[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

MIRT (Infrastructuur)

Stenogram

Nummer: 2010D49685, datum: 2010-12-07, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu<1>, de vaste commissie
voor Binnenlandse Zaken<2> en de vaste commissie voor Economische Zaken,
Landbouw en Innovatie<3> hebben op 6 december 2010 overleg gevoerd met
minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus van Infrastructuur en
Milieu over het MIRT (Infrastructuur).

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu,

Snijder-Hazelhoff

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu,

Sneep

**

Voorzitter: Snijder-Hazelhoff

Griffier: Sneep

Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Snijder-Hazelhoff,
Aptroot, Bashir, Dijsselbloem, Van Gent, Huizing, De Jong, De Rouwe,
Slob en Verhoeven,

en minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus van Infrastructuur en
Milieu.

Aan de orde is de behandeling van:

- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 28 september
2010 met het MIRT Projectenboek 2011 (32500-A, nr. 3);

- de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 16 november
2010 met de lijst van vragen en antwoorden over het MIRT Projectenboek
2011 (32500-A, nr. 5);

- de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 29 november
2010 met de uitkomsten van de bestuurlijke overleggen MIRT, najaar 2010
(32500-A, nr. 12);

- de brief van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer d.d. 22 juni 2010 over de uitvoering van de Structuurvisie
Randstad 2040 (31089, nr. 73);

- de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 29 november
2010 over de uitvoering van de Nota Ruimte (2010Z18013);

- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 29 juni 2010
met de hoofdlijnen van de resultaten van de Nationale Markt- en
Capaciteitsanalyse (NMCA) (31305, nr. 180);

- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 1 oktober 2010
met een reactie op het verzoek van de commissie om een rapport van de
Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) toegezonden te krijgen
(31305, nr. 184);

- de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 29 november
2010 bij de toezending van de conceptdeelrapporten voor wegen, vaarwegen
en regionaal openbaar vervoer, op basis waarvan de hoofdlijnen van de
Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) ) zijn geformuleerd
(31305, nr. 190);

- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 10 september
2010 bij de aanbieding van het rapport inzake de stand van zaken en
jaarverslag Randstad Urgent (31089, nr. 75);

- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 6 september
2010 met de voortgangsrapportage Minder Hinder Hoofdwegennet tweede
kwartaal 2010 (32123-A, nr. 136);

- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 15 september
2010 met het onderzoek natte kunstwerken (32123-XII, nr. 55);

- de brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu d.d. 28
oktober 2010 met een extra toelichting over de door het Rijk gemaakte
kosten bij de gebiedsontwikkeling en op het (besluitvormings)proces rond
de MIRT verkenning A1-zone (31936, nr. 39);

- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 13 oktober
2010 met de beantwoording van de vraag van de commissie over de
besluitvorming over een nieuwe gelijkvloerse spoorkruising te Didam
(29984, nr. 235);

- de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 16 november
2010 met een reactie op de notitie Impuls voor de Veluwelijn (32404, nr.
30);

- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 3 juli 2010
met de toezending MKBA IJzeren Rijn en het advies van de COD (27737, nr.
36);

- de brief van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer d.d. 6 juli 2010 met een afschrift van de driejaarlijkse
voortgangsrapportage over de implementatie van de Europese
kaderrichtlijn INSPIRE (31771, nr. 13);

- de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat d.d. 28 april 2010
bij de aanbieding van het KiM-rapport Krimp en mobiliteit (31305, nr.
176);

- de brief van de minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 26 oktober
2010 bij de aanbieding van de KiM-rapporten Mobiliteitsbalans 2010 en
Verkenning mobiliteit en bereikbaarheid 2011-2015 (31305, nr. 187),

en over:

- de motie-De Rouwe c.s. over een aantal projecten in het verlengde van
het MIRT (32500-XII, nr. 30).

De voorzitter: Ik heet iedereen van harte welkom bij dit notaoverleg, in
het bijzonder de minister en haar ambtelijke ondersteuning en de mensen
op de publieke tribune. Voor dit lange overleg is elf uur gepland, met
een onderbreking voor de lunch en het diner. Ik hoop dat iedereen zich
aan de afgesproken spreektijd houdt. We hebben verder afgesproken dat
per fractie in de eerste termijn drie keer mag worden geïnterrumpeerd.
Mevrouw Dijksma van de PvdA is ziek en wordt vervangen door de heer
Dijsselbloem. Normaal gesproken zou de PvdA beginnen, maar ik geef de
heer Dijsselbloem graag nog even de tijd om de tekst door te nemen.
Mevrouw Van Gent van GroenLinks schuift wat later aan wegens vertraging.

**

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb een punt van orde, mede
namens de PvdA, de SP, GroenLinks en D66. Wij gaan elf uur vergaderen.
Wij willen heel graag het volgende weten: heeft dit overleg echt zin of
is het bezigheidstherapie? Ik vraag dit omdat in de nacht van woensdag
op donderdag door de coalitie een motie is ingediend die enerzijds
terecht aandacht vraagt voor de regio, maar anderzijds minder terecht
een ongekende claim van zo'n 7 mld. legt op de toch al zo beperkte
financiële middelen. Daardoor is de beperkte ruimte die er op dit punt
was, helemaal weg. In de hitte van de strijd heb ik dat woensdagnacht
"schofferen van zowel de minister als de rest van de Kamer" genoemd. Dat
was misschien iets te stevig aangezet, maar zo ervaren wij het wel.

	Wij staan nu helemaal klem. Wij kunnen wel elf uur vergaderen en van
alles inbrengen, maar zolang deze motie er ligt, heeft dat eigenlijk
geen enkele zin. Mijn vriendelijke doch dringende verzoek namens de
eerdergenoemde partijen aan de indieners is: trek deze motie in.
Uiteraard kunnen de individuele projecten in dit debat worden
ingebracht. Wij kunnen daarover een open debat hebben. Als de motie
echter op deze wijze boven de markt blijft hangen, heeft het debat van
vandaag eigenlijk geen zin, wat ik zeer betreur. Vandaar ons verzoek aan
de indieners van de motie waarvan de heer De Rouwe de eerste
ondertekenaar is.

De heer De Rouwe (CDA): Wij hebben woensdagnacht een lang debat voor een
deel afgerond terwijl er nog veel vragen waren, ook over het MIRT en
over de motie. Ik heb namens de indieners aangegeven dat wij openstaan
voor dit debat. Wij zijn bereid de voors en tegens uit te wisselen. Ik
realiseer me dat het debat midden in de nacht gevoerd is. Het is daarom
goed dat we vandaag de tijd hebben om van de minister een uitgebreidere
reactie op het voorstel te horen. Ik ben zeer bereid om daarin open en
constructief te staan en aan het einde van de dag met de mede-indieners
de balans op te maken.

De voorzitter: Om geen heel debat uit te lokken lijkt dit me op zich een
goed uitgangspunt.

**

De heer Slob (ChristenUnie): Dat vind ik eerlijk gezegd niet. De motie
blijft gewoon op tafel liggen met het beslag dat daarin gedaan wordt.
Natuurlijk gaan we vandaag met elkaar praten, maar er wordt dus helemaal
geen ruimte geboden. Ik herhaal mijn verzoek. Als dat niet wordt
ingewilligd, verzoek ik om een korte schorsing.

De voorzitter: U mag om een schorsing vragen. Ik kan die niet
tegenhouden. Ik denk dat de heer De Rouwe duidelijk heeft aangegeven dat
alle in de motie genoemde voorstellen uiteindelijk vandaag in het debat
kunnen worden besproken. Bovendien wordt er eventueel morgen pas over de
motie gestemd. Laten we gewoon beginnen en laat iedereen zijn zegje doen
over alle voorstellen. Dan voeren we vervolgens met de minister het
debat. Dat is cruciaal. Het gaat niet alleen om ons onderling, maar ook
om de reactie van de minister.

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Ik geloof dat u de woorden die
ik heb gesproken namens een groot aantal partijen niet helemaal goed
verstaan hebt. Wij willen een gelijk speelveld en een gelijke ruimte,
zodat wij het debat in alle openheid kunnen voeren. Dan kan alles
ingebracht worden. Dit is niet mogelijk met de motie met een claim van 7
mld. die op tafel ligt. Wij moeten maar afwachten of deze motie in
stemming wordt gebracht. Het is logisch dat dit wel gebeurt, want zij
staat nog steeds op de stemmingslijst. Wij willen gewoon duidelijkheid,
zodat wij vandaag een open debat kunnen voeren. Die duidelijkheid willen
wij vooraf hebben. Als daaraan niet voldaan wordt, zou ik graag even
willen schorsen om te kunnen overleggen met de andere partijen.

De heer De Rouwe (CDA): In alle oprechtheid geef ik aan dat dit wat ons
betreft een open debat is, waarin alle projecten kunnen worden
besproken. Dit is ook het kenmerk van het MIRT. Het is een beetje lastig
dat de heer Slob een bedrag noemt dat mij niet bekend voorkomt. Het
lijkt mij goed om daarover met de minister van gedachten te wisselen. Ik
denk niet dat dit het bedrag is. Wat mij betreft, wordt dit het bedrag
ook niet. De minister heeft gezegd dat voor de periode voor het
verlengde MIRT na 2020 een veelvoud van het bedrag nog ingevuld moet
worden.

	Nogmaals, ik wil alle ruimte bieden om met elkaar van gedachten te
wisselen. Het is juist goed om dit vandaag te doen, omdat wij er vandaag
ook echt de tijd voor hebben. Woensdagnacht, tijdens de
begrotingsbehandeling, hadden we er niet helemaal de tijd voor. Ik ben
geïnteresseerd in een uitgebreidere reactie van de minister, van het
kabinet. Met de mede-indieners zit ik er gewoon constructief in. Of de
motie aangepast moet worden of van tafel moet, kan ik pas na afloop van
dit debat overwegen. Ik wil de motie gerust even aanhouden, als dat het
pleidooi is. Maar aan de andere kant heeft de Kamer gewoon het recht om
een motie in te dienen. Dit is tijdens de begrotingsbehandeling gebeurd.
Misschien is het een wat procedurele stap, maar ik wil de motie gerust
aanhouden. Ik wil heel graag het inhoudelijke debat aangaan met de
minister. Ik denk dat we er belang bij hebben om ook de reactie van de
minister te horen.

De voorzitter: Ik zie nu allerlei vingers de lucht ingaan. Ik had er al
voor gewaarschuwd dat we hierover een heel debat zouden krijgen. Daar
heb ik eigenlijk geen zin in. Daarom geef ik de Kamer de gelegenheid om
te schorsen. Ik was graag van start gegaan. Dit kost alleen maar tijd.
In het belang van de Kamer maan ik tot snelheid. Wat mij betreft
schorsen we voor de duur van vijf minuten.

**

De vergadering wordt van 10.28 uur tot 10.58 uur geschorst.

De voorzitter: Ik begrijp heel goed dat de mensen op de publieke tribune
wat ongerust zijn geworden. Ik had aangekondigd dat wij vijf minuten
zouden schorsen, maar dat is een halfuur geworden. Elke fractie heeft
het recht om schorsing te vragen. Ik hoop dat wij nu van start kunnen
gaan, maar eerst is het woord aan de heer De Rouwe.

**

De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. Geachte aanwezigen, dank voor uw
geduld. U had niet zo veel keus, maar helaas is het even zo. De
discussie gaat over een motie die door mijn fractie is ingediend en mede
is ondertekend door de fracties van de VVD en de PVV. In deze motie
wordt voorgesteld om een verschuiving in het MIRT aan te brengen. Andere
fracties voelen zich daardoor wat ingeperkt -- ik kan het woordje "wat"
wel weglaten -- bij de bespreking van het MIRT. Onze insteek is om de
gevraagde ruimte wel degelijk te bieden. Ik houd de motie even aan,
zodat wij in dit debat alle ins en outs kunnen uitwisselen. Ik ben
bereid om tijdens dit debat goed naar de minister te luisteren om na te
gaan of zij wellicht meer ruimte nodig heeft voor het overleg met de
medeoverheden. Ook zijn wij bereid om na te gaan of wij meer ruimte
kunnen bieden voor de voorstellen die hier gedaan worden. Daarmee doen
wij naar mijn mening recht aan de gevoelens van ongenoegen die in een
deel van de Kamer leven. Ik ben zeer bereid om de discussie open en
constructief in te gaan. Het zou kunnen dat wij de motie op grond
daarvan wijzigen en dat er daardoor iets meer ruimte ontstaat.

De voorzitter: Op verzoek van de heer De Rouwe stel ik voor, zijn motie
(32500-XII, nr. 30) van de agenda af te voeren.

**

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter: Dan beginnen wij nu met de behandeling van het MIRT. De
VVD-fractie krijgt als eerste het woord. In totaal heeft deze fractie 22
minuten spreektijd in eerste termijn. De heer Aptroot heeft 17 minuten
en de heer Huizing 5 minuten.

**

De heer Aptroot (VVD): Voorzitter. Het MIRT is een belangrijk programma.
De discussie van zojuist geeft aan dat het MIRT langzamerhand onwerkbaar
is geworden omdat wij met elkaar meer projecten met bijbehorende
bedragen toevoegen dan er ruimte is in het komende jaar. Het is ook
onwerkbaar omdat rijp en groen door elkaar staan. Er staan projecten op
waartoe de besluiten min of meer zijn genomen. De tracés worden of zijn
onderzocht en de financiering is (bijna) rond. Er staan echter ook
projecten op waarbij dit allemaal nog niet het geval is. Bij het
kennismakingsgesprek met de minister en tijdens de begrotingsbehandeling
heb ik gevraagd om alles op een rijtje te zetten om duidelijk te maken
wat de ruimte in het MIRT is. Welke projecten gaan in ieder geval door?
Daarvoor moet de financiering geregeld worden. Dan wordt ook duidelijk
over welke projecten nog niet is besloten, maar waarover wij al zo lang
in gesprek zijn dat er verwachtingen zijn gewekt. Kortom, iedereen gaat
ervan uit dat die projecten doorgaan. Die projecten moeten ook van de
totale ruimte worden afgetrokken en dan hebben wij een overzicht van wat
er overblijft. Bij de nieuwe projecten moeten wij opnieuw een afweging
maken.

	De minister heeft ons daarover op 3 december jl. een brief gestuurd. Ik
heb hem gisteren gelezen, want hij lag tussen de sinterklaascadeautjes.
Je wordt niet meteen vrolijk van de problematiek, maar wij denken wel
dat de minister een goede aanzet geeft om projecten goed te kunnen
afwegen. Dat is nodig. Wij hebben ook gevraagd om een doorkijk naar
2040. Hoe moet ons wegennet er dan uitzien? Hoe moet het spoor er dan
uitzien? Elke investering moet in dat toekomstbeeld passen.

	De discussie over de motie die beslag legt op de ruimte is het gevolg
van het besluit van de vorige regering om het MIRT te verlengen tot
2028. Het is goed dat wij alles nog eens afwegen en niet automatisch
overgaan tot het verlengen van het MIRT tot 2036 of 2044. Dan praat je
over projecten die over 30 jaar gerealiseerd worden. Wij zullen echter
duidelijke prioriteiten moeten stellen.

	Ik maak een aantal opmerkingen waarmee ik de wensen van de VVD-fractie
aangeef. Dat is de richting waar voor ons de prioriteit ligt. Het is van
groot belang dat de minister daarna aangeeft wat met dat nieuwe
afwegingskader de grootste knelpunten zijn. Waar liggen de economische
belangen? Waar wordt de mobiliteit het meest beperkt? Daarna kunnen wij
tot een finale afweging komen.

	Wij vinden dat bij de Zuidvleugel de Rijnlandroute in ieder geval
aangelegd moet worden. Dat project bevindt zich qua gesprekken in de
afrondende fase.

Er moest voor 1 december of 5 december een besluit worden genomen. Er
was wat paniek in de regio omdat men dacht dat het geld dan weg zou
zijn. Dat is natuurlijk niet zo want er loopt nog een MER-procedure rond
twee varianten en de financiering is niet helemaal rond. Wij gaan ervan
uit dat op korte termijn een besluit kan worden genomen over de
RijnlandRoute. Wij horen het verhaal dat een van de twee alternatieven,
de Churchill Avenue, aanmerkelijk duurder is dan de andere variant. Als
dat waar is, dan kiezen wij voor de variant die wel betaalbaar is. Die
informatie krijgen wij echter de komende week wel van de minister. De
RijnlandRoute is uiteindelijk een provinciale weg dus de provincie moet
een groot deel van de financiering doen. Als wij de RijnlandRoute kunnen
financieren door bijvoorbeeld de uitloop van het spoor van de
RijnGouwelijn wat te beperken in de richting van Noordwijk, dan moeten
wij dat maar doen.

	Voor de parallelstructuur Gouweknoop ligt een provinciaal plan. Ik heb
daar recentelijk vragen over ingediend. Wij vinden de Moordrechtboog
nodig maar ook een goede ontsluiting van Gouda. Het provinciaal plan dat
er nu ligt, maakt Gouda slechter bereikbaar. Bovendien loopt de
parallelstructuur vast in de gemeente Lansingerland bij een woonwijk en
een bedrijventerrein. Wij zouden de minister willen vragen om in gesprek
te gaan met de provincie maar ook om de provincie niet zomaar gekke
plannen te laten indienen en te laten sleutelen aan wat er rondom onze
rijkswegen gebeurt. De provincie is daar namelijk een beetje bezig een
deel van de infrastructuur te verknoeien in plaats van te verbeteren.

	De procedure voor de nieuwe westelijke tunnel, westelijke
oeververbinding Rotterdam loopt. Het gevolg van de
motie-Koopmans/Aptroot (CDA/VVD) van vorig jaar is dat die privaat zou
kunnen. Er wordt nu gesproken van oplevering in 2020. Volgens ons kan
die open in 2018 als het privaat gebeurt. Graag een reactie van de
minister.

	De A20-Oost wordt uitgewerkt. In het najaar van 2011 valt het besluit
om het stuk Nieuwerkerk-knooppunt Gouwe van twee keer twee naar twee
keer drie rijstroken uit te breiden. Wij verheugen ons op een positief
besluit.

	De A15 staat ook in de motie waar al even over gesproken is hier. Wij
vinden dat die over het hele traject moet worden aangepakt, ook het deel
Papendrecht-Gorinchem is nog nodig. Die moet dus worden doorgetrokken
naar de A12.

	Het vervolggesprek voor de A13/A16 wachten wij af. Daar is ook een
stukje noodzakelijk.

	Ik kom op de laatste stukken voor dit landsdeel: de A4-Zuid. Wij denken
dat de Beneluxcorridor, zoals die genoemd wordt, niet goed te maken is
zonder de A4-Zuid aan te leggen. Tot de A4-Noord is besloten. Sommigen
hopen nog een spaak in het wiel te steken maar dat mag niet gebeuren.
Die moet gewoon doorgaan, eindelijk na 40, 50 jaar. De A4-Zuid moet er
ook een keer komen. Hoe gaat het met de vordering?

	Tot de toegang tot Den Haag, de Rotterdamsebaan, is eigenlijk besloten.
Wij lezen dan weer dat er ergens een klein financieel gat is. Hoe wordt
dat opgelost?

	De minister kondigt aan dat aanbestedingsmeevallers voor spoor gebruikt
gaan worden voor verdere viersporigheid tussen Den Haag en Rotterdam.
Daar zijn wij positief over.

	Ik kom op Noordwest-Nederland en Utrecht. De VVD feliciteert de
minister, de gemeente Utrecht, de provincie Utrecht maar eigenlijk heel
Nederland met het besluit over de ring Utrecht. Die is een draaischijf
in ons verkeerssysteem en moet worden aangepakt. Wij zijn het eens met
de verbredingen aan de zuid- en oostkant van Utrecht en de afronding van
de ring aan de noordkant. Wij vinden het ook positief dat daarbij
eveneens het openbaar vervoer wordt meegenomen en dat er een
mogelijkheid is om een tramlijn aan te leggen tussen Utrecht CS en de
Uithof, wat verder moet worden uitgewerkt. Daar kom ik straks in relatie
met milieu nog op terug omdat daar begrijpelijk zorgen van inwoners over
zijn.

	De planstudies voor de A28 bij Hoevelaken zijn voor de VVD onduidelijk.
Er is sprake van tijdelijke geluidsschermen. Prima, maar in hoeverre
verhouden die zich tot de definitieve oplossing? Is wel goed geregeld
dat het geluid daar niet alleen tijdelijk maar definitief binnen de
perken blijft?

	Voor de Westfrisiaweg in Noord-Holland wordt elke keer een stukje
financiering gevonden. Stukje bij stukje wordt het geld
bijeengesprokkeld. Wij verzoeken de minister om door te gaan om samen
met de provincie te sprokkelen want die weg moet op een gegeven moment
geheel geüpgraded worden.

	Het overleg over de robuuste verbinding A4/N206 naar de Greenport
Bollenstreek heeft geen resultaat opgeleverd. Wie is nu aan zet? Is dat
de provincie of is het toch het Rijk? Wie zet de eerste stap om te
bekijken hoe wij dat in de toekomst oplossen?

	Wij zijn wat ontevreden over de rapportage over de N200 bij Halfweg.
Dat is niet alleen omdat er niet geïnvesteerd gaat worden -- wij
begrijpen dat investeringen heel duur zijn -- maar ook omdat er zelfs
niet extra wordt opgetreden tegen te hard rijden en door rood licht
rijden. We zijn met de vaste commissie op bezoek geweest; daar waren
CDA, PvdA en VVD bij. Wij hebben toen gezien dat er daar echt een
onacceptabele situatie bestaat. Voor de langere termijn moet je
investeren, maar als het geld er niet is zou de minister op zijn minst
aan de collega van Veiligheid en Justitie kunnen vragen om daar zo
stevig te laten controleren dat het gevaar en de overlast behoorlijk
worden teruggebracht.

	We hebben recent gesproken over Almere-Amsterdam-Markermeer, vooral
over de A6/A9 en de IJmeerbrug. Voor ons is de ontsluiting Almere-'t
Gooi-Utrecht ook van belang. Wij willen dat bij de A27 van Almere tot
aan Breda doorgegaan wordt met het voorbereiden van de forse verbreding,
maar dat er ruimte komt voor een snelle ov-verbinding. Een motie van
anderen hierover hebben wij gesteund. Het aardige is dat ik de eerste
vervoerder heb gesproken, die over de IJmeerbrug die de VVD heeft
voorgesteld en die brede steun in de Kamer heeft gekregen, zegt: daar
willen wij wel openbaar vervoer op draaien met snelle bussen of met de
trein, maar wij willen dat ook best doortrekken naar Utrecht en
uiteindelijk naar Breda. Er is dus van particuliere kant belangstelling.
We zijn niet alleen afhankelijk van de NS. Als we de weg aanpakken --
dat moet gebeuren -- moeten we in ieder geval de ruimte reserveren voor
een goede ov-verbinding.

	Voor Noord-Nederland wil ik nog de N31/A31
Leeuwarden-Harlingen-Afsluitdijk noemen. Delen zijn verbreed naar 2x2
rijstroken. In het MIRT staat weer een deel. Wij hopen dat de minister
hiermee door wil gaan, om ervoor te zorgen dat het hele traject stap
voor stap naar 2x2 rijstroken met vluchtstroken gaat, zodat we daar een
behoorlijke snelweg hebben.

	De N35 wordt genoemd in de motie waarover al even is gesproken. Die is
in bewerking. Wij willen graag dat afspraken worden gemaakt om het
resterende deel langs Raalte aansluitend ook op orde te krijgen. Ik
begrijp dat de regio ook bereid is om een bijdrage te leveren en voor te
financieren.

	De A1-verbreding is van nationaal belang. Wij willen het knooppunt
A1/A35 bij Azelo nog noemen. Het is belangrijk dat ook dat wordt
aangepakt, want als we de A1 verbreden en het knooppunt niet aanpassen,
houden we een heel lastig probleem.

	De doortrekking van de A15 tot de A12 noemde ik al. In het
regeerakkoord staat een belangrijke passage, waarin staat dat het Rijk
zorgt voor een goede inpassing die voldoet aan geluidsnormen en
luchtkwaliteitsnormen van wegen. Er staat echter ook dat als er iets
extra moet gebeuren op verzoek van de regio, de regio dat moet betalen.
Wat dat betreft denk ik dat het doortrekken van de A15 tot de A12 eerder
te realiseren is als wij de eis van een tunnel onder het Pannerdensch
Kanaal laten varen. Het Rijk moet het op een goede manier doen en dat
kan met een brug. Er is geen scheepvaartprobleem waardoor die brug
steeds open moet; dat is allemaal niet nodig. Als in de regio toch de
harde wens bestaat voor een tunnel, dan moeten gemeenten en provincie
die maar betalen. Wij schroeven onze wens een beetje terug.

	Voor de N18 in het oosten lijken de financiën geregeld. Grote delen
gaan naar 2x2 rijstroken en krijgen een maximumsnelheid van 100 km/u,
maar op een enkel deel, zoals Varsseveld-Groenlo, blijft 80 km/u gelden.
Dat vinden wij voor de doorstroming slecht. Wij willen dat alles erop
wordt gericht om naar een normale autoweg te gaan met een
maximumsnelheid van 100 km/u voor de hele N18.

	Er is nu een kans dat het vliegveld Twente echt goed gaat draaien. Dat
is goed voor de gebiedsontwikkeling en voor de economische groei. De
bereikbaarheid van Twente krijgt in het MIRT aandacht, maar de
luchthaven niet specifiek. Kan de minister een update geven? In hoeverre
komt er een aanpassing en een aansluiting richting de rijksweg? Laat
regio en provincie als eerste initiatieven nemen en laten zien wat zij
eraan willen doen.

	Ik kom in Limburg, bij de A2-tunnel bij Maastricht. De bouw start in
2011. Het is een majeur besluit, zou de vorige minister zeggen. Het is
ook heel bijzonder. Wij vinden het heel goed dat de A2 steeds verder op
orde wordt gebracht, wordt afgebouwd. Wij vragen nog aandacht voor het
stuk Maasbracht-Geleen. Daar wordt de verbreding van 2x2 naar 2x3
gebracht "als het noodzakelijk is". Wij kunnen met die formulering
leven, maar wij hebben de indruk dat, als je over het hele traject de
weg verbreedt, het op dit onderdeel ook wel zo zal zijn.

Wij zijn verheugd dat het ontbrekende deel van de A74 bij Venlo wordt
gerealiseerd in 2012. Daarmee verdwijnt weer een knelpunt.

	De A58 in Noord-Brabant staat voor een deel in het MIRT, namelijk St.
Annabosch-Galder. Bij de andere delen wordt gesproken over een
verkenning. Wij vinden dat dit echt moet gebeuren, want op termijn zal
de hele A58 moeten worden aangepakt en verbreed. We weten dat daarbij de
wens leeft om de A58 om Roosendaal heen te leggen. We begrijpen die
wens. Ik ben er op werkbezoek geweest afgelopen jaar. Het is logisch dat
Roosendaal dat wil, want dat geeft flinke ontwikkelingsmogelijkheden.
Wij denken dat de gemeente en met name de provincie Noord-Brabant in het
overleg met de minister, als zij daartoe bereid is, duidelijk kunnen
laten merken dat hen er wat aan gelegen is economische ontwikkelingen
mogelijk te maken en dat een gezamenlijke inspanning ertoe zou moeten
leiden om uiteindelijk de A58 over het hele traject op orde te krijgen.

	Wij denken dat het op termijn onontkoombaar is dat er een aparte
goederenspoorlijn moet komen tussen Antwerpen en België. Wij hebben dat
al eerder gezegd. Dat zal een heel dure zaak zijn. Samen met de A4-Zuid
zorgt dat ervoor dat Rotterdam met Antwerpen en het zuidwestelijke deel
van Europa verbonden is.

	Heel Nederland komt met wensen. Vught is, samen met Halfweg, een plek
waarvan ik eerlijk gezegd vind dat de situatie erg schrijnend is,
misschien wel het meest schrijnend van wat ik in al mijn werkbezoeken
van afgelopen jaar heb gezien. De gemeente wordt daar door de rijksweg,
de provinciale weg en het spoor in tig delen gescheiden. Wij zien dat
het probleem groot is. Wij vinden dat het absoluut nodig is dat juist op
die plek een gezamenlijke studie naar de integrale aanpak van ruimte,
infrastructuur en transport plaatsvindt. Dat is ook uitgesproken in een
eerdere motie, waarvan, volgens mij, GroenLinks een van de eerste
initiatiefnemers was. Wij willen de minister vragen daarover voortvarend
met de gemeente en de provincie door te praten. Er moet een totaalaanpak
komen. Het zal wel een paar jaar duren voordat we dat op orde hebben,
maar we moeten wel nu de eerste stap zetten.

	Wat betreft Zeeland ben ik blij dat de Sluiskiltunnel is gegund. Het is
prima dat het werk is aanbesteed. Hoe gaat het verder met de rest van de
knelpunten van de N62? Is daar een bepaalde tijdlijn voor?

	Dan heb ik nog een opmerking over inpassing. Bij veel projecten, zoals
de ring rond Utrecht en de A1 bij Laren, krijgen we signalen van burgers
die verontrust zijn over geluidsoverlast en luchtkwaliteit. We denken
dat het belangrijk is allereerst eens duidelijk te maken wat de
wettelijke normen zijn. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat we bij
nieuwe projecten de wettelijke normen halen en dat we bij bestaande
projecten waar overschrijdingen zijn, zo snel mogelijk weer binnen de
wettelijke normen komen. Daar moet iedereen goed over worden
geïnformeerd. Wij vinden dat er op dit gebied weinig innovatief wordt
gehandeld. Het moet absoluut mogelijk zijn een flinke slag te maken met
veel stiller asfalt, betere geluidwering en dergelijke. Kunnen we bij al
die projecten een proefstuk laten plaatsen? Kunnen we het bedrijfsleven
uitdagen om op basis van no cure no pay met een oplossing voor een stuk
te komen? Het moet namelijk mogelijk zijn om grotere vooruitgang te
maken.

De heer Slob (ChristenUnie): De heer Aptroot is in een vrij snel tempo
heel Nederland doorgegaan en dat zullen anderen ook gaan doen. Ik wil
even terug naar Utrecht; het actueelst natuurlijk vanwege het
kabinetsbesluit van afgelopen vrijdag inzake de ring rond Utrecht. De
heer Aptroot was nogal tevreden over de samenhang tussen de
investeringen in wegen en in het openbaar vervoer. Als ik die plannen
goed bekijk, gaat er 1,2 mld. naar de wegen en 110 mln. naar de
Uithoftram. En dat is nog maar één verbinding. Vindt de heer Aptroot
dit echt in balans? Zouden we voor het hoogwaardig openbaar vervoer in
Utrecht niet wat breder moeten kijken?

De heer Aptroot (VVD): Ik vind het goed dat beide gebieden worden
aangepakt. Het is geen Utrechts, maar een Nederlands probleem omdat het
echt de draaischijf is. Ik wil niet zeggen dat het bedrag voor het ov
het absolute einde van het geheel is, maar er wordt een forse bijdrage
mogelijk gemaakt aan een tram in Utrecht. Dat is een grote wens van de
stad.

Ik vind het heel positief. Overigens is het ook niet realiseerbaar
zonder rijksbijdrage. We moeten ook reëel zijn. Het is niet alleen een
Utrechts probleem, maar ook een landelijk. Als je het oosten van
Nederland wilt ontsluiten, moet je bijvoorbeeld de ring van Utrecht
aanpassen of van het noorden naar het zuiden een verbinding maken.
Verder wordt bij het personenvervoer 75% van het aantal kilometers
afgelegd over de weg en voor 11 à 12% via het openbaar vervoer. Van het
goederenvervoer gaat 65% over de weg. Dat het meeste naar de weg gaat,
is conform de realiteit in Nederland.

De heer Bashir (SP): De acht rijstroken van de A27 die door landgoed
Amelisweerd lopen, zijn volgens mij nog geen twintig jaar geleden
aangelegd. Deze lopen nu al vol. Hoe beoordeelt de heer Aptroot dat in
het licht van het feit dat asfalt aanleggen blijkbaar niet altijd de
oplossing is?

De heer Aptroot (VVD): Ik weet dat het denken bij de SP twintig jaar
geleden is gestopt en bij de VVD niet. De bevolking is gegroeid en de
economie is gegroeid. Overigens stopt de bevolkingsgroei zo
langzamerhand. We hebben veel meer personenauto's gekregen. Daar is
langzamerhand de groei uit, maar we moeten een en ander nog een keer
aanpassen. Het goederenvervoer zal ook nog wat groeien. Wij vinden dat
we de behoefte aan mobiliteit moeten faciliteren, want anders loopt onze
economie volkomen vast en gaan we in welvaart terug. De SP doet heel
veel enquêtes. Ik zou haar weleens willen vragen om een onderzoek onder
haar eigen leden en kiezers te doen of zij vinden dat ze in de file
moeten blijven staan of dat het wegennet nu eens moet worden aangepast.
Ik denk dat ik de uitkomst wel weet.

De heer Bashir (SP): Het denken is nooit gestopt bij ons. Sterker nog,
bij mij is dat ongeveer twintig jaar geleden begonnen. Je kunt op je
klompen aanvoelen dat de 14 rijstroken die nu gaan worden aangelegd over
20, 30 jaar ook weer vol zijn, temeer omdat een derde van de
weggebruikers rondom Utrecht regionale gebruikers zijn. Zij zouden met
een goed openbaar vervoer in feite beter bediend worden. Is de heer
Aptroot niet bang dat het bij de afritten van de A27 straks een
nummertje trekken wordt?

De heer Aptroot (VVD): Nee, ik ben niet bang. Bang zijn is overigens ook
een slechte eigenschap voor een politicus. Ik hoop dat de SP ook niet
bang is. We hebben gezien dat het bij Den Bosch en Eindhoven, waar de
wegen fors zijn verbreed en waar het doorgaande verkeer en het lokale en
regionale verkeer zijn gescheiden, gewoon weer rijdt. Dat willen wij in
het hele land. We hebben een enorme achterstand in het wegennet. Die
moeten we inhalen. Als we die hebben ingehaald, kunnen we voor een groot
deel de files wegwerken. Je zult altijd 's ochtends de stad in een
beetje file houden en 's avonds de stad uit. Dat deel moeten we gewoon
accepteren. Dat zal nooit helemaal verdwijnen.

De heer Verhoeven (D66): Ik heb een vraag over de
zevenbaanssupersnelweg. Je zou het bijna een formule 1-circuit noemen,
en dat op 40 meter van de mensen die in Lunetten wonen. Ik heb het dan
nog niet eens over de doorsnijding van Amelisweerd. Hoe gaat de VVD
zorgen voor een goede inpassing? Het gaat natuurlijk om mensen die daar
wonen. Het wordt scheuren, scheuren, scheuren met die zevenbaansweg. Kan
het niet een zesbaansweg worden, zodat er iets meer ruimte is voor de
mensen om daar ook nog op een prettige manier te wonen?

De heer Aptroot (VVD): Als je met een zesbaansweg zou bereiken dat er
files zijn met remmen en optrekken en met een zevenbaansweg dat het goed
doorrijdt -- ik zeg "als"; we moeten straks alle plannen exact
beoordelen -- dan heb ik liever een zevenbaansweg. Het is voor het
milieu namelijk veel beter als het verkeer gelijkmatig door kan rijden
dan dat het moet remmen, optrekken, remmen, optrekken. De inpassing --
die heb ik aan het eind genoemd -- vind ik heel belangrijk. Een deel van
de weg bij Amelisweerd wordt overkapt. Er wordt dus echt van alles
gedaan. Wij moeten en kunnen dit soort problemen innovatief oplossen.
Het moet voldoen aan geluidseisen en luchtkwaliteitseisen.

De heer Huizing (VVD): Voorzitter. Na een rondje Nederland over de weg
en een stukje over het spoor, zal ik mij voornamelijk richten op vervoer
over water, gespecificeerd de binnenvaart. Dat is namelijk een heel
belangrijke manier om goederen te vervoeren naast het spoor en de weg.
Uiteraard krijgen spoor en weg politiek gezien veel aandacht. Dat is
logisch als je kijkt naar de hoeveelheid mensen die er gebruik van
maken.

Wij vinden echter dat de binnenvaart ook de aandacht moet krijgen die
hij verdient. De binnenvaart is namelijk een prima alternatief voor de
weg, zeker gelet op de kosten en de milieuaspecten. Als de overheid
aantoont dat zij de binnenvaart serieus neemt, zal de sector zelf ook
veel eerder en meer investeren in de infrastructuur, schonere motoren
etc. Dat moeten wij realiseren, vooral gelet op de Tweede Maasvlakte.
Als die straks in gebruik genomen wordt, gaat de binnenvaart een veel
belangrijker rol spelen. Wij hebben tenslotte afgesproken dat 45% van de
goederen die op de Maasvlakte binnenkomen, door de binnenvaart afgevoerd
moeten worden.

	In het MIRT is hiervoor gelukkig een aantal projecten opgenomen en
daaruit blijkt de goede intentie. Er worden veel knelpunten opgelost,
bijvoorbeeld op het gebied van ligplaatsen, sluiscapaciteit,
kanaalverbreding of -verdieping, en veel achterstallig onderhoud. Daar
zijn wij blij mee, maar tegelijkertijd zien wij in dat er af en toe een
andere benadering nodig is om ons gezamenlijke doel te bereiken. Nu doen
wij heel vaak overal een beetje, waardoor op de meeste routes knelpunten
blijven bestaan. Het heeft allemaal te maken met de zwakste schakel. Wij
vragen om een iets meer integrale benadering; wat is er nodig om de
totale capaciteit van de gehele route te verhogen, van het punt van
laden tot en met het punt van lossen?

	Een mooi voorbeeld is de route Amsterdam-Delfzijl. De vaarweg is op die
route prachtig aangepast, zodat duwbakvervoer mogelijk is. De lengte van
de zeesluis in Delfzijl wordt echter niet aangepast, waardoor alle
bakken weer losgekoppeld moeten worden en een voor een door de sluis
moeten. Dit lijkt niet te helpen, hoe blij wij ook zijn met de
verbreding van de vaarweg. Daarom vragen wij de minister om bij het
vaststellen van de prioriteiten ieder project mee te beoordelen aan de
hand van de vraag wat er nog moet gebeuren om de verbetering die het
project zelf beoogt, in het geheel tot z'n recht te laten komen. Wij
vragen de minister om een reactie daarop.

	Ik sluit af met drie concrete projecten waarover ik een vraag heb. Ik
heb allereerst een vraag over de zeesluis die ik zojuist noemde. Is de
minister van plan om daarvoor een oplossing te vinden? Ten tweede heb ik
een vraag over de zeesluis bij IJmuiden, de toegangspoort naar
Amsterdam. Is de financiering daarvan nu echt rond? Ten derde is er in
IJmuiden een lichtervoorziening. Die wordt op termijn verplaatst naar de
Averijhaven. Die haven wordt nu gebruikt voor het storten van
baggerspecie. Dat mag nog tot 1 januari 2012, maar daarna moet die haven
in oorspronkelijke staat worden teruggebracht. Dan kan daar een
lichtervoorziening worden getroffen, maar dan moet alle baggerspecie dus
weg. Gelet op een aantal andere verhalen uit het MIRT, blijkt er een
enorm tekort aan bestemmingsmogelijkheden voor vrijkomende baggerspecie
te bestaan. Daarom vraag ik de minister: zit dit serieuze probleem het
mooie en goede project in kwestie niet in de weg?

De voorzitter: Mijnheer Huizing, u bent mooi binnen de tijd gebleven.

	Het woord is aan de heer Bashir van de SP-fractie. Hij heeft veertien
minuten spreektijd in eerste termijn.

De heer Bashir (SP): Voorzitter. De infrastructuur in Nederland staat
onder druk. Terwijl Nederland in de file staat, kiest deze regering
ervoor om de kop in het zand te steken: geen impuls voor het openbaar
vervoer, geen mobiliteitsmanagement, geen maatregelen voor thuiswerken
of gespreide werktijden, en geen ruimtelijke ordening meer om wonen en
werken bij elkaar te brengen. Deze regering is een fileregering: veel
show, maar ondertussen vooral de files koesteren.

	De VVD en de PVV helpen met hun private wegen hard mee aan het
filebeleid van de regering. Private investeerders zullen hun elitewegen
alleen aanleggen als er op de normale wegen ellende is en er dus files
staan. De regering kiest ervoor om bedrijven misbruik te laten maken van
de file-ellende; de VVD en de PVV laten de automobilisten barsten.

	Na het mislukken van de filebelasting van minister Eurlings is deze
minister met de tolpoortjes terug bij af. Die tolpoortjes waren destijds
een plan van minister Netelenbos en nu van deze minister.

Zij wil nu de wet van Netelenbos uitvoeren. Deze wet maakt het mogelijk
om tol te heffen op nieuwe wegen en nieuwe banen. Ik vraag de minister
dan ook of zij van beide mogelijkheden gebruik gaat maken. Ik krijg
graag duidelijkheid.

	Als je rijk bent, mag je straks rijdend zwaaien naar de stilstaande
hardwerkende mensen die in de file staan, terwijl ook de hardwerkende
man gewoon belasting betaalt en met zijn belastingcenten mede de wegen
voor de elite heeft betaald. Waarom mag alleen de elite doorrijden?
Graag krijg ik uitleg.

	De minister pleit ervoor om spitsstroken continu open te stellen.
Betekent dit dat de lagere snelheden de hele dag gaan gelden? Wat gaat
de minister doen om ervoor te zorgen dat de snelwegen toch veilig
blijven en een vluchtstrook behouden? Natuurlijk gaat de minister de
normen voor geluidsoverlast en milieuvervuiling niet overschrijden, maar
wat betekent dit concreet? Accepteert zij wel een forse verslechtering
hiervan?

	Mijn collega Jansen confronteerde de minister bij de
begrotingsbehandeling met citaten uit ambtelijke adviezen. Het kabinet
moet volgens de geheime stukken productiviteitsbeperkende of onnodig
kostenverhogende wetgevingseisen zoals tunneltechnische eisen en
gedetailleerde vergunningseisen bij aanleg maar aan de laars lappen ...

De voorzitter: Een punt van orde. U zegt: ik citeer uit geheime stukken.
Misschien mag de rest van de Kamer die stukken met u delen.

**

De heer Bashir (SP): Mijn collega Jansen heeft die stukken al bij de
begrotingsbehandeling uitgebreid geciteerd. Meer dan wat hij heeft
geciteerd, is er niet. Het is allemaal in de Handelingen opgenomen.

De voorzitter: Het is dus geen geheim stuk meer.

**

De heer Bashir (SP): Inderdaad, ze zijn nu niet meer geheim. Maar in die
geheime stukken stond dat de minister productiviteitsbeperkende of
onnodig kostenverhogende wetgevingseisen zoals tunneltechnische eisen en
gedetailleerde vergunningseisen bij aanleg van de wegen maar aan de
laars moest lappen. De minister gaf aan vooral fors te willen
bezuinigen, maar waar gaat zij de kans grijpen? Welke tunnels gaat zij
achterwege laten en waar precies gaat zij gedetailleerde
vergunningseisen aan haar laars lappen?

	Voor de concrete projecten lag net een bom onder het MIRT, neergelegd
door de heren De Rouwe, Aptroot en De Mos. Gelukkig is de bom niet
aangestoken, maar juist weggehaald, althans voorlopig. Anders zou er
geen goede afweging worden gemaakt tussen projecten die in het MIRT zijn
opgenomen, maar ook de wensen van de oppositie. De coalitie ging voor
veertien projecten, maar er zijn nog veel meer projecten, waarvan
sommige ook door ons worden gesteund. Een aantal van die concrete
wegprojecten wil ik hier graag bespreken.

	Het eerste project is de A4 door Midden-Delfland. Dit kindje van onder
anderen de voorganger van deze minister dondert maar door. Is de
minister bereid om nuchter naar de feiten te kijken of loopt zij achter
elke prestigieus, leuk klinkend project aan? Dit stuk A4 lost volgens
verkeerskundigen geen enkel probleem op, maar kost wel 1,2 mld. Over
weggegooid geld gesproken! Er zullen zelfs nieuwe problemen ontstaan bij
het Kethelplein en de Beneluxtunnel. Hoe kijkt de minister tegen deze
geldverspilling aan?

	Welke gevolgen heeft haar toezegging om de mogelijkheid van een nieuwe
weg te bekijken tussen de twee grootste steden van het land, waarvoor
deze verbinding nodig is? Ik heb het over de A3. Het stapelen van
onzalige plannen is volgens mij niet echt verstandig. Graag krijg ik
uitleg.

	Vervolgens kom ik bij de ring van Utrecht. Het is niet alleen een keten
van belangrijke vervoerders; het is ook een wurgslang om de nek van
omwonenden. Zij worden nu al blootgesteld aan herrie, stof en stank tot
ver boven de wettelijke plafonds. De A2 telt vanaf 2012 veertien
rijstroken, de A12 heeft er nu al twaalf en de A27 acht. Die acht
rijstroken van de A27 dwars door het landgoed Amelisweerd zijn nog geen
20 jaar geleden in gebruik genomen en nu al helemaal volgereden. Als de
A27 nu wordt verbreed tot twee keer zes of twee keer zeven stroken, kun
je dus op je klompen aanvoelen dat ook die capaciteit binnen 20 tot 30
jaar helemaal volgereden zal worden.

Wat gaan wij dan doen? Uitbreiden naar 30 of 40 rijstroken? Het wordt
dan naast dweilen met de kraan open ook nummertje trekken bij de
afritten. De verbreding zorgt ervoor dat aan de stadszijde over ongeveer
tien kilometer vijftien meter van de bestaande groene taluds wordt
afgeknabbeld. Ter hoogte van de tunnelbak wordt een nieuwe megahap uit
het landgoed Amelisweerd gehaald. Dit is een voorbeeld van omwonenden
die op drie manieren gepakt worden: meer herrie en stank, minder geld
voor inpassing en gemuilkorfd door een "monddoodwet". Gaat de minister
toch nog zorgen voor een overkapping of ondertunneling, zodat Lunetten
en Voordorp minder last hebben van de verkeersherrie? Wil de minister
alsnog het alternatief "Kracht van Utrecht 2.0" serieus nemen? Daarmee
wordt een echt alternatief geboden voor mobiliteit, zonder aanslag op de
gezondheid van omwonenden.

	Terwijl er voor dure en prestigieuze projecten en wegen volop geld is,
dreigt een project als de N65 tussen Den Bosch en Tilburg geschrapt te
worden. Waarom wil de minister hier geen geld voor beschikbaar stellen?
Zit het financieringsprobleem vooral in de tunnel onder Vught of is er
sowieso geen geld? De voorganger van deze minister en de gehele Kamer
waren enthousiast over dit project. Is de minister er ook enthousiast
over? Zo ja, waarom dreigt zij dit dan te schrappen? Wat betekent dit
voor de hieraan gekoppelde komst van een station Berkel-Enschot?

	Ook de N200 bij Halfweg krijgt niet de urgentie die de weg wel
verdient. De snelweg tussen Haarlem en Amsterdam gaat over in een N-weg
dwars door Halfweg. De minister stuurt de auto's op deze mooie plaats af
en neemt dan haar handen van de verantwoordelijkheid af door er geen
geld voor te reserveren. De SP vindt dit onverantwoord en wil een aanpak
van deze weg zien. Wij kiezen voor de mensen in Halfweg. Ik hoop dat de
minister datzelfde gaat doen.

	Over een aantal projecten maken wij ons zorgen en stellen wij korte
vragen. Wat is de reactie van de minister op het standpunt van enkele
gemeenten om niet over te gaan tot de aanleg van de Blankenburgtunnel?
Is de minister bereid om hier snel van af te zien en enkele
alternatieven, zoals de Oranjetunnel, verder te onderzoeken?

	Hoe staat het ervoor met de Rijnlandroute? Welke twee varianten
bespreekt de minister volgende week met de regio en wat is haar inzet
hierbij? Is de minister bereid om het desastreuze tracé door
Voorschoten te voorkomen?

	In de Brainportdriehoek Eindhoven-Helmond-Veghel wordt terecht
geïnvesteerd in de wegen. De weg langs het Wilhelminakanaal behoort ook
tot de plannen. Wij vinden het een onrendabele en zinloze weg door een
mooi natuurgebied. Is de minister bereid om deze weg uit het plan te
halen?

	Ik kom op het spoor. Het afgelopen weekend maakte weer duidelijk dat de
kwaliteit van het spoor nog niet op peil is. Honderden mensen van
ProRail en NS hebben hard gewerkt om de problemen met sneeuw te
voorkomen, maar toch liep het helemaal vast. Hoe oordeelt de minister
over de snoeiharde kritiek van de NS- en ProRail-medewerkers op hun
bedrijf? Het bedrijf heeft gefaald met het winterhard maken van het
spoor. Erkent de minister dat de kwaliteit van het spoor niet op orde
is? Kan de minister nog deze maand een overzicht geven van wat er in het
afgelopen weekend misging en welke verbeteringen de minister in gang wil
zetten? Is de minister bereid om een programma aan het MIRT toe te
voegen voor het winterhard maken van het spoor? Graag toezeggingen.

	De SP vraagt aandacht voor de kwaliteit van het regionale spoor. De
afgelopen jaren is er slechts aandacht besteed aan het spoor in of naar
de Randstad. Het spoor in de Achterhoek staat al lange tijd bekend als
het slechtste spoor van Nederland. Wanneer gaat hier iets gebeuren?

	In Zuid-Limburg lag de Heuvellandlijn er onlangs dagenlang uit. Wat
gaat de minister hieraan doen?

	Wanneer komt die langverlangde spoorverdubbeling en elektrificatie van
de Maaslijn? Wij hebben een amendement ingediend om de komende jaren
werk te maken van het regionale spoor. De SP trekt volgend jaar 300 mln.
uit voor investeringen in het regionale spoor. Ik denk dan ook aan het
spoor in de Kop van Noord-Holland, het spoor Leeuwarden-Groningen, de
Vechtdallijnen en het doortrekken van het spoor tussen Veendam en Emmen.
Wij helpen de minister graag.

Ik heb onze voorstellen op papier gezet en ik overhandig ze aan de
minister. Ik hoop dat zij er echt werk van maakt en met een uitgebreide
reactie komt. Het voorstel staat ook op de website SP.nl, zeg ik tot de
mensen op de publieke tribune. Zij kunnen het daar bekijken.

De voorzitter: Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit
stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de
Kamer.

**

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal.)

De heer Bashir (SP): Er is nog één spoorproject waaraan enorme
behoefte is en dat is de Emperbocht, die voor 30 mln. aangelegd kan
worden voor een treinverbinding tussen Apeldoorn en Arnhem. De
provinciehoofdstad kan met die stad met 150.000 inwoners verbonden
worden. Dat levert bijna een half uur winst aan reistijd op, dus dat is
een buitenkansje. Bovendien wordt zo een nieuwe verbinding tussen Oost-
en Zuid-Nederland mogelijk gemaakt. Is de minister bereid een verkenning
naar de Emperbocht te starten en deze op te nemen in het MIRT?

	Terwijl de Noord/Zuidlijn onlangs weer 70 mln. duurder is geworden,
willen de mensen in Amsterdam deze toch nog verlengen naar Amstelveen.
Wat vindt de minister hiervan? Er ligt toch een prima verbinding van
Amsterdam naar Amstelveen, met een sneltram? Door de verlengde
Noord/Zuidlijn dreigt een groot aantal haltes opgeheven te worden,
waardoor duizenden mensen worden gedupeerd. Dat bleek uit een onderzoek
dat de SP onlangs heeft gedaan. Is de minister bereid aan te geven dat
zij geen geld beschikbaar stelt voor megalomane plannen van Amsterdam,
als hierdoor haltes opgeheven worden? Graag duidelijkheid.

	De SP mist nog ambities op het gebied van fietsen in het MIRT. Wij zien
wel dat de minister nog steeds aangeeft dat er fietsenstallingen bij
Amsterdam-Centraal komen, maar die wens staat al jaren in het MIRT. Waar
blijft de realisatie? De minister kondigt een actieplan fietsparkeren
aan. Mijn vraag is wanneer wij dat kunnen verwachten. Blijft het gratis
kunnen parkeren van een fiets bij het station daarbij het uitgangspunt?
Komt de minister bij het aangekondigde plan ook met concrete
geldbedragen, om te voorkomen dat het tekort aan fietsenrekken bij
stations oploopt? Als er niet snel beweging komt, dreigt er straks voor
een op de drie fietsen geen plek meer te zijn bij stations.

