[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Eindtekst

Herstel van wetstechnische gebreken in de Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten in verband met de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Veegwet aanpassing bestuursprocesrecht)

Eindtekst

Nummer: 2013D30031, datum: 2013-06-06, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2012Z18398:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

6 juni 2013



	Herstel van wetstechnische gebreken in de Algemene wet bestuursrecht en
enkele andere wetten in verband met de Wet aanpassing
bestuursprocesrecht (Veegwet aanpassing bestuursprocesrecht)







GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET



	Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

	Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

	Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enige
wetstechnische gebreken te herstellen in de Algemene wet bestuursrecht
en enkele andere wetten in verband met de Wet aanpassing
bestuursprocesrecht;

	Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 4:17 vervalt het achtste lid.

Aa

	Artikel 8:4 wordt gewijzigd als volgt:

	a. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

	c. als bedoeld in artikel 7:1a, vierde lid, 7:10, tweede, derde of
vierde lid, of 7:24, derde tot en met zesde lid,

	b. De aanhef van het tweede lid komt te luiden:

	Onverminderd hoofdstuk 2 van de bij deze wet behorende
Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak kan geen beroep worden
ingesteld tegen een besluit:

Ab

Artikel 8:45 wordt gewijzigd als volgt:

a. In het eerste lid wordt “haar” vervangen door: hem.

b. In het zesde lid, tweede volzin, wordt “rechtbank” vervangen
door: bestuursrechter.

Ac

	De tweede volzin van artikel 8:55c en van artikel 8:55d, tweede lid,
komt te luiden: De artikelen 611c en 611g van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Ad

	In artikel 8:89, eerste lid, vervalt “de belastingkamer van” en
wordt “hoogste instantie” vervangen door: hoogste aanleg.

Ae

	Aan het slot van artikel 8:110, vierde lid, wordt ingevoegd: of, indien
hij het hoger beroep behandelt met overeenkomstige toepassing van
afdeling 8.2.3, verkorten.

B

Artikel 11:2 komt te luiden:

Artikel 11:2

1. Het bedrag van de vergoeding, bedoeld in artikel 4:113, eerste lid,
en de bedragen, vastgesteld in de artikelen 8:41, tweede lid, en 8:109,
eerste lid, en krachtens de artikelen 7:15, vierde lid, 7:28, vijfde
lid, en 8:75, eerste lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari bij
regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangepast aan de
ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Daarbij worden de bedragen
rekenkundig afgerond op gehele euro’s.

2. De overige bij of krachtens deze wet vastgestelde bedragen kunnen bij
regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden aangepast
voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.

C

Bijlage 1 wordt gewijzigd als volgt: 

	a. In de alfabetische rangschikking worden ingevoegd:

	Ambtenarenwet:

	a. artikel 126, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121
van de Provinciewet

	b. artikel 126, tweede lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk
XVIII van de Provinciewet

	Archiefwet 1995: artikel 38, betreffende de toepassing van de artikelen
124, 124a en hoofdstuk XVII van de Gemeentewet

b. In de zinsnede met betrekking tot de Belemmeringenwet Privaatrecht
wordt “artikel 2.3, tweede lid, onderdelen b en c” vervangen door:
artikel 2.3, tweede lid, onderdelen a en b

c. De zinsnede met betrekking tot de Dienstenwet vervalt.

d. De zinsnede met betrekking tot de Gemeentewet komt te luiden: 

Gemeentewet:

a. de artikelen 85, tweede lid, 87a, eerste lid, 124, 124a, 155d en 268,
eerste lid

b. een beschikking tot ophouding als bedoeld in artikel 154a

c. de artikelen 278a, vierde lid, en 281, tweede lid, betreffende de
toepassing van de artikelen 124 en 124a 

e. De zinsnede met betrekking tot de Provinciewet komt te luiden: 

Provinciewet:

a. de artikelen 83, tweede lid, 121, 151d en 261, eerste lid

b. de artikelen 271a, vierde lid, en 274, tweede lid, betreffende de
toepassing van artikel 121

f. De zinsnede met betrekking tot de Vreemdelingenwet 2000 wordt
gewijzigd als volgt:

