[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Eindtekst

Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel

Eindtekst

Nummer: 2012D45630, datum: 2012-11-29, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2012Z18271:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

29 november 2012



	Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de
rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de
vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel







VOORSTEL VAN WET



	Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet op
de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige
andere wetten te wijzigen in verband met de vorming van de
arrondissementen Gelderland en Overijssel;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK I. WIJZIGING VAN WETGEVING OP HET TERREIN VAN RECHTSPLEGING

ARTIKEL I

De Wet op de rechterlijke indeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt “tien rechtbanken” vervangen door: elf
rechtbanken.

2. De onderdelen c tot en met j worden geletterd d tot en met k.

3. Na onderdeel b wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

	c. de rechtbank Gelderland;

4. Onderdeel i (nieuw) komt te luiden:

	i. de rechtbank Overijssel;

B

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

	Het arrondissement Gelderland omvat het grondgebied van de provincie
Gelderland.

C

In artikel 8 vervallen “Anna Paulowna,”, “Niedorp,”,
“Wieringen,” en “Wieringermeer,” en wordt in de alfabetische
rangschikking ingevoegd: Hollands Kroon,.

D

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11

	Het arrondissement Overijssel omvat het grondgebied van de provincie
Overijssel.

E

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15

	Het ressort Arnhem-Leeuwarden omvat de volgende arrondissementen:

	a. Gelderland;

	b. Midden-Nederland;

	c. Noord-Nederland;

	d. Overijssel.

ARTIKEL II

De Wet op de rechterlijke organisatie wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 16, zesde lid, en 86, achtste lid, wordt “Bij algemene
maatregel van bestuur” telkens vervangen door: Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur.

B

In de artikelen 49, 55, eerste lid, en 68, eerste lid, eerste volzin,
wordt “de rechtbank Oost-Nederland” telkens vervangen door: de
rechtbank Gelderland.

C

Artikel 134 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding "1." geplaatst.

2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

2. Er is een arrondissementsparket in elk van de arrondissementen,
genoemd in de Wet op de rechterlijke indeling.

3. In afwijking van het tweede lid is er één arrondissementsparket in
de arrondissementen Gelderland en Overijssel gezamenlijk, genaamd
arrondissementsparket Oost-Nederland.

D

In artikel 139b wordt “de rechtbank Oost-Nederland” vervangen door:
de rechtbank Overijssel.

ARTIKEL III

In de beschrijving van de categorieën 3 en 5 in artikel 7, tweede lid,
van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt “,
Oost-Nederland en Rotterdam” telkens vervangen door: en Rotterdam en
bij het arrondissementsparket in de arrondissementen Gelderland en
Overijssel gezamenlijk.

ARTIKEL IV

De Wet herziening gerechtelijke kaart wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel CVII vervalt.

B

In de artikelen CXXI, onderdeel A, onder 4, en CXLIVa, onderdeel B,
onder 4, wordt "Oost-Nederland" telkens vervangen door: Gelderland.

C

Artikel CXLIII wordt als volgt gewijzigd:

1. De tabel in het eerste lid komt als volgt te luiden:

Rechtbank te Alkmaar	Rechtbank Noord-Holland

Rechtbank te Almelo	Rechtbank Overijssel

Rechtbank te Amsterdam	Rechtbank Amsterdam

Rechtbank te Arnhem	Rechtbank Gelderland

Rechtbank te Assen	Rechtbank Noord-Nederland

Rechtbank te Breda	Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rechtbank te Dordrecht	Rechtbank Rotterdam

Rechtbank te 's-Gravenhage	Rechtbank Den Haag

Rechtbank te Groningen	Rechtbank Noord-Nederland

Rechtbank te Haarlem	Rechtbank Noord-Holland

Rechtbank te ’s-Hertogenbosch	Rechtbank Oost-Brabant

Rechtbank te Leeuwarden	Rechtbank Noord-Nederland

Rechtbank te Maastricht	Rechtbank Limburg

Rechtbank te Middelburg	Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rechtbank te Roermond	Rechtbank Limburg

Rechtbank te Rotterdam	Rechtbank Rotterdam

Rechtbank te Utrecht	Rechtbank Midden-Nederland

Rechtbank te Zutphen	Rechtbank Gelderland

Rechtbank te Zwolle-Lelystad	Rechtbank Overijssel



2. In het tweede lid wordt "Oost-Nederland" telkens vervangen door:
Overijssel.

D

Het tweede lid alsmede de aanduiding "1." voor het eerste lid van
artikel CXLIVb vervallen.

