Brief over wijziging regeling PNR-overeenkomsten
Bijlage
Nummer: 2010D20591, datum: 2010-04-27, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Nota naar aanleiding van het verslag (2010D20590)
Preview document (🔗 origineel)
DOCPROPERTY retouradres > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den
Haag
DOCPROPERTY rubricering
Aan DOCVARIABLE adres *\MERGEFORMAT de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
DOCPROPERTY kix
DOCPROPERTY _datum Datum 27 april 2010
DOCPROPERTY _onderwerp Onderwerp DOCPROPERTY onderwerp
wetsvoorstellen 31 735 31 734 en 31 584
Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en
Vreemdelingenzaken
Directie Wetgeving
Sector Staats- en bestuursrecht
Schedeldoekshaven 100
2511 EX Den Haag
Postbus 20301
2500 EH Den Haag
www.justitie.nl
Ons kenmerk
DOCPROPERTY onskenmerk 5640729/10/6
Bijlagen
1
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts
één zaak in uw brief behandelen.
Mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
berichten wij u het navolgende.
Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009
is de regeling voor het sluiten van verdragen tussen de Europese Unie en
derde staten, zoals de PNR-overeenkomsten, ingrijpend gewijzigd.
Nieuwe procedure onder het Verdrag van Lissabon
De bevoegdheid voor het sluiten van verdragen, zoals de
PNR-overeenkomsten, is vanaf 1 december 2009 geregeld in artikel 218 van
het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Krachtens deze regels beslist de Raad over het sluiten van
overeenkomsten tussen de EU en derde landen met gekwalificeerde
meerderheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement.
Artikel 218 VWEU voorziet niet (zoals het oude artikel 24, vijfde lid,
EU-Verdrag) in de mogelijkheid dat lidstaten een verklaring afleggen dat
zij hun nationale grondwettelijke procedures moeten volgen alvorens aan
de overeenkomst gebonden te zijn. Op deze manier voorziet artikel 218
VWEU in een andere rol voor de lidstaten, hun regeringen en parlementen
dan voorheen.
Dit betekent dat de democratische legitimatie van de overeenkomsten van
de Europese Unie met zowel de Verenigde Staten van Amerika als met
Australië inzake de verwerking en overdracht van persoonsgegevens van
passagiers door luchtvaartmaatschappijen (PNR-overeenkomsten) een zaak
van het Europees Parlement is geworden. De Europese Commissie heeft
inmiddels beide PNR-overeenkomsten conform artikel 218 VWEU aan het
Europees Parlement voorgelegd. Indien het Europees Parlement beide
overeenkomsten goedkeurt, dient de Raad vervolgens met gekwalificeerde
meerderheid een besluit te nemen tot definitieve sluiting van de
overeenkomsten.
Gevolgen voor parlementaire behandeling PNR-overeenkomsten
Onder het Verdrag van Nice bestond bij door de Europese Unie te sluiten
overeenkomsten de mogelijkheid voor een lidstaat om een verklaring af te
leggen dat hij de bepalingen van zijn grondwettelijke procedure in acht
moest nemen. Deze lidstaat werd pas aan de overeenkomst gebonden nadat
deze procedure met positief gevolg was voltooid en de verklaring
ingetrokken. Door Nederland is bij het besluit van de Raad tot
ondertekening van de PNR-overeenkomsten met de Verenigde Staten en met
Australië telkens een dergelijke verklaring afgelegd. Dit betekende dat
de gebondenheid van Nederland aan de PNR-overeenkomsten gestalte kreeg
via de procedure geregeld in artikel 91 van de Grondwet.
Onder het Verdrag van Lissabon is de gebondenheid van Nederland aan de
PNR-overeenkomsten niet meer afhankelijk van de goedkeuring door de
Staten-Generaal. Deze gebondenheid vloeit direct voort uit het eventuele
besluit van het Europees Parlement en de Raad om deze overeenkomsten
goed te keuren.
De voorliggende goedkeuringswetsvoorstellen betreffende beide
PNR-overeenkomsten zullen dan ook met toepassing van artikel 86, eerste
lid, van de Grondwet moeten worden ingetrokken. Ondergetekenden zullen
dat op korte termijn bevorderen.
Intrekking van beide wetsvoorstellen betekent overigens geenszins dat er
tussen regering en Staten-Generaal geen overleg meer zou kunnen
plaatsvinden over beide PNR-overeenkomsten. De nadere besluitvorming in
de Raad, na goedkeuring door het Europees Parlement, vormt daarvoor een
zinvol aanknopingspunt. Van naderende besluitvorming in de Raad worden
de Staten-Generaal via de daarvoor bestaande procedures op de hoogte
gesteld. Ook overigens blijven ondergetekenden bereid het overleg met uw
Kamer aan te gaan over beide overeenkomsten.
