[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

31586 Wijziging van enkele socialezekerheidswetten teneinde de Sociale verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de mogelijkheid te geven om van terugvordering af te zien door medewerking aan voorstellen tot schuldregeling

Wijziging van enkele socialezekerheidswetten teneinde de Sociale verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de mogelijkheid te geven om van terugvordering af te zien door medewerking aan voorstellen tot schuldregeling

Eindtekst

Nummer: 2010D09139, datum: 2008-11-13, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2008Z01910:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

13 november 2008



Wijziging van enkele socialezekerheidswetten teneinde de Sociale
verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de
mogelijkheid te geven om van terugvordering af te zien door medewerking
aan voorstellen tot schuldregeling



	GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET



	Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

	Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

	Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in de
socialezekerheidswetten de mogelijkheid te creƫren voor de Sociale
verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om
van een vordering af te zien door  medewerking aan voorstellen tot
schuldregeling;

	Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:

ARTIKEL I WIJZIGING VAN DE WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

	Na artikel 57b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 58

	1. In afwijking van artikel 57, eerste lid, kan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van de
belanghebbende of zijn wettelijke vertegenwoordiger, besluiten
gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere
terugvordering af te zien door medewerking aan een schuldregeling,
indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen
voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand
verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
wegens onverschuldigde betaling ten minste zal worden voldaan naar
evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;

	d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen
door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48
van de Wet op het consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door de belanghebbende van de
verplichting, bedoeld in artikel 80, en hiervoor een boete als bedoeld
in artikel 29a is opgelegd, dan wel indien hiervoor aangifte is gedaan
op grond van het Wetboek van Strafrecht.

	3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere
terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van belanghebbende
gewijzigd indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. de belanghebbende zijn schuld aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet;
of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 59

	Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als
bedoeld in artikel 57 en 58 van deze wet is bevoorrecht en volgt
onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL II WIJZIGING VAN DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING
ZELFSTANDIGEN

	Na artikel 65 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 65a Schuldregeling

	1. In afwijking van artikel 63, eerste lid, kan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van de
belanghebbende, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of
gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien door medewerking aan
een schuldregeling, indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen
voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand
verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
wegens onverschuldigd betaalde uitkering ten minste zal worden voldaan
naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke
rang;

	d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen
door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48
van de Wet op het consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door de belanghebbende van de
verplichting, bedoeld in artikel 70, en hiervoor een boete als bedoeld
in artikel 48 is opgelegd, dan wel indien hiervoor aangifte is gedaan op
grond van het Wetboek van Strafrecht.

	3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere
terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van belanghebbende
gewijzigd indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. de belanghebbende zijn schuld aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet;
of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 65b Preferentie

	Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als
bedoeld in artikel 63 en 65a van deze wet is bevoorrecht en volgt
onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL III WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING JONGGEHANDICAPTEN

	Na artikel 57 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 57a Schuldregeling

	1. In afwijking van artikel 55, eerste lid, kan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van de
jonggehandicapte, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of
gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien door medewerking aan
een schuldregeling, indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat de jonggehandicapte niet zal
kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de
toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
wegens onverschuldigd betaalde uitkering ten minste zal worden voldaan
naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke
rang;

	d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen
door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48
van de Wet op het consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door de jonggehandicapte van de
verplichting, bedoeld in artikel 62, en hiervoor een boete als bedoeld
in artikel 40 is opgelegd, dan wel indien hiervoor aangifte is gedaan op
grond van het Wetboek van Strafrecht.

	3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere
terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de jonggehandicapte
gewijzigd indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. de jonggehandicapte zijn schuld aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet;
of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 57b Preferentie

	Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als
bedoeld in artikel 55 en 57a van deze wet is bevoorrecht en volgt
onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL IV WIJZIGING VAN DE WERKLOOSHEIDSWET

	Na artikel 36b van de Werkloosheidswet worden twee artikelen ingevoegd,
luidende:

Artikel 36c

	1. In afwijking van artikel 36, eerste lid, kan het UWV, op verzoek van
de werknemer, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk
van verdere terugvordering af te zien door medewerking aan een
schuldregeling, indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat de werknemer niet zal kunnen
voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand
verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van het UWV wegens onverschuldigd betaalde uitkering
ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van
de schuldeisers van gelijke rang;

	d. een naar het oordeel van het UWV betrouwbare schuldregeling tot
stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld
in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door de werknemer van de verplichting,
bedoeld in artikel 25, en hiervoor een boete als bedoeld in artikel 27a
is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die
verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.