1°. onderdeel d wordt geletterd f;

2°. er worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

d. een inreisverbod als bedoeld in artikel 66a, eerste of tweede lid,
dat door middel van een zelfstandige beschikking is uitgevaardigd

e. de opheffing of tijdelijke opheffing van een inreisverbod

	g. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

	Waterwet: artikel 3.13, derde lid, betreffende de toepassing van
artikel 121 van de Provinciewet

h. Aan de zinsnede met betrekking tot de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht worden vier onderdelen toegevoegd, luidende:

c. artikel 5.2a, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121
van de Provinciewet

d. artikel 5.2a, tweede lid, betreffende de toepassing van de artikelen
124 en 124a van de Gemeentewet

	e. artikel 5.2a, derde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk
XVIII van de Provinciewet

	f. artikel 5.2a, vierde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk
XVII van de Gemeentewet

i. De zinsnede met betrekking tot de Wet gemeenschappelijke regelingen
wordt gewijzigd als volgt:

1°. in onderdeel b wordt “hoofdstuk IX” vervangen door: hoofdstuk
XI

2°. er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: 

c. artikel 116, eerste lid, betreffende de toepassing van de artikelen
124 en 124a van de Gemeentewet

	j. De zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer komt te luiden:

	Wet milieubeheer:

	a. artikel 16.31, tweede lid

b. artikel 17.15, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121
van de Provinciewet

k. De zinsnede met betrekking tot de Wet ruimtelijke ordening wordt
gewijzigd als volgt:

1°. onderdeel b komt te luiden:

b. een besluit omtrent herziening van een exploitatieplan, dat niet is
voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet
bestuursrecht, een besluit omtrent de afrekening en herberekende
exploitatiebijdragen van een exploitatieplan alsmede een besluit om geen
exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid

2°. er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: 

d. een ontheffing als bedoeld in artikel 4.1a of 4.3a

D

Artikel 1 van bijlage 2 wordt gewijzigd als volgt:

a. In de aanhef wordt na “een besluit, genomen op grond van een in dit
artikel genoemd voorschrift” ingevoegd: of anderszins in dit artikel
omschreven.

b. In de alfabetische rangschikking worden ingevoegd:

	Ambtenarenwet: 

	a. artikel 126, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121
van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het
dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

	b. artikel 126, tweede lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk
XVIII van de Provinciewet, voor zover het betreft de weigering om een
besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een
besluit tot vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een
voordracht tot vernietiging te doen

	Archiefwet 1995: 

	a. artikel 38, betreffende de toepassing van artikel 124 van de
Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het
dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap, en
betreffende de toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet voor zover
het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten

	b. artikel 38, betreffende de toepassing van hoofdstuk XVII van de
Gemeentewet, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot
vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot
vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een voordracht
tot vernietiging te doen

c. Onderdeel e in de zinsnede met betrekking tot de Gemeentewet wordt
vervangen door drie onderdelen, luidende:

e. artikel 268, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot
vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot
vernietiging

f. artikel 278, voor zover het betreft de weigering om een voordracht
tot vernietiging te doen

g. de artikelen 278a, vierde lid, en 281, tweede lid, betreffende de
toepassing van artikel 124 van de Gemeentewet voor zover het beroep niet
wordt ingesteld door de raad, het college van burgemeester en
wethouders, onderscheidenlijk de burgemeester, en betreffende de
toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet voor zover het beroep
niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de
commissaris van de Koning

d. De zinsnede met betrekking tot de Herinrichtingswet Oost-Groningen en
de Gronings-Drentse Veenkoloniën komt te luiden:

Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën:
de artikelen 20, 21, 22, 72, eerste lid, 75, en 101, derde lid

e. Onderdeel e in de zinsnede met betrekking tot de Provinciewet wordt
vervangen door drie onderdelen, luidende:

e. artikel 261, voor zover het betreft de weigering om een besluit tot
vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een besluit tot
vernietiging

f. artikel 271, voor zover het betreft de weigering om een voordracht
tot vernietiging te doen

g. de artikelen 271a, vierde lid, en 274, tweede lid, betreffende de
toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep
niet wordt ingesteld door provinciale staten, gedeputeerde staten,
onderscheidenlijk de commissaris van de Koning

f. De zinsnede met betrekking tot de Reconstructiewet Midden-Delfland
komt te luiden:

Reconstructiewet Midden-Delfland: de artikelen 36, eerste lid, 37, 44,
eerste lid, 45 en 70

g. In de alfabetische rangschikking worden ingevoegd:

Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei
2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PbEU
2008, L 152): een kennisgeving als bedoeld in artikel 22, vierde lid

Waterwet: artikel 3.13, derde lid, betreffende de toepassing van artikel
121 van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door
het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

	h. De zinsnede met betrekking tot de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht wordt gewijzigd als volgt:

	1°. onderdeel b wordt geletterd f

	2°. na onderdeel a worden vier onderdelen ingevoegd, luidende:

	b. artikel 5.2a, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121
van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het
dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

	c. artikel 5.2a, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 124
van de Gemeentewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het
dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap, en
betreffende de toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet, voor
zover het beroep niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten

d. artikel 5.2a, derde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk
XVIII van de Provinciewet, voor zover het betreft de weigering om een
besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een
besluit tot vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een
voordracht tot vernietiging te doen

	e. artikel 5.2a, vierde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk
XVII van de Gemeentewet, voor zover het betreft de weigering om een
besluit tot vernietiging te nemen en het niet tijdig nemen van een
besluit tot vernietiging en voor zover het betreft de weigering om een
voordracht tot vernietiging te doen

	i. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

	Wet gemeenschappelijke regelingen: artikel 116, eerste lid, betreffende
de toepassing van artikel 124 van de Gemeentewet voor zover het beroep
niet wordt ingesteld door het bestuur van de plusregio, en betreffende
de toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet voor zover het beroep
niet wordt ingesteld door gedeputeerde staten

j. De zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer wordt gewijzigd
als volgt:

1°. in onderdeel a vervalt “5.23, eerste lid,” en wordt toegevoegd:
en 15.51, derde lid

2°. onderdeel c komt te luiden:

c. artikel 17.15, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121
van de Provinciewet, voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het
dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

Da

In het opschrift van hoofdstuk 2 van bijlage 2 wordt “artikel 8:6”
vervangen door: artikelen 8:4, tweede lid, en 8:6.

E

Artikel 2 van bijlage 2 wordt gewijzigd als volgt:

	a. “Algemene wet bijzondere ziektekosten” wordt vervangen door:
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

b. In de alfabetische rangschikking worden ingevoegd:

	Ambtenarenwet:

	a. artikel 126, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121
van de Provinciewet, voor zover het beroep wordt ingesteld door het
dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

	b. artikel 126, tweede lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk
XVIII van de Provinciewet

	Archiefwet 1995: artikel 38, betreffende de toepassing van: 

	a. artikel 124 van de Gemeentewet, voor zover het beroep wordt
ingesteld door het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een
waterschap;

	b. artikel 124a van de Gemeentewet, voor zover het beroep wordt
ingesteld door gedeputeerde staten, en 

	c. hoofdstuk XVII van de Gemeentewet

c. In de zinsnede met betrekking tot de Belemmeringenwet Privaatrecht
wordt “artikel 2.3, tweede lid, onderdelen b en c” vervangen door:
artikel 2.3, tweede lid, onderdelen a en b

d. In de zinsnede met betrekking tot de Crisis- en herstelwet wordt
“gebiedsontwikkelingsplan” vervangen door: bestemmingsplan

e. De zinsnede met betrekking tot de Dienstenwet vervalt.

f. Aan de zinsnede met betrekking tot de Gemeentewet wordt een onderdeel
toegevoegd, luidende:

g. de artikelen 278a, vierde lid, en 281, tweede lid, betreffende de
toepassing van artikel 124 van de Gemeentewet voor zover het beroep
wordt ingesteld door de raad, het college van burgemeester en
wethouders, onderscheidenlijk de burgemeester, en betreffende de
toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet voor zover het beroep
wordt ingesteld door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de
commissaris van de Koning

	g. De zinsnede met betrekking tot de Herinrichtingswet Oost-Groningen
en de Gronings-Drentse Veenkoloniën komt te luiden:

	Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën:
de artikelen 13, eerste lid, en 74, eerste, tweede, derde en vijfde lid

	h. Aan de zinsnede met betrekking tot de Provinciewet wordt een
onderdeel toegevoegd, luidende:

	e. de artikelen 271a, vierde lid, en 274, tweede lid, betreffende de
toepassing van artikel 121 van de Provinciewet, voor zover het beroep
wordt ingesteld door provinciale staten, gedeputeerde staten,
onderscheidenlijk de commissaris van de Koning

	i. De zinsnede met betrekking tot de Reconstructiewet Midden-Delfland
komt te luiden:

	Reconstructiewet Midden-Delfland: artikel 72, eerste tot en met derde
lid

	j. De zinsnede met betrekking tot de Waterschapswet wordt gewijzigd als
volgt:

	1°. de onderdelen b en c worden geletterd c en d;

	2°. er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

	b. artikel 21, eerste lid

	k. De zinsnede met betrekking tot de Waterwet wordt gewijzigd als
volgt:

	1°. de onderdelen a en b worden geletterd b en c;

	2°. er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

	a. artikel 3.13, derde lid, betreffende de toepassing van artikel 121
van de Provinciewet, voor zover het beroep wordt ingesteld door het
dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

l. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

	Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:

	a. artikel 5.2a, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 121
van de Provinciewet, voor zover het beroep wordt ingesteld door het
dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

	b. artikel 5.2a, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 124
van de Gemeentewet voor zover het beroep niet wordt ingesteld door het
dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap, en
betreffende de toepassing van artikel 124a van de Gemeentewet voor zover
het beroep wordt ingesteld door gedeputeerde staten

	c. artikel 5.2a, derde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk
XVIII van de Provinciewet

	d. artikel 5.2a, vierde lid, betreffende de toepassing van hoofdstuk
XVII van de Gemeentewet

m. De zinsnede met betrekking tot de Wet gemeenschappelijke regelingen
komt te luiden:

Wet gemeenschappelijke regelingen: 

a. de artikelen 99, eerste lid, 100, eerste lid, 103b, 103c, eerste lid,
en 114

b. artikel 116, eerste lid, betreffende de toepassing van artikel 124
van de Gemeentewet voor zover het beroep wordt ingesteld door het
bestuur van de plusregio, en betreffende de toepassing van artikel 124a
van de Gemeentewet voor zover het beroep wordt ingesteld door
gedeputeerde staten

n. In de zinsnede met betrekking tot de Wet luchtvaart wordt na
“8a.50a,” ingevoegd: 8a.54,

o. In de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer wordt een
onderdeel toegevoegd, luidende:

d. artikel 17.15, tweede lid, betreffende de toepassing van artikel 121
van de Provinciewet, voor zover het beroep wordt ingesteld door het
dagelijks bestuur of het algemeen bestuur van een waterschap

p. In de zinsnede met betrekking tot de Wet ruimtelijke ordening wordt
een onderdeel toegevoegd, luidende: 

i. een ontheffing als bedoeld in artikel 4.1a of 4.3a, voor zover die
ontheffing betrekking heeft op een bestemmingsplan of een provinciaal
inpassingsplan

F

	Artikel 4 van bijlage 2 wordt gewijzigd als volgt:

	a. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

	Bankwet 1998: artikel 12, vierde lid, voor zover het een schorsing of
ontheffing van een directeur betreft

	b. De zinsnede met betrekking tot de Sanctiewet 1977 vervalt.

	c. In de zinsnede met betrekking tot de Wet inkomstenbelasting 2001
wordt “Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie”
vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken.

	d. In de zinsnede met betrekking tot de Wet op het financieel toezicht
wordt aan het begin van onderdeel a ingevoegd: artikel 1:26, eerste en
tweede lid,

e. Aan het slot van de zinsnede met betrekking tot de Wet vermindering
afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt
toegevoegd: , tenzij toepassing of mede toepassing is gegeven aan
artikel 26

Fa

	In het opschrift van hoofdstuk 3 van bijlage 2 wordt “8:7, vierde
lid” vervangen door: 8:7, derde lid.

Fb

In artikel 6 van bijlage 2 wordt in de zinsnede met betrekking tot de
Vreemdelingenwet 2000 “beroepen tegen besluiten als bedoeld in artikel
71 van die wet” vervangen door: het beroep.

Fc

	Artikel 7 van bijlage 2 wordt gewijzigd als volgt:

	a. De zinsnede “Wet van ... tot wijziging van de Elektriciteitswet
1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op
het gebied van elektriciteit en gas) (Stb. ..., ...): artikel XX”
wordt vervangen door: Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de
Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen
en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas) (Stb. 2012,
334): artikel XX

b. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

	Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen: een besluit genomen door een van de in artikel 30,
eerste lid, genoemde bestuursorganen, waarin toepassing of mede
toepassing is gegeven aan artikel 26

G

In artikel 9 van bijlage 2:

a. wordt in de zinsneden met betrekking tot het Besluit bovenwettelijke
werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs en het
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel “Onze Minister
van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie” vervangen door: Onze
Minister van Economische Zaken

b. wordt in de zinsnede met betrekking tot het Besluit ziekte en
arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs
“besluiten” vervangen door “betreft een besluit” en wordt
“Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie”
vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken

c. wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd:

Wet participatiebudget

H

[vervallen]

I

	Artikel 11 van bijlage 2 wordt gewijzigd als volgt:

	a. in de alfabetische rangschikking worden ingevoegd:

	Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie: hoofdstuk 3

Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte
subsidies, voor zover de boete is opgelegd ter zake van het niet voldoen
aan een bijzondere meldingsplicht die is verbonden aan een krachtens de
Kaderwet EZ-subsidies verstrekte subsidie

Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen: een besluit genomen door een van de in artikel 30,
eerste lid, genoemde bestuursorganen, waarin toepassing of mede
toepassing is gegeven aan artikel 26

b. de zinsnede “Wet van ... tot wijziging van de Elektriciteitswet
1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op
het gebied van elektriciteit en gas) (Stb. ..., ...): artikel XX”
wordt vervangen door: Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de
Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen
en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas) (Stb. 2012,
334): artikel XX

J

In artikel 2 van bijlage 3 wordt in de zinsneden met betrekking tot het
Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel
primair onderwijs, het Besluit Werkloosheid onderwijs- en
onderzoekpersoneel en het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor
onderwijspersoneel primair onderwijs “Onze Minister van Economische
Zaken, Landbouw en Innovatie” vervangen door: Onze Minister van
Economische Zaken

ARTIKEL Ia

	De Wet aanpassing bestuursprocesrecht wordt gewijzigd als volgt:

A

	In deel A, artikel I, onderdeel CCCCC, bijlage 2, artikel 10, vervalt
de zinsnede met betrekking tot de Wet inburgering.

B

	In deel B, artikel XLIX, vervalt onderdeel 1. 

ARTIKEL II

De Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt gewijzigd als volgt:

A

	Afdeling 3 van hoofdstuk V wordt vernummerd tot afdeling 4.

B

	In artikel 28, tweede lid, wordt "artikel 8:55, zevende lid" vervangen
door: artikel 8:55, zevende lid, onderdelen a en b.

ARTIKEL III

In artikel 142, tweede lid, van de Mijnbouwwet wordt “hoofdstuk V,
afdelingen 2 en 3, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen”
vervangen door: hoofdstuk V, afdelingen 2 en 4, van de Algemene wet
inzake rijksbelastingen.

ARTIKEL IV

De Vreemdelingenwet 2000 wordt gewijzigd als volgt:

A

Na artikel 71 wordt een artikel ingevoegde, luidende:

Artikel 71a

1. In afwijking van artikel 8:89, tweede lid, van de Algemene wet
bestuursrecht is de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd tot
behandeling van een verzoek als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van
die wet tot vergoeding van schade die een vreemdeling lijdt als gevolg
van een onrechtmatig besluit ten aanzien van deze vreemdeling als
zodanig.

2. In afwijking van artikel 8:94, eerste lid, van de Algemene wet
bestuursrecht is artikel 8:10a, eerste tot en met derde lid, van die wet
niet van overeenkomstige toepassing indien het verzoek wordt behandeld
door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

B

Artikel 72a komt te luiden:

Artikel 72a

Artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van
overeenkomstige toepassing op een verzoek tot vergoeding van schade die
een vreemdeling lijdt als gevolg van een onrechtmatige handeling van dit
bestuursorgaan ten aanzien van deze vreemdeling als zodanig. Artikel 71a
is van overeenkomstige toepassing.

C

	Artikel 83a komt te luiden:

Artikel 83a

1. Op het hoger beroep zijn de titels 8.1 tot en met 8.3 van de Algemene
wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van
de artikelen 8:1 tot en met 8:5, 8:6, eerste lid, 8:7 tot en met 8:9,
8:10a, eerste tot en met derde lid, 8:13, 8:41, tweede lid, 8:54, tweede
lid, 8:55, en 8:74, voor zover in deze wet niet anders is bepaald.

2. Artikel 8:108, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
is niet van toepassing.

3. Deze afdeling, met uitzondering van artikel 86, is van
overeenkomstige toepassing op het incidenteel hoger beroep. Voor zover
nodig in afwijking van artikel 8:110 van de Algemene wet bestuursrecht
zijn de termijnen voor het instellen van incidenteel hoger beroep als
bedoeld in het tweede lid van dat artikel en voor het naar voren brengen
van de zienswijze, bedoeld in het derde lid van dat artikel, gelijk aan
de termijn voor het instellen van hoger beroep.

4. De artikelen 8:110 tot en met 8:112 van de Algemene wet bestuursrecht
zijn niet van toepassing op een hoger beroep:

a. als bedoeld in artikel 95, eerste lid;

b. inzake een terugkeerbesluit of een inreisverbod, tenzij dat besluit
of verbod deel uitmaakt van of wordt opgelegd tegelijk met het besluit
op een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14,
20, 28 of 33, dan wel ingevolge artikel 6:19 van de Algemene wet
bestuursrecht wordt betrokken bij het hoger beroep tegen een dergelijk
besluit.

D

Artikel 87 vervalt.

ARTIKEL V

In de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige
besluiten vervallen de onderdelen B en D van artikel III
(Vreemdelingenwet).

ARTIKEL VI

Artikel 13a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving
verkeersvoorschriften wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt “7:28, tweede lid, eerste volzin, derde en
vierde lid” vervangen door: 7:28, tweede, vierde en vijfde lid.

2. Onder vernummering van het vierde lid tot derde lid worden het tweede
en derde lid vervangen door:

2. In geval van een veroordeling in de kosten ten behoeve van een partij
aan wie ter zake van het beroep bij de kantonrechter, het bezwaar of het
administratief beroep een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de
rechtsbijstand, wordt het bedrag van de kosten betaald aan de
rechtsbijstandverlener. De rechtsbijstandverlener stelt de
belanghebbende zoveel mogelijk schadeloos voor de door deze voldane
eigen bijdrage. De rechtsbijstandverlener doet aan de Raad voor
rechtsbijstand opgave van een kostenvergoeding door het bestuursorgaan.

ARTIKEL VII

De Wet milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 16.31, tweede lid, vervalt de tweede volzin.

B

In artikel 17.15, tweede lid, wordt “De artikelen 121 tot en met 121g
van de Provinciewet” vervangen door: De artikelen 121 tot en met 121f
van de Provinciewet.

C

Artikel 20.2 vervalt.

D

In artikel 20.3, eerste lid, wordt “artikel 7:1, eerste lid, onderdeel
d, van de Algemene wet bestuursrecht” vervangen door: artikel 7:1,
eerste lid, onderdeel d of e, van de Algemene wet bestuursrecht.

E

Artikel 20.5a wordt gewijzigd als volgt:

1. De eerste volzin van het eerste lid komt te luiden: De Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State voegt de behandeling van bij
haar aanhangige zaken over een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld
in artikel 16.24, eerste lid, die op dezelfde handelsperiode betrekking
hebben.