E

In artikel CXLV, tweede lid, wordt "drie jaren" vervangen door: vijf
jaren.

HOOFDSTUK II. WIJZIGING VAN OVERIGE WETTEN

ARTIKEL V

In artikel 27, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
wordt “de rechtbanken te Leeuwarden, Arnhem, Haarlem, ’s-Gravenhage
en Breda” vervangen door: de rechtbanken Noord-Nederland, Gelderland,
Noord-Holland, Den Haag en Zeeland-West-Brabant.

ARTIKEL VI

In artikel 20, eerste lid, van de onteigeningswet wordt “binnen het
ressort der regtbank” vervangen door: binnen het rechtsgebied van de
rechtbank.

ARTIKEL VII

De Politiewet 2012 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan het slot van artikel 25, tweede lid, wordt toegevoegd: , met dien
verstande dat er één regionale eenheid in de arrondissementen
Gelderland en Overijssel gezamenlijk is.

B

In artikel 74, tweede lid, wordt "de regionale eenheid in het
arrondissement, bedoeld in artikel 11 van de Wet op de rechterlijke
indeling" vervangen door: de regionale eenheid in de arrondissementen,
bedoeld in de artikelen 5a en 11 van de Wet op de rechterlijke indeling.

ARTIKEL VIII

In artikel 9, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheid olietankschepen
wordt “de rechtbank te Rotterdam” vervangen door: de rechtbank
Rotterdam.

ARTIKEL IX

De bijlage bij de Wet griffierechten in burgerlijke zaken wordt als
volgt gewijzigd:

A

De tekst “Griffierechten bij de Sector Kanton van de rechtbank”
wordt vervangen door: Griffierechten bij de rechtbank voor kantonzaken.

B

De tekst “Griffierechten bij de Sector Civiel van de rechtbank”
wordt vervangen door: Griffierechten bij de rechtbank voor andere zaken
dan kantonzaken.

ARTIKEL X

Artikel 46d, onderdeel h, van de Wet op de ondernemingsraden wordt als
volgt gewijzigd:

A

De onderdelen 3° tot en met 10° worden vernummerd tot 4° tot en met
11°.

B

Na onderdeel 2° wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

	3°. ter zake van de rechtbank Gelderland: de rechtbank Overijssel;

C

Onderdeel 7° (nieuw) komt te luiden:

	7°. ter zake van de rechtbank Noord-Nederland: de rechtbank
Midden-Nederland;

D

Onderdeel 9° (nieuw) komt te luiden:

	9°. ter zake van de rechtbank Overijssel: de rechtbank Gelderland;

ARTIKEL XI

Artikel 111, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
wordt als volgt gewijzigd:

A

In onderdeel i wordt “behalve in zaken bij de sector kanton”
vervangen door: behalve in kantonzaken.

B

In onderdeel k wordt “anders dan bij de sector kanton” vervangen
door: anders dan een kantonzaak.

ARTIKEL XII

In artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, van het Wetboek van
Strafvordering wordt “de rechtbank Oost-Nederland” telkens vervangen
door: de rechtbank Overijssel.

HOOFDSTUK III. OVERGANGSBEPALINGEN

ARTIKEL XIII (OVERGANG LOPENDE ZAKEN NAAR NIEUWE RECHTBANKEN)

Zaken die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I
aanhangig waren bij de rechtbank Oost-Nederland, tot kennisneming
waarvan de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank
Overijssel bevoegd is, gaan van rechtswege over naar de rechtbank
Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel.

ARTIKEL XIV (OVERGANGSRECHT I.V.M. VERZET, BEROEP, HOGER BEROEP ENZ.)

Voor de toepassing van bepalingen inzake de behandeling van geschillen
ter zake van beslissingen van de rechtbank Oost-Nederland die vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van artikel I zijn genomen, tot
kennisneming waarvan de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de
rechtbank Overijssel bevoegd is, worden deze beslissingen aangemerkt als
beslissingen van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank
Overijssel.

ARTIKEL XV (OVERGANGSRECHT I.V.M. DAGVAARDINGEN, VERZOEKSCHRIFTEN EN
ANDERE PROCESSTUKKEN)

Dagvaardingen, verzoekschriften en andere processtukken in aanhangige of
aanhangig te maken zaken, tot kennisneming waarvan op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van artikel I bevoegd was de rechtbank
Oost-Nederland, tot kennisneming waarvan met ingang van de dag van
inwerkingtreding van artikel I de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk
de rechtbank Overijssel bevoegd is, worden met ingang van de dag van
inwerkingtreding van artikel I aangemerkt als processtukken in zaken tot
kennisneming waarvan de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de
rechtbank Overijssel bevoegd is.

