[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Eindtekst

Regels inzake de controle op diensten die betrekking hebben op strategische goederen (Wet strategische diensten)

Eindtekst

Nummer: 2011D49031, datum: 2011-09-08, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2011Z04001:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

8 september 2011



Regels inzake de controle op diensten die betrekking hebben op
strategische goederen (Wet strategische diensten)







VOORSTEL VAN WET



		Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

	Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

	Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, om regels
te stellen inzake de controle op diensten die betrekking hebben op
strategische goederen;

	Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. HET EUROPESE DEEL VAN NEDERLAND

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

	1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:

	- goederen voor tweeërlei gebruik: producten voor tweeërlei gebruik
als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 428/2009;

	- militair eindgebruik: militair eindgebruik als bedoeld in artikel 4,
tweede lid, van verordening 428/2009;

	- militaire goederen: de krachtens artikel 3:1 van de Algemene
douanewet aangewezen militaire goederen;

	- militaire programmatuur: programmatuur als bedoeld in de door de Raad
van de Europese Unie vastgestelde Gemeenschappelijke EU-lijst van
militaire goederen (PbEU 2010, C 69);

	- militaire technologie: technologie als bedoeld in de door de Raad van
de Europese Unie vastgestelde Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire
goederen (PbEU 2010, C 69);

	- Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie;

	- technische bijstand: de technische ondersteuning in verband met
reparaties, ontwikkeling, productie, assemblage, testen, onderhoud, of
een andere technische dienst, die in ieder geval de vorm kan aannemen
van instructies, training, overdracht van praktische kennis of
vaardigheden of adviesdiensten;

	- tussenhandelaar: tussenhandelaar als bedoeld in artikel 2, zesde lid,
van verordening 428/2009;

	- tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik derde
land-derde land:

	a. het onderhandelen over of regelen van overeenkomsten met het oog op
de koop, verkoop of levering van goederen voor tweeërlei gebruik die
zich niet in de Europese Unie bevinden en niet bestemd zijn voor invoer
in de Europese Unie of Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

	b. het ten behoeve van één of meer partijen verkopen of kopen van
goederen voor tweeërlei gebruik die zich niet in de Europese Unie
bevinden en niet bestemd zijn voor invoer in de Europese Unie of
Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

	- tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik EU-derde land:

	a. het onderhandelen over of regelen van overeenkomsten met het oog op
de koop, verkoop of levering van goederen voor tweeërlei gebruik die
zich in de Europese Unie bevinden en bestemd zijn voor uitvoer uit de
Europese Unie;

	b. het ten behoeve van één of meer partijen verkopen of kopen van
goederen voor tweeërlei gebruik die zich in de Europese Unie bevinden
en bestemd zijn voor uitvoer uit de Europese Unie;

	- tussenhandeldiensten militaire goederen:

	a. het onderhandelen over of regelen van overeenkomsten met het oog op
de koop, verkoop of levering van militaire goederen die zich niet in het
Europese deel van Nederland en Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevinden
en niet bestemd zijn voor invoer in het Europese deel van Nederland of
Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

	b. het ten behoeve van één of meer partijen verkopen of kopen van
militaire goederen die zich niet in het Europese deel van Nederland en
Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevinden en niet bestemd zijn voor
invoer in het Europese deel van Nederland of Bonaire, Sint Eustatius of
Saba;

	- verordening 1236/2005: de verordening (EG) nr. 1236/2005 van de Raad
van

27 juni 2005 met betrekking tot de handel in bepaalde goederen die
gebruikt zouden kunnen worden voor de doodstraf, foltering of andere
wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (PbEU 2005,
L 200);

	- verordening 428/2009: de verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad

5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle
op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van
producten voor tweeërlei gebruik (PbEU 2009, L 134);

	- wapenembargo: een wapenembargo ingesteld in een door de Raad van de
Europese Unie vastgesteld gemeenschappelijk standpunt of
gemeenschappelijk optreden, een besluit van de Organisatie voor
Veiligheid en Samenwerking in Europa of een resolutie van de
Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

	2. De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing in het Europese
deel van Nederland.

§ 2. Diensten met betrekking tot goederen voor tweeërlei gebruik

Artikel 2

	1. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, eerste
lid, 4, eerste tot en met vierde lid, en 20, eerste en derde lid, van
verordening 428/2009 voor zover het betreft de overdracht van
programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder
iii, van verordening 428/2009.

