[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Notitie rapporteurs Ziengs en Van Veldhoven over het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Brief lid / fractie

Nummer: 2016D09082, datum: 2016-03-02, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Preview document (🔗 origineel)


INTERN GEBRUIK

Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven

M. Harpe

aan commissie voor EZ

van Rapporteurs Groot project EHS

datum 15 februari 2016

onderwerp Groot project EHS

te betrekken bij Procedurevergadering EZ op 8 maart 2016 en AO EHS/Natuurnetwerk Nederland op 23 maart 2016

nummer 16-BOR-N-013

T 070 318 2031

E m.harpe@tweedekamer.nl

Inleiding

Op 18 december 2015 heeft de staatssecretaris voor Economische Zaken (EZ) de eerste voortgangsrapportage over de uitvoering van het Natuurpact, “Natuur in de provincie: één jaar Natuurpact in uitvoering”, naar de Kamer gestuurd.1 In deze rapportage van het Interprovinciaal Overleg (IPO) beschrijven de provincies de resultaten die zij in de jaren 2011 t/m 2014 hebben behaald, onder meer ten aanzien van de verwerving, de inrichting en het beheer van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

In de procedurevergadering van 12 januari 2016 heeft de commissie EZ besloten de eerste IPO-rapportage te agenderen voor het Algemeen Overleg Natuurbeleid en EHS/Natuurnetwerk Nederland op 23 maart 2016. In de procedurevergadering van 9 februari 2016 is besloten om een apart AO over EHS/Natuurnetwerk Nederland te voeren. Dit AO vindt plaats op 23 maart 2016 van 10:00 tot 12:30 uur.

Afgesproken is dat de leden Ziengs en Van Veldhoven tijdens het AO hun rol vervullen ten aanzien van het rapporteurschap Groot project EHS. Zij krijgen de gelegenheid om aan het begin van het AO de staatssecretaris namens de commissie te bevragen. Daarna begint de eerst termijn van het reguliere AO EHS/Natuurnetwerk Nederland.

In deze notitie beschrijven de rapporteurs achtereenvolgens hun conclusies op basis van de voorliggende stukken, hun voorstel aan de commissie EZ hoe verder om te gaan met het Groot project EHS en hun voorstel voor hun inbreng in het AO. Onder het kopje Nadere Toelichting treft u een nadere onderbouwing.

Conclusies van de rapporteurs

  • De rapporteurs concluderen dat een eenduidige, samenhangende monitoringssystematiek op dit moment nog niet bestaat. Dat roept de vraag op hoe de cijfers over de verwerving, inrichting en beheer van gronden binnen het NNN uit de IPO-rapportage tot stand zijn gekomen, en hoe betrouwbaar deze cijfers zijn.

  • De rapporteurs concluderen dat niet duidelijk is in hoeverre de cijfers uit de IPO-rapportage over het NNN te vergelijken zijn met de cijfers uit voorgaande rapportages over de EHS.

  • De rapporteurs concluderen dat nog niet zeker is of de Kamer, met alle verschillende rapportages over (de uitvoering van het) natuur(beleid) die periodiek verschijnen, voldoende informatie zal ontvangen om invulling te kunnen geven aan haar controlerende taken.

Voorstel van de rapporteurs aan de commissie EZ

De rapporteurs stellen de commissie EZ voor om:

  • in het AO EHS/Natuurnetwerk Nederland de staatssecretaris te vragen de onduidelijkheden in de IPO-rapportage en zijn brief nader toe te lichten (zie ook de voorgestelde vragen aan de staatssecretaris, omkaderd en cursief weergegeven, in paragraaf 2 en 3);

  • na het AO EHS/Natuurnetwerk Nederland, op basis van de antwoorden van de staatssecretaris en na ontvangst van de toegezegde eenduidige monitoringssystematiek en overzichtskaart van het NNN (te ontvangen voor de zomer), de procedure ter beëindiging van de Groot projectstatus van de EHS in gang te zetten. Daarmee komt naar de mening van de rapporteurs ook een einde aan de verplichting voor de staatssecretaris om de Kamer jaarlijks een voortgangsrapportage EHS toe te sturen, en kan tegemoet worden gekomen aan het verzoek van de staatssecretaris – opgenomen in zijn aanbiedingsbrief bij de IPO-rapportage, om af te zien van verdere rapportages in het kader van het Groot project EHS;

  • de staatssecretaris in het AO EHS/Natuurnetwerk Nederland van dit voornemen van de commissie EZ op de hoogte te stellen;

  • een rapporteur Natuur te benoemen, die onder meer de informatiepositie van de Kamer op het dossier Natuur kan bewaken en kan beoordelen of de Kamer voldoende informatie ontvangt om haar controlerende taken in te kunnen vullen.