ARTIKEL XVI (OVERDRACHT ARCHIEFBESCHEIDEN)

1. Archiefbescheiden welke op de datum van inwerkingtreding van de Wet
herziening gerechtelijke kaart overeenkomstig artikel CV van die wet
zijn overgedragen vanuit de rechtbank te Arnhem en de rechtbank te
Zutphen aan de rechtbank Oost-Nederland, worden overgedragen aan de
rechtbank Gelderland, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet
1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 

2. Archiefbescheiden welke op de datum van inwerkingtreding van de Wet
herziening gerechtelijke kaart overeenkomstig artikel CV van die wet
zijn overgedragen vanuit de rechtbank te Zwolle-Lelystad en de rechtbank
te Almelo aan de rechtbank Oost-Nederland, worden overgedragen aan de
rechtbank Overijssel, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet
1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

3. Archiefbescheiden van de rechtbank Oost-Nederland, anders dan bedoeld
in het eerste en tweede lid, betrekking hebbend op zaken tot
kennisneming waarvan met ingang van de dag van inwerkingtreding van
artikel I de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank
Overijssel bevoegd is, worden met ingang van de dag van inwerkingtreding
van artikel I overgedragen aan de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk
de rechtbank Overijssel, voor zover zij niet overeenkomstig de
Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

4. Overige archiefbescheiden van de rechtbank Oost-Nederland worden
overgedragen aan de rechtbank Gelderland, voor zover zij niet
overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een
archiefbewaarplaats.

ARTIKEL XVII (OVERGANGSRECHT FUNCTIONARISSEN RECHTBANKEN)

1. Ten aanzien van degenen voor wie op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I is vastgesteld dat zij het ambt van
senior rechter A, senior rechter, rechter, rechter-plaatsvervanger,
senior-gerechtsauditeur, gerechtsauditeur of rechterlijk ambtenaar in
opleiding vervullen bij de rechtbank Oost-Nederland, wordt die
vaststelling van rechtswege gewijzigd in de vaststelling dat zij
datzelfde ambt vervullen bij:

a. de rechtbank Gelderland, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan
de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit een
gemeente in de provincie Gelderland;

b. de rechtbank Overijssel, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan
de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit een
gemeente in de provincie Overijssel.

2. Ten aanzien van de rechters-plaatsvervangers die op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I hun ambt op basis van
een aanwijzing vervullen bij de rechtbank Oost-Nederland, wordt de
aanwijzing van rechtswege gewijzigd in dezelfde aanwijzing bij:

a. de rechtbank Gelderland, indien zij hun ambt op die basis direct
voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen
in of vanuit een gemeente in de provincie Gelderland;

b. de rechtbank Overijssel, indien zij hun ambt op die basis direct
voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen
in of vanuit een gemeente in de provincie Overijssel.

3. De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als coördinerend
vice-president senior van de rechtbank Oost-Nederland, worden van
rechtswege gewijzigd in een benoeming als coördinerend vice-president
senior van:

a. de rechtbank Gelderland, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan
de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit een
gemeente in de provincie Gelderland;

b. de rechtbank Overijssel, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan
de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit een
gemeente in de provincie Overijssel.

Artikel XIV, tweede lid, onderdeel a, van de Wet organisatie en bestuur
gerechten is van overeenkomstige toepassing. Zij worden als zodanig niet
beëdigd.

4. De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als deskundig lid
onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig lid van de pachtkamer van
de rechtbank Oost-Nederland, worden van rechtswege gewijzigd in een
benoeming als deskundig lid onderscheidenlijk plaatsvervangend deskundig
lid van de pachtkamer van:

a. de rechtbank Gelderland, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan
de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit een
gemeente in de provincie Gelderland;

b. de rechtbank Overijssel, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan
de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit een
gemeente in de provincie Overijssel.

Zij worden als zodanig niet beëdigd.

5. De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als militair lid van een
militaire kamer van de rechtbank Oost-Nederland, worden van rechtswege
gewijzigd in een benoeming als militair lid van een militaire kamer van
de rechtbank Gelderland. Zij worden als zodanig niet beëdigd.

