[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

34923 Advies Afdeling advisering Raad van State inzake Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport teneinde misslagen en omissies te herstellen (Verzamelwet VWS 2018)

Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport teneinde misslagen en omissies te herstellen (Verzamelwet VWS 2018)

Advies Afdeling advisering Raad van State

Nummer: 2018D22466, datum: 2018-03-28, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2018Z05828:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


No.W13.17.0404/III	's-Gravenhage, 15 februari 2018

Bij Kabinetsmissive van 4 januari 2018, no.2018000003, heeft Uwe
Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport, mede namens de Minister voor Medische Zorg, de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering
van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van
wet houdende wijziging van een aantal wetten op het terrein van het
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport teneinde misslagen en
omissies te herstellen (Verzamelwet VWS 2018), met memorie van
toelichting.

Behoudens enige technische aanpassingen en reparaties voorziet het
wetsvoorstel in wijzigingen voorgesteld ter uitvoering van een nieuwe
Europese verordening en nieuwe rechtspraak van het Hof van Justitie van
de Europese Unie. Voorts voorziet het wetvoorstel in toedeling van het
toezicht op enige taken van het CAK aan de NZa. Ten slotte komt
uitgewerkt overgangsrecht te vervallen.

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over het
met terugwerkende kracht invoeren van een verplichting tot betaling van
een bijdrage in de Zorgverzekeringswet (Zvw), over de verwerking van
persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, door het CAK en
het toezicht op het CAK door de NZa.

	Zorgkosten 

In artikel XVII, onderdeel C, van het wetsvoorstel wordt met het nieuw
voorgestelde artikel 68 Zvw een grondslag opgenomen voor een dekking
tegen zorgkosten voor personen die met terugwerkende kracht onder de Zvw
vallen.

Een zorgverzekering kan volgens de Zvw maximaal vier maanden terugwerken
tot het moment waarop de verzekeringsplicht ontstond. Op 4 juni 2015
heeft het Hof van Justitie van de EU (Hof van Justitie) uitspraak gedaan
in de zaak Fischer-Lintjes met betrekking tot de ziektekostendekking
voor gepensioneerden die deel hebben genomen aan het vrij
personenverkeer. In die zaak had betrokkene recht op een AOW-pensioen,
dat met terugwerkende kracht van 1 jaar aan haar was toegekend. Daardoor
was zij alsnog per de datum van toekenning van het AOW-pensioen
verzekeringsplichtig voor de Zvw en per die datum gehouden premies Zvw
en AWBZ te betalen. De verplichte verzekering op grond van de Zvw kon
echter door de beperking van de terugwerkende kracht tot vier maanden in
de Zvw niet gerealiseerd worden.

Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de artikelen 27 en 84bis van
Verordening 1408/71 zich verzetten tegen een regeling van een lidstaat
die niet toestaat dat de rechthebbende op een door deze lidstaat met
één jaar terugwerkende kracht toegekend AOW-pensioen zich met
diezelfde terugwerkende kracht aansluit bij een verplichte
zorgverzekering. Aan de rechthebbende zou dan elke bescherming op het
gebied van de sociale zekerheid worden ontnomen, zonder dat alle
relevante omstandigheden, met name die welke betrekking hebben op de
persoonlijke situatie in aanmerking zijn genomen.

Omdat in de Zvw met deze bijzondere situatie geen rekening is gehouden,
bepaalt – om in deze lacune te voorzien – het voorgestelde artikel
68, negende lid, in combinatie met het eerste lid, dat de
zorgverzekering zo nodig verder dan vier maanden kan terugwerken. De
dekking voorziet in een vergoeding van gemaakte zorgkosten (eerste lid)
en een verplichting tot betaling van een bijdrage (tweede lid). De
periode die gedekt wordt vangt aan met ingang van de datum waarop
betrokkene verzekerd is voor de Wet langdurige zorg en
verzekeringsplichtig is ingevolge de Zvw (bijvoorbeeld de ingangsdatum
van het met terugwerkende kracht toegekende pensioen). Zij eindigt
wanneer betrokkene van het CAK te horen heeft gekregen dat hij
verzekeringsplichtig is. De nadere uitwerking vindt plaats bij
ministeriële regeling. Voor de wijze van heffing en inning is
aangesloten bij de systematiek, zoals deze geldt voor de
verdragsgerechtigden.

