Uitkomsten van de Europese Raad en eurozonetop van 28 en 29 juni 2018 (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2018D39097, datum: 2018-07-04, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2018-07-04 18:30: Uitkomsten van de Europese Raad en eurozonetop van 28 en 29 juni 2018 (Notaoverleg), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Europese Zaken, de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, de vaste commissie voor Financiën en de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben op 4 juli 2018 overleg gevoerd met de heer Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken, over:
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 2 juli 2018 inzake verslag van de Europese Raad van 28 en 29 juni 2018 (2018Z13050);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 juli 2018 inzake geannoteerde agenda voor de informele JBZ-raad van 12 en 13 juli 2018 te Innsbruck (32317, nr. 520);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 18 juni 2018 inzake verslag JBZ-raad van 4 en 5 juni 2018 te Luxemburg (32317, nr. 516);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 juni 2018 inzake fiche: Verordening statistieken over migratie en internationale bescherming (22112, nr. 2605);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 juni 2018 inzake fiche: Verordening betreffende de oprichting van een Europees netwerk van immigratie liaison officers (22112, nr. 2604);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 juni 2018 inzake fiche: Verordening Aanpassingen Visuminformatiesysteem (22112, nr. 2603);
de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 26 juni 2018 inzake kabinetsreactie op ACVZ-rapport "Op zoek naar veilige(r) landen" (19637, nr. 2413).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Azmani
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Pia Dijkstra
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Anne Mulder
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en
Veiligheid,
Van Meenen
De griffier van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Van Haaster
Voorzitter: Belhaj
Griffier: Van Haaster
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Asscher, Belhaj, Jasper van Dijk, Fritsma, Anne Mulder, Van Ojik, Omtzigt, Van Rooijen en Voordewind,
en de heer Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken.
Aanvang 18.33 uur.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we gaan beginnen. Ik zou zeggen: goedenavond allemaal,
jullie zijn bij de vaste commissie voor Europese Zaken. We bespreken de
uitkomsten van de Europese Raad en eurozonetop van 28 en 29 juni. Dit is
enigszins gecombineerd met het AO Informele JBZ-Raad. Vandaag is
natuurlijk de staatssecretaris aanwezig evenals onze
minister-president.
Ik werk gezellig maar wel rechtvaardig. Dan moet het volgens mij lukken
om binnen drie uur gewoon de deur weer uit te lopen. Om dat te kunnen
realiseren, wil ik het volgende afspreken. Jullie krijgen vijf minuten
voor je eerste termijn, anderhalve minuut voor je tweede termijn en twee
interrupties in totaal. Dus niet per persoon, maar in totaal. Ik zie de
heer Van Ojik twijfelachtig kijken. Ik bedoel inderdaad voor de eerste
termijn. Zelf zal ik spreken namens D66, maar bescheiden als wij zijn,
doe ik dat helemaal aan het einde. De heer Voordewind heeft aangeboden
het voorzitterschap dan even over te nemen. Er zijn inderdaad
spreekgestoeltes. Dat betekent staan. Er zitten knopjes aan de voorkant.
Die moet je even indrukken. Niet als je spreekt, dat is een beetje
raar.
Ik stel voor dat we beginnen en geef het woord aan de heer Fritsma van
de fractie van de PVV.
De heer Fritsma (PVV):
Voorzitter, dank u wel. De EU-top van vorige week stond natuurlijk
vooral in het teken van immigratie en asiel. Het is niet alleen voor de
PVV maar ook voor velen anderen duidelijk dat die top volledig is
mislukt. Vooraf kwam het kabinet met een inzet die op zichzelf al
verkeerd was, maar zelfs de eigen inzet van het kabinet is op alle
mogelijke manieren gestrand.
Laten we de hoofddoelen van het kabinet eens langsgaan en ze vergelijken
met de uitkomst van de top. Punt één, en ook het belangrijkste doel van
het kabinet: migranten zouden buiten de EU worden opgevangen. Maar het
resultaat is dat er binnen de EU opvangcentra gaan komen, waarvan
overigens niemand weet waar die dan moeten komen. De heer Timmermans
heeft al aangegeven dat migranten er in ieder geval niet worden
vastgezet. Dan zijn we dus weer precies terug bij af. Punt twee:
mensensmokkel zou worden bestreden door er zorg voor te dragen dat
migranten niet meer in die bootjes stappen. De premier heeft het wel
tien keer gezegd. Het resultaat van de top kunnen we alleen maar duiden
met de conclusie dat het feest blijft voor de mensensmokkelaars, want de
opvang van migranten blijft plaatsvinden binnen de EU. Punt drie:
secundaire migratie, waarbij migranten vanuit bijvoorbeeld Italië
doorreizen naar Nederland om hier asiel aan te vragen, moest worden
tegengegaan. Ook op dit punt is echt nog geen begin van een oplossing
gekomen. Een goed werkende Dublinverordening lijkt zelfs verder weg dan
ooit. Punt vier: op grond van solidariteit zou herverdeling van
migranten plaatsvinden over de verschillende EU-lidstaten. Ook dit is
mislukt, want de Visegrádlanden gaan hier in ieder geval niet aan
meedoen. Daarom zullen de migranten alleen naar de bekende "gekke
Henkie"-landen, zoals Nederland, blijven komen. Ten slotte punt vijf: in
Nederland zou alleen een verkorte asielprocedure komen, omdat migranten
teruggestuurd zouden worden naar veilige gebieden buiten de EU. Ik heb
het hele verslag van de top doorgespit, maar een beweging in deze
richting is niet eens ter sprake gekomen. Kortom, er verandert echt
helemaal niets. Er is helemaal niets bereikt. Dan is mijn serieuze vraag
aan de premier hoe hij met zo'n belabberd resultaat vanuit Brussel thuis
durft te komen.
Afgelopen week is gebleken dat het EU-migratiebeleid definitief failliet
is, waarmee eigenlijk de hele EU failliet is. Hetzelfde geldt voor het
kabinet, dat zich er helemaal afhankelijk van maakt. De premier had in
Brussel natuurlijk moeten zeggen dat Nederland dit hopeloze doormodderen
niet langer pikt, dat we de problemen zelf gaan oplossen, dat we onze
eigen grenzen gaan sluiten, dat we geen enkele asielzoeker meer toelaten
en dat het onacceptabel is dat we verblijfsvergunningen uit moeten delen
aan vreemdelingen die voor hun komst in ons land allang veilig waren in
meerdere andere landen. In plaats daarvan komt de premier thuis met de
tekst dat de grootste winst van de migratietop is: "dat we er samen uit
zijn gekomen". Het is kennelijk geen enkel probleem als je een enorme
flop tot stand brengt, als je dat maar gezamenlijk doet. De grootste
winst is dat we er samen uit zijn gekomen. Dat zijn de lege teksten die
na zo'n EU-top overblijven, meer niet. Triest. Maar het houdt natuurlijk
een keer op, en dat zien we nu al gebeuren. Nu de EU niks oplost en er
geen enkel resultaat is bereikt, gaan individuele Europese landen het
heft in eigen hand nemen. We pakken het vreemdelingenbeleid en de
grensbewaking van de EU terug. Ik vraag het kabinet om dat ook te
doen.
Ik rond af, voorzitter, want ik zie dat ik door de tijd heen ben.
De voorzitter:
Nee, u hoeft niet af te ronden. U heeft het geluk dat u een interruptie
krijgt van de heer Mulder.
De heer Fritsma (PVV):
Ah, kijk eens aan.
De heer Anne Mulder (VVD):
Ik luister met grote verbazing naar de PVV. Toen Europa twee jaar
geleden wel een oplossing had, de Turkijedeal, waardoor de instroom van
migranten naar Europa drastisch is afgenomen, met meer dan 95%, was de
PVV daartegen. Nu zegt de PVV dat er geen oplossing is en is zij weer
ontevreden. U bent hoe dan ook ontevreden. Kunt u eens uitleggen hoe dat
kan?
De heer Fritsma (PVV):
Dat heb ik net gedaan. Ik heb vijf hoofddoelen van het kabinet
aangegeven die bij de top bereikt moesten worden. Ze zijn alle vijf
mislukt. Het is keihard mislukt. Het belangrijkste punt was migranten
opvangen buiten de EU. Het is zes uur 's ochtends, de regeringsleiders
komen naar buiten, uit dat zaaltje in Brussel, en de mededeling is: we
gaan migranten opvangen binnen de EU. Nou, dan weet je wel weer genoeg.
Ik zeg het maar tegen de heer Mulder: de VVD heeft vanaf 2014 geroepen
dat als de EU de grenzen niet sluit, zij het zelf zou doen. De VVD heeft
nooit woord gehouden, met als gevolg dat het ene asielrecord na het
andere is gebroken. Als u woord had gehouden, dan had u met de PVV de
eigen grenzen van Nederland gesloten. Dat heeft u niet gedaan. Er wordt
tot op de dag van vandaag doorgemodderd met een toestroom die niet tot
stilstand is gebracht. Ik snap uw vraag niet. U vraagt wat er aan de
hand is, maar dat kan ik beter aan u vragen. Wat er aan de hand is, is
dat u alles in de EU wilt doen en dat alles daar mislukt.
De heer Anne Mulder (VVD):
Ik noemde net al het voorbeeld van de Turkijedeal, waardoor de instroom
daalde. Daar was de PVV tegen. De PVV komt nu weer met iets wat een
schijnoplossing is: doe de grenzen dicht. We hebben 350 grensovergangen.
We hebben meer dan 1.000 kilometer aan grenzen. Heel veel vrachtwagens
gaan de grens over en daar verdienen wij geld aan. Wat u presenteert als
een oplossing, is helemaal geen oplossing. Dat is juist een probleem.
Wat wel een oplossing is, is de buitengrenzen onder controle krijgen.
Dan kunnen we zeggen "die top ging daar niet over", maar er zijn wel een
paar paaltjes geslagen om dat te doen. Meer Turkijedeals, waar u zo
tegen was; die kant moet het op.
De voorzitter:
En uw vraag is?
De heer Anne Mulder (VVD):
Kan de heer Fritsma daarop reageren?
De heer Fritsma (PVV):
Ik heb twee vragen gehoord. Ik ga ze beide geduldig beantwoorden. Punt
één: de Turkijedeal. De Turkijedeal heeft niks opgelost. Op het toppunt
van de instroom kwamen 200.000 migranten naar Europa. Weet u wat het
aantal was voor de inwerkingtreding van de Turkijedeal? Toen was het al
gedaald tot onder de 50.000. De Turkijedeal was nog niet eens in werking
getreden toen de instroom al gigantisch was gedaald. U kunt de cijfers
erop nakijken. Verschillende mensen hebben dit aangegeven. De
Turkijedeal heeft niets opgelost. De Balkanlanden hebben het probleem
opgelost. Door het sluiten van de Balkanroute is die enorme toestroom
tot stilstand gebracht. Dat wordt door verschillende partijen en mensen
aangegeven en dat is te staven met de cijfers.
Dan het punt van de grenzen sluiten. De heer Mulder zegt dat dat duur is
en dat het ten koste gaat van de handel, maar dit is nota bene een
VVD-belofte. In 2014 heeft de fractievoorzitter van de VVD met heel veel
bombarie gezegd: als Europa de grenzen niet sluit, dan doen we het zelf.
Europa heeft de buitengrenzen niet gesloten, dus dan bent u aan zet om
het zelf te doen. Ik praat alleen maar na wat de VVD zelf heeft gezegd,
dus de heer Mulder spreekt zichzelf behoorlijk tegen.
De heer Anne Mulder (VVD):
De Turkijedeal heeft gewerkt, samen met de Balkanroute. Het zou de PVV
sieren als zij eens zou toegeven dat dit soort deals wel degelijk
helpen. We gaan dat zelfs nog vaker doen. Dat kwam uit de top, maar dat
moet natuurlijk nog uitgewerkt worden. Dan hoeven we de grenzen niet te
sluiten, want dat is geen oplossing maar een probleem. Wij verdienen ons
geld buiten Nederland. Het zou goed zijn als de PVV zich dat eens
realiseert en dat ook eens zou toegeven. Maar ik begrijp dat dat moeite
kost, want stel dat het probleem wordt opgelost. Wat moet de PVV dan
nog?
De heer Fritsma (PVV):
Ik hoor het de heer Mulder zeggen, maar iedereen kan nalezen wat er in
2014 is gebeurd. Ik noem de persconferentie in Nieuwspoort. De
fractievoorzitter van de VVD zei daar met veel bombarie: als Europa de
grenzen niet sluit, dan doet Nederland het zelf. Dat was overal in het
nieuws. Uw eigen partij heeft dat gezegd. Europa heeft de buitengrenzen
niet gesloten. Sterker nog, die top is volledig mislukt. Er is helemaal
niets bereikt in Brussel, dus nu bent u zelf aan zet om uw belofte na te
komen en om samen met de PVV de Nederlandse grenzen te sluiten. Ik kan
er niks aan doen. Dit is het verhaal van de VVD. Dat de VVD de daad
nooit bij het woord voegt, weten we, maar het zou goed zijn als het op
dit punt wel een keer gebeurt.
De voorzitter:
Ik denk dat uw punt duidelijk is. De heer Mulder wil het nog een keer
proberen.
De heer Anne Mulder (VVD):
De Turkijedeal heeft ertoe geleid dat er minder instroom is in Europa en
dan hoeven we die grenzen niet te sluiten, meneer Fritsma.
De heer Fritsma (PVV):
Ik ben blij met deze interruptie, want dan kan ik nog een keer de
officiële cijfers uitleggen. Op het toppunt in 2014/2015 was er een
instroom van 200.000 mensen van Turkije naar Griekenland. Voor de
Turkijedeal in werking trad, was die al gedaald tot beneden de 50.000.
De Turkijedeal was nog niet eens in werking getreden en die instroom was
al gigantisch gedaald, doordat Oost-Europese landen de Balkanroute
hadden gesloten. Dat is het causale verband. Uw causale verband van de
Turkijedeal en de instroombeperking is feitelijk onjuist.
De voorzitter:
Gaat u richting een afronding, zou ik zeggen.
De heer Fritsma (PVV):
Ik was al bezig met de afronding, voorzitter. Ook Nederland moet het
heft in eigen hand nemen. Het kabinet, de premier en de staatssecretaris
moeten niet langer achter Brussel en daarmee achter de feiten aan
blijven lopen. Daar kan ik het bij laten.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Ojik van
GroenLinks.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Ik kan beginnen met goed nieuws, want de fractie
van GroenLinks is positiever over het in Brussel bereikte akkoord dan de
fractie van de PVV, namens welke de heer Fritsma zojuist sprak. Mijn
fractie vindt het eigenlijk toch wel positief dat er een überhaupt een
akkoord is. Nou is niet elk akkoord beter dan geen akkoord, maar ik zal
straks in de paar minuten die ik heb zeggen welke punten dan tot enig
enthousiasme, al is dat wel een heel groot woord, of tot enig optimisme
leiden bij de fractie van GroenLinks en over welke punten we nog heel
veel vragen hebben.
Ik denk dat het goed is om te zeggen dat het vinden van een gezamenlijke
oplossing voor het migratieprobleem ertoe bijdraagt dat we niet in een
neerwaartse spiraal van nationaal beleid komen, wat er uiteindelijk toe
leidt dat landen de vluchtelingen over de grens sturen naar een land dat
vervolgens ook weer de vluchtelingen over de grens stuurt, zodat we,
letterlijk, steeds verder van huis raken. Een gezamenlijke oplossing,
voor zover dat mogelijk is, is dus beter. Dat is nou juist een van de
dingen waar de Europese Unie potentieel een meerwaarde heeft.
Tegelijk moeten we — dat is het eerste dat ik eigenlijk wil voorleggen
aan de bewindslieden — ook nuchter kijken naar de cijfers. Die zijn —
het staat zelfs in de slotverklaring — lager dan ze heel lange tijd zijn
geweest. Een reductie met 95% staat in de slotverklaring. Als je
inderdaad kijkt naar de cijfers van dit jaar tot nu toe, zie je
eigenlijk twee dingen: het aantal mensen dat probeert naar Europa te
komen is lager dan het lange tijd geweest is, maar het aantal mensen dat
daarbij in uiterst gevaarlijke omstandigheden terechtkomt en zelfs
verdrinkt is nog onverminderd hoog. Het is wel lager dan het was, maar
als percentage van de groep mensen die probeert over te steken is het
onaanvaardbaar hoog. Dit jaar zijn er alweer 1.000 mensen verdronken. Ik
zou de bewindslieden, de minister-president of de staatssecretaris,
willen vragen om daar eens op te reflecteren. Wat is er nou eigenlijk
aan de hand? Voordat we allerlei maatregelen gaan bespreken, hoor ik
graag wat er nou eigenlijk aan de hand is. Het aantal mensen dat
oversteekt, is eigenlijk relatief heel erg laag, maar het aantal mensen
dat daarbij gevaar loopt, is onverminderd hoog.
Wat goed is in de verklaring — ik had al gezegd dat ik daar een paar
voorbeelden van zou noemen — is alles wat er staat over het partnerschap
met Afrika, een partnerschap met Afrika dat nodig is om iets te doen aan
de grondoorzaken van migratie en paal en perk te stellen aan het
vertrekken van mensen uit Afrika die geen enkele kans hebben op
bescherming en asiel in Europa, door juist die grondoorzaken van
migratie aan te pakken. Wat daarover in de verklaring staat — het is
alleen nog maar papier, daar moeten we gewoon nuchter over zijn — stemt
mijn fractie positief.
Wat ook potentieel goed kan zijn — de heer Fritsma sprak daar ook over,
maar hij was minder enthousiast — is het idee dat we toch in Europa onze
verantwoordelijkheid nemen. Er komen centra in Europa waarin mensen die
bescherming zoeken in Europa kunnen worden opgevangen. Van daaruit
kunnen mensen die die bescherming niet nodig hebben worden
teruggestuurd, maar mensen die die bescherming nodig hebben in
solidariteit — ik zou de bewindslieden willen vragen wat dat precies
betekent, het "solidariteitsbeginsel" zoals dat heet in de
slotverklaring van afgelopen weekend, dat geldt voor mensen die recht
hebben op bescherming — kunnen dan van daaruit die bescherming in Europa
krijgen. Dat klinkt goed, maar veel hangt natuurlijk af van hoe dat in
de praktijk gaat uitwerken. Wellicht dat de bewindslieden er een eerste
wat voorzichtig licht op kunnen laten schijnen.
De Libische kustwacht krijgt meer steun. Daar wil ik ten slotte nog een
aantal opmerkingen over maken, want die breidt zijn werkterrein, zoals
het er nu uitziet, steeds verder uit. De Italiaanse kustwacht doet
steeds minder, ngo's wordt het werken steeds moeilijker gemaakt en het
onder Nederlandse vlag varende schip met de naam Sea-Watch ligt in Malta
aan de ketting zonder dat daarvoor enige juridische onderbouwing is
gegeven. De enige kustwacht die meer ruimte krijgt, is de Libische
kustwacht en die brengt mensen terug naar Libië. Meer dan ooit: 1.000
mensen zijn het afgelopen weekend, als de cijfers kloppen,
teruggebracht. De staatssecretaris of de minister-president kan dat
misschien bevestigen. Die mensen komen dan, samen met de 9.000 anderen
die er al zitten, terecht in die kampen, die nog niet gesloten zijn en
waar de omstandigheden zijn zoals we al heel vaak hier besproken hebben,
namelijk uitermate slecht. Dat is een onwenselijk effect van het feit
dat Europa al zijn kaarten nu lijkt te zetten op de Libische kustwacht.
Ik zou de bewindslieden willen vragen wat zij daaraan gaan doen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Voordewind van de
fractie van de ChristenUnie.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Het moet een beladen top zijn geweest, want er
speelt veel in Europa. Italië weigerde schepen met migranten toe te
laten en de Duitse regering wankelde over de plannen om migranten bij de
grens tegen te houden. Te midden van al die onenigheid is er ten slotte
wel een verklaring uitgekomen en dat is winst te noemen. Want als het
daar fout was gegaan, had Europa helemaal geen perspectieven op een
gecontroleerde migratiestroom gehad.
Dan de twee belangrijkste zaken die eruit zijn gekomen. Ten eerste de
gecontroleerde aankomstlocaties, zoals die zijn afgesproken, op het
grondgebied van de Europese Unie. Ik vraag de staatssecretaris of ik het
goed begrepen heb dat iedereen die in Europa aankomt in deze
gecontroleerde centra zal worden opgevangen. In Duitsland zijn Angela
Merkel en Horst Seehofer het eens geworden over die centra. Dat zouden
dan transitiecentra moeten zijn, gesloten instellingen, zo hebben we
begrepen, waar asielzoekers afkomstig uit andere Europese landen
opgevangen moeten gaan worden. Is dit inderdaad het idee? Ik heb
begrepen dat Duitsland de eerste helft van dit jaar per dag al 100
mensen binnen nam. Als er alleen al in Duitsland 100 mensen per dag
binnenkomen, zitten die kampen wel heel snel vol als ze gesloten zijn en
als mensen niet een-twee-drie teruggestuurd kunnen worden. Graag daar
een reactie op.
Hoe denkt de staatssecretaris over die gesloten centra? We hebben hier
natuurlijk onlangs, twee of drie weken geleden, een debat gehad met de
staatssecretaris over die vreemdelingenbewaring en daarbij is een
amendement van de ChristenUnie aangenomen om de vreemdelingendetentie
toch vooral te gebruiken als een uiterst middel. Daar was eigenlijk de
hele Kamer het wel over eens. Als we nu toch overgaan naar die gesloten
centra, zou detentie het eerste middel worden. Dat kan ik dan weer niet
goed rijmen met de uitkomst van het debat dat we hebben gevoerd. Dus
graag daar een toelichting op.
Ten tweede is afgesproken dat er regionale ontschepingsplatforms zouden
moeten komen. Nu zijn wij daar in principe niet tegen. Ik heb ook
begrepen dat UNHCR hier een hele verhandeling over heeft geschreven en
hier onder de condities van internationale verdragen zelfs aan zou
willen meewerken. Maar dan moeten er wel landen gevonden worden die
mensen gaan opvangen. Tot voor kort hoorden we van de staatssecretaris
en ook van de minister-president dat landen in Noord-Afrika, zoals
Tunesië, Algerije en Marokko, daar nog niet voor in de rij stonden.
Regionale ontschepingsplatforms zouden een idee kunnen zijn, maar is het
nou een theorie of gaan er daadwerkelijk ook gesprekken beginnen met
deze landen?
Voorzitter. Als de uitwerking van die regionale ontschepingsplatforms er
dan komt, is Nederland dan ook betrokken bij die uitwerking, zoals het
ook betrokken was bij de Turkijedeal? Gaat Nederland ook actief
meedenken over hoe en waar die regionale ontschepingsplatforms dan
moeten worden ingericht?
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik vond het interessant dat de heer Voordewind verwees naar het voorstel
of stuk dat UNHCR samen met de IOM heeft gemaakt. Dat sluit inderdaad
niet uit dat de VN gaan meewerken aan dat soort ontschepingsplatforms.
Maar wat mij daarin trof, was dat zij toch ook vooral een heel grote
verantwoordelijkheid bij Europa zelf leggen. Zij zijn dus niet per se
tegen die regionale ontschepingsplatforms, maar ze zeggen wel heel
expliciet een aantal keren in hun tekst: die moeten toch ook vooral in
Europa rond de Middellandse Zee worden aangelegd. Ik citeer het nu niet
letterlijk, maar …
De voorzitter:
En uw vraag is?
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Is dat aspect van het voorstel van UNHCR ook een aspect waar de
ChristenUnie zich aan zou willen committeren?
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Het was een lang verhaal van UNHCR. Er werden veel voorwaarden gesteld
waaronder mensen zouden kunnen worden opgevangen. Ik heb het vooral
gelezen als een potentieel idee voor Afrikaanse landen. Daarom zijn ze
ook heel uitgebreid ingegaan op die voorwaarden. Het klopt dat zij de
verantwoordelijkheid van Europa ook daadwerkelijk aanstippen en zeggen:
als Europa daartoe overgaat, moet het nog steeds verantwoordelijkheid
nemen voor die resettlement, voor de hervestiging van de vluchtelingen
die dan wel geselecteerd worden door UNHCR. Ze zeggen ook dat je mensen
niet kan terugsturen naar onveilige derde landen. Het principe van
non-refoulement moet toegepast worden. Er moet een asielprocedure worden
gestart. Daar moet de selectie plaatsvinden tussen migranten en
vluchtelingen. Het is een uitgebreid verhaal van UNHCR. Ik zie dat u nu
hetzelfde stuk voor u heeft. Ik kon me in grote lijnen vinden in dat
verhaal. Ik hoop dat u dat ook kunt.
De voorzitter:
U hoeft niet te reageren, hè, meneer Van Ojik? Als u zegt dat het een
goed antwoord is, dan …
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Het is een ontzettend goed antwoord, maar ik zou toch nog graag een
aanvullende vraag willen stellen, juist omdat dit antwoord eigenlijk
naar meer smaakt. Ik ben geen woordvoerder van de UNHCR of zo, maar het
is wel degelijk zo dat in het stuk expliciet staat dat die
ontschepingsplatforms, om ze dan maar even zo te noemen, eigenlijk een
gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle landen rond de Middellandse
Zee zijn. De EU wordt expliciet genoemd, en dan wordt er gezegd "en
misschien ook andere landen". Het accent ligt dus niet zozeer op de
landen buiten Europa, maar op de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat
vind ik een heel goed uitgangspunt. Vandaar mijn vraag aan de heer
Voordewind of dat ook is wat hij daar met instemming in heeft gelezen.
Want dan krijgen we toch een wat andere discussie.
