[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Eindtekst

Implementatie van de Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG en uitvoering van de Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten)

Eindtekst

Nummer: 2015D05791, datum: 2015-02-18, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2014Z12779:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

27 januari 2015



	Implementatie van de Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en
de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van
consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr.
2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG en uitvoering van de Verordening (EU)
nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013
betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging
van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG
(Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten)







GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET



	Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins
van

Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is te
voorzien in wettelijke regels om uitvoering te geven aan Richtlijn
2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013
betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot
wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG
(PbEU 2013, L165) alsmede aan Verordening (EU) Nr. 524/2013 van het
Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende
onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2013,
L165); 

Zo is het, dat Wij, de Afdeling Advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: 

HOOFDSTUK 1 DEFINITIES EN TOEPASSINGSBEREIK

Artikel 1

1. In deze wet wordt verstaan onder:

a. consument: iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die
buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen;

b. ondernemer: iedere natuurlijke of rechtspersoon die handelt in het
kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, al
dan niet mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn
rekening optreedt; 

c. koopovereenkomst: de overeenkomst, bedoeld in artikel 1 van Boek 7
Burgerlijk Wetboek, die wordt gesloten tussen een consument en een
ondernemer, met inbegrip van elke overeenkomst die zowel goederen als
diensten betreft;

d. overeenkomst tot het verrichten van diensten: iedere andere
overeenkomst dan een koopovereenkomst, waarbij de ondernemer zich jegens
de consument verbindt een dienst te verrichten en de consument zich
verbindt de prijs daarvan te betalen; 

e. binnenlands geschil: een geschil dat voortvloeit uit een
koopovereenkomst of een overeenkomst tot het verrichten van diensten,
wanneer de consument, op het tijdstip waarop de overeenkomst is
gesloten, woonachtig is in dezelfde lidstaat als die waar de ondernemer
is gevestigd;

f. grensoverschrijdend geschil: een geschil dat voortvloeit uit een
koopovereenkomst of een overeenkomst tot het verrichten van diensten,
wanneer de consument, op het tijdstip waarop de overeenkomst is
gesloten, woonachtig is in een andere lidstaat dan die waar de
ondernemer is gevestigd;

g. procedure tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting: een
procedure als bedoeld in artikel 2 die voldoet aan de vereisten van
deze wet en door een instantie tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting in de zin van deze wet wordt uitgevoerd;

h. instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting: een in
Nederland gevestigde instantie, ongeacht de benaming, die op duurzame
basis is opgericht en de beslechting van een geschil door middel van een
procedure tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting aanbiedt en die
is aangewezen op grond van artikel 16 lid 1; 

i. Onze Minister die het aangaat: Onze Minister op wiens beleidsterrein
het onderwerp van geschil ligt.

j. duurzame gegevensdrager: ieder hulpmiddel dat de consument of de
ondernemer in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op
te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor
toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel
waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van
de opgeslagen informatie mogelijk maakt;

k. Richtlijn 2013/11/ EU: richtlijn 2013/11/EU van het Europees
Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve
geschillenbeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn nr. 2009/22/EG (PbEU 2013,
L165);

l. Verordening (EU) nr. 524/2013: verordening (EU) nr. 524/ 2013 van het
Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende
onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2013,
L165). 

2. Een ondernemer is gevestigd:

- waar zijn bedrijf is gevestigd, indien de ondernemer een natuurlijke
persoon is; 

- waar de statutaire zetel of het hoofdbestuur is of het bedrijf wordt
uitgeoefend, met inbegrip van een filiaal, agentschap of enige andere
vestiging, indien de ondernemer een vennootschap of andere rechtspersoon
of een vereniging van natuurlijke of rechtspersonen is.

3. Een instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting is
gevestigd:

- indien de werking ervan wordt verzekerd door een natuurlijke persoon,
op de plaats waar de instantie de activiteiten tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting verricht; 

- indien de werking ervan wordt verzekerd door een rechtspersoon of
vereniging van natuurlijke of rechtspersonen, op de plaats waar die
rechtspersoon of vereniging van natuurlijke of rechtspersonen de
activiteiten tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting verricht of
zijn statutaire zetel heeft; 

- indien de werking ervan wordt verzekerd door een overheidsinstantie of
ander publiekrechtelijk lichaam, op de plaats waar de zetel is van die
overheidsinstantie of dat publiekrechtelijk lichaam.

Artikel 2

1. Deze wet is van toepassing op procedures tot buitengerechtelijke
beslechting van binnenlandse en grensoverschrijdende geschillen die
voortvloeien uit een koopovereenkomst of een overeenkomst tot het
verrichten van diensten tussen een in Nederland gevestigde ondernemer en
een in de Europese Unie woonachtige consument, door tussenkomst van een
instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting die een
oplossing voorstelt of oplegt, of die de partijen bijeenbrengt teneinde
een minnelijke schikking te vergemakkelijken.

