Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van het ministerie van Justitie en Veiligheid op 20 november 2018
Brief regering
Nummer: 2018D55833, datum: 2018-11-21, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede ondertekenaar: S. Dekker, minister voor Rechtsbescherming (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: M.G.J. Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2018Z21759:
- Indiener: F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
- Medeindiener: S. Dekker, minister voor Rechtsbescherming
- Medeindiener: M.G.J. Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2018-11-22 11:45: Begroting Justitie en Veiligheid (35000-VI) (voortzetting) (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2018-12-05 14:30: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2019-01-23 14:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2019-02-05 15:30: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (š origineel)
Vragen over het Global Compact on Migration
Vraag:
Er zijn nog veel vragen over het voornemen van het kabinet om het Marrakeshpact te ondersteunen. Wanneer krijgt de Kamer antwoord op deze vragen?
Antwoord:
Uw Kamer heeft recent bij verschillende gelegenheden aandacht gevraagd voor het VN Global Compact voor Veilige, Geordende en Reguliere Migratie (GCM) en onder meer middels de Regeling van Werkzaamheden van 16 oktober verzocht een brief over het voornemen van het kabinet het GCM in december in Marrakesh te steunen. Verder hebben de leden van uw Kamer een groot aantal schriftelijke vragen gesteld, met name over de juridische implicaties van het GCM. Tijdens de eerste termijn van het debat over de begroting Justitie en Veiligheid 2019 zijn ook door de leden van uw Kamer vele vragen gesteld.
Het kabinet neemt deze vragen - en de zorgen die hieruit blijken - serieus. Het betreft met name zorgen over het vestigen van nieuwe rechten en aanspraken, de juridische doorwerking van het GCM bij de invulling van nationale, Europese en internationale verplichtingen en verlies van beleidsvrijheid.
Deze vragen, die het werkterrein van meerdere bewindspersonen raken, verdienen een zorgvuldige analyse en beantwoording, zodat uw Kamer weet waar zij aan toe is met het GCM. Dit is reden voor het kabinet om de juridische implicaties van het GCM in beeld te brengen en deze te betrekken bij het kabinetsstandpunt.
De gevraagde Kamerbrief en de hiermee samenhangende vragen zal de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid mede namens de minister van Buitenlandse Zaken en minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking sturen.
Helaas is de juridische analyse nog niet gereed voorafgaand aan de begrotingsbehandeling. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hecht eraan om voorafgaand aan de bijeenkomst in Marrakesh op 10 december met uw Kamer in debat te gaan over het GCM. Het kabinet zal daartoe de door uw Kamer gevraagde brief alsmede beantwoording van gestelde vragen zo spoedig mogelijk aan uw Kamer sturen.
Vraag:
Kan de SVenJ bevestigen of ontkennen dat het migratiepact ondertekend moet worden?
Antwoord:
Het GCM wordt inderdaad niet ondertekend, het is immers geen verdrag. Staten kunnen op 10 december in Marrakesh hun steun uitspreken.
Vragen van het lid Fritsma, S.R. (PVV)
Vraag:
Hoe lang wil de staatssecretaris nog doorgaan met de verlening van
vergunningen aan migranten die geen bescherming nodig hebben?
Antwoord:
Asielvergunningen worden enkel verleend indien, na individuele toetsing,
is vastgesteld dat de betreffende persoon vervolging of onmenselijke
behandeling vreest bij terugkeer naar het land van herkomst.
Vragen van het lid Fritsma, S.R. (PVV)
Vraag:
Waarom krijgen asielzoekers die overlast veroorzaken, op rooftocht gaan
en inbraken plegen een verblijfsvergunning?
Antwoord:
Wanneer misbruik wordt gemaakt van onze gastvrijheid en overlast wordt
veroorzaakt of zelfs misdrijven worden begaan door asielzoekers is dat
onacceptabel. In die gevallen wordt door de medewerkers in de
vreemdelingen- en strafrechtsketen opgetreden. In geval van
overtredingen en misdrijven is strafrechtelijke vervolging het
uitgangspunt.
Het verlenen van een asielvergunning kan alleen aan de orde zijn
wanneer in een zorgvuldige procedure is vastgesteld dat een vreemdeling
bij terugkeer te vrezen heeft voor vervolging of onmenselijke
behandeling. Overlastgevende asielzoekers kunnen geplaatst worden in
bijzondere asielopvang (de extra begeleiding en toezichtlocatie (EBTL)
gedurende de asielprocedure, die nog kan leiden tot
vergunningverlening. Wanneer een vreemdeling die bij terugkeer te vrezen
heeft, een misdrijf heeft begaan, bepaalt internationaal en EU-recht dat
enkel verblijf kan worden geweigerd (of ingetrokken) indien sprake is
van een āernstig misdrijfā (in geval van vrees voor onmenselijke
behandeling) of van een ābijzonder ernstig misdrijfā (bij vrees voor
vluchtelingrechtelijke vervolging). Dit is het geval bij een
onherroepelijke gevangenisstraf van 6, respectievelijk 10 maanden.
Vragen van het lid Fritsma, S.R. (PVV)
Vraag:
Er is nog steeds sprake van een stapeling van verblijfsaanvragen:
'Gratis schieten met verblijfsaanvragen tot het raak is.' De PVV eist
een volledige asielstop: stop met de opvang, met het massale misbruik
van procedures. Stop met islamisering en ontwrichting van de
samenleving. Wat vindt de staatssecretaris hiervan?
Antwoord:
Het instellen van een asielstop past niet binnen de uitgangspunten van
het kabinet en de kwalificaties die in deze vraag worden gegeven, worden
niet herkend. Zoals in het regeerakkoord is afgesproken, is voor het
kabinet het internationale asielrecht zoals neergelegd in het
Vluchtelingenverdrag het uitgangspunt. Tegelijk voert het kabinet een
brede migratieagenda die onder meer is gericht op het beheersen van
migratie. Onderdeel daarvan is inzet op het wegnemen van de
grondoorzaken van asielmigratie en bescherming in de regio. Parallel
daaraan wordt gewerkt aan het flexibeler en efficiƫnter maken van het
Nederlandse asielsysteem, waaronder het tegengaan van oneigenlijke
vervolgaanvragen.
Vragen van het lid Fritsma, S.R. (PVV)
Vraag:
Kan de staatssecretaris de dramatische effecten van de
kinderpardonregeling toegeven en is hij bereid daar eerlijk over te
zijn? Is hij ook bereid daaraan de logische conclusie te verbinden om
met de pardonregeling op te houden?
Antwoord:
In het regeerakkoord is aangegeven dat de regeling voor langdurig in
Nederland verblijvende kinderen (kinderpardon) in haar huidige vorm
gehandhaafd blijft. Onderdeel van die regeling is dat wordt getoetst of
oprecht is gewerkt aan vertrek. Die voorwaarde zorgt ervoor dat de
regeling geen onnodige aanzuigende werking heeft en niet botst met het
terugkeerbeleid. Daarmee is een uitgebalanceerde keuze gemaakt.
De staatssecretaris ziet dan ook geen reden de geldende regeling te
beƫindigen.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
MJenV heeft toegezegd de administratieve rompslomp te verminderen voor
de opsporing, maar niet voor de wijkagent. Geldt deze belofte ook voor
de basisteams?
Antwoord:
Ja. Zoals de MJenV in de Ontwikkelagenda Gebiedsgebonden Politie (GGP)
heeft aangegeven wordt voor de teamchefs meer lokale ruimte gecreƫerd,
zodat zij zelf meer beslissingen kunnen nemen. Daarnaast kunnen agenten
op straat beschikken over meer faciliteiten, zoals chromebooks, waardoor
zij mobiel kunnen werken.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
De Haagse werkelijkheid staat mijlenver van de werkelijkheid op de
straat, hoe gaat de MJenV deze kloof overbruggen?
Antwoord:
De MJenV legt regelmatig werkbezoeken af om kennis te nemen van de
werkelijkheid op straat. Hij heeft geluisterd naar de kritiek, problemen
over werkdruk, administratieve lasten en de noodzakelijke vernieuwing in
de opsporing en heeft zich dat zeer aangetrokken. Het
arbeidsvoorwaardenakkoord dat is afgesloten komt tegemoet aan de
werkdruk, de vernieuwing in de opsporing en aan de
arbeidsomstandigheden. Elke vier maanden is er een gesprek van de MJenV
met de bonden en de korpsleiding over de uitvoering van de gemaakte
afspraken. Het kabinet zorgt voor versterking van de politie. Keuzes
over de inzet vinden vooral lokaal plaats, dicht bij de werkelijkheid
van de agent, het gezag en de burger.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Is de MJenV het ermee eens dat het geweldsmonopolie alleen bij de
politie hoort?
Antwoord:
Het toepassen van geweld met gebruik van een geweldsmiddel is een
bevoegdheid die in beginsel alleen toekomt aan de gewapende macht van de
overheid, (de krijgsmacht en) de politie. Slechts in zeer uitzonderlijke
gevallen worden geweldsmiddelen aan anderen toegekend. Zo kan
een buitengewone opsporingsambtenaar (BOA) in het openbaar
vervoer optioneel beschikken over handboeien en/of een
wapenstok.
De BOA en de politie werken complementair aan elkaar. De BOA is actief
in de openbare ruimte voor het verbaliseren van feiten inzake overlast
en leefbaarheid. Zij hebben derhalve een beperkte opsporingsbevoegdheid.
Zij nemen geen taken van de politie over. Thans zijn er circa 3900 BOA's
in Nederland in het domein openbare ruimte waarvan circa 1200 in de vier
grote steden.
Uw Kamer heeft voorafgaand aan het plenaire debat over de beleidsreactie
inzake de Evaluatiecommissie Politiewet 2012 verzocht om een nadere
uiteenzetting van de samenwerking tussen de BOA en de politie in het
lokale domein. De MJenV zendt deze brief nog dit jaar aan uw Kamer.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Er komt naar aanleiding van rapporten en gesprekken, extra geld
beschikbaar voor onder andere het OM, maar dit is geen structureel geld.
Waar is de visie van de minister voor de langere termijn?
Antwoord:
Dit kabinet investeert zowel incidenteel als structureel in de
strafrechtketen. Zo ontvangt de politie 291 miljoen euro, de
organisaties in de strafrechtketen 20 miljoen euro voor het opvangen van
keteneffecten en is er 10 miljoen euro beschikbaar gesteld voor
structurele versterking van de aanpak van ondermijnende criminaliteit
door betrokken organisaties. Daarnaast is er incidenteel budget
beschkbaar gesteld, waaronder 100 miljoen euro incidenteel voor de
versterking van de aanpak van ondermijning.Vragen van het lid
Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Waarom is de taakstraf nog steeds mogelijk als een agent met grof geweld
wordt bejegend?
Antwoord:
Voorop staat dat iedere vorm van geweld tegen functionarissen met een
publieke taak, waaronder politieagenten, onaanvaardbaar en uiterst
laakbaar is en dat hier hard tegen moet worden opgetreden. Ook heeft
MJenV op 15 november jl. een wetsvoorstel aan uw Kamer aangeboden
waarmee het hinderen van hulpverleners zwaarder wordt bestraft.
Geweld tegen functionarissen met een publieke taak waarbij sprake is van
enig lichamelijk letsel, valt reeds onder de wettelijke regeling die het
opleggen van taakstraffen beperkt (artikelen 22b en 181 Sr). Het
formuleren van een strafeis in iedere zaak blijft maatwerk waarbij de
officier van jusitie rekening houdt met de omstandigheden waaronder feit
is gepleegd, de ernst van het feit (maatschappelijke context, de aard
van het slachtoffer) en de persoon van de dader. Uiteindelijk oordeelt
de rechter over een passende sanctie. Officieren van justitie en
rechters hebben voldoende instrumenten en ruimte om in dit type zaken
maatwerk te leveren.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Waarom twijfelt de minister aan de meerwaarde van het
stroomstootwapen?
Antwoord:
De MJenV ziet de operationele meerwaarde ook maar constateert dat een
aantal zaken nog moet worden uitgezocht. Dit betreft de motie Ellemeet,
ten aanzien van de inzet van dit middel in de GGZ. Daarnaast vindt nog
onderzoek plaats naar wat wetenschappelijk bekend is over mogelijke
gezondheidseffecten van dit middel. Het streven is dit onderzoek in het
voorjaar 2019 aan uw Kamer te doen toekomen. Dan is een afgewogen
beslissing en bespreking daarvan met uw Kamer mogelijk.Vragen
van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Is de minister op de hoogte dat de politie op termijn versterkt moet
worden met 5.000 fte? Wat is hierop de (lange termijn) visie van de
minister?
Antwoord:
Het kabinet zet in op versterking van de politie door middelen ter
beschikking te stellen waarmee de formatie structureel wordt uitgebreid
met ruim 1100 fte. Daarnaast investeert het kabinet in middelen zodat
ook sprake is van een moderne goed toegeruste politie. Het gaat alles
bij elkaar om een structurele verhoging van het politiebudget met 291
miljoen. Daarmee is sprake van een aanzienlijke versterking van de
politie.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
De enige oplossing voor te lage straffen is een wettelijke ondergrens,
een minimumstraf. Die hebben we nu ook, maar die is ƩƩn dag, dat vindt
mijn fractie te kort. Wat vinden beide ministers hiervan?
Antwoord:
De MJenV ziet geen aanleiding om de rechterlijke straftoemetingsvrijheid
met behulp van minimumstraffen te beperken. Ons Wetboek van Strafrecht
kent algemene omschrijvingen van strafbaarstellingen die voor zowel het
lichtste als het zwaarste delictsscenario kunnen worden benut. De
rechter heeft een ruime straftoemetingsvrijheid en kan steeds per
individueel geval maatwerk leveren en een passende straf opleggen. Dat
doet de strafrechter uiterst consciƫntieus en professioneel, rekening
houdend met alle relevante feiten en omstandigheden.
Voor zover de vraag ziet op de minimale gevangenisstraf van een dag die
naast een taakstraf wordt opgelegd bij veroordelingen die vallen onder
het taakstrafverbod verwijst de MRb naar de beleidsreactie op de recent
uitgevoerde evaluatie Wet beperking oplegging taakstraffen (Kamerstukken
II, 29 279, nr. 456). De conclusie uit deze evaluatie was dat de wet een
uitwerking heeft gehad in de door de wetgever beoogde richting en dat
sinds de invoering van de wet het aandeel solitaire taakstraffen voor
misdrijven die onder de wet (artikel 22b Sr) vallen is gedaald. De
aanbeveling om een combinatie van een voorwaardelijke gevangenisstraf
met gedragsbeĆÆnvloedende voorwaarden plus een taakstraf mogelijk te
maken is niet overgenomen. Voor de misdrijven die vallen onder het
taakstrafverbod geldt dat recht moet worden gedaan aan de inbreuk op de
lichamelijke integriteit. De straf dient dan ook een stevig vergeldend
karakter te hebben. In lijn met de huidige formulering van de wet kan
voor deze misdrijven alleen een taakstraf worden opgelegd in combinatie
met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Naar aanleiding van bespreking van geweld door hooligans. Er worden met
kettingen hulpverleners mishandeld. De MJenV gaf in antwoord op de motie
van mw. Helder: āik zie geen reden om mijn aanpak en de strafmaatregelen
nu aan te passen.ā Mijn vraag is wanneer dan wel?
Antwoord:
Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak wordt al hard
aangepakt. Politie en OM hebben in 2010 opsporings- en
vervolgingsafspraken gemaakt die toezien op een eenduidige, landelijke
en harde aanpak van daders met onder andere afspraken over een hoge
prioritering, lik op stuk beleid. Op dit moment wordt de aanpak
geƫvalueerd; begin volgend jaar worden hiervan de resultaten verwacht.
Ook heeft de MJenV onlangs een wetsvoorstel ingediend waarin de
strafmaxima voor het hinderen van hulpverleners worden verhoogd.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Voor inzicht in de aard en omvang van geregisterde criminaliteit wordt
(in afwachting van het WODC-rapport) gebruik gemaakt van de
veiligheidsmonitor. In de veiligheidsmonitor worden veel misdrijven niet
meegenomen. Waarom geen nieuw meetinstrument of een goed meetinstrument
in plaats van de veiligheidsmonitor?
Antwoord:
Er zijn reeds diverse monitors en periodieke onderzoeken die
ontwikkelingen in aard en omvang van de criminaliteit in beeld brengen,
onder andere: Criminaliteit en Rechtshandhaving (Wetenschappelijk
Onderzoeks -en Documentatiecentrum , Centraal Bureau voor de Statistiek,
Raad voor de Rechtspraak), de Veiligheidsmonitor (CBS), het Nationaal
dreigingsbeeld georganiseerde criminaliteit (politie), de Monitor
georganiseerde criminaliteit (WODC) en de Strafrechtketenmonitor
(ketenorganisaties, WODC en Ministerie van JenV). Deze monitors geven in
gezamenlijkheid niet alleen een beeld van criminaliteit die via
aangiftes bekend wordt, maar ook van gegevens uit slachtofferenquĆŖtes.
In aanvulling hierop doet het WODC onderzoek naar mogelijkheden om beter
zicht te krijgen op de omvang van vormen van criminaliteit die niet of
in mindere mate via aangiftes bekend worden, zoals ondermijnende
criminaliteit of cybercrime. Dit onderzoek is naar verwachting in
december 2018 gereed. Een aanvullend meetinstrument heeft geen
meerwaarde.Vragen van het lid Helder, L.M.J.S.
(PVV)
Vraag:
De vreemdelingendatabank wordt door de politie alleen gebruikt bij
verdenkingen. Maar vingerafdrukken kunnen van waarde zijn bij opsporing,
diefstal en inbraak. Deze misdrijven zijn aangemerkt als HIC. Bent u
bereid de politie weer toegang te geven tot de vreemdelingendatabank in
het kader van de opsporing?
Antwoord:
De politie kan reeds in bepaalde situaties, met waarborgen omkleed en
volgens vaste procedures toegang verkrijgen tot bepaalde informatie uit
migratiesystemen omwille van opsporing. Dit moet tevens plaatsvinden
binnen de geldende kaders en privacywetgeving; doelbinding en
proportionaliteit zijn hierbij uitgangspunt. De verwerking van gegevens
over vingerafdrukken van vreemdelingen, die worden verzameld met het oog
op de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving, vallen onder het regime
van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). In de AVG is het
beginsel neergelegd dat persoonsgegevens niet verder mogen worden
verwerkt wanneer dat onverenigbaar is met het doel waarvoor ze zijn
verkregen. De AVG voorziet wel in de mogelijkheid tot het maken van een
uitzondering als dat gebaseerd is op een Unierechtelijke of
lidstaatrechtelijke bepaling. Daarbij zijn tevens de overwegingen van
proportionaliteit en subsidiariteit aan de orde.
De raadpleging van het vingerafdrukkenbestand van vreemdelingen ten
behoeve van de opsporing van strafbare feiten in het geval van een
misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, is geoorloofd
indien een van de volgende twee voorwaarden is vervuld: (1) er bestaat
een redelijk vermoeden dat de verdachte een vreemdeling is, of (2) in
het belang van het onderzoek en het opsporingsonderzoek op een dood
spoor is beland, dan wel dat snel resultaat geboden is bij de
opheldering van het misdrijf. Het behoort telkens tot de bevoegdheid van
de officier van justitie om de afweging te maken of aan een van de
voorwaarden is voldaan. Deze beslissing kan de officier van Justitie
niet eerder nemen dan nadat hij toestemming van de rechter-commissaris
heeft verkregen.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
De PVV wil dat de bezuinigingen op de politie stoppen en dat gesloten
politiebureaus weer worden geopend. Zodat mensen weer op een bureau
terecht kunnen voor een aangifte in plaats van bij een steunpunt. Wat
vindt de MJenV hiervan?
Antwoord:
De MJenV is van mening dat de politie toegankelijk moet zijn voor de
burger. De dienstverlening, bereikbaarheid en beschikbaarheid van
politie staan voorop. Dit is echter niet alleen te koppelen aan
bureau's. De politie geeft juist op veel meer en eigentijdsere manieren
vorm aan deze nabijheid bijvoorbeeld door het realiseren van pop-up
politiebureaus, wijktafels, een politiebus of -tent op uiteenlopende
locaties zoals winkel- en buurtcentra. Daarnaast kunnen (wijk)agenten
steeds beter tijd- en plaatsonafhankelijk werken bijvoorbeeld door het
gebruik van chromebooks, waardoor zij bij mensen thuis aangiften kunnen
opnemen. Ook kunnen agenten op straat door Mobiel Effectiever op
straat (MEOS) beschikken over actuele informatie.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Waarom is er geen structurele financiering van de aanpak van
ondermijning en kiest het kabinet voor een eenmalig bedrag in de vorm
van een ondermijningsfonds?
Antwoord:
Het ondermijningsfonds van 100 miljoen euro is inderdaad incidenteel.
Daarnaast is echter ook 10 miljoen euro structureel beschikbaar gesteld
voor de aanpak van ondermijning. Ter invulling van deze middelen is een
breed pakket aan zowel preventieve als repressieve maatregelen
samengesteld, op basis van concrete versterkingsplannen van de regioās
en de betrokken landelijke partners. Hierover heeft MJenV uw Kamer
uitvoerig geĆÆnformeerd in zijn brief van 16 november 2018.
Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)
Vraag:
Wanneer kunnen we het wetsvoorstel verwachten dat verblijf in
terroristisch gebied strafbaar stelt?
Antwoord:
Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over dit
wetsvoorstel is inmiddels ontvangen. Op dit moment wordt de laatste
puntjes op de " i " gezet. Na verwerking van het advies zal het
wetsvoorstel z.s.m. worden ingediend bij de Tweede Kamer.
Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)
Vraag:
Bepaalde islamitische uitingen moeten we strafbaar stellen als
opiniegeweld. Wat is volgens de minister 'opiniegeweld'?
Antwoord:
In Nederland staat de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel.
Die vrijheid wordt slechts beperkt door de grenzen die de wet daaraan
stelt. Dat is ā en blijft ā het uitgangspunt van dit kabinet. De MSZW
heeft daarbij aangetekend dat dat niet wil zeggen dat alle opinies ook
een constructieve bijdrage aan het maatschappelijk debat hebben. Vooral
niet waar incidenten worden uitvergroot en groepen in een bepaalde
context worden geplaatst. Daarvoor heeft hij de term āopiniegeweldā
gebruikt. Polarisatie, uitvergroting van verschillen en eenzijdige
berichtgeving bevorderen de samenhang in onze samenleving niet. Daar
heeft MSZW terecht aandacht voor gevraagd. Dat doet echter niets af aan
het geldende wettelijke kader.
Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)
Vraag:
Om de jihad te bestrijden zal de regering het lef moeten hebben om de
islam te zien voor wat het is en stoppen met wegkijken. Een jihadist is
een islamiet die dood en verderf komt zaaien. Wat vindt de minister
hiervan?
Antwoord:
Gewelddadige jihadisten beroepen zich op de islam, althans hun lezing
daarvan.
Het jihadisme is daarmee een geperverteerde vorm van de islam, net zoals
andere religies en politieke stromingen geperverteerde, extremistische
varianten kennen. Het gaat niet om het bestrijden van een religie maar
om het bestrijden van dat extremisme: diegenen die zich schuldig maken
aan extremisme en terrorisme ā van welke signatuur dan ook ā worden
aangepakt.
Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)
Vraag:
De veiligheid van Nederlandse burgers is in het geding. Wanneer verlaat
Nederland het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)?
Antwoord:
Het opzeggen van het EVRM is niet aan de orde. Het EVRM is een groot en
onmisbaar goed in onze democratische rechtsstaat. Voor een goed
functionerende rechtsstaat zijn mensenrechten essentieel, zoals ook de
scheiding der machten, rechtszekerheid en onafhankelijke rechtspraak dat
zijn. De fundamentele rechten en vrijheden die in het EVRM zijn
neergelegd zijn er voor de bescherming van alle burgers, tegen
medeburgers Ʃn tegen de overheid. Het EVRM is ook een groot goed omdat
het de rechtsstaat in andere Europese landen toets.
Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)
Vraag:
"Dat we moeten vrezen voor meer ellende is volgens de NCTV het nieuwe
normaal. Alsof we moeten leven met af en toe wat bloed. Dat is de
verachtelijke houding die ik bij dit kabinet zie. Alsof er niks aan valt
te doen. Het kabinet heeft wel enige invloed op het tijdsgewricht."
Wanneer verlaat de MJenV deze verachtelijke tijdsgeest en zorgt hij
ervoor dat de bevolking weer echt beschermd gaat worden?
Antwoord:
De MJenV herkent zich niet in het geschetste beeld en doet er alles aan
om de veiligheid in Nederland te bevorderen. Geweld wordt niet
getolereerd. Nederland beschikt over een breed instrumentarium om
extremisme aan te pakken. Op alle niveauās werken overheidsdiensten
samen om signalen van gewelddadig extremisme en terrorisme vroegtijdig
te herkennen en op te volgen. Het volgen en daarna de arrestatie van 7
mannen, die met de voorbereiding van een terroristische aanslag bezig
waren, is daar een goed voorbeeld van. Als er strafbare feiten worden
geconstateerd kan het OM strafrechtelijke vervolging instellen.
Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)
Vraag:
Is islamkritiek geuit door iemand met linkse denkbeelden - een echte
progressieveling, die ook links stemt - een voorbeeld van
rechts-extremisme? Wat vindt de minister: ja of nee? En kan hij dit
onderbouwen?
Antwoord:
Ongeacht de politieke overtuiging van iemand is binnen de grenzen van de
vrijheid van meningsuiting kritiek op de islam toegestaan. Als deze
grens wordt overschreden is het aan de rechter om dat van geval tot
geval te beoordelen.
Kritische uitingen inzake religie overschrijden de grens van de vrijheid
van meningsuiting indien zij kunnen worden gekwalificeerd als
groepsbelediging of het aanzetten tot discriminatie, haat of geweld. Bij
het beoordelen van de strafbaarheid en van de uiteindelijke strafmaat
kan de achterliggende ideologie van de dader van belang zijn,
bijvoorbeeld als de wijze van uiting van die ideologie al eerder is
gekwalificeerd als een strafbare gedraging.
Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)
Vraag:
De overheid treedt slap op en dat biedt mogelijkheid tot geweld. Vindt
de MJenV het echt normaal dat mensen tegen elkaar worden opgezet door
het faciliteren van geweld?
Antwoord:
De Nederlandse overheid treedt op tegen gebruik van geweld ā of het nu
terroristisch of anders van aard is. Daar zijn de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten ook op ingesteld.
Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)
Vraag:
Vindt de minister het normaal dat we altijd waakzaam moeten zijn op
"haatbaarden" of hun eventueel iets fatsoenlijker jihadvrienden?
Antwoord:
Bij een veilige samenleving horen ook een politie, een OM en
inlichtingen- en veiligheidsdiensten die die veiligheid realiseren en
bewaken en dreigingen neutraliseren, ongeacht uit welke hoek die
eventuele dreiging afkomstig is.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
Kan de MJenV aan Nederland uitleggen waarom een islamknuffelaar het
islamitisch terrorisme kan bestrijden? Begrijpt de MJenV dat hij de rode
loper voor terroristen uitrolt en de levens van vele Nederlanders op het
spel zet?
Antwoord:
Aan de benoeming van de nieuwe NCTV is een uiterst zorgvuldig proces
voorafgegaan. De functie van de nieuwe NCTV is een zware functie, die
een grondige beoordeling vereist. De terrorismebestrijding, evenals de
beveiliging van bedreigde politici, is bij de nieuwe NCTV in goede
handen.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
Heeft de MJenV ook overwogen Mohammed B. of de imam die opriep Geert
Wilders te vermoorden, verantwoordelijk te maken voor onze nationale
veiligheid?
Antwoord:
Nee.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
Heeft de MJenV een rechtshulpverzoek gedaan aan Pakistan met betrekking
tot de imam die een fatwa heeft afgeroepen op Geert Wilders? Is deze
imam al gearresteerd? Kan de MJenV hier achteraan gaan en hierover een
update geven?
Antwoord:
De MJenV doet geen uitspraken over individuele strafzaken. Het staat
direct betrokkenen, zoals een aangever, echter te allen tijde vrij om
bij het OM te informeren naar de stand van zaken rondom een aangifte en
mogelijke stappen in dat kader.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
De PVV stelt voor dat iedere banktransactie van en naar islamitische
landen met 0,1 procent belast moet worden zodat daarvan de beveiliging
van joden kan worden gefinancierd. Wat vindt de MJenV hiervan?
Antwoord:
Er is op dit moment geen aanleiding om extra financiƫle middelen aan te
wenden om aanvullende beveiligingsmaatregelen te nemen voor de
beveiliging van de Joodse gemeenschap. De beveiliging van Joodse
instellingen en synagogen behoort tot de verantwoordelijkheden van het
betreffende lokale gezag ā de lokale driehoek dus. Die beveiliging wordt
door de lokale overheden uiterst serieus genomen, zo is de MJenV bij
diverse werkbezoeken aan synagogen en joodse instellingen gebleken. De
MJenV ziet geen rechtsgrond voor de door de PVV voorgestelde
belasting.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
Lustmoordenaars uit TBS-klinieken lopen rond en kunnen nieuwe
slachtoffers maken. Is de minister bereid te starten met puinruimen en
te stoppen met de verloven voor tbsāers?
Antwoord:
De tbs-maatregel levert een belangrijke bijdrage aan de veiligheid van
Nederland. De tbs-maatregel is namelijk effectief: tussen 1984 en 2008
is de recidive van ex-tbs-gestelden voor ernstig strafbare feiten meer
dan gehalveerd, van ruim 36 procent naar 17 procent. Verlof is een
onlosmakelijk onderdeel van de tbs-maatregel. De beslissing om een
tbs-gestelde met verlof te laten gaan, komt op zorgvuldige wijze tot
stand. Aan elke verlofbeslissing liggen uitgebreide adviezen van de
kliniek en het onafhankelijke Adviescollege Verloftoetsing tbs-gestelden
(AVT) ten grondslag. De adviezen zijn gebaseerd op wetenschappelijk
onderbouwde risicotaxatie-instrumenten. Het AVT bestaat uit forensisch
psychiaters en psychologen, juristen en wetenschappelijk
adviseurs.Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
Wat gaat de minister doen om het OM te laten stoppen met
intimidatieprocessen?
Antwoord:
Een vervolgingsbeslissing is een eigenstandige bevoegdheid van de
officier van justitie, waarna het laatste woord aan de rechter is. Het
OM stelt alleen vervolging in als na strafrechtelijk onderzoek naar het
oordeel van de officier van justitie sprake is van voldoende wettig en
overtuigend bewijs en als vervolging vanuit maatschappelijk oogpunt
opportuun is. Als zodanig fungeert het OM ook binnen onze
rechtsstaat.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
Wat gaat de minister doen aan de uitspraken die enkel plannen van
georganiseerde misdaad stimuleren? Wat gaat de minister doen om een
einde te maken aan deze lage straffen?
Antwoord:
MRb herkent het beeld niet dat de rechter uitspraken doet die de
georganiseerde misdaad stimuleren. Het is aan de onafhankelijke rechter
om te bepalen welke sanctie wordt opgelegd. Voorts moet de effectiviteit
van de aanpak van georganiseerde misdaad niet alleen worden afgemeten
aan de hoogte van een opgelegde straf. Onderdeel van de integrale aanpak
kan ook zijn het verstoren van criminele activiteiten of het inzetten
van andere dan strafrechtelijke interventies.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
De rechterlijke macht is handlanger van de legal jihadisten. Wilders
wordt vervolgd, want de monden van kritische politici moeten worden
gesnoerd. OM vervolgt de blokkeerfriezen terwijl zij juist de kinderen
willen beschermen. De TBS āer die de misdaad pleegt krijgt slecht drie
jaar, maar de vader krijgt vierenhalf jaar cel. Het systeem straft
helden maar pampert criminelen. No surrender leden krijgen slechts
tweeƫnhalf jaar cel voor de poging hun leider vrij te krijgen. Wat is
dit voor signaal naar de maatschappij?
Antwoord:
De wetgever heeft bepaalde gedragingen strafbaar gesteld en geeft aan
welke maximale straf daarvoor door een rechter opgelegd kan worden. De
beslissing over de vervolging wordt door het OM genomen en over de
uiteindelijke op te leggen straf beslist de rechter. Daarbij wordt
rekening gehouden met de feiten en omstandigheden van het geval en de
persoon van de verdachte.