De voorzitter:
We gaan kijken.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
UNHCR dringt altijd aan op solidariteit, op verdeling in Europa en op
het opnemen van vluchtelingen als ze geselecteerd zijn. Daar zijn wij
het altijd van harte mee eens geweest. Als er vluchtelingen binnenkomen
die geselecteerd zijn en daadwerkelijk vluchtelingen zijn volgens het
Vluchtelingenverdrag, dan moet Europa die solidariteit betuigen. Het
probleem in de praktijk is natuurlijk dat de Visegrádlanden, de
Oost-Europese landen, hun verantwoordelijkheid ontduiken. Bij het
laatste schip, Lifeline, hebben we gezien dat er uiteindelijk een stuk
of acht à tien landen beschikbaar en bereid waren om vluchtelingen op te
nemen. Maar ik ben het helemaal eens met wat UNHCR zegt: Europa moet
daarin wel gezamenlijk blijven optrekken, en die solidariteit moet
gegrondvest zijn. Of het nou in Europa is, als ze aankomen in wat wij
voorheen de hotspots noemden — daar lijkt het natuurlijk heel erg veel
op — of in Noord-Afrika, het valt of staat met de bereidheid van de
Europese landen om vluchtelingen op te nemen.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voor alle duidelijkheid, als laatste punt: dus niet mensen die in Europa
aankomen en daar bescherming zoeken dan eerst naar een veilig land in
Noord-Afrika sturen om daar asiel aan te vragen? Dat is niet wat UNHCR
voorstelt. Die zeggen: dat moet je dan in Europa doen. Daar zijn we het
dan over eens.
De voorzitter:
Meneer Voordewind, bent u het eens?
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Bijna, voorzitter, want anders hadden we geen verschil van mening meer.
Dat zou jammer zijn. Wat hebben we hier dan nog te bepraten? UNHCR heeft
oog voor beide systemen. Ze zeggen: als je in Afrika een overeenkomst
kan sluiten, dan is het nog cruciaal of je die solidariteit in Europa
kan handhaven. Lukt dat niet in Afrika, waar het vooralsnog niet naar
uitziet … Ik hoor heel veel gepraat aan mijn rechterkant. Dan moet het
in Europa gebeuren, en dan is er inderdaad ook die solidariteit. Maar de
heer Van Ojik maakt daar een knip. Hij zegt: het moet beide
tegelijkertijd kunnen. Dat is natuurlijk ook het verschil tussen
GroenLinks en de ChristenUnie. Als je dat beide zou doen, zonder te
zeggen "als u van plan bent om naar Europa te gaan, ga dan naar zo'n
aanmeldcentrum in Afrika en probeer daar te achterhalen of u
daadwerkelijk aanspraak kan maken op het Vluchtelingenverdrag en die
vluchtelingenstatus; dan hoeft u die gevaarlijke overtocht niet te
maken", dan zou de incentive om naar Europa te komen blijven bestaan, en
dan zouden we alsnog die stroom van irreguliere vluchtelingen naar
Europa houden. Daarin zit 'm nog steeds het verschil, denk ik. Maar ik
denk dat UNHCR gokt op beide en actief meedenkt op beide.
De voorzitter:
Meneer Voordewind, ik denk dat u uw verhaal kunt vervolgen.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. We hebben het gehad over de regionale ontschepingsplatforms.
In het verslag van de Europese Raad staat inderdaad die oproep van
UNHCR. Er staat dat het mogelijk is, maar dat het wel gekoppeld is aan
het internationaal recht. Ik vraag de staatssecretaris wat zijn
inschatting is van die paper van UNHCR. Bedoelen zij nou hun reguliere
aanmeldcentra, die we ook kennen in landen als Kenia en Ethiopië en
elders in de wereld, en die dus al bestaan? Of ziet de staatssecretaris
dit nu als een nieuw plan van UNHCR, waarbij zij een andere vorm van
aanmelding op die ontschepingsplatforms voorstaan? Daarvan graag een
duiding van de staatssecretaris.
Voorzitter. Wat gebeurt er met de mensen die op die
ontschepingsplatforms zitten en die worden afgewezen en dan geweigerd
worden door hun thuislanden? Dan krijg je een heel snelle ophoping van
deze vluchtelingen op die ontschepingsplatforms. Wat gaan we dan doen
als Europese Unie?
Voorzitter. Mijn een-na-laatste vraag is: wat vindt de staatssecretaris
van de opwaardering van Frontex? De Europese Commissie heeft het over
10.000 man die de grenspolitie moeten gaan vormen. Nederland was daar
tot voor kort terughoudend over; Frankrijk en Duitsland niet. Hoe kijkt
de minister-president daar nu tegen aan?
Voorzitter. Ten slotte de brief over Libië die net binnen is gekomen.
Gaan Nederland en de Europese Unie ook meer middelen ter beschikking
stellen? We hebben eerder gezegd dat die detentiecentra gesloten moeten
worden en dat we inzetten op humanitaire opvang. Gaan wij als Nederland
of als Europese Unie — dat is natuurlijk nog beter — ook meer geld
uittrekken om die detentiecentra te sluiten en die humanitaire opvang te
organiseren?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Voordewind. Er is nog een interruptie van de heer Van
Dijk van de SP.
De heer Jasper van Dijk (SP):
De heer Voordewind stelt een terechte vraag. Die heb ik zelf ook in mijn
tekst staan. Hij vraagt: wat gebeurt er met de mensen die in die
mogelijke aanmeldcentra in de regio geen toegang krijgen, die worden
afgewezen? U zei terecht: daar kun je natuurlijk van uitgaan; die gaan
er komen. Heeft de heer Voordewind daar zelf een idee over?
De voorzitter:
Meneer Voordewind, heeft u een idee?
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik heb veel ideeën, maar het idee van die gesloten centra heb ik niet
zelf bedacht. Wij hebben dat in Nederland ook niet — bewust niet. Als
mensen hier binnenkomen, moeten ze hun procedure afwachten in een
relatief open azc. Ik geef aan dat dit een probleem zou kunnen zijn als
wij het Duitse model zouden volgen, want dan heb je gesloten
opvangcentra.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Sorry, dit is een misverstand. Het ging mij nu even om …
De voorzitter:
Ik begrijp dat u nog een tweede interruptie wilt plegen, meneer Van
Dijk?
De heer Jasper van Dijk (SP):
U bent genadeloos, voorzitter. Ik bedoelde de regionale
ontschepingsplatforms buiten Europa. Die zijn niet gesloten, voor zover
ik weet. Ik vraag dat aan de heer Voordewind.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dat is ook mijn vraag richting het kabinet: wat gebeurt er met deze
mensen? U heeft mij die vraag horen stellen. Dat is natuurlijk een van
de redenen waarom die Afrikaanse landen op dit moment zeggen: dat gaan
wij niet organiseren. Als het gesloten centra zouden zijn, dan moeten
zij vervolgens die tienduizenden of honderdduizenden mensen gaan
opvangen. Dan kan UNHCR wel een handje helpen, maar dat gaat heel veel
geld kosten en dat gaat heel lang duren, tenzij je de aanmeldcentra van
UNHCR gebruikt als een soort selectiemechanisme en vervolgens tegen de
mensen die worden afgewezen zegt: wij kunnen u niet verder opvangen, dus
u doet er verstandig aan om via de IOM vrijwillig terug te keren naar
het land waar u vandaan komt. Dat systeem van UNHCR werkt nu ook. Het
probleem daarvan is alleen dat vluchtelingen die wel geselecteerd worden
heel lang moeten wachten om uiteindelijk herverdeeld te worden over
Europa. Dat zien we nu ook in Turkije. Ik heb in Ankara mensen gesproken
uit Afghanistan. Die kregen 2023 als nieuwe datum voor een
vervolggesprek te zien op een briefje. Die zitten daar dus jaren te
wachten, en moeten het in de tussentijd zien te rooien zonder
voorzieningen, met hun kinderen, die ook moeten werken. Dat zijn heel
trieste situaties.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Voordewind. Dan gaan we nu luisteren naar de heer
Asscher van de fractie van de PvdA.
De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. Het gaat bij migratie natuurlijk om twee wensen die in
overeenstemming moeten worden gebracht: mensen helpen in nood en zorgen
dat we de verzorgingsstaat die hier is opgebouwd, beschermen en overeind
kunnen houden voor de toekomst. Dat was ook het belangrijkste onderwerp
van de migratietop. Ik ben blij dat er een akkoord is, maar
tegelijkertijd weten we allemaal dat het akkoord een begin is in plaats
van een oplossing. Het heeft ook niet heel lang gewerkt als je kijkt
naar de situatie in Duitsland. Ik denk dat het buitengewoon urgent is
dat de minister-president, die al aanbood om zijn agenda vrij te maken
op weg naar de top, die agenda ook vrij houdt of maakt voor wat er nu
moet gebeuren. Deze top vindt immers plaats tegen de achtergrond van wat
meer een politieke crisis is. De getallen zijn relatief beperkt, maar de
verdeeldheid in Europa is heel groot. Dat fragiele van Europa houdt nu
net stand in zo'n nachtelijk akkoord, maar als de cijfers weer stijgen
en er weer meer mensen komen, dan maak ik mij grote zorgen over hoe er
dan vanuit de Europese Unie gereageerd zal worden.
Op alle onderdelen van de deal is het nodig dat er een vervolg komt. Het
zou mijn wens en ook mijn oproep aan de regering zijn dat Nederland een
leidende rol neemt in het vervolg. De Partij van de Arbeid zou dat ook
steunen. Loop het maar eens na. Over de oorzaken van migratie worden
mooie woorden gesproken, maar tegelijkertijd is het niet concreet als
het gaat over de budgetten en over welke methode daarvoor van belang is.
Dat houdt in mijn ogen rechtstreeks verband met het terugkeerbeleid. Een
effectief terugkeerbeleid, dat ook ingaat op de mensen die geen recht
zullen krijgen op asiel in de Europese Unie, zal moeten betekenen dat je
mensen begeleidt naar hun land van herkomst en dat je je ontfermt over
het perspectief dat mensen daar moeten ontwikkelen. Dat gaat niet iemand
anders voor ons regelen. Dat zullen ook de landen in Noord-Afrika niet
kunnen realiseren. Daarin zal de Europese Unie een rol moeten
spelen.
Drie. Ik ben blij dat in alle conclusies staat dat de voorstellen rond
regionale ontschepingsplatforms conform de verdragen en conform de
mensenrechten moeten zijn, met respect voor non-refoulement. Maar het
gaat nooit lukken om dit tot stand te brengen als de Europese Unie
vanuit 27 of 28 landen probeert te onderhandelen. Er zullen gesprekken
moeten komen. Ik steun het koppeltjesidee van de Nederlandse regering
met concrete landen om dat mogelijk te maken. Dat lukt alleen maar als
de druk die er nu op staat, ook gevoeld wordt door de landen die de
onderhandelingen gaan doen.
Vier. Als ik kijk naar wat er nu binnen Europa gebeurt, dan maak ik mij
over twee dingen grote zorgen. Eén. Je kunt uittellen dat als er niet
snel hulp komt rond Syrië en als er geen gehoor wordt gegeven aan de
oproep van de UNHCR, een grote groep mensen doodgaat of op de vlucht
slaat. Kijk maar naar de grenssluiting in Zuid-Syrië. Jordanië zegt: wij
kunnen niet meer. Kijk maar naar wat er in Noord-Syrië gebeurt. Die klok
staat al te tikken. Twee. De manier waarop over vluchtelingen gesproken
wordt, zal het draagvlak niet vergroten. Ik denk dat het heel verkeerd
is om elkaar in Europa de hele tijd met een soort morele superioriteit
te verwijten dat landen te weinig doen. Dat hebben we begin 2015 gezien.
Nu dreigt het omgekeerde. We zien een ontmenselijking in de taal vanuit
Italië, potsierlijke grensoefeningen vanuit Oostenrijk en een politiek
conflict in Duitsland dat wordt uitgevochten over de ruggen van mensen
die daar niet om hebben gevraagd. Hierbij houdt men niet de beide doelen
voor ogen, namelijk mensen helpen in nood — mensen die verdrinken of
mensen die in een oorlogsgebied zitten — en de verzorgingsstaat
beheersbaar houden.
Mijn vragen aan de Nederlandse regering zijn daarom als volgt. Eén. Is
men bereid om samen met anderen het initiatief te nemen om ervoor te
zorgen dat er nu sneller geconcretiseerd wordt? We weten dat er na de
Turkijedeal, die inderdaad effect had maar in zijn uitvoering sloppy
was, in Griekenland dingen plaatsvinden waar we ons voor moeten schamen.
Het is van belang om niet te wachten totdat Europa dit uit zichzelf
doet. Het is belangrijk dat landen zelf het initiatief nemen. Twee. We
moeten aan de concrete plannen die er wel zijn voor de grenspolitie, een
concreter plan koppelen om mensen terug te begeleiden naar hun land van
herkomst. Drie. Laat Nederland ook het voortouw nemen om te zorgen dat
de ergste nood geledigd wordt. Ik realiseer mij dat dit gevoelig is,
want dat gaat ook over budgetten. Maar anders wordt de politieke crisis
die we nu zien, heel snel een humanitaire crisis aan de randen van
Europa, die de fragiele politieke situatie in Europa verder onder druk
zet.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank aan de heer Asscher. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Van Dijk
van de SP-fractie.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter, dank u wel. Er zijn nogal wat turbulente ontwikkelingen
sinds de Europese top. De Duitse regering was bijna gevallen. Het lijkt
erop dat de regering aanblijft, maar de prijs is hoog. Mogelijk gaat
Duitsland zijn grenzen sluiten, evenals Oostenrijk. Dan komt er alsnog
een einde aan Schengen, dankzij Merkel, of all people. Hoe beoordeelt de
premier deze ontwikkelingen? Hoe kijkt hij aan tegen het plan om de
grenzen te sluiten dan wel mensen direct terug te sturen? Deze plannen
gaan in Duitsland en Oostenrijk rond.
Voorzitter. Als het gaat om de migratiedeals, zouden er binnen de EU
gesloten of niet-gesloten opvangcentra moeten worden opgezet waar een
snelle procedure moet plaatsvinden om te bepalen of iemand bescherming
nodig heeft. Hoe gaat de regering garanderen dat deze detentiecentra in
lijn zijn met de mensenrechten? Hoe gaat u garanderen dat er sprake is
van goede opvang en een zorgvuldige asielprocedure, waarbij detentie tot
een minimum wordt beperkt? Zou er dan relocatie moeten plaatsvinden op
vrijwillige basis? We weten dat dit tot nu toe geen groot succes is in
Europa. Kijk naar landen in Oost-Europa. Hoe gaat u regelen dat dit nu
wel gaat slagen, al dan niet met financiële sancties? En gaat Nederland
migranten overnemen vanuit deze centra, zo vraag ik de premier.
Dan zijn er nog de ontschepingsplatforms buiten Europa. Dan denk ik aan
opvangcentra in Noord-Afrika. Die roepen ook heel veel vragen op. Op
welke manier wordt Nederland betrokken bij de uitwerking van deze
centra? Gaat Nederland zelf input leveren en, zo ja, wat voor input?
Welke perspectieven krijgen erkende vluchtelingen om naar de Europese
Unie te komen? En wat gebeurt er als migranten niet in aanmerking komen
voor een status? Worden zij dan overgedragen aan de IOM? We hadden het
daar al even over. Last but not least: welke landen komen hiervoor in
aanmerking? Welke landen willen dit? Tot nu toe heb ik nog geen
kandidaten gezien, maar als het anders is, dan hoor ik dat graag. Ik
vraag de regering ook meer algemeen of zij wil reageren op de WRR-studie
Regie over migratie, waaraan onder andere Paul Scheffer een bijdrage
heeft geleverd.
Voorzitter. In hoeverre behouden hulpboten het recht om mensen te
redden? Zolang mensen de Middellandse Zee op gaan en er drenkelingen
kunnen vallen, is het volgens mij een kwestie van beschaving dat ze ook
gered kunnen worden. Maar wat hoor ik nou? Het Nederlandse schip de Sea
Watch 3 ligt aan de ketting in Malta en mag niet uitvaren. Wil de
regering opheldering vragen aan Malta?
Voorzitter. Ik heb ook nog punten rond defensie en financiën. Ik zal het
kort houden. Daar is ook over gesproken. We moeten niet hebben dat er op
die onderwerpen via de achterdeur grote besluiten worden genomen terwijl
niemand oplet. Deelt de regering de mening dat een verdere
defensie-integratie, zelfs richting een Europees leger, geen goed idee
is? Wij zien allerlei tekenen in die richting en dat baart ons zorgen.
Ik heb een vergelijkbare vraag over financiën en de eurozone. Ook daar
zien we stappen, rond het Europees stabiliteitsmechanisme en het Single
Resolution Fund, die allemaal te maken hebben met een diepere integratie
van de eurozone, waarover de premier ook weleens heeft gezegd: ik weet
niet precies wat daarmee bedoeld wordt. Wat ons betreft belanden we
daarmee niet in een transferunie, waarin het geld van Noord- naar
Zuid-Europa stroomt. Deelt de regering die mening?
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Van
Rooijen namens de 50PLUS-fractie.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Voorzitter. Het Duitse kabinet is overeind gebleven en de boze,
blaffende Italianen zijn weer voor even terug in hun hok. Waar staan we
nu als Europese Unie als het om migratie gaat? Wat zijn de concrete
resultaten van vrijdag jongstleden? Samen plannen maken om het toch
samen eens te worden is één, maar het gaat natuurlijk over de uitvoering
en de uitvoerbaarheid. Vrijwilligheid staat tot dusver centraal in de
afspraken. Er komen opvangkampen in de EU-landen dicht bij de
Middellandse Zee. Daar is al discussie over. Waar en wanneer is
volstrekt onduidelijk. Er komen ontschepingsplatforms voor
bootvluchtelingen in niet-EU-landen, met name in Afrika, Noord-Afrika.
Waar en wanneer is volstrekt onduidelijk. Er zijn afspraken over het
onder elkaar uitwisselen van vluchtelingen, maar hoe dat er precies uit
gaat zien, is ook onduidelijk. Er komen opvangkampen in Zuid-Duitsland
en daar zijn ze dan in Oostenrijk weer niet blij mee. Grand centre,
express centre moet het volgens de SPD gaan heten, anders kunnen ze niet
akkoord gaan, hoorden we gisteravond. Passen de in Duitsland gemaakte
afspraken tussen CDU en CSU nog binnen wat vorige week is besloten, voor
zover er al iets besloten is? Brengen de Oostenrijkse dreigementen tot
grensafsluiting het Schengenakkoord in gevaar, zo vraag ik de premier.
Kortom, kan de premier ons eens goed op de hoogte brengen van de huidige
stand van zaken vergeleken met de stand van zaken vrijdag?
Is er bijvoorbeeld ook een brief van Merkel aan veertien landen om mee
te werken aan het een en ander, wat dan ook? Is dat op de top door haar
al aangekaart, zo vraag ik, omdat met name België en enkele andere
landen daar aanwezig dat vervolgens alweer ontkend hebben. Met andere
woorden: is het daar aan de orde geweest of is dit een poging van Merkel
om daarna misschien toch nog enige extra beweging te krijgen voor
binnenlands gebruik?
Is de premier het met 50PLUS eens dat een aantal EU-landen intussen
lachend aan de zijlijn staan? Ze zijn het eens met de tekst van de
verklaring na afloop van de EU-top, maar hoeven niets te doen, omdat
alle afspraken op basis van vrijwilligheid zijn gemaakt. Ik noem het
weleens een soort cafetariabesluit. Wat vindt de premier van de
suggestie van 50PLUS om die landen die op basis van de vrijwilligheid
ervoor kiezen om dan niets te doen, fors te korten op de bijdrage die
zij gaan ontvangen uit het cohesiefonds, en dat geld dan vervolgens te
gebruiken voor steun aan de landen die wij in Afrika graag om
medewerking vragen?
Voorzitter. Dan kom ik op een belangrijk punt. Dat is punt 8 in die
verklaring. Dat is ook al in de media naar voren gebracht. In punt 8 van
de verklaring die na de Europese Raad is uitgegeven, staat dat meer
steun en samenwerking met migratielanden in Afrika nodig is. Een soort
partnerschip wordt het genoemd. Hoe gaat de EU dat concreet uitwerken?
Komt er op korte termijn een nieuwe top tussen de EU en Afrika? Zullen
er ook budgettaire middelen voor zijn? Ik moet er overigens bij vragen:
klopt het dat Marokko, Egypte, Tunesië al nee hebben gezegd, althans op
dit moment zeker, tegen medewerking aan de opvang?
De fractie van 50PLUS mist concrete maatregelen om een einde te maken
aan de levensgevaarlijke, door mensensmokkelaars georganiseerde
boottochten vanuit Noord-Afrika. Vindt de premier niet dat de
aankondiging dat er binnen de EU opvangkampen komen, een aanzuigende
werking kan hebben? Onder het motto: als we eenmaal in de Europese Unie
zijn, dan zien we wel verder. En de ontschepingsplatforms gaan er toch
ook van uit dat mensen eerst de zee op gaan? Moet de prioriteit niet
zijn dat te voorkomen? De premier zei vorige week ook al na het beraad:
wij zijn niet voorbereid op een tweede grote golf. Met andere woorden:
zo veel is er ook niet besloten.
Er ligt volgens 50PLUS — wij hebben het al eerder aangekaart — een taak
voor Frontex, maar waarom is de passage over de versterking daarvan zo
vaag? Wat wordt precies bedoeld met een uitbreiding van het mandaat? Is
er nu wel of geen sprake van 10.000 mensen erbij en wat gaan die doen en
waar?
Voorzitter. Belangrijk is — dat onderstrepen wij — dat het GEAS herzien
moet worden. Dat is ook een taak die het Oostenrijks voorzitterschap op
zich genomen heeft.
Afrondend, voorzitter. 50PLUS neemt hier een voorzichtig positieve
grondhouding aan, gegeven het streven om er samen uit te komen.
Ten slotte kom ik nog even op het Meerjarig Financieel Kader en de
eurotop. Ik lees in het verslag dat de voorzitter van de Europese
Commissie, de heer Juncker, graag wil dat er een akkoord wordt bereikt
over het Meerjarig Financieel Kader voordat de verkiezingen van het
Europees Parlement plaatsvinden. Wij zijn geen voorstander van grote
tijdsdruk op dit zware proces. Is de premier dat met ons eens? Het
Meerjarig Financieel Kader van de EU is kennelijk zo besmet met
ondoorgrondelijke, bureaucratische processen en politieke intriges, dat
het nodig wordt gevonden om nota bene op hetzelfde bestuursniveau een
compleet tweede begrotingsproces voor de eurozone te ontwikkelen.
Gelukkig is onze regering daar absoluut geen voorstander van, maar
helaas wilde de Kamer het niet onderstrepen met het aannemen van de
krachtige motie die 50PLUS hiertoe had ingediend. In onze opvatting
steunen de andere fracties daarmee impliciet een verdere wanordelijke
ontwikkeling van de EU, met alle risico's van dien. Een begroting is
geen emmer. Je kunt geen tweede emmer nemen als de eerste vol zou zijn.
Wij overwegen wat die motie betreft de Kamer een tweede kans te geven,
misschien wel de laatste kans, om een institutionele verminking van de
Unie te voorkomen. Ontwerpfouten kun je maar één keer in de twintig jaar
maken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Van Rooijen. Dan gaan we nu naar de heer Omtzigt
van de CDA-fractie.
De heer Omtzigt (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Een buitengewoon volle agenda. Het afhandelen
van een Europese top, een eurotop, en het voorbereiden van een JBZ-Raad,
en dat allemaal in vier minuten. Het kan in het Nederlandse
parlement.
De voorzitter:
Mijnheer Omtzigt, ik heb een verrassing voor u: het zijn er vijf.
De heer Omtzigt (CDA):
Dank u wel! Dan begin ik nu aan mijn vijf minuten, voorzitter.
Voorzitter. Het is van groot belang dat de Europese binnengrenzen open
blijven, dat Schengen gehandhaafd wordt. Daarom is het CDA verheugd dat
de regeringsleiders ondanks grote tegenstellingen met een
gemeenschappelijke verklaring zijn gekomen waarin de juiste voorstellen
worden gedaan om de zuidelijke migratiestroom blijvend in te dammen.
Echter, dit lijkt niet meer dan een intentieverklaring en deelname is op
veel punten op vrijwillige basis. Ook is de vraag of deze afspraken
standhouden als Merkel niet kan leveren wegens binnenlandse druk. Mijn
collega's hebben al veel vragen gesteld. Ik sluit me aan bij die vragen.
Ik heb er een paar concrete aan toe te voegen.
De eerste. Duitsland sluit bilaterale afspraken met verschillende
Europese landen. Hoe zien deze eruit? Is er zo'n afspraak over het
terugsturen met Nederland gemaakt en, zo ja, kunnen we de tekst daarvan
krijgen? Nu zullen niet de grootste aantallen van Nederland naar
Duitsland teruggestuurd worden of omgekeerd, maar ik zou er wel graag
over geïnformeerd worden, want ja, er komen iedere keer lijstjes met
landen waar afspraken voor zijn.
In de verklaring van de top wordt gesproken over extern optreden op
basis van onze waarden. Dat zouden de rechtsstaat, democratie en
journalistieke vrijheid kunnen zijn, lijkt me zo. Met andere woorden:
laten we ons weer een Turkijedeal aanpraten of stellen we in de
toekomstige deals harde eisen over het respecteren van Europese waarden?
Wat is het tijdpad van de voorgenomen acties? Wij zouden graag een soort
idee hebben hoe dat werkt, en een totaalplaatje van de kosten.
