Nader rapport
Wijziging van de Wet milieubeheer (kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw)
Nader rapport
Nummer: 2010D30531, datum: 2010-07-26, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.C. Huizinga-Heringa, minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (Ooit ChristenUnie kamerlid)
Onderdeel van zaak 2010Z11254:
- Indiener: J.C. Huizinga-Heringa, minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu (2010-2017)
- 2010-09-07 14:01: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2010-09-08 11:30: Procedurevergadering VROM (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (2008-2010)
- 2010-09-30 12:00: Wijziging van de Wet milieubeheer (kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw) (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (2008-2010)
- 2010-11-24 10:45: Procedurevergadering commissie voor Infrastructuur en Milieu (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu (2010-2017)
- 2010-12-02 12:15: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2010-12-16 10:15: Hamerstuk: Wijz. Wet milieubeheer i.v.m. kostenverevening bij reductie CO2-emissies in de glastuinbouw (32451) (Hamerstukken), TK
Preview document (🔗 origineel)
’s-Gravenhage, 8 juli 2010 BJZ2010018751 Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw) Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 11 december 2009, nr. 09.003498, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 21 januari 2010, nr. W08.09.0526/IV, bied ik U hierbij aan. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden nadat met zijn advies rekening zal zijn gehouden. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State merk ik het volgende op. 1. De aanbeveling van de Raad om het wetsvoorstel zo aan te passen dat de mogelijkheid tot invoering van een stelsel van kostenverevening wordt beperkt tot de sector glastuinbouw is gevolgd. Het voorgestelde artikel 15.51 van de Wet milieubeheer is aangepast en een nieuw artikel 15.52 is toegevoegd. Ook de memorie van toelichting is op dit punt aangepast. Opgemerkt wordt dat de tekst van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting is afgestemd op de wijze waarop het voorgenomen stelsel van kostenverevening in 2011 en 2012 moet gaan functioneren. Gezien de onzekerheid over de mogelijkheid om een financiële waarde toe te kennen aan een collectieve onderschrijding van de emissieruimte, is de verwijzing naar deze mogelijkheid geschrapt. 2. a. De aanbeveling van de Raad om de hoofdlijnen van het stelsel van kostenverevening in de wet op te nemen, is gevolgd. De hoofdlijnen zijn neergelegd in de voorgestelde artikelen 15.51 en 15.52 van de Wet milieubeheer. De aanbeveling om het voorgestelde artikel 15.51 aan te vullen met criteria voor kostenefficiëntie is niet gevolgd. De opmerking in de considerans en de toelichting over kostenefficiëntie ziet op een van de kenmerken van het instrument kostenverevening. Ten algemene is het instrument van kostenverevening voor de glastuinbouwsector meer kostenefficiënt dan een aantal andere instrumenten gericht op reductie van emissies. Dit kenmerk is één van de redenen geweest voor het opstellen van het wetsvoorstel. Nu het wetsvoorstel, overeenkomstig het advies van de Raad, is beperkt tot invoering van één concreet systeem van kostenverevening, is er geen aanleiding meer om de daadwerkelijke invoering daarvan nog een keer afhankelijk te maken van een wettelijk vastgelegde toets op kostenefficiëntie van het instrument. In het wetsvoorstel zijn hiervoor dan ook geen criteria opgenomen. Ten aanzien van de opmerking van de Raad dat voorafgaand aan de invoering van een kostenvereveningssysteem afstemming met de sector aangewezen is, wordt het volgende opgemerkt. De reikwijdte van het wetsvoorstel is naar aanleiding van het advies van de Raad beperkt tot de glastuinbouwsector. Met deze sector is het wetsvoorstel afgestemd. Daarom bestaat er geen noodzaak om het wetsvoorstel in verband hiermee aan te passen. b. Het voorgestelde artikel 15.51 van de Wet milieubeheer is aangepast naar aanleiding van het advies van de Raad. 3. Het advies van de Raad om in de memorie van toelichting inzichtelijk te maken dat de effecten van het voorstel de invoering van het kostenvereveningssysteem in de initiële fase (tot 2013) rechtvaardigen, is niet gevolgd. Het is niet zo dat de glastuinbouwsector met de invoering van het kostenvereveningssysteem voor het eerst maatregelen zal treffen gericht op reductie van emissies. De sector zit al in een traject van vermindering van energiegebruik en van emissies. Tot en met 2010 is de glastuinbouwsector onderworpen aan de energienormen van het Besluit glastuinbouw. In het verleden hebben inrichtingen in de glastuinbouwsector investeringen gepleegd en aanpassingen gedaan om aan die normen te voldoen. Deze normen zien op energie-efficiëntie per eenheid product. De normen hebben wel effect op de totale uitstoot van broeikasgassen, maar beperken deze niet noodzakelijkerwijs in absolute zin. Het kan zijn dat de effecten van die gerealiseerde investeringen en aanpassingen bijdragen aan het beperken van de emissies in 2011 en 2012. Dat verklaart de verwachting die is uitgesproken in de ontwerpverordening van het Productschap Tuinbouw. In dat geval zouden de emissies van de glastuinbouwsector collectief met beperkte inspanningen onder de emissieruimte kunnen blijven. Dit is echter niet met zekerheid te stellen. Dat er een verwachting bestaat dat de glastuinbouwsector onder de emissieruimte zal kunnen blijven, betekent niet dat er daarom moet worden afgezien van een normatief kader. De investeringen in het verleden zijn immers ook niet enkel op basis van vrijwilligheid gedaan. Een doorlopende verplichting voor de glastuinbouwsector gericht op emissiereductie, voorkomt dat inrichtingen weer puur een bedrijfseconomische afweging kunnen maken, waarin de kosten van emissies van broeikasgassen niet zijn meegenomen. De prijs van aardgas is weliswaar ook van invloed op de mate van gebruik, maar dit is slechts één van de elementen in een bedrijfseconomische afweging. Dat biedt te weinig garantie. Bovendien staat de prijs van aardgas volledig los van de emissies van broeikasgassen. Vereist is dat de vervuiler ook de CO2-prijs betaalt. De behoefte aan een opvolger van de eisen gesteld in het Besluit glastuinbouw is dan ook een belangrijke reden van het voorstel om het kostenvereveningssysteem aansluitend op de werkingsduur van de energienormen van het Besluit glastuinbouw in werking te laten treden. Verder zal met de invoering van het kostenvereveningssysteem een nog preciezere monitoring per bedrijf ontstaan, dan die nu voorhanden is. Met de eerste rapportage van de te monitoren emissiegegevens, krijgt de overheid vervolgens een beter inzicht in de huidige emissies en daarmee waarschijnlijk ook een scherper beeld van de mogelijke toekomstige effecten van het systeem. 4. De redactionele kanttekening van de Raad is niet overgenomen, omdat het artikel zoals dat aan de Raad is voorgelegd zodanig is gewijzigd dat de redactionele kanttekening geen doel meer treft. Tenslotte zijn in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,