[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Eindtekst

Implementatie van richtlijn 2011/99/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 december 2011 betreffende het Europees beschermingsbevel (PbEU L 338)

Eindtekst

Nummer: 2015D05779, datum: 2015-02-18, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2014Z10416:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

18 november 2014



	Implementatie van richtlijn 2011/99/EU van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 13 december 2011 betreffende het Europees
beschermingsbevel (PbEU L 338)







VOORSTEL VAN WET



	Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de implementatie van
richtlijn 2011/99/EU van het Europees Parlement en de Raad van de
Europese Unie van 13 december 2011 betreffende het Europees
beschermingsbevel (Pb EU 2011, L 338) noodzaakt tot het stellen van
regels inzake het ten uitvoerleggen van een Europees beschermingsbevel;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:

In het Vijfde Boek wordt na titel 3 een nieuwe titel ingevoegd,
luidende:

Titel 4 Europees beschermingsbevel

Eerste afdeling Algemene bepalingen 

Artikel 5:4:1

In de bepalingen van deze titel wordt verstaan onder:

a. Europees beschermingsbevel: een uitvoerbare beslissing van een
bevoegde rechterlijke of daarmee gelijkgestelde autoriteit van een
lidstaat van de Europese Unie, betreffende een maatregel om een persoon
te beschermen, op grond waarvan een rechterlijke of daarmee
gelijkgestelde autoriteit van een andere lidstaat een volgens haar eigen
nationale recht passende maatregel of maatregelen ter verdere
bescherming van de betrokkene neemt;

b. beschermingsmaatregel: een volgens het nationale recht in de
uitvaardigende lidstaat genomen beslissing in strafzaken die strekt tot
bescherming van de persoon, bedoeld onder c, tegen een strafbare
handeling die zijn leven, fysieke of psychologische integriteit,
waardigheid, persoonlijke vrijheid of seksuele integriteit in gevaar kan
brengen en waarbij een of meer van de in artikel 5:4:3, onder a,
bedoelde verboden of beperkingen worden opgelegd aan de persoon bedoeld
onder d;

c. beschermde persoon: een natuurlijke persoon die wordt beschermd op
grond van een beschermingsmaatregel die is getroffen in de
uitvaardigende lidstaat;

d. persoon die gevaar veroorzaakt: de natuurlijke persoon aan wie een of
meer van de in artikel 3, onder a, bedoelde verboden of beperkingen zijn
opgelegd;

e. uitvaardigende lidstaat: lidstaat van de Europese Unie waarin een
beschermingsmaatregel is genomen die de grondslag is voor een Europees
beschermingsbevel;

f. uitvoerende lidstaat: lidstaat van de Europese Unie waaraan een
Europees beschermingsbevel met het oog op erkenning en ten
uitvoerlegging daarvan is toegezonden.

g. kaderbesluit 2008/947/JBZ: het kaderbesluit van de Raad van 27
november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse
erkenning op vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het
toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen
(Publicatieblad EU, L 337 van 16 december 2008);

h. kaderbesluit 2009/829/JBZ: het kaderbesluit van de Raad van 23
oktober 2009 inzake de toepassing, tussen de lidstaten van de Europese
Unie van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake
toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis
(Publicatieblad EU, L 294 van 11 november 2009);

i. richtlijn 2011/99/EU: de richtlijn van het Europees Parlement en de
Raad van 13 december 2011 betreffende het Europees beschermingsbevel
(Publicatieblad EU, L 338 van 21 december 2011);

j. toezichtsstaat: 

- de lidstaat waaraan een vonnis in de zin van artikel 2 van het
Kaderbesluit 2008/947/JBZ is overgedragen of 

- de lidstaat waaraan een beslissing inzake toezichtmaatregelen in de
zin van artikel 4 van Kaderbesluit 2009/829/JBZ is overgedragen.

Artikel 5:4:2

1. De kennisgeving van mededelingen aan de autoriteit van de
uitvaardigende lidstaat of van de uitvoerende lidstaat, aan de
beschermde persoon of aan de persoon die gevaar veroorzaakt geschiedt
door middel van toezending van een gewone of aangetekende brief over de
post, via telefax of elektronische post. Van deze wijze van kennisgeving
kan worden afgeweken als zulks uitdrukkelijk is bepaald. 