Tot slot, voorzitter. Schuurt het ergens? Kan alles wat afgesproken is,
zoals de regering het ziet, onder de Europese verdragen, mensrechtelijk
gezien? Op welke wijze worden mensen in die kampen behandeld? Dus is er
een analyse gemaakt of het verdragsrechtelijk mogelijk is — de Kamer
heeft ook gevraagd om ons daaraan te houden — en moeten verdragen of
andere teksten aangepast worden? Daar zouden we graag een analyse over
zien. Daar hoeft niet nu vandaag een volledig antwoord op te
komen.
Voorzitter. Ik kom dan bij de brexit. De tekst over de brexit vraagt om
"preparedness". Dat is een codewoord in brexittaal en dat betekent:
landen moeten klaar zijn voor een hoop chaos bij de douane en de
grensbewaking als we niet tot een fatsoenlijke deal komen.
De voorzitter:
Mijnheer Omtzigt, u heeft een interruptie van de heer Van Ojik. Maar die
gaat eerst even bellen.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik wist niet eens dat dat ding ook kon rinkelen. Excuus,
voorzitter.
De voorzitter:
Het is u vergeven.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voordat de heer Omtzigt naar de brexit gaat, toch nog heel even over die
internationale verdragen. Je kunt zeggen: we doen alleen iets als het
binnen de verdragen past en daar neem ik de bestaande verdragen voor als
uitgangspunt. Of je kunt zeggen: we gaan eventueel die verdragen
aanpassen, dan past het er misschien wat makkelijker binnen. Nou zou ik
toch even voor de zekerheid willen vragen waar het CDA staat, bij welke
van die twee.
De heer Omtzigt (CDA):
De uitkomst kan beide zijn. U kent de CDA-voorstellen over opvang in de
regio. We hebben eerder ook aanpassingen van het Vluchtelingenverdrag
bepleit. Maar we willen vooral weten óf er op dit moment problemen zijn,
zodat we niet eerst iets gaan inrichten, dan dat de rechter het gaat
terugfluiten en dan dat we weer in totale chaos vervallen. Dus ik wil
eerst die analyse hebben, want met die analyse zullen ook de voorstellen
wat duidelijker worden. De voorstellen zijn namelijk, zoals de heer Van
Ojik, maar ook de heer Fritsma aangegeven heeft, op zich nog niet 100%
duidelijk, en dan kan de analyse beide zijn. Maar wat ik niet zou willen
en wat ik te allen tijde wil vermijden, is dat we iets gaan
implementeren, een paar weken later in Straatsburg of Luxemburg
teruggefloten worden en totale chaos aan de grenzen hebben. En dat is in
mijn ogen een reëel scenario.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Als de heer Omtzigt zegt dat het allebei kan, dat we maatregelen wel of
niet kunnen nemen binnen de huidige verdragen maar ook dat we de
verdragen gaan aanpassen om die maatregelen te kunnen nemen, dan is
natuurlijk wel een beetje de vraag hoe zich dat bijvoorbeeld verhoudt
tot de afspraken zoals die in het regeerakkoord staan. Die heb ik altijd
gelezen als: de verdragen zijn bindend, kaderstellend of richtinggevend
— ik weet niet welk woord er precies voor wordt gebruikt. Maar goed, ik
ben niet een van de ondertekenende partijen. Dan kan het dus niet een
van beide zijn. Dan kies je voor de huidige verdragen en moet je
daarbinnen naar oplossingen zoeken. Ik zou de heer Omtzigt willen vragen
of hij daarachter staat of dat hij zegt wat hij net zei, namelijk dat
het allebei kan.
De voorzitter:
Ja, meneer Omtzigt, kan het allebei?
De heer Omtzigt (CDA):
Ik kan u verzekeren dat deze verdragen niet binnen twee dagen aangepast
zijn. Dus mocht dat aan de orde zijn, dan zullen we eerst binnen die
verdragen moeten blijven. Ik wil eerst weten of wat er afgesproken is,
uitvoerbaar is, omdat het CDA zich aan die verdragen gebonden acht. Daar
zitten voorstellen in die lijken op grensbewaking en op grensbewaring,
waarbij je mensen in zekerheid stelt, maar daar zitten duidelijke
grenzen aan. Ons vermoeden is dat een aantal landen met een
sleight-of-hand bezig is. Een voorbeeld daarvan is de fictie dat je het
land niet binnengekomen bent terwijl je wel wordt vastgezet als je in
Zuid-Duitsland bent. Ik zou weleens willen weten of dat binnen het
verdrag past. Dat is dan niet onmiddellijk wat er in Nederland gebeurt,
maar ik wil van dat hele pakket weten of we daar goed mee bezig zijn.
Die zorgvuldigheid dient door ons als parlement gewoon betracht worden.
Ik verwacht die analyse en ik ga niet honderd procent uitsluiten dat wij
verdragen daar ooit enigszins op gaan aanpassen, maar op de korte
termijn is dat sowieso geen optie.
De voorzitter:
Laatste keer, meneer Van Ojik.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dat het niet binnen twee dagen kan, weet ik ook wel. Dat is in zekere
zin een geruststelling, maar stel dat het binnen twee of drie jaar kan,
binnen een kabinetsperiode, houdt de heer Omtzigt dan de mogelijkheid
open dat dat gebeurt? Dat vind ik belangrijk om te weten. Hij kan het
dus niet uitsluiten, heeft hij net gezegd, hè? Citeer ik hem zo
goed?
De heer Omtzigt (CDA):
Dat klopt. Ik wil die analyse juist hebben vanwege de zorgvuldigheid.
Als ik de analyse niet ken, vind ik het lastig om van tevoren te zeggen
dat ik bepaalde dingen wel of niet doe. Maar ik sluit ook zeker de
andere route niet uit, als u snapt wat ik bedoel. Het is geen dwingend
iets in de zin van: we gaan verdragen aanpassen.
De voorzitter:
U heeft nog een interruptie van de heer Voordewind.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dit brengt mij weer een beetje aan het twijfelen. De heer Omtzigt zegt
dat die verdragen binnen twee jaar gewijzigd zouden kunnen worden en dat
hij het niet uitsluit dat hij dat gaat steunen. Hoe kijkt hij dan aan
tegen de plannen die deze coalitie heeft gemaakt? Daarin staat dat
onderzoek altijd kan, maar dat we de komende kabinetsperiode niet gaan
tornen aan internationale verdragen, het Vluchtelingenverdrag.
De voorzitter:
En de vraag is?
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Of hij zich dat herinnert.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Of hij dat nog steeds met ons eens is.
De heer Omtzigt (CDA):
Wij gaan de regels voor echte vluchtelingen op geen enkele manier
aanpassen. Ik sta met mijn handtekening voor dat regeerakkoord en de
wijze waarop dat gaat, maar ik ben heel benieuwd hoe deze voorstellen en
vooral de uitwerkingen die aan andere grenzen gekozen zijn, gaan passen
in het huidige internationale recht. Ik wil die analyse gewoon hebben.
Ik lees daar dingen over. Ik denk ook dat anderen daarin geïnteresseerd
zijn. Dan gaat het dus niet alleen om dingen die aan de Nederlandse
grens gebeuren, maar ook aan andere grenzen binnen Europa. Dan komen we
voor heel moeilijke dilemma's te staan, maar ik wil daar wel op
voorbereid zijn. Wat ik hier heb voorliggen is mij te vaag.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dat kan twee kanten opgaan. Als de heer Omtzigt wil weten of de
afspraken die nu rondzingen — we weten niet precies wat voor afspraken
dat zijn — passen binnen het Vluchtelingenverdrag, dan heeft dat ook de
interesse van mijn fractie. Als die buiten de lijnen zouden kleuren, dan
zouden wij daar een probleem mee hebben, en ik denk de
minister-president en de staatssecretaris ook, want met die afspraken
zijn ze richting Brussel gegaan. Wat dat aangaat deel ik die interesse.
Maar onze wegen lopen uiteen als het uitgangspunt is: als ze buiten de
lijnen kleuren, dan wil ik nog weleens kijken of we die verdragen moeten
gaan aanpassen. Ik zou graag willen weten welke van de twee routes de
heer Omtzigt zou willen bewandelen.
De heer Omtzigt (CDA):
Het heeft de voorkeur om het binnen de verdragen te doen, maar ik wil
eerst zien wat er gebeurt. Als blijkt dat wij de mensensmokkelaars niet
goed kunnen aanpakken met de huidige regels en we weer in situaties
terechtkomen waarin we met z'n allen niet willen zitten, dan heb ik niet
van tevoren in mijn geest uitgesloten dat we daarop actie moeten
ondernemen. Nogmaals, dit is niet alleen een Nederlands vraagstuk. Dit
kan ook een vraagstuk zijn dat alle 27, 28 EU-landen — ik kom zo op de
vraag hoeveel het er precies zijn — gaat regarderen.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Van Rooijen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
In de Duitse media en onder juristen is de volgende vraag gerezen maar
eigenlijk ook al beantwoord. Wat er nu ook gaat gebeuren met die
opvangkampen in Zuid-Duitsland, de juridische status of iemand
vluchteling is of economische passeerder wordt niet veranderd door
ineens kampen in Zuid-Duitsland neer te zetten. Iemand die eenmaal daar
is, houdt dezelfde rechten met of zonder zo'n Duits kamp. Met andere
woorden, met procedures kan men daar heel lang, jaren zelfs, via
beroepsprocedures blijven. Hoe ziet u dat?
De heer Omtzigt (CDA):
Dat is nou precies een van de dingen waarom ik net zei dat we in
Nederland vreemdelingendetentie hebben met het zicht op uitzetting. Ik
zie allemaal van die positieve berichten verschijnen dat mensen binnen
48 uur terug kunnen, maar ik zie veel gevallen waarbij ik nu al op mijn
vingers kan natellen dat dat niet altijd gaat gebeuren. Daarom vraag ik
deze analyse. Een aantal dingen doen we overigens nu ook al in
Griekenland en Italië. En we willen toe naar opvang in de regio.
Voorzitter. Ik ga verder met de brexit.
De voorzitter:
Dat lijkt me een goed idee.
De heer Omtzigt (CDA):
De tekst gaat over preparedness, en preparedness is het codewoord voor
zorgen dat er geen chaos komt bij douane en grensbewaking. Dat is helaas
hard nodig, want er is nog steeds geen oplossing voor de
Iers/Noord-Ierse grens, de zogenaamde backstop. En er is geen
duidelijkheid over de toekomstige relatie. Heeft de Nederlandse regering
de draaiboeken klaar voor het no-dealscenario en de chaos die dan komt?
Die zouden we graag in oktober willen zien, vertrouwelijk of in het
openbaar. Wij denken dat de planning daarvoor nu plaats dient te vinden.
Nogmaals, als de vraag komt: nee, dat is niet de preferentiële uitkomst,
net zoals de preferentiële uitkomst net ook niet was degene die het
doet, maar we houden wel rekening met dit soort zaken.
De eurotop. Het is goed dat er op de eurotop niks over het
eurozonebudget is afgesproken, maar waarom is er dan wel afgesproken om
de discussie voort te zetten bij de volgende bijeenkomst? Had dat niet
afgesloten kunnen worden? Wij wilden die eurozonebegroting toch niet,
dacht ik zo.
Het is goed dat we praten over de NPL's. Betekent dat dat we niet alleen
over de huidige NPL's maar ook over de legacy NPL's praten? Dat zijn de
leningen die niet terugbetaald worden. Vooral in landen als Griekenland
en Italië zitten er daar nog heel veel van. En is het SDRM — dat is het
schuldafschrijvingsmechanisme voor landen voordat ze toegang krijgen tot
de Europese fondsen — een voorwaarde sine qua non om niet verder te gaan
met de backstop? Het lijkt me heel belangrijk dat die schulden eerst
worden afgeschreven. Dat zal ook moeilijk zijn.
De voorzitter:
Meneer Omtzigt, u heeft een interruptie van de heer Van Rooijen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik heb een korte vraag aan de heer Omtzigt. Ik ben blij met zijn
opmerking over de eurobegroting, want de discussie daarover wordt
inderdaad in den brede voortgezet. Als wij nu een nieuwe motie indienen,
is het CDA dan wel bereid om die te steunen?
De heer Omtzigt (CDA):
Ik heb een duidelijke toezegging gehoord van de minister-president dat
hij er niet mee akkoord gaat en ik zal hem daaraan houden.
Voorzitter. Ik wacht nog steeds op de uitvoering van de motie-Omtzigt
over het fatale risico dat wij lopen op de overige onderwerpen. Het is
goed dat de Europese Raad zich solidair verklaard heeft met Nederland
inzake de MH17. Is de berechting van de daders al besproken?
Wat betreft Albanië: er lijkt te zijn vastgelegd dat we de
toetredingsonderhandelingen gaan openen als Albanië een positief advies
krijgt. Is klip-en-klaar duidelijk gemaakt dat dit parlement
instemmingsrecht en daarmee vetorecht heeft als het volgend jaar vindt
dat Albanië er niet klaar voor is? Zijn de EU-partners daarvan op de
hoogte gebracht?
Kunt u iets meer zeggen over de tweede tranche van de Turkijedeal? Gaat
er echt geen cent via Turkije zelf?
Puntsgewijs wil ik twee korte dingen zeggen over het AO JBZ, ten eerste
over het fiche verordening aanpassing visuminformatie. Hierin staat dat
niet alle systemen zullen worden gecontroleerd bij de afhandeling van
visumaanvragen. Hoezo niet? Zorgen we ervoor dat dit nu wel gaat
gebeuren? Dat lijkt ons wel handig.
Bij het voorstel staat dat van kinderen vanaf 6 jaar een vingerafdruk
gevraagd wordt. Hoe gaan we dat doen als die kinderen of hun ouders dat
niet willen? Gaan we kinderen van 6 jaar dwingen om vingerafdrukken af
te geven? Ik zie wat vervelende dingen voor mij.
De voorzitter:
Meneer Omtzigt, u gaat heel erg richting de zes minuten. Dat is niet de
bedoeling. Wilt u afronden?
De heer Omtzigt (CDA):
Ja. Zijn alle statistieken onder het fiche over migratie openbaar?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dat was snel. Dank u wel, meneer Omtzigt. Zo is het soms: de tijd is op
en dan komt er weer iemand anders. Dat is de heer Mulder van de
VVD-fractie.
De heer Anne Mulder (VVD):
Dank. Ik zal mijn bijdrage beginnen waar ik die de vorige keer ben
geëindigd toen we met de minister-president de top voorbespraken: MH17.
Mijn fractie is er blij mee dat ook de Europese Raad Rusland er nu op
aanspreekt dat recht moet geschieden ten aanzien van MH17. Het is winst
dat we niet alleen staan maar dat Europa ons steunt.
Dan Albanië en Macedonië, waarover we het uitgebreid hebben gehad
tijdens de Raad Algemene Zaken. De conclusies daarvan stonden ook op de
agenda. Mijn complimenten aan de minister van Buitenlandse Zaken. Als
wij de pers mogen geloven, is hij geholpen door Frankrijk en Denemarken
om de onderhandelingen met Albanië en Macedonië over toetreding tot de
Europese Unie op dit moment niet te beginnen. Daar komt een apart
besluitvormingsmoment over, volgend voorjaar. Dat is goed gedaan. De
motie daarover van collega Van Helvert en anderen, waaronder de VVD, is
goed uitgevoerd.
Dan de brexit. Het werd al gezegd: de Europese Unie moet zich
voorbereiden op een zogeheten no-deal. Preparedness, voorbereidheid heet
dat. Hoe schat de premier de kans op een chaotische no-dealbrexit in?
Gisteren was de premier van Groot-Brittannië hier op bezoek. Dat was
natuurlijk een vertrouwelijk gesprek, maar kan hij daar toch iets over
zeggen? Hoe ziet hij de kans voor zich dat er de komende maanden iets
gaat lukken, of moet Nederland zich echt voorbereiden op een
no-dealscenario? Doen we dat nu dan al? Welke voorbereidingen heeft het
kabinet getroffen? Deze Kamer heeft allerlei brieven gekregen van
verschillende ministers, maar misschien moeten die geüpdatet worden
gegeven de nu ontstane situatie.
Voorzitter. Dan migratie, het hoofdthema van de afgelopen top. Ik heb
het al eerder gezegd: dit is typisch een grensoverschrijdend probleem
dat de lidstaten van de Europese Unie moeten oplossen. Mensen maken zich
er zorgen over: over de instroom, maar ook over de verdrinkingen op zee,
over mensonterende taferelen. Het is al gezegd: het leidt ook tot
politieke spanningen tussen landen en in Europese Unielanden. Het is
natuurlijk een moeilijk onderwerp; je lost het niet zomaar op. Ik heb
gewerkt in een coalitie van twee partijen. Dat is al lastig. Met vier
partijen is het ook moeilijk; dit is een beetje een therapeutische
sessie. Maar met 28 landen is het moeilijk in het kwadraat om tot iets
te komen. Er is niet voor niks tot half vijf 's ochtends vergaderd. De
premier noemde dit ook een eerste stap. Inderdaad, het is een eerste
stap. "Uitwerking" is volgens mij het centrale woord in dit debat. Veel
collega's hebben ernaar gevraagd en ook het kabinet zegt dit. De VVD
heeft dus dezelfde vraag. Het is goed dat er uitgangspunten zijn voor
gecontroleerde centra, voor het breken van het businessmodel van
smokkelaars en voor het ontschepen, maar hoe gaat de uitwerking er
precies uitzien? Wat is het tijdpad? Wanneer kunnen we iets verwachten?
Het gaat nu naar de JBZ Raad. 20 september is er een Europese top in
Salzburg, Oostenrijk. Daarbij staat dit prominent op de agenda. Wat gaat
er gebeuren?
De voorzitter:
Meneer Mulder, u heeft een interruptie van de heer Fritsma.
De heer Anne Mulder (VVD):
O, ik dacht dat u me al wilde afkappen.
De voorzitter:
Nee hoor, pas over tweeënhalve minuut.
De heer Fritsma (PVV):
Als er geen afspraken gemaakt zijn binnen de EU, valt er natuurlijk ook
helemaal niks uit te werken. Er is voor de top gesproken over opvang van
migranten buiten de EU. Dat gaat niet door. We praten nu weer over
opvang van migranten binnen de EU. Ik kan een hele tijd doorgaan.
Mensensmokkel wordt niet opgelost, want die boten gaan nog steeds naar
Europa omdat ze hier worden opgevangen. Ik kan het hele rijtje wel weer
afgaan, maar er is helemaal niets bereikt. De heer Mulder zegt: migratie
is uitgerekend een punt dat binnen de EU moet worden opgelost. Dat is
niet zo, maar mijn vraag is: wat is nou eigenlijk uw plan B? Ik heb het
eerder gezegd: ik heb hier een map vol krantenartikelen waarin de VVD
enkele jaren terug letterlijk heeft aangegeven "of Europa sluit de
grenzen, of wij doen dat". Ik vraag me af of dit nog steeds uw lijn
is.
De heer Anne Mulder (VVD):
Het businessmodel van de PVV is negativisme. Het deugt allemaal niet, en
als er wel een deal is, is die weer niet goed. Het aanjagen van onrust:
dat zal je businessmodel maar zijn. Is deze top mislukt? De heer Fritsma
zegt maar dat die mislukt is, maar ik zei al: je bent in het kwadraat
bezig met onderhandelen om 28 landen op één lijn te krijgen. Toch zie je
al een aantal uitgangspunten. Ik denk dat de meeste landen het er nu wel
over eens zijn dat we vooral moeten zorgen dat de instroom op orde komt,
dus met opvangen in de regio. Als de instroom op orde is, wordt het
verdeelstuk ook een stuk makkelijker. Dat doe je bijvoorbeeld met
Turkijedeals. Ik heb het al gezegd: de PVV was tegen deze deal, maar die
heeft goed gewerkt. Dat moet je ook doen bij opvang in de regio. Het is
niet zo dat na één top iedereen het ermee eens is, maar je ziet wel een
kantelmoment in Europa. Hier in de Kamer zie je ook kantelmomenten. Meer
landen zeggen: opvang in de regio moet je uitwerken. Er valt dus wel
degelijk iets uit te werken. Je kunt de hele tijd zeggen dat het glas
niet halfleeg maar helemaal leeg is, zoals de heer Fritsma doet, maar
dat is totaal onjuist. Er liggen uitgangspunten. Het is in Europa nou
eenmaal moeilijk met 28 landen. Dan moet je slim onderhandelen en zorgen
dat je iets voor elkaar krijgt, want de schijnoplossing van de PVV om de
grenzen maar dicht te doen, helpt natuurlijk niet. Je moet dat dus
voorkomen. Hoe voorkom je dat? Door de instroom onder controle te
hebben. Dus moet je de maatregelen, waarmee een beginnetje is gemaakt,
uitwerken. Je moet niet zomaar zeggen: de grenzen moeten dicht, wanneer
gebeurt dat nou? Nee, dat is een beetje dommig. Dan staan er files bij
de grens; dan rotten de tomaten bij de grens omdat ze er niet langs
komen. Dan schiet je jezelf in de voeten. Dat is slecht voor de
economische groei. Dan moet je bezuinigen, wat weer ten koste gaat van
de zorg; ik dacht dat de PVV die zo belangrijk vond. Dus nee, meneer
Fritsma, het heeft de schijn van een oplossing, maar het is een
nepoplossing. Sorry.
De voorzitter:
Eens kijken wat de heer Fritsma daarvan vindt.
De heer Fritsma (PVV):
Ik vind het ten eerste knap om in drie minuten tijd de vraag niet te
beantwoorden, voorzitter. De heer Mulder zegt dat de eigen grenzen
sluiten een beetje dommig is. Ik heb net de toenmalig fractievoorzitter
van de VVD geciteerd: of Europa sluit de grenzen, of wij doen dat. Dus
uw eigen standpunt vindt u dan een beetje dommig. Kijk, dat de VVD een
soort politieke kameleon is die om de week van kleur en van politiek
standpunt verandert, weten we wel, maar geef nu eens gewoon antwoord op
de vraag. Geldt deze partijlijn nog, of niet, dus de lijn van Europa
sluit de grenzen, of wij doen dat? Want kijk: de Europese buitengrenzen
gaan niet gesloten worden. Dat hebben we geleerd bij de top. Als die
Europese buitengrenzen een gatenkaas blijven en als we nog steeds met
een enorme asielinstroom zitten, die ook vorig jaar nog 32.000 bedroeg
volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, zegt de VVD dan
werkelijk: als Europa niks doet, doen wij ook niks en laten wij onze
grenzen wagenwijd openstaan? Als dat nu uw standpunt is, moet u het
gewoon zeggen. Dan is er in ieder geval duidelijkheid. U kunt het dommig
noemen, maar is dit nog wel uw eigen visie, of niet? Want ik heb echt
totaal geen beeld van wat de VVD nu doet.
De voorzitter:
De vraag is duidelijk. De heer Mulder.
De heer Anne Mulder (VVD):
De kern is heel helder. Je moet zorgen dat Europa de buitengrenzen
afsluit. Dat kost tijd. Dan voorkom je het uiterste scenario van de
grenzen dichtdoen. Daarom is Europa belangrijk. Dat heeft zeer de
voorkeur. Dat moet gebeuren. Natuurlijk gaat het langzaam en denk je:
potverdorie, schiet eens op. Maar die kant gaat het wel op. Als je dat
doet, hoef je het andere uiterste niet te doen. Daarom is het zo
belangrijk dat Europa erin slaagt en dat we dit gaan uitwerken. Anders
komen we bij die oplossingen die eigenlijk geen oplossingen zijn, maar
die je in het uiterste, uiterste, uiterste geval doet. Ik constateer ook
dat het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt, afneemt: 11.000 de
eerste vijf maanden van dit jaar. Dat is weer een daling ten opzichte
van vorig jaar. Dat lijkt me ook goed nieuws, maar dat terzijde.
De voorzitter:
De heer Fritsma heeft nog één korte vraag.
De heer Fritsma (PVV):
Ik heb nog recht op één interruptie inderdaad, dacht ik. Soms zit je
naar een voetbalcoach te kijken die commentaar heeft en dan denk je: ik
heb naar een heel andere voetbalwedstrijd zitten kijken. Dat gevoel heb
ik nu een beetje bij de heer Mulder. Naar welke Europese top hebt u
eigenlijk zitten kijken? U zegt dat er grote stappen gezet zijn richting
opvang in de regio, maar die zijn helemaal niet gezet. Sterker nog, dat
punt van migranten opvangen buiten de EU is helemaal gestrand. We gaan
migranten opvangen binnen de EU is nu weer het credo. Niemand weet waar.
De heer Timmermans heeft al gezegd: we gaan ze niet vastzetten. Hoe komt
u erbij dat er nu een beweging is richting opvang in de regio? Die is er
helemaal niet. Die top is mislukt. U wilt het niet zien. U laat de
grenzen wagenwijd open. Ja, zo kennen we de VVD helaas weer.
De heer Anne Mulder (VVD):
Wat is hier mislukt? Is deze top nou geslaagd in de zin dat alles is
opgelost? Nee, maar er is wel een stap gezet en er zijn wat
principebesluiten genomen en dat vindt mijn fractie winst. Daar zijn we
blij mee en het komt er nu op aan om dat verder uit te werken. Ik noemde
al de top in Salzburg op 20 september. Hier kan Europa mee aan de slag
en dan heeft het geen zin om een beetje zwart te kijken, zoals de PVV
doet. Nee, dan kun je beter dit kabinet steunen in de inzet om dat voor
elkaar te krijgen.
De voorzitter:
U hebt nog een interruptie, van de heer Van Dijk van de SP.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Mag ik vragen aan de Mulder of hij het er dan mee eens is dat Europa —
het staat ook in het regeerakkoord — eigenlijk de bedoeling heeft om
opvangcentra buiten Europa te creëren, waardoor die bootjes worden
voorkomen, en dat je dan de mensen die je naar Europa wil laten komen,
als ze in aanmerking komen voor een status, op een veilige manier naar
Europa kan laten komen door middel van hervestiging? Deelt de heer
Mulder de mening dat dat het idee moet zijn?
