Conceptverslag Wetgevingsoverleg Materieel Defensie
Stenogram
Nummer: 2015D42083, datum: 2015-11-05, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2015-11-02 16:45: Materieel Defensie (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
CONCEPTVERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Vastgesteld
De vaste commissie voor Defensie heeft op 2 november 2015 overleg
gevoerd met mevrouw Hennis-Plasschaert, minister van Defensie over
Materieel Defensie.
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd verslag
uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,
Ten Broeke
De griffier van de vaste commissie voor Defensie,
Van Leiden
Voorzitter: Ten Broeke
Griffier: Van Leiden
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Ten Broeke, Jasper van
Dijk, Hachchi, Houwers, Knops, De Roon en Vuijk,
en mevrouw Hennis-Plasschaert, minister van Defensie.
Aanvang 16.45 uur.
Materieel Defensie
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2016 (34300-X);
de brief van de minister van Defensie d.d. 27 oktober 2015 met het verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden (34300-X, nr. 20);
de brief van de minister van Defensie d.d. 15 september 2015 ter aanbieding van het Materieelprojectenoverzicht (MPO) 2015 (27830, nr. 158);
de brief van de minister van Defensie d.d. 27 oktober 2015 houdende de beantwoording van de vragen van de commissie over het Materieelprojectenoverzicht 2015 (27830, nr. 163);
de brief van de minister van Defensie d.d. 15 oktober 2015 inzake voortgangsrapportage maatregelen beleidsbrief 2011 en nota In het belang van Nederland (33763, nr. 86);
de brief van de minister van Defensie d.d. 28 oktober 2015 inzake resultaten van het onderzoek naar de oorzaken van de onderrealisatie in de "voorzien in"-keten van Defensie (2015Z19996);
de brief van de minister van Defensie d.d. 28 oktober 2015 inzake stand van zaken inzicht in kosten en uitgaven wapensystemen (33763, nr. 89);
de brief van de minister van Defensie d.d. 19 juni 2015 inzake reactie op de motie van het lid Van der Staaij c.s. over het ambitieniveau van de krijgsmacht in de komende jaren (Kamerstuk 34 000, nr. 23) (33763, nr. 81);
de brief van de minister van Defensie d.d. 15 september 2015 inzake aanbieding van het Clingendael-rapport "Multi-year Defence Agreements: a Model for Modern Defence?" (33763, nr. 85);
de brief van de minister van Defensie d.d. 15 september 2015 houdende de inzetbaarheidsrapportage Defensie (33763, nr. 84);
de brief van de minister van Defensie d.d. 26 mei 2015 inzake het strategisch vastgoedbeleid (33763, nr. 77);
de brief van de minister van Defensie d.d. 12 juni 2015 houdende de voortgangsrapportage vastgoed Defensie (33763, nr. 79);
de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 27 oktober 2015 inzake het vastgoed Defensie 2015 (33763, nr. 87);
de brief van de minister van Defensie d.d. 25 juni 2015 houdende de reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie om geen onomkeerbare stappen te zetten bij de verhuizing van de Defensie Materieel Organisatie en bij eventuele nieuwe vastgoedmaatregelen (33763, nr. 80);
de brief van de minister van Defensie d.d. 23 oktober 2015 inzake de voortgang van de voorgenomen verhuizing van de Defensie Materieel Organisatie (32678, nr. 32);
de brief van de minister van Defensie d.d. 26 oktober 2015 inzake de huisvesting DMO Network Operations Center te Soesterberg (32678, nr. 33);
de brief van de minister van Defensie d.d. 22 oktober 2015 inzake het cultuurtraject Defensie Materieel Organisatie (32678, nr. 31);
de brief van de minister van Defensie d.d. 9 september 2015 inzake medegebruik Johan Willem Frisokazerne in Assen (33763, nr. 83);
de brief van de minister van Defensie d.d. 28 oktober 2015 inzake renovatie en herinrichting van het complex van het Materieellogistiek Commando (MatlogCo) van de Koninklijke Landmacht in Leusden (2015Z19992, nr. 90);
de brief van de minister van Defensie d.d. 28 oktober 2015 inzake bouw en inrichten F-35 motoronderhoudsfaciliteit te Woensdrecht (26488, nr. 397);
de brief van de minister van Defensie d.d. 24 augustus 2015 inzake tijdelijke regeling voor het patiëntenvervoer van de Friese Waddeneilanden (34000-X, nr. 110);
de brief van de minister van Defensie d.d. 11 december 2014 inzake financiering civiele Search and Rescue taken Defensie ten behoeve van de Kustwacht (30490, nr. 24);
de brief van de minister van Defensie d.d. 6 juli 2015 inzake resultaten van de C-fase (studiefase) van het project Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW) (26396, nr. 105);
de brief van de minister van Defensie d.d. 12 oktober 2015 houdende de vijftiende jaarrapportage van het helikopterproject NH-90 (25928, nr. 72);
de brief van de minister van Defensie d.d. 7 september 2015 inzake project Chinook Vervanging en Modernisering (27830, nr. 157);
de brief van de minister van Defensie d.d. 26 oktober 2015 inzake toezegging jaarlijkse toezending integrale voortgangsrapportage over helikopterprojecten (27830, nr. 165);
de brief van de minister van Defensie d.d. 5 oktober 2015 inzake A-brief over verlenging levensduur Patriot (27830, nr. 159);
de brief van de minister van Defensie d.d. 28 oktober 2015 inzake beantwoording vragen commissie inzake de A-brief over verlenging levensduur Patriot (27830, nr. 164);
de brief van de minister van Defensie d.d. 14 oktober 2015 houdende een reactie op het verzoek van het lid Bontes, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden op 30 september 2015 over munitietekorten van Nederlandse F-16’s in de strijd tegen ISIS (27830, nr. 160);
de brief van de minister van Defensie d.d. 26 oktober 2015 inzake stand van zaken in de voorbereiding van luchthavenbesluiten (2015Z19810);
de brief van de minister van Defensie d.d. 26 oktober 2015 inzake wisseling rol Boxer en Bushmaster (27830, nr. 162);
de brief van de minister van Defensie d.d. 21 oktober 2015 inzake A-brief over C-RAM en Class 1 UAV-detectiecapaciteit (27830, nr. 161);
de brief van de minister van Defensie d.d. 15 oktober 2015 inzake voortgang prioritaire sourcingprojecten (31125, nr. 62);
de brief van de minister van Defensie d.d. 28 oktober 2015 inzake beleidsdoorlichting Budget Internationale Veiligheid (31516, nr. 13);
de brief van de minister van Defensie d.d. 30 oktober 2015 inzake rapportage internationale militaire samenwerking (2015Z20323);
de brief van de president van de Algemene Rekenkamer houdende aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2016 van het Ministerie van Defensie (34300-X, nr. 18).
De voorzitter:
Ik heet de minister van Defensie en haar ambtenaren van harte welkom.
Een wetgevingsoverleg wijkt enigszins af van de normale procedure in de
Kamer. Dit is een overleg waarin moties kunnen worden ingediend. Dat
gebeurt in de tweede termijn. Ook gelden er vaste spreektijden op basis
van fractiegrootte. We hanteren de volgende sprekersvolgorde: we
beginnen met de grootste oppositiefractie, dan de grootste
regeringsfractie en dan loopt het zo verder af. We beginnen met de heer
Van Dijk van de Socialistische Partij. Hij heeft twaalf minuten
spreektijd. We hebben afgesproken dat ik indien nodig een korte
waarschuwing geef als het eerste deel van de spreektijd is gebruikt.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter. Het is een volle dag vandaag. We hebben net een lang debat
over personeel achter de rug. Nu gaan we door met het onderwerp
materieel.
Ik wil de minister wijzen op een artikel dat vandaag in Trouw staat. Zij
heeft het toevallig net voor zich; kijk eens aan. Ze mag eerst naar mij
luisteren en daarna mag ze het lezen. De kop is "Dilemma marine: minder
missies of meer geld". Volgens mij had er ook "Dilemma Defensie: minder
missies of meer geld" kunnen staan. Dit is natuurlijk geen nieuw
probleem. Dit speelt al jaren en mijn fractie stelt dit vaak aan de
orde. Als je zo veel bezuinigt op Defensie, dan moet je op een gegeven
moment ook iets doen aan je taakopdracht, je ambitieniveau en zeker ook
aan het aantal missies dat je doet. Nu komt er wat geld bij — dat hebben
we vanochtend ook uitgebreid besproken — maar het is natuurlijk de vraag
of dat voldoende is om de krijgsmacht in goede conditie en op peil te
houden. Wat mij betreft blijft de vraag staan of je het ambitieniveau
niet naar beneden moet bijstellen. Ik voel mij daar wel in bevestigd als
ik het artikel lees. In de eerste alinea staat: Als de minister niet
meer geld vrijmaakt voor nieuwe schepen, zal de marine waarschijnlijk
moeten inkrimpen. De minister legt het probleem neer bij een volgende
regering, wordt er gezegd. Kan zij reageren op die twee constateringen
in het artikel?
Als het over materieel gaat, gaat het ook over een ander favoriet
onderwerp van mij, namelijk de Joint Strike Fighter. Daar wordt in 2016
730 miljoen euro voor vrijgemaakt. Wat gaat er precies met dat geld
gebeuren? We hebben al eerder gedebatteerd over de dollarkoers waardoor
de JSF mogelijk veel duurder gaat worden, mogelijk zelfs een half
miljard duurder. Wat doet de minister eraan om dat te voorkomen? Komt
zij met zogenoemde valutatermijncontracten? Graag krijg ik een update
van dit dossier. De minister heeft natuurlijk ook vernomen dat de
Canadezen mogelijk uit de JSF gaan stappen na een verkiezingsuitslag die
ertoe heeft geleid dat de grootste partij die in Canada aan de macht
komt, geen JSF wil. Dat heeft natuurlijk direct enorme gevolgen voor het
hele project. Wordt de JSF daardoor duurder? Hoe gaat Nederland daarmee
om? Gaat de minister bijvoorbeeld opnieuw onderhandelen over de
prijs?
De onzekerheden brengen nog meer problemen met zich mee voor de
zogenoemde life cycle costing, de levensduurbenadering. Ook in deze
begroting zien we herschikkingen van het budget en het naar voren en
achteren schuiven van projecten. Het schiet nog niet echt op met de
financiële duurzaamheid, maak ik daaruit op. Ik zal een klein voorbeeld
noemen. In 2013 werd beloofd dat de Kamer voor de behandeling van de
begroting voor 2016 het evaluatierapport over life cycle costs bij
Defensie Materieel zou ontvangen. Daar staat bij "in behandeling". Dat
zegt genoeg. Begroten blijft een kunst voor Defensie. Wij willen
natuurlijk zo veel mogelijk inzicht in de kosten; dat moge duidelijk
zijn. Ook na het ontvangen van de antwoorden op de vele feitelijke
vragen blijven er nog veel vragen openstaan. Ook daarbij gaat het om de
discussie over de verhouding tussen ambitie en middelen. Daar hebben we
het vanochtend ook over gehad. Ik heb de indruk dat de minister dit wat
voor zich uit schuift. Zij verwijst namelijk naar de internationale
ontwikkelingen en zegt dat het daardoor nog niet mogelijk is om keuzes
te maken. Die internationale ontwikkelingen zijn er echter altijd.
Wanneer komt het punt waarop de regering wel weet wat de
langetermijnplanning is?
De minister geeft het in de begroting eigenlijk toe: er is de komende
vijftien jaar te weinig budget om aan alle wensen te voldoen. Er moeten
dus keuzes gemaakt worden. Tegelijkertijd weten we dat deze regering
nieuwe onderzeeboten wil aanschaffen. Is dat dan wel verstandig? Het
gaat mogelijk om 2,5 miljard euro. Als je dat niet zou doen, schep je
enorm veel ruimte, zeker als het gaat om de discussie over de verhouding
tussen ambities en middelen. We houden miljarden over voor andere
investeringen. We krijgen ruimte in de exploitatiekosten. We maken in
ieder geval een duidelijke keuze. In datzelfde stuk in Trouw staat in de
laatste alinea dat een belangrijke brief hierover niet op korte termijn
zal komen, maar binnen nu en het voorjaar van 2016. Kan de minister
daarop reageren? Een woordvoerder van haar heeft dit gezegd. Waarom is
dat uitgesteld?
Uit het materieelprojectenoverzicht blijkt dat er bij zeventien
projecten in vergelijking tot 2014 afwijkingen zijn. Vijf zijn goedkoper
geworden en twaalf zijn duurder geworden. Dat is goed voor een bedrag
van 76 miljoen euro. Er zijn ook nog eens negentien projecten waarvan de
fasering afwijkt. Elf zijn vertraagd. Wat zijn de gevolgen van deze
vertragingen op de lange termijn?
Een andere zaak is het verbeteren van de verwervingsketen. Ook de
Rekenkamer heeft in het verleden wat dat betreft onvolkomenheden
aangestipt. De minister geeft aan dat dit meegenomen gaat worden. Maar
wat wordt er nu daadwerkelijk ondernomen om de verwervingsketen te
verbeteren?
Ik heb tot slot nog twee punten. Ten eerste mijn Kamervragen over
kernwapens, want die vallen ook onder materieel. Die heb ik op 28
september ingediend. Wanneer worden die beantwoord? Ze gaan over de
modernisering van kernwapens in Europa. Is dat niet in strijd met het
streven naar wereldwijde kernontwapening? Is het ook niet in strijd met
mijn motie waarin staat dat de JSF geen kernwapentaak zal krijgen?
Waarom moeten we dan nog moderniseren? Ten tweede hebben we ook kunnen
lezen dat Defensie toch weer aan de slag gaat met tanks, terwijl
minister Hillen enige jaren geleden heeft besloten om die af te stoten.
Is dat geen voorbeeld van zwabberbeleid? Kan hier niet alsnog op
bespaard worden?
De heer Vuijk (VVD):
Voorzitter. De VVD-fractie spreekt bewondering uit voor de kwantiteit
van de informatievoorziening. Ik heb vanochtend meegeluisterd en heb
gehoord dat er toen ook al wat over gezegd is, maar ik heb toch de
behoefte om er zelf ook een paar zinnen aan te wijden. Ik heb het
inderdaad over de kwantiteit; de heer Knops hoort dat goed. Eerder had
de vaste commissie voor Defensie nog enige zorgen uitgesproken over het
uitblijven van brieven met antwoorden. Defensie zegde toe, met als
gevolg dat onze e-mailbox de afgelopen week dagelijks volstroomde met
brieven van de minister. Ik heb het in de procedurevergadering al
gezegd, het is vanochtend gezegd en ik zeg het nu nogmaals: chapeau voor
de inzet van de mensen die de afgelopen dagen alles op alles hebben
gezet om ons adequaat te informeren, ook voor dit wetgevingsoverleg over
materieel. Toch is er verwondering over de timing. Volgende keer
ontvangen we alles graag iets eerder. Dat geeft ons wat tijd om overdag
te lezen in plaats van tot diep in de nacht. Misschien is het goed dat
wij als Kamer alvast aankondigen dat wij volgend jaar omstreeks deze
tijd weer een WGO zullen uitschrijven, want dan kan men daar op het
ministerie alvast rekening mee houden. Ook de diepte van de antwoorden
kan nog aan kracht winnen. "Aan kracht winnen" is een vaste frase bij
ons geworden. Dat helpt ons bij het goed uitvoeren van onze
controlerende taak. Laat het compliment voor de inzet echter
overheersen. Dat meen ik oprecht.
Twee weken geleden bezocht de vaste commissie voor Defensie twee
militaire oefeningen in Schotland. De ene oefening behelsde het samen
met een bondgenoot neerhalen van een ballistische raket, waarbij vanaf
het fregat De Zeven Provinciën hoogtechnologisch materieel met
Nederlandse radartechnologie werd ingezet. De andere oefening was een
bergtraining van de mariniers, waarin tactisch optreden in de bergen
onder extreme omstandigheden met eenvoudig materieel geoefend werd. Ik
hoorde de minister vanochtend een aantal keer zeggen dat zij had
meegelopen met een dagmars. De Kamerleden hebben zich echter ook niet
onbetuigd gelaten en zijn met gevaar voor eigen leven van hoge bergen
abgeseild en met de tokkelbaan naar beneden gegaan. Ik heb zelf
doodsangsten uitgestaan, maar die opmerking is alleen voor de oren van
de minister bedoeld. Wat in het bijzonder indruk maakte, was de
betrokkenheid en de grote inzet van de mensen. In de twee oefeningen
werd overtuigend getoond hoe Nederland internationaal in de top van de
NAVO meedraait in het beschermen van onze veiligheid.
De toestand in de wereld is ernstig. Vijanden tergen met militaire
middelen onze bondgenoten. Ik wil enkele voorbeelden van gevaarlijke
ontwikkelingen noemen. Rusland vergroot in Oekraïne zijn invloed met een
explosieve cocktail van hybride oorlogvoering met zware wapens. Het
Rusland van Poetin zendt bommenwerpers en onderzeeboten naar onze
Noordzee. In het Midden-Oosten escaleert terroristisch barbarisme naar
een geopolitieke strijd met ontwrichtende vluchtelingenstromen tot
gevolg. In de Malinese woestijn moet voorkomen worden dat er rechteloze
vrijplaatsen ontstaan waar terroristen de vrije hand krijgen. In de
Zuid-Chinese Zee tart China met agressief militair optreden de
buurlanden en de Verenigde Staten. Aan onze eigen Koninkrijksgrenzen
rommelt het in Venezuela, met een leider die het internationale conflict
niet schuwt. Waakzaamheid is nodig. Dit betekent dat we blijvend moeten
investeren in het op orde houden van de krijgsmacht door te investeren
in goed materieel.
De uitgaven voor militair materieel gaan omhoog. Vanochtend is daarover
in een aantal interrupties al heel veel gewisseld. Met de nota "In het
belang van Nederland" heeft de minister aan het begin van deze
kabinetsperiode de hoofdlijn van het Defensiebeleid voor de komende
jaren bekendgemaakt. De nota was het sluitstuk van een lange periode van
incasseren van vredesdividend. Inmiddels wordt het Defensiebudget jaar
op jaar noodzakelijkerwijs verhoogd. Vanochtend is gesproken over het
gebrek aan duidelijkheid over de toedeling van de extra middelen. De
minister heeft daar vanochtend toezeggingen over gedaan. Ik kom daar nu
niet op terug.
Wel wil ik enkele markante ontwikkelingen rondom militair materieel nog
eens extra onder de aandacht brengen. De VVD heeft zorgen over de
operationele gereedheid. Ik loop niet de hele lijst door, maar geef een
voorbeeld uit de brief van de minister van 15 september op bladzijde 4.
De minister schrijft daar het volgende. "De materiële gereedheid bij het
Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) is veelal voldoende. De
beschikbaarheid van reservedelen is echter beperkt. Bij de introductie
van materieel blijken de onderhoudsbedrijven niet altijd volledig
voorbereid en toegerust op de instandhouding, zoals in het geval van de
geïntegreerde mast van de patrouilleschepen. Dit heeft geleid tot een
toename van het aantal herverdelingen (het verplaatsen van onderdelen
van het ene naar het andere schip) en openstaande leveringen. Voorts
leidt de voortschrijdende ouderdom van enkele scheepstypen tot een
groter beslag op de onderhoudscapaciteit en reservedelen." Dit is hoe
dan ook nette taal voor kannibalisatie. De organisatie vreet zichzelf
op. Dit speelt op meer plekken in de organisatie. De tekst lezend is het
een organisatievraagstuk en geen financieel vraagstuk. Is die
appreciatie waar? Ik zie aan de gezichtsuitdrukking van de minister dat
zij daar een ander beeld bij heeft. Ik hoor daar graag wat over. Hoe
gaat zij dit aanpakken?
We moeten blijven investeren in nieuw materieel. Het gaat om in totaal
1,4 miljard euro, waarvan 1 miljard aan groot materieel, 200 miljoen aan
infrastructuur, 110 miljoen aan ICT en 90 miljoen aan wetenschappelijk
onderzoek. Er ligt een onderzoek van het bureau Policy Research waaruit
blijkt dat het voorziene aandeel van investeringen in het budget van
investeringen gedaald is van 21% in 2010 naar 16% in 2014. Bovendien
wordt het voorziene budget structureel niet volledig gebruikt. Dat is
geen nieuws, maar de VVD-fractie blijft hiervoor aandacht vragen. Het is
voor Defensie essentieel om voldoende te investeren om de inzetbaarheid
ook in de toekomst te kunnen blijven garanderen. De investeringsquote
moet omhoog naar 20% van het Defensiebudget. De investeringsquote wordt
al jaren niet gerealiseerd en de prognoses van afgelopen jaren blijken
van geen enkele waarde omdat ze nooit uitkomen, zo liet de Rekenkamer
vorig jaar zien. De investeringsquote is de afgelopen jaren alleen maar
blijven dalen, terwijl de prognoses iedere keer mooi omhoog liepen. De
minister heeft maatregelen aangekondigd. We zullen volgend jaar zien of
dat lukt.
Een punt van aandacht is de verandering van de financiering van
investeringen. Door bijvoorbeeld het leasen en huren van vastgoed worden
uitgaven die voorheen, bijvoorbeeld stichtingskosten van een gebouw, als
investeringen gezien werden, nu als exploitatie gelabeld. We hebben daar
in de technische briefing ook wat aandacht aan besteed. Dat zou gevolgen
hebben voor het berekenen van de investeringsquote. Ik heb echter niet
het idee dat dit het tekort van de investeringsquote geheel verklaart,
maar heeft de minister zicht op dit probleem? Is het eigenlijk een
probleem? De 20% is een NAVO-norm. Hoe gaan onze bondgenoten hiermee om?
Wat zijn de ervaringen met de in 2013 ingevoerde eindejaarsmarge? Met
deze voorziening is het voor de minister mogelijk wat meer
langetermijndoelen te financieren, maar de voorwaarde is dat andere
uitgavenposten in balans zijn, waardoor het risico van het realloceren
van investeringen naar materiële en personele exploitatie nog steeds
aanwezig is. Voorziet deze mogelijkheid in de praktijk wel of niet in
een behoefte? Werkt het? Misschien komt deze vraag wat vroeg, maar ik
ben benieuwd of daar zicht op is. Ik begrijp dat de minister hier in het
voorjaar van 2016 nog op terug wil komen — ik doel op het gehele rapport
van Policy Research — maar wellicht kan zij er al wat over zeggen, want
we spreken tenslotte nu over de begroting.
Ik kom op de huisvesting. Militairen behoren adequaat gehuisvest te
zijn. De minister is daarom grootgrondbezitter, met een paar mooie
getallen: 486 objecten, 35.000 hectare grond, waarvan 318 in eigendom,
oefen- en schietterreinen nemen 75% van de oppervlakte in beslag, en
11.325 gebouwen, waarvan 97% in eigendom en waarvan 295 de
monumentenstatus hebben. Ik wilde die getallen even noemen. Ik vind het
mooie getallen. Defensie is in alle provincies vertegenwoordigd, maar
niet overal in gelijke mate. Alleen al het getal bij de monumentenstatus
zou zorgen moeten baren, want veel is dus al heel oud. Ik noem de
huisvesting van de mariniers in Doorn. Dat gebouw is overigens geen
monument, maar het is wel verouderd en te klein. De plannen voor
vervanging en verhuizing zijn klaar, maar de marinierskazerne in
Vlissingen houdt de mensen nog steeds bezig. In 2019 moeten daar 1.800
mariniers werken en die kazerne gebruiken als uitvalsbasis voor
operaties over de hele wereld. Gaat de minister die planning nog halen?
Dat is een heel eenvoudige vraag. Dit leeft onder de mensen.
De tweede vraag over huisvesting gaat over de Johan Willem Frisokazerne
en is ietsje ingewikkelder. In de brief van 9 september schrijft de
minister dat met medegebruik de kosten van het openhouden van de kazerne
door Defensie verlaagd kunnen worden. De minister rekent op een
besparing van €250.000 per jaar. Voor de regio is het behoud van
werkgelegenheid van belang. De Rekenkamer wees er echter op dat
werkgelegenheid geen kerntaak is van Defensie. Dat werpt de vraag op of
de kosten van voorzieningen, zodra daar ook andere maatschappelijke
doelen mee gerealiseerd worden, wel voldoende kunnen worden verrekend.
Enkel het verrekenen van huisvestingskosten op basis van vierkante
meters kan niet voldoende zijn. Als het aan Defensie had gelegen, was
Havelte immers ook goed geweest en was de hele kazerne afgestoten. De
vraag is dus: worden de kosten volledig doorberekend? Nu de Rekenkamer
eenmaal op het spoor van deze vraag zit, vermoed ik dat in de toekomst
ook de Van Ghentkazerne die vraag zou kunnen opleveren. Dit is overigens
geen vraag over de Van Ghentkazerne. Het gaat mij alleen om de
Frisokazerne. Kan daar iets over gezegd worden?
Escalatiedominantie is noodzakelijk. Collega Van Dijk noemde de tanks al
even. Wij staan daarin wat diametraal tegenover elkaar. Onze krijgsmacht
kan optreden tot in het hoogste geweldsspectrum. De zware gevechtstank,
de Leopard 2, keert terug bij de 43ste Gemechaniseerde Brigade. Het is
tegelijkertijd een mooi voorbeeld van internationale
materieelsamenwerking met Duitsland door de integratie in de eerste
Duitse pantserdivisie. Ik begreep dat die integratie in 2020 klaar moet
zijn. Deze samenwerking is letterlijk grensverleggend, omdat een
operationele eenheid tot op een laag niveau wordt geïntegreerd. Het
roept echter wel de vraag op hoe dit in het veld gaat werken, omdat de
mannen en vrouwen die het materieel bedienen, elkaar onder de meest
extreme omstandigheden blindelings moeten kunnen begrijpen. Zelfs de
kleinste taal- en cultuurverschillen kunnen grote gevolgen hebben.
Tijdens een werkbezoek aan de 43ste Gemechaniseerde Brigade sprak ik met
een wetenschapper die hier onderzoek naar doet. Hoe gaat de minister om
met het taal- en cultuurrisico om ervoor te zorgen dat wapensystemen ook
onder extreme omstandigheden effectief kunnen worden ingezet? Met het
oog op de discussie van vanochtend over de onderzeeboten gaat het mij
hierbij niet om verschillen tussen man en vrouw of extra
torpedo's.
We moeten technologische ontwikkelingen bijhouden. Onze krijgsmacht
steunt van oudsher op technologie. We zien proliferatie van ballistische
rakketten waarbij Nederland werkt aan het antwoord met de SMART-L-radar.
Dat is een bijzondere radar die vanaf de Noordzee over heel Europa kan
waarnemen en ballistische rakketten snel kan detecteren. Met die
informatie kan een antiballistische raket aangestuurd worden. Twee weken
geleden is dit dus met succes getest in de Atlantische Oceaan ten westen
van Schotland. Dat is mooi.
Ook zien we Defensie met ESTEC en Airbus aanhaken bij de ontwikkelingen
in de ruimtevaart. Het uitstel van de verwerving van de MALE UAV (medium
altitude long endurance unmanned aerial vehicle) is daarom te betreuren,
omdat daarmee aansluiting bij onbemande en autonome wapensystemen op
achterstand lijkt te komen. Proliferatie van onbemande wapensystemen en
de ontwikkeling van autonome wapensystemen zetten door. Ons land moet
bij de les blijven.
Ik kom op internationale samenwerking. Grote materieelprojecten worden
in internationale samenwerking uitgevoerd. Dat is in ieder geval de
wens. De internationale samenwerking voor de vervanging van
onderzeeboten is een ingewikkelde operatie, zo vang ik op in het veld.
Nederland speelt graag een voortrekkersrol in de internationale
samenwerking, maar gaat dat ook lukken voor schepen? Uit eigen ervaring
kan ik inmiddels constateren dat een materieelproject in eigen beheer
uitvoeren al lastig is, met twee landen al moeilijk wordt en met meer
landen bijna onmogelijk is. De harde voorwaarde voor internationale
samenwerking is dat er een robuuste lead nation is die de kar trekt.
Herkent de minister dit? Hoe verhoudt zich dit tot de komende vervanging
van onderzeeboten en fregatten?
Dan nog iets raars. We willen meer internationale samenwerking. De
minister legt dit uit in haar brief van 30 oktober, de rapportage
internationale militaire samenwerking, maar het blijft bijzonder. We
zien de NAVO als belangrijkste pijler en willen meer Europese
defensiesamenwerking, waarbij de vele verschillende typen wapensystemen
een enorme uitdaging vormen. Ik geef een voorbeeld. Nederland en
Duitsland beschikken over de nichecapaciteit van de Patriots, tegen
ballistische raketten. Duitsland heeft aangekondigd een ander systeem te
gaan verwerven. Nederland heeft geen plannen om dat zelf ook te
verwerven. De Nederlandse keuze voor het investeringsproject levensduur
Patriots staat los van de keuze van Duitsland voor een ander systeem.
