Water (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2018D56690, datum: 2018-11-26, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2018-11-26 11:00: Water (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 26 november 2018 overleg gevoerd met mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, minister van Infrastructuur en Waterstaat, over:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2019 (35000-XII);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 18 september 2018 inzake MIRT Overzicht 2019 (35000-A, nr. 4);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2019 (35000-J);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 19 november 2018 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden (35000-J, nr. 5);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 18 september 2018 inzake Deltaprogramma 2019 (35000-J, nr. 4);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 19 november 2018 inzake beantwoording vragen commissie over het Deltaprogramma 2019 (35000-J, nr. 6);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 5 juli 2018 inzake advies van Bureau ICT-toetsing (BIT) over het programma Landelijk Meetnet Water 2 (LMW2) (27625, nr. 447);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 5 juli 2018 inzake afschrift brief Eerste Kamer over kosten drinkwatervoorziening en riolering Caribisch Nederland (2018Z13625);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 5 juli 2018 inzake reactie op het verzoek van het lid Van Raan, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 14 juni 2018, over het bericht dat de zeespiegel sneller stijgt dan gedacht (34775-J, nr. 19);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 10 september 2018 inzake internationale klimaatcommissie Global Commission on Adaptation (32813, nr. 196);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 16 oktober 2018 inzake Global Commission on Adaptation (32813, nr. 225);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 18 oktober 2018 inzake verspreiding van legionellabacterie door afvalwaterzuiveringen (26442, nr. 59);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 7 september 2018 inzake voldoen van een toezegging, gedaan tijdens het algemeen overleg Water van 28 juni 2018, over metingen PFOA door Zuid-Holland (28089, nr. 92);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 13 september 2018 inzake aanvullende maatregel tegen verzilting drinkwaterinname bij Andijk (27625, nr. 452);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 3 september 2018 inzake update droogteperiode (27625, nr. 451);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 19 november 2018 inzake invulling van een aantal moties en toezeggingen en de actuele stand van zaken ten aanzien van enkele andere waterdossiers (35000-J, nr. 7);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 6 november 2018 inzake gezamenlijke aanpak plastic zwerfafval (30872, nr. 222).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Agnes Mulder
De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Israel
Voorzitter: Remco Dijkstra
Griffier: Schuurkamp
Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Van Aalst, Van Brenk, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Geurts, De Groot, Kröger, Laçin, Stoffer en Teunissen,
en mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Aanvang 11.01 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen allemaal. Wij zijn hier bijeen voor het wetgevingsoverleg
over water. Dat is een onderdeel van de begroting van het ministerie van
Infrastructuur en Waterstaat. Ik heet van harte welkom de minister,
mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, en de collega-Kamerleden, van wie er
velen present zijn. Er zijn nog twee Kamerleden onderweg, van de
ChristenUnie en de SGP. Zij zijn gestrand in de trein. Ik heet de
aanwezigen in de zaal van harte welkom en de mensen die meekijken via de
camera's.
Er staat een eindtijd van halfzeven voor dit overleg, maar als we het
sneller kunnen doen, zullen we dat zeker niet nalaten. Er zijn
spreektijden afgekondigd voor de eerste en tweede termijn. De leden
hebben daar allemaal kennis van genomen. Het gaat om de totaaltijd, dus
als u in de eerste termijn iets uitloopt, gaat dat ten koste van uw tijd
in de tweede termijn, of andersom, als u moties wilt indienen. We
spreken vier interrupties af in eerste termijn.
Ik ben zelf voorzitter en ook woordvoerder voor de VVD. Daarom vraag ik
de heer Geurts om mij als voorzitter te helpen, zodat ik als
woordvoerder het woord kan gaan voeren.
Voorzitter: Geurts
De voorzitter:
Als het maar niet van de wal in de sloot is. Maar ik heb nu het
voorzitterschap en geef het woord aan de heer Dijkstra. Hij spreekt
namens de VVD-fractie.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Als inwoner van Rivierenland heb ik heel veel
met water. Ik woon precies tussen de Rijn en de Waal en ik kan de
effecten van het water zien, maar ook van de droogte, zoals wij
afgelopen zomer heel goed hebben kunnen ervaren. Als het om water gaat,
ervaren heel weinig mensen in Nederland een probleem, gewoon omdat we
dat goed geregeld hebben met elkaar, ondanks dat twee derde van ons land
onder de zeespiegel ligt. Ons land zou regelmatig overstromen als we dat
niet zo goed voor elkaar zouden hebben. Er is echter geen reden om
achterover te leunen, want de zeespiegel stijgt en we hebben te maken
met hevige regenbuien en hagelbuien. Ook de stand van de rivieren
wisselt sterk, zoals we gezien hebben. Onze boeren, die hier dagelijks
mee te maken hebben, hebben last van verzilting van de bodem, van
droogte en soms van ondergelopen akkers of hagelbuien. Dat heeft stevige
gevolgen, die hen direct raken in de bedrijfsvoering.
In Nederland willen wel natuurlijk allemaal droge voeten houden en
schoon drinkwater uit de kraag hebben. Aan de ene kant zijn er mensen
die zeggen: we doen niet genoeg en we moeten meer doen. Aan de andere
kant heb je mensen die geconfronteerd worden met inspanningen van de
overheid om de veiligheid te waarborgen, maar die zeggen: ik wil niet
zo'n grote dijk voor mijn neus. Die ontneemt me dat uitzicht; is dat nu
echt nodig?
Ik heb een aantal punten die ik wil aanstippen en een aantal losse
vragen. Allereerst het onderwerp klimaatadaptatie. Daar ben ik erg
positief over. We zien dat de urgentie op dat punt toeneemt. Wat ik zelf
wel jammer vind is dat wij er in het regeerakkoord onvoldoende middelen
voor hebben vrijgemaakt. Het is heel raar dat wij 4 miljard hebben
vrijgemaakt voor mitigatie, het voorkomen van de toename broeikasgassen,
maar niet direct voor adaptatie. Wij zien in de klimaatenvelop wel wat
stappen daarin. De minister heeft ook gezegd dat zij de Deltawet wil
gaan wijzigen.
De VVD is erg verheugd over de Global Commission on Adaptation en het
programma dat we gaan krijgen. Er zijn inmiddels 28 ambassadeur uit 18
landen, uit Azië, Zuid-Amerika, Afrika en Noord-Amerika, die allemaal
gaan meedoen als die grote klimaatadaptatietop in 2020 komt. Achttien
landen is mooi, maar er zijn bijna 200 landen in de wereld. Bij het
klimaatakkoord van Parijs in 2015 hebben we gezien dat er 190 landen
hebben deelgenomen. Ik zou dat ook hier graag zien. Is die mogelijkheid
er om dit breder te trekken? Juist omdat in het klimaatakkoord van
Parijs is gezegd: oké, we moeten de uitstoot van broeikasgassen
verminderen, maar adaptatie verdient gewoon net zo veel aandacht. Daar
moeten we met elkaar aan werken.
Dan kom ik op mijn tweede punt: de veiligheid bij de Markermeerdijken.
De dijken daar worden opgehoogd. Het waterschap wil dat, de provincie
Noord-Holland wil dat en het Rijk wil het ook. Maar er is kritiek van de
omwonenden. Sommige bewoners zeggen dat de dijken zijn
overgedimensioneerd. Ik ben woordvoerder sinds een jaar, maar ik heb wel
gezien dat er in het verleden al heel veel over is gesproken. Dit stukje
dijk is misschien het best onderzochte stukje van heel Nederland. Ze
hebben wat vragen over het proces en over de burgerparticipatie daarin.
Is dit niet te groot? Voldoen die modellen nog wel? Een aantal zeggen
dat je zelfs geld kunt besparen. Ik heb daar ook een aantal vragen over.
Kunnen we hierop bijvoorbeeld de lessen van toepassing laten zijn die we
hebben geleerd bij het grote dijktraject Varik-Heesselt? Daar hebben we
uiteindelijk het besluit genomen om de dijk te verhogen, waarbij we 170
miljoen hebben bespaard. Kunnen we die lessen hier aanwenden door
participatie een grotere rol te geven?
Een technische vraag is hoe het nou eigenlijk zit met de stand van het
Markermeer zo meteen. Is dat wel voldoende duidelijk, ook na 2050? Wat
is er dan met het IJsselmeerpeil aan de hand? Hoe gaat het trouwens met
de stijging van de zeespiegel in relatie tot het Markermeer? We hebben
in het verleden de motie op stuk nr. 395 gehad van de VVD, maar
ingediend door de heer Geurts, mede namens D66 en de ChristenUnie over
de Houtribsluis en de Houtribdijk. De motie vroeg om deskundigen te
betrekken bij die dijkversterking en de waterstanden. Hoe ga je om met
dat gemaal? Heeft dat in de toekomst nog wel zin? Ik vraag daar graag
een reactie op. Het kan natuurlijk ook zijn dat de zeespiegel verder
stijgt en daarmee ook die in het Markermeer. Wat betekent dat dan voor
dit project?
Dan zegt een aantal mensen uit de regio, waaronder ook lokale
partijgenoten van mijzelf: dat projectplan van de provincie is prachtig,
maar het geeft geen exacte omvang aan van wat nou de kosten zijn van het
traject. Aangezien wij een groot deel daaraan bijdragen, vraag ik mij af
of wij daar zicht op hebben. Is dat zo? Welk risico lopen we? Als je
kijkt naar de markt voor de partijen die het moeten gaan uitvoeren, zie
je dat de bouwers het nu heel erg druk hebben. Kunnen we dit wel binnen
het budget gaan doen? Als ik kijk naar de totale kosten en de totale
opgave voor Nederland: is er nog een second opinion mogelijk of niet?
Aan de andere kant komt er wel een second opinion, want bij Uitdam en
Durgerdam zijn de mensen daarin meegenomen en hebben er aanpassingen
plaatsgevonden. Is dat hier ook mogelijk? We kunnen dat besluit hier wel
nemen vandaag, maar zou het zo erg zijn om daar nog even een halfjaartje
mee te wachten en te kijken naar optimalisaties hierin?
Dan sla ik even wat dingen uit mijn spreektekst over.
Ik heb nog wat kleine dingetjes.
De voorzitter:
Ik heb een interruptie voor u van de heer De Groot en hij spreekt namens
de D66-fractie.
De heer De Groot (D66):
U vraagt aan de minister of zij ook de lessen uit Varik-Heesselt wil
betrekken bij dit dossier. Er ligt een mooie evaluatie van Ruimte voor
de Rivier en uit die evaluatie blijkt dat je veel meer draagvlak krijgt,
waardoor je ook binnen de kosten en binnen de tijd blijft, als je de
ruimtelijke kwaliteit meeneemt. Bijvoorbeeld de rivier bij Lent is
hartstikke mooi geworden voor de bewoners. Lijkt het u niet ook
verstandig om die lessen te betrekken bij de discussie over de
Markermeerdijken? Dat project lijkt vooral ten koste van de bewoners te
gaan.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Het simpele antwoord is ja, maar het gaat wel om belastinggeld. Dat moet
primair gericht zijn op waterveiligheid. Dat is echt het hoofddoel. Ik
zie ook bij dit project een meekoppelkans, zoals we dat noemen. Bij Lent
hebben we een mooi voorbeeld gezien: het ging primair om de
waterveiligheid, maar er kwam ook een recreatiestrand. Hier wordt bij
Hoorn een strand aangelegd. Er wordt een fietspad verlegd. Hartstikke
leuk voor de mensen en dat kan echt meerwaarde bieden, maar we moeten
onze euro wel met name besteden aan die waterveiligheid. Wat heeft zo'n
strand dan voor toegevoegde waarde, vraag ik ook aan de minister, voor
die veiligheid? Of is het eigenlijk alleen maar leuk en verhoogt het het
draagvlak, maar natuurlijk ook de kosten?
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
De heer De Groot (D66):
Het leuke van die evaluatie van Ruimte voor de Rivier was dat er
helemaal geen tegenstelling bleek te zijn tussen veiligheid en
ruimtelijke inpassing. Sterker nog, daardoor bleef je binnen de kosten
en dat is toch ook iets wat we hiervan kunnen leren. Als er draagvlak is
voor een beslissing, al is het maar een strand, dan heb je minder
vertraging en dus minder kostenoverschrijdingen. Dat was het mooie bij
Ruimte voor de Rivier: er was expertise over beschikbaar en in de tweede
plaats bleven we gewoon binnen de kosten door dat draagvlak. Dus u
schetst eigenlijk een tegenstelling die er, in ieder geval volgens die
evaluatie, niet was.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Waterveiligheid is wat ons betreft altijd leidend voor het budget. Op
het moment dat je draagvlak gaat verwerven door bijvoorbeeld heel veel
natuurcompensatie te gaan doen, zijn we volgens mij verkeerd bezig. Maar
het is niet zo zwart-wit als u zegt. Soms zijn ook binnen het budget
zaken heel goed denkbaar die leiden tot meer acceptatie en meer
draagvlak zonder dat we de kosten enorm laten oplopen. Ik wil
benadrukken dat waterveiligheid altijd ons uitgangspunt moet zijn.
Anders gaan we heel zwart-wit gezegd misschien te veel naar hobby's toe,
zoals de voorgestelde jachthaven bij Varik-Heesselt. Heeft u weleens met
een zeilboot op de Waal gevaren? Dan ben je niet goed bezig, denk ik,
want dat kan niet.
De voorzitter:
Ik heb een interruptie van de heer Van Aalst van de PVV-fractie voor
u.
De heer Van Aalst (PVV):
Ik wil even terugkomen op het verhaal van de Markermeerdijken. Ik ben
eigenlijk een beetje in de war waar de VVD nu naartoe wil. U gaf al aan
dat er een motie is aangenomen die weer meer onderzoek vroeg. U geeft nu
aan dat u nog steeds vragen heeft of het toch niet anders moet. Het was
wel bijzonder dat de motie werd ontraden door de minister, maar ondanks
dat toch werd aangenomen. Aan de ene kant betekent extra onderzoek weer
extra kosten, maar aan de andere kant hoor ik mijn collega Dijkstra van
de VVD ook roepen: goh, we willen zo veel mogelijk geld naar
waterveiligheid en zo veel mogelijk voorkomen dat er geld wegvloeit, om
in de termen van het water te blijven. Waar staat de VVD nu precies voor
de Markermeerdijken?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
De motie-Geurts c.s. waar u aan refereert had echt te maken met het
gemaal in de Houtribdijk. Dat heeft echt te maken met veiligheid. Wat uw
andere vraag betreft: ik wil dat we goed op de centjes letten. Als
draagvlak belangrijk is en als sommige mensen … Het zijn niet de
minsten. Het zijn ingenieurs van naam en faam, die kennis en ervaring
hebben en die mensen bijstaan die zich zorgen maken. Is het bij zo'n
groot project dan te veel gevraagd een aantal mensen daar nog drie of
zes maanden naar te laten kijken en een second opinion te geven of
kostenbesparing mogelijk is en of het wel verstandig is om 2100 als
uitgangspunt te nemen in plaats van 2050 met de mogelijkheid om later
aanpassingen te doen, juist omdat er zo veel onduidelijkheden zijn,
juist omdat er onduidelijkheden zijn over de ondergrond en over de
modellen die we hanteren? Die modellen zijn erg streng en betekenen ook
allerlei zaken qua kosten. Ik vraag de minister over het meest
onderzochte stukje dijk van Nederland of we met een second opinion meer
tot elkaar kunnen komen. Als we daar drie maanden voor moeten nemen, dan
lijkt me dat een serieuze vraag. We praten hier over een traject van
2050 tot 2100. Dan kan de vraag over drie maanden misschien met ja of
nee worden beantwoord.
De voorzitter:
De heer Van Aalst, een vervolgvraag.
De heer Van Aalst (PVV):
De VVD vindt de PVV zeker aan haar zijde als ze zegt dat je het geld op
de juiste manier moet uitgeven. Het verbaast mij dan wel weer dat we de
afgelopen jaren heel veel projecten in Ruimte voor de Rivier hebben
gedaan die drie keer zo duur waren als alleen het verhogen van de dijk.
Volgens mij staan een aantal dingen dan wel haaks op elkaar. Ik hoor
mijn collega van de VVD al zeggen dat hij op wil passen dat er geen geld
naar natuurhobby's gaat. Dat ben ik helemaal met hem eens. Dus ja, het
is belangrijk dat we ons geld zorgvuldig en op de juiste manier
uitgeven, vooral aan de dijkversterking. Dat ben ik met de VVD eens.
Alleen is de minister volgens mij heel helder en duidelijk geweest dat
we nu knopen door moeten hakken en niet opnieuw onderzoeken moeten gaan
doen, omdat die al gedaan zijn. Is mijn collega van de VVD het met mij
eens dat dit eigenlijk volledig haaks op elkaar staat?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Nee, ik vraag ook niet om allerlei nieuwe onderzoeken. Ik vraag om
participatie een goede plek te geven in dit proces. Dat kan op de lange
termijn meer opleveren. Misschien levert het een besparing op, maar ik
ben het met u eens dat het primair moet gaan om waterveiligheid. Ik zit
hier niet om de boel te vertragen. Ik zit hier om participatie een goede
plek te geven en daar heb ik vragen over. Als het kan, is dat mooi. Als
het niet kan, dan is het ook helder. Dan heb ik nog wel wat vragen over
de centjes, want ik wil niet dat wij extreme risico's lopen.
Voorzitter. Ik ga door met mijn betoog. Als het gaat over geld, dan zie
ik wel dat er ruim 1 miljard in het Deltafonds zit. Maar je ziet dat de
economie nu aantrekt. Is dit voldoende? We hebben amper middelen voor
adaptatie. We zien zo meteen dat collega's beginnen over bodemdaling. Er
komen behoorlijk wat uitdagingen op ons af. Primair moet waterveiligheid
natuurlijk de essentie zijn. Ik wil niet dat we het Deltafonds leegroven
voor allerlei andere dingen. Hoe gaan we daar op de lange termijn mee
om?
Dan wat losse vragen. Drinkwatervoorziening in Caribisch Nederland
…
De voorzitter:
Ik heb nog een interruptie van de heer Van Aalst voor u.
De heer Van Aalst (PVV):
Toch nog een keer richting de VVD over het goed besteden van gelden.
Volgens mij zijn we het met elkaar eens dat we die goed moeten besteden.
Betekent dit dat het aflopende Ruimte voor de Rivier voor de VVD ook een
no-go is wat de toekomst betreft? Kunnen we ervan uitgaan dat we daar
niet weer extra budgetten voor vrij gaan maken? We kunnen ons geld
namelijk maar één keer inzetten en dat moeten we op de juiste manier
doen. Juist die dijkversterking et cetera en alles wat op ons afkomt, is
belangrijker dan die natuurhobby, zoals mijn collega het noemde.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Vaak kan dat samen. Ruimte voor de Rivier is volgens mij een project dat
we bijna hebben afgerond; dan kijk ik even naar de minister. Volgens mij
hebben we dat bijna klaar. We zitten aan nieuwe programma's voor de
rivier, integraal riviermanagement. Dat is superinteressant vanwege de
binnenvaart. Hoe kunnen we die toch voldoende plek geven? Over het
algemeen zijn wij echt voor waterveiligheid. Dingen eraan koppelen kan,
als het niet te veel extra kost, maar niet allerlei natuurzaken als
primair uitgangspunt nemen. Het gaat wel om droge voeten en goede
dijken.
De heer Van Aalst (PVV):
Oké, dus als we nu kijken naar de projecten waarvan we gezien hebben dat
alleen het versterken of verhogen van de dijken een derde had gekost van
wat nu bijvoorbeeld projecten als Ruimte voor de Rivier kosten, dan is
voor de toekomst in ieder geval gewaarborgd dat wij de VVD aan onze
zijde vinden, om dat in ieder geval niet meer te doen?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Het is niet zo zwart-wit. Ik kijk altijd waar de euro het meeste
rendeert. Dat is mijn opgave. Ik betaal zelf ook belasting, u ook en
alle mensen hier die meekijken ook. Die willen gewoon dat die euro's
goed besteed worden. Daar gaat het volgens mij om.
Dan de vraag over de riolering op Bonaire en in het Caribisch gebied, op
de eilanden, ook op Sint-Eustatius. Je ziet dat de kosten daar om goed
en zuiver drinkwater te hebben, enorm zijn. Maar je ziet ook dat de
afvalwaterheffingen daar toenemen. Kunnen we daarin iets betekenen als
Tweede Kamer of is dit gewoon een feit? Want iedereen heeft natuurlijk
recht op betaalbaar en schoon water. Ik begrijp hoe ingewikkeld dat ook
is.
Dan kom ik op …
De voorzitter:
De heer Van Aalst is zijn interrupties op u aan het leegschieten. Dat
mag. De heer Van Aalst.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Altijd leuk!
De heer Van Aalst (PVV):
Sorry, voorzitter, het is niet anders! Ik hoor het verhaal over
drinkwater voorbijkomen. Dat vind ik toch wel een bijzondere move. Ik
heb inderdaad ook gelezen over die hoge heffingen in het Caribisch
gebied. Het verbaast me dan wel dat de VVD hier inbrengt om er wat aan
te doen en vervolgens zelf de btw op drinkwater in Nederland verhoogt.
Vindt u dat niet heel vreemd?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Als de mensen in het Caribisch gebied dezelfde prijs voor hun drinkwater
zouden hebben als in Nederland, dan zou het echt superefficiënt zijn.
Dat is natuurlijk niet het geval. Ik heb zelf een jaar stage mogen lopen
op Curaçao. De waterprijs is daar echt fors hoger, terwijl het
natuurlijk een primaire levensbehoefte is. Dat komt gewoon omdat je zo'n
fabriek met ontzilting moet neerzetten. De kosten zijn hoog. Maar ik
vind ook dat je moet zorgen dat er voor de mensen daar gewoon voldoende
water beschikbaar is, zeker omdat ze ook lagere inkomens hebben. Dat is
van vitaal belang. Het moet ook betaalbaar zijn. Als we dan hier gaan
praten over een paar procentjes op ons drinkwater terwijl we ongeveer
het beste en meest betaalbare water van de wereld hebben, dan vind ik de
vergelijking met de mensen daar een beetje mank gaan.
De voorzitter:
De heer Van Aalst, uw zesde vraag.
De heer Van Aalst (PVV):
Het gaat zeker niet mank. Ik constateer alleen dat de VVD blijkbaar wel
geld wil vrijmaken om het Caribisch gebied te helpen omdat het daar zo
duur wordt en onze eigen mensen hier in Nederland in de kou laat staan
en daar gewoon de btw op het drinkwatertarief voor verhoogt. Dan denk
ik: jongens, doe nou niet zo hypocriet. Zorg dat je hier gewoon die
btw-verhoging ongedaan maakt en dan kunnen we verder praten.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ook de mensen die in de Nederlandse gebiedsdelen of landen wonen —
Bonaire, Curaçao, Aruba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten, Saba — zijn vaak
Nederlanders. We willen gewoon dat dat goed geregeld is.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dan kom ik op het punt dat mevrouw Van Brenk van 50PLUS aanbracht in
haar vraag over de legionella bij de biologische
waterzuiveringsinstallaties in Brabant. Goed dat mevrouw Van Brenk dat
punt aanbrengt. Ik schrok er nogal van toen ik in het Brabants Dagblad
las dat mensen eventueel ziek kunnen worden van zo'n biologische
waterzuivering. Is dat het geval? Wat voor soort risico's lopen we daar?
Moeten we daar voorzorgsmaatregelen nemen? Worden die genomen? Wie heeft
welke rol daarin? Volgens mij is dat het waterschap zelf, maar wat is
onze rol als Rijk dan?
Dan kom ik op mijn meest concrete punt, even voortbordurend op de
klimaatadaptatie. Ik was in Zuid-Limburg, in Meerssen en in het prachtig
gelegen dorpje Ulestraten. De minister is daar ook geweest. Ik heb ook
gesproken met de bestuurders en met ondernemers daar. Als het hevig
regent en zo'n regenbui blijft hangen — vroeger was dat één keer in de
vijftien jaar en tegenwoordig is het om het jaar — dan loopt eigenlijk
het hele dorp vol met water. Op de kruispunten komt het tot een meter
hoog. Van achter de huizen komt het via de tuinen binnen en loopt het er
via de voordeur met een modderstroom doorheen. Daar zie je bij uitstek
dat probleem van adaptatie. Als je de beelden ook ziet, dat de auto's
gewoon wegdrijven en dat kliko's wegdrijven over het water, dan denk je:
dat verwacht je niet in Nederland. Maar het gebeurt dus wel, en het
gebeurt nu om het jaar. Het gemeentebestuur van Meerssen trekt zelf 9
miljoen euro uit voor verbetering van onder andere de riolering. Ik vind
dat fors, op een gemeente van 20.000 mensen. Wat kunnen wij daaraan
bijdragen? Kunnen we daar pilots starten om te zorgen dat de mensen die
daar in dat dorp wonen, verschoond blijven van dit soort schade? Of
kunnen we in ieder geval een manier vinden om die schade zo veel te
beperken? Dat gebeurt ook. Het waterschap in Limburg is daar druk mee.
Compliment daarvoor. We kunnen natuurlijk niet alle projecten die ze
hebben, honoreren, maar ik hoop dat een substantieel deel van de eerste
twee keer 10 miljoen richting Limburg kan gaan. Waarbij afkoppelen
natuurlijk een zaak is, de stenen uit de tuin halen daar, maar ook de
berging naar wat hoger gelegen gebieden. Daar zijn ze actief mee aan de
slag. Ik vraag de minister of ze zich daar ook voor wil inzetten.
Nog even over het geld. We hadden het net in een interruptie erover. Het
Deltafonds is dus die 1.043 miljoen, één komma zoveel miljard. Ook als
we gaan naar die twee keer 10 miljoen en zo meteen de wijziging van de
Waterwet, moet wel veiligheid het primaire punt blijven. Als we
inderdaad heel veel geld nodig hebben voor adaptatie — dat kan — dan
moeten we misschien bepaalde middelen omkatten, maar we moeten ook
kijken naar andere ministeries en andere verantwoordelijkheden. Want we
willen wel met elkaar, naast dat we de zeewering goed op orde hebben en
de dijken, ook voor adaptatie voldoende middelen beschikbaar
hebben.
Dat is het.
De voorzitter:
Dank. Ik heb een interruptie van de 50PLUS-fractie.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik had een vraag over de centen en de zorgen over de veiligheid. Ik denk
dat de VVD een terecht punt heeft. Volgens 50PLUS moet veiligheid het
allerbelangrijkste zijn. Wij hebben ook vragen gesteld bij de
begrotingsbehandeling. We zullen dat zo meteen weer doen, omdat wij ons
zorgen maken over het achterstallig onderhoud en het geld dat steeds
maar verder doorschuift; 744 miljoen, dat is toch best veel. Hoe ziet de
VVD dit? Maakt die zich geen zorgen over dat achterblijvende
onderhoud?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Als je plannen hebt, moeten ze goed onderbouwd zijn. Dat kost ook tijd.
Dat is met alle infraprojecten. Draagvlak moet verworven worden; je moet
wel door kunnen gaan. Je hebt te maken met vergunningen. Dus het kan
weleens gebeuren dat je geld beschikbaar hebt of stelt, maar dat het
langer duurt dan je gepland had. Dat is nu eenmaal zo. Waar mijn zorg
met name zit, is of we voldoende middelen in de toekomst hebben om ons
primaire doel, namelijk waterveiligheid, te garanderen. En dan zie ik
dat er allerlei hele mooie ontwikkelingen zijn, met het Bestuursakkoord
Water, met het bestuursakkoord over klimaat, over ruimtelijke adaptatie.
We moeten aan de ene kant de kosten beheersbaar houden en aan de andere
kant goede plannen hebben en voldoende geld op de plank om ze uit
voeren. We moeten ook het succes van samenwerking daarin vieren. Ik heb
er wel wat zorgen over. Waar staan we bijvoorbeeld over tien jaar als
het gaat om het Deltafonds? Hoe hebben we dat dan verdeeld? Dat is een
vraag die ik heb. Misschien heeft u die ook. Ik ben benieuwd wat de
minister daar ook van vindt.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik geloof ook dat er heel hard gewerkt wordt. Ik zie al die akkoorden.
Ik zie dat er heel veel partijen bij aanwezig zijn. Maar ik begrijp niet
dat de VVD niet schrikt van het rapport van de Algemene Rekenkamer,
waarin toch echt de zorg uitgesproken wordt of we wel de juiste keuze
maken en of het wel voldoende veilig is. We praten niet over klein bier,
als je ziet hoeveel geld er steeds maar doorgeschoven wordt. Heeft de
VVD daar geen enkele zorgen over?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik heb net wat zorgen geuit, maar ook geprobeerd te verklaren hoe het
soms kan komen dat je dingen doorschuift: vanwege tijd, vanwege
vergunningen, vanwege draagvlak, maar ook door normering. De nieuwe
normeringen die wij met elkaar onszelf opleggen, betekenen ook
lastenstijgingen. Dus die zorgen heb ik zeker. Misschien is het goed als
de minister reageert op de punten van de Rekenkamer.
De voorzitter:
Dank. Dan geef ik het voorzitterschap terug aan de heer Dijkstra.
Voorzitter: Remco Dijkstra
De voorzitter:
Dank u wel, voorzitter, en dat ben ik nu zelf dan weer. Dan geef ik het
woord aan de heer Van Aalst van de PVV. U heeft in eerste termijn tien
minuten indicatief.
De heer Van Aalst (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Je zou denken dat we in Nederland altijd genoeg
water hebben. We wonen immers in de zogeheten Rijn-Maas-Scheldedelta.
Het water stroom in grote hoeveelheden ons land binnen, dag in, dag uit,
het hele jaar door. Daarom is het verbazingwekkend om te zien dat de
droogte van dit jaar voor grote problemen op onze vaarwegen heeft
gezorgd. Het waterpeil is in veel rivieren gezakt tot een gevaarlijk
laag punt. Binnenschippers op de Waal en de Rijn nemen steeds minder
lading mee om wat hoger op het water te liggen. Sommige schippers zijn
overgestapt op een kleiner schip. Het resultaat in beide gevallen is:
minder vracht aan boord en dus meer vrachtwagens op de weg. Ook op de
IJssel zien we veel problemen. Veerponten dreigen overal vast te lopen
omdat de veerstoepen droog komen te liggen. Zware voertuigen van
loonwerkers moeten al maanden omrijden omdat de veerdiensten het niet
meer aandurven om ze te vervoeren.
Voorzitter. Eind dit jaar loopt het programma Ruimte voor de Rivier af.
De extreem lage waterstanden in onze vaargeulen zijn ook daarvan de
erfenis. Het is bizar dat we in Nederland onze zomerdijken hebben
afgebroken om de uiterwaarden om te dopen tot moerassen. Het water dat
ons land binnenstroomt vloeit weg. Er blijft af en toe zelfs te weinig
stroming en diepte over om verantwoord te kunnen varen. Veendijken in
Friesland lopen groot risico om door te breken vanwege uitdroging. U
hoort het al: er is economische schade alom. Is de minister trots op dit
resultaat en, zo nee, steunt zij de oproep van de PVV om voor eens en
altijd te stoppen met die natuurprojectjes onder de noemer van de
rivierverbreding? In Nederland hebben wij onze vaarwegen keihard
nodig.
Voorzitter. Laat de rivier niet onnodig zakken, maar zorg dat je ertegen
gewapend bent. De Deltawerken zijn op precies hetzelfde principe
gebouwd. Ga de strijd aan met water en geef je niet zomaar gewonnen.
Kies ervoor om onze dijken te verhogen en waar nodig te verbreden. Die
oplossing heeft zich de afgelopen eeuwen bewezen. Veiligheid boven
alles. Waar mensen aan de dijk wonen, kun je volstaan met een stevige
damwand, zodat dijkverbreding niet leidt tot gedwongen verhuizingen. Wat
dat betreft is er tegenwoordig veel mogelijk om de omwonenden te
ontzien. Is de minister bereid om zich toe te leggen op het verbeteren
van onze dijkinfrastructuur en om een verantwoord vaarpeil als vriend en
niet als vijand te zien?
Voorzitter. De drinkwatervoorziening in Nederland heeft de droogte goed
doorstaan. In tegenstelling tot bij Ruimte voor de Rivier zijn de
reserves daar niet afgebouwd. Op een droge dag maken wij daar dankbaar
gebruik van. Wat gaat de minister eraan doen om onze
drinkwatervoorziening ook voor de toekomst veilig te stellen? De PVV is
blij dat er actie wordt ondernomen om de legionellabesmetting voor
omwonenden van waterzuiveringsinstallaties in het vervolg uit te
sluiten. Dat kwam net al even voorbij. Als uit onderzoek blijkt dat de
biologische waterzuivering ongewenste risico's met zich meebrengt, dan
moet de minister harde eisen durven stellen, ook als die grote
aanpassingen vragen. Is zij daartoe bereid?
Als we het toch hebben over de drinkwaterkwaliteit en de veiligheid: de
PVV is verder benieuwd hoe Nederland zich zal blijven wapenen tegen
gevaarlijke stoffen in ons drinkwater. Ik zie allemaal mensen verbaasd
kijken. Ik kan Chemours noemen; dat ga ik niet direct doen. Dat kan
komen door onbewuste lozingen maar ook door bewuste chemische aanvallen
op onze drinkwatervoorziening. Kan de minister ons garanderen dat zulke
aanvallen niets op zullen leveren en dat we beschermd zijn tegen
opzettelijke besmetting en vergiftging via drinkwater? Welke maatregelen
zijn hiertegen genomen en, vooral, hoe ziet de handhaving eruit? De
afgelopen periode hebben we gezien dat de handhaving door de overheid
met regelmaat te wensen overlaat. Dingen alsmaar afschuiven van de een
naar de ander leidt niet tot vertrouwen in de totale overheid als het
gaat om onze waterveiligheid. Hoe gaat de minister het vertrouwen
herstellen in de verschillende overheden na al die missers en de
onzorgvuldige handhaving?
Voorzitter. We zien verschillende initiatieven voorbijkomen die
reizigers aanmoedigen om hun eigen drinkfles en drinkwater mee te nemen
voor onderweg. Zo geeft de NS korting bij stationswinkels en moeten er
volgend jaar 200 gratis tappunten komen op de stations. Hoewel de
staatssecretaris over de spoorportefeuille gaat, is dit ook een kwestie
van drinkwaterveiligheid. Het idee klinkt heel sympathiek, maar kan de
minister aangeven in hoeverre het wenselijk is dat eigen drinkflessen
telkens opnieuw worden gevuld, gelet op de berichten dat dit
bacteriëngroei stimuleert? Sterker nog, het constant navullen van je
flesje schijnt viezer te zijn likken aan een wc-bril. Is het daarnaast
mogelijk dat stoffen uit het plastic beginnen los te laten bij
veelvuldig gebruik? Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat we
onbedoeld gezondheidsrisico's in de hand werken, hoe sympathiek het idee
ook is.
Samenvattend, het is een oud grapje dat je socialisten niet het beheer
over de Sahara moet geven omdat binnen de kortste keren het zand dan op
zal zijn. Geef dit linkse kabinet het beheer over onze rivieren en
binnen de kortste keren is het water op! Dit kan zo niet langer. Daarom
zegt de PVV: bouw net als bij de drinkwatervoorziening een marge in
zodat we in de droge jaren voldoende vaarpeil overhouden. Stop met die
rivierverbreding en kies voor dijkverbetering. Zorg dat het onderhoud
van onze dijken niet verder verslechtert en onze waterveiligheid
gegarandeerd blijft.
Voorzitter. Ik sluit af met een citaat dat we weleens eerder ingebracht
hebben: "Een goede dijk in de polder maakt de klimaatpaniek tot
kolder."
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Geurts. Hij spreekt namens het
CDA.
De heer Geurts (CDA):
Dank, voorzitter. Water betekent leven. Water is nog steeds van
levensbelang. In gebieden waar conflicten zijn, droogte overheerst of
sprake is van grote armoede is schoon drinkwater echter vaak niet
beschikbaar. In Nederland hebben we gelukkig waterschappen.
Waterschappen zijn een soort verzekeringsstelsel. Ik maak vandaag dan
ook van de gelegenheid gebruik om uit te spreken hoe trots ik ben op al
die mensen die daar werkzaam zijn. Nederland is goed in waterbeheer,
maar ik constateer dat de extremen groter worden. De noodzaak om hiervan
te leren wordt ook groter.
In juli heb ik met diverse andere partijen een motie mogen indienen die
de regering vroeg de Waterwet zo aan te passen dat het mogelijk wordt om
vanuit het Deltafonds maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van
wateroverlast te treffen. Het is niet onbelangrijk om op te merken dat
dit niet ten koste van de noodzakelijke investeringen in de
waterveiligheid mag gaan. De uitvoering van deze motie maakt ook het
klimaatbeleid een wettelijke taak van de waterschappen. Welke stappen
heeft de minister met betrekking tot de wijziging van de Waterwet
gezet?
Ik kom bij waterveiligheid. Ik sprak er net ook al over.
De voorzitter:
Er is een vraag van de heer De Groot.
De heer De Groot (D66):
Ik hoor een lofzang op de waterschappen, maar ik moet daar toch een
vraag bij stellen. In veenweidegebieden is de grondwaterstand jarenlang
te laag geweest, waardoor het veen zo langzamerhand verdampt en steden
als Gouda en Boskoop nog sterker dalen. Er is een enorme schade te
verwachten, voor zover die er nog niet is. Blijft u bij uw lofzang op de
waterschappen, of kunt u die enigszins nuanceren?
De heer Geurts (CDA):
Nee, ik blijf zeker bij mijn lofzang op de waterschappen. Ik denk dat
zij er alle recht toe hebben dat wij daar als Kamer en als samenleving
trots op zijn. De heer De Groot haalt de problematiek van de
veenweidegebieden aan. Die is iets complexer dan de heer De Groot die nu
voorstelt. Er spelen meerdere zaken. Daar kan de heer De Groot de
waterschappen niet allemaal de schuld van geven.
