De heer Polderman vraagt hoeveel procent van de
Nederlandse visserij aantoonbaar duurzaam is. Ik kan hem geen percentage
geven voor de MSC-gecertificeerde visserij. Tot op heden zijn er drie
Nederlandse visserijbedrijven MSC-gecertificeerd. De onlangs
opengestelde subsidieregeling maakt het mogelijk dat er elf nieuwe
trajecten worden gestart, wat betekent dat het percentage alleen maar
zal groeien.

	Wij moeten bij de bijvangsten niet wachten op Noorwegen. Dat moeten wij
inderdaad niet doen. Wij moeten hierop vol inzetten, maar niet alleen in
Nederland. Wij moeten dat Europa-breed doen. Als wij het probleem van de
"discards" kunnen oplossen, mogen wij dat niet nalaten. Als wij daarbij
van Noorwegen kunnen leren, moeten wij dat zeker ook doen. Je moet
namelijk het wiel niet opnieuw willen uitvinden. Overigens zijn er nog
wel een paar kanttekeningen te maken bij de manier waarop Noorwegen het
doet, maar ik zeg u oprecht: wat we kunnen leren, moeten we leren.

	De heer Polderman vraagt of het mogelijk is om de subsidies sneller af
te bouwen. Ik ben daar eerlijk gezegd geen voorstander van. Ik ben het
namelijk zeer met hem eens dat wij moeten inzetten op innovatie en
verduurzaming. Net zoals ik het met hem eens ben dat wij ernaar moeten
streven dat de visserijsector op den duur niet meer afhankelijk is van
overheidssteun. Dat zou namelijk betekenen dat het ondernemerschap zo
sterk is dat er geen overheidssteun meer nodig is. Maar nu versneld
afbouwen: dat zou ik geen goede zaak vinden. Het zou leiden tot een heel
harde sanering, want dan kunnen wij niets en niemand meer begeleiden
gedurende de transitie naar innovatie en verduurzaming. Wij zouden dan
zeggen: namens de maatschappij verwacht de overheid dit en dat van u,
maar u moet het toch vooral zelf maar uitzoeken en het zelf betalen.

	Het budget ligt vast tot en met 2013 en het aandeel van het
gemeenschappelijk visserijbeleid in de Europese begroting voor de
toekomst moet nog worden betaald. Het doel om op den duur niet langer
afhankelijk te zijn van overheidssteun is natuurlijk wel
nastrevenswaardig. Als de heer Poldermand dat bedoelt, zit hij op mijn
lijn.

	De heer Polderman zegt dat er meer gebieden moeten worden aangewezen.
Ik heb op dit moment een vijftal gebieden aangewezen: de vlakte van
Raan, de Noordzeekustzone, de Doggersbank, het Friese Front en de
Klaverbank. Wij zijn voluit bezig met de verdere uitwerking daarvan.

	De heer Koppejan heeft een vraag gesteld over de beschermde gebieden.
Hij vraagt welke maatregelen genomen zullen worden. Dat is nog niet
duidelijk. Wij werken daar nog aan. Het is ook nog niet duidelijk of dit
consequenties heeft binnen de aangewezen gebieden. In elk geval zijn de
gebieden voor Natura 2000 begrensd. De doelen en maatregelen worden in
het proces ontwikkeld, waarbij zowel de visserijsector als de ngo's en
de wetenschap worden betrokken. Uiteindelijk worden deze door de
overheid bepaald.

	De heer Dibi vraagt hoe ik aankijk tegen de sanering van de
boomkorvisserij. Het saneren van vissersvaartuigen kost veel geld. Zeker
in de huidige tijd is het nodig dat de Nederlandse Noordzeevloot zich
klaarmaakt voor de toekomst. Ik ben voluit bezig om de omschakeling naar
meer duurzame vormen van visserij te stimuleren, op korte termijn. Ik
stimuleer de ombouw; dat doen wij al een paar jaar. Ik hoop zeer dat wij
voor de alternatieven volgend jaar in Europa een blijvende vergunning
krijgen, maar dat moet in Europa nog wel verdiend worden. Ombouw wordt
dus voluit gestimuleerd.

	Mevrouw Ouwehand wil ook een verbod op de boomkor. Dat komt er op enige
termijn wellicht, maar dan zullen er eerst alternatieven moeten zijn. Ik
noem de pulskor, de sumwing, de twinrig, de flyshoot en de ecocatcher;
er worden wat alternatieven ontwikkeld, maar zonder alternatief kan de
boomkor niet zomaar worden verboden. Dat is althans niet mijn lijn.

	De heer Van der Vlies heeft gesproken over de
technische-maatregelenverordening. Hij heeft het goed gehoord; ik ben
hard bezig met de onderhandelingen daarvoor. Ik vind niet dat dit er
doorheen moet worden gejaagd omdat het binnen dit voorzitterschap of
vanwege andere politieke redenen moet worden bereikt. Mijn mensen zijn
al wekenlang in Brussel aan het knokken. Ik klim daar van tijd tot tijd
ook voor in de telefoon. Ik mag veel bij uw Kamer zijn en dat betekent
dat ik niet iedere keer zelf in Brussel kan zijn. Wij knokken om ervoor
te zorgen dat niet vanwege het tempo en de plotselinge haast technische
maatregelen worden vastgesteld waar de sector niet of nauwelijks mee
vooruit kan.

	De vraag naar het motorvermogen is gesteld door de heer Koppejan en
mevrouw Ouwehand. Ik heb de uitspraak van het Hof bekeken. Die uitspraak
is duidelijk. Dat betekent dat het overgangsregime waarbij vissers
tijdelijk een motorvermogen van 400 pk in plaats van 300 pk mochten
gebruiken en de meetmarge bij de controle van de motoren niet is
toegestaan. Het Hof oordeelt dat lidstaten eraan gehouden zijn om
geconstateerde overtredingen te vervolgen. Omdat het 400
pk-overgangsregime sinds mei 2009 is afgelopen, voldoet Nederland op dit
punt al aan de eisen. Het Hof zegt dus dat wij in overtreding zijn
geweest. Het goede nieuws is echter dat wij dat inmiddels niet meer
zijn.

	Voor de nog bestaande meetmarge bij de controle van 12,5% moet
Nederland nog wel in actie komen. Ik zal in de richting van de sector
helder maken dat de Algemene Inspectiedienst zal controleren zonder
meetmarge. De vissers zullen er zelf voor moeten zorgen dat hun motor op
het juiste vermogen is afgesteld. De AID zal ook per direct ophouden met
het toepassen van de meetmarge bij de controles van de vaartuigen van de
vissersvaart.

	Voor kotters geldt dat de overheid ze moet vervolgen als blijkt dat zij
een hoger motorvermogen hebben dan is toegestaan. In het kader van de
NB-wet is duidelijk aangegeven dat de maximale pk-grens 300 is.

Dit is ook vanwege het handhavingsperspectief van belang.

	De heer Polderman vroeg naar de grootte van de Nederlandse bijdrage aan
de internationale visserij. De Nederlandse reders vissen in de wateren
van Noorwegen, de Faerƶer, Mauritaniƫ, Marokko en de Zuidelijke
Pacific. De visserij is gereguleerd in
visserijpartnerschapsovereenkomsten en regionale visserijorganisaties.
De financiering van de visserijovereenkomsten komt ten laste van de
EU-begroting en een eigen bijdrage van de reders. In de brief van 15
juni over de oceanendag heb ik een overzicht gegeven van alle landen
waarmee de EU een partnerschap heeft.

	De heer Polderman wil weten welke Europese partnerschapsovereenkomsten
er zijn. Dat heb ik al aangegeven, maar voor de Nederlandse visserij
zijn Mauritaniƫ en Marokko relevant. Die overeenkomsten worden dus door
de Europese Commissie gesloten. De heer Dibi en mevrouw Ouwehand hadden
het over de handhaving daarvan. Ik heb al gesproken over de brief van 15
juni. Ik ben van mening dat in deze overeenkomsten aandacht moet worden
besteed aan de situatie van de lokale visserijen en dat die een duurzaam
karakter moeten hebben. Ik heb in mijn visie op het toekomstige
gemeenschappelijke visserijbeleid aangegeven dat wij beleid dat wij
EU-intern willen hebben ook buiten de Europese wateren moeten willen.
Dat betekent dat ook daar nadrukkelijk aandacht komt voor duurzaamheid
en verduurzaming.

	Mevrouw Ouwehand vraagt welke tonijn wij vangen. Het gaat om
verschillende soorten tonijn. Het gaat ook om blauwvintonijn, het gaat
om geelvintonijn en het gaat om grootoogtonijn.

	Met de uitspraak van ECAT over het jaarlijkse quotum is er gekozen voor
de juiste richting. De vraag is echter of dit besluit niet het risico
inhoudt dat de visbestanden zich niet herstellen. Ik denk dat wij dit
heel goed moeten bekijken. Ik realiseer me dat het een compromis is,
maar ik heb aarzelingen of dit compromis voldoende is om het herstel te
bevorderen.

	De heer Polderman vroeg naar de mechanische kokkelvisserij. Die
overeenkomsten zouden niet waterdicht zijn. Er is geen overeenkomst over
de visserij op kokkels in Mauritaniƫ. Er waren wel private plannen om
daar visserij op venusschelpen te ontwikkelen, maar die zijn niet
doorgegaan. Voor zover mij bekend, zijn er geen activiteiten in
Mauritaniƫ als het gaat om kokkels.

