[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

MIRT

Stenogram

Nummer: 2012D04439, datum: 2012-02-03, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG

5 januari 2012

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft op 12 december
2011 overleg gevoerd met minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
van Infrastructuur en Milieu over het MIRT.

(De volledige agenda is opgenomen aan het eind van dit verslag).

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu,

Snijder-Hazelhoff

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu,

Sneep

**



Voorzitter: Snijder-Hazelhoff

Aanwezig zijn 11 leden der Kamer, te weten:

Snijder-Hazelhoff, Paulus Jansen, De Caluwé, Aptroot, Kuiken, De Jong,
De Rouwe, Bashir, Verhoeven, Van Gent en Wiegman-van Meppelen Scheppink.

en minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus van Infrastructuur en
Milieu.

**

De voorzitter: Ik heet de minister en haar ambtenaren welkom, net als de
collega's en de belangstellenden op de tribune. Wellicht denkt een
enkeling dat we tijd zat hebben vandaag, tijd speelt geen rol, zoals ook
mijn natuurlijke neiging is, maar de praktijk heeft mij geleerd dat het
in werkelijkheid vaak krapper is dan je denkt. Ik stel voor om in de
eerste termijn van de Kamer twee interrupties per woordvoerder toe te
staan, want dan houden we zo veel mogelijk tijd over voor het debat met
de minister. Bij een fractie met meerdere sprekers, zoals de VVD als
enige is, wordt de spreektijd over de woordvoerders verdeeld. Ik zal een
minuut voordat de opgegeven spreektijd voorbij is, een seintje geven.

	Ik heb nog een verzoek ontvangen van de fractie van de ChristenUnie. De
heer Slob is verhinderd en wordt vertegenwoordigd door mevrouw Wiegman,
maar dat kan zij alleen in eerste termijn, begreep ik. Zij heeft het
verzoek gedaan of zij al in eerste termijn haar moties kan indienen.
Gaan de collega's daarmee akkoord?

**

De heer Aptroot (VVD): Ik heb daar alle begrip voor en ga er natuurlijk
mee akkoord, maar ik neem wel aan dat de ChristenUnie naar aanleiding
van de beantwoording van de minister overweegt of een motie nog nodig is
of dat de toezegging voldoende is, want het zou wel aardig zijn als wij
wat minder moties zouden indienen. De lijsten zijn voor niemand meer te
volgen, zo lang zijn ze.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik kan u zeggen
dat de rest van het debat zal worden gevolgd door een beleidsmedewerker.
De beantwoording zal er zeker een rol bij spelen of wij de moties al dan
niet in stemming brengen of eventueel zullen aanpassen.

De heer Bashir (SP): Voorzitter. Ik vind twee interrupties te weinig,
want het is een heel lange dag. In plaats van alleen maar onze eigen
tekst voor te lezen is het ook goed als er een beetje interactie is
tussen partijen. Mijn verzoek is om daar een beetje soepel mee om te
gaan.

De voorzitter: Het is een verleidelijk verzoek, maar de ervaring heeft
geleerd dat het verstandig is om krap te beginnen en langzamerhand de
teugels te laten vieren als daarvoor ruimte bestaat. Als we uitlopen, is
er straks te weinig ruimte voor het debat met de minister en dat vind ik
nog veel vervelender. Als er collega's zijn die er ook zo over denken,
moeten zij dat nu zeggen, want nu kunnen we de spelregels nog
veranderen. Ik zou zelf vasthouden aan twee interrupties.

**

De heer Verhoeven (D66): Ik steun de opmerking van de heer Bashir dat
drie interrupties moeten worden toegestaan, maar als je gedurende het
debat ziet dat je collega's goede dingen zeggen, vind ik dat je de
verantwoordelijkheid moet nemen om die drie interrupties niet per se op
te maken.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Ik zou ook zeggen: drie interrupties en onszelf
een beetje matigen in de tijd die we spreken. Dan hebben we een mooie
balans.

De voorzitter: Dan ga ik u er ook aan houden dat er in de interrupties
in een vrij hoog tempo een vraag wordt gesteld.

**

De heer Aptroot (VVD): Voorzitter. De VVD is positief over de
kabinetsaanpak inzake ruimte, infrastructuur en transport. De provincies
en gemeenten bepalen zo veel mogelijk zelf hun ruimtelijke indeling. Er
wordt voortvarend gewerkt aan de infrastructuur van ons land en daarbij
wordt prioriteit gegeven aan de hoofdroutes die van belang zijn voor
onze economie. Een betere infrastructuur en meer capaciteit zijn nodig
voor Nederland om in de toekomst de kost te kunnen verdienen.

	De minister neemt besluit op besluit voor weginvesteringen: afgelopen
week over de nieuwe westelijke oeververbinding, de verbinding A13-A16 en
de parallelstructuur A4 bij Den Haag. Daarnaast worden er veel
aanvullende investeringen gedaan in het kader van het programma Beter
Benutten. Niet alleen op de wegen wordt vooruitgang geboekt, ook het
grensoverschrijdend spoorvervoer wordt verbeterd. In de komende
MIRT-overleggen worden nadere besluiten genomen over de middelen die
zijn gereserveerd. De VVD feliciteert de minister, het kabinet en
Nederland met deze grote stappen vooruit voor de weginvesteringen, beter
openbaar vervoer en aanvullende maatregelen in de regio. Wij zijn grosso
modo zeer tevreden.

	Positief vinden we ook dat de minister 25 mln. beschikbaar stelt voor
de acute knelpunten bij de parkeercapaciteit en de verzorgingsplaatsen
voor vrachtauto's op de belangrijke corridors A1, A4, A12, A67, A7 en de
A50. Er wordt met marktpartijen overlegd over wat zij kunnen doen. Dat
vinden wij goed, maar in de stukken staat niet dat het probleem
grotendeels wordt veroorzaakt door het Duitse rijverbod voor
vrachtauto's op zon- en feestdagen en de Maut. Wij vragen de minister,
die het voor de Betuweroute goed heeft geregeld, of zij met haar Duitse
collega wil gaan praten over het zondagrijverbod en de manier waarop de
Maut werkt. Als dat wordt aangepast, zou het transport in Europa een
stuk beter en efficiënter kunnen.

	Dan wil ik graag een rondje maken langs de projecten in Nederland. Ik
begin in Noord-Nederland, Groningen, Friesland, Drenthe. Wij zijn
tevreden dat er overeenstemming is over de zuidelijke ringweg bij
Groningen en wij willen graag weten wanneer het ontwerptracébesluit
verwacht kan worden. Wij zien ook dat de regio en het Rijk afspraken
hebben gemaakt over het klaverblad A7-N33. Wij willen weten wanneer het
tracébesluit komt over het klaverblad bij Zuidbroek. Het is prima dat
er eindelijk extra geld beschikbaar is gesteld voor het A6-knooppunt bij
Joure, het enige van die soort op het Nederlandse autosnelwegennet. Dat
geldt ook voor de traverse bij Harlingen. In de stukken staat dat wordt
gestreefd naar een realisatieovereenkomst, uiterlijk eind 2011, en dat
is het langzamerhand. Wij willen weten of die overeenkomsten er zijn of
anders deze maand nog komen.

	Er is een tekort van 17 mln. bij het Atalanta- of Dierenparkproject in
het centrum van Emmen. Wij constateren tot ons verdriet dat andere
ministeries geen bijdrage willen leveren. Wij kunnen niet helemaal
beoordelen of de businesscase wel solide is. Wij vragen om nog eens te
kijken naar de bijdrage van het Rijk, niet om het hele tekort weg te
werken, maar wellicht kan dit ministerie nog iets extra bijdragen aan de
weginvesteringen die bij dit project horen.

	Dan kom ik bij Overijssel en Gelderland. De verbreding van de A1 tussen
Apeldoorn en Deventer en van Deventer naar Azelo is uiterst belangrijk.
Er is overeenstemming over dat het 2x4 en 2x3 rijstroken worden. Begin
volgend jaar wordt het voorkeursbesluit genomen. Wij vinden het
belangrijk dat wordt onderzocht of het project eerder dan 2020 kan
worden gerealiseerd. Wij vragen de minister of erop wordt gemikt om de
werkzaamheden in 2017 te starten. Dat zouden we heel prettig vinden.
Lukt dat qua voorfinanciering?

	De minister schrijft dat de N35 tussen Nijverdal en Wierden volgens de
regels geen prioriteit heeft, en dat klopt natuurlijk. Wij begrijpen de
wens van de regio en van het bedrijfsleven om dat aan te pakken. Onze
vraag is of het mogelijk is om de N35 Nijverdal-Wierden toch te
realiseren door een bepaalde procentuele bijdrage van het Rijk in het
vooruitzicht te stellen, als provincie en regio verder voor het geld
zorgen.

	De A28 gaat op de schop. De provincie Overijssel pakt gelijktijdig de
N340 tussen Zwolle en Ommen aan. Dat wordt eindelijk een fatsoenlijke
weg met 2x2 rijstroken en 100 km/u in plaats van 80 km/u, maar de
aansluiting tussen de A28 en de N340 moet nog wordt geregeld. Wij hebben
begrepen dat provincie en Rijk 30 mln. bijeen hebben gebracht. Er
ontbreekt slechts 10 mln., maar dat is nog steeds veel geld. Kan de
minister erover overleggen of wij het in orde kunnen krijgen als
provincie en regio hun best doen en het ministerie wat betreft dat
laatste tekort nog een kleine bijdrage levert?

	Dan ga ik naar Noord-Holland, Flevoland en Utrecht. Wij constateren dat
de snelwegbus op de A27 tussen Almere, het Gooi en Utrecht de
vluchtstrook op gaat. Wij vinden het prima dat de vluchtstrook
efficiënter wordt gebruikt, maar wij zien veel liever dat de
vluchtstrook kan worden gebruikt voor alle verkeer op de A27, met name
bij het enorme knelpunt bij Eemnes. We hebben hierover vorig jaar een
motie ingediend, maar wij merken dat het kabinet terughoudend is. Hoe
hoog zijn de meerkosten om van de vluchtstrook bij de A27 een echte
spitsstrook te maken, gezien recente aanbestedingen? De markt vraagt om
werk en dan heeft niet alleen de snelwegbus, maar alle verkeer daar een
strook extra.

	Er is brede steun voor de spoedaanpak van de A28 Utrecht-Amersfoort en
wij zijn daar blij mee, met uitzondering van de afsluiting van de
aansluiting Hoevelaken. Wij begrijpen de zorg van het bedrijfsleven en
van de inwoners. Wij vragen de minister om er nog eens naar te kijken en
de Kamer daarover te rapporteren, want er is nog geen definitief besluit
genomen.

	Dan kom ik op Noord-Holland. Er is een klein stukje snelweg dat
ontbreekt bij de verbinding tussen de A8 en de A9. In het MIRT wordt
aangekondigd dat er nader onderzoek wordt gedaan. Wij vinden het heel
interessant dat de provincie Noord-Holland heeft aangeboden om veel meer
dan de helft van de kosten te betalen; naar ik meen een bijdrage van 110
van de 170 mln. die het gaat kosten, zodat die laatste kilometers
autosnelweg de rijksoverheid relatief weinig zullen kosten. Wij vragen
de minister om dit project naar voren te halen, zodat we dit stukje
snelweg, dit ontbrekende schakeltje, voor ruim een derde van de
investeringskosten voor elkaar kunnen krijgen.

	Bij de Zuidvleugel zijn wij enthousiast over de recente besluiten over
de tweede westelijke oeververbinding, de A13-A16 en de maatregelen aan
de A4 in de Haagse regio. Wij zien dat er bij elke variant voor- en
nadelen zijn en dus ook voor- en tegenstanders; mensen die heel gelukkig
zijn en mensen die teleurgesteld zijn. De noodzaak van die wegen is wat
ons betreft overduidelijk. Wie dat ontkent, nemen wij niet serieus. Wij
begrijpen de keuze voor de Blankenburgtunnel omdat de doorstroming beter
is en omdat de financiën veel gunstiger uitpakken dan bij de
Oranjetunnel. Het is ons niet geheel duidelijk wat de financiële
gevolgen zijn van de varianten oost, west en middendoor. Al deze
varianten hebben een nogal grote bandbreedte. Als een variant die de
goedkoopste was, wat duurder uitpakt, wordt deze opeens toch wat duurder
dan de andere variant die dan weer goedkoper uitpakt. Is het mogelijk om
nu of in de komende weken iets scherper in beeld te krijgen wat de
verwachte kosten zijn, zodat we een betere financiële afweging tussen
de varianten kunnen maken?

	De planstudie voor de A15 tussen Papendrecht en Gorcum is stilgelegd,
maar het gaat wel om een hoofdas, waar veel files zijn, dus wij zijn
daar niet gelukkig mee. Wij vinden echt dat de A15 van Rotterdam tot aan
de A12 bij de Duitse grens verbreed moet worden.

De heer Verhoeven (D66): De heer Aptroot sprak over de Blankenburgtunnel
en ging toen meteen door naar het volgende project, maar ik heb hierover
een vraag. Hij gaat voorbij aan het feit dat er ook tol wordt geheven.

De heer Aptroot (VVD): Daar kom ik straks op terug. Het tolverhaal heb
ik apart.

	Voorzitter. De kruising A15 en de afslag Wijngaarden worden aangepakt
voor onderhoud. We hebben van de gemeenten in de buurt gehoord dat het
minder dan 10 mln. zou kosten, als het eerste stuk flessenhals daar
wordt weggehaald doordat de verbreding daar begint. Ik kan dat niet
beoordelen, maar ik wil weten of de minister bereid is om de Kamer
komend voorjaar te informeren wat het zou betekenen als wij het eerste
stukje verbreding daar oplossen, als die kruising toch wordt aangepakt.
Dan zijn we daar een knelpunt kwijt.

	Er wordt uiterlijk 1 februari 2012 een besluit genomen over de Hoekse
spoorlijn. Het lijkt de VVD-fractie logisch om de Hoekse lijn af te
schakelen van het hoofdnet, dus bij NS weg te halen, en om deze te
koppelen aan het regionale net, RandstadRail, en daarmee aan het
Rotterdamse en Haagse tram- en metronet dat we binnenkort gaan
aanbesteden. We kunnen dat allemaal in een keer meenemen. Graag een
reactie van de minister.

	Wij hopen dat het lukt om de A58 in Brabant voor 2020 te realiseren. Er
is sprake van dat de provincie Brabant voorfinanciert. Wij gaan ervan
uit dat de minister daarvoor ruimte biedt, want zij moet bekijken of dat
binnen de comptabiliteitsregels past. Wanneer worden de laatste
besluiten genomen en kan de schop de grond in? Ik vraag de minister om
maximaal mee te werken aan de voorfinanciering.

	Wij hebben er begrip voor dat de A27 en A58 voorrang hebben, maar wij
vinden dat daarna de A59 moet worden aangepakt. De kruisingen vormen het
grootste probleem. Ik neem aan dat de andere woordvoerders hierover ook
zullen spreken. Wij hebben de indruk dat het knooppunt Hooipolder op de
kruising van de A27 en de A59 half wordt aangepakt. Bij het knooppunt
Waalwijk op de N261, een rijksweg, is de snelheid teruggebracht naar 70
km/u, zo slecht is het daar. Wij vragen de minister om voortvarend met
de provincie en de gemeenten verder te praten, om deze twee knooppunten
als eerste aan te pakken en om op termijn te groeien naar een A59 met
2x3 rijstroken en ongelijkvloerse kruisingen.

	Wij zijn er bijzonder tevreden over dat de motie-Aptroot/Koopmans zo
goed is uitgevoerd. Dank voor de steun van de andere fracties hiervoor.
De N65 wordt nu aangepakt. De doorstroming wordt verbeterd. De bak in
Vught betekent dat het daar weer prima wordt. Wij complimenteren niet
alleen de minister, maar ook de regio en de provincie, die fors hebben
meebetaald en meegedacht over niet alleen de meest luxe, maar ook de
meest haalbare variant. Wij lezen dat voor de zomer van 2012 het
definitieve besluit wordt genomen. Wanneer gaat de schop de grond in en
gaan de bulldozers rijden?

	Over de verbreding van de A2 Vonderen Kerensheide in Limburg lezen we
dat de provincie substantieel wil meefinancieren en dat er in mei 2012
vervolgafspraken worden gemaakt. Wij willen weten of er inderdaad in het
voorjaar definitieve besluiten worden genomen, als de gesprekken goed
verlopen, en wanneer de verbreding van de A2 dan zal kunnen
plaatsvinden.

	Ik heb al eerder vragen gesteld over de treinverbinding
Heerlen-Herzogenrath-Aken, die bij de nieuwe concessie hoofdspoor aan de
orde komt, net als andere grensoverschrijdende lijnen. Wij willen graag
dat die verbinding eerder start. Wij vragen de minister om alles op
alles te zetten om de regio de mogelijkheid te geven om eerder te gaan
rijden, want deze schijnt daartoe het initiatief te willen nemen.

	Dan kom ik op de zuidwestelijke delta. In Zeeland gaat het vooral om
kleinere projecten, zoals de afronding van de N62 bij Sluiskil en bij
Sloe. Ik weet dat deze provincie misschien niet het hardste schreeuwt,
maar wij gaan er wel vanuit dat het komend jaar besluiten worden genomen
over deze kleine verbeteringen. Als de A58 is verbreed, vinden wij dat
het westelijk deel tussen Vlissingen en Breda in een volgend MIRT aan de
orde moet komen. Is dat het geval?

	Dan kom ik op tol voor nieuwe wegen. De VVD-fractie is voorstander van
forse investeringen voor uitbreiding van bestaande wegen en daarnaast
voor extra verbindingen die meer keuzemogelijkheden voor de automobilist
bieden. Wat ons betreft zou je kunnen spreken van tolwegen als het een
weg wordt naast wegen die tolvrij blijven. Als we daarmee iets kunnen
realiseren wat er anders niet komt, zijn wij daarvoor. We hebben liever
een tolweg extra erbij dan dat we de beperkte wegverbeteringen krijgen
die normaal mogelijk zijn tot 2020 en 2028.

	Het doortrekken van de A15 en de verbinding A13/A16 die door het vorige
kabinet als tolweg waren aangemerkt voldoen wat ons betreft niet aan het
profiel van een weg die naast andere wegen komt. Wij zouden die twee
wegen, het doortrekken van de A15 en A13/A16, tolvrij willen maken. Ik
heb hierover gesproken bij de algemene beschouwingen. Wij willen dat de
komende tijd volgen. Zijn de andere fracties bereid om een positief
saldo van mee- en tegenvallers bij de aanbestedingen, als dat er is, te
gebruiken om de duur of de hoogte van de tol te verminderen of om deze
twee verbeteringen tolvrij te maken? Ik hoor graag de mening van de
minister hierover en ik ben benieuwd wat de andere fracties vinden van
de motie die ik hierover heb aangehouden.

	De nieuwe westelijke oeververbinding voldoet wel aan de criteria voor
tolwegen. We zijn blij dat de realisatie in zicht komt, waarover ik
eerder een motie heb ingediend samen met collega Koopmans. Dat is goed
nieuws. Wij vinden het jammer dat het tol wordt, maar wij hebben dat
zelf gesuggereerd en liever met tol dan niet. Er ontbreekt iets. Het
Gemeentelijk Havenbedrijf heeft een heel duidelijke toezegging gedaan,
ook in gesprek met CDA en VVD, dat het zou meebetalen zodat die weg er
eerder komt. Zij namen de lead. Het hele bedrijfsleven in de Rotterdamse
haven deed mee, maar nu zeggen ze nee. De VVD vindt het slap dat men
zich nu terugtrekt. Wij vragen de minister om te gaan heronderhandelen
met het Havenbedrijf. Wat ons betreft moet het mes op tafel, want zij
doen een beetje moeilijk. Zij zouden gewoon een bijdrage moeten leveren.

De heer Verhoeven (D66): Ik snap helemaal niets van wat de heer Aptroot
zegt over wel of geen tol. Hij begint nog vrij duidelijk met te zeggen
dat hij tol prima vindt als er een nieuwe weg komt. Dat is op zichzelf
te volgen. Vervolgens zegt hij: liever niet bij het doortrekken van de
A15 en bij de A13/A16, en dan weer wel bij de nieuwe westelijke
oeververbinding, of toch ook maar weer niet, want daarover heeft het
Havenbedrijf een toezegging gedaan en daarom zou het toch weer jammer
zijn dat er tol komt. Kortom, ik kan het niet volgen. Wat wil de VVD nu
als het gaat om het gebruiken van tol om nieuwe verbindingen of wegen
aan te leggen?

De heer Aptroot (VVD): Ik keek de zaal rond en dacht: als er iemand is
die het niet kan volgen, zal het collega Verhoeven wel zijn, maar ik zal
het hem nog een keer uitleggen. Wij vinden dat de automobilist dik heeft
betaald, wat heet, voor al die plannen die er zijn tot 2020 of 2028. Wij
zeggen: als we nog iets extra's kunnen realiseren bovenop al die
programma's, namelijk een snellere verbinding, terwijl daarnaast ook nog
de bestaande of te verbeteren verbindingen liggen, die tolvrij blijven,
dan kan zo'n nieuwe verbinding met tol zijn. Dat zou kunnen bij de
IJmeerbrug, als snelle verbinding tussen Amsterdam en Almere, of bij de
tweede westelijke oeververbinding. Bij de A15 gaat het om een weg die we
al veertig jaar geleden hadden moeten doortrekken, want die snelweg
loopt dood. Wij zeggen: dat had allang moeten gebeuren, dus geen tol,
maar wij gaan wel akkoord met tol bij de tweede westelijke
oeververbinding. Wij stemmen in met het voorstel van de minister, omdat
het Rijk een grote bijdrage levert en omdat die weg er anders niet zou
komen voor 2025-2028. Wat ontbreekt, is dat de toegezegde bijdrage van
het Havenbedrijf Rotterdam niet wordt waargemaakt. Wij willen gewoon dat
zij dat waarmaken. Dan wordt de tol minder of gaat naar nul.

De heer Verhoeven (D66): Over de nieuwe westelijke oeververbinding zegt
de VVD dus dat tol prima is, maar dat de hoogte ervan afhankelijk is van
de bijdrage van het Havenbedrijf. De VVD is dus van mening dat het
Havenbedrijf zo veel mogelijk zou moeten betalen om de tol zo laag
mogelijk te laten zijn?

De heer Aptroot (VVD): Ja.

De heer Bashir (SP): Vroeger kwam de VVD nog op voor de automobilist,
maar tegenwoordig wordt de automobilist, ook door de VVD, van alle
kanten gepakt, en dat vind ik jammer. Wanneer je tol heft voor de
Blankenburgtunnel, hebben automobilisten ook een gratis alternatief
dichtbij, namelijk de Benelux-corridor. Ik kan mij niet voorstellen dat
de Blankenburgtunnel dan rendabel wordt, met die tolheffing van de VVD.
Heeft de heer Aptroot daar rekening mee gehouden? Hoe heeft hij dat
becijferd?

De heer Aptroot (VVD): In het voorstel van de minister kun je lezen dat
daarnaar wordt gekeken. Het tolbedrag en de termijn staan niet vast,
maar moeten nader worden onderzocht. Als het enigszins kan, willen wij
de NWO tolvrij maken en ik begrijp dat de SP ons daarin steunt. Wat mij
betreft moeten we alle meevallers bij aanbestedingen gebruiken om de
weguitbreidingen tolvrij te maken. Ik ben benieuwd of de SP dat ook wil.

De heer Bashir (SP): Het valt mij op dat er met deze regering, met een
VVD-minister voor infrastructuur, een soort wildgroei is ontstaan van
allemaal tolwegen. Ik had liever gezien dat de VVD hier voor de
automobilist had gestaan, maar dat is helaas niet het geval. Ik wijs
erop dat in de milieueffectrapportage over de nieuwe westelijke
oeververbinding duidelijk staat dat de Blankenburgtunnel minder
doelbereik zal hebben wanneer er tol wordt geheven, dus dan heb je nog
steeds files en problemen bij de westkant van het Kethelplein. De heer
Aptroot kan wel zeggen dat hij de Blankenburgtunnel wil met tolheffing,
maar hij ziet kennelijk niet dat de problemen daarmee niet worden
oplost. Dan ben je nog steeds nergens. Welke problemen moet de
Blankenburgtunnel oplossen?

De heer Aptroot (VVD): De onderzoeken geven aan dat de Blankenburgtunnel
een groot deel van de problemen aan de westkant van Rotterdam oplost,
maar ik ben het met de heer Bashir eens dat een Blankenburgtunnel zonder
tol nog mooier is dan een Blankenburgtunnel met tol. Ik zal voorstellen
indienen om tol te voorkomen en ik reken daarbij op steun van de
SP-fractie, die dat nu wel verplicht is.

De heer De Rouwe (CDA): De VVD gaat terecht in op de rol van het
bedrijfsleven bij de tol voor de Blankenburgtunnel. Dat heeft in het
verleden aangeboden mee te doen. Om die reden is de VVD nu kritisch. Zij
stelt dat deze tunnel er niet kan komen zonder een particuliere bijdrage
in de vorm van tol. Dankzij particuliere bijdragen kun je soms meer
dingen doen. Dat is wat anders dan het algemene principe bij de A15. Ik
proef daar wel een verschil van argumenten. Ik zie dat er bij
Provinciale Staten ook veel bezwaren zijn tegen een tolconstructie. Kan
de heer Aptroot zich vinden in de gedachte om alleen tol toe te passen
om iets extra's mogelijk te maken, zodat de nieuwe westelijke
oeververbinding er voorlopig niet komt als het bedrijfsleven nee blijft
zeggen en de regio nee gaat zeggen tegen de tolheffing?

De heer Aptroot (VVD): Vooropstaat dat prioriteit nummer 1 tot en met 10
is dat die tweede westelijke oeververbinding er gewoon komt. Daarom heb
ik samen met de heer Koopmans, de vorige woordvoerder van het CDA, een
motie ingediend dat die weg er moet komen. Wij vinden dat deze er hoe
dan ook moet komen; als het niet anders kan met tol, maar als het
enigszins kan natuurlijk zonder tol, maar dat was tot nu toe niet
mogelijk. Het feit dat het voorstel er nu ligt, komt uitsluitend door de
motie-Koopmans/Aptroot, waarin wordt gezegd: haal maar naar voren,
minister, doe je best, en dan moet er maar een beetje tol worden
geheven.

De heer De Rouwe (CDA): Die duidelijke taal komt ook terug in de oproep
aan de minister om met het mes op tafel te gaan onderhandelen. Mijn
vraag is: stel dat die bijdrage van het bedrijfsleven achterwege blijft,
terwijl er een duidelijke toezegging is gedaan, hoe vertaalt de heer
Aptroot dat dan? Zal de VVD dan op voorhand wel even brullen, maar als
ze niet willen, krijgen ze hem toch?

De heer Aptroot (VVD): Het is heel duidelijk dat wij de NWO willen. Als
het bedrijfsleven de toezegging niet nakomt, gaan wij de ellende niet de
komende vijftien tot twintig jaar laten voortbestaan. Een ding is zeker:
je hebt elkaar altijd nodig. Straks is er een volgend wegproject en dan
komen het Rotterdamse bedrijfsleven en het Havenbedrijf ook weer en dan
zeggen wij: ho, sluit maar even achteraan in de rij aan. Ik zal de
minister niet meegeven hoe zij moet onderhandelen, maar als ik spreek
over het mes op tafel, betekent dit dat het wat mij betreft heel stevig
mag. Ik begrijp dat het CDA er net zo over denkt en daar ben ik blij
mee.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Als ik deze
discussie hoor, denk ik: ach, hadden we maar kilometerbeprijzing, dat
zou ons een hoop toldiscussies schelen. Ik ben wel benieuwd hoeveel het
de VVD waard is om tot tolvrije wegen te komen. Zouden we meevallers bij
aanbestedingen niet beter kunnen inzetten voor bestrijding van de
file-top-50? Kunnen we dan niet beter prioriteit geven aan de A15 bij
Papendrecht?

De heer Aptroot (VVD): Dat is een afweging die je moet maken. Eerlijk
gezegd vinden wij dat je in het algemeen kunt zeggen: als iemand veel
betaalt, is het de automobilist, want hij betaalt ongeveer vijf keer zo
veel aan specifieke autobelastingen als wat we in het wegennet stoppen.
De reiziger met het openbaar vervoer betaalt nog niet de helft. Wat dat
betreft zeggen wij: laten we er allereerst voor zorgen dat de
automobilist waar voor zijn geld krijgt en dat ervaart hij natuurlijk
toch in tolvrije wegen. Daarom zeggen we dat aanbestedingsmeevallers in
eerste instantie moeten worden gebruikt voor het tolvrij maken of houden
van wegen.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Het is wel
bijzonder om in dit debat te horen dat de automobilisten benoemd kunnen
worden tot de volgende kwetsbare groep in Nederland, naast bijvoorbeeld
chronisch zieken en gehandicapten. Toch blijft het een merkwaardige
keuze om meevallers in het tolvrij maken van wegen te steken en om op
die manier met het geld van de automobilisten om te gaan. Kun je dan
niet beter de prioriteit bij de echte filebestrijding leggen?

De heer Aptroot (VVD): Ik begrijp niet dat de fractie van de
ChristenUnie durft te spreken over prioriteiten bij filebestrijding,
want zij heeft amendementen ingediend op de begroting om honderden
miljoenen bij de weginvesteringen weg te halen en elders in te zetten,
namelijk voor één stationnetje bij Schiedam-Kethel. Daardoor gaan hele
stukken weg niet door, terwijl de automobilist vijf keer zoveel betaalt
als hij terug krijgt van het Rijk en de deelnemer aan het openbaar
vervoer nog niet de helft. De ChristenUnie kan niet praten over waar
voor zijn geld voor de automobilist, want dat is typisch een partij die
de automobilist uitmelkt.

	Voorzitter. Mijn complimenten voor het programma Beter Benutten. Wij
waren oorspronkelijk niet zo enthousiast, maar wij zien dat het echt
minder files geeft. Gelukkig ook extra asfalt, maar ook Park and Ride
voor fiets en auto, beter openbaar vervoer, slimmere aansluitingen,
betere fietsmogelijkheden, slim verkeersmanagement. Wij zeggen dus
gewoon: doen.

	Wij vinden dat nog steeds niet goed duidelijk is wat er gaat gebeuren
bij het Programma Hoogfrequent Spoor. In een aantal gemeenten zijn de
maatregelen echt onacceptabel, zoals wanneer er honderd goederentreinen
met een lengte van 800 meter door dorpen en kernen denderen,
bijvoorbeeld bij Deventer en Rheden. Ik blijf elke keer aan de minister
vragen wanneer het Programma Hoogfrequent Spoor opnieuw aan ons wordt
voorgelegd, zodat wij er echt over kunnen praten.

	Wij vinden het onverstandig dat gemeenten zoals Groningen en Nijmegen
onrendabele tramlijnen willen. Als zij er zelf voor kiezen, vinden wij
dat best, maar de burgers zullen er idioot veel voor moeten betalen en
het wordt nooit rendabel. Wij willen dat de minister aan die gemeenten
duidelijk maakt dat zij niet over dat soort projecten kunnen komen
praten. Dat doen we niet. Volgens ons is Utrecht de enige gemeente
zonder rails waar het gezien de echt dikke vervoersstromen een
interessant project kan zijn. We willen met elkaar de lijn afspreken dat
er voor trams in al die andere gemeenten geen geld is van de
belastingbetaler of van het Rijk.

Mevrouw De Caluwé (VVD): Voorzitter. Zoals mijn collega Aptroot al
aangaf, steunt de VVD de lijn van de regering op het gebied van
infrastructurele projecten, zoals vastgelegd in het MIRT. Wat betreft de
vaarwegen ben ik blij met de aandacht voor de binnenvaart. Met de
ingebruikname van Maasvlakte 2 zal vanaf de Maasvlakte een groot deel
van de goederen via de binnenvaart worden vervoerd. Als je bedenkt dat
de nieuwste binnenvaartschepen tot 180 keer meer kunnen vervoeren dan
een vrachtwagen, is het belang van de binnenvaart voor de ontlasting van
de wegen en het milieu duidelijk. De binnenvaart kan zeven keer meer aan
dan nu over de waterwegen wordt vervoerd, dus hier valt nog veel winst
te behalen. De VVD heeft ingezet op multimodaliteit, met name het
benutten van de grote hoeveelheid capaciteit die de waterwegen nog
beschikbaar hebben. Ik verzoek de regering, voortvarend om te gaan met
de kansen die er liggen op dit vlak.

	Ik vraag de aandacht van de minister voor enkele concrete projecten. De
vaarweg IJsselmeer-Meppel is een klasse 5-vaarweg, maar voldoet niet aan
de eisen. Terwijl de schutsluis bij Zwartsluis naar verwachting in 2015
klaar is, is het uitdiepen van de vaarweg verschoven naar de periode na
2021. Gezien het economische belang van de vaarweg verzoek ik de
minister, te overwegen om besluitvorming over het temporiseren van het
project vaarweg IJsselmeer-Meppel aan te houden tot het voorjaar van
2012, wanneer de MKBA beschikbaar is en vervolgens in overleg te treden
met de regio over het tijdpad en de wijze waarop de uitdieping van deze
vaarweg gerealiseerd kan worden.

	De planstudie voor het verplaatsen van de lichterlocatie ten behoeve
van de veiligheid voor de sluizen bij IJmuiden wordt vertraagd
uitgevoerd. In het belang van de veiligheid verzoek ik de minister om na
te denken over mogelijkheden voor een snellere uitvoering, wellicht door
aan te sturen op financieel aantrekkelijke en innovatieve oplossingen
vanuit de markt.

	Mijn laatste opmerking betreft de sedimentering in de Maas en de
Gelderse IJssel. In het kader van Natura 2000 en het programma Ruimte
voor de Rivier is gekozen voor rivierverruiming in plaats van
dijkversterking. Daarmee neemt het risico op het dichtslibben van de
vaarwegen echter toe, met de bijbehorende problemen en kosten. Hoe staat
de minister tegenover het behouden van een bepaalde mate van
dijkversterking?

Mevrouw Kuiken (PvdA): Voorzitter. Ik neem vandaag dit debat over van
Sharon Dijksma. Het is bijzonder om bij dit overleg te zijn. Wij kunnen
dit bestempelen als een rondje Nederland. Er wordt gesproken over al
onze wensen voor wegen, water en spoor, waarover vorige week ook is
gesproken.

	Mijn eerste punt betreft het geld dat wordt gebruikt voor al deze wegen
en spoorwegen. In mijn andere functie als voorzitter en lid van de
Tijdelijke commissie Onderhoud en innovatie spoor heb ik mij afgevraagd
in hoeverre de Kamer inzicht heeft in de geldstromen. Bij het bestuderen
van de stukken ontkom ik niet aan het beeld dat ook hier af en toe
sprake is van balletje-balletje. Mijn collega Aptroot stelde voor om
meevallers, die er misschien in de toekomst zijn, te gebruiken om de
toldekking te dichten. De minister stelt voor om het bedrag van 6 mln.
onderhoud als een ongedekte cheque te gebruiken als meevaller.

	Er is 130 mln. gereserveerd voor het 130 km/u rijden op het spoor en er
wordt deze week nog uitgebreid gesproken over het 130 km/u rijden. Mijn
eerste vraag is waar het geld daarvoor vandaan komt. In een uitgebreid
artikel in De Pers stond vanochtend dat de Kamer niet exact is
geïnformeerd over alle risico's van het 130 km/u rijden. Ik vraag de
minister om de Kamer een brief te sturen over de financiën en de
risico's van 130 km/u.

	De PvdA heeft natuurlijk bepaalde opvattingen over hoe je met de wegen
moet omgaan. Het moge helder zijn dat wij een duidelijke voorkeur hebben
voor Anders Betalen voor Mobiliteit en kiezen voor veel
spoorverbindingen om de wegen te ontlasten. Tegelijkertijd is het wel
belangrijk dat we ons kunnen vinden in de manier waarop geld wordt
uitgegeven aan wegen en aan het spoor. Daarom ga ik nu ook het rondje
Nederland langs.

	Ik begin in het noorden, met de Energyport Delfzijl, waarvan de Partij
van de Arbeid een zeer warm voorstander is. Er staan hoopgevende
passages over in het MIRT die nader zullen worden uitgewerkt. Dat moet
ook betekenen dat er middelen voor worden vrijgegeven. Dat is mijn
eerste boodschap aan de minister.

	Mijn collega van de VVD heeft ook al warme woorden gewijd aan Emmen,
maar er is een financieringstekort van 17 mln. Wij vragen de minister
ook om daaraan een bijdrage te leveren, dus ik zie zomaar een
meerderheid opkomen. Mijn collega Aptroot vroeg om een deel ervan, maar
ik zet in op 17 mln. Dan kunnen wij kijken waarop we uitkomen, als het
gaat om de infrastructurele aanpassingen die nodig zijn om het mooie
Dierenpark in Emmen en Emmen zelf in goede staat of in leven te houden.

	Over de Zuiderzeelijn is destijds een motie aangenomen van de heer
Koopmans, wiens naam vaak valt in dit debat. Daarin werd verzocht om 160
mln. te reserveren voor de spoordriehoek Noord-Nederland, om wachtsporen
aan te leggen en spoorbogen te realiseren. Mijn fractie wil graag weten
of deze motie wordt uitgevoerd.

	Mijn collega Aptroot heeft al gesproken over het nieuwe knooppunt
A28-N340. De provincie bekostigt uiteraard zelf de opwaardering van haar
eigen weg. Ook de gemeente Zwolle heeft toegezegd een bijdrage voor haar
rekening te nemen, niet alleen voor de weg, maar ook voor de knooppunten
met de rijkswegen. Ik denk dat als er geen bijdrage komt van het Rijk,
niet alles gerealiseerd kan worden en vertraging kan ontstaan. In het
ergste geval komt het tot afstel. Namens de fractie van de Partij van de
Arbeid en gesteund door de collega van de VVD vraag ik de minister om
een bijdrage van het Rijk hiervoor. Als we hierover een toezegging
kunnen krijgen, scheelt dat weer een motie.

	Er is al gesproken over het knooppunt Hoevelaken van de A28. Bij de
spoedaanpak van de A28 is een meevaller ontstaan van bijna 34 mln. Gelet
op het krappe budget voor het knooppunt Hoevelaken vragen wij de
minister om de meevaller op dit budget daaraan toe te voegen.

	Jaren geleden is er onder protest een tunnel aangelegd voor de
Betuweroute en nu dreigt er weer een brug aangelegd te worden voor de
A15. De kosten worden als belangrijkste argument naar voren gebracht. De
ANWB vraagt om dit niet te doen met het oog op het landschap en de
natuur. Het is beter om niet te kiezen voor een brug, maar om ook hier
te gaan voor een tunnel.

	De MER over de A15 geeft een onvolledig beeld van de milieueffecten van
de verschillende alternatieven. Wij vragen de minister om het
alternatief van een tunnel bij de A15 serieus mee te nemen, omdat
daarmee heel veel schade aan milieu en landschap voorkomen kan worden.
Dan zal de tunnel voor de Betuweroute ook geen weggegooid geld zijn.

	Dan ga ik van Oost naar Zuid. Er is afgesproken om de knooppunten in de
A27, waarvan we allemaal erkennen dat zij er zijn, op te lossen. Het
geld dat daarvoor is uitgetrokken, is niet genoeg om alle knelpunten op
te lossen. Het is ontzettend belangrijk om het knooppunt Hooipolder van
de A27 en de A59 mee te nemen, want anders staat er straks geen file
voor de Merwedebrug, maar op de brug, en dat is niet de bedoeling.

	Ik vraag ook om specifiek aandacht te besteden aan de A59 bij Waalwijk.
Voert de minister overleg met de regio om dit knelpunt serieus op te
pakken? De risico's wat betreft de milieueffecten zijn erg groot.
Volgens mij zijn bijna alle fracties het erover eens dat hier echt wat
moet gebeuren.

	Wat er ook gebeurt, samen met de ChristenUnie hebben wij er altijd voor
gepleit dat er ruimte moet blijven voor een spoorlijn die aansluit bij
de wegaanpak van de A27. Hoe staat het met die no-regretvariant, die wij
naar voren hebben gebracht? Is deze nog steeds inpasbaar?

	Mijn fractie is verheugd dat er een voorstel is om de A58, een
belangrijke weg, samen met het bedrijfsleven aan te pakken. Wij vragen
de minister om er niet te strak naar te kijken, als het gaat om de
regelgeving. Er moet ruimte worden geboden om met dit innovatieve
project om te gaan.

	Het is belangrijk voor de regio dat Eindhoven Airport volgens de
Alderstafel het tweede overloopgebied is naast Schiphol, maar dan moet
de infrastructuur rondom Eindhoven dat mogelijk maken. Dan gaat het om
de wegen en het landzijdig bereikbaar maken, maar ook om Eindhoven-Noord
als intercitystation. Wat is de visie van het kabinet op de ontsluiting
en de benodigde infrastructuur om Eindhoven Airport op de kaart te
zetten?

	Dan kom ik bij het spoor in Zuid. De spooraansluiting naar België
loopt niet echt lekker. We zijn al jaren bezig met de hsl. Er lijkt geen
beweging te zitten in de RoBellijn. De minister maakt er, zacht gezegd,
niet veel vaart mee. Het kan zijn dat de Hedwigepolder kwaad bloed heeft
gezet in België, maar het is wel zaak om deze akkefietjes op te lossen.
Ik wil graag weten wat de minister onderneemt om hierbij voortgang te
maken.

	Wij denken dat investeren in een spoorcorridor van Eindhoven naar
Düsseldorf belangrijk is om grensoverschrijdend treinverkeer mogelijk
te maken. Welke initiatieven neemt de minister om hierover afspraken te
maken met Duitsland?

	Lest best: van Zuid naar West. In de afgelopen week is er in de media
veel te doen geweest over de Blankenburgtunnel als nieuwe westelijke
oeververbinding. Ik zou zeggen: Oranje boven! Wij vinden de Oranjetunnel
een veel betere variant dan de Blankenburgtunnel, omdat er volgens ons
op de langere termijn betere infrastructurele oplossingen te vinden
zijn, waardoor de natuur veel minder onnodig wordt belast. Er wordt
gezegd dat men na lang wikken en wegen eindelijk tot een akkoord is
gekomen met de regio, maar ik denk dat het tijd is om opnieuw om de
tafel te gaan zitten, omdat de provincies en een aantal gemeenten zich
expliciet tegen de variant van de Blankenburgtunnel hebben uitgesproken.

	Ik heb een heel simpel verzoek aan de minister, namelijk om niet meteen
een besluit te nemen, maar de Oranjetunnelvariant serieus uit te werken
om tot een gedegen afweging te komen. Ik hoorde zelfs de heer Aptroot
zeggen dat hij nog geen definitief besluit kan nemen, omdat hij nog
bepaalde informatie mist. Ik heb dat echt goed verstaan. Ik denk dat dit
een goede oproep is om de Oranjetunnel nu serieus in overweging te nemen
en geen besluiten te nemen waarvan we later spijt krijgen.

De voorzitter: Mevrouw Kuiken, dat leek mij een uitnodiging aan de heer
Aptroot om u te interrumperen en hij hapt toe.

**

De heer Aptroot (VVD): Dit is geen interruptie, maar ik heb gezegd …

Mevrouw Kuiken (PvdA): Dan had u het woord niet moeten nemen.

De voorzitter: We kennen hier uitsluitend interrupties, mijnheer
Aptroot.

**

De heer Aptroot (VVD): Dan laat ik het maar even zitten, maar het klopt
gewoon weer niet wat de Partij van de Arbeid hier roept.

De voorzitter: U hebt uw punt kunnen maken, mevrouw Kuiken vervolgt haar
betoog.

**

Mevrouw Kuiken (PvdA): Als het gaat om Hoevelaken, zag ik alweer een
motie aankomen waarbij wij samen kunnen optrekken. Ik heb de heer
Aptroot wel degelijk horen zeggen dat hij vragen heeft over hoe het nu
precies zit met de financiering. Ik voeg er een element aan toe. Mijn
stelling is dat de Oranjetunnel onvoldoende serieus tegen het licht is
gehouden. Ik roep de minister op om dat nog te doen. Ook wij zijn geen
voorstander van tolheffing, maar wellicht om andere redenen dan de heer
Aptroot. Wij geloven meer in Anders Betalen voor Mobiliteit. Kortom, er
zijn genoeg argumenten om te zeggen dat we de plannen voor de
Blankenburgtunnel niet op die manier moeten uitvoeren.

	Bij de Rijnlandroute zit de Churchillavenue als een van de twee
varianten nog in het besluitvormingsproces. Er wordt gezocht naar
balans. Mijn fractie pleit voor een level playing field, om het simpel
te zeggen. Gun beide varianten evenveel kansen als het gaat om geld en
de wijze waarop er onderzoek naar wordt gedaan. Het moet niet zo zijn
dat een van de twee varianten nu al zodanig wordt beloond met
onderzoeksgeld dat deze automatisch als de beste uit de bus zal komen.

	De heer Aptroot heeft ook al gevraagd naar de missing link bij de A8-A9
om de bereikbaarheid van Zaanstad te vergroten. Dat is absoluut nodig.
Ik hoor graag een toezegging dat de minister bereid is om hieraan bij te
dragen. Mijn steun heeft zij daarbij.

	Wat betreft SMASH wordt er een structuurvisie gemaakt voor de
ontwikkeling rond Schiphol. Wordt hierbij expliciet aandacht besteed aan
Lelystad? Kan de minister een toelichting geven?

	Bij de Rijksbesluiten Amsterdam-Almere-Markermeer (RAAM) wordt een
hoogwaardig alternatief opgezet voor openbaar vervoer naar Almere. Wij
vragen de minister om ons op de hoogte te houden van de ontwikkelingen.
Wij vinden dit ontzettend belangrijk, omdat mensen nu al dagelijks, de
hele dag, staan in de trein, zowel in de eerste als in de tweede klasse.
Dat kan niet de bedoeling zijn, dus er moet snel een alternatief komen.

	Mijn collega Dijksma heeft samen met collega Çelik al een amendement
ingediend om gratis openbaar vervoer mogelijk te maken voor 16- en
17-jarige mbo-studenten. Openbaar vervoer is er niet alleen voor de
autorijders onder ons, maar ook voor mbo-scholieren die elke dag naar
hun school moeten.

De heer De Jong (PVV): Voorzitter. Allereerst bedank ik de minister voor
haar inzet bij de bestuurlijke MIRT-overleggen. Mijn fractie is over het
geheel genomen tevreden, omdat maar weer is gebleken dat er een minister
zit die van aanpakken weet. Toch willen wij nog enkele punten onder de
aandacht brengen.

	Allereerst wil ik weten hoe het staat met de uitvoering van mijn
aangenomen motie over een prioriteitstelling in het MIRT Projectenboek
2012. Tot op heden is er nog niets met deze motie gedaan. Ook dit jaar
worden er weer voor miljarden aan verkenningen en planstudies in het
MIRT vermeld die niet allemaal voor 2020 kunnen worden uitgevoerd, omdat
de financiële middelen daarvoor ontbreken. Dat betekent dat er keuzes
moeten worden gemaakt. Het was daarom handig geweest als de Kamer was
voorzien van een prioriteitstelling op basis van de macro-economische
belangen. Dat zou iedereen goed inzicht geven waarom bepaalde afwegingen
zijn gemaakt. Ik hoor hierop graag een reactie van de minister.

	Ik zal beginnen in het Noorden van dit mooie land. Hoe staat het nu
precies met het gebied bij de N33 tussen Assen en Zuidbroek? Mij heeft
het bericht bereikt dat de verbreding van deze weg, een van de meest
dodelijke wegen van het land, met twee jaar is vertraagd. Bovendien
lijkt Rijkswaterstaat aan te sturen op een onnodig dure oplossing, onder
meer door een geheel overbodige klaverbladaansluiting op de A28 bij
Assen. Gek genoeg wordt er dan weer wel bezuinigd op de
verkeersveiligheid door voor de variant zonder vluchtstrook te gaan. Kan
de minister aangeven waarom dit zo is? Hoe staat de minister tegenover
de 2x2-variant voor de N33, met vluchtstroken?

	Vorig jaar heeft mijn fractie voorgesteld om de peperdure multimodale
IJmeerverbinding met Almere te bekostigen middels een pps-constructie,
maar dit bleek helaas onrendabel. Ook een spoorverbinding is financieel
niet haalbaar. Dat is logisch want de verwachte bevolkingsgroei van
Almere wordt volgens de meest recente CBS-cijfers bij lange na niet
gehaald. Dit alles is echter onvoldoende reden voor de plaatselijke
wethouder om af te zien van het prestigeproject van een IJmeerverbinding
met alleen een metro. Deelt de minister onze mening dat het onverstandig
is om in deze tijden van crisis honderden miljoenen euro's te investeren
in een onrendabel metrolijntje? In plaats daarvan kan men zich beter
hard maken voor snelle realisatie van het project A1-A6-A9. Waarom moet
de realisatie hiervan maar liefst negen jaar duren? Kan dat niet
sneller, zo vraag ik de minister.

	Bij Amsterdam vraag ik mij af waarom er eerst nog onderzoek nodig is
voor een bedrag van 1,5 mln., terwijl uit de NMCA blijkt dat de A8 en de
A9 zelfs bij een scenario van lage groei volledig vastlopen. Waarom
kiest de minister er dan toch voor om de noodzakelijke verbinding A8-A9
op de lange baan te schuiven of zelfs te annuleren?

	Als we vervolgens verder rijden van Amsterdam richting Den Haag over de
A4, komen we bij het grootste fileknelpunt van ons land: de A4 bij
Burgerveen, Leiden. Het is heel goed dat de minister eerder gebruikmaakt
van de extra rijstroken, maar dat gaat helaas wel gepaard met een
gereduceerde snelheid. Ik wil niet vooruitlopen op het debat van
woensdag, maar ik ga er toch vanuit dat dit alleen gebeurt wanneer er
aan de weg wordt gewerkt en/of bij filedrukte.

	Als je vanuit het noorden aan komt rijden naar Den Haag, is er naast de
A4 nog een andere snelwegaansluiting, namelijk de A44. Het probleem is
dat deze verbinding stopt bij Wassenaar. Daar gaat de weg over in de
N44, die elke dag volledig dichtslibt. Een opwaardering van deze weg zou
een belangrijke toegangspoort kunnen bieden voor de noordelijke
aansluiting van Den Haag en tevens verlichting bieden wat betreft het
A4-knelpunt. Is de minister bereid om samen met de regio, de gemeente
Den Haag en het bedrijfsleven te bekijken of opwaardering van de N44
mogelijk is? Wellicht kan dit worden ondergebracht bij het programma A4
Poorten & Inprikkers.

	Als we vanuit Den Haag naar Rotterdam gaan, stuiten we op het project
A13-A16. Veel knelpunten in de file-top-50 komen voor op de noordelijke
ring van Rotterdam, die daarom nummer 1 stond op onze vorig jaar
gepresenteerde filehals-top 10. Het is goed om te zien dat de minister
hiermee voortvarend aan de slag gaat, al delen wij ook de twijfel van de
heer Aptroot of dit project geschikt is voor tolheffing. Wij vrezen dat
deze ertoe leidt dat automobilisten toch massaal hun weg kiezen over de
A20, die juist het grootste knelpunt vormt. Wij vragen ons daarom af wat
het verkeerskundig effect is van de Bosvariant, die begint met
verbreding van de A20. Volgens de laatste versie zou deze binnen het
beschikbare budget en tolvrij gerealiseerd kunnen worden. Is de minister
bereid om hiernaar te kijken, als dat klopt?