De heer De Groot (D66):
Behalve dan van dat grondwaterpeil, want daar gaan zij over en dat is
nou juist structureel te laag als gevolg van de beslissing die de
waterschappen hebben genomen.
De heer Geurts (CDA):
Ik denk dat de heer De Groot ook gewoon negeert wat er in ons klimaat
gebeurt. Het lijkt me niet de bedoeling om vandaag alle schuld op de
waterschappen te schuiven.
De voorzitter:
Gaat u verder.
De heer Geurts (CDA):
Ik was bij waterveiligheid. In Italië zijn recent huizen in zeer korte
tijd onder water gelopen. Ik denk dat we niet moeten denken dat het in
Nederland allemaal niet zo'n vaart loopt. We moeten met elkaar
vaststellen dat wat in Nederland is gebouwd ook niet is afgestemd op
klimaatgevolgen. Het komt al regelmatig voor dat er 70 mm regenwater in
een uur valt. Stel dat bij zo'n bui een ziekenhuis onderloopt, dan kan
er niet meer ontruimd worden. We zagen in de stad Münster in Duitsland
300 mm regenwater in een etmaal naar beneden komen. De complete stad was
ontwricht en de hulpdiensten konden hun werk niet meer doen. We zitten
nu in een fase van dit soort inzichten. Ik vraag me af of Nederland
alles wel goed in beeld heeft. Kan de minister daar eens op
reflecteren?
Ik kom bij de Markermeerdijken. Dat punt is daarstraks ook al in de
bijdrage van de VVD voorbijgekomen.
De voorzitter:
Er is nog een vraag van mevrouw Kröger van GroenLinks.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
De heer Geurts vraagt of we wel genoeg voorbereid zijn op de gevolgen
van klimaatverandering. We zien die gewoon al hier en nu. Ik deel die
zorgen van mijn CDA-collega. Mijn vraag is eigenlijk welke conclusies
hij daaraan verbindt als het gaat om de vraag of je op dit moment wel of
niet moet bouwen in kwetsbare gebieden, zoals in uiterwaarden.
De heer Geurts (CDA):
Je moet altijd voorzichtig zijn als je op heel specifieke vragen zoals
waar je wel of niet moet bouwen, antwoord gaat geven. Ik kan me
voorstellen dat je als je de goede maatregelen neemt, echt wel op dit
soort specifieke punten zou kunnen bouwen, maar volgens mij hebben we in
Nederland de afspraak — ik kijk ook even de minister aan — dat we in de
uiterwaarden niet meer bouwen. Of het moet op terpen zijn; dat kan dan.
Voor de rest zijn er volgens mij hele strenge eisen om eventueel op
zulke plekken nog te kunnen bouwen. Ik zie de collega van de SGP-fractie
hard knikken en hij heeft er nog iets meer verstand van dan wij allemaal
samen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik zie ook uit zijn inbreng op dit punt. Maar er zijn natuurlijk wel
specifieke locaties waarvoor er op dit moment bouwplannen liggen
waarover toch heel veel zorgen zijn, zoals in Arnhem. Mijn vraag aan het
CDA is dus eigenlijk: zouden we, voordat we de gigantische bouwopgave
die nu voor ons ligt ten uitvoer brengen, niet veel duidelijker moeten
hebben waar het echt kwetsbaar is om nog te bouwen, met het oog op het
veranderende klimaat? Dan kan het gaan om veen of om uiterwaarden, maar
er zullen plekken in Nederland zijn die uitermate kwetsbaar zijn.
De heer Geurts (CDA):
Misschien moet ik dan even het volgende vertellen. Ik dacht dat het een
anekdote was, maar het was serieus. Een poosje geleden kwam een
Amerikaans gezelschap Nederland binnen bij Schiphol. Ze gingen naar
Noord-Holland en spraken daar met mensen over investeringen, totdat ze
hoorden dat Nederland zo'n beetje onder het zeeniveau ligt. De captain
van die Amerikanen zei: we gaan naar huis. Ze zijn later wel
teruggekomen, omdat de Nederlanders uitgelegd hebben wat wij allemaal
doen in Nederland om te zorgen dat je hier kunt wonen, werken en leven.
Maar het is misschien wel een indicatie dat wij goed moeten blijven
nadenken — die inzichten krijg je steeds meer — waar we wel of niet gaan
bouwen, maar dat het ook relatief is. Want als je iemand uit Amerika
hier invliegt, dan zou die helemaal nergens willen wonen.
De voorzitter:
Gaat u door. U begon aan de Markermeerdijk.
De heer Geurts (CDA):
Dank dat u me daarbij helpt. De situatie rond de Markermeerdijk houdt
mij al een poosje bezig in deze Kamer, en ook daarbuiten. Na een wat
moeizame start is de inspraak volop op gang gekomen. In dat proces komen
interessante vragen naar boven. Uitgaande van een zeespiegelstijging
zullen bijvoorbeeld alleen pompen nog water uit het IJsselmeer kunnen
halen. De pompcapaciteit in de Afsluitdijk na 2050 is dus bepalend voor
de noodzakelijke hoogte van de dijk tussen Amsterdam en Hoorn. Maar we
weten niet wat die pompcapaciteit is. Moeten we niet eerlijk tegen
elkaar zeggen dat de versterking voor de periode 2040-2050 zou moeten
plaatsvinden met een stapsgewijs ontwerp dat zeer flexibel en aanpasbaar
is? Die vraag zou ik graag aan de minister willen voorleggen. Wat vindt
de minister hiervan? En welke rol ziet de minister nog voor haarzelf in
deze specifieke casus?
Voorzitter. Er wordt gewerkt aan dijkversterkingen. Ik hoor uit het veld
dat er sprake is van zeer forse kostenverhogingen om te voldoen aan de
nieuwe normen. Ik noem maar eens een voorbeeld: het dijkvak
Gorinchem-Waardenburg. Mij is verteld dat de begrote kosten in 2017 108
miljoen euro waren. In 2018 was dat in een keer 238 miljoen. Dat is een
kostenstijging van 130 miljoen euro. Als ik dat hoor, dan vraag ik me
af: moeten we niet eens kijken naar de financiële getallen van al die
trajecten die zijn opgenomen in het projectenboek 2019 van het
Hoogwaterbeschermingsprogramma, een onderdeel van het Deltaplan? Kloppen
die nog wel? Mijn concrete vraag is: heeft de minister hiernaar gekeken,
en wat betekent dit voor het Rijk en de waterschappen? En een
vervolgvraag daarop is: mag ik hier ook uit concluderen dat de nieuwe
normeringen de dijken duurder maken? Moeten we daar dan niet de
conclusie uit trekken dat we een discussie moeten voeren over de vraag
of de normering aangepast moet worden of dat er op termijn meer geld bij
moet komen?
De voorzitter:
Er is een vraag van de heer De Groot. Daarna heb ik zelf ook nog een
vraag.
De heer De Groot (D66):
Als het gaat om dijkverzwaring hoor ik steeds dat er sprake is van
budgetoverschrijdingen. Nogmaals, betonnen dijken, of de dijken zoals ze
worden aangelegd, zijn op deze wijze ook heel erg duur. Ik noem nogmaals
Ruimte voor de Rivier. Dat bleef allemaal binnen het budget, in
tegenstelling tot wat andere partijen hier suggereren. Zou het nou niet
verstandig zijn, vraag ik via de voorzitter aan de heer Geurts, dat we
toch eens kijken hoe die ruimtelijke inpassing en de expertise die daar
centraal beschikbaar was eraan hebben bijgedragen dat die projecten
gewoon binnen de tijd klaar waren, met draagvlak en binnen het
budget?
De heer Geurts (CDA):
Dit is een bijzonder onderwerp. Ik woon in Gelderland. Ik weet ook welke
gevolgen de rivierverruiming bij Wapenveld gehad heeft voor de mensen
die daar woonden. We moeten dus niet te simpel denken over
rivierverruiming. We moeten niet denken dat dat allemaal de oplossing
is, want we gaan mensen in een bepaald gebied daar ongelofelijk mee
treffen. Dat is één. Twee: ik zie nog wel wat projecten lopen,
bijvoorbeeld in Limburg, waar het in afstemming met de omgeving gaat,
maar waar bijvoorbeeld ook weer grindwinning terugkomt. Er zijn dus
meerdere mogelijkheden bij zo'n verruiming. Ik denk dat wij casus voor
casus heel serieus moeten kijken wat wel en niet kan. Maar ik vind het
ongelofelijk belangrijk om in ogenschouw te nemen, zeker ook als Kamer,
welke grote gevolgen dit heeft voor de inwoners van zo'n gebied.
De heer De Groot (D66):
Dat was nou juist het aardige van Ruimte voor de Rivier: dat het zo snel
en zo goed ging omdat er veel draagvlak was. Wat dat betreft zitten we
dus op één lijn. En hoe minder je natuurlijk met grond sleept, hoe
beter. We hebben tegenwoordig toch grote doelstellingen op het gebied
van klimaat en dat wordt eigenlijk nauwelijks betrokken bij de
dijkverzwaringen. Hoe meer je grond uit de omgeving haalt, hoe meer je
de natuur voor je laat werken en hoe beter het is in het kader van het
klimaat.
De heer Geurts (CDA):
Ik hoorde geen vraag meer, maar ik wil toch even reageren. Snel, goed en
draagvlak, zei de heer De Groot. Ik vind draagvlak heel belangrijk, maar
ik ken wel een paar projecten die niet snel gingen, die achteraf beter
hadden gekund en die op weinig draagvlak konden rekenen.
De voorzitter:
Dan heb ik zelf nog een vraag voor u, namens de VVD-fractie. Het CDA
noemde terecht geld en het programmaboek, waarin in het verleden
projecten zijn ingerekend en ingebracht. U stelt de vraag of we het
budget leidend moeten laten zijn of de normering, maar wat wil het CDA
zelf? We zijn met elkaar akkoord gegaan met de nieuwe normering. Wat
betekent dat dan? Of moeten we het budget leidend laten zijn?
De heer Geurts (CDA):
Ik denk dat het verstandig is om te constateren dat het CDA de normering
leidend vindt, want die hebben we met z'n allen vastgesteld met de
inzichten die we toen hadden. Overigens is dat op 1 januari 2017
ingegaan, zeg ik uit mijn hoofd, dus dat is redelijk recent. Maar als
Kamerlid en als fractie vind ik ook dat we, ook nu het beter gaat met de
economie, iedereen er wel op mogen wijzen dat we er nog lang niet zijn.
Er werd zonet ook over het onderhoud van onze waterwerken gesproken.
Nou, ik weet nog wel iets in Zeeland waarbij we wat discussie gehad
hebben over onderhoud. Dat is ongelofelijk belangrijk voor onze
waterveiligheid. Ik denk dus dat waterveiligheid op één, twee en drie
hoort te staan. Onderhoud hoort daar ook bij en dan komen we toe aan
volgende projecten, mogelijk. Ik schat ook in dat daar best wel geld
voor beschikbaar is, maar laten we heel goed kijken wat we wel en wat we
niet gaan doen. De normering is dus leidend.
De voorzitter:
Ik heb nog een vervolgvraag namens de VVD-fractie. Waterschappen
benaderen mij ook. Ze zeggen: we hebben heel veel projecten op stapel
staan en we hebben een enorme ambitie en grote plannen, maar we zien ook
dat het lastig is om in deze tijd, waarin de economie best wel bloeit,
voldoende partijen te vinden die dat voor ons willen uitvoeren, en als
ze het willen uitvoeren wordt het allemaal een stuk duurder. Vindt u dan
ook dat de waterschappen daarvoor zelf meer geld zouden moeten kunnen
ophalen? Of liever niet, omdat we ook goed moeten kijken naar de kosten
voor de burgers en de bedrijven? Hoe zit het CDA daarin?
De heer Geurts (CDA):
Zeker dat laatste: goed kijken naar de kosten voor burgers en bedrijven.
Ik maak me met de VVD-fractie zorgen. Mij bereiken ook geluiden dat
aannemers gewoon niet meer mee willen doen in construct and build, omdat
het risico voor hen te groot is. We hebben daar ook recent wat
voorbeelden van gezien in Nederland. Het vraagt nogal wat bezinning, ook
van het kabinet, met de minister voorop, op dit soort vraagstukken. We
mogen absoluut niet lui achterover gaan leunen alsof het allemaal wel
voor elkaar is in Nederland. Er liggen nog een paar hele grote
uitdagingen. Zeker als het zo meteen economisch wat minder zou kunnen
gaan, hebben we echt een hele grote uitdaging met z'n allen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Geurts (CDA):
Dank, voorzitter. Ik kom bij de droogte. We draaien de kraan open en er
komt schoon zoet water uit. We beseffen de waarde van het water pas als
de bron is opgedroogd. Zover is het gelukkig dit jaar nog niet gekomen,
maar de droogteperiode is nog steeds gaande. Na een droge zomer en een
droge winter hebben we in Nederland een heel groot probleem. Zijn we
voldoende in staat om deze problemen het hoofd te bieden? Kan de
minister aangeven hoe het staat met de stresstesten die de gemeentes
moeten uitvoeren? Kan de minister ook eens schetsen hoe de
verantwoordelijkheidsverdeling in Nederland nu precies is? Want bij
droogte zijn de waterschappen toch aan zet en bij opschaling de
veiligheidsregio's? In de droogtecrisis is het mij namelijk opgevallen
dat de provincie de crisisleiding nam, maar ook dat diverse provincies
wat moeite hadden om hun rollen te scheiden; die van toezichthouder maar
ook die van natuureigenaar. Heeft de veiligheidsregio zijn rol wel
kunnen vervullen? Heeft de minister inzicht in wanneer de waterschappen
hun evaluaties hebben afgerond?
En hoe kijkt de minister met de kennis van nu naar de verdringingsreeks?
Mij is opgevallen dat op veel plekken het besproeien van voedsel dat
boeren verbouwen verboden was, en veel water naar de natuur werd
gestuurd en particulieren gewoon hun tuin mochten blijven besproeien. De
oproep van de waterleidingbedrijven heeft geen effect gehad in mijn
ogen. Ik denk dat ik zo'n beetje de enige was die zijn auto niet meer
waste. Dat gaf nog discussie in huize Geurts. Mij is ook ter ore gekomen
dat er meer water door waterleidingbedrijven is gewonnen dan vergund.
Hoe gaat de minister daarmee om? Welke visie heeft de minister op
waterberging?
Voorzitter, dan kom ik bij de veenbodemdaling. Heel Holland zakt! In
grote delen van ons land is er sprake van bodemdaling. Aan de andere
kant moeten we rekening houden met een zeespiegelstijging. Feit is dat
de bodemdaling tot ernstige schade leidt aan infrastructuur, gebouwen,
rijksmonumenten en landbouw. Dat gaat veel geld kosten. Ik heb
onderzoeken gezien waarin dat opliep tot 22 miljard in 2050. En dat is
nog niet het enige probleem. Door veenoxidatie komt er ook
CO2 vrij en dat willen we eigenlijk ook niet. Nu moet ik
eerlijk zeggen dat er langzaamaan wat meer aandacht komt voor deze
problematiek. Maar er zijn nog vier problemen, hoofdzaken.
Het thema is op rijksniveau erg versnipperd en verspreid over meerdere
departementen. Het tweede punt: een goede inbedding in een informatie-
en onderzoeksprogramma met middelen, ook structureel, is nog niet
geregeld. Het derde punt: een visie op ruimtelijke ontwikkeling met een
keuze voor de langere termijn is er nog niet. Wellicht gaan we dat lezen
in de NOVI. Het vierde punt: er is wel aandacht voor veenweiden vanwege
CO2, maar dit keer zeg ik dat we de stad niet moeten
vergeten. Het CDA vindt het noodzakelijk dat de minister
vervolgonderzoek doet naar de ecologische, sociale en economische
gevolgen van de veenbodemdaling en daarbij gemeenten, waterschappen en
provincies gaat betrekken. Ook vragen we om in kaart te brengen welke
maatregelen een positief effect hebben op het terugdringen van
veenbodemdaling en mogelijk ook op CO2-reductie. Daarvoor is
in onze ogen één coördinerende minister nodig die de
veenbodemdalingproblematiek in zijn of haar portefeuille krijgt. Ten
slotte vindt het CDA dat de tegengegaan van veenbodemdaling verder
onderzocht moet worden door middel van pilots die via een
investeringsfonds gefinancierd zouden kunnen worden. Graag een reactie
van de minister hierop.
Ik kom bij de waterkwaliteit. De waterkwaliteit van de Nederlandse
wateren wordt steeds beter. Op dit moment wordt hard gewerkt aan de
onderbouwing van de doelen en normen voor waterkwaliteit. Daarbij wil ik
de waterschappen en onderzoekers wel oproepen om zorgvuldig te zijn.
Vervolgens is het belangrijk dat er in samenwerking wordt gekeken welke
bronnen er zijn en hoe we daarvoor maatregelen kunnen nemen. Dat doen we
nu ook al met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Ik vraag de minister
wanneer en of dat programma wordt voortgezet.
Rioolwater zuiveren is kostbaar. In gesprekken met het veld is mij
gevraagd om te pleiten voor kennisuitwisseling en samenwerking door
verschillende waterzuiveringen. Mogelijk liggen hier kansen, want er
wordt nu vaak dubbel gezuiverd: eerst door de waterschappen en later
door waterleidingbedrijven. Dat zou toch efficiënter moeten kunnen, zo
vroeg ik me af. Daarnaast constateer ik dat er nog veel werk gedaan moet
worden om alle riooloverstorten klimaatbestendig te maken. Het kan toch
niet zo zijn dat we boeren en tuinders blijven beschuldigen van
oppervlaktewaterverontreiniging, terwijl riooloverstorten de veroorzaker
zijn? Graag een reactie van de minister.
Dan de rioolproblematiek in Caribisch Nederland. De VVD-fractie heeft
daar ook aandacht voor gevraagd. Ik sluit me daarbij aan met nog een
opmerking erbij. De minister schreef dat de vervuiling op Bonaire sterk
is afgenomen als gevolg van de rioolwaterzuivering. Ik vroeg me af hoe
de minister tot deze conclusie is gekomen.
Dan kom ik bij het waterschap als energiebedrijf. Waterschappen kunnen
een grote bijdrage leveren aan de energietransitie. Ik zeg "kunnen",
want dat mag volgens ons niet van de wet. Al de hele tijd leeft de vraag
of de waterschappen bevoegd zijn om meer energie op te wekken dan zij
voor hun bedrijfsvoering nodig hebben. Met name bij de innovatieve
toepassing van duurzame energiebronnen, zoals biogas op de
rioolwaterzuivering of aquathermie, is dat van groot belang. In de
aanloop naar het klimaatakkoord is afgesproken dat hiervoor een
wetswijziging moet worden voorbereid, maar de tijd begint te dringen.
Wil de minister snel met een wetswijziging komen, zo vroeg ik me af. Die
vraag stel ik ook aan de minister.
Dan kom ik op het punt van drugsafval. Drugsafval in de natuur is een
groot probleem. We begrijpen dat er onder leiding van het IPO een
voorstel zou komen om de kosten van het opruimen te regelen. Dat is
prima, maar dat is wel het paard achter de wagen. De drugscriminaliteit
verdient, wat het CDA betreft, vanwege vele redenen een stevige aanpak.
De schade aan natuur en water is daar één van. Wordt die schade altijd
verhaald? Ik zie in waterzuiveringen ook dingen voorbijkomen, waarvan ik
denk: hoe gaan we daarmee om? De andere vraag, maar die is volgens mij
niet voor deze minister, is of er voldoende opsporingscapaciteit is om
deze dumpingen tegen te gaan. Gaat de minister zich daar hard voor maken
in het kabinet?
Mijn laatste punt, voorzitter, gaat over grondwater. Veel mensen in
Nederland hebben water onder vloer en daardoor last van optrekkend
vocht, schimmel, paalrot en extra stookkosten vanwege de kou. Zo haal je
nooit een goed energielabel voor je huis! Gemeenten hebben op grond van
de Waterwet, om precies te zijn volgens artikel 3.6, een
grondwaterzorgplicht. Gemeenten zijn er dus voor verantwoordelijk om
nadelige grondwaterstandgevolgen te voorkomen. Ik vroeg me af of er
weleens een evaluatie naar die zorgplicht is gedaan. Doen die gemeenten
het goed? Is de belangenafweging juist? En hebben de waterschappen hier
geen enkele rol in, zo vroeg ik me af. Deze vragen worden steeds
belangrijker als we ons realiseren dat we door de verandering van het
klimaat steeds vaker periodes van droogte of juist van hoosbuien
krijgen.
En ik heb nog een vraag aan de minister: wie is er verantwoordelijk voor
het dieper gelegen grondwater? Ook die vraag wordt steeds relevanter, nu
we steeds meer de loop van het diepe grondwater beïnvloeden,
bijvoorbeeld door bouwactiviteiten, bodemenergiesystemen, het storten
van verontreinigde bagger, oude zandwinputten en bronbemaling. Misschien
dat de minister daar ook eens op kan reflecteren.
Tot zover de eerste termijn van mijn fractie.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer De Groot. Hij spreekt
namens D66.
De heer De Groot (D66):
Dank u wel, voorzitter. Begin juli vroeg mijn voorganger, Matthijs
Sienot, een debat aan over de droogte, onder het mom: "Voedsel verdort,
de schepen lopen vast en de natuur staat in brand." En hoewel velen
vonden dat hij overdreef, was zijn uitspraak helaas toch dicht bij de
waarheid: het viel niet mee. Extreem weer is het nieuwe normaal
geworden. Laat me dan ook beginnen met een compliment voor deze minister
voor het bestuursakkoord over klimaatadaptatie. En de minister doet ook
goed werk met haar Global Commission on Adaptation.
Maar internationale initiatieven en bestuursakkoorden houden geen water
vast, in tegenstelling tot groen-blauwe daken. D66 wil een aantal
concrete, effectieve maatregelen uitrollen over de platte daken van
Nederland. Een groen-blauw dak houdt water vast, isoleert en draagt bij
aan schone lucht. Is dit voor de minister een optie om mee te nemen in
de verdere besprekingen, ook gezien het enthousiasme van de
Deltacommissaris hierover? De gemeenten voeren nu stresstesten uit, maar
als je bankstel door de kamer drijft, heb je ook behoorlijk wat stress.
Bestuursakkoorden zijn goed, maar D66 wil concrete actie, ook als het
gaat om kwetsbare apparatuur in kelders van ziekenhuizen bijvoorbeeld.
Wat gaat de minister ondernemen om kwetsbare infrastructuur klimaatproof
te maken? Als het regent in Diemen, moeten niet de treinen in Utrecht
uitvallen, zoals onlangs gebeurde. Dan hebben ze nog een extra reden,
naast de blaadjes.
Dan de droogte, voorzitter. Van wie is het grondwater? De collega van
het CDA, Geurts, vroeg er al naar. Deze zomer pompten waterbedrijven
soms wel tot 40% meer water op dan normaal. Bij het oppervlaktewater is
er een duidelijke volgorde waarvoor je het water mag gebruiken, en
waarvoor niet. Daarbij wordt de natuur tot het laatst gespaard. Bij het
diepe grondwater is dit niet geregeld, waardoor mensen hun tuin kunnen
blijven sproeien, terwijl de natuur verdort. Gaat de minister
verdringingsregels opstellen, analoog aan die voor
oppervlaktewater?
Hetzelfde geldt voor de internationale afstemming. België spaart de
scheepvaart tot het laatst, waardoor er in Nederland drinkwaterprobleem
ontstaan. Hoe gaat de minister het droogtebeleid internationaal
afstemmen?
Dan de waterveiligheid. 30 jaar geleden liep ik stage bij het Centrum
voor Milieukunde in Leiden. We hielden ons bezig met het Plan Ooievaar.
Dat leidde later tot Ruimte voor de Rivier. We gingen het water bergen
mét de natuur in plaats van ertegenin. En het
Hoogwaterbeschermingsprogramma kent slechts één doelstelling:
waterveiligheid. D66 is van mening dat daarnaast ook ruimtelijke
kwaliteit als doelstelling dient te worden opgenomen, net als bij Ruimte
voor de Rivier.
Ik ben in de evaluatie van Ruimte voor de Rivier gedoken, op zoek naar
de succesformule. Wat was het geheim? Waarom bleven alle projecten
binnen de tijd en binnen het budget? Antwoord één is expertise. Er was
een sterke, onafhankelijke programmadirectie met specifieke kennis over
bouwen met natuur. Antwoord twee is juist die dubbele doelstelling:
naast veiligheid ook ruimtelijke kwaliteit. Onlangs kregen de makers van
Ruimte voor de Rivier de befaamde Maaskantprijs. Terecht staat Nederland
hiermee internationaal op de kaart. Toch zou het vreemd zijn als we
internationaal worden geprezen voor een praktijk die we zelf niet meer
toepassen. Daarom pleit D66 ervoor om, naast veiligheid, bij het
Hoogwaterbeschermingsprogramma ook ruimtelijke kwaliteit op te nemen, en
expertise hiervoor te organiseren.
Dan waterkwaliteit. Deze zomer werd de zwemmer Maarten van der Weijden
ziek tijdens het zwemmen van de Elfstedentocht. Experts wijten dit aan
poep en urine in het water. Elk jaar krijgen tienduizenden zwemmers
darmproblemen van het zwemmen. D66 wil zwemmers beter beschermen tegen
poepende pleziervaarders. In Nederland is het verboden om toiletten te
lozen op het oppervlaktewater. Inmiddels zijn er meer dan 300
uitpompstations, waar pleziervaarders hun vuilwatertank kunnen legen.
Toch gebeurt dit maar mondjesmaat, al is dat misschien niet de goede
uitdrukking in dit verband. Met de warmere zomers neemt de overlast door
blauwalg toe, wat ten koste van recreatieondernemers gaat. Bovendien wil
je je kinderen toch gewoon kunnen laten zwemmen? Daarom pleit D66 ervoor
dat schepen met een vuilwatertank deze simpelweg verzegelen. Makkelijk
te doen, makkelijk te controleren en schoner zwemwater.
Voorzitter. Per dag gooien mensen ruim 400 kilo aan medicijnen weg of
spoelen deze door het riool. Dat is slecht voor het onderwaterleven en
de vissen en dat is vooral kostbaar. We gaan nu, met hulp van deze
minister, miljoenen uitgeven om medicijnresten uit het rioolwater te
zuiveren, maar dat is toch, met alle respect, een beetje water naar de
zee dragen? Tijdens een vorig waterdebat concludeerde de heer Dijkstra
van de VVD dat het gewoon een kwestie van voorlichting is en hij heeft
gelijk. Daarom stelt D66 een breng-mij-terugsticker op
medicijnverpakkingen voor, zodat mensen echt kunnen weten waar ze met
hun restanten heen kunnen.
Voorzitter. Fosfaat is een eindige grondstof en is essentieel voor onze
voedselvoorziening. Waterschappen kunnen technisch gezien fosfaat
terugwinnen, maar de regels verhinderen dat. Ook voor het gebruik van
zuiveringsslib en energieopwekking zitten afval- en belastingwetgeving
in de weg. Het kan allemaal al en het speelde zeven jaar geleden al.
Weer een nieuwe praatclub? D66 zegt: minister, regel het gewoon, want
het fosfaat raakt op, ook voor onze voedselproductie. Graag een reactie
op dit punt.
Dan de Kaderrichtlijn Water. We gaan die doelstellingen niet halen. Het
PBL liet in de recente Balans van de Leefomgeving zien dat met de
huidige opzet in 2027 naar verwachting slechts 15% van de regionale
wateren in Nederland een goede biologische kwaliteit zal hebben en dat
dit voor de rijkswateren 55% zal zijn. Welke extra stappen gaat de
minister zetten om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te realiseren?
Wat is de inzet van de minister bij de fitness check?
Plastic. De VVD verrast vriend en vijand met haar proefballonnen. Als de
ideeën niet in strijd waren met de Grondwet, waren ze wel onhaalbaar of
een verspilling van belastinggeld, maar goed. Problematisch wordt het
als plastic proefballonnen het land en het water vervuilen. Boeren slaan
alarm omdat ze steeds meer plastic in hun grond aantreffen. Plastic
ballonnen staan in de top vijf van plastic afval dat op de stranden
wordt gevonden. D66 gunt kinderen hun ballon, maar zoals Dijkhoff het zo
mooi zegt: je ruimt je eigen rotzooi op. Het massaal buiten oplaten van
ballonnen is niet meer van deze tijd. Ik hoor graag van de minister dat
zij het hiermee eens is. Dat zou in ieder geval wel in lijn zijn met de
brief die zij samen met de staatssecretaris schreef over de aanpak van
zwerfafval. Een derde van het plastic afval op onze stranden en dus ook
in zee is visserijpluis, van netten. Wat gaat de minister hieraan
doen?
Voorzitter. De minister werkt aan haar visie op de Noordzee. Daarbij
gaat zij in op de balans tussen windenergie, visserij, natuur en
voedselproductie. D66 is van mening dat deze visie zo snel mogelijk het
licht moet zien, zodat de balans in de praktijk kan worden gebracht. Nu
lees ik dat de minister het juist gaat uitstellen met het oog op de
initiatieven voor klimaat en de NOVI die vanuit de vakdepartementen
komen. Niet wachten op deeltrajecten, maar doorpakken, minister; juist
als u uw coördinerende ambitie wilt waarmaken, gaat uw visie voor die
van de vakdepartementen.
Over uitstel en vertraging gesproken, voorzitter: de Waddenzee. Voor het
AO Waddenzee schreef de minister nog dat de onafhankelijke verkenning
van de ene beheerautoriteit ertoe moest leiden dat deze begin 2019 — ik
herhaal: begin 2019 — van start zou gaan. Dat is over twee maanden.
Tijdens het AO Waddenzee legde de Kamer er de nadruk op dat er een goede
scheiding tussen beleid en uitvoering moest komen. Nu voert de minister
juist dit argument aan als reden dat de verkenning langer duurt. Dat is
onbestaanbaar. Graag een reactie.
In 1987 besloot VVD-minister Kroes dat de Haringvlietsluizen op een kier
zouden gaan. Onlangs was het zover, een feestelijk moment. Alles is
opgelost, behalve dat er nog lekker doorgevist mag worden rond de kier.
Alle betrokkenen, ngo's, vissers en de ministers van LNV en IenW, zo zeg
ik er uitdrukkelijk bij, waren het erover eens dat het stilleggen van de
visserij rond de kier de meest voor de hand liggende en verstandige
maatregel was. De kosten, 1,5 miljoen, zijn te overzien in relatie tot
de 700 miljoen die Nederland en de buurlanden hebben uitgegeven aan het
mogelijk maken van vismigratie. De minister weigert samen met haar
collega van LNV om een visserijvrije zone in te stellen rondom de kier.
Zoals gezegd, een belediging voor elke trekvis en een bizarre besteding
van belastinggeld. Is de minister bereid om met haar collega van LNV in
gesprek te gaan om toch die verstandige maatregel waartoe zij zelf al
van mening was, namelijk een visserijvrije zone, zeker tijdelijk, in te
stellen?
Voorzitter, tot slot bodemdaling. Er is al veel over gezegd. D66 houdt
de waterschappen verantwoordelijk voor de veenbodemdaling. Het moet ook
eens gezegd worden dat jarenlang onverantwoordelijk beleid zijn tol
heeft geëist. Wat was hier aan de hand? Steden als Boskoop en Gouda
zakken weg in het moeras en de waterschappen pompen vrolijk door. Er
dreigt 20 miljard schade, als het niet veel meer is, als de minister dit
niet gaat oplossen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Brenk, die spreekt
namens 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter, ik ben wat verrast omdat ik dacht dat u de grootte van de
fracties zou aanhouden. Maar hartelijk dank.
De voorzitter:
Dat mag ook, als u dat liever is.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Nee, ik …. Nou, eigenlijk wel.
De voorzitter:
Dan bent u zo aan de beurt. Dan geef ik eerst het woord aan mevrouw
Kröger van GroenLinks.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
En mevrouw Kröger van GroenLinks is er helemaal klaar voor. Feest!
De voorzitter:
Dan hanteren we de volgorde van de fracties.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Oké, bij dezen.
Voorzitter, ruig weer, te nat, te droog, te veel of te weinig water. Dat
is klimaatverandering en dat is niet ver weg maar dat is hier en nu, en
de grote vraag is of we er klaar voor zijn. Nederland daalt steeds
harder door inklinkende bodem, gasboringen, veenoxidatie en andere
redenen. En tegelijk stijgt de zeespiegel en hebben we met steeds
onvoorspelbaardere regen te maken. Dan is het wat mij betreft zorgelijk
dat onderhoud van het hoofdwatersysteem is uitgesteld en dat de Europese
Rekenkamer hier ook over waarschuwt. Hoe gaan we die tekorten inlopen en
wanneer is al dat achterstallig onderhoud op orde, vraag ik de
minister.
We moeten slimmer omgaan met de grilligheid van het water, water bergen
als we te veel hebben en vasthouden voor tijden dat het droog wordt.
Daarom zijn we blij dat er een Bestuursakkoord Klimaatadaptatie ligt. We
zouden graag in de verdere uitwerking veel aandacht zien voor
klimaatadaptief bouwen. Wat zijn de concrete plannen om te zorgen dat
alle nieuwe wijken klimaatadaptief worden gebouwd? Wij hebben
blauw-groene wijken nodig met veel ruimte voor de natuur om water op te
vangen. Eerder vroeg ik vorig jaar een vorige bewindspersoon aandacht
voor groene daken, zowel voor verkoeling in de stad als voor
waterberging. Kan de minister vandaag toezeggen dat groene daken
meegenomen wordt in de klimaatadaptieve bouwplannen?
Worden potentiële bouwlocaties voldoende meegenomen in de
klimaatstresstesten die nu plaatsvinden? Als we nu al weten dat we voor
grote uitdagingen komen te staan met onze rivieren, moeten we toch geen
woonwijken meer aanleggen in bijvoorbeeld de uiterwaarden, zoals nu het
plan is in Arnhem. Dat is echt onbegrijpelijk. Zou het niet op zijn
minst verstandig zijn dat dit besluit wordt uitgesteld totdat de plannen
voor dijkversterkingen en de MIRT-verkenningen geheel zijn afgerond?
Graag hoor ik van de minister of zij bereid is om met de gemeenten en de
provincie het gesprek hierover aan te gaan. Welke concrete stappen gaat
de minister zetten om dit soort gevallen, zoals nu specifiek in Arnhem
speelt, in de toekomst te voorkomen? Wil zij samen met de VNG,
provincies en haar collega van Binnenlandse Zaken hier concrete
afspraken over maken? Wat doen we als het misgaat, want het gaat nu al
vaak mis? Hoe zijn mensen dan verzekerd? We lijken nu een gat te hebben
tussen een echte ramp met groot water, bijvoorbeeld wanneer een dijk
doorbreekt, en de opstalverzekering die je hebt voor bijvoorbeeld het
lekken van je dak na flinke hoosbuien. Er is veel grijs gebied, kleinere
waterwegen die overstromen, verzakkingen door droogte, toenemende kans
op storm en hagel en veel mensen weten ten eerste eigenlijk helemaal
niet dat ze een risico lopen op de locatie waar ze wonen en ten tweede
of ze wel of niet gedekt zijn, en hoe dan precies. Klopt het dat de Wet
tegemoetkoming schade bij rampen maar de helft van de schade dekt en
eigenlijk niet de schade door bedrijfsuitval en dat het soms tien jaar
duurt voordat er iets wordt uitgekeerd?
Wat GroenLinks betreft moet het voor iedereen veel duidelijker zijn wat
het risico op schade is bij extreem weer en welke zekerheid
daartegenover staat. Wanneer geldt de WTS en wanneer geldt de normale
opstalverzekering? Wat en waar zijn de risico's die de komende jaren
steeds vaker zullen voorkomen en welke mogelijkheden zijn er om je
daartegen te verzekeren? Het laatste Deltaprogramma zou het restrisico
tussen de WTS en de verzekeraars onderzoeken. Is dat ook gebeurd? Kan de
minister ons vertellen hoe het hiermee verdergaat? Ik wil graag een plan
van de minister en een grondig onderzoek, bijvoorbeeld door de WRR, naar
de verzekerbaarheid van klimaatschade in de toekomst. Is de minister
bereid om dit toe te zeggen?
Slimmere waterveiligheid moet ook in samenspraak met mensen en met
behoud van landschap, natuur en cultuur. De zorgen die eerder zijn
aangeduid door mijn collega van de VVD, tevens onze voorzitter, rond de
Markermeerdijk zijn daar een duidelijk voorbeeld van. Er zijn twijfels
of deze ingreep wel kosteneffectief is. De minister schrijft ons dat
alles goed is onderzocht en dat ze door wil. Ik wil de minister toch
echt met klem vragen of zij bereid is tot een second opinion, waarbij de
alternatieven die door de bewoners zijn gepresenteerd ook serieus worden
meegewogen.
Dan een ander punt van zorg over water en natuur: de geplande
zandafgraving in het IJsselmeer. Daar is veel onrust over in Friesland,
waar in een belangrijk natuurgebied op grote schaal zand gewonnen gaat
worden. Kan de minister hierover in gesprek met de betrokken gemeenten
en de provincie? Kan zij toezeggen dat er geen stappen gezet worden
totdat de alternatieven verkend zijn en het gesprek hierover is
aangegaan, waarbij minder schade en risico voor de natuur centraal
staat?
Dan drinkwater. Ik wil me vandaag graag richten op één bedrijf dat toch
wel symbool is komen te staan voor de zorgen en problemen rond chemische
stoffen en het drinkwater. Het zal niemand verbazen dat dat Chemours is.