De heer Anne Mulder (VVD):
Dat is ook een beetje de kern van de Turkijedeal. Je controleert de
instroom. Mensen die willen migreren met die smokkelaars worden
tegengehouden. Dus dan krijg je eerst dat zo'n opvanglocatie
waarschijnlijk vol zit. Dan zullen mensen denken: hé, dit is een
kansloze exercitie. Dan kunnen mensen die wel netjes hun beurt afwachten
en echt een vluchtelingenstatus hebben wel komen. Zo los je dat
idealiter op. Dan doorbreek je dat businessmodel van de smokkelaars en
haal je ook de prikkel weg voor mensen om op een illegale manier te
migreren. Dat zou slim zijn. Dat moet je uitwerken en dan moet je er
landen bij zoeken om dat te doen.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik vraag dat omdat ik daarmee kan vaststellen dat het plan-Azmani, dat
de laatste tijd nogal wordt bejubeld, dan toch niet helemaal volledig
wordt uitgevoerd. Ik heb het hier voor me liggen en daar staat als
voorstel 1: er zijn geen asielaanvragen meer mogelijk binnen Europa en
de Europese buitengrenzen gaan dan ook echt dicht. Ik denk dat het wel
goed is om even te markeren dat het plan-Azmani niet hetzelfde plan is
als het plan dat in het regeerakkoord staat, waarbij sprake is van
hervestiging richting Europa.
De heer Anne Mulder (VVD):
Ik ben zeer blij met mijn collega Azmani, die dit in 2015/2016
uitstekend op de kaart heeft gezet. Ik constateer ook dat grote delen
van zijn plan inmiddels gepromoveerd zijn tot kabinetsbeleid en zelfs
tot Europees beleid. Dus ja, prima. Als de heer Van Dijk dan probeert om
daar wat aan af te doen, mag dat allemaal. Maar ik ben blij met mijn
collega die dit heeft geagendeerd in een tijd dat wij het er nog niet in
die mate over hadden gehad.
De voorzitter:
Bent u klaar, meneer Mulder?
De heer Anne Mulder (VVD):
Ja, ik ben klaar.
De voorzitter:
Dan mag u weer gaan zitten. Zo werkt dat. Dan vraag ik aan de heer
Voordewind om even mijn plaats in te nemen, zodat ik mijn inbreng kan
doen.
Voorzitter: Voordewind
De voorzitter:
Ik denk dat ik het vanaf mijn huidige plaats ook kan. Dan geef ik het
woord aan mevrouw Belhaj namens D66 voor haar vijf minuten
spreektijd.
Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Afgelopen week was de minister-president op de langverwachte
Europese top waar echt eens knopen doorgehakt zouden worden over het
Europese migratiebeleid. Er heerste weer gevoel van crisis, een
politieke crisis dit keer. Het regende plannetjes, het ene nog wat
anders of wat vager dan het andere. Deze Kamer stuurde de premier daarom
met duidelijke instructies naar Brussel: wat voor plan dan ook, alles
moet voldoen aan de voorwaarden van het Vluchtelingenverdrag. Ik verwijs
dan ook naar de motie van Asscher en Pechtold. Na negen uur vergaderen
kwamen de regeringsleiders opgelucht naar buiten: ze waren het eens. Er
is nog wel wat onduidelijkheid waarover precies, dus ik heb nog wel een
aantal vragen. Want deze top lijkt ondertussen het einde van Schengen
eerder dichterbij te hebben gebracht dan te hebben voorkomen. De
Duitsers gaan hun eigen grenzen controleren en als reactie daarop dreigt
Oostenrijk weer zijn zuidgrens te sluiten. Ik vraag de premier hoe we
gaan voorkomen dat heel Schengen met een soort domino-effect volledig
ten onder gaat. Het vrije verkeer in Europa is wat mijn fractie betreft
een van de grootste verworvenheden ervan.
De andere conclusies zijn ook verre van concreet. Daar refereerde een
aantal collega's al aan. Of kan de premier al meer vertellen over waar
de platforms uit het plan van Tusk precies gaan komen of hoe
fundamentele mensenrechten gewaarborgd worden? Hoe staat het met het
voornemen ten aanzien van controlled centers binnen de EU? Hoe
verschillen deze centra van de huidige hotspots aan de buitengrenzen en
hoe gaan deze dan wel functioneren?
Dat vluchtelingen vrijwillig worden verdeeld over de lidstaten en landen
dus niet verplicht vluchtelingen moeten opnemen, is wat mij betreft een
grote teleurstelling en dat zegt wel wat. Mijn fractie is niet tegen
afspraken met derde landen over de opvang van migranten, maar dan moeten
er wel duidelijke afspraken zijn — gebaseerd op het
Vluchtelingenverdrag, met onafhankelijke monitoring — waaruit
voortvloeit dat vluchtelingen ook altijd terechtkunnen in Europa. Want
hier, op ons continent, blijft altijd plaats voor mensen die op de
vlucht zijn voor oorlog en geweld.
Een andere conclusie is het voornemen om de onderhandelingen over het
GEAS voort te zetten. Dat is ontzettend belangrijk, één Europees
asielbeleid, maar dit is zo vrijblijvend. Het Oostenrijks
voorzitterschap lijkt vooral in te zetten op de buitengrensbewaking in
plaats van op een effectief en solidair systeem. Is het kabinet daarom
bereid om vol in te zetten op de afronding van het GEAS-pakket en ook
het voortouw te nemen in het streven naar een volwaardig Europees
asielbeleid? Graag een reactie.
Voorzitter. Rondom het asieldossier zien we de EU op haar lelijkst.
Gelukkig kent onze Unie ook andere gezichten. Het afgelopen jaar zijn
ten aanzien van het Europees defensiebeleid, ook op de afgelopen top,
weer grote stappen gezet. D66 juicht dat natuurlijk van harte toe. Onze
wens is een krijgsmacht van Europeanen voor Europeanen. Dat betekent
zorgvuldige stappen vooruit en die zien we nu, met PESCO, met het
European Defence Agency en met het Europees interventie-initiatief. Maar
wat soms opvalt, is dat de Nederlandse regering niet heel duidelijk en
expliciet communiceert over deze Europese defensiesamenwerking. D66
vindt het belangrijk dat de Nederlandse bevolking weet dat we langzaam
op weg zijn naar die krijgsmacht van Europeanen, dat er stappen gezet
worden en dat Nederland zelf die kant op wil. Ik mis deze duidelijkheid
soms vanuit het kabinet. Kan de premier dit beamen: ja, er is
verregaande Europese defensiesamenwerking en wij doen daar met volle
overgave aan mee?
Voorzitter. D66 zegt het al langer: de EU moet in deze veranderende
wereldorde — denk aan Trump, China en Poetin — met één mond kunnen
spreken in de wereld en niet wekenlang vergaderen als er een crisis is.
Vorige week heeft de premier zich schriftelijk en mondeling positief
uitgesproken over het voorstel van Merkel en Macron om flink te minderen
met deze veto's als het gaat om ons buitenland- en veiligheidsbeleid.
Deze discussie moet gevoerd worden, zei hij. Dat is hartstikke mooi.
Wanneer gaat de Raad hiermee aan de slag en in welke Raad komt het aan
de orde?
Voorzitter, tot slot. Ik ben blij dat de regeringsleiders op de Europese
top een akkoord bereikten over migratie, maar we lijken nog wel ver van
een werkende oplossing. Ik hoop dan ook dat de premier zijn invloed in
Europa goed gebruikt, dat dit kabinet zo een voortrekkersrol kan hebben
in het beëindigen van deze politieke asielcrisis en dat we binnen de
internationale verdragen één Europese oplossing kunnen vinden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Meneer Van Dijk heeft nog een vraag voor u, mevrouw Belhaj.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Ja, misschien kan mevrouw Belhaj nog iets verduidelijken. Ik dacht dat
ik haar hoorde zeggen dat Nederland op weg wil naar een Europees leger.
Volgens mij is dat geen kabinetsstandpunt. Het is een wens van D66, dat
weten we. Maar bent u het met mij eens dat het geen standpunt van de
coalitie is, laat staan van andere partijen, zoals die van
ondergetekende, om een Europees leger te gaan bouwen?
Mevrouw Belhaj (D66):
De SP vraagt aan mij of ik wil vertellen wat andere partijen
vinden.
De heer Jasper van Dijk (SP):
U zei dat Nederland dat ook wil.
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik heb aangegeven dat wij vinden dat er een krijgsmacht moet komen voor
alle Europeanen en dat ik het prettig zou vinden als het kabinet ook
expliciet maakt waar we naartoe werken, omdat alle kleine stappen die we
zetten ertoe kunnen leiden dat je daarop uitkomt. En wat wij
verschrikkelijk zouden vinden, is dat mensen dan in één keer schrikken
en denken: hoe kan dit nu? De mensen hebben samen geoefend, ze hebben
veel materieel samen en er zijn allerlei systemen bedacht om ervoor te
zorgen dat ze gezamenlijk kunnen opereren, hoe heeft dit kunnen
gebeuren? Daarom zou ik er waarde aan hechten als de premier hier
vandaag ook zou zeggen: ja, er is verregaande Europese
defensiesamenwerking en wij doen daar met volle overgave aan mee. Dat is
wat mijn verzoek was aan dit kabinet.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Dan ben ik benieuwd naar het antwoord van de premier.
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik ook.
De voorzitter:
De heer Omtzigt heeft ook nog een vraag voor u.
De heer Omtzigt (CDA):
Er lopen hier nu twee discussies door elkaar heen. Er is a een wens tot
een verregaande interoperabiliteit. Dat betekent dat we als we met de
Duitsers, met de Spanjaarden of met wie dan ook missies samen doen, goed
op elkaar aangesloten zijn. Dat is volgens mij hier ook breed gedeeld,
omdat Nederland in zijn eentje geen missies kan draaien. Maar b is dat
er een Europees leger is en bij een Europees leger zou, zeg, het
Europarlement ervoor kunnen stemmen om een missie te doen, terwijl er in
de Tweede Kamer geen meerderheid is om Nederlandse soldaten uit te
sturen. Is D66 voorstander van die variant, waarbij het Nederlandse
leger niet meer onder controle van het Nederlandse parlement staat, maar
onder controle van het Europees Parlement?
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik denk dat de eerste logische stap zou zijn om het gewoon onder het
Nederlandse parlement te laten vallen. Hetzelfde als we doen met
bijvoorbeeld NAVO-missies. Daarover besluit ook nog steeds het
Nederlandse parlement. Zolang we nog niet op papier hebben hoe we dat
dan zouden organiseren, zou het heel onverstandig zijn om mij nu te
vragen of we dat op dit moment zouden kunnen doen, want dat zouden we
niet kunnen. Dus laten we beginnen om te besluiten, in Nederland vast te
stellen hoe we het willen regelen. Dan hebben we ook alles compleet. Dan
moet er ook besloten worden over onder welke voorwaarden dan een
gezamenlijke missie plaats kan vinden en hoe die besluitvorming zou
moeten plaatsvinden. Dat is helaas nog een endje weg, maar ik ben blij
om te horen dat het CDA het belangrijk vindt dat we in ieder geval in
Nederland beginnen als er gezamenlijk opgetreden wordt door
verschillende Europese landen in verschillende missies.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik ga even over mijn eigen woorden. Ook nu, als er een gezamenlijke
NAVO-missie is of een gezamenlijke EU-missie — die hebben we ook gehad
in de Hoorn van Afrika — dan stemmen gewoon de individuele parlementen
in met het individuele mandaat en dan hebben we hier lange discussies
over rodekaarthouders en over wat de geweldsinstructie is. Dan gaat het
Nederlandse parlement over wat de Nederlandse militaire mogen, niet
mogen, hoelang ze er blijven, met welke uitrusting ze daar zitten.
Allerlei zeer belangrijke vragen; het gaat om leven en dood. De
kernvraag die hier op tafel ligt, is: wil D66 nu dat het Nederlandse
parlement over tien jaar blijft besluiten over de missies of wil ze dat
overdragen aan het Europese parlement? Dat is de kernvraag. Niet of we
het morgen willen. Daar wil ik graag een antwoord op hebben.
Mevrouw Belhaj (D66):
Dat zal altijd beide aan de orde blijven. Zolang Nederland zijn eigen
kerntaken heeft in zijn eigen nationale beveiliging, zal dat gewoon
nationale besluitvorming betreffen. Het is wel zo dat, in tegenstelling
tot andere landen, niet het Nederlandse parlement dat bepaalt,
natuurlijk, maar het kabinet. Dat is wel een belangrijk verschil. Je zou
er dus daarnaast voor kunnen kiezen om bepaalde Europese missies wel in
Europa te beleggen. Daar heb je ook natuurlijk een minister van Defensie
voor nodig en alles erop en eraan om te zorgen dat je dat ook op een
goede manier kunt doen. Dus wellicht zien we elkaar over tien jaar en is
dat realiteit — dat is wel onze wens — maar het bestaat altijd naast de
eigen instemming van het parlement hier in Nederland.
De voorzitter:
Ik dank u wel, mevrouw Belhaj.
Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, als u het goed vindt, wil ik even wat corrigeren. Als het
gaat over Europese missies, kan het in Brussel liggen, maar als het gaat
over overige missies, kan het gewoon hier in Nederland blijven. Ik denk
dat het belangrijk is om dat verschil te verduidelijken.
De heer Omtzigt (CDA):
Dus we hebben te maken met de wens dat er Nederlandse legeronderdelen
meedoen aan een Europese missie en dat het Nederlandse parlement en de
Nederlandse regering geen instemming daarvoor hoeven te geven en
vetorecht hebben? Dat is namelijk het cruciale stapje. Wij zouden graag
weten of D66 er voorstander van is dat er ergens een bureau in Brussel
bestaat dat het Nederlandse leger kan uitzenden, en dat het Nederlandse
parlement en de Nederlandse regering daar dan niet kunnen zeggen "dit
lijkt ons geen goed idee, dat doen we niet" of "dat doen we onder deze
omstandigheden"? Daar wil ik een antwoord op hebben.
De voorzitter:
Heel kort nog, mevrouw Belhaj.
Mevrouw Belhaj (D66):
Als Defensiewoordvoerder kan ik hier uren over praten. Ik ga die
uitdaging niet aan. De heer Omtzigt gaat een beetje kort door de bocht
door er allerlei andere dingen aan te verbinden, zoals veto, en hoe dat
er dan uit moet zien. Nogmaals, wij streven naar een Europese
krijgsmacht voor Europeanen, waar duidelijkheid, veiligheid en een
buitenlandsstrategie aan ten grondslag liggen. Het moet daar belegd
worden als we alles op hebben getuigd, dus niet onder deze
omstandigheden. Het antwoord op de vraag is dus ja. Wij denken overigens
dat dat over tien jaar gewoon ook normaal zal zijn. Daarnaast heb je je
eigen overige missies, waarover de besluitvorming gewoon in Nederland
ligt. Wellicht is dat een beetje eng voor u, mijnheer Omtzigt. Ik vind
het niet zo eng. Maar we gaan zien, uiteindelijk, wat er gaat gebeuren.
Ik denk, met alle dingen die we op dit moment aan het doen zijn, dat we
daarnaar aan het toewerken zijn. Dat is ook helemaal niet erg, want 80%
van de Europeanen vindt het volstrekt duidelijk en logisch, als het gaat
over veiligheid en defensie, dat je dat ook op Europees niveau
regelt.
De voorzitter:
Ik dank u wel, mevrouw Belhaj. Gaat u weer zitten. Dan neemt u het
voorzitterschap over. Dan kunnen we met het kabinet bekijken hoelang we
schorsen.
Voorzitter: Belhaj
De voorzitter:
Het schijnt dat er tien minuten nodig is om al die moeilijke vragen te
beantwoorden. Dus we schorsen tien minuten. Dan zien we elkaar hier weer
om 20.10 uur.
De vergadering wordt van 20.00 uur tot 20.10 uur geschorst.
De voorzitter:
Het is 20.10 uur. Dat betekent dat we weer gaan beginnen. De
minister-president staat er helemaal klaar voor, dus ik stel voor dat u
begint.
Minister Rutte:
Voorzitter. Ik ga maar gewoon door de vragen heen, het is lastig om ze
te clusteren.
Het tijdpad voor MFK was een van de vragen die gesteld zijn. Maar die
vraagsteller is weg, dus dat doe ik dan zo meteen.
Ik kom bij de vraag over Macedonië en Albanië. Dat is zoals u weet
besproken op de Raad Algemene Zaken van 26 juni. Besloten is de
onderhandelingen niet te openen. Daar heeft inderdaad ook Frankrijk bij
geholpen. Er is denk ik goed onderhandeld door Stef Blok, de minister
van Buitenlandse Zaken en zijn team. De positie van het Nederlandse
parlement is bij iedereen zeer bekend. De Nederlandse regering is het
daar ook mee eens. Beide landen kregen een concreet pad met
rechtsstaathervormingen die moeten worden geïmplementeerd voordat er kan
worden gesproken over toetredingsonderhandelingen. Daarover zal worden
gerapporteerd in 2019. Daarvan ontvangt de Kamer een appreciatie. En ja,
dat is een unanimiteitsbeslissing, dus uiteindelijk moet Nederland daar
ook weer mee akkoord gaan als we eventueel onderhandelingen zouden
starten. Dus dat is strikt en fair.
Over de EMU zijn verschillende vragen gesteld.
De heer Omtzigt (CDA):
Dat betekent dat, ook als de Europese Commissie soms nog wel eens
enthousiast is en wat minder strikt en fair dan wij en met een positieve
aanbeveling komt, dit parlement en de Nederlandse regering nog steeds
kunnen zeggen: wij stemmen niet in met het openen van
toetredingsonderhandelingen met Albanië?
Minister Rutte:
Dit is de briljante korte samenvatting die ik in het kader van de spirit
van snel werken ook meteen al had kunnen geven, ja, eens.
Verschillende vragen zijn gesteld over de EMU. Op zichzelf zijn wij
tevreden met de resultaten van de eurotop. Er is inderdaad grote
discussie in Europa over, zoals bekend, hoe we verdergaan met het
vraagstuk, bijvoorbeeld wat de Fransen noemen een fiscal capacity, een
helemaal apart van het MFF staand budget voor de eurozone. Ik ga daar
eigenlijk nooit zo op in, want niemand weet precies wat er dan mee
bedoeld wordt. Ik bedoel dat niet grappig. Serieus, ik bedoel te zeggen
dat er heel veel verschillende beelden over zijn wat dat dan moet zijn.
Dus ik maak altijd maar liever het onderscheid tussen zij die geloven in
de noodzaak van instrumenten voor schokabsorbering en zij die geloven in
de noodzaak van instrumenten voor meer investeringen en meer
convergentie naar een hoger niveau van competitiviteit. Dat is een debat
waar deze Europese Raad of deze eurozonetop verder geen stappen in heeft
gezet, dus die discussie zal blijven terugkomen. Ik heb wel mijn
bijdrage geleverd, en ook vele anderen op dit onderwerp, maar er zijn
geen conclusies op getrokken.
Daarnaast is het goede nieuws denk ik dat, waar een meer politieke
koppeling leek te bestaan tussen dat type discussie en discussie over de
toekomst van de bankenunie, we toch een paar kleine stapjes hebben
kunnen zetten over de toekomst van de bankenunie en het versterken van
het Europees stabilisatiemechanisme. Eerst was de vraag voor Nederland
of er überhaupt een backstop kan zijn op het Single Resolution Fund.
Daarvoor was het voor Nederland, met steun van de Kamer, noodzakelijk
dat we op het MREL, dus de bail-inable buffers en op het vraagstuk van
de leverage ratio's goede besluiten konden nemen. De eurogroep heeft dat
een maand geleden gedaan.
Vervolgens komt dan natuurlijk de vraag aan de orde of het ESM die
backstop zou kunnen zijn. Volgens mij geldt daarbij voor Nederland dat
wij dat alleen kunnen accepteren als er ook een werkend raamwerk is — ik
geloof dat de heer Omtzigt dat ook zo formuleerde — voor
herstructurering van onhoudbare overheidsschulden. Dat is een voorwaarde
voor zo'n stap om dat te kunnen doen. Daarom is het denk ik goed dat is
vastgesteld dat het ESM die backstop kan zijn én dat daarvoor
noodzakelijk is dat al die andere elementen er ook zijn. Voor Nederland
is dan in het bijzonder cruciaal — dat geldt trouwens voor veel landen —
dat er een raamwerk is voor herstructurering van onhoudbare
overheidsschuld. Er zijn nu geen besluiten voorzien over het naar voren
halen van de inwerkingtreding van de backstop. Die is volgens mij nu
voorzien voor 1-1-2024.
Wat je wél ziet, is dat in de eurogroep is besproken om er in 2020 naar
te kijken hoe het staat met de mate van risicoreductie. Dat is ook een
vraag die de heer Omtzigt stelde. Waarbij ook gekeken moet worden hoe
die inzichtelijk wordt gemaakt. Dan kom je weer bij de bail-inable
buffers en je komt ook bij het vraagstuk, zoals de heer Omtzigt zei, van
de probleemleningen, dus de non-performing loans. Dat zal de basis
moeten zijn voor politieke besluitvorming over het naar voren halen van
de backstop. Daar is überhaupt geen besluit over genomen en het is ook
niet nu voorzien om die backstop naar voren te halen. Maar zou dat
gebeuren, dan zijn dit belangrijke randvoorwaarden. In ieder geval is er
een afspraak gemaakt om de thermometer erin te steken in 2020. Dat
betekent, ook in lijn met de motie Omtzigt, dat er dan alle tijd is om
te kijken naar de details of er sprake is van, zoals die motie zegt,
voldoende risicoreductie.
Dat even over de EMU.
De voorzitter:
Eén momentje, minister-president, u heeft een interruptie van de heer
Van Rooijen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
U had het over risicoreductie. Risicospreiding is daar natuurlijk de
pendant van. Minister Hoekstra heeft in de Kamer al enkele keren gezegd
dat, nadat er dus over de bankenunie een stap was gezet, tot volle
tevredenheid van Nederland met name, de Fransen ons daar zelfs bij
hebben geholpen omdat er toen een Italiaanse crisis was . Is het nu zo
dat de Fransen in de top van vorige week toch hebben gezegd "en nou moet
het noorden ook leveren en met name Nederland en Duitsland, want wij
hebben die bankenunie geslikt, nou moet er ook wat gedaan worden aan
risicospreiding, depositogarantiestelsel en dergelijke"?
Minister Rutte:
Niet in de top donderdag of vrijdag, misschien in Meseberg, daar was ik
niet bij, dat weet ik niet.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Maar niet op de top?
Minister Rutte:
Nee, ik heb nu geen letterlijk verslag van de vrij lange bijdrage van
Macron. Maar ik heb niet in mijn herinnering dat hij dat zei.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dat is dan in zekere zin wel goed nieuws. Want minister Hoekstra zei tot
voor kort nog dat die druk heel groot werd en dat het noorden op korte
termijn moest leveren. Nou, als het daar niet door Macron aan de orde is
gesteld …
Minister Rutte:
Wat wél zo is …
De voorzitter:
We doen het even zo. Dan geef ik nu het woord. De heer Van Rooijen was
klaar, begrijp ik. Oké, minister-president.
Minister Rutte:
Excuus, voorzitter. Wat ik net, in het begin zei, is dat mijn zorg wel
is, en ook van Hoekstra, de minister van Financiën, dat er op een
gegeven moment een politieke koppeling komt te liggen tussen het denken
rondom een eurozonebudget buiten het MFF, een fiscal capacity of wat het
ook allemaal is. Dat is één discussie. Daar heeft Nederland een aantal
ernstige kanttekeningen bij, zoals bekend — maar die discussie zit
muurvast — en dat daardoor ook de discussie over de bankenunie niet door
zou kunnen gaan, over verdere stappen zetten om die te versterken. Ik
vind dat het noodzakelijk is om die bankenunie verder te versterken om
ervoor te zorgen dat we als Europa ook klaar zijn voor een eventuele
volgende verdere economische verslechtering en de impact die dat zou
kunnen hebben op ons bankenstelsel.
Het goede nieuws van deze eurozonetop is denk ik dat we een paar stapjes
hebben gezet op de bankenunie zonder dat dat eerste noodzakelijk was. In
die zin is het denk ik goed dat er — ik zeg niet dat dat Frankrijk is —
zoals je wat breder merkt, landen zijn die die politieke koppeling meer
impliciet dan expliciet wel maken.
Dan over de tweede tranche voor Turkije. Daarvan is afgesproken, en was
eigenlijk al veel eerder afgesproken, dat die er zou komen. Dat is
onderdeel van de EU-afspraken met Turkije. Een deal is nou eenmaal een
deal, dus dat geldt ook voor ons als wij moeten leveren. Alleen, tot nu
toe lukte het niet, onder anderen de Italianen blokkeerden, maar omdat
we nu ook afspraken hebben kunnen maken over bijstortingen in het EU
Afrika Trust Fund bleek het mogelijk om hier wel uit te komen. Die hulp
loopt zoals bekend — maar dat is een oud debat — via internationale
organisaties zoals IOM, UNHCR, UNICEF, CARE. Je kunt niet voor 100%
garanderen dat er niets via de Turkse overheid gaat, bijvoorbeeld als
het gaat om de noodzaak te investeren in onderwijs- of
gezondheidsvoorzieningen. De expliciete afspraak is, het mag niet naar
begrotingssteun gaan in Turkije, het moet naar dit soort dingen gaan. En
het hele toezicht daarop vindt plaats via de Europese Commissie, met een
openbare verslaglegging en controle. Maar zoals we dat hier al een
aantal keren hebben besproken in debatten, je kunt geen garanties geven
dat er niets via de Turkse overheid loopt, maar dan wel met deze
duidelijke kanttekeningen.