	Dan kom ik bij de kustvisserij en de mosselsector. Allereerst de
mosselzaadinvanginstallatie. Mijnheer Graus:
mosselzaadinvanginstallatie, dat is nog langer dan wat u zojuist zei. U
sneed nog iets af. Dit is pas een fantastisch Scrabblewoord, dat kan ik
u zeggen. Voor galgje is het overigens ook een mooie. Ik weet niet of u
nog wel eens galgje speelt. Ik kom daar niet meer aan toe, moet ik u
eerlijk zeggen. De verdeling van de rechten is een zeer zorgvuldig
afgewogen besluit geweest. Ik hecht eraan om dat hier te benadrukken. Ik
heb u daar ook over geschreven in mijn brief van 12 november. Het
verdelingsbeleid blijkt vragen op te roepen bij de experimenteerders. Ik
wil daarover het volgende zeggen. Enerzijds kom ik de experimenteerders
tegemoet door hen in staat te stellen hun investeringen terug te
verdienen. We hebben daarop gerekend en we hebben gezegd: waar moet je
dan rekening mee houden? Wat is dan belangrijk? Wat zijn dan de
elementen die van invloed zijn? Wat is de terugverdientijd? Dat blijkt
een groot aantal variabelen te zijn, maar de algemene opvatting en de
algemene uitkomst van die overweging is dat vier jaar -- sommige
experimenteerders zijn ook wel eerder begonnen -- een redelijke
overgangstermijn is.

Anderzijds moet de sector in staat gesteld worden om over te stappen op
die mosselzaadinvanginstallaties (MZI's). Indien de experimenteerders
hun locaties langer dan vier jaar mogen behouden, gaat dit ten koste van
de ruimte voor de gewenste transitie van de mosselsector. Ik voeg hier
nog het volgende aan toe. Ik wil benadrukken dat het de afgelopen jaren
een experimenteerperiode betrof. Wij hebben ook nadrukkelijk met de
experimenteerders gewisseld dat het ging om experimenten en dat zij daar
geen rechten aan konden ontlenen. Het moet helder zijn; het moet komen
uit de lengte of de breedte.

	Ik meen dat de heer Polderman heeft gevraagd of ik bereid ben om met de
pioniers van het eerste uur in gesprek te treden. Ik heb zeer tot mijn
spijt moeten vaststellen dat de Producentenorganisatie Mosselcultuur er
niet uit is gekomen met de experimenteerders. Ik heb al aangegeven dat
ik een afgewogen keuze heb gemaakt. Ik wijs de Kamer er nogmaals op dat
je de ruimte maar een keer kunt benutten. Daar zullen wij het dus mee
moeten doen. Mij is verzocht om toch nog eens goed te kijken naar de
pioniers van het eerste uur. Welnu, onder die zeer beperkte groep
pioniers van het eerste uur versta ik de bedrijven die al voor 2004
bedrijfsmatig met MZI's bezig waren; dat was dus voordat het
experimenteerbeleid in 2004 door LNV werd aangekondigd. Ik zie de
woordvoerders knikken. Ik doe de Kamer dan ook een toezegging op dit
punt. Inmiddels heb ik daartoe al het initiatief genomen. Zowel de
mosselsector als de zojuist aangeduide bedrijven zal ik nogmaals bij mij
aan tafel uitnodigen. Misschien kan mijn departement daar een rol in
spelen. Wel moeten deze partijen er samen uit komen, binnen de bestaande
ruimte, zo voeg ik eraan toe. Ik herhaal dat die maar een keer
toegewezen kan worden. Dit komt neer op geven en nemen door beide
partijen. Bovendien zal de oplossing binnen het bestaande kader gevonden
worden.

	De heer Koppejan heeft volgens mij waardering uitgesproken voor het
open plan proces. Hij heeft hieraan wel toegevoegd dat de MZI's echter
niet altijd op de meest ideale plaatsen liggen. Hij komt met een
voorbeeld. Welnu, Rijkswaterstaat heeft bezwaar aangetekend tegen
voortzetting van het gebruik van gebieden in met name Mastgat, uit een
oogpunt van veiligheid. Rijkswaterstaat heeft dat bezwaar ook
aannemelijk weten te maken. Deze locaties komen dus niet terug in de
opschaling; daarover hebben wij met elkaar afspraken gemaakt in het
consultatieproces en daar wil ik mij aan houden. Ik heb de
experimenteerders om wie het gaat, inmiddels de volgende oplossing
geboden: een locatie met voldoende diepte bij Neeltje Jans. Ik hoor
morgen of zij gebruik willen maken van deze mogelijkheid. De keuze ligt
dus bij de experimenteerders.

	De heer Graus heeft zijn zorgen geuit over het gelijke speelveld inzake
MZI's. Het overgrote deel van de MZI-ruimte komt ten goede aan de
mosselsector. Aan die sector is gevraagd om deze ruimte zelf onderling
te verdelen. Namens de mosselsector heeft de producentenorganisatie de
handschoen opgepakt. De Producentenorganisatie Mosselcultuur (PO
Mosselcultuur) heeft aangegeven dat zij uiterlijk 30 november met een
verdelingsplan komt.

	Over de verdeling mosselsector ā€“ experimenteerders heb ik al een en
ander gezegd.

	Als ik mij niet vergis, heeft de heer Koppejan nog gevraagd of ik de
mogelijkheden wil onderzoeken om garnalenvisserij toe te staan boven
ongebruikte mosselpercelen. Daartoe ben ik niet alleen bereid, maar dat
doe ik ook al. Dit is namelijk een van de uitgangspunten van het
mosselconvenant en het mosselzaadinvanginstallatiebeleid. De komende
jaren zal er een herijking komen van het percelenbestand. Dit houdt in
dat zowel de omvang van het bestand als de ligging van de percelen
opnieuw zal worden bekeken. In dat kader wordt ook bekeken waar MZI's
boven percelen kunnen worden gelokaliseerd en waar de garnalenvisserij
kan worden uitgeoefend op mosselpercelen die niet gebruikt worden.

Uiteraard zal dit ook allemaal weer in goed overleg met de verschillende
sectoren moeten worden gerealiseerd.

	De heer Polderman heeft het over bodemkweekpercelen. Hij zegt dat het
op de Wadden onmogelijk wordt en vraagt hoe het zit met de kweek op
land. De bodemkwekerij op mosselzaad wordt de komende jaren afgebouwd.
Overigens heeft de heer Van der Vlies natuurlijk wel een punt als hij
voorstelt om de onderzoeken af te wachten. Dat zijn meerjarige
onderzoeken. Die wachten wij ook af. Ze worden in het gehele traject in
aanmerking genomen. Ik zeg dit even in reactie op de opmerking van de
heer Van der Vlies. De mosselzaadinvanginstallatie is een van de
alternatieven om uitgangsmateriaal voor kweek te verkrijgen. Er zijn
meer innovatieve technieken die door de mosselsector worden uitgewerkt.
Kweek op binnendijkse gebieden en kweek op land zijn nieuwe
mogelijkheden, de hatcheries en de nurseries. Ze zijn er allemaal. U
bent er ongetwijfeld ook gaan kijken, net als ik. Ik vind het
buitengewoon boeiend wat daar gebeurt, al is kun je het nog niet breed
en uitgebreid toepassen. Laat het wel zijn werking krijgen en laten wij
de kans daarvan benutten.

	De heer Koppejan heeft gevraagd of uitspraken van de Raad van State
voorgoed tot het verleden behoren. Laten we het hopen; we werken er hard
aan.

	Ik heb tegen de heer Van der Vlies al iets over het PRODUS-onderzoek
gezegd naar aanleiding van zijn vraag over de bodemberoerende visserij.

	De heer Graus vraagt of er naast mosselmannen ook mosselvrouwen zijn.
Ik zou wel eens willen weten waarom hij dat wil weten. Met permissie, ik
vind dat nogal wat. Laat ik hem dit zeggen: de mosselvisserij is een
gezinsaangelegenheid. Ik heb vorig jaar veel mosselmannen en veel
mosselvrouwen getroffen. Die waren allebei voluit bezig met de toekomst
van hun bedrijf. Daarbij deed de mosselvrouw niet onder voor de
mosselman. Laat mij dat hier vanavond gezegd hebben. De heer Graus heeft
ze ongetwijfeld ook gesproken. Die mensen staan voor hun zaak. Het
getuigt van klasse dat zowel de natuurbeschermingsorganisaties als de
mosselgezinnen, de mosselmannen en de mosselvrouwen, hebben gezegd dat
ze niet langer zo met modder over en weer konden smijten en hebben
besloten om om tafel te gaan zitten om het op te lossen. Twee weken
geleden heb ik ze op mijn departement aan tafel gehad. Ik moet zeggen
dat ik nog nooit zo verheugd van tafel ben opgestaan over wat er in een
jaar kan gebeuren als het gaat om investeren in elkaar en investeren in
gezamenlijke oplossingen. Als ik ooit eens over Natura 2000 mocht
spreken en ik dit als voorbeeld mocht hanteren, wat zou mijn hart dan
weer warm worden en dat van de heer Graus ook, daar ben ik heilig van
overtuigd.

	Mevrouw Jacobi vroeg naar de Taskforce kustzone. De druk door
activiteiten in de kustzone is inderdaad toegenomen. Ik zal maatregelen
nemen, maar de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en voor de aanpak
van overlast in de kustzone ligt echt bij de kustgemeenten en de
kustprovincies. In een brief aan het IPO en de VNG heb ik aandacht voor
deze problemen gevraagd. Zij zijn verantwoordelijk, zij zijn echt de
bevoegde partij. Dit los je op door overheden aan te spreken op hun
verantwoordelijkheid en door hen op te roepen, die verantwoordelijkheid
te nemen. Ik heb binnenkort weer overleg met mijn collega van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de voortgang.

