[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

EU-voorstel: Groenboek Auditing - COM(2010) 561

Groenboek/witboek

Nummer: 2010D40026, datum: 2010-10-14, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2010Z14790:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


NL

	EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 13.10.2010

COM(2010) 561 definitief

GROENBOEK

Beleid inzake controle van financiƫle overzichten: lessen uit de crisis

(Voor de EER relevante tekst)

INHOUDSOPGAVE

1.	Inleiding	  PAGEREF \h _Toc274648879 \* MERGEFORMAT  1 

2.	Rol van de auditor	  PAGEREF \h _Toc274648880 \* MERGEFORMAT  1 

2.1.	Communicatie van auditors met belanghebbenden	  PAGEREF \h
_Toc274648881 \* MERGEFORMAT  1 

2.2.	International Standards on Auditing (ISA’s)	  PAGEREF \h
_Toc274648882 \* MERGEFORMAT  1 

3.	Governance en onafhankelijkheid van auditkantoren	  PAGEREF \h
_Toc274648883 \* MERGEFORMAT  1 

4.	Toezicht	  PAGEREF \h _Toc274648884 \* MERGEFORMAT  1 

5.	Concentratie en marktstructuur	  PAGEREF \h _Toc274648885 \*
MERGEFORMAT  1 

6.	Totstandbrenging van een Europese markt	  PAGEREF \h _Toc274648886 \*
MERGEFORMAT  1 

7.	Vereenvoudiging: MKB-ondernemingen en kleine en middelgrote
beroepsbeoefenaren	  PAGEREF \h _Toc274648887 \* MERGEFORMAT  1 

7.1.	MKB-ondernemingen	  PAGEREF \h _Toc274648888 \* MERGEFORMAT  1 

7.2.	Kleine en middelgrote beroepsbeoefenaren (SMP’s)	  PAGEREF \h
_Toc274648889 \* MERGEFORMAT  1 

8.	Internationale samenwerking	  PAGEREF \h _Toc274648890 \* MERGEFORMAT
 1 

9.	Volgende stappen	  PAGEREF \h _Toc274648891 \* MERGEFORMAT  1 

GROENBOEK

Beleid inzake controle van financiƫle overzichten: lessen uit de crisis

(Voor de EER relevante tekst)

Inleiding

De maatregelen die in Europa en elders zijn genomen in de directe
nasleep van de financiƫle crisis waren hoofdzakelijk gericht op de
dringende noodzaak om het financiƫle stelsel te stabiliseren. De rol
die banken, hedgefondsen, ratingbureaus, toezichthouders en centrale
banken hebben gespeeld is in veel gevallen ter discussie gesteld en
grondig geanalyseerd, maar er is tot nu toe weinig aandacht besteed aan
de manier waarop de auditfunctie kan worden verbeterd om bij te dragen
aan meer financiƫle stabiliteit. Het feit dat talloze banken tussen
2007 en 2009 enorme verliezen bekendmaakten op de posities die zij zowel
binnen als buiten de balans aanhielden, roept niet alleen de vraag op
hoe het mogelijk is dat auditors hun cliƫnten schone
(controle)verklaringen hebben gegeven voor die perioden, maar leidt ook
tot vragen over de geschiktheid en toereikendheid van het huidige
wetgevingskader. Het lijkt dus passend dat zowel de rol als het bereik
van de auditfunctie verder wordt besproken en getoetst in de algemene
context van de hervorming van de regulering van de financiƫle markt.

De Commissie wil op internationaal niveau de leiding in dit debat nemen
en zal streven naar nauwe samenwerking met haar wereldwijde partners
binnen de Raad voor financiƫle stabiliteit en de G20. De auditfunctie
moet, naast toezicht en corporate governance, een essentiƫle bijdrage
leveren aan de financiƫle stabiliteit, want zij geeft zekerheid over de
werkelijke financiƫle gezondheid van alle ondernemingen. Deze zekerheid
zou de risico’s op afwijkingen moeten verlagen en zo de kosten van
faillissementen moeten verminderen, die anders ten laste zouden komen
van de belanghebbenden van de onderneming en de maatschappij als geheel.
Een solide auditfunctie is essentieel om het vertrouwen in de markt te
herstellen; zij draagt bij aan de bescherming van beleggers en verlaagt
de kapitaalkosten voor bedrijven.

In dat verband is het belangrijk om te benadrukken dat auditors een
belangrijke rol hebben en dat de wet de uitvoering van wettelijke
controles aan hen heeft toevertrouwd. Deze taak houdt in dat ze een
maatschappelijke rol vervullen door hun mening te geven over de
getrouwheid van de financiƫle overzichten van gecontroleerde
entiteiten. De onafhankelijkheid van auditors zou derhalve de
onaantastbare basis moeten vormen van de auditfunctie. Het is tijd om na
te gaan in hoeverre deze maatschappelijke opdracht wordt vervuld.
Bepaalde belanghebbenden hebben hun bezorgdheid geuit2,, met betrekking
tot de relevantie van controles van financiƫle overzichten in de
zakenwereld van vandaag. Voor andere belanghebbenden kan het moeilijk te
begrijpen zijn dat de financiƫle overzichten van een instelling
ā€˜redelijkheid’ en ā€˜materiĆ«le soliditeit’ kan suggereren terwijl
die instelling in werkelijkheid in financiƫle moeilijkheden verkeert.
Doordat deze belanghebbenden misschien niet op de hoogte zijn van de
beperkingen van een controle van financiƫle overzichten (materialiteit,
steekproeftechnieken, rol van de auditor bij het ontdekken van fraude en
de verantwoordelijkheid van het management), leidt dit tot een
verwachtingskloof.

De Commissie wijst daarom op de behoefte aan een uitgebreid debat over
wat er moet worden gedaan om ervoor te zorgen dat zowel controles van
financiƫle overzichten als controleverklaringen geschikt zijn voor het
doel dat ze hebben.

Vanuit een breder structureel perspectief merkt de Commissie op dat in
de afgelopen twee decennia veel grote kantoren zijn gefuseerd tot nog
grotere kantoren. Na de ondergang van Arthur Andersen is er nu slechts
een handvol dergelijke grote, wereldwijde kantoren, en een nog kleiner
aantal kantoren dat controles van financiƫle overzichten van grote,
complexe instellingen kan uitvoeren. De potentiƫle ineenstorting van
een van deze kantoren zou niet alleen de beschikbaarheid van
gecontroleerde financiƫle informatie van grote ondernemingen kunnen
verstoren, maar zou waarschijnlijk ook het beleggersvertrouwen schaden
en mogelijk van invloed zijn op de stabiliteit van het financiƫle
stelsel als geheel. Men zou dus kunnen veronderstellen dat elk van deze
grote, wereldwijde kantoren systeemrelevante proporties heeft bereikt.
Net als voor andere grote instellingen in de financiƫle sector moet
verder worden onderzocht op welke manier dit risico kan worden beperkt.

Een ander belangrijk punt om te overwegen is of een auditkantoor zo
belangrijk zou mogen worden dat de ondergang ervan de markt ernstig zou
verstoren. Hoewel de inspanningen van de grote firma’s om het risico
van een faillissement tot een minimum te beperken, worden toegejuicht,
hebben de zorgpunten betrekking op de centrale vraag of zulke kantoren
die ā€˜te groot zijn om failliet te gaan’ mogelijk een moreel risico
kunnen opleveren. Om op zulke zorgpunten in te spelen, volgens dezelfde
benadering als wordt gehanteerd in de bankensector, moeten de concepten
van ordelijke faillissementen, waaronder wilsverklaringen, op een
proactieve basis worden onderzocht voor dergelijke systeemrelevante
kantoren.

De Commissie erkent dat continuĆÆteit in de verlening van auditdiensten
aan grote ondernemingen essentieel is voor de financiƫle stabiliteit.
Met het oog hierop moeten mogelijkheden zoals het opvoeren van de
capaciteiten van niet-systeemrelevante kantoren en het onderzoeken van
de voor- en nadelen van het verkleinen of herstructureren van
systeemrelevante kantoren verder worden nagegaan. De Commissie wil ook
onderzoeken of de bestaande drempels voor toetreding tot de auditmarkt
kunnen worden verlaagd en een debat aangaan over de bestaande
eigendomsregels en het partnerschapsmodel dat door de meeste
auditkantoren wordt gehanteerd.

Elke marktconfiguratie moet vergezeld gaan van een effectief
toezichtstelsel dat volledig onafhankelijk is van het auditberoep.
Structurele wijzigingen in wereldwijde netwerken mogen niet leiden tot
lacunes in of vrijstellingen van het toezicht.

Er kan een echte interne markt voor de verlening van auditdiensten komen
op basis van betere harmonisering van de regels en de instelling van een
ā€˜Europees paspoort’ voor auditors, dat hen het recht zou geven hun
diensten in de hele EU aan te bieden.