In de zomermaanden was er landelijk veel onrust over het feit dat er nog
steeds PFOA in het afvalwater van Chemours zat, ondanks dat dit bedrijf
al jaren geleden deze mogelijk kankerverwekkende stof had vervangen door
GenX en PFOA dus niet vergund was. Mijn vraag aan de minister: was het
op het ministerie bekend dat PFOA als bijproduct van GenX kan ontstaan
in het productieproces? Met andere woorden, als je als bevoegd gezag
GenX vergunt, krijg je PFOA gewoon op de koop toe. Hoe kan dit? Was het
ministerie hiervan op de hoogte? Zo ja, waarom is de Kamer er dan niet
over geïnformeerd? Zo nee, wat gaat hier dan mis? Waarom is de
transparantie over alle potentiële ZZS die vrijkomen in het
productieproces niet onderdeel van de vergunning? Kunnen we zorgen dat
bedrijven naast de vergunning moeten rapporteren over wat ze
daadwerkelijk lozen en wat daarbij vrijkomt?
Dan over PFOA en de brede productgroep PFAS in de bodem. Op dit moment
is er geen landelijke norm voor en kan met PFAS vervuilde grond dus ook
worden ingezet voor het ontdiepen van plassen, het ophogen van dijken,
bouwgrond et cetera. Dit is een risico voor zowel het oppervlaktewater
als het grondwater. Heeft de minister in beeld hoeveel locaties er
landelijk met PFAS-stoffen vervuild zijn? Uit onderzoek van het
Expertisecentrum PFAS blijkt dat in 86% van de monsters, genomen op 29
risicolocaties, PFOA is aangetroffen in het water. Dat is zeer
zorgelijk. Wanneer worden die normen gesteld? Wordt PFAS-vervuiling
meegenomen in de analyses die worden gedaan voordat bodem en bagger weer
ingezet kunnen worden?
Dan ten slotte heel kort over plastics in het water. Er is steeds meer
bekend over hoever microplastics al zijn doorgedrongen in ons leefmilieu
en water. Komt er een norm binnen de Kaderrichtlijn Water over
microplastics in de natuur?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de Socialistische Partij, aan de
heer Laçin.
De heer Laçin (SP):
Dank, voorzitter. Ik wil het vandaag hebben over twee belangrijke
thema's. Een daarvan is waterveiligheid: hoe veilig zitten we achter de
dijken als het klimaat de komende decennia echt gaat veranderen? Het
andere is waterkwaliteit. Hoe zorgen we ervoor dat de lozing van
allerlei stoffen wordt tegengegaan?
Voorzitter. De zeespiegel stijgt sneller dan we dachten. Nu hebben we
het in Nederland goed geregeld. Al generatie na generatie wonen we
veilig achter de dijken, meters onder de zeespiegel en achter de
rivieren. Maar wonen we nog net zo veilig als het water drie meter hoger
komt te staan en we met een veel grotere toevoer van de rivieren vanuit
het achterland te maken hebben? Dat gaat niet de komende decennia al
gebeuren, maar wanneer is het moment om te beginnen met de benodigde
maatregelen? Als het water in 2100 meters hoog staat en blijft stijgen,
kan er niet pas in 2090 begonnen worden. 2100, 2090: het klinkt allemaal
heel ver weg, maar het zal gaan om ingrijpende, tijdrovende en zeer
kostbare maatregelen.
Het is goed dat het KNMI nu al aan scenario's werkt en dat deze
meegenomen gaan worden in de komende actualisering van programma's. Maar
wordt er ook een scenario ontwikkeld waarin we klimaatafspraken niet
gaan halen? Het gaat dan niet om de vraag of we in Nederland wel of niet
aan de gestelde doelen zullen voldoen, maar echt wereldwijd. De naleving
en uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs is helaas geen gegeven.
Wat andere landen, zoals de VS, China en Brazilië, gaan doen hebben wij
niet in de hand, maar het heeft op lange termijn wel effect op onze
veiligheid. In hoeverre wordt op deze mogelijkheid geanticipeerd? Hoe
gaan er op tijd voldoende middelen zijn als we echt van het ergste
moeten uitgaan?
Ik wil op dit punt ook de Markermeerdijk even aanstippen. Er zijn door
de VVD, GroenLinks en andere partijen dingen over gezegd. Wij zijn met
de commissie naar Varik-Heesselt geweest. Ik ben daar ook alleen naartoe
geweest en de minister is er volgens mij ook is geweest. Gelet op het
traject daar vind ik het vooral belangrijk dat wij de
burgerparticipatie, de inspraak en ook de ideeën die vanuit de bewoners
komen serieus nemen en een plek geven, zodat we kunnen voorkomen dat,
net als in Varik-Heesselt, actiegroepen jarenlang moeten strijden om
toch hun ideeën aan de man te krijgen. Dat is daar goed gelukt, dus
laten we vooral daarvan leren en het hier beter inrichten.
Voorzitter. Ook ik ga het over één specifiek bedrijf hebben. Dat zal
niemand aan deze tafel verbazen. Het gaat om het hier en nu en de
kwaliteit van ons drinkwater. Die staat onder druk door een veelvoud aan
redenen. Ik noem dumping van drugsafval en medicijnresten en natuurlijk
lozingen van allerlei giftige stoffen door de chemische industrie in het
water en in de lucht. Recent zijn op een aantal plekken, waaronder
Helmond en de Alblasserwaard, hoge concentraties PFOA aangetroffen.
PFOA, dat al vijf jaar niet gebruikt zou zijn door Chemours in
Dordrecht. De provincie Zuid-Holland heeft een dwangsom opgelegd van 1
miljoen euro, omdat Chemours volgens metingen is blijven lozen in de
zomer van dit jaar, 2018. Wij hebben het hier dus over PFOA, een
kankerverwekkende stof. Ik vind het echt ongekend dat dit gewoon gebeurt
en er niet of nauwelijks wordt opgetreden. De provincie doet alles wat
in haar macht ligt, maar dat is blijkbaar ontoereikend. Ik wil van de
minister horen of de aanwezigheid van PFOA in onze wateren een
bedreiging vormt voor ons drinkwater. Zit het er wellicht al in? Wordt
PFOA ook structureel gezuiverd uit het oppervlaktewater en wordt het ook
gemonitord? Zo niet, wat gaat de minister doen om dit inzichtelijk te
maken?
De voorzitter:
De heer Van Aalst heeft daar een vraag over.
De heer Van Aalst (PVV):
Ik probeer toch even van mijn collega van de SP wat helderheid te
krijgen. Er ligt een vergunning van Chemours waarin heel duidelijk staat
er inderdaad PFOA vrijkomt bij de verwerking. Daar is ook vergunning
voor verleend. Het gekke is nu eigenlijk het volgende. In de vorige
periode zat er een SP-gedeputeerde die de vergunning heeft afgegeven. We
hebben nu een nieuwe periode en nu is het een SP-gedeputeerde die
handhaaft en hier moeite mee heeft. Vindt u dat ook een vreemde
situatie?
De heer Laçin (SP):
Nee, ik vind dat geen vreemde situatie. De afspraak was dat Chemours
PFOA sinds 2013 niet meer zou gebruiken en dat dit niet meer zou
vrijkomen. Dat is wat er staat, ook in de afspraken met Chemours. Ik
weet dat de heer Van Aalst daar anders over denkt en dat ook blijft
volhouden, maar dat is wel de afspraak die is gemaakt. Op basis daarvan
heeft onze gedeputeerde, die dus inmiddels een andere portefeuille heeft
en nu op handhaving zit, alles uit de kast getrokken om Chemours bij de
les te houden. Ik noem dwangsommen. Inmiddels is de vergunning voor GenX
enorm verlaagd in de periode dat de SP daar bestuurt. Dat doen ze met
dwangsommen, maar dat neemt niet weg dat Chemours door blijft gaan.
Daarom vraag ik net zoals de PVV aan deze minister wat wij hier vandaan
kunnen gaan doen om dit te stoppen.
De heer Van Aalst (PVV):
We zijn het inderdaad eens dat we meer duidelijkheid moeten krijgen over
de handhaving, maar iets anders is wel pertinent onjuist. In de
vergunning staat heel duidelijk dat PFOA vergund wordt als bijproduct
dat vrijkomt in het proces bij Chemours. Dat staat er gewoon
klip-en-klaar in. Geen discussie. Dat heeft de SP-gedeputeerde op dat
moment vergund. Dus ik vind het heel merkwaardig dat-ie dan nu ineens
moeilijk gaat doen in de handhaving, los van of je het er wel of niet in
wilt hebben. Op dit moment constateer ik gewoon dat er een vergunning
ligt en dat de SP-gedeputeerde die die afgegeven heeft, nu ineens wil
gaan handhaven. Hij heeft er zelf een potje van gemaakt. Dat is
inderdaad het punt dat wij aangaven, van: goh, minister zorg er nu eens
voor dat die handhaving op orde komt. Ik vind het in dit geval toch een
beetje hypocriet en ik zou uw collega van de SP daar echt op aan willen
spreken dat hij dit vergund heeft toen hij dat mocht doen, en nu ineens
hoog van de daken schreeuwt dat het eruit moet. Dan had-ie toen even
wakker moeten blijven.
De heer Laçin (SP):
Het antwoord blijft eigenlijk hetzelfde. PFOA zou niet gebruikt mogen
worden, zou niet vrijkomen. Dat is de afspraak met betrekking tot de
invoering van GenX: PFOA zou gestopt worden. Deze discussie heb ik vaker
gehad met de heer Van Aalst. We kunnen haar hier over gaan doen. Maar de
SP probeert er zowel provinciaal als landelijk alles aan te doen dat die
rotzooi niet in ons milieu terechtkomt, want daar hoort dit gewoon
niet.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik deel de analyse van de heer Laçin dat het Rijk nu toch ook aan zet is
om iets te doen aan het feit dat er nog steeds PFOA in Nederland
gevonden wordt. Ik heb een vraag over het feit dat PFOA eigenlijk
ontstaat in het productieproces van GenX, een feit dat volgens mij niet
als zodanig gemeld is aan ons hier in de Kamer. Terwijl het wel te
vinden is in de vergunningverlening uit 2013 en in de verslagen van de
bezwaarschriften die net publiek zijn gemaakt. Hoe kijkt de heer Laçin
daar nu naar? Had er niet al veel eerder, ook vanuit de provincie, naar
het Rijk gecommuniceerd moeten worden: PFOA blijft vrijkomen, dus dit
blijft een probleem?
De heer Laçin (SP):
Eens. Ik denk dat we wat dat betreft ook naar onszelf moeten kijken, als
Kamer. Wat mij betreft is afgesproken dat PFOA niet meer gebruikt wordt
in het productieproces, dat het niet meer vrij zou moeten komen. Het
staat wellicht anders in de vergunning, maar GenX is bedoeld als
opvolger van PFOA. Als in dat productieproces nog steeds PFOA vrijkomt,
wat nu eigenlijk blijkt uit metingen van afgelopen zomer, dan moet de
minister heel snel stappen gaan nemen, want dat is volgens mij niet de
bedoeling. We weten dat dit zou moeten stoppen omdat het
kankerverwekkend is. GenX zou een kleine verbetering moeten zijn, maar
toch blijft het komen. Ik vind dat gewoon niet kunnen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Volgens mij blijkt het niet zozeer uit de metingen van afgelopen zomer.
Uit de metingen blijkt inderdaad dat PFOA nog steeds in het afvalwater
zit. Over de oorzaak daarvan zijn wij als Kamer niet geïnformeerd. De
oorzaak is dat het gewoon een bijproduct is van het
GenX-productieproces. Dat is informatie die volgens mij bij de provincie
wel bekend was. Dan is mijn vraag toch aan mijn collega: wat gaat hier
nou mis dat dit op provinciaal niveau bekend is en wat zouden we daaraan
kunnen doen?
De heer Laçin (SP):
Ik denk dat het dan goed is om ook richting de provincie te communiceren
hoe dit niet bij ons terecht is gekomen, waarom wij daar nu, vijf jaar
later, pas een discussie over hebben. We hebben die discussie natuurlijk
wel vaker, maar nu op dit specifieke punt. Want de afspraak is wat mij
betreft dat we PFOA zouden moeten uitsluiten. Als het in het
productieproces nog steeds vrijkomt en in ons milieu en ons water komt,
waar het vervolgens een dreiging is voor ons milieu en wellicht onze
gezondheid, dan gaat er iets mis en moeten we daar, denk ik, heel snel
stappen op gaan nemen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Laçin (SP):
Ja. Dan maak ik de koppeling naar REACH. Ik weet dat dit voornamelijk
hoort bij het dossier van de staatssecretaris, maar het heeft
uiteindelijk wel effect op ons drinkwater, op ons milieu, dus wil ik er
toch een aantal dingen over zeggen. We hebben het continu over één stof,
dan is het PFOA, dan is het GenX, en dat komt doordat, op het moment dat
de ene stof verboden is, de andere stof alweer klaarstaat om
geïntroduceerd te worden. REACH zou ons daarvoor moeten beschermen. In
totaal zijn 21.000 stoffen geregistreerd in REACH. Ongeveer twee weken
geleden konden we lezen dat uit onderzoek is gebleken dat in 70% van de
dossiers aangeleverd door bedrijven die met chemische stoffen werken
cruciale informatie ontbreekt. Informatie bijvoorbeeld over hoe
kankerverwekkend een stof kan zijn, toch niet het minst onbelangrijke
zou ik zeggen.
Om kosten te vermijden breken fabrikanten de wet. Dat is de conclusie.
Geld boven mens en milieu is ook hier weer onze conclusie. Dit kan ook
grote gevolgen hebben voor ons drinkwater en voor onze gezondheid. Wat
gaat de minister samen met de staatssecretaris doen om in Europees
verband snel tot maatregelen te komen? Wat gaat zij doen om ervoor te
zorgen dat stoffen die in Nederland op de markt komen wel goed gecheckt
en gecontroleerd worden? De ILT doet nu pas onderzoek als het Europese
agentschap een seintje geeft. Ze hebben de afgelopen jaren maar 7% van
alle dossiers kunnen onderzoeken. Bedrijven overtreden Europese en
Nederlandse wetten en niemand die ze aanpakt. De minister is het toch
met mij eens dat dit systeem zo niet werkt en dat we aanvullend op REACH
zelf veel meer moeten doen aan controles en handhaving hier? Is de ILT
voldoende uitgerust om deze dossiers veel vaker te controleren? Is er
ook voldoende kennis aanwezig om dit uit te voeren?
Dan kom ik bij het punt dat ik al vaker heb aangedragen, ook samen met
50PLUS. Is de minister, ook met deze nieuwe informatie in de hand, het
niet met ons eens dat er een drinkwatercriterium in REACH opgenomen moet
worden? Wij hebben hier een technische briefing over REACH, de
Kaderrichtlijn Water en de Drinkwaterrichtlijn gehad. Daar werden we wel
iets wijzer van, maar het riep ook ontzettend veel vragen op. We zullen
daarover doorpraten, maar wat vindt de minister daar nu van?
Voorzitter. We hebben de afgelopen periode lange periodes van droogte
gekend met lagere waterstanden tot gevolg. De lozingen van chemische
stoffen gaan dan wel gewoon door, waardoor er in die periode
verhoudingsgewijs een groter percentage chemische stoffen in het water
zit. Nu de verwachting is dat langere periodes van droogte vaker zullen
voorkomen, is het belangrijk dat we hiermee aan de slag gaan. Is de
minister bereid te onderzoeken of er in periodes van droogte ook minder
geloosd kan worden door de industrie? Ik overweeg een motie op dit punt,
want ik maak me daar grote zorgen over.
Nog een groot zorgpunt op dit punt is de Omgevingswet. Het uitgangspunt
voor lozingen verandert in de Omgevingswet van "nee, tenzij" naar "ja,
mits". Dit betekent dat elke lozing mag, tenzij anders wordt besloten.
Wat ons betreft is dat echt de omgekeerde wereld. We hebben het nu niet
op orde, maar in plaats van de teugels aan te trekken gaan we ze verder
loslaten. Ik hoor graag van de minister of zij bereid is om op dit punt
in actie te komen.
Dan kort nog een paar andere punten. Het varend ontgassen gebeurt op
grote schaal en in het hele land en een landelijk verbod komt op z'n
vroegst in 2020. De minister heeft vorige week tijdens het debat over de
Transportraad aangegeven dat ze op dit punt nog met een brief komt voor
het algemeen overleg Maritiem op 6 december. Ik wil er nu toch aandacht
aan geven, omdat we blootgesteld worden aan kankerverwekkende stoffen.
Dat moet stoppen, het liefst vandaag. In Duitsland, zei de minister
vorige week al, geldt een landelijk verbod op een aantal stoffen. Welke
zijn dit en kunnen we dat ook meteen hier in Nederland regelen? Hoeveel
ontgassingsinstallaties hebben we in Nederland staan en hoeveel hebben
we er straks nodig?
Voorzitter, ik wil even vragen hoever ik ben met mijn spreektijd.
De voorzitter:
U bent er overheen, maar u heeft een totaaltijd van elf minuten en u zit
nu op zeven en een half.
De heer Laçin (SP):
Dan nog twee hele korte punten, ten eerste legionella. In 2012 vielen er
zestien doden en in 2017 inmiddels 31 met een recordaantal meldingen.
Dit probleem wordt alsmaar groter. Het is goed dat in kaart wordt
gebracht hoe eisen ten aanzien van afvalwaterzuivering
legionellaverspreiding kunnen tegengaan. Wanneer kan de Kamer dit
verwachten en welke stappen gaat de minister zetten om hier beter op in
te spelen, zodat we het tij kunnen keren?
Voor bodemdaling is al veel aandacht gevraagd. Ik sluit mij daarbij aan.
Er zijn grote problemen; Gouda en Boskoop zijn al genoemd. Wat gaan we
doen om het tij te keren? Welke stappen kunnen wij op korte termijn van
deze minister verwachten.
De voorzitter:
Dank u wel. Een vraag van de heer Geurts.
De heer Geurts (CDA):
Ik dacht een moment dat ik in een AO Leefomgeving zat, maar laten we
even teruggaan naar het WGO Water. Ik heb in mijn bijdrage aangegeven
dat de kosten van dijkvakken fors omhooggaan door normeringen die we
Kamerbreed hebben afgesproken. Heeft de SP-fractie er een visie op hoe
we met die kosten om moeten gaan?
De heer Laçin (SP):
Ja, zeker. De kosten zijn voor ons belangrijk, maar waterveiligheid ook.
De normeringen die wij met elkaar hebben afgesproken, zijn wat ons
betreft leidend. Mevrouw Van Brenk heeft er in haar interruptie ook al
aandacht voor gevraagd. We houden veel geld over door onderbesteding en
overprogrammering. Wat ons betreft moeten we naar het hier en nu kijken.
Dit vraagt ook om een langetermijnvisie. We moeten kijken waar we het
geld dat we overhouden ook kunnen inzetten op het gebied van
waterveiligheid. Als dat voor deze commissie een prioriteit is, dan
moeten we daar ook middelen voor beschikbaar maken en moeten we samen
vaststellen waar die middelen vandaan komen. De SP houdt niet per se
vast, op andere vlakken ook niet, aan: dit is bestemd, dit is geoormerkt
en dus moeten we daaraan vasthouden. Als we wat overhebben, moeten we
samen met deze commissie kijken waar we het goed kunnen inzetten. Als
dat waterveiligheid is, moeten we dat vooral doen.
De heer Geurts (CDA):
Mag ik hieruit concluderen dat de SP vindt dat, als er onderuitputting
van bepaalde geldmiddelen die voor onderhoud beschikbaar zijn en daar
ook heel hard voor nodig zijn maar even niet in de tijd weggezet kunnen
worden, die middelen dan overgezet kunnen worden naar andere potten,
bijvoorbeeld om leuke dingen van te doen in een jachthaven?
De heer Laçin (SP):
Nee, zeker niet om "leuke dingen" van te doen. Volgens mij is de
aandacht die wij hebben voor waterveiligheid niet per se leuk. Het is
noodzakelijk. We doen het goed. Maar als daar aanvullende middelen voor
nodig zijn en we onderuitputting hebben, dan moeten we als commissie
besluiten of we dat wel of niet doen. Daarover hebben we heel veel
debatten. Ik heb in de begrotingsdebatten ook aangegeven dat we met de
onderuitputting van ons Infrastructuurfonds op kortere termijn ook
andere dingen kunnen doen. We blijven uitstellen, we blijven het geld
naar voren schuiven. Natuurlijk zijn die gelden ook geoormerkt, maar als
we structureel een onderuitputting blijven hebben, kunnen we ook kijken
hoe we dat nu kunnen oplossen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de volgende spreker. Dat is de
ChristenUnie, waarvoor mevrouw Dik-Faber haar bijdrage levert. Gaat uw
gang.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Nederland moet zich aanpassen aan
klimaatverandering. Vorige week is het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie
getekend; een mooi moment. Tot 2022 is er extra geld beschikbaar. Kan
dit geld op tijd worden ingezet voor onder meer de stresstesten? En
komen zo veel mogelijk maatregelen die uit de stresstesten volgen, ook
in aanmerking voor cofinanciering? De ChristenUnie vindt het belangrijk
dat de landbouw betrokken is bij deze stresstesten en eventuele
maatregelen. De landbouw heeft immers veel baat bij snelle afvoer van
water en waterberging in tijden van droogte. Hoe wordt ervoor gezorgd
dat de Waterwet zo snel mogelijk wordt aangepast zodat regionale
maatregelen om wateroverlast tegen te gaan uit het Deltafonds
gesubsidieerd kunnen worden? Ik verwijs ook naar de vragen van het
CDA.
Voorzitter. Vorige week werd ook bekend dat door de droogte huizen en
gebouwen verzakken en dat er scheuren in de muren staan, vooral in het
westen van Nederland. Veenbodems in onder meer het groene hart drogen
extra uit en zorgen voor ondiepe bodemdaling. Het veen oxideert,
waardoor ook nog meer CO2 vrijkomt. Is het probleem van het
verzakken van woningen onderdeel van het bestuursakkoord, vraag ik de
minister. Niet alleen op veen maar ook in het rivierengebied zien we
problemen door de lage grondwaterstand. Het gaat zowel om paalrot als om
huizen die zonder heipalen zijn gebouwd. Wordt er onderzoek gedaan naar
oorzaken en oplossingen?
De voorzitter:
Ik zie een vraag. De heer De Groot.
De heer De Groot (D66):
De ChristenUnie beschrijft de problemen. Hoe ziet zij de rol van de
waterschappen in de hele ontwatering?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
De heer De Groot helpt mij aan extra spreektijd; dat vind ik heel fijn,
en het is een goede vraag. Ik weet dat de fractie van D66 niet zo'n fan
is van de waterschappen. De fractie van D66 wilde heel graag dat de
waterschappen zouden worden opgeheven en bij het provinciebestuur zouden
worden ondergebracht. De ChristenUnie is daar geen voorstander van. De
ChristenUnie vindt de waterschappen als oudste democratische orgaan in
Nederland bijzonder waardevol. Ik denk dat we samen met de waterschappen
en met andere partijen — denk aan de boeren en de gemeenten — in het
veenweidegebied moeten kijken naar oplossingen om te voorkomen dat de
bodemdaling verder gaat en het veen oxideert. De waterschappen zijn daar
nadrukkelijk ook een partij bij, naast alle anderen.
De heer De Groot (D66):
De waterschappen veroorzaken die veenoxidatie natuurlijk ook, doordat ze
structureel te laag pompen. D66 is niet voor niets kritisch op de
waterschappen. Dat heeft eerder te maken met het beleid dat ze voeren,
dat namelijk stelselmatig ten koste gaat van de natuur, en nu ook van
het klimaat en de bewoners van de steden. Dus ik ben toch wel benieuwd
naar de visie van de ChristenUnie. Los van wat we van waterschappen
vinden, zijn wij kritischer op wat zij doen, vooral op het te diep
bemalen van het veenweidegebied, met alle gevolgen voor de bewoners van
dien.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Iedereen die het niet eens is met het beleid van de waterschappen, kan
volgend jaar naar de stembus. Dan zijn er waterschapsverkiezingen en dan
kunnen we allemaal onze stem uitbrengen op partijen die voor ogen hebben
wat wij belangrijk vinden. Voor de ChristenUnie is belangrijk dat we een
halt toeroepen aan de bodemdaling en dat we zorgen dat het veen niet
oxideert. Dat betekent dat we tot een plan moeten komen voor de
toekomst, een plan waardoor we niet aan die lage grondwaterstanden
vasthouden, want dat is niet houdbaar. Dus als meneer De Groot die
uitspraak van de ChristenUnie wil horen, dan bij dezen. Alleen dat plan
kan niet alleen door de waterschappen worden vastgesteld. Bij dat plan
zullen alle andere gebruikers betrokken moeten zijn, zoals de gemeenten,
en de boeren, voor wie dit ook heel belangrijk is. Ik zeg daar ook
gelijk maar even bij — dat heb ik vorige jaren ook gedaan bij het WGO
Water — dat ik dit probleem eigenlijk te groot vind voor de regio, voor
de lokale overheid. Hier moet de rijksoverheid echt de regie pakken en
partijen met elkaar om de tafel brengen, zodat er echt een oplossing
wordt gezocht voor de toekomst, die ook uitvoerbaar is. Dit probleem is
echt te groot om over te laten aan decentrale overheden, aan de
waterschappen en aan alle andere partijen die ik genoemd heb.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dat zal ik doen, voorzitter.
De droogte en de lage waterstanden kunnen ervoor zorgen dat de normen
voor bijvoorbeeld toxische stoffen uit de industrie, overschreden
worden. Hoe gaat de minister daarmee om?
Verder nog een vraag over REACH en de stoffen die zijn aangemeld. We
hebben vorige week het nieuws gezien. Van de 21.000 meest gebruikte
chemische stoffen is onbekend of ze een gevaar zijn voor de
volksgezondheid. Het RIVM heeft het over een verontrustende situatie. Ik
hoorde de SP er heel veel vragen over stellen. Ik kan daar eigenlijk wel
bij aansluiten.
Dan is er een green deal voor de zorg, met daarin ook aandacht voor
medicijnresten uit water. Gaat de minister samen met VWS goed monitoren
en concrete uitvoering geven aan de green deal? Wat wordt gedaan aan het
direct verminderen van emissies van ziekenhuizen? Hoe wordt het geld uit
het regeerakkoord precies ingezet voor de community of practice rond
rioolwaterzuiveringsinstallaties en de besluitvorming bij
waterschappen?
Voorzitter. Op 1 november 2017 zijn gewasbeschermingsmiddelen ook op
onverharde terreinen verboden. Bepaalde terreinen zijn echter nog steeds
uitgezonderd, zoals sportvelden en recreatieterreinen. Ook voor
particulieren is er geen verbod. Er zijn green deals gesloten, maar wat
zijn de resultaten? Wordt het geen tijd om het verbod verder uit te
breiden? Nieuwe, meer milieuvriendelijke gewasbeschermingsmiddelen voor
de landbouw in grondwaterbeschermingsgebieden worden onvoldoende door de
markt opgepakt, omdat er meerkosten aan verbonden zijn en het ook maar
een beperkt gebied betreft. Daardoor zijn boeren in
grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen op verouderde middelen. Wat
kan de minister hierin betekenen?
Dan het IJsselmeer. Daar zijn vergaande plannen voor zandwinning. Er
liggen talloze rapporten aan ten grondslag. Als je die allemaal leest,
is het een wonder dat de provincie een verklaring van geen beperkingen
heeft afgegeven. Wat vindt de minister hiervan? Is ze bereid tot een pas
op de plaats en tot overleg met de regio om te kijken of er
alternatieven zijn?
Voorzitter. Waterschappen hebben veel mogelijkheden om bij te dragen aan
de energietransitie, bijvoorbeeld door wind- en zonne-energie op hun
terreinen en door aquathermie uit afval- en oppervlaktewater. Ze lopen
echter aan tegen onduidelijkheid over de vraag of ze meer mogen opwekken
dan ze voor hun eigen bedrijfsvoering nodig hebben. Dit remt de
ontwikkeling van schone energie onnodig. Is de minister bereid om de
Waterwet hiervoor aan te passen?
Mijn laatste punt. Ik denk dat een kleine maar eenvoudige oplossing voor
het probleem dat we vandaag bespreken — klimaat, klimaatverandering,
koele steden et cetera — is om over te stappen op groende daken, groene
gevels, groene tuinen en groene schoolpleinen. Eigenlijk zou hier toch
een totaalaanpak voor moeten komen. Vindt de minister dat ook een goed
idee?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb zelf namens de VVD-fractie een vraag over dat
laatste: groene daken. Ik hoorde het net ook al. Wat is de rol van de
overheid daarin en in hoeverre moet je dat verplichten, vraag ik aan de
ChristenUnie.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik weet niet in hoeverre je nu direct al met wetgeving moet lopen
wapperen. Tegelijkertijd zie ik dat we heel veel kansen laten liggen. We
hebben een Bouwbesluit dat achterloopt op projecten die in de praktijk
al gerealiseerd worden. Als er dan toch in de praktijk al meer mogelijk
is dan we nu in ons Bouwbesluit hebben opgenomen, dan ben ik wel bereid
om te kijken of we hier of daar nog een stap kunnen zetten, omdat we
gewoon echt kansen laten liggen.
De voorzitter:
Oké, dus kansen benutten maar geen dwang. Mag ik het zo
samenvatten?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik weet niet of de VVD-fractie bouwbesluiten dwang noemt. Dat zou vanuit
het perspectief van de VVD zomaar zo kunnen zijn, maar ik vind dat hier
heel veel kansen liggen die we nu niet benutten. Ik noemde even het
voorbeeld van de tuinen. Dat is best ingewikkeld, want dat is gewoon
particulier eigendom. Je gaat mensen niet verplichten: u moet zoveel
procent gras en groen in de tuin hebben. Tegelijkertijd droomt iedereen
van een huis met een eigen tuintje en wat doen mensen dan? Ze gaan het
helemaal betegelen en leggen er kunstgras in. Dan denk ik: dat is toch
ook niet helemaal de bedoeling; is het dan niet beter dat je in een
appartement gaat wonen? Ergens wringt het. Laten we dan in ieder geval
kijken wat we in het bouwbesluit kunnen doen, bijvoorbeeld voor
bedrijventerreinen. Misschien moeten we kijken wat we voor particulieren
kunnen doen in de voorlichtende en stimulerende sfeer. Het gaat om
maatwerkoplossingen. Het moet echt beter dan waar we tot nu met elkaar
toe in staat zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Teunissen. Zij spreekt
namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. In alle gewesten wordt de stem van het water met
zijn eeuwige rampen gevreesd en gehoord. Zo besluit het gedicht van
Hendrik Marsman uit 1936 over de strijd van Nederland tegen het water.
Tot nu toe zijn we meestal in staat geweest ons land te beschermen tegen
die eeuwige rampen, maar door klimaatverandering met zeespiegelstijging,
extreme droogte en extreme wateroverlast tot gevolg, heeft die strijd
een nieuwe wending genomen. Er zijn ongekende maatregelen nodig om het
water te beheersen en klimaatverandering op tijd tegen te gaan. Met de
huidige maatregelen stevent de aarde af op 3°C opwarming, waardoor de
klimaatverandering onbeheersbaar wordt. We moeten naar een scenario van
1,5°C, maar het kabinet schuift cruciale maatregelen daartoe voor zich
uit. "Regeren is vooruitschuiven. Na ons de zondvloed." Letterlijk. De
minister trekt nu 600 miljoen uit om de extreme droogte en wateroverlast
te lijf te gaan. Tegelijkertijd blijft zij de groei van de luchtvaart en
daarmee verdere opwarming van de aarde faciliteren. Als dat geen dweilen
met de kraan open is.
Ook op andere dossiers knelt het. Het grondwaterpeil moet worden
verhoogd om verdere bodemdaling te voorkomen en om droogte en verzilting
tegen te gaan. Hiervoor zal de minister de strijd aan moeten met de
minister van LNV en de lobby van de vleesindustrie. Als zij groen in de
stad wil om wateroverlast en hittestress tegen te gaan, dan zal het
kabinet de plannen om groen vol te bouwen moeten stoppen. Met andere
woorden, 600 miljoen is mooi, maar hoe voorkomt de minister dat
tegenwerkende maatregelen die 600 miljoen tenietdoen?
Voorzitter. Waterberging is een van de aspecten van klimaatadaptatie. In
steden is soms wel tot 70% van het oppervlak bebouwd en bestraat. Dit
kan in de binnenstad en op bedrijventerreinen oplopen tot wel 90%. Door
alle verharding krijgt het water nauwelijks meer de kans om de bodem in
te zakken. De Nationale Klimaatadaptatiestrategie van 2016 vermeldt al
dat de vergroening in de stad belemmerd wordt door andere doelen, zoals
woningbouw en de aanleg van wegen. Ook de aanleg van groene daken laat
al heel lang op zich wachten. Groen komt altijd op de laatste plaats,
terwijl vergroening naast klimaatadaptatie nog veel voordelen heeft,
zoals het verbeteren van de luchtkwaliteit, de gezondheid en de sociale
cohesie. Is de minister bereid om vergroening mee te nemen in de
criteria voor adaptatiemaatregelen die steun gaan ontvangen, om te
voorkomen dat vergroening het onderspit delft? Kan de minister dit
toezeggen?
Voorzitter. Ik ga over naar de Noordzee. Nog steeds lozen chemietankers
uit de Rotterdamse haven ongestoord restanten van hun schadelijke
ladingen pal voor de kust. Daarbij komen stoffen in het zeewater die
schadelijk zijn voor het zeeleven en voor mensen. Eerder zei de minister
dat het iets is wat we met z'n allen niet willen, en toch komt ze niet
met een verbod op het zeezwaaien. De regels van de International
Maritime Organization en het recht op vrije doorvaart zouden dat
verhinderen. Kan de minister aangeven hoe Duitsland dit, als lidstaat
van de IMO, wel geregeld heeft en waarom Nederland dit voorbeeld niet
kan volgen? Waarom zou een verbod bijten met het recht op vrije
doorvaart? Het niet mogen spoelen van de tanks heeft toch geen effect op
die doorvaart? Graag een reactie.
Voorzitter. Een enorme vervuilingsbron van de zeeën zijn microplastics.
De staatssecretaris gaat nu een monitoringssysteem binnenwater
optakelen. Dat is een goed begin. Tegelijkertijd schiet het kabinet
ernstig tekort in de bronaanpak van microplastics, zelfs in het
laaghangend fruit. Denk bijvoorbeeld aan de proefballonnetjes van de
fractievoorzitter van de VVD: even 500 ballonnen oplaten; even plastic
in de lucht gooien. Ook al is dat plastic van natuurlijke oorsprong, wat
wordt beweerd, het breekt nooit snel genoeg af om te voorkomen dat
dieren ervan eten en er daardoor schade in hun maag- en darmsysteem
ontstaat. Proefballonnen dragen bij aan de plasticsoep. Onze aangenomen
motie om het oplaten van ballonnen te ontmoedigen wordt kennelijk nog
onvoldoende uitgevoerd. Of de VVD is gewoon hardleers, dat kan ook. Ik
hoor graag van de minister met welke concrete maatregelen zij het
oplaten van ballonnen meer gaat aanmoedigen.
De voorzitter:
Ontmoedigen. Ik denk dat u "ontmoedigen" bedoelt. U zei "aanmoedigen",
maar gaat u door.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Excuus, voorzitter. Natuurlijk bedoelde ik "ontmoedigen". Dank u wel
voor de correctie.
De voorzitter:
Ik zei het maar voor het geval dat. Want anders hebben we nieuws. Gaat u
door. U bent door uw tijd heen. Het gaat nu ten koste van uw tweede
termijn, maar gaat u door.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Er is meer laaghangend fruit om plasticsoep tegen te gaan.
Denk aan het verbieden van rubberkorrels voor kunstgrasmatten. Waarom
stelt het kabinet deze maatregel uit, terwijl het terugdringen van
microplastics bij de bron moet plaatsvinden? Ik overweeg een motie op
dit punt.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Geurts.
De heer Geurts (CDA):
Ik was even nieuwsgierig hoe de Partij voor de Dieren aankijkt tegen de
situatie rondom de Markermeerdijken.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Misschien kan de heer Geurts daar iets specifieker in zijn. Ik kan daar
heel veel over vertellen, maar misschien kan hij een concrete vraag
stellen?
De heer Geurts (CDA):
Dit is een hele concrete vraag en ook een hele open vraag. Ik dacht:
laat ik hem niet gesloten maken, want dan koerst die ergens naartoe. Ik
heb het er in mijn bijdrage al over gehad dat er heel veel discussie
over de dijk tussen Amsterdam en Hoorn is. Wij als CDA vinden dat er
stapsgewijs een ontwerp moet komen dat flexibel en aanpasbaar is et
cetera. Er is veel inspraak. Er spelen veel zaken. Ik ben gewoon even
nieuwsgierig hoe de Partij voor de Dieren daartegen aankijkt.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb verder niet zo veel toe te voegen aan het verhaal van de heer
Geurts. Dat leek me gewoon helder.
De voorzitter:
Nou, oké. Dan zijn jullie het eens, denk ik. Dan komen we bij mevrouw
Van Brenk van 50PLUS, maar er is eerst nog een vraag van de heer De
Groot. O nee, meneer De Groot, u bent al door uw vragen heen. Ja, ik ben
streng vandaag. Ik ruik de lunch al. Maar ik geef nu eerst het woord aan
mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Ik kan in ieder geval zeggen dat ik mij wat betreft REACH
aansluit bij de SP. Dat scheelt weer. Als eerste wil ik graag de
afzwaaiend Deltacommissaris, de heer Wim Kuijken, bedanken. Hij heeft
waterveiligheid en watermanagement hoog op de agenda gezet de afgelopen
jaren. Natuurlijk wenst 50PLUS de nieuwe Deltacommissaris, de heer Glas,
veel succes.
Voorzitter. Op het Deltacongres, waarbij ook de minister aanwezig was,
realiseerde ik me weer eens te meer hoe hoog de urgentie eigenlijk is.