2. Deze wet is niet van toepassing op: 

a. procedures voor geschillenbeslechtingsinstanties waarbij de met de
geschillenbeslechting belaste natuurlijke personen uitsluitend in dienst
zijn van of uitsluitend een vergoeding ontvangen van de individuele
ondernemer;

b. procedures inzake systemen voor de afhandeling van
consumentenklachten waarvan de werking door de ondernemer wordt
verzekerd;

c. niet-economische diensten van algemeen belang;

d. geschillen tussen ondernemers;

e. rechtstreekse onderhandelingen tussen de consument en de ondernemer;

f. pogingen van een rechter om een schikking te beproeven in het kader
van een gerechtelijke procedure met betrekking tot dat geschil;

g. door een ondernemer tegen een consument ingeleide procedures;

h. gezondheidsdiensten die door gezondheidswerkers aan patiënten worden
verstrekt om de gezondheidstoestand van die patiënten te beoordelen, te
behouden of te herstellen, waaronder begrepen het voorschrijven en het
verstrekken van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen.

HOOFDSTUK 2 TOEGANG TOT EN EISEN AAN INSTANTIES EN PROCEDURES TOT
BUITENGERECHTELIJKE GESCHILLENBESLECHTING

Artikel 3

1. Geschillen als bedoeld in artikel 2 lid 1 kunnen worden voorgelegd
aan een instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting. Is voor
een geschil geen specifieke instantie aanwezig, dan kan het geschil
worden voorgelegd aan een daartoe specifiek door de Stichting
Geschillencommissies voor Consumentenzaken ingestelde
geschillencommissie. 

2. Een instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting kan in
haar procesreglement bepalen een geschil niet te behandelen op één of
meer van de volgende gronden:

a. de consument heeft niet geprobeerd contact op te nemen met de
betrokken ondernemer om zijn klacht te bespreken en te trachten het
probleem in eerste instantie rechtstreeks met de ondernemer op te
lossen;

b. het geschil is van gering belang of vexatoir;

c. het geschil is reeds eerder door een andere instantie tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting of door een rechter in
behandeling genomen;

d. de waarde van de vordering valt onder of boven een vooraf vaststaand
drempelbedrag; 

e. de consument heeft zijn klacht niet binnen een vooraf vaststaande
termijn aan de instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting
voorgelegd; deze termijn wordt niet bepaald op minder dan een jaar vanaf
de datum waarop de consument een klacht bij de ondernemer indiende;

f. de behandeling van een dergelijk geschil zou de effectieve werking
van de instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting
anderszins ernstig in het gedrang brengen.

3. Indien een instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting,
overeenkomstig haar procesreglement, een geschil dat aan haar is
voorgelegd niet in behandeling kan nemen, verstrekt deze instantie
binnen drie weken na ontvangst van het volledige klachtdossier aan beide
partijen een gemotiveerde toelichting van de redenen om het geschil niet
in behandeling te nemen.

4. Procedurevoorschriften als bedoeld in lid 2 mogen de toegang van
consumenten tot procedures tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting
niet aanzienlijk belemmeren. 

Artikel 4 

De instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting:

a. onderhoudt een geactualiseerde website die de partijen gemakkelijk
toegang biedt tot informatie betreffende de procedure tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting en consumenten in staat stelt
om elektronisch een klacht in te dienen en de nodige bewijsstukken te
verzenden;

b. verstrekt de partijen op hun verzoek de in onderdeel a bedoelde
informatie op een duurzame gegevensdrager;

c. stelt de consument zo nodig in staat een klacht anders dan
elektronisch in te dienen;

d. biedt de mogelijkheid tot uitwisseling van informatie tussen de
partijen langs elektronische weg of, indien van toepassing, per post;

e. neemt zowel binnenlandse als grensoverschrijdende geschillen in
behandeling, met inbegrip van geschillen die vallen onder Verordening
(EU) nr. 524/ 2013.