6. De tewerkstellingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I op basis van een aanstelling in vaste
dienst werkzaam zijn bij de rechtbank Oost-Nederland in een functie,
anders dan die genoemd in het eerste tot en met vijfde of achtste lid en
niet zijnde de functie van niet-rechterlijk lid van het bestuur van die
rechtbank, worden van rechtswege gewijzigd in een tewerkstelling in
dezelfde functie bij:

a. de rechtbank Gelderland, indien voor hen direct voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I een gemeente in de provincie Gelderland
als standplaats is aangewezen;

b. de rechtbank Overijssel, voor hen direct voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I een gemeente in de provincie Overijssel
als standplaats is aangewezen.

7. Ten aanzien van degenen die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I op basis van een aanstelling in
tijdelijke dienst werkzaam zijn bij de rechtbank Oost-Nederland in een
functie, anders dan die genoemd in het eerste tot en met vijfde of
achtste lid en niet zijnde de functie van niet-rechterlijk lid van het
bestuur van die rechtbank, wordt de aanstelling van rechtswege gewijzigd
in dezelfde aanstelling bij: 

a. de rechtbank Gelderland, indien voor hen direct voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I een gemeente in de provincie Gelderland
als standplaats is aangewezen;

b. de rechtbank Overijssel, voor hen direct voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I een gemeente in de provincie Overijssel
als standplaats is aangewezen.

8. De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als buitengriffier van de
rechtbank Oost-Nederland, worden van rechtswege gewijzigd in een
benoeming als buitengriffier van: 

a. de rechtbank Gelderland, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan
de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit een
gemeente in de provincie Gelderland;

b. de rechtbank Overijssel, indien zij hun ambt direct voorafgaand aan
de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervullen in of vanuit een
gemeente in de provincie Overijssel.

Zij worden als zodanig niet beëdigd.

ARTIKEL XVIII (OVERGANGSRECHT GERECHTSBESTUURDERS)

1. De benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I als voorzitter van het bestuur van de
rechtbank Oost-Nederland is benoemd, wordt van rechtswege gewijzigd in
de benoeming als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Gelderland.

2. De benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I als niet-rechterlijk lid van het bestuur
van de rechtbank Oost-Nederland is benoemd, wordt van rechtswege
gewijzigd in de benoeming als niet-rechterlijk lid van de rechtbank
Gelderland. Hij wordt als zodanig niet beëdigd.

3. Indien het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland op de datum van
inwerkingtreding van artikel I, behalve de voorzitter, één rechterlijk
lid kent, wordt de benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I is benoemd als rechterlijk lid van het
bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, niet zijnde de voorzitter, van
rechtswege gewijzigd in de benoeming als voorzitter van het bestuur van
de rechtbank Overijssel.

4. Indien het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland op de datum van
inwerkingtreding van artikel I, behalve de voorzitter, twee rechterlijke
leden kent, worden de benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand
aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als rechterlijke
leden van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, niet zijnde de
voorzitter, van rechtswege gewijzigd in de benoeming als voorzitter van
het bestuur van de rechtbank Overijssel respectievelijk de benoeming als
rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Overijssel. In dat
geval wordt als voorzitter van de rechtbank Overijssel benoemd degene
die als eerste in het bestuur is benoemd of, bij gelijktijdige
benoeming, degene die in het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 15,
vierde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, tot benoeming van
de bestuursleden van de rechtbank Oost-Nederland, na de voorzitter, als
eerste wordt genoemd. Zij worden als zodanig niet beëdigd.

5. In afwijking van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatie
hoort de Raad voor de rechtspraak, voorafgaand aan het opstellen van de
aanbeveling voor een benoeming met ingang van de dag van
inwerkingtreding van artikel I van een lid van het bestuur van de
rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, voor
zover het niet van rechtswege wordt benoemd ingevolge het eerste tot en
met vierde lid, een commissie bestaande uit ten minste drie personen,
waaronder ten minste één rechterlijk ambtenaar en ten minste één
gerechtsambtenaar, aan te wijzen door het bestuur van de rechtbank
Oost-Nederland, met dien verstande dat alleen personen kunnen worden
aangewezen die op basis van een aanstelling bij de rechtbank
Oost-Nederland werkzaam zijn. 

6. In afwijking van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatie
stelt de commissie, bedoeld in het vijfde lid, in plaats van het bestuur
van het gerecht, de Raad voor de rechtspraak op de hoogte van de
zienswijze van de ondernemingsraad van de rechtbank Oost-Nederland.