	Ik eindig met het onderwerp waarmee ik bij de begrotingsbehandeling
begon: de binnenvaart. We missen nog het geld hiervoor. Waarom is er wel
geld voor spoor en weg, maar niet voor de binnenvaart? Kan de minister
duidelijk aangeven dat het achterstallig onderhoud van de binnenwateren
in 2006 is weggewerkt en dat dit niet ten koste gaat van andere
MIRT-projecten? Dat is wel het minste wat wij van de minister
verwachten, gezien de uitspraak in het regeerakkoord om op te komen voor
de binnenvaart. Wellicht kan zij ook al aangeven welke extra
overnachtingshavens, baggerwerkzaamheden en ijsbestrijding er komen.

De voorzitter: U had een kleine overschrijding, maar die zullen wij niet
in rekening brengen, want dat waren enkele seconden.

**

De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. We kunnen vaststellen dat het MIRT
inmiddels een aardig volwassen onderdeel is geworden van deze agenda, en
dat dit steeds meer aandacht krijgt, waarbij ik niet alleen naar de tijd
kijk.

De voorzitter: U krijgt trouwens 17 minuten.

**

De heer De Rouwe (CDA): Dat komt helemaal goed. Ik denk dat ik daar
voldoende aan heb.

	Het MIRT is inmiddels een begrip geworden. Met de gebiedsgerichte
aanpak, de netwerkanalyses en de landelijke markt- en
capaciteitsanalyses zijn flinke stappen gezet en veel aspecten integraal
met elkaar gewogen; niet alleen het wegwerken van de grootste
verkeersknelpunten, maar ook proactief investeren om economische
ontwikkelingen te ondersteunen en de leefbaarheid te bevorderen. Bij de
prioriteitstelling die hieruit volgt, zijn opties voor het openbaar
vervoer en voor infrastructuur voor wegen, water en spoor betrokken. Los
van alle onderzoeken en alle economische afwegingen is infrastructuur
meer dan alleen economie en geld. Infrastructuur is er ook om datgene
mogelijk te maken wat mensen willen: mobiliteit, verkeersveiligheid en
leefbaarheid.

	Als het gaat om de economische agenda hebben wij de afgelopen weken ook
een aantal initiatieven gezien uit het middenveld. Ik hoor hierop graag
een reactie van de minister. Een voorbeeld is de infrastructuurmonitor
voor Bouwend Nederland. Hoe gaat de minister daarmee om? Volgens mij
bevat ook de Economische Wegwijzer van TLN goede suggesties die we nog
eens tegen het licht moeten houden.

	Ik doe het als volgt in mijn inbreng. Vandaag staan het MIRT en het
verlengde MIRT op de agenda. Over dat laatste zal ik aan het eind nog
wat zeggen, maar eerst maak ik een aantal opmerkingen over het huidige
MIRT. Vorig jaar hebben wij de minister gevraagd om een aantal
beslissende stappen te zetten ten aanzien van de volgende projecten. Het
is goed om, los van de inbreng van vorig jaar, ook nu weer te vragen wat
daarmee is gebeurd en wat de stand van zaken daarbij is. Zo zijn er
bijvoorbeeld de RijnGouwelijn, de RijnlandRoute, de N23 Westfrisiaweg,
de N35 Zwolle-Wierden, de Buitenring Parkstad en de A4 Midden-Delfland.
Op een aantal daarvan kom ik nog terug, maar toch sta ik nu alvast stil
bij de RijnlandRoute. Hoe gaat de minister de komende tijd het overleg
daarover in? De regio heeft volgens mij een heel goed gebaar gemaakt en
een aantal extra miljoenen beschikbaar gesteld. Hoe duidt de minister
dit en is zij bereid om met die ideeën mee te gaan en daarbij ook een
gebaar te maken?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik ben wel benieuwd naar het oordeel van de
CDA-fractie over de variant van de RijnlandRoute die nu op tafel is
komen te liggen, namelijk de Churchill Avenue. Wat is daarover het
oordeel van de heer De Rouwe? Omdat die variant het landschap behoorlijk
kan beschermen, heeft hij natuurlijk een aantal voordelen.

De heer De Rouwe (CDA): Ik ben het met de heer Slob eens dat de
Chruchillroute behoorlijk mooi uitziet. Het mooie ervan vind ik dat met
name bewoners daarin een heel grote rol hebben. Ik ben er op zich heel
positief over, maar er hangt wel een behoorlijk prijskaartje aan.
Desalniettemin wil ik niet op voorhand zeggen dat wij het maar niet
moeten doen. Laten wij kijken of de regio met een goed voorstel kan
komen. Ik moet wel zeggen: het plan ziet er prachtig uit, maar het is
ook best wel prijzig. De prijs is natuurlijk een afweging die in dit
debat op meerdere fronten speelt.

De CDA-fractie heeft een beetje moeite om te bevatten wat de minister nu
voorstaat met het actualiseren van de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit.
De minister zegt en schrijft enerzijds dat zij geen nieuwe nota's wil
produceren, anderzijds moeten er volgens haar wel actualisaties komen.
De Nota Mobiliteit en de Nota Ruimte zijn geschreven in 2005; de Nota
Mobiliteit is in 2008 uitgewerkt in een Nota Mobiliteitsaanpak. De inkt
is nauwelijks droog en de decentrale overheden hebben zich daar net op
ingesteld. Als de minister nu, zoals zij in de begrotingsbehandeling
aangaf, nieuwe normstelling wil ontwikkelen en op basis daarvan nieuwe
afwegingen wil maken, moeten wij wel precies kijken wat wij wel en niet
doen. Wij moeten namelijk niet het kind met het badwater weggooien.

Het samenvoegen van VROM en V en W zien wij als een grote winst. Dat
betekent dat er nu geen tegengestelde belangen meer zijn tussen de twee
oude ministeries. Het voordeel daarvan is ook dat je niet meer tegen
elkaar uitgespeeld kunt worden. Kan de minister ons geruststellen dat er
geen heel radicale wijzigingen komen wat de nota's betreft? Kan zij
misschien een vooruitblikje geven?

Wij hebben er begrip voor dat het eerste rondje van de minister langs de
regio's met name bestemd was voor kennismaking. Dat lijkt ons ook heel
goed. Daarom rekenen wij het haar nu niet aan dat een aantal afspraken
uit het regeerakkoord nog niet terug te vinden is. Het voornemen van het
kabinet bijvoorbeeld om de woningbouw op basis van kleinschalige en
natuurlijke groei te plegen, lijkt nog niet geland in de bestuurlijke
afspraken, terwijl de verstedelijkingsafspraken, de benodigde
woningaantallen, de bundeling en versterking van de centrumfuncties ons
qua terminologie nog steeds om de oren vliegen. Is de minister het met
ons eens dat dit element nog veel lijkt op "business as usual"? Als
steuntje in de rug voor het doen terugkeren van de menselijke maat in de
ruimtelijke ordening en voor de discussie en afspraken over kwaliteit in
plaats van kwantiteit, komt onze motie daarover morgen in stemming.
Kortom, de sturing en duiding door de minister met betrekking tot de
afspraken in het regeerakkoord zijn de komende tijd in het MIRT-overleg
zeer gewenst. Wij wensen de minister daarbij veel succes.

Dan maak ik nu een rondje door het land, met een goede balans tussen
regio en Randstad. Laat ik, onbewust, beginnen met Noord-Brabant, en wel
de A58. Conform de afspraak met minister Eurlings komt er een
MIRT-verkenning Annapolder-Tilburg. De MIRT-verkenning Tilburg-Eindhoven
is echter nog niet in zicht. Ik vraag de minister om, conform het
regeerakkoord en de beleidsbrief, aan te geven hoe zij daarin staat als
het gaat om de passages over mainports, brainports en greenports.

De A58 ontsluit Mainport Rotterdam en Brainport Eindhoven Airport. Wat
ons betreft zou het juist wel mogelijk moeten zijn om te bezien of de
MIRT-verkenning in één keer kan plaatsvinden. Graag een reactie.

	Dan de N65 Tilburg-Den Bosch. Eigenlijk zou je die kunnen vergelijken
met het baanvak Utrecht-Amersfoort, met zeven gelijkvloerse kruisingen.
Dat zou iedereen absurd vinden. Het verkeersaanbod en de stedelijke
kernen zijn echter vergelijkbaar. In 2008 is de motie-Koopmans/Vendrik
ingediend ten behoeve van een plan voor een duurzame weg. Daarna werd
het erg stil. Ik zou heel graag van de minister willen weten wat de
stand van zaken is. Wil de minister hier nog een keer over nadenken? Ons
idee is dat met name de ambtenaren het niet zien zitten, maar er ligt
toch wel een politieke uitspraak.

	Vught is al even genoemd. In het verleden zijn ook door mijn partij
moties ingediend over de leefbaarheid. Ik noem de motie-Koopmans/Roefs
en de motie-Boelhouwer. Ik sluit mij gemakshalve maar aan bij wat de
heer Aptroot hierover zei.

	Dan kom ik op de A58 bij Zeeland, Bergen op Zoom, het Knooppunt
Markiezaat, de ontsluitingsroute van Zeeland. Er zijn bij ons zorgen
over de extra druk die op dit wegdeel zal komen bij de opening van de A4
tussen Dinteloord en Bergen op Zoom. Hoe houdt de minister in de gaten
dat hier geen nieuw knelpunt ontstaat, net als de NMCA is afgerond?

	Dan de Sloeboog bij Roosendaal. Die is al opgenomen in de motie
waarover hier eerder al gesproken is, laat ik het zo maar even zeggen.

	Het noordelijke deel Zeeland van de N59, de Oost-Westverbinding met
veel problemen op het gebied van de verkeersveiligheid. Met de minister
wordt in kaart gebracht wat er moet gebeuren om die weg op het EuroRAP-
driesterrenniveau te krijgen. Hoe staat het hiermee? Hoe kijkt de
minister aan tegen het rijksbelang van enkele ontsluitingswegen die de
provincie Zeeland met de rest van Nederland moeten verbinden?

	Dan ga ik de andere kant uit, richting Drenthe. Twee jaar geleden
hebben mevrouw Roefs en de heer Van Heugten zich ingezet voor de
verplaatsing van Dierenpark Emmen. Inmiddels bereiken ons daarover veel
berichten via de media. Er zijn diverse signalen. Kan de minister ons
hierover bijpraten? Dit was namelijk typisch een MIRT-project en het zou
wat ons betreft ook een voorbeeld moeten zijn van de integratie van
ruimte en wegen. Met name de ruimtelijke en economische component en wat
er speelt in de regio, gezien de vooruitzichten op krimp, zou naar
mening van mijn fractie absoluut een punt moeten zijn om mee te nemen in
het MIRT. Kan de minister een tussenstand geven?

	De provincie Overijssel en de betreffende gemeenten daar zijn blij met
de volgende projecten die zijn opgenomen in de projectenlijst van de
Crisis- en herstelwet. Laat ik een paar noemen: de N18, Ruimte voor de
Vecht, de gebiedsontwikkeling luchthaven Twente, de IJsseldelta Kampen
en Hengelo Hart van Zuid. Aan de andere kant moeten we helaas
constateren dat de volgende, door ons en door de betreffende gemeenten
aangedragen projecten op de lijst ontbreken: de spoorzone Enschede, de
binnenstad te Zwolle, de gebiedsontwikkeling Vriezenveen Zuidoost,
gemeente Twenterand, maar ook de gebiedsontwikkeling Den Ham, eveneens
in de gemeente Twenterand, en ten slotte bedrijventerrein Noormanshoek
gemeente Olst-Wijhe. Het gaat hier om projecten die van grote betekenis
zijn voor het stimuleren van de economie, de duurzaamheid en de
innovatie in de betreffende regio's. Deze projecten vallen niet onder de
categorieën in de bijlage 1 van de wet. Daarom willen wij graag alsnog
deze projecten voordragen om opgenomen te worden in de wet. Is dat
mogelijk en kan de minister daar een reactie op geven?

	Dan Zuid-Holland. Gaat het bij de keuze tussen Oranje- en
Blankenburgtunnel om het optimaal oplossen van de huidige drukte in de
Beneluxtunnel of om de bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling op lange
termijn? Wat is hier de juiste keuze? Immers, zo'n tunnel ligt er de
komende 100 jaar. Graag hierbij een brede afweging van hoe we de
ontwikkelingen in de komende 50 jaar zouden willen sturen.

	De Rijnlandroute heb ik al genoemd. De doorrekening van de
verschillende varianten wordt nog geactualiseerd en bevat naar
verwachting de nodige tegenvallers. Toch duidt alles erop dat bij een
gefaseerd aanleg de eerste fase al net zo duur is als het volledig
aanleggen in één keer. Wil de minister in haar beantwoording en in het
vervolgoverleg op 15 december hierop ingaan en aangeven of zij de aanleg
in één keer eveneens voor zich ziet?

De heer Aptroot (VVD): Om dit iets meer richting te kunnen geven heb ik
een korte vraag. Is de heer De Rouwe het met de VVD eens dat het geen
zin heeft om twee keer één rijstrook aan te leggen? Vindt hij ook dat
er twee keer twee rijstroken moeten komen en dat we moeten vasthouden
aan de voorwaarde dat er niet grootschalig op Valkenburg kan worden
gebouwd als niet zeker is dat de weg er ligt tegen de tijd dat we de
eerste woningen opleveren?

De heer De Rouwe (CDA): Ik deel de opvatting van de heer Aptroot dat je
de aanleg gelijk goed moet doen. Dat was de strekking van de opmerking
die ik zojuist maakte. Ik steun de heer Aptroot hierin volledig. Ik moet
eerlijk zeggen dat ik niet weet welke dreigementen mijn fractie in het
verleden heeft geuit bij dit dossier over aanleg van het een of ander.
Daarin wil ik dus een beetje bescheiden zijn; dat is ook wel eens goed
in dit debat. Ik zou graag van de minister horen hoe zij het ziet. De
heer Aptroot heeft wellicht in tweede termijn nog suggesties. Ik moet
hem even het antwoord schuldig blijven op de vraag in hoeverre mijn
fractie in het verleden heeft gedreigd om een en ander niet aan te
leggen, maar zeg erbij dat ik inderdaad een samenhang tussen de genoemde
zaken zie.

	Voorzitter. Bij de RijnGouwelijn worden de prognoses van de lightrail-
en de HOV-verbindingen keer op keer ruim overtroffen door de realiteit.
Dat is goed nieuws. Hopelijk voegen we de RijnGouwelijn binnenkort toe
aan het rijtje waarin ook de RandstadRail, de Zuidtangent, Ringlijn 50
in Amsterdam en de spoorlijn Enschede-Gronau staan, terwijl de prognoses
op zich al heel zonnig zijn. Het Rijk draagt terecht bij aan deze
belangrijke verbinding, maar Leiden ligt nog wel dwars. De provincie is
begonnen met inpassingsplannen voor de drie mogelijke tracés door de
stad. Heeft de minister enig idee hoe het hier gaat? Wanneer wordt een
definitief tracé gekozen? Staat de ontwikkeling van deze lijn nog op
het schema voor de gebiedsontwikkeling in Valkenburg? Ondanks de
moeilijke totstandkoming van de lijn geldt namelijk ook hier: eerst
bewegen, dan bouwen.

	Ik ga helemaal naar het Noorden, naar Groningen. Ik heb de VVD al een
paar goede opmerkingen horen maken over de laatste sluis bij Delfzijl.
De hele vaarweg van Lemmer tot Delfzijl is al aangepast voor dubbele
duwbakcombinaties. Dat is net zoiets als de hele HSL aanleggen en
vergeten de laatste paar meter spoor aan te leggen die moet aansluiten
op het bestaande spoor. Je kunt bijna tot Delfzijl met een dubbele
duwbak, maar net niet helemaal. Is dit een tijdelijke situatie of wordt
deze laatste sluis binnenkort ook aangepakt? Anders zou het zonde zijn
van het geld.

	Voor een goede verbinding van de containerterminal van de haven van
Delfzijl naar Duitsland is een spoorboog nodig. De kosten hiervoor
bedragen zo'n 3 mln. Bij Veendam wordt de komende jaren ook verbouwd om
er personentreinen te kunnen laten rijden. Wil de minister onderzoeken
of hier werk met werk kan worden gemaakt? Is zij bereid om bij betrokken
ondernemers en regionale overheden als olievrouwtje op te treden en zo
te helpen deze boog te realiseren?

	Ik ga naar Noord-Holland. Vorig jaar hebben wij de minister op pad
gestuurd naar het mooie dorpje Halfweg, dat bruut wordt doorsneden door
de A200. De minister is daar geweest en heeft een onderzoek gestart.
Daaruit zijn allemaal varianten gekomen. Er ligt zelfs een compleet plan
van aanpak. Het lijkt erop dat de conclusie nu is: een tunnel is het
meest effectief, maar te duur, en andere varianten leveren te weinig
verbeteringen op. Daarmee komen we er niet uit voor de bewoners. Zij
staan voor veel open. Hoe ziet de minister het vervolgtraject voor zich?
Wat gaat de minister doen om de verkeersveiligheid en de leefbaarheid
voor de bewoners te verbeteren? Hoe gaat het verder?

	Rijkswaterstaat beschrijft vier varianten in de planstudie Ring
Utrecht. Alle varianten overschrijden het budget. De brief die de Kamer
heeft gekregen, roept de vraag op hoe het met die overschrijdingen zit,
mede gezien de vele e-mails die zijn gestuurd. Hoe zit het met het
lokale draagvlak? Ik heb begrepen dat het college zijn instemming heeft
gegeven, maar hoe ziet de minister dit de komende tijd voor zich? Zijn
alle varianten echt helemaal uitgezocht? Is daar nog ruimte voor? Ik
noem in dit verband ook de commissie-Elverding, die ook aanbevelingen
heeft gedaan. Kan de minister daar een reactie op geven?

	Over Gelderland wil ik het volgende zeggen. Bij de schriftelijke
beantwoording van vragen die tijdens de begrotingsbehandeling zijn
gesteld vroeg de minister om een uitspraak van de Kamer over het
alternatief dat minister Eurlings aan Didam heeft aangeboden, om een
slepende kwestie op te lossen. Het gaat hierbij om de uitspraak uit
begin jaren negentig, dat de gemeente een gelijkvloerse overweg mocht
aanleggen, waar ProRail uit veiligheidsoverwegingen onderuit wil. Wij
vinden het voorstel om de overweg gelijkvloers aan te leggen met de
optionele bijdrage van de gemeente een verstandige keuze. Kunnen we
hierop doorpakken?

	Ik ga verder met Limburg. Op vragen van de heer Koopmans antwoordt de
minister dat de VROM-Inspectie alert zal zijn op bedoelde en onbedoelde
doorkruising van de in de realisatieparagraaf voor het nationaal
ruimtelijk beleid opgenomen nationale ruimtelijke belangen en
rijkskaders. Als het Rijk zo nadrukkelijk betrokken is bij de Buitenring
Parkstad Limburg, waarom moet de VROM-Inspectie na het inbrengen van
haar officiële zienswijze dan nog doorzetten? Het is immers een
bedoelde doorkruising, waartoe besloten is door het hoogste
democratische orgaan, de Tweede Kamer. Het is ook nog eens bevestigd,
lokaal en hier, dus ook nationaal. De inspectie kan hierna toch niet
naar eigen inzicht handelen?

	Ik sluit af. Wij hebben onlangs van de minister een brief ontvangen
over de uitvoering van mijn motie over het beheer en onderhoud van het
Van Harinxmakanaal en het Winschoterdiep, vaarwegen in respectievelijk
Friesland en Groningen. Ik begrijp dat de minister nog wat tijd vraagt
om daar goed en integraal uit te komen met de regio. Ik wil erop
aandringen om in het kader van de afspraken in de regering zo veel
mogelijk te decentraliseren.

	Over de binnenvaart is al een aantal goede dingen gezegd. We hebben de
afgelopen jaren een behoorlijke slag gemaakt met het weghalen van
onderhoudsachterstanden. Er dreigen nieuwe aan te komen. Is er een goed
beeld van wat dit allemaal inhoudt? Is de minister ook bereid om ons
daarover in het voorjaar goed te informeren? Ik verwijs nog even naar de
in onze ogen goede motie die de fracties van de ChristenUnie en de SGP
bij de begrotingsbehandeling hebben ingediend, waarin wordt gevraagd om
ook het aantal achterlandverbindingen in kaart te brengen. Wat ons
betreft is dit prima. Ik loop er al een beetje op vooruit, maar dit
heeft te maken met wat we kunnen en wat we willen. Wat ons betreft
behouden we een positieve houding ten aanzien van de binnenvaart.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): De schaamteloze motie die vorige week is
ingediend, lijkt nu een klein beetje van tafel te zijn, maar niet echt.
We hebben het vandaag over het MIRT. Daarom vraag ik de heer De Rouwe
naar de ratio achter zijn motie, behalve dat er volgend jaar
Statenverkiezingen zijn. Het CDA toont graag de houding van "u roept
maar dus wij draaien". Ik wil hier helderheid over krijgen. Ik zie de
voorzitter wapperen. Het lijkt net alsof de motie niet meer bestaat,
maar zij ligt er nog steeds. Ik wil er toch graag opheldering over.

De voorzitter: Ik moet een punt van orde maken. Helaas was u te laat,
dat kon u ook niet helpen. Voordat we het debat over het MIRT zijn
begonnen, hebben we uitgebreid gedebatteerd over de motie. Ik vind dat u
zich maar even moet laten informeren na afloop van het debat.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik heb mij echt wel laten informeren,
maar voor het debat van vandaag lijkt het mij zinnig om te weten wat de
ratio van het CDA is achter een dergelijke motie. De minister heeft er
al min of meer op gereageerd. De motie maakt dus wel degelijk deel uit
van het debat van vandaag. Anders zouden we heel wereldvreemd bezig
zijn. De motie is van tafel of niet. Ik moet vaststellen dat zij niet
van tafel is. Dan mag ik gewoon een vraag stellen.

De voorzitter: Ik geef u verder geen gelegenheid om hierover te
debatteren. De motie is aangehouden. De heer De Rouwe heeft dit
uitvoerig uitgelegd en de rest van de fracties is ermee akkoord gegaan.
Ik geef u nu het woord voor uw eigen termijn. U hebt daarvoor elf
minuten.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik wil een punt van orde maken. Ik ben
wel degelijk aanwezig geweest bij het overleg in de wandelgangen.

De voorzitter: Ik ontneem u het woord. Ik bepaal de orde van de
vergadering. We hebben meer dan een half uur geschorst. In deze
schorsing hebben we gedebatteerd over de motie. U was daarbij niet
aanwezig. Er zijn afspraken over gemaakt. De heer De Rouwe heeft
geantwoord.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Maar de motie ligt nog steeds op tafel!

De voorzitter: Ja, maar de heer De Rouwe heeft er een duiding aan
gegeven. De rest van de fracties is daarmee akkoord gegaan. Daarmee zijn
wij het debat ingegaan. Ik geef u nu het woord. Als u dat niet wenst,
dan geeft u dat nu maar aan.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik heb een punt van orde.

De voorzitter: Nee, ik bepaal hier de orde.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Een punt van orde mag je altijd
aankaarten. Misschien weet u dat niet, maar dat is wel het geval.

De voorzitter: Dat weet ik ook.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik wil dus graag een punt van orde maken.

De voorzitter: Dan maakt u nu een punt van orde.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Het punt is dat deze motie niet van tafel
is. Zij is min of meer aangehouden, maar zelfs dat is mij niet helemaal
duidelijk. De motie is onderdeel van het debat. Als de heer De Rouwe de
motie intrekt, dan bestaat zij niet meer, maar dat is niet gebeurd.
Daarom mag ik vragen stellen over de investeringen die in de motie
worden genoemd. Ik wil gewoon opheldering.

De voorzitter: Ik zie dit als een interruptie. De heer Rouwe kan daarop
reageren.

**

De heer De Rouwe (CDA): De motie is vorige week tijdens de
begrotingsbehandeling ingediend. Mijn fractie is van mening dat in de
brief van het kabinet van 26 november een grote nadruk wordt gelegd op
de mainports, de brainports en greenports. De CDA-fractie, maar onder
andere ook de fracties van PvdA en ChristenUnie vonden en vinden dat er
te veel nadruk lag op die economisch sterke zone, op de Randstad. Dat
was voor ons reden om met een aantal fracties een motie in te dienen,
waarbij wij in het verlengde MIRT aandacht vragen voor een aantal
regio's, zoals genoemd in de motie. Dat is de politieke duiding. Dit was
de reden om dit concreet in te vullen. De motie gaat over het verlengde
MIRT dat nog voor een behoorlijk deel ingevuld moet worden. Wij wilden
graag een voorschot daarop nemen door een aantal projecten concreet te
noemen. De achterliggende gedachte van de motie is de nadruk op de
regio.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Er wordt een greep in de kas gedaan van
4 mld. op een totale investering van 20 mld. na 2020. Het gaat om een
lijst van prioriteiten. Staat dat budget van 20 mld. of wordt er al een
voorbehoud van 4 mld. gemaakt? Kan dat bedrag niet meer betrokken
worden bij de totale afweging? Ik moet dit weten om dit debat te kunnen
voeren.

De voorzitter: Wat is uw vraag?

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Is dit een keiharde claim van de
CDA-fractie en de twee andere fracties of wordt een balletje opgeworpen?
Hoe serieus is dit?

De heer De Rouwe (CDA): Dit is in het eerste deel van deze vergadering
aan de orde geweest. Ik heb er begrip voor dat u daarbij niet aanwezig
kon zijn, maar het risico is wel dat wij de discussie opnieuw gaan
voeren. Ik heb die vraag al beantwoord, maar toen was u er nog niet. Ik
heb gezegd dat wij de motie even willen aanhouden. Ik en de andere
indieners staan open voor alternatieven. Ik ben persoonlijk erg
geïnteresseerd in de reactie van de minister. In de nacht dat de motie
is ingediend, hebben wij daar drie of vier minuten over kunnen spreken.
Ik ben het met u eens dat een behoorlijk belangrijke motie is. Ik hoor
graag in de termijn van de minister daarop een reactie. Wij noemen
bewust een aantal projecten. Afhankelijk van dit debat wil ik bezien of
daar meer ruimte voor moet komen. Het is met nadruk niet mijn bedoeling
om alles vast te leggen. Overigens gaat het wellicht om 4 mld., los van
voor- of cofinanciering. Dat is allemaal niet in de motie vastgelegd.
Het budget voor het verlengde MIRT is vele malen hoger. Ik geef toe dat
er een beslag op het verlengde MIRT wordt gelegd, maar dat betreft
slechts een fractie van het totale bedrag. Ik sta zeer open voor de
reactie van het kabinet.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Als de minister zegt dat het geen goed
idee is om nu al een voorschot te nemen op een totale afweging, houdt de
CDA-fractie dan de motie aan -- of trekt zij de motie in -- totdat die
totale afweging wordt gemaakt? Dat zou ik toch heel graag willen weten.

De heer De Rouwe (CDA): De Kamer maakt in alle debatten haar eigen
afweging. Dat is hier niet anders. Ik sta wel open voor suggesties.
Daarom heb ik ook aangegeven dat ik best bereid ben om dit debat te
gebruiken om na te gaan hoe de motie er uiteindelijk uit moet komen te
zien.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik heb twee vragen voor de CDA-fractie. De
eerste betreft de optelsom van de motie.

Ik heb uit de reactie van de minister in het debat begrepen dat het om
veel meer gaat dan 4 mld. Heeft de heer De Rouwe inmiddels nader inzicht
in de vraag om welk beslag het opgeteld gaat bij deze projecten? En
welke plek ziet de heer De Rouwe nog voor het overleg met de regio's dat
de minister tegen het voorjaar nog gaat voeren, nu deze motie zo stellig
is geformuleerd?

De heer De Rouwe (CDA): Bij het indienen van de motie heb ik een
voorzichtige schatting gemaakt van 4 mld. De minister heeft aangegeven
dat zij verwacht dat het iets meer is. Ik ben benieuwd of daar nog nader
rekenwerk naar is geweest. Ik heb net al in een interruptie van mevrouw
Van Gent aangegeven dat je best iets mag vragen van de regio en dat je
zou kunnen kijken naar een fasering. Desalniettemin is het een stevige
motie met veel projecten maar dit debat kunnen wij gebruiken om alles te
wikken en te wegen en te bekijken hoe een en ander moet. Het element van
de heer Dijsselbloem om de regio's erbij betrekken, vind ik relevant.
Dit lijstje is overigens tot stand gekomen door de regio's. Wij hebben
heel veel regio's eerder dit jaar namelijk gevraagd waar de knelpunten
zitten. Deze kwamen daaruit.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Dan moet ik vaststellen dat de indieners
van de motie niet precies weten om welk beslag het gaat. Zij stellen dat
het gaat om 4 mld. maar in de woorden van de minister: dat zal veel meer
zijn. Wat de regio's aangaat, is de optelsom van de verschillende
gebiedsplannen die er liggen, veel groter dan de budgettaire ruimte. Dat
schrijft de minister ook in haar plannen. Het komt dus toch over alsof
de heer De Rouwe, vooruitlopend op het overleg van de minister met de
regio's, een eigen selectie heeft gemaakt. Ik ben dan ook zeer benieuwd
hoe dat straks weer bij elkaar komt.

De voorzitter: Dat is geen vraag maar een constatering.

**

De heer Verhoeven (D66): Kunt u mij even de hele lijst met sprekers
aangeven want ik ben de draad volledig kwijt, voorzitter?

De voorzitter: Een aantal fracties had eigenlijk eerder moeten spreken
maar heeft mij verzocht om als allerlaatste te gaan. Volgens mij is nu
mevrouw Van Gent van GroenLinks aan de beurt. Excuus, nu is D66 aan de
beurt. Wij hanteren de volgorde van de begrotingsbehandeling. U bent dus
nu aan de beurt. Mevrouw Van Gent is daarna. De fracties van de PVV en
de PvdA hebben mij verzocht om als laatste te spreken. Maar er is er
altijd een de laatste. Ik heb de heer Dijsselbloem de eer gegeven om als
laatste te spreken omdat hij nog graag de tekst wilde lezen. Daarom is
er nu wat verwarring bij u over de volgorde.

	Dan geef ik nu het woord aan de heer Verhoeven van de D66-fractie.

**

De heer Verhoeven (D66): Als ik mevrouw Van Gent daar niet al te veel
mee ontrief, graag. Zij kijkt mij lief aan, dus dat zal wel goed zitten.

	Voorzitter. De traditie wil dat de Kamer een mooie decemberdag aan het
MIRT wijdt en op basis daarvan keuzes maakt. Echter, woensdag kwam de
gedoogcoalitie met een nare verrassing: een miljardenmotie, een
regionaal verlanglijstje dat een gulzige hap uit het budget nam. Maar
gelukkig heeft de heer De Rouwe deze hap nog niet doorgeslikt en kauwt
hij er nog even op. Hij staat open voor suggesties van onze kant. Mijn
suggestie aan hem zou zijn: sta alsnog op als een vent en trek die motie
in. Zolang dat niet het geval is, gaan wij vrolijk verder want ik heb
toch vertrouwen in hetgeen hij gezegd heeft.

	Hoeveel en hoever van tevoren moeten wij alles dichttimmeren? Blijft er
wel voldoende speelruimte over voor toekomstige ontwikkelingen of
aangepaste beleidskeuzes? Laten wij dit vandaag in ons achterhoofd
houden. Sinterklaas is gisteren met 130 km/u het land uitgescheurd dus
laten wij niet te veel cadeautjes meer uitdelen maar met een scherpe
blik kijken naar welke projecten het allerbelangrijkst zijn voor heel
Nederland. In de brief van de minister wordt ook in deze richting
gewezen. Daarom houd ik een lijstje met een selectie uit regionale
verzoeken van de D66-afdelingen nog even op zak tot aan het eind van het
debat.

	Vandaag gaat het om een samenhangende visie op de Nederlandse ruimte op
het gebied van infrastructuur. Zitten wij op de goede weg? Benutten wij
de ruimte of verspillen wij deze juist?

Ten eerste is infrastructuur steeds meer leidend in de ruimtelijke
inrichting, zie de naam van het ministerie. De I van Infrastructuur
staat vooraan; de R van Ruimtelijke Ordening is weg. Is de minister het
met mij eens dat infrastructuur een middel is en geen doel op zich en
dat infrastructuur niet leidend moet zijn maar volgend, om plekken te
verbinden?

	Ten tweede wordt het ruimtelijk beleid gedecentraliseerd. D66 juicht
lokale creativiteit toe, maar hecht wel waarde aan een gecoördineerde
inrichting van Nederland. Als elke gemeente hetzelfde bedrijventerrein
of kantorenpark blijft bouwen, bouwen we voor leegstand. Dan lopen alle
wegen dood en raken groene gebieden bekneld. Gaat de minister dus kaders
stellen of zal alle samenhang verdwijnen onder het mom van
decentralisatie? Hoe gaat de minister binnenstedelijke en bestaande bouw
stimuleren in plaats van perverse prikkels om goedkope weilandgrond vol
te stouwen? D66 vindt het ook jammer dat de minister van Binnenlandse
Zaken en wonen er niet is. Hopelijk is de heer Donner er volgend jaar
wel bij.

	Ik ga in op de fileproblematiek. Zowel in de Verkenning mobiliteit en
bereikbaarheid 2011-2015 als in de NMCA staat dat bij ongewijzigd beleid
de doelen uit de Nota Mobiliteit buiten bereik blijven. Gaat de minister
zich hierbij neerleggen of gaat zij het beleid wijzigen? Betekent de
aangekondigde actualisatie van de Nota Mobiliteit dat de doelen omlaag
worden bijgesteld of niet? Als de minister toch kiest voor het echt
aanpakken van files denkt D66 graag met haar mee: over thuiswerken in
plaats van extra asfalt, over bestaande capaciteit in plaats van een
zevenbaans formule 1-circuit. Wij verwachten veel van de
"file-fileer-top-vijf" als eerste paragraaf van de Nota Mobiliteit.

	In het regeerakkoord staat de volgende passage: "Er komen afspraken met
provincies en grote gemeenten over het meebetalen aan infrastructuur, in
elk geval voor bovenwettelijke inpassingen". De minister heeft tijdens
de begrotingsbehandeling aangegeven dat alle bovenwettelijke maatregelen
door de regio moeten worden opgebracht, terwijl provincies en gemeenten
financieel worden gekort. In feite is dit het over de schutting gooien
van problemen onder het mom van decentralisatie, zonder middelen erbij.
Verwacht de minister draagvlak bij regio's die zelf de tol voor
leefbaarheid moeten gaan betalen? In het advies van de
commissie-Elverding over de uitwerking hiervan in de nieuwe Tracéwet is
het draagvlak nu juist zo'n ontzettend belangrijk element.

	Er zijn ambitieuze plannen voor het spoor, en dan bedoel ik niet het
blaadjesvrij of winterklaar maken ervan. Wat gaat de minister precies
doen aan de situatie bij ProRail? Ik krijg graag een korte update van de
allerlaatste stand van zaken.

	Ik wil het graag over het Programma Hoogfrequent Spoor hebben. D66
steunt een betere benutting van de spoorcapaciteit, maar met meer
treinen gaan veel spoorbomen extra vaak en lang dicht, soms zelfs 59
minuten per uur! Sommige dorpen en steden vallen uiteen door geelblauwe
muren. Ik noem Naarden-Bussum en Vught. Kan de minister deze gemeenten
tegemoetkomen met een oplossing die toenemend spoorverkeer in goede
banen leidt? D66 zou graag een derde Circulaire spoorse doorsnijdingen
zien, met een oplossing voor grote problemen zoals die in
Naarden-Bussum.

De heer Slob (ChristenUnie): Ik herken het punt dat de heer Verhoeven
aan de orde stelt; ik heb er zelf ook een aantal keren aandacht voor
gevraagd. Het punt is dat er geen vaste norm is voor de tijd dat de
spoorbomen dicht mogen zijn. Deelt de heer Verhoeven onze mening dat we
daar wel naar toe zouden moeten?

De heer Verhoeven (D66): Als de heer Slob doelt op een vaste norm in het
maximale aantal minuten, lijkt me dat hartstikke goed. Dan durf ik nog
wel iets verder te gaan. Ik vind 59 minuten per uur veel te veel, want
dan heb je niet meer één dorp, maar twee dorpen. Het leek een grapje,
maar ik ben bloedserieus; het is echt waar. Er zijn plekken waar 59
minuten lang de spoorbomen dicht zijn, zoals de Comeniuslaan in
Naarden-Bussum.

	Mijn volgende punt is de geluids- en luchtkwaliteit langs het spoor.
Niet alleen langs snelwegen, maar ook langs het spoor verdienen
geluidsoverlast, trillingsoverlast en luchtkwaliteit aandacht. De
D66-fractie vraagt zich ook hierbij af of er voldoende rekening is
gehouden met toekomstige ontwikkelingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor
Arnhem en Lansingerland. Op deze specifieke gevallen krijg ik graag een
reactie.

	D66 wil graag fiets en ov stimuleren en combineren. Je fiets nabij de
trein stallen, is vaak een echte speurtocht. Wij doen een beroep op de
minister en de staatssecretaris voor gratis en goed bereikbare
fietsenstallingen, zeker op nieuwbouw- of verbouwstations.

	Dan ga ik nu een rondje door de regio doen. Voor D66 is de Randstad
eigenlijk het begin van Nederland, zoals ik vorige week ook al zei,
vandaar de volgende punten. Voor de regio Holland Rijnland is
bereikbaarheid cruciaal. Voor Valkenburg, het Bioscience Park en de
Greenport is goede ontsluiting een randvoorwaarde. De economische
ontwikkelingen in dit gebied mogen niet lijden onder slechte
bereikbaarheid; vandaar de RijnlandRoute. Er zijn echter financiële
problemen. Er wordt gesproken over aanleg in één keer of fasering. De
regio en het bedrijfsleven willen de aanleg in één keer. Is de
minister bereid de nodige middelen hiervoor vrij te maken?

	De A15 bij Arnhem houdt de gemoederen zeer bezig. Er is grote behoefte
aan het doortrekken daarvan zodat het verkeer beter kan doorstromen en
het netwerk robuuster wordt. De D66-fractie vindt landschappelijke
inpassing van dit traject nodig, maar de financiën lijken niet
toereikend. Kan de minister inzicht geven in de financiële situatie
rond dit project?

	Sinds 2007 wordt een nachtnetverbinding naar Brabant beproefd. Ook
Gelderland wil graag een aansluiting op het nachtnet. Kan de minister
toezeggen dat naar de mogelijkheid van zo'n proef gekeken kan worden,
zodat Arnhem en Nijmegen ook kunnen worden aangesloten op het nachtnet?
Wel zo gezellig.

	Nijmegen wil in 2032 een klimaatneutrale stad zijn. Die ambitie steunt
D66 van harte, maar meer asfalt helpt die regio niet. Vandaar dat er in
de stadsregio Nijmegen plannen zijn voor een HOV-verbinding. Steunt de
minister die en is zij bereid die in het MIRT op te nemen?

	Utrecht is een punt van aandacht. Afgelopen vrijdag zette de minister
haar handtekening onder de plannen voor de Ring Utrecht. Nu we het WK
mislopen, gaan we blijkbaar voor de formule 1. De A27 wordt de "A2x7":
een zevenbaans racebaan die uitnodigt tot 170 km/u. Coureurs als Alonso
en Button zijn enthousiast; D66 niet. Verbreden is een foute keuze.
Bewoners zijn echt bezorgd, vooral aan de oost- en zuidkant van de stad.
Dat is logisch, want slechts 40 meter scheidt de woonwijken van deze
supersnelweg. Hoe gaat de minister de geluidsoverlast en de
luchtkwaliteit binnen de perken houden? Eén onderdeel van de plannen is
het verbreden van de bak van Amelisweerd, een natuur- en
recreatiegebied. Dat is een dure verbreding omdat deze bak in kostbaar
folie moet. Dat is echter helemaal niet nodig, want met een lagere
ontwerpsnelheid is er ruimte voor meer stroken binnen de bestaande bak.
Ook de doorstroming is hierbij gebaat. Zo kan enorm veel geld worden
bespaard. Wij besteden dat liever aan ov in de regio. Graag krijg ik
hierop een reactie van de minister.

	Ook knooppunt Hoevelaken is binnenkort aan de beurt. Er dreigt een
groot verkeersinfarct omdat de afritten van en naar Amersfoort zullen
worden gesloten als dat wordt aangepakt. Dat legt een enorme druk op het
onderliggend wegennet in de regio dat toch al overvol is. Kan de
minister toezeggen naar een werkbare oplossing te zoeken?

	In het overzicht afspraken BO MIRT geeft de minister aan dat een aantal
zaken moet worden opgelost alvorens we een besluit kunnen nemen over de
A13/A16. De belangrijkste vraag is voor de D66-fractie: wat levert dit
netto nog op? De aanleg van deze verbinding lost een aantal knelpunten
op, om vervolgens een aantal nieuwe te veroorzaken. In het rapport over
de heroverwegingen was dit al weggestreept. Moeten wij onze schaarse
euro's in dit project stoppen, terwijl het budget nog niet eens
voldoende is om het fatsoenlijk in te passen, bijvoorbeeld bij het Lage
Bergse Bos? Dat heeft allerlei problemen voor de leefbaarheid tot
gevolg. Is er eigenlijk wel meerwaarde voor de A13/A16 nu de A4
Midden-Delfland wordt aangelegd? Graag horen we ook hierop de visie van
de minister.

De heer Bashir (SP): Ik wil de heer Verhoeven een vraag stellen over een
tweet die hij laatst de wereld in slingerde. Hij twitterde het volgende:
"Auto pesten door de coalitie? Ze dienen een miljardenmotie in voor
provinciale weggetjes terwijl de file's in de Randstad staan." Ik vond
de manier waarop de motie werd ingediend ook niet netjes en lang niet
alle projecten die daarin stonden, kunnen op onze steun rekenen. Maar
waar staat D66 nu voor? Alleen voor de Randstad of voor heel Nederland?

De heer Verhoeven (D66): Het was een goede tweet, denk ik, die gewoon
scherp het volgende serieuze feit neerzet. Ik kom daarop via een heel
kleine U-bocht, maar ik heb toch nog wat tijd over. Er wordt een motie
ingediend omdat de regio zo belangrijk gevonden wordt. D66 vindt de
regio ook heel belangrijk, mijnheer Bashir. Wij hebben overal gezonde,
groeiende afdelingen, van Oss tot aan Súdwest Fryslân. Die afdelingen
zijn allemaal enorm gegroeid. De Randstad is de plek waar de meeste
files staan, zo blijkt uit de onlangs uitgebrachte file-top 50 en ook
uit de onlangs uitgebrachte file-top 20 voor vrachtwagens. Als je daar
kritisch naar kijkt, zie je dat daar de meeste files staan. We kunnen
het geld maar één keer uitgeven. Geven we dat dan uit aan de
CDA-verkiezingscampagne of geven we dat uit aan de plekken waar echt de
files staan? Dat punt wilde ik maken. En ja, je hebt maar 140 tekens. Je
moet dus hier en daar een nuance wegnemen.

De heer Bashir (SP): Ik hoor nu ook weinig nuance behalve dat D66 de
regio's alleen wil gebruiken als het afdelingen goed uitkomt en stemmen
gewonnen moeten worden. Ik begrijp dat D66 als er geld geïnvesteerd
moet worden, ervoor kiest om dat alleen in de Randstad te doen en niet
in de regio.

De heer Aptroot (VVD): Dat is ook genuanceerd!

De heer Verhoeven (D66): Dat klopt niet. Het is een krappe tijd. We
hebben heel weinig geld en moeten heel goed nadenken over de keuzes die
we maken. D66 is geen partij voor de Randstad maar is ook geen partij
die zegt: laten we eens even wat geld uitgeven op plekken waar de
problemen niet het allergrootst zijn. We willen goed kijken naar het
totaal van Nederland. Op bepaalde plekken zijn er enorm veel
verkeersproblemen. Daar moet het schaarse geld naartoe. Als dat in de
regio is, dan gaat het naar de regio, als dat in de Randstad is, dan
gaat het naar de Randstad. Wij zijn niet geografisch discriminerend, dus
elke regio is ons even lief. Zo kijken we hier ook naar. Over het
voorschot op een bedrag van 6 mld. is vandaag al genoeg gezegd. De heer
De Rouwe tweette mij net ook al dat hij er echt spijt van heeft dat …

De heer De Rouwe (CDA): Huh? Het kan best zijn dat er meer De Rouwes
zijn, maar ik heb dat toch helemaal niet getwitterd, althans vandaag.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Om het punt van de heer Bashir te
concretiseren geef ik een voorbeeld. D66 is ook gegroeid in Nijmegen,
dus de heer Verhoeven besteedde aandacht aan Nijmegen. Hij zei dat die
regio niet geholpen is met asfalt. Er ligt een belangrijk voorstel om de
A15 door te trekken. Die plannen zijn al heel ver. Ik weet dat in die
regio Nijmegen daar ook zeer aan hecht. Is nu in het kader van de nieuwe
prioriteit van D66 de A15 ineens van de lijstjes verdwenen bij D66? Ik
zou dat zeer betreuren.

De heer Verhoeven (D66): Nee. De heer Dijsselbloem hoeft zich op dat
punt geen zorgen te maken. Ik zal een paar regels eerder mijn tekst
citeren: "Voorzitter. De A15 houdt de gemoederen bezig." Dat is uit deze
vraag ook wel gebleken. "Er is grote behoefte aan het doortrekken
ervan." Deze tekst is door mij voorgelezen, dus deze geldt ook voor de
D66-fractie. Wij hebben grote behoefte aan het doortrekken.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Dan raakte ik in de war door dat andere
zinnetje dat in de regio Arnhem/Nijmegen geen behoefte zou zijn aan
asfalt. Dat lijkt mij iets te kort door de bocht.

De heer Verhoeven (D66): Dat klopt. Dat is misschien wat verwarrend.
Maar wij hebben meer asfalt vanaf dat moment genomen. We gaan er dus
vanuit dat het in de toekomst niet nodig is.

De voorzitter: Dan krijgen we nu de volgende spreker in de rij. Dat is
mevrouw Van Gent, die namens GroenLinks zal spreken. Zij heeft ook elf
minuten spreektijd.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Het is vandaag een beetje de
day after. Ik bedoel dan de day after sinterklaas. Het valt mij toch wel
op dat de collega's nog enorme wensenlijstjes hebben. Sinterklaas is dan
wel met 130 km/u teruggescheurd naar Spanje -- op het paard vind ik dat
knap, zo zeg ik tegen de heer Verhoeven -- maar de lijstjes zijn nog
steeds overvol. Er is natuurlijk beperkt geld beschikbaar, waardoor je
natuurlijk wel goede keuzes moet maken. De rook -- of moet ik zeggen "de
dampen van de uitlaatgassen -- van de begrotingsbehandeling van
Infrastructuur en Milieu zijn nog niet eens opgetrokken of het MIRT is
vandaag alweer aan de orde. Wat mijn fractie betreft, zitten we hierbij
onder een lastig politiek gesternte; laat ik daar gewoon eerlijk over
zijn. Met de aanstaande verlenging van het MIRT voor de periode tussen
2020 en 2028 klotst het geld voor extra asfalt weer tegen de plinten op
terwijl de desinteresse die een Kamermeerderheid aan de dag legt voor de
voor de hand liggende goedkopere en groenere oplossing, namelijk
beprijzen, historisch hoog genoemd mag worden. Dat vinden wij hartstikke
treurig. We hebben het vandaag al over tien banen, veertien banen gehad.
Wat het kabinet doet en wat heel veel fracties hier weer bepleiten,
lijkt een beetje op asfalteren met de kraan open, terwijl echte
oplossingen worden vermeden in het debat, maar ook in de concrete
projecten.

	Wij hebben in procedurele zin al even gesproken over de motie-De Rouwe.
Gisteren is Boer zoekt Vrouw weer begonnen, maar ik moest denken aan
"asfaltboeren zoeken vrouw" toen ik deze motie nog eens bestudeerde. De
minister zegt tot nu toe dat zij er niet aan begint, misschien onder
heel strikte huwelijkse voorwaarden. Vooralsnog interpreteer ik het
echter als een afwijzing van de heren. Ik zeg: minister, doe het niet,
want het wordt geen gelukkig huwelijk als u ermee instemt. Graag een
reactie van de minister hierop.

	Ik ga verder met een aantal andere opmerkingen van onze kant, te
beginnen met De Centrale As. Laat ik vandaag maar eens goed nieuws
brengen: de Raad van State heeft voorlopig een dikke streep gezet door
de aanleg van De Centrale As in Friesland. Ik heb het wel eens de
snelweg van niks naar nergens, door het prachtige Friese
coulissenlandschap, genoemd. De fractie van GroenLinks heeft er
verschillende keren op gewezen dat het nog maar de vraag is of de aanleg
van die weg, dwars door een nationaal landschap, zonder dat nut en
noodzak daarvan vaststaan, binnen de wet past. De minister greep niet
in, zodat de Raad van State moest oordelen. Zo gaat dat als de politiek
geen verantwoordelijkheid neemt. In het regeerakkoord staat dat het Rijk
nog minder regie op de ruimtelijke ordening zal voeren; de minister wil
meer aan de provincies overlaten. Daarom vraag ik de minister: is zij
niet bang voor meer juridische ongelukken, omdat provincies de wet aan
hun laars lappen?

	Ik kom op de Flevolijn. Vorige week donderdag heb ik in de ochtendspits
op station Almere Centrum actie gevoerd voor spoorverdubbeling van de
Flevolijn bij Almere. De mensen die wij aanspraken, begrepen meteen
waarover wij spraken, want de treinen puilen daar uit. De minister heeft
de moeite genomen om haar ambtenaren en mensen van ProRail in een
technische briefing aan de Kamer te laten uitleggen dat de dreigende
capaciteitsproblemen ook opgelost kunnen worden met het verplaatsen van
seinen, het zogenaamde "kort volgen" in jargon. Dat is allemaal prima,
maar het laat onverlet dat treinen elkaar zeker bij calamiteiten voorbij
moeten kunnen. Daarvoor zijn meer inhaalsporen nodig. Vindt de minister
het proportioneel te beknibbelen op 250 mln. voor broodnodig spoor,
terwijl zij 4 mld. uittrekt voor extra rijbanen? Hoe rijmt zij dat met
haar belofte dat "reiziger" voortaan met een hoofdletter R geschreven
moet worden? Volgens mij snapt de reiziger in de uitpuilende trein bij
Almere daar helemaal niets van. Voordat wij ook de beschuldiging krijgen
een Randstadpartij te zijn -- ik zou dat niet begrijpen -- merk ik het
volgende op. De Flevolijn is ook van belang omdat eind 2012 de Hanzelijn
daarop aansluit. Op die manier wordt ook voor Noordoost-Nederland een
goede verbinding gerealiseerd. Het moet niet een soort veevervoer van
reizigers zijn, maar het moet comfortabel plaatsvinden.

	Ik ga verder met de fietsenstallingen. Ik maak ook een soort rondje
door Nederland, maar dan anders. In de komende jaren zijn voor de fiets
de verwachtingen volgens mij het hoogst gespannen. Staatssecretaris
Atsma heeft een nota genaamd Fietsen in Nederland, een tandje erbij, op
zijn naam staan. Dat moet volgens mij doorwerken op het ministerie. Dat
schept verwachtingen, want met nog 73 mln. in kas is de pot voor
fietsenstallingen op stations na 2012 leeg. Terwijl wij al sinds de
zomer van 2010 op een actieplan wachten, schuift de minister dit plan,
inclusief de financiering daarvan, naar het voorjaar van 2011. Ik mag
hopen dat de minister tegen die tijd flink bijgepraat is door fietsman
Atsma. Ik vraag de minister om dan met een plan te komen om voor 2020 de
benodigde 180.000 extra plekken en de financiering daarvan, te
realiseren. Kan ik daarvan uitgaan?

	Ik daag de minister ook uit om haar visie te geven op regionaal
openbaar vervoer, trams en lightrail bijvoorbeeld. Haar voorganger,
minister Huizinga, werkte jarenlang noest aan een visie die de
eindstreep helaas nooit haalde. Ik weet zeker dat de minister zo veel
tijd niet nodig heeft. Het mag van mij best op 3 A4'tjes, maar dan lees
ik ook graag een pittig plan dat zo in de "green deal" van dit kabinet
past, met veel ruimte voor trams.