	Vervolgens wil ik even stilstaan bij de procedure en de onderzoeken
naar een van de projecten die in de afgelopen jaren het meest zijn
besproken: de nieuwe westelijke oeververbinding. Ik heb hierover
verschillende geluiden gehoord in het land. Er is vooral veel te doen
over de aanpak aan de hand van de Elverdingmethode. Hoe staat de
minister hier tegenover? Is er volgens haar vooraf voldoende inspraak
geweest van de verschillende betrokkenen? Hoe gaat zij in het algemeen
om met de reacties die in de afgelopen weken over dit project naar voren
zijn gebracht?

	Een veel gehoorde klacht is dat de breed gedragen variant van de
Oranjetunnel en de Suurhoffbrug, die een rechte verbinding vormt, zonder
opgaaf van redenen niet is meegenomen in verder onderzoek van de
projectorganisatie NWO, terwijl twee varianten die in onze ogen wat
minder kansrijk zijn, wel zijn onderzocht.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik heb twee vragen over de inspraak. Is
de heer De Jong het met mij eens dat inspraak niet betekent
voorlichting? Het is een beetje slikken of stikken; je slikt de
Blankenburgtunnel of je stikt er maar in. Mijn tweede vraag is of de
heer De Jong de motie van de heer De Mos in de Haagse raad van 7 oktober
2011 kent, waarin hij het college met klem verzoekt om zich hard te
maken voor de Oranjetunnel. Denkt de heer De Jong er ook zo over?

De heer De Jong (PVV): Richard de Mos, een zeer gewaardeerde collega van
mij, is woordvoerder over dit dossier in de Haagse gemeenteraad en ik
ben hier de woordvoerder namens de PVV landelijk, dus ik heb niet alleen
te maken met Den Haag of met Rotterdam, maar met heel Nederland. Het is
belangrijk om heel goed naar het financiële aspect te kijken. De PVV
vindt het ontzettend belangrijk om fileknelpunten aan te pakken die de
afgelopen jaren mede door links zijn ontstaan, waardoor de doorstroming
stokt. Wij vinden het heel belangrijk om daarmee goed rekening te houden
in onze besluitvorming. De heer De Mos heeft in de afgelopen tijd nogal
wat voor elkaar gekregen.

De voorzitter: Mijnheer De Jong, ik stel voor dat u zich beperkt in uw
antwoord, want we moeten een beetje naar de tijd kijken.

**

De heer De Jong (PVV): We hebben een debat van twaalf uur en ik wil
graag mijn antwoord afmaken.

De voorzitter: Kort maar krachtig.

**

De heer De Jong (PVV): Kort maar krachtig komt het neer op het volgende.
De heer De Mos heeft altijd gepleit voor een goede ontsluiting van Den
Haag. Ik ben blij met de voorstellen van de minister voor de Lozerlaan
en de Wippolderlaan en met het aanpakken van de capaciteit van de
Beatrixlaan. Dat zijn allemaal zaken die de heer De Mos goed naar voren
heeft gebracht en waarmee de minister aan de slag is gegaan.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Als je een vraag krijgt die je niet
bevalt, wordt er meestal antwoord gegeven op een niet gestelde vraag.
Dat is een van de Haagse mores die de PVV heel goed heeft begrepen, maar
volgens mij zijn ze niet om die reden in de Tweede Kamer gekomen. De
heer De Mos zit voor dezelfde partij, de PVV, in de Tweede Kamer. Als ik
het goed begrijp, is het standpunt op landelijk niveau heel anders dan
in de Haagse gemeenteraad. Bij de aanbesteding voor het openbaar vervoer
neemt de PVV ook een enigszins dubbelhartig standpunt in. Wat wilt de
heer De Jong nu eigenlijk? Is hij het met de heer De Mos eens of was het
een flauwekulmotie om de Haagse gemeenteraad of de Hagenaars gerust te
stellen, terwijl deze in de Tweede Kamer niets betekent? Ik wil daarover
een helder antwoord en niet over wat hij in een willekeurige straat
heeft gedaan.

De heer De Jong (PVV): Het blijkt maar weer dat de fractie van
GroenLinks een andere kijk heeft op democratie dan de PVV. Sinds wanneer
moeten wij ons in de Tweede Kamer verantwoorden over zaken die lokaal
naar voren worden gebracht? Ik steun de heer De Mos in al zijn zaken,
maar hij gaat over zijn lokale inbreng en ik ga hier over het landelijke
aspect, en dat weet mevrouw Van Gent heel goed.

	Dan de vraag hoe het zit met onze keuzes. Wij nemen
verantwoordelijkheid. Er moet 18 mld. worden bezuinigd en dan moet je
ontzettend goed kijken hoe de financiële situatie op dit moment is,
maar daar heeft mevrouw Van Gent natuurlijk nooit voor een millimeter
mee te maken gehad, omdat het woord "verantwoordelijkheid" door
GroenLinks in welk gedoog- of regeerakkoord dan ook niet naar voren is
gebracht. Ik snap de frustratie. Mevrouw Van Gent moet gewoon haar best
doen om het beter te doen in de peilingen, zodat het misschien in de
komende veertig jaar een keer gaat lukken om besluitvorming in elkaar te
zetten waar zij achter staat, maar op dit moment zijn het VVD, CDA en
PVV.

De voorzitter: Ik stel voor dat u het feitelijk houdt.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Mag ik vragen om een antwoord of is dat
te veel gevraagd?

De voorzitter: De heer De Jong gaat over zijn antwoord en u gaat over de
vragen. Ik stel voor om ons te beperken tot de zaken die vandaag op de
agenda staan en de algemene zaken buiten beschouwing te laten.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Was die motie in de Haagse gemeenteraad
dan een flauwekulmotie of stelt deze ook nog wat voor?

De voorzitter: Mevrouw Van Gent, u was wat later, dus u hebt gemist dat
we de interrupties in twee termijnen doen. Daar wil ik het ook echt bij
laten. De heer De Jong vervolgt zijn betoog, maar hij mag dit eventueel
meenemen.

**

De heer De Jong (PVV): Het is nogal logisch, wanneer je in de Haagse
gemeenteraad zit, dat je dan alles doet om naar voren te brengen wat het
beste is voor jouw stad, in dit geval Den Haag. Het is dan ook te
prijzen, en het is hartstikke goed dat de minister daarmee aan de slag
is gegaan, dat de heer De Mos rondom de Lozerlaan, de Wippolderlaan en
de Beatrixlaan voor elkaar heeft gekregen wat hij wilde. Daar ben ik
ontzettend trots op.

De voorzitter: Dit punt lijkt mij inmiddels voldoende bediscussieerd.

**

De heer Bashir (SP): Met die conclusie ben ik het niet eens, want ik heb
nog een vraag over dit onderwerp. De heer De Mos heeft volgens de heer
De Jong gezegd dat hij voor een betere ontsluiting is van Den Haag, maar
dat heeft hij niet gezegd. Hij heeft gezegd dat de Oranjetunnel zorgt
voor een betere ontsluiting van Den Haag. Wanneer hij die conclusie
heeft getrokken, begrijp ik niet waarom de PVV-fractie hier niet tot
dezelfde conclusie kan komen. Ik kom tot dezelfde conclusie als de heer
De Mos, namelijk dat de Oranjetunnel maatschappelijk gezien een veel
beter rendement kan behalen dan die vage Blankenburgtunnel.

De heer De Jong (PVV): Met alle respect, de heer Bashir mag concluderen
wat hij wil, maar ik ben nog niet klaar met mijn betoog over de
Oranjetunnel en de Blankenburgtunnel. Ik wil er wel op reageren. Het
verschil is dat de lokale politiek lokaal is en de landelijke politiek
landelijk, dus de belangen zijn anders. Een van de vragen die landelijk
spelen, is hoe het staat met de financiële afspraken die in het kabinet
zijn gemaakt over toekomstige infrastructurele projecten. Als je voor de
ene of de andere tunnel kiest, kan dat ten koste van iets anders gaan.
Er liggen nog heel veel vragen open bij de Blankenburgtunnel en de
Oranjetunnel. Wij willen graag dat de minister deze beantwoordt, zodat
wij een weloverwogen besluit kunnen nemen over deze twee tunnels. Ik wil
graag mijn betoog afmaken. Het is misschien handig als de heer Bashir
daarnaar luistert, zodat het iets duidelijker wordt.

De heer Bashir (SP): De heer De Jong doet alsof zijn partij de enige is
met een lokale afdeling, maar de SP heeft ook allemaal lokale
afdelingen. Wij hebben met de lokale SP-afdelingen, niet alleen die in
Den Haag, maar ook andere afdelingen die betrokken zijn bij dit
onderwerp, alle opties naast elkaar gelegd en wij zijn tot de conclusie
gekomen dat de Oranjetunnel voor een betere ontsluiting zorgt. Ik zou
zeggen: laat de echte PVV-fractie opstaan. Ik zal dan ook om een
hoofdelijke stemming vragen over dit onderwerp, zodat wij weten waar de
heer De Mos echt voor staat.

De voorzitter: Dit is geen vraag, maar de heer De Jong mag erop
reageren.

**

De heer De Jong (PVV): Het staat de heer Bashir vrij om een hoofdelijke
stemming aan te vragen. Hij gaat zijn feestelijke gang daar maar in. Ik
vraag de heer Bashir om te bekijken of de keuze van de SP-fractie in
Provinciale Staten inderdaad voor de Blankenburgtunnel is of voor de
Oranjetunnel. Ik zal mijn betoog afmaken, dan kan de heer Bashir kijken
naar wat zijn partij in de provincie heeft besloten en dan horen we dat
straks wel.

	Voorzitter. Om een goed en weloverwogen besluit te kunnen nemen, hebben
wij alle beschikbare informatie nodig. Wij zijn ons ervan bewust dat wij
niet in een makkelijke situatie zitten, maar in een zware economische
crisis. Daarom is het belangrijk om goed naar de financiële component
te kijken. Het verschil tussen de Oranjetunnel en de Blankenburgtunnel
is minimaal 800 mln. Dat is een zeer groot verschil, zeker in tijden van
crisis. De PVV-fractie is van mening dat het belangrijk is dat de
minister de verkeersknelpunten blijft aanpakken en doorgaat met het
aanleggen van asfalt. Een goede doorstroming is immers noodzakelijk voor
het opkrikken van de economieën in de verschillende regio's. Wij
onderstrepen dat het goed en verantwoordelijk is om goed financieel
beleid te voeren. Dat is ook nodig, want er zijn maar beperkt middelen
beschikbaar. Mijn vraag is of de minister kan aangeven wat de gevolgen
zijn van de keuze voor een van de twee tunnels voor het realiseren van
meer asfalt en het aanpakken van knelpunten in de rest van het land.

	Bijna iedereen is het erover eens dat er een nieuwe westelijke
oeververbinding nodig is. Ik vraag de minister om nog eens goed naar
alle kritieken te luisteren en ons de gevraagde informatie te
verstrekken. Ik weet zeker dat de andere partijen hierover vragen en
kritiekpunten hebben. Ik vraag de minister om daar goed naar te kijken,
want het leeft in het land, en dat is ook logisch. Er moet een goed,
weloverwogen besluit worden genomen en daarbij hebben wij alle
informatie nodig.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Ik vind het heel verstandig dat de PVV vraagt om
nadere informatie. Discussiepunten zijn of de informatievoorziening wel
goed is gegaan en of de varianten die zijn uitgewerkt, onder andere voor
de Oranjetunnel, wel kloppen. Heb ik het goed begrepen dat we daarvoor
steun kunnen krijgen als wij vragen om de variant van de Oranjetunnel
meer uit te werken, zodat er recht wordt gedaan aan dat vraagstuk?

De heer De Jong (PVV): Ik wacht liever eerst de beantwoording van de
minister af. Er wordt al jaren over dit project gesproken. Het is ook
belangrijk om te bedenken dat vertraging meer zal kosten. Als het weer
een paar jaar duurt voordat er besluitvorming komt over de nieuwe
westelijke oeververbinding, kost het zomaar miljoenen extra en dat
willen we niet. Ik roep de minister op om goed naar de kritieken en naar
het dossier te kijken, om ons te informeren en om de vraag die ik over
de Oranjetunnelvariant heb gesteld, te beantwoorden. Er moet een
weloverwogen besluit genomen kunnen worden, zoals mevrouw Kuiken ook
zegt, maar wel op basis van de informatie die wij daarbij nodig hebben.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Dan wacht ik de reactie van de minister even af,
maar dan zie ik wel mogelijkheden om samen op te trekken, omdat er nog
heel veel vragen zijn. Die opvatting deel ik met de PVV-fractie.

De heer De Jong (PVV): Dat is dus echt afhankelijk van de reactie van de
minister op de vraag die ik heb gesteld.

	Voorzitter. We zijn toch weer in het zuiden des lands aanbeland, op weg
naar Limburg. Dan sta ik weer stil in de file op de A58. In
tegenstelling tot de algemene trend dat de files afnemen, zijn de files
op de A58 in een jaar tijd verdubbeld. Er is haast geboden om deze files
op te lossen, dat zien ook het bedrijfsleven en de provincie. Zij willen
het project voorfinancieren, zodat de noodzakelijke verbreding vijf tot
zeven jaar eerder gerealiseerd kan worden. Ik roep de minister dan ook
op om zo snel mogelijk een verkenning te starten van het plan Zuidnet
A58 en om aan de slag te gaan met het voorstel van de provincie
Noord-Brabant inzake de voorfinanciering.

	Na urenlang filerijden zijn we uiteindelijk toch weer in het mooie
Limburg aanbeland. In de rest van het land gaat het hartstikke goed met
de fileaanpak. Ik ben ook blij met de plannen van de minister hiervoor,
maar er zitten wel wat haken en ogen aan het programma Beter Benutten,
zoals de minister wel weet. Wij hebben liever dat er gewoon meer asfalt
wordt aangelegd in plaats van geld te besteden aan het strooien met
bonussen om de auto thuis te laten staan of om op andere tijden te gaan
rijden, maar dat snapt de minister ook wel met haar 800 km.

	Het is goed dat de minister de files gaat aanpakken. Dat is van groot
belang voor het opkrikken van de economie. Files kosten immers miljarden
per jaar, zoals vanochtend ook in de krant stond. Daarom vraag ik de
minister hoe zij de recentelijk aangenomen motie-De Jong/De Rouwe over
de bezuinigingen door de wegwerkzaamheden niet overdag maar 's nachts te
laten plaatsvinden gaat uitvoeren. Het is belangrijk om die
wegwerkzaamheden niet tijdens de spits of op drukke momenten te laten
plaatsvinden. De motie om dat vooral in de nacht te doen is aangenomen,
dus graag een reactie.

	Ik kom nog even terug op het programma Beter Benutten. Zoals bekend
zijn wij van mening dat dit potje heel goed voor meer asfalt kan worden
gebruikt. De minister heeft daar haar eigen kijk op, maar wij hebben
toch een motie met enkele projecten die ik wellicht naar voren ga
brengen, maar daar moet ik nog even over nadenken. Je kunt je afvragen
of het in tijden van crisis gepast is om met subsidies te gaan strooien,
zoals voor het bekende spitsmijdproject. Dit project biedt geen
structurele oplossing in de strijd tegen files, want je kunt de mensen
niet vragen om honderd jaar lang hun auto thuis te laten staan. We
zouden graag inzicht hebben in het programma Beter Benutten en de
verschillende modaliteiten waaraan het geld wordt uitgegeven.

	Tot slot vraag ik de minister nogmaals om de focus te leggen op de
nieuwe westelijke oeververbinding.

De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. Ik zal eerst wat algemene
opmerkingen maken en daarna de regio's ingaan. Ik begin met een
welgemeend compliment aan de minister voor het inzichtelijk maken van
alle MIRT-projecten. De vorige minister had ook veel ambities, maar
kreeg de kritiek dat onduidelijk was waar het geld precies naartoe ging.
Het was altijd goed bedoeld en goed besteed, maar doordat er heel vaak
vertraging was, was het ook wel eens onduidelijk hoe het zat met de
geldstromen. Die minister heeft dat redelijk opgelost door de
besluitvorming over infrastructuur te verbeteren en te versnellen.
Daardoor kan deze minister ook realistischer plannen. Ik zie de eerste
aanzet daartoe vandaag in het MIRT, en dat ziet er heel goed uit.

	Er komt een mooi rapport aan van de commissie van mevrouw Kuiken over
het spoor. Ik wacht dat met veel interesse af, want ik denk dat daar
heel goede dingen in staan. Toch moet mij van het hart dat ik de kritiek
van daarnet een beetje hol vond. Er werd gesuggereerd dat het
MIRT-programma niet klopt. Dat mag gezegd worden, zeker, maar toen de
Kamer hier onlangs dieper op inging in een WGO, waren alleen de fracties
van CDA en VVD aanwezig die kritiek hadden, terwijl de PvdA en de gehele
oppositie ontbraken. Deze kritiek had daar moeten worden geuit. Ik merk
dat dit ook weer reacties oproept, en dat mag, maar ik ga dit niet
achter de rug om zeggen want ik vind dat dit juist op deze plaats gezegd
moet worden.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Even een voorstel van orde, want ik ga
hier niet op interrumperen, maar er wordt echt een verkeerde
voorstelling van zaken gegeven.

De voorzitter: Iedere spreker gaat over zijn eigen woorden. U hebt nog
alle ruimte om te interrumperen, als u vindt dat de heer De Rouwe een
probleem heeft.

**

De heer Verhoeven (D66): Ik heb tijdens de begrotingsbehandeling ook al
een keer gezegd dat ik er een beetje moe van word dat er met de vinger
wordt gewezen als anderen er niet zijn. Waar was de woordvoerder van de
CDA-fractie toen wij een algemeen overleg hadden over de situatie op het
spoor? Hij was er niet, maar wij hebben toen ook niet lopen zeuren dat
het allemaal een schande was. De fracties van D66, de SP, GroenLinks
waren er. De ChristenUnie had zelfs een vervanger geregeld, maar de
CDA-fractie ontbrak gewoon bij deze behandeling van de Wet
personenvervoer 2010. Kan de heer De Rouwe daar dan ook wat over zeggen?

De heer De Rouwe (CDA): Het gaat allereerst om de volgorde. Als hier
wordt gezegd dat de begroting technisch in elkaar zit, merk ik op dat
wij daar een speciaal debat over hadden, maar dat de PvdA er toen niet
was. Natuurlijk kun je niet altijd alle debatten bijwonen, daar heb ik
ook geen kritiek op. Dat kan iedereen overkomen, maar ik heb er kritiek
op dat er opmerkingen worden gemaakt over de begroting in technische zin
en dat de gehele oppositie afwezig was, toen er een apart debat over
was. Dat is iets anders dan dat mijn fractie een keer afwezig moet zijn
door persoonlijke omstandigheden en doordat onze woordvoerder in een
andere commissie zit, namelijk de commissie-De Wit. Het gaat mij om de
koppeling dat men heel veel kritiek heeft op de techniek en niet
aanwezig is op het moment dat erover wordt gesproken. Dat is de
opmerking die ik heb gemaakt.

De voorzitter: Als voorzitter herinner ik eraan dat we medio februari
het eindverslag krijgen van de tijdelijke commissie spoor. Ik denk dat
alle informatie over schuiven met gelden op de begroting voor spoor dan
ook duidelijk is. Dan kunnen wij het debat hierover voortzetten.

**

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Er zijn twee mogelijkheden: of ik
rond deze interruptie even af of het was geen interruptie. Ik vind het
allebei goed.

De voorzitter: Het was wel een interruptie, maar u hebt nog een
nabrander.

**

De heer Verhoeven (D66): Ik schiet hierop aan, omdat ik collegialiteit
ook van belang vind. We hebben hier een debat dat over de inhoud gaat.
Iedereen mag die inhoud op zijn eigen manier beoordelen. Het is nu
eenmaal niet mogelijk om bij elk debat aanwezig te zijn. Dat overkomt
iedereen wel eens, om welke reden dan ook. Laten we ervan uitgaan dat we
allemaal naar eer en geweten proberen zo goed mogelijk fysiek aanwezig
te zijn en laten we niet elkaar vliegen afvangen, wanneer er een fractie
ontbreekt, want volgens mij wordt het daar niet beter van. Dat is mijn
oproep aan de heer De Rouwe, die ik beschouw als een van de meest
collegiale collega's, dus daarom schiet ik hierop aan.

De voorzitter: Ik constateer dat het 1-1 staat na deze interruptie, dus
ik stel voor dat we er zand overheen gooien en de heer De Rouwe zijn
betoog laten vervolgen.

**

De heer De Rouwe (CDA): Ik merkte op dat niet alleen één fractie, maar
de gehele oppositie ontbrak. Dank voor het compliment voor mijn
collegialiteit, maar ik wil naar eer en geweten er niet bijhalen, want
dat is volgens mij niet de kwestie. De kwestie is op welk moment je
fundamentele kritiek geeft. Ik ben het eens met de mensen die zeggen dat
je elkaar er niet op moet aanspreken als iemand een keer niet aanwezig
kan zijn, maar het ging hier even om de relatie tussen kritiek hebben en
die volledige afwezigheid. Die opmerking heb ik gemaakt. De voorzitter
constateert dat het 1-1 staat. Laat iedereen zelf maar beoordelen wat
hij ervan vindt. Om terug te keren tot de inhoud van het MIRT, ik was
het inhoudelijk wel eens met de kritiek dat de financiën soms niet
altijd duidelijk waren, en die hebben we daar ook geuit.

	In het verleden is mijn fractie al eerder ingegaan op de social return
bij Rijkswaterstaat. Mijn fractie vindt het van zeer groot belang dat
het meer gebruikelijk wordt om bij aanbestedingen van Rijkswaterstaat of
het ministerie van IenM te kijken naar jongeren of andere mensen die
moeilijk op de arbeidsmarkt komen, zoals Wajongers, bijvoorbeeld door
bedrijven pluspunten te geven als zij er echt werk van maken om mensen
aan de onderkant van de samenleving erbij te betrekken. Mijn collega's
Van Hijum en Koopmans hebben hierover al eerder vragen gesteld.

	Rijkswaterstaat is een mega-investeerder van de overheid. Wij zien dan
ook graag een mega-inzet om dat sociale gezicht meer te betrekken bij
aanbestedingen als het gaat om stenen en asfalt, want daar zit wel
degelijk een sociale component aan. Ik vraag de minister om de ambitie
te tonen om hier meer aan te doen en de Kamer in het voorjaar een plan
van aanpak voor te leggen hoe wij mensen die moeilijk tot de
arbeidsmarkt komen, beter kunnen betrekken bij de vele aanbestedingen
die de overheid voor haar rekening neemt.

	In het verlengde hiervan wil ik niet alleen die mensen hierop
aanspreken, maar ook het bedrijfsleven. Ik noem hierbij pps. Het
aanleggen en onderhouden van infrastructuur biedt voor het bedrijfsleven
een mooie investeringskans. Voor het CDA is pps om die reden ook
belangrijk. Dat blijkt ook uit de notitie die mijn collega Blanksma
onlangs presenteerde over dit onderwerp. De minister heeft gezegd dat
haar ambitie is om het aantal pps-projecten te verdubbelen. Dat is
positief. Dit sluit aan bij het regeerakkoord, waarin staat dat het
kabinet met een groot aantal pps-projecten komt. Kan de minister deze
ambitie concreet maken? Het pps-loket, PPSsupport, is per 1 januari van
start gegaan. Dat is prima, maar hoe gaan we nu verder? De focus ligt nu
vooral op de grote projecten. Is de minister bereid om pps ook bij
kleinere projecten toe te passen? Ik hoop niet dat het kritiek oplevert,
maar ik heb de indruk dat pps soms moeilijk ligt bij het ministerie van
Financiën. Ik vraag de minister om zowel bij IenM als bij Financiën te
bepleiten om meer te doen met pps, maar daar kom ik nog op terug.

	Dan ga ik naar de robuustheidsanalyse. De minister wil in deze periode
de files met 20% terugbrengen met het programma Beter Benutten. Heeft
zij hierbij ook gekeken naar de mogelijkheid van een robuust wegennet,
waarbij de infrastructuur zo wordt ingericht dat deze minder vatbaar is
voor verstoringen? Een voorbeeld is het scheiden van het doorgaande en
het lokale verkeer door de zogenaamde supersnelwegen. Dit heeft goed
uitgepakt op de A2 bij Utrecht, Den Bosch en Eindhoven. De filecijfers
rond Eindhoven zijn sterk gedaald. De minister heeft in de
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) aangegeven dat zij het
wegennet robuuster wil maken. Hoe gaan wij dit de komende tijd
aanpakken? Wij juichen het toe dat dit MIRT daaraan een belangrijke
bijdrage levert. Voor het opstellen van het MIRT is de NMCA van groot
belang. Is de minister bereid om bij haar toekomstige analyses ook te
bekijken in hoeverre de robuustheid kan tellen en hoe wij deze zwaarder
kunnen laten wegen?

	Ik heb het programma Beter Benutten al even genoemd. Het is prima dat
de minister prioriteit legt bij acht regio's en daarvoor veel geld
uittrekt. Ik zie dat de regionale overheden ook bijdragen, maar ik vraag
mij af wat de bijdrage van het bedrijfsleven hieraan is, in euro's. Kan
de minister daar inzicht in geven?

	De minister legt terecht de nadruk investeringen in acht gebieden waar
veel files staan, maar wij missen de negende regio, te weten de rest van
Nederland, zoals Zeeland, Noord-Nederland en Oost-Nederland, waar
kansrijke benuttingsmaatregelen zijn die nu niet meedoen. Is de minister
bereid om de Kamer in het voorjaar te informeren of deze alsnog een kans
kunnen krijgen? Zij is toch minister van heel Nederland en niet alleen
van die acht regio's? De stedelijke distributie valt ook onder Beter
Benutten, maar deze is niet beperkt tot deze acht regio's, maar komt ook
daarbuiten voor. Ik vraag de minister om daar aandacht voor te hebben.

	Wij hebben de afgelopen jaren met succes steeds meer gehaald uit de
vluchtstroken, die steeds meer worden gebruikt om mensen eerder van A
naar B te krijgen. Zij waren oorspronkelijk bedoeld om
hulpverleningsdiensten eerder ter plaatse te laten zijn. Wij vinden het
positief om meer te halen uit de vluchtstroken, maar wij komen wel bij
een kritische grens, als hulpverleningsdiensten zoals politie en noem
maar op moeilijker op een locatie kunnen komen. Daar kan een
spanningsveld ontstaan. Wat is de visie van de minister op de
vluchtstrook van de toekomst? Worden deze meer gebruikt om er auto's op
te laten staan of door te laten rijden of vindt de minister de
vluchtstrook nog steeds van belang? Hoe gaan we daar in de toekomst mee
om? Ik proef en zie steeds meer druk op die strook. Mijn analyse is dat
de hulpverleningsdiensten daardoor meer in het nauw komen. Graag een
reactie van de minister.

	Samen met de VVD en de PVV heb ik vorig jaar een motie ingediend, die
ook werd gesteund door de ChristenUnie en de PvdA, om enkele miljarden
naar de regio's te verschuiven. Dat leverde toen wat consternatie op,
maar die motie is nu in uitvoering. Ik vind het positief dat de minister
een aantal projecten in het MIRT heeft opgenomen. Dank daarvoor. Wij
blijven dat volgen. Enkele projecten zijn niet uitgevoerd of op de lijst
gezet. Veel gelden zijn nog niet besteed, en terecht. Mijn fractie gaat
ervan uit dat de minister bij de nadere invulling van het MIRT rekening
houdt met deze lijst.

	Mevrouw De Caluwé van de VVD heeft goed gesproken over de
mogelijkheden en kansen van de binnenvaart. Ik sluit mij daarbij aan. Ik
maak gebruik van de gelegenheid om enkele punten aan te stippen. Ik
begin met een compliment, want wie weet wat dat zo meteen oplevert. Het
is mooi dat het Winschoterdiep is aangepakt. Er is een akkoord met
Friesland en Groningen, zodat het Rijk er afstand van neemt en de
verantwoordelijkheid bij de regio neerlegt en afkoopt. Dat is heel
positief. Fijn dat dit zo gebeurt.

	Wij constateren dat er vertraging is ontstaan bij de vaargeul
IJsselmeer-Meppel. Mijn fractie sluit zich aan bij de opmerking van de
VVD-fractie daarover. Wij hebben met de regio afgesproken om in 2015 te
gaan uitdiepen. De regio en het Rijk hebben daar in de afgelopen jaren
op geanticipeerd. Ik noem de keersluis bij Zwartsluis, de brug bij
Ramspol en de havens van Meppel en Kampen, waar de overheden, de
minister en het bedrijfsleven hebben geïnvesteerd om
baggerwerkzaamheden mogelijk te maken. Daarom vind ik dat de minister nu
niet kan zeggen dat het zes of zeven jaar wordt uitgesteld. Ik vraag
haar om te kijken naar mogelijke meevallers en naar mogelijkheden van
voorfinanciering door de regio om eerder te kunnen beginnen met
uitdiepen. Ik heb ook het pleidooi gehoord om dit te heroverwegen en de
Kamer hierover in het voorjaar te informeren. De CDA-fractie vindt dat
de investeringen die gedaan zijn, niet goed terugkomen, als we dit
zomaar even uitstellen. Dat heeft niet onze voorkeur.

	Dan ga ik naar het spoor, met name naar het baanvak Arnhem-Winterswijk,
waar sprake is van aanhoudende problemen. Mijn collega's Haverkamp en
Ormel hebben hierover al tweemaal schriftelijke vragen ingediend, waarop
de minister heeft geantwoord dat er een onderzoek wordt uitgevoerd. Hoe
ver zijn ProRail en Syntus met dit onderzoek? Is er al nagedacht over
oplossingen? Welke oplossingen zijn dat?

	Er kan vanuit Eindhoven goed grensoverschrijdend spoorvervoer
plaatsvinden. Wat is de stand van zaken bij de lijn
Eindhoven-Heerlen-Aken en Eindhoven-Düsseldorf? Hoe gaan we daarmee
verder?

	Door het CDA en door de regio is ook aandacht gevraagd voor de railport
Venlo. De gemeente Venlo heeft in februari van dit jaar een bidbook aan
de minister aangeboden over de ontwikkeling van railport Venlo. De regio
heeft dit plan aangeboden, omdat het containervervoer van Rotterdam en
Antwerpen naar het achterland de komende jaren gelukkig toeneemt. Om die
toenemende stroom containers te verwerken is een railport noodzakelijk
om een groot aantal vormen van logistieke dienstverlening op het spoor
te realiseren. Wat heeft de minister gedaan met dit bidbook? Heeft zij
het überhaupt wel gekregen? Het is een beetje stil rond dit onderwerp.
Gaat zij de regio ondersteunen bij de realisatie van dit project?

	Dan kom ik bij de aansluiting van Twente op het ICE-netwerk. Het gaat
steeds beter met het grensoverschrijdend treinvervoer vanuit Twente, dat
moet gezegd worden, maar aansluiting op Duitse ICE-netwerk is nog niet
gerealiseerd, terwijl deze treinen wel rijden tot Denemarken, België,
Oostenrijk, Zwitserland en zelfs Frankrijk. Kan de minister aangeven
waarom Twente er niet op aangesloten is? Deze trein rijdt immers wel
naar Arnhem, Utrecht en Amsterdam? Wat ons betreft moet deze de kans
hebben om verder te gaan. Dit geldt overigens niet alleen voor Twente,
maar ook voor Maastricht, Hengelo en Eindhoven. Kan de minister
onderzoek laten doen naar de haalbaarheid van het plan om deze steden
hierop aan te sluiten?

	Na de behandeling van deze algemene onderwerpen ga ik naar de regio's.
Ik begin met Noordwest-Nederland. De gemeente Beverwijk zou graag zien
dat met het oog op de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid en de
luchtkwaliteit de A22 wordt afgewaardeerd tot een provinciale weg. Is de
minister hiertoe bereid? Ik sluit mij gemakshalve aan bij de opmerkingen
die door mijn collega's zijn gemaakt over de A8/A9.

	Op grond van mijn eerdergenoemde motie is er geld beschikbaar gekomen
voor de stadsregio voor de N23, op grond van het convenant Anders
Betalen voor Mobiliteit. Vanaf wanneer is dat geld beschikbaar?

	In Utrecht springt het knooppunt Hoevelaken eruit. In januari 2011
hebben de betrokken gemeenten en de provincie te horen gekregen dat er
geen geld is voor de voorkeursvariant van knooppunt Hoevelaken. In
plaats daarvan wil de minister een uitgeklede variant uitvoeren.
Onderdeel hiervan is het afsluiten van op- en afritten. Volgens een
studie van Rijkswaterstaat leidt dit tot enorme druk op het
onderliggende wegennet. Ook de maatregelen om geluidsoverlast terug te
dringen worden wegbezuinigd. Kan de minister toelichten waarom hiervoor
wordt gekozen? Het lijkt ons zo onlogisch. We hebben ook gehoord dat er
op ditzelfde traject een meevaller is van 30 mln. Kan de minister
bekijken of die 30 mln. op grond van de bestaande systematiek voor deze
projecten kan worden ingezet?

	Er is al veel gesproken over de nieuwe westelijke oeververbinding. Ik
heb een bang vermoeden dat wij in dit MIRT niet alles kunnen behandelen.
Mijn fractie heeft een aantal bezwaren tegen het voorstel. Ik sluit mij
aan bij de vraag van de heer Aptroot over het bedrijfsleven. Ik zie dat
de minister in de voorstellen geen rekening heeft gelegd bij de mooie
woorden van het Havenbedrijf en anderen om mee te betalen. Waarom heeft
de minister deze geste gedaan aan het bedrijfsleven, terwijl wij juist
vinden dat zij ook mogen betalen?

	Ik kan mij voorstellen dat de regio's die de Blankenburgtunnel krijgen,
ertegen zijn, waarbij een element is dat je dat liever niet hebt in je
eigen achtertuin. Er wordt terecht gevraagd hoe het zit met de
natuurwaarden. De Blankenburgtunnel scoort hierop kennelijk veel
slechter dan de Oranjetunnel. Hoe reageert de minister daarop? Hoe gaat
zij om met de inpassing en de zorg, die ik terecht vind, of het groene
gebied onaangetast blijft? Ik wil echt dat de minister erkent dat deze
zorg er is.

	Een ander punt betreft de kritiek van de ANWB, die helemaal niet voor
de Blankenburgtunnel is. Deze club, die een balans zoekt tussen de
belangen van automobilisten en van recreatie, pleit voor de
Oranjetunnel. Gezien de vragen die mijn fractie nog heeft, denk ik dat
we in de komende procedurevergadering moeten bekijken of er nader over
gesproken moet worden, om recht te doen aan dit moeilijke onderwerp.

De heer Verhoeven (D66): Het lijkt mij sowieso heel verstandig om apart
over dit onderwerp te debatteren. We hebben er ook een rondetafelgesprek
over gehouden. De heer De Rouwe zegt terecht dat die natuurwaarden toch
wel onder druk komen te staan. Hij vraagt aan de minister wat zij gaat
doen om ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt. Ik denk dat de minister
zal moeten toegeven dat dit bijna onvermijdelijk is met deze variant.
Hoe serieus betrekt de CDA-fractie de natuur in de afweging, als het er
echt op aan komt?

De heer De Rouwe (CDA): Natuur is een van de elementen die wij meewegen.
Ik wil niet suggereren dat wij een eenzijdige blik hebben dat natuur
bepalend is, maar dat verwijt ik D66 ook niet. Wanneer je infrastructuur
aanlegt, moet je accepteren dat er op die plaats een aantasting kan
zijn. Daarom is mijn vraag hoe we met die aantasting omgaan. Is de
minister bereid om deze op de een of andere manier te compenseren? Ik
vraag allereerst hoe groot die aantasting is.

	Ik ben zelf in dat gebied geweest om rond te kijken en met de mensen te
spreken over waar die tunnel eventueel komt. Ik heb ook geconstateerd
dat er voor een deel recent aangelegde natuur is gekomen. Ik wil dat
gewoon wegen. Er zijn twee zorgen in dat gebied. De ene zorg is dat de
natuur wordt aangetast door deze variant, maar de achterliggende zorg
betreft het gebied als geheel. Ik wil weten of daar een onbalans in komt
of dat we deze met maatregelen kunnen compenseren of verbeteren. Of gaat
het inderdaad zo ver dat je dat niet zou willen? Die laatste conclusie
wil ik niet op voorhand trekken, want dan suggereer ik te veel. Ik wil
er genuanceerd naar kijken. Ik voel mij ook verantwoordelijk voor de
mensen die daar wonen. Zij moeten hun verhaal hier kunnen laten horen.
Daarom anticipeer ik op een iets uitgebreider debat, zodat we dat
eerlijk kunnen afwegen. Tegelijkertijd zie ik dat de Oranjetunnel
slechter scoort als het gaat om probleemoplossend vermogen en doordat
deze een behoorlijke rekening heeft. Dat zijn ook punten die ik als
volksvertegenwoordiger moet en wil wegen.

De heer Verhoeven (D66): Het is nog niet helder wat de CDA-fractie nu
vindt, maar dat is ook niet te verwachten. Wij steunen het voorstel om
er verder over te praten, want ik denk dat dit nodig is. Mag ik
concluderen dat de CDA-fractie nog niet volmondig ja zegt tegen de keuze
die de minister heeft gemaakt?

De heer De Rouwe (CDA): Het klopt dat wij een slag om de arm houden en
dat wij echt een debat nodig hebben om te bekijken of alles wat er is
gezegd, ook klopt en om vervolgens een definitieve afweging te maken. Ik
zeg niet op voorhand dat wij dan maar voor de Oranjetunnel zijn, want ik
heb bezwarende criteria gezien die ik niet lichtzinnig zal wegen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): De heer De Rouwe zegt dat hij allemaal
mensen in de regio heeft gesproken. Ik ben er zelf ook geweest en ik heb
daar de heer Cees Oosterom ontmoet, een heel leuke CDA-wethouder van
Vlaardingen, die mordicus tegen de Blankenburgtunnel is. Hij heeft daar
heel goede argumenten voor. Heeft de heer De Rouwe die wethouder ook
gesproken? Het prijsverschil tussen de Oranjetunnel en de
Blankenburgtunnel wordt in mijn ogen zwaar overdreven, omdat de
aansluiting op de A20 niet fatsoenlijk is meegerekend. Vindt de heer De
Rouwe ook dat die informatie er alsnog moet komen? Waar staat hij nu
precies? Hij stelt een heleboel vragen. Doet hij dat omdat hij eigenlijk
liever de Oranjetunnel heeft of omdat alle opties nog evenveel kans
maken?

De heer De Rouwe (CDA): Ik ben het er zeer mee eens dat wij daar een
leuke wethouder hebben, die ook heel goed is.

De voorzitter: Hij luistert waarschijnlijk mee.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Hij heeft ook een heel goede mening.

De heer De Rouwe (CDA): Ik heb ook met de CDA'ers aldaar gesproken, maar
er zijn ook goede en leuke wethouders die tegen het traject Oranjetunnel
zijn. We hebben gewoon fantastisch aardige mensen, maar ik heb ook
mensen van GroenLinks gesproken, die over het algemeen tegen de
Blankenburgtunnel zijn. Prima allemaal. Ik ben daar geweest omdat ik de
mensen wilde horen die er heel veel moeite mee en bezwaren tegen hadden.
Ik voel mij er verantwoordelijk voor om die geluiden niet af te doen
door te zeggen dat ik het er niet mee eens ben of dat ik deze meeneem,
maar om deze ook hier in een fatsoenlijk debat te laten klinken. Dat is
ook onze taak als volksvertegenwoordiger. We moeten niet op voorhand ons
praatje klaar hebben, maar bereid zijn om de bezwaren en de pijn die
daar oprecht leven, hier te bespreken. Uiteindelijk zullen wij moeten
afwegen hoe zwaar het ene of het andere telt. Hoe groot is het
probleemoplossend vermogen van het ene of het andere traject? Hoe
vervelend het ook is, het gaat er ook om hoe het prijskaartje en de
portemonnee eruitzien. Het klopt dat de keuze van het CDA nog niet
duidelijk is, want wij willen graag een afgewogen keuze maken. Daar loop
ik niet voor weg. Ik vind het ook fatsoenlijk om er een goed debat met
de minister over te hebben, al was het alleen maar om de bezwaren die
mevrouw Van Gent ook heeft, te wikken en te wegen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik hoop dat de natuur bij het CDA ook een
prijs kent, want deze is meestal het kind van de rekening. Ik heb een
vraag gesteld over de prijs van de Blankenburgtunnel en de Oranjetunnel.
Critici zeggen dat het verschil met 1,2 mld. versus 2,1 mld. maximaal
wordt gehouden en dat de aansluiting op de A20 niet fatsoenlijk is
meegerekend. Vindt de heer De Rouwe ook dat dit alsnog moet gebeuren?
Dan hebben wij beter vergelijkingsmateriaal, waarbij niet alleen wordt
gekeken naar de prijs, maar ook naar de natuur.

De heer De Rouwe (CDA): Ik constateer dat de prijsverschillen in de
voorstellen van de minister inderdaad significant zijn. Ik heb ook
gehoord dat er vragen zijn in de regio over de berekening daarvan.
Mevrouw Van Gent stelt op voorhand dat er nieuw onderzoek moet komen,
maar mijn fractie wil eerst een fatsoenlijk debat met de minister,
waarin zij dit verdedigt en aantoont of dat wel zo is. Dan kunnen wij
samen het geluid van de critici hier laten horen, om de minister het
vuur aan de schenen te leggen. Ik vind dat de minister dat moet
verantwoorden. Afhankelijk van de beantwoording kunnen wij altijd
bekijken of er nader onderzoek moet komen. Ik zeg erbij dat mijn fractie
wel voor een verbinding is. Mijn fractie heeft ook het geluid uit de
regio gehoord dat die verbinding er moet komen en dat we daar niet tien
of twintig jaar op moeten wachten.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik ben blij dat
het CDA het woord "natuur" weer eens in de mond neemt. De heer De Rouwe
vreest een bepaalde onbalans. Ik deel die zorg en ik ben heel benieuwd
naar een wat bredere visie van het CDA op hoe wij de natuur in de
Randstad kunnen behouden. Dat staat haaks op de maatregelen die nu
plaatsvinden. Er wordt een dikke streep gezet door recreatie om de stad,
die wordt wegbezuinigd. De CDA-fractie pleit voor compensatiemaatregelen
om natuur te behouden binnen Natura 2000-gebieden. Je kunt van alles van
de Randstad vinden, maar het is geen Natura 2000-gebied. Eigenlijk zie
ik bij het CDA een stapeling van maatregelen die het groen en de natuur
in de Randstad onder druk zetten.

De heer De Rouwe (CDA): Ik heb in mijn kritische beschouwingen over de
NWO laten weten dat ik de natuur een punt van zorg vind, vooral omdat de
regio daar zorgen over heeft. Ik heb ook gezegd dat er misschien wel
kritische kanttekeningen te maken zijn bij het natuurverhaal als
zodanig, omdat ik ter plaatse heb gezien dat deze soms recent is
aangelegd. Ik zeg niet op voorhand dat we aantasting daarvan koste wat
het kost moeten voorkomen, maar ik wil het wel in balans zien bij de
bespreking met de Kamer en met de minister. Ik zeg inderdaad dat dit
meeweegt, maar wij zijn niet voor niets een middenpartij. Ik wil ook
bekijken hoe de kosten zich verhouden en hoe wij de problemen elders in
het gebied oplossen, want daarvoor hebben we het oorspronkelijk gedaan.
Het is ook in het belang van de natuur om te voorkomen dat auto's
onnodig vast staan, met als gevolg dat mensen die kritiek hebben op het
natuurbeleid, ook heel veel overlast ervaren door onnodige
uitlaatgassen. In die zin bekijk ik het breed en vind ik het nog niet
het moment om een definitieve afweging te maken.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik verwacht toch
een visie van het CDA over de wijze waarop de kosten of het prijskaartje
dat ook aan de natuur en aan natuurwaarden hangt, worden meegewogen. Dat
zie ik absoluut niet terug. Integendeel. Allerlei maatregelen die er
waren om nog een beetje groen en natuur in de Randstad overeind te
houden, bijvoorbeeld met compensatiemiddelen, worden weggehaald uit dat
gebied. Het zijn mooie woorden, maar ik zie zo weinig mogelijkheden om
daar echt daden aan toe te voegen.

De heer De Rouwe (CDA): Mevrouw Wiegman noemde de natuurwaarden. Ik
beperk mij tot de NWO, want daar hebben we het nu over. De verleiding is
groot om hier een heel natuurdebat te houden, maar ik vind dit niet de
juiste locatie of het juiste moment. Ik heb inderdaad gevraagd naar de
natuurwaarde van de NWO. Ik heb gesproken over aangelegde natuur. Ik
weet ook dat er een poel is waar diersoorten ruimte hebben. Ik snap het
punt van het gebied. Natuurwaarden en -ruimte zijn daar heel schaars.
Het gebied maakt zich zorgen over de effecten van een tunnel. Het feit
dat ik dit noem, geeft aan dat ik daar waarde aan hecht, maar ik wil
geen valse suggesties wekken. Ik beoordeel het totale plaatje, dus ook
de zojuist genoemde criteria. Uiteindelijk zal er een afweging moeten
plaatsvinden. Als de natuur voor mij niet telde, zou ik deze niet
noemen, maar ik ga mij niet linkser gedragen dan de GroenLinks-fractie,
want dat zou ik ook een beetje schijnheilig vinden.

De voorzitter: U hebt nog vier minuten voor het vervolg van uw betoog.

**

De heer De Rouwe (CDA): Dan zou ik graag vijf minuten van mijn tweede
termijn gebruiken voor deze eerste termijn.

De voorzitter: Dat mag.

**

De heer De Rouwe (CDA): Dank u wel.

	Voorzitter. Dan ga ik naar de A15. De Mainport Rotterdam is van groot
belang voor onze economie, zoals al is gezegd. Het is goed dat we daar
los gaan en ruimte creëren om tot een tweede mainport te komen. De
achterlandverbindingen blijven altijd een punt dat genoemd moet worden.
Door de regio wordt aangedrongen op goede doorstroomprogramma's. Die
houding proef ik ook bij de minister, maar volgens de regio is er te
weinig beweging als het gaat om de A15 Papendrecht-Gorcum. TLN en EVO
zijn toevallig vandaag gekomen met een top 20 van duurste trajecten. Dit
traject komt op nummer 9 binnen, omdat het bedrijfsleven hier grote
schade lijdt. Ik vraag de minister om dit project toch wat steviger op
de agenda te zetten. Een argument is dat het past binnen de visie van de
minister om te investeren waar het nodig is. Ik heb daar wel eens
nuances bij aangebracht, maar ik kan het nu verdedigen. Dat zal hier
zeker kunnen.

	Bij het knooppunt Merwedebrug op de A27 staat steevast een file, omdat
hier een flessenhals bestaat. Het is van belang om hiervoor een goede en
snelle oplossing te vinden. Wat is de stand van zaken? Hoe gaan we dit
oplossen?

	Dan de zuidwestelijke delta. De provincie Zeeland stelt zich altijd
heel constructief en bescheiden op en dat mag ook wel beloond worden. De
zeesluis bij Terneuzen is voornamelijk van belang voor België, omdat de
haven van Gent hierdoor beter bereikbaar wordt. Het Rijk draagt hieraan
bij en verlaagt de totale bijdrage aan de provincie Zeeland met
hetzelfde bedrag. De vraag is of Zeeland nu moet bloeden voor Gent, om
het wat populistisch te zeggen. Zoals gezegd, de zeesluis is belangrijk
voor België, maar niet zozeer voor Zeeland zelf. Waarom zou de
provincie hier dan aan mee moeten betalen? Welke oplossing ziet de
minister om het gebied rond Zeeland te versterken?

	In Brabant is de aanpak van de A58 Eindhoven-Tilburg-Breda over tien
jaar gepland. Het CDA juicht het toe dat het bedrijfsleven dit samen met
de regio naar voren wil halen. Daarvoor wil men innovatieve
pps-constructies uitwerken. Ik vraag de minister om daar flexibel aan
mee te werken, omdat pps nieuw is en soms ingaat tegen de gevestigde
orde en regels. Als we dit echt willen, moeten we er flexibel mee omgaan
en de ruimte daarvoor bieden.

	Een ander fileknelpunt, waar dagelijks automobilisten vast staan, is de
kruising A59-A27 bij knooppunt Hooipolder. Ik vraag de minister om toe
te zeggen dat dit knooppunt wordt benoemd tot derde prioriteit in de
aanpak van de A27.

	Ik zak af naar Limburg. De A2 moet ter hoogte van het knooppunt
Vonderen-Kerensheide worden verbreed tot 2x3 rijstroken. Mijn collega's
De Jong, Aptroot en Koopmans hebben hierover een motie ingediend, die
naar onze mening nog niet voldoende is uitgevoerd. Hoe gaat de minister
deze motie uitvoeren?

	In Oost-Nederland spelen een aantal trajecten, onder andere de
aansluiting A28-N340. De provincie financiert de kosten van de N340, die
in totaal 250 mln. bedragen. Een aansluiting van deze weg op de A28 is
echter wel noodzakelijk. De provincie Overijssel en de gemeente Zwolle
dragen hieraan 50% bij; in totaal 15 tot 20 mln. Deze grote bijdrage van
de regio zou de minister toch moeten verleiden om er een ander bedrag
bij te leggen.

	Een moeilijk punt is dat inzake de N35 een amendement is aangenomen dat
uitgevoerd moet worden. Het is voor mijn fractie niet acceptabel dat de
minister dit wegschuift. We vinden dat de verkenning alsnog gestart moet
worden, want wij hebben niet voor niets dat amendement ingediend. Ik
geef de minister de kans om dat alsnog toe te zeggen, maar ik vind het
eigenlijk heel raar dat dit amendement niet volwaardig wordt uitgevoerd.
Ik steun het pleidooi van de regio voor de N35 en ik kom eventueel in
tweede termijn met een motie.

	De financiering en de bestemmingsplannen voor een extra aansluiting van
de N50 in Kampen op de Zuiderzeehaven zijn geregeld. Het enige waar zij
nog op wachten, is de handtekening van de minister. Wanneer komt die
handtekening, minister?

	Bij onderhoudswerkzaamheden aan de Westpoortbrug in de zomer van dit
jaar heeft Rijkswaterstaat zogeheten step barriers geplaatst, waardoor
de passeerbaarheid voor landbouwvoertuigen en vrachtwagens sterk wordt
ingeperkt. De heer Koopmans en de heer Aptroot hebben hierover al
opmerkingen gemaakt. Is hier een structurele oplossing voor?

	In de regio bestaat de angst dat er na oplevering van de projecten voor
de extra brug voor de A50 grote files ontstaan op de A73, zoals de
cijfers ook aangeven. De bottleneck is de zogenaamde Duitse bocht bij
Ewijk, die maar één rijstrook heeft. Zijn deze verwachtingen reëel?
Is de minister bereid om dit op te lossen, bijvoorbeeld door een extra
rijbaan toe te voegen?