7. In afwijking van artikel 5c van de Wet rechtspositie rechterlijke
ambtenaren wordt de aanbeveling ten behoeve van de vervulling van een
functie als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van die wet, niet zijnde
rechter-plaatsvervanger, bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk
de rechtbank Overijssel, met ingang van de dag van inwerkingtreding van
artikel I door een persoon die met ingang van diezelfde dag wordt
benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van het bestuur van de
rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, in
plaats van door het bestuur van het gerecht, opgemaakt en aan de Raad
voor de rechtspraak gezonden door de commissie, bedoeld in het vijfde
lid, in geval van vervulling van een functie bij de rechtbank
Gelderland, onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel.

8. In afwijking van artikel 5c van de Wet rechtspositie rechterlijke
ambtenaren kan de commissie, bedoeld in het vijfde lid, worden
geadviseerd door de gerechtsvergadering van de rechtbank Oost-Nederland
inzake de lijst van aanbeveling ten behoeve van de vervulling van een
functie als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van die wet, niet zijnde
rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de
rechtbank Overijssel, met ingang van de dag van inwerkingtreding van
artikel I, voor zover het kandidaten betreft die met ingang van
diezelfde dag worden benoemd als lid van het bestuur van de rechtbank
Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel en die met ingang
van diezelfde dag nog niet ingevolge artikel XVII, eerste en derde lid,
bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel
als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast werkzaam zijn.

ARTIKEL XIX (OVERGANGSRECHT RECHTSPOSITIONELE BESLISSINGEN)

Besluiten of andere handelingen van het bestuur of de president van de
rechtbank Oost-Nederland waarbij ambtenaren of gewezen ambtenaren,
bedoeld in artikel XVII, eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid,
die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I bij die
rechtbank werkzaam zijn en hun ambt gewoonlijk vervullen in of vanuit
een gemeente in de provincie Gelderland onderscheidenlijk Overijssel,
dan wel voor wie op die dag een gemeente in de provincie Gelderland
onderscheidenlijk Overijssel als standplaats is aangewezen, als zodanig
belanghebbende zijn, dan wel waarbij hun rechtverkrijgenden of nagelaten
betrekkingen belanghebbenden zijn, worden van rechtswege aangemerkt als
besluiten of andere handelingen van:

a. het bestuur of de president van de rechtbank Gelderland, indien de
betrokken ambtenaren of gewezen ambtenaren hun ambt gewoonlijk vervullen
in of vanuit een gemeente in de provincie Gelderland dan wel voor wie
een gemeente in de provincie Gelderland als standplaats is aangewezen;

b. het bestuur of de president van de rechtbank Overijssel, indien de
betrokken ambtenaren of gewezen ambtenaren hun ambt gewoonlijk vervullen
in of vanuit een gemeente in de provincie Overijssel dan wel voor wie
een gemeente in de provincie Overijssel als standplaats is aangewezen.

ARTIKEL XX (OVERGANGSRECHT WETTELIJKE PROCEDURES EN RECHTSGEDINGEN)

In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij het bestuur
onderscheidenlijk de president van de rechtbank Oost-Nederland op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is betrokken, treedt
in de plaats:

a. het bestuur onderscheidenlijk de president van de rechtbank
Gelderland, indien het een wettelijke procedure of een rechtsgeding
betreft welke betrekking heeft op een besluit of een andere handeling
waarbij een ambtenaar, bedoeld in artikel XVII, eerste tot en met
vierde, zesde en zevende lid, die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I zijn ambt gewoonlijk vervult in of vanuit
een gemeente in de provincie Gelderland dan wel voor wie op die dag een
gemeente in de provincie Gelderland als standplaats is aangewezen, als
zodanig belanghebbende is;

b. het bestuur onderscheidenlijk de president van de rechtbank
Overijssel, indien het een wettelijke procedure of een rechtsgeding
betreft welke betrekking heeft op een besluit of een andere handeling
waarbij een ambtenaar, bedoeld in artikel XVII, eerste tot en met
vierde, zesde en zevende lid, die op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I zijn ambt gewoonlijk vervult in of vanuit
een gemeente in de provincie Overijssel dan wel voor wie op die dag een
gemeente in de provincie Overijssel als standplaats is aangewezen, als
zodanig belanghebbende is;

c. het bestuur onderscheidenlijk de president van de rechtbank
Gelderland, indien het andere dan in de onderdelen a en b genoemde
wettelijke procedures en rechtsgedingen betreft.