	2. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 22, eerste,
achtste en tiende lid, van verordening 428/2009 voor zover het betreft
de overdracht van programmatuur of technologie, bedoeld in artikel 2,
tweede lid, onder iii, van verordening 428/2009.

	3. Onze Minister wordt aangewezen als bevoegde autoriteit, bedoeld in
de artikelen 4, eerste lid, 9, tweede lid, 11, eerste lid, 13, eerste,
tweede en vijfde lid, en 16, vierde lid, van verordening 428/2009, voor
zover het betreft de overdracht van programmatuur of technologie,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder iii, van verordening 428/2009.

	4. Indien Onze Minister bij beschikking, bedoeld in artikel 4, eerste
tot en met derde lid, van verordening 428/2009, heeft bepaald dat de
overdracht van daarbij aangewezen programmatuur of technologie, bedoeld
in artikel 2, tweede lid, onder iii, van verordening 428/2009 zonder
vergunning is verboden, is de adressant van deze beschikking, zodra voor
hem aannemelijk is dat de desbetreffende programmatuur en technologie
een andere bestemming zullen krijgen dan in de beschikking is vermeld,
verplicht onder opgave van redenen van deze gewijzigde bestemming
mededeling te doen aan Onze Minister.

Artikel 3

	1. Het is verboden technische bijstand te verlenen indien deze bijstand
verband houdt met de ontwikkeling, de productie, de behandeling, de
bediening, het onderhoud, de opslag, de opsporing, de herkenning of de
verspreiding van chemische, biologische of nucleaire wapens of andere
nucleaire explosiemiddelen, of voor de ontwikkeling, de productie, het
onderhoud of de opslag van raketten die dergelijke wapens naar hun doel
kunnen voeren.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien:

	a. het op grond van verordening 428/2009 verboden is zonder vergunning
technische bijstand te verlenen als bedoeld in het eerste lid;

	b. de technische bijstand plaatsvindt in de vorm van overdracht van
informatie die:

	1º. voor iedereen beschikbaar is of

	2º. fundamenteel wetenschappelijk onderzoek is als bedoeld in
verordening 428/2009.

	3. Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste
lid.

Artikel 4

	1. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 5, eerste
lid, en 20, tweede en derde lid, van verordening 428/2009.

	2. Onze Minister wordt aangewezen als bevoegde autoriteit, bedoeld in
artikelen 5, eerste lid, 10, eerste en tweede lid, en 13, eerste, tweede
en vijfde lid, van verordening 428/2009.

	3. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister
tussenhandeldiensten als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van
verordening 428/2009 te verlenen indien:

	a. deze betrekking hebben op goederen voor tweeërlei gebruik die niet
zijn genoemd in bijlage I van verordening 428/2009 en

	b. de tussenhandelaar door Onze Minister ervan in kennis is gesteld dat
de goederen voor tweeërlei gebruik, bedoeld in onderdeel a, geheel of
gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor één van de in artikel 4,
eerste lid, van verordening 428/2009 genoemde doeleinden.

	4. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister
tussenhandeldiensten als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van
verordening 428/2009 te verlenen indien:

	a. deze betrekking hebben op goederen voor tweeërlei gebruik en

	b. de tussenhandelaar door Onze Minister ervan in kennis is gesteld dat
de goederen voor tweeërlei gebruik geheel of gedeeltelijk bestemd zijn
of kunnen zijn voor militair eindgebruik in een land van bestemming als
bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening 428/2009.

	5. Indien een tussenhandelaar ervan op de hoogte is dat de goederen
voor tweeërlei gebruik, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, of
vierde lid, onderdeel a, waarvoor hij voornemens is tussenhandeldiensten
te verlenen, geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor één van de in
artikel 4, eerste lid, van verordening 428/2009 genoemde doeleinden of
voor militair eindgebruik in een land van bestemming als bedoeld in
artikel 4, tweede lid, van verordening 428/2009, deelt hij dit mede aan
Onze Minister.