Tegen deze achtergrond wil de Commissie een debat aangaan over de rol
van de auditor, de governance en de onafhankelijkheid van auditkantoren,
het toezicht op auditors, de configuratie van de auditmarkt, het tot
stand brengen van een interne markt voor de verlening van auditdiensten,
de vereenvoudiging van de regels voor MKB-ondernemingen en kleine en
middelgrote beroepsbeoefenaren (SMP’s) en de internationale
samenwerking voor het toezicht op wereldwijde auditnetwerken. De
Commissie presenteert dit groenboek als onderdeel van haar holistische
aanpak die ook andere initiatieven in de context van financiƫle
stabiliteit omvat. Dit groenboek bouwt ook voort op de resultaten van
eerdere onderzoeken en raadplegingen die de Commissie op dit gebied
heeft uitgevoerd. Met name het groenboek van 2 juni 2010 over corporate
governance in financiƫle instellingen en het beloningsbeleid bespreekt
een aantal zorgpunten met betrekking tot de controle van financiƫle
overzichten van financiƫle instellingen. Dit groenboek is bedoeld om de
controle van financiƫle overzichten op een brede manier te behandelen
en gaat verder dan het groenboek over corporate governance. Relevante
feedback op het groenboek over corporate governance die betrekking heeft
op controle van financiƫle overzichten zal in aanmerking worden genomen
bij het evalueren van de reacties op dit groenboek.

De Commissie benadrukt de noodzaak van een gedifferentieerde en
gekalibreerde aanpak die is afgestemd op en evenredig is aan de grootte
en kenmerken van zowel de gecontroleerde onderneming als de auditor en
die ernaar streeft om, in het geval van een mogelijk voorstel dat wordt
gedaan als gevolg van dit groenboek, deze voorstellen aan te passen om
hier rekening mee te houden. Wat nodig is voor grote systeemrelevante
instellingen is mogelijk niet geschikt voor andere beursgenoteerde
ondernemingen of voor MKB-ondernemingen of SMP’s. Eventuele
maatregelen die de Commissie voorstelt naar aanleiding van de huidige
raadpleging, zouden gebonden zijn aan betere regelgevingsbeginselen,
waaronder kosten-batenanalyses en effectbeoordelingen.

De Commissie zal proactief feedback vragen van de breedst mogelijke
basis van belanghebbenden zoals beleggers, kredietverleners, management,
werknemers, overheidsinstanties, auditors, belastingautoriteiten,
ratingbureaus, vermogensanalisten, regelgevers, tegenpartijen en het
MKB.

Een brede raadpleging zal de Commissie in staat stellen de wisselwerking
tussen de verschillende beleidsopties te beoordelen en tegelijkertijd te
blijven streven naar financiƫle stabiliteit. Deze raadpleging zal de
Commissie ook helpen de intensiteit van eventuele toekomstige
maatregelen af te stemmen op de grootte en aard van de desbetreffende
entiteiten. Daarnaast zal de Commissie een extern onderzoek starten om
de tenuitvoerlegging en het effect van de huidige regels te beoordelen
en om meer gegevens te verzamelen over de structuur van de auditmarkt.
De resultaten van dat onderzoek zullen in 2011 beschikbaar zijn.

Vragen

Hebt u algemene opmerkingen over de aanpak en doelstellingen van dit
groenboek?

Bent u van mening dat het nodig is de maatschappelijke rol van de
auditfunctie met betrekking tot de getrouwheid van financiƫle
overzichten beter te regelen?

Bent u van mening dat het algemene niveau van de ā€˜kwaliteit van de
auditfunctie' verder zou kunnen worden verbeterd?

Rol van de auditor

Het is wettelijk verplicht dat de jaarrekeningen van vennootschappen met
beperkte aansprakelijkheid door een auditor worden gecontroleerd. Het
feit dat de jaarrekeningen van vennootschappen gecontroleerd worden,
betekent niet dat de auditor verplicht is na te gaan of de
gecontroleerde administratieve vastleggingen volledig vrij zijn van
afwijkingen. Als wordt gerapporteerd dat de financiƫle overzichten een
getrouw beeld geven dat in overeenstemming is met het relevante stelsel
inzake financiĆ«le verslaggeving, geven auditors een ā€˜redelijke mate
van zekerheid’ dat de financiĆ«le overzichten als geheel vrij zijn van
materiƫle afwijkingen die het gevolg zijn van fraude of fouten.
Auditors proberen dus het risico dat historische financiƫle informatie
die wordt gepresenteerd in overeenstemming met een bepaald stelsel
inzake financiĆ«le verslaggeving ā€˜materiĆ«le’ afwijkingen bevat, tot
een minimum te beperken. De Commissie merkt op dat de wettelijke
controle zich heeft ontwikkeld van een inhoudelijke verificatie van
inkomsten, uitgaven, activa en passiva tot een op risico gebaseerde
aanpak.

De huidige praktijk lijkt erop te wijzen dat de genoemde ā€˜redelijke
mate van zekerheid’ er minder op gericht is te garanderen dat de
financiƫle overzichten een getrouw beeld geven en eerder bedoeld is om
ervoor te zorgen dat de financiƫle overzichten worden opgesteld in
overeenstemming met het geldende stelsel inzake financiƫle
verslaggeving. De bankencrisis heeft laten zien dat controleoordelen
zich moeten richten op ā€˜inhoud boven vorm’, wat onder meer betekent
dat moet worden nagegaan of er geen arbitrage van de verschillen in
regelgevingskaders in verschillende rechtsgebieden plaatsvindt. Het is
belangrijk op te merken dat de International Financial Reporting
Standards (IFRS) gebaseerd zijn op de vooronderstelling van de
beginselen van een getrouw beeld en inhoud boven vorm.

De kennis die externe auditors door middel van hun werk verzamelen kan
nuttig zijn voor toezichthouders en de Commissie erkent dat het nodig is
de samenwerking tussen auditors en de toezichthoudende instanties te
versterken. Zij merkt echter ook op dat eventuele verdere samenwerking
tussen auditors en toezichthouders, hoewel zeer gewenst, de respectieve
verantwoordelijkheden van auditors en toezichthouders niet mag vervagen.

Communicatie van auditors met belanghebbenden

Het is belangrijk om duidelijk te definiƫren wat voor soort informatie
de auditor aan de belanghebbenden moet verstrekken als onderdeel van
zijn oordeel en bevindingen; dit houdt niet alleen in dat er opnieuw
moet worden gekeken naar de controleverklaring, maar ook dat er moet
worden nagedacht over aanvullende communicatie over de
controlemethodologie om uit te leggen in hoeverre er een inhoudelijke
verificatie van de balans van de gecontroleerde onderneming heeft
plaatsgevonden.

Hogere mate van zekerheid voor belanghebbenden

Vanuit de gebruiker gezien, zouden auditors de belanghebbenden een zeer
hoge mate van zekerheid moeten bieden met betrekking tot de onderdelen
van de balans en de waardering van die onderdelen op de balansdatum. De
Commissie wil onderzoek doen naar de ā€˜back to basics’-benadering met
een sterke nadruk op inhoudelijke verificatie van de balans en minder op
naleving en de werking van systemen, m.a.w. de taken die hoofdzakelijk
de verantwoordelijkheid moeten blijven van de cliƫnt en vooral vallen
onder de interne controle. Auditors zouden openbaar kunnen maken welke
onderdelen rechtstreeks geverifieerd zijn en welke zijn geverifieerd op
basis van professionele oordeelsvorming, interne modellen, hypothesen en
door het management verstrekte uitleg. Om een ā€˜getrouw beeld’ te
geven, moeten auditors ervoor zorgen dat inhoud boven vorm gaat.

Gedrag van de auditor

De primaire verantwoordelijkheid voor de aanlevering van solide
financiƫle informatie ligt bij het management van de gecontroleerde
entiteiten, maar auditors kunnen een rol spelen door vanuit het
perspectief van de gebruiker het management met een actieve kritische
houding te benaderen; het is van essentieel belang om een
ā€˜professioneel-kritische instelling’ aan te nemen ten aanzien van de
gecontroleerde entiteit . Een dergelijke kritische instelling kan ook
worden gehanteerd als het gaat om de belangrijkste toelichtingen in de
financiĆ«le overzichten en kan ook leiden tot een passende ā€˜paragraaf
ter benadrukking van bepaalde aangelegenheden’ in de
controleverklaring. Wat echter moet worden vermeden, is een overdaad aan
toelichtingen die van weinig belang zijn voor de belanghebbenden.

Controleverklaringen met beperkingen

Een van de grote kwesties op auditgebied is het negatieve beeld dat is
verbonden aan een controleverklaring ā€˜met beperkingen’. Dit heeft
geleid tot een blijvend ā€˜alles of niets’-paradigma waarin
ā€˜beperkingen in een controleverklaring’ iets geworden zijn waar
zowel cliƫnten als auditors een hekel aan hebben. In tegenstelling tot
ratingbureaus en vermogensanalisten delen auditors hun gecontroleerde
cliƫnten niet in in categorieƫn; dat komt voort uit het feit dat de
auditor een beeld geeft van de getrouwheid van de financiƫle
overzichten en niet echt van de relatieve prestaties of zelfs de
relatieve kwaliteit van de financiƫle overzichten van de ene
rapporterende entiteit in vergelijking met een andere. Men moet
overwegen of informatieve zaken zoals potentiĆ«le risico’s,
ontwikkelingen in de sector, grondstoffen- en wisselkoersrisico’s,
enzovoort, samen verstrekt of als onderdeel van de controleverklaring,
van meer waarde kunnen zijn voor de belanghebbenden.

