[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Eindtekst

Implementatie van richtlijn nr. 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (PbEU L 142)

Eindtekst

Nummer: 2015D05760, datum: 2015-02-18, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2014Z02872:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)




De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

10 juni 2014



	Implementatie van richtlijn nr. 2012/13/EU van het Europees Parlement
en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in
strafprocedures (PbEU L 142)







VOORSTEL VAN WET



	Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die dezen zullen zien of horen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de richtlijn nr. 2012/13/EU
van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het
recht op informatie in strafprocedures (PbEU L 142) noodzaakt tot
wijziging van het Wetboek van Strafvordering en enkele andere wetten;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 27b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 27c

1. Aan de verdachte wordt bij zijn staandehouding of aanhouding
medegedeeld ter zake van welk strafbaar feit hij als verdachte is
aangemerkt. Buiten gevallen van staandehouding of aanhouding wordt de
verdachte deze mededeling uiterlijk voorafgaand aan het eerste verhoor
gedaan.

2. Aan de verdachte die niet is aangehouden, wordt voorafgaand aan zijn
eerste verhoor, onverminderd artikel 29, tweede lid, mededeling gedaan
van het recht op rechtsbijstand, bedoeld in artikel 28, eerste lid, en,
indien van toepassing, het recht op vertolking en vertaling, bedoeld in
artikel 27, vierde lid.

3. Aan de aangehouden verdachte wordt onverwijld na zijn aanhouding en
in ieder geval voorafgaand aan zijn eerste verhoor schriftelijk
mededeling gedaan van:

a. het recht om de in het eerste lid bedoelde informatie te ontvangen;

b. de in het tweede lid bedoelde rechten;

c. het bepaalde in artikel 29, tweede lid;

d. het recht op kennisneming van de processtukken op de wijze bepaald in
de artikelen 30 tot en met 34;

e. de termijn waarbinnen de verdachte, voor zover hij niet in vrijheid
is gesteld, krachtens dit wetboek voor de rechter-commissaris wordt
geleid;

f. de mogelijkheden om krachtens dit wetboek om opheffing of schorsing
van de voorlopige hechtenis te verzoeken;

g. de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechten.

4. Aan een verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende
beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke
taal gedaan.

5. In het proces-verbaal wordt melding gemaakt van de mededeling van
rechten.

B

In artikel 44, tweede lid, wordt na de zinsnede “de dagvaarding ter
terechtzitting,” ingevoegd: de oproeping, bedoeld in artikel 257f,
eerste lid,.

ARTIKEL II

De Overleveringswet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde tot en met het zesde lid tot vierde
tot en met zevende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

3. Nadat de opgeëiste persoon is aangehouden, wordt hem onverwijld
schriftelijk mededeling gedaan van:

a.  het recht een afschrift van het Europees aanhoudingsbevel te
ontvangen, bedoeld in artikel 23, derde lid;

b. het recht op bijstand van een raadsman, bedoeld in de artikelen 30 en
62;

c. het recht op vertolking, bedoeld in artikel 30, en het recht op
vertaling, bedoeld in artikel 23, derde lid, vierde en vijfde volzin;

d. het recht om gehoord te worden, bedoeld in artikel 24.

Aan de opgeëiste persoon die de Nederlandse taal niet of onvoldoende
beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke
taal gedaan.

2. In het vijfde lid (nieuw) wordt “derde lid” vervangen door:
vierde lid.

3. In het zesde lid (nieuw) wordt “vierde lid” vervangen door
“vijfde lid” en wordt “derde lid” vervangen door: vierde lid.

B

Aan artikel 21, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Artikel
17, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Veiligheid en Justitie,

De Minister van Veiligheid en Justitie,

 

 

 PAGE    

 PAGE   1