	3. Het besluit tot afzien van terugvordering of verdere terugvordering
wordt ingetrokken of ten nadele van de werknemer gewijzigd indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. de werknemer zijn schuld aan het UWV niet overeenkomstig de
schuldregeling voldoet; of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 36d

	Een vordering van het UWV als bedoeld in artikel 36 en 36c van deze wet
is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288
van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL V WIJZIGING VAN DE ALGEMENE OUDERDOMSWET

	Na artikel 24b van de Algemene Ouderdomswet worden twee artikelen
ingevoegd, luidende:

Artikel 25

	1. In afwijking van artikel 24, eerste lid, kan de Sociale
verzekeringsbank, op verzoek van de pensioengerechtigde, of zijn
wettelijke vertegenwoordiger, besluiten gedeeltelijk van terugvordering
of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien door medewerking
aan een schuldregeling, indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat de pensioengerechtigde niet zal
kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de
toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van de Sociale verzekeringsbank wegens onverschuldigde
betaling ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de
vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;

	d. een naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank betrouwbare
schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een
schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het
consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door de pensioengerechtigde van de
verplichting, bedoeld in artikel 49, en met betrekking tot het niet
naleven van die verplichting een boete als bedoeld in artikel 17c is
opgelegd, dan wel indien hiervoor aangifte is gedaan op grond van het
Wetboek van Strafrecht.

	3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere
terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende
gewijzigd indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. de pensioengerechtigde, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn
schuld aan de Sociale verzekeringsbank niet overeenkomstig de
schuldregeling voldoet; of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 25a

	Een vordering van de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in de
artikelen 24 en 25 van deze wet is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na
de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL VI WIJZIGING VAN DE ALGEMENE NABESTAANDENWET

	Na artikel 55 van de Algemene nabestaandenwet worden twee artikelen
ingevoegd, luidende:

Artikel 55a

	1. In afwijking van artikel 53, eerste lid, kan de Sociale
verzekeringsbank, op verzoek van de nabestaande of het ouderloos kind of
zijn wettelijke vertegenwoordiger, of de instelling aan welke ingevolge
artikel 49 of 57 de uitkering wordt uitbetaald , besluiten gedeeltelijk
van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien
door medewerking aan een schuldregeling, indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat de nabestaande, het ouderloos kind
of zijn wettelijke vertegenwoordiger, respectievelijk de instelling aan
welke ingevolge artikel 49 of 57 de uitkering wordt uitbetaald, niet zal
kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de
toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van de Sociale verzekeringsbank wegens onverschuldigde
betaling ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de
vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;

	d. een naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank betrouwbare
schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een
schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het
consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door de nabestaande, het ouderloos kind
of zijn wettelijke vertegenwoordiger, respectievelijk de instelling aan
welke ingevolge artikel 49 of 37 de uitkering wordt uitbetaald, van de
verplichting, bedoeld in artikel 35, en hiervoor een boete als bedoeld
in artikel 39 is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet naleven
van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van
Strafrecht.

	3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere
terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende
gewijzigd indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. de nabestaande, het ouderloos kind of zijn wettelijke
vertegenwoordiger, respectievelijk de instelling aan welke ingevolge
artikel 49 of 37 de uitkering wordt uitbetaald  zijn schuld aan het de
Sociale verzekeringsbank niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet;
of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 55b

	Een vordering van de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in de
artikelen 53 en 55a van deze wet is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na
de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL VII WIJZIGING VAN DE ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET

	Na artikel 24b van de Algemene Kinderbijslagwet worden twee artikelen
ingevoegd, luidende:

Artikel 24c

	1. In afwijking van artikel 24, eerste lid, kan de Sociale
verzekeringsbank, op verzoek van de verzekerde, dan wel degene met wie
hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van de
artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, besluiten gedeeltelijk
van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien
bij medewerking aan een schuldregeling, indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat verzekerde, dan wel degene met wie
hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van de
artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald  niet zal kunnen
voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand
verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van de Sociale verzekeringsbank wegens onverschuldigde
betaling ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de
vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;

	d. een naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank betrouwbare
schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een
schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het
consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door de verzekerde, dan wel degene met
wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op grond van
artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in
artikel 15, en hiervoor een boete als bedoeld in artikel 17a is
opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die
verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.

