[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

EU-voorstel: Mededeling strategie bio-economie in Europa COM(2012)60

EU-voorstel

Nummer: 2012D10227, datum: 2012-02-13, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2012Z04770:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET
EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Innovatie voor duurzame groei: een bio-economie voor Europa

Strategie: "Innovatie voor duurzame groei: een bio-economie voor Europa"

Strategie voor een Europese bio-economie

Om het hoofd te bieden aan de toename van de wereldbevolking, de snelle
uitputting van talrijke grondstoffen, de toenemende druk op het milieu
en de klimaatverandering moet Europa zijn beleid inzake de productie,
consumptie, verwerking, opslag, recycling en verwijdering van
biologische hulpbronnen drastisch omgooien. In de Europa 2020-strategie
wordt gepleit voor een bio-economie als hoeksteen voor slimme en groene
groei in Europa. Doorbraken in het bio-economisch onderzoek en de
invoering van innovaties zullen Europa in staat stellen zijn
hernieuwbare biologische grondstoffen beter te beheren en nieuwe en
gediversifieerde markten aan te boren voor Europese voedsel- en
bioproducten. De ontwikkeling van een Europese bio-economie biedt
belangrijke perspectieven: het behoud en de totstandbrenging van
economische groei in plattelands-, kust- en geïndustrialiseerde
regio's, een vermindering van onze afhankelijkheid van fossiele
brandstoffen en vanuit economisch en ecologisch oogpunt duurzamere
primaire productie- en verwerkingsbedrijven. De bio-economie draagt
derhalve bij tot de doelstelling van de Europa
2020-vlaggenschipinitiatieven "Innovatie-Unie" en een "Efficiënt
gebruik van hulpbronnen". 

De strategie en het actieplan voor een bio-economie moeten de weg
vrijmaken voor een meer innoverende, hulpbronefficiënte en
concurrerende maatschappij, die voedselzekerheid verzoent met het
gebruik van hernieuwbare hulpbronnen voor industriële doeleinden en de
bescherming van het milieu. Zij leveren input voor de onderzoeks- en
innovatieagenda inzake bio-economie en dragen bij tot een coherenter
beleidskader, een betere afstemming tussen het bio-economiebeleid op
lidstaat-, EU- en wereldniveau en een publiek debat met
resultaatverbintenis. Daarbij wordt gestreefd naar synergieën en
complementariteit met andere beleidsgebieden, -instrumenten en
financieringsbronnen met dezelfde doelstellingen, zoals het
gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid (GLB en GVB), het
geïntegreerde maritiem beleid (GMB) en het beleid inzake milieu,
ondernemingen, werkgelegenheid, energie en gezondheid 

De strategie bouwt voort op het zevende kaderprogramma voor onderzoek en
technologische ontwikkeling (KP7) en op het EU-kaderprogramma voor
onderzoek en innovatie (Horizon 2020). Nadere informatie over de
strategie voor de bio-economie is opgenomen in het begeleidende
werkdocument van de diensten van de Commissie.

Uitdagingen

Europa is zijn natuurlijke hulpbronnen op ongeziene en onherroepelijke
wijze aan het uitputten, staat voor aanzienlijke en mogelijk
onomkeerbare klimaatveranderingen en kampt met een aanhoudend verlies
aan biodiversiteit. Deze tendensen bedreigen de ecosystemen waarvan
Europa afhankelijk is. Die problemen worden nog versterkt door de
verwachting dat wereldbevolking de volgende 40 jaar nog met meer dan 30%
zal toenemen: van 7 miljard in 2012 tot meer dan 9 miljard in 2050. Een
antwoord vinden op deze complexe en onderling gekoppelde uitdagingen
vergt onderzoek en innovatie om onze levensstijl en ons
grondstoffenverbruik in alle geledingen van de maatschappij en economie
op een snelle en duurzame manier en in overleg bij te sturen. Het
welslagen van deze noodzakelijke transformatie is bepalend voor de
welvaart en het welzijn van de Europeanen en de toekomstige generaties. 

