Vragen met betrekking tot economisch bestuur eurozone
Brief lid / fractie
Nummer: 2014D06187, datum: 2014-02-18, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.Z. Merkies, Tweede Kamerlid (Ooit SP kamerlid)
- Mede ondertekenaar: Y.J. van Hijum, Tweede Kamerlid (Ooit Nieuw Sociaal Contract kamerlid)
Onderdeel van zaak 2014Z03103:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiƫn
- Stemmingen en besluiten:
- 2014-02-19 15:30 ā De commissie heeft kennisgenomen van recente berichten in het Financieele Dagblad over uitspraken van de minister van FinanciĆ«n over versterking van het economisch bestuur binnen de eurozone. Besloten wordt de minister om een brief te verzoeken waarin enkele vragen van de commissie worden beantwoord (zie de vragen in de noot). (Besluit)
- 2014-02-19 15:30: Procedurevergadering Financiƫn (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiƫn
Preview document (š origineel)
Van: Merkies A.
Verzonden: dinsdag 18 februari 2014 23:42
Aan: Nieuwenhuizen van C.
CC: Berck R.F.
Onderwerp: Voor procedurevergadering: Vragen met
betrekking tot economisch bestuur eurozone
Geachte voorzitter, beste Cora,
Graag zou ik morgen, mede namens collega Eddy van Hijum (CDA), tijdens de rondvraag van de procedurevergadering van de vaste Kamercommissie Financiƫn willen voorstellen om de minister van Financiƫn om opheldering te vragen over zijn uitlatingen in het FD (18-2) over versterking van het economisch bestuur binnen de eurozone. Daarbij willen wij graag antwoord op de volgende vragen:
1. Is het de opvatting van het hele kabinet dat het economisch bestuur van de eurozone āeffectiever en dwingenderā moet worden en dat gestreefd moet worden naar āgecoƶrdineerde gezamenlijke hervormingenā?
2. Hoe moet de beoogde nauwere samenwerking tussen de ministers van Financiƫn, Economische en Sociale Zaken er met het oog op deze meer dwingende coƶrdinatie uit gaan zien?
3. Op welke wijze zouden lidstaten een grotere invloed moeten krijgen op hervormingen op het terrein van product- en dienstenmarkten en arbeidsmarkten van andere landen? Beoogt de minister een (nog) verdergaande stap dan het opstellen van lidstaatcontracten?
Met vriendelijke groet,
Arnold Merkies