De ondernemers, voor wie de minister zo staat, zullen vechten voor een
halte voor hun winkel, want trams zijn een impuls voor de economie.

	Nu de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat onder een dak gaan
huizen, ontstaat er een nieuwe situatie rondom de aanleg van snelwegen.
Vroeger ging de minister van Verkeer en Waterstaat over het asfalt en
mocht de minister van VROM de milieuproblemen oplossen. Nu hebben wij
één "chef asfalt en milieu", op zichzelf een mooie combinatie. Maar
dat schept natuurlijk wel verplichtingen voor de minister. Er zitten
heel wat lakmoesproeven aan te komen waardoor wij kunnen zien of de
minister van I ook de minister van M is. Ik geef een paar voorbeelden.

	Kan de minister mij uitleggen waarom zij nog steeds studie laat doen
naar het onzalige plan om de A15 door te trekken door de Overbetuwe via
een brug over het Pannerdensch Kanaal, terwijl de Betuwelijn daar in een
dure tunnel onderdoor gaat om de natuur te sparen?

	Deze minister is lang wethouder geweest in Leiden. Zij weet hoe mooi
het landschap ten westen van Leiden is. Dan kan het toch niet waar wezen
dat zij daar straks een snelweg dwars doorheen gaat leggen? Wat moet er
in Voorschoten gebeuren, waar die weg ook dwars doorheen moet? Hoe
beoordeelt de minister het aanbod van de gemeente Voorschoten om meer te
betalen aan het aanpakken van de Churchilllaan als alternatief voor de
Rijnlandroute? Klopt het dat gedeputeerde Asje van Dijk die optie ook
bespreekbaar vindt? Graag krijg ik een reactie.

	Kan de minister snel antwoord geven op mijn schriftelijke vragen over
het advies van haar eigen VROM-inspectie over de buitenring Parkstad in
Zuid-Limburg? Die uitte namelijk spijkerharde kritiek op het feit dat
die weg door maar liefst vier typen beschermd natuurgebied gaat. Koerst
de minister hiermee met open ogen op een tweede centrale as af met een
regio die zo graag wil dat de wet gewoon maar even vergeten wordt?

	Ook bij de A4 Midden-Delfland voorzie ik juridische complicaties. Het
is een teken aan de wand dat meer dan 10.000 mensen naar de Raad van
State zijn gestapt. Ik denk dat zij een zaak hebben, want in de
berekeningen rondom luchtkwaliteit die in het kader van het
tracébesluit zijn gemaakt, wordt immers nog gerekend met de
kilometerheffing. Het kabinet heeft die echter geschrapt. Daardoor komt
er meer verkeer en dus meer uitlaatgassen. Denkt de minister dat de Raad
van State dit slikt en, zo nee, wat moet er dan gebeuren?

	Ik rond af met de ring rond Utrecht. Op veel plekken in het land maken
mensen zich zorgen over extra vieze lucht en verkeerslawaai die zij
ondervinden van wegverbredingen. Wij krijgen allemaal brieven uit een
geteisterde plaats zoals Vught. Ook andere fracties hebben hiervoor al
aandacht gevraagd, onder andere naar aanleiding van de
motie-Koopmans/Vendrik. Het meest in het oog springt op dit moment wel
de ring Utrecht. Hoeveel alternatieven burgers en een breed scala aan
maatschappelijke organisaties ook uitwerken, geasfalteerd moet er
kennelijk worden, afgaande op het MIRT. De Tweede Kamerfractie van
GroenLinks vindt dat kortzichtig. Lunetten hapt nu al naar adem, maar
dat maakt allemaal niet uit. Maar de herrie is al zo fors. GroenLinks
had veel liever alternatieven uitgerekend gezien met een fikse
kilometerheffing, want dan konden wij met stukken minder asfalt af.

	Tot slot stel ik de minister een paar concrete vragen. Gaat zij
uitrekenen wat het scheelt voor omwonenden, als de maximumsnelheid op de
A12 en de A27 naar 80 km/u gaat? Gaat zij kijken of wij binnen de
bestaande bak van de A27 kunnen blijven, temeer daar verbreding ook
financieel een hachelijke onderneming is? Welke houding heeft zij ten
aanzien van de vele mooie openbaarvervoeralternatieven rond de stad? Kan
zij een uitgebreide schriftelijke reactie geven op het voorstel
"Versterk de Ruimtelijke Kwaliteit Ring Utrecht" van de Utrechtse
milieuorganisaties met prachtige voorstellen om de muur die de ring nu
is deels te overkluizen?

De voorzitter: Als laatste in de rij voordat ik schors voor de
lunchpauze, geef ik het woord aan de heer Slob van de ChristenUnie.

**

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Mijn excuus voor het oponthoud
aan het begin van de vergadering. Het was toch wel even nodig, omdat wij
niet konden leven met zo'n massief voorbeslag voor een belangrijk
overleg waarin alles aan de orde zou moeten kunnen komen. Blijft
natuurlijk staan dat deze behandeling van het MIRT meer dan ooit onder
het beslag ligt van heel veel wensen, maar weinig geld.

Als alle projecten van de acht gebiedsagenda's ook daadwerkelijk worden
uitgevoerd, dan zouden wij vele tientallen miljarden in het rood komen
te staan. Dat kan dus niet. En dat dwingt ons meer dan ooit tot het
stellen van prioriteiten. Dat moet zorgvuldig gebeuren. Ik ben blij met
de brief van de minister van vrijdag jongstleden, waarin zij aangeeft
dat zij met een puntenscore wil gaan werken. Ik zie dat min of meer als
een uitvoering van de motie van mijn collega Wiegman voor meer
transparantie in het selectieproces. Kort geleden heb ik daaraan
toegevoegd dat wij graag een financiële oplegger willen hebben en een
doorkijkje naar de komende jaren. Dat kan de zorgvuldigheid en het maken
van goede keuzes alleen maar bevorderen.

	In algemene zin heb ik vorige week al aangegeven dat Nederland wat ons
betreft groter is dan de Randstad. Daar stond wel mijn wieg, maar ik
woon inmiddels in het oosten van het land. Wij willen heel graag dat de
krimpregio's en het oosten en het noorden van Nederland worden
meegenomen bij die prioriteiten. Vandaar de motie-Monasch/Slob die
morgen in stemming zal komen.

	Ik begin met de Noordvleugel en Utrecht. De A1 door het Gooi dreigt een
steeds groter knelpunt te worden. Ook op het spoor Amsterdam-Amersfoort
zijn er knelpunten met overwegen, snelheidsbeperkingen en te weinig
inhaalmogelijkheden. Wij zouden heel graag een integrale MIRT-verkenning
bereikbaarheid Het Gooi willen zien uitgevoerd. Graag een reactie van de
minister. Wat is het besluit van de minister voor een betere aansluiting
tussen de A1 en de A30?

	Wij dringen er al heel lang op aan om de snelwegen en het spoor in
samenhang te beoordelen, ook bij het maken van keuzes. Wat het spoor
betreft vragen wij aandacht voor inhaalsporen, bijvoorbeeld bij
Bilthoven. Daar gaat nu de hele boel op de schop. Dan zou je dit gelijk
mee moeten kunnen nemen. Omleidingsroutes zoals de Valleilijn zouden
ontzettend veel problemen kunnen voorkomen, bijvoorbeeld als er in
Utrecht wat fout gaat. Zoals bekend vinden wij dat er in Almere een
dubbelspoor moet komen. Laten deze zaken geen onderschoven kindjes
worden als wij ons te veel alleen op de weg concentreren.

	Bij de fietsenstallingen gaan problemen ontstaan. Bijvoorbeeld in
Amsterdam is er echt een groot tekort. Waar blijft het actieplan
fietsparkeren? Wij zouden dit graag binnen drie maanden bij de Kamer
willen hebben.

	Wat de ring rond Utrecht betreft moet er natuurlijk iets gebeuren. Het
besluit vinden wij echter te eenzijdig. Extra asfalt is nodig, maar ook
een impuls voor het openbaar vervoer. Hoe wil de minister aan eisen voor
luchtkwaliteit en geluid voldoen, terwijl de normen nu reeds worden
overschreden? De minister stelt randvoorwaarden aan de Uithoftram. Zelfs
een buslijn wordt niet uitgesloten, terwijl de huidige bussen al
uitpuilen. Wij zouden graag een ov-plan voor de rest van Utrecht willen
zien. Dus een iets juistere verhouding tussen weg en ov.

	Station Keukenhof moet wat ons betreft snel open. De minister is de
baas over het spoor en niet de NS. Er is geld voor de stationnetjes.
Graag een keer doorpakken met dit station.

	Tussen IJmuiden en Haarlem komt er een busbaan, maar waarom is er geen
aansluiting op het spoor bij Driehuis?

	Ik ga naar de Zuidvleugel. Holland Rijnland zou het eerste voorbeeld
worden van het nieuwe integrale denken. Wij steggelen nu al meer dan een
jaar, omdat de varianten voor de Rijnlandroute bij lange na niet in het
budget passen. En nu ligt er opeens een interessante nieuwe variant op
tafel, dankzij veel inzet van burgers: de Churchill Avenue. Ik vind het
vreemd dat deze variant eerder is afgevallen. Graag hoor ik hoe dat
gegaan is.

	Voor de nieuwe westelijke oeververbinding bij Rotterdam heeft mijn
fractie een voorkeur voor de Oranjetunnel in verband met de bescherming
van Midden-Delfland en de robuustheid van de bereikbaarheid van de
Tweede Maasvlakte. Ik geef het de minister maar vast mee.

	Het besluit over het openbaar vervoer op Rotterdam-Zuid is nogal vaag.
Nu al wordt gesproken over fasering, terwijl het metronet zijn
capaciteit al heeft bereikt. Graag een nadere toelichting van de
minister.

	De A20 loopt vast, maar ook het spoor op deze corridor heeft geen
groeiruimte meer. Ook hier is een integrale aanpak wat ons betreft
gewenst. Hoe staat het met de Bodegravenboog, de N11 richting de A12 Den
Haag?

	Mooi dat de A12 Gouweknoop wordt uitgebreid met een parallelstructuur.
Het versoberde ontwerp gaat echter ten koste van de glastuinbouwgrond en
leidt tot versnippering.

Is de minister bereid om het plan op dit punt aan te passen?

	Schiedam-Kethel moet uiterlijk in 2015 open zijn. Kan de minister op
een rij zetten hoeveel dit kost? Dat is echt niet 100 mln., zoals in een
vorig debat werd gezegd. Wij denken dat dit vele malen minder is.

	Voor de havenspoorlijn is 252 mln. nodig. Wanneer neemt de minister het
besluit over het totale project?

	Ik ga naar het noorden. Mijn fractie betreurt het dat er na een jaar
van onderhandelen nog geen overeenstemming is over het onderhoud van de
noordelijke vaarwegen. Ook het onderzoek naar wissels bij Fries spoor is
vertraagd. 27 januari is overleg gepland met het noorden. Graag de
toezegging dat er dan een besluit valt, inclusief een besluit over de
inframaatregelen voor vier treinen tussen Zwolle en Leeuwarden.

	Dan de Ramspolbrug bij de N50. We hebben ons erover verbaasd dat de
Inspectie Verkeer en Waterstaat als rijksdienst een andere rijksdienst,
Rijkswaterstaat, vraagt om een Waterwetvergunning, omdat het een droog
en geen nat kunstwerk is. Dit is onnodige bureaucratie. Wij vragen om
snel te dereguleren, want hier houden ambtenaren elkaar alleen maar
bezig. Het is overigens mooi dat de N50 bij Kampen wordt aangepakt. Hoe
zit het met het gedeelte richting Hattemerbroek?

	Het is ook mooi dat naar verbeteringen voor de spoorlijn Zwolle-Emmen
wordt gekeken bij de gelden van het Regionaal Mobiliteitsfonds. Wij
willen graag dat er tempo mee wordt gemaakt, want de nieuwe vervoerder
start in 2012. Als er geen tempo wordt gemaakt, voorzien wij problemen
met de dienstregeling.

	Dan het oosten. Ik vraag aandacht voor de A15. Ik ben er een paar jaar
tussenuit geweest, maar wij waren hier ook al mee bezig in de tijd dat
ik er toen zat. Er is ook een flinke bijdrage van de provincie voor
geweest. Wij voorzien problemen. Dat ontbrekende schakeltje moet worden
ingevuld, anders kan de stadsregio Arnhem-Nijmegen de
verstedelijkingsopgave in het middengebied wel op zijn buik schrijven en
dat zouden we niet graag willen.

	We zijn wat teleurgesteld door de reactie van de minister op de notitie
over de Veluwelijn. Wij zien wel degelijk een markt voor een
kwartiersdienst voor de intercity, ook na opening van de Hanzelijn, maar
daar moeten we op een ander moment maar op terugkomen. Dat onderwerp is
wat ons betreft niet van tafel.

	Station Enschede gaat compleet op de schop. Wij vragen om een
doorgaande verbinding Hengelo-Enschede-Gronau. Daarvoor moet een
metertje extra spoor worden aangelegd, maar dat lijkt ons niet te veel
gevraagd. Wij weten dat er discussie is over de beveiliging. Die hebben
we zelf ook al geagendeerd. Ik denk dan aan de motie-Anker/Mastwijk.
Kortom, daar moet iets gebeuren.

De voorzitter: U bent bijna door uw tijd heen.

De heer Slob (ChristenUnie): Dan moet ik heel veel overslaan. Ik vraag
de blijvende betrokkenheid van de minister bij de spoorzoneprojecten,
zoals in Zwolle, want die blijven nodig. Hoe ziet de minister deze grote
opgave voor zich?

	Dan Brabant. Er is een mooi plan voor de A59, de oostelijke Langstraat;
geen extra asfalt, maar juist minder afslagen om de doorstroming te
verbeteren en hoogwaardig openbaar vervoer te realiseren. Dat is een
echt MIRT-plan. Ik vind de reactie van de minister zuinig. Is zij bereid
om bij te dragen? Waarom verwijst zij alleen naar Rijkswaterstaat en
niet naar de DG Ruimte?

	Kunnen de procedures voor het weghalen van ondieptes in de Maas worden
versneld? Op grond van de Waterwet zou er geen vergunning meer nodig
zijn, maar alleen een meldingsplicht. Is de minister bereid de
fietsenstalling bij de ov-terminal Breda aan te passen, zoals de
Fietserbond heeft gevraagd? In november 2011 bestaat station Eijsden 150
jaar. Kan er dan weer een trein stoppen? Kan de minister toezeggen,
conform het amendement Koopmans-Cramer, dat het hele spoor tussen
Heerlen en Aken dubbel wordt en geëlektrificeerd? Het is zeer
onbevredigend om in zo weinig minuten zo veel te moeten doen, waar heel
veel uren werk in is gestoken, maar het is niet anders.

De vergadering wordt van 12.48 uur tot 13.20 uur geschorst.

De heer De Jong (PVV): Voorzitter. Uit onze begrotingsinbreng is wel
duidelijk geworden dat het verkeersinfarct op ons hoofdwegennet ons erg
aan het hart gaat. Dit is niet ten onrechte, want afgelopen week is nog
maar weer eens pijnlijk duidelijk geworden dat een paar sneeuwvlokjes
ertoe kunnen leiden dat al onze verkeersaders volledig dichtslibben. Om
te voorkomen dat de illustere grens van 1000 kilometer file zal worden
overschreden, zijn op de korte termijn verdere investeringen in ons
hoofdwegennet noodzakelijk.

	Een aantal partijen vroeg dan ook aan de minister om met een concreet
plan te komen ter bestrijding van de files. Wij ondersteunen dit van
harte. Om de minister hierbij te helpen, hebben wij alvast een aantal
noodzakelijke maatregelen op een rijtje gezet die een bijdrage kunnen
leveren aan de aanpak van files. Ik zal hierna een aantal zaken noemen.

	Ik begin met het invoeren van de maximumsnelheid van 130 km/u op alle
drie-, vier-, en vijfbaanssnelwegen in Nederland. Je hoeft toch geen
masteropleiding verkeerskunde voltooid te hebben om te constateren dat
dit veiligheidshalve op grote delen van de dag overal kan en door het
gros van de automobilisten buiten de spits om al overal wordt gedaan.
Wij respecteren het voornemen van de minister om dit eerst te
onderzoeken en vanaf maart 2011 geleidelijk aan in te voeren. Maar als
het aan de PVV ligt, liever vandaag dan morgen.

Een ander punt betreft het afschaffen van de 80 kilometerzones.
Onderzoek van het KiM wijst uit dat zij niets bijdragen tot de
verbetering van de luchtkwaliteit en slecht zijn voor de doorstroming
van het verkeer. Het is wederom goed om te horen dat de minister ook
hiernaar gaat kijken. Wij zijn erg benieuwd wanneer de uitkomsten van
dit onderzoek bekend worden. Kan de minister toezeggen de uitkomsten na
bekendmaking direct aan de Kamer te sturen?

Dan kom ik bij het omzetten van spitsstroken naar permanente extra
rijstroken. Door simpelweg het beschikbare asfalt beter te benutten, kan
de doorstroming aanzienlijk worden bevorderd. Wij zijn dan ook erg blij
met de toezegging van de minister om dit te onderzoeken.

	Dan kom ik bij het verlengen van korte op- en afritten en het niet te
veel aanleggen van op- en afritten. Door te korte op- en afritten komt
bijvoorbeeld, als het uitverkoop is bij de IKEA in Delft, ook het
doorgaande verkeer tussen Rotterdam en Den Haag vast te staan op de
snelweg. Daarnaast zijn er op sommige locaties dusdanig veel op- en
afritten vlak achter elkaar dat het een mêlee is van in- een uitvoegend
verkeer, hetgeen de doorstroming niet bevordert. Tot zover een kort
overzicht van de maatregelen die onzes inziens prioriteit verdienen.

Naast deze maatregelen ter bestrijding van de files zijn ook meer harde
infrastructurele maatregelen strikt noodzakelijk. Dit is ook de algehele
conclusie die je af kunt leiden uit de vele wetenschappelijke rapporten
die voor vandaag op de agenda staan. Bovendien ondersteunen deze
rapporten ons eerder ten gehore gebrachte pleidooi voor een
onafhankelijk onderzoek naar de "modal shift" van het spoor op de auto.
Al deze rapporten duiden er namelijk op dat deze verschuiving gaande is
en in de komende jaren steeds sterker zal worden.

Ik geef een aantal citaten uit deze rapporten. De landelijke beperkte
bijdrage van het ov aan de mobiliteit is goed te verklaren. "Voor bijna
90% van de autoverplaatsingen biedt het ov geen concurrerende reistijd.
Ook in de spits duren deze reizen met het ov meer dan tweemaal zo lang
als met de auto. Ondanks de files is het dan niet eenvoudig om
automobilisten uit de auto te krijgen met beter ov." Dat staat in "Het
belang van openbaar vervoer" van het CPB en het KiM op pagina 12. Het
aantal autokilometers dat wij afleggen, ligt in 2015 bij een gemiddelde
economische groei naar verwachting 14% hoger dan in 2010. Bij een lagere
economische groei is dat 12% en bij een hogere economische groei zou het
17% zijn. De groei van het reizigersvervoer per spoor ligt tussen 2010
en 2015 tussen de 6 en 11%, afhankelijk van de economische ontwikkeling.
Bij een gemiddelde economische groei wordt voor de komende vijf jaar een
toename met 9% geraamd, Dat is een kwart minder groei dan in de
afgelopen vijf jaar, aldus de "Verkenning mobiliteit en bereikbaarheid
2011-2015" van het KiM. Zelfs de linkse rakkers van Goudappel Coffeng
constateren in een NMCA-deelrapportage regionaal ov "dat het openbaar in
het GE-scenario na 2020 niet groeit.

Ondanks een groei van de bevolking is dit te verklaren uit een
toenemende economische groei en een hoger autobezit en -gebruik als
gevolg hiervan." Daarbij geldt ook nog eens dat deze groei zich sterk
zal concentreren binnen de Randstad en de uitlopers daarvan, of zoals
KiM het stelt: de Handstad. Dat wil zeggen dat vooral in die regio de
druk op het wegennet fors zal toenemen en dit kan niet allemaal worden
opgevangen door de huidige aanpak van de file-top 50. Echter, steeds
meer geruchten bereiken ons dat zelfs deze projecten onder financiële
druk staan. Ook de minister heeft tijdens de begrotingsbehandeling
afgelopen week al voorzichtig laten doorschemeren dat het al lastig
genoeg wordt om de bestaande MIRT-projecten te financieren. Daarom
willen wij vandaag in ieder geval de toezegging van de minister dat alle
MIRT-projecten met betrekking tot de file-top 50 zoals deze zijn
opgenomen in het MIRT-projectboek 2011 geen verdere vertraging meer
oplopen. Kan en wil de minister ons dat bij dezen toezeggen?

	Ondanks alle negatieve berichten zien wij ook lichtpuntjes aan de
horizon. Doordat het MIRT-verlengd is van 2020 naar 2028 komt er maar
liefst 29 mld. extra beschikbaar om aan MIRT-projecten toe te wijzen.
Dit biedt volgens ons voldoende speelruimte om de begroting voor de
komende jaren te ontzien en een prioritering aan te brengen waarin de
economische belangen voorop staan, dit ook conform het beleid van de
minister, waarin zij zelf stelt dat de ontsluiting van alle main-,
green- en brainports voorop staat.

	Om de minister de juiste weg in te laten slaan, hebben wij een
flessenhals-top tien opgesteld. De projecten die volgens ons dus de
absolute prioriteit verdienen, hebben wij opgenomen in deze
flessenhals-top tien en deze zal ik nu in het kort toelichten.

	1. De A13, A16, A20 Rotterdam. De huidige aanpak laat te lang op zich
wachten. Door middel van een spoedaanpak van dit traject kan de
realisering van start gaan in 2011 in plaats van 2014, voor de
knelpunten 3, 6, 17, 36 en 40 uit de file-top 50. Het plan is om een
directe verbinding, een tweede ring, te realiseren tussen de A16 en de
A13 om de A20 te ontlasten. Aangezien dit project reeds in het MIRT is
opgenomen, zullen de extra financiële lasten voor het rijk beperkt
zijn.

	2. A1, A6, A9 Schiphol-Amsterdam-Almere. Aanpak van knelpunten 9, 27,
38, 39 en 45 uit de file-top 50. Het plan is om niet alleen de bestaande
weg te verbreden, maar om deze ook door te trekken van de A6-Knooppunt
Muiderberg naar de A9-Knooppunt Holendrecht. Deze weg gaat ongetwijfeld
een hoop geld kosten. Daarom is het noodzakelijk dat ook hier gezocht
wordt naar mogelijkheden voor een publiek-private samenwerking.
Aangezien dit een rechtstreekse verbinding biedt tussen de snelst
groeiende woonlocatie, Almere, en de snelst groeiende kantoorlocatie, de
Zuidas, is onze verwachting dat daar wel interesse voor is vanuit de
markt, waardoor de extra kosten voor het rijk beperkt blijven.

	3. A1, A27 Utrecht. Aanpak voor knelpunten 8, 19, 24 en 30. Meteen de
ruimtelijke reservering benutten en 2 x 4 rijstroken aanleggen op de
A27. Door gebruik te maken van de spoedaanpak kan dit project sneller
dan 2015 worden gerealiseerd. Dat is dus ook een bestaand MIRT-project.
Het meteen benutten van de ruimtelijke reservering middels een extra
rijstrook zal echter ook wat extra kosten voor het Rijk veroorzaken.

	4. A3 Amsterdam-Rotterdam. Een onderzoek opstarten om deze snelweg van
Amsterdam naar Rotterdam aan te leggen middels PPS. Op die manier worden
de twee grootste steden van ons land op de meest logische manier met
elkaar verbonden, wat ertoe zal leiden dat de zogenaamde Randstadring
wordt ontzien. BAM heeft reeds aangegeven interesse te hebben in de
financiering van dit project, waardoor de kosten voor het Rijk gedrukt
kunnen worden. Desalniettemin zijn wij ons ervan bewust dat ook een
aanzienlijke bijdrage van het Rijk vereist is.

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Ik hoorde zojuist in deze opsomming
dat de extra aanpak waar de PVV-fractie om vraagt, op sommige punten
extra geld van het kabinet vergt. Dan wil ik toch even vragen hoe de
PVV-fractie een en ander ziet. Aan de ene kant wil ze extra geld vragen
om de file-top 50 aan te pakken, wat volgens mij breed wordt
toegejuicht, maar aan de andere kant wordt er door de motie-De Rouwe
toch al een flinke hap uit genomen. Ziet de PVV-fractie de mogelijkheid
om beide te doen? Dat kan in deze tijden namelijk vaak niet. Welke
prioriteiten legt de PVV-fractie als zij moet kiezen tussen aanpak van
de file-top 50 of de regionale projecten zoals mijn andere buurman, de
heer De Rouwe, ze beschrijft? Ik zit een beetje klem tussen die twee
paden.

De heer De Jong (PVV): Over de motie van de heer De Rouwe is vandaag al
genoeg gezegd. Ik wil dit voor het grootste deel aan de minister laten.
Ik heb een aantal zaken opgenoemd en vraag de minister om aan te geven
hoe zij hiertegen aankijkt. Daar wil ik op wachten.

De heer Verhoeven (D66): Dat snap ik wel, maar ik zou toch graag van de
PVV-fractie horen hoe zij de principiële keuze maakt tussen enerzijds
de aanpak van files en de projecten die de heer De Jong noemt -- voor
een groot deel in de Randstad -- en anderzijds het goed bereikbaar
houden van de regio's. Dat laatste is ook nodig, maar we moeten keuzes
maken. De minister heeft hierover ongetwijfeld heel verstandige en goede
dingen te zeggen als de Kamer geen keuzes maakt, maar ik zou toch van de
PVV-fractie willen vernemen welke keuze zij maakt. Je kunt het geld
namelijk maar één keer uitgeven.

De heer De Jong (PVV): Wij maken de keuze die ik heb aangegeven met de
flessenhals-top tien. Een aantal projecten heeft echt prioriteit.
Daarmee bespaar je in feite ook geld. Wij verzoeken de minister daarmee
direct aan de slag te gaan en te bekijken wat mogelijk is. De motie van
de heer De Rouwe gaat juist over de regio. Wij laten dus niemand in de
rest van het land in de steek. De knelpunten liggen echter voornamelijk
in de Randstad. U hebt mij gevraagd welke keuze wij maken en welke
projecten minder prioriteit hebben om de flessenhals-top tien te
bewerkstelligen. Als voorbeeld noem ik de goederenroute van Rotterdam
naar Noord-Nederland. Wij willen de goederen vanuit Rotterdam niet via
Amsterdam en Almere vervoeren, want dat is een van de drukste spoorbanen
in Nederland. Onlangs is met de motie-Dijksma/Aptroot (32404, nr. 22)
Kamerbreed afgesproken dat wij dit vervoer zo veel mogelijk via de
Betuweroute gaan afwikkelen. Kortom, dit project kan wat ons betreft
meteen worden geschrapt of in elk geval uitgesteld tot na 2020. Dat
levert zo'n 71 mln. op. Dit is een voorbeeld van een keuze die wij
maken.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik hoor een indrukwekkende lijst van
projecten die versneld moeten worden aangepakt, overigens inderdaad
vooral grote snelwegenprojecten in de Randstad, maar toch doemt de vraag
op waarvan dit moet worden betaald. Dat kan niet met de 70 mln. die het
schrappen van één project oplevert, want deze opsomming gaat om vele
miljarden. Mijn PVV-collega zegt nu: we doen het via pps; het is voor de
markt aantrekkelijk en de markt zal het dus betalen. Wie is die markt en
wie betaalt uiteindelijk de rekening voor deze infrastructuur? Geld is
nog altijd niet gratis.

De heer De Jong (PVV): Dat is absoluut waar. Geld is niet gratis. De
minister heeft aangegeven dat verlenging van het MIRT een besparing
oplevert van zo'n 29 mld., zeg ik uit mijn hoofd. Dat is een manier. Bij
het aanleggen van een weg kun je het hebben over tolheffing. Wij zijn
geen groot voorstander van tolheffing, maar als je een weg aanlegt, moet
die wel worden gefinancierd. Je moet daar heel goed naar kijken.
Wellicht kan de markt hierin meespelen. Daar gaan we wel van uit, want
de markt staat nu voornamelijk stil op de snelweg en kan op die manier
doorlopen. Wij gaan er daarom van uit dat de markt hierin
geïnteresseerd is.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik begrijp er nog niets van. Ik hoor mijn
collega zeggen dat verlenging van het MIRT geld bespaart. Dat snap ik
niet. Verder zegt hij dat hij niet voor tolheffing is, maar de vraag is
hoe de markt dan zijn geld terugverdient op die nieuw aan te leggen
wegen. Het is mij volstrekt onduidelijk waar het geld vandaan gaat komen
voor deze indrukwekkende lijst.

De heer De Jong (PVV): Volgens mij heb ik dat zojuist aangegeven.

De heer Bashir (SP): Ik heb bij de behandeling van de begroting goed
geluisterd naar de PVV-fractie en hoorde eigenlijk niets over het
openbaar vervoer. Nu heb ik wel wat gehoord; niet dat ik daarvan wijzer
ben geworden, maar dat terzijde. Mijn vraag gaat over de tolheffing. Ik
begrijp het niet.

Nederland staat vast. We staan met zijn allen in de file. De PVV legt
wegen aan waar alleen Frederik-Jan van Hier tot Gunter op kan rijden,
terwijl Henk en Ingrid vast blijven staan in de file. Waarom laat de
heer De Jong Henk en Ingrid in de steek en waarom laat hij ze barsten in
de file?

De heer De Jong (PVV): Dit is natuurlijk weer goedkope SP-retoriek. Wij
zijn bijvoorbeeld ook niet voor de kilometerheffing. Wij laten mensen
niet betalen om in de file te staan. De heer Bashir heeft het over
elitewegen en zegt dat wij Henk en Ingrid in de steek zouden laten. Dat
is complete onzin. Met de flessenhals-top tien geven wij juist een
aanzet om ervoor te zorgen dat Henk en Ingrid niet in de file komen te
staan, maar dat zij door kunnen rijden. Snelwegen of wegenprojecten
moeten wij op een of andere manier financieren. Wij vragen de markt om
daarbij na te denken. Het lijkt mij dat dit een heel mooie manier is om
het te doen.

De heer Bashir (SP): Volgens mij worden de wegen wel voor de elite
aangelegd. De gewone hardwerkende man zal het niet kunnen betalen. Je
kunt het zelf uitrekenen. Als een ritje €10 kost en je heen en weer
moet, dan is het in totaal €20. Als je dit keer 24 dagen in de week
doet, kom je bijna op €500 per maand uit.

De heer Aptroot (VVD): 24 dagen in de week; de SP kan echt niet rekenen!

De heer Bashir (SP): Ik bedoel 24 dagen in de maand. De PVV blijft
kiezen voor de elitewegen. Sluit de PVV de variant uit waarbij extra
rijbanen worden aangelegd, waardoor mensen niet kunnen doorrijden, in de
file staan en toegezwaaid worden door mensen die gewoon betaald hebben?
Sluit de PVV die variant uit?

De heer De Jong (PVV): Ik hoor een hoop dingen door elkaar. Het is
natuurlijk hartstikke goed dat de SP dit doet. Ik hoor nu in 30 seconden
tien keer "elitewegen" en al dat soort onzin. Wij zorgen ervoor dat met
de aanleg van dat soort wegen ook de druk op de rest van de wegen wordt
verminderd, zodat mensen kunnen doorrijden. Henk en Ingrid kunnen op die
manier ook gewoon blijven doorrijden. Wij gaan dus voorkomen dat
allerlei mensen aan de andere kant van de snelweg zwaaien naar de mensen
die kunnen doorrijden. Ik zeg de heer Bashir ook nog even dat het per
jaar miljarden kost om stil te staan. Het kost de transportsector ook
nog eens ontzettend veel geld om stil te staan. Laten we daarom
eindelijk eens wat doen om ervoor te zorgen dat we kunnen doorrijden.

De heer Bashir (SP): Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag. Mijn
vraag was heel simpel, namelijk: sluit de heer De Jong de variant uit
waarbij mensen op speciale rijbanen door kunnen rijden terwijl de rest
in de file vastzit?

De voorzitter: De heer De Jong gaat over zijn eigen antwoorden. U hebt
bij deze interrupties twee vragen gesteld. Inmiddels zit u aan uw taks.
De heer De Jong gaat nu door met zijn betoog. De taks ligt bij drie
interrupties. Mij is gevraagd om de orde te bewaken. Toen we begonnen
met het debat heb ik gezegd dat drie interrupties per persoon het
maximum is.

**

De heer De Jong (PVV): Voorzitter. Dank u wel.

	5. We willen een verkenningsprocedure opstarten om de A4-Zuid aan te
laten sluiten op de oplevering van het traject A4 Midden-Delfland, zodat
het verkeer op de A15 bij Rotterdam ontlast wordt. Het gaat hierbij om
het traject tussen Hoogvliet en Klaaswaal. Dit vraagt om een flinke
investering door het Rijk, maar wij verwachten ook uit de gemeenten en
de provincie een hoop steun, omdat dit het verkeer op de zuidelijke ring
van Rotterdam enorm ontlast.

	6. De westelijke oeververbinding Maasvlakte biedt een oplossing voor
het filepunt 16. We willen een verkenningsprocedure opstarten om de
beloofde noodzakelijke tweede oeververbinding te realiseren.
Financiering kan plaatsvinden middels pps. Het gemeentelijke
havenbedrijf Rotterdam heeft al toegezegd daaraan mee te willen werken.

	7. N23 Alkmaar-Zwolle. We willen een procedure opstarten om
Noord-Holland en Flevoland met elkaar te verbinden, waardoor niet al het
verkeer uit Noord-Holland via Amsterdam naar het zuiden en het oosten
moet. Beide provincies hebben reeds toegezegd grotendeels garant te
staan voor de financiering, waardoor slechts een beperkte bijdrage van
het Rijk nodig is.

	8. Veilingroute Kennedytunnel. Wij willen een verkenning van de
mogelijkheden om de A20 door te trekken door het Westland tot aan Den
Haag, zodat deze wordt aangesloten op de ring van Den Haag, die afgerond
dient te worden door middel van de Kennedytunnel. Dit moet het Westland
veel beter ontsluiten. Ook hier zal financiering middels pps
onontkoombaar zijn. Gezien het enorme economische belang van deze weg is
de verwachting dat er zeker voldoende interesse is vanuit de markt.

	9. De A8 en de A9 aan elkaar verbinden ter voltooiing van de
noordelijke ring van Amsterdam.

Dit is een relatief kort stukje asfalt dat het Rijk samen met de
provincie en de gemeente Amsterdam kan financieren.

	10. De Rijnlandroute. De beslissing over het ongefaseerd aanleggen van
de 2 X 2-variant van deze weg tussen Leiden en Katwijk moet worden
genomen. Dit is in aansluiting op het oplossen van knelpunt nr. 1 uit de
file top-50 een erg belangrijke verbinding voor de greenport en het bio
science park in die streek. De regio wil fors meebetalen aan deze route,
waardoor de financiële bijdrage van het Rijk beperkt wordt.

	Het zijn niet louter nieuwe projecten. Wij zijn dan ook allerminst van
plan om deze miljarden meteen in te boeken. Wij willen alleen aankaarten
welke infrastructurele projecten in deze periode bij de minister de
hoogste prioriteit verdienen. Onze vraag aan de minister is of zij kan
toelichten hoe zij tegenover onze voorstellen staat. Welke mogelijkheden
ziet zij om dit te ondersteunen? Indien zij bezwaren ziet tegen bepaalde
projecten, dan horen wij graag waarom dat zo is. Om deze projecten
mogelijk te maken, maar ook om te garanderen dat de bestaande projecten
zo veel mogelijk volgens schema worden opgeleverd, is prioriteitstelling
echt onontkoombaar. Deelt de minister deze mening? Zo ja, kan zij dan
aangeven welke MIRT-projecten de laagste prioriteit hebben en dus
mogelijk uitgesteld kunnen worden tot na 2020 om budget vrij te maken
voor de eerder genoemde projecten uit de flessenhals top-10 en de file
top-50?

	Voorzitter. Hoeveel tijd heb ik nog?

De voorzitter: Nog zeven minuten.

**

De heer De Jong (PVV): Dan heb ik nog genoeg tijd voor het volgende
fantastische stukje tekst. Ik weet niet of er mensen in de zaal zitten
die het afgelopen weekend met de trein zijn gegaan, maar dat was een
groot drama. Ik ga dagelijks met de trein. Het vervolg van mijn betoog
gaat over het spoor. Door mijn collega's is al een hoop gezegd over de
dramatische situatie op het spoor van de afgelopen weken. Het is
ongelooflijk hoe een paar sneeuwvlokjes het spoor in het hele land
kunnen platleggen. Niet alleen de reizigers zijn het zat, maar ook het
spoorpersoneel baalt als een stekker. Het is woedend over het beleid van
de top van ProRail. Het personeel hekelt de maatregelen die de
spoorbedrijven hebben genomen om winterse omstandigheden de baas te
kunnen blijven, aldus de media vanochtend. ProRail stak tientallen
miljoenen in de voorbereiding op de winter, maar desondanks ontstond er
afgelopen zaterdag na een sneeuwbui weer een enorme chaos op het spoor.
Wissels raakten defect en treinen reden niet meer. Tienduizenden
reizigers waren gedupeerd en stonden in de kou. Dit soort situaties
maakt de trein niet bepaald een betrouwbaar alternatief voor de auto. Ik
krijg hierop graag een reactie van de minister. Wij vindt zij van die
situatie?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): De woorden van de heer De Jong zijn mij
uit het hart gegrepen. Wij zijn winterklaar, maar het moet niet gaan
sneeuwen, zo luidt een beetje de samenvatting. Steunt de heer De Jong
mij bij het aanvragen van een spoeddebat over deze kwestie?

De heer De Jong (PVV): Mevrouw Van Gent heeft absoluut gelijk. Er moet
nu eindelijk eens duidelijk worden wat er allemaal mis is op het spoor.
Hoe zit het nu? Men is winterklaar, maar zijn de wissels nu wel of niet
allemaal in orde? Dat verzoek zal ik zeker steunen.

De voorzitter: Ik stel voor dat wij eerst het antwoord van de minister
afwachten. Daarna kunnen wij bezien of er nog een debat nodig is. De
heer De Jong vervolgt zijn betoog.

**

De heer De Jong (PVV): Een manier om wellicht extra financiële middelen
vrij te spelen, is eens grondig te kijken naar de spoorweggerelateerde
bestedingen. Daar wordt jaarlijks een bak met geld over de balk gesmeten
waar je u tegen zegt. Wij zijn het dan ook volkomen eens met de fractie
van de ChristenUnie dat de rol van ProRail eens goed tegen het licht
moet worden gehouden. Daar gaat direct en indirect een hoop geld van het
Rijk naartoe. Dat geld wordt vaak inefficiënt besteed. Het MIRT-project
bovenbouwvernieuwingen is een treffend voorbeeld. Daarin wordt totaal
geen rekening gehouden met mogelijk toekomstige snelheidsverhogingen op
het spoor, bijvoorbeeld door de invoering van ERTMS. Slechts op een paar
trajecten wordt de infrastructuur gereed gemaakt voor een snelheid van
160 km/u, terwijl snelheden van 200 km/u toch zeker niet ondenkbaar zijn
voor de nabije toekomst. Dergelijke inefficiënte bestedingen van onze
belastingcenten hebben ervoor gezorgd dat de geplande 5% groei op het
spoor voorlopig uitblijft. Op deze manier zal die groei ook uitblijven.

Laat het realiseren van reistijdverbetering in het openbaar vervoer nou
net de manier zijn om mensen uit de auto naar het ov te doen
overstappen, zoals ook het CPB en het KiM concluderen in het rapport Het
belang van openbaar vervoer. Kortom, als wij op deze manier door blijven
gaan met onze openbaar vervoerplannen, dan gaat de veronderstelde modal
shift spoor-auto alleen maar sterker doorzetten en zijn extra
investeringen in asfalt onontkoombaar.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Zoals de voorzitter al zei, vervang ik
collega Sharon Dijksma, die door ziekte is geveld.

	Voorzitter. Ik heb jaren geleden ook debatten mogen voeren over wat
toen nog het MIT heette. Nu heet het MIRT. Een paar dingen vallen op.
Over een aantal projecten die nog steeds op de rol staat, ging het ook
al in 2001 en 2002. Het gaat nog steeds over de A15 en zo zijn er nog
wel een paar te noemen. Verder is de waarneming de volgende. Ja, er
worden vaak veel moties ingediend bij dit debat maar altijd in het
debat. Ja, er worden vaak ook moties ingediend door de coalitiepartners
gezamenlijk -- daar is niks op tegen -- maar één motie met een pakket
van naar schatting 6 à 7 mld. in het debat voorafgaande aan het MI(R)T,
heb ik nog nooit meegemaakt. Ik vind het ook geen goede omgangsvormen
naar de andere collega's in de Kamer. Genoeg daarover.

	Nog niet zo heel lang geleden kondigde De Telegraaf met
chocoladeletters de eerste nieuwtjes uit het regeerakkoord aan: 500 mln.
erbij voor wegen en openbaar vervoer. Enkele maanden later blijkt dit al
een fata morgana te zijn. In plaats van meer is er minder geld
beschikbaar voor infrastructuur. Ja, er komt 500 mln. bij maar een even
groot bedrag gaat er weer af omdat het FES wordt uitgefaseerd. Tot 2020
komt er dus geen cent extra. Wel is sprake van een onverantwoorde
korting van 200 mln. op het openbaar vervoer en een tegenvaller van
misschien wel 1,3 mld. op het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De eerste
vraag aan de minister is dan ook of deze financiële situatie
consequenties heeft voor de uitvoering van bestaande afspraken uit het
MIRT. Hoe hangt de vlag er nu werkelijk concreet bij? Welke projecten
stelt de minister ter discussie of schrapt zij zelfs?

	De looptijd van het MIRT is met acht jaar verlengd. Volgens collega De
Jong is dat een besparing. Dat heb ik niet zo begrepen. Dat geeft
virtueel weer wat lucht maar daarvan blijkt ook alweer 32 mld. belegd te
zijn en nog maar 21 mld. vrij inzetbaar. Welke inzet kiest de minister
bij de bestuurlijke overleggen die zij de komende maanden gaat voeren?
Inhoudelijk inzicht daarin zou niet alleen goed zijn voor dit debat. Het
zou ook de positie van de Kamer wat kunnen verhelderen. Wat gebeurt er
namelijk indien de uitkomst van deze bestuurlijke overleggen niet tot
tevredenheid van de Kamer is en daar een groot gat ontstaat? Op welke
wijze kan de Kamer dan nog haar rol als controleur van de regering
vervullen?

	Eén ding willen wij graag voorkomen: nieuwe bezuinigingen op
onderhoud. Nu vallen al regelmatig letterlijk gaten in de wegen. Dat kan
echt niet. Ik krijg graag een nadere uitleg van de minister over de
voorgenomen bezuinigingen op onderhoud.

	De minister wil zich concentreren op de regio's
Amsterdam-Schiphol-Utrecht, Den Haag-Rotterdam en slechts één stukje
buiten de Randstad: Eindhoven-Venlo. Daar is al veel over gezegd bij het
begrotingsdebat. Voor de PvdA-fractie houdt Nederland niet op voorbij
Utrecht. Betekent dit dat dit Randstadkabinet alle projecten buiten de
Randstad lagere prioriteit geeft? Is dat per definitie de rangorde?
Waarom heeft de minister zich zo nadrukkelijk verbonden aan deze drie
regio's?

	Tijdens de verkiezingscampagne heeft de VVD zich in alle toonaarden
verzet tegen Anders Betalen voor Mobiliteit maar rechts regeert nog maar
net of de tolwegen vliegen ons al om de oren: een tolweg, inclusief
-brug, tussen Almere en Amsterdam. Dat komt bij de VVD vandaan. Collega
De Jong heeft net een enorme opsomming gegeven van dure en grote
weginfrastructuur die aangelegd moet worden. Daarbij verwijst hij steeds
naar de markt en naar pps. Mijn kennis van de markt zegt dat iemand het
rendement dat marktpartijen willen halen op zo'n investering, toch zal
moeten betalen. Hij heeft geen antwoord gegeven op de vraag wie dat zal
zijn. Ik vermoed zomaar dat het tolwegen zullen worden. Waar komt het
rendement anders namelijk vandaan? Het kan in ieder geval niet zo zijn
dat de rekening niet wordt betaald of dat het Havenbedrijf Rotterdam
gaat betalen voor de rijkssnelwegen van en naar de haven, zoals collega
De Jong nog even suggereerde.

Het kabinet gaat dus via private investeringen geld voor infrastructuur
proberen te organiseren. Het moet wel worden terugverdiend, en
"tolheffing" is het nieuwe toverwoord. Nu zegt het kabinet: alleen op
nieuwe wegen. Wat zijn de gevolgen daarvan voor hardwerkende forenzen?
Is het uit te leggen dat op de ene weg wel moet worden betaald en op de
andere weg niet? En welke zeggenschap houdt de regering over de wegen
die, zoals door de VVD is voorgesteld, totaal privaat worden
gefinancierd? Hebben dit soort maatregelen vergelijkbare positieve
gevolgen voor de filedruk als een kilometerheffing? Wij zijn zeer
benieuwd met welke plannen het kabinet zelf gaat komen. Wordt de A50
straks ook privaat gefinancierd, en Rotterdam Vooruit misschien ook?

Wij maken ons ook grote zorgen over de inpassing. Die zal, in een tijd
van schaarste en met een grote ijver om zo veel mogelijk asfalt aan te
leggen, als eerste sneuvelen, zo is onze vrees. Er zijn veel goede
voorbeelden waarin met lokaal en regionaal geld en een investering van
het Rijk rond de aanleg en verbreding van hoofdwegen een betere
inpassing werd gerealiseerd. Het was door deze extra inzet op inpassing
dat lang vertraagde projecten als de A4 Midden Delfland eindelijk zijn
losgetrokken. De weerstand is (bijna) weg en daarmee zou ook de
vertraging door eindeloze procedures kunnen worden voorkomen. Nu lezen
we in het regeerakkoord dat het Rijk geen geld meer wil besteden aan
bovenwettelijke inpassing. Zien wij dat juist? Hoe kan het Rijk dit
verwachten van provincies en gemeenten, die immers ook met enorme
bezuinigingen te maken krijgen? Wordt de rekening niet erg makkelijk
daar neergelegd?

Tegelijkertijd wordt er zeer fors bezuinigd op het natuurbeleid. Ook
daar is dus geen cofinanciering meer denkbaar. Wat betekent dit voor de
projecten A4 Midden Delfland, RijnlandRoute en Gaasperdammerweg? Wij
vrezen dat dit soort projecten weer wordt uitgekleed wat betreft
inpassing, dat de weerstand weer zal toenemen en dat wij weer in
eindeloze gevechten en procedures terecht zullen komen. Is de minister
bereid om de Kamer haar visie op inpassing ten gunste van leefbaarheid
voor omwonenden en de natuur aan ons te geven? Voor mijn fractie is dit
een belangrijk punt.

Intussen loopt Nederland vast. De cijfers van het eigen KiM
(Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid) tonen aan dat afhankelijk van
de economische groei de files in deze kabinetsperiode zullen toenemen
met minimaal 3% en maximaal 30%. Dat is een slecht resultaat vergeleken
met de doorrekeningen van de verkiezingsprogramma's, in ieder geval dat
van ons. Gaat het kabinet werkelijk alles oplossen met het nieuwe werken
en mobiliteitsmanagement? De enige robuuste maatregel die nog in het
akkoord stond, namelijk verhoging van de accijnzen, is door België van
tafel geveegd. Wat was overigens de precieze inzet op dit punt van de
minister-president tijdens zijn bezoek aan de Vlaamse premier? Ik neem
aan dat minister Schultz betrokken was bij de voorbereiding van dat
bezoek. Is de minister, het slagveld overziend, dan misschien nog te
verleiden om eens na te denken over eerlijker betalen voor het bezit van
de auto, bijvoorbeeld door de motorrijtuigenbelasting afhankelijk te
maken van het aantal gereden kilometers? Laten we eerlijk zijn: zelfs
het CDA scoorde in haar verkiezingsprogramma met de introductie van een
platte heffing nog beter dan de VVD.

In het voorjaar zal de minister komen met een actualisatie van de Nota
Mobiliteit. Het is nu immers onomstotelijk bewezen dat de daarin
gestelde doelen ten aanzien van reistijd niet meer worden gehaald. De
Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) zal daar een rol in
spelen. Die is al maanden geleden gemaakt en we hebben zelfs al een
brief van minister Eurlings gekregen met de conclusies. Mogen wij
misschien ook die analyse zien? Kan de Kamer die ontvangen?

Als slot van mijn algemene ronde ga ik in op Sneller & Beter, een
project dat nu het geïnternaliseerd is, wordt opgeheven. Wat ons
betreft heeft dat project zich vooral bewezen door "beter": een betere
oplossing doordat burgers en betrokkenen in een vroeg stadium aan tafel
worden genood. Zo is in Leiden een nieuwe variant op tafel gekomen voor
de RijnlandRoute, die nu wordt onderzocht, en hebben in Utrecht burgers
goede varianten aangedragen voor de Ring. Soms kan het zelfs goedkoper.
Wij vragen de minister om ermee door te gaan, niet alleen vanwege de
snelheid in procedures, maar vooral vanwege de betere plannen en het
grotere draagvlak.

Ik ga in op enkele regionale projecten. De minister roept dat zij zich
weinig kan voorstellen bij ministeriële verantwoordelijkheid voor
Dierenpark Emmen. Oppervlakkig bezien kan ik me dat voorstellen, maar ik
sluit me aan bij de opmerking van collega De Rouwe hierover: ook dit
heeft te maken met infrastructuur en mobiliteit. Is het ook geen tijd om
het Zuiderzeelijnpakket aan de regio te decentraliseren? Hoe staat de
minister ten opzichte van dat pakket?

De heer De Rouwe (CDA): Wat verstaat de heer Dijsselbloem onder
decentraliseren? Is dat het naar de regio overhevelen van de bedragen
die daarvoor staan of zitten daar nog voorwaarden aan?

De heer Dijsselbloem (PvdA): Mijn opmerking was natuurlijk een grapje.
Als de minister haar handen aftrekt van Emmen is het de vraag wanneer
zij haar handen van projecten aftrekt en wanneer niet. Daarin zoek ik
naar een beleidslijn. Ik hoop natuurlijk zeer dat zij het
Zuiderzeelijnpakket blijft trekken en daarvan de waarde inziet. Ik vraag
haar opvatting daarover.

	Dan kom ik op de A50. Het college van burgemeester en wethouders van
Wijchen heeft samen met de Brabantse buurgemeenten het rekenwerk van
Rijkswaterstaat over de geluidsoverlast van de A50 laten doorlichten.
Onderzoek bevestigt wat het college al dacht: de overlast is echt te
groot. Er moeten nieuwe geluidsschermen worden geplaatst of bestaande
schermen moeten worden aangepast door verhoging of verlenging. Er moeten
maatregelen worden genomen omdat de problematiek echt serieuzer is dan
Rijkswaterstaat heeft voorgespiegeld.

	Dan kom ik op de A1. Bij de vorige MIRT-behandeling is de
motie-Roefs/Koopmans aangenomen over de capaciteitsuitbreiding van de A1
en de integrale gebiedsontwikkeling van de zone rond de A1. Tijdens het
bestuurlijk overleg in mei 2010 is vervolgens geconstateerd dat er veel
werk is verzet, maar dat er meer tijd nodig was dan voorzien om de
samenhang tussen de uitbreiding van de capaciteit en de ruimtelijke
ontwikkelingsmogelijkheden in de A1-zone zorgvuldig in beeld te brengen.
De resultaten daarvan zouden nu besproken kunnen worden. Wat is de stand
van zaken? Hoe voorkomt de minister dat ook hier de planning in verder
uitstel komt vast te zitten?