De veronderstelling dat rechters in Nederland lage straffen opleggen
klopt niet. Zo blijkt uit recent onderzoek (bundel Criminaliteit en
rechtshandhaving 2018) dat in Nederland, in vergelijking met andere
landen, de kans op een gevangenisstraf bij een veroordeling relatief
hoog is. Uit een evaluatie van de Wet Beperking Oplegging Taakstraffen
blijkt bovendien dat er een trend zichtbaar is dat rechters daders veel
minder vaak alleen maar een taakstraf opleggen.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
De PVV wil dat advocaten die liegen of schuiven met feiten moeten worden
gecorrigeerd. De PVV wil dat het verstrekken van feiten die onjuist zijn
door advocaten strafbaar wordt gesteld. Wat vindt de MRb daarvan?
Antwoord:
Dat advocaten geen feitelijke informatie mogen verstrekken waarvan zij
weten of behoren te weten dat deze onjuist is, staat in artikel 8 van de
Gedragsregels advocatuur. Op de naleving hiervan wordt door de deken en
de tuchtrechter toegezien. Deze instanties zijn in de Advocatenwet
aangewezen om het handelen van de advocaat tegen het geheel van de voor
hem geldende normen te bezien. Uitgangspunt is dat de advocaat in
beginsel mag uitgaan van de feitelijke mededelingen van zijn cliƫnt en
deze namens zijn cliƫnt naar voren kan brengen. In het strafrecht ligt
de verplichting genoemd in artikel 8 van de Gedragsregels advocatuur
genuanceerder nu de advocaat niet geacht wordt gegevens te verstrekken
die belastend kunnen zijn voor diens cliƫnt. Strafbaarstelling is niet
aan de orde nu de advocatuurlijke regelgeving voldoende instrumenten
biedt.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
In gevangenissen worden feesten gevierd met binnengesmokkelde drugs. Is
de minister bereid te stopppen met het sluiten van gevangenissen, het
hardwerkende personeel met rust te laten en te zorgen dat er per
gevangenis een drugshond beschikbaar is?
Antwoord:
Over de achtergrond en de afwegingen bij het sluiten van gevangenissen
is bij het AO Gevangeniswezen uitgebreid gesproken. Geen maatregelen
treffen op dit punt is onverantwoordelijk. Daar komt bij dat de
leegstand jaarlijks onnodig geld kost. Dat door het financieren van
leegstand deze middelen nu niet kunnen worden besteed aan ander
(veiligheids)beleid, zoals verdere vermindering van de recidive, is
onwenselijk en strookt niet met de ambitie van het kabinet om Nederland
veiliger te maken. Natuurlijk is dit vervelend nieuws voor de
medewerkers die het betreft. Gelukkig behouden zij een baan bij DJI.
Voor de kerst weten medewerkers wat hun nieuwe werkplek wordt. De MRb
vindt het belangrijk dat medewerkers zo snel mogelijkheid rust en
duidelijkheid krijgen over hun nieuwe plek.
Over contrabande in gevangenissen zijn de afgelopen periode diverse
berichten verschenen. De MRb vindt drugs en losbandig gedrag volstrekt
onacceptabel. In de gevangenis zit je om je straf uit te zitten, en niet
om feest te vieren. Het is goed dat er direct actie is ondernomen in
Zaanstad. Op de desbetreffende afdelingen zijn grondige spitacties
uitgevoerd. De afgelopen tijd is in JC Zaanstad het toezicht op
smokkelwaar versterkt door het uitvoeren van extra zoekacties en
celcontroles. Hierbij worden ook drugs- en telefoonhonden ingezet. Het
beleid is erop gericht om contrabande zo veel als mogelijk te voorkomen
en tegen te gaan. Om dit beleid te versterken heeft de MRb een
wetsvoorstel ingediend voor strafbaarstelling van het binnenbrengen van
voorwerpen in gevangenissen.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Bibob toetsing werkt alleen voor overheden. Waarom zorgen we er niet
voor dat de Bibob toets op basis van vrijwilligheid voor particuliere
eigenaren van panden beschikbaar komt die doorverkoop of verhuur aan
criminelen willen voorkomen. Daarnaast wil ik dat de minister gaat
bekijken welke voordelen een verplichte Bibob toets voor particuliere
eigenaren kan opleveren voor wijken die nu ten onder dreigen te gaan aan
criminaliteit. Graag een reactie.
Antwoord:
Om een beter beeld te krijgen van hun potentiƫle huurders kunnen
particulieren nu al verschillende informatiebronnen raadplegen. Daarbij
valt te denken aan het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en
het Centraal Insolventieregister. De wet Bibob heeft tot doel te
voorkomen dat de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert
bij het verlenen van onder meer vergunningen of bij aanbestedingen.
Bibob is daarom niet het juiste instrument voor particuliere
huizenbezitters om criminele huurders te weren. De wet Bibob hierop
aanpassen zou de wet in zijn kern wijzigen. Binnen de wet Bibob kunnen
zeer privacygevoelige persoonsgegevens verzameld worden waar strenge
waarborgen gelden. Deze complexe gegevens vereisen expertise om te
duiden en een hoge mate van vertrouwelijkheid.
Bij kwetsbare wijken met veel overlast en criminaliteit is er de
mogelijkheid de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek
van toepassing te verklaren. Het biedt gemeenten de mogelijkheid om in
aangewezen wijken, straten of wooncomplexen selectieve woningtoewijzing
toe te passen. Bij het verlenen van een woonvergunning kunnen dan ook
eventuele antecedenten van de toekomstige huurder worden betrokken.
Diverse gemeenten passen deze maatregel toe, zoals Nijmegen, Tilburg,
Den Bosch, Schiedam, Dordrecht en Zaanstad.
In 2017 hebben de leden Recourt (PvdA) en Kooiman (SP) met een motie
aandacht gevraagd voor een gezond ondernemingsklimaat. Als het gaat om
particuliere ondernemingen maken inmiddels een aantal gemeenten gebruik
van de mogelijkheid om in de APV een vergunningplicht in te stellen voor
panden, branches en/of straten om de veiligheid, en leefbaarheid te
bevorderen en een malafide ondernemersklimaat tegen te gaan. Op
een dergelijke vergunningplicht kan de wet Bibob worden toegepast.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Is de minister bereid de digitale politie gebruik te laten maken van
vrijwilligers uit het bedrijfsleven die verstand hebben van
cybervragen?
Antwoord:
MJenV steunt van harte het idee van de inzet van politievrijwilligers
bij de bestrijding van cybercrime. De politie is hiermee aan de slag. Zo
is er een aantal pilots in voorbereiding binnen de politie waarbij
politievrijwilligers specifiek worden ingezet op een discipline of taak.
Bijvoorbeeld vrijwilligers die als cyberspecialisten surveilleren op het
Dark web.
Ook is er aandacht voor de samenwerkingsverbanden tussen politie en
bedrijven in het Verenigd Koninkrijk. De politie onderzoekt momenteel of
en in hoeverre het Engelse model voor de inzet van politievrijwilligers
dat daar wordt toegepast ook geschikt is voor Nederland.Vragen
van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Kan inmiddels elke beeldopname gebruikt worden bij eventuele vervolging?
Zijn hier nog belemmeringen? Geldt dit ook voor beeldopnames die niet
aan het zogenaamde kenbaarheidsvereiste voldoen, zoals beelden die op
straat gemaakt zijn met een smartphone? Kunnen deze beeldopnames ook
eenvoudig aan opsporingsdiensten worden afgestaan/ingeleverd? Kan de
minister daarbij ingaan op eventuele problemen in het licht van de
AVG?
Antwoord:
Camerabeelden kunnen altijd worden aangeleverd bij de politie of worden
gevorderd op grond van het Wetboek van Strafvordering, en mogen worden
gebruikt in het strafproces.
Op dit onderwerp is ingegaan in de brief van medio 2017, naar
aanleiding van een motie van de leden Van Toorenburg en Kuiken
(Kamerstukken II, 2016/17, 29 628, nr. 693). In die motie is destijds
gesteld dat het gebruik van camerabeelden voor de opsporing soms
problematisch was. Bij brief (Kamerstukken II, 2016/17, 24 077, nr. 398,
p. 5 en 6) is uiteengezet dat er overleg met de betrokken partijen is
geweest en dat de problemen niet als zodanig herkend werden. Wel gelden
vooral bij het plaatsen van cameraās wettelijke waarborgen waar
aan moet worden voldaan. Wanneer met cameraās beelden zijn vastgelegd
die relevant zijn voor de opsporing, kunnen die altijd worden
aangeleverd bij de politie of worden gevorderd op grond van artikel
126nd van het Wetboek van Strafvordering. Deze beelden mogen dan ook
worden gebruikt in het strafproces. Dit geldt ook voor beelden die zijn
gemaakt met smartphones.
Het is niet bekend dat er, ondanks bovenstaande, nieuwe problemen zouden
zijn met het gebruiken van camerabeelden ten behoeve van de opsporing,
ook niet in het licht van de AVG.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Er was een regeling in het verleden waarbij tegemoet werd gekomen aan
landeigenaren die kosten hadden gemaakt bij het opruimen van drugsafval.
Hoe is het gekomen dat die subsidie die hiervoor was vrijgemaakt niet is
opgemaakt? Hoe is deze regeling verlopen en zit er brood in een
dergelijke nieuwe regeling in de toekomst?
Antwoord:
Een interbestuurlijke werkgroep verkent op dit moment op verzoek van het
Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOB) de financiƫle en juridische
mogelijkheden voor een duurzame financieringsoplossing voor de kosten
die gemaakt worden bij het opruimen van drugsafval. Daarin wordt ook een
rapport betrokken dat het Interprovinciaal Overleg aan het opstellen is
over de besteding van de gelden uit de vorige
co-financieringsregeling.
Zoals uw Kamer deze week is geĆÆnformeerd door de minister van BZK
bedraagt de totale onderbesteding van de vorige
co-financieringsregeling ⬠1,2 miljoen. Provincies kunnen ook in 2018
nog vooruit met de reeds beschikbaar gestelde middelen in de jaren 2015,
2016 en 2017.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Ik heb samen met de SP een motie ingediend ter bestrijding van de
patsers, de jongens met extreem dure merkkleding en gouden horloges.
Maar het blijft te lang stil. Wat is inmiddels op dit punt gedaan? Welke
stappen zijn inmiddels gezet om hier hard in op te treden? Zijn er
mogelijkheden de Rotterdamse patersaanpak landelijk uit te rollen?
Antwoord:
De patseraanpak wordt lokaal vormgegeven en valt onder de lokale
gezagen. Bij het afpakken van crimineel vermogen kan de politie lokaal
met ketenpartners samenwerken, zoals Belastingdienst, de gemeente, het
OM of in RIEC-verband. Best practices, zoals die uit Rotterdam, worden
binnen de politie gedeeld.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Kan in Nederland op een verantwoorde manier de omloop in contant geld
worden teruggebracht? Kunnen we de criminaliteit hiermee een slag
toebrengen? Kan een onderzoek worden gedaan naar de maatregelen die zijn
getroffen in het buitenland en welke voordelen dit in Nederland kan
hebben?
Antwoord:
Het gebruik van contant geld is primair een verantwoordelijkheid van de
minister van Financiƫn. Vanuit het perspectief van
criminaliteitspreventie is het inzetten op het verminderen van cash een
prioriteit. Nederland is koploper in de eurozone met het aantal
pinbetalingen. In overleg met de minister van Financiƫn zal het risico
van het gebruik van contant geld en het mogelijk meer inzetten op
contactloos betalen worden geagendeerd in het Nationaal Platform
Criminaliteitsbeheersing. Over de uitkomsten wordt uw Kamer komend
begrotingsjaar nader geĆÆnformeerd.
De Europese Commissie heeft reeds onderzoek laten verrichten over het
nut en de noodzaak van eventuele Europese regels op het terrein van
beperkingen op contante betalingen. Op basis van het onderzoek heeft de
Europese Commissie in juni van dit jaar besloten geen wetgevend
initiatief op dit gebied te presenteren. Daarbij waren de belangrijkste
overwegingen dat beperkingen op contante betalingen een gevoelige
kwestie is voor Europese burgers. Velen zien de mogelijkheid om contant
te betalen als een fundamentele vrijheid, die niet onevenredig mag
worden beperkt. Verder heeft het bestaan van uiteenlopende beperkingen
van contant geld op nationaal niveau een merkbaar negatief effect gehad
op de interne markt door de concurrentie te verstoren en een ongelijk
speelveld voor sommige bedrijven te creƫren.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
In hoeverre kunnen zogeheten langdurige gedragsbeinvloedende en
vrijheidsbeperkende maatregelen uit de Wet Langdurig toezicht óók van
toepassing zijn op Jihadisten. Temeer nu er ook een acute dreiging van
de openbare orde kan ontstaan indien die jihadisten niet echt zijn
gederadicaliseerd.
Antwoord:
De gedragsbeĆÆnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel uit de Wet
langdurig toezicht kan ook worden toegepast bij terroristische
misdrijven, zoals deelneming aan een terroristische organisatie,
ronselen voor de gewapende strijd of deelnemen aan een terroristisch
trainingskamp. De MJenV en MRb zijn bereid hieraan bekendheid te geven
richting betrokken organisaties.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Zou de MJenV kunnen laten weten wanneer ook het lokale gezag mag
meedenken over de opschaling naar de inzet van de marechaussee in het
kader van lokale ordeverstoringen?
Antwoord:
Bijstand door de KMar aan de politie staat beschreven in artikel 57 van
de Politiewet 2012. Het lokale gezag, de burgemeester, kan bijstand van
de KMar vragen.
De KMar heeft afgelopen jaar bijstand geleverd aan de politie als het
gaat om structurele beveiliging van objecten, persoonsbeveiliging en
aanhoudingseenheden bij diverse evenementen als de KNVB-bekerfinale,
TT-Assen en de landelijke intocht van Sinterklaas.
Bijstand aan de KMar vragen betekent overigens altijd KMar-capaciteit
elders weghalen, waar die capaciteit in principe ook nodig is. Derhalve
zal hier altijd een afweging gemaakt moeten worden.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Welke stappen kunnen we van de MRb verwachten op het gebied van privacy
en dan met name de uitrol van het VVD-initiatief horizontale
privacy?
Antwoord:
De MRb zal in januari 2019 een kabinetsvisie op de bescherming van de
horizontale privacy naar de Tweede Kamer sturen. Daarin wordt ingegaan
op de voorstellen uit de initiatiefnota van het lid van uw Kamer
Koopmans. Samen met deze brief zal de Kamer ook een reactie krijgen op
het burgerinitiatief āInternetpestersā. Verder zal de MRb in januari de
Kamer een brief toezenden over de eerste ervaringen met de
Uitvoeringswet AVG en eventuele maatregelen als gevolg daarvan.
Daarmee wordt een motie van de heer Koopmans uitgevoerd. Tot slot zal de
MRb in het eerste kwartaal van volgend jaar de Kamer een brief toezenden
over wettelijke waarborgen rond big data bij de overheid.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Zijn de zogeheten 'langdurige gedrag beĆÆnvloedende en vrijheid
beperkende maatregelen' uit de 'Wet langdurig toezicht' ook van
toepassing op terugkerende jihadisten? Zo ja, is de MJenV bereid daar
goede bekendheid aan te geven zodat gemeenten en alle andere betrokken
organisaties tijdig bij betrokken autoriteiten aan de bel kunnen trekken
met het verzoek om noodzakelijke interventies ter bescherming van onze
samenleving. Zo nee, is de MJenV bereid deze wet zo aan te passen dat
zij hier wel onder komen te vallen?
Antwoord:
De gedragsbeĆÆnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel uit de Wet
langdurig toezicht kan ook worden toegepast bij terroristische
misdrijven, zoals deelneming aan een terroristische organisatie,
ronselen voor de gewapende strijd of deelnemen aan een terroristisch
trainingskamp. De MJenV en MRb zijn bereid hieraan bekendheid te geven
richting betrokken organisaties.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Cold Case Teams lopen tegen een aantal belemmeringen aan die eenvoudig
zijn weg te nemen, ik wil de minister oproepen dit te doen. Het gaat om
3 belemmeringen: 1. Toegang tot politiegegevens 2. Digitaal ontsluiten
van dossiers 3. Opname van DNA-materiaal uit cold-cases in de DNA
databank zodat deze gebruikt kan worden. Graag concrete toezeggingen van
de minister op deze concrete vragen.
Antwoord:
1. De toegang tot politiegegevens bij cold cases heeft de aandacht van
de korpschef. Op korte termijn spreken de MJenV en de korpschef
hierover.
2. Het lid Van Oosten heeft gevraagd vrijwilligers in te zetten om oude
dossiers te digitaliseren. Inzet bij cold cases is reeds mogelijk binnen
de geldende kaders voor politievrijwilligers. Ook voor vrijwilligers
volstaat een VOG niet, maar dient een betrouwbaarheidsonderzoek van
de politie te worden uitgevoerd, omdat inzicht kan worden verkregen in
gevoelige informatie en de politie met betrouwbare personen in zee wil
gaan.
3. Op dit moment wordt, als daar aanleiding toe is, nieuwe en verbeterde
techniek gebruikt om nieuwe inzichten binnen een cold case te
verkrijgen. De MJenV heeft eerder aan de Tweede Kamer toegezegd, in het
kader van de aanbieding van de evaluatie van de Wet DNA-onderzoek bij
veroordeelden, te bezien of het juridisch en praktisch haalbaar is dat
de bloedmonsters, die reeds bij het NFI aanwezig zijn, alsnog kunnen
worden gebruikt. De evaluatie van die wet zal uiterlijk 1 maart 2019
worden opgeleverd.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Kan de MJenV de aanpassing van de wet dusdanig breder trekken dat
jihadisten met waanideeƫn waar zij in volharden als aspect worden
meegenomen in de aanpassing van de Wet langdurig toezicht?
Antwoord:
De gedragsbeĆÆnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel uit de Wet
langdurig toezicht kan ook worden toegepast bij terroristische
misdrijven, zoals deelneming aan een terroristische organisatie,
ronselen voor de gewapende strijd of deelnemen aan een terroristisch
trainingskamp. De MJenV en MRb zijn bereid hieraan bekendheid te geven
richting betrokken organisaties.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Kan de minister uitleggen wat er is gedaan aan het terugdringen van het
ziekteverzuim bij de politie? Dan speel je 12 tot 1500 mensen vrij die
de overwerkte collega's kunnen ondersteunen.
Antwoord:
In het op 26 april jl. door MJenV aan uw Kamer aanboden plan van aanpak
ziekteverzuim stelt de politie zichzelf ten doel om het
verzuimpercentage medio 2023 te hebben teruggedrongen tot 5,9%. De MJenV
rapporteert uw Kamer halfjaarlijks over de voortgang van de aanpak
ziekteverzuim, zoals recent in het Halfjaarbericht politie van 16
november jl. Daarin is gemeld dat alle eenheden conform het plan van
aanpak voor 1 oktober 2018 een statusanalyse op het verzuim hebben
uitgevoerd en een eigen, toegesneden en contextgebonden plan hebben
opgesteld. Ook heeft er in het gehele korps een risico-inventarisatie en
evaluatie (RIE) psychosociale arbeidsbelasting plaatsgevonden
(Medewerkersmonitor). Op basis van de resultaten nemen de eenheden
maatregelen. Ook komen er dertien bedrijfsartsen bij.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
In een Nieuwsuur uitzending kwam naar voren dat drie rechters tegelijk
ƩƩn zaak behandelen en bewust in een meervoudige kamer een zaak
beslechten. Er waren in de uitzending drie mensen die dat herkenden.
Klopt dit beeld? Wat gaat de MRb daaraan doen? Welke concrete acties
gaat de MRb treffen? Met wie heeft de MRb gesproken? En wat gaat de MRb
doen om de feiten op een rij te krijgen?
Antwoord:
Naar aanleiding van de Nieuwsuur-uitzending is direct navraag gedaan bij
de RvdR. De RvdR heeft er nu geen concrete aanwijzingen voor, maar neemt
dit signaal serieus. De RvdR heeft de MRb daarom meegedeeld te zullen
onderzoeken hoe in de praktijk wordt omgegaan met de verwijzing naar en
inplanning op een meervoudige kamer. De MRb vindt het belangrijk dat
hier goed naar wordt gekeken en zal hierover nader met de RvdR
spreken.
Laat duidelijk zijn dat financiƫle overwegingen niet mogen meespelen bij
de vraag of een strafzaak enkelvoudig of meervoudig moet worden
behandeld. Dat vindt de RvdR ook. Over de resultaten van het onderzoek
wordt uw Kamer geinformeerd.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Hoe is het geregeld met de wachtruimtes in rechtbanken? Kunnen
slachtoffers daar altijd gebruik van maken?
Antwoord:
Alle gerechten beschikken over slachtofferkamers waar slachtoffers
kunnen wachten, gescheiden van het andere publiek. Dat blijkt uit het
onderzoek van de Raad voor de Rechtspraak dat ik vorige week aan uw
Kamer heb aangeboden. Soms zijn deze kamers niet beschikbaar zijn. Dat
is onwenselijk. De MRb ondersteunt daarom de aanbeveling van de Raad
voor de Rechtspraak aan de gerechten om de communicatie met slachtoffers
over de aanwezige voorzieningen te verbeteren en in brede zin de
dienstverlening aan slachtoffers op een basisniveau te brengen: daar
hoort bij dat slachtoffers, indien zij dat wensen, plaats kunnen nemen
in een aparte slachtofferkamer.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Kunnen we bij gemeenten nagaan hoe ver zij zijn met het woonverbod of
met het opvangen van elkaars āellendeā om de bewoners van elkaar te
beschermen? Dat gemeenten elkaars inwoners opvangen zodat zij niet in de
buurt van hun slachtoffers komen te wonen?
Antwoord:
De MRb is in gesprek met gemeenten over het realiseren van alternatieve
huisvesting voor ex-gedetineerden die niet kunnen of mogen terugkeren
naar de gemeente van herkomst. De inzet van de MRb is dat in die
gevallen een andere woonplaats moet worden gezocht, dat hier heldere
afspraken over worden gemaakt in het convenant en dat ook de uitvoering
daarvan actief wordt opgepakt. De MRb zal uw Kamer informeren over de
uitkomst in de voortgangsrapportage over de visie op gevangenisstraffen
in het eerste kwartaal van 2019.
Vragen van het lid Oosten, F. van (VVD)
Vraag:
Kan de MRb bij zijn antwoord over de mogelijkheid tot het opleggen van
langdurige gedragsbeĆÆnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelen aan
jihadisten via de Wet langdurig toezicht, een reactie geven op het feit
dat terroristen nu via reguliere afdelingen terugkeren in de
samenleving, uit beeld raken van de deskundigheid van het personeel van
de terroristenafdeling, "verdunnen" in de gevangenissen en dan pas bij
de reclassering komen?
Antwoord:
Voor re-integratie wordt nauw samenwerkt met partners, waaronder de
reclassering. Dit geldt ook voor gedetineerden op de Terroristen
Afdeling (TA). Een gedetineerde kan wanneer het einde van zijn detentie
nadert uit de TA worden geplaatst om te werken aan zijn re-integratie.
Uitplaatsing via een reguliere afdeling is wenselijk, zodat een meer
gefaseerde terugkeer mogelijk is en er bovendien geen
veiligheidsrisicoās ontstaan op de TA door vermenging van gedetineerden
die binnen blijven en naar buiten gaan. Zoals ook verwoord in de visie
op gevangenisstraffen acht de MRb een fysieke scheiding noodzakelijk met
het oog op de veiligheid. Bij een plaatsing naar een reguliere afdeling
blijven monitoringsmaatregelen bestaan en wordt een gedetineerde in een
multidisciplinair overleg besproken waar ook de TA aan deel neemt.
Deskundigheid wordt gedeeld en blijft hierdoor behouden. Van een
dergelijke uitplaatsing naar een reguliere afdeling is uiteraard geen
sprake wanneer er een groot maatschappelijk risico op ontvluchting
bestaat of wanneer de gedetineerde in het laatste jaar van zijn verblijf
op de TA radicale boodschappen heeft verkondigd. Zoals door de MJenV
toegezegd tijdens het AO Terrorisme volgt begin 2019 een brief waarin
hierop nader wordt ingegaan.
Vragen van het lid Azmani, M. (VVD)
Vraag:
Voor opvang in de regio moeten afspraken met landen worden gemaakt, net
zoals met Turkije. Deze deal was succesvol. Wat is de huidige stand van
zaken als het gaat om het maken van soortgelijke afspraken, welke actie
onderneemt de EU en welke rol dicht de staatssecretaris zich hierbij
toe?
Antwoord:
De EU zet in op migratiepartnerschappen. Daarover is de EU in gesprek
met verschillende landen. Op dit moment wordt niet gesproken over
afspraken zoals de EU-Turkije Verklaring. Wel worden met landen van
herkomst en transitlanden gesproken over onder meer de aanpak van
grondoorzaken van irreguliere migratie, betere opvang en bescherming van
vluchtelingen, de aanpak van mensensmokkel en -handel, verbeterde
samenwerking aan terugkeer. Dit is in lijn met de inzet van de integrale
migratieagenda van het kabinet (Kamerstuk 19 637, nr. 2375). Het kabinet
steunt deze EU inzet. Het kabinet houdt hierbij de mogelijkheid open
voor brede alomvattende afspraken, maar uiteindelijk is het niet de vorm
maar het resultaat dat telt: het voorkomen en tegengaan van irreguliere
migratie. Dit kabinet ziet ook in zijn contacten met herkomst- en
transitlanden voldoende aanknopingspunten om samenwerking met deze
landen te verbeteren en te intensiveren. Daar spreken de
staatssecretaris van Justitie en Veiligheid alsmede de minister van
Buitenlandse Zaken en de minister voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking ook met hun internationale partners over.
Vragen van het lid Azmani, M. (VVD)
Vraag:
Vorig jaar is tijdens de begroting door de VVD uitgebreid stilgestaan
bij de screening van Syrische asielzoekers in verband met jihadistische
motieven of vermeende oorlogsmisdaden. Syrische zaken zouden opnieuw
beoordeeld worden op basis van nieuwe kennis en veiligheidsinformatie.
Wanneer kunnen we de resultaten hiervan tegemoet zien?
Antwoord:
Tijdens de vorige begrotingsbehandeling heeft de SJenV aangegeven dat de
IND de opdracht heeft gekregen om met het oog op onderkennen van
potentiele oorlogsmisdadigers, ingewilligde Syrische zaken opnieuw te
beoordelen. Voor die intensivering is ook geld beschikbaar gesteld
waarmee tijdelijke uitbreiding van de Unit 1F mogelijk is gemaakt. De
IND is in het voorjaar gestart met het project herbeoordeling van
Syrische zaken. Ik verwacht uw Kamer in het voorjaar van 2020, of zoveel
eerder als het project gereed is, over de uitkomsten te kunnen
informeren.
Vragen van het lid Azmani, M. (VVD)
Vraag:
Kan de staatssecretaris voor Syriƫ en Eritrea nieuwe ambtsberichten
opstellen met veel gedetailleerdere informatie op het gebied van
terugkeer?
Antwoord:
Een nieuw thematisch ambtsbericht veiligheid over Syriƫ van het
ministerie van BZ is gepland voor het tweede kwartaal van 2019. Een
nieuw algemeen ambtsbericht over Eritrea van het ministerie van BZ is
gepland voor het derde kwartaal van 2019.
Zoals gebruikelijk bevatten ambtsberichten gedetailleerde informatie
over de veiligheidssituatie, die relevant is voor de beoordeling van
asielverzoeken en terugkeer. De actuele ambtsberichten over Eritrea en
Syriƫ die dateren van juni, respectievelijk juli van dit jaar gaven
geen aanleiding tot substantiƫle beleidswijzigingen. Wanneer de nieuwe
ambtsberichten aanleiding geven tot wijzigingen in beleid zal uw Kamer
daar als gebruikelijk over geĆÆnformeerd worden.
Vragen van het lid Azmani, M. (VVD)
Vraag:
Door de aanvragen zelf versneld (kennelijk ongegrond) af te doen,
besparen we opvangcapaciteit en ontmoedigen we aanvragen van veilige
landers. De afweging moet steeds zijn waar de grootste kans is tot snel
vertrek. Hoe kijkt de staatssecretaris hier tegenaan?
Antwoord:
Sinds augustus 2016 worden personen met Dublinindicaties uit landen
waarnaar (gedwongen) terugkeer goed te realiseren is, versneld
behandeld. Voor deze categorie is spoor 2 (voor veilige landers) in de
asielprocedure ingericht. Na het doorlopen van dit spoor wordt ingezet
op snelle terugkeer.
Ten aanzien van asielzoekers uit landen die onvoldoende meewerken aan de
afgifte van vervangende reisdocumenten in het kader van
gedwongen terugkeer zou kiezen voor een snelle inhoudelijke afwijzing
boven een Dublinprocedure niet opportuun zijn. Dit laatste is natuurlijk
wel aanleiding voor het kabinet om in te zetten op het bewegen van deze
landen tot het terugnemen van hun onderdanen.
Daarnaast wordt ingezet op een zo kort mogelijke Dublinprocedure zowel
in de huidige situatie als bij de onderhandelingen over de nieuwe
Dublinverordening.
Vragen van het lid Azmani, M. (VVD)
Vraag:
Zijn er op Europees niveau afspraken gemaakt over de screening van
Syrische asielzoekers in verband met jihadistische motieven of vermeende
oorlogsmisdaden?
Antwoord:
Over de wijze van screening van asielzoekers in het kader van nationale
veiligheid zijn geen aparte Europese afspraken gemaakt. Voor alle
personen die de Schengen-buitengrenzen passeren, geldt evenwel de
Schengen Grenscode. Daarbij dienen binnenkomende personen gecheckt te
worden aan de hand van de relevante databases zoals het Schengen
Informatie Systeem II en het systeem van Stolen and Lost Travel
Documents.
Uit een recente studie blijkt overigens dat de laatste jaren in
Duitsland, Belgiƫ, Zweden en Noorwegen de aandacht voor nationale
screening van Syrische asielzoekers op nationale veiligheid is
toegenomen. Deze studie is in april 2018 gepubliceerd door de Vrije
Universiteit Amsterdam en uitgevoerd in opdracht van de Noorse
immigratiedienst. Hierin is specifiek onderzocht op welke wijze
Duitsland, Belgiƫ, Zweden, Noorwegen en Nederland de screening van
Syrische asielzoekers op nationale veiligheid en 1F
(oorlogsmisdadigers) hebben georganiseerd. Deze studie schetst een
positief beeld voor wat betreft de Nederlandse aanpak als het gaat om de
wijze waarop verschillende partijen in de Nederlandse Migratieketen
hebben samen gewerkt tijdens de hoge asielinstroom en de huidige
inspanningen om de aanwezigheid van oorlogsmisdadigers en personen die
aan de nationale veiligheid kunnen raken te onderkennen. De
staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verwacht dat de
totstandkoming en publicatie van deze studie bij deze en andere landen
verder zal bijdragen aan meer kennis en bewustwording over
screening.
Vragen van het lid Azmani, M. (VVD)
Vraag:
Kan de Staatssecretaris reageren op het amendement van SP/Groenlinks
over het inzetten van extra middelen voor de IND om de achterstanden in
te lopen
Antwoord:
Tijdens het Vragenuurtje van 6 november jl. heeft de staatssecretaris
toegelicht welke stappen bij de IND genomen zijn om de achterstand op de
asielaanvragen in te lopen. De inspanningen zijn er op gericht de
doorlooptijden verder terug te brengen. Ook in de beantwoording van de
schriftelijke vragen van het lid Groothuizen (D66) ben ik uitbgebreid
ingegaan op de inzet de doorlooptijden in de verschillende sporen terug
te brengen.
Onderdeel hiervan is het aantrekken van extra capaciteit, hiervoor zijn
middelen beschikbaar gesteld bij Voorjaarsnota. Daarbij heb ik
aangegeven dat de inzet van extra capaciteit niet van de ene op de
andere dag tot resultaat leidt, omdat het meerdere veranderingen in de
organisatie vergt. Er wordt onder andere een strategisch personeelsplan
opgesteld. Daarnaast wordt gewerkt aan de inrichting van een flexibele
asielketen.Vragen van het lid Azmani, M. (VVD)
Vraag:
Wat zijn van de ambities van de staatssecretaris op het onderdeel
kennismigratie van het migratiebeleid?
