[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Nader rapport

Wijziging van de Wet milieubeheer (kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw)

Nader rapport

Nummer: 2010D30531, datum: 2010-07-26, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2010Z11254:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


							’s-Gravenhage, 8 juli 2010

BJZ2010018751

Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken

Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet
milieubeheer (kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw)

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 11 december
2009, nr. 09.003498, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn
advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te
doen toekomen. 

Dit advies, gedateerd 21 januari 2010, nr. W08.09.0526/IV, bied ik U
hierbij aan.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet aan de
Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden nadat met zijn advies
rekening zal zijn gehouden.

Naar aanleiding van het advies van de Raad van State merk ik het
volgende op.

1.

De aanbeveling van de Raad om het wetsvoorstel zo aan te passen dat de
mogelijkheid tot invoering van een stelsel van kostenverevening wordt
beperkt tot de sector glastuinbouw is gevolgd. Het voorgestelde artikel
15.51 van de Wet milieubeheer is aangepast en een nieuw artikel 15.52 is
toegevoegd. Ook de memorie van toelichting is op dit punt aangepast.

Opgemerkt wordt dat de tekst van het wetsvoorstel en de memorie van
toelichting is afgestemd op de wijze waarop het voorgenomen stelsel van
kostenverevening in 2011 en 2012 moet gaan functioneren. Gezien de
onzekerheid over de mogelijkheid om een financiële waarde toe te kennen
aan een collectieve onderschrijding van de emissieruimte, is de
verwijzing naar deze mogelijkheid geschrapt.

2. 

a.

De aanbeveling van de Raad om de hoofdlijnen van het stelsel van
kostenverevening in de wet op te nemen, is gevolgd. De hoofdlijnen zijn
neergelegd in de voorgestelde artikelen 15.51 en 15.52 van de Wet
milieubeheer.

De aanbeveling om het voorgestelde artikel 15.51 aan te vullen met
criteria voor kostenefficiëntie is niet gevolgd. 

De opmerking in de considerans en de toelichting over kostenefficiëntie
ziet op een van de kenmerken van het instrument kostenverevening. Ten
algemene is het instrument van kostenverevening voor de
glastuinbouwsector meer kostenefficiënt dan een aantal andere
instrumenten gericht op reductie van emissies. Dit kenmerk is één van
de redenen geweest voor het opstellen van het wetsvoorstel. Nu het
wetsvoorstel, overeenkomstig het advies van de Raad, is beperkt tot
invoering van één concreet systeem van kostenverevening, is er geen
aanleiding meer om de daadwerkelijke invoering daarvan nog een keer
afhankelijk te maken van een wettelijk vastgelegde toets op
kostenefficiëntie van het instrument. In het wetsvoorstel zijn hiervoor
dan ook geen criteria opgenomen. 

Ten aanzien van de opmerking van de Raad dat voorafgaand aan de
invoering van een kostenvereveningssysteem afstemming met de sector
aangewezen is, wordt het volgende opgemerkt. De reikwijdte van het
wetsvoorstel is naar aanleiding van het advies van de Raad beperkt tot
de glastuinbouwsector. Met deze sector is het wetsvoorstel afgestemd.
Daarom bestaat er geen noodzaak om het wetsvoorstel in verband hiermee
aan te passen.

b.

Het voorgestelde artikel 15.51 van de Wet milieubeheer is aangepast naar
aanleiding van het advies van de Raad.

3.

Het advies van de Raad om in de memorie van toelichting inzichtelijk te
maken dat de effecten van het voorstel de invoering van het
kostenvereveningssysteem in de initiële fase (tot 2013) rechtvaardigen,
is niet gevolgd. 

Het is niet zo dat de glastuinbouwsector met de invoering van het
kostenvereveningssysteem voor het eerst maatregelen zal treffen gericht
op reductie van emissies. De sector zit al in een traject van
vermindering van energiegebruik en van emissies. Tot en met 2010 is de
glastuinbouwsector onderworpen aan de energienormen van het Besluit
glastuinbouw. In het verleden hebben inrichtingen in de
glastuinbouwsector investeringen gepleegd en aanpassingen gedaan om aan
die normen te voldoen. Deze normen zien op energie-efficiëntie per
eenheid product. De normen hebben wel effect op de totale uitstoot van
broeikasgassen, maar beperken deze niet noodzakelijkerwijs in absolute
zin. Het kan zijn dat de effecten van die gerealiseerde investeringen en
aanpassingen bijdragen aan het beperken van de emissies in 2011 en 2012.
Dat verklaart de verwachting die is uitgesproken in de
ontwerpverordening van het Productschap Tuinbouw. In dat geval zouden de
emissies van de glastuinbouwsector collectief met beperkte inspanningen
onder de emissieruimte kunnen blijven. Dit is echter niet met zekerheid
te stellen. 

Dat er een verwachting bestaat dat de glastuinbouwsector onder de
emissieruimte zal kunnen blijven, betekent niet dat er daarom moet
worden afgezien van een normatief kader. De investeringen in het
verleden zijn immers ook niet enkel op basis van vrijwilligheid gedaan.
Een doorlopende verplichting voor de glastuinbouwsector gericht op
emissiereductie, voorkomt dat inrichtingen weer puur een
bedrijfseconomische afweging kunnen maken, waarin de kosten van emissies
van broeikasgassen niet zijn meegenomen. De prijs van aardgas is
weliswaar ook van invloed op de mate van gebruik, maar dit is slechts
één van de elementen in een bedrijfseconomische afweging. Dat biedt te
weinig garantie. Bovendien staat de prijs van aardgas volledig los van
de emissies van broeikasgassen. Vereist is dat de vervuiler ook de
CO2-prijs betaalt. De behoefte aan een opvolger van de eisen gesteld in
het Besluit glastuinbouw is dan ook een belangrijke reden van het
voorstel om het kostenvereveningssysteem aansluitend op de werkingsduur
van de energienormen van het Besluit glastuinbouw in werking te laten
treden. 

Verder zal met de invoering van het kostenvereveningssysteem een nog
preciezere monitoring per bedrijf ontstaan, dan die nu voorhanden is.
Met de eerste rapportage van de te monitoren emissiegegevens, krijgt de
overheid vervolgens een beter inzicht in de huidige emissies en daarmee
waarschijnlijk ook een scherper beeld van de mogelijke toekomstige
effecten van het systeem.

4.

De redactionele kanttekening van de Raad is niet overgenomen, omdat het
artikel zoals dat aan de Raad is voorgelegd zodanig is gewijzigd dat de
redactionele kanttekening geen doel meer treft. 

Tenslotte zijn in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting enkele
redactionele wijzigingen doorgevoerd.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en
de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,