	Afgelopen jaar is door de motie-Roefs/Koopmans de N18 aan de Crisis- en
herstelwet toegevoegd. Dit betekent dat de procedure om de N18 op te
waarderen tot een 100 km/u-weg wordt versneld en dat de noodzakelijke
werkzaamheden eerder zouden kunnen beginnen. De minister heeft als
voorwaarde gesteld dat de belanghebbende gemeente en regio en de beide
provincies het met elkaar eens moeten zijn over het tracé. Inmiddels
ligt er een bestuurlijke variant die door alle spelers wordt
onderschreven. Kan nu de schop de grond in?

	Het doortrekken van de A15 richting het oosten staat terecht zwaar op
het verlanglijstje van heel Gelderland. Inmiddels heb ik begrepen dat er
mogelijkheden zijn om deze weg zonder een dure tunnel aan te leggen. Er
lijkt steeds meer ruimte voor te komen, ook in Gelderland zelf. Hoe
kijkt de minister tegen dit project aan? Blijft haar bijdrage van 275
mln. keurig in de boeken staan voor de A15? Ik vraag het maar even voor
de zekerheid. Is zij bereid om op korte termijn met de provincie het
overleg te hervatten en de Kamer spoedig te informeren over de vraag hoe
wij de zaak in beweging kunnen krijgen nu daar een doorbraak mogelijk
lijkt?

	Dan kom ik op de Ring Utrecht. Wij blijven aandringen op een meer
integrale aanpak waarbij ook het openbaar vervoer ten volle wordt
meegenomen. Ik vraag de minister om eens te kijken naar de burgers:
Kracht van Utrecht. Overigens maken juist de Utrechtse burgers zich met
de geplande uitbreiding van de ring enorm veel zorgen over de toename
van geluidsoverlast en andere milieuhinder. Zij voelen zich in het hele
proces totaal niet serieus genomen. Ik vraag de oprechte aandacht van de
minister daarvoor. Welke gevolgen heeft de uitbreiding van de ring voor
hen? Is de minister bereid serieus met de bewoners te spreken en daarbij
het ov ten volle mee te laten wegen?

	Dan kom ik op de verbinding Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (SAAL).
We zijn benieuwd naar de uitkomsten van de uitvraag IJmeerverbinding.
Het gebruik van geld van de viersporigheid Almere-Lelystad-Almere voor
de Hanzelijn willen we terugdraaien.

Het is echt een heel slechte zaak dat de reizigers in de trein tussen
Almere en Amsterdam nu elke dag moeten staan. De PvdA blijft de
verdubbeling van dat stuk spoor steunen en begrijpt niet dat de minister
heeft toegestaan dat een overschrijding bij de Hanzelijn deels met het
geld dat voor deze verdubbeling was bestemd is gefinancierd.

	Ik kom op de Oranjetunnel/Blankenburgtunnel. Hoe staat het met dit
project? De PvdA bepleit een onafhankelijke vergelijking van de
verschillende varianten, zodat we eerlijk zicht krijgen op de effecten
en gevolgen. De Kamer heeft de minister niet voor niets tot
zorgvuldigheid opgeroepen in deze procedure.

	De deadline van 1 december bij de Rijnlandroute is inmiddels
verstreken. Wat ons betreft, is dat niet het meest knellende punt, als
er maar een betere oplossing gevonden wordt. De twee overgebleven
faseringsalternatieven A en F blijken duur en niet effectief. Inmiddels
hebben provincie en gemeenten opnieuw diep in de buidel getast, waardoor
het verschil met het in een keer aanleggen van het totale plan nog maar
200 mln. bedraagt. De PvdA vraagt de minister of zij een mogelijkheid
ziet om het plan in één keer uit te leggen en de spade de grond in te
jagen op een manier die de leefbaarheid niet onnodig in gevaar brengt.

	De vernieuwde N57 heeft opnieuw vertraging opgelopen. De verwachting is
dat de N57 in het eerste kwartaal van 2011 open gaat. Rijkswaterstaat
wil na de eerdere vertragingen geen exacte datum noemen. Op dit moment
wordt de vangrail geplaatst en worden kabels getrokken. Het project liep
vertraging op doordat er meer vervuilde grond moest worden schoongemaakt
dan werd verwacht. Gaan we de huidige planning nog halen, minister?

	Ik vraag ook aandacht voor de leefbaarheidsproblematiek in Vught. Ik
sluit mij omwille van de tijd aan bij opmerkingen die anderen daarover
hebben gemaakt.

	Tot slot het spoor van Kerkrade tot de grens. De aanleg van de
Avantis-spoorlijn tussen Heerlen en Aken heeft een vertraging van
minstens een jaar opgelopen omdat de financiering aan de Duitse kant
langer op zich heeft laten wachten dan eerder werd aangenomen. De aanleg
kan nu pas tegen 2014 beginnen. De aanleg van de lijn van Heerlen over
bedrijventerrein Avantis in Kerkrade naar Aken kost een kleine 40 mln.
Duitsland en Nederland zouden de kosten delen. De financiering aan
Nederlandse zijde is wel rond. Wat is de stand van zaken in Duitsland?
Tot welke vertraging leidt de verdere problematiek van financiering in
Duitsland? Graag de visie van de minister daarop en de mogelijkheden om
ook dat project vlot te trekken.

De voorzitter: Dank. U hebt nogal wat minuten over. U hebt een kwartier
gesproken terwijl u 22 minuten tot uw beschikking had. Die tijd hebt u
nog over.

**

De vergadering wordt van 14.11 uur tot 14.55 uur geschorst.

De voorzitter: Het woord is aan de minister voor haar beantwoording in
eerste termijn.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Voorzitter. Toen ik twee
maanden geleden afscheid nam van mijn oude werk, kreeg ik een grote kist
vol met chocolademuntstukken mee. Ik wilde die kist meenemen voor dit
overleg, maar dat ben ik vanmorgen vergeten. Ik had het u graag gegund,
maar het ergste is dat ik nu nog een heel jaar met die muntstukken
opgescheept zit.

	Het lijkt mij goed om vandaag vooral te discussiëren over de vraag hoe
wij met elkaar omgaan als wij een grote kist met muntstukken voor onze
neus hebben staan. Voordat ik inga op allerlei individuele wegen en
wensen, vertel ik graag iets over het afwegingskader voor het MIRT. Het
is overigens de eerste keer dat ik hierover spreek en het was nog even
heel hard aanpoten om te zien waar alle wegen, spoorse doorsnijdingen,
spoorverbredingen, vaarwegen en dergelijke liggen. Ik verwacht dat ik ze
volgend jaar allemaal "by heart" ken. Dan wordt het al iets makkelijker,
maar nu was het even aanpoten.

	Vandaag spreken wij over het MIRT Projectenboek 2011. Daarin wordt
aangegeven welke projecten het Rijk tot 2020 voor ogen heeft. Ik heb
zowel bij de begrotingsbehandeling als daarvoor al aangegeven dat er
door de afschaffing van het FES 3,2 mld. minder beschikbaar is dan wij
eigenlijk gedacht hadden, voorafgaand aan deze nieuwe kabinetsperiode.
Door extra intensivering komt er 3,3 mld. terug, waardoor er
uiteindelijk tot 2020 100 mln. extra beschikbaar is. Na 2020 zit er een
extra investering in, want dat bedrag loopt gewoon door. Tot 2020 moeten
wij het min of meer met hetzelfde geld doen, met alle wensen die al
bestonden en die er bijgekomen zijn.

	Gelukkig heeft de regering besloten om het MIRT ook na 2020 tot 2028
beschikbaar te stellen. Dat behelst zo'n 61 mld. in totaal. Van die 61
mld. behoort een deel tot het reguliere budget voor beheer en onderhoud
dat wij nu kennen; dat is het doorgetrokken budget voor beheer en
onderhoud. Een ander deel van het geld is al belegd in projecten die na
2020 doorlopen. Enkele andere budgetten die al eerder voor 2020 zijn
afgesproken, maken er ook onderdeel van uit. Als je dat alles ervan
aftrekt, kom je op de eerder genoemde 29 mld. Ik maak het nog iets
ingewikkelder, want tot die 29 mld. behoren ook budgetten vanaf 2020
voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Dat komt op minimaal 1 mld. per
jaar. Als je er dan al 8 mld. van aftrekt, kom je op de 21 mld. die je
voor wegen, spoor en vaarwegen zou hebben.

	Ik wijs erop dat wij dan uitgaan van het bestaande budget voor beheer
en onderhoud dat wij nu kennen en dat wij doortrekken tot 2028. In deze
Kamer is echter gediscussieerd over de vraag of het bestaande budget
voor beheer en onderhoud afdoende is voor de komende jaren. Die
discussie wil ik ook bij ons aangaan. Het zou best kunnen dat ik
uiteindelijk met een voorstel kom om een groter deel voor beheer en
onderhoud te reserveren. Dan zakt het budget onder de 20 mld. en wordt
het dus nog verder beperkt, misschien wel 15% tot 20%. Ik neem even een
grove marge, want ik weet echt niet hoe het zit met beheer en onderhoud.
Ik leg het alvast maar even uit.

	De regering heeft gezegd dat bij de verlening van het MIRT prioriteit
moet worden gegeven aan mainports, brainports en greenports. Er werd mij
nog eens gevraagd waarom ik in mijn beleidsbrief de nadruk heb gelegd op
drie regio's. Dat heb ik gedaan omdat dit in het regeerakkoord staat en
dat heb ik doorvertaald naar de drie regio's waar die mainports,
brainports en greenports voornamelijk gevestigd zijn.

Dat laat onverlet dat er tegelijkertijd een heleboel andere projecten
kunnen worden uitgevoerd, omdat er meer prioriteiten zijn op
overheidsniveau in veel bredere zin. Daar haak je af en toe ook bij aan.

	Je kunt nu zien dat er zo'n 15 à 20 mld. over zal zijn. Ik kan nog
niet zeggen of er in de toekomst meevallers zullen zijn, of er nieuwe
FES-fondsen komen en noem maar op, dus ik moet het als bestuurder
daarmee doen. Het is duidelijk dat de ruimte in de toekomst beperkt is.
Ik wil ook niet alles invullen. Ik zou misschien wel de meest populaire
minister van IenM aller tijden worden, maar na mij wil niemand meer deze
portefeuille vervullen als al het geld tot en met 2028 uitgegeven is.

	Ik heb u vrijdag de wensenlijst toegestuurd. Een aantal van u -- de
heer Aptroot en ook de heer Slob heb ik daarover gehoord -- verzocht om
meer inzicht in het totaalplaatje. Ik kan dat nog niet per project,
omdat die bedragen vaak variëren, afhankelijk van de fase waarin de
projecten verkeren. Maar als je alle wensen uit het hele land optelt,
kom je grofweg uit op 50 mld. tot 90 mld. Dat is nogal wat.

	Laat ik meteen aangeven hoe ik aankijk tegen de motie. Dat is de reden
waarom ik zo hecht aan het voeren van een spelregelkader MIRT. Er zijn
zoveel wensen en ook zoveel projecten die heel goed zijn. Als wij alles
zouden honoreren wat wij goed vinden, zouden wij ver over de budgetten
heen gaan. Niet voor niets hebben wij met de regio's een soort
spelregelkader opgezet waarbij wij met de verschillende provincies en
regio's spreken over hun prioriteiten. Die prioriteiten kunnen breder
gaan dan alleen het specifieke infrastructurele belang. Niet alleen de
knelpuntenanalyse is het hoofdthema, maar ook andere zaken, bijvoorbeeld
of een regio specifiek wil investeren in een bepaald gebied omdat dat
van economisch belang is, omdat het een topgebied is of omdat een
natuurgebied ontzien moet worden. Je bespreekt daar allerlei
samenhangende vraagstukken met zo'n regio. Daarom hecht ik zoveel belang
aan de gebiedsagenda's waarbij dit wordt besproken. De regio's geven
zelf aan: als wij schaarse middelen in te zetten hebben, doen wij het
liefst die bovenaan en in een aflopende volgorde. Vervolgstap in dat
spelregelkader is dat je, als je het met elkaar eens bent en zicht hebt
op financiering, een startbeslissing kunt opzetten die je vervolgens
uitwerkt in een voorkeursbeslissing. Dat is de derde stap. De vierde
stap is dat je de planfase ingaat, als je het budget definitief rond
hebt.

	Ik hecht eraan te zeggen dat er geen spelregels zijn voor prioritering.
Die discussie hadden wij naar aanleiding van de vraag: is de Randstad
belangrijker dan de regio en komen die kleine regio's wel ooit aan bod.
Er werd gezegd: u zegt wel "al mijn kinderen zijn mij even lief", maar
als u de NMCA eraan koppelt kan er helemaal niks meer. Er zijn geen
spelregels over prioritering. Dat doe je toch met elkaar in bestuurlijk
overleg om te kijken hoe je daarop het beste kunt investeren. Er zijn
helaas geen spelregels over de uitgaven per jaar -- die ontbreken ook --
met het risico dat wij vandaag hier weggaan en het hele budget tot 2028
vol gezet hebben. Het is misschien wel goed dat er voor het eerste geen
spelregels zijn. Politieke keuzes zijn niet alleen maar technische
keuzes; het is ook een integrale afweging. Voor het tweede zou ik wel
graag spelregels hebben. Ik heb erover nagedacht of ik u vrijdag al iets
kon toesturen: zo zou je het moeten doen. Maar ik denk toch dat ik
daarop nog maar eens moet terugkomen. Ik weet ook nog niet precies hoe
je dat moet doen. Maar het zou wel netjes zijn om een regel te hebben:
hoe ver ga je met het beslagleggen op de budgetten van de toekomst?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Wat is het advies van de minister over
deze motie? De kwalificatie "prematuur" kennen wij niet als een advies
voor een stemming. Wat adviseert de minister in het licht van haar
zojuist gemaakte opmerking?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik wilde net ingaan op
mijn probleem met de motie. Het komt voort uit mijn betoog van daarnet.
De regio wordt overgeslagen. Sommige plannen zijn niet door de regio's
zelf geprioriteerd. Ik heb begrepen dat ze wel met de regio's zijn
besproken, dus ik hoor graag of de regio's er nu anders in zitten en of
zij deze plannen toch bovenaan willen zetten. Sommige projecten hoeven
geen knelpunt te zijn, maar liggen nog op de tekentafel. Het is goed
mogelijk dat het heel goede projecten worden, maar in deze fase kunnen
ze heel moeilijk tegen andere plannen worden afgewogen. Er zit één
regionaal project bij waarvan ik mij afvraag wat het Rijk er precies mee
moet. En er zitten ook projecten in die al heel dichtbij opname zijn en
die dus goed passen in het MIRT-projectenboek. Soms zitten ze er al met
één teen in. Bovendien maakt het budget een nogal groot deel van het
totaal beschikbare bedrag uit. Ik ben blij om te horen dat de regio's er
zelf in moeten meefinancieren. Dat geldt eigenlijk voor alle andere
projecten ook: wij vragen altijd een bijdrage van de regio. Als ik een
advies moet uitbrengen over de motie, zeg ik hetzelfde als wat ik
woensdagnacht heb gezegd: ofwel aanhouden tot wij met een
totaalprioritering komen, ofwel aanpassen, waarbij goed rekening wordt
gehouden met het spelregelkader van het MIRT. Dat is passend in hoe
regio's en Rijk met elkaar moeten omgaan. In de motie wordt juist
geprobeerd de regio's een stevige rol te geven. Ik kan het mij
voorstellen dat dit dus best een oplossing kan zijn.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Het is duidelijk dat de motie zoals zij
er nu ligt, onaanvaardbaar is voor het kabinet.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ben in de
begrotingsbehandeling duidelijk geweest. De motie gaat voorbij aan de
wijze waarop wij nu de processen doen. Daarom heb ik de drie
coalitiepartijen gevraagd om haar aan te houden en te wachten op de
totale prioritering.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Dat betekent dat de minister aan de
indieners vraagt om de motie aan te houden tot ergens in het voorjaar
als zij het regionaal overleg heeft gehad. Wat vindt zij er overigens
van dat in de hele motie de regio Limburg onvermeld blijft? Is dat geen
bevestiging van dat er helemaal geen overleg met de regio's is geweest,
maar dat het een willekeurig samenraapsel van CDA-wensen is?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Het heeft mijn voorkeur
dat de motie niet wordt aangehouden, maar wordt aangepast. Dan hebben
wij met elkaar duidelijkheid en kunnen wij de reguliere processen weer
ingaan.

	Uw vraag over het al of niet noemen van de provincie Limburg moet u
eigenlijk aan de indiners stellen. Overigens viel mij dat ook op in de
motie van PvdA en naar ik meen D66 of de ChristenUnie over de regio's.
Ook daarin werden alleen Oost- en Noord-Nederland genoemd.

De heer Verhoeven (D66): D66 zou nooit een eenzijdige motie over één
regio indienen. Wij vinden alle regio's heel belangrijk!

De voorzitter: U hebt het woord helemaal niet.

**

De heer Dijsselbloem (PvdA): De minister bevestigt dat de motie
onevenwichtig is. ChristenUnie en PvdA hadden met hun motie niet de
pretentie om 7 mld. à 8 mld. goed vast te timmeren met een complete
lijst. Die motie had een heel ander karakter.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dat klopt, maar het woord
"Limburg" werd er ook niet in genoemd.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik heb veel moties ingediend waarin het
woord "Limburg" niet voorkomt.

De heer Slob (ChristenUnie): Volgens mij staat het woord "Venlo" in de
motie en die plaats ligt volgens mij in Limburg.

	Wij hebben inmiddels voldoende over de motie-De Rouwe gesproken. De
heer De Rouwe heeft aan het begin van de vergadering aangegeven dat hij
bereid is om de motie aan te passen. Dat wachten wij met belangstelling
af.

	Ik was het zeer eens met de inleiding van de minister, maar op één
punt heb ik een vraag.

Zij zegt dat zij gewoon het coalitieakkoord uitvoert met de brainports
en de mainports enzovoorts. Dan is er dus sprake van een concentratie op
Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en, wat de regio's betreft, op dat stukje
Brabant en op Venlo. De regio mag wel meedoen, maar in de brief van de
minister van 26 november staat heel nadrukkelijk dat de door de
verlenging van de MIRT-periode beschikbaar komende gelden met name dus
voor die gebieden gebruikt zullen worden. Dat betekent dat de
kruimeltjes voor het noorden, het oosten en de krimpregio's van het land
zijn. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Wij willen dat die gebieden
volwaardig meedoen in de prioritering en dat er een gelijk speelveld is
voor alle delen van Nederland. Dat de beste dan moge winnen, zeg ik er
maar bij.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Niet alleen in de
beleidsbrief, maar ook in het regeerakkoord staat dit precies zo
genoemd. Bij de verlenging van het MIRT gaat de prioriteit uit naar de
brainports, mainports en greenports. Dus dat is gewoon regeringsbeleid.
Er staat niet dat het budget "alleen naar …" gaat. Zo is dit de
afgelopen weken geïnterpreteerd en daarover is ook alle heisa ontstaan.
Af en toe hoor ik dat ik alleen iets in de Randstad zou willen doen. Het
woord "Randstad" heb ik op dit vlak zelf echter nog nooit in de mond
genomen. Er is dus meer mogelijk dan alleen dat. Investeringen door het
Rijk zijn ook niet alleen maar investeringen vanuit infrastructuur maar
zijn ook investeringen vanuit ruimteprojecten, vanuit economische
projecten, vanuit onderwijs et cetera. Als wij bijvoorbeeld de
topgebieden -- onder die drie regio's in de beleidsbrief staan ook de
topgebieden genoemd -- belangrijk vinden, komen daarbij vanzelfsprekend
ook allerlei discussies over bereikbaarheid, samenhang en integraliteit
aan de orde. Ik zou het dus zeker niet de kruimeltjes willen noemen.

Wel is het zo dat wij dit heel nadrukkelijk opgenomen hebben, om de
volgende reden. Als je weinig te besteden hebt en je het land een
economische impuls wilt geven, moet je kijken waar zich het meeste
verkeer bevindt en waar de meeste economische voordelen behaald worden.
Daar zou je je schaarse euro's moeten inzetten. Dit is ook nadrukkelijk
vanuit de gedachte dat uiteindelijk het hele land daarvan kan
meeprofiteren. In het MIRT-projectenboek, dat de Kamerleden voor vandaag
uitgebreid hebben bestudeerd, zie je dat de hele top vijftig met
knelpunten in die gebieden ligt die wij net noemden. Ook heel veel van
de spoorvraagstukken bevinden zich in de gebieden die wij net noemden.
Dit verzin ik niet zelf omdat ik denk dat dit leukere regio's dan andere
zijn; het ligt aan het feit dat de knelpunten daar heel groot zijn.
Tegelijkertijd besef ik heel goed dat wij aan de slag moeten met
krimpregio's en besef ik ook dat wij goed moeten kijken hoe wij met de
"valley's" om moeten gaan. Ook moeten wij kijken naar
verkeersveiligheidsvraagstukken en inpassingsvraagstukken in de gebieden
waarop wij nog natuuropgaves hebben. Ik hoop het altijd zorgvuldig en
integraal te kunnen doen met oog voor de vele regio's, maar ik vind ook
dat een regering moet kunnen zeggen: hoe kies je als er een keer
schaarste is? Bovendien: als de Kamer het niet met mij eens is en ziet
dat ik alles maar in drie gebieden aan het besteden ben, heeft de Kamer
nog altijd het laatste woord.

De heer Slob (ChristenUnie): De Kamer heeft in een motie die ik vorige
week samen met de heer Monasch heb ingediend, neergelegd dat ook de
andere regio's mee kunnen doen wat betreft de prioriteitsstelling voor
het MIRT en de verlenging van het infrastructuurfonds. Dan zit er
eigenlijk ook geen licht tussen wat ik zeg en wat de minister nu zelf
zegt, namelijk dat de regio's erbij horen en dat zij dus mee mogen doen.
Dan is er toch ook geen enkele reden om de motie aan te houden? Dan zou
de Kamer die uitspraak uit de motie ook kunnen doen en dan weet de
minister ook waaraan zij toe is voor de komende maanden.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik moet u zeggen dat ik
ook over die motie heb getwijfeld. Ik vond deze al in lijn met wat ik
zelf al gezegd had. Natuurlijk hebben ook de andere regio's mijn
aandacht. Ik zal zorgen dat er integrale besluitvorming plaatsvindt. Wij
prioriteren nu drie projecten. Dit betekent niet dat wij de rest
uitsluiten. Als wij allen prioriteren, prioriteren wij eigenlijk niet.
Omdat de andere motie is aangehouden, heb ervoor gekozen om ook in dit
geval geadviseerd, de motie aan te houden. Dit is echter niet de kwestie
waarover wij de komende jaren de grootste strijd gaan voeren.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Na het debat van woensdag heeft de minister
ons een brief gestuurd. Er zit een bijlage bij met een lijst van
projecten. Die zijn nog niet geprioriteerd en er is nog geen overleg
geweest met de regio's.

De vraag is wel of bij deze op regio's ingedeelde lijst ook budgetten
horen. De minister geeft bijvoorbeeld haar topprioriteiten aan. Betekent
dat ook al een topprioriteit in de budgetverdeling? Of kunnen alle
regio's nog gewoon in alle openheid meedelen in de budgetten?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Er horen ook budgetten
bij. Daarom kom ik op het genoemde bedrag van 50 tot 90 mld. Sommige
projecten zijn rijp en sommige zijn nog groen, dus het valt niet precies
te zeggen. Daarom heb ik ook gezegd dat ik in het voorjaar, als de
nieuwe NMCA klaar is en we het tweede MIRT-overleg in willen gaan, meer
tot een comprimering wil komen. Wat zijn nu eigenlijk de volgende
projecten die we willen gaan uitvoeren en die we voorrang willen geven?
Ik moet dat allemaal nog op een rijtje zetten. Ik heb me in deze ronde
vooral gehouden aan de bestaande bestuurlijke overleggen BO MIRT. Ik heb
het nog niet over alle nieuwe dingen. Ik kan op dit moment nog niet
zeggen wat waar naartoe gaat. Wist ik het allemaal maar, dan was het
leven een stuk makkelijker. Dat moet nog gebeuren en dat doe ik in
zorgvuldig overleg met de provincies.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Dank. Ik probeer te begrijpen hoe dat
proces straks gaat. Zal bijvoorbeeld Oost-Nederland zelf prioriteit
moeten aanbrengen in het lijstje voor Oost-Nederland? Wat is voor
Oost-Nederland het financiële denkkader? Hoe sterk zal men daar moeten
gaan prioriteren? Als de minister daar van tevoren geen enkel inzicht in
geeft en alleen tegen alle regio's zegt: er is grosso modo 21 mld., zegt
u maar hoeveel u nodig hebt, dan wordt het natuurlijk een Poolse
landdag. Met welke boodschap in termen van financiële ruimte gaat u het
overleg in met de verschillende regio's?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Tot 2020 is het simpel en
is er eigenlijk gewoon niets anders beschikbaar dan wat er al ongeveer
was. Dan gaat het ook om de projecten die nu al besproken worden met de
diverse provincies en regio's. U hebt mij horen zeggen dat ik na 2020
niet het hele bedrag wil vastleggen. Ik wil niet zeggen: we houden 20
mld. over, gedeeld door zoveel provincies, dus dan komt er voor iedereen
een bepaald deel uit. Tot nu toe hebben we altijd op basis van de
probleemstelling en op basis van analyses gekeken wat wij nu vinden dat
projecten aan rijksbijdragen kunnen krijgen, wat er aan regionale
bijdragen in zou moeten zitten, of iets vooral een rijksprobleem is of
vooral een regionaal vraagstuk. Op basis daarvan proberen we met elkaar
tot een goede invulling te komen. Aangezien alle regio's bij mij aan
tafel zitten -- ik weet niet of u er een beetje gevoel voor hebt, maar
je komt er meestal niet mee weg dat ze niets hebben -- zie je ook dat er
in de verschillende regio's projecten iedere keer weer een stap verder
komen. Ik ga er vanuit dat de lijsten met wensen die zij nu bij mij
hebben liggen, ook in de toekomst nog hun wensen zullen zijn en dat dit
niet opeens helemaal anders is. Als je kijkt naar de totale lijst, kun
je meteen al zien dat je niet alles tegelijk kunt doen. Dat is niet te
doen. Het is gewoon veel te veel. Je krijgt dus niet een vast bedrag. Ik
kan het niet zo doen, omdat we er nu geen grens in hebben zitten.
Mochten we komen tot een spelregel over een financiële grens, dan
zouden we daarnaar kunnen gaan werken. Nu kan dat echter niet en doen we
het vooral op basis van vraagstuk of knelpunt. Het tweede is dat je,
doordat je in al die regio's zit, met alle regio's dat gesprek hebt. Wat
bij de een een knelpunt is, is dat misschien minder voor een ander, maar
daar heb je dat gesprek met elkaar over. Uiteindelijk denk ik dat je
meer geld kwijt bent aan echt grote infrastructurele vraagstukken dan de
kleinere, maar dat kan iedereen zich voorstellen.

De heer Aptroot (VVD): Het verhaal van de minister kan ik volgen. Ik heb
nog wel een vraag. Ik begrijp dat de minister ook niet enthousiast is
over het feit dat we maar acht jaar invullen. Dat is overigens iets waar
de vorige coalitie mee is begonnen, door het MIRT met acht jaar te
verlengen. De minister heeft het over een soort spelregel ten aanzien
van de uitgaven per jaar. Ik begrijp dat er dan een voorstel zou komen
dat wij elk jaar weer het mogelijk budget voor één jaar toevoegen en
daar prioriteit aan geven. Kunnen wij die nieuwe spelregels in het
voorjaar verwachten? Geeft de minister dan ook een voorzet, op basis van
alle informatie, ten aanzien van de prioriteitsstelling? Zegt zij dan:
ik stel de Kamer voor om dat project nu definitief in het MIRT op te
nemen en te realiseren en al die ander projecten blijven in de
wachtkamer voor het jaar daarop, waarbij afgevallen projecten weer
toegevoegd kunnen worden?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nogmaals, naar aanleiding
van de discussie bij de begrotingsbehandeling heb ik al gedacht dat we
hiervoor wellicht spelregels zouden moeten hebben. Bij alle begrotingen
heb je een sluitstuk en als je iets anders wilt, moet je ze amenderen.
Dat is hier anders, want hier is sprake van een open regeling. Ik ben
dus wel voor het idee van de heer Aptroot, maar heb dat nog niet
voorgesteld omdat ik het gevoelen van de Kamer hierover wilde peilen. Ik
ben bereid om hiertoe een voorstel te doen en zo uiteindelijk een
totaalplaatje -- of de spelregel die voorafgaat aan het totaalplaatje --
te bieden. Het is echter niet zo dat we miljarden per jaar kunnen
weggeven; ook hier moet een gedegen prioritering onder liggen. Ik doe
als bestuurder de voorzet en de Kamer trapt de bal in of uit,
afhankelijk van de vraag of ik haar goed genoeg heb verstaan in de
afgelopen periode.

	Voorzitter. Tot zover mijn beschrijving van het kader. Ik zal nog op
een aantal algemene onderwerpen ingaan voordat ik weg voor weg een
rondje door het land ga maken. Er is gevraagd welke gevolgen de
actualisatie van de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit zal hebben voor de
normstelling. Ik heb bewust niet gekozen voor volledige herziening, maar
voor een actualisatie. Die moet kort en bondig zijn. Ik wil de
ruimteopgaven en mobiliteitsproblemen graag integraal benaderen. Het zou
dus kunnen dat we tot een andere normstelling komen, want de huidige
normstelling is vrij sectoraal en technisch. Het is moeilijk aan te
geven of de normstelling hiermee radicaal verandert, want dat hangt
deels af van de definitie van het woord radicaal.

	Ik zal bij de actualisatie heel goed nadenken over de criteria en zal
bekijken hoe ik de huidige normen goed kan inpassen in een integraal
stelsel voor ruimte en mobiliteit. Als ik mezelf afvraag waarom de
huidige normen zijn zoals ze zijn, zal ik daarover de discussie met de
Kamer aangaan. Ik heb tijdens de begrotingsbehandeling al gezegd dat ik
niet de Kamer iets wil aanbieden wat zij niet meer herkent, waardoor ze
niet zou kunnen controleren of het klopt met vroegere afspraken. Er zijn
natuurlijk wel wat beleidswijzigingen op het gebied van decentralisatie
en in het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid. Die zullen een plekje
moeten krijgen in zo'n nieuwe, geactualiseerde nota.

	Onder anderen de heer Bashir en de heer Verhoeven hebben mij gevraagd
of ik mij ga neerleggen bij het feit dat de doelen uit de Nota
Mobiliteit niet worden gehaald. Door het vorige kabinet is al kenbaar
gemaakt dat ze niet zouden worden gehaald. Om die reden is er een
aangepast programma gemaakt. Als je een van de drie b's niet meer
hanteert, moet je anders kijken naar de uitkomsten van de Nota
Mobiliteit. Het lijkt me heel belangrijk om extra in te zetten op
mobiliteitsmanagement. Op dat gebied kan nog veel meer. Dit is voor mij
een aanleiding om de definitie van mobiliteit te bekijken. Definiëren
we mobiliteit bijvoorbeeld op basis van het aantal files of op basis van
de bereikbaarheid van gebieden, wat zorgt voor een ruimtelijke en
integrale aanpak?

	Ik hoop in ieder geval met verschillende elementen aan de slag te gaan.
Ik zal gebruik maken van mobiliteitsmanagement, een ambitieus programma
om alternatieven voor de auto te zoeken en het woon-werkverkeer te
stimuleren. De reisinformatie moet worden verbeterd. Ik heb al eerder
iets over de spitsstroken gezegd. De aansluitingen op de transferia
moeten worden verbeterd. Verder gaan we aan de slag met incidenten- en
verkeersmanagement, telewerken enzovoorts. Dit zijn heel belangrijke
elementen. Ik heb in mijn vorige werk gezien dat het een positief effect
heeft als je bijvoorbeeld hierover goede afspraken maakt met je
werknemers.

De heer Verhoeven (D66): Het doet me heel goed dat de minister
probleemloos allerlei mogelijkheden opsomt om de bestaande capaciteit te
benutten en files terug te dringen zonder dat er meer asfalt nodig is.
Is de minister het ook met mij, of eigenlijk zelfs met de hele
D66-fractie, eens dat dit relatief veel goedkopere middelen kunnen zijn?
Je kunt voor minder geld veel meer files terugdringen dan met extra
asfalt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Op sommige punten is dat
wel zo. De benuttingsproef bij de A10 heeft bijvoorbeeld ook een
positief effect gehad. Maar ook het dubbelspoor bij de Flevolijn is een
goed voorbeeld. Met kort volgen ben je goedkoper en realiseer je meer
capaciteit dan met verdubbeling. Het is dus mogelijk. Ik weet wel zeker
dat dit niet overal de oplossing zal bieden. Was dat maar zo, dan was
het leven een stuk gemakkelijker.

De heer Verhoeven (D66): Misschien kan het leven wel een stuk
gemakkelijker, want er zijn uit het verleden een heleboel proeven bekend
over bijvoorbeeld het thuiswerken. Daaruit blijkt dat als je slechts een
paar procent van de werknemers een paar uur per week thuis laat werken,
een deel van de files al verdwijnt. Je hoeft dus niet alle werknemers
van de weg te halen, maar slechts een paar. Ik hoop dat de minister
straks nog even ingaat op de mogelijkheden en de mogelijke budgetten
voor dat soort oplossingen. Wij geloven er in ieder geval heel erg in.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nu gaat het over het
infrafonds. Over budgetten komen we een andere keer wel te spreken. Ik
wil als voorbeeld het "Grijs op reis" noemen. Je ziet dat ook tijdens de
spits nog veel ouderen op de weg zitten die daar niet per se moeten zijn
voor hun werk. Je zou kunnen zeggen dat het heel veel zou oplossen als
deze mensen zich op andere tijden op de weg begeven. Tegelijkertijd zijn
er steeds meer ouderen met een druk sociaal leven, die allerlei
afspraken hebben en ook gebonden zijn aan de tijden waarop het druk is.
Hoe voor de hand liggend het ook is dat zij de spits zouden moeten
vermijden -- misschien nog wel meer voor deze groep dan voor de
werknemers -- toch schijnt het heel lastig te zijn. Ik ga ermee aan de
slag. Hoor mij niet verkeerd. Ik vind het ook hartstikke belangrijk en
leuk om te doen. Ik denk dat het mensen veel leed bespaart als zij niet
allemaal achter elkaar vastzitten op een weg, maar gewoon kiezen voor de
juiste momenten. Soms klinkt het makkelijker dan het is.

	Er zijn algemene vragen gesteld over de inpassing. Gevraagd is of wij
door de bovenwettelijke maatregelen niet meer te bekostigen ofwel niks
meer doen aan inpassing ofwel de problemen over de schutting kieperen.
Ik denk dat de heer Bashir dit zei. Inpassing doe je op basis van
milieuvraagstukken, geluidsoverlast en natuurcompensatie, afhankelijk
van het infrastructurele vraagstuk dat je aan het oplossen bent. Daar
zijn wettelijke normen voor. Als je iets verslechtert, moet je het ook
weer verbeteren.

	Wij doen de wettelijke inpassing gewoon. Maar wat is bovenwettelijke
inpassing nou eigenlijk? Hierbij gaat het om regio's die bijvoorbeeld
als volgt hun wens kenbaar maakten. Men zei: het is prima, maar we gaan
alleen akkoord met een weg als dit erbij komt of dat. Ik kan mij dit
vaak goed voorstellen. Als je een kans ziet, wil je alles benutten. Wij
hebben op dit moment echt het geld niet meer voor dit soort extra's. Ik
weet heel goed dat de regio's dit ook niet hebben. Dit kan betekenen dat
je het soms wel doet of misschien nog wel eens uit andere potten of via
andere wegen weet te vinden. Soms doe je het niet en kies je voor de
kalere variant dan wanneer je in rijkere tijden leeft. Ook kun je het op
zo'n manier doen dat je bij betere tijden alsnog een aantal
bovenwettelijke maatregelen kunt nemen. Maar net als de regio's en de
provincies hebben wij natuurlijk ook te maken met krapte.

	Ik weet heel goed dat het toevoegen van extra zaken een project nog wel
eens kan bevorderen. Dan kun je er wat sneller uitkomen. Deze discussie
voer je met elkaar. Bij de MIRT-overleggen zitten wij niet voor niets
met de provincies aan tafel. Ook zij zeggen bij sommige projecten nu al
dat zij kiezen voor de kalere variant, als we maar wat kunnen doen. Je
merkt dat iedereen weet dat je op dit moment de tering naar de nering
moet zetten. We moeten alleen voorkomen dat we een beslissing maken
waarvan we later spijt hebben doordat wij de verkeerde variant hebben
gekozen. Daarover denk je met elkaar na.

Het blijft een kwestie van een beetje slim nadenken. Ik weet dat
bijvoorbeeld dat Utrecht ruimte in het budget heeft gehouden voor
bovenwettelijke oplossingen in verband met de ring.

	De heer Aptroot heeft gevraagd naar het informeren van omwonenden over
de toename van geluidsoverlast. RWS informeert uitgebreid over de
geluidseffecten van een project. Daar zijn folders over die gemakkelijk
toegankelijk zijn. Er is zelfs een zogenaamde geluidssimulator waarmee
het effect van geluidwerende maatregelen voor bewoners hoorbaar gemaakt
kan worden. Als iemand tegen je zegt dat je zo veel dB(A) tegen je gevel
krijgt, dan weet je niet wat dat inhoudt. Er is gevraagd of er niet meer
mogelijk is. Zijn er geen innovatieve oplossingen op dat vlak? In
2002-2007 was er een innovatieprogramma voor maatregelen tegen
geluidsoverlast. Dat is opgepakt met marktpartijen, aannemers,
vervoerders en onderzoeksinstellingen. In juli 2008 zijn de resultaten
daarvan aan de Kamer aangeboden. Heel veel van die projecten waren
succesvol.

	Inmiddels is er een vervolgproject dat SuperStil Wegverkeer heet.
Hierin wordt aan de ontwikkeling van stillere wegdekken gewerkt. In 2010
is een proefvak met een rubberen wegdek aangelegd. Het klinkt eng als je
met je auto over een rubberen weg moet rijden. Wellicht is die weg wel
stiller maar ook gladder. Die proef loopt nog. Het product behoeft
verdere ontwikkeling. Samen met de markt en de onderzoeksinstelling wil
ik graag kijken hoe wij hier verder impuls aan kunnen geven. Ik wil
nagaan welke kansrijke opties er zijn voor de doorontwikkeling van het
stille wegdek. No cure, no pay is in dit geval lastig, omdat de
weggebruiker qua doorstroming en veiligheid met de gevolgen wordt
geconfronteerd. Daarom moet je in eerste instantie met proefvakken
werken. Dat kost testtijd. Je kunt niet zo maar een stuk rubber wegdek
in de A2 leggen om vervolgens te moeten concluderen dat het toch niet
werkt. Het punt is duidelijk. Wij proberen in onze informatievoorziening
zo helder mogelijk te zijn over de gevolgen van de aanleg van een weg.
Wij zoeken ook naar innovatie oplossingen. Auto's worden wel stiller,
maar het geluid van de banden blijft een probleem. Wij moeten dus
blijven zoeken naar een stiller wegdek.

De heer Verhoeven (D66): Bent u hiermee aan het eind van de
beantwoording van de vragen over de inpassing en leefbaarheid?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ja, het vervolg gaat over
binnenstedelijk bouwen en tol.

De heer Verhoeven (D66): Dan graag nu een reactie op het volgende. U
zegt dat het vrij simpel is. Er is weinig geld. De wettelijke inpassing
is voor rekening van het Rijk en voor de bovenwettelijke voorzieningen
komt de regio in beeld. Dat heeft u vorige week ook gezegd. In deze tijd
zijn volgens u kale varianten ook aanvaardbaar. De A27 wordt een 2 X
7-baans supersnelweg. Volgens mijn definitie is dat geen kale variant.
Ik neem aan dat dit heel veel extra inpassingsvraagstukken met zich
brengt. Hoe verhouden de bovenwettelijke en de wettelijke
inpassingsvoorzieningen zich tot elkaar? Het Rijk beslist dat er 2 X 7
rijstroken rond Utrecht worden aangelegd en vervolgens wordt de regio
geconfronteerd met het betalen van een zeer hoge leefbaarheidstol. Is
dat nog wel doenlijk voor de regio?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Die weg wordt bij
Amelisweerd deels ondertunneld en deels overkluist, juist om de relatie
tussen het ene en het andere gebied te behouden. De eerste fase van de
m.e.r. is afgerond. Daaruit blijkt dat de wensen binnen de regels
blijven. In de tweede fase van de m.e.r. komen de door u genoemde
vraagstukken met nadruk aan de orde, evenals de vragen over de effecten
op de leefbaarheid. In dat kader kunnen de effecten op de leefomgeving
gedetailleerder onderzocht worden. Uiteindelijk zijn voor mij de
wettelijke regels leidend. Als het past binnen die grenzen, moet je daar
ook je maatregelen op nemen.

Dat is hier voor nu even voldoende antwoord op.

	Er is nog gevraagd naar de tol. Dat was de derde keer al voor de heer
Bashir, die het heeft over elitewegen. Ik heb het al meer keren gezegd:
er komt geen tolheffing voor het gewone wegennet. Er komt alleen
tolheffing als je nieuwe wegen of wegdelen gaat aanleggen waarvoor je
dat van tevoren met elkaar afspreekt. Verder geldt tol eventueel voor
aanleg en gebruik van additionele infrastructuur zoals supersnelwegen.
Als wij als staat nu even niks hebben en even niks gaan doen maar er wel
marktpartijen zijn die iets willen realiseren waar wij eigenlijk wel wat
zouden willen, dan vind ik dat verder prima want dat doen ze verder
alleen maar als daar geld op gerealiseerd kan worden. Tijdens het
begrotingsdebat droeg een van de Kamerleden zelf -- ik weet niet meer
wie het was -- een leuk voorbeeld aan. Hij zei: zo zijn wij ook in
Zeeland begonnen met de brug en zo hebben wij de tunnel ook aangepakt.
Dat gebeurde dus ook al in een ver verleden. Het is meer een kwestie
van: wij hebben zelf niet het budget om alles te doen wat wij zouden
willen. Dan stellen wij als extra creatieve weg: als er nog een
marktpartij is die op bepaalde vlakken dingen wil doen, kan zij daar wat
ons betreft mee aan de slag. Dat is iets anders dan een pps-constructie.
Een pps-constructie is een samenwerking tussen markt en overheid,
waarbij je volgens andere afspraken met elkaar samenwerkt maar
financieel een en ander deelt.

De heer Bashir (SP): De private investeerders zijn pas bereid om te
investeren als de gewone wegen vastzitten door files. Anders is er geen
mogelijkheid om eraan te verdienen. Dan kunnen zij zeggen: kom op onze
wegen rijden, dan kun je lekker doorcrossen. Maar mijn vraag ging eerder
over het volgende. Als je extra rijbanen zou aanleggen naast de
bestaande wegen, bestaat dan ook de mogelijkheid dat de minister tol
gaat heffen? Dat zou nog meer ongewenst zijn, want dan heb je wegen die
vastzitten en wegen waarop mensen tegen extra betaling door kunnen
rijden en zwaaien naar de mensen die stilstaan.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik heb nooit gezegd dat
wij wegen hebben waar geen files meer op zijn. Kon ik dat maar zeggen.
Ook als ik zou zeggen dat ik de files oplos, zou ik de meest populaire
minister van I&M worden. Ik heb wel eens wat politici dat horen zeggen
in het verleden maar het is nog nooit iemand gelukt. Er is ook geen land
om ons heen waar je daarvan kunt spreken behalve als er niemand woont.
In drukte blijven er dus altijd problemen. Het is niet zo dat je bewust
problemen aan je wegennet niet oplost om vervolgens ergens anders tol te
kunnen heffen. Dat is een beetje wat er blijft hangen. Het is een
mogelijke extra oplossing, een creatieve oplossing om de problemen die
je zelf niet kunt oplossen, op een andere manier op te lossen. Dan is de
vraag in welke vorm. Ik moet er niet aan denken dat ik de spitsstrook om
zou zetten in een tolweg. Dat proef ik namelijk bij de heer Bashir als
hij het heeft over een wegdeel ernaast leggen en daar vervolgens tol op
heffen. Maar ik kan mij wel voorstellen dat je een weg zou hebben langs
de bestaande weg maar dan zonder afslagen. Daar gaat het uiteindelijk
om. Dat zie je ook in veel landen om ons heen. Dan zie je de regionale
wegen met hun afslagen en de supersnelwegen, die erlangs of eroverheen
lopen. De Kamer heeft in het verleden wel eens dubbeldekswegen
gepresenteerd. Als je het in je hoofd bedenkt, zijn er wel mogelijkheden
voor. Of er uiteindelijk partijen uit de markt komen die hiermee aan de
slag willen, is een tweede.

De heer Bashir (SP): Tot nu toe dacht ik dat dit alleen zou gelden voor
wegen die apart aangelegd worden. Ik ben er flink van geschrokken dat
ook de mogelijkheid open blijft dat tol wordt geheven op rijstroken die
langs de bestaande wegen nieuw aangelegd worden.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dat zeg ik juist niet.

De heer Bashir (SP): Dat is positief om te horen. Dat heb ik dan
verkeerd begrepen. Maar er zijn zo veel alternatieven aangeboden door
verschillende partijen. Ik wijs bijvoorbeeld op het rapport Van
stilstand naar vooruitgang, dat mijn voorganger heeft gepresenteerd.
Daarin worden allemaal aanknopingspunten aangereikt om de files aan te
pakken.

Daarbij moet je denken aan alternatieven die zojuist zijn genoemd, zoals
het aanpakken van de knelpunten, maar ook het stimuleren van …

De voorzitter: Is dit uw tweede termijn, of hebt u een vraag aan de
minister?

**

De heer Bashir (SP): Ik kom nu op mijn vraag. Er zijn genoeg
alternatieven waarmee de overheid zelf de files kan oplossen. De
minister zegt voor de show dat zij de files gaat oplossen, maar zij
steekt in feite de kop in het zand. Waarom moet hardwerkend Nederland in
de file blijven staan?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Mijn kop zit absoluut niet
in het zand. Misschien vindt de heer Bashir het goed om te horen dat ik
tot 2015 minstens 800 kilometer extra rijstroken ga aanleggen om files
te verminderen. Ik ga zo'n 2,1 mld. investeren in het wegennet. Dat zijn
forse bedragen. Daarmee probeer ik zo veel mogelijk files op te lossen.
De fileknelpunten spelen daar een belangrijke rol in, maar ook het
besluit om de Ring Utrecht rond te maken is een belangrijke oplossing,
al zal dat niet meer in mijn periode zijn. Je kunt echter niet blijven
bouwen; dat heeft niet overal zin. Je kunt nog zoveel wegen extra
aanleggen, maar als je bij een stad komt zul je ook mensen in het ov
moeten krijgen. Die 2x7 rijstroken kunnen nu eenmaal niet door de stad.
Je moet dus ook goed nadenken over de combinatie met het ov. Ook moet je
goed kijken naar het beter benutten, waarover ik zojuist met de heer
Verhoeven een discussie heb gehad. Ik ga dus op allerlei manier werken
aan het terugdringen van de files en het zo goed mogelijk bereikbaar
houden van belangrijke gebieden. Tegelijkertijd constateren we met
elkaar dat er meer wensen zijn dan er budget is. Het houdt dus op een
gegeven moment op. En als er dan andere partijen zijn die voor zichzelf
nog een rol zien, dan vind ik dat hartstikke interessant om te
verkennen. Als zij daar vervolgens geld voor vragen, denk ik: ja, ze
gaan niet voor niets een weg aanleggen.

	Onder het kopje algemeen kreeg ik nog de vraag of ik het
binnenstedelijk bouwen wil blijven stimuleren, of het volbouwen van
weilanden weer stimuleer. Andersom heeft de heer De Rouwe mij juist
gevraagd om niet meer zo te sturen op gecentreerd bouwen, maar de
organische groei te stimuleren. Dit MIRT Projectenboek en alle afspraken
daarbij zijn, net als de begroting, in de afgelopen periode tot stand
gekomen. In het regeerakkoord staat nadrukkelijk dat we weer ruimte gaan
bieden aan kleinschalige bouw. Dat zal de komende jaren ook terugkomen
in mijn beleid. Op een aantal plekken wil ik echter juist concentratie.
We voeren bijvoorbeeld ook de discussie over de manier waarop we verder
doorgaan met Almere en omgeving. Daar proberen we een aantal zaken wel
geconcentreerd aan te pakken. Ik heb wel aangegeven -- dat zal ook in de
actualisatie van de Nota Ruimte komen -- dat ik vind dat de nationale
overheid minder gebieden moet hebben waarvoor zij de hoofdregie heeft.
Op de gebieden waarop we de hoofdregie echter hebben, wil ik haar stevig
voeren, zodat iedereen het weet. De Kamer zal in de volgende versie het
kleinschalige veel meer terugzien.

De heer De Rouwe (CDA): De minister zegt: als ik er eenmaal over ga, ga
ik het ook goed doen. Ik pleit er echter voor om de kwantiteit niet meer
als hoofddoelstelling te hanteren, om zo af te komen van de
tekentafelpolitiek en de enorme Vinex-locaties waar vaak eenzijdigheid
troef is. Ik vind het prima dat de minister zegt: als ik erover ga, ga
ik het goed doen. Maar wil zij stoppen met het op nummer een zetten van
kwantitatieve doelstellingen? Dat is de politiek waar ook het CDA in de
afgelopen jaren aan heeft meegedaan, maar waar zij echt van af wil.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Wij zitten op één lijn,
omdat ik niet geloof dat je iemand kan dwingen om van de ene naar de
andere regio te verhuizen omdat jij dat beter voor hem vindt dan zijn
eigen plek. Ik heb tijdens de MIRT-overleggen echter ook gesproken met
bijvoorbeeld Utrecht en Amsterdam. Die steden zeggen: wij hebben wel een
bouwopgave, maar die kunnen wij niet meer realiseren op eigen gebied, of
we komen in gebieden waar je echt niet meer zou willen bouwen; wij
kijken dus ook voor een deel naar bijvoorbeeld Flevoland voor de
bouwopgaven. Als zij dat gezamenlijk kunnen gaan realiseren en daar een
markt voor hebben, vind ik dat prima. Ik wil echter niet vanuit het Rijk
zeggen: er zijn 60.000 woningen in Flevoland in tweeduizendzoveel!

De heer De Rouwe (CDA): Dat is prima. Aan de andere kant snap ik ook dat
de minister het tempo erin wil houden omdat we wel een opgave hebben.
Het zal de komende tijd misschien nog wel moeilijker van de grond komen
vanwege de economische achtergronden. Toch zou ik de minister willen
oproepen vooral hoedster te zijn van de kwaliteit en haar invloed zo
veel als mogelijk te gebruiken om de kwaliteit te borgen. Ik roep haar
op te kijken naar de veelzijdigheid. In het debat ging het over het
toepassen van verschillende soorten woningen, van generatiewoningen tot
plattelandswoningen. Ik moedig die variatie aan. Ik hoop dat de minister
gemeenten wil dwingen om in te zetten op kwaliteit van de leefomgeving
in plaats van op kwantiteit. Voor ons is dat een ijkpunt in dit beleid.
Ik denk dat dit ook wel redelijk in elkaars verlengde kan liggen. Kan de
minister dit nog even aanstippen of bevestigen?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik hoor de heer De Rouwe
zeggen dat ik moet aandringen op de kwaliteit en niet op de kwantiteit.
Het is best complex. Je ziet dat sommige gemeenten heel goed naar hun
ruimtelijke ontwikkeling kijken en daarin bijvoorbeeld het particulier
opdrachtgeverschap een belangrijke rol geven en daarmee die kwaliteit
bewerkstelligen. Soms moet je in de sociale woningbouw juist kwaliteit
bewerkstelligen door een aantal dingen meer gestandaardiseerd te doen
omdat je er dan voorzieningen bij kunt creëren. Het zal altijd een
wisseling zijn. Ik ben ook ooit wethouder geweest en tot nu toe zie ik
dat het heel erg afhangt van de kwaliteit van de gemeente zelf. Zijn de
lokale partijen in staat om dat goed aan te pakken of laten ze de eerste
de beste aannemer binnenrijden om wat standaardwerk neer te zetten? Ik
vind het heel ingewikkeld als ik als minister zou moeten gaan toezien op
de kwaliteit in al die lokale omgevingen. Ik denk dat ik door het
loslaten van die kwantiteitseis wel meer ruimte geef voor kwalitatieve
invulling.