Nadere toelichting

  1. Inleiding en achtergrond

Decentralisatie natuurbeleid

De afgelopen jaren heeft het Groot project Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in het teken gestaan van de decentralisatie van het natuurbeleid. De EHS, een belangrijk instrument van dit beleid, is overgeheveld naar de provincies. Daarmee is de democratische controle op de EHS, en haar opvolger het Natuurnetwerk Nederland (NNN) een zaak geworden tussen Gedeputeerde en Provinciale Staten. De Tweede Kamer wil, onder meer vanwege de verantwoordelijkheid van het rijk voor het behalen van internationale en Europese doelstellingen, goed geïnformeerd worden over de voortgang van het natuurbeleid.

Nieuwe monitoringssystematiek voorwaarde om te stoppen met Groot project

De staatssecretaris heeft in een brief van 1 november 2012 aangegeven dat een nieuwe monitoringssystematiek medio mei 2013 gereed zou zijn.2 Dit bleek echter niet het geval.3

Vervolgens heeft de staatssecretaris in de brief ‘Evaluatie en monitoring Natuurpact' van

6 november 20134 aangegeven te willen stoppen met de jaarlijkse voortgangrapportages over de EHS. De commissie EZ heeft de staatssecretaris er vervolgens op gewezen dat zij, vanwege de Groot projectstatus, niet eenzijdig kon stoppen met de voortgangsrapportages EHS.

In de procedurevergadering van 3 juni 2014 heeft de commissie EZ besloten om pas een besluit over de Groot projectstatus EHS te nemen als de staatssecretaris duidelijkheid had gegeven over:

  1. de evaluatie van het Natuurpact, en;

  2. de (nieuwe opzet van de) voort­gangsrapportages.

Ad a. Opzet evaluatie helder, maar nog geen inzicht in jaarlijkse voortgang

De Kamer heeft twee voortgangsrapportages (VGR’s) in het kader van het Groot project EHS ontvangen die nog niet behandeld zijn: de zesde VGR op 6 november 2013 (over het jaar 2012) en de zevende VGR op 24 maart 2015 (over het jaar 2013). Bij deze laatste VGR was ook de opzet van de evaluatie, oftewel het evaluatiekader, van het Natuurpact gevoegd. De behandeling van deze stukken stond oorspronkelijk gepland voor een AO op 24 september 2015.

Op verzoek van de rapporteurs zijn alle stukken over de EHS van de agenda afgevoerd om op een later moment te behandelen. Een reden hiervoor was de nog bestaande onduidelijkheid over de opzet en inhoud van de nieuwe jaarlijkse voortgangsrapportages over het Natuurpact. De rapporteurs hadden in een notitie5 aan de commissie EZ op 17 april 2015 geschreven dat zij van mening waren dat het evaluatiekader van het Natuurpact een goede basis biedt om eens in de drie jaar de voortgang van het natuurbeleid te kunnen volgen. Echter, de staatssecretaris had nog onvoldoende duidelijkheid gegeven over de opzet en inhoud van de nieuwe jaarlijkse voortgangsrapportages over het Natuurpact.

Ad b. Eerste jaarlijkse voortgangsrapportage Natuurpact

De Kamer heeft op 18 december 2015 de eerste nieuwe jaarlijkse voortgangsrapportage over het Natuurpact ontvangen.6 In de rapportage ‘Natuur in de provincie: één jaar Natuurpact in uitvoering’ van het Interprovinciaal Overleg (IPO) beschrijven de provincies de resultaten die zij in de jaren 2011 t/m 2014 hebben behaald, onder meer ten aanzien van de verwerving, de inrichting en het beheer van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Daarmee lijkt aan de twee voorwaarden te zijn voldaan die de commissie EZ had gesteld om een besluit te kunnen nemen over de beëindiging van de Groot projectstatus van de EHS. In het hiernavolgende beschrijven de rapporteurs op welke punten nog onduidelijkheid bestaat.