Artikel 5

	1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister
tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik derde land-derde
land te verlenen indien een Nederlander of een vreemdeling die in het
Europese deel van Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft deze
tussenhandeldiensten verleent, zich niet in de Europese Unie en Bonaire,
Sint Eustatius en Saba bevindt en door Onze Minister ervan in kennis is
gesteld dat:

	a. de goederen voor tweeërlei gebruik geheel of gedeeltelijk bestemd
zijn of kunnen zijn voor één van de in artikel 4, eerste lid, van
verordening 428/2009 genoemde doeleinden;

	b. de goederen voor tweeërlei gebruik geheel of gedeeltelijk bestemd
zijn of kunnen zijn voor militair eindgebruik in een land van bestemming
als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening 428/2009.

	2. Indien degene die tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei
gebruik derde land-derde land verleent ervan op de hoogte is dat de
goederen voor tweeërlei gebruik waarvoor hij voornemens is deze
tussenhandeldiensten te verlenen, geheel of gedeeltelijk bestemd zijn
voor één van de in artikel 4, eerste lid, van verordening 428/2009
genoemde doeleinden of voor militair eindgebruik in een land van
bestemming als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening
428/2009, deelt hij dit mede aan Onze Minister.

	3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op vervoer,
financiële diensten, verzekering, herverzekering, algemene reclame of
algemene promotie met betrekking tot goederen voor tweeërlei gebruik.

Artikel 6

	1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister
tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik EU-derde land te
verlenen indien degene die deze tussenhandeldiensten verleent door Onze
Minister ervan in kennis is gesteld dat de goederen voor tweeërlei
gebruik geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor één
van de in artikel 4, eerste lid, van verordening 428/2009 genoemde
doeleinden.

	2. Indien degene die tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei
gebruik EU-derde land verleent ervan op de hoogte is dat de goederen
voor tweeërlei gebruik waarvoor hij voornemens is deze
tussenhandeldiensten te verlenen, geheel of gedeeltelijk bestemd zijn
voor één van de in artikel 4, eerste lid, van verordening 428/2009
genoemde doeleinden deelt hij dit mede aan Onze Minister.

	3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op vervoer,
financiële diensten, verzekering, herverzekering, algemene reclame of
algemene promotie met betrekking tot goederen voor tweeërlei gebruik.

Artikel 7

	1. Een ieder die voornemens is tussenhandeldiensten als bedoeld in
artikel 2, vijfde lid, van verordening 428/2009, tussenhandeldiensten
goederen voor tweeërlei gebruik derde land-derde land of
tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik EU-derde land te
verlenen, deelt dit mede aan Onze Minister voorafgaand aan de eerste
keer dat de tussenhandeldiensten verleend worden.

	2. Een ieder die voornemens is tussenhandeldiensten als bedoeld in
artikel 2, vijfde lid, van verordening 428/2009, tussenhandeldiensten
goederen voor tweeërlei gebruik derde land-derde land of
tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik EU-derde land te
verlenen, deelt wijzigingen van de gegevens die zijn verstrekt in de
melding op grond van het eerste lid onverwijld mede aan Onze Minister.

	3. Een ieder die voornemens is tussenhandeldiensten als bedoeld in
artikel 2, vijfde lid van verordening 428/2009, tussenhandeldiensten
goederen voor tweeërlei gebruik derde land-derde land, of
tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik EU-derde land te
verlenen met betrekking tot:

	a. een goed voor tweeërlei gebruik genoemd in deel 2 van bijlage II
van verordening 428/2009 of

	b. een goed voor tweeërlei gebruik uit te voeren naar een in een
ministeriële regeling aan te wijzen land,

	deelt dit mede aan Onze Minister.

	4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de
mededeling, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.

§ 3. Diensten met betrekking tot militaire goederen

Artikel 8

	Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister militaire
programmatuur of militaire technologie met betrekking tot militaire
goederen door middel van elektronische media over te dragen of
beschikbaar te stellen indien:

	a. het militaire programmatuur of militaire technologie betreft waarvan
de uitvoer als militair goed krachtens artikel 3:1 van de Algemene
douanewet zonder vergunning verboden is;

	b. het mondelinge overdracht van militaire technologie betreft die via
de telefoon wordt beschreven.