Betere externe communicatie

De communicatieverantwoordelijkheden van de auditor kunnen opnieuw
worden bezien om het algehele communicatieproces te verbeteren en zo de
waargenomen toegevoegde waarde van een controle van financiƫle
overzichten te vergroten. Het Verenigd Koninkrijk heeft bijvoorbeeld
onlangs zijn model herzien om de controleverklaringen bondiger te maken
en overweegt deze ook informatiever te maken. De Franse handelswet
vereist dat de auditors hun controleoordeel, samen met hun verklaring
over de jaarrekening, openbaar motiveren. Hiertoe behoort ook hun
oordeel over de keuze of het gebruik van methoden inzake administratieve
verwerking door een onderneming, materiƫle of gevoelige schattingen en
zo nodig ook elementen van interne controle.

Een ander mogelijk punt van overweging is de mate waarin informatie van
openbaar belang waarover auditors beschikken, openbaar zou moeten worden
gemaakt aan het publiek. Voorbeelden van dergelijke informatie zijn de
blootstelling van de onderneming aan toekomstige risico’s of
gebeurtenissen, de risico’s voor intellectueel eigendom, de mate
waarin immateriƫle activa kunnen worden geschaad, enzovoort.

Een ander aspect waarmee rekening moet worden gehouden is de tijdigheid
en frequentie van de communicatie van de auditor met de belanghebbenden.
Vaak wordt gezegd dat de controleverklaring ā€˜te weinig en te laat’
is.

Betere interne communicatie

Er moet worden gezorgd voor een regelmatige dialoog tussen het
auditcomitƩ van de onderneming, de externe, d.w.z. met de wettelijke
controle belaste auditor en de interne auditor. Op die manier wordt
ervoor gezorgd dat er geen mazen zitten in de totale dekking van
naleving, risicotoezicht en de inhoudelijke verificatie van de activa,
passiva, inkomsten en uitgaven. Een goed voorbeeld van zulke
communicatie is te vinden in de Duitse wetgeving, die vereist dat de
externe auditor een ā€˜verslag in lange vorm’ indient bij de raad van
toezicht. Een dergelijk verslag, dat niet openbaar beschikbaar is, geeft
een gedetailleerder overzicht dan de controleverklaring van de
fundamentele bevindingen tijdens de controle met betrekking tot de
continuĆÆteitsveronderstelling van de bedrijfsactiviteiten en de daarmee
verband houdende toezichtsystemen, de toekomstige ontwikkelingen en
risico’s waarmee de onderneming te maken krijgt, materiĆ«le
toelichtingen, aangetroffen onregelmatigheden, gebruikte methoden inzake
administratieve verwerking en eventuele transacties voor het
ā€˜flatteren van de balans’.

Een dergelijke verbeterde dialoog mag echter geen afbreuk doen aan de
onafhankelijkheid van de met de wettelijke controle belaste auditor.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)

MVO heeft betrekking op de manier waarop ondernemingen op vrijwillige
basis betrokkenheid bij maatschappij en milieu integreren in hun
bedrijfsactiviteiten en in hun interactie met de belanghebbenden.

Duidelijkere rapporteringsregels kunnen bijdragen aan een betere
waardering van EU-ondernemingen en meer aandacht voor
duurzaamheidskwesties bij ondernemingen en beleggers.

Om te zorgen voor voldoende kwaliteit en geloofwaardigheid van de
gerapporteerde informatie, moet de vraag worden gesteld of een
onafhankelijke controle van de gerapporteerde informatie misschien nodig
is en of auditors in dat verband een rol zouden moeten spelen.

Uitbreiding van het mandaat van de auditor

Tot nu toe zijn controles van financiƫle overzichten in hoge mate
gericht op historische informatie. Het is belangrijk om te overwegen in
hoeverre auditors door de onderneming verstrekte informatie over de
toekomst zou moeten beoordelen en, gezien hun bevoorrechte toegang tot
belangrijke informatie, in hoeverre auditors zelf economische en
financiƫle vooruitzichten voor de onderneming zouden moeten geven. Dat
laatste zou bijzonder relevant zijn in de context van de continuĆÆteit
van de bedrijfsactiviteiten.

Toekomstgerichte analyse werd tot nu toe, in elk geval voor grote
beursgenoteerde ondernemingen, verricht door vermogensanalisten en
ratingbureaus. De rol van de auditor zou dus alleen in deze richting
moeten worden uitgebreid als dat een echte toegevoegde waarde oplevert
voor de belanghebbenden.

Vragen

Bent u van mening dat controles van financiƫle overzichten
geruststelling moeten bieden met betrekking tot de financiƫle
gezondheid van ondernemingen? Zijn controles van financiƫle overzichten
daar geschikt voor?

Moet de toegepaste controlemethode beter aan gebruikers worden uitgelegd
teneinde de verwachtingskloof te overbruggen en de rol van de auditor te
verduidelijken?

Moet de ā€˜professioneel-kritische instelling’ worden versterkt? Hoe
kan dat worden gedaan?

Moet het negatieve beeld van beperkingen in controleverklaringen opnieuw
worden bezien? Zo ja, op welke manier?

Welke aanvullende informatie zou er aan de externe belanghebbenden
moeten worden verstrekt en hoe?

Is er een adequate en regelmatige dialoog tussen de externe auditors, de
interne auditors en het auditcomitƩ? Als dit niet het geval is, hoe kan
deze communicatie dan worden verbeterd?

Denkt u dat auditors een rol zouden moeten spelen in het garanderen van
de betrouwbaarheid van de informatie die ondernemingen rapporteren op
het gebied van MVO?

Is er meer regelmatige communicatie van de auditor met de
belanghebbenden nodig? Moet het tijdsinterval tussen het einde van het
boekjaar en de datum van de controleverklaring worden verkleind?

Welke andere maatregelen zouden kunnen worden genomen om de waarde van
controles van financiƫle overzichten te vergroten?

International Standards on Auditing (ISA’s)

De International Standards on Auditing (ISA’s) en de International
Standards on Quality Control (ISQC’s) zijn vastgesteld door de
International Assurance and Auditing Standards Board (IAASB), een raad
van de International Federation of Accountants (IFAC). De Commissie
werkt samen met haar voornaamste internationale partners en organisaties
aan de verbetering van de governance en de verantwoordingsplicht van de
instanties die standaarden vaststellen.

Van 2006 tot 2009 heeft de IAASB de ISA’s grondig herzien en
verduidelijkt in het kader van het zogenoemde ā€˜Clarity Project’. De
ā€˜verduidelijkte ISA’s’ gelden voor het eerst voor de controles van
het boekjaar 2010. Men kan zeggen dat de ā€˜verduidelijkte ISA’s’ op
een aantal gebieden krachtiger zijn dan de ISA’s die tot en met het
boekjaar 2009 werden gebruikt. De verduidelijkte ISA’s zouden in het
bijzonder kunnen zorgen voor passende reacties op veranderingen in de
aard van controle-informatie met betrekking tot administratieve
verwerking tegen reƫle waarden, de rapportering van schattingen en
gevoeligheden of de houding ten aanzien van transacties met verbonden
partijen.

De Commissie neemt, op basis van haar raadpleging in 2009, nota van de
algemene steun van de belanghebbenden in de EU voor de aanneming van de
ISA’s op EU-niveau. De respondenten waren van mening dat
gemeenschappelijke normen in de vorm van de ā€˜verduidelijkte ISA’s’
en de ISQC’s zouden bijdragen aan geharmoniseerde en hoogwaardige
controles die op hun beurt de kwaliteit en geloofwaardigheid van de
financiƫle overzichten zouden ondersteunen. Sommige respondenten vonden
dat er meer moest worden gedaan om de ISA’s af te stemmen op de
behoeften van het MKB en SMP’s.

De verduidelijkte ISA’s zijn al aangenomen of worden op dit moment
ingevoerd in een meerderheid van lidstaten en worden ook toegepast door
de grote netwerken van auditkantoren. Ze zijn ook ingevoerd door veel
derde landen, maar niet door enkele van onze voornaamste internationale
partners, zoals de Verenigde Staten. De Commissie denkt na over hoe en
wanneer de ISA’s zouden moeten worden ingevoerd in de EU. De invoering
kan plaatsvinden via bindende of niet-bindende EU- rechtsinstrumenten.

Vragen

Wat vindt u van de invoering van de ISA’s in de EU?

Moeten de ISA’s in de hele EU bindend worden gemaakt? Zo ja, zou er
dan voor een soortgelijke bekrachtigingsaanpak moeten worden gekozen als
nu bestaat voor de bekrachtiging van de International Financial
Reporting Standards (IFRS)? Of zou, ook gezien het huidige wijdverbreide
gebruik van de ISA’s in de EU, het gebruik van de ISA’s verder
moeten worden gestimuleerd door middel van niet-bindende
rechtsinstrumenten (aanbevelingen, gedragscode)?

Moeten de ISA’s verder worden aangepast om te voorzien in de behoeften
van het MKB en SMP’s?