Artikel 5

1. De noodzakelijke deskundigheid, onafhankelijkheid en onpartijdigheid
van de met de buitengerechtelijke geschillenbeslechting belaste
natuurlijke personen wordt gewaarborgd door de instantie tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting, die ervoor zorg draagt dat
die personen:

a. over de noodzakelijke kennis en vaardigheden beschikken op het gebied
van buitengerechtelijke of gerechtelijke beslechting van
consumentengeschillen, alsmede over een algemeen begrip van het recht;

b. worden aangewezen voor een ambtstermijn die voldoende lang is om de
onafhankelijkheid van hun optreden te verzekeren en dat zij niet zonder
geldige reden van hun taken kunnen worden ontheven;

c. niet gehouden zijn instructies van een van beide partijen of hun
vertegenwoordigers aan te nemen;

d. een vergoeding ontvangen die niet met de uitkomst van de procedure
verband houdt;

e. de instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting onverwijld
in kennis stellen van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn,
of kunnen worden gezien als zijnde van invloed, op hun onafhankelijkheid
en onpartijdigheid of aanleiding kunnen geven tot een belangenconflict
met een van de partijen bij het geschil dat hun ter beslechting wordt
voorgelegd. De verplichting tot openbaarmaking blijft gedurende de
gehele procedure tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting bestaan. 

2. Onverminderd artikel 8 lid 2, onderdeel a, beschikken instanties
tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting ingeval sprake is van de
in lid 1, onderdeel e, bedoelde omstandigheden over procedures die
waarborgen dat:

a. de betrokken natuurlijke persoon wordt vervangen door een andere
natuurlijke persoon die met het voeren van de procedure tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting wordt belast; of als dat niet
mogelijk is,

b. de betrokken natuurlijke persoon ervan afziet de procedure tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting te voeren en dat, indien
mogelijk, de instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting de
partijen voorstelt het geschil voor te leggen aan een andere instantie
tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting die bevoegd is om het
geschil te behandelen; of als dat niet mogelijk is,

c. de omstandigheden ter kennis van de partijen worden gebracht en de
betrokken natuurlijke persoon alleen toestemming heeft om de procedure
tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting voort te zetten indien de
partijen, na in kennis te zijn gesteld van de omstandigheden en van hun
recht bezwaar te maken, geen bezwaar hebben gemaakt.

3. Lid 1, onderdeel e, en lid 2, onderdeel a, zijn niet van toepassing
op de instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting die uit
één natuurlijke persoon bestaat. 

4. De met de buitengerechtelijke geschillenbeslechting belaste
natuurlijke personen die uitsluitend in dienst zijn van of uitsluitend
een vergoeding ontvangen van een beroeps- of bedrijfsorganisatie waarvan
de ondernemer betrokken in het geschil lid is, voldoen aan de vereisten
van leden 1 en 5, en beschikken over een afzonderlijk, specifiek en
voor de vervulling van hun taken toereikend budget. Dit lid is niet van
toepassing indien de betrokken natuurlijke personen deel uitmaken van
een collegiaal orgaan waarin een gelijk aantal vertegenwoordigers
zitting heeft van de beroeps- of bedrijfsorganisatie waarbij zij in
dienst zijn of waarvan zij een vergoeding ontvangen, enerzijds, en van
consumentenorganisaties, anderzijds.

5. Instanties tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting waar de met
de geschillenbeslechting belaste natuurlijke personen deel uitmaken van
een collegiaal orgaan, voorzien erin dat in dit orgaan een gelijk aantal
vertegenwoordigers van consumentenbelangen en vertegenwoordigers van
ondernemersbelangen zitting heeft.

6. Onze Minister die het aangaat houdt toezicht op eventuele
opleidingsprogramma’s van de instanties tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting ten behoeve van de met de buitengerechtelijke
geschillenbeslechting belaste natuurlijke personen op basis van de
informatie verstrekt op grond van artikel 18, onderdeel g. 

Artikel 6 

1. De instanties tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting maken op
hun website, op een duurzame gegevensdrager indien daarom wordt
verzocht, en op elke andere wijze die zij geschikt, duidelijk en
gemakkelijk te begrijpen achten, de volgende informatie voor het publiek
toegankelijk:

a. hun contactgegevens, waaronder postadres en e-mailadres;

b. het feit dat instanties zijn opgenomen in de lijst volgens
artikel 19 lid 1;

c. welke natuurlijke personen belast zijn met de geschillenbeslechting,
hoe deze worden aangewezen en wat de duur van hun ambtstermijn is;

d. of zij, voor zover van toepassing, zijn aangesloten bij netwerken van
instanties tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting ter
vergemakkelijking van de grensoverschrijdende geschillenbeslechting;

e. voor de behandeling van welke soorten geschillen zij bevoegd zijn,
inclusief elke toepasselijke drempel;

f. welke procedurevoorschriften op de beslechting van een geschil van
toepassing zijn en op welke gronden de instantie tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting mag weigeren een gegeven geschil te behandelen
overeenkomstig artikel 3 lid 2;

g. in welke taal of talen klachten bij de instantie tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting kunnen worden ingediend en in
welke talen de procedure wordt gevoerd;

h. op welke soorten voorschriften de instantie zich bij de
geschillenbeslechting kan baseren;