We kunnen niet wegkijken. De waterveiligheid van ons land moet hoge
prioriteit krijgen en houden. Al tijdens de begrotingsbehandeling stelde
ik de vraag aan de orde hoe de minister die veiligheid ziet in relatie
tot het feit dat er voor 744 miljoen aan uitgesteld onderhoud ligt. De
Algemene Rekenkamer heeft ook al zijn zorgen over dit punt uitgesproken.
50PLUS is niet gerustgesteld door het antwoord van de minister. Het
verschil tussen "uitgesteld" en "achterstallig" snap ik, maar er komt
een punt waarop het een in het ander overloopt. Dat punt moeten we ruim,
heel ruim voorblijven. Onderhoud op de lange termijn wordt immers niet
voor niets gepland. Waarom is het dan toch weer uitgesteld? Geen enkel
risico is wat ons betreft toegestaan. Wie bepaalt wat het moment is om
dat onderhoud wel uit te gaan voeren? Ik krijg daar graag een gedegen
toelichting op.
50PLUS hoort ook graag van de minister hoe het de Taskforce Herijking
Afvalstoffen vergaat. Is het rapport van Berenschot waarin in opdracht
van de Unie van Waterschappen de knelpunten voor de waterschappen in
kaart worden gebracht, als uitgangspunt genomen? In de aanvullende
afspraken op het Bestuursakkoord Water worden de belemmeringen wel
aangestipt, maar heel summier. 50PLUS heeft dit rapport al meerdere
malen onder de aandacht gebracht, maar er is nog niets mee gebeurd,
terwijl dat toch prioriteit zou moeten hebben. Als het te lang duurt,
overwegen wij dit zelf ter hand te nemen.
In de schriftelijke vragenronde hebben wij enkele vragen gesteld over
innovaties bij acute wateroverlast. De antwoorden vond ik niet allemaal
even duidelijk. Zo is 50PLUS benieuwd welke innovaties gebruikt zijn bij
hoogwateroefeningen. Ziet de minister de voordelen van innovaties ten
opzichte van de huidige methode, de zandzakken, wat betreft
arbeidsintensiviteit? Graag een reactie, ook op mijn amendement. Wij
denken dat dit voor Meerssen echt op korte termijn een oplossing kan
bieden. Het onderzoek van Deltares naar mogelijk snellere
zeespiegelstijging in de toekomst geeft stof tot nadenken. Dit kan
consequenties hebben voor de zoetwatervoorziening, de waterveiligheid en
het kustfundament, en is belangrijk genoeg om nu al over na te denken.
Dat bevelen zij ook aan. Zou de minister willen reflecteren op het
rapport en de aanbevelingen? Wij maken ons zorgen over het onderhoud,
het watermanagement en het beheer en onderhoud van het systeem, want
vanaf 2022 wordt er jaarlijks een tekort van 20 miljoen verwacht. Hoe
gaat de minister dit oplossen?
Daarnaast leven bij ons nog een aantal losse vragen. Hoe staat het met
de Blue Deal? Die start volgend jaar officieel. Wat gaan wij daarvan
merken? En ligt alles op schema? We hebben kennisgenomen van aanvullende
afspraken over het Bestuursakkoord Water. Die nieuwe ambitie is mooi,
maar mijn overgenomen motie van februari van dit jaar vroeg om concrete
afspraken, en niet alles is even concreet. Denk bijvoorbeeld aan de
paragraaf over knelpunten bij afvalwaterzuivering, die ik al noemde. Wat
is de visie van de minister? Gaan we deze ambitie nu wel realiseren? En
wat is de investering?
De collega's hebben gelukkig al heel veel gezegd, ook over de
bedrijfsafvalwaterzuiveringsinstallatie. Ik heb nog twee punten. Waar
blijft het afwegingskader voor de Lange Termijn Ambitie Rivieren? Wat
betekent dit voor alle huidige verkenningen? En wat vindt de minister
van het voorstel van Vewin om lozingsvergunningen debietafhankelijk te
laten zijn, om hiermee de waterkwaliteitsproblemen bij winningen voor
waterproductie in een periode van droogte en lage rivierafvoeren te
voorkomen?
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik ten slotte het woord aan de heer Stoffer. Hij
spreekt namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Stoffer (SGP):
Dat klinkt als een hele mondvol, voorzitter. Dank. Mocht u denken "hij
gaat over zijn tijd in eerste termijn heen": ik gebruik al mijn tijd
voor de eerste en de tweede termijn gewoon in één keer. Dan bent u wat
dat betreft wellicht gerustgesteld.
Voorzitter. 100 jaar geleden werd niet alleen de SGP opgericht, maar
werd ook de Zuiderzeewet vastgesteld. Ik weet niet of er een verband is,
maar in ieder geval zijn waterveiligheid en zoetwatervoorziening voor de
SGP belangrijke thema's. De afgelopen jaren heb ik onze dochters ook tot
vervelens toe meegenomen naar museum Nieuw Land. Wat dat betreft is ook
de hele familie dus doordrongen van het gedachtegoed van de
Zuiderzeewet.
Voorzitter. Ik begin met twee complimenten. Het eerste is voor het
Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling, waarin Rijk, provincies,
waterschappen en gemeenten met elkaar werken aan dit belangrijke
vraagstuk. Het tweede compliment, dat ook al is gemaakt door D66, is
voor een stevig Bestuursakkoord Klimaatadaptatie. Het is heel mooi dat
de minister ook bereid blijkt om hier extra geld voor uit te trekken.
Maar aan dit compliment zit ook wel een vraag vast. Die luidt als volgt.
Wat betekent de Deltafondsbijdrage voor de programmering op het gebied
van de waterveiligheid, en is hierbij ook gekeken naar de benutting van
de regiomiddelen?
Voorzitter. De Deltafondsbegroting laat zien dat er sprake is van een
oplopend tekort voor watermanagement en het beheer en onderhoud van het
watersysteem. Op dit moment is dat tekort al 200 miljoen, en vanaf 2022
komt daar ieder jaar nog 20 miljoen bij. De minister geeft uiteraard aan
dat ze kijkt naar bezuinigingen op de investeringsruimte en een stukje
versobering, maar onze vraag is wel: is dat realistisch en is dat ook
naar de toekomst toe houdbaar? Want we zien dat het volume uitgesteld en
achterstallig onderhoud is toegenomen. Dat is natuurlijk niet echt
onderdeel van dit WGO, maar ik zou toch wel graag zien hoe de minister
daartegen aankijkt. Blijven we dat voor ons uit schuiven, of komt er wat
dat betreft ook een oplossing ergens vandaan?
Voorzitter. Dan de droogte. Die is al geregeld genoemd. Voor veel mensen
in Nederland is de droogte iets geweest van afgelopen zomer, maar in
werkelijkheid is het nog steeds droog. Denk bijvoorbeeld aan de lage
rivierstanden. Dat is echt een waarschuwing voor de toekomst. Wat dat
betreft zijn we heel blij dat de minister een Beleidstafel Droogte heeft
ingesteld. Onze vraag is dan ook: kijkt die in overleg met betrokken
sectoren als de landbouw ook naar de wijze waarop de verdringingsreeks
nu functioneert, zoals ook het CDA daarstraks al aangaf? En kijken we
daarbij ook naar problemen als gevolg van het feit dat industriële
lozingsvergunningen niet afgestemd zijn op die lage
rivierafvoeren?
Voorzitter. De extreme droogte bracht ingecalculeerde maar ook
onverwachte effecten met zich mee, zoals verzilting van het IJsselmeer
en daling van de grondwaterstanden. We moeten wat dat betreft dus heel
voorzichtig zijn. Komt er dan ook een heroverweging van bestaande
verziltingsplannen, bijvoorbeeld voor het Volkerak-Zoommeer?
Dan de KRW. Wanneer gaat het "one out, all out"-principe van de KRW op
de schop? Nederland toetst op veel meer parameters dan andere lidstaten
en gaat wat dat betreft dus ook veel eerder nat. Onze vraag is wat de
stand van zaken daarin is. Bij het onderzoek naar de implementatie van
de KRW in andere lidstaten is alleen gekeken naar de wijze waarop de
nutriëntenproblematiek aangepakt wordt. Het is een gemiste kans dat niet
is gekeken naar de wijze waarop doelstellingen vastgesteld en getoetst
worden. Onze vraag is of de minister dat alsnog wil oppakken.
Voor een effectieve aanpak van de waterkwaliteit moet het mestbeleid een
omslag maken van generiek beleid naar een gebiedsgerichte aanpak. De
lokale en regionale variatie is groot en er zijn ook andere
nutriëntenbronnen. Het is cruciaal om te weten waar de echte knelpunten
zitten en waar de nutriënten vandaan komen. Daarover heb ik twee vragen.
Zijn alle waterbeheerders klaar met hun regionale analyses van de
herkomst van nutriënten? En gaat de minister er samen met haar collega
van LNV voor zorgen dat een gebiedsgericht mestbeleid op basis van
metingen mogelijk gaat worden?
Dan de waterschappen. Zowel het CDA als de ChristenUnie hebben die
nadrukkelijk benoemd. Er is discussie bij de waterschappen over de
mogelijkheid om meer energie op te wekken dan ze voor hun eigen
bedrijfsvoering nodig hebben. Ook wij zouden graag zien dat juridische
onduidelijkheden uit de weg geruimd worden.
Dan nog de internationale waterambitie. We hebben veel werk aan onze
nationale waterproblematiek. Gelukkig hebben we de boel hier behoorlijk
op orde, mede dankzij de inzet van de waterschappen. Maar in het
buitenland gaat het nog vaak mis, zeker in ontwikkelingslanden. Ik vraag
daarom graag aandacht voor de internationale waterambitie. Wordt op dit
punt ook vaart gemaakt? Ik heb de indruk dat het accent ligt op de korte
termijn, met schoon drinkwater en bescherming tegen overstromingen.
Zorgt de minister ervoor dat ook de langetermijnaanpak, onder de noemer
integrated water resources management, wordt meegenomen, niet alleen op
papier maar ook in de praktijk?
Tot slot, voorzitter. Mijn geregistreerd partner op het gebied van water
heeft de nieuwe Deltacommissaris al genoemd. Ook wij willen nadrukkelijk
een compliment maken voor de inzet van de huidige Deltacommissaris, de
heer Kuijken, maar we wensen uiteraard ook de nieuwe Deltacommissaris,
net als de minister zelf, veel wijsheid en zegen toe bij het besturen
van dit prachtige waterland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Als partner wil ik de heer Stoffer natuurlijk heel graag een vraag
stellen. In tegenstelling tot D66 zijn wij wel enthousiast over de
waterschappen. Het zou ook goed zijn als we ook dat verschijnsel zouden
exporteren naar het buitenland, namelijk dat er veel partijen aan tafel
zitten en dat er een goede democratie is, ook internationaal. Hoe kijkt
de SGP daartegen aan?
De heer Stoffer (SGP):
Zoals u wellicht weet, zijn wij trots op onze waterschappen en op alles
wat er de afgelopen jaren bereikt is. Ik kan uit ervaring zeggen dat er
in het buitenland vaak met een bepaalde jaloersheid gekeken wordt naar
hoe wij ons hele bestuur op het gebied van water hebben ingericht. Het
ene land heeft er natuurlijk meer behoefte aan dan het andere land, maar
ik zou het heel goed vinden om dit als exportartikel naar het buitenland
te brengen. Ik heb de afgelopen jaren bijvoorbeeld gezien dat
Groot-Brittannië, waar heel veel sprake was van wateroverlast, echt met
jaloersheid naar ons keek: hadden wij de afgelopen honderden jaren maar
op dezelfde manier ingestoken als in Nederland. En natuurlijk kun je
vragen stellen bij hoe je dat precies inricht; dat is iets anders. Het
exacte model mag iedereen zelf kiezen, maar de manier waarop wij onze
kennis en ons geld hebben ingezet om ons land veiliger te maken en
minder wateroverlast te hebben, is een geweldig exportartikel. We doen
dat gelukkig ook al volop, maar wat mij betreft mag daar best een tandje
bij, mits we daar ook een stukje verdienmodel bij zetten. We moeten niet
alleen maar dingen gratis overbrengen en aanbieden. Ik zie wel graag
onze ingenieursbureaus en onze aannemersbedrijven daarachteraan gaan,
zodat Nederland ook geld kan verdienen op dat gebied. Dus om op uw vraag
terug te komen: ik zie het graag als exportartikel, maar dan wel in de
breedte die ik zojuist schetste.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik stel dat zeer op prijs. Ik denk dat we allebei hetzelfde voor ogen
hebben, dus misschien is het goed als we kijken of de minister dat
exportartikel mee wil nemen.
De voorzitter:
Ik zie de heer Stoffer knikken na zijn uitvoerige antwoord van
net.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, over water word ik altijd enthousiast, voorzitter. Ik schat in dat
de minister dat al volop doet, maar als ze nog kansen ziet, heeft ze ons
aan haar kant.
De voorzitter:
Mooi. Dan komen hiermee tot een eind van de eerste termijn. Ik stel voor
dat we lekker gaan lunchen en dat we om 14.00 uur weer hier in de zaal
zijn en een paar minuten daarna starten.
De vergadering wordt van 12.51 uur tot 14.00 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag allemaal. Welkom! Iedereen is weer terug. Ik hoop dat u er
weer klaar voor bent. We gaan verder met de eerste termijn en wel met de
beantwoording van de minister. Zij zal in een aantal blokken antwoorden.
Zij zal zo zelf toelichten welke dat zijn. Ik stel in eerste instantie
drie interrupties voor. Ik zie u al kijken. Ik wil korte interrupties en
dan kunnen we meer doen. Het is dus aan uzelf. De spreektijden in tweede
termijn zal ik voorlezen op het moment dat we beginnen aan die tweede
termijn. Ik denk dat ik nu het woord aan de minister geef.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen wil ik dank zeggen aan onze
scheidend Deltacommissaris Wim Kuijken. Een aantal van u hebben dat ook
al gememoreerd. Ook wens ik nog keer — ik heb dit al in levenden lijve
tegen hen gezegd — de straks startende nieuwe Deltacommissaris Peter
Glas heel veel succes. Ik denk dat er nog een heleboel goed werk te doen
is. Ik wilde hier graag mee beginnen.
Mijn eerste jaar als minister op het gebied van water heeft eigenlijk
alle extremen al voorbij laten komen. Dat is toch best wel bijzonder. In
het begin, in januari, hebben we al te maken gehad met hoogwater.
Daarbij hebben we inderdaad de mooie projecten van Ruimte voor de Rivier
kunnen zien bij Nijmegen, bij Lent. We hebben gezien hoe goed en mooi
dat functioneerde. We hebben dit jaar ook voor het eerst meegemaakt dat
alle grote keringen tegelijk dicht waren. Dat was ook een unieke
gebeurtenis. We hebben natuurlijk heftige stormen en ook enorme, extreme
hoosbuien gehad. Die waren eigenlijk voor 2050 voorspeld, maar we hebben
er nu gewoon al een aantal gehad. Verschillende Kamerleden hebben
bijvoorbeeld gememoreerd aan Meerssen, waar de mensen in één week twee
keer de modder door de woonkamer hadden. We hebben dus extreme buien
gehad.
Toen was het nog niet klaar, want in de zomer begon ook nog de extreme
droogte en hitte. Laten we de hittestress niet vergeten die daarmee
gepaard ging, want op 38°C zijn we in Nederland toch niet ingesteld,
zullen we maar zeggen. Ik ben het vooral helemaal eens met wat velen van
u over de droogte gezegd hebben. Het is niet bij de zomer gebleven, want
we zitten nu bijna in december en we zijn nog steeds met grote
droogteproblemen aan het worstelen. Dat uit zich niet in de laatste
plaats op onze rivieren. De lage waterstanden daar stellen de
binnenvaart voor hele grote uitdagingen en dat heeft weer consequenties
voor een heleboel zaken in ons land. We komen iets verder in de tijd, in
december, bij het AO Maritiem nog met elkaar te spreken over een aantal
onderwerpen en zeker over de binnenvaart. Dan zal dit punt ook weer
bekeken worden vanuit dat perspectief. Het brengt nog iets met zich mee.
Voor het andere deel van mijn portefeuille, de modal shift die we zo
graag willen, zijn die bevaarbare rivieren ook nodig. Want als wij meer
transport van de weg naar het water willen hebben, en natuurlijk ook
naar het spoor, dan moet dat wel kúnnen.
Dat sluit ook mooi aan bij het nieuwe Programma Integraal Rivier
Management, waarbij we, naast alle andere partijen die al aan tafel
zaten bij al die rivierprojecten, nu ook degenen aan tafel hebben die
hun boterham verdienen met het bevaren van die rivieren. Dus er zijn
daar nog allerlei problemen die we goed met elkaar moeten bespreken,
bijvoorbeeld bodemerosie enzovoort.
Ik zeg er dan maar meteen bij dat het niet alleen geldt in Nederland,
maar dat het een grensoverschrijdend probleem is. Onlangs hebben we nog
een top gehad met Noordrijn-Westfalen. Nou, dan zit je in een kantoor
dat op de Rijn uitkijkt. Daar heb ik het dus ook met de collega over
gehad: om het eigenlijk in het hele stroomgebied aan te gaan pakken. Dus
een aantal van u heeft gevraagd om verder te kijken dan de eigen
landsgrenzen, en dat wil ik graag oppakken.
Want het betreft niet alleen de binnenvaart zelf: kijk ook maar naar de
grote bouwopgave. Daar heeft een aantal van u ook de verbinding mee
gelegd. 80% van de bulk, bijvoorbeeld zand en grind, vervoeren wij over
water. En als dat niet meer goed kan vanwege droogte, dan hebben we daar
dus weer een ontzettend groot probleem te pakken, want je moet er niet
aan denken dat al die bulk weer over de weg getransporteerd zou moeten
worden. Dus er zitten aan alle kanten goeie motivaties achter om ervoor
te zorgen dat we ook hier klimaatadaptief gaan werken. Nogmaals, dat
zand is weer keihard nodig voor de bouw. Maar het geldt bijvoorbeeld ook
voor veevoer dat aangevoerd moet worden. En de Duitse collega wist al
even op te merken dat het voor de tankstations in Duitsland ook een
groot probleem is als dat allemaal over de weg zou moeten worden
aangevoerd. Dus ik denk dat we allemaal voldoende helder in beeld hebben
dat de bevaarbaarheid van de rivieren voor ons allen een heel
belangrijke factor is.
Voorzitter. Dat was een beetje vooraf in vogelvlucht wat je zo in één
jaar als minister op het beleidsterrein water voorbij ziet komen. Maar
dan ben ik nog niet volledig geweest, want we hebben natuurlijk ook nog
de waterkwaliteitsaspecten: te veel of te weinig water, maar ook te
smerig water. Daar lopen we tegenaan. In het afgelopen jaar hebben we
daar natuurlijk al de nodige debatten over gevoerd, zoals rondom GenX en
medicijnresten. Dat heeft de actualiteit ook wel laten zien.
Kortom, we bespreken vandaag heel belangrijke onderwerpen. Ik zal ze een
beetje per onderwerp behandelen. Ik wil eerst wat verder ingaan op
waterveiligheid. Vervolgens behandel ik een aantal vragen die te maken
hebben met de droogte. Dan kom ik op klimaatadaptatie. Dan de grote
wateren, waar we dan de Noordzee als extreem groot water ook maar bij
nemen, en de Wadden. Dan ga ik in op de waterkwaliteit. En daarna
behandel ik nog een aantal dingen die heel specifiek zijn, in het
onderwerp overig. Daarbij komen er nog wat losse onderwerpen
voorbij.
Dan wil ik graag beginnen met waterveiligheid, voorzitter.
De voorzitter:
Ja. Ik stel voor dat we de blokken zo veel mogelijk proberen af te
ronden. Als u als leden vragen heeft, kunt u die dan daarna
stellen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik ga m'n best doen om de vragen zo veel mogelijk te beantwoorden,
voorzitter.
Heel veel Kamerleden hebben het al gezegd: de veiligheid staat voorop.
Daarvoor zijn eigenlijk het Deltaprogramma en de Deltawerken ingesteld.
Daar gaat dus de allereerste aandacht naar uit. Dat moet geborgd zijn.
En het is een thema met een lange traditie, en ook met groot draagvlak
vanuit de Kamer.
Er zijn de afgelopen jaren ook grote stappen gezet. We hebben meer dan
30 projecten in het kader van Ruimte voor de Rivier opgeleverd. Velen
van u hebben daar ook heel positief over gesproken. Daarvan kan ik ook
zeggen dat het internationaal zeer tot de verbeelding spreekt, want bij
verschillende projecten komen er bussen vol met buitenlanders op af om
daar kennis van te nemen en om daarvan te kunnen leren.
Dan de zeespiegelstijging. We blijven alle internationale rapporten
nauwgezet volgen, bijvoorbeeld als het IPCC weer met nieuwe rapporten
komt. Niemand weet natuurlijk nog hoeveel de zeespiegel zal stijgen,
maar we weten in ieder geval wel zeker dát die stijging doorgaat, dus we
moeten daarbij voortdurend met de allernieuwste inzichten rekening
houden. We kijken ook niet alleen naar de mitigatie vanuit het Parijse,
want ook als we alle doelen van Parijs halen, stijgt de zeespiegel nog
steeds. Daar moeten we dus wel rekening mee houden. We hebben in
Nederland — een aantal van u heeft daar al opmerkingen over gemaakt —
alle keringen langs een meetlat gelegd, rekening houdend met de nieuwe
normeringen. Daaruit volgt de volgorde, op basis van prioriteit, waarin
de aanpak in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma zal
plaatsvinden.
Over integraal riviermanagement heb ik al wat gezegd. Daarin gaan we
waterveiligheid, scheepvaart, waterkwaliteit, beschikbaarheid van zoet
water en de droogte in samenhang aanpakken. Dat doen we natuurlijk niet
alleen; dat doen we samen met de waterschappen, de provincies, de
gemeenten en — dat is nieuw — de binnenvaartsector. Ik zeg maar vast in
de richting van de heer De Groot dat we de ervaringen met Ruimte voor de
Rivier zeker meenemen in het vervolgtraject. We zijn bezig om een nieuw
afwegingskader daarvoor te formuleren. Daarover wil ik de komende tijd
graag met de betrokken partners afspraken maken, die ik dan wil
vastleggen. Vervolgens kan ik er met uw Kamer over spreken.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer De Groot wil interrumperen, maar het heeft mijn
voorkeur om dat aan het eind van het blokje te doen. Kunt u zich daarin
vinden? Ik zie dat dat het geval is. We doen het per blok. De minister
maakt gewoon het blok waterveiligheid af en daarna inventariseren we
alle vragen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, dat is misschien handiger, want ik ga hier nog op door.
In 2019 wil ik dus met overheden en andere betrokken partijen het beeld
van de opgave en de ambities maken. Dat wil ik vastleggen in een
structuurvisie 2020-2021. De huidige verkenningen van het
Hoogwaterbeschermingsprogramma lopen door. Waar er samenhang is met
integraal riviermanagement, dus waar specifiek scheepvaartbelangen aan
de orde zijn, zullen we proberen om die op voorhand zo veel mogelijk mee
te nemen, maar zolang er nog geen uitgekristalliseerd afwegingskader is
voor integraal riviermanagement willen we voorkomen dat de lopende
projecten daardoor vertraging oplopen. We gaan dus eigenlijk op dezelfde
voet voort en proberen zo snel als mogelijk de scheepvaartbelangen —
nogmaals, die zijn niet bij ieder project relevant — mee te nemen.
De heer Van Aalst vraagt of ik trots ben op Ruimte voor de Rivier. Daar
spreekt uit — u kijkt er ook wel heel boos bij — dat u daar niet trots
op bent. Ik ben er inderdaad wel trots op, want er was een grote
hoogteopgave voor de dijken, die door de mogelijkheid om ruimte aan
water te geven is beheerst. Daardoor hebben we uiteindelijk hele goede
plannen kunnen maken, hebben we werk met werk kunnen maken en hebben we
ook andere doelen ten aanzien van de natuur enzovoort kunnen
meenemen.
De heer De Groot vraagt specifiek naar het toevoegen van de doelstelling
van ruimtelijke kwaliteit aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De
wettelijk verplichte ruimtelijke inpassing — die is wettelijk verplicht
— wordt bekostigd uit het budget voor het
Hoogwaterbeschermingsprogramma. U weet dat het voor 50% wordt betaald
door de waterschappen en voor 50% door het Rijk. Ruimte voor de Rivier
werd helemaal betaald door het Rijk. Al die
hoogwaterbeschermingsprojecten staan open voor het meekoppelen van de
ruimtelijke doelstellingen. Die extra ruimtelijke doelstellingen zijn
sinds de decentralisatie van de ruimtelijke ordening een
verantwoordelijkheid van de decentrale overheden, maar die zitten ook
aan tafel, dus ik denk dat we de lessen van Ruimte voor de Rivier hier
heel goed bij kunnen betrekken.
De heer Dijkstra heeft gevraagd of er voor de lange termijn voldoende
geld is binnen het Deltafonds voor waterveiligheid. Anderen hebben daar
ook vragen over gesteld. Wij gaan niet voor niets de Waterwet aanpassen
voor klimaatadaptie. Dus hoe gaan wij dat oplossen? De jaarlijkse
middelen in het Deltafonds zijn op dit moment voor de lange termijn
voldoende voor waterveiligheid, zoetwatervoorziening en kwaliteit. Er is
nog investeringsruimte beschikbaar in de periode tot en met 2032. Na
2032 wordt het jaarlijks verlengd, waardoor er ieder jaar weer nieuwe
middelen beschikbaar komen die ingezet kunnen worden. De verdeling van
die gelden is binnen de scope van het Deltafonds een kwestie van waar
wij met elkaar prioriteit aan geven. Ook hierbij is het weer belangrijk
dat de Deltacommissaris die elke keer het voorwerk doet voor het
Deltaprogramma, goed met alle betrokken partijen tot een afweging komt.
Vanuit die koker is ook het verzoek gekomen om ook met ruimtelijke
adaptatie rekening te houden. Al voordat dit kabinet aantrad, is daartoe
een verzoek gedaan. Dit kabinet heeft dat overgenomen in het
interbestuurlijk programma. Ik ben er nu gelukkig in geslaagd om
daarover een akkoord af te sluiten met de partners. Maar u hebt gelijk,
er is niet opeens meer geld. Het zal dus des te meer aankomen op een
goede prioritering.
De heer Geurts heeft ook nog gesproken over een enorme kostenstijging.
Wat betekent die kostenstijging voor de programmering en wat wordt
veroorzaakt door de nieuwe normen? Alle primaire keringen in Nederland
worden beoordeeld tussen 2017, toen we ermee zijn gestart, en 2023. In
2024 ontvangt de Kamer het landelijke beeld van de normering, zoals in
de Waterwet is afgesproken. Dus dan weten we pas wat het totaalplaatje
precies gaat kosten en hebben we dus ook het goede beeld van de
waterveiligheidsopgave. Dat wordt dan ook bekeken in het kader van de
evaluatie van de Waterwet.
In het Hoogwaterbeschermingsprogramma worden de keringen aangepakt en
natuurlijk prioriteren we dat op urgentie. De waterschappen hebben zelf
natuurlijk wel een beeld waar die het hoogst is. Die keringen zijn
natuurlijk ook de eersten die ze zijn gaan toetsen of ze aan de
normering voldoen. Dus de projecten die het verst afstaan van de norm,
daar begin je het eerst mee. Dat zijn daarom ook vaak de duurste
projecten. Omdat je met de ingewikkeldste en meest ingrijpende projecten
begint waar de urgentie het hoogst is, zou het kunnen zijn — maar wij
hebben daar natuurlijk ook geen garantie op — dat projecten die later
komen en waar het niet zo ingrijpend is, niet zo duur meer zijn. De
eerste ramingen waren gebaseerd op algemene kengetallen, nu wordt er
echt gerekend. Samen met de waterschappen gaan we dat natuurlijk heel
goed volgen.
De heer Geurts heeft wel een punt dat als er schaarste is en aannemers
kunnen kiezen uit allerlei projecten die ze willen aanpakken, de periode
van aanbestedingsvoordelen wel achter ons ligt. Dat is een realiteit
waar we helaas mee te maken hebben. Dat zorgt ervoor dat we misschien
nog scherper erop zullen moeten letten of dingen ook soberder
kunnen.
Dan in financiële zin. Verschillende Kamerleden hebben gevraagd naar de
zorg van de Algemene Rekenkamer over die 744 miljoen aan uitgesteld
onderhoud. Ik wil het nog een keer onderstrepen: geen achterstallig maar
uitgesteld. Mevrouw Van Brenk gaf het ook aan, u beseft dat allemaal ook
wel. Uitgesteld is nou eenmaal ook een onderdeel van de werkwijze. Op
het moment dat iets te combineren is met andere werkzaamheden, is het
vaak gunstiger om het dan te doen. Als iets op papier aan vervanging toe
is maar in de praktijk nog steeds helemaal goed is, is het ook onzin om
het dan te doen en kun je het uitstellen. Maar uitgangspunt is en blijft
dat de infrastructuur blijft voldoen aan de geldende veiligheidsnormen
en prestatieafspraken. Daarvoor hebben we tot 2021 voldoende budget
beschikbaar. Voor de periode erna heb ik inderdaad een spanning
gesignaleerd. We hebben daar al een risicoreservering van 50% voor
gedaan, omdat de omvang onzeker is en er wellicht in de toekomst
mogelijkheden zijn voor verdere versoberingen en efficiency. Als dat
nodig is, zullen we uiteraard tijdig extra middelen reserveren.
Dan misschien toch nog even over de 744 miljoen. Dat klinkt als een
onheilspellend getal, maar ik wil nog even memoreren dat dat getal slaat
op de drie netwerken samen: het hoofdwegennet, het hoofdvaarwegennet en
het hoofdwatersysteem. Vandaag hebben we het over het hoofdwatersysteem.
Dan hebben we het over 80 miljoen aan uitgesteld onderhoud, waarvan 6,8
miljoen achterstallig onderhoud bleek te zijn. Daar zijn inmiddels ook
maatregelen op genomen zodat dat zo snel mogelijk wordt
uitgevoerd.
Mevrouw Van Brenk heeft gevraagd of de versobering wel realistisch is.
Wij denken dus dat we met de 50% risicoreservering nog voldoende ruimte
hebben. Tot 2021 kunnen we het allemaal prima bijhouden. De komende
jaren zal er meer duidelijkheid over moeten komen.
Er is gevraagd welke innovaties zijn gebruikt bij hoogwateroefeningen.
Er zijn verschillende innovaties beschikbaar die hiervoor geschikt zijn.
Dat gebeurt bijvoorbeeld via de Stuurgroep Management Overstromingen,
die kijkt waar welke noodmiddelen beschikbaar zijn. Er wordt ook gekeken
naar verschillende aanbieders van innovaties, naar allerlei voor- en
nadelen van methodes, naar aanschafkosten en naar opslag en vervoer. Van
alles wordt daarbij bekeken. Rijkswaterstaat beheert met name de grote
dammen en de stormvloedkeringen. Voor deze categorie waterkeringen ligt
de inzet van de BoxBarriers waarover u het had, niet direct voor de
hand, maar voor de waterschappen kan dit natuurlijk wel heel erg
interessant zijn.
Daarmee denk ik ook een reactie te geven op het ingediende amendement.
Het amendement stelt voor om extra uitgaven van 2,6 miljoen te
financieren uit onderuitputting, maar die onderuitputting is door het
kabinet al structureel afgeroomd als bijdrage aan de rijksbrede opgave
om het gasdossier, de brexit en de hervorming van LNV te dekken. Daarmee
kan ik niet instemmen met de dekking van dit amendement en wil ik het
derhalve ontraden.
Dit hoort allemaal nog bij het onderwerp waterveiligheid, voorzitter.
Soms is het niet helemaal met een schaartje te knippen.
Wat de zeespiegelstijging betreft vroeg de heer Laçin of we ons ook
voorbereiden op het ergste. Ik heb u net al aangegeven dat we op basis
van de onderzoeken van IPPC steeds bijhouden welke stijging er verwacht
wordt. Eind 2019 krijgen we de volgende ronde. Het KNMI gaat de gegevens
dan weer duiden. Ik heb toegezegd om de Kamer dan te informeren. In de
verkenning van Deltares is ook een extreme projectie gebruikt om te
verkennen wat het zou kunnen gaan betekenen voor Nederland. In het
voorziene onderzoeksprogramma wordt ook een verdieping van de verkenning
van Deltares voorgesteld. Daar blijven we dus voortdurend samen
optrekken met het KNMI, met Deltares en alle onderzoeksinstanties.
Er is gevraagd naar een reflectie op het rapport. Als ik beter dan al
die instanties zou weten hoe het precies met de zeespiegelstijging gaat,
zou ik dat uiteraard met uw Kamer delen, maar ik weet dat niet beter. Ik
ben toch ook afhankelijk van wat alle deskundigen ons daarover
rapporteren. Zij geven dat ook met een behoorlijke bandbreedte aan,
omdat zij het ook niet precies weten. Wij gaan er nu van uit dat tot
2050 het Deltaprogramma voldoende is om onze delta leefbaar en
bewoonbaar te houden. Wij hebben dus gelukkig nog wel tijd om het een en
ander uit te zoeken. Ik intensiveer ook het onderzoek naar de
zeespiegelstijging. Wij doen dat onder andere met een kennisprogramma
water en klimaat. Komend voorjaar wil ik de Kamer graag weer een keer
informeren over de voortgang van dat kennisprogramma. Dan kunnen we weer
een verdiepingsslag leveren.
Door de heer Laçin is ook gezegd dat wij geen invloed hebben op wat ze
in de rest van de wereld doen. Op lange termijn kan dat wel effect
hebben op Nederland. Hoe zijn we hierop toegerust? Los van dat wij ons
in Nederland natuurlijk inspannen voor CO2-reductie, zijn wij
ook Europees en wereldwijd daarover in gesprek. In de Global Commission
on Adaptation spreek ik met mensen uit allerlei delen van de wereld om
het ook daar indringend voor het voetlicht brengen. Als ik een gesprek
heb met de politieke leiding van de Marshall Islands, dan zie ik dat
daar de zorgen natuurlijk enorm groot zijn. Dat kunt u zich voorstellen.
Zij zijn heel erg bang dat er met de zeespiegelstijging helemaal geen
Marshall Islands meer overblijven. Het is dus niet zo dat alleen bij een
klein groepje landen de noodzaak in beeld is. Gelukkig zie je dat wel
over de hele wereld gebeuren. Vandaar dat wij vol blijven inzetten op
ons Deltaprogramma en op adaptatie, waar nodig.
Dan heb ik nog het blokje Markermeerdijken, dat ook nog onder
waterveiligheid valt. Dat is het laatste onderwerp op dat punt. HHNK,
het hoogheemraadschap, is natuurlijk verantwoordelijk voor de
uitvoering. Er is al heel veel onderzoek uitgevoerd. Verschillende leden
hebben al gemeld dat het misschien wel het meest onderzochte stuk dijk
is. Daarbij zijn vele gerenommeerde deskundigen uit binnen- en
buitenland betrokken geweest. Er is al een aantal keren extra tijd
genomen. Er is inmiddels besluitvorming geweest door het waterschap en
de provincie. Dat gaf mij eigenlijk geen aanleiding tot ingrijpen. Het
gaat niet alleen om de veiligheid van bewoners direct aan de dijk. Wij
moeten niet vergeten dat het ook gaat 1 miljoen inwoners van
Noord-Holland. Nog even in het kader van de onderzoeken: er is van 2011
tot 2014 onderzoek gedaan naar dijken op veen. Er is het bekende
Pompe-onderzoek naar de Houtribdijk uit 2015; dat is ook net
gememoreerd. Verder noem ik het onderzoek naar de bewezen sterkte uit
2016 tot 2018. Dus er is al heel veel extra uitstel geweest. Tijdens het
hele traject is er veel ruimte geweest voor participatie. Bijna iedereen
heeft de kans gehad om ideeën in te brengen en mee te praten. In een
aantal gevallen heeft dat ook geleid tot aanpassing van de plannen. U
hebt zelf Uitdam en Durgerdam als voorbeelden genoemd. Het heeft geen
zin om alle details van de participatietrajecten te vermelden, maar er
zijn ontzettend veel gesprekken gevoerd met heel veel mensen.
Het waterschap stelt een plan van aanpak participatie op, ook voor de
uitwerking van het ontwerp Markermeerdijken in het vervolgtraject. Dat
gebeurt naar aanleiding van een motie die is aangenomen door Provinciale
Staten van Noord-Holland. U kunt er dus gerust op zijn dat bewoners ook
daarbij betrokken zullen worden. Dan gaat het natuurlijk over details
als de soort dijkbekleding, steigers en alles wat er nog aan de orde kan
zijn.
Er is ook gevraagd of het niet goedkoper kan, net als bij
Varik-Heesselt. Die twee projecten zijn eigenlijk niet vergelijkbaar,
want Varik-Heesselt zat nog in de verkenningsfase en Markermeerdijken
heeft inmiddels een afgeronde besluitvorming. De hoge kosten van de
Markermeerdijken komen ook door de complexiteit van het project. Dat
heeft bijvoorbeeld te maken met bouwen op een slappe ondergrond, maar
ook juist met de extra onderzoeken en de vertraging. Rijkswaterstaat
heeft het projectplan als "sober, robuust en doelmatig" beoordeeld. Dat
zijn de criteria waar het aan moet voldoen. Daarmee zijn ook de kosten
van dit project gerechtvaardigd.
Dan heeft de heer Geurts ook nog gevraagd wat er met een adaptieve
aanpak kan. Kan daarmee de optie van het gemaal in de Houtribdijk worden
meegenomen? Die dijk voldoet nu niet. Een adaptieve versterking voorkomt
niet dat de dijk ook nu al aan de normen moet voldoen. Dijkversterking
heeft naast de waterhoogte natuurlijk ook te maken met stabiliteit, en
de opgave wordt maar voor een deel bepaald door de hoogte van het
waterpeil in het Markermeer. De mogelijkheid om een gemaal te bouwen in
de Houtribdijk is uitgebreid onderzocht, maar de conclusie was dat dit
niet leidt tot vermindering van de opgave voor de dijkversterking.