Artikel 9

	1. Het is verboden technische bijstand te verlenen indien:

	a. de technische bijstand verleend wordt aan een eindgebruiker in een
land van bestemming waarop een wapenembargo rust en

	b. de technische bijstand bestemd is voor militaire goederen.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de technische bijstand
plaatsvindt in de vorm van overdracht van informatie die:

	a. voor iedereen beschikbaar is of

	b. fundamenteel wetenschappelijk onderzoek is als bedoeld in door de
Raad vastgestelde Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen
(PbEU 2010, C 69).

Artikel 10

	1. Het is verboden zonder een vergunning van Onze Minister
tussenhandeldiensten militaire goederen te verlenen.

	2. Het eerste lid is niet van toepassing op vervoer, financiële
diensten, verzekering, herverzekering, algemene reclame of algemene
promotie met betrekking tot militaire goederen.

	3. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van het
eerste lid.

§ 4. Diensten met betrekking tot folterwerktuigen

Artikel 11

	Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, eerste lid,
en 4, eerste lid, van verordening 1236/2005 voor zover het betreft het
verlenen van technische bijstand als bedoeld in artikel 2, onderdeel f,
van verordening 1236/2005.

§ 5. Overige bepalingen

Artikel 12

	1. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich
buiten het Europese deel van Nederland en Bonaire, Sint Eustatius en
Saba schuldig maakt aan een bij deze wet strafbaar gesteld feit door in
strijd te handelen met:

	a. de artikelen 3, eerste lid, 4, derde en vierde lid, 5, eerste lid,
6, eerste lid, 9, eerste lid, of 10, eerste lid;

	b. artikel 4, eerste, lid, voor zover de Nederlander de
tussenhandeldiensten verleent buiten de Europese Unie.

	2. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de vreemdeling die in het
Europese deel van Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft en
zich buiten het Europese deel van Nederland en Bonaire, Sint Eustatius
en Saba schuldig maakt aan een bij deze wet strafbaar gesteld feit door
in strijd te handelen met:

	a. de artikelen 3, eerste lid, 4, derde en vierde lid, 5, eerste lid,
6, eerste lid, 9, eerste lid, of 10, eerste lid;

	b. artikel 4, eerste lid, voor zover de vreemdeling de
tussenhandeldiensten verleent buiten de Europese Unie.

Artikel 13

	1. Indien in deze wet geregelde of daarmee verband houdende onderwerpen
in het belang van de uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen
regeling of nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene
maatregel van bestuur.

	2. Na de plaatsing in het Staatsblad van een krachtens het eerste lid
vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt een voorstel van wet
tot regeling van het betrokken onderwerp zo spoedig mogelijk bij de
Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel wordt ingetrokken of
indien een van de beide kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel
niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld
ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene
maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding
van die wet.

§ 6. Vergunningverlening

Artikel 14

	1. Onze Minister kan aan een toestemming als bedoeld in de artikelen 3,
tweede lid, en 4, tweede lid, van verordening 1236/2005, aan een
ontheffing als bedoeld in artikel 3, derde lid, en aan een vergunning
als bedoeld in de artikelen 9, tweede lid, en 10, eerste lid, van
verordening 428/2009, en de artikelen 4, derde lid en vierde lid, 5,
eerste lid, 6, eerste lid, 8 en 10, eerste lid, voorschriften en
voorwaarden verbinden.

	2. Ten aanzien van de vergunningverlening worden bij ministeriële
regeling nadere regels gesteld over:

	a. de wijze waarop en door wie een vergunning wordt aangevraagd;

	b. de aard van de vergunning;

	c. de voorschriften en voorwaarden die aan de vergunning verbonden
kunnen worden.

	3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
toepassing.

§ 7. Administratieve verplichtingen

Artikel 15

	De artikelen 10, eerste, derde en vierde lid, en 24 van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op diegene die
activiteiten verricht die op grond van verordening 1236/2005,
verordening 428/2009 of bij of krachtens deze wet verboden zijn of
zonder vergunning verboden zijn.

§ 8. Toezicht

Artikel 16

	1. Voor de toepassing van de bepalingen gesteld bij of krachtens deze
wet blijft artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
buiten toepassing.

	2. De toezichthouder is bevoegd met medeneming van de benodigde
apparatuur elke plaats te betreden.

	3. Het betreden van een woning zonder toestemming van de bewoner mag
slechts door ambtenaren die deze bevoegdheid door de toezichthouder
hebben gekregen.

