[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

32451 Wijziging van de Wet milieubeheer (kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw)

Wijziging van de Wet milieubeheer (kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw)

Eindtekst

Nummer: 2010D52470, datum: 2010-12-16, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2010Z11254:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

16 december 2010



Wijziging van de Wet milieubeheer (kostenverevening reductie
CO2-emissies glastuinbouw)







GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET



		Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

	Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

	Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Wet
milieubeheer regels op te nemen met betrekking tot verevening van kosten
verbonden aan het overschrijden van de vastgestelde hoeveelheid
CO2-emissies voor de glastuinbouw;

	Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

	De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

	Na artikel 15.50 wordt een titel ingevoegd, luidende:

TITEL 15.13 KOSTENVEREVENING REDUCTIE CO2-EMISSIES GLASTUINBOUW

Artikel 15.51

	1. Op inrichtingen die:

	a. uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd tot het telen van gewassen
onder een permanente opstand van glas of van kunststof, of

	b. mede zijn bestemd tot het telen van gewassen onder een permanente
opstand van glas of van kunststof met een minimale oppervlakte van 2500
m2,

	is een systeem van verevening van kosten verbonden aan het
overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk voor een bepaalde
periode vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies van toepassing.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing op inrichtingen:

	a. die uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd tot het telen van
eetbare paddenstoelen of witlof onder een opstand als bedoeld in dat
lid, of

	b. waarop titel 16.2 van toepassing is.

	3. Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister van
Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de in het eerste lid bedoelde
hoeveelheid emissies vast. Het besluit tot vaststelling van die
hoeveelheid emissies wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 15.52

	Indien de hoeveelheid emissies, bedoeld in artikel 15.51, eerste lid,
wordt overschreden, zijn de inrichtingen die behoren tot een bij
algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie een vergoeding
verschuldigd. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van die
vergoeding dan wel de wijze van berekenen van de hoogte van die
vergoeding vastgesteld.

Artikel 15.53

	1. Bij algemene maatregel van bestuur kan ten behoeve van de uitvoering
van de artikelen 15.51 en 15.52 medewerking worden gevorderd van het
bestuur van een bedrijfslichaam als bedoeld in artikel 66 van de Wet op
de bedrijfsorganisatie.

	2. Indien de in het eerste lid bedoelde medewerking bestaat uit het
stellen van nadere regels bij verordening, behoeft die verordening de
goedkeuring van Onze Minister. Krachtens de verordening genomen
besluiten behoeven, voor zover zulks bij de maatregel, bedoeld in het
eerste lid, is bepaald, de goedkeuring van Onze Minister.

	3. Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen overtredingen
van de verordening, bedoeld in het tweede lid, worden aangewezen als
feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel als bedoeld in de Wet
tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 kan worden opgelegd.

	4. De artikelen 1, onderdeel b, 2, 3 tot en met 6, 15 tot en met 44,
eerste lid, en 46 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004
zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in
artikel 46 van die wet genoemde instemming dient te worden verkregen van
Onze Minister.

	5. Met het toezicht op de naleving van de verordening, bedoeld in het
tweede lid, zijn belast de bij besluit van het bestuur van het op grond
van het eerste lid aangewezen bedrijfslichaam aangewezen personen. Dat
besluit behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Onze Minister kan het
bestuur van het bedrijfslichaam een aanwijzing geven omtrent het
aanwijzen van toezichthouders en de wijze waarop toezicht wordt
uitgeoefend.

B

	Aan artikel 18.1a wordt een lid toegevoegd, luidende:

	3. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het bij verordening als
bedoeld in artikel 15.53 bepaalde, voor zover daarvoor een
tuchtrechtelijke maatregel als bedoeld in de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2004 kan worden opgelegd.

C

Artikel 20.2, eerste lid, wordt, als volgt gewijzigd: 

1. De onderdelen d tot en met f worden geletterd e tot en met g.

2. Er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

d. houdende vaststelling van de hoeveelheid emissies, bedoeld in artikel
15.51, derde lid.

ARTIKEL II

	Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.

	Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, 

 

 

 PAGE    

 PAGE   4