De voorgestelde regeling geeft de Afdeling aanleiding tot de volgende
opmerkingen wat betreft de terugwerkende kracht van de heffing van de
bijdrage en de uitvoerbaarheid.

	Terugwerkende kracht

Het met terugwerkende kracht invoeren van een verplichting om een
bijdrage te betalen die overeenkomstig de Nederlandse premiestructuur
wordt berekend, vormt voor de betrokkenen een belastende maatregel.
Gelet op het rechtszekerheidsbeginsel mag aan belastende maatregelen
geen terugwerkende kracht worden toegekend, tenzij bijzondere
omstandigheden een afwijking van deze regel rechtvaardigen. Die
omstandigheden kunnen worden gevormd door een omvangrijk oneigenlijk
gebruik of misbruik van een wettelijke voorziening of door aanmerkelijke
aankondigingseffecten. De Afdeling merkt het volgende op:

-	De toelichting motiveert de terugwerkende kracht niet, maar verwijst
slechts naar de regeling voor de verdragsgerechtigden in artikel 69 Zvw.
Deze regeling kent evenwel met betrekking tot verdragsgerechtigden geen
terugwerkende kracht. Ook aan de in de toelichting gemaakte opmerking
dat het om een kleine groep gaat van enkele tientallen gevallen op
jaarbasis, kan geen argument worden ontleend om terugwerkende kracht te
rechtvaardigen. 

-	Verder stelt de toelichting dat de bijdrage wordt aangemerkt als een
premie voor de zorgverzekering om betrokkenen in aanmerking te laten
komen voor een zorgtoeslag. De Afdeling merkt in dat verband op dat de
zorgtoeslag een bijdrage is in de kosten voor de zorgverzekering. De
hoogte daarvan is afhankelijk van het inkomen van de betrokkene en zal
dus niet (steeds) alle kosten dekken.

-	Voorts merkt de Afdeling op dat een betrokkene veelal in een andere
lidstaat premies heeft betaald waarvan achteraf blijkt dat deze
onverschuldigd zijn betaald omdat is gebleken dat de betrokkene niet in
die lidstaat maar in Nederland verzekerd is. Niet valt uit te sluiten
dat deze premies niet worden gerestitueerd aan betrokkene. In dat geval
zal per saldo sprake zijn van dubbele heffing van bijdragen.

Het met terugwerkende kracht opleggen van een premieplicht zal de
betrokkene dan ook in een financieel nadeliger positie kunnen brengen
dan voorheen en derhalve belastend voor hem kunnen zijn.

Nu uit de Europese verordening wel een recht op zorg voortvloeit, maar
de wijze waarop de kosten voor de medische zorg worden gefinancierd ter
beoordeling aan de lidstaat laat, ligt in het met terugwerkende kracht
realiseren van de verplichte verzekering op zich dan ook geen
rechtvaardiging voor het zonder meer eveneens laten terugwerken van de
premieplicht. Op de concrete situatie toegesneden maatregelen liggen in
de rede. 

Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling het verlenen van
terugwerkende kracht aan bedoelde belastende maatregel toereikend te
motiveren. Indien een dergelijke motivering niet kan worden gegeven,
adviseert zij af te zien van het verlenen van terugwerkende kracht.

	Uitvoerbaarheid

Uit de toelichting blijkt dat de bijdrage wordt aangemerkt als een
premie voor de zorgverzekering om betrokkenen in aanmerking te laten
komen voor een zorgtoeslag. De wijze waarop de vergoeding wordt bepaald,
de verschuldigde bijdrage wordt berekend en het CAK zijn taken uitvoert,
wordt uitgewerkt bij ministeriële regeling. Volgens de toelichting
worden de relevante uitvoeringsinstanties verzocht om de ministeriële
regeling op uitvoerbaarheid te toetsen. 

De Afdeling merkt op dat een uitvoeringstoets in het stadium van de
totstandkoming van een ministeriële regeling niet passend is. Uit de
toelichting bij het voorliggende wetsvoorstel zou moeten blijken dat de
Belastingdienst in staat is op adequate wijze uitvoering te geven aan
artikel 68 Zvw. Verder zou ook duidelijk moeten worden wat de inhoud op
hoofdlijnen zal zijn van de beoogde regeling. Daarom adviseert de
Afdeling die uitvoeringstoets alsnog te laten uitvoeren en adviseert zij
hierop in de toelichting nader in te gaan. 