Wij gaan dat levensduurproject zelf uitvoeren omdat onze systemen
verouderd zijn en nog twintig jaar mee moeten. Duitsland blijft nog tot
2025 over het systeem beschikken, maar gaat dan waarschijnlijk over op
het andere systeem. Ik begrijp dat de samenwerking nog steeds best
mogelijk is als Duitsland over een ander systeem beschikt, maar het
blijft merkwaardig. Naarmate Duitsland de Patriot uitfaseert, zal de
samenwerking op gebieden als onderhoud en opleiding onvermijdelijk
minder worden. Dat laatste is nu juist het belangrijkste doel van
samenwerking: we zoeken naar efficiencyvoordelen. De vraag is hoe het zo
kan lopen. Waarom is daar geen overleg over? Komen er dan toch ineens
weer nationale belangen naar boven?
Er is nog een puntje waarover we vorig jaar ook al even hebben
gesproken, namelijk de btw. Een groot deel van de Defensie-uitgaven
keert terug naar de belastingontvanger door de btw. Het is het
rondpompen van geld. De minister schrijft in het kader van de
btw-kwestie dat er over internationale samenwerking en in het bijzonder
de Nederlandse positie daarin, geen bijzondere ontwikkelingen te melden
zijn. Dat is op zich al reden om eens een vraag te stellen. Enkele
lidstaten hebben een btw-vrijstelling bedongen voor de levering en het
onderhoud van militaire luchtvaartuigen. Nederland heeft die niet. De
minister meldt dat het EDA (European Defence Agency) wel in aanmerking
kan komen voor een btw-vrijstelling. Het overleg dat de minister voert
met de Belastingdienst en Financiën richt zich enkel op duidelijkheid en
werkbare afspraken binnen onze eigen budgetten. Ik ben een beetje
cynisch, maar dat kan misschien alleen maar meer kosten meebrengen, of
vergis ik mij? Als ik de brief van de minister goed lees, kan ik mij
voorstellen dat de exercitie die wij tegen de btw-heffing op militair
materieel proberen te voeren eigenlijk een kansloze actie is. Graag een
reactie van de minister.
Ik kom op mijn laatste punt, de helikopters. Tijdens een werkbezoek in
Mali zagen wij vorig jaar de Chinooks in actie. Defensie beschikt nu
over elf gewone helikopters en zes bijzondere helikopters. Met de
A-brief uit 2012 is de Kamer geïnformeerd over de behoeftestelling voor
het project Chinook vervanging en modernisering, voor de vervanging van
de huidige elf CH-47D-helikopters door nieuwe helikopters, en de
modernisering en standaardisatie van de huidige zes CH-47F-toestellen.
In de begroting voor 2015 heeft het kabinet extra geld beschikbaar
gesteld voor uitbreiding van de Chinookcapaciteit met drie toestellen,
tot in totaal twintig. De eerste vervangende Chinookhelikopters zullen
in 2019 aan Nederland worden geleverd. Nederland zal die toestellen tot
minstens 2045 kunnen gebruiken. De VVD-fractie juicht deze voorspoedige
gang van zaken toe en deelt de visie van de minister dat de schaarse
helikoptercapaciteit uitbreiding vereist. Wel heeft de VVD nog vragen
over de industriële participatie. Lukt het om goede afspraken te maken
met de Amerikaanse overheid en Boeing? En lukt het de Nederlandse
industrie om die afspraken straks in getekende orders om te zetten? Wat
is de verwachting?
De minister schrijft in de voortgangsrapportage dat Nederland als eerste
land operationele ervaring heeft opgedaan met de NH90-helikopter aan
boord van schepen. Volgens mij was dit het onderwerp van vorig jaar en
voorzagen wij vooral rampspoed. Zowel de inzet tijdens de
antipiraterijmissie voor de kust van Somalië als die in het Caribisch
gebied was succesvol, maar na terugkeer zijn corrosie en slijtage
geconstateerd. Ook bij de andere toestellen bleken die het geval. Het
was meer dan mocht worden verwacht op grond van ouderdom van de
helikopter en het aantal vlieguren. Dit heeft in 2014 geleid tot het
tijdelijk opschorten van de acceptatie van nieuwe helikopters. Ik zei al
dat dit vorig jaar zo ongeveer de hoofdact was van het WGO. De minister
heeft deze problemen in het voorjaar echter adequaat opgelost, waarna de
afname is hervat. In het veld horen wij enthousiaste geluiden over dit
toestel. Dat is mooi, en dat moest even gezegd worden: ik begon met een
compliment en eindig daarmee. Tot zover mijn eerste termijn.
De voorzitter:
U was bijna 17 minuten aan het woord; dan weet u wat resteert in tweede
termijn. Er is een vraag van de heer Van Dijk, vast over een
compliment.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Het is altijd genieten om naar de heer Vuijk te luisteren, hoewel je
zijn betoog ook kunt samenvatten in vijf woorden: bravo minister, ga zo
door! Maar kan de heer Vuijk nou ook eens reageren op dat artikel in
Trouw van vandaag? Daarin worden dilemma's voorgelegd en ik weet zeker
dat die niet nieuw zijn voor de heer Vuijk. Hij bejubelt de tanks, de
JSF, de helikopters, de onderzeeërs en noem maar op, maar wie zich
verdiept in de krijgsmacht, hoort dat het daar piept en kraakt. Dat kan
niet met een paar honderd miljoen opgelost worden. Kan de heer Vuijk nu
eens wat adviezen aan de minister geven? Moeten al die zaken echt
allemaal, of heeft hij het lef om keuzes te maken?
De heer Vuijk (VVD):
Keuzes zijn er de afgelopen jaren al genoeg gemaakt, misschien zelfs wel
te veel. In mijn termijn heb ik de kannibalisatie bij de marine
aangestipt. Ik vind dat een punt van zorg. De marine, maar ook de andere
krijgsmachtonderdelen, moet gewoon goede spullen hebben. Ik wacht het
antwoord van de minister even af, maar ik heb de vraag gesteld of er nou
sprake is van een organisatieprobleem of van een financieel probleem. Er
is nog steeds een onderrealisatie is van de investeringen. Je zou je dan
kunnen voorstellen dat er, als er sprake zou zijn van tekorten bij
investeringen in materieel, eerst nog een organisatieprobleem moet
worden opgelost. Het spul moet simpelweg besteld en geleverd worden. Ik
ben nieuwsgierig naar waar in de keten het probleem precies zit. Als het
anders zit en er toch te weinig geld is voor al die spullen, dan hoor ik
dat nog een keer graag. Ik ben het er wel mee eens dat je de vraag moet
stellen of er straks voldoende middelen zijn gereserveerd voor, zoals de
heer Van Dijk zelf zei, de nieuwe onderzeeboot. Daarover verschillen wij
inderdaad van mening. Ik vind dat er voldoende middelen beschikbaar
moeten zijn om investeringen te kunnen realiseren. Daar geven de
opvolgende moties-Van der Staaij wat mij betreft goed uitdrukking
aan.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Het is interessant om even beter naar die onderzeeërs te kijken. Zoals
ook in het artikel staat, wordt daar 2,5 miljard voor ingepland. Dat is
een fors bedrag. Een onderzeeër kost al 750 miljoen per stuk. Men zit
dus nu al te laag met de budgettering. Je kunt dus eigenlijk al
uitschrijven dat een volgend kabinet te maken krijgt met veel hogere
kosten voor een project dat nu wordt aangegaan. Wilt u die
verantwoordelijkheid op zich nemen? Of zegt u: dat moet dan wel met
voldoende budget gebeuren, en anders kan het niet.
De heer Vuijk (VVD):
Er zitten twee vragen in deze vraag verwerkt. Ik heb ten eerste
overigens geen idee wat een onderzeeër precies kost, want zolang dat
ding nog op de tekentafel ligt, kan het alle kanten op, omhoog en
omlaag. Dat zullen we dus even moeten afwachten. Dat is de ene keuze. De
andere keuze is: waar geef je het geld aan uit? Volgens mij is het punt
van die investeringsbegroting nou juist dat er eindeloos in geschoven
wordt. Daarom heb ik — ik kom toch terug bij de motie-Van der Staaij —
aan de minister gevraagd of zij voldoende middelen heeft. Is er
voldoende beschikbaar? Ik deel het rigoureus snijden niet dat de heer
Van Dijk zelf voorstelt, wanneer hij zegt: laten we dan maar geen
onderzeeboten nemen. Volgens mij heb ik de heer Houwers ook de vraag
horen stellen of je de ambitie van de krijgsmacht naar beneden bij zou
moeten stellen. Op papier zou dat immers comfort kunnen geven. Ik deel
het standpunt dat je dat niet zou moeten doen. Die keuzes moet je niet
maken. Je moet eindeloos blijven zoeken naar mogelijkheden om binnen het
bestaande budget en de ruimte die de motie-Van der Staaij eventueel zou
kunnen bieden, al je vraagstukken op te lossen, ook je
investeringsvraagstukken. Wat volgt uit de rigoureuze keuzes die de heer
Van Dijk maakt, zoals het wegsnijden van de Onderzeedienst, zie ik
echter niet gebeuren.
De heer Knops (CDA):
De heer Van Dijk vatte het betoog van de heer Vuijk samen met: bravo
minister, ga zo door! Ik moet ook eerlijk zeggen dat er veel
complimenten in zaten. Ik geef alvast een winstwaarschuwing af: ik heb
de helft van de spreektijd van de heer Vuijk, dus ik zal niet zo veel
complimenten laten horen. Hij pleit eigenlijk voor een veelzijdig
inzetbare krijgsmacht, maar laat in het midden of het geld dat nu is
vrijgespeeld voldoende is om al die ambities waar te maken. Mijn vraag
ligt een beetje in het verlengde van die van de heer Van Dijk. Je kunt
al die dingen wel willen, maar krijgen we dadelijk niet dezelfde
problemen als verdringing en, zoals al is aangekondigd, projecten die te
lang vertraagd zijn en duurder worden? Als die ambities van een
veelzijdig inzetbare krijgsmacht, die ik van harte deel, waargemaakt
worden, is de heer Vuijk dan ook bereid om de middelen die daarvoor
nodig zijn additioneel toe te voegen?
De heer Vuijk (VVD):
Dit blijft altijd een lastige vraag. Ik kan hier wel iets vinden van de
verdeling van het huidige budget, maar ik kan moeilijk iets vinden van
het budget dat de minister in deze kabinetsperiode toebedeeld krijgt. Ik
ga daar simpelweg niet over. Bij de keuzes die gemaakt worden, zitten
keuzes waarvan de VVD-fractie zegt: dat is jammer. Ik heb in mijn betoog
de keuze aangestipt die gemaakt is om de Mali UAV naar achteren te
schuiven. Aan de andere kant is het wel aan de minister om keuzes te
maken. Wil je financiële ruimte vrijmaken om de vervanging van
onderzeeboten te financieren, dan kan dat. Dat is een keuze. De Kamer
kan meekijken en aangeven of ze die keuze deelt. De vraag of we dat gaan
steunen, zal een duw- en trekwerkje zijn van ons allen. Wij kunnen hier
wel roepen dat er geld bij moet, maar daar gaan we niet over. Dat zou
dus een rare belofte zijn.
De heer Knops (CDA):
Er komen heel veel vragen bij mij op. Waar gaan we dan wel over als we
niet meer over het budget gaan? Het budgetrecht ligt immers bij de
Kamer. Het zou de heer Vuijk sieren als hij daar juist wel iets van zou
vinden. Laat het zo zijn dat hij dit jaar zijn beurt voorbij heeft laten
gaan bij de Algemene Beschouwingen, maar laat de heer Vuijk dan een
visie geven op hoe het de komende jaren verder moet. Dat zou toch het
minste zijn wat we van hem mogen verwachten, zeker omdat hij het
afgelopen jaar met mevrouw Eijsink een motie heeft ingediend waarin werd
aangegeven dat de minister budget en ambities in overeenstemming moest
brengen. Daarbij werd niet uitgesloten dat het ambitieniveau zelfs
omlaag zou moeten. Wij waren daar niet blij mee, maar die motie heeft
hij wel ingediend.
De heer Vuijk (VVD):
Diverse moties hebben er in de afgelopen jaren toe geleid dat het
Defensiebudget omhooggegaan is. De discussie of ik er nou wel of niet
over ga, zou een beetje semantisch worden. Met alle inspanningen die wij
hier hebben verricht in de afgelopen tijd is het Defensiebudget in de
afgelopen jaren meer omhoog gegaan dan in de afgelopen twintig jaar. Dat
moet je je realiseren. Er zijn in de afgelopen jaren veel bezuinigingen
geweest. Ik heb in mijn termijn gezegd dat ik geen behoefte heb om de
hele discussie van vanochtend te herhalen; ik heb de discussie tussen de
heer Knops en de heer Teeven goed gevolgd. Anders zouden we weer in die
discussie terechtkomen. Volgens mij is het een feit dat de
Defensieuitgaven omhoog zijn gegaan. Deze coalitie heeft dat voor een
deel ook samen met de constructieve drie voor elkaar gekregen en met dat
geld moeten we het nu even doen. Binnen die budgettaire kaders moet deze
minister keuzes maken. Het debat dat wij hier met elkaar moeten voeren
gaat over de vraag of we het eens zijn met die keuzes. In die zin vind
ik de discussie waarop de heer Van Dijk doelt essentiëler, in de zin of
je met dat geld bijvoorbeeld tanks moet kopen of een douchefaciliteit in
een onderzeeboot omdat je vrouwen belangrijker vindt dan een torpedo.
Dat zijn legitieme discussies. Dan praat je over het geld dat ervoor
nodig is.
Mevrouw Hachchi (D66):
Laten wij het vooral serieus houden. Wij gaan het bij de
begrotingsbehandeling volgende week zeker hebben over de ambities die
diverse fracties in dit huis hebben ten aanzien van de krijgsmacht en
ook over het feit dat die veelzijdige inzetbare krijgsmacht alleen op
papier staat en dat wanneer we die klaar willen stomen voor de strijd
van de 21ste eeuw we miljarden nodig zullen hebben om die ambitie vast
te houden. De heer Vuijk is heel erg positief. Positiviteit als zodanig
kan ik alleen maar omarmen maar het zou ook wat reëler kunnen als we
kijken naar de bedrijfsvoering van Defensie. Laat ik er een punt
uithalen. Ondanks de vele spreektijd die de heer Vuijk heeft gehad,
heeft hij daarin geen ruimte vrijgemaakt voor het punt van de
verwervingsketen. Er is recent een rapport verschenen dat harde
conclusies trekt over die verwervingsketen. Ik zou graag horen wat de
VVD-factie daarvan vindt.
De heer Vuijk (VVD):
Wij praten al heel lang over de verwervingsketen. Er loopt ook nog een
evaluatie van het DMP. Ik heb er zelf eerder ook een aantal vragen over
gesteld aan de minister. De belangrijkste vraag is nu of je dat rapport
hier in detail gaat bespreken of dat je eerst probeert vast te stellen
wat er daadwerkelijk aan de hand is. De uitkomst van het gehele
verwervingsproces betreft de vraag of er nieuwe spullen worden gekocht
en of de mannen en vrouwen in het veld over voldoende spullen
beschikken. Het antwoord op die vraag is op dit moment nee. In de brief
over de gereedstelling zien we een treurige lijst van allerlei tekorten.
Wanneer je zelf in het veld bent, hoor je die verhalen ook. Waar je
constateert dat er sprake is van onderrealisatie ten aanzien van de
investeringen, is de vraag relevant of het een organisatievraagstuk of
een financieel vraagstuk is. Als het dat eerste is, dan is het aan de
minister om aan te geven hoe ze dat vraagstuk aanpakt. We zijn twee
weken geleden op werkbezoek geweest bij de DMO. Wat mij betreft heb ik
daar op een overtuigende wijze uitgelegd gekregen dat men bij de DMO
druk bezig is om grip te krijgen op deze processen. Er is de afgelopen
jaren veel aangericht door de grote reorganisaties. Ook dat kan geen
verrassing zijn. Er is ook uitgebreid voor gewaarschuwd. Ik kan mij
herinneren dat de minister aan het begin heeft uitgelegd dat zo'n grote
reorganisatie toch wel gevolgen heeft en dat je de schade dan moet
repareren, wat jaren gaat kosten. In die periode zitten we nu.
Mevrouw Hachchi (D66):
Ik snap de opmerking van de heer Vuijk over de spullen van de mannen en
de vrouwen van de krijgsmacht, maar ook die opmerking zou je dan moeten
zien in het licht van de ambitie die je hebt voor de krijgsmacht en de
keuzes die je in dat verband maakt. Als ik de heer Vuijk goed beluister,
geeft hij aan ook de problemen te zien op het terrein van de
bedrijfsvoering van de krijgsmacht. Dat zijn problemen die je niet
alleen met meer geld oplost. Ook de VVD-fractie ziet dat nu in en
daarmee is mijn vraag beantwoord.
De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Knops van de fractie van het CDA
voor zijn bijdrage in eerste termijn.
Voorzitter: Teeven
De heer Knops (CDA):
Voorzitter. Het begin van mijn inbreng is exact hetzelfde als dat van de
heer Vuijk, namelijk dat ik ook bij die oefening aanwezig was en ook
zeer onder de indruk was van de capaciteit en kwaliteit van de
Nederlandse krijgsmacht en de Koninklijke Marine in het bijzonder.
Tijdens die oefening hebben we ook gezien hoe trots we kunnen zijn op
het feit dat we die nichecapaciteiten hebben en dat we in de "Premier
League" van de NAVO meedoen op dit punt, omdat we technologieën hebben
die anderen niet hebben en we daarmee iets toevoegen aan de totale
NAVO-keten. Ook de dag erna bij de mariniers was ik buitengewoon onder
de indruk van de wijze waarop er geopereerd wordt. Ik denk dat we daar
als Nederland trots op kunnen zijn. Tegelijkertijd — het is in het WGO
Personeel ook al aan de orde geweest — kraakt de krijgsmacht in haar
voegen. Er staat veel materieel stil. Er wordt gekannibaliseerd en er
worden oefeningen afgeblazen. Er is een tekort aan vrijwel alles, van
kleding tot brandstof en munitie. Het dieptepunt was deze zomer het
bericht dat een deel van de munitie op was en dat operationele
commando's hun munitie tijdelijk moesten inleveren.
Mijn fractie is zeer ontstemd over de staat waarin Defensie zich
bevindt. Ik heb vanmorgen al gezegd: het kabinet heeft te veel initieel
bezuinigd en daarna geld toegevoegd, maar te weinig en te laat. Het
gevolg is dat we nu met een krijgsmacht zitten die de komende jaren in
de lappenmand zit en verminderd inzetbaar is en dat voorlopig ook
blijft. Afgelopen jaar al stonden de seinen voor Defensie op rood. De
CdS waarschuwde: we balanceren op het randje. De situatie is inderdaad
ernstig. De beperkingen op het gebied van materiële gereedheid,
geoefendheid, inzetbaarheid en voortzettingsvermogen zijn zo groot en zo
breed door de gehele krijgsmacht heen dat het onbegonnen werk is om op
alles vandaag in te gaan. Of het nu betreft de fregatten, de
onderzeeërs, de mortieren, de F-16's, de Fenneks, de CV90's of de
Bushmasters, vrijwel overal zijn er problemen. Maar liefst negentien
typen eenheden zullen niet operationeel gereed zijn en degene die dat
wel zijn, zijn vaak niet inzetbaar voor het gehele pakket aan taken en
in het gehele geweldsspectrum. Laat ik een voorbeeld noemen. Van alle
manoeuvrebataljons van het CLAS is er één operationeel gereed het
komende jaar; dat is een luchtmobiel bataljon en dit bataljon is slechts
gereed als gemotoriseerd en dus niet als luchtmobiel. De geoefendheid
voor air-assaultoptreden is te laag. Ik noem verder de tekorten aan
munitie, zowel voor kleinkaliberwapens als voor de F-16's boven Irak. In
beide gevallen wijst de minister op de fabrikant of lange bestel- en
levertijden. Het probleem begint echter bij te geringe voorraden. Door
alle bezuinigingen is daar simpelweg op ingeteerd. De minister geeft dit
in haar inzetbaarheidsrapportage ook toe. Er is nauwelijks redundantie
in aantallen wapensystemen maar ook in voorraden munitie, reservedelen
en componenten in een te krappe organisatie. Wanneer houdt de minsiter
op te denken alsof Defensie een efficiencyorganisatie is? Defensie is
toch bovenal een effectiviteitsorganisatie?
De heer Vuijk (VVD):
Het blijft mij intrigeren waar deze behoefte aan geweldige
zelfkastijding van de heer Knops toch vandaan komt. Volgens mij hoor ik
hem dit nu iedere vergadering uitleggen. Waarom heeft hij behoefte om
dit iedere keer opnieuw te noemen terwijl dit de gevolgen zijn van
beleid waar zijn eigen handtekening als het ware onder staat? Die
gevolgen worden nu beetje bij beetje gerepareerd. Dus waar komt deze
behoefte vandaan en waarom kijkt de heer Knops niet naar voren en
probeert hij niet samen met ons te zoeken naar oplossingen om de
krijgsmacht goed inzetbaar te krijgen en te houden?
De heer Knops (CDA):
Ik vind het niet zo verstandig dat de heer Vuijk juist deze interruptie
plaatst, want dan moet ik hetzelfde gaan zeggen als wat ik vanochtend
gezegd heb. Laat ik dan het volgende zeggen. Het laatste waar Defensie
behoefte aan heeft, is een soort Mohammed Al-Sahaf, de minister van
Irak, die indertijd toen alle bommen insloegen zei: er is niets aan de
hand. Dat is namelijk wel een beetje het verhaal dat ik hoor van de heer
Vuijk. Het is denk ik goed om de zaak te benoemen. De minister is ermee
begonnen door in haar inzetbaarheidsrapportage aan te geven waar het
wringt. Ik doe niet meer en niet minder dan dat op te sommen en daarmee
aan te geven dat er iets moet gebeuren. De heer Vuijk komt in zijn
bijdrage niet verder dan veel bravo roepen en veel complimenten
uitdelen. Dat kan als je heel veel spreektijd hebt, maar ik heb niet zo
veel spreektijd. Dus ik beperk mij tot de dingen die niet goed gaan.
De heer Vuijk (VVD):
De heer Knops gaat niet in op mijn vraag over de zelfkastijding. Waarom
hecht hij er voortdurend aan om de aandacht te vestigen op beleid waar
hij zelf aan meegewerkt heeft en waarvan we nu de gevolgen ondervinden
en we vanuit het veld te horen krijgen dat het piept en het kraakt en
dat het in het rood loopt, waarbij hij naar deze minister kijkt alsof
zij daarvoor verantwoordelijk is? Ik zie hier juist een minister die
probeert om met al dat gepiep, gekraak en in het rood lopen, een
Defensieorganisatie aan te sturen die in twintig landen operaties
uitvoert, waarbij ook nog geconstateerd kan worden dat de winkel gewoon
geopend is en mensen hun werk goed doen.
De voorzitter:
De heer Knops gaat nu antwoorden en dan gaat hij verder met zijn
betoog.
De heer Knops (CDA):
Ik ga dit de heer Vuijk gewoon niet aandoen. Ik verwijs naar de
beantwoording vanochtend in reactie op de interruptie van de heer
Teeven. Ik heb aan het begin van mijn betoog, ook in dat van vanochtend,
gezegd dat ik buitengewoon veel waardering heb voor de militairen die
hun werk met al die beperkte middelen moeten doen. Op werkbezoeken hoor
je wel degelijk kritiek. We hebben verder een rondetafelgesprek gehad
waarin mensen heel eerlijk en heel moedig zeggen dat het niet gaat zoals
het zou moeten. En als ik dan kritiek heb, dan komt de heer Vuijk met
zoiets als "shoot the messenger". Nou, hij schiet maar, ik vind dat
prima, maar ik blijf dit gewoon zeggen zolang het probleem niet is
opgelost. Ik zou het fijn vinden als de heer Vuijk dat ook zou doen,
want dan zou hij invulling geven aan de rol die hij als Kamerlid heeft.
Hij is namelijk mede verantwoordelijk voor een goede collectieve
veiligheid. Het gaat niet over de vraag wat de inspanningen van de
minister zijn. U hebt mij niet horen zeggen dat de minister haar werk
niet goed doet. Ik heb wel deze minister, dit kabinet bekritiseerd
waarvoor ik overigens al drie jaar geen verantwoordelijkheid draag. Dus
deze minister is ook verantwoordelijk. Daar kunt u niet omheen, mijnheer
Vuijk. Ik hoop dan ook niet dat u gaat zeggen dat deze minister niet
verantwoordelijk zou zijn. Nee, ze is verantwoordelijk. Ze zit daar op
dat ministerie. Daar zit dan niet mevrouw Hennis maar de minister van
Defensie en die spreek ik daarop aan. Ik heb gezegd dat dit kabinet
initieel 300 miljoen heeft bezuinigd aan het begin van deze periode en
dat het er vervolgens additioneel geld bij heeft gedaan. Aan de
achterkant loopt dat echter weg via de prijscompensatie en de
prijsindex. Deze Kamer zou er dan ook iets aan moeten doen om er geld
aan toe te voegen, opdat alle problemen die de minister zelf beschrijft
ook worden opgelost.
Ik wilde inderdaad zeggen — dat had ik nog niet uitgesproken — dat
Defensie steeds verder in het rood draait; de heer Vuijk had mijn tekst
kennelijk al gelezen. De minister moest gaten met gaten vullen ten koste
van de investeringen. Al jaren valt de investeringsquote lager uit dan
geraamd. Dat begint zijn tol te eisen en er is een enorme delta
ontstaan. Eerder luidde het verhaal dat dit geen directe gevolgen zou
hebben voor de operationele inzetbaarheid en nu blijkt dat het toch wel
degelijk anders ligt. Bij de landmacht zijn de effecten van vertraagde
projecten voelbaar, zo geeft de minister toe. Veel eenheden hebben last
van de beperkte beschikbaarheid van voertuigen, ziekenauto's en
vrachtauto's. Hetzelfde geldt voor de Landrovers van de mariniers. En nu
legt de minister een C-brief voor over de vervanging van wielvoertuigen
waaruit blijkt dat er nog eens twee jaar vertraging is. Bovendien worden
eisen naar beneden bijgesteld, worden civiele in plaats van militaire
voertuigen besteld en moet het budget omhoog.
En wat doet het kabinet? Als je al deze problemen op je in laat werken,
zou je zeggen dat dit kabinet nu toch wel wakker moet worden. Het
tegendeel is het geval. Het kabinet plust er wel wat bij maar het is
veel te weinig en te laat. De basisgereedheid wordt versterkt, maar niet
volledig. Knelpunten en beperkingen op het gebied van Combat Service
Support worden niet opgelost, laat staan dat het ambitieniveau wordt
verhoogd of dat er investeringen plaatsvinden in versterking van de
gevechtskracht. Neem nu het voortzettingsvermogen van bijvoorbeeld de
Patriots, een absolute nichecapaciteit vergelijkbaar met de
LCF-fregatten. Deze systemen zijn na de inzet in Turkije volledig
uitgewoond. Het personeel is overbelast. Ondanks het extra geld en een
levensduurverlenging wordt de vierde batterij niet geactiveerd. Het
voortzettingsvermogen van deze eenheden is veel te beperkt en de
minister trekt daaruit geen lessen. Ze heeft eerder op onze vragen
gezegd dat ze die vierde batterij niet wil reactiveren terwijl iedereen
in de wereld van materieel weet dat de vierslag ontzettend belangrijk
is. De minister is niet eens in staat de huidige problemen volledig op
te lossen, laat staan de toekomstige, want de oplopende kosten en
achterblijvende investeringen werpen hun schaduw vooruit. De minister
geeft toe dat er onvoldoende budget is voor al geplande investeringen in
de komende vijftien jaar. Moeilijke keuzes zijn nodig om binnen de
financiële kaders te blijven, zo geeft zij aan. Het belooft weinig
goeds. Veel projecten zijn nu al vertraagd, MALE UAV zelfs met zeven
jaar. Kijk, papier is geduldig en boekhouders zijn dat ook, maar de
vraag is hoe dit mogelijk is. Ook de Rekenkamer waarschuwt al voor
verdere vertragingen.
Dan het artikel in Trouw over de nieuwbouwprojecten bij de marine. Al
die projecten zijn vertraagd: mijnenjagers, fregatten, LPD's en
onderzeeboten. Het is een voorbode voor nog grotere problemen. Budgetten
zijn mogelijk te rooskleurig geraamd, te krap dus. En wat gebeurt er
uiteindelijk? Alle problemen worden vooruitgeschoven. Wat doet de
minister? De minister schrijft het op, zet het in de tijd weg, daarmee
de problemen voor zich uitschuivend. Hoe is het mogelijk dat twee jaar
na de toekomstnota In het belang van Nederland de krijgsmacht door een
kritische ondergrens heen gezakt is? De minister beloofde bij haar
aantreden financiële en operationele duurzaamheid. Er zou orde op zaken
komen, evenwicht tussen ambities en middelen. De minister moet nu
toegeven dat ook met dit extra geld dit niet gerealiseerd wordt. De
vraag is dan ook: wanneer dan wel?