Op het punt van veiligheid en defensie kan ik u zeggen dat de Europese
top zich niet heeft gebogen over de vraag of Nederland wel of niet gaat
instemmen met een Europees leger. Ik heb net geluisterd naar die
discussie. Er zijn plannen langs twee lijnen. In de eerste plaats zijn
er de plannen op het terrein van PESCO. Dat is het idee dat we als
Europa verder werken waar het militaire samenwerking op allerlei
terreinen betreft.
En dan is er ook het Europees Defensiefonds. Alleen, bij deze zaak is er
geen sprake van een nieuwe overdracht van bevoegdheden op het gebied van
buitenlands en defensiebeleid naar de Europese Unie. Want die
bevoegdheden zijn in verdragen vastgelegd. In het Verdrag van Lissabon
is bepaald dat lidstaten die dat willen binnen de kaders van het
EU-Verdrag zo'n versterkte samenwerking als PESCO kunnen opstarten. Maar
de eindzeggenschap over het uitzenden van militairen blijft dus in
Nederlandse handen. En in het kader van het Europees Defensiefonds
bepalen lidstaten zelf aan welke projecten ze willen meedoen, waarbij
het vooral belangrijk is voor Nederland dat ook — zoals bekend is dat
ook een wens van de Kamer — het midden- en kleinbedrijf daarvan kan
profiteren. Er zijn de afgelopen maanden allerlei concrete stappen op
dit punt gezet. Nederland heeft daar ook actief aan bijgedragen. Een van
de belangrijkste punten die Nederland inbrengt, ook in NAVO-verband, is
natuurlijk het vraagstuk van de military mobility: de mobiliteit, zowel
administratief als fysiek, logistiek. Dat wordt zeer gewaardeerd.
Nederland heeft daarvoor op de Raad Buitenlandse Zaken van 25 juni in
Luxemburg ook veel waardering gekregen. Daarnaast juichen we het toe —
dat is weer een andere ontwikkeling — dat Frankrijk en Duitsland het
eens zijn geworden over het European Intervention Initiative, een
initiatief van president Macron. Het aardige daarbij is dat ook een
aantal niet-NAVO-landen en een aantal niet-EU-landen daaraan deelnemen.
Dat is dus weer een wat breder initiatief. Dat moet dan wel zo dicht
mogelijk aan PESCO gelinkt worden. Dat was een wens van de Duitsers. Ook
wij hebben die wens steeds gehad. Daarover is, zoals u weet, in
Luxemburg een intentieverklaring ondertekend. Toch maar even heel
scherp: de Nederlandse regering streeft niet naar een Europees leger en
dit zijn ook geen bewegingen naar een Europees leger. Ik weet wel dat in
de kring van D66 die wens leeft, maar dat is niet een wens die de
Nederlandse regering heeft.
Ik kom op het MFK. Tijdens de Europese Raad is kort gesproken over de
onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader. Dat moet, zoals u
weet, van start gaan op 1 januari 2021. Er zijn allerlei Nederlandse
wensen op dat punt. Die hoef ik niet allemaal te herhalen. U kent die.
Ze gaan over onze bijdrage en de modernisering, zo zeg ik het maar even
kortheidshalve. Er spelen natuurlijk veel belangen op dit terrein, zowel
bij Nederland als bij de andere lidstaten. Daarom meen ik dat het goed
is dat we in Europa toch wel een zekere consensus hebben over dat de
kwaliteit van het uiteindelijke resultaat boven snelheid gaat. Daardoor
lijkt mij de kans niet zo groot dat we dit afronden voor de Europese
verkiezingen.
Ik kom op de brexit. Is Nederland goed voorbereid op een eventuele
cliff-edge brexit, dus een no-dealscenario? Diverse sprekers vroegen
dat, onder andere de woordvoerders van de VVD en het CDA, maar ook van
andere partijen. Wij bereiden ons langs een aantal lijnen voor op de
brexit, ook op het eventuele verstgaande scenario. Ik noem voorlichting
aan het bedrijfsleven en andere doelgroepen. We zijn bezig met
capaciteitsuitbreiding bij diverse uitvoeringsorganisaties, zoals de
Douane en de NVWA. We bereiden ons ook voor op de benodigde
wetswijzigingen. Het bedrijfsleven staat er niet alleen voor. Wij zijn
actief met het bedrijfsleven in gesprek om het te kunnen ondersteunen.
Ik noem het brexitloket, waar ondernemers terecht kunnen, en de
brexit-impactscan, die ondernemers helpt om tijdig in beeld te brengen
welke effecten zij van de brexit zullen ondervinden. Dat zijn overigens
allemaal dingen die "no regret" zijn. Dus ook als zich geen
no-dealscenario voordoet — dat hopen wij natuurlijk — maar wel een
andere vorm van brexit, dan geldt nog steeds dat al deze stappen gezet
moeten worden: wetgeving, capaciteitsuitbreiding en voorlichting. Een
voorbeeld daarvan zijn de voorbereidingen bij de Douane en bij de
landbouwgerelateerde keurings- en toezichtsorganisaties, maar ook de
voorbereidingen in de zeehavens. Bij de logistieke knelpunten en de
mainports wordt geïntensiveerd. Dat blijven we ook doen. Naar aanleiding
van de opmerking van onder andere het CDA en de VVD is tijdens het
plenaire debat voorafgaand aan de Europese Raad toegezegd om in de
geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van september — dat is
dus iets vroeger dan oktober — uitgebreid stil te staan bij de
voorbereidingen in het algemeen, maar in het bijzonder ook bij de
voorbereidingen op een no-dealscenario.
Inderdaad heeft Theresa May, mijn Engelse collega, ons gisteren bezocht.
Het was een goed gesprek. Ik kan natuurlijk niet in de vertrouwelijkheid
daarvan treden, omdat het een uitermate precair proces is, ook aan
Britse zijde. Maar u kent onze punten. Het is van belang dat het
vraagstuk van de grens tussen Ierland en Noord-Ierland goed wordt
opgelost. Het is uiteraard ook van belang dat we de integraliteit van de
Europese Unie in de gaten houden. Lidmaatschap van de Customs Union
brengt beperkingen met zich mee voor het afsluiten van
vrijhandelsverdragen. Het betrokken zijn bij de interne markt heeft
natuurlijk gevolgen voor het naleven van de vier vrijheden of elementen
daarvan, afhankelijk van wat aan de orde is. Een groot vraagstuk zal
natuurlijk zijn hoe om te gaan met het Hof van Justitie in Luxemburg.
Hoe verhoudt zich dat na een eventuele brexit met de situatie in het
Verenigd Koninkrijk, afhankelijk van het type afspraken dat we met
elkaar maken? Ik heb bij mijn Britse collega erop aangedrongen — dat mag
ik hier wel zeggen — om ook aan hun kant alles te doen voor het treffen
van voorbereidingen. Dat geldt dan niet alleen voor een no deal, maar
juist ook voor alle minder vergaande opties, omdat in al die varianten
voorbereiding noodzakelijk is. Het was verder een goed gesprek. Dit zijn
onze afwegingen, onze overwegingen. U kent ze allemaal. Ze zijn niet
nieuw. Ik kan niet treden in wat de Britten aan het doen zijn, want dat
raakt de vertrouwelijkheid van het gesprek en laat zich nu niet in het
openbaar delen. We zullen daar echter in de komende weken ongetwijfeld
meer van zien.
De heer Asscher (PvdA):
Ik ben benieuwd of de premier, in overeenstemming met de wens van het
Nederlandse parlement, ook nog heeft gepraat over de noodzaak om niet te
belanden in een standaarden- of een belastingenoorlog tussen het VK en
de Europese Unie. Ik doel met name op de standaarden op het gebied van
de bescherming van werknemers en van het milieu en op de dreigende
veldslag om lagere belastingtarieven.
Minister Rutte:
Ja, maar niet gisteren. We brengen dit uiteraard wel naar voren in de
gesprekken. Het zou een risico kunnen zijn in het geval Engeland zou
terugvallen op een soort zeer basaal vrijhandelsverdrag met Europa. Dan
zou je dat risico lopen en dan komen deze overwegingen in beeld. De
wederzijdse ambitie is natuurlijk om iets meer te hebben dan een basaal
vrijhandelsverdrag. Dan zijn bijna automatisch deze risico's er niet —
ik kijk even naar mijn ambtenaren of ik het goed zeg — omdat dan
automatisch op het terrein van belastingen en dat type standaarden
afspraken worden gemaakt die verder gaan. Maar je zou het risico wel
kunnen lopen. Bij een no-dealscenario gaan we er niet over, maar bij een
toekomstig scenario dat uitgaat van een zeer uitgekleed, basaal
vrijhandelsverdrag, zou je deze risico's lopen. Dan hebben wij die
afwegingen daarin te betrekken. Dat is natuurlijk het laatste wat we
willen. Daar zijn we het, denk ik, over eens. Het heeft geen enkele zin
om in een tax-oorlog terecht te komen. Maar dat is nu niet aan de orde,
zeg ik erbij, want de ambitie is natuurlijk wel om een intensievere
economische relatie te hebben. Dan zouden deze dingen automatisch
ondervangen zijn, vermoed ik. Maar we zullen het uiteraard nauwlettend
in de gaten houden.
Voorzitter, tot slot van mijn kant kort iets over migratie. Ik wil dat
afsluiten met een antwoord op de vraag van de heer Asscher of Nederland
nu en in de verdere uitvoering het voortouw wil nemen. Mijn antwoord zou
"ja" zijn. Dat begint overigens in de bijeenkomst van ministers van
Justitie en Binnenlandse Zaken volgende week. Dan gaan wij als Nederland
hierin het voortouw nemen. Ik zeg er heel kort iets over. Ik stel u voor
om de heer Harbers dan de vragen over migratie te laten beantwoorden, nu
hij erbij is.
De Nederlandse inzet is: en-en-en. We willen Turkije-achtige afspraken
met landen in Afrika. We willen ervoor zorgen dat binnen Europa de
secundaire migratie beheerster is. Dit tweede wordt makkelijker als het
eerste goed loopt. Ook de herverdeling hoort daar natuurlijk bij. Ik
denk dat ook die discussie ontspannener zal worden naarmate de aantallen
teruglopen. We hebben in feite een vergaand politiek commitment van de
Europese leiders afgesproken tot het tot stand brengen van die afspraken
met Afrikaanse landen. Zijn die er dan al? Nee. Dat heb ik ook nooit
beloofd. Dat is ingewikkeld. Het duurde met Turkije ook best lang
voordat het er was. Het is echter niet onmogelijk. Sterker nog, daar
moeten we met z'n allen aan werken. Er wordt gedacht aan een groepje
landen die dat samen doen, omdat het vaak helpt als je het op
regeringsleidersniveau doet. Uiteraard doe je dat dan met een toolkit
die Europa klaarzet, waarbij je per land specifieke afspraken kunt
maken. Dat kunnen landen aan de kust zijn. Maar het kunnen ook landen
dieper in Afrika zijn, waarbij het meer gaat over vraagstukken als het
wegnemen van grondoorzaken of vraagstukken op het terrein van het
terugnemen van economische migranten. Dat is dat hele stuk. In Europa
zelf zal die hele discussie natuurlijk eenvoudiger worden naarmate dat
beter slaagt.
Het plan van Azmani werd aangehaald. Ik val altijd terug op de brief van
het vorige kabinet van 9 september 2015, die in feite een amalgaam was
van een aantal op dat moment vigerende voorstellen. Dat lag ook aan de
basis van het type inzet dat we hebben gepleegd om met Turkije tot
afspraken te komen. De gedachte achter dat kabinetsstandpunt, dat dit
kabinet nu voortzet, is dat je probeert om dat type afspraken te maken,
maar op een manier die in overeenstemming is met alle internationale
verdragen en standaarden, vanzelfsprekend. Daarom was ik ook blij dat de
UNHCR en IOM na de afspraken van donderdagnacht hebben gezegd: wij zien
hier de meerwaarde van, wij kunnen hiermee leven. Onderdeel van de
afspraak is ook dat je in Europa zelf beter moet werken aan het opvangen
en terugsturen van economische migranten en het herverdelen van
politieke migranten, als die erbij zitten. Uiteindelijk, idealiter zou
je willen dat mensen niet die reis ondernemen — dat zal echt nog wel
even duren — en dat, ook in overeenstemming met die kabinetsbrief van
september 2015, je als het ware de grens zo veel mogelijk sluit, maar
dan wel naarmate dat succesvoller is, in vergaande mate bereid bent om
via resettlementprogramma's de druk op die opvanglocaties in landen in
Afrika en in Turkije te verminderen door mensen naar Europa te halen. Ik
heb altijd gezegd: idealiter zal Nederland altijd, ook in de toekomst,
zijn aandeel pakken in het opnemen van de echte asielzoekers. Maar
idealiter komen ze ook niet op eigen gelegenheid, met alle
levensgevaarlijke omstandigheden van dien, maar gebeurt dat
gestructureerd. Dat moet dan ook zo dat het geen aanzuigende werking
heeft. Dat zal het naar verwachting echter niet hebben, want dat heeft
het ook niet in het geval van Turkije, omdat het leeuwendeel van de
mensen in Turkije zelf blijft. De afspraak met Turkije is: als het
een-op-eensysteem succesvoller zou gaan werken — het werkt nu niet — dan
is het onvermijdelijk dat Europa in dat kader bereid is om met meer
largesse mensen uit de opvanglocaties in Turkije naar Europa te halen
via resettlementprogramma's. Dat moet natuurlijk in zo'n mate dat het
niet in zichzelf een aanzuigende werking heeft, vanzelfsprekend. En je
moet dan niet mensen die levensgevaarlijke boottochtjes hebben
ondernomen, hiernaartoe halen, maar juist mensen die dat niet hebben
gedaan. Dat zit allemaal in die brief over die aanpak van september
2015.
Is dit nou de perfecte aanpak? De heer Fritsma zegt: het glas is niet
halfleeg maar helemaal leeg. Ja, zo kennen we hem. Maar goed, zijn
partij was ook tegen de afspraken met Turkije. Ik denk dat het goed is
dat die er wel zijn. De fallacy dat een Nederlandse regering geïsoleerd,
los van de Europese context, in haar eentje, in staat zou zijn om
middels sluiting van de grenzen maar dan zonder grote economische schade
— maar dat zou echt een enorme economische schade met zich brengen — dat
grote vraagstuk van de migratie onder controle te krijgen, is net zo
belachelijk als de gedachte dat we dit kleine land zouden kunnen
beschermen zonder ingebed te zijn in de NAVO.
De voorzitter:
Ja. Punt.
Minister Rutte:
Punt.
De voorzitter:
De punt is moeilijk te vinden bij u. De heer Fritsma …
Minister Rutte:
Ik was ook helemaal op dreef!
De voorzitter:
Ja, dat merkten we allemaal. De heer Fritsma heeft een interruptie voor
u in eerste instantie …
Minister Rutte:
De heer Asscher was al eerder.
De voorzitter:
… en ook de heren Van Dijk, Asscher en Van Rooijen. U heeft dus iets
uitgelokt bij mensen.
Minister Rutte:
En ik ben klaar met mijn eigen tekst.
De heer Fritsma (PVV):
De premier zegt dat hij lekker op dreef is. Was hij dat maar in Brussel.
Maar daar is niets, echt helemaal niets tot stand gebracht. De premier
had vorige week net zo goed twee dagen naar Legoland kunnen gaan. Het is
echt zo'n triest resultaat. Zelfs de eigen kabinetsinbreng is helemaal
getorpedeerd. We hebben twee weken geleden gesproken over opvang van
migranten buiten de EU. Daar is helemaal niets van terechtgekomen. We
praten nu weer over opvang van die klanten binnen de EU. Een goed
werkende Dublinverordening is verder weg dan ooit. De Visegrádlanden
doen niet mee aan de herverdeling van migranten. Er is totaal geen
solidariteit binnen Europa, waar het kabinet wel op hamert. U heeft
helemaal niets bereikt. Waarom probeert u dan toch recht te praten wat
krom is? Dat is eigenlijk mijn vraag, om te beginnen.
De voorzitter:
Dat is een goed begin.
Minister Rutte:
Meneer Fritsma kan zo'n dramatische boodschap zo vrolijk brengen. Dat
blijft toch een gave, en ook dat hij zo'n olijk hoofd heeft. Alleen, het
klopt niet. We hebben vorige week gezegd dat onze inzet zal zijn dat er
meer Turkije-achtige afspraken met landen in Afrika gemaakt moeten
kunnen worden en dat daar commitment voor komt. Dat is afgesproken. Onze
inzet is dat er een gestructureerder systeem komt voor hoe binnen Europa
met deze situatie om te gaan. Daar zijn afspraken over gemaakt. Ik heb
ook gezegd dat ik, zolang de migratiedruk niet wordt verlaagd, niet
verwacht dat we ook nog een akkoord bereiken over herziening van de
Dublinverordening, een van de zeven wetsvoorstellen van de Europese
Commissie. Het hangt natuurlijk vooral op dat hele vraagstuk van de
herverdeling in het geval van een piekbelasting. Dat heet "het Bulgaarse
compromis". Zoals ik vorige week ook heb gezegd: dat lijkt me niet
haalbaar, dat zie ik pas gebeuren als de eerste dingen succesvol zijn.
Maar het politieke commitment, dat 's nachts om 4.30 uur werd bereikt —
het ging niet makkelijk — tussen het zuiden van Europa, het noorden van
Europa en ook de Visegrádlanden om langs al die en-en-en-elementen te
werken en om dat met elkaar op te pakken en er het volle politieke
krediet op te zetten, vind ik van grote meerwaarde.
De heer Fritsma (PVV):
Het zijn alleen maar woorden. Dat is nu zo. Dat was na de top zo. Dat
was ook tijdens de top zo. Ik heb nog één vraag, gewoon voor de
duidelijkheid. Vriend en vijand zijn het erover eens dat de zaak binnen
de EU ook kan mislukken. Gaat het kabinet, gaat de premier dan met het
zinkende EU-schip, alle open grenzen en de massa-immigratie ten onder?
Of komt er dan toch nog een punt dat de premier zegt: we gaan nu voor
onszelf zorgen en we gaan die problemen zelf oplossen? Nu hoor ik alleen
maar een inzet op de EU. Heeft u überhaupt wel een plan B? Dat is gewoon
een feitelijke vraag. Daarover wil ik nu toch nog duidelijkheid.
De voorzitter:
Oké. Ik doe even een klein intermezzo. Als we allemaal interrumperen
zoals de heer Fritsma doet, dan zitten we hier wel tot 22.00 uur. Dat
vind ik gezellig, maar ik zou toch iedereen willen vragen om kort te
interrumperen en korte vragen te stellen.
Minister Rutte:
Ik geef een kort antwoord. Ik vind het een taak van politiek leiderschap
— daarin heb ikzelf en heeft het kabinet een aandeel — om ervoor te
zorgen dat het land veilig en stabiel is. Dat kan alleen als we ingebed
zijn in sterke internationale structuren en als we ons daar maximaal
voor inzetten. We zijn te klein om in ons eentje ons land veilig en
stabiel te houden. Daarvoor hebben wij de NAVO nodig, en ook de
inbedding in de Europese Unie, de Verenigde Naties en de WTO. We
proberen daarom langs die lijnen dingen te bereiken. Op dit moment zie
je, mede dankzij de afspraken met Turkije, dat de migratiedruk van drie
jaar geleden zeer, zeer, zeer is afgenomen en dat we, zoals de heer
Asscher zei, op dit moment in Europa niet zozeer een migratiecrisis
hebben als wel een politiek probleem. Bij een lage stroom is er een
politiek vraagstuk. Waarom is het toch relevant? Niet alleen omdat wij
politici zijn, maar omdat je voorbereid wilt zijn op een situatie waarin
er weer een hogere instroom is. Net zoals het complementeren van de
bankenunie nodig is voor eventuele problemen met de euro, is het hebben
van een werkend stelsel op dit vlak nodig voor het geval de migratiedruk
weer zou toenemen.
De heer Fritsma (PVV):
Met alle respect, dit is geen antwoord. Is er een plan B? Als alles
binnen de EU toch mislukt — laten we eerlijk zijn: die kans is er gewoon
— komt er dan ooit een punt dat de premier zegt: we gaan nu wél voor
onszelf zorgen omdat het binnen de EU niet lukt? Of zegt u: het maakt
allemaal niks uit, we gaan gewoon maar met dat hele zinkende EU-schip
ten onder? Dit is natuurlijk wel een belangrijke vraag.
Minister Rutte:
Het lijkt mij goed dat de heer Fritsma zich verstaat met zijn politiek
leider, die ongeveer anderhalf jaar geleden terecht in het Algemeen
Dagblad de enorme gevolgen schetste voor Nederland en voor de
onuitvoerbaarheid van sommige plannen die de PVV in ieder geval op
papier heeft staan. Als zijn politiek leider dat al ziet, dan moeten ze
misschien even praten.
De heer Fritsma (PVV):
ik wil gewoon antwoord op mijn vraag.
De voorzitter:
ik denk dat dit het antwoord is dat u krijgt op uw vraag. Dat gebeurt
weleens. Dat is ook de dynamiek van alles wat we doen.
Minister Rutte:
Mooi geformuleerd!
De voorzitter:
Ik geef het woord eerst aan de heer Asscher, dan aan de heer Van Dijk,
dan aan de heer Van Rooijen en dan aan de heer Van Ojik. En daarna aan
de heer Voordewind.
De heer Asscher (PvdA):
Ik steun de lijn van het kabinet om te proberen tot dit soort werkbare
afspraken te komen. Maar ik denk dat de veronderstelling dat de
discussie ontspannener wordt als de getallen lager zijn, bewijsbaar
onjuist is. De getallen zijn nu laag: nul mensen via Italië en
Oostenrijk naar Duitsland in de maand juni. Tegelijkertijd is het
politieke probleem juist heter dan ooit. Ik denk dus dat die analyse
niet klopt. Wel denk ik dat je niet op de afgelopen Europese top op dat
punt een doorbraak had kunnen bereiken. Mijn vraag aan de premier is de
volgende. Juist nu, nu de aantallen beperkt zijn, bestaat het gevaar dat
je niet op tijd tot een politieke oplossing komt. Is de premier bereid
om een veel hardere en duidelijkere boodschap af te geven aan de landen
in Oost-Europa die wel profiteren van de Europese subsidies, waar de
rechtsstaat onder druk staat en die nu het bewijs zien dat unilaterale
acties effect hebben? Zie hoe de Italiaanse regering verslag heeft
gedaan van de Europese top en hoe Orbán daarop terugkijkt. Dat moeten we
niet belonen. Dat slechte gedrag moet niet beloond worden. Ik steun een
Europese oplossing, maar ik zeg er heel eerlijk bij: als het zo
doorgaat, moet het misschien een Europese oplossing zijn die kleiner is,
zonder de landen die het alleen voor zichzelf doen.
Minister Rutte:
Met de tweede helft ben ik het eens. Nederland doet dat ook. Wij hebben
het standpunt ingenomen dat er een veel directere koppeling moet komen
tussen de structuur- en cohesiefondsmiddelen en dat wat deze landen
uiteindelijk bijdragen aan de oplossing van dit probleem. Op het eerste
punt is er misschien onduidelijkheid of een verschil van mening. Mijn
punt is niet dat we op dit moment een lage instroom hebben en dat we
toch nog veel spanning hebben. Dat klopt namelijk. Het heel specifieke
vraagstuk dat de Visegrádlanden niet willen meewerken aan de oplossing
van herverdeling, hangt naar mijn politieke overtuiging samen met het
feit dat zij zeggen: de aantallen zijn laag, maar als de aantallen weer
stijgen, hebben we niet de instrumenten om het onder controle te houden.
Daar zit het hem vooral op vast. Mijn hoop is dat, als die instrumenten
wel aanwijsbaar werken, of er in ieder geval zijn, zij bij zo'n stijging
van de aantallen zien dat ze de grenzen dicht kunnen houden en dat het
dan beheersbaar is, en dat er dan op dit punt een wat eenvoudigere
discussie gevoerd kan worden.
De heer Asscher (PvdA):
Maar daarin verschillen we dan niet zo heel erg veel van elkaar in
Europa. Ik denk dat ook voor Nederland geldt dat als je flexibele
plafonds en quota hebt — in andere woorden: beheersbaarheid — waarmee je
de verzorgingsstaat overeind kan houden en mensen kan helpen, de
discussie over de specifieke getallen ontspannener wordt. In die zin
begrijpen we elkaar wel, want ik denk dat er heel veel draagvlak is om
mensen te helpen, maar wel vanuit de veronderstelling dat je er zelf de
controle over houdt.
Minister Rutte:
Ja, alleen geldt voor met name de Oost-Europeanen het volgende. Als zij
het gevoel hebben dat die aantallen enorm toenemen, terwijl ze ja hebben
gezegd tegen een herverdelingssysteem in geval van een noodsituatie, en
niet het gevoel hebben dat wij de instrumenten hebben om die
noodsituaties te voorkomen, is het heel lastig om met hen tot die
afspraken te komen. Daar vinden we met elkaar van alles van, denk ik,
maar daar zit voor mij wel een link tussen effectief beleid en het
ontspannener krijgen van de discussie. Dat geldt niet voor Duitsland en
Italië. Daarin heeft de heer Asscher gelijk: daar zit die directe link
op dit moment niet.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Als het gaat om de plannen in Afrika, hoor ik de premier regelmatig
zeggen dat we eigenlijk Turkijeachtige deals moeten zien te sluiten. Ik
vraag me af of de premier dat meent. Ik snap wel dat de Turkijedeal de
migratiedruk heeft doen afnemen, maar op twee andere punten is die deal
bedenkelijk. Ten eerste het terugsturen van migranten naar Turkije; kijk
eens op Lesbos. Ten tweede het herverdelen van migranten vanuit Turkije.