	De meeste woordvoerders begonnen met het noorden, maar als Fries
Kamerlid eindig ik daarmee. Het is heel goed dat er veel projecten in
het noorden los gaan. Ik heb nog een vraag over het aquaduct Skarster
Rien, waarover mijn fractie samen met anderen een motie heeft ingediend.
Kan de minister de rijksbijdrage hiervoor via het Mobiliteitsfonds laten
lopen?

	Tot slot nog twee opmerkingen. De eerste betreft het Atalantaproject.
De Kamer heeft in het verleden vaak en terecht compassie gehad met
Emmen, net als de voorgangers van de minister. Er is een motie over
ingediend die naar ons oordeel nog niet is uitgevoerd. Mevrouw Kuiken
noemde al 8,5 mln. van het Rijk, toen de balletjes op tafel kwamen, maar
ik vraag de minister om blijvende betrokkenheid bij deze regio, die het
heel moeilijk heeft, met een behoorlijke gebiedsinrichting aanpak. Ik
vraag de minister echt om te bekijken of wij deze regio tegemoet kunnen
komen.

De heer Bashir (SP): Ik heb het lijstje van de heer De Rouwe aangehoord,
maar ik mis een heel belangrijk onderwerp, namelijk het doortrekken van
de A15. Ik vind dat ongewenst, omdat het ertoe leidt dat wij met
terugwerkende kracht aan kapitaalvernietiging doen, omdat het 125 mln.
heeft gekost om de Betuwelijn onder het Pannerdensch kanaal aan te
leggen in plaats van eroverheen, maar nu komt er toch een brug. Mijn
vraag is of de heer De Rouwe ook vindt dat bij het doortrekken van de
A15 een tunnel onderzocht moet worden.

De heer De Rouwe (CDA): Mijn fractie vindt al heel lang en heel
intensief dat die doortrekking er moet komen. Dat is het
allerbelangrijkste. Als dat kan met een brug, heeft dat onze steun. Ik
heb liever een A15 met brug dan helemaal niets. Tegelijkertijd
constateer ik dat daar draagvlak voor is bij de besturen in de regio.
Dat vind ik winst. Ik snap dat er mensen zijn die zeggen: doe maar een
mooie ondertunneling, maar ik heb hier met u en vele anderen ook de
verantwoordelijkheid voor de financiën en ik zie niet dat daar geld
voor is. Ik zie ook niet dat de regio daarvoor geld wil vrijmaken,
terwijl het toch een bovenwettelijke maatregel is. Ik zal het niet
mooier maken dan het is. Het doortrekken van de A15 is van groot belang
en daar ben ik blij mee, maar ik vind het niet heel realistisch om een
tunnel te eisen, omdat ik niet zie waar we het geld vandaan moeten
halen. Als het er was, zou het prachtig zijn, maar ik constateer ook dat
zelfs de regio daarvoor geen geld wil uittrekken.

De heer Bashir (SP): De heer De Rouwe spreekt over een aantal mensen die
liever een tunnel willen, maar volgens mij is het andersom. De meeste
mensen hebben liever geen brug en er zijn een aantal bestuurders,
voornamelijk van het CDA, die de mening van de bevolking naast zich
neerleggen. Als je kiest voor een brug en daar ook nog een tolweg van
maakt, heb je straks een brug waar niemand overheen gaat, behalve een
paar vrachtwagens. Is dat de kapitaalvernietiging waar het CDA voor
kiest? Ik begrijp er helemaal niets van.

De heer De Rouwe (CDA): Met alle respect, maar als het gaat om
kapitaalvernietiging moet je aan een tunnel beginnen. Dat is volgens mij
echt een behoorlijk bedrag. Ik snap dat de SP wil opkomen voor de mensen
die dat willen. Misschien zou ik daar ook voor pleiten, als ik daar
woonde, maar je hoeft niet eens onderzoek te doen naar
kapitaalvernietiging bij een tunnel, want die kan absoluut niet uit. Dit
vind ik een volstrekt krom verhaal en een redenatie die niet zuiver is.

	Voorzitter. Ik rond af. Ik heb ook gemerkt dat de minister af wil van
het overleg met de regio's dat twee keer per jaar plaatsvindt. De
minister gaat over haar eigen agenda, dus ik zal niet zeggen dat ik het
verstandig vind om het overleg met de gedeputeerden zo te houden, maar
mijn fractie is er wel voorstander om zeker twee keer per jaar met de
minister te overleggen over de vele projecten. Het alternatief zou zijn
één keer per jaar. Ik heb het idee dat de minister daarop stuurt, maar
daar gaat mijn fractie niet in mee, al was het maar om te voorkomen dat
de minister onnodig elke keer voor een spoeddebat naar de Kamer moet. Er
komt toch druk vanuit de regio, als ergens een weg of een spoorlijn
wordt aangelegd. Laten we het gewoon zo houden: twee keer per jaar een
goed overleg over het MIRT. Dan hoeven we niet de hele tijd kleine
debatjes te houden, maar kunnen we al die wegen, spoorlijnen en
vaarwegen hier integraal bespreken. Ik zeg als mededeling dat mijn
fractie pleit voor twee keer per jaar in de Kamer overleg met de
minister over het MIRT. De Kamer gaat gelukkig over haar eigen agenda,
maar dan weet de minister dat alvast.

De heer Bashir (SP): Voorzitter. Bij deze behandeling van het MIRT lijkt
het alsof de sint nog steeds in het land is. De verlanglijstjes worden
opgelezen en als een volleerde Piet strooit de minister met miljarden.
De minister maakt haar stoere woorden dat zij honderden miljoenen extra
uittrekt voor infrastructuur niet echt waar. Dat zijn bedragen voor de
toekomst. De minister geeft gewoon 400 mln. minder uit aan
infrastructuur, een afname van 5% sinds vorig jaar. De komende jaren
gaat zij alleen de wegen herstellen. Spoor- en waterwegen zijn slecht af
bij deze minister. Mijn vraag is waarom de minister het geld niet
eerlijker wil verdelen over de verschillende vervoerswijzen.

	Er valt niet zoveel te strooien. Als er wordt gestrooid, moet je op de
juiste plaats staan voor het meeste profijt. Bij dit MIRT is in ieder
geval duidelijk dat de minister nog niet haar pietendiploma op zak
heeft, want zij kan nog niet ver strooien. Het geld valt bijna alleen in
de achtertuin van de minister zelf, de Randstad. Dat is niet
verwonderlijk, omdat de minister de file-top-50 als uitgangspunt neemt.
Volgens de SP zijn er wel wat kanttekeningen te plaatsen bij deze
filelijst. Hoe wordt deze samengesteld? Klopt het dat er onder andere
gebruik wordt gemaakt van de lussen in het wegdek, die niet overal in
Nederland in dezelfde hoeveelheid aanwezig zijn? Waarom speelt de lengte
van de file geen rol? Ik vraag de minister om haar Randstadbril af te
zetten en volgend jaar te komen met een ergernis-top-50 van
automobilisten en omwonenden, zodat ook de problemen elders in het land
in kaart kunnen worden gebracht. Dan kan er wat aan gedaan worden.

	Het lijkt wel alsof de minister zelf al het geld wil uitgeven en de
lagere overheden dat niet gunt. Terwijl Bouwend Nederland de noodklok
luidt over het achterstallig onderhoud op het onderliggend wegennet,
bezuinigt de minister daar toch fors op, zo fors dat zij niet eens zelf
weet wat de gevolgen zijn. Blijkbaar wil de minister dat de
automobilisten snel kunnen rijden en dan bij de afslag vast komen te
staan. Is de minister bereid om naar de totale vervoersketen te kijken
en om het achterstallig onderhoud in kaart te brengen?

	Twee weken geleden stond er 40 km extra file doordat de kruisen boven
de A27 bleven branden. Vorige week gebeurde hetzelfde op de A4, met 20
km extra file als gevolg. De verkeersleiding heeft de zaakjes niet
helemaal op orde. Het gaat uiteraard meestal goed, maar de automobilist
houdt rekening met openstelling van de spitsstroken. Ik begrijp wel dat
deze dicht blijven bij mist, maar wie verwacht nu dat de weg geblokkeerd
blijft door domme technische verstoringen? De minister heeft in de zomer
laten weten enkele kritische aspecten te voorzien van een back-up.
Wanneer is deze back-up gereed? Welke verstoringen had de minister
kunnen voorkomen met een back-up van de verkeerstechnische centrale?

	De minister wil de A15 doortrekken van Arnhem naar Zevenaar. Het meest
idiote van dit plan is natuurlijk dat we vele miljoenen hebben gestopt
in het onzichtbaar maken van de Betuwelijn, om er vervolgens een snelweg
bovenop aan te leggen. Dit is dom, kortzichtig en pure
kapitaalvernietiging, omdat er 125 mln. mee wordt weggegooid, want zo
duur was de aanleg van de Betuweroute. Waarom wordt de natuur zo
verkwanseld? Als de minister de plannen voor de A15 zo nodig wil
uitwerken, is het beter om een goede inpassing onder het Pannerdensch
Kanaal mee te nemen in het onderzoek. Graag een reactie.

	In Zuid-Holland wordt ondertussen helaas doorgegaan met de
Rijnlandroute. Ik wijs de minister op de unaniem aangenomen
motie-Verhoeven, waarin een eerlijke vergelijking van beide varianten
van de Rijnlandroute wordt bepleit. Is de minister ervan op de hoogte
dat Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland 100 mln. extra heeft
gereserveerd voor een betere inpassing van de variant die volgens de SP
de slechtste is, namelijk Zoeken naar Balans, en niet voor de variant
via de Churchillavenue? Is de minister het met mij eens dat dit
voornemen niet in de geest is van de aangenomen motie-Verhoeven?

	Over dit onderwerp is ook een motie aangenomen van de heer Aptroot,
waarin wordt gepleit voor een Rijnlandroute die bestaat uit 2x2
rijstroken. In de plannen voor Zoeken naar Balans of variant F, waar
velen echt op tegen zijn, is bij een belangrijk deel van de route sprake
van 2x1 rijstrook. Is de minister bereid om de provincie Zuid-Holland
aan te spreken op deze afwijking? Graag een reactie.

	De minister heeft puur met haar portemonnee gekozen voor een nieuwe
tunnel ten westen van Rotterdam. De haven zou zowel met de
Blankenburgtunnel als met de Oranjetunnel blij zijn geweest, maar de
omwonenden, natuurorganisaties en de organisaties van automobilisten
hebben duidelijk voor de Oranjetunnel gekozen. Er is een politieke
meerderheid voor de Oranjetunnel. De SP kiest hier ook voor. De minister
gaat tegen iedereen in. Welke argumenten heeft zij daarvoor, behalve
financiële? Kan zij aangeven waarop het financiële plaatje is
gebaseerd?

	Op de Noord-Zuidlijn na zou de Oranjetunnel omgerekend per kilometer de
duurste tunnel van Nederland worden. Dat vind ik echt heel vreemd, want
de Noord-Zuidlijn gaat door een dichtbevolkte stad, terwijl de
Oranjetunnel onder een weiland uitkomt. Kan dit niet goedkoper?
Minister, daag de bouwers eens uit, voordat u met minder genoegen neemt.

De heer Aptroot (VVD): De heer Bashir zegt dat de Oranjetunnel onder het
weiland doorgaat, maar hij moet onder de Waterweg, bij de
Maaslandkering, dus de breedte is dubbel zo groot als bij andere
tunnels, maar daarover wil ik geen vraag stellen. De heer Bashir zegt
dat hij vindt dat de minister te veel geld aan wegen geeft en dat zij
moet verschuiven naar spoor en water. Hij wil de A15 doortrekken met een
tunnel, 300 mln. extra. Hij wil een variant van de nieuwe westelijke
oeververbinding die wellicht een miljard duurder is. Tol mag ook niet.
Hij strooit hier met geld, maar ik vraag hem of de SP ook binnen deze
begroting op de centen let. Of is het oppositie voeren in de trant van:
gooi de miljarden maar rond, we hebben toch geen verantwoordelijkheid,
we roepen maar wat?

De heer Bashir (SP): De SP kiest niet voor het doortrekken van de A15.
Daarmee bespaar je 1 mld. Deze doortrekking is niet alleen ongewenst,
maar ook nog heel dom, omdat je daarmee kapitaal vernietigt. Ik heb
gezegd: als de A15 toch moet worden doorgetrokken, omdat de minister dat
heel graag wil, kies dan voor een tunnel, want dan wordt er geen 125
mln. over de balk gegooid.

	De SP kiest ook niet voor de aanleg voor de A4 Midden-Delfland en
bespaart daarmee meer dan 1 mld. Met dat geld kun je allemaal
investeringen doen. De SP kiest er ook voor om projecten te faseren. Zij
hoeven niet allemaal in de komende jaren te worden uitgevoerd. Wij
kiezen ook voor de spoorreizigers, terwijl de VVD ervoor kiest om deze
reizigers helemaal uit te melken.

De heer Aptroot (VVD): Ik neem aan dat mijn conclusie juist is dat de
SP, die de A15 niet doortrekt, de A4 Midden-Delfland niet wil en de
nieuwe westelijke oeververbinding onbetaalbaar maakt, echt de partij van
stilstand en achteruitgang is; weg banen, weg Rotterdams havengebied,
bekijk het allemaal maar.

De heer Bashir (SP): Dat is niet de juiste conclusie. De juiste
conclusie is dat de SP voor de Oranjetunnel kiest. Ik zal nog uitleggen
waarom deze voor een betere ontsluiting zorgt. De SP heeft er ook voor
gekozen om de A2 bij Utrecht te verbreden, en zo kan ik nog een aantal
projecten noemen. Het is niet de SP die voor stilstand kiest, het is de
VVD die zomaar, zonder naar de mensen in het land te luisteren,
beslissingen neemt, met het idee dat je op die manier de files oplost,
maar het is niet altijd de juiste oplossing om alleen maar asfalt aan te
leggen.

	Voorzitter. Een van de problemen bij de keuze van de minister voor de
Blankenburgtunnel is dat zij ernaar kijkt op een te kleine schaal. Met
de Veilingroute erbij biedt de Oranjetunnel nieuwe kansen voor een goede
verbinding. Deze route moet vermoedelijk toch wel aangepakt worden.
Heeft de minister er rekening mee gehouden wat de Blankenburgtunnel
betekent voor het verkeer ten oosten van het Kethelplein? Volgens mij
zal deze zoveel extra verkeer aantrekken dat het daar zomaar weer kan
vastlopen. Graag een reactie.

	In de brief van de minister over de keuze voor de Blankenburgtunnel
staan twee opvallende passages over de inpassing. Enerzijds stelt zij
dat er 100 mln. extra wordt uitgetrokken voor een goede inpassing, maar
met de variant Krabbeplas-west is zij 0 tot 100 mln. duurder uit dan met
de volstrekt belachelijke middendoorvariant. Wat bedoelt zij met die
extra 100 mln.?

	Anderzijds schrijft de minister dat zij voor Krabbeplas-west kiest,
omdat veel gemeenten die keuze ook hebben gemaakt. Heeft de minister ook
de voorwaarden van deze gemeenten gelezen? Zij stellen dat zij deze
variant pas acceptabel vinden als er een zo breed mogelijke overkluizing
is bij de Zuidbuurt. Deze overkluizing noemt de minister helemaal niet
in haar brief. Naar de mening van de SP is er dan ook geen bestuurlijk
draagvlak voor de optie van de minister. Of negeert zij niet alleen de
mening van alle mensen in dat gebied, maar ook de mening van de
bestuurders in deze gemeenten?

	De SP vindt het vreemd dat de minister ruim 1 mld. gaat uitgeven aan de
Blankenburgtunnel en daarmee de natuur en een recreatiegebied gaat
verpesten en dat zij tegelijkertijd de boel onbereikbaar maakt door tol
te heffen. Kan de minister aangeven hoeveel automobilisten de
Blankenburgtunnel zullen ontwijken door die tolheffing? Wij hebben een
grove berekening gemaakt die tot de conclusie leidt dat tolheffing bij
de Blankenburgtunnel het door de minister geprezen grote verkeerskundige
effect alweer ongedaan maakt. Slechts een kleine 10% van de
automobilisten die door de Beneluxtunnel gaan, kiest dan voor de
Blankenburgtunnel. Deze tunnel is dus niet alleen ongewenst, maar ook
heel duur. Is de minister bereid snel te komen met cijfers over de
gevolgen van tolheffing?

	De SP vindt het sowieso gek dat deze regering zo inzet op een wildgroei
van tolwegen, dus op het creëren van elitewegen. Deze minister van
VVD-huize kiest dus voor een extra gebruikersbelasting, terwijl de VVD
vroeger nog voor de automobilisten opkwam. Dankzij de VVD wordt de
automobilist na de bpm, de wegenbelasting en de accijnzen nu ook met tol
gepakt. Straks kunnen alleen de bontjassen nog snel rijden over de
IJmeerbrug, onder de Waterweg, tussen A13 en A16 en over de verlenging
van de A15. Is dat waar dit kabinet voor staat? Miljarden belastinggeld
uitgeven voor iets waar enkel de happy few gebruik van kan maken? Dat is
een vorm van omgekeerde solidariteit. Is de minister bereid om na de
filebelasting ook deze ondoordachte tolplannen in de ijskast te zetten,
met een dik slot erop? Er zijn nu al twee tunnels met tol. Wat de SP
betreft zijn dat er twee te veel en moeten deze ook snel tolvrij worden
gemaakt.

	De SP was blij verrast te lezen dat er snelwegbussen zijn ingezet op
zes trajecten, waaronder Almere-Amsterdam. Emile Roemer heeft hier
enkele jaren geleden in een plan voor gepleit. Dat verdient navolging.
Ik zie graag in het komende kwartaal voorstellen van de minister voor de
uitrol van die snelwegbussen naar andere provincies. Graag een reactie.

	Dan kom ik bij het spoor. Het Programma Hoogfrequent Spoor is een mooi
streven. De hsl is hieraan toegevoegd, zodat het nu helemaal een groot
netwerk is. Dit alles optimaal benutten kan het beste met ERTMS. De
tijdelijke Kamercommissie die onderzoek doet naar het spoor, is hier ook
druk mee bezig. De SP wacht de uitkomsten daarvan af. Het is
overduidelijk dat de oplossing grotendeels in de techniek ligt, maar dat
betekent niet dat we de boel tot de invoering van ERTMS moeten laten
versloffen. De hoeveelheid problemen alleen al in de Achterhoek doet
vermoeden dat er nog wel wat op te lossen valt in die oude techniek. De
SP heeft hiervoor al eerder aandacht gevraagd in een rapport dat ik
vorig jaar heb overhandigd aan de minister: Geen prestige maar
prestaties. Er ligt nogal wat achterstallig werk. Wat kunnen we op dit
gebied verwachten van de minister?

	Voor de SP is het ook belangrijk dat de minister bij haar dadendrang
wat betreft asfalt geen besluiten neemt die voor het spoor onomkeerbare
gevolgen hebben. Dat dreigt echter wel te gebeuren met de mogelijkheden
voor een spoorverbinding Utrecht-Breda, die wij volgens mij allemaal
willen en die er eigenlijk al had moeten liggen. Reizigers uit het
zuiden moeten nog altijd via Rotterdam of Den Bosch naar Utrecht reizen.
Dat is een behoorlijke omweg. Een nieuwe spoorlijn langs het traject van
de A27 zal het hele spoornet ontlasten. Daarom moet de minister de optie
van een middenligging van het spoor openhouden bij de aanpassing van
A27. De regio is hier duidelijk over geweest. Bij de aanpak van de
bruggen moet ook rekening worden gehouden met de komst van het spoor. De
verkeersknooppunten langs de A27 moeten een spoorverbinding niet onnodig
moeilijk maken. Graag een heldere toezegging dat de minister deze
spoorverbinding niet onmogelijk maakt.

	Binnenkort wordt besloten over decentralisatie van een van de
allerlaatste regionale treindiensten, namelijk Zwolle-Enschede. Dit
traject is volgens de SP-fractie geen vervelend boemellijntje, maar net
als de Maaslijn een hoofdslagader in het interregionale spoorvervoer.
Tussen Wierden en Enschede loopt dit zelfs integraal samen met het
NS-hoofdrailnet. Met de komst van de Hanzelijn Zwolle-Lelystad wordt het
interregionale karakter van deze lijn nog veel sterker. De lijn is
slechts in zeer geringe mate onrendabel. Met een paar gerichte
investeringen, zoals het doortrekken naar Lelystad is de lijn vrijwel
zeker kostendekkend te maken. Is de minister bereid hier zodanig in te
investeren dat de lijn rendabel wordt en in het hoofdrailnet behouden
blijft? Ik hoor hierop graag een positieve reactie, want ook de VVD,
waar de minister lid van is, is er altijd voorstander van geweest om
zowel de A35 als het naastgelegen spoor te verbeteren.

	Circa 30% van het MIRT-budget gaat naar het spoor. Zolang wij de
Betuweroute niet optimaal kunnen inzetten voor goederentransport, schiet
het allemaal niet op. Welke concrete belemmeringen zijn er nu nog om die
lijn optimaal te benutten? Hoe wordt dat vertaald naar het MIRT? Het is
overigens onbegrijpelijk dat mijn motie hierover door de Kamer is
verworpen.

	Er wordt nu gezocht naar een uitweg via onder andere de IJssellijn. De
drukte op dit traject stuit op veel bezwaren, en terecht natuurlijk. Is
de minister bereid te onderzoeken wat er nodig is voor verbetering van
het spoor, als het gaat om overgangen, stiller spoor, flankerende
maatregelen zoals geluidswallen en het mijden van de nacht?

	Een zeer ernstig probleem is dat er reeds vele malen betreurenswaardige
dodelijke ongelukken hebben plaatsgevonden op onbewaakte
spoorwegovergangen. Er vallen nog steeds doden en dat is geen incident,
maar een duidelijke ontwikkeling. Ik zou hier de lijst van ongevallen op
onbewaakte overwegen kunnen gaan oplezen, maar dat kost veel tijd en is
onnodig confronterend voor de nabestaanden. Het verlies van een dierbare
is al erg genoeg. Dat oplezen is ook niet nodig, want de minister kent
de trieste feiten. Het gaat erom te erkennen dat deze vorm van
niet-beveiliging anno 2011 onverantwoord is. Ook al betreft het slechts
een kleine groep passanten, de overheid kan het niet maken om deze bloot
te stellen aan extreem hoge veiligheidsrisico's. Let wel, het gaat niet
om burgers die bewust onder de slagboom heen laveren en daarmee zichzelf
in gevaar brengen, maar om heel gewone mensen. Een moment van afleiding,
onoplettendheid of verwarring en het is gebeurd. De SP roept de minister
dan ook op om de veiligheid van passanten serieus te nemen en met een
plan van aanpak te komen voor de onbewaakte overwegen, inclusief een
kostenverdeling Rijk-regio. Als de minister daartoe niet bereid is, zal
ik de Kamer desnoods vragen om een uitspraak.

	Tot slot de binnenvaart. De droogte van de afgelopen dagen heeft
aangetoond dat er nog veel moet gebeuren op de vaarwegen. De SP ziet het
belang van de kleine vaarwegen, die onmisbaar zijn als water echt een
alternatief moet zijn voor de weg en het spoor. Zij bedienen een groot
deel van het achterland. Ik hoor graag dat de minister dat belang ook
ziet. De SP gaat in kaart brengen wat de gevolgen van slecht onderhoud
van de kleine vaarwegen zijn voor de binnenvaart en de schippers. Ik
hoor graag alvast de toezegging dat de kleine vaarwegen niet vergeten
zullen worden.

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Aan het eind van het jaar hebben we
een vaste dag waarop we praten over alle ruimtelijke opgaven en
infrastructurele projecten voor de weg, het spoor en het water. Dit
debat staat niet op zich, want we hebben ook al over de Structuurvisie
Infrastructuur en Ruimte en over de begroting van het ministerie
gesproken. Door enkele collega's is al gememoreerd dat we binnenkort
spreken over de miljarden die zijn besteed aan het spoor, zowel door
ProRail als door de NS, en over de concessie, omdat onze prachtige
onderzoekscommissie daar druk mee bezig is. We zullen ook nog praten
over 130 km/u, hetzij aanstaande woensdag, hetzij op een andere dag,
want de Partij voor de Vrijheid wilde dat verzetten en uit collegiale
overwegingen vind ik dat prima. Ik hoop alleen dat ik dan zelf niet
afwezig hoef te zijn, zodat ik weer een schrobbering krijg van mijn
collega van het CDA, maar ik reken op enige coulance van zijn kant, na
mijn interruptie van zojuist. We zullen nog spreken over de gevolgen van
130 km/u voor de verkeersveiligheid en de luchtkwaliteit. Ik geef als
schot voor de boeg mee dat de minister de zaken opnieuw te rooskleurig
heeft voorgesteld, maar daar komen we nog op terug.

	Vandaag gaat het over de ruimtelijke agenda voor het komende jaar en de
weerslag van alle beslissingen voor de jaren daarna. Wij zien het MIRT
als investeren in de toekomst, maar we zien ook dat sommige projecten
een duurzame toekomst juist in de weg staan. Ik maak eerst drie algemene
opmerkingen en dan ga ik mij ook door Nederland begeven.

	Ik begin positief: met het pakket Beter Benutten. We hebben er even op
moeten wachten, maar ik kan niet anders concluderen dan dat je dan ook
wat hebt. De VVD noemde het ook al in positieve zin. We zijn blij dat
dit toch wat op asfalt gefocuste kabinet ook investeert in maatregelen
om mensen uit de file te halen, vooral tijdens de spits, door de
aansluiting tussen fiets, auto en openbaar vervoer te verbeteren, en het
bestaande asfalt of het bestaande beton, waar we al heel wat van hebben
in Nederland, beter te gebruiken. Ik ben erg benieuwd naar de
maatregelen. Hoe gaat de minister deze monitoren? Wordt het effect ervan
uitgesplitst naar type maatregel?

	We zijn heel blij met de toezegging van de minister voor 24 mln. voor
thuiswerken, maar volgens mij hebben we de brief hierover nog niet
gekregen. Wanneer komt die brief? Helaas heeft mijn motie over 100.000
thuiswerkambtenaren het net niet gehaald, maar ik ben toch benieuwd wat
de minister op dit vlak gaat doen.

	Zoals bekend is de bodem van de portemonnee van de minister in zicht.
Mede door het handelen van haar voorgangers is de inhoud ervan voor een
deel opgesoupeerd, maar er moet toch meer asfalt komen van dit kabinet,
zodat er andere constructies in beeld komen, zoals tolheffing. Je zou
kunnen zeggen dat dit een alternatieve kilometerheffing is. Het was al
bekend dat dit zou gebeuren bij de doortrekking van de A15, maar nu
blijkt dat de kosten van de nieuwe westelijke oeververbinding en de
A13-A16, samen 0,5 mld., hiermee gedekt moeten worden. Zal er bij alle
nieuwe rijkswegen die er nog komen, sprake zijn van tolheffing?

	Mijn derde algemene punt betreft het Programma Hoogfrequent Spoor. Wij
zijn hiervan een groot voorstander, omdat dit vooral voor het
personenvervoer grote verbeteringen oplevert. Er zijn ook veel zorgen in
Nederland omdat het intensieve goederenvervoer leidt tot overlast door
geluid of trillingen. Wij hebben gehoord dat dit in Vught en Tricht en
in veel andere gemeenten leidt tot heel vervelende problemen. Wat gaat
de minister doen om die knelpunten zo veel mogelijk te vermijden dan wel
weg te nemen?

	Dan ga ik door het land. Ik begin met de wegen in de Randstad en ik
eindig met het spoor in de regio. Dit is niet de volgorde waarin de
prioriteiten van D66 zijn gesteld, maar ik hoop dat de minister hiermee
mijn lijstje kan volgen. Allereerst de nieuwe westelijke
Oeververbinding, die de gemoederen druk bezig houdt. Het kabinet zegt
voor de Blankenburgtunnel te gaan, maar die variant doet in onze ogen
meer kwaad dan goed. Ik weet wel dat de Blankenburgtunnel de goedkopere
variant is. Ik weet ook dat deze de fileproblemen in de Beneluxtunnel
het beste oplost, maar daar staat tegenover dat er grote problemen zijn
met de leefbaarheid en de aantasting van de natuur en van
recreatiegebieden. Bovendien is de infrastructurele opgave in de regio
Rotterdam-Haaglanden een stuk groter dan alleen het oplossen van de
files in de Beneluxtunnel.

	Daarom zien wij meer in het alternatief van de Oranjetunnel. Mijn
collega van de PvdA zei daarnet: Oranje boven, maar wij zeggen: Oranje
beter! Met die keuze zal goedkoop duurkoop blijken. D66 vindt dat de
knelpunten rond inpassing, leefbaarheid en natuur echt moeten worden
opgelost, mocht er worden gekozen voor de Blankenburgtunnel. Op dit
moment is ons standpunt heel helder: nee, dan een hele tijd niets en dan
heel zachtjes: tenzij.

	Verder vragen wij ons af hoe reëel de tolplannen zijn. Laat ik
duidelijk zijn over tol. De VVD heeft net laten zien zelf net een
draaitol te zijn, als het gaat om tol, maar wij zijn heel duidelijk: wij
vinden tol prima. Het is een goede vorm van het principe "de vervuiler
betaalt". Wij zien dit als een liberale manier om wegen aan te leggen,
maar deze moet wel werken. Wij hebben bij de Fyra gezien dat er wel eens
te rooskleurig wordt gerekend als er een extra heffing wordt opgelegd.
Welke kosten-batenanalyse heeft de minister gemaakt? Is onderzocht in
hoeverre automobilisten bereid zijn om extra te betalen voor het gebruik
van deze tunnel?

	De ideeën die de minister heeft over de A13-A16, zijn ook recent naar
buiten gekomen. Wij sluiten ons aan bij de opmerkingen die daarover zijn
gemaakt bij de brede heroverwegingen, waarbij die verbinding al ter
discussie is gesteld. Wij zijn nog steeds niet overtuigd van nut en
noodzaak van de aanleg van deze weg. Wat ons betreft ligt de focus
hierbij eenzijdig op meer asfalt en is er geen duurzame oplossing van
problemen op het gebied van bereikbaarheid, gezondheid en leefbaarheid.
Wij zien er veel meer in om geld te steken in gericht
mobiliteitsmanagement om op dit traject mensen uit de file te halen en
de wegen zelf beter in te richten. Hierbij kunnen ook elementen uit de
Bosvariant worden gebruikt. Heeft de minister dit serieus in overweging
genomen? Kan zij aangeven waarom extra asfalt hier noodzakelijk is, nog
even los van de asfaltideologie zelf? Je kunt altijd antwoorden: wij
willen meer asfalt, maar ik hoor graag een meer inhoudelijke reactie.

	Het lijkt erop dat de minister wat betreft het doortrekken van de A15
te vroeg heeft voorgesorteerd op een brug. Haar vooronderstelling dat
een brug de enige betaalbare optie is, blijkt ze nu niet te kunnen
staven. Daarom pleiten wij voor tunnel onder het Pannerdensch Kanaal,
waarover de PvdA en de SP ook hebben gesproken. Dat is echt een betere
keuze voor dit prachtige gebied. Het is nog niet te laat. Is de minister
bereid om de reële kosten van een tunnel te laten vergelijken met die
van een brug door een onafhankelijk bureau, als een soort second
opinion? Daarover hoor ik de fractie van de VVD ook vaak, dus ik reken
op haar steun. Is de minister ook bereid om innovatief en open aan te
besteden door de markt te laten kijken naar een oplossing met als
uitgangspunt een oeververbinding en niet een brug?

	Een halfjaar geleden heeft de Kamer mijn motie over een eerlijke
vergelijking van de verschillende varianten voor de Rijnlandroute
unaniem aangenomen, zoals de SP net opmerkte. Daar wordt nu aan gewerkt.
Ik sluit mij aan bij de opmerking van de heer Bashir over de
onderzoeksgelden. Wat dat betreft ben ik niet zonder zorgen. Wij vinden
echt dat er een eerlijke vergelijking moet komen. Wij dienen niet vaak
moties in en deze worden ook niet vaak unaniem aangenomen, dus in dit
geval zal ik extra scherp opletten. De criteria voor de afweging tussen
beide varianten zijn nu bekend, maar de wegingsfactoren nog niet. Kan de
minister toezeggen dat zij deze ook bekendmaakt?

	Er is ook nog een probleem in de Bollenstreek. Bij de behandeling van
de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de motie van het CDA
aangenomen, die door ons ook is gesteund, om de Greenport aan te wijzen
als extra prioriteit. Dat leidt tot extra verzoeken en vragen uit die
regio over de bereikbaarheidsopgave, in het bijzonder over de noodzaak
van een nieuwe verbinding tussen de N205, de N206 en de A4. Wat vindt de
minister hiervan?

	Er is ook al veel gezegd over Brabant. Een groot aantal partijen heeft
de handen ineengeslagen voor de Gebiedsontwikkeling Oostelijke
Langstraat (GOL). Dit project haakt aan bij reeds geplande
onderhoudswerkzaamheden op de A59, niet alleen om de doorstroming te
verbeteren, maar ook om tot meer ruimte te komen voor natuur en de
afvoer van hoogwater. Is de minister bereid om deel te nemen aan dit
project? Het is een kwestie van werk met werk maken, dus het hoeft geen
extra geld te kosten.

	Er is ook al gesproken over het knooppunt Hoevelaken. Als we wat meer
zetels krijgen, zit ik wat eerder in het rijtje en dan kan ik nieuwe
punten aansnijden, maar ik doe het nu maar even zo. Oorspronkelijk was
er 1,1 mld. voor dit project, maar nu nog maar 800 mln. De minister
heeft gezegd dat zij daarom innovatief gaat aanbesteden. Dat vinden wij
een hartstikke goed idee, maar bij deze aanbesteding lijkt het erop dat
de wens de vader is van de gedachte. Is het reëel om te verwachten dat
er voldoende geld uit de markt komt om dit gat dicht te krijgen? Ik
citeer de minister: "dat het ten minste een adequate set functionele
eisen zal brengen", maar dat klinkt wat mij betreft niet veelbelovend.
Ik ben wel benieuwd naar de ambitie van de minister op dit punt.

	Bij het vorige MIRT-overleg heb ik de A27 bij de ring Utrecht de "A2x7"
genoemd. Dit wordt een 2x7-baansweg. Maar ja, er moet wel bezuinigd
worden. Er zijn genoeg lastige keuzes, maar sommige keuzes zijn wat
minder lastig. Zo kan de minister 400 mln. bezuinigen als de bak van
Amelisweerd niet wordt verbreed. Ik heb hierover al eerder gesproken,
maar toen zei de minister dat dit op grond van de Europese wet- en
regelgeving niet zou kunnen. Uit een onderzoek van Movares blijkt echter
dat een oplossing binnen de bak wel kan en ook nog eens binnen de
regels. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van de minister op dit
rapport.

	Dan ga ik snel door naar het spoor, want dat is hartstikke belangrijk.
Ik begin met het grensoverschrijdend vervoer. Zoals bekend denkt en
handelt D66 internationaal. Ook bij het MIRT blijven wij over onze
grenzen kijken. Ik heb twee specifieke vragen over het
grensoverschrijdend spoorvervoer. Over de verbinding Groningen-Bremen
bestaat groot enthousiasme bij de betrokken overheden. Is de minister
bereid om het proces rond de aanleg hiervan samen met de provincie te
bespoedigen? Sinds vorig jaar rijdt er op proef een trein tussen Hengelo
en Bad Bentheim. Dat is heel goed, maar de bekendheid van deze lijn valt
helaas wat tegen. Kan de minister in overleg met Synthus bekijken hoe
deze lijn beter kan worden gepromoot?

	De stoptrein tussen Den Bosch en Nijmegen barst vooral tussen Wijchen
en Nijmegen bijna uit zijn voegen. De NS heeft al laten weten te
bekijken of er een probleem is. Is er volgens de minister voortgang op
dit dossier en heeft dit haar aandacht?

	Om hoogfrequent spoor tussen Den Haag en Rotterdam mogelijk te maken is
viersporigheid tussen Delft en Rijswijk nodig. Gaat de minister daarvoor
zorgen? Let zij hierbij ook op de inpassing van het spoor, zodat er geen
fysieke barrière wordt veroorzaakt in Delft?

	Over het nachtnet heb ik mijn collega's nog niet gehoord, maar het is
goed om dat nog even onder de aandacht te brengen van de minister. Dit
gaat mijn fractie zeer aan het hart, niet alleen omdat studenten heen en
weer moeten kunnen reizen, als zij na het volgen van hun colleges nog
iets hebben gedronken, maar ook omdat steeds meer mensen 's nachts
werken en dan ook aangewezen zijn op openbaar vervoer. De minister
schrijft in antwoord op de vragen over het MIRT dat zij hiervoor in de
nieuwe concessie voor het hoofdrailnet, vanaf 2015, aanvullende
bepalingen gaat opnemen. Welke zijn dat?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Ik voer vandaag ook het woord
namens de Partij voor de Dieren. Na de stortvloed van projecten, wensen
en verlanglijstjes die mijn collega's de revue hebben laten passeren,
wil ik ingaan op een vraag op een heel ander niveau, namelijk: in wat
voor land willen wij nu eigenlijk leven? Bij de begrotingsbehandeling
van het ministerie van IenM werd de scheiding der geesten glashelder.
Aan de ene kant van de streep staan de 78 Kamerleden waar de coalitie in
deze Kamer op steunt. Zij scharen zich, al dan niet luid juichend, maar
hoe dan ook loyaal, achter de minister van asfalt en beton. Al hun
verhalen over 4,4 mld. voor het Programma Hoogfrequent Spoor en 500 mln.
uit het regeerakkoord ten spijt trekken zij geen cent extra uit voor het
openbaar vervoer. Nee, sterker, zij zetten er de bijl in. Er moet asfalt
gestort worden, kennelijk net zo lang tot we de files in vierkante
kilometers kunnen uitdrukken. Vrolijk doen zij mee aan de koehandel waar
MIRT-besprekingen in de regel op uitdraaien, eager als zij zijn om met
een mooi stukje extra asfalt in de regio thuis te kunnen komen.

	De minister is langzamerhand one of the boys met Charlie Asfalt en Leon
de Jong. Sander de Rouwe krijgt het af en toe Spaans benauwd als het
gaat om 130 km/u of van 80 km/u naar 100 km/u bij een aantal steden,
maar als het erop aankomt, doet hij ook vrolijk mee. Hoop in bange dagen
zijn enkele VVD-vrienden van GroenLinks in de regio, zoals de
VVD-wethouders in de grote steden, maar ook de voorzitter van de
Commissie voor de m.e.r. voor de A15, waar ik nog op terugkom, of de
burgervader van Den Haag Van Aartsen, die uit de praktijk laat merken
dat het zo niet langer kan. Ook gisteren weer een lichtpuntje, toen
Nijpels op tv zei dat waar Bleker mee bezig is, helemaal niet kan en
echt anders moet.

	In de Kamer zegt men zelfgenoegzaam met 78 zetels: we asfalteren gewoon
door, we hebben maling aan de kritiek. De heer Aptroot is nog nooit zo
gelukkig geweest als Kamerlid.

	In wat voor land willen de minister en de partijen die haar
onverantwoordelijk steunen, nu eigenlijk wonen? En onze kinderen en
kleinkinderen, zeg ik erbij. Ik zou graag willen wonen in een land waar
de overheid zorg draagt voor fatsoenlijk openbaar vervoer, niet in de
laatste plaats in de grote steden. Ik vind de visieloosheid van de
minister op dit punt ronduit teleurstellend. Ik heb haar eerder verweten
dat zij een prestigestrijd maakt van de bezuiniging in het openbaar
vervoer. De opmerking van de eigen VVD-burgervader Van Aartsen dat hij
daar boos en verdrietig over is, spreekt boekdelen.

	Deze minister heeft ook geen wervend investeringsverhaal. Natuurlijk
heb ik de projecten en projectjes gezien in het kader van het programma
Beter Benutten, maar die maken geen massa en snijden geen hout. Ik
bespeur op de Plesmanweg geen passie voor lightrail, geen drive om de
tram terug te brengen in steden als Nijmegen of Maastricht. Dan hoor ik
weer dat collega Aptroot zegt dat het ook helemaal niet hoeft in
Groningen, Nijmegen of Maastricht, maar alleen in Utrecht.
Kortzichtigheid ten top. Ik ben bang dat de minister in haar Leidse
periode bang is geworden voor dit prachtige vervoermiddel, dat in alle
landen om ons heen furore maakt. Kan zij mij geruststellen op dit punt?
Bewaart zij het lekkerste wellicht tot het laatst en heeft zij nog
prachtige investeringsplannen voor het stedelijk openbaar vervoer in de
hoge hoed, zoals de collega's van de ChristenUnie, de SP, maar ook van
mijn eigen partij de afgelopen jaren bij het MIRT in fraaie
kleurenbrochures suggereerden, of laat zij het zo?

	Dat de minister ons openbaar vervoer op stiefmoederlijke wijze
behandelt, blijkt ook uit de keuzes die zij maakt rond het extra geld
dat zij als gevolg van het regeerakkoord gaat investeren in
infrastructuur. Dat gaat integraal naar de wegen rond de grote steden en
naar een nieuwe spoorlijn naar de Maasvlakte. Geen rode rotcent voor de
reiziger in het openbaar vervoer. Kan de minister mij uitleggen welke
logica achter deze keuze schuilgaat? Had het niet in de rede gelegen om
een deel van dat geld te investeren in het opkrikken van de capaciteit
van het spoor?

	Er was ooit nog een klein lichtpunt, omdat Charlie Aptroot Asfalt
eerder heeft gezegd dat die 500 mln. niet per se alleen aan wegen
besteed hoeft te worden, maar ook aan openbaar vervoer, spoor en
binnenvaart, maar daar heb ik niets van teruggezien. Ik ben heel
benieuwd hoe dat zit.

	Bij het doortrekken van de A15 kom ik terug op de vraag die ik aan het
begin opwierp: in wat voor land willen wij eigenlijk leven? Ik zou graag
willen wonen in een land waar we oog hebben voor zaken die echt van
waarde zijn: de natuur en onze open ruimte bijvoorbeeld. Mijn fractie
verweet dit kabinet op dit en op veel andere terreinen dat het met
oogkleppen op regeert. De mentaliteit is er een van boekhouders. Er is
slechts oog voor wat op korte termijn zou renderen, ongeacht wat daarmee
op langere termijn kapot wordt gemaakt, zoals natuur. Een sprekend
voorbeeld hiervan is het Natura 2000-gebied het Pannerdensch Kanaal. Kan
de minister uitleggen waarom het ten tijde van de Betuwelijn nog de
moeite waard was om dat natuurgebied met een tunnel te sparen en nu niet
meer? Voorziet zij geen juridische problemen met bewonersgroepen, die
gewoon een goed verhaal hebben als zij naar de rechter stappen? Wat is
het advies voor de Commissie voor de m.e.r. haar waard, die stelt dat de
tunneloptie veel te vroeg van tafel is gegaan? Het is interessant dat de
voorzitter van deze commissie een VVD'er is. Is de minister bereid om
die optie alsnog goed te laten onderzoeken?

	Ik wijs erop dat de Raad van State vorige week uitspraak deed over het
provinciaal inpassingsplan van de buitenring voor de Parkstad
Zuid-Limburg. De Raad zette een dikke streep door deze bizarre snelweg,
omdat de natuur schade oploopt door alle uitlaatgassen. Dit kan
onmogelijk een verrassing zijn voor de minister, want GroenLinks heeft
eerder in Kamervragen nadrukkelijk op dit risico gewezen. Wat zich hier
wreekt, is dat de rijksoverheid een lakse houding heeft op het gebied
van de ruimtelijke ordening. Een provincie lapt de ruimtelijke regels
aan zijn laars en de minister doet of haar neus bloedt en laat het vuile
werk over aan de Raad van State. Mijn vraag aan de minister is welke les
zij trekt uit dit juridisch debacle. Had zij zelf niet moeten ingrijpen
door de provincie Limburg erop te wijzen dat deze plannen onmogelijk
zijn? Welke les trekt zij voor toekomstige projecten waarvan je op je
klompen kunt aanvoelen dat zij juridische complicaties opleveren, zoals
de A15?

	Ook bij de nieuwe westelijke oeververbinding is de vraag in wat voor
land wij willen wonen, erg relevant. Is dat een land waarin altijd alles
moet wijken voor de vermeende belangen van de Rotterdamse haven? Of is
het denkbaar dat de overheid zelf een visie ontwikkelt op de vraag welke
economische sectoren nu echt het beste uitpakken voor de werkgelegenheid
en de leefbaarheid in Nederland? Als we net zo veel geld zouden uitgeven
aan investeringen in duurzame energie, onderwijs en innovatie als aan
infrastructuur ten dienste van Nederland-Distributieland, zag ons land
er prettiger uit en zouden we er economisch zeker niet slechter aan toe
zijn, zoals de Duitse economie bijvoorbeeld bewijst.

	Ik betwist de noodzaak van nieuwe infrastructurele investeringen rond
Rotterdam. De Betuwelijn ligt nog net niet weg te roesten, maar is zwaar
onderbezet. Als de A15 te druk wordt, zou ik zeggen dat we die
containers vooral op het spoor kunnen zetten, maar ik kan ook tellen en
ik bespeur in deze Kamer steun voor een nieuwe verbinding naar de A20,
hoewel deze natuurlijk ook hartstikke vol staat. Dan breekt echt mijn
klomp, als ik de minister domweg zie kiezen voor de Blankenburgtunnel,
de variant die het slechtste uitpakt voor leefbaarheid en natuur. Het
getuigt van een boekhoudersmentaliteit dat zij de hoop een paar euro
goedkoper uit te zijn laat prevaleren boven het feit dat zij de
achtertuin van een groot deel van de Rijnmondbewoners naar de maan
helpt.

	Bovendien zie ik het lijk al drijven; als die Blankenburgtunnel er
eenmaal ligt, zie ik de Charlie Asfalts van deze wereld alweer
verlekkerd kijken naar het volgende stukje asfalt, namelijk een weg die
de A20 rechtstreeks met de A13-A16 verbindt, een variant die ook wel de
A24 wordt genoemd. Ik vraag de minister klip-en-klaar uit te spreken dat
zij gedurende deze kabinetsperiode met geen enkel voorstel in die
richting komt, of anders moet zij er maar meteen mee op de proppen
komen.

	In het land waar ik zou willen wonen, zou ook minder aan
symboolpolitiek worden gedaan dan in het huidige Nederland. Voor een
paar luttele minuten tijdwinst neemt de minister een geweldige hypotheek
op de leefbaarheid van ons land door de maximumsnelheid fiks te
verhogen. We zullen hierover later deze week nog spreken, maar vandaag
vraag ik de minister wat de verborgen kosten zijn van deze maatregel. Ik
wil graag van alle relevante MIRT-projecten weten hoeveel duurder zij
worden als zij ontworpen worden voor hogere maximumsnelheden. Dat heeft
invloed op de invoegstroken, de wegbreedte en de geluidsmaatregelen. Wat
betekent dat bijvoorbeeld voor de ring rond Utrecht? Hoeveel extra gaat
dat kosten in harde euro's, nog los van de herrie en de uitlaatgassen?
Ik hoor graag de toezegging van de minister dat zij die extra kosten
voor alle MIRT-projecten in kaart zal brengen.

	Het zou zomaar langs onze minister voor Milieu kunnen zijn heengegaan,
maar afgelopen week was collega Atsma op de Klimaatconferentie in
Durban. Hij heeft daar bepaald niet vooropgelopen, maar gelukkig is
klimaatverandering in andere landen wel een issue. De minister zit hier
nu ruim een jaar en daarin heeft zij laten zien dat zij een blinde vlek
ter grootte van een zwart gat heeft voor het klimaat. Ik geloof niet dat
ik haar een keer heb kunnen betrappen op een constructief voorstel
hierover. Zij gaat ervan uit dat de techniek alles oplost.

	Ik zal het nog een keer proberen. In het AO Spoor en later in een brief
betoogde de minister dat elektrificatie van het spoor onvoldoende
milieurendement zou hebben om zelfs maar in overweging te nemen. Ik vind
dat een heel bijzondere opvatting, want in de discussie over de
Betuwelijn was het feit dat deze voorzien zou worden van een
bovenleiding, een zwaarwegend milieuargument. Alle reden dus om te
bezien wat de kosten-batenverhouding is van elektrificatie van trajecten
zoals Arnhem-Winterswijk, Nijmegen-Roermond en Groningen-Leeuwarden. De
minister heeft deze voor het milieu en de reiziger zeer interessante
optie met een paar alinea's afgewezen, maar dat vind ik onvoldoende. Ik
vraag de minister om voor alle spoorlijnen in Nederland waar geen
bovenleiding aanwezig is, te onderzoeken wat het zou kosten om deze aan
te brengen en daarbij ook in kaart te brengen wat dit zou opleveren aan
milieurendement, reistijdwinst en betrouwbaarheid. Graag een toezegging.

	In het land waar ik wil wonen, zouden werk en privé wat soepeler in
elkaar overlopen. In dat land zou een moderne overheid zich rekenschap
geven van het feit dat werknemers geen zombies zijn die je van negen tot
vijf uur achter een bureau dumpt, maar gemotiveerde en toegewijde
mensen, aan wie je veel verantwoordelijkheid kunt geven; mensen die hun
werktijden waar mogelijk zelf bepalen, met alle voordelen voor de
overheid van dien. Ik begin hierover bij het MIRT, omdat ik werkelijk
geen enkele consequentie bespeur tussen de vorderingen die de politiek
en het bedrijfsleven op dit gebied maken en de budgetten voor
infrastructuur. De minister heeft zelf geld uitgetrokken voor een
Thuiswerkfonds. Steeds meer mensen werken ook thuis. Ik werk zelf aan
een wetsvoorstel met mijn vrienden van het CDA om thuiswerken te
bevorderen. Is het dan gek om te vragen of al deze inspanningen wellicht
kunnen leiden tot een minder grote fixatie op de aanleg van extra
asfalt? Als al die inspanningen helemaal geen effect sorteren op de weg,
doen wij dan wel genoeg ons best, zo vraag ik de minister.

	Mijn laatste opmerking gaat over het ecoduct bij de A74. GroenLinks was
afgelopen vrijdag op werkbezoek in Limburg. Daar kregen wij weer een
fraai staaltje van langs elkaar heen werkende ministeries. IenM is bezig
met het aanleggen van een ecoduct bij de A74, dat de ontbrekende schakel
zal vormen in de verbinding Mook-Schinveld. En wat doet EL&I? Dat
schrapt op dezelfde plek de ehs. Wat daar plaatsvindt, is natuurlijk
complete waanzin en kapitaalvernietiging. Mijn vraag aan de minister is
waarom dat op deze manier gebeurt.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Onze
verlanglijstjes zijn allemaal langer dan het beschikbare budget. Hoe
stellen wij onze prioriteiten? De minister is dit voorjaar met een lijst
projecten gekomen waaraan zij prioriteit geeft in de periode tot 2028.
Ik kan daar niet zoveel mee. Hoe heeft de minister bepaald dat project X
belangrijker is dan project Y? We hebben de Nationale Markt- en
Capaciteitsanalyse gehad, maar daarin worden alleen maar knelpunten
gesignaleerd. Nergens wordt verteld hoe groot het knelpunt is en hoeveel
de oplossing van elk knelpunt kost. Hoe kan de Kamer dan een afweging
maken wat de beste investering is? De Kamer hoort pas wat de indicatieve
kosten zijn als de afspraken met de regio al op papier staan. Hoe kan de
Kamer dan sturen?