	De heer Polderman vroeg om een oplossing voor vissers die onder de
Belgische vlag werkzaam zijn. Er zijn voor buitenlandse vissers
nationale maatregelen binnen de 12-mijlszone. Zij zijn gebonden aan
zware eisen en aan een langdurige communautaire procedure. Ik ben er in
Brussel over begonnen en ik zal er in Brussel op blijven aandringen dat
er ook op Europees niveau maatregelen genomen worden tegen verschillende
manieren van staandwantvisserij, dus ook als het gaat om de vlag.

	Hoe veel kilometer staand want mag er uiteindelijk zijn? De totale
lengte van de netten is niet precies bekend, omdat dat nu niet
gereguleerd is. De maatregelen die ik neem, beogen een begrenzing aan de
netten en geen beperking.

Mevrouw Snijder en mevrouw Jacobi hebben gesproken over Ameland en het
verbod op de recreatieve visserij. Laat ik daarover eerst iets
verduidelijken. De recreatieve visserij in de Nederlandse kustzone is
onderverdeeld in twee gebieden, in de eerste plaats de visserij in de
kustwateren. Daaronder vallen de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de
Oosterschelde en de Westerschelde. Daarvoor verleen ik tot 1 januari
2011 een vergunning voor het recreatief vissen met vast vistuig,
waaronder aalfuiken, hoekwant en staan want. Op dit moment zijn er 1152
vergunninghouders. Het verbieden van het vissen met beroepsvistuig door
recreatieve vissers in de kustwateren is een van de maatregelen uit het
Nederlandse aalbeheerplan. Een van de redenen hiervoor is om de
visserijdruk op aal in de kustwateren te verminderen. Dat draagt
daarnaast bij aan het duurzame beheer van andere visbestanden in de
kustwateren. Daarom nemen wij stringente maatregelen voor de aalvissers.
Dan kan het echt niet zo zijn dat wij de recreatieve visserij op aal
ontzien.

Ten tweede is er de recreatieve visserij in de visserijzone. Die vindt
plaats in het gebied van de Nederlandse kust, dat grenst aan de
Noordzee, waaronder de visserij aan de bovenkant van de Waddeneilanden
en de Noord- en Zuid-Hollandse kust. Voor het beoefenen van de
recreatieve visserij is in dit gebied is geen vergunning nodig. Het is
zelfs zo dat ieder die dat wil vanaf het strand met deze
beroepsvistuigen mag vissen, onbeperkt in netlengte of aantal. Het
vissen met deze vaste vistuigen kan echter een substantiƫle impact
hebben op de visstand. Ook heb ik aanwijzingen dat gevangen vis illegaal
wordt doorverkocht. Verschillende sprekers hebben daar ook op gewezen.
Voor de beroepsvisserij met staand want heb ik noodzakelijke beperkende
maatregelen genomen. Daarnaast is er een toenemende druk op de kustzone.
Niet alleen de visserijdruk, maar ook de recreatiedruk neemt steeds meer
toe in de kustzone. Het is dan ook niet uitgesloten dat er bijvangst van
bruinvissen kan plaatsvinden bij het vissen met recreatief staand want.
Daarom wil ik per 1 januari 2011 ook de recreatieve visserij met vaste
tuigen in de visserijzone verbieden en hiervoor niet een nieuw
vergunningstelsel in het leven roepen. Met beide regelingen creƫer ik
een generiek en uniform beleid ten aanzien van de recreatieve visserij
met vaste vistuigen. Overeenkomend met de visserij op de binnenwateren
is hiermee ook voor het kust- en zeegebied het gebruik van
beroepsvistuigen voorbehouden aan de beroepsvisserij.

De heer Koppejan vroeg naar de Noordzeevisserij en naar de uitvoering
van het convenant. Het draagvlak daarvoor is goed. De convenantpartijen
werken samen. Daarvoor geldt inderdaad wel eens dat er over moeilijke
onderwerpen moet worden gesproken, maar ik heb daarover uitvoerig
gesproken in mijn inleiding. Ik roep alle partijen op om daar
constructief aan te blijven werken.

Mevrouw Snijder en de heer Van der Vlies hebben gesproken over het
aalbeheerplan. Wil ik nog in Brussel bekijken of er nog iets mogelijk
is? Ik heb u al aangegeven dat er ā‚¬700.000 beschikbaar is. Dat is
overigens niet nieuw, dat heb ik steeds gecommuniceerd. Dat bedrag
voorziet in een gedeeltelijke schadeloosstelling, alleen voor gemiste
inkomsten voor de aalvisserij. Voor volgend jaar ben ik met de sector in
overleg om tot een meer structurele oplossing te komen, waarbij ook naar
sanering wordt gekeken. Ik vind dat terecht. Het kan niet zo zijn dat
wij overheidsmiddelen inzetten om inkomstenderving te vergoeden. Dan
moeten wij ook naar meer structurele oplossingen kijken. De kern is dat
het productschap met steun van de beroepsorganisatie de Regeling
tegemoetkoming SFM-premielasten heeft opgezet en die ook gaat uitvoeren.

Ik wil de beroepsorganisaties en het productschap daarmee
complimenteren. Zij hebben gezegd dat zij het op die manier gaan doen.
Ik heb de Kamer daarover een brief gezonden.

	Mevrouw Jacobi heeft gevraagd of het kan met de pilots. Dat hangt sterk
af van de Visstandbeheercommissies in de regio's. Dat kan dus niet
afhangen van een initiatief mijnerzijds. Daarvoor zal een voorstel
moeten komen. Dan kunnen wij ook kijken of en zo ja, welke ondersteuning
geboden moet worden. Maar bewijslast, het initiatief ligt echt daar.
Laat men het niet onderschatten, want wij zullen moeten komen met een
beter alternatief. Die pilots moeten inderdaad zodanig valide en
effectief zijn dat zij een voorbeeld kunnen zetten voor ook andere
gebieden. Ik denk dat mevrouw Jacobi en anderen zich daarvan bewust
zijn.

	Wat het aalbeheer voor andere lidstaten betreft zijn er vrijstellingen
voor Cyprus, Malta, Oostenrijk, Roemeniƫ en Slowakije, want die hebben
geen natuurlijke habitat voor aalbeheerplannen. Er zijn goedgekeurde
plannen voor Zweden, Luxemburg, Ierland en Nederland. Binnenkort worden
ze goedgekeurd voor Tsjechiƫ, Denemarken, Estland, Letland en Litouwen.
Alle landen hebben een uitgebreid pakket van maatregelen. Naast
visserijrestricties zijn dat uitzet van glasaal, verbetering van de
aalmigratie, aalvriendelijk turbinebeheer et cetera. De Europese
Commissie is zeer gemotiveerd om alle voorstellen ten spoedigste
beoordeeld te hebben, zodat er dit jaar nog impact kan zijn.

	De heer Polderman had het over een vistuigenverbod of een verbod op
aanlanding. Die discussie hebben wij al eerder gevoerd. Het visverbod is
geƫffectueerd door middel van een verbod op gebruik van de
aalvistuigen. De heer Graus heeft het terecht gezegd, ik kan niet achter
elke boom en bij elke aanlandingsplaats een AID'er zetten. Wij zullen
dus zo effectief mogelijk moeten handhaven. Dat zullen wij ook gaan
doen, maar omdat men overal kan aanlanden is het absoluut geen
oplossing. Ik heb u dat ook al eerder gezegd, mijnheer Polderman.

	De heer Koppejan zei dat het er uiteindelijk om gaat om tot decentrale
aalbeheerplannen te komen. Daarmee ben ik het eens.

	De heer Graus vroeg of ik het nu ga heroverwegen. Nee, nu niet. Ik heb
echter gezegd: laten de gebieden komen met goede voorstellen, dan kan er
wellicht wat. Maar denk er niet te gemakkelijk over.

	Ik wil graag verwijzen naar de brief over de uitvoering van de
tegemoetkoming. Dat heb ik dan ook gehad, de vraag van mevrouw Ouwehand
wat we dan gaan doen, alleen maar uitbetalen van ook andere dingen.

	De rechtbank in Dordrecht heeft vandaag een voorlopige voorziening
toegewezen. Op grond hiervan mag het bedrijf dat erom gevraagd heeft,
met een aangepaste aalfuik waarmee geen aal gevangen kan worden, op
wolhandkrabben vissen. Deze voorlopige voorziening geldt alleen voor dit
visserijbedrijf en niet voor andere vissers. De rechtbank heeft zijn
beslissing nog niet gemotiveerd. Ik wil niet vooruitlopen op deze
motivering en zal dan ook nu mijn beleid en standpunten niet wijzigen.
Ik wacht op de motivering. Om te voorkomen dat u daarom moet vragen, ik
zal na de motivering mijn reactie naar de Tweede Kamer sturen.

	Vervolgens is gevraagd waarom er een verschil in behandeling is tussen
sport- en beroepsvissers. Ik streef ernaar om ze zo veel mogelijk te
laten samenwerken, want ik vind dat ze dat veel beter kunnen doen. Als
ik de klasse en de kwaliteit zie, zou ik tegen de heer Graus zeggen dat
daar veel meer van te maken is. Ik weet ook zeker dat hij dat met mij
eens is.

	De heer Polderman weet dat wij aan vispassages werken. Mevrouw Jacobi
heeft het over de snelle oprichting van VBC's en visplannen. Ik heb u
mijn pakket daarvoor toegestuurd. Daar komen wij binnenkort over te
spreken.