Erkent u dat op die punten de Turkijedeal helemaal niet repliceerbaar
zou moeten zijn?
Minister Rutte:
De afspraak was dat van iemand die op een bootje stapt en aankomt in
Griekenland, wordt vastgesteld dat hij teruggaat naar Turkije en we
een-op-een iemand anders — dus niet die meneer of mevrouw uit dat bootje
— uit een Turkse opvanglocatie naar Europa halen. Daarmee zorgen we
ervoor dat de migratiedruk gelijk blijft, maar je de incentive weghaalt
om op dat bootje te stappen. Als dat na drie, vier weken succesvol was,
zou je vervolgens zeggen: nou kunnen we het probleem ook in Turkije
laten. We moeten dus met een groot hart bereid zijn om mensen uit
Turkije naar Europa te halen, maar uiteraard in belangrijke mate ook
daar het probleem laten, maar er dan wel in investeren. Dat vind ik nog
steeds een goede aanpak. Het werkt niet, omdat uit Griekenland nog
nauwelijks iemand is teruggestuurd naar Turkije. Dat ligt niet aan
Turkije. Dit ligt echt aan de uitvoering van de Griekse asieldiensten.
Dat kunnen we de Turken niet verwijten.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Dank. Een andere vraag die ik wel toepasselijk vind om aan de premier te
stellen, is of het kabinet bereid is om te reageren op de WRR-studie
Regie over migratie, waaronder de migratiescenario's van de heer
Scheffer. Dit vraagt de komende decennia namelijk echt om een grote blik
op het migratievraagstuk. Regeren is vooruitzien, dus dat moet de
premier toch aanspreken. Krijgen we een reactie op die studie?
Minister Rutte:
We reageren op alle WRR ... We kijken even of de heer Harbers dat in de
stapel heeft zitten. Ik heb de vraag gemist in de eerste ronde, maar
volgens mij reageren we altijd met een beleidsreactie op alle
WRR-rapporten. Dat zou dus vanzelf goed moeten gaan.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik neem maar even aan dat de premier de studie dan ook zal bekijken. Dan
wachten we op de staatssecretaris.
Minister Rutte:
Luister, het valt onder Algemene Zaken, dus uiteraard.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het is goed om te horen dat de heren het eens zijn. Dan gaan we naar de
heer Van Rooijen voor zijn interruptie.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik heb twee vragen. De eerste betreft de cohesiefondsen. Zijn in een
debat dat alsmaar meer een crisissfeer uitademde, zoals wij begrepen, op
een gegeven moment de zware woorden gevallen dat als landen gewoon
pertinent weigeren — want er is ook niets afgesproken over die
vrijwilligheid — de cohesieheroverweging serieus in beeld komt voor die
landen? Want dat is eigenlijk het enige wapen dat we hebben tegen
kwaadwillende partners die gewoon zeggen: het zal wel, we doen niet mee;
het is jullie probleem.
Minister Rutte:
Dat was niet het hoofdonderwerp van deze Europese Raad. Als we dit heel
groot hadden gemaakt, terwijl niet voorzien was dat we op dit punt tot
doorbraken konden komen omdat we een aantal andere zaken aan snee
hadden, denk ik niet dat we de hoofdvis hadden kunnen braden.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dan mijn tweede vraag. Het gesprek met mevrouw May gisteren was
uiteraard vertrouwelijk, maar heeft de minister gisteren of eerder
misschien de indruk gekregen dat mevrouw May sinds vrijdag de
ontwikkelingen, ook naar aanleiding van Duitsland, nauwlettend volgt en
ziet dat er een strenger immigratiebeleid komt? We weten allemaal dat
het immigratiebeleid een doorn in het oog was van het Verenigd
Koninkrijk. Cameron vroeg om een strenger beleid. Dat werd door Brussel
afgewezen. We weten allemaal waar dat vervolgens stapje voor stapje toe
heeft geleid. U hoeft niets over het overleg van gisteren of van eerder
te vertellen, maar heeft u de indruk dat zij dat heel nauwlettend volgt
en dat misschien in haar latere afwegingen gaat meenemen?
Minister Rutte:
Volgens mij is het grootste probleem voor de Britten het vrije verkeer
binnen de Europese Unie en niet zozeer de migratiedruk. Hun probleem is
toch vooral de vele migratie — soms een paar honderdduizend per jaar —
uit Roemenië, Bulgarije en Polen en niet zozeer de vluchtelingen uit
Syrië.
De voorzitter:
Er is ook een interruptie van de heer Van Ojik.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ja, voorzitter, om misschien nog iets meer helderheid te krijgen. Het
gaat dan toch weer over de migratieafspraken. Waar staat Nederland nou
precies? Ik heb altijd begrepen dat dit kabinet vanaf de start heeft
gezegd: als mensen in Europa komen en hier om bescherming vragen, gaan
ze terug naar een veilig derde land, waar ze in een asielprocedure
komen. De heer Fritsma zei dat ook. Hij vindt dat fijn. Ik vind dat heel
naar als oplossing. Maar goed, dat is waar het kabinet voor stond. Nu
zijn er de afspraken van Brussel, die inhouden: dat moet je verkennen,
maar je moet ook in Europa centra hebben waar mensen in procedure gaan.
Niet om te kunnen worden teruggestuurd naar Afrika ... Ja, wel als je
geen recht hebt op asiel. Maar wie recht heeft op asiel wordt via een
solidariteitsmechanisme, wat dat dan ook moge zijn in de praktijk, over
Europa verdeeld. Dat is toch iets anders, denk ik, dan datgene waar het
kabinet vanaf het begin voor stond. Ik vind het prettig als dat een
verandering is, maar volgens mij moet het wel helder zijn waar het
kabinet staat.
Minister Rutte:
Nee, ik vrees dat de heer Van Ojik hier blij is met ...
De heer Van Ojik (GroenLinks):
... een dooie mus.
Minister Rutte:
Ja, in zijn ogen waarschijnlijk wel. Kijk, je wilt allebei. Je wilt
afspraken met landen in Afrika, waardoor het mogelijk is om mensen niet
meer aan boord van die scheepjes te zien stappen. Als je zou doen wat
GroenLinks wil, waardoor iedereen die in Europa komt en om asiel roept,
maanden bezig is in een procedure, dan blijft er een incentive om aan
boord van die scheepjes te stappen. Idealiter heb je dat niet meer. Je
moet dan vervolgens wel bereid zijn om in de landen die daarin gaan
helpen, de migratiedruk te lenigen. Dat kost geld. Je zult mensen via
resettlementprogramma's hiernaartoe moeten halen. Dat is een heel ander
systeem. De formatie met GroenLinks is hier ook op geklapt, omdat heel
Europa, inclusief de meest linkse regering — die van Portugal — wel kon
leven met de Turkijeachtige afspraken terwijl dat voor GroenLinks niet
mogelijk was. Dat respecteer ik, maar dat type afspraken streven wij nog
steeds na, binnen alle internationale regels en alle fatsoensnormen.
Daarnaast is het natuurlijk nog steeds zo dat er mensen op eigen
initiatief hiernaartoe komen die niet vallen onder een opvangafspraak
met een ander land. Dan is de vraag hoe je dat op een zo net mogelijke
manier doet en hoe je ervoor zorgt dat de economische migranten zo snel
mogelijk teruggaan en de echte asielzoekers zo snel mogelijk weten waar
ze aan toe zijn.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Volgens mij heb ik nieuws voor de minister-president. Wat hij zegt dat
GroenLinks wil, is nu afgesproken in Brussel, waar hij zelf bij zat.
Mensen die ergens in Europa aan land komen, worden getoetst. Dan zijn er
mensen die zo snel mogelijk worden teruggestuurd. Daar is nooit enig
verschil van mening over geweest tussen wie dan ook, want die mensen
hebben geen recht op bescherming. Er zijn ook mensen die wel recht
hebben op bescherming. Wat gebeurt er met die mensen? Die worden niet
naar een veilig derde land in Afrika gestuurd, althans niet volgens wat
er in Brussel is afgesproken, maar die krijgen in Europa bescherming en
worden verdeeld volgens een solidariteitsbeginsel. Dat is wat de
minister-president afgelopen donderdag in Brussel heeft afgesproken.
Daar ben ik blij mee. Nu zegt hij: je bent blij met een dooie mus, want
ik ga me daar helemaal niet aan houden; we hebben iets in de formatie
gehad met GroenLinks. Ja, dat kan allemaal wezen, maar ik heb het nu
over wat er door de minister-president zelf in Brussel is
afgesproken.
De voorzitter:
We gaan vragen of de minister-president ...
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Misschien begrijp ik het verkeerd, maar dan moet hij mij ...
Minister Rutte:
Hij begrijpt het verkeerd, voorzitter, maar dat ligt dan aan mij. Zolang
er geen afspraken zijn met landen in Afrika en mensen hiernaartoe komen,
wil je voorkomen dat er chaos ontstaat, zoals een deel van de
economische migranten zijn geabsorbeerd in de informele economie in het
zuiden van Italië of uiteindelijk op de bonnefooi door zijn gewandeld
naar andere delen van Europa. Dat wil je voorkomen. Je wilt dat daar
veel meer ordening in komt, dat de economische migranten teruggaan en
dat je mensen die wel recht hebben op asiel, zo snel mogelijk
duidelijkheid geeft. Maar dat is natuurlijk allemaal hangende wat je het
liefste wilt: afspraken met landen buiten Europa om binnen alle
internationale rechtsnormen ervoor te zorgen dat je de aanvragen van
mensen daar kunt behandelen. Dat vindt dan waarschijnlijk plaats op
vergelijkbare manieren als die we nu met Turkije hebben afgesproken.
Daarvan heeft GroenLinks gezegd: dat kunnen we niet dragen.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik vind het natuurlijk heel fijn dat de minister-president zo veel
waarde toekent aan het standpunt van GroenLinks. Dat is altijd goed om
te horen, maar het gaat mij nu even om wat er in Brussel is afgesproken.
Ik heb de tekst hier gewoon voor me liggen en er staat dat het concept
van opvang in een derde land wordt verkend. Er staat letterlijk: we gaan
verkennen of dat concept kan. Dat is goed.
Minister Rutte:
Nee, dat is niet goed voor u.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Het is verder prima dat u dat wilt verkennen. Ik wens de
minister-president daar heel veel succes mee. Daar hebben we het in het
verleden vaker over gehad. Maar er staat ook dat wie recht heeft op
asiel en in Europa is, op het grondgebied van de EU — dat staat er
letterlijk — dat recht op bescherming kan genieten en dat daarbij het
solidariteitsbeginsel van toepassing is, wat dat dan ook is. Ik heb dat
niet opgeschreven; ik weet niet precies wat het betekent. Maar dat is
iets anders dan tegen mensen zeggen: als je in Europa asiel aanvraagt en
je hebt daar recht op, dan ga je naar een derde land dat wij als veilig
hebben aangemerkt. Dat is toch echt iets anders. Ik reken me dan
misschien rijk of ik ben dan misschien blij met een dooie mus, althans,
dat denkt de minister-president, maar ik denk dat hier iets anders staat
dan waar het kabinet zich tot nu toe steeds toe heeft verklaard.
Minister Rutte:
Nee, dat is niet zo. Waar liep de formatie met GroenLinks op stuk? Dat
de kern van het type afspraken met Turkije voor GroenLinks niet te
dragen was. Dat respecteer ik. Het kabinet dat in wording was, de drie
partijen die aan het onderhandelen waren, wilde de ruimte houden om dat
type afspraken wel te maken met andere landen, met alles wat daarbij
hoort en binnen de fatsoensnormen en de internationale regels. Dat
betekent ook dat mensen kunnen worden teruggestuurd als er afspraken
zijn met een ander land om dat type vraagstukken op een fatsoenlijke
manier af te wikkelen. Dat wilde GroenLinks niet; prima. Feit is alleen
dat op dit moment, behalve met Turkije, dat type afspraken er niet zijn.
De realiteit is dat er mensen naar Europa komen die we niet onder
Turkijeachtige afspraken ergens anders naartoe kunnen terugsturen. Zij
moeten dus in Europa op een fatsoenlijke manier worden behandeld. Daar
zijn die andere afspraken voor. Daarom is het ook altijd en-en-en. Je
moet het allemaal doen. GroenLinks wilde niet meegaan in het type
afspraken dat we met Turkije hebben gemaakt.
De voorzitter:
Nog een kleine check of we blij zijn.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
De minister-president zegt nu dus het volgende. In feite is afgesproken
dat zo gauw die derde landen wel gevonden zijn, die mensen uit de opvang
in Europa gaan, ook de mensen die wel bescherming verdienen en wel voor
asiel in aanmerking komen, en teruggaan naar zo'n veilig derde
land.
Minister Rutte:
Nee, zo simpel is het ook niet.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ook niet. Oké, dan geef ik het op, voorzitter.
Minister Rutte:
Dat hangt natuurlijk helemaal af van het type afspraken dat je maakt,
maar idealiter wil je natuurlijk met meer landen afspraken maken zoals
die met Turkije, in de kern zoals we dat gedaan hebben. Daarover moeten
we gewoon eerlijk zijn. Of de heer Van Ojik heeft het standpunt van
GroenLinks veranderd, maar dan kan hij alsnog toetreden tot de coalitie.
Dat standpunt was dat dit type afspraken voor hen niet draaglijk was.
Daarover heb ik in een hele plezierige sfeer drie keer een-op-een met
zijn leider Jesse Klaver onderhandeld. Uiteindelijk, een aantal dagen
later, heb ik moeten vaststellen dat ook een compromisformule van de
oud-vicepresident van de Raad van State, toen informateur, ook niet
draaglijk was. In de kern werden die Turkijeachtige afspraken als
repliceerbaar verondersteld voor een nieuw kabinet.
De voorzitter:
Minister-president, u bent nu wel een beetje aan het uitlokken.
Minister Rutte:
Ja, leuk hè?
De voorzitter:
Ja, dat is leuk, zeker. We komen deze zaal wel weer op tijd uit, maar ik
vind het dan wel zo netjes dat de heer Van Ojik nog een keer mag
aangeven waarom het niet waar is en dat u daarna geen uitlokking meer
doet.
Minister Rutte:
Afgesproken.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik zal het heel feitelijk houden, voorzitter, zodat de
minister-president niet opnieuw hoeft te reageren als hij dat niet wil.
Het is helemaal niet erg om zo nu en dan van standpunt te veranderen.
Daar is op zichzelf niets tegen, maar op dit punt wil ik de gedachte dat
GroenLinks van standpunt is veranderd tegenspreken. Ik veronderstelde
even dat het kabinet van standpunt was veranderd door de handtekening
onder deze verklaring te zetten, maar dat heb ik helaas verkeerd
begrepen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Ojik. Dan gaan we naar de heer Voordewind voor
zijn interruptie.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Die gaat over het deel dat misschien wel op korte termijn haalbaar is,
namelijk de aankomstlocaties. Die zijn ook voorgesteld, maar dan wel
gecontroleerd. Duitsland heeft daar een tussenvorm of uitwerking voor
bedacht: de transitcentra. Dat zou dan in het grensgebied moeten
gebeuren. De minister-president was er zelf bij. Misschien kan hij
uitleggen of de deal die nu door CSU en CDU gesloten is, in lijn ligt
met wat is afgesproken toen de minister-president erbij was.
Minister Rutte:
Dat is niet aan de orde geweest vorige week. De deal van CSU en CDU was
niet aan de orde.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Nee, die deal was niet aan de orde, maar die is nu wel bekend. Vindt de
minister-president deze deal van Duitsland in lijn met de afspraken waar
hijzelf bij was?
Minister Rutte:
Ik heb een briljante suggestie, vind ik zelf. De staatssecretaris is ook
uitgenodigd en dit zou de brug kunnen zijn naar hem. Hij zou dan kunnen
beginnen met die vraag te beantwoorden.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ja, maar ik ben wel even benieuwd. De minister-president was erbij. De
staatssecretaris was er niet bij.
Minister Rutte:
Nee, maar we hebben permanent contact.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ja, u heeft heel goed contact; daar ga ik van uit. Maar is er nu
afgesproken om tot gecontroleerde gesloten aankomstlocaties in Europa te
komen? Dat zou dus ook in Nederland kunnen zijn?
Minister Rutte:
Wat er afgesproken is, is gecontroleerde locaties. De aanname in de
discussie was dat dat vooral gebeurt in landen waar de mensen aankomen.
Het ligt dus niet voor de hand dat dat in Nederland is. Daarna is er een
deal gesloten in de Duitse coalitie. Op hoe de conclusies van de
Europese Raad zich mogelijk daartoe verhouden, is de volgende spreker,
de staatssecretaris voor Migratie, afgestudeerd.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dan gebruik ik daar straks het tweede deel van mijn interruptie
voor.
Minister Rutte:
Hij gaat die vraag van u zelfs beantwoorden, is mijn voorstel.
De voorzitter:
Zullen we het zo doen dat ik dat dan weer bepaal, minister-president?
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris. Dan gaan
we zien of er nog verdere beantwoording kan komen.
Staatssecretaris Harbers:
Voorzitter. Ik probeer heel veel bruggetjes te slaan, maar er zit straks
een moment in mijn betoog waarop dit punt heel logisch aan de orde komt.
Dan kan ik mijn betoog even opbouwen, als u mij dat toestaat. Er stond
namelijk nog een andere vraag open na de beantwoording van de
minister-president. Dat was de vraag van de heer Jasper van Dijk over de
WRR. Het ingewikkelde van de recente WRR-bundel is dat het een
essaybundel is, die dus niet zozeer het karakter heeft van een
wetenschappelijke studie. Om die reden is het niet standaard dat wij
erop reageren. Niettemin zullen we het wel gaan lezen. Ik heb de bundel
zelf ook. De komende weken laten misschien iets meer tijd om te lezen.
Laat ik dus met u afspreken dat wij met een korte reactie daarop komen,
voor zover zaken niet ook al in de migratieagenda zitten of als er
punten in zitten die ons ook opvallen en waarop wij een reactie hebben.
Het zal dus geen dikke, uitvoerige reactie zijn zoals de andere
kabinetsreacties op WRR-stukken, maar we komen in ieder geval na het
zomerreces nog met een korte reactie.
Voorzitter. Alle leden van de commissie vroegen hoe het verder gaat met
het commitment aan de afspraken. Hoe worden ze uitgewerkt? Iedereen had
die vraag, in verschillende varianten. Het is een vraag die wijzelf
vanuit het kabinet afgelopen vrijdag na het afsluiten van dit commitment
ook hadden. Als ik zo terugkijk op de eerste JBZ-Raden waar ik het
afgelopen halfjaar ben geweest, vind ik dat ook wel een beetje de rol
van Nederland. Dat zal ook mijn inbreng zijn komende week. In deze week
is daar overigens al mee begonnen in de ambtelijke voorportalen, gewoon
om dingen precies vast te pinnen. Hoe gaat het nou verder? Wat is er
voor elk van die punten nodig? Wie is daarvoor aan zet? Is dat de
Europese Commissie? Is dat het voorzitterschap? Zijn dat groepjes
lidstaten? Ook al is het een informele Raad — misschien is dat zelfs wel
goed — we proberen volgende week zo veel mogelijk concreetheid te
krijgen zodat iedereen weet waar hij aan toe is en wat er verder moet
gebeuren. De Europese Commissie heeft al wel gezegd zich te realiseren
dat een aantal van die afspraken uiteindelijk vergt dat je Europese
regelgeving verandert.
Mevrouw Belhaj vroeg ook nog hoe het gaat met het GEAS. Dat zit in de
conclusies. Dat moet wat ons betreft hoognodig door. De Commissie heeft
al aangegeven in september van plan te zijn met een aanvullend pakket
voorstellen te komen, bovenop het huidige GEAS, om afspraken zoals die
vorige week zijn gemaakt verder te kunnen realiseren.
Dat zou gelijk mijn reactie zijn op de vraag van de heer Omtzigt. Hij
vroeg of het kabinet binnenkort — niet vanavond, maar voor de top in
september — een analyse kan maken van alles wat er aan wet- en
regelgeving of internationale verdragen moet worden gewijzigd. Ik zou
dat eigenlijk willen omdraaien. Wil je het snelst kans van slagen
hebben, dan zul je de voorstellen die er nu liggen moeten inpassen in de
internationale verdragen die we hebben, al is het maar omdat je die niet
op korte termijn gewijzigd krijgt. Daar waar wet- en regelgeving
gewijzigd moet worden, heeft het de meeste logica om in eerste instantie
te kijken wat we binnen de Europese Unie aan regelgeving moeten
wijzigen, want daar zijn we met 28 lidstaten zelf bij. Ik denk niet dat
het heel veel kans van slagen heeft om op korte termijn het
Vluchtelingenverdrag te wijzigen. Tegelijkertijd vermoed ik niet dat dat
het obstakel is, omdat het Vluchtelingenverdrag ook ruimte biedt. Het
Vluchtelingenverdrag stelt dat vluchtelingen recht hebben op
bescherming. Het zegt bijvoorbeeld niet dat een vluchteling het recht
heeft om uit te zoeken in welk land dat dan is. Als je langs dat soort
lijnen kijkt, denk ik dat er heel veel mogelijk is en dat daar waar we
dingen moeten wijzigen, dat vooral binnen de Europese Unie zelf is. Daar
gaat ook de Europese Commissie zich op beraden en ze komt in september
met voorstellen. Dat zal op meer punten een verdere uitwerking
zijn.
De heren Van Rooijen en Voordewind vroegen naar het mandaat van Frontex.
Hoe zit het met de 10.000 extra grenswachten? Dat was een voornemen dat
de Europese Commissie al had gelanceerd in de voorstellen voor het
nieuwe MFK. We moeten er ook nog verder naar kijken hoe dat uitgewerkt
wordt. Nederland is voorstander van de versterking van Frontex, waarbij
overigens wel de gedeelde verantwoordelijkheid tussen lidstaten en
Frontex wordt geëerbiedigd. Daar waar het mandaat uitgebreid zou moeten
worden aan de hand van de voorstellen van afgelopen week, is het denk ik
nu in de eerste plaats aan de Europese Commissie om daar binnenkort
voorstellen voor te doen. Het is wel de rode draad bij al die
voorstellen dat die op korte termijn verder uitgewerkt moeten
worden.
De heer Van Rooijen vroeg ook wat we verwachten van het Oostenrijks
voorzitterschap. Blijft de focus alleen op de externe kant van migratie?
Ik verwijs kortheidshalve naar het antwoord van de minister-president
dat Nederland een en-en-enbenadering heeft, dus én afspraken in derde
landen buiten de Europese Unie, én de buitengrens bewaken, én het
hoognodige onderhoud aan het interne regelbouwwerk doen. In de eerste
berichten van toen Oostenrijk aan het voorzitterschap begon, of althans
een paar weken geleden nog de voornemens daartoe, zat dat er nog niet zo
sterk in, maar dat is wel een boodschap die Nederland en andere
lidstaten afgeven aan Oostenrijk en dat zullen we ook komende week doen
in de JBZ-Raad.
Dat alles tegen de achtergrond ... Ik beantwoord ook even de vraag die
de heer Van Ojik had: wat is er nu precies aan de hand? De aantallen
mensen die Europa binnenkomen, zijn veel lager dan twee, drie jaar
geleden. Dat klopt, maar een gezamenlijk doel is nu juist om te
voorkomen dat er nog steeds iedere dag mensen verdrinken op de barre
overtocht naar de Europese Unie. Bovendien weten we ook dat we niet
klaar zijn met de interne regels in de Europese Unie op het moment dat
zich ergens aan de grenzen van Europa of daarbuiten weer een nieuw
conflict voordoet dat gepaard gaat met veel mensen die op de vlucht
slaan. Dan is het een beetje net als bij andere onderwerpen in de
Europese Unie: dan moet je het dak repareren als de zon schijnt. Dat is
iets wat ik vaak heb gezegd toen ik me nog bezighield met financiën,
maar dat geldt evenzeer voor het onderhoud aan de hele regelgeving rond
asiel en migratie.
Voorzitter. Dan kom ik op de gecontroleerde ...
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Misschien een korte vraag. Waar ik op doelde met mijn vraag wat er aan
de hand is, waren niet zozeer de cijfers, want de cijfers zijn op zich
wel helder. Maar we komen dus in de heel rare situatie terecht — de
staatssecretaris bevestigde dat ook — dat het aantal mensen dat
oversteekt, niet een beetje lager is, maar ongelofelijk veel lager: 95%,
zo staat in de conclusies van de Europese Raad, lager dan zeg maar twee
jaar geleden. Maar het aantal mensen dat overlijdt, is nog steeds
ongelofelijk hoog en sinds kort stijgt het ook weer. Dat vraagt toch om
een analyse van wat er aan de hand is. Om het heel simpel te zeggen: hoe
kan dat zo zijn? Wat doen we verkeerd? En dan bedoel ik niet te zeggen
dat die bootjes niet zouden mogen oversteken, want die steken kennelijk
toch wel over. Dat bedoelde ik. Misschien zou het goed zijn als de
analyse van hoe dat komt wat beter werd gemaakt. Komt dat doordat we de
ngo-schepen aan de ketting leggen? Of komt het doordat smokkelaars
sterker worden in plaats van zwakker? Komt dat doordat meer mensen
vluchten? Nee, dat laatste niet, dat weten we. Dat is het soort van
analyse dat ik heel graag zou willen zien.
De voorzitter:
We gaan het horen. De staatssecretaris.