ARTIKEL XXI (OVERGANGSRECHT KLACHTBEHANDELING)

1. In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I
aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de
Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die
op grond van artikel 26, zevende lid, van de Wet op de rechterlijke
organisatie wordt aangemerkt als een gedraging van het bestuur van de
rechtbank Oost-Nederland, treedt van rechtswege in de plaats van dat
bestuur het bestuur van:

a. de rechtbank Gelderland, indien het verzoek tot onderzoek dan wel het
ingestelde onderzoek betrekking heeft op een gedraging van een
gerechtsambtenaar, buitengriffier, gerechtsauditeur of rechterlijk
ambtenaar in opleiding die zijn werkzaamheden direct voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervult in of vanuit een
gemeente in de provincie Gelderland dan wel voor wie op die dag een
gemeente in de provincie Gelderland als standplaats is aangewezen;

b. de rechtbank Overijssel, indien het verzoek tot onderzoek dan wel het
ingestelde onderzoek betrekking heeft op een gedraging van een
gerechtsambtenaar, buitengriffier, gerechtsauditeur of rechterlijk
ambtenaar in opleiding die zijn werkzaamheden direct voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervult in of vanuit een
gemeente in de provincie Overijssel dan wel voor wie op die dag een
gemeente in de provincie Overijssel als standplaats is aangewezen.

2. In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding aan de
procureur-generaal bij de Hoge Raad is verzocht een vordering bij de
Hoge Raad in te stellen tot het doen van een onderzoek naar een
gedraging van een bij de rechtbank Oost-Nederland werkzame rechterlijk
ambtenaar met rechtspraak belast, dan wel de Hoge Raad een vordering tot
het doen van een onderzoek naar die gedraging in behandeling heeft
genomen, treedt van rechtswege in de plaats van het bestuur van de
rechtbank Oost-Nederland het bestuur van:

a. de rechtbank Gelderland, indien het verzoek tot instelling van een
vordering of de in behandeling genomen vordering betrekking heeft op een
rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, die zijn ambt op de dag
direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk
vervult in of vanuit een gemeente in de provincie Gelderland;

b. de rechtbank Overijssel, indien het verzoek tot instelling van een
vordering of de in behandeling genomen vordering betrekking heeft op een
rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, die zijn ambt op de dag
direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk
vervult in of vanuit een gemeente in de provincie Overijssel.

3. Zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I bij
het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland over een gedraging van een
bij die rechtbank werkzame ambtenaar een klacht is ingediend, dan wel
door dat bestuur een klacht in behandeling is genomen, gaan van
rechtswege over naar het bestuur van:

a. de rechtbank Gelderland, indien de klacht betrekking heeft op een
gedraging van een ambtenaar die zijn ambt op de dag direct voorafgaand
aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervult in of vanuit
een gemeente in de provincie Gelderland dan wel voor wie op die dag een
gemeente in de provincie Gelderland als standplaats is aangewezen;

b. de rechtbank Overijssel, indien de klacht betrekking heeft op een
gedraging van een ambtenaar die zijn ambt op de dag direct voorafgaand
aan de inwerkingtreding van artikel I gewoonlijk vervult in of vanuit
een gemeente in de provincie Overijssel dan wel voor wie op die dag een
gemeente in de provincie Overijssel als standplaats is aangewezen.

ARTIKEL XXII (OVERGANGSRECHT ZAAKSVERDELINGSREGLEMENT)

Het zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Oost-Nederland, bedoeld in
artikel 21 van de Wet op de rechterlijke organisatie, zoals dit luidt op
de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, en voor zover
betrekking hebbend op de zittingsplaatsen in de provincies Gelderland
onderscheidenlijk Overijssel, heeft te gelden als het
zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk
de rechtbank Overijssel. 

ARTIKEL XXIII (OVERGANGSRECHT ADVOCATUUR)

1. De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten wijst, na
daaromtrent het gevoelen te hebben ingewonnen van de orde van advocaten
in het arrondissement Oost-Nederland, zoals dat bestond vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, de personen aan die vanaf
het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I als deken of overige
leden zitting hebben in de raden van toezicht, bedoeld in artikel 22,
eerste lid, van de Advocatenwet van de arrondissementen Gelderland en
Overijssel, voor een termijn van ten hoogste drie maanden. Binnen die
termijn geven de orden in die arrondissementen uitvoering aan artikel
22, tweede lid, van de Advocatenwet.