Antwoord:
De inzet van het kabinet is gericht op het verder wegnemen van drempels
voor kennismigranten om naar Nederland te komen. Daarbij wordt nu vooral
gekeken naar startende bedrijven die nog echt in de opstartfase zitten
en nog niet in staat zijn om de salarissen aan kennismigranten te
betalen om te voldoen aan de voorwaarden voor de
kennismigrantenregeling. Samen met de bewindspersonen van EZ en SZW
kijkt de staatssecretaris van JenV naar mogelijkheden om dit soort
startups beter in staat te stellen internationaal talent aan te
trekken.
Overigens lukt het Nederland om steeds aantrekkelijker te worden voor
kennis en talent. De afgelopen jaren komen steeds meer talentvolle
mensen naar Nederland: internationale studenten, kennismigranten,
innovatieve ondernemers. In 2017 gaf de IND aan bijna 14.000
kennismigranten een verblijfsvergunning. Een stijging van ongeveer 20%.
Deze stijging zet ook in 2018 door. Het beleid komt daarmee tegemoet aan
de behoefte aan hoog opgeleid personeel in de Nederlandse economie.
Vragen van het lid Azmani, M. (VVD)
Vraag:
Er moet een reflectie komen op de discretionaire bevoegdheid van de
staatssecretaris: - Als je met oog voor de zaak en snel beslist, dan is
dit middel achteraf toch niet meer nodig? - Of willen we de situatie in
stand dat illegaal verblijf op den duur gewoon loont, omdat de
maatschappelijke en vaak ook politieke druk vanzelf toeneemt? - Willen
we een systeem in stand houden waarin een staatssecretaris moeilijke
keuzes moet maken, hierop voortdurend publiekelijk wordt aangesproken,
maar niet in het openbaar kan uitleggen hoe hij tot deze keuze is
gekomen?
Antwoord:
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft begrip voor de zorg
over de inzet van de discretionaire bevoegdheid. Het lid Azmani vraagt
ook terecht aandacht voor de beoordeling van schrijnendheid aan het
begin van de aanvraagprocedure.
In het huidige beleid wordt in alle fasen van de asielprocedure, ook aan
het begin, al zoveel mogelijk aan de voorkant gekeken of sprake is van
een schrijnende situatie die vergunningverlening rechtvaardigt.
Toepassing van de discretionaire bevoegdheid is beperkt tot
uitzonderlijke gevallen, waarin sprake is van een uniek samenspel van
factoren waarin de wetgever niet kan voorzien. In een aantal gevallen
kan bovendien niet al aan de voorkant rekening gehouden worden met al
deze factoren omdat deze simpelweg nog niet aanwezig waren bij het begin
van de procedure in Nederland.
Om ervoor te zorgen dat dit samenspel van factoren zich minder snel
voordoet, is het van belang om langdurig verblijf van vreemdelingen met
een onbestendig verblijfsrecht zoveel mogelijk te voorkomen. De
staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ziet daarin een relatie met
het onderzoek van de onafhankelijke Commissie Van Zwol. Deze Commissie
doet onderzoek naar de factoren die leiden tot langdurig verblijf van
vreemdelingen zonder bestendig verblijfsrecht. De Commissie zal hiertoe
ook aanbevelingen doen. Aan de hand van deze aanbevelingen kan het
kabinet beoordelen welke maatregelen genomen kunnen worden om dit
langdurig verblijf te verminderen. Het beroep op de toepassing van de
discretionaire bevoegdheid wordt hiermee naar verwachting ook
verminderd.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Is de MJenV bereid om toch meer lokaal maatwerk toe te staan bij het
experiment wietteelt en daarover in overleg te gaan met de VNG?
Antwoord:
In de ontwerp algemene maatregel van bestuur - het Besluit Experiment
Gesloten Coffeeshopketen - is ruimte geboden voor lokaal maatwerk. In
het ontwerp is onder meer geregeld dat de burgemeester van een
deelnemende gemeente nadere, op de lokale situatie toegespitste, eisen
kan stellen ten aanzien van bijvoorbeeld de locatie, openingstijden,
inrichting en beveiliging van coffeeshops. Ook handhaving van het
ingezetenencriterium is lokaal maatwerk. Het kabinet acht hierbij,
gezien de internationale context, handhaving van het
ingezetenencriterium in gemeenten aan de grens noodzakelijk.
Sinds de bekendmaking van het regeerakkoord zijn wij in overleg met de
VNG over het experiment. Ook deze maand gaan wij, MJenV en de minister
voor Medische Zorg en Sport, weer in overleg met de VNG over het
experiment. De ontwerp amvb is op 12 november jl. in internetconsultatie
gebracht. Tegelijkertijd is het ontwerpbesluit voor advies aangeboden
aan de VNG.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
De pakkans voor mestfraude (mestcriminaliteit) is laag. Wat gaat de
minister doen om de pakkans te verhogen en is hij bereid concrete
opsporingsdoelen vast te leggen?
Antwoord:
Om de pakkans voor mestfraude te verhogen heeft de minister van LNV
onlangs een groot aantal maatregelen aangekondigd in de Versterkte
Handhavingstrategie Mest. Deze is op 28 september 2018 aan
uw Kamer toegestuurd. In dat totaal pakket aan maatregelen speelt ook
het strafrecht natuurlijk een rol. Het OM is al zeer actief op dit
dossier. Het gaat dan zowel om kleine zaken, maar ook grote complexe
onderzoeken, zoals onlangs in Limburg. De selectie van zaken laat zich
hierbij niet leiden door vooraf vastgelegde kwantitatieve
opsporingsdoelstellingen.Vragen van het lid Buitenweg, K.M.
(GL)
Vraag:
Volgens DNB lopen financiƫle instellingen de kantjes er vanaf, wat is er
nodig om een cultuurverandering te bewerkstelligen bij trustkantoren en
andere financiƫle instellingen?
Antwoord:
Banken, andere financiƫle instellingen en trustkantoren dienen zich aan
hun wettelijke verplichtingen te houden om witwassen te voorkomen. Daar
wordt ook toezicht op gehouden. Overtreding van de verplichtingen
leidt tot bestuursrechtelijk of strafrechtelijk optreden. Dit levert een
bijdrage aan het bevorderen dat deze instellingen nog beter hun rol als
poortwachter waar maken. Overigens zullen de ministers van Financiƫn en
JenV het punt van naleving ook meenemen in de integrale beleidsreactie
op de verschillende WODC-onderzoeken op het terrein van witwassen. Die
beleidsreactie ontvangt uw Kamer in her eerste kwartaal van 2019.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Klopt het dat de ING nog steeds een 'VOG voor bedrijven' zou krijgen
ondanks dat het miljoenen heeft verdiend met witwassen maar hierover wel
een schikking heeft getroffen?
Antwoord:
Bij het aanvragen van een VOG Rechtspersonen beoordeelt de dienst Justis
een eventueel strafrechtelijk verleden van de rechtspersoon en
justitiƫle documentatie van bestuurders. Justis bekijkt of het
strafrechtelijk verleden relevant is voor het oogmerk waarvoor de VOG
wordt aangevraagd. Wanneer de VOG Rechtspersonen wordt aangevraagd in
het kader van financiƫle dienstverlening, zullen strafrechtelijke
delicten die zien op fraude en financiƫle misdrijven relevant zijn. Bij
die beoordeling worden alle relevante gegevens uit het justitiƫle
informatiesysteem getrokken waaronder schikkingen. Over individuele
gevallen kan ik geen uitspraken doen.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Vraagt de overheid een VOG aan voor rechtspersonen waarmee ze in zee
gaat?
Antwoord:
Zoals de MJenV tijdens het AO Ondermijning van 14 nov jl. reeds heeft
aangegeven, wordt de VOG Rechtspersonen (VOG RP) relatief weinig
aangevraagd; dat geldt ook voor de overheid. In 2017 werden er circa
6.000 VOG RPās aangevraagd. Een ambtelijke werkgroep onderzoekt aan de
hand van deze cijfers op welke manier de VOG RP wordt ingezet. Naar
aanleiding van deze verkenning kan mogelijk meer inzicht worden gegeven
of bij overheidsopdrachten wordt gescreend via de VOG RP. De verwachting
is dat uw Kamer in de loop van 2019 kan worden bericht over de
uitkomsten van deze verkenning. Daarbij is het goed nu al op te merken
dat veel overheidsopdrachten worden aanbesteed. Bij een
overheidsaanbesteding kan een gedragsverklaring aanbesteden (GVA) worden
verlangd. Een dergelijke GVA is in 2017 circa 9500 keer aangevraagd. Bij
een GVA-screening raadpleegt de dienst Justis het Justitieel
Documentatie Systeem en wordt bekeken of er relevante beschikkingen van
de Autoriteit Consument en Markt of de Europese Commissie aanwezig
zijn.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Hoe zit het met de termijn van 4 jaar bij het wietexperiment? Kan dat
verlengd worden als het experiment positief uitvalt?
Antwoord:
In het wetsvoorstel is bepaald dat de looptijd van de experimenteerfase
vier jaar bedraagt, waarna het experiment binnen zes maanden wordt
afgebouwd. In het wetsvoorstel is de mogelijkheid opgenomen om bij
algemene maatregel van bestuur de experimenteerfase met ten hoogste
anderhalf jaar te verlengen. Bijvoorbeeld in het geval dat wordt
besloten om het experiment om te zetten in algemeen geldende landelijke
regelgeving, dan wel als uit de evaluatie blijkt dat extra tijd
noodzakelijk is voor het experiment. De totale duur van de
experimenteer- en afbouwfase samen is maximaal zes jaar.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Groene boaās nemen handhavingstaken van de NP over; Hoe kijkt de
minister hier tegenaan?
Antwoord:
Het plan van aanpak groene BOA's in het buitengebied is door de
minister van LNV en MJenV recentelijk aan uw Kamer verzonden. In het
algemeen is het zo dat het geweldsmonopolie bij de politie berust en dat
boa's slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen worden toegerust met
geweldsmiddelen.Vragen van het lid Buitenweg, K.M.
(GL)
Vraag:
Wanneer wordt een plan van aanpak voor de uitbreiding van groene BOA's
opgeleverd, zodat zij bijvoorbeeld kunnen optreden tegen verboden
wapenbezit?
Antwoord:
Het plan van aanpak groene BOA's in het buitengebied is door de
minister van LNV en MJenV recentelijk aan uw Kamer verzonden. In het
algemeen is het zo dat het geweldsmonopolie bij de politie berust en dat
boa's slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen worden toegerust met
geweldsmiddelen.Vragen van het lid Buitenweg, K.M.
(GL)
Vraag:
Hoeveel politiemensen lopen er rond in Nederland per 24 uur? Zijn dat er
meer of minder 7000? Meer of minder dan voor Nationale Politie tot stand
is gekomen?
Antwoord:
Alleen bezien hoeveel agenten op straat zijn is een simplificatie van
politiewerk dat ook op het bureau en in de digitale ruimte wordt
verricht. Er zijn zo'n 167 'blauwe teams' met gemiddeld 100 tot 150
medewerkers, circa 17.300 medewerkers dus. De politie werkt echter 24
uur per dag, dus deze medewerkers worden verspreid over de dag
in diensten ingezet. De inzet van politiepersoneel komt tot stand door
lokale beslissingen die afhankelijk van de lokale veiligheidssituatie
genomen worden. Hoeveel agenten er op enig moment feitelijk op straat
zijn wisselt hierdoor voortdurend.
Bij aanvang van de Nationale Politie was de beoogde operationele sterkte
49.802 fte. De operationele sterkte van de politie wordt met de
investeringen uit het regeerakkoord uitgebreid tot een omvang van 51.329
fte. Dit aantal wordt op basis van de huidige verwachtingen in 2022
bereikt.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Er lijkt een stilzwijgend akkoord te bestaan dat boaās zich richten op
handhaving en politie op opsporing. Wil de minister komen met een
landelijke visie op de gemeentelijke handhaving?
Antwoord:
Uw Kamer heeft voorafgaand aan het plenaire debat over de beleidsreactie
inzake de Evaluatiecommissie Politiewet 2012 verzocht om een nadere
uiteenzetting van de samenwering tussen de BOA en de politie in het
lokale domein. De MJenV zendt deze brief nog dit jaar aan uw Kamer.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Op welke wijze maakt de MJenV werk van geweld tegen LHBTI's?
Antwoord:
Het kabinet wil dat de politie er is voor iedereen en dat ook LHBTIās
er hun verhaal kwijt kunnen. De ministers van JenV en OCW zullen in het
eerste kwartaal van 2019 een Actieplan Veiligheid LHBTI aan uw Kamer
zenden. In dat actieplan zullen in ieder geval maatregelen worden
aangekondigd om de meldingsbereidheid van discriminatoir geweld te
vergroten. Zaken als een luisterend oor, begeleiding bij
melding/aangifte, en investeren in kennis en expertise zullen daarbij
aan de orde komen, bijvoorbeeld via het netwerk Roze in Blauw.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
In het rapport van de WODC staat dat teamchefs moeten worden ontlast.
Kan de MJenV aangeven hoe hij tegemoet wil komen aan het ontlasten van
de teamchefs en tegelijkertijd de werkdruk in de teams te
verlagen?
Antwoord:
De aanpak van werklast en belasting van politiepersoneel is een
belangrijk onderwerp in het onlangs afgesloten
Arbeidsvoorwaardenakkoord. Er zijn diverse afspraken gemaakt om een te
grote belasting van medewerkers tegen te gaan. Om de teamchefs te
ondersteunen en daarmee te ontlasten zal de HRM-ondersteuning dichter
bij de werkvloer georganiseerd worden, door de huidige HRM-adviesfunctie
anders vorm te geven. Een voorstel hiertoe zal in het eerste kwartaal
van 2019 gereed zijn.
Daarnaast wordt bezien in hoeverre de span of control van
leidinggevenden voldoende ruimte biedt om hun verantwoordelijkheid waar
te maken. Daarbij wordt ook specifiek gekeken naar de verdeling van
verantwoordelijkheden tussen de operationeel experts die belast zijn met
de operationele sturing en de teamchefs die de eindverantwoordelijkheid
dragen. Bovendien wordt de administratieve ondersteuning in de
basisteams versterkt. Dit sluit aan bij de aanbevelingen uit het WODC
onderzoek Werkbelasting en baantevredenheid bij de politie.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
In hoeverre gaat de constatering op dat de operationeel expert veel
kantoorwerk moet doen en dat dit ten koste gaat van de operationele
sterkte op straat?
Antwoord:
In het onlangs afgesloten Arbeidsvoorwaardenakkoord is afgesproken om
specifiek te kijken naar de verdeling van verantwoordelijkheden tussen
de operationeel experts die belast zijn met de operationele sturing en
de teamchefs die de eindverantwoordelijkheid dragen. Bovendien wordt de
adminstratieve ondersteuning in de basisteams versterkt.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Kan de MJenV aangeven of er voldoende capaciteit ter beschikking is
gesteld bij de sinterklaasintochten?
Antwoord:
Het kabinet vindt het demonstratierecht zeer belangrijk. De inzet van de
politie wordt bepaald door het lokaal gezag, i.c. de burgemeester en de
officier van justitie. In het algemeen kan worden gesteld dat de inzet
van politie en de tolerantiegrenzen bij de Sinterklaasintochten
onderwerp van gesprek zijn geweest in de driehoeken (burgemeester,
officier van justitie, politiechef).
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Welke keuzes zijn gemaakt voor het beschermen van demonstranten tijdens
de intocht van Sinterklaas? Is er voldoende capaciteit ter beschikking
gesteld zodanig dat het demonstratierecht uitgeoefend kon worden? Welke
lessen kunnen hieruit getrokken voor volgend jaar?
Antwoord:
Het kabinet vindt het demonstratierecht zeer belangrijk. De inzet van de
politie wordt bepaald door het lokaal gezag, i.c. de burgemeester en de
officier van justitie. In het algemeen kan worden gesteld dat de inzet
van politie en de tolerantiegrenzen bij de Sinterklaasintochten
onderwerp van gesprek zijn geweest in de driehoeken (burgemeester,
officier van justitie, politiechef).
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
GroenLinks vindt het verzoek aan demonstranten om op een ander moment
dan nu te demonstreren ongepast. Heeft MJenV spijt van de oproep om
tijdens sinterklaasintochten niet te demonstreren? Aangezien deze oproep
gezien kan worden als een steun in de rug voor degenen die deze
demonstraties willen verstoren?
Antwoord:
De MJenV heeft geen spijt heeft van de oproep om tijdens Sinterklaas
niet te demonstreren, omdat dit niet door hem is gezegd. In de
uitzending van āWakker Nederlandā van 18 november 2018 heeft MVenJ
gesteld: : āSinterklaas is een kinderfeest. Ik vind dat je dat als
zodanig moet laten. Iedereen heeft recht op vrije meningsuiting. Als je
dat op een normale manier doet, mag je dat ook op die dag doen. Ik vind
wel dat hoe dan ook je niet het feest dat voor kinderen bedoeld is, moet
verstoren. Bij wangedrag treedt de politie altijd op, bij elke
gelegenheid.ā
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Het zijn vaak dezelfde bedrijven die misdrijven begaan met betrekking
tot mestfraude en tegen deze bedrijven moet harder worden opgetreden.
Wil de MJenV in overleg met IenW specifieke maatregelen nemen tegen
veelplegers (bedrijven)?
Antwoord:
Bij de handhaving van milieucriminaliteit, waaronder mestfraude, gelden
de afspraken uit de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Recidive is
in de LHS al opgenomen als een strafverzwarende omstandigheid. Ik acht
overleg daarom niet nodig.
Vragen van het lid Buitenweg, K.M. (GL)
Vraag:
Detentiepersoneel voelt naast een hoge werkdruk ook een gebrek aan
inspraak in de roosters en medezeggenschap op de werkvloer. Hoe wil de
MRb hier mee omgaan?
Antwoord:
Er wordt door DJI gewerkt aan het verbeteren van het plan- en
roosterproces. In alle inrichtingen is gestart met "meeroosteren", dat
wil zeggen dat medewerkers actief betrokken zijn bij de invulling van de
tijden waarop zij werken. Hiermee wordt de zeggenschap over de eigen
roosters en de teamverantwoordelijkheid voor de roosters
versterkt.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
Wil de SJenV niet bezuiniging op IND. Het duurt nu een jaar voor een
zaak in behandeling wordt genomen en dan nog 15 maanden in behandeling.
1. Is de SJenV bereid om bezuinigingen op de IND te beperken zolang
sprake blijft van lange behandelduur? 2. Wil de SJenV overwegen om als
Staat minder vaak in beroep te gaan om zo de lengtes van procedures te
beperken?
Antwoord:
Het kabinet is niet voornemens om te bezuinigen op de IND. Het budget
dat voor de IND beschikbaar is, wordt aangepast op onder meer de
verwachte instroom. Het bedrag dat voor 2019 op de begroting beschikbaar
is, ligt lager dan in 2018 als gevolg van een lagere instroomprognose.
Bij Voorjaarsnota wordt gekeken of het beschikbare budget afdoende is op
basis van de dan geldende inzichten.
Indien de verwachte instroom daartoe aanleiding geeft, kan het budget
van de
IND bij de vaste begrotingsmomenten in het jaar bijgesteld worden.
Hiertoe is het afgelopen jaar twee maal besloten ten behoeve van de
uitbreiding van de capaciteit bij de IND. In mei 2018 is besloten om 120
vacatures open te stellen. En begin november 2018 is besloten nogmaals
80 fte aan te trekken om opgelopen achterstanden weg te werken en
doorlooptijden te verkorten.
De IND gaat in de regel enkel in hoger beroep wanneer sprake is van een
zaaksoverstijgend belang of een belang in het kader van de
rechtseenheid. Terughoudendheid is dus al het uitgangspunt. Er is geen
aanleiding dit uitgangspunt aan te passen.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
Wat gaat de staatssecretaris - ondanks de verworpen motie Buitenweg -
doen voor zieke kinderen, om te voorzien in een adequate oplossing die
met hun situatie rekening houdt?
Antwoord:
In reactie op de motie van het lid Buitenweg over voorzieningen voor
ernstig zieken en personen met een beperking binnen asielzoekerscentra
heeft de staatssecretaris aangegeven dat de asielopvang in
Nederland reeds in lijn is met het gestelde in het VN-verdrag inzake de
rechten van personen met een handicap. In voorkomende individuele
gevallen wordt reeds voorzien in adequate oplossingen.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Uit het bestuurlijk strafrechtketen beraad komen een aantal prioriteiten
naar voren: digitalisering, doorlooptijden en multiproblematiek. CDA
vindt dit oude wijn in nieuwe zakken. Kan de MJenV hier in zijn brief
aan de TK op ingaan?
Antwoord:
De MJenV en de MRb hebben vertrouwen in de aanpak en prioriteiten van
het Bestuurlijk Ketenberaad en vinden deze ambitieus. Het feit dat er al
enkele jaren wordt gewerkt aan de verbetering van bijvoorbeeld
doorlooptijden geeft aan dat de materie weerbarstig is. Er is en zal de
komende jaren een fors bedrag worden geĆÆnvesteerd in de digitalisering
van de strafrechtketen oplopend tot maar liefst bijna 300 miljoen. Doel
hiervan is om onder meer het papier uit te keten te krijgen, om daarmee
efficiƫnter te werken en de kwaliteit van de processen en de data te
vergroten. Denk bijvoorbeeld aan het audiovisueel opnemen van verhoren
van verdachten. Een ander doel is om de dienstverlening aan de burger te
verbeteren door onder meer het aangifteproces sneller en gemakkelijker
te maken en de burger 24 per dag inzicht te geven in de voortgang van
zijn zaak via een ketenbreed burgerportaal. Er worden al enkele concrete
projecten uitgevoerd die zullen leiden tot een beter presterende
keten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het project Alle Zaken Digitaal dat
tot doel heeft om de werkprocessen te digitaliseren van alle meervoudige
kamerzaken en zaken waarin verdachten voorlopig zijn gehecht. Het aantal
projecten zal de komende jaren alleen maar stijgen. Daarnaast wordt
onder meer gewerkt aan de aanpak van doorlooptijden voor 7 zaakstromen,
namelijk:
Overtredingen
Hoger beroep
Ondermijning
Zeden
Ernstige verkeersmisdrijven (artikel 6 Wegenverkeerswet)
Jeugd
Executie
Zeker bij deze zaakstromen met een grote maatschappelijke impact is het van belang dat slachtoffers, verdachten en daders snel duidelijkheid krijgen, met inachtneming van de vereiste zorgvuldigheid en kwaliteit, over de inzet van de gekozen interventie en uitkomst van de strafzaak. De zaakstromen zullen efficiƫnter en kwalitatief beter worden ingericht en er zullen concrete professionele kwantitatieve en kwalitatieve normen worden vastgesteld.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Hoe kijkt de minister aan tegen de rol van de burger als het gaat om
handhaving en opsporing? Is dit een welkome aanvulling of is dit
lastig?
Antwoord:
In de Ontwikkelagenda Opsporing heeft de politie als een van de
hoofdlijnen de vernieuwing van burgeropsporing gedefinieerd. Dit wordt
gedaan via experimenten, bedoeld om innovaties te testen, effecten te
meten en dilemma's te identificeren om te bezien hoe deze welkome
aanvulling het beste vorm kan krijgen. De MJenV staat hier positief
tegenover, mits in de benodigde rechtstatelijke waarborgen kan worden
voorzien.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Hoe kijken de bewindspersonen aan tegen de PxQ financiering in de
strafrechtketen? En herkennen ze het ongenoegen van advocaten, politie
en rechters die klaar zijn met de uitwassen van de PxQ
financiering?
Antwoord:
De financiering van de organisaties in de strafrechtketen hangt af van
het type organisatie, de aansturing (governance) en de prestaties die de
organisatie levert. Daarbij moet worden opgemerkt dat geen enkel
bekostigingssysteem volledig vrij is van nadelen. Een
bekostigingssysteem is ook geen middel/oplossing voor alle problemen en
knelpunten van een organisatie. Bij het ministerie wordt - in overleg
met de organisaties - continu gekeken welk bekostigingssysteem het beste
past bij een organisatie, gegeven de sturing (governance) en de
prestaties/doelen en worden bestaande bekostigingssystemen gemonitord en
waar nodig verbeterd. Zo is de afgelopen jaren gewerkt om een
bekostigingssysteem voor het OM verder vorm te geven. Ook ten aanzien
van de Rechtspraak wordt gekeken naar de systematiek, met name op het
punt van vaste, niet productie afhankelijke kosten als onderdeel van de
prijs. Hierover is vorige week een brief naar de Kamer gestuurd.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Wat is het standpunt van MJenV over de outputfinanciering bij het
OM?
Antwoord:
De huidige bekostiging van het OM is volledig gebaseerd op een
zogenaamde lumpsum-bekostiging. Zowel vanuit het ministerie als vanuit
het OM is eertijds de wens geuit om de bekostiging beter te laten
aansluiten bij de prestaties van het OM. Daarnaast werd in het rapport
van de Algemene Rekenkamer over de āPrestaties in de strafrechtketenā
(2012) gesteld dat bekostigingssystemen in de strafrechtketen, zoals van
het OM en de Rechtspraak, niet goed op elkaar aansloten. De afgelopen
jaren is gewerkt aan een bekostigingssysteem op basis van prestaties
(output) voor het OM. Het streven is om dit systeem per 2019 in te
voeren. Gelet op de vereiste zorgvuldigheid dient nog wel aan enkele
randvoorwaarden te worden voldaan, zoals het vaststellen dat prestaties
waarop wordt bekostigd volledig, eenduidig en betrouwbaar zijn. Bij het
ontwerp van het bekostigingssysteem van het OM zijn de lessen die zijn
geleerd van het bekostigingssysteem van de Rechtspraak meegenomen. Er is
tevens rekening mee gehouden dat het OM werkzaamheden verricht die niet
altijd direct tot een strafzaak leiden of zich niet lenen voor
bekostiging op basis van prestaties zoals huisvesting en ICT. Zo is
afgesproken dat een groot deel van budget voor het OM niet gerelateerd
zal worden aan het aantal zaken.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Als het aan de CDA ligt zal de integrale politiebegroting worden
meegenomen in de JenV-begroting. Wil MJenV die discussie voeren in het
inhoudelijk debat bij de evaluatie van de politiewet?
Antwoord:
De MJenV wisselt graag van gedachten hierover met uw Kamer tijdens het
debat over de evaluatie van de Politiewet 2012. Uw Kamer heeft overigens
nu al invloed op de totale omvang van het budget voor de politie via het
recht van amendement op de begroting van het ministerie van JenV.
De conceptbegroting van de politie wordt als bijlage bij de JenV
begroting meegezonden. Daardoor kan uw Kamer precies zien waar het
politiebudget aan wordt besteed. Invloed op de inhoud van de begroting
van de politie is mogelijk via het indienen van moties. De MJenV stelt
het beheersplan en de begroting van de politie pas vast na goedkeuring
van de begroting van zijn ministerie door de Staten-Generaal.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Is de minister bereid om het voornemen van de politie Utrecht en
omstreken om het extra budget dat bedoeld is voor de versterking van de
basisteams maar wordt ingezet op andere prioriteiten, terug te
draaien?
Antwoord:
In de brief van 15 juni 2018 heeft de MJenV uw Kamer geĆÆnformeerd over
de aanwending van de extra middelen uit het regeerakkoord voor de
politie. Daarin staat onder meer dat er 769 fte agenten voor de wijk
bijkomen en heeft de MJenV, conform afspraken met het LOVP, vermeld dat
het gezag op voorstel van de politiechef in elke eenheid invulling geeft
aan de vraag waar deze extra capaciteit en expertise het beste kan
worden ingezet. Daarmee kan optimaal worden ingespeeld op de lokale
veiligheidspolitiek en worden de extra agenten daar ingezet waar de
gezagen en de politie dat nodig achten.
De gezagen in de regio Utrecht blijven met hun voorgenomen verdeling dus
binnen de gemaakte afspraken. Dit past ook in het systeem van de
politiewet waarin de minister de sterkte verdeeld over de eenheden en de
burgemeesters en hoofdofficier van justitie de beschikbare operationele
sterkte binnen een eenheid verdelen.Vragen van het lid Dam,
C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Mbt het CCV (Centrum criminaliteitspreventie) is een amendement
ingediend met de veronderstelling dat een deel van het budget zou zakken
en een ander deel gelijk zou blijven. In de begroting van 2019 is de
tegenstelling dat er een tekort is bij deze organisatie van 445.000. Kan
de MRb uitleggen hoe dit precies zit?
Antwoord:
De activiteiten van het CCV worden zeer gewaardeerd. Daarom is op
verzoek van de Kamer ook meerjarig extra geld vrijgemaakt. De MRb
heeft naast de 2 miljoen euro die voor het jaar 2018 beschikbaar is
gesteld naar aanleiding van het amendement van Van Oosten en Van Dam, in
deze kabinetsperiode tevens 1,5 miljoen euro in 2019 en 1 miljoen euro
in 2020 en 2021 extra beschikbaar gesteld aan het CCV. Hiermee kan de
basissubsidie voor het CCV voor een groot deel overeind blijven en hoeft
de subsidie op KVO en VKB minder snel te worden afgebouwd. De daling van
455.000 euro van 2018 naar 2019, ziet op de initiƫle afbouw, die reeds
in de meerjarige begrotingsreeks van 2018 was opgenomen. Het is
duidelijk dat de daling van het budget druk geeft aan het CCV. Samen met
het CCV zal het ministerie graag kijken wat de mogelijkheden zijn voor
het CCV om voor andere publieke en private partijen gefinancierde
activiteiten te ontplooien.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Is de MJenV bereid om in het werkprogramma van de Inspectie JenV
expliciet aandacht te besteden aan de voortgang van ICT projecten?
Antwoord:
De Inspectie JenV ziet toe op de kwaliteit van de taakuitvoering van
organisaties, ressorterend onder het ministerie van JenV. Alhoewel,
zoals het lid Van Dam terecht constateert, de Inspectie in haar
werkprogramma niet expliciet aandacht besteed aan de voortgang van
ICT-projecten, wordt door de Inspectie bij het uitoefenen van het
toezicht nadrukkelijk aandacht besteed aan het aspect toerusting:
beschikken de ondertoezichtstaande organisaties over de juiste mensen,
middelen (waaronder ICT) en opleidingen om hun (wettelijke) taak uit te
voeren.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Kan de MJenV aangeven hoe er toezicht op grote ICT projecten van JenV
wordt verleend na de uitvoer van de BIT toets?
Antwoord:
De taakorganisaties van het ministerie zijn in eerste aanleg zelf
verantwoordelijk voor de kwaliteitsbeheersing van eigen ict-projecten en
de opvolging van het BIT-advies voor de aanvang van het ict-project. Het
toezicht op het verloop van deze ict-projecten vindt plaats op drie
niveau's. Ten eerste de verplichte quality assurance en control van de
eigen taakorganisatie. Ten tweede monitort het CIO-office van het
ministerie de risico's van deze grote ict-projecten en deze komen
periodiek terug in de planning & control gesprekken o.l.v. de (p)SG.
Ten derde houdt het Audit Committee toezicht op het stelsel en bespreekt
het overzicht aan risico's periodiek met het CIO-office van het
ministerie.
Aanvullend instrumentarium:
1. stelt de CIO van de organisatie tijdens de uitvoering van een groot
ict-project bij elke fase-overgang en andere kritieke momenten een
CIO-oordeel op en rapporteert deze aan de departementale CIO
adviseert.
2. op elk moment kan een specifieke interne of externe kwaliteitstoets
worden uitvoeren, zoals een Gateway Review of een projectaudit door de
Auditdienst Rijk.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Gaat de MRb verder met (prioriteit geven aan) slachtofferruimtes bij
rechtbanken?
Antwoord:
Alle gerechten beschikken over slachtofferkamers waar slachtoffers
kunnen wachten, gescheiden van het andere publiek. Dat blijkt uit het
onderzoek van de Raad voor de Rechtspraak dat ik vorige week aan uw
Kamer heb aangeboden. Soms zijn deze kamers niet beschikbaar zijn. Dat
is onwenselijk. De MRb ondersteunt daarom de aanbeveling van de Raad
voor de Rechtspraak aan de gerechten om de communicatie met slachtoffers
over de aanwezige voorzieningen te verbeteren en in brede zin de
dienstverlening aan slachtoffers op een basisniveau te brengen: daar
hoort bij dat slachtoffers, indien zij dat wensen, plaats kunnen nemen
in een aparte slachtofferkamer.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Zou de minister willen kijken of er bij geweld- en zedenmisdrijven een
bijzondere voorziening (rechtsbijstandspakket) kan worden gemaakt om
deze slachtoffers bij te staan?