Wij zijn tot de volgende besluiten gekomen:
Wij zullen bevorderen dat de volgende wetsvoorstellen zullen worden
ingetrokken:
Goedkeuring van de op 26 juli 2007 te Washington tot stand gekomen
Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika
inzake de verwerking en overdracht van persoonsgegevens van passagiers
door luchtvaartmaatschappijen aan het Ministerie van Binnenlandse
Veiligheid van de Verenigde Staten van Amerika (PNR-Overeenkomst 2007),
met briefwisseling en verklaring (Trb. 2007, 129) (Kamerstukken II 31
735);
Goedkeuring van de op 30 juni 2008 te Brussel tot stand gekomen
Overeenkomst tussen de Europese Unie en Australië inzake de verwerking
en doorgifte van persoonsgegevens van passagiers (PNR) uit de Europese
Unie door luchtvaartmaatschappijen aan de Australische douane (Trb.
2008, 170) (Kamerstukken II 31 584).
Ten aanzien van laatstgenoemd wetsvoorstel geldt dat uw Kamer op 13
oktober 2009 een verslag heeft vastgesteld (Kamerstukken II 2009/10, 31
584, nr. 6). Ondergetekenden menen dat de intrekking van het
wetsvoorstel geen beletsel hoeft te zijn de vragen van de Kamer te
beantwoorden. Bijgaand treft u daarom de nota naar aanleiding van het
verslag aan.
Het wetsvoorstel wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens in
verband met de uitvoering van de op 26 juli 2007 te Washington tot stand
gekomen Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van
Amerika inzake de verwerking en overdracht van persoonsgegevens van
passagiers door luchtvaartmaatschappijen aan het Ministerie van
Binnenlandse Veiligheid van de Verenigde Staten van Amerika
(PNR-Overeenkomst 2007), met briefwisseling en verklaring (Trb. 2007,
129) (Kamerstukken II 2009/10 31 374) blijft gehandhaafd.
Dit wetsvoorstel bevat een voorziening die ook wenselijk blijft als het
Europees Parlement instemt met één of beide overeenkomsten. De
strekking van het wetsvoorstel heeft overigens een ruimere strekking dan
de implementatie van beide overeenkomsten, aangezien het een oplossing
wil bieden voor een fundamenteel probleem: het voorkomen dat Nederlandse
bedrijven worden geconfronteerd met conflicterende verplichtingen uit
buitenlands en Europees recht, zonder dat dit ten koste gaat van de
bescherming van de gegevens van betrokkenen.
DOCPROPERTY aanhefdoc *\MERGEFORMAT
De Minister van Justitie,
De Minister van Buitenlandse Zaken,
DOCPROPERTY RUBRICERINGVOLG
PAGE
VERTROUWELIJK Pagina van NUMPAGES \* MERGEFORMAT 3
DOCPROPERTY rubricering DOCPROPERTY _pagina Pagina PAGE \*
MERGEFORMAT 2 DOCPROPERTY _van van SECTIONPAGES \* MERGEFORMAT
2
PAGE 1
DOCPROPERTY Rubricering if DOCPROPERTY mailing-aan = "1" ""
" if NUMPAGES 3 = "1" "" " DOCPROPERTY _pagina Pagina PAGE 1
DOCPROPERTY _van van NUMPAGES 3 " Pagina 1 van 3 " Pagina 1 van
3
DOCPROPERTY Rubricering DOCPROPERTY _pagina Pagina PAGE 2
DOCPROPERTY _van van SECTIONPAGES \* MERGEFORMAT 2
if DOCPROPERTY mailing-aan = "1" " if SECTIONPAGES 1 = "1"
"" " DOCPROPERTY _pagina Pagina PAGE 1 DOCPROPERTY _van van
SECTIONPAGES 2 " " ""
DOCPROPERTY directoraatvolg Directoraat-Generaal Wetgeving,
Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken
DOCPROPERTY directoraatnaamvolg Directie Wetgeving
DOCPROPERTY onderdeelvolg Sector Staats- en bestuursrecht
DOCPROPERTY directieregel
DOCPROPERTY _datum Datum
27 april 2010
DOCPROPERTY _onskenmerk Ons kenmerk
DOCPROPERTY onskenmerk 5640729/10/6
DOCPROPERTY rubricering