33520 Adv RvSt inzake Implementatiewet richtlijn consumentenrechten
Wijziging van de Boeken 6 en 7 van het Burgerlijke Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 199/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 304/64) (Implementatiewet richtlijn consumentenrechten)
Advies Afdeling advisering Raad van State
Nummer: 2013D01781, datum: 2013-01-18, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van zaak 2013Z00811:
- Indiener: I.W. Opstelten, minister van Veiligheid en Justitie
- Medeindiener: H.G.J. Kamp, minister van Economische Zaken
- Medeindiener: J.R.V.A. Dijsselbloem, minister van Financiën
- Volgcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Volgcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken (2012-2017)
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (2010-2017)
- Stemmingen en besluiten:
-
2013-09-24 15:05 ⇒ Aangenomen. (Besluit)
- Voor 150: 50PLUS | CDA | ChristenUnie | D66 | GroenLinks | PVV | PvdA | PvdD | SGP | SP | VVD
- Tegen 0:
- 2013-09-19 15:30 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2013-06-12 13:35 ⇒ Agenderen voor plenair debat. (Besluit)
- 2013-06-04 17:00 ⇒ Aanmelden voor plenaire behandeling. (Besluit)
- 2013-02-28 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2013-02-06 14:30 ⇒ Inbrengdatum voor het verslag vastgesteld op 28 februari 2013. (Besluit)
- 2013-01-22 15:05 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (Besluit)
- 2013-01-22 15:05 ⇒ Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
-
2013-09-24 15:05 ⇒ Aangenomen. (Besluit)
- 2013-01-22 15:05: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2013-02-06 14:30: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (2010-2017)
- 2013-02-28 14:00: Wijziging van de Boeken 6 en 7 van het Burgerlijke Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 199/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 304/64) (Implementatiewet richtlijn consumentenrechten) (33520) (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (2010-2017)
- 2013-06-04 17:00: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (2010-2017)
- 2013-06-12 13:35: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2013-09-19 15:30: Implementatiewet richtlijn consumentenrechten (33 520) (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2013-09-24 15:05: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
No.W03.12.0390/II 's-Gravenhage, 5 november 2012
Bij Kabinetsmissive van 28 september 2012, no.12.002275, heeft Uwe
Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie,
mede namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en
de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van
State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende
wijziging van de Boeken 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet
handhaving consumentenbescherming en enige andere wetten in verband met
de implementatie van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en
de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot
wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn
1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van
Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement
en de Raad (PbEU L 304/64) (Implementatiewet richtlijn
consumentenrechten), met memorie van toelichting.
In het voorstel wordt de richtlijn consumentenrechten (de richtlijn)
geïmplementeerd in het Burgerlijk Wetboek (BW). Daartoe wordt een
nieuwe afdeling in Boek 6 geïntroduceerd, houdende bepalingen voor
overeenkomsten tussen handelaren en consumenten. Het merendeel van deze
bepalingen betreft de overeenkomst op afstand en de overeenkomst buiten
de verkoopruimte. De richtlijn gaat daarbij in beginsel uit van
volledige harmonisatie, waardoor geen ruimte bestaat voor meer of minder
strikte bepalingen in de nationale wetgeving, tenzij dit in de richtlijn
uitdrukkelijk anders is bepaald. Naast de implementatie van de richtlijn
wordt een aantal artikelen van de Wet op het financieel toezicht (Wft)
en Boek 7 BW die zien op de verkoop op afstand overgebracht naar de
nieuw te introduceren afdeling en wordt de Colportagewet ingetrokken. De
handhaving van de nieuwe afdeling wordt geregeld door een aanvulling van
de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc).
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking
van het wetsvoorstel, maar maakt een aantal opmerkingen van
(implementatie-)technische aard, onder meer over de geïntroduceerde
specifieke regeling voor herroeping van een aanbod door de consument.
Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het
voorstel wenselijk is.
1. Termijn voor herroeping van een aanbod door de consument
Ingevolge artikel 12 van de richtlijn heeft het herroepingsrecht voor de
overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte tot gevolg dat ook
een aanbod tot het aangaan van zo'n overeenkomst herroepbaar is. De
richtlijn maakt daarbij geen onderscheid tussen een herroepelijk en een
onherroepelijk aanbod.
Zo'n onderscheid bestaat wel in het BW. Daarom is in artikel 6:230q lid
1 BW ter implementatie van de richtlijn een afwijkende regeling
opgenomen, waarbij blijkens de toelichting beoogd is het onderscheid
tussen een herroepelijk en een onherroepelijk aanbod te handhaven. Bij
een naar de algemene regel van het BW herroepelijk aanbod, is herroeping
mogelijk tot het moment van aanvaarding van dat aanbod. Voor een aanbod
dat naar de algemene regeling onherroepelijk zou zijn, zou volgens de
toelichting van het voorstel een herroepingstermijn van 14 dagen moeten
komen te gelden. Naar het oordeel van de Afdeling wijkt het voorstel
daarmee af van de richtlijn.