  1. IPO-rapportage ‘Natuur in de provincie’

Met zijn brief van 18 december 2015 heeft de staatssecretaris de IPO-rapportage ‘Natuur in de provincie’ aan de Kamer aangeboden. De rapporteurs constateren dat de IPO-rapportage niet gebaseerd is op de oude systematiek van de Natuurmeting op Kaart (NOK), maar op een voor de Kamer onbekende systematiek. Het is daardoor niet duidelijk in hoeverre de cijfers uit de IPO-rapportage over het NNN te vergelijken zijn met de cijfers uit voorgaande rapportages over de EHS, en hoe betrouwbaar de cijfers zijn.

Nieuw monitoringssysteem in de maak

De jaarlijkse voortgangsrapportages EHS van het ministerie van EZ in het kader van het Groot project waren tot en met de zevende VGR gebaseerd op de systematiek Natuurmeting op Kaart (NOK). Deze systematiek was in 2007 in het leven geroepen bij de invoering van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG), vanuit de behoefte om de afspraken tussen provincies en rijk over de ontwikkeling van de EHS te kunnen volgen. Met de decentralisatie van het natuurbeleid is de systematiek van de NOK komen te vervallen.

Op het internet-Portaal Natuur en Landschap7 staat vermeld dat de NOK wordt vervangen door “een robuuste werkwijze die aansluit op het door provincies ontwikkelde Informatiemodel Natuur (IMNa). Een en ander kan leiden tot aanpassingen in terminologie om de systematiek toekomstbestendiger te maken.”8

Zowel het IPO als de staatssecretaris melden dat provincies en rijk nog werken aan een eenduidige, samenhangende monitoringssystematiek. De staatssecretaris schrijft hierover in zijn brief van 18 december 2015 dat hij met de provincies in overleg zal gaan om te komen tot een eenduidige systematiek voor het bepalen van de verworven hectares Natuurnetwerk, de uitkomsten daarvan zal opnemen in een overzichtskaart, en de Kamer daarover voor de zomer van 2016 zal informeren.

De rapporteurs concluderen dat een eenduidige systematiek op dit moment nog niet bestaat. Dat roept wel de vraag op hoe de cijfers over de verwerving, inrichting en beheer van gronden binnen het NNN uit de IPO-rapportage tot stand zijn gekomen, en hoe betrouwbaar deze cijfers zijn. Een kwalitatieve toelichting van het IPO op de totstandkoming van de cijfers ontbreekt, evenals een bronvermelding. Op pagina 18 is wel een overzichtskaart opgenomen waarin de verworven en ingerichte gronden in de periode 1/1/2011 tot 1/1/2015 staan weergegeven. Als bron staan het Kadaster en het Centraal Bureau voor de Statistiek vermeld. Het is echter niet duidelijk op basis van welke gegevens deze instanties de overzichtskaart hebben opgesteld.

  • Als er op dit moment nog geen eenduidige monitoringssystematiek bestaat, waar zijn de cijfers uit de IPO-rapportage dan op gebaseerd? Hoe betrouwbaar zijn deze cijfers?

De totstandkoming van een eenduidige monitoringssystematiek blijkt een bijzonder lastig en langdurig proces. De staatssecretaris had in zijn brief van 1 november 20129 toegezegd dat deze systematiek er medio mei 2013 zou liggen, maar kondigt nu aan dat dit medio (zomer) 2016 zal worden. Het Comité van Toezicht had hier al min of meer voor gewaarschuwd. In de zevende rapportage en tevens eindevaluatie van 16 december 2014 vraagt het Comité van Toezicht aandacht voor de informatiehuishouding van de ontwikkeling van het landelijk gebied en de natuur in het bijzonder.10 Het Comité constateert dat de organisatie van een betrouwbare, effectieve en efficiënte informatievoorziening voor gebiedsinrichting vele jaren in beslag heeft genomen, en bij het beëindigen van het ILG in 2011 nog niet was voltooid. Voor alle betrokkenen is het uitermate moeilijk gebleken gezamenlijke definities van alle aspecten van gebieds- en natuurontwikkeling tot stand te brengen en te handhaven, aldus het Comité. Het Comité heeft daarom het advies gegeven een nationale gegevensautoriteit in te stellen voor het landelijk gebied. Het is niet duidelijk of, en zo ja, op welke wijze, de staatssecretaris en provincies dit advies hebben opgevolgd.

  • Kan de staatssecretaris toelichten waarom het zo lang duurt om een eenduidige, samenhangende monitoringssystematiek op te stellen? Op welke wijze wordt het advies van het Comité van Toezicht om een nationale gegevensautoriteit voor het landelijk gebied in te stellen, opgevolgd?

