[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Begrotingsonderzoek/Energie

Stenogram

Nummer: 2010D49686, datum: 2010-12-07, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG

De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie <1>
heeft op 6 december 2010 overleg gevoerd met minister Verhagen van
Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over Energie.

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie,

Van der Ham

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie,

Franke

**

Voorzitter: Van der Ham

Griffier: Franke

Aanwezig zijn 9 leden der Kamer, te weten: Dijkgraaf, Grashoff, Jansen,
Leegte, Samsom, Van der Ham, Van Veldhoven, Van Vliet en Verburg,

en minister Verhagen van Economische Zaken,Landbouw en Innovatie.

Aan de orde is de behandeling van:

- het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet Ministerie van Economische
Zaken 2009 (32360-XIII):

- het jaarverslag van Economische Zaken (32360-XIII, nr. 1);

- het Rapport bij het jaarverslag van Economische Zaken 2009
(32360-XIII, nr. 2);

- de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 5 oktober 2010 met
een lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag 2009
(32360-XIII, nr. 6);

- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het
Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (XIII) voor het
jaar 2011 (32500-XIII);

- de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 5 oktober 2010 met
een lijst van vragen en antwoorden over de begroting EZ (XIII) voor het
jaar 2011 (32500-XIII, nr. 4);

- de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 4 oktober
2010 met een factsheet beschikbaarheid beleidsinformatie in begroting
2011 en flyer over rapport bij het jaarverslag 2010 van het Ministerie
van EZ (32500-XIII, nr. 14);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 1 november 2010 met een nota van wijziging (32500-XIII, nr. 9);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 22 november 2010 inzake departementale herindeling en
begrotingsartikelen (32500-XIII, nr. 74);

- de brief van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer d.d. 11 juni 2010 inzake de toezending van de
MER-richtlijnen Tweede Kerncentrale Borssele (31510, nr. 41);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 28 oktober 2010 inzake beantwoording vragen commissie VROM over de
MER-richtlijnen tweede kerncentrale Borssele (31510, nr. 42);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 6 december 2010 met antwoorden op vragen gesteld van de commissie
van VROM over MER-richtlijnen tweede kerncentrale Borssele (2010Z18568);

- de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 13 oktober 2010
inzake de resultaten 2009 Meerjarenafspraken Energie-Efficiëntie
(32500-XIII, nr. 7);

- de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 21 juni 2010
inzake de aanbieding van het Nationaal Actieplan Hernieuwbare Energie
(31209, nr. 119);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 4 november 2010 inzake CO2-opslagprojecten (28982, nr. 113);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 12 november 2010 met de uitwerking van de afspraken in het
regeerakkoord voor de individuele CO2-opslag- en afvangprojecten (28982,
nr. 114);

- de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 13 juli 2010
inzake planning CO2-opslag Barendrecht (28982, nr. 109);

- de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 24 juni 2010
inzake het Bouwstenenadvies EBN en Gasunie en CCS in Noord-Nederland
(31209, nr. 121);

- de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 10 september 2010
met antwoorden op vragen van de commissie voor EZ over het
CO2-opslagproject Barendrecht en de procedure voor een CO2-opslagproject
in Noord-Nederland (28982, nr. 110);

- de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 28 september 2010
met een reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Economische
Zaken inzake CO2-opslag Barendrecht (28982, nr. 112);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 11 november 2010 met een reactie op het verzoek van de commissie
over de invulling van de SDE+ regeling (Stimuleringsregeling Duurzame
Energie) in 2011 (31239, nr. 103);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 30 november 2010 inzake stimulering van duurzame energie (SDE+) na
1 januari 2011 (31239, nr. 103);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 8 november 2010 met een reactie op het verzoek van de commissie
over het voornemen van het sluiten of verkopen door Nuon van de
Helianthos zonnecelfabriek in Arnhem (30196, nr. 116);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 19 november 2010 met een toelichting op de ministeriële regeling
meettarieven elektriciteit en gas (32374, nr. 11);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 2 november 2010 inzake het International Framework for Nuclear
Energy Cooperation (25422, nr. 86);

- de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
d.d. 24 november 2010 inzake toezegging AO VTE-Raad met betrekking tot
brief Oettinger over productiegas (31209, nr. 143).

De voorzitter: Goedenavond. Het is een paar minuten over zeven. Welkom
bij het wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Economische Zaken,
Landbouw en Innovatie. We bespreken vandaag het onderdeel energie. Wij
verwelkomen de minister van ELI, zijn ambtenaren, iedereen op de
publieke tribune en onszelf, de Kamer.

Er zijn veel sprekers vanavond. We houden de volgorde aan waarin
iedereen hier zit. Alle sprekers hebben een spreektijd van 10 minuten.
In principe stemmen we morgen over de ingediende moties. Dit is een
principeafspraak, uiteindelijk gaat de Kamer er natuurlijk zelf over.
Wij gaan niet slechts proberen om om 23.00 uur klaar te zijn, maar daar
zelfs voor zorgen. Op het moment dat ik op de klok zie dat dit niet gaat
lukken, word ik gewoon nog strenger en onaangenamer. Volgens mij zijn we
echter allemaal mans en vrouws genoeg om ervoor te zorgen dat we het
eindtijdstip halen. Ik verzoek iedereen om niet te scheutig te zijn met
interrupties en de interrupties die er zijn zo kort mogelijk te houden.

	Als eerste is het woord aan de heer Samsom van de Partij van de Arbeid.

**

De heer Samsom (PvdA): Dank u wel, voorzitter. De afgelopen jaren hebben
politieke partijen in de Tweede Kamer allemaal vanuit hun eigen
beginselen en overtuigingen het Nederlandse energiebeleid mede
vormgegeven. Allemaal, maar eigenlijk nooit samen. De politieke
verschillen van inzicht waren daarvoor iedere keer te groot en de wil om
ze te overbruggen was telkens te klein. Daarmee is meteen hét probleem
van het Nederlandse energiebeleid geschetst, want doordat
energiepolitiek ons al decennialang verdeeld houdt, wordt het
energiebeleid bij iedere nieuwe krachtsverhouding in het parlement
meteen gewijzigd en bij iedere wijziging neemt de investeringszekerheid
af en stagneert de vooruitgang. Belastingvoordelen voor duurzame energie
in de jaren negentig werden geschrapt bij het aantreden van het eerste
kabinet-Balkenende. De door het tweede kabinet-Balkenende ingestelde
subsidies werden op de valreep van het derde kabinet-Balkenende meteen
weer gestaakt, waarna het vierde kabinet-Balkenende met horten en stoten
-- ook dat beleid was verre van ideaal -- het weer enig nieuw leven
inblies. Net op het moment dat er enige continuïteit lonkt, schrapt het
eerste kabinet-Rutte de stimulering van zon-, wind- en biomassabijstook
en last een gedwongen pauze in van meer dan een halfjaar voor alle
overige bronnen van duurzame energie. Ziedaar vijftien jaar Nederlands
energiebeleid.

	De situatie is inmiddels urgent. Want terwijl ons beleid zwabbert,
worden de problemen iedere dag groter. Klimaatverandering dreigt onze
generatie, en zeker volgende generaties, voor omvangrijke problemen te
plaatsen. Wereldwijd worden energievoorraden schaarser en de daaruit
voortvloeiende hogere prijzen of stagnatie in de beschikbaarheid zetten
onze welvaart op het spel. Bovendien lopen we groei en werkgelegenheid
mis met het missen van kansen op een koploperspositie in nieuwe
technieken zoals offshore of biobased energiewinning.

	We staan nu dus echt voor de fundamentele keuze: houden we vast aan
eigen dogma's en programma's en veroordelen we Nederland tot een
vastgelopen energiebeleid omdat het iedere vier jaar, of frequenter,
wijzigt onder invloed van steeds wisselende coalities? Of durven we
elkaar de hand te reiken om te komen tot voorstellen waarmee we onze
energievoorziening veiligstellen en kansen grijpen voor onze economie?

De Partij van de Arbeid kiest voor het laatste. Wij hebben dus een
energienota gemaakt waarin we vijf concrete voorstellen doen om het
beleid voor duurzame energie te bestendigen. Voorstellen die stuk voor
stuk langjarige zekerheid bieden aan investeerders over de richting van
ons energiebeleid. Voorstellen die ook rekening houden met de weinig
florissante situatie van de overheidsfinanciën en die dus geen
begrotingsgeld vragen. En voorstellen die geen confrontatie aangaan met
het huidige energiebeleid, maar een aanvulling zijn op de maatregelen
die nu zijn aangekondigd. Geen beleidswijzigingen meer, wel flinke
verstevigingen.

Met deze voorstellen wisselt het beleid dus niet meer bij iedere
verkiezing en ontstaat het duurzame beleid dat duurzame energie zo hard
nodig heeft. Ik wil deze nota graag laten uitdelen aan de collega's en
de minister.

De voorzitter: Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit
stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de
Kamer.

**

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal.)

De heer Samsom (PvdA): Ik geef natuurlijk een korte samenvattende
opsomming van onze voorstellen.

	Allereerst is er een leveranciersverplichting voor duurzame
elektriciteit. Subsidies kunnen duurzame energie niet eeuwig
voorttrekken en leveren niet de gewenste investeringszekerheid. Een
systeem waarin energieleveranciers worden verplicht om een groeiend deel
van hun stroom uit duurzame bronnen te betrekken, kan die nadelen
ondervangen. In combinatie met de voorstellen die ik zo meteen nog zal
doen en een voortgezette SDE-plusregeling levert dit optimale
investeringszekerheid zonder dat de kosten uit de hand lopen.

De verplichting is al in 2003 in wetgeving verankerd en via het
amendement-Samsom in de Elektriciteitswet opgenomen en kan dus heel snel
in besluiten worden uitgewerkt. Op die manier krijgen grote
investeringsprogramma's in bijvoorbeeld offshore wind op tijd de
benodigde zekerheid en blijft de doelstelling -- wat die ook moge zijn
-- in beeld.

	Voorstel 2: Kolencentrales moeten een verplicht aandeel biomassa
bijstoken, oplopend tot 35% in 2020. Dit zorgt voor meer duurzame
energie en minder uitstoot van kolencentrales.

	Voorstel 3: Net op zee. Met een eenvoudige aanpassing van de
Elektriciteitswet wordt TenneT net als op land ook op zee
verantwoordelijk voor de aansluiting van nieuwe centrales (offshore
windparken). Door de kosten van de aanleg te spreiden over alle
gebruikers blijft de stijging van de elektriciteitsprijzen beperkt tot
minder dan 0,2 cent per kWh. Deze maatregel zorgt voor een
kosteneffectieve aanleg van een elektriciteitsnet en voor zo min
mogelijk natuurschade omdat door betere planning de kabels gebundeld
kunnen worden. In tegenstelling tot de situatie waarin iedere
ontwikkelaar zijn eigen kabel aanlegt, houden wij hiermee ook de duinen
schoon.

	Voorstel 4: Belastingvrijstelling voor zelflevering. Dit voorstel is
vorige week ook al bij de begroting IM ingediend. Particulieren die zelf
investeren in duurzame energie hoeven geen belasting te betalen over de
stroom die zij van hun windmolen of zonne-energiesysteem afnemen. Dat
stimuleert participatie, vergroot het draagvlak voor met name windmolens
en levert meer duurzame energie op.

	Voorstel 5: Een verplichting tot het bijmengen van groen gas in het
gasnet. In plaats van subsidieregelingen creëert dit dezelfde
investeringszekerheid die ook bij een verplichting voor duurzame
elektriciteit optreedt. Zo wordt optimaal gebruikgemaakt van de enorme
potentie die Nederland heeft.

	Voorzitter. Ik hoor uiteraard graag een concrete reactie van de
minister op mijn voorstellen. Ik geef nu als tegenprestatie een reactie
op zijn voorstellen.

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. Ik wil de heer Samsom een vraag
stellen maar niet voordat ik hem een enorm compliment heb gemaakt voor
de voorbereiding en om dit zo te doen. Ik was daar aangenaam door
getroffen en dacht: dat is een idee voor een volgende keer.

	Ik deel zijn analyse dat het energiebeleid wisselend geweest is de
laatste vijftien jaar, maar dat komt volgens mij doordat er steeds voor
andere technieken is gekozen. Ik lees uit het voorstel van de PvdA dat
er weer op een aantal technieken ingestoken wordt. De consistentie
waaraan de markt behoefte heeft, is volgens mij dat er een norm komt,
bijvoorbeeld voor CO2-uitstoot. Duurzame energie heeft 60% of minder
CO2-uitstoot ten opzichte van fossiele energie. Met zo'n norm kan de
sector zelf uitzoeken welke technieken daarvoor worden ingezet en kan er
veel meer zekerheid aan de sector geboden worden dan door te zeggen: je
moet zoveel procent op techniek A inzetten en zoveel procent op techniek
B. Daarmee beïnvloeden wij de markt en volgens mij moet de overheid dat
niet doen.

De heer Samsom (PvdA): Voorzitter. Het energiebeleid is vooral gewisseld
omdat er instrumenten zijn gewisseld. Belastingvrijstelling werd een
subsidie op alleen de onrendabele top. Nu gaat het een SDE-plus worden,
waarvan wij nog niet precies weten wat dat is. De analyse is dat vooral
de instrumenten gewisseld zijn. Ik ben het grotendeels met de heer
Leegte eens dat het instrument van een eenvormige verplichting het beste
zou zijn, namelijk een leveranciersverplichting voor duurzame energie.
De heer Leegte noemt het een norm, maar dat is ongeveer hetzelfde.

	Ik maak daarbij één uitzondering voor biomassa bijstook. Wij hebben
in Nederland namelijk de uitzonderlijke situatie van een hoop
kolencentrales met veel potentie en veel kostenvoordelen. Die
kolencentrales willen niet voor niets hier allemaal staan. Als je twaalf
verdiepingen kolencentrales zou kunnen bouwen, zou men er op de
Maasvlakte een hebben gebouwd. Zo voordelig zijn zij daar. Van dat
voordeel vragen wij namens de maatschappij een stuk terug in de vorm van
duurzame energie biomassa bijstook. Ik heb niet voor niets voor een mix
gekozen. Ook in het buitenland blijkt dat het uiteindelijk niet één
instrument wordt. Ik verwijs naar Engeland.

De voorzitter: Gaat u door met uw verhaal, mijnheer Samsom, tenminste
als de heer Leegte geen vervolgvraag heeft.

**

De heer Leegte (VVD): Ik krijg zo weinig interrupties dat ik die maar
even spaar.

De voorzitter: Ik heb ze nog niet gerantsoeneerd, maar ik vind het een
goed argument. Houden zo!

**

De heer Samsom (PvdA): Ik kom op mijn reactie op de voorstellen van de
minister en allereerst op het doel: 14% duurzame energie in 2020. Dat is
een forse verlaging van de doelstelling van het vorige kabinet. Daar
kunnen we natuurlijk de staf over breken, maar dat ritueel hebben we nu
wel weer achter de rug. Nadat de woede is gezakt, constateer ik
blijmoedig dat het hier gaat om een Europese definitie van 14% en door
ingewikkelde definitiekwesties ligt dat percentage in Nederland dan weer
op 17%. Dat hadden de VVD en de PVV zich vast niet gerealiseerd. Winst
is dat dit percentage in de vorige periode door de VVD volstrekt
onhaalbaar werd genoemd, maar nu dus realistisch heet. Prima, dat is het
ook, maar alleen dan als de minister naast zijn eigen beleid ook onze
voorstellen implementeert.

	Wat betreft SDE+ spreek ik tegelijkertijd bewondering uit en houd ik
mijn hart vast voor wat de minister nu weer heeft verzonnen. Het ziet er
creatief uit en -- laten we eerlijk zijn -- met de beschikbare middelen
is er ook niet veel beters van te maken. Maar het overboord zetten van
zon en offshorewind is doodzonde en er zijn levensgrote risico's voor
biovergistingsprojecten. We komen nog uitgebreid te spreken over die
risico's, maar de minister kan zichzelf heel veel leed besparen door
onze voorstellen over te nemen. Daarmee speelt hij namelijk heel veel
geld en ruimte vrij om echt gericht te kunnen stimuleren met het geld
dat hij dan nog in de SDE over heeft. Dat is best veel, uiteindelijk
1,4 mld. Daarmee kunnen gericht innovatieve technieken als waterkracht
maar ook een belangrijke techniek als wkk worden opgenomen in SDE-plus
en iets toevoegen op het gebied van warmte, bijvoorbeeld geothermie.

	Ik heb nog een heel prangende vraag die aan de orde moet komen voordat
we de regeling in detail bespreken, want anders is het te laat: waarom
pas per 1 juli aanstaande? Dat kan echt eerder, gezien de beperkte
hoeveelheid wijzigingen die de minister nu doorvoert. Hij hoeft geen
algemene maatregel van bestuur te wijzigen, alleen ministeriële
regelingen. Dan zou het dus ook al in februari hier kunnen liggen.

	Ik kom op de CO2-opslag, door de coalitie in een bizarre gordiaanse
knop van nucleaire logica gelegd. CO2-opslag komt pas aan de orde na
verlening van een vergunning aan een kerncentrale, zo staat er. Als wij
dat letterlijk nemen -- waarom zouden we dat eigenlijk niet doen? --
komt het dus helemaal niet aan de orde. De brief van de minister van 12
november zoekt een muizengaatje door de formulering "ruimte bieden aan
een project in het Noorden". Maar ja, gegeven de logica van het
regeerakkoord is ook dat pas aan de orde na een vergunningverlenging aan
een kerncentrale. Hoe dan ook, de minister heeft natuurlijk recht op de
positiebepaling van de PvdA in dezen. En die is onveranderd: wij zien
CO2-opslag als een noodzakelijk kwaad in de strijd tegen
klimaatverandering. Met CO2-opslag kopen we tijd om de verduurzaming van
onze energievoorziening zo snel mogelijk af te ronden. Maar dat betekent
dus ook dat het alleen zinvol is in het kader van een ambitieus duurzaam
energiebeleid, want anders koop je tijd voor niets. Geen ambitieus
duurzaam energiebeleid, dan ook geen steun van onze fractie voor
CO2-opslag. Het duurzame energiebeleid van Balkenende 4 -- het vorige
kabinet -- was voor onze fractie de bottom line en dan echt nog maar
net. Dit kabinet verlaagt die ambities, verlaagt ook de inspanningen en
haalt die ladders vooralsnog niet. Dat kan nog veranderen, bijvoorbeeld
door omarming van de voorstellen uit onze initiatiefnota.

De heer Leegte (VVD): Volgens mij is de tekst uit het regeerakkoord heel
duidelijk: eerst kernenergie en dan CO2-opslag. Dat is ook logisch,
omdat dit kabinet volgens mij de ambitie heeft om echt werk te maken van
de CO2-reductie. De beste oplossing daarvoor is naar mijn mening het
inzetten van kernenergie, omdat dat geen CO2 uitstoot geeft. Er zijn
twee aanvragen en ik zie dan ook niet voor me waarom er dan geen
vergunning zou komen voor een nieuwe kerncentrale, waarna je kunt praten
over de CO2-opslag.

De heer Samsom (PvdA): Maar die logica beschreef ik ook. U wil eerst een
vergunning geven aan een kerncentrale en dan pas komt de CO2-opslag aan
de orde. Dan zetten we dit maar even een tijdje in de ijskast met zijn
allen, want ik verzeker u dat die vergunning voor een kerncentrale nog
een hele kluif is. Sterker nog, ambtelijke notities daarover praten over
2014. Zelfs als dit kabinet de hele periode uitzit, zitten we tegen die
tijd alweer tegen verkiezingen aan voordat over CCS wordt begonnen. Dan
zijn we het ook eens en is mijn analyse ook juist: omdat het in deze
nucleaire logica past, komt het dus voorlopig niet aan de orde.

De heer Leegte (VVD): Ik concludeer dan toch dat er steun is van de PvdA
voor het bouwen van kerncentrales, dat wij samen de uitgestoken hand
aanpakken en dus vaart gaan maken met kernenergie. Met de heer Samsom
ben ik namelijk van mening dat dit een belangrijk probleem is, niet
alleen voor de CO2 maar ook voor de energiemixoplossing. Ik kijk dus uit
naar onze initiatieven om die kernenergie met volle kracht vooruit te
brengen.

De heer Samsom (PvdA): Nee, ik constateer slechts dat u eerst een
kerncentrale een vergunning wil verlenen. Daar gaat deze Kamer
nauwelijks nog over en wij wachten dat dus in spanning af. Vervolgens
wil de heer Leegte pas over CO2-opslag praten.

Dat mag van mij, want ik heb al gezegd dat wij CO2-opslag pas steunen in
het kader van een zeer duurzaam energiebeleid. Dat hebben wij nog niet
gezien. Het mag van mij, maar ik constateer feitelijk dat dit in de
eerste drie of vier jaar op geen enkele manier aan de orde komt. Dat is
voor sommige mensen in dit land best jammer.

De voorzitter: De heer Samsom vervolgt en rondt af.

**

De heer Samsom (PvdA): Ik ga afronden, want mijn tien minuten zijn
inderdaad voorbij. Ik zou nog uren willen doorgaan, maar ik rond af met
een hartenkreet.

	Mijn fractie heeft met concrete voorstellen de minister de helpende
hand toegestoken om een impasse in ons energiebeleid af te wenden. De
eerste reflex van de minister zou natuurlijk kunnen zijn om straks de
vloer aan te vegen met die voorstellen en te betogen dat hij die
helemaal niet nodig heeft om het energievraagstuk te lijf te gaan. Mijn
dringende advies is: geef niet toe aan die reflex. U hebt ons wel nodig,
minister, net zoals ik u nodig heb. Het vastlopen van ons energiebeleid
is namelijk niet alleen de schuld van Rutte 1. Het is een gezamenlijke
verantwoordelijkheid. Het lostrekken is dus eveneens onze gezamenlijke
verantwoordelijkheid. Dit debat kan het begin zijn van een paar jaar
wapengekletter tussen oppositie en coalitie, waaraan beide partijen heus
een hoop lol gaan beleven, maar waarmee niets wordt opgelost. Het kan
ook een begin zijn van een gezamenlijke uitweg uit de dreigende
energiecrisis, waarbij beide partijen bereid moeten zijn om over hun
eigen schaduw te springen. Ik hoop dus vurig op het laatste.

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. Voor de VVD is het duidelijk dat de
Nederlandse energievoorziening een optimum moet vinden tussen de
driehoek schoon-duurzaam-betaalbaar en betrouwbaar. Onze zorg gaat
vooral uit naar het stuk schoon en duurzaam. Voordat ik daarover meer ga
vertellen, is het goed om naar de feiten te kijken.

	Van de totale 3300 petajoule energie in Nederland gaat maar 400
petajoule naar elektriciteit. Dat is ongeveer 12%. Van de gehele
energiebehoefte komt 94% uit fossiele bronnen; 34% uit olie, 10% uit
kolen en 50% uit gas. Van dat geheel aan energie gaat ongeveer 18% naar
de chemische industrie, 43% naar verhitting/verwarming, 12% naar de
eerder genoemde elektriciteit en 15% naar transport. 12% van onze
energiebehoefte verdwijnt in de zogenaamde laagwaardige warmte waarvoor
wij nog geen toepassing hebben. Dat betekent dat ons vandaag enige
bescheidenheid past, omdat wij het in de Elektriciteitswet vooral ook
hebben over die 12% van het totaal.

	Ik zit midden in mijn inwerkperiode en heb dus alle tijd om veel mensen
te spreken en veel te lezen. Opvallend is dat in alle informatie die ik
krijg, de conclusie eigenlijk in een richting wijst. Die is dat er nog
een tijd olie is, dat er nog veel gas is en dat er nog veel meer kolen
is en dat het ongeveer 100 of 200 jaar kan duren voordat het opraakt,
althans voor zover het de fysieke voorraad betreft. Voor iedereen die
mij informatie geeft, is ook duidelijk dat zich steeds meer gegadigden
aandienen voor de voorraad die er is; China, Oost-Azië en straks
Afrika. Wij weten ook dat gas en olie steeds moeilijker te vinden zullen
zijn en tegen steeds grotere risico's. Dan denk ik natuurlijk met velen
in deze zaal onmiddellijk ook aan de Golf van Mexico. Met andere
woorden: er is misschien nog lang voorraad, maar de prijs zal stijgen en
de afhankelijkheid van olie en gas zal toenemen. De vraag is of je dat
wilt. Alle mensen die mij vertellen dat de voorraad nog zo lang strekt,
zeggen mij in hetzelfde gesprek dat het ongeveer 40 jaar duurt voordat
een energiebron zich ontwikkelt van idee tot een significante bijdrage
aan de energiebehoefte. Ik kan dus niet anders dan de conclusie trekken
dat de urgentie hoog is en dat er snel iets moeten doen.

	Zoals ik zei, ongeveer 18% van onze energiebehoefte gaat naar de
chemische industrie. Dat is zo'n 600 petajoule. Het gaat die chemische
industrie vooral om het koolstofatoom, dat zo'n fantastisch atoom is om
prachtige dingen mee te maken. Ik denk aan iPhones en bumpers van
elektrische auto's, maar ook -- nog veel belangrijker -- camera's voor
de televisie om de slimmigheden van de politie op te nemen en
lcd-schermen voor de burgers om te zien welke slimme dingen wij allemaal
zeggen. Als die fossiele bronnen zijn opgedroogd, is er ook geen
kostenfantoom meer om dat te kunnen doen.

	Daarom wil de VVD insteken op de bio-based economy waarover in het
begrotingsdebat een motie is ingediend. Ik geloof dat wij toe moeten
naar een duurzame economie die voor een belangrijk deel weer gebaseerd
is op dat bio-based. Voor dit alles zover is, hebben wij natuurlijk nog
vele discussies en lopen wij tegen vele problemen aan, maar de trend en
de richting zijn duidelijk. Het zal en moet die kant op gaan.

Daarmee kom ik tot een aantal conclusies uit mijn inleidend college.
Een: wij moeten alternatieven vinden voor de fossiele brandstoffen.
Misschien raken ze niet op, maar ze worden wel duurder en wij worden
afhankelijk van een aantal landen. Twee: de zoektocht naar alternatieven
duurt lang en wij kunnen dus op voorhand geen alternatief afwijzen. Voor
die alternatieven geldt dat ze pas op de lange termijn significant een
bijdrage leveren. Dat betekent dat wij in de tussentijd, voor de komende
40 tot 50 jaar, een oplossing moeten vinden. Dat noem ik de middellange
termijn. Voor de korte termijn moeten wij ons voorbereiden op die
toekomst door kostenbewust slimme keuzen te maken. Uitgangspunt daarbij
is voor de VVD-fractie dat geld kan opraken. Ook geld is schaars. Wij
kijken dus niet tegen een geringe opgave aan.

	Daarmee kom ik tot de concrete punten van deze agenda.

De voorzitter: Maar eerst heeft de heer Jansen een vraag.

**

De heer Jansen (SP): Ik kan de analyse van de heer Leegte in heel grote
mate volgen. Alleen zegt hij dat het geld kan opraken. Wat is dan zijn
verklaring dat een staatskapitalistisch land als China in een enorm
tempo niet alleen kolencentrales, maar ook duurzame energie uitrolt?
Waarom lukt hun wel wat ons niet lukt?

De heer Leegte (VVD): Het verschil tussen China en ons is, dat het een
geleide economie is, die de heer Jansen als voorbeeld meer aanspreekt
dan liberalen. Maar de achterstand in China is vele malen groter dan bij
ons. De verwachting is dat de komende tien jaar 300 miljoen Chinezen van
het platteland naar de stad gaan. Al die mensen gaan voor bijna 700 watt
energie gebruiken. Voor hen moeten dus voorzieningen worden getroffen.
De Chinese overheid zoekt niet uit een soort goedheid voor de wereld
naar alternatieve bronnen. Nee, die ziet de noodzaak omdat 300 miljoen
Chinezen de stad intrekken en daar een voorziening moeten hebben omdat
zij ook televisie willen kijken.