	Mevrouw Jacobi heeft mede namens mevrouw Snijder en de heer Koppejan
iets gezegd over de wadpierenvisserij. Vanaf 1988 hanteren we voor de
mechanische pierenwinning in de Waddenzee het zogenoemde uitsterfbeleid.
Vergunningen zijn niet overdraagbaar, waardoor de activiteit op termijn
verdwijnt. Dat beleid is vastgesteld in de PKB Waddenzee. In de PKB
wordt ook gezegd dat dit kan worden heroverwogen. Aangetoond moet dan
worden dat schade aan natuur door technische aanpassingen verminderd kan
worden. De sector is hiertoe naar mijn mening nog niet in staat geweest.
Wanneer bedrijven evenwel, wellicht in samenwerking met andere partijen,
kunnen aantonen dat door technische aanpassingen de schade aan bodem en
flora en fauna verminderd is, kan overwogen worden de vergunningen
overdraagbaar te maken. Tot die tijd houd ik vast aan het
uitsterfbeleid. Dit kan beschouwd worden als een uitnodiging om bij ons
aan te tonen -- onze deur staat open -- dat die verduurzaming inderdaad
heeft plaatsgevonden.

	De heer Van der Vlies vraagt hoe het staat met de evaluatie van de
Regeling grote vistuigen. Er vindt nu nog handhaving op deze regeling
plaats. De regeling begint pas recent echt door te werken. Het is nu nog
te vroeg voor een evaluatie daarvan.

	De heer Van der Vlies vraagt naar de vangstregistratieplicht voor
sportvissers. Voor sportvissers geldt een terugzetverplichting voor aal.
Vangstregistratie is daarom niet aan de orde. De sportvisserij zit er
stevig bovenop als het gaat om de naleving.

	Dan kom ik bij het kopje overige zaken. Verschillende sprekers hebben
gesproken over de stroperij. In tegenstelling tot wat wordt
verondersteld, hebben we de KLPD ook in Friesland erbij weten te houden.
Ik zal niet zeggen dat dit eenvoudig was. Dus misschien, mevrouw Jacobi,
ligt daar voor volgend jaar nog een mooie taak, maar je hebt wel die
samenwerking nodig van AID en KLPD. Dus ik ben blij voor 2010, want nu
kunnen we daarmee gericht en op basis van risicoanalyse aan de slag. Ik
zie dit als een permanent actieplan. Ik zal de Kamer van die permanente
actie en die permanente campagne op de hoogte houden. Het heeft nu geen
zin om een groot actieplan te schrijven. Ik vind dat dit prioritair moet
zijn. De heer Graus heeft namelijk volstrekt gelijk: stroperij is
broodroof. Misschien heeft de heer Graus dit niet letterlijk zo gezegd,
maar laat ik het dan vanavond maar eens zeggen. Stroperij is broodroof
en dat moeten we tegengaan met alle middelen en alle scherpte die we
hebben.

	De certificering. De heer Koppejan vraagt of er sprake kan zijn van
voorrang voor uitgelote bedrijven. Nee, dat kan niet. Laat ik nu ook
maar iets zeggen over de ingediende amendementen op dit punt. Ten
aanzien van het amendement-Koppejan/Jacobi merk ik op dat certificering
een belangrijk instrument is en dat ik daarom bereid ben om de regeling
certificering in 2010 voor nog eens 0,5 mln. open te stellen.

	Gevraagd is of er bij misbruik van het MSC-logo een rol is weggelegd
voor de VWA. Het antwoord is nee. Certificering is privaat. Daar vindt
een hoge mate van auditing plaats, elke zes tot achttien maanden. Dat
wordt ook privaat gehandhaafd.

	De heer Polderman vraagt naar de uitvoering van zijn motie over het
rijksbestemmingsprogramma Noordzee. Ik heb die motie gekwalificeerd als
ondersteuning van beleid, omdat het kabinet in het Nationaal Waterplan
een hoofdstuk over de Noordzee heeft opgenomen. Dit plan heeft de status
van een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Het
concept-Waterplan is in december 2008 vastgesteld. Nog dit jaar zal het
definitieve plan worden vastgesteld. De heer Polderman heeft pas
dezelfde vraag gesteld bij het verslag van het wetsvoorstel waarin de
Natuurbeschermingswet en de FF-wet van toepassing worden verklaard op
zee. De nota naar aanleiding van het verslag zal de Kamer binnenkort
bereiken.

	Dan de kleinschalige dagverse vismarkten. Ik vind dit nu een
initiatief, mevrouw Jacobi, dat heel goed past in de aanpak van As 4 van
het Europees Visserijfonds.

U weet dat die regeling vanaf 1 januari 2010 ingaat. Dit is uniek
daarvoor, dus laat de provincies gewoon met voorstellen komen.

	De heer Van der Vlies zegt dat het geld in de beroepsmatige sector moet
blijven en niet terecht moet komen bij de hobby- en de sportvissers. Dat
betreft de Regeling grote vistuigen. Het doel van de regeling was dat
gebruik van beroepsvistuigen wordt voorbehouden aan beroepsvissers en zo
pakt de regeling ook uit. Recreatieve visserij bestaat daarmee niet meer
met beroepsvistuigen.

	De heer Graus vraagt hoe het staat met ā€œRuimte voor een zilte
oogstā€. Dit ligt goed op schema. Door het mosselconvenant zijn grote
stappen gezet voor de garnalenvisserij. Voor de garnalenvisserij is ook
een traject inzake verduurzaming gestart. Onlangs is een experiment
gestart met betrekking tot het rapen van oesters in de Waddenzee. Het
project ā€œGeĆÆntegreerde visserij in de Waddenzeeā€ is eveneens vorig
jaar gestart. Kortom: wij liggen op stoom.

	Het amendement van de leden Koppejan en Jacobi betreft in totaal
1Ā mln.: 0,5 mln. voor de financiĆ«le tegemoetkoming van vissers en 0,5
mln. voor de ondersteuning van binnenvissers bij het opstellen van
businessplannen naar voorbeeld van de businessplannen in de Nederlandse
kottervisserij. Ten aanzien van de aalbeheerplannen heb ik al gezegd dat
ik 0,7 mln. beschikbaar heb. Dat bedrag is bedoeld als gedeeltelijke
tegemoetkoming voor de inkomensderving als gevolg van het aalvisverbod.
Dit bedrag is nooit bedoeld om alle gederfde inkomsten te vergoeden.
Voor het ophogen van het bedrag met 0,5% is het niet toereikend. Tevens
biedt een aanvullende financiƫle tegemoetkoming niet meer structureel
perspectief voor de toekomst. Zoals ik in mijn brief heb aangegeven, wil
ik volgend jaar in overleg met de sector inzetten op structurele
oplossingen. Daarom ontraad ik het eerste deel van het amendement.

	Ondersteuning van binnenvissers bij het opstellen van businessplannen
vind ik een prima idee. Dat draagt bij aan een duidelijke toekomstvisie.
Ik heb iets gezegd over het de businessplannen van de Nederlandse
kottervisserij. Ik ben bereid om 0,5 mln. vrij te maken voor
businessplannen in de Nederlandse binnenvisserij, maar het eerste deel
van het amendement ontraad ik. Daarmee ben ik aan het eind gekomen van
mijn beantwoording in eerste termijn.

De heer Polderman (SP): Voorzitter. De minister houdt vast aan het
aalvangstverbod in tegenstelling tot wat mij liever zou zijn, een
aanlandverbod of een handelsverbod. Ik blijf met de minister van mening
verschillen. Deze week was in mijn viswinkel nog gewoon aal te koop uit
het wild. Ik denk dan: hoe handhaafbaar is dat? Het zij zo.

	Over de visbeheercommissies zegt de minister dat wij moeten proberen
niet met de rug naar elkaar te staan. Dat is inderdaad zo, maar de
overheid heeft een taak om die mensen bij elkaar te noden. De minister
zegt zelf dat zij heel blij is dat het met het mosselconvenant is
gelukt, maar daarvoor hebben wij wel een forse inspanning moeten
leveren. Ik denk dat de overheid daarin een taak heeft. De vraag is
natuurlijk wie dat gaat betalen. Ik zou de minister in dit geval willen
vragen om boter bij de vis. Als je het serieus meent, moet je er ook
iets voor over hebben.

	Er is nog een aantal punten blijven liggen, maar gezien mijn beperkte
spreektijd moet ik het kort houden en ga ik over naar een aantal moties
die ik wil indienen.

	Dan toch een woord over Marokko en Mauritaniƫ. De minister zegt dat
wij overeenkomsten hebben met die landen, maar mijn vraag is natuurlijk:
hoe zit dat dan? Het is toch een soort kolonialisme en de vraag is hoe
dat uitpakt. Of is Nederland nog steeds die roofstaat aan de Noordzee,
zoals Multatuli ooit heeft gezegd? Wordt er toch onnodig zware druk
gelegd op de lokale visserij? Die zorg blijf ik houden en die heeft de
minister met haar antwoord niet kunnen wegnemen. Misschien komen wij
daar naar aanleiding van de herijking van het Europese visserijbeleid
nog aan toe.