We hebben inderdaad verantwoordelijkheid gedragen, zoals ik vanochtend
ook richting de heer Teeven heb gezegd, maar we hebben de afgelopen
jaren ook meer geld uitgetrokken voor Defensie in onze alternatieve
begrotingen, dit jaar 200 miljoen, omdat we met een aantal anderen staan
voor een veelzijdige inzetbare krijgsmacht. Volgens de AIV die met een
belangrijk advies kwam, is de krijgsmacht verworden tot een light army.
We zijn het daarmee eens. Er is bezuinigd op tanks, artillerie en
antitankeenheden. De minister is doorgegaan met de tanden weg te
bezuinigen en te verkopen. Gelukkig heeft zij hiervan een beetje
hersteld door de deal met Duitsland die we van harte onderschrijven
waardoor de Leopards behouden blijven. Maar er staan nog steeds 29
fonkelnieuwe Houwitsers in de aanbieding, in de verkoop, evenals vier
mijnenjagers, en dit na allerlei noodkreten van operationele
commandanten. Onze fractie zou graag zien dat de minister ze weer uit de
verkoop haalt en geen regret options invult op deze manier. Er zal
versneld geïnvesteerd moeten worden. De investeringen moeten naar een
hoger percentage dan 20%. De vraag is dan ook waarom de minister voor
200 miljoen aan investeringen doorschuift naar later.
De fractie van het CDA is geschrokken van het rapport van
onderzoeksbureau Policy Research Corporation. De minister gaat de
aanbevelingen nog nader uitwerken, maar toch verneem ik graag van haar
een nadere reflectie. Wat vindt de minister van deze harde noot: de
bezuinigingen van de afgelopen jaren hebben geleid tot een
capaciteitstekort, circa evenveel projecten dienen met minder mensen te
worden uitgevoerd. Is de minister bereid de effecten van haar eigen
bezuinigingen te onderzoeken en is zij bereid om met spoed de personele
capaciteit in de verwervingsketen structureel te vergroten in plaats van
een tijdelijk noodverband aan te brengen?
Ik sluit mij aan bij de vragen van de heer Vuijk over sourcing en life
cycle costing in relatie tot de investeringsquote.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Günal-Gezer van de PvdA-fractie.
Voorzitter: Ten Broeke
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Voorzitter. Vanavond spreken we over een heleboel materiële projecten
van Defensie die van groot belang zijn voor alle mannen en vrouwen
binnen het de Defensieorganisatie. Daarom wil ik graag mijn inbreng
beginnen met het uitspreken van woorden van dank en waardering aan alle
mannen en vrouwen van de krijgsmacht die zich iedere dag, vaak met
gevaar voor eigen leven, inzetten voor vrede en veiligheid, dicht bij
huis en ver weg. Namens de PvdA-fractie mijn dank voor hun inzet en
toewijding.
De wereld en de internationale veiligheidssituatie zijn in een korte
tijd instabiel en onvoorspelbaar geworden. Veel conflicten aan de
buitengrenzen van Europa raken direct de Nederlandse en Europese
samenleving. Een belangrijke consequentie hiervan is dat een groter
beroep op de Nederlandse krijgsmacht zal worden gedaan om een bijdrage
te leveren aan vrede, veiligheid en stabiliteit, zowel nationaal als
internationaal. Als PvdA zijn we ervan overtuigd dat de oplossing van de
internationale problemen alleen gevonden kan worden in een brede en
samenhangende aanpak van verschillende instrumenten. De kwaliteit van de
Nederlandse krijgsmacht hoort hier onmiskenbaar bij. De militaire
inbreng in dit brede verband, is een essentieel element. Mijn fractie is
daarom verheugd dat het in deze kabinetsperiode dankzij de PvdA gelukt
is om de negatieve trend wat betreft de bezuinigingen op Defensie te
doorbreken en meer geld voor Defensie beschikbaar te stellen. Wij vinden
het van belang dat onze krijgsmacht in staat is met goed materieel, goed
opgeleid personeel en een goede organisatie nationaal en internationaal
op te treden en onze waarden in binnen- en buitenland te verdedigen.
Natuurlijk roept dat de vraag op of het daarvoor beschikbare geld
voldoende is. Daarop is mijn antwoord: nee. Waar Defensie jarenlang
heeft ingeteerd en ingeleverd op personeel en materieel zal het niet
lukken in twee jaar tijd de ontstane schade te herstellen en alle gaten
te vullen. Daar is uiteraard meer tijd en meer geld voor nodig. Dat
neemt niet weg dat ik er toch trots op ben dat het deze coalitie met de
PvdA-fractie gelukt is om de negatieve spiraal te doorbreken.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Als ik mevrouw Günal-Gezer niet zou zien, dan zou ik denken dat ik hier
naar een gloedvol VVD-betoog zit te luisteren. Ze is zo blij dat
eindelijk die bezuinigingen voorbij zijn en dat we weer investeren en
het is wat haar betreft nog niet goed genoeg, want er moet nog meer bij.
Maar wat stond er ook weer in het verkiezingsprogramma van de PvdA? Ik
geloof dat er stond dat ze nog 1 miljard op Defensie wilde bezuinigen.
Dus vanwaar die trendbreuk of draai bij uw eigen partij, mevrouw
Günal-Gezer?
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Ik ben nog op de eerste pagina van mijn betoog en ik heb er nog veertien
te gaan. Dus ik hoop dat de heer Van Dijk het geduld kan opbrengen om de
rest van mijn betoog aan te horen. Het verkiezingsprogramma is één ding.
Iedereen weet dat we in onze verkiezingsprogramma's altijd een bepaald
voornemen hebben gehad ten aanzien van Defensie, maar wat mij betreft is
de dagelijkse werkelijkheid een andere. Niet de coalitie waar de PvdA
deel van uitmaakt, heeft de megabezuiniging van 1 miljard in 2010 op
Defensie doorgevoerd, mar dat hebben andere fracties gedaan. Daar laat
ik het nu maar even bij.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Dit wordt echt een beetje een hypocriet betoog. Die 1 miljard van Rutte
I was inderdaad van het CDA en de VVD en niet van de SP en van de PvdA,
maar ik heb wel altijd gezegd dat het onvermijdelijk is dat dit kabinet
SP-beleid gaat voeren als het zo hard bezuinigt. Maar u doet net alsof
al die bezuinigingen van rechts komen en dat de PvdA voor extra
investeringen staat. Dat is toch nonsens, mevrouw Günal? Weest u eens
wat eerlijker.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Ik ben zo eerlijk als het maar kan. Volgens mij heb ik heel helder
aangegeven dat het alleen maar een trendbreuk is, waarmee we de
negatieve spiraal van de afgelopen jaren hebben doorbroken. Ik heb in
mijn betoog ook aangegeven dat dit nog niet genoeg is en dat het door de
schade van de afgelopen jaren zeker nog veel tijd en geld zal vragen om
tot een optimale situatie te komen. Wat dat betreft hebben we met elkaar
nog een heleboel werk te verzetten.
Mevrouw Hachchi (D66):
Het zou de PvdA-woordvoerder sieren als ze bij het spreken over "een
trendbreuk" bij Defensie zich zou herinneren dat die er kwam doordat de
SGP, de ChristenUnie en D66 aan tafel kwamen. Er zijn dus meerdere
partijen bij betrokken geweest. Dat zeg ik als opmerking vooraf. Ik ben
vooral geïntrigeerd door de woorden van mevrouw Günal-Gezer over
enerzijds het verkiezingsprogramma en anderzijds de realiteit van
vandaag de dag. Ik weet niet eens meer welke woorden zij precies
gebruikte. Hoe moet ik dit nu zien? Zijn de verkiezingsprogramma's van
de Partij van de Arbeid dus niets meer waard zodra de verkiezingen
voorbij zijn?
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Allereerst zeg ik: excuses aan de collega van D66 voor het feit dat ik
in mijn verhaal niet heb benadrukt dat ook dankzij de constructieve drie
afgelopen jaar extra middelen voor Defensie beschikbaar kwamen. Bij
dezen wil ik dat graag herstellen. Iedere collega hier aan tafel weet
precies hoe het in de politiek werkt. Je hebt altijd een politieke
werkelijkheid voor de verkiezingen en eentje na de verkiezingen. Eén
ding staat wat mij betreft echter vast: de Partij van de Arbeid is een
partij die enorm belang hecht aan internationale solidariteit en vrede
en veiligheid overal in de wereld, niet alleen in eigen huis. Daarom heb
ik in mijn betoog benadrukt dat daar een kwalitatief goede krijgsmacht
bij hoort. Het belang van de krijgsmacht voor onze partij staat absoluut
niet ter discussie en heeft ook nooit ter discussie gestaan.
Mevrouw Hachchi (D66):
Die trendbreuk kwam tot stand doordat die drie partijen, namelijk de
ChristenUnie, de SGP en D66, aan tafel kwamen. Maar dat terzijde.
Mevrouw Günal-Gezer biedt zelfs haar excuses aan. Dan houd ik er
helemaal over op! Ik snap echter nog steeds niet dat mevrouw Günal-Gezer
aangeeft dat er na de verkiezingen een heel andere realiteit is. Als ze
doelt op het feit dat je een coalitie moet vormen en water bij de wijn
moet doen, dan kan ik dat nog volgen. Maar als het goed is, denkt de
Partij van de Arbeid goed na over wat ze in haar verkiezingsprogramma
zet, bijvoorbeeld dat ze heel fors wil bezuinigen op Defensie. Dan is
het toch heel gek als mevrouw Günal-Gezer zegt: nou ja, we zetten het
wel op papier, maar na de verkiezingen kunnen we een heel andere kant
opgaan? Dat roept bij mij nogal wat vragen op, ook als het gaat om
andere terreinen waarover de Partij van de Arbeid het een en ander
opschrijft in haar verkiezingsprogramma.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Wat mijn collega, mevrouw Hacchi, nu schetst, geldt absoluut niet alleen
voor de Partij voor de Arbeid. Dat geldt voor iedere politieke partij.
Een verkiezingsprogramma schrijf je inderdaad niet zomaar op. Daar denk
je heel lang goed over na en daar praat je met heel veel mensen over. Na
de verkiezingen moet je echter ook proberen het land te besturen met een
stevige, zo stabiel mogelijke coalitie. Daarin passeren allerlei
onderwerpen de revue, niet alleen Defensie. Dan ga je dus proberen om
daarover met elkaar afspraken te maken. Ik heb meerdere keren benadrukt
dat het belang en het bestaan van de Nederlandse krijgsmacht voor de
Partij van de Arbeid nooit een punt van discussie zijn geweest en dat
ook nooit zullen zijn.
De heer Knops (CDA):
Ik begrijp dat de heer Van Dijk zich inmiddels een beetje alleen voelt
op de linkervleugel. Ik ben er echter wel blij om dat de Partij van de
Arbeid bij monde van mevrouw Sultan Günal-Gezer nu verstandige taal
uitslaat. Alleen, ik heb wel een beetje moeite met haar
geschiedschrijving. Inderdaad heeft de Partij van de Arbeid in het
verleden forse bezuinigingen op Defensie voorzien. Het kabinet-Rutte I
heeft bezuinigd. Dat was, zo zeg ik tegen de mensen die het altijd over
1 miljard hebben, 635 miljoen. Het was bruto 1 miljard, maar er zijn ook
intensiveringen geweest. We moeten dus wel even de juiste cijfers
hanteren. Die bezuiniging was een veel te grote bezuiniging. Daarover
heb ik al het een en ander gezegd. Verbindt mevrouw Günal-Gezer hieraan
consequenties voor de envelop die de PvdA aan de zorg heeft uitgegeven?
Er was in de afgelopen jaren namelijk wat te verdelen. Het was een soort
spel: je had twee enveloppen en daarin kon je een kaartje doen waarop je
schreef waaraan je 375 miljoen wilde uitgeven. De VVD koos voor Defensie
— hulde! — maar de Partij van de Arbeid niet. Wat zijn de woorden van
mevrouw Günal-Gezer nu waard als ze zegt: er moet nu meer geld naar
Defensie? Ze had de kans. Ze zat aan tafel. De heer Vuijk zegt dat hij
daar niet over ging, maar mevrouw Günal-Gezer zat daar aan tafel.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Iedere keuze van het kabinet en elk besluit van het kabinet is er een
van het voltallige kabinet, dus ook van de bewindspersonen van de Partij
van de Arbeid. Ik val in herhaling als ik iedere keer moet uitleggen
waarom bepaalde keuzes gemaakt worden. We staan achter de keuzes van het
kabinet. Dit zijn de keuzes van een brede coalitie, niet alleen van de
PvdA of de VVD. Je maakt bepaalde keuzes met zijn allen en dat draag je
gezamenlijk uit. Volgens mij geldt de andere kant ook: de keuzes voor
investeringen in de zorg en op andere terreinen zijn keuzes die ook door
de VVD zijn gemaakt, want anders zouden het nooit kabinetskeuzes zijn.
Wat mij betreft is dit mijn reactie op de interruptie.
De heer Knops (CDA):
Mijn vraag is nog niet beantwoord. Mevrouw Günal-Gezer zegt nu ineens
zoiets als "we zitten niet aan tafel". Nee, ze zit natuurlijk niet zelf
aan tafel, maar haar vertegenwoordigers wel. Als de Partij van de Arbeid
vanwege de noodzaak of vanwege alle analyses die zijn gemaakt, had
gezegd "we moeten hiervan geen politiek punt maken, vanuit het
collectieve belang moet er meer geld naar Defensie en de VVD en de
Partij van de Arbeid doen dat samen", dan was die mogelijkheid er
geweest. We weten allemaal dat de Partij van de Arbeid dit niet wilde,
maar dan zou het goed zijn om dat dan ook hier te zeggen. Als mevrouw
Günal-Gezer zegt eerlijk te willen zijn, dan moet ze dát hier gewoon
zeggen. Het was een politieke keuze, zeker, maar ga dan niet nu aan de
kant staan en zeggen: we hadden daar geen invloed op. Zo werkt het
natuurlijk niet. De Partij van de Arbeid zit in het kabinet en dan
draagt ze verantwoordelijkheid. Als je in de oppositie zit, is dat niet
het geval. Maar goed, dat kan veranderen.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Ik ben parlementariër, geen bewindspersoon. Natuurlijk hebben we invloed
op de besluiten die in het kabinet worden genomen. Daarvoor zit je ook
in de politiek. Feit blijft — ik blijf het tien keer herhalen — dat het
kabinet-Rutte II wel degelijk heeft gezorgd voor een trendbreuk ten
opzichte van de negatieve spiraal waarin het Defensiebudget zat. Is het
voldoende? Moet het meer of minder worden, en hoeveel? Ik heb zelf
aangegeven dat het niet voldoende is. We moeten echter ook onze
zegeningen tellen. Ik ben er trots op dat deze coalitie deze trendbreuk
heeft weten te realiseren. Niemand kan natuurlijk in de toekomst kijken,
maar de intentie is om die trendbreuk door te zetten. Dat hebben de
kabinetsleden ook uitgesproken. De minister van Defensie spreekt dat ook
iedere keer weer uit. Het hoeveel en het wanneer zijn echter zaken die
op dit moment heel moeilijk te voorspellen zijn.
Ik ga verder met de prijsbijstelling en de valutakoerswisselingen. De
hogere valutakoers van de dollar levert zeer nadelige effecten op voor
de begroting van Defensie, omdat Defensie geen reële prijscompensatie
krijgt voor de prijsbijstelling door de veranderde dollarkoers. Als
Defensie zo'n prijscompensatie krijgt, kost dat Defensie op jaarbasis
circa 200 miljoen. Per jaar ontvangt Defensie echter 15 miljoen.
Defensie is voor een heel groot deel van zijn materiaal afhankelijk van
het buitenland en dus ook afhankelijk van de prijsontwikkelingen op de
buitenlandse defensiemarkt. De hogere dollarkoers zal leiden tot hogere
ramingen voor uitgaven bij Defensie, omdat Defensie niet of slechts
gedeeltelijk wordt gecompenseerd. Dit leidt mede tot prioriteitstelling
in het investeringsplan en daarmee onder meer tot vertraging van
meerdere projecten, zoals het project MALE UAV (medium altitude long
endurance unmanned aerial vehicle). Graag krijg ik een reactie van de
minister op de volgende vragen. Klopt het dat Defensie niet of slechts
heel beperkt wordt gecompenseerd voor de prijsbijstelling en dat de
prijscompensatie voor alle wapensystemen jaarlijks tussen de 100 en de
200 miljoen euro ligt? Klopt het dat dit een van de belangrijkste
oorzaken is van de herschikking in het investeringsplan?
De PvdA-fractie vindt het van groot belang om inzicht te krijgen in de
gevolgen van deze problematiek en wil daarom van de minister weten of
zij jaarlijks een overzicht kan geven van de effecten van
valutakoerswisselingen voor de Defensiebegroting. Wat betekent concreet
het niet uitkeren van prijscompensatie anders dan de Nederlandse? Kan de
minister jaarlijks in de Defensiebegroting een overzicht geven van de
toegekende prijscompensatie, de verdeling daarvan over de
investeringsprojecten, de exploitatie-uitgaven en de toereikendheid
daarvan?
De fractie van de Partij van de Arbeid vindt het goed dat het kabinet
met de maatregelen in deze begroting een belangrijke stap ter
versterking van de krijgsmacht. Dat het kabinet hierbij geacht wordt
keuzes te maken en maatschappelijke prioriteiten tegen elkaar af te
wegen, klinkt aannemelijk. Bij een aantal van deze keuzes hebben we
echter nog te veel vraagtekens. De consequenties van deze keuzes zijn
niet duidelijk en we weten niet welke gevolgen het met zich brengt voor
de organisatie, de ambities, de operationele inzet en de samenwerking
met de defensie-industrie. Voor de controlerende taak van de Kamer is
het noodzakelijk dat de Kamer inzicht krijgt in de overwegingen die ten
grondslag liggen aan de keuzes voor het herschikken van materiële
projecten, zoals het al genoemde project MALE UAV. Hoe worden de keuzes
gemaakt voor de herschikking van materiële projecten? Welke overwegingen
worden daarbij gehanteerd? Is de minister bereid om de Kamer inzicht te
geven in de gehanteerde overwegingen? Op welke manier wil ze die
zichtbaar maken?
Ik heb de vertraging van het project MALE UAV al een paar keer genoemd.
Dat is om financiële redenen zeven jaar vertraagd ten opzichte van wat
stond in de begroting voor 2015. Hierdoor blijft Defensie grotendeels
afhankelijk van coalitiecapaciteiten op het gebied van de operationele
en strategische luchtwaarneming. Welke andere consequenties brengt dit
uitstel van zeven jaar met zich mee voor Defensie, bijvoorbeeld voor de
missies? Hoe zeker is het dat Nederland gebruik kan maken van de
capaciteiten van de coalitie? We weten hoe het indertijd is gegaan met
de helikoptercapaciteit. Zijn er al afspraken gemaakt met andere landen?
Wanneer start het onderzoek naar mogelijke alternatieven, zoals
leaseconstructies? Wanneer verwacht de minister de Kamer hierover te
informeren?
Het kabinet zet met de begroting voor 2016 een eerste stap in een
meerjarig perspectief. Dat is van groot belang voor rust en stabiliteit
in de organisatie. Daarbij ligt de prioriteit op het versterken van de
basisgereedheid en het opheffen van bestaande beperkingen. De
PvdA-fractie kan zich vinden in de keuze om prioriteit te geven aan het
verhogen van materiële gereedheid door onder andere te investeren in
reserveonderdelen en onderhoudscapaciteit. Deze behoren tot de
knellendste elementen in de organisatie in de afgelopen jaren. Daarom
wil ik graag van de minister weten wanneer de effecten van deze
maatregelen in de organisatie concreet voelbaar en merkbaar gaan
worden.
Uit vele gesprekken die we in de afgelopen tijd hebben gevoerd en vele
werkbezoeken die we hebben afgelegd, is heel duidelijk geworden wat het
grootste materiële knelpunt in de organisatie is. De urgentste problemen
concentreren zich rond het korten in de kleine systemen, zoals kleine
wapens, munitie, radio's, nachtzichtapparatuur, reserveonderdelen,
medische gebruiksapparatuur et cetera. Daarbij geeft men vaak aan dat de
kritische ondergrens qua beschikbaarheid allang is bereikt en dat de
tekorten direct gevolgen hebben voor de opleidingen en trainingen. Wat
er aan materiaal is, is verouderd en minder of helemaal niet inzetbaar.
De minister geeft in antwoord op de vragen aan dat met het extra geld
dat vanaf 2016 beschikbaar komt, knelpunten deels worden opgeheven en
dat het opheffen van deze knelpunten tijd kost. Wat is de ambitie van de
minister in dezen? Wanneer wil ze de knelpunten volledig opheffen?
Nog altijd kampt Defensie met een aantal hardnekkige dossiers. Het is
Defensie ondanks alle goede voornemens van de afgelopen jaren nog niet
gelukt om in deze dossiers de knelpunten structureel op te lossen. Denk
daarbij aan investeringen, onderrealisatie, het niet halen van de
investeringsquote en problemen met de verwervingsketen, vastgoed en
andere zaken. Mijn fractie rekent erop dat de minister als "machtigste
vrouw van Nederland" — onze felicitaties hiervoor — in de resterende
kabinetsperiode voor structurele oplossingen gaat zorgen in deze
slepende dossiers.
Ik benoem graag een aantal van deze dossiers, zoals een aantal collega's
ook al heeft gedaan. De investeringen, de onderrealisatie en het niet
halen van de investeringsquote blijft een hardnekkig probleem. Op grond
van het beschikbare budget bedraagt de investeringsquote voor 2016 18%.
De minister maakt nu eigenlijk al een voorbehoud: het is niet zeker of
dat helemaal gehaald zal worden. Ook de Algemene Rekenkamer geeft aan
dat de raming heel ambitieus is. De minister signaleert risico's,
waardoor de werkelijke onderrealisatie van de investeringen in 2016 kan
afwijken van de plannen en die 18% niet gehaald zal worden. Het kan toch
niet zo zijn dat door onderrealisatie projecten alsmaar doorgeschoven
worden en dat dit uiteindelijk leidt tot verdringing van andere
projecten? Die zorg is vandaag ook in een krantenartikel naar voren
gekomen. Als materiële projecten alsmaar doorschuiven, dan kom je in een
fase waarin ook andere materiële projecten staan gepland en je je moet
afvragen of je op dat moment voldoende geld en capaciteit hebt om al die
projecten op te pakken. Het is ons nog niet duidelijk met welke
maatregelen de minister de onderrealisatie gaat terugdringen en het
geraamde investeringsbudget gaat uitgeven. Graag krijg ik hierop een
reactie. Welke inspanningen moeten nog worden geleverd om de ambities
waar te maken?
Over de verwervingsketen en DMO hebben andere collega's ook al
gesproken. Volgens was de PvdA-fractie vorig jaar een van de eerste
fracties die dit heel duidelijk en nadrukkelijk op de agenda hebben
gezet. Defensie heeft in de afgelopen jaren grote problemen gehad met
het verwerven van materieel. Dat is onder andere een oorzaak van de
onderuitputting van het budget. Defensie zou aan de versterking van de
verwervingsketen gaan werken. Pas in de komende jaren zullen de effecten
daarvan zichtbaar worden. Ook het rapport over de verbetering van de
verwervingsketen is vandaag al een aantal malen aan de orde gekomen. De
conclusies daarvan zijn niet mals; er worden harde noten gekraakt. De
minister wil dat ze een en ander concreet wil gaan uitwerken en dat ze
in het voorjaar van 2016 bij de Kamer terugkomt met concrete
maatregelen. Dat zien wij met belangstelling tegemoet. Ik wil echter nu
graag al een reactie van de minister op de conclusies van het rapport.
Hoe waardeert ze deze? Hoe denkt ze de problemen in de verwervingsketen
structureel op te lossen? Ik verwacht van de minister in het uitgewerkte
rapport echt heel duidelijke, heldere en concrete maatregelen terug te
zien om de problemen binnen afzienbare tijd structureel op te
lossen.
Wat betreft het DMO-cultuurtraject wil ik graag een compliment aan het
adres van de vertrekkende directeur van DMO uitspreken. Het is hem
gelukt om in een korte tijd een aantal belangrijke
verbeteringsmaatregelen door te voeren. Wij danken hem daarvoor. Dat
neemt niet weg dat er voor de nieuwe directeur DMO nog heel veel
uitdagingen liggen. De belangrijkste opdracht is: ervoor zorgen dat de
goede maatregelen die in gang zijn gezet, vastgehouden maar ook verder
uitgebouwd worden. Daar liggen nog wel een aantal zorgpunten.
We hebben nog een aantal andere zorgpunten met betrekking tot DMO. Hoe
zit het bijvoorbeeld met de werkdruk voor het personeel? Wij horen dat
zowel bij het personeel als aan de top de werkdruk echt heel hoog is.
Niet alleen geld is een belangrijk punt. Je moet ook handjes hebben om
plannen te maken en uit te voeren. Is DMO optimaal bemand? Zijn alle
functies inmiddels ingevuld? Hoe zit het met de klanttevredenheid … Ik
bedoel: hoe zit het met de medewerkerstevredenheid bij DMO?
Klanttevredenheid is natuurlijk ook heel belangrijk als je het hebt over
het functioneren van DMO!
Ik ga verder met vastgoed, ook een niet-onbelangrijk onderwerp. Het is
goed dat Defensie nu eindelijk met een strategisch vastgoedbeleidsplan
is gekomen. Het valt ons op dat Defensie in het strategische beleidsplan
niet terugkijkt: hoe passen de in het verleden genomen besluiten in het
strategische beeld? Defensie kijkt in het strategische beleidsplan
echter ook niet vooruit. De nieuwe ontwikkelingen, zoals het uitstel van
MALE UAV, de internationale samenwerking en de inzet van reservisten,
worden niet in lijn gebracht met het nieuwe strategische beleidsplan.
Wat ons betreft is het meer een beschrijving van de bestaande
Defensieobjecten. De Algemene Rekenkamer benoemt dit ook als een
aandachtpunt en stelt dat verdere concretisering nodig is. Ik hoor graag
van de minister hoe ze verder gaat met het strategische
vastgoedbeleid.
Ik kom op de halfjaarrapportage over het Herbeleggingsplan Vastgoed
Defensie. Een goede ontwikkeling is dat de halfjaarrapportage nu meer
inzicht geeft in de totale kosten en besparingen en dat de veranderingen
in de investeringsbedragen worden toegelicht. Er zijn echter nog wel wat
vragen over wat nog niet in de rapportage staat. Ik noem als voorbeeld
de oorzaken van de verschillen tussen de vierde en de vijfde
jaarrapportage. Er is sprake van nogal wat mutaties. Wat zijn de
oorzaken daarvan? Verwacht de minister dat er nog meer mutaties zullen
komen in de volgende rapportages? Volgens mij gaat het om een bedrag van
circa 80 miljoen euro dat nu ineens als mutatie terugkomt.
Het valt ons ook op dat de risicoparagraaf in de laatste rapportage veel
beperkter is, ondanks de eerdere toezegging van de minister. Is zij van
plan om in de komende rapportages in de risicoparagraaf meer in te gaan
op de omvang van de risico's en de beheersmaatregelen?
Ik ga verder met de samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf. Er zijn
afspraken gemaakt over de rollen, de taken en de verantwoordelijkheden.
De minister van Defensie gaat voortaan over datgene wat er moet gebeuren
met het vastgoed van Defensie. Het Rijksvastgoedbedrijf gaat over de
vraag hoe dat moet gebeuren. Zo heb ik het begrepen. Klopt dit? Behoudt
de minister van Defensie zeggenschap over … Voorzitter, zit ik al aan
mijn tijd?
De voorzitter:
U zit nu aan het aantal minuten waarbij ik, zoals u mij van tevoren hebt
aangegeven, een "waarschuwingssignaal" zou geven, zoals de heer Teeven
dat zojuist noemde. Die tijd is zojuist verstreken.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Dan rond ik af. Ik zal de rest in mijn tweede termijn meenemen. Ik rond
af met de afspraak met het Rijksvastgoedbedrijf. Ik kan me situaties
voorstellen waarin er toch sprake is van een botsing van belangen. Het
kan bijvoorbeeld in het belang van Defensie zijn om bij een project te
kijken naar het maatschappelijk rendement. Het Rijksvastgoedbedrijf
kijkt echter alleen maar naar de hoogste mogelijke opbrengst door
verkoop. Ik heb een concreet voorbeeld gehoord, namelijk dat in Den
Helder een heel belangrijke ontwikkeling voor de haven, een
civiel-militair project, stagneert vanwege de opstelling van het
Rijksvastgoedbedrijf. Ik hoor graag van de minister of zij hiervan op de
hoogte is. Is zij bereid om hierover een gesprek aan te gaan met de
betrokken partijen?
De rest van mijn bijdrage neem ik mee in de tweede termijn.