De heer Jansen (SP): Mijn vraag is concreter. China haalt nu al vijf
jaar lang achter elkaar een verdubbeling van bijvoorbeeld de hoeveelheid
windenergie. Nederland is al blij met 15% groei per jaar. Dan wordt
gezegd dat de bodem van de portemonnee in zicht raakt. Hoe is het
mogelijk dat het hun lukt, terwijl wij dat niet voor elkaar krijgen?

De heer Leegte (VVD): Het antwoord is duidelijk. De achterstand van die
Chinezen is zoveel groter. Van nul verdubbelen kun je een paar jaar
achter elkaar doen. Het gaat natuurlijk niet door. Ik denk aan de fabel
van het schaakbord met het graankorreltje op het eerste vak. Op het
eerste vakje leg je één graankorrel, op het tweede twee, dan vier, dan
acht. Dat gaat zo door. Dan ben je heel snel uitgespeeld. De Nederlandse
elektriciteitsbehoefte is volmaakt. Wij hebben een balans. Wij hebben
een klein overschot aan productie. Als je dan iets gaat toevoegen, moet
er iets anders af. In China daarentegen voldoet de productie nog niet
aan de vraag. Die situatie is totaal anders.

De heer Jansen (SP): Een laatste poging. Volgens mij is China op dit
moment, ook in absolute aantallen, de grootste producent van
windenergie. Het zet dit jaar waarschijnlijk evenveel windvermogen bij
als de rest van de wereld. Kortom, als je het in kilowatturen bekijkt,
is er van die achterstand weinig meer te merken.

De heer Leegte (VVD): Tegelijkertijd bouwt China iedere week een nieuwe
kolencentrale. Van de 53 kerncentrales die er in wereld gepland zijn,
zijn er 30 in China gepland. Wat mij betreft heeft China een goede mix
omdat het op al die verschillende technieken en middelen inzet.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): De heer Leegte zei net: de
energievoorziening in Nederland is in balans. Als je iets gaat
toevoegen, moet er iets anders af. Toch steunt hij de plannen van het
kabinet om één of twee kerncentrales toe te voegen. Wat mag er wat hem
betreft dan af en gaat dat niet ten koste van de ontwikkeling van
hernieuwbare energie in Nederland?

De heer Leegte (VVD): Er hoeft niet zozeer iets af. Je zou je ook kunnen
voorstellen dat Nederland een exporteur wordt van energie. Op sommige
momenten zijn wij dat al. Nederland is een handelsland. Wij zijn goed
gepositioneerd met de ligging in Noordwest-Europa, dat door alle
interlandelijke kabels een eenheid in markt aan het worden is. Nederland
zou best een exporteur van energie kunnen worden. Daarvan zou ik een
voorstander zijn.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Dus de heer Leegte vindt dat wij hier
kernenergie moeten produceren, het afval hier moeten opslaan en de
risico's hier moeten nemen ten behoeve van het buitenland? Dat is de
positie van de VVD-fractie?

De heer Leegte (VVD): Het is mij niet helemaal duidelijk wat mevrouw Van
Veldhoven bedoelt met risico's.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): De risico's die verbonden kunnen zijn aan
kernenergie, waarom verzekeringsmaatschappijen dit soort centrales niet
kunnen verzekeren en waarom de overheid dus om garanties wordt gevraagd.
Dat soort risico's.

De heer Leegte (VVD): Dat soort risico's is mij niet bekend. Ik denk dat
het goed is om nieuwe kerncentrales te bouwen. Er staat er één extra
op stapel en misschien dat het er twee of drie worden. Ik toon hier iets
meer dan het afval dat een huishouden per jaar uitstoot als wij overgaan
op kernenergie. (toont voorwerpje van enkele centimeters)

Het lijkt mij een prachtige oplossing om in te zetten op kernenergie
gegeven het feit dat CO2-uitstoot ook afval is.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Dat heel kleine dingetje is natuurlijk een
beetje flauw, want dat is het afval per huishouden per jaar. Als de heer
Leegte de hoeveelheid afval zou zien van alle huishoudens over alle
jaren dat de kerncentrale draait, is dat natuurlijk een heel andere
hoeveelheid. Er zijn wel degelijk alternatieven voor kernenergie om de
CO2-uitstoot te verminderen. Dit is een bewuste keuze en de heer Leegte
maakt die keuze terwijl hij weet dat hij de energie zal exporteren. Dat
lijkt mij een feit.

De heer Leegte (VVD): Ik heb die voorraad toevallig vanochtend gezien.
Ik was in Borssele, dat was een uitermate gunstige timing gelet op dit
debat. Dan zie je dat het afvalprobleem een non-issue is in Nederland.

	Daarmee kom ik op de SDE-plusregeling. Dit is een belangrijke stap voor
de korte termijn. In de woorden van de minister richt deze regeling zich
op het maken van meters. Mijn fractie ondersteunt dit van harte. De
huidige regeling is een enorme verbetering ten opzichte van de oude die
is opgesteld in de tijd van het paniekvoetbal. Toen dachten wij dat het
geld niet zou opraken en dat de doelstelling alleen kon worden behaald
door er veel geld achter te zetten. Deze regeling laat kleinschalige
zonne-energie en offshorewind buiten de boot vallen. Dat is een goede
keuze, want dat is immers veel voor weinig.

	Ik heb natuurlijk wel een aantal vragen. Ik maak mij zorgen over de
voorspelbaarheid van de uitkomst van deze regeling. Hoe zal dit
uitpakken, vraag ik de minister. Mij bereiken signalen dat wij meer geld
zullen uitgeven, maar uiteindelijk minder duurzame energie krijgen. Ik
hoor graag van de minister of deze stelling hout snijdt.

	Waarom bevat de regeling nog subsidie voor windarme gebieden? In
gebieden waar het niet waait moet je naar mijn mening geen molen
neerzetten. Kunnen wij dit niet gewoon schrappen?

	Waarom wordt gekozen voor een focus op biogas? Dat is duur terwijl
biogas een relatief geringe potentie heeft. Kunnen wij dit geld niet
beter op andere manieren inzetten?

	Waarom valt de bijstook van biomassa buiten de regeling? Biomassa is
een relatief goedkope manier om snel volume groene stroom te verkrijgen.
Kunnen wij niet met een soort overgangsregeling komen? Dit is een punt
van zorg, vooral ook omdat mijn fractie het noodzakelijk acht dat de
stromen biomassa hiernaartoe komen voor het starten van een biobased
economy. Hier ligt een enorme kans met Wageningen, een bedrijf als DSM
en de haven van Rotterdam als asset in Nederland. Ik krijg hierop graag
een reactie van de minister.

	Ik heb nog een specifieke vraag over de MEP-subsidie voor een
biomassacentrale in Delfzijl die op de rol staat. De subsidie is echter
zo ingericht dat die eerder moet ingaan dan de centrale is gebouwd.
Daardoor loopt de centrale drie jaar subsidie mis. Is dit een
administratieve onhandigheid die kan worden opgelost? Als die subsidie
is toegekend -- en dat signaal heb ik gekregen -- dan moet die toch ook
kunnen worden toegewend voor dat doel.

	Ik hoor graag de visie van de minister op de warmtekrachtkoppeling en
de rol die deze speelt in de energiediscussie.

	Op de SDE-plusregeling is veel kritiek geuit zowel van de
milieubeweging en de Partij van de Arbeid die van mening zijn dat er te
weinig geld is, als elektriciteitsproducenten die er een verkeerde
sturing in zien, als wetenschappers die zeggen dat de regeling duurder
wordt en minder zal opleveren. Hoe dan ook, in die subsidiebudgetten
zijn techniekkeuzen gemaakt en mijn fractie maakt zich zorgen dat
sommige keuzen buiten de boot vallen terwijl andere er juist binnen
blijven. De keuzen die buiten de boot vallen zoals de bijstook van
biomassa kunnen dan niet meer concurreren en worden stopgezet. Met
andere woorden, dit is een lang verhaal maar mijn fractie is van mening
dat subsidies verstorend werken. Daarom vraag ik of de minister een
voorstel wil doen voor een soort leveranciersakkoord of een verplichting
voor mijn part, waardoor het hele subsidiesysteem kan worden afgeschaft
en wordt toegewerkt naar een leveranciersakkoord. De sector kan dan zelf
de optimale mix samenstellen. De overheid stelt de norm: een duurzame
energiebron mag niet meer dan zo veel CO2 uitstoten, en vervolgens kan
de sector zelf ervoor zorgen dat dit lukt en hoeven wij onze vingers er
niet aan te branden. Daarmee ligt de verantwoordelijkheid dus bij de
mensen die dat kunnen. Volgens mij wordt het optimum zo goedkoper
bereikt dan wanneer de overheid daarin stuurt. De consument zal dan
misschien hogere kosten aantreffen op zijn energierekening, maar ik ben
ervan overtuigd dat hij goedkoper uit is doordat de belasting lager
wordt. Ik krijg hierop graag een reactie van de minister.

De heer Samsom (PvdA): De heer Leegte steunt dus de oproep voor een
leveranciersverplichting waarvoor dank.

Zoals hij het nu echter vormgeeft, zegt hij in feite dat het niet
uitmaakt welke optie het wordt en dat de bedrijven dat zelf mogen
kiezen. In Engeland heeft men dat een tijdje geprobeerd en toen kwam men
er heel snel achter dat de prijs voor duurzame energie dan bepaald wordt
door de prijs van de allerduurste optie. Het zal dus offshore wind
worden -- in de ogen van de heer Leegte een veel te dure optie -- want
op geen andere manier halen wij de doelstellingen. Dat zou een enorme
windfall profit opleveren voor bedrijven die bijvoorbeeld biomassa
bijstook leveren. Dat is dus geen slim systeem. Volgens mij is het zaak
om het voorstel van de heer Leegte iets intelligenter vorm te geven en
het vervolgens in Nederland in praktijk te brengen.

De heer Leegte (VVD): Een hond kan vlooien en luizen tegelijkertijd
hebben. Als een consument zowel hogere belasting krijgt, omdat hij
subsidies moet betalen, als een hogere energierekening, doen wij iets
verkeerd. Volgens mij kan de sector de verantwoordelijkheid aan om zelf
de optimale mix te krijgen. De logica van de markt zegt dat als wind op
zee hartstikke duur is, de sector iets anders zal vinden, zodat het ene
energiebedrijf een goedkopere propositie voor de consument heeft dan het
andere. Daarmee komt de optimale mix tot stand. Voor de aanloopfase,
waarin sprake is van verstoringen door subsidies, zullen wij een
oplossing moeten vinden. Vandaar mijn vraag aan de minister of hij kan
bezien hoe dit kan worden opgelost. Wij moeten echter niet twee systemen
tegelijkertijd in de markt houden, want geld kan opraken.

De heer Grashoff (GroenLinks): Ik heb de heer Leegte goed gevolgd. Uit
zijn verhaal spreekt een enorm gevoel van urgentie voor het gaan naar
duurzame energie. Als ik hem was, zou ik behoorlijk teleurgesteld zijn
in de brief van de minister, want met die brief en het daarin aangegeven
instrumentarium halen wij de Europese doelen bij lange na niet, terwijl
die toch al vrij minimaal zijn. Wij halen slechts 9% in 2020. Daar hoor
ik de heer Leegte niet of nauwelijks over. Dat vind ik vreemd. Kan hij
mij dat uitleggen?

De heer Leegte (VVD): Natuurlijk kan ik dat uitleggen. De
9%-doelstelling heb ik nergens gezien. Volgens mij is het de ambitie van
het kabinet om 14% te halen. Dat willen wij halen en ik maak mij er geen
zorgen over dat wij dit niet zullen doen. Ik heb aangegeven dat het gaat
om een kortetermijnmaatregel die meters maakt. Wij hebben een
achterstand die moet worden ingelopen. De oude regeling was slecht,
gemaakt in de tijd dat er paniekvoetbal werd gespeeld. Nu komt er een
slimmere regeling, die op korte termijn meters kan maken. Subsidies zijn
echter niet goed voor de lange termijn, want die verstoren de markt en
dat lost niets op. Om die reden hebben wij gevraagd het systeem om te
zetten naar een systeem dat uitgaat van een akkoord of een verplichting.

De heer Grashoff (GroenLinks): De heer Leegte is het dus met mij eens
dat wat de minister nu heeft voorgelegd zwaar onvoldoende is. Die 9% heb
ik niet bedacht, maar komt van het PBL, dat een en ander heeft
uitgerekend. Het lijkt mij dus vrij helder dat wat nu voorligt
onvoldoende is. Ik begrijp dat de heer Leegte zegt dat het niet gaat om
wat nu voorligt, maar dat werk moet worden gemaakt van de
leveranciersverplichting, die stevig moet worden opgetuigd. Klopt dat?

De heer Leegte (VVD): Nee, dat klopt niet. Ik vind het een goed voorstel
voor de korte termijn. Naar mijn mening moeten wij die meters ook maken.
Alleen moeten wij zien te voorkomen dat wij twee systemen, zowel
subsidie als leveranciersverplichting, tegelijkertijd in de lucht
houden. Dat zal niet werken. Vandaar mijn vraag om met een oplossing te
komen.

	Het lijkt wel of er geen oplossingen zijn. Kennelijk is er geen
haarlemmerolie voor het energieprobleem. In geval van kernenergie is de
basislast te vergelijken met de kosten voor het huishoudelijk afval van
een jaar, dus het valt best mee. Ik kan mij niet voorstellen dat er
mensen zijn die serieus bezorgd zijn over het klimaatprobleem, maar die
toch zeggen geen kernenergie te willen. Naar onze mening is het van
tweeën een. Om die reden vragen wij de minister of er niet gekeken kan
worden naar de mogelijkheid van een derde of misschien wel een vierde
centrale.

	Ten slotte een opmerking over windmolens. Er staan veel
windmolenprojecten op stapel. Volgens KEMA zal de introductie van veel
windmolens de marktprijzen onder druk zetten. Nader onderzoek naar de
gevolgen voor marktpartijen en een onderzoek naar de optimale
samenstelling van een windpark wordt door KEMA aanbevolen. Gaat de
minister dit ook onderzoeken? Als de minister dat doet, kan hij dan een
overzicht geven van alle projecten en de daaraan gekoppelde
subsidieaanvragen? Kan hij tevens aangeven wat het zou kosten als wij
die projecten stoppen? Bij die kosten moet hij natuurlijk het geld voor
het zogenaamde stopcontact op zee meenemen. Ik geef een voorbeeld: het
windmolenpark op zee kost 4 mld. aan subsidie. Mijn informatie is dat
het nog eens 4 mld. kost om daar een kabel naartoe te leggen. Wij
spreken dan over 8 mld. voor nog geen 1% van de behoefte.

Volgens mij kunnen we van dat geld heel andere slimme dingen doen. Ik
zou dan ook benieuwd zijn naar de alternatieve aanwending van dat geld
bij het meters maken voor alternatieve energie.

	Als ondernemer weet ik maar al te goed dat je niet al te lang goed geld
naar slecht geld kunt gooien. Een rechtsvoorganger van deze minister, de
heer Wijers, heeft ooit met pijn in het hart besloten om de subsidie
voor Fokker stop te zetten, omdat daar steeds maar geld bij moest
terwijl er niks uit kwam. Dat zijn ook de wetten van de economische
logica, misschien moeten we zoiets ook doen bij een aantal windprojecten
die nu op stapel staan.

De heer Samsom (PvdA): Voorzitter. Op het gevaar af dat het wat
technisch wordt, toch wat vragen. De heer Leegte steunt logischerwijs de
doelstelling van het kabinet; hij is immers onderdeel van een van de
partijen die dat -- zoals dat zo mooi heet -- schraagt. Dat betekent 14%
duurzame energie, voor elektriciteit betekent dat grosso modo 30 à 35%,
dus 35 à 40 terawattuur aan duurzame, groene stroom. De heer Leegte wil
offshore wind schrappen, maar eigenlijk ook onshore wind. Hij maakte een
opmerking over biovergisting, die maar een heel beperkte potentie heeft
en veel te duur is. En zon vindt hij sowieso veel te duur. Daarmee heeft
hij alleen nog maar bijstook om die 35 terawattuur te halen. Dat wordt
een hele klus: de kolencentrales in Nederland produceren bij elkaar niet
eens die 35 terawattuur. Hoe gaat hij in vredesnaam dit sommetje
rondmaken?

De heer Leegte (VVD): Ik begrijp het: het is een ingewikkelde rekensom.
Het liefst hadden we gehad dat kernenergie onder de duurzame energie
viel. Dat is het geval in Frankrijk, omdat zij geen CO2 uitstoot. In
Nederland is dat helaas niet het geval, maar dat zou wel het mooist
zijn. Nogmaals, ik heb geen keuze gemaakt voor een techniek. Ik heb
gezegd dat we die keuze juist moeten overlaten aan de markt, die dat
kan. Het enige wat ik zeg is dat je geen molens moet bouwen waar geen
wind is, zeker niet als je een regeling opstelt waarin je die windarme
gebieden extra subsidie moet geven; daarmee span je het paard achter de
wagen.

De heer Jansen (SP): Voorzitter. Van de bijdrage van mijn buurman heb ik
vanavond in ieder geval geleerd dat kernenergie geen techniek is.

	Energievoorziening is het fundament van de Nederlandse economie: als de
elektriciteit uitvalt, ligt Nederland binnen een seconde plat. Alleen al
dat argument rechtvaardigt een stevige overheidsbemoeienis, deels via
regulering en, wat ons betreft, ook deels via publiek eigendom. Er zijn
nog financieel-economische redenen waarom de regering energie moet
steken in energie. Op dit moment bestaat ongeveer 10% van de inkomsten
van de rijksbegroting uit opbrengsten die samenhangen met de winning van
aardolie en aardgas. In het huidige tempo is ons gas over 25 tot 30 jaar
op. Dat zal Nederland een macro-economisch probleem opleveren waarmee
vergeleken de vergrijzingsproblematiek kinderspel is. Ik vraag de
minister waarom er nog geen "Deltacommissie Einde aardgas" is
geïnstalleerd. Een derde reden om energie te steken in energie is de
bijdrage aan mondiale klimaatverandering. In het licht van deze drie
argumenten vindt de SP-fractie het regeerakkoord niet getuigen van een
strategische visie op ons energiebeleid voor de komende decennia.

	Het belangrijkste voor dit kabinet lijkt het verlagen van de kosten van
de energieportefeuille van de schatkist. Er wordt wat lippendienst
bewezen aan de noodzaak van innovatie, maar tegelijkertijd wordt de
bijdrage aan ECN, ons belangrijkste energieonderzoeksinstituut, gekort
met 27%. Hoe is dat te rijmen met de mooie woorden over de strategische
waarde van het energieonderzoek? Wanneer is het aangekondigde specifieke
innovatiebeleid van energie af? Kan de minister al een indicatie geven
van hoeveel euro's hij gaat uittrekken voor dat beleid?

	Wat is de kern van de SP-visie op een verduurzamingstrategie voor
energie? De essentie is een focus op energiebesparing en
energie-efficiency, met inbegrip van een veel betere benutting van de
restwarmte van industriële processen en elektriciteitproductie, evenals
een snellere groei van het aanbod van duurzaam. Als overgangsbrandstof
prefereren wij aardgas. Waarom? Het is naar verhouding flexibel,
relatief schoon, we benutten optimaal de in ons land aanwezige expertise
en bedrijvigheid en het past prima bij de ambitie van "Nederland
gasrotonde". Kan de minister reageren op deze vier argumenten?

	Ook in de Europese context is het helemaal niet dom dat Nederland inzet
op aardgas, want -- en dit zeg ik ook tegen de heer Leegte -- de
Europese brandstofmix bestaat al voor zeker 30% uit kernenergie. Uit het
oogpunt van een gebalanceerde ontwikkeling van de Europese
energieportefeuille moet je je specialiseren in waar je goed in bent, en
wij zijn goed in aardgas.

	Bij de groei van duurzaam is naar onze mening een brede mix het
verstandigst. Wind op land kan, mits de rechtsbescherming van omwonenden
beter wordt geregeld, er een structuurvisie komt waarin windturbines wel
en niet geplaatst kunnen worden, er ook bindende welstandsregels komen
voor nieuwe windparken en oud zeer zo snel mogelijk wordt opgeruimd.

Waarom is aan deze voorwaarde nog steeds niet voldaan? Op deze manier
worden de doelstellingen voor wind op land ook in deze regeerperiode
niet gehaald. Waarom sluit de minister wind op zee uit voor de SDE,
terwijl het potentieel op zee juist zeer groot is? Zonnestroom en
zonnewarmte kunnen naar onze mening op termijn ook in Nederland een
flink aandeel van de energievoorziening voor hun rekening nemen. Deze
techniek mag zich in een relatief groot draagvlak verheugen. Waarom
sluit de regering deze techniek de facto uit voor een snelle uitrol? Dit
is het zoveelste staaltje flipperkastbeleid voor de SDE. Dat is toch
dodelijk voor het draagvlak onder goedwillende burgers?

	De SP is optimistisch over het potentieel voor de biobased economy,
maar dan anders dan nu. Het gesleep van grondstoffen over grote
afstanden ondermijnt de CO2-winst. Bij import uit de ontwikkelingslanden
is het effect op het lokale landgebruik dubieus, alle certificaten voor
duurzaamheid ten spijt. Nederland zou moeten inzetten op het beter
benutten van regionale reststromen uit de landbouw -- voor regionaal mag
de minister Noordwest-Europa lezen -- de agro-industrie en de
natuurbeheerders. De ontwikkelingen rond groen gas zijn positief, maar
bij de autobrandstoffen zit er nog steeds veel kaf onder het koren.
Onderschrijft de minister dat effectieve controle op de herkomst van
biobrandstoffen alleen mogelijk is voor in Nederland geblende
brandstoffen? Klopt het dat in Frankrijk op dit moment al dezelfde eis
wordt gesteld? Klopt het dat bij het bijstoken van biomassa die niet
gesubsidieerd wordt via de oude MEP-regeling geen eisen gesteld worden
aan de duurzaamheid? En zo ja, vindt de minister dit dan ook
onwenselijk, net als de SP? Hoe gaat hij daar zo snel mogelijk
verandering in brengen?

	Extra kernenergie zit niet in de SP-brandstoffenmix. Positief is naar
onze mening dat deze techniek de afgelopen 25 jaar veiliger is geworden.
Ook de lage CO2-emissie is een pluspunt. Er staat echter bij de huidige
stand van de techniek ook een aantal stevige minpunten tegenover.
Kerncentrales draaien altijd op vol vermogen, in basislast, en dat
blokkeert een groeiend aantal duurzame energievormen. Heeft de minister
kennis genomen van de recente noodkreet van de Duitse netbeheerder, die
stelt dat hij door het hoge aandeel baseload in Duitsland steeds meer
problemen heeft om te voldoen aan de verduurzamingsverplichting? Het is
bovendien een grootschalig vermogen waarbij 50% van de opgewekte warmte
de zee in verdwijnt. Het is een kapitaalintensieve techniek, die
investeringsruimte wegzuigt bij structurele oplossingen. En we zitten
nog steeds met het afvalprobleem, misschien niet zo veel kuub, maar wel
erg gemene kuub.

De heer Leegte (VVD): Het Chinese verhaal wordt mij steeds duidelijker,
omdat mijn collega het gevoel heeft dat wij maar ongebreideld geld
hebben. Kernenergie is juist een basislastvoorziening die goedkoop is,
veilig en schoon. Daarom is het slim om juist die in te zetten, zodat je
daarnaast ruimte hebt voor andere energiebronnen. Op het moment dat de
staat zegt dat er geen kernenergie komt omdat dit basislast is, begrijp
ik niet meer goed waar de SP naartoe wil met haar duurzaamheidsbeleid.

De heer Jansen (SP): Ik heb de heer Leegte horen pleiten voor een
oplopend aandeel duurzame energie. Misschien in een ander tempo dan wij
in ons hoofd hebben, maar ook de VVD-fractie zit vast aan de 14% procent
duurzame energie in 2020. Dit houdt in 2020 37% duurzame elektriciteit
in. Het lijkt mij nogal een probleem om dit te realiseren in combinatie
met heel veel kernenergie en kolencentrales, want die staan er ook en
dat is ook baseload. Die twee bijten elkaar namelijk. Wat dat betreft,
is het flexibel vermogen waarvoor de SP pleit een stuk beter als
complementaire techniek voor duurzaam.

De heer Leegte (VVD): In mijn inleidend college heb ik juist aangegeven
dat het probleem is dat we spreken over 12% van de energiebehoefte,
namelijk elektriciteit. Als we in staat zijn om breder naar die
energiemix te kijken en bijvoorbeeld ook naar het transport kijken en
daar het aandeel biobrandstoffen laten stijgen, dan heb je veel meer
ruimte in de elektriciteit om te doen wat slim, verstandig en
kosteneffectief is en dat is meer kernenergie.

De heer Jansen (SP): Als we dan toch college geven, die 12% is primaire
energie voor de stroom, maar het komt uit op 25%, omdat voor iedere kWh
die met een kern- of kolencentrale wordt opgewekt, een kWh de Schelde of
de Noordzee ingaat. Dit staat overigens haaks op wat de heer Leegte
zojuist heeft gezegd over het nuttig gebruiken van restwarmte. Het grote
probleem is dat bij die grootschalige centrales, of dit nu een kern- of
kolencentrale is, de energie per definitie voor het grootste deel de zee
in moet. Laat de heer Leegte maar een toepassing verzinnen als er 500
megawatt aan thermisch vermogen in Borssele staat en nog veel meer in de
Eemshaven. Er is geen toepassing te vinden voor zo'n enorme hoeveelheid
restwarmte op één locatie. Daarvoor moet je decentraal inzetten.

	Voorzitter. Ik kan het groene licht voor kernenergie in het
regeerakkoord dus niet rijmen met het geclaimde aandeel van 37% duurzame
elektriciteit in 2020. Borsele II breidt het aandeel kernenergie in de
brandstofmix uit met meer dan 10%, 1500 megawatt. Een eventuele derde
kerncentrale breidt het aandeel met nog een keer 10% uit, maar samen met
de geplande bouw van vier kolencentrales en een heel groot aantal
gascentrales kom ik dan nog steeds uit op een enorme groei van ouderwets
vermogen. Kan de minister ons de rekensom doen toekomen -- het mag ook
schriftelijk -- achter zijn claims van 37% duurzame elektriciteit en 14%
duurzame energie in 2020?

Vindt de minister het verder een reële optie dat er in Borsele twee
kerncentrales bij komen, als zelfs het provinciebestuur van Zeeland dat
over de top vindt? Kan de minister verder aangeven wat één
respectievelijk twee kerncentrales aan extra investeringen in het
elektriciteitsnetwerk vergen? Hoe staat het met de al weer aardig
belegen aankondiging van zijn voorganger dat bij grootschalig vermogen
aansluitkosten dan wel transportkosten in rekening worden gebracht om te
voorkomen dat straks alle centrales op een kluitje staan door besluiten
in de directiekamers in Essen en Parijs, terwijl de rekening van die
besluiten wordt gepresenteerd aan de Nederlandse huishoudens?

	Daarmee kom ik op de marktordening of is het de marktwanordening?
Iedere regie op de locatiekeuze van elektriciteitsproducenten is na de
liberalisatie weggevallen. De publieke belangen voor de energiesector
zijn leveringszekerheid, veiligheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. De
concentratie van grootschalig vermogen op drie kustlocaties ondermijnt
de leveringszekerheid, leidt tot maatschappelijke meerkosten en is
volslagen onduurzaam. Waar blijft de aanscherping van het
reguleringskader, zoals aangekondigd voor de tweede helft van 2010 door
de vorige minister van Economische Zaken? Is deze minister van Energie
bereid om het advies van de SP en de Energieraad te volgen om weer een
sterkere publieke regie in te zetten op de samenhang van netwerk en
grootschalig productievermogen?