	Ik kom met een aantal moties om wat zaken af te hechten. Allereerst een
motie over de verhoging van de verduurzaming en de certificering.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de transitie naar duurzame visserij noodzakelijk is om
de sector toekomst te geven en om het visbestand op peil te houden;

constaterende dat een keurmerk als MSC een van de manieren is om te
waarborgen dat de vis op duurzame wijze is verkregen;

constaterende dat op dit moment van een aantal vissoorten nog maar een
gering deel van de in Nederland verkochte en gevangen vis voldoet aan
een kwaliteitskeurmerk;

verzoekt de regering, in kaart te brengen hoeveel van de in Nederland
gevangen dan wel verkochte vis momenteel voldoet aan het MSC of
kwalitatief soortgelijk keurmerk;

verzoekt de regering tevens, een substantiƫle verhoging van dit
percentage als beleidsdoelstelling te nemen, met als uiteindelijk doel
een volledig duurzame sector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Polderman. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 48 (32123-XIV).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een transitie naar een duurzame visserij noodzakelijk
is om de sector toekomst te geven en om het visbestand op peil te
houden;

verzoekt de regering, haar subsidiebeleid zodanig in te richten dat
subsidies aan de visserij sector enkel nog ten goede komen aan
innovaties die bijdragen aan een duurzame visserij,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Polderman. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 49 (32123-XIV).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door flankerend beleid het staandwant vissen steeds
vaker als alternatief genomen wordt voor vissen op zee;

overwegende dat door het huidige beleid de staandwantvisserij
waarschijnlijk toe zal nemen;

constaterende dat de gevolgen van kilometers staandwant voor de
Nederlandse kust niet voldoende in kaart zijn gebracht, met name wanneer
het gaat om landschappelijke waarden, bijvangst en watervogels;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoeveel kilometer staandwant in de
Nederlandse wateren mogelijk is zonder dat daarvan ernstige gevolgen
ontstaan voor landschappelijke waarden, bijvangst en watervogels en

totdat de resultaten bekend zijn deze hoeveelheid staandwantvistuig te
bevriezen op het huidige niveau,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Polderman. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 50 (32123-XIV).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kweek van vis in Nederland nog in de kinderschoenen
staat, maar als veelbelovend alternatief wordt gezien voor de reguliere
visserij;

overwegende dat het op grote schaal kweken van vis nadelige gevolgen kan
hebben voor onder andere dierenwelzijn, geneesmiddelengebruik en het
milieu;

constaterende dat wanneer de "grondstof" voor kweekvis (zoals
bijvoorbeeld glasaal) uit het wild gehaald wordt, de kweek geen
meerwaarde (meer) biedt ten opzichte van de visserij in de vrije
wateren, maar in veel gevallen juist een verslechtering van de huidige
situatie;

verzoekt de regering, toe te werken naar een verbod op de grootschalige
kweek van vis waarvoor de grondstof uit het wild gehaald wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Polderman. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 51 (32123-XIV).

**

De heer Koppejan (CDA): Mevrouw de voorzitter. Ik dank de minister voor
de uitvoerige beantwoording en de diverse toezeggingen die zij heeft
gedaan. Zij heeft onder andere toegezegd om het komende halfjaar met
concrete voorstellen te komen voor een kenniscentrum visserij oftewel
blueport. Ook heeft zij toegezegd dat zij een gesprek aangaat met de
MZI-pioniers van het eerste uur, van voor 2004.

	Een punt van aandacht vind ik nog wel de relatie met de Noordzeevissers
en het draagvlak. De minister gaf heel snel aan dat er nog voldoende
draagvlak is voor het convenant. Ik denk dat er aan dat draagvlak
voortdurend gewerkt moet worden en dat het aandacht behoeft.

	Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag van de combinatie van
beroepsvissers om de steun van Imares te krijgen bij het ontwikkelen van
pilots op het gebied van aalbeheer. Dat in combinatie met het
voorgestelde beleid van de minister van CVB's en visplannen.

	Ten slotte vind ik het jammer dat de minister het eerste deel van ons
amendement ontraadt. Ik vind haar argumentatie niet overtuigend. Ik denk
dus dat wij dit amendement handhaven.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Voorzitter. Ook ik dank de minister
voor de beantwoording in eerste termijn. Ik ben verheugd dat de minister
gaat kijken naar een kenniscentrum c.q. blueport. Ik ben ook tevreden
dat zij met voorstellen komt. Wij zien ze natuurlijk gaarne tegemoet.

	Ik ben wat kritischer over de manier waarop de minister de verdeling
bij de MZI's aanpakt. Het klinkt allemaal aardig: de mosselsector en de
drie investeerders gaan om de tafel zitten en zij moeten er samen maar
uitkomen. Ik denk alleen dat de minister daar ook een
verantwoordelijkheid in heeft. Zij mag daar best wat sturend in zijn.
Het is niet alleen maar toekijken of ze eruit komen. Ik roep haar dus op
om bij die discussie aanwezig te zijn.

	Dan de Amerlander vistraditie ofwel het Waddenzeevissen. Ik ben toch
wat teleurgesteld dat de minister daar zo scherp op laveert. Als ik het
goed begrijp, vissen die vissers wel met staande netten, maar daarmee
willen zij bot, harder of zeebaars vangen. Ik heb gehoord dat het
vrijwel onmogelijk is om met die netten paling te vangen. Ik dring erop
aan dat de minister hierover nog eens opnieuw haar licht laat schijnen.
Zo'n historische traditie mag toch niet zonder meer over boord worden
gezet?

	Ik was misschien wat snel met mijn conclusie over de uitspraak van het
Hof over het vissen op wolhandkrabben. Ik ging ervan uit dat dit voor
alle bedrijven zou gelden, maar de minister stelt duidelijk dat die
afspraak is gericht op Ć©Ć©n bedrijf. Ik wacht af wat daar uitkomt, maar
dit is wel teleurstellend. Als dit niet voor alle bedrijven geldt, zal
het de sector weer behoorlijk wat financiƫle armslag kosten en het zal
leiden tot inkomstenderving.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de opmerkingen
van de heer Koppejan over de amendementen.

	Naar aanleiding van de opmerkingen over de innovatie in de mosselsector
en het innovatietraject wijs ik er nog op dat de twee innovatoren
waarover wij spreken al vanaf dag Ć©Ć©n sowieso in een bijzondere
juridische positie verkeren. Ik meen dat de minister dit moet meewegen.
Ik vraag mij af of het zin heeft om ook nog eens met de hele
mosselsector om de tafel te gaan zitten. Ik sluit mij aan bij de
opmerking van mevrouw Snijder op dit punt en over de eigenstandige
verantwoordelijkheid van het ministerie van LNV.

	Ik bedank de minister voor de uitnodiging voor de pierenvisserij. Ik
denk dat zij daar zeker gebruik van gaan maken.

	Het historisch medegebruik op Ameland heeft betrekking op mosselen
rapen, garnalen kruien, botlijnen zetten en ik wil de heel kleine
visserij op de Waddenzee daar ook bij betrekken. Dit is met name op
scherp gezet door het vangstverbod op paling. Ik benadruk dat dit een
heel andere soort visserij is. In het type net dat wordt gebruikt, zal
wel eens een rode paling komen, maar die is niet geschikt voor
consumptie. Ik denk dat de minister hier toch echt nog eens een studie
van moet maken omdat dit een ander verhaal is. Ik kom hier later graag
op terug; ik zal er nu geen motie over indienen.

	Ik ben echt verbolgen over de staand want visserij en de taskforce
kustzone. Geen taskforce! Kom op, minister, wat is er nu zo ingewikkeld
aan om de Watersportbond, Sportvisserij Nederland, de KNRM en de
kleinschalige staand want vissers een keer om de tafel te zetten? Daar
zitten de problemen met name. Het zijn vier typen organisaties. Ik wil
ze zelfs wel bij elkaar roepen en de minister erbij halen. Het gaat erom
dat de minister een beeld krijgt van de maatregelen die genomen moeten
worden. Het is echt te gek voor woorden om een brief te sturen aan alle
gemeenten en het IPO. Zij zullen de minister uitlachen en het probleem
wordt niet opgelost. Het staand want is het probleem en niemand vindt
het vreemd als het ministerie van LNV zegt welke maatregelen moeten
worden getroffen. Als zij dan bij de andere terechtkomen, is er goed
gestuurd. Dit is gewoon over de schutting gooien en niets oplossen. Ik
ben het hier echt niet mee eens. Ik vind het naar dat de minister dit zo
van de tafel schuift. Zij krijg er respect voor als zij een keer de
moeite neemt om met deze organisaties om de tafel te gaan zitten om dit
probleem op te lossen. Dit is een laatste noodkreet: doe dit
alstublieft.

	Ik dank de minister voor haar opmerking over de stroperij.

	Ik heb een motie opgesteld opdat er wordt gestuurd op de AID-wet- en
regelgeving voor kleine vismarkten. Ook al heb je dan een As 4-project,
dan komt het nog niet voor elkaar. Daarom een motie voor de stimulering
van kleine duurzame dagverse vismarkten.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in een aantal havenplaatsen initiatieven voor
kleinschalige duurzame vismarkten wel opgestart worden maar met moeite
van de grond komen;

overwegende dat het grootste struikelblok bij de totstandkoming van
kleinschalige dagverse vismarkten AID wet- en regelgeving voor aan- en
afvoer van vis betreft;

van mening dat juist de kleine lokale vismarkten een schakel van belang
kunnen zijn in het verduurzamen van de visserij, een impuls kunnen geven
aan het toerisme en recreatie en kunnen bijdragen aan het bewuster maken
van consumenten over waar het voedsel vandaan komt;

verzoekt de regering om mogelijke initiatiefnemers te verzamelen, te
ondersteunen en een actieve bijdrage te leveren aan het tot stand komen
van kleinschalige dagverse vismarkten als ook knelpunten vanuit de
regelgeving voor aan- en afvoer van dagverse vis te inventariseren en
hiervoor oplossingen aan te dragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi, Koppejan,
Snijder-Hazelhoff en Van der Vlies. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 52 (32123 XIV).