De Afdeling adviseert het herroepen van een aanbod tot het aangaan van
een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte zonder beperking
mogelijk te maken. Voor zover de termijn voor het herroepen van een
aanbod in het voorstel wordt gehandhaafd, adviseert de Afdeling deze
expliciet te vermelden in de tekst van artikel 6:230q lid 1 BW.
2. Overige opmerkingen
De Afdeling maakt nog de volgende opmerkingen over het voorstel:
a. In artikel 6:193d BW is ter implementatie van de richtlijn oneerlijke
handelspraktijken vastgelegd dat een handelspraktijk misleidend is
indien er sprake is van een 'misleidende omissie' in de verstrekking van
essentiële informatie. In artikel 6:193f BW wordt informatie aangeduid
die in ieder geval als essentieel moet worden beschouwd. Een deel van
deze essentiële informatie was opgenomen in het BW ter implementatie
van de met de richtlijn consumentenrechten ingetrokken richtlijn 97/7.
Voor de verwijzing naar die informatie gelden op basis van de
concordantietabel bij de onderhavige richtlijn diverse
informatieverplichtingen, waaronder de informatieverplichting genoemd in
artikel 8, zevende lid, van de richtlijn. Artikel 8, zevende lid, van de
richtlijn wordt geïmplementeerd in artikel 6:230v lid 7 BW. In artikel
6:193f BW ontbreekt evenwel een verwijzing hiernaar.
Gelet hierop adviseert de Afdeling artikel 6:193f, onderdeel b, BW aan
te vullen met een verwijzing naar artikel 6:230v lid 7 BW.
b. Uit artikel 18, tweede lid, van de richtlijn volgt dat het stellen
van een aanvullende termijn voor nakoming van de overeenkomst
(ingebrekestelling) niet geëist kan worden indien de handelaar heeft
geweigerd de goederen te leveren. In artikel 7:19a lid 2, onder a, BW is
deze bepaling geïmplementeerd, maar uitgebreid tot al de gevallen
waarin de koper uit een mededeling van de verkoper moet afleiden dat
deze in de nakoming van de verbintenis tot aflevering zal
tekortschieten. Hiermee wordt de consument een ruimere bescherming
geboden dan waartoe de richtlijn verplicht, en wijkt het voorstel af van
het uitgangspunt van volledige harmonisatie.
Artikel 18, vierde lid, van de richtlijn stelt weliswaar dat naast de
beëindiging van de overeenkomst overeenkomstig artikel 18, tweede lid,
andere rechtsmiddelen open staan krachtens het nationale recht, maar
daarmee worden, gelet op overweging 53 van de richtlijn, andere remedies
dan de ontbinding bedoeld en niet eventuele ruimere gronden voor een
direct recht op ontbinding.
De Afdeling adviseert artikel 7:19a lid 2, onder a, BW te beperken tot
die gevallen waarin de handelaar heeft geweigerd de goederen te leveren.
c. Artikel 18, derde lid, van de richtlijn bepaalt dat bij beëindiging
van een koopovereenkomst de handelaar onverwijld alle uit hoofde van de
overeenkomst betaalde bedragen vergoedt. Voor koop op afstand en koop
buiten de verkoopruimte is deze verplichting geïmplementeerd in artikel
6:230r lid 1 BW. Voor andere koopovereenkomsten dan overeenkomsten op
afstand of buiten de verkoopruimte zal moeten worden teruggevallen op de
algemene regeling van 6:271 BW, waarin is bepaald dat als gevolg van een
ontbinding een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door partijen
ontvangen prestaties ontstaat. Hierin is niet de specifieke verplichting
van 'onverwijlde' terugbetaling opgenomen. Deze verplichting volgt
evenmin uit artikel 6:38 BW waarin is bepaald dat indien geen tijd voor
nakoming is bepaald, terstond nakoming kan worden gevorderd.
Het ontbreken van een specifieke regeling ter implementatie van artikel
18, derde lid, voor andere overeenkomsten dan overeenkomsten op afstand
of buiten de verkoopruimte, leidt er tevens toe dat een grondslag tot
handhaving op grond van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc)
ontbreekt. Zo'n grondslag is, gelet op artikel 23, tweede lid, van de
richtlijn, wel vereist.
De Afdeling adviseert alsnog te voorzien in de implementatie van artikel
18, derde lid, van de richtlijn voor alle koopovereenkomsten.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Afdeling naar de bij
het advies behorende bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het
voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State,
Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
betreffende no.W03.12.0390/II met redactionele kanttekeningen die de
Afdeling in overweging geeft.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230g lid 2, "de bepalingen over
consumentenkoop" vervangen door: de bepalingen die van toepassing zijn
op consumentenkoop.