Wat moeten wij ons voorstellen bij warmtebeleid van een overheid die
toestaat dat in 2020 de warmtelozing van de elektriciteitscentrales in
Vlissingen, de Maasvlakte en de Eemshaven gelijk is aan de complete
warmtebehoefte van alle huishoudens in Nederland, België en
Noord-Rijnland-Westfalen bij elkaar? Luxemburg krijgt de minister dan
nog van mij cadeau! Waarom komt er geen heffing op deze verspilling van
warmte of een oplopende verplichting om deze restwarmte nuttig te
gebruiken? Dat zou ook een flinke steun in de rug zijn van alle
warmtekrachtinstallaties, installaties die nu weggedrukt worden door de
conservatieve keuzes van het kabinet.

Nog zo'n staaltje anarchisme is het gebruik van onze ondergrond. Er
strijden op dit moment veel partijen om die schaarse ruimte: geothermie,
warmte-koudeopslag, CCS, gasopslag, olieopslag en opslag van kernafval.
De lijst wordt iedere dag langer. Zelfs de veiligheid van de
drinkwaterproductie dreigt in het geding te komen. Inmiddels is er samen
met gemeenten en provincies een beleidsvisie voor de ondergrond
opgesteld. Maar er komt toch zeker ook een ruimtelijke vertaling? Of wil
de minister de locatiekeuze volledig aan de markt overlaten?

De SP-fractie vindt dat energie- en klimaatbeleid hand in hand zouden
moeten gaan. Klimaatmaatregelen moeten tevens bijdragen aan het
verminderen van onze afhankelijkheid van fossiele grondstoffen. CCS kost
juist 25% extra fossiele energie. Het is in energetisch opzicht water
naar de zee dragen. Wij zijn dan ook tevreden dat het kabinet het
project in Barendrecht heeft afgeblazen. Maar waarom wordt de
vergunningverlening voor ondergrondse CO2-opslag in het Noorden
afhankelijk gemaakt van de vergunningverlening voor een kerncentrale? In
het Noorden gelden toch zeker grotendeels dezelfde argumenten als in
Barendrecht?

Op zichzelf hebben wij geen bezwaar tegen privaat gefinancierde
proefprojecten onder de Noordzee, maar wel tegen de grote hoeveelheid
belastinggeld die CCS-projecten nog steeds ontvangen. Kan dat geld niet
worden vrijgemaakt voor onderzoek naar duurzame energie en
CO2-toepassingen, bijvoorbeeld in de algenkweek?

Tenslotte de SDE. De SP pleit voor een hybride systeem, waarbij
technieken waarvan de kostprijs al redelijk dicht bij de marktprijs
ligt, via een leveranciersverplichting worden gestimuleerd. Voor
technieken met veel potentie die nu nog te duur zijn, zou er een
"feed-in"-tarief naar Duits model moeten komen. De SDE blijft een
regeling met een budgetplafond, waardoor je een subsidiebeschikking
nodig hebt om aan de slag te kunnen gaan. In Duitsland is dat niet zo.

In het regeerakkoord is een enorme bezuiniging ingeboekt op de formatie
van Agentschap NL, terwijl de complexiteit van de nieuwe SDE misschien
nog wel groter is dan de oude. Hoe valt dat met elkaar te rijmen? Hoe
gaat de minister verder voorkomen dat de fasering van de SDE-plus leidt
tot onderuitputting doordat veel projecten met een lage kostprijs in een
later stadium worden afgeblazen? Gaat de minister het Nationaal
Actieplan Hernieuwbare Energie aanpassen nu de uitgangspunten daarvan
volledig achterhaald zijn? Gaan alle gebruikers, dus ook de
grootgebruikers, naar rato van hun energieverbruik meebetalen aan de
SDE? Zo nee, wat wordt de verdeelsleutel dan? Toch niet de oude platte
MEP-heffing mag ik hopen.

Voorzitter. Wij wensen de minister veel succes met het realiseren van de
doelstellingen leveringszekerheid, veiligheid, betaalbaarheid en
duurzaamheid. Iets meer vertrouwen in de nuttige rol van de overheid zou
hem daarbij kunnen helpen.

Mevrouw Verburg (CDA): Voorzitter. Energie is een belangrijk issue. Het
is in toenemende mate, samen met voedsel en water, een geopolitiek issue
aan het worden. Als wij allang uit de financiële en de eurocrisis zijn,
zal dit nog steeds een belangrijk internationaal onderwerp zijn.

	Ik ben me nog aan het inwerken in dit veld, maar ik vind de
energiewereld fascinerend. Het aantal afspraken dat ik de afgelopen
weken heb kunnen maken, is maar een klein percentage van het aantal
afspraken dat men met mij had willen maken. Ik zie dat de zaal hier op
maandagavond ook gevuld is, dus zijn veel mensen het met mij eens dat
energie boeit. De CDA-fractie vindt dat wij in deze moeilijke
economische en financiële situatie sterker uit de crisis moeten komen,
ook op het gebied van energiebeleid. Daarom vinden wij dat dit kabinet
moet inzetten op haalbare en afrekenbare doelen, die ondernemerschap en
ook ondernemersverantwoordelijkheid bevorderen, en die, door de
combinatie van innovatie en verduurzaming, ervoor zorgen dat de
energietransitie naar volledig, 100% duurzame energie in 2050 is
afgerond.

	Ik ben het met de collega's eens dat wij de afgelopen weken een klein
beetje in deze verwachtingen zijn verstoord. Door de rapporten van het
Planbureau voor de Leefomgeving en de Energieraad werd de indruk gewekt
dat dit kabinet de doelen voor duurzame energie, 14% in 2020, niet gaat
halen. Het moet helder zijn dat de CDA-fractie staat en gaat voor die
14%. Wij nemen zomaar aan dat de minister daar ook voor staat en gaat.
Ik hoor graag van hem hoe hij dat gaat realiseren.

	Wij moeten beseffen dat het door de ombuigingen onmogelijk is om alles
via subsidies te realiseren. Het kan anders en wat de CDA-fractie
betreft moet het ook anders. Wie alleen kansen ziet als er meer geld op
tafel komt, heeft anno 2010 een wat armoedige opvatting. Wat kan er dan?
Wat kan er nog meer? De overheid moet zorgen dat vergunningen,
regelgeving en dergelijke op orde zijn of op orde komen. Strijdige
regelgeving kan weg en moet ook weggehaald worden. In het regeerakkoord
staat hierover een afspraak. Als regels elkaar tegenwerken, moet er
één regel worden geschrapt of misschien wel beide. Regelgeving moet
dus op orde zijn. Strijdige regelgeving moet worden weggenomen en
mogelijk moet er het een en ander worden vereenvoudigd. Procedures
moeten worden gestroomlijnd, vergunningen moeten sneller worden
verleend. De CDA-fractie wil dat de procedures voor die energievormen
waarvoor geen subsidie meer wordt verstrekt, zoals wind op zee, worden
voortgezet. Als er vergunningen worden gevraagd, moeten deze ook worden
verstrekt, ook al is er geen geld meer voor.

De heer Samsom (PvdA): Ik ben het helemaal met u eens. Sterker nog, er
zijn al heel veel vergunningen verstrekt voor offshore windparken. Die
liggen dus helemaal klaar. U zegt dat dit vooral moet doorgaan, ook als
er geen geld meer komt. Wanneer zouden deze dan gebouwd kunnen worden?

Mevrouw Verburg (CDA): Dat hangt af van ondernemers, van bedrijven. Als
zij de businesscase zodanig rond kunnen maken dat zij toch gebruik
kunnen maken van de mogelijkheden, de aangewezen gebieden en de
vergunningen, moeten zij dat doen. Wij moeten ons realiseren dat er
minder subsidie beschikbaar is.

De heer Samsom (PvdA): Zouden we dat niet kunnen oplossen door
bijvoorbeeld een leveranciersverplichting in te stellen? Hierop
preludeert het regeerakkoord al; het is dus geen taboe. We zouden iets
sneller kunnen beginnen en daarmee de al verleende vergunningen optimaal
benutten.

Minister Verburg: Ik ben niet zo van verplichtingen en nog meer regels,
want dan gaat de overheid weer vastleggen hoe het wettelijk precies
moet. Ik heb wel waardering voor uw 5-puntenplan. Dat ziet er goed uit,
los van de inhoud. Die beoordeel ik hiermee nog niet.

De heer Samsom (PvdA): 12-puntslettertype Times New Roman, altijd mooi!

Mevrouw Verburg: Ik ken de heer Samsom als iemand die zijn zegeningen op
het juiste moment weet te tellen. Ik wilde dit alleen maar zeggen
voordat ik mijn handtekening eronder zet, want dat gaat niet gebeuren.
Een van zijn voorstellen is namelijk niet het voorstel van mijn fractie.
Ik ben er veel meer voorstander van dat de minister voor een
energieakkoord gaat. Zoals er van tijd tot tijd sociale akkoorden worden
gesloten waarin de rijksoverheid met de sociale partners afspraken over
belangrijke toekomstige doelen maakt, zo ziet mijn fractie ook graag dat
er met de sector een energieakkoord over de groeiontwikkeling van het
aandeel duurzame energie wordt gesloten. Daarbij is het dan natuurlijk
van belang dat het akkoord zodanig wordt vormgegeven dat alle
leveranciers en andere spelers zich eraan houden en we freeriderschap
zien te voorkomen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Mevrouw Verburg heeft de laatste
tijd ongetwijfeld tijd gehad om de literatuur over het maken van
afspraken tussen de overheid en het bedrijfsleven in de energiemarkt tot
zich te nemen. Constateert zij met mij dat het vrij lastig is en dat de
meeste van die afspraken niet hebben geleid tot een structuurbreuk?

Mevrouw Verburg: Dat is de gang van zaken tot nu toe. De borden en de
pionnen worden nu verzet. Bedrijven worden in toenemende mate afgerekend
op hun bijdrage aan duurzaamheid en verduurzaming. Daar koketteren
energiemaatschappijen ook mee. Dat vind ik op zich goed. Ze moeten dat
waarmaken. Tegelijkertijd weten we dat in het verleden heel veel
afspraken zijn belegd met subsidies of bijdragen van de rijksoverheid.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er nog een respectabel budget
beschikbaar is, maar lang niet zo veel meer als in het verleden. Met
andere woorden: iedereen moet nu aan de bak, de overheid in het
voorwaarden scheppen en leveranciers en andere energiepartijen door te
gaan doen wat ze met de mond belijden en zeggen te willen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. De ervaringen met de convenanten
leren toch dat het vaak juist misgaat als de overheid het voortouw
neemt, omdat de bedrijven meer kennis van zaken hebben en eigenlijk een
akkoord met de overheid sluiten waarbij ze hun "business as usual" het
akkoord in weten te fietsen? Is het niet veel verstandiger om op afstand
daarvan zelf maatregelen te nemen? Als het bedrijfsleven dan vrijwillig
met een akkoord komt, is het wat anders.

Mevrouw Verburg: Nee, ik bedoel een akkoord tussen overheid en
energiesector, waarbij het om wederzijdse verantwoordelijkheid gaat, net
zoals in een sociaal akkoord. Dan maak je afspraken, hoeft het niet
allemaal wettelijk dichtgetimmerd en belegd met extra subsidies te
worden, maar zet je met elkaar een koers uit en ben je daar mede
verantwoordelijk voor en dus aanspreekbaar op.

De heer Grashoff (GroenLinks): Voorzitter. Mevrouw Verburg zegt in een
zin drie dingen. Ze is tegen extra verplichtingen, wil freeridersgedrag
tegengaan en er mag geen subsidie in zitten. Dat is toch bij uitstek
drie dingen in een zin noemen die niet met elkaar congruent zijn? Ik kan
mij heel goed voorstellen dat zij freeridersgedrag wil tegengaan, want
dat wil ik ook. Ik kan mij verder voorstellen dat zij zegt dat ze van
subsidies in dit systeem af wil, maar dat is toch juist pleiten voor een
duidelijke en eenvoudige wettelijke regeling? Vraagt de sector ons daar
eigenlijk niet met zo veel woorden om?

Mevrouw Verburg: Juist als de sector zelf zegt, zo'n akkoord te willen
en toezegt, iets te bieden hebben -- dat zeggen ze allemaal van elkaar
-- valt er naar mijn stellige overtuiging heel gemakkelijk een akkoord
te sluiten. Als je zegt dat de overheid het oplegt, heeft de heer Samsom
waarschijnlijk gelijk dat het een aantal jaar duurt voordat een en ander
is uitgewerkt. Dan komt elke speler in de energiebranche weer met zijn
eigen specifieke puntje, zodat we heel ingewikkelde wetgeving krijgen.

Ik ben dus voor een akkoord en als de belangstelling zo groot is, moet
het akkoord er binnen een halfjaar kunnen liggen.

De heer Jansen (SP): Ik begrijp die koudwatervrees van het CDA niet.
Immers, ook de energiesector zelf is voorstander van een
leveranciersverplichting. De bedrijven waar het om gaat zeggen zelf: wij
willen niet het risico lopen dat er inderdaad een paar vrije jongens
zijn die de zaak gaan ontduiken, de freeriders, en wij willen een level
playing field. Dat moet toch als muziek in de oren klinken? Dan is
eerlijke wetgeving die voor iedereen geldt, op zich toch de beste manier
om daarvoor te zorgen?

Mevrouw Verburg (CDA): Ik ben altijd voor een gelijk speelveld. Dat
zorgt voor goede, gelijke kansen. Als uit het overleg tussen de minister
en de sector blijkt dat het maar op één manier kan en dat alle spelers
in het veld zeggen "laten wij komen tot een verplichting", vind ik dat
prima. Ik ben geen voorstander van het eenzijdig opleggen van een
verplichting, ik ben voor een akkoord. In een akkoord kun je onderdelen
ook gewoon wettelijk regelen voor zover ze onderdeel van het akkoord
zijn.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Misschien een kleine nadere precisering op
dit laatste punt. Mevrouw Verburg sprak over haalbare en afrekenbare
doelen. Bij mij kwam meteen de vraag naar boven welke kosten mevrouw
Verburg bereid is te maken als het gaat om die afrekenbare doelen.
Mevrouw Verburg, hoe gaat u afrekenen: in politieke zin, in financiële
zin, overheid, bedrijfsleven? Hoe gaat u deze afrekening werkelijk
vormgeven?

Mevrouw Verburg (CDA): 14% is 14%. Daar zullen wij de overheid aan
houden. Daar kan een energieakkoord deel van uit maken doordat de
overheid, om die 14% te halen, afspraken maakt met de sector. Daar
moeten de doelen helder in staan, net als de wijze waarop de doelen
worden gerealiseerd.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Dat is de ambitie. De vraag was: wat doet u
als de overheid die 14% niet haalt? Waartoe is het CDA bereid als de
partijen in het energieakkoord hun afspraken niet nakomen? Welke
sancties bent u bereid te nemen? Hoe gaat u daadwerkelijk afrekenen?

Mevrouw Verburg (CDA): Wij staan aan de vooravond van, wat ik hoop, een
akkoord waardoor wij geweldige, onomkeerbare stappen kunnen maken op het
gebied van verduurzaming. Ik heb er ook vertrouwen in. Dan ga ik nu niet
uit van het mislukken daarvan en ik ga dus ook niet in op de
als-danvraag. Helder is -- daar rekenen wij elkaar op af en daar rekenen
wij ook de regering op af -- dat 14% ook 14% is.

De heer Leegte (VVD): Ik hoor de woordvoerder van het CDA praten. Dat is
ons uit het hart gegrepen. Misschien heb ik er in de snelheid overheen
gelopen dat wij een motie op dit punt overwegen ...

De voorzitter: Komt u tot uw vraag.

**

De heer Leegte (VVD): Mevrouw Verburg zegt -- ik hoop dat ik haar goed
begrijp -- dat zo'n akkoord best een verplichting op kan leveren als de
sector dat wil. Ik denk dat ook het CDA bedoelt dat het aan de sector is
om te zeggen "geef ons een verplichting" en dat wij dit niet moeten
opleggen.

Mevrouw Verburg (CDA): Als wij door een energieakkoord kunnen voorkomen
dat wij nog meer regels en nog meer administratieve lasten krijgen,
sterker, als wij zouden kunnen bereiken dat wij juist minder regels en
minder administratieve lasten realiseren en toch de doelen halen, dan is
mij dat een lief ding waard. Dan zeg ik: gaan voor dat akkoord.

De voorzitter: Tot slot de heer Van Vliet met een interruptie en daarna
gaat mevrouw Verburg weer door.

**

De heer Van Vliet (PVV): Ik was toch wel benieuwd naar het standpunt van
de CDA-fractie over het subsidiëren van windenergie, temeer omdat het
CDJA afgelopen dinsdag bijeenkwam voor een discussie in de Zeeuwse
Bibliotheek en bij die gelegenheid windenergie een zeepbel noemde en
pleitte voor de inzet van kernenergie en energie uit water. Wat is nu
eigenlijk het standpunt van het CDA?

Mevrouw Verburg (CDA): Het CDJA is een boeiende club, een mooie
jongerenorganisatie. Een jongerenorganisatie houdt de partij altijd een
beetje fris en scherp bij de les. Ik kan mij echter wel vinden in de
voorstellen die de minister doet in de SDE-plusbrief. Hierin geeft hij
helder aan wat hij wel denkt te kunnen subsidiëren en wat niet.

De voorzitter: Mevrouw Verburg gaat nu verder. Zij zit op de helft van
haar tijd.

**

Mevrouw Verburg (CDA): De green deal is een mooi idee. De vraag is
alleen hoe deze eruit gaat zien. Ik wil de minister vragen of hij kans
ziet om voor 1 januari 2011 een zogenaamd two-pagesvoorstel aan de Kamer
te doen toekomen om alvast eens een idee te hebben hoe dat er uit gaat
zien.

	Er zijn heel veel ideeën. Ze zijn flitsend. Ik denk aan de
inspirerende voorbeelden die Eneco en Essent samen met burgers en kleine
ondernemers al aan het ontwikkelen zijn. Dat zijn mooie zaken.

Lokale opwekking vermindert bijvoorbeeld vaak de noodzaak tot
netverzwaring. Dat moet worden gestimuleerd.

Van ondernemers en burgers die kleinschalige duurzame energie willen
opwekken en de restwarmte in wijken willen inzetten, hoor ik dat
regelgeving dit belemmert. Is de minister daarom bereid om de
regelgeving die betrekking heeft op het energiegebruik in de gebouwde
omgeving te verbeteren en integraal af te stemmen, en om de drie
elementen van de "trias energetica", namelijk energiebesparing,
energie-efficieny en duurzame energieopwekking, te realiseren?

Daarnaast vraag ik de minister om de volgende punten mee te nemen. Ik
heb het energieakkoord met de sector al genoemd. Verder wil ik de
minister vragen om te onderzoeken op welke wijze zelflevering optimaal
kan worden gecombineerd met de huidige stimuleringsregeling. Daarover is
eerder door de heer Samsom en mijn voorgangster Liesbeth Spies een motie
ingediend. Ik zou graag willen dat er een maatschappelijke
kosten-batenanalyse van wordt gemaakt en dat deze voor 1 mei de Kamer
bereikt. Een volgend onderdeel is de mogelijkheid te onderzoeken om
consumenten en bedrijven die zelf energie opwekken CO2-emissierechten te
verstrekken en natuurlijk de strijdigheid in regelgeving op te heffen
zodat kleinschalige duurzame energievoorzieningen niet worden
gefrustreerd. Mijn laatste punt in dit kader betreft Rijkswaterstaat.
Wij weten dat Rijkswaterstaat bezig is om 173 km aan geluidsschermen aan
te besteden. Is het mogelijk om in samenspraak met bedrijven en lokale
of regionale overheden techniekneutrale energiebronnen in te bouwen in
deze geluidsschermen?

Voor de CDA-fractie is kernenergie onmisbaar in de transitie naar
duurzaamheid. Daarbij stel ik wel een paar vragen. Hoe gaan we om met
kernafval? Nu is COVRA verantwoordelijk voor de opslag gedurende 100
jaar. Het wil er bij de CDA-fractie echter niet in dat voor de
verwerking van dit afval de komende decennia niet een steeds betere
oplossing gevonden kan worden. De Europese Commissie heeft honderden
miljoenen aan onderzoeksbudget en alle lidstaten hebben te maken met
hetzelfde vraagstuk. Is het denkbaar dat Europees fors wordt ingezet op
onderzoek om een oplossing te vinden voor de laatste 4% kernafval waar
we op dit moment niets mee kunnen en om dat bovendien steeds meer cradle
to cradle te laten maken?

Een ander punt betreft de opslag. Is het mogelijk om samen met andere
Europese lidstaten te bekijken of er veel meer dan nu het geval is
gezamenlijk kan worden opgetrokken in de opslag van kernafval? Hierbij
hoort natuurlijk wel het principe de vervuiler betaalt. In Duitsland
schijnt de overheid te moeten bijspringen bij de problemen met opslag in
een zoutmijn. Dergelijke financiële beroepen op de overheid voor de
opslag van kernafval kunnen in ons land toch niet aan de orde zijn? Dat
hoort bij de verantwoordelijkheid van de exploitant en het gelijke
speelveld van de verschillende energietechnieken. Graag een reactie.

Dan kom ik op de SDE-plusregeling. Ik heb al gezegd dat we de lijn
kunnen delen. Ik heb er een paar opmerkingen over. Hoe voorkomt de
minister dat er een gat valt tussen SDE en SDE-plus? Zo'n gat kan niet,
wat de CDA-fractie betreft, want het ontmoedigt ondernemers.
Tegelijkertijd wil mijn fractie graag aandacht voor de behandeling van
technieken, zoals covergisting, die dubbele baten opleveren.
Covergisting levert duurzame energie en tegelijkertijd vermindert het
het mestoverschot. In het voorstel worden niet langer verschillende
subsidieplafonds voor verschillende categorieën en technieken
gehanteerd waarmee het denkbaar is dat alle middelen naar bijvoorbeeld
windmolens op land gaan. Dat kan ten koste gaan van technieken met
dubbele baten. Wil de minister daarop reageren en aangeven dat het niet
het geval zal zijn?

De voorzitter: U moet afronden.

**

Mevrouw Verburg (CDA): Een ander aandachtspunt is de vangnetregeling
voor warmtekrachtkoppeling. Deze regeling wordt afgeschaft omdat de
warmtekrachtkoppeling geen duurzame energie opwekt maar er alleen
energie wordt bespaard. Het is echter wel essentieel voor de tuinbouw
als concurrerende sector. Kortom, is daar een oplossing voor te vinden?

	Ten slotte. Hoe voorkomt de minister dat grote ondernemingen door hun
projecten vanwege de schaal efficiënter kunnen zijn en meer subsidies
weten te verwerven?

Minister, denk ook aan het MKB.

	Schoon en Zuinig was het pakket van het vorige kabinet. De
doelstellingen zijn bijgesteld door dit kabinet, maar hoe krijgt Schoon
en Zuinig de komende tijd handen en voeten?

	Hoe staat het met de verlaagde energiebelasting voor de tuinbouw? Het
is belangrijk dat de Europese Commissie de komende tijd hier goedkeuring
aan geeft.

	Ik heb nog een vraag over de congestie en het congestiemanagement bij
voorrang voor duurzaam. In de Eerste Kamer heeft de minister gezegd dat
hij hierover gaat spreken met de Europese Commissie. Wanneer denkt hij
in dezen resultaat te boeken en hoe moet dat resultaat eruit zien?

De voorzitter: Er zijn nog twee vragen voor mevrouw Verburg. Allereerst
van de heer Grashoff.

De heer Grashoff (GroenLinks): Voorzitter. Mevrouw Verburg duidt op het
probleem van kernafval. Is zij het ermee eens dat er geen nieuwe
centrales moeten komen voordat het probleem met het kernafval
daadwerkelijk opgelost is?

	Met betrekking tot kerncentrales wordt nogal eens de verminderde
afhankelijk van Nederland van het buitenland benadrukt. Vindt mevrouw
Verburg niet dat die afhankelijkheid alleen wordt verschoven van kolen
en olie naar de import van uranium? Dat komt namelijk niet uit de
Nederlandse bodem komt.

Mevrouw Verburg (CDA): Het antwoord op de eerste vraag van de heer
Grashoff is nee.

	Wat de tweede vraag betreft, ik vind dat Nederland een internationale
speler moet zijn, ook op de energiemarkt. Dan kan Nederland. Niet voor
niets zijn wij in Noordwest Europa bezig om een regio te vormen.
Nederland wil graag de gasrotonde worden. Volgens mij hebben wij
kernenergie nodig in dat hele traject naar verduurzaming in 2050.

De heer Grashoff (GroenLinks): Voorzitter. Mevrouw Verburg gaat niet in
op mijn vraag waar dat uranium vandaan komt. Het antwoord dat zij
zojuist gaf, had daar niets mee te maken.

Mevrouw Verburg (CDA): Natuurlijk is uranium nodig. Er zijn de nodige
wervingsproblemen. Op het moment dat de ondernemers een vergunning
krijgen voor een kerncentrale wordt in die businesscase ook voorzien in
het verkrijgen van uranium.

De heer Samsom (PvdA): Ik heb een vraag over de zelflevering,
voorzitter. Ik dank mevrouw Verburg voor haar steun. Die was niet
verrassend want haar voorgangster mevrouw Spies diende de motie samen
met de PvdA in. Toen kwam er dus die kosten-batenanalyse met als
slotconclusie dat het toch te ingewikkeld en te duur is. Dat is precies
de reden waarom ik een nieuw voorstel heb gedaan waarin dit erg wordt
beperkt. Is dat nieuwe voorstel niet bespreekbaar voor de CDA-fractie?

Mevrouw Verburg (CDA): Wat de heer Samsom vraagt is creatief maar te
kostbaar. Dan loopt de schatkist te veel inkomsten mis. Ik zoek naar
kleine mogelijkheden die stimulerend zijn voor de regionale
activiteiten. Het moet op kleine schaal, maar het moet wel zodanig
stimulerend zijn dat het proces ook wordt voortgezet.

De heer Van Vliet (PVV): Voorzitter. Energie is een belangrijk thema,
dat is duidelijk. Het aantal lobbyisten dat heeft gepoogd mij te
benaderen, is zeer aanzienlijk. Een van die lobbyisten is de Partij van
de Arbeid want die heeft mij dit voorstel eerst digitaal aangereikt.

	Wij betreuren het dat de discussie nog steeds wordt gedomineerd door
het vermeende causale verband tussen energieverbruik, CO2-uitstoot en
het veranderende klimaat.

	Vorige week of de week daarvoor stond er in Brussel een demonstratie
gepland tegen de opwarming van de aarde. Die werd afgelast vanwege de
koude! Mijn fractie durft nog steeds vraagtekens te zetten bij de
stelling dat de mens zou bijdragen aan de opwarming van de aarde door
het uitstoten van CO2. Dat achten wij geen hard feit.

	In de energievoorziening en in het energiebeleid in Nederland is
CO2-uitstoot geen absolute leidraad voor mijn fractie.

De heer Van Vliet (PVV): Voorzitter. Energie is een belangrijk thema,
dat is duidelijk. Ik hoef alleen maar te kijken naar het aantal
lobbyisten dat heeft gepoogd mij te benaderen. Dat is zeer aanzienlijk.
Een van die lobbyisten is de PvdA, want zij heeft mij dit stuk al
digitaal gegeven.

Wat mijn fractie in ieder geval betreurt, is dat de discussie nog steeds
wordt gedomineerd door het vermeende causale verband tussen
energieverbruik, CO2-uitstoot en het veranderende klimaat. Eerverleden
week stond een demonstratie in Brussel gepland tegen de opwarming van de
aarde. Die werd afgelast wegens de koude. Mijn fractie durft nog steeds
vraagtekens te zetten bij de klimaatdiscussie en bij de stelling dat de
mens zou bijdragen aan de opwarming van de aarde door het uitstoten van
CO2. Dat achten wij geen hard feit.