**

Mevrouw Jacobi (PvdA): Deze motie is mede ondertekend door de collega's
Koppejan, Snijder-Hazelhoff en Van der Vlies. Mevrouw Halsema is hier
ook erg voor, maar dat komt nog wel.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. De minister heeft mij uitgedaagd met
een scrabblewoord en ik heb een langere versie gevonden:
mosselzaadinvanginstallatie-innovatie-investering. Op mijn vraag naar de
ruimte voor de zilte oogsten verwees de minister naar het gelijke
speelveld. Ik bedoelde eigenlijk het gelijke speelveld binnen de
mosselsector. Daar is een concurrentieverschil ontstaan doordat bepaalde
mensen wel de mogelijkheid voor een MZI hebben gekregen en anderen niet.

	Ik zal drie moties indienen die ook al in mijn tekst te lezen waren.
Voor de rest heb ik alles gehad. Nu wij erachter zijn gekomen dat er ook
mosselvrouwen zijn, vind ik dat wij ook het liedje moeten veranderen:
zeg ken jij de mosselvrouw. Na Kinderen voor Kinderen zullen wij nu
hiervoor pleiten en ik vermoed dat mevrouw Halsema hiermee erg blijk is.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, om zich in te zetten voor een betere
onderhandelingspositie van en een gelijk speelveld voor onze vissers in
de (inter)nationale wateren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 53 (32123-XIV).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, in het belang van onze visstanden en
beroepsvisserij meer controle, opsporing en handhaving in te zetten
tegen visstroperij,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 54 (32123-XIV).

**

De heer Graus (PVV): Het verhaal van de AID'ers achter bomen is
natuurlijk onzin. Ik ken de gevallen en heb de minister een aantal keren
gemeld dat AID'ers met een heel leger hobbyboeren lopen te vervelen
omdat een geitje geen oormerk heeft. Ook bij Ouwehands Dierenpark hebben
AID'ers de directie letterlijk twee jaar lang verveeld en mensen in de
cel hebben gegooid omdat zij twee olifanten in het park hebben gered.
Dat kan natuurlijk niet. Zij moeten wel de hufters aanpakken en niet de
welwillende mensen.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, het door de beroepsvisserijsector voorgestelde
aalbeheerplan in heroverweging te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 55 (32123-XIV).

**

De heer Graus (PVV): Ik noemde zo-even Ouwehands Dierenpark. Ik weet dat
mevrouw Ouwehand tegen dierentuinen is en ook tegen haar afkomst uit
Katwijk, een van de mooiste vissersdorpjes in Nederland. Zij heeft ook
nog een naam: Ouwehand. Ik stel voor om haar naam te veranderen om te
voorkomen dat zij wordt vereenzelvigd met het Ouwehands Dierenpark. Ik
stel voor om haar mevrouw Jongevoet te noemen.

De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter. Ik dank de minister voor haar
beantwoording. Ik moest denken aan het debat over de palingvisserij.
Daar spreidde de minister een groot gevoel van urgentie ten toon. Ik had
verwacht dat zij ons vandaag ook met die urgentie zou toespreken. Dat
miste ik wel een beetje. Er liggen veel kansen die veel winst kunnen
opleveren. Daarom luidt mijn eerste motie als volgt.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland duidelijke afspraken heeft gemaakt over het
instellen van een netwerk van beschermde gebieden op zee;

constaterende dat bestaande zeereservaten aantonen dat de hoeveelheid en
de grootte van vissen net als het aantal soorten ook buiten de grenzen
van het zeereservaat sterk toenemen;

verzoekt de regering, met een plan van aanpak te komen om meerdere
gebieden in de Noordzee te sluiten voor onder andere de visserij en de
Kamer daarover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Dibi en Ouwehand.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 56 (32123-XIV).

**

De heer Dibi (GroenLinks): De boomkorvisserij. Ik begrijp dat de
minister wacht op alternatieven, omdat je niet zomaar kunt zeggen: kap
er maar mee. Daarom heb ik gezocht naar een compromis, zie de volgende
motie.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de boomkorvisserij de zeebodem omploegt, wardoor
grote, kwetsbare, langlevende en structuurvormende organismen geen kans
krijgen en verdwijnen;

verzoekt de regering, te komen met een voorstel om de boomkorvisserij te
weren uit de beschermde gebieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Dibi. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 57 (32123-XIV).

**

De heer Dibi (GroenLinks): Ik vraag dus niet om een verbod. Ik wil
alleen maar dat de boomkorvisserij niet langer wordt toegelaten in de
beschermde gebieden. Ik denk dat de GroenLinks-fractie de minister
daarmee tegemoetkomt.

	Ten slotte de illegale visserij bij de kust van West-Afrika door
westerse vissersschepen. Dat is enorme schande. De minister moet dat ook
zo durven benoemen. Vandaar de volgende motie.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat illegale visserij doorwesterse bedrijven ernstige
gevolgen heeft voor de allerarmste inwoners van ontwikkelingslanden en
het voortbestaan van vele vissoorten bedreigt;

overwegende dat Las Palmas een van de belangrijkste havens is waar
illegaal gevangen vis wordt witgewassen voor de Europese en Aziatische
markt;

overwegende dat in de EU op 1 januari 2010 een systeem operationeel
wordt dat het onmogelijk moet maken dat vis die illegaal is gevangen, op
de Europese markt komt;

verzoekt de regering, nader te onderzoeken hoe illegaal gevangen vis
door

witwaspraktijken toch de Europese markt op kan komen na 1 januari 2010
en hoe dit kan worden voorkomen;

verzoekt de regering, er bij de Spaanse autoriteiten op aan te dringen
in Las Palmas Europese regelgeving voor visserij en haveninvoer beter te
handhaven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Dibi. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 58 (32123-XIV).

**

De heer Dibi (GroenLinks): Ik zou de minister willen vragen om het
principe van de rentmeesterschap te redden, want de wil daartoe lijkt
inmiddels bij de CDA-fractie te ontbreken. Ik laat mevrouw Jacobi ten
slotte weten dat Marjet Hamer mij heeft laten weten dat zij al mijn
moties steunt. U kunt dus gewoon voor deze moties stemmen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik zal het kort houden, mede uit
medegevoelen met de minister, die al vanaf 09.00 uur aaneengesloten met
de Kamer in debat is.

Minister Verburg: Dat geldt ook voor u.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Inderdaad. Volgens mij zijn wij de enigen die
hier de hele dag zitten. Misschien is het dus ook wel een beetje
eigenbelang.

	Voorzitter. Ik heb een motie over het innovatieplatform. Ik ben op
zichzelf blij met de verduidelijking van de minister dat de projecten
die gericht zijn op het welzijn van vissen, voor steun in aanmerking
komen. Het zou ook mooi zijn als wij deze ontwikkeling zouden stimuleren
door vissenwelzijn op te nemen als een voorwaarde. Misschien krijgen
mensen hier dan meer oog voor en komt het allemaal wat sneller van de
grond.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel vangstmethoden verwondingen veroorzaken en dat
gevangen vissen niet direct worden bedwelmd of gedood, maar een
langdurige doodsstrijd ondergaan;

overwegende dat het welzijn van vissen een plaats zou moeten hebben in
het kabinetsbeleid dat zich richt op verduurzaming van de visserij;

verzoekt de regering, vissenwelzijn als een van de voorwaarden in het
werkprogramma Visserij Innovatie Platform (VIP) op te nemen en daarmee
de ontwikkeling van humanere vangst- en dodingmethoden te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 59 (32123-XIV).

**

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het zal de vermoeidheid zijn, maar
ik ben vergeten om de motie voor te leggen aan mijn collega's. Iedereen
mag deze motie natuurlijk alsnog ondertekenen.

	De suggestie van de heer Graus. Ik vind het niet zo erg, want ik heb
geen hekel aan mijn afkomst. Het is misschien zelfs wel grappig.

De heer Van der Vlies (SGP): Voorzitter. Ik bedank de minister voor de
beantwoording.

	Ook ik wacht de voorstellen voor de blue port af. Ik begrijp dat ze in
de eerste helft van 2010 naar de Kamer komen. Ik hoop dat ze zullen
leiden tot continuĆÆteit in de denkkracht die daar manifest is.

	De minister heeft toegezegd dat er overlegd zal worden door de
pioniers, de mzi en de overige relevante gesprekspartners. Ook ik vind
dat het oplossingsgericht overleg moet worden en dat kan wel eens
betekenen dat de minister haar inventiviteit moet inzetten.

Ik zit mij bij dat dossier toch echt het volgende af te vragen. Als wij
een kabinet hebben dat zich wil afficheren met innovatie, hoe moet
iemand die innovatief bezig is geweest, daarvoor zijn nek heeft
uitgestoken en daarvoor risico's heeft genomen, dit dan allemaal vinden?
Hiermee wordt de motivatie toch niet in de benen gehouden? Integendeel.
Laat er dus een oplossing komen die voor alle geledingen werkbaar is,
zeker voor degenen die hier tegenaan lopen: de pioniers.

	De uitspraak van de rechter zou alleen gelden voor dit bedrijf. Ik ken
dat; dat is juridisch natuurlijk juist. De algemene werking voor
vergelijkbare gevallen wordt wel beoogd, als de overwegingen niet meer
voor verdere discussie vatbaar zijn. De minister wacht de motivering van
de uitspraak af en dat vind ik op zichzelf begrijpelijk. Zij moet echter
wel beseffen dat er niet lang meer over gedaan kan worden, wil het nog
enige effectieve en reƫle betekenis hebben voor dat bedrijf en voor de
vergelijkbare bedrijven in de sector.