	4. De toezichthouder is bevoegd tot het geven van een machtiging als
bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden.

Artikel 17

	Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit hoofdstuk
bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister, in
overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aangewezen ambtenaren.

§ 9. Bezwaar en beroep

Artikel 18

	1. Artikel 8:13 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
toepassing.

	2. Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met
uitzondering van de artikelen 22j, 24a, tweede lid, 25, derde lid, 25a,
25b, 26, tweede lid, 26a, 26b, tweede lid, 26c, 27, 27a, 27b, 27e,
onderdeel a, en 27f, is van overeenkomstige toepassing op een
beschikking als bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat voor de
overeenkomstige toepassing van artikel 27e, onderdeel b, geldt dat het
de situatie betreft waarin niet volledig is voldaan aan de verplichting
ingevolge artikel 15.

	3. Voor de overeenkomstige toepassing van hoofdstuk V van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen is een beschikking voor bezwaar vatbaar
indien het een beschikking betreft die is genomen bij of krachtens deze
wet.

	4. In afwijking van artikel 8:7, tweede lid, van de Algemene wet
bestuursrecht is slechts de rechtbank te Haarlem bevoegd.

	5. Voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 27l, tweede lid,
en 29a, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bedraagt
het griffierecht hetgeen is vermeld in de onderdelen b en c van die
leden.

HOOFDSTUK 2. BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 19

	1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

	- goederen voor tweeërlei gebruik: producten voor tweeërlei gebruik
als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 428/2009;

	- militair eindgebruik: militair eindgebruik als bedoeld in artikel 4,
tweede lid, van verordening 428/2009;

	- militaire goederen: de krachtens artikel 2.26, eerste lid, van de
Douane- en Accijnswet BES aangewezen goederen;

	- militaire programmatuur: programmatuur als bedoeld in de door de Raad
van de Europese Unie vastgestelde Gemeenschappelijke EU-lijst van
militaire goederen (PbEU 2010, C 69);

	- militaire technologie: technologie als bedoeld in de door de Raad van
de Europese Unie vastgestelde Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire
goederen (PbEU 2010, C 69);

	- Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie;

	- programmatuur of technologie: programmatuur of technologie als
bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder iii, van verordening 428/2009;

	- technische bijstand: technische bijstand als bedoeld in artikel 1,
eerste lid;

	- tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik derde
land-derde land:

	a. het onderhandelen over of regelen van overeenkomsten met het oog op
de koop, verkoop of levering van goederen voor tweeërlei gebruik die
zich niet in Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevinden en niet bestemd
zijn voor invoer in Bonaire, Sint Eustatius of Saba of de Europese Unie;

	b. het ten behoeve van één of meer partijen verkopen of kopen van
goederen voor tweeërlei gebruik die zich niet in Bonaire, Sint
Eustatius en Saba bevinden en niet bestemd zijn voor invoer in Bonaire,
Sint Eustatius of Saba of de Europese Unie;

	- tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik Bonaire, Sint
Eustatius en Saba-derde land:

	a. het onderhandelen over of regelen van overeenkomsten met het oog op
de koop, verkoop of levering van goederen voor tweeërlei gebruik die
zich in Bonaire, Sint Eustatius of Saba bevinden en bestemd zijn voor
uitvoer uit Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

	b. het ten behoeve van één of meer partijen verkopen of kopen van
goederen voor tweeërlei gebruik die zich in Bonaire, Sint Eustatius en
Saba bevinden en bestemd zijn voor uitvoer uit Bonaire, Sint Eustatius
en Saba;

	- tussenhandeldiensten militaire goederen:

	a. het onderhandelen over of regelen van overeenkomsten met het oog op
de koop, verkoop of levering van militaire goederen die zich niet in
Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het Europese deel van Nederland
bevinden en niet bestemd zijn voor invoer in Bonaire, Sint Eustatius of
Saba of het Europese deel van Nederland;

	b. het ten behoeve van één of meer partijen verkopen of kopen van
militaire goederen die zich niet in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
het Europese deel van Nederland bevinden en niet bestemd zijn voor
invoer in Bonaire, Sint Eustatius of Saba of het Europese deel van
Nederland;

	- verordening 428/2009: de verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad
van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor
controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer
van producten voor tweeërlei gebruik (PbEU 2010, L 134);

	- wapenembargo: wapenembargo als bedoeld in artikel 1, eerste lid.

