[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

33422 Advies Raad van State Implementatie van kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2009 inzake de toepassing tussen de lidstaten van de Europese Unie, van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis (PbEU L 294)

Implementatie van kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2009 inzake de toepassing tussen de lidstaten van de Europese Unie, van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis (PbEU L 294)

Advies Afdeling advisering Raad van State

Nummer: 2012D36236, datum: 2012-10-04, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2012Z16574:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


No.W03.12.0272/II	's-Gravenhage, 7 september 2012

Bij Kabinetsmissive van 20 juli 2012, no.12.001727, heeft Uwe Majesteit,
op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de
Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig
gemaakt het voorstel van wet tot implementatie van kaderbesluit
2009/829/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2009 inzake
de toepassing tussen de lidstaten van de Europese Unie, van het beginsel
van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake toezichtmaatregelen als
alternatief voor voorlopige hechtenis (PbEU L 294), met memorie van
toelichting.

Het wetsvoorstel strekt tot implementatie van het kaderbesluit
2009/829/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2009
houdende de toepassing, tussen de lidstaten van de Europese Unie, van
het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen houdende
toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis
(kaderbesluit). Een beslissing houdende de schorsing van de voorlopige
hechtenis, waarbij aan betrokkene als voorwaarde voor de schorsing
toezichtmaatregelen zijn opgelegd, wordt in de lidstaat waar betrokkene
zijn woon- of verblijfplaats heeft, in beginsel erkend en
tenuitvoergelegd, indien betrokkene instemt met terugkeer naar die
lidstaat. De toezichtmaatregelen kunnen betreffen het gebod een bepaalde
autoriteit in kennis te stellen van een wijziging van de woon- of
verblijfplaats, een gebieds- of contactverbod, een meldplicht, of de
beperking van het recht om de uitvoerende lidstaat te verlaten. Indien
de betrokkene de verplichtingen niet naleeft, kan hij worden
overgeleverd aan de uitvaardigende lidstaat. 

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking
van het wetsvoorstel, maar maakt een opmerking over de verlenging van de
termijn voor de erkenning. Zij is van oordeel dat in verband daarmee
aanpassing van het voorstel wenselijk is.

1.	Verlenging van de termijn voor de erkenning

De Afdeling stelt vast dat het wetsvoorstel geen bepaling bevat ter
implementatie van artikel 12, tweede lid, van het kaderbesluit. De in de
transponeringstabel opgenomen toelichting op artikel 12 van het
kaderbesluit gaat er abusievelijk vanuit, dat de term "beslissing" in
artikel 12, tweede lid, van het kaderbesluit doelt op de
erkenningsbeslissing in de uitvoerende lidstaat en dat genoemde bepaling
van het kaderbesluit geen implementatie behoeft, omdat tegen de
erkenningsbeslissing geen rechtsmiddel kan worden aangewend. 	

De Afdeling merkt op dat uit artikel 12, eerste lid, in combinatie met
het tweede lid, van het kaderbesluit volgt dat de term "beslissing" in
artikel 12, tweede lid, van het kaderbesluit verwijst naar de beslissing
inzake toezichtmaatregelen van de uitvaardigende lidstaat. Indien tegen
laatstgenoemde beslissing in de uitvaardigende lidstaat een rechtsmiddel
is aangewend, wordt de termijn voor erkenning van de beslissing in de
uitvoerende lidstaat met 20 werkdagen verlengd. De Afdeling adviseert
artikel 8 van het wetsvoorstel dienovereenkomstig aan te vullen. 

2.	Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het
advies behorende bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het
voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State,

Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
betreffende no.W03.12.0272/II met redactionele kanttekeningen die de
Afdeling in overweging geeft.

In artikel I, in artikel 3, het tweede lid als volgt redigeren: "Bij
algemene maatregel van bestuur kunnen toezichtmaatregelen als bedoeld in
het eerste lid, onder g, worden aangewezen."

In artikel I, in artikel 8 opnemen dat betrokkene in kennis wordt
gesteld van de erkenningsbeslissing (overeenkomstig artikel 3:10, derde
lid van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging
vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (Stb. 2012, 333)).

In artikel 80 Wetboek van Strafvordering opnemen dat de rechter kan
bevelen dat toepassing wordt gegeven aan artikel 16 en 18.

	Doel van het kaderbesluit is de toepassing van niet tot
vrijheidsbeneming strekkende maatregelen te bevorderen en te voorkomen
dat niet-ingezeten verdachten minder snel in aanmerking komen voor
alternatieven voor voorlopige hechtenis dan ingezetenen.

	Behoudens de weigeringsgronden ne bis in idem, verjaring, immuniteit en
leeftijd van strafrechtelijke aansprakelijkheid, het ontbreken van
dubbele strafbaarheid (in bepaalde gevallen) en beletselen inzake
overlevering.

	Artikel 3 van het wetsvoorstel en artikel 8 van het kaderbesluit. Voor
Nederland gaat het om 100 uitgaande zaken en ongeveer 50 inkomende zaken
per jaar, indien alle lidstaten het kaderbesluit hebben
geïmplementeerd. 

 PAGE    

  PAGE  2 

 PAGE   I 

AAN DE KONINGIN

........................................................................
...........