Vergelijking NNN met EHS wel of niet mogelijk?

Het is niet duidelijk in hoeverre de cijfers uit de eerste IPO-rapportage over het Natuurnetwerk te vergelijken zijn met de cijfers uit de voortgangsrapportages EHS. De IPO-rapportage bevat cijfers op een hoger aggregatieniveau dan de NOK, waardoor niet achterhaald kan worden hoe de cijfers exact zijn samengesteld. Hoewel het lijkt alsof alleen de terminologie is aangepast – NNN in plaats van EHS – is niet duidelijk of de definitie van het begrip hetzelfde is gebleven. Valt onder het NNN dezelfde soort ha natuur als onder de EHS, en kan de voortgang van de ha natuur ‘in beheer’, ‘ingericht’ en ‘verworven’ in 2014 vergeleken worden met voorgaande jaren?

In de IPO-rapportage worden ook cijfers gepresenteerd over het totaal aantal ha verworven, ingericht en in beheer in de jaren 2011 t/m 2013. Het BOR heeft deze aantallen vergeleken met de cijfers uit de voortgangsrapportages EHS van de jaren 2011, 2012 en 2013. De cijfers komen niet overeen.

  • Kan de staatssecretaris toelichten in hoeverre de cijfers uit de IPO-rapportage over het Natuurnetwerk te vergelijken zijn met de cijfers uit de voortgangsrapportages EHS? Het gaat hierbij om de categorieën ‘verworven’, ‘ingericht’, en ‘in beheer’.

In tabel 1 is de voortgang vanaf 2011 tot en met 2014 weergegeven, waarbij het - zoals hierboven toegelicht - niet duidelijk is of de gehanteerde begrippen in 2014 hetzelfde betekenen als in de jaren daarvoor. Het lijkt erop dat in 2014 een forse toename van het totaal aantal ha natuur in beheer heeft plaatsgevonden. Echter, de IPO-rapportage licht de cijfers met betrekking tot ‘in beheer’ niet toe ten opzichte van voorgaande jaren.


Tabel 1 Verwerving, inrichting en beheer EHS/NNN

Vijfde VGR EHS Zesde VGR EHS Zevende VGR EHS IPO-rapportage NNN
In 2011: In 2012: In 2013: In 2014:
In beheer + 7.619 - 29.545* - 1.384** + 37.234 ***
Totaal in beheer einde van het jaar: 577.035 547.490 546.106 583.340
Ingericht + 6.748 + 5.172 + 3.719 + 8.436
Verworven + 2.601 + 4.093 - 2.294 + 2.282

* Als gevolg van een correctie is 29.000 ha agrarisch natuur­beheer verschoven van binnen de EHS naar buiten de EHS.

** Afname als gevolg van de herijking EHS door provincies.

*** De IPO-rapportage geeft alleen het totale cijfer van het aantal ha in beheer, en geen informatie over de toename van het aantal ha in beheer in het jaar 2014. Het aantal van 37.234 ha is de uitkomst van het totaal aantal ha in 2014 minus het totaal aantal ha in 2013 (583.340 - 546.106).

  • Kan de staatssecretaris de toename van het aantal hectares ‘in beheer’ in 2014 ten opzichte van 2013 verklaren? Als de cijfers uit de IPO-rapportage (op hoofdlijnen) vergeleken kunnen worden met de cijfers uit de zevende voortgangsrapportage EHS, gaat het om een toename van ruim 37.000 hectares.

Conclusie ten aanzien van voortgang

De provincies stellen in de IPO-rapportage dat het doel om in de periode 2011 tot en met 2027 minimaal 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten als onderdeel van het NNN op schema ligt. De staatssecretaris concludeert in zijn aanbiedingsbrief bij de rapportage dat de inrichting voorloopt op het schema. Het is niet duidelijk waarom de provincies en de staatssecretaris tot verschillende conclusies komen.

  • Kan de staatssecretaris toelichten waarom hij vindt dat de inrichting van het Natuurnetwerk ‘voorloopt op schema’, terwijl de provincies stellen dat zij ‘op schema’ liggen?

