[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Eindtekst 35032

Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet implementatie artikel 1 richtlijn elektronische handel)

Eindtekst

Nummer: 2018D55378, datum: 2018-11-15, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2018Z16292:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

15 november 2018



	Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet implementatie
artikel 1 richtlijn elektronische handel)



	VOORSTEL VAN WET



Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de
wetgeving inzake omzetbelasting aan te passen overeenkomstig artikel 1
van Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad van 5 december 2017 tot
wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft
bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van
goederen (PbEU 2017, L 348); 

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 6h worden vijf leden toegevoegd, luidende:

3. Het eerste lid is niet van toepassing wanneer:

a. de dienstverrichter is gevestigd, of bij gebreke van een vestiging,
heeft zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in slechts één
lidstaat; 

b. de diensten worden verricht voor andere dan ondernemers die gevestigd
zijn, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een
andere lidstaat dan de lidstaat, bedoeld in onderdeel a; en

c. het totaal van de vergoedingen ter zake van de diensten, bedoeld in
onderdeel b, in het lopende kalenderjaar niet meer beloopt dan
€ 10.000 of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid, en in
het voorafgaande kalenderjaar ook niet meer heeft belopen dan dit
bedrag. 

4. Wanneer de drempel, genoemd in het derde lid, onderdeel c, in de loop
van een kalenderjaar wordt overschreden, is het eerste lid vanaf die
datum van toepassing.

5. In afwijking van het derde lid, is het eerste lid van toepassing
wanneer de dienstverrichter, bedoeld in het derde lid, in de lidstaat op
het grondgebied waar hij is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging
zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, daarvoor kiest
overeenkomstig de in die lidstaat geldende regels.

6. Wanneer de lidstaat, bedoeld in het vijfde lid, Nederland is, meldt
de dienstverrichter die het eerste lid wil toepassen dit bij de
inspecteur. Deze melding geldt tot wederopzegging door die
dienstverrichter doch ten minste voor twee kalenderjaren. De melding
wordt gedaan op een door de inspecteur vast te stellen wijze. Bij
ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot de melding.

7. De tegenwaarde in de nationale munteenheid van het in het tweede lid,
onderdeel c, bedoelde bedrag wordt berekend volgens de wisselkoers die
op 5 december 2017 door de Europese Centrale Bank bekend is gemaakt. 

B

Artikel 28q, onderdeel a, komt te luiden:

a. niet in de Unie gevestigde ondernemer: een ondernemer die de zetel
van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Unie heeft
gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt;.

C

Artikel 28r, derde lid, onderdeel c, komt te luiden:

c. een verklaring dat de ondernemer de zetel van zijn
bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Unie heeft gevestigd
noch daar over een vaste inrichting beschikt.

D

Artikel 34b komt te luiden:

Artikel 34b 

1. Voor facturering gelden de regels die van toepassing zijn in de
lidstaat waar de goederenlevering of de dienst geacht wordt te zijn
verricht, zoals deze plaats van verrichting is vastgesteld
overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van deze wet.

2. In afwijking van het eerste lid gelden voor facturering:

a. de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier
of dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste
inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de goederenlevering of de
dienst verricht, of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste
inrichting, in de lidstaat waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke
verblijfplaats heeft, wanneer:

1°. de leverancier of dienstverrichter die niet gevestigd is in de
lidstaat waar de goederenlevering of de dienst overeenkomstig het
bepaalde in hoofdstuk II van deze wet geacht wordt te zijn verricht, of
zijn inrichting in die lidstaat niet betrokken is bij het verrichten van
de goederenlevering of de dienst in de zin van artikel 192bis, onder b,
van de BTW-richtlijn 2006, en de tot voldoening van de belasting
gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of de dienst
wordt verricht, tenzij de afnemer zelf de factuur uitreikt
(“self-billing”);

2°. de goederenlevering of de dienst overeenkomstig het bepaalde in
hoofdstuk II van deze wet, niet geacht wordt in de Unie te zijn
verricht; of

b. de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier
of de dienstverrichter die gebruikmaakt van een van de regelingen,
bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7 en 8, is geïdentificeerd. 

3. Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing onverminderd het
bepaalde in artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en
artikel 35c.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

ARTIKEL III

Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie artikel 1 richtlijn
elektronische handel.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Financiën,

De Staatssecretaris van Financiën,

 

 

 PAGE    

 PAGE   4