	2. De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing in Bonaire, Sint
Eustatius en Saba.

§ 2. Diensten met betrekking tot goederen voor tweeërlei gebruik

Artikel 20

	1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister programmatuur of
technologie door middel van elektronische media met betrekking tot
goederen voor tweeërlei gebruik die zijn genoemd in bijlage I van
verordening 428/2009 over te dragen naar een bestemming buiten Bonaire,
Sint Eustatius en Saba en het Europese deel van Nederland.

	2. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister programmatuur of
technologie door middel van elektronische media met betrekking tot
goederen voor tweeërlei gebruik die niet zijn genoemd in bijlage I van
verordening 428/2009 over te dragen naar een bestemming buiten Bonaire,
Sint Eustatius en Saba en het Europese deel van Nederland indien degene
die de programmatuur of technologie overdraagt door Onze Minister ervan
in kennis is gesteld dat de goederen voor tweeërlei gebruik geheel of
gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor:

	a. gebruik in verband met de ontwikkeling, de productie, de
behandeling, de bediening, het onderhoud, de opslag, de opsporing, de
herkenning of de verspreiding van chemische, biologische of nucleaire
wapens of andere nucleaire explosiemiddelen, of voor de ontwikkeling, de
productie, het onderhoud of de opslag van raketten die dergelijke wapens
naar hun doel kunnen voeren,

	b. militair eindgebruik in een kopend land of een land van bestemming
waarop een wapenembargo rust of

	c. het gebruik als onderdelen of componenten van militaire goederen die
vanuit Bonaire, Sint Eustatius of Saba zijn uitgevoerd zonder vergunning
of met schending van de voorgeschreven vergunning.

	3. Indien degene die programmatuur of technologie overdraagt door
middel van elektronische media er kennis van draagt dat de programmatuur
of technologie betrekking hebben op goederen voor tweeërlei gebruik die
niet zijn genoemd in bijlage I van verordening 428/2009, geheel of ten
dele bestemd zijn voor een van de in het tweede lid genoemde doeleinden,
deelt hij dit mede aan Onze Minister.

	4. Indien Onze Minister bij beschikking heeft bepaald dat de overdracht
van daarbij aangewezen programmatuur of technologie zonder vergunning is
verboden, is de adressant van deze beschikking, zodra voor hem
aannemelijk is dat de desbetreffende programmatuur en technologie een
andere bestemming zullen krijgen dan in de beschikking is vermeld,
verplicht onder opgave van redenen van deze gewijzigde bestemming
mededeling te doen aan Onze Minister.

Artikel 21

	Artikel 3 is van toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 22

	1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister
tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik derde land-derde
land of tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik Bonaire,
Sint Eustatius en Saba-derde land te verlenen indien degene die deze
tussenhandeldiensten verleent door Onze Minister ervan in kennis is
gesteld dat de goederen voor tweeërlei gebruik geheel of gedeeltelijk
bestemd zijn of kunnen zijn voor gebruik in verband met de ontwikkeling,
de productie, de behandeling, de bediening, het onderhoud, de opslag, de
opsporing, de herkenning of de verspreiding van chemische, biologische
of nucleaire wapens of andere nucleaire explosiemiddelen, of voor de
ontwikkeling, de productie, het onderhoud of de opslag van raketten die
dergelijke wapens naar hun doel kunnen voeren.

	2. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister
tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik derde land-derde
land of tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei gebruik Bonaire,
Sint Eustatius en Saba-derde land te verlenen indien degene die deze
tussenhandeldiensten verleent door Onze Minister ervan in kennis is
gesteld dat de goederen voor tweeërlei gebruik geheel of gedeeltelijk
bestemd zijn of kunnen zijn voor militair eindgebruik in een kopend land
of een land van bestemming waarop een wapenembargo rust.