Welke rol ziet de minister voor zichzelf in de casus over de
pompcapaciteit? De conclusie van het onderzoek in 2015 was dat pompen nu
voor de versterking van de Markermeerdijken niet effectief zijn, en na
2015 en later kunnen pompen op de Houtribdijk een optie zijn bij een
stijging van de zeespiegel. Ik ben ook bereid om onderzoek uit te voeren
naar die pompen, gericht op waterveiligheid, in de toekomst, maar daar
hebben we voor nu niets aan. Ik wil daar dan ook graag het hele
watersysteem IJsselmeer-Markermeer bij betrekken.
Wordt de dijkversterking Markermeerdijken duurder dan aanvankelijk
verwacht? De kosten vallen inderdaad hoger uit dan eerder was ingeschat,
maar voldoen nog steeds aan de criteria "sober, robuust en doelmatig".
De meerkosten zijn veroorzaakt door tegenvallers tijdens de
planuitwerking, zoals tegenvallende resultaten van de dijken op veen,
stagnatiekosten rondom de besluitvorming Uitdam en Durgerdam, hogere
bouwkosten voor de variant bij Uitdam en overige extrakosten
samenhangend met nieuwe normering, actualisatie van de bouwkosten en
hogere risicoreservering. Binnen het budget is een risicoreservering
opgenomen en we doen er alles aan om ook dit project binnen het budget
uit te voeren. Rijkswaterstaat heeft nauwkeurig zicht op de kosten gehad
tijdens het proces en het hoogheemraadschap zal er ook alles aan doen om
dit binnen budget uit te voeren.
Dan nog de vraag van de heer Dijkstra wat een strand in Hoorn voor
toegevoegde waarde heeft bij een dijk. Het stadsstrand Hoorn is gezien
als een meekoppelkans en de kosten worden betaald door de gemeente
Hoorn. Dat leidt dus niet tot een opdrijving van de kosten en er gaat
ook geen waterveiligheidsgeld naar dat stadsstrand.
Voorzitter. Dat waren de vragen over waterveiligheid.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zag als eerste mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik had twee puntjes. Als er een andere dekking zou zijn voor ons
amendement, voor die eenmalige 2,6 miljoen, zou de minister dan anders
oordelen? En misschien heb ik het onvoldoende begrepen, maar vanaf 2022
komen we jaarlijks 20 miljoen tekort voor het onderhoud van het
watersysteem. Geeft de minister nu aan dat er daarvoor al een
risicoreservering van 50% is?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Om met het laatste te beginnen: dat klopt. Als u het amendement van een
andere dekking zou willen voorzien, dan zou ik dat amendement nog steeds
onnodig vinden, omdat we al volop mogelijkheden zien voor innovatie en
daar ook in aanbestedingen enzovoort rekening mee houden. Ik denk dat
deze efficiënte innovaties zoals de BoxBarrier toch wel kansen kunnen
krijgen. Ook binnen de topsector water zien we mogelijkheden om
innovatieve projecten te ondersteunen.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van Brenk, is dat afdoende beantwoord? Ja? Dan de
heer De Groot.
De heer De Groot (D66):
De minister is trots op Ruimte voor de Rivier en zegt terecht dat het
internationaal tot de verbeelding spreekt. Vervolgens maakt ze een
vertaling naar het integraal riviermanagement. Er komt een
afwegingskader. Het lijkt mij heel goed om daar de lessen van Ruimte
voor de Rivier bij te betrekken. Dank daarvoor.
Ik hoor de minister in dat verband wel heel vaak "scheepvaart" zeggen.
Natuurlijk is D66 ook voor scheepvaart, want daarmee kun je veel
vrachtauto's van de weg halen. Maar integraal is wel integraal. Zorg dat
de natuur daar ook een rol in speelt.
Over het Hoogwaterbeschermingsprogramma is de minister minder
uitgesproken. Er zijn meer lessen uit Ruimte voor de Rivier. De eerste
is: zorg dat de expertise echt ter beschikking komt van dit soort
projecten. Neem Varik-Heesselt. Er wordt een beetje gedaan alsof dat bij
Ruimte voor de Rivier hoort, maar ik zeg tegen de VVD en de PVV dat dat
uitdrukkelijk niet het geval was. Er wordt naar mijn idee ook een beetje
te simpel over gedaan …
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer De Groot (D66):
Ik zou graag van de minister willen horen dat zij die twee lessen uit
Ruimte voor de Rivier die ik noemde expliciet wil meenemen in het
Hoogwaterbeschermingsprogramma. Eigenlijk kan dit met ja of nee worden
beantwoord.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja. Ik begrijp heel goed wat u zegt. Het onderscheid dat ik heb willen
aanbrengen, is dat wij bij Ruimte voor de Rivier 100% financier zijn.
Dan bepaal je dat helemaal alleen. Bij het
Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt 50% betaald door de waterschappen.
Dat neemt niet weg dat, ook al is de ruimtelijkeordeningscomponent
gedecentraliseerd, we de lessen daarvan wel degelijk heel graag zullen
bespreken. Het feit dat we nu voor de helft betalen wil niet zeggen dat
we het niet meer meenemen.
Over het integraal riviermanagement. Waarom noem ik de scheepvaart
uitdrukkelijk? Dat is een beetje omdat ze het op dit moment nog heel erg
zwaar hebben. Het zit dus voor in je gedachten. Het heeft er ook vooral
mee te maken dat dat het nieuwe element is. Dat wil niet zeggen dat we
alle andere belangen die we afwegen minder belangrijk gaan vinden, maar
dat was eigenlijk de enige partij die niet echt goed aan tafel zat. Dat
is het nieuwe element in het integraal riviermanagement, maar dat neemt
niet weg dat we belangen van de natuur, de agrarische sector en de
recreatiesector naast de waterveiligheid en -kwaliteit ook zullen
blijven meenemen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat lijkt me een mooi antwoord. Ik kijk even naar de heer De
Groot, maar die vindt dat ook. Dan de heer Geurts.
De heer Geurts (CDA):
In de vorige periode heb ik met de voorgangster van deze minister een
discussie gehad over de sluizen in de Nieuwe Waterweg. Toen werd
geconcludeerd: laat het maar even op de plank liggen, want we hebben het
voorlopig nog niet nodig. Ik denk dat de praktijk wel uitwijst dat we
het sneller nodig zullen hebben dan toen is gezegd. Dat merk ik ook bij
de Markermeerdijken. Het is mogelijk dat we er in de toekomst wel naar
gaan kijken, als ik de woorden van de minister vrij vertaal, maar op dit
moment even niet. De besluitvorming is goed verlopen en de minister zag
geen aanleiding om in te grijpen. Ik heb gevraagd om bij het
stapsgewijze ontwerp flexibel en aanpasbaar te blijven handelen. Is de
minister bereid om niet te terughoudend te zijn om dit project flexibel
en aanpasbaar uit te voeren?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Voor zover dat kan binnen de huidige wet- en regelgeving en de afspraken
zoals ze er nu liggen, zullen we dat uiteraard proberen, al was het
alleen maar omdat je het participatieproces met bewoners dat is
aangekondigd voor de uitvoering ook serieus wilt nemen.
De voorzitter:
Oké. Dan de heer Van Aalst.
De heer Van Aalst (PVV):
Volgens mij zijn we het daar vandaag over eens: waterveiligheid op één.
Dat hoor ik de minister ook zeggen. Wat mij dan verbaast, is dat we de
hoogwaterproblematiek niet bij de dijken aan gaan pakken, wat tenslotte
goedkoper is dan dat we een heel project van Ruimte voor de Rivier
draaien. Ik hoor de minister zeggen: de prioritering is heel belangrijk
want de middelen zijn ook hier beperkt. Waarom kiest de minister er dan
toch voor om recreatieparken aan te leggen voor natuurclubjes in plaats
van gewoon onze dijken te versterken en te verhogen? Want dat zorgt
tenslotte gewoon primair voor een verbetering van de
waterveiligheid.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik herken dit niet, want ik heb nergens recreatieparken voor natuurclubs
aangelegd.
De heer Van Aalst (PVV):
Er zijn meerdere voorbeelden waar we gewoon hele … Heeft u het woord,
meneer De Groot?
De voorzitter:
Meneer Van Aalst, u gaat gewoon verder met uw vraag. Als de heer De
Groot iets wil vragen, dan komt hij via mij.
De heer Van Aalst (PVV):
Dan doet hij dat vast zo meteen. Wij hebben met elkaar al meerdere malen
geconstateerd: dijken aanpakken is veel voordeliger dan hele plannen met
Ruimte voor de Rivier aanleggen. Dus als we constateren dat we te weinig
budget hebben, we met hetzelfde geld meer kunnen doen door op die manier
te werk te gaan en dat een positieve impact op de waterveiligheid heeft,
dan zou de minister daar toch ook prioriteit aan moeten geven? U geeft
zelf aan dat de middelen beperkt zijn. Dan moeten we toch met hetzelfde
geld meer willen doen als dat de waterveiligheid verbetert? Ik begrijp
echt niet dat de minister daar anders in staat.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik ben het zeer eens met de heer Van Aalst dat je met hetzelfde geld
meer moet willen doen. Dat is nou net precies wat we ook gedaan hebben:
als je daar toch aan de gang moet, kun je met datzelfde geld ook een
waterstandsdaling bereiken met bijvoorbeeld een nevengeul. Dat heeft als
mooi effect dat het voor de natuur ook nog wat oplevert. Die dijk alleen
ophogen had dat niet opgeleverd. Bovendien is het ook niet in alle
gevallen duurder geweest. Dan kom ik ook nog bij een ander punt. Het
draagvlak is niet altijd even makkelijk overal te realiseren. Maar kijk
naar het project bij Lent, waar aanvankelijk ook wel wat scepsis was
maar waar mensen uiteindelijk toch heel erg tevreden zijn met hoe het is
afgelopen.
De heer Van Aalst (PVV):
Toch nog een keer. De minister schetst nu dat het wat meer oplevert voor
de natuur. Dat zal allemaal wel, maar het gaat mij om de
waterveiligheid. Waterveiligheid hebben we met elkaar op één staan en ik
constateer dat we dus dingen weggeven aan de natuur ten koste van de
waterveiligheid omdat het dan meer oplevert. Nee, ik denk dat we met
hetzelfde geld meer dijken hadden kunnen versterken in plaats van op
deze manier te werk te gaan met Ruimte voor de Rivier. Vindt de minister
het niet gewoon prioriteit nummer één dat die dijken versterkt worden?
We hebben gewoon achterstallig onderhoud. We moeten nog kilometers lang
vernieuwen, verbeteren, beter onderhouden. Dan gaan we toch niet kiezen
voor dit soort rare projecten? Dan kiezen we toch gewoon voor de
waterveiligheid op nummer één? Ik begrijp het niet. Het enige wat we
gedaan hebben, is onze oude uiterwaarden onder water zetten, moerassen
creëren met nieuwe dieren maar vervolgens helpen we de andere natuur om
zeep. Ik begrijp er helemaal niks van.
De voorzitter:
Dat is de vraag?
De heer Van Aalst (PVV):
De waterveiligheid zou op één moeten staan. Ik begrijp het niet: met
hetzelfde geld hadden we gewoon veel meer dijken kunnen aanpakken.
De voorzitter:
De heer Van Aalst begrijpt u niet.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik begrijp de heer Van Aalst niet, dus dan kunnen we elkaar de hand
schudden. Nee, we hebben geen rare, nieuwe dingen gecreëerd. Ik heb er
eigenlijk weinig aan toe te voegen, behalve dan dat u zei "kilometers
achterstallig onderhoud". Daar wil ik toch nog weer even het onderscheid
aangeven: het betreft uitgesteld onderhoud. We hebben slechts voor 6,8
miljoen, die inmiddels is aangepakt, achterstallig onderhoud
gesignaleerd. Ik denk dat dat toch echt wel een heel wezenlijk
onderscheid is.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Ik had de heer Stoffer nog gezien.
De heer Stoffer (SGP):
Ik twijfel een beetje. Ik hoorde de minister net zeggen dat we het hier
over het hoogwatersysteem hebben, maar ik hoor af en toe scheepvaart en
sluizen langskomen. Is het hoofdvaarwegennet hier nu ook onderdeel van
of niet? Nee? Dan komt mijn vraag later.
De voorzitter:
Prima. Ik kijk nog even verder rond. We hebben het over veiligheid gehad
en voor een deel over de financiën. We gaan zo naar droogte. We hebben
nog: adaptatie, grote wateren, kwaliteit en overig. Ik zie de heer Van
Aalst. Over de zeespiegelstijging? Hij heeft een vraag over in ieder
geval het blokje veiligheid.
De heer Van Aalst (PVV):
Ja, voorzitter. De minister heeft wat gezegd over de spiegelstijging.
Zij weet het eigenlijk ook niet exact, maar laat zich leiden door de
voorspellingen. Alleen de voorspellingen variëren van tientallen
centimeters tot 200 centimeter. Hoe gaan we in godsnaam beleid maken als
we het verschil tussen die twee voorspellingen niet in beeld
hebben?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Daar laten we ons dus over adviseren door de deskundigen. Dat moet je
voortdurend blijven volgen. Gelukkig staat de wetenschap ook niet stil.
Ik probeer dat steeds beter inzichtelijk te krijgen. Daar hebben we met
elkaar in de Kamer de systematiek voor afgesproken dat het iedere zes
jaar wordt herijkt. Dus dan kijk je waar je op dat moment staat en dan
probeer je daar weer je normering aan aan te passen.
De heer Van Aalst (PVV):
Het mooiste voorbeeld, dat aansluit bij het volgende blokje, is de
droogte. Het KNMI doet allerlei voorspellingen, maar de droogte van de
afgelopen zomer had het KNMI totaal niet voorspeld. Daarvan zeggen ze:
dit past eigenlijk niet in onze voorspellingen. Wat moeten we moeten we
nou met de voorspellingen van tientallen centimeters tot 200 centimeter?
Hoe betrouwbaar zijn die dan nog? Hoe kunnen we daar in hemelsnaam
beleid op maken?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Het is een beetje flauw om te zeggen dat het KNMI de voorspellingen niet
goed heeft. Laten we zeggen dat je wel ziet dat ze het door de jaren
heen steeds nauwkeuriger worden. Daar hou ik me ook aan vast. Een feit
is dat we zien dat de zeespiegel wel stijgt. Dus je moet hoe dan ook
maatregelen nemen. Dan moet je toch met een bepaalde bandbreedte kijken
wat er noodzakelijk is voor Nederland. Voorspellingen worden serieuzer.
De nieuwe cijfers zien er niet fraai uit. Het zou best kunnen dat dat
voor ons ook nog consequenties kan hebben op de lange termijn. Maar we
hebben in Nederland een hele stevige veiligheidsmarge. Met ons huidige
Hoogwaterbeschermingsprogramma kunnen wij de komende decennia vooruit en
wij houden goed in de gaten of dat toch aanscherping behoeft.
De voorzitter:
Dank u wel. Iemand anders nog? Oké, nou prima, dan gaan we door naar het
blok over droogte.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Ondanks het feit dat velen van u hebben
gesignaleerd dat de droogte bepaald nog niet voorbij is, zijn we toch
wel begonnen met te kijken welke lessen we hieruit kunnen leren. De
eerste is natuurlijk: hoe heeft de crisisaanpak van de afgelopen zomer
gewerkt en hoe vertalen we dat in het beleid? Een aantal van u heeft ook
al gezegd dat ik daarvoor de Beleidstafel Droogte heb ingesteld. Ik wil
op beide sporen, zowel ten aanzien van het functioneren van de
crisisaanpak als hoe we die droogtecrisis vertalen naar beleid, met
aanbevelingen komen voor de meest urgente issues, en u daarover in het
voorjaar van 2019 al over informeren. Ik wil er alles aan doen om
voorbereid te zijn op het komend voorjaar, waarin het zomaar weer zo zou
kunnen zijn dat er nieuw droog seizoen aankomt. We moeten daarop
voorbereid zijn met alle lessons learned.
Een aantal opgaven die we daarin moeten bespreken, zijn door u ook al
genoemd. De onttrekkingen van het grondwater is er daar één van. Hoe
zijn die verantwoordelijkheden nu precies verdeeld? Wat zijn de
effecten? Wat kan er wel? Wat kan er niet? We hebben te maken gehad met
de verzilting van het IJsselmeer. Ik had me eerlijk gezegd bij ons
vorige overleg over water niet kunnen voorstellen dat ik deze zomer
tankschepen achter de hand moest houden om drinkwater voor Noord-Holland
te zekeren. Ik denk velen van u ook niet. En toch zijn we wel in die
situatie terechtgekomen. Ik had me ook niet kunnen voorstellen dat we
rond het Kierbesluit dat we onlangs hebben mogen nemen, dat feestelijke
moment niet door zouden kunnen laten gaan. Toch hebben we in september,
waarin het aanvankelijk gepland stond, gezegd: we zitten nog volop in de
droogte- en de verziltingsproblematiek; laten we het nu niet doen. Toen
stelden we de opening uit tot november, omdat niemand zich toen kon
voorstellen dat het in november nog steeds niet zou kunnen. We zitten
helaas nog steeds in die situatie. Dus ik denk dat het heel dringend is
om door te pakken en te kijken welke lessen we hieruit kunnen leren. De
scheepvaart heeft eronder te lijden, landbouw, natuur. Er zijn problemen
met drinkwater en voor de industrie.
Een aantal van u vroeg ook hoe het nu zit met de industriële lozingen.
We hebben natuurlijk nog niet zo lang geleden dioxaan gehad vanuit
Duitsland. Dat leek in de richting te gaan van een norm niet halen.
Gelukkig is dat allemaal nog net goed gegaan, maar het zegt wel dat we
in het hele stroomgebied van rivieren daarover met elkaar zullen moeten
gaan spreken. Hoe is nou precies de verantwoordelijkheidsverdeling? Die
is vastgelegd in het Landelijk draaiboek waterverdeling en droogte van
de stuurgroep van de Stuurgroep Management Watercrises en
Overstromingen. Daar is ook de rol van de veiligheidsregio's in
beschreven. Daar vroeg de heer Geurts met name naar. Bij watertekorten
en droogte is de rol van de veiligheidsregio's beperkt. De regierol van
de provincie op regionaal niveau is een logisch voortvloeisel uit de
Waterwet en het Waterbesluit, waarin de verantwoordelijkheid voor de
regionale uitwerking van de verdringingsreeks is belegd bij de
provincies. Daar komt dat vandaan.
De evaluatie van de droogte, van de crisisaanpak, zullen we uitvoeren
langs twee sporen. Bij de Beleidstafel Droogte gaan we een en ander
vertalen naar concrete lessen. Aan die tafel komt ook het volgende aan
de orde: het functioneren van de verdringingsreeks zoals we die nu
kennen — heeft die gewerkt? — de drinkwaterbehoefte, het gebruik van
grondwater tijdens de droogte, de problematiek van de scheepvaart en de
waterkwaliteit bij lage afvoeren. Dus het geheel komt daar aan bod met
alle deskundigen. Een echte evaluatie kan nog niet, want dan moet het
eerst voorbij zijn, maar over de eerste resultaten en de vraag wat wij
nu al aan lessen kunnen trekken en kunnen meenemen voor het nieuwe
seizoen, wil ik uw Kamer in het voorjaar van 2019 graag informeren. Hoe
kijkt de minister met de kennis van nu naar die verdringingsreeks? Dat
wil ik nu ook even graag door de experts aan die Beleidstafel Droogte
laten bestuderen. Daar wil ik in het voorjaar bij u op terugkomen.
Gaat de minister plannen die meer verzilting veroorzaken heroverwegen?
De heer Stoffer heeft gevraagd naar het Volkerak-Zoommeer. Daarover heb
ik onlangs met collega Schouten een brief over gestuurd, waarin we
zeggen dat het plan niet van de baan is, maar dat we ook realistisch
moeten zijn. Aangezien de provincie bij mij aan de bel trok en zei "wij
hebben er zoveel geld voor gereserveerd op onze begroting, maar het Rijk
komt maar niet over de brug", vonden collega Schouten en ik het niet
meer dan fair om te zeggen dat wij er voorlopig ook geen geld voor
hebben. Wij hebben hiervoor weliswaar een groot bedrag in het
regeerakkoord staan, maar u weet ook dat er hele grote opgaven in de
Grevelingen en Eems-Dollard liggen. Als je kijkt wat er voor de jaren
erna op de prioriteitenlijst komt, dan komen we eerder bij het
Markermeer en het IJsselmeer terecht. Het Volkerak-Zoommeer komt niet
hoog op de prioriteitenlijst. Dat wil niet zeggen dat we de
beleidsvoornemens niet meer hebben, alleen moeten we realistisch zijn:
daar hebben we voorlopig gewoon niet het geld voor.
De heer Van Aalst vroeg: is de minister trots op de opgelopen schade?
Nee, natuurlijk niet. Ik had liever gehad dat er nergens schade was
veroorzaakt. Dat is een van de redenen waarom ik hier prioriteit aan
geef. Ik wil hier zo veel mogelijk lessen uit kunnen trekken. Nogmaals,
niemand had dit zo voorzien. Het zijn unieke situaties geweest. We
zullen ook nog moeten afwachten wat de schade voor de natuur gaat zijn.
Ik zie dat alle rododendrons bij mij in mijn tuintje zo ongeveer dood
zijn, maar dat is natuurlijk maar een zeer beperkt beeld, want ik heb
mij door experts laten vertellen dat het bij bomen soms ook nog na twee
jaar tot sterfte kan leiden. Dus we zullen echt moeten zien wat het
doet. Daarom vind ik het ook heel belangrijk dat we zo snel mogelijk van
de experts horen wat we anders of beter kunnen gaan doen in de
toekomst.
Naar de lozingsvergunningen is door de heer Laçin, mevrouw Dik-Faber en
de heer Stoffer gevraagd. Op dit moment wordt in de beoordeling van een
aanvraag al getoetst aan maatgevend laagwater. Er wordt ook getoetst op
de maximale vracht die geloosd mag worden, dus er vindt een
worstcasebeoordeling plaats. Debietsafhankelijke lozing is nu dus niet
nodig omdat de veiligheid van ecologie en drinkwater al vooropstaan.
Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat we volop waakzaam blijven — ik
noemde u het voorbeeld van dioxaan vanuit Duitsland — en goed in de
gaten houden of dat in de toekomst misschien anders zou kunnen worden.
We zien bijvoorbeeld dat de Rijn steeds meer een regenrivier wordt en
het water niet meer van de gletsjer aangevoerd krijgt.
Dan de toenemende drinkwatervraag tijdens de droogte. De heer Geurts
heeft zijn auto niet meer gewassen. Heel goed. Ik zal voor het
thuisfront van de heer Geurts nog eens zeggen dat het heel goed was dat
hij dat niet heeft gedaan, want we moesten ook echt zuinig zijn met
water. In het begin zag je dat Nederland er even rekening mee hield en
wat minder water verbruikte. Naarmate het langer duurde, dreigden we
toch wat te verslappen. Je zag eerlijk gezegd ook wel een verschil
tussen het westen en het oosten. Hoe verder je naar het oosten ging, hoe
meer de verdorring alom zichtbaar was. In het westen, waar er meer
sprake was van verziltingsproblematiek, merkte je dat het gevoel van
urgentie dan ook iets minder was dan daar waar je bijvoorbeeld zag dat
de slotgracht om een kasteeltje helemaal zonder water stond. Dat zijn
dingen die veel meer indruk maken. Maar ik denk dat we met z'n allen ook
nog wel wat kunnen doen om die verziltingsproblematiek wat meer
duidelijk te maken. Ik heb het voortdurend ondersteund en ook gezegd:
was niet alleen je auto, maar ook de ramen van je huis even wat minder,
en sta iets korter onder de douche; wees gewoon zuinig met water. Ik
denk dat we daar vol op moeten blijven inzetten.
In de internationale Rijn- en Maascommissies zijn we ook in gesprek over
de droogte. Op ons initiatief zijn in beide riviercommissies ook
werkgroepen over de droogte gestart. Want vergis je niet: u kunt
allemaal in filmpjes op internet zien dat je in Duitsland de rivier
gewoon te voet kunt oversteken. Dat zijn ongekende beelden.
Specifiek op het grondwater ga ik iets meer in detail in. De regie over
het grondwaterbeheer ligt bij provincies. De taken en bevoegdheden zijn
op zich duidelijk, maar wel verdeeld over de verschillende overheden.
Perceeleigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigendommen en
hebben daarin zorgplicht. Gemeenten hebben een zorgplicht om schade zo
veel mogelijk te voorkomen met grondwaterbeheer, maar ze zijn niet
aansprakelijk voor die schade. Gemeenten kunnen met een gericht
grondwaterpeilbeheer natuurlijk wel een ondersteunende rol spelen. Ik
ben daarover in gesprek met gemeenten en waterschappen. Ik faciliteer
ook onderzoek naar de mogelijkheden voor stedelijk grondwaterpeilbeheer,
onder andere in Rotterdam en Capelle aan de IJssel. Ook dit zal
onderwerp van bespreking zijn aan de Beleidstafel Droogte.
De heer Geurts heeft nog gevraagd naar een reflectie op het diepe
grondwater, dat wordt beïnvloed door zaken als bouwactiviteiten,
energiesystemen, bronbemaling en zandwinputten. U hebt gelijk dat er in
toenemende mate een beroep wordt gedaan op het gebruik van grondwater,
voor bier, fris en zuivel, maar ook voor allerlei andere activiteiten.
Met omgevingsvisies geven provincies en gemeenten aan hoe ze met dat
grondwater willen omgaan. Bij het Uitvoeringsprogramma Bodem en
Ondergrond wordt daarover met decentrale overheden en bedrijfsleven
overleg gevoerd. We werken ook samen aan kennisontwikkeling hierover. Ik
denk dat dit onderwerp zomaar interessant kan zijn om op de kaart te
hebben, niet alleen bij de verkiezingen voor de waterschappen, maar ook
voor de komende Statenverkiezingen.
U heeft ook specifiek aandacht gevraagd voor de verdringingsreeks bij
grondwater. Dat wil ik ook heel graag bij die Beleidstafel Droogte
adresseren.
Mevrouw Dik-Faber vroeg of het voorkomen van schade aan woningen door
grondwater onderdeel is van het Bestuursakkoord Ruimtelijke Adaptatie en
of daar onderzoek naar gedaan wordt. Er is afgesproken om stresstesten
uit te voeren en vervolgens risicodialogen te gaan voeren. Daarbij
zullen ook zeker aan de orde komen de schade aan woningen door
wegzakkend grondwater en bodemdaling en natuurlijk vooral de
mogelijkheden om dat te voorkomen. Bij problemen met funderingen, zoals
paalrot, kan het kenniscentrum voor funderingsschade huiseigenaren op
weg helpen. Het Rijk, in dit geval het ministerie van Binnenlandse
Zaken, heeft een financieringsfonds ingesteld waarbij huiseigenaren
goedkoop geld kunnen lenen voor funderingsherstel, maar huiseigenaren
blijven wel zelf aan de lat staan voor de kosten. In het kader van het
Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is door datzelfde kenniscentrum een
Handleiding funderingsproblematiek voor gemeenten opgesteld.
Grondwaterpeilbeheer is natuurlijk een belangrijk instrument voor
gemeenten. Ik ondersteun dit ook met onderzoek. Zoals ik eerder heb
aangegeven wil ik uw Kamer graag komend voorjaar nader informeren over
de kennisbasis die we daarvoor gezamenlijk ontwikkelen. In die brief zal
dan ook het bodem- en grondwater aan de orde komen.
De voorzitter:
Ik kijk even rond.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik heb nog meer in het kader hiervan.
De voorzitter:
Oké.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, want we gaan nu naar de bodemdaling. Die heb ik toch maar geschaard
onder het blok droogte, want de problematiek rond bodemdaling speelt
natuurlijk al langer, maar ik denk dat u die vandaag vooral bij mij hebt
aangekaart vanwege de verergering van de bodemdaling door de
droogteproblematiek. Op zich is de bodem natuurlijk geen onderwerp voor
dit overleg. U hebt vooral gedoeld op de veenweidegebieden, waar bij
droogte bodemdaling ontstaat door oxidatie. Dit onderwerp raakt een
groot aantal dossiers van maar liefst vijf departementen, namelijk EZK,
LNV, BZK, OCW en ons als IenW natuurlijk. Het heeft namelijk betrekking
op woningbouw, landbouw en de aanleg van infrastructuur. Ook raakt het
natuurlijk provincies, waterschappen, gemeenten en private
partijen.
Het is belangrijk om te vermelden dat bodemdaling door slappe bodems ook
wordt verankerd in de NOVI, de Nationale Omgevingsvisie, die collega
Ollongren aan het opstellen is. Ik heb zonet al het Nationaal
Kennisprogramma Bodemdaling gememoreerd, waar wij ook aan meewerken. Ook
heb ik het al over de brief gehad.
Volgens mij heb ik de rest van de beantwoording eigenlijk al en marge
van andere stukken gedaan.
De voorzitter:
We gaan het even bekijken. De heer De Groot zag ik als eerste.
De heer De Groot (D66):
Dank aan de minister. Ik kijk eventjes naar het grondwater. De gemeenten
zijn verplicht om goed te zorgen voor het grondwater, maar ze zijn niet
aansprakelijk. Nou vroeg ik mij af of de waterschappen, die gaan over
het grondwater in het landelijk gebied, daar eigenlijk wel aansprakelijk
zijn voor de gevolgschade bijvoorbeeld aan huizen, funderingen of
wegen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Nee, dat zijn ze niet, net zomin als gemeenten.
De heer De Groot (D66):
Dus die bestuurslaag is daar niet aansprakelijk? Dat is wel heel
bijzonder, want ze veroorzaken wel schade.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik denk dat hierop dezelfde situatie van toepassing is als bij
gemeenten, namelijk dat particulieren uiteindelijk zelf de schade moeten
dragen maar gemeenten wel de dure plicht hebben om schade zo veel
mogelijk te voorkomen. Dat is bij de waterschappen hetzelfde.
De heer De Groot (D66):
Ja. Ik kan me bijna niet voorstellen dat dat zo is. Misschien kan de
minister daar in tweede termijn nog een keer op ingaan, want ik kan me
niet voorstellen dat als een bestuurslaag om hem moverende redenen te
hard pompt aan het grondwater waardoor het veen verdampt, de huizen
verzakken en de fundering verrot, de rekening daarvan bij burgers wordt
neergelegd. Ik kan me niet goed voorstellen dat de waterschappen
daarvoor niet aansprakelijk zijn. Als u daar in tweede termijn op in zou
willen gaan; heel graag!
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik wil daar best in tweede termijn nog wat meer gedetailleerd op ingaan,
maar de hoofdboodschap van het antwoord zal niet veranderen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik heb één vraag nog niet beantwoord gekregen. Ik had gevraagd wat de
minister vond van het voorstel van Vewin om lozingsvergunningen
debietsafhankelijk te laten zijn om hiermee de waterkwaliteitsproblemen
bij winningen in perioden van droogte te voorkomen. Ik had nog een
aanvullende vraag omdat de minister inderdaad aangeeft met de buurlanden
in gesprek te zijn. Want als het hier droog is, is het daar ook droog.
Hoe gaat dat nou in prioriteit? Als het erg droog is, nemen Duitsland en
België ook maatregelen. Wij zitten toch echt stroomafwaarts. In hoeverre
heeft u dan contact, minister, zodat zij niet allerlei maatregelen nemen
waar wij nóg meer last van krijgen?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Tot nog toe hebben we gewoon een goede samenwerking. U hebt natuurlijk
gelijk. In het verleden hebben we gezien dat het water door
bodemverharding in Duitsland juist alleen maar sneller bij ons aankwam.
Het kan twee kanten op werken. Wij zitten inderdaad als sluitstuk, als
laatste, en hebben daar niet zo veel invloed meer op, maar we hebben
goede contacten. Zowel bij de Duitse als bij de Belgische collega's heb
ik de behoefte gevoeld om wat meer met elkaar om tafel te zitten in het
kader van een heel stroomgebied, omdat iedereen met problemen worstelt.
Ik noemde aan het begin het voorbeeld van Duitsland, namelijk de
bevoorrading van tankstations. Zij worstelen met dezelfde uitdagingen en
staan er ook zeer voor open om gezamenlijk te kijken wat we daar het
beste aan kunnen doen.
Dan kom ik op uw eerste vraag over Vewin en het debietsafhankelijk
vergunnen van lozingen. Ik heb aangegeven dat daar nu volop aandacht
voor is, maar dat we aan de beleidstafel droogte bijvoorbeeld ook kijken
naar dioxaan vanuit Duitsland. Dat heb ik als voorbeeld genoemd. Als
daar een nieuwe situatie ontstaat en dat mogelijk aanpassing zou
behoeven, zullen we dat niet uit de weg gaan. Want je wilt uiteindelijk
niet in de situatie terechtkomen dat er door laag water een te hoge
concentratie van welke nare stof dan ook zou kunnen ontstaan.
De voorzitter:
Dan heeft de heer Laçin nog een vraag.
De heer Laçin (SP):
Ik wil daar toch even op doorgaan. Op dit moment wordt in de
vergunningverlening rekening gehouden met een vrij lage rivierafvoer om
toch een beetje veilig te zitten. We zien nu, vooral dit jaar met een
heel lange periode van droogte, dat er problemen kunnen ontstaan op het
moment dat de rivierafvoer nog lager ligt dan waar gemiddeld rekening
mee is gehouden in de vergunning. We hebben volgens mij samen
geconstateerd dat lange periodes van droogte in de toekomst niet per se
een uitzondering zullen zijn, maar misschien eerder de regel. Daarom
vraag ik de minister toch om daar nu al naar te kijken, toekomstgericht,
zodat we straks, over een of twee jaar, niet achter de feiten aan gaan
lopen als er al situaties zijn ontstaan. Hoe kijkt de minister daartegen
aan?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Daar kijkt de minister hetzelfde tegenaan als de heer Laçin, namelijk
dat we dat moeten proberen te voorkomen. Ik vind dat een onderwerp voor
de beleidstafel droogte. Er wordt nu rekening gehouden met een
worstcasescenario. U schetst eigenlijk dat het worstcasescenario altijd
nog meer worse kan, zeg maar. Daar moeten we op voorbereid zijn. U zegt:
als we nu nog lagere rivierstanden krijgen of als dit vaker gaat
voorkomen dan waar we nu in onze worstcasescenario's rekening mee hebben
gehouden, zullen we die worstcasescenario's moeten aanpassen. Ik wil dit
graag aan de experts overlaten. Zien zij daar aanleiding voor of
niet?
De heer Laçin (SP):
Ik vraag me dus af of we nu rekening houden met het worstcasescenario,
omdat de praktijk van nu ons leert dat dat altijd kan veranderen. We
hebben dit jaar te maken met historisch lage waterstanden op heel veel
plekken. Daar is volgens mij geen rekening mee gehouden in de
vergunningen die een paar jaar terug zijn verleend. Ik hoor:
Beleidstafel Droogte. Dat vind ik goed. Ik hoop geïnformeerd te worden
over wat we daarin zouden kunnen veranderen en hoe we daar beter op
kunnen inspringen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, ik zal dit aspect graag meenemen in de brief die ik in het voorjaar
zal sturen om de eerste tussenstand te geven van de beleidstafel
droogte. Ik begrijp namelijk uw zorg: als het alsmaar erger wordt,
moeten onze worstcasescenario's misschien worden aangescherpt. Dus ik
zal er dan graag op terugkomen.
De voorzitter:
Ik kijk nog even rond of er nog vragen zijn. Volgens mij hebben we het
onderwerp droogte afgerond.
Dan gaan we naar adaptatie: we gaan ons aanpassen!
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, we gaan ons aanpassen, maar de droogte is nog niet afgerond. Wel
hier als bespreekpunt, maar verder nog niet.
Dank voor de complimenten die zijn uitgesproken voor het ondertekenen
van het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie. Ik vond het eerlijk gezegd
zelf ook wel een uitdaging: als je wel een opdracht krijgt in het
regeerakkoord, maar nul euro daarbij, dan is het toch lastig. Ik ben
heel blij dat we toch gezamenlijk de schouders eronder zetten met de
Unie van Waterschappen, de provincies, de gemeenten en eigenlijk alle
partners. En van onze kant loopt het op tot 300 miljoen, mits er goeie
plannen worden aangeleverd, zeg ik daar uitdrukkelijk bij. En vanuit de
andere partners komt hetzelfde bedrag. Daarmee kunnen we toch echt
belangrijke projecten gaan uitvoeren. Ik vind het ook echt een
belangrijke stap. De heer Geurts kwam al even terug op zijn eigen motie,
die ervoor nodig is geweest om de wetswijziging in het kader van de
Waterwet in gang te zetten. Ik kom zo nog terug op het tijdpad.
Een goede voorbereiding op die stijgende zeespiegel en op extreme
regenval is lang niet overal vanzelfsprekend. Soms zijn effecten bij ons
heel groot, maar elders op de wereld is dat ook het geval. Ik zeg alvast
even in de richting van de heer Stoffer: Nederland heeft heel veel
kennis te bieden, ook op dit vlak. Ik ben er ook trots op, en ik denk u
allemaal, dat we het Global Centre of Excellence on Climat Adaptation in
Rotterdam en Groningen hebben. Dat is echt global, dus we betrekken hier
kennis en kunde vanuit de hele wereld bij. Maar als je het in je eigen
achtertuin hebt, dan heb je natuurlijk bij uitstek een mooie gelegenheid
om als land zelf te laten zien wat je te bieden hebt. Dat zal heel veel
experts vanuit de hele wereld naar Nederland toe trekken. Dus ik denk
dat we dat echt moeten omarmen, en daarmee ons voordeel moeten
doen.