De jongste decennia heeft de Unie talrijke initiatieven genomen of
maatregelen bijgestuurd om deze uitdagingen aan te pakken en een
hervorming van de Europese economie op gang te brengen. De complexe
onderlinge relaties tussen deze problemen kunnen leiden tot moeilijke
afwegingen, zoals de controverse over het gebruik van biomassa. Die
vloeit voort uit de bezorgdheid over de potentiële gevolgen van de
stijgende vraag naar hernieuwbare biologische hulpbronnen in andere
sectoren op de voedselzekerheid, over het gebruik van de schaarse
natuurlijke hulpbronnen en over het milieu in Europa en derde landen. Om
op dergelijke veelzijdige vraagstukken een antwoord te bieden, moet een
strategische en algemene aanpak over de verschillende beleidsgebieden
heen worden ontwikkeld. Onderbouwde interactie is nodig om de samenhang
tussen beleidsdomeinen te bevorderen, doublures weg te werken en de
doorstroming en verspreiding van informatie te verbeteren. Met name de
interactie en afstemming tussen onderzoek en innovatie in de Unie en de
beleidsprioriteiten die de bio-economie ondersteunen, moeten worden
verbeterd. 

De bio-economie vormt een nuttige basis voor een dergelijk beleid en
omvat zowel de productie van hernieuwbare biologische hulpbronnen als de
verwerking van die hulpbronnen en afvalstromen tot waardevolle producten
zoals voedsel, diervoeder, biogebaseerde producten en bio-energie.
Bio-economische sectoren en bedrijven bezitten een sterk
innovatiepotentieel omdat zij, in combinatie met hun lokale en
impliciete kennis, een beroep doen op uiteenlopende wetenschappen,
ontsluitende en industriële technologieën. 

Aanpak van maatschappelijke uitdagingen

Door haar horizontaal karakter kan de bio-economie een totaalantwoord
bieden op een aantal gerelateerde maatschappelijke uitdagingen, zoals
voedselzekerheid, schaarste van natuurlijke hulpbronnen, afhankelijkheid
van fossiele hulpbronnen en klimaatverandering, en tegelijk duurzame
economische groei tot stand brengen.

De voedselzekerheid waarborgen

Door de groei van de wereldbevolking zal de vraag naar voedsel tegen
2050 nar verwachting met 70% toenemen en de vleesconsumptie verdubbelen.
De strategie voor de bio-economie zal bijdragen tot een mondiale aanpak
van deze uitdagingen door de ontwikkeling van de nodige kennis voor een
duurzame stijging van de grondstoffenproductie, rekening houdend met
alle opties van baanbrekende wetenschap tot lokale en impliciete kennis.
Zij zal ook een bijsturing van het consumptiepatroon en de ontwikkeling
van gezondere en duurzamere voedingsgewoonten stimuleren.

De Europese gezinnen en bedrijven verspillen jaarlijks, verliezen in de
landbouw en visserij niet meegerekend, 90 miljoen ton voedsel of 180 kg
per persoon. De strategie beoogt ook hulpbronefficiëntere
bevoorradingsketens overeenkomstig het stappenplan voor een efficiënt
gebruik van hulpbronnen en het initiatief voor blauwe groei. 

Natuurlijke hulpbronnen en duurzaam beheren 

Landbouw, bosbouw, visserij en aquacultuur hebben behoefte aan
verschillende essentiële en schaarse grondstoffen om biomassa te
produceren: land, zeegebied, vruchtbare en productieve gronden, water en
gezonde ecosystemen, maar ook hulpbronnen zoals mineralen en energie
voor de productie van meststoffen. Het gebruik daarvan veroorzaakt
significante alternatieve kosten door de uitputting of het verlies van
ecosysteemdiensten. Nu deze hulpbronnen onder sterke druk staan door de
vraag vanuit verschillende concurrerende sectoren en de erfenis van
historische ontginning, moet de EU "meer produceren met minder" en werk
maken van slimme duurzame teelten, visserij en aquacultuur. 