  1. Informatiepositie van de Kamer

De Kamer wil, onder meer vanwege de verantwoordelijkheid van het rijk voor het behalen van internationale en Europese doelstellingen, goed geïnformeerd worden over de voortgang van het natuurbeleid. Uit de brief van de staatssecretaris van 18 december 2015 blijkt dat de Kamer via verschillende rapportages inzicht zal worden geboden in de uitvoering en resultaten van het natuurbeleid. De staatssecretaris is van mening dat deze rapportages “[…] gezamenlijk zorgen voor een adequaat beeld van de voortgang en de uitvoering van het natuurbeleid, passend binnen de gedecentraliseerde bevoegdheden van het natuurbeleid.”

De rapporteurs concluderen dat dit, gezien de huidige beschikbare informatie over onder meer de inhoud van deze (toekomstige) rapportages, nog niet met zekerheid valt te zeggen. Mede daarom stellen de rapporteurs aan de commissie EZ voor om een rapporteur Natuur te benoemen, die onder meer de informatiepositie van de Kamer op het dossier Natuur kan bewaken en kan beoordelen of de Kamer voldoende informatie ontvangt om haar controlerende taken in te kunnen vullen.

Hieronder volgt een bespreking van de verschillende rapportages, inclusief de aspecten die nog niet duidelijk zijn.

Voortgangsrapportage Natuurpact door het IPO (jaarlijks)

Het IPO zal jaarlijks een voortgangsrapportage uitbrengen over de uitvoering van het Natuurpact. De nu voorliggende eerste rapportage gaat vooral over het aantal ingerichte hectares. In de volgende rapportage zal ook gerapporteerd worden over de kwaliteit van de natuur. De onduidelijkheden in de eerste IPO-rapportage zijn in paragraaf 2 besproken.

Evaluatie van het Natuurpact door het PBL (eenmaal per drie jaar)

Op 24 maart 2015 heeft de staatssecretaris het evaluatiekader van het Natuurpact naar de Kamer gestuurd.11 Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zal aan de hand van dit kader eens in de drie jaar de voortgang van het natuurbeleid evalueren. De eerste meting staat gepland voor 2016. Het PBL schrijft dat voor deze rapportage een ex post-beoordeling van de effectiviteit en efficiëntie van het gehele gevoerde natuurbeleid niet haalbaar zal zijn gezien het prille stadium van de beleidsuitvoering. De nadruk zal daarom liggen op een analyse van de provinciale beleidsstrategieën, de samenhang tussen beleidsstrategieën en ambities en een eerste ex ante-inschatting van de potentie van dit beleid. Voor de biodiversiteitsambitie is het volgens het PBL wel mogelijk de voortgang te evalueren. Het PBL zal de belangrijkste provinciale beleidsstrategieën voor het bereiken van de biodiversiteitsdoelen onderzoeken op effectiviteit en efficiëntie (inclusief de uitvoeringskosten. Het gaat dan vooral om:

  • het realiseren van het Natuurnetwerk;

  • het agrarisch natuurbeheer;

  • het waterbeleid in het kader van de PAS.

Hierbij zal het PBL ook kijken naar de mate waarin de (financiële) kaders van het Rijk de effectiviteit en efficiëntie van de provinciale beleidsstrategieën beïnvloeden.

De rapporteurs hadden in een notitie12 aan de commissie EZ op 17 april 2015 reeds geconstateerd dat zij van mening waren dat het evaluatiekader van het Natuurpact13 een goede basis biedt om eens in de drie jaar de voortgang van het natuurbeleid te kunnen beoordelen.

De staatssecretaris schrijft in zijn brief van 18 december 2015 dat hij de eerste evaluatie van het Natuurpact eind 2016 naar de Kamer zal sturen.

Natuurverkenning door het PBL (eenmaal per vier jaar)

Het PBL heeft als taak om eenmaal per vier jaar een Natuurverkenning uit te brengen. Het uiteindelijke doel hiervan is de rijksoverheid te voorzien van de juiste informatie over meerjarige trends in bos, natuur en landschap in beleidsmatige en maatschappelijke context. Op 26 januari 2012 heeft het PBL de Natuurverkenning 2010-2040 aan de Kamer aangeboden.14 In deze Natuurverkenning heeft het PBL ideeën aangedragen voor een nieuwe visie op natuur en natuurbeleid.

Het is niet duidelijk waar de volgende Natuurverkenning zich op zal richten, en in welke maand van het jaar 2016 de verkenning zal verschijnen.

Balans van de Leefomgeving door het PBL (eenmaal in de twee jaar)

Het PBL evalueert eenmaal in de twee jaar in de Balans van de Leefomgeving het rijksbeleid voor milieu, natuur en ruimte. De Balans geeft parlement, kabinet en de samenleving een feitelijk onderbouwd inzicht in de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het is de tweejaarlijkse peilstok van het PBL die aangeeft in hoeverre de door de overheid ten doel gestelde leefomgevingskwaliteit tijdig wordt bereikt. Daar waar beleidsdoelen niet worden gehaald, geeft het PBL mogelijke verklaringen waarom dit zo is.

De laatste Balans van de Leefomgeving is in 2014 gepubliceerd, wat zou betekenen dat de eerstvolgende in 2016 zal verschijnen. De commissie I&M heeft het voortouw bij deze publicaties. De commissie EZ is volgcommissie.

Rapportages in Europees verband

De staatssecretaris meldt in zijn brief van 18 december 2015 dat “[…] er rapportages in Europees verband worden opgesteld, zoals over de staat van de instandhouding van natuurlijke habitats en soorten.” Het is niet duidelijk naar welke rapportages de staatssecretaris precies verwijst, wanneer deze worden gepubliceerd, en op welke wijze de commissie EZ daar kennis van kan nemen.

- Kan de staatssecretaris in een helder overzicht weergeven wanneer welke natuurrapportages – ook die in Europees verband – voor de Kamer beschikbaar komen, en hoe deze zich tot elkaar verhouden?
  1. Beëindiging Groot projectstatus EHS

De commissie EZ had in haar procedurevergadering van 3 juni 2014 besloten om pas een besluit over de Groot projectstatus EHS te nemen, als de staatssecretaris duidelijkheid had gegeven over de (nieuwe opzet van de) jaarlijkse voort­gangsrapportage en driejaarlijkse evaluatie van het Natuurpact. Het evaluatiekader van het Natuurpact is op 24 maart 2015 naar de Kamer gestuurd; op 18 december 2015 heeft de Kamer de eerste voortgangsrapportage ontvangen. De rapporteurs concluderen dat, hoewel het IPO nu een eerste voortgangsrapportage over het Natuurpact heeft opgesteld, deze rapportage nog aan duidelijkheid te wensen overlaat.

De rapporteurs stellen de commissie EZ voor om:

  1. in het AO EHS/Natuurnetwerk Nederland de staatssecretaris te vragen om de onduidelijkheden in de IPO-rapportage nader toe te lichten (zie ook de voorgestelde vragen aan de staatssecretaris in paragraaf 2);

  2. na het AO EHS/Natuurnetwerk Nederland, op basis van de antwoorden van de staatssecretaris en na ontvangst van de toegezegde eenduidige monitoringssystematiek en overzichtskaart van het NNN, de procedure ter beëindiging van de Groot projectstatus van de EHS in gang te zetten. Daarmee komt naar de mening van de rapporteurs ook een einde aan de verplichting voor de staatssecretaris om de Kamer jaarlijks een voortgangsrapportage EHS toe te sturen, en kan tegemoet worden gekomen aan het verzoek van de staatssecretaris – opgenomen in zijn aanbiedingsbrief bij de IPO-rapportage, om af te zien van verdere rapportages in het kader van het Groot project EHS.

  3. de staatssecretaris in het AO EHS/Natuurnetwerk Nederland van dit voornemen van de commissie EZ op de hoogte te stellen.

  4. een rapporteur Natuur te benoemen, die onder meer de informatiepositie van de Kamer op het dossier Natuur kan bewaken en kan beoordelen of de Kamer voldoende informatie ontvangt om haar controlerende taken in te kunnen vullen.

De rapporteurs zullen na het AO EHS/Natuurnetwerk Nederland en na ontvangst van de stukken van de staatssecretaris in een procedurevergadering het voorstel doen om – conform artikel 15 van de Regeling Grote Projecten – de staatssecretaris per brief te verzoeken de eindevaluatie van het Groot project EHS op te stellen als bedoeld in artikel 16 van de Regeling Grote Projecten (zie box 1 voor de volledige procedure). De rapporteurs stellen voor dat, indien daartoe behoefte bestaat, de commissie EZ in deze brief ook specifieke wensen ten aanzien van de opzet, vraagstelling en/of reikwijdte van de eindevaluatie opneemt.