	De ChristenUnie is blij met een groot aantal maatregelen voor de korte
termijn uit Beter Benutten, maar ook hier ontbreekt een onderbouwing. Ik
kan zelfs niet zien hoeveel geld er nu naar wegen gaat en hoeveel naar
openbaar vervoer. Er zijn ook projecten afgevallen, maar welke en
waarom?

	Hier vliegen vandaag de honderden miljoenen over tafel, maar ook
beweringen dat de ene variant veel duurder is dan de andere. Hoe
geloofwaardig is dat? Bij de aanbesteding van de A4-Midden Delfland
bleek de weg ineens honderden miljoenen euro's goedkoper te zijn. Hoe
geloofwaardig is het dat de Oranjetunnel zoveel duurder zou zijn dan de
Blankenburgtunnel en per meter zelfs vier keer zo duur als de
Westerscheldetunnel? Ik heb het gevoel dat er af en toe wordt
toegeschreven naar de door de minister gewenst uitkomst. Wij willen
volgend jaar echt een betere onderbouwing van het MIRT door de minister.
Maak maar een schema met alle projecten, inclusief benodigd budget, en
een puntenscore per project, zoals de minister ooit heeft beloofd. Dan
kan de Kamer zeggen: eerst project X en project Y komt dan maar een jaar
later.

	De minister wil de invloed van de Kamer ook beperken door nog maar
één keer per jaar met de regio te overleggen en de Kamer te informeren
in plaats van twee keer per jaar. De ChristenUnie doet een ander
voorstel, namelijk om het overleg twee keer per jaar te handhaven en
alle projecten van meer dan 500 mln. voortaan apart te bespreken en
standaard onafhankelijk te laten doorrekenen. Graag een reactie.

	Voordat ik mijn rondje Nederland maak, wil ik de heer Aptroot een
compliment geven. Ik las dat zijn partij in de Bollenstreek een keihard
"nee" heeft laten horen over de daar gewenste verbinding met de A4 langs
Bennebroek. Volgens mij is het voor het eerst dat ik hoor dat de VVD nee
zegt tegen asfalt. Of toch niet? Het geld zou naar grote stroomwegen
moeten gaan, maar dat is een keuze en een dure keuze. Juist in de
Randstad liggen er veel kansen om knelpunten op te lossen door beter
benutten en invoering van de kilometerprijs. De ChristenUnie loopt niet
weg voor extra asfalt in de Randstad, maar wil meer aandacht voor
kleinere projecten en voor de regio's buiten de Randstad. Er moet ook
meer geld komen voor openbaar vervoer, dat nauwelijks te vinden is in de
prioriteitenlijst van de minister. Hierdoor dreigt er na de realisatie
van de lopende projecten jarenlang vrijwel niets meer geïnvesteerd te
worden in het openbaar vervoer.

	Dan kom ik bij het rondje Nederland. Ik begin in het noorden. De
minister heeft 4 mln. extra voor 130 km/u bij het knooppunt Joure, maar
zij legt het risico van een overschrijding bij de provincie. Dat kan
toch niet de bedoeling zijn? De Prinses Margrietsluis bij Lemmer zit aan
maximale capaciteit en heeft achterstallig onderhoud. De provincie pleit
ervoor om de bestaande sluis op te knappen en in plaats van een tweede
sluis iets verderop een bypass met een kleine sluis voor het recreatieve
vaarverkeer te realiseren, met een aquaduct in de N359, zodat het
wegverkeer geen last meer heeft van de staandemastroute. Is de minister
bereid om deze mogelijkheid te onderzoeken?

	De Kamer heeft 160 mln. beschikbaar gesteld voor de spoordriehoek
Zwolle-Leeuwarden-Groningen, zodat de reistijd kan worden verbeterd. We
hebben een dikke nota ontvangen waaruit blijkt dat er voor de
stoptreinen juist langere reistijden komen en dat reizigers uit
Friesland straks misschien zelfs moeten overstappen in Meppel. Het
knelpunt rond Zwolle moet eerst robuust zijn opgelost voordat je
stoptreinen gaat decentraliseren. Misschien is het wel effectiever om de
stoptreinen gekoppeld te houden aan de intercity's uit de Randstad door
een kwartiersdienst vanaf Zwolle, met om en om een intercity en een
stoptrein, maar juist dit is niet onderzocht.

	Er is bijna 800 mln. voor slimme benuttingsmaatregelen. Voor
Zwolle-Kampen heeft de minister maar één miljoen over. Dat is wel erg
schamel. De minister wil ook geen geld steken in de aansluiting van de
N340 op de A28 bij Zwolle, waardoor een Ikeafile op de A28 dreigt te
ontstaan. Ik weet dat er lang is uitgekeken naar deze Ikea, maar
alstublieft dan een Ikea zonder files. De provincie gaat ongeveer 200
mln. investeren in deze provinciale weg. De ChristenUnie vraagt de
minister om hierover opnieuw in gesprek te gaan met Overijssel. Het moet
toch lukken om hier samen uit te komen?

	Dan het oosten. De ChristenUnie wil een integrale aanpak van de
spoorlijn Zwolle-Enschede. De minister wil in 2012 besluiten over
decentralisatie, maar de ChristenUnie wil eerst een actieplan om de
capaciteitsknelpunten op te lossen. Pas daarna kan de spoorlijn worden
gedecentraliseerd.

	De Kamer heeft gevraagd om voor de Valleilijn in kaart te brengen wat
er nodig is om daar elk kwartier in plaats van elk half uur een trein te
laten rijden en om mogelijk te maken dat treinen bij calamiteiten kunnen
omrijden. Dat kost 120 mln. De minister concludeert dat dit te duur is
en daarom niet past binnen haar prioriteiten, maar per saldo gaat het om
iets meer dan een kilometer inhaalspoor. Dat kan voor 30 mln. Volgens
ProRail is er nog eens 90 mln. nodig, hoofdzakelijk om
spoorwegovergangen te ondertunnelen. Dat kan betekenen dat de
regelgeving voor railveiligheid is doorgeschoten of dat ProRail het
project kapot probeert te rekenen.

	De minister wil niet investeren in bovenwettelijke maatregelen voor de
Noordvleugel. Het gevolg is dat sommige woningen in Groenekan,
Maartensdijk en Hollandse Rading bij verbreding van de A27 te maken
krijgen met een geluidsbelasting die hoger is dan 53 dB. Er komen
honderden meters nieuwe schermen. De knelpunten kunnen worden opgelost
door sommige schermen een halve meter hoger te maken of enkele
tientallen meters langer. Dit moet toch op te lossen zijn, samen met de
provincies, bijvoorbeeld uit aanbestedingsmeevallers?

	Het is mooi dat de minister een MIRT-onderzoek start naar A7/A8/A10,
maar de vorige minister zei dat het onderzoek voor deze corridor
multimodaal zou zijn. Waar is het openbaar vervoer gebleven? De regio
heeft reeds tweederde van het geld op tafel gelegd voor het doortrekken
van de A8 naar de A9, dus dit lijkt mij een koopje voor de minister. De
ChristenUnie vraagt volgend jaar helderheid over een mogelijke bijdrage.

	Dan de Zuidvleugel. De minister strooit met miljarden voor snelwegen
rond Rotterdam, maar een station bij Schiedam-Kethel is te veel
gevraagd, terwijl dit station echt goedkoper kan dan de minister beweert
en meer reizigers trekt dan veel bestaande stations. Er worden al
twintig jaar verwachtingen gewekt.

	Waarom volgt de minister niet het advies van de ANWB om te kiezen voor
de Oranjetunnel? Bij een ongeluk op de A15 kan het verkeer met de
Blankenburgtunnel nog steeds geen kant op. De Oranjetunnel biedt een
nieuwe, directe verbinding met Den Haag. De keuze voor de
Blankenburgtunnel lijkt vooral gericht te zijn op de korte termijn.
Waarom staart de minister zich blind op kleine verschillen in
verkeerscijfers, waar grote onzekerheidsmarges bij zijn? De ChristenUnie
wil ook dat er serieus wordt gekeken naar de optie van een boortunnel.
De A13-A16 komt weliswaar deels in een tunnel te liggen, maar niet onder
de grond. Dit wordt dus een muur door het Lage Bergse Bos. De
ChristenUnie vindt dat de Portwayvariant van ingenieur Bos, die uitgaat
van het verbeteren van de A20, beter moet worden onderzocht. Deze
variant is aangepast en nu zelfs goedkoper dan het plan van de minister.
Graag een reactie.

	In de regio Zuid wil de ChristenUnie een robuuste oplossing voor de
A27. Door een tekort op het budget dreigt er nu een oplossing te komen
waar niemand echt blij mee is. De ChristenUnie stelt voor om het
beschikbare budget vooral in te zetten voor de grootste knelpunten: de
Merwedebrug bij Gorcum en de aansluiting met de A15. Kies voor een
robuust brugontwerp met een parallelstructuur voor het regionale
verkeer. Hierbij moet optimaal rekening worden gehouden met een
eventuele toekomstige spoorlijn Breda-Utrecht. Verder moet het enige
knooppunt op de rijkswegen met verkeerslichten, het knooppunt
Hooipolder, worden aangepakt. Liever deze twee knelpunten aanpakken dan
halve oplossingen langs het hele traject.

	De minister vindt de VEZA-spoorboog bij Roosendaal niet nodig voor de
capaciteit, maar het gaat ook om veiligheid. Met deze boog wordt het
havencluster in Zeeland veel beter ontsloten en hoeven goederentreinen
niet meer te keren in Roosendaal. De ChristenUnie pleit ervoor om deze
boog mee te nemen in het onderzoek naar de RoBellijn voor de lange
termijn.

	Ik sluit mij graag aan bij de vraag van GroenLinks om inzicht te
krijgen in de kosten van het verhogen van de snelheid naar 130 km/u. Ik
zou daarbij ook graag zien de kosten voor de volksgezondheid en van alle
stikstofmaatregelen die nu op het bordje van de boeren terecht dreigen
te komen.

	Ik dank mijn collega's ervoor dat ik de ruimte krijg om in eerste
termijn al moties in te dienen, omdat mijn collega Slob vandaag niet
aanwezig kan zijn. Ik heb drie moties, die als volgt luiden:

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er 400 mln. geïnvesteerd zal worden in de verbreding
van de A1 tussen Apeldoorn en Almelo, de capaciteit van knooppunt
Hoevelaken aanmerkelijk wordt uitgebreid en de regering voornemens is,
de maximumsnelheid op delen van de A1-corridor te verhogen;

overwegende dat op de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn diverse
capaciteitsknelpunten zijn met name rond Amersfoort, Barneveld en Almelo
als gevolg van samenloop van NS-treinen, goederenvervoer, internationale
treinen en regionale treinen wat al tot diverse overbelastverklaringen
heeft geleid;

overwegende dat de regering de decentralisatie van de stoptrein
Enschede-Apeldoorn wil onderzoeken en de regio deze stoptrein wil
doortrekken naar Amersfoort;

verzoekt de regering, een MIRT-onderzoek te doen naar kosteneffectieve
maatregelen zoals seinverdichting, inhaalsporen en het weghalen van
snelheidsbeperkingen om de capaciteitsknelpunten op de spoorcorridor
Amersfoort-Enschede structureel op te lossen en de introductie van de
stoptrein Amersfoort-Apeldoorn mogelijk te maken en hierbij tevens
verhoging van de maximum snelheid op (delen van) deze corridor te
onderzoeken om de reistijd tussen Oost-Nederland en de Randstad te
verkorten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Wiegman-van
Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.

	Zij krijgt nr. 22 (3000-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de planstudie derde rijstrook A15
Papendrecht-Gorinchem is beëindigd;

overwegende dat dit traject op plaats 28 en 36 van de file top 50 staat
en vooral hinder geeft door zogenaamde schokgolffiles;

overwegende dat veel kunstwerken op dit traject al op de breedte van 2x3
rijstroken zijn gedimensioneerd en hierdoor eenvoudige
benuttingmaatregelen mogelijk zijn die de fileproblematiek fors kunnen
reduceren;

verzoekt de regering:

- een verkeerskundige vervolgstudie te doen naar kosteneffectieve
maatregelen om de gevoeligheid van de A15 Papendrecht-Gorinchem voor
schokgolffiles te verminderen;

- de resultaten van deze studie te bespreken met de regio in het
eerstvolgende Bestuurlijk Overleg MIRT Zuidvleugel;

- en eventuele aanbestedingsmeevallers in de regio, bijvoorbeeld op de
A15 Maasvlakte-Vaanplein hiervoor beschikbaar te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Wiegman-van
Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.

	Zij krijgt nr. 23 (33000-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het MIRT-projectenboek 2012 de realisatie van de
vaargeul IJsselmeer-Meppelerdiep 8 jaar is uitgesteld, terwijl
Rijkswaterstaat juist dit jaar met de regio het project heeft uitgewerkt
om het voorjaar 2012 klaar te hebben voor besluitvorming;

overwegende dat Rijk en regio al tientallen miljoenen geïnvesteerd
hebben in aanpassing van de havens, de keersluis, de brug bij Ramspol en
de beschoeiing en met uitstel van de verdieping van de vaargeul deze
investeringen niet optimaal kunnen worden benut en de ruimtelijk
economische ontwikkelingen in de hele regio worden afgeremd;

verzoekt de regering, de uitdieping van de vaargeul
IJsselmeer-Meppelerdiep uiterlijk in 2015 te realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Wiegman-van
Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.

	Zij krijgt nr. 24 (33000-A).

	Ik dank de collega's voor hun zeer gedisciplineerde gedrag. Als
beloning zullen wij een uur pauzeren.

**

De vergadering wordt van 12.52 uur tot 13.55 uur geschorst.

Voorzitter: Snijder-Hazelhoff

De voorzitter: Ik heropen het notaoverleg MIRT. Ik heb met de Kamerleden
afgesproken dat zij tijdens de beantwoording van de minister vier
interrupties met een vervolgvraag mogen plaatsen. Dat zullen wij, gelet
op de tijd, nauwlettend in de gaten houden. De minister antwoordt in een
aantal blokken, te weten algemeen, regio's wegen, regio's spoor,
vaarwegen, varia en Beter Benutten.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Voorzitter. Inderdaad wil
ik, voordat wij het "rondje door Nederland" maken, nog iets zeggen over
de financiële onderlegging van het MIRT in algemene zin, onder meer
naar aanleiding van vragen van de heer De Jong en mevrouw Wiegman. Bij
een vorig MIRT-overleg is mij gevraagd een prioriteitstelling te geven.
Die heb ik vorige week intern ontvangen, maar naar mijn mening gaf die
nog niet genoeg helderheid om twee dagen voor het overleg naar de Kamer
te sturen. Er werd in aangegeven wat er in de Structuurvisie en de
knelpuntenanalyse zit en wat er als gevolg van moties is vastgesteld. Op
die manier ontstond er een soort "ja-ja-nee"-verhaal, terwijl er vaak
nog veel meer achter zit. Ik ben nog zoekende naar een manier om het
overzicht wel te geven. Wij kunnen niet per project alle voors en tegens
opnieuw gaan bespreken, want dat zou tot een gigantische hoeveelheid
informatie leiden, maar ik wil wel de overwegingen voor de Kamer zo
transparant mogelijk maken. Ik ga ervan uit dat ik de Kamer in januari
2012 het overzicht kan geven. Nogmaals, het stuk dat ik vorige week
kreeg, vond ik nog niet afdoende.

	Sowieso is het mijn doelstelling -- ik heb dat in deze Kamer al vaker
gezegd -- om het MIRT, maar ook de begroting in algemene zin zo
transparant mogelijk te maken. Ik hoorde al de term "balletje-balletje"
vallen, maar ik hoop dat de voorzitter van de Tijdelijke commissie spoor
niet bij voorbaat al haar conclusies getroffen heeft. Het is nooit mijn
intentie om op die manier te handelen; ik wil de keuzes zo inzichtelijk
mogelijk maken. Altijd lastig is het feit dat een aantal projecten nog
geraamd moet worden. Voor die projecten hebben wij zelf een bedrag in
gedachten, maar dat willen wij nog niet aan de markt of de regio kenbaar
maken, omdat anders een soort optimalisatie van de wensen naar voren zal
komen. Dat kan ik dus niet laten zien in het MIRT-boek, maar die
informatie heb ik natuurlijk wel. Als men daar behoefte aan heeft, kan
ik die informatie altijd in beslotenheid geven, als dat helpt voor de
overwegingen van de Kamer. Daarmee benadruk ik nog eens dat het mijn
intentie is om alles zo transparant mogelijk te doen. Het MIRT is een
infrafonds, waarmee wij investeringen over meer jaren kunnen opvangen en
ook mee- en tegenvallers met elkaar kunnen salderen, juist om ruimte te
hebben om op specifieke projecten te kunnen inspelen. Ik ben blij dat
onder anderen de heer De Rouwe aangeeft dat het overzicht steeds
duidelijker en transparanter wordt.

	De heer Bashir vraagt waarom het geld niet eerlijker wordt verdeeld
over de verschillende vervoerswijzen. Ook bij de GroenLinksfractie
proefde ik iets dergelijks. Naar mijn mening wordt het geld eerlijk
verdeeld over de verschillende modaliteiten. Als ik door mijn oogharen
kijk naar de middelen voor aanleg, beheer en onderhoud, zie ik in de
periode van 2011 tot en met 2028 een aandeel van het mobiliteitsbudget
van meer dan 40% voor respectievelijk wegen en spoor, 10% voor vaarwegen
en 3% voor regionaal en lokaal. Wegen en spoor, aanleg en onderhoud
tezamen is ongeveer een gelijke uitgave.

	Dan is mij gevraagd naar het fenomeen tol en waarom ik tol wil invoeren
als bekostigingssystematiek voor wegen. Ik wil nu toch iets
nadrukkelijker ingaan op de geschiedenis van tol in Nederland. In
voorgaande begrotingen is vastgelegd dat er voor een aantal verbindingen
tol geheven zou gaan worden. Tol bestaat al heel lang in Nederland, het
is niet nieuw. Tot in de twintigste eeuw was tol zelfs heel gebruikelijk
waar de wegen niet uit de algemene middelen werden gefinancierd; daar
werd het gefinancierd door tol te heffen. Denk aan de Beneluxtunnel of
aan de geplande weg, toen nog rijksweg 19, de zoomweg tussen Vlaardingen
en Schiedam. Die stond in 1960 niet erg hoog op de prioriteitenlijst en
uiteindelijk is het op initiatief van Vlaardingen een toltunnel
geworden. Tot eind 1980 is dat ook zo gebleven.

	In 1978 is op initiatief van de toenmalige minister-president Lubbers
en de minister van Financiën Ruding voorgesteld om een aantal tunnels
in de Randstad te financieren met tol. Dat is vanaf dat moment
overgenomen in het Structuurschema Verkeer en Vervoer. Minister
Maij-Weggen wilde in 1994 op een aantal toegangswegen en tunnels de stap
naar tol mogelijk maken en ook in 2004 kwam dit in de nota Mobiliteit
van minister Peijs ook weer ter sprake, evenals in de publicatie van de
commissie Private Investering van Infrastructuur van 2008.

	We hebben een aantal toltunnels in Nederland, zoals de
Westerscheldetunnel, de Kiltunnel bij Dordrecht en de Wijkertunnel. Ik
trof bij mijn aankomst een groot bedrag aan tol in mijn begroting aan,
gekoppeld aan de A13-A16 en aan de A15. Dat heb ik meegenomen in de
verdere uitwerking van de projecten. Als de commissie ertoe besluit om
dat ongedaan te maken, moet daar een fors bedrag tegenover staan, want
het gaat om 282,5 mln. voor het projectbureau ViA15, 245 mln. voor de
A13 en ongeveer 300 mln. voor de NWO. Dat gaat dan ten koste van andere
projecten.

	Dit is een lang verhaal, maar het maakt wel duidelijk dat tol geen
nieuw ding is. De Kamer is er al jarenlang bij betrokken. Het is als
financieringsvorm ingebracht omdat er wensen waren die verder gingen dan
wat het MIRT op dat moment kon bekostigen. Daarom is het bij deze
projecten zo vormgegeven.

	Er zit natuurlijk wel een kader onder. Je doet het alleen maar bij
nieuwe doorsnijdingen en er moet een gratis alternatief beschikbaar
zijn. Ik heb in de schriftelijke beantwoording aangegeven welke de
uitgangspunten zijn. Deze drie projecten zijn de enige projecten
waarvoor dit geldt en daarom wordt bij deze projecten tol geheven. Bij
toekomstige wegen zal dat alleen kunnen gelden voor nieuwe verbindingen
die een alternatief hebben. Ik kan die op dit moment niet verzinnen,
maar ik kan ook niet tot in de eeuwigheid in de toekomst kijken.

	Er is ook gevraagd naar pps-projecten. De heer De Rouwe vroeg of ik het
aantal pps-projecten wilde verdubbelen en hoe ik dat concreet kan maken.
Ik heb het uiteindelijk van 12 naar 32 projecten gebracht. Deze worden
in het loket ingebracht en zijn van groter tot kleiner. Heel erg klein
is best complex, want je krijgt dan te maken met hoge transactiekosten
voor pps omdat je heel veel moet afstemmen. Ik probeer ook het
ministerie van OCW, het ministerie van Financiën en VWS erbij te
betrekken, zodat projecten rondom scholen of ziekenhuizen -- dat is wat
minder het geval sinds er een nieuwe bekostigingssystematiek is -- een
plekje daarin kunnen krijgen. Ik probeer ook de gemeenten over de streep
te halen om tot pps-projecten over te gaan.

	Eigenlijk meldt de markt ons dat wij het best prettig doen en dat wij
veel projecten in de markt leggen. Maar de markt ziet ook nog een grote
markt bij anderen en het pps-loket gaat die anderen ook helpen bij het
uitwerken van hun ideeën met voorbeeldcontracten en best practices. Op
die manier proberen wij dat een beetje te ondersteunen.

	Er is gevraagd in hoeverre robuustheidanalyses deel uitmaken van onze
analyses van de vraag waar wegen en files wel of niet aangepakt moeten
gaan worden. Ik ben het met de heer De Rouwe eens dat een NMCA gepaard
zou moeten gaan met een robuustheidanalyse. Daarom heb ik voor de
weganalyse van de NMCA ook een robuustheidanalyse door TNO laten
uitvoeren. De conclusies daarvan zijn opgenomen in de rapportage.
Robuustheid wordt bepaald door de snelheidsratio -- de verhouding tussen
gerealiseerde snelheid en maximumsnelheid -- de ratio
intensiteit/reservecapaciteit op alternatieve routes, de fileterugslag
op het aantal gehinderde voertuigen, de kans op verstoringen en het
gebrek aan robuustheid. Het is niet automatisch een reden om te
investeren, maar speelt wel mede een rol.

	In algemene zin is gevraagd of de resterende projecten van de motie-De
Rouwe nog worden uitgevoerd. Ik wilde die niet per provincie doen maar
in het totaal. Ik heb in de investeringsbrief van 14 juni 2011
aangegeven dat ik acht projecten uit deze motie nu al heb opgenomen, dat
er op termijn sprake is van een negende en dat ik de toekomst de niet
overgenomen projecten uit deze motie opnieuw zal afwegen samen met
andere prioriteiten. Dat geldt ongetwijfeld ook voor mijn opvolgers. Ik
heb gezegd dat wij proberen zo ver mogelijk te komen met de lijst en
zullen kijken wat wij reeds met elkaar kunnen realiseren en wat nog
niet. Die projecten blijven overeind staan, maar zijn nog niet in
uitvoering genomen.

	Ik ondersteun het idee van social return on investment. Rijkswaterstaat
draagt daaraan bij. Tot nu toe hebben wij bij twee grote
onderhoudswerken social return on investment ingebracht bij het
prestatiecontract. Beide werken zijn aanbesteed. Een is reeds gegund en
het andere wordt deze maand gegund. Aan de hand hiervan kijk ik naar
mogelijke vervolgstappen en zal die de Kamer graag doen toekomen in een
plan van aanpak.

	De heer Bashir sprak in algemene zin over achterstallig onderhoud op
het onderliggend wegennet en vroeg of ik bereid ben te kijken naar de
lokale vervoersketen en ook het onderhoud in kaart te brengen. Het
onderliggend wegennet is de verantwoordelijkheid van provincies en de
gemeenten. Vanuit de BDU worden wel middelen beschikbaar gesteld voor
aanleg en onderhoud. De prioritering moeten provincies en gemeenten zelf
doen. Op het moment dat wij maatregelen nemen op het rijkswegennet die
van invloed zijn op het onderliggend wegennet, proberen wij altijd
daarmee rekening te houden. De provincie en de regio zelf staan dan ook
onmiddellijk bij ons op de stoep om de gevolgen van een en ander onder
onze aandacht te brengen.

	De afgevaardigde van de SP vroeg ook hoe de file top 50 was
samengesteld, of het lussenmeetnet landsdekkend was en of dit het enige
instrument is waarmee naar files wordt gekeken. Er wordt natuurlijk veel
breder gekeken. Bij het totale MIRT wordt de NMCA gedaan in combinatie
met de file top 50. Bij Beter Benutten hebben wij specifiek naar de file
top 50 gekeken omdat het hier gaat om projecten die in een NMCA
misschien niet altijd als eerste eruit komen omdat het vaak om kortere
stukjes gaat en niet om de totale wegdelen. Dit was nu juist bij de
provincies een probleem omdat je daarmee de lokale files niet duidelijk
zag. Bij de file top 50 wordt inderdaad geregistreerd op gegevens van
lussen in de weg, aangevuld met gegevens van weggebruikers en van eigen
medewerkers. Overal in Nederland liggen lussen, vooral op die plekken
waarvan bekend is dat er regelmatig files staan; ook in het noorden, zeg
ik even tegen de heer Bashir. Daarmee is de file top 50 een goede
weergave van de werkelijkheid. Natuurlijk bekijk ik iedere keer samen
met de regionale wegbeheerders of de info nog beter kan. Met de uitrol
van de Nationale Databank Wegverkeergegevens wordt daaraan ook gewerkt.

	Mevrouw Van Gent zegt dat ze teleurgesteld is in de visie van de
minister, omdat deze uit veel asfalt bestaat. Ze vraagt of ik geen
effecten zie van de thuiswerkers enzovoorts. Ik dacht eigenlijk dat
mevrouw Van Gent met een compliment zou komen, omdat het programma Beter
Benutten erin zit. Dat kwam echter niet. Daarom vertel ik zelf nog maar
een keer dat het programma Beter Benutten erin zit. Naast de aanleg van
nieuwe wegen wordt er met dit programma ingezet op het beter gebruiken
van wat er al ligt en op het verlokken van mensen om van andere
modaliteiten gebruik te maken of hier helemaal geen gebruik van te maken
en lekker thuis te werken. Wij vinden dat, net als GroenLinks, van
belang. Daarom maakt het onderdeel uit van het programma.

	Mevrouw Van Gent vraagt waarom er geen extra geld naar openbaar vervoer
gaat, bijvoorbeeld in de verdeling van de aanvullende post. De
aanvullende post gaat voor twee derde naar de weg en voor een derde naar
het spoor. Daar zit de aanvullende post ook in. Mevrouw Van Gent had het
ook over het regionaal openbaar vervoer. Dat is aan de regio. Wij geven
de regio's nog BDU-budgetten, maar vanaf volgend jaar niet meer. Wij
gaan over het nationale spoor. De wethouders en de gedeputeerden gaan
over het regionaal ov. Ik zag dat mevrouw Van Gent het af en toe lastig
vond, want ze voerde de lokale wethouders vaak op als maatstaf voor het
nationaal bestuur. Zo werden ook alle VVD'ers nog een keer genoemd. Er
is een verschil tussen de lokale democratie en de nationale democratie.
Voor ons deel van het spoor staan wij echt aan de lat.

	Dat waren de meer algemene vragen over de financiën. Nu wil ik de
specifieke regio's langslopen.

De heer De Jong (PVV): Ik heb een vraag over de prioriteitsstelling in
het MIRT. De minister zegt dat deze eigenlijk niet voldoende was om nu
al naar de Kamer te zenden. Het is goed dat de prioriteitsstelling in
januari komt, maar het is jammer dat zij er niet nu al is, want de Kamer
had er veel aan gehad. Voor de volgende grote MIRT-behandelingen vraag
ik de minister toe te zeggen dat de prioriteitsstelling wel ruim op tijd
naar de Kamer komt. Dat wordt ook in de motie gevraagd. Ik snap dat de
minister moet onderzoeken hoe zij deze zal uitvoeren. Ik had er
eigenlijk tijdens dit MIRT-overleg al op gerekend. Nu komt de
prioriteitsstelling in januari. Kan de minister toezeggen dat deze er de
volgende keer wel op tijd is?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dat zeg ik graag toe.
Eigenlijk moet hetgeen ik in januari toestuur ook ongeveer hetzelfde
zijn als hetgeen voor het volgende MIRT-overleg komt.

	Dan wil ik meteen terugkomen op de opmerking van mevrouw Wiegman. Zij
zei dat ik de Kamer er minder bij wilde betrekken door nog maar één
keer per jaar met de provincies om de tafel te gaan. Dat heeft echter
niets met de Kamer te maken. Ik zit één keer per jaar met de
provincies om de tafel omdat het MIRT-budget uiteindelijk niet veel
nieuwe ruimte biedt. We moeten vooral de voortgang van reeds
geprioriteerde projecten bespreken. De Kamer mag zo vaak als zij wil mij
hierover bevragen. Dat kan iedere maand, iedere week, twee keer per jaar
of één keer per jaar. Dat is aan de Kamer. Ik zou de Kamer nooit enige
info willen onthouden op dat vlak. Er komt niet zoveel nieuws bij.
Daarom denk ik dat het belangrijk is om met de regio's veel meer te
kijken naar de vraag hoe we de projecten die we met elkaar hebben
afgesproken, kunnen realiseren. Soms moeten ze al in maart klaar zijn,
soms zijn ze in september klaar. Dat halfjaarlijkse schema is voor hen
en voor mij niet zo interessant. Ik denk dat de Kamerleden met elkaar
moeten overleggen hoe vaak zij van mij informatie willen hebben over de
voortgang. Dan zal ik deze ook leveren. Ik zal de prioriteitsstelling
dus ruim op tijd aanleveren. Deze komt nu in januari en ik zal zorgen
dat deze geactualiseerd is bij het volgende overleg. Het zou natuurlijk
goed zijn als de prioriteitsstelling niet te veel verandert. Anders
klopt zij namelijk niet.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Als de minister echt gelooft in het
programma Beter Benutten, zou ze minder asfalt aanleggen. We hebben het
rapport gekregen van Pwc, PricewaterhouseCoopers. Daarin wordt
aangegeven dat minder asfalt nodig is als het nieuwe werken op een
betere manier gestalte krijgt. Waarom worden daar geen consequenties aan
verbonden? Wat betekent het voor de kosten van invoegstroken,
wegbreedte, voor geluidsmaatregelen en maatregelen tegen uitlaatgassen
als overal een maximumsnelheid van 130 km/u wordt ingevoerd? Moet dat
niet in de totale berekening van het MIRT worden betrokken? Nu zien we
bij de uitbreiding dat er zo'n 200 mln. wordt ingestoken die zomaar uit
de lucht komen vallen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik wilde mijn opmerkingen
over 130 km/u bij varia maken, maar ik wil dat nu ook wel doen. In de
berekening heb ik rekening gehouden met alle bestaande wegen. Als straks
in het MIRT tot een nieuwe weg wordt besloten, bijvoorbeeld een A8 of A9
waarop 130 km/u mag worden gereden -- daarmee bedoel ik geen A13 of A16,
want die worden geen 130 km/u -- is dat het enige wat daarin nog niet is
meegenomen. Daar hebben we nog niet toe besloten en we hebben er zelfs
nog niet eens op gestudeerd. Alle bestaande wegen en de maatregelen die
daarop betrekking hebben, zitten in die 132 mln. waarover ik de Kamer al
eerder berichtte. 45 mln. is voor ontwerp-gerelateerde maatregelen die
te maken hebben met ongevallen, 35 mln. is voor
luchtkwaliteitsmaatregelen en ik heb er extra budget voor
verkeersveiligheidsmaatregelen in gedaan om meer activiteiten te krijgen
op het gebied van verkeersveiligheid, om daarmee ook mijn goede wil op
het gebied van veiligheid te laten zien. Dat is wat er ongeveer in zit,
maar daarover komen wij wellicht woensdag of op een ander moment te
spreken.

	Mevrouw Wiegman en mevrouw Van Gent hebben gesproken over de effecten
op gezondheid en over stikstof. Mevrouw Wiegman stelde haar vraag naar
aanleiding van de boeren. Als gevolg van de maatregelen op het gebied
van verkeer en vervoer zal tussen 2012 en 2018 de stikstofuitstoot met
32% omlaag gaan. Daarvan wordt voor het MIRT ongeveer 4% in beslag
genomen als gevolg van de groei van de automobiliteit. Daar komen die
130 mln. nog bij. Het gaat dus een eind omlaag, maar het gaat ook weer
een stukje omhoog.

	De gezondheidsaspecten maken integraal onderdeel uit van de Lucht- en
Geluidstoets. Ik zal een paar cijfers geven, maar wij zullen hierover in
het algemeen overleg over de 130 km/u veel intensiever komen te spreken.
Als er dan nog onduidelijkheden zijn, kunnen we die ook nog schriftelijk
ophelderen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Het algemeen overleg zal woensdag
plaatsvinden en ik zou die gegevens graag voor dat algemeen overleg op
papier krijgen, zodat we er beter over kunnen praten. Ik vraag me
namelijk ook af wat de verhoging van 80 km/u naar 100 km/u bijvoorbeeld
voor Utrecht betekent. Als de minister dat allemaal al voorhanden heeft,
kan zij ons dat per omgaande geven. Ik heb bovendien nog geen antwoord
gekregen op mijn vraag waarom het beter benutten niet het effect heeft
van bijvoorbeeld minder asfalt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Wat dat betreft, hebben
wij de nota Mobiliteit en daaropvolgend de Structuurvisie infrastructuur
en ruimte. Daarin staat dat veel weg-, spoor- en vaarwegprojecten
gerealiseerd moeten worden om onze economie gaande te houden en de
bereikbaarheid op peil te houden. Dat zijn onder andere de projecten,
waarmee ik mij de afgelopen periode heb beziggehouden en de komende
jaren nog mee bezig zal houden. Tegelijkertijd gaat het programma Beter
Benutten van start. Als wij nu met de regio's afspreken dat wij mensen
gaan verlokken en verleiden om beter gebruik te maken van de weg, zijn
niet ineens die projecten niet meer noodzakelijk. Mijn streven is erop
gericht om in de knelpuntenregio's 20% files te verminderen en dus
daarop te sturen. Dat betekent dat ik daarin de komende jaren minder
hoef te investeren als mij dat inderdaad lukt. De groei van de
automobiliteit moet je ook meenemen. Het is nu een wat slechtere
periode, maar op een gegeven moment trekt dat weer aan. Ik houd er
rekening mee dat ik in de toekomst minder investeringen hoef te doen
door nu mensen er bewust van te maken dat zij de infrastructuur beter
kunnen benutten. Het gaat niet alleen om personenvervoer, maar ook om
vrachtvervoer.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Krijgen wij die cijfers voor woensdag?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De kosten voor de wegen
staan in de brief. De cijfers over stikstof heb ik net gegeven, maar ik
kan ze de Kamer ook toesturen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Die stikstofcijfers wil ik graag
ontvangen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Prima.

De heer Aptroot (VVD): De minister heeft nog niet gereageerd op het idee
om met het Rotterdamse Havenbedrijf te gaan praten. Eerder heeft dat
heel stoer geroepen dat men een behoorlijke bijdrage zou leveren als de
politiek niet zou wachten tot 2025-2028. Dat is niet gebeurd. Wij vinden
het belangrijk dat die toezegging van de topman van het Havenbedrijf, de
heer Smits, gestand wordt gedaan.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Het Havenbedrijf Rotterdam
heeft gezegd te willen bijdragen in NWO. Ik weet dat men heeft
aangegeven een rol te zien bij de fase van de planuitwerking. Men heeft
een studie uitgevoerd naar de mogelijkheden voor pps. Bij de aanbieding
daarvan heeft men gezegd dat men het aanbod introk en zich voortaan zou
opstellen als belanghebbende. Ik wil best nog een keer met het bedrijf
in gesprek, maar ik weet dat de hoofdaandeelhouder, de gemeente
Rotterdam, ook niet zit te wachten op een bijdrage van het Havenbedrijf
aan NWO. De gemeente heeft zelf ook belangstelling voor de budgetten van
het Havenbedrijf voor andere infrastructurele projecten in de regio. De
minister van Financiën heb ik er nog niet over gesproken, maar hij zegt
meestal: als er dividend uitkomt, is het voor mij en niet voor jou. Dat
maakt het wat lastig. Het is heel goed mogelijk dat er in het verleden
meer over gezegd is, maar het Havenbedrijf heeft zich later
teruggetrokken. Ik ben in staat om het project te realiseren in de
huidige vorm. In een volgende fase zal ik opnieuw met het Havenbedrijf
praten over een eventuele bijdrage. Ik vraag mij af of dat ooit in die
mate kan, dat de tol daarmee wordt opgeheven.

De heer Aptroot (VVD): Dank voor de toezegging dat de minister met het
Havenbedrijf gaat praten. Een duidelijk deel van de Kamer -- ik hoor van
het CDA hetzelfde …

De heer Verhoeven (D66): Dat is geen duidelijk deel.

De heer Aptroot (VVD): Dat is wel een duidelijk deel, maar nog geen
meerderheid. Een duidelijk deel van de Kamer is heel teleurgesteld. De
volgende keer zullen opmerkingen vanuit het Havenbedrijf heel wat minder
serieus worden genomen als nu blijkt dat men zich niet aan zijn
toezeggingen houdt.

De heer De Rouwe (CDA): Daar gaat nog één stap aan vooraf. De minister
zegt dat het Havenbedrijf zijn keutel heeft ingetrokken en dat zij daar
alle ruimte voor heeft gegeven. Ik vraag mij af waarom de minister dit
kennelijk gewoon heeft geaccordeerd zonder daar kritisch bij stil te
staan. Het komt nu heel makkelijk over.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Laten wij daarbij
stilstaan in een nader debat. Dan kan ik in de historie duiken en zien
wanneer het gebeurd is.

De heer De Rouwe (CDA): Dat lijkt mij prima. Het lijkt me goed als de
minister dit nog even uitzoekt. Het gaat niet om klein bier. Ik zeg op
voorhand dat mijn fractie heel kritisch is. Ik hoop dat de minister in
haar archief "toezeggingen van derden" wil duiken. Wat is er gezegd en
wat is er gebeurd? Het gaat mij nu iets te snel en te gemakkelijk.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dat is zeker niet mijn
bedoeling. Laten wij erop terugkomen. Het is goed om in die historie te
duiken. Ik ken alleen maar het laatste stukje van de historie. Ik heb
begrepen dat men er niet voor voelt maar dat men wel aan iets anders bij
wil dragen, namelijk aan een project dat op de veel langere termijn
loopt. Hoe de historie was en welke gesprekken er met de fracties zijn
gevoerd, wil ik zelf ook graag scherp krijgen. Dan kan ik dieper op de
vraag ingaan dan dat ik nu alleen zeg dat ik wel mijn best heb gedaan
maar dat ik als antwoord nee heb gekregen. Ik zie graag het
totaalplaatje en ik denk dat ik de Kamer daarmee beter kan bedienen.

De heer Bashir (SP): De minister is veel te snel klaar met het onderwerp
tol. We hebben in deze commissie eigenlijk geen goede principiële
discussie met de regering gevoerd over de vraag of tol wel gewenst is.
Is de minister het met mij eens dat meer mensen van de weg gebruik
zouden maken wanneer geen tol werd geheven?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Zonder tol is er geen weg,
want we hebben niet genoeg geld om de weg te bekostigen. Misschien weet
u nog 1 mld. voor mij te vinden aan gederfde tolinkomsten. Van alles wat
gratis is, zal ongetwijfeld meer gebruikgemaakt worden dan wanneer dit
niet het geval is. Tol wordt ook internationaal veelvuldig toegepast,
onder andere in Frankrijk. Het is een instrument dat goed werkt, zeker
voor vrachtauto's die gebruik kunnen maken van een kortere route en daar
financieel voordeel aan hebben, ook omdat er minder files zijn. Men is
bereid om daarvoor te betalen. Bij al deze projecten maken wij een
prijselasticiteitsplaatje. Daarbij bekijken we wat een logische
tolbijdrage is om mensen van de weg gebruik te laten maken en wat niet.
Al die elementen spelen een rol.

De heer Bashir (SP): Inderdaad, er wordt gekeken naar prijselasticiteit,
maar in de Randstad zijn er heel veel alternatieven voor een tolweg. Als
je bijvoorbeeld van de Blankenburgtunnel een toltunnel maakt, zul je
zien dat mensen van de Beneluxtunnel gebruik zullen maken. Eigenlijk
zorgt de minister ervoor dat er een weg ontstaat voor de happy few, de
elite, die door kan rijden. Ik vind dat daarmee de weg niet op de goede
manier wordt benut. Mijn vraag aan de minister is of zij met mij van
mening is dat alle mensen aan de weg meebetalen en dat iedereen er dus
ook gebruik van moet kunnen maken.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Zoals de heer Bashir al
zei, is er weinig over het tolkader gesproken. Ik probeer nu juist het
historisch overzicht te geven om te laten zien dat dit al veel vaker in
het verleden aan de orde is geweest. Ik heb de kaders gehanteerd die
voorlagen en die heb ik toegepast op de drie wegen om te bezien waar het
mogelijk is om dat te financieren. Ik geloof zeker niet dat het alleen
de happy few betreft. Ik noemde net al de vrachtauto's met daarin de
vrachtwagenchauffeurs. Volgens mij een achterban die zich misschien de
happy few van de SP voelt, maar daar is weinig elitairs aan te vinden.
Waar gaat het eigenlijk om? Het gaat om economie, om bereikbaarheid en
het gaat erom hoe wij er met elkaar voor kunnen zorgen dat wij op een
slimme manier van A naar B kunnen komen. Een van die manieren is het
aanleggen van extra verbindingen en die laten financieren met een
tolheffing.

De heer Verhoeven (D66): Ik heb de discussie zo eens even beluisterd en
ik moet constateren dat ik getuige ben van een rare gang van zaken. De
minister begint met een prachtige historische uiteenzetting over tol.
Waarvoor dank. Vervolgens beginnen VVD en CDA er een beetje over te
pruttelen of het nu om een keutel gaat die is ingetrokken, of het een
harde toezegging was of dat het stoere taal was. Nou, ik zal maar niet
zeggen hoe vaak ik de VVD en het CDA stoere taal hoor uitslaan waar zij
vervolgens weer op terugkomen. Ik ben heel benieuwd of elke uitspraak
van de heren Aptroot of De Rouwe een harde toezegging genoemd kan
worden. Vervolgens zegt de minister dat zij nog uit zal zoeken hoe hard
de toezegging van het Havenbedrijf was, terwijl zij hier al een besluit
over heeft genomen, namelijk dat er 0,5 mld. aan tol nodig is. Dus ik
snap er helemaal niks meer van.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik neem aan dat u van mij
antwoord wilt op de laatste vraag. Ik heb ervoor gezorgd dat die
verbinding mogelijk wordt gemaakt, zowel via financiering van ons als
via tolheffing. Ik heb het Havenbedrijf eraan herinnerd dat het ook een
bijdrage zou leveren. Het Havenbedrijf heeft aangegeven dat het dat niet
van plan is. De enige reden waarom ik nog even in de historie wil
duiken, is omdat ik niet weet wat daar in het verleden specifiek over is
afgesproken.

De heer Verhoeven (D66): Met alle respect voor de minister: dit is echt
een heel merkwaardige gang van zaken. De minister heeft gezegd 0,5 mld.
nodig te hebben. Voor dat ene traject is dat dan 300 mln. en dat is
gebaseerd op het feit dat het Havenbedrijf heeft gezegd dat het niet
gaat meebetalen. Vervolgens moeten ook de heren Aptroot en De Rouwe even
in slaap gesust worden omdat zij graag willen dat er toch tol betaald
wordt, maar dan niet te veel, want dan kan het Havenbedrijf helpen om
die tol wat lager te maken. En dan zegt de minister: nee, ik kom er nog
op terug als jullie een debat hebben en dan ga ik even kijken wat voor
toezegging het was. Dat is toch niet te volgen?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Wat mij betreft staan de
bijdrage van het Havenbedrijf en de tol volledig los van elkaar. Voor
NWO is altijd rekening gehouden met een tolbijdrage. Zoals ik het altijd
heb gepercipieerd is de bijdrage van het Havenbedrijf altijd gegaan over
bijvoorbeeld verdere inpassing van de weg in de natuur. Het gaat dan ook
niet om een bijdrage van 300 mln., maar om veel minder geld. Zo heb ik
het altijd geleerd.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Ik wil even vragen of de minister het blokje 130
km/u al helemaal heeft afgerond.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik heb inderdaad antwoord
gegeven op de vragen daarover. Als ik iets achterwege heb gelaten: we
hebben het er over twee dagen nog uitgebreid over.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Dat klopt. Ter voorbereiding daarvan zijn er
nadere vragen gesteld over het stikstofgetal. Vanochtend stond in De
Pers dat wij ook over de veiligheidsrisico's niet volledig geïnformeerd
zijn. Naar aanleiding van dat artikel in deze gratis, belangrijke en
nieuwswaardige krant, zou ik daarop graag een reactie krijgen van de
minister. Verder hebben wij nog specifiek gevraagd uit welk potje een en
ander precies wordt gefinancierd wordt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Allereerst over de
veiligheidseffecten, waar mevrouw Kuiken op doelt. Dat gaat over een
rapport dat ook via de link beschikbaar is, dus waar wij ook in de brief
naar verwijzen en wat ook gewoon beschikbaar is voor de Kamer. Er is dus
geen informatie achtergehouden.

	Wat betreft de kostencomponent kan ik aangeven aan welke financiering
gedacht wordt.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Voor dat laatste dank, maar het artikel in De
Pers suggereert dat het rapport, bestaande uit 55 pagina's, niet
compleet is en dat er een aantal belangwekkende argumenten over de
veiligheidsrisico's achter zijn gehouden. Dat vind ik nogal schokkend.
Het is iets wat naar boven is gekomen op basis van een WOB-verzoek. We
kunnen er woensdag als we erover vergaderen een welles-nietesspelletje
over gaan spelen, maar het lijkt mij toch wel handig …

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Even voor de goede orde: dat hebben wij
al gevraagd.

Mevrouw Kuiken (PvdA): O, excuses.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Het is wel een terecht punt, hoor.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Mijn vraag is of er bewilligd kan worden in dat
verzoek dat al gedaan is en dat door mijn partij nu wederom wordt
gedaan, ook naar aanleiding van het artikel van vanochtend, om de
gevraagde informatie aan te leveren.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik weet niet precies wat
er in dat artikel in De Pers staat, maar als er nog onzekerheden of
onduidelijkheden zijn, zal ik er zeker naar kijken en zal ik zorgen dat
wanneer er sprake is van omissies, de Kamer daarover geïnformeerd
wordt. Ik denk dat u al die informatie al heeft, maar ik laat er nog
naar kijken en zal ervoor zorgen dat u voorafgaand aan de vergadering
van woensdag wordt geïnformeerd.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): We hebben als commissie deze informatie
gevraagd op initiatief van GroenLinks. Ik ga ervan uit dat we voor
woensdag, het liefst vandaag, die stukken krijgen. We hebben die stukken
namelijk nog steeds niet, terwijl we er de vorige week om hebben
gevraagd. Dat van vanmorgen was er weer een vervolg van.

De voorzitter: Via de griffie is inderdaad om informatie gevraagd. Ik ga
ervan uit dat die er uiterlijk morgen zal zijn.

	Dan constateer ik dat de minister door kan gaan met haar volgende
blokje.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Voorzitter. Dan
Noord-Nederland. Naast het feit dat een aantal leden van de commissie
hebben gezegd blij te zijn met de ontwikkelingen die daar plaatsvinden,
waren er toch nog wel wat vragen en wensen.

	De heer Aptroot vroeg naar de N33, Assen-Zuidbroek. Het TB Q2 vindt
plaats in 2012. De heer De Jong vroeg waarom wij kiezen voor een
klaverblad. Die keuze is gemaakt door de provincie, die daar ook voor
betaalt. Inderdaad is daarom meer tijd nodig om het in ontwerpen op te
nemen. Dit is dus niet op verzoek van RWS, maar op verzoek van de
provincie. Het gaat om een 100 kilometerweg en die kan ook veilig zonder
vluchtstrook; daarom zit deze niet in het ontwerp.

	De heer Aptroot had een vraag over de A6 bij Joure: wanneer zijn het TB
en de overeenkomst er? Voor Harlingen is het OTB al wel opgeleverd. Ik
probeer dat nog dit jaar vast te stellen. Over de
realisatieovereenkomst, de opvolger van het OTB Harlingen en Joure, zijn
we iets te optimistisch geweest. Ik ga ervan uit dat we deze in januari
of februari kunnen sluiten, wat een of twee maanden scheelt. De heer
Aptroot vroeg ook naar de zuidelijke ringweg Groningen: wanneer wordt
het OTB verwacht? Het zal in het derde kwartaal van 2012 worden
vastgesteld en ter visie gaan.

	Het CDA vroeg hoe het staat met de Skarster Rien en of het
Mobiliteitsfonds daarvoor kan worden gebruikt. Vorige maand heb ik
hierover gesproken met Friesland. Ik heb aangegeven dat het belangrijk
is dat er zekerheid ontstaat over de wens van de provincie om het
aquaduct voor te financieren. De provincie stuurt mij begin volgend jaar
hier een brief over. Als wij hierover een goede afspraak kunnen maken,
ben ik zeker bereid om te bezien hoe wij de rijksbijdrage in de periode
na 2020 makkelijk kunnen afwikkelen. Dat kan via het Regionaal
Mobiliteitsfonds, maar er zijn misschien ook andere mogelijkheden. Ik
heb begrepen dat het de provincie erom gaat dat het Rijk prioriteit
blijft geven aan het aquaduct. Dat doe ik, ik heb het ook opgenomen in
mijn Investeringsbrief van juli dit jaar. En hierbij bevestig ik het
nogmaals.

	De VVD, PvdA en CDA vroegen naar de regio Emmen en het project
Atalanta. Uit de Nota Ruimte is 8,5 mln. beschikbaar gesteld. Conform de
motie-Roefs/Koopmans heb ik geïnventariseerd bij andere departementen
of in het fysieke domein aanvullende middelen beschikbaar zijn. De
andere ministeries hebben mij gezegd dat dit niet zo is. Ook in het MIRT
is tot 2020 geen aanvullend budget beschikbaar voor Atalanta. De regio
heeft ervoor gekozen om vanuit het RSP te investeren in de
centrumontwikkeling van Emmen en de bereikbaarheid daarvan; daarvoor
wordt dus RSP-budget ingezet. Ik heb in het kader van het MIRT ook met
de regio overlegd. Men is blij met de inzet die wij hebben gepleegd en
men zal proberen om er via het RSP verder invulling aan te geven.