2. In het tweede lid wordt “aan artikel 8:51a, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht en aan artikel 36, zesde lid, van de Wet op
de Raad van State” vervangen door “aan artikel 8:51d van de Algemene
wet bestuursrecht” en wordt “de tussenuitspraak, als bedoeld in
artikel 8:80a” vervangen door: de tussenuitspraak, bedoeld in artikel
8:80a.

3. Het vierde lid vervalt.

ARTIKEL VIII

De tweede volzin van artikel 7.67 van de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek wordt vervangen door twee volzinnen,
luidende: Dat bedrag wordt jaarlijks met ingang van 1 januari bij
regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangepast aan de
ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Daarbij wordt het bedrag
rekenkundig afgerond op gehele euro’s.

ARTIKEL IX

[vervallen]

ARTIKEL X

Artikel 2.3, twaalfde lid, van de Crisis- en herstelwet komt te luiden:

12. Indien voor de uitvoering van werken als bedoeld in het tweede lid,
onderdelen a en b, toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrecht
noodzakelijk is, geldt in plaats van artikel 4 van die wet dat de
werking van een besluit als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel
3, tweede lid, van die wet wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is
verstreken. 

ARTIKEL Xa 

In artikel 3.1, derde lid, van de Wet van 28 maart 2013 tot wijziging
van de Crisis- en herstelwet en diverse andere wetten in verband met het
permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van
enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht wordt
“artikel 2.2.1, onderdelen A en E” vervangen door: artikel 2.2.1,
onderdelen F en J.

ARTIKEL XI

Artikel VIII van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet
inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de
eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430)
vervalt.

ARTIKEL XIa

In artikel 126, eerste lid, van de Ambtenarenwet wordt “de artikelen
121 tot en met 121g van de Provinciewet” vervangen door: de artikelen
121 tot en met 121f van de Provinciewet.

ARTIKEL XIb

In artikel 38 van de Archiefwet 1995 wordt “de artikelen 124, 124a,
124c tot en met 124i” vervangen door: de artikelen 124, 124a, 124c tot
en met 124h.

ARTIKEL XIc

De tweede volzin van artikel 12, vijfde lid, van de Bankwet 1998
vervalt.

ARTIKEL XId

In de artikelen 278a, vierde lid, en 281, tweede lid, van de Gemeentewet
wordt “De artikelen 124 tot en met 124i” telkens vervangen door: De
artikelen 124 tot en met 124h.

ARTIKEL XIe

In artikel 1, eerste lid, van de Noodwet voedselvoorziening wordt de
puntkomma aan het slot van de omschrijving van “bedrijfslichaam”
vervangen door een punt en vervalt “College: College van Beroep voor
het bedrijfsleven.”

ARTIKEL XIf

In artikel 16 van de Ontgrondingenwet wordt “artikel 7:1, eerste lid,
onder d, van de Algemene wet bestuursrecht” vervangen door: artikel
7:1, eerste lid, onder d of e, van de Algemene wet bestuursrecht.

ARTIKEL XIg

In artikel 1, eerste lid, van de Prijzennoodwet wordt de puntkomma aan
het slot van de omschrijving van “Onze Minister” vervangen door een
punt en vervalt “College: het College van Beroep voor het
bedrijfsleven.”

ARTIKEL XIh

In de artikelen 271a, vierde lid, en 274, tweede lid, van de
Provinciewet wordt “De artikelen 121 tot en met 121g” telkens
vervangen door: De artikelen 121 tot en met 121f.

ARTIKEL XIi

In afdeling 7 van de Sanctiewet 1977 wordt voor artikel 14a een artikel
ingevoegd, luidende:

Artikel 14

1. Deze wet, met uitzondering van de artikelen 4,   HYPERLINK
"http://wetten.overheid.nl/BWBR0003296/geldigheidsdatum_07-01-2012" \l
"Afdeling5_Artikel10"  10, tweede en derde lid , en 10a tot en met 11,
is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius
en Saba, met inachtneming van het in deze afdeling bepaalde.

2. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

ARTIKEL XIj

In artikel 1 van de Wedervergeldingswet zeescheepvaart vervalt
“College: het College van Beroep voor het bedrijfsleven;”

ARTIKEL XIk

In artikel 3.13, derde lid, van de Waterwet vervalt “en 121g”.

ARTIKEL XIl

Artikel 5.2a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt als
volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt “de artikelen 121 tot en met 121g van de
Provinciewet” vervangen door: de artikelen 121 tot en met 121f van de
Provinciewet.

2. In het tweede lid wordt “de artikelen 124, 124a en 124c tot en met
124i van de Gemeentewet” vervangen door: de artikelen 124, 124a en
124c tot en met 124h van de Gemeentewet.



ARTIKEL XIm

In artikel 7 van de Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door
ministers verstrekte subsidies vervalt het tweede lid.

ARTIKEL XIn

Het vierde lid van artikel 2a van de Wet ammoniak en veehouderij komt te
luiden: 

4. Indien de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur of van een
beschermd gebied als bedoeld in artikel 10, eerste lid, of artikel 10a,
eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 wordt gewijzigd, wijzigen
provinciale staten het in artikel 2, eerste lid, bedoelde besluit, voor
zover dat noodzakelijk is om te voldoen aan artikel 2. Op de wijziging
van het besluit zijn het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige
toepassing.

ARTIKEL XIo

In artikel 68 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP
wordt “artikel 8:1, eerste lid,” vervangen door: artikel 8:1.

ARTIKEL XIp

De Wet gemeenschappelijke regelingen wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 103f vervallen het eerste en tweede lid, alsmede de
aanduiding “3.” 

B

In artikel 116, eerste lid, wordt “124c tot en met 124i” vervangen
door: 124c tot en met 124h.

C

Artikel 126, onderdeel d, komt te luiden:

d. artikel 7, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES
niet van toepassing is op een ontslagbesluit als bedoeld in artikel 16,
vijfde lid;

ARTIKEL XIq

In artikel 60 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt “artikel 8:1, eerste
lid,” vervangen door: artikel 8:1.

ARTIKEL XIr

In artikel 60 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt “artikel 8:1, eerste
lid,” vervangen door: artikel 8:1.

ARTIKEL XIs

In artikel 88f, eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt "rechtbank" vervangen door:
bestuursrechter.

ARTIKEL XIt

De tweede volzin van artikel 1:26, derde lid, van de Wet op het
financieel toezicht vervalt.

ARTIKEL XIu

In artikel 1 van de Wet vervoer over zee vervalt “College: het College
van Beroep voor het bedrijfsleven;”

ARTIKEL XIv

In artikel 79 van de Wet werk en bijstand wordt “artikel 8:1, eerste
lid,” vervangen door: artikel 8:1.

ARTIKEL XIw

In artikel 109, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen wordt "rechtbank" vervangen door: bestuursrechter.

ARTIKEL XIx

In artikel 75f, eerste lid, van de Ziektewet wordt "rechtbank" vervangen
door: bestuursrechter.

ARTIKEL XIy

Indien het bij koninklijke boodschap van 20 december 2011 ingediende
voorstel tot wijziging van de Wet aanvullende regels veiligheid
wegtunnels in verband met het vaststellen van een veiligheidsnorm en het
stellen van regels omtrent het gebruik van gestandaardiseerde
uitrustingen en in verband met wijzigingen in het totstandkomingsproces
van wegtunnels (Kamerstukken 33 125) tot wet is of wordt verheven en
artikel I, onderdeel G, onder 1, van die wet in werking is getreden of
treedt, wordt in de alfabetische rangschikking van artikel 2 van bijlage
2 van de Algemene wet bestuursrecht ingevoegd: 

Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels: artikel 8, eerste lid,
voor zover het een vergunning betreft voor een tunnel die deel uitmaakt
van een tracébesluit als bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet

ARTIKEL XII

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL XIII

Deze wet wordt aangehaald als: Veegwet aanpassing bestuursprocesrecht.



Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Veiligheid en Justitie,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Minister van Veiligheid en Justitie,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

 

 

 PAGE    

 PAGE   15