	3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere
terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de verzekerde, dan
wel degene met wie hij een huishouding vormt, of de persoon aan wie op
grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald gewijzigd
indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. de verzekerde, dan wel degene met wie hij een huishouding vormt, of
de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald 
zijn schuld aan de Sociale verzekeringsbank niet overeenkomstig de
schuldregeling voldoet; of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 24d

	Een vordering van de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in de
artikelen 24 en 24c van deze wet is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na
de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL VIII WIJZIGING VAN DE ZIEKTEWET

	Na artikel 33b van de Ziektewet worden twee artikelen ingevoegd,
luidende:

Artikel 34

	1. In afwijking van artikel 33, eerste lid, kan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van de
werknemer, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van
verdere terugvordering af te zien bij medewerking aan een
schuldregeling, indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat de werknemer niet zal kunnen
voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand
verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen
wegens onverschuldigde betaling ten minste zal worden voldaan naar
evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;

	d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen
door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48
van de Wet op het consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door de werknemer van de verplichting,
bedoeld in artikel 31, en hiervoor een boete als bedoeld in artikel 45a
is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die
verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.

	3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere
terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de werknemer
gewijzigd indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. de werknemer zijn schuld aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet;
of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 34a

	Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als
bedoeld in de artikelen 33 en 34 van deze wet is bevoorrecht en volgt
onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL IX WIJZIGING VAN DE TOESLAGENWET

	Na artikel 20b van de Toeslagenwet worden twee artikelen ingevoegd,
luidende:

Artikel 21

	1. In afwijking van artikel 20, eerste lid, kan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van degene die
aanspraak maakt op de toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke
vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 22
toeslag wordt uitbetaald, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of
gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien bij medewerking aan
een schuldregeling, indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat degene die aanspraak maakt op de
toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede
de instelling aan welke ingevolge artikel 22 toeslag wordt uitbetaald,
niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien
hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen
wegens onverschuldigde betaling ten minste zal worden voldaan naar
evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;

	d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen
door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48
van de Wet op het consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door degene die aanspraak maakt op de
toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede
de instelling aan welke ingevolge artikel 22 toeslag wordt uitbetaald,
van de verplichting, bedoeld in artikel 12, en hiervoor een boete als
bedoeld in artikel 14a is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet
naleven van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek
van Strafrecht.

	3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere
terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van degene die aanspraak
maakt op de toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke
vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge artikel 22
toeslag wordt uitbetaald, degene van wie wordt teruggevorderd gewijzigd
indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. degene  die aanspraak maakt op de toeslag, zijn echtgenoot of zijn
wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolge
artikel 22 toeslag wordt uitbetaald, zijn schuld aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de
schuldregeling voldoet; of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 21a

	Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als
bedoeld in artikel 20 en 21van deze wet is bevoorrecht en volgt
onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL X WIJZIGING VAN DE WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN

	Na artikel 79 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen worden
twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 79a Schuldregeling

	1. In afwijking van artikel 77, eerste lid, kan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van degene van
wie wordt teruggevorderd, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of
gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien bij medewerking aan
een schuldregeling, indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat degene van wie wordt
teruggevorderd niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn
schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden
te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen
wegens onverschuldigd betaalde uitkering ten minste zal worden voldaan
naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke
rang;

	d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen
door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48
van de Wet op het consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door degene van wie wordt teruggevorderd
van de verplichting, bedoeld in artikel 27, en hiervoor een boete als
bedoeld in artikel 91 is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet
naleven van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek
van Strafrecht.

	3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere
terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van degene van wie wordt
teruggevorderd gewijzigd indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. degene van wie wordt teruggevorderd zijn schuld aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de
schuldregeling voldoet; of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 79b Preferentie

	Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als
bedoeld in artikel 77 en 79a van deze wet is bevoorrecht en volgt
onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL XI WIJZIGING VAN DE WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN
GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE WERKLOZE WERKNEMERS

	De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:

	Artikel 25a wordt als volgt gewijzigd:

	1. In het eerste lid, aanhef, wordt na ā€œgedeeltelijk van verdere
terugvordering van de uitkering af te zienā€ ingevoegd: bij medewerking
aan een schuldregeling.

	2. Aan het eerste lid, onderdeel a, wordt een zinsnede toegevoegd,
luidende: of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden
te betalen;.

	3. Aan het slot van het eerste lid, onderdeel b, vervalt ā€œenā€.

	4. Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid,
onderdeel c, door een puntkomma, worden de volgende onderdelen
toegevoegd, luidende:

	d. een naar het oordeel van het college betrouwbare schuldregeling tot
stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld
in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet; en

	e. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	5. Het tweede lid komt te luiden:

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door de belanghebbende van de
verplichting, bedoeld in artikel 13, en hiervoor een boete als bedoeld
in artikel 20a is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet naleven
van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van
Strafrecht.