De heer De Rouwe (CDA): De minister geeft weliswaar keurig en ook
onderbouwd aan hoe het zit, maar daarmee is er nog geen oplossing voor
Atalanta en Emmen. Men zit met een tekort van 17 mln. De genoemde motie
vroeg juist om een oplossing. Ik vraag de minister of zij alsnog
uitvoering wil geven aan deze aangenomen motie; er is immers nog geen
oplossing.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Via de motie stelde de
Kamer dat onze bijdrage op zich wel goed was, maar dat vanuit andere
ministeries nog wat moest gebeuren en dat met anderen moest worden
gepraat. Dat is gebeurd. Inmiddels is de financiële situatie er
natuurlijk niet beter op geworden. Sommige ministeries hebben nog heel
weinig beschikbaar voor fysieke plannen. Er is sprake van een groot RSP,
er zit nog best veel budget in de regio. Gezien onze bijdragen en het
feit dat het moeilijk is voor anderen om extra bij te dragen, vind ik
het niet zo gek dat de regio eerst naar het RSP gaat kijken voor de
oplossing van dit probleem. Ik heb het namelijk ook niet in het MIRT.
Als ik van alles overhad, zou ik ook zeggen: doe er maar 17 mln. bij. Ik
kan nóg wel een keer met mijn collega's in gesprek gaan hierover, maar
u kent het natuurbudget en de topsectorbudgetten; daar zit niet heel
veel vet meer aan. Ik heb de motie naar de letter uitgevoerd. Het heeft
alleen niet opgeleverd wat de Kamer wellicht gehoopt had dat het op zou
leveren.

De heer De Rouwe (CDA): Dat snap ik. Ik weet hoe het in elkaar zit. De
minister zegt terecht dat de regio eerst naar de RSP-pakketten moet
kijken. Als de regio extra zal bijdragen uit het RSP, is de minister dan
bereid om te bezien of zij een even groot bedrag bij elkaar kan
sprokkelen? Het gaat niet om miljarden, maar om een paar miljoen. De
Kamer zet zich al heel lang in voor Emmen en juist voor deze stad zou
het een oplossing kunnen zijn.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik vind het wel knap dat u
dit uit mijn antwoord haalt! Het is een heel bijzondere interpretatie
van wat ik zei, maar misschien is het Fries.

	Wij hebben niet voor niets al die MIRT-overleggen met de regio's. Daar
bekijken wij met elkaar wat het meeste prioriteit zou moeten krijgen en
daarbij wordt dit probleem niet als eerste genoemd. Laat ik nu maar
eerst eens afwachten wat men gaat doen met het RSP. Ik zeg dat, omdat
het het eerstvolgende MIRT-overleg ongetwijfeld opnieuw op de agenda
staat en wij iedere keer met elkaar zaken zullen moeten heroverwegen. Ik
wijs er verder toch ook maar op dat hier geen enkel
infrastructuurprobleem speelt. Het gaat echt om een ander probleem.

	Voorzitter. Tot slot energy port. Wij hebben het heel vaak gehad over
het belang hiervan. Ook hebben wij goede afspraken gemaakt over de
manier waarop het in de Structuurvisie zou moeten worden opgenomen.
Vandaag is daaraan de vraag toegevoegd of er ook middelen gereserveerd
zijn voor energy port. Op dit moment is dat niet het geval, maar in het
kader van de Structuurvisie is voor alle ports -- de energy ports, de
brainports en de greenports -- afgesproken dat in het geval van
eventuele aantoonbare mobiliteitsknelpunten met de regio zal worden
besproken of investeringen noodzakelijk en mogelijk zijn. Overigens is
energy port ook onderdeel van het topsectorenbeleid van minister
Verhagen. Het is dus heel goed mogelijk dat op andere begrotingen wel
specifieke bedragen staan. De mobiliteit zal bij alle ports -- en daar
ging het energy port om -- gelijk worden behandeld. Dat betekent dat
eventuele knelpunten in de MIRT-overleggen een plek krijgen.

	Voorzitter. Ik verlaat Noord-Nederland en ga door naar
Noordwest-Nederland. Ik begin met de vraag waarom het project A1/A6/A9
negen jaar duurt. De oorzaak is dat het vijf grote deeltrajecten betreft
over een lengte van 63 kilometer. Het gaat om 200 kilometer rijbaan,
twee tunnels, een nieuwe Hollandse Brug en meer dan 100 viaducten. In
totaal is hiermee 4,4 mld. gemoeid. Het project betreft nagenoeg het
hele wegennetwerk ten zuiden van Amsterdam. Op die wegen is het nu al
ontzettend druk. Om tijdens de wegwerkzaamheden het verkeer niet
volledig vast te laten lopen is gekozen voor fasering in de tijd. Daarom
duurt het project negen jaar. Alles wat wij kunnen bedenken om het
sneller of slimmer te doen, zullen wij aangrijpen. Omdat het gaat om het
hart van de wegenactiviteiten, is het wel heel lastig.

	Mevrouw Kuiken vroeg of Lelystad ook in SMASH zit. Lelystad zit er niet
in, want SMASH betreft de robuuste ruimtelijke keuzes rond Schiphol:
woningbouw, de ontwikkeling van Schiphol, wegen, water en andere zaken
die echt om een ruimte invulling vragen. Daarbij wordt uitgegaan van een
planhorizon die loopt tot 2040. In SMASH staan de ruimtelijke keuzes
voor de metropoolregio Amsterdam en de aangrenzende zone centraal. De
luchthaven bij Lelystad speelt geen rol binnen SMASH. De verstedelijking
en dan met name Lelystad-Zuid valt mogelijk wel binnen de scoop van de
studie. De ontwikkeling van Schiphol en de keuzes die daarvoor moeten
worden gemaakt, hangen wel samen met de ontwikkeling van Lelystad.
Daardoor maakt het indirect wel deel uit van de berekeningen van hoe
groot je waar wilt worden.

	De heer Verhoeven vroeg of ik iets kon zeggen over de N205/N206 en de
aansluiting op de A4. Dat kan ik op dit moment niet. Het is een project
van de provincie en het lost bovendien geen knelpunten op de rijkswegen
op. Ik zei "op dit moment", want in de structuurvisie SMASH wordt ook
onderzocht of de bereikbaarheid van de luchthaven realisatie van dit
project nodig maakt. Zomer 2012 is die structuurvisie klaar. Deze visie
is verder agendavormend voor de periode na 2023: in the end zullen wij
ons er dus wel een mening over moeten vormen, ook al is het een lokaal
project.

	De heer De Rouwe vroeg vanaf wanneer het geld beschikbaar is voor de
N23. In 2014 en 2015 wordt respectievelijk 13 mln. en 22 mln. van de
totale 35 mln. ingezet voor de aansluiting van de N23 op de A7. Naar
aanleiding van de motie-De Rouwe zal ik de 21,6 mln. die ik heb kunnen
vrijmaken na 2020 kunnen inzetten. Dit is deels bestemd voor
medefinanciering van een nieuwe oeververbinding bij de Roggebotsluis,
waaraan ook Flevoland en Overijssel 10 mln. bijdragen, en deels voor de
verbinding Hoorn-Enkhuizen, waaraan ook Noord-Holland 11,6 mln.
bijdraagt.

	Mij is gevraagd of ik bereid ben te bekijken of de A22 kan worden
afgewaardeerd tot provinciale weg, althans, die wens van de gemeente
Beverwijk is mij overgebracht. Dat is voor mij echter onwenselijk, omdat
afwaarderen een snelheidsregime van 80 km/u of minder betekent. Dan
wordt het een soort stadsboulevard, terwijl het nu een tweemaal
tweebaanssnelweg met 100 km/u door de Velsertunnel is. De A22 speelt een
te belangrijke rol in de regionale bereikbaarheid om dit te kunnen doen.
De weg vervult een heel belangrijke functie in de ontsluiting van
Beverwijk en Velsen-Noord en is ook een verbindingsas voor verkeer
vanuit het noorden naar IJmuiden, met als belangrijkste economische
bestemming de zeehaven IJmuiden en Haarlem-Noord. Verder is deze weg van
belang voor de robuustheid van het wegennet als route naast de
Wijkertunnel. Ik meen dat Beverwijk deze afwaardering wilde vanuit een
oogpunt van verkeersveiligheid, bereikbaarheid en luchtkwaliteit, maar
de weg speelt een te grote rol in het verkeersnetwerk om daar überhaupt
naar te gaan kijken. Ik denk dat het belangrijk is om te kijken wat er
precies aan de hand is met de A22 waardoor deze problematiek zo wordt
gevoeld.

	De VVD heeft gevraagd naar de A8/A9 als onderdeel van de Noordcorridor
Amsterdam. Het klopt dat de regio geld beschikbaar heeft, waarnaar
mevrouw Kuiken ook heeft gevraagd. Het gaat dan om 110 mln. Dat vind ik
natuurlijk ook zeer aantrekkelijk. Tot nu toe kwam deze weg niet uit
onze knelpunten, wel de A7/A8/A10, dus daarop waren wij aan het
studeren. Nu heb ik afgesproken met de gedeputeerde dat wij hierbij de
A8/A9 betrekken, dus als die nog effect heeft op de A7/A8/A10 is het
misschien wel aantrekkelijker om de A9 aan te pakken. Wij kijken hier
dan ook naar.

	In dit verband vroeg mevrouw Wiegman of wij hier meteen multimodaal
naar kijken. Ja, wij gaan ook kijken of er kansrijke multimodale
oplossingen zijn voor de geconstateerde problemen op de weg. Ik zal in
ieder geval met de provincie Noord-Holland doorpraten, ook over
eventuele voorfinanciering voor de A8/A9. Wij zullen kijken wat nu de
beste oplossing is voor de problematiek daar.

	Over de Ring Utrecht heeft de heer Verhoeven gevraagd of de verbreding
van de bak niet toch anders kan. Daarbij heeft hij verwezen naar een
onderzoek van Movaris. Ik heb deze vraag volgens mij eerder dit jaar ook
schriftelijk beantwoord. Toen heb ik geantwoord dat ontwerp- en
verkeersveiligheidsdeskundigen mij adviseren dat het verbreden van de
bak Amelisweerd echt onveilig is, ook met het treffen van aanvullende
veiligheidsmaatregelen. Daarna is er nog een motie ingediend om een
verbreding van deze bak te onderzoeken en heeft uw Kamer deze motie eind
2010 verworpen. Dus ik wil het daarbij laten en vooral bekijken hoe wij
nu de inpassing van deze weg in algemene zin met de wijken die
daaromheen liggen ook zo goed mogelijk kunnen doen.

	Dan kom ik bij het knooppunt Hoevelaken, waarnaar door bijna alle
sprekers is gevraagd. In de beantwoording van de schriftelijke vragen
heb ik toegelicht welke versoberingsmaatregelen bij knooppunt Hoevelaken
worden doorgevoerd. Ik zeg nadrukkelijk dat wij niet versoberen op de
verkeerskundige ambitie. Ook de normen voor omgevingshinder blijven
onverminderd uitgangspunt. Dat is belangrijk om te zeggen. Er wordt ook
niet bezuinigd door op- en afritten af te sluiten. Waar hierop wordt
gedoeld, is de aansluiting-Hoevelaken. Behoud daarvan zat sowieso al
niet in de voorkeursvariant op basis van de oude afspraken. Wat
uiteindelijk uitgevoerd zal worden bij knooppunt Hoevelaken, hangt
eigenlijk af van de marktaanbiedingen. Het is een interessant project,
want wij hebben in dit geval voor het eerst gezegd: als wij zelf dingen
niet kunnen realiseren, kijken wij wat de markt kan doen. Behoud van de
aansluiting Hoevelaken kan door de markt opgenomen worden in de
aanbiedingen. Mogelijk kunnen hiervoor zelfs punten van de provincie
verkregen worden.

	De PVV-fractie heeft gevraagd naar de IJmeerverbinding: kan er verder
onderzoek gedaan worden naar het nut ervan? De IJmeerverbinding maakt
deel uit van het Grote Project RAAM, waarover ik de Kamer regelmatig
informeer. Op 21 december spreken wij hier weer over. Ik heb steeds de
lijn gevolgd dat wij volgend jaar met een conceptrijksstructuurvisie
komen en vervolgens een besluit nemen over het al dan niet aanleggen van
een IJmeerverbinding. Ik heb de komende maanden nog nodig om een KBA en
een MER op te stellen teneinde hierover een gemotiveerd besluit te
kunnen nemen. Ik kan ook wel zien dat een en ander niet op heel korte
termijn aan de orde is omdat de woningbouw -- die vraag zit er immers
achter -- langer op zich laat wachten. Ik wil wel een beeld krijgen van
wat wanneer wel aan de orde kan zijn.

De heer De Jong (PVV): Ik heb er alle begrip voor dat dit in het kader
van RAAM wordt besproken. De minister geeft met betrekking tot de
IJmeerverbinding aan dat zij nog tijd nodig heeft. Zeker als je kijkt
naar de plaatselijke politiek, is aanleg van een IJmeerverbinding pas
gerechtvaardigd als er sprake is van een schaalsprong, een gigantische
toestroom van het aantal mensen dat in IJmere wil gaan wonen. Uit
CBS-cijfers dat er in de periode tot 2030 100.000 mensen minder in dat
gebied gaan wonen dan van tevoren bedacht was. In plaats van 350.000
mensen gaan er 250.000 wonen. Alle onderbouwing voor deze verbinding is
dus weg. Neemt de minister ook deze schaalsprong en groei van het aantal
inwoners mee in haar overweging?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik denk dat je bij dit
soort grootschalige projecten altijd organisch moet werken. Dat betekent
dat je met elkaar moet afspreken wanneer je een volgende stap zet in
relatie tot het aantal inwoners. Als er sprake is van een langzamere
groei of zelfs van een uitblijvende groei op termijn, kom je dus tot
andere besluiten dan in het geval van een snelle groei. Wij moeten het
besluitvormingsproces zo inkleden dat wij iedere keer stappen kunnen
zetten en ook terug kunnen gaan als de situatie anders blijkt te zijn.

	Dan ga ik naar de A27-AGU, Almere, knooppunt Eemnes. Een snelweg op de
vluchtstrook is prima, vindt de VVD-fractie. Waarom niet al het verkeer
op deze vluchtstrook? Hoe hoog zijn de meerkosten? Al het verkeer op de
vluchtstrook betekent in feite de realisatie van een spitsstrook langs
deze weg. Dat kost ongeveer 54 mln. In het kader van de snelwegbussen
heb ik ongeveer 3 mln. beschikbaar voor de verbinding. Daarvan is 2 mln.
beschikbaar voor de exploitatie en circa €800.000 voor
infrastructurele aanpassingen. Dus de meerkosten om het voor al het
verkeer open te stellen zijn 53 mln. Ik wil deze afweging dan ook niet
maken.

	Dan wil ik overgaan naar Oost-Nederland: Gelderland en Overijssel. De
woordvoerders van onder andere de CDA-fractie en de PvdA-fractie vroegen
naar de N340. Deze kost in totaal 200 mln. tot 250 mln. De aansluiting
op de A28 is noodzakelijk. Overijssel en Zwolle dragen 50% bij: in
totaal 15 mln. tot 20 mln. Mij wordt gevraagd of ik bereid ben om de
andere 50% bij te leggen. In feite komen alle aanvragen daarop neer. In
het algemeen sta ik welwillend tegenover het samen financieren van
projecten als daarvoor een goede reden is. En dat gebeurt ook, bij
diverse projecten.

	Aangezien het provinciale project N340 voor het nationale netwerk van
beperkt belang is, komt dit knooppunt op de A28 tot nu toe niet in
aanmerking voor een financiële bijdrage. Ik heb dit ook aangegeven in
het BO MIRT Oost. Ik heb nog gekeken of het past binnen criteria voor
Beter Benutten, maar dat bleek niet het geval. Ten slotte hebben wij ook
gekeken naar de huidige prioritering van knelpunten en de verdeling van
de beperkte financiële middelen, maar ook daarin hebben wij geen ruimte
gezien. De A28 is recent verbreed, dus de mogelijkheid om werk met werk
te maken, is niet aanwezig. Ik hoor de wens van de Kamer, maar deze zaak
hoort echt op regionaal niveau thuis. Het heeft geen effect op het
nationale netwerk. Op verschillende manier ben ik nagegaan of ik daar
een rol in kon spelen, maar ik zie die rol niet. Gezien alle andere
wensen in het MIRT die wel op nationaal niveau liggen, krijgt deze zaak
wat mij betreft geen prioriteit en moet de regio dit zelf oppakken.

	De heer Bashir en mevrouw Kuiken hebben gesproken over de A12 en de
A15. Zij vragen waarom ik met een brug en niet met een tunnel aan de
slag wil gaan. Wij hebben met elkaar geconstateerd dat wij de
doortrekking van de A15 heel graag willen. Ook daarvoor was geen budget
in het MIRT. Samen met de provincie zijn wij heel ver gekomen; de
provincie geeft een forse bijdrage, een deel komt uit het MIRT en een
ander deel uit tol. De kosten van een tunnel vallen echt buiten het
taakstellende budget. Een brug moet natuurlijk altijd voldoen aan de
Natuurbeschermingswet. Ik besef heel goed dat daar een Natura
2000-gebied ligt, dus als ik de brug niet op een nette manier inpas, kom
ik niet voorbij de staatssecretaris van EL&I. Volgens de huidige
inzichten is het risico echter klein en kan een brug ook wettelijk goed
worden ingepast. De realisatie van de tunnel in de Betuweroute was geen
gevolg van de toen bestaande wettelijke eisen vanuit de
natuurbescherming. De keuze voor een tunnel in de Betuweroute is ook
gemaakt in andere financiële tijden. Ik zal veel doen aan inpassing.
Onder andere dankzij de bijdrage van de regio zal er sprake zijn van een
halfverdiepte ligging tussen Duiven en Zevenaar. De provincie heeft 55
mln. beschikbaar gesteld voor een goede inpassing bij Boerenhoek,
Groessen en park Lingezegen, een extra aansluiting op de A12 bij
Zevenaar Oost en een calamiteitenaansluiting bij Angeren. Er wordt dus
echt aan gewerkt om het project zo goed mogelijk in te passen.

De heer Verhoeven (D66): De minister heeft het tempo er flink in en dat
is prettig, maar bij dit punt wil graag iets langer stilstaan. Wij
hebben veel geluiden gehoord uit de regio dat er sprake is van nieuwe
ontwikkelingen, nieuwe feiten, nieuwe cijfers en nieuwe
kostendoorrekeningen op het vlak van inpasbaarheid en samenhang met het
milieubeleid. Kortom, een brug is helemaal niet zo veel aantrekkelijker
en beter dan een tunnel. Kan de minister daar iets over zeggen? In het
antwoord op mijn vorige vraag verwees de minister naar allerlei oude
ontwikkelingen. Dat heb ik toen laten lopen, maar nu hoor ik graag een
reactie van de minister op de actuele ontwikkelingen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ken alleen de elementen
die wij ter beschikking hadden op het moment dat wij een besluit moesten
nemen over de voorkeursrichting en vervolgens over het tracé. Het
definitief standpunt over het tracé komt in februari, dus als er nieuwe
zaken zijn die van invloed kunnen zijn op dat standpunt, dan hoor ik die
graag. De heer Verhoeven spreekt over "nieuwe ontwikkelingen", maar die
ken ik niet. Ik kan daar dus ook niet op reageren.

De heer Verhoeven (D66): Aan de ene kant ben ik gerustgesteld, nu de
minister zegt dat er nog geen definitief standpunt is ingenomen. Aan de
andere kant verontrust het mij dat de minister niet de informatie heeft
die ik wel heb, waardoor ik op een ander standpunt lijk uit te komen dan
het standpunt waarop zij waarschijnlijk zal uitkomen. Uiteraard kan ik
ervoor zorgen dat de minister die informatie ontvangt. Ik beperk mij
daarom tot de volgende vraag: heeft de minister inderdaad nog geen
standpunt ingenomen en kan het dus nog alle kanten op?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nee. Ik heb een duidelijk
standpunt ingenomen. Daarmee ben ik al naar buiten getreden. Ik heb
aangegeven dat wij, op basis van alle gegevens die wij op dat moment
hadden, kiezen voor een brug in plaats van een tunnel. Een tunnel is,
uitgaande van de informatie die ik tot nu heb, 200 mln. duurder. Het
definitief standpunt wordt in februari ingenomen. Daarna krijgen wij een
OTB met passende beoordeling. Daarin neem ik ook alle MER-adviezen mee.
Als blijkt dat er nieuwe gegevens of nieuwe ontwikkelingen zijn, dan
gaat dat ook mee in de verdere uitwerking hiervan, maar de bestuurlijke
keus is gemaakt. Op het moment dat zich dingen voordoen die nieuw zijn
en niet te verwachten waren, dan kunnen wij daarover opnieuw
discussiëren.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik wil hier graag nog even op ingaan. Ik
heb drie vragen. Eén. Hoe ga je een brug inpassen? De minister zegt dat
ze alles keurig gaat inpassen, maar hoe pas je een brug in? Twee. Bij de
Betuwelijn golden nog heel andere regels. Dat had zeker met natuurgebied
te maken, maar in een bijzin zegt de minister dat wij nu in financieel
andere tijden zitten. Wat is het nou? Is het geld of is het natuur?
Drie. De Commissie voor de m.e.r. heeft gesteld dat de tunneloptie veel
te vroeg van tafel is gegaan, die had nader onderzocht moeten worden. Ik
wil graag op deze drie vragen een helder antwoord, want ik heb de indruk
dat de minister al een besluit heeft genomen. Bij de staatssecretaris
van onze natuur is dit ook een eitje, vrees ik.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Hoe ga je inpassen? De
precieze inpassing volgt in het OTB. Ik heb net in mijn opsomming al een
aantal inpassingvoorstellen genoemd, maar hoe het precies vorm krijgt,
volgt in het OTB. Ook een brug kun je prima inpassen. Inpassen betekent
niet dat je iets niet meer ziet, maar dat je zo veel mogelijk rekening
houdt met de natuurwaarden die er zijn. Het graven van een tunnel heeft
ook effecten, maar dan op de ondergrondse natuur; een brug over het
water heeft zichteffecten. Alle elementen hebben effecten, het is
allemaal van invloed op de natuur.

	Bij de Betuwelijn golden geen andere natuureisen. Ook het advies van de
Commissie voor de m.e.r. leidt niet tot een ander bestuurlijk oordeel,
namelijk een brug. De commissie heeft gezegd dat de inpassing op
projectniveau meegenomen moet worden en dat zal ik ook doen.

	Nogmaals, inpassen betekent geluidsmaatregelen nemen en aantonen dat
het natuurgebied niet onder onoverkomelijke effecten lijdt.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): De minister geeft het zelf toe: bij de
Betuwelijn golden dezelfde regels als nu bij het doortrekken van de A15.
Toen is gekozen voor een tunnel en nu is dat ineens niet meer nodig. Ik
zou daarvan toch graag een nadere onderbouwing krijgen. De Commissie
voor de m.e.r. heeft gezegd dat de tunneloptie veel te vroeg van tafel
is geveegd en dat er nader onderzoek moet komen. De vraag is of dat gaat
gebeuren, of neemt de minister welbewust het risico dat er
natuurbezwaren komen vanuit procederende bewonersgroepen? Die hebben
daar overigens groot gelijk in. Ik wil niemand opstoken, maar dat ligt
behoorlijk voor de hand.

	Wat betreft de zichtlijnen wil ik ook meer helderheid. Een brug blijft
een brug. Dezelfde regels die golden voor de Betuwelijn over de
natuurwaarden worden hier met voeten getreden. Hoe denkt de minister dat
op te lossen?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nogmaals, bij de
Betuwelijn golden geen andere natuureisen, dat zei ik net ook al. Er is
voor een tunnel gekozen omdat het financieel andere tijden waren.
Hetzelfde heeft bij de HSL plaatsgevonden in het Groene Hart. Dat was
een periode waarin men de infrastructuur niet wilde zien en waarin men
bereid was daarvoor extra geld uit te trekken.

	Ik weet dat de Commissie voor de m.e.r. gezegd heeft dat inpassing op
projectniveau meegenomen moet worden. Dat zal ik zeker doen. De
commissie zegt ook dat de natuurkant onvoldoende gedetailleerd is
onderzocht. Wij vinden dat er wel genoeg onderzoek heeft plaatsgevonden
en wij zullen ervoor zorgen dat wij dat in een later fase zo uitwerken
dat wij dat kunnen laten zien.

De heer Bashir (SP): Wat hier gebeurt, vind ik onbegrijpelijk. Met
terugwerkende kracht doet de minister niet alleen aan
kapitaalvernietiging maar zij verkwanselt ook de natuur.

	Hoe kijkt de minister terug op het indertijd genomen besluit om een
deel van de Betuweroute in een tunnel aan te leggen en niet over een
brug zoals de minister dat nu graag wil doen? Is dat een foute
beslissing geweest?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik kan daarover niet
oordelen. Ik was daar niet bij, ik weet niet welke motivering daarbij
een rol gespeeld heeft. Ik geef alleen maar aan waaraan wij nu moeten
voldoen. Wij hebben te maken met een verbindingsvraag voor een weg. De
vraag is vervolgens of wij die bij het water ondergronds aanleggen of
via een brug. Wij denken binnen de eisen van Natura 2000 die brug te
kunnen realiseren. Dat scheelt een heleboel geld. Op deze manier kunnen
wij aan die verbindingsvraag voldoen en dat doe ik. Ik oordeel niet over
besluiten die in het verleden in het kader van de Betuweroute genomen
zijn. Ik zat daar niet bij en misschien wel niemand van deze commissie.
Het lijkt mij lastig.

De heer Bashir (SP): Volgens mij geeft de minister wel een oordeel en
zelfs met terugwerkende kracht. Nu zij alsnog kiest voor het aanleggen
van een brug, verkwanselt zij niet alleen de huidige natuur maar ook het
geld dat destijds is uitgegeven om de natuur te beschermen. Ik wil dat
hier wel even gezegd hebben.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De heer Bashir en ik
verschillen hierover gewoon van mening. Ik ben van mening dat een brug
heel goed kan worden ingepast met behoud van de natuurwaarden, dat het
goedkoper kan zijn en dat het zelfs nog wel mooi kan zijn. Bruggen zijn
niet bij voorbaat lelijk en tunnels hebben ook zo hun consequenties.
Daarmee zeg ik niets over het voorgaande project. Men heeft toen op die
manier gekozen. Ik zeg iets over het huidige project.

Mevrouw Kuiken (PvdA): De commissie-Elverding heeft heel duidelijk
gezegd dat eerst alle alternatieven en overwegingen op tafel moeten
liggen voordat er een keuze kan worden gemaakt. De Commissie voor de
m.e.r heeft heel duidelijk gezegd dat het nog onvoldoende uitgewerkt is
en bevolen het verder uit te werken. Hier gebeurt hetzelfde als bij de
Blankenburgtunnel versus de Oranjetunnel: wij weten nog niet alles maar
wij kiezen al wel. Tegenstanders kunnen hoog of laag springen, maar zij
hebben eigenlijk niets meer in te brengen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Wij onderzoeken altijd
alle alternatieven. Op een gegeven moment maak je een bestuurlijke
keuze. Volgens de Commissie voor de m.e.r. is ons natuuronderzoek
onvoldoende gedetailleerd geweest. Wij zijn van mening dat het onderzoek
wel gedetailleerd geweest is en juridisch houdbaar is. Het is en blijft
een adviescommissie, die ons helpt. Als ik denk dat ik mijn huiswerk
onvoldoende heb gedaan, doe ik het over. In dit geval denk ik echter dat
ik mijn huiswerk wel goed gedaan heb. Ik zal dat ook aantonen. Als ik
het niet goed doe, kom ik zelf uiteindelijk in de problemen. Wij hebben
de alternatieven goed bekeken. Dat is het enige punt waarover wij met de
Commissie voor de m.e.r. van mening verschillen. Ik wil graag aantonen
dat wij dat gedetailleerde onderzoek wél gedaan hebben. Ik zal ervoor
zorgen dat dit in de volgende fase nader wordt uitgewerkt.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Dan wachten wij die uitwerking af. Tot die tijd
kan ik niets anders concluderen dan dat de natuur hier het kind van de
rekening dreigt te worden. Wij betreuren dat zeer.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De heer Aptroot heeft
gesproken over de problemen met de capaciteitsuitbreiding op het traject
Apeldoorn-Deventer-Azelo en vroeg welke mogelijkheden er zijn om daar
eerder iets te realiseren. Het Rijk en de regio gaan de problemen op de
A1 aanpakken. Het geld van de regio is voor 2020 beschikbaar en het geld
van het Rijk na 2020; de regio participeert voor één vierde deel en
het Rijk voor drie vierde deel. De conceptraming is ongeveer 400 mln.
Aan eventuele voorfinanciering door de regio zijn hoge rentekosten
verbonden. Deze kosten zijn niet gedekt en zullen van het beschikbare
regionale budget af gaan. Gefaseerd aanleggen lijkt op dit moment
kosteneffectiever. Momenteel onderzoeken we hoe de
capaciteitsuitbreiding van de A1 op basis van beschikbaar budget in de
tijd gefaseerd kan worden uitgevoerd. We bekijken verschillende opties.
We bekijken ook of we een heel tracé financieel mogelijk kunnen maken
met een contract, waardoor de realisatie van het totale project mogelijk
eerder start dan in 2020. In het voorjaar zal ik hierover met de regio
afspraken maken. Tot nu toe zal het dus deels voor 2020 en deels na 2020
worden gerealiseerd. Mogelijk kan een groter deel voor 2020 worden
gerealiseerd als de voorfinanciering lukt.

	Dan kom ik bij het laatste deel van de N35, van Wijthmen tot Nijverdal
langs Raalte. Ik heb in eerdere overleggen al gezegd dat dit deel voor
mij minder prioriteit heeft, omdat er tot 2020 geen knelpunten worden
voorzien. Ik heb er ook geen dekking voor. Ik heb in het BO MIRT van dit
najaar tegen de regio gezegd dat het geld er niet is, maar dat ik
eventuele initiatieven van de regio afwacht. Uit de globale ramingen
blijkt het om 380 mln. te gaan. Ik weet dat er een amendement ligt over
5 mln. Er is nog een groot verschil tussen 380 mln. en 5 mln. Dat is
eigenlijk mijn probleem. Ik wil een verkenning pas starten als er zicht
is op financiering. Dat is een spelregel van het MIRT. Er is op dit
moment dus geen zicht op financiering. Ik heb de afgelopen periode wel
de andere delen van de N35 aangepakt, onder andere naar aanleiding van
de motie die door de heer De Rouwe is ingediend. Er ligt een amendement,
maar er is een groot gat tussen het bedrag dat het moet kosten en het
geld dat er ligt.

De heer De Rouwe (CDA): Dat is waar. Dat kan ik niet ontkennen. De Kamer
heeft dat ook gewikt en gewogen bij de stemmingen. De uitkomst hiervan
is dat de meerderheid van de Kamer desalniettemin heeft besloten om de
minister hiertoe te verzoeken. Dit is een amendement en geen motie die
de minister naast zich neer kan leggen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik zal voor de tweede
termijn nog een keer bekijken wat er precies in het amendement staat. Ik
weet niet of het gaat om het starten van een verkenning of het
realiseren van het project. Misschien weet de heer De Rouwe dat wel uit
zijn hoofd. Ik weet niet of de totale financiering in het debat destijds
aan de orde is geweest of dat er toen geen zicht was op de totale
kosten. Ik probeer in ieder geval aan te geven dat ik niet zomaar 380
mln. of 375 mln. heb. Dat is een van problemen die hieraan vastzitten.
Ik duik er nog even in om te kijken wat er precies in staat.

	Dan kom ik bij de aansluiting van de Zuiderzeehaven op de N50. Ik ben
in juni 2011 akkoord gegaan met de extra aansluiting op de N50. Ik heb
in mijn reactie aangegeven aan welke voorwaarden moet worden voldaan.
Aanstaande woensdag zal de starthandeling worden verricht. De gemeente
Kampen, de provincie Overijssel en Rijkswaterstaat zullen hierbij
aanwezig zijn.

	Mevrouw De Caluwé vraagt hoe het zit met de IJssel, de Maas en de
sedimentatie. De sedimentatie zou gerelateerd kunnen zijn aan de aanleg
van natuurvriendelijke oevers, in het kader van de Kaderrichtlijn Water.
Deze maatregelen worden genomen binnen de randvoorwaarde dat de
hoogwaterveiligheid en het behoud van het vaargeulprofiel niet in gevaar
zijn. Ik heb Deltares opdracht gegeven te onderzoeken wat de effecten
van de maatregelen zijn op de scheepvaart. Dat onderzoek komt uit in het
voorjaar van 2012. Er wordt ook onderzocht of en zo ja, welke
maatregelen nodig zijn. Ik begrijp dat vorige week ook met de
staatssecretaris over deze onderwerpen is gesproken, in het kader van
het MIRT Water.

	Dan wil ik overgaan naar de Zuidvleugel. Ik start met de A13/A16. Er is
gevraagd of ik de Bosvariant wil onderzoeken. Daarover heb ik al eerder
discussie gehad met de Kamer. De conclusie die wij hebben getrokken, is
dat de A13/A16 beduidend beter scoort dan de Portway -- de Bosvariant --
en dat de Portway geen alternatief is. Hij scoort verkeerskundig
beduidend minder, de NoMo-norm wordt niet gehaald, het onderliggende
wegennet wordt niet minder ontlast en de reistijd in de spits is
maximaal twee keer zo lang. Hij is bovendien duurder en past niet binnen
de regionale ruimtelijke plannen. Ik weet dat er heel veel aan gewerkt
is en ook veel op gestudeerd is. Hij is ook meerdere keren in
verschillende varianten door ons meegenomen. Als iemand iets inbrengt en
naar aanleiding van ons commentaar een en ander aanpast, moet je de
aanpassing natuurlijk ook opnieuw bekijken. Uiteindelijk zijn echter ook
de aangepaste versies afgevallen. De aanleg van de A13/A16 is -- voor
degenen die er nog aan twijfelen -- echt noodzakelijk. Ik wijs in dit
verband ook op de resultaten van de NMCA. De heer Verhoeven vroeg of die
echt nodig was, maar in de NMCA is de A13/A16 echt als knelpunt
opgenomen. De problemen doen zich vooral voor op de onderliggende
wegennet. De reistijden op de overbelaste A13 in de richting van het
Kleinpolderplein en op de A20 tussen het Kleinpolderplein en het
knooppunt Terbregseplein nemen daardoor flink af. Daardoor zal ook het
onderliggende wegennet worden ontzien. In het kader van het programma
Beter Benutten zal natuurlijk een proef plaatsvinden voor spitsmijden op
de gehele ruit van Rotterdam, inclusief dit traject. Ik ga er echter
niet van uit dat deze komt te vervallen.

	De heer De Jong heeft gevraagd of ik bereid ben om samen met de
gemeenten en het bedrijfsleven te kijken of een opwaardering van de A44
mogelijk is. De A44 vormt alleen in het hoge groeiscenario een knelpunt.
De aanleg van de Rijnlandroute zal naar verwachting een positief effect
hebben op de doorstroming op de A44. Het lijkt mij dan ook goed om dat
besluit eerst af te wachten. Daarnaast heb ik op dit moment ook geen
middelen beschikbaar voor de A44 en wil ik geen verwachtingen wekken die
ik niet kan waarmaken.

	Met betrekking tot de Rijnlandroute zelf is gevraagd naar het level
playing field. Ik heb de vorige keer al gezegd dat de provincie
verantwoordelijk is voor de afweging tussen de beide varianten en de te
maken keuze. Ik heb de provincie op haar verzoek extra tijd gegeven om
die afweging ook goed te kunnen maken. Er wordt ook iets gezegd over
onderzoeksbudgetten. Mij is daar niets over bekend; wij geven daar in
ieder geval niets aan uit. Ik heb zelfs begrepen dat de
Churchilllaanvariant gesponsord wordt door een aantal gemeenten eromheen
en dat er daardoor waarschijnlijk ook onderzoeksbudgetten beschikbaar
zijn.

	De vraag is gesteld hoe het zit met de tweemaal-eenverbinding versus de
tweemaal-tweeverbinding. Ik verwacht een voorstel te zien, waarin wordt
uitgegaan van tweemaal-twee rijbanen voor de Rijnlandroute. Dat heb ik
ook besproken met de heer Van Dijk, nog voordat het nieuwe college
aantrad. Ik heb al gezegd dat ik bereid ben om er nog eenmaal extra geld
in te stoppen, bovenop dat wat wij al als maximum hadden aangegeven. Ik
heb toen ook gezegd dat zij het budget voor de Rijn-Gouwelijn en de
Rijnlandroute gezamenlijk als gebiedsbudget mochten inzetten. De
provincie studeert daarop en neemt daarin beide varianten gelijkwaardig
mee, voor zover ik dat heb begrepen.

De heer Aptroot (VVD): Het grootste deel wordt uiteindelijk betaald uit
rijksmiddelen. Het is een provinciaal project, maar het overgrote deel
van het geld komt bij het Rijk vandaan. Wat is de mogelijkheid van de
Kamer om invloed uit te oefenen als de provincie straks een besluit
neemt en de knoop doorhakt? Moet zij daadwerkelijk instemmen met de
variant die wordt gekozen? Dat zou ik wel graag willen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Het is een MIRT-budget en
uiteindelijk moet de Kamer daarmee instemmen. We hebben het hier opnieuw
aan de orde als ik een besluit neem en de Kamer het niet passend vindt.
Dat geldt overigens voor alles wat we hier vandaag bespreken.

	Een aantal leden heeft gesproken over de A15 Papendrecht-Gorinchem. De
vraag is gesteld of het over enkele tientallen miljoenen gaat voor de
aanpak van de kruising. Wij zelf herkennen dit niet als een punt waar
grote verkeerskundige knelpunten zitten. Het komt wel voor in de
filetop, maar daarbij gaat het echt om een klein stuk en niet om het
grotere stuk. De aanpassing kan op verschillende manieren plaatsvinden,
variërend van een bedrag van 10 mln. tot 30 mln. tot veel meer. Het is
niet volledig uitgewerkt en er is ook geen kostenraming gemaakt, omdat
ik altijd met de regio MIRT-overleggen heb waarin ik al vraag wat de
belangrijkste projecten zijn. Er zijn de afgelopen periode in de regio
een paar heel grote projecten uitgevallen. Vervolgens komen de
vervolgprojecten allemaal naar boven. Je moet echter kiezen en dit was
niet het project dat ook door de regio naar voren werd gebracht. Dat is
ook de reden dat dit niet verder uitgewerkt is. En enkele tientallen
miljoenen? Een bedrag van 10 mln. tot 30 mln. is toch wel heel veel
geld. Daar kun je heel veel leuke dingen mee doen in het land. Op het
NoMo-traject zien wij dus in elk geval geen knelpunt. Wat mij betreft is
het nu niet aan de orde. Ik ga ervan uit dat de regio, als men dit echt
belangrijk vindt, dit bij een volgend MIRT weer zal opvoeren.

	Wij hebben het al even over de NWO gehad, maar er zijn ook heel veel
andere vragen over gesteld. Het is geen eenvoudige keuze. Dat ben ik met
alle sprekers eens. Ik benadruk nogmaals dat wij de varianten van de
Blankenburgtunnel en de Oranjetunnel gelijkwaardig hebben afgewogen. Wij
hebben twee varianten voor de Oranjetunnel onderzocht en drie voor de
Blankenburgtunnel. Ik kan mij voorstellen dat het de Kamer helpt om meer
inzicht te krijgen in de onderzoeksresultaten. Ik ben dan ook bereid om
de Kamer meer inzicht te geven in de onderzoeksresultaten. In het
voorjaar komt de ontwerpstructuurvisie uit. Ik ben bereid om in januari,
dat is eerder dan de structuurvisie, een brief te sturen met een nadere
toelichting op de onderzoeksresultaten. Dan kan de Kamer ook zien dat de
Oranjetunnel volledig in het onderzoek is meegenomen, evenals de
aansluitingen met bijvoorbeeld de veilingroute of andere elementen
waarvan nog wel eens wordt gezegd dat ze niet zijn meegenomen. Dat is
bijvoorbeeld de aansluiting op de A20.

	In de gebiedsgerichte Verkenning Rotterdam Vooruit hebben wij breed
bezien welke problemen er in de regio spelen op alle schaalniveaus, van
lokaal tot internationaal, en ook ten aanzien van de ruimtelijke
ontwikkeling. Voor de NWO zijn toen vier doeleinden geformuleerd: de
Benelux-corridor, het Haven Industrieel Complex, Greenport Westland en
de A4 als bereikbaarheidsas voor de Randstad. Daarmee is de scope breed
en als een goede basis voor structuurversterking van de bereikbaarheid
en leefbaarheid van de metropoolregio ingestoken. Op alle
bereikbaarheidsdoelen scoort de Blankenburgtunnel vergelijkbaar of beter
dan de Oranjetunnel, terwijl hij goedkoper is en ook twee keer zoveel
verkeer verwerkt. Er wordt hier wel gezegd dat ik alleen maar voor het
geld ga, maar op alle bereikbaarheidsdoelen scoort de Blankburgtunnel
beter. Daarnaast maken leefbaarheidseffecten, kosten en het regio-advies
onderdeel uit van de afweging. Er zijn vijf gemeenten tegen, zeven
gemeenten voor. De provincie Zuid-Holland is voor en de stadsregio's
Rotterdam en Haaglanden zijn ook voor. Dit alles afwegende, heeft dat
voor mij geresulteerd in het advies, ook het advies van de regio, om
uiteindelijk voor de Blankenburgtunnel te kiezen. Wij hebben alle
alternatieven gelijk afgewogen, maar wij hebben er ook veel aan gedaan
om de Elverdingmethodiek te volgen, dus om ook in gesprek met
belanghebbenden te kijken naar alternatieven. Als de Kamer daaraan
behoefte heeft, wil ik graag laten zien wat wij gedaan hebben zodat ook
daarover een beeld ontstaat, dus zowel op de onderzoeken en de
gelijkwaardigheid ervan als het proces ernaartoe. Ik zal zorgen dat de
Kamer dit krijgt, zodat wij de discussie op een later moment nader
kunnen voeren.

	Ik heb bij de NWO niet voor de goedkoopste variant gekozen, maar ook
niet voor de duurste. Van de verschillende varianten binnen het
Blankenburgtracé was er een, de blauwe variant, recht op het maaiveld.
Er was de variant Krabbeplas-West, de gele variant, die nu is gekozen.
Er was nog een groene variant, die heel dicht tegen Vlaardingen aan lag.
Voor die laatste heb ik niet gekozen omdat die te dicht langs
dichtbewoond gebied ging. De blauwe variant, die voor ons financieel het
aantrekkelijkst zou zijn, heb ik niet gekozen omdat deze een veel te
groot effect heeft op de landschappelijke waarde van het slagenlandschap
aldaar. De gele variant is 100 mln. duurder -- dat is die 100 mln. waar
mevrouw Van Gent naar vroeg -- en hebben wij uiteindelijk gekozen omdat
deze het beste ingepast en gerealiseerd kan worden. Daarnaast hebben wij
ander budget uitgetrokken om de inpassing verder vorm te geven. Zo
willen wij de weg richting de A20 verdiept aanleggen, zodat hij niet
zichtbaar is vanuit de eendenkooi aan de overkant.

	Ik heb ook opmerkingen gemaakt over de doortrekking van de weg in de
toekomst. Er waren zorgen dat hij in de toekomst aan de A4 zou worden
gekoppeld, het zogenaamde A24-model. In de afspraken met de
regiobestuurders heb ik vastgelegd dat dat voorlopig niet aan de orde
is. "Voorlopig" slaat op mijn regeerperiode, maar ook op een tijd
daarna. Immers, er bestaat helemaal geen behoefte aan. Voor de heel
verre toekomst kun je natuurlijk nooit wat beloven. Ook die zorg wil ik
dus wegnemen.

	Wij kijken nog naar het dijklichaam. Wellicht kunnen wij het zodanig
verbreden dat je de weg zo min mogelijk ziet. Het Volksbos ontzien wij.
Een goede inpassing van het dijklichaam kan meerwaarde opleveren. Daar
hebben wij geld voor gereserveerd. Volgens mij heet het de Zuidbuurt.

	Uit het mastplan Rotterdam Vooruit blijkt dat de aanleg van de A24 geen
oplossing is voor de regionale verkeersproblematiek. Dat is ook voor NWO
een gegeven. Bij het ontwerpen van het knooppunt
Blankenburgverbinding-A20 houden wij geen rekening met een toekomstige
A24. Ik hoop dat wij daarmee die zorg van tafel hebben.

De heer De Jong (PVV): Het is hartstikke goed dat de minister met extra
informatie komt om ook de andere fracties goed inzicht te geven in de
zaken rondom de Blankenburgtunnel en de Oranjetunnel. Waarom is er niet
voor gekozen om in de onderzoeken de Suurhoffbrug mee te nemen? Ik hoor
daar veel vragen over. Waarom is die variant zonder opgaaf van redenen
ter zijde geschoven?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dat weet ik niet uit mijn
hoofd. Ik zal het meenemen in de brief over NWO, die wij de Kamer zullen
doen toekomen.

De heer De Jong (PVV): De bedragen voor de Oranjetunnel en voor de
Blankenburgtunnel verschillen nogal: 800 mln. of 1,2 mld. Welk effect
heeft een keuze voor de ene brug voor andere infrastructurele projecten
in de toekomst?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Voor de zomer heb ik
aangegeven welke prioriteiten ik in het MIRT heb. NWO zat daarbij, naast
veel andere projecten. De Kamer heeft een aantal moties ingediend om
bepaalde projecten meer prioriteit te geven. Ik denk aan de A2 Limburg
en dat soort zaken. Het realiseren van NWO in deze variant heeft geen
effect op de totale projectenlijst. Als ik voor de Oranjetunnel zou
kiezen, heb ik minder te besteden. Dan moet ik echt gaan schrappen.

De heer De Jong (PVV): Dat was ook mijn vraag. Als je 800 mln. duurder
uit bent met je Oranjetunnel, heeft dat dus effect op infrastructurele
projecten. Dan is het geld daar dus niet meer aan uit te geven.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nu snap ik het. Excuses
dat het kwartje even moest landen. Het klopt dat we dat inderdaad niet
hebben. Ik heb hier eerder aangegeven dat ik drie achtste van alle
middelen belegd heb en dat ik de rest aan volgende kabinetten overlaat.
Dus als ik nu 800 mln. extra zou moeten gaan uittrekken, heb ik dat
gewoon niet ter beschikking. Dat betekent dat als je daartoe besluit, je
moet schrappen, of dat je er überhaupt voorlopig niet toe besluit. Dat
zou ik niet wenselijk vinden omdat NWO en de A13/A16 met elkaar
samenhangen. Je zult die twee projecten ook in gelijk tempo moeten gaan
realiseren. Gezien het feit dat u hier vandaag alleen maar wensen hebt
ingediend en u niet gezegd hebt wat er allemaal geschrapt mag worden,
zou ik niet zo snel weten waar ik die 800 mln. dan zou moeten gaan
beleggen. Mevrouw Van Gent zou er natuurlijk wel een paar weten.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik begrijp dat we nog een nadere
onderbouwing krijgen van Blankenburgtunnel versus Oranjetunnel. Heb ik
dat goed begrepen? Is er bij de minister überhaupt nog een keuze
denkbaar? Het moet natuurlijk niet een soort bezigheidstherapie zijn die
ons nu een brief aangekondigt en die verder weinig voorstelt. Ik zou
graag in die brief een drietal elementen opgenomen zien. Ten eerste het
beter benutten van de Betuwelijn. Ten tweede de score in de MER. Daarin
scoort de Oranjetunnel namelijk veel minder slecht op natuur,
leefbaarheid en landschap. Wordt dat meegenomen in de totale afweging?
Ten derde de kosten voor de aansluiting op de A20. Worden die in het
totaal meegenomen? Critici zeggen namelijk dat wat betreft de kosten
voor de Blankenburgtunnel van 1,3 mld. versus de kosten voor de
Oranjetunnel van 2,1 mld., de aansluiting op de A20 niet fatsoenlijk is
meegerekend. Dus daarover wil ik dan wel graag absolute opheldering. Dat
heeft ook alles te maken met een nadere onderbouwing en een betere
afweging.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik heb het zo ervaren dat
de Kamerleden hebben gezegd: willen we een goed besluit kunnen nemen,
dan hebben we meer informatie nodig. Ik zal er voor zorgen dat alle
informatie die beschikbaar is, de Kamer bereikt. Ik denk dat ik die heel
goed kan rangschikken en inzichtelijk kan maken voor de Kamer. Ik heb
een bestuurlijk besluit genomen met de regio, maar de Kamer is
uiteindelijk als laatste aan bod om te bepalen waar het geld aan
uitgegeven wordt. Dus u zit hier nooit voor niets. Dat neemt niet weg
dat ikzelf al een bestuurlijk besluit heb genomen en dat is ook het
voorstel dat ik hier indien. Ook een minister heeft de
verantwoordelijkheid om keuzes te maken. Ik laat in die brief dus zien
hoe alles onderzocht is en hoe de kosten voor de aansluiting A20 zijn
meegenomen evenals de kosten voor andere elementen, zodat ook duidelijk
is dat het op een vergelijkbare manier is aangepakt. Ook zal ik in de
brief aangeven hoe het proces verlopen is, zodat u ook kunt kijken of
het Elverdingproof is. Bij al die vergelijkingen zijn ook kosten voor
natuur en landschap opgenomen.

	De heer De Rouwe heeft in dit verband gevraagd naar de positie van de
ANWB. Die had ik inderdaad een dag voor ons besluit de uitspraak horen
doen dat die een ander tracé prefereerde boven het Blankenburgtracé.
De dag erna heb ik gebeld met de ANWB met de vraag of men al wist welk
tracébesluit wij zouden nemen, de blauwe, de gele of de rode. Ik heb
toen ook aangegeven dat wij ook nog veel doen aan extra inpassing bij
het gele tracé en dat ik hoopte dat men daardoor -- bij de ANWB had de
recreatieve waarde de doorslag gegeven, zo stond in het artikel ---
wellicht wat positiever zou kijken naar het Blankenburgtracé. De ANWB
heeft mij toen gezegd er naar te zullen gaan kijken en er op te zullen
gaan studeren. Dus ik weet niet wat de laatste stand van zaken is. Dus
tegen mevrouw Van Gent kan ik zeggen: ik zal ervoor zorgen dat ook de
vragen die zij nu stelt, meegenomen worden in die brief die ik gaarne
naar de Kamer stuur voor het nadere debat.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Het is fijn dat al die drie elementen
worden meegenomen. Maar is de minister het dan ook met mij eens dat het
er niet om gaat dat de Kamer vraagt om het nog één keer uit te leggen,
maar dat de Kamer vraagt om een betere onderbouwing? Blijkbaar is dat
tot nu toe niet gelukt wat betreft de Blankenburgtunnel. Welnu, wat mij
betreft is dat zeker niet gelukt. Staat de minister überhaupt nog open
voor andere opties? Het zou bijvoorbeeld bij die aansluiting A20 zomaar
kunnen zijn dat de kosten tussen de verschillende tunnels veel dichter
bij elkaar komen. Maakt dat voor de minister niets uit? Is de
Blankenburgtunnel voor haar echt de meest ideale tunnel als die kosten
gelijk zouden zijn? Is het antwoord dan "ja" of is het antwoord dan
"nee, dan wil ik er nog wel eens naar kijken"?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Het gaat niet alleen om de
kosten -- heb ik al vaker gezegd -- het gaat ook om de verkeerskundige
afwikkeling. De Blankenburgtunnel kan twee keer zo veel verkeer
afwikkelen als de Oranjetunnel. Ik weet dat de Oranjetunnel in beeld
geweest is tegen de achtergrond van bredere
ruimtelijkeordeningsvraagstukken. De stad Den Haag wilde bijvoorbeeld
een deel van het Westland verplaatsen en verder uitbreiden. Dan komt die
verbinding via de Oranjetunnel wel goed uit. Maar dat is niet door de
provincie overgenomen in haar provinciaal plan. Dus ook rekening houdend
met de ruimtelijke ordening past de Blankenburgtunnel goed in het
geheel.

	Ik zal laten zien dat de alternatieven gelijkwaardig zijn afgewogen,
inclusief de aansluiting met de A20. De bedragen zullen niet dichter bij
elkaar komen. Nogmaals, ik moet als minister op basis van inhoud,
bestuurlijke steun en kosten een afweging maken. Dat heb ik gedaan. Het
resultaat heb ik voorgelegd aan de Kamer. Het is echter heel kort dag.
Vorige week zijn we er pas uitgekomen met de regio. Daarom vind ik het
niet gek dat een groot deel van de Kamer daar eerst nog hard op wil
studeren. Het is heel vers en het is misschien anders gegaan dan in het
verleden. Ik wil de Kamer zo goed mogelijk van informatie voorzien.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Het blijft een beetje een welles-nietesspelletje.
Daarom lijkt het mij goed als de Kamer op een later moment de discussie
over de Blankenburgtunnel versus de Oranjetunnel voert. Het gaat mij er
nadrukkelijk niet om dat wij een samenvatting krijgen; het gaat mij om
de gehele scope. Dan doel ik op de waardering voor de natuur, de
waardering van alternatieven, het effect dat de inpassing van de A20
heeft. Dat overleg komt er. Kamerbreed is uitgesproken dat dit van
belang is. De minister heeft ons toegezegd dat wij informatie krijgen.
Dan hoop ik dat die scope erin zit, maar ik ga er ook van uit dat er tot
die tijd gewoon geen onomkeerbare stappen worden gezet. De minister zegt
terecht dat de Kamer het laatste woord daarin heeft. Het is belangrijk
dat de regio's weten dat er met dit overleg nog geen definitief besluit
ligt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ben de eerste vraag al
weer kwijt.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Die ging over de scope.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Er zit altijd een scope
in. Dat kan ik ook laten zien aan de hand van andere projecten. Ik zorg
ervoor dat die scope helder in de brief aan de Kamer wordt meegenomen.
Ik zal dus niet alleen verwijzen naar achterliggende rapporten.

	Vervolgens merkte mevrouw Kuiken op dat er geen onomkeerbare stappen
mogen worden gezet. Natuurlijk zal ik dat niet doen. Ik hecht er wel
waarde aan dat de Kamer hier niet al te lang over delibereert, omdat wij
uiterlijk februari of maart de structuurvisie vast moeten stellen. Daar
maakt dit onderdeel van uit. Dan is het wel handig om te weten welk
lijntje daar op dat moment ingetekend moet worden. Zo niet, dan valt
daar ook altijd wel weer wat op te verzinnen, maar het zou mooi zijn als
we dat niet later met een inlegger hoeven te doen. Ik hoop dat wij er in
januari over kunnen praten.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Ik ben het niet eens met de minister. Ik ben nog
steeds van mening dat alle varianten, met name de Oranjetunnel,
onvoldoende recht zijn gedaan in de uitwerking. Het is wel goed dat de
Kamer eerst die informatie krijgt en dat er nog geen onomkeerbare
stappen gezet worden.

De heer Bashir (SP): Ik hoop dat de minister ook in de omgeving is
geweest waar de Blankenburgtunnel is gepland. Misschien heeft zij daar
een wandeling gemaakt en een beetje van de natuur genoten. Er ligt daar
een heel mooi stukje natuur voor een belangrijk deel van de Randstad,
een laatste stukje natuur. Ik vraag de minister dan ook om in de brief
die zij heeft toegezegd de vraag mee te nemen waarom de Oranjetunnel de
op een na duurste tunnel wordt en of bij de scope ook gekeken is naar de
veilingroute, die samen met de Oranjetunnel nieuwe goede kansen biedt
voor de verbinding. Ook wil ik graag dat zij de vraag meeneemt wat de
Blankenburgtunnel betekent voor het verkeer ten oosten van het
Kethelplein. Ik heb ook een aantal vragen gesteld over het bestuurlijk
draagvlak. Bestuurders hebben namelijk gezegd dat er een zo breed
mogelijke overkluizing bij de Zuidbuurt moet komen. De minister is hier
in haar brief helemaal niet op ingegaan. Tot slot wil ik weten wat de
tolheffing betekent voor de Blankenburgtunnel, dus wat voor gevolgen
deze heeft.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Volgens mij was ik al
ingegaan op de tolkwestie. We hebben gekeken naar prijselasticiteit en
de mogelijkheden in dat licht, en hebben dit reëel geacht. Als je het
niet reëel acht, moet je er niet aan beginnen, want dan ontstaat er
meteen een gat in de begroting. De gemeenten hadden het juist over de
dijkverbreding bij de Zuidbuurt en daarover heb ik ook net gesproken.
Daarvoor is extra geld, 25 mln., gereserveerd.

	Over het verkeer op het Kethelplein het volgende. Wij hebben de
verkeerskundige effecten voor de hele ruit rond Rotterdam volledig
bekeken, dus hoe alles met elkaar samenhangt. Alle effecten zijn
doorgerekend, we hebben niet slechts één individueel stuk weg bekeken.
Ik weet niet precies wat u verder wilt weten, maar in ieder geval zal
het geen knelpunt worden als gevolg van de Blankenburgtunnel. Tot en met
2020 zou er alleen een probleem zijn een hogegroeiscenario en op dit
moment zitten we daar niet in.

De heer Bashir (SP): Ik hoop dat de minister niet aan nattevingerwerk
heeft gedaan, want die indruk wekt ze wel een beetje bij de
beantwoording van deze vragen. Zij beloofde net om met een brief te
komen. Ik had graag gehoord dat ze alle vragen die ik heb gesteld, in
die brief zou gaan beantwoorden; bijvoorbeeld die over de tolheffing,
maar ook over het verkeer bij het Kethelplein. Er zullen toch wel
cijfers zijn waarop dit besluit is gebaseerd? Mijn conclusie is dat de
minister weliswaar een voorkeursbesluit heeft genomen, maar dat het
uiteindelijke besluit aan de Kamer is. In ieder geval weten we dat één
Kamerlid van de PVV een ander standpunt heeft ingenomen en dat het CDA
heel grote vraagtekens hierbij plaatst. Mijn conclusie is dat er in
ieder geval nog geen besluit is genomen over die nieuwe westelijke
oeververbinding. De SP zet graag in op de Oranjetunnel, maar de
commissie heeft wel deze gegevens nodig om een eerlijke keuze te kunnen
maken.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Volgens mij is het
adagium: "De regering regeert, de Kamer controleert". Het
voorkeursbesluit is genomen. Dat is een besluit van de regering, die
daarmee zegt dat zij dat, met alle cijfers erachter, de beste afweging
vindt. De Kamer controleert vervolgens en bekijkt of ik dit goed genoeg
doe. Dat is ook de reden waarom de Kamer mij om allerlei
achtergrondinformatie vraagt. Ik doe die haar graag toekomen. Ik
probeerde net een direct antwoord te geven op een aantal vragen, zodat
sommige dingen al direct zouden zijn beantwoord. Nogmaals, ik geef
inzicht in de vergelijking tussen de verschillende tracés en in het
proces daarnaartoe, en in alles waarvan ik denk dat het relevant is voor
de Kamer om te kunnen beslissen of zij het eens is met de toekenning van
de middelen; zo niet, dan heeft zij alle mogelijkheid om daarover met
mij van gedachten te wisselen.

De heer De Rouwe (CDA): Ik wilde vragen om geen onomkeerbare stappen te
zetten. Dat is toegezegd.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ja hoor, dat is toegezegd.
Ik heb de Kamer wel gevraagd om dit niet te lang te laten liggen; dat
hebben we nodig om door te kunnen gaan.

	Over de A58 het volgende. Versnelling is inderdaad mogelijk als de
regio de projecten voorfinanciert. Ik vind het een leuk voorstel, dat ik
van de regio zelf heb gekregen. Ik hoorde een aantal Kamerleden zeggen
dat de regio zou gaan voorfinancieren, maar die duidelijkheid had ik van
de regio nog niet gekregen. Hij was daarover aan het denken, wilde dat
doen met een soort nieuwe constructie. Maar op mijn vraag of de regio
bereid zou zijn om dit risico te nemen als deze niet zou werken, heb ik
nog geen antwoord gekregen. En dat is wel de essentie. Ik mag van de
minister van Financiën namelijk wel met voorfinanciering werken, maar
alleen als de voorfinanciering voor rekening van de provincie komt. Ik
ben dus bereid om in de modellen alle ruimte te geven als de bottom line
maar is dat het risico van de voorfinanciering niet bij het Rijk komt te
leggen. Dat mag namelijk niet van de minister van Financiën. Als
hiervoor een creatieve oplossing kan worden gevonden, dan kan ik daar
alleen maar voor zijn. Als er onduidelijkheid over ontstaat, dan zal een
andere partij, het bedrijfsleven of de provincie, er garant voor moeten
gaan staan.

	Wanneer kan de schop in de grond? Het rijksgeld is vanaf 2020
beschikbaar. Dan kan het dus in ieder geval. Als die voorfinanciering er
kan komen, dan hoop ik dat wij vijf tot zeven eerder kunnen beginnen.

	De A27. Dat is een complexe zaak. De vorige keer heb ik de Kamer
voorgesteld om de A27 te verbinden met de A58. De Kamer zei toen dat zij
dat niet wilde. Dat heeft ertoe geleid dat de Kamer heeft uitgesproken
dat ik de A58 en de A27 los van elkaar moet bekijken. Dat heb ik gedaan,
maar dat betekent wel dat er een andere vorm moest worden gevonden voor
het project A27. Dat moest een beperktere versie worden, want er kwam
geen budget bij. Sterker nog: wij konden hieraan eigenlijk alleen maar
minder uitgeven.

	De Kamer vraagt mij of ik het knooppunt Hooipolder zal meenemen en, zo
nee, of ik het dan in ieder geval op de prioriteitenlijst zal zetten. De
meerkosten hiervan zouden 150 mln. bedragen. Dat is een fors bedrag, een
bedrag dat ik niet beschikbaar heb. Had ik het wel beschikbaar, dan had
ik het meteen gedaan, want de A27 is voor ons in brede zin ook van
belang. De regio heeft aangegeven dat zij niet kan en wil cofinancieren.
Dat is de reden waarom wij uiteindelijk voor de beperktere variant
hebben gekozen. Ik heb het geld dus niet, maar dat laat onverlet dat ik
de A27 belangrijk vind en dat ik de A27 daarom oorspronkelijk veel
breder had geprioriteerd. Als er in de toekomst wel mogelijkheden zijn,
komen wij er zeker weer over te spreken.

	De Merwedebrug. Heeft die prioriteit? Die heeft inderdaad prioriteit in
de planstudie A27/Lunetten/Hooipolder.

	De N65. Wanneer verwacht ik te starten met de duurzame oplossing en
wanneer kan de schop de grond in? Ik heb een voorstel ontvangen en ik
hoop dat wij voor de zomer een definitief besluit kunnen nemen over het
kaderstellend budget en de vervolgaanpak. De voorwaarde is uiteraard dat
het verkeerskundig, ruimtelijk en milieukundig geen onoverkomelijke
problemen oplevert. Wij hebben in ieder geval rijksgeld geprogrammeerd
voor de periode na 2020. Ten slotte zal ik ook met de regio gaan praten
over de mogelijkheden van financiering, want daardoor zou het eventueel
eerder van start kunnen gaan.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Ik kom toch nog even terug op het knooppunt
Hooipolder. Ik snap dat er geld gevonden moet worden. Als je echter wel
de flessenhals oplost, maar niet het knooppunt Hooipolder, dan los je
het probleem echt niet op. Je verschuift de file dan alleen maar. Wordt
er verder wel rekening gehouden met de inpassing van een toekomstige
spoorlijn?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Op dat laatste kom ik
terug wanneer ik de vragen over het spoordossier beantwoord.

	In het verleden hebben wij zelf ook gezegd dat wij het liefst alle
elementen zouden aanpakken. Daarvoor is echter geen budget beschikbaar,
wat betekent dat wij de plannen moesten versoberen. Wij hebben ervoor
gekozen om de grootste problemen op te lossen en dat doen wij dan ook in
het voorliggende voorstel. Meer doen, bijvoorbeeld het knooppunt
Hooipolder meenemen, komt neer op 150 mln. aan meerkosten en dat geld
heb ik op dit moment niet.

	Wij kijken overigens wel naar het knooppunt Hooipolder, maar daarbij
richten wij ons vooral op de aanpassing van het knooppunt. Een volledige
reconstructie met klaverbladen is op dit moment financieel niet
haalbaar. Ik zal die opstopping zo veel mogelijk proberen te vermijden,
maar een volledige reconstructie is echt niet haalbaar. Vorig jaar heb
ik voorgesteld om het budget van de A58 hierbij te betrekken. Toen zei
de Kamer: dat willen wij niet. Daarvan heb ik gezegd dat ik dan zou
moeten gaan versoberen. Daarop ben ik dus nu uitgekomen.

	Dan de A59. De vraag of ik wil meedoen met de Oostelijke Langstraat en
wil aanhaken bij reeds geplande werkzaamheden, wat geen geld zou hoeven
te kosten, is ook dit voorjaar gesteld. De motie die hierover is
ingediend, is ook verworpen. Deze weg heeft geen prioriteit. Andere
wegen in Noord-Brabant scoren hoger. Er wordt wel gezegd dat dit geen
geld kost, maar volgens mijn informatie is er een gat van 70 tot 90 mln.
voor het project. Als ik zou meedoen, zou dat in ieder geval
verwachtingen kunnen wekken ten aanzien van rijksfinanciering. Die heb
ik gewoon niet. Dus ik ben liever helder aan de voorkant, maar ook ten
aanzien van de inzet bij de prioritering van onze mensen geldt dat
andere projecten voorrang krijgen. Er gebeurt wel van alles aan de A59,
zoals de aanpak van bruggen bij het Drongelens Kanaal, het Ei van
Drunen, de ontsnipperingsmaatregel bij Vlijmen en de geluidsschermen bij
Heusden, dus wij zijn wel actief aan de slag bij de A59.

	Dat geldt ook voor de A59 bij Waalwijk. Daar is groot onderhoud
voorzien. Er is overweg geweest met de regio om mee te betalen aan de
uitbreiding van de aansluiting en zo aan het verhogen van de snelheid,
maar de regio ziet daar vooralsnog van af. Ik zie dus ook geen
mogelijkheid om tot die uitbreiding te komen, maar wij gaan wel gewoon
door met het uitvoerend onderhoud. De snelheid ter plaatse van 70 km/u
zullen wij echter niet verhogen.

	Dan ga ik over naar Limburg. Er is door een aantal Kamerleden gevraagd
naar de verbreding van het knooppunt Kerensheide. Ik heb overleg gevoerd
over de motie. Wij hebben de vorige keer ook besproken dat er
substantiële bijdragen zouden komen van de regio's voor de moties die
toen waren ingediend. Dat was omdat toen eigenlijk al het volledige
budget was belegd en er toch nog extra wensen waren. Ik heb toen gezegd
dat ik die alleen maar kan realiseren door te besparen, dus ik heb het
ook nodig dat anderen meebetalen. Ik ben in ieder geval blij dat wij een
afspraak hebben kunnen maken met de regio over substantiële regionale
bijdragen. 50% haalden zij niet, maar zij wilden echt wel substantieel
bijdragen. Ik verwacht voor de zomer van 2012 de Kamer te kunnen
berichten hoe en wanneer dit project van start kan gaan.

	Er is ook gevraagd welke lessen ik trek uit het verwerpen van het
provinciaal inpassingsplan Buitenring Parkstad Limburg. De uitspraak van
de Raad van State is vorige week gedaan. Dit is een provinciaal project,
dus ik wacht ook even op de analyse van de provincie van deze uitspraak.
De les -- die is niet nieuw -- is dat wij in ieder geval altijd
zorgvuldig met normen en regels rond leefomgeving en natuur moeten
omgaan. Dat proberen wij in onze projecten ook zo goed mogelijk te doen.

	Dan ga ik van Limburg over naar Zeeland, allereerst de stelling dat de
N62, de Sloeweg, een provinciale weg is, dat de verbreding een
provinciaal project is en dat wij 84 mln. subsidie aan de provincie
Zeeland geven. De planning is om 2012 een besluit te nemen over de
scope.

	Gevraagd is of als het Brabantse deel van de A58 gereed is dan ook het
westelijk deel in Zeeland naar tweemaal drie rijstroken moet en of dat
in de planning zit. Nee, het verbreden van het Zeeuwse deel van de A58
heeft geen prioriteit. Dat tracé voldoet in alle opzichten aan de
eisen, ook voor de langere termijn, dus dat zit niet bij ons in de
planning.

	Bij de vaarwegen komt denk ik straks de sluis bij Terneuzen aan de
orde.

	Dan wil ik nu overgaan naar het spoor. Ik zet er steeds meer tempo in,
want ik zie de klok tikken. De vragen zijn een beetje per partij
geordend. Ik probeer ze allemaal achter elkaar te behandelen, dus
hierbij is niet één regio aan te houden.

	Allereerst is door de VVD gevraagd naar de Hoekse Lijn, het loskoppelen
van het hoofdspoor en het aantakken op het Rotterdams metronet. Het
klopt dat wij ernaar streven om voor februari 2012 een besluit daarover
te nemen. Er zijn meerdere scenario's denkbaar. De "variant-Aptroot",
loskoppelen van het hoofdspoor, lijkt mij de meest logische. Ik moet nog
wel een en ander uitzoeken, bijvoorbeeld hoe de zes goederentreinen per
week ook op lokaal spoor kunnen doorrijden.

	De heer Aptroot vroeg ook naar de treinverbinding Heerlen-Aken. Kunnen
wij de regio steunen? Ik heb met de regio afgesproken dat de
mogelijkheden worden onderzocht om op korte termijn te starten,
uiterlijk voorjaar 2013. Wel moet eerst onderzocht worden welke
investeringen hiervoor noodzakelijk zijn. Ze moeten ook passen binnen de
investeringen voor de toekomst. Een en ander moet bovendien aansluiten
bij de bestaande dienstregeling. Samengevat: ik steun de regio in het
starten van de verbinding. Wel moet er nog wat huiswerk worden verricht.

	Het signaal over PHS is al meerdere keren afgegeven. Ik heb echt wel
ontvangen dat voor de heer Aptroot de discussie over PHS pas klaar is
als de verschillende goederenrouteringen aan bod geweest zijn. Medio
2012 zal ik op basis van de eerste fase MER-studie goederenroutering,
het onderzoek binnenvaart als alternatief en een onderzoek verder
benutten Betuweroute plus de route door Duitsland, een besluit nemen
over de verder te onderzoeken variant voor de goederenroutering.

	De heer Aptroot heeft verder gevraagd of ik geen investeringen meer wil
doen in regionale tramprojecten. In de structuurvisie staat dat ik geen
modaliteit uitsluit, dus ook niet de tram; zie bijvoorbeeld mijn keuze
om in Utrecht te investeren. Ik ben echter natuurlijk wel zeer kritisch.
Ik kijk naar nut en noodzaak. Ingeval dit boven de BDU-grens is, zal ik
hierover mijn conclusies trekken. Onder de BDU-grens hebben regio's zelf
de ruimte om te kiezen. Ik zet vooral in op het beter benutten van de
bestaande infrastructuur in plaats van nieuwe infra; zie ook de eigen
VVD-inzet voor de Hoekse Lijn.

	Dan wil ik doorgaan met de vragen van mevrouw Kuiken over het spoor.
Zij vraagt naar die 160 mln. voor de spoordriehoek. Dit betreft een
motie uit 2007 van de heer Koopmans. De voortgang van de verschillende
spoortrajecten die hieronder vallen is beschreven in de vierde
voortgangsrapportage Regionaal Specifiek Pakket, zoals opgenomen in de
bijlage III van de MIRT-brief. Hierin staat onder andere dat is besloten
over de boogaanpassing Hoogeveen en de seinoptimalisatie Zwolle-Emmen.

	Verder vraagt mevrouw Kuiken naar ruimte voor een spoorlijn
Breda-Utrecht in relatie tot de A27. De spoorlijn vergt 4 mld. en heeft
een MKBA van 0,05. In het vorige AO MIRT is, om het niet onmogelijk te
maken, een motie ingediend over middelligging van de spoorlijn. Hierop
is aangegeven dat het voor de A27 niet mogelijk is om de spoorlijn mee
te nemen, gezien de Tracéwet en de onteigeningsprocedures. De motie is
dan ook verworpen. Een spoorverbinding naast de weg blijft echter altijd
mogelijk. In de toekomst is een spoorverbinding mogelijk, maar niet
middendoor. De Kamer heeft dit ook, zoals gezegd, verworpen.

	Dan de vraag over Eindhoven-Noord: wat kan ik doen voor een goede
ontsluiting van Einhoven Airport? Het klopt dat hier in het
Aldersakkoord Eindhoven Airport een intentieovereenkomst over is
gesloten. ProRail en NS zijn aan de slag gegaan om dit te onderzoeken.
Op grond daarvan wordt nu een planstudie verricht naar de kansen en
mogelijkheden van een nieuw station Eindhoven-Acht. Het feit dat de
planstudie loopt, betekent dat ik in principe een betere ontsluiting
voor Eindhoven Airport mogelijk wil maken, onder andere via dit spoor.

	Mevrouw Kuiken heeft ook gevraagd naar de aansluiting
Nederland-België. Hoe ga ik de verschillende vraagstukken tussen
Nederland en België oplossen? Ik ben heel blij dat er weer een Belgisch
kabinet is. Dat betekent immers dat ik weer met iemand kan overleggen
over onder andere de hsl en de vervanging van de Benelux-trein. Het
onderzoek naar het langetermijnperspectief voor het goederenvervoer in
Nederland wordt uitgevoerd in PHS-kader en zal volgens planning in het
voorjaar van 2012 klaar zijn. Op basis van die uitkomst kan ik het
overleg met België aangaan. NS Hispeed en NMBS werken momenteel
alternatieven uit voor de Benelux-trein. Ik hoop in het overleg met mijn
Belgische collega begin volgend jaar tot goede afspraken te kunnen
komen. Ten aanzien van de verbinding Maastricht-Luik heb ik goede
afspraken gemaakt over de stoptrein. Dit is een heuglijk feit, want deze
rijdt sinds gisteren.

	Verder is gevraagd naar de hoogwaardige openbaarvervoersverbinding
Almere, RAAM en de vervoerscapaciteit. Door middel van het OV
SAAL-pakket zal er tot 2020 voldoende vervoerscapaciteit worden geleverd
op het spoor. De NS monitort het komen tot een passende materieelinzet.
Het tracébesluit OV SAAL Flevolijn zal ik zeer binnenkort ondertekenen.
De infrastructuur op de SAAL-corridor wordt vervolgens op de korte en de
middellange termijn stap voor stap uitgebreid. Ook door de opening van
de Hanzelijn eind 2012 zal het aantal treinen dat via Almere rijdt
toenemen. In de RAAM-alternatieven wordt op de lange termijn de
uitbreiding van hoogwaardig openbaar vervoer naar Almere meegenomen.
Alle punten waarnaar gevraagd is, worden dus op de korte of de
middellange termijn meegenomen.

	Onder anderen mevrouw Kuiken en de heer De Rouwe hebben gevraagd naar
de afspraken met Duitsland over Eindhoven-Düsseldorf en de initiatieven
die ter zake worden genomen. De aanleg van de noodzakelijke
spoorverdubbeling tussen Kaldenkirchen en Dülken is uiteindelijk een
Duitse keuze. Met de heer Ramsauer heb ik gesproken over het realiseren
van zowel een groei van het goederenverkeer naar Duisburg als een beter
personenvervoer naar Düsseldorf. De regio onderzoekt nu de
noodzakelijke investeringen aan het Duitse spoor voor de snelle
IC-verbinding en verwacht die studie midden 2012 af te ronden. Momenteel
voer ik overleg met het Bundesministerium in Nordrhein-Westfalen over de
opties om eventueel tot aanleg van het Duitse spoor over te gaan.
Vervolgens moeten de vervoerders er nog samen uitkomen. In elk geval heb
ik met de NS afgesproken om binnen twee jaar te komen met een plan van
aanpak, samen met de andere betrokken vervoerders, opdat alles
dichtgeregeld kan worden, zowel aan de infrakant als aan de
exploitatiekant.

	De heer De Rouwe vraagt welke oplossingen er zijn voor de problematiek
rond het traject Arnhem-Winterswijk. Ik heb daar maatregelen voor
genomen. Ik heb eerder al antwoord gegeven op de vragen van de heren
Haverkamp en Ormel. De punctualiteit is inmiddels verbeterd van 75% naar
90% en wijkt nog maar heel weinig af van het landelijk gemiddelde. Voor
de nabije toekomst worden verdere maatregelen getroffen. Ik noem de
optimalisatie van de dienstregeling, de vervanging van de wissel bij
Didam, het verminderen van de bliksemgevoeligheid, het robuuster maken
van de bediening van de overwegen, de bouw van het dubbelspoor Wehl en
het robuuster maken van de infra-layout van station Zevenaar. Daarnaast
bekijken ProRail en Syntus samen wat zij nog meer kunnen doen. Deze zaak
heeft de nadrukkelijke aandacht van alle partijen. Ook de leiding van
ProRail, zoals men in De Telegraaf heeft kunnen lezen, wil in de
toekomst naar nul storingen. Ik heb vertrouwen in de aanpak.

	Gevraagd is wat ik gedaan heb met het bidboek Railport Venlo en of ik
bereid ben dit voorstel te ondersteunen. Ik ondersteun de regio bij het
project Railport Venlo. Het bidboek heb ik in ontvangst genomen. De
regio is nu eerst aan zet om invulling te geven aan de realisatie. De
regio pakt dit heel actief op. Met de regio bekijk ik of Duitse treinen
gemakkelijker toegang kunnen krijgen tot de emplacementen van Venlo. Ik
heb het belang van de goede bereikbaarheid via het traject
Venlo-Duisburg besproken met mijn collega Ramsauer. Dit contact zal ik
aanhouden. In het voorjaar van 2011 is afgesproken dat de follow-up zal
plaatsvinden in het MIRT-onderzoek Greenport Venlo. De regio trekt dit
onderzoek en de ministeries van EL&I en IenM zijn daarbij betrokken. Het
onderzoek moet na de komende zomer klaar zijn. Bovendien is onlangs
aangekondigd dat binnenkort een haalbaarheidsstudie naar en een
maatschappelijke kostenbatenanalyse van de geplande Railport Venlo klaar
zullen zijn. Ook dat loopt dus op rolletjes.

	Ook is gesproken over de aansluiting van Twente op het ICE-netwerk.
Twente is momenteel verbonden met diverse grote Duitse steden door de
ICE Amsterdam-Berlijn, die halteert in Hengelo. Daarmee zijn de
reizigers in Twente via één overstap verbonden met het Duitse
ICE-netwerk. De afgelopen tijd is het aantal ICE-treinen naar Berlijn
verhoogd van vier naar zeven per dag. Het lijkt mij goed om met de regio
te bezien of de aansluiting nog verder kan worden verbeterd. Dat geldt
ook voor andere regio's die een betere aansluiting op de
ICE-verbindingen willen hebben.

	De heer Bashir vraagt op welke wijze ERTMS in het PHS kan worden
meegenomen als middel om het spoor beter te benutten. Zoals hij zelf
aangaf, wacht de heer Bashir verwachtingsvol de resultaten van de
tijdelijke commissie af. Dat doe ik ook, maar tegelijkertijd ben ik ook
bezig. Er wordt een implementatieplan voor ERTMS van de sector verwacht
in 2013. Naar aanleiding daarvan zullen wij een reactie geven. Bij PHS
houd ik ook rekening met ERTMS op Rotterdam-Dordrecht-Antwerpen en op
Amsterdam-Utrecht-Betuweroute.

	Er is ook gevraagd hoe het staat met de decentralisatie van
Zwolle-Enschede. Kan die lijn voor de hoofdinfra behouden blijven? De
decentralisatie is al in gang gezet. De regio ziet kansen bij deze
decentralisatie, dus het terugdraaien van de decentralisatie is niet
mijn keuze. Ik heb gemerkt dat een aantal decentralisatieprojecten ook
een mooie samenhang met ander aanbod heeft kunnen realiseren. Ik ben
daar dus een voorstander van.

	De heer Bashir spoorde mij aan om de Betuweroute beter te benutten. Ik
heb in alle overleggen de afgelopen tijd aangegeven dat ik via alle
mogelijke trajecten het gebruik van de Betuweroute probeer te
stimuleren. De heer Bashir vraagt steeds om de capaciteit te verhogen,
maar dat doe ik pas als dat nodig is. Nu is de capaciteit zes per uur en
dat is ruim voldoende. Ik ben bezig om met de sector een plan van aanpak
op te stellen om naar acht per uur te gaan, maar dat gebeurt pas op het
moment dat het ook nodig is.

	De heer Bashir heeft ook gevraagd naar een landelijke uitrol van de
snelwegbussen. Er loopt een pilot met de snelwegbussen tot 2013; het
gaat daarbij om Hilversum-Breda, Hilversum-Huizen-Amsterdam en
Hilversum-Almere. De pilot loopt dus over een breed gebied. De pilot is
net goed en wel gestart en ik wil die eerst afwachten voordat ik de
snelwegbussen in de rest van Nederland ga uitrollen. Er is eerder een
pilot geweest met snelwegbussen, maar die is faliekant mislukt. Ik ga
ervan uit dat deze goed gaat lopen, want er zijn lessen getrokken uit
het verleden. Ik hoop dat het een succes zal zijn, zodat wij het daarna
verder kunnen uitrollen.

	Dan is er nog gevraagd naar een plan van aanpak voor verdere
verbetering van de overwegveiligheid. Ik heb in mijn schriftelijke
beantwoording aangegeven dat ik overwegveiligheid zeer serieus neem.
Mijn streven is erop gericht om de veiligheid op alle overwegen
permanent te verbeteren, zoals opgenomen in de derde kadernota
Railveiligheid. U wordt daarover jaarlijks geïnformeerd middels de
trendanalyse van IVW. Als er aanleiding toe is, neem ik ook maatregelen.
In die rapportage kan ik zien waar die aanleidingen zitten. Elk ongeluk
is er een te veel, daarover hoeven we geen discussie te voeren. Ik kan
wel constateren dat het aantal ongelukken de afgelopen jaren fors is
afgenomen. Dat heeft u ook kunnen zien in de beantwoording van de
schriftelijke vragen. Daaruit blijkt dat de verschillende programma's
die hiervoor zijn uitgevoerd dan wel in uitvoering zijn, zoals het
Programma Verbetering Veiligheid op Overwegen, echt hun effecten hebben.

	Een specifiek plan van aanpak heeft niet mijn voorkeur omdat deze
verbeteringsplannen er al liggen. Overwegveiligheid maakt ook onderdeel
uit van een programma als PHS en van een analyse naar de knelpunten op
decentraal spoor. Op deze wijze worden verbeteringen van de
overwegveiligheid gekoppeld aan de verbeteringen die ik al bij het spoor
doorvoer.

De heer Bashir (SP): Dit is de laatste interruptie die ik heb. Ik heb
deze hiervoor bewaard en ik hoopte dat ik het niet nodig had, want ik
vind dit een vervelend onderwerp om over te discussiëren. Zoals de
minister stelde: elke dode is er een te veel.

	Ik vind dat onbewaakte overwegen niet meer van deze tijd zijn. De
afgelopen tijd zijn er veel doden gevallen. Je ziet ook een toename van
het aantal doden. Is de minister met mij van mening dat deze onbewaakte
spoorwegovergangen niet meer van deze tijd zijn? Wil zij dan niet toch
een actieplan indienen om deze binnen tien jaar aan te pakken?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Elke dode is er een te
veel. In de afgelopen periode is het aantal doden gelukkig afgenomen.
Dat komt o.a. door ons Programma Verbetering Veiligheid op Overwegen en
andere verbeteringsprogramma's. Ik zeg nu niet dat alle onbeveiligde
overwegen eruit gaan, maar ik wil heel gericht kijken naar de algemene
veiligheid. Soms kan het wel en soms kan het niet. Ik wil de huidige
programma's blijven hanteren en niet een extra programma daarnaast
zetten. Wij heffen veel overwegen op. De komende periode zijn het er
ongeveer twintig. Er wordt hard aan gewerkt. Ik vind het te ver gaan om
nu te zeggen dat wij binnen zoveel jaar alle onbeveiligde overwegen
zullen opheffen. Wij moeten ervoor zorgen dat zij veilig zijn en dat is
iets anders dan te zeggen dat zij niet meer mogen bestaan.

De heer Bashir (SP): De minister zegt dat zij geen extra programma wil.
Het gaat erom dat de onbewaakte overwegen worden opgeheven. De afgelopen
tijd zijn daar immers weer doden gevallen. Het kan een heel ambitieuze
doelstelling zijn om alle onbewaakte spoorwegovergangen aan te pakken.
Het hoeft niet allemaal in één jaar te gebeuren, maar als er
bijvoorbeeld over tien jaar geen onbewaakte spoorwegovergangen meer
zijn, zullen er waarschijnlijk ook geen doden meer vallen en hebben wij
een heel grote slag geslagen. Het aantal doden is dan gewoon nul! Dat
willen wij toch? Veiligheid is immers ook een taak van de overheid.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Helaas vallen er ook doden
op de beveiligde spoorwegovergangen, op dit moment zelfs relatief meer
dan op de onbeveiligde spoorwegovergangen. Er zijn ook partijen die
juist graag willen dat er open overwegen blijven, bijvoorbeeld
fietsbonden en wandelaars. Zij geven aan dit prettig te vinden.

De heer Bashir (SP): De minister spreekt nu over dicht en open. Het gaat
niet om dicht of open, het gaat om bewaakt of onbewaakt. Een open
overweg kan ook bewaakt zijn, bijvoorbeeld met knipperlichten. Die
dingen kosten niet zo veel geld, het gaat om een paar duizend euro.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Om de overwegen veiliger
te maken, is de optie meestal dichtmaken. Nogmaals, het is ook voor mij
belangrijk om elke keer in het hele land te kijken naar de veiligheid.
Ik doe dat in dezelfde mate voor de bewaakte en de onbewaakte overwegen.
Ik wil dat zij allemaal veiliger worden. Die programma's blijven gewoon
doorgaan. Ik zeg niet bij voorbaat dat alle onbewaakte overgangen weg
moeten. Ik wil vooral kijken wat er vanuit het veiligheidsaspect nodig
is en daarnaar handelen. Dat is ook waarom ik geen apart
uitsterfprogramma voorstel voor die onbewaakte overgangen, maar het
bestaande Programma Verbetering Veiligheid op Overwegen wil doorzetten.
Dat blijkt ook succes te hebben. Nogmaals, over het doel verschillen de
heer Bashir en ik niet van mening. Ik zal proberen om inzichtelijk te
maken dat die onbewaakte overwegingen eruit genomen of verbeterd worden.

	De heer Verhoeven sprak over het PHS en de trillingen. Hij veert
helemaal op. Het is een belangrijk onderwerp. Andere woordvoerders
hebben daarover bij eerdere gelegenheden ook gesproken, maar inderdaad
vandaag niet. Voor geluid geldt Swung en voor trillingen wordt er op dit
moment een beleidsregel gemaakt. Die zal aansluiten op de SBR-richtlijn.
Geluid en trillingen worden in ieder geval meegenomen in de uitwerking
van de diverse maatregelen in het kader van het PHS. Er wordt ook een
MER uitgevoerd naar het traject Meteren-Boukoul. Zo krijgen de punten
die de fractie van D66 aangaf rond Vught en Tricht ook een duidelijke
plek in de uitwerking van het PHS. Ik heb onlangs nog met de regio
gesproken en gezegd dat die m.e.r komt. De regio is daar heel blij mee.

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter, hoeveel interrupties heb ik nog?

De voorzitter: U hebt nog twee interrupties, dus brand los.

**

De heer Verhoeven (D66): De minister zegt terecht dat het hoopvol stemt
dat er een MER wordt gemaakt. Maar als er gebeurt met deze MER wat er is
gebeurd met een heleboel MER's die het kabinet niet goed uitkomen,
hebben we er nog niets aan. Wat gaat de minister doen met de uitkomsten
van deze MER?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ben bezig met een
beleidsregel om die trillingen in de toekomst verder mee te kunnen
wegen. Dat geeft al aan dat ik het zelf ook belangrijk vind. De
Commissie voor de m.e.r. maakt een MER om het inzichtelijk te maken.
Eigenlijk maakt zij geen MER. Er wordt een MER gemaakt. De Commissie
voor de m.e.r. zegt vervolgens of zij de MER goed genoeg vindt. Het zijn
twee verschillende rollen. Het feit dat ik bezig ben met een
beleidsregel maakt volgens mij duidelijk wat mijn intentie is.

De voorzitter: Heeft de heer Verhoeven een vervolgvraag?

**

De heer Verhoeven (D66): Ik ga natuurlijk geen vervolgvraag stellen als
de minister mij helemaal tegemoetkomt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De heer Verhoeven vraagt
of ik bereid ben de aanleg van de lijn Groningen-Bremen te bespoedigen.
Daarnaast vraagt hij of ik reclame kan maken voor de lijn naar Bad
Bentheim, in overleg met Syntus. De heer Verhoeven gebruikte het woord
"promoten". De regio werkt maatregelen uit voor de lijn
Groningen-Bremen. Deze worden eind 2012 afgerond. Ik heb afspraken
gemaakt in het MIRT en ik denk dat dit best een ambitieus tijdpad is. Ik
verwacht in 2013 afspraken te kunnen maken over eventuele bijdragen van
het Rijk.

	Voor de lijn Hengelo-Bad Bentheim zijn de provincie Overijssel en de
regio Twente de opdrachtgevers. Ik draag financieel bij. Een jaar
geleden is de pilot gestart. Afgelopen zomer hebben de regionale
opdrachtgevers en de vervoerder al extra media-aandacht aan deze lijn
gegeven. Deze aandacht heeft extra gebruik tot gevolg gehad. Het verdere
pr-beleid voor deze regionale verbinding ligt, wat mij betreft, bij de
regionale overheden en vervoerders. Om de heer Verhoeven toch tegemoet
te komen, roep ik hierbij iedereen op gebruik te maken van de lijn naar
Bad Bentheim. Nu hebben we dus ook een nationale campagne gehad op dat
vlak.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik denk dat er een extra trein bij moet.

De heer Verhoeven (D66): We zullen de resultaten van deze directe
toezegging en de uitvoering van mijn verzoek graag tegemoetzien in een
brief met de monitoring van het succes van deze "reclamecampagne".

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Er is gevraagd of er
aandacht is voor de stoptrein Wijchen-Nijmegen en het voortgangsdossier.
Het is aan de vervoerder om te komen tot voldoende materieelinzet. In
het programma StadsregioRail wordt de frequentie verhoogd van tweemaal
naar viermaal per uur. Daar is een keervoorziening voor nodig, die ook
weer onderdeel is van het programma StadsregioRail. Het is een regionaal
project, maar ik heb hiermee wel de stand van zaken gegeven.

	De heer Verhoeven vraagt of ik zal zorgen voor de viersporigheid bij
Delft. Hij vraagt of ik er in ieder geval voor zorg dat er geen fysieke
barrière is. De viersporigheid Rijswijk-Delft Zuid is onderdeel van het
PHS. In de Nota Reikwijdte wordt er een invulling gegeven aan de
inpassing van dit traject. Het krijgt dus de aandacht waarom de heer
Verhoeven vraagt.

	Dan kom ik bij het nachtnet. Het is onderdeel van de onderhandelingen
met de NS, waarin we ook over de HSA hebben gepraat. Daarmee kwam meteen
het hoofdrailnet aan de orde. Ik had nog de oproepen van de Kamer van
vorig jaar in mijn hoofd om meer te doen aan het nachtnet. Dat wordt ook
in de bepaling van de nieuwe concessie opgenomen. Het bestaande nachtnet
blijft het uitgangspunt en wij hebben aangegeven waar uitbreiding moet
plaatsvinden. Ik weet niet of de commissie dit nu wil horen of dat dit
in de discussie over de concessie aan de orde kan komen. Dan zullen we
aan de orde stellen op welke plekken en op welke tijdstippen de
uitbreiding zal plaatsvinden.

	Er is een vraag gesteld over de elektrificatie van de diesellijnen. Ik
heb al aangegeven in mijn antwoorden in het AO Spoor dat het onze
algemene inzet is om duurzaam spoor te realiseren en om dit
kosteneffectiever te laten zijn. De algemene inzet is duurzaam spoor.
Elektrificatie van de regionale spoorlijnen zal kosteneffectiever zijn.
Wat mij betreft, is het van belang dat zij aangeven hoe zij tot
duurzaamheid komen en niet het middel zelf centraal stellen. Zo heb ik
dat ook al eerder geantwoord.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik heb in mijn termijn aangegeven dat ik
dit antwoord van de minister onvoldoende vind. Ik heb gevraagd of de
minister voor alle spoorlijnen in Nederland waar geen bovenleiding
aanwezig is, wil onderzoeken wat het zou kosten om deze aan te brengen
en daarbij in kaart te brengen wat dit oplevert aan milieurendement,
reistijdwinst en betrouwbaarheid. Daar zou ik graag een toezegging op
willen krijgen. Dat is echt iets anders dan wat we tot nu toe hebben
gekregen. Dat waren een paar alinea's die op mij nogal afwijzend
overkwamen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik heb aangegeven dat het
voor mij van belang is om het doel te bereiken en niet een middel
daarvoor te kiezen. Elektrificatie is een manier, maar de sector schat
in dat er een efficiëntere manier is om elders op het spoor energie te
besparen en de CO2-emissie te beperken dan via verdere elektrificatie
van de diesellijnen. Op dit moment neemt de sector het initiatief. Men
is bezig met de meerjarenafspraak energie-efficiency en met de
Kenniskring duurzaamheid van railvorm. Ook is men binnen de
afzonderlijke bedrijven bezig. Ik voel er niet voor om bij elk spoor
zonder bovenleiding een extra onderzoek te doen om de elektrificatie te
bekijken als de spoorsector zelf zegt een stap verder te willen gaan.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Dat vind ik jammer, want je zou beide wat
beter in kaart kunnen brengen. Dat gebeurt op dit moment niet. Ik ben er
benieuwd naar wanneer wij dit onderzoek van de sector krijgen. Er blijft
nu heel veel liggen en dat is jammer. Met name het milieurendement, de
tijdwinst en de betrouwbaarheid zijn prettige zaken. Dat is win-win-win.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Elektrificatie is een heel
kostbaar proces en er zijn meer mogelijkheden om tot een efficiënter en
vooral duurzamer spoor te komen. Daar committeren de partijen zich nu
aan. Ik vind het niet zo gek dat zij zo'n heel dure maatregel niet
willen nemen, maar een stap verder willen gaan om er meer uit te halen
door het op een andere manier te doen. Ik weet niet uit mijn hoofd
wanneer dat onderzoek er komt. Misschien weet ik het antwoord daarop in
de tweede ronde.

	Mevrouw Wiegman heeft vragen gesteld over de lijn Zwolle-Enschede. Zij
wil een actieplan voordat de spoorlijn wordt gecentraliseerd. Met de
regio worden maatregelen bezien als de spoorlijn wordt
gedecentraliseerd. Gezien dit overleg en het feit dat de decentralisatie
niet losstaat van de te nemen maatregelen, heeft een actieplan wat mij
betreft geen toegevoegde waarde.

	Wat betreft de zuidvleugel Schiedam-Kethel wordt gevraagd waarom we
daar niets mee doen. Het nieuwe station vergt 160 mln. aan
investeringen. Zoals aangegeven in het antwoord op Kamervragen is dit
geen verantwoorde investering. Als de ontwikkelingen daartoe aanleiding
geven, kan het te zijner tijd wederom worden bezien. Het wordt in ieder
geval niet onmogelijk gemaakt.

	Hetzelfde geldt voor de Valleilijn, waarover ik inmiddels al zo'n 100
vragen van de Kamer heb beantwoord. Op 5 juli heb ik over de
quick-scanmaatregel kosteneffectieve capaciteitsuitbreiding
gerapporteerd. In het algemeen overleg Spoor ben ik hierop ingegaan en
op 9 november ben ik daar ook schriftelijk op ingegaan. Het antwoord op
de concrete vraag is dat ProRail dit project niet kapotregelt, maar de
inpassing en de veiligheid zeer serieus neemt. Daar zitten nu eenmaal
hoge kosten aan vast. Ik wilde ook wel dat het voor minder kon, maar dat
kan gewoon niet.

	Voorzitter. Ik kom bij de vaarwegen en als laatste bij Beter Benutten.
De heer Bashir heeft gevraagd of ik kan toezeggen dat de kleine
vaarwegen niet worden vergeten. Ik heb bij de begrotingsbehandeling al
gezegd dat ik het belangrijk vind om de vaarwegen goed te gebruiken. Ik
breng ook de kwaliteit van het vaarwegennet op peil met een impuls voor
achterstallig onderhoud en met extra budget voor regulier onderhoud.
Daarbij vergeet ik de kleinere rijksvaarwegen niet. Door de
bezuinigingen ben ik wel genoodzaakt om het onderhoud verder te
rationaliseren. Dat gebeurt dan niet via de investeringsimpuls maar via
onderhoud. Het onderhoud zal ik de komende jaren kritisch bezien en ook
aanpassen aan de intensiteit van het gebruik. Dat heb ik ook steeds
aangegeven. Ik zal mij inspannen om in overleg met de sector ervoor te
zorgen dat de infrastructuur zo veel mogelijk beschikbaar, betrouwbaar
en veilig blijft.

	Van verschillende kanten wordt gevraagd of het uitstel voor de vaarweg
IJsselmeer-Meppel en het uitdiepen ervan niet teruggedraaid kan worden.
Het belang van de vaarweg tussen het IJsselmeer en Meppel is voor mij
helder. Daarom wordt door mij ook al geïnvesteerd in de vaarweg. Het
voornaamste knelpunt in de vaarroute is de keersluis bij Zwartsluis. Die
wordt op dit moment al aangepakt. Ik word echter geconfronteerd met een
onderhoudsproblematiek en een bezuinigingsopgave. Op basis van de SVIR
heb ik daarom prioriteit gegeven aan de prioritaire
achterlandverbindingen. De budgetten voor de vaarweg IJsselmeer-Meppel
heb ik daarom moeten temporiseren tot na 2020.

	Als ik IJsselmeer-Meppel weer terugzet, moet ik een ander
vaarwegproject eruit halen. Laat ik toezeggen dat ik begin 2012 op basis
van de planstudieanalyse met de regio zal overleggen over de
mogelijkheden om met regionale voorfinanciering toch te komen tot een
eerdere aanpak van die vaarweg. Als dat niet kan, zal ik bij de Kamer
moeten terugkomen met een nieuwe prioriteit. Dat gaat dan echter ten
koste van een andere vaarweg. Laten wij dus starten met het overleg met
de regio als eerste optie. Dan creëren wij in elk geval extra geld in
deze periode voor iets wat er na 2020 wel in staat.

Mevrouw De Caluwé (VVD): Mag ik de toezegging zo begrijpen dat de
minister dat uitstel tot begin 2012 nog even aanhoudt totdat ze met de
regio gesproken heeft?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nu is in het MIRT
aangegeven dat het pas na 2020 wordt gerealiseerd. De vraag is of de
vaarweg eerder uitgediept kan worden. Ik ga zo snel mogelijk het gesprek
met de regio aan -- het is al bijna begin 2012 -- om te bekijken of er
mogelijkheden zijn voor voorfinanciering. Als dat niet lukt, wil ik
misschien toch wel een uitspraak van de Kamer of een ander project ...
Nou ja, misschien is dat niet handig. Laat ik die uitspraak niet van de
Kamer vragen, want we hebben eerst nog het gesprek met de regio erover.

	Het voornaamste knelpunt is de keersluis. Daar ben ik wel mee bezig.
Dat lijkt mij van belang. Ik kan niet half wel beginnen en half niet
beginnen. Het knelpunt pak ik aan. Ik ga zo snel mogelijk een gesprek
aan over voorfinanciering. Dat is mijn antwoord op dit moment.

De heer De Rouwe (CDA): Dank aan de minister dat zij hiermee ook het
voorgenomen besluit opschort. Ik neem aan dat de minister niet zonder
reden terug gaat naar de regio. Ik hoor dat graag van de minister, want
dat bespaart mij ook een motie in tweede termijn. De minister noemt de
mogelijkheid van voorfinanciering, maar in mijn conceptmotie die ik
achter de hand houd, staat ook een verzoek om te bekijken of er binnen
de vaarwegen iets mogelijk is. Bij de vaarwegen zit er ook wel eens
vertraging in, dat weten we. De minister heeft binnen de
begrotingsregels de ruimte om daarvoor andere zaken naar voren te halen.
Die optie zou ik heel graag terugzien. Wil de minister die op voorhand
niet uitsluiten, want daarmee zou je misschien ook iets mogelijk kunnen
maken. Kan de minister dat toezeggen?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nog even over de
temporisering. Wij gaan praten, want wij hebben geen geld om het oude
tempo aan te houden. Dat is het probleem. Het budget voor de vaarwegen
is zeer krap en ook krap belegd. Ik zie niet op korte termijn iets
anders uitvallen. Als projecten gaan achterlopen, kun je het budget
altijd inzetten om er iets mee te doen. Het is ook ietsje lastiger,
omdat het om een veel kleiner budget gaat dan bij de wegen en het spoor
het geval is. De druk erop was eerst nog groter. Wij hebben geprobeerd
om een groter deel van de opgave elders in het apparaat neer te leggen,
juist om de vaarwegen te ontzien. Het is dus niet zo dat er veel "slack"
in zit. Het lijkt mij goed om met de regio te gaan praten en te bekijken
wat het belang is. Wij zijn bezig met de keersluis, dus die pakken wij
vast aan. Voor ons zit nu een probleem in het onderhoud, in de pure
verdieping. Daar moeten wij het eens even met de regio over hebben. Ik
zal vragen of de regio het zo belangrijk vindt, dat men ook wil
voorfinancieren. Mocht er op een gegeven moment ruimte ontstaan binnen
de vaarwegen, dan hoor ik van de Kamer dat zij dit belangrijk vindt,
maar ik probeer niet de hoop te bieden dat dat de makkelijke uitweg zal
zijn.

De heer De Rouwe (CDA): Dat snap ik en dat vind ik ook reëel van de
minister. Het heeft te maken met mijn compliment aan het begin van het
debat. Feitelijk wordt de situatie goed weergegeven en worden de keuzes
inzichtelijk gemaakt. Het doet mij goed dat de minister het zo
interpreteert, dat de Kamer heeft aangegeven dat dit prioriteit heeft.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Helder. Ik had al koppen
geteld, zoals dat gaat.

	Wil ik de kansen benutten om de capaciteit van de vaarwegen in te
zetten? Ik ben het helemaal met mevrouw De Caluwé eens dat wij de
capaciteit van de vaarwegen beter moeten benutten. Volgens mevrouw De
Caluwé zijn er zeven keer meer mogelijkheden om van de vaarwegen
gebruik te maken. Daarom investeer ik in het oplossen van 43
vaarwegknelpunten. Zo wil ik de toekomstige groei op vaarwegen mogelijk
maken. Daarnaast probeer ik in Beter Benutten bedrijven te kietelen om
hun vervoer over het water te doen in plaats van over de weg. Verder
investeren wij 800 mln. à 900 mln. in onderhoud en aanleg van
vaarwegen. Tot eind 2013 is nog 100 mln. beschikbaar voor een slimmere
benutting van de vaarwegen. Ik werk daar dus graag aan mee.

	De planstudie Lichterlocatie IJmuiden loopt, maar er is enige
vertraging opgetreden. Wij doen er alles aan om de locatie zo spoedig
mogelijk te realiseren. Rekening houdend met de MER kan ik in 2013 een
besluit nemen en kan de locatie in 2015 zijn gerealiseerd. Doordat de
komst van heel grote schepen ook ietsje vertraagd is, leveren wij niet
in op veiligheid. Er is nog voldoende tijd om de noodzakelijke
veiligheid te borgen. Het belangrijkst is natuurlijk dat de
Lichterlocatie verplaatst is voordat de nieuwe grote sluis is
gerealiseerd. Er is nog enige tijd om de nieuwe locatie goed in te
passen.

	De heer De Rouwe vroeg naar de zeesluis in Terneuzen. Die sluis is
vooral belangrijk voor de haven van Gent. Waarom moet de provincie
daaraan meebetalen? De heer De Rouwe wees erop dat de provincie een
soortgelijk bedrag heeft bijgedragen als wij en dat zij dat vervolgens
ook weer moest inleveren. Dat laatste herken ik helemaal niet. Wij
dragen bij en dat heb ik niet in korting gebracht bij de provincie. Ik
heb wel aan de provincie gevraagd of zij een bijdrage wilde leveren van
ongeveer 50 mln. Dat vind ik wel terecht, omdat uit de MKBA is gebleken
dat een deel van de baten van de uitbreiding neerslaan in de Zeeuwse
kanaalzone. Uit mijn hoofd gaat het dan om 130 mln. Uiteindelijk heeft
de regio gezegd dat hij op dit moment zo arm is, dat hij het niet kan
doen. Dat geloof ik ook wel. Men komt niet verder dan 10 mln. Het
grootste deel is van Zeeland Seaports. Verder is er een bijdrage van de
provincie en van de gemeente Terneuzen. Zo wordt het vormgegeven. De
sluis gaat meer dan 800 mln. kosten. Het grootste deel wordt door de
Belgen betaald. Met een bijdrage van 10 mln. kan de provincie blij zijn.

	Ik kom op de Prinses Margrietsluis in Lemmer, die aan de maximale
capaciteit zit. De prioriteiten tot 2020 op de hoofdvaarweg
Lemmer-Delfzijl liggen bij de opwaardering van de vaarweg en een groot
aantal bruggen. Met Friesland en Groningen hebben we afgesproken dat we
in 2017 gezamenlijk kijken naar de vervolgaanpak voor de vaarweg
Lemmer-Delfzijl. Ook de sluis bij Lemmer zal daarbij aan bod komen. Bij
een studie zullen uiteraard alle relevante varianten worden bekeken, ook
de benuttings- en de opwaardeervarianten.

	Dan kom ik ten slotte te spreken over Beter Benutten. Gevraagd is om
meer inzicht in de maatregelen inzake Beter Benutten en in waar het geld
naartoe gaat. In de regionale programma's zitten 254 kosteneffectieve
maatregelen. Dit grijpt in op de grootste knelpunten per regio. Er
worden oplossingen in alle modaliteiten gevonden maar als je de
verdeling over de modaliteiten zou bekijken is het ongeveer 30%
wegmaatregelen, 17% ov-spoor inclusief Park & Ride, 8% fiets, 3%
binnenvaart, 21% vraag- en gedragsbeïnvloeding en 21% ITS. Dat laatste
gaat over nieuwe informatietechnologieën met betrekking tot auto en
weg.

	Verder is gevraagd welke projecten er zijn afgevallen en waarom. In
mijn brief van 14 juni heb ik de criteria genoemd: kosteneffectiviteit,
projectuitvoering in deze kabinetsperiode, innovativiteit en
opschaalbaarheid. Op deze criteria zijn alle voorgestelde projecten
getoetst en indien ze er niet aan voldeden, zijn ze afgevallen.
Aangezien het budget beperkt is heeft de mate van kosteneffectiviteit
natuurlijk zwaar meegewogen in de afweging. Uiteindelijk zijn er
maatregelen op alle modaliteiten afgevallen, dus op weg, ov-spoor, fiets
et cetera. Overigens hoop ik dat na deze periode dit eigenlijk geen
apart project meer is maar dat Beter Benutten een "way of thinking" gaat
worden, omdat ik mij voor kan stellen dat je in de toekomst veel vaker
dit soort programma's gaat inzetten. Op die manier zouden de projecten
die er zijn ook in toekomstige kabinetten een rol kunnen spelen. Hoewel
ik niet vooruit zal regeren en alvast Beter Benutten 2 in het leven zal
roepen, kan ik mij voorstellen dat als het succesvol is, het vaker gaat
gebeuren.

	Ook is gevraagd hoe ik ben gekomen tot de keuze met betrekking tot de
regio's. Ik heb daarvoor gekozen omdat het echt ging om files die wij er
anders niet goed met de NMCA uit konden halen. Ik heb het dan over de
file top 50. Ik heb regiospecifiek gekeken naar de grootste knelpunten.
Toen zijn er een aantal regio's geselecteerd. Daar ben ik mee in zee
gegaan. Uiteindelijk zijn er regio's die zich later nog gemeld hebben en
gevraagd hebben of ze ook konden meedoen. Toen was de budgetverdeling
over de verschillende regio's echter al een beetje aan de gang.
Vervolgens hebben we gezegd: als jullie nog een aantal dingen kunnen
bedenken, ook al vallen jullie dan niet onder die file top 50, kunnen we
daar misschien wat mee doen. Vandaar dat de regio's die er later bij
zijn gekomen, een wat kleiner budget hebben gekregen. Dan de vraag of je
dat in het hele land kan gaan toepassen. Ja, echter, ik heb nu geen
nieuw ander budget, maar voor de toekomst zou je dat zeker kunnen doen.
Een van de redenen om opschaalbaarheid te hanteren als argument, is dat
je het ook elders in de toekomst kunt gaan toepassen.

	In 2012 komen de regio's met hun MIRT-programma's. Die actualiseren ze
allemaal, dus ik kan mij best voorstellen dat regio's zelf ook in die
geactualiseerde MIRT-programma's dit soort Beter Benuttenprogramma's
opnemen, naast de regionale infrastructuurvraagstukken. Dan krijgen we
ook de interessante discussie met elkaar of een stuk weg of iets anders
op dat moment een interessantere uitgave is. Najaar 2012 zal dat dan in
het MIRT zitten.

	Door een van de leden van de commissie is gezegd dat
spitsmijdenprojecten slechts subsidies betreffen en dat ze geen
structurele oplossingen bieden. Mijn eigen ervaring is dat dergelijke
projecten niet alleen leiden tot minder files tijdens de proefperiode
maar ook daarna. Bijvoorbeeld bij Slim Prijzen Waalbrug is 40% van de
deelnemers ook na afloop van de proef de spits blijven mijden. Ook bij
Rotterdam waren er dergelijke ervaringen. Het kost wel even wat tijd
voordat een gedragsverandering met een dergelijk instrument is
gerealiseerd. Alleen maar tegen de mensen zeggen dat zij zich anders
moeten gedragen, werkt helemaal niet. Ik merk dat dit in ieder geval
effect heeft. Daarom zal dit instrument kosteneffectief zijn, zeker in
relatie tot filekosten. Dat is de reden waarom ik het instrument inzet
en waarom ik het verfijn. Het zal niet de oplossing voor alle problemen
zijn, want dan zou je eeuwig moeten betalen om mensen van de weg te
houden. Structureel is het niet, maar het kan wel in bepaalde regio's
een gedragsverandering teweegbrengen.

	Gevraagd is wat het bedrijfsleven bijdraagt aan het programma Beter
Benutten. Zonder betrokkenheid van het bedrijfsleven kunnen wij de
ambities niet waarmaken. Daarom richten wij ook de trio's in. Het
bedrijfsleven heeft nog weinig financieel bijgedragen. Het heeft zich
vooral gericht op het faciliteren van werknemers, bijvoorbeeld via
thuiswerken, het stimuleren van spitsmijden of van het met een andere
modaliteit reizen. Daarnaast is uiteraard de betrokkenheid van het
bedrijfsleven bij het in de markt zetten van nieuwe innovatieve
maatregelen van belang bij dit programma, bijvoorbeeld door reizigers en
transporteurs te voorzien van actuele reisinformatie. Bedrijven zullen
ook sommige projecten meefinancieren. Denk aan het introduceren van de
ov-pas. De totale financiële bijdrage van het bedrijfsleven over alle
programma's bedraagt zoals nu is voorzien circa 60 mln. van het
totaalbedrag.

	De heer Verhoeven vraagt naar de brief over thuiswerken. In de brief
over Beter Benutten heb ik een paragraaf over thuiswerken opgenomen.
Daarin meld ik dat de Kamer heeft besloten om de 24 mln. uit de
ESF-actie in te zetten voor flexibel werken om zo een thuiswerkfonds
mogelijk te maken. Ik heb zelfs begrepen dat het bedrag inmiddels wegens
succes wordt verhoogd naar 77 mln. Dus ik weet niet wie de heer
Verhoeven allemaal op het fonds afgestuurd heeft, maar het bedrag wordt
in ieder geval verhoogd.

De heer Verhoeven (D66): Dat bedrag heb ik niet op mijn geweten. Het
succes verkoopt zichzelf.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik probeerde u dit succes
te gunnen, maar goed, als u dat niet wilt …

	Daarnaast ben ik in het kader van de begrotingsbehandeling bezig met
vouchers. Ik kan de Kamer vers van de pers melden dat ik heb besloten
tot het verlengen van de bestaande voucherregeling voor het mkb ter
stimulering van slim werken en slim reizen bij de mkb-bedrijven. Ik heb
daarvoor een bedrag van 2,5 mln. extra ter beschikking. Dus ook dat is
nu geregeld.

	De heer Verhoeven heeft gevraagd wat ik ga doen met zijn motie over
thuiswerkende ambtenaren, die het niet gehaald heeft. Binnen mijn
ministerie doe ik ervaring op door tot de zomer met circa 400
medewerkers aan de slag te gaan met het nieuwe werken. In september 2012
wordt binnen IenM besloten over de volledige invoering. Ik ga ervan uit
dat dit bijdraagt aan een efficiënter gebruik van kantoorruimte,
vermindering van reistijden en omzetting van reistijd in werktijd binnen
IenM. Dus ik ben er zelf ook over te spreken. Ik vind dat als je anderen
vraagt om werktijd beter te benutten, dat je zelf het voorbeeld moet
geven. Dat doe ik dan ook. De minister van BZK heeft de coördinatie
voor de andere departementen.

	Verder is gevraagd hoe ik de benuttingsmaatregelen zal monitoren en of
ik ook kijk naar het effect uitgesplitst per type maatregel. Ik zal
monitoren op de uitvoering van de projecten per regio, waarbij ik vooral
zal kijken naar de effecten op files en openbaar vervoer. Jaarlijks
worden de effecten apart per maatregel en per type maatregel gemonitord
samen met de regionale partners. In dit proces worden de effecten van
het totale gebiedsprogramma gemeten. Daaraan kun je zien of die
verschillende elementen wel of niet van nut waren of dat wij het
misschien moeten houden bij de meer fysieke infrastructuur zoals de
Spitsmijdenprojecten. Dat soort elementen kun je dan beargumenteerd met
elkaar bediscussiëren.

	Ik ga verder met de Duitse bocht bij het knooppunt Neerbosch. Er is
gevraagd naar eventuele files bij de A73, of de problemen bekend zijn en
of ik daar misschien wat aan kan doen. De te verwachten problemen
aldaar, zeker na de openstelling van de A50 Ewijk-Valburg zijn mij
bekend. Ik heb recent, in het kader van het programma Beter Benutten,
met de regio een programma van maatregelen vastgesteld. Het toevoegen
van een rijbaan bij knooppunt Neerbosch naar het zuiden maakt onderdeel
uit van de afspraken rond Beter Benutten. Ik hoop daarmee het probleem
te hebben getackeld.

	Ik heb nog een mapje "Varia". Bij de bespreking van de motie over
wegwerkzaamheden in de nacht heb ik gezegd dat ik deze zie als een
oproep om wegwerkzaamheden zo veel mogelijk in de nacht te laten
plaatsvinden, om zodoende de doorstroming zo min mogelijk te hinderen. U
begrijpt dat ikzelf ook niet wil dat hierdoor nieuwe files zouden worden
veroorzaakt, of dat er andere problemen zouden ontstaan. Het kost
natuurlijk even tijd om het nieuwe schema precies vorm te geven. In het
voorjaar van 2012 kan ik dit natuurlijk terugkoppelen bij de
begrotingsnota.

	Volgens mij had ik al iets gezegd over het zondagverbod voor
vrachtwagens in het AO Transportraad. Dit is een nationale
aangelegenheid, dus ik kan de Duitsers daar wel over aanschieten, maar
hen tot niets dwingen. In ieder geval is er op ambtelijk niveau contact
over de gevolgen van het verbod, zoals de overvolle parkeerplaatsen bij
de grens.

	De Westervoortse brug behelst inderdaad nog een knelpunt. Ik wil de
problematiek echter wel in een perspectief plaatsen. De weg is niet
versmald, maar met de barriers is het gebruik van de inspectiepaden als
uitwijkmogelijkheid, wat dus al niet mocht, onmogelijk gemaakt. Het is
echt niet veilig om die inspectiepaden te gebruiken voor verkeer; in
2006 is daar ook al een voertuig doorheen gezakt. Wat niet mocht, hebben
we dus eigenlijk afgeschermd. Maar wij zien dit probleem ook.
Rijkswaterstaat is in overleg met Westervoort en Arnhem. Ik weet dat dit
overleg intensief is, want ik krijg daar tussentijds af en toe iets over
teruggekoppeld. Een oplossing voor de toekomst zouden
verkeersmaatregelen kunnen zijn, bijvoorbeeld een zender. We hebben de
verkeersregelaars tot nu toe gehandhaafd, mede op verzoek van de Kamer.
Deze kosten wel €175.000 per maand, dat is dus geen grap. Westervoort,
Arnhem en Rijkswaterstaat zijn onder leiding van de burgemeester van
Arnhem bezig om dit probleem tot een eind te brengen waarin alle
partijen zich kunnen vinden.

	Het incident met de rode kruizen bij de A4 en de A27. Wanneer zijn deze
problemen opgelost? Op 8 december heeft de commissie hierover vragen
gesteld. Ik vind het zelf ook uitermate vervelend. Wij zijn juist bezig
om die spitsstroken open te stellen en als dan de boel dichtgaat door
technische problemen, is dat heel vervelend. Ik neem de vragen die
hierover vandaag zijn gesteld, graag mee bij de beantwoording van de
schriftelijke vragen. Ik heb overigens geen aanleiding om te denken dat
het een structureel probleem zou zijn. Het ziet er namelijk naar uit dat
het een incident was, wat onverlet laat dat het heel vervelend was. Ik
wil dan ook zelf het naatje van de kous weten, want wij moeten in de
toekomst dit soort incidenten zo veel mogelijk voorkomen.

	Mijn visie op de vluchtstrook van de toekomst. Dat was een vraag van de
heer De Rouwe. Voor de aanleg van de wegen en voor de aanleg van
vluchtstroken maak ik gebruik van de algemene richtlijnen van het CROW.
In het kader van de spits- en de plusstroken en Beter Benutten wordt er
specifiek naar de rol van de vluchtstroken gekeken. Ik zal de
vluchtstroken daarin meenemen, wat betekent dat het vluchtstroken
blijven als het volgens de richtlijnen niet kan. Maar dat heb ik
allemaal ook al eerder gezegd in andere discussies over spitsstroken.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik mis een antwoord op mijn vraag over
het ecoduct A74.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: U vraagt mij waarom ik wel
investeer en mijn collega niet. Ik leg daar een ecoduct aan en mijn
collega realiseert daar vervolgens geen ehs-zone. Ik heb begrepen dat
het aan de provincies is om te bepalen waar de ehs-zones worden
gerealiseerd. Ik neem aan dat u mij niet vraagt om dat ecoduct dan maar
niet aan te leggen. Ik ga dan ook gewoon door met de aanleg. Het is
vervolgens aan de provincie om te beslissen of ze aan de andere kant een
ehs-zone aanleggen.

De voorzitter: Ik stel voor dat wij een kwartiertje schorsen. De
Kamerleden kunnen in die tijd hun moties en hun tweede termijn
voorbereiden. Wij gaan dus om ongeveer 17.15 uur verder met de tweede
termijn.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Voorzitter, er liggen nog
drie moties van mevrouw Wiegman. Wilt u dat ik die in de tweede termijn
behandel?

De voorzitter: Dat gaan wij straks samen met de andere moties doen.

**

De vergadering wordt van 17.00 uur tot 17.15 uur geschorst.

De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik zal bij aanvang even
aangeven hoeveel minuten elke fractie heeft. U weet allen dat u de
moties die u wilt indienen binnen de voor u beschikbare tijd ook dient
voor te lezen.

	Ik heb begrepen dat de VVD-fractie de inbreng in tweeën deelt, met de
heer Aptroot als eerste en mevrouw De Caluwé als tweede. Zij hebben
gezamenlijk nog vijftien minuten.

**

De heer Aptroot: Voorzitter. Wij bedanken de minister voor de
beantwoording. Met een heleboel antwoorden zijn wij tevreden, maar met
een aantal niet. Op zichzelf kan ik daarover niet kwaad worden op de
minister, want meestal zei zij: ja, ik begrijp de vraag wel, maar ik heb
er geen budget voor, of: de regio wil ook niet over de brug komen, of:
de voorfinanciering lijkt leuk, maar gaat tegen een hoge rente. Dat zijn
natuurlijk allemaal argumenten binnen het financiële kader dat wij
hebben. Vorig jaar hebben wij al besloten bij het MIRT om drie jaar
vooruit te springen. Als die wensen worden gerealiseerd, hebben wij
natuurlijk toch de neiging om niet elke keer te roepen: hoera, dat
hebben wij vorig jaar met elkaar gerealiseerd. Maar wij willen stappen
verder.

	De VVD zal hiermee als volgt omgaan. Wij hebben begrepen dat wij, omdat
collega De Jong daarop aandrong, over de prioriteitsstelling binnenkort
nog een brief krijgen, waarin de minister duidelijk maakt om welke
redenen en met welke weging van argumenten zij welke projecten in het
MIRT zal gaan realiseren. Dat is wat ons betreft het moment om onze
eigen extra wensen nog eens tegen het licht te houden en te zeggen wat
wij het eerst zouden willen. Want het is volstrekt duidelijk dat wij ja
zeggen tegen een heleboel wensen, maar de A1 tussen Apeldoorn-Azelo, de
N35 en de aansluiting van de N340 op de A28 zijn allemaal wensen die wij
nog hebben. De spitsstroken op de A27 willen wij graag. Dan denk ik dat
het ook aan ons is als fracties om te zeggen: als er nog ergens ruimte
is die wij de komende tijd weten te vinden, wat is dan echt prioriteit
nummer één en wat prioriteit nummer twee? Wij zouden dat graag met de
collega-fracties en de minister in het voorjaar bespreken als wij het
vervolg kennen van het MIRT en van de prioriteitsstelling.

	Dat is dan ook de reden dat u ons daarover verder niet hoort. Ons
wensenlijstje blijft, maar wij accepteren het feit dat de minister zegt:
geef dan ook maar zelf de financiering aan en geef in het voorjaar dan
ook je echte prioriteit aan. Wat is dan echt nummer één? Met vijf
nummers één komen wij helemaal nergens. Dat gaan wij dus doen, verder
akkoord.

	Bij de tolfinanciering zit nog een beetje nuance over de vraag of de
verlenging van het laatste stukje A15 en de A13 en A16 naar Rotterdam
daar nu onder past, maar ook daar moet financiering bij. Ik heb nog een
motie, die ik heb aangehouden om meevallers bij aanbestedingen hiervoor
te gebruiken. Ik zin nu op het moment om die motie maar eens in stemming
te brengen. Verder zal het kabinet van ons geen last hebben van moties
omdat wij vinden dat je dan ook boter bij de vis moet leveren, wat wij
nu niet kunnen en wat nu eigenlijk niemand kan. Dus ik houd een aantal
wensen aan. Daarop kom ik in het voorjaar terug. Ik zal duidelijk maken
dat ik die wensen boven tafel houd. Ik wil ze nu niet afgeschoten
hebben. Ik heb er een paar genoemd.

Mevrouw De Caluwé (VVD): Voorzitter. Ook ik ben blij met de antwoorden
die zijn gegeven door de minister, ten eerste over IJssel, Maas en
sedimentatie. Fijn te horen dat Deltares daarover met een onderzoek
bezig is. Ik heb alleen nog een korte vraag, namelijk wanneer de
minister de resultaten van dat onderzoek verwacht.

	Wat de vaarweg IJsselmeer-Meppel betreft heb ik er begrip voor dat er
geen geld is om het oude tempo aan te houden. Goed ook dat er begin
2012, waarschijnlijk al over enkele weken, overleg met de regio kan
worden gevoerd, zeker ook omdat de minister heeft aangegeven dat zij
graag bedrijven wil kietelen om wat meer via het water te vervoeren.
Juist over de vaarweg IJsselmeer-Meppel gaan veel producten van een
grote zuivelfabrikant. Alle melkproducten die naar China gaan, gaan
eerst een stukje over de vaarweg IJsselmeer-Meppel.

	Dan heb ik nog een opmerking over de planstudie Lichteren. Het is goed
dat de minister het belang onderstreept van het verplaatsen van de
locatie voor de ingebruikname van de zeesluis. Gezien het feit dat hier
iets meer tijd voor is, kan dit mogelijk ook gehaald worden.

	Dat waren mijn punten. Ik ben blij met de antwoorden van de minister en
heb dan ook geen moties.

Mevrouw Kuiken (PvdA): Voorzitter. Ik wil de minister danken voor haar
antwoorden. Wij delen iets wat belangrijk is. Wij vinden namelijk dat de
manier van financiering -- het gaat niet alleen om het spoor, maar ook
om de wegen -- transparanter moet. Hier en daar is immers veel geschuif.
Ik snap dat de Kamer hieraan bijdraagt, maar het is wel de
verantwoordelijkheid van de minister om ervoor te zorgen dat het
allemaal transparant blijft, opdat de Kamer haar controlerende taak kan
uitvoeren.

	Er is uitgebreid gesproken over de nieuwe westelijke oeververbinding:
de Blankenburgtunnel versus de Oranjetunnel. De PvdA heeft een voorkeur
voor de Oranjetunnel. Wij zullen op dit punt nu geen moties indienen,
hoewel dat wel verleidelijk is. Wij krijgen nog een debat hierover. De
minister heeft allerlei toezeggingen gedaan om voor de Kamer nog
transparanter te maken waarop de keuze gebaseerd is. Dan gaat het ook om
de scope. Wij beschouwen natuur niet alleen als een gegeven, maar ook
als een punt waaraan je waarde mag toekennen. Zaken als de valleiroute
A20 zijn allemaal genoemd. Wij zien die informatie graag tegemoet. Dan
kan daarna het debat met de Kamer volgen.

	Ik heb een aantal moties. Voor een deel geven deze aan waar wij
oplossingen zien. Deze hoeven niet per se heel veel geld te kosten. Door
middel van goede prioritering kunnen wij in samenwerking met de regio's
tot juiste keuzes komen. In een aantal moties geven wij onze wensen ten
aanzien van de uitvoering aan.

	De moties luiden als volgt.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de knooppunten Hooipolder en Gorinchem beide tot
congestie leiden op de A27;

van mening dat aanpak van beide knelpunten prioriteit heeft;

verzoekt de regering, binnen het budget van 740 mln. het knooppunt
Hooipolder tot prioriteit te maken en uit te werken volgens de
zogenaamde "B-minvariant",

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Kuiken, Bashir en
Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 25 (33000-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de A59 een belangrijke verkeersader is en dat er nu
sprake is van een zeer onveilige situatie, met name ter hoogte van
Waalwijk;

roept de regering op, bij onderhouds- en vervangingsmaatregelen op de
A59 de samenwerking met regionale partijen te zoeken om zo tot zo
optimaal mogelijke oplossingen te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 26 (33000-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de knooppunten Hooipolder en Gorinchem beide tot
congestie leiden op de A27;

van mening dat aanpak van beide knelpunten prioriteit heeft;

constaterende dat er nu een variant gekozen wordt die niet de problemen
van de regio oplost;

overwegende dat de gekozen variant de aanleg van een treinverbinding
Utrecht-Breda onmogelijk maakt;

verzoekt de regering, bij de aanpak van de knelpunten op de A27
prioriteit te geven aan de knelpunten Gorinchem en Hooipolder en de
aanleg van een toekomstige treinverbinding Utrecht-Breda niet onnodig
duur te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Kuiken, Bashir en
Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 27 (33000-A).

**

Mevrouw Kuiken (PvdA): Voorzitter. Ik heb nog een motie over de
Rijnlandroute. Ik vond de antwoorden van de minister namelijk niet goed
genoeg.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat naast de rijksvariant voor de Rijnlandroute ook het
alternatief van bewoners via de Churchill Avenue wordt uitgewerkt;

overwegende dat inpassingsgelden die door het Rijk beschikbaar zijn
gesteld voor haar variant Zoeken naar Balans, niet voor het
bewonersalternatief beschikbaar zijn gesteld;

van mening dat beide varianten dezelfde kansen zouden moeten krijgen
middels een level playing field;

verzoekt de regering, voor de Churchilllaanvariant dezelfde middelen
voor inpassing beschikbaar te stellen als voor de variant Zoeken naar
Balans,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 28 (33000-A).

**

Mevrouw Kuiken (PvdA): Voorzitter. Ik kan mij voorstellen dat de mensen
thuis het niet meer snappen door al het jargon, maar kortheidshalve doen
wij het op deze manier.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Atalantaproject op het terrein van de voormalige
dierentuin Emmen een goed voorbeeld van integraal binnenstedelijk bouwen
is;

overwegende dat er nog een tekort is van 17 mln., waarvoor ook elders op
de rijksbegroting gelden gezocht zouden worden, zoals is afgesproken in
de motie-Roefs/Koopmans uit 2009, maar er nog geen begin is van een
oplossing;

verzoekt de regering, opnieuw met een plan van aanpak te komen om het
project los te trekken en hierover de Kamer binnen drie maanden te
informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 29 (33000-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de provincie Overijssel de N340 en de N34 opwaardeert;

overwegende dat er bij de kruising A28-N340 een IKEA wordt gevestigd,
waardoor zonder extra maatregelen een IKEA-file dreigt te ontstaan op de
A28;

overwegende dat het van belang is dat op de A28 de ontsluiting naar het
noorden bij Zwolle goed verloopt;

overwegende dat de regio bereid is bij te dragen aan de verbetering van
de aansluiting N340-A28;

verzoekt de regering, een bijdrage van rijkswege aan knooppunt A28-N340
te overwegen en hierover de Kamer binnen zes maanden te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 30 (33000-A).

**

De heer De Jong (PVV): Voorzitter. Uiteraard wil ik beginnen met het
bedanken van de minister voor haar beantwoording. Het is goed om te
horen dat de minister voortvarend op weg is om de doorstroming op veel
plekken in het land weer optimaal te maken. Dat is hartstikke goed. Ik
wens de minister zo meteen veel succes in Limburg bij het voor elkaar
boksen van het gestelde in de aangenomen moties van de PVV, bijvoorbeeld
over de verbreding van de A2 aldaar. Ik heb er alle vertrouwen in dat
dit met onze gedeputeerde ook zal lukken.

	Ik verzoek de minister goed aandacht te blijven houden voor de A58 en
daar de focus op te leggen. Het is voor ons een belangrijk punt. Ik heb
overwogen om over dit punt een motie in te dienen, maar ik heb de indruk
dat de minister zich hier wel degelijk voor wil inzetten. Ik zie haar
betoog als een toezegging.

	Ik dien een motie in over de IJmeerverbinding. Wij vinden dat er geen
draagvlak is voor de IJmeerverbinding zoals die er nu uitziet in de
plannen. Er is geen sprake van een schaalsprong in Almere. Er komen daar
geen 100.000 mensen meer, maar juist 100.000 mensen minder; in plaats
van 350.000 zijn het er slechts 250.000. Alle onderbouwing voor de
IJmeerverbinding is daarmee in onze beleving weg. Onze motie luidt als
volgt.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek blijkt dat de beoogde multimodale
verbinding over het IJmeer zowel qua (tol)weg als spoorverbinding
onrendabel blijkt te zijn;

overwegende dat een IJmeerverbinding met alleen een metrolijn honderden
miljoenen euro's gaat kosten en geen oplossing biedt voor de
capaciteitsproblemen op de weg;

verzoekt de regering om het project IJmeerverbinding stop te zetten en
eventueel daarvoor gereserveerde middelen te benutten voor de
capaciteitsproblemen op de weg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid De Jong. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 31 (33000-A).

**

De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. Ook van mijn kant dank aan de
minister voor haar heldere beantwoording en een aantal toezeggingen. Ik
had vijf of zes moties opgesteld, maar bij een goede toezegging kan ik
de desbetreffende motie verscheuren.

	Ik wil een paar dingen noemen. Mijn fractie heeft gesproken over de
social return. De minister heeft gezegd dat zij het experiment op dit
punt afwacht, maar dat zij van plan is om met een plan van aanpak te
komen. Ik heb echter niet gehoord wanneer de Kamer dat plan van aanpak
zal ontvangen. Met het oog op de toezeggingen vind ik dit belangrijk om
te weten. Het heeft mijn voorkeur om dat het komend voorjaar te mogen
ontvangen.

	Dan het knooppunt Hoevelaken. Ik heb de minister horen zeggen dat er
nog een aanbesteding komt waarin wellicht ruimte is voor een aantal
voorkeuren vanuit de regio. Ik zou graag willen weten wanneer die
aanbesteding komt.

	De minister heeft over Emmen Atalanta gezegd, toen ik daarover
doorvroeg, dat zij de minister van infrastructuur is. Dat is de minister
ook, maar dat is ook de minister van ruimte. Daarom vind ik het terecht
dat de minister eerst de regio wil laten kijken naar RSP. Ik vind wel
dat er in deze Kamer opnieuw een debat moet plaatsvinden wanneer de
regio toch komt met een voorstel en een eigen financiering vanuit RSP.
Ik ben dan bereid om de minister nogmaals te vragen daarnaar te kijken.

	Dan de aansluiting van Twente op ICE. De minister meldde dat ze in
overleg met de regio bekijkt hoe dit verder te verbeteren is. Dat is een
goede ambitie. Mijn vraag aan de minister is wanneer dat zal
plaatsvinden en of zij de Kamer daarover wil informeren. Wij houden
graag een vinger aan de pols, maar dan hoef ik daarover geen motie in te
dienen.

	Dan Beter Benutten. Mij fractie heeft ervoor gepleit om Beter Benutten
ook mogelijk te maken voor de negende regio, namelijk heel Nederland. De
minister zei dat zij daarvoor openstaat zolang de provincies dat bij het
Bestuurlijk Overleg MIRT aankaarten. Dat vind ik een praktische
oplossing. Zij biedt dit aan, wat betekent dat zij er letterlijk en
figuurlijk voor openstaat. Dat voorkomt dat ik daarover nu een motie
indien, maar ik zal bij het komende MIRT-overleg kijken of de
benuttingsmaatregelen uit de regio serieus worden genomen.

	Als laatste een opmerking over IJsselmeer-Meppel. Het is prima dat de
minister alsnog met de regio het overleg aangaat. Ik ben blij te horen
dat de minister bemerkt dat de Kamer daarvoor prioriteiten stelt.

	Ik heb twee moties, waarvan ik er eentje niet zal indienen, namelijk de
motie over de N35. Wij hebben daarover gesproken en de minister komt er
in haar tweede termijn op terug. In 2011 is een amendement ingediend
waarin om de start van een verkenning wordt gevraagd. Ik ga ervan uit
dat een amendement wordt uitgevoerd en daarom dien ik geen motie in. Ik
houd die motie wel achter de hand, maar ik vind dat een amendement
uitgevoerd hoort te worden. Daarvoor hoef je geen staatsrecht gestudeerd
te hebben.

	Als laatste heb ik een motie. Ik heb mevrouw Kuiken hier ook al over
horen spreken. We hebben geen contact gehad en we moeten nog even kijken
of er geen sprake is van overlapping. Ik dien de volgende motie in.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Rijkswaterstaat de opdracht heeft om met de beschikbare
middelen voor de aanpak van de A27 van 740 mln. een zo goed mogelijk
alternatief uit te werken, waarbij de trajecten Lunetten-Everdingen en
Scheiwijk-Werkendam prioriteit hebben;

overwegende dat de kruising van de A59 met de A27 bij knooppunt
Hooipolder een dagelijks fileknelpunt is;

verzoekt de regering om de versoberde aanpak van knooppunt Hooipolder
zoals door Rijkswaterstaat in de B-minvariant is uitgewerkt als derde
prioriteit in de aanpak van de A27 te benoemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid De Rouwe. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 32 (33000-A).

**

De heer De Rouwe (CDA): Volgens mij heb ik gemist dat de minister is
ingegaan op mijn vraag over de A15, het project over de doorstroming dat
heel veel geld kost. Ik merk uit de reactie van de minister dat die
vraag is beantwoord, dus dan heb ik niet goed opgelet. Het is fijn dat
zij het nog een keer wil doen.

De heer Bashir (SP): Voorzitter. Ik heb in mijn eerste termijn en
middels interrupties mijn teleurstelling laten blijken over de
voorkeursbesluiten van de minister voor de Blankenburgtunnel. De SP had
liever gezien dat het de Oranjetunnel was geworden. De minister zegt dat
zij het gebied van de Blankenburgtunnel bezocht heeft. Ik denk dat de
minister toch niet goed gekeken heeft als ik beluister wat zij zojuist
zei over het gebied. Een verdiept aangelegde zesbaansweg betekent een
brede, diepe bak dwars door de zeer vogelrijke Rietputten en het
Volksbos. Deze Rietputten zijn een onderdeel van het Volksbosgebied. Het
besluit is vernietigend, zowel voor de Rietputten als voor het Volksbos.
Ook voor de Zuidbuurt, het open weidegebied en het recreatieve karakter
van deze streek is het plan vernietigend. Ik begrijp niet waarom de
minister die verdiepte snelweg als argument gebruikt om aan te tonen dat
er minder schade aan de natuur wordt toegebracht. Een dergelijke diepe
en brede bak zal ook een muur moeten hebben, anders loopt het wild zo
die bak in. Er komt eigenlijk een betonnen muur dwars door de Rietputten
en het open landschap. Recreëren en van natuur genieten worden dan
zoiets als in de jaren vijftig: bermtoerisme!

	Ook dit plan van de minister gaat volstrekt voorbij aan de mening van
de direct omliggende gemeenten, van de mensen die daar wonen en van de
mensen die daar komen om van de natuur te genieten. Inspraak heeft dus
blijkbaar geen effect gehad. Het Volksbos, de bijzonder vogelrijke
Rietputten en de recreatieve voorzieningen worden op deze manier niet
gespaard. Ik wilde over dit onderwerp een motie indienen om het
voorkeursbesluit te veranderen en te kiezen voor de Oranjetunnel, maar
ik wacht de brief van de minister af. Ik ben ervan overtuigd dat als wij
de feiten hier op tafel hebben en het CDA en de PVV het gebied met eigen
ogen hebben gezien, ook deze partijen voor de Oranjetunnel kiezen. Ik
kan mij namelijk niet voorstellen dat het mooie stuk natuur daar
vernietigd zal worden.

	Ik heb al eerder gezegd dat de automobilist al betaalt via de bpm, de
wegenbelasting en de accijnzen. Ook de heer Aptroot heeft inmiddels in
de krant laten weten dat de VVD weliswaar blij is met het nieuwe asfalt,
maar vindt dat haar eigen minister met de tolheffing de plank volledig
misslaat. Vandaar de volgende motie:

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat tolheffing op de A13/A16 een drempel opwerpt om te
kiezen voor de nieuwe verbindingsweg en dat tolpoortjes de doorstroming
niet ten goede komen;

overwegende dat autogebruikers voldoende meebetalen aan aanleg en
onderhoud van wegen via wegenbelasting en accijns op benzine;

constaterende dat er in Rotterdam geen draagvlak is voor de tolheffing
A13/A16;

verzoekt de regering, af te zien van de tolheffing en de aanleg A13/A16
op een andere wijze te financieren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 33 (33000-A).

**

De heer Bashir (SP): Voorzitter. Wij hebben net gesproken over
onbewaakte spoorwegen. In de afgelopen periode zijn er veel te veel
doden gevallen. Iedere dode is er een te veel. Het gaat er niet om dat
overgangen wel of niet open zijn, maar dat er onbewaakte overgangen zijn
zonder lichtsignalering of alarm. De mensen worden dus niet gewaarschuwd
als er een trein aankomt. Ik vind veiligheid ook een kwestie van
politieke keuzes. Die keuze moet hier gemaakt worden. Mensen mogen niet
blootgesteld worden aan dergelijke grote veiligheidsrisico's. Vandaar de
volgende motie.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat 23% van de spoorwegovergangen onbewaakt is en het
aandeel in het totale kruisende verkeer op deze spoorwegovergangen laag
is;

constaterende dat desondanks een groot deel van de dodelijke ongelukken
op spoorwegovergangen plaatsvindt bij deze onbewaakte
spoorwegovergangen;

verzoekt de regering, voor de zomer van 2012 een actieplan te maken om
uiterlijk in 2020 alle onbewaakte spoorwegovergangen te voorzien van
actieve beveiliging (lichten, belsignaal en/of slagbomen) inclusief
kostenverdeling Rijk, regio en wegbeheerder, waarbij prioriteit gegeven
wordt aan aanpak van de meest riskante onbewaakte situaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Bashir en
Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 34 (33000-A).

**

De heer Bashir (SP): Voorzitter. Dan kom ik bij de betrouwbaarheid van
de verkeerssystemen. Deze systemen laten de automobilist steeds vaker in
de steek. De ene keer doen de camera's het niet en de andere keer
blijven de matrixborden een rood kruis vertonen. De automobilist gaat
ervan uit dat deze systemen functioneren. Op het moment dat dit niet het
geval is, ontstaan er enorme files. Om te komen tot betere en meer
betrouwbare verkeerssystemen dien ik de volgende motie in.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het verkeer steeds meer afhankelijk is van goede
verkeersinformatie langs de wegen, zoals op de matrixborden;

constaterende dat een verstoring van de matrixborden al snel kan leiden
tot een forse toename van de filedruk;

verzoekt de regering, met een plan te komen waarmee de betrouwbaarheid
van de verkeerssystemen verder zal toenemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 35 (33000-A).

**

De heer Bashir (SP): Voorzitter. Ik begon mijn eerste termijn met
kritiek op de minister. Ik zei dat het net lijkt alsof het nog
Sinterklaas is en de Sint nog in het land is. De minister strooit als
een volleerde Piet met geld, maar zij heeft haar Pietendiploma eigenlijk
nog niet op zak. Ze strooit alleen maar in haar eigen achtertuin, de
Randstad. Ik hoop dan ook dat de minister bij de volgende
MIRT-behandeling niet alleen naar de Randstad kijkt, maar ook verder in
het land. Daarom verzoek ik de minister in mijn volgende motie haar
Pietendiploma te halen.

De voorzitter: Is dat uw laatste motie?

**

De heer Bashir (SP): Ja, voorzitter.

De voorzitter: Oké.

**

De heer Bashir (SP): Ik kan mijn motie niet meer vinden. Volgens mij is
de motie door Sinterklaas meegenomen naar Spanje. Dat geeft de minister
de kans om zelf met voorstellen te komen bij de volgende
MIRT-behandeling om het geld toch nog eerlijker te verdelen, voor de
rest van het land en ook voor de spoor- en vaarwegen.

De heer Aptroot (VVD): Ik vind dit onverwacht geestig. Mijn complimenten
daarvoor. Nu we het toch hebben over Pieten, strooigoed en dat soort
dingen: ik vind het op zich sympathiek dat er geen tol mag worden
geheven voor de A13/A16, maar er wordt geen alternatief aangegeven. Alle
onbewaakte spoorwegovergangen moeten weg, maar daar wordt ook geen
dekking aan gegeven. De verkeerssystemen moeten worden veranderd en ook
daaraan wordt geen dekking gegeven. Ik denk dat hiermee voor een
miljardje wordt weggegeven. Wanneer komt de SP-fractie eens met
voorstellen waarvoor dekking is? Dat zou zo leuk zijn. We maken dat al
jaren niet mee.

De heer Bashir (SP): Die A13/A16-verbinding had er allang moeten liggen.
Dat is ook de inzet geweest van de SP-fractie. Volgens mij kunnen we de
tolheffing gewoon afschaffen. Dit kunnen we dekken met de wegenbudgetten
die we hebben, bijvoorbeeld voor de A4 Midden-Delfland of voor de A15.
Over de laatste is nog geen besluit genomen, maar er zit al wel 1 mld.
in. We kunnen natuurlijk ook projecten faseren. Dan hoeven we niet
direct ergens het geld vandaan te halen. Overigens wijs ik erop dat er
in mijn motie over spoorwegovergangen wel een dekking staat. Er staat in
dat die dekking nog moet worden gevonden in een kostenverdeling tussen
Rijk en regio. Ik denk zelf dat het betaald kan worden uit het budget
voor het PHS of uit andere spoorbudgetten. Ik geef de minister de ruimte
om voor de spoorwegovergangen zelf met een invulling te komen. Je hoeft
namelijk niet links of rechts te zijn om te vinden dat er al te veel
doden zijn gevallen.

De heer Aptroot (VVD): Er is inderdaad dekking. De A15 wordt niet
doorgetrokken en de A4 Midden-Delfland gaat niet door. Autorijdend
Nederland weet dus waar het bij de SP aan toe is: files, files, files.

De heer Bashir (SP): Daar wil ik toch nog op reageren. De VVD doet
altijd alsof zij voor de automobilist opkomt. We hebben nu een
VVD-minister. Overal zie je tolpoortjes verschijnen; het is een
wildgroei aan tolpoorten. De automobilist wordt van alle kanten gepakt.
Dat vind ik een oneerlijke voorstelling van zaken. De SP is altijd
eerlijk geweest. Wij kiezen ervoor om niet alleen wegen aan te leggen,
maar ook openbaar vervoer. Dat ziet de automobilist ook: zodra er goed
openbaar vervoer is, zullen de files ook afnemen.

De heer De Rouwe (CDA): Ik heb ook met veel belangstelling geluisterd
naar het staartje van het betoog van de SP. Toen de heer Bashir kwam te
spreken over de Randstad en het strooigoed naar de regio, vroeg ik mij
ineens af waar de SP-pieten waren toen vorig jaar een motie voorlag om
voor die regio's qua spoor en infra wat te doen. Maar toen waren de
SP-pieten even niet aanwezig. Kan de heer Bashir aangeven waarom hij nu
deze grote woorden bezigt en vorig jaar gewoon afwezig was toen er een
voorstel in een behoorlijke vorm voorlag?

De heer Bashir (SP): Ik heb altijd gezegd dat de SP ook voor de regio's
kiest. Dat wij niet voor dezelfde projecten kiezen als het CDA wil niet
zeggen, dat wij niet voor de regio kiezen. Ik noem bijvoorbeeld het
doortrekken van de A15. Dat is ook geld voor de regio's, maar daar wordt
wel allerlei natuur mee verkwanseld. Daar kies ik niet voor. Ik kies er
bijvoorbeeld voor om midden in de middenberm van de A27 ook een
spoorverbinding aan te leggen. Dat is kiezen voor regio's. Het gaat om
verstandige beslissingen en niet alleen om ergens de natuur
verkwanselen.

De heer De Rouwe (CDA): Ik constateer toch heel oprecht dat er geen
dekking is voor de moties van de SP. Daar komt nog bij dat zij in haar
tegenbegroting fors op infrastructuur bezuinigt en dat haar mooie
woorden over de regio niet gevuld worden met daden. De motie van vorig
jaar over het strooien naar de regio en het halen uit
infrastructuurfondsen steunde de SP niet. De woorden van de SP komen dus
niet overeen met de daden. Laat ik die conclusie hier maar gewoon
trekken.

De heer Bashir (SP): Dat is een heel vreemde conclusie, want de motie
van het CDA ging over een uitgave tot zelfs 2028, met een lange lijst
projecten. Als er een project tussen zit waar ik het niet mee eens ben,
kan ik het niet maken bij de mensen in het land om daar voor te stemmen.
Je kunt bovendien niet met een motie opeens een stuk of wat projecten
erdoorheen jassen zonder daar goed over te hebben gediscussieerd en
zonder met ons te overleggen. Als de heer De Rouwe mij had gevraagd om
samen op te trekken met zijn motie met projecten voor de regio, hadden
we daarover kunnen praten. Maar dat is niet gebeurd. Er kwam opeens een
motie, uit het niets en midden in de nacht. Het was twaalf uur. Het was
een hele lijst projecten, waarmee miljarden euro's zouden worden
uitgegeven. Dergelijke moties steunen wij niet.

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Ik vond het op zichzelf wel prettig
dat de minister op een aantal punten tegemoet is gekomen aan de wens van
D66. Ik hield het hart vast voor allerlei moties en dan vooral weer
moties over "de" regio, maar ik ben blij dat het CDA en de VVD dit keer
matig zijn geweest. Ik vind het jammer dat de motie van de SP over het
toespelen van de zwarte piet aan de minister weer is ingetrokken, want
die hadden wij zeker gesteund. Die houden we waarschijnlijk nog wel
tegoed en ik ben er ook zeer benieuwd naar.

	Wat betreft het maken van keuzes ben ik van mening dat de minister te
vaak eerst een keuze maakt en dan pas aan de onderbouwing begint. Dat is
gebeurd bij de hogesnelheidslijn, bij de beslissing over 130 km/u waar
wij woensdag over komen te spreken en bij een aantal projecten die
vandaag prominent op de agenda stonden. Ik noem bijvoorbeeld de
A15-tunnel of -brug, de nieuwe westelijke oeververbinding, dat wil
zeggen de keuze voor de Blankenburgtunnel en de A13/A16. De minister kan
het voortaan beter omdraaien: eerst de onderbouwing helemaal op orde en
dan pas de keuze. Nu moet zij steeds als het ware terugonderhandelen in
het debat en moet er elke keer nog een keer over worden gesproken. Dat
kost alleen maar tijd. Dat is geen handige manier van werken.

	Wat ook niet erg handig is, is de manier waarop de VVD vandaag haar
standpunt over tolheffing heeft verwoord. Ik snapte er helemaal niets
van. Ik heb drie keer naar de heer Aptroot geluisterd. Hij zegt dat er
een relatie is tussen de bijdrage van het Havenbedrijf en de hoogte van
de tol. De minister ziet die relatie niet, maar vervolgens zegt de heer
Aptroot dat hij toch wel voor tol is, hoewel op bepaalde trajecten ook
weer niet. Als u het snapt, voorzitter, ben ik blij voor u, maar ik
begrijp er in ieder geval helemaal geen bal van. Maar laten we dat maar
gewoon zo laten. Wij vinden in ieder geval dat tol heffen op nieuwe
wegen een prima idee is.

	Ik dank de minister voor een aantal grensoverschrijdende toezeggingen
op het gebied van het spoor, zowel op het gebied van de tijd -- ik doel
op het nachtnet -- als op het gebied van de landsgrenzen. De minister
gaat daarin een heel eind in dezelfde richting als D66. Ik ben blij met
haar toezeggingen op dit punt. Met bijzondere spanning wacht ik de
concessie-uitkomsten op het gebied van uitbreiding van het nachtnet af.

	De balans in het Programma Hoogfrequent Spoor moet goed blijven. Wij
zien de voordelen ervan, maar wij zien ook de nadelen. Het is goed dat
de minister de trillingen en de geluidsoverlast binnen de perken wil
houden. Ik hoop dat zij daarbij iets verder kijkt dan de normen die op
papier staan. In de praktijk gaat het om normen van mensen die 's nachts
liggen te slapen en dan wakker worden. Een papieren norm doet niet
altijd voldoende recht aan een situatie.

	Een van mijn grootste zorgen is het volgende. Een paar weken geleden
spraken wij over de Structuurvisie Ruimte. Een paar weken geleden
spraken wij over de begroting voor Infrastructuur en Milieu. Binnenkort
spreken wij over de financiën rond alles wat op het spoor gebeurt.
Vandaag is duidelijk geworden dat de bodem op bepaalde punten in zicht
is. Het is mijn zorg dat wij steeds op allerlei losse manieren stukken
van de ruimtelijke inrichting van Nederland aan het bespreken zijn,
terwijl de integrale blik op de financiën en de ruimtelijke invulling
lijkt te verdwijnen. Ik weet dat de minister er juist werk van heeft
gemaakt om die samenhang, die integraliteit te bevorderen. Ik zeg ook
niet dat het de schuld is van de minister, maar het is wel een zorg die
ik hier uit. Ik ben soms gewoon het plaatje kwijt. Volgens mij doen wij
deze debatten allemaal met hart en ziel. Het totaalbeeld van Nederland
in de komende jaren wordt mij echter niet helder. Misschien kan de
minister daar nog een paar woorden aan wijden, al is het maar het uiten
van een gevoel van visie, zodat ik het gevoel krijg dat mijn zorg niet
geheel terecht is.

	Wat heel goed gaat, is Beter Benutten. Ik ben blij met de inzet van de
minister. Ik ben zelfs zo eerlijk dat ik het volgende zeg. Wij willen
ook graag dat het goed gemonitord wordt. Als onze hypothese van succes
niet klopt, zullen wij daar eerlijk over zijn. Is het echt zo succesvol
als de D66-fractie verwacht?