Antwoord:
De MRb heeft de Kamer in een brief van 9 november jl. geĆÆnformeerd over
de contouren van een nieuw stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand.
In deze brief heeft de MRb ook aangegeven dat slachtoffers van zeden- of
geweldsmisdrijven zich ook in het nieuwe stelsel verzekerd zullen weten
van kosteloze en goede rechtsbijstand door slachtofferadvocaten. Er
loopt op dit moment een onderzoek naar de praktijkervaringen met de
slachtofferadvocatuur. De uitkomsten daarvan worden meegenomen bij
de verdere vormgeving van de herziening van de gesubsidieerde
rechtsbijstand en de positie van de slachtofferadvocaat daarin.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
In het AO is afgesproken dat de zorg voor verkeersslachtoffers een
speerpunt zou zijn, maar ik zie het niet eens terug in de Nationale
Veiligheidsagenda. Kan de minister zorgen dat dit alsnog gebeurt?
Antwoord:
Verkeersslachtoffers zijn ook voor de politie een belangrijk thema. Zo
heeft de korpsleiding van de politie besloten om verkeershandhaving als
onderdeel van de reguliere handhavingstaak van de politie sterker neer
te zetten en werken de politie Midden Nederland en OM in een pilot samen
om verkeersveelplegers die een groot risico voor de verkeersveiligheid
vormen harder aan te pakken. Ook heeft het OM meerdere
innovatieprojecten in gang gezet om op meer feiten digitaal te kunnen
handhaven en heeft de MJenV vandaag het wetsvoorstel Aanscherping
strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten naar uw
Kamer gestuurd waarmee onder meer de strafmaat van een aantal feiten
wordt verhoogd. Daarnaast komt de MJenV binnenkort samen met de minister
van IenW met het Strategisch plan verkeersveiligheid.In deze
veiligheidsagenda zijn afspraken opgenomen die voldoen aan de criteria
voor landelijke doelstellingen, te weten vraagstukken die landelijk
spelen, die (eenheids)overstijgend zijn en/of waar afstemming in de
aanpak of specifieke expertise op landelijk niveau voor nodig is. Dit
past bij het bestel om een zo groot mogelijke ruimte te behouden voor
het gezag om lokaal te prioriteren en slechts een beperkte set
landelijke beleidsdoelstellingen te formuleren. Naast de onderwerpen die
in de nieuwe agenda benoemd worden, zijn er tal van onderwerpen die geen
plek hebben gekregen in deze agenda. De taakuitvoering van de politie
behelst immers veel meer dan de in deze agenda benoemde
prioriteiten.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Wanneer gaat MRb het woonverbod regelen om slachtoffers te beschermen
als een dader uit de gevangenis komt? Het woonverbod als een bijzondere
voorwaarden is niet voldoende voor het CDA.
Antwoord:
Het huidige strafrecht biedt al mogelijkheden om een woonverbod op te
leggen aan een voorwaardelijk in vrijheid gestelde dader. Een woonverbod
kan worden opgelegd in de vorm van een locatieverbod, met inzet van een
enkelband om de naleving ervan te controleren. Uit registratie van de
reclassering blijkt dat in 2017 sprake was van ruim 1.600
enkelbandaansluitingen in verband met een gebiedsverbod. In hoeveel
gevallen daarbij sprake was van een woonverbod wordt niet geregistreerd.
Het zal echter om een beperkt aantal gaan. Het betreft immers een zware
interventie, waarbij sprake is van een vergaande beperking van iemands
vrijheid.
Daarnaast biedt de Wet Langdurig Toezicht sinds januari jongstleden de
mogelijkheid om een woonverbod ook aansluitend op de detentie,
voorwaardelijke invrijheidstelling of tbs op te leggen, en zo
veroordeelden langer af te schermen van slachtoffers. Omdat er dus
mogelijkheden zijn, sommige recent geĆÆntroduceerd en nog niet
geƫvalueerd, ziet de MRb nu geen reden voor een uitbreiding van het
woonverbod. Wel zal ervoor worden gezorgd dat deze mogelijkheden
voldoende bekendheid genieten bij OM en rechtspraak, zodat deze ook
werkelijk zullen worden toegepast.
Daarnaast spreken rijk, gemeenten, reclassering en het gevangeniswezen,
in het kader van de herziening van het convenant āre-integratie
(ex)gedetineerdenā op dit moment over het huisvesten van
ex-gedetineerden. De partijen zijn er allen van doordrongen dat het in
bepaalde gevallen niet wenselijk is dat daders terugkeren in de
herkomstgemeente. De inzet van de minister voor Rechtsbescherming is dat
in die gevallen een andere woonplaats moet worden gezocht, dat hier
heldere afspraken over worden gemaakt in het convenant en dat ook de
uitvoering daarvan actief wordt opgepakt. Hiermee doet de minister voor
Rechtsbescherming de toezegging gestand uw Kamer voor het reces te
informeren over de stand van zaken, conform de toezegging tijdens het AO
gevangeniswezen. Het herziene convenant is naar verwachting in het
eerste kwartaal van 2019 gereed. In de voortgangsrapportage āvisie op
gevangenisstraffenā zal de MRb de Tweede Kamer hierover informeren.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
De LHBTI-gemeenschap is vaak het slachtoffer van haat. Zij voelen zich
niet serieus genomen. Wanneer komt het plan om hier echt iets aan te
doen?
Antwoord:
Het kabinet wil dat de politie er voor iedereen is, en dat ook LHBTIās
er hun verhaal kwijt kunnen. De ministers van JenV en OCW zullen in het
eerste kwartaal van 2019 een Actieplan Veiligheid LHBTI aan uw Kamer
zenden. In dat actieplan zullen in ieder geval maatregelen worden
aangekondigd om de meldingsbereidheid van discriminatoir geweld te
vergroten. Zaken als een luisterend oor, begeleiding bij
melding/aangifte, en investeren in kennis en expertise zullen daarbij
aan de orde komen, bijvoorbeeld via het netwerk Roze in Blauw.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Wat gaan we doen aan recidivisten die ook na twee keer opgelegde
alcoholcursussen opnieuw de fout ingaan? Is het mogelijk een voorziening
in te richten waardoor deze mensen niet opnieuw achter het stuur
kruipen?
Antwoord:
Net als het lid Van Toorenburg vindt de MJenV dat personen die rijden
onder invloed van alcohol hard moeten worden aangepakt. Zeker als het
gaat om recidivisten. Daarom worden er verschillende maatregelen om
personen die onder invloed van alcohol rijden strenger aan te pakken, de
effectiviteit van bestaande maatregelen en sancties te verhogen, het
stelsel te vereenvoudigen en de uitvoering te versterken. Hierbij is
zowel naar het straf- als het bestuursrecht gekeken.
Vandaag heeft de Kamer een wetsvoorstel van de MJenV ontvangen waarmee
onder meer het strafmaximum voor rijden onder invloed van alcohol wordt
verhoogd (van drie maanden naar een jaar). Daarnaast werkt de MJenV aan
een wetsvoorstel specifiek ten aanzien van de aanpak van rijden onder
invloed van alcohol. In dat kader wordt onderzocht of het mogelijk is
dat: personen die een tijd niet mogen rijden vanwege een rijontzegging
hun rijvaardigheid en/of rijgeschiktheid opnieuw moet aantonen voordat
ze weer mogen rijden; de rechtelijke uitspraak dadelijk uitvoerbaar kan
worden verklaard, waardoor de uitspraak gelijk van kracht is (i.p.v. dat
moet worden gewacht totdat de uitspraak onherroepelijk is); en personen
die ondanks een rijontzegging blijven rijden een rijverbod opgelegd
krijgen. De MJenV streeft ernaar om dit wetsvoorstel voor het einde van
dit jaar in consultatie te hebben.
Ten slotte monitort de MJenV de proef met de alcoholmeter; indien de
alcoholmeter een succesvol instrument blijkt, wordt bezien of het
alcoholverbod en de alcoholmeter breder kunnen worden opgelegd bij
rijden onder invloed van alcohol. In de brief van 7 maart 2018 is nader
op de verschillende maatregelen ingegaan.Vragen van het lid
Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Kan ervoor gezorgd worden dat verdachten, net als bij afstaan DNA,
gedwongen worden om computers en telefoons te openen?
Antwoord:
In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering is
vorige maand een voorstel in formele consultatie gegeven waarin hierin
wordt voorzien. Voorgesteld wordt om de officier van justitie de
bevoegdheid te geven om opsporingsambtenaren te bevelen dat zij
biometrische ontsleuteling in de vorm van een vingerafdruk, een opname
van de iris of een opname van het gezicht, ontsleutelen. Daartoe mogen
zij de nodige maatregelen te treffen. Een van die maatregelen kan zijn
om personen, onder wie ook verdachten, te dwingen mee te werken aan deze
ontsleuteling.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Kan het kabinet ervoor zorgen dat mensen duidelijk weten dat het maken
van beelden van slachtoffers bij ongelukken om deze op het internet te
zetten niet acceptabel is? In Duitsland is een campagne gestart om te
laten zien dat we dit soort dingen niet doen. Ik vraag het kabinet of
maatregelen kunnen worden genomen om dit op eenzelfde wijze op te
lossen.
Antwoord:
De MRB is ook van mening dat het filmen van hulpbehoevende mensen en het
verspreiden van de beelden zeer ongewenst is. Volgens onderzoek van het
Rode Kruis vindt 90% van de Nederlanders dit onacceptabel gedrag. Het is
op dit moment niet duidelijk wie die andere 10% precies zijn, of
zij beelden maken en verspreiden en wat daarvan de redenen zijn. Dat
gaat de MRB eerst uitzoeken, om vervolgens te bekijken hoe we deze
groep het best kunnen bereiken met als doel ze op andere gedachten te
brengen.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Kan de financiering vd aanpak van ondermijning en georganiseerde
criminaliteit structureel in de begroting worden op genomen?
Antwoord:
Het kabinet investeert naast de 100 miljoen euro voor het
ondermijningsfonds ook 10 miljoen euro structureel in de aanpak van
ondermijning. Ter invulling van deze middelen is een breed pakket aan
zowel preventieve als repressieve maatregelen samengesteld, op basis van
concrete versterkingsplannen van de regioās en de betrokken landelijke
partners. Hierover heeft de MJenV uw Kamer uitvoerig geĆÆnformeerd
in zijn brief van 16 november 2018.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Wat betreft het woonverbod wil het CDA verder gaan. In Belgiƫ is dit
wettelijk vastgelegd. Nederland zou dat ook wettelijk moeten verankeren,
wat vindt de MRb hiervan?
Antwoord:
In het antwoord op een eerdere vraag van het lid Van Toorenburg is
ingegaan op de mogelijkheden die het huidige strafrecht al biedt om een
woonverbod op te leggen aan een voorwaardelijk in vrijheid gestelde
dader. Daarbij is ook gewezen op de Wet langdurig toezicht. Deze wet
biedt dezelfde mogelijkheden als het Belgische woonverbod. Het verschil
is dat het Belgische woonverbod maximaal twintig jaar kan duren, terwijl
de Wet langdurig Toezicht geen wettelijke maximale termijn kent.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Kan de staatssecretaris iets doen aan overlastgevende asielzoekers en
het feit dat ze nu niet gedwongen kunnen blijven om binnen te
blijven?
Antwoord:
Overlastgevende asielzoekers in een EBTL krijgen een vrijheidsbeperkende
maatregel opgelegd. Als de EBTL-bewoner overlast blijft geven of zich
niet houdt aan de vrijheidsbeperkende maatregel, dan wordt door de
betrokken partijen, inclusief het lokale gezag, bezien welke verdere
maatregelen mogelijk zijn. Het handhaven van de openbare orde is de
primaire taak van de politie, waarbij goede afspraken met het lokaal
gezag en tussen basispolitiezorg en AVIM noodzakelijk zijn. Ik heb AVIM
verzocht om hier samen met de betrokken partijen scherp op te zijn. Het
is belangrijk om in geval van lokale problematiek gezamenlijk te bezien
of de maatregelen die beschikbaar zijn, optimaal worden ingezet of dat
exta inzet geboden is.
Overtreding van de vrijheidsbeperkende maatregel door een EBTL-bewoner
kan, bijvoorbeeld in combinatie met ernstige verstoring van de openbare
orde (of een stapeling van kleinere overtredingen) aanleiding zijn om
tot inbewaringstelling over te gaan, indien gronden hiertoe aanwezig
zijn.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Veel gemeenten hebben nog geen beleid m.b.t. mensenhandel. Moeten we
niet ook kijken naar meer creatieve oplossingen? Een soort keurmerk van
activiteiten van gemeenten, zodat gemeenten meer met elkaar kunnen
optrekken?
Antwoord:
We zullen met gemeenten in gesprek blijven over creatieve oplossingen om
te komen tot lokaal mensenhandel beleid. Hierbij zullen we ook het idee
van een keurmerk betrekken.
Om gemeenten te ondersteunen bij de uitwerking van de afspraken uit het
Interbestuurlijk programma (IBP), zijn in het kader van het programma
Samen tegen mensenhandel reeds twee trajecten ingezet.
CoMensha heeft subsidie gekregen om gemeenten de komende twee jaar te
ondersteunen bij het realiseren van een landelijk dekkend netwerk van
zorgcoƶrdinatoren.
De VNG heeft daarnaast een projectleider aangesteld die gemeenten
ondersteunt bij het ontwikkelen van een effectieve aanpak van
mensenhandel.
Tevens zijn verschillende regioās bezig met de inrichting van zogenaamde
regionale tafels.
Een regionale benadering helpt gemeenten en voorkomt dat ze ieder voor
zich het wiel moeten gaan uitvinden. Doel is het bundelen van expertise
en inzet en het faciliteren van de wisselwerking tussen het landelijke,
regionale en het lokale niveau.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Hoe zit het met Team Up? Het CDA heeft hier bij eerdere AO's naar
gevraagd. Is de staatssecretaris bereid de benodigde financiering
hiervoor bij elkaar te krijgen?
Antwoord:
Tijdens het algemeen overleg van 12 september jl. is toegezegd te kijken
welke mogelijkheden er zijn om Team Up vanaf 2020 te financieren.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
De MJenV schreef 'Rafels aan de rechtsstaat': Hoe vindt hij dat het
gaat?
Antwoord:
We hebben in Nederland een goed functionerende en stabiele rechtsstaat.
Het gaat daarbij niet om alle lijstjes waar we telkens bijna boven aan
staan. Het gaat er om dat wij in uw huis bepalen wat er gebeurt op het
gebied van justitie en veiligheid en al die andere wezenlijke
overheidstaken, zoals zorg, onderwijs, wonen, sociale zekerheid,
defensie en zo voort. Wij hebben een democratische rechtsstaat, en die
rechtsstaat is een kostbaar goed.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Waarom zouden we rechtshulp aanbesteden? Wat doet de strijd om de prijs
met de kwaliteit van de goede specialisten? Wat voor bureaucratie halen
wij ons op de hals?
Antwoord:
In de contourenbrief d.d. 9 november jl. wordt ingegaan op de inkoop van
rechtshulppakketten. Die inkoopfunctie vergt nadere uitwerking. Daarbij
zal breed worden gekeken naar de mogelijkheden, inclusief voorstellen
die door de advocatuur zijn gedaan, zoals een preferred
supplier-systeem. Eerste stap is een marktverkenning om nader te bezien
of de vereiste kwaliteit op de beoogde manier verkregen kan worden. De
komende tijd worden de inkoopfunctie en de kansen voor meer
kwaliteitsborging nader uitgewerkt. Voor elk rechtshulppakket worden
eisen aan de benodigde competenties en deskundigheid gesteld, zodat elke
rechtshulpverlener specialistische kennis heeft voor de oplossing van
het probleem dat hem of haar wordt voorgelegd.
Voordelen aan de inkoop van rechtshulppakketten zijn er, naast het
bereiken van de gewenste kwaliteit voor een goede prijs, ook voor de
aanbieder. Deze is verzekerd van een groot aantal zaken waarvoor
rechtsbijstand geleverd kan worden. De deskundigheid van
rechtshulpverleners wordt ook bevorderd door het grote aantal
soortgelijke zaken dat zij doen. Inkoop biedt zekerheid, wat
continuĆÆteit in de bedrijfsvoering oplevert. Doordat aanbieders van de
ingekochte rechtshulppakketten de zekerheid hebben dat zij gedurende
bepaalde tijd hun diensten aan rechtzoekenden in het stelsel mogen
verlenen, kunnen zij met vertrouwen investeren in het opbouwen van
specialistische kennis. Aanbieders van rechtshulppakketten kunnen
coƶperaties van sociaal advocaten zijn, maar ook andere juridische
adviseurs, verzekeraars, mediators of nieuwe toetreders tot de
markt.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Wat zijn de kosten van de stelselherziening rechtsbijstand voor de
Staat? Is de MRb bereid eerst te onderzoeken wat de kosten zijn van het
huidige stelsel van rechtsbijstand?
Antwoord:
De kosten van het huidige stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand
zijn in de begroting inzichtelijk gemaakt. Het regeerakkoord geeft de
opdracht om het stelsel budgetneutraal te herzien. De contouren zijn,
voor zover het nu mogelijk is dat door te rekenen, te realiseren binnen
de bestaande budgettaire kaders. Dat beeld wordt de komende periode
aangescherpt door een marktverkenning uit te voeren en op basis van de
resultaten van experimenten en de ontwikkeling van rechtshulppakketten.
Het uitwerken van de actielijnen en de programmaorganisatie om de
herziening uit te voeren vraagt een incidentele investering van
gemiddeld ⬠11 miljoen per jaar van 2019 tot 2024. Deze incidentele
kosten worden binnen de JenV-begroting opgevangen. Met de herziening van
het stelsel wordt beoogd de verbinding tussen het sociale en het
juridische domein te versterken en duurzame oplossingen te
bewerkstelligen. Dat betekent dat eerder wordt gekeken naar de oorzaak
van een probleem, en eerder de daarbij behorende oplossing wordt
gezocht. Deze ligt mogelijk in het domein van JenV, maar niet
uitgesloten is dat deze kosten deels neerslaan bij andere overheden. Dit
wordt nog nader onderzocht, opdat deze kosten niet in onredelijke mate
bij andere overheden neerslaan.Vragen van het lid Nispen, M.
(SP)
Vraag:
Is de MRb bereid de Landsadvocaat een tarief van 108 euro per uur te
betalen, net zoals in de sociale advocatuur?
Antwoord:
Nee, daar is de MRb niet toe bereid en het kan ook niet. De inzet van de
Landsadvocaat enerzijds en het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand
anderzijds zijn twee verschillende zaken. Het stelsel van rechtsbijstand
voorziet in een subsidie voor burgers die minder draagkrachtig zijn.
Daarvoor geldt een bepaald tarief. Advocaten zijn vrij in hun keuze om
voor dit tarief al dan niet hun diensten aan te bieden. De
rechtsbijstand die de staat afneemt van de Landsadvocaat is geen
subsidie. Het is een dienst die op de markt moet worden ingekocht.
Daarom wordt de Landsadvocaat tegen een marktconform tarief vergoed.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
De SP heeft het voorstel voor een huis van het recht, een plek in de
buurt waar laagdrempelig en betaalbaar juridisch advies kan worden
gegeven. Volgt u met grote belangstelling dit idee? En doet u wat nodig
is en kijkt u wat we hier van kunnen leren?
Antwoord:
Het lid Van Nispen sprak over pilots in Heerlen en Roermond. Inderdaad
vinden interessante initiatieven plaats met betrekking tot de
samenwerking tussen het sociale en het juridische domein, en hoe dit
dichtbij, laagdrempelig en betaalbaar vorm te geven. Het lid Van Nispen
heeft in het algemeen overleg over de rechtspraak d.d. 25 april 2018
toegelicht positieve eerste reacties te hebben ontvangen vanuit de
rechtspraak, mediators, advocaten, gemeenten en andere partijen. Dat
beeld komt overeen met het beeld uit gesprekken die in het ontwerpproces
voor de modernisering van de rechtsbijstand zijn gevoerd. Met het lid
Van Nispen is het kabinet van mening dat elementen die in het initiatief
van de SP naar voren komen, zoals de verbinding tussen juridische en
sociale hulpverlening, de noodzaak vroegtijdig, snel en duurzaam in
geschillen te interveniƫren, en de wens om daar waar het nodig is
rechtzoekenden dichtbij van informatie te voorzien, belangrijk zijn.
Deze ambities deelt het kabinet, waarbij de verbinding wordt gezocht
tussen de rechtspraak, de rechtsbijstand en de alternatieve
geschiloplossing. De MRb beziet hoe het voorstel kan worden betrokken
bij de verdere ontwikkeling van de laagdrempelige toegang in de
herziening van de rechtsbijstand, maatschappelijk effectieve rechtspraak
en alternatieve geschiloplossing. De MRb zal begin 2019 de Kamer een
brief sturen met een reactie op het voorstel van het lid Van Nispen.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
De aanpak van witteboordencriminaliteit is gebrekkig en de frauderende
banken kunnen hun straf afkopen. Waarom geen strafrechtelijke
toets?
Antwoord:
Er kunnen nog geen uitspraken worden gedaan over een eventuele
introductie van een rechterlijke toets als alternatief voor de huidige
vorm van toetsing bij hoge transacties en ontnemingsschikkingen. In juni
is het Rapport āEvaluatie Wet OM-afdoeningā aangeboden aan de Kamer. Er
wordt gewerkt aan een beleidsreactie op de bevindingen uit het
onderzoek. Deze beleidsreactie wordt begin december aan de Kamer
aangeboden. Op dit moment wordt met OM en rechtspraak uitvoerig
gesproken over de opvolging van de bevindingen; die gesprekken zien óók
op de eventuele rechterlijke toetsing als alternatief voor de huidige
vorm van toetsing bij hoge transacties en ontnemingsschikkingen.
Zie ook het antwoord op de vraag van het lid Buitenweg over het
bevorderen van de naleving van wet- en regelgeving door banken en andere
financiƫle instellingen:
Banken, andere financiƫle instellingen en trustkantoren dienen zich aan
hun wettelijke verplichtingen te houden om witwassen te voorkomen. Daar
wordt ook toezicht op gehouden. Overtreding van de verplichtingen
leidt tot bestuursrechtelijk of strafrechtelijk optreden. Dit levert een
bijdrage aan het bevorderen dat deze instellingen nog beter hun rol als
poortwachter waar maken. Overigens zullen de ministers van Financiƫn en
JenV het punt van naleving ook meenemen in de integrale beleidsreactie
op de verschillende WODC-onderzoeken op het terrein van witwassen. Die
beleidsreactie ontvangt uw Kamer in her eerste kwartaal van 2019.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
We vragen teveel van onze agenten. Hoe kan het dat veel minder agenten
op straat zijn dan wordt gezegd?
Antwoord:
Er wordt veel van onze agenten gevraagd. MJenV heeft veel gesprekken
gevoerd met agenten. In die gesprekken is de werkdruk nadrukkelijk aan
bod geweest. Met de afspraken uit het arbeidsvoorwaardenakkoord wordt
daarom gestreefd naar een veilig en gezond werkklimaat bij de
politie.
Politiewerk is meer dan alleen het werk op straat, maar vindt ook plaats
op het bureau en in de digitale ruimte. Hoeveel agenten er op enig
moment feitelijk op straat zijn wisselt daarnaast voortdurend. De inzet
van politiepersoneel komt tot stand door lokale beslissingen die
afhankelijk van de lokale veiligheidssituatie genomen worden.
Bij aanvang van de Nationale Politie was de beoogde operationele sterkte
49.802 fte. De operationele sterkte van de politie wordt met de
investeringen uit het regeerakkoord uitgebreid tot een omvang van 51.329
FTE. Dit aantal wordt op basis van de huidige verwachtingen in 2022
bereikt.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Bent u bereid aard en omvang van klassenjustitie in Nederland
onafhankelijk te laten onderzoeken? Hoe groot is het probleem en welke
kwetsbaarheden zijn er?
Antwoord:
De MJenV en de MRb zien geen aanleiding voor een onderzoek naar
klassenjustitie. Onze rechterlijke macht behoort tot de beste en meest
betrouwbare ter wereld: op een wereldwijde vergelijking van 113
rechtsstelsels (Rule of Law Index) staat Nederland onveranderd op de
vijfde plaats, na Denemarken, Noorwegen, Finland en Zweden. De
rechterlijke macht ā de rechtspraak en de het Openbaar Ministerie - in
Nederland beoordeelt elke zaak individueel en bekijkt wat in dat geval
een gepaste interventie is. Dat leidt dus per definitie tot verschillen,
omdat telkens met de feiten, omstandigheden en de persoon van de
verdachte rekening wordt gehouden bij de vervolgingsbeslissing en het
vonnis. Dit is geen klassenjustitie maar maatwerk, hetgeen wij als
samenleving ook van onze rechterlijke macht verwachten.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Hoe is er tot het bedrag gekomen van de 775 miljoen euro van de ING
schikking?
Antwoord:
Het OM heeft in haar persbericht over de schikking uitgebreid toegelicht
hoe zij de hoogte van de transactie heeft bepaald.
Het transactiebedrag van 775 miljoen euro bestaat uit 100 miljoen euro
aan ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, en 675 miljoen
aan boete. Die bedragen zijn als volgt bepaald.
Ten aanzien van de boete geldt dat de maximale boete 10% van de omzet
bedraagt. Dit zou voor ING neerkomen op 1,7 miljard. Maximale
boetebedragen worden echter ook in de rechtszaal vrijwel nooit opgelegd.
Dat zou slechts aan de orde kunnen zijn als sprake was geweest van
opzettelijk witwassen en bewust en intentioneel faciliteren van
criminelen. Bij de vaststelling van het uiteindelijke bedrag is rekening
gehouden met het feit dat ING de gemaakte fouten heeft erkend, heeft
meegewerkt aan het onderzoek en inmiddels ook een herstelprogramma in
gang heeft gezet. Het OM en DNB geven aan dat er vertrouwen is in het
uitgebreide verbeterplan dat bij ING is ingezet.
Voor wat betreft het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel kon
niet achterhaald worden hoeveel winst ING behaalde doordat de
transacties onvoldoende gemonitord werden en ING de cliƫnten niet kende.
Daarom is gekeken naar bespaarde kosten door niet te investeren in
afdelingen, systemen en extra controlepersoneel. Het bedrag dat ING op
die manier ten onrechte heeft bespaard, is bepaald op 100 miljoen.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
De vraag is of de minister de problemen in de strafrechtketen, zoals in
de uitzending van Nieuwsuur werd getoond, erkent?
Antwoord:
De MJenV en de MRb hebben oog voor de vraagstukken rond schaarste en
werkdruk binnen de organisaties in de strafrechtketen. Zij zijn en
blijven hierover in gesprek met de organisaties. Het is daarbij wel van
belang om scherper inzicht te krijgen in de ervaren werkdruk en in de
verklarende factoren daarvoor. Daartoe zijn er een aantal onderzoeken en
een doorlichting in gang gezet, zodat inzicht ontstaat in waar of waarin
oplossingsrichtingen te vinden zijn. Ook is er fors extra geĆÆnvesteerd
in de organisaties van de politie, het OM en de Rechtspraak. Er
zijn noodzakelijke maatregelen in gang gezet en investeringen gedaan om
het functioneren van de keten als geheel te verbeteren. Belangrijk
onderdeel daarvan is de extra investering in digitalisering van de keten
die de komende jaren oploopt tot een bedrag van opgeteld bijna 300
miljoen euro. Doel hiervan is onder meer om efficiƫnter te werken, de
kwaliteit van de processen en de data in de gehele keten te vergroten en
de dienstverlening te verbeteren.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Alle gerechten en hoven draaien rode cijfers. Geen ƩƩn heeft positieve
cijfers. Wat zegt dit gegeven volgens de minister? Gaat hij eindelijk
rust brengen?
Antwoord:
Het is een feit dat de rechtspraak financiƫle tekorten laat zien. In de
begroting is een reservering getroffen om het verwachte tekort van de
Rechtspraak over 2018 aan te zuiveren. De meerjarenramingen van de
rechtspraak laten echter ook tekorten zien. We zijn druk bezig om
oplossingsrichtingen die er mogelijk bij de Rechtspraak zijn met een
doorlichtingsonderzoek scherp in beeld te krijgen. Daarin wordt ook
onderzocht hoe de zaakzwaarte zich heeft ontwikkeld. De resultaten van
dit doorlichtingsonderzoek verwacht ik begin volgend jaar. In het
voorjaar van 2019 ga ik met de rechtspraak praten over de prijzen die
zullen gelden voor de periode 2020-2022. De uitkomsten van het
doorlichtingsonderzoek kunnen we daar dan bij betrekken. Net als
aanpassingen van de bekostigingssystematiek, waarover ik uw Kamer vorige
week een brief heb gestuurd. Ik verwacht dat we in 2019 belangrijke
stappen kunnen zetten naar een gezonde en toekomstbestendige
financiering van de rechtspraak.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Kan de toepassing van het herstelrecht worden uitgebreid?
Antwoord:
De huidige rechtspraktijk rond herstelrecht ontwikkelt zich binnen het
bestaande kader in positieve zin. Het aantal zaken neemt toe, de
praktijk verbreedt zich en er zijn structurele middelen beschikbaar
vanaf 2019. Er wordt op het moment gewerkt aan een beleidskader waarbij
de lessen uit de huidige praktijk worden benut en waarbij aandacht is
voor kwaliteit en voor borging van de belangen van slachtoffers,
verdachten en samenleving. Het opstellen van dit beleidskader moet in de
tweede helft van 2019 zijn afgerond. Dit beleidskader heeft tot doel
handvatten te bieden voor de inzet van typen herstelmodaliteiten in een
strafzaak. Hierbij ligt de focus op mediation in strafzaken, maar het
biedt ook handvatten voor andere herstelgerichte voorzieningen in het
strafrecht. Ook wordt voorlichtingsmateriaal ontwikkeld zodat duidelijk
is welke mogelijkheden het herstelrecht op welk moment biedt.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Benoeming door de MRb in de rechtspraak is zorgelijk. Interne
democratisering kan de onafhankelijkheid van de rechtspraak versterken.
In eerste instantie kan de NVvR dat doen. Hoe kijkt de MRb hier
tegenaan?
Antwoord:
De MRb ziet in de zorgen van de Tegenlichtrechters geen aanleiding om de
benoemingsprocedure voor gerechtsbestuurders, zoals bepaald in de Wet op
de rechterlijke organisatie, te wijzigen. De rechtspraak heeft de
interne werkwijze voor de benoemingen van gerechtsbestuurders, mede naar
aanleiding van het Leeuwarder Manifest, aangepast waarmee voorzien is in
een grotere rol van het betreffende gerecht door middel
van betrokkenheid van de ondernemingsraad en de gerechtsvergadering.
De MRb bereidt een wetsvoorstel voor ter aanpassing van de
benoemingsprocedure van de leden van de Raad voor de Rechtspraak. Dit
wetsvoorstel ziet o.a. op verbetering van de transparantie van de
procedure.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Wat heeft de MRb opgestoken van gesprek met bezorgde rechters uit de
Tegenlicht-groep? Wat is hem bijgebleven?
Antwoord:
De MRb heeft op 19 november jongstleden gesproken met
de Tegenlicht-rechters. Het was een verhelderend gesprek waarin de
rechters hun zorgen en onvrede, zoals in de toekomstvisie verwoord,
hebben toegelicht. Het was nuttig om de in de brief verwoorde zorgen van
de rechters persoonlijk te kunnen horen, en zo meer zicht te krijgen op
de problemen waar men tegenaan loopt.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Hoe vindt de minister dat het gaat met het wietexperiment? Waarom is er
vertraging? Is dat omdat gemeenten en coffeeshops afhaken? Mag dit
experiment wel een succes worden?