i. welke stappen de partijen eventueel vooraf moeten zetten voordat een
procedure tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting kan worden
ingeleid, met inbegrip van een poging door de consument om met de
ondernemer rechtstreeks tot een schikking van de zaak te komen;

j. of de partijen zich uit de procedure kunnen terugtrekken;

k. welke kosten in voorkomend geval voor rekening van partijen komen,
met inbegrip van de regels inzake de verwijzing in de kosten aan het
einde van de procedure;

l. hoe lang de procedure gemiddeld duurt;

m. welke rechtsgevolgen de uitkomst van de procedure heeft, met inbegrip
van de sancties op het niet-naleven in het geval van een beslissing met
bindende werking voor de partijen, voor zover van toepassing;

n. in hoeverre, voor zover ter zake doend, de beslissing in een
procedure ten uitvoer kan worden gelegd.

2. Instanties tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting maken op hun
website, op een duurzame gegevensdrager indien daarom wordt verzocht, en
op elke andere wijze die zij geschikt achten, jaarlijkse
activiteitenverslagen voor het publiek toegankelijk. Deze verslagen
bevatten de volgende informatie met betrekking tot zowel binnenlandse
als grensoverschrijdende geschillen:

a. het aantal voorgelegde geschillen en de soorten klachten waarop zij
betrekking hebben;

b. eventuele systematische of aanzienlijke, veelvuldig voorkomende
problemen die leiden tot geschillen tussen consumenten en ondernemers; 

c. het percentage geschillen dat de instantie heeft geweigerd te
behandelen en het procentuele aandeel van de soorten gronden voor
weigering, bedoeld in artikel 3 lid 2;

d. het procentuele aandeel van de procedures die zijn stopgezet en, voor
zover bekend, de redenen van stopzetting;

e. de gemiddelde tijd die de beslechting van geschillen in beslag heeft
genomen;

f. voor zover bekend, het percentage van de gevallen waarin de
uitkomsten van de procedures zijn nageleefd;

g. of er, voor zover van toepassing, sprake was van samenwerking binnen
netwerken van instanties tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting
ter vergemakkelijking van de beslechting van grensoverschrijdende
geschillen.

Artikel 7

De instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting draagt er in
haar procesreglement zorg voor dat de procedures tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting doeltreffend zijn en voldoen aan de volgende
vereisten:

a. de procedure is zowel elektronisch als niet elektronisch beschikbaar
en gemakkelijk toegankelijk voor beide partijen, ongeacht de plaats waar
de partijen zich bevinden;

b. de partijen hebben toegang tot de procedure zonder verplicht te zijn
van een advocaat of een juridisch adviseur gebruik te maken, maar de
procedure ontneemt de partijen niet het recht om in enig stadium van de
procedure onafhankelijk advies in te winnen of zich door een derde te
laten vertegenwoordigen of te laten bijstaan;

c. de procedure is voor consumenten kosteloos of tegen een geringe
vergoeding beschikbaar;

d. de instantie die een klacht heeft ontvangen, brengt de partijen bij
het geschil op de hoogte zodra zij alle documenten met de relevante
informatie over de klacht heeft ontvangen;

e. de uitkomst van de procedure wordt beschikbaar gesteld binnen een
termijn van 90 kalenderdagen vanaf de datum waarop de instantie tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting het volledige dossier van de
klacht heeft ontvangen. In het geval van zeer complexe geschillen kan de
met de klacht belaste instantie de termijn van 90 kalenderdagen
verlengen. De partijen worden van elke verlenging van die termijn op de
hoogte gesteld, alsmede van de tijd die nodig wordt geacht om het
geschil te kunnen beëindigen.

Artikel 8

1. De instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting draagt er
in haar procesreglement zorg voor dat in procedures tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting:

a. de partijen de mogelijkheid hebben om, binnen een redelijke termijn,
hun standpunt kenbaar te maken, in kennis worden gesteld van alle
argumenten, bewijsstukken, documenten en feiten die door de andere
partij naar voren worden gebracht, alsmede van eventuele door
deskundigen afgelegde verklaringen en ingenomen standpunten, en om
daarop te reageren;

b. de partijen ervan in kennis worden gesteld dat zij niet verplicht
zijn gebruik te maken van een advocaat of juridisch adviseur maar dat
zij in elk stadium van de procedure onafhankelijk advies kunnen inwinnen
of zich door een derde kunnen laten vertegenwoordigen of laten bijstaan;

c. de partijen schriftelijk of op een duurzame gegevensdrager van de
uitkomst van de procedure in kennis worden gesteld, alsmede van de
redenen waarop de uitkomst is gebaseerd.