De voorzitter:
U kunt zelf uitrekenen hoeveel u hebt overgehouden. U hebt zestien en
een halve minuut van uw spreektijd verbruikt in eerste termijn. De heer
Van Dijk heeft een vraag voor u. Dat is zijn laatste interruptie.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik moet nog even wennen aan de nieuwe PvdA. De nieuwe PvdA roept harder
dan de VVD en het CDA dat er meer geld voor Defensie moet komen. Ja,
mijnheer Knops, u wordt rechts ingehaald. Maakt u uw borst maar nat. We
gaan de voorstellen volgende week tegemoetzien, neem ik aan. Er moeten
miljarden bij. Mevrouw Eijsink zei vanochtend in feite hetzelfde. Zij is
ook dolblij: eindelijk meer geld voor Defensie, ondanks het
verkiezingsprogramma. Dat was blijkbaar bedoeld voor de Fabeltjeskrant.
Die onderzeeërs zijn dan ook zoiets. In haar verkiezingsprogramma zei de
PvdA zei: weg ermee, daar kunnen we mee stoppen. Nu moeten ze ineens
vernieuwd worden. In Trouw konden we lezen dat dit 2,5 miljard gaat
kosten en waarschijnlijk nog veel meer. Waarom is de PvdA op dat punt
gedraaid?
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Ik had deze vraag na de eerdere interrupties in deze termijn zeker
verwacht. Ik kan me nog herinneren dat ik vorig jaar, tijdens de
plenaire behandeling van de begroting, exact dezelfde vraag kreeg.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Niet van mij.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Nee, van een andere collega, die ook aan tafel zit. Ik heb toen ook
gezegd dat de wereld verandert. Ook in de politiek moet je altijd heel
goed nadenken. Wat vind je? In welke verhouding staat dit tot de context
waarin zaken zich voordoen in de wereld? De wereld is, zoals iedereen
weet, in de afgelopen anderhalf à twee jaar drastisch veranderd, met
alle onzekerheden, conflicten en onvoorspelbaarheden van dien. Wij
hebben eerder discussies hierover gevoerd. Ik denk ook aan de nota In
het belang van Nederland. De coalitie, maar ook de Partij van de Arbeid,
heeft deze volledig gesteund. In deze nota werd al gesproken over de
onderzeeërs. Wij hebben daarmee ingestemd en hebben dus afscheid genomen
van hetgeen in ons verkiezingsprogramma stond, zoals de heer Van Dijk al
zei. Wij durven ons open te stellen voor veranderingen in de wereld. Wij
durven ook vanuit onze politieke verantwoordelijkheid te bekijken wat
zich voordoet en hoe wij daarin moeten handelen. Wij hebben in die
context gemeend dat we het standpunt over de onderzeedienst dat in ons
verkiezingsprogramma stond, moesten herzien. Dat noem ik niet draaien,
maar verantwoordelijkheid nemen als politicus en als politieke partij
voor de zaken die zich in de wereld voordoen.
De heer Jasper van Dijk (SP):
In uw standpunten bent u nog wendbaarder dan de JSF. Bij het antwoord
geven op mijn vraag duikt u nog dieper dan een onderzeeër. Gaat u nu
eens in op dat artikel in Trouw waarin staat dat er veel te weinig
budget is bij de marine. Die onderzeeërs worden onbetaalbaar. Komt u nu
met voorstellen voor extra budget? Dat wilt u namelijk heel graag, want
u bent er heel blij mee. Of gaat u in op het dilemma zoals dat geschetst
is? Er is te weinig budget bij de marine. Gaat u dat oplossen of
niet?
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Ik ga niet nu, omdat de heer Van Dijk dat vraagt, de keuze maken om de
onderzeeërs niet te vervangen. Ik weet niet of de heer Van Dijk goed
geluisterd heeft, maar volgens mij heb ik heel duidelijke en kritische
vragen gesteld aan de minister. Ik heb gezegd dat het niet de bedoeling
is dat projecten in de verdrukking komen als andere projecten almaar
uitgesteld worden. Ik heb gewezen op het artikel in Trouw vandaag. Wij
maken ons er grote zorgen over of het lukt om grote
investeringsprojecten op deze manier allemaal uit te voeren. Ik wacht
graag op de reactie van de minister hierop.
De voorzitter:
Ik dank mevrouw Günal-Gezer voor haar eerste termijn. We gaan door naar
de fractie van de PVV, in de persoon van de heer De Roon. Hij heeft
twaalf minuten. Na acht minuten geef ik hem een signaal.
De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. Vrijwel al het varend, rijdend en vliegend Defensiematerieel
kampt met gebrekkig onderhoud. Dat is niet het enige, want ook de
munitievoorraden zijn flink geslonken. Militairen kunnen in bepaalde
gevallen niet of nauwelijks oefenen, of moeten een of andere dwaze act
opvoeren om schietgeluiden te simuleren. De kabinetsstukken over de
materiële gereedheid liegen er niet om. Alle vier de
krijgsmachtonderdelen kampen met eenheden waarvan de materiële
gereedheid als onvoldoende wordt gekwalificeerd. Het wemelt dan ook van
de onvoldoendes in de rapportage over de
inzetbaarheidsdoelstellingen.
Komt er een einde aan deze zorgelijke situatie? Mijn fractie vreest van
niet. Het extra geld aan investeringen en materieel lijkt namelijk
vooral bestemd voor het paradepaardje van het kabinet, de peperdure
Joint Strike Fighter. In maart werden de eerste toestellen besteld. Nu,
een halfjaar later, moet er al flink veel geld bij. Andere materiële
projecten worden uitgesteld. Dat is een opmerkelijke gang van zaken. Bij
die peperdure JSF moet er ruim 0,5 miljard bij vanwege een ongunstige
dollarkoers. Mogelijk moeten er ook tientallen miljoenen bij als Canada
niet ook voor die JSF kiest. Tussen de regels door las ik dat ook nog 80
à 90 miljoen euro moet worden opgehoest om het motoronderhoud van de
Joint Strike Fighter naar Nederland te halen. Ik meen dat de helft
daarvan voor rekening van Defensie komt. Dat is ook een aanzienlijk
bedrag. Het is mij niet duidelijk hoe wij dat geld terugverdienen. Ik
heb begrepen, maar ik weet niet of dit klopt, dat het motoronderhoud
vooralsnog alleen maar voor Nederland en Italië wordt gepleegd. Is dat
dan winstgevend?
Vanwege mijn beperkte spreektijd beperk ik me vandaag tot het vliegend
materieel. Het is niet alleen de JSF die extra zakken met geld gaat
kosten. De Apaches gaan vanwege de dollarkoers ook 17,5 miljoen euro
extra kosten. Het Chinookproject blijft, meen ik, in dit opzicht ook
niet achter.
Dan kijk ik ook even naar de NH90-helikopters waarover de woordvoerder
van de VVD zojuist nogal lyrisch was. Ik weet niet of dit helemaal
terecht is. De minister schreef ons dat de afgeleverde toestellen
slechts beperkt inzetbaar zijn. Ze zullen pas vanaf 2023 voldoen aan de
geplande operationele doelstelling. Dan moeten we ook nog in ogenschouw
nemen dat we tot dat jaar nog eens 130 miljoen euro extra moeten
uittrekken om die vervangende Cougar-helikopters in de lucht te houden.
De PVV vreest dat de kosten voor de NH90 nog verder zullen oplopen. Er
is tenslotte meer onderhoud nodig. Het toestel verbruikt meer
onderdelen. Het aantal corrosiemeldingen neemt ook niet af. In december
2014 stond de teller nog op 100, maar nu, in oktober 2015 staat de
teller van het aantal corrosiemeldingen bij de NH90 op 215. Het lijkt er
dan ook op dat Defensie dat hele corrosieprobleem bij de NH90 niet onder
de knie heeft.
Als ik dat soort gegevens op een rijtje zet en vervolgens naar het
project kijk dat de PVV interesseert en waar de PVV voorstander van is,
de MALE UAV, ook wel gekend als de Reaper-drones, krijg ik toch de
indruk dat deze drones zijn opgeofferd om ander materiële projecten van
de luchtmacht in de lucht te houden. Klopt die constatering? Zijn die
Reaper-drones opgeofferd om de ongunstige dollarkoers bij bijvoorbeeld
de JSF te compenseren? Wij vinden het uitstel van het project van de
Reaper-drones een opmerkelijke keuze. Het is een technisch hoogwaardig
systeem. Het is eigenlijk ook betrekkelijk goedkoop. Het kan van een
enorme toegevoegde waarde zijn voor onze krijgsmacht. Bovendien heeft de
Reaper-drone zich ook nog eens uitvoerig bewezen, in tegenstelling tot
de Joint Strike Fighter, die het in een dogfight al verliest van een
eenvoudige F-16. Ik vraag de minister dus of zij haar prioriteiten kan
herverdelen, zodat het project van de Reaper-drone wel doorgang kan
vinden.
Dan maak ik nu van de grote militaire drones een kleine excursie naar de
civiele drones, zoals ik ze maar even noem. We weten allen dat we
tegenwoordig voor een paar honderd euro, of misschien voor een paar
duizend euro, een drone kunnen aanschaffen. Dan denk ik even niet aan de
hobbyist die dit voor de aardigheid doet, maar aan eventuele
terroristen, die hiermee een dreiging vormen en wellicht een gevaarlijke
aanval kunnen uitvoeren. Ik las dat er in de Verenigde Staten een
anti-dronegeweer wordt ontwikkeld waarmee je dit soort consumentendrones
met radiogolven uit de lucht schijnt te kunnen schieten. Ik weet niet of
dit verhaal helemaal klopt, maar kijkt Defensie naar dit soort
problematiek? Wordt er gewerkt aan mogelijkheden om dit soort gevaren te
keren?
Dan kom ik op ander vliegend materieel, namelijk de precisiebommen die
in Irak worden ingezet en eigenlijk ook in Syrië moeten worden ingezet.
Het is duidelijk dat de Nederlandse inzet in de strijd tegen
Islamitische Staat ook problematisch aan het worden is. Ook hierbij
loopt Defensie op de tenen. Met hangen en wurgen lukt het nog om F-16's
in te zetten. We zijn wel teruggegaan van, ik meen, zes naar vier
toestellen. Er is echter vooral een tekort aan een specifiek soort
bommen, namelijk de precisiebommen voor de inzet in stedelijk gebied. Ik
heb begrepen dat we wellicht samen met andere landen dit soort bommen
gaan aanschaffen. Dat moet een oplossing opleveren. Wanneer kunnen wij
verwachten dat die nieuwe Amerikaanse precisiebommen onder onze F16's
hangen, om te worden ingezet tegen Islamitische Staat? Dat kan wat de
PVV betreft namelijk niet snel genoeg gebeuren.
We constateren dat de inzet van onze luchtmacht tegen Islamitische Staat
lijkt af te nemen. Aan het begin van dit jaar voerden de Nederlandse
F-16's vaak tot 30 vluchten per week uit. Er werd toen gemeld dat er bij
die vluchten tussen de tien en twintig keer per week een wapen werd
ingezet. Dat was nog een respectabel aantal. De laatste weken blijkt het
aantal vluchten gedaald naar tien vluchten per week. Er wordt niet eens
meer gemeld hoeveel keren daarbij een wapen is ingezet. Hoe verklaart de
minister deze afname van onze inzet tegen Islamitische Staat? Heeft dit
te maken met het schaarser worden van het aantal precisiebommen? Heeft
het te maken met minder F-16's? Heeft het ermee te maken dat het Central
Command Nederland welllicht minder opdrachten geeft om te bombarderen?
De vraag is dus: doen wij het maximale in de strijd tegen de
Islamitische Staat? Ik krijg graag een duidelijke analyse van de
minister.
Voorzitter, omwille van de tijd stop ik nu.
Mevrouw Hachchi (D66):
voorzitter. Of het nu gaat om de luchtverdedigings- en
commandofregatten, de patrouilleschepen, het Korps Commandotroepen, de
gemotoriseerde of gemechaniseerde bataljons, de F-16's, de NH90's, de
Chinooks of Apaches, bij al deze eenheden is er wel een probleem met de
materiële gereedheid, de personele gereedheid, de geoefendheid of een
combinatie daarvan. Defensiebreed zijn er dus serieuze problemen met de
inzetbaarheid. De problemen zijn structureel aan het worden. Er zijn
tekorten aan reservedelen, voorraden en specialisten. Het materieel
wordt soms jarenlang uitgewoond. Er wordt roofbouw gepleegd. Daarnaast
is er een probleem bij de verwervingsketen.
Daarbij komt dat het geld er bij Defensie aan alle kanten uitvliegt om
gaten te dichten. Er is bijvoorbeeld 25 miljoen extra nodig voor het
langer doorvliegen van de Cougars, boven op de 105 miljoen euro die
daarvoor al was uitgetrokken. Daarnaast is er een verlies van 18 miljoen
euro door het aanhouden van de zestien tanks. De JSF wordt bij de
huidige dollarkoers 0,5 miljard duurder. Daarbovenop wordt ieder toestel
bijna 1 miljoen euro duurder, omdat Canada de stekker eruit trekt. Ook
wordt 80 tot 90 miljoen euro uitgetrokken voor het motoronderhoud van de
JSF in Woensdrecht. Dat komt dus boven op de slordige 5 miljard euro die
de 37 JSF-toestellen al kosten. De herstelwerkzaamheden van de Patriots
kosten 16 miljoen euro. De besparingen in het vastgoed van ruim 60
miljoen komen pas zes jaar later dan oorspronkelijk de bedoeling was. Er
is ook sprake van 20 miljoen euro per jaar voor de Kromhout Kazerne in
Utrecht, die grotendeels leegstaat. Er is dus een waslijst. Dit alles
lees ik niet terug in de blogs, de opiniestukken of petities.
Defensie moet kiezen. Wat mijn fractie betreft moet Defensie sowieso
kiezen voor een sterke luchtmacht. We hebben gezien dat de aanschaf van
drones zeven jaar is uitgesteld. De collega's wezen er ook al op. Zeven
jaar! De Nederlandse marine is een uitblinker, maar alle marineprojecten
zijn één of meerdere jaren vertraagd. Ook het Korps Mariniers staat
bekend om zijn klasse. Daar was de commissie zelf getuige van tijdens
het laatste werkbezoek. Het is bovendien de enige eenheid die op land,
in de lucht en op zee opereert. Het is dus wijs om ook daarin te
investeren.
We zien echter dat noodzakelijke investeringen steeds worden uitgesteld.
We zien dit jaar op jaar. Het is een structureel probleem dat intussen
al in de miljarden loopt. Ook bij deze begroting wordt bijna 300 miljoen
euro doorgeschoven naar volgende jaren. 300 miljoen euro, dat is veel
meer dan Defensie er dit jaar bij krijgt. Kan de minister dit verklaren?
Weet zij het extra geld dat zij krijgt wel fatsoenlijk te besteden? De
minister zegt nu al dat zij de geplande investeringsquote voor 2015 niet
denkt te halen. Hoe kan dat? Hoe komt zij dan aan een investeringsquote
van 18% voor 2016?
Er is dus sprake van een structureel probleem bij de verwervingsketen
van Defensie. Dat blijkt uit de brieven over DMO. De minister schrijft
dat er een cultuurverandering gaande is. Het blijkt ook uit het feit dat
het personeel van DMO weigert naar Utrecht te verhuizen. Het blijkt ook
uit het rapport over de "voorzien in"-keten. Hierin worden harde
conclusies getrokken. Ik heb er vanochtend ook over gesproken. Ik heb er
nog wel één vraag over. Ik heb namelijk niet meer scherp wanneer de
minister de Kamer zal informeren over de opvolging van de aanbevelingen
uit het rapport. Het kan aan mij liggen. Wellicht heeft de minister het
wel gezegd. Ik hoor iemand zeggen dat het in het voorjaar van 2016 komt.
Dan is die vraag al beantwoord.
Er is een uitstekend onderzoek geweest naar wapensystemen. In het
rapport staat duidelijk hoe meer winst behaald kan worden. Nu investeren
levert aanzienlijke voordelen op voor de inzetbaarheid van een aantal
specifieke wapensystemen, zoals de Apache en de luchtverdedigings- en
commandofregatten. De minister gaat alleen aan de slag met de
aanbevelingen voor de Apache. Kan zij toelichten waarom zij dat niet
doet met de aanbevelingen voor de marineschepen? Ik overweeg een motie
op dit punt, maar wellicht kan de minister met een helder antwoord
komen.
Het rapport zegt ook veel over nut en noodzaak van Europees aanbesteden,
specifiek op het terrein waarop de NAVO en de Europese Unie tekorten
hebben. Is de minister bereid om ook dit op te pakken?
Nu de aanschaf van de Amerikaanse drones met zeven jaar wordt
uitgesteld, is er een kans om mee te doen met het Europese droneproject
van Frankrijk, Italië en Duitsland. Ik heb er wel iets over gelezen,
maar ik vraag de minister of zij het met mij eens is en of zij hierop
kan reageren. Kan Nederland aansluiten bij dit Europese project?
Defensie heeft ruim 11.000 gebouwen en ruim 35.000 hectare grond. Dat is
natuurlijk een flinke portefeuille. Het is daarom goed dat Defensie de
expertise van het Rijksvastgoedbedrijf gebruikt. Het is ook goed dat de
strategische vastgoedagenda er eindelijk is. Het is een helder stuk; dat
mag ook eens gezegd worden. Het is een stuk met duidelijke kaders en
richting. De Rekenkamer waarschuwt wel dat het kostprijsmodel van het
Rijksvastgoedbedrijf cruciaal is voor een oordeel over de financiële
houdbaarheid van het Defensievastgoed. Wanneer wordt dit inzichtelijk?
Ook is niet helemaal helder hoe het vastgoedbeleid wordt aangepast op
gemaakte keuzes, zoals in dit geval de uitstel van de aanschaf van
drones of meer Europese samenwerking. Kan de minister dit soort
ontwikkelingen en de effecten ervan op het vastgoed inzichtelijk maken
in de toekomstige rapportages?
Oorspronkelijk was het doel om vanaf 2017 61 miljoen euro te besparen.
Nu is het 64,5 miljoen euro per 2023 geworden. Iets meer geld, maar wel
zes jaar later. Beter gezegd: Defensie betaalt nog zes jaar te veel,
terwijl de middelen al krap bemeten zijn. Hoe kan dit? Hoe gaat de
minister ervoor zorgen dat deze extra kosten niet ten koste gaan van de
exploitatie op noodzakelijke investeringen bij de andere onderdelen? In
het kader van doelmatigheid en besparingen merk ik op dat op dit moment
een aantal kazernes leegstaat. Defensie heeft daarnaast zo'n 32.000
legeringsplekken, terwijl daarvan gemiddeld maximaal vier van de vijf
zijn bezet. Zo'n 7.000 bedden staan dus leeg. Kan in het kader van de
doelmatigheid niet iets nuttigs worden gedaan met die ruimte en die
bedden? Is deze grote voorraad wel nodig? Ik weet dat Defensie met het
COA contact heeft over de vluchtelingen, maar ziet de minister ook
mogelijkheden op het punt van doelmatigheid?
De Kromhoutkazerne in Utrecht staat nog steeds leeg. DMO wil niet
verhuizen. Dat is nu al jaren aan de gang en dat kost 20 miljoen euro
per jaar. Kan de minister toezeggen voor het eind van het jaar met een
oplossing te komen? Het is natuurlijk doodzonde om het geld uit te geven
terwijl een kazerne leegstaat. Ik weet dat de minister nu denkt: mevrouw
Hachchi is weer ongeduldig. Maar ik denk ook dat zij goed begrijpt waar
dat ongeduld vandaan komt.
Ik laat het hierbij, zodat ik een minuut voor mijn tweede termijn
heb.
De heer Houwers (Houwers):
Voorzitter. Meer geld voor Defensie. Hoera, zou je zeggen, maar het moet
natuurlijk wel kunnen worden benut. Dat hoera geldt, maar het is wel
lastig uit te leggen nu er sprake is van onderrealisatie. Hoewel daar
steeds goede argumenten voor lijken te kunnen worden gegeven, is het
toch iets wat mij zeer frustreert. Gezien de teksten van anderen, geldt
dat voor meer mensen. Ik vraag de minister om een nadere toelichting en
om er iets aan te doen.
Bij de verwervingsketen loopt het niet allemaal prima. Zo zouden de
MMR-systemen (multi-missie-radarsystemen) in 2016 aangeschaft moeten
worden. Dat wordt uitgesteld tot 2019. Pas in 2022 kunnen ze worden
ingezet. Dat zijn wel erg lange termijnen. Ik begrijp dat die termijn
lang zijn, maar zó lang …
Dat er extra wordt geïnvesteerd in de inzet van reserveonderdelen lijkt
mij prima. Er is een fors bedrag voor beschikbaar. Dat helpt voor de
gereedheidsdoelstellingen van het materieel, maar het is natuurlijk niet
alleen het materieel, maar het zijn ook de mensen. Die combinatie moet
in de gaten gehouden worden.
Ik maak de minister een compliment voor het feit dat er inmiddels een
strategisch vastgoedbeleid is, maar ik zie het nog niet heel erg
concreet worden. Ik zie evenmin wat de gevolgen er precies van zijn. Ik
zou er graag wat meer over horen. Wat zijn de concrete keuzes en
gevolgen van het strategisch vastgoedbeleid? Het is goed dat er wordt
gekeken naar de inzetbaarheid van vastgoed voor Defensie, maar op het
moment dat je keuzes moet maken tussen vergelijkbaar vastgoed, kan ik
mij voorstellen dat de alternatieve aanwendbaarheid van vastgoed — wat
kun je ermee als het geen Defensietaak meer heeft? — een rol speelt in
het wel of niet aanhouden. Dat de besparingen op vastgoed zes jaar later
komen, begrijp ik eerlijk gezegd niet zo goed. Als je afspraken met
elkaar maakt, moeten die op enig moment waargemaakt kunnen worden.
Dat waarmaken van toezeggingen geldt ook wat betreft de risicoparagraaf.
De minister heeft in een eerdere situatie aangegeven dat zij de omvang
van de verschillende risico's in de risicoparagraaf zou willen
vermelden, maar wij zien dat niet terug. Het zou goed zijn als wij hier
meer zicht op krijgen.
Over de Gulfstreamer zijn ook schriftelijke vragen gesteld. Het toestel
wordt wat langer aangehouden. Is het wel echt de bedoeling om op termijn
een ander toestel te verwerven? Hoe wordt daarmee omgegaan? Het lijkt
mij goed dat wij missiegebieden goed en snel kunnen bereiken, maar de
Gulfstreamer is een keer aan zijn eind. Laten wij ook daarin op tijd
keuzes maken.
Dan de Chinook. In de A-brief staat dat eraan gewerkt wordt, maar
wanneer wordt hij in gebruik genomen? Hoe wordt dat afgestemd met het
moderniseren van de zes bestaande? Ik neem aan dat er een afstemming in
de tijd is. Wil de minister hier nader op ingaan, opdat wij helderheid
krijgen over de beschikbaarheid van de Chinooks?
De voorzitter:
Daarmee is een einde gekomen aan de eerste termijn van de zijde van de
Kamer. Wij houden drie kwartier avondpauze, waarin de minister en haar
ambtenaren de beantwoording kunnen voorbereiden.
De vergadering wordt van 18.27 uur tot 19.15 uur geschorst.
Minister Hennis-Plasschaert:
Voorzitter. Ik dank de leden voor de gestelde vragen. Eerder vandaag
spraken wij over het personeel, de ruggengraat en het kapitaal van de
organisatie, dat onder soms buitengewoon moeilijke omstandigheden het
werk moet doen. Daarvoor hebben de mensen natuurlijk goed materieel
nodig, en daarover hebben wij het in dit wetgevingsoverleg.
De heer Van Dijk vroeg mij om kort te reageren op het artikel in Trouw.
Het was stomtoevallig dat ik het net in mijn handen had toen hij het
noemde. Hij vroeg mij om te reageren op twee citaten. Moet het
ambitieniveau naar beneden? Legt de minister het probleem bij volgende
kabinetten? Ook dat laatste kwam vanochtend al aan de orde in reactie op
vragen van de heer Knops. Wij hebben in het verleden bij herhaling de
inzetbaarheidsdoelstellingen naar beneden bijgesteld. Op een gegeven
moment moet je vaststellen dat het verder naar beneden bijstellen met
het oog op de nationale en internationale veiligheidssituatie
buitengewoon onverstandig zou zijn. Dan heb je een hoeveelheid
beperkingen geïdentificeerd en die beperkingen pak je vervolgens aan.
Dat is wat wij nu aan het doen zijn. Dat deden wij in de begroting voor
2015 en dat doen wij in de begroting voor 2016. En wij blijven het de
komende jaren doen. Het kan echt niet de bedoeling zijn dat wij de
huidige beperkingen tot de norm verheffen. Daarover wil ik echt
duidelijk zijn.
Legt de minister het probleem neer bij volgende kabinetten? Ik heb
vanochtend al gezegd dat ik het probleem niet neerleg bij volgende
kabinetten. Ik maak keuzes. Daar waar mogelijk probeer ik te voorzien in
intensiveringen en die te beleggen met maatregelen ten gunste van de
organisatie. Op dit moment gaat het daarbij met name om de versterking
van de basisgereedheid. Met andere woorden, het wordt aangepakt. Dat wil
niet zeggen dat toekomstige kabinetten geen keuzes moeten maken. Wij
spreken over een meerjarig perspectief dat de huidige kabinetsperiode
waarschijnlijk overstijgt. Net zoals ik keuzes moet maken, zullen ook
toekomstige kabinetten keuzes moeten maken. Dat zal niet altijd
eenvoudig zijn, maar het is echt een illusie om te denken dat je "het
even hebt opgelost". Daarvoor is er te lang ingeteerd op mensen en
middelen. Daarvoor zijn er te lang vergaande bezuinigingsmaatregelen en
taakstellingen afgekondigd. Ik ben wel gecommitteerd om in ieder geval
zo veel mogelijk in de steigers te zetten en ervoor te zorgen dat de weg
opwaarts verder kan worden bewandeld, door mijzelf en door eventuele
opvolgers.
Een aantal leden heeft over de F-35 gesproken. Ik wil daar niet te lang
bij stilstaan, want volgens mij hebben wij daar onlangs een uitgebreid
AO over gehad. Er is daarbij uitgebreid gesproken over de extreme
koerswisselingen en wat die kunnen betekenen voor de Defensieplannen,
inclusief de F-35. Wij hebben het ook gehad over de mogelijkheid van het
afsluiten van valutatermijncontracten en over het feit dat wij met
ramingen werken en dat die ramingen niet morgen op de deur kloppen en
werkelijkheid zijn. Vorig jaar hadden wij het nog met elkaar over de
mogelijkheid dat wij extra budget zouden hebben en over de mogelijke
besteding daarvan, bijvoorbeeld aan meer toestellen. Door de extreme
koersverandering is het nu een ander verhaal. Laten wij proberen zelf
stabiliteit te brengen in de planningsprocessen van Defensie. Dat is
echt van belang voor een organisatie. Wij kunnen niet werken met extreme
valutawisselingen. Daarom ben ik aangemoedigd door de Kamer het gesprek
aangegaan met de minister van Financiën, maar wij kunnen natuurlijk ook
niet werken met politieke dagkoersen. Wij hebben een keuze voor de F-35
gemaakt. Ik hoorde mevrouw Hachchi spreken over het belang van een
sterke luchtmacht. Dat vind ik hartverwarmend. Het betekent ook dat wij
echt achter gemaakte beslissingen moeten durven staan. Wij moeten er
echt voor zorgen dat de F-35 zo soepel mogelijk zijn intrede kan doen in
de luchtmacht, opdat wij er in de toekomst een heleboel missies mee
kunnen gaan vliegen.
Mevrouw Hachchi (D66):
Ik had hier geen interruptie aan willen wijden, maar de minister zegt
dat zij het hartverwarmend vindt dat ik spreek van een sterke
luchtmacht. Dat heb ik al meerdere keren in debatten aangegeven, maar
dat neemt niet weg dat deze coalitie uiteindelijk heeft gekozen voor de
F-35 en dat ik kritisch blijf over die keuze. Ik word niet alleen met de
dollarkoers geconfronteerd, maar ook met nieuwe feiten die aangeven dat
het eindplaatje van de kosten niet rond is. Ik blijf het dossier
kritisch volgen.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik had niet anders verwacht van mevrouw Hachchi.
De heer Van Dijk vroeg wanneer ik die valutatermijndollars koop. Dat
doen wij als er verplichtingen moeten worden aangegaan. Bij de effecten
hebben wij al eerder uitvoerig stilgestaan.
Er is gevraagd naar Canada, dat met de F-35 wil stoppen. Het besluit is
nog niet genomen, maar wij hebben er allemaal het nodige over vernomen
in de verkiezingscampagnes. Mocht Canada besluiten uit te stappen, dan
heeft dat geen consequenties voor de initiële ontwikkelkosten, maar
mogelijk wel voor de kosten van production, sustainment en follow-on
development en dus voor de stuksprijs. Generaal Bogdan heeft gemeld dat
de kostenstijging mogelijk in de orde van grootte van 1 miljoen per stuk
is. Exacte cijfers voor Nederland zijn nog niet bekend, maar volgen bij
ontvangst van de nieuwe ramingen. Door deelname van landen die via de
foreign military sales de F-35 kopen, kan dit effect weer worden
gecompenseerd. Wij zien andere landen, bijvoorbeeld Finland en
Singapore, die zich melden voor aankoop van die F-35. Ik zou het zeer
betreuren als Canada zich helemaal terugtrekt, ook omdat het land een
trouwe partner is geweest. Ik vind het geen goed signaal, maar Canada
kan deze keuze maken. Laten wij niet vooruitrennen naar de eventuele
gevolgen voor de stuksprijs van de Nederlandse toestellen.