De eindevaluatie wordt vervolgens na ontvangst besproken in een overleg tussen de commissie en de staatssecretaris. Na behandeling van de eindevaluatie kan de commissie EZ een voorstel aan de Kamer doen tot beëindiging van de Groot projectstatus. Voordat de commissie aan de Kamer een dergelijk voorstel doet, vraagt zij advies aan de commissie voor de Rijksuitgaven, waarna het voorstel tot beëindiging van de Groot projectstatus samen met het advies aan de Voorzitter wordt gestuurd.

Box 1 Regeling Grote Projecten: Hoofdstuk VI. Beëindiging grootprojectstatus

Artikel 15. Verzoek om eindevaluatie

1. Indien de commissie van mening is dat het groot project als beëindigd kan worden beschouwd, verzoekt zij de minister de eindevaluatie op te stellen.

2. Bij het opstellen van een eindevaluatie worden de in artikel 16 genoemde aanwijzingen gevolgd.

Artikel 16. Aanwijzingen voor de eindevaluatie

De eindevaluatie van een groot project omvat in ieder geval:

a. informatie over de vraag in welke mate de oorspronkelijke doelstellingen van het project zijn verwezenlijkt;

b. informatie over de vraag welke activiteiten daarvoor zijn verricht;

c. informatie over de vraag wat de kosten zijn geweest van het groot project;

d. informatie over de vraag in hoeverre de oorspronkelijke projectraming en projectplanning zijn gerealiseerd;

e. informatie over de wijze waarop risico’s zijn onderkend en beheerst, alsmede een beschrijving van de (financiële) gevolgen van risico’s die zich gedurende het project hebben gemanifesteerd;

f. informatie over de wijze waarop het project is beheerst en beheerd en informatie over hoe de projectorganisatie heeft gefunctioneerd;

g. indien van toepassing: informatie over het verloop van de publiek-private samenwerking, de private co-financiering, de exploitatie en de gehanteerde contracteringsstrategie;

h. een verklarende analyse van verschillen tussen de uitgangspunten uit de basisrapportage en de op dat moment actuele stand van zaken van het project, ten aanzien van de onder a t/m d genoemde aspecten.

Artikel 17. Voorstel tot beëindiging grootprojectstatus

1. De eindevaluatie wordt besproken in een overleg tussen de commissie en de minister.

2. Na behandeling van de eindevaluatie kan de commissie een voorstel aan de Tweede Kamer doen tot beëindiging van de grootprojectstatus.

Artikel 18. Advisering over beëindiging grootprojectstatus

Voordat de commissie aan de Tweede Kamer een voorstel doet tot beëindiging van de grootprojectstatus, vraagt zij advies aan de commissie voor de Rijksuitgaven.

Artikel 19. Toezending voorstel en advies aan de Voorzitter

De verantwoordelijke commissie zendt een voorstel tot beëindiging van de grootprojectstatus, vergezeld van het uitgebrachte advies, aan de Voorzitter.

Artikel 20. Mededeling besluit tot beëindiging grootprojectstatus

De Voorzitter deelt een besluit van de Kamer tot beëindiging van de grootprojectstatus onverwijld aan de minister mede.


  1. Kamerstuk 33 5776, nr. 58.↩︎

  2. Kamerstuk 30 825, nr. 185.↩︎

  3. Zie ook Kamerstuk 30 825, nr. 192.↩︎

  4. Kamerstuk 30825, nr. 206.↩︎

  5. Notitie met kenmerk 15-BOR-N-048.↩︎

  6. Kamerstuk 33 5776, nr. 58.↩︎

  7. Het Portaal Natuur en Landschap is de verzamelplaats voor alle (beleids)informatie over natuur en landschap in Nederland. BIJ12 beheert het Portaal namens de provincies en brengt hier beleids-, onderzoeks- / kennis- en praktijkinformatie over natuur en landschap samen.↩︎

  8. http://www.portaalnatuurenlandschap.nl/themas/natuurmeting-op-kaart/nieuws/natuurmeting-op-kaart-rapportage-peildatum-1-1-2014-gepubliceerd/↩︎

  9. Kamerstuk 30 825, nr. 185.↩︎

  10. Bijlage bij Kamerstuk 30 825, nr. 213.↩︎

  11. Kamerstuk 30 825, nr. 214.↩︎

  12. Notitie met kenmerk 15-BOR-N-048.↩︎

  13. Kamerstuk 30 825, nr. 214.↩︎

  14. http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/PBL-2012-Natuurverkenning-2010-2040-50041400-met-links.pdf.↩︎