	In de energievoorziening en het Nederlandse energiebeleid is ook
CO2-uitstoot geen absolute leidraad voor mijn fractie, in Nederland
althans. Wat wij wel van belang achten, is dat wij in Nederland
leveringszekerheid hebben en dat we niet afhankelijk zijn of blijven van
dubieuze en instabiele oliestaten. Dat is het geopolitieke argument.
Daarnaast moet de energierekening in Nederland betaalbaar blijven, zowel
voor huishoudens als voor bedrijven. Je kunt erover nadenken hoe je dit
wil bereiken. Een van de speerpunten in de energievisie van de PVV is
kernenergie. Wat dat betreft, sluit ik mij van harte aan bij de VVD en
het CDA.

De heer Jansen (SP): Ik wil de heer Van Vliet dan toch eens vragen wat
hij buiten de electriciteitssector denkt te doen aan verduurzaming. De
PVV wil het betaalbaar houden. De heer Leegte sprak zojuist over 12%
primaire energie. Laten we zeggen dat het 25% is, inclusief alle warmte
die de zee ingaat. Dat is ongeveer een kwart. Driekwart zit dus in
andere zaken, in de benzinekosten, in het gas, en dergelijke. Wat heeft
de PVV op dat punt aan haar achterban te melden?

De heer Van Vliet (PVV): Nieuwe technologie en dan niet afhankelijk van
de subsidie van Henk en Ingrid!

De heer Jansen (SP): Dus u bent voor bijvoorbeeld energie-efficiency.
Kunt u dan wat voorbeelden geven van vormen van energie-efficiency
waaraan dit kabinet volgens u prioriteit moet geven?

De heer Van Vliet (PVV): Ik was nog bezig met mijn verhaal en u bent net
iets te snel met uw vraag.

De voorzitter: Dan gaat de heer Van Vliet rustig door!

**

De heer Van Vliet (PVV): Ik was gebleven bij het feit dat de PVV in haar
energievisie vooral inzet op kernenergie en het bouwen van meerdere
nieuwe kerncentrales in Nederland. Een ander belangrijk issue in onze
energievisie is energiebesparing. Als ik inderdaad antwoord geef op de
vraag van collega Jansen, is voor ons een heel interessante optie het
veel verder stimuleren dan nu van warmtekrachtkoppelingscentrales. Wij
vinden dat een heel mooie techniek. Ik ben zelf bij die dingen geweest
en: chapeau!

De heer Jansen (SP): Dan kunnen we langzamerhand tot zaken komen, want
ik constateer allereerst dat warmtekrachtcentrales juist de nek
omgedraaid worden met het beleid van dit kabinet. Mijn vraag is dus hoe
enthousiast u bent over het kabinetsbeleid op dit punt. In de tweede
plaats heeft de SP twee voorstellen gedaan om die negatieve ontwikkeling
te keren door ofwel een heffing op het lozen van warmte ofwel door een
verplichting tot nuttig hergebruik die oploopt in de tijd. Hoe kijkt de
PVV-fractie daar tegenaan?

De heer Van Vliet (PVV): Nogmaals antwoord gevend op de tweede vraag
merk ik op dat wij interessante technologieën kunnen toejuichen, zolang
zij niet weer meteen afhankelijk zijn van subsidies. Om terug te komen
op de eerste vraag over de warmtekrachtkoppelingscentrales -- ook wel
WKC's genoemd -- moet ik eerst ingaan op de SDE-plusregeling. Gaat de
heer Jansen daarmee akkoord?

De heer Jansen (SP): U geeft geen reactie op de twee suggesties die wij
gedaan hebben in onze termijn?

De heer Van Vliet (PVV): Ik heb straks een reactie op een andere
suggestie die u deed, maar niet op deze twee.

De voorzitter: Dan gaat u fijn door met uw eigen verhaal!

**

De heer Van Vliet (PVV): Een kernpunt op onze visie op energie is dat
wij liever niet met subsidies werken. Dat mag ook bekend worden
verondersteld. Ik heb hier het kopblad van het blad Forum met een foto
van de minister. Misschien kan de minister zelf nog even kijken?

De voorzitter: Dat is een heel knappe foto, minister! Moet u eens even
kijken!

Minister Verhagen: Ja, ja, heel mooi!

De heer Van Vliet (PVV): Het spreekt me zeer aan, inderdaad. Er staat
bij "ondernemer kan zonder subsidies". Mijn vraag aan de minister is
waarom dat nog steeds niet geldt voor de exploitanten van
windmolenparken of windmolens. Ik verzoek de minister nogmaals of er
geen kosten-batenanalyse alleen voor windmolens kan komen, waarbij ook
rekening wordt gehouden met de kosten van kolen- en gascentrales. Die
kunnen immers niet met een knop worden uitgezet op het moment dat de
energie opgewekt door windmolens op het net vloeit. Ik zou dat graag in
een onderzoek, toegespitst in een kosten-batenanalyse, terugzien.
Overigens staan er veel punten met betrekking tot de opslag van
CO2-opslag op de agenda voor het wetgevingsoverleg. De PVV wil daar
graag helderheid over verschaffen. Voor ons geldt het adagium: geen
opslag van CO2 en gas, tenzij er sprake is van draagvlak en een
gegarandeerde veiligheid. Dus niet andersom, dat wil zeggen wel opslag
tenzij er geen draagvlak is. Dat lijkt misschien een subtiel verschil,
maar het geeft wel helderder weer hoe de PVV-fractie hierin zit.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik zit te zoeken naar het ontkennen van de PVV
van de klimaatproblematiek. Dat is haar goed recht. Zij moet het zelf
weten dat zij feiten negeert.

De heer Van Vliet (PVV): Ik ben het niet van u gewend, mijnheer
Dijkgraaf, dat u aan stemmingmakerij doet!

De heer Dijkgraaf (SGP): Dat neem ik van jullie over!

De voorzitter: De gedoogpartners zitten elkaar in de haren! Ik voel het
kabinet naast mij sidderen.

**

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik vind het wel prettig om het scherp te
hebben. De PVV onderschrijft de andere redenen om aan duurzame energie
te doen. Als je dan het klimaatprobleem ontkent, waarom zou je dan
überhaupt ooit iets doen met CO2-opslag? Dat is dan toch helemaal geen
probleem? Dan kun je dat toch net zo goed zo veel mogelijk de lucht in
pompen, zodat die koude dagen verdwijnen?

De heer Van Vliet (PVV): Daarom zeggen wij ook: geen opslag.

De heer Dijkgraaf (SGP): Net zei u: tenzij blijkt dat er lokaal
draagvlak is en dergelijke. Nu zegt u gewoon: geen opslag, klaar?

De heer Van Vliet (PVV): Ja, tenzij er draagvlak is en gegarandeerde
veiligheid. Er is natuurlijk CO2.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ja, maar CO2 is mooi. Daar krijg je het warmer
van als je het koud hebt.

De heer Van Vliet (PVV): Ja, prima, en de plantjes groeien er harder
van.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik zoek even naar de relatie. Als u het
klimaatprobleem ontkent, waarom zou u dan überhaupt ooit CO2 opslaan?

De heer Van Vliet (PVV): Daar kunnen andere redenen voor zijn die niet
met het klimaat samenhangen. Daar ga ik nu geen onderzoek naar doen.

	Wat wij ook een belangrijk punt vinden in de energiediscussie is
voldoende capaciteit op het Nederlandse hoogspanningsnet. Hierover heb
ik een vraag aan de minister, want ik mis het eigenlijk in alle stukken
die ik heb gezien. Welke investeringsprikkels voorziet de minister
hiervoor eigenlijk? Er zijn heel veel discussies over capaciteit op het
net, maar een ding is duidelijk, zeker als wij straks tien kerncentrales
hebben: er moet wel voldoende capaciteit zijn in Nederland. Het is voor
mij een open vraag aan de minister welke prikkels hij daarvoor in
gedachten heeft. Of zijn die er misschien niet?

	Ik wil een paar vragen stellen over het MER in verband met de tweede
kerncentrale in Borssele. Wat is de minister zelf van plan te doen om de
realisering van de tweede kerncentrale in Borssele te bespoedigen? Dit
in weerwil van de pessimistische ambtelijke berichten die ons enige tijd
geleden hebben bereikt. Daarvan is mijn fractie erg geschrokken. Wij
hopen niet dat dit als insteek door de minister wordt genomen bij de
eventuele vergunningverlening voor de tweede kerncentrale. Ik wil ook de
mening van de minister over een eventuele derde kerncentrale, al dan
niet in Borssele, maar in ieder geval in Nederland nu zich ook een
concrete gegadigde op de Nederlandse markt heeft aangemeld. Voorts is
mijn vraag of de minister de richtlijnen voor het milieueffectrapport
van een tweede kerncentrale in Borssele ook geschikt acht voor de
vergunningaanvraag door eventuele andere geïnteresseerde partijen. Als
ik de richtlijnen bekijk -- en het advies is 100% overgenomen -- ziet
het er naar de mening van mijn fractie goed uit. Wij zijn eigenlijk van
mening dat je die richtlijnen ook kunt gebruiken voor toekomstige
vergunningaanvragen van andere partijen die ook een vergunning op basis
van de kernenergiewet zouden willen aanvragen. Ik hoor dus graag de
visie van de minister op dit punt.

	Ik heb nog een specifieke vraag die ook is opgekomen bij de plenaire
begrotingsbehandeling. Die raakt zowel aan energie als economische zaken
in het algemeen. Dat is de vraag of de minister zijn visie kan geven op
de eventuele kruisbestuiving tussen een nieuwe kerncentrale en de
plannen voor de nieuwe reactor in Petten, genaamd Pallas. Daar kan
misschien een optimalisering plaatsvinden met facilitering door de
minister.

	Dan de SDE-plusregeling. Een duidelijke vraag aan de minister blijft
waarom wkk-installaties, die bewezen techniek zijn als het aankomt op
energiebesparing, niet zouden mogen profiteren van de regeling. Wat
vindt de minister van de Duitse ervaringen met een feed-in regeling?
Brengen deze ervaringen ook risico's mee voor het ingroeimodel dat in de
SDE-plusregeling is opgenomen?

	Ten slotte het idee van de heer Jansen van de SP. Ik weet niet precies
hoe hij het formuleerde, maar het gas in Nederland raakt een keer op.
Ook mijn fractie wil daar heel serieus mee omgaan en kijken wat wij daar
in de toekomst mee gaan doen. Ik weet niet precies wanneer het moment
is. Het verandert ieder jaar. Het gaat echter een keer op raken en het
wordt duurder. Dan gaan wij ook een financieel gat zien in Nederland.
Maar überhaupt de energievoorziening als het gas op is, hoe gaan wij
daar nu al over nadenken?

De heer Grashoff (GroenLinks): Ik grijp terug op een klein stukje eerder
in het betoog van de heer Van Vliet.

De voorzitter: Direct naar de vraag.

**

De heer Grashoff (GroenLinks): Hij stelde dat opslag van CO2 en gas
alleen kan als sprake is van lokaal draagvlak. Geldt die eis van het
lokale draagvlak voor hem ook voor de bouw van een kerncentrale en de
opslag van kernafval?

De heer Van Vliet (PVV): Ja.

De voorzitter: Dat is een helder antwoord.

**

De heer Jansen (SP): Ik heb de heer Van Vliet gevraagd naar zijn visie
op de efficiency in 75% niet-elektriciteitsproductie. Hij zou nog met
wat voorbeelden komen, maar die heb ik tot nu toe niet gehoord.

De heer Van Vliet (PVV): Wil de heer Jansen de techniek in? Hoe moet ik
zijn vraag precies zien?

De heer Jansen (SP): Het transport, de industrie, de bouw. Al die
sectoren waarin je met efficiency heel veel zou kunnen bereiken. Vindt
de PVV-fractie dat daar de lat omhoog moet? Hoe hoog? En heeft zij
concrete ideeën hoe wij die 75% voor de Nederlandse bevolking en de
bedrijven betaalbaar kunnen houden?

De heer Van Vliet (PVV): Het basisidee spreekt mij aan, maar ik heb nu
geen concrete ideeën.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Eens is onze energie niet meer fossiel.
Daarover zijn zelfs de grootste sceptici het eens. Maar hoe snel zijn
wij daar? Wij moeten realistisch blijven en doelen stellen die haalbaar
zijn, stelt dit kabinet. Maar haalbaarheid is een gevolg van beleid en
beleid is de stolling van ambitie. Het regeerakkoord bevat zelfs
onvoldoende beleid voor de verlaagde ambities. De D66-fractie staat voor
meer ambitie in de energietransitie. Dat betekent inzetten op
verduurzaming van grootschalige productie, energiebesparing en ruimte
voor lokaal initiatief.

	In het verleden werd energie lokaal opgewekt en ingezet. Windmolens
bepaalden de skyline van de polder. In de 21ste eeuw staan wij op een
kruispunt van fossiel en duurzaam, van vuil en schoon. Olie, kolen,
uranium en gas zijn grondstoffen op een wereldmarkt. Maar de wereldprijs
is geen reële prijs als milieukosten niet worden doorgerekend. Ook die
kosten moeten worden betaald en bezuinigen nu betekent kosten later. Dat
geldt in precies omgekeerde vorm voor het investeren in windmolens of
zonnecellen op je dak.

	De D66-fractie ziet duurzame kansen in zowel schaalvergroting als
schaalverkleining. De D66-fractie denkt en handelt internationaal en op
energie wel helemaal. Vergeef me, het is pas 6 december. De European
Climate Foundation benadrukt de voordelen van een Europabreed netwerk,
zodat vraag en aanbod kunnen worden afgestemd. Zon uit Spanje, wind van
zee, waterkracht uit Noorse fjorden. Volgens Europees Commissaris
Oettinger voor Energie zijn wij nog maar 1000 mld. verwijderd van die
droom. Maar ja, als je geen dromen hebt, wat is dan je stip op de
horizon?

	Een belangrijke eerste stap was het vrijmaken van de
elektriciteitsmarkt. Bedrijven zijn gegroeid naar Europese schaal.
Europese consumenten kiezen vrij hun stroom, maar overheden blijven
gebonden aan hun grenzen. Onze energiemarkt is nu volledig gekoppeld met
België, Frankrijk en Duitsland, het eindresultaat van jaren werk.
Chapeau daarvoor. Op de groothandelsmarkt spelen multinationals het
spel, gecontroleerd door verschillende nationale toezichthouders. Dat
roept toch het beeld op van scheidsrechters die elk maar een deel van
het spel mogen zien en toch alle overtredingen moet fluiten. De
D66-fractie staat voor een sterke markt en een sterke overheid, ook als
die markt regionaal of Europees is. Een grensoverschrijdende
scheidsrechter kan scherper letten op overtredingen. Nu de minister toch
de positie van de toezichthouders heroverweegt, is hij dan ook bereid om
te werken aan één regionale energiekamer voor de West-Europese markt?

	Geen elektriciteit zonder netwerk. Een stevig en slim netwerk is van
internationaal belang, maar de kosten worden nationaal betaald. Daarom
is het logisch om investeringen in delen van een Europees net met onze
directe buren af te stemmen. Hoe worden die investeringen in netwerken
tussen netwerkbeheerders afgestemd en waar kunnen wij dat intensiveren?
De boodschap lijkt mij helder. De D66-fractie wil stevig werk maken van
de regionale energiemarkt.

	Een laatste punt op het snijvlak van internationaal, nationaal en
regionaal is de gasrotonde, een internationale ambitie met flinke
nationale investeringen en grote lokale zorgen. De baten zijn voor het
CPB echter niet uit te rekenen. De onrust onder de burgers in Bergermeer
betekent, wat de D66-fractie betreft, een extra bewijslast voor de
initiatiefnemers, met name op het punt van de businesscase en het
nationale belang.

Hoe staat de minister hier tegenover? Hoe sterk is de businesscase? Wil
hij de Kamer hierover nader informeren?

	Ik ga over naar de nationale regierol. Vorige week informeerde de
minister ons over zijn invulling van de Stimuleringsregeling voor
Duurzame Energie, de SDE-plusregeling. Hij heeft gekozen. Efficiëntie
en korte termijn zijn in, innovatie en lange termijn zijn uit. Maar
allereerst mijn complimenten voor de minister, omdat de brief met een
aantal interessante ideeën snel op tafel lag, op tijd voor dit overleg.
Hij presenteert wel het instrument voor zijn beleid en mijn fractie is
erg benieuwd naar het hele verhaal. Daarom vraag ik hem om een
energiebrief "van steenkool tot stekker" met in ieder geval antwoord op
de volgende vragen. Hoeveel verdient de Nederlandse Staat eigenlijk
jaarlijks aan energiegerelateerde inkomsten? Hoe zal het Nederlandse
energielandschap er volgens de minister qua productie en consumptie
uitzien in 2015, 2020, 2030 en 2050? Voor ons is het duidelijk:
Nederland in 2050 fossielvrij.

	Hoeveel duurzame energie kunnen wij op een regionale markt importeren
uit buurlanden? Voor wie moeten wij dan zo nodig kernenergie produceren,
zeker gezien de kosten en de risico's die toch gemoeid blijven met de
opslag van kernafval, niet alleen nu, maar nog honderden jaren?

	Welke mogelijkheden zijn er om samen met buurlanden over te gaan tot
een verplicht aandeel duurzaam of bijstook van biomassa? Mijn fractie is
daarvan een groot voorstander. Hoeveel en waar investeert de overheid in
netwerken energievoorziening en energietransitie, want let op, ook
gasbuizen hebben geen eeuwig leven?

	De kern van het hele verhaal is natuurlijk de vraag hoe de minister
voldoet aan zijn Europese verplichtingen. Het kwam al even aan de orde,
het PBL stelde al voor het tekenen van het regeerakkoord dat de geplande
maatregelen onvoldoende zijn om de verplichte Europese doelstelling van
14% hernieuwbaar in 2020 te halen. Daarom hoor ik graag nog eens heel
duidelijk of de minister zich gebonden voelt aan die Europese
verplichting. Ik krijg graag een duidelijk antwoord op die vraag: een
simpel ja of nee. Dan weet ik waarop wij de minister kunnen afrekenen.

	Vervolgens stel ik nog een aantal concrete vragen over de
SDE-plusregeling. Het veilingprincipe van subsidies klinkt interessant,
maar veilingen zijn niet altijd succesvol gebleken. Wat is daarvan
geleerd? De minister introduceert een vrije categorie in elke fase. Is
het lijstje vrijecategorietechnieken een exclusieve shortlist of een
brede longlist? Hoe groot is die vrije ruimte dan in financiële zin? De
minister schrijft dat hij maximaal 1,4 mld. per jaar zal committeren.
Dit is inclusief aflopende MEP en de SDE-regeling. Dus hoeveel geld is
de komende jaren effectief beschikbaar voor nieuwe projecten? Ik krijg
graag een helder overzicht. Waarom kiest de minister ervoor om avi's te
subsidiëren gezien de bestaande overcapaciteit?

	Het vorige kabinet zette in op wind op zee. De minister kiest daar niet
voor, maar er ligt nog wel een erfenis van zijn ambtsvoorganger.
Vergunningen voor 2500 megawatt aan windenergie op zee dreigen nu
ongebruikt te verlopen terwijl bedrijven daarvoor wel kosten hebben
gemaakt. Van de twaalf vergunningen krijgen er maar drie subsidie. De
negen overige vergunningen verlopen vanaf september 2012. Daarom een
oproep aan de minister om kapitaalvernietiging te voorkomen. Gezien haar
inbreng, denk ik dat ik mevrouw Verburg hierbij wellicht aan mijn zijde
vind. Ik vraag de minister om de bedrijven die nu al een vergunning
hebben, tot 2020 de kans te geven om zonder subsidie hun vergunning in
te vullen of die te verkopen aan andere die dat wel kunnen. Geef wind op
zee de mogelijkheid om mee te dingen binnen de vrije vierde fase van de
SDE. Een no regret-optie wat D66 betreft. Ik krijg graag een reactie van
de minister.

	Na internationaal en regionaal moeten last but not least lokale kansen
worden benut. Kleinschalige opwekking is interessant omdat je niet hoeft
te transporteren, je afval nuttig gebruikt en het geld oplevert. Als je
voor eigen gebruik groene stroom opwekt, hoef je geen energiebelasting
te betalen. Nu kan dat alleen als individu, maar mijn fractie wil dat
dit ook voor groepen burgers kan bijvoorbeeld door samen het dak van je
flat met zonnecellen te bedekken. Dit is een van de aspecten waarop wij
de interessante voorstellen van de heer Samsom zullen beoordelen.

	Bij zelflevering denkt D66 niet alleen aan elektriciteit. Als boeren
mest omzetten in autogas slaan wij meerdere vliegen in een klap. Je
houdt minder afval over, spaart Slochteren en boer en burger kunnen
groene zaken doen. Denk uit de stal, zogezegd. Kan ruimere zelflevering
ook worden vrijgesteld voor groengas? Is bovendien de bouw van
installaties voor zelflevering van groengas ook onder de SDE-plus te
brengen?

Is hij bereid om hier werk van te maken?

	Ongebruikte energie stoot geen CO2 uit en kost geen geld. Het is
goedkoop en goed voor het milieu, de handelsbalans en de
leveringszekerheid. Het is geen wonder dat de regering daar al jaren
werk van maakt, centraal, via bijvoorbeeld convenanten met
grootverbruikers, en decentraal, via gemeenten. Deze zomer kwam echter
het rapport van de VROM-Inspectie en dat was vernietigend over de
handhaving in gemeenten. Wat gaat de minister doen om dit te verbeteren?
Wij suggereren een nieuw klimaat- en energieakkoord met gemeenten, omdat
het oude verloopt. Wat mij betreft zou daarin ook een stukje
concurrentie tussen gemeenten moeten zitten om goed te scoren op
energie-efficiency, bijvoorbeeld met prijzengeld uit het gemeentefonds.
Overigens bevreemdt het mij dat in supermarkten nog steeds spaarlampen
verkocht worden naast een open diepvries. Die verspilling mag van D66
definitief worden uitgefaseerd.

	Ik rond af. Energie is groot en klein. Het zou een groots gebaar van de
minister zijn als hij de door mijn fractie naar voren gebrachte punten
omarmt.

De voorzitter: U bent de enige die onder de 10 minuten is gebleven; u
hebt 9 minuten, 57 seconden en 85 milliseconden gesproken. Ik zou bijna
om een applaus vragen, maar dat doe ik niet, want dan zou het lijken dat
ik partijdig ben.

**

De heer Grashoff (GroenLinks): Voorzitter. Er was een tijd dat Nederland
redelijk vooropliep in de kopgroep op het vlak van energiebesparing,
energiebeleid en duurzame energie. Die tijd ligt intussen ver achter
ons. Inmiddels hebben wij al lang te maken met een zwabberend en
wisselend beleid, met om de paar jaar andere inzichten en een
samenleving van waaruit voortdurend de dringende vraag om continuïteit
en consistentie van beleid klinkt. Als wij daar niet toe kunnen komen,
zal het in Nederland aanmodderen blijven met de energiepolitiek, zullen
wij de Europese doelen niet halen en zullen wij, veel belangrijker, het
klimaatprobleem uiteindelijk niet kunnen tackelen. Wat nu door de
minister is voorgelegd, is het zoveelste lapje in de lappendeken. Er
staan enkele goede zaken in. Ten aanzien van enkele zaken kun je
discussiëren of de juiste weg bewandeld wordt. Eén ding is echter
duidelijk, namelijk dat wij het op deze manier niet zullen halen. Dat is
ondertussen meer dan voldoende aangetoond. Eigenlijk zouden wij vandaag
niet moeten discussiëren over de details van de SDE-plus, maar over de
echte oplossingen die nodig zijn. Ik kom daar straks over te spreken,
maar ik zal eerst ingaan op de brief van de minister.

	In de DSE-plus valt een gat. Dat is vrij desastreus. De minister zegt
in zijn brief met zoveel woorden dat het wel zal meevallen, omdat het
nog een tijdje duurt voordat het 2013 is. Er bereiken ons echter veel
signalen dat dit niet het geval is, dat de termijnen veel korter zijn en
dat de minister in 2011 en 2012 een probleem zal hebben met het
financieren van projecten. Hoe lost hij dat op? Mijn verzoek is om dat
in elk geval op te lossen, anders wordt er onherstelbare schade
toegebracht en loopt de achterstand verder op.

	De wijze waarop de minister het probleem benadert, kent een soort
rationaliteit die kan worden betiteld als rationaliseren op de vierkante
centimeter. Daarmee sluit hij een aantal mogelijkheden uit. De
getijdenstroom, een echt innovatieve techniek, komt niet of heel
moeizaam aan de beurt -- wij kunnen dat niet precies uit de brief van de
minister lezen -- maar wind op zee en zon-pv zullen het slachtoffer
worden. Dat lijkt logisch uit oogpunt van de hoeveelheid kWh per bestede
euro, maar naar ons inzicht is het eerder wijsheid op de korte termijn
en zeker niet op de langere termijn. Uit alle analyses blijkt dat wij
wind op zee keihard nodig hebben om uiteindelijk kwantitatief de
doelstelling te halen. Wat de minister doet, lijkt dus efficiënt, maar
is het naar ons inzicht helemaal niet. Hoe gaat hij de technieken redden
die nu nog relatief duur zijn, maar waarvan het glashelder is dat wij
die keihard nodig hebben, in elk geval wind op zee en zon-pv?

	Ik ga terug naar de vraag hoe het anders zou kunnen. Het is vandaag al
door een aantal sprekers meer of minder stellig gezegd.

De leveranciersverplichting is een betrekkelijk eenvoudige weg om echt
te komen tot een goede, afdwingbare realisatie van de
duurzame-energiedoelstellingen in een gelijk speelveld en, in principe,
zonder een cent subsidie. Natuurlijk moet de leveranciersverplichting
geleidelijk aan worden opgebouwd. Volgens mij heeft de heer Leegte in de
NRC daarover stoerdere dingen gezegd dan hij hier vanavond vertelde,
namelijk voor elektriciteit 35% in 2020. En hij zei daar nog bij: gewoon
verplichten. Ik hoop dat hij de motie van mijn linkerbuurman daarover
gaat steunen, als die vanavond komt.

De heer Leegte (VVD): Ik leer steeds beter omgaan met dat spelletje van
uitlokking. Juist hierover had ik het net met mevrouw Verburg en
overwegen wij een motie, dus maakt u zich geen zorgen.

De heer Grashoff (GroenLinks): Dat is fijn.

	Een en ander betekent dat we misschien binnen afzienbare tijd een
interessanter debat kunnen voeren, namelijk hoe we de
leveranciersverplichting goed kunnen invullen. Hoe eerder we van de,
toch wat rammelige, SDE-plusregeling afkunnen, hoe beter. Voorlopig
zullen we het ermee moeten doen. Ik vraag de minister de meest
noodzakelijke reparaties daaraan uit te voeren, ik heb er twee expliciet
gevraagd.

	Nog een paar relevante aanvullende mogelijkheden. Het groen gas werd
door mijn buurvrouw bepleit, dat steunen wij van harte. Een
vergelijkbare positieve maatregel zou de oprekking van de
salderingsgrens in de Elektriciteitwet zijn: die ligt nu bij 5000 kWh en
dat is voor een particulier goed, maar een boerenbedrijf of een
vereniging van eigenaren die een iets groter project wil realiseren,
loopt tegen die grens op en daarmee worden projecten in de kiem
gesmoord. De heer Samsom had een goed voorstel voor zelflevering. Dat is
belangrijk, wij steunen het van harte.

	Nu het totale financiële beeld. Naar onze informatie en op basis van
onderzoeken gaat per jaar zo'n 7,5 mld. aan jaarlijkse steunmaatregelen
naar de productie en consumptie van fossiele energie. Is de minister
bereid om daar eens heel degelijk onderzoek naar te doen, op een manier
dat daarmee de onderste steen bovenkomt? Waar zit dat nu precies in?
Welke subsidie op fossiele energie kunnen we nu geleidelijk aan echt
kwijt? Als we dat voor elkaar zouden kunnen krijgen, zouden we een
enorme slag slaan, omdat tegelijkertijd groene energie in een veel
betere concurrentiepositie zou worden gebracht.

De heer Leegte (VVD): Dat verhaal van GroenLinks over die 7,5 mld. komt
steeds terug. Het zou misschien aardig zijn als GroenLinks eens bedacht
dat de hoeveelheid subsidie voor duurzame energie per eenheid energie
zes keer zo hoog is. Zoals bekend, is dat voor de andere helft van de
Kamer een uitstekende verdeling. Hij moet die dingen dus wel allebei
noemen.

De heer Grashoff (GroenLinks): Wat ik niet begrijp, is dat u altijd op
een of andere manier wilt blijven verdedigen dat die 7,5 mld. wel
terecht is, uit het oogpunt dat het per eenheid minder is. Volgens mij
moeten we fossiele energie überhaupt niet subsidiëren, tenzij daar een
heel bijzondere reden voor is; en die zou nog tijdelijk van aard moeten
zijn, om ervoor te zorgen dat we die energietransitie echt voor elkaar
krijgen, zoals u trouwens ook bepleit. Als u die urgentie ziet, zou u
het met mij eens moeten zijn dat wij in ieder geval een scherp inzicht
zouden moeten hebben in waar die 7,5 mld. in zit en welk deel ervan we
op welke termijn kwijt kunnen.

Mevrouw Verburg (CDA): Voorzitter. Ik hoor de hoge toon van de heer
Grashoff wel, maar ik dacht dat de minister had aangegeven dat het nodig
is om in Europa een gelijk speelveld te behouden. Vindt GroenLinks dat
dit gelijke speelveld in Europa niet meer nodig is, zodanig dat onze
eigen energiesector onmiddellijk in een slechte concurrentiepositie zou
vallen?

De heer Grashoff (GroenLinks): Ik kan me nauwelijks voorstellen dat dit
onze energiesector in een slechte concurrentiepositie zou brengen; het
zou wel kunnen gelden voor sommige grote bedrijven of bedrijfstakken in
Nederland. Dat willen wij nu juist heel graag met dat onderzoek van de
minister boven tafel krijgen. Natuurlijk moet je wel blijven letten op
andere belangen, dat ben ik met u eens. Maar het eerste wat van belang
is, is dat de feiten boven tafel komen, dat we daarover een goede
discussie kunnen voeren. Ik zou hopen dat dit onderzoek ook de steun van
het CDA krijgt.

	Nu kernenergie. Voor GroenLinks is het glashelder: kernenergie behoort
niet tot de oplossingen voor onze duurzame energievoorziening. Het
kernafvalprobleem wordt niet opgelost en zal niet worden opgelost, het
veiligheidsprobleem zal uiteindelijk niet echt worden opgelost, maar ook
is kernenergie een zeer dure variant.

En we hebben zoveel betere oplossingen. Als die er allemaal niet waren
en het water stond ons aan de lippen, zou je een discussie kunnen
voeren, maar dat is niet zo. Die alternatieven zijn er, ze zijn beter en
ze zijn ook goedkoper dan kernenergie, als we ze ontwikkelen en de kans
geven. Allemaal argumenten om niet de koers van de kernenergie te
volgen. Zegt de minister ons toe dat voor de ambities van het kabinet op
het gebied van kernenergie in ieder geval de garantie wordt gegeven dat
niet ook daar publieke middelen, verkapt of rechtstreeks subsidiegeld,
in gaan zitten? Als hij ons dat kan toezeggen, schieten we al een eindje
op, want we denken dat die kerncentrale er dan niet zo gauw zal komen.

	Wij hopen zeer dat er draagvlak komt in dit parlement en bij deze
regering om te komen tot een aanpak van duurzame energie die structureel
en langjarig is. Het moet een aanpak zijn die echt voor de komende tien,
twintig, dertig jaar de koers kan bepalen en die een geleidelijke opbouw
kent van de verplichting voor producenten om duurzame energie te
produceren op een manier die ten minste aansluit bij de Europese eisen
en doelstellingen. Dit is volgens mij al bij herhaling in dit parlement
aan de orde geweest. Mijn fractievoorzitter Halsema heeft in 2007 op dit
punt een motie ingediend, die toen op steun in de Kamer kon rekenen.
Wellicht ligt er vanavond een motie van de zijde van de heer Dijkgraaf
en vele anderen, waarvan ik van ganser harte hoop dat die op steun kan
rekenen. Dan komen we verder.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Dit was een mooi bruggetje naar
mijn bijdrage. Overigens is die motie al ingediend bij het
begrotingsoverleg. Het was wat prematuur, maar hij ligt er in ieder
geval.

	Duurzame energie brengt leven in de brouwerij. De variatie aan
mogelijke duurzame energiebronnen is groot. Ik vond een mooi voorbeeld
in het CBS-overzicht. Daar ontwaarde ik naast de bronnen windenergie,
zonnestroom en biomassaverbranding ook een categorie -- je gelooft het
of niet -- warmte uit net gemolken melk. Dit is een energiebron voor de
toekomst. Je kunt je voorstellen dat warme melk die uit de uier komt in
de koeltank loopt. Als je daar de warmte uittrekt, kun je die weer
gebruiken voor nieuwe dingen. Dit symboliseert de mogelijkheden die er
volgens mijn fractie zeker ook op decentraal niveau liggen. Ik vraag de
minister of de Green Deal zich ook richt op de benutting van dit soort
potentieel.

	Verschillende gemeenten en provincies hebben laten zien dat ze bereid
zijn te investeren in duurzame energieprojecten. Het lijkt mij meer dan
zinvol om dit af te stemmen met het landelijke energiebeleid, zodat de
overheden elkaar versterken. De stelling dat duurzame energie leven in
de brouwerij brengt, is te zacht aangezet. Duurzame energie is
noodzakelijk voor een houdbare en gezonde energievoorziening. In de
recente World Energy Outlook wordt zelfs bij de uitvoering van alle
nationale beleidsvoornemens op energiegebied in 2035 een verdubbeling
van de olieprijs verwacht. We moeten daarop voorbereid zijn. We moeten
zorgen dat we daarvan profiteren. Dit betekent wat de SGP-fractie
betreft het volgende in vier punten:

	Een, zorg voor veel supporters, creëer een gemeenschappelijk doel.
Alleen met een breed draagvlak is stevig beleid mogelijk. Mijn debatje
met de PVV refereerde daar al aan, want de SGP-fractie vindt het daarom
verstandig dat de focus van het energiebeleid bij een onafhankelijke
energievoorziening wordt gelegd. Voor de eindigheid van fossiele
brandstoffen, geopolitieke verhoudingen en dreigende prijserupties voor
fossiele energie krijg je meer mensen uit bed dan voor de reductie van
CO2-emissies. Dus ook voor hen die twijfelen aan klimaateffecten, heeft
het zin volop te investeren in duurzame energie. Dan zijn de fronten
voor het grootste deel weer gesloten.

	Twee, hardlopers zijn doodlopers. Een te hoge ambitie en inzet zorgen
voor een hoge investeringsopgave, verzwakt onze concurrentiepositie en
levert teleurstellingen op, omdat doelen niet gehaald worden. De
SGP-fractie steunt daarom het terugschroeven door het nieuwe kabinet van
de doelstellingen voor duurzame energie en CO2-reductie naar Europese
proporties.

	Drie, wie te vroeg veel meters maakt, loopt in de energiewedloop het
grote risico dat hij ingehaald wordt door degene die de tijd heeft
genomen voor een goede training. In de voorgestelde SDE-plus wordt
bijvoorbeeld alle ruimte geboden voor subsidiëring voor nu relatief
kostenefficiënte windmolens op land. Ik betwijfel of we het daarvan op
de langere termijn moeten hebben. Het is al eerder aangehaald, dan denk
ik eerder aan wind op zee en biomassa.

	Vier, wie in de middenmoot blijft hangen, zal nooit prijzen in de wacht
slepen. Nederland heeft kennisinstellingen, onderzoeksinstituten en
bedrijven die graag een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van
duurzame energie. Met deze kennis en potentiële bedrijvigheid moeten
wij ons voordeel doen. Kennis, ervaring en innovaties op het gebied van
duurzame energie moeten exportproducten worden en geen importproducten.
Deze uitdaging was voor mijn fractie reden om al bij de
begrotingsbehandeling van ELI een motie in te dienen over een verplicht
aandeel duurzame energie.

	Het kabinet zet in op 14% duurzame energie in 2020. Het trekt daar met
de SDE-plus en de opslag op de energierekening tot 2020 jaarlijks
maximaal 1,5 mld. voor uit. Dat is onvoldoende om het doel te halen.
Daar heeft onder meer het Planbureau voor de Leefomgeving al op gewezen.
Het was in ieder geval voor mijn fractie een tweede reden om te pleiten
voor een verplicht aandeel duurzame energie. In de motie is opengelaten
of het een producenten- of een leveranciersverplichting zou moeten
worden, al gaat onze voorkeur uit naar een leveranciersverplichting. De
SDE zou daarbij een ondersteunend instrument blijven.

	De SGP-fractie zet vraagtekens bij de voorgestelde SDE-plus. Met de ene
hand stelt het kabinet met de voorgestelde opslag op de energierekening
de financiering van de SDE voor de langere termijn veilig en creëert zo
meer zekerheid voor het bedrijfsleven. Dat is positief, maar de
SGP-fractie vraagt zich wel af of de minister met de andere hand niet
juist meer onzekerheid schept. De meestook van biomassa komt niet meer
in aanmerking voor de SDE-subsidie, terwijl het nu juist een
kostenefficiënte categorie is, die een belangrijke bijdrage moet
leveren aan de doelstelling voor 2020. Zonder SDE en zonder
leveranciersverplichting gaat deze categorie het niet redden.

Deze onzekerheid treft echter ook de categorieën wind op zee,
zonnepanelen en elektriciteitsproductie door de vergisting van mest. De
kans op SDE-subsidie is voor dit type projecten of verkleind of
verkeken, zonder dat duidelijk is of het energie-innovatiebeleid
tegenwicht gaat bieden. Mijn fractie vindt dat niet verstandig. Wind op
zee en zonne-energie zijn zeker voor de middellange termijn van belang.
Subsidiëren om meters te maken is voor 2011 dan wellicht nog een stap
te ver, maar de technologische ontwikkeling in deze categorieën mag
niet stil komen te staan. Is de minister bereid om daarin te investeren?
Is de minister bereid, jaarlijks een substantieel bedrag uit te trekken
voor het energie-innovatiebeleid, desnoods ten koste van de jaarlijkse
1,5 mld. voor de SDE? Is de minister ten slotte bereid, de vrije
categorie ook open te stellen voor kleinschalige zon-pv?

Voor de elektriciteitsproductie door covergisting van mest geldt dat er
secundaire agrarische doelen mee zijn gediend, de belangstelling tot
voor kort groot was en de CO2-besparing relatief groot is. Is daar niet
meer uit te halen, bijvoorbeeld door projecten waarbij de restwarmte
nuttig wordt gebruikt, te blijven steunen?

Wij vragen ons ook af of de voorgestelde fasering en ontschotting in
samenhang met het beperkte budget niet meer onzekerheid met zich brengt
dan ons lief is. Als bijvoorbeeld in een bepaald jaar een SDE-aanvraag
ingediend wordt voor een groot windmolenpark, kan dat een fors deel van
het beschikbare budget in beslag nemen. Wat blijft er dan nog over voor
andere projecten? Zeker voor de wat duurdere projecten en technieken,
waar technologische ontwikkelingen en investeringen nodig zijn, is meer
zekerheid over de beschikbaarheid van budget wenselijk.

Mijn fractie wil ook wijzen op een belangrijk risico. Door het
ingebrachte competitie-element is het risico groter dat ondernemers
onvoldragen plannen indienen voor een zo laag mogelijke subsidie,
waarvan later blijkt dat de financiering niet rondgebreid kan worden en
de plannen niet uitgevoerd worden. Is de minister bereid om ingediende
plannen te beoordelen op haalbaarheid?

Wij hebben ook een vraag over de besteding van middelen aan projecten
die in 2008 en 2009 een SDE-beschikking hebben gekregen, maar niet
uitgevoerd worden of minder vollast-uren hebben gedraaid. Laat de
minister in lijn met de toezegging van de vorige minister deze middelen
terugvloeien naar de SDE-plus of het energie-innovatiebeleid? Geldt dat
ook voor toegekende maar niet bestede middelen in het kader van de
SDE-plus?

Wkk komt niet langer in aanmerking voor de SDE. Welke consequenties
heeft dat voor de inzet van wkk door grootverbruikers en voor de rol die
wkk kan spelen als buffercapaciteit tegenover windmolenparken? Welke rol
krijgt wkk in de Green Deal?

Flankerend beleid moet ook worden meegenomen. Ik denk dan aan het
versoepelen van de regelgeving voor zelflevering, meer bioafval toelaten
voor vergisting en het aanmerken van digestaat als kunstmestvervanger.
Maar daar komen wij ongetwijfeld op een later moment nog op terug. Ik
kan mij aansluiten bij de vragen over de subsidie van 7,5 mld., maar dan
moeten wij de discussie wel zuiver houden. Ongeveer 1,5 mld. van die
subsidie gaat naar de energiesector, namelijk de vrijstelling voor de
energiebelasting voor grootverbruikers. Maar die geldt even goed als
grootverbruikers op groene stroom draaien.

De 7,5 mld. behelst ook 2,5 mld. aan indirecte landbouwsubsidies. Bij
deze landbouwsubsidies wordt geen onderscheid gemaakt tussen het gebruik
van fossiele of duurzame energie. Het is goed dat alle aspecten die de
concurrentiepositie van duurzame energie versus fossiele energie
beïnvloeden, worden bekeken, maar wat ons betreft dan wel zuiver.

	Dan kom ik bij Urk. De minister heeft 116 mln. innovatiesubsidie
uitgetrokken voor het windmolenpark in de Noordoostpolder. Dit bedrag
komt bovenop de al bijgepluste SDE-bijdrage voor dit project. Deze
innovatiesubsidie past volgens mij niet in de filosofie waarmee het
nieuwe kabinet het duurzame energiebeleid benadert, of was deze subsidie
al toegezegd door de vorige minister en niet meer terug te draaien? Ik
hoor graag meer informatie over de status van zowel de SDE-bijdrage als
de innovatiesubsidie voor het windmolenpark in de Noordoostpolder.

	Om het onderwerp Urk en mijn bijdrage te besluiten het volgende. De
gemeenten Urk en Dronten hebben een alternatief gepresenteerd voor de
huidige plannen bij de Noordoostpolder, die beter passen bij de
inpassing en het beschermde dorpsgezicht van Urk. Ik heb een motie in
mijn achterzak zitten om dit te vragen, maar de minister zal het
ongetwijfeld toezeggen. Is de minister bereid dit serieus te bekijken?

De heer Van Vliet (PVV): Wat vindt de heer Dijkgraaf van de SGP van
kernenergie? Ik heb er niets over gehoord.

De heer Dijkgraaf (SGP): U hebt ongetwijfeld in ons verkiezingsprogramma
gelezen dat wij voor zijn, niet alleen voor de verkiezingen maar ook na
de verkiezingen. Wij zijn meestal consequent. Wij zijn dus voor
uitbreiding van de kerncapaciteit.

De voorzitter: Dat was de inbreng van de Kamer in eerste termijn. We
zitten precies op de helft van de tijd. De minister vraagt een kwartier
schorsing. Hij heeft ongeveer een uur nodig om te antwoorden. Met
interrupties zouden we dan ongeveer uit kunnen komen op 22.45 uur. We
kunnen proberen om dat korter te houden. We kunnen de eerste termijn van
de minister benutten om veel te interrumperen, maar ik stel voor dat
iedereen twee interrupties heeft. Dan hebben we hopelijk aan het einde
nog wat tijd om moties in te dienen. Daar heeft iedereen dan één tot
twee minuten voor, inclusief toelichting.

**

De vergadering wordt van 21.00 uur tot 21.15 uur geschorst.

De voorzitter: De minister is zeven minuten te laat aangekomen. Ik ben
daar heel streng op. Die minuten worden in mindering gebracht op zijn
tijd, dus hij heeft een uur min zeven minuten te spreken. Wij gaan dat
klokken. Ik ben heel erg streng, maar wij willen allemaal om 23.00 uur
thuis zijn.

**

De heer Jansen (SP): Mag ik dan gelijk het praktische voorstel doen dat
de minister de wat technischer vragen schriftelijk beantwoordt? Dat
scheelt hem weer tijd.

De voorzitter: Dat is een goed voorstel, dus daar gaan we op in. Nu geef
ik het woord aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie.

**

Minister Verhagen: Voorzitter. Ik dank de Kamer en in het bijzonder de
heer Jansen voor zijn constructieve voorstel om tijdwinst te boeken.

	De algemene doelstelling van het kabinet is voor een zekere, betaalbare
energievoorziening, ook voor de toekomst. Om dat te realiseren is
verduurzaming nodig, zeg ik ook tegen de heer Van Vliet. Wij zeggen: op
naar een CO2-neutrale energievoorziening, ook om een zekere en
betaalbare energievoorziening mogelijk te maken. Ik wil met de heer Van
Vliet best een hele discussie over nut en noodzaak van een CO2-arme en
CO2-neutrale energievoorziening aangaan, maar ik heb niet de indruk dat
ik hem op dat punt kan overtuigen, aangezien hij dit weekend weer sneeuw
heeft meegemaakt. Desalniettemin, wij zijn er wel van overtuigd, maar
los daarvan is het ook noodzakelijk voor een zekere en betaalbare
energievoorziening, ook voor de langere termijn. Verder is het goed voor
onze economie en is onze stelling dat het goed is voor het klimaat. We
worden in ieder geval minder afhankelijk van vervuilende brandstoffen en
fossiele brandstoffen, die op een gegeven moment toch uitgeput raken.

	Energie is ook cruciaal voor de concurrentiepositie van ons
bedrijfsleven. Tegelijkertijd dragen wij dus bij aan de mondiale en
Europese CO2-doelstellingen. Om die te bereiken is naar onze mening
realistisch en tegelijkertijd economisch verantwoord beleid nodig,
vanuit een internationaal perspectief, omdat we niet op een eiland
leven, zeker ons bedrijfsleven en onze burgers niet.

	Economisch verantwoord beleid betekent ook het benutten van economische
kansen, dus meer aandacht voor het verdienpotentieel. Het gaat hier om
tienduizenden banen. Dat de publieke tribune zo vol is, geeft aan dat
het gaat om veel verdienpotentieel. Alleen al in de gassector gaat het
om ruim zestigduizend banen in Nederland, dus er staat veel op het spel.
Economisch verantwoord betekent ook blijvend betaalbaar, voor burgers,
bedrijven en de overheid. Zeker in tijden van financiële crisis moet je
verantwoord omgaan met de beschikbare middelen. Een realistisch,
economisch verantwoord beleid moet vanzelfsprekend bekeken worden vanuit
het internationale perspectief, aangezien Nederland gewoon ook onderdeel
is van de Europese Unie en van een Europese markt.

	Landen moeten doen waar ze goed in zijn door diversificatie, door
specialisatie bij opwekking, omdat het efficiënt is. Wij kunnen daarmee
bij uitstek ons voordeel met de Europese markt doen. Dat is weer goed
voor de betaalbaarheid, voorzieningszekerheid en export.

De heer Jansen vraagt waarom we al die energie eigenlijk nodig hebben,
terwijl we die niet gebruiken. Dat lijkt aardig, maar dan doet hij alsof
er een hek om Nederland staat. Mij lijkt dat wij rechtdoen aan de
economische factoren als wij de Nederlandse locaties goed benutten en
inzetten voor de Noordwest-Europese energiemarkt. Dat schept kansen voor
Nederlandse bedrijven en banen voor Nederlandse medewerkers. Met
optimale locaties, ook vanuit milieuoogpunt, kun je op dat vlak stappen
voorwaarts zetten. Vervuiling en CO2-uitstoot storen zich niet aan
grenzen. Als we hier centrales bouwen die geen of minder CO2 uitstoten,
kunnen bruinkoolcentrales elders, die een enorme vervuiling met zich
brengen, gesloten worden. Als wij dus door middel van schonere centrales
alhier in de energievoorziening van een grotere markt kunnen voorzien,
is dat vanuit milieuoogpunt goed. Sterker nog, het zou kortzichtig zijn
om dat niet te doen. Dan verdien je gewoon met milieu. Ik neem aan dat
de heer Jansen daar niet tegen is, tenzij hij zegt: als we hier een hek
om zetten, hebben we uiteindelijk geen bedrijven en natuurlijk ook
aanmerkelijk minder energieverbruik. Daar heeft hij wel weer gelijk in.

Ik denk dat het zaak is om op dit punt ook van de potenties uit te gaan.
Dat betekent dat wij ook in Europees verband samen willen werken en aan
bilaterale energiediplomatie doen om de aanvoer van energie veilig te
stellen en het Nederlandse bedrijfsleven goed te positioneren. In de
komende periode betekent dit dat groen en grijs inclusief nucleair
uitstekend samengaan. Ik kom hier nog op terug.

	Wij kiezen voor vier sporen: realistische duurzaamheiddoelstellingen
via groene groei, energie als economisch topgebied, ruimte voor
kernenergie en CCS en de internationale markt en energiediplomatie. Met
betrekking tot de realistische duurzaamheiddoelstellingen via groene
groei hebben wij in plaats van de bestaande SDE, gekozen voor een nieuw
instrument: SDE-plus. Een realistische duurzaamheiddoelstelling betekent
in de eerste plaats dat wij meer in lijn met Europa willen optrekken:
14% duurzame energie in 2020. De heer Samsom poneerde de aardige
vooronderstelling dat het percentage hoger zou zijn. Volgens diezelfde
redenering zou ook de 20%-doelstelling aanmerkelijk hoger uitkomen, dus
de besparing in de doelstelling blijft overeind. Dat is in ieder geval
meer in lijn met wat andere Europese landen doen. Naar onze mening is
dat de meest realistische.

De heer Samsom (PvdA): De minister ontkent dus niet dat volgens de
Nederlandse definitie van duurzame energie, het Nederlandse kabinet in
2020, afhankelijk van de verhouding wind versus biomassa, ongeveer 17%
duurzame energie moet hebben om aan de 14% Europese doelstelling te
komen?

Minister Verhagen: Dat betwijfel ik, maar zelfs als de heer Samsom
gelijk zou hebben, is onze doelstelling aanmerkelijk realistischer ...

De heer Samsom (PvdA): Geen misverstand daarover, ik ben daar eerder al
heel boos over geworden, dus dat hoeft niet nog een keer.

Minister Verhagen: Ik waardeer uw tegemoetkomendheid.

De heer Samsom (PvdA): Het is ook goed voor de fracties van de PVV en de
VVD om in hun oren te knopen dat wij afgaan op 17% als wij de komende
jaren koersen op duurzame energie.

Minister Verhagen: Ik ga in ieder geval af op 14% duurzame energie. Ik
wil best een keer met u een discussie voeren over de vraag of de
berekeningen die u naar voren brengt, in lijn zijn met de werkelijkheid.

	Hoe willen wij dat bereiken? In het verleden was de Stimulering
Duurzame Energie gericht op zowel de uitrol als de innovatie. Duurdere
innovatieve categorieën werden specifiek gesubsidieerd voor het bedrag
dat nodig was om ze rendabel te exploiteren, dus niet om aan innovatie
te doen, maar om de duurdere innovatieve categorieën te exploiteren: de
subsidie voor dure exploitatie. Nu hebben wij ervoor gekozen om de
uitrol, de exploitatie en de innovatie goed te onderscheiden. De uitrol
is bedoeld is om, zoals ik het noem, meters te maken op weg naar ons
doel, opdat wij onze doelstelling, namelijk die 14% duurzame energie,
ook daadwerkelijk kunnen realiseren. Hiertoe hebben wij de SDE omgevormd
in SDE-plus. Deze is gericht op één doel: een zo efficiënt en snel
mogelijke uitrol van duurzame energie. Dat betekent dus ook de
goedkoopste vormen van duurzame energie subsidiëren om zo veel mogelijk
duurzame energie te genereren op korte termijn. Dat doen wij via een
gefaseerde openstelling. Projecten die toe kunnen met de minste
ondersteuning kunnen het eerst inschrijven. Gaande het jaar wordt indien
er nog budget beschikbaar is een nieuwe fase opengesteld met een hoger
basisbedrag. Dat proces gaat door totdat het totale jaarbudget vergeven
is of de regeling sluit. Voor duurdere categorieën die buiten de boot
vallen is er wel de vrije categorie. Hierin kunnen alle vormen van
duurzame energie meedingen voor een vast bedrag, een bedrag dat voor de
gemiddelde exploitant niet rendabel te exploiteren is, maar voor
koplopers misschien wel. Dat stimuleert dan wel weer succesvol
ondernemerschap en de kans om kosten voor de toekomst omlaag te brengen.
Je zet er dus een prikkel op.

	Daarnaast wordt de financiering van de SDE-plus gewijzigd via een
opslag op de energierekening, dus niet meer verborgen via de algehele
begroting van het Rijk.

Kosten van duurzame energie worden op deze wijze transparant gemaakt via
de energierekening. Burgers en bedrijven weten dus waarvoor zij betalen.
De bedoeling is om medio 2011 het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer te
sturen.

	Dan het punt van de innovatie. Uiteraard is innovatie nodig om duurzame
energie op termijn rendabel te maken, dat ben ik eens met de heer Samsom
en anderen die dit naar voren hebben gebracht. Als je die slagen niet
maakt, blijft het duur. Dit vergt een ander instrumentarium, zeker als
je wilt zekerstellen dat de subsidiekraan op lange termijn dicht kan.
Dat staat los van de projecten die gefinancierd worden vanuit de
SDE-plusregeling. Het kan wel gefinancierd worden met SDE-plus indien de
innovatie nodig is om de doelstelling van de Europese Unie te halen. Als
je merkt dat je meer meters nodig hebt om de doelstellingen van 2020 te
halen dan met het huidige instrumentarium mogelijk is, kun je het daar
wel voor inzetten. Dus met innovatie zetten we op die manier in op het
goedkoper maken van veelbelovende technieken, niet van de exploitatie.
De regeling is in eerste instantie niet bedoeld om de dure exploitatie
te financieren maar om innovatie te stimuleren die een goedkopere
exploitatie op termijn mogelijk maakt. Juist dan ontwikkel je expertise
die ook op de markt kan worden gezet. Dat is een sterk punt van
Nederland.

	Dit moet verder meelopen in ons bredere innovatiebeleid dat is gericht
op de topgebieden. De leden weten dat dat een van de redenen is dat wij
energie, zowel groene als grijze, hebben aangemerkt als economisch
topgebied. Wij willen dus niet innovatie stimuleren via
productiesubsidies maar werkelijke een goedkopere toepassing in de
toekomst mogelijk maken.

	Ook binnen de green deal zal aandacht komen voor innovatie. Wij moeten
ons realiseren dat verdienpotentieel niet alleen een zaak is van de
rijksoverheid; medeoverheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties
en burgers hebben er ook een rol in te spelen. Er zijn tal van
win-winsituaties mogelijk. Daarom willen we een green deal met de totale
samenleving sluiten.