	De CDA-fractie vroeg naar het rapport van het Economisch Instituut voor
de Bouw. Dat heeft 180 projecten geanalyseerd. Daar zitten ook veel
regionale en lokale projecten bij die zij beoordelen op het criterium of
het snel genoeg gaat. Die lokale en regionale voortgang is natuurlijk
niet mijn verantwoordelijkheid. Er zit ook een aantal in het MIRT en
daar informeer ik de Kamer natuurlijk af en toe over. Er zit ook een
aantal spoedaanpakprojecten in. Wij achten dezelfde projecten van belang
als het Economisch Instituut voor de Bouw, bijvoorbeeld de projecten A2
Den Bosch-Eindhoven en A28 Utrecht-Amersfoort. Die hebben wel vertraging
opgelopen, maar dat had geen effect op de openstelling. Er zitten ook
acht andere projecten bij: de A4 Dinteloord-Bergen op Zoom, A13/A16,
A20, A12 Zoetermeer-Zoetermeer Centrum, N61 Hoek-Schoondijke, N33
Assen-Zuidbroek, A10 Zuidas Amsterdam en Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis.
Voor zover ik heb begrepen, is er wel sprake van vertragingen, maar niet
met een effect op de geplande openstelling. Voor ons zijn dit ook
belangrijke projecten.

	De TLN-projecten die in vragen aan de orde kwamen, komen ook -- ik durf
het bijna niet te zeggen -- terug in de mainport-, brainport- en
greenportbenadering. Die gebieden zijn natuurlijk ook voor hen de
belangrijkste knelpunten. Ik denk dat we goed met hen overweg kunnen als
we gaan bekijken wat belangrijke punten zijn om aan te pakken.

	Dan wil ik overgaan tot de concrete projecten. Naast de Kamerleden
zitten daar nog meer mensen in de zaal op te wachten. Ik begin met de
RijnlandRoute. Door een aantal leden is gevraagd wat we daarmee gaan
doen en er komen ook al wat varianten op tafel. Ik heb volgende week een
gesprek met de gedeputeerde daarover omdat wij niet voor een bepaalde
termijn de budgetten met elkaar gevonden hadden.

Af en toe krijg ik wel eens sms'jes hierover, maar formeel weet ik nog
niet dat er extra budgetten vanuit de regio gaan komen. In het gesprek
kunnen we het hebben over de vraag hoever we gezamenlijk komen. Er is
een soort kale variant, die niet de voorkeur van de regio heeft, maar
wel haalbaar is. Ook is er scenario F. Dat scenario is er in gefaseerde
en niet-gefaseerde vorm. Tot nu toe is dit nog niet gedekt. Voorts is er
een nieuwe variant die in het verleden overigens al was afgevallen: de
variant-Churchilllaan, die nu nog niet echt meeloopt. Maar goed, deze
variant zal misschien in de discussie met de gedeputeerden aan de orde
komen. Deze variant wordt overigens alsnog duurder ingeschat en heeft
een heel groot effect op de stad. Als ik zo'n gesprek heb, wil ik niet
vooruitlopen op de vraag wat ik wel of niet ga doen. Ik heb in ieder
geval het belang vernomen dat de Kamer hecht aan dit traject, maar ik
wil toch ook gewoon de afwegingen en de discussie met de regio zelf
ordentelijk laten verlopen. Ik wil graag van haar horen wat zij het
liefst zou willen en langs welke weg zij denkt dat het het beste
gerealiseerd kan worden.

De heer De Rouwe (CDA): De minister heeft later deze maand het gesprek
met de regio. Er is nadrukkelijk behoefte aan om het in één keer aan
te leggen, welke variant het ook wordt. Zou de minister daar nog iets
over kunnen zeggen? Verschillende Kamerleden hebben daar vragen over
gesteld. Volgens mij heeft dat ook wel de voorkeur in deze Kamer.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De gefaseerde aanleg is al
bijna net zo duur als de totale aanleg. Het scheelt 200 mln. De totale
aanleg staat nu voor circa 920 mln. gepland. Uiteindelijk blijkt dat bij
infrastructuur alles toch weer duurder is dan je denkt. Ik denk ook
vaak: in één keer goed is beter dan in delen. Je moet er alleen wel
met elkaar komen. Het is voornamelijk onderliggend wegennet; je maakt
geen rijksweg. In het verleden hebben we gezegd de helft te willen
bijdragen aan dit project. Zo is het ooit gestart. We moeten wel heel
goed met elkaar kijken hoe ver we komen als we alle wensen die er nu
zijn zouden honoreren in plaats van de basic variant alleen. Ik weet
overigens niet hoe duur de basic variant is. Ik heb deze vroeger weleens
gezien, maar in ieder geval ligt het daarvoor benodigde bedrag een stuk
lager dan wanneer de wensen die er nu zijn, waarin ook verdieping en
inpassing een grote rol spelen, daarbij worden betrokken. We willen het
natuurlijk altijd meteen goed doen, maar we hebben hierbij te maken met
een beperkt budget. Laten we eerst maar kijken of we elkaar kunnen
naderen en er kunnen komen.

De heer De Rouwe (CDA): In de media en in de verschillende raden is aan
de orde geweest dat de regio het bedrag dat zij bijdraagt wil
verdubbelen naar ongeveer 75 mln. Wat is de reactie van de minister
daarop? Ziet zij dat als een mogelijkheid om daarmee het gesprek
verbeterd aan te gaan of zegt zij dat dit perspectief biedt om eruit te
komen?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Er is ooit besloten dat er
een rijksbijdrage zou zijn. Dat is hier ook aan de orde geweest.
Destijds was dat nog 422 mln. Er zou 50/50-betaling plaatsvinden:
Rijk/regio. Ik begrijp ook dat ik berichten ga krijgen over extra
bijdragen van de regio. Ik moet dan wel even bezien of dit gaat leiden
tot de oplossing van het gat. Het kan zo zijn dat het project duurder
gaat worden. Er zal dan moeten worden besproken hoe we dat met elkaar
moeten doen. Ik ben heel blij als de regio komt tot bijdragen, maar het
moet nog steeds wel bekostigd kunnen worden. Het is iets wat je met
elkaar moet zien te overbruggen en waar je vooral uitkomt door heel goed
over de varianten te praten, over wat je wel en niet wilt en over hoe
snel je dingen wilt en in welke vorm.

De voorzitter: Zojuist zag ik dat de heer Dijsselbloem ook wilde
interrumperen.

**

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik had dezelfde vraag, met name over het in
een keer goed aanleggen.

De voorzitter: De minister vervolgt haar betoog.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ga verder met de vraag
over de Nieuwe Westelijke Oeververbinding. Een aantal woordvoerders
vroeg of je de Blankenburgtunnel moet aanleggen en wanneer die precies
wordt opgeleverd. De Oranjetunnel en de Blankenburgtunnel zijn om twee
redenen in beeld. Enerzijds wordt bekeken of op die manier de drukte in
de Beneluxtunnel kan worden opgelost en anderzijds speelt de ruimtelijke
ontwikkeling op de langere termijn hierbij een rol. Het is dus niet
of/of, maar en/en. Je wilt bekijken hoe verkeersafhandeling het beste
kan worden gedaan en daarnaast hoe het netjes kan worden ingepast. Je
wilt beide doen, maar als je de afweging maakt moet eerst de
verkeersafhandeling aan de orde komen en daarna de vraag hoe het netjes
kan worden ingepast. Ik wil zeker nog niet van de Blankenburgtunnel af,
want je moet beide zaken goed bestuderen om het zo goed mogelijk te
doen.

	Ik zeg tegen de heer Aptroot dat de Blankenburgtunnel niet eerder kan
worden opgeleverd, want in het BO MIRT 2010 is aangegeven dat in 2015
met de aanleg wordt begonnen en dat de tunnel in 2020 wordt opengesteld.
Die planning was al ambitieus. Ik kan wel toezeggen om het in de tijd
twee jaar naar voren te halen, maar dan zit ik hier over tijdje met de
mededeling dat het niet wordt gehaald. Laat ik dat dus maar niet doen.

	Ik ben nieuwsgierig naar mogelijkheden voor publiek-private
samenwerking. In veel projecten voor spitsstroken winnen wij door goede
afspraken met de aannemers en de regio steeds meer tijd. In die zin
leren wij veel over de wijze waarop wij dingen slim kunnen doen.

De heer Bashir (SP): Ook de SP-fractie is voorstander van de aanleg van
de tweede oeververbinding. Als je een beetje vaart wil maken, lijkt het
mij belangrijk om in te zien dat op dit moment bij zowel de burgers als
de lokale bestuurders geen draagvlak bestaat voor de aanleg van de
Blankenburgtunnel. In plaats van uitstellen en ellenlange discussies aan
te gaan, lijkt het mij handig om snel conclusies te trekken. Varianten
moeten nader worden onderzocht. De Blankenburgtunnel moet echter niet
verder worden onderzocht, omdat er geen draagvlak voor bestaat en omdat
die in een heel mooi natuurgebied moet worden aangelegd. Graag een
reactie.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Wij doen het altijd netjes
met een structuurvisietraject, waarin verschillende varianten worden
afgewogen. Ik wil het zo doen, want als je de ene variant kiest terwijl
je de andere variant nog niet hebt afgewogen, stuit je daardoor
misschien halverwege op bezwaar en loop je op die manier vertraging op.
Ik wil het structuurvisietraject volgen en het voorkeursalternatief
kiezen. Wij luisteren ook goed naar de regio zelf om te bepalen wat wij
doen. Wij moeten goed bekijken of de problemen die wij hebben ermee
worden opgelost en of het een duurzame oplossing voor de toekomst is.

De heer Bashir (SP): Uiteraard mag de minister alles bekijken, maar
juist deze minister heeft tijdens het kennismakingsoverleg gezegd: wij
moeten geen rapporten schrijven, maar wij moeten aan het werk. Als
iedereen weet dat er geen draagvlak bestaat voor de Blankenburgvariant,
kunnen wij daarover rapporten blijven schrijven en die variant blijven
onderzoeken, maar dat is een onzinnige weg.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De Blankenburgvariant is
voor mij nog niet afgevallen en daarom onderzoek ik die variant.

De voorzitter: Ik maak even een punt van orde. Formeel hebben wij
volgens de planning nog een uur voor de beantwoording van de minister.
Ik stel voor dat de minister nu even een aantal projecten afhandelt,
voordat ik opnieuw interrupties toesta. Wij moeten de tijd een beetje
effectiever invullen, want anders halen wij het niet.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ga er met 130 km/u
doorheen.

	Er is gevraagd wat het betekent dat de beroepen voor de A4
Delft-Schiedam opnieuw worden ingediend; zit daar een risico in?

Het is een misverstand dat het tracébesluit is gebaseerd op een
situatie met prijsbeleid. Het tracébesluit is gebaseerd op een situatie
zonder beprijzen. De effecten van de alternatieven zijn in beeld
gebracht, ook de effecten van prijsbeleid voor de A4 Delft-Schiedam,
maar het is er niet op gebaseerd. Ik ga ervan uit dat de Raad van State
dat uiteindelijk zal zien.

	Er is gevraagd wanneer een besluit wordt genomen over de A4
Hoogvliet-Klaaswaal. Uit de MIRT-verkenning van Rotterdam is gebleken
dat dit traject niet kan worden aangelegd voordat de Beneluxtunnel is
ontlast. Dat is ook de reden waarom de regio het niet in de
prioriteitenlijst heeft opgenomen. Ik denk dat je eerst daaraan moet
werken en dat je pas kunt kijken of dit op de prioriteitenlijst komt,
als de A4 Delft-Schiedam en de NWO zijn gerealiseerd. Zij hebben het in
ieder geval zelf niet erop gezet en ik vind ook dat het nu niet erop
gezet hoeft te worden.

	Gevraagd is wanneer een besluit wordt genomen over de A13/A16. In 2009
is met de regio afgesproken dat de regio komt met een voorstel voor de
bekostiging van extra inpassingswensen. Ik verwacht dat voorstel op
korte termijn te krijgen. Dan kan ik samen met de regio een standpunt
bepalen. Ik denk dat de extra aandacht en tijd voor inpassing ook
consequenties zal hebben voor de projectplanning; dat heeft het ook
gehad. Straks zul je er misschien iets op winnen, als je dat op een
goede manier samen doet. Ik heb in ieder geval in het afgelopen BO MIRT
Zuidvleugel met de regio afgesproken dat wij nog een bestuurlijk overleg
over de A13/A16 zullen hebben voorafgaand aan het BO MIRT in het
voorjaar van 2011. Het doel daarvan is om tot overeenstemming te komen
over de in het ontwerptrajectbesluit uit te werken variant van de
A13/A16. Ik denk dat deze vertraging van het planproces geen
consequenties heeft voor de geplande openstelling in 2020. Je kunt soms
beter in het begin even iets meer tijd nemen en het samen goed doen dan
achteraf te moeten constateren dat het niet goed is gegaan. Sommigen
willen graag dat het snel plaatsvindt. Anderen zoals D66 vragen zich af
welk nut het überhaupt heeft en wat de meerwaarde is naast de A4
Delft-Schiedam. Het heeft zeker meerwaarde. Verkeersberekeningen wijzen
uit dat de A13/A16 nodig is, ook als je de A4 Delft-Schiedam aanlegt.
Het heeft ook een positieve MKBA-score. Daarmee is aangetoond dat, als
je de andere zaken realiseert, dit niet betekent dat het niet meer
gedaan hoeft te worden.

	Er is gevraagd naar de A20-oost Nieuwerkerk-knooppunt Gouwe. Aangegeven
is dat die hard nodig is. Binnen de verkenning "Rotterdam vooruit" wordt
de A20-oost onderzocht. Onderzoeken bevestigen het beeld dat er sprake
is van een groeiend knelpunt, dus daarin heeft de heer Aptroot gelijk.
In het BO MIRT in het najaar van 2010 hebben wij onder andere
vastgesteld dat een voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen nu
uitgewerkt moet worden, zodat daarover in het najaar van 2011 een
besluit kan worden genomen. Het plan van de provincie over de
parallelstructuur Gouweknoop zullen wij zeker erbij betrekken.

	Er is gevraagd naar de A12/N11 Bodegravenboog. Ik heb heel vaak over de
N11 gereden, maar ik wist niet dat die zo heette. Ik leer nog een hoop
tijdens deze trajecten. De Bodegravenboog is door de regio Zuidvleugel
niet naar voren gebracht voor de gebiedsagenda en staat er dan ook niet
in vermeld. Ik begrijp overigens dat het gaat om een project van enkele
tientallen miljoenen, dat de reistijdwinst beperkt is en dat de
MKBA-score waarschijnlijk negatief is. De regio voert het in ieder geval
zelf niet op.

	Ik kom bij de N206. Ik heb nog even zitten discussiëren waar dit
precies was. Wat de metropoolregeling zuidwest betreft, waar de N206 in
zit, wordt op dit moment door Rijk en regio gezamenlijk onderzoek
uitgevoerd.

Ik verwacht dat dat binnenkort wordt afgerond. Daarna kunnen afspraken
worden gemaakt over het vervolg, waaronder de verbinding van de N206
naar de A4.

	Ik kom op Noordwest-Nederland en Utrecht. Gaat het bij die Ring Utrecht
alleen maar om asfalt? Wat doe ik met het ov? Is die tram niet maar een
klein deeltje? Ik vond het heel mooi dat wij weg- en ov-besluiten
tegelijkertijd hebben kunnen nemen. Ik heb daar ook wel een beetje op
aangestuurd, omdat het goed is om de dingen een beetje met elkaar in
verbinding te brengen. De tram is niet het enige wat wij daar aan ov
doen. In het regionale VERDER-pakket zit voor 250 mln. aan
ov-maatregelen. Er is en wordt fors geïnvesteerd in het spoor. Alleen
al voor de ov-terminal en Vleuten-Geldermalsen is 1,3 mld. beschikbaar.
Dat is nog meer dan de 1,2 mld. die wij nu voor de weg hebben
uitgetrokken. Daarnaast hebben wij nog PHS en de kleine stations. Ik
wijs ook op het fietsprogramma. Er is inzet op de weg én op het ov én
op de fiets. Het gaat om een totaalpakket en dat is in deze regio
belangrijk. De verkeersinfarcten vinden niet alleen op de weg, maar ook
op het spoor plaats, en altijd op en rond Utrecht. Daar moet gewoon het
een en ander aan gebeuren.

De heer Slob (ChristenUnie): De minister zegt dat zij rond Utrecht wel
iets gaat doen voor het ov, maar uit de brief blijkt dat die Uithoftram
ook nog niet eens helemaal zeker is. Daar verbindt zij nog allerlei
voorwaarden aan. Het minste wat zij zou kunnen doen, is zich in ieder
geval uitspreken voor de Uithoftram. Dat is een begin, maar wij moeten
natuurlijk een veel breder ov-plan maken, ook voor de rest van Utrecht.
Daarvoor moeten aanzetten worden gegeven. Ik mis dat echt. Ik vind het
allemaal vrij vaag. Het beetje wat de minister doet, is dan ook nog met
allerlei mitsen en maren en randvoorwaarden omgeven.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik zou haast zeggen: moet
ik nog een keer vertellen wat ik allemaal doe? Volgens mij heb ik net
een vrij fors pakket opgenoemd, waarin nog meer geïnvesteerd wordt in
ov dan in weg. Wij waren nog niet helemaal klaar met de tram en ik vond
het belangrijk om het besluit al te nemen. Daaraan ziet de Kamer mijn
positieve grondhouding. De tram heeft een heel goede MKBA. Ik denk dat
hij een hoge waarde gaat hebben, maar wij moeten de besluitvorming
netjes doen. Wij moeten de alternatieven dus ook in beeld brengen. Dat
is waarom ik de mitsen eraan gekoppeld heb. Ik zeg hier dat ik geloof in
die tram, die een deel van de problemen kan oplossen. En ja, die tram is
maar één deel van de ov-vraagstukken, maar de andere punten heb ik net
genoemd.

	"Kracht van Utrecht" is als alternatief in de MER eerste fase Ring
Utrecht onderzocht en niet probleemoplossend gebleken. Hierover heeft
mijn voorganger de Kamer dit voorjaar bij brief geïnformeerd. Nu is
gevraagd naar "Kracht van Utrecht 2.0". Dat is bij mij nog niet
ingediend, zij het dat ik begrepen heb dat er een werkdocument met de
provincie is gedeeld. Ik zal het vanzelfsprekend bestuderen, maar als
het niet sterk afwijkt van de eerste versie, dan verwacht ik niet dat
het tot heel andere inzichten zal leiden. De oorspronkelijke versie is
gewoon als alternatief in de MER onderzocht.

	Er is gevraagd naar het lokale draagvlak voor Ring Utrecht. Afgelopen
vrijdag ben ik samen met de provincie Utrecht, de gemeente Utrecht en
het Bestuur Regio Utrecht (BRU) tot overeenstemming gekomen over het
voorkeursalternatief Ring Utrecht en over de rijksbijdrage aan de
tramlijn naar de Uithof. Rijk en regio staan beide achter de besluiten.
Ik ga ervan uit dat zowel het gemeentebestuur, als het BRU, als de
provincie hun achterbannen vertegenwoordigen en daarmee de besluiten
nemen namens de mensen in de regio. Dat je bij zulke majeure projecten
niet van iedereen draagvlak hebt, besef ik heel goed. Je moet altijd
proberen zo veel mogelijk draagvlak te krijgen, maar de regio, de
gemeente en de provincie staan er in ieder geval volledig achter.

Dan werd er nog gevraagd hoe het dan moet als die weg over 25 jaar
alweer vol zit. Wij verbreden hem nu om de problematiek op te lossen.
Elke vier jaar hebben wij zo'n nationale capaciteitsanalyse en dan kan
ik zien wanneer in de toekomst zich weer problemen gaan voordoen; maar
dat vind ik wel heel ver vooruitkijken. Vanuit mijn oude portefeuille
weet ik wel dat wij ten aanzien van Schiphol hadden bedacht dat er nog
maar een bepaald aantal vliegtuigen binnen onze geluidszones pasten.
Binnen een paar jaar gingen zij echter allemaal anders, schoner en
dichter op elkaar vliegen. Plots bleek er twee keer zo veel mogelijk als
wat je voor ogen had. Ik kan gewoon niet zeggen hoe de wereld eruitziet
over 25 jaar. Laatst heb ik een voorstel voor een gyrocopter langs zien
komen, dus misschien is het te zijner tijd drukker in de lucht dan op de
weg.

Wat de Ring Utrecht betreft, is de vraag of ik ga zorgen voor
overkapping en ondertunneling bij Lunetten en bij Voordorp. Op basis van
de huidige inzichten is ondertunneling en overkapping niet noodzakelijk
om aan de wettelijke eisen te voldoen. Dat hebben wij bij de m.e.r.
eerste fase in beeld gebracht en bij de m.e.r. tweede fase voor de Ring
Utrecht zullen wij het ontwerp en het onderzoek voor de ring
gedetailleerd uitwerken. Dan zal blijken of er alsnog maatregelen nodig
zijn om aan de wettelijke eisen te voldoen. De eerste fase heeft dat
niet uitgewezen. De tweede fase ga ik in, indachtig alle vragen die
hierover gesteld worden wat betreft de noodzaak van extra maatregelen.

Zou de lage ontwerpsnelheid op de A27 niet de verbreding kunnen
voorkomen, die overigens niet bij iedereen draagvlak heeft? In de m.e.r.
eerste fase is een variant onderzocht met 80 km/u en twee maal zes
rijstroken door de bestaande bak. Gebleken is dat die variant niet
mogelijk is, omdat deze optie niet voldoet aan de Nederlandse en
Europese vereisten voor autosnelwegen. In die variant zijn er namelijk
geen vluchtstroken. De hoofdrijbaan en de parallelbaan zijn alleen
gescheiden door een streep; dat kan niet en daarom moet die verbreding
er ook komen.

Ook werd mij gevraagd of ik, wat betreft de Ring Utrecht, schriftelijk
kan reageren op de voorstellen van onder meer de Natuur en
Milieufederatie Utrecht. Ik doe dat nu mondeling. Ik heb waardering voor
de constructieve wijze waarop deze natuur- en landschaporganisaties
meedenken. De voorstellen van de NMU zijn gericht op de inpassing van
het voorkeursalternatief en gaan voor een deel over de bovenwettelijke
inpassing. In de tweede fase zullen wij bekijken of en zo ja, hoe, de
inbreng een plek kan krijgen in het ontwerp. Dan zullen wij net als in
de eerste fase zoeken naar een samenwerking met de diverse
belangenorganisaties, dus ook met de NMU. Dat resultaat zal ook
terugkomen in de tweede fase van de m.e.r.

De heer Bashir (SP): Beseft de minister wat zij van de mensen in die
wijken, namelijk Lunetten en Voordorp, vraagt? Die mensen hebben nu al
heel veel rijstroken voor hun huis en straks wordt die weg verbreed naar
2 x 7 rijstroken. Weet de minister wat die mensen nu al moeten verdragen
en wat hun straks te wachten staat?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ja, ik heb zojuist met een
aantal bewoners uit verschillende delen gesproken, maar het was mij ook
al op andere manieren ter ore gekomen dat er een bewoond gebied is dat
heel erg ligt ingeklemd tussen weg en spoor, waar de mensen veel last
ondervinden van alle infrastructuur om hen heen. Ik hoor nu hier dat de
huizen er 40 meter vanaf liggen, maar ik heb altijd te horen gekregen
dat het ongeveer 100 meter is. Dat maakt niet zoveel uit, want dat is
ook dichtbij. In de eerste fase m.e.r. hebben wij onderzocht of datgene
wat wij willen, past binnen de huidige milieueisen, en dat is het geval.
Er vindt veel plaats in de omgeving, maar volgens de m.e.r. past het
binnen de regels. In de volgende fase van de m.e.r. zullen wij de
effecten voor de leefomgeving verder en gedetailleerder vormgeven. Wij
kunnen het beste op basis daarvan beslissen wat de juiste maatregelen
zijn voor het gebied. Het is dus echt niet zo dat ik daarvoor geen
aandacht heb, maar binnen de huidige regels past het dus zoals het nu
ontworpen is. Ik weet niet of u een alternatief voor ogen hebt, behalve
het niet aanleggen van de ring. Dat is weer niet wat ik zelf voor ogen
heb. Ik wil de ring graag hebben, want die lost een hoop problemen op.
Ik wil dat ook doen binnen de spelregels die wij hebben. De eerste fase
m.e.r. geeft aan dat aan die spelregels wordt voldaan. Op de m.e.r.
wordt toegezien door een onafhankelijke m.e.r.-commissie. Ik kan dus ook
niet de spelregels naar mijn hand zetten. In de tweede fase ga ik dieper
in op de problemen die nu worden geschetst, om te bezien of wij er
afdoende maatregelen voor hebben of dat wij andere dingen moeten doen.

De heer Bashir (SP): Als je 2 x 7 rijstroken gaat aanleggen, dan vraag
je heel veel van de mensen. Dan heb je het natuurlijk over meer herrie
en meer stank en vooral ook over meer verontreiniging, wat ten koste
gaat van de gezondheid. Ik heb goed naar de minister geluisterd en
hoorde toch enige bereidheid om hier iets toe te zeggen, namelijk dat
zij gaat kijken naar hoe ze de mensen die in de betreffende wijken
wonen, verregaand tegemoet kan proberen te treden en dat ze de Kamer
daarvan op de hoogte zal stellen. Het liefst heb ik die extra
rijkstroken niet, maar volgens mij is er nu geen meerderheid voor om dat
voor elkaar te krijgen. Ik vind wel dat we de mensen in die wijken niet
in de steek kunnen laten. We moeten ervoor zorgen dat ze rustig en
gezond kunnen leven en dat ze niet in de herrie en in de stank
achtergelaten worden.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: U ziet mij altijd bereid
tot een heleboel dingen, in ieder geval om te kijken wat er aan wet- en
regelgeving is waar wij ons aan moeten houden. Daar kijk ik vooral naar,
ook voor de tweede ronde. Als blijkt dat de verdere uitwerking problemen
veroorzaakt die buiten de wet- en regelgeving vallen, dan moet ik daar
wat mee gaan doen. Als u problemen hebt met de norm, dan moet u daarover
met mij in debat. Tot nu toe zitten wij gewoon binnen wat mogelijk is en
wat kan. Het lijkt mij goed om te bezien hoe we een en ander kunnen
inpassen, zonder enorme extra kosten te maken en zodat er goed wordt
ingespeeld op de regio in kwestie. Ik geloof dat de regionale
bestuurders en de provincie daar ook belangstelling voor hebben.
Verregaand tegemoetkomen: ik wil tegemoetkomen aan wat ik moet doen
ingevolge de wet- en regelgeving.

De heer Verhoeven (D66): D66 maakt zich ook echt zorgen over die 2 x 7
rijbanen. Het is goed dat de minister aangeeft dat er verschillende
wettelijke normstappen gezet gaan worden. Zo hoort het ook. We hebben in
Nederland vaker gezien dat er ook buiten allerlei wettelijke normen heel
veel problemen kunnen ontstaan voor bewoners dan wel voor
natuurgebieden. Met betrekking tot de bewoners is er al het een en ander
over gezegd. Ik sluit mij daarbij aan.

	Ik wil het even hebben over de inpassing van het natuurgebied
Amelisweerd. We hebben het net al over de bovenwettelijkheid gehad. Wat
gaat de minister aan extra dingen doen -- en dat mag je toch echt wel
verwachten als er zo'n weg wordt aangelegd, want het is niet zomaar een
weg -- om ervoor te zorgen dat het gebied ook nog een beetje geschikt
blijft voor recreatie en natuurbeleving?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Daarvoor hebben we de weg
op die plek deels in een bak gelegd en deels overkluisd, zodat de mensen
over de weg heen van het ene gebied naar het andere gebied kunnen, in
plaats van de weg gewoon dwars erdoorheen te leggen. Er is dus rekening
gehouden met het feit dat we te maken hebben met een bijzonder gebied.

	Voorzitter. Dan wil ik naar Amersfoort gaan.

De heer Verhoeven (D66): Ik heb nog een korte vervolgvraag over het
maatschappelijke verzet. Ik denk dat je op een briefje kunt uittekenen
dat er zowel vanuit de bewoners als vanuit de natuurbeweging verzet zal
gaan komen. Aan de ene kant wil de minister gewoon door, ze wil dit doen
en ze wil tempo maken: "de wet staat achter ons". En aan de andere kant
kan er in maatschappelijk overleg gekeken worden of bepaalde
belangengroepen met kleine aanpassingen toch de ruimte kunnen krijgen,
zodat het draagvlak nog groter wordt. Hoe gaat de minister om met de
balans tussen die twee? Kortom, kan zij het maatschappelijk verzet
gedeeltelijk wegnemen door maatschappelijk overleg?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nee, ik ben voor een
zorgvuldige procedure. Ik heb bijvoorbeeld ook net een aantal aanwoners
gehoord die zeggen: nu komt er een overkluizing, maar zit die wel op de
juiste plek? Dat kan ik gewoon nu niet beoordelen. Ik heb de
geschiedenis hiervan niet lang genoeg meegemaakt om dat precies te
weten. Dat kan ik op dit moment niet precies zien, maar dat zijn wel
dingen waar je uiteindelijk met elkaar naar gaat kijken.

Er moet altijd de ruimte en de mogelijkheid zijn om met de
belanghebbenden in gesprek te gaan. Dat is iets anders dan dat je alle
zorgen of problemen kunt wegnemen. Er zijn in Nederland nu eenmaal een
hoop projecten die niet altijd even leuk zijn. Ook in mijn woonomgeving
gebeurt wel eens iets waar ik geen zin in heb, maar het is wel in het
algemeen belang. Dat blijft altijd zo. Ik vind het echter niet meer dan
normaal om zorgvuldig met elkaar in gesprek te zijn en rekening te
houden met elkaar.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik denk hierbij toch: twee keer zeven,
hoe gaan we dat overleven? Aan de ene kant zegt de minister dat een en
ander binnen de huidige regels moet plaatsvinden, aan de andere kant
zegt ze: we gaan de leefomgeving verder en gedetailleerder vormgeven. Is
gedetailleerder überhaupt mogelijk? Anders is er slechts gratis
medeleven met het feit dat men zeer veel overlast zal krijgen. Mijn
indringende vraag is dus of er nog aanpassingen van het plan mogelijk
zijn. Ik ga ervan uit dat de huidige regels maximaal zullen worden
opgerekt om de overlast zo veel mogelijk terug te dringen. Wij zijn
helemaal niet enthousiast over de huidige ontwikkeling, maar een en
ander moet wel zo goed mogelijk worden ingepast.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: We hebben in dit land
formele procedures. We voeren een eerste m.e.r. uit bij de verkenning en
een tweede m.e.r. in de schetsfase. Als je gaat schetsen, blijken er
altijd dingen te zijn die je van tevoren niet had bedacht. Die kunnen
een negatief of een positief effect hebben. Daarom doe je een tweede
m.e.r. en moet je dingen aanpassen. Was dat maar niet zo, want dan
zouden we altijd binnen het budget blijven met onze infraprojecten, maar
je komt nu eenmaal altijd dingen tegen. Er is dus zeker ruimte voor
aanpassingen. Dat is echter iets anders dan bijvoorbeeld besluiten om
toch maar geen ring om Utrecht aan te leggen, maar een snelweg boven
Utrecht. Er ontstaat dus niet opeens een totaal ander traject. Je moet
dit in de juiste verhoudingen zien.

	Ik ga naar Amersfoort.

De voorzitter: Hebt u blokken, minister?

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Jazeker. Na Amersfoort
komt de Noordvleugel, daarna Oost-Nederland …

De voorzitter: Dan doen we de behandeling per regio.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Graag. Ik maak eerst het
blokje Utrecht af en ga daarna verder met de Noordvleugel. Amersfoort
valt uiteraard nog onder Utrecht. Mij is gevraagd in het kader van het
spoedproject aldaar gevraagd of de geluidsschermen bij Amersfoort een
definitieve oplossing kunnen zijn. Momenteel wordt bekeken of het scherm
bij Hoevelaken kan blijven staan. Ook in de eindsituatie zal te
Hoevelaken uiteraard aan de wettelijke geluidseisen worden voldaan.

	De A1 't Gooi is nog steeds een knelpunt. Mij is gevraagd of ik in
dezen een MIRT-verkenning kan toezeggen. De Kamer is in juni
geïnformeerd over de hoofdlijnen van de NMCA. Daarin wordt duidelijk
gemaakt waar de knelpunten tot en met 2028 liggen. Die liggen onder
andere in de regio Amsterdam. De A1 Muiden-Eemnes is hiervan onderdeel.
Op korte termijn -- de openstelling vindt plaats in 2011 -- wordt de
capaciteit van de A1 door het Gooi vergroot van tweemaal twee naar
tweemaal drie rijstroken door de aanleg van spitsstroken. Wij verwachten
dat dit in ieder geval zal leiden tot een aanzienlijke verbetering van
de doorstroming op dit traject. In het vervolg op de NMCA worden de
problemen op de langere termijn beschouwd. Daarna is het goed om te
bepalen of er nieuwe verkenningen moeten worden gestart. Ik zal dat
onderzoeken in het licht van de totale prioriteit. Wij denken op korte
termijn met de tweemaal drie rijstroken een deel van de problematiek op
te lossen, maar zullen zeker met de laatste NMCA in de hand bekijken of
we de verkenning op lange termijn alsnog moeten starten.

	Ik kom vervolgens bij de Noordvleugel. Daarover heb ik slechts twee
punten. De discussie over Halfweg is heel belangrijk, want die is al
vele malen aan de orde geweest alhier. Naar aanleiding van een
aangenomen motie heeft mijn voorganger met de toenmalige minister van
Justitie gesproken over betere handhaving. Hij heeft aangegeven geen
reden te zien voor een stevigere handhaving omdat uit zijn gegevens
bleek dat er amper te hard wordt gereden: 0,61%. Bovendien werd er amper
door rood licht gereden: 0,02%.

De vraag is dan wat je nog meer kunt doen. Je kunt wel pleiten voor
handhaving door er iemand neer te zetten, maar dat heeft weinig zin als
er de hele dag niets of nauwelijks iets gebeurt. Ik denk zelf dat door
het aanleggen van een verkeersregelinstallatie in 2011 aan de westzijde
van de N200 en het invoeren van een groene golf van 50 km/u de situatie
verder verbeterd kan worden. Dan heb je aan beide zijden van de N200 een
verkeersregelinstallatie en een groene golf, ook in beide richtingen.
Daarnaast zal ik tot 2011 12 mln. investeren om de leefbaarheid langs de
N200 te verbeteren. Mocht van dat bedrag nog wat overblijven, dan zal ik
dat aan de Kamer melden en het overblijvende bedrag in overleg met de
gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude verder in de N200 investeren.

	Ik ga verder met de N23 Westfrisiaweg. Mijn voorganger heeft een
financiële bijdrage van 35 mln. geleverd aan de realisatie van de N23.
De verdere financiële bijdrage moet volgens ons toch echt komen van de
regio. Het is een provinciale weg, waar conform de NMCA geen knelpunten
uit blijken. Ik vind dan ook dat de regio's zelf voor de financiering
moeten zorgen voor de verdere Westfrisiaweg en de 35 mln. van ons moeten
omarmen.

De heer Aptroot (VVD): Voor de N200 bij Halfweg gebeurt dus wel iets,
zoals de groene golf. Uit de stukken was mij dit niet duidelijk. Wordt
over het deel dat van de 12 mln. aan investeringen misschien overblijft
goed overlegd met de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude? Dat is de
enige wens die ik nu heb. Ze hebben daar namelijk echt een probleem.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ja, ik zal dit in goed
overleg doen. Ik wil hier onderstrepen dat de regio zelf geen geld
beschikbaar stelt voor verdere maatregelen. Dat vind ik een signaal. Ik
zal het wel doen. Ik ken het belang dat de Kamer eraan hecht. Ik zal de
12 mln. erin stoppen. Als dit bedrag niet helemaal aan deze maatregel
wordt besteed, zal ik op andere plekken investeren. Ik zal dit in goed
overleg doen.

De heer Aptroot (VVD): Ik vind het gek dat de regio, de provincie, niets
wil doen. Deze gemeente is zo klein dat als zij €1000 bijdraagt, zij
al flink haar best heeft gedaan. Ik zeg het wat gekscherend, maar het is
echt een kleine gemeente met een heel groot probleem. Ik dank de
minister voor haar inzet.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik kom bij Oost-Nederland.
De heer De Rouwe heeft gevraagd of ik in de Crisis- en herstelwet een
aantal projecten wil opnemen die te maken hebben met het landsdeel oost.
Deels zitten deze projecten al in bijlage 1, bijvoorbeeld de spoorzone
Enschede en de binnenstad Zwolle. Ik denk dat ze daarin zouden moeten
zitten. Bijlage 2 is op verzoek van de Kamer selectief ingezet voor
grote projecten, niet voor generieke projecten. Dit zijn volgens mij
niet de grote projecten waar de Kamer op doelt. Ze zitten in bijlage 1.
Misschien is dit een antwoord op de vraag van de heer Aptroot. Ze horen
wat mij betreft niet thuis in bijlage 2. De gemeentes kunnen gewoon met
bijlage 1 aan de slag. Dat zou geen belemmering voor hen hoeven zijn.

	De VVD wil graag dat voor het resterende deel van de N35 langs Raalte
ook de afspraak gemaakt worden dat deze aansluitend op orde komt. Op
basis van de mobiliteitsaanpak heeft mijn voorganger de N35-ambitie voor
2028 gegeven, als onderdeel van het robuuste netwerk en als verbinding
tussen Twente, Zwolle en Kampen. Voor alle onderdelen van de N35, op
één na, zijn in goed overleg met de regio concrete afspraken gemaakt.
Een deel is in realisatie, een deel is in planstudie en voor een deel
ben ik samen met de regio een verkenning gestart. Het laatste deel,
Wijthmen, Nijverdal, inclusief Raalte heeft voor mij minder prioriteit.
Tot 2020 worden daar namelijk geen knelpunten voorzien. Ik heb er ook
geen dekking voor. Ik ben met een heel groot deel van deze weg al aan de
slag. Met de regio heb in het BO MIRT van 9 november een afspraak
gemaakt om het eventueel starten van een verkenning voor dit deel
opnieuw te agenderen voor het volgend voorjaar. Maar wat mij betreft
hangt het mede af van dekking en ook een beetje van de prioriteiten die
men er zelf aan geeft. Het is dus niet mijn eerste prio.

	Er zijn veel vragen gesteld over de doortrekking van de A15/A12. De
heer Slob heeft gesproken over de verdere ontwikkeling van het
middengebied. Ik onderschrijf de verwachting dat in de regio
Arnhem-Nijmegen bereikbaarheidsproblemen zullen optreden en dat daardoor
de economische ontwikkelingskansen voor de regio nadelig worden
beïnvloed. Of er voor doortrekking of voor de regiocombi wordt gekozen,
hangt af van de financiële haalbaarheid en de effecten op de vergroting
van de bereikbaarheid in de regio. Daarbij spelen ook de
ruimtelijk-economische effecten van die varianten een rol. Wij studeren
daarop.

	Vervolgens is natuurlijk de vraag of wij kiezen voor een brug, een
tunnel of voor een andere variant. Ik kan die keuze nu nog niet maken.
De doortrekking is een van de drie alternatieven die in de trajectnota
MER worden onderzocht. Zowel de tunnel als de brug wordt in die studie
meegenomen. Als het sneller kan met een brug , zou je die kans moeten
grijpen. Laten wij eerst even afwachten wat er uit het MER komt. Naar
verwachting komen de resultaten daarvan in 2011 beschikbaar. Zodra die
er zijn, wordt een standpunt bepaald over de vraag welk alternatief in
de afweging de voorkeur heeft. Zo hebben wij dat ook besproken met de
regio.

	Er is gevraagd of ik zicht kan geven op de financiële situatie van de
doortrekking van de A15. In 2006 is taakstellend afgesproken dat er
628 mln. specifiek voor de A12/A15 beschikbaar is. Het Rijk neemt
375 mln. voor zijn rekening en de regio 112,5 mln. Via tol zou dan
262,5 mln. moeten worden opgebracht. Daarbij is rekening gehouden met
een brug over het Pannerdensch Kanaal. De actuele raming geeft aan dat
het duurder zal worden. Er is nu sprake van 1 mld. en dat is meer dan
het beschikbare budget. Met uitzondering van de zeer sobere
regiocombivariant is er nog geen financieel gedekt voorstel voor de
weginfrastructuur. Om die reden wordt gekeken naar de mogelijkheden van
pps of tolheffing. Het streven is om medio 2011 een voorlopig standpunt
in te nemen.

	De heer Aptroot vroeg naar de verbreding van de A1. Hij vond die van
nationaal belang evenals de capaciteitsuitbreiding van het knooppunt
A1/A35 bij Azelo. Zoals afgesproken, zal ik het benuttingspakket
Beekbergen en omgeving uitvoeren. Dit omvat onder andere weefstroken op
de A1 en een directe verbindingsboog tussen de A1 en de A50. De
realisatie daarvan is in 2014. Uit de verkenning A1 blijkt dat hierna
tot 2020 geen probleem meer is op basis van de NoMo-criteria. Ik heb dit
met de bestuurders besproken. Daarbij gaven zij aan dat er volgens hen
meer knelpunten zijn. Ik heb afgesproken dat wij in het voorjaar verder
naar die knelpunten zullen kijken. Daarna volgt de discussie over de
financiële invulling van de extra uitbreiding. Wij gaan dus doen wat
wij van plan waren. Op grond van de NoMo-criteria is de verwachting dat
er daarna geen knelpunt meer zal zijn.

	De heer Dijsselbloem vroeg naar uitvoering van de motie-Roefs. De
planstudie A1 knooppunt Beekbergen à 41 mln. is gestart. De
verwachting is dat er in 2012 wordt gestart met de uitvoering van die
maatregelen. De integrale gebiedsgerichte MIRT-verkenning A1, de
gezamenlijk studie van Rijk en regio is dit najaar afgerond. De
resultaten daarvan zijn op 9 november jl. samen met de regionale
partners vastgesteld. Dit heeft geleid tot een gedeelde visie op de
ontwikkeling van het gebied. Ik verwacht dat met de
kortetermijnmaatregelen, het benuttingspakket Beekbergen, tot 2020 op de
A1 aan de NoMo-streefwaarden kan worden voldaan. Ik heb gezegd dat het
er niet op lijkt dat er nog extra infrastructurele maatregelen moeten
worden genomen. In het voorjaar 2011 praat ik daarover verder met de
regio.

	De laatste gaat over vliegveld Twente. E wordt gevraagd naar een update
over de ontwikkeling van de aansluiting van de luchthaven op de
rijksweg. De bereikbaarheid van vliegveld Twente is een onderwerp van de
verkenning A1-zone, die ik op 9 november met mijn regionale partners heb
vastgesteld. Als onderdeel van deze verkenning heeft de regio Twente
zelf in de wegvisie Twente onderzocht waar knelpunten worden verwacht
binnen de economische kerngebieden. Ook hierin is een uitwerking
opgenomen van een mogelijke ontsluiting van de luchthaven via de
noordzijde. Onderdeel van de verkenningsrapporten A1 vormt een aantal
vervolgonderzoeken die de regiopartijen in overleg met het Rijk willen
opstarten. Ik zal hun vragen om te komen tot een gecoördineerde
regionale strategie. Er zijn dus meer partijen die met meer varianten
komen. Dan kan ook worden aangegeven hoe een regionale financiële
bijdrage deze strategie ondersteunt. Dat is ook van belang. In het
voorjaar praten wij daar dan verder over. Het voortouw ligt dus bij de
regio maar daarna werk ik er graag aan mee.

	Ik was nog één vraag vergeten over de Ramspolbrug. Waarom moet er nog
een Waterwetvergunning worden aangevraagd als er al een tracébesluit
is? Voor de realisering van de Ramspolbrug is een vergunning nodig op
grond van de Waterwet. Daar heeft de wetgever uitdrukkelijk voor gekozen
omdat het om een handeling gaat die een significant nadelig effect kan
hebben op de veilige en doelmatige functievervulling van het
oppervlaktewater. Die Waterwet is eind 2009 in werking getreden. Ik wil
wel nagaan hoe een en ander in de toekomst eenvoudiger geregeld kan
worden maar het is ooit wel een bewuste keuze geweest om het zo te doen.
Ik zal zoeken naar een makkelijke afhandelingsprocedure. Dit was mijn
beantwoording over Oost-Nederland.

De heer Slob (ChristenUnie): Ik ben blij met de opmerking dat de
minister gaat kijken hoe het anders kan want dit lijkt een beetje op
elkaar bezig houden. Maar daar ga ik mijn tijd nu niet aan verspillen.
Ik heb nog één vraag over de A15. Daar heeft de minister heel veel
woorden aan gewijd. Daaruit blijkt een grote bereidheid om er uit te
komen maar aan het eind zei zij: wij gaan in 2011 een voorlopig
standpunt innemen. Ik had dezelfde beleving als de heer Dijsselbloem. Na
een aantal jaren niet aanwezig te zijn geweest bij de MIRT-overleggen
dacht hij: hé, daar is die A15 weer. Wij weten dat de provincie een
grote bereidheid heeft om geld bij te dragen. Misschien is er zelfs nog
wat ruimte want het is niet de meest armlastige provincie van Nederland,
om het maar even op die manier samen te vatten. Kunnen wij er niet naar
streven om in 2011 een definitieve keuze met elkaar te maken? Dan zijn
wij er in de besluitvorming ook een keer van af, al moet die dan nog wel
aangelegd worden.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ben nieuw, dus ik krijg
niet een soort Heintje Davidsgevoel bij deze kwestie maar ik geloof de
heer Slob meteen dat die al langer aan de orde is. In de discussie over
de regio's zeggen Kamerleden ook altijd: ik kom hier vandaan, ik kom
daar vandaan, vandaar mijn betrokkenheid. Ik durf hier wel te bekennen
dat ik in Gelderland geboren ben terwijl ik misschien wel eens voor
Randstedeling wordt uitgemaakt. Ik wil met liefde kijken of het besluit
een beetje snel genomen kan worden. In de twee maanden dat ik hier zit,
is het financiële gat tussen wensen en realisatie nog niet gedicht. Ik
moet zo snel mogelijk met de regio in gesprek om te bekijken over welke
variant wij kunnen besluiten. Als wij daar uit kunnen komen, zouden wij
voor de zomer een voorkeursbesluit moeten kunnen hebben. Mochten wij
daar helemaal niet uit kunnen komen, dan kom ik bij de Kamer terug maar
dan moet ik ook kunnen uitleggen waarom.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik onderstreep hoezeer het nemen van een
besluit hierover van belang is. Ik beloof de minister een bos bloemen
van mij persoonlijk als zij in 2011 betekenisvolle stappen zet in het
dossier A15. De provincie en de regio hebben ook betekenisvolle stappen
gezet in de loop van de jaren. Aanvankelijk was er een brij aan wensen,
waaronder de doortrekking van de A73. Die wensen zijn allemaal
afgevallen. De A15 staat nu bovenaan. Daar is iedereen het over eens.
Het andere punt was de tunnel of de brug. Ook daarop zijn een aantal
kogels door de kerk gejaagd. Men zegt: laten wij een nette brug
aanleggen, "net" in de zin van inpassing. Er is dus echt een kans om nu
stappen te zetten. De minister heeft een kans om 'm erin te schoppen.
Als zij hem erin schopt, dan krijgt zij van mij bloemen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik weet dat mensen die
projecten te verdelen hebben, nooit van tevoren iets moeten aannemen.
Als de heer Dijsselbloem achteraf zijn blijdschap wil uiten, zullen we
dat vanzelf wel merken! Nogmaals, ik wil er graag aan meewerken om dat
besluit zo snel mogelijk te realiseren. Ik kom er voor de zomer bij de
Kamer op terug. Mocht er nog een groot punt zijn dan kom ik daar ook op
terug, maar ik hoop dat we eruit kunnen komen. Ik zal in elk geval mijn
uiterste best doen.

De heer Aptroot (VVD): Het is natuurlijk geen project alleen voor
Oost-Nederland; de ontsluiting van de Rotterdamse haven is voor het hele
land van belang. Het was een eerdere wens van de Kamer, een soort eis,
dat het een tunnel moest zijn onder het Pannerdensch Kanaal. Voor de
VVD-fractie geldt dat de nuchterheid duidelijk maakt dat we niet alles
kunnen wat we willen. Als we de weg aanleggen, laten wij dus die stevige
wens/eis vallen. Wij vinden dan een brug al acceptabel. Daar staat
tegenover dat we het als tolweg niet zien zitten. Dat zal de heer Bashir
ook moeten steunen. Plussen en minnen wegend hopen wij dat er komend
jaar een besluit valt. Wat ons betreft is in elk geval de tunnel als eis
vanuit de Kamer vervallen. Ik begrijp dat de PvdA er net zo over denkt
en als anderen stil zijn, dan zijn ze het er ook wel mee eens!

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Volgens mij was het een
vraag aan mij. De Kamerleden moeten het verder onderling maar uitmaken.
De VVD-fractie heeft de tunnel niet meer als eis. Ik heb uit de regio
ook dat soort geluiden gehoord, maar ik wil het eerst formeel horen van
het bestuur. Met het niet doorgaan van de tolheffing maakt de heer
Aptroot het er financieel weer niet makkelijker op. Ik wil dus echt de
ruimte houden om ook die variant te bekijken, anders gaan we van de ene
beperking naar de andere. We hebben beperkte financiële mogelijkheden
en we moeten hier dus creatief mee omgaan.

	Ik ga naar zuidelijk Nederland: Limburg, Brabant en Zeeland. Daarna
krijgen we nog noordelijk Nederland, het spoor, het regionale ov en de
vaarwegen, en dan zijn we er.

	Mij is gevraagd of ik wil nadenken over de N65 en of ik wil starten met
een integrale studie naar oplossingsrichtingen. We hebben met de regio
een plan van aanpak opgesteld voor de pilot N65 en zijn gestart met de
eerste fase van die pilot. Wij kijken dus positief die kant op. Vught
heeft uiteraard specifieke aandacht. Ik heb ook het pakket van Vught
ontvangen met alle wensen van de bestuurders. Het is een van de redenen
om de regio in lijn met dit kabinetsbesluit te vragen welke financiële
bijdrage partijen zelf kunnen leveren aan de nodige oplossingen. Dit
onderzoek is komend voorjaar gereed. We zijn dus bezig met een pilot.
Die had geen topprioriteit in de gebiedsagenda, maar gezien de problemen
die zich voordeden in Vught heb ik wel besloten om er een stap verder
mee te gaan, om te bekijken hoe we die problemen kunnen oplossen.

	Ik kom bij de A58 en het verzoek om een MIRT-verkenning te starten.
Daarvan heb ik in het laatste MIRT-overleg tegen de regio gezegd dat ik
nog tot het voorjaar nodig heb om er verder mee te komen. Wat mij
betreft is er namelijk op slechts een beperkt deel van de A58 sprake van
een knelpunt. Daarom is er geprioriteerd en is ervoor gekozen om alleen
daar iets te doen. In dat kader hebben we gekozen voor een verkenning
voor het deel Sint Annabosch-Galder. Die verkenning is al gestart. Voor
het trajectdeel A58 Tilburg-Eindhoven heb ik met de regio afgesproken
dat de regio eerst zelf nagaat of en hoeveel middelen er zijn, om
vervolgens in het voorjaar te bekijken of we de verkenning alsnog moeten
starten. Ook van dit regionale probleem, dat beide kanten in zich heeft,
wil ik graag weten hoe de regio er zelf aan gaat bijdragen. Dat is de
reden waarom ik de MIRT-verkenning niet voor de hele A58 heb gestart.
Dit was een vraag van VVD en CDA.

	Ben ik bereid om de A2 Maasbracht-Geleen te verbreden naar 2x3
rijstroken? Ik heb gestudeerd: uit de meest recente gegeven van de NMCA
blijkt dat er bij toepassing van de normen uit de Nota Mobiliteit geen
knelpunt is op de A2.

We hebben daar nu uiteindelijk niet voor gekozen. Er komt een nieuw
regionaal model zuid beschikbaar in 2011. Er worden heel veel analyses
gedaan in dit land. Daarbij kan eventueel nog beslist worden of de
verbreding van de A2 naar 2x3 banen echt nodig is. Dat is dus een nieuw
moment in het voorjaar van 2011.