2.	Verwerking gegevens over gezondheid

Artikel 68, zesde lid, Zvw bepaalt dat het CAK bevoegd is tot het
verwerken van persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van artikel 68 Zvw (taak CAK om de zorgkosten te vergoeden voor personen
die met terugwerkende kracht onder de Zvw vallen). Er wordt slechts
gesproken van ‘persoonsgegevens’ en niet van (tevens) ‘gegevens
over gezondheid’. De toelichting gaat in het geheel niet in op de
verwerking van (gezondheids)gegevens. 

De Afdeling merkt op dat het niet uitgesloten is dat het CAK voor de
uitoefening van zijn taak tevens komt te beschikken over gegevens over
gezondheid. Dit leidt de Afdeling af uit de toelichting bij het Besluit
volmacht CAK Zorgkostendekking retroactief internationaal. In dit
besluit is – vooruitlopend op het onderhavige wetsvoorstel – aan de
voorzitter van het CAK een volmacht van de minister van VWS gegeven om
door middel van vaststellingsovereenkomsten met de betrokken personen de
vergoeding van de zorgkosten af te handelen. In de toelichting bij dit
besluit wordt het volgende vermeld: “waar van toepassing zal het CAK
aan betrokkene toestemming vragen voor bijzondere persoonsgegevens,
zoals medische gegevens”.

De Afdeling wijst erop dat op grond van de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet AVG een verzwaard regime
geldt voor de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens,
zoals gegevens over gezondheid. De verwerking van die gegevens is
verboden, tenzij één van de in de AVG genoemde uitzonderingsgronden
van toepassing zijn. Uitdrukkelijke toestemming van betrokkene – mits
aan bepaalde voorwaarden van de AVG is voldaan – is één van de
uitzonderingsgronden voor de verwerking van de gegevens over gezondheid.


Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling om in de toelichting in te
gaan op de grondslag voor de verwerking van gegevens over gezondheid
door het CAK en zo nodig het voorstel aan te passen.

	Toezicht door NZa

De huidige Wet marktordening gezondheidszorg (WMG) regelt in artikel 78
dat de NZa toezicht houdt op het CAK en een aanwijzing kan geven wat
betreft de uitvoering van de Wlz en de Wmo 2015. Ingevolge het nieuw
voorgestelde artikel 78e WMG kan het Nza een aanwijzing ook geven indien
het CAK niet voldoet aan hetgeen onder meer in de Zorgverzekeringswet is
geregeld.

De voorgestelde uitbreiding, die op zichzelf aansluit bij de bestaande
systematiek, geeft de Afdeling aanleiding tot de volgende opmerking. 

De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bevat de sturings- en
toezichtinstrumenten die van toepassing zijn bij zelfstandige
bestuursorganen (zbo’s). Zo kan de minister die het aangaat
beleidsregels vaststellen met betrekking tot de taakuitoefening door een
zbo. Voorts kan de minister een besluit van een zbo vernietigen. Ten
slotte kan hij, indien hij van oordeel is dat een zbo zijn taak
verwaarloost, de noodzakelijke voorzieningen treffen. 

Uitgangspunt is dat de minister door zijn wettelijke bevoegdheden
uiteindelijk politieke verantwoordelijkheid draagt en op die grond op
het zelfstandig bestuursorgaan rechtstreeks toezicht houdt. Het
toekennen van een toezichtsbevoegdheid aan een ander zelfstandig
bestuursorgaan is met dat uitgangspunt niet in overeenstemming en is ook
niet in lijn met de Kaderwet zbo’s.

Het geven van een aanwijzingsbevoegdheid aan de NZa, zoals voorgesteld
in artikel 78e WMG, vormt dan ook een niet goed te rechtvaardigen
afwijking van het uitgangspunt van de Kaderwet zbo’s, dat juist de
minister een toezichtsbevoegdheid dient te hebben. Hoewel het voorstel
aansluit bij de huidige bepaling in de WMG roept dit bij de Afdeling de
vraag op of deze constructie gehandhaafd en uitgebreid moet worden. Zij
adviseert op het bovenstaande in de toelichting in te gaan en het
voorstel zo nodig aan te passen. 

4.	De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele
bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het
voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State,

Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de
Raad van State betreffende no.W13.17.0404/III

In artikel XII, onderdeel Q, de verwijzing naar artikel 16, onder l,
wijzigen in artikel 16, onder m.