	De woordvoerder van de fractie van D66, mevrouw Van Veldhoven, vraagt
hoe de innovatie financieel mogelijk moet worden gemaakt in het kader
van de SDE-plus. Ik ben daar deels al op ingegaan. Ik ben het met haar
eens dat innovatie een belangrijke rol zal spelen bij het structureel
verduurzamen van de Nederlandse economie. Een gedeelte van de innovaties
zal al een bijdrage leveren, in het kader van het economisch topgebied,
aan het realiseren van de doelen voor 2020. We zullen dat eerst in kaart
brengen. Ik wil inzetten op thema's waarmee Nederlandse bedrijven kans
hebben om in de top van de internationale markt mee te draaien. Dan zijn
thema's als biobased economy, waaronder biogas, intelligente netten en
wind op zee. Dat speelt uiteraard allemaal een rol. Zodra we in beeld
hebben hoeveel geld er nodig zal zijn om innovatie in gang te zetten die
ook een bijdrage zal leveren aan de doelstellingen van 2020, zullen we
ook een gedeelte onder de 1,4 mld. die voor de SDE-plus staat, kunnen
reserveren.

	Voor het totaal van nieuwe projecten die gerealiseerd worden -- ik heb
het dus niet over aanvragen -- zal dus in 2011 het budget maximaal 1,5
mld. bedragen. Dat wil zeggen dat ik in 2011 voor dat bedrag aan
verplichtingen kan aangaan. Die verplichtingen vinden pas later plaats,
namelijk wanneer de projecten gerealiseerd zijn en productie draaien. De
ruimte voor nieuwe verplichtingen in de daaropvolgende jaren hangt mede
af van de elektriciteitsprijs op lange termijn. Ik verwacht op basis van
de huidige inzichten dat het budget in die kabinetsperiode jaarlijks
geleidelijk zal oplopen.

	U weet dat SDE-plus met één budgetplafond voor alle categorieën
werkt.

Wij hebben één budgetplafond beschikbaar voor alle categorieën, juist
om concurrentie tussen de verschillende technieken te bevorderen. Er is
geen vooraf vastgesteld apart budget voor de vrije ruimte. Deze opties
kunnen vrijelijk concurreren om het budget.

	De heer Dijkgraaf vraagt hoe het zit met de vrijval van de SDE en de
MEP. De uitgaven voor de SDE en de MEP worden blijvend betaald via de
begroting. Als er nog verplichtingen zijn, worden die gewoon uit de
begroting gefinancierd en niet uit de opslag op de energierekening. Het
zijn twee aparte geldstromen. In de komende twintig jaar worden zij
uitgefaseerd, zodat wij over twintig jaar volledig op de SDE-plus
zitten. Als er de komende periode vrijval ontstaat, zal dat sneller gaan
dan de voorziene twintig jaar. Nieuwe projecten worden gefinancierd uit
die opslag, maar het totaal van de kasuitgaven van MEP, SDE en SDE-plus
is een maximum van 1,4 mld. per jaar. Het totale bedrag blijft
hetzelfde, maar een steeds groter deel gaat via de SDE-plus en een
steeds kleiner deel via de begrotingsmiddelen van SDE en MEP. Als er een
vrijval uit de SDE en de MEP komt, betekent dit dat er al in een eerdere
fase méér committeringsruimte in de SDE-plus.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Ik heb begrepen dat in 2008/2009
projecten deels niet uitgevoerd zijn, dat de middelen die daarvoor wel
begroot waren nu beschikbaar zijn en dat het plan is die naar de
algemene middelen te laten stromen. Het ging mij erom die middelen
alsnog voor innovatie ter beschikking te bestellen.

Minister Verhagen: Ik ben daarover nog in discussie met de minister van
Financiën.

De heer Dijkgraaf (SGP): Dan heb ik straks een motie om de minister te
helpen.

Minister Verhagen: U weet dat ik geen enkele toezegging mag doen die
financiële problemen met de rijksbegroting kan meebrengen. Ik houd het
hier even bij.

De heer Dijkgraaf (SGP): De Kamer weet hoe zij de minister kan helpen.

Minister Verhagen: Voorzitter. De heer Van Vliet vraagt waarom wij
überhaupt subsidies voor duurzame energie uitgeven.

	Even los van het gegeven dat ik hierbij een iets andere invalshoek heb
gekozen dan de PPV, wat de heer Van Vliet niet zal verbazen en mij
overigens ook niet, is het een feit dat op dit moment duurzame opties
nog niet kunnen concurreren met fossiele opties, zelfs als ik de
vooronderstellingen van GroenLinks volledig terzijde schuif. Die zijn
niet de mijne. Toch is duidelijk dat duurzame energie nu en in de
toekomst een van de belangrijkste energieopties zal zijn. Wij zitten in
een overgangsfase. Als wij spreken over verantwoord omgaan met de
middelen die ons gegeven zijn -- om een goede CDA-term te gebruiken:
verantwoord rentmeesterschap -- acht ik het onze plicht om juist in die
overgangsfase te kijken hoe wij ervoor zorgen dat die duurzame opties er
zijn op het moment dat wij daarvan volledig afhankelijk worden. Dat
vraagt in de transitiefase ondersteuning, willen wij daarover over
twintig, dertig of veertig jaar kunnen beschikken. Dat rechtvaardigt
tijdelijke ondersteuning.

	Mevrouw Verburg vroeg naar de aansluiting van SDE met SDE-plus. Ik heb
al gezegd dat het budget het totaal is van MEP, SDE en SDE-plus. Het
vloeit dus in elkaar over. De eerste verplichtingen worden aangegaan in
2011 en hoeven pas in 2013 uitbetaald te worden.

Het gat tussen SDE en SDE-plus voorkom ik door SDE-plus in 2011 al open
te stellen, terwijl de betalingen eigenlijk pas in 2013 en volgende
zullen plaatsvinden. Met de subsidiebeschikkingen die ik in 2011 uitgeef
aan aanvragers, kunnen zij ook aan de slag om hun projecten te
realiseren. Er komt op dat punt dus geen gat. Projecten waaraan reeds
subsidie is toegekend in het kader van de MEP en SDE lopen gewoon door
zoals gepland, ook in de komende jaren. Daar verandert niets aan door de
vervangen van de SDE door de SDE-plus. Iedere eerder afgegeven
vergunning loopt gewoon door. Om die reden zien we ook een langzame
ingroei en een langzame uitgroei van deze twee instrumenten.

	Van verschillende kanten is gevraagd om nader stil te staan bij de
stimulering van biomassa. Dat is terecht. Het varieert van een
substantieel deel van de nota van de heer Samsom tot en met andere
ideeën.

De heer Leegte (VVD): Komt de minister nog terug op de MEP of is dat
helemaal afgerond?

Minister Verhagen: Indien het gekoppeld is aan de biomassa, neem ik het
mee.

	In de SDE-plus neem ik met name de kleinschalige opties die voldoende
effectief zijn en een lager basisbedrag hebben dan 0,15/kWh. Zo neem ik
-- zo zeg ik ook tegen mevrouw Verburg -- allesvergisting, waaronder
gft-vergisting, mest- en koolvergisting en
biomassaverbrandingsinstallaties groter dan 10 MW expliciet op in de
SDE-plus. Er is ook een grote rol weggelegd voor groen gas. Die
groengascategorieën zitten zelfs in de eerste en tweede fase, waardoor
zij ook kans hebben dat er nog voldoende budget is en zij een
subsidiebeschikking kunnen aanvragen. Elektriciteit uit koolvergisting
en biomassaverbranding kleiner dan 10 MW krijgt een kans in de vrije
categorie. Als het gaat over de grootschalige biomassa, met name de bij-
en meestook in de kolencentrales, heb ik in de brief aan de Kamer over
SDE-plus aangegeven, dat ik onderzoek doe hoe te komen tot bij- en
meestook van biomassa in kolencentrales. Ook de heer Samsom heeft daar
terecht de aandacht voor gevraagd.

	Daarbij doet zich een aantal mogelijkheden voor. Je hebt de SDE-plus,
waarbij je het deels meeneemt in de financiering als het om
kleinschalige gaat. Daarnaast heb je nog twee mogelijkheden. De eerste
is de weg van mevrouw Verburg, de heer Leegte zit er een beetje tussenin
en dan komt de heer Samsom, van convenant half naar verplichtend. Het
schuift zo'n beetje die kant op. Je kunt dus komen tot bijstook van
biomassa door een verplichting, door afspraken en daarnaast is er nog de
verplichte duurzame levering, waardoor misschien gehoopt zou worden dat
men dat gaat realiseren door bijstook. De heer Samsom schetste echter al
heel duidelijk in zijn bijdrage de windfall profits en het risico dat
zich daarbij in Engeland voordoet, namelijk dat men heel iets anders
deed. In de komende periode zal ik in overleg met de sector --
producenten en leveranciers -- nagaan hoe wij kunnen komen tot de bij-
en meestook van biomassa in kolencentrales. Daarbij neem ik de
suggesties uit de Kamer mee. Op termijn is een producentenverplichting
niet ondenkbaar. Bij de uitwerking en in het overleg met de sector wil
ik kijken naar een eventuele samenloop met een kolenbelasting. Daar
wordt ook over gesproken en daarover zijn ook eerder in de Kamer ideeën
geuit.

Het is ook als punt van aandacht in het regeerakkoord genoemd. Ik wil
daarin meenemen de minimumuitstootnormen, de samenloop met
MEP-subsidies, het type installaties waarbinnen de verplichting zou
moeten vallen, et cetera. Ik zal bekijken hoe wij in overleg met de
sector kunnen komen tot een optimale bij- en meestook van biomassa in
kolencentrales. Ik wil de Kamer daarover in het voorjaar nader
informeren als zij mij die tijd geeft.

De voorzitter: Het voorjaar is lang. Het is toch al gauw zo'n drie
maanden.

**

Minister Verhagen: Ja, dat is wel leuk. Naarmate het warmer wordt, neemt
het energieverbruik af.

De voorzitter: Dat is niet helemaal waar. Dan worden ook allerlei
koelingsinstallaties gebruikt, weet ik als oud-woordvoerder.

**

Minister Verhagen: Ik maak het af op april. Akkoord?

De voorzitter: Akkoord, prima.

	De heer Grashoff had nog een vraag.

**

De heer Grashoff (GroenLinks): Voorzitter, ik laat mijn vraag vervallen
want de minister ging al in op de kolenbelasting. Daar wil ik hem naar
vragen.

De heer Leegte (VVD): Dank voor de toezegging om te kijken naar de
bijstook van biomassa, die wij belangrijk vinden. De vraag van de VVD
ging vooral over de totale mix, om de sector de keuze te laten voor de
duurzame invulling. Dat is breder dan alleen bijstook van biomassa. Kun
je niet het systeem verzinnen dat de subsidie eruit loopt? De
leveranciersverplichting …

Minister Verhagen: Ja, de leveranciersverplichting. Daar sprak ik net
ook over. Het varieert. Je kunt ook met een leveranciersverplichting
komen. Bepaalde producenten zijn daar een voorstander van. Die vinden
dat aantrekkelijker. Tegelijkertijd zijn er de nadelen die ook de heer
Samsom schetste in relatie tot windfall profits. Ik heb gezegd dat ik
het totaal meeneem, ook in de nota die ik voor april heb toegezegd.

De heer Leegte (VVD): Dat is dus meer dan in de biobijstook. Dat was
even mijn zorg. Dank u wel, fantastisch.

Minister Verhagen: Ja.

	De heer Leegte heeft gevraagd hoe het zit met de biomassa Delfzijl en
of de MEP-subsidie een langere looptijd kan krijgen. Ik geef hem nu een
antwoord en het wordt niet plezierig voor hem, denk ik. Bij de overgang
van de MEP naar de SDE -- dan praten wij over de tijd van Wijn en dat is
toch heel wat jaren geleden -- is er voor de projecten met een
MEP-subsidiebeschikking die niet tijdig konden starten met productie, de
mogelijkheid gegeven om over te stappen naar de SDE. Die kans heeft men
gehad, juist om te voorkomen dat de projecten een deel van de
subsidieperiode mis zouden lopen. Door een dergelijke overstap kon een
project gedurende de hele looptijd subsidie krijgen. Het betreft dan de
subsidiebedragen die in de SDE waren vastgesteld. Delfzijl heeft daar
toen niet voor gekozen, bewust. Dat krijgt men dan nu ook niet. Wat in
2006 niet is toegezegd, ga ik niet in 2010 terwijl wij nog minder geld
beschikbaar hebben, ineens uit de hoge hoed toveren. Met alle respect.

	De heer Jansen vroeg hoe het zit met de effectievere controle op de
herkomst van biobrandstoffen en of dat niet alleen mogelijk zou moeten
zijn voor in Nederland geblende brandstoffen. De commissie-Corbey heeft
geadviseerd over duurzaamheid. De Europese Commissie is bezig met
richtlijnen. Daarbij is uiteraard certificering van vloeibare en/of
vaste biomassa belangrijk. Daarin moeten ook behoorlijke stappen gezet
worden. Er wordt aan gewerkt. Wij moeten het advies en de certificering
verder afwachten. Daarbij kan ik ook alleen eisen stellen aan de soort
biomassa en de duurzaamheid ervan, voor zover er sprake is van subsidie.
Als er geen subsidie wordt gegeven, staat het energieproducenten in
principe vrij om hun eigen brandstof te kiezen. Dat is een. Twee: bij de
opwekking van energie uit fossiele brandstoffen worden eisen gesteld aan
de emissie en niet aan de kwaliteit of de herkomst van fossiele
brandstoffen.

Wij kunnen de eisen aan de herkomst dus alleen stellen voor zover de
biomassa wordt gesubsidieerd. Overigens zijn bedrijven daarnaast wel
allang bezig met certificering van biomassa om aan klanten te kunnen
bewijzen dat zij groen produceren.

	De VVD-fractie wilde de goedkoopste opties stimuleren. Zij is het eens
met mijn benadering in relatie tot de SDE-plus en vraagt hoe het
mogelijk is dat je een windmolen subsidieert in een gebied waar
überhaupt geen wind is. Dat klinkt heel aardig. Als er voldoende
projecten zijn en als die in de markt bestaan, geef ik mijn euro net als
de heer Leegte het liefst uit aan de meest kosteneffectieve opties. Zo
bereiken wij de grootste vooruitgang, gelet op de doelstellingen.
Daarvan is die hele SDE-plus doorwasemd.

	Met de differentiatie voor wind op land hoop ik in 2012 te kunnen
starten. Dat past ook uitstekend in die kosteneffectieve aanpak. Want
het is duidelijk: een windmolen in Limburg vraagt meer subsidie dan een
windmolen in Den Helder. Maar, mede gelet op de voorliefde van de heer
Leegte voor biomassaverbranders, zelfs een windmolen in Limburg is nog
goedkoper dan een biomassaverbrander. Dus als de heer Leegte zijn eigen
logica volgt, zou hij geen pleidooi moeten houden voor
biomassaverbranders, zeg ik dan.

De heer Leegte (VVD): Ik houd een pleidooi voor geen enkele techniek
omdat ik vind dat wij daarbuiten moeten blijven. Ik ben juist een
voorstander van het stellen van normen. Als je binnen techniek gaat
kiezen, moet je alleen geen windmolen neerzetten op een windstil plekje.

Minister Verhagen: Als een windmolen in Limburg nog altijd goedkoper is
dan een biomassaverbrander, vind ik het in het kader van het meer meters
maken, wat de heer Leegte onderschrijft, een vrij logische optie die ik
niet bij voorbaat wil uitsluiten. Vandaar dat ik daarin wil
differentiëren. Daarnaast voorkom ik met differentiatie dat ik te veel
betaal voor projecten in zeer windrijke gebieden omdat die ook weer
moeten concurreren. Datzelfde geldt voor groen gas. Dat is op zich een
relatief goedkope optie. Zowel windmolens in windarme gebieden als groen
gas heeft een kostprijs ruim onder die 15 cent per kilowattuur die in
aanmerking komt.

	De heer Jansen heeft gevraagd hoe je onderuitputting voorkomt, omdat
projecten met een lage kostprijs later worden afgeblazen. Het is niet in
het voordeel van de aanvrager om voor een tarief aan te vragen waarmee
hij dat project niet kan realiseren. Ik ga er even van uit dat het niet
met opzet gebeurt, dat men niet opzettelijk allerlei vergunningaanvragen
of subsidieaanvragen indient, terwijl men eigenlijk al weet dat men het
voor dat bedrag niet gaat doen. Wel overweeg ik om naast strenge eisen
bij de aanvraag een ijkmoment in te voeren, bijvoorbeeld bij de
financial closure of de opdrachtverstrekking. Als het resultaat niet
binnen een bepaalde termijn is bereikt, zal ik dan de beschikking
intrekken. Op die manier voorkom je dat projecten die niet worden
gerealiseerd langdurig budget vasthouden. Dat is een probleem dat de
heer Jansen net als ik wil voorkomen.

De heer Jansen (SP): Dat lijkt mij een goede suggestie, maar het is
misschien goed dat de minister dat wat concreter uitwerkt in een
tijdpad, zodat wij dit wat beter kunnen inschatten. Dit probleem van
onderuitputting is niet nieuw. Dat hebben wij de afgelopen jaren
golfsgewijs veel vaker meegemaakt.

Minister Verhagen: Absoluut. Dat ben ik volkomen met de heer Jansen
eens. Ik zal dit, gelet op zijn eerste opmerking bij de aanvang van mijn
beantwoording, schriftelijk nader uitwerken. Hij heeft wel een punt. Ik
probeer dat op die manier te coveren.

	De heer Jansen heeft ook gevraagd waarom kleinschalige zon-PV wordt
uitgesloten. Voor zon-PV klein wordt het subsidiebedrag niet gebaseerd
op de elektriciteitsprijs voor de lange termijn, maar op de veel hogere
consumentenprijs. Daardoor is kleinschalige zon-PV niet te vergelijken
met andere opties en zou je ander instrumentarium moeten overwegen.

Het past in ieder geval niet in de systematiek die wij hebben gekozen.

	Ten tweede is de uitvoeringslast enorm. De helft van de medewerkers van
Agentschap NL die zich bezighouden met de SDE, werkt op dit moment aan
kleinschalige zonprojecten, terwijl kleinschalige zon-pv in 2010 2,5%
van het te beschikken vermogen besloeg. Dat is dus een enorm beslag op
mensen in relatie tot wat je ermee kunt realiseren. Bovendien hebben wij
ook nog een taakstelling voor het aantal medewerkers bij de overheid.

	In de derde plaats betwijfel ik of subsidie voor kleinschalige zon-pv
überhaupt nodig is. Trouw berichtte op 11 november over een initiatief
van Urgenda om grootschalig in te kopen zodat subsidie niet nodig was.
Daarnaast telt zon-pv mee in de energieprestatiecoëfficiënt van
nieuwbouwwoningen. Daardoor is dit voor nieuwbouwwoningen al
aantrekkelijk en is er geen extra subsidie nodig om dit in die categorie
mogelijk te maken.

	Ik herhaal de redenen: systematiek, enorm beslag op personeel,
mogelijkheden om het grootschalig in te kopen zonder subsidie en voor
nieuwbouwwoningen al aantrekkelijk.

De heer Grashoff (GroenLinks): Ik begrijp dat de minister niets wil
faciliteren voor kleinschalig zon-pv. Ik vind dat bijzonder, omdat er
nog andere redenen zijn, namelijk het versterken van een bedrijfstak in
Nederland. Het is belangrijk dat wij de productie in Nederland
vasthouden. Zelfs met de interessante initiatieven van Urgenda zie je
iets op gang komen waarbij alleen nog maar in het buitenland kan worden
ingekocht. Hoe denkt de minister daarover?

Minister Verhagen: Innovatie en mogelijkheden op het punt van de
ontwikkeling van een topgebied komen aan de orde in het kader van de
stimulering van de topgebieden. Dat is iets anders dan een stimulans via
de SDE-plus. In het kader van de stimulans en de aandacht voor de
topgebieden wordt dit wel meegenomen.

De heer Grashoff (GroenLinks): Ik kan er best begrip voor opbrengen dat
de minister het uit de SDE wil halen. Daarvoor heeft hij een aantal
redenen genoemd zoals de administratieve rompslomp en dergelijke. Hij
zou toch ook een heel eenvoudige rechttoe rechtaan regeling kunnen
bedenken die rekening houdt met een aantal van die elementen en een
minimale administratieve last met zich brengt? Onze burgers moeten toch
ook worden betrokken bij energiebesparing?

Minister Verhagen: Ik zal zowel in de green deal als in de uitwerking
van de topgebieden meenemen hoe wij hieraan op een andere wijze aandacht
kunnen schenken. Op zichzelf heeft dit sympathieke kanten, maar ik wil
dit los houden van de SDE-plusregeling.

	De heer Samsom heeft een vraag gesteld over de bijmengverplichting voor
groen gas. Hij is wel erg verplichtend, maar aan de andere kant wel erg
creatief. Ik ben het ermee eens dat groen gas als zodanig belangrijk is
en daarom krijgt het een belangrijke plaats in de SDE-plusregeling. Er
is veel innovatie, het maakt een snelle ontwikkeling door en er is
sprake van de invoering van groen gas in het hogedruknet, de heer Samsom
refereerde hier ook al aan. Het totale volume is overigens niet zo
groot: circa 0,05% van de jaarlijkse consumptie in Nederland. Het is dus
een relatief klein deel. Als je naar een verplichtingensysteem gaat,
daar gaat zijn voorkeur toch naar uit, moet je wel een markt hebben met
een zekere omvang. Die omvang heeft groen gas nog niet. Het
subsidie-instrument is op dit moment van de ontwikkeling van groen gas
en gegeven de marktomvang beter geschikt dan een
leveranciersverplichting.

Ik vind dus dat wij, gelet op de omvang, via de SDE-plus hieraan een
prikkel moeten geven.

	Zowel mevrouw Verburg als de heer Van Vliet sprak over de wkk. De heer
Van Vliet vroeg waarom de wkk niet in de SDE-plus is opgenomen en
mevrouw Verburg merkte op dat wkk weliswaar geen duurzame energie is,
maar wel belangrijk is voor een concurrerende glastuinbouw. Wkk is geen
duurzame energie. Dat is tegelijkertijd een antwoord op de vraag van de
heer Van Vliet. Met de SDE-plus probeer ik stappen te zetten in de
richting van de doelstellingen van duurzame energie. Wkk-installaties
die duurzame energie produceren, zoals biogasinstallaties, kunnen in
aanmerking komen voor een bijdrage uit de regeling, mits een en ander
uitvoerbaar en kosteneffectief is. Wkk is echter in de meeste gevallen
gasgestookt, dus laten wij elkaar niets wijsmaken. Er is weliswaar
sprake van energiebesparing, maar er wordt fossiele energie gebruikt.
Het is prima en hartstikke mooi dat er energie bespaard wordt, maar het
is geen duurzame energie. Uiteraard wordt met wkk fossiele energie
bespaard, maar voor energiebesparing hebben wij een ander beleid.

	Bedrijven kunnen zelf bepalen welke technieken zij gebruiken om energie
te besparen. Dat mag wkk zijn, maar dat kunnen ook alternatieve
besparingstechnieken zijn. Op zichzelf ben ik blij dat ook mevrouw
Verburg onderstreept dat wkk een energiebesparende techniek is. Ik ben
het met haar eens dat een energie-efficiënte productie van belang is,
niet alleen voor een concurrerende glastuinbouw, maar ook om overtollig
gebruik van energie tegen te gaan. Om die reden ondersteunen wij de
glastuinbouw, onder andere met het innovatieprogramma "Kas als
energiebron", met de energie-investeringsaftrek voor de best presterende
technieken. Overigens verwacht ik dat duurzame warmte vanaf 2012 in de
SDE-plus gebracht zal worden, zodat er ook mogelijkheden zijn voor de
glastuinbouw. Het feit dat ik het vangnet in de SDE-plus niet zal
continueren, is overigens minder van belang voor de glastuinbouw, want
dat vangnet gold alleen voor zeer grote installaties, die een maatje te
groot zijn voor de glastuinbouw. Daar zit de koppeling dus niet.

De heer Jansen (SP): Cogen, de organisatie van wkk-producenten, heeft
laten bekijken wat het effect zal zijn van alle kolencentrales en
kerncentrales die eraan komen. Cogen schat dat daarmee de
benuttingsgraad van wkk-installaties terugloopt van ongeveer 85 naar
35%. Kortom, einde oefening voor de wkk. De minister van Energie kan dan
toch niet tevreden achteroverleunen?

Minister Verhagen: Kan de heer Jansen aangeven hoe dat percentage opeens
omlaag gaat?

De heer Jansen (SP): Als er in de nacht spotgoedkope energie geleverd
wordt door kerncentrales en kolencentrales, wordt de warmtekracht met
name in de procesindustrie van de baan gedrukt, ook al gaat het om
buitengewoon efficiënte installaties. Daarmee raken wij verder af van
ons doel om fossiele energie te besparen. De wkk hoeft van mij niet via
de SDE gestimuleerd te worden. De SP-fractie heeft twee suggesties om
dit probleem op te lossen: een verplicht aandeel in het nuttig gebruik
van de restwarmte en een heffing op lozing van restwarmte.

Minister Verhagen: Ik wil absoluut kijken naar het gebruik van
restwarmte. Ik kom daar nog op terug. De heer Jansen voerde in zijn
inbreng een serieus punt aan. Gelet op de restwarmte die verloren gaat
bij grootschalige centrales, heeft hij absoluut een punt. Dus ik kom
daarop terug.

Mevrouw Verburg (CDA): Ik heb een algemene vraag en een vraag over de
warmtekrachtkoppeling. Kan de minister garanderen dat EIA en "Kas als
energiebron" de tuinbouwsector verder zullen stimuleren in het benutten
van warmtekrachtkoppeling en dat er van de nieuwe regeling geen remmende
werking uitgaat?

Verder vraag ik de minister om in te gaan op de kansen van projecten van
grote projectaanvragers en van kleinere projectaanvragers, omdat grote
projectaanvragers een project net iets efficiënter zouden kunnen
opzetten dan kleinere. Het zou jammer zijn als de kleinere
energieproducenten werden weggedrukt.

Minister Verhagen: De energie-investeringsaftrek is bedoeld om nieuwe
investeringen op dat gebied te stimuleren. Je kunt constateren dat
warmtekrachtkoppeling in de glastuinbouw breed is geïntroduceerd.
Ondanks dat, ben ik van plan om de energie-investeringsaftrek voort te
zetten. Op de grootschalige producenten kom ik in april terug, naar
aanleiding van de voorstellen van uzelf, de heer Samsom en de heer
Leegte met betrekking tot de bijstook van biomassa, en in relatie tot
het overleg met de sector. Over kleinschalige producenten heb ik gezegd
dat in principe de covergisting in biomassaverbrandingsinstallaties
groter dan 10 MW expliciet is opgenomen in de SDE-plus, als mogelijkheid
om in aanmerking te komen voor stimulering.

Een aantal leden vroeg naar de vergunningen voor Wind op Zee. Ten eerste
zal dit kunnen meedoen als optie in de vrije categorie van SDE-plus. Ten
tweede staat het Wind op Zee gewoon vrij om voor het maximumbasisbedrag
van 15 cent per kWh subsidie aan te vragen. Dat betekent dus dat er
alternatieve financieringsbronnen beschikbaar zijn, ook bijvoorbeeld via
Europa. Verder gaan we door met flankerend beleid, zoals met betrekking
tot de ruimtelijke inpassing in de Noordzee en gaan de voorbereidingen
voor een net op zee gewoon door. Ik zal bijtijds met een wetsvoorstel
komen voor de uitrol van Wind op Zee en voor een net op zee. Op dat
gebied zijn in Europa vele ontwikkelingen, waarop ik zo mogelijk zal
aanhaken. U hoort mij niet zeggen dat windmolens niet op wind draaien,
maar op subsidie. Die kreet heeft u mij geen moment horen bezigen. Ik
zeg dit ook ter geruststelling van de sector, omdat die misschien bang
was dat dit het beleid van het kabinet zou zijn. Ik zeg dat dus niet.
Maar daarmee kom ik wel terug bij de doelstelling van de stimulering van
duurzame energie: zo veel mogelijk meters voor een zo gering mogelijke
prijs. Maar men kan dus meedoen in die vrije categorie en ik zal zorgen
voor een aantal voorwaarden, onder andere in het kader van de wet.

De leden Van Veldhoven en Verburg vroegen of ik bereid ben om de huidige
vergunningen te verlengen. In eerste instantie gaat staatssecretaris
Atsma van Infrastructuur en Milieu natuurlijk over vergunningen voor
Wind op Zee. De beslissing daarover moet worden genomen als de situatie
zich voordoet, namelijk als de vergunning expireert en vergunninghouders
een verlengingsverzoek indienen. Dan zal moeten worden bekeken of dat
met inachtneming van de vigerende NWP-verlenging mogelijk is, en onder
welke voorwaarden. De Kamer moet daar echt met staatssecretaris Atsma
over in discussie.

De heer Samsom (PvdA): Wanneer komt dat wetsvoorstel Net op zee?

Minister Verhagen: Wanneer dat komt? O, ruim voor 2015, dus u kunt ons
er nog op afrekenen. Zo lang blijven we namelijk wel zitten.

De voorzitter: 2015 en de mededeling dat het er dan nog zit.

**

Minister Verhagen: Dat is gerelateerd aan het nieuwe waterplan.

De voorzitter: Dit schrijven wij bijna als een toezegging op, maar
daarvoor is een apart lijstje.

**

Minister Verhagen: U hebt het weer als toezegging genoteerd. Man, man,
man.

	Het ligt in de lijn der verwachtingen om de vrijvallende middelen in te
zetten in de SDE-plus. Daarvoor gelden de goedkoopste opties, et cetera.

	Mevrouw Verburg heeft gevraagd of wij de doelstellingen wel halen, en
waarop de Kamer de minister kan afrekenen. In het regeerakkoord is de
doelstelling van 14% duurzame energie in 2020 opgenomen. Het kabinet zal
dus de komende jaren een aanzienlijke stap zetten in de richting van de
verplichte Europese doelstelling. We lopen in de pas met de
werkprogramma's Schoon en Zuinig, te weten 7% duurzame energie in 2014.
Dit percentage is in juni in de Europese Commissie en uw Kamer gemeld.
Dit doen we ook nog eens met minder geld. Ik zou zeggen: tel uw
zegeningen. In de eerste analyse heeft het PBL aangegeven dat de
kabinetsplannen tot 9% duurzame energie leiden. Ik moet zeggen dat ik
dit een beetje vreemd vind, want het PBL had geen volledig inzicht in de
uitwerking van de plannen.

Ten opzichte van twee maanden geleden zie ik vijf mogelijkheden om een
hoger percentage te realiseren:

	Een, de SDE richt zich primair op de goedkopere opties. Voor iedere
euro wordt het maximale aantal kilowatten neergezet.

Twee, grootschalig bij- en meestoken is een kosteneffectieve optie en ik
zal dus op korte termijn bezien, mede gelet op hetgeen de Kamer breed
naar voren heeft gebracht, hoe ik dit kan stimuleren.

Drie, er komt een Green Deal die zich richt op energiebesparing. Dat
beperkt de totale energievraag, waardoor het aandeel duurzame energie in
de energiemix toeneemt. De goedkoopste methode is natuurlijk
energiebesparing, maar daarmee zeg ik niets nieuws. Dit is wel een
element waarmee we rekening moeten houden.

Vier, ik wil dus een goede balans aanbrengen tussen enerzijds investeren
in de uitrol van goedkope opties en anderzijds investeren in innovatie.
Nieuwe technologieën zullen zo ook bijdragen aan het percentage
duurzame energie.

	Vijf, uiteraard zullen we ook kijken naar kosteneffectieve opties in
het buitenland, zoals de EU-richtlijn nadrukkelijk toestaat. Dit wordt
een belangrijk punt bij de evaluatie van de SDE-plus in 2014.

	Het zou schijnzekerheid creëren om de uitkomsten van de extra
maatregelen te vertalen in een percentage en te zeggen: jongens, 9+5=14.
Het gaat erom dat de maatregelen in de goede richting wijzen om die 14%
te realiseren. Een ding weet ik 100% zeker: mede gelet op de vijf
aanvullende maatregelen die ik zojuist noemde, zal het percentage
absoluut hoger liggen dan de inschatting van het PDL, al gaan we op onze
kop staan.

	Ik heb al geantwoord op de vraag betreffende de verplichting voor het
aandeel duurzame energie. Ik ga daar nu niet meer op in, gelet op de
tijd. We komen erop terug bij de aprilbrief.

	Er liggen allemaal moties. Eerst de motie-Halsema, daarna de
motie-Dijkgraaf en nu weer een aangekondigde motie-Leegte.

De heer Leegte (VVD): Ik vind het heel jammer dat er geen motie-Leegte
komt, maar toch.

De heer Samsom (PvdA): De minister drijft nu iets te makkelijk weg van
de concretisering van zijn doelstelling. Hij zegt dat het allemaal wat
te gratuit zou zijn om het een beetje op te schrijven. Toch vraag ik hem
om dit bijvoorbeeld in het kader van de aprilbrief te doen, als hij
precies weet hoe zijn buurman duurzame energie zal stimuleren. De
minister heeft dit in een moeite door verbonden met de hele
leveranciersverplichting. Dan is het beleid wel zo'n beetje uitgetekend.

Minister Verhagen: Nee, nee. We spraken zojuist over de
bijstookverplichting.

De heer Samsom (PvdA): Ik dacht dat u de motie-Dijkgraaf ook noemde.

Minister Verhagen: Die noemde ik ook nog.

De heer Samsom (PvdA): Die gaat over de leveranciers.

Afijn, in april moet u in staat zijn om preciezer het percentage aan te
geven waarop de regering aanstuurt bij de SDE-plus en de
biomassabijstook. En daar gaat het natuurlijk om, want die andere twee
opties zijn toch een beetje gratis werk.

Minister Verhagen: Wij koersen aan op 14% in 2020 en dat is een heel
precies percentage.

De heer Samsom (PvdA): Het is gebruikelijk dat een minister dergelijk
beleid voorlegt aan een extern bureau, bijvoorbeeld het Planbureau voor
de Leefomgeving. Dat is ook geen probleem, want de minister betaalt dit
bureau daar toch voor. Het Planbureau kan dan vervolgens bevestigen of
het haalbaar is.

De voorzitter: U wilt dat de aprilbrief ook door het Planbureau voor de
Leefomgeving wordt beoordeeld?

**

De heer Samsom (PvdA): Ik wil dat de aprilbrief met een doorrekening van
het Planbureau voor de Leefomgeving naar de Kamer komt, opdat minister
en Kamer precies weten waar ze aan toe zijn.

De voorzitter: Ik hoor de minister ja zeggen.

**

Minister Verhagen: De heer Jansen vroeg wie de opslag gaat betalen.
Moeten alle betalers meebetalen?

	Ik zie de heer Jansen glazig kijken.

De heer Jansen (SP): Ik heb gevraagd of de minister bereid is om de
netwerkkosten die worden veroorzaakt door elektriciteitscentrales, niet
te socialiseren.

Minister Verhagen: Juist. Dan is dit het antwoord op een andere vraag.
Ik laat dat antwoord verder maar zitten.

De voorzitter: Minister Verhagen, bent u door uw beantwoording heen?

**

Minister Verhagen: Nee. Dit was de SDE. Ik moet nog ingaan op
kernenergie en CCS.

De voorzitter: Ik kijk maar eens naar de klok. De minister heeft nog een
blokje met kernenergie, CCS en de Green Deal. Ik denk dat hij daar nog
een kwartiertje voor nodig heeft.

**

Minister Verhagen: Zo ongeveer.

De voorzitter: Ik stel voor om de minister niet meer te interrumperen.
Dan hebben wij straks iets meer tijd over voor een tweede termijn waarin
moties kunnen worden ingediend en een laatste opmerking kan worden
gemaakt. Ik zie dat de commissie het hiermee eens is. Dan doen wij het
zo.

**

Minister Verhagen: De regulering van de netten en de onderwerpen die u
zojuist noemde, doe ik dan schriftelijk.

De voorzitter: Dat doet u schriftelijk.

	Wij stemmen dan volgende week dinsdag over de moties.

**

De heer Samsom (PvdA): Is er ook nog een klein blokje over zelflevering?

Mevrouw Verburg (CDA): Dat komt bij de Green Deal.

Minister Verhagen: Dat behandel ik bij de Green Deal.

De voorzitter: Bij de Green Deal dus. De minister staat in de
startblokken en kan zijn interruptievrije kwartiertje beginnen.

**

Minister Verhagen: Dan neem ik eerst maar de kernenergie bij de kop.

De voorzitter: Een kernkop!

**

Minister Verhagen: Voorzitter. Of wij het nu leuk vinden of niet, het is
realiteit dat wij, ondanks onze prachtige doelstellingen en ons
prachtige beleid, nog decennia lang afhankelijk zullen zijn van fossiele
brandstoffen. Met het oog daarop moet je niet op voorhand allerlei
energieopties uitsluiten. Dat betekent wat het kabinet betreft dat er
ruimte moet zijn voor alle opties, inclusief kernenergie. Het kabinet
stelt dan ook alles in het werk om de vergunningverlening voor een
nieuwe kerncentrale deze kabinetsperiode af te ronden. Dat komt dus
bovenop de kerncentrale die wij al hebben. Wij doen wel eens of er iets
heel nieuws staat te gebeuren, maar wij hebben al een kerncentrale in
Nederland! Het is dus helder wat wij willen.

	Kernenergie is schoon. De in Europees verband afgesproken doelstelling
voor CO2-reductie is hierbij van groot belang, want kernenergie maakt
ons minder afhankelijk van andere vormen van energie. Het is al met al
een overbrugging op weg naar een duurzame energiehuishouding. Nieuwe
kernenergie verdringt oude vervuilende kolencentrales. De overheid stelt
randvoorwaarden, bijvoorbeeld voor veiligheid, maar het is binnen die
randvoorwaarden aan de marktpartijen om al dan niet te investeren in
kernenergie. Aan aanvragen voor vergunningen voor de bouw van één of
meer nieuwe kerncentrales, die voldoen aan de vereisten, zullen wij dus
tegemoetkomen.

	Het kabinet is dus vast van plan om te bewerkstelligen dat nog in deze
kabinetsperiode een beslissing kan worden genomen over de reeds
opgestarte initiatieven van Delta en EHR. Tegelijkertijd is het
uiteraard van belang dat de technische randvoorwaarden en de
veiligheidseisen op orde zijn, voordat een vergunning wordt afgegeven.
Verder staan uiteraard net als de afgelopen 35 jaar zorgvuldigheid en
nucleaire veiligheid voorop. In januari stuur ik de Kamer een brief over
de randvoorwaarden en het besluitvormingsproces voor nieuwe
kerncentrales.

	De heer Van Vliet vroeg of ik ook wil kijken naar een derde en vierde
kerncentrale, naast de tweede. Het beleid is als volgt. Als de aanvraag
van een vergunning voor een kerncentrale voldoet aan de eisen, zal de
vergunning worden verleend. Het is aan marktpartijen om wel of niet te
investeren in een kerncentrale. Als er nog een vergunningaanvraag komt,
zal ik ook die in behandeling nemen. Er zijn op dit moment geen andere
initiatieven dan die van Delta en ERH.

	De heer Jansen heeft gevraagd wat de betekenis is van een of twee
nieuwe kerncentrales voor extra investeringen in het elektriciteitsnet.
Ik ga ervan uit dat hij doelt op de specifieke situatie in Borssele.
Juist voor die locatie hebben zowel Delta als ERH een vergunning
aangevraagd. Ik laat op dit moment Arcadis onderzoek doen naar de
inpasbaarheid van alle energie-initiatieven in het Sloegebied, waaronder
Borssele valt en waaronder dus ook die twee nieuwe kerncentrales vallen.
Dat onderzoek is begin 2011 afgerond. Ik zal het de Kamer toesturen. Dan
wordt ook duidelijk of, en zo ja, hoe die twee nieuwe kerncentrales
inpasbaar zijn. In het onderzoek wordt gekeken naar verschillende
aspecten: ruimtelijke inpassing, aansluiting op het hoogspanningsnet,
koelwater en andere milieu-effecten.

	De heer Van Vliet wil het zo snel mogelijk, liefst morgen. Er zijn op
dit moment twee partijen die een aanvraag willen indienen, Delta en ERH.
Zij verwachten zelf dat zij in 2012 een aanvraag zullen indienen in het
kader van de kernenergiewetvergunning. Voordat zij deze hebben
ingediend, kan ik sowieso geen vergunning verlenen. Dat moet hij met me
eens zijn. Als zij denken dat zij in 2012 die aanvraag zullen indienen,
kan ik die niet voor 2012 in behandeling nemen. Ik zet me ervoor in om
in deze kabinetsperiode een beslissing te nemen over die aanvragen. De
mogelijkheden van bestaande procedures worden verder onderzocht. Als het
nodig is, zal ik begin 2011 voorstellen doen om die werkwijze en/of de
procedures aan te passen. Een nieuwe kerncentrale valt onder de
Rijkscoördinatieregeling. Het Rijk is dus verantwoordelijk voor de
ruimtelijke inpassing en de coördinatie van alle vergunningen. Dat
pakken we uiteraard voortvarend op. Wij werken hard aan de
veiligheidseisen, waaraan voldaan moet worden. Zorgvuldigheid en
veiligheid staan uiteraard voorop.

	De heer Grashoff vroeg of ik de garantie kan geven dat er geen publiek
geld gaat naar een nieuwe kerncentrale. Ik neem aan dat dit niet op
Petten sloeg? Nee? Oké. Hij beperkt zich dus tot de kerncentrales die
specifiek zijn bedoeld voor de elektriciteitsvoorziening. Subsidies of
staatsgaranties voor de bouw van een nieuwe centrale zijn nu niet aan de
orde. De rol van de overheid zal niet anders zijn dan bijvoorbeeld bij
de huidige kerncentrale in Borssele. Dat betekent dat als er in het
verleden garanties zijn gegeven in het kader van de Wet
aansprakelijkheid kernongevallen, dit ook mogelijk is in de toekomst. Er
gaat echter geen publiek geld naar de bouw van een nieuwe kerncentrale.

	Ik maakte al een bruggetje naar Petten. De heer Van Vliet vroeg of er
een kruisbestuiving mogelijk is tussen de nieuwe onderzoeksreactor
PALLAS en de nieuwe kerncentrale. Hij vroeg of ik een duwtje in de rug
wilde geven. Ook hier geldt de vraag of er een marktpartij is om te
investeren in een nieuwe kerncentrale of onderzoeksreactor. NRG wil
investeren in een nieuwe onderzoeksreactor, PALLAS. Het kabinet staat
positief tegenover de komst van PALLAS. Ook hier geldt dat de kosten
voor de bouw, exploitatie en ontmanteling gedragen moeten worden door de
marktpartij, dus uit de inkomsten van de reactoractiviteiten.

Dat zal moeten worden aangetoond door een businesscase. NRG heeft een
startnotitie ingediend en ik heb richtlijnen voor de
milieueffectrapportage opgesteld. Op zich is het in het kader van de
kruisbestuiving natuurlijk alleen maar toe te juichen als nucleaire
partijen verder samenwerken. We hebben namelijk een goede
kennisinfrastructuur op nucleair gebied en die moeten we behouden en,
waar mogelijk, versterken. Als er dus kruisbestuiving en samenwerking
tot stand komt, is dat prima. Deze Nederlandse regering herhaalt dat de
businesscase moet aantonen waar iets het efficiëntst kan plaatsvinden.
Dit had ik te zeggen over kernenergie.

Mevrouw Verburg: Ik mis de beantwoording van een tweetal vragen van mij
over opslag en afval van kernenergie en onderzoek daarnaar.

Minister Verhagen: Alle kosten moeten worden betaald door de aanbieding
van het radioactief afval. In Nederland moet al het radioactief afval
worden aangeboden aan de Covra. In de tarieven die de Covra hanteert,
zitten alle kosten. Dan heb je het dus over bovengrondse opslag voor de
eerste honderd jaar en over onderzoek naar de definitieve eindopslag.
Daarbij wordt uiteraard samengewerkt met andere landen, in Europees
verband en met bijvoorbeeld België op het punt van zout en van klei.
Ook de eindopslag moet weer uitneembaar zijn voor het geval er na
verloop van tijd nieuwe technieken voor verdere verwerking bestaan. Hoe
dan ook, in de eerste honderd jaar vindt bovengrondse opslag door Covra
plaats.

	CO2-opslag of CCS is zeer nadrukkelijk een manier om zo veel mogelijk
ruimte voor grijs te behouden. Ik hoop uiteraard dat alle stappen die
wij zetten op weg naar duurzame energie de heer Samsom toegeeflijker
maken ten aanzien van CCS. Overigens stelde het noorden des lands voor
de toenmalige acceptatie van nieuwe kolencentrales aldaar de
nadrukkelijke eis dat de CO2 die de kolencentrales zouden uitstoten,
opgeslagen zou worden. De opslag in Noord-Nederland is een
demonstratieproject dat nodig is om CCS rendabel te maken. Ook daaraan
zijn natuurlijk kosten verbonden, dat kunt u zich voorstellen. Een paar
weken geleden heb ik een constructief gesprek met de noordelijke
bestuurders gehad. Wij hebben toen samen geconstateerd dat CCS een
belangrijk element in het energiebeleid is om te komen tot een schoon
klimaat en om te voorkomen dat de CO2 in de tussentijd gewoon de lucht
in gaat. Ik zou de heer Samsom nog zeer nadrukkelijk erop willen wijzen,
even los van zijn terechte wens om te komen tot duurzame energie, dat
wij nog verder van huis zijn dan hij wil als het van de weeromstuit
betekent dat er nog meer CO2 in de vrije ruimte komt.

	In de gesprekken met de noordelijke bestuurders heb ik gezegd dat het
kabinet ruimte wil bieden voor de realisatie van een grootschalig
demonstratieproject mits de veiligheid is gewaarborgd. Veiligheid is een
absolute eis. Voorts heb ik met de noordelijke bestuurders over een
"green deal" met het noorden gesproken, waarvan het CCS-project als
schakel op weg naar een duurzame energiehuishouding een onderdeel kan
zijn. uiteraard zal ook draagvlak een belangrijke rol spelen in de
uiteindelijke besluitvorming van het kabinet over dit project.

Wij zijn echter absoluut van mening dat CCS als zodanig een wenselijke
optie is in de transitieperiode.

	De uitvoering van het grootschalige demonstratieproject in het Noorden
zal uiteindelijk moeten leiden tot het industriebreed toepassen van
opslag onder land. Industriebrede toepassing van CO2-opslag is pas aan
de orde nadat er een vergunning voor een kerncentrale is verleend. Dat
is niet zozeer omdat er een koppeling is met die kerncentrale, maar
omdat voor degenen die in het kader van de CO2-arme energieproductie
stappen willen zetten, het een niet zal leiden tot het uitsluiten van
het ander. Industriebrede toepassing van CO2-opslag is dus pas aan de
orde nadat die vergunning is verleend, dat wil niet zeggen voor het
demonstratieproject. Ik leg het helder uit. Het demonstratieproject en
de opslag op zee staan er volstrekt los van. Het gaat om de
grootschalige opslag onder grond. Dan is die koppeling er wel.

	Wat CO2-opslag op zee betreft, is sowieso sprake van een andere
context. Uiteraard staat veiligheid hierbij voorop. Als die gegarandeerd
is, moet CO2-opslag op zee in beginsel mogelijk zijn. Het lopende
project op de Noordzee, het ROAD-project, kan dan ook op mijn steun
rekenen. Ik sta ook open voor nieuwe initiatieven. Dus: in het Noorden
overleg om te komen tot een demonstratieproject en voorts gaan wij
verder met de discussie met het Noorden over een totale green deal
waarbij een geheel pakket aan de orde is waarvan CO2-opslag een van de
onderdelen is, en met de zee gaan wij verder.

De voorzitter: U hebt nog vijf minuten voor de laatste beantwoording.

**

Minister Verhagen: De heer Jansen vindt het absoluut onwenselijk dat er
grote hoeveelheden belastinggeld naar de CCS-projecten gaan. De
demonstratieprojecten zullen moeten bijdragen aan het terugbrengen van
de kosten. Ik ben in dat kader bereid om beperkt rijksmiddelen
beschikbaar te stellen, juist omdat wij daarnaast omvangrijke middelen
beschikbaar stellen voor duurzame energie en energie-innovaties. Dit is
een en-en-aanpak op weg naar duurzame energievoorziening.

	Ik heb vijf minuten voor de green deal. Een deel hiervan zullen wij
schriftelijk doen. Samen met medeoverheden, bedrijven en consumenten
willen wij win-winsituaties creëren op het gebied van energiebesparing,
duurzame energieproductie en innovatie. Het plan van aanpak zal begin
2011 gereed zijn. Ik zal de Kamer een paar voorbeelden geven. Bij
energiebesparing snijdt het mes aan twee kanten. Het leidt tot
kostenbesparing voor het bedrijfsleven, het is goed voor onze
concurrentiepositie en het wordt eenvoudiger om de
duurzaamheiddoelstellingen te behalen. Het leidt uiteraard ook tot een
lagere energierekening voor de burgers. Bijvoorbeeld bij investeringen
op het gebied van isolatie zie je dat deze een korte terugverdientijd
hebben. Toch willen mensen zo'n investering vaak niet doen. Vaak is er
weinig kennis over de mogelijkheden. Dat willen wij met zo'n green deal
aanpakken. Opwekking van duurzame energie biedt ook kansen en lokt
innovaties uit. Lokale duurzame initiatieven gecombineerd met
intelligente netten kunnen er ook voor zorgen dat er minder capaciteit
van het elektriciteitsnet nodig is. Ook op dat vlak zie je dat allerlei
veelbelovende initiatieven onvoldoende van de grond komen door allerlei
belemmeringen, bijvoorbeeld in de regelgeving. Met de green deal willen
wij deze belemmeringen wegnemen. Daarbij is het uiteraard van belang om
juist ook op dit terrein samen te werken met gemeenten en provincies
waardoor ten aanzien van lokale initiatieven waarvoor bij burgers
draagvlak is, nieuwe stappen gezet kunnen worden.

	Laten wij eens kijken naar wat mogelijk is op het gebied van innovatie.
Neem zo'n World Solar Challenge in Australië, die race van auto's op
zonnecellen. Ik weet dat de vorige minister-president daar altijd een
groot voorstander en liefhebber van was. Dit heeft tot enorme innovaties
geleid. Er wordt wel eens lacherig gedaan over zo'n autootje op
zonnecellen dat kilometerslang doorrijdt, maar een en ander heeft enorme
innovaties teweeggebracht, juist op het punt van zonnecellen, van
voertuigtechniek, aerodynamica et cetera. Dit soort innovatiecompetities
zouden wij veel meer moeten doen. Ik ben ervan overtuigd dat er tal van
ideeën zijn, bij het bedrijfsleven, bij kennisinstellingen, bij
niet-gouvernementele organisaties et cetera.

Daar willen wij ruim baan aan geven.

	Dan kom ik op het onderwerp biobased economy. In het kader van groen
gas kunnen we met de agrarische en chemische sectoren en de Rotterdamse
haven enorme stappen zetten. Ik ga om de tafel met de agrarische sector,
de gassector en de andere overheden om te bezien hoe we de businesscase
voor groen gas verder kunnen versterken. Dergelijke elementen komen in
de green deal.

	Mevrouw Verburg vraagt mij om twee pagina's op te sturen. Ik heb al
bijna twee pagina's voorgelezen, maar ook in dit geval komen we gewoon
begin 2011 met een plan van aanpak.

De voorzitter: Is dat in die aprilbrief?

**

Minister Verhagen: Nee. Deze komt voor de zomer.

De voorzitter: Dus …

**

Minister Verhagen: Ik hoor nu dat het in februari al kan. We doen het
dus nog een stap sneller.

De voorzitter: Prachtig. De brief over de green deal komt in februari.

**

Minister Verhagen: Ik merk dat veel leden, onder wie de heer Samsom,
vragen hebben gesteld over zelflevering. Over zelflevering wil ik
toezeggen dat ik eigen gebruik van zelfopgewekte energie in de SDE zal
subsidiëren. Een boer krijgt dan voortaan ook subsidie als hij ruw
biogas direct inzet in zijn eigen bedrijf. Darvoor is een wijziging
nodig van het SDE-besluit. Dat voer ik in vanaf 2012. Dat zeg ik nu toe.
De heer Samsom had allerlei handreikingen, dus ik doe er ook een. Voor
het overige wacht ik met enorme spanning het initiatiefwetsvoorstel van
de heer Samsom af. Ik zal dan overigens wel letten op financiële
dekking -- het zal uiteindelijk gefinancierd moeten worden -- en op de
samenloop met andere subsidies.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Ik wil graag een heel kleine toelichting op
deze toezegging. De minister heeft het over het eigen gebruik van
opgewekte energie. Geldt zijn toezegging ook wanneer een groep burgers
energie opwekt en geldt het zowel voor elektriciteit als gas?

Minister Verhagen: Nee, dit geldt voor individuen en voor het eigen
bedrijf. Als een boer biogas direct inzet in zijn eigen bedrijf, geldt
het dus wel.

De voorzitter: Is de minister klaar?

**

Minister Verhagen: Ja. De overige vragen beantwoord ik schriftelijk. U
hebt mij …

De voorzitter: Ik heb u gerantsoeneerd. Ik ben zeer onaardig geweest,
maar u hebt het fantastisch gedaan.

	Ik ga de toezeggingen af. Dan kunnen de Kamerleden wellicht wat korter
zijn in hun tweede termijn.

	De minister overlegt met de sector over diverse opties waaronder bij-
en meestoken van biomassa in kolencentrales en een eventuele
leveringsverplichting en zal daarover in april 2011 een nota aan de
Kamer sturen. Deze nota zal worden doorgerekend door het PBL.

	De minister informeert de Kamer nader over het gebruik van restwarmte
en de aanpak om onderuitputting van de SDE-middelen door het uitvallen
van projecten met beschikking te voorkomen.

	De minister stuurt de Kamer in januari 2011 een brief over de
randvoorwaarden en vergunningverlening voor nieuwe kerncentrales.

De minister stuurt het onderzoek van Arcadis naar de inpasbaarheid in
brede zin van nieuwe kerncentrales begin 2011 aan de Kamer.

De minister stuurt het plan van aanpak voor de green deal voor 1
februari 2011 naar de Kamer.

Zelflevering van energie door individuen zal vanaf 2012 via de SDE
worden gesubsidieerd.

Dat zijn de toezeggingen. U kunt er uw voordeel mee doen in tweede
termijn. U hebt allemaal slechts een minuut spreektijd. U mag moties
voorlezen als u dat wilt, maar houd het kort.

**

De heer Samsom (PvdA): Voorzitter. Ik dien geen moties in. We pakken het
wat dat betreft anders aan. Ik dank de minister voor de uitgebreide
toezeggingen. Ze zijn echt substantieel, maar nog niet helemaal
voldoende. Dat had de minister vast ook niet verwacht.

Mijn fractie zal een aantal van de voorstellen die in de initiatiefnota
zijn gedaan omzetten in initiatiefwetgeving.

Dat geldt voor het verplichte aandeel biomassa bijstook. Omdat de
minister in april met een brief daarover komt, kunnen wij het in de
tussentijd alvast opnemen als mogelijkheid in de Wet milieubeheer zodat
wij zo min mogelijk tijd verliezen als de minister tot de conclusie komt
dat het via een verplichting zou kunnen.

	De toezegging om het net op zee al in 2015 voor ons te regelen, was
verpletterend. Ik denk dat wij dat eerder kunnen doen en zullen ook op
dat punt een initiatiefwet maken.

	De minister wacht de initiatiefwet op de belastingvrijstelling voor
zelflevering af. Die krijgt hij dus.

	Over het verplicht bijmengen van groen gas in het gasnet zei de
minister dat dit eerst gedaan wordt via subsidie via de SDE-plus. Ik
dank hem daarvoor. Ook daarvoor geldt dat als wij voor 2014 een
verplichting willen, die nu ergens in een wet moet worden verankerd. Die
initiatiefwet is nog niet helemaal uitgekristalliseerd, maar de minister
kan erop rekenen dat die er komt. Ik zeg dit ook tegen de collega's. Wij
hebben met zijn allen nog wat werk te verrichten. Het is een
minderheidskabinet en de Kamer moet zelf ook aan de slag en dat doen we.

	De minister heeft het heel interessant aangepakt. Hij herschrijft het
regeerakkoord door bij de opslag van CO2 via dit project geen opslag van
CO2 in Groningen te betrekken, want dat kan wel voordat er een
vergunning voor een kerncentrale is verleend. Wij nemen daarvan kennis
en zien wel hoe dat gaat lopen. Ik ben ook heel benieuwd hoe andere
coalitiepartners daarover denken. Er stond dat opslag van CO2
ondergronds kan plaatsvinden met inachtneming van....

De voorzitter: Uw punt is duidelijk.

**

De heer Samsom (PvdA): Ik lees het even voor want dat valt buiten mijn
tijd.

De voorzitter: Nee, dat valt niet buiten uw tijd.

**

De heer Samsom (PvdA): Onze opstelling tegenover CCS blijft onveranderd
ten opzichte van de eerste termijn, maar wij bewegen langzaam richting
dat punt. Als het zover is dat wij daar zijn, bent u de eerste die dat
hoort, voorzitter.

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. De eerste motie-Leegte op dit dossier
laat nog even op zich wachten, want de toezegging is prima. Wij spreken
elkaar in april.

	Ik heb in eerste termijn gesproken over de windmolens en gevraagd of de
minister ook naar aanleiding van het Kema-onderzoek in kaart kan brengen
welke toezeggingen er gedaan zijn, waarmee gestopt kan worden, hoeveel
geld dat oplevert en hoe het geld dat niet in die dure windparken wordt
gestoken kan worden aangewend. Het gaat met name om parken op zee. Als
je daarin 4 mld. investeert en je moet ook nog voor 4 mld. dat net
aanleggen, is dat wel heel veel geld. Misschien kunnen wij dat beter
investeren. Vandaag de vraag of de minister mondeling of schriftelijk
wil toezeggen dat dit onderzoek er komt.

	De SDE gaat helpen met de korte meters, maar het is natuurlijk onzin om
de focus te leggen op 2020, want de wereld gaat door. Daarom is dat
akkoord belangrijk. Wij zien uit naar die discussie. Ik wil dan ook zien
wat de uitgangspunten zijn om duurzaamheid zo snel mogelijk rendabel te
maken. Daar gaat het immers om.

De heer Jansen (SP): Voorzitter. Als ik het debat op mij laat inwerken,
kom ik tot de conclusie dat de meest gedeelde mening is dat wij een
beetje de langetermijnsamenhang missen tussen energiebeleid,
klimaatbeleid en wat mij betreft ook het zuinig omgaan met onze
resterende gasvoorraad. Vandaar de volgende handgeschreven motie.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij het huidige winningstempo het Nederlandse aardgas
over 25 à 30 jaar op is;

overwegende dat het Nederlandse energie- en klimaatbeleid voor de lange
termijn op dit moment nog onvoldoende is uitgewerkt;

overwegende dat in het recente verleden de Deltacommissie 2 een nuttige
functie gehad heeft bij het uitwerken van een waterveiligheidsstrategie
voor de lange termijn;

spreekt de behoefte uit aan een uitgewerkte langetermijnstrategie voor
een samenhangend energie- en klimaatbeleid, waarbij bovendien een
optimale inzet van onze resterende voorraad aardgas betrokken wordt;

suggereert om hiertoe een Deltacommissie 3 in te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Jansen. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 145 (32500-XIII).

**

De heer Jansen (SP): Voorzitter. Ik had nog een tweede motie willen
indienen. Omdat ik nog geen antwoord heb gehad op de vraag waarvoor ik
eventueel die motie wilde indienen, wacht ik de schriftelijke
beantwoording af.

Mevrouw Verburg (CDA): Voorzitter. Ik dank de minister voor de
beantwoording. Ik ben van mening dat hij een goede ambitie aan de dag
legt om zowel energiezuinigheid als de energievergroening fors aan te
pakken. Ik wens hem daar veel succes mee. Die 14% gaan we halen. Daar
zullen wij deze minister ook aan houden. Ik ben het overigens eens met
het optimisme dat hij daarbij heeft door de nieuwe regelingen en de
nieuwe aanpak. Een energieakkoord kan daarbij helpen en ik wens hem daar
veel succes bij. De motie die wij daarvoor hadden voorbereid, zullen wij
dus niet indienen. Wij gaan het van hem horen en wensen hem veel succes.

	Ik dank de minister voor de zelflevering en voor de toezegging dat het
voor eigen bedrijven gebruikt mag worden. Ik sluit overigens niet uit
dat er in de green-dealuitwerking met lokale overheden er toch iets als
"collectieve bewoners" zou kunnen ontstaan. Dat moet goed doordacht
worden. Ik wacht dat ook even af, maar ik sluit niet uit dat we ooit
zelf nog weer eens met een suggestie komen.

	Over een punt krijg ik ofwel een toezegging van de minister of wil ik
een motie indienen. Die kan ik intrekken als de minister daarop
reageert. Deze motie legt een combinatie met de aanbesteding van
geluidschermen.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet beoogt een "Green Deal" met de samenleving
af te sluiten;

overwegende dat Rijkswaterstaat de komende tijd ruim 170 kilometer aan
geluidsschermen gaat aanbesteden;

overwegende dat er mogelijkheden zijn om met deze geluidsschermen
energie op te wekken;

verzoekt de regering om in overleg te treden met lokale en andere
overheden en het bedrijfsleven over de manieren waarop in deze
geluidsschermen techniekneutrale, duurzame energiebronnen kunnen worden
ingebouwd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door Verburg en Leegte. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 146 (32500-XIII).

**

De heer Van Vliet (PVV): Voorzitter. Ik dank via u de minister voor de
vriendelijke beantwoording van de vragen. Ik had een motie klaarliggen
over kernenergie, maar ik zie voldoende aanknopingspunten in de
toezeggingen van de minister. Ik zal de motie dus niet indienen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Voorzitter. Ik dank de minister de
toezeggingen. Ik zie flexibiliteit en openheid bij de minister en dat
waardeer ik. Ik neem aan dat in de aprilbrief het brede beleidskader zal
worden geschetst waarnaar ik vroeg en dat daarin nog een aantal meer
gedetailleerde vragen beantwoord zullen worden.

	Ten aanzien van het verder ontwikkelen van de samenwerking op de
regionale energiemarkt -- voor alle duidelijkheid: de Europese regio --
zou ik kunnen aannemen dat stilzwijgen akkoord betekent. Voor de
zekerheid heb ik echter toch een motie voorbereid, maar als in de
schriftelijke beantwoording een duidelijke toezegging wordt gegeven, zal
ik de motie niet indienen.

De voorzitter: Dat kan niet. U moet de motie nu indienen, waarna u haar
weer kunt intrekken.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Prima! Ik maak even mijn verhaal af en dan
heb ik twee moties om voor te lezen. Gaat de minister in de green deal
ook met gemeenten spreken over de handhaving van de
energie-efficiëntie? Het VROM-rapport was daar namelijk nogal sceptisch
over. Wat betreft groen gas zou ik graag onderzocht willen hebben wat de
mogelijkheden zijn voor groepen particulieren.

	Ik wil in totaal twee moties indienen.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat mestvergisters veel potentie bieden voor het nuttig
toepassen van reststromen van agrarische bedrijven en het opwekken van
duurzame energie;

overwegende dat wanneer particulieren gezamenlijk voor eigen gebruik
energie opwekken bij een boer met een mestvergister, zij onder de
huidige regelgeving energiebelasting hierover moeten betalen;

overwegende dat er ook andere technologie in ontwikkeling is, die het
mogelijk maakt decentraal groen gas te produceren;

van mening, dat het wenselijk is dat wanneer particulieren gezamenlijk
voor eigen gebruik duurzaam gas produceren, zij de energiebelasting
hierover kunnen salderen;

verzoekt de regering met beleidsvoorstellen te komen om het salderen van
de energiebelasting over decentraal geproduceerd groen gas en eventueel
daarmee opgewekte elektriciteit, waar dit voor eigen gebruik is,
mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door Van Veldhoven en Grashoff.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 147 (32500-XIII).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat er in toenemende mate sprake is van een
geïntegreerde regionale markt voor energie in Nederland, België,
Frankrijk, Luxemburg en Duitsland, waarin multinationals
grensoverschrijdend met elkaar concurreren;

overwegende dat het kabinet toegezegd heeft als onderdeel van een nieuwe
visie op toezicht de mogelijkheden te onderzoeken tot het bundelen van
de bestaande Nederlandse toezichthouders;

verzoekt de regering om bij haar onderzoek naar het toezicht op de
Nederlandse markten ook te onderzoeken of de toezichthouders voor
energie eventueel in Europees regionaal verband kunnen worden gebundeld
tot een toezichthouder voor energie en hierover in discussie te treden
met de andere landen van het pentalateraal overleg over energie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven en
Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.

	Zij krijgt nr. 148 (32500-XIII).

**

De heer Grashoff (GroenLinks): Voorzitter. Ik zal niet een heel verhaal
houden. Wij wachten vooral met spanning op de nadere onderbouwing door
de minister hoe hij toch die 14% duurzame energie gaat halen. Dan zullen
er ongetwijfeld momenten komen om daarover weer met elkaar in discussie
te gaan.

	Ik heb van de minister geen duidelijke toezegging gehoord op mijn
verzoek om een onderzoek te doen naar de subsidiëring van fossiele
energie. Mocht ik dat gemist hebben, dan hoor ik dat. Daarover was al
een motie ingediend door mevrouw Van Veldhoven en mijn collega
Braakhuis. Die hoef ik niet opnieuw voor te lezen. Die herleeft dus.

	Ik heb van de minister een aantal welwillende opmerkingen gehoord dat
hij zou nadenken hoe je met kleinschalig Zon-PV nog iets zou kunnen
doen. In het resumé van de toezeggingen heb ik hem niet teruggehoord.
Ik dien op dit moment de motie in. Ik ben bereid die weer in te trekken.

De voorzitter: Dient u uw motie in, dan kunnen wij dat later zien.

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister voornemens is om in de nieuwe
SDE-plusregeling geen budget meer beschikbaar te stellen voor Zon-PV
klein;

overwegende dat consumenten die mee willen bouwen aan de
energievoorziening van de toekomst, daarbij steun verdienen van de
overheid;

verzoekt de regering om een stimuleringsregeling voor kleinschalig
Zon-PV te behouden en daartoe voor februari 2011 met voorstellen te
komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grashoff en Van
Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.

	Zij krijgt nr. 149 (32500-XIII).

	Dat was uw laatste motie?

**

De heer Grashoff (GroenLinks): Nee, ik heb er nog een paar. Ze zijn
kort. De motie over restwarmte sla ik over. Daarover zijn een aantal
opmerkingen gemaakt.

	Dan de motie over het gat.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een gat dreigt te vallen tussen de afschaffing van
de SDE-regeling in 2011 en de ingangsdatum van de SDE-plusregeling in
2013;

overwegende dat hierdoor een investeringsvacuüm voor duurzame
energieprojecten dreigt te ontstaan tussen 2011 en 2013;

verzoekt de regering, er zorg voor te dragen dat er geen gat valt tussen
de afschaffing van de SDE-regeling en de invoering van de
SDE-plusregeling en verzoekt de regering voor 1 februari 2011 met
voorstellen te komen om ervoor te zorgen dat nieuwe duurzame
energieprojecten ook in 2011 en 2012 op stimuleringspremies kunnen
rekenen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grashoff, Samsom,
Van Veldhoven en Jansen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan
voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 150 (32500-XIII).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat collectieve projecten voor de aanschaf van zonnepanelen
gebaat zouden zijn bij een hogere salderingsgrens dan de huidige 5000
kWh;

overwegende dat ditzelfde geldt voor agrariërs die zonnepanelen op hun
stal- of schuurdaken willen leggen;

verzoekt de regering, met voorstellen te komen teneinde de
salderingsgrens van 5000 kWh op te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grashoff, Samsom
en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.

	Zij krijgt nr. 151 (32500-XIII).

**

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. De minister zit er stevig in. Ik
had ook niet anders verwacht. Het is goed om hem zo vaak het woord
"innovatie" te horen noemen. Ik heb het niet geteld, maar het was vele
malen. Dank daarvoor. Op die manier moet het goed komen.

	Ik heb twee moties.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in 2008 en 2009 middelen toegekend zijn in het
kader van de SDE-regeling die niet (volledig) benut zijn;

overwegende dat de middelen om duurzame energie te stimuleren beperkt
zijn;

verzoekt de regering, deze middelen te benutten in het kader van de
SDE-plusregeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf,
Grashoff, Van Veldhoven, Jansen en Samsom.

	Zij krijgt nr. 152 (32500-XIII).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gemeenten Urk en Dronten een alternatief hebben
ontwikkeld voor het voorgenomen windmolenpark in de Noordoostpolder;

constaterende dat dit alternatief veel beter tegemoet komt aan het feit
dat het dorpsgezicht Urk beschermd is;

verzoekt de regering, in overleg met betreffende gemeenten de best
haalbare inpassing van het windmolenpark vast te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Dijkgraaf. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 153 (32500-XIII).

**

De heer Dijkgraaf (SGP): En deze motie ga ik natuurlijk zo meteen weer
intrekken, na de toezegging van de minister.

Minister Verhagen: Ik dank de leden van de Kamer voor de reacties en de
hoeveelheid moties en aanmoedigingen. Ik wacht de
initiatiefwetsvoorstellen van de heer Samsom af, die ik met zeer veel
interesse te zijner tijd zal bekijken. Over de CCS-opslag ben ik in
overleg met het Noorden om te kijken of wij dit in het kader van een
totale green deal voor het Noorden kunnen passen. Dat heeft de heer
Samsom goed gezien. Definitieve besluiten zijn er nog niet over genomen,
maar er zit een verschil tussen grootschalige opslag en
demonstratieprojecten. Voor de opslag op zee gelden in het geheel niet
de kanttekeningen die er waren.

	De heer Leegte heeft gevraagd naar KEMA-onderzoek waarmee je kunt
stoppen en wat het allemaal kost. Ik kan hem een overzicht toezeggen --
of het nu de KEMA is of een ander onderzoek -- van wat het allemaal
betekent, wat kan worden gestopt en wat past in het nieuwe beleid.
Tegelijkertijd moet je niet ieder moment gaan zwabberen om met de heer
Samsom te spreken. Ik kan het totale overzicht wel toesturen.

De voorzitter: Dat is een mooie toezegging. Wanneer komt het?

**

Minister Verhagen: Zo spoedig mogelijk.

De voorzitter: Zo spoedig mogelijk.

**

Minister Verhagen: Maar wel voor u echt andere stappen moet zetten.

De voorzitter: Oké, het is een mooie toezegging, u kunt doorgaan.

**

Minister Verhagen: Dan dank ik de heer Leegte uiteraard voor de steun en
voor het niet indienen van een motie. Tegelijkertijd stelde hij dat wij,
gelet op bepaalde ontwikkelingen, ook moeten inspelen op nieuwe stappen.

	Ik kom op de motie van de heer Jansen, op stuk nr. 145, waarin een
Deltacommissie wordt overwogen. Met betrekking tot aardgas in het
algemeen en gelet op de toekomst zijn wij wel bezig met de ontwikkeling
van een gasrotonde, hè. Als je spreekt over hoe je je prepareert op de
toekomst, is de gasrotonde een essentieel onderdeel van het inspelen op
het opraken van de Nederlandse voorraden op langere termijn.
Aardgasbaten zijn belangrijk voor de rijksbegroting. Die lopen op een
gegeven moment inderdaad terug. Maar dat gaat langzaam. Het Groninger
veld blijft doorproduceren tot 2050 of 2060. Over dat soort termijnen
spreken wij. Het is niet iets dat morgen ophoudt te bestaan. Bovendien
zijn er reële ambities om meer gas in Nederland te vinden, bijvoorbeeld
onconventioneel gas, dat nu al op grote schaal in de VS wordt gewonnen.

	Ik zie in zijn algemeenheid aanleiding om in het Energierapport wel
nader in te gaan op dit hele element van gas en hoe wij daarmee omgaan.
Ik zie geen noodzaak voor een Deltacommissie. In die zin ontraad ik de
motie, maar ik zeg de heer Jansen toe dat ik in het kader van het
Energierapport nader zal ingaan op de situatie van het gas.

De heer Jansen (SP): Ik heb het iets minder dwingend geformuleerd dan de
minister nu suggereert. Er staat namelijk "suggereert om een
Deltacommissie in te stellen". Het gaat om die langetermijnstrategie in
relatie tot de resterende gasvoorraad.

Minister Verhagen: Dat zeg ik toe, dat element komt in een
Energierapport. Voor dat element zeg ik dat de heer Jansen nu toe, voor
het andere ontraad ik de motie.

	Mevrouw Verburg heeft een motie, op stuk nr. 146, ingediend over
geluidsschermen. Om te beginnen ga ik niet over geluidsschermen. Dat
valt onder Rijkswaterstaat. Ten tweede is mij verzekerd dat je een enorm
verblindende entree maakt bij de automobilisten als je er zonneschermen
op plaatst, hetgeen de veiligheid niet geheel ten goede zal komen. Het
schijnt absoluut het geval te zijn dat reflectie automobilisten mogelijk
zal verblinden.

Mevrouw Verburg (CDA): Er staat niet voor niets "techniekneutrale". Er
zijn meerdere mogelijkheden.

Minister Verhagen: Oké. Voorts heb ik zelf in ieder geval geen 500
mln., want dat zou de plaatsing kosten. Die heb ik zelf niet en die
heeft Rijkswaterstaat volgens mij op dit moment ook niet. Wij gaan dit
dus niet zelf actief doen. Als er een initiatief is, zal ik aan minister
Schultz van Haegen vragen om ernaar te kijken.

De voorzitter: Dus uw advies is ontraden?

**

Minister Verhagen: Ja, gegeven de consequenties moet ik deze motie
ontraden.

	Ik kom nu bij de motie van mevrouw Van Veldhoven en de heer Grashoff
over de mestregisters. In de motie wordt de regering gevraagd met
beleidsvoorstellen te komen om het salderen van energiebelasting over
decentraal geproduceerd groen gas en eventueel daarmee opgewekte
elektriciteit mogelijk te maken. Het praktische nut is beperkt. De
zelflevering is met name van belang voor boeren. Ik heb al toegezegd dat
wij dit regelen. Als ik hierop al te vriendelijk zou reageren, krijg ik
de grootst mogelijke ruzie met de minister van Financiën omdat dit over
energiebelasting gaat en geen dekking wordt aangegeven. Ik ontraad deze
motie.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): De minister heeft zelf gezegd dat het maar
een heel klein deel van de totale energievoorziening in Nederland
betreft. De last die hij met de minister van Financiën zal krijgen, zal
ook niet erg groot zijn. Individuele saldering is wel mogelijk. Het gaat
hier juist om het mogelijk maken vanuit het efficiëntere idee.

De voorzitter: U hoeft het niet helemaal toe te lichten.

**

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Per saldo scheelt het financieel weinig,
maar het wordt alleen mogelijk om het efficiënter te doen.

Minister Verhagen: Ik vraag u dan toch, hoe klein het ook is, voor een
dekking te zorgen in overeenstemming met de minister van Financiën. Dit
heeft betrekking op belastingheffingen en past dus sowieso in het kader
van het Belastingplan waarover de Kamer nog niet zo lang geleden van
gedachten heeft gewisseld met de minister van Financiën. In die zin is
deze motie een klein jaar te vroeg of een maand te laat.

	Mevrouw Van Veldhoven heeft ook nog een motie ingediend over de
Europese toezichthouder. Ik ben het ermee eens dat moet worden gestreefd
naar betere samenwerking in het toezicht, omdat er in toenemende mate
sprake is van een geïntegreerde regionale markt. In het kader van het
derde energiepakket gaan nationale toezichthouders meer met elkaar
samenwerken. Dit is een noodzaak, omdat dit de interne markt en de
marktintegratie versterkt. Er wordt een nieuw agentschap opgericht voor
samenwerking tussen energietoezichthouders. De doelstelling van dit
nieuwe agentschap is de verschillen op het terrein van regulering binnen
de Europese Unie te beperken, nationale toezichthouders te ondersteunen
bij de samenwerking en het optreden van de toezichthouders te
coördineren zodat er in ieder geval een eenduidig toezicht is. Het
agentschap gaat in maart 2011 van start. Ik verwacht dat door middel van
het derde energiepakket tegemoet wordt gekomen aan de wens die is
verwoord in de motie.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Het agentschap ziet op heel Europa. Wij
hebben natuurlijk al een bijzondere samenwerking met die andere landen
in het pentalaterale overleg. Daardoor kan het wellicht nuttig zijn om
eens te kijken wat daar gebeurt, zelfs buiten de dingen die het
agentschap doet. Ik ben toch benieuwd wat de minister daarvan vindt.

Minister Verhagen: Ik laat het oordeel over aan de Kamer. Ik verwacht
dat dit geen toegevoegde waarde heeft gelet op de activiteiten van het
agentschap.

	De heer Grashoff vraagt om een stimuleringsregeling voor kleinschalige
zon-PV. Ik zeg nee tegen een stimuleringsregeling. Ik zeg echter ja
tegen het stimuleren van kleinschalige zon-PV via topgebieden en de
green deal.

Ik zeg echter geen "ja" tegen een productiesubsidie zoals wij die in het
kader van de SDE kenden. Als men dat met de motie beoogt, voorbijgaand
aan de topgebiedenaanpak en hetgeen wij op dit punt in de Green Deal als
stimuleringsmaatregelen zullen afspreken, dus als men een echte
stimuleringsregeling wil die wij kennen in de SDE, dan moet ik de motie
ontraden. Als de indiener wil dat ik ernaar kijk in het kader van die
andere elementen, dan zeg ik dat toe. Ik wil echter geen aparte
productiesubsidie.

	De heer Grashoff heeft voorts een motie ingediend waarin wordt gesteld
dat er een gat valt tussen de afschaffing van de SDE-regeling en de
ingangsdatum van de SDE-plusregeling. In de motie wordt de wens geuit om
met nadere voorstellen te komen, maar ik ben ervan overtuigd dat dit
niet nodig is, omdat er geen gat valt. In die zin vind ik de motie
overbodig. Als de heer Grashoff meer wil dan wat ik nu op tafel gelegd
heb, dan ontraad ik de motie, want naar mijn mening valt er geen gat.

De heer Grashoff (GroenLinks): Het gaat erom of de minister kan
garanderen dat er geen gat valt. Als hij zegt dat hij het zodanig regelt
dat er geen gat valt, dan trek ik de motie in.

Minister Verhagen: De SDE-plus gaat op 1 juli aanstaande in. Qua budget
is zeker gesteld dat de termijn waarbinnen men aanvragen kan indienen
een jaar langer is dan gebruikelijk. De termijn bij de SDE liep af, dus
de totale termijn waarbinnen aanvragen ingediend kunnen worden in 2012
bevat hetzelfde aantal maanden als eerder het geval was. Op het moment
dat er dus één maand geen budget is, mag men een maand langer
doorgaan, zodat het probleem opgelost wordt. Formeel kan men dan zeggen
dat er een gat van een maand is, maar in december heeft men dat weer
ingehaald.

De heer Grashoff (GroenLinks): Ik neem genoegen met deze uitleg en trek
de motie in.

De voorzitter: Aangezien de motie-Grashoff c.s. (32500-XIII, nr. 150) is
ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

**

Minister Verhagen: Ik dank de heer Grashoff voor het intrekken van de
motie.

	Ik vind het apart dat de heer Samsom de motie over de salderingsgrens
medeondertekend heeft, aangezien hij een initiatiefwetsvoorstel heeft
aangekondigd. Als lid van de regering past mij in een dergelijk geval
enorme terughoudendheid. Ik mag dan absoluut niet met eigen voorstellen
komen.

De heer Samsom (PvdA): De motie gaat over levering achter de meter. Die
is al vrijgesteld van energiebelasting. Mijn initiatiefwetsvoorstel
inzake zelflevering gaat echter over de levering vóór de meter. Het is
enigszins technisch, maar het klopt echt precies. De minister kan dus
gewoon op de motie reageren.

Minister Verhagen: Ik zal dadelijk nog even naar de motie kijken. Ik
dacht dat ik mij er op die manier een beetje gemakkelijk van af kon
maken, maar ik zal nog een doorwrocht advies over de motie vragen.

De voorzitter: Oké, de minister komt er schriftelijk op terug bij de
beantwoording.

**

Minister Verhagen: De heer Dijkgraaf heeft een motie ingediend over de
middelen die niet volledig benut zijn. De niet-toegekende middelen van
2008 en 2009 waren al overgeheveld naar 2010. Die waren al beschikbaar
voor het budget van de SDE 2010. Als ik nu kijk naar wat op dit moment
aan aanvragen is ingediend met betrekking tot de SDE 2010, stel ik vast
dat het erop lijkt dat die overtekend wordt.

Ik ben er dus van overtuigd dat er geen geld resteert. Ik verzoek hem
dus om de motie aan te houden en zich te buigen over de vraag wat met
het eventueel overgebleven geld van de SDE zou moeten gebeuren. Het kan
in ieder geval niet dienen ter dekking van de SDE-plusregeling, omdat
deze niet via de begroting loopt maar via een opslag op de
energierekening. Op basis van de huidige aanvragen ben ik er dus van
overtuigd dat er geen geld resteert, maar mocht hij te zijner tijd
willen dat er iets mee gebeurt, dan zal hij dat aan bepaalde projecten
moeten koppelen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Als de middelen opgaan, heeft de minister geen
last van de motie; dus als deze wordt aangenomen, is dat geen enkel
probleem. En als er wél middelen over zijn, heeft hij geen probleem met
de minister van Financiën. In beide gevallen heeft hij dus geen
probleem. Maar als de minister de motie interpreteert in het kader van
de regeling ter bevordering van duurzame energie, dus een brede
interpretatie die de minister wel vaker doet, lijkt mij dat prima.

Minister Verhagen: Ik denk dat wij hier wel discussie over krijgen, maar
als de Kamer deze motie aanneemt, zal ik bekijken...

De voorzitter: U laat het oordeel dus aan de Kamer. Volgende motie.

**

Minister Verhagen: Nu de motie van de heer Dijkgraaf over Urk. Het
overleg met de gemeente Urk heeft lang geduurd. Er is een moeizaam
compromis bereikt met de initiatiefnemers en met andere overheden. Het
heeft allemaal vele, vele jaren geduurd. Wij staan nu aan de eindstreep.
Ik vind het slecht om op een gegeven moment opnieuw te beginnen en het
inpassingsplan weer later vast te stellen. Ik ontraad dus deze motie.

De voorzitter: Ik dank de minister voor zijn tweede termijn, de
ambtenaren en de mensen op de tribune. Er zijn nog een aantal
toezeggingen gedaan.

- Het KEMA-onderzoek, het overzicht en de analyse van kosten en baten
van de diverse technieken komen zo snel mogelijk naar de Kamer.

- In het kader van het energierapport zal nader worden ingegaan op de
langetermijnvisie op gas en het winningstempo.

	Wij zijn een kwartiertje uitgelopen. Excuses daarvoor, maar daar waren
we allemaal bij. Ik wens iedereen een behouden vaart naar huis. En voor
degenen die naar Cancún gaan: een goede vlucht!

**

Sluiting 23.17 uur.