Antwoord:
De voorbereiding van het experiment verloopt voorspoedig. Er is
veelvuldig gesproken met o.a. de VNG en gemeenten, maar ook met de
coffeeshopsector. Op basis van gesprekken met deze partijen is besloten
dat aanmelding niet in het najaar zal plaatsvinden, maar pas wanneer er
voldoende duidelijkheid is over de invulling en kaders van het
experiment. Dit betekent dat de aanmeldprocedure start, nadat het
wetsvoorstel door de Tweede Kamer is aangenomen en het ontwerpbesluit
bij het parlement is voorgehangen. Deze wijziging heeft naar verwachting
geen gevolgen voor het moment van aanvang van het experiment. De MJenV
en de minister voor Medische Zorg kunnen uw Kamer verzekeren dat het
kabinet zich inspant om een waardevol, realistisch en zorgvuldig
experiment te realiseren.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
In de begroting staan kortingen op de Nederlandse Vereniging voor
Rechtspraak, het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid en
het Expertisebureau Online Kindermisbruik. Kan de MJenV hier een
toelichting op geven?
Antwoord:
De NVvR heeft twee rollen. De rol van beroepsvereniging en de rol van
vakbond. De activiteiten van de beroepsvereniging betreffen onder andere
het adviseren over wetgeving die de rechtspraak raakt. Deze activiteit
wordt gefinancierd uit subsidiegeld en is van belang voor de kwaliteit
van wetgeving. De rol van vakbond wordt gesubsidieerd uit de contributie
van de leden. Het subsidiebedrag voor de NVvR van 455.000 euro
(inclusief 10.000 loonbijstelling) in 2019 is voor activiteiten in haar
rol als beroepsvereniging. De NVvR ontvangt contributie van haar leden,
waaruit de vakbondswerkzaamheden worden gefinancierd. De NVvR bepaalt
met haar leden de specifieke activiteiten die zij organiseert en ook
hoeveel mensen zij in dienst neemt. De korting van de subsidie betekent
dat de NVvR moet herprioriteren binnen haar beschikbare financiƫle
middelen. De MRb acht dit mogelijk en verantwoord. Indien de NVvR dat
niet wenst kan zij de korting geheel of gedeeltelijk opvangen door haar
inkomsten uit contributie te verhogen.
De activiteiten van het CCV worden zeer gewaardeerd. Daarom is vorig
jaar op verzoek van de Kamer door de MRb ook meerjarig extra geld
vrijgemaakt. Naast de 2 mln. die voor het jaar 2018 beschikbaar zijn
gesteld in lijn met het amendement van Van Oosten en Van Dam van vorig
jaar. Tevens is in 2019 1,5 mln. en in 2020 en 2021 1 mln. extra
beschikbaar gesteld aan het CCV. Hiermee kan de basissubsidie voor CCV
voor een groot deel overeind blijven en hoeft de subsidie op KVO en
VKB minder snel te worden afgebouwd.
De daling van het budget kan druk geven op de CCV-organisatie. Samen met
CCV kijkt het ministerie wat de mogelijkheden zijn de financieringsbasis
voor het CCV te verbreden om in samenspraak met andere partijen te
bezien of het CCV in de toekomst kan worden ingeschakeld voor
aanvullende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan preventieve
activiteiten door middel van publiek private samenwerking tbv de aanpak
van ondermijnende criminaliteit.
Op het EOKM wordt in 2019 nauwelijks bezuinigd: door de MJenV is voor
het EOKM een bijdrage van ⬠277.000,- begroot. Dit omvat de reguliere
financiering van de programmaās āMeldpunt Kinderpornoā en āStop-It-Nowā.
Daarnaast zijn er ook in 2019 extra programmagelden beschikbaar in het
kader van āHernieuwde aanpak online seksueel kindermisbruikā. Voor
bijvoorbeeld opnieuw een extra impuls van Stop-It-Now, zoals dat ook in
2018 incidenteel bovenop de reguliere bijdrage beschikbaar was.
Een structurele verhoging is nog niet aan de orde, want de aanpak van
kinderporno is door de āhernieuwde aanpak online seksueel
kindermisbruikā in beweging. Het EOKM is hierbij betrokken en een
belangrijke en constructieve partner. Nieuwe projecten zijn gestart,
andere instrumenten zullen worden ingezet. De MJenV heeft de bouw van
een dark-webcrawler bij politie gefinancierd. Ook onderzoekt de MJenV de
haalbaarheid van een nieuw bestuursrechtelijk instrument, dus mogelijk
kunnen nieuwe bevoegdheden worden ingezet in de toekomst. Daarom is het
te vroeg en nog niet nodig om nu een besluit te nemen over structureel
extra financiering voor het EOKM, want de uitkomsten van de nieuwe
aanpak zijn nog niet bekend.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
De schikking met de ING leverde veel verontwaardiging op.
Strafvervolging wordt afgekocht. Waarom geen rechterlijke toets zodat de
samenleving kan zien wat er gebeurt? Een controlerende en recht
beschermende rol voor de rechter bij hoge en bijzondere transacties. Ook
de Raad voor Rechtsspraak is hiervoor. Er is ook veel verontwaardiging
omdat geen mens wordt vervolgd. Waarom niet altijd strafrechtelijke
vervolging naar personen bij megafraude? Hoe kijkt de MJenV naar deze
twee voorstellen?
Antwoord:
Er kunnen nog geen uitspraken worden gedaan over een eventuele
introductie van een rechterlijke toets als alternatief voor de huidige
vorm van toetsing bij hoge transacties en ontnemingsschikkingen. In juni
is het Rapport āEvaluatie Wet OM-afdoeningā aangeboden aan de Kamer. Er
wordt gewerkt aan een beleidsreactie op de bevindingen uit het
onderzoek. Deze beleidsreactie wordt begin december aan de Kamer
aangeboden. Op dit moment wordt met OM en rechtspraak uitvoerig
gesproken over de opvolging van de bevindingen; die gesprekken zien óók
op de eventuele rechterlijke toetsing als alternatief voor de huidige
vorm van toetsing bij hoge transacties en ontnemingsschikkingen.
Indien het OM onderzoek doet naar mogelijke strafbare feiten gepleegd
door een rechtspersoon, onderzoekt het OM ook altijd de rol van
betrokken natuurlijke personen, zoals bestuurders of medewerkers van een
verdachte rechtspersoon, en het strafrechtelijk verwijt dat hen kan
worden gemaakt. In de Aanwijzing hoge transacties en bijzondere
transacties is dit uitgangspunt ook al verwoord. Het OM kan echter
besluiten - ook in grote fraudezaken - natuurlijke personen niet te
vervolgen, bijvoorbeeld wanneer er onvoldoende bewijs is of vervolging
op grond van de omstandigheden van het geval niet opportuun wordt
geacht.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Kan de staatssecretaris meer vertellen over de inzet op
migratieafspraken met landen in Afrika? Hoe staat het met de afspraken
die zijn gemaakt met Niger? Worden afspraken nageleefd die met
mensenhandelaren zijn gemaakt?
Antwoord:
De EU zet in op migratiepartnerschappen. Daarover is de EU in gesprek
met verschillende landen. Op dit moment wordt niet gesproken over
afspraken zoals de EU-Turkije Verklaring. Wel worden met landen van
herkomst en transitlanden gesproken over onder meer de aanpak van
grondoorzaken van irreguliere migratie, betere opvang en bescherming van
vluchtelingen, de aanpak van mensensmokkel en -handel, verbeterde
samenwerking aan terugkeer. Dit is in lijn met de inzet van de integrale
migratieagenda van het kabinet (Kamerstuk 19 637, nr. 2375). Het kabinet
steunt deze EU inzet. Het kabinet houdt hierbij de mogelijkheid open
voor brede alomvattende afspraken, maar uiteindelijk is het niet de vorm
maar het resultaat dat telt: het voorkomen en tegengaan van irreguliere
migratie. Dit kabinet ziet ook in zijn contacten met herkomst- en
transitlanden voldoende aanknopingspunten om samenwerking met deze
landen te verbeteren en te intensiveren. Daar spreken de
staatssecretaris van Justitie en Veiligheid alsmede de minister van
Buitenlandse Zaken en de minister voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking ook met hun internationale partners over.
Tijdens het bezoek van de minister van Buitenlandse Zaken aan Niger is dit onderwerp nadrukkelijk naar voren gekomen. Nederland onderschrijft het belang van het investeren in perspectieven en beide landen onderschrijven het belang van alternatieve bronnen van inkomsten voor voormalig smokkelaars, ook t.b.v. stabiliteit van Niger. Nederland vraagt in EU-verband daarom ook aandacht voor spoedige implementatie van de toegezegde EU-steun.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
De meeste vluchtelingen worden opgevangen in regio. De UNHCR heeft 8
miljard dollar toegezegd gekregen. Slechts 3,8 miljard is nog maar
beschikbaar. Is dat juist, en is dat niet beschamend als je de grote
woorden hoort over opvang in de regio?
Antwoord:
Uit de (openbare) gegevens van UNHCR blijkt dat op dit moment inderdaad
sprake is van een tekort van bijna 5 miljard dollar op de begroting van
UNHCR. Het gaat hier om de totale begroting van UNHCR en beziet niet
specifiek de middelen die beschikbaar zijn voor de opvang in de regio.
Over de beschikbare financiƫle middelen hiervoor, wordt kortheidshalve
verwezen naar de brief van de minister voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking (Kamerstuk 32623 nr. 222, vergaderjaar
2017-2018) en de beantwoording van Kamervragen over dit onderwerp
(Aanhangsel van de Handelingen nr. 3074, vergaderjaar 2017-2018).
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Waarom gaat de staatssecretaris zo vaak in hoger beroep tegen
beslissingen van de IND als hij waarde hecht aan snelle
procedures?
Antwoord:
De IND gaat in de regel enkel in hoger beroep wanneer sprake is van een
zaaksoverstijgend belang of een belang in het kader van de
rechtseenheid. Terughoudendheid is derhalve het uitgangspunt.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Hoe staat het met het realiseren van aanmeldcentra in de regio?
Antwoord:
De EU noch het kabinet zet in op het realiseren van (Europese)
aanmeldcentra in de regio. De inzet is gericht op de opvang en
bescherming van vluchtelingen in de regio. Vanuit daar kunnen
vluchtelingen die voldoen aan de hervestigingscriteria van UNHCR door
UNHCR worden voorgedragen voor eventuele hervestiging naar de EU. Begin
dit jaar is het nieuwe Europese programma hiervoor gestart. Dit is
gericht op het hervestigen van ruim 50.000 vluchtelingen. Indien wordt
gedoeld op de zogenoemde ontschepingsarrangementen zoals genoemd in de
conclusies van de Europese Raad van juni jl. is evenmin sprake van het
realiseren van 'aanmeldcentra'. Het is zaak dat met landen rond de
Middellandse Zee wordt gewerkt aan een betrouwbaar, efficiƫnt en
voorspelbaar regionaal mechanisme voor ontscheping waarbij personen die
in aanmerking komen voor internationale bescherming eventueel ook naar
de EU worden hervestigd. Dit concept dient door de Europese Commissie,
UNHCR, IOM en met onze internationale partners uitgewerkt te worden.
Daar is op dit moment geen vooruitgang op te melden.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Wat gaat de SJenV doen met de voorstellen van de SP om asielzoekers niet
op een aantal grote locaties maar verspreid door Nederland op te
vangen?
Antwoord:
Over de opvang van asielzoekers na het asielproces bezien we samen met
gemeenten en COA wat de mogelijkheden zijn om dit beter af te stemmen op
omstandigheden en wensen die lokaal en regionaal spelen. Schaal en
spreiding van de opvang zijn hier onderdeel van. De voorstellen van de
heer Van Dijk worden hierbij betrokken. Factoren als de draagkracht van
gemeenten en kansen voor integratie spelen hierbij een rol. Het is zaak
dit in goed overleg met de gemeenten te doen en ook oog te hebben voor
de verschillende wensen die bij hen leven. Deze ontwikkeling vraagt ook
tijd, aangezien het bestaande aanbod aan opvanglocaties niet eenvoudig
op korte termijn ingrijpend gewijzigd kan worden.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Er is een personeelstekort bij de IND. Toch is er een bezuiniging van 36
miljoen euro. Hoe is dat mogelijk?
Antwoord:
Het is onjuist dat het kabinet op de IND bezuinigt. Het bedrag dat voor
2019 op de begroting beschikbaar is, ligt lager dan in 2018, als gevolg
van een lagere instroomprognose. Bij Voorjaarsnota wordt gekeken of het
budget afdoende is op basis van de dan geldende inzichten.
De IND heeft vanaf mei voor 120 fte vacatures opengesteld om de
doorlooptijden zo veel mogelijk te versnellen. Onlangs is besloten
nogmaals 80 vacatures open te stellen. Het invullen van de vacatures
verloopt trager dan verwacht door de krapte op de arbeidsmarkt. Daarbij
duurt het enige tijd voordat nieuwe medewerkers zijn opgeleid en kunnen
worden ingezet. De IND krijgt voldoende middelen om de
capaciteitsuitbreiding te kunnen betalen.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Is de staatssecretaris bereid om alle kinderen die in onzekerheid zitten
alsnog een verblijfsvergunning te geven?
Antwoord:
In het regeerakkoord is neergelegd dat het kabinet de huidige regeling
inzake langdurig verblijvende kinderen ongewijzigd laat.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Is de staatssecretaris bereid het optioneel protocol bij het
VN-kinderrechtenverdrag te ratificeren?
Antwoord:
Begin vorig jaar is de Eerste Kamer geinformeerd over het overleg in het
kabinet over de ratificatie van het facultatief protocol bij het
Internationaal verdrag inzake de economische, cultureel en sociale
rechten (IVESCR) en over de toetreding tot de facultatieve
protocollen bij het Kinderrechtenverdrag en het Verdrag inzake de
rechten van personen met een handicap dat heeft geleid tot het besluit
dat zal worden gestart met het facultatief protocol bij het
IVESCR.
Het kabinet heeft besloten de ratificatie van de drie protocollen niet
tegelijk ter hand te nemen. Er wordt aan gehecht dat eerst ervaring op
te doen met ƩƩn van de procedures, mocht tot ratificatie worden
besloten.
De minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid hebben een wetsvoorstel voor de goedkeuring van het
IVESCR-protocol ter advisering naar de Raad van State gestuurd en de
Raad van State verzocht daarbij met name aandacht te besteden aan de
mogelijke gevolgen van het protocol voor de Nederlandse
rechtsorde.
Op basis van het ontvangen advies van de Raad van State zal door het
kabinet een besluit worden genomen over de ratificatie van dit protocol.
Uw Kamer wordt hierover geinformeerd.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Waarom keren veiligelanders niet terug als het duidelijk is dat zij geen
status krijgen? Is de regering bereid om harder te onderhandelen met
landen van herkomst?
Antwoord:
Medewerking aan gedwongen terugkeer verschilt per land en persoon, ook
in het geval van veiligelanders die versneld worden afgewezen en een
eventueel beroep in beginsel niet in Nederland mogen afwachten. De
terugkeerverplichting na afwijzing van een asielaanvraag motiveert
betrokkenen niet altijd voldoende. Ook het land in kwestie werkt niet
altijd voldoende mee aan gedwongen terugkeer. Er zijn overigens ook
landen van herkomst die goed meewerken aan gedwongen terugkeer. Uw Kamer
heeft de regering verzocht harder in te zetten op afspraken met veilige
landen van herkomst over gedwongen terugkeer van afgewezen asielzoekers.
De motie van het lid Jasper van Dijk (SP) hierover is op 16 mei 2017
aangenomen. Zoals ik in mijn brief van 12 december 2017 heb aangegeven
zet Nederland krachtig in op het maken van effectieve afspraken over
samenwerking met veilige landen van herkomst voor de gedwongen terugkeer
van deze personen. De Europese Commissie heeft met instemming van de
lidstaten ten aanzien van een aantal landen, waaronder Marokko en
Algerije, het voortouw genomen voor het afsluiten van een bindende
terugnameovereenkomst. Dit is een proces van langere adem dat in de
afgelopen jaren zijn doel nog niet heeft bereikt. In de praktijk komt
het aan op het opbouwen en onderhouden van een goede brede bilaterale
relatie met de betrokken landen en van operationele relaties tussen de
uitvoerende diensten. Nederland zoekt daarbij gericht naar mogelijkheden
tot samenwerking die direct of indirect bijdragen aan terugkeer. Zoals u
bekend wordt hierbij het beginsel van āmore for more/less for lessā als
leidend beschouwd.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Welke sancties heeft de SJenV in petto voor overlastgevende asielzoekers
die weigeren terug te keren? Kunt u deze mensen plaatsen in
'aso-AZC'?
Antwoord:
Er bestaat een breed palet aan maatregelen om overlastgevende
asielzoekers aan te pakken. Opvang in een extra begeleiding en
toezichtlocatie (EBTL) is een onderdeel hiervan. Over de maatregelen heb
ik uw Kamer een aantal maal geĆÆnformeerd.
Voor een effectieve inzet van deze maatregelen is het van belang om te
realiseren dat de mate waarin overlast voorkomt fluctueert, en de aard
en achtergrond van de overlast verschilt.
Dit vraagt dan ook om een intensieve, lokaal gecoƶrdineerde,
casusgerichte aanpak, waarbij de betrokken partijen samen bepalen welke
maatregelen moeten worden ingezet ā op zowel strafrechtelijk,
bestuursrechtelijk en vreemdelingrechtelijk terrein.
Het is hierbij relevant dat de betrokken partijen uit de lokale driehoek
en de lokale structuren vanuit de migratieketen (Lokaal Terugkeer
Overleg) gezamenlijk in beeld hebben wie de overlast veroorzaken, en er
relevante informatie tussen de ketenpartners wordt gedeeld, zodat
adequate dossieropbouw plaatsvindt en gerichte maatregelen kunnen worden
getroffen.
In geval van lokale signalen van overlast is daarbij de inzet vanuit
mijn departement en betrokken diensten om verbinding te leggen met de
lokaal betrokken partijen, om zo nodig ondersteuning te bieden.
Dit alles neemt niet weg dat ik de ontwikkelingen van de aanpak van
overlastgevers en de inzet van de maatregelen nauwlettend volg en daar
waar nodig aanpassingen zal doorvoeren en afspraken zal aanscherpen.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Wanneer gaat de SJenV de omstreden samenwerking met Libie
beƫindigen?
Antwoord:
De inzet van het kabinet is uw Kamer bekend. Mede door de internationale
samenwerking met de Libische autoriteiten op het gebied van migratie is
het mogelijk om belangrijke resultaten te boeken zoals, de toename van
het aantal personen dat vrijwillig terugkeert naar hun landen van
herkomst, de toegang van internationale hulpverleners tot de
detentiecentra en de uiteindelijke sluiting van deze centra. Dat is niet
mogelijk als wij niet betrokken blijven bij Libiƫ. De samenwerking stelt
ons ook in staat om de Libische autoriteiten aan te spreken. Wat het
kabinet ook consequent doet.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Erkent de regering dat in de jaren 60 en 70 niet goed is nagedacht over
arbeidsmigratie?
Antwoord:
Uit de gevolgen van het arbeidsmigratiebeleid van de jaren ā60 en ā70
zijn door verschillende kabinetten belangrijke lessen getrokken. Het
kabinet wijst erop dat het arbeidsmigratiebeleid aanzienlijk selectiever
is gemaakt. Zo is voor lager geschoolde arbeidsmigranten het
toelatingsbeleid restrictief geworden. Daarnaast geldt, in tegenstelling
tot de jaren '60 en '70, nu een integratiebeleid voor gezinsherenigers
bij arbeidsmigranten.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
In Ter Apel is een schadefonds waaruit boetes voor winkeldiefstal worden
betaald. Deelt de staatssecretaris de mening dat iemand die een
overtreding begaat zelf de boete moet betalen?
Antwoord:
Uitgangspunt moet zijn dat de mogelijkheden die winkeliers hebben om
schade te verhalen op ingezetenen van Nederland ook toepasbaar is bij
asielzoekers. Het is niet wenselijk dat die mogelijkheden beperkter
zijn, maar het ligt ook niet voor de hand dat er meer mogelijkheden
bestaan in die gevallen. Voor een specifiek hiervoor in het leven
geroepen schadefonds bestaat dan ook niet meteen aanleiding. Signalen
over winkeliers die (veelvuldig) te maken hebben met diefstal door
bewoners van een azc zijn een belangrijk punt van zorg. Zoals ook in
eerdere kamerbrieven is aangegeven loopt in geval van criminele
gedragingen, zoals bij winkeldiefstal, de aanpak primair via het
strafrecht. Hiertoe is het van belang dat er aangifte wordt gedaan bij
de politie en er opvolging wordt gegeven door de politie en het OM.
Daarnaast is het ook belangrijk dat de getroffen winkeliers zo optimaal
mogelijk gebruik kunnen maken van bestaande compensatieregelingen, zoals
via de Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA). Zoals
aangegeven in de brief aan uw Kamer van 15 november jl. zijn SODA en COA
momenteel in gesprek over op welke manier het COA hier ondersteuning bij
kan bieden.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Kan de MJenV een reactie geven op de petitie van het COC over
LHBTI-geweld die ze vanmiddag hebben aangereikt?
Antwoord:
Het kabinet wil dat de politie er voor iedereen is, en dat ook LHBTIās
er hun verhaal kwijt kunnen. De ministers van JenV en OCW zullen in het
eerste kwartaal van 2019 een Actieplan Veiligheid LHBTI, in de zin van
de motie Sjoerdsma/Van den Hul en de petitie van het COC, aan uw Kamer
zenden. In dat actieplan zullen in ieder geval maatregelen worden
aangekondigd om de meldingsbereidheid van discriminatoir geweld te
vergroten. Zaken als een luisterend oor, begeleiding bij
melding/aangifte, en investeren in kennis en expertise zullen daarbij
aan de orde komen, bijvoorbeeld via het netwerk Roze in Blauw.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Hoe gaat de MJenV de financiering van het OM toekomstbestendig maken en
hoe gaat hij daarbij rekening houden met de aanbevelingen van de heer
van den Berg? Graag een uitgebreide reactie.
Antwoord:
De huidige bekostiging van het Openbaar Ministerie is op dit moment
volledig gebaseerd op een zogenaamde lumpsum-bekostiging. Zowel vanuit
het ministerie als vanuit het OM is de wens geuit om de bekostiging
beter te laten aansluiten bij de prestaties van het OM. Daaraast werd in
het rapport van de Algemene Rekenkamer over de āPrestaties in de
strafrechtketenā (2012) gesteld dat bekostigingssystemen in de
strafrechtsketen, zoals van het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak,
niet goed op elkaar aansloten. De afgelopen jaren is gewerkt aan een
bekostigingssysteem op basis van prestaties (output) voor het OM. Het
streven is om dit systeem per 2019 in te voeren. Gelet op de vereiste
zorgvuldigheid dient nog wel aan enkele randvoorwaarden te worden
voldaan, zoals het vaststellen dat prestaties waarop wordt bekostigd
volledig, eenduidig en betrouwbaar zijn. Bij het ontwerp van het
bekostigingssysteem van het OM zijn de lessen die zijn geleerd van het
bekostigingssysteem van de Rechtspraak meegenomen. Er is tevens rekening
mee gehouden dat het OM werkzaamheden verricht die niet altijd direct
tot een strafzaak leiden of zich niet lenen voor bekostiging op basis
van prestaties zoals huisvesting en ICT. Zo is afgesproken dat een groot
deel van budget voor het OM niet gerelateerd zal worden aan het aantal
zaken.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Erkent de staatssecretaris dat vluchtelingenzaken langer duren vanwege
het hoger beroep dat door de staat wordt ingesteld?
Antwoord:
In een individueel geval kan het zo zijn dat het instellen van hoger
beroep betekent dat de doorlooptijd in de betreffende zaak langer wordt.
Dat hoeft echter niet het geval te zijn. Bij een gegrond beroep zal de
IND immers vaak opnieuw moeten beslissen, met inachtneming van de
uitspraak. Wanneer in zo'n geval niet in hoger beroep wordt gegaan, zal
er derhalve nog wel nieuwe besluitvorming moeten plaatsvinden. Dat gaat
zeker niet in alle gevallen sneller dan de behandeling van een hoger
beroep. Meer algemeen heeft het bestaan van het rechtsmiddel hoger
beroep een belangrijke waarde voor de rechtseenheid. Die rechtseenheid
vormt een bijdrage aan een efficiƫnt asielproces en kan leiden tot
kortere doorlooptijden.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Kan de minister aangeven wanneer de commissie Fokkens klaar is met zijn
onderzoek? Hoe gaat hij het vertrouwen in het OM bij burgers en de
samenleving vergroten?
Antwoord:
De commissie heeft het College laten weten dat het onderzoek naar
verwachting aan het einde van dit jaar zal worden afgerond. Het is
opportuun om de resultaten van het onderzoek van de Commissie af te
wachten alvorens inhoudelijke vragen te beantwoorden, zodat alle
relevante informatie hierbij kan worden meegenomen.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Is de MRb bereid het actieplan van D66 voor uitspraken in begrijpelijke
taal met de Raad voor de Rechtspaak te bespreken en aan de Kamer te
rapporteren over de uitkomsten?
Antwoord:
Ja, de MRb is bereid om met de Rechtspraak te spreken over het
taalgebruik in rechterlijke uitspraken. Overigens is het zo dat er
binnen de Rechtspraak al in toenemende mate aandacht is voor het gebruik
van begrijpelijke taal. Op landelijk niveau functioneert een werkgroep
bestaande uit vertegenwoordigers van de gerechten, die jaarlijks de
Klare Taal Bokaal uitreikt voor het best begrijpelijke vonnis. Binnen
het opleidingsinstituut van de Rechtspraak, SSR, is aandacht voor een
betere en begrijpelijkere motivering van uitspraken. Zo is er een cursus
ontwikkeld voor strafrechters en griffiers voor een betere en
begrijpelijkere motivering van strafvonnissen. Daarnaast bestaan er
lokale initiatieven, zoals bijvoorbeeld binnen het bestuursrecht van de
rechtbank Amsterdam, waar het project Wieb bestaat
(āWat-Ik-Eigenlijk-Bedoelā). Dit project heeft bij een tweetal andere
gerechten navolging gekregen. De Raad voor de Rechtspraak stimuleert
deze ontwikkelingen.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Wat gaat de minister doen om het PMJ-model te verbeteren?
Antwoord:
Het PMJ model wordt elk jaar aangepast door middel van verfijningen of
uitbreidingen. Zo is het model dit jaar doorontwikkeld door de
werkvoorraden in te bouwen. Daarnaast heeft het WODC dit jaar het
rapport Terug naar de Toekomst II gepubliceerd. Uit dit
onderzoek blijkt dat het PMJ beter of gelijk presteert als alternatieve
modellen in de eerste vier ramingsjaren. Naar aanleiding van dit
onderzoek worden enkele verbeteringen in het model doorgevoerd. Zo
worden de beleidsmaatregelen die in het model worden opgenomen aan
strengere eisen getoetst. Daarnaast zal het WODC bezien of het mogelijk
is om een halfjaar na het uitbrengen van de raming, de ramingen te
actualiseren aan de hand van realisatiecijfers. Ook wordt nieuwe
data-techniek toegepast waarmee met reeds bekende informatie betere
ramingen kunnen worden gemaakt. Tenslotte is het van belang te noemen
dat het wetenschappelijk onderbouwde PMJ-model een zo goed
mogelijke raming doet van de capaciteitsbehoefte en wordt benut als
input bij de begrotingsbesluitvorming.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Hoe gaan de rechtshulppakketten eruit zien? Kan de minister de
systematiek eigen bijdrage concreter maken?
Antwoord:
Het uitgangspunt is dat een rechtshulppakket voorziet in een integrale
behandeling van een probleem voor een integrale prijs. Daarbij kunnen
meerdere interventies standaard worden opgenomen. Naast goed juridisch
advies kan bijvoorbeeld mediation of hulp bij onderhandeling aan de orde
zijn. Het gaat uiteindelijk om een oplossing die past en die het
probleem naar tevredenheid oplost. De verdere uitwerking pak ik samen
met de praktijk op.
Ook de precieze hoogte en vormgeving van de eigen bijdrage wordt nader
uitgewerkt. In die uitwerking moeten twee functies van de eigen bijdrage
tot hun recht komen. In de eerste plaats dient de eigen bijdrage voor de
instandhouding van een duurzaam en betaalbaar stelsel. In de tweede
plaats zorgt de eigen bijdrage ervoor dat rechtzoekenden een afweging
maken tussen het belang bij de zaak en de kosten van de rechtsbijstand.
Deze afwegingsfunctie komt in het huidige stelsel volgens de
commissie-Wolfsen niet goed uit de verf. Daarom worden de volgende
uitgangspunten voor de vormgeving van de eigen bijdrage in het nieuwe
stelsel gehanteerd.
De eigen bijdrage wordt afhankelijk van de kosten van een rechtshulppakket.
Betalen naar draagkracht. Daarbij betalen rechtzoekenden in de laagste inkomenscategorie een sterk gereduceerd tarief van de totale kosten. Voor de financieel meest kwetsbare groep zijn er plafonds.
Meer gelijke toegang tot het recht. De hoogte van de eigen bijdrage loopt op naarmate de draagkracht van rechtzoekenden groter wordt, tot kostendekkend, waardoor de overgang van rechtzoekenden die wel / niet in systeem zedenlijst vallen minder abrupt wordt.
Vangnetten bij betalingsonmacht waar nodig.
De contouren verdienen nadere uitwerking. Bij deze uitwerking is het voornemen om ook de te verwachten gedragseffecten in beeld te brengen, ook van de voorgestelde eigenbijdragesystematiek.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Hoe wil MRb de Tweede Kamer meenemen bij de invoering van het plan
rechtsbijstand? Kan de minister toezeggen om regelmatig en uitgebreid de
TK te informeren en mee te nemen in de stappen?
Antwoord:
In de eerste helft van 2019 wordt het ontwerp van het stelsel, inclusief
de rollen en functies, nader vorm gegeven. Uw Kamer wordt daarover nog
voor de zomer van 2019 bericht. Medio 2020 wordt een midterm review
uitgevoerd. Het doel is de balans op te maken en bij te sturen waar
nodig. Op basis van de uitkomsten van de midterm review wordt bezien
welke nadere stappen nodig zijn. Ook daarover zal uw Kamer worden
geĆÆnformeerd.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Hoe groot is of wordt de vergoeding voor rechtshulpverleners? Wanneer
zet de MRb de eerste stap hierin?
Antwoord:
De voorgestelde modernisering leidt tot een stelsel waarin eerder vragen
en conflicten worden opgelost en leidt, als gevolg daarvan, tot een
vermindering van de vraag naar inzet van de gesubsidieerde advocatuur.
De vrijval van middelen door een verminderd beroep op de rechtsbijstand
is bestemd voor investeringen in het nieuwe stelsel, zoals voor een
verhoging van de vergoedingen van rechtsbijstandsverleners, via de
rechtshulppakketten. De mogelijkheden voor de advocatuur om mee te
profiteren van de stelselherziening zijn daarmee afhankelijk van de
snelheid waarmee het nieuwe stelsel van de grond komt. Een
stelselherziening kost tijd. Daarom wordt een aanpak verkend waarbij
gefaseerd snel eerste stappen kunnen worden gezet. Per zaakscategorie
wordt de omslag gemaakt van forfaitair stelsel naar werken met
rechtshulppakketten. Zodra voor een bepaalde categorie zaken,
bijvoorbeeld echtscheidingen of consumentenzaken, rechtshulppakketten
voor veelvoorkomende zaken zijn ontwikkeld, kan voor die zaakscategorie
de nieuwe werkwijze gaan gelden. Op deze wijze is meewerken aan de
vernieuwing ook lonend voor de advocatuur. Daarbij is niet op voorhand
te zeggen hoe groot de vergoeding wordt. De inzet van verschillende
soorten rechtshulpverleners, tegen wellicht verschillende tarieven,
vormt onderdeel van de uitwerking.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
De vergoeding voor sociale advocatuur gaat pas omhoog als het aantal
zaken is teruggebracht. Daarvoor worden pilots gestart. Maar onduidelijk
wanneer die effecten zichtbaar worden en doorwerken. Wanneer gaan we dat
dan precies zien? Wanneer gaat dat nou voor de advocatuur effecten
opleveren?
Antwoord:
De voorgestelde modernisering leidt tot een stelsel waarin eerder vragen
en conflicten worden opgelost en leidt, als gevolg daarvan, tot een
vermindering van de vraag naar inzet van de gesubsidieerde advocatuur.