De strategie voor de bio-economie moet de kennisbasis verbeteren en
innovatie bevorderen om de productiviteit te verhogen en tegelijk een
duurzaam gebruik van hulpbronnen te waarborgen en de druk op het milieu
te verlichten. De afname van de biodiversiteit kan de kwaliteit van de
hulpbronnen ernstig aantasten en de primaire productieopbrengsten, met
name in de bosbouw en visserij, doen teruglopen. De strategie zal de
invoering van een op ecosystemen gebaseerd beheer ondersteunen. Er wordt
gestreefd naar synergieën met het GLB en het GVB, het GMB en het
milieubeleid van de Unie inzake hulpbronefficiëntie, het duurzaam
gebruik van natuurlijk hulpbronnen, de bescherming van de biodiversiteit
en habitats en de verlening van ecosysteemdiensten.

Mondiale uitdagingen vergen mondiale oplossingen. De strategie voor de
bio-economie ondersteunt wereldwijde inspanningen voor een duurzamer
gebruik van grondstoffen. Daartoe behoren de ontwikkeling van een
gemeenschappelijk internationaal begrip van de duurzaamheid van biomassa
en beste praktijken om nieuwe markten aan te boren, de productie te
diversifiëren en de voedselvoorziening op lange termijn te verzekeren. 

Onze afhankelijkheid van niet-hernieuwbare hulpbronnen verminderen

De Europese economie is voor haar koolstof- en energievoorziening sterk
afhankelijk van fossiele brandstoffen en daardoor kwetsbaar voor
onzekere en slinkende voorraden en de volatiliteit van de markt. Om
concurrerend te blijven moet de EU een koolstofarme samenleving worden
waarin hulpbronefficiënte bedrijven, biogebaseerde producten en
bio-energie samen bijdragen tot groene groei en concurrentiekracht. 

De resultaten van het leidende-marktinitiatief voor biogebaseerde
producten worden meegenomen in de strategie voor de bio-economie, die
het initiatief inzake blauwe groei, de doelstellingen van de richtlijnen
inzake hernieuwbare energie en brandstofkwaliteit en het strategische
energietechnologieplan zal ondersteunen door de kennisbasis te
verbeteren en innovatie aan te moedigen. Het is de bedoeling biomassa
(bv. industriële gewassen) te produceren tegen een concurrerende prijs
en zonder de voedselvoorziening in het gedrang te brengen, de druk op de
primaire productie en het milieu te verhogen of de markten te verstoren
door het gebruik van bepaalde energie te bevorderen. Voorts zal de
strategie bijdragen tot het welslagen van de bio-economie op lange
termijn door inzicht te verschaffen in de huidige en toekomstige
beschikbaarheid van en de vraag naar biomassa en in de concurrentie
tussen de toepassingen van biomassa en het potentieel ervan om de
klimaatverandering tegen te gaan. Dit betekent dat alternatieve
koolstof- en energiebronnen toegankelijker moeten worden gemaakt (bv.
land- en bosbouwresiduen, afval) en dat onderzoek naar hernieuwbare
bronnen, zoals microalgen, moet worden aangestuurd. 

De klimaatverandering milderen en ons aanpassen

Naarmate de wereldwijde vraag naar biomassa voor voedings- en
landbouwdoeleinden de volgende decennia zal toenemen, moet de Unie haar
landbouw-, bosbouw-, visserij- en aquacultuurcapaciteit duurzaam
verhogen. De strategie voor de bio-economie ondersteunt de ontwikkeling
van productiesystemen met een lage uitstoot van broeikasgassen (BKG),
die aangepast zijn aan de schadelijke effecten van de
klimaatverandering, zoals droogtes en overstromingen, en helpen deze
effecten te milderen. Op die manier draagt zij bij tot de doelstellingen
van de stappenplannen om de Europese economie tegen 2050 koolstofarm te
maken, tot een efficiënt gebruik van hulpbronnen en tot het
klimaatbeleid van de Unie. Daartoe voorziet de strategie in de toename
van de koolstofvastlegging in landbouwgronden en zeebodems en in een
degelijk beheer en uitbreiding van het bosbestand.