2. De instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting draagt er
in haar procesreglement zorg voor dat in procedures die zijn gericht op
beslechting van het geschil door het voorstellen van een oplossing:

a. partijen, voor de aanvang van de procedure in kennis worden gesteld
van hun recht zich in elk stadium uit de procedure terug te trekken,
indien zij ontevreden zijn over de wijze waarop de procedure verloopt of
wordt gevoerd. Indien de ondernemer verplicht is deel te nemen aan
procedures tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting, geldt dit
alleen voor de consument;

b. partijen, voordat zij met de voorgestelde oplossing instemmen of er
gevolg aan geven, worden geïnformeerd over het feit dat:

i. zij de keuze hebben om al dan niet met de voorgestelde oplossing in
te stemmen of er gevolg aan te geven;

ii. de deelname aan de procedure de mogelijkheid om zich tot de rechter
te wenden onverlet laat;

iii. de voorgestelde oplossing kan verschillen van een door een rechter
aan de hand van wettelijke regels bepaalde uitkomst;

c. partijen, voordat zij met een voorgestelde oplossing instemmen of er
gevolg aan geven, worden geïnformeerd over de rechtsgevolgen hiervan;

d. partijen, voordat zij met een voorgestelde oplossing of minnelijke
schikking instemmen, voldoende tijd krijgen om over het voorstel na te
denken.

Artikel 9

1. Een vóór het ontstaan van het geschil gesloten overeenkomst tussen
een consument en een ondernemer om geschillen voor te leggen aan een
instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting kan niet aan de
consument worden tegengeworpen, indien die overeenkomst tot gevolg heeft
dat de consument het recht wordt ontnomen zich voor de beslechting van
het geschil tot de rechter te wenden. Van dit lid kan niet ten nadele
van de consument worden afgeweken.

2. Een beslissing, gegeven in een procedure tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting, kan alleen bindend zijn voor partijen als
partijen vooraf zijn geïnformeerd over het bindende karakter van de
beslissing en zij daarmee uitdrukkelijk hebben ingestemd.

Artikel 10 

1. In procedures tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting die erop
gericht zijn het geschil te beslechten door aan de consument een
oplossing op te leggen, mag de oplossing er niet toe leiden dat voor de
consument de bescherming weg valt van:

a. de bepalingen waarvan bij overeenkomst niet kan worden afgeweken op
grond van het Nederlandse recht, indien de consument en de ondernemer
hun gewone verblijfplaats respectievelijk plaats van vestiging in
Nederland hebben;

b. de bepalingen waarvan bij overeenkomst niet kan worden afgeweken op
grond van het recht van de lidstaat waar de consument zijn gewone
verblijfplaats heeft, indien het op de koopovereenkomst of overeenkomst
tot het verrichten van diensten toepasselijke recht wordt bepaald
overeenkomstig artikel 6 leden 1 en 2 van Verordening (EG) nr. 593/2008;


c. de dwingende bepalingen van het recht van de lidstaat waar de
consument zijn gewone verblijfplaats heeft, indien het op de
koopovereenkomst of overeenkomst tot het verrichten van diensten
toepasselijke recht wordt bepaald overeenkomstig artikel 5 leden 1 tot
en met 3 van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat
van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.

2. Op procedures tot buitengerechtelijke geschilbeslechting die beslecht
worden door een vaststelling als bedoeld in artikel 7: 900 van het
Burgerlijk Wetboek is artikel 7: 902 van het Burgerlijk Wetboek niet van
toepassing.

Artikel 11

1. De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door de aanvang
van een procedure tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting waarvan
de uitkomst niet bindend is. 

2. Door stuiting van de verjaring van een rechtsvordering als bedoeld in
lid 1 begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen met de aanvang van de
dag volgend op de dag dat de procedure tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting is geëindigd doordat een van de partijen of de
instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting aan de andere
partij schriftelijk heeft meegedeeld dat de procedure tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting is geëindigd of doordat in de
procedure tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting gedurende een
periode van zes maanden door geen van de partijen enige handeling is
verricht. De nieuwe verjaringstermijn is gelijk aan de oorspronkelijke,
doch niet langer dan drie jaar. Niettemin treedt de verjaring in geen
geval op een eerder tijdstip in dan dat waarop ook de oorspronkelijke
termijn zonder stuiting zou zijn verstreken. 

HOOFDSTUK 3 INFORMATIE EN SAMENWERKING

Artikel 12

1. Een in Nederland gevestigde ondernemer informeert de consument over
de instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting waaronder hij
valt, indien hij zich ertoe verbindt of verplicht is gebruik te maken
van deze instantie. De informatie omvat het website-adres van de
betrokken instantie.

2. De in lid 1 bedoelde informatie is op duidelijke, begrijpelijke en
eenvoudige wijze toegankelijk op de website van de ondernemer, voor
zover hij over een website beschikt, en, in voorkomend geval, in de
algemene voorwaarden van tussen de ondernemer en een consument gesloten
koopovereenkomst of overeenkomst tot het verrichten van diensten. 