De vrijval van middelen door een verminderd beroep op de rechtsbijstand
is bestemd voor investeringen in het nieuwe stelsel, zoals voor een
verhoging van de vergoedingen van rechtsbijstandsverleners, via de
rechtshulppakketten. De mogelijkheden voor de advocatuur om mee te
profiteren van de stelselherziening zijn daarmee afhankelijk van de
snelheid waarmee het nieuwe stelsel van de grond komt. Een
stelselherziening kost tijd. Daarom wordt een aanpak verkend waarbij
gefaseerd snel eerste stappen kunnen worden gezet. Per zaakscategorie
wordt de omslag gemaakt van forfaitair stelsel naar werken met
rechtshulppakketten. Zodra voor een bepaalde categorie zaken,
bijvoorbeeld echtscheidingen of consumentenzaken, rechtshulppakketten
voor veelvoorkomende zaken zijn ontwikkeld, kan voor die zaakscategorie
de nieuwe werkwijze gaan gelden. Op deze wijze is meewerken aan de
vernieuwing ook lonend voor de advocatuur. Daarbij is niet op voorhand
te zeggen hoe groot de vergoeding wordt. De inzet van verschillende
soorten rechtshulpverleners, tegen wellicht verschillende tarieven,
vormt onderdeel van de uitwerking.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Is de staatssecretaris van mening dat er niet meer voorzieningen zoals
de Tussenvoorziening in Drenthe nodig zijn?
Antwoord:
In de Tussenvoorziening in Tynaarlo worden vergunninghouders,
vooruitlopend op definitieve huisvesting, op een kleinschalige locatie
in de lokale gemeenschap gehuisvest. Er wordt veel geĆÆnvesteerd in
ontmoetingen en activiteiten met wijkbewoners. In het kader van het
programma Flexibilisering Asielketen zullen in samenwerking met
gemeenten en het COA meerdere concepten worden onderzocht, die kunnen
bijdragen aan zowel flexibilisering van de opvang en huisvesting als een
snelle integratie van asielzoekers. Ik wil de ervaringen van de
verschillende initiatieven gebruiken om te bezien en hoe deze concepten
breder en voortvarender kunnen worden toegepast.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat veiligelanders die
overlast veroorzaken sneller worden teruggestuurd en in de tussentijd
geen rotzooi veroorzaken?
Antwoord:
De inzet is erop gericht om aanvragen van asielzoekers uit veilige
landen van herkomst, snel af te doen. Deze aanvragen worden daarom
beoordeeld in een versnelde procedure. De aanvraag kan dan worden
afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit heeft tot gevolg dat het indienen
van beroep tegen de afwijzing geen schorsende werking heeft en dat de
afgewezen asielzoeker de uitkomst van zijn beroep dus in beginsel niet
in Nederland mag afwachten. Ook kan hem de verplichting worden opgelegd
Nederland onmiddellijk te verlaten. Voorts kan in voorkomende gevallen
in de grensprocedure op de aanvraag worden beslist.
Voor wat betreft de maatregelen die kunnen worden opgelegd in geval van
overlast veroorzaakt door asielzoekers wordt verwezen naar het palet van
maatregelen waarover uw Kamer meermaals geĆÆnformeerd is. Er wordt
daarbij benadrukt dat op te leggen maatregelen voor deze groep een
snelle afdoening van de asielprocedure en het realiseren van terugkeer
of overdracht naar een derde land ā als dat aan de orde is - nooit in de
weg mogen staan.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Mensen met grote kans op asielvergunning zouden moeten worden gestuurd
naar regio's waar ze de grootst mogelijke kans op arbeid hebben. Hoe
kijkt SJenV tegen een mogelijke proef aan?
Antwoord:
De staatssecretaris ziet dit als een ondersteuning van zijn
beleid.
Het COA werkt op dit moment al zo dat door middel van screening en
matching statushouders zoveel als mogelijk worden gekoppeld aan de regio
met de grootste kans op een baan voor deze persoon. COA is in gesprek
met onder anderen de uitvoerders van de Zwitserse pilot om deze
methodiek verder te verfijnen.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
De Adviescommissie voor vreemdelingenzaken (ACVZ) adviseert een
jaarlijkse migratierapportage te maken waarin feiten, knelpunten kansen,
dilemmaās en oplossingsmogelijkheden worden besproken. Wat vindt de
staatssecretaris daarvan?
Antwoord:
Het belang van rapporteren over het migratiebeleid van het kabinet kan
worden onderschreven, maar niet noodzakelijkerwijs in de vorm van een
jaarlijkse āStaat van de migratieā die de ACVZ voorstelt. Er zijn al
verschillende beleidsrapportages die periodiek worden uitgebracht. Zo
zijn er onder andere de Rapportage Vreemdelingenketen die inzicht geeft
in de in- en uitstroom van de migratieketen, de WODC-publicatie Migratie
in beeld die een overzicht biedt van migratiestromen maar ook
ontwikkelingen in beleid, en is er een beleidsoverzicht van het Europees
Migratienetwerk. Een additionele, uitgebreide rapportage zoals
voorgesteld wordt niet van toegevoegde waarde geacht. Wat mogelijk wel
waardevol zou zijn, is een jaarlijkse rapportage over de voortgang van
de beleidsvoornemens uit de zes pijlers in de Integrale Migratieagenda,
waarin op hoofdlijnen verantwoording wordt afgelegd voor wat wel en niet
gelukt is. Over vorm en timing van een dergelijke publicatie moet worden
nagedacht maar de SJenV is bereid dit te overwegen.
Vragen van het lid Boer, M.G.W. den (D66)
Vraag:
Maken wij wel goed gebruik van de agent in de wijk, van alle
veiligheidsorganisaties en hun ogen en oren in de samenleving?
Antwoord:
In de ontwikkelagenda GGP die de MJenV 4 juli jl. aan uw Kamer zond,
spreekt de politie de ambitie uit om een politieorganisatie te zijn die
gebiedsgebonden is, die continu in verbinding is met de omgeving, zowel
digitaal als door middel van de aanwezigheid van de politie in de wijk
op een eigentijdse manier, en die meebeweegt in de ontwikkelingen van
onze veranderende en diverse samenleving. Deze verbinding is niet alleen
met de burgers in de wijken, via bijvoorbeeld WhatsApp-groepen, maar ook
met partners in het veiligheids- en sociaal domein. De MVenJ steunt deze
ambitie ten volle.
Vragen van het lid Boer, M.G.W. den (D66)
Vraag:
Wat verwacht politie van de inzet van bewoners bij signalering van
problemen in de wijk?
Antwoord:
Burgers worden onder andere in het kader van de aanpak van
woninginbraken actief door de wijkagent voorgelicht over de maatregelen
die zij zelf kunnen nemen om hun eigen veiligheid te vergroten, zoals
bijvoorbeeld voorlichting over goed hang- en sluitwerk. Ook maakt de
politie in zogenaamde hotspot-wijken afspraken met hondenbezitters
(project waaks) om extra op te letten in de wijk. De politie wil,
conform de Ontwikkelagenda GGP, in verbinding staan met de burgers, via
bijvoorbeeld Whatsapp-groepen, die daardoor kunnen optreden als extra
ogen en oren in de wijk.
Vragen van het lid Boer, M.G.W. den (D66)
Vraag:
Is de minister het met D66 eens dat er een duidelijke visie moet komen
op toekomstbestendigheid van het veiligheidsbestel? Vindt hij dat de
visie van de maatschappij wordt meegenomen?
Antwoord:
In de beleidsreactie Kuijken heeft de MJenV aangegeven de functie BOD,
BOA en politie in samenhang te willen bezien en dit periodiek te willen
herijken. Tegelijkertijd wil de MJenV het politiebestel laten
doorontwikkelen en verbeteren, maar ook rust gunnen. Voor de lange
termijn kan een bredere toekomstvisie dienstig zijn.
Vragen van het lid Boer, M.G.W. den (D66)
Vraag:
Is het toezicht op ict-projecten bij de politie voldoende geborgd met
het BIT?
Antwoord:
Toezicht op ict is onderdeel van het bredere toezicht op het beheer van
de politieorganisatie. De MJenV houdt in het algemeen toezicht op het
beheer van de politie, waaronder de ict. Het BIT voert het toezicht op
de specifieke ict-projecten uit.
De Inspectie JenV ziet toe op de kwaliteit van de taakuitvoering,
conform haar Werkprogramma 2019. De Inspectie kijkt daarbij ook
nadrukkelijk naar de toerusting, zoals de ict van de politie. In de
brief die is toegezegd in het AO Politie ict wordt daar nog voor het
debat over de evaluatie van de Politiewet 2012 nader op ingegaan.
Vragen van het lid Boer, M.G.W. den (D66)
Vraag:
Hoe staat het met kennis en kunde over de witwasproblematiek bij de
politie?
Antwoord:
Zoals MJenV in het AO Forensische Opsporing van 15 november jl. heeft
aangegeven, is het doel van 20% HBO-ers in de opsporing gerealiseerd.
Een groot deel van deze HBO-functies betreft de specialistenfuncties op
intelligence, digitaal rechercheren/cybercrime, financieel rechercheren
en forensische expertise (FO). Daarbij is ook sprake van inzet op witwas
problematiek.
Vragen van het lid Boer, M.G.W. den (D66)
Vraag:
Hoe kijkt de MJenV aan tegen internationale samenwerkingen om
bijvoorbeeld een waterbedeffect te voorkomen? En legt de MJenV daarbij
het accent op de rechtsstatelijkheid of meer het accent op de
pragmatische samenwerking tussen de landen?
Antwoord:
Met het aangaan van internationale samenwerking wordt door de MJenV
juist beoogd om waterbedeffecten zoveel mogelijk te vermijden en
integraal, over de grens problemen aan te pakken. Daarvoor zet de MJenV
zich ook actief in om deze via internationale samenwerkingsverbanden,
organisaties en dialogen gezamenlijk en met begrip voor elkaarsā
belangen en specifieke kenmerken problemen aan te pakken. Het in 2015
gesloten Hazeldonck pact is daar een duidelijk voorbeeld van; dat
voorziet nadrukkelijk in politiƫle en justitiƫle samenwerking gericht op
de afstemming en onderlinge samenhang van elkaars inspanningen. Dat
geldt ook voor het intensieve overleg met de Belgische partners en in
het kader van het strategisch politie overleg in Benelux verband.
Ook de door D66 genoemde voorbeelden van grensoverschrijdende lokale
samenwerking en EU agentschappen als Europol en Eurojust dragen daar aan
bij.
Andere recente voorbeelden van dergelijke grensoverschrijdende
samenwerking betreffen het uitwisselen van ervaringen met de
bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit, het Noord-Rijn
Westfalen Convenant en de Top van Parijs van 5 oktober jl., waar
Nederland met een aantal gelijkgestemde lidstaten heeft gesproken over
maatregelen die de bestrijding van terrorisme effectiever zullen
maken.
Er is geen sprake van een tegenstelling tussen internationale
pragmatisme en rechtsstatelijkheid. Bij het aangaan van internationale
samenwerking is rechtsstatelijkheid altijd een uitgangspunt. Een mooi
voorbeeld daarvan is het recente ondertekende Benelux verdrag voor
politiesamenwerking.
Vragen van het lid Boer, M.G.W. den (D66)
Vraag:
Wanneer kunnen we het actieprogramma over geweld tegen LBHTIāers
verwachten?
Antwoord:
De ministers van JenV en OCW zullen in het eerste kwartaal van 2019 een
Actieplan Veiligheid LHBTI aan uw Kamer zenden. In dat actieplan zullen
in ieder geval maatregelen worden aangekondigd om de meldingsbereidheid
van discriminatoir geweld te vergroten. Zaken als een luisterend oor,
begeleiding bij melding/aangifte, en investeren in kennis en expertise
zullen daarbij aan de orde komen, bijvoorbeeld via het netwerk Roze in
Blauw.
Vragen van het lid Boer, M.G.W. den (D66)
Vraag:
Is de MJenV het met D66 eens dat er een nieuwe strategie voor politie
samenwerking in Europa nodig is? Kan de MJenV ingaan op de plaats voor
de Benelux samenwerking daarin?
Antwoord:
De MJenV zal een herzien kader voor internationale politiesamenwerking
begin 2019 aan de Kamer sturen. Het beleidskader voor internationale
politiesamenwerking bepaalt op hoofdlijnen de beleidsprioriteiten voor
de internationale politiesamenwerking. Het beleidskader geeft richting,
kaders (gericht op rechtmatigheid, doelmatigheid en
continuĆÆteit) en randvoorwaarden voor de internationale inzet van
de politie. Samenwerking binnen Europa en de Benelux maakt hier
onderdeel van uit.
Vragen van het lid Boer, M.G.W. den (D66)
Vraag:
D66 ziet graag dat de MJenV het programma Kracht van het verschil
onafhankelijk evalueert. Worden de doelen om de werkcultuur bij de
politie inclusiever te maken behaald? Is dit in de hele organisatie goed
verankerd?
Antwoord:
De politie neemt extra maatregelen in het kader van het programma
āKracht van het verschilā, dat ook na 2018 voortgezet zal worden en
intern geƫvalueerd. De politie streeft bijvoorbeeld op landelijk niveau
naar 25% instroom van medewerkers met een dubbele culturele achtergrond
verkregen door afkomst, levens- of werkervaring. Dit streven is reeds
bereikt. De opdracht voor 2019 en verder zal zijn om de verschillende
themaās te verankeren in de bestaande portefeuilles, beleid en
werkprocessen. Daarmee worden deze themaās onderdeel van de reguliere
werkzaamheden en daarmee is de continue aandacht geborgd.
Vragen van het lid Boer, M.G.W. den (D66)
Vraag:
De naleving van de privacywetging is van essentieel belang bij
ICT-projecten. Is de MRb het met D66 eens dat de privacy voldoende
geborgd moet zijn voordat ICT-projecten van start gaan?
Antwoord:
Ja, hiermee ben ik het eens. Het ministerie van JenV borgt de naleving
van privacywetgeving bij alle ICT-projecten, alsook bij
data-experimenten door het volgen van de privacyrichtlijn, het uitvoeren
van Privacy Impact Analyses (PIAās) en het op basis daarvan treffen van
adequate beschermingsmaatregelen. Verder handelt het ministerie van
JenV binnen de kaders van de Wet justitiƫle en strafvorderlijke
gegevens en de Wet politiegegevens.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
John van de Heuvel kan zijn werk niet doen als journalist. De vraag aan
de minister van J&V is: waar eindigt dat? Kan hij straks niet meer
naar Pauw? Wat gaan we doen om ervoor te zorgen dat journalisten hun
werk kunnen doen? Dit geldt ook voor politici die hun werk niet kunnen
doen: het vrije woord wordt gesmoord. Dit moeten we niet accepteren.
Graag een reactie van de minister.
Antwoord:
Bedreigingen zijn onacceptabel. Voor onder meer journalisten geldt dat
in het bijzonder vanwege de belangrijke rol die zij vervullen in de
vertegenwoordiging van het vrije woord.
De situatie waarin dhr. van de Heuvel heeft een enorme impact op hem en
zijn omgeving. De MVenJ betreurt het ten zeerste dat hij wordt belemmerd
in de uitoefening van zijn werk.
De overheid probeert zo goed als mogelijk tegemoet te komen aan de
belangen van de persoon die beveiliging nodig heeft om diens
werkzaamheden mogelijk te maken. Beveiliging is erop gericht om met zo
min mogelijk impact zoveel mogelijk weerstand te creƫren tegen de
dreiging en het risico.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Welke rechten hebben journalisten die slachtoffer zijn van bedreigingen?
Mogen zij ook weten uit welke hoek de dreiging komt?
Antwoord:
Wanneer sprake is van bedreiging van een journalist, worden op basis van
de dreigingssituatie passende beveiligingsmaatregelen getroffen, waarbij
zowel de impact op de te beveiligen persoon als de omgeving in
ogenschouw worden genomen. Over de inhoud van het contact met te
beveiligen personen doet de MinJenV in het openbaar nooit
uitspraken.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Is de MJenV het ermee eens dat de demonstraties in deze weken niet
plaats zouden moeten vinden of staat het kabinet pal voor vrijheid van
meningsuiting?
Antwoord:
In het verlengde van het antwoord op een eerdere vraag van het lid
Buitenweg - waarin is gesteld dat iedereen recht heeft op vrije
meningsuiting en dat demonstreren een belangrijk grondrecht is - is het
kabinet van mening dat, wanneer daar door demonstranten op gepaste wijze
invulling aan wordt gegeven, er geen dagen zijn waarop een demonstratie
niet mag plaatsvinden. De burgemeester maakt in voorkomende gevallen
binnen de kaders van de Wet Openbare Manifestaties een afweging over het
eventueel verbieden of beƫindigen van een demonstratie.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Hoe ziet het onderzoek naar misbruik binnen de Jehovah's getuigen eruit?
PvdA vindt enkel aangiftebereidheid te smal en vindt dat er ook gekeken
moet worden naar het onderliggende patroon. Wat vindt de MRb
hiervan?
Antwoord:
Het onderzoek ziet niet alleen op aangiftebereidheid. Er wordt zowel
aandacht besteed aan regels en structuren binnen de gemeenschap van
Jehova's als aan de invloed hiervan op de aangiftebereidheid. Hierbij
wordt niet louter gekeken naar de situatie binnen Nederland, maar worden
ook internationale onderzoeken bekeken.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Er is meer nodig om de zwijgcultuur binnen religieuze gemeenschappen te
doorbreken. Kan MRb onderzoek doen naar een aangifte- en/of meldplicht
voor behandelaars van slachtoffers? Kan bij deze instellingen standaard
worden gewerkt met een VOG? Kan de MRb onderzoeken of er een
beroepsverbod mogelijk is voor religieuze leiders?
Antwoord:
De MRb deelt de zorg van het lid Kuiken over seksueel misbruik binnen
religieuze gemeenschappen. Ten aanzien van geloofsgemeenschappen zijn de
mogelijkheden om te intervenieren door de overheid beperkt. De scheiding
van kerk en staat maakt dat geloofsgemeenschappen niet onder gezag of
toezicht staan van de overheid. Niettemin is seksueel misbruik binnen
gesloten religieuze gemeenschappen wel een groot punt van zorg. De
eerste weg om dit te bestrijden is de strafrechtelijke handhaving door
politie en het Openbaar Ministerie. Daarom heeft MRb ook ten aanzien van
seksueel misbruik in de Jehova gemeenschap steeds opgeroepen aan
slachtoffers om aangifte te doen. Dan kan justitie in actie komen.
Daarnaast heeft MRb een onderzoek opgestart naar de mogelijkheid om de
aangifteplicht te verruimen in geval van seksueel misbruik van kinderen.
In dat onderzoek wordt ook meegenomen de werking van de meldplicht of
meldcode. De onderzoekers gaan kijken naar drie sectoren en hoe
meldplichten en meldcodes daar uitwerken: de zorg, het onderwijs en de
sport. De MRb verwacht de Kamer over de resultaten van dit onderzoek in
de zomer van volgend jaar te informeren.
Daarnaast is er het preventieve instrument van de Verklaring Omtrent het
Gedrag voor Natuurlijke Personen (VOG). Een wettelijk verplichte VOG
komt enkel voor in sectoren die door de overheid gereguleerd worden,
zoals het onderwijs, de kinderopvang en de taxibranche. In andere
sectoren kan de overheid enkel screening via de VOG aanbevelen en
faciliteren. Om het belang van screening te benadrukken, is de VOG sinds
1 november 2018 (onder bepaalde voorwaarden) gratis voor alle
vrijwilligers die werken met kwetsbaren. Dit geldt ook voor
vrijwilligers die werkzaam zijn binnen kerkgenootschappen. Vanwege de
scheiding van kerk en staat worden kerkgenootschappen niet gereguleerd
en bepalen zij dus zelf of en voor welke functies zij een VOG verplicht
stellen. De MRb stelt met tevredenheid vast dat grote kerkgenootschappen
zoals de RKK en de PKN inmiddels zelf de VOG verplicht hebben gesteld
voor een grote groep medewerkers en vrijwilligers. Zij kunnen bovendien
opteren voor een periodieke screening van medewerkers. Dit betekent dat
de VOG-screening na enige tijd wordt herhaald om eventuele nieuwe
justitiƫle antecedenten te kunnen screenen. Om het gebruik van het
aanvragen van een gratis VOG door vrijwilligers te blijven stimuleren,
vindt er regelmatig overleg plaats tussen de minister van VWS
(verantwoordelijk de gratis VOG-regeling) en het Interkerkelijk Contact
in Overheidszaken (CIO). Bij het CIO zijn dertig kerkgenootschappen
aangesloten.
De MRb begrijpt de wens om de mogelijkheden van een strafrechtelijke
ontzetting uit het recht om een ambt of beroep in religieuze
gemeenschappen nader te onderzoeken. Vanwege de scheiding van kerk en
staat en het niet gereguleerde karakter zijn de mogelijkheden van een
beroepsverbod op voorhand zeer beperkt. Desondanks wil de MRb laten
verkennen of en zo ja welke mogelijkheden er zijn en daarbij ook de
ervaringen in het buitenland betrekken.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Wat er op het punt van het biechtgeheim mogelijk om meldplicht te
bewerkstelligen? En wat vindt de MRb in dat licht van het beroepsgeheim
van doktoren en advocaten?
Antwoord:
Aan advocaten, notarissen, artsen en geestelijken komt een
verschoningsrecht toe. Dit is een belangrijk rechtsbeginsel. De
achtergrond ervan is dat iedereen zich vrij moet voelen om zich tot deze
personen om bijstand en advies te wenden, zonder vrees voor
openbaarmaking. Die geheimhouding geldt ook ten opzichte van politie en
justitie. Een meldplicht ten aanzien van het biechtgeheim zou niet
alleen het verschoningsrecht illusoir maken, het heeft ook weinig zin.
Het zou er simpelweg toe leiden dat personen bepaalde feiten niet meer
opbiechten. Bedacht moet worden dat het verschoningsrecht alleen geldt
voor geestelijken ā en dus niet voor iedere aanhanger van een geloof ā
en dat zij hun verschoningsrecht alleen kunnen inroepen ten aanzien van
bepaalde activiteiten (bijstand aan gelovigen in geestelijke nood).
Wanneer een aanhanger van een geloof weet heeft van strafbare feiten, de
geestelijke daarvan op een andere manier op de hoogte is geraakt ā
bijvoorbeeld omdat hij er getuige van is geweest - of wanneer de
organisatie zelf weet heeft van misbruik, dan geldt het
verschoningsrecht in beginsel niet. Op dit moment wordt onderzocht of de
aangifteplicht moet worden verruimd, zodat organisaties die weet hebben
van seksueel misbruik dit moeten melden.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Informatiedeling die burgemeesters nodig hebben om werk te doen bij
vergunningverlening. Wet Bibob is in eerste aanleg niet stevig genoeg.
Graag een reactie van de MJenV hierop.
Antwoord:
De wet Bibob is een ingrijpend instrument. Een uitbreiding van meer
onderlinge informatiedeling is een fundamenteel punt en vraagt een
zorgvuldige weging. Om die reden wordt dit aspect bekeken als onderdeel
van de mogelijke tweede tranche van wetgeving. Daarbij wordt ook de
motie van lid Kuiken (PvdA) betrokken om te komen tot een Nationaal
Bibob Register. Over dit onderwerp lopen momenteel gesprekken met onder
meer gemeenten, provincies en de RIECās. Zodoende houdt de verkenning
van dit aspect het huidige wetsvoorstel niet op. Zoals de MJenV uw Kamer
in de brief āversterking aanpak ondermijningā van 16 november jl. heeft
laten weten is het streven om deze verkenning in de eerste helft van
2019 af te ronden. Het huidig wetsvoorstel ligt reeds voor aan de Raad
van State.
Overigens lopen er ā los van de Wet Bibob ā ook andere trajecten die de
informatiedeling verbeteren, waaronder het wetsvoorstel
gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden. Te denken valt aan een
samenwerkingsverband van gemeenten, de politie, het openbaar ministerie
en de Belastingdienst waarin zij de inzet van hun bestuurlijke,
strafrechtelijke c.q. fiscale taken en bevoegdheden op elkaar afstemmen
om tot de meest effectieve aanpak van bijvoorbeeld ondermijnende
criminaliteit te komen.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Wordt er inderdaad op het ministerie JenV gezocht naar structurele
oplossingen voor georganiseerde criminaliteit? Kan de MJenV dit
bevestigen?
Antwoord:
Jazeker. Ter invulling van de investeringsmiddelen uit het regeerakkoord
is een breed pakket aan zowel preventieve als repressieve maatregelen
samengesteld, op basis van concrete versterkingsplannen van de regioās
en de betrokken landelijke partners. Hierover is de Tweede Kamer
uitvoerig geĆÆnformeerd per brief van 16 november 2018. Dit meerjarige
versterkingsprogramma maakt het mogelijk een stevige impuls te geven aan
de aanpak.
Op basis van de ingediende versterkingsplannen kan wel nu al
geconcludeerd worden dat er fors meer aan voorstellen uit het land is
aangedragen dan momenteel vanuit de beschikbare middelen te bekostigen
is. Als blijkt dat verder uitbouwen van de versterkte aanpak
noodzakelijk is, dan wordt dit in het kabinet ter sprake gebracht.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
De berichten over een hoge werkdruk en angstcultuur bij het OM baren de
ChristenUnie zorgen. Hoe kijkt de MJenV hiernaar en wat wil hij hier aan
doen?
Antwoord:
Signalen over hoge of te hoge werkdruk moeten zeer serieus worden
genomen. Binnen het OM wordt al geruime tijd gesproken over dit thema.
Belangrijk is dat er geen algemene uitspraken te doen zijn over de
ervaren werkdruk. De ervaren werkdruk vertoont veel variatie, er zijn
grote verschillen tussen en binnen de arrondissementen. Tevens zijn er
verschillende mogelijke oorzaken die aan de ervaren werkdruk ten
grondslag kunnen liggen: het kan gaan om verandering in de aard van het
werk, bijvoorbeeld doordat de inzet van OM niet alleen leidt
tot strafrechtelijke interventies maar ook een bijdrage levert aan
preventie en meer integrale aanpak. Dit alles maakt dat er niet ƩƩn
antwoord of ƩƩn uniforme aanpak op het thema werkdruk mogelijk is.
Voor uw vraag over de berichten over een angstcultuur bij het OM het
volgende: de commissie Fokkens heeft het College laten weten dat het
onderzoek naar verwachting aan het einde van dit jaar zal worden
afgerond. Het is opportuun om de resultaten van het onderzoek van de
Commissie af te wachten alvorens inhoudelijke vragen te beantwoorden,
zodat alle relevante informatie hierbij kan worden meegenomen.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Het staat het met de experimentbepaling die proeven met buurtrechters en
spreekuurrechters en videorechters kan ondersteunen?
Antwoord:
Het wetsvoorstel voor de Experimentenwet Rechtspleging ligt momenteel
bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Na ontvangst van het
advies zal de MRb zo snel mogelijk het wetsvoorstel bij uw Kamer in te
dienen, naar verwachting rond de jaarwisseling.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
De financiering van de Rechtspraak voldoet niet meer, gesprekken
hierover lopen nog. Op welke termijn verwacht de MRb overeenstemming te
bereiken met de Rechtspraak?
Antwoord:
De MRb streeft ernaar in de eerste helft van 2019 duidelijkheid te
verkrijgen over aanpassingen in de bekostigingssystematiek, zodat deze
kunnen worden toegepast in de onderhandelingen over de prijzen voor de
periode 2020 ā 2022.
De heer Van den Berg heeft over een aantal aspecten van de
bekostigingssystematiek geadviseerd: de plaats van vaste kosten, de
werklastmetingen en de PMJ-ramingen. Het advies is op 15 november naar
Uw Kamer gestuurd. Daarbij is aangegeven dat samen met de Raad wordt
bekeken of en hoe de aanbevelingen kunnen worden overgenomen. Ten
aanzien van de vaste kosten wordt in gezamenlijk overleg een voorstel
uitgewerkt waarin wordt afgebakend welke elementen voortaan geen deel
meer uit zouden moeten maken van de prijzen. Zodra meer inhoudelijk
duidelijk is over de gewenste aanpassingen in de bekostigingssystematiek
wordt de Kamer hierover geinformeerd.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
CU hecht er groot belang aan dat er voor iedereen toegang tot de rechter
is, ook mensen met weinig geld. N.a.v. Contourennota Rechtsbijstand:
Waar zal bijdragen voor rechtszoekenden op neerkomen? Wat betekenen
plannen precies? Minister wil contouren uitwerken. Welke partijen zal
hij daarbij betrekken?
Antwoord:
Voor de eigen bijdrage wordt verwezen naar het antwoord op een eerdere
vraag van het lid Groothuizen. De contouren voor de modernisering van
het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand verdienen nadere
uitwerking. Dat gebeurt met deskundigen uit de praktijk. De in de
motie-Groothuizen genoemde partijen liggen daarbij voor de hand. Maar
ook andere relevante partijen, zoals gemeenten en grote
uitvoeringsorganisaties, worden in de uitwerking betrokken. Ook wordt
nader onderzoek uitgevoerd. Zo worden bijvoorbeeld de te verwachten
gedragseffecten in beeld gebracht, ook van de voorgestelde
eigenbijdragesystematiek. In de eerste helft van 2019 wordt het ontwerp
van het stelsel nader vorm gegeven. Uw Kamer wordt daarover nog voor de
zomer van 2019 bericht. Medio 2020 wordt een midterm review uitgevoerd.
Het doel is de balans op te maken en bij te sturen waar nodig.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
In het regeerakkoord is afgesproken te zorgen voor een landelijk dekkend
netwerk t.a.v. de uitstapprogrammaās voor prostituees. Er blijken nu
echter grote gaten te vallen op plekken waar de uitstapprogrammaās hard
nodig zijn. Soms ontvangen de hulporganisaties nog maar de helft ten
opzichte van het jaar daarvoor. Is de staatssecretaris bereid om hier
nog eens naar te kijken zodat de nood gelenigd kan worden?
Antwoord:
Voor de verlenging van de Regeling uitstapprogrammaās prostituees II
(RUPS II) die loopt van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019 is 3 miljoen euro
beschikbaar. Er is voor bijna het dubbele aan subsidieaanvragen binnen
gekomen. Daarom moesten keuzes gemaakt worden. Hierbij zijn het
completeren van het landelijk dekkende netwerk en het behouden van
bestaande initiatieven de belangrijkste uitgangspunten geweest.
Alle aanvragen zijn aan de hand van dezelfde inhoudelijke criteria
beoordeeld en hebben op basis hiervan subsidie toegekend gekregen.
Bestaande programmaās hebben in ieder geval reeds bestaande activiteiten
zo veel als mogelijk gesubsidieerd gekregen. Welk bedrag precies is
toegekend, hangt van de individuele aanvraag af.
Vanaf juli 2019 zal een structurele regeling voor uitstaprogrammaās in
werking treden, waar jaarlijks eveneens 3 miljoen euro voor beschikbaar
is.
Op dit moment onderzoekt het WODC welke financieringssystematiek het
beste bij deze structurele regeling past.
De staatssecretaris gaat er vooralsnog van uit dat het budget dat voor
de structurele regeling beschikbaar is, toereikend is om (net zoals nu
het geval is met cofinanciering van andere partners zoals gemeenten) een
landelijk dekkend netwerk van uitstapprogrammaās te realiseren.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Is de MJenV bereidt om met zijn ambtsgenoot van VWS te kijken naar een
gecoƶrdineerde aanpak, waarin ook gebruikers en organisatoren van
festivals worden gewezen op hun verantwoordelijkheid en zich bewust
worden van de zware criminaliteit die achter een pilletje
schuilgaat?
Antwoord:
Het is belangrijk dat gebruikers zich realiseren welke criminele wereld
er schuilgaat achter de drugs die zij gebruiken. Daar moeten we mensen
op wijzen. De MJenV is met de staatssecretaris van VWS al in gesprek
over de wijze waarop deze boodschap kan worden uitgedragen. VWS stuurt
op korte termijn een visie op drugspreventie naar uw Kamer. Mensen die
al verslaafd zijn moeten uiteraard hulp krijgen, dat staat buiten kijf.
Daarnaast gaat de MJenV, zoals toegezegd tijdens het AO Georganiseerde
Criminaliteit/Ondermijning van 14 november 2018, in gesprek met
betrokken partijen over de handhaving van het drugsbeleid op
festivals.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Is de staatssecretaris bereid om binnen de extra recherchecapaciteit
voor mensenhandel meer capaciteit in te zetten voor de aanpak van
uitbuiting en kinderhandel in de Roma-gemeenschap?