Europese pulp- en papierbedrijven, de chemiesector en de
voedingsnijverheid stoten aanzienlijke hoeveelheden BKG uit, maar slaan
ook grote hoeveelheden koolstof op in hun producten. In de strategie
wordt er ook voor gepleit koolstof-, energie- en waterintensieve
productieprocessen zoveel mogelijk te vervangen door
hulpbronefficiëntere en milieuvriendelijkere procedés. De
gedeeltelijke vervanging van niet-hernieuwbare producten door duurzamere
biogebaseerde alternatieven moet worden voortgezet. 

Banen scheppen en het Europees concurrentievermogen handhaven

De bio-economie vertegenwoordigt in de Unie een jaarlijkse omzet van
2000 miljard euro en is goed voor meer dan 22 miljoen banen of ongeveer
9% van de beroepsbevolking. Om concurrerend te blijven en de
werkgelegenheid in stand te houden in het licht van de grote
maatschappelijke uitdagingen en de groeiende markten in de
ontwikkelingslanden, moeten de Europese bio-economiebedrijven echter
innoveren en nog meer diversifiëren. Duurzame primaire productie,
voedselverwerking en industriële biotechnologie en bioraffinaderijen,
die het pad moeten effenen voor biogebaseerde bedrijven, de omvorming
van bestaande bedrijven en de opening van nieuwe markten voor
biogebaseerde producten zullen naar verwachting aanzienlijke groei
opleveren. Er moeten nieuwe hooggekwalificeerde banen en
opleidingsmogelijkheden worden ontwikkeld om in te spelen op de
personeelsbehoeften in deze bedrijven, maar ook in de landbouw, bosbouw,
visserij en aquacultuur. 

Volgens ramingen kan de directe financiering van bio-economisch
onderzoek in het kader van Horizon 2020 euro in de verschillende
sectoren van de bio-economie tegen 2025 130 000 nieuwe banen en een
toegevoegde waarde van 45 miljard opleveren. Verdere groei wordt
verwacht dankzij – directe en indirecte – publieke en private
investeringen in alle onderdelen van de bio-economie. De bio-economie
zal naar verwachting een aanzienlijke bijdrage leveren tot de Europa
2020-doelstellingen.

Een coherente bio-economie ontwikkelen

Er moeten specifieke maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat
onderzoek en innovatie op het gebied van de bio-economie een maximale
impact sorteren. Overeenkomstig de aanbevelingen van de openbare
raadpleging inzake de bio-economie moet prioriteit worden verleend aan
een coherenter beleidskader, meer investeringen in onderzoek, de
ontwikkeling van biogebaseerde markten en een betere communicatie met
het publiek. 

Coherent beleid 

De bio-economie bestrijkt een breed scala aan gevestigde en opkomende
beleidsgebieden op mondiaal, EU-, lidstaat-, en regionaal niveau die
allemaal bijdragen tot gemeenschappelijke doelstellingen, zij het binnen
een complexe en soms versnipperde beleidscontext. In de strategie voor
de bio-economie wordt gepleit voor een beter onderbouwde dialoog, met
name over de rol van wetenschappelijke vooruitgang, en voor meer
interactie tussen de bestaande bio-economieondersteunende
beleidsterreinen op EU- en lidstaatniveau (zie actie 5). Hierdoor zullen
de belanghebbenden over een coherenter beleidskader beschikken en worden
private investeringen aangemoedigd. Bovendien moeten informatiesystemen
worden gecreëerd, voortbouwend op de bestaande maar vaak niet aan
elkaar gekoppelde databanken, om de ontwikkeling van de bio-economie te
monitoren (zie actie 6).