2. Kennisgeving van mededelingen aan de autoriteit van de
beslissingstaat of uitvoerende lidstaat geschiedt op zodanige wijze dat
de echtheid van de mededeling door de bevoegde autoriteit kan worden
vastgesteld. 

3. De beschermde persoon en de persoon die gevaar veroorzaakt stellen de
bevoegde autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat en de uitvoerende
lidstaat op de hoogte van het adres waaraan deze autoriteiten
kennisgevingen dienen te richten. De kennisgeving van mededelingen aan
de beschermde persoon en aan de persoon die gevaar veroorzaakt,
geschiedt aan het laatste door deze persoon opgegeven adres. 

Tweede afdeling Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de
bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie

Artikel 5:4:3

Een Europees beschermingsbevel is vatbaar voor erkenning en
tenuitvoerlegging in Nederland indien het

a. een of meer van de volgende verboden of beperkingen omvat:

1°. een verbod tot het betreden van bepaalde locaties, plaatsen of
omschreven gebieden waar de beschermde persoon verblijft of die door hem
worden bezocht;

2°. een verbod op of een regeling omtrent enige vorm van contact met de
beschermde persoon, inclusief per telefoon, elektronische of gewone
post, fax of enige andere wijze, of

3°. een verbod de beschermde persoon tot binnen een bepaalde afstand te
benaderen, of een regeling ter zake; en 

b. is uitgevaardigd in de vorm van het formulier dat als bijlage I is
toegevoegd aan Richtlijn 2011/99/EU en alle daarin voorziene informatie
bevat.

Artikel 5:4:4

1. De officier van justitie is belast met de tenuitvoerlegging van een
Europees beschermingsbevel en beveelt daartoe strekkende maatregelen. 

2. De officier van justitie erkent een Europees beschermingsbevel binnen
achtentwintig dagen na ontvangst hiervan, tenzij het vierde of vijfde
lid van toepassing is. 

3. Indien de officier van justitie de in het tweede lid genoemde termijn
niet kan naleven stelt hij de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende
lidstaat onverwijld in kennis, onder vermelding van de redenen voor de
vertraging en van de tijd die hij nog voor het nemen van een definitief
besluit nodig zal hebben. 

4. Indien de officier van justitie de bij het Europees beschermingsbevel
verstrekte gegevens onvolledig acht, stelt hij de bevoegde autoriteit
van de uitvaardigende lidstaat hiervan onverwijld in kennis. Hij stelt
hierbij een redelijke termijn van ten hoogste achtentwintig dagen
waarbinnen de ontbrekende gegevens door die autoriteiten moeten worden
verstrekt. De officier van justitie doet deze kennisgeving in een vorm
die voorziet in schriftelijke vastlegging hiervan. 

5. Indien het Europees beschermingsbevel niet is gesteld in de
Nederlandse taal of, indien Nederland zulks heeft medegedeeld in een bij
de Europese Commissie neergelegde verklaring, in een van de in die
verklaring genoemde talen, kan de officier van justitie de bevoegde
autoriteit in de uitvaardigende lidstaat verzoeken het Europees
beschermingsbevel alsnog te vertalen. Hij stelt hierbij een redelijke
termijn van ten hoogste achtentwintig dagen waarbinnen de vertaling moet
worden verstrekt. De officier van justitie doet deze kennisgeving in een
vorm die voorziet in schriftelijke vastlegging hiervan.

6. Indien het Europees beschermingsbevel niet aan de officier van
justitie is gezonden, wordt dit door de geadresseerde autoriteit
onverwijld doorgezonden aan de officier van justitie. De geadresseerde
stelt de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat hiervan
onverwijld in kennis in een vorm die voorziet in schriftelijke
vastlegging. 

7. Indien de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat niet
bekend is, wint de officier van justitie de nodige inlichtingen in langs
alle beschikbare kanalen, waaronder de contactpunten van het Europees
Justitieel Netwerk, het nationaal lid van Eurojust of het nationaal
systeem van Nederland voor de coördinatie van Eurojust.

Artikel 5:4:5

1. De officier van justitie kan de erkenning weigeren indien:

a. het Europees Beschermingsbevel onvolledig is of niet vervolledigd is
binnen de door de door de officier van justitie vastgestelde termijn; 

b. niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 5:4:3;

c. het feit waarvoor de beschermingsmaatregel is opgelegd, indien het in
Nederland zou zijn begaan, naar Nederlands recht niet strafbaar zou
zijn;

d. de gevaar veroorzakende persoon in Nederland onschendbaarheid geniet,
zodat geen maatregelen op grond van een Europees beschermingsbevel
kunnen worden genomen;

e. het recht om de gevaar veroorzakende persoon strafrechtelijk te
vervolgen wegens de handeling of gedraging met betrekking waartoe de
beschermingsmaatregel is genomen, volgens de Nederlandse wet verjaard
is, indien over de handeling of gedraging waarvoor de
beschermingsmaatregel is opgelegd volgens Nederlands recht rechtsmacht
kon worden uitgeoefend;

f. tenuitvoerlegging van het Europees beschermingsbevel onverenigbaar is
met het aan artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 255,
eerste lid, van dit wetboek ten grondslag liggende beginsel;

g. de gevaar veroorzakende persoon volgens Nederlands recht vanwege zijn
leeftijd niet strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de
handelingen of gedragingen met betrekking waartoe de
beschermingsmaatregel is genomen;

h. de beschermingsmaatregel betrekking heeft op een strafbaar feit dat
krachtens het Nederlands recht wordt beschouwd als zijnde volledig, dan
wel voor een groot of zeer belangrijk deel op Nederlands grondgebied
gepleegd.

2. Indien de officier van justitie het Europees beschermingsbevel
weigert te erkennen op grond van een van de in het eerste lid bedoelde
gronden dan:

a. doet hij onverwijld mededeling aan de autoriteit van de
uitvaardigende lidstaat en aan de beschermde persoon van het besluit tot
weigering en van de redenen hiervoor;

b. stelt hij in voorkomend geval de beschermde persoon in kennis van de
mogelijkheid een beschermingsmaatregel te verkrijgen op grond van het
Nederlandse recht. 

Artikel 5:4:6

	1. Als de officier van justitie het Europees beschermingsbevel erkent,
dan beveelt hij overeenkomstig het Europees beschermingsbevel een of
meer van de volgende maatregelen ten aanzien van de persoon die gevaar
veroorzaakt:

a. een verbod tot het betreden van bepaalde locaties, plaatsen of
gebieden waar de beschermde persoon verblijft of die door hem worden
bezocht;

b. een verbod op of een regeling omtrent enige vorm van contact met de
beschermde persoon; 

c. een verbod om de beschermde persoon tot binnen een bepaalde afstand
te benaderen of een regeling ter zake. 

2. Indien de bescherming van betrokkene, de aard van het Europees
beschermingsbevel of de uitvoerbaarheid in Nederland dit vereist, past
hij de in het eerste lid genoemde maatregelen aan. De aangepaste
maatregelen stemmen zo veel mogelijk overeen met de
beschermingsmaatregelen die in de uitvaardigende lidstaat werd getroffen
en waarop het Europees beschermingsbevel werd gegrond. 

3. Het in het eerste lid bedoelde bevel geldt voor de termijn van de
beschermingsmaatregel die door de autoriteit van de uitvaardigende
lidstaat is opgenomen in het formulier als bedoeld in artikel 5:4:3
onder b, met een maximum van een jaar.

4. De officier van justitie doet mededeling aan de persoon die gevaar
veroorzaakt, aan de beschermde persoon en aan de bevoegde autoriteit van
de uitvaardigende lidstaat van alle overeenkomstig het eerste lid
bevolen maatregelen, alsmede van de mogelijke gevolgen van overtreding
van deze maatregelen. De mededeling aan de persoon die gevaar
veroorzaakt, geschiedt door middel van betekening op de wijze als
bepaald in artikel 588 van dit wetboek. 

5. De officier van justitie gelast de tenuitvoerlegging van de
maatregelen twee weken na de verzending van de mededeling van de
beslissing als bedoeld in het eerste lid. 