Governance en onafhankelijkheid van auditkantoren

Net als veel andere ondernemingen moeten auditkantoren hun
belangenconflicten actief beheren. In tegenstelling tot veel andere
ondernemingen vervullen auditors echter een wettelijke rol; een controle
van financiƫle overzichten wordt door de wet vereist. Zij is bedoeld
als een wettelijke veiligheidsmaatregel voor beleggers,
kredietverstrekkers en tegenpartijen die een belang hebben in
vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid. Onafhankelijkheid moet
daarom de onaantastbare basis van de auditfunctie zijn.

De richtlijn betreffende de wettelijke controles (2006/43/EG) (hierna
ā€˜de Richtlijn’ te noemen) vereist dat met de wettelijke controle
belaste auditors gebonden zijn aan de beginselen van beroepsethiek en
legt een aantal beginselen vast voor onafhankelijkheid, variƫrend van
gedragsaspecten tot overwegingen met betrekking tot eigendom, honoraria,
roulatie en governance van ondernemingen (auditcomitƩs). Deze
beginselen zijn omgezet in de rechtsstelsels van de lidstaten via hun
specifieke nationale codes of via bindende beginselen boven op de
gedragscode van de IFAC.

Onverminderd de wettelijke bepalingen en de bovengenoemde gedragscode
wil de Commissie de onafhankelijkheid van auditors versterken en de
belangenconflicten aanpakken die inherent zijn aan het huidige
auditlandschap, dat onder meer wordt gekenmerkt door de aanstelling en
beloning van de auditors door de gecontroleerde onderneming, de beperkte
roulatie van auditkantoren en de levering van niet-auditdiensten door
auditkantoren.

Aanstelling en beloning van auditors

Auditors worden aangesteld en betaald door de entiteit die moet worden
gecontroleerd en dit gebeurt in het kader van een commerciƫle
aanbestedingsprocedure. Het feit dat auditors een verantwoordelijkheid
hebben tegenover de aandeelhouders van de gecontroleerde onderneming en
andere belanghebbenden terwijl ze worden betaald door de gecontroleerde
onderneming, levert een verstoring op binnen het systeem. De Commissie
onderzoekt de haalbaarheid van een scenario waarin de auditor een
wettelijke inspectierol krijgt en de aanstelling, de beloning en de duur
van de werkzaamheden de verantwoordelijkheid zijn van een derde partij,
mogelijk een regelgever, in plaats van die van de onderneming zelf. Een
dergelijk concept kan in het bijzonder relevant zijn voor de controle
van financiƫle overzichten van grote vennootschappen en/of
systeemrelevante financiƫle instellingen. Deze kwestie zou moeten
worden onderzocht, waarbij enerzijds rekening moet worden gehouden met
het risico van toenemende bureaucratie enerzijds en anderzijds met de
mogelijke maatschappelijke voordelen van aantoonbaar onafhankelijke
aanstellingen.

Verplichte roulatie

Situaties waarin een onderneming tientallen jaren gebruikmaakt van
hetzelfde auditkantoor lijken niet verenigbaar met de gewenste normen
van onafhankelijkheid. Zelfs wanneer de met een essentiƫle taak belaste
controlepartners regelmatig worden gerouleerd, zoals op dit moment wordt
vereist door de Richtlijn, blijft de bedreiging als gevolg van
vertrouwdheid bestaan.

In dat verband zou verplichte roulatie van auditkantoren – niet alleen
van de controlepartners – moeten worden overwogen. De Commissie erkent
de argumenten met betrekking tot kennisverlies als gevolg van roulatie.
Toch wil zij de voor- en nadelen van zo’n roulatiesysteem onderzoeken,
in het bijzonder om objectiviteit en dynamiek op de auditmarkt te
introduceren en te handhaven. Om te voorkomen dat partners van
wisselende kantoren bepaalde cliĆ«nten ā€˜meenemen’, moeten de regels
voor roulatie, als deze worden aangenomen, ervoor zorgen dat niet alleen
de kantoren, maar ook de partners rouleren.

Niet-auditdiensten

Er is geen verbod in de hele EU dat voorkomt dat auditors
niet-auditdiensten aanbieden aan cliƫnten die zij controleren. Op grond
van artikel 22 van de Richtlijn mogen auditdiensten niet worden geleverd
in gevallen waarin ā€œeen objectieve, redelijke en geĆÆnformeerde derde
partij zou concluderen dat de onafhankelijkheid van de wettelijke
auditor of het auditkantoor in het gedrang komtā€. Deze regel geldt ook
voor de levering van niet-auditdiensten. Artikel 22 is tot nu toe in
verschillende landen van de EU op zeer verschillende manieren ten
uitvoer gelegd. In Frankrijk is er bijvoorbeeld een algeheel verbod op
de levering van niet-auditdiensten door de auditor aan zijn cliƫnten en
gelden er sterke beperkingen met betrekking tot de mogelijkheden voor de
leden van het netwerk van de auditor om diensten te leveren aan leden
van de groep van de gecontroleerde entiteit. In veel andere lidstaten
zijn de regels minder beperkend en leveren auditors nog altijd
regelmatig niet-auditdiensten aan de cliƫnten die zij controleren,.

De Commissie wil een verscherping van het verbod op niet-auditdiensten
door auditkantoren onderzoeken. Dat zou kunnen leiden tot de instelling
van ā€˜zuivere auditkantoren’ die vergelijkbaar zijn met
inspectie-eenheden. Aangezien auditors een onafhankelijk advies geven
over de financiƫle gezondheid van ondernemingen, zouden ze idealiter
geen enkel zakelijk belang mogen hebben bij de gecontroleerde
onderneming.

Vergoedingenstructuur

Er zou kunnen worden gedacht aan een limiet voor het aandeel dat de
honoraria die worden ontvangen van ƩƩn enkele controlecliƫnt,
uitmaken van de totale auditinkomsten van het kantoor, in combinatie met
passende openbaarmakingen. Het zou nuttig zijn om de voor- en nadelen
van zulke beperkingen te onderzoeken, in het bijzonder met het oog op de
toepassing ervan op kleine auditkantoren.

Publicatie van financiƫle overzichten

Een ander aspect waarover moet worden nagedacht, is hoe er meer
transparantie kan worden verkregen als het gaat om de eigen financiƫle
overzichten van de auditkantoren. Voor wereldwijde netwerken zou de
transparantie voor het gehele netwerk moeten gelden. Daarnaast is het de
moeite waard om na te gaan of de financiƫle overzichten van dergelijke
kantoren moeten worden gecontroleerd en, gezien het potentiƫle conflict
bij controle door een concurrent, of wettelijke instanties die de
administratieve vastleggingen van openbare instanties op nationaal of
zelfs op Europees niveau controleren, dergelijke controles zouden moeten
uitvoeren.

Organisatievereisten

Auditkantoren moeten hun corporate governance en organisatievereisten
versterken om belangenconflicten verder terug te dringen en hun
onafhankelijkheid te vergroten. Inspiratie hiervoor is te vinden in de
verordening inzake ratingbureaus. Een ander referentiedocument is de
governancecode voor auditkantoren die onlangs is ingevoerd in het
Verenigd Koninkrijk. De code stelt onder meer het beginsel in dat
auditkantoren binnen hun governancestructuur onafhankelijke, niet met
het dagelijks bestuur belaste bestuurders moeten aanstellen en dat de
aandeelhouders van de gecontroleerde ondernemingen met de auditkantoren
in dialoog moeten treden om de communicatie en het wederzijdse begrip te
verbeteren.

Herziening van eigendomsregels en het partnerschapsmodel

Op dit moment vereist de Richtlijn dat auditors een meerderheid van
stemmen hebben binnen een auditkantoor en de raad van bestuur beheersen.
De Commissie is van oordeel dat het grondbeginsel van deze bepalingen
zou moeten worden herzien.

Tot nu toe werkten auditkantoren op basis van het partnerschapsmodel (of
ze nu georganiseerd waren via een partnerschap of via een vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid). Gezien de aanzienlijke toename van de
omvang en complexiteit van sommige grote ondernemingen is het echter
onduidelijk of zelfs maar een van de systeemrelevante kantoren voldoende
middelen heeft om aan potentiƫle aansprakelijkheidsvorderingen te
kunnen voldoen. Het is daarom de moeite waard om op zoek te gaan naar
alternatieve structuren die auditkantoren in staat zouden stellen
kapitaal te verwerven uit andere bronnen. Deze alternatieve structuren
zouden moeten worden voorzien van veiligheidsmaatregelen (bijvoorbeeld
op het gebied van governance) om ervoor te zorgen dat externe eigenaars
zich niet bemoeien met het auditwerk.

Een dergelijke verschuiving zou ook de niet-systeemrelevante kantoren
kunnen helpen toegang te krijgen tot meer kapitaal, zodat ze hun
capaciteit kunnen vergroten en sneller kunnen groeien.

Groepscontroles

Controles van grote groepen die actief zijn in meerdere rechtsgebieden
worden doorgaans uitgevoerd door grote wereldwijde netwerken vanwege de
aanzienlijke middelen die dergelijke controles vereisten. De Commissie
deelt de zorgen van een aantal toezichthoudende instanties over de hele
wereld die van mening zijn dat de rol van de groepsauditor moet worden
versterkt. Er moeten regelingen worden ingevoerd om de groepsauditor in
staat te stellen zijn rol en verantwoordelijkheden op zich te nemen.
Groepsauditors moeten toegang hebben tot de verklaringen en andere
documentatie van alle auditors die subentiteiten van de groep
controleren. Groepsauditors moeten worden betrokken bij en een duidelijk
overzicht hebben van het gehele controleproces om het controleoordeel op
groepsniveau te kunnen steunen en verdedigen.