Is de F-35 de oorzaak voor het in de tijd verschuiven van de MALE UAV?
Nee, wij hebben een duidelijk kader waarbinnen de F-35 moet worden
aangekocht. Ook tijdens het AO over de F-35 heb ik benadrukt dat het
toestel geen extra budget ontvangen heeft vanwege de dollarkoers, het
halve miljard waarover wij indertijd uitgebreid met elkaar hebben
gesproken. Ik hoef dus ook niet te herschikken ten gunste van de reaper,
waarop ik straks nog uitgebreid zal terugkomen.
De heer De Roon vroeg of Defensie het geld voor de investering in het
motorenonderhoud wel gaat terugverdienen. Natuurlijk is die vraag voor
Defensie aan de orde. Wij willen graag een positieve businesscase zien.
Dat geldt niet alleen voor Defensie, maar ook voor andere partijen die
mee-investeren, zoals EZ en de provincie Noord-Brabant. In het afgelopen
jaar is daar onderzoek naar gedaan. Gebleken is dat er een
terugverdienpotentieel is, maar het zal wel enige tijd in beslag nemen.
Er zitten onzekerheden en risico's in, waarvan wij niet moeten weglopen.
Ik zie ook kansen, met name als het gaat om de bredere economische
aspecten en de rol voor de omgeving, de zogenaamde spin-offeffecten, het
behoud van kennis en ervaring voor Defensie en Nederland, en de
versterking van onze positie als smart user en smart maintainer. Dat
zijn allemaal afwegingen die worden meegenomen in zo'n businesscase.
Defensie investeert niet alleen, maar wij zijn er nog niet. Zodra er een
definitief go is, wordt de Kamer daarover geïnformeerd.
De heer Van Dijk vroeg naar een langetermijnplanning in het kader van de
internationale veiligheidssituatie en verwijst daarbij naar het
meerjarig perspectief, dat ik in de brief van 19 juni jl. aan de Kamer
heb geschetst. Wij versterken de stappen, de basisgereedheid, de
investeringen in combat service support enz. Daarbij hebben wij wel een
voorbehoud moeten maken. Het is namelijk afhankelijk van de beschikbare
financiële middelen. Was het maar waar dat wij een potje hadden waar wij
af en toe een greep in kunnen doen om de boel op orde te brengen. Zo
simpel is het niet. Wij zullen ieder jaar moeten kijken naar de middelen
die in begrotingen beschikbaar zijn voor intensiveringen en naar de
urgentie van de verschillende projecten. Ik kan dus niet zeggen: volgend
jaar krijgen wij er dat bij. Ik ben zeer gecommitteerd om strijd te
leveren voor de begrotingen voor 2017 en 2018, maar ik heb al gezegd dat
ik keuzes zal moeten maken en dat dat ook geldt voor mijn opvolgers. Het
herstel van de krijgsmacht is echt een proces van lange adem. Het is een
illusie om te denken dat wij dat even heel snel voor elkaar
boksen.
De heer Knops heeft gezegd dat geld naar voren wordt geschoven en dat
bijna alle projecten vertraagd worden. Wat doet de minister hiertegen?
Schuif ik de problemen voor mij uit? Ben ik blind en denk ik dat mijn
opvolger het allemaal wel doet? Nee, maar de problematiek is ook niet
gisteren ontstaan. Het heeft een eindeloze tijd geduurd voordat
projecten zich manifesteren zoals ze zich manifesteren. Ik kom straks
nog te spreken over de ramingsystematiek, waar ik duidelijkheid in
probeer te brengen. Vertraging van projecten kan allerlei onvoorziene
oorzaken hebben en kan sowieso nooit volledig worden uitgesloten.
Belangrijk is dat Defensie structureel over voldoende budget beschikt om
de benodigde investeringen te doen. Daarom is met Financiën afgesproken
dat ongebruikt investeringsbudget kan meeschuiven naar volgende jaren,
de zogenoemde eindejaarsmarge. Zo hoeven investeringsprojecten niet te
worden geschrapt. Dat is echt een verbetering. Het was er niet toen ik
op het departement aankwam. Ik zeg dat niet om mijzelf een
schouderklopje te geven, maar wel om te laten zien dat er af en toe
stappen worden gezet die tot resultaten leiden en die goed zijn voor
Defensie. In de begroting heb ik gesteld dat ook de ambities voor het
investeringsbudget zullen moeten aansluiten bij de beschikbare middelen.
Dat leidt tot keuzes, zowel nu als in de toekomst. Ook in de toekomst
zal de Kamer dus met die keuzes worden geconfronteerd. Dit betekent voor
Defensie jaarlijks keuzes maken en herprioriteren. Planning en ambitie
moeten sluitend zijn als je een begroting presenteert. Dat is op zich
niet nieuw.
Wij hebben vanochtend naar aanleiding van de bijdrage van mevrouw
Hachchi al even gesproken over de problemen in de "voorzien in"-keten.
Ik kom daar zo meteen nog even separaat terug, evenals op de DMO, maar
zeg nu alvast dat de verbeteringen een wat langer traject behelzen. Er
zijn stappen in de juiste richting gezet. Ook dat wordt onderschreven in
het rapport van Policy Research Corporation. Een nadere uitwerking is
noodzakelijk. Daarom laat ik de aanbevelingen uit het rapport
concretiseren, zoals ik vanochtend ook heb gezegd. Ik zal de Kamer in
samenhang met de andere initiatieven die al lopen, dit voorjaar laten
zien wat wij allemaal hebben gedaan om de boel in de "voorzien in"-keten
op orde te brengen, wat wij nog willen doen en wat wij nog zouden moeten
doen.
Wij hebben ook al vaker met elkaar gesproken over de gevolgen als je
gaat vertragen. Als je langer met huidig materieel blijft werken, kunnen
er natuurlijk op een gegeven moment hogere onderhoudskosten
voorbijkomen. Dat hebben wij bijvoorbeeld heel duidelijk gezien bij de
F-16. Als je het maar lang genoeg volhoudt, wordt het bijna
onbetaalbaar. Moderne capaciteiten kunnen ook later beschikbaar komen.
Dat zien wij nu met de MALE UAV. Dat is pijnlijk, maar het is wel een
onvermijdelijke keuze als je binnen de financiële kaders wilt blijven.
In voorkomende gevallen kan er ook een gat in capaciteit ontstaan. Dat
is totaal onwenselijk, maar dat zijn wel mogelijke gevolgen van een
vertraging. Ik denk dat wij daar buitengewoon helder over zijn geweest.
Dit zijn dingen waarmee wij te dealen hebben.
De heer Van Dijk vroeg naar zijn schriftelijke vragen over kernwapens.
Ik heb even niet scherp waar dat in de pijplijn zit. Volgens mij is de
minister van Buitenlandse Zaken de penvoerder op dit dossier. Ik zal dat
morgen gelijk even nagaan. Hopelijk kunnen wij de Kamer in elk geval
voor de begrotingsbehandeling van volgende week bedienen.
Ik kom nu bij de tanks. Die zijn afgestoten in de beleidsbrief van 2011.
Ik heb er heel bewust voor gekozen om de samenwerking met Duitsland aan
te gaan, want bij de afstoting van de gevechtstanks is toentertijd heel
duidelijk aangegeven dat er wel degelijk behoefte blijft bestaan aan
kennis op het gebied van optreden met en tegen tanks. De bondgenoten
hebben tanks, maar de tegenstanders ook. Dat betekent dat je wel heel
naïef bent als je de kennis daarover in de organisatie überhaupt
helemaal zou afschrijven. Destijds is besloten om een kerncapaciteit te
behouden die de kennis vasthoudt en zich daarmee nuttig kan maken voor
Defensie. Met de intensivering hebben wij besloten om de krachten te
bundelen. Dat was een enorm grote wens, niet alleen van het Commando
Landstrijdkrachten, maar ook van mijzelf, in het kader van verdergaande
internationale samenwerking. Wij behouden de kennis op vrij
overzichtelijke en voordelige wijze en wij brengen die ook daadwerkelijk
verder in de organisatie. De manier waarop het nu is geregeld is zeer
efficiënt en vrij uniek. Het is een schoolvoorbeeld binnen de Europese
Unie en de NAVO van hoe internationale samenwerking verder vorm kan
krijgen. Ik zie dat dus niet als zwabberbeleid, maar als voorbeeld van
internationale samenwerking waar ik zeer aan hecht, evenals een
meerderheid in uw Kamer. Het is ook conform het uitgangspunt dat wij
destijds hebben geformuleerd over de behoefte aan kennis op het gebied
van optreden met en tegen tanks.
De heer Vuijk vroeg hoe het zit met taal- en cultuurproblemen.
Natuurlijk hebben wij het bij internationale samenwerking niet voor
niets vaak over gelijkgestemde landen, de noordelijke mentaliteit en ga
zo maar door. Het goede nieuws is dat er operationeel gezien één taal
wordt gesproken. De voertaal is Engels. Dat probleem is dus snel
opgelost, maar ook tussen Duitsers en Nederlanders kunnen er inderdaad
cultuurverschillen zijn, ook al lijken wij ontzettend veel op elkaar.
Als ik Duits spreek met mijn Duitse collega, praat zij eerst een
kwartier over Rudi Carrell, want blijkbaar komt mijn accent heel dicht
in de buurt. Wij lijken ontzettend veel op elkaar; laat daarover geen
misverstand bestaan. Wel zijn er altijd kleine verschillen. Het is niet
dat wij voor het eerst met de Duitsers samenwerken. Wij hebben ook de
Luchtmobiele Brigade geïntegreerd in de Division Schnelle Kräfte. Je
ziet dat wij echt aan elkaar gewend zijn en dat eventuele verschillen
heel goed te overbruggen zijn.
De heer Vuijk en de heer Knops hebben beiden over leasen en huren
gesproken. Wat betekent dit voor de investeringsquote, waarop ik straks
overigens nog separaat terugkom?
Mevrouw Hachchi (D66):
Ik wil graag ingaan op het vorige punt. Ik kan de minister helemaal
volgen in het voorbeeld dat zij nu noemt. Wij halen de tanks nu deels
terug en geven dat vorm in het kader van de samenwerking met Duitsland.
De minister weet hoe ik over Europese defensiesamenwerking denk. Ik kan
dit dus alleen maar toejuichen. Toch wil ik de minister iets voorhouden.
Zij heeft het zelf over keuzes maken. Zij zegt dat het geen
zwabberbeleid is dat wij de tanks deels terughalen, maar voor mij voelt
dit wel aan als een kwestie van prioritering, zeker ook als ik kijk naar
het uitstel van de MALE UAV-drones. Wij hebben in de briefing expliciet
gevraagd of dit een uitstel in het kader van de vertraging is, maar dit
is puur een keuze vanuit Defensie in het kader van prioriteiten. Het
terughalen van de tanks voelt voor mij dan toch als kiezen voor het
verleden in plaats van de toekomst, namelijk de drones. Hoe moet ik dat
zien?
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik weet niet of er nog verduidelijking op moet komen, maar volgens mij
is de tekst over de integratie van de 43ste Gemechaniseerde Brigade en
de Pantserdivisie hierover vrij duidelijk. Wij halen niks terug. Sterker
nog, wij brengen onze Nederlandse tanks in als bijdrage in die vergaande
samenwerking. Vooral Duitsland komt ons enorm tegemoet. Ik begrijp wat u
bedoelt. Je maakt natuurlijk altijd afwegingen, want je kunt een euro
maar één keer uitgeven, maar als ik zo vrij mag zijn om het op deze
manier te zeggen: dit zijn ongelijke grootheden. Voor de goede orde, ik
begrijp uw punt wel.
Mevrouw Hachchi (D66):
Dank voor het antwoord en voor de toelichting. Je moet het dus niet zo
zien dat wij de tanks terughalen. Dit vindt juist plaats in het kader
van verdergaande integratie met de Duitsers op het terrein van
landmachttaken.
Ik kom nog even terug op de drones. Dat is uiteindelijk toch een kwestie
van prioriteiten geweest. Ik begrijp uit haar gebaren dat de minister
daarop uitgebreid terugkomt? Dan wacht ik daarop.
Minister Hennis-Plasschaert:
Daar kom ik inderdaad nog uitgebreid op terug.
Zowel de heer Knops als de heer Vuijk heeft opgemerkt dat de uitgaven
voor leasen en huren onder exploitatie vallen en niet onder
investeringen. Dat is correct. Dit heeft natuurlijk een effect op de
investeringsquote, die daardoor zal dalen. Het aandeel
investeringsuitgaven in de Defensiebegroting zal daardoor ook dalen ten
gunste van het aandeel aan exploitatie-uitgaven. Wij zien op dit moment
mogelijkheden. Het kan goed zijn dat in de toekomst lease en huur meer
dan nu tot de reële mogelijkheden gaan behoren, in plaats van aanschaf.
Dat is niet altijd het geval, maar het kan goed zijn. Wij bezien
momenteel de mogelijkheden om dergelijke uitgaven voortaan toe te
rekenen aan de investeringen. Ik kom hierop nog terug. In het kader van
de LCC-benadering kunnen keuzes worden gemaakt om materieel niet zelf
aan te schaffen, maar het anders te doen. Dit heeft inderdaad een
gevolg. Dat moeten wij nu onder ogen zien, evenals de wijze waarop wij
daarmee denken om te gaan in de toekomst.
De heer Knops (CDA):
Wij hebben als Kamer ook altijd gestuurd op de investeringsquote van 20%
en de delta die ontstaan is door daar jarenlang onder te zitten. Als je
in de werkelijkheid steeds meer werkt met life cycle cost,
performance-based logistics en allerlei vormen die via de exploitatie in
instandhouding voorzien, is de vraag of de minister zich gehinderd voelt
door de huidige financiële systematiek in de keuzes die zij maakt.
Anders gezegd, worden er nu keuzes gemaakt die om de Kamer te pleasen in
de investeringsquote komen, terwijl je eigenlijk andere keuzes zou
willen maken? Speelt dat op dit moment? Zo ja, hoe kan de Kamer de
minister dan ondersteunen om hierin een wat meer up-to-date benadering
te kiezen?
Minister Hennis-Plasschaert:
Dat is een goed punt. Ik denk dat het wat ver gaat om te zeggen dat wij
nu noodgedwongen keuzes maken om de Kamer te pleasen. Dat zou echt ver
gaan. Defensie pleaset de Kamer graag, maar grote bedragen uitgeven gaat
wat ver. In het kader van de LCC-benadering is vrij recent ingezet op
vragen als hoe je met je materieel omgaat en wat de kosten zijn van de
aanschaf van en het beschikken over wapensystemen. Daarover komt ook
steeds meer informatie op tafel. In het ibo wapensystemen zit ook de
aanbeveling om uit te gaan van een vijfjarig gemiddelde. Defensie zal
die aanbeveling overnemen. Ook dat laat onverlet dat de
investeringsquote onder uiteenlopende factoren van invloed zal zijn,
waaronder de mogelijkheid tot huur of lease. Ik ben ervan overtuigd dat
de investeringsquote altijd fluctuaties zal laten zien. Daarom is het
ook goed dat wij met vijfjarige gemiddelden gaan werken. Je kunt wat
meer rust brengen in het beeld dat met de Kamer en de buitenwereld wordt
gedeeld door dingen niet te verbergen, maar met gemiddelden te gaan
werken. De staatjes daaronder zijn ook gewoon openbaar. De Kamer kan dus
precies zien hoe het zit. De waarde van de investeringsquote en de wijze
waarop die is vormgegeven, zullen wij verder gaan onderzoeken. Ik hoor
daarover ook bij mijn NAVO-collega's af en toe wat gemor. Wij zullen de
Kamer verslag uitbrengen van dat onderzoek. De aanbeveling uit het
ibo-rapport wordt dus overgenomen. Wij gaan met een vijfjarig gemiddelde
werken. Ik hecht nog steeds aan de 20%, maar wij moeten ook oppassen
voor allerhande doelredeneringen. Daarover zijn wij het denk ik snel
eens. Daar komen wij bij u op terug.
De heer Knops (CDA):
Binnen de NAVO is de investeringsquote een soort indicator om te zien
hoe de krijgsmachten ervoor staan, vergelijkbaar met het bnp. Als
dadelijk zou blijken dat een investeringsquote van 15% gezond is als je
de rest in exploitatie kunt onderbrengen of via andere vormen van
samenwerking kunt bereiken, is dat natuurlijk ook oké, maar dan hanteren
wij een ander uitgangspunt. We zitten nu nog allemaal op 20%. Dat is wat
mijn fractie betreft geen doelredenering, maar als wij iets beters
zouden hebben wat meer recht doet aan de actuele situatie, lijkt het me
handig dat ook de Kamer dat zo spoedig weet en dat de minister de Kamer
daarover informeert, zodat wij elkaar op die nieuwe afspraken kunnen
aanspreken. Het heeft geen zin om in oude concepten te blijven denken
als een en ander inmiddels is ingehaald door de werkelijkheid.
Minister Hennis-Plasschaert:
Dank hiervoor. Dit sterkt mij alleen maar in de wijze waarop wij er nu
naar kijken en in het feit dat wij de waarde van de investeringsquote
nader willen onderzoeken en met de Kamer willen delen. Ik heb het
tijdpad even niet scherp, maar misschien kan mijn ondersteuning mij dat
zo meteen doorgeven. Dan weet de Kamer waar zij aan toe is, of dat bij
de volgende begroting of al eerder is. Het onderzoek naar de waarde van
de investeringsquote is dus van belang.
Ik kom nu bij iets heel anders, maar kom zo meteen weer terug op de
onderrealisatie. De heer Vuijk vroeg naar de verhuizing van de mariniers
naar Vlissingen. Is de planning nog altijd hetzelfde? Ik vermoed dat de
heer Vuijk in Schotland is geweest, waar dit onderwerp van gesprek was.
Zoals hij weet was ik daar ook. Ik heb er met de mariniers over
gesproken en verwacht op zeer korte termijn een rapportage van de
projectleider. Die informatie wordt ook verwerkt in de eerstvolgende
vastgoedrapportage, die voor november gepland staat. Ik hoop de Kamer
dan definitief op de hoogte te kunnen brengen van de vertraging in het
project, zoals die in Schotland besproken is. Ook werd er in Schotland
in de gesprekken waar ik bij was, verwezen naar de bodemonderzoeken en
ga zo maar door. Ik heb de mariniers gevraagd of zij uitzien naar de
verhuizing naar Vlissingen of juist niet. Ik heb natuurlijk niet
iedereen gesproken. Een aantal mensen zei dat een spiksplinternieuwe
locatie met alles erop en eraan wel een heerlijk vooruitzicht was, maar
dat ze ook heel tevreden zijn in Doorn als het wat langer duurt, vanwege
de locatie enzovoorts. Je ziet dus nog wat ambivalente gevoelens.
Daarover moeten wij heel eerlijk zijn. Ik neem aan dat men steeds meer
uitziet naar de verhuizing naar Vlissingen, naarmate de tijd verstrijkt,
omdat daar wel een state-of-the-art kazerne wordt gebouwd. Over de
exacte vertraging die in mijn gesprekken in Schotland ter sprake kwam,
zal ik de Kamer binnenkort nader informeren.
De heer Vuijk heeft ook gevraagd naar de Johan Willem Frisokazerne. Ik
weet niet of hij helemaal scherp heeft hoe het toentertijd tot stand is
gekomen. Het had te maken met de intensivering uit het najaarsakkoord en
de wensen van partijen die daarbij om tafel zaten. Het besluit om die
kazerne in Assen te behouden, was al genomen voordat het gesprek over
medegebruik door de Dienst Vervoer en Ondersteuning van V en J op gang
is gekomen. De regio heeft hiervoor ook enorm zijn best gedaan. Dat heb
ik enorm gewaardeerd, zeker ook omdat die heeft ingezet op het aspect
van behoud van werkgelegenheid. Dat is ook van belang. Het
Rijksvastgoedbedrijf heeft vervolgens de kosten van het medegebruik
berekend. Het leidt niet tot een zodanig beroep op de voorzieningen dat
Defensie daarvoor extra personeel zou moeten aanstellen. V en J betaalt
voor het gebruik van de huisvesting en parkeerfaciliteiten. Er zijn geen
kosten buiten beschouwing gebleven. Dit levert Defensie dan ook geld op.
We moeten dit niet overdrijven, want uiteindelijk is het gewoon
onderdeel geweest van het pakket waarover we in het najaar van 2013
hebben besloten.
De heer Vuijk heeft verder vragen gesteld over de Chinook en afspraken
met Boeing. Lukt het ons om het Nederlandse bedrijfsleven in te zetten
voor opdrachten? Het genereren van industrial participation plans in het
project is door mijn collega van Economische Zaken voortvarend ter hand
genomen. De huidige verwachting is dat hoofdleverancier Boeing en verder
Rockwell Collins en BAE Systems bereid zijn om mee te werken. Mijn
collega van Economische Zaken heeft gemeld dat overeenstemming is
bereikt over de terms and conditions en dat aan de individuele
industrial participation plans wordt gewerkt. De toeleverancier van de
motoren, Honeywell, toont nog weinig bereidheid. Dat heeft ook te maken
met gods and mods: Honeywell heeft geen participatie vanaf het ontwerp.
Daar zal industrial participation over het algemeen meer als een
offsetpakket tot stand komen.
De heer Vuijk vroeg ook naar het tekort aan reserveonderdelen. Is de
kannibalisatie van het materieel vooral een organisatorisch probleem of
een financieel probleem? Ik denk dat je het niet zo tegen elkaar kunt
uitspelen. Het is absoluut een financieel probleem. Er is nu extra geld
voor reserveonderdelen, maar dat is lang niet altijd zo geweest. Sterker
nog, er is behoorlijk ingeteerd. Ook bij het afsluiten van contracten is
hier niet altijd op ingespeeld. Dat had ook een financieel aspect. Als
je nu reserveonderdelen bestelt, zijn deze veel later beschikbaar. Dat
is spijtig, maar het is wel de harde realiteit. Tekorten kennen
natuurlijk ook andere oorzaken, zoals problemen bij de fabrikant en
verschillende contractvormen. Natuurlijk heeft dit een organisatorisch
aspect, maar het is zeker ook een financieel probleem. Het is dus eerder
een combinatie van factoren dan dat je beide zaken tegen elkaar uit zou
kunnen spelen. Was het maar alleen een organisatorisch probleem; dan had
je het al een paar jaar geleden kunnen aanpakken.
Wij hebben in een AO al over de Patriots gesproken. Nederland heeft geen
plannen voor aanschaf van de MEADS (Medium Extended Air Defense
Systems). De Nederlandse keuze voor het investeringsproject verlenging
levensduur Patriot is dus ook echt een andere dan de keuze van
Duitsland. Ik heb in het AO al aangegeven waarom wij deze keuze hebben
gemaakt en waarom er een verschil zit tussen de keuze van Nederland en
die van Duitsland. Samenwerking blijft ook na invoering van de MEADS in
Duitsland mogelijk omdat de luchtverdedigingseenheden deel uitmaken van
een geïntegreerd netwerk. Doordat beide systemen de standaarden van de
NAVO volgen, is de interoperabiliteit van deze systemen gewaarborgd,
waardoor gezamenlijke planning en inzet tot de mogelijkheden blijft
behoren. Naarmate Duitsland de Patriot uitfaseert, zal samenwerking op
gebieden als onderhoud en opleiding inderdaad onvermijdelijk minder
worden. Wij geven de samenwerking met bijvoorbeeld de Panzerdivision of
de Division Schnelle Kräfte vergaand vorm, maar je ziet dat die dus niet
op ieder terrein tot de meest succesvolle vorm van wasdom komt. Dat is
de harde werkelijkheid. Voor ons is het uitvoeren van
levensduurverlengend onderhoud vanuit financieel oogpunt de beste
oplossing om Nederland tot 2040 van een luchtraketverdedigingscapaciteit
te voorzien. Ik denk dat dat ook heel veel waard is. Waar mogelijk
zullen wij samenwerken met de Duitsers.
De heer Knops (CDA):
De heer Vuijk heeft dit punt oorspronkelijk gemaakt, maar ik wil er toch
op aanhaken. De minister zegt dat er nog steeds mogelijkheden zijn, maar
de harde werkelijkheid van de Europese samenwerking, zeg ik ook tegen
mevrouw Hachchi, is dat de Duitsers om nationale redenen in het
bedrijfsleven gekozen hebben voor een systeem dat misschien beter is,
maar misschien ook niet, zeker niet als je de Patriot zou updaten. Dat
is wel een gemiste kans voor nichecapaciteit. Meerdere mensen hebben
gesproken over de LCF-fregatten en de Patriots. Kijk wat er nu allemaal
gebeurt bij Trident Juncture of ECTF. Je kunt in operationele oefeningen
wel samenwerken met MEADS en Patriots, maar al die andere voordelen van
samenwerking heb je niet. Wij gaan hier natuurlijk niet over, maar wat
zou de minister nog kunnen doen? Heeft de minister een gevoel bij de
manier waarop dit gegaan is en waarop dit de volgende keer voorkomen zou
kunnen worden? Ik denk dat zo'n beetje iedereen hier het gevoel heeft
dat wij meer aan samenwerking zouden moeten doen, zeker met onze buren,
dat dit een heel mooie kans was geweest, en dat die nu verdampt is door
de keuze van de Duitsers voor een systeem dat misschien niet eens echt
beter is dan de verbeterde Patriot.
Minister Hennis-Plasschaert:
Wij hebben hierover gesproken. Het is inderdaad geen schoolvoorbeeld van
hoe je die verdergaande internationale samenwerking zou willen invullen.
Ik vind dat jammer, omdat ik hier een prachtige mogelijkheid zag die wij
op andere terreinen wel weten in te vullen. Het betekent geen stagnering
van de samenwerking en verdergaande integratie met Duitsland; dit geldt
voor dit specifieke traject. Net zo min als ik tot een andere keuze
omtrent de Patriots kom, zullen wij Duitsland kunnen overtuigen dat men
een andere keuze omtrent de eigen systemen had moeten maken. Dit is
gewoon de realiteit. Wel denk ik dat het ook voor Duitsland duidelijk is
dat je in een verwervingstraject veel beter gezamenlijk kunt optreden,
waarbij een duidelijke lead nation de regie heeft, dan dat je dat
allemaal afzonderlijk doet omdat industriële belangen wellicht
prevaleren. Dat is ook de reden waarom wij nog steeds zoveel werk
proberen te maken van het verder openstellen van de Europese interne
markt. Dit is voor mij en ook voor de collega van Economische Zaken een
prioriteit, ook tijdens het Nederlands voorzitterschap.
De heer Vuijk vroeg naar de verdergaande samenwerking in het maritieme
domein als het gaat om de verwerving van materieel. Over de BeNeSam
hoeven we niet meer te praten; dat concept is volledig bekend. Ook al
zijn wij helemaal bekend met het concept, het is wel van belang om ons
te blijven realiseren hoe bijzonder dat concept is, ook binnen Europa en
binnen de NAVO-alliantie. Ook is er de samenwerking met het Verenigd
Koninkrijk op amfibisch gebied, de UK/NL Amphibious Force. Ik heb gezegd
dat ik voor het einde van het jaar bij de Kamer terugkom op de
internationale samenwerking om het Joint Support Ship optimaal te kunnen
inzetten in internationaal verband.
Belangrijke investeringsprojecten in het volgende decennium zijn de
vervanging van de M-fregatten, de onderzeeboten en de
mijnenbestrijdingscapaciteit. Defensie zal de mogelijkheden van
samenwerking steeds intensief onderzoeken. Dat doen we met de
onderzeeboten. Ik heb de Kamer eerder dit jaar de brief daarover
gestuurd. Ik heb toegezegd dat ik mijn best zou doen om voor het einde
van het jaar met een DMPA-brief te komen. Dat zal niet lukken, want de
gesprekken met Noorwegen en andere partners lopen nog. We hebben wat
meer tijd nodig om dat goed op te lijnen. Vandaar dat in het artikel in
Trouw het eerlijke verhaal stond: tussen nu en het voorjaar van 2016. Ik
verwacht de Kamer in april meer daarover te kunnen vertellen. Ik heb in
die brief ook heel duidelijk aangegeven dat een voornemen of een
investeringsbehoefte op dit moment zich pas in 2018 vertaalt in een
definitief besluit. Er moet een heleboel in kaart worden gebracht om een
definitief besluit te kunnen nemen. Het definitieve besluit over de
vervanging van de oude Walrusklasse volgt pas in het jaar 2018. Daarvoor
vind ik verregaande internationale samenwerking van cruciaal belang. Dat
geldt ook voor de M-fregatten. Wij zullen dan zeker met Duitsland
samenwerken en waar mogelijk natuurlijk ook met de Belgen. Wij voeren nu
gesprekken om de samenwerkingsmogelijkheden verder te onderzoeken. Dat
is echt de toekomst. Bij bijna alle grote wapensystemen zul je steeds
meer zien dat er internationale samenwerking plaatsvindt.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik snap dat het besluit veel later wordt genomen, maar toch wordt er nu
al van alles in de steigers gezet. Kan de minister ingaan op het artikel
in Trouw? Daarin staat dat de brief over dit onderwerp is uitgesteld van
dit jaar naar "binnen nu en het voorjaar van 2016". Wat vindt zij van
het kostenplaatje dat in dat artikel wordt gegeven? Er zou 2,5 miljard
beschikbaar zijn. Om hoeveel onderzeeboten gaat het?
Minister Hennis-Plasschaert:
Als ik een glazen bol had; dat zijn allemaal vragen die nu aan de orde
komen en waarover ik de Kamer later zal informeren. Misschien was de
heer Van Dijk een beetje aan het dromen, want ik heb net heel duidelijk
aangegeven dat ik heb toegezegd om voor het einde van het jaar een
DMPA-brief te sturen, maar dat ik dat niet red. Dat was het voornemen en
ik zou mijn best daarvoor doen. Ik red dat echter niet, omdat de
gesprekken met bijvoorbeeld Noorwegen nog volop lopen. Ook hebben wij
wat meer tijd nodig om te kijken naar de functionele eisen: wat betekent
dat, welk bedrag zou daaraan vastzitten? Dat zijn allemaal zaken die
enige zorgvuldigheid vragen. Ik heb gezegd: dat is niet nu. Daarom stond
in Trouw het goede verhaal. Ik raffel dit niet even af voor het einde
van het jaar. Ik heb daarvoor meer tijd nodig. Ik verwacht dat document
in april 2016 aan de Kamer te doen toekomen.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Het zou echt te gek voor woorden zijn dat ik zou dromen als de minister
van Defensie spreekt, dus daar zullen we notitie van nemen. We zullen
nog van alles horen, maar de minister houdt het nu wel heel vaag. Kan
zij zeggen wat haar intentie is als het gaat om aantallen? Wil zij het
huidige voorzieningenniveau handhaven? Of zegt zij: het is een
kristallen bol, het komt allemaal nog wel, wacht u maar rustig af? Dan
hebben we ook op 10 december vrij weinig om over te spreken. Dan moet de
Kamer zich beraden op dat debat.
Minister Hennis-Plasschaert:
Volgens mij staat er nog een technische briefing op de agenda. In de
gesprekken die wij nu voeren, komt een heleboel informatie en komen er
afwegingskaders naar boven. Dat is iets anders dan dat het allemaal
gelijk in een DMPA-brief wordt gegoten. Ik ga nu niet in op aantallen.
Ik verwijs naar de brief die ik de Kamer een tijdje geleden heb
gestuurd. Daarin wordt al een heleboel informatie gegeven. Van daaruit
praten wij verder tijdens het AO, ook over de informatie die ik de Kamer
voorafgaand aan dat AO zal doen toekomen.
De voorzitter:
Er is behalve een briefing ook een debat voorzien op 10 december.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Het staat genoteerd.
Minister Hennis-Plasschaert:
De heer Vuijk heeft gesproken over de btw-vrijstelling. Wij hebben er
vaak met elkaar over gesproken. Er is nu eenmaal zoiets als het Europees
kader voor de btw-vrijstelling. Dat is typisch Europa. Ik ben echt een
Europeaan, maar je wordt daar af en toe een beetje moe van. Er worden
weer allerlei vrijstellingen afgesproken als tot zo'n gezamenlijke
richtlijn wordt besloten. Als je die vrijstellingen vervolgens wilt
afschaffen, dan kan dat niet omdat dat verregaande gevolgen heeft. Dat
geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor een heleboel andere
landen. De Kamer moet dit aan de staatssecretaris van Financiën vragen.
Ik heb er geen zicht op of dat tot eventuele meerkosten zal leiden voor
Nederland. De realiteit is wel dat iedereen elkaar een beetje gijzelt op
dat punt, als het gaat om het verregaand harmoniseren van die
vrijstellingen. Ik vind dat een ergerlijk aspect van Europa, maar het is
wel de realiteit.
Er is gevraagd of ik de pantserhouwitsers en de
mijnenbestrijdingsvaartuigen uit de verkoop wil halen. Vorig jaar bij de
begrotingsbehandeling heb ik braaf woord gehouden, als het gaat om de
motie die de heer Knops toen daarover heeft ingediend. In het verleden
is bij het in balans brengen van de krijgsmacht met het financieel kader
ervoor gekozen om de krijgsmacht breed te houden. Als je breed wordt
gehouden, zit je aan andere knoppen en maak je ook keuzes die ten koste
gaan van je voortzettingsvermogen. De pantserhouwitsers en
mijnenbestrijdingsvaartuigen zijn destijds afgestoten. Met het meerjarig
perspectief dat het kabinet voor ogen heeft, is het mogelijk dat keuzes
die in het verleden zijn gemaakt ineens weer relevant worden en in een
ander daglicht komen te staan. Dat hoeft echter niet te betekenen dat
keuzes die in het verleden zijn gemaakt per definitie ongedaan worden
gemaakt. Er is gesproken over de MALE UAV. Je wilt ook investeren in de
modernisering van de krijgsmacht. In het kader van no regret heb ik
toegezegd dat ik de Kamer zal inlichten, als er zich serieuze kandidaten
voor dat materieel aandienen. Daar houd ik mij ook aan.
De heer Knops (CDA):
Het lijkt er nu een beetje op alsof het toeval is dat de minister mijn
motie over het niet afstoten van materieel heeft uitgevoerd. De minister
roemde net het hele verhaal van de tanks. Indertijd is ook vanuit de
Kamer gezegd in het kader van no regret: zorg ervoor dat je wat achter
de hand houdt. Nu kan de minister — daar krijgt zij alle waardering voor
— terecht zeggen: kijk eens, dit hebben we mooi gedaan. Dat is precies
wat ik beoog met mijn eerdere vragen over de pantserhouwitser. Het is
niet ondenkbaar dat je die capaciteit zelf nog nodig hebt voor vuursteun
of voor allerlei toekomstige operaties. Bovendien zijn ze
spiksplinternieuw. Ik vraag niet alleen of de minister de Kamer wil
informeren als zij ze kan verkopen, maar ook of zij serieus wil
overwegen om die dingen niet te verkopen, maar aan te houden vanwege de
mogelijke capaciteit die we in de toekomst nodig hebben.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik ben geen dolle mina die met het materieel de boer opgaat. Dit moet
verkocht worden, want dat maakt nadrukkelijk deel uit van het meerjarig
perspectief. Ik zei net dat het mogelijk is dat nieuwe investeringen
leiden tot behoud, maar dat ze niet per definitie hoeven te leiden tot
behoud. Die nuance wil ik wel aanbrengen.
Mevrouw Hachchi (D66):
Het is mij niet helder. De minister geeft aan de krijgsmacht breed te
willen houden. Tegelijkertijd zegt zij dat keuzes uit het verleden om
materieel te verkopen niet betekenen dat het uiteindelijk wordt
verkocht. Dat wordt weer bezien in het meerjarig perspectief. Wat is het
nu? De minister was net helder over de tanks. De tanks worden niet
teruggehaald, maar we hebben de kennis behouden en we zijn verder
geïntegreerd met de Duitsers. Hoe zit het met het materieel waarvan de
heer Knops zegt dat we dat ook niet moeten verkopen, maar moeten
terughalen? Ik krijg graag een helder antwoord van de minister.
Minister Hennis-Plasschaert:
Volgens mij begreep de heer Knops mij prima. Niet helemaal? Dan waag ik
nog een poging. Ik heb gezegd dat er in het verleden, ook voor mijn
tijd, bewust voor is gekozen om de krijgsmacht breed te houden. Ik kan
mij daarbij van alles voorstellen, dus ik trek keuze niet in twijfel. Er
is wel een beperkt aantal knoppen waaraan je kunt draaien, als er moet
worden bezuinigd. Een knop is het voortzettingsvermogen. Daarom is
bepaald materieel, bijvoorbeeld de mijnenbestrijdingsvaartuigen en de
pantserhouwitsers, in de uitverkoop gezet.
De heer Knops vraagt mij: bezint voor ge begint. Dat is ook het
uitgangspunt van zijn motie. Stel dat die verdergaande intensiveringen
die wij beogen in het kader van het meerjarig perspectief leiden tot het
besef dat het van belang is om die pantserhouwitsers toch te behouden om
het voortzettingsvermogen van dat specifieke wapensysteem uit te
breiden. Dat kan en dat vraagt de heer Knops mij: doe voorzichtig, denk
na voordat je onbezonnen iets afstoot in het kader van het meerjarig
perspectief. Zo heb ik de motie begrepen en zo begrijp ik de boodschap
van de heer Knops. Ik heb alleen gezegd dat dat meerjarig perspectief en
de vervolgstappen in de verdere uitwerking daarvan kunnen leiden tot
bijvoorbeeld het behoud van een aantal pantserhouwitsers, maar niet per
definitie leiden tot het behoud van die pantserhouwitsers. Die keuze zal
steeds weer moeten worden gemaakt in het kader van het meerjarig
perspectief. De Kamer zal daarover volledig worden geïnformeerd.
De heer Knops (CDA):
De minister zei zojuist in antwoord op mijn vraag: als we ze gaan
verkopen, dan lichten we de Kamer daarover in. Zo heb ik het althans
begrepen. Dat is staand beleid; zo gebeurt het altijd. Mijn vraag ging
nog een stap verder: probeer die dingen zo lang mogelijk te behouden,
want ze kunnen van pas komen bij nieuwe ambities en nieuwe
uitbreidingsmogelijkheden, zoals de minister het net formuleerde. Heb ik
dat goed begrepen? Dan is het oké.
Minister Hennis-Plasschaert:
vanochtend hadden wij het daarover: alsof Defensie geen plannen op de
plank zou hebben voor nieuwe intensiveringen en niet zou weten waaraan
het geld zou moeten worden uitgegeven. Ik heb dat duidelijk ontkracht en
gezegd dat dat onzin is. Als je al jarenlang geld tekortkomt, dan word
je inderdaad goed in het steeds verder bezuinigen. Dat is twintig jaar
lang de opdracht geweest. Het betekent echter niet dat er geen plannen
zijn voor het moment waarop intensiveringen zich aandienen. Je denkt na
over pakketten: als we nu intensiveringen hadden, waaraan zouden we dat
geld dan kunnen uitgeven, wat is in het belang van de krijgsmacht en ook
van het voortzettingsvermogen van bepaalde wapensystemen? Daarmee wordt
natuurlijk rekening gehouden, dus de heer Knops heeft mij goed
verstaan.
Mevrouw Hachchi (D66):
Ik weet niet of ik de minister goed heb verstaan. De minister zegt:
bezint eer ge begint. Dat is logisch. Dat geldt voor alle keuzes die
deze minister voor zich ziet. Wat ik niet begrijp, is dat de minister
aangeeft: of we keuzes uit het verleden terugdraaien of niet, of we die
pantserhouwitsers verkopen of niet, dat wordt allemaal pas helder bij
het meerjarig perspectief. Ik wil graag weten wanneer de Kamer die
helderheid krijgt.
De minister zegt dat er een keuze is gemaakt om de krijgsmacht breed te
houden. Daarover moet de Kamer ook met deze minister van gedachten
wisselen. De minister twijfelt daar niet aan, maar mijn fractie heeft
daar wel twijfel over. Ik denk dat we zo'n discussie alleen maar zinvol
kunnen voeren, als de minister helderheid geeft over de invulling van
het meerjarig perspectief dat zij voor ogen heeft.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik had het over keuzes die voor mijn tijd zijn gemaakt en waarover de
Kamer uitgebreid heeft gesproken met mijn voorganger, als het gaat om
het breed houden van de krijgsmacht en om de knoppen waaraan gedraaid
kan worden. Het zou wat raar zijn om dat debat nu opnieuw te voeren. Wat
in de uitverkoop staat, staat in de uitverkoop. Wanneer er extra
middelen komen zoals in deze begroting is gebeurd, wellicht ook voor een
volgende begroting, wellicht voor een begroting daarna en wellicht zelfs
voor een begroting van mijn opvolger in een verre toekomst, zullen er
opnieuw keuzes moeten worden gemaakt. Dan kijk je ook naar wat je in de
uitverkoop hebt staan en of het van belang is om dat voor de krijgsmacht
te behouden.
Mevrouw Hachchi (D66):
Dat is precies het punt waarover wij het vanochtend hebben gehad,
namelijk de invulling van deze minister als het gaat om extra geld, of
het nu gaat om 100 miljoen, 300 miljoen of voor mijn part 700 miljoen of
1 miljard. Het is belangrijk dat wij als Kamer die informatie tijdig
krijgen, zodat we met de minister van gedachten kunnen wisselen over de
keuzes die zij maakt. Ik zie hierin alleen maar een bevestiging van de
oproep die wij eerder hebben gedaan, namelijk dat in militaire termen
ASAP de invulling van die extra middelen naar de Kamer komt, zodat wij
met de minister over de inhoud kunnen spreken.
Minister Hennis-Plasschaert:
ASAP is ook een civiele term, maar de Kamer krijgt het zo spoedig
mogelijk, in ieder geval voor de behandeling van de begroting. Ik zal
het debat van vanochtend niet overdoen, maar het frame alsof er
überhaupt geen duiding zou zijn gegeven aan de intensivering van 220
miljoen is niet helemaal fair. Er is duidelijk aangegeven waar het geld
naartoe gaat. Wij hebben gesproken over de materiële gereedheid, over de
personele gereedheid, over de geoefendheid en over de investeringen. De
Kamer wil een exacte toedeling naar de artikelen. Dat is zeer terecht en
ik trek dat geen seconde in twijfel. Wij hebben vanochtend daarover
gesproken en de Kamer krijgt die ook. Ik kan echter niet vooruitlopen op
keuzes die eventueel in de toekomst aan de orde komen met geld waarvan
ik niet weet of het daadwerkelijk komt. Dat moet je iedere keer in de
begroting terugzien. Als mij wordt gevraagd om bij een volgende
intensivering tijdig in de begroting aan te geven wat de exacte
toedeling naar de artikelen is, dan ben ik het van harte daarmee eens.
Volgens mij begrijpen we elkaar ook op dat punt.
De heer Knops heeft een aantal terechte opmerkingen gemaakt over de
ramingssystematiek en het verbeteren daarvan. We hadden het er net over
dat budgettaire problematiek, of het nu gaat om verkeerde of te
rooskleurige ramingen, bepaald niet gisteren is ontstaan. Zo'n
problematiek sleept jaren aan en komt op een gegeven moment tot wasdom.
Voor het verbeteren van de kwaliteit van ramingen en plannen past
Defensie inmiddels simulatietechnieken toe om risico's en onzekerheden
in beeld te brengen. Volgens mij heb ik de Kamer daarover geïnformeerd
in de LCC-brief die vrij onlangs naar de Kamer is gegaan. Daarnaast
worden de ramingen steeds uitgebreid intern getoetst. Dat is goed. De
Algemene Rekenkamer en ook de collega van Financiën hebben Defensie
daartoe opgeroepen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de
aanbevelingen van het interdepartementaal beleidsonderzoek
wapensystemen. Het was niet in de LCC-brief, maar in de reactie op het
beleidsonderzoek. Ik heb het over het meer professionaliseren van de
controlfunctie door meer betrokkenheid aan de voorkant en het inregelen
van checks and balances. Hieronder valt ook het vrijmaken van meer
capaciteit voor analyse.
Natuurlijk zullen er in het materieelproces altijd onzekerheden blijven.
Ik denk dat wij het daar snel over eens zijn. Naarmate een
materieelproject dichter bij de realisatie komt, nemen die onzekerheden
en die risico's af. Daarmee vertel ik helemaal niets nieuws. De
ramingssystematiek uit het verleden moest echt worden verbeterd. Wij
zijn daar volop mee bezig.
Ik kom bij de personele capaciteit van DMO. Wij hadden het net al over
het toedelen aan de artikelen. Er komt extra capaciteit bij DMO. De
exacte toedeling volgt in de brief die ik voorafgaand aan de
begrotingsbehandeling zal sturen. Defensie krijgt er meer geld bij. Een
deel van het geld is voor de personele exploitatie. Ook DMO krijgt haar
deel, wat resulteert in een structurele verhoging van de personele
capaciteit. Dan werken we niet langer met alleen maar een tijdelijke
verhoging.
Dan kom ik bij de verwervingsketen. Ik sprak net al over de structurele
personele capaciteit bij DMO en ga ook in op het investeren, zoals ze
hebben gedaan in de begroting 2015, in specialistische functies op
relevante plekken: de smart buyers en specifiers. Er is een taskforce
opgericht om de verbetering van het investeringspercentage op de korte
en lange termijn te bewerkstelligen en te bewaken. Wij hebben het
rapport van de Policy Research Corporation. Ik heb gezegd dat ik dit
voorjaar hierop terugkom, zodat de Kamer zicht krijgt op wat er allemaal
is gebeurd en hoe wij de aanbevelingen nog verder kunnen concretiseren.
De werkdruk voor het personeel is hoog bij DMO, maar ik denk dat wij een
belangrijke stap zetten met de intensivering die in de begroting 2016 is
voorzien voor de extra personele capaciteit.
Dank voor de aardige woorden aan het adres van de huidige directeur DMO.
Hij kan dat zelf niet zeggen; ik doe dat namens hem. Hij is inderdaad de
goede weg ingeslagen. Daarover zijn de Kamer en ik het eens. Het is dan
ook van belang dat ik met de directeur DMO verder ga op de ingeslagen
weg. Dat is ook het voornemen. Ik heb er vertrouwen in dat hij het goed
zal doen.
Er is veel gesproken over de MALE UAV. Ik snap het ongemak, maar ik heb
aan het begin gezegd dat duidelijk moet zijn dat, zoals ik in de
begroting heb uiteengezet, de ambities en de middelen uiteindelijk op
elkaar moeten aansluiten. Er moeten dus keuzes worden gemaakt, niet
alleen nu, maar ook volgend jaar en het jaar daarna. Het is puur om
financiële redenen met zeven jaar vertraagd. Ik kan het niet mooier
maken. Ik ga zo nog even in op het proces en de enorme hoeveelheid
afwegingen bij zo'n herschikking van projecten. Helder is dat er zonder
nieuw extra geld geen ruimte is om de aanschaf eerder dan over zeven
jaar uit te voeren, ongeacht het type. Natuurlijk kijken we naar een
alternatieve invulling. Ik kan de Kamer daarover nader informeren bij de
begroting voor 2017 en zeg dat graag toe. Overigens vergt ook een
alternatieve invulling extra budget, want lease is niet bepaald gratis.
Levert de vertraging bij de MALE UAV kansen op voor Europese
samenwerking? Ik heb net al gezegd dat we om financiële redenen moesten
herprioriteren. De behoefte bestaat nog steeds. Er lopen inderdaad zelfs
diverse Europese initiatieven. Het EDA-initiatief zal op z'n vroegst pas
over tien jaar, dus in 2025, operationeel zijn. We volgen de
ontwikkelingen op de voet. De Reaper spreekt op dit moment heel erg tot
de verbeelding en is ook goed inzetbaar. We kunnen echter ook wel met
elkaar vaststellen dat er in de komende zeven jaar ontzettend veel gaat
gebeuren, zeker op het terrein van onbemand materieel. We moeten de
productontwikkeling dus volgen. Een eventuele nieuwe intensivering,
volgend jaar of het jaar daarna, kan leiden tot een weer andere
herschikking of een andere prioritering, en wellicht tot het naar voren
halen van de plannen. Op dat alles kan ik nu echter niet vooruitlopen,
maar het is goed om in het achterhoofd te houden dat het een realiteit
is dat deze projecten grillig verlopen en dat dit komt door de politieke
bereidheid om verdergaand te intensiveren.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Ik heb in verband met MALE UAV ook gevraagd hoe zeker het is dat
Nederland eventueel gebruik kan maken van capaciteit bij
coalitiepartners. Dat staat namelijk volgens mij ook in de begroting. Ik
heb ook nog een vraag gesteld over de keuzes die zijn gemaakt. Is de
minister bereid om de overwegingen die aan de keuzes ten grondslag
liggen, inzichtelijk te maken en, zo ja, op welke manier wil ze dat dan
doen?
Minister Hennis-Plasschaert:
Ook aan lease of inhuur bij bondgenoten hangt altijd een prijskaartje.
Ik heb net al gezegd dat ik in de begroting voor 2017 best wat meer
beeld en geluid wil geven bij het scala aan mogelijke alternatieven. Er
is op dit vlak nooit iets zeker. Het moet allemaal beschikbaar zijn bij
de bondgenoten of elders. Maar goed, ik ga wat meer beeld en geluid
geven bij de mogelijkheden bij MALE UAV in de begroting voor 2017.
Mevrouw Günal sprak ook over het inzicht in de keuzes die worden
gemaakt. Ik wil daar wel meer inzicht in bieden. Ik zeg er wel bij dat
dit maar beperkt mogelijk is, want het gaat daarbij vaak om een enorm
complex aan afwegingen in de totale projectenportefeuille. Een
belangrijke factor die van invloed is, is natuurlijk het operationele
belang. Daarover heeft mevrouw Günal zelf ook gesproken. Verder hebben
we het al gehad over de effecten op de exploitatiekosten. Ook zijn er de
belangen op het vlak van de internationale samenwerking. Vergis je niet:
ook die kunnen leiden tot forse verschuivingen, bijvoorbeeld als andere
landen vertragen of juist willen versnellen enzovoorts. Verder zijn er
de kansen die zich voordoen met een internationale partner of met de
industrie. Daarover sprak mevrouw Günal-Gezer zelf al. Ook spelen de
financiële nadelen van uitstel en eventuele voordelen van vervroegen een
rol. Bij de afwegingen die jaarlijks moeten worden gemaakt, komen dus
ontzettend veel dingen om de hoek kijken. Dit zal dus altijd vrij fluïde
zijn. Als de Kamer er prijs op stelt, wil ik echter best in het
materieelprojectenoverzicht (MPO) deze wijzigingen van een toelichting
voorzien zodat de Kamer hierop iets meer zicht krijgt. Maar het is
onmogelijk om alles over dat proces op papier te zetten, want dit proces
is heel dynamisch. Ik kan echter wel wat meer toelichting geven, zodat
de Kamer iets meer begrip krijgt voor de context waarin zo'n afweging
wordt gemaakt.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Ik dank de minister voor haar toezegging. Ik begrijp inderdaad dat
hierbij een heel scala aan overwegingen een rol speelt. Het zou echter
de Kamer helpen als inderdaad in de begroting of in het MPO wat meer
toelichting zou staan. Welke overwegingen zijn doorslaggevend geweest?
Ik verwacht niet dat er twintig of vijftig overwegingen worden
toegelicht. Als de meest doorslaggevende overweging zou worden genoemd,
zou dat de Kamer helpen om er meer inzicht in te krijgen.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik ga mijn beste doen. Het zal komen te staan in het MPO van volgend
jaar.
De heer Vuijk (VVD):
Wat betekent dit uitstel van de MALE UAV voor Leeuwarden? Daar zou deze
Reaper worden gestationeerd. Ik kan mij herinneren dat dit ook in
verband is gebracht met de plek waar de F-35's gestationeerd zouden
worden. Dat was ook een reden om Leeuwarden als forward operating base
te handhaven. Wat betekent dit besluit voor Leeuwarden?
Minister Hennis-Plasschaert:
In eerste instantie niet zo veel, omdat de vliegbasis Leeuwaren gewoon
open blijft. We hebben de vliegbasis ook hard nodig met het oog op de
introductie van die F-35. Leeuwarden blijft dus gewoon bestaan. Dat we
nu gaan vertragen, betekent bovendien niet dat de MALE UAV in de
toekomst nooit zal komen. Het zou dus buitengewoon onverstandig zijn om
nu weer allerlei andere bewegingen op dat vlak te maken. Het komt echter
minder snel. Ik heb op dit moment niet exact, tot drie cijfers achter de
komma, de consequenties daarvan voor Leeuwarden op mijn netvlies staan.
Vooralsnog zie ik echter geen grote gevolgen.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik vind het wel interessant dat de minister hier echt een keuze maakt.
Het gaat hierbij over drones. Ik noem het drones, want ik vind die
afkorting MALE UAV tamelijk ingewikkeld. Als we kijkers willen wegjagen,
moeten we het vooral over "MALE UAV" hebben. Maar goed, die keuzes
hebben wel consequenties. Kan de minister zeggen hoeveel geld dit
oplevert? Ze zegt immers dat er om puur financiële redenen voor uitstel
is gekozen. Wat levert het op en wat gebeurt er met dat geld?
Minister Hennis-Plasschaert:
Daaraan ligt dat complexe geheel ten grondslag waarover we het zojuist
met z'n allen hadden. Er is een hoeveelheid investeringsprojecten. Die
moet binnen een bepaald financieel kader passend worden gemaakt. Een
hoeveelheid afwegingen speelt daarbij een rol. Ik heb er net een aantal
genoemd, onder andere internationale samenwerking. Uiteindelijk worden
er keuzes gemaakt. Dit kan een gevolg zijn. Dat is vervelend. Het past
niet meer binnen de financiële kaders, dus dan moet je een keuze maken.
De heer Van Dijk kijkt nu heel verbaasd.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik stelde een heel eenvoudige vraag. Wat levert het op? De minister zegt
dat hiertoe om puur financiële redenen is besloten. Daar is dus een
bedrag aan gekoppeld. Dat is helemaal niet complex, want zij moet gewoon
keuzes maken. Er is dus een bedrag bespaard en wij willen graag weten
wat daarmee gebeurt. Waar gaat dat geld naartoe?
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik heb het bedrag niet scherp voor ogen, want dit is heel complex en er
spelen heel veel projecten een rol. De heer Van Dijk kan nu heel
verbaasd doen, maar ik heet hem welkom in de wondere wereld van een
departement met 50.000 medewerkers en met vestigingen in binnen- en
buitenland. Je hebt in zo'n omgeving niet het exacte bedrag voor ieder
project op je netvlies staan. Ik zal echter proberen er zo, in de tweede
termijn, op terug te komen. Het gaat erom dat we een hoeveelheid
projecten hebben. Die proberen we passend te maken binnen bepaalde
financiële kaders. Daarbij vallen er bepaalde projecten uit, andere
projecten vallen wel binnen die kaders en nog weer andere projecten
worden vertraagd.
Mevrouw Günal-Gezer vroeg of het klopt dat onvoldoende prijsbijstelling
de reden is van de bijstelling die wij doorvoeren. Defensie wordt voor
prijsstijging in principe gecompenseerd door het ministerie van
Financiën. We hebben daarover vaak gesproken, ook in relatie tot de
motie van de heer Knops en de heer Teeven. Die compensatie gaat via de
prijsbijstelling. Als de budgettaire situatie die prijsbijstelling
echter niet toelaat, kan besloten worden om de prijsbijstelling niet uit
te keren. Dat is in het verleden gebeurd onder druk van de financiële
crisis. In de afgelopen jaren is de prijsbijstelling daarom dus een paar
keer niet uitgekeerd. Dat heeft een enorme impact op Defensie. We moeten
het uitblijven van die compensatie immers uiteindelijk wel verwerken in
de begroting, anders zouden we de investeringsbudgetten vergaand
uithollen. Financiën hanteert een Nederlands inflatiecijfer voor de
compensatie. Dit cijfer kan afwijken van inflatiecijfers van landen waar
leveranciers zijn gevestigd, zoals Zwitserland en de VS. Als er sprake
is van onvoldoende compensatie, zal Defensie zelf, binnen haar eigen
begroting, geld moeten vrijmaken. Dit is in het verleden niet altijd
gebeurd, maar ik hamer erop dat dit nu wel gebeurt, juist met het oog op
die financiële duurzaamheid. Voorheen was onvoldoende compensatie een
reden om het investeringsplan aan te passen. Dat lijkt me niet de juiste
weg voorwaarts. Bepaalde keuzes moeten dan overeind blijven. Dat zou dan
weer ten koste gaan van andere projecten. Om te komen tot een beheerste
projectuitvoering en een stabiele begroting is een wijziging in de
begrotingssystematiek nodig. Daarover heb ik eerder al gesproken. Er
wordt daarnaar onderzoek gedaan. Vooruitlopend hierop bekijkt het
ministerie van Defensie met het ministerie van Financiën hoe er meer
rust kan worden verkregen in de planningsprocessen. Ik heb eerder al
gezegd dat ik van harte hoop dat ik de Kamer daarover kan informeren bij
de Voorjaarsnota.
Mevrouw Günal-Gezer vroeg ook om een overzicht van de effecten van de
prijsbijstelling. Het samenstellen van zo'n overzicht is geen sinecure
en dit draagt niet bij aan het terugdringen van bureaucratische druk. Ik
snap echter wat mevrouw Günal-Gezer hiermee wil. Ik zal proberen om
jaarlijks het verschil aan te geven tussen de berekende prijsbijstelling
en de uitgekeerde prijsbijstelling. Dat zal ik voor heel Defensie doen,
uitgesplitst naar exploitatie en investeringen. Dit is dus echter geen
sinecure, maar ik begrijp wel wat het doel hiervan is. De
prijscompensatie wordt elk voorjaar uitgekeerd, dus daarna kan ik hierin
inzicht geven.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
De woorden van de minister bevestigen voor mijn fractie dat dit een
enorm probleem is voor de begroting van Defensie. Ik heb in mijn inbreng
in dit verband bedragen genoemd. Op jaarbasis zou het hierbij om een
bedrag van 100 miljoen tot 200 miljoen gaan. Klopt dat? Gaat het
inderdaad om dergelijke bedragen als de prijscompensatie niet helemaal
wordt toegekend?
Minister Hennis-Plasschaert:
Dat kan ik nu niet zomaar zeggen, want dat hangt af van het jaar
waarover we spreken, van de vraag of er in zo'n jaar überhaupt sprake
was van het uitkeren van prijsbijstelling en van de inflatiecijfers in
andere landen in zo'n jaar. Ik vind het daarom wat lastig om op deze
vraag te reageren. Ik begrijp echter wat mevrouw Günal-Gezer zegt. We
kunnen wel praten over financiële duurzaamheid, maar als we op deze
manier zaken handhaven die leiden tot uitholling van het budget, dragen
we als het ware water naar de zee. Dat zei de heer Knops natuurlijk
eigenlijk ook. Op deze manier moet Defensie straks weer zeggen: we
hebben alweer geld nodig. Men kan ons dan tegenwerpen dat Defensie toch
al een paar jaar werkt aan financiële duurzaamheid. Ik zou die
cirkelredenering inderdaad graag met de Kamer willen doorbreken.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Toch moet de Kamer inzicht kunnen krijgen in deze problematiek. Dat is
na deze reactie van de minister wat mijn fractie betreft alleen maar nóg
noodzakelijker geworden. Dit is een punt van cruciaal belang. Ik kondig
hierbij alvast aan dat mijn fractie op dit punt een motie gaat
indienen.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik ga ervan uit dat die motie zal aansluiten bij de eerdere motie van de
heer Knops en de heer Teeven.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Daarmee zullen wij zeker rekeninghouden.
Minister Hennis-Plasschaert:
Goed.
We hebben zojuist al gesproken over de wenselijkheid van onderzoek naar
de waarde van de investeringsquote en over de ibo-aanbeveling over het
meerjarig oplopen van die quote. We hebben vorig jaar ook uitgebreid met
elkaar gesproken over wat het nu betekent als je iets raamt om daarna
vast te stellen dat je het niet hebt gerealiseerd. Daarbij hebben we het
over die beroemde onderrealisatie. Ik ben daarover helder en open
geweest. Voor 2015, maar ook voor 2016 verwacht ik een onderrealisatie
van enkele procentpunten. Tegelijkertijd wordt er natuurlijk wel gewerkt
aan het versterken van de verwervingsketen. Dat leidt tot bepaalde
resultaten. Ik hamer echter op het volgende. Ik heb niet voor niets met
de minister van Financiën afgesproken dat we een onbeperkte
eindejaarsmarge hebben, ook al is er sprake van onderrealisatie. Door
die eindejaarsmarge zullen we het geld in ieder geval niet verliezen.
Als je een investering namelijk niet in dit jaar weet te realiseren,
betekent dat niet dat zo'n investeringsproject overbodig is geworden.
Dan komt de betaling in een later jaar te vallen.
Mevrouw Günal-Gezer en de heer Houwers spraken over het Strategisch
vastgoedbeleid Defensie. Hoe gaan we dat verder concretiseren? Dit is
geen masterplan waarin alle concrete vastgoedplannen en -projecten zijn
opgenomen. Volgens mij heb ik dat al gezegd. Dit Strategisch
vastgoedbeleid Defensie is juist bedoeld als kader voor individuele
besluiten waarbij de geschetste en ook de externe ontwikkelingen de
relevante context vormen. Het Strategisch vastgoedbeleid Defensie is
bedoeld als toetsingskader voor besluiten over uitbreiding, verwerving,
bouw en inkrimping van een portefeuille, en voor de verhuizing van
eenheden. De in het Strategisch vastgoedbeleid Defensie beschreven
beleidskaders zijn leidend bij alle toekomstige vastgoedbesluiten en de
businesscases die daaraan ten grondslag liggen. We hadden het zojuist
bijvoorbeeld over de vliegbasis Leeuwarden en het al dan niet
aanschaffen van drones. Als zoiets eventueel leidt tot aanpassingen, dan
wordt de Kamer daarover natuurlijk geïnformeerd. Ik weet niet of dat dan
per se moet gaan via de vastgoedrapportage, maar de Kamer wordt daarbij
dus gewoon meegenomen.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Voordat we het onderwerp strategisch vastgoedbeleid afronden …
Minister Hennis-Plasschaert:
Dat onderwerp is nog lang niet afgerond, hoor.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Goed, dan wacht ik dat af.
Minister Hennis-Plasschaert:
Mevrouw Günal-Gezer vroeg hoe het zit met de zeggenschap van Defensie en
de samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf. Ik heb de Kamer eerder al
gezegd dat Defensie eigenaar blijft van al het vastgoed. Defensie
bepaalt zelf wat ze daarmee doet. Defensie geeft het
Rijksvastgoedbedrijf vervolgens opdracht om de plannen uit te voeren. Er
is dus duidelijk sprake van een relatie tussen een opdrachtgever en een
opdrachtnemer. Het Rijksvastgoedbedrijf kan dus niet zomaar even bepalen
wat er met het vastgoed van Defensie moet gebeuren. De twee partijen
spelen ieder een eigen rol. Als er sprake zou zijn van tegenstrijdige
belangen, dan wordt dat echt in alle harmonie uitgewerkt en zou dat ook
helemaal niet tot uiting komen in de besluitvorming over het vastgoed,
aangezien het Rijksvastgoedbedrijf niet kan besluiten over de
vastgoedplannen van Defensie.
Er is gesproken over Den Helder. Wat exact de problematiek is, heb ik
echt niet op mijn netvlies staan. In de pauze heb ik echter het volgende
meegekregen. Waarschijnlijk wordt gedoeld op de verplaatsing van de
markeringsdienst van Rijkswaterstaat in de haven van Den Helder om
ruimte te creëren voor enkele civiele bedrijven die zich in Den Helder
willen vestigen. Defensie is daarbij natuurlijk bij betrokken als het
gaan om de gebiedsontwikkeling. Het is belangrijk dat het
Rijksvastgoedbedrijf, dat juist op dit gebied veel kennis en ervaring in
huis heeft, ook als partner betrokken is. We trekken hierbij samen op
met de gemeente, de provincie en Port of Den Helder. Ik heb eerder met
de burgemeester van Den Helder en de gedeputeerde gesproken over de
samenwerking in Den Helder rond de Marinehaven en De Kooy. Ik ben
natuurlijk bereid om, als dat nodig is, weer bij elkaar te komen om dit
opnieuw te bespreken. Als mevrouw Günal-Gezer dat aan de partijen wil
doorgeven, komen we een heel eind.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Ik dank de minister voor de open houding en voor de bereidheid om in
gesprek te gaan met alle betrokken partijen. Daarbij kan dit belangrijke
project mogelijk uit een impasse worden getrokken.
Minister Hennis-Plasschaert:
Mooi.
Er is gevraagd naar de verschillen tussen de vierde en de vijfde
rapportage over de opbrengsten van exploitatie en vastgoed. In de vierde
rapportage liep de structurele besparing op tot 66,4 miljoen vanaf 2021.
In de vijfde rapportage wordt een structurele besparing van 64,5 miljoen
vanaf 2023 voorzien. De belangrijkste oorzaak van het verschil ligt in
de maatregel Informatiegestuurd Optreden van de Koninklijke
Marechaussee, waarbij bij nadere uitwerking is gebleken dat de
opbrengsten 2 miljoen lager zijn. Ik heb de Kamer hierover eerder
geïnformeerd. Feit is dat de maatregelen zijn gebaseerd op ramingen;
daar gaan we weer. Het gevaar is dat we cijfers die in ramingen staan,
gaan zien als cijfers die in beton zijn gegoten. Die zijn niet in beton
gegoten. Dat moeten we steeds voor ogen houden. Het gaat hierbij om
ramingen en bovendien om tientallen maatregelen. Naarmate deze
maatregelen verder worden uitgewerkt, wordt het inzicht beter en worden
de cijfers harder. Uiteindelijk kun je zeggen wat de maatregelen wanneer
gaan opleveren. Verder hebben we natuurlijk nog te maken met
ontwikkelingen en politieke dagkoersen. Die kunnen leiden tot
aanpassingen van plannen of nieuwe plannen. Zijn er reorganisaties
bezig? Worden ze opgestart of worden ze juist weer gestopt? Is er sprake
van een intensivering die leidt tot vertraging? Pas als de plannen echt
helemaal rond zijn, kan zoiets worden afgesloten. Daarna volgen de
besparingen. Defensie vangt de financiële gevolgen van deze vertraging
op binnen de bestaande financiële kaders. Het zit gewoon binnen de
bandbreedte waarover we eerder hebben gesproken.
Mevrouw Hachchi (D66):
De minister heeft het over "binnen de bandbreedte". Bedoelt ze daarmee
de begroting van Defensie? Of doelt ze op de bandbreedte ten aanzien van
het budget voor vastgoed?
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik doel op het laatste.
De voorzitter:
Ik ga, met het oog op de tijd, wat strakker fluiten. De minister heeft
nog een klein stapeltje antwoorden op vragen liggen. Ik vraag haar om
die vragen binnen maximaal tien minuten kan beantwoorden.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik doe mijn best. Wel wil ik nog het volgende zeggen over vastgoed, want
ik kwam niet uit mijn zin. Wanneer bepaalde ontwikkelingen, bijvoorbeeld
de aanschaf van een bepaald wapensysteem, leiden tot aanpassingen of
gevolgen voor de vastgoedportefeuille, dan zullen wij dat in de
vastgoedrapportage benoemen. Dat geldt voor vastgoedconsequenties van
bijvoorbeeld de F-35, maar ook van andersoortige wapensystemen, omdat de
Kamer vanzelfsprekend die relatie wil leggen.
Dan kom ik bij het dronegeweer of -kanon; ik ben even kwijt hoe de heer
De Roon dat noemde. Wij kijken nu niet naar de aanschaf daarvan, maar
wij hebben wel diverse mogelijkheden om tegen luchtvaartuigen van een
tegenstander op te treden, zowel bij de marine, de landmacht als de
luchtmacht, dus ook tegen drones van een tegenstander, mocht dat nodig
zijn. Maar wat betreft het dronekanon, dronegeweer of hoe het ook werd
omschreven, moge het duidelijk zijn dat wij de ontwikkelingen op de voet
volgen.
Over de precisiebommen hebben wij ook eerder met elkaar gesproken. Het
beeld is ontstaan dat wij nu geen bommen meer zouden hebben, ook niet
deze specifieke precisiebommen. Dat klopt niet. Wij hebben wel gezien
dat die specifieke bom hard gaat. Wij hebben dus nog steeds voldoende
voorraad om onze taken uit te voeren. Wij zijn in overleg met andere
landen, onze coalitiepartners, om te bekijken of wij die ook weer tijdig
kunnen aanvullen. Er is nu echter geen tekort waardoor onze operationele
inzet in het geding is.
Ik blijf nog even bij de heer De Roon. Eerder vanavond hebben wij de
voortgangsrapportage over de strijd tegen ISIS verzonden. Dus ik vermoed
zomaar dat wij daar binnenkort in een ander AO uitgebreid over komen te
spreken. Er is niet zozeer sprake van een afnemende inzet, als wel van
een wisselend aantal vluchten per week. Dat is evident. Ook zijn wij
inmiddels van zes kisten naar vier gegaan. Ook dat maakt een verschil,
maar van een structureel afnemend aantal vluchten per toestel of minder
wapeninzet is geen sprake. Dat weet ik ook uit de dagelijkse
rapportages, die ik ontvang.
Mevrouw Hachchi vroeg naar de leegstand van bedden: 7.000 alternatief
aanwendbaar. Defensie staat klaar om bijstand te verlenen, ook in
Nederland. Dat weet de Kamer. Wij hebben niet voor niets aan het begin
van de stromen mensen die ook Nederland bereikten, noodopvang verleend
in Oirschot. Ook dat heeft de Kamer waarschijnlijk wel bereikt via de
media. De leegstand van bedden waar mevrouw Hachchi het nu over heeft,
concentreert zich echt niet op één plek. Die zit overal, her en der.
Sterker nog, veel bedden worden wel degelijk een aantal dagen in de week
beslapen. Er zijn dus niet structureel 7.000 bedden beschikbaar. In dat
geval zijn ze al helemaal niet aanwendbaar voor het alternatief zoals
mevrouw Hachchi dat heeft gevraagd. Maar ik benadruk dat Defensie waar
mogelijk het COA ondersteunt. Als er in de regio, bij gemeenten of bij
provincies locaties worden aangedragen waar wij een rol van betekenis
kunnen spelen, zullen wij dat niet nalaten. Dat hebben wij ook niet
bepaald gedaan. Ik wil er wel voor waken dat wij kazernes gaan
openstellen, waardoor militairen naar huis moeten. Dat heeft een enorm
vergaande impact op de bedrijfsvoering. In Oirschot moesten
rijopleidingen worden stopgezet. Dat kun je doen in het kader van grote
nood — daar is die noodopvang voor — maar niet structureel. Dat zou echt
ten koste gaan van de krijgsmacht. Dat lijkt mij voor helemaal niemand
goed.
Over de Kromhoutkazerne hebben wij vanochtend ook gesproken in antwoord
op vragen van de heer Teeven. Ik deel dus ook de wens van mevrouw
Hachchi en de heer Teeven om snel een knoop door te hakken over de
verhuizing van DMO. Ik heb toen ook gezegd dat ik gehouden ben aan de
regels over de medezeggenschap die wij hebben afgesproken. Ik zou graag
toezeggen dat ik de Kamer voor het eind van het jaar informeer, maar
gelet op het feit dat ik gehouden ben aan die regels, zeg ik toe dat ik
mijn best doe maar dat ik niets kan beloven, omdat ik dat niet in mijn
eentje besluit.
Het leek er even op dat gesuggereerd werd dat de Kromhoutkazerne
grotendeels leegstaat. Dat is niet het geval. Hij is echt voor zeven
achtste gevuld, maar wij willen hem graag helemaal vullen. Een en ander
verdient echter inderdaad geen schoonheidsprijs.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Ik heb een aanvullende vraag over de verhuizing van DMO naar de
Kromhoutkazerne. In de recente brief van de minister staat dat er al een
aantal gesprekken met de medezeggenschapscommissie is geweest, dat die
nog geen resultaat hebben opgeleverd en dat de minister van plan is om
binnenkort de knoop door te hakken. Ik ben het van harte met de minister
erover eens als zij zegt dit proces met de medezeggenschapscommissie te
willen doorlopen, zoals het ook hoort. Graag. Maar zij had in een
eerdere brief toegezegd om geen onomkeerbare stappen te zetten in dit
traject, voordat de Kamer dat heeft besproken. Is zij bereid, voordat
zij definitief een knoop doorhakt, de Kamer daarover te informeren zodat
zij daar iets van kan vinden? De minister heeft aangegeven de stukken
over de verhuizing pas na de overeenkomst met de
medezeggenschapscommissie naar de Kamer te sturen, maar hoe loopt het
dan verder?
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik wil echt zo open mogelijk zijn en ben niet bepaald terughoudend in
het delen van allerlei bedrijfsvoeringsinformatie met de Kamer, maar dit
gaat mij een beetje ver, omdat hier een soort instemmingsrecht wordt
gevraagd. Dat lijkt mij niet de bedoeling. Als ik eruit ben met de
medezeggenschap, wordt de Kamer daarover geïnformeerd en kunnen wij
daarover het gesprek aangaan, maar als de tijd rijp is voor een besluit
na al die jaren, dan moet dat besluit ook genomen worden en wil ik dat
niet vertragen omdat er bijvoorbeeld een reces is of omdat er problemen
zijn in de agenda. Het lijkt mij dat mevrouw Günal-Gezer dat
begrijpt.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Ik heb de behoefte om even dingen recht te zetten. Het gaat mij absoluut
niet om instemmingsrecht. Het gaat mij om de zorgen die in dit traject
zijn ontstaan. Laten wij heel eerlijk zijn: dit hele proces verdient
niet de schoonheidsprijs, maar het is nu eenmaal gebeurd. Ons bereiken
heel veel signalen hierover. Het gaat mij erom dat de Kamer op een goede
manier wordt meegenomen in dit proces.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik zeg mevrouw Günal-Gezer van harte toe dat ik zo volledig mogelijk zal
zijn in de informatiestroom naar de Kamer, ook hierover, zodat zij de
plaat compleet heeft van hoe deze beslissing is genomen en op basis
waarvan. Daar kan geen misverstand over bestaan. Daar wordt de Kamer in
meegenomen.
Mevrouw Hachchi stelde een belangrijke vraag over het ibo en de quick
wins als het gaat om de Apache-helikopters, LCF en de Boxer. De Boston
Consulting Group, die het ibo heeft uitgevoerd, heeft laten zien met
welke investeringen extra inzetbaarheid en gereedheid van de Apache
mogelijk is. Met de extra middelen zullen de aanbevelingen uit deze
kostenanalyse in de praktijk worden gebracht om te toetsen of die
aanbevelingen daadwerkelijk leiden tot die extra materiële
gereedheid.
Als je kijkt naar de operationelegereedheidmatrices van de LCF'en in de
begroting, dan zie je dat die op orde zijn. Dan is het de vraag of je
dat prioriteit wilt geven met de extra middelen die je tot je
beschikking hebt. Wij hebben ervoor gekozen om dat met de Apache te
doen. Ook bij de LCF'en zou het allemaal nog beter kunnen, maar het
voldoet aan de normen. Daarom hebben wij deze keuze op dit moment
gemaakt, maar ook omdat wij dat naar aanleiding van een nadere
uitwerking verder en breder kunnen oppakken.
De heer Houwers vroeg naar de Gulfstream. Hij zei "Gulfstreamer", wat
wij heel grappig vonden, want dat deed ons een beetje denken aan de
Dreamliner. In ieder geval, bij de begroting voor 2015 is besloten om de
Gulfstream later af te stoten omdat Defensie behoefte houdt aan snel en
flexibel transport naar missiegebieden. Daar hebben wij toen ook over
gesproken. Het exacte moment van uitfasering is nog niet bepaald. Tot
die tijd kan de Gulfstream ook worden ingezet voor regeringsvluchten. De
kosten voor het aanhouden van de Gulfstream zijn geraamd op 3,6 miljoen
euro per jaar. Natuurlijk, die Gulfstream is al echt oud. Dat is een oud
beestje, dus die kan niet nog eindeloos doorvliegen. Wij zijn ook bezig
met het vervangen van de KBX. Een en ander moet je in dat kader willen
bezien.
Wanneer komen de nieuwe Chinooks in gebruik? Dat was de laatste vraag
van de heer Houwers. De aflevering van de nieuwe elf plus drie
toestellen begint eind 2019. Vanaf dan wordt elke maand één toestel
afgeleverd. Het laatste toestel zal dus begin 2021 worden geleverd.
Defensie beziet voor de overige zes toestellen wat het meest verstandig
is, maar het doel is standaardisatie van de vloot. Dan heb je dus geen
verschillende types meer. Dat lijkt mij een terecht uitgangspunt, want
dat heeft vooralsnog alleen maar problemen opgeleverd.
Voorzitter, ik heb echt mijn best gedaan om alle vragen te
beantwoorden.
De voorzitter:
Ongetwijfeld. Daar gaan wij ook van uit. Aan de houding van de Kamer
denk ik te kunnen zien dat wij nu door kunnen gaan naar de tweede
termijn. Ik wil dat met gezwinde spoed doen. De spreektijden zijn
bekend; die heb ik genoemd. De heer Knops heeft drieënhalve minuut, maar
wij beginnen met de heer Van Dijk van de Socialistische Partij, die
viereneneenhalve minuut heeft.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Die ga ik niet opmaken. Wij zijn vanochtend om 10.00 uur begonnen. Het
is inderdaad wel een opdracht om er elke minuut scherp onder te blijven,
maar dat terzijde. Dat lag ook niet aan de minister.
Voorzitter. Wij gaan nog veel informatie krijgen — dat is een conclusie
— bijvoorbeeld over de onderzeeërs en de kernwapens, waar ik Kamervragen
over had. Maar ook over de invulling van het budget krijgen wij voor
volgende week woensdag een brief. Die wacht ik in spanning af.
De drones. Ik vind het ook typisch: tanks eruit, tanks er weer in en
drones eruit! Dan wekt bij mij toch de indruk van zwabberbeleid. Wat is
het nou? Die tanks werden eerst afgeschaft. Nou komen ze weer terug.
Drones werden aangeschaft. Nou moeten ze er weer uit. Maar goed, ik
krijg straks het antwoord van de minister op de vraag wat dat oplevert
en waar dat naartoe gaat. Ik ben heel benieuwd. Kan het uitstel van de
aanschaf van deze drones ook afstel betekenen?
Rest mij te zeggen dat wij elkaar volgende week weer zien. Ik weet nog
niet hoe lang, maar wij gaan het zien.
De voorzitter:
Dank u wel. "Ik weet niet waar, ik weet niet hoe, ik weet niet hoelang."
Mieke Telkamp.
Wij gaan door naar de heer Vuijk van de VVD-fractie. Hij heeft zeven
minuten spreektijd. Die heeft hij vast niet allemaal nodig.
De heer Vuijk (VVD):
Ik begrijp die hint. Ik zal ze niet alle zeven opmaken.
Voorzitter. De minister heeft een aantal opmerkingen gemaakt over de
investeringsquote. Ik had met name vragen gesteld over het effect: hoe
zit het met de leasecontracten enzovoorts? De heer Knops heeft daar ook
nog op gehamerd. Ik heb begrepen dat daarover nagedacht wordt. De enige
vraag is nog: hoe verhoudt zich dat in internationaal verband? Ik hoef
het antwoord niet vanavond te hebben. Ik kan mij voorstellen dat dat ook
iets is wat zich langzaam gaat ontwikkelen, maar weet dat de VVD-fractie
grote belangstelling heeft in hoe die investeringsquote zich verder
ontwikkelt, zeker in relatie met nieuwe financieringsconstructies.
Ik had het erover dat de mariniers naar Vlissingen gaan. Toen de
minister zocht naar hoe ik aan die informatie kwam, realiseerde ik mij
dat ik dat zelf niet eens meer precies wist. Ik weet overigens niet of
ik dat tijdens ons werkbezoek aan Schotland heb vernomen. Ik had ergens
opgepikt dat daar vertraging speelde. Ik had dat al eens eerder
gevraagd. Maar het antwoord van de minister is helder. Wij wachten het
antwoord gewoon af. Het besluit zelf staat niet ter discussie. De enige
vrees die in Vlissingen af en toe naar boven komt is: komen ze nou echt
of niet? Volgens mij gaat dat gewoon door.
Over Doorn maak ik mij niet zo heel veel zorgen, want daar zitten veel
meer heel grote rijksdiensten, dus die redden zich wel. Ik herinner mij
ook nog van mijn werkbezoek aan Doorn dat wat daar staat echt heel oud
is en vooral veel te klein.
Dan kom ik op de Frisokazerne. Door de opmerking van de minister
realiseerde ik mij heel goed dat zo'n besluit om een kazerne open te
houden uiteindelijk een heel politieke beslissing is. Daar wringt het
een beetje met de opmerking van de Rekenkamer. Dat heeft niet zo veel te
maken met de zakelijke overweging: hoe ga je kosten delen? Eerst is
gezegd: wij willen die kazerne openhouden. Daarna ga je vissen naar hoe
je dat dan financieel het beste kunt oplossen. Over hoe wij die zin van
de Rekenkamer precies moeten uitleggen, zullen wij dus ook nog weleens
met de Rekenkamer spreken.
Ik kom op het plan van de MEADS. Ik wil niet vragen aan de minister om
daar een evaluatie over te schrijven, maar ik ben benieuwd hoe zich dat
nou voltrokken heeft. Maar dat kunnen wij nog wel een keer in een ander
overleg bespreken, bijvoorbeeld wanneer wij over de Patriots spreken. De
internationale samenwerking heeft zich de afgelopen vier, vijf, zes jaar
ontwikkeld. Volgens mij loopt dat project van MEADS al veel langer. Ik
kan mij voorstellen dat de werkelijke oorzaak is dat dit al veel langer
liep. Dat heb ik opgepikt uit dit overleg. Hier ligt dus een plan dat al
in een bepaald spoor zat. Wij kunnen later nog eens spreken over de
vraag of deze redenering klopt. Dat hoeven wij vanavond niet allemaal
uit te spitten. Het is voor deze begroting niet zo belangrijk dat ik dat
nou allemaal precies weet, maar weet wel dat ik daar geïnteresseerd in
ben.
Toen ik het had over de btw, was dat meer een losse gedachte die opkwam.
Als EDA de enige is binnen Europees verband waar die btw-vrijstelling
geldt, zouden wij dan niet alle materiële investeringen via het EDA
kunnen laten lopen? Ook hiervoor geldt dat een ander AO misschien een
betere plek is om dat nog eens helemaal uit te diepen.
Leeuwarden heb ik goed opgepikt van de minister. Het MALE UAV-uitstel
heeft geen direct effect voor Leeuwarden. Ook dat heb ik goed gehoord.
Over wat precies de toekomst is van Leeuwarden en wat dat betekent voor
de samenleving zullen wij ook op een ander moment spreken, want die
vragen bereiken onze fractie iedere keer. Ik ben voorlopig tevreden met
het antwoord dat ik nu heb gehad, maar weet dat wij daar nog een keer
apart op zullen terugkomen.
De voorzitter:
Dan gaan wij door naar de heer Knops, die drieënhalve minuut heeft.
De heer Knops (CDA):
Voorzitter. Vandaag stond de balans tussen financiële en operationele
duurzaamheid centraal oftewel: wat hebben wij aan middelen en wat kunnen
wij daarmee op de mat leggen? Die spanning heb ik de hele dag gevoeld.
De heer Van Dijk is nu al weg. Hem werd de spanning te veel denk ik. Dat
speelde in dit debat. Dat is precies de opgave die bij de minister ligt
en in de Kamer breed gevoeld wordt. Als je dan wilt samenwerken met
andere landen, zoals de heer Vuijk net zei, zul je zelf ook iets moeten
inbrengen. Daarom heb ik op dat punt een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland met de Patriotsystemen over een hoogwaardige
nichecapaciteit beschikt die internationaal schaars is;
constaterende dat het voortzettingsvermogen van de Patriots beperkt is,
hetgeen ook gebleken is bij de missie in Turkije;
verzoekt de regering, over te gaan tot heroprichting van de vierde
Patriotbatterij, inclusief commando en logistieke ondersteuning,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Knops. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 32 (34300-X).
De heer Knops (CDA):
Wij wachten met smart op de uitwerking van de motie-Van der Staaij. Ik
heb de minister goed gehoord, maar om haar enige guidance te geven op
dat punt heb ik nog een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering mijnenjagers en houwitsers in de verkoop
heeft staan;
constaterende dat de Kamer zich met de moties-Van der Staaij 1 en 2
heeft uitgesproken voor een verhoging van de Defensie-uitgaven;
overwegende dat zowel de mijnenjagers als houwitsers bij verhoging van
de Defensie-uitgaven mogelijk behouden kunnen blijven voor de
krijgsmacht;
overwegende dat behoud ervan bij zou dragen aan het verbeteren van de
inzetbaarheid, het voortzettingsvermogen en de slagkracht van de
krijgsmacht in het licht ook van ernstige knelpunten op het gebied van
vuursteun;
overwegende dat vanuit een no-regretbenadering onomkeerbare stappen
onverantwoord zijn en kapitaalvernietiging onwenselijk is;
verzoekt de regering, de verkoop van mijnenjagers en houwitsers op te
schorten en behoud ervan te betrekken bij de uitvoering van de
moties-Van der Staaij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Knops. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 33 (34300-X).
De heer Knops (CDA):
De verwervingsketen is vanochtend aan de orde geweest, alsook vanmiddag
naar aanleiding van het rapport van de Policy Research Corporation.
Daarin moet echt een aantal dingen verbeteren. De minister heeft dat
zelf onderkend. Ook op dit punt zou een Kameruitspraak de minister
kunnen helpen in haar ambitie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Defensie kampt met jarenlange onderrealisatie in de
investeringen en onvoldoende in staat is om projecten tijdig, binnen het
budget en met gevraagde kwaliteit af te ronden;
constaterende dat uit onderzoek van Policy Research Corporation onder
meer blijkt dat de bezuinigingen van de afgelopen jaren ertoe geleid
hebben dat er meer druk is op steeds kleinere personeelsaantallen en dat
de beperkte capaciteit in de verwervingsketen tot knelpunten leidt in de
uitvoering van de investeringsplannen;
constaterende dat de Algemene Rekenkamer wijst op het risico dat
Defensie ook in 2016 niet in staat zal zijn het beschikbare
investeringsbudget daadwerkelijk aan te wenden;
overwegende dat, gezien de grote achterstand bij de investeringen en de
vele projecten die vooruit worden geschoven, het van groot belang is dat
de hele verwervingsketen in brede zin zo snel mogelijk structureel
verbeterd en versterkt wordt;
verzoekt de regering, te voorzien in een structurele versterking van de
personele capaciteit in de verwervingsketen en de Kamer hierover
uiterlijk 1 mei 2016 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Knops. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 34 (34300-X).
De heer Knops (CDA):
Helemaal tot slot dank ik de minister voor de beantwoording van de
vragen. Ik zeg de heer Van Dijk na: wij zien elkaar volgende week weer.
Dan gaan wij het wat minder over de details hebben en misschien wat meer
over de grote lijnen. Dan komen wij op een aantal punten nog terug.
De voorzitter:
Dan gaan wij naar mevrouw Günal-Gezer, die nog ruim vijf minuten heeft
voor haar tweede termijn.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Voorzitter. Ik dank de minister voor haar antwoorden op en toezeggingen
naar aanleiding van mijn inbreng in eerste termijn. Ik heb nog een paar
concrete punten waar ik graag een korte reactie van de minister op wil
hebben.
Het eerste punt is de Defensie-energiestrategie. Hoe verloopt de
samenwerking tussen het ministerie van Defensie en dat van Economische
Zaken? Ik begrijp dat die nog niet vlot genoeg verloopt.
In het verlengde daarvan kom ik op het CODEMO-fonds. Het bedrag dat nog
in het fonds zit, begint steeds kleiner te worden. De minister zegt dat
het heel moeilijk is in te schatten wanneer het geld op is. Mijn vraag
daarbij is: in hoeverre is het mogelijk om dat fonds aan te vullen? Er
moet nog inzicht komen in de royalties, die nog binnen moeten komen. Ik
vraag de minister of zij bereid is om, als zij dat inzicht heeft, dat
met de Kamer te delen.
Mijn laatste punt betreft de helikopters, met name de Cougar. Ons
bereiken steeds meer signalen dat het tegen een geringe investering
mogelijk zou zijn om de Cougar tot 2030 te laten vliegen. Gezien de
beperkte capaciteit van de helikopters binnen de krijgsmacht en allerlei
onvoorziene omstandigheden met betrekking tot de infasering van nieuwe
helikopters, denk ik dat het om een heel interessante gedachte gaat. In
hoeverre is de minister bereid om de investering om de Cougar tot 2030
te laten vliegen, in beeld te brengen? Zo ja, gaat dat lukken voor de
begrotingsbehandeling?
Tot slot dien ik met collega Vuijk de volgende motie in, die gaat over
de prijsbijstellingen en de compensatie. We hebben net met de minister
besproken dat dit een groot probleem is voor de Defensiebegroting en hoe
noodzakelijk dit het maakt om inzicht te hebben in de problematiek.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de rijksbegroting jaarlijks op grond van de algemene
inflatiecijfers van het CBS-jaar gecompenseerd wordt voor loon- en
prijsontwikkelingen;
constaterende dat in de Verkenningen in 2010 is geconcludeerd dat de
prijsstijgingen voor militair materieel in de markt uitgaan boven het
niveau van de inflatie;
overwegende dat dit leidt tot jaarlijks interen op de noodzakelijke
instandhouding en vernieuwing van de krijgsmacht;
constaterende dat het ministerie van Defensie met het ministerie van
Financiën in overleg is over een oplossing voor dit probleem;
overwegende dat een beter inzicht in de gevolgen van deze problematiek
wenselijk is;
verzoekt de regering om jaarlijks in de Defensiebegroting een overzicht
te geven van de toegekende prijsbijstelling, de verdeling daarvan over
de investeringsprojecten en exploitatie-uitgaven en de mate waarin de
prijsbijstelling toereikend is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Günal-Gezer en Vuijk. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 35 (34300-X).
De heer Knops (CDA):
Ik heb een vraag over deze motie om te achterhalen wat de verschillen
zijn met de eerder ingediende motie-Knops/Teeven. Stel dat de
motie-Knops/Teeven wordt uitgevoerd, dan lijkt mij dat de motie van
mevrouw Günal-Gezer overbodig is. Daarin wordt namelijk inzicht gevraagd
in cijfers die niet meer relevant zijn omdat ze gecompenseerd worden.
Begrijp ik goed dat de motie bedoeld is om duidelijk te krijgen hoe
groot het probleem is? Is dat het hoofddoel van de motie?
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
De voornaamste reden om deze motie in te dienen is inderdaad om echt
inzicht te krijgen in de omvang van het probleem. Dat probleem heeft
immers ieder jaar een enorme impact op de Defensiebegroting.
De heer Knops (CDA):
In de motie-Knops/Teeven wordt niet zozeer gevraagd naar de omvang van
het probleem als wel om juist het probleem op te lossen. Ik probeer
daarom te achterhalen hoe die moties zich tot elkaar verhouden. Ik zal
de tekst nog even goed bekijken. Kennelijk omarmen de moties elkaar. Dat
is een heel aantrekkelijke gedachte, moet ik eerlijk zeggen.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Juist om het probleem te kunnen oplossen, is het van groot belang om
inzicht te hebben in de omvang van het probleem. Vervolgens versterken
beide moties elkaar alleen maar. Ik ben heel benieuwd naar de reactie
van de minister.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer De Roon van de fractie van de PVV, die
drieënhalve minuut heeft voor zijn bijdrage.
De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording van de vragen. Er
is één vraag waarop ik meen nog geen antwoord te hebben gekregen. Ik
breng dat even in herinnering. Die vraag gaat over de NH90-helikopter.
Ik vertelde dat het aantal corrosiemeldingen in december vorig jaar nog
op 100 stond, maar tien maanden later, in oktober van dit jaar, op 215.
Daaraan verbond ik de conclusie dat het erop lijkt dat Defensie het
corrosieprobleem bij de NH90-helikopters niet onder de knie heeft. Ik
heb de minister gevraagd om daarop te reageren. Misschien wil zij dat
alsnog doen, want misschien maak ik een verkeerde inschatting van dit
gegeven.
Volgens de minister krijgen we de Reaper-drones niet. Daarover zijn
vragen gesteld. Het antwoord van de minister daarop is buitengewoon
abstract. Het was een verhaal over allerlei factoren die een rol spelen,
waardoor de Reaper-drone als het ware ineens over de rand valt. Ik had
liever gehad dat de minister ons aan de hand had genomen om ons door de
besluitvorming daaromtrent heen te loodsen. Dat is niet gebeurd. Mijn
fractie vindt het niet erg wenselijk dat Nederland voor de
luchtwaarneming, die met de Reaper-drones mogelijk is, afhankelijk
blijft van andere coalitiepartners. Daarom dien ik de volgende motie
in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het project MALE UAV (Reaper-drones) met zeven jaar is
vertraagd;
overwegende dat het onwenselijk is dat Defensie voor strategische
luchtwaarneming grotendeels afhankelijk blijft van
coalitiecapaciteiten;
verzoekt de regering, het project MALE UAV niet uit te stellen en
volgens de oorspronkelijke planning weer op te nemen in het
materieelprojectenoverzicht (MPO),
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Roon. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 36 (34300-X).
Het woord is aan mevrouw Hachchi van de fractie van D66. Zij heeft nog ruim drieënhalve minuut spreektijd.
Mevrouw Hachchi (D66):
Voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording in eerste
termijn.
Het is fijn dat de minister vandaag verwijst naar de afspraak die is
gemaakt met het ministerie van Financiën over het extra geld voor
Defensie zodat dat geld ook doorgeschoven kan worden, maar het blijft
gek dat een concrete invulling uitblijft ondanks de nood om extra geld.
Ik kijk uit naar de brief, zodat we bij de begrotingsbehandeling met de
minister kunnen spreken over de keuzes die zij maakt over de besteding
van het extra geld. Ik heb echter ook aangegeven dat ik in termen van
kansen denk, in dit geval in kansen van de Kamer om alvast mee te denken
met de minister als zij toch die brief nog gaat schrijven. Ik zal het
niet te gek maken: ik dien hierover één motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het Korps Mariniers een belangrijk nichecapaciteit is
van de krijgsmacht;
overwegende dat het Korps Mariniers zich begeeft op het grensvlak van
land, zee en lucht;
overwegende dat het Korps Mariniers cruciaal is voor de flexibiliteit
van de krijgsmacht;
overwegende dat het ministerie van Defensie in 2016 220 miljoen erbij
krijgt, oplopend naar 345 miljoen in 2020;
constaterende dat het nog niet goed duidelijk is waar dit extra geld aan
wordt besteed;
verzoekt de regering, bij de verdeling van de extra middelen voor
Defensie ook het budget van het Korps Mariniers te verhogen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hachchi. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 37 (34300-X).
Mevrouw Hachchi (D66):
Ik heb al gezegd dat D66 het teleurstellend vindt dat de techniek van de
toekomst, in dit geval specifiek de drones, de onbemande vliegtuigen, op
de lange baan wordt geschoven. Ook daarbij heb ik geprobeerd in kansen
te denken. Zo heb ik gewezen op het Europese droneproject, waarbij niet
de minste landen zich aangesloten hebben: Frankrijk, Duitsland en
Italië. De minister heeft in haar beantwoording heel snel het voorstel
gepareerd door te verwijzen naar EDA 2020: dat duurt allemaal te lang,
punt. Daarmee kan ik geen genoegen nemen. De minister zegt wel bij de
begroting voor het jaar 2017 terug te komen op de drones, maar ik dien
hierover toch een motie in. Ik hoop dat de minister daarmee uit de
voeten kan.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering heeft besloten de aanschaf van de
Amerikaanse MALE UAV, de zogenaamde Reaper, met zeven jaar uit te
stellen;
overwegende dat het voor een toekomstbestendige krijgsmacht noodzakelijk
is om te beschikken over onbemande vliegtuigen;
constaterende dat Frankrijk, Duitsland en Italië een technisch onderzoek
starten voor de ontwikkeling van een Europese MALE UAV;
verzoekt de regering, de mogelijkheid te onderzoeken om aan te sluiten
bij dit Europese innovatieve droneproject en de Kamer daarover te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hachchi. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 38 (34300-X).
Mevrouw Hachchi (D66):
Ik sluit af met een vraag die onbeantwoord is gebleven in eerste
termijn. Die gaat over het uitstekende rapport over wapensystemen,
waarin staat dat je door nu in die systemen te investeren snel voordelen
behaalt in termen van inzetbaarheid. In dat rapport staat ook heel veel
over nut en noodzaak van Europees aanbesteden, specifiek op de terreinen
waar sprake is van tekorten, zowel voor de NAVO als voor de Europese
Unie. Ik ga ze niet allemaal langslopen; de minister kan ze zelf
terugvinden in het onderzoek. Wellicht heeft zij ze zelf ook scherp voor
ogen. Ik vraag de minister of zij bereid is om die punten op te pakken.
Als zij daar nu op kan reageren, graag, maar ik kan mij ook voorstellen
dat zij de Kamer hierover per brief kan informeren. In dat geval wil ik
graag een heldere toezegging horen.
De voorzitter:
Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de
Kamer. Ik vermeld dat de heer Houwers mij al tijdens de schorsing heeft
gemeld niet bij het tweede deel aanwezig te kunnen zijn. Hij volgt het
debat via zijn fractiemedewerkers. De beantwoording van zijn vragen door
de minister is daarmee indirect gevolgd.
Minister Hennis-Plasschaert:
Voorzitter. Aarzel niet om op de lijn te komen als ik iets vergeet, zeg
ik tegen de woordvoerders, want volgens mij zijn we allemaal best een
beetje gaar aangezien we vanochtend al om 10.00 uur zijn begonnen.
Komt van uitstel afstel? Nee. Als iets wordt uitgesteld, kan dat tot
afstel leiden. Dat is echter niet de bedoeling. Onbemand is wel degelijk
de toekomst. Ik hecht er dus aan dat we er serieus naar blijven kijken.
Het speelt ook een steeds belangrijkere rol bij militaire optredens. We
zien er dus zeker niet bij voorbaat vanaf. Tegen de heer Van Dijk zeg ik
dat het niet doorgaan van de MALE UAV, de drone, niet zozeer geld
oplevert als wel financiële ruimte. Daardoor kunnen weer andere
projecten geaccommodeerd worden. Ik kan oprecht even niet zeggen — we
hebben dat nog wel even nagevraagd — wat daardoor wel mogelijk is
gemaakt. Het klikt namelijk veel te veel in elkaar en de bedragen die
aan projecten gelabeld moeten worden zijn niet een-op-een uitwisselbaar.
Het gaat erom dat je financiële ruimte creëert; dat moet uit de lengte
of uit de breedte komen. Bij budgettaire kaders ontkomen we er niet aan
dat er keuzes moeten worden gemaakt. Daarbij komt een hoeveelheid van
afwegingen aan de orde, waarvan de heer De Roon net aangaf dat hij dat
nog onvoldoende op het netvlies heeft. In eerste termijn heb ik gezegd
dat ik dit snap en dat ik dit bij het volgende MPO beter inzichtelijk
zal maken, zodat de Kamer beter op het netvlies heeft wat de context
voor zo'n keuze precies heeft behelst. Wat betreft het bedrag in het MPO
2014, zeg ik dat het project was opgenomen met een volume van 100
miljoen tot 250 miljoen euro. Exacter kan ik niet worden omdat dit ook
weer te maken heeft met vertrouwelijke informatie.
Ik zou terugkomen op wat ik in eerste termijn heb gezegd over de
investeringsquote en het onderzoek naar de waarde daarvan, in antwoord
op de heer Knops. Ik zei toen zelf al dat ik daarop terugkom bij de
begroting voor het jaar 2017. Dat is nu bevestigd. De uitkomst van het
onderzoek kunnen we meenemen in de begroting voor het jaar 2017; in de
begroting zelf of in een separate brief.
Er is gesproken over een problematische samenwerking tussen Defensie en
Economische Zaken wat betreft de Defensie Industrie Strategie. Dat beeld
herken ik echt helemaal niet. Die samenwerking is juist goed en
constructief. Ik ben heel nieuwsgierig waar dit beeld vandaan komt. Laat
u zich geen rad voor ogen draaien, want die relatie is gewoon
goed.
Er is gesproken over het bijplussen van CODEMO. Ik zou eerst deze
regeling willen laten evalueren voordat we hier nog meer geld in
stoppen. De gedachte was immers dat de royalties zouden worden gebruikt
om dit budget aan te vullen. De Kamer weet dat alles bij Defensie krap
bemeten is. Als ik weer geld ergens vandaan moet trekken ten behoeve van
CODEMO, gaat mij dat ietwat kort door de bocht. Daaraan gaat een
zorgvuldig proces vooraf. Ik constateer dat het aanvullen door middel
van royalties nog onvoldoende van de grond komt. Mevrouw Günal-Gezer
vroeg mij of ik bereid ben om, zodra we meer inzicht hebben in de
royalties, dat met de Kamer te delen. Dat spreekt voor zich.
Het klopt dat het met een relatief kleine investering mogelijk is om de
Cougar na 2023 te laten doorvliegen. Vooralsnog heeft Defensie geen
plannen om de Cougar ook na 2023 te laten doorvliegen, mede omdat de
balans met de NH90 dan is hersteld. Daarom is niet onderzocht wat de
eventuele extra kosten daarvan zouden zijn. Als hiertoe aanleiding is,
zal uiteraard bekeken worden welke investering daarvoor nodig is.
De heer De Roon heeft gezegd dat de corrosieproblematiek van de NH90
niet onder controle is. Sorry dat ik hierop niet heb gereageerd in
eerste termijn. Ik was dat vergeten. Ik denk dat ik helder uiteen heb
gezet in de voortgangsrapportage dat er een adequate aanpak is van de
corrosieproblematiek die Nederland heeft geconstateerd en internationaal
heeft aangekaart. Andere landen hebben naar aanleiding van de
Nederlandse inzet op dit punt ook corrosiegevallen gemeld. Dat is alleen
maar goed. Daardoor is het aantal gevallen wel gestegen, maar daarmee
hebben we ook de problematiek in haar totaliteit beter in kaart kunnen
brengen. De corrosieaanpak pakt alle gemelde problemen aan van Nederland
en zijn partners. We zijn er nog niet, maar in vergelijking met een jaar
geleden kunnen we echt stellen dat we heel veel meters, kilometers
hebben gemaakt.
Mevrouw Hachchi sprak over Europees aanbesteden. Volgens mij ging dat
over het ibo-rapport. Ik kom daarop terug bij de evaluatie van DMP, die
de Kamer later deze maand of begin december ontvangt. Ik moet "december"
zeggen, want anders organiseer ik weer allerlei teleurstellingen. Dan
kom ik daarop terug.
Ik kom bij de moties. De motie-Knops op stuk nr. 32 gaat over de
Patriotsystemen. Ik ben in mijn schriftelijke inbreng naar aanleiding
van vragen over levensverlengend onderhoud overduidelijk geweest. Ik
vind de motie heel charmant, maar ik ontraad haar. Hiervoor hebben we
simpelweg het geld op dit moment niet.
De motie-Knops op stuk nr. 33 vind ik op zich ook charmant. In het
verzoek staat echter "op te schorten", maar ik schort helemaal niks op,
want dat besluit is gewoon genomen. Wel betrek ik — dat is een
toezegging; die kan de heer Knops naar zich toetrekken — het behoud
ervan bij de uitvoering van de motie-Van der Staaij. Ik kan echter niet
eerder genomen besluiten opschorten, want die zijn genomen. Daarom
ontraad ik deze motie.
Het oordeel over de motie-Knops op stuk nr. 34, die betrekking heeft op
Policy Research Corporation, laat ik aan de Kamer. Ik zie de motie als
aanmoediging van de weg die we nu bewandelen en de eerdere brief die ik
heb gestuurd over de aanbevelingen die ik verder concretiseer en
waarover ik met de Kamer van gedachten wil wisselen. Ik beschouw deze
motie dus als een aanmoediging.
Ook de motie-Günal-Gezer/Vuijk op stuk nr. 35 zie ik als aanmoediging.
Ik heb wel gewezen op de eventuele rapportagedruk bij de Kamer, maar ik
snap wat de indieners willen. Ik zeg er gelijk bij — dat zei ik net al
een beetje grappend tegen de heer Knops — dat ik deze motie zie als een
motie die de motie-Knops/Teeven omarmt. Die moties moeten samengaan. Je
kunt alleen problematiek in kaart brengen als je die vervolgens gaat
oplossen. Het oordeel over deze motie laat ik aan de Kamer.
Waar in de motie-De Roon op stuk nr. 36 om wordt gevraagd, kan helaas
niet omdat ik binnen de financiële kaders moet blijven. Ik hoop de Kamer
bij verdergaande intensivering de komende jaren wat blijer te stemmen.
Ik moet deze motie ontraden.
Dan de motie-Hachchi op stuk nr. 37. Ik vind het een beetje vreemd. De
hele intensivering ziet toe op het versterken van de basisgereedheid.
Ook met de veiligheidsketen, eerder dit voorjaar, is er een kleine
intensivering geweest bij het Korps Mariniers. Ik vind deze motie
derhalve enigszins geïsoleerd. Als je het hebt over het versterken van
de basisgereedheid, kijk je natuurlijk naar de krijgsmacht in meest
brede zin. Ik vind de motie charmant, maar ik moet haar echt ontraden
omdat de Kamer mij net heeft gevraagd om een duidelijke toedeling aan de
artikelen. Dat gaat verder dan alleen het Korps Mariniers als het gaat
om het versterken van de basisgereedheid. Ik verwijs daarbij ook naar de
versterking die eerder dit voorjaar in het kader van de strijd tegen
terreur is afgekondigd.
Mevrouw Hachchi (D66):
Ik zal er geen punt van discussie van maken, maar in het dictum staat
niet voor niets "ook het budget van". Het woordje "ook" staat er niet
voor niets tussen. Ik vraag de minister dus om het dictum goed te
lezen.
Minister Hennis-Plasschaert:
Het Korps Mariniers is op dit moment al erg veel in het nieuws, vanwege
het punt waarover mevrouw Hachchi vandaag ook een vraag stelde, namelijk
het toelaten van vrouwen. Ik ontvang daar veel berichten over. Alleen al
de aankondiging van het onderzoek heeft tot veel ophef geleid. Het Korps
Mariniers heeft mijn speciale aandacht, maar ik ga dat echt in de meest
brede zin bekijken. Een aparte motie over een intensivering bij het
Korps Mariniers vind ik nu dus niet wenselijk. Die motie is gewoon niet
nodig. Zij is overbodig en ik ontraad haar daarom. Met deze motie zou de
indruk worden gewekt dat ik specifiek prioriteit zou geven aan het
versterken van de basisgereedheid van het Korps Mariniers. Daarmee zou
echt tekort worden gedaan aan de andere eenheden en onderdelen van de
krijgsmacht.
Mevrouw Hachchi (D66):
Dat laatste argument kan ik nog volgen, al ben ik het er niet mee eens,
maar het eerste argument, het argument dat het Korps Mariniers vandaag
in het nieuws is vanwege het voorstel over het toelaten van vrouwen
…
Minister Hennis-Plasschaert:
Dat was een grapje.
Mevrouw Hachchi (D66):
O, dat was een grapje. Dan is dat ook helder.
De voorzitter:
Ik zal de minister vragen om haar grapjes in het vervolg aan te
kondigen.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik knipoogde erbij, maar het is laat, dus dat … Nee, het was echt een
grapje. Ik dacht: ze hebben genoeg nieuws.
Ik kom op de motie op stuk nr. 38. In die motie wordt de regering
verzocht om de mogelijkheid te onderzoeken om aan te sluiten bij het
Europese innovatieve droneproject. Het oordeel over die motie laat ik
aan de Kamer. Ik kijk hier al naar in het kader van mijn toezegging aan
mevrouw Günal-Gezer over het in kaart brengen van de alternatieven.
Daarmee is geenszins gezegd dat wij daadwerkelijk daaraan gaan
deelnemen, want ook dat kost geld. Daarover wil ik geen misverstand
laten bestaan. Het nadenken over het product, de ontwikkeling daarvan,
gaat de komende jaren door. We zullen alle ontwikkelingen op de voet
volgen. De Reaper is op een gegeven moment niet voor niets tot de meest
treffende keuze gebombardeerd. "Gebombardeerd" is misschien niet het
juiste woord om hier te gebruiken. Het is zelfs een heel verkeerd woord,
want wij doen dit zonder wapens. Niet voor niets is toentertijd
gesproken over de Reaper, maar de alternatieven waarom wordt gevraagd,
moet en zal ik in kaart brengen. Hetgeen in de motie wordt gevraagd, zal
ik daarbij betrekken. Ik laat het oordeel over de motie daarom aan de
Kamer.
Daarmee ben ik aan het einde van mijn tweede termijn gekomen. Dank voor
uw geduld.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar beantwoording in tweede termijn. Ik vraag
de minister ook om wat geduld, in verband met de registratie van de
toezeggingen. Ik vraag haar om daar, met de laatste krachten die zij in
zich heeft, nog even naar te luisteren.
- De eerste toezegging die ik heb genoteerd, is dat in het voorjaar van
2016 de Kamer een reactie van de minister ontvangt op het DMO-rapport en
de aanbevelingen van Policy Research Corporation.
- De tweede toezegging is dat de minister de schriftelijke vragen van de
heer Jasper van Dijk van de SP over kernwapens voor de plenaire
begrotingsbehandeling samen met de minister van Buitenlandse Zaken
probeert te beantwoorden.
- De derde toezegging is dat de Kamer een nadere uitwerking ontvangt op
basis van de aanbevelingen uit het interdepartementaal beleidsonderzoek
(IBO) wapensystemen, waaronder de aanbeveling over het
vijfjaargemiddelde van de investeringsquote (IQ). Daarvoor zou alleen
nog een termijn door de minister worden genoemd. Die hebben wij niet
genoteerd.
Minister Hennis-Plasschaert:
Dit gaat niet helemaal goed, want ik heb niet gesproken over een nadere
uitwerking van het ibo. Ik heb gesproken over de IQ. Ik neem dat punt
mee in de begroting voor 2017. Dat is een harde toezegging.
De voorzitter:
Wij hadden dit al in een andere toezegging staan. Ik lees de toezegging
nog een keer voor: de Kamer ontvangt een nadere uitwerking op basis van
de aanbevelingen uit het ibo-wapensystemen, waaronder de aanbeveling
over het vijfjaargemiddelde van de IQ. Of zeg ik het verkeerd?
Minister Hennis-Plasschaert:
Het was een aanbeveling uit het ibo, maar laten we het formuleren als
een onderzoek naar de IQ. Bij de begroting voor 2017 zullen wij met meer
informatie over de waarde daarvan komen. Wij zullen daar dan met
Prinsjesdag mee komen, in de begroting dan wel in een separate brief. Zo
heb ik het net verwoord.
De voorzitter:
Die toezegging komt straks nog een keer terug. Wij hadden dat als twee
separate toezeggingen genoteerd, maar deze toezegging hadden wij
waarschijnlijk verkeerd genoteerd.
Ik ga verder met het voorlezen van de toezeggingen.
- In de volgende rapportage vastgoed, die deze maand naar de Kamer komt,
gaat de minister verder in op de stand van zaken ten aanzien van de
nieuwe marinierskazerne in Vlissingen.
- Zoals eerder toegezegd ontvangt de Kamer voor het einde van dit jaar
een brief over de internationale samenwerking rond het Joint Support
Ship.
- De Kamer ontvangt een DMP-A-brief over de onderzeedienst. Dat zal niet
meer dit jaar gebeuren, maar in april 2016.
- De Kamer ontvangt bij de begroting van Defensie voor 2017 nadere
informatie over de leaseoptie MALE UAV of andere opties voor de komende
jaren. Daarbij verwijs ik naar de motie op stuk nr. 38, die net is
ingediend door mevrouw Hachchi. De minister heeft het oordeel daarover
aan de Kamer gelaten.
- De Kamer ontvangt jaarlijks inzicht in de effecten van het wel of niet
toekennen van prijscompensatie door de minister van Financiën. Dat zal
in de begroting geschieden.
- De Kamer ontvangt hopelijk eind dit jaar de uitkomst van de verhuizing
van DMO. Dat hangt echter van het voortgangsproces af. Wij worstelen
daar soms ook mee, maar met u komen wij boven, zo zeg ik tegen de
minister.
- De Kamer ontvangt bij de begroting voor 2017 of eerder in een aparte
brief, nadere informatie over de toekomstige opzet c.q. de invulling van
de investeringsquote. Daarover hadden wij het net. De minister kan
content zijn met deze toezegging, want daarin staat dat dit bij de
begroting voor 2017 zal zijn.
- De Kamer ontvangt nadere informatie over de stand van zaken met
betrekking tot het CODEMO-fonds c.q. een extra aanvulling daarvan als
dat nodig is.
Minister Hennis-Plasschaert:
Het gaat vooral over de inzet ten aanzien van de royalty's.
De voorzitter:
Dat gaat dus vooral over de inzet ten aanzien van de royalty's, waarmee
niet het Koninklijk Huis wordt bedoeld. Er wordt niet gelachen, dus ik
zal het in het vervolg ook aankondigen als ik een grap maak, maar dan
reken ik ook op meer publiek.
- De Kamer ontvangt bij de evaluatie van het DMP in december ook een
reactie op het punt van de Europese aanbesteding, naar aanleiding van
het interdepartementaal beleidsonderzoek wapensystemen.
Dat waren de toezeggingen. Ik begrijp dat mevrouw Günal-Gezer hier nog
iets over wil zeggen.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Misschien heb ik niet goed geluisterd, maar volgens mij ontbreekt er één
toezegging. Die gaat over de nadere toelichting op de keuzes die voor
bepaalde materiële projecten gemaakt zijn. De minister zou daar in het
MPO een toelichting op geven. Zij zou daarin ingaan op de
overwegingen.
Er is nog een andere toezegging gedaan, maar die hoeft wat mij betreft
niet aan de lijst met toezeggingen te worden toegevoegd. Dat is de
toezegging van de minister dat zij openstaat voor een gesprek met Den
Helder.
De voorzitter:
De eerste toezegging staat al op de lijst.
Voordat ik afsluit, heb ik nog wat mededelingen. De plenaire
begrotingsbehandeling is voorzien voor woensdag 11 november en donderdag
12 november. De stemmingen over de moties, waaronder de moties die
tijdens dit wetgevingsoverleg zijn ingediend, zijn voorzien voor 17
november. De stemmingen over alle begrotingen en de amendementen die
eventueel nog worden ingediend, vinden plaats op 3 december. Daarna gaan
wij sinterklaas vieren.
Ik wil iedereen graag bedanken. Ik dank de minister en haar ambtenaren
voor hun aanwezigheid. Ook dank ik de overige aanwezigen. Er zitten
achter in de zaal mensen die hier al vanaf 10.00 uur aanwezig zijn.
Tegen hen zeg ik: wij bewonderen uw doorzettingsvermogen en wij vroegen
ons af of u een baan bij de krijgsmacht ambieert.
Sluiting
Sluiting 21.18 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM |
Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden
ontleend. |
---|