2. Archiefbescheiden van de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad
van toezicht in het arrondissement Oost-Nederland worden overgedragen
aan:

a. de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het
arrondissement Gelderland, indien het archiefbescheiden betreft welke op
de datum van inwerkingtreding van artikel CXVI van de Wet herziening
gerechtelijke kaart overeenkomstig die bepaling zijn overgedragen vanuit
de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in de
arrondissementen Arnhem en Zutphen aan de rechtbank Oost-Nederland, voor
zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar
een archiefbewaarplaats; 

b. de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het
arrondissement Overijssel, indien het archiefbescheiden betreft welke op
de datum van inwerkingtreding van artikel CXVI van de Wet herziening
gerechtelijke kaart overeenkomstig die bepaling zijn overgedragen vanuit
de orden van advocaten onderscheidenlijk de raden van toezicht in de
arrondissementen Almelo en Zwolle-Lelystad aan de rechtbank
Oost-Nederland, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995
zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats; 

c. de orde van advocaten onderscheidenlijk de raad van toezicht in het
arrondissement Gelderland, indien het andere dan de in de onderdelen a
en b genoemde archiefbescheiden betreft, voor zover zij niet
overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een
archiefbewaarplaats.

3. De benoemingsduur van afgevaardigden en hun plaatsvervangers in het
college van afgevaardigden, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de
Advocatenwet, welke zijn gekozen in de vergadering van de orde in het
arrondissement Oost-Nederland eindigt binnen een termijn van ten hoogste
drie maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel I. Binnen die
termijn geven de orden van advocaten in de arrondissementen Gelderland
en Overijssel uitvoering aan artikel 20, eerste lid, van de
Advocatenwet.

ARTIKEL XXIV (OVERGANGSRECHT NOTARIAAT)

1. Het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie wijst,
na daaromtrent het gevoelen te hebben ingewonnen van het ringbestuur in
het arrondissement Oost-Nederland, zoals deze bestond vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, de personen aan die vanaf
het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I als voorzitter of als
lid zitting hebben in de ringbesturen in de arrondissementen Gelderland
en Overijssel voor een termijn van ten hoogste drie maanden. Binnen die
termijn geven de ringvergaderingen van de ringen in de arrondissementen
Gelderland en Overijssel uitvoering aan artikel 85 van de Wet op het
notarisambt.

2. Archiefbescheiden van de ringvergadering onderscheidenlijk het
ringbestuur in het arrondissement Oost-Nederland worden overgedragen
aan:

a. de ringvergadering onderscheidenlijk het ringbestuur in het
arrondissement Gelderland, indien het archiefbescheiden betreft welke op
de datum van inwerkingtreding van artikel CXVI van de Wet herziening
gerechtelijke kaart overeenkomstig die bepaling zijn overgedragen vanuit
de ringvergadering onderscheidenlijk het ringbestuur in de
arrondissementen Arnhem en Zutphen aan de rechtbank Oost-Nederland, voor
zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar
een archiefbewaarplaats; 

b. de ringvergadering onderscheidenlijk het ringbestuur in het
arrondissement Overijssel, indien het archiefbescheiden betreft welke op
de datum van inwerkingtreding van artikel CXVI van de Wet herziening
gerechtelijke kaart overeenkomstig die bepaling zijn overgedragen vanuit
de ringvergadering onderscheidenlijk het ringbestuur in de
arrondissementen Almelo en Zwolle-Lelystad aan de rechtbank
Oost-Nederland, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995
zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats; 

c. de ringvergadering onderscheidenlijk het ringbestuur in het
arrondissement Gelderland, indien het andere dan de in de onderdelen a
en b genoemde archiefbescheiden betreft, voor zover zij niet
overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een
archiefbewaarplaats.

HOOFDSTUK IV. SAMENLOOPBEPALINGEN

ARTIKEL XXV

Indien het bij koninklijk besluit van 24 juli 2010 ingediende voorstel
van Wet aanpassing bestuursprocesrecht (32 450) tot wet is verheven of
wordt verheven en deel A, artikel I, onderdeel CCCCC, van die wet eerder
in werking is getreden of treedt dan, onderscheidenlijk op dezelfde
datum in werking treedt als, artikel I van deze wet, wordt in artikel 8
van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht “Arnhem” telkens
vervangen door: Gelderland.