Vragen

Is er sprake van een conflict als de auditor wordt aangesteld en beloond
door de gecontroleerde entiteit? Wat voor alternatieve regelingen zou u
in dit verband aanbevelen?

Zou aanstelling door een derde partij in bepaalde gevallen
gerechtvaardigd zijn?

Moeten doorlopende opdrachten aan auditkantoren aan een tijdslimiet
worden onderworpen? Zo ja, wat zou dan de maximale duur van een opdracht
aan een auditkantoor moeten zijn?

Moet de levering van niet-auditdiensten door auditkantoren worden
verboden? Moet een dergelijk verbod gelden voor alle kantoren en hun
cliƫnten of moet het alleen worden toegepast op bepaalde soorten
instellingen, zoals systeemrelevante financiƫle instellingen?

Moeten er regels komen voor het maximale bedrag aan honoraria dat een
auditkantoor van ƩƩn cliƫnt mag ontvangen?

Moeten er nieuwe regels worden ingevoerd met betrekking tot de
transparantie van de financiƫle overzichten van auditkantoren?

Welke verdere maatregelen zouden kunnen worden genomen op het gebied van
de governance van auditkantoren om de onafhankelijkheid van auditors te
vergroten?

Moeten er alternatieve structuren worden onderzocht om auditkantoren in
staat te stellen kapitaal te verwerven uit externe bronnen?

Steunt u de suggesties met betrekking tot groepsauditors? Hebt u verder
nog ideeƫn over deze kwestie?

Toezicht

Stelsels van publiek toezicht spelen een centrale rol in de supervisie
van auditkantoren. Stelsels van publiek toezicht zouden zo moeten worden
georganiseerd dat eventuele belangenconflicten met de beroepsgroep van
de auditors worden vermeden. De huidige regels zouden kunnen worden
verscherpt om te zorgen dat de stelsels van publiek toezicht van alle
lidstaten volledig onafhankelijk zijn van de beroepsgroep van de
auditors.

Het toezicht op auditkantoren in Europa moet op een meer geĆÆntegreerde
basis worden uitgevoerd, met nauwere samenwerking tussen de nationale
toezichtstelsels. EƩn mogelijkheid zou zijn dat de EGAOB wordt
omgevormd tot een zogenoemd ā€˜Lamfalussy niveau 3-comité’. Dat is
het soort comitƩ dat op dit moment bestaat op het gebied van effecten,
verzekeringen en bankzaken (ComitƩ van Europese effectenregelgevers
(CEER), ComitƩ van Europese toezichthouders op verzekeringen en
bedrijfspensioenen (CETVB) of ComitƩ van Europese bankentoezichthouders
(CEBT)). Een dergelijk comitƩ zou de samenwerking op Europees niveau
kunnen versterken en de convergentie in de toepassing van de regels
kunnen stimuleren en kunnen zorgen voor een gemeenschappelijke aanpak
van inspecties van auditkantoren. Het comitƩ zou de Commissie van
hoogwaardig advies kunnen voorzien op auditgebied. Een andere
mogelijkheid is de instelling van een nieuwe Europese toezichthoudende
autoriteit of de integratie van auditaangelegenheden in een van de
toezichthoudende autoriteiten die momenteel worden opgericht op grond
van de voorstellen van de Commissie met betrekking tot financieel
toezicht waarover de Raad en het Parlement onlangs overeenstemming
hebben bereikt.

Op dit moment is er geen toezicht op de entiteiten voor
grensoverschrijdend beheer van de activiteiten van een auditnetwerk in
verschillende lidstaten; alleen elke ā€˜nationale’ component van het
netwerk staat onder toezicht op het niveau van de lidstaat. Deze slechte
aansluiting tussen pan-Europese auditnetwerken en nationaal toezicht
moet worden aangepakt. Het toezicht op internationale auditnetwerken zou
kunnen plaatsvinden op Europees niveau, zoals dat onlangs ook is
voorgesteld voor ratingbureaus.

De Commissie is van mening dat het nodig is de dialoog tussen
regelgevers en auditors te versterken. Deze dialoog moet een
tweerichtingsproces zijn, waarbij toezichthouders auditors ook op de
hoogte stellen van bronnen van zorg. In het specifieke geval van
financiƫle instellingen en verleners van beleggingsdiensten zijn
auditors op grond van het EU-recht verplicht elk feit of besluit dat een
materiƫle overtreding van de wet kan vormen, het vermogen van een
onderneming tot het waarborgen van zijn continuĆÆteit in gevaar kan
brengen of kan leiden tot een controleverklaring met beperkingen,
onverwijld te melden aan de bevoegde autoriteiten. De auditors van
beleggingsondernemingen moeten jaarlijks verslag uitbrengen aan de
bevoegde autoriteiten over een aantal kwesties. De Commissie weet niet
of deze bepaling tijdens de crisis daadwerkelijk is nageleefd en of
dergelijke rapportering door de auditors aan de bevoegde autoriteiten in
individuele gevallen heeft plaatsgevonden. De Commissie wil nagaan of
communicatie tussen de auditors en de relevante effectenregelgever
verplicht zou moeten worden voor alle grote of beursgenoteerde
ondernemingen; er kan ook speciale aandacht worden besteed aan de
communicatie met de passende autoriteiten in het geval van fraude binnen
ondernemingen.

Vragen

Welke maatregelen zouden moeten worden genomen om de integratie en
samenwerking op het gebied van toezicht op auditkantoren op EU-niveau
verder te verbeteren?

Hoe zouden intensievere raadpleging en communicatie tussen auditors van
grote beursgenoteerde ondernemingen en regelgevers tot stand kunnen
worden gebracht?

Concentratie en marktstructuur

De markt voor controles van financiƫle overzichten van beursgenoteerde
ondernemingen wordt hoofdzakelijk beheerst door de zogenoemde Grote Vier
auditkantoren. In termen van de ontvangen inkomsten of honoraria
bedraagt het totale marktaandeel van de Grote Vier auditkantoren voor
beursgenoteerde ondernemingen in de grote meerderheid van de
EU-lidstaten meer dan 90 procent. Toetreding tot dit hoogste segment van
de auditmarkt is voor veel auditkantoren in het middensegment zeer
moeilijk gebleken, ondanks het feit dat zij in staat zijn in de
internationale auditmarkt te werken.

Een dergelijke concentratie kan leiden tot een toenemend systeemrisico
en het wegvallen van een ā€˜systeemrelevant kantoor’ of een kantoor
dat ā€˜systeemrelevante proporties’5 heeft bereikt, zou de volledige
markt kunnen verstoren.

De markt lijkt in bepaalde segmenten te geconcentreerd te zijn, waardoor
de cliƫnten onvoldoende keuze hebben uit verschillende auditors.

Bovendien lijkt de positie van auditor van grote beursgenoteerde
ondernemingen goed te zijn voor iemands reputatie; een dergelijke
positieve associatie zou de grote kantoren vervolgens kunnen helpen meer
grote controleopdrachten binnen te halen en zo bij te dragen aan het
gebrek aan dynamiek in de markt.

Auditkantoren die niet tot de Grote Vier behoren, blijven daarentegen
lijden onder een gebrek aan erkenning van hun capaciteiten door de
grootste ondernemingen. Het lijkt erop dat er ook gevallen zijn van
clausules in contracten waarin ondernemingen door bijvoorbeeld
financiƫle instellingen verplicht worden gebruik te maken van de Grote
Vier om in aanmerking te komen voor een lening.

De Commissie wil daarom de volgende maatregelen overwegen:

Gezamenlijke controles/auditconsortia

Gezamenlijke controles zijn als zodanig alleen verplicht in Frankrijk,
waar beursgenoteerde ondernemingen twee verschillende auditkantoren
moeten aanstellen, die het controlewerk verdelen en gezamenlijk de
controleverklaring ondertekenen. Deze praktijk moet echter verder worden
ontwikkeld om de markt dynamischer te maken, zodat niet-systeemrelevante
kantoren in het middensegment een actieve rol kunnen gaan spelen in het
marktsegment van de controle van grote ondernemingen, dat tot nu toe
ongrijpbaar is gebleken. Om de komst van nieuwe spelers en de groei van
kleine en middelgrote auditpraktijken te stimuleren, zou de Commissie
kunnen overwegen voor de controle van grote ondernemingen de verplichte
oprichting van een consortium van auditkantoren in te voeren, waarvan
ten minste ƩƩn niet-systeemrelevant kantoor deel moet uitmaken.
Dergelijke consortia zouden moeten worden opgericht met duidelijke
verantwoordelijkheden voor het algehele controleoordeel en een
oplossings-/openbaarmakingsmechanisme voor verschillen van mening tussen
de leden van het consortium.

Het begrip ā€˜gezamenlijke controle’ zou ook een manier kunnen zijn om
de verstoring van de auditmarkt te beperken als een van de grote
auditnetwerken failliet gaat.