	3. Indien degene die tussenhandeldiensten goederen voor tweeërlei
gebruik derde land-derde land en tussenhandeldiensten goederen voor
tweeërlei gebruik Bonaire, Sint Eustatius en Saba-derde land verleent
ervan op de hoogte is dat de goederen voor tweeërlei gebruik, bedoeld
in het eerste en tweede lid, waarvoor hij voornemens is
tussenhandeldiensten te verlenen, geheel of gedeeltelijk bestemd zijn
voor één van de het eerste lid genoemde doeleinden of voor militair
eindgebruik als bedoeld in het tweede lid deelt hij dit mede aan Onze
Minister.

	4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op vervoer,
financiële diensten, verzekering, herverzekering, algemene reclame of
algemene promotie met betrekking tot goederen voor tweeërlei gebruik.

Artikel 23

	1. Een ieder die voornemens is tussenhandeldiensten goederen voor
tweeërlei gebruik derde land-derde land of tussenhandeldiensten
goederen voor tweeërlei gebruik Bonaire, Sint Eustatius en Saba-derde
land te verlenen, deelt dit mede aan Onze Minister voorafgaand aan de
eerste keer dat de tussenhandeldiensten verleend worden.

	2. Een ieder die voornemens is tussenhandeldiensten goederen voor
tweeërlei gebruik derde land-derde land of tussenhandeldiensten
goederen voor tweeërlei gebruik Bonaire, Sint Eustatius en Saba-derde
land te verlenen, deelt wijzigingen van de gegevens die zijn verstrekt
in de melding op grond van het eerste lid onverwijld mede aan Onze
Minister.

	3. Een ieder die voornemens is tussenhandeldiensten goederen voor
tweeërlei gebruik derde land-derde land of tussenhandeldiensten
goederen voor tweeërlei gebruik Bonaire, Sint Eustatius en Saba-derde
land te verlenen met betrekking tot:

	a. een goed voor tweeërlei gebruik genoemd in deel 2 van bijlage II
van verordening 428/2009 of

	b. een goed voor tweeërlei gebruik uit te voeren naar een in een
ministeriële regeling aan te wijzen land,

	deelt dit mede aan Onze Minister.

	4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de
mededeling, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.

§ 3. Diensten met betrekking tot militaire goederen

Artikel 24

	1. Artikel 8 is van toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba met
dien verstande dat in onderdeel a het militaire programmatuur of
technologie betreft waarvan de uitvoer als militair goed krachtens
artikel 2.26 van de Douane- en Accijnswet BES zonder vergunning verboden
is.

	2. Artikel 9 is van toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

	3. Het is verboden zonder een vergunning van Onze Minister
tussenhandeldiensten militaire goederen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
te verlenen.

	4. Artikel 10, tweede en derde lid, is van toepassing in Bonaire, Sint
Eustatius en Saba.

§ 4. Vergunningverlening

Artikel 25

	1. Onze Minister kan aan een vergunning als bedoeld in de artikelen 20,
eerste en tweede lid, 22, eerste en tweede lid, 24, derde lid, een
ontheffing verleend op grond van artikel 21, en aan een vergunning
verleend op grond van artikel 24, eerste lid, voorschriften en
voorwaarden verbinden.

	2. Ten aanzien van de vergunningverlening is artikel 14, tweede lid,
van toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

§ 5. Administratieve verplichtingen

Artikel 26

	1. Degene die activiteiten verricht die bij of krachtens dit hoofdstuk
verboden of zonder vergunning verboden zijn, is gehouden op zodanige
wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende
gegevensdragers of de inhoud daarvan op zodanige wijze te bewaren, dat
te allen tijde zijn rechten en verplichtingen uit hoofde van deze wet
duidelijk blijken.

	2. Degene die activiteiten verricht die bij of krachtens dit hoofdstuk
verboden of zonder vergunning verboden zijn, is gehouden de tot een
administratie behorende gegevensdrager of de inhoud daarvan waarvan de
raadpleging van belang kan zijn voor de toepassing van de wettelijke
regelingen, gedurende ten minste zeven jaren te bewaren.

	3. De administratie moet zodanig zijn ingericht en worden gevoerd en de
gegevensdragers of de inhoud daarvan moeten op zodanige wijze worden
bewaard, dat het uitvoeren van de controle daarvan binnen een redelijke
termijn mogelijk is.

	4. De administratie behoort te worden gevoerd in het Nederlands,
Papiaments of Engels met gebruikmaking van de daarbij gebruikelijke
cijfers.