3. Wanneer het niet mogelijk is gebleken een geschil tussen een
consument en een in Nederland gevestigde ondernemer naar aanleiding van
een rechtstreeks door de consument bij de ondernemer ingediende klacht
te beslechten, verstrekt de ondernemer de in lid 1 bedoelde informatie
aan de consument en vermeldt hij daarbij of hij voor het beslechten van
het geschil gebruik zal maken van de relevante instantie tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting. Deze informatie wordt op
papier of op een andere duurzame drager verstrekt.

Artikel 13

Het Europees Consumenten Centrum staat consumenten bij om in geschillen
die voortvloeien uit grensoverschrijdende koopovereenkomsten of
overeenkomsten tot het verrichten van diensten toegang te verkrijgen tot
instanties tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting die in een
andere lidstaat bevoegd zijn. 

Artikel 14

1. De instanties tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting en het
Europees Consumenten Centrum maken de in artikel 20 lid 4 van de
Richtlijn 2013/11 EU bedoelde lijst van instanties tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting voor het publiek toegankelijk.
Dit geschiedt door middel van een link op hun website naar de website
van de Europese Commissie, en voor zover mogelijk, op een duurzame
gegevensdrager in hun ruimten. 

2. Onze Minister die het aangaat bevordert dat betrokken consumenten- en
bedrijfsorganisaties de lijst, genoemd in lid 1, eveneens voor het
publiek toegankelijk maken. 

Artikel 15

1. Onze Minister die het aangaat bevordert de samenwerking tussen de
instanties tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting en de nationale
instanties belast met de handhaving van rechtshandelingen van de Unie
inzake consumentenbescherming. 

2. De samenwerking, genoemd in lid 1, omvat in het bijzonder de
uitwisseling van gegevens over praktijken in specifieke bedrijfssectoren
waarover er herhaaldelijk klachten van consumenten zijn binnengekomen.
Zij omvat tevens de terbeschikkingstelling door die nationale instanties
aan de instanties tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting van
technische evaluaties en informatie, wanneer die voor de afhandeling van
individuele geschillen noodzakelijk zijn en zij reeds beschikbaar zijn.

3. Dit artikel doet geen afbreuk aan bepalingen betreffende het beroeps-
en bedrijfsgeheim die van toepassing zijn op nationale instanties welke
belast zijn met de handhaving van de rechtshandelingen van de Unie
inzake consumentenbescherming. Voor de instanties tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting gelden de voorschriften inzake
het beroepsgeheim of een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht zoals die
gelden op grond van het nationale recht. 

HOOFDSTUK 4 AANWIJZING, RAPPORTAGE EN HANDHAVING

1. Bevoegdheid tot aanwijzing en intrekking van een aanwijzing

Artikel 16 

1. Onze Minister die het aangaat kan een instantie aanwijzen als
instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting als bedoeld in
deze wet of een aanwijzing intrekken. Van een besluit tot aanwijzing of
intrekking van een aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing in
de Staatscourant. 

2. Onze Minister die het aangaat is Onze Minister van Veiligheid en
Justitie, indien de verplichtingen uit dit hoofdstuk betrekking hebben
op de Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken. 

3. Onze Minister die het aangaat doet van een aanwijzing of van een
intrekking van een aanwijzing als bedoeld in lid 1 onverwijld mededeling
aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie. 

4. Onze Minister van Veiligheid en Justitie stelt de Europese Commissie
in kennis van de aanwijzing van een instantie tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting en van de intrekking van een aanwijzing. 

2. Gronden voor aanwijzing en intrekking van een aanwijzing

Artikel 17 

1. Instanties die voor aanwijzing als instantie tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting in aanmerking wensen te komen, doen hiertoe een
aanvraag bij Onze Minister die het aangaat, onder verstrekking van de
volgende gegevens: 

a. hun naam, contactgegevens en internetadres;

b. informatie over hun structuur en financiering, met inbegrip van
informatie over de natuurlijke personen die zijn belast met de
buitengerechtelijke geschillenbeslechting, over hun vergoeding, over hun
ambtstermijn en over hun werkgever;

c. hun procedurevoorschriften;

d. de verschuldigde vergoedingen, indien van toepassing;

e. de gemiddelde duur van de procedures tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting;

f. de taal of talen waarin klachten kunnen worden ingediend en de
procedure kan worden gevoerd;

g. een verklaring betreffende de soorten geschillen waarvoor de
procedure geldt;

h. de gronden waarop de instantie tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting mag weigeren een gegeven geschil in behandeling te
nemen overeenkomstig artikel 3 lid 2;

i. een met redenen omklede verklaring of de instantie kan worden
gekwalificeerd als een instantie tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting in de zin van deze wet en of zij voldoet aan de in
hoofdstuk 2 gestelde kwaliteitseisen;

j. indien van toepassing, documenten op grond waarvan Onze Minister die
het aangaat kan beoordelen of de instantie voldoet aan andere vereisten,
die op grond van andere nationale regelgeving op haar van toepassing
zijn. 

2. Onze Minister die het aangaat beoordeelt op basis van de in lid 1
verstrekte informatie of een instantie in aanmerking komt voor een
aanwijzing als bedoeld in artikel 16 lid 1.

3. Indien de informatie, genoemd in lid 1, onderdeel a tot en met h,
wijzigingen ondergaat, delen de instanties tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting deze wijzigingen onverwijld mee aan Onze Minister
die het aangaat. Onze Minister die het aangaat deelt deze wijzigingen
mee aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie. 

4. Indien een instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting
niet langer voldoet aan de eisen op grond van hoofdstuk 2 of artikel 17
lid 1, onderdeel j, verzoekt Onze Minister die het aangaat deze
instantie gemotiveerd en schriftelijk om binnen een termijn van drie
maanden alsnog aan deze eisen te voldoen. Indien de instantie na drie
maanden in gebreke blijft, trekt Onze Minister die het aangaat de
aanwijzing geheel of gedeeltelijk in. 

5. Indien een instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting
niet langer voldoet aan de eisen op grond van artikel 9 lid 7 en artikel
10 van Verordening (EU) nr. 524/2013, verzoekt Onze Minister die het
aangaat deze instantie gemotiveerd en schriftelijk om binnen een termijn
van drie maanden alsnog aan deze eisen te voldoen. Indien de instantie
na drie maanden in gebreke blijft, trekt Onze Minister die het aangaat
de aanwijzing geheel of gedeeltelijk in.

3. Rapportageplicht

Artikel 18

Instanties tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting verstrekken aan
Onze Minister die het aangaat ten minste iedere twee jaar de volgende
gegevens:

a. het aantal voorgelegde geschillen en het soort klachten waarop zij
betrekking hebben;

b. het procentuele aandeel procedures die zonder uitkomst zijn
stopgezet;

c. de gemiddelde tijd die nodig was voor de beslechting van de
voorgelegde geschillen;

d. voor zover bekend, het percentage gevallen waarin de uitkomsten van
de procedures zijn nageleefd;

e. eventuele systematische of aanzienlijke, veelvoorkomende problemen
die leiden tot geschillen tussen consumenten en ondernemers ;

f. in voorkomend geval, een beoordeling van de doeltreffendheid van hun
samenwerking binnen netwerken van instanties tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting ter vergemakkelijking van de beslechting van
grensoverschrijdende geschillen;

g. in voorkomend geval, de opleiding die overeenkomstig artikel 5 lid 6
aan met de geschillenbeslechting belaste natuurlijke personen wordt
verstrekt;

h. een evaluatie van de doeltreffendheid van de door de instantie
aangeboden procedure en van de mogelijke manieren om de prestaties
daarvan te verbeteren.

HOOFDSTUK 5 INFORMATIE TEN BEHOEVE VAN KENNISGEVING AAN DE EUROPESE
COMMISSIE

Artikel 19

1. Onze Minister van Veiligheid en Justitie stelt een lijst op van de op
grond van artikel 16 lid 1 aangewezen instanties tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting. Deze lijst bevat de volgende gegevens:

a. de naam, contactgegevens en internetadressen van de betreffende
instanties;

b. de verschuldigde vergoedingen, indien van toepassing;	

c. de taal of talen waarin klachten kunnen worden ingediend en de
procedure kan worden gevoerd;

d. de soorten geschillen waarvoor de procedure geldt;

e. de door elke instantie bestreken sectoren en soorten geschillen;

f. indien van toepassing, de noodzaak dat partijen of hun
vertegenwoordigers fysiek aanwezig zijn, met inbegrip van een verklaring
van de instantie tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting over het
feit of de procedure een mondelinge of schriftelijke procedure is of kan
zijn;

g. de al dan niet bindende aard van de uitkomst van de procedure; en

h. de gronden waarop de instantie mag weigeren een gegeven geschil in
behandeling te nemen overeenkomstig artikel 3 lid 2.

2. Onze Minister van Veiligheid en Justitie deelt de in lid 1 genoemde
lijst, alsmede wijzigingen hiervan op grond van artikel 17 lid 3 mee aan
de Europese Commissie. 

Artikel 20 

1. Onze Minister van Veiligheid en Justitie, maakt de lijst, genoemd in
artikel 20 lid 4 van de Richtlijn 2013/11/EU op zijn website voor het
publiek beschikbaar door middel van een link naar de website van de
Europese Commissie. Daarnaast maakt Onze Minister die het aangaat deze
lijst op een duurzame gegevensdrager voor het publiek beschikbaar.

2. Onze Minister die het aangaat, maakt op uiterlijk 9 juli 2018 en
vervolgens om de vier jaar een verslag over de ontwikkeling en het
functioneren van de instanties tot buitengerechtelijke
geschillenbeslechting en stuurt dit aan Onze Minister van Veiligheid en
Justitie. Onze Minister van Veiligheid en Justitie maakt dit verslag
bekend en geleidt het door aan de Europese Commissie. In het verslag
worden met name:

a. de beste praktijken van de betreffende instanties aangegeven;

b. in voorkomend geval en onderbouwd met statistische gegevens, de
tekortkomingen aangeduid die een belemmering vormen voor het
functioneren van de instanties, voor zowel binnenlandse als
grensoverschrijdende geschillen;

c. in voorkomend geval, aanbevelingen gedaan voor het verbeteren van het
doeltreffende en doelmatige functioneren van de instanties.

HOOFDSTUK 6 WIJZIGING VAN ANDERE WETTEN 

Artikel 21

De Wet handhaving consumentenbescherming wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen i tot en met n worden geletterd j tot en met o.

2. Na onderdeel h wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

i. onlinemarktplaats: een onlineplatform dat ondernemers in staat stelt
hun producten en diensten aan consumenten aan te bieden;

3. De onderdelen n en o (nieuw) worden geletterd o en p.

4. Na onderdeel m (nieuw) wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

n. Verordening (EU) nr. 524/2013: verordening (EU) nr. 524/2013 van het
Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende
onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2013, L
165); 

B

Na artikel 8.11 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 8.12

Bij een koopovereenkomst of een overeenkomst tot het verrichten van
diensten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, respectievelijk
onderdeel d, van de Implementatiewet richtlijn buitengerechtelijke
geschillenbeslechting consumenten (Stb..) neemt de in Nederland
gevestigde ondernemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b van die wet,
artikel 12 van die wet in acht. 

Artikel 8.13

De in Nederland gevestigde ondernemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel
b, van de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting
consumenten (Stb. ..), op wie artikel 14 eerste, tweede of zevende lid
van verordening (EU) nr. 524/2013 van toepassing is, en de
dienstverlener die een onlinemarktplaats aanbiedt en op wie artikel 14,
eerste lid, van verordening (EU) nr. 524/2013 van toepassing is, nemen
de verplichtingen uit artikel 14, eerste, tweede of zevende lid, van
verordening (EU) nr. 524/2013 in acht. 

C

Onderdeel a van de bijlage van de wet wordt als volgt gewijzigd:

Aan onderdeel a van de bijlage van de wet wordt twee rijen toegevoegd,
luidende:

Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei
2013 betreffende alternatieve geschillenbeslechting van
consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr.
2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2013, L165). 	Artikel 8.12 van
deze wet.

Verordening (EU) nr. 524/ 2013 van het Europees Parlement en de Raad van
21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG
(PbEU 2013, L165). 	Artikel 8.13 van deze wet.



Artikel 22

Artikel 4:17 van de Wet op het financieel toezicht wordt als volgt
gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. is de financiële onderneming aangesloten bij een door Onze Minister
op grond van artikel 16, eerste lid, van de Implementatiewet
buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten aangewezen
instantie tot beslechting van geschillen met betrekking tot
betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van de
financiële onderneming, tenzij er geen zodanige instantie is.

2. Het derde lid komt te luiden:

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de afhandeling van klachten. Voorts kunnen, in aanvulling
op de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting
consumenten gestelde regels, bij algemene maatregel van bestuur nadere
regels worden gesteld met betrekking tot de aan instanties of procedures
tot buitengerechtelijke beslechting van geschillen als bedoeld in het
eerste lid, onderdeel b, te stellen eisen, alsmede regels met betrekking
tot de door die instanties aan Onze Minister te verstrekken informatie.

HOOFDSTUK 7 OVERGANGSRECHT, INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL

Artikel 23

Hoofdstuk 2 van deze wet is van toepassing op procedures tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting die bij een instantie tot
buitengerechtelijke geschillenbeslechting aanhangig zijn geworden op of
na de datum van inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 24

Deze wet treedt in werking op 9 juli 2015. Wordt het Staatsblad waarin
deze wet wordt geplaatst later uitgegeven dan 8 juli 2015, dan treedt
zij in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst. 

Artikel 25

Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet buitengerechtelijke
geschillenbeslechting consumenten.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Veiligheid en Justitie,

De Minister van Veiligheid en Justitie,

 

 

 PAGE    

 PAGE   15