Verplichte roulatie van auditors en het opnieuw uitschrijven van een
aanbesteding

Verplichte roulatie kan niet alleen de onafhankelijkheid van auditors
verbeteren, zoals eerder al is besproken; het kan ook als katalysator
werken om meer dynamiek en capaciteit te introduceren op de auditmarkt.
Men zou kunnen denken aan een verplichte roulatie van het
auditkantoor/-consortium na een vastgestelde periode. Om te voorkomen
dat partners van wisselende kantoren bepaalde cliĆ«nten ā€˜meenemen’,
zouden roulatieregels ervoor moeten zorgen dat niet alleen de kantoren,
maar ook de partners rouleren. Zo’n verplichte roulatie zou vergezeld
moeten gaan van verplichte aanbesteding met volledige transparantie
betreffende de criteria op basis waarvan de auditor zal worden
aangesteld. Kwaliteit en onafhankelijkheid zouden de voornaamste
selectiecriteria moeten zijn bij elke aanbestedingsprocedure. Anders
zouden, als elk jaar slechts een zeer klein deel van de controles van
vooraanstaande beursgenoteerde ondernemingen op open en eerlijke wijze
wordt aanbesteed, pogingen om de markt dynamischer te maken maar weinig
effect hebben.

Het vooroordeel ā€˜de Grote Vier zijn de besten’ aanpakken

Als gevolg van de consolidering in het hoogste segment van de markt
lijkt er een hogere mate van ā€˜geruststelling’ te zijn wanneer een
kantoor van de Grote Vier wordt aangesteld als de auditor van een
onderneming. Niettemin zou de Commissie willen weten in hoeverre dit toe
te schrijven is aan ā€˜percepties’ en in hoeverre aan
ā€˜verdienste’. Een dergelijke beoordeling wordt vereenvoudigd door
transparante rapportering van inspecties, zoals dat op dit moment
gebeurt in het Verenigd Koninkrijk.

De Commissie wil ook de kwestie aanpakken van de contractuele clausules
die informeel ā€˜Alleen Grote Vier-clausules’ worden genoemd . Een
aanpak die kan worden onderzocht is de invoering van een Europese
kwaliteitscertificering voor auditkantoren, waarin hun vermogen tot het
uitvoeren van controles van grote beursgenoteerde ondernemingen formeel
wordt erkend.

Noodplan

De Commissie zal samenwerken met de lidstaten, auditkantoren en andere
belanghebbenden, waaronder internationale fora, om een noodplan te
bespreken. Een dergelijk plan zou een snelle resolutie mogelijk maken in
het geval dat een systeemrelevant auditkantoor failliet gaat, een
verstoring in de levering van auditdiensten vermijden en verdere
structurele risicoaccumulatie in de markt voorkomen.

In de context van een noodplan is opgemerkt dat de oprichting van
consortia een significante rol zou kunnen spelen. Indien een van de
leden van het consortium failliet gaat, kan het ā€˜overlevende’
kantoor de continuĆÆteit van de controle garanderen tot er meer
ā€˜permanente’ regelingen zijn getroffen.

In overeenstemming met de aanpak die wordt overwogen voor de banksector,
moeten de concepten van ordelijke faillissementen, waaronder
wilsverklaringen, ook op proactieve basis worden onderzocht, in het
bijzonder als het gaat om systeemrelevante auditkantoren.

Opnieuw beoordelen van de beweegredenen voor eerdere consolidering

De Commissie wil onderzoeken in hoeverre de consolidering van de grotere
kantoren de verwachte innovatie in de controlemethodologie heeft
opgeleverd; dit is met name van belang in de context van de controle van
financiƫle instellingen, die een groot aantal producten en processen
hebben ontwikkeld die gedurende die periode steeds complexer werden.

De Commissie hoort graag standpunten over de vraag of de bredere
motivering voor consolidering van de grote auditkantoren in de afgelopen
twee decennia (d.w.z. wereldwijd aanbod, synergieƫn) nog steeds geldt
of misschien moet worden heroverwogen. Daarnaast zou de Commissie, met
het oog op de systeemrisico’s van grote, wereldwijde kantoren, ook
gaarne standpunten vernemen over de vraag of de consolidering van de
afgelopen decennia zou moeten worden teruggedraaid.

Vragen

Zou de huidige configuratie van de auditmarkt een systeemrisico kunnen
vormen?

Bent u van mening dat de verplichte oprichting van een consortium van
auditkantoren waarvan ten minste ƩƩn kleiner, niet-systeemrelevant
auditkantoor deel uitmaakt, als een katalysator zou kunnen werken voor
het dynamischer maken van de auditmarkt en om kleine en middelgrote
kantoren in staat te stellen op substantiƫlere wijze deel te nemen aan
het segment van de grotere controles?

Bent u het, met het oog op verbetering van de structuur van de
auditmarkten, eens met verplichte roulatie en aanbesteding na een
vastgestelde periode? Hoe lang zou zo’n periode moeten zijn?

Hoe moet het vooroordeel ten gunste van de Grote Vier worden aangepakt?

Bent u het ermee eens dat noodplannen, waaronder wilsverklaringen,
essentieel zouden kunnen zijn om systeemrisico’s en de risico’s van
faillissementen van kantoren aan te pakken?

Is de bredere motivering voor de consolidering van grote auditkantoren
in de afgelopen twee decennia (d.w.z. wereldwijd aanbod, synergieƫn)
nog geldig? In welke omstandigheden zou men kunnen denken aan het
terugdraaien hiervan?

Totstandbrenging van een Europese markt

Er is onlangs enige vooruitgang geboekt met de omzetting door de
lidstaten van artikel 3 van de Richtlijn, die grensoverschrijdend
eigendom van auditkantoren mogelijk maakt. Na de tenuitvoerlegging van
dit artikel door de lidstaten hebben sommige netwerken een hogere mate
van integratie bereikt. Er blijven echter nog veel belemmeringen bestaan
voor de integratie van de Europese auditmarkt en de grensoverschrijdende
mobiliteit van auditors is nog steeds beperkt.

Regelgevingslagen op nationaal, Europees en internationaal niveau hebben
geleid tot een mate van complexiteit die de grensoverschrijdende
activiteiten van auditkantoren belemmert, vooral als het gaat om kleine
en middelgrote kantoren. De complexiteit heeft er ook voor gezorgd dat
kleinere netwerken niet konden groeien en de markt voor de controle van
grotere ondernemingen niet konden betreden. Het gebrek aan coƶrdinatie
op Europees en internationaal niveau met betrekking tot
overheidstoezicht en kwaliteitsborging beperkt mogelijk ook de
ontwikkeling van de kleinere netwerken van auditkantoren.

Sommige bepalingen in de Richtlijn zouden kunnen worden gezien als een
potentiƫle oorzaak voor de fragmentatie in de markt:

Artikel 3 van de Richtlijn vereist goedkeuring en registratie in elke
lidstaat waar de diensten worden verleend;

Artikel 14 van de Richtlijn voorziet in een geschiktheidstest in elke
lidstaat voordat een auditor zijn diensten mag aanbieden.

De bovenstaande eisen wijken af van de algemene regels die gelden voor
andere gereglementeerde beroepen en vormen een belemmering voor de
mobiliteit van individuele auditors.

Een interne Europese markt voor de verlening van auditdiensten zou
gebaseerd kunnen zijn op verbeterde (ā€˜maximale’) harmonisering en
een ā€˜Europees paspoort voor auditors’. Dat zou inhouden dat er een
registratie voor heel Europa komt met gemeenschappelijke eisen voor
beroepskwalificatie en gemeenschappelijke regels voor governance,
eigendom en onafhankelijkheid die overal in de Europese Unie gelden. Als
Europees toezicht op auditors wordt verscherpt zoals is beschreven in
hoofdstuk 4, is een mogelijkheid die verder onderzocht kan worden een
verplichte registratie van deze auditors, onder toezicht van ƩƩn
enkele regelgever, zoals onlangs ook is voorgesteld voor ratingbureaus.
Zo’n systeem zou ook de concurrentie in de markt voor grote controles
kunnen stimuleren, aangezien het de ontwikkeling van Europese
auditnetwerken zou vereenvoudigen en de kosten van de levering van
auditdiensten op Europees niveau zou verlagen.

Vragen

Wat is volgens u de beste manier om de grensoverschrijdende mobiliteit
van auditors te verbeteren?

Bent u het eens met ā€˜maximale harmonisering’ in combinatie met ƩƩn
Europees paspoort voor auditors en auditkantoren? Vindt u dat dit ook
zou moeten gelden voor kleinere kantoren?

Vereenvoudiging: MKB-ondernemingen en kleine en middelgrote
beroepsbeoefenaren

MKB-ondernemingen

Hoewel MKB-ondernemingen voordeel hebben bij een controle van
financiƫle overzichten dankzij een verhoogde geloofwaardigheid van de
financiƫle informatie, blijken wettelijke controles ook een mogelijke
bron van administratieve belasting te zijn. Er moeten serieuze pogingen
worden gedaan om een specifieke omgeving te scheppen voor de controle
van MKB- ondernemingen. Hierbij valt aan het volgende te denken.

Ontmoediging van de wettelijke controle van MKB-ondernemingen.