	Ik maak een laatste opmerking. Alle relevante lidstaten moeten nog dit
jaar een plan aalbeheer, zo zei de minister. Dat had echter al dit jaar
effectief moeten zijn. Kan de minister mij duidelijk maken dat de
lidstaten die nog een akkoord moeten bereiken en een handtekening moeten
krijgen van de Europese Commissie, dat ook dit jaar effectief maken? Wij
moeten geen concurrentievervalsing inbouwen en dat lijkt hier toch een
beetje om de hoek te komen kijken.

De voorzitter: Dit waren de vragen van de Kamer in tweede termijn. De
minister heeft even tijd nodig om de moties te bekijken.

**

De vergadering wordt enkele minuten geschorst.

Minister Verburg: Voorzitter. Ik dank de leden van de Tweede Kamer voor
hun inbreng in tweede termijn. Kortheidshalve zal ik snel ingaan op de
vragen en loop ik vervolgens de ingediende moties door.

	De heer Polderman vraagt of ik bereid ben om te investeren in de
visstandbeheercommissies. Het antwoord is ja. Ik ga daar de komende drie
jaar lang ā‚¬300.000 per jaar in investeren. De heer Koppejan vraagt
naar een bijdrage aan het opzetten van de aalbeheerplannen door de
combinatie van beroepsvissers en of ik bereid ben om IMARES ter
beschikking te stellen. Het gaat als volgt. We gaan investeren in de
visstandbeheercommissies. Daar is de inzet van alle organisaties voor
nodig. De wil tot samenwerken en de wil om samen te komen tot goede
plannen is essentieel en cruciaal. Tegen de heer Polderman zeg ik dat ik
bereid ben om de komende drie jaar ā‚¬300.000 jaarlijks te investeren.
We gaan extra investeren in business plannen en dat betekent dat wij
daar al heel veel aan doen. Dan is het nu ook zaak voor de combinatie
van beroepsvissers zelf om aan te geven waar men staat en om, zo nodig,
IMARES gericht in te huren en in te zetten.

	Mevrouw Snijder en de heer Van der Vlies hebben iets gezegd over de
Blueport. Ik dank hen voor het vertrouwen. Ik heb aangegeven dat ik al
enige tijd rondloop met de gedachte om toch een combinatie te maken. Ik
heb ook het Visserij Innovatie Platform niet voor niets gevraagd om nog
een jaar langer aan te blijven. Dat is vanwege het succes van al die
innovaties. Ik kon zelf smullen van dat prachtige boekje. Als je toch
ziet wat daar voor een inventiviteit en creativiteit aan de dag worden
gelegd! We zouden toch eens moeten bezien hoe we dat in de toekomst
structureel vorm kunnen geven en of we bijvoorbeeld een aantal
instanties met elkaar kunnen combineren.

	In analogie met de Greenport heb ik gezegd: we maken daar een Blueport
van. Ik kom in het komende voorjaar met de voorstellen. Dank voor uw
vertrouwen daarin.

	Mevrouw Snijder en de heer Van der Vlies hadden het over de verdeling
van de MZI's. Zij menen dat de minister wel iets meer mag doen dan
alleen gastvrijheid bieden. Dat zal ik natuurlijk ook doen. Ik wil daar
echter Ć©Ć©n ding over zeggen: over die zaak is natuurlijk niet het
eerste gesprek gevoerd. Er zijn meer gesprekken over gevoerd, maar het
moet uit de lengte of uit de breedte komen. We hebben het gebied en dat
kunnen we maar Ć©Ć©n keer beleggen. Ik heb aangegeven dat ik mijn
bijdrage zal leveren aan dat gesprek. Ik kan alleen maar met u hopen dat
wij daar op een goede, zorgvuldige manier uitkomen.

	Mevrouw Snijder wacht de uitspraak af en de heer Van der Vlies ook. Dat
acht ik gerechtvaardigd. Ik heb aangegeven dat ik vervolgens ook mijn
reactie aan de Kamer zal toesturen. Ten aanzien van de experimenteerders
en de PO Mossel: mevrouw Jacobi suggereert dat ik daarbij over een nacht
ijs zou zijn gegaan. Dat heb ik niet gedaan. We hebben zelfs de
landsadvocaat hierover om advies gevraagd, juist omdat we weten dat het
om grote belangen gaat bij de experimenteerders van het eerste uur. Dan
ga je voor een zorgvuldige belangenafweging. Wij zijn uitgekomen. Ik heb
de toezegging gedaan die ik heb gedaan.

	De Kamer is erkentelijk voor de pierenvisserij. Ten aanzien van de
staand want is hier gezegd: haal de vier organisaties aan tafel. Ik weet
inmiddels dat het veel minder eenvoudig is dan dat. Ik laat dat echt
over aan de verantwoordelijken en als de Kamer zegt: ik neem het
initiatief om die vier organisaties met een aantal kustgemeenten aan
tafel te halen of met de provincies, dan vind ik dat goed. Ik zeg echter
tegen de besturen die hierin verantwoordelijkheid hebben: neem uw
verantwoordelijkheid!

	De heer Graus heeft een opmerking gemaakt over de verdeling die gemaakt
wordt door de mosselvissers. Op 30 november komt de PO Mossel met een
definitief voorstel voor de verdeling. Volgens mij heb ik dan alle
opmerkingen en vragen beantwoord. Dan ga ik nu over op de behandeling
van de ingediende moties.

	De eerste motie is ingediend door de heer Polderman en verzoekt de
regering in kaart te brengen hoe veel van de in Nederland gevangen dan
wel verkochte vis momenteel voldoet aan de MSC-criteria en om tevens te
komen tot een substantiƫle verhoging van dat percentage als
beleidsdoelstelling. Ik ontraad de aanneming van deze motie.

Wij zijn er voluit mee bezig. Je kunt een regeling en een initiatief- en
een stimuleringsbeleid ook over de kop jagen door er nu plotseling quota
aan toe te voegen. Dat moeten wij echt niet doen. De vraag is groot; wij
gaan er ook niet voor niets extra geld in steken. Ik kan alleen maar
zeggen dat de sector buitengewoon gemotiveerd is om te verduurzamen,
juist omdat de overtuiging, gelukkig, begint door te breken dat
verduurzaming ook een license to operate is voor de toekomst, ook in
maatschappelijk opzicht. Deze motie ontraad ik dus.

	De tweede motie van de heer Polderman: verzoekt de regering, haar
subsidiebeleid zodanig in te richten dat subsidies enkel nog ten goede
komen aan innovaties die bijdragen aan duurzame visserij. Deze motie is
overbodig. Ik heb namelijk in eerste termijn aangegeven dat alle
innovatiesubsidies gericht zijn op verduurzaming; innovatie en
verduurzaming zijn onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld in mijn totale
beleid. Daar is het visserijbeleid geen uitzondering op.

	De heer Polderman vraagt vervolgens in een motie, te onderzoeken
hoeveel kilometer staand want in de Nederlandse wateren mogelijk is,
zonder dat daarvan ernstige gevolgen ontstaan voor landschappelijke
waarden, bijvangst, watervogels, enzovoorts en totdat de resultaten
bekend zijn, deze hoeveelheid staand want vistuigen te bevriezen op het
huidige niveau. Ik ontraad deze motie, omdat op dit punt net nieuw
beleid is ingevoerd. Het betekent dat er geen groei mogelijk is; dat is
ook in de Europese Unie genotificeerd. Wij werken eraan dat dit ook voor
andere Europese lidstaten gaat gelden. Daar moeten wij echt mee
doorgaan, zo is mijn stellige overtuiging.

	In een andere motie verzoekt de heer Polderman de regering om toe te
werken aan een verbod op grootschalige kweek van vis waarvoor de
grondstop uit het wild wordt gehaald. Als je kijkt naar wat Nederland in
de wereld aan vismeel afneemt, is dat echt een druppeltje; en dan heb ik
het nog niet eens over een gloeiende plaat. Het kan een duurzaam
alternatief zijn; het zou ook internationaal geregeld moeten worden. Het
heeft dus geen nut om het alleen in Nederland te regelen. Alles
overziende, ontraad ik deze motie.

	Mevrouw Jacobi verzoekt in een motie de regering om de mogelijke
initiatiefnemers te verzamelen, te ondersteunen en in dezen een actieve
bijdrage te leveren. Ik kan alleen maar zeggen: de beste weg daarvoor is
langs AS4 van het EU-programma. Je organiseert dan lokaal en regionaal
de betrokken stakeholders. Het gaat natuurlijk niet alleen om de aan- en
afvoer; het gaat om veel meer zaken. Ik zou willen zeggen: benut AS4
daarvoor, want de bemoeienis vanuit Den Haag met allerlei initiatieven
in kleine plaatsjes is gewoonweg niet te behappen. Het is ook veel
mooier en beter, wanneer initiatieven door bijvoorbeeld gemeenten
gesteund worden. Ik ken een aantal gemeenten dat daar hartstikke actief
in en betrokken bij is. Die gemeenten zijn in het Noorden van het land
en zij zeggen: de visserijcultuur hoort bij onze gemeenten en wij willen
daarin investeren. Ik zeg dan: pak die kans! Ik zou er hartstikke trots
op zijn. Als ik dat allemaal vanuit Den Haag moet gaan regelen, ben ik,
eerlijk gezegd, bang dat u het onmogelijke vraagt. In dit licht ontraad
ik deze motie.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik wil nog graag een korte toelichtende vraag
stellen. Ik snap uw reactie, maar kunt u misschien nog iets zeggen over
het grootste struikelblok? Kunnen de aan- en afvoerregelingen in
AS4-programma's, specifiek voor de kleinschalige vismarkten, nog
aangepast worden? Die vormen namelijk het grootste struikelblok.

