34630 Advies Afdeling advisering Raad van State inzake Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de physician assistant in de lijst van registerberoepen, het toekennen van zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde voorbehouden handelingen aan physician assistants en verpleegkundig specialisten en het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van een tijdelijk register voor experimenteerberoepen
Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de physician assistant in de lijst van registerberoepen, het toekennen van zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde voorbehouden handelingen aan physician assistants en verpleegkundig specialisten en het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van een tijdelijk register voor experimenteerberoepen
Advies Afdeling advisering Raad van State
Nummer: 2016D49033, datum: 2016-12-13, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.P.H. Donner, vicepresident van de Raad van State (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2016Z23932:
- Indiener: E.I. Schippers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2016-12-15 14:15: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2016-12-21 10:15: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2017-01-25 14:00: Wijz. v.d. Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg ivm het opnemen van de physician assistant in de lijst van registerberoepen, het toekennen van zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde voorbehouden handelingen aan physician assistants en verpleegkundig specialisten en het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van een tijdelijk register voor experimenteerberoepen - 34630 (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2017-04-05 10:15: Procedures en brieven (groslijst controversieel verklaren) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2017-07-05 10:15: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2017-07-06 14:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2017-09-07 16:50: Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de physician assistant in de lijst van registerberoepen, het toekennen van zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde voorbehouden handelingen aan physician assistants en verpleegkundig specialisten en het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van een tijdelijk register voor experimenteerberoepen (34630) (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2017-09-12 15:05: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
No.W13.16.0199/III 's-Gravenhage, 5 september 2016
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2016, no.2016001300, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de physician assistant in de lijst van registerberoepen, het toekennen van zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde voorbehouden handelingen aan physician assistants en verpleegkundig specialisten en het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van een tijdelijk register voor experimenteerberoepen, met memorie van toelichting.
Het wetsvoorstel beoogt de zelfstandige bevoegdheid van de Physician Assistant (PA) en de Verpleegkundig Specialist (VS) tot het verrichten van bepaalde voorbehouden handelingen definitief in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) te regelen en voorts te voorzien in een tijdelijk register voor zogenoemde experimenteerberoepen.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel aan de Tweede Kamer te zenden, maar acht een nadere motivering van de uitvoerbaarheid van het tijdelijke register aangewezen. Verder adviseert zij de mogelijkheid van tuchtrechtspraak na het vervallen van het register te regelen.
1. Uitvoerbaarheid
Om het beroepsmatig handelen van de beoefenaar van een experimenteerberoep volledig onder het tuchtrecht te laten vallen wordt voorgesteld een tijdelijk register in te stellen. Op deze wijze kunnen alle mogelijke tuchtmaatregelen worden opgelegd en openbaar gemaakt. Indien na afloop van het experiment als gevolg van de evaluatie van een definitieve regeling wordt afgezien zal het tijdelijk register ophouden te bestaan. Indien de evaluatie ertoe leidt dat tot een definitieve regeling kan worden overgegaan, gaat het tijdelijk register over in een definitief register en wordt het experimenteerberoep opgenomen in artikel 3 van de Wet BIG.
Artikel 36b van het wetsvoorstel regelt de instelling van het tijdelijke register, het regiem dat daarop van toepassing is en de overgang naar het definitieve register dan wel de beëindiging van het tijdelijke register. De toelichting op dit onderdeel is summier. Zo wordt bijvoorbeeld niet uiteengezet of het CIBG1 het tijdelijke register tijdig en adequaat kan opzetten, welke kosten daarmee zijn gemoeid, op welke wijze voor betrokkenen duidelijk is dat een beroepsbeoefenaar is opgenomen in een tijdelijk register en hoe een tijdelijk register omgezet wordt in een definitief register.
De Afdeling adviseert de toelichting op dit onderdeel aan te vullen door in te gaan op de uitvoerbaarheid van de regeling.
2. Vervallen van het tijdelijke register
Als gevolg van een evaluatie van het experiment met een beroep kan van een definitieve regeling worden afgezien. Het tijdelijke register zal dan ophouden te bestaan en de hierin opgenomen tuchtmaatregelen vervallen, aldus de toelichting.2
Tuchtrechtspraak kan ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Wet BIG alleen worden uitgeoefend jegens degene die in een register ingeschreven staat.3 Dit leidt ertoe dat een beoefenaar van een experimenteerberoep niet meer aan tuchtrechtspraak kan worden onderworpen voor een handelen of nalaten als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wet BIG dat ten tijde van het bestaan van het tijdelijke register heeft plaatsgevonden. Dit is een onwenselijk neveneffect van het vervallen van het tijdelijke register.
De Afdeling adviseert in het wetsvoorstel te voorzien in een mogelijkheid dat tuchtrechtspraak kan worden toegepast op een handelen of nalaten van een beoefenaar van een experimenteel beroep in strijd met de te betrachten zorg, ook nadat het tijdelijke register is vervallen.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging
het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State,
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W13.16.0199/III
In artikel 36b, derde en vierde lid, de verwijzing naar artikel 36a, zevende lid, wijzigen in: artikel 36a, achtste lid. Voorts het vierde en vijfde lid van artikel 36b van een toelichting voorzien.
Artikel I, onderdeel G, afstemmen met het bij de Raad van State aanhangig gemaakte voorstel van Wet houdende wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met de verbeteringen die worden doorgevoerd in het tuchtrecht alsmede verbeteringen ten aanzien van het functioneren van de wet (W13.16.0130/III) en met het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur houdende wijziging van het Registratiebesluit BIG en enkele andere besluiten in verband met wijziging van Europese regelgeving betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (W13.16.0197/III).
In artikel 2, vierde lid, van de Wet BIG ook een verwijzing naar artikel 36b van het voorstel opnemen.
Het CIBG, een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van VWS voert het BIG-register, dat duidelijkheid geeft over de bevoegdheid van de zorgverlener.↩︎
Toelichting op artikel I, onderdelen D en E, juncto het algemeen deel.↩︎
Weliswaar is artikel 47, vierde lid, van de Wet BIG van overeenkomstige toepassing op het tijdelijke register (zie het voorgestelde artikel 36a, zesde lid), maar dit artikellid ziet niet op de situatie dat er geen register meer is, maar op de situatie dat er een schorsing of doorhaling heeft plaatsgevonden.↩︎