De strategie voor de bio-economie zal bijdragen tot een betere
afstemming van de EU-financiering voor onderzoek en innovatie op de
bestaande prioriteiten van beleidsgebieden in verband met de
bio-economie. Tegelijk zal zij ervoor zorgen dat bij de
beleidsontwikkeling vanaf het begin rekening wordt gehouden met
innovatie. De aangekondigde Europese innovatiepartnerschappen (EIP's)
zullen daarin een cruciale rol spelen, net als de initiatieven voor
gezamenlijke programmering (GPI's). Een dialoog over de bio-economie die
de kennisbasis versterkt en de gefundeerde interactie tussen
beleidsmaatregelen op Unie-, lidstaat- en regionaal niveau bevordert,
zal tegelijk een verdere stimulans voor groei en investeringsprikkels
vormen (zie actie 2). 

De mondiale dimensie van de maatschappelijke uitdagingen die door de
bio-economie worden aangepakt, vergt een nauwere internationale
samenwerking. De strategie voor de bio-economie zal Europa helpen om een
voortrekkersrol te vervullen bij het stimuleren van de overschakeling
naar een mondiale bio-economie. De bestaande internationale samenwerking
op het gebied van bio-economie moet worden aangestuurd door onderzoek en
innovatie en moet de uitwisseling van wetenschappelijke kennis en beste
praktijken over mondiale thema's en beleidsterreinen faciliteren, met
name inzake voedselzekerheid, klimaatverandering, milieu en hulpbronnen,
capaciteitsopbouw en handel (zie actie 8).

Investeringen in kennis, innovatie en vaardigheden

De bio-economie vergt een blijvende en toenemende ondersteuning via
publieke financiering en private investeringen en moet bijdragen tot een
betere samenhang tussen nationale, Europese en mondiale onderzoeks- en
innovatie-initiatieven. Tussen onderzoek en de toepassing van de
resultaten daarvan gaapt vaak een informatie- en kenniskloof en staan
institutionele en conceptuele barrières tussen onderzoekers,
innovatoren, producenten, eindgebruikers, beleidsmakers en het
maatschappelijk middenveld. Netwerken voor kennisoverdracht, kennis- en
technologiemakelaars en sociale ondernemingen kunnen deze kloof binnen
een bredere context van burger- en stakeholderinitiatieven overbruggen.
Talrijke veelbelovende onderzoeksresultaten blijven onbenut door
aanslepende regelgevings- en octrooikwesties. Voorts is er behoefte aan
meer investeringen in demonstratie- en extrapolatieactiviteiten en aan
de ontwikkeling van ondernemerschap en adviesdiensten voor de hele
bevoorradingsketen (zie acties 3 en 11). 

De behoefte aan meer publieke financiering voor onderzoek en innovatie
inzake bio-economie is reeds erkend in Horizon 2020: voor het thema
"voedselzekerheid, duurzame landbouw, marien en maritiem onderzoek en de
bio-economie" is een budget van bijna 4,7 miljard euro voorgesteld.
Daarnaast wordt steun verleend via onderdelen van de werkterreinen
"klimaatverandering, efficiënt gebruik van hulpbronnen en
grondstoffen", "veilige, schone en efficiënte energie" en "gezondheid,
demografische veranderingen en welzijn". Het Europees Instituut voor
innovatie en technologie (EIT) zal met zijn kennis- en
innovatiegemeenschappen (KIG's) op verschillende gebieden
bio-economische kwesties behandelen, met name in het kader van het
voorgestelde KIG "Food4future". Dit zal gepaard gaan met onderzoek en
innovatie in ontsluitende en industriële technologieën (bv.
biotechnologie, nanotechnologie en ICT) en de bevordering van opkomende
technologieën. Voor de tenuitvoerlegging van talrijke maatregelen in
verband met de bio-economie is het eveneens essentieel belanghebbenden
langs de volledige waardeketen van de bio-economie de vereiste
kennisbasis en instrumenten aan te reiken, waaronder een aantal
belangrijke ontsluitende technologieën. (zie acties 1 en 2)