	6. In het derde lid wordt ā€œHet besluit tot het gedeeltelijk afzien
van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere
terugvorderingā€ vervangen door: Het besluit tot het afzien van
terugvordering of van verdere terugvordering.

	7. Het vijfde lid komt te luiden:

	5. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

ARTIKEL XII WIJZIGING VAN DE WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN
GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE GEWEZEN ZELFSTANDIGEN

	De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:

	Artikel 25a wordt als volgt gewijzigd:

	1. In het eerste lid, aanhef, wordt na ā€œgedeeltelijk van verdere
terugvordering van de uitkering af te zienā€ ingevoegd: bij medewerking
aan een schuldregeling.

	2. Aan onderdeel a wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: of indien
hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;.

	3. Aan het slot van het eerste lid, onderdeel b, vervalt ā€œenā€.

	4. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een
puntkomma, worden de volgende onderdelen toegevoegd, luidende:

	d. een naar het oordeel van het college betrouwbare schuldregeling tot
stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld
in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet; en

	e. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	5. Het tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:

	a. de terugvordering die is ontstaan door het niet nakomen door de
belanghebbende van de verplichting, bedoeld in artikel 13, en hiervoor
een boete als bedoeld in artikel 20a is opgelegd, dan wel met betrekking
tot het niet naleven van die verplichting aangifte is gedaan op grond
van het Wetboek van Strafrecht;.

	6. In het derde lid wordt ā€œHet besluit tot het gedeeltelijk afzien
van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere
terugvorderingā€ vervangen door: Het besluit tot het afzien van
terugvordering of van verdere terugvordering.

	7. Het vijfde lid komt te luiden:

	5. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

ARTIKEL XIII WIJZIGING VAN DE WET WERK EN INKOMEN KUNSTENAARS

	De Wet werk en inkomen kunstenaars wordt als volgt gewijzigd:

	Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

	1. In het eerste lid, aanhef, wordt na ā€œgedeeltelijke van verdere
terugvordering af te zienā€ ingevoegd: bij medewerking aan een
schuldregeling.

	2. Aan het slot van het eerste lid, onderdeel b, wordt ā€œ, enā€
vervangen door een puntkomma.

	3. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een
puntkomma, worden de volgende onderdelen toegevoegd, luidende:

	d. een naar het oordeel van het college betrouwbare schuldregeling tot
stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld
in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet; en

	e. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	4. Het tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:

	a. een terugvordering als bedoeld in artikel 30 is ontstaan door het
niet nakomen door de kunstenaar van de verplichting, bedoeld in artikel
20, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die verplichting
aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht;.

	5. In het derde lid wordt ā€œHet besluit tot het gedeeltelijk afzien
van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere
terugvorderingā€ vervangen door: Het besluit tot het afzien van
terugvordering of van verdere terugvordering.

	6. Het vijfde lid komt te luiden:

	5. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

ARTIKEL XIV WIJZIGING VAN DE WET ARBEID EN ZORG

	In artikel 3:16, eerste lid, onderdeel m, van de Wet arbeid en zorg
wordt ā€œ33bā€ vervangen door: 34a.

ARTIKEL XIVA WIJZIGING VAN DE WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE WERKLOZEN

	Na artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen worden
twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 35a Schuldregeling

	1. In afwijking van artikel 34, eerste en derde lid, kan het UWV, op
verzoek van de belanghebbende of zijn wettelijke vertegenwoordiger,
besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere
terugvordering af te zien door medewerking aan een schuldregeling,
indien:

	a. redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen
voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand
verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen;

	b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking
tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde
vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet
tot stand zal komen;

	c. de vordering van het UWV wegens onverschuldigde betaling ten minste
zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de
schuldeisers van gelijke rang; 

	d. een naar het oordeel van het UWV betrouwbare schuldregeling tot
stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld
in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet;

	e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet
concurrentieverstorend werkt; en

	f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt
overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is
ontstaan door het niet nakomen door de belanghebbende van de
verplichting, bedoeld in artikel 12, eerste lid, en hiervoor een boete
als bedoeld in artikel 21 is opgelegd, dan wel indien hiervoor aangifte
is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht.

	3. Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere
terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van belanghebbende
gewijzigd indien:

	a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een
schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in
het eerste lid;

	b. de belanghebbende zijn schuld aan het UWV niet overeenkomstig de
schuldregeling voldoet; of

	c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking
van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben
geleid.

	4. Bij ministeriƫle regeling kunnen met betrekking tot dit artikel
nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te
werken aan schuldregelingen.

Artikel 35b Preferentie

	Een vordering van het UWV als bedoeld in artikel 34 en 35a van deze wet
is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288
van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL XV

	Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

	Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

 PAGE    

 PAGE   16