In Artikel I de nummering van onderdelen op een niveau onder dat van
letters, in de artikelen 230g, 230o, 230p en 230s, nummeren aan de hand
van "1(, 2(, 3(", overeenkomstig de artikelen 193c, 193g en 193i van
boek 6 BW.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230h lid 2, onder b, "paragraaf 6"
vervangen door: paragrafen 1 en 6.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230h lid 5, de verwijzing naar 230i
lid 1, bezien op haar noodzaak ter implementatie van artikel 3, derde
lid, onderdeel k van de richtlijn, de verwijzing naar artikel 230k
beperken tot lid 1 van deze bepaling en de verwijzing naar artikel 230v
lid 3, uitbreiden met een verwijzing naar lid 2.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230i lid 4, "verplichting" vervangen
door "informatieverplichting" en "227a tot en met" door: 227b en.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230l, onder a en artikel 230m, onder
a, gelet op de bewoording van artikel 6:193e, onder a, BW mede gelet op
de overeenkomende Engelse taalversies van richtlijn 2011/83 en richtlijn
2005/29 en gelet op het normale spraakgebruik, "drager" vervangen door:
medium.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230n lid 4, "afdeling" vervangen
door: paragraaf.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230o lid 2, "230m onderdeel h"
vervangen door: 230m lid 1, onderdeel h,.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230o lid 3, na "deel B van de
richtlijn," invoegen "te zenden" en "te zenden aan de handelaar"
vervangen door: te doen aan de handelaar.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230p, onder d, "nakoming van de
dienst" vervangen door: nakoming van de overeenkomst.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230s lid 1, na "230o" invoegen: lid
3.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230s lid 5, onder a, "indien"
vervangen door "indien:" en "230m onderdeel h of j" vervangen door: 230m
lid 1, onderdeel h of j,.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230v lid 1, na "communicatie op
afstand" invoegen: en.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230v lid 5, "zoals" schrappen.
In Artikel I, onderdeel D, artikel 230x lid 4, onder d, "artikel 230n
van Boek 6" vervangen door: artikel 230q lid 2 van dit Boek.
In Artikel II, onderdeel C, artikel 7 lid 2, "consument" vervangen door:
natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of
beroepsactiviteit.
In Artikel II, onderdeel G, artikel 19a lid 2, onder c, na "de verkoper"
invoegen: voor het tot stand komen van de overeenkomst.
In Artikel II, onderdeel I, "een overeenkomst" vervangen door: een
dienst.
In Artikel IV, onderdeel E, tevens de zesde rij van onderdeel b van de
bijlage van de Whc schrappen.
Artikel IV aanvullen met het schrappen van de eerste rij van onderdeel d
van de bijlage van de Whc.
In Artikel V voorzien in het schrappen van de verwijzing naar afdeling
4.2.5 in de artikelen 4:2c en 4:25 Wft, het schrappen van de
definitiebepaling van het begrip "overeenkomst op afstand" in artikel
1:1 Wft, om deze vervolgens op te nemen in artikel 1 van het Besluit
Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, het aanpassen van de
verwijzing naar artikel 4:28, eerste en tweede lid, in artikel 4:20 Wft
en het schrappen van "artikel 4:29, vierde lid" in de bijlagen bij
artikelen 1:79 en 1:80 Wft.
In Artikel VII, artikel 190a, na "11," invoegen: 13,.
In Artikel VII voorzien in het schrappen van artikel 199 van de
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek.
De materie van Artikel VIII, mede gelet op aanwijzing 165a Ar, opnemen
in artikel IV als bepaling in de Wet handhaving consumentenbescherming.
Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25
oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn
93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees
Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van
Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L
304/64).
Artikel 4 van de richtlijn.
Artikel 6:219 BW biedt thans de algemene regel dat een aanbod tot het
moment van aanvaarding kan worden herroepen tenzij het aanbod een
termijn voor de aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid ervan op
een andere wijze uit het aanbod voortvloeit.
Dit onderscheid blijkt thans niet uit de verwijzing naar artikel 6:219
BW zoals die is opgenomen in het voorgestelde artikel 6:230q lid 1 BW.
Uit de toelichting blijkt dat beoogd is een herroepingstermijn te laten
gelden van 14 dagen na het aanbod van de consument. Deze termijn blijkt
evenwel niet duidelijk uit het voorgestelde artikel 6:230q lid 1 BW.
Ingevolge artikel 7, vijfde lid, jo. bijlage II van Richtlijn
2005/29/EG is de informatie genoemd in artikel 4 en 5 van richtlijn 97/7
in ieder geval essentieel. Met de huidige verwijzing in artikel 6:193f,
onderdeel b, BW naar artikel 7:46c lid 1 BW wordt enkel de informatie
genoemd in artikel 4 van richtlijn 97/7 als essentieel aangeduid. Naar
de informatie genoemd in artikel 7:46c lid 2 BW, ter implementatie van
artikel 5 van de richtlijn, wordt thans niet verwezen.
Overweging 53 luidt: "Naast het recht om de overeenkomst te beëindigen
wanneer de handelaar zijn leveringsverplichtingen met betrekking tot
goederen uit hoofde van deze richtlijn niet nakomt, kan de consument
overeenkomstig het toepasselijke nationale recht ook een beroep doen op
andere remedies, zoals het toekennen van een extra leveringstermijn, het
afdwingen van de uitvoering van de overeenkomst, het inhouden van
betaling of het eisen van schadevergoeding."
PAGE
PAGE 4
PAGE II
AAN DE KONINGIN
........................................................................
...........