Staatssecretaris Harbers:
Een deel van de analyse zit al in de vraag van de heer Van Ojik,
namelijk dat nog iedere dag mensensmokkelaars kans zien om mensen op een
gammel bootje het water op te sturen. Om die reden vind ik het zo
belangrijk dat in deze conclusie staat dat we toch proberen dat
verdienmodel van die mensensmokkelaars de pas af te snijden. Dat
betekent dus ook een meer gecoördineerde inzet. Ik kom straks nog op de
ontschepingsplatforms en wat daar bij hoort op de Middellandse Zee. We
moeten ook voortdurend alert blijven op het moment dat smokkelroutes
zich verleggen. De afgelopen weken kon je zien dat naarmate het lastiger
werd voor mensensmokkelaars om mensen tussen Libië, Tunesië en Italië
over te zetten, ze gelijk gingen kijken of het weer lukt tussen de
Canarische Eilanden en Spanje. Daar moet je bovenop zitten. Van die
laatste route weten we overigens dat die ook nog gevaarlijker is, nóg
gevaarlijker dan de centraal-Mediterrane route. Dus of we ooit kunnen
voldoen aan de vraag om die helemaal diepgaande analyse te maken, dat
weet ik niet, maar ik denk wel dat het een ontzettend goede maatregel is
om te kijken hoe je die mensensmokkelaars hoe dan ook de pas af kunt
snijden. Daar is ontzettend taai werk voor nodig, bijvoorbeeld het maken
van afspraken met landen in Afrika. Dat is echt niet in een dag of een
maand geregeld, maar we moeten er wel mee aan de slag.
Voorzitter. Dan kom ik bij de gecontroleerde centra op EU-grondgebied.
Dat is een Frans-Spaans voorstel dat uiteindelijk ook in de conclusies
is opgenomen en waarvan Nederland ook het concept ondersteunt, namelijk
gecontroleerde centra waar asielverzoeken snel en veilig worden
afgehandeld en waar dat onderscheid wordt gemaakt met irreguliere
immigranten, dus degenen die geen bescherming behoeven. Als je door de
oogharen kijkt, dan kun je daar het concept in zien van de
grensprocedures zoals we die in de EU en ook in Nederland kennen. Op
Schiphol kunnen ze in korte tijd snel een verzoek afhandelen. Als je
daar nader naar kijkt, zie je ook wat de voorwaarden zijn voor zo'n
succesvol functionerend centrum, namelijk zo snel mogelijk
overeenstemming over inzet van mensen en middelen; herplaatsing van
erkende vluchtelingen vanuit die centra, binnen de lidstaat en naar
andere lidstaten; en dan komt de achilleshiel, de terugkeer naar het
land van herkomst. Als je met dit concept begint, zou je meters kunnen
maken als Frontex op EU-niveau zich nadrukkelijker ging bemoeien met een
gecoördineerde aanpak van de terugkeer.
Waar komen die centra? In wezen laat de Europese Commissie dat over aan
de lidstaten, ook om het vervolgens uit te werken en te kijken hoe het
past in de regelgeving of wat we daar nog voor nodig hebben. Als ik
vanuit Nederland kijk, dan lijkt het mij primair aan de grote
aankomstlanden om daar dergelijke centra met hulp van de EU op te
zetten. Als je het met andere faciliteiten vergelijkt, zou je daar ook
een soort verbeterde versie van de hotspots in kunnen zien. Maar we
moeten allemaal in de komende weken met elkaar ontdekken hoe dit zou
kunnen werken. Dat concept zal dus eerst verder moeten worden uitgewerkt
en dat is dan ook pas het vroegste moment waarop ik de vraag van de heer
Voordewind kan beantwoorden, namelijk of straks standaard iedereen in
die centra wordt opgevangen. Dan zijn we wel twee stations verder,
namelijk één, wat is het concept van zo'n centrum? En twee, welke
lidstaten zijn bereid om zo'n centrum te huisvesten?
Een andere overeenstemming is om regionale ontschepingsplatforms te gaan
verkennen. Ook daarvoor geldt wat mij betreft dat we zo snel mogelijk
duidelijkheid moeten zien te krijgen over wie het voortouw daarin neemt,
of dat de Europese Commissie is of het voorzitterschap of groepen
lidstaten. Nederland is ertoe bereid om in groepjes lidstaten het
voortouw te nemen. We kunnen ons daarbij ook laten leiden door wat UNHCR
en IOM inmiddels al op papier hebben gezet, zij het dat ook dit idee
natuurlijk weer staat of valt met wat we kúnnen afspreken over terugkeer
van mensen die geen asielbescherming nodig hebben. Wij realiseren ons
vanuit het Nederlands kabinet dat de Europese Unie dan ook veel mee moet
nemen in het mandje om aan die landen aan te bieden. Ik doel niet alleen
op geld, maar ook op hulp bij terugkeer, hulp bij opvang ter plekke en
tal van andere zaken die daar mogelijk nog een rol bij kunnen spelen.
Nederland denkt daar actief over mee.
De voorzitter:
Ik denk dat u een interruptie heeft van de heer Voordewind.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
We zitten nu al bij die ontschepingsplatforms, maar daarvoor hadden we
het even over de aankomstlocaties. Ik begrijp dat de inzet is om dat bij
de aankomstlanden te doen, Griekenland, Italië en Spanje mogelijk. Maar
die locaties lijken dan heel erg op de hotspots die we nu al kennen,
want daar zou natuurlijk ook selectie moeten plaatsvinden. Als dat de
voorbeelden zijn, dan weten we ook hoe het vast kan lopen op de Griekse
eilanden. Dan vraag ik mij wel af, één, hoe we het, als we meer van dit
soort locaties krijgen, beter gaan doen dan we het nu op Lesbos en de
andere eilanden doen. En twee, liggen de plannen van Duitsland — die al
dan niet afgestemd zijn met Oostenrijk — nu in het verlengde van die
aanmeldcentra, of is dat een idee dat hierdoor dan eigenlijk weer in de
wielen wordt gereden?
Staatssecretaris Harbers:
Ik wou net beginnen aan die vraag. Het grote manco dat we daarbij
hebben, is dat de afspraken die Duitsland binnen de Duitse regering
heeft gemaakt en met Oostenrijk wil maken, van ná de Europese Raad zijn.
Die zijn van deze week. Daar hebben wij ook niet meer zicht op dan wat u
en ik in de krant kunnen lezen en daar neem ik waar dat die plannen ook
nog de neiging hebben om van dag tot dag te veranderen. Er is overigens
ook nog geen overleg geweest tussen Duitsland en Oostenrijk. Ook
daarvoor geldt weer dat ik denk dat het wat anders is dan de
gecontroleerde centra die genoemd zijn in de verklaring na de Europese
Raad, maar om dat goed te kunnen beoordelen, moeten we echt eerst de
uitgewerkte plannen van Duitsland zien. Ik zag net als u vanmiddag
langskomen dat het de bedoeling is om toch vooral de eerste 48 uur te
kijken of er mensen tussen zitten waar een Dublinclaim op rust, maar
dat, als dat niet lukt, mensen toch weer opgevangen moeten worden in
andere centra in Duitsland. Alleen weet ik niet of dat al het oordeel is
van de Duitse regering. Dus ik wou die discussie voorlopig daar maar
even laten en zo'n voorstel pas beoordelen als een en ander duidelijk
wordt. Of we dit dan ook in andere landen moeten gaan doen, hangt dus
ook af van de vraag wat het precies is.
Dan kom ik wel op de vraag — de heer Van Rooijen stelde hem geloof ik —
of Nederland ook afspraken heeft gemaakt met Duitsland over versnelde
Dublinterugkeer. En marge van de Europese Raad zijn dat soort zaken
besproken met Duitsland. Dat is niet nieuw. De heer Omtzigt vroeg: zijn
er afspraken en kunnen wij die inzien? In de Dublinverordening, artikel
36 om precies te zijn, is opgenomen dat landen onderling
uitvoeringsafspraken kunnen maken om de gevallen van Dublinclaimanten
snel te kunnen afwikkelen. Dat doen wij sinds jaar en dag, ook met
Duitsland. Over en weer heeft de IND en de Duitse IND, de BAMF, liaisons
bij elkaar zitten die proberen dit te versnellen.
Binnen het kader van artikel 36 heeft Nederland inderdaad ook gezegd
tegen Duitsland: dat lijkt ons een goed idee. Dublin kent alleen
maximumtermijnen en geen minimumtermijnen, afgezien van het feit dat als
iemand in beroep gaat tegen een beschikking, natuurlijk de normale
beroepstermijn geldt. Maar voor alle administratieve procedures
daaromheen gelden geen minimumtermijnen en het lijkt ons een ontzettend
goed idee om de Dublinterugkeer over en weer tussen Duitsland en
Nederland te versnellen. Dat wordt geen aparte afspraak, het is gewoon
uitvoering op basis van artikel 36. Wat ik begrijp, is dat meerdere
buurlanden en andere landen in Europa die afspraak met Duitsland willen
verbeteren.
Het dreigement van de ...
De voorzitter:
In uw moment van rust kregen mensen het idee om u te interrumperen.
Nogmaals, het is wel kwart over negen. Over een kwartier is het einde
van deze vergadering. We hebben nog een tweede termijn. Ik geef u dat
mee en ik geef de heer Omtzigt het woord. Daarna meldde zich de heer
Voordewind en daarna de heer Van Rooijen.
De heer Omtzigt (CDA):
Dus ik begrijp goed dat er geen nieuwe afspraken gemaakt zijn met
Berlijn de afgelopen dagen en dat het dus oude afspraken betrof en
intenties om in de toekomst eventueel nog wat termijnen te
verkorten?
Staatssecretaris Harbers:
Dat is weer een soort omdraaiing van de werkelijkheid, "geen nieuwe
afspraken". Sinds jaar en dag maken lidstaten onderling afspraken hoe je
de Dublinclaimanten afwikkelt. Dat heeft Nederland nu ook al met
Duitsland en wij staan er zeer voor open, en dat hebben wij ook vorige
week tegenover Duitsland bevestigd, om die uitvoeringsafspraak nog eens
tegen het licht te houden en ervoor te zorgen dat alle Dublinclaimanten
over en weer zo snel mogelijk door de procedure komen en zo snel
mogelijk dus teruggaan dan wel naar Duitsland, dan wel van Duitsland
naar Nederland.
De heer Omtzigt (CDA):
Dat betekent dat er alleen gezegd is ... Ik probeer heel snel om artikel
36 te vinden van de Dublinverordening, die ik niet helemaal uit mijn
hoofd ken. Daar staat inderdaad in "lidstaten kunnen op onderlinge basis
bilaterale administratieve regelingen treffen". Die regeling is nog niet
geüpdatet, er is gewoon een intentie om die te updaten en dat is in
Duitsland ingebracht als "er zijn afspraken gemaakt". Ik zie de
staatssecretaris ja knikken. Dan begin ik een beetje te begrijpen
hoeveel er nog uitgewerkt moet worden van deze deal.
Staatssecretaris Harbers:
Ik heb het idee dat dit te snel gaat. Als u nog iets verder doorleest in
artikel 36, dan ziet u dat die regelingen betrekking kunnen hebben op de
uitwisseling van de verbindingsambtenaren — die hebben we al, maar dat
kunnen er misschien meer worden —, de vereenvoudiging van de procedures,
een verkorting van de termijnen voor de indiening en de behandeling van
overname- en terugkeer- of terugnameverzoeken. Het gaat met name om dat
tweede, die verkorting van die termijnen. Een paar jaar terug liepen die
termijnen in Duitsland ontzettend hoog op. Wij staan er zeer voor open
om, als Duitsland daartoe bereid is, gewoon binnen dit kader de
procedures te bekorten en de termijnen te bekorten. Dat zou ons ook goed
uitkomen.
De voorzitter:
De heer Voordewind, een kleine interruptie.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik heb nog even een verduidelijkende vraag. Ik was benieuwd naar die
hotspots. We kennen de hotspots. Die werken niet naar tevredenheid. Daar
kun je het een en ander van vinden, maar ze werken in ieder geval niet
goed. Hoe voorkomt de Europese Unie nu in de nieuwe plannen dat we
dezelfde situaties krijgen?
Staatssecretaris Harbers:
Door daar ook weer van meet af aan bij te zijn en met elkaar te kijken
of het goed werkt. Ook van die centra is gezegd dat het de
verantwoordelijkheid van de lidstaten is om ze in te richten. Ik heb
hier in deze Kamer eerder gezegd: je kunt allerlei discussies hebben of
dat in Griekenland goed gaat en of de Griekse autoriteiten bij machte
zijn om dat zo snel mogelijk goed te regelen. Ik dicht sommige van de
andere lidstaten wel toe dat ze in staat moeten zijn om dit op een
goede, ordentelijke wijze snel te organiseren. Als dat allemaal niet
lukt, dan hebben we daar ook in Europees verband weer vergaderingen over
om daar wat van te vinden.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Over die Duitse doorreiscentra uit het akkoord tussen CDU en CSU:
mevrouw Merkel heeft zojuist meegedeeld dat asielzoekers hooguit 48 uur
worden vastgehouden in die opvangcentra. Ze heeft uitgelegd dat er
geprobeerd wordt om binnen 48 uur een besluit te nemen over het lot van
de mensen in de centra. Als binnen die tijd duidelijk wordt, welk land
verantwoordelijk is voor de asielaanvraag, dan willen CDU/CSU de migrant
naar dat land terugsturen. Volgens de zogeheten Dublinverordening moet
een asielzoeker asiel aanvragen in het land waar hij of zij de Europese
Unie binnenkomt. Het overvalt ons allemaal even, maar misschien dat u
...
Staatssecretaris Harbers:
Dat is die afspraak die ik net noemde of het nieuwsbericht dat ik net
noemde, van vanmiddag.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Oké, ik zat het net pas te lezen. Het kwam net binnen. We hadden het
over Duitsland, vandaar. Nou, dank u! Dan zal ik het terugkijken. De
vraag is: gaat dat werken?
Staatssecretaris Harbers:
De vraag is of dat allemaal gaat lukken, want in hetzelfde nieuwsbericht
staat eveneens dat ook Duitsland zich realiseert dat, als het allemaal
binnen die 48 uur niet duidelijk wordt, het waarschijnlijk toch zo is
dat iemand weer in de reguliere procedure in Duitsland moet worden
opgenomen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dat was de vraag! Dat was de vraag.
Staatssecretaris Harbers:
Dat gaan wij allemaal zien, de komende dagen.
Een vraag was ook nog met welke landen er wordt gesproken over de
ontschepingsplatforms. Er wordt op dit moment nog niet met landen
gesproken, maar de Nederlandse regering vindt wel dat het hoognodig is
dat dat gebeurt. Ik begrijp best dat landen in Afrika nu zeggen: wij
zijn niet van plan zo'n afspraak te maken. Het is nog even huiswerk aan
de kant van de Europese Unie om na te gaan wat men allemaal meeneemt in
zijn onderhandelingspositie, in de hoop daar landen mee te kunnen
overtuigen.
De Libische kustwacht. Ik kom nu een beetje in de varia. De heer Van
Ojik vroeg hoe dat nou zit. Recent nog weer duizend mensen net gered,
bovenop de mensen die toch ook nog in de kampen in Libië zitten. Vandaag
hebben collega Kaag en ik nog een uitvoerige brief daarover aan de Kamer
gestuurd. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat al die mensen in Libië
blijven. De inzet van het kabinet is dat die kampen zo veel mogelijk
dichtgaan. Het is niet zo dat er daar 9.000 zijn en er nu nog eens 1.000
bijkomen, want er wordt ook hard aan gewerkt om de mensen die daar zijn,
te repatriëren naar hun land van herkomst. In veel gevallen hebben ze
namelijk geen recht op asiel. Daar werken we hard aan. Ik stel ook vast
dat UNHCR en IOM in toenemende mate toegang hebben tot die kampen en in
staat zijn, ook weer met steun van de Europese Unie, om die repatriëring
ter hand te nemen. Ik heb het vaker gezegd in deze Kamer: volgens mij
zijn u en ik het erover eens dat Libië niet de stabiele regering kent,
noch de stabiele omstandigheden waar je lange tijd veel vluchtelingen
wilt huisvesten.
De voorzitter:
Er is toch nog een laatste interruptie van de heer Van Ojik. Er zijn
natuurlijk heel veel vragen die u wilt beantwoorden.
Staatssecretaris Harbers:
Er zijn nog een paar korte vragen.
De voorzitter:
Korte vragen en korte antwoorden. Oké, dan gaan we het makkelijk
halen.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik dank de staatssecretaris voor die brief, want die heeft op een aantal
punten echt dingen verhelderd. Laat ik dat eerst zeggen, maar mijn
stelling was eigenlijk — misschien kan de staatssecretaris daarop
reageren — dat doordat de Italiaanse kustwacht zich steeds meer gaat
terugtrekken en doordat ngo's het werk steeds meer onmogelijk wordt
gemaakt, de Libische kustwacht nu de primaire redder en onderschepper
is. Het aantal mensen dat naar Libië wordt teruggebracht, neemt dus niet
af maar toe. Daarom zijn die cijfers van belang. Er zijn inmiddels tien
kampen gesloten; dat staat volgens mij in de eigen brief van de
staatssecretaris zelf, maar dat betekent vooralsnog alleen maar dat de
kampen die nog over zijn, voller, voller en voller worden. Ik snap wel
dat het langzaam gaat — die discussie hebben we heel vaak gehad — maar
we komen niet in een betere situatie.
De voorzitter:
Wat vindt de staatssecretaris daarvan?
Staatssecretaris Harbers:
De heer Van Ojik en ik zijn het daar niet over oneens; laat ik dat
gewoon vaststellen. Het eindstation is ook niet dat het in Libië voller
en voller wordt met mensen die daar niet meer de zee op kunnen of die
daar terugkomen aan land. Dat zou op de korte termijn wellicht best zo
kunnen zijn, maar het einddoel is dat duidelijk wordt dat die overtocht
niet meer loont. Dan is de volgende ontwikkeling waarschijnlijk dat
mensen ook niet meer vanuit het zuiden Libië binnenkomen. In de
afgelopen maanden hebben we overigens al gezien dat die instroom
aanmerkelijk afneemt. Intussen moeten we twee dingen doen. Ten eerste:
vanuit de Europese Unie ervoor zorgen dat de Libische kustwacht op een
goede, adequate manier wordt ondersteund, inclusief monitoring en ervoor
zorgen dat de omstandigheden daar verbeteren, dat we dat in de gaten
houden en dat er ook getraind wordt op mensenrechten. Ten tweede: Libië
via de UNHCR en de IOM helpen bij de repatriëring van mensen die daar
klem zijn komen te zitten. Daarover zijn wij het niet oneens, maar ik
zeg daarbij wat ik vaker heb gezegd: dat is niet in een week geregeld.
Het belangrijkste signaal dat hiervan en ook van de verklaring van
afgelopen donderdag, waar dit in staat, moet uitgaan, is dat het niet
meer loont om die mensensmokkelroute via Libië te nemen. Dat begint,
denk ik, door te klinken.
De heer Asscher vroeg naar de humanitaire inzet. Ik meen dat hij daarbij
vooral op Libië doelde. Ook die visie van de heer Asscher wordt door het
kabinet gedeeld. Ik stel ook vast dat Nederland echt een actieve speler
is, bilateraal via de EU en via multilaterale VN-organisaties. Minister
Kaag informeert de Tweede Kamer hier geregeld over. Voor de precieze
cijfers verwijs ik dus naar haar brieven, maar de inzet van het
Nederlandse kabinet is onverminderd groot. Zo hebben we sinds 2011 ruim
380 miljoen euro humanitaire hulp uitgegeven in Libië. Ook voor dit jaar
staat alweer het nodige budget daarvoor gealloceerd. Maar ik deel de
inzet van de heer Asscher op dit punt.
De Sea-Watch 3 ligt in Malta aan de ketting; daar vroeg de heer Van Dijk
naar. Het schip mag van de Maltese autoriteiten op dit moment de haven
niet verlaten. Malta wil uitgezocht hebben of het schip regels heeft
overtreden met betrekking tot reddingsoperaties. Aangezien dit schip wel
onder Nederlandse vlag en verantwoordelijkheid vaart, is Malta daarvoor
ook te rade gegaan bij Nederland. Nederland heeft Malta meegegeven hoe
dit op basis van de Nederlandse wetgeving in elkaar zit. De Inspectie
Leefomgeving en Transport zal op korte termijn een inspecteur naar Malta
sturen voor een verkennend onderzoek aan boord van de Sea-Watch 3 om te
bekijken hoe het gebruik van dat schip zich verhoudt tot de wijze waarop
het schip ingericht, uitgerust en gecertificeerd is. Aan de hand van de
uitkomsten van dat onderzoek zullen we moeten kijken hoe we hiermee
verdergaan.
Nu kom ik bij een aantal fiches die op de agenda staan. De heer Omtzigt
vroeg hoe de privacy van aanvragers gegarandeerd wordt nu in alle
databases gezocht kan worden. Ik probeer die vraag heel kort te
beantwoorden. Op dat Visum Informatie Systeem zijn de
gegevensbeschermingsregels van de EU van toepassing, waaronder de
Algemene verordening gegevensbescherming, die volgens mij iedere kijker
thuis inmiddels kent. Daarnaast wordt steeds vastgelegd welke instanties
toegang hebben tot het Visum Informatie Systeem en voor welke specifieke
doeleinden.
De heer Omtzigt (CDA):
Dat was niet de vraag, hoewel het wel een relevante vraag zou zijn
geweest als ik die gesteld had. Er staat dat IT-systemen niet allemaal
gecontroleerd worden bij de afhandeling van visumaanvragen. Oftewel: de
bestaande informatie die we in de systemen hebben, wordt niet allemaal
gebruikt om een visum wel of niet te verlenen. Ik ben bang dat daarin
signalen gemist worden. Ik stelde dus eigenlijk een beetje de
tegenovergestelde vraag: kunt u ervoor zorgen dat die signalen binnen
afzienbare tijd wel meegenomen worden, zodat als ergens in een ander
systeem contra-indicaties bestaan, die in ieder geval meegewogen
worden?
Staatssecretaris Harbers:
Ik heb het antwoord daarop hier niet paraat. Laat ik kortheidshalve
gewoon antwoorden dat ik me daarin verdiep en dat dit me een heel reële
vraag lijkt. Op het moment waarop dit verder in bespreking komt — dit
staat bij de informele raad van de komende week niet op de agenda — zal
ik de vraag van de heer Omtzigt meteen meenemen op het Europese
toneel.
De heer Omtzigt (CDA):
Ja. Ik heb ook nog de vraag hoe we kinderen van 6 gaan dwingen om
vingerafdrukken af te laten nemen. Dat staat namelijk in dat
fiche.
Staatssecretaris Harbers:
Ja. Dat vindt het kabinet een goede maatregel. We hebben er eerder een
debat over gevoerd in de Kamer. We vinden het een goede maatregel, omdat
je het dan makkelijker maakt om de identiteit van kinderen te
controleren. Die verlaging van de leeftijd van 12 naar 6 heeft overigens
ook een beschermende werking voor kinderen zelf, want daardoor zijn ze
bijvoorbeeld ook beter beschermd tegen mensenhandel, kinderontvoeringen
en nog een paar heel nare zaken. Ergens in de voorstellen staat ook dat
in het uiterste geval eventueel dwang zou mogen worden toegepast, maar
we hebben het hier over het afnemen van vingerafdrukken. Dat betekent:
een vinger op een plaatje leggen. Sterker nog, het hoeft niet eens bij
alle tien de vingers goed te gaan. Als je er een aantal hebt gedaan, ben
je al goed geregistreerd. Er is bepaald dat voor deze groep ook een
deskundige derde aanwezig zal zijn bij de afname van vingerafdrukken.
Dat is er op verzoek van het Europees Parlement aan toegevoegd. Dat zijn
personen met een specifieke opleiding. Ik weet niet welke opleiding dat
is, maar het gaat wel gebeuren. Dat kan overigens ook een familielid
zijn.
Nu ben ik bang dat ik ook de vraag over de migratiestatistieken
misschien niet helemaal goed heb doorgekregen. Er is in ieder geval
gevraagd of die statistieken openbaar zijn. Ze zijn openbaar en in te
zien in Eurostat. De nu voorliggende verordening vinden wij vanuit
Nederlands perspectief echt een verbetering: een verhoging van de
frequentie van de statistieken van jaarlijks naar driemaandelijks, het
toevoegen van statistische informatie en vooral het feit dat de
informatie in heel Europa kwalitatief hoogwaardig en meer vergelijkbaar
gaat worden, want daar schort het nog wel aan. Ik verwijs ook naar de
antwoorden die we volgens mij twee weken geleden hebben gegeven en
waaruit blijkt dat dit nog een manco is. Dat moet met deze verordening
verbeteren.
Voorzitter, volgens mij ben ik erdoorheen. Dank u wel.
De voorzitter:
Dat is goed nieuws, staatssecretaris Harbers. Dan kunnen we overgaan
naar de tweede termijn. Misschien zijn er mensen die een tweede termijn
niet nodig vinden omdat zij zo veel in hun eerste termijn hebben kunnen
vertellen en omdat zij vrijheid hebben gekregen in interrupties. Ik
vrees het ergste. Nee hoor, maar ik stel wel voor dat iedereen in
maximaal een minuut een slotverklaring of zijn tweede termijn houdt en
dat iedereen op de eigen plek kan blijven zitten. Dat scheelt ook weer,
want soms gaat dat wat langzamer. We gaan gewoon beginnen. Meneer
Fritsma, het woord is aan u.
De heer Fritsma (PVV):
Voorzitter, dank. Die EU-top van de afgelopen week was duidelijk één
grote flop. Dat blijkt eigenlijk ook wel uit de antwoorden van de
premier en van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Ik hoor nu zeggen: "top of flop?"