	De Kamer zit met verscheidene moties bovenop de Rijnlandroute. De motie
van de PvdA klonk mij zeer positief in de oren. Wij blijven het volgen.
Ik ben blij dat de minister heeft gezegd dat de Kamer uiteindelijk een
besluit neemt. Wij zullen ervoor zorgen dat de Kamer dat besluit op de
voet volgt en mede beïnvloedt. Het is een onderdeel van het MIRT.

	Ik kom op de brug over of de tunnel onder het Pannerdensch Kanaal.
Woorden schieten nu tekort; ik dien twee moties in.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Commissie m.e.r. heeft aangegeven dat er
onvoldoende onderzoek is gedaan naar de effecten van de tunnelvarianten
bij het Pannerdensch Kanaal bij de doortrekking van de A15;

overwegende dat een eerlijke vergelijking gewenst is;

verzoekt de regering, serieus en objectief onderzoek te doen naar de
reële gevolgen van een brug en tunnel bij het Pannerdensch Kanaal bij
de doortrekking van de A15,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Verhoeven, Van
Gent, Bashir en Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan
voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 36 (33000-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Rijk, de provincie en de stadsregio al hebben
afgesproken om bij de doortrekking van de A15 financiële prikkels te
willen inbouwen om tot een goede prijs-kwaliteitsverhouding van een brug
als oeververbinding over het Pannerdensch Kanaal te komen;

constaterende dat alternatieven voor een brug voorhanden zijn;

constaterende dat berekeningen over deze alternatieven uiteenlopen;

overwegende dat de kwaliteit van de leefomgeving zo veel mogelijk
gewaarborgd dient te worden bij de doortrekking van de A15;

overwegende dat het van belang is dat alle mogelijkheden van de
oeververbinding zorgvuldig worden onderzocht;

overwegende dat de creativiteit en kennis van de markt kan worden
ingezet om te zoeken naar een betaalbare oplossing voor de
oeververbinding;

verzoekt de regering, in de aanbesteding van de oeververbinding bij het
Pannerdensch Kanaal niet te spreken over een brug, maar over een
oeververbinding,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Verhoeven. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 37 (33000-A).

**

De heer Verhoeven (D66): Voorzitter. Hiermee ben ik aan het eind van
mijn tweede termijn. Ik moet deze vergadering uiterlijk half zeven
verlaten. Wij hebben mensen die meeluisteren, dus de antwoorden van de
minister zullen zeker worden gehoord.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb met belangstelling
geluisterd naar de beantwoording van de minister. Het moet mij wel van
het hart dat ik heel vaak hoor dat kosten en baten worden gewogen, maar
uiteindelijk scoren asfalt en de varianten die daarop slaan, het beste
in de ogen van de minister. Dat wordt matig onderbouwd -- laat ik het zo
maar omschrijven -- en dit gaat dan weer ten koste van inspraak en van
inpassing van milieu, natuur en leefbaarheid. Ik ben mijn bijdrage
begonnen met de vraag in wat voor land wij nu eigenlijk willen leven. Ik
heb nog geen antwoord van de minister gekregen op die vraag, terwijl dat
natuurlijk wel relevant is. Er wordt immers maar doorgeasfalteerd. Er
wordt een aantal plannen bedacht, maar vervolgens worden daar geen
consequenties aan verbonden. Daar kom ik zo nog even op terug.

	Ik heb een aantal VVD'ers in het land genoemd. Ik zou er bijna naar
verlangen dat zij toetreden tot de Tweede Kamer, omdat onder hen wel
degelijk mensen met een visie zitten. Zij zijn VVD'ers met een visie die
zowel bij de natuur als bij een aantal plannen van de minister, zoals
bezuinigingen op het ov, de Blankenburgtunnel en andere zaken, aangeven
dat het echt anders zou moeten. Verder valt mij ook een soort
zelfgenoegzaamheid op van -- ik noem hem maar even -- "Charlie Asfalt"
en Leon de Jong. Dit zegt eigenlijk wel alles. Ik ben heel benieuwd naar
de wijze waarop onze discussie aanstaande woensdag zal verlopen, want
dan zullen wij het hebben over de maximumsnelheid van 130 km/h en de
verhoging van de snelheid van 80 km/h naar 100 km/h. Ik zie dat de
woordvoerder van het CDA het in dit kader een beetje benauwd krijgt. Wij
zullen zien hoe dat eindigt.

	De minister komt nog terug op de Blankenburgtunnel. Zij heeft mij
toegezegd dat wij een nadere onderbouwing krijgen gerelateerd aan het
gebruik van de Betuwelijn, de aansluiting op de A20 en ook aan de keuze
voor de Blankenburgtunnel versus de Oranjetunnel in relatie tot natuur,
leefbaarheid en landschap. Het lijkt mij helder dat de fractie van
GroenLinks zeker geen voorstander van de Blankenburgtunnel is. Wij
zetten er ook vraagtekens bij of de Oranjetunnel überhaupt nodig is.
Wij wachten echter de nadere onderbouwingen af.

	Wij hebben een motie van D66 over de A15 en het Pannerdensch Kanaal
medeondertekend. Het is natuurlijk onbegrijpelijk dat je bij de
Betuwelijn eerst zorgt voor een bepaalde inpassing en die even later
weer met de grond gelijkmaakt -- zo zou ik bijna willen zeggen -- in
hetzelfde gebied.

	Ik heb nog een opmerking over de 500 mln. extra geld. De minister zegt
dat van het geld voor infrastructuur volgens het regeerakkoord een derde
naar het ov en tweede derde naar asfalt gaat, maar daar moet natuurlijk
wel bij gezegd worden dat het een derde deel ov de spoorlijn Tweede
Maasvlakte is. Ik zal hier zo een motie over indienen, want het lijkt de
GroenLinks-fractie wel een goed idee om bij een nieuwe ronde
bezuinigingen eerst naar asfalt te kijken en het ov daarvan uit te
sluiten. Verder wil ik meer weten over de 130 km/h en de extra kosten
daarvoor. De minister zegt dat zij dit allemaal heeft meegenomen, maar
uit de stukken wordt dit mijns inziens niet helder.

	Bij Beter Benutten en het nieuwe werken vind ik het een beetje gek dat
de minister zegt dat wij in de toekomst wellicht minder hoeven te
investeren in wegen. In het rapport van PricewaterhouseCoopers staat
echter heel duidelijk dat er ook nu al degelijk effecten zijn. Ik
begrijp eigenlijk niet zo goed waarom de minister deze effecten helemaal
negeert. Is het mogelijk om op dat PwC-rapport een reactie van de
minister te krijgen?

	Bij de elektrificatie van het spoor gaat het een beetje hetzelfde als
met een aantal andere onderwerpen. De minister komt met argumenten, maar
uiteindelijk komt het erop neer dat zij kiest voor een "second best"
omdat het allemaal te duur zou zijn.

	Ik kom nu op het ecoduct. Natuurlijk moeten wij daar niet mee stoppen,
maar het is mij wel glashelder dat de ministeries voor EL&I en IenM
volledig langs elkaar heen werken. Ik mag toch verwachten dat het
kabinet een totaalvisie heeft.

De voorzitter: U hebt nu nog drie minuten. Ik weet niet hoeveel moties u
hebt.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Alles is een beetje los zand en het
eindigt in asfalt.

	Tot slot dien ik graag een aantal moties in.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet alles opgeteld bijna 500 mln. per jaar
bezuinigt op het openbaar vervoer;

constaterende dat het extra budget voor infrastructuur van
(uiteindelijk) 500 mln. geheel ingezet wordt voor extra asfalt en het
goederenspoor, terwijl er geen extra budget voor het openbaar vervoer
beschikbaar is;

verzoekt de regering, eventuele nieuwe bezuinigingen in eerste instantie
te zoeken in latere realisatie van extra asfalt en niet bij het openbaar
vervoer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gent en
Verhoeven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.

	Zij krijgt nr. 38 (33000-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kosten van nieuwe en bredere wegen hoger kunnen
uitpakken als ze ontworpen worden op hogere maximumsnelheden;

verzoekt de regering, voordat de Kamer in het kader van de
voorhangprocedure ter wijziging van het Reglement Verkeersregels en
Verkeerstekens ter verhoging van de maximumsnelheid een ontwerpbesluit
ontvangt, een inventarisatie te laten maken naar de meerkosten van alle
nieuwe infrastructuur uit het MIRT als deze ontworpen wordt op hogere
maximumsnelheden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gent, Kuiken
en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 39 (33000-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de open ruimte in de Zuidelijke Randstad met de
(mogelijke) realisatie van de A4 Midden Delfland, de A13/A16 en de
nieuwe westelijke oeververbinding steeds verder onder druk komt te
staan;

overwegende dat voldoende open, groene ruimte om te recreëren
belangrijke vestigingsfactoren voor bedrijven en het welzijn van burgers
zijn;

verzoekt de regering, gedurende deze kabinetsperiode geen enkel
initiatief te nemen rond de aanleg van een wegverbinding tussen de
mogelijk nog te realiseren nieuwe westelijke oeververbinding/A20 en de
A13/A16,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gent. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 40 (33000-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat elektrificatie van het spoor grote voordelen heeft op
het gebied van betrouwbaarheid, aanschaf en onderhoudskosten,
energie-efficiency, capaciteit, milieu en leefomgeving;

constaterende dat honderden kilometers spoor in de regio, waaronder de
lijnen Zwolle-Wierden, Nijmegen-Roermond, Groningen-Leeuwarden en
Elst-Tiel alleen door relatief dure en vuile dieseltreinen bereden
kunnen worden;

verzoekt de regering, een quickscan te laten uitvoeren naar de kosten,
opbrengsten en milieuvoordelen van elektrificatie van de verschillende
spoortracés zonder bovenleiding,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gent, Kuiken
en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 41 (33000-A).

**

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het breedste ecoduct van Nederland, te weten bij de A74
in Limburg, door de bezuinigingen op de ecologische hoofdstructuur
straks helemaal geen natuurgebieden meer dreigt te verbinden;

constaterende dat de ministeries van ELI en l&M kennelijke langs elkaar
heen werken bij de bezuinigingen op de ehs en de aanleg van ecoducten;

verzoekt de regering, te inventariseren welke geplande en bestaande
ecoducten aan effectiviteit inboeten door de dreigende bezuinigingen op
natuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gent, Kuiken
en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.

	Zij krijgt nr. 42 (33000-A).

	Uw minuten zijn …

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Bij spoor reken ik natuurlijk ook op het
CDA omdat dat altijd …

De voorzitter: Uw minuten zijn …

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): … zo opkomt voor de regio.

De voorzitter: Uw minuten zijn nu meer dan om, mevrouw Van Gent. Ik heb
even overleg gehad met de minister. Zij heeft een tiental minuten nodig
om het antwoord voor te bereiden.

**

De vergadering wordt van 18.09 uur tot 18.20 uur geschorst.

De voorzitter: De minister neemt in de beantwoording tevens de moties
mee die vanochtend door de ChristenUnie zijn ingediend.

	Ik geef de Kamerleden elk nog één interruptiemogelijkheid.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Voorzitter. Ik start
inderdaad met de moties van de ChristenUnie die als eerste zijn
ingediend.

	De motie-Wiegman-van Meppelen Scheppink op stuk nr. 22 over het
MIRT-onderzoek naar kosteneffectieve maatregelen, zoals seinverlichting,
inhaalsporen et cetera ontraad ik, omdat uit de NMCA blijkt dat er
vooralsnog geen knelpunten zijn. Dan moet je ook geen MIRT-onderzoek
doen, want daarvoor is het te vroeg. Ik wil wel -- maar dat is gewoon
daarnaast -- de kosteneffectieve maatregelen zoals seinverlichting en
inhaalsporen onderzoeken. Die maatregelen kan ik steunen. Bovendien zal
ik de verhoging van de maximumsnelheid daarin meenemen, zoals ik al
eerder heb toegezegd bij de behandeling van de begroting, namelijk bij
het plan van aanpak over snelheidsverhoging. Dit zijn dus wel twee
elementen van de motie die ik ga doen, maar de motie op zichzelf ontraad
ik, want die is veel breder. Er staat bijvoorbeeld ook een introductie
van een stoptrein Amersfoort-Apeldoorn in. Het is jammer dat mevrouw
Wiegman niet meer aanwezig is, want ik kan de logica daarvan niet meer
helemaal ontdekken, aangezien de Veluwe tussen die twee steden ligt en
ik mij afvraag waar je dan precies moet gaan stoppen met de stoptrein.
Ik ontraad de motie dus, maar ik ga twee elementen ervan sowieso doen.
Het is goed dat de woordvoerder van de ChristenUnie dit weet.

	Ik kom nu op de motie-Wiegman op stuk nr. 23 over de derde rijstrook op
de A15 richting Papendrecht-Gorinchem. Dit onderwerp komt straks weer
terug bij de beantwoording van vragen van het CDA. Ik zal echter
proberen om die antwoorden op dit moment te geven. In de eerste termijn
heb ik gezegd dat dit tot nu toe wel een knelpunt is, maar niet zodanig
dat dit binnen alle vraagstukken in de regio als belangrijkste naar
voren komt. Wij hebben natuurlijk ook gesprekken met die regio's over
alle projecten die er moeten plaatsvinden. Een aantal andere projecten
dat de afgelopen periode echt voorrang heeft gekregen en dat ik de
laatste tijd naar buiten heb gebracht, wordt nu allemaal gerealiseerd.
Ik snap heel goed dat vervolgens de restwensen omhoog komen, maar er is
nooit in die mate bij mij bepleit dat die voorrang moesten hebben boven
andere projecten. Verder kan het ook veel geld gaan kosten, want er zijn
verschillende varianten mogelijk. Het is niet helemaal doorgerekend,
maar zoiets begint met 10 mln. tot 30 mln. en kan ook nog vele malen
duurder zijn. Het hangt een beetje af van wat je gaat doen. Wij hebben
ons dus geconcentreerd op de probleemanalyse met de uitkomst dat er op
NoMo-trajecten als geheel geen sprake is van een knelpunt. Dit zat dus
niet bij de prioritering. Nu dit in een keer uit alle hoeken en gaten
naar voren komt, ga ik er echter van uit dat dit bij het volgende
MIRT-overleg wel door de regio ingebracht wordt. Ik neem nu de motie van
mevrouw Wiegman op stuk nr. 23 erbij. Ik ontraad deze motie, want dit is
geen knelpunt in de NMCA. Ik zal dit in volgende periodes opnieuw
bezien.

	Ik kom nu op de motie-Wiegman op stuk nr. 24 over de vaargeul
IJsselmeer-Meppelerdiep. Meer partijen hebben hier hun licht over laten
schijnen. Ik heb al gezegd dat ik begin 2012 op basis van de
planstudieanalyse met de regio zal overleggen over de mogelijkheid om
met regionale voorfinanciering te komen tot een eerdere aanpak van de
vaargeul. Die discussie wil ik eerst voeren om te zien hoe ver wij
kunnen komen en wat er met herprioritering binnen het vaarwegenbudget
mogelijk is. Ik ontraad deze motie dus op dit moment.

	De heer Aptroot heeft in zijn bijdrage namens de VVD-fractie gezegd dat
hij op een aantal trajecten terug zal komen naar aanleiding van de
prioriteitenstelling. Dat is goed. Wij zullen dat dan wel zien. Ik zal
ervoor zorgen dat er dan transparantie is. Mevrouw De Caluwé heeft
gevraagd wanneer het onderzoek naar het IJsselmeerdeltasediment
beschikbaar is. Dat zal in het voorjaar van 2012 zijn. De
staatssecretaris zal de Kamer daar dan over informeren, omdat dit via
zijn projecten binnenkomt. Over het IJsselmeer en Emmen hebben wij het
net al gehad. De VVD heeft geen moties ingediend, zodat ik daar niet op
in hoef te gaan.

	Vervolgens kom ik bij de inbreng van de PvdA. Mevrouw Kuiken heeft
nogmaals benadrukt dat de financiering van alle projecten transparant
moet zijn. Ik sluit mij daarbij volledig aan. Het is mijn doelstelling
om de transparantie steeds beter te maken. Daarnaast wees mevrouw Kuiken
op haar belangstelling voor nadere informatie over de NWO, met name met
betrekking tot de transparantie en de scope.

	Mevrouw Kuiken heeft een aantal moties ingediend. De eerst motie-Kuiken
c.s. op stuk nr. 25 gaat over het knooppunt Hooipolder te Gorinchem en
de congestie op de A27. Ik ontraad deze motie. Die motie ziet er
natuurlijk wel charmant uit omdat die suggereert om dit binnen de 740
mln. te doen, maar dan gaat dit wel ten koste van de andere prioriteiten
die er nu in zitten. Je kunt namelijk niet meer doen voor hetzelfde
geld. Als dat kon, had ik dat ook bedacht. Dit gaat dus ofwel ten koste
van de Merwedebrug die de Kamer ook belangrijk heeft genoemd ofwel ten
koste van de aansluiting Lunetten die van essentieel belang is voor de
Ring Utrecht. Het lukt mij dus niet om deze 150 mln. gratis in te passen
binnen de 740 mln. Om die reden ontraad ik de aanneming van deze motie.

	Ik kom nu bij de motie-Kuiken op stuk nr. 26 over de A59, bij Waalwijk.
In deze commissie is al een paar keer de vraag aan de orde geweest of
wij niet werk met werk kunnen maken en samen het regio-onderhoud kunnen
oppakken. Ik heb daar met de regio over gesproken, maar dit heeft niet
tot een oplossing voor het meebetalen geleid. De onderhoudswerkzaamheden
moeten nu echt worden uitgevoerd. Wij gaan dus door zonder bijdrage van
de regio. Ik ontraad dus deze motie.

	De motie-Kuiken c.s. op stuk nr. 27 gaat ook over Hooipolder/Gorinchem,
maar dan over de toekomstige treinverbinding en over de prioriteiten en
de knelpunten. Ik ontraad deze motie. De knooppunten passen helaas niet
beide in het budget. De spoorverbinding naast de weg blijft nog steeds
mogelijk; wij zullen de toekomstige treinverbinding dus niet onnodig
duur maken, omdat die blijft behoren tot de mogelijkheden. Ik ontraad
daarom deze motie. Eigenlijk komt het steeds op hetzelfde neer. Elke
keer willen wij met zijn allen meer op de A27. Dat gaat nu niet, maar
misschien kan het in toekomstige periodes wel. Nu is het linksom of
rechtsom: als je het ene erin stopt, moet het ander eruit. Die andere
dingen vinden wij ook belangrijk.

	De motie-Kuiken op stuk nr. 28 over de RijnlandRoute ontraad ik. De
keuze tussen Zoeken naar Balans en het budget voor Churchill Avenue is
aan de provincie. Ik heb een gebiedsbudget gemaakt. De provincie moet
daarin zelf de keuze maken. Het verhaal dat de een 100 mln. meer zou
hebben voor de inpassing dan de ander, herken ik absoluut niet. Ik heb
de provincie een bedrag gegeven. Daarbinnen moet zij keuzes maken. Als
minister kan ik wel bekijken welke verbinding echt de effecten heeft die
voor ons nationaal tracé van belang zijn. Aan de voorkant maak ik
echter geen onderscheid tussen de dossiers. Daarmee ontraad ik dus deze
motie.

	Ik kom nu op de motie-Kuiken op stuk nr. 29 over Atalanta Emmen. Ik
ontraad de motie. Conform de motie-Koopmans/Roefs is gezocht binnen de
begrotingen van de andere departementen in het fysiek domein. Er zijn
geen additionele middelen gevonden. Behalve de reeds toegezegde 8,5 mln.
heb ik zelf ook geen extra middelen. Ik heb in dit debat gezegd dat wij
eerst moeten zien wat de regio in dit verband zelf vanuit het RSP kan
doen voordat de Kamer stelt dat ik een plan van aanpak moet hebben om
daar binnen drie maanden de oplossing voor te hebben. Daarmee leggen wij
het allemaal weer op het bord van het Rijk, maar het Rijk heeft met die
8,5 mln. ook al heel wat gedaan om de problematiek daar op te lossen. Ik
wil graag de bijdrage van de regio in het RSP afwachten.

	Ik kom nu op de motie-Kuiken op stuk nr. 30 over de IKEA-file. Ik hou
dat woord er ook in. Ik ontraad de aanneming van deze motie omdat het
hierbij niet om een rijksprioriteit gaat. Het gaat hier op zich maar om
een beperkte rijksbijdrage van ongeveer 10 mln. of 20 mln., maar dat mag
op zich geen reden zijn, want ook bijdragen van 10 mln. of 20 mln.
moeten kosteneffectief zijn en passend binnen de problemen die wij
moeten oplossen. De discussie over de A27 geeft al aan dat wij het geld
eerst moeten uitgeven aan het rijkswegennet, hoe charmant sommige
projecten ook zijn.

	In de motie op stuk nr. 31 vraagt de heer De Jong mij om het
IJmeerverbindingsproject stil te leggen en om eventueel budget
beschikbaar te stellen voor de weg. Voor dat project is geen geld
gereserveerd. Dat doen wij namelijk pas nadat wij het besluit hebben
genomen of wij dit gaan doen. Ik heb al aangegeven dat ik eerst nog de
MKBA en de MER moet doen en een net proces met de regio moet doorlopen
om de keuze te maken. Ik verzoek de heer De Jong dus om deze motie aan
te houden totdat het Rijk een definitieve structuurvisie aan de Kamer
zal aanbieden.

De heer Aptroot (VVD): Het verzoek van de minister is om die motie aan
te houden. Als die niet wordt aangehouden, wat is dan het advies van de
minister?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dan zou ik de motie
ontraden. Ik zit immers echt in een traject met de regio om te bepalen
hoe de schaalsprong Almere er moet uitzien. Dat is veel meer dan alleen
een IJmeerverbinding. Ik zie natuurlijk ook dat er minder snel gebouwd
wordt. Ik zie bovendien dat er andere beelden dan in het verleden zijn
over de vaart en de sprongen waarmee je dit soort zaken in de toekomst
gaat realiseren. Als ik er nu een element bij voorbaat uit zou halen,
zou dit in de regio leiden tot een discussie over het hele traject en
dat lijkt mij onwenselijk. Om die reden zou ik de motie dan ontraden.

De heer De Jong (PVV): Ik dank de minister voor de beantwoording en voor
de beoordeling van mijn motie. Ik sta toch een beetje te kijken van het
ontraden van mijn motie, want de IJmeerverbinding is ook in de naar voor
gebrachte plannen en in de verkoop van het hele verhaal altijd gebaseerd
geweest op de schaalsprong en de groei van het aantal inwoners. Dat was
de grondslag om de IJmeerverbinding haalbaar te houden. Nu blijkt uit
CBS-cijfers dat die groei er niet is en dat er straks 100.000 inwoners
-- dat zijn er nogal wat -- minder gebruik zullen maken van onder andere
het openbaar vervoer en noem maar op. Er zijn dan gewoon 100.000 mensen
minder daar woonachtig. Dit is een project dat een paar honderd miljoen
euro gaat kosten. In tijden van crisis kunnen wij toch niet zeggen dat
wij zo'n project van een paar honderd miljoen euro toch doorzetten,
terwijl daar geen draagvlak voor is? Kan de minister daar in ieder geval
nog eens naar kijken?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Wij moeten onderscheid
maken tussen twee dingen. Ten eerste zetten wij hiermee nog niets door.
Wij hebben een groot project waarover ook in de Kamer afspraken zijn
gemaakt, bijvoorbeeld over de stappen die daarbij doorlopen moeten
worden. In die afspraken staat dat eind 2012 of zo veel eerder als kan
een definitief besluit genomen wordt over het totaal RRAAM. Hiervan
maken verbindingen, natuur en woningbouw een deel uit. Als de heer De
Jong de motie nu aanhoudt, betekent dit niet dat wij doorgaan met de
IJmeerverbinding. Wij zullen pas eind volgend jaar of ergens in het
komend jaar een definitief besluit daarover nemen.

	Ten tweede groeit Almere wel degelijk, alleen in een ander tempo dan
gepland. De 60.000 extra woningen komen er dus in een langzamer tempo.
Dat vind ik het belangrijkste element bij de vraag welke verbinding je
nodig hebt. Waar gaat Almere zich verder ontwikkelen: aan de westkant of
aan de oostkant of in het midden en zo ja, in welk tempo? Daar zou ik
een eventuele verbindingsvraag aan willen koppelen. Ik vroeg de heer De
Jong daarom om de motie aan te houden. De heer Aptroot vroeg mij
vervolgens om duidelijkheid te geven voor het geval dat die motie nu
toch in stemming gebracht wordt. In dat geval ontraad ik de aanneming
van de motie, want ik zit midden in een traject met de regio. Dat maakt
het voor mij wat lastig.

	Ik kom nu op de motie-De Rouwe op stuk nr. 32 over de A27. De heer De
Rouwe verzoekt ongeveer om hetzelfde als mevrouw Kuiken in haar motie.
De heer De Rouwe schrijft echter wel: "met de beschikbare middelen". Hij
heeft het dus over de 740 mln. als maximum, maar wil wel dat knooppunt
Hooipolder als derde prioriteit wordt benoemd. Ik heb bij deze motie
dezelfde motivering als bij die van mevrouw Kuiken. Ik ontraad de motie
dus omdat ik binnen het taakstellende budget geen ruimte heb om de
gehele reconstructie voor het knooppunt te doen. Ik zal zo veel mogelijk
doen voor knooppunt Hooipolder om de verkeersopstopping zo gering
mogelijk te laten zijn, maar ik kan niet de hele reconstructie doen.
Voor de toekomst is dit mijns inziens pas weer aan de orde bij mijn
opvolger of bij de volgende tranche van het MIRT of zo veel eerder.

De heer De Rouwe (CDA): Deze motie kan gelezen worden als: "zo veel
mogelijk doen". Ik vraag namelijk om prioriteit. De minister heeft
binnen het gestelde kader twee prioriteiten gesteld. Ik vraag niet om
ijzer met handen te breken, maar om dit hieraan toe te voegen als dit
mogelijk is. Net als bij het IJsselmeer geeft de Kamer soms een duiding
of een signaal mee aan de minister. Ik probeer de minister dit signaal
mee te geven bij de uitvoering. Zo is die motie bedoeld.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De heer De Rouwe zegt dat
de motie niet volledig uitgewerkt hoeft te worden, maar dat wij moeten
proberen te realiseren wat kan. Volgens mij heb ik dat al gezegd in mijn
eerste termijn. Wat mij betreft zullen wij doen, wat wij kunnen doen
voor het knooppunt Hooipolder om op die manier zo veel mogelijk files te
vermijden. Daarmee zou die motie overbodig zijn.

	Ik kom nu op de motie-Bashir op stuk nr. 33 over het afzien van een van
een tolheffing op de A13 en de A16. Ik ontraad deze motie. Ik ga niet
uit van tolpoortjes, maar van een zogeheten "free flow"-systeem. Dat is
van belang om te weten, want dat is niet negatief voor de doorstroom.
Daarnaast is de begrote opbrengst van 245 mln. nodig om het project te
financieren. Ik kan dus niet zomaar af van de tolheffing, zonder daar
van de Kamer een deugdelijke andere financiering voor terug te krijgen.

	De motie-Bashir/Wiegman op stuk nr. 34 over de spoorwegovergangen
ontraad ik ook, hoewel ik het doel van het verbeteren van de veiligheid
natuurlijk van harte onderschrijf. Dat heb ik ook gezegd in het debat.
Ik heb bovendien in het debat reeds mijn zorgen geuit over de bewaakte
overgang, want daar vallen nu relatief meer doden. Het middel van 0%
onbewaakte overgangen is niet haalbaar. Dit zou ofwel enorme kosten met
zich brengen ofwel teleurgestelde wandelaars en fietsers omdat de
goedkope oplossing het opheffen van die overgangen zou zijn. Helpt het
om de overgangen alleen te bewaken met een stoplicht? Nou, men kan zien
dat er bij de bewaakte overgangen ook doden vallen, dus dit is niet de
definitieve oplossing. Getuige de cijfers, is er al heel veel gebeurd.
Ik ga voortvarend verder met het verbeteren van de spoorwegveiligheid,
zowel op de bewaakte als op de onbewaakte spoorwegovergangen. Dat zeg ik
toe. Het aantal onbewaakte overgangen zal ik stap voor stap, op basis
van de trendanalyse, verder terugbrengen. Ik ontraad echter deze motie
waarin verzocht wordt om dit volledig te doen, want daar zit weer een
hele kostencomponent aan vast.

De heer Bashir (SP): Ik wil wel een handreiking doen. Stel dat wij het
behalen van het doel van 2020 een beetje zouden vertragen naar 2022 of
2025, zouden wij de minister dan bereid vinden om dit onderwerp aan te
pakken? Ik kan niet vaak genoeg benadrukken dat het hier om een heel
belangrijk onderwerp gaat. Dit moet gewoon een keer aangepakt worden.
Deze overgangen zijn niet meer van deze tijd.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Wij hebben ook nog een AO
Railveiligheid gepland. Dat is een keer uitgesteld. Misschien moeten wij
tijdens dat AO de discussie hierover eens dieper voeren. Ik probeer te
zeggen dat ik geloof dat het opheffen van alle spoorwegovergangen niet
de oplossing is, omdat er ook meer doden vallen bij de bewaakte
overgangen. Het neerzetten van lichten alleen helpt niet. Dan kom je bij
het helemaal opheffen, maar dit betekent dat je op heel veel plekken in
Nederland het spoor een gemeente of andere dingen helemaal laat
doorsnijden. Het is de vraag of je dat wil. Het belangrijkste is om met
elkaar te bekijken hoe je ervoor kunt zorgen dat die onbewaakte
overgangen zo veilig mogelijk worden gehouden. Dit zit in de programma's
waar wij nu al mee bezig zijn. Om die reden ontraad ik de motie. Mijns
inziens is het namelijk niet de oplossing dat alles wordt opgeheven.

	Ik kom bij de motie-Bashir op stuk nr. 35 over het plan van aanpak voor
de matrixborden. Ik vind het heel vervelend, maar het is nu inderdaad
twee keer voorgekomen dat de verkeersystemen niet werkten. Ik zal ook
een brief naar de Kamer sturen over wat ik daarmee moet doen. In deze
motie wordt verzocht om bij voorbaat met een plan van aanpak te komen
waarmee de betrouwbaarheid van het verkeerssysteem zal toenemen. Daarom
ontraad ik deze motie. Ik stuur de Kamer een brief. De Kamer heeft
daarom gevraagd en ik heb die al toegezegd. De Kamer kan aan de hand van
die brief beoordelen of wat ik doe voldoende is of niet. Het is niet zo
dat de heleboel stilligt, waardoor het nu noodzakelijk is om een plan
van aanpak te maken. Ik wil het zelf ook opgelost hebben.

	De motie-Verhoeven c.s. op stuk nr. 36 over de Commissie voor de m.e.r.
ontraad ik en ik geef de Kamer daar een redenering voor, want ik stel
vast dat er enige verwarring hierover is bij de Kamer. In de motie staat
dat de Commissie voor de m.e.r. heeft gezegd dat wij ook serieus de
tunnel moeten onderzoeken, maar in de trajectnota/MER is de tunnel al
volledig onderzocht. De Commissie voor de m.e.r. zegt niet dat wij de
tunnel moeten onderzoeken, maar dat wij een andere presentatie van de
resultaten moeten hebben. Wij hoeven dus niet meer onderzoek te doen.
Bovendien zegt de commissie dat wij meer gedetailleerd natuuronderzoek
moeten doen. De Commissie voor de m.e.r. ofwel de provincie -- want die
doet natuurlijk de MER-onderzoeken -- zegt dat wij dit niet alleen op
projectniveau zouden moeten doen, maar ook op planniveau. Daar zijn wij
het echter niet mee eens. Dat beoogde ik net. Dat is namelijk een nieuwe
juridische constructie. Dat hebben wij niet eerder zo gezien en daarom
zijn wij het daar niet mee eens. Wij geloven ook dat dit niet nodig is.
Ik heb in de eerste termijn al gezegd dat het voldoende is onderzocht.
Ik ben het dus niet eens met de conclusie van de heer Verhoeven dat ik
eerst besluit en dan pas bekijk. Wij hebben alles goed bekeken. Het is
inderdaad zo dat er, nadat je een besluit hebt genomen, altijd weer
nieuwe dingen naar boven komen. Die moet je altijd blijven bekijken. Dit
betekent echter niet dat het besluit toen op onvoldoende gegevens
berustte. Het is voor nu voldoende onderzocht. Dit wordt in een volgende
fase nader uitgewerkt. Om deze redenen ontraad ik de aanneming van deze
motie.

	Ik kom nu op de motie-Verhoeven op stuk nr. 37 over de financiële
prikkels rondom de A15 en over het aanbesteden van een oeververbinding.
Ook deze motie ontraad ik. Ik gaf al aan dat er wat mij betreft
voldoende beslissingsinformatie voorhanden is. De tunnel is te duur en
de brug kunnen wij goed inpassen. Uiteindelijk hebben wij een
bestuurlijk besluit daarover genomen. Het nu aangaan van een open
traject, betekent zeker anderhalf jaar vertraging. Dat lijkt mij
onwenselijk voor het doortrekken van de A15. Zodra je zo'n open verhaal
aangaat, moet je een heleboel andere nieuwe onderzoeken erbij doen en
daarom ontraad ik deze motie.

	Ik kom nu op de motie-Van Gent/Verhoeven op stuk nr. 38 over de
bezuinigingen in die zin dat die in de toekomst alleen op de weg en niet
op het openbaar vervoer mogen plaatsvinden. Het lijkt mij te vroeg om
vooruit te lopen op de eventuele invulling van een bezuiniging. Mocht
het zo ver komen, dan zal ik ervoor zorgen dat ik een zorgvuldige
afweging maak tussen alle modaliteiten. Overigens wordt er tot 2020
circa 11 mld. geïnvesteerd in het openbaar vervoer en het spoor. Mijns
inziens gaat daar dus heel veel geld naartoe. Ik ontraad daarom deze
motie.

	De motie-Van Gent c.s. op stuk nr. 39 over de kosten van nieuwe en
bredere wegen die worden ontworpen met het oog op hogere
maximumsnelheden, ontraad ik want zij is overbodig. De kosten voor het
invoeren van een maximumsnelheid van 130 km/h heb ik een brief
aangegeven. De schatting was 42 mln. voor de luchtkwaliteit als je die
snelheid op bepaalde trajecten zou willen invoeren waar op dat vlak een
knelpunt zit. Bovendien was het 45 mln. voor het aanpassen van kritische
wegontwerpen en 40 mln. extra voor verkeersveiligheid en 5 mln. voor
borden. Deze bedragen staan in de brief. Het kan natuurlijk zo zijn dat
in de toekomst bij nieuwe projecten meer kosten voor wegontwerp worden
gemaakt, maar die nieuwe projecten kennen wij nog niet. Ik ben dus
uitgegaan van alle bestaande projecten. Daarnaast geldt dat wij voor
alle projecten, ook de lopende, gewoon moeten voldoen aan de wettelijke
normen voor lucht en geluid. Ik heb in mijn brief de kosten over de
verhoging van de maximumsnelheid naar 130 km/h aangegeven.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik heb in mijn eerste termijn al gevraagd
wat dit betekent voor een stad als Utrecht. De plannen zijn om daar van
80 km/h naar 100 km/h te gaan. Wordt de inpassing die daarvoor nodig is,
volledig vergoed? Zijn daar middelen voor?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Per wegdeel hebben wij
bekeken -- of dit nu in Utrecht is, op de Afsluitdijk of waar dan ook --
wat de effecten zijn van 130 km/h op geluid en op uitstoot en of dit
past binnen de wettelijk toegestane kaders. Als dit niet het geval is,
hebben wij onderzocht welke kosten wij moeten maken om wel binnen die
kaders te blijven. Voor de verkeersveiligheid werkt het anders, want
daarbij werk je met een model. Wij zullen het daar aanstaande woensdag
ook over hebben. Dat model berekent wat elke kilometer
snelheidsverhoging met zich brengt aan kosten. Op basis daarvan kun je
zien wat je zou willen doen om die risico's weg te nemen. Ook dat is in
de brief opgenomen. De specifieke kosten per gebied kennen wij en die
komen voor onze rekening, niet voor rekening van die gemeente.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Hier moet geen misverstand over bestaan.
De minister spreekt alleen over 130 km/h, maar ik heb het ook over de
snelheidsverhoging van 80 km/h naar 100 km/h. Ik mag aannemen dat dit
alles inclusief is, ook voor die categorie?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Het is misschien nog beter
of interessanter om te vertellen aan mevrouw Van Gent dat er met SWUNG,
de nieuwe wetgeving die net is aangenomen, zelfs meer rekening gehouden
wordt met de groei van de automobiliteit dan vroeger. Vroeger werd een
weg vastgesteld op het moment dat hij werd aangelegd. Er werd dan
gezegd: er rijden ongeveer zo veel auto's overheen en die maken zo veel
geluid. Als je echter de SWUNG-grens raakt omdat er na enkele jaren meer
auto's over die weg gaan rijden, moet je gaan compenseren. Of je nu van
80 km/h naar 100 km/h gaat of naar 130 km/h, de autonome groei van
automobiliteit is überhaupt in die schema's meegenomen. Dat geldt ook
voor NSL, de uitstoot. Daarbij wordt een totaalprogramma bekeken waar je
uiteindelijk het totaal aan activiteiten in kwijt kunt. Voor NSL wordt
naar huidige uitstoot en in de toekomst te verwachten uitstoot gekeken.
Ik heb dit allemaal in kaart gebracht om te bezien of het binnen de
bestaande grenzen kan. Ik heb weergeven waar dit kan, waar ik de grenzen
raak en welke mitigerende maatregelen ik daarvoor wil nemen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik weet nu niet wat ik met mijn motie
moet doen. Van de ene kant zegt de minister dat die ondersteuning van
beleid is en van de andere kant ontraadt zij de motie. Dat kan ik niet
helemaal volgen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: In deze motie word ik
verzocht om een inventarisatie te laten maken van meerkosten van alle
nieuwe infrastructuur uit het MIRT als deze ontworpen wordt op basis van
hogere maximumsnelheden. Wij hebben voor de huidige wegen al alles
gedaan. Voor de nieuwe infrastructuur die wij nu nog niet kennen, kan ik
dus ook geen inventarisatie maken. Daarom ontraad ik de motie gewoon.

	Ik kom nu op de motie-Van Gent op stuk nr. 40. In die motie vraagt
mevrouw Van Gent namens de fractie van GroenLinks om geen enkel
initiatief te nemen rondom de aanleg van de wegverbinding. Ik heb dit al
toegezegd zowel in mijn besluit over de NWO vorige week -- dit staat op
papier -- als in de eerste termijn aangegeven. Deze motie is daarom wat
mij betreft overbodig.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Is zij dus ondersteuning van beleid?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik heb het voornemen om
iets wat ik al toegezegd heb, overbodig te noemen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Wij komen nu in een woordspelletje
terecht. Als de minister zegt dat dit ondersteuning van beleid is, dan
kan ik overwegen wat ik met mijn motie doe. Dat is echt iets anders dan
"overbodig".

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nogmaals, dit staat zwart
op wit in de besluitvorming over de NWO. Ik heb dit ook nog een keer
genoemd in de eerste termijn. Het is helemaal niet onze intentie om in
deze kabinetsperiode of op korte termijn daarna aan zo'n wegdeel te
werken. Dat mevrouw Van Gent daar een motie over indient, is aan haar.
Ik vind die overbodig.

De voorzitter: Kunt u de motie intrekken, mevrouw Van Gent?

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik zal er een nachtje over slapen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Nu volgt de motie-Van Gent
op stuk nr. 41 over de elektrificatie en de quickscan. Ik heb al eerder
gezegd dat ik het ontraad om een quickscan te laten uitvoeren naar de
elektrificatie van de verschillende lijnen. Ik heb al gezegd dat er een
overzicht wordt gemaakt van de maatregelen die de spoorsector neemt om
energiezuiniger te worden en CO2-winst te behalen. De spoorsector wil in
dezen zelfs verder gaan dan het elektrificatiedoel. Ik ontraad dus deze
motie.

	De laatste motie-Van Gent op stuk nr. 42 over het ecoduct boven A74 in
Limburg ontraad ik. Het ehs-besluit is genomen. De ecoducten zijn
sowieso zinvol en andere ontsnipperingsmaatregelen ook. Vanwege brede
steun vanuit de regio om dit door te zetten en de geplande ecoducten dus
te realiseren, hebben wij dit gedaan. Ik wil dit doorzetten. Ik zie ook
niet in wat voor effect een inventarisatie daarbij nog zou kunnen
opleveren. Daarom ontraad ik deze motie.

De heer De Rouwe (CDA): De minister heeft toegezegd om in te tweede
termijn terug te komen op N35. Dat was voor mij een zeer aangelegen
punt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ja, excuus. Ik heb de
antwoorden op uw vragen daarover hier nog liggen. Dat klopt. Ik ben
nagegaan wat er in amendement van december 2009 stond. Daar stond
inderdaad in dat er een verkenning moest worden gestart ten behoeve van
de N35 Wijthmen-Nijverdal. Het uitgangspunt is dat de regio bij deze
projecten minstens 50% cofinanciert. Dat staat er ook in. Het lastige is
dat Sneller en Beter daarnaast heeft vastgesteld dat er geen erkenning
plaatsvindt zonder reële financiering. Laat ik het als volgt oplossen:
wij starten een BO MIRT-onderzoek samen met de regio om het probleem in
kaart te brengen. Dat hebben wij laatst ook gedaan. Dan bespreken wij
ook meteen met de regio of die fiftyfiftyfinanciering tot de
mogelijkheden behoort. Ik lees die 50% cofinanciering namelijk in het
amendement en neem daarom aan dat die ook behoorde tot de voorwaarden.

De heer De Rouwe (CDA): Ik vraag om coulance, want dat is voor mijn
fractie een belangrijk punt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik probeer juist coulance
te betrachten.

De heer De Rouwe (CDA): Ik snap dat de minister op wil schuiven. Ik wil
nu niet mijn oordeel geven, in de trant van: dan is het maar klaar. Dit
was een amendement. Hier is gevraagd om de verkenning op te starten. De
Kamer heeft gewikt en gewogen en besloten dat het destijds tegen de
regels in was, maar het besluit is destijds wel bewust genomen en men
heeft daar ook geld voor beschikbaar gesteld. Ik wil het niet op de
spits drijven. De minister doet dat ook niet en daarom ga ik dat ook
niet doen. Ik wacht dat onderzoek af, maar ik geef daarmee niet op
voorhand aan dat wij ons dus neerleggen bij het feit dat er geen
verkenning komt. Laten wij gewoon maar het proces verder ingaan, want er
volgt vast wel weer een voorjaars-MIRT. Dan komen wij terug op dit
onderwerp.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Daarom. Volgens mij praten
wij enigszins langs elkaar heen. Ik probeerde de heer De Rouwe namelijk
juist tegemoet te komen bij dit onderwerp door te zeggen dat ik het
misschien geen verkenning noem, maar een BO MIRT-onderzoek, om binnen de
formele Elverdingspelregels te blijven. In het amendement staat echter
ook dat er 50% cofinanciering vanuit de regio moet zijn. Het gaat om een
fors bedrag, dus wij moeten er ook zicht op hebben dat dit bedrag ook
vanuit de regio aan de orde kan zijn. Anders kom ik bij de Kamer terug
met de vaststelling dat daar geen steun voor is. Wij gaan dus aan de
slag, eerst met het in kaart brengen van het precieze probleem en
vervolgens spreken wij over potentiële financiering. Dan komen wij
hierop terug in de Kamer.

De voorzitter: Ik dank de minister voor de beantwoording in de tweede
termijn. Wij zullen niet reeds morgen, maar volgende week dinsdag, op 20
december over de ingediende moties stemmen.

	De minister heeft wel veel moties ontraden, maar ook vijf toezeggingen
gedaan. Ik zal die nog even voorlezen. De eerste toezegging: De minister
zegt toe de Kamer in januari 2012 te zullen informeren over prioritering
van projecten in het MIRT en de Kamer in de toekomst tijdig voorafgaand
aan de MIRT-behandeling deze prioritering te doen toekomen.

	De tweede toezegging: De minister zegt toe de Kamer nader te informeren
over de beslisinformatie inzake nieuwe westelijke oeververbinding en
daarbij zal zij tevens ingaan op de chronologie inzake tolheffing en wat
daarover is gewisseld met het havenbedrijf Rotterdam. Bovendien zal zij
de Kamer informeren over de in een vroeg stadium afgevallen
Suurhoffbrug.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De tolheffing en de
bijdrage van havenbedrijf Rotterdam zijn volgens mij twee verschillende
zaken. Ik heb net aangegeven hoe het historisch gezien zat met de
tolheffing. Ik zal ingaan op de historie van de bijdrage van Rotterdam.
De Suurhoffbrug was ik inderdaad vergeten. De PVV had daar een vraag
over gesteld. Dat is een variant die betrekking heeft op een plek waar
nu bedrijfsleven is, namelijk chemische industrie. Die industrie kun je
niet zo maar verplaatsen. Om die reden is die brug niet meegenomen in
het nader onderzoek.

De heer Bashir (SP): Bij de tolheffing ging het ook om de gevolgen van
de tolheffing. Wat betekent die voor het gebruik van de
Blankenburgtunnel versus het niet gebruiken ervan en versus de
Oranjetunnel? Dan kun je ook gewoon alles op een rijtje zetten.

De voorzitter: Zo heb ik de toezegging ook voorgelezen.

**

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: In algemene zin maakt tol
deel uit van de besluitvorming.

De voorzitter: Dan pas ik de tweede toezegging aan en maak ik er drie
aandachtstreepjes van. Het eerste aandachtsstreepje is in algemene zin
inzake de tolheffing, het tweede gaat over wat er gewisseld is met het
havenbedrijf Rotterdam en het derde aandachtsstreepje is dat het goed is
dat de minister in haar brief meeneemt hoe het nu precies zit met de
Suurhoffbrug. Dan hebben wij dat ook op papier.

	De derde toezegging: De minister zegt toe de Kamer in aanvulling op
haar brief van 28 november 2011 over de landelijke uitrol van de
snelheidsverhoging nader te zullen informeren over de cijfers met
betrekking tot stikstof voor wat betreft de verhoging van 80 km/h naar
100 km/h en van 120 km/h naar 130 km/h.

**

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voor woensdag.

De voorzitter: Ja, dit laatste zal voor aanstaande woensdag gebeuren,
dat was duidelijk.

	De vierde toezegging: De minister zegt toe, de Kamer voor de zomer van
2012 te zullen informeren over de uitkomst van het bestuurlijk overleg
inzake de verbreding van de A2 in Limburg.

	De vijfde toezegging: De minister zegt toe dat zij de Kamer voor de
zomer van 2012 zal informeren over de uitkomst van het bestuurlijk
overleg inzake de uitdieping van de vaargeul IJsselmeer-Meppel en over
de eventuele voorfinanciering door de regio.

**

De heer De Rouwe (CDA): Mijns inziens was er ook een toezegging over
"social return". Die heb ik niet gehoord.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Het plan van aanpak komt
in het voorjaar.

De heer De Rouwe (CDA): Oké, prima.

De voorzitter: Dan noteren wij dit ook nog even als toezegging. Er was
ook nog een aantal andere toezeggingen op paar kleine dingetjes, maar
die hebben wij niet allemaal genoteerd, want de Kamerleden hebben die
vast allemaal in beeld. Die komen zeker terug.

	Bij dezen sluit ik dit notaoverleg. Ik wens iedereen wel thuis.

**

Sluiting 19.01 uur.



Volledige agenda

1. 33000-A-3 - Brief regering d.d. 20-09-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Het MIRT-projectenboek 2012

2. 33000-A-20 - Brief regering d.d. 28-11-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Uitkomsten Bestuurlijke overleggen MIRT, najaar 2011

3. 2011Z25777 - Brief regering d.d. 09-12-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Lijst van vragen en antwoorden inzake het MIRT-projectenboek 2012

4. 31305-196 - Brief regering d.d. 14-06-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA)

5. 33000-A-21 - Brief regering d.d. 01-12-2011

minister van Infrastructuur en Milieu

- Afspraken over het programma Beter Benutten in het Bestuurlijk overleg
MIRT, najaar 2011

6. 31305-198 - Brief regering d.d. 11-10-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Lijst van vragen en antwoorden over de Nationale Markt- en
Capaciteitsanalyse (NMCA)

7. 2011Z25415 - Brief regering d.d. 07-12-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Besluiten prioritaire infrastructuurprojecten in de Zuidvleugel

8. 32598-3 - Brief regering d.d. 01-09-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Reactie op een drietal documenten over de lopende MIRT Verkenning naar
een Nieuwe Westelijke Oeververbinding (NWO) bij Rotterdam

9. 32500-A-99 - Brief regering d.d. 05-07-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Quickscan maatregelen kosteneffectieve capaciteitsuitbreiding
Valleilijn, motie 32500 A 31

10. 29296-24 - Brief regering d.d. 13-09-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Planning en meerkosten A2-tunnel Maastricht

11. 33000-A-4 - Brief regering d.d. 14-10-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Meerkosten bij tunnelprojecten

12. 31801-21 - Brief regering d.d. 19-10-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Aanbieding van afschrift van brief aan B en W van de gemeente Schiedam
inzake de ontwikkeling van het station Schiedam Kethel. E.e.a. op
verzoek van de cie I & M

13. 29296-25 - Brief regering d.d. 11-10-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Derde kwartaalrapportage A2 Leidsche Rijn Tunnel en tijdelijke bypass

14. 28753-25 - Brief regering d.d. 28-10-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Oprichting publiek-private samenwerking (PPS)-Loket

15. 33000-A-6 - Brief regering d.d. 27-10-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Reactie op verzoek commissie over de passeerbaarheid van de
Westervoortse brug voor landbouwvoertuigen en vrachtwagens

16. 33000-A-5 - Brief regering d.d. 25-10-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Reactie van de minister op de rapportage "Beoordeling Portway Variant
t.b.v. beantwoording zienswijze BVHBB op A13/16". Het Portway
alternatief is een onderdeel van een zienswijze op de Trajectnota/MER
Rijksweg A13/A16 bij Rotterdam.

17. 31305-199 - Brief regering d.d. 28-10-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Aanbieding KiM-rapport 'Mobiliteitsbalans 2011'

18. 29984-274 - Brief regering d.d. 03-11-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Tegemoetkoming aan de toezegging over de activering van Prorail voor
de spoorlijnen Arnhem-Winterswijk en Zutphen-Winterswijk gedaan tijdens
het AO sppor van 11 oktober 2011

19. 33000-A-8 - Brief regering d.d. 09-11-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Lijst van vragen en antwoorden inzake quick scan maatregelen
kosteneffectieve capaciteitsuitbreiding Valleilijn

20. 21501-33-346 - Brief regering d.d. 17-11-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Aansluiting van de Betuweroute in Duitsland en de verdere ontwikkeling
van de spoorgoederencorridors

21. 29984-276 - Brief regering d.d. 11-11-2011

minister van Infrastructuur en Milieu,

- Informatie en uitwerking over enkele toezeggingen gedaan tijdens het
Algemeen Overleg van 11 oktober 2011 en toezending overzichtelijk
stroomschema met daarop de totale geldstromen van de ministeries van
IenM en Financiën naar ProRail en NS