Verschillende lidstaten hebben onderzoeksprogramma's op het gebied van
bio-economie opgezet en hebben afgesproken hun onderzoeksactiviteiten
beter te coördineren via publiek-publieke partnerschappen zoals het GPI
inzake "gezonde en productieve zeeën en oceanen". Actieve samenwerking
tussen actoren is eveneens nodig om meer private investeringen en
ondernemerschap in Europa aan te moedigen. Daartoe behoren
ondersteunende initiatieven om de uitwisseling van kennis te versterken,
het Europees octrooirecht te vereenvoudigen en de toegang tot publieke
onderzoeksresultaten te verbeteren, maar ook het opzetten van
publiek-private partnerschappen (PPP's) en de verdere ontwikkeling van
EIP's, zoals de partnerschappen inzake "productiviteit en duurzaamheid
van de landbouw" en "grondstoffen" (zie acties 1 en 4). 

Participatieve governance en onderbouwd overleg met de samenleving 

Een verantwoordelijke bio-economie vergt participatieve modellen met
input van burgers en eindgebruikers om de relatie tussen wetenschap,
samenleving en beleid te versterken. Dankzij een beter onderbouwde
dialoog zullen wetenschap en innovatie een solide basis kunnen vormen
voor de beleidsvorming en verantwoorde maatschappelijke keuzes, rekening
houdend met legitieme maatschappelijke verzuchtingen en de behoeften in
de bio-economie. 

Een grote meerderheid van de Europeanen is het ermee eens dat wetenschap
en technologie toekomstige generaties meer kansen zullen bieden. Toch is
er nog steeds sprake van een brede informatiekloof tussen wetenschap en
maatschappij. Burgers moeten via een open en onderbouwde dialoog bij het
hele onderzoeks- en innovatieproces worden betrokken. Daartoe moet hen
een betrouwbaar inzicht worden verschaft in de baten en risico's van
innoverende technologieën en bestaande praktijken en moeten zij ruim de
kans krijgen om het debat aan te gaan over nieuwe uitvindingen en de
effecten daarvan (zie acties 2 en 5). Het EIP inzake "productiviteit en
duurzaamheid van de landbouw" zal op dat vlak een cruciale rol spelen.

Voorts moeten burgers meer informatie krijgen over de eigenschappen van
producten en het effect van hun consumptiepatroon en levensstijl (bv.
inzake afval) zodat zij verantwoorde en bewuste keuzes kunnen maken (zie
actie 12). Ten slotte moeten burgers bewust worden gemaakt van de
mogelijkheden van sociale innovatie en worden aangemoedigd om
initiatieven te nemen. 

Nieuwe infrastructuur en instrumenten

Een verhoging van de productiviteit en een duurzame bio-economie vergen
meer onderzoek, infrastructuur (platteland, zee en industrie), netwerken
voor de overdracht van kennis en betere bevoorradingsketens. Naast
andere doelstellingen zal steun worden verleend voor geïntegreerde en
gediversifieerde bioraffinaderijen, waaronder kleinschalige lokale
installaties (zie actie 10). Met petrochemische raffinageprocessen
worden talrijke producten, brandstoffen en energie vervaardigd uit
fossiele brandstoffen. In bioraffinaderijen worden deze fossiele
brandstoffen vervangen door hernieuwbare hulpbronnen (waaronder afval),
en worden nieuwe inkomsten en banen gecreëerd in de landbouw, bosbouw,
visserij en aquacultuur. Verschillende financieringsbronnen, waaronder
private investeringen, EU-fondsen voor plattelandsontwikkeling of
cohesie, kunnen worden aangewend om de ontwikkeling van duurzame
bevoorradingsketens en faciliteiten te bevorderen (zie actie 7).

Biogebaseerde producten en bio-energie zijn "biogebaseerde varianten"
van traditionele producten, dan wel nieuwe producten met volledig nieuwe
en innoverende functies en perspectieven voor nieuwe en bestaande
markten. Om deze kansen te benutten ondersteunt de EU actief de verdere
ontwikkeling van duidelijke en eenduidige productnormen en
duurzaamheidscriteria op Europees en internationaal niveau. Die zijn
essentieel voor de werking van de interne markt en de verdere
ontwikkeling van certificaten en labels om de consument bewust te maken
en groene overheidsaankopen te bevorderen (zie actie 11). 

Het actieplan voor de bio-economie

In het onderstaande actieplan worden de belangrijkste maatregelen
omschreven die de Commissie zal nemen om de doelstellingen van de
strategie voor de bio-economie te bereiken, voortbouwend op KP7, Horizon
2020 en andere bestaande initiatieven zoals de EIP's. De lidstaten
worden opgeroepen mee te werken aan dit plan. Een gedetailleerdere
versie van het actieplan is opgenomen in het werkdocument van de
diensten van de Commissie. 

Investeringen in onderzoek, innovatie en vaardigheden 

Zorgen voor toereikende financiering door de Unie, de lidstaten en
private investeerders voor investeringen en partnerschappen voor
onderzoek en innovatie op het gebied van bio-economie. De activiteiten
in het kader van de GPI's en ERA-Net verder ontwikkelen om de samenhang
en synergieën tussen publieke programma's te versterken. Bioclusters en
KIG's ondersteunen in het kader van het EIT met het oog op
partnerschappen met de private sector. De belangrijkste onderzoeks- en
innovatieconcepten en -prioriteiten schetsen inzake voedsel, duurzame
landbouw en bosbouw en voor mariene en maritieme activiteiten in het
kader van Horizon 2020. 

Het aandeel van multidisciplinaire en sectoroverschrijdende onderzoeks-
en innovatieactiviteiten verhogen om een antwoord te bieden op de
complexiteit en de onderlinge koppelingen tussen de maatschappelijke
uitdagingen door de bestaande kennisbasis te versterken en nieuwe
technologieën te ontwikkelen. Wetenschappelijk advies verstrekken voor
onderbouwde beleidsbeslissingen inzake de baten van en afwegingen inzake
bio-economische oplossingen. 

De invoering en verspreiding van innovaties in de bio-economie
bevorderen en voorzien in de nodige feedbackmechanismen inzake
regelgeving en beleid. De steun aan kennisnetwerken, advies- en
bedrijfsondersteunende diensten uitbreiden, met name via EIP's en
bioclusters.

De vereiste personele middelen opbouwen om de groei en de verdere
integratie van de bio-economische sectoren te ondersteunen door de
organisatie van universitaire fora voor de ontwikkeling van opleidings-
en trainingsprogramma's over bio-economie. 

Sterkere beleidsinteractie en betrokkenheid van belanghebbenden

Een bio-economiepanel oprichten van dat bijdraagt tot meer synergieën
en coherentie tussen de bio-economiegerelateerde beleidsgebieden,
initiatieven en economische sectoren op EU-niveau en die (tegen 2012)
koppelen aan de bestaande mechanismen. De oprichting van vergelijkbare
panels in de lidstaten en regio's aanmoedigen. Onderzoekers,
eindgebruikers, beleidsmakers en het maatschappelijk middenveld
stimuleren om deel te nemen aan een open en onderbouwde dialoog door het
volledige onderzoeks- en innovatieproces van de bio-economie heen.
Geregeld congressen organiseren voor de actoren van de bio-economie.

Een waarnemingscentrum voor de bio-economie oprichten, in nauwe
samenwerking met de bestaande informatiesystemen waarmee de Commissie de
vooruitgang en impact van de bio-economie regelmatig kan monitoren en
prognose- en modelinstrumenten kan ontwikkelen (tegen 2012).
Tussentijdse evaluatie en herziening van de strategie.

De ontwikkeling van regionale en nationale strategieën voor de
bio-economie ondersteunen door de bestaande onderzoeks- en
innovatieactiviteiten, competentiecentra en infrastructuur in de Unie in
kaart te brengen (tegen 2015). De strategische discussie met de lokale,
regionale en nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor
plattelands- en kustontwikkeling en het cohesiebeleid ondersteunen om
ervoor te zorgen dat de bestaande financieringsmechanismen maximaal
effect sorteren. 