ARTIKEL XXVI

Indien het bij koninklijke boodschap van 3 juli 2012 ingediende voorstel
van Wet lokaal spoor (33 324) tot wet is verheven of wordt verheven, en
artikel 50 van die wet in werking is getreden of treedt, wordt in
artikel 50 van die wet "rechtbank te Rotterdam" vervangen door:
rechtbank Rotterdam.

ARTIKEL XXVII

Indien het bij koninklijke boodschap van 29 maart 2012 ingediende
voorstel van Wet basisregistratie personen (33 219) tot wet is verheven
of wordt verheven, en in werking is getreden of treedt, wordt in de
artikelen 2.28, eerste lid, 2.29, tweede lid, en 2.61, tweede lid, van
die wet "rechtbank te 's-Gravenhage" telkens vervangen door: rechtbank
Den Haag.

ARTIKEL XXVIII

1. Indien het bij koninklijke boodschap van 22 februari 2012 ingediende
voorstel van Wet versterking bestuur pensioenfondsen (33 182) tot wet is
verheven of wordt verheven, en artikel I van die wet eerder in werking
is getreden of treedt dan, onderscheidenlijk op dezelfde datum in
werking treedt als deze wet, wordt in artikel 108, zevende lid van de
Pensioenwet "een andere sector" vervangen door: een andere kamer.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 22 februari 2012 ingediende
voorstel van Wet versterking pensioenfondsen (33 182) tot wet is
verheven of wordt verheven, en artikel I van die wet later in werking
treedt dan deze wet, wordt in artikel I, onderdeel D, van die wet in
artikel 108, zevende lid, "een andere sector" vervangen door: een andere
kamer.

ARTIKEL XXIX

Indien het bij koninklijke boodschap van 5 december 2011 ingediende
voorstel van Beginselenwet AWBZ-zorg (33 109) tot wet is verheven of
wordt verheven, en in werking is getreden of treedt, wordt in artikel 14
van die wet "rechtbank te Rotterdam" vervangen door: rechtbank
Rotterdam.

ARTIKEL XXX

1. Indien het bij koninklijke boodschap van 24 oktober 2011 ingediende
voorstel van Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap
(33 054) tot wet is verheven of wordt verheven, en artikel I, onderdeel
J, van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan,
onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt als deze wet,
wordt in artikel 391, eerste lid van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek
"rechtbank te 's-Gravenhage" vervangen door: rechtbank Den Haag.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 24 oktober 2011 ingediende
voorstel van Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap
(33 054) tot wet is verheven of wordt verheven, en artikel I, onderdeel
J, van die wet later in werking treedt dan deze wet, wordt in artikel I,
onderdeel J, van die wet in artikel 391, eerste lid, "rechtbank te
's-Gravenhage" vervangen door: rechtbank Den Haag.

ARTIKEL XXXI

Indien het bij koninklijke boodschap van 2 december 2011 ingediende
voorstel van Reparatiewet griffierechten burgerlijke zaken (33 108) tot
wet is verheven of wordt verheven en later in werking treedt dan deze
wet dan, onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt als deze
wet, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

Artikel I, onderdeel N, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1 wordt “bij de sector kanton van de rechtbank”
telkens vervangen door: bij de rechtbank voor kantonzaken.

2. In onderdeel 2 wordt “bij de sector civiel van de rechtbank”
telkens vervangen door: bij de rechtbank voor andere zaken dan
kantonzaken.

B

Artikel II, onderdeel B, onder 1, komt te luiden:

1. In onderdeel i wordt na “in kantonzaken” ingevoegd: of zaken in
kort geding.

HOOFDSTUK V. SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL XXXII

Onze Minister van Veiligheid en Justitie zendt binnen drie jaar na
inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de
doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk in het
arrondissement Gelderland en het arrondissement Overijssel. Bij dit
verslag wordt betrokken het verslag over de doeltreffendheid en de
effecten van de Wet herziening gerechtelijke kaart in het arrondissement
Oost-Nederland, bedoeld in artikel CXLIVb, tweede lid, zoals dat luidt
op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, naar de stand
op het moment van inwerkingtreding van deze wet.

ARTIKEL XXXIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld en wat betreft artikel XVIII, vijfde
tot en met achtste lid, kan terugwerken tot en met een in dat besluit te
bepalen tijdstip.



Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Veiligheid en Justitie,

 

 

 PAGE    

 PAGE   17