	Er is gevraagd hoe het staat met het in kaart brengen van wat er moet
gebeuren om de N59 in noordelijk Zeeland op EURAB driesterrenniveau te
krijgen. Dat onderzoek is afgerond. Er is onderzocht welke maatregelen
nodig zijn om die resterende weggedeelten van de N57 en N59 op dat
verhoogde verkeersveiligheidsniveau te brengen. Het gaat om een beperkt
aantal kleine wegvakken van het totale traject. Het grootste deel van de
weg heeft al drie sterren, dus dat is goed om te horen. Een deel van de
maatregelen wordt binnenkort uitgevoerd en in 2020 zullen uiteindelijk
alle maatregelen zijn gerealiseerd. De aanleiding voor die maatregelen
is vooral het verbeteren van de verkeersveiligheid en niet zozeer de
doorstroming op de weg.

	Er is gevraagd hoe ik aankijk tegen het rijksbelang van enkele
ontsluitingswegen die de provincie Zeeland verbinden met de rest van
Nederland. De A58 is natuurlijk de belangrijkste ontsluiting van
Zeeland. Voor het stuk Bergen op Zoom-Markiezaat, waar de A58 en de A4
samenlopen, is in het BO MIRT met Zeeland de volgende afspraak gemaakt.
In de gebiedsgerichte uitwerking naar aanleiding van het NMCA wordt
nagegaan of er in de toekomst capaciteitsknelpunten zijn te verwachten
voor de uitbreiding van de A4 bij Steenbergen. Dat kan namelijk effect
hebben. Ook de N57 en de N59 in het noorden van Zeeland zijn van belang.
De doorstroming van deze wegen op peil houden, vind ik een rijksbelang.
Het vormt momenteel geen knelpunt, maar als het een knelpunt wordt, vind
ik dat wij daar een rol in hebben.

	Er is gevraagd of de kosten van de omlegging van de A58 om Roosendaal
heen voor een deel door de gemeente en de provincie gedragen kunnen
worden. In het BO MIRT van mei dit jaar is uitgebreid gesproken over de
opgave voor de gehele A58, ook over Roosendaal. Er is bekeken wat er
beschikbaar is aan middelen en wat er geprioriteerd moet worden. Toen
heeft de regio gezegd dat er gekozen is voor een verkenning van een
beperkt deel van de A58, namelijk St. Annabosch-Galder. Dat had voor
Rijk en regio de hoogste prioriteit. Ik stel het zeer op prijs dat de
regio meedenkt en bereid is mee te betalen, maar de keerzijde is echter
wel dat er ook geld beschikbaar moet zijn vanuit het Rijk. Ik vind het
initiatief niet slecht, maar ik heb geen geld om nu in dit deel van de
A58 te investeren.

	Er is gevraagd of er op het traject Bergen op Zoom-Markiezaat een nieuw
knelpunt ontstaat als de A4 Dinteloord-Bergen op Zoom open is. Ik heb
daar net iets over gezegd bij de beantwoording van de vraag over het
rijksbelang van de wegen. We hebben afgesproken dat in de
gebiedsgerichte uitwerking naar aanleiding van de NMCA wordt nagegaan of
er in de toekomst knelpunten te verwachten zijn door de uitbreiding van
de A4 bij Steenbergen. Die zijn nu nog niet bekend.

	Daarmee ben ik door de wegen in het zuidelijk deel van Nederland heen
en kan ik beginnen aan het noordelijke deel.

De heer Verhoeven (D66): Ik rij zelf ook vaak de route A57/A58/A59. Mijn
leven heeft zich voor een groot deel in Zeeland afgespeeld. Ik heb deze
wegen zelf niet genoemd in mijn bijdrage. Stel dat je zou moeten kiezen
tussen het geven van geld voor de veiligheid van deze wegen of het
bestrijden van de eindeloze files die overal in Nederland staan. Kan de
minister zich dan voorstellen dat mensen niets begrijpen van al die
prioriteitjes en dat zij zeggen: hier is eigenlijk niets aan de hand,
laten we dat geld inzetten op de plekken waar het vaststaat?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Volgens mij heb ik daarom
in mijn beleidsbrief en in het regeerakkoord een prioritering
aangegeven: we gaan investeren in de grootste knelpunten.

Dat laat onverlet dat we in verschillende provincies met elkaar in
gesprek zijn over de wat kleinere projecten, omdat ook leefbaarheid,
veiligheid en dergelijke in het gedrang kunnen zijn. Als het Rijk
helemaal niks meer zou investeren, zouden we op die terreinen heel hard
achteruithollen. Het is vaak wel van een totaal andere orde dan
bijvoorbeeld zo'n investering als we nu rond Utrecht doen of bij de A4
Midden-Delfland. Verder is dit onderwerp uit ten treure behandeld.

	Voorzitter. Ik wil overgaan naar Noord-Nederland. Er is gevraagd naar
de N31/A31 Leeuwarden-Harlingen-Afsluitdijk.

De voorzitter: Mevrouw Van Gent heeft nog een vraag.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik heb als persoon die geboren is in
Gelderland en die nu woonachtig is in Groningen toch nog een vraag over
Zuid-Nederland. Ik heb een vraag gesteld over de Buitenring Parkstad in
Zuid-Limburg, met name over wat de VROM-Inspectie daarover gezegd heeft.
Ik zou daar graag een reactie van de minister op willen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik dacht dat ik deze vraag
ook had gezien bij de beantwoording van de begrotingsvragen. Er is geen
betrokkenheid meer van de VROM-Inspectie. Het project vervolgt zijn
procedure zonder rijksbemoeienis. De Kamervragen van het lid Koopmans --
daar heb ik deze vraag waarschijnlijk gezien -- zijn ook met deze
strekking beantwoord. Er is geen bemoeienis of betrokkenheid van de
VROM-Inspectie meer. Ik hoorde eerder iemand in het debat vragen --
volgens mij was dat de heer De Rouwe -- hoe het kan dat als je als Rijk
dit besluit, je toch nog de VROM-Inspectie erop hebt zitten. Een
inspectie blijft een onafhankelijk orgaan. Die moet natuurlijk wel
kunnen ingrijpen, ook al zijn het overheden, als er dingen gebeuren die
niet door de beugel kunnen. Zoals gezegd is er nu geen betrokkenheid
meer van de VROM-Inspectie. Kennelijk heeft dit probleem zich opgelost.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Het lijkt erop dat de VROM-Inspectie een
beetje is weggegumd. Het punt was namelijk dat de VROM-Inspectie
vernietigend commentaar had op dit punt en het een heel erg slecht idee
vond. Ik zou daar toch graag een reactie op willen. Je kunt de
VROM-Inspectie uitgummen, maar het blijft een slecht idee, met name
vanuit de onafhankelijkheid van de VROM-Inspectie, zoals de minister net
zo mooi aangaf.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik heb zelf niks gegumd,
omdat juist de VROM-Inspectie een onafhankelijke rol heeft. Als zij haar
punt terugtrekt, is dat haar eigen besluit en heeft daar geen politieke
inmenging in plaatsgevonden.

	Voorzitter. Ik begin nu met Noord-Nederland. Er is een vraag gesteld
over de N31/A31 Leeuwarden-Harlingen. Onderdelen zijn verbreed tot 2x2
rijstroken. In het MIRT staat weer een deel. Uiteindelijk vindt men het
nodig dat deze weg geheel 2x2 rijstroken met vluchtstroken wordt. Met
het aanpakken van de N31 Leeuwarden en de N31 Traverse Harlingen worden
de laatste twee delen van de N31 verdubbeld. Het is dan een autoweg over
100 km. In 2017 moet de gehele weg zijn verdubbeld. De N31/A31
Leeuwarden-Harlingen-Afsluitdijk wordt daarmee deels autoweg en deels
autosnelweg. De gehele verdubbeling komt er dus aan.

	In het kader van de Centrale As heeft mevrouw Van Gent gevraagd of ik
niet bang ben voor juridische ongelukken als provincies de wet aan hun
laars lappen. Ik ben daar niet bang voor. Provinciale inpassingsplannen
zoals de Centrale As worden ook gemaakt bij provinciale wegen.
Provincies zijn daar zelf verantwoordelijk voor. Ze krijgen dus ook zelf
te maken met vertragingen in de besluitvorming op het moment dat ze
onzorgvuldig te werk gaan. Ik vind ook dat je als Rijk niet moet zeggen:
laat ons maar de regie voeren over provinciale wegen, want straks begaat
u daarin een foutje. Dat behoort tot de eigen verantwoordelijkheid. Ik
denk dat als je dat één keer doet, je je de tweede keer wel op je
hoofd krabt voordat je het niet op de juiste wijze aanpakt.

	Ik kom op de Emmer dierentuin. Ik was blij verrast om te zien dat ook
dierentuinen in mijn portefeuille blijken te zitten. Ook dat zal wel
iets uit het verleden zijn. Er is gevraagd wat de stand van zaken is bij
het project. Er wordt nu hard gewerkt aan aanvullend onderzoek door de
gemeenten, namelijk aan marktonderzoek en een businesscase.

Het Rijk heeft 8,5 mln. beschikbaar gesteld voor verplaatsing op basis
van de motie-Roefs/Koopmans. Wij bespreken de voorkeursvarianten en het
vervolg van de besluitvorming in het BO MIRT in het voorjaar van 2011.
De dierentuin in Emmen lijkt weliswaar een regionale aangelegenheid,
maar er is mij gevraagd of ik het ermee eens ben dat de problemen
voortkomen uit infrastructuur. Het is volgens mij nog steeds een
regionaal project en het voortouw ligt dan ook bij de gemeente, maar de
problemen die samenhangen met infrastructuur zijn opgenomen in het
regiospecifieke infrapakket voor de Zuiderzeelijn. Vanuit die invalshoek
wordt het als dat nodig is samen met de gemeente ingezet. Het traject
loopt dus nog steeds. Hiermee heb ik de landsdelen op het punt van de
wegen behandeld.

	Ik ga verder met het spoor en het ov. Er is gevraagd hoe ik omga met de
problematiek bij Vught. Daarover zijn al moties aangenomen. Ik heb
zojuist in de discussie over de wegen al gezegd dat mijn voorganger de
Kamer in het verleden heeft geïnformeerd over de manier waarop deze
moties is omgegaan. Het Rijk zet in het kader van de mobiliteitsaanpak
in samenwerking met de regio een integrale gebiedsgerichte pilot op voor
de N65. Daarin wordt met name aandacht besteed aan sleutelkwesties zoals
de leefbaarheid en de veiligheid. De voorkeursbeslissing voor het PHS
van juni dit jaar vormt de input voor deze pilot.

	Er is mij gevraagd of ik een verkenning wil uitvoeren naar de spoorboog
bij Emperbocht. Die ken ik echt nog niet, maar gelukkig word ik daarover
goed gebrieft. De reistijdverbetering voor treinen naar de verschillende
landsdelen is een van de speerpunten van het beleid, zoals u weet. Over
de spoorboog bij Emperbocht heeft de Kamer tijdens eerdere
MIRT-overleggen al antwoord gekregen. Er is gezegd dat die spoorboog
eigenlijk geen reistijdverkorting oplevert gezien de ligging ervan en
dus geen echte bijdrage levert. Bovendien rijdt er nu tussen Arnhem en
Apeldoorn een snelle buslijn. Ik zie dan ook geen aanleiding voor het
uitvoeren van een verkenning, ook omdat hiervoor in de komende periode
naar verwachting geen middelen zijn.

	Ik ga verder met de notitie van de heer Bashir over meer investeringen
in het regionaal spoorvervoer. Het is positief dat hij het regionaal
spoorvervoer een warm hart toedraagt. Dat doe ik ook en daarmee sluit ik
aan bij de lijn van het vorige kabinet met de quickscan van decentrale
lijnen en het budget dat toen beschikbaar is gesteld. Bij het
quickscanrapport is de afspraak gemaakt dat voor verdere investeringen
eerst nut en noodzaak moeten worden vastgesteld. Deze afspraak kan
bijvoorbeeld ook gelden voor de Maaslijn, zoals de heer Bashir noemde.

	Ik heb de Kamer op 30 november een brief gestuurd over de
Heuvellandlijn. Uit de notitie NMCA-spoor komen voor het specifieke
gebied van de kop van Noord-Holland geen knelpunten naar voren.

	Er is gevraagd of bij de verbreding van de A27 ruimte kan worden
gelaten voor een snelle ov-verbinding van Almere naar Utrecht en verder
naar Breda. Voor het traject Almere-'t Gooi-Utrecht is een
"préverkenning" uitgevoerd, waarbij een ov-verbinding zoals de bus in
het onderzoek is meegenomen. Ik heb met de decentrale overheden
afgesproken dat er al werkzaamheden op dit traject zijn gepland en dat
wij bekijken of wij met Design Build Finance Maintain (DBFM) een eerste
stap kunnen zetten om de gesignaleerde problemen aan te pakken. Dat is
mijn antwoord op een vraag van de VVD-fractie.

	Ik kom op het goederenspoor Rotterdam-België. Er is aangegeven dat dit
belangrijk is voor het goederenvervoer en de rust in de kernen. Na het
VAO over het PHS is een motie aangenomen van de heer Aptroot en anderen
waarin gevraagd wordt om deze mogelijke nieuwe spoorlijn te bekijken.
Deze motie is door mij ondersteund en in het vervolgproces van het PHS
geven wij het gewenste onderzoek een plek. Wat mij betreft gaat het met
name om het actualiseren van eerder onderzoek naar de mogelijkheden voor
dit project op de langere termijn, na 2020.

	Diverse woordvoerders hebben gevraagd hoe het staat met het actieplan
voor fietsparkeren.

In de schriftelijke beantwoording van de begrotingsvragen heb ik
aangegeven dat er wordt gewerkt aan een actieplan fietsparkeren bij
stations. De financiering is een van de aspecten die in dat actieplan
aan de orde komen. Het hangt ook samen met de verdeling van de
verantwoordelijkheden tussen betrokken partijen. Binnen het Programma
Hoogfrequent Spoorvervoer is een bedrag van 96 mln. gereserveerd voor
fietsparkeervoorzieningen bij stations. In het actieplan fietsparkeren
zal ook worden ingegaan op de vraag of stallingen bij stations deels
gratis moeten zijn, zoals de heer Verhoeven heeft gevraagd.

	De heer Slob vroeg of hij het actieplan binnen drie maanden kon
ontvangen. Ik zeg toe dat wij er in 2011 nog drie maanden voor nodig
hebben en dan de Kamer informeren. Als wij deze maand niet meer
meerekenen, gezien alle dagen die wij nog voor ons hebben, wordt het dus
april.

	Kan worden doorgepakt met de spoorwegovergang Didam? Het is in ieder
geval goed om te horen dat de heer De Rouwe zich kan vinden in het
voorstel dat mijn voorganger aan uw Kamer heeft gedaan om de motie uit
te voeren door te kiezen voor een ongelijkvloerse spoorwegovergang. Ik
begreep dat de gemeente Montferland wachtte op zo'n positief signaal van
de indiener van de motie, dus dat weet men nu. Er staat dan niets meer
in de weg om aan de slag te gaan met de planvorming voor die
ongelijkvloerse overgang. ProRail staat klaar om dit te doen en heeft
daarover in de afgelopen tijd al contacten gelegd met de gemeente.
Kennelijk moest dat via mij gebeuren.

	Ik kom bij de spoorwegovergangen die te lang dicht zijn, tot en met 59
minuten van het uur. Volgens mij woonde de voormalige voorzitter van het
bestuur van NS daar ergens en ging hij altijd met de trein naar huis. Ik
moest daaraan denken toen ik besefte dat die overgang 59 minuten van het
uur dicht was. Maar het is geen grap; dit vereist maatwerk. Ik heb dat
in het AO spoor al gezegd tegen de heer Slob. Hij vroeg of er geen
normen moesten worden opgesteld. Dat zou op zichzelf aantrekkelijk
lijken, ware het niet dat elke situatie een andere afweging vergt. Soms
wil je een overgang ergens langer dicht hebben en soms korter. Het hangt
ook ervan af hoe zo'n gebied is ingericht. Wij willen vooral daarnaar
kijken. Ik wil waar mogelijk onnodig lange sluitingstijden verkorten.
ProRail is gestart met pilots om de dichtligtijden te verkorten; uw
Kamer is er al twee keer over geïnformeerd. In het PHS is een
reservering van maximaal 100 mln. opgenomen die ook bedoeld is om
specifiek de problematiek van een aantal van deze overwegen op te
lossen. Natuurlijk is er ook nog de mogelijkheid van cofinanciering. De
overweg Comeniuslaan in Naarden-Bussum heeft ook de aandacht in het
project OV SAAL. Als door dit project nog meer treinen moeten rijden,
zal daar waarschijnlijk een ongelijkvloerse kruising moeten komen.
Anders ben je nog meer minuten dicht dan er in het uur zitten, want
bijna meer kan niet.

	Door een aantal partijen wordt aangegeven dat de Flevolijn viersporig
moet worden. Dat is helemaal nieuw voor mij! Nee, dit is deze maand al
een aantal keren besproken. Ik kan u blijven verzekeren dat de studie OV
SAAL voor de periode 2020 nog loopt en dat ook de viersporigheid hierin
nog een kans maakt. Als wij nog een paar keer een debat hierover hebben,
is die studie al bijna klaar en kunnen wij zien wat die uiteindelijk zal
opleveren.

	Over de opmerking van de heer Dijsselbloem en de relatie met het
project Hanzelijn heb ik de Kamer op 3 november jl. een brief gestuurd.
Ik heb geprobeerd daarin inzichtelijk te maken hoe de besluitvorming
over beide projecten is verlopen en dat er geen sprake van is dat de
tegenvallers in het ene project worden opgevangen in het andere project.
Het gaat om geluidsmaatregelen die hoe dan ook moeten worden uitgevoerd
vanwege de extra treinen. De brief van 3 november geeft hier
duidelijkheid over.

	Wordt station Keukenhof gerealiseerd? Nu wij toch gingen bekennen: ik
heb ook nog even in Lisse gewoond, dus dat ken ik heel goed. Er zat
lange tijd een heel leuk restaurantje in, omdat er geen trein stopte. De
Verloren Koffer heette dat, een prachtige naam. Ik was toch de baas, dus
dan moest ik toch dat station wel kunnen realiseren. U bent er al eerder
over geïnformeerd dat de bediening van dit station niet eenvoudig in de
dienstregeling is in te passen. Wij zitten opnieuw met NS om tafel om te
kijken welke mogelijkheden er zijn.

Dit overleg loopt nog. Er is inderdaad geld voor gereserveerd, dus dat
is het probleem niet. Nu ik weet dat dit probleem bestaat, zal ik er
zelf ook nog even extra intensief naar kijken.

	Kan er op station Enschede één meter extra spoor worden aangelegd,
zodat er een directe verbinding met Duitsland ontstaat? Ik ben hier
onlangs al schriftelijk op ingegaan. Het gaat niet alleen om één meter
spoor, maar ook om de wisseling naar andere spanning en beveiliging in
Duitsland. De decentrale overheden hebben een andere oplossing gevonden
om die treindienst te verbeteren. Het initiatief voor deze
grensoverschrijdende verbinding ligt bij de decentrale overheden. Als
hier alsnog de wens voor een directe verbinding ontstaat, kan dat op dat
moment worden onderzocht. Men geeft zelf aan een andere oplossing te
hebben gevonden.

	Kan ik toezeggen dat er weer treinen gaan rijden naar station Eijsden?
Eerder hebben wij samen met de decentrale overheden de mogelijkheden
onderzocht om weer een trein op dit station te laten stoppen. Dat bleek
toen te duur en niet maatschappelijk rendabel, ook omdat er een goede
busverbinding is. Wij hebben onlangs begrepen dat de gemeente hecht aan
het opnieuw per trein bedienen van het station. Zij heeft daartoe een
projectgroep ingesteld die met hulp van een extern bureau voor het eind
van het jaar onderzoekt of er nog andere opties zijn die wél
maatschappelijk verantwoord te financieren zijn. Ik heb begrepen dat
onlangs een petitie bij de Kamer is ingediend om dit idee te steunen. Ik
wacht op nader bericht van de gemeente over eventuele nieuwe opties.
Daarna kan ik het overleg hierover voortzetten.

	Is er bij de spoorprojecten voldoende aandacht voor geluid en
trillingen? Zie Lansingerland en het spoorproject Arnhem. Bij het PHS is
een motie van de heer Aptroot en mevrouw Dijksma aangenomen om te komen
met duidelijke normen en meetmethoden voor trillingen bij het spoor. Ik
heb toegezegd de Kamer nog dit jaar of begin volgend jaar schriftelijk
te zullen informeren over de wijze waarop wij dit oppakken. Het zal
begin volgend jaar worden, want dit jaar is al bijna ten einde. Met het
normenkader moet het voor alle belanghebbenden duidelijk worden waar zij
aan toe zijn. Die aandacht is zeker aanwezig.

	Wordt de spoorlijn Heerlen-Aken volledig verdubbeld? De Kamer heeft bij
amendement vorig jaar 20 mln. beschikbaar gesteld voor deze
grensoverschrijdende spoorlijn. Daarvoor kan in ieder geval een deel van
de lijn worden verdubbeld, van Heerlen naar Heerlen De Kissel. Er loopt
een verkenning om te bezien wat er met dit bedrag nog meer kan. Een
volledige verdubbeling past niet binnen het budget. In juni 2011 is de
verkenning gereed en kan met het beschikbare budget in ieder geval een
uitbreiding van de treindienst plaatsvinden. Dat is het
allerbelangrijkste.

	Wat vind ik van het idee om een regiospecifiek pakket Zuiderzeelijn te
decentraliseren. Het was natuurlijk een grapje …

De heer Dijsselbloem (PvdA): Het was inderdaad een grapje, omdat de
minister haar grote verbazing uitsprak over Emmen. En Emmen was
onderdeel van het pakket. Het was mijn zorg dat zij haar handen er
helemaal van ging aftrekken.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Er zit een groot aantal
forse rijksprojecten in. Ik wil dat deel van het pakket dus zeker niet
decentraliseren. Samen met de regio wordt aan heel veel projecten
invulling gegeven. Hieruit blijkt dat ik ook serieus op een grapje inga.

	Wat is de reactie op de MIRT-verkenning naar de bereikbaarheid van Het
Gooi, de A1 en het spoor Amsterdam-Amersfoort? In verschillende
projecten is er aandacht voor de spoorbereikbaarheid van Het Gooi,
bijvoorbeeld in het project OV SAAL. Er is ook een preverkenning
uitgevoerd naar de corridor Almere-Gooi-Utrecht. Er is op dit moment
geen zicht op financiering, dus er kan ook geen verkenning starten. Een
eventuele verkenning is echter een van de opties bij het invullen van
het verlengde MIRT.

	Ik kom op de stand van zaken van de spoorlijn van Heerlen via Avantis
naar Duitsland. Volgens de laatste informatie zal in het voorjaar 2011
besluitvorming in Duitsland plaatsvinden. Dat de besluitvorming later
plaatsvindt, hangt samen met de kosten-batenanalyse die later gereed is
dan eerder was gepland.

	Kan de Kamer nog deze maand worden geïnformeerd over de gevolgen voor
het treinverkeer van de sneeuw in het afgelopen weekend?

Volgens mij is daarover al een spoeddebat aangevraagd. Ik wil best wel
antwoord geven, maar ik weet niet of de Kamer het dubbelop wil gaan
doen?

De voorzitter: Toe maar!

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ook ik ben uitermate
ontevreden over wat er op het spoor is gebeurd. Als er sneeuw valt --
dat hebben wij ook gezien bij de luchthavens en de wegen -- komt heel
Nederland tot stilstand. Bij vreselijk weer kun je niet al dat soort
problemen voorkomen, maar het valt mij wel tegen dat de reiziger
uiteindelijk wederom de dupe is van technische problemen; die reiziger
is uiteindelijk voor een leeg bord op Utrecht Centraal komen te staan.
Ik blijf bij het volgende. Dat is eigenlijk een voortgang van mijn
discussie van de vorige keer. Als je niet de reiziger maar de techniek
centraal stelt, los je je problemen niet snel genoeg op. Dan ben je je
namelijk op de verkeerde dingen aan het richten. Daarover zal ik dan ook
discussie hebben met ProRail en met de NS; dat heb ik de Kamer al
toegezegd. Ook wil ik dat breder pakket aan maatregelen in februari naar
de Kamer sturen. Dus ik wil wel, zoals gevraagd is, een lijstje sturen
met wat er nu is misgegaan, maar ik wil nu nog niet de oplossingen met
dat lijstje gaan meesturen, omdat ik dat in die totaalbrief van februari
wil doen. Ik denk namelijk dat de problematiek zo complex is dat je er
echt even goed mee aan de slag moet gaan.

De heer Bashir (SP): Ik heb een tweetal vragen. Mijn eerste vraag
betreft het probleem van afgelopen weekend met het spoor. Ik vroeg de
minister specifiek naar de medewerkers, die hard geoordeeld hebben en
snoeiharde kritiek hebben geleverd. Dat is via een uitgelekte brief op
straat terechtgekomen. In die brief leveren zijzelf kritiek op de top
van het bedrijf. Kan de minister daarop reageren? Ook heb ik gevraagd of
het winterhard maken van het spoor als programma kan worden opgenomen in
het MIRT. Wat voor verbeteringen moeten er aangebracht worden? De
minister heeft een brief beloofd, die ik graag deze week zou ontvangen
zodat wij daarmee snel aan de slag kunnen gaan.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nogmaals: ik heb de Kamer
een brief beloofd in het vorige debat ten aanzien van de zorg van de
Kamer en ook van mij over de vraag of de robuustheid van het spoor wel
op de juiste manier wordt aangepakt. Naar aanleiding daarvan heeft
bijvoorbeeld de ChristenUnie een mooi rapport gemaakt om ook nog op een
aantal punten te wijzen. Dat vergt overleg van mij met de directie van
ProRail, de raad van commissarissen, maar ook met de NS op een aantal
punten over de vraag hoe wij de robuustheid weer zo gaan organiseren dat
de reiziger weer centraal staat. De Kamer is ermee akkoord gegaan dat ik
daar in februari mee kom. Nu speelt er een specifiek incident rond de
sneeuw. Ook daarover ben ik niet tevreden. Nogmaals: wat de
weersomstandigheden betreft, denk ik dat je heel veel kunt doen aan het
winterhard maken, maar je niet alles kunt voorkomen. Maar ten aanzien
van de vraag hoe je omgaat met het probleem als zich zo'n probleem
eenmaal voordoet, blijkt dat de reiziger bij de oplossing van de
problemen uiteindelijk weer achteraan in het rijtje stond. Daarin kan ik
mij niet vinden. Dus ik ben bereid om een brief te sturen over wat er in
dat weekend gebeurd is, maar het oplossingvraagstuk wil ik graag bij de
totaalbrief betrekken.

	De heer Bashir heeft een vraag gesteld over de medewerkers. Ik heb ook
de berichten in de krant gelezen. Ik ben laatst over de aanbesteding in
gesprek geweest met de afdeling van de FNV die zich bezighield met het
regionale ov. Zo zal ik ook wel weer eens met FNV Spoor praten. Ik hoor
graag van medewerkers welke oplossingen zij voor de problemen zien. Ik
zie dit echter meer als een onderwerp van discussie tussen medewerkers
en directie. Ik vind zelf dat onze verantwoordelijkheid op dit punt
ligt: wij besteden aan en geven een concessie aan NS en instructies aan
ProRail hoe wij het spoor willen hebben. Dat doen wij alleen maar omdat
wij willen dat de Nederlanders goed vervoerd kunnen worden. Mijn
verantwoordelijkheid is het vooral om de directies aan te spreken op het
goed vervoeren, voorlichten en informeren van de reizigers. Volgens mij
is op dat punt het grootste probleem aan de orde geweest.

Bij de oplossing hoort naar mijn mening ook dat NS de medewerkers
informeert. De medewerkers waren er zo boos over dat zij niet goed
geïnformeerd waren, waardoor zij dus ook de klanten niet konden helpen.
Ik herhaal: ik lees dat en ik zal het betrekken in mijn gesprek, maar
het is iets tussen de directe en de medewerkers.

De heer Bashir (PvdA): Voorzitter.

De voorzitter: Nee, hoor. We gaan nu echt door. We lopen uit de tijd en
dat ga ik niet toestaan. U bewaart uw vraag maar voor uw tweede termijn
over dit onderwerp, mijnheer Bashir.

	De heer Slob.

**

De heer Slob (ChristenUnie): Ik denk dat het belangrijk is om daarover
later verder te praten, maar het is wel van belang dat we dat zorgvuldig
doen. Ik vind de afspraak voldoende die we gemaakt hebben om dit in
maart te gaan doen, ook op basis van de gesprekken die de minister tegen
die tijd gevoerd zal hebben en alles wat er aangeleverd wordt. Dat is
voor mijn fractie voldoende. Ik zou wel graag iets anders ontvangen. De
minister gaf al min of meer aan dat zij er de bereidheid toe had, de
analyse van wat er zaterdag fout is gegaan op papier te zetten, zodat we
die alvast kunnen ontvangen. Mochten NS en ProRail daarin dan al eigen
conclusies getrokken hebben -- er is een aantal dingen echt weer goed
fout gegaan, met name rondom de informatievoorziening aan reizigers --
dan zou de minister dat aan de Kamer kunnen communiceren in die brief.
Dan is dat wat mij betreft voor het moment voldoende.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dat beloof ik u.

	Dan geef ik nog antwoord op de vraag van de heer Bashir die er nog lag.
Dan hoeft hij ze niet in tweede ronde nogmaals te stellen. Opname in het
MIRT is niet nodig. Het betreft investeringen van de spoorsector en van
NS en ProRail zelf. Ik heb daar geen aparte middelen voor beschikbaar
gesteld omdat ik vind dat ze ook bij slecht weer aan de concessie moeten
voldoen. Wij kunnen wel iedere keer geld erin blijven stoppen, maar ze
moeten ook gewoon kijken hoe ze aan de concessievoorwaarden voldoen. NS
financiert de maatregelen uit eigen middelen.

	De analyse van de problemen waar PvdA en ChristenUnie naar vragen,
kunnen we denk ik begin volgende week wel naar de Kamer sturen. Dat is
geen probleem.

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Ik wilde iets anders vragen over de
sneeuw.

De voorzitter: Het gaat nu over het blokje spoor. We hebben aangegeven
dat we het per blokje zouden doen. U stelt uw vraag.

**

De heer Verhoeven (D66): Wij zijn ook heel blij met de toezegging dat
die analyse er snel aankomt, maar ik heb toch een vraag over iets
anders. De minister sprak in het kader van de doorsnijdingen
verhelderende en verheugende woorden. Ik heb een vraag over de norm. Als
een norm lastig is omdat je altijd per geval wilt kijken, is het dan
mogelijk om onderzoek te doen naar een bandbreedte? Dan kun je in ieder
geval een onder- en een bovengrens hanteren, waartussen je naar het
specifieke geval kunt kijken. Dan heb je er in ieder geval voor gezorgd
dat een bepaalde maximumgrens niet wordt overschreden. Daar is in
sommige gevallen toch behoefte aan.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Eigenlijk gaat het niet zo
zeer om de minuten, maar om de veiligheid. Dat is het vraagstuk waar het
om gaat bij die overgangen. Daarvoor hebben we ze. Uiteindelijk ga je
kijken hoe je ze zo kort mogelijk kunt sluiten, terwijl je toch nog die
veiligheid kunt garanderen. Als u het dus hebt over bandbreedtes van
minuten, antwoord ik: u moet altijd eerst kijken naar de veiligheid en
van daaruit redeneren. Dat is de reden waarom ze er zitten. Dat is ook
waarom wij zeggen: laten we het gewoon gebiedsspecifiek doen. Ik hoor de
Kamer goed. We moeten proberen om ze zo kort mogelijk dicht te houden.
Hetzelfde geldt voor de openstelling van bruggen voor schepen en voor
dat soort zaken. Dat is van belang en daar zullen we steeds naar gaan
kijken.

De heer Verhoeven (D66): Dank daarvoor. Ik denk dat we daar later nog op
terugkomen. Ik wil wel gezegd hebben dat de veiligheid natuurlijk altijd
wel een serieus argument is, maar je kunt ook doorschieten waar het gaat
om de leefbaarheid, als je alleen maar aan de veiligheid denkt. Ik kan
mij zo voorstellen dat er ook een balans is tussen veiligheid en
leefbaarheid. Het moet toch haalbaar zijn dat je niet in twee dorpen,
maar in één dorp woont, waar geen geelblauwe muur midden in het dorp
staat. Ik wil de minister aanmoedigen om er op die manier naar te
kijken.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Ik wil toch nog even
terugkomen op wat zich het afgelopen weekend heeft afgespeeld op het
spoor. Ik weet natuurlijk ook dat wij de vorige keer afspraken gemaakt
hebben naar aanleiding van die brand in Utrecht, met alle problemen van
dien. Over wat hier speelt, wil ik echt opheldering hebben. We hebben
vorig jaar grote problemen gehad in de winter. ProRail heeft dit jaar
investeringen gedaan om winterklaar te zijn. Ze hebben zelfs een
oefenweekend gehouden en wat blijkt? We zijn winterklaar met een mooi
spotje op tv, tot het moment dat het gaat sneeuwen en dan gaat het weer
fout. Mij lijkt toch dat je, als je winterklaar bent, voorbereid moet
zijn op een beetje sneeuw.

In de brief die de minister heeft toegezegd, die ik uiterlijk dinsdag
voor 12.00 uur wil ontvangen, wil ik dus graag lezen wat zich afgelopen
zaterdag precies heeft afgespeeld, welke investeringen al dan niet zijn
gedaan door ProRail -- wat ook te maken heeft met de wissels, waarover
we vorig jaar hebben gesproken -- en waarom de informatievoorziening zo
beroerd is. We kunnen niet pas in maart een debat houden, want de winter
moet eigenlijk nog beginnen. De reizigers hebben er niets aan als we tot
die tijd achterover gaan zitten. Kan de minister dit toezeggen? Als de
inhoud van de brief mij niet bevalt, overweeg ik om hierover volgende
week alsnog een debat aan te vragen om de punten op de i te kunnen
zetten.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Zo'n spotje met "wij zijn
winterklaar" is natuurlijk ook heel pijnlijk. Ik dacht tijdens de
begrotingsbehandeling nog: zal ik zeggen dat maandag heel Nederland
stillag, behalve het spoor? Ik ben blij dat ik dat niet heb gezegd, want
bij de eerste sneeuwbui ging het goed, maar bij de tweede niet. Dit is
een heel serieuze kwestie. Er zijn ook een heleboel dingen wel goed
gegaan door het traject om de sporen winterhard te maken. Uiteindelijk
zijn bepaalde dingen goed gegaan die anders fout zouden zijn gegaan. Dat
zal wel blijken uit de analyses. Het is niet zo dat het hele budget in
de sloot gegooid is.

	Ik heb al eerder gezegd dat er volgens mij een ander vraagstuk aan de
orde is. De vraag is niet alleen of men het redt met wissels, spoor en
materieel en of men voldoende voorbereid is. Dit probleem heeft zich een
paar uur voorgedaan, ook bij de luchtvaart en op de weg. Het
vervolgvraagstuk is wat men doet met de mensen die afhankelijk zijn van
het spoor. Hoe zorg je ervoor dat ze zo goed mogelijk worden
geïnformeerd? Hoe zorg je voor een alternatief voor degenen die vast
komen te zitten? Dat is een andere kwestie dan het probleem met wissels
en seinen. Ik heb het idee dat er in het pakket te veel aan één kant
gewerkt is. Aan die kant kunnen zich altijd problemen voordoen met
wissels en ik wil ook heel graag weten waarom dat mogelijk is. Toch
moeten we vooral over de andere kant doorpraten. Ik heb deze week een
eerste overleg met de directie van ProRail. Ik zal ook met de NS
hierover praten, voor het totaalbeeld. Ik zal ervoor zorgen dat in de
brief de vragen staan die nu genoemd zijn. Ik kan die brief helaas niet
morgen voor 12.00 uur aanleveren.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik doelde op volgende week dinsdag. Ik
heb de brief het liefst voor het weekend.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dat gaat me lukken. Ik
dacht al: u ziet mij wel heel snel in actie.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik ben heel soepel, als de brief maar
goed is.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Mevrouw Van Gent wordt nu soepel, dus word
ik weer streng. Ik begrijp dat de brief niet meer zal bevatten dan een
analyse, terwijl ik een heel eenvoudige vraag aan de minister heb. Ik
reis elke dag via Utrecht CS. Ik heb dit najaar al verschillende keren
in die grote hal voor het lege bord gestaan. Als ik daar een volgende
keer weer sta met duizenden reizigers, wat kan ik dan tegen die
reizigers zeggen dat er de komende weken wordt verbeterd? Ik kan dan
niet verwijzen naar een brief in maart of februari, want dan is de
winter voorbij. Ik wil dus niet alleen een analyse in deze brief, maar
ook vernemen wat we op korte termijn kunnen doen en gaan doen om deze
situatie te verbeteren. We kunnen de rest van de winter niet zo
doorgaan.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Volgens mij kan ik in
één brief zowel de analyse geven als melden wat er nog gaat gebeuren
in het kader van het traject om de sporen winterhard te maken. Dat is de
technische kant van het antwoord. Ik dacht dat de heer Dijsselbloem
doelde op het bredere probleem waarover we onlangs uitgebreid hebben
gediscussieerd, maar daarbij was hij natuurlijk niet aanwezig. Er is
geopperd dat er misschien wel een heel ander onderliggend probleem is
waardoor dit allemaal niet werkt. Daarover gaan we het op een later
moment hebben. Daar doelde ik op.

	Als het de heer Dijsselbloem gaat om de vraag wat er gaat gebeuren om
bepaalde vraagstukken met betrekking tot de winterhardheid op te lossen:
die vraag zal ik in de brief meenemen.

De voorzitter: De minister gaat verder met het blokje ov.

**

De heer Verhoeven (D66): Ik wil nog een vraag stellen.

De voorzitter: Dat kan niet. We hebben dit blokje gehad en gaan nu naar
het ov. We lopen inmiddels al een halfuur uit.

**

De heer Verhoeven (D66): Ik heb zes interrupties en heb er nog een. Ik
mag die gewoon gebruiken als ik dat wil. Ik wil kort iets vragen over
een eerder gestelde vraag waarop ik geen antwoord heb gehad.

De voorzitter: In dat geval hebt u tijdens de volgende blokjes, ov en
vaarwegen, geen interrupties meer.

**

De heer Verhoeven (D66): Nou, heb ik het punt over het nachtnet in
Gelderland gemist dan?

De voorzitter: Dat komt nog.

**

De heer Verhoeven (D66): Ik heb dus geen interruptie verspeeld. Ik heb
terecht even een vraag gesteld, die beantwoord is.

De voorzitter: Helemaal keurig.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik zal de vraag meteen
beantwoorden. Dat scheelt straks misschien een tweede termijn. Er waren
wel heel veel vragen, dus als er af en toe een tussendoor schiet,
vergeef mij dat dan. Het nachtnet is geen onderdeel van de concessie. NS
rijdt nachttreinen voor eigen rekening en risico. NS zoekt naar
mogelijkheden om het nachtnet uit te breiden en probeert regelmatig
nieuwe verbindingen uit. Het criterium is steeds of een nachttrein voor
NS financieel verantwoord te exploiteren is, doordat er veel reizigers
op reizen, eventueel aangevuld met een financiële bijdrage van een
decentrale overheid. Noord-Brabant heeft dat bijvoorbeeld wel eens
gedaan. Recente pogingen om het nachtnet uit te breiden laten zien dat
er niet altijd veel reizigers zijn die hiervan gebruikmaken. Er zijn wel
veel overheden, zoals Arnhem en Nijmegen, die willen bijdragen aan een
dergelijk nachtnet. Zij kunnen hierover in gesprek gaan met de NS.

	Ik ga verder met het regionaal ov. Er zijn vragen gesteld over de
RijnGouwelijn. Aan RijnGouwelijn-Oost is in 2005 al een bijdrage van 149
mln. toegezegd. In 2009 is een toezegging gedaan van 45 mln. voor
RijnGouwelijn-West. In 2010 is uit de Grex-middelen nog 20 mln. extra
toegezegd voor de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn-West samen. De regio
mag bepalen hoe zij dit bedrag gaat inzetten. De totale oplevering van
de RijnGouwelijn was voorzien in 2015. Als inwoner van Leiden kan ik van
nabij volgen dat de gemeente Leiden er meerdere keren andere standpunten
over heeft ingenomen. Colleges waren voor, toen weer tegen en toen weer
voor. Er is zelfs een college gevallen op dit onderwerp. Dit maakt het
proces niet veel makkelijker. Op dit moment heeft de gemeente Leiden het
advies van commissie-Staal overgenomen. Er worden m.e.r.-procedures voor
drie alternatieven uitgevoerd. De provincie heeft hier ook mee
ingestemd. Uitvoering van de m.e.r. leidt waarschijnlijk tot vertraging
van één à twee jaar. De provincie overlegt met Leiden over een
oplossing. Ik hecht waarde aan een snelle oplevering, ook voor de
toekomstige bewoners van Valkenburg. Ik vind ook dat de regio een
zorgvuldige afweging moet maken over het tracé. Men valt er zomaar
over. De provincie zorgt in ieder geval voor afstemming tussen de
woningbouw in Valkenburg en de aanleg van de RijnlandRoute en de
RijnGouwelijn.

	Ben ik bereid om geld in te zetten van de RijnGouwelijn voor de
RijnlandRoute? Er was zo'n bedrag dat door de regio zelf ingezet mocht
worden. Ik denk dat de regio daar ook zelf in kan kiezen. Of het
mogelijk is om eventueel geld over te zetten naar de RijnlandRoute hangt
ook een beetje af van de variant die gerealiseerd gaat worden. Laat ik
echter in mijn gesprek proberen om het totaalplaatje zo goed mogelijk
vorm te geven.

	Ik ga verder met de ruimtereservering voor hoogwaardig openbaar vervoer
in Almere, Utrecht en Breda. Voor de A27 tussen Almere en knooppunt
Eemnes is geen procedure gesteld. Een eventuele HOV-verbinding op dat
stuk verwacht ik niet zo snel. Het ontwerp-tracébesluit voor de A27
tussen Eemnes en Utrecht bevat een ruimtereservering, die ook gebruikt
kan worden voor een ov-verbinding. Een spoorbaan naast de A27 wordt
hierdoor niet onmogelijk gemaakt. Voor eind 2010 wordt een studie naar
het niet onmogelijk maken van een spoorlijn A27 Utrecht-Breda afgerond.
Op basis daarvan wordt het besluit genomen of en, zo ja, hoe je in de
tweede fase m.e.r van de A27 hiermee rekening kan houden.

	Mevrouw Van Gent heeft mij gevraagd om de visie voor het regionaal ov,
zoals toegezegd door de voormalig staatssecretaris, te presenteren. Ik
heb begrepen dat laatstgenoemde er al een tijdje mee bezig geweest is.
Er zou dus al van alles hebben moeten liggen. Ik heb zelf ook gezegd dat
ik voor zo veel mogelijk decentralisatie, inclusief de bdu-gelden ben,
maar dat het mij wel goed lijkt om daarvoor je visie op het ov te geven,
zodat je weet of je het met elkaar eens bent op het moment dat je gaat
decentraliseren.

Ik zal het meenemen in de actualisatie van de nota Ruimte en Mobiliteit.
Bij de begrotingsbehandeling heeft de heer Aptroot naar het lightrailnet
voor de Randstad gevraagd. Welnu, dat soort dingen komt daar dan ook in
terug.

	De heer Bashir heeft gevraagd wat ik vind van het verlengen van de
Noord/Zuidlijn naar Amstelveen. Amstelveen en de stadsregio Amsterdam
zijn inderdaad bezig met een verkenning om de Noord/Zuidlijn te laten
doorrijden. De reizigers daarvan zijn voor een derde afkomstig van de
Amstelveenlijn. Een goede aansluiting en het verhogen van de snelheid
achten de gemeente Amstelveen en de stadsregio's daarom van belang. Ik
heb nog geen besluit genomen over een bijdrage, omdat ik daarbij in
totaliteit wil kijken wat de verschillende projecten zijn en waar ik het
meeste waarde aan hecht. Ik kom daarop dus ook terug nadat ik de
verkenning met de regio heb gehad in het kader van de actualisatie van
de nota Ruimte en Mobiliteit, zodat ik een en ander in brede zin kan
afwegen.

	De heer Verhoeven vroeg naar mijn mening over de HOV-plannen van
Nijmegen. Met het actieprogramma Regionaal ov heb ik een bijdrage van
ruim 7 mln. verleend aan de Rijn-Waalsprinter als onderdeel van dit
netwerk. Deze is al grotendeels opgeleverd. De stadsregio werkt nu aan
een actualisering van de verstedelijkingsvisie. Die is in het voorjaar
gereed en daarna kunnen we de consequenties bezien van de ruimtelijke
ontwikkeling voor de mobiliteit en de eventuele noodzakelijke
maatregelen. Dan weet je ook welke plannen je daarbij nodig hebt. Dus
daar kom ik met de regio over te spreken.

	Verder is gevraagd naar een toelichting op de MIRT-uitkomsten voor ov
op Zuid-Rotterdam. Er is gezegd dat het metronet nu al zwaar belast is.
De probleemverkenning inzake ov op Zuid is net afgerond. Er is integraal
gekeken naar de problematiek, dus economie, werkgelegenheid, huisvesting
en bereikbaarheid. Er zijn verschillende maatregelenpakketten
onderzocht, van het opwaarderen van het bestaande netwerk tot de aanleg
van nieuwe verbindingen. In 2011 wordt het besluit voorbereid over het
uiteindelijke pakket maatregelen waarbij belangrijke voorwaarde is dat
Rijk, regio en gemeente zicht hebben op de financiering. Daarnaast is in
het voorjaar 2010 een kortetermijnpakket met quick-winmaatregelen
afgesproken ten bedrage 35 mln., gericht op de acute knelpunten.

	Dan ben ik hiermee gekomen aan het eind van mijn beantwoording over het
regionaal ov.

De heer Verhoeven (D66): Ik heb dan nog een vraag over het HOV Nijmegen.
De minister zegt dat zij nog met de regio moet overleggen, dat er
bepaalde reserveringen zijn gedaan en dat zij er nog nader op terug zal
komen. Op zichzelf zou dat een heel acceptabel en aanvaardbaar antwoord
geweest zijn. Maar dan wil ik nog even terug naar de motie van de heer
De Rouwe. Daarin staan veertien vergelijkbare projecten die, als de
motie wordt aangenomen, zomaar, bam, in het MIRT terechtkomen. Dit
terwijl ik hier nu vraag om het HOV Nijmegen in het MIRT op te nemen,
waarop ik dan vervolgens toch een wat omslachtiger antwoord krijg, hoe
begrijpelijk ook. Ik wil nu dan toch wel even weten hoe dit alles zich
tot elkaar verhoudt. Ik zou graag het HOV Nijmegen opgenomen zien worden
in het MIRT. Ik hoor mevrouw Van Gent mij nu toefluisteren dat ik
daarover een motie kan indienen. Welnu, dat had ik zelf ook wel kunnen
bedenken, maar toch bedankt voor de tip, mevrouw Van Gent. Ik hoor graag
van de minister hoe zij met dit soort dingen wil omgaan. Anders heb ik
toch een beetje het gevoel dat in het ene geval overleg met de regio
nodig is, terwijl het bij eerdergenoemde veertien projecten meer gaat in
de zin van: bam, boodschappen doen, gelijk in je karretje en wegrijden
maar.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Zoals ik de vraag had
staan -- kennelijk heb ik die dan verkeerd begrepen -- was dat u mijn
mening vroeg over de HOV-plannen. Ik had nog niet begrepen dat u ook het
verzoek had dat ik ze in het MIRT-projectenboek zou opnemen. In wezen
heb ik hetzelfde al geantwoord ten aanzien van de veertien regionale
projecten. Ik vind dat je het MIRT-spelregelkader moet volgen. Dat
betekent dat je met de regio in overleg gaat om na te gaan wat haar
prioriteitenstelling is en wie welk deel waarvan betaalt. Dat is wel
heel erg belangrijk. Het andere kan natuurlijk ook, hoor. Dan zeg ik:
jongens, er is tot eind 2020 zoveel geld beschikbaar, veel plezier
ermee; dan kan ik gewoon als minister in een ander kamertje gaan zitten.
Zoals ik al heb aangegeven, lijkt mij dat echter niet de bedoeling, ook
niet richting de regio's. Dus ik geef u hetzelfde antwoord als ik aan de
indieners van de motie heb gegeven. De stadsregio zelf is bezig met een
actualisatie van de verstedelijkingsvisie. Volgens mij moet je op basis
daarvan bekijken of het al dan niet tot de prioriteiten behoort in die
regio, rekening houdend met de budgetten. Dus daar heeft de regio zelf
ook wel een rol in.

	Dan kom ik nu te spreken over de vaarwegen. Daarna heb ik nog een
nabrander, want ik heb iets niet goed gezegd, naar ik heb begrepen.

	Gevraagd is of de financiering van de zeesluis IJmuiden nu echt rond
is. Door mijn voorganger is een convenant met de regio gesloten waarin
ook dat zicht op de financiering is vastgelegd. Dat spreekt van een
bijdrage van het Rijk en een bijdrage van de regio. Wij hebben daar
541,5 mln. voor geprogrammeerd vanaf 2025. De regio betaalt voor de
snellere aanleg en een grotere sluis. De planstudie zal uiteindelijk
moeten uitwijzen welke exacte sluisvariant bij het taakstellend budget
van de 800,5 mln. hoort. Er zit ook een TEN-subsidie in van 80 mln. die
nog moet worden gerealiseerd. Op basis van de plannen die wij nu hebben,
is de dekking er. Als tijdens de uitwerking blijkt dat er nog van alles
en nog wat anders is -- die risico's heb je altijd bij infrastructuur --
dan moeten wij dat op dat moment met elkaar zien op te lossen.

	De heer Huizing heeft gevraagd of het gebrek aan baggerdepots niet tot
problemen leidt bij het project Lichteren IJmuiden. Er is afgesproken
rond de Averijhaven dat de specie kan worden afgevoerd naar de slufter
en dat de Averijhaven kan gaan functioneren als haven voor Lichteren.
Dus voor zover mijn informatie luidt, kan dat gewoon doorgaan.

	De heren Huizing en De Rouwe hebben gevraagd naar de sluis Delfzijl.
Zoals bekend, zijn de provincies Groningen en Friesland verantwoordelijk
voor de opwaardering van de vaarweg Lemmer-Delfzijl. De hele vaarweg
wordt in de periode tot 2020 opgewaardeerd. Uiteraard kijk ik altijd
naar de hele corridor als ik iets opwaardeer. De goederenstromen op deze
vaarwegen lopen vooral tussen de Randstad en de provincies. Er is dus
geen kans op grote goederenstromen die door de sluis bij Delfzijl
moeten, in ieder geval niet voor 2020. De provincie Groningen
ondersteunt dit en heeft ook op basis van eigen onderzoek laten weten
dat vergroting van de sluis vanwege de negatieve KBA voor 2020 niet
realistisch is. Ik concentreer mij dus tot 2020 op de rest van de reeds
vastgestelde knelpunten die in het MIRT zijn genoemd. Ik doe dat in nauw
overleg met de provincie.

	Dan de afkoop van de Fries-Groningse kanalen. De hoofdvaarweg en de
zijkanalen zijn in eigendom van de provincies. In mijn recente brief
heeft men kunnen lezen dat de kern van de discussie nu juist is dat de
hoofdvaarweg de verantwoordelijkheid van het Rijk zou moeten zijn en dat
de zijtakken de verantwoordelijkheid van de regio zouden moeten zijn.
Dit is nu zo'n project dat ik nog ken uit mijn tijd dat ik hier een
aantal jaren geleden zat. Dus er zijn al meer van die historieprojecten.
Ik heb mij er dan ook over verbaasd dat dit er nog steeds ligt. De reden
waarom het er nog ligt, is dat mijn voorganger een goede financiële
geste heeft gedaan richting de provincies maar dat zij er zelf nog niet
tevreden over zijn. Ik wil in ieder geval in het bestuurlijk overleg met
de regio afspraken maken over de verantwoordelijkheden voor zowel de
hoofdvaarweg als de zijtakken. Het lijkt mij toch logisch dat de
verantwoordelijkheid voor de hoofdvaarweg bij het Rijk ligt en die voor
de zijtakken bij hen, en niet alleen de financiering zoals nu het geval
is. Ik heb deze discussie op gang geholpen door een bijdrage toe te
zeggen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud aan het
Winschoterdiep, althans dat heeft mijn voorganger gedaan. Ik verwacht nu
eigenlijk van de regio ook een stap om de discussie over de rest van het
pakket af te kunnen ronden.