Internationale samenwerking inzake onderzoek en innovatie op het gebied
van bio-economie ontwikkelen door een gezamenlijke aanpak van mondiale
problemen, zoals voedselzekerheid en klimaatverandering en de productie
van duurzame biomassa (vanaf 2012). Verdere synergieën zoeken tussen
het beleid van de Unie en de lidstaten inzake internationale
samenwerking en contacten leggen met internationale organisaties. 

Versterken van de markten en het concurrentievermogen in de bio-economie


De kennisbasis creëren voor een duurzame intensifiëring van de
primaire productie. Een beter inzicht verwerven in de huidige,
potentiële en toekomstige beschikbaarheid van en vraag naar biomassa
(met inbegrip van afval en land- en bosbouwresiduën) in de
verschillende sectoren, rekening houdend met de toegevoegde waarde,
duurzaamheid, bodemvruchtbaarheid en de potentiële bijdrage tot het
klimaatbeleid. Deze resultaten beschikbaar stellen voor de ontwikkeling
en evaluatie van beleid op deze gebieden. De toekomstige ontwikkeling
ondersteunen van een methode voor de berekening van de ecologische
voetafdruk, bv. aan de hand van levenscyclusanalyses (LCA's). 

De oprichting bevorderen van netwerken van de vereiste logistieke
faciliteiten voor geïntegreerde en met bioraffinaderijen, demonstratie-
en proefbedrijven in Europa, met inbegrip van de logistieke faciliteiten
en bevoorradingsketens voor een stroomafwaarts gebruik van biomassa en
afvalstromen. Onderhandelingen openen voor de oprichting van een PPP op
Europees niveau voor onderzoek en innovatie op het gebied van
biogebaseerde bedrijven (tegen 2013). 

De ontginning van nieuwe markten ondersteunen door de ontwikkeling van
normen en gestandaardiseerde methodes voor duurzaamheidsbeoordelingen
voor biogebaseerde producten en voedselproductiesystemen en de
ondersteuning van extrapolatieactiviteiten. Groene overheidsaankopen van
biogebaseerde producten faciliteren door de ontwikkeling van labels, een
initiële Europese lijst met productinformatie en specifieke opleiding
voor aankoopverantwoordelijken bij de overheid. Bijdragen tot het
concurrentievermogen op lange termijn van de bio-economie door de
invoering van stimulansen en mechanismen voor wederzijds leren met het
oog op een betere hulpbronefficiëntie.

Wetenschappelijk onderbouwde methodes ontwikkelen om consumenten te
informeren over producteigenschappen (bv. voedingswaarde,
productiemethode, ecologische duurzaamheid) en een gezonde en duurzame
levensstijl te bevorderen.

	Opmerking: Het begrip "primaire productie" heeft in deze mededeling
betrekking op de landbouw, bosbouw, visserij en aquacultuur.

	Opmerking: Biogebaseerde producten zijn producten die volledig of
gedeeltelijk afgeleid zijn van materialen van biologische oorsprong, met
uitzondering van materialen die zich in geologische formaties bevinden
en/of gefossiliseerd zijn, CEN-rapport over mandaat M/429.

	De bio-economie omvat de volgende sectoren: landbouw, bosbouw,
visserij, productie van levensmiddelen, pulp en papier alsmede delen van
de chemische, biotechnologische en energiesector.

	De bio-economie bouwt voort op biowetenschappen, agronomie, ecologie,
voedings- en sociale wetenschappen, biotechnologie, nanotechnologie,
informatie en communicatietechnologieën (ICT) en engineering.

	Nadere bijzonderheden staan in het begeleidende werkdocument van de
diensten van de Commissie [ref.].

	Conclusies van de openbare raadpleging van de Europese Commissie
"Bio-economie voor Europa: stand van zaken en toekomstig potentieel"
(februari – mei 2011).

	COM(2011) 809/3 

	Opmerking: voor sommige individuele acties is een afzonderlijke
effectbeoordeling vereist.

	COM(2011) 615, bijlage IV.

NL	  PAGE  \* MERGEFORMAT  10 	  DOCVARIABLE "LW_Confidence" \*
MERGEFORMAT    	NL