Minister Verburg: Laat ik het volgende met u afspreken. Als u bereid
bent om deze motie in te trekken en u langs de lijn van AS4 wil gaan
werken, hoor ik graag van u en van de mede-indieners van de motie wat
precies het knelpunt is in de beleving van de initiatiefnemers.
Vervolgens ga ik na of dat inderdaad een knelpunt is en zo ja, of dat
opgelost kan worden. Daarna informeer ik de Kamer daarover. Die afspraak
wil ik met u maken, maar daarvoor heb ik iets van u nodig.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik overweeg dan om de motie aan te houden.

Minister Verburg: Voorzitter. Ik ga verder met de motie van de heer
Graus.

Hij verzoekt de regering om een betere onderhandelingspositie van en een
gelijk speelveld voor onze vissers. Deze motie is overbodig, want wij
zijn in Europees verband bezig met het uitstippelen van zorgvuldig
beleid. Daarbij kijken wij goed naar het gelijke speelveld voor onze
vissers. Dat is eigenlijk staand beleid.

	De heer Graus verzoekt de regering om in het belang van onze visstanden
en van de beroepsvisserij meer controle, opsporing en handhaving tegen
visstroperij in te zetten. Ik geloof dat ik geen woord Spaans heb
gebruikt toen ik zei dat stroperij broodroof was. Verder ben ik volop
bezig met die actieteams. Je hebt dergelijke teams wel nodig om
effectief te handhaven. Daarom vind ik deze motie overbodig. Ik ben er
volop mee bezig. We moeten ze pakken en aanpakken. De stroperij moet ook
onder de Wet op de economische delicten worden gebracht.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. Ik vraag hier al drie jaar om en de
minister geeft mij ook al drie jaar gelijk. Voor zover ik merk, gebeurt
er weinig tot niets. Als ik een uur lang bij een plas of een rivier sta,
heb ik zo een paar stropers te pakken. Misschien kan de minister mij een
speciale bevoegdheid geven. Dan pak ik ze zelf. Ik handhaaf die motie
als stok achter de deur, want ik wil meer samenwerking, net zoals bij de
KLPD in Friesland. Daarvoor moet deze minister samen met de minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zorgen.

Minister Verburg: De motie op stuk nr. 8 is ook van de heer Graus. Hij
verzoekt de regering om het door de sector van de beroepsvisserij
voorgestelde aalbeheerplan in heroverweging te nemen. Ik heb daarover
het nodige gezegd. Ik ontraad de aanneming van deze motie.

	De heer Dibi en mevrouw Ouwehand verzoeken de regering, met een plan
van aanpak te komen om meerdere gebieden in de Noordzee te sluiten voor
onder andere visserij en om de Kamer daarover te informeren. We zijn
volop bezig met de aanwijzing van die gebieden. We zijn ook bezig met
onderzoek. De doelen en de aanpak moeten worden vastgesteld. Als we daar
nog meer gaan doen, behappen we het niet. Bovendien zou ik het
onzorgvuldig vinden als ik overhaast een heleboel gebieden aanwees en zo
maar besloot tot sluiting van de visserij. Om deze reden ontraad ik de
aanneming van deze motie.

	De heer Dibi verzoekt de regering in een andere motie, te komen met
voorstellen om de boomkorvisserij uit de beschermde gebieden te weren.
Ik heb gezegd dat er hard gewerkt wordt aan de verandering van de
visserijtechnieken en de inruil van de boomkor voor andere technieken.
Die moeten eerst wel ontwikkeld en vergund zijn. Ik sluit niet uit dat
op den duur alle boomkors verdwijnen. Om nu te zeggen dat iemand met
zijn boomkor wel de Noordzee op mag, maar niet de beschermde gebieden
in, lijkt mij geen goed plan. Verduurzamen doen wij over de volle
breedte en niet alleen in beschermde gebieden. Ik ontraad dus de
aanneming van deze motie.

De heer Dibi (GroenLinks): Dan ben ik wel heel erg benieuwd naar wat een
beschermd gebied Ć¼berhaupt is. Als je daar zelfs met een boomkor vis
mag gaan vangen, wat onderscheidt een beschermd gebied dan van de rest
van de Noordzee? Ik neem aan dat de minister daar allerlei strengere
regels gebruikt.

Minister Verburg: Ja, maar met de vragen wanneer wel, wanneer niet, hoe
wel, hoe niet zijn wij juist volop bezig. Om daar nu een deel uit te
pakken en daarvan te zeggen dat we dat in ieder geval willen, lijkt mij
onzorgvuldig. Ik heb gezegd dat wij ons daar samen met
niet-gouvernementele organisaties, wetenschapsvertegenwoordigers en de
sector mee bezighouden, dus er komt een zorgvuldig advies en een
zorgvuldige besluitvorming.

	De heer Dibi heeft de regering verder via een motie verzocht om er bij
de Spaanse autoriteiten op aan te dringen, in Las Palmas de Europese
regelgeving voor visserij en haveninvoer beter te handhaven. Dit is
Europees beleid. We hebben het er nog niet zo lang geleden uitvoerig
over gehad. Vanaf 1 januari is er een aanpak van kracht om illegale vis
te weren, op allerlei manieren en niet alleen in Las Palmas. Ik ben een
totaal voorstandster van het weren van illegale vis en dus ook van het
omkatten, maar we hebben daarover beleid afgesproken. Dat ga ik voeren.

Ik ben heel graag bereid om tijdens de voorbereiding van de
visserijraden en na afloop daarvan met u daarover door te spreken, maar
ik geloof niet dat wij dat nu eenzijdig moeten doen richting de Spaanse
regering en richting Las Palmas, dus ik ontraad deze motie.

De heer Dibi (GroenLinks): Dan houd ik deze motie aan.

De voorzitter: Op verzoek van de heer Dibi stel ik voor, zijn motie
(32123-XIV, nr. 58) van de agenda af te voeren.

**

Daartoe wordt besloten.

Minister Verburg: Dan de motie van mevrouw Ouwehand waarin de regering
wordt verzocht, vissenwelzijn als een van de voorwaarden in het
werkprogramma Visserij Innovatieplatform op te nemen en daarmee de
ontwikkeling van humanere vangst- en dodingsmethoden te stimuleren. Ik
zit even te zoeken naar wat mevrouw Ouwehand wil. Vindt zij dit een van
de afwegingselementen voor projecten, of zegt zij dat dit een absolute
voorwaarde moet zijn? Als zij zegt dat dit een voorwaarde wordt, ontraad
ik de motie. Als zij vraagt of ik dit wil opnemen in de set
toetsingscriteria die worden toegepast, laat ik het oordeel aan de
Kamer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het liefst heb ik dit natuurlik als harde
randvoorwaarde, maar ik denk dat de minister een punt heeft als zij zegt
dat de projecten nog niet echt uit de lucht komen vallen. Dus dat zou
dan lastig zijn. Laat ik een keer wat water bij de wijn doen -- de
minister is dat niet zo van mij gewend -- en voor de mildere variant
gaan.

Minister Verburg: Dan laat ik het oordeel aan de Kamer over omdat ik dit
een relevant punt vind. Ik geef hier aan dat het werkplan van het VIP
weliswaar zojuist is vastgesteld, maar dat ik als een van de
toetsingscriteria op grond waarvan een afweging en een besluit tot stand
komt bereid ben om dit onderdeel daarin onder te brengen, dus het
daarbij op te nemen en het zo aan het VIP voor te leggen.

	Daarmee ben ik aan het eind van de beantwoording. Dit was een heel
lange dag. Mevrouw Ouwehand heeft iets gezegd over mijn aanwezigheid.
Ook zij was de hele dag aanwezig. Ik heb de verschillende overleggen
vandaag als zeer inspirerend ervaren.

De heer Graus (PVV): Er is iets ontstaan tussen de Partij voor de Dieren
en de minister, voel ik! Iets moois.

De voorzitter: Dank u wel, ook voor de mensen buiten deze zaal die nog
kijken, mag deze opmerking duidelijk zijn. Sommigen van u hebben het al
gehoord, maar de eerste dinsdag na de behandeling van de begroting LNV
wordt hierover plenair gestemd.

	Er zijn drie toezeggingen gedaan. De eerste is dat de minister de Kamer
in de eerste helft van 2010 zal informeren over concrete voorstellen
voor het integreren van innovatieve verduurzaming en ondernemerschap,
zoals het instellen van een kenniscentrum blue port.

**

Minister Verburg: Voorzitter. Het woord "kenniscentrum" moet u even
schrappen. Ik gebruik graag het woord "blue port" en ik zou het ook
graag zo de boeken in zien gaan. Anders krijgen wij een verkeerde
duiding.

De voorzitter: Goed, het woord "kenniscentrum" schrappen wij;

	De tweede toezegging is dat de minister een reactie aan de Kamer zal
sturen over de motivering van de rechtbank van Dordrecht op de uitspraak
over het gebruik van bepaalde vistuigen.

	De derde toezegging is dat de minister de Kamer op de hoogte zal houden
van permanente acties tegen stroperij op vis.

	Ik denk dat wij er met elkaar allemaal goed aan hebben meegewerkt dat
alle voorstellen goed worden afgehandeld.

**

De heer Graus (PVV): In samenwerking met de KLPD, hoop ik dan, zoals in
Friesland.

De voorzitter: Ik dank eenieder voor de aanwezigheid en ik sluit de
vergadering.

**

Sluiting 23.14 uur.