In artikel XII, na onderdeel Q, ook voorzien in aanpassing van artikel
79 WMG, nu in de verwijzing naar de artikelen 76 tot en met 78d de
vermelding van het nieuw toegevoegde artikel 78e ontbreekt.

In artikel XVII, onderdeel B, onder 1, na “onderdeel k” toevoegen:
van het tweede lid. 

In artikel XVII, onderdeel B, onder 2, subonderdelen a en b, de genoemde
onderdelen h en i vernummeren tot i en j. 

In artikel XVII, onderdeel C, in artikel 68, eerste lid, van de
Zorgverzekeringswet “Verordening van de Raad van de Europese
Gemeenschappen” wijzigen in Verordening van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie. Een zelfde wijziging aanbrengen in artikel
69, eerste lid, en artikel 123, eerste lid, onderdeel c. van de
Zorgverzekeringswet.

In artikel XVII, onderdeel D, de vernummering in lid 16 wijzigen in: lid
19 (Stb. 2017, 99, blz. 8).

In artikel XVII, onderdeel I, onder 1, de zinsnede “door: het CAK”
wijzigen in: “door: door het CAK”.

 	Artikel 5, vijfde lid, Zvw.

	HvJ EU 4 juni 2015, C-543/13, Fischer-Lintjes, ECLI:EU:C:2015:359.

	Thans artikel 23 en 76 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het
Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de
coördinatie van de sociale zekerheidsstelsel (PB 2004, L 166). 

 	Verdragsgerechtigden zijn personen die niet in Nederland werken, maar
die als rechthebbende op een Nederlands pensioen als gevolg van de
toepassing van de Europese socialezekerheidsverordening of een
socialezekerheidsverdrag in het woonland, recht hebben op zorg ten laste
van Nederland. Tegenover dit verdragsrecht op zorg is in de betreffende
internationale regelingen bepaald dat de staat die de kosten voor de
medische zorg voor zijn rekening moet nemen, daarvoor premie in rekening
mag brengen. Hierbij is van belang dat de verordening sterke werking
heeft wat betreft de verstrekkingen. Dat wil zeggen dat de verzekerde
recht heeft op verstrekkingen, ook als bijvoorbeeld een
woonplaatsvereiste aan die verstrekkingen in de weg staat. Voor de
premies geldt dit echter niet: het is aan de lidstaat zelf om
dienaangaande keuzes te maken omtrent de financiering. In artikel 69 Zvw
is de basis voor deze premieheffing gelegd. 

	Zie ook aanwijzing 5.62 van de Aanwijzingen voor de regelgeving en
Kamerstukken II 2013/14, 33 957, nr. 4, blz. 9 en 2014/15, 34 273, nr.
4, onder punt 2b.

	Toelichting, Algemeen, gevolgen voor de regeldruk. 

	Toelichting op artikel XVII, onderdeel C.

	Toelichting op artikel XVII, onderdeel C.

 	Voor de formulering van artikel 68 is aangesloten bij artikel 69 Zvw
(verdragsbijdrage van verdragsgerechtigden). In artikel 69, tiende lid,
Zvw wordt eveneens gesproken van ‘persoonsgegevens’ en niet van
‘gegevens over gezondheid’. 

 	Besluit van de Secretaris-Generaal van het Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 november 2017, kenmerk
1236218-168051-Z, houdende verlening van volmacht aan het CAK (Besluit
volmacht CAK Zorgkostendekking retroactief internationaal), Stcrt. 2017,
nr. 68822. 

	Artikel 9 AVG en artikel 22 e.v. voorstel Uitvoeringswet AVG
(Kamerstukken II 2017/18, 34 851, nr. 2).

 	Artikel 9 AVG.

 	Zie onder meer artikel 7 AVG over voorwaarden voor toestemming.

	Deze bevoegdheid van de NZa is in de wet op genomen bij de
Wijzigingswet waarbij het CAK als zelfstandig bestuursorgaan werd
ingesteld (Kamerstukken II 2010/11, 32 543). 

	Artikelen 21 tot en met 23 van de Kaderwet zelfstandige
bestuursorganen. 

	Kamerstukken II 2000/01, 27 426, nr. 3, blz. 27.

 PAGE   1 

  PAGE  2 

 PAGE   I 

........................................................................
...........

AAN DE KONING