Indien de lidstaten enige vorm van zekerheid willen behouden, de
introductie van een nieuw type wettelijke dienst dat is afgestemd op de
behoeften van het MKB, zoals een ā€˜beperkte controle’ of een
ā€˜wettelijke beoordeling’ waarbij auditors beperkte werkzaamheden
uitvoeren om afwijkingen als gevolg van fouten of fraude op te sporen.
De aanpak van het voorschrijven van een beperkte beoordeling voor kleine
ondernemingen wordt toegepast door Estland en overwogen door Denemarken.
Zwitserland hanteert een soortgelijke aanpak; beperkte beoordelingen
zijn algemeen geaccepteerd in de VS.

In het geval van een verbod op niet-auditdiensten zoals in hoofdstuk 3
is besproken, kan worden gedacht aan het instellen van een veilige zone
die de auditor van een MKB-onderneming, in overeenstemming met passende
veiligheidsmaatregelen, in staat zou stellen bepaalde niet-auditdiensten
aan die onderneming te blijven verlenen – bijv. hulp bij het
verkrijgen van krediet, belastingaangiften, loonadministratie en
misschien zelfs de financiƫle verslaggeving.

Kleine en middelgrote beroepsbeoefenaren (SMP’s)

SMP’s hebben het gevoel dat ze worden omringd door een steeds meer
gereguleerde omgeving die niet noodzakelijkerwijs past bij hun werkwijze
of de directe behoeften van hun cliƫnten in het MKB. Om te zorgen voor
geschikte omstandigheden voor de ontwikkeling van dergelijke kantoren,
zou de bovengenoemde ā€˜beperkte controle’ of de ā€˜wettelijke
beoordeling’ vergezeld kunnen gaan van evenredige regels voor
kwaliteitsbeheersing en toezicht door auditregelgevers. Op die manier
kunnen SMP’s hun administratiekosten verlagen en hun cliĆ«nten beter
van dienst zijn.

Vragen

Bent u voorstander van een beperktere dienst dan een controle, namelijk
van een zogenoemde ā€˜beperkte controle’ of een ā€˜wettelijke
beoordeling’, voor de financiĆ«le overzichten van MKB-ondernemingen,
in de plaats van een wettelijke controle? Moet een dergelijke dienst
afhankelijk zijn van de vraag of de administratieve vastleggingen zijn
opgesteld door een toereikend gekwalificeerde (interne of externe)
accountant?

Zou er een ā€˜veilige zone’ moeten komen met betrekking tot een
mogelijk toekomstig verbod op niet-auditdiensten bij dienstverlening aan
cliƫnten in het MKB?

Moet een ā€˜beperkte controle’ of een ā€˜wettelijke beoordeling’
vergezeld gaan van minder belastende regels voor interne
kwaliteitsbeheersing en toezicht door regelgevende instanties? Kunt u
voorbeelden geven van hoe dat in de praktijk zou kunnen gebeuren?

Internationale samenwerking

Met betrekking tot internationale samenwerking op het gebied van het
toezicht op auditkantoren legt de Richtlijn de basis voor nauwe
samenwerking met toezichthoudende instanties voor de auditsector in
derde landen.

De eerste stap op het gebied van internationale samenwerking is het
opbouwen van wederzijds vertrouwen door de uitwisseling van
werkdocumenten op auditgebied tussen Europese toezichthoudende
instanties en hun tegenhangers in derde landen. Voor een dergelijke
uitwisseling van werkdocumenten op auditgebied is een besluit van de
Commissie nodig, met instemming van de lidstaten en het Europees
Parlement, waarin wordt verklaard dat de stelsels van de derde landen de
beroeps- en persoonsgegevens afdoende beschermen. De autoriteiten van de
lidstaten kunnen bilaterale regelingen treffen voor de uitwisseling van
werkdocumenten op auditgebied met hun tegenhangers in die derde landen
waarvan de toezichtstelsels toereikend worden geacht. Na de aanneming
van de besluiten van de Commissie over toereikendheid dit jaar zijn
dergelijke regelingen mogelijk als het gaat om samenwerking met de
toezichthoudende instanties van Australiƫ, Canada, Japan, Zwitserland
en de Verenigde Staten.

De tweede stap is wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten en die derde
landen die gelijkwaardige bepalingen toepassen voor aangelegenheden als
inspecties van auditkantoren. De Commissie is, met instemming van de
lidstaten en het Europees Parlement, bezig met het aannemen van een
besluit om te bepalen welke derde landen gelijkwaardig zijn aan de EU.
Wederzijds vertrouwen zal effectiever en efficiƫnter toezicht op
wereldwijde auditkantoren mogelijk maken. Het voorkomt ook dubbel werk
bij het toezicht op grensoverschrijdende kantoren op internationaal
niveau.

Zoals gezegd is het toezicht op de auditors van grote groepen die actief
zijn in meerdere rechtsgebieden, een bron van zorg. Naast eventuele
regelingen die moeten worden ingesteld om ervoor te zorgen dat de
groepsauditor zijn rol en verantwoordelijkheden op zich kan nemen, zal
de Commissie met haar internationale partners bespreken welke
maatregelen er op mondiaal niveau nog meer kunnen worden genomen voor
het toezicht op groepscontroles en wereldwijde auditnetwerken.

Vragen

Welke maatregelen zouden volgens u de kwaliteit van het toezicht op
wereldwijde spelers in de auditmarkt kunnen verbeteren door middel van
internationale samenwerking?

Volgende stappen

Dit groenboek blijft open voor openbare raadpleging tot 8 december 2010.
Reacties moeten worden gericht aan   HYPERLINK
"mailto:markt-greenpaper-audit@ec.europa.eu" 
markt-greenpaper-audit@ec.europa.eu . Alle bijdragen zullen worden
gepubliceerd op de website van DG Interne markt en diensten, tenzij de
inzender van de bijdrage verzoekt dit niet te doen. Er wordt ook een
feedbackdocument gepubliceerd waarin de reacties op deze raadpleging
worden samengevat. Het is belangrijk dat u de specifieke
privacyverklaring bij dit groenboek leest voor informatie over hoe er
met uw persoonsgegevens en uw bijdrage wordt omgegaan.

De Commissie organiseert op 10 februari 2011 een conferentie op hoog
niveau. Doel van deze conferentie is dit groenboek en de belangrijkste
bevindingen van deze raadpleging met alle belanghebbenden te bespreken
en mogelijke verdere stappen te onderzoeken. Na afloop van deze
raadplegingsfase zal de Commissie in 2011 eventuele passende
vervolgmaatregelen en voorstellen bekendmaken.

	Mededeling van de Commissie van 4 maart 2009 aan de Europese Raad van
het voorjaar ā€˜Op weg naar Europees herstel’, COM(2009) 114.
Mededeling van de Commissie van 4 maart 2010, getiteld ā€˜EUROPA 2020 -
Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei’, COM(2010)
2020.

	Lagerhuis, commissie FinanciĆ«le Zaken, ’Banking crisis: Reforming
corporate governance and pay in the City’, blz. 76, 2009	

http://www.publications.parliament.uk/pa/cm200809/cmselect/cmtreasy/519/
519.pdf.

	’Should statutory audit be dropped and assurance needs left to the
market?’ Stephen Haddrill, ICAS Aileen Beattie Memorial Event – 28
april 2010.

	Maastricht Accounting, Auditing and Information Management Research
Centre: ’The Value of Audit’, 1 maart 2010.

	Resultaten van de openbare raadpleging door de Commissie (IP/08/1727)
op 15/07/2009: ā€œā€¦ gezien het gebrek aan spelers die in staat worden
geacht financiƫle instellingen te controleren, zou het wegvallen van
een van de Grote Vier nog ernstiger zijn voor deze categorie cliƫnten.
Een dergelijk verlies zou ook een grote invloed hebben op het vertrouwen
van de burgers in auditdiensten. Gezien de sleutelrol die auditors
spelen in de relatie tussen ondernemingen en investeerders, zou het ook
kunnen leiden tot een vertrouwenscrisis in de financiƫle markten. De
huidige concentratie in de markt van auditdiensten voor grote NV’s
vormt derhalve een bedreiging voor de stabiliteit van de financiƫle
markt.ā€	

 HYPERLINK
http://ec.europa.eu/internal_market/auditing/docs/market/consultation200
8/summary_report_en.pdf 
http://ec.europa.eu/internal_market/auditing/docs/market/consultation200
8/summary_report_en.pdf . Zie ook het onderzoek naar de eigendomsregels
die gelden voor auditkantoren en de gevolgen daarvan voor de
concentratie van de markt voor auditdiensten, Oxera, oktober 2007.

	IOSCO http://www.iosco.org/library/pubdocs/pdf/IOSCOPD269.pdf: ā€œDe
onafhankelijke auditfunctie levert een bijdrage aan het
beleggersvertrouwen in de kapitaalmarkten. Een probleemsituatie waarbij
een auditkantoor betrokken is, kan de normale werking van de
auditfunctie in een kapitaalmarkt tijdelijk verstoren. Verstoringen in
de beschikbaarheid van auditcapaciteit en auditdiensten kunnen ook op
internationale schaal optreden als een wereldwijd auditkantoor betrokken
is bij een noodsituatie die zich ontwikkelt tot een crisis. Door
voorbereid te zijn op problemen en omstandigheden die zich kunnen
voordoen en noodplannen voor effectentoezichthouders op te stellen,
kunnen IOSCO-leden proberen de potentiƫle verstoringen tot een minimum
te beperken en zo het vertrouwen in de markten te ondersteunen.ā€

	COM(2010) 284 definitief.

	Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 betreffende de
jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, Zevende Richtlijn
83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 betreffende de geconsolideerde
jaarrekening, Richtlijn 86/635/EEG van de Raad van 8 december 1986
betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van
banken en andere financiƫle instellingen en Richtlijn 91/674/EEG van de
Raad van 19 december 1991 betreffende de jaarrekening en de
geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen vereisen dat
de jaarrekeningen of geconsolideerde jaarrekeningen worden gecontroleerd
door een of meer personen die bevoegd zijn om dergelijke controles uit
te voeren. Richtlijn 2004/109/EG van 15 december 2004 betreffende de
transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende
instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde
markt zijn toegelaten vereist in artikel 4, lid 2, onder a) dat het
financiƫle verslag van de uitgevende instelling gecontroleerde
financiƫle overzichten omvat.

	Artikel 51 bis, lid 1, onder a), van Richtlijn 78/660/EEG betreffende
de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen.

	Een redelijke mate van zekerheid wordt meestal gedefinieerd als een
hoge, maar niet absolute mate van zekerheid.

	International Standard on Auditing (ISA) 200, 'Algehele doelstellingen
van de onafhankelijke auditor, alsmede het uitvoeren van een controle
overeenkomstig de International Standards on Auditing', paragraaf 11.
Fraude in de context van een controle betekent een opzettelijke daad
door iemand in een onderneming om een ongerechtvaardigd of illegaal
voordeel te behalen. Het begrip waarschijnlijkheid van fraude kan in
deze context verder worden ontwikkeld als een belangrijk element.

	Auditors verkleinen het controlerisico door middel van verschillende
procedures, waaronder vaststelling van de risico’s van een
onderneming, beoordeling van de relevante interne
beheersingsmaatregelen, steekproeven, rechtstreekse bevestiging van
derde partijen, besprekingen met het management, enz. Het bepalen van de
mate waarin een afwijking van materieel belang zou zijn is in dit
verband een essentiƫle stap.

	IAS 1, de paragrafen 17 en 21 en het IFRS-raamwerk. Andere relevante
beginselen zijn neutraliteit, volledigheid en voorzichtigheid.

	Zie vraag 3.1 in het groenboek Corporate governance in financiƫle
instellingen en het beloningsbeleid – COM(2010) 284 – blz. 15:
ā€œMoet de samenwerking tussen de externe auditors en de toezichthouders
worden uitgebreid? Zo ja, op welke manier? In de verschillende
antwoorden die tot nu toe zijn ontvangen, lijkt er een algemene steun te
zijn voor het verbeteren van de samenwerking tussen externe auditors en
toezichthouders.

	De Financial Services Authority (FSA) en de Financial Reporting Council
(FRC) hebben in juni 2010 een discussienota opgesteld waarin zij de
vraag stellen of de auditor altijd voldoende kritisch is geweest en
voldoende aandacht heeft besteed aan indicatoren voor een mogelijke
oneigenlijke beĆÆnvloeding van de zijde van het management bij het
onderzoeken van belangrijke aspecten van financiƫle verslaggeving en
toelichting die in hoofdzaak afhankelijk zijn van de inschattingen van
het management. – http://www.frc.org.uk/press/pub2303.html.

	Een professioneel-kritische instelling kan ook een belangrijke rol
spelen bij het ontdekken en voorkomen van fraude.

	Er wordt een paragraaf ter benadrukking van bepaalde aangelegenheden
opgenomen in de controleverklaring als er een ongebruikelijk element
voorkomt dat volgens de auditor van fundamenteel belang is en dus moet
worden toegelicht om de gebruiker(s) van de financiƫle overzichten meer
inzicht te verschaffen. Het is ook de moeite waard op te merken dat een
paragraaf ter benadrukking van bepaalde aangelegenheden niet van invloed
is op het oordeel van de auditor over de financiƫle overzichten.

	De IOSCO (Internationale Organisatie van Effectentoezichthouders) heeft
suggesties gedaan om de controleverklaring te verbeteren met het oog op
het verkleinen van de verwachtingskloof, het vermijden van technisch
jargon en het herzien van het binaire karakter van controleverklaringen.
Verbetering van de controleverklaringen staat de komende jaren ook op de
agenda van de IAASB (International Auditing and Assurance Standards
Board).

	Zie samenvatting van de opmerkingen naar aanleiding van de raadpleging
van maart 2010 op	

http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/2009/isa_en.htm.

	De gedragscode die is ontwikkeld door een raad van de International
Federation of Accountants wordt door beroepsbeoefenaren als ijkpunt
gebruikt omdat hun beroepsvereniging of hun kantoor de IFAC-standaarden
in acht neemt. Codes die door regelgevers op nationaal niveau zijn
ontwikkeld, zijn doorgaans strenger dan de IFAC-code.

	Een dergelijk model is nog niet getest (met uitzondering van Duitse
coƶperaties en spaarbanken).

	In een onderzoek dat is uitgevoerd in 2006 antwoordde meer dan de helft
van de deelnemende ondernemingen dat hun auditor al meer dan zeven jaar
voor de onderneming werkte en 31 procent meldde dat er al meer dan
vijftien jaar niet van auditor was gewisseld. De algemene tendens is:
hoe groter de gecontroleerde onderneming, hoe minder er wordt gewisseld.
(Onderzoek uitgevoerd door London Economics naar het economische effect
van aansprakelijkheidsregelingen van auditors; september 2006, tabel 22,
blz. 43:
http://ec.europa.eu/internal_market/auditing/liability/index_en.htm).

	Hierbij moet worden opgemerkt dat het in de VS auditors van
beursgenoteerde ondernemingen wettelijk verboden is bepaalde
niet-auditdiensten aan hun cliƫnten te leveren. Dit heeft in de EU
gevolgen voor de levering van niet-auditdiensten aan ondernemingen met
een beursnotering in de VS.

	De FRC in het Verenigd Koninkrijk heeft in dit verband echter onlangs
specifieke opmerkingen gemaakt - persbericht POB PN 60 van de Audit
Inspection Unit van de Financial Reporting Council, 14 september 2010.

	Bijvoorbeeld: paragraaf 290.222 van de IFAC-gedragscode bepaalt dat een
auditor van een entiteit van openbaar belang zijn cliƫntensituaties
openbaar moet maken als de vergoedingen van die cliƫnt meer dan 15
procent vormen van de totale vergoedingen die het kantoor ontvangt.

	Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad
van 16 september 2009 inzake ratingbureaus.

	Audit Firm Governance Code van de FRC en het Institute of Chartered
Accountants in England and Wales (ICAEW), januari 2010.

	Artikel 3 van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles.

	Openbare raadpleging over controlestructuren binnen auditkantoren en de
gevolgen daarvan voor de auditmarkt, juli 2009:   HYPERLINK
"http://ec.europa.eu/internal_market/auditing/market/index_en.htm" 
http://ec.europa.eu/internal_market/auditing/market/index_en.htm .

	De eventuele oprichting van een nieuw comitƩ of een nieuwe
toezichthoudende autoriteit zou ook moeten worden beoordeeld met
betrekking tot het effect op de EU-begroting.

	Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot
wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement
en de Raad inzake ratingbureaus, COM(2010) 289 definitief.

	Artikel 55 van Richtlijn 2004/39/EG van 21 april 2004 betreffende
markten voor financiƫle instrumenten. Artikel 53 van Richtlijn
2006/48/EG van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening
van de werkzaamheden van kredietinstellingen.

	Artikel 20 van Uitvoeringsrichtlijn 2006/73/EG van 10 augustus 2006.

	Werkdocument van de diensten van de Commissie (bij het groenboek
Corporate governance in financiƫle instellingen en het beloningsbeleid)
SEC(2010) 669 – blz. 33, punt 6.1.1.

	Deloitte & Touche, Ernst & Young, PricewaterhouseCoopers en KPMG.

	Onderzoek door London Economics naar het economische effect van
aansprakelijkheidsregelingen van auditors; september 2006, tabel 5,
blz. 22:	

http://ec.europa.eu/internal_market/auditing/liability/index_en.htm).

	Persbericht POB PN 60 van de Audit Inspection Unit van de Financial
Reporting Council, 14 september 2010.

	ā€œRestrictive bank covenants keep Big four on topā€ (Christodoulou,
2010), Accountancy Age, 17 juni 2010.

	Regels die zijn vastgelegd in Richtlijn 2005/36/EG betreffende de
erkenning van beroepskwalificaties en in de Dienstenrichtlijn
2006/123/EG.

	Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot
wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement
en de Raad inzake ratingbureaus, COM(2010) 289 definitief.

NL		  DOCPROPERTY "Classification" \* MERGEFORMAT    	NL

NL		  DOCPROPERTY "Classification" \* MERGEFORMAT    	NL

NL	  PAGE  \* MERGEFORMAT  5 	  DOCPROPERTY "Classification" \*
MERGEFORMAT    	NL