6. De officier van justitie verstrekt het adres of andere
contactgegevens van de beschermde persoon niet aan de persoon die gevaar
veroorzaakt, tenzij dat noodzakelijk is met het oog op de
tenuitvoerlegging van de maatregel die hij heeft bevolen op grond van
het eerste lid.

Artikel 5:4:7

	1. De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a van de
Politiewet 2012, zijn bevoegd om in geval van een overtreding of
dreigende overtreding van de maatregelen, bedoeld in artikel 5:4:6,
eerste lid, de persoon die gevaar veroorzaakt, te bevelen de
desbetreffende maatregel of maatregelen na te leven.

	2. De officier van justitie doet mededeling aan de volgende
autoriteiten van elke overtreding van een op grond van het Europees
beschermingsbevel genomen maatregel: 

a. de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat; 

b. de bevoegde autoriteit van de lidstaat die een rechterlijke uitspraak
in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/947/JBZ heeft toegezonden
met het oog op erkenning en tenuitvoerlegging daarvan in Nederland; 

c. de bevoegde autoriteit van de lidstaat die een beslissing inzake
toezichtmaatregelen in de zin van artikel 4 van Kaderbesluit
2009/829/JBZ heeft toegezonden met het oog op erkenning en
tenuitvoerlegging daarvan in Nederland. 

	3. De in het tweede lid bedoelde kennisgeving geschiedt in de vorm van
het formulier dat als bijlage II is toegevoegd aan Richtlijn 2011/99/EU.


	4. De officier van justitie draagt zorg voor vertaling van het in het
derde lid bedoelde formulier in de officiële taal of een van de
officiële talen van de uitvaardigende lidstaat of in een of meer andere
officiële talen die deze lidstaat aanvaardt, blijkens een door hem bij
de Europese Commissie neergelegde verklaring. 

Artikel 5:4:8 

1. Indien de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat de
beschermingsmaatregel verlengt, of wijzigt, dan past de officier van
justitie de door hem bevolen maatregel dienovereenkomstig aan, zodra hij
door de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat naar behoren
in kennis is gesteld van de verlenging of wijziging. De officier van
justitie kan de termijn van de door hem bevolen maatregel verlengen tot
in het geheel ten hoogste een jaar. 

2. Indien de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat het
Europees beschermingsbevel heeft gewijzigd, en het gewijzigde verbod of
de gewijzigde beperking ressorteren niet onder de in artikel 5:4:3,
onder a, bedoelde verboden of beperkingen, of indien met het Europees
beschermingsbevel overeenkomstig artikel 5:4:3, onder b, verstrekte
informatie onvolledig is of niet binnen de door de officier van justitie
overeenkomstig artikel 5:4:4, derde lid is vervolledigd, dan weigert de
officier van justitie voor zover nodig dit verbod of deze beperking te
handhaven. 

3. Indien de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat het
erkende en ten uitvoer gelegde Europees beschermingsbevel intrekt, dan
trekt de officier van justitie de in artikel 5:4:6, eerste lid bedoelde
maatregelen in, zodra hij door de bevoegde autoriteit van de
uitvaardigende lidstaat naar behoren in kennis is gesteld van de
intrekking. 

4. De officier van justitie doet mededeling aan de persoon die gevaar
veroorzaakt, aan de beschermde persoon en aan de bevoegde autoriteit van
de uitvaardigende lidstaat van de verlenging of wijziging van de door
hem bevolen maatregel als bedoeld in het eerste lid, van de weigering
als bedoeld in het tweede lid of van de intrekking als bedoeld in het
derde lid. 

Artikel 5:4:9

1. De officier van justitie kan de ter uitvoering van het Europees
beschermingsbevel bevolen maatregelen intrekken:

a. indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat de beschermde persoon niet
meer op het grondgebied van Nederland woont of verblijft of dat hij het
grondgebied definitief heeft verlaten; 

b. indien de maximale duur is verstreken van het bevel tot maatregelen,
als bedoeld in artikel 5:4:6, derde lid; 

c. indien artikel 5:4:8, tweede lid van toepassing is.

d. indien, na de erkenning van het Europees beschermingsbevel, een
vonnis in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/947/JBZ of een
beslissing inzake toezichtmaatregelen in de zin van artikel 4 van
Kaderbesluit 2009/829/JBZ aan Nederland als de uitvoerende lidstaat is
overgedragen. 

2. Voordat de officier van justitie besluit tot intrekking als bedoeld
in het eerste lid, onder b, kan hij bij de bevoegde autoriteit van de
uitvaardigende lidstaat inlichtingen inwinnen omtrent de vraag of de bij
het Europees beschermingsbevel geboden bescherming in de gegeven
omstandigheden noodzakelijk blijft. 

3. De officier van justitie doet onmiddellijk mededeling van zijn
besluit tot intrekking, als bedoeld in het eerste lid, aan de bevoegde
autoriteit van de uitvaardigende lidstaat en indien mogelijk aan de
beschermde persoon en de persoon die gevaar veroorzaakt.

Derde afdeling Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde
autoriteit van Nederland

Artikel 5:4:10

1. De persoon die beschermd wordt door een beschermingsmaatregel op
grond van het Nederlandse recht, kan een verzoek tot het uitvaardigen
van een Europees beschermingsbevel richten aan de officier van justitie
of aan de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat. 

2. Indien een persoon die beschermd wordt door een
beschermingsmaatregel, die is genomen op grond van het nationale recht
van een andere lidstaat, een verzoek doet aan de officier van justitie
tot uitvaardiging van een Europees beschermingsbevel, dan doet de
officier van justitie hiervan mededeling aan de bevoegde autoriteit van
de uitvaardigende lidstaat en draagt hij dit verzoek ter behandeling
over. Hiertoe zendt de officier van justitie dit verzoek zo spoedig
mogelijk toe aan de bevoegde autoriteit van de desbetreffende lidstaat.

	3. Indien de beschermde persoon een wettelijk vertegenwoordiger heeft,
kan deze het verzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, indienen
namens de beschermde persoon. 

Artikel 5:4:11

1. De officier van justitie kan op verzoek van een beschermde persoon
een Europees beschermingsbevel uitvaardigen indien: 

a. in Nederland op grond van het Nederlandse recht in strafzaken reeds
een beschermingsmaatregel is vastgesteld en

b. door deze beschermingsmaatregel een of meer van de in artikel 5:4:3,
onder a bedoelde verboden of beperkingen worden opgelegd aan een persoon
die gevaar veroorzaakt en 

c. de beschermde persoon besluit in een andere Europese lidstaat te gaan
wonen of er reeds woont, dan wel besluit in een andere lidstaat te gaan
verblijven of er reeds verblijft. 

2. De officier van justitie die de uitvaardiging van een Europees
beschermingsbevel overweegt, houdt onder meer rekening met de duur van
de periode dat of perioden die de beschermde persoon in de uitvoerende
lidstaat wil verblijven en met de ernst van de behoefte aan bescherming.


3. De officier van justitie doet mededeling van de behandeling van het
verzoek om een Europees beschermingsbevel uit te vaardigen aan de
beschermde persoon en aan de persoon die gevaar veroorzaakt. 

Artikel 5:4:12

	1. De officier van justitie stelt de persoon die gevaar veroorzaakt in
de gelegenheid te worden gehoord ten aanzien van de behandeling van een
verzoek tot uitvaardiging van een Europees beschermingsbevel als bedoeld
in artikel 5:4:11, eerste lid, indien aan deze persoon het recht om te
worden gehoord, niet is verleend in de procedure die tot het nemen van
de beschermingsmaatregel heeft geleid. 

2. Indien de persoon die gevaar veroorzaakt, is gehoord in de procedure
die tot het nemen van de beschermingsmaatregel heeft geleid, kan de
officier van justitie deze persoon in de gelegenheid stellen te worden
gehoord bij de behandeling van het verzoek als bedoeld in artikel
5:4:11, eerste lid, indien de officier van justitie dit voor het nemen
van een beslissing noodzakelijk acht. 

3. De officier van justitie kan de beschermde persoon in de gelegenheid
stellen te worden gehoord bij de behandeling van het verzoek als bedoeld
in artikel 5:4:11, eerste lid.

4. Van het horen van de personen overeenkomstig het eerste, tweede of
derde lid, wordt een schriftelijk verslag opgemaakt.

Artikel 5:4:13 

1. De officier van justitie doet mededeling van zijn besluit om een
Europees beschermingsbevel uit te vaardigen aan de beschermde persoon en
aan de persoon die gevaar veroorzaakt. Het besluit van de officier van
justitie is met redenen omkleed. 

2. Indien de officier van justitie een verzoek tot uitvaardiging van een
Europees beschermingsbevel afwijst, doet hij hiervan mededeling aan de
beschermde persoon en aan de persoon die gevaar veroorzaakt. Het besluit
van de officier van justitie is met redenen omkleed. 

Artikel 5:4:14

1. De officier van justitie legt een Europees beschermingsbevel vast in
de vorm van een formulier dat als bijlage I is toegevoegd aan Richtlijn
2011/99/EU.

2. De officier van justitie zendt het Europees beschermingsbevel in
schriftelijke vorm toe aan de bevoegde autoriteit van de uitvoerende
lidstaat. 

3. Indien de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat niet bekend
is, wint de officier van justitie de nodige inlichtingen in langs alle
beschikbare kanalen, waaronder de contactpunten van het Europees
Justitieel Netwerk, het nationaal lid van Eurojust of het nationaal
systeem van Nederland voor de coördinatie van Eurojust.

4. De officier van justitie draagt zorg voor vertaling van het Europees
beschermingsbevel in de officiële taal of een van de officiële talen
van de uitvoerende lidstaat, dan wel voor vertaling in een of meer
andere officiële talen van de Europese Unie, die deze lidstaat
aanvaardt blijkens een door hem bij de Europese Commissie neergelegde
verklaring. 

Artikel 5:4:15

Indien de rechter of officier van justitie een beschermingsmaatregel
oplegt die een of meer van de in artikel 5:4:3 bedoelde verboden of
beperkingen omvat, doet de officier van justitie mondeling of
schriftelijk mededeling aan de beschermde persoon over de mogelijkheid
om een Europees beschermingsbevel te verzoeken voor het geval deze
persoon besluit zich naar een andere lidstaat te begeven, alsmede over
de hoofdzaken van de voorwaarden die gelden voor een dergelijk verzoek.
De officier van justitie geeft bij deze mededeling de beschermde persoon
in overweging om het bedoelde verzoek in te dienen voordat deze persoon
het grondgebied van Nederland verlaat. 

Artikel 5:4:16

1. Indien de officier van justitie of rechter overeenkomstig Nederlands
recht besluit tot wijziging of intrekking van een beschermingsmaatregel,
dan kan de officier van justitie het hierop berustende Europees
beschermingsbevel wijzigen of intrekken. 

2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de bevoegdheid tot
wijziging of intrekking van een beschermingsmaatregel berust bij de
bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat op basis van
Kaderbesluit 2008/947/JBZ of van Kaderbesluit 2009/829/JBZ en van de op
deze kaderbesluiten gebaseerde wettelijke bepalingen.

3. Indien een beslissing in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit
2008/947/JBZ of van artikel 4 van Kaderbesluit 2009/829/JBZ reeds aan
een andere lidstaat is toegezonden of na de uitvaardiging van het
Europees beschermingsbevel wordt toegezonden, worden de bij die
kaderbesluiten bepaalde vervolgbeslissingen genomen overeenkomstig de
toepasselijke bepalingen van die kaderbesluiten en de hierop gebaseerde
wettelijke bepalingen. 

4. De officier van justitie doet de bevoegde autoriteit van de
uitvoerende lidstaat, de beschermde persoon en de persoon die gevaar
veroorzaakt mededeling van elke genomen beslissing die strekt tot
wijziging of intrekking van het Europees beschermingsbevel.

Artikel 5:4:17

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld voor het
verzamelen en verstrekken van gegevens over de uitvoering van de
bepalingen van deze titel. 

ARTIKEL II

Artikel I is niet van toepassing in relatie tot een andere lidstaat van
de Europese Unie voor zover en voor zolang die lidstaat niet de
maatregelen heeft getroffen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de
richtlijn 2011/99/EU. 

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. 

Gegeven

De Minister van Veiligheid en Justitie,

De Minister van Veiligheid en Justitie,

 

 

 PAGE    

 PAGE   9