	Verder is gevraagd waarom er niet meer geld naar de binnenvaart gaat en
wat ik ga doen aan ijsbestrijding.

Het kabinet heeft ervoor gekozen om die extra 500 mln. conform het
regeerakkoord te investeren in spoor en weg. Ik heb op meerdere momenten
al aangegeven dat er wel degelijk geïnvesteerd wordt in vaarwegen,
namelijk via het wegwerken van achterstallig onderhoud in 2016. Er wordt
ook flink geïnvesteerd in het wegwerken van aanlegknelpunten in het
MIRT. In de toekomst zal over de overige MIRT-gelden altijd een afweging
plaatsvinden tussen investering in de verschillende modaliteiten,
afhankelijk van waar de grootste noden zijn.

Over de ijsbestrijding heb ik u bij de begrotingsbehandeling gemeld dat
ik ijs zal breken op de hoofdvaarwegen en dat ook zal doen op de
Randmeren tussen Amsterdam en Harderwijk vanwege het economisch belang
en de vervoersgroei op die corridors.

	Er is mij gevraagd of ik informatie wilde geven over de inloop van de
onderhoudsachterstanden en het plan voor de achterlandverbindingen. Ik
ben bezig met het wegwerken van achterstallig onderhoud en ik heb dit in
2016 weggewerkt. Op basis van de lopende onderzoeken zal ik dan bezien
wat er nodig is voor de periode daarna. Onderhoud is immers nooit klaar
en er doen zich altijd nieuwe vraagstukken voor. Misschien heeft u mij
al eerder in breder verband horen zeggen dat ik vind dat achterstallig
onderhoud ministeriebreed een keer moet worden aangepakt. Daar worden
ministers nooit erg populair van, want wat je in onderhoud stopt, kun je
niet stoppen in nieuwe projecten. Tegelijkertijd moeten we niet straks
tot stilstand komen omdat er dingen echt kapot zijn.

Ik heb bij de begrotingsbehandeling al gezegd dat ik op basis van de
lopende NMCA-rapporten met de sector in gesprek ga over de vraag in
hoeverre er nog aanvullende analyses nodig zijn rond de
achterlandverbindingen.

	Kunnen de procedures voor het weghalen van ondiepe vaarwegen niet
sneller, bijvoorbeeld bij de Maas? De Waterwet leidt ertoe dat er bij
het op diepte brengen van de vaarwegen voor de scheepvaart volstaan kan
worden met een meldingsplicht in plaats van met een
onderhoudsvergunning. Bij sterke verontreiniging van de bodem is er tot
juli 2011 nog wel een watervergunning nodig voor het lozen van slib.
Vanaf medio juli 2011 wordt ook dat veranderd in een meldingsplicht.
Kortom, de Waterwet biedt veel mogelijkheden om een en ander te
versnellen; ik zal dat in de toekomst zeker gaan benutten.

	Dan heb ik nog de vraag welke overnachtingshavens er worden gepland.
Zoals ik heb aangegeven, lopen er onderzoeken naar de
overnachtingshavens bij de Waal, Merwede en de IJssel. Ook lopen er
studies naar ligplaatsen op de vaarweg Amsterdam-Lemmer-Delfzijl, de
Rijn-Scheldeverbinding en het Amsterdam Rijnkanaal. De voortgang daarvan
zal langs de gebruikelijke weg van het MIRT lopen.

	Dit onderdeel is daarmee afgelopen en heb ik nog één nabrander.

De voorzitter: Zullen wij eerst even dit rondje vaarwegen afmaken?

**

De heer De Rouwe (CDA): Ik ben uiteraard erg benieuwd naar de nabrander,
dus ik zal mijn vraag kort houden. De minister heeft aangegeven dat zij
het overleg aangaat met de noordelijke provincies over de vaarwegen. Er
ligt nog een motie van mijn kant die in de Kamer breed is aangenomen.
Laat dit maar een administratieve opmerking zijn: die motie is met dit
antwoord nog niet helemaal uitgevoerd. De minister is op de goede weg,
maar ik acht de motie nog niet volledig uitgevoerd. Daarvoor is eerst
het overleg nodig.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik zal dat meenemen.

	Dan in de nabrander een correctie op wat ik heb gezegd over de
Gouweknoop. Ik gaf aan dat wij het provinciale plan daarover meenemen,
maar de regio heeft vorig jaar vastgesteld dat zij er zelf geen voorkeur
aan geeft omdat er dan minder ruimte is voor de glastuinbouw. Ik ga niet
tegen die voorkeur in.

De voorzitter: Daarmee zijn wij nu toe aan het einde van de
beantwoording door het kabinet. De vergadering wordt van 17.45 tot 18.35
uur geschorst.

**

De voorzitter: Ik heropen dit nota-overleg. Op verzoek van de Kamer
zouden we starten om 18.30 uur, maar ik zie dat juist de verzoekers er
nog niet zijn. We starten toch maar met de tweede termijn van de Kamer.
De leden hebben nog een aantal minuten spreektijd. Er mag beperkt worden
geïnterrumpeerd. Ik wil de vergadering strak leiden. De leden moeten er
rekening mee houden dat zij de moties binnen hun spreektijd moeten
voorlezen. Ik geef het woord aan de heer Aptroot.

De heer Aptroot (VVD): Voorzitter. Al die projecten, of het nu spoor,
water of weg is, zijn belangrijk, maar het allerbelangrijkste vindt de
VVD-fractie dat wij elkaar diep in de ogen hebben gekeken en goed hebben
gesproken over het MIRT en hoe we daar in de toekomst mee omgaan. Dat
hebben we al een beetje gedaan in het kennismakingsgesprek met de
bewindslieden van Infrastructuur en Milieu. Dat hebben we afgelopen week
ook gedaan. De VVD-fractie steunt de aangescherpte aanpak van de
minister, die zelfs zo ver wil gaan om jaarlijks een jaarschijf toe te
voegen en daarbij te besluiten wat prioriteit heeft, zodat er niet
steeds een vlucht naar voren in de tijd wordt gemaakt zoals de laatste
jaren het geval was. Wij hopen dat de minister die aanpak met nadere
voorstellen in het voorjaar kan doorzetten. Daarom zal de VVD-fractie
een zekere terughoudendheid betrachten bij het elke keer maar weer
gejaagd nemen van besluiten. Wij vinden dat je alles tegen elkaar moet
afwegen. Of het nu in de Randstad is of buiten de Randstad, of het nu
weg of spoor is, je zult elke keer moeten afwegen welk project
prioriteit verdient. Dit was ook deels een wens van de VVD-fractie. De
minister heeft dat scherp neergezet. Wij gaan daarin mee.

	Ik wil nog een enkel punt naar voren brengen en maar één motie
indienen, gezien de gewenste terughoudendheid. De parallelstructuur bij
de A12 bij Gouda is kort ter sprake geweest. Ik hoorde iets over
bepaalde dingen die wel en niet gewenst zijn in verband met het
kassengebied. De plannen van de provincie Zuid-Holland om een
parallelstructuur aan te leggen zijn geen oplossing van de problemen.
Daarmee worden juist problemen geschapen. Aan de noordzijde loopt het
richting Den Haag bij de gemeente Lansingerland vast. Aan de zuidzijde
zal door de parallelstructuur Gouda niet meer rechtstreeks toegankelijk
zijn. Wij vragen de minister om die plannen van de provincie om aan onze
Rijksweg te sleutelen, kritisch te bekijken en daarop te reageren. Wat
ons betreft gaat het in deze sfeer gewoon niet door.

	Met betrekking tot de ruimtereservering A27 begrijp ik dat, zoals
eerder afgesproken, rekening wordt gehouden met een hoogwaardige
openbaarvervoersverbinding. Ik wil de minister nog een ding meegeven,
waar ik recent op werd gewezen. Nu wordt erover gesproken om bij een
combinatie met een treinverbinding naast de snelweg ruimte te reserveren
voor de trein. Misschien is het veel gunstiger om die treinverbinding in
de middenberm van de snelweg aan te leggen, omdat er dan veel minder
kruisingen zijn door af- en opritten van de snelweg over het spoor,
aangezien het spoor maar een beperkt aantal aansluitingen heeft.
Desnoods kan ik de minister met een aantal deskundigen in contact
brengen, maar die zijn er ongetwijfeld bij Rijkswaterstaat ook. Ik
hoorde van de minister dat rekening gehouden wordt met het spoor naast
de snelweg. Het zou best eens kunnen dat aanleg in de middenberm
betekent dat het uiteindelijk een goedkoper project wordt. Er zijn al
voorbeelden van. Bijvoorbeeld bij Schiphol loopt de lightrailverbinding
via de middenberm in plaats van naast de snelweg. Dit wil ik de minister
meegeven.

	Wat de andere punten betreft hebben wij wat richting willen geven. De
minister heeft alle procedures toegelicht. Wij wachten het
voorjaarsoverleg af waarbij we echt een aantal knopen doorhakken. Voor
één project wil ik een uitzondering maken, omdat wij vinden dat
daarover nu echt snel een besluit moet worden genomen. Dat betreft de
Rijnlandroute. Daar dien ik de volgende motie over in.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Rijnlandroute noodzakelijk is voor de bereikbaarheid
van de regio Holland Rijnland;

overwegende dat de regio alleen de leefbaarheid kan verbeteren,
economisch kan groeien en woningbouw kan realiseren als de regio beter
bereikbaar is;

constaterende dat duidelijkheid voor de regio van groot belang is;

verzoekt de regering, zodra het rapport tweede fase m.e.r. is
gepubliceerd en de financiën in kaart zijn gebracht zo spoedig mogelijk
maar uiterlijk voor 1 mei 2011 een besluit te nemen over de definitieve
variant van de Rijnlandroute, die in ieder geval een volwaardige
verbinding moet zijn tussen de A4 en A44 bestaande uit 2 x 2 rijstroken;

verzoekt de regering, voorts om te bewerkstelligen dat er geen sprake is
van woningbouw op de locatie Valkenburg totdat er een besluit over de
Rijnlandroute is genomen, dus eerst bewegen, dan bouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Aptroot, De
Rouwe, Dijsselbloem, Slob en Verhoeven.

	Zij krijgt nr. 16 (32500-A).

**

De heer Aptroot (VVD): Dat was het wat mij betreft in tweede termijn.

De voorzitter: Prima, mooi binnen de tijd. Dan is nu het woord aan de
heer Huizing.

**

De heer Huizing (VVD): Voorzitter. Ik dank de minister voor het
beantwoorden van de vragen. Ik wil het nog hebben over de sluis in
Delfzijl. Ik heb gehoord wat de minister heeft gezegd. Het was ons
bekend dat de provincie die mening erop na houdt. Maar dat is nu precies
hetgeen waar zowel Groningen Seaports als het bedrijfsleven in die regio
zich over verbaast. Binnen mijn fractie willen wij daar nog eens naar
kijken en wij komen daar te zijner tijd bij de minister op terug.

De voorzitter: Dat gaat mooi snel. Dan geef ik het woord aan de heer
Bashir.

**

De heer Bashir (SP): Voorzitter. Ik heb met een plan aandacht gevraagd
voor de kwaliteit van het spoor, vooral van het regionale spoor. Ik heb
diverse voorstellen gedaan om het regionale spoor te verbeteren. De
minister is in haar eerste termijn onvoldoende ingegaan op mijn plan.
Zij heeft slechts een paar voorstellen eruit gehaald. Ik vind dat het
plan een serieuzere reactie verdient. Ik verzoek de minister daarom het
plan nog eens te bestuderen en daar uitgebreider op in te gaan. Wij
hebben er namelijk heel veel werk in gestoken.

	Dan het winterweer. Er moet snel een actieplan komen om het spoor
winterbestendig te maken. Daartoe dien ik de volgende motie in.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kwaliteit van het spoor onvoldoende is om de
verschillende weersomstandigheden goed aan te kunnen met in het
bijzonder de winterproblemen;

verzoekt de regering om een actieplan op te stellen voor het
weerbestendig maken van het spoor en dit uiterlijk februari 2011 aan de
Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 17 (32500-A).

**

De heer Bashir (SP): Ook heb ik het gehad over het spoor
Apeldoorn-Arnhem, waarbij door het instellen van de Emperbocht een
verbetering van de reistijd te behalen is van een half uur. Ik vind dat
we hiervan met een geringe investering werk kunnen maken, te meer omdat
Provinciale Staten van Gelderland zich unaniem uitgesproken heeft voor
deze Emperbocht. Daarom dien ik de volgende motie in.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een spoorverbinding bij Empe kan zorgen voor een
rechtstreekse treinverbinding tussen Apeldoorn en Arnhem;

overwegende dat de Provinciale Staten van Gelderland zich unaniem voor
deze Emperbocht heeft uitgesproken en uit onderzoek blijkt dat tegen
relatief geringe kosten er veel maatschappelijke winst te behalen valt;

verzoekt de regering om een verkenning te starten naar de Emperbocht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 18 (32500-A).

**

De heer Bashir (SP): De regering heeft aangekondigd het voorstel van de
heer De Mos naar de A3 te onderzoeken. Dat leidt tot een nieuwe
situatie, waarbij wij ons moeten afvragen of de A4 dan nog steeds nodig
is. Wat mij betreft moeten we de aanleg van de A4 Midden-Delfland tot
die tijd uitstellen. Daartoe dien ik de volgende motie in.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van Infrastructuur en Milieu een nieuwe
snelwegverbinding tussen Amsterdam en Rotterdam gaat onderzoeken;

overwegende dat er reeds een aanlegbesluit genomen is voor de A4
Midden-Delfland die tussen dezelfde steden ligt;

verzoekt de regering om niet over te gaan tot de aanleg van de A4
Midden-Delfland zolang de A3 tussen Amsterdam en Rotterdam in onderzoek
is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 19 (32500-A).

**

De heer Bashir (SP): Dan kom ik bij Utrecht. Ik heb gesproken over de
problemen voor de omwonenden en over de doorstroming. Als je overgaat
tot het aanleggen van zo veel extra rijbanen, moet je er ook voor zorgen
dat je de omwonenden en de betrokkenen niet in de steek laat. Daarom
dien ik de volgende motie in.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de plannen van de regering voor de ring van Utrecht
zullen

leiden tot veel overlast in de omgeving en tot files op de op- en
afritten;

verzoekt de regering, bij de uitwerking van de plannen voor de ring bij

Utrecht geen verslechtering van de doorstroming in Utrecht te accepteren
en compenserende maatregelen te nemen om extra overlast voor omwonenden
te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 20 (32500-A).

**

De heer Bashir (SP): De wet van oud-minister Netelenbos kent twee
mogelijkheden. Je kunt nieuwe snelwegen en een nieuwe infrastructuur
aanleggen en overgaan tot tolheffing, maar je kunt ook, naast de
bestaande infrastructuur, nieuwe rijbanen aanleggen en dan de elite de
mogelijkheid geven om lekker door te crossen, terwijl de hardwerkende
man en vrouw gewoon in de file blijven staan. De minister heeft de
laatste mogelijkheid min of meer uitgesloten, maar ik wil voor de
zekerheid, om geen enkele onduidelijkheid te laten bestaan, toch de
volgende motie indienen.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Wet bereikbaarheid en mobiliteit zowel tolwegen
toelaat langs bestaande infrastructuur als bij geheel nieuwe wegen;

van mening dat betaald doorrijden langs files leidt tot eliterijbanen;

verzoekt de regering, geen tolwegen en tolrijbanen langs bestaande
infrastructuur aan te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 21 (32500-A).

**

De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. Ik dank de minister voor haar
beantwoording en toelichting op een aantal punten. Ik heb mijn inbreng
bekeken en hier en daar afgevinkt wat nog open stond. Ik kom echter tot
de conclusie dat alles goed beantwoord is. Er staat nog een vraagteken
bij Didam, maar de minister heeft gezegd dat het signaal helder is en
dat men los kan. Dat is goed.

	Er is veel te doen geweest om het punt dat mijn fractie vorige week
duidelijk heeft gemaakt, namelijk dat wij de gedachte van de minister
steunen om in te zetten op de economische gebieden in Nederland. Voor
mijn fractie was en is van belang dat dit op zich goed is, maar dat het
niet heel Nederland betreft. Wij hebben namelijk een grote regio in dit
land waar veel mensen wonen, waar veel geld wordt verdiend en waar ook
zaken als leefbaarheid, veiligheid en economische ontwikkeling de ruimte
moeten krijgen. Wij hebben voorstellen gedaan om ook in het verlengde
MIRT wel degelijk in de regio te blijven investeren.

	Omdat er vanuit verschillende oppositiepartijen veel kritiek was op de
vrij stevige motie, heb ik aan het begin van het debat gezegd dat ik de
motie niet intrek, maar dat ik wel opensta voor reacties, zowel van
kabinetszijde als van de Kamer. Vergeleken met het debat dat wij vorige
week hebben gevoerd, geeft de inbreng nu meer ruimte voor nuance. Het is
duidelijker waar de pijn van de minister zit om in de uitvoering iets te
doen.

	Dat heeft mij tot het volgende gebracht. De ondertekenaars van de motie
blijven onverkort voor de projecten die zij hebben voorgesteld. Ik heb
de minister echter een aantal dingen horen zeggen die voor haar van
belang zijn, namelijk het regionaal overleg, het regionaal draagvlak en
de MIRT-regels. Ook is het tot op heden altijd gebruikelijk geweest dat
overheden eventueel meefinancieren, zeker als het geen volledig
rijksproject is. Met die signalen heb ik geen moeite. Wat mij betreft,
is dat mogelijk, los van het feit dat wij deze projecten als inzet
hebben en houden. Om die reden heb ik de Griffie geïnformeerd dat de
coalitiepartijen de motie op die drie punten hebben aangepast. Daarmee
komen zij tegemoet aan de bezwaren die er leefden.

Ik begrijp dat er een politieke discussie is over de vraag of er zoveel
geld naar de regio moet, maar dat is vooral een politieke discussie. Ik
heb aangegeven hoe wij daarin staan. Op het gebied van het proces is het
goed geweest dat het debat heeft plaatsgevonden. Het heeft de motie
evenwichtiger en beter gemaakt. Om die reden is er inmiddels een
gewijzigde motie rondgegaan. Voor de transparantie van het debat heb ik
de motie zojuist overhandigd aan de minister, zodat zij eventueel in
staat is om erop te reageren. Ik zou dat waarderen, omdat daarmee een
compleet debat ontstaat.

De voorzitter: De motie-De Rouwe c.s. (32500-XII, nr. 30) is in die zin
gewijzigd dat zij thans luidt:

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister in 2011 het MIRT gaat invullen voor de
periode 2020-2028;

overwegende dat in het regeerakkoord is opgenomen dat daarbij de
mainports, brainports en greenports prioriteit krijgen;

constaterende dat ondanks de inspanningen die in het huidige MIRT worden
gepleegd de nadere analyse van de regionale NMCA kan uitwijzen dat er
ook buiten deze gebieden mobiliteitsknelpunten zijn;

verzoekt de regering, in het kader van het verlengde MIRT in elk geval
over de volgende projecten conform de spelregels van het MIRT in overleg
te treden met de decentrale overheden, met als inzet en indien mogelijk
te komen tot opname in het MIRT projectenboek waarbij ook
medefinanciering van de regio of voorfinanciering aan de orde kan zijn,
en de Kamer hierover bij de actualisatie van het beleid te informeren:

- Spoorlijn Coevorden – Rheine geschikt maken voor personenvervoer,

- N48 Hoogeveen – Raalte uitbreiden tot robuuste 2x2 100 km/h weg,

- RegioRail fase 2 stad en regio Groningen,

- Ongelijkvloers maken N381 Drachten – Smilde,

- Vervanging bestaande brug in de A6 door aquaduct (Scharsterbrug),

- Goederenspoorlijn Vlissingen– Antwerpen (VeZa),

- N57/N59 op Schouwen-Duiveland-Hellegatsplein,

- Goederenspoor RoBel, gedeelte West-Brabant (Sloeboog, omleiding Bergen
op Zoom, omleiding Roosendaal),

- Aanpak N65 waaronder Vught, A2 Eindhoven – Weert, Aanpak A67,

- N35 Zwolle-Wierden,

- Aanpak verbreding A1 tot Duitse grens,

- Ontbrekende schakel A15,

- Opwaardering N50 Emmeloord – Hattemerbroek tot A50,

- N23 fase 2: kortsluiting Baai van Van Eesteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund. 

	Zij krijgt nr. ?? (32500-XII).

**

De heer Slob (ChristenUnie): Ik dank de heer De Rouwe voor het feit dat
het denken vandaag is voortgegaan en dat dit tot aanpassingen heeft
geleid. Hij heeft nog eens extra benadrukt dat er ook in de regio moet
worden geïnvesteerd, maar dat, als het om deze lijst gaat, het woord
"moeten" is vervangen door het woord "kunnen", ook al stond dat zo niet
letterlijk in de motie. De fracties die de motie ondertekend hebben,
willen bij voorkeur straks iets terugzien van de projecten op de lijst.
Heb ik de heer Rouwe zo goed begrepen?

De heer De Rouwe (CDA): Met deze gewijzigde motie hebben wij aangegeven
dat wij een en ander willen doen via de MIRT-regels. Stel dat een regio
een andere prioriteit heeft, dan staan wij open voor die onderbouwing.
Ik zeg er ook bij dat dit wel de projecten zijn die wij terug willen
zien. Het indienen van deze lijst geeft ons de mogelijkheid om de
komende jaren af te tellen wat gerealiseerd is.

	Ik wil er nog één ding aan toevoegen. Wat ons betreft, is het
nadrukkelijk mogelijk dat de regio's die hier genoemd worden, de ruimte
krijgen om voor te financieren, zodat zij eventueel al voor 2020 in
overleg met de minister zouden kunnen kijken of projecten eerder kunnen
worden aangelegd. Het is geen "moeten", want ook daarin wil ik de
minister de ruimte geven. Ik vraag wel of de minister met ons van mening
is dat die ruimte er zou moeten komen.

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. In de motie die vorige week in
de nacht werd ingediend, stond dat het deze projecten moesten en zouden
zijn. Ik begrijp dat die eis van tafel is. De indieners hebben wel een
duidelijke voorkeur. Dat mag, die hebben wij ook. Een aantal projecten
ondersteun ik van harte en ik hoop dat die de eindstreep gaan halen. Een
en ander moet nu echter gewoon het traject in, er moet een fatsoenlijke
afweging gemaakt kunnen worden en dan zien wij in het voorjaar welke
projecten kansrijk zijn met het oog op de toekomst en de schaarse
middelen die moeten worden verdeeld.

De heer De Rouwe (CDA): Ik zeg er wel bij dat dit het lijstje is dat de
coalitie neerlegt bij de minister. Het is geen vrijblijvend lijstje.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Voorzitter. Daar zit een dreiging in. De
heer De Rouwe zegt dat hij deze projecten terug wil zien. Dat maakt het
voor de regio's en voor de minister lastig om mee te werken. Wat nu als
er andere prioriteiten uit komen? Wat nu als de minister met andere
voorstellen wil komen? Heeft zij die politieke ruimte? De heer De Rouwe
zegt dat dit de projecten zijn die hij de komende jaren wil afstrepen.
Dat waren zijn letterlijke woorden. Daar zit een dreiging in. Als hij
die dreiging van tafel haalt, gaan wij een ordentelijk politiek proces
in.

De heer De Rouwe (CDA): Mijn inbreng moet in samenhang worden gezien met
mijn eerdere betoog. Ik heb daarvoor aangegeven dat, als de minister met
de regio tot de conclusie komt dat er een ander project zou moeten
komen, ik de minister niet boos naar huis zal sturen.

Dan sta ik gewoon open voor de motivatie daarvoor. Het is goed om dat
met elkaar te delen. De motie heeft een duidelijke opdracht, maar niet
een 100%-opdracht. Ik kom graag tegemoet aan de kritiek dat er geen
enkele ruimte is voor de minister of de regio's. Die ruimte willen wij
geboden hebben.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik probeer het te begrijpen. Wij hebben een
lijst gekregen van de minister die ik even "de groslijst" noem. Die ligt
straks op tafel bij de verschillende overleggen met de regio's. Zijn er
projecten in uw motie die niet op deze lijst staan? Mijn voorzichtige
aanname is dat ze allemaal op deze lijst staan, maar u al een keuze hebt
gemaakt. Dan is het de vraag of de minister en de regio's nog open
overleg hierover kunnen voeren.

De heer De Rouwe (CDA): Ik heb de lijst ook bekeken en de meeste
projecten die in de motie staan, staan daarop, maar niet alle. Dat is
even een eerlijk antwoord en dat mag u van mij verwachten. Het is
precies zoals ik heb aangegeven. Dit is onze lijst. De indieners van de
motie staan open voor een eventuele afwijking daarop door de minister en
de regio's. Ik wil daarvan hier wel een terugkoppeling in de vorm van
een debat hebben. Ik gooi de deur echter niet 100% dicht. Dat was denk
ik ook de moeite die de minister ermee had. Ik kom daaraan netjes
tegemoet omdat het niet een discussie moet worden van wij tegen zij. Wij
moeten de rijen sluiten zodat er aan de slag kan worden gegaan. Daarvoor
moet ruimte zijn.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Dan dank ik de collega omdat hij de bittere
pil nu zodanig heeft verzacht dat wij weer collegiaal verder kunnen. Het
ging mij niet zozeer om de problemen die de minister ermee had. Die
snapte ik ook; veel begrip en empathie. Het ging mij echter vooral om de
omgangsvormen in de Kamer, met zo'n motie vooraf. Maar goed, die bittere
pil is nu aanmerkelijk verzacht. Dank daarvoor.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Het is een goede zaak dat de
motie is aangepast. De indieners konden natuurlijk eigenlijk niet
anders. De minister heeft met zoveel woorden de oorspronkelijke motie
ontraden omdat die niet voldeed aan de MIRT-regels. Dat lijkt mij ook
verstandig, hoewel wij anders misschien een interessant politiek
conflict hadden gehad wat ik als lid van de oppositie ook best leuk
vind. De heer De Rouwe zegt dat hij de deur niet 100% wil dichtgooien en
alles via de MIRT-regels wil doen. Vervolgens zegt hij dat hij de
projecten wil terugzien. Kan dat betekenen dat hij ze terugziet in een
afwijzing?

De heer De Rouwe (CDA): Daar reken ik niet op. Ik heb aangegeven dat als
de regio's met de minister een andere keuze maken omdat er andere
inzichten zijn, ik niet tegen de minister zeg: u moet en zal die weg
daar precies zo aanleggen. Ik heb echter ook aangegeven dat het geen
vrijblijvend lijstje is, maar een lijst waarvoor wij ons inzetten en
waarvoor wij aandacht hebben.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Er zijn natuurlijk verschillende regio's
en uiteindelijk moet een finale afweging worden gemaakt. Mijn vraag
blijft dan ook: kan het terug willen zien van de projecten ook betekenen
dat de minister projecten in de motie afwijst ten gunste van andere
projecten? Er moeten immers keuzes worden gemaakt in het MIRT. Heeft de
minister die speelruimte?

De heer De Rouwe (CDA): Ik snap dat er best wel kritiek is omdat een
bedrag in het geding is van zo'n 4 mld. Dat is heel stevig. Sommigen
vinden dat te veel, maar dat is een politieke keuze. Dat neemt niet weg
dat het verlengde MIRT een veelvoud van het bedrag kent dat nog besteed
moet worden. Het is niet zo dat hiermee de complete invulling is
vastgelegd. Er ligt hiermee wel een substantieel voorstel. De minister
heeft wat mij betreft gewoon de ruimte om met de regio's om tafel te
gaan zitten. Als een project om wat voor reden dan ook dreigt niet te
kunnen worden uitgevoerd, dan zie ik de argumenten daarvoor graag hier
terug. Dat neemt allemaal niet weg dat de lijst in de motie niet
vrijblijvend is. Het is een lijst waarop wij inzetten. Wij verwachten
van de minister dat de aandacht hiernaar uitgaat. Wij erkennen daarbij
dat er meer te doen is in het land en dat er meer projecten zijn. Wij
staan daarvoor gewoon open.

De voorzitter: Ik geef mevrouw Van Gent geen gelegenheid tot een derde
interruptie.

**

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter, ik stel ook graag een vraag over
dit punt. Ik dank de heer De Rouwe voor het feit dat hij blijkbaar toch
heeft geluisterd naar alles wat er over deze motie gezegd is. In
hoeverre hij goed geluisterd heeft, moeten wij zien. Volgens mij zijn
wij nu van een regiomotie naar een ratiomotie gegaan, waardoor er meer
verstandigheid in gekomen is. Wat als blijkt dat een heleboel andere
projecten meer prioriteit krijgen? Hoe gaat de heer De Rouwe om met zijn
motie als hij ziet dat de minister andere proriteiten aan projecten
geeft? Is hij dan geneigd om sportief te zijn en een aantal projecten
van zijn lijst te halen? Ik wil nu toch wel eens weten wat de hardheid
van het lijstje is, los van de individuele projecten, in het grotere
geheel. Daarom gaat het vandaag natuurlijk.

De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. Die hardheid zit er juist in omdat
mijn fractie met de brief van 26 november het gevoel kreeg dat de
prioriteiten lagen bij de economische topgebieden in dit land. Mijn
fractie is echter van mening dat het en-en is, dus niet alleen het
investeren in de topgebieden; er is meer. Ik heb de minister ook goed
horen zeggen dat de MIRT-regels geen prioritering aangeven. Dat is
belangrijk omdat mijn fractie vreest dat vanwege het criterium economie
er niets overblijft in de regio's in dit land waar ontzettend veel
mensen wonen, werken en leven. Dat gaat ons gewoon te ver. Er is meer
dan alleen geld verdienen in dit land. Er is ook zoiets als welzijn,
mobiliteit, vrijheid en verkeersveiligheid. Met deze motie geven wij
nadrukkelijk aan dat wij in deze orde van grootte denken in relatie tot
de regio. Ik heb daarbij gezegd dat ik ervoor open sta als het een keer
niet lukt bij een project. De minister kan dan gewoon terugkomen bij
deze Kamer. Ik sta daar bestuurlijk in. Het is een regio-ratio-motie.

De heer Verhoeven (D66): Ik kan ervan op aan dat het geen potje
touwtrekken wordt door deze motie tussen bijvoorbeeld de Randstad en de
regio en er op een verstandige manier, per project, wordt gekeken.
Daarnaast wordt naar de grote prioriteiten in het hele land gekeken. Op
die manier wordt met de motie omgegaan?

De heer De Rouwe (CDA): Een van die grote prioriteiten voor mijn fractie
is de regio. Ik heb in het debat van de begroting gezegd dat het en-en
is, niet alleen de sterke economische gebieden. Als u spreekt over
prioriteiten, dan oordeelt u daarover wellicht anders dan ik. Misschien
zullen CDA en D66 dus wel een keer daarover touwtrekken, maar dat is
politiek, dat hoort erbij. Dan kun je van mening verschillen. Wij willen
iets substantieels doen voor de regio. Het is misschien iets te veel in
uw ogen, maar dat is gewoon een politieke keuze.

De voorzitter: Hebt u nog een vervolg of bent u aan het einde?

**

De heer Verhoeven (D66): Ik had alleen willen zeggen dat een potje
touwtrekken tussen CDA en D66 mij geen zorgen baart.

De voorzitter: Ik stelde mijn vraag aan de heer De Rouwe.

**

De heer De Rouwe (CDA): Ik spreek graag nog mijn dank uit voor de
reactie. Hier en daar verschillen wij politiek van mening maar ik
waardeer de opmerkingen die de heer Dijsselbloem en anderen hebben
gemaakt. Een en ander is goed voor de verstandhouding binnen deze
commissie.

De voorzitter: Het woord is aan de heer Verhoeven van de D66-fractie.

**

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Ik dank allereerst de collega's
voor het verloop van dit debat. Ik dank de minister voor de
beantwoording van de vragen. Ik ben blij dat de miljardenmotie, het
regionale verlanglijstje, dit debat niet in de war heeft gestuurd en wij
goed over de inhoud hebben kunnen spreken. Ik vind het prettig dat de
doel-middeldiscussie ook wat helderder is geworden; infrastructuur is
niet alleen een middel maar een doel om plekken met elkaar te verbinden
in het hele land. In die zin ben ik optimistisch gestemd over de komende
jaren en zullen wij dit debat nog vaak met elkaar voeren.

	Ik ben gelukkig met de toezegging van de minister op het punt van de
fileaanpak. Ik heb vorige week aangegeven in het debat over de begroting
dat wij de aanpak van het bestaande asfalt net zo belangrijk vinden als
het aanleggen van extra asfalt, maar daarover heeft de minister al een
aantal keren opbeurende woorden gesproken.

Over de inpassing kom ik zo nog even te spreken, want daarover hebben
wij als fractie wel zorgen.

	Verder ben ik erg blij met de opmerking over de spoorse doorsnijding.
Ik hoop echt dat de minister daar serieus naar gaat kijken, zoals zij
heeft gezegd, want een geel-blauwe muur maakt een stad of dorp niet
leefbaarder.

	Wat de fietsenstallingen betreft, is er in elk geval een toezegging dat
daar weer verder naar gekeken zal worden.

	Daarmee blijven voor mij eigenlijk maar twee zaken over waarvan ik vind
dat een motie toch wel een ondersteuning of een stimulans zou kunnen
zijn voor het beleid. Ze luiden als volgt:

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister van Verkeer en Waterstaat in juni 2010 (31
305 nr. 180) reeds zijn zorgen uitte over de binnenstedelijke
bereikbaarheid in Nijmegen;

overwegende dat de Stadsregio Arnhem Nijmegen nu het initiatief heeft
genomen om een plan voor regionaal Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) te
ontwikkelen;

verzoekt de regering, bij het volgende Bestuurlijk Overleg MIRT aandacht
te besteden aan het plan Hoogwaardig Openbaar Vervoer Nijmegen en in
lijn met de MIRT-spelregels de mogelijkheid te onderzoeken om dit
project voor een Verkenningsfase op te nemen in het MIRT-projectenboek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Verhoeven,
Dijsselbloem, Van Gent en Slob. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 22 (32500-A).

**

De heer Verhoeven (D66): En dan natuurlijk het nachtnet in de regio
Gelderland. Dat is voor ons een belangrijk punt, omdat dat nachtnet heel
Nederland 24 uur beter bereikbaar maakt.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat reizen met de trein van en naar Arnhem en Nijmegen in
de nacht onmogelijk is;

overwegende dat aansluiting op het NS-nachtnet de bereikbaarheid van
deze regio aanzienlijk zal verbeteren;

verzoekt de regering, een overleg tussen de provincie Gelderland, de
regio en de NS te bevorderen met als inzet het aansluiten van Arnhem en
Nijmegen op het NS-nachtnet op een vergelijkbare manier als nu
Noord-Brabant is aangesloten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Verhoeven,
Dijsselbloem, Van Gent en Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 23 (23500-A).

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Ik wil de minister natuurlijk
bedanken voor haar beantwoording. Ik moet ook zeggen dat ik het erg eens
was met het ontraden van de oorspronkelijke motie-De Rouwe c.s. Ik kan
het niet anders formuleren. De motie is nu aangepast. Ik heb nog wel een
vraag daarover aan de minister. Het zal nu via de MIRT-regels
plaatsvinden, maar de heer De Rouwe zegt dan wel dat hij die projecten
wil terugzien. Interpreteert de minister dat nu zo dat die projecten dan
ook van tafel kunnen of sommige daarvan? Betekent dat niet dat zij nu
een-op-een doorgaan? Ik vind dat toch wel belangrijk om te weten, want
wij moeten die adders onder het gras wegnemen, zodat wij echt een totale
afweging kunnen maken.

	De minister gaf op mijn vragen over de 80 km-snelheid op de A12 en de
A27 bij Utrecht aan dat dat niet zou kunnen volgens Europese eisen. Ik
heb dat nog eens nagevraagd, maar ik vind nergens een onderbouwing
daarvan. Misschien kan dit nog eens heel precies worden onderbouwd, want
ik heb toch echt andere informatie. Ik zal hierover zo een motie
indienen.

	Ook als het gaat om de leefbaarheid rondom Utrecht maken wij ons toch
zorgen. Dat geldt ook voor Amelisweerd, waarover ik ook een motie zal
indienen.

	Vervolgens heb ik nog een vraag over het fietsparkeren. De minister
geeft aan dat zij in april 2011 komt met het actieplan. Ik ben dan wel
benieuwd wat daarin komt te staan, want ik heb in mijn eerste termijn
ook aangegeven dat er helaas grote tekorten worden verwacht als het gaat
om dat fietsparkeren, dat er ook problemen zijn met budgetten en dat
Berenschot heeft berekend dat er bij de grote stations in 2020 tussen de
180.000 – in het middenscenario -- en 269.000 plekken nodig zijn. Dus
ook daar zal ik een motie over indienen, met nog de opmerking dat wij
eerder al een motie over het hoogfrequent spoorvervoer hebben ingediend,
die wij ook graag bij het MIRT in stemming willen brengen.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de verbreding van de A27 bij Utrecht de leefbaarheid in
de wijken langs de snelweg sterk onder druk zet;

constaterende dat in de eindevaluatie over de vier 80-kilometerzones die
in 2005 werden ingesteld, wordt geconcludeerd dat de lokale
luchtkwaliteit rond alle trajecten is verbeterd;

verzoekt de minister, in de tweede fase van de MER niet alleen te
onderzoeken wat de effecten van een snelheidslimiet van 80 kilometer op
de Noordelijke Ringweg Utrecht zijn, maar ook voor de te verbreden
tracés van de A27 en de A12,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gent. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 24 (32500-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de verbreding van de snelwegbak bij Amelisweerd grote
financiële risico's met zich meebrengt door de toepassing van niet
bewezen technieken;

overwegende dat met de verbreding verder geknabbeld wordt aan de randen
van natuurgebied Amelisweerd;

verzoekt de minister, in de tweede fase van de MER een variant in studie
te nemen waarbij de extra capaciteit op de A27 gezocht wordt binnen de
bestaande tunnelbak,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gent. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 25 (32500-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er na 2012 geen budget meer is voor de bouw van
stationsfietsenstallingen;

constaterende dat er volgens een inventarisatie van Berenschot in 2020
een tekort ontstaat van 180.000 tot 260.000 stallingsplekken op
stations;

verzoekt de minister, een ambitieus en financieel gedekt plan van aanpak
te presenteren dat voorziet in het wegwerken van de tekorten aan
stationsstallingscapaciteit in 2020, waarbij prioriteit wordt gegeven
aan de sleutelprojecten in de grote steden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gent,
Dijsselbloem, Verhoeven, Bashir en Slob.

	Zij krijgt nr. 26 (32500-A).

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): De motie die ik graag in stemming wil
brengen, is de motie op stuk nr. 32404, nr. 18.

De voorzitter: Die motie is al ingediend en hoeft dus niet meer te
worden voorgelezen.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Die motie gaat over de spoorverdubbeling
bij Almere.

De voorzitter: Dan was dit uw termijn, het woord is aan de heer Slob
voor zijn tweede termijn.

**

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Ik zet hem in zijn 130. Ik dank
de minister voor de gegeven antwoorden. Steun ook voor haar inzet om de
MIRT-besluitvorming transparanter te maken en om ook meer scherpte te
krijgen in de priotering. Na vandaag is dat weer bevestigd in het feit
dat wij daarvan echt werk moeten maken met elkaar.

	Er is één vraag blijven liggen over Schiedam Kethel. Ik hoop dat die
nu niet meetelt in de tijd. Kan de minister uitgaande van de afgesproken
frequenties in het programma hoogfrequent spoorvervoer in kaart brengen
welke maatregelen er mogelijk zijn voor de opening van het station
Schiedam Kethel, die substantieel goedkoper zijn dan de 100 mln. voor
integrale spoorverdubbeling tot Delft-Zuid, zoals door haar eerder
genoemd in een debat?

	Dan heb ik een paar moties, allereerst over de doorgaande verbinding
Enschede-Gronau. De minister zegt dat de regio hier niet om heeft
gevraagd en een andere oplossing heeft. Nee, de regio heeft hier niet om
gevraagd omdat er een reactie was gekomen vanuit het ministerie dat het
heel veel zou gaan kosten. Dat is echt te betwisten. Het gaat om een
meterspoor en ten aanzien van veiligheid moet er ook het een en ander
worden opgepakt. Laten wij nu een keer doorpakken. Het is ook een wens
van de Kamer om het grensoverschrijdend spoor te versterken. Vandaar de
volgende motie.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het emplacement van station Enschede in 2012 compleet
wordt vernieuwd inclusief de beveiliging;

verzoekt de regering, bij de geplande werkzaamheden het spoor
Hengelo-Enschede weer te koppelen aan het spoor Enschede-Gronau en
conform de motie Anker/Mastwijk (32351, nr. 8) hierbij de inbouw van
ERTMS mee te nemen zodat een doorgaande verbinding mogelijk wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Slob. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 27 (32500-A).

**

De heer Slob (ChristenUnie): Nu ik toch in Overijssel ben – ik zie de
gedeputeerde in de zaal zitten – heb ik ook nog de volgende motie.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor de N35 het traject Zwolle-Wythmen in uitvoering
is;

over het traject Wythmen-Nijverdal in voorjaar 2011 een besluit valt
over de start van de verkenning, en voor het traject Nijverdal-Wierden
een startbeslissing voor een verkenning wordt opgesteld;

constaterende dat de aangenomen motie-Cramer c.s. (31700-A, nr. 52)
vraagt om spoorverdubbeling en elektrificatie van het spoor
Zwolle-Wierden in een integraal MIRT-project met de verdere opwaardering
van de N35 op te nemen;

verzoekt de regering, in de MIRT-verkenningen N35 Wythmen-Nijverdal en
Nijverdal-Wierden de opwaardering van de spoorlijn conform de
motie-Cramer c.s. mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Slob en De Rouwe.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 28 (32500-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij station Bilthoven ongelijkvloerse spoorwegovergangen
worden gecreëerd en dat inhaalsporen bij dit station nodig zijn voor
een betrouwbaarder dienstregeling richting noord- en oost-Nederland,
frequentieverhoging richting Baarn en het doortrekken van de Valleilijn
naar Utrecht;

verzoekt de regering, de kosten voor de realisatie van inhaalsporen bij
station Bilthoven inzichtelijk te maken en bij de gebiedsontwikkeling de
viaducten zo uit te voeren dat ze voldoende breed zijn voor toekomstige
realisatie van deze inhaalsporen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Slob. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 29 (32500-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de aangenomen motie-Cramer (31801, nr. 8) de regering
oproept om het vereiste van een bedieningsgarantie van NS voor nieuwe
stations te schrappen;

constaterende dat station Berkel-Enschot voldoet aan het oude criterium
van 1000 nieuwe instappers;

verzoekt de regering, binnen drie maanden het definitieve besluit te
nemen over realisatie van station Berkel-Enschot,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Slob. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 30 (32500-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat kleine capaciteitsuitbreidingen op de Valleilijn een
kwartiersdienst mogelijk maken en deze lijn tevens geschikt maken als
omleidingsroute bij calamiteiten op het knooppunt Utrecht;

verzoekt de regering, in samenwerking met de provincie Gelderland een
quickscan te maken van maatregelen die leiden tot een kosteneffectieve
capaciteitsuitbreiding van de Valleilijn en de Kamer hierover voor 1
juli 2011 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Slob en
Dijsselbloem. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.

	Zij krijgt nr. 31 (32500-A).

**

De heer De Jong (PVV): Voorzitter. Ik dank de minister hartelijk voor
haar beantwoording. In eerste termijn is wel gebleken dat er grote
onduidelijkheid bestaat over de prioriteiten van de minister als het
gaat om het aanwijzen van de MIRT-projecten. In dat kader heeft de
minister vrijdag per brief dan ook toegezegd dat voor de periode
2021-2028 de projecten van een prioriteitsstelling zullen worden
voorzien. Echter, wij zouden dit graag terugzien in het MIRT
Projectenboek 2021 voor de gehele periode. Het heeft ook te maken met de
eventuele financiële tekortkoming. Laten we wel wezen, het is bijna een
traditie dat de budgetten voor infrastructurele trajecten ruimschoots
overschreden worden, waardoor MIRT-projecten vaak uitlopen. Dat willen
wij voorkomen door een prioritering aan te brengen, zodat een
weloverwogen keuze gemaakt kan worden tussen de projecten die voorrang
genieten. Daarom komen wij met de volgende motie.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er mogelijk geen dekking wordt gevonden voor
MIRT-projecten binnen de gestelde termijn, vanwege onvoorziene
financiële tegenvallers, waardoor belangrijke projecten onbedoeld
vertraging oplopen;

constaterende dat de minister bereid is om voor nieuwe MIRT-projecten op
de lange termijn een prioriteitsstelling in te voeren;

overwegende dat een dergelijke prioriteitsstelling ook nodig is

voor alle huidige MIRT-projecten teneinde onnodige vertraging

wegens financiële tekorten van prioritaire projecten te voorkomen;

verzoekt de regering, in het MIRT Projectenboek 2012 een

prioriteitsstelling te verbinden aan de verschillende projecten om

zodoende de macro-economische belangen per project inzichtelijk

te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid De Jong. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 32 (32500-A).

**

De heer De Jong (PVV): Dat is exact de reden om in de eerste termijn
onze flessenhals top 10 ten gehore te brengen. Het was een voorzetje
voor de minister om aan te geven waar volgens ons de grootste knelpunten
zouden kunnen liggen. Wij zijn ook de beroerdste niet en willen de
minister niet limiteren in haar keuzes. Wij willen dus de keuze aan de
minister laten. Echter, met de volgende motie willen wij haar er wel toe
bewegen dat zij bij het opstellen van het MIRT Projectenboek 2012 in
haar prioritering een flessenhals top 10 opstelt die staat voor de
grootste knelpunten in ons land, waarvoor de afhandeling echt absolute
prioriteit verdient. Zie het als een aanscherping, een verduidelijking
van de file top 50. Vandaar dat wij komen met de volgende motie.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de huidige aanpak van fileknelpunten op ons

hoofdwegennet klaarblijkelijk niet afdoende is, gezien de

filerecords van vorige week;

constaterende dat in het regeerakkoord staat dat de ontsluiting

van brain-, main- en greenports prioriteit heeft en dat het verlengde

MIRT daar ruimte voor biedt;

overwegende dat de projecten in de flessenhals top 10 een oplossing
bieden voor de ontsluiting van onze brain-, main- en greenports voor de
korte termijn en de middellange termijn en daarom de absolute prioriteit
verdienen bij de uitvoering van projecten uit het MIRT Projectenboek
2012;

verzoekt de regering, een flessenhals top 10 op te stellen en deze als
absolute prioriteit op te nemen in het MIRT Projectenboek 2012,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid De Jong. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 33 (32500-A).

**

De heer Dijsselbloem (PvdA): In de motie wordt melding gemaakt van een
flessenhals top 10, maar de PVV-fractie heeft naar mijn oordeel een
onbetaalbare en verkeerd geprioriteerde flessenhals top 10
gepresenteerd. Is het een open opdracht aan de minister, of is het
verzoek om de PVV-flessenhals top 10 in het volgende boekwerk te laten
neerdalen?

De heer De Jong (PVV): Ook in eerste termijn heb ik aangegeven dat wij
met de flessenhals top 10 een aantal projecten hebben opgenoemd. Dat was
een aanzetje. Dat diende om een aantal voorbeelden te geven. Daarbij
hebben wij ook aangegeven dat wij de minister daarbij zelf de ruimte
geven. Wij hebben gevraagd om een flessenhals top 10 op te nemen.

De heer Verhoeven (D66): We hebben nu de file top 50, de regio top 14
van het CDA c.s. en we hebben nu de flessenhals top 10 die al dan niet
door de PVV is opgesteld en die zojuist in een motie is voorgelegd.
Blijkbaar heeft de PVV heel veel behoefte aan het aanpakken van files.
Dat is hartstikke goed, maar is zij niet bang dat er met al deze
lijstjes en claims een soort "valse beloften top 10" gaat ontstaan? We
kunnen allemaal een lijstje indienen, maar hoe gaan we er daarmee voor
zorgen dat het fileprobleem wordt opgelost?

De heer De Jong (PVV): Ik had deze grap al een uur geleden op Twitter
gelezen, dus ik ben blij dat die nog een keer gemaakt wordt. Wij zijn
absoluut niet voornemens om met de flessenhals top 10 een voorstel te
doen dat in feite nergens op slaat. Wat we doen, is de minister vragen
om zelf met een flessenhals top 10 te komen en deze toe te voegen aan
het MIRT. Dat was mijn verzoek.

De heer Bashir (SP): Vroeger trokken de SP en de PVV samen op tegen de
kilometerheffing. Dat gaat helaas niet meer door nu de PVV in de
regering zit en opeens voor de tolheffing is. Daarover heb ik het al
uitgebreid gehad met de woordvoerder van de PVV-fractie. Ik plaats nog
wel vraagtekens bij de inpassing van de wegen. Begrijp ik het goed dat
de PVV-fractie daar helemaal niets van vindt? Wat kunnen de mensen in
bijvoorbeeld Lunetten en Voordorp van de PVV-fractie verwachten? Welke
maatregelen gaat zij voor die personen nemen?

De heer De Jong (PVV): Wederom vertelt de heer Bashir de halve waarheid.
De PVV is er an sich geen voorstander van om de mensen op alle snelwegen
in Nederland te laten betalen. Wij hebben een aantal wegen aangewezen
waarvan wij denken dat die in combinatie met de markt en de overheid
gefinancierd zouden kunnen worden. Daarbij zouden we pps kunnen
gebruiken.

	Wij hebben de mensen in Utrecht ook gehoord. Ik ben in Gouda geboren en
opgegroeid, dus ik ken ook het Groene Hart. Ik heb lange tijd in Utrecht
gewoond, dus het gaat mij ook aan wat die mensen daarvan vinden. Wij
hebben dus gezegd dat je ten aanzien van die zevenbaansweg moet nagaan
wat de omwonenden daarvan vinden. Wij hebben de Kracht van Utrecht
indertijd naar mijn idee gesteund. Wij moeten dus nagaan hoe een en
ander werkt en wat de mensen ervan vinden. Daar houden wij rekening mee.
Dat is wat ik zeg. Dat hebben we ook in voorgaande debatten naar voren
gebracht.

De heer Bashir (SP): Die mensen in Lunetten en Voordorp hebben de
laatste tijd duidelijk aangegeven wat zij ervan vinden. Nu hoor ik de
PVV alleen maar zeggen dat die mensen gehoord worden. Het is natuurlijk
altijd positief als iemand gehoord wordt, maar daar moet dan ook iets
concreets tegenover staan. Wat kunnen die mensen concreet van de
PVV-fractie verwachten?

De heer De Jong (PVV): Concreet kan ik zeggen dat wij naar de geluiden
van de mensen in Utrecht die zich zorgen maken, luisteren en dat wij
zullen meenemen wat ze naar voren brengen. Ik snap de houding van de
heer Bashir. Hij zou dan ook juist heel blij moeten zijn dat wij ons met
die mensen in Utrecht bezighouden. Dat geldt overigens niet alleen voor
de mensen in Utrecht maar voor alle mensen in het land. Daar houden wij
ons mee bezig.

De voorzitter: Dan is nu het woord aan de laatste spreker in deze rij,
de heer Dijsselbloem. Hij heeft nog heel veel minuten spreektijd, maar
die hoeven niet allemaal opgebruikt te worden.

**

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik zal kijken.

	Voorzitter. Hartelijk dank dat ik het woord mocht voeren in uw
commissie als gast vandaag. Dank aan de minister voor de beantwoording.
Hoewel het een prettig debat was, was het ook onbevredigend, in de zin
dat wij nog niet echt de politieke confrontatie konden hebben, omdat de
minister op heel veel terreinen nog aan het verkennen is wat de
financiële ruimte is, waar de knelpunten zitten, waar de regio's hun
prioriteiten leggen en waar zij uiteindelijk zelf haar keuze maakt. Dat
maakt dat het echte kiezen volgend jaar plaats zal vinden. Hoewel er al
veel moties zijn ingediend, zal ik er nog een paar aan toevoegen. Dus
geen zorgen op dat punt.