De heer Fritsma (PVV):
Flop.
De voorzitter:
Het leek alsof u "top" zei.
De heer Fritsma (PVV):
Nee, de top is een flop. Dat bleek ook wel uit de antwoorden, die echt
uitblonken in vaagheden. De realiteitszin is ook ver te zoeken. Om een
voorbeeld te noemen: de staatssecretaris had het over de aanmeldcentra
in Europa, die veredelde hotspots. We weten dat mensen niet worden
vastgezet in die hotspots; dat heeft Timmermans ook duidelijk gezegd.
Hoe kun je ze dan gaan herverdelen in landen als Portugal? Ze gaan
gewoon meteen door naar Nederland, Duitsland en Zweden. Dat is
duidelijk. Er verandert helemaal niets. Op al die punten verandert
helemaal niets. Vandaar de volgende korte motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het de EU niet lukt om problemen op het gebied van
immigratie en asiel op te lossen;
spreekt uit dat Nederland het vreemdelingenbeleid en de grensbewaking in
eigen hand moet nemen, zolang Nederland nog niet uit de EU is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Fritsma, Wilders en Maeijer.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 1350 (21501-20).
De heer Fritsma (PVV):
Dat was mijn minuut, voorzitter.
De voorzitter:
Hartstikke goed. De heer Van Ojik.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Dank aan de bewindslieden. Net als collega
Jasper van Dijk had ik het punt van Sea-Watch aan de orde gesteld. Ik
vrees — misschien kan de staatssecretaris daarop ingaan — dat dit ook
staat voor een wat breder fenomeen. Zoals we net bediscussieerden,
worden reddingsoperaties op de Middellandse Zee in toenemende mate
bemoeilijkt, zo niet onmogelijk gemaakt. Het aan de ketting leggen van
de Sea-Watch 3 is daar, vrees ik, een voorbeeld van. Er zijn inmiddels
bijna geen ngo-schepen meer actief op de Middellandse Zee. De Italiaanse
kustwacht laat het ook lopen, dus de enigen die het nog doen, zijn de
Libiërs. De staatssecretaris zegt dat we het daar niet met elkaar over
oneens zijn, maar deze nieuwe situatie op de Middellandse Zee noopt ook
weer tot een nieuw antwoord van de zijde van de Europese Unie, vind ik.
Ik hoop dat de staatssecretaris daar in zijn antwoord straks toch nog
iets meer over kan zeggen dan hij nu gedaan heeft.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Voordewind.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik dank de beide bewindslieden voor hun antwoorden. Het is
lastig om te zeggen dat het nu duidelijk is, want de plannen zijn nog
niet duidelijk. Die moeten nog verder worden uitgewerkt door de
ambtenaren. Het is wel goed dat er in ieder geval een richting is
afgesproken tijdens de top. Zoals het nu is, werkt het ook niet goed. Ik
hoop wel van harte dat er niet allerlei individuele plannen gaan komen.
Nu zijn bijvoorbeeld Duitsland en Oostenrijk met elkaar bezig.
Natuurlijk moeten die dubbele claimanten zo snel mogelijk terug naar
waar ze vandaan komen. Dat probeert Nederland natuurlijk ook. Maar het
moet niet zo zijn dat mensen heel lang in een procedure opgesloten
blijven. Dat doen we in Nederland ook niet, dus ik hoop niet dat we die
kant opgaan, maar dat we echt met elkaar een Europese oplossing
nastreven. Ik vertrouw dat dit kabinet wel toe, natuurlijk wel binnen de
internationale verdragen en in de context van het
Vluchtelingenverdrag.
Voorzitter. Ik heb nog één vraag. Die betreft Libië. Ik heb het kabinet
gevraagd of het zelf of bij voorkeur binnen de EU meer middelen gaat
vrijmaken om daar opvangkampen in te gaan richten samen met UNHCR, zodat
we de mensen uit de detentiekampen kunnen gaan halen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Asscher.
De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. Ik ben tevreden met de opmerkingen van de bewindslieden. Ik
heb drie opmerkingen.
Een. Ik zou het goed vinden als Nederland niet alleen zelf een steentje
bijdraagt aan de humanitaire situatie, maar er ook aan bijdraagt dat de
Europese Unie als geheel ingaat op die noodeis van 4 miljard. Anders
komt het probleem vanzelf terug. Ik zie de staatssecretaris knikken. De
UNHCR heeft aangegeven dat er eigenlijk dit jaar nog een acuut tekort
van 4 miljard dreigt en dat een heel grote groep mensen in de problemen
kan komen. Dat kan Nederland niet alleen oplossen, maar omdat we netjes
ons werk doen, kan Nederland daar andere landen op aanspreken.
Twee. Het zou heel goed zijn als met name de terugkeer naar Marokko
vanuit Nederland succesvoller gaat verlopen. Want het is een enorme
aantasting van het draagvlak dat veel mensen die geen recht hebben op
asiel, hier wel verblijven. Daarmee ondermijnen ze de steun voor de
opvang van vluchtelingen.
Drie. Het kabinet heeft niet gereageerd op mijn verzoek om zich uit te
spreken tegen de taal van ontmenselijking die nu door Europa waart. Wil
je dit vraagstuk op een fatsoenlijke manier beantwoorden, dan zul je,
denk ik, niet mee moeten doen aan gemakkelijke morele
superioriteitspraat. Je zult je actief moeten verzetten tegen een taal
waarbij migranten op een afschuwelijke manier worden weggezet. Dat geeft
ook geen reëel beeld van de humanitaire verplichting die we
hebben.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Asscher. Dan geef ik het woord aan de heer Van Dijk
van de SP.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Allereerst dank aan de regering voor de toezegging om te reageren op het
rapport van de WRR: Regie over migratie. Het lijkt me goed om daar een
debat over te voeren. Het is mij niet duidelijk wat het kabinet nou
precies beoogt met een onderzoek naar een wijziging van het
Vluchtelingenverdrag, aangezien ik steeds lees dat elk plan in lijn moet
zijn met het Vluchtelingenverdrag dan wel andere verdragen. Ik vind dat
nog wat raadselachtig.
Tot slot Sea-Watch. Er wordt onderzoek gedaan, zegt de staatssecretaris.
Wanneer is dat onderzoek klaar? Het lijkt me onbevredigend als dat
maanden gaat duren en dat schip dus ook maanden aan de ketting blijft
liggen en niet operabel zou zijn. Ik krijg graag de toezegging dat dat
vlot kan gebeuren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Rooijen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Voorzitter. Ik dank beide bewindslieden voor de beantwoording. Ik heb
nog twee opmerkingen.
Ik ben blij met de constatering — althans de informatie van de premier —
dat de risicospreiding bij de afgelopen eurotop niet aan de orde is
geweest, wat toch eigenlijk een vrees was van minister Hoekstra. Zo zie
je maar dat doorzetten en overtuiging uitstralen ook kunnen helpen. Dat
is een. Twee. In het verslag staat dat de discussie in den brede wordt
voortgezet. Ik mag aannemen dat de premier en de minister van Financiën
ons tijdig van tevoren zeggen wanneer er werkelijk enige bakens zouden
worden verzet richting meer risicospreiding.
Mijn tweede opmerking, ten slotte. Over de kalender voor de nieuwe
meerjarenbegroting zei de premier dat kwaliteit hier boven tijd gaat.
Mag ik dit zo uitleggen dat hij er ook serieus rekening mee houdt — dat
begrijp ik eigenlijk al — dat het dus ook na de Europese verkiezingen
kan zijn? Want dit is te groot om onder tijdsdruk te zitten.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Omtzigt.
De heer Omtzigt (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank voor de heldere antwoorden. De euro pakken
we morgen weer verder bij de eurogroep. Wanneer er een nieuwe regeling
onder artikel 36 wordt afgesproken, is de staatssecretaris verplicht om
die voor te leggen aan de Commissie. Ik zou hem willen vragen om dan ook
even een cc'tje aan de Kamer te sturen, zodat we weten wat er met die
Dublinverordeningen gebeurt.
Ik heb twee moties. De ene samen met de twee andere brexitrapporteurs.
Dat is niet helemaal toevallig, want we maken ons er alle drie grote
zorgen over dat er geen deal komt en dat zou zeer schadelijk voor
Nederland zijn.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er nog geen backstop is voor de grens tussen Ierland
en Noord-Ierland en er geen ontwerp voor de toekomstige relatie tussen
de EU-27 en Groot-Brittannië is;
constaterende dat Nederland op een aantal terreinen voorbereidingen
getroffen heeft voor het no-dealscenario, zoals bij de douane en de
NVWA, maar dat voorbereiding op meer terreinen geboden is;
verzoekt de regering de Kamer in oktober te informeren over de
draaiboeken voor het no-dealscenario en de potentiële chaos die daarbij
hoort,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt, Asscher en Anne Mulder.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 1351 (21501-20).
De heer Omtzigt (CDA):
Dan de tweede motie. Ik wil het toch niet omdraaien, want ik wil die
toets wel. Als straks blijkt dat we plannen uitvoeren die niet kunnen
onder de zaken en die onmiddellijk teruggedraaid worden, komen we in een
nog grotere migratiechaos terecht.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de voorzitter van de Commissie heeft uitgesproken dat
de migratievoorstellen, waaronder het in opvang plaatsen van migranten,
verenigbaar zijn met Europese wet- en regelgeving;
overwegende dat vrijheidsbeneming met veel juridische waarborgen omkleed
is;
overwegende dat een groot deel van de migratievoorstellen gerealiseerd
zullen worden middels gedelegeerde wetgeving door de Europese
Commissie;
verzoekt de regering in kaart te brengen of en, zo ja, op welke punten
welke (Europese) regelgeving moet worden aangepast om het migratiepakket
zoals vastgesteld tijdens de top daadwerkelijk juridisch houdbaar te
laten zijn, en het resultaat van deze studie voor de volgende informele
top in Oostenrijk met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Van Toorenburg. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 1352 (21501-20).
Dan geef ik het woord aan de heer Mulder. De heer Mulder zwaait. Meestal
betekent zoiets dat hij het voor nu allemaal prima vindt.
De heer Anne Mulder (VVD):
Ik zal me beperken, maar ik weet niet of dat het automatisch tot
"meestal" maakt.
De voorzitter:
Goed, ik kijk even naar de heer Voordewind. Kan hij het voorzitterschap
overnemen?
Voorzitter: Voordewind
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik heb maar een of twee korte opmerkingen. Als er enerzijds aangegeven
wordt dat er positieve elementen in zitten en de ander het een flop
vindt, denk ik dat het evident is dat Nederland ergens wel goed bezig
is. Dan is het ook evident dat we in ieder geval in het midden zitten en
dat het complex is. Het is ook evident …
De voorzitter:
Orde, orde, orde! Mevrouw Belhaj heeft het woord.
Mevrouw Belhaj (D66):
Als een vrouw spreekt, gaan ze er in een keer allemaal tussendoor
praten. Ik zei: het is ook evident dat hier geen grote waarheden in te
vinden zijn en dat er veel pragmatisme gezocht moet worden, terwijl dat
ver weg lijkt. Het is in ieder geval evident dat nationalisme geen
oplossing is voor zo'n probleem en dat dit juist in Europees verband
opgelost moet worden. We gaan positief bezien of dit het kabinet gaat
lukken.
De voorzitter:
Ik dank u wel, mevrouw Belhaj. Ik geef het woord weer terug aan u.
Voorzitter: Belhaj
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de minister-president.
Minister Rutte:
Voorzitter. Heel kort. In de richting van de heer Van Rooijen zeg ik
twee keer ja. In de motie gaat het om twee gesloten vragen. Het antwoord
daarop is twee keer ja.
Dan de motie van de heer Omtzigt op stuk nr. 1351. In september komen we
in de geannoteerde RAZ-agenda van de Raad Algemene Zaken met de stand
van zaken van de brexit. De heer Omtzigt vraagt nu om de draaiboeken.
Die kunnen we nooit openbaar maken. Wat we misschien kunnen doen, is
kijken of we daar een vertrouwelijke briefing over kunnen organiseren.
Zouden we het dan niet zo kunnen doen dat de heer Omtzigt zijn motie
even aanhoudt? We gaan nu toch met vakantie en er is al een hele
stemmingslijst. Kan hij de motie aanhouden tot het debat over de RAZ?
Dat is feitelijk over twee weken, maar dan uiteraard met een zomer
daartussen. Dan is mogelijk al gekeken of we de Kamer met zo'n
vertrouwelijke briefing in kleine kring kunnen bijpraten over de
voorbereidingen.
De voorzitter:
De heer Omtzigt gaat iets zeggen, denk ik.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik ga niet op vakantie volgende week. Ik zal de minister-president
helpen.
Minister Rutte:
Ik ook niet!
De heer Omtzigt (CDA):
Hij kan dus gewoon Kamervragen en alle andere dingen blijven verwachten.
Dit is echt een serieus iets. Ik snap dat die informatie vertrouwelijk
is, dus in dit geval heb ik ook geen moeite met een vertrouwelijke
briefing. Aangezien het volgende week wel duidelijk is of de Britse
regering met een voorstel komt dat uitvoerbaar is of niet, moet de
Nederlandse regering die voorbereidingen treffen. Ik zou de
minister-president dus willen verzoeken om die vertrouwelijke briefing
te gaan aanbieden en met ons te plannen.
Minister Rutte:
Ik heb in de eerste termijn geschetst dat wij dat allemaal doen. We
treffen al die voorbereidingen door mensen aan te nemen. Ook is er steun
voor het bedrijfsleven en gebeurt er nog vreselijk veel meer. Ik vind
het ingewikkeld om hier nu ja op te zeggen. Ik wil even de kans krijgen
om Stef Blok, de minister van Buitenlandse Zaken, en anderen hier ook
naar te laten kijken. Dus ik begrijp de suggestie van de heer Omtzigt,
maar ik zou zeggen: dat hoeft niet met een motie. Maar daar ga ik niet
over. Laat mij nou even kijken wat daar kan. Dan komen we daarop terug
bij een volgende gelegenheid.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Harbers:
De heer Van Ojik en de heer Van Dijk vroegen naar de Sea-Watch. De heer
Van Ojik zei dat het een breder fenomeen is dat de manier waarop
hulpverleningsschepen daar al of niet actief zijn nu verandert. Er zijn
dingen veranderd, maar er zijn ook dingen hetzelfde gebleven. Het
merendeel van de drenkelingen wordt door kustwachten, marineschepen en
de koopvaardij opgepikt. Alle vaartuigen dienen toepasselijke wetten te
eerbiedigen en mogen bijvoorbeeld de operaties van de kustwacht niet
hinderen. Dat ging in het verleden ook weleens anders. Recent, toen een
land als Italië een schip niet meer in zijn haven wilde toelaten, zag je
eigenlijk pas dat een aantal schepen ook niet geschikt is om lang rond
te varen op de Middellandse Zee met grote aantallen mensen, vaak al
omdat er bijvoorbeeld niet eens genoeg reddingsboten voor zo'n grote
groep mensen aan boord zijn. Dus er zijn ook hulpverleningsschepen aan
de slag gegaan die echt niet het materiaal of equipment hebben om op
grootschalige wijze als reddingsboot te fungeren. Maar er worden nog
steeds mensen aangeland. En ja, er is ook een pleidooi voor versterking
van de kustwachten. Nu is dat in Italië wel goed geregeld, maar om die
reden moet er wel versterking zijn van bijvoorbeeld de Libische
kustwacht.
De heer Van Dijk vraagt wanneer het onderzoek klaar is. Dat is niet aan
Nederland, want het schip is in Malta aan de ketting gelegd. Het
onderzoek wordt gedaan door de Maltese autoriteiten. Er is ook nog
sprake van een onderzoek of er een strafrechtelijk onderzoek moet
plaatsvinden. Wat de Nederlandse Inspectie Leefomgeving en Transport
doet, is bijstand verlenen en in ieder geval de dingen inspecteren die
voor de Nederlandse regelgeving van belang zijn. Maar het uiteindelijke
oordeel over wanneer het onderzoek klaar is en wanneer het schip de
haven zou kunnen verlaten, is aan Malta.
De heer Voordewind vroeg of er meer middelen naar Libië gaan,
bijvoorbeeld ook om te helpen om de detentiecentra te sluiten. Jazeker.
In de conclusies van de Raad is ook opgenomen dat er meer geld vanuit de
Europese Unie bij moet om het daar op orde te krijgen.
De heer Asscher vraagt ons om het pleidooi voor die 4 miljard kracht bij
te zetten, ook vanuit het feit dat Nederland goed zijn best doet. Ja,
dat zullen wij doen. Die oproep neem ik over en zal ik ook vertolken in
de JBZ-Raad. Ik ben het zeer met de heer Asscher eens dat de terugkeer
naar Marokko veel sneller of überhaupt beter moet gaan verlopen. Daar
zijn onze bilaterale inspanningen op gericht. Met grote regelmaat hebben
daar wisselende leden van het kabinet contact over met zowel de
Marokkaanse regering als de ambassade.
Tot slot de vraag of wij ons niet mee willen bewegen in de taal van de
ontmenselijking en die ook verre van ons willen werpen. Ja,
vanzelfsprekend. Niet voor niets is het motto in het regeerakkoord dat
we een humaan migratiebeleid willen hebben.
De heer Van Dijk vroeg naar het onderzoek naar het
VN-Vluchtelingenverdrag. Daar zijn we nog even over bezig. We bekijken
wat precies de vraagstelling is. Zodra dat rond is, meld ik dat aan de
Kamer. De gedachte is wel dat we ook willen weten hoe het
Vluchtelingenverdrag, dat geschreven is in de context van kort na de
Tweede Wereldoorlog, anno eenentwintigste eeuw uitgelegd zou moeten
worden en hoe dat misschien meer toegespitst zou moeten worden op de
migratie-uitdagingen van de jaren twintig, dertig en veertig van deze
eeuw, die voor ons liggen. Ik zal de Kamer binnenkort informeren over
hoe we dat precies gaan doen.
De heer Omtzigt vraagt om de Kamer te informeren als we de
uitvoeringsbepalingen met Duitsland aan de Commissie melden. Dat zeg ik
toe. Dat zullen we dus doen.
Dan houd ik twee moties over. De eerste motie van de heer Fritsma op
stuk nr. 1350 heb ik in het afgelopen halfjaar in vele varianten langs
zien komen. De heer Fritsma weet dus waarom ik die motie ga ontraden,
namelijk omdat ik gesloten grenzen echt de allerslechtste uitkomst vind
voor Europa, ook gezien vanuit alle andere belangen van Nederland die op
het spel staan. Het gaat dan om de economie, het goederenvervoer en het
personenvervoer. Ik zou het jammer vinden als het eindstation is dat de
grenzen overal weer dichtgaan. Om die reden ontraad ik die motie.
Over de tweede motie van de heer Omtzigt op stuk nr. 1352 twijfel ik. Ik
ben het niet oneens met de heer Omtzigt. Op het moment dat er
maatregelen komen, moeten ze vanzelfsprekend juridisch goed ingebed
zijn. Als ik nu "oordeel Kamer" over deze motie geef en die misschien
ook nog aangenomen wordt, ben ik bang dat we ook wel een enorme
hoeveelheid werk op onze hals halen, terwijl het nog maar de vraag is of
dat over drie maanden nog steeds allemaal nodig is. De conclusies van de
Europese Raad zijn een commitment op hoofdlijnen, maar moeten op alle
onderdelen nog verder uitgewerkt worden. Juist daarom is het om te
beginnen al heel erg moeilijk om de vraag te beantwoorden wat je dan
precies moet onderzoeken en wat er dan precies wel of niet juridisch
mogelijk zou zijn. Ik weet dat die voorstellen in de tussentijd verder
uitgewerkt zullen worden en dat de Europese Commissie in september met
een pakket komt van wat er wat haar betreft nodig is aan wetgeving. Om
die reden wil ik die motie niet omarmen. Ik geef haar geen oordeel
Kamer, maar ik zou de heer Omtzigt kunnen suggereren om de motie in
ieder geval even aan te houden, totdat we kort na de zomer weten wat de
Commissie doet. Als we richting de Europese top van 20 september gaan,
hebben we meer vastomlijnd in beeld wat er op de agenda staat en hoe dat
juridisch is ingebed of niet.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik snap het verzoek van de staatssecretaris. Ik snap ook dat er in
september een duidelijker omlijnd pakket ligt dan nu. Nu zijn het heel
veel intenties, maar is er geen juridische duidelijkheid. Zou de
staatssecretaris ermee kunnen leven als dit voor de top in december
verschaft wordt? Want als dat pakket er in september ligt, kan hij een
analyse geven van hoe het er uitziet.
Staatssecretaris Harbers:
Ja, in die uitleg zou dat kunnen, in de wetenschap dat er in de
tussentijd natuurlijk toch vanuit de Europese Commissie meer
duidelijkheid komt. Als dat concreet is, zullen we het oordeel via de
route van BNC-fiches geven. Dus als de heer Omtzigt in december dan niet
zegt dat ik geen analyse van 80 bladzijden heb die precies op ieder
onderdeel ziet, maar wel op de hoofdlijnen van "past dit wel of niet?",
zou ik — in die uitleg — daarmee in kunnen stemmen.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Omtzigt. Dat betekent dus dat u die motie wel
gaat wijzigen. Dan verandert die iets.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik weet niet … Volgens mij is de formele top in december in Brussel. Dus
daar komt dan te staan: voor 1 december mee te delen aan de Kamer op
hoofdlijnen.
De voorzitter:
Oké, is het met die wijziging dan ontraden of oordeel Kamer?
Staatssecretaris Harbers:
Voor 1 december op hoofdlijnen kunnen we doen.
De voorzitter:
Wat betekent: kunnen we doen?
Staatssecretaris Harbers:
Dan is het dus oordeel Kamer. Ja, het was een beetje huiselijk
gezegd.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
In het dictum staat: voor de volgende informele top in Oostenrijk.
Staatssecretaris Harbers:
Omtzigt stelt zojuist voor om daarvan te maken: voor de top in
december.
De voorzitter:
Dat betekent dus dat de heer Omtzigt de motie gaat wijzigen. Die wordt
dan morgen in stemming gebracht. Als iedereen klaar is … De heer Van
Dijk is niet klaar.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Mag ik nog even het oordeel over de motie op stuk nr. 1351 horen? Ik
dacht dat de premier daar iets over had gezegd. Wat was het oordeel
daarover? Dat was de brexitmotie.
Minister Rutte:
Volgens mij is die motie echt overbodig. Ik heb net met de heer Omtzigt
besproken dat we bij de RAZ sowieso met een geannoteerde agenda komen
met een stuk en dat we het aanbod gaan bespreken met Blok. Ik wil dat nu
even nog niet toezeggen, want ik wil zeker weten of het kan. Mijn
neiging zou zijn om te kijken of we een vertrouwelijke briefing kunnen
organiseren. Daarvan zei de heer Omtzigt: goed idee. Dus volgens mij is
de motie uitgevoerd.
De voorzitter:
Nou, voordat iedereen creatief aan de slag gaat. Volgens mij heeft de
heer Omtzigt de intentie om de motie niet aan te houden, maar gewoon in
te dienen. Dat betekent aan deze zijde dat er een verplichting is om een
oordeel te geven. Wordt de motie ontraden of krijgt ze oordeel Kamer?
Overnemen mag ook.
Minister Rutte:
Dan overnemen, maar met inachtneming van wat ik daar zelf aan
interpretatie bij heb gegeven. Voor het verslag zeg ik erbij dat de heer
Omtzigt hevig heeft zitten te knikken toen ik die interpretatie gaf.
"Bejaht" heet dat dan.
De heer Omtzigt (CDA):
Dat betekent dat wij rond oktober — de exacte datum ligt niet vast — een
vertrouwelijke briefing krijgen ...
Minister Rutte:
We kunnen dat zelfs toezeggen. Ambtelijk wordt hier gezegd dat ik dit
kan toezeggen. Er komt een vertrouwelijke briefing in de loop van
september of begin oktober.
De heer Omtzigt (CDA):
Dat lijkt me een methode van overnemen, voorzitter.
Minister Rutte:
Dan is de motie hierbij overgenomen.
De voorzitter:
Dat zeg ik dan. Baas boven baas.
Voordat we allemaal deze zaal verlaten en met elkaar gaan kletsen, stel
ik voor om even de toezeggingen op te sommen.
De staatssecretaris JenV zegt toe na het zomerreces met een korte reactie te komen op het WRR-rapport/de essaybundel Regie op migratie.
De staatssecretaris van JenV zegt toe de Kamer te informeren over de eventuele aanpassing van de Dublinuitwerkingsafspraken met Duitsland.
Dat was een verzoek van het CDA.
Ook was er nog een toezegging om onderzoeken te doen naar de modernisering van het Vluchtelingenverdrag en de Kamer daarover te informeren.
Dat was naar aanleiding van een verzoek van de SP.
Staatssecretaris Harbers:
Dat heb ik al eerder toegezegd.
De voorzitter:
Dat is dus een tweede toezegging die wel genoteerd wordt, zodat we dit
niet vergeten, meneer Van Dijk!
Ik heb daarmee alle toezeggingen opgesomd.
De heer Omtzigt (CDA):
Kunnen we de toezegging formeel noteren dat de staatssecretaris in een
volgende brief terugkomt op de vraag of al die systemen bij de
visumaanvraag genoeg gekoppeld zijn, zodat alle informatie daarvan
gebruikt kan worden?
De voorzitter:
Dat lijkt me een goed idee. Dat betekent dat we deze vergadering gaan
afronden. Sterker nog, ik ga de vergadering sluiten. Ik wens iedereen
een heel fijne avond. Bedankt voor al jullie inzet.
Sluiting 21.51 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 43 (2017-2018) van 4 juli 2018 |
---|
Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |