[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [πŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [πŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

33572, bijgewerkt t/m nr.7 (NvW d.d. 6 november 2013)

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de herziening van de regels over werking van de strafwet buiten Nederland (herziening regels betreffende extraterritoriale rechtsmacht in strafzaken)

Bijgewerkte tekst

Nummer: 2013D44025, datum: 2013-11-06, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2013Z04759:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (πŸ”— origineel)


Bijgewerkt tot en met nr. 07 (NvW 6 november 2013)

33 572	Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de
herziening van de regels over werking van de strafwet buiten Nederland
(herziening regels betreffende extraterritoriale rechtsmacht in
strafzaken)







Nr. 2	VOORSTEL VAN WET



	Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels
met betrekking tot de toepasselijkheid van de strafwet op strafbare
feiten die buiten Nederland begaan zijn te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I 

Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 4 tot en met 8 worden vervangen door de volgende artikelen:

Artikel 4 

De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten
Nederland schuldig maakt:

a. aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 92 tot en met
96, 97a, 98 tot en met 98c, 105 en 108 tot en met 110;

b. aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 131 tot en met
134 en 189, indien het strafbare feit of het misdrijf waarvan in die
artikelen wordt gesproken, een misdrijf is als onder a bedoeld;

c. aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 208 tot en met
214 en 216 tot en met 223; 

d. aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 225 tot en met
227b en 232 indien het strafbare feit is gepleegd tegen een Nederlandse
overheidsinstelling;

e. aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 381 tot en met
385b, 409 en 410 of aan de overtreding omschreven in artikel 446a;

f. aan het misdrijf omschreven in artikel 207a.

Artikel 5 

1. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op een ieder die zich buiten
Nederland schuldig maakt aan een misdrijf tegen een Nederlander, een
Nederlandse ambtenaar, een Nederlands voertuig, vaartuig of
luchtvaartuig, voor zover op dit feit naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van ten minste acht jaren is gesteld en daarop door
de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld.

2. Met een Nederlander wordt voor de toepassing van het eerste lid
gelijkgesteld de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of
verblijfplaats heeft. 

Artikel 6 

1. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op een ieder die zich buiten
Nederland schuldig maakt aan een feit voor zover een bij algemene
maatregel van bestuur aangewezen verdrag of besluit van een
volkenrechtelijke organisatie tot het vestigen van rechtsmacht over dat
feit verplicht. 

2. In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid,
worden de feiten omschreven met betrekking tot welke de bij de maatregel
aangewezen verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties tot
de vestiging van rechtsmacht verplichten. 

Artikel 7 

1. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich
buiten Nederland schuldig maakt aan een feit dat door de Nederlandse
strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land
waar het begaan is, straf is gesteld.

2. De Nederlandse strafwet is voorts toepasselijk op de Nederlander die
zich buiten Nederland schuldig maakt: 

a. aan een van de misdrijven omschreven in de Titels I en II van het
Tweede Boek en in de artikelen 192a tot en met 192c, 197a tot en met
197c, 206, 237, 272 en 273;

b. aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 177, 177a, 178,
180, 189, 200, 285a en 361, voor zover het feit gericht is tegen de
rechtspleging van het Internationaal Strafhof;

c. aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 240b en 242 tot
en met 250;

d. aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 300 tot en met
303, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon
van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet
heeft bereikt; 

e. aan het misdrijf omschreven in artikel 284.

3. Met een Nederlander wordt voor de toepassing van het eerste en het
tweede lid, onder b tot en met e, gelijkgesteld de vreemdeling die na
het plegen van het feit Nederlander wordt alsmede, voor de toepassing
van het eerste en tweede lid, de vreemdeling die in Nederland een vaste
woon- of verblijfplaats heeft. 

Artikel 8

De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlandse ambtenaar die
zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven
omschreven in Titel XXVIII van het Tweede Boek.

Artikel 8a

De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de schipper en opvarenden van
een Nederlands vaartuig die zich buiten Nederland, ook buiten boord,
schuldig maken aan een van de strafbare feiten omschreven in Titel XXIX
van het Tweede Boek en Titel IX van het Derde Boek.

Artikel 8b

1. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op een ieder tegen wie de
strafvervolging door Nederland van een vreemde staat is overgenomen op
grond van een verdrag waaruit de bevoegdheid tot strafvervolging voor
Nederland volgt.

2. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op een ieder tegen wie de
strafvervolging door het Nederlands openbaar ministerie is overgenomen
op grond van een daartoe strekkend verzoek van het openbaar ministerie
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. De Nederlandse strafwet is voorts toepasselijk op een ieder wiens
uitlevering ter zake van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf
ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf
ontoelaatbaar is verklaard, afgewezen of geweigerd. 

4. De Nederlandse strafwet is voorts toepasselijk op een ieder tegen wie
de strafvervolging door Nederland is overgenomen op verzoek van een
krachtens verdrag of besluit van een door een volkenrechtelijke
organisatie ingesteld internationaal gerecht. 

Artikel 8c

De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de vreemdeling die zich
buiten Nederland schuldig maakt aan een misdrijf waarop naar de
wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten minste acht jaren is
gesteld, indien deze vreemdeling zich in Nederland bevindt en:

a. uitlevering ter zake van dit misdrijf is geweigerd op een grond die
niet tevens inhoudt dat naar Nederlands recht geen vervolging kan
plaatshebben, of

b. uitlevering ter zake van dit misdrijf wegens het ontbreken van een
verdragsrelatie niet mogelijk is, voor zover op het feit door de wet van
het land waar het begaan is, straf is gesteld.

Artikel 8d

De toepasselijkheid van de artikelen 2 tot en met 8c wordt beperkt door
de uitzonderingen in het volkenrecht erkend.

B

Na artikel 86a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 86b 

Voor de toepassing van Titel I van dit Boek wordt onder het hebben van
een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland verstaan het rechtmatig
verblijven in Nederland gedurende een onafgebroken periode van vijf jaar
of langer. 

ARTIKEL II

In artikel 9, derde lid, van de Uitleveringswet wordt β€˜de artikelen
2-8’ vervangen door: de artikelen 2 tot en met 8d.

ARTIKEL III

In artikel 9, derde lid, van de Overleveringswet wordt β€˜de artikelen 2
tot en met 8’ vervangen door: de artikelen 2 tot en met 8d.

ARTIKEL IV

1. De artikelen 5, 7, derde lid, en 8c van het Wetboek van Strafrecht
zijn toepasselijk op feiten die voor de inwerkingtreding van deze wet
zijn gepleegd voor zover zij ten tijde van het handelen of nalaten
strafbaar waren in het land waar zij zijn begaan. 

2. Het eerste lid is niet van toepassing op feiten die ten tijde van het
handelen of nalaten een misdrijf waren overeenkomstig de algemene
rechtsbeginselen die door beschaafde volken worden erkend.

ARTIKEL V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Veiligheid en Justitie,

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

 

 

 PAGE    

 PAGE   2