Dan vroeg de heer Geurts: hoe staat het nou met die wetswijziging? Nou,
we zijn gestart met een internetconsultatie van vier weken en met een
interbestuurlijke consultatie van twee maanden. Daar moet dan de u
bekende HUF-uitvoeringstoets op worden toegepast. En als iedereen
hetzelfde gevoel van urgentie uitstraalt als uw Kamer heeft gedaan, dan
zou ik het in april 2019 bij de ministerraad kunnen hebben liggen. Dan
moeten we het advies van de Raad van State krijgen. Dan kom ik ergens in
de zomer uit. Dus ik hoop het, helemaal alles doorlopend, in oktober bij
de Tweede Kamer te kunnen hebben liggen. Ik zie al aan uw lichaamstaal
dat u dat best ambitieus vindt. Nou, dat vind ik ook, maar ik heb goede
hoop dat iedereen hetzelfde gevoel van urgentie heeft als wij hier met
elkaar. Dan kunnen we dit dus snel met elkaar regelen en dan zouden we
inderdaad op tijd klaar zijn voor de begroting van 2021. Dan moeten we
ook de opgave in beeld hebben.
U weet namelijk allemaal dat de gemeenten de stresstesten in 2019 af
moeten hebben. Ik kwam ook mensen tegen — ik zal geen namen noemen, want
ik vind het geen goed voorbeeld — die zeiden: maar die stresstest is
toch niet verplicht? Nee, die is niet verplicht. Maar ik zou wel tegen
iedere gemeente willen zeggen: als je geen goed onderbouwd verhaal hebt
en je hebt geen stresstest gedaan, dan krijg je ook geen financiële
middelen van onze kant. Dus wat dat betreft denk ik toch echt dat je van
iedere zichzelf respecterende gemeente mag vragen dat ze gewoon in 2019
fatsoenlijk in beeld hebben gebracht waar precies de knelpunten zitten.
Dan hebben we begin 2020, als alle gemeenten het toch af moeten hebben,
dat landelijk dekkende beeld van wat er overal nodig is.
Er is nog gevraagd naar de relatie met de regiodeals en de
klimaatenvelop. De klimaatenvelop is vooral gericht op
CO2-reductie, maar ik heb zelf de veenweidegebieden erbij
genoemd — dat heb ik erg uitgedragen — omdat het mes daar aan twee
kanten snijdt: de kant van de waterstandsproblematiek en de kant van de
CO2-reductie, dus zowel adaptatie als mitigatie. Mevrouw Van
Brenk sprak over innovatieve projecten. De onderwaterdrainage en andere
technieken die daar kunnen worden toegepast, zijn ook wel de moeite
waard, vind ik, om serieus werk van te maken. Dan zou je de landbouw
enerzijds en adaptatie en mitigatie anderzijds mooi bij elkaar kunnen
brengen.
Kan de 20 miljoen op tijd worden ingezet? Dat vraagt mevrouw Dik-Faber.
Ja. Ons is er alles aan gelegen om gemeenten te helpen. Voor kleinere
gemeenten is het misschien niet altijd even makkelijk om zo'n stresstest
goed te doen. Vandaar dat we daarbij hulp hebben toegezegd. Het tweede
dat ik echt graag al in 2019 en 2020 zou willen doen, is het starten van
een aantal aansprekende projecten, want los van het voorbeeld dat ik u
net gaf, waarbij misschien geen sprake is van heel veel enthousiasme,
zijn er ook gemeenten en waterschappen die al ontzettend voorlopen, die
echt hun nek hebben uitgestoken en die al kant-en-klare projecten
hebben. Daar zou ik er graag een paar van willen honoreren, zodat we
daadwerkelijk kunnen laten zien wat je kunt doen en zodat we andere
gemeenten en waterschappen kunnen stimuleren. Over het wetsvoorstel heb
ik al gesproken. Er zijn nu dus al koplopers aan de slag. We hebben
goede berichten dat zo'n 75% van de gemeenten er echt goed mee aan de
slag is. Komt u er ergens nog een tegen waar dat niet zo is, stimuleert
u die dan om het ook te gaan doen.
Er wordt inderdaad ook goed bekeken waar dat samengaat met de
bouwopgaven. Verschillende Kamerleden hebben daarover gesproken. We
komen later deze week, bij het notaoverleg MIRT, nog te spreken over de
combinatie van bereikbaarheid en wonen. In al die overleggen met de
regionale bestuurders heb ik steeds het onderwerp klimaatadaptatie
aangekaart, want als we het hebben over een integraal Mobiliteitsfonds,
moeten we natuurlijk niet gaan bouwen op plekken die onder water lopen.
Dat geldt voor zowel woningbouw als infrastructuur. We moeten geen
tunnels aanleggen op plekken die onder water lopen, om maar even iets
heel simpels te noemen. Ik vind het dus uitdrukkelijk van belang dat er
voor iedere bouwlocatie goed wordt nagedacht, niet alleen over het
belang van de woningbouw, maar ook over dat van de bereikbaarheid. We
willen geen oude Vinex-wijken meer waarvan men achteraf constateert: hé,
jammer, hier is geen ov en de ontsluiting via de weg is ook niet
optimaal. Het derde punt waarover voor iedere bouwlocatie goed nagedacht
moet worden, is de waterhuishouding: we moeten zorgen dat we daar niet
meteen problemen mee krijgen.
Dan neem ik meteen ook maar het pleidooi voor meer groen mee, dat
meerderen van u hebben gehouden. Een verdichtings- of
verstedelijkingsopgave hoeft niet per definitie zo ingevuld te worden,
dat het leidt tot meer problemen met hittestress en waterafvoer. Het kan
ook heel goed met meer groen in de woonomgeving. Ik heb het bij de
ondertekening van het akkoord voor klimaatadaptatie ook vermeld: we
hebben in Nederland nog 345 miljoen m2 plat dak. Dat zijn
toch serieuze aantallen, waar je verschillende invullingen aan kunt
geven, bijvoorbeeld voor blauwe of groene energie. Afhankelijk van de
omgeving waarin je zit, kies je in het ene gebied misschien eerder voor
zonnepanelen en in het andere gebied misschien juist voor groene daken;
allebei kan ook nog. Maar het is een beetje gebiedsafhankelijk. Dat vind
ik ook belangrijk bij die stresstesten, maar ik vind ook zeker dat dit
goed moet worden meegenomen bij al die woningbouwplannen. Ik zou ook
graag willen dat u het erover hebt met uw collega's die over de
woningbouw gaan, zodat wij ervoor zorgen dat het in een keer goed
ingevuld wordt. Ik ga niet over aanpassing van bouwregelgeving en
bouwbesluiten, dan moet u bij een collega zijn. Maar ik ondersteun van
harte dat wij natuurlijk moeten zorgen dat wij geen nieuwe problemen
creëren als het niet nodig is en de kansen pakken die er zijn.
Over groene daken heb ik voldoende gezegd: lokaal, maatwerk. Maar ik zal
ze zeker altijd aanraden om te kijken of er voldoende gebruik van wordt
gemaakt. Hetzelfde geldt voor het anders inrichten van straten, pleinen,
parken, enzovoorts.
Met decentrale overheden spreken we over criteria voor de regeling. De
gemeentelijke rioleringsplannen zijn daarbij natuurlijk ook een
belangrijk aandachtspunt. U kent allemaal wel: de gescheiden systemen
voor hemelwater en rioolwater, de regenton in de tuin, alles wat er aan
opties is. Dat moeten wij voortdurend met elkaar uitdragen.
Dan ligt er een heel specifieke vraag van mevrouw Kröger over woningen
in Arnhem in de uiterwaarden. De plannen voor de uiterwaarden moeten
voldoen aan de Beleidsregels grote rivieren. Bij niet-riviergebonden
functies, zoals woonwijken, moet er zelfs meer ruimte aan de rivier
worden teruggegeven. Dat geldt ook voor dit plan bij Arnhem. Daar zal
dit plan ook echt aan moeten voldoen, anders zal er door Rijkswaterstaat
geen vergunning voor kunnen worden afgegeven. De Beleidsregels grote
rivieren zijn net geëvalueerd. Ook IPO, VNG en de Unie van Waterschappen
zijn van mening dat waterveiligheid vooropstaat. Ze zullen dus aan die
regels moeten voldoen, anders krijgen zij er geen vergunning voor.
Mevrouw Kröger vroeg ook hoe de bouwsector betrokken wordt bij
stresstesten. In onze gesprekken met de bouwsector, voor zover die
voorkomen, zal ik dit zeker ook aan de orde stellen, maar dit ligt
vooral op het terrein van de collega van BZK. In onze eigen opgave
daarbij voor de infrastructuur, bij zowel Rijkswaterwater als ProRail,
zitten de staatssecretaris en ik daar bovenop. Wij voeren ook onze eigen
stresstesten uit en wij kijken ook nu al in projecten waar wij extra
maatregelen kunnen invoeren. Ook in omgevingsvisies worden afwegingen
gemaakt.
In de richting van de heer Geurts zeg ik nog dat er intensief overleg
plaatsvindt, ook met collega Schouten, waar het gaat over de landbouw en
agrarisch water.
Dan ligt er nog een specifieke vraag over de verzekerbaarheid van
klimaatschade. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen het
verzekeren van wateroverlast door extreme neerslag en overstromingen van
het primaire systeem. Het Verbond van Verzekeraars adviseert zijn leden
om de dekking van wateroverlast uit te breiden met alle schade door
neerslag en water dat van buiten het gebouw binnenstroomt. Dat biedt
meer duidelijkheid voor verzekerden. Ik vind dat positief. Ik hoop dat
de leden van het verbond dat ook gaan doen.
Voor de landbouw is er de brede weersverzekering. Het kabinet, collega
Schouten, is aan het uitzoeken hoe het zit met de vrijstelling van
assurantiebelasting daarvoor. En ik hoor dat het al geregeld is. Het
gaat snel. Bij overstromingen door de primaire keringen ligt de nadruk
op preventie door dijken. De Wet tegemoetkoming schade kan bij
overstromingen van toepassing worden verklaard. Als mensen zich
daarnaast nog vrijwillig willen verzekeren tegen overstromingen, is dat
ook mogelijk. Dat zou eigenlijk niet verplicht moeten zijn, want we
hebben een heel goed preventief waterveiligheidssysteem. Nader onderzoek
daarnaar is dan ook niet nodig.
De heer Dijkstra sprak over de Global Commission en zei dat het mooi was
dat daar 18 landen bij betrokken zijn, maar dat dat er bij Parijs 190
waren. Zijn vraag was hoe we dat kunnen verbreden. Daar zijn we heel
hard mee aan het werk, zowel vanuit als Nederland als vanuit de
Commissie. Ik kan u melden dat ik bij de volgende conferentie in
Katowice in Polen iedereen weer ga aansporen. Ik zou bijna zeggen dat ik
daar al ronselend door de zalen zal gaan om nog meer commitment van
andere landen te krijgen. We hebben al afgesproken dat we tijdens de
klimaattop van september 2019 in New York een flagship report gaan
aanbieden aan de secretaris-generaal van de VN, Guterres. Ik wil
natuurlijk wel dat wij met een heel goed verhaal voor de dag komen in
2020 als we een action summit gaan houden.
Voorzitter. Daarmee ben ik door het onderwerp klimaatadaptatie
heen.
De voorzitter:
Dan kijk ik even rond. Ik had mevrouw Kröger als eerste gezien.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Met betrekking tot de schade gaat het volgens mij om twee dingen. Een.
Hebben mensen in Nederland door welk risico op klimaatschade ze lopen?
Het gaat dan zowel om overstromingen als om droogte en de gevolgen
daarvan, zoals het verzakken van je huis en allerlei problemen met
overstromingen. Twee. Kan je je verzekeren? Wanneer wordt het gedekt
door de WTS? Wanneer kan je je privaat bijverzekeren? In dat hele
verhaal zit gewoon veel onduidelijkheid en er zitten ook veel zorgen.
Het Verbond van Verzekeraars is hiermee aan de gang. Moeten we niet
breder kijken hoe we voor de komende decennia toegerust zijn op de
confrontatie met klimaatverandering en klimaatschade en hoe we zorgen
dat mensen weten waar ze aan toe zijn?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik weet dat het Verbond van Verzekeraars er zelf dus ook mee bezig is.
Misschien kan ik u het beste toezeggen dat ik nog een keer specifiek met
hen in gesprek ga hierover en aan hen vraag hoe zij dit voor zich zien,
ook in het kader van voorlichting aan het publiek. Ik denk dat ik dat
het beste kan doen: eerst even een keer met hen om de tafel en u daar
dan over informeren.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik vind het heel fijn dat de minister in gesprek gaat. Dat lijkt me een
belangrijke eerste stap. De opvolging is ook van belang. Er worden nu
klimaatstresstesten gedaan. Hoe worden die gekoppeld aan dat mensen
weten welke risico's ze lopen? Ik denk dat bewustwording ongelofelijk
belangrijk is. Het tweede punt betreft het bouwen op kwetsbare plekken,
want dat heeft er natuurlijk mee te maken. Als wij nu nog toestaan dat
er wordt gebouwd in uiterwaarden of op plekken waarvan je eigenlijk al
kan voorspellen dat het ongelofelijk kwetsbaar gaat worden, dan kopen
mensen eigenlijk gewoon een onverzekerbaar huis. Ik stel dan toch een
vraag over de situatie in Arnhem. De minister geeft aan dat
Rijkswaterstaat daar nog een vergunning voor moet geven en dat dat niet
zou gebeuren als dit een kwetsbare plek is. Kan de minister hierover in
gesprek gaan met de provincie en de gemeente, zodat gewoon helder wordt
dat hier een plan voorligt voor een heel kwetsbare plek?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Nou, ik weet niet of ik daar zelf over in gesprek moet. Ik wil graag met
mensen in gesprek, maar of ik dat nou ook in dit verband moet doen?
Volgens onze informatie moet Rijkswaterstaat inderdaad nog een
vergunning afgeven daarvoor. Er zal dus aan alle wet- en regelgeving
moeten worden voldaan. Maar ik wil u nog wel een keer schriftelijk
informeren over hoe het precies in elkaar zit in Arnhem. Ik ga ervan uit
dat dat dan voldoende zou moeten zijn. U zegt in het eerste deel van uw
vraag dat het voor de verzekerbaarheid voor mensen wel heel erg
belangrijk is om te weten hoe het er in hun gemeente qua stresstest voor
staat. Ik denk dat daarom primair de verantwoordelijkheid bij de
gemeenten ligt om die stresstest heel goed uit te voeren. Dan weten
mensen pas of zij op een kwetsbaar stuk zitten en, zo ja, wat er dan in
hun geval het beste aan gedaan kan worden. Dus dat is een reden temeer
voor gemeenten om de stresstest heel voortvarend op te pakken, want dan
kunnen zij hun eigen inwoners het beste adviseren, in samenspraak met de
waterschappen. Dan krijgen wij het totaalbeeld van heel Nederland en
kunnen wij daarop ons beleid aanpassen.
De voorzitter:
Gaat u nog maar even door, mevrouw Kröger, ik noteer het gewoon. Een
korte vraag, alstublieft.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik wil toch nog even doorgaan op die situatie in Arnhem. Ik ben blij dat
er een brief is toegezegd, maar ik hoor de minister zeggen dat
Rijkswaterstaat nog met een vergunning moet komen. Maar dan wordt er
getoetst op de huidige wet- en regelgeving, terwijl de vraag natuurlijk
is: als we weten welke klimaatverandering op ons afkomt en als we op
allerlei manieren met klimaatadaptatie bezig zijn, is het dan het zinvol
om te bouwen op een plek die zo kwetsbaar is? Hoe bedenken we dat? Wordt
het genoeg geborgd op het moment dat er smal wordt getoetst, alleen op
de huidige wet- en regelgeving?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Daar kan ik alleen maar op zeggen: zo smal is die huidige wet- en
regelgeving ook weer niet. Er wordt natuurlijk al rekening gehouden met
overstromingsrisico enzovoort. Dat is niet helemaal nieuw. Maar laten we
de casus Arnhem nog even precies voor u op een rijtje zetten.
De heer De Groot (D66):
Misschien heb ik het net gemist, maar ik had een vraag over het
klimaatproof maken van de kwetsbare infrastructuur. De minister hield
een warm pleidooi over de groen-blauwe daken. Het is zo'n no-brainer.
Ook de Deltacommissaris was er positief over. Kunt u toch meer doen dan
het inbrengen in de gesprekken over de stresstesten? Het is echt een
quick win. Als u in 2020 resultaten wilt kunnen laten zien, is het goed
om daar alvast mee te beginnen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Bij no-brainers denk ik dan altijd maar dat iedereen dat ook wel zal
zien. Ik kan alleen maar herhalen dat het in de stresstesten natuurlijk
vooral gaat om de huidige situatie, maar ook om plannen voor nieuwe
woningbouw. Er is een geweldige, gigantsche woningbouwopgave. Ik kan
niet genoeg onderstrepen dat we daar met z'n allen heel goed naar moeten
kijken. De groene en de blauwe daken zouden daarin natuurlijk gewoon een
afweging moeten zijn. Wat mij betreft kan ik dat overal onderstrepen,
maar ik ben geen projectontwikkelaar, gelukkig, dus ik maak niet die
plannen. Het is goed dat iedereen, burgers en gemeenten, zich daarvan
bewust is.
De voorzitter:
Meneer de Groot, dit wordt dan wel uw laatste vraag.
De heer De Groot (D66):
Dan wacht ik.
De voorzitter:
Dan heeft u nog een halve interruptie voor zo meteen.
Ik had zelf nog een vraag, over die achttien landen. U gaat straks in
Polen leuren en sleuren om die mensen allemaal naar Nederland te halen,
want klimaat en adaptatie is een verdienmodel. Kunt u de Kamer
informeren over de uitkomsten en over de stappen die we zelf eventueel
nog kunnen zetten om dat te ondersteunen? U bent natuurlijk zelf onze
waterambassadeur, maar zo zijn er misschien meer. Wilt u dat doen?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik zal de Kamer graag informeren als er relevante ontwikkelingen zijn.
Dat lijkt me heel prima.
De voorzitter:
Mooi. Ik zou dat graag in een brief zien als dat kan.
Dan geef ik het woord aan mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik wil graag nog even terugkomen op de groene daken, pleinen en gevels,
ook in relatie tot de stresstesten die gemeenten nu moeten gaan
uitvoeren. Heeft de minister er vertrouwen in dat die stresstesten
worden uitgevoerd en dat er nog eens goed wordt gekeken naar het
potentieel dat er is in de gebouwde omgeving als het gaat om groene en
blauwe daken en energiedaken? Ik heb dat vertrouwen eerlijk gezegd niet.
De minister zei net zelf dat het dak, als het gaat om nieuwbouw, daar
ook onderdeel van zou moeten zijn. Er zou ook moeten worden gekeken naar
het dak, ongeveer die woorden gebruikte de minister. Eigenlijk weten we
allemaal dat het in de praktijk best moeizaam is, dat het niet
vanzelfsprekend wordt meegenomen bij het bekijken van de bestaande
gebouwde omgeving en ook niet van de nieuwe gebouwde omgeving.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik denk dat mevrouw Dik-Faber er gelijk in heeft dat het niet een
vanzelfsprekendheid is, maar doordat de gemeenten min of meer gedwongen
worden om die stresstest, al dan niet met veel enthousiasme, te doen,
komen wel de kwetsbaarheden op tafel. Daarmee rijst ook de vraag wat we
daaraan kunnen doen. Ik pak de woorden van de heer De Groot er maar bij:
als je dan een no-brainer binnen handbereik hebt, zou het ook wel weer
heel gek zijn om daar geen gebruik van te maken. Ook binnen het
bestaande gebouwde gebied ... Ik gaf u aan dat wij 345 miljoen
m2 plat dak hebben. Dat is nogal wat. Dat zal niet allemaal
direct een sluitende businesscase opleveren, maar in heel veel gevallen
waarschijnlijk ook wel.
Ik denk dat we gewoon met elkaar een verantwoordelijkheid hebben om dat
goed uit te dragen, en dat geldt niet alleen voor de daken, maar ook
voor wat één boom al niet kan bereiken in een stad. Als we dat met zijn
allen bijna eensgezind uitdragen, dan denk ik dat dat toch ook wel het
verschil kan gaan maken. Nogmaals, het zal ook elders in de Kamer
spelen, ook bij degenen die vooral aan het trekken zijn aan die
woningbouwopgave. Het mag niet zo gaan dat er in Nederland alleen
woningen gebouwd worden op de plek waar grondexploitatie voor de
gemeente het meest handig is. Ik denk dat we echt met elkaar hebben
afgesproken: het moet integraal worden afgewogen. Bereikbaarheid is
natuurlijk heel belangrijk, maar klimaatadaptatie is ook een factor die
echt meegewogen moet worden.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
De minister zegt: we staan met elkaar aan de lat als het gaat om het
vraagstuk van de klimaatadaptatie. Iedereen heeft zijn eigen
verantwoordelijkheid en iedereen moet ook meedoen. Ik ben eerlijk gezegd
net iets minder optimistisch over de rol van de gemeenten. Dat komt niet
doordat gemeenten in het algemeen niet willen, maar omdat er gewoon een
heel groot takenpakket op hun bordje ligt, ook op andere
beleidsterreinen. Ik weet gewoon niet of dit vanzelf goed gaat en of
gemeenten inderdaad kijken naar de groene en blauwe opgave in hun stad
en daarbij ook het dakpotentieel meenemen. Is de minister bereid om
bijvoorbeeld in overleg te gaan met de VNG over de kansen die er nog
zijn, dat de gemeenten net even een duwtje in de goede richting krijgen
om hierover na te denken en hiermee aan de slag te gaan? Natuurlijk zal
ik dit als woordvoerder wonen ook aan de orde stellen bij de minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, maar deze minister is
verantwoordelijk voor klimaatadaptatie. Ik vind het heel belangrijk dat
vanuit deze minister, vanuit dit ministerie gemeenten in beweging worden
gebracht of nog verder in beweging worden gebracht als ze al in beweging
zijn. Dank u wel.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Volgens mij trekken we hier echt aan dezelfde kant van het touw. De
collega die over woningbouw gaat, collega Ollongren van BZK, zat ook bij
alle bestuurlijke overleggen MIRT en elke keer dat ik klimaatadaptatie
aan de orde heb gesteld, was zij het daarmee eens. Dus ik denk dat dat
wel goed is. U moet ook niet vergeten dat het klimaatakkoord niet alleen
ons verhaal is; ook de VNG en IPO en niet in de laatste plaats de Unie
van Waterschappen hebben daar hun handtekening onder gezet. Dus ook zij
zijn op het niveau van de koepels echt wel de verantwoordelijkheid
aangegaan om hier serieus werk van te maken.
Degenen die het moeilijk hebben, willen we helpen. We willen ze helpen
met het invullen van de stresstest en ook met het nadenken over
mogelijke oplossingen. Ik wil ook bijdragen aan het verspreiden van de
goede voorbeelden. Daarom heb ik u ook gezegd dat ik graag in 2019 en
2020 de koplopers wil belonen, zodat zij goede projecten kunnen gaan
uitvoeren. Dan kunnen we laten zien wat er allemaal kan en wat er
allemaal werkt. Misschien ben ik een iets optimistischer mens, maar ik
heb echt het gevoel, ook door wat we allemaal hebben meegemaakt — de
droogte van deze zomer die nu nog voortduurt — dat het gevoel van
urgentie in gemeenten is toegenomen. Misschien nog een voorbeeld. Vorige
keer dat we het hierover hadden, heb ik u nog herinnerd aan het congres
over hittestress in de Brabanthallen in Den Bosch. Het was afgeladen
vol, terwijl er een paar jaar geleden, toen we van start gingen, maar
een zeer gering aantal belangstellenden was. Dat thema begint ook steeds
meer te leven.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga het rijtje af. Ik had mevrouw Van Brenk staan, maar
die slaat even over. Dan mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De minister heeft al een aantal keer genoemd dat er ook in de aanloop
naar 2021 verschillende projecten worden gestart. Als ik haar goed heb
begrepen, komt daar ook een mate van cofinanciering bij voor lokale
koplopers, lokale projecten. Mijn eerste vraag is: klopt dat? Als dat zo
is, worden dan ook bepaalde aanbevelingen of criteria meegewogen bij die
cofinanciering? We hadden het net over groene daken. Ik kan mij
voorstellen dat we zo'n no-regretmaatregel stimuleren door te zeggen dat
bijvoorbeeld vergroening een van de criteria is die we meenemen in de
cofinanciering. Doen we dat inderdaad?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
We zijn nu bezig. We hebben net het akkoord getekend en we zijn nu met
alle partners aan de slag om gezamenlijk criteria daarvoor op te
stellen. Daar gaan we mee aan de slag. Maar het kan niet anders dan dat
dit ook een belangrijk criterium zal zijn, want het gaat tenslotte om de
klimaatadaptatie.
De voorzitter:
Nog iemand anders? Niet? Nou, wat zijn jullie allemaal braaf.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat is uitlokking.
De voorzitter:
Maar ja, ik wil wel passie en vuur.
We gaan het hebben over grote wateren, onder andere de Noordzee en
andere dingen. De minister.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Ik had net niet de Noordzee bovenop liggen, maar
de Waddenzee als u het goedvindt. De heer De Groot heeft gevraagd naar
meer coördinatie en regie in het Waddengebied. In het regeerakkoord is
heel duidelijk een opdracht geformuleerd. Wij moeten ons als kabinet
inspannen voor herstel en behoud van de natuur, bijvoorbeeld met de
oprichting van één beheerautoriteit voor de Waddenzee. U weet dat ik met
de minister van LNV een verkenning heb laten uitvoeren door een
onafhankelijk bureau om te komen tot één beheerautoriteit voor de
Waddenzee. Die verkenning bestaat uit een probleemanalyse en de
uitwerking van een aantal varianten van de beheerautoriteit. Vertrekpunt
daarbij zijn de bestaande wettelijke kaders en bevoegdheden.
De probleemanalyse is inmiddels afgerond. Dat was fase één. Nu wordt op
basis daarvan door het bureau een aantal varianten voor een
beheerautoriteit ontwikkeld. De gecompliceerdheid van het vraagstuk en
de vereiste zorgvuldigheid van het proces hebben ertoe geleid dat er
iets meer tijd voor nodig is dan was voorzien. Ik streef ernaar, samen
met de minister van LNV, om u begin 2019 te kunnen informeren en ook de
contouren van een beheerautoriteit Waddenzee te kunnen schetsen. Waarom
duurt het dan zolang? De voorlopige uitkomsten van die probleemanalyse
vormen aanleiding om niet alleen de opdrachtnemerskant, het beheer, maar
ook de opdrachtgeverskant van het beheer in ogenschouw te nemen. Dat
vraagt iets meer tijd. De scheiding tussen beleid en beheer — daar hebt
u het ook al over — blijft overigens uitgangspunt van de invulling van
die beheerautoriteit.
Door de heer De Groot is ook gevraagd of de minister bereid is om de
visvrije zone in te stellen bij de kier bij het Haringvliet. Uit
onderzoek is gebleken dat de huidige visserij geen grote impact heeft op
de trekvissoorten. Op dit moment loopt er een groot herhalingsonderzoek
naar de effecten van de visserij op de migrerende vissoorten in de
kustzone. Ik ben daarover in contact met mijn collega van LNV. We houden
dat zorgvuldig in de gaten, want u kunt ervan overtuigd zijn dat wij
geen van tweeën zouden willen dat, als die kier hopelijk binnenkort echt
open kan, iedere vis die daar doorheen migreert, meteen erachter in een
netje zwemt. Dat is echt niet de bedoeling, maar we hebben er nu dus ook
geen aanleiding voor om dat te veronderstellen.
Over het zandwineiland Smals heeft mevrouw Kröger vragen gesteld. Is de
minister bereid om met gemeente en provincie in overleg te gaan en wil
ze toezeggen geen stappen te zetten totdat alternatieven zijn verkend?
Het bedrijf heeft aan ons ministerie al voor 2012 gevraagd om in het
Barro, u bekend, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een
uitzondering te maken op het verbod om buitendijks te mogen bouwen, in
dit geval om een werkeiland ten behoeve van de zandwinning aan te mogen
leggen. Daar is aan meegewerkt met het oog op het rijksbelang van
zandwinning en omdat het Rijk eerder had aangegeven dat de markt
zandwinopties moest onderzoeken in rijkswateren; dit vooral ook omdat
zandputten op land op verzet stuitte. Een eerder onderzochte locatie,
dichter bij de Noordoostpolder, bleek minder gunstig vanuit oogpunt van
zandwinning en vanuit oogpunt van mogelijke verstoring. Voor de nu
voorgestelde locatie geldt dat in het kader van de Natura 2000-toetsing
is gebleken dat er geen significante negatieve effecten te verwachten
zijn op de natuurwaarden van het gebied. Het wel of niet doorgaan van
dit initiatief hangt af van het verkrijgen van de vereiste vergunningen
van Rijkswaterstaat, provincie en/of gemeente. Alle partijen zijn
zorgvuldig en transparant omgegaan met de procedures, dus ik zie op dit
moment geen reden om een nieuw onderzoek te starten, omdat ik er ook van
uit kan gaan dat provincie en gemeente zich netjes aan wet- en
regelgeving zullen houden. Indien de gemeente Fryske Marren geen
toestemming geeft, is het ook niet automatisch zo dat er een aanwijzing
zou moeten komen.
Wat vindt de minister van de verklaring van geen bedenkingen door de
provincie? Daar is ook door mevrouw Dik-Faber naar gevraagd. Zandwinning
behoort tot grootschalige industriële activiteit met ruime gebiedsimpact
en heeft daarom altijd effecten op het milieu. Omdat op voorhand
significante effecten niet uit te sluiten zijn, is conform de Wet
natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming een zogenaamde passende
beoordeling — dat is een formeel begrip — uitgevoerd. Uit die passende
beoordeling is gebleken dat het geen significante effecten heeft. Om de
impact zo beperkt mogelijk te houden, is een zorgvuldige locatiekeuze
uitgevoerd en wordt er ook een groot aantal beperkende maatregelen in
het voornemen geïntegreerd. Er wordt aan het werkeiland al bij de aanleg
ruimte toegevoegd voor landschappelijke inpassing. Andere opties zijn
afgevallen. Er is hier een zorgvuldig proces gevoerd.
Over het Volkerak-Zoommeer heb ik het eigenlijk net al gehad.
Dan kom ik bij de Strategische Agenda Noordzee 2030. Deze agenda
formuleert de ambities en richtinggevende uitspraken voor een duurzame
ontwikkeling van de Noordzee voor de periode 2030 tot 2050. Daar is
specifieke aandacht voor besluitvorming over het ruimtebeslag voor
windenergie op zee. Dat moet in balans met natuur, visserij, voedsel en
andere belangen, zoals natuurlijk ook de kustveiligheid, zandwinning,
ook daar, en scheepvaart. Het zal dus ook een ingewikkelde puzzel zijn
om al die belangen zorgvuldig af te wegen. Ten aanzien van de aanleg van
kunstmatige eilanden in zee vind ik het ook belangrijk dat het Rijk de
regie houdt. Er komt alleen een kunstmatig eiland indien dit van
nationaal belang is.
Misschien nog even tussendoor: ik heb onlangs een brief ontvangen van de
zuiderburen. Er zijn plannen om voor de kust van Knokke een heel eiland
aan te leggen. Daarvan heb ik gezegd dat ik daar zeer nauwkeurig over
wil worden geïnformeerd, want als dat plan uitgevoerd zou worden, dan
heeft dat ook grote consequenties voor stromingen en wat dies meer zij
aan de Nederlandse kust.
Door de sterke samenhang tussen de Strategische Agenda Noordzee 2030 met
het klimaatakkoord en de NOVI zal de Strategische Agenda Noordzee
gelijktijdig of kort na de NOVI aan uw Kamer worden toegestuurd, want ze
moeten uiteindelijk wel met elkaar stroken. Verder heb ik de heer
Jacques Wallage van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving — dat kent u
waarschijnlijk nog als het OIM, het Overlegorgaan Infrastructuur en
Milieu; dat hebben we herdoopt naar het Overlegorgaan Fysieke
Leefomgeving — gevraagd om te adviseren over een duurzame samenwerking
tussen het Rijk en de stakeholders. De heer Wallage zal naar verwachting
komend voorjaar advies uitbrengen. Dit maakt ook onderdeel uit van de
invulling van uw eigen motie over de versterking van de rijksregie. Als
eerste stap heb ik daartoe ook een dg-overleg Noordzee ingesteld. Daar
zitten dus de betrokken directeuren-generaal in van de ministeries van
IenW, van LNV, van BZK, van EZK en van Defensie. De volgende stap wil ik
dan zetten op basis van dat advies van de heer Wallage.
NOVI is een integraal beleidsplan dat land en zee verbindt. Belangrijk
is ook weer de relatie met de windenergieopgave op de Noordzee, waarover
ook afspraken worden gemaakt in het klimaatakkoord. Dus die moeten met
elkaar stroken. Het helpt niet als ik nu nog een derde document apart
uitbreng. Dat werkt waarschijnlijk juist verwarrend. Dus ik zet er
vooral op in dat onze mensen vanuit IenW zowel aan de NOVI-tafel als bij
het klimaatakkoord in de context dat integrale Noordzeebeleid meenemen.
In de Strategische Agenda werk ik dat verder uit.
Voorzitter, dan ben ik door de grote wateren heen.
De voorzitter:
De grote wateren waren de Waddenzee en de Noordzee. De heer De Groot
heeft geen interrupties meer. O, hij heeft er nog één! Bij dezen.
De heer De Groot (D66):
De vorige interruptie was meer een opmerking omdat ik een antwoord had
gemist, dus die telt misschien niet. Heel kort: de Noordzee. Ik wil echt
namens D66 de minister oproepen om eerst met haar visie te komen. Het
gaat juist erom dat de governance voor de Noordzee verbetert en niet
wordt bepaald door de belangen van ofwel windenergie apart, of natuur
apart, of visserij of noem maar wat apart. Dat leidt tot vertraging en
conflicten. Dus echt de oproep aan de minister: schuif niet achteraan
aan, maar loop voorop, als het gaat om de regie op de Noordzee.
Over de Waddenzee had ik toch graag van de minister gehoord wat dan wel
de planning is. Zij had eerder gezegd dat begin 2019 die ene
beheersautoriteit er zou staan en nu hebben we dan een eerste schets van
de contouren. Ik vind dat toch echt zeer onbevredigend, temeer daar we
in het AO al hebben gezegd: niet alleen de beheerskant, maar ook de
beleidskant. Dus dat zat er in het begin bij.
Tot slot de Haringvliet. Wat is dat dan voor onderzoek dat u daar
grootschalig verricht, minister? Uw ministerie had in het overleg met de
ngo's en de vissers al gezegd dat het beste nu is een visvrije zone voor
een periode, want dan kun je pas echt onderzoek doen. Er zwemmen
namelijk nog helemaal geen vissen door die kier. Dus ja, dat is een
beetje een rare manier van onderzoeken, naar mijn mening.
De voorzitter:
Verschillende punten in één vraag.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik zal proberen het ook een beetje compact te beantwoorden. Dat
specifieke onderzoek vanuit LNV, vanuit de visserij; ik denk dat het
goed is als we daar nog een keer wat nadere informatie over geven als ik
toch nog een keer schriftelijk bij u terugkom. Ja, dit … Hier heb ik ook
niets aan. Hier staan alleen welke bedragen het onderzoek kost. Ik denk
niet dat u daar vooral in geïnteresseerd bent. Het gaat u, denk ik, om
de inhoud van het onderzoek. Laat ik daar dan nog even naderhand bij u
op terugkomen.
Even kijken, de Wadden. U zegt: ik vind het teleurstellend; we hadden
het eigenlijk al helemaal in kannen en kruiken willen hebben in het
voorjaar. Collega Schouten en ik hebben toch gekozen voor
zorgvuldigheid. De eerste stap van de probleemanalyse hebben we gehad.
Nu gaan we met alle betrokkenen doorwerken. Ik kan het niet sneller doen
dan is gebeurd, dus we gaan daar toch graag in het voorjaar met u over
in gesprek. Ik denk dat het uiteindelijk wel goed komt, maar u moet net
iets meer geduld hebben. We gaan gewoon leveren wat we in het
regeerakkoord hebben afgesproken.
Ten aanzien van de Noordzee zegt u: u moet niet achteraan lopen, u moet
juist voorop lopen. Ik kies de gulden middenweg, want ik kies voor het
parallelle proces. Er is nou eenmaal een klimaattafel. Daar worden nou
eenmaal keuzes gemaakt, ook over windenergie. Daar heb ik gewoon
rekening mee te houden. Ik kan wel doen alsof ik helemaal vanaf scratch,
op nul, begin en bij wijze van spreken mijn eigen ideale Noordzee kan
inrichten, maar als het vervolgens helemaal niet strookt met wat anderen
in de NOVI hebben opgeschreven of wat er in het klimaatakkoord staat,
dan helpt dat niet erg. Bij beide processen zijn we goed aangehaakt,
zodat we, als de NOVI er ligt, weten wat daarin is gebeurd. Dan weten we
ook wat er in het klimaatakkoord zit. We proberen dat tegelijkertijd te
laten samensmelten, zodat die drie dingen in één overkoepelende visie
met elkaar samen kunnen gaan.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik had nog vragen gesteld over waterkwaliteit op de Noordzee, het
zeezwaaien en de microplastics. Ik weet niet of de minister daar later
nog op terugkomt.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Er komt nog een hoofdstukje waterkwaliteit.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik heb nog een vraag over de zandwinning in het IJsselmeer. Ik begrijp
heel goed dat hier ook een rijksbelang aan de orde is. Tegelijkertijd
vind ik het heel belangrijk dat we hier zorgvuldig naar kijken. Over het
IJsselmeer wordt ook door de commissie LNV veel gediscussieerd. Het gaat
dan over de waterkwaliteit en de visstand. We nemen zware maatregelen,
ook richting economische activiteiten en visserij, maar we gaan nu
mogelijkerwijs wel een grote zandwinning toestaan. Ik vind het, gezien
de context, belangrijk om hier goed naar te kijken. De minister zegt: we
hebben hier goed naar gekeken; het proces is zorgvuldig doorlopen. Deze
week moet de gemeenteraad hier een besluit over nemen. Ik heb begrepen
dat de Commissie voor de m.e.r. zich nog niet heeft kunnen uitspreken
over de laatste gewijzigde milieueffectrapportage, die is voorgelegd. Is
het dan niet toch verstandig om even een pas op de plaats te doen en de
Commissie voor de m.e.r. de gelegenheid te geven daarover te adviseren?
