[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

33494 Adv RvSt inzake Wijziging van de Wet op de jeugdzorg

Wijziging van de Wet op de jeugdzorg in verband met het opnemen van een grondslag voor het nemen van beperkende maatregelen of controlemaatregelen jegens een jeugdige in de gesloten jeugdzorg tijdens vervoer van de jeugdige en tijdens het verblijf van de jeugdige in het gerechtsgebouw

Advies Afdeling advisering Raad van State

Nummer: 2012D45256, datum: 2012-12-03, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2012Z20871:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


No.W13.12.0044/III	's-Gravenhage, 11 april 2012

Bij Kabinetsmissive van 14 februari 2012, no.12.000339, heeft Uwe
Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter
overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de
Wet op de jeugdzorg in verband met het opnemen van een grondslag voor
het nemen van beperkende maatregelen of controlemaatregelen jegens een
jeugdige in de gesloten jeugdzorg tijdens vervoer van de jeugdige en
tijdens het verblijf van de jeugdige in het gerechtsgebouw, met memorie
van toelichting.

Het wetsvoorstel voorziet in een wettelijke basis voor het nemen van
beperkende maatregelen of controlemaatregelen tijdens het vervoer en het
verblijf in het gerechtsgebouw jegens jeugdigen in gesloten jeugdzorg.

De Afdeling advisering onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel,
maar maakt opmerkingen over de randvoorwaarden voor de uitvoering van de
voorgestelde maatregelen en over het klachtrecht en de
rechtsbescherming. Zij is van oordeel dat het voorstel in verband
daarmee enige aanpassing behoeft.     

1. Randvoorwaarden voor de tenuitvoerlegging

Het voorstel voorziet in enkele maatregelen die tijdens het vervoer
respectievelijk tijdens het verblijf in het gerechtsgebouw kunnen worden
genomen jegens de jeugdige voor wie een machtiging is afgegeven. De
Afdeling mist in de toelichting een toetsing van deze maatregelen aan
het Internationale Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK). Zij
merkt in dit verband het volgende op.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, IVRK dient het belang van het kind (dat
wil zeggen de minderjarige, de persoon onder de leeftijd van achttien
jaar) een eerste overweging te zijn bij iedere maatregel of beslissing.
Daarnaast verlangt artikel 3, derde lid, IVRK dat instellingen, diensten
en voorzieningen die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor of de
bescherming van kinderen daarvoor geschikt zijn, en voldoen aan de
normen die gesteld zijn op het punt van de veiligheid, gezondheid en het
aantal personeelsleden. 

Op grond van artikel 37, onderdelen b en c, IVRK mag geen enkel kind op
onwettige of willekeurige wijze van zijn of haar vrijheid worden
beroofd. De vrijheidsbeneming geldt als een uiterste maatregel en wordt
gehanteerd voor de kortst mogelijke tijdsduur. Ieder kind dat van zijn
of haar vrijheid is beroofd, wordt behandeld met menselijkheid en met
eerbied voor de waardigheid die inherent is aan de menselijke persoon,
en op zo'n manier dat rekening wordt gehouden met de behoeften van een
persoon van zijn of haar leeftijd.  

Ten slotte hebben gehandicapte kinderen op grond van artikel 23 IVRK
recht op bijzondere zorg met het oog op deelname aan het
gemeenschapsleven. De term "handicap" is niet gedefinieerd, maar moet
ruim worden uitgelegd.

 

Het IVRK heeft de volgende betekenis voor de maatregelen in beide
situaties die het voorstel bestrijkt: 

 

De artikelen 3, eerste en derde lid, 23, en 37, onderdelen b en c, IVRK
brengen met zich dat aan het vervoer van jeugdigen naar de rechtbank en
het verblijf in het gerechtsgebouw eisen van bijzondere zorg moeten
worden gesteld. 

Artikel 29ta, derde lid, van het wetsvoorstel geeft de minister de
bevoegdheid eisen aan de vervoerder te stellen, waaronder eisen omtrent
het door de vervoerder te gebruiken vervoermiddel. De toelichting noemt
het uiterlijk en de inrichting van het vervoermiddel en de opleiding van
het personeel.

Voor het verblijf in het gerechtsgebouw ontbreekt een bepaling.

In aanmerking genomen het belang en het gewicht van de vereisten die het
IVRK stelt, geeft de Afdeling in overweging in de toelichting in te gaan
op de omstandigheden waaronder vrijheidsbeneming tijdens het vervoer en
het verblijf in het gerechtsgebouw kan worden voortgezet op een zodanige
wijze dat naleving van het verdrag wordt gewaarborgd. Voorts adviseert
zij de wettekst daarmee in overeenstemming te brengen. 

2. Klachtrecht; rechtsbescherming

Artikel 29w Wjz bevat een klachtenregeling op grond waarvan jeugdigen
kunnen klagen bij een klachtencommissie over toepassing van maatregelen.
De regeling mondt uit in de mogelijkheid van beroep op de
beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming (RSJ). Deze beroepscommissie wordt beschouwd als
onafhankelijke rechter in de zin van het EVRM, aldus de memorie van
toelichting bij het geldende artikel 29y Wjz. Het klachtrecht heeft
betrekking op beslissingen die binnen de accommodatie jegens de jeugdige
zijn genomen en die zijn opgenomen in het hulpverleningsplan. 

De thans voorgestelde maatregelen zullen worden toegepast buiten de
accommodatie. Dat mag er echter niet aan afdoen dat ook voor die
situaties is voorzien in een adequate regeling van klachtrecht en
rechtsbescherming. De toelichting besteedt geen aandacht aan dit
onderwerp. De Afdeling adviseert daarom de toelichting op dit punt aan
te vullen, en het voorstel zo nodig aan te passen.

3.	Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij het
advies behorende bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het
voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State,

     

     

Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
betreffende no.W13.12.0044/III met redactionele kanttekeningen die de
Afdeling in overweging geeft.

In artikel 29fa, tweede lid, na "politietaak" toevoegen: , bedoeld in
artikel 2 van de Politiewet 1993.

Artikel 29ta, eerste lid, zodanig formuleren dat duidelijk wordt dat de
mogelijkheid tot het nemen van maatregelen zich richt tot de vervoerder.

Ter voorkoming van een facultatieve interpretatie artikel 29ta, tweede
lid, als volgt redigeren: De maatregelen, bedoeld in het eerste lid,
worden in het hulpverleningsplan opgenomen en worden dienovereenkomstig
ten uitvoer gelegd.  

Artikel 47, derde lid, zodanig aanpassen dat ook artikel 5:15 Awb (dat
niet gemist kan worden) van toepassing wordt op de ambtenaren, belast de
taak, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder, b, Wjz.

Aangezien de voorgestelde beperkende maatregelen en controlemaatregelen
inhoudelijk overeenkomen met de maatregelen genoemd in de artikelen 29o
en 29r Wjz, tevens voorzien in aanpassing van artikel 24, vijfdelid, Wjz
(uitzondering instemmingvereiste van de jeugdige). 

	Trb 1990, 46.

	Artikel 1 IVRK.

	Verwezen zij naar het Rapport van de Kinderombudsman van 14 februari
2012 inzake het vervoer van een minderjarige door de Dienst Vervoer en
Ondersteuning (nr. KOM0002/2012), blz. 6-7, onder verwijzing naar
General Comment 9 bij het IVRK.

	Zie ook de de Havana Rules (United Nations Rules for the Protection of
Juveniles Deprived of their Liberty; resolutie 45/113 van 14 december
1990). De Havana Rules vormen een internationaal erkend kader, dat door
Staten kan worden gebruikt voor het uitvaardigen van regelgeving voor de
vrijheidsberoving van alle personen jonger dan achttien jaar. Daarbij
gaat het zowel om strafrechtelijke als om civielrechtelijke plaatsingen,
zowel om voorlopige hechtenis als plaatsing op grond van een straf of
maatregel, en om alle overige vrijheidsberovende situaties waarin
jongeren zich kunnen bevinden (in vreemdelingenbewaring, in een
psychiatrisch ziekenhuis, op het politiebureau etc. (Handboek
Internationaal Jeugdrecht, 2005, blz. 522). Uit de Havana Rules volgt
dat transport van kinderen die van hun vrijheid zijn beroofd, de
kinderen op geen enkele wijze mag onderwerpen aan ontbering of
onwaardigheid. (Rule 26). Het vervoer moet plaatsvinden in voertuigen
met voldoende luchtverversing en licht. Verder worden eisen gesteld aan
de opleiding en vaardigheden van het personeel om integriteit,
menselijkheid en vakbekwaamheid te waarborgen. Personeelsleden moeten
zich zo gedragen dat het respect van de jeugdige wordt afgedwongen
(Rules 81 – 87). 

	Zie ook het Rapport van de Kinderombudsman van 14 februari 2012, waarin
sprake was van een lange reistijd, zonder dat de mogelijkheid bestond
uit te stappen, te eten of te drinken (blz. 9). 

	Kamerstukken II 2005/06, 30 644, nr. 3, blz. 17.

	Zie ook: Beroepscommissie Raad voor Strafrechtstoepassing en
jeugdbescherming van 15 juli 2011, zaaknr. 11/0581/JZ, waarin de
beroepscommissie de gesloten klachtenregeling heeft doorbroken door een
inbreuk op een recht dat iedere burger toekomt, te weten de lichamelijke
integriteit, ontvankelijk te verklaren. 

 PAGE    

  PAGE  2 

 PAGE   I 

AAN DE KONINGIN

........................................................................
...........