Antwoord:
Met een stevig pakket aan maatregelen wil de staatsecretaris ervoor
zorgen dat politiemedewerkers en andere professionals sneller en beter
zicht krijgen op kinderen die zich in een uitbuitingssituatie
bevinden.
Zo is in de Veiligheidsagenda 2019-2022 mensenhandel als prioriteit
opgenomen voor de politie. Dit betekent dat in de politie-eenheden
geprioriteerd zal worden op mensenhandel.
Binnen de Afdelingen Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel (AVIM)
is capaciteit beschikbaar voor de aanpak van mensenhandel, waaronder de
uitbuiting van minderjarigen zoals Roma kinderen. Maar ook andere
onderdelen van de politie kunnen een rol spelen bij deze aanpak.
Daarnaast heeft het Landelijk Parket in het Tactisch programma
mensenhandel met de Landelijke Eenheid afgesproken dat de focus
onder meer ligt op georganiseerde, criminele uitbuiting. Daarbij gaat
het vaak ook om minderjarige slachtoffers.
Bovendien worden alle eerstelijns politiemedewerkers getraind in de
signalering van mensenhandel. Hierbij wordt expliciet aandacht besteed
aan de signalering van criminele uitbuiting van minderjarigen. In de
toekomst zullen dus nog meer politiemedewerkers in staat zijn deze vorm
van uitbuiting te herkennen
Ook wordt momenteel een voorlichtingsfilm voor professionals ontwikkeld
over het signaleren van criminele uitbuiting van minderjarigen. Deze
film zal ter beschikking worden gesteld aan alle professionals die met
deze kwetsbare groep werken, zowel binnen als buiten de politie.
Tot slot biedt een integrale landelijke expertgroep kinderuitbuiting
(voortgekomen uit het 13 Oceans onderzoek) zorg- en veiligheidspartners
ondersteuning bij de aanpak van concrete gevallen van
(grensoverschrijdende) kinderuitbuiting.
Met al deze maatregelen is ook voor de toekomst de focus op aanpak
kinderuitbuiting geborgd.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Ik wil het kabinet vragen in overleg te gaan met geloofsgemeenschappen
om te komen tot een werkbare oplossing voor het online uitzenden en
streamen van kerkdiensten, waarbij ook recht gedaan wordt aan het
openbare karakter van de erediensten.
Antwoord:
De MJenV is graag bereid om in het eerstvolgende bestuurlijk overleg met
het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, dat in het voorjaar van
2019 zal plaatsvinden, binnen de grenzen van de Algemene verordening
gegevensbescherming naar een werkbare oplossing te zoeken voor het
online uitzenden en streamen van kerkdiensten, waarbij ook recht gedaan
wordt aan het openbare karakter van de erediensten.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Mogen we de brief van het kabinet zo begrijpen dat zij het wetsvoorstel
herstelrecht concreet gaat betrekken bij de modernisering van Wetboek
voor Strafvordering?
Antwoord:
Het voorstel voor wetgeving gericht op herstelgerichte afdoening via
bemiddeling in strafzaken wordt betrokken bij het beleidskader waar op
dit moment aan gewerkt wordt. Dit beleidskader heeft tot doel handvatten
te bieden voor de inzet van typen herstelmodaliteiten in een
strafzaak. Hierbij ligt de focus op mediation in strafzaken, maar het
biedt ook handvatten voor andere herstelgerichte voorzieningen in het
strafrecht.
Als bij totstandkoming van het beleidskader blijkt dat er behoefte is om
de wet- of regelgeving aan te passen, dan zullen voorstellen tot die
aanpassing worden gedaan. Als aanpassing van regelgeving nodig is op het
niveau van een algemene maatregel van bestuur dan is deze niet
afhankelijk van het traject voor de modernisering van het Wetboek van
Strafvordering. Als het Wetboek van Strafvordering moet worden aangepast
dan zal worden bekeken of het mogelijk is aan te sluiten bij het
moderniseringstraject.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
De ChristenUnie wil gemeenten stimuleren werk te maken van beleid rondom
mensenhandel met het instellen van een keurmerk 'menshandel vrije
gemeente'. Dit initiatief houdt in dat een keurmerk wordt gegeven aan
een gemeente die: 1. een gemeentelijk anti-mensenhandelbeleid heeft, met
een concreet plan van aanpak; 2. een breed maatschappelijke,
multidisciplinaire samenwerking op het gebied van preventie, opsporing
en hulpverlening heeft en 3. een structurele publiek-private
samenwerking ontwikkelt tussen diverse sectoren zoals onderwijs, horeca,
banken en technologiebedrijven. Alhoewel het plan van aanpak
mensenhandel nog nader zal worden besproken in de Kamer, vraagt de
ChristenUnie de staatssecretaris of hij bereid is te kijken naar
voornoemd instrument?
Antwoord:
We blijven met gemeenten in gesprek over creatieve oplossingen om te
komen tot lokaal mensenhandel beleid. Hierbij zullen we ook het idee van
een keurmerk betrekken.
Om gemeenten te ondersteunen bij de uitwerking van de IBP afspraken,
zijn in het kader van het programma Samen tegen mensenhandel reeds twee
trajecten ingezet.
CoMensha heeft subsidie gekregen om gemeenten de komende twee jaar te
ondersteunen bij het realiseren van een landelijk dekkend netwerk van
zorgcoƶrdinatoren.
De VNG heeft daarnaast een projectleider aangesteld die gemeenten
ondersteunt bij het ontwikkelen van een effectieve aanpak van
mensenhandel.
Tevens zijn verschillende regioās bezig met de inrichting van zogenaamde
regionale tafels.
Een regionale benadering helpt gemeenten en voorkomt dat ze ieder voor
zich het wiel moeten gaan uitvinden. Doel is het bundelen van expertise
en inzet en het faciliteren van de wisselwerking tussen het landelijke,
regionale en het lokale niveau.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
De minister wordt gevraagd om het toepassen van herstelrecht binnen de
huidige wet- en regelgeving verder te bevorderen en de grote verschillen
die er nu bestaan in het doorverwijzen naar bemiddeling tegen te gaan.
Is de minister bereid om daar naar te kijken?
Antwoord:
De komende periode wordt gewerkt aan een beleidskader waarbij lessen uit
de huidige praktijk worden getrokken en waarbij aandacht is voor
kwaliteit. Dit beleidskader heeft tot doel handvatten te bieden voor de
inzet van typen herstelmodaliteiten in een strafzaak. Hierbij ligt de
focus op mediation in strafzaken, maar het biedt ook handvatten voor
andere herstelgerichte voorzieningen in het strafrecht. Aspecten rond
het doorverwijzen en verschillen daarin, kunnen hierbij goed worden
meegenomen.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
De ChristenUnie wil een plan van aanpak van de minister om
kansspelverslaving tegen te gaan, en een monitor waarin jaarlijks
gerapporteerd wordt over aard, omvang en problematiek van de
kansspelverslaving, met extra aandacht voor kwetsbare groepen van
jongvolwassenen van 18 ā 24 jaar. Kan de minister hierop een reactie
geven?
Antwoord:
Met de maatregelen uit de wet Kansspelen op afstand, het regeerakkoord
en de te actualiseren toezichtsagenda van de kansspelautoriteit wordt
voorzien in een plan van aanpak. Ook zal jaarlijks en driejaarlijkse
monitoring plaatsvinden.
De Kansspelautoriteit actualiseert op verzoek van de minister voor
Rechtsbescherming jaarlijks de toezichtsagenda, zo ook nu voor
2019-2020. In deze agenda worden ambities en doelstellingen ten aanzien
van verslavingspreventie opgenomen. Samen met vergunninghouders,
verslavingszorg en andere betrokkenen zal de Kansspelautoriteit werken
aan het verwezenlijken van deze doelen. Dit kan evenwel niet zonder
modernisering van de kansspelwetgeving.
Het in de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstel Kansspelen op afstand
kent een stevig pakket aan verslavingspreventiemaatregelen, zoals een
verplicht interventiemodel, inzet van vertegenwoordiger en
ervaringsdeskundigen, strikte regels voor reclame,
jongvolwassenenbeleid, een uitsluitingenregister (CRUKS) en een
verslavingspreventiefonds. Uw Kamer is hierover op 19 juni jl.
geĆÆnformeerd.
De jaarlijkse marktscan van de Kansspelautoriteit voorziet in een
monitor van de kansspelverslaving. Na inwerkingtreding van de wet
Kansspelen op afstand kan een meer compleet en betrouwbaar inzicht in de
aard en omvang worden verkregen: aanbieders krijgen aanvullende
rapportageverplichtingen ten aanzien van speelgedrag en preventiebeleid.
Ook de informatie van het uitsluitingenregister (CRUKS) en het
preventieloket zal bij de monitor worden betrokken.
Om nader inzicht te krijgen in de problematiek van de
kansspelverslaving is diepgaander bevolkingsonderzoek nodig, dat een
langere onderzoeks- en looptijd kent. Dit onderzoek wordt zoals in het
AO Kansspelen is toegezegd driejaarlijks uitgevoerd, zodat ook een
vergelijking met de nulmeting uit 2016 mogelijk is. Het Preventiefonds
dat via de wet Kansspelen op afstand ontstaat, maakt het mogelijk dat
indien gewenst verdiepend onderzoek uitgevoerd zal worden naar
specifieke doelgroepen.
In de inleiding op haar vraag refereerde mevrouw Van der Graaf aan de
ontwikkelingen in Denemarken. Het is goed te weten dat de Nederlandse
situatie sterk afwijkt van de Deense. Niet alleen de regelgeving
verschilt wezenlijk, ook het Nederlandse verslavingspreventiebeleid gaat
verder dan dat in Denemarken en veel andere lidstaten.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Het kabinet meldde vorige week dat de ontwikkeling van het
incassoregister vertraging oploopt. Kan de MRb aangeven hoe er werk
wordt gemaakt van het incassoregister? En welk tijdspad hoort
hierbij?
Antwoord:
Met het oog op de aanpak van de misstanden in de incassomarkt is een
interdepartementaal projectteam ingericht. De problematiek in de
incassomarkt is complex en vraagt om een integrale benadering, waar het
register onderdeel van is. Het is daarbij van belang om verschillende
perspectieven te betrekken. Er is een grote diversiteit aan partijen
(met elk hun eigen perspectief en belang) die in en rondom de
incassomarkt actief zijn en die zijn betrokken bij de nadere
probleemverkenning. In de beleidsvorming, ook ten aanzien van het
register is dit een onontbeerlijke stap die tijd kost. Momenteel is de
fase bereikt waarin een vertaalslag moet worden gemaakt van alles wat er
uit de dialoog met de diverse partijen naar voren is gekomen. Begin 2019
zal uw Kamer nader worden geĆÆnformeerd over het tot dusverre gevolgde
traject en de verdere vervolgstappen. Daarbij zal ook specifiek worden
ingegaan op het onderzoek naar, de planvorming rondom, en het tijdspad
van de implementatie van het incassoregister.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Welke drukmiddelen hebben we nu op Griekenland en hoe kunnen we de
humanitaire situatie bij kamp Moria verbeteren voor migranten? Wat gaat
Nederland doen samen met de andere EU landen om dat leed te
stoppen?
Antwoord:
Nederland onderhoudt, zoals uw Kamer bekend, nauw contact met de Griekse
autoriteiten, en ondersteunt deze met onder andere de doorlopende inzet
van expertise, mensen en materieel (zowel bilateraal als via de
agentschappen). Daarmee draagt Nederland ook bij aan kennisoverdracht
voor de lange termijn. De problemen op de eilanden zijn veelal te
herleiden tot overbevolking van de opvang op de eilanden. Om de druk op
de eilanden te verlichten en de omstandigheden in de opvangfaciliteiten
te verbeteren is het van belang dat snel duidelijk is wie mag blijven en
wie terug moet naar Turkije of het land van herkomst. Dat vereist
efficiƫntere asielprocedures en betere resultaten op terugkeer. De
Commissie, EU-agentschappen, lidstaten, ngoās en UNHCR bieden
Griekenland substantiƫle ondersteuning waar nodig en mogelijk, ook
financieel.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Wat kan kabinet doen om detentiekampen in Libiƫ te sluiten?
Antwoord:
De inzet van het kabinet is uw Kamer bekend. Mede door de internationale
samenwerking met de Libische autoriteiten op het gebied van migratie is
het mogelijk om belangrijke resultaten te boeken zoals, de toename van
het aantal personen dat vrijwillig terugkeert naar hun landen van
herkomst, de toegang van internationale hulpverleners tot de
detentiecentra en de uiteindelijke sluiting van deze centra. Dat is niet
mogelijk als wij niet betrokken blijven bij Libiƫ. De samenwerking stelt
ons ook in staat om de Libische autoriteiten aan te spreken. Wat het
kabinet ook consequent doet.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Waaruit blijkt dat de IND aan een āintegrale
geloofwaardigheidsbeoordelingā doet, terwijl de IND het oordeel van
andere deskundigen buiten beschouwing wil laten wanneer afgewezen
asielzoekers de beoordeling van de IND willen aanvechten?
Antwoord:
In de recente brief aan uw Kamer is uitgebreid uiteengezet dat overgaan
tot het instellen van een comitƩ van deskundigen niet wenselijk is. Waar
het asielverzoeken van lhbtiās en bekeerlingen betreft is het belangrijk
dat zowel de seksuele gerichtheid als de vraag of iemand bekeerling is
geen losse elementen zijn die apart kunnen worden beoordeeld. De toets
moet altijd plaatsvinden als onderdeel van een integrale
geloofwaardigheidsbeoordeling. Dit betekent dat alle relevante feiten en
omstandigheden door de IND bij de beoordeling moeten worden betrokken.
De integrale afweging betreft niet alleen de geloofwaardigheid maar ook
bijvoorbeeld de actuele situatie in het land van herkomst. Ook andere
informatie van en over de vreemdeling wordt betrokken, het kan hier
bijvoorbeeld ook gaan om informatie die tijdens de eerdere procedure
naar voren kwam. Het gehele dossier moet in samenhang worden bezien. Dit
blijkt duidelijk uit de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van
begin dit jaar, waarin het Hof concludeerde dat de
beslissingsautoriteit, in Nederland de IND, verantwoordelijk blijft voor
de asielbeslissing en dat daarom noch de IND, noch de rechter zich
uitsluitend mag baseren op een deskundigenadvies en dat de
beslissingsautoriteit noch de rechter aan een deskundigenadvies zijn
gebonden. Wel is het van belang dat verklaringen van derden bij de IND
kunnen worden ingediend en dat ook gemotiveerd wordt waarom een
dergelijke verklaring wel of niet meegewogen wordt in de beoordeling.
Onder het indienen van verklaringen door derden wordt ook verstaan door
partners of belangenorganisaties. De IND motiveert, op grond van de
nieuwe werkinstructies voor lhbtiās en bekeerlingen, meer nog dan
voorheen op welke wijze de verklaringen van derden bij de beslissing op
het asielverzoek zijn meegenomen.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Hoe staat het met de LVVās voor uitgeprocedeerden die niet terug kunnen
naar het land van herkomst? Gaan die nu van start? We wachten er al een
jaar op
Antwoord:
Sinds begin dit jaar heeft de staatssecretaris constructieve gesprekken
met de VNG en verschillende gemeenten over de ontwikkeling van
landelijke vreemdelingenvoorzieningen (LVV's), die in de plaats kunnen
komen van de huidige bed-bad-broodvoorzieningen. De staatssecretaris
heeft er vertrouwen in dat de gesprekken met de VNG en verschillende
gemeenten op korte termijn tot een samenwerkingsafspraak zullen
leiden.
Zoals de staatssecretaris heeft gezegd in het debat op 17 mei jl. en in
mijn brief van 11 juni jl., informeer ik de Kamer zodra deze gesprekken
tot besluitvorming leiden.ā
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Gaat er nu iets veranderen in de manier waarop bekeerlingen en lhbtiās
in de procedure beoordeeld worden of niet? Verandert er iets in het
beleid of gaat het op dezelfde voet door? Gaan zaken van bekeerlingen
opnieuw beoordeeld worden als er bijvoorbeeld geen onderscheid is
gemaakt tussen passieve en actieve bekering? Of als hen eerder is
gevraagd of zij wel een zorgvuldige afweging van verschillende religies
en stromingen hebben gemaakt? (Net als zaken van lhbtiās als zij
afgewezen zijn omdat hun bewustwordingsproces of wijze van
zelfacceptatie niet zouden kloppen.) Ik lees daar niets over in de
brieven van de staatssecretaris. Hoe moet ik die nu begrijpen?
Antwoord:
De verandering in de wijze van beoordeling van bekeerlingen en lhbtiās
is dat de IND nog meer dan voorheen open vragen stelt, gericht op het op
tafel krijgen van het persoonlijke verhaal. Op deze manier wordt ook
zoveel mogelijk rekening gehouden met de achtergrond van de vreemdeling,
zoals opleidingsniveau, cultuur, leeftijd. Dit geldt zowel voor
asielverzoeken van lhbtiās als van bekeerlingen. Het gaat hierbij niet
om een beleidswijziging, maar om een aanpassing in de wijze van horen en
van de weging van de elementen bij de beoordeling. Daarbij ligt in
gehoren van lhbtiās de nadruk niet langer op het bewustwordingsproces en
de zelfacceptatie. Voor bekeerlingen wordt, zoals ook in de brief van 13
november aangegeven, in de werkinstructie expliciet onderkend en
beschreven dat een bekering op verschillende manieren tot stand kan
komen. In de werkinstructie is ook aandacht besteed aan het verschil
tussen een actieve en een passieve bekering. Ook is er nadrukkelijker
aandacht voor afvalligheid en wordt er niet meer verwacht dat een
vreemdeling zich voorafgaand aan zijn bekering heeft verdiept in
verschillende kerken of stromingen binnen een kerk. Als er sprake is van
een volgende aanvraag bij bekeerlingen moeten aan deze opvolgende
aanvraag nieuwe elementen en bevindingen ten grondslag worden gelegd.
Zaken van bekeerlingen worden niet standaard opnieuw beoordeeld. Als de
eerdere bekering ongeloofwaardig is geacht, draait het om de vraag
waarin de bekering in de onderhavige aanvraag verschilt ten opzichte van
de vorige procedure. Met andere woorden: wat is er nieuw aan de
bekering, waardoor er nu wel sprake is van een oprechte bekering? Wel
wordt onderzocht of de eerdere beoordelingen voldoende zijn naar de
huidige maatstaven. Daarbij is van belang dat ook vóór de nieuwe
werkinstructie een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling plaatsvond en
de drie elementen (motieven voor en proces van bekering; kennis en
activiteiten) bij de beoordeling betrokken dienden te worden.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Volgend jaar zomer komen de uitkomsten van de pilot in Den Bosch over de
beoordeling van LHBTI- of bekeringszaken. Moeten die uitkomsten tot de
zomer wachten, aangezien de pilot begin dit jaar is gestart? Kan dit
niet sneller?
Antwoord:
Uw Kamer wordt vóór het komende zomerreces hierover geïnformeerd. De
SJenV zal met de IND bezien in hoeverre tussentijdse rapportage mogelijk
is. Totdat uw Kamer is geĆÆnformeerd over de evaluatie zal de werkwijze,
die in Den Bosch op basis van de pilot wordt gevolgd, gecontinueerd
worden.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Is de minister met 5OPLUS van mening dat de aangiftebereidheid in
algemene zin omhoog moet? Kan de campagne worden uitgebreid naar
aangifte doen in het algemeen? Er is elk jaar een campagne van de
belastingdienst om aangifte te doen van inkomsten. Dat zou toch ook
kunnen voor het doen van aangifte van een misdrijf?
Antwoord:
Meldingen en het doen van aangifte heeft altijd zin. Het beleid is en
blijft er daarom op gericht om meldings- en aangiftebereidheid voor alle
delicten te blijven stimuleren. Het verstevigt de informatiepositie van
de politie en maakt het mogelijk gerichter op te sporen.
In 2016 heeft het WODC onderzoek gedaan naar aangiftebereidheid. De
conclusie was dat dƩ aangiftebereidheid niet bestaat. Slachtoffers maken
per type delict een eigen kosten-baten afweging in hun keuzeproces tot
het doen van aangifte. De stimulering van aangiftebereidheid zal per
type delict bekeken moeten worden, zoals dat nu ook gebeurt bij
zedenmisdrijven en cyber. Per type delict zal gekeken moeten worden of
een campagne het meest aangewezen middel is.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Hoe zit het met het slachtoffer? Komt het wel eens voor dat een
slachtoffer bij aangifte weet dat hij de hulp van een advocaat kan
inroepen? Wat vindt de minister ervan om voor slachtoffers van een
halsmisdrijf of verkrachting, die aangifte komen doen en die recht
hebben op een advocaat, er een piketmelding uitgaat naar een
slachtofferadvocaat? Graag een reactie.
Antwoord:
Slachtoffers van ernstige gewelds- en zedendelicten hebben bij aangifte
al recht op bijstand door een gespecialiseerde advocaat. Daarnaast
kunnen zij ook voorafgaand aan aangifte al voor juridisch advies terecht
bij de kosteloze dienstverlening van Slachtofferhulp Nederland (SHN).
Slachtoffers worden bij aangifte door middel van de verklaring van
rechten door de politie geĆÆnformeerd over het recht op kosteloze
rechtsbijstand voor slachtoffers van ernstige gewelds- en
zedenmisdrijven. Slachtoffers kunnen zich dan zelf melden bij een
advocaat of kunnen door SHN worden doorverwezen. De MRb acht een
piketmelding dan ook niet noodzakelijk voor slachtoffers. Op dit moment
loopt een onderzoek naar de praktijk van de slachtofferadvocatuur,
waarin wordt onderzocht hoe de doorverwijzing van SHN naar de advocatuur
nu loopt. De resultaten van dit onderzoek stuurt de MRb begin 2019 naar
de Tweede Kamer voorzien van een beleidsreactie.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
60 procent van alle rechtszaken waarbij sprake is van gesubsidieerde
rechtsbijstand, zijn zaken tegen de overheid. Goede rechtsbijstand en
toegang tot de rechter is daarom van wezenlijk belang voor
rechtszoekenden om op te komen tegen die machtige overheid. Dan kan het
toch niet zo zijn dat diezelfde overheid de toegang tot het recht
moeilijker gaat maken. Graag een reactie.
Antwoord:
Ook in het nieuwe stelsel blijft de toegang tot het recht gewaarborgd,
ook in zaken waarin de overheid als procederende (weder)partij betrokken
is. Een onafhankelijke organisatie beoordeelt of gesubsidieerde
rechtsbijstand nodig is, of dat lichtere vormen van hulp kunnen worden
geboden. Het belang van de rechtzoekende is hierbij leidend. Voor
strafzaken geldt daarbij dat de inzet van rechtsbijstand wordt
toegekend, zonder een toets op nut en noodzaak.
Overigens klopt het dat de overheid wederpartij is in de meerderheid
(circa 60 procent) van de zaken waarin gesubsidieerde rechtsbijstand
wordt verleend. Het gaat daarbij niet alleen om zaken in strafrecht en
asielrecht, waarbij de overheid vanzelfsprekend betrokken is, maar ook
(in bijna 11 procent) om andere bestuursrechtelijke procedures met onder
andere het UWV, DUO, de SVB, de Belastingdienst en gemeenten. Het
kabinet acht het van groot belang dat ook de overheid kritischer naar
zichzelf gaat kijken. De inspanningen van alle bestuursorganen moeten
erop gericht zijn problemen zo informeel en laagdrempelig mogelijk op te
lossen. Als bij een juridische procedure een bestuursorgaan in het
ongelijk wordt gesteld, wordt het uitgangspunt dat het bestuursorgaan
een proceskostenveroordeling krijgt opgelegd.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Klopt het dat er rechtshulppakketten komen? En klopt het dat die
rechtsbijstandspakketten niet altijd de mogelijkheid bieden om het
geschil aan de rechter voor te leggen? Klopt het dat deze pakketten
straks aangeboden kunnen worden door particuliere verzekeraars?
Antwoord:
In de contourennota d.d. 9 november jl. wordt voorgesteld om voor
veelvoorkomende problemen te gaan werken met
rechtshulppakketten. Uitgangspunt is daarbij dat een rechtshulppakket
voorziet in een integrale behandeling van een probleem voor een
integrale prijs. In een rechtshulppakket kunnen meerdere interventies
standaard worden opgenomen. In zaken waarin verplichte
procesvertegenwoordiging geldt, moet de dienstverlening van een advocaat
onderdeel zijn van een rechtshulppakket. Aanbieders van
rechtshulppakketten kunnen coƶperaties van sociaal advocaten zijn, maar
ook andere juridische adviseurs, verzekeraars, mediators of nieuwe
toetreders tot de markt. Aan de aanbieders van rechtshulppakketten
kunnen eisen worden gesteld met betrekking tot de benodigde competenties
en deskundigheid.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Hoe zit het met mensen die geen rechtshulpverzekering afsluiten, en zelf
de gang naar de rechter niet kunnen betalen, staat voor hen de weg naar
de rechter straks nog open? Moet en kan straks iedereen een verzekering
afsluiten?
Antwoord:
De toegang tot de rechter is en blijft gewaarborgd. Ook voor degenen
met een laag inkomen. In de Contourennota d.d. 9 november jl. wordt het
concept van rechtshulppakketten geschetst voor rechtzoekenden binnen het
stelsel, en mogelijk ook (op de commerciƫle markt) voor degenen die nu
boven de inkomensgrens van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) vallen.
Laatstgenoemden dragen in dat geval de kosten voor een rechtshulppakket
zelf, maar kunnen bij een rechtshulppakket wel het voordeel hebben dat
vooraf inzichtelijk is welke vorm van hulp aangeboden wordt, tegen welke
kwaliteit en tegen welke kosten. Rechtzoekenden die binnen de Wrb
vallen, kunnen in aanmerking komen voor een gesubsidieerd
rechtshulppakket. Daarbij worden geen rechtsgebieden uitgezonderd. Het
kabinet kiest daarmee niet voor de introductie van een
verzekeringsstelsel.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Vooral de regio Brabant / Zeeland kampt met enorme drugsgerelateerde
problemen. Het gaat om nietsontziende criminaliteit die de samenleving
en de democratie ondermijnt. Er is een bedrag van totaal van 24,5
miljoen euro beschikbaar voor deze regio. Dat is nodig, maar krijgt de
regio ook de kans om met een eigen experimentele aanpak betere
resultaten te behalen?
Antwoord:
Ja, in alle regioās - dus ook in de twee regioās Zeeland-West-Brabant en
Oost-Brabant - is er nadrukkelijk ruimte voor innovatieve aanpakken in
het kader van de aanpak van ondermijnende criminaliteit, zodat in de
praktijk verkend kan worden welke aanpak het beste werkt. Pilots of
experimenten die succesvol blijken, kunnen vervolgens breder in het land
opvolging krijgen.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Ziet de MJenV nu, in combinatie met zijn voorstellen om de
aangiftebereidheid te vergroten, wel de voordelen van een
'aangifte-agent'?
Antwoord:
De MJenV onderschrijft het belang van het doen van meldingen en
aangifte. Waar nodig worden agenten met specifieke expertise ingezet
voor het opnemen van een aangifte, zoals bij zedendelicten. Het
aanstellen van een aangifte-agent gaat in tegen deze aanpak.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
In de strijd tegen terrorisme spraken we in het voorjaar over de
ongewenste buitenlandse invloed op Nederlandse moskeeƫn, die kan leiden
tot radicalisering in Nederland. Hoe staat het met de beloofde
maatregelen?
Antwoord:
Het kabinet zet in op het vergroten van de transparantie over
financieringsstromen naar maatschappelijke en religieuze organisaties.
De MRb streeft ernaar voor het einde van het jaar een wetsontwerp
dienaangaande in consultatie te brengen. Daarnaast worden onder de
verantwoordelijkheid van de MSZW de mogelijkheden verkend om ongewenste
buitenlandse financiering naar maatschappelijke en religieuze
organisaties in Nederland te beperken. Ook wordt hard gewerkt aan de
afronding van een aantal andere verkenningen. Het kabinet zal de Kamer
hierover voor het einde van het jaar nader informeren.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat er ook echt meer veroordelingen
volgen voor mensenhandel?
Antwoord:
Afgelopen week is de brief over de Veiligheidsagenda aan Uw Kamer
aangeboden. Mensenhandel is daarbij aangemerkt als een van de
prioriteiten. Concreet is afgesproken dat het aantal gemelde
slachtoffers door de politie bij CoMensha moet stijgen. Ook het aantal
(complexe) mensenhandelonderzoeken wordt geacht toe te nemen. Verder
wordt hierin een concreet groeipad opgenomen voor het aantal verdachten
dat bij het OM wordt aangedragen.
Door het vorige Kabinet is al jaarlijks 2 miljoen extra beschikbaar
gesteld voor de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel. Met behulp van
deze middelen is de politie bezig de beschikbare capaciteit ook
kwalitatief weer op peil te brengen.
Het duurt even voordat deze activiteiten effect sorteren, maar de eerste
resultaten beginnen zichtbaar te worden. Zo constateerde het OM recent
dat er sprake is van een lichte stijging van het aantal
mensenhandelzaken dat in 2018 is opgepakt.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Er zijn intussen meerdere wetsvoorstellen om illegale prostitutie tegen
te gaan. Maar wetsvoorstellen die geen wet worden, hebben geen effect.
Dit traject loopt nu zoān tien jaar. Hoe wordt nu snelheid gemaakt? Hoe
wordt voorkomen dat gemeenten afwachten tot er een gewijzigde wet
komt?
Antwoord:
De staatssecretaris vindt het belangrijk een breed gedragen voorstel aan
de Tweede Kamer voor te leggen en spreekt daarom in het kader van de
totstandkoming van de wet met verschillende belanghebbenden die
uiteenlopende standpunten vertegenwoordigen ten aanzien van prostitutie
en de vraag hoe de prostitutiebranche het beste gereguleerd kan worden.
De staatssecretaris zal het wetsvoorstel het eerste kwartaal van 2019 in
consultatie brengen.
De meeste gemeenten hebben de prostitutiebranche lokaal gereguleerd en
zijn actief bezig om illegale prostitutie tegen te gaan. Gemeenten en
ministerie hebben regelmatig contact met elkaar en werken ook
vooruitlopend op de wet al nauw samen om misstanden in de
prostitutiebranche zo veel mogelijk te voorkomen en aan te pakken.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Het is beschamend dat een klein land zo groot is geworden in
drugscriminaliteit. De pakkans is te klein, de strafmaat is te laag, de
relativering van drugsgebruik te groot. Hoe kunnen we erop vertrouwen
dat dit kabinet deze trend echt gaat keren?
Antwoord:
De aanpak van de illegale drugsindustrie is een absolute prioriteit.
Niet voor niets is bij de extra investeringen in de aanpak van
ondermijning een scherpe focus gelegd op deze drugsindustrie. In de
brief die ik vorige week vrijdag aan uw Kamer stuurde staat dit
uitvoerig beschreven. Deze geĆÆntensiveerde aanpak richt zich
bijvoorbeeld op het verminderen van de kwetsbaarheid van belangrijke
mainports ā zoals Schiphol of de Rotterdamse haven ā voor drugssmokkel.
En op het versterken van de weerbaarheid van sectoren, branches of
bedrijventerreinen die vatbaar zijn voor verwevenheid van onder- en
bovenwereld.
Op deze manier wordt stevig ingezet op de aanpak van de productie van
synthetische drugs en hennep in Nederland en op de smokkel van cocaĆÆne,
inclusief de bijbehorende criminele geldstromen, bedreigingen en
geweld.
Naast het hard optreden tegen de criminele lieden in de drugsindustrie
is het ook belangrijk dat gebruikers beseffen welke criminele wereld er
schuilgaat achter de drugs die zij gebruiken, zoals mevrouw Van der
Graaf dinsdag aankaartte. Daar wil MJenV mensen op aanspreken. En
overlegt hierover met staatssecretaris Blokhuis van VWS. Deze stuurt op
korte termijn zijn visie op drugspreventie naar uw Kamer.
Daarnaast gaat MJenV, zoals toegezegd tijdens het AO Georganiseerde
Criminaliteit/Ondermijning van 14 november jongstleden, in gesprek met
betrokken partijen over de handhaving van het drugsbeleid op
festivals.Vragen van het lid Staaij, C.G. van der
(SGP)
Vraag:
Hoe zijn de adviezen van de commissie Hoekstra gewaarborgd? We zijn
benieuwd naar de evaluatie en de uitvoering van de SGP motie over het
voorsorteren op een ruimere DNA-wet. Hoe staat het daarmee?