Want we vragen nu van de gemeenteraad om daarover te besluiten. Daar zit
natuurlijk heel veel kennis en knowhow, maar we hebben die Commissie
voor de m.e.r. daarvoor. Geef die commissie dus even de tijd om daar
goed naar te kijken, zodat we alle argumenten op tafel hebben. Daar wil
ik graag een reactie op.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Mevrouw Dik-Faber zegt terecht dat de gemeenteraad daar een beslissing
over moet nemen. Het is dus aan die gemeenteraad om dat te willen.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Zeker, maar dan ben ik wel heel benieuwd wat de minister bedoelde met
het woordje "aanwijzing". Daarna bleef het even stil bij de minister. Ze
zei dat een aanwijzing niet direct aan de orde is, maar wat is dan de
rol van het Rijk precies? We hebben het hier over een Natura
2000-gebied. Mogen we daar ineens niks meer van vinden? De minister
geeft aan dat er alternatieven zijn onderzocht bij Noordoostpolder, maar
zijn er nog andere alternatieven? Twee locaties zijn kennelijk
onderzocht. Ik ben heel benieuwd of er nog andere locaties in de race
waren en wat de kansen daarvan waren.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik heb aangegeven dat er getoetst is op die Natura 2000-gegevens. Er
heeft ook een passende beoordeling plaatsgevonden. Die procedures zijn
zorgvuldig doorlopen. We hebben ook afspraken gemaakt met alle partijen
die rondom het IJsselmeer actief zijn. Het is dus getoetst aan het
rijksbeleid, en nu is wat dit betreft de gemeente aan zet.
U vroeg nog naar de aanwijzing. In theorie kan er altijd een aanwijzing
plaatsvinden. Als procedures met voeten zijn getreden of als dingen niet
volgens de regels zijn gegaan, dan heb je die mogelijkheid. Maar we
hebben geen aanleiding om dat te veronderstellen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik vind dit toch een lastig antwoord, vooral gezien de natuurwaarde van
het IJsselmeer en het feit dat we al het mogelijke doen om het
IJsselmeer te proberen te beschermen. Als de Commissie voor de m.e.r. in
dezen dan nog niet om advies is gevraagd door de gemeente, maar het nu
vervolgens wel voorligt om een besluit te nemen, zou ik toch aan de
minister willen vragen of zij in gesprek wil gaan over de vraag hoe die
procedures gevolgd worden en of de Commissie voor de m.e.r. niet eerst
om advies gevraagd kan worden over het laatste rapport voordat hierover
een besluit genomen wordt.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
U zegt dat u het antwoord onbevredigend vindt. Het enige wat ik hierop
kan toezeggen, is dat ik nog een keer schriftelijk inzichtelijk kan
maken dat het proces naar onze mening zorgvuldig is doorlopen. Dan kunt
u daar alle stappen nog eens in nalezen. Ik denk dat dat het beste is
wat ik dan nog kan doen.
De voorzitter:
U mag nog, hoor, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik probeer een interruptie te bewaren voor het hoofdstukje
waterkwaliteit en PFOA.
De voorzitter:
Oké. Ik dacht: anders bent u er lekker doorheen; dan kunnen we
door.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Precies. Ik ken de voorzitter langer dan vandaag.
De voorzitter:
Ja, precies. Ik kijk nog even of een van de leden nog iets wil zeggen.
Anders gaan we naar waterkwaliteit. Daarbij komt u zeker terug, denk
ik.
We gaan naar waterkwaliteit. Het woord is aan de minister.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, ik ga naar waterkwaliteit, want naast de invloeden van het klimaat
hebben we inderdaad ook nog andere uitdagingen op het gebied van
waterkwaliteit. We hebben versnellingstafels ingesteld om juist bij de
Delta-aanpak Waterkwaliteit wat meer vaart te maken met de doelen van de
Kaderrichtlijn Water. Velen van u hebben ze genoemd. Die zijn nog niet
bepaald binnen handbereik, dus we moeten op dat punt echt een tandje
erbij zetten. We werken er hard aan om het water en drinkwater veilig te
houden. Ik kan ook zeggen dat de Nederlandse wateren in decennia niet zo
schoon geweest zijn als nu. Aan de andere kant zijn de dreigingen ook
groter. Mest en gewasbeschermingsmiddelen, medicijnresten, nieuwe
chemische stoffen: ze zijn net allemaal al voorbij gekomen. U heeft
onlangs ook het Uitvoeringsprogramma opkomende stoffen met concrete
acties ontvangen. Over Chemours zal ik zo nog wel wat meer zeggen. In
ieder geval zijn de drinkwaterrichtwaarde en de
waterkwaliteitsrichtwaarde vastgesteld. Chemours heeft aangekondigd dat
zij begin 2019 met 90% zullen teruggaan en eind 2020 met 99%.
Dan heb ik de gezamenlijke aanpak legionella, de
samenwerkingsovereenkomst waterschappen over de pilots medicijnresten,
het nieuwe peilbesluit IJsselmeer en het startschot van de Grevelingen
nog niet genoemd. Ik denk dat we toch een heleboel mooie zaken in gang
hebben gezet.
Allereerst maar even de doelen uit de Kaderrichtlijn Water. Ik zeg er
maar bij dat het nog steeds onze ambitie is om in 2027 alle benodigde
maatregelen te hebben uitgevoerd. Die zullen in 2027 nog niet overal het
volledige resultaat hebben behaald. Soms duurt het ook gewoon langer
voordat een maatregel effect heeft, bijvoorbeeld bij uitspoeling naar
oppervlakte- of grondwater. In de Delta-aanpak Waterkwaliteit
inventariseren we met alle betrokken partijen wat de overgebleven
knelpunten zijn. Op basis daarvan wordt bezien welke aanvullende
maatregelen nodig zijn.
Wat is de Nederlandse inzet voor de fitness check? We gaan van de
stresstest naar de fitness check. Onze inzet is dat de Kaderrichtlijn
Water een ambitieus waterbeheersinstrument moet blijven in Nederland en
in de andere EU-lidstaten. De voortgang daarvan moet duidelijk en goed
vergelijkbaar zijn, dus: halen we met de huidige inzet en maatregelen de
doelen? Het huidige "one out, all out"-systeem is daarvoor niet
geschikt, want als je daarin op één parameter niet voldoet, sta je op
rood. Het geeft niet aan waarop je wél verbeteringen hebt bereikt. De
Europese Commissie erkent dat ook en zoekt met lidstaten naar een betere
en meer stimulerende voortgangsmeetlat. Want wij zijn heel ambitieus
geweest en hebben juist de moeilijkste zaken als eerste aangepakt, maar
er zijn ook voorbeelden van lidstaten die eerst zijn gegaan voor het
laaghangend fruit. Die hebben dan al eerder ergens een groen vinkje
staan dan wij. Het geeft dus een beetje een vertekend beeld. De Europese
Commissie moet ook actiever acteren en sneller komen met een Europese
aanpak ter bestrijding van de waterverontreiniging met nieuwe, opkomende
stoffen zoals medicijnresten en microplastics. Dat is nodig als
aanvulling op de nationale praktijken.
De heer Stoffer vroeg ook wanneer het "one out, all out"-systeem op de
schop gaat. We hebben dit onderwerp tijdens het Nederlandse
voorzitterschap op de Europese agenda gezet. De Europese Commissie heeft
toegezegd om dit mee te wegen bij de evaluatie van de Kaderrichtlijn
Water, die volgend jaar gaat starten. Bij het onderzoek naar de
implementatie van de Kaderrichtlijn Water is alleen gekeken naar de
wijze waarop de nutriëntenproblematiek aangepakt wordt. Er is een
Europese werkgroep die deze problematiek in beeld brengt. Er zijn
inderdaad nogal wat verschillen tussen de lidstaten. We willen dus toe
naar een nieuwe systematiek die een betere vergelijkbaarheid
oplevert.
Zijn alle waterbeheerders klaar met hun regionale analyses van de
herkomst van de nutriënten? Daar wordt hard aan gewerkt. Er wordt ook
nauwkeurig gekeken naar de herkomst van de nutriënten. Begin volgend
jaar verwacht ik de resultaten. Die zullen ook inbreng zijn in de
nationale analyse waterkwaliteit.
Gaat de minister met de waterpet er met haar collega van Landbouw voor
zorgen dat er een gebiedsgericht mestbeleid komt op basis van metingen?
Bij de aanbieding van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn in
december vorig jaar heeft de minister van LNV mede namens mij en de
staatssecretaris een herbezinning van het mestbeleid aangekondigd. In
die herbezinning wordt ook een gebiedsgerichte aanpak op basis van
metingen overwogen. Daar wordt dus aan gewerkt.
Kan de minister bevestigen dat de inzet voor het Deltaplan Agrarisch
Waterbeheer wordt voortgezet? Dat vroeg de heer Geurts. Er zijn nu 350
initiatieven en het aantal neemt nog steeds toe. De inzet is tot en met
2019 geregeld. Het streven is om dit in het kader van de delta-aanpak
ook na 2019 te continueren. Gesprekken daarover zijn al gestart.
Mevrouw Van Brenk heeft nog een vraag gesteld over knelpunten in de wet-
en regelgeving in de afvalwaterketen. In het addendum van het
Bestuursakkoord Water is afgesproken dat alle partijen zich inspannen om
bestaande en nieuwe knelpunten weg te werken in de samenwerking in de
waterketen. Voor sommige knelpunten op het gebied van fiscale wet- en
regelgeving, die u ook noemde, geldt ook dat Europese regels
belemmeringen opwerpen. Niettemin zal ik dit blijven agenderen in
relevante gremia. Voor het eerstvolgende algemeen overleg Water wil ik
de Kamer daarover graag informeren.
Onder de Omgevingswet verandert de systematiek voor lozingen van "nee,
tenzij" naar "ja, mits", zegt de heer Laçin. Ik onderschrijf de
uitgangspunten van de Omgevingswet. Via het "ja, mits"-principe wordt
een gelijkwaardige bescherming geboden. Lozing is alleen onder
voorwaarden toegestaan. Grote bedrijven — dat zijn de bekende
Brzo-bedrijven — blijven gewoon vergunningsplichtig.
De heer Van Aalst vroeg: wat gaat de minister doen om onze
drinkwatervoorziening ook in de toekomst te garanderen? In de
Beleidsnota Drinkwater geef ik aan hoe ik dat zal veiligstellen. De
effecten van klimaatverandering en waterbeschikbaarheid worden daarin
meegenomen. Eventuele aanvullende maatregelen zullen worden opgenomen in
de nieuwe Beleidsnota Drinkwater in 2020.
Kan de minister garanderen dat chemische aanslagen op
drinkwatervoorzieningen niet plaatsvinden? Wat doen we hieraan? Ook dat
waren vragen van de heer Van Aalst. Ik werk nauw samen met het
ministerie van JenV om de weerbaarheid te vergroten. Drinkwaterbedrijven
stellen zelf ook plannen op om de risico's daarop zo klein mogelijk te
houden. Recent heb ik in het addendum bij het Bestuursakkoord Water
afspraken gemaakt om samenwerking over cybersecurity te bevorderen. Ik
heb uitdrukkelijk aan de waterschappen gevraagd om daar meer prioriteit
aan te geven. Een cyberaanval is natuurlijk nooit helemaal te voorkomen,
maar de drinkwatervoorziening is daar wel op voorbereid. Ten slotte is
er ook nog de Wet Beveiliging Netwerk- en Informatiesystemen. Die is van
kracht sinds 9 november van dit jaar.
Dan heeft de heer Van Aalst het nog over het risico van gratis
drinkwater op stations, over de bacteriegroei die er in die flesjes zou
ontstaan. Daar had u een uitdrukking bij die redelijk smerig was. Ik ben
blij met de stimulering van het gebruiken van drinkwater uit de kraan,
want we hebben drinkwater van een fantastische kwaliteit. Dus het
hervullen van waterflesjes is, denk ik, een goede zaak, maar als je
voortdurend alleen maar hetzelfde flesje gebruikt en dat nooit
schoonmaakt, is het misschien een minder verstandig idee. Daar hebt u
gelijk in. Dus als de flesjes goed schoongemaakt worden, is er niet echt
een risico. Als u dat goed doet, is het niet anders dan de drinkbeker
die een kind mee naar school neemt; tenminste, ik gaf die altijd mee.
Die moet je gewoon even afwassen na afloop. Ik denk dat mensen dat zelf
wel kunnen bedenken.
De heer Van Aalst vroeg ook nog: hoe herstelt de minister het vertrouwen
in de handhaving van verschillende overheden? Er zijn strenge eisen op
het gebied van drinkwater. De drinkwaterbedrijven nemen echt hun
verantwoordelijkheid hiervoor. Onze drinkwaterkwaliteit is wereldtop. De
ILT houdt daar ook nog toezicht op. Ik heb alle vertrouwen in de
drinkwaterbedrijven en zie dus geen aanleiding om dat nog verder aan te
scherpen.
Dan kom ik bij de medicijnresten. De heer De Groot hield een pleidooi
voor een "breng mij terug"-sticker. Ik vind dat op zich een sympathiek
idee. Communicatie is belangrijk bij de inzameling van oude medicijnen.
Maar of het nu een sticker is of dat het gaat om banners bij apotheken,
het doel staat voorop: de consumenten moeten gewoon weten waar ze
medicijnen terug kunnen brengen. Daar kan nu al meer voorlichting over
worden gegeven bij de apotheken en ook bij de ziekenhuizen,
bijvoorbeeld. Ik denk dat daar al een slag gemaakt is, maar u hebt
gelijk: het kan altijd nog beter. Het is inderdaad onderdeel van de
green deal zorg. Medicijnen zijn daar een apart spoor in. Daar komt snel
een uitvoeringsprogramma voor. Ik hecht veel belang aan die green deal,
dus ik zal mijn collega van VWS graag meegeven om in het
uitvoeringsprogramma van de green deal extra aandacht te besteden aan
communicatie, inclusief uw idee over het terugbrengen van
medicijnen.
Hoe wordt het geld uit het regeerakkoord ingezet bij de Community of
Practice? Daarbinnen is geld beschikbaar om meer ervaring op te doen met
de pilots waterzuivering van de rwzi's. We hebben in het regeerakkoord
60 miljoen beschikbaar voor de aanpak van de medicijnresten en plusminus
10 miljoen voor de aanpak van microplastics. Gaat de minister die green
deal duurzame zorg monitoren en stimuleren? Medicijnresten uit het water
halen is een van de vier thema's. Ik ben er ontzettend blij mee dat ook
de zorgsector hiermee de doelen heeft omarmd uit de ketenaanpak
medicijnresten uit water. En onderdeel van de uitwerking van die green
deal is ook de monitoring. Ik zal uiteraard graag de vinger aan de pols
houden om te kijken of dat op een goeie manier wordt vormgegeven.
Dan drugsafval. Dat is ook wel een hele bijzondere. Dat is niet alleen
in de zin van dat het ergens in de natuur of waar dan ook gedumpt wordt,
waardoor je te maken krijgt met uitspoeling, maar we lopen er ook gewoon
tegenaan dat als er ergens een heftig festival is geweest, het dan in de
rioleringen te merken is dat er concentraties van bepaalde stoffen zijn.
Ik kan me van de vorige keer herinneren dat de heer Geurts mij vroeg of
ik wel wist hoe het zat met coke in de paling. Nou, het is niet alleen
de paling: de waterschappen en de rioolwaterzuiveringen kunnen het zien
als er ergens een heftige party is geweest. Dat is heel kwalijk. Dus ook
daar zouden we echt iets aan moeten willen doen.
Kan schade aan natuur, water of waterzuivering verhaald worden? Het
verhalen van die kosten op criminelen is ontzettend ingewikkeld. Er zijn
natuurlijk heel veel gemeenten die er ontzettend van balen als er weer
ergens iets op hun grondgebied is gestort, want zij zijn dan
verantwoordelijk voor de afvoer, met alle kosten van dien. De beste
manier om de schade te beperken is handhaving en toezicht. En nogmaals,
het zou nog beter zijn als het helemaal niet wordt veroorzaakt. Daar
zijn vooral de collega's van JenV heel erg hard mee bezig.
Dan kom ik bij legionella. Het is al langer bekend dat mensen ziek
kunnen worden van de legionellabacterie. Daar zijn natuurlijk in het
verleden ook al heel veel debatten over geweest. Maar pas sinds kort is
het bekend dat mensen legionellose kunnen oplopen door
afvalwaterzuiveringsinstallaties van bedrijven met een biologische
zuivering. De betreffende bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor het
nemen van maatregelen, en gemeenten en provincies zijn toezichthouder.
Die kunnen dat dan weer uitbesteden, en in een aantal gevallen doen ze
dat ook, aan omgevingsdiensten. Die moeten dan dat toezicht houden. Dus
waar nodig kunnen gemeenten, provincies en omgevingsdiensten op grond
van de Wet milieubeheer maatwerkvoorschriften opleggen. IenW is ook
graag bereid om omgevingsdiensten te ondersteunen. En het RIVM is
natuurlijk als eerste aan zet om die risico's in kaart te brengen.
De heer Laçin heeft nog gevraagd hoe het staat met de uitvoering van de
acties die ik heb aangekondigd, en wanneer krijgt de Kamer wat meer
informatie? Nou, gezien de recente gevallen bij zowel de
bedrijfsafvalwaterzuiveringen als de rwzi's — zoals we onlangs bij De
Dommel in Tilburg hebben gezien — zullen de acties op beide soorten
installaties gericht zijn, dus op de afvalwaterzuiveringsinstallaties
van bedrijven, maar ook op de rioolwaterzuiveringsinstallaties van
waterschappen. Bij de recente incidenten, afgelopen zomer, bij Boxtel
konden legionellosegevallen gekoppeld worden aan besmetting via de lucht
bij afvalwaterzuiveringsinstallaties van bedrijven. Dat is door de GGD
geconstateerd. Tot dusver zijn er geen legionellosegevallen gekoppeld
aan de rioolwaterzuiveringsinstallaties, maar het nog uit te voeren
RIVM-onderzoek zal ook in algemene zin kijken of rwzi's ook een risico
op legionellose opleveren. Het RIVM gaat samen met de omgevingsdiensten
bepalen welke installaties een mogelijk risico opleveren. Aan de hand
daarvan kunnen dan aanbevelingen worden gedaan om die risico's te
voorkomen. Op basis van dat onderzoek zullen het RIVM en de
omgevingsdiensten bepalen welke maatregelen het beste werken. Die kunnen
dus ook vertaald worden in maatwerkvoorschriften voor de bedrijven.
Binnen het ministerie zal ik onderzoeken of er op termijn preventieve
voorschriften in regelgeving kunnen worden opgenomen en zo ja, welke. Ik
heb het plan u daar uiterlijk medio 2019 over te informeren. Het RIVM en
de GGD's zijn voortdurend alert op mogelijke nieuwe bronnen en voeren in
die periode ook hun onderzoek uit.
Dan gewasbeschermingsmiddelen. Wat zijn de resultaten van de green deals
voor sport- en recreatieterreinen, siertuinen en particulier gebruik?
Wanneer is voor deze sectoren een verbod op gebruik van
gewasbeschermingsmiddelen aan de orde? Op 23 juli van dit jaar heeft de
staatssecretaris u geïnformeerd over de green deals voor sportterreinen
en recreatieterreinen. De constatering is dat veel beheerders al een
omslag hebben gemaakt. De afspraak is dat in 2020 alleen nog
gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt als alternatieven
tekortschieten. U wordt nog dit jaar geïnformeerd over de green deal
voor particulier gebruik. Maar dat is eigenlijk de portefeuille van de
staatssecretaris, dus ik denk dat u meer info van haar daarover kunt
krijgen. Er komt ook nog een algemeen overleg Leefomgeving, dacht ik,
waar veel van deze onderwerpen misschien ook nog aan de orde kunnen
komen.
Het onderwerp gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw valt als eerste
onder de verantwoordelijkheid van de minister van LNV. Zij heeft uw
Kamer daarover geïnformeerd in een brief van 20 juni jongstleden. Het
krijgt ook aandacht in de visie gewasbeschermingsmiddelen, die momenteel
door LNV en ons ministerie in afstemming met belanghebbenden wordt
opgesteld.
Dan kom ik bij de zorgwekkende stoffen. Daarover heb ik ook
verschillende vragen van verschillende Kamerleden gekregen. Is de
aanwezigheid van PFOA bedreigend voor het drinkwater? Zit het er al in?
Wordt het structureel gezuiverd? Er is geen risico voor het drinkwater.
Er vindt intensieve monitoring plaats. Richting mevrouw Kröger zeg ik
dat de provincie Zuid-Holland heeft geconstateerd dat zeer lage
concentraties PFOA in de grondstof GenX zitten. Direct na deze
constatering heeft de provincie Zuid-Holland een last onder dwangsom
opgelegd. Ik heb u daarover geïnformeerd. De provincie Zuid-Holland is
het bevoegd gezag en communiceert waar nodig. Wij worden door de
provincie Zuid-Holland goed op de hoogte gehouden. Als er nieuwe feiten
of ontwikkelingen zijn, zal ik uw Kamer daar uiteraard van op de hoogte
stellen.
Mevrouw Kröger vraagt ook of er inzicht is in de locaties met PFAS in de
bodem. Wanneer is daar een norm voor? PFAS in de bodem vallen ook onder
verantwoordelijkheid van de staatssecretaris. Ik begrijp dat dat voor u
ook af en toe verwarrend is. In juli 2018 is een deelrapport verschenen,
waarin op hoofdlijnen is aangegeven waar dergelijke stoffen zouden
kunnen worden aangetroffen. Door nader onderzoek moet duidelijk worden
of dat zo is. Er is opdracht gegeven aan het RIVM voor het vaststellen
van een risicogrenswaarde. Vervolgens wordt er met decentrale overheden
bekeken hoe het dan verder moet. Er wordt ook gewerkt aan een
handelingsperspectief voor opkomende stoffen in brede zin.
Wat gaat de minister samen met de staatssecretaris doen om de gebreken
in REACH-dossiers aan te pakken? Daar hebt u vorige week een uitgebreide
brief over gekregen van de staatssecretaris. Zij gaat het binnenkort ook
in de Milieuraad bespreken. Verder zou ik u toch willen verzoeken om dit
met de staatssecretaris te bespreken.
Vindt de minister dat er een drinkwatercriterium moet worden opgenomen
in REACH? Het antwoord daarop is nee. REACH is niet bedoeld voor het
beoordelen van specifieke, lokale emissies. Dit gebeurt nationaal en
lokaal bij de vergunningverlening.
Waarom is transparantie over potentieel zeer zorgwekkende stoffen geen
onderdeel van de vergunning? Dat vraagt mevrouw Kröger. Dat is wel een
onderdeel van de vergunning, want bij de vergunningaanvraag moeten alle
stoffen gemeld worden, dus ook de potentieel zeer zorgwekkende stoffen.
Bij het beoordelen van de aanvraag worden deze stoffen ook beoordeeld op
hun risico's voor water en gezondheid. Dus op het bedrijf berust de
verantwoordelijkheid om al die stoffen aan te melden.
Is de minister het eens dat het huidige systeem niet werkt en dat meer
controle nodig is? Nee, het zal niet verbazen dat ik het daar niet mee
eens ben. De bevoegde gezagen doen hun werk en bij de versnellingstafel
stoffen onder de Delta-aanpak wil ik met betrokkenen ook nog nadere
afspraken maken over wat wij precies verstaan onder goede uitvoering en
handhaving.
Dan de heer Laçin. Duitsland kent nationaal verboden stoffen. Welke zijn
dat en kunnen wij dat niet ook snel regelen? Ik ben niet bekend met
nationaal verbodenstoflijsten. Ook Duitsland volgt een Europees en
mondiaal beleid. Ik zal dit in overleggen met Duitsland wel navragen.
Als ik daar meer over weet, komen wij daarop wel terug.
De vragen over de Taskforce Herijking Afvalstoffen kan ik overbrengen
naar de staatssecretaris, maar het is echt haar portefeuille.
Hoeveel ontgassinginstallaties staan er in Nederland en hoeveel zijn er
nodig? Op zich zijn die ontgassingsinstallaties het beleidsterrein van
de staatssecretaris. Ik stel mij voor dat ik dit navraag en meeneem in
de brief voor het algemeen overleg Maritiem. Daar lijkt het mij het
meest op zijn plaats, anders moet u tot wachten tot het algemeen overleg
Leefomgeving in het voorjaar. Dat zou ook een beetje jammer zijn.
De kunstgrasmatten verbieden lijkt mij ook echt op zijn plek bij het
algemeen overleg Leefomgeving met de staatssecretaris.
Dan kom ik bij de vragen van de heer De Groot over de lozingen van de
pleziervaart. Veel schepen hebben inderdaad een chemisch toilet en dat
moeten ze gewoon netjes in de haven legen. Een opslagtank is niet
verplicht, maar u heeft gelijk: opslagtanks worden ook illegaal en in
oppervlaktewater geloosd. Tot nu toe was ook het lozen van gezuiverd
toiletwater in oppervlaktewater verboden, terwijl er steeds meer
zuivering aan boord mogelijk wordt. Daarom zijn wij ook van plan om de
regelgeving aan te passen, want veel schepen willen gewoon zelf ook
zuivering aan boord kunnen toepassen. U hebt gelijk dat handhaving
inderdaad heel belangrijk is. Daarom loopt er nu een onderzoek om in het
Besluit activiteiten leefomgeving op te nemen dat verzegeling of een
gelijkwaardige oplossing, bijvoorbeeld digitaal aflezen, verplicht is.
Dus waar u naar vroeg, wordt in dat onderzoek meegenomen. Dat zou dan in
2021 in werking kunnen treden. Ik kijk dus al of het mogelijk is en ik
neem het idee van de heer De Groot over die verzegeling graag mee, ook
in gesprekken met de sector over handhaving.
Plastic in water. De heer De Groot zegt dat een derde van het gevonden
afval op stranden, veelal pluis, afkomstig is van visserij. Pluis is
inderdaad onderdeel van de Green Deal Visserij voor een Schone Zee.
Hierin werken de visserijsector, de havens, de afvalinzamelaars,
maatschappelijke organisaties en de overheid samen om zwerfafval vanuit
de visserij tegen te gaan. Er is in samenwerking met afvalinzamelaars
een systeem opgezet om pluis apart in te zamelen. Er wordt ook gezocht
naar een alternatief materiaal voor netpluis. Ja, je leert nog wat
hier.
Mevrouw Kröger heeft nog gevraagd of er een norm komt in de
Kaderrichtlijn Water voor microplastics. Een microplastic is geen
chemische stof die als concentratie in het water voorkomt. Het zijn
natuurlijk heel kleine deeltjes. De manier waarop dit wordt gemeten is
nog niet gestandaardiseerd in EU-verband. Er is een monitoringsmethode
in Nederland in ontwikkeling en wij zullen dit graag in Europees verband
onder de aandacht brengen. Er is geen Europese norm in de context van de
Kaderrichtlijn Water.
Dan het drinkwater in het Caribisch gebied. Kunnen wij iets betekenen om
de stijging van de heffingen te beperken voor de inwoners daar? Ons
ministerie geeft sinds 2011 subsidie op drinkwatertarieven in Caribisch
Nederland. Dat is nodig om drinkwater bereikbaar en betaalbaar te
houden. Ook voor de riolering op Bonaire geeft IenW subsidie. Ook die is
nodig om de rioolwaterzuiveringsinstallatie daar draaiende te houden. Ik
ben blij met de steun die de heer Dijkstra uitspreekt om iets te kunnen
betekenen voor de mensen in Caribisch Nederland. De subsidie voor
drinkwater op Bonaire is €925.000 en de subsidie voor het afvalwater
bedraagt 1 miljoen per jaar.
De heer Geurts vroeg hoe de minister tot de conclusie komt dat
vervuiling door afvalwater op Bonaire is afgenomen. Sinds 2014 is er een
rioolwaterzuiveringsinstallatie en gaat er geen afvalwater meer
rechtstreeks naar de oceaan. Die rwzi werkt goed, want de kwaliteit van
het effluent is ook goed. Het is duur — dat gaf u ook al aan — maar om
het koraal te beschermen en om de gezondheid van de inwoners te
beschermen, verlenen wij dus toch telkens subsidie voor de exploitatie
van de rwzi.
Voorzitter. Hiermee denk ik het blok waterkwaliteit gehad te hebben. Het
blok "overig" is maar heel klein.
De voorzitter:
De rest is beperkt. We hebben nog een klein mapje, maar er zijn eerst
nog vragen over dit blok. Die kunnen we nu in ieder geval even
behandelen. Ik zag de heer Van Aalst als eerste.
De heer Van Aalst (PVV):
Ik geloof dat dit mijn laatste vraag is, voorzitter. Ik had de minister
gevraagd naar mogelijke besmetting door chemische aanvallen van
buitenaf. De minister gaf aan dat daarnaar gekeken wordt en dat ook met
VenJ naar cybersecurity wordt gekeken. Er is nu een discussie rond PFOA
en andere zorgwekkende stoffen die we toch in ons water aantreffen. We
treffen die stoffen pas aan op het moment dat ze erin zitten, dus
blijkbaar zitten we er aan de voorkant niet bovenop. Hoe voorkomen we
dan dat er bewust stoffen in ons drinkwater worden geloosd?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Door voortdurend alert te zijn. Je kunt niet zomaar een terrein van een
rwzi op lopen om daar bijvoorbeeld dingen in het water te doen. Als je
dat wel zou doen, wordt dat heel snel gesignaleerd. Er zijn hele basale
dingen die we al eeuwen doen, bijvoorbeeld de bakken met watervlooien
bij het innamepunt van water uit de rivier. Dat is iets wat we al heel
lang doen. Die zijn heel gevoelig voor allerlei stoffen. Ook worden er
allerlei chemische analyses toegepast. De modernste technieken worden
dus toegepast. Als ministerie stimuleren we dat ook; zie bijvoorbeeld de
60 miljoen voor de aanpak van medicijnresten. Ook daar zijn we erop
gericht om a alles zo veel mogelijk te signaleren en b het er ook weer
uit te krijgen.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger had ik ook op mijn lijstje staan.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik ben toch misschien een beetje verward door wat de minister zegt over
PFOA en GenX. De minister zegt dat ze van de provincie heeft begrepen
dat PFOA in de grondstof GenX zit, terwijl ik uit de verslagen van de
bezwaarprocedure over de last onder dwangsom begrijp dat PFOA vrijkomt
bij de productie van GenX. Als je GenX vergunt, krijg je PFOA dus op de
koop toe. Als dit het geval is, blijft mijn vraag toch of het ministerie
dit wist. Zo ja, waarom heeft de Kamer dit dan niet te horen gekregen
toen wij de Kamerbrief kregen waarin stond dat het gemonitord wordt en
dat er PFOA in het afvalwater zat? Het is toch wel een fundamenteel
probleem dat wij nu GenX vergunnen, terwijl wij daarbij eigenlijk
indirect PFOA ook vergunnen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Wij hebben u steeds geïnformeerd zodra ik nieuwe informatie had van de
Provincie Zuid-Holland, die bevoegd gezag is zoals u bekend is. Ik kan
niet anders zeggen dan dat we dat ook zullen blijven doen. Ik begrijp de
vraag verder eigenlijk niet zo goed.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
We hebben een bedrijf dat jarenlang PFOA loosde. Toen bleek PFOA
mogelijk kankerverwekkend te zijn, dus daar wilden we vanaf. Het werd
vervangen door GenX. Nu blijkt opeens dat bij de productie van GenX PFOA
vrijkomt. Als we dan GenX blijven vergunnen, houden we PFOA-lozingen in
het milieu. Wist de minister dat en zo ja, wat gaan we hieraan
doen?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik weet niet precies of we er in tweede termijn nog meer details over
kunnen geven. Op dit moment kan ik er niet heel veel meer aan toevoegen.
Het bedrijf heeft zich aan de lozingsvergunning te houden en als er bij
een productieproces iets ontstaat, wil dat niet zeggen dat het geloosd
zou mogen worden. Maar laten we dat nog even heel precies navragen. Dan
kom ik daar in tweede termijn op terug, als we dat voor elkaar krijgen,
en anders schriftelijk.
De voorzitter:
Ik zie dat er een vraag is van mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik was niet zo tevreden over het antwoord rondom de legionella: 11 doden
en 123 Brabanders besmet. De minister zegt: medio 2019 kom ik wel met
iets. Wanneer is het onderzoek van het RIVM nou klaar? Wat mij betreft
zou dat toch zo snel mogelijk moeten zijn en moeten wij niet medio 2019
nog eens een keer wat horen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De verwachting is dat het RIVM in april 2019 klaar is met het onderzoek.
Dan zullen we uiteraard met alle betrokkene partners even moeten
bekijken wat we eventueel aan het beleid moeten veranderen. Dan kom ik
daarna ook zo snel mogelijk bij u daarop terug, uiteraard.
De voorzitter:
Mevrouw Van Brenk, is dat afdoende? Ja? Dan is het woord aan de heer
Geurts.
De heer Geurts (CDA):
Ik kom even terug op de drugslozing op riool- of oppervlaktewater
waardoor een rioolwaterzuiveringsinstallatie ontregeld raakt. Wij
constateren in de praktijk dat er inconsequentie is in de wetgeving. Als
je bijvoorbeeld een waterstaatswerk vernielt, beschadigt of onklaar
maakt, heeft dat een bijzondere bescherming, die door de wetgeving wordt
geboden. Maar voor zuiveringstechnische werken niet. Dat levert de
bijzondere situatie op dat, als er een drugslozing plaatsvindt die
schade oplevert aan de riolering, deze zwaarder bestraft wordt dan de
drugslozing die schade berokkent aan de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
Dat heeft te maken met de interpretatie van artikel 351 van het Wetboek
van Strafrecht. Ik snap dat zij het Wetboek van Strafrecht niet uit haar
hoofd kent, en dat is maar gelukkig ook denk ik, maar mijn vraag aan de
minister is: kent de minister dit signaal en zo niet, is de minister
bereid om hier naar te kijken? Want dat kan toch niet de bedoeling zijn,
lijkt mij.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik had het desbetreffende artikel inderdaad niet paraat gehad. Ik ben
het met u eens dat het niet de bedoeling kan zijn, maar laten we even
met de collega's van JenV contact opnemen en er later op terugkomen,
want dit kan ik u zo niet beantwoorden.
De voorzitter:
Dat is ook wel logisch.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
U hebt elke keer wel weer hele ingewikkelde vragen, meneer Geurts.
De voorzitter:
Dan heeft hij wel een toezegging binnen dat u erop terugkomt. Dat is
natuurlijk de truc. De heer Laçin.
De heer Laçin (SP):
Ik wil nog even doorgaan op GenX en PFOA. Ik vind het heel raar, en de
minister zegt het zelf ook een beetje. Het kan vrijkomen, maar dat
betekent nog niet dat het geloosd mag worden. Als er een
lozingsvergunning voor PFOA zou zijn, zou het ontzettend raar zijn dat
de provincie als bevoegd gezag een dwangsom van 1 miljoen euro oplegt.
Ik wil dit daarom graag meenemen met de vraag van mevrouw Kröger,
mogelijk in de tweede termijn of — als dat niet lukt — in de
brief.
Dan wil ik toch de vraag stellen over REACH. De minister schuift het
heel snel af op de staatssecretaris. Dat begrijp ik, want het ligt meer
bij haar. Maar REACH heeft, met alle gebreken die nu zijn geconstateerd,
gevolgen voor ons drinkwater. Dat ligt wel bij deze minister. Daarom
vraag ik ook aan beide bewindspersonen om hier actief mee aan de slag te
gaan en om vooral de ILT, die het zelf verontrustend noemt dat er zo
veel gebreken zijn in die dossiers, in staat te stellen om hier actiever
mee aan de slag te gaan en niet te wachten op signalen vanuit het
Europese chemieagentschap, want daar hoeven we ook heel weinig van te
verwachten. Dat hebben we gezien de afgelopen jaren. Dus toch de vraag
aan de minister wat zij hier met de ILT aan gaat doen, zodat wij
nationaal meer en betere controles gaan uitvoeren om stoffen waarover
cruciale informatie ontbreekt, niet toe te laten.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik kan de heer Laçin alleen maar bevestigen dat de staatssecretaris daar
ook zeer hard aan trekt, dat ze het in Europees verband voortdurend in
milieuraden en bij collega's op de agenda plaatst en dat we ook
nationaal voortdurend kijken wat we daar eventueel aan zouden kunnen
verbeteren. We hebben niet voor niks bij GenX richtwaarden ingesteld die
er eerst niet waren. Wij vragen voortdurend, als we ergens ook maar
enige twijfel over hebben, het RIVM om onderzoek te doen. Ik denk dat we
dezelfde ambitie hebben als u. Hetzelfde geldt, kan ik nog een keer
herhalen, ook voor GenX, PFOA en Chemours. We hebben allemaal dezelfde
wensen en ik ga uit volle overtuiging nog een keer op een rijtje zetten
hoe dit nu zit, want we hebben niet voor niks de schroef aangedraaid: we
willen dit niet meer hebben. Daar blijf ik met volle inzet voor bezig en
de staatssecretaris ook. We moeten dat even bekijken met de provincie
Zuid-Holland, dus ik denk niet dat dat voor de tweede termijn nog lukt.