Artikel 27

	De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van een ontbonden
rechtspersoon moeten worden bewaard gedurende zeven jaren nadat de
rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan. Bewaarder is degene die bij
of krachtens de statuten, dan wel door de algemene vergadering of, als
de rechtspersoon een stichting was, door het bestuur als zodanig is
aangewezen.

§ 6. Toezicht

Artikel 28

	Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 16 en 17
zijn van overeenkomstige toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 29

	Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit hoofdstuk
bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister, in
overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aangewezen ambtenaren.

§ 7. Strafrechtelijke bepalingen

Artikel 30

	1. Degene die het gestelde bij of krachtens de artikelen 20, 21, 22,
eerste tot en met derde lid, 23, eerste tot en met derde lid, en 24,
eerste tot en met derde lid, overtreedt, maakt zich schuldig aan het
plegen van een strafbaar feit.

	2. Overtredingen van het gestelde bij of krachtens de artikelen 20, 21,
22, eerste tot en met derde lid, 23, eerste tot en met derde lid, en 24,
eerste tot en met derde lid, zijn misdrijven, voor zover zij opzettelijk
zijn begaan. Voor zover deze overtredingen geen misdrijven zijn, zijn
zij overtredingen.

	3. Voor zover de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten misdrijven
zijn wordt een overtreding gestraft met een gevangenisstraf van ten
hoogste zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie.

	4. Voor zover de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten
overtredingen zijn wordt een overtreding gestraft met een
gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde
categorie.

	5. Met de opsporing van de strafbare feiten, bedoeld in het eerste lid,
zijn belast:

	a. de bij of krachtens artikel 184 Wetboek van Strafvordering BES
aangewezen ambtenaren;

	b. de door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister wie het
mede aangaat, aangewezen ambtenaren;

	c. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.

	6. Van een besluit als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, wordt
mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 31

	De strafwet van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op de
vreemdeling die in Bonaire, Sint Eustatius of Saba een vaste woon- of
verblijfplaats heeft en zich buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
het Europese deel van Nederland, schuldig maakt aan een bij deze wet
strafbaar gesteld feit door in strijd te handelen met de artikelen 20,
21, 22, eerste tot en met derde lid, 23, eerste tot en met derde lid, en
24, eerste tot en met derde lid.

HOOFDSTUK 3. WIJZIGING VAN ANDERE WETTEN

Artikel 32

	In artikel 1, onder 1º, van de Wet op de economische delicten wordt in
de alfabetische rangschikking ingevoegd: de Wet strategische diensten,
de artikelen 2, eerste, tweede en vierde lid, 3, eerste lid, 4, eerste,
derde, vierde en vijfde lid, 5, eerste en tweede lid, 6, eerste en
tweede lid, 7, eerste, tweede en derde lid, 8, 9, eerste lid, 10, eerste
lid, 11, 15 en 22;.

Artikel 33

	Artikel XLIX van de Aanpassingswet Algemene douanewet en artikel 2.157
van de Douane-en Accijnswet BES vervallen.

Artikel 34

	De Uitvoeringswet verdrag chemische wapens wordt gewijzigd als volgt:

	1. Artikel 1, eerste lid, onderdelen l en m, komt te luiden:

	l. invoer: het binnenbrengen van goederen in Nederland, anders dan voor
doorvoer;

	m. uitvoer: het doen verlaten van goederen van Nederland, anders dan
voor doorvoer;.

	2. Aan artikel 1, eerste lid, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

	s. doorvoer: het vervoer van goederen die uitsluitend Nederland worden
binnengebracht om via Nederland te worden vervoerd naar een bestemming
buiten Nederland..

HOOFDSTUK 4. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 35

	Degene die tussenhandeldiensten als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
of tussenhandeldiensten als bedoeld in artikel 23, eerste lid, verleent
op het moment waarop deze wet in werking treedt, deelt dit binnen zes
maanden na inwerkingtreding van deze wet aan Onze Minister mede.

Artikel 36

	Het Besluit financieel verkeer strategische goederen 1996 wordt
ingetrokken.

Artikel 37

	Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor verschillende artikelen en onderdelen ervan
verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 38

	Deze wet wordt aangehaald als: Wet strategische diensten.

	Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

 

 

 PAGE    

 PAGE   15