Antwoord:
Deze behoefte aan urgentie wordt ten zeerste gedeeld. Ook de MVenJ
wil hier maximaal op inzetten. Alle maatregelen van de Commissie
Hoekstra zijn of worden dan ook opgepakt. De borging verloopt door de
eigen verantwoordelijkheid van de betrokken organisaties en doordat de
uitvoering van de adviezen van de heer Hoekstra, de Inspectie JenV en de
procureur-generaal bij de Hoge Raad gezamenlijk worden gemonitord en
bijgestuurd. Binnen de verschillende deeltrajecten (DNA-afname bij
veroordeelden, de tenuitvoerlegging van straffen en aanpak personen met
verward gedrag) wordt gericht gestuurd op de realisatie van de
verbetermaatregelen. Aan de evaluatie van de Wet DNA-V wordt hard
gewerkt. Op verzoek van de Tweede Kamer is de opleverdatum vervroegd
naar 1 maart 2019. Deze datum staat nog steeds.
Op dit moment werken OM, politie, KMar, NFI, CJIB en andere
ketenpartners met het departement aan de uitwerking van scenarioās voor
conservatoire afname van celmateriaal. Alle inspanningen zijn erop
gericht om de uitwerking van scenarioās beschikbaar te hebben op het
moment dat het evaluatierapport van de Wet DNA-V wordt gepubliceerd,
zodat spoedig kan worden beslist over een eventuele aanpassing van de
Wet DNA-V.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
De wachttijd in de civiele rechtspraak en bij digitale zaken zou in
sommige arrondissementen enorm zijn opgelopen. Herkent de MRb deze
ontwikkeling en deelt hij onze mening dat dit ongewenst is? Hoe kunnen
die wachttijden teruggedrongen worden?
Antwoord:
De doorlooptijden van rechtszaken zijn al enige jaren een bijzonder
aandachtspunt voor de Rechtspraak. Het structureel terugdringen daarvan
blijkt echter lastig te realiseren. Dit blijkt o.a. uit het jaarverslag
van de Rechtspraak 2017, waarin staat dat in de afgelopen vijf jaar de
duur van rechtszaken bij de gerechtshoven vrijwel gelijk zijn gebleven
en bij de rechtbanken zijn toegenomen. Verkorting van de doorlooptijden
is dus ā ook in de komende periode ā een van de prioriteiten van de
Rechtpraak. Instrumenten daarvoor zijn de versterking van de regierol
van de rechter waarmee de tijd tussen start en uitspraak in een zaak
terug kan worden gebracht en het tijdig opvangen van piekbelastingen
door de flexibele inzet van rechters of het behandelen van zaken door
een ander gerecht. De RvdR stimuleert en faciliteert waar mogelijk dat
gerechten een impuls gaan geven aan het flexibel inzetten van rechters.
Daarnaast is een wetsvoorstel in voorbereiding dat het voor gerechten
makkelijker maakt om bij capaciteitsproblemen zaken te laten behandelen
in een andere zittingsplaats. Met de flexibele inzet van rechters en de
flexibilisering van de behandeling van zaken zouden gerechten beter in
staat moeten zijn om elkaar bijstand te verlenen als sprake is van
piekbelasting. Tot slot worden de doorlooptijden onderzocht in de nu
lopende Visitatie gerechten. Het rapport van deze Visitatie is naar
verwachting in februari volgend jaar gereed.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Er is angst bij organisaties in de (jeugd)zorg om zaken te melden
vanwege de AVG. Wat gebeurt er om er concreet voor te zorgen dat alle
meldingen op de juiste plek terechtkomen?
Antwoord:
Als organisaties in de (jeugd)zorg angst hebben om zaken te melden
vanwege de AVG, is het de vraag of die angst wel terecht is. Zoals ook
de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens (AP) regelmatig naar
voren brengt, kan onder de AVG meer dan soms wordt aangenomen. In dat
verband is van belang dat de AVG op verschillende punten volgt wat ook
al onder de Wet bescherming persoonsgegevens gold. Voor zover
organisaties in de (jeugd)zorg toch angst hebben om zaken te melden,
kunnen zij op de website van de AP veel informatie vinden over wat wel
en niet mag, en desgewenst ook met de AP contact opnemen. Voor vragen
over de AVG kunnen deze organisaties ook terecht bij de helpdesk AVG
voor zorg, welzijn en sport. Deze helpdesk is een samenwerking tussen
koepelorganisaties in de zorg, het sociaal domein, NOC*NSF en het
ministerie van VWS. De informatie op deze website wordt afgestemd met de
Autoriteit persoonsgegevens.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Wat is de zienswijze van de MJenV om de strafbaarstelling van hulp bij
zelfdoding aan te scherpen en om informatie over zelfmoordpoeders en
verspreiding van zelfmoordhandboeken tegen te gaan?
Antwoord:
De Wet toetsing levensbeƫindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding
(Wtl) is het enige wettelijke kader in onze wetgeving dat mogelijkheden
biedt voor actieve levensbeƫindiging en daarmee dus ook voor de te
gebruiken middelen. De wet stelt dat alleen de arts straffeloos kan zijn
bij het beƫindigen van het leven van een ander of bij het daarbij
behulpzaam zijn, indien die arts dat meldt Ʃn daarbij heeft voldaan aan
de wettelijke zorgvuldigheidseisen uit de Wtl. Voor ieder ander is hulp
bij zelfdoding, of het verschaffen van middelen daartoe, strafbaar
wanneer dit leidt tot de dood. Het verstrekken van algemene informatie
over zelfdoding of het bieden van morele steun is niet strafbaar. Steun
en algemene informatie geven mag. Op basis van de huidige regelgeving
heeft het OM eerder dit jaar, zoals bekend, een strafrechtelijk
onderzoek ingesteld tegen de Coƶperatie Laatste Wil (CLW) hetgeen ertoe
heeft geleid dat de CLW de bewuste werkzaamheden heeft gestaakt. De
huidige wet biedt dus voldoende aanknopingspunten om strafbaar handelen
tegen te gaan.
De laatste maanden zijn er in de samenleving zorgen ontstaan over de
beschikbaarheid en het gebruik van bepaalde chemische stoffen voor
suĆÆcide. Deze zorgen deelt de MJenV. De minister van VWS heeft uw Kamer
in september van dit jaar geĆÆnformeerd over de uitkomsten van een
verkenning naar mogelijkheden om de levering van stoffen die gebruikt
kunnen worden voor suĆÆcide, te reguleren. Hieruit blijkt dat regulering
via juridische maatregelen, zoals het verbieden van stoffen of het
verbieden van verkoop van de stoffen aan particulieren, ingewikkeld is
en bovendien beperkt effectief. Meer impact heeft het om in te zetten op
drie actielijnen: 1) zelfregulering door de chemiesector, 2) extra
alertheid van toezichthouders op de wettelijke eisen bij verkoop aan
particulieren, en 3) monitoring van onwenselijke ontwikkelingen in het
gebruik van stoffen door partners in de gezondheidszorg. De minister
van VWS heeft aangegeven dan ook op deze lijnen in te zullen zetten.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Kleinere instellingen als scholen, verenigingen, kerken en kleinere
bedrijven ondervinden veel hinder van de AVG. Er is nog veel
onduidelijkheid en een verkrampte omgang met de regels. Wat wordt er nu
concreet gedaan aan de uitvoering de SGP-motie over het ontzien van
maatschappelijke organisaties?
Antwoord:
Onder de AVG kan meer dan soms wordt aangenomen. Zo is het ā anders dan
wel wordt verondersteld ā niet verboden om op scholen fotoās van
leerlingen te nemen, als het schoolbestuur daarvoor maar periodiek,
bijvoorbeeld ƩƩn keer per jaar, toestemming vraagt. Een ander voorbeeld
is de veronderstelling dat de AVG verbiedt dat in een preek aandacht aan
zieke kerkleden wordt gegeven. Dat mag natuurlijk wel, al was het maar
omdat zoān preek op zich niet onder de werking van de AVG valt. Wel zal
men, als een kerkdienst wordt uitgezonden, aandacht aan de privacy van
betrokkenen moeten geven, bijvoorbeeld door, zoals de Autoriteit
persoonsgegevens suggereert, mededelingen en voorbedes waarin
persoonsgegevens voorkomen, te dempen of niet uit te zenden en mensen op
bepaalde, van tevoren aangekondigde plekken in de kerk niet herkenbaar
in beeld brengen als ze dat niet willen. Dit houdt bij mededelingen over
zieken verband met artikel 9, eerste lid, van de AVG, op grond waarvan
het verboden is om gezondheidsgegevens van mensen zonder hun toestemming
te verwerken, uitzonderingen die hier niet ter zake doen daargelaten.
Verder valt te wijzen op artikel 9, tweede lid, aanhef en onderdeel d,
AVG. Uit die bepaling vloeit voort dat persoonsgegevens waaruit
religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken, in beginsel
verwerkt mogen worden door kerken in het kader van hun gerechtvaardigde
activiteiten en met passende waarborgen. Voorwaarde daarbij is echter
dat de verwerking uitsluitend betrekking heeft op de leden of de
voormalige leden van de instantie of op personen die in verband met haar
doeleinden regelmatig contact met haar onderhouden, en dat de
persoonsgegevens niet zonder de toestemming van de betrokkenen buiten
die instantie worden verstrekt. Overigens volgt de AVG op verschillende
punten wat ook al onder de Wet bescherming persoonsgegevens gold. Als
men het bij scholen, verenigingen, kerken of kleinere bedrijven over
hinder heeft, lijkt het dan ook voor tenminste een deel om achterstallig
onderhoud te gaan.
Over de ervaringen van kleine verenigingen met de AVG en de
Uitvoeringswet AVG is intussen navraag gedaan bij de Vereniging
Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk en is specifiek voor
sportverenigingen door NOC*NSF een vragenlijst uitgezet. Het algemene
beeld dat hieruit rijst, is dat ook nu ā een half jaar na
inwerkingtreding van de AVG ā er vooral behoefte blijft aan goede
informatie. Daarin voorziet in de eerste plaats de Autoriteit
persoonsgegevens. Op haar website heeft zij onder meer informatie
opgenomen over de plicht tot het aanstellen van een functionaris voor de
gegevensbescherming (FG), waar de desbetreffende motie om vroeg. Verder
maakt de AP zich binnen de European Data Protection Board hard voor een
gemeenschappelijk uitleg van het begrip āgrootschalige
gegevensverwerkingā, dat mede leidend is voor de aanstelling van een FG.
Daarnaast biedt de helpdesk AVG voor zorg, welzijn en sport informatie
die specifiek voor die sectoren is bestemd. Aan kerken ā tot slot ā
geeft ook het Interkerkelijk Contact in Overheidsaken voorlichting, die
het, zo nodig, afstemt met de Autoriteit persoonsgegevens en met het
ministerie.Vragen van het lid Staaij, C.G. van der
(SGP)
Vraag:
Volgens Professor Frissen zouden euthanasiezaken niet zomaar in een
toetsingscommissie afgehandeld mogen worden maar op zijn minst een
voorafgaande rechterlijke toetsmoeten ondergaan. Wat is de reactie van
de minister daarop?
Antwoord:
In het regeerakkoord is vastgelegd dat bij besluitvorming over
medisch-ethische onderwerpen bestaande wet- en regelgeving voor alle
partijen het uitgangspunt is. Het derde evaluatierapport van de Wet
toetsing levensbeƫindiging (Wtl) laat zien dat de toetsingscommissies
goed functioneren en dat zowel de leden zelf als de artsen tevreden zijn
over de kwaliteit van de beoordeling. Er is welbewust gekozen voor een
zware, multidisciplinaire invulling van deze toetsingscommissies waarin
niet alleen juristen, maar ook artsen en bovendien ethici zitting
hebben. Juist deze multidisciplinaire samenstelling van de RTE wordt als
waardevol gezien. Bij het beoordelen van een melding, kijkt de commissie
altijd naar de context waarbinnen de euthanasie is uitgevoerd en worden
er veel factoren mee gewogen om tot een gemotiveerd oordeel te
komen.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Er zijn eindeloze technologische mogelijkheden voor mensen met een
kinderwens. Maar zijn die ook in het belang van de kinderen zelf?
Onlangs stond in de NRC de oproep om de essentiƫle band tussen ouders en
biologische kinderen niet te verbreken. Vergelijkbare vragen hebben we
bij de wijziging van het modelreglement rond ivf-draagmoederschap. Wil
de regering deze noties ook uitdrukkelijk terug laten komen in het
standpunt over het rapport van de Staatscommissie herijking
ouderschap?
Antwoord:
De Staatscommissie Herijking ouderschap heeft aanbevelingen gedaan voor
draagmoederschap. Draagmoederschap is een complex onderwerp,
zorgvuldigheid is geboden. Zoals in het regeerakkoord opgenomen, worden
met het oog op aanpassing van wet- en regelgeving op dit moment de
onderzoeken uitgevoerd die voortvloeien uit het rapport van de
Staatscommissie. De verwachting is dat de onderzoeken begin 2019 gereed
zijn. Daarna worden de resultaten van de onderzoeken met een
kabinetsreactie daarop aan uw Kamer gezonden. De noties van de heer Van
der Staaij zullen bij deze Kabinetsreactie worden betrokken.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
Vraag:
Kan de staatssecretaris aangeven wat het nut is van het puntensysteem
voor de advocatuur/rechtsbijstand in Dublin-zaken, omdat het bij
voorbaat zinloos is en in strijd met het systeem?
Antwoord:
In het Regeerakkoord is afgesproken dat rechtsbijstand alleen zal worden
verstrekt na een voornemen tot afwijzing van een asielaanvraag.
Momenteel wordt de wetswijziging inhoudelijk voorbereid en de
verwachting is dat deze uiterlijk begin januari 2019 in consultatie
wordt gebracht. Die beperking in de rechtsbijstand geldt over de hele
linie in asielzaken, derhalve ook voor Dublin-zaken.
Voor wat betreft de beroepsfase schrijft de Dublinverordening voor dat
in die fase rechtsbijstand verleend dient te worden indien de
vreemdeling de kosten hiervoor niet zelf kan opbrengen. Alleen wanneer
de bevoegde autoriteit of een rechterlijke instantie van mening is dat
het beroep geen reƫle kans van slagen heeft, hoeft er geen
rechtsbijstand te worden verstrekt. Hierbij geldt echter dat indien
wordt besloten om geen rechtsbijstand te verlenen, er wel weer een
mogelijkheid geboden dient te worden om dit besluit aan te vechten bij
de rechter. Zo'n maatregel zal dus niet direct leiden tot minder
procedures. Verder is het in de praktijk zeer lastig om vooraf te
bepalen of het beroep geen reƫle kans van slagen heeft.
Dit alles laat onverlet dat in bepaalde specifieke gevallen het
opportuun kan zijn om geen rechtsbijstand te verlenen indien op voorhand
al duidelijk is dat het beroep geen reƫle kans van slagen heeft. De
haalbaarheid hiervan zal nader worden onderzocht.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
Vraag:
Migranten in Griekenland zitten in mensonterende situaties die maar niet
verbeteren. Kan de staatssecretaris toelichten waar de knelpunten
zitten, is dat een gebrek aan middelen en urgentie besef? Zet de EU
voldoende in op handhaving en ondersteuning?
Antwoord:
Nederland onderhoudt, zoals uw Kamer bekend, nauw contact met de Griekse
autoriteiten, en ondersteunt deze met onder andere de doorlopende inzet
van expertise, mensen en materieel (zowel bilateraal als via de
agentschappen). Daarmee draagt Nederland ook bij aan kennisoverdracht
voor de lange termijn. De problemen op de eilanden zijn veelal te
herleiden tot overbevolking van de opvang op de eilanden. Om de druk op
de eilanden te verlichten en de omstandigheden in de opvangfaciliteiten
te verbeteren is het van belang dat snel duidelijk is wie mag blijven en
wie terug moet naar Turkije of het land van herkomst. Dat vereist
efficiƫntere asielprocedures en betere resultaten op terugkeer. De
Commissie, EU-agentschappen, lidstaten, ngoās en UNHCR bieden
Griekenland substantiƫle ondersteuning waar nodig en mogelijk, ook
financieel.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
Vraag:
In azc's wordt regelmatig een oproep tot gebed ten hore gebracht. Het
COA stelt dat asielzoekers dit recht hebben. Dat is volgens de SGP niet
het geval, dit geldt alleen met betrekking tot moskeeƫn. De SGP vindt
het vreemd om dit door te trekken naar de gemeenschapsruimten van azcās.
Graag een reflectie van de SjenV en een visie op hoe we dit kunnen
verbieden.
Antwoord:
Het COA is een politiek en religieus neutrale organisatie. Dit houdt
onder meer in dat politieke en religieuze activiteiten die inbreuk
plegen op de persoonlijke levenssfeer van (andere) bewoners niet zijn
toegestaan. Dit is opgenomen in de huisregels, de gedragscode en het
bezoekersreglement. In lijn hiermee zijn centrale gebedsoproepen dan ook
niet toegestaan op COA-locaties.
Om recht te doen aan de vrijheid van godsdienst van individuele
COA-bewoners zijn echter kleine, persoonlijke vormen van gebedsoproepen
wel toegestaan. Hierbij kan worden gedacht aan een verzoek om stilte
voor het eten of het zacht afspelen van een gebedsoproep op een eigen
telefoon. Om medewerkers van het COA handvatten te bieden om in de
praktijk te handelen op wat wel en niet is toegestaan in dit kader, ook
gelet op de spanningen die op dit terrein onder bewoners met diverse
achtergronden kunnen spelen, is dit jaar een Handreiking
Levensbeschouwing opgesteld.
Deze handreiking stelt dat een persoonlijke gebedsoproep (bijvoorbeeld
via de telefoon) valt onder de vrijheid van godsdienst. Het COA mag
hierbij regels opstellen over de duur en het geluidsniveau ervan. Om te
kunnen beoordelen of er sprake is van bovenmatig geluid kan onder meer
gekeken worden naar frequentie, duur, tijdstip, geluidssterkte en bereik
van de oproep. Verder is in deze handreiking opgenomen dat binnen een
bewonerseenheid de ene kamerbewoner last kan hebben van de persoonlijke
gebedsoproep van een andere kamerbewoner. De vrijheid van religie van de
een, conflicteert dan met vrijheden van de ander. In een dergelijk geval
schrijft de handreiking voor dat de partijen dan ā waar nodig onder
begeleiding van het COA ā met elkaar in gesprek om te bekijken welke
oplossingen mogelijk zijn. Het uitganspunt is hierbij dat de vrijheid
van de ƩƩn niet belemmerend mag zijn voor de vrijheid van de
ander.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Kan de MJenV een toelichting geven over wat de 'verziekte cultuur' bij
het OM wordt genoemd?
Antwoord:
Signalen over hoge of te hoge werkdruk moeten zeer serieus worden
genomen. Binnen het OM wordt al geruime tijd gesproken over dit thema.
Belangrijk is dat er geen algemene uitspraken te doen zijn over de
ervaren werkdruk. De ervaren werkdruk vertoont veel variatie, er zijn
grote verschillen tussen en binnen de arrondissementen. Tevens zijn er
verschillende mogelijke oorzaken die aan de ervaren werkdruk ten
grondslag kunnen liggen: het kan gaan om verandering in de aard van het
werk, bijvoorbeeld doordat de inzet van OM niet alleen leidt
tot strafrechtelijke interventies maar ook een bijdrage levert aan
preventie en meer integrale aanpak. Dit alles maakt dat er niet ƩƩn
antwoord of ƩƩn uniforme aanpak op het thema werkdruk mogelijk is.
Voor uw vraag over de berichten over een angstcultuur bij het OM het
volgende: de commissie Fokkens heeft het College laten weten dat het
onderzoek naar verwachting aan het einde van dit jaar zal worden
afgerond. Het is opportuun om de resultaten van het onderzoek van de
Commissie af te wachten alvorens inhoudelijke vragen te beantwoorden,
zodat alle relevante informatie hierbij kan worden meegenomen.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Kunnen we voorkomen dat door het versnellen van asielprocedures
voorkomen dat kinderen geworteld worden? Wat gaat de staatssecretaris
doen om zich aan de wet te houden (red. van doorlooptijden)? Wat gaan we
doen om dat te verbeteren?
Antwoord:
De oorzaak van langdurig verblijf met worteling van kinderen als gevolg
ligt niet alleen aan de IND-procedures. Minstens zo belangrijk zijn
keuzes die ouders maken en de mogelijkheid van medewerking aan vertrek.
Bij het AO van 12 september jl. heb ik aangegeven dat ik van mening ben
dat de doorlooptijden bij een deel van de asielaanvragen te lang zijn.
De IND heeft om die reden al eerder dit jaar extra personeel geworven,
niet alleen voor het proces asiel, maar ook voor ondersteunende
processen als dienstverlening en juridische zaken. Onlangs is besloten
om circa 80 vacatures extra bij de IND open te stellen voor het
behandelen van asielaanvragen. Dat de doorlooptijd bij een deel van de
asielaanvragen te lang zijn, betekent echter niet dat deze dusdanig lang
zijn dat om die reden worteling van kinderen plaatsvindt.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Aan de top van het OM proberen mensen elkaar gegijzeld houden omdat ze
elkaar te goed kennen. Is de MJenV hiervan op de hoogte, wat heeft hij
er aan gedaan en wat gaat hij er aan doen?
Antwoord:
Signalen over hoge of te hoge werkdruk moeten zeer serieus worden
genomen. Binnen het OM wordt al geruime tijd gesproken over dit thema.
Belangrijk is dat er geen algemene uitspraken te doen zijn over de
ervaren werkdruk. De ervaren werkdruk vertoont veel variatie, er zijn
grote verschillen tussen en binnen de arrondissementen. Tevens zijn er
verschillende mogelijke oorzaken die aan de ervaren werkdruk ten
grondslag kunnen liggen: het kan gaan om verandering in de aard van het
werk, bijvoorbeeld doordat de inzet van OM niet alleen leidt
tot strafrechtelijke interventies maar ook een bijdrage levert aan
preventie en meer integrale aanpak. Dit alles maakt dat er niet ƩƩn
antwoord of ƩƩn uniforme aanpak op het thema werkdruk mogelijk is.
Voor uw vraag over de berichten over een angstcultuur bij het OM het
volgende: de commissie Fokkens heeft het College laten weten dat het
onderzoek naar verwachting aan het einde van dit jaar zal worden
afgerond. Het is opportuun om de resultaten van het onderzoek van de
Commissie af te wachten alvorens inhoudelijke vragen te beantwoorden,
zodat alle relevante informatie hierbij kan worden meegenomen.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Ik vraag aan de staatssecretaris of hij ons kan geruststellen en zich
niet laat leiden door proefballonnetjes binnen de VVD?
Antwoord:
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft begrip voor de zorg
over de inzet van de discretionaire bevoegdheid. Het lid Azmani vraagt
ook terecht aandacht voor de beoordeling van schrijnendheid aan het
begin van de aanvraagprocedure.
In het huidige beleid wordt in alle fasen van de asielprocedure, ook aan
het begin, al zoveel mogelijk aan de voorkant gekeken of sprake is van
een schrijnende situatie die vergunningverlening rechtvaardigt.
Toepassing van de discretionaire bevoegdheid is beperkt tot
uitzonderlijke gevallen, waarin sprake is van een uniek samenspel van
factoren waarin de wetgever niet kan voorzien. In een aantal gevallen
kan bovendien niet al aan de voorkant rekening gehouden worden met al
deze factoren omdat deze simpelweg nog niet aanwezig waren bij het begin
van de procedure in Nederland.
Om ervoor te zorgen dat dit samenspel van factoren zich minder snel
voordoet, is het van belang om langdurig verblijf van vreemdelingen met
een onbestendig verblijfsrecht zoveel mogelijk te voorkomen. De
staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ziet daarin een relatie met
het onderzoek van de onafhankelijke Commissie Van Zwol. Deze Commissie
doet onderzoek naar de factoren die leiden tot langdurig verblijf van
vreemdelingen zonder bestendig verblijfsrecht. De Commissie zal hiertoe
ook aanbevelingen doen. Aan de hand van deze aanbevelingen kan het
kabinet beoordelen welke maatregelen genomen kunnen worden om dit
langdurig verblijf te verminderen. Het beroep op de toepassing van de
discretionaire bevoegdheid wordt hiermee naar verwachting ook
verminderd.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Eindeloos doorprocederen door IND namens de staat. Is de IND niet zelf
koning doorprocederen? Kan de SJenV een overzicht geven van het aantal
zaken in beroep? Hoe vaak gaat de IND in beroep, hoe vaak de
asielzoeker? Welk percentage wordt gewonnen door de IND?
Antwoord:
De IND gaat in de regel enkel in hoger beroep wanneer sprake is van een
zaaksoverstijgend belang of een belang in het kader van de
rechtseenheid. Terughoudendheid is derhalve het uitgangspunt. Over het
jaar 2016 is afgerond 10% van het totaalaantal ingestelde hoger beroepen
in asielprocedures ingediend door de overheid tegenover 90% door de
asielzoeker. Over het jaar 2017 is dit 8% door de overheid tegenover 92%
door de asielzoeker. In 2018 tot en met september is afgerond 9% van het
totaalaantal ingestelde hoger beroepen in asielprocedures ingediend door
de overheid tegenover 91% door de asielzoeker.
In 2018 (tot en met augustus) is 1% van de hoger beroepen van
vreemdelingen gegrond verklaard. In 2018 (tot en met augustus) is 55%
van de hoger beroepen die door de IND zijn ingediende gegrond
verklaard.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Hoe legitimeert de SJenV dat asielzoekers worden teruggestuurd naar
gebieden met rood reisadvies? Weet de SJenV wat er met teruggestuurde
asielzoekers gebeurd? Weet de overheid of teruggestuurde asielzoekers
aangehouden worden, of ze misschien gemarteld worden?
Antwoord:
Terugkeer van asielzoekers is eerst aan de orde wanneer in een
zorgvuldige procedure, met de mogelijkheid tot rechtelijke toetsing is
vastgesteld dat er geen sprake is van een gegronde vrees voor vervolging
of onmenselijke behandeling. Zoals vaak, ook door eerdere kabinetten,
met uw Kamer is gewisseld is monitoring na terugkeer geen onderdeel van
het geldende vreemdelingen- en terugkeerbeleid.
Reisadviezen van het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn een
hulpmiddel waarmee reizigers in het geval van niet noodzakelijke reizen
de veiligheidsrisico's beter kunnen inschatten. Hoewel niet exclusief
daarvoor opgesteld hebben reisadviezen vaak betekenis bij de afweging
van Nederlandse ingezetenen in de keuze van een reisbestemming. Het
internationaalrechtelijke asielkader vormt niet het afwegingskader voor
reisadviezen. Reisadviezen kunnen om die reden dan ook niet leidend zijn
bij de asielbeoordeling.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
De Nederlandse Orde van Advocaten is bang voor klassenjustitie. De
Vereniging Sociale Advocatuur Nederland zegt dat marktpartijen niet
zitten te wachten op hun cliƫnten. Wat vindt de MRb van deze
kritiek?
Antwoord:
De MRb heeft kennis genomen van de reacties van onder meer de NOvA en de
VSAN op de contouren voor modernisering van de rechtsbijstand. De NOvA
heeft uw Kamer daarover ook schriftelijk geĆÆnformeerd. In de brief van
de MRb van 9 november jl. is uiteengezet waarom aanleiding bestaat het
huidige stelsel bij de tijd te brengen. Ook bij de uitwerking van de
contouren zal de MRb de (sociale) advocatuur betrekken. Daartoe bestaan
zeker goede aanknopingspunten. Ook de NOvA ziet, zo blijkt ook uit hun
schriftelijke reactie, het belang van het versterken van de verbinding
van het juridische en sociale domein en het bewerkstelligen van duurzame
oplossingen. Dat zijn belangrijke hoekstenen voor de vormgeving van de
modernisering van het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Wanneer komt een nieuwe portefeuillehouder diversiteit bij de
politie?
Antwoord:
Er is een nieuwe portefeuillehouder op 1 november met deze werkzaamheden
aangevangen.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Asielzoekers die terugkeren naar gevaarlijke landen, zoals bijvoorbeeld
Afghanistan lopen meer risico vanwege bijvoorbeeld het regime. Hoe
legitimeert de staatssecretaris dit? Wat gebeurt er? Worden ze
aangehouden, gemarteld?
Antwoord:
Terugkeer van asielzoekers is eerst aan de orde wanneer in een
zorgvuldige procedure, met de mogelijkheid tot rechtelijke toetsing is
vastgesteld dat er geen sprake is van een gegronde vrees voor vervolging
of onmenselijke behandeling. Wanneer uit openbare bron blijkt dat er in
een land van herkomst specifieke risico's aanwezig zijn, worden deze
vanzelfsprekend betrokken bij de asielbeoordeling. Terugkeer is derhalve
enkel aan de orde wanneer is vastgesteld dat van een reƫel risico geen
sprake is.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Wat gaat de MJenV doen om etnisch profileren te stoppen? Heeft de MJenV
enig idee hoe het voelt als je zonder aanleiding aan de kant wordt
gezet?
Antwoord:
Bij de politie is geen ruimte voor discriminatie. MJenV heeft uw Kamer
in zijn brief van 4 oktober 2016 geĆÆnformeerd over het feit dat de
politie met het meerjarige programma "De Kracht van het Verschil" ā in
de periode 2016-2018 een set aan inspanningen, activiteiten en projecten
verricht om onder andere discriminatie te voorkomen. Er zijn vier
strategische doelen: het versterken van de verbinding met de
samenleving, het verbeteren van het vakmanschap (waaronder de aanpak
discriminatie en betere proactieve politiecontroles), het ontwikkelen
van een inclusievere werkcultuur bij de politie en meer diversiteit in
de teams.
De politie heeft naast de al eerder geĆÆntroduceerde klachtenmodule in de
politie-app eind 2017 een handelingskader gepresenteerd, dat als een
richtsnoer dient voor alle agenten en helpt om het vakmanschap te
vergroten.
MJenV is voornemens in de zomer van 2019 een actualisatie te geven met
betrekking tot het beleid van voorkoming van discriminatie.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Wat heeft de MJenV gedaan met het signaal dat het zwartboek binnen de
politie afgeeft? Wat is er het afgelopen jaar gebeurd? Welke doelen zijn
behaald? Hoeveel mensen hebben straf gehad voor het vertonen van
verkeerd gedrag?
Antwoord:
Discriminerend of uitsluitend gedrag wordt door de politie niet
getolereerd. De afdelingen Veiligheid, Integriteit en Klachten zorgen
voor een gepaste afhandeling van kwesties als discriminatie. De mate van
het grensoverschrijdende gedrag bepaalt de bestraffing. Van een gesprek
bij een misplaatste grap tot disciplinaire maatregelen bij herhaling of
bij ernstigere misdragingen. Er zijn voorbeelden van disciplinaire
bestraffing van gedrag, zoals omschreven in het zwartboek. Over het
algemeen wordt niet breeduit gecommuniceerd over dergelijke straffen
omdat dit individuele zaken betreft.Vragen van het lid Azarkan,
F. (DENK)
Vraag:
D66 had drie jaar geleden een motie ingediend die voorziet in de
evaluatie van Wet verruiming mogelijkheden bestrijding
financieel-economische criminaliteit. Waar blijft die evaluatie? Hoe
vaak is de gewijzigde wet toegepast? Hoe vaak zijn strafverzwaringen
toegepast? Hoe vaak zijn mensen daadwerkelijk vervolgd en kan de
minister deze vragen meenemen in zijn evaluatie?
Antwoord:
Bij de Kamerbehandeling van de Wet verruiming mogelijkheden bestrijding
financieel-economische criminaliteit is de motie Berndsen aangenomen die
oproept tot een evaluatie van de wet, vijf jaar na inwerkingtreding.
Onderdeel van de wet was de strafbaarstelling van fraude met
gemeenschapsgeld. Dit jaar is door het WODC een nulmeting uitgevoerd. De
evaluatie zal in 2020/2021 worden uitgevoerd. De uitkomsten van deze
evaluatie zullen tezijnertijd met de Kamer worden gedeeld, ook op het
punt van fraude met gemeenschapsgeld.