Laten we het zorgvuldig op een rijtje zetten en het schriftelijk
doen.
De heer Laçin (SP):
Goed om te horen dat we beide in ieder geval PFOA niet willen. Laat dat
uitgesproken zijn. Daarmee wil ik ook meteen een vraag op tafel leggen.
Als je PFOA, zoals mevrouw Kröger het zei "op de koop toe" meekrijgt met
GenX, dan wil ik ook de vraag stellen of we GenX überhaupt wel moeten
willen, ja of nee. Maar dat is dan een andere discussie. Het probleem
met de werkwijze van dit moment is, de minister zegt dat ook, dat de ILT
en het RIVM handelen op basis van wat we vanuit REACH weten. Het
probleem zit hem in het feit dat in 70% van de REACH-dossiers — dan
hebben we het over bijna 15.000 stoffen — informatie ontbreekt. Dus hoe
betrouwbaar is dat hele systeem op dit moment nog? Kunnen we daar wel op
nationaal niveau consequenties aan verbinden als er in 70% van de
dossiers cruciale informatie ontbreekt? En wat gaan we daaraan doen? Dat
is de vraag.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan komt u echt op het terrein van REACH zelf, en dat is echt de
portefeuille van de staatssecretaris. Hiervoor verwijs ik u dan ook naar
het algemeen overleg Leefomgeving dat binnenkort plaatsvindt.
De voorzitter:
Meneer Laçin, ik denk wel dat het daar thuishoort.
De heer Laçin (SP):
Dank, voorzitter, voor die inschatting, maar ik heb nog een vraag over
een ander punt, namelijk de Omgevingswet. Dat antwoord verbaasde mij
namelijk wel heel erg, moet ik zeggen. De minister zegt: het principe
verandert van "nee, tenzij" naar "ja, mits", maar dat biedt dezelfde
bescherming in de huidige kaders. Ik vind dat ontzettend raar om te
horen. Als het niks verandert, waarom gaan we dan over van "nee, tenzij"
naar "ja, mits"? In de stukken staat dat hiermee buiten de Brzo's, die
gewoon vergunningsplichtig blijven, extra bedrijfscategorieën onder
algemene regels gaan vallen — dus een verbreding van de
bedrijfscategorieën die gebruik kunnen maken van "ja, mits" — en ze zegt
ook dat het toezicht daar alert op moet zijn. Volgens mij constateren we
heel vaak in debatten dat het toezicht juist niet voldoende alert is en
ook niet daadkrachtig kan handelen. Dan gaan we dus nog meer dingen op
het bordje van het toezicht gooien, terwijl we nu al concluderen dat we
vaak achter de feiten aanlopen, en veranderen we "nee, tenzij" naar "ja,
mits", terwijl dat eigenlijk niets verandert. Dat verbaast mij. Waarom
doen we dat überhaupt?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Het wordt een beetje een herhaling van zetten, maar de Omgevingswet
behoort ook niet tot mijn portefeuille. Ik kan van alles met u gaan
bespreken. Maar als u ziet wat er allemaal is voorbijgekomen, hebben we
toch genoeg eigen onderwerpen in dit wetgevingsoverleg Water. Ik wil het
bespreken van de Omgevingswet toch echt overlaten aan de collega die
daarvoor verantwoordelijk is.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik wijs erop dat op de agenda wel een brief staat over
metingen PFOA door Zuid-Holland. Dat was een toezegging die gedaan is
naar aanleiding van het algemeen overleg Water van 28 juni. In die zin
was het in beperkte mate hier aanwezig, maar de Omgevingswet niet en ook
andere zaken niet.
We gaan door. Mevrouw Teunissen had haar vinger opgestoken.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik heb nog vragen over microplastics. De minister refereerde daar wel
aan, maar toen zij het had over de kunstgrasmatten waar ik het eerder
over had, zei ze: dat hoort bij het dossier van de staatssecretaris.
Maar op de agenda staat ook een brief Aanpak zwerfafval in water. Ik zie
microplastics echt als resultaat van zwerfafval. De minister heeft het
gehad over het monitoren van de microplastics in het water. Daarnaast
denk ik dat het laaghangend fruit bij het voorkomen van die
microplastics nu echt geplukt moet worden. Dat heb ik ook aangegeven in
mijn betoog. In dat kader heb ik aan de minister gevraagd of zij bereid
is de rubberkorrels in kunstgrasmatten te verbieden. Het gaat dus niet
om de kunstgrasmatten, maar om de rubberkorrels. Die worden door de
schoenen et cetera breed verspreid in het milieu. Ze komen in het
grondwater en uiteindelijk in het zeewater terecht, waar ze bijdragen
aan de plasticsoep. Nogmaals, is de minister bereid om rubberkorrels te
verbieden?
In het verlengde daarvan heb ik ook aandacht gevraagd voor het oplaten
van ballonnen, waarvan we het afgelopen weekend een voorbeeld van de VVD
hebben gezien. Ook ballonnen oplaten draagt in grote mate bij aan de
plasticsoep. Mijn vraag aan de minister is daarom: is zij bereid om
ballonnen oplaten ook gewoon te zien als zwerfafval achterlaten, wat
verboden is? Is zij bereid om ook te kijken naar hoe we het ballonnen
oplaten kunnen verbieden en gewoon kunnen scharen onder overig
zwerfafval achterlaten, wat al verboden is?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik ga ook niet over het verbieden van de rubberkorrels. Waar de
staatssecretaris en ik samen in optrekken is echt … De staatssecretaris
heeft bijvoorbeeld Boyan Slat ondersteund bij al zijn initiatieven om
plastics uit het water te verwijderen. We stimuleren allerlei
innovatieve projecten zoals we recent hebben gezien met het
bellenscherm, dat dingetjes kan tegenhouden. We doen dus ons uiterste
best.
Bij het oplaten van ballonnen is het natuurlijk van belang dat het
afbreekbare ballonnen zijn. De ouderwetse plastic ballonnen zoals
vroeger horen niet thuis in het milieu. Het is aan organisaties zelf om
daar een afweging in te willen maken. Verder heb ik daar eigenlijk niet
zoveel aan toe te voegen.
De voorzitter:
Ik kijk nog even rond. Ja, mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De minister noemt Boyan Slat. Hij heeft natuurlijk een fantastisch
initiatief, maar het is weer het plastic uit zee halen en niet het
voorkomen van plastic bij de bron. Ik zou er toch op willen aandringen
dat zij met de staatssecretaris de handen ineenslaat en echt tot die
bronaanpak komt, ook om de waterkwaliteit te verbeteren.
Wat de afbreekbare ballonnen betreft: het is een fabeltje, opgezet door
de industrie, dat afbreekbare ballonnen niet schadelijk zouden zijn. Het
duurt jaren voordat die ballonnen zijn afgebroken. Ook die ballonnen
dragen nog steeds bij aan schade aan dieren en aan het milieu. Daar moet
echt ook een verbod op komen.
Ik wilde nog een vraag stellen over een ander punt, namelijk legionella.
Daar is de minister ook op ingegaan. Zij zegt dat het onderzoek van het
RIVM nu is gestart en dat in april de uitslag van dat onderzoek komt.
Maar het RIVM heeft ook aangegeven dat het zich grote zorgen maakt dat
de potentiële bronnen te langzaam in kaart worden gebracht.
De voorzitter:
Wat is uw vraag? Want dit wordt nu een soort tweede termijn.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Mijn vraag is: ziet de minister mogelijkheden voor extra capaciteit om
het RIVM sneller te kunnen laten werken?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Als het RIVM dat nodig vindt, denk ik ze zelf wel bij ons aan de bel
trekken. Het onderzoek moet ook gewoon zorgvuldig gebeuren. Daar zijn ze
gewoon heel hard mee aan het werk. Dat dat tot april duurt, vind ik op
zich niet zo heel erg verbazingwekkend want het is toch best een
ingewikkeld onderzoek.
De voorzitter:
Mevrouw Teunissen, ten slotte; dat is uw laatste interruptie.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De risico's nemen toe, zo geeft ook het RIVM aan. Hoe langer het duurt,
hoe groter de risico's zijn. Ik hoop dus dat er extra capaciteit bij kan
komen. Daarnaast heeft de Stichting Veteranenziekte een brandbrief
gestuurd omdat die zich grote zorgen maakt over de gezondheidsrisico's
rondom Brabant. Ik wil de minister vragen of zij op die brandbrief kan
reageren, misschien schriftelijk, en op welke termijn.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Uiteraard zal ik graag op die brandbrief reageren. Dat het een
zorgelijke situatie is, ben ik ook met hen eens. Dat is precies de reden
waarom ik zelf het initiatief heb genomen tot dit onderzoek, want het
initiatief komt bij ons vandaan, naar aanleiding van de situatie in de
omgeving van Boxtel.
De voorzitter:
Ik kijk nog even naar de linkerzijde. Dan hebben we dit blok afgerond.
Er is nog één blok. Dat duurt niet al te lang. Zullen we dat direct
erachteraan doen nu? Interrupties heeft u bijna niet meer, dus dat gaat
goed.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Iedereen kan nog met de heer Geurts onderhandelen of hij een interruptie
wil aanbieden!
Een onderwerp dat meerderen hebben aangekaart kon ik niet direct onder
een van de andere blokjes kwijt: de mogelijkheid van energieproductie
door waterschappen. Is de minister bereid om de juridsche
onduidelijkheid die daarover bestaat op te lossen en daarvoor eventueel
de Waterwet aan te passen? Waterschappen hebben een wettelijke taak voor
waterbeheer, niet voor energieopwekking. Ze kunnen natuurlijk wel
energie produceren. Voor zover er energie vrijkomt bij de uitvoering van
die wettelijke taken, is daar ook geen belemmering voor. Daarnaast
kunnen waterschappen ook ruimte beschikbaar stellen aan derden, zoals
RWS bijvoorbeeld ook doet, om energie te produceren. Ik sta dus
sympathiek tegenover het idee dat waterschappen meer energie kunnen
produceren binnen hun functionele karakter als waterbeheerder. Aangezien
waterschappen bij het zuiveren van stedelijk afvalwater ook
broeikasgassen uitstoten, wordt nu gezocht naar een oplossing waarbij de
waterschappen de mogelijkheid wordt geboden om ter compensatie van die
broeikasgassen extra duurzame energie op te wekken. Daarmee zouden ze
dus ook energieneutraal en klimaatneutraal kunnen worden. Het doel van
de netto-energieproductie van waterschappen is ook in het
conceptklimaatakkoord opgenomen als een van de mogelijkheden.
Vooruitlopend op een definitief klimaatakkoord is al begonnen met een
verkenning of een wettelijke verankering daarvoor noodzakelijk is. Ik
heb het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden hier
advies over gevraagd. Daaruit maak ik op dat wettelijk regelen niet per
se nodig is maar wel duidelijkheid schept, met name in relatie tot de
belastingheffing. Ik wil graag eerst op korte termijn met de Unie van
Waterschappen in gesprek over de implicaties en uitvoerbaarheid daarvan
en daarna graag uw Kamer daarover informeren.
Dan hebben mevrouw Van Brenk en de heer De Groot nog vragen gesteld over
de beperkingen voor terugwinning van fosfaat door waterschappen.
Terugwinnen van grondstoffen is de verantwoordelijkheid van de
staatssecretaris. Er is een Energie- & Grondstoffenfabriek. IenW
ondersteunt daarbinnen ook zo veel mogelijk de terugwinning van
grondstoffen. Op initiatief van de waterschappen start nog dit jaar de
tasforce herijking afvalstoffenregelgeving. Die zal in 2019 advies
uitbrengen aan de staatssecretaris over mogelijke oplossingen van
belemmeringen in regelgeving en uitvoering. Ik denk dat het verstandig
is om daarop te wachten. Ik deel overigens uw verbazing wel, want toen
ik tien jaar geleden in het Brabantse verantwoordelijk was voor het
toezicht op de waterschappen, speelde die vraag ook al. Het is dus
eigenlijk ook wel een keer tijd dat daar een antwoord op komt.
Dan nog een beetje water internationaal. Zorgt de minister ervoor dat we
ook in ontwikkelingslanden nog kijken naar de water resources? We hebben
veelvuldig internationaal contact over water. Er kan geen buitenlandse
delegatie hier op bezoek komen of ze willen het ook over water hebben.
En heel terecht: we hebben daar ook veel over te melden. We doen
natuurlijk zelf ook missies. Ik ben bijvoorbeeld in India geweest, waar
we het hadden over het schoonmaken van de Ganges, over het baggeren
daar, en in Polen.
Dan hebben we nog de chemische lozingen op de Noordzee. Kan de minister
uitleggen waarom Duitsland, ook lid van de IMO, wel een verbod heeft
geregeld voor het lozen van de zeevaart voor de kust en Nederland niet?
Dan hebben we het over het zogenaamde zeezwaaien. De Nederlandse rechter
heeft de Nederlandse interpretatie van het zeezwaaien bekrachtigd. Als
kleine hoeveelheden waswater volgens de regels van het MARPOL-verdrag
van IMO worden geloosd, dan moet dit geen blijvende schade opleveren.
Dus het is niet nodig om het zeezwaaien helemaal te verbieden. We hebben
het daar vorige keer ook bij het algemeen overleg Maritiem over gehad.
Ik stel voor om het er daar, mocht u nog vervolgvragen hebben, verder
over te hebben.
Hetzelfde geldt voor het spoelen van tanks. MARPOL biedt lidstaten geen
algemene bevoegdheid om strengere voorwaarden in te voeren buiten de
twaalf zeemijl. Het opleggen van stengere normen is alleen mogelijk als
daarvoor door de IMO-lidstaten toestemming wordt gegeven. Ik heb niet de
verwachting dat IMO-lidstaten die toestemming gaan geven. Ook voor
Nederland is het recht op vrije doorvaart een belangrijk internationaal
uitgangspunt. Dus we zijn zeer terughoudend met het accepteren van
aanvullende nationale eisen van andere landen, en omgekeerd is dat dus
ook zo.
De laatste vraag was van mevrouw Van Brenk. Wat is de stand van zaken
van de Blue Deal? Wat merken we volgend jaar van de start? Op
Wereldwaterdag 2018 is de intentieverklaring voor de Blue Deal getekend
door de Unie van Waterschappen, het ministerie van Buitenlandse Zaken en
ons ministerie. Op 7 november jongstleden is door het ministerie van
Buitenlandse Zaken, mede namens IenW, de subsidiebeschikking aan de Unie
van Waterschappen afgegeven. Met al deze organisaties wordt tot en met
2030 gewerkt aan het bereiken van één doel, en dat is: 20 miljoen mensen
in 40 stroomgebieden wereldwijd helpen aan schoon, voldoende en veilig
water. Momenteel zijn de waterschappen concrete projectvoorstellen aan
het uitwerken, samen met hun buitenlandse partnerorganisaties. Die
moeten op Wereldwaterdag in maart 2019 formeel van start gaan. Ik krijg
de verzekering dat het programma op schema ligt. De eerste concrete
stappen zullen dus op Wereldwaterdag, 19 maart volgend jaar, van start
gaan.
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Over dit blok zijn er nog wat vragen. Mevrouw Van
Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik heb op één vraag geen antwoord gehad. Die ging over de
langetermijnambitie riviermanagement. Wanneer is het afwegingskader
gereed?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat wordt eind 2019, is de inschatting.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik heb nog een vraag over de waterschappen en hun takenpakket. Ze willen
graag energieneutraal worden, en nu ook klimaatneutraal. Ik denk dat ze
daarvoor de ruimte moeten krijgen. Ik hoor de minister ook de bereidheid
uitspreken om daarover mee te denken. Als ik me goed herinner, zei ze
dat ze hierover nog een gesprek voert met de waterschappen en dat ze
juridisch advies heeft ingewonnen. Tegelijkertijd vraag ik me af hoelang
dit traject nog gaat duren. Er wordt nu ook overlegd aan de
klimaattafels. Het is ook voor dat proces van belang dat er spoedig
juridische duidelijkheid komt. Eerlijk gezegd had ik daar een motie over
voorbereid, maar als de minister op zeer korte termijn duidelijkheid kan
geven zodat de processen aan de klimaattafels verder kunnen, dan is dat
voor iedereen winst en zal ik mijn motie niet in te dienen. Ik hoor
graag meer over het proces en de tijd die haar voor ogen staan.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Zoals ik net al aangaf, zijn we op dit moment in gesprek, ook met de
Unie van Waterschappen, over hoe we dit nou op een handige manier vorm
zouden kunnen geven. Die gesprekken lopen, dus ik hoop daar in januari
iets meer duidelijkheid over te kunnen geven.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik snap dat dingen hun tijd nodig hebben, maar er is vanuit het kabinet
een brief verzonden naar de klimaattafels waarin de datum van 1 december
staat. Ik weet niet of die datum helemaal gehaald wordt, maar januari is
nog veel verder weg. Dit lijkt mij te laat voor de waterschappen om goed
inzicht te hebben in wat zij kunnen bijdragen aan de klimaattafels en
het behalen van de doelen. Kan het sneller?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Deze nadere invulling zou misschien ietsje sneller kunnen, maar niet
voor 1 december. Dat gaan we sowieso niet redden. Als we dit met elkaar
als een kansrijke ontwikkeling zien die we willen stimuleren, dan zal de
uitwerking van hoe het precies moet en hoe het in wet- en regelgeving
moet worden verwerkt, misschien wat meer puzzelen zijn. Maar als je met
elkaar die keus hebt gemaakt, dan is er altijd wel een invulling aan te
geven.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter …
De voorzitter:
Mevrouw Teunissen, u bent door uw interrupties heen. Er is nog een
tweede termijn. We hebben hiermee de eerste termijn afgerond met de
Kamerleden en de minister. We hebben zo meteen een tweede termijn. Die
start om 17.15 uur.
De vergadering wordt van 16.56 uur tot 17.19 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag. We gaan verder met de tweede termijn van het
wetgevingsoverleg Water van de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur
en Waterstaat. We hebben tot maximaal 18.30 uur. Dat gaan we ook zeker
redden gezien de ervaringen tot nu toe. We hebben in tweede termijn een
aantal spreektijden. In die spreektijd kunt u natuurlijk alles vragen en
zeggen wat u wilt, maar u kunt ook eventueel moties indienen. Ik denk
dat de meesten dat ook wel zullen doen, of niet.
We hebben spreektijden. Ik noem even de partijen op met de spreektijden
die nog resteren. Daarin moeten ook de moties zijn ingediend, dus deelt
u het zelf goed in. De VVD negen minuten, de PVV tien, het CDA nog vier,
D66 vijf, GroenLinks vier, SP drie, ChristenUnie twee, Partij voor de
Dieren anderhalf, 50PLUS twee en de SGP had geen moties. Die hadden ze
niet, dus dat is ook mooi.
Zal ik zelf maar weer starten? De voorzitter geeft zichzelf het woord en
ik geef de heer Geurts even het voorzitterschap.
Voorzitter: Geurts
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik heb twee moties, voorzitter. Mag ik die voorlezen? Ik begin maar
meteen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er voor de jaren 2019 en 2020 twee keer 10 miljoen euro
beschikbaar komt voor klimaatadaptatie en het voorkomen van
schade;
verzoekt de regering oog te hebben voor concrete waterprojecten in en
rondom Meerssen om zo de schade voor bewoners en ondernemers te
verlichten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Remco Dijkstra. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 8 (35000-J).
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dan de andere.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering ervoor te waken dat het HHNK (Hoogheemraadschap
Hollands Noorderkwartier) de versterking van de Markermeerdijken tussen
Amsterdam en Hoorn binnen budget en planning houdt en dat daarbij waar
mogelijk wordt aangesloten bij het participatie- en verbeteringsproces
met omwonenden dat de Provinciale Staten van Noord-Holland hebben
uitgezet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Remco Dijkstra. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 9 (35000-J).
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Voorzitter. Voor de rest houd ik het kort. We hebben een goed overleg
gehad met de minister. Een van de punten waar ik erg blij mee ben, is de
grote klimaatadaptatieconferentie in 2020. Daarnaast ben ik blij dat we
onze zorgen hebben gedeeld over de wijze waarmee we omgaan met het
Deltafonds en de vulling daarvan en met de antwoorden die wij daarover
hebben gekregen. In een tijd waarin de aannemers toch wel veel werk
hebben, moeten we budgetten echt goed in de gaten houden en ons primair
focussen op waterveiligheid. Voor de rest ben ik tevreden.
Voorzitter: Remco Dijkstra
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Van Aalst.
De heer Van Aalst (PVV):
Dank u, wel. Voorzitter. Voor de PVV staat waterveiligheid op één. Dat
betekent dat het budget dat wij daar nu voor reserveren in het
Deltafonds, ook besteed moet worden aan waterveiligheid, met name aan de
dijkversterking.
Voorzitter. We hebben de discussie gehad over uitgesteld onderhoud.
Volgens ons wordt uitgesteld onderhoud vaak achterstallig onderhoud,
zoals we ook vaak zien in de infrastructuurportefeuille. Dat willen we
liever niet, dus wij zien graag dat soort dingen eerder opgepakt gaan
worden.
Voor de rest maken we ons er zorgen over dat de waterspiegelstijging in
de agenda gebaseerd is op onzekere voorspellingen. Dat lijkt ons niet
handig. Wij houden ons graag bij de feiten in plaats van de
voorspellingen.
Voorzitter. Voor de PVV is eigenlijk de enige positieve noot van vandaag
dat de minister extra aandacht heeft voor de scheepvaart. Die is tot nu
toe nooit meegenomen in de projecten of gehoord bij dijkversterkingen en
de aanpak van de waterspiegelstijging. Ik hoorde een van de collega's
hier zeggen dat de scheepvaart eigenlijk niet meer is dan een paar
vrachtauto's van de weg. Voor ons is die heel wat meer dan een aantal
vrachtauto's van de weg. De scheepvaart is een bloeiende sector en een
eigen manier van leven. Wij hebben daar heel veel respect voor. Wij zijn
blij dat de minister daar aandacht voor heeft.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Geurts namens het CDA.
De heer Geurts (CDA):
Dank, voorzitter. Ik begin met het indienen van twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de bodem van Nederland met name in het veenweidegebied
daalt en dat die bodemdaling tot ernstige schade leidt aan
infrastructuur, gebouwen, rijksmonumenten en landbouw;
overwegende dat het beleid ten aanzien van (veen)bodemdaling op
rijksniveau erg is versnipperd en verspreid is over meerdere
departementen;
overwegende dat het wenselijk is dat vervolgonderzoek gedaan wordt naar
de ecologische, sociale en economische gevolgen van veenbodemdaling,
waarbij gemeenten, waterschappen en provincies worden betrokken;
verzoekt de regering één coördinerende minister met betrekking tot de
veenbodemdalingproblematiek aan te wijzen;
verzoekt de regering voorts vervolgonderzoek te doen naar de
ecologische, sociale en economische gevolgen van veenbodemdaling en
daarbij gemeenten, waterschappen en provincies te betrekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts, De Groot en Bromet. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 10 (35000-J).
De heer Geurts (CDA):
De tweede motie gaat over energieopwekking door waterschappen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat waterschappen gehouden zijn om bij opwekking van energie
niet meer op te wekken dan zij voor hun bedrijfsvoering nodig hebben,
doch dat dat een belemmering is bij de innovatieve toepassing van
duurzame energiebronnen zoals biogas op de rioolwaterzuivering of
aquathermie;
verzoekt de regering spoedig een wetsvoorstel aan de Kamer voor te
leggen waarbij waterschappen de mogelijkheid krijgen meer energie te
mogen opwekken dan zij voor hun eigen bedrijfsvoering nodig
hebben,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts en Dik-Faber. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 11 (35000-J).
De heer Geurts (CDA):
Gelet op haar beantwoording kan ik me voorstellen dat de minister vraagt
of wij bereid zijn om de laatste motie aan te houden. Laten we niet op
de beantwoording van de minister vooruitlopen, maar als ze dat zo zou
zeggen, dan heb ik de bereidheid wel. Maar dat gaan we zo meteen wel
merken. De minister gaf al aan dat ze in gesprek is met de betrokken
partijen, maar hier wordt al een aantal jaren over gesproken en we
willen de sector gewoon duidelijkheid geven over de vraag of er wel of
geen mogelijkheden komen en over de wijze waarop de Kamer daarover
denkt. Maar ik hoor dat wel in de beantwoording van de minister.
Rest mij niets anders dan de minister en haar ondersteuning te bedanken
voor alle antwoorden. Waterveiligheid en waterkwaliteit is toch een
belangrijk dossier. Ik zeg ook weleens in mijn fractie dat de dossiers
water en voedsel, waarop ik woordvoerder ben, de belangrijkste dossiers
zijn die je als Kamerlid kunt hebben, want zonder die twee kun je voor
de rest niks doen. Ik hoorde de minister daarstraks spreken over vele
unieke gebeurtenissen die ze dit jaar heeft mogen meemaken. Ik hoop dat
de minister met niet te veel unieke gebeurtenissen te maken krijgt in
2019, want dat zou betekenen dat wij nog meer droogteschade gaan
oplopen. Daar zijn we volgens mij gewoon niet op voorbereid in
Nederland. Laten we er alles aan doen om dat te voorkomen.
Voorzitter, tot zover de tweede termijn van de CDA-fractie.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer De Groot namens D66.
De heer De Groot (D66):
Dank u, voorzitter. Er wordt in deze Kamer vaak gedaan alsof er een
tegenstelling is tussen waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit.
Vandaar toch deze motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Ruimte voor de Rivier-project binnen de tijd en
binnen het budget is gebleven;
constaterende dat uit de evaluatie van Ruimte voor de Rivier blijkt dat
de dubbele doelstelling waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit
gedurende de looptijd van het programma van doorslaggevende waarde is
geweest en heeft geleid tot een effectieve combinatie van urgentiebesef
en draagvlak, en dat de dubbele doelstelling integraal als succesfactor
van het programma wordt benoemd;
constaterende dat uit de evaluatie van Ruimte voor de Rivier blijkt dat
de beschikbaarheid van onafhankelijke expertise in de vorm van een
sterke programmadirectie met specifieke kennis over bouwen met natuur,
cruciaal is geweest;
constaterende dat een dergelijke bundeling van kennis ontbreekt bij het
Hoogwaterbeschermingsprogramma;
constaterende dat het Hoogwaterbeschermingsprogramma slechts één
officiële doelstelling kent, namelijk waterveiligheid;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe in het
Hoogwaterbeschermingsplan de lessen uit de evaluatie van Ruimte voor de
Rivier kunnen worden meegenomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Groot. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 12 (35000-J).
De heer De Groot (D66):
Voorzitter. Dan een motie over de verzegeling van de vuilwatertank in de
pleziervaart. De minister zet in op reiniging van vuil water op
pleziervaartuigen, maar dat is echt niet haalbaar en leidt echt tot veel
kosten. Vandaar de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het sinds 1 januari 2009 voor pleziervaartuigen
verboden is om op de Nederlandse binnenwateren toiletwater te
lozen;
constaterende dat het lozingsverbod moeilijk te handhaven is;
overwegende dat lozingen door pleziervaart op het binnenwater niet
wenselijk zijn voor de kwaliteit van het binnenwater en risico's
opleveren voor de gezondheid van zwemmers;
overwegende dat de Verenigde Staten een succesvol lozingsverbod voeren
door de pleziervaart te verplichten hun buitenwaterafvoer van hun
vuilwatertanken te laten verzegelen;
verzoekt de regering de verzegeling van vuilwatertanken in de daartoe
strekkende regelgeving te verankeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Groot. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 13 (35000-J).
De heer De Groot (D66):
Dan had ik nog een vraag aan de minister over de Kaderrichtlijn Water.
Ik begreep uit de beantwoording een beetje dat het erop lijkt dat de
minister daarover al een positie heeft ingenomen of inneemt in Europa.
Bij D66 is het in ieder geval niet bekend dat de Kamer daar al over is
geïnformeerd. Mocht dat inderdaad niet het geval zijn, dan zou ik toch
graag een brief ontvangen waarin staat wat dan de positie is van de
minister in Europa ten aanzien van de fitness check. Volgens mij hebben
we daar nog niets over gewisseld hier, dus het zou wellicht voorbarig
zijn als dat nu al gebeurt.
Dan plastic. De minister had het over biologisch afbreekbare ballonnen.
Eventjes terzijde, maar dat is toch echt iets wat bij grote hitte
plaatsvindt. Ze zijn bij 65°C afbreekbaar, maar in de natuur — een derde
van de ballonnen komt op het boerenland terecht en een kwart in de zee —
worden ze niet afgebroken. Politieke proefballonnen breken iets sneller
af.
Dan de Waddenzee. Graag een concrete planning van wanneer die ene
beheersautoriteit er zal zijn. Wat betreft de Noordzee vind ik toch echt
dat de minister haar coördinerende rol niet waarmaakt door echt parallel
te gaan met de andere trajecten. De minister mag daarop
vooruitlopen.
We hadden even een kleine discussie over de eventuele aansprakelijkheid
van de waterschappen. Zij zijn natuurlijk gehouden het beleid van de
provincie uit te voeren, maar zij hebben ook een zorgplicht. Er zijn wel
rechtszaken geweest wanneer ze daar niet aan voldeden, maar er is
eigenlijk nog geen jurisprudentie over het structureel onderbemalen.
Toch wil ik graag nog een reactie van de minister op de
aansprakelijkheid.
Tot slot wil ik de minister danken voor de toezegging om het idee van de
"breng mij terug"-sticker in te brengen in de green deal over groene
medicijnen — zo noem ik het maar even. Dank daarvoor. Ik hoor graag
wanneer de minister de Kamer erover informeert hoe dat gesprek is
verlopen.
Dan rest mij de minister en de voorzitter te bedanken voor de prettige
wisseling. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van Brenk namens 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. De eerste motie is van 50PLUS en de SGP, maar dan
vanuit onze rol als ambassadeurs van SDG 6. U heeft ons nog niet gehoord
en u zou anders teleurgesteld worden.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende het feit dat de minister van IenW eindverantwoordelijk is
voor het gevoerde waterbeleid in Nederland;
overwegende dat Sustainable Development Goal (SDG) 6 van de Verenigde
Naties (VN) staat voor schoon water en sanitatie voor iedereen;
verzoekt de regering zich op te blijven stellen als visitekaartje voor
Sustainable Development Goal 6,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk en Stoffer. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 14 (35000-J).
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Wij vinden echt dat er een tandje bij moet. Daarom deze
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende het feit dat de minister nader onderzoek laat uitvoeren naar
verspreiding van legionella door
bedrijfsafvalwaterzuiveringsinstallaties;
overwegende de ernstige gevolgen van legionellabesmetting;
verzoekt de regering het RIVM te vragen dit onderzoek met prioriteit uit
te voeren en de Kamer zo spoedig mogelijk over de uitkomsten en
vervolgstappen te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk, Teunissen, Kröger en
Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 15 (35000-J).
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dan mijn laatste motie, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in opdracht van de Unie van Waterschappen al in augustus
een rapport verscheen waarin de knelpunten omtrent het herwinnen van
waardevolle grondstoffen uit afvalwater werden beschreven;
verzoekt de regering deze knelpunten met spoed ter hand te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 16 (35000-J).
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dan komen we bij mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank, voorzitter. Ik heb drie moties. Dit is de eerste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie heeft
ondertekend en daarmee 600 miljoen euro beschikbaar komt voor
klimaatadaptatiemaatregelen;
constaterende dat vergroening een zeer effectieve
klimaatadaptatiemaatregel is in het bestrijden van wateroverlast,
hittestress en luchtvervuiling;
verzoekt de regering vergroening te stimuleren door het als een van de
criteria op te nemen voor de klimaatadaptiemaatregelen die uitgevoerd
zullen worden onder het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen, Laçin en Kröger. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 17 (35000-J).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, motie twee.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het achterlaten van zwerfafval in het ecosysteem wordt
aangemerkt als een economisch delict;
constaterende dat het oplaten van gasgevulde ballonnen onomkeerbaar
leidt tot verspreiding van zwerfafval;
van mening dat je in Nederland je eigen rotzooi opruimt;
van mening dat we onze wereld schoon moeten doorgeven aan onze
kinderen;
verzoekt de regering het bewust vervuilen van het milieu, zoals het
geval is bij het oplaten van gasgevulde ballonnen, onder het verbod op
het verspreiden van zwerfafval te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 18 (35000-J).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Tot slot motie drie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al verschillende bronnen van microplastics bekend
zijn, zoals rubberkorrels op kunstgrasvelden;
constaterende dat een bronaanpak het meest effectief is om microplastics
in water tegen te gaan;
verzoekt de regering het uitstrooien van rubberkorrels op
kunstgrasvelden te verbieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 19 (35000-J).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik wil de minister nog hartelijk bedanken voor de beantwoording.
De voorzitter:
U ook bedankt. De heer Laçin.
De heer Laçin (SP):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties; daar wil ik mee beginnen. De ene
gaat over REACH, omdat ik me echt zorgen maak om de manier waarop het
gaat, en over de ILT. Is die voldoende toegerust?
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de REACH-databank ons inzicht en bescherming zou
moeten bieden tegen chemische stoffen;
constaterende dat uit onderzoek is gebleken dat in bijna 70% van de
dossiers cruciale informatie ontbreekt over mogelijke gevolgen van
chemische stoffen voor gezondheid en milieu;
constaterende dat de ILT dossiers onderzoekt op basis van signalen die
het ontvangt van het Europees chemieagentschap;
constaterende dat het Europees chemieagentschap de afgelopen jaren pas
7% van de aangeleverde dossiers nader heeft onderzocht;
overwegende dat door deze werkwijze ook in Nederland weinig dossiers
gecontroleerd worden;
verzoekt de regering om samen met de ILT tot een werkwijze te komen
waarin de ILT meer dossiers over geregistreerde chemische stoffen kan
controleren en bij het ontbreken van cruciale informatie geen vergunning
verleend wordt voor het gebruik van een chemische stof,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin, Kröger en Teunissen. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 20 (35000-J).
De heer Laçin (SP):
Mijn tweede motie gaat over de Omgevingswet, waar ik eigenlijk heel
weinig van begrijp.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met de nieuwe Omgevingswet het uitgangspunt ten
aanzien van lozingen verandert van "nee, tenzij" naar "ja, mits";
constaterende dat hiermee in principe elke lozing mag tenzij anders
bepaald;
overwegende dat dit betekent dat extra bedrijfscategorieën onder
algemene regels gaan vallen;
van mening dat dit het risico van ongewenste en schadelijke lozingen
aanzienlijk vergroot;
verzoekt de regering middels een wijziging op de Omgevingswet het
principe "nee, tenzij" te blijven handhaven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin en Teunissen. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 21 (35000-J).
De heer Laçin (SP):
Dan heb ik nog een paar punten. De minister had het al over de
versnellingstafels. Volgens mij is één daarvan al gestart. Ik ben
benieuwd wanneer de versnellingstafels opkomende stoffen en
medicijnresten gaan starten. Welke ambitie en welk tijdpad koppelt de
minister aan deze versnellingstafels? Kan ze ons daarover
informeren?
Dan kreeg ik een antwoord op mijn vraag over varend ontgassen. We hebben
het daar vorige week bij het debat over de Transportraad over gehad.
Volgens mij heeft de minister zelf in dat debat gezegd dat Duitsland
geen landelijk verbod kent, maar alleen een landelijk verbod op een
aantal stoffen. Mijn vraag was welke stoffen dat dan zijn. Kunnen we
daar nog voor het landelijk verbod dat hier op zijn vroegst in 2020
ingaat, in Nederland ook al een begin mee maken? Dat was de vraag. Als
de minister daarop kan terugkomen, hoor ik het graag! Voor de rest dank
ik de minister voor haar beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Kröger namens GroenLinks.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dank u wel. Ik heb vier moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat we zuinig moeten zijn op onze natuur en in het bijzonder
op beschermde Natura 2000-gebieden;
overwegende dat het op industriële schaal gedurende 30 jaar tot wel 60
meter diep afgraven van 120 miljoen m3 zand voor de kust van
Oudemirdum een belangrijk foerageergebied voor bijzondere en beschermde
vogels aantast;
verzoekt de regering om een overzicht te maken van welke stappen zijn
ondernomen om te komen tot een zorgvuldig besluit over de zandwinning
IJsselmeer, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Dik-Faber en De Groot.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 22 (35000-J).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat (potentieel) zeer zorgwekkende stoffen als bijproduct
kunnen ontstaan in het productieproces van chemische stoffen en tijdens
en na de lozing van afvalwater;
constaterende dat het ontstaan van (potentiële) ZZS-stoffen in of na het
productieproces onvoldoende wordt meegenomen in de huidige regelgeving
voor emissies naar water, lucht en bodem;
verzoekt de regering om bij de aanpak opkomende stoffen speciale
aandacht te besteden aan het ontstaan van (potentiële) ZZS-stoffen
tijdens of als gevolg van een productieproces die vervolgens in ons
milieu terechtkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Laçin, Teunissen en Van
Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 23 (35000-J).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland de komende decennia steeds vaker met
weerextremen te maken zal krijgen;
overwegende dat deze kennis gevolgen moet hebben voor waar en hoe we
gaan bouwen;
overwegende dat groene gevels en daken een bijdrage kunnen leveren bij
het vasthouden van water en het koelen van steden;
constaterende dat het RIVM al in 2011 heeft geadviseerd dat de overheid
meer sturend zou moeten zijn bij de aanleg van groene daken door het
aanpassen van het Bouwbesluit;
verzoekt de regering om in gesprek te gaan met de VNG om in kaart te
brengen welke mogelijkheden er zijn vanuit de klimaatadaptatieagenda om
groene daken te stimuleren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Smeulders. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 24 (35000-J).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat door de klimaatverandering ook ons weer verandert en dat
weerextremen zich steeds vaker zullen voordoen;
overwegende dat Nederland bijzonder kwetsbaar is voor zowel
overstromingen als voor droogte;
overwegende dat veel burgers en veel overