[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Reactie op de vraag over mogelijkheden voor verbetering financiële situatie n.a.v. afwijzing ingediend bezwaarschrift bij CAK over hoogte eigen bijdrage voor verzorgingshuis

Brief regering

Nummer: 2015D15160, datum: 2015-04-22, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 2

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2015Z07465:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 april 2015

Bij brief van 26 februari 2015 heeft u mij, namens de vaste commissie
voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verzocht om te reageren op een
brief over de mogelijkheden voor verbetering van de financiële situatie
van briefschrijfster naar aanleiding van een afwijzing op een bij het
CAK ingediend bezwaar over de hoogte van een opgelegde eigen bijdrage
voor zorg met verblijf in een instelling. U vraagt mijn reactie op die
brief, waarin aan de commissie de vraag wordt gesteld of u nog
mogelijkheden ziet die hun financiële situatie zouden kunnen
verbeteren. 

Allereerst wil ik vooropstellen dat ik niet alle relevante feiten ken
met betrekking tot de situatie van het gezin van briefschrijfster. Ik
ben niet bekend met de inkomens- en vermogenssituatie van mevrouw en ga
uit van de juistheid van de opgelegde bijdrage. Het CAK is als
zelfstandig bestuursorgaan belast met de berekening en de inning van de
eigen bijdrage , die afhankelijk is van het inkomen en vermogen, de
woonsituatie en de leeftijd van de verzekerde en eventuele partner. De
wijze waarop de hoogte daarvan door het CAK is vastgesteld wordt, zo
begrijp ik, op zichzelf ook niet betwist. 

Mevrouw geeft aan bij het CAK bezwaar gemaakt te hebben tegen de
berekening van de eigen bijdrage van haar man, omdat geen rekening zou
zijn gehouden met de gezinssituatie. Het CAK geeft in het besluit op
bezwaar terecht aan dat met artikel 3.3.2.2, eerste lid, onder c, van
het Besluit langdurige zorg van toepassing is. In de toelichting bij dat
artikel wordt toegelicht dat de systematiek van de lage eigen bijdrage
geldt indien verzekerden in een instelling verblijven, maar ook nog een
“thuissituatie” moeten onderhouden. Voor hen geldt, in afwijking van
de hoofdregel van de hoge eigen bijdrage, dat de eigen bijdrage op een
andere manier wordt vastgesteld vanwege de kosten die zij nog hebben aan
de thuissituatie. Hierdoor wordt voor de zorg van de echtgenoot van
briefschrijfster de lage eigen bijdrage opgelegd. Bij een verblijf in
een instelling mag en kan het CAK overigens geen hardheidsclausule
toepassen waarbij een vrijstelling kan worden gegeven voor het betalen
van de eigen bijdrage. Bij de berekening van het bijdrageplichtig
inkomen wordt al rekening gehouden met de draagkracht die uit het
inkomen blijkt en wordt tevens rekening gehouden met het feit dat sprake
is van lasten van het huishouden naast de zorg met verblijf van de man. 

Bij de bijdragen gelden bovendien minimum- en maximumbedragen. De
opgelegde eigen bijdrage bedraagt in dit geval € 676,54 per maand. In
een situatie waarin de ‘lage’ eigen bijdrage wordt opgelegd, zal de
bijdrage echter minimaal € 158,60 per maand en maximaal € 832,60 per
maand zijn. Met de eigen bijdrage van € 676,54 euro per maand betalen
briefschrijfster en haar echtgenoot meer dan de gemiddelde cliënt met
een lage eigen bijdrage (gemiddelde is circa € 408,50). Dit betekent
dat het relevante verzamelinkomen of het meegenomen vermogen in de
situatie van de briefschrijfster relatief hoog is. 

Mevrouw geeft aan dat een verlaging van de eigen bijdrage eigenlijk
alleen kan plaatsvinden indien het (verzamel)inkomen of vermogen wordt
verlaagd of indien zij en haar man zouden scheiden. Doordat haar man in
het geval van een scheiding alimentatieplichtig zou zijn en als een
eenpersoonshuishouden de lage eigen bijdrage zal betalen, kan de
bijdrage immers lager uitvallen. Uiteraard zou ik ongewenst vinden als
mensen voor deze optie zouden kiezen.

Wellicht ten overvloede wijs ik op de mogelijkheid van
peiljaarverlegging, die kan worden aangevraagd indien het
bijdrageplichtig inkomen in 2015 € 2.500,- of meer lager is dan in
2013. Bij de berekening van de eigen bijdrage wordt namelijk het inkomen
uit het jaar t-2 genomen. Uit de brief van mevrouw maak ik echter niet
op dat sprake is van een dergelijke achteruitgang in het inkomen.

Hoewel ik kan me voorstellen dat de regelgeving voor de briefschrijfster
als nadelig wordt ervaren, ben ik van mening dat de huidige regelgeving
rekening houdt met het inkomen, vermogen, de leeftijd én de bestaande
thuissituatie. 

D  DOCPROPERTY  RolOndertekenaar  \* MERGEFORMAT  e staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,

M.J. van Rijn