	Nog een opmerking over het debat als geheel en die betreft de
tolheffing. Het is duidelijk dat de VVD na een volledige afwijzing van
beprijzing inmiddels de sluizen open heeft gezet voor tolheffing. De PVV
zegt zonder het woord “tolheffing” in de mond te nemen, het te
willen doen middels pps en marktpartijen. Maar ik heb nog niet het
antwoord gehoord op de vraag wie het rendement voor de marktpartijen
gaat leveren. De minister zegt: ik financier wat ik kan financieren maar
als er marktpartijen zijn die meer willen of andere dingen willen
aanleggen, dan kan dat met tolheffing. Dat alles leidt tot een erg
chaotisch beeld, waarbij niemand meer weet waar de ratio zit wat betreft
de vraag wanneer tolheffing wordt ingezet en wanneer niet. Welke keuze
kan de automobilist straks nog maken wanneer men op willekeurige plekken
tol gaat heffen en ofwel de VVD haar balletje opwerpt ofwel de minister
de ruimte geeft aan private partijen?

De heer Aptroot (VVD): Ik hoor van de heer Dijsselbloem dat de VVD de
sluizen open zou zetten voor tolheffing. Vorig jaar hebben wij met het
CDA het voorstel gedaan voor de tweede westelijke oeververbinding. Dat
is overigens gesteund door de PvdA. Dus ik weet niet wie nu de sluizen
heeft opengezet. Wij hebben daarnaast nog één voorstel gedaan, en dat
betreft de IJmeerbrug omdat die er anders voor 2028, 2030 niet komt. Wat
verstaat de heer Dijsselbloem dan onder de sluizen openzetten als hij
50% van onze twee voorstellen meteen al heeft gesteund?

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik zal het u nog mooier vertellen: wij zijn
ook helemaal niet tegen beprijzing, ook niet op trajecten. In het
verleden ben ik nog woordvoerder geweest over de Westerschuldetunnel,
een buitengewoon succesvol project. Mijn punt is evenwel het volgende.
De optelsom van wat u bepleit op een aantal trajecten, van wat de PVV in
haar peperdure wensenlijst hier op tafel gooit en erbij zegt dat het
allemaal niets kost en van wat de minister zegt dat daar waar private
partijen in aanvulling op het MIRT projecten willen ontwikkelen en tol
mogen gaan heffen, begint mij te verontrusten. Dan hebben wij straks op
allerlei willekeurige plekken tolheffing in Nederland. Dan daag ik de
VVD uit; wees dan een vent en laten wij dan over het gehele Nederlandse
wegennet op een zorgvuldige en eerlijke manier overgaan tot
kilometerbeprijzing. Ik zie de voorzitter nu zelfs nee schudden.

De voorzitter: Nee, maar wij gaan niet onder elkaar een debat overdoen.

**

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik heb zoveel spreektijd, dus ik dacht: ik
ga het hieraan besteden.

	Vervolgens kom ik bij een aantal inhoudelijke zaken en moties. De
discussie over de inpassing van de Ring Utrecht is een bredere. De
minister heeft gezegd -- en zo staat het ook in het regeerakkoord -- :
alles wat bovenwettelijk is, doe ik niet. Ik zou haar willen vragen om
die te starre lijn niet tot in het oneindige door te voeren. Het
principe "jeder Konsequenz führt zum Teufel" gaat hierbij namelijk dan
volop gelden. Het voorbeeld van Lunetten is natuurlijk een aardige.
Bewoners daar zitten werkelijk klem tussen infrastructuur en krijgen te
maken met een stapeling van overlastgevende infrastructuur. Ik sluit
niet uit dat zelfs als de minister voldoet aan alle wettelijke normen,
de leefbaarheid daar nog steeds enorm achteruitgaat. Dat heeft te maken
met de specifieke omstandigheden ter plekke. Er zijn legio voorbeelden
waarbij specifieke omstandigheden echt om maatwerk vragen. Ik verzoek de
minister die deur niet dicht te gooien en leefbaarheid voorop te
stellen. Ik dien hiertoe een motie in.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het regeerakkoord stelt dat provincies en gemeenten
moeten meebetalen aan infrastructuur, in elk geval voor bovenwettelijke
inpassingen;

constaterende dat middelen voor inpassing van rijkswegen in natuur en
landschap bij alle overheden fors teruglopen de komende jaren;

overwegende dat investeringen in goede inpassing en leefbaarheid in het
verleden hebben bewezen bij te kunnen dragen aan vergroting van
draagvlak waardoor langdurige procedures bij de Raad van State
achterwege konden

blijven;

van mening dat een goede inpassing van rijkswegen primair een

verantwoordelijkheid van de rijksoverheid is;

verzoekt de regering, ook in de toekomst waar nodig te investeren in

bovenwettelijke inpassingsmaatregelen ten behoeve van leefbaarheid of

natuurbescherming, zeker wanneer daarmee het tempo van aanleg wordt
bevorderd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Dijsselbloem en
Verhoeven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.

	Zij krijgt nr. 34 (32500-A).

**

De heer Dijsselbloem (PvdA): Voorzitter. De minister heeft iets
verstandigs gezegd over het belang van onderhoud van infrastructuur. In
mijn eerste termijn heb ik dat belang ook onderstreept. Ik dien hierover
een motie in. Zij zal er wellicht van zeggen dat die een ondersteuning
van beleid is, maar ik dien die motie toch in. Op alle wensenlijstjes
van alle regio's maar ook op die van ons als politieke partijen komen
onderhoud en beheer, de vaarwegen wellicht uitgezonderd, niet voor. Dat
is een groot risico omdat het daarmee nooit de politieke prioriteit
krijgt die het verdient. Dus vandaar de volgende motie.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering dit voorjaar voorstellen aan de Kamer zal
voorleggen voor nadere prioritering in het kader van het MIRT;

overwegende dat de vele wensen aan infrastructurele investeringen de
beschikbare ruimte zeer fors overstijgen;

constaterende dat geen van de (regionale) wensenlijsten aandacht
besteedt aan het op peil houden en waar nodig verbeteren van het
onderhoud van infrastructuur;

verzoekt de regering, het onderhoud van bestaande wegen, spoor en
vaarwegen prioriteit te geven alvorens de overige beschikbare
financiële ruimte in het MIRT nader wordt ingevuld met nieuwe werken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Dijsselbloem en
Slob. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 35 (32500-A).

**

De heer Dijsselbloem (PvdA): Voorzitter. Dan een motie over de A1.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er blijkens de NMCA en de Economische Wegwijzer van TLN
en EVO ook na de realisatie van spitsstroken een knelpunt blijft op de
A1 door 't Gooi;

overwegende dat er ook knelpunten zijn in de regionale bereikbaarheid
van 't Gooi onder meer door de barrièrewerking van spoorwegovergangen;

overwegende dat de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort capaciteitsknelpunten
kent en de intercity hierdoor niet overal op tempo kan komen;

verzoekt de regering, een integrale MIRT-verkenning Bereikbaarheid 't
Gooi te starten met het oog op een goede doorstroming en meer capaciteit
op zowel spoor als weg tussen Amsterdam en Amersfoort en op de
doorgaande routes binnen 't Gooi,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Dijsselbloem en
Slob. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 36 (32500-A).

**

De heer Dijsselbloem (PvdA): Voorzitter. Het is voor mij persoonlijk een
feest om weer over de A15 te kunnen spreken. U moet het mij dan ook niet
kwalijk nemen dat ik de winst die ik dichterbij voel komen, nog even in
een motie zou willen verzilveren, zodat wij er later volgend jaar op
terug kunnen komen.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de verbinding tussen de A12 en de A15 essentieel is voor
de toekomst van de stadsregio Arnhem-Nijmegen en noodzakelijk is voor de
geplande stedelijke ontwikkeling van het Middengebied en de realisatie
van Park Lingezegen;

overwegende dat de doortrekking van de A15 ook wezenlijk is voor de
verbinding van de Rotterdamse haven met het Duitse achterland;

overwegende dat de regio in aanvulling op de 375 mln. die

gereserveerd zijn in het MIRT, 112,5 mln. beschikbaar stelt;

constaterende dat de provincie niet langer vasthoudt aan een tunnel en
dat goede inpassing ook mogelijk is met een mooie brug;

verzoekt de regering, op de kortst mogelijke termijn het bestuurlijk
overleg over de doortrekking van de A15 te hervatten, de
financieringsopties te inventariseren en voor de zomer van 2011 een
voorkeursbesluit te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Dijsselbloem en
Slob. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 37 (32500-A).

**

Dan had ik een motie over de RijnlandRoute, maar die is al door de heer
Aptroot ingediend. Ik kan die dus overslaan.

	Tot slot heb ik aandacht gevraagd voor de spoorlijn Heerlen-Aken. De
minister heeft daarover gezegd dat er in het voorjaar een besluit aan
Duitse zijde te verwachten valt. Onze informatie is dat het echt
ingewikkelder is en dat er nog wel een aantal kwesties liggen met
spoorgrensovergangen en de Duitse overheid. Vandaar dat wij de volgende
motie aan de Kamer voorleggen.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er door de Kamer 20 mln. beschikbaar is gesteld voor
het grensoverschrijdend spoorvervoer Heerlen-Aken;

constaterende dat aan Nederlandse zijde inspanningen zijn verricht tot
activering van de Avantis-lijn, maar dat aan Duitse zijde hierover
onduidelijkheid bestaat;

Voorts constaterende dat op meer grensoverschrijdende trajecten, ook in
Noord- en Midden Limburg, onduidelijk is welke keuzes men maakt aan
Duitse zijde waaronder de tracékeuze van de IJzeren Rijn;

verzoekt de regering, op korte termijn in overleg te gaan met de
regering in Nordrhein Westfalen en over de uitkomst de Kamer voor 1
maart 2011 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Dijsselbloem. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 38 (32500A).

**

De vergadering wordt enkele minuten geschorst.

De voorzitter: Ik heropen de vergadering voor de beantwoording van de
tweede termijn.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Voorzitter. Voordat ik
begin met de moties zal ik nog enkele vragen van de Kamerleden
beantwoorden.

	De heer Aptroot wees mij op de parallelstructuur A12 en zei dat dit
geen oplossing was maar het scheppen van een probleem. Ik zal kritisch
kijken naar de provinciale plannen op dit gebied. Hij vroeg ook naar de
mogelijkheid om de trein in de middenberm van de A27 te laten rijden.
Daar is de afgelopen jaren naar gekeken, maar het is afgevallen omdat
het voor veel vertraging op de weg zou zorgen. Het is mogelijk om
daarover later nog te beslissen, vandaar dat deze variant uiteindelijk
is gekozen. De heer Aptroot mag zijn deskundigen overigens altijd naar
mij toesturen.

	De heer Bashir gaf aan dat ik geen antwoord heb gegeven op een aantal
van zijn vragen over investeringen in het regionaal spoorvervoer. Dat
klopt, ik had er een paar uit gepakt. Ik zal de vragen die ik nog niet
heb beantwoord alsnog langs laten komen. Ik had al een reactie gegeven
op het verzoek om meer dubbelspoor op de Heuvellandlijn en de Kop van
Noord-Holland. Ik wil nog graag een reactie geven op Noord-Nederland en
met name op het doortrekken van Veendam naar Emmen. Het reactiveren van
de spoorlijn Veendam-Stadskanaal wordt door de decentrale overheden
onderzocht als onderdeel van het regiospecifieke pakket Zuiderzeelijn.
De regio heeft hiervoor zelf middelen in het regionaal mobiliteitsfonds.
Er is ook door de heer Slob op een ander moment om tempo gevraagd, maar
het initiatief ligt op dit punt bij de decentrale overheden.

De heer Bashir heeft ook nog een antwoord tegoed op zijn vraag over
Noord-Nederland en de kansen voor Leeuwarden-Groningen. Uit onderzoek is
gebleken dat voor uitbreiding van de treindienst naar twee sneltreinen
en twee stoptreinen een partiële uitbreiding van de spoorlijn nodig is.
Hiervoor is 125 mln. beschikbaar als onderdeel van het regiopakket
Zuiderzeelijn. Volgens mij heb ik daarmee de verschillende onderdelen
van zijn vragen over investering in het regionale spoorvervoer
beantwoord.

	Dan was er nog een vraag van het CDA in hoeverre voorfinanciering van
projecten mogelijk is. Dat is zeker mogelijk. Binnen het bestaande MIRT
zijn hiervoor geen riante mogelijkheden. Er is een Rijksbijdrage die te
maken heeft met herprioritering, maar ook een echte voorfinanciering
zoals bij de sluis van IJmuiden waarbij onze bijdrage pas veel later
komt en de regio zelf de versnellingsbudgetten betaalt.

	De fractie van GroenLinks vroeg mij naar de interpretatie van de motie
en of ik geloof dat er ook projecten van tafel kunnen gaan.

Ik heb gezegd dat ik vooral een probleem zie in het overslaan van de
regio-overleggen. Ik zag dat er een paar projecten op staan die bij mij
tot nu toe door de regio niet als prioritair waren aangemerkt. Dus daar
wil ik graag met de regio's het gesprek over aangaan. Het is goed
mogelijk dat ze vinden dat het toch wel wat is, maar het kan ook zijn
dat ze op iets anders uitkomen. Ook de heer De Rouwe heeft het hierover
gehad. Hij zegt in feite: ik wil het graag voor hen regelen, maar als
zij het zelf niet willen, is er een ander punt aan de orde. Het kan dus
zijn dat een project van tafel gaat. Eén of twee projecten zijn nog in
het stadium van de tekentafel. Misschien worden dat prachtige projecten
waarvan wij met zijn allen zeggen: meteen doen. Het kan echter ook dat
over een aantal jaren blijkt dat ze niet werken. Dat hangt er helemaal
van af. Ik laat het maar even op mij afkomen.

	Er is één project waarover ik wel de discussie aan wil gaan. Dat is
een regionaal project. Ik moet eerst wel goed kijken hoe dat tot stand
gekomen is en wat de wens daarbij is.

	Er zitten ook een heleboel projecten bij die heel goed passen bij wat
wij willen, ook binnen het MIRT. Eigenlijk zeg ik nu min of meer
hetzelfde als in eerste termijn. Een meerderheid van de Kamer heeft mij
gevraagd naar deze projecten te kijken. Ik ga daar dan ook heel serieus
mee om. Ik zal er zeker naar kijken met de inzet om ze te realiseren. De
projecten zullen van tafel gaan op de momenten die ik net heb
beschreven: in de als-danvariant.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Begrijp ik goed van de minister dat ook
deze projecten onderdeel uitmaken van de totale afweging die volgens de
MIRT-procedure gedaan moet worden en dat deze niet een voorrangspositie
hebben ten opzichte van de rest?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik heb altijd gezegd dat
ik als bestuurder alles in totaliteit moet afwegen. Daarnaast ben ik
niet met alle regio's tegelijkertijd bezig met alle projecten die ooit
als wenselijk genoemd zijn. Ook dat is niet mogelijk. Al jarenlang
vraagt de Kamer mijn voorgangers om prioriteiten te stellen bij bepaalde
projecten. Dat hebben mijn voorgangers ook altijd gedaan. Zo zal ik ook
hierover snel met de provincies in gesprek gaan. Deze projecten zijn
niet helemaal gelijk aan alle andere projecten, want de meerderheid van
de Kamer vraagt mij om hier met prioriteit naar te kijken. Ze worden wel
in het totale afwegingskader gebracht. Uiteindelijk moet ik bij de Kamer
terugkomen en moet de Kamer over mij oordelen.

	Dan is mij gevraagd naar station Schiedam-Kethel. Ik heb de Kamer
toegezegd dat dit mogelijk nieuwe station met prioriteit aandacht krijgt
bij de verdere uitwerking van de NMCA voor de periode na 2020. Dit
krijgt dus wel de aandacht, mijnheer Slob, alleen niet voor de periode
na 2015. Dat is het antwoord op de vraag die ik inderdaad vergeten was
te beantwoorden.

De heer Slob (ChristenUnie): Het punt is dat de minister heeft gezegd
dat de integrale spoorverdubbeling 100 mln. gaat kosten. Dat wordt door
ons aangevochten. Wij denken dat het goedkoper kan en dat toch hetzelfde
doel kan worden gerealiseerd. Ik vraag de minister om dat te onderzoeken
en de Kamer daarover voor 1 juli te informeren. Niet meer, maar ook niet
minder.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Wij zullen in het kader
van de NMCA bekijken of dit voor lagere kosten kan.

	Voorzitter. Dan kom ik bij de bespreking van de moties. Ik hoop dat ik
ze allemaal heb. Allereerst de motie-Aptroot c.s. op stuk nr. 16 over de
RijnlandRoute, waarin mij wordt verzocht om, zodra de financiën in
kaart zijn gebracht, uiterlijk voor 1 mei 2011 een besluit te nemen over
de definitieve variant van de RijnlandRoute. Toen ik dat las, dacht ik:
nou, dat kan ik wel doen. Vervolgens staat er: die in ieder geval een
volwaardige verbinding moet zijn tussen de A4 en A44 bestaande uit 2 x 2
rijstroken. Daarmee wordt de variant al beschreven en dan ben ik even
kwijt wat nu precies bedoeld wordt met de motie. Betekent dit dat ik dan
geen andere varianten meer met de regio kan bespreken? Ik kan wel voor 1
mei 2011 een besluit nemen en als het alleen over deze variant gaat, zal
het een ja of een nee zijn. Maar ik neem aan dat wordt bedoeld dat ik
voor 1 mei 2011 in overleg met de regio moet komen met een besluit waar
we achter staan.

De voorzitter: De heer Aptroot zal zijn motie beter duiden.

**

De heer Aptroot (VVD): Dat is inderdaad de bedoeling. Er zijn nu twee
varianten in bespreking en er was ook nog een gefaseerde variant die
volgens de minister uiteindelijk duurder wordt. Wij willen niet 2 x 1
aanleggen om naderhand toch 2 x 2 aan te leggen. De twee varianten die
voorliggen, lopen wat ons betreft de procedure af, waarna een besluit
genomen wordt. Dat is de bedoeling van de motie. Het is niet de
bedoeling om 2 x 1 aan te leggen om het een paar jaar later naar 2 x 2
uit te breiden, waardoor we veel meer geld kwijt zijn.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De variant Churchill
Avenue is nu geen variant. De varianten zijn A en F. Dat is een
doorsnijding waarbij het stadsdeel niet gepakt wordt. Het gaat hier om
de F-variant, de 2 x 2 rijstroken. Ik kan sowieso voor 1 mei een besluit
nemen of samen met de regio uitleggen waarom we er niet uitgekomen zijn.
Ik krijg graag de ruimte om dan ook te komen met de varianten waarover
wij overeenstemming hebben bereikt. Zo interpreteer ik de motie dan ook
maar. De gefaseerde aanpak is niet duurder, maar is bijna net zo duur
als de totaalaanpak. Dan is het inderdaad de vraag of je dat in twee
varianten moet doen of in één. Ik denk dat ik de motie kan overnemen
als het de bedoeling is om samen met de regio voor 1 mei te komen met
een oplossing.

	De heer Bashir heeft een motie ingediend op stuk nr. 17 over de
onvoldoende kwaliteit van het spoor. Hij verzoekt om een winterplan voor
het spoor. Die motie wil ik ontraden, want er is door de spoorsector al
een actieplan opgesteld, dat ook extern is getoetst. De Kamer heeft dit
plan gezien in maart 2010, evenals de externe toets in juli 2010. Ik heb
feitenonderzoek toegezegd op basis waarvan geconcludeerd kan worden
waarom het maar ten dele gewerkt heeft. Het geeft ook een overzicht van
de nog lopende acties uit het actieplan en eventuele acties die nog
komen.

	De motie van de heer Bashir over de Emperbocht op stuk nr. 18 moet ik
ontraden. Ik heb in eerste termijn gezegd dat dit project niet bijdraagt
aan de beleidsdoelstelling van het kabinet om reistijden tussen de
Randstad en de landsdelen te verbeteren. Dit gaat om een bocht op de
route Apeldoorn-Arnhem en niet van en naar de Randstad. Als de provincie
dit belangrijk vindt, kan zij natuurlijk zelf een verkenning doen. Dat
staat haar geheel vrij.

	Dan de motie op stuk nr. 19 van de heer Bashir over de
snelwegverbinding tussen Amsterdam en Rotterdam, met als doel om de
aanleg van de A4 Midden-Delfland voorlopig op te schorten. Ik heb
tijdens het eerste debat in deze kabinetsperiode wel gezegd dat ik de
meest populaire minister van I en M zou kunnen worden, maar ik word
waarschijnlijk de meest impopulaire minister van I en M als ik de aanleg
van de A4 Midden-Delfland zou opschorten. Ik ontraad deze motie, want de
A4 Midden-Delfland is sowieso nodig om alle verkeersknelpunten op te
lossen.

	De motie van de heer Bashir op stuk nr. 20 betreft de plannen van de
regering voor de ring van Utrecht. Hij stelt dat die plannen zullen
leiden tot veel overlast in de omgeving, dat zij zullen leiden tot files
op de op- en afritten. Hij verzoekt de regering, geen verslechtering van
de doorstroming in Utrecht te accepteren. Als ik het zo mag
interpreteren dat ik met de ring de bereikbaarheid verbeter, zie ik de
motie als ondersteuning van het beleid, maar ik heb het idee dat hier
bedoeld wordt dat ik alle bereikbaarheidsproblemen, ook in Utrecht, moet
oplossen. Als dat zo is, moet ik de motie ontraden. Daar wil ik niet
voor aan de lat.

De heer Bashir (SP): De motie is heel duidelijk. Er staat namelijk:
verzoekt de regering, geen verslechtering te accepteren. Dat betekent
niet dat de minister de onbereikbaarheid die er nu is moet oplossen. Het
gaat er alleen om geen verslechtering te accepteren van de doorstroming
in Utrecht-stad. Volgens mij is dat heel duidelijk.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dan ben ik duidelijk. Dan
ontraad ik de motie.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Je had beter je mond kunnen houden.

De heer Aptroot (VVD): We komen er samen wel uit!

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dan de motie van de heer
Bashir op stuk nr. 21 over betaald doorrijden langs files, de door de
heer Bashir gedoopte eliterijbanen. Ik heb aangegeven dat ik tol voor
nieuwe doorsnijdingen van wegen als mogelijkheid zie. Een rijstrook
"betollen" op de bestaande wegen wil ik ook niet. Als dat de essentie
van zijn motie is, zie ik deze motie als ondersteuning van mijn beleid.

De voorzitter: De heer Dijsselbloem had al eerder zijn vinger opgestoken
voor een vraag.

**

De heer Dijsselbloem (PvdA): Voorzitter. Ik kom op voor de motie van de
heer Bashir op stuk nummer 20. Je kunt wat er staat duiden als een open
deur, maar ik vind dat de minister er niet serieus op reageert. Er staat
dat de plannen geen verslechtering van de doorstroming mogen opleveren.
Daar kan de minister toch niet tegen zijn? Ook staat er dat er
compenserende maatregelen worden genomen als er sprake is van extra
overlast voor omwonenden als gevolg van de nieuwe wegenplannen. De
minister zou kunnen zeggen dat de motie geen toegevoegde waarde heeft,
maar laten wij serieus met moties blijven omgaan.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ben er serieus mee
omgegaan. Ik heb de heer Bashir gevraagd of het over de doorstroming om
Utrecht gaat of over de doorstroming in Utrecht. Hij zei dat het gaat om
alle doorstroming in de stad. Ik heb gezegd dat ik daar niet over ga en
dat ik dat dus niet wil doen. Ik heb een lijstje gezien van wat de
personen die hier aanwezig zijn, als beoogde effecten zien op alle
binnenwegen in dat stedelijk gebied. Ik vind dat echter geen
verantwoordelijkheid die hier op het bord ligt.

De heer Bashir (SP): Ik wil een opmerking maken over deze motie. Er
staat heel duidelijk dat de plannen voor de ring bij Utrecht geen
verslechtering moeten opleveren voor doorstroming in Utrecht. Volgens
mij is dat niets anders dan wat de minister wil, namelijk dat de
doorstroming wordt verbeterd. Als de minister niet zeker weet of de
doorstroming wordt verbeterd, snap ik niet waarom zij doorgaat met die
plannen. Daar zijn die plannen immers voor bedoeld. In de kern gaat het
mij om het feit dat de omwonenden geen extra overlast mogen ondervinden.
Als de minister dat kan onderschrijven, kunnen wij er onderling wel
uitkomen en het op die manier aanpassen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De heer Bashir brengt mij
in verwarring. Nu spreekt hij alsof het gaat over doorstroming op de
ring. Daarvoor dragen wij de verantwoordelijkheid, dus dat zal ik doen.
Compenserende maatregelen om extra overlast voor omwonenden te
voorkomen, moet je altijd nemen en die wil ik ook nemen. Het gaat
daarbij om overlast als gevolg van de activiteiten die het Rijk
onderneemt. Er zijn ook regionale onderdelen, zoals de NRU, die door de
provincie worden gedaan. Voor het rijkswegennet zijn wij echter aan zet.
Als het daarom gaat, is het helder. Ik dacht even te begrijpen dat het
om alle binnenwegen in de stad zou gaan.

De voorzitter: Dus wat is de conclusie van de minister?

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik zie de motie als
ondersteuning van beleid als ik die zo mag interpreteren dat er geen
verslechtering van de doorstroming mag plaatsvinden als gevolg van onze
activiteit, de rijksaanleg. Compenserende maatregelen zal ik altijd
nemen om de extra overlast voor omwonenden te voorkomen, zolang die
binnen de wettelijke eisen passen. Over bovenwettelijk ben ik altijd
duidelijk geweest.

De heer Bashir (SP): Die uitleg vind ik prima, temeer omdat de minister
zegt dat de ingrepen die door het Rijk bij de ring worden gedaan, geen
verslechtering van de bereikbaarheid van de stad Utrecht teweeg mogen
brengen. Het lijkt mij prima om de compenserende maatregelen te
benadrukken.

De voorzitter: Ik denk dat de heer Bashir nu iets anders formuleert dan
daarnet. De minister geeft haar eigen duiding aan de motie. De heer
Bashir heeft driemaal zijn motie geduid en de minister heeft driemaal
getracht te antwoorden. De reactie van de heer Bashir nu is anders dan
eerst. Dat mag, maar dan geef ik de minister de gelegenheid om opnieuw
de duiding te beoordelen. Ik zie iedereen met gefronste wenkbrauwen
zitten.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Het is complex. Ik zal het
nog één keer zeggen zoals ik het in het begin heb gezegd. Als het gaat
om het feit dat er geen verslechtering van de doorstroming op de ring
bij Utrecht als gevolg van ons rijksproject mag zijn en om compenserende
maatregelen als gevolg van onze wettelijke verplichting om extra
overlast voor omwonenden te voorkomen, zie ik de motie als ondersteuning
van beleid. Als de heer Bashir mij hier ook verantwoordelijk wil maken
voor verslechtering van de doorstroming in Utrecht als gevolg van
allerlei zaken, zoals de groei van het verkeer of de NRU, ontraad ik het
aannemen van de motie.

De heer Bashir (SP): Het laatste wat de minister zegt, staat niet in de
motie. Dat wil ik dus ook niet. Als zij leest wat er in de motie staat,
is het heel duidelijk wat er staat.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik laat het oordeel over
de motie aan de Kamer.

	Dan kom ik bij de motie van de heer De Rouwe c.s. Als bestuurder geef
ik er de voorkeur aan dat bestuurders naar aanleiding van de
MIRT-overleggen komen met een voorstel aan de Kamer, waarna de Kamer
vervolgens een reactie geeft. Dit keer is het andersom gegaan. Wij
hebben de historie daarvan allemaal kunnen volgen. Ik kan goed leven met
de gewijzigde motie, maar laat het oordeel over aan de Kamer.

	De motie over hoogwaardig openbaar vervoer in Nijmegen zie ik als
ondersteuning van beleid als ik die zo mag uitleggen dat de regio zoals
afgesproken eerst de verstedelijkingsvisie actualiseert en op basis van
deze visie de consequenties voor het ov in kaart brengt. Dan kan ik de
afweging maken met mijn totale financiële actualisatienota Ruimte en
mobiliteit. Ik sta op zich positief tegenover de motie.

De heer Verhoeven (D66): Dat lijkt mij volgens de MIRT-spelregels.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ben heel blij dat die
MIRT-spelregels er tegenwoordig zo goed in zitten.

	Ik ontraad het aannemen van de motie over het nachtnet Gelderland.
Overleg tussen decentrale overheden en de NS kan hoe dan ook
plaatsvinden. Ik heb geen enkele aanwijzing dat de NS hiervoor niet open
staan. Het lijkt mij niet goed om nu zelf dit overleg te gaan
initiëren. Laat partijen dat eerst maar even zelf doen. Als dat mis
lijkt te gaan, kan de Kamer mij aan mijn jasje trekken en zal ik
proberen er iets mee te doen. Ik probeer af en toe geen dingen op mijn
schouders te nemen die ergens anders thuishoren.

	Dan kom ik bij de verbreding van de A27 bij Utrecht, de leefbaarheid in
de wijken en de 80 km-vraag. Wij hebben daar eerder naar gekeken. In de
eerste MER bleek de 80 km niet noodzakelijk om aan de gevraagde lucht-
en geluidseisen te voldoen. De 80 km is dus niet nodig. Daarnaast staat
in het regeerakkoord: sneller waar het kan. Ik ben dus niet de eerste om
de langzamere variant te accepteren. Ik ontraad het aannemen van deze
motie.

	Er is een motie ingediend over de snelwegbak bij Amelisweerd met de
vraag of die in een andere variant terecht kan komen. Wij hebben de
andere varianten onderzocht en al die onderzoeken hebben uitgewezen dat
verbreding van de bak noodzakelijk is om de knelpunten op te lossen. Ik
zal het gevraagde onderzoek dan ook niet uitvoeren, omdat wij dat al
eerder hebben gedaan. Daarmee ontraad ik het aannemen van deze motie.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik heb een vraag gesteld over die 80 km.
De minister zei in haar eerste termijn dat dat niet zou voldoen aan de
Europese eisen. Ik heb om een nadere onderbouwing daarvan gevraagd.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik probeer het even uit
mijn hoofd te doen. Volgens mij heb ik gezegd dat je dan een spitsstrook
moest hebben en dat je ervoor moest zorgen dat de hoofd- en parallelweg
beter gescheiden waren dan alleen door strepen. Zo heb ik nog een paar
zaken genoemd. Dat leidde ertoe dat het onmogelijk is om daarmee binnen
de bestaande bak aan de slag te gaan. Ik moet zeggen dat het voor ons
ook fijn zou zijn als dat kon. Dan bespaar je jezelf een hoop kosten.
Dat is in elk geval de reden dat dat toen erbuiten gevallen is.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): De vraag is of dat echt verboden is. Ik
hoor graag een nadere onderbouwing daarvan. Ik hoor daarover zeer
tegenstrijdige berichten. Het is toch vervelend als dat in de lucht
blijft hangen, nu wij het toch hebben over luchtkwaliteit.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ja. In de MER krijgt u
daarvan een onderbouwing.

	Er is een motie ingediend over budget voor de stations, voor
fietsenstallingen. Ik ontraad het aannemen van deze motie. Het actieplan
komt eraan. Nu al beloven dat het een financieel volledig gedekt plan
wordt waarmee alle tekorten aan fietsenstallingen worden weggewerkt, kan
ik gewoon niet. Het hangt af van ons eigen budget en van de decentrale
overheden die hierin ook een verantwoordelijkheid hebben. In dat kader
zou het leveren van een volledig gedekt actieplan onze
onderhandelingspositie niet ten goede komen. Ik heb wel gehoord dat
iedereen graag zo snel mogelijk een doorkijk krijgt naar de toekomst.
Dan heb ik een debat met de Kamer over wat ik al dan niet kan doen.

	De heer Slob heeft gevraagd om het emplacement van het station Enschede
te verbouwen, inclusief beveiliging. Ik ontraad het aannemen van de
motie. Zoals aangegeven, is de wens van de spooraansluiting door regio
en vervoerders niet ingebracht. De heer Slob zegt mij dat dat komt omdat
ik hen heb afgeschrikt. Ik heb evenwel van de regio voorzover ik weet
geen plannen gezien voor het laten doorrijden van de trein van Hengelo
via Enschede naar Gronau. Ik ben bereid om het nog eens goed na te
vragen maar ik spreek geen steun uit voor deze motie als ik het niet nog
langs andere wegen te horen krijg.

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Het gaat er niet om dat daar
direct treinen gaan rijden, maar dat dat ene metertje spoor gelijk wordt
meegenomen met het op de kop zetten van de hele boel in 2012. Het zou
heel raar zijn als dat niet gebeurt op het moment dat alles in beweging
is om de boel daar te verbeteren. Als men uiteindelijk beslist om de
lijnen te laten rijden, wat trouwens in de Kamer een breed gedeelde wens
was conform een initiatiefnota van de fracties van de ChristenUnie en
het CDA, die veel lof heeft gekregen, dan bestaat daartoe straks gewoon
de mogelijkheid in dat deel van Nederland. Niet meer, maar ook niet
minder.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik snap dat wel. Het idee
is: als men dan toch aan de slag gaat, laat dat dan meteen
toekomstbestendig gebeuren. Het gaat echter om meer dan een metertje
spoor erbij. Het gaat ook om andere spanning, andere
beveiligingssystemen richting Duitsland en de inbouw van ERTMS; zoals
bekend, is dat geen goedkope activiteit. De regio heeft op dat punt geen
enkele actie ondernomen in mijn richting. Ik ontraad daarom het aannemen
van de motie.

De heer Slob (ChristenUnie): Ik waag nog één poging. Het ERTMS kost
inderdaad geld. Er ligt op dit moment een amendement bij de Kamer waarop
u positief hebt gereageerd waarmee middelen beschikbaar worden gesteld
voor ERTMS. Van mij mag u gebruik daarvan maken voor dit onderdeel. Dan
hebben wij dat probleem opgelost. U wilt verder heel graag een brief
ontvangen vanuit de regio. Die moet er volgens mij kunnen komen. Ik hoor
uit de zaal van de gedeputeerde dat die er morgen komt. Dan hebben wij
het helemaal rond. De financiën zijn geregeld, dus we kunnen door.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik heb het oordeel over de
ERTMS-motie aan de Kamer gelaten. Wij zullen zien of die wordt
aangenomen. Ik zal het oordeel over deze motie ook aan de Kamer laten.
Dan kijken we of dit geregeld kan worden.

	Ik kom bij de motie over de N35 Zwolle-Wijthmen. Ik ontraad die motie.
De eerdere motie hierover is inderdaad ondersteund, maar met de
toelichting dat in relatie tot de spoorlijn eerst met de regio wordt
gesproken over decentralisatie. Dat gesprek is net opgestart en ik wacht
graag de resultaten daarvan af.

	Er is ook een motie ingediend over station Bilthoven. Ik beschouw die
als een ondersteuning van beleid, maar wel met de volgende uitleg. Of
inhaalsporen nodig zijn, is allerminst zeker. Ik begrijp echter dat dit
nu wordt voorgesteld om de ontwikkeling in de toekomst niet onmogelijk
te maken. Ik zal het laten uitzoeken door ProRail en de Kamer daarover
informeren.

	Ik ontraad het aannemen van de motie over station Berkel-Enschot.
Anders dan de heer Slob wenst, hebben wij het criterium
"bedieningsgarantie NS bij nieuwe stations" niet afgeschaft. Zonder de
garantie dat de vervoerder echt bij het nieuwe station gaat stoppen,
heeft het bouwen van een nieuw station geen zin. Over het station
Berkel-Enschot kan overleg plaatsvinden tussen de gemeente en de NS om
het reizigerspotentieel eventueel te vergroten. Dat potentieel is er tot
2020 nog niet, voorzover mijn gegevens gaan.

De heer Slob (ChristenUnie): De Kamer heeft uitgesproken dat het
vereiste van de dienstgarantie geschrapt mag worden. Daarover is in de
Kamer een motie aangenomen. Die kan de regering niet zomaar naast zich
neerleggen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dan moet u aangeven
wanneer die motie is ingediend.

De heer Slob (ChristenUnie): Ik heb het nummer meegegeven: 31801, nr. 8.
Dat staat ook in de motie.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik moet dat even bezien.
Ik kom daarop terug.

	Er is verder een motie ingediend over een kleine capaciteitsuitbreiding
op de Valleilijn. Ik ontraad het aannemen van die motie. De quick scan
is al uitgevoerd en er worden ook maatregelen uitgevoerd bij Barneveld.
Als er later nog meer plannen zijn, dan kan de provincie dat melden. Dan
pakken wij dit samen op. Deze werkwijze hebben wij eerder afgesproken
met de provincies. Dit punt toevoegen aan de verkenning N35 levert
vertraging op. Dat is een belangrijk element.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik ben even de draad kwijt. Waar zijn wij
nu?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Wij waren bij de motie
over de N35 Valleilijn. Ik heb gezegd dat ik het aannemen van die motie
ontraad omdat de quick scan al is uitgevoerd. Er is afgesproken dat
latere plannen met de provincie worden bekeken en eventueel samen worden
opgepakt. Wij hebben dat afgesproken met de provincie. Als het punt nu
wordt toegevoegd aan de verkenning N35, dan leidt dat tot een
vertraging. Dat probeerde ik te zeggen.

De voorzitter: Het betreft motie nummer 16.

**

De heer Dijsselbloem (PvdA): De minister legt een link met de verkenning
N35. Daardoor raak ik elke keer het spoor kwijt. Deze motie gaat over de
Valleilijn. Er wordt ten onrechte een link gelegd tussen twee projecten.

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter, nog even ter aanvulling. Wij
hebben de afgelopen tijd met ontzettend veel problemen in Utrecht CS te
maken gehad omdat dat een knooppunt is. Het verzoek in deze motie kan
een oplossing bieden in het geval er weer calamiteiten ontstaan. Het
heeft puur en alleen betrekking op het spoor, maar nu wordt de weg erbij
gehaald. Ik geef toe dat ik in mijn bijdrage de weg heb genoemd omdat
daarbij ook het een en ander aan de orde is. Ik heb dat nu echter niet
meer aan de orde gesteld. Ik heb mij geconcentreerd op de Valleilijn.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik zie ook dat daarmee het
deel over de vertraging wegvalt. Ik heb het aannemen van de motie
ontraden omdat deze al is uitgevoerd en omdat wij daarover in gesprek
zijn met de provincie. Het oordeel is daarmee volgens mij altijd aan de
Kamer.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Voorzitter. De intentie van de motie is om
een omleidingsroute te creëren via Ede-Wageningen en dan over de
Valleilijn. Wat in de overwegingen centraal staat, is niet uitgevoerd.

Dus de minister refereert misschien aan andere, kleine verbeteringen die
al wel zijn afgesproken met de provincie, maar dit doel van de motie van
de heer Slob en mijzelf is echt nog niet uitgevoerd. Misschien kan de
minister op dat idee, dat wel zeer actueel is, nog reageren.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik blijf bij wat ik heb
gezegd. Wij hebben nu met de provincie afgesproken dat als er meer
ideeën zijn – deze waren nog niet binnengekomen – wij die samen met
hen zouden gaan oppakken. Ik vind dat je daarover wel met elkaar in
gesprek moet zijn. Oordeel Kamer is prima als ik hiernaar kijk.

	Ik ga naar de volgende motie, waarin wordt gevraagd om in het
MIRT-projectenboek een prioriteitsstelling te verbinden aan de
verschillende projecten. Ik heb vandaag de heer De Jong ook toegelicht
hoe ik tot de overweging en prioritering wil komen. Als hij deze aanpak
met mij deelt, zie ik deze motie ook als ondersteuning van beleid.

	Dan de motie over de flessenhals top tien. Ik hoorde de heer Verhoeven
daarover nog iets zeggen, maar volgens mij had hij ook nog een eerste
bladzijde over filering van files gemaakt, dus heeft hij ook nog zo’n
lijstje ergens in zijn zak zitten.

De heer Verhoeven (D66): Dit is een heel duidelijk geval van uitlokking!

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik mocht toen niet, maar
nu wel!

De heer Verhoeven (D66): Dat geeft mij het recht om even te reageren.
Voor mijn filefileer-top vijf had ik een heel zware motie in
voorbereiding. U heeft toen gezegd dat u een actualisatie wilde
verrichten van de Nota Mobiliteit en dat u hierover best een belangrijke
paragraaf wilde opnemen. Daarop heb ik die motie weer keurig in mijn
binnenzak gestopt, dus daar is geen zwaar lijstje neergelegd. Ik heb dus
gewoon vertrouwen in de minister dat de fileaanpak op een brede manier
gaat gebeuren, niet alleen met asfalt. In dit geval heb ik het lijstje
juist in mijn zak gehouden uit bescheidenheid om niet al die valse
beloften en zware lijstjes te hanteren. Dus in dezen hoop ik toch een
kleine correctie te kunnen bewerkstelligen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ben blij met uw
bescheidenheid. Dan wil ik nu overgaan naar het misschien minder
bescheiden lijstje van de PVV.

	De heer De Jong vraagt mij om een flessenhals top 10 op te stellen. Dat
ligt eveneens heel erg in lijn met het fileknelpuntenonderzoek dat wij
ook altijd doen in het MIRT, zoals u ook hebt kunnen zien in de file top
50. Bij de flessenhals top 10 van de heer De Jong zit ook wel een aantal
zaken dat niet echt voorkomt in die file top 50, bijvoorbeeld de A3.
Maar als het gaat om het bevorderen van de doorstroming op de wegen,
vindt hij mij aan zijn zijde. Ik kom graag met een nadere invulling van
die benadering in de actualisatie van de Nota Mobiliteit in de zomer.
Dus ik zie de motie als ondersteuning van beleid.

De heer De Jong (PVV): Ik dank de minister daarvoor. Bij het lijstje dat
wij in eerste termijn hebben gegeven, heb ik ook gezegd dat het
voorbeelden zijn en dat de flessenhals top tien bij de minister ligt. Ik
ben blij dat de minister dit overneemt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dan heeft de heer
Dijsselbloem nog een kleine voorraad moties voor de regering in petto.

	De eerste motie vind ik nog het meest ingewikkeld. Hij vraagt daarin om
ook te investeren in bovenwettelijke maatregelen. Hij begon zijn
toelichting met de vraag of ik hier star in ben. Ik zou zeggen: nee,
want als je net het laatste zetje ergens mee kunt geven, moet je dat
volgens mij ook gewoon doen en dan moet je daarin niet star zijn. Maar
zoals dit nu is opgenomen in de motie, waarin de regering wordt verzocht
om in de toekomst ook waar nodig te investeren in bovenwettelijke
inpassingsmaatregelen, ben ik eigenlijk gewoon weer terug bij ontrading
ervan. Immers, in het regeerakkoord staat dat er niet bovenwettelijk
wordt ingepast. Dat budget moeten wij voortaan ergens anders laten
liggen. Ik wil de heer Dijsselbloem toezeggen dat ik niet de meest
starre zal zijn in dezen, maar wanneer ik dit aanneem, zit ik weer
precies in de oude situatie, waarbij wij projecten die wij willen
realiseren niet gedaan krijgen omdat er meer en meer wensen komen vanuit
de omgeving. Dus met goed fatsoen hiermee omgaan ja, maar opnemen dat
wij voortaan weer bovenwettelijk gaan financieren, is in strijd met het
regeerakkoord. Dus ik ontraad de motie. Dit is een beetje een
uitgebreide toelichting omdat ik wil laten zien dat ik niet star ben in
dezen, maar wel ten aanzien van de motie zoals de heer Dijsselbloem die
heeft opgesteld.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik dank de minister voor haar antwoord,
omdat zij in ieder geval de nogal starre tekst van het regeerakkoord
hier nadrukkelijk relativeert en zegt dat zij hiermee verstandig zal
omgaan. Waar smeerolie nodig is, zal die worden geboden. Ik zal nog even
kijken naar de tekst van de motie om te zien of ik weer een stap
richting de minister kan zetten. Een andere optie is dat ik de motie
zelfs intrek, maar daarover ga ik nog even nadenken. Ik geloof dat wij
tot elkaar komen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ben benieuwd of het dan
olie wordt of een druppeltje! Ik merk het wel.

	De A15 hervatten en voor de zomer besluitvorming, is een oude wens van
de heer Dijsselbloem, die hij toch als gast hier dan nog weer even komt
inbrengen. Dat is een ondersteuning van beleid. Ik wil ook voor de zomer
het besluit hierover nemen, zoals ik de Kamer al heb toegezegd in het
eerste debat. De stappen die de heer Dijsselbloem schetst, zijn ook
allemaal al in gang gezet.

	Dan kom ik bij de motie over de MIRT-verkenning Gooi, die ik ontraad.
Ik heb ook in eerste termijn aangegeven dat het nu te vroeg is om tot
een verkenning te besluiten. Het kan nog even aan de orde komen bij het
verlengde MIRT en de eerste invulling op basis van de NMCA.

De heer Aptroot (VVD): Voorzitter, ik wil even terug, want de volgorde
klopte niet. Ik zat onthutst te zoeken. De A15 staat in motie nr. 37,
dus wij hebben twee moties overgeslagen. Wat was het advies van de
minister daarover?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Motie nr. 37 zie ik als
een ondersteuning van beleid. Motie nr. 36 over het Gooi heb ik
ontraden. Dan ben ik nu bij nr. 35. Wij gaan gewoon de andere kant op.
Die motie gaat over beheer en onderhoud. Ik vond het ook wel heel
sympathiek dat de Kamer mij wilde steunen om niet alleen maar politiek
leuke dingen te doen, maar ook wat aan beheer en onderhoud. Alleen, bij
het woord “alvorens” de overige beschikbare financiële ruimte in
het MIRT nader wordt ingevuld moest ik nog even slikken. Ik zou willen
zeggen dat ik zelf ga komen met een voorstel om beheer en onderhoud ook
een betere plek te geven in de toekomst. Ik zal daarbij ook in de tijd
aangeven aan welk budgettair beslag je dan zou moeten denken. Ik kom
daarop terug bij de actualisatie. Ik ontraad het om altijd voorrang te
geven aan de overige beschikbare financiële ruimte in het MIRT. Ik wil
dat ook nog wel even toelichten. Ook over onderhoud en de stand van
zaken kun je verschillen. Mijn huis is ook niet altijd op en top
geschilderd aan de buitenkant, dus mijn vensterbanken hebben duidelijk
achterstallig onderhoud, maar ik kan wel kiezen om dat nu dit jaar te
doen, volgend jaar of het jaar daarop. Dus ook daar zitten politieke
keuzes in. Dat is de reden waarom ik zeg "niet alvorens".

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik heb het woord “alvorens”
opgeschreven omdat de minister zelf het bedrag afpelde. Zij zei: dan
moet ik nog reserveren voor onderhoud en beheer. Zij maakte een soort
afpelsom en kwam toen tot 21 mld. Ik vond het gewoon verstandig om eerst
te kijken wat er nodig is. Natuurlijk zit daar een zekere subjectiviteit
in. Uiteraard mag zij een politiek oordeel vellen over wat er nodig is
voor goed onderhoud en beheer van wat wij hebben. Maar de volgorde zou
wel moeten zijn: eerst bepalen wij dat voordat er wordt gezegd: dan is
dit de vrije ruimte waarover ik ga praten met de Kamer en met de
regio’s. Zo heb ik het woord “alvorens” bedoeld. Dus ik heb
eigenlijk de redenering van de minister gevolgd, die op mij zindelijk
overkwam.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik vind die ook heel
sympathiek. Ik probeer eigenlijk te zeggen dat het goed mogelijk is om
te besluiten niet te proberen, meteen al het achterstallig onderhoud te
repareren door volledig beslag te leggen op de vrije middelen van het
MIRT. Het is mogelijk om aan te geven dat we dat achterstallig onderhoud
langzaam over de jaren willen inlopen. Dat betekent dat we niet al het
achterstallig beheer en onderhoud hebben "geregeld" voordat we met
andere projecten in zee gaan. Ik zou dus goed kunnen zeggen dat ik de
achterstand in 2021, 2022, 2023 en 2024 langzaam wil inhalen. Dat
betekent echter ook dat ik wel projecten doe in jaren waarin ik nog niet
de volledige achterstand heb ingelopen. Daarom ben ik voorzichtig met
het woord "alvorens". Maar ik denk eigenlijk dat wij op één lijn
zitten als het gaat om het belang van achterstallig onderhoud.

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik kan met die uitleg van de minister prima
leven. Volgens mij hoeft de motie dus niet te worden aangepast. Het gaat
hier echter wel om de volgorde: nadat we hebben vastgesteld wat er
gewoon nodig is voor verstandig onderhoud en beheer -- dan hoeft echt
niet het achterstallig onderhoud meteen te worden weggewerkt -- komen we
toe aan nieuwe werken.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik beschouw die motie als
ondersteuning van beleid.

	De laatste motie, namelijk die op stuk nr. 38, heeft betrekking op het
spoorvervoer Heerlen-Aken. Ik beschouw die motie als ondersteuning van
beleid. Het geld voor het Nederlandse deel voor deze nieuwe verbinding
is beschikbaar. Het is een regionaal initiatief, dus in principe is het
aan de provincie om dit met de Duitse collega's op te nemen. Ik zal dat
zelf ook doen, omdat we daaraan rijksgeld besteden uit het amendement
van de Kamer.

	Ik zou nog kort terugkomen op de motie over Berkel-Enschot. Die heeft
betrekking op het schrappen van de bedieningsplicht. Die motie is
aangenomen, maar een en ander is geplaatst in het kader van de nieuwe
vervoersconcessie. Die is er nog niet. Oud-minister Eurlings heeft aan
die motie de uitleg gegeven -- dat heb ik althans begrepen -- dat we in
het kader van die nieuwe concessie zullen nagaan hoe besluitvorming over
nieuwe stations soepeler kan verlopen. Dat is de reactie die ik daarop
terugkrijg. Als de interpretatie van die motie anders is, verneem ik dat
graag. Een en ander is dus niet gewijzigd in de bestaande concessie. Ik
denk dat dat logisch is, want dat kun je niet zomaar doen.

De voorzitter: Dit was de beantwoording van het kabinet in tweede
termijn. Ik heb zes toezeggingen genoteerd.

- De minister doet de Kamer een voorstel toekomen voor financiële
spelregels ten behoeve van het opnemen van nieuwe projecten in het MIRT
Projectenboek.

- De minister zal de Kamer voor de zomer van 2011 informeren over de
stand van zaken inzake de A15 bij Arnhem en de regioverzoeken tot een
voortvarende besluitvorming.

- In april 2011 zal de minister het actieplan fietsparkeren aan de Kamer
doen toekomen.

- De minister zegt toe dat zij de Kamer voor dinsdag 14 december, 12.00
uur, de analyse toestuurt van datgene wat er zaterdag 4 december misging
op het spoor, inclusief verbeterpunten voor de winterhardheid van het
spoor.

- De minister zal de Kamer voor juli 2011 informeren over de
mogelijkheden inzake een eventuele ontwikkeling van station
Schiedam-Kethel.

- De minister zal de Kamer informeren over de mogelijkheden bij station
Bilthoven inzake de inhaalsporen en de toekomstbestendige realisatie van
viaducten. De vraag is binnen welke termijn dat zal gebeuren.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dat kan ik doen voor de
zomer van volgend jaar.

De heer De Rouwe (CDA): Een procedureel punt, omdat wij vandaag ook de
motie besproken hebben die tijdens de begroting is behandeld. Graag geef
ik aan dat ik die morgen in stemming wil brengen.

De voorzitter: Die motie hoort ook bij de begrotingsbehandeling. Wij
stemmen over deze moties trouwens op donderdag 16 december, de laatste
Kamerdag. Dat doen wij omdat het notaoverleg Water komende maandag van
start gaat. Dat wordt meegewogen.

	Ik dank de minister, maar met name de Kamerleden voor het feit dat ze
na de hectiek van vanmorgen zo constructief vergaderd hebben. Ik hoop
dat volgende sessies weer zo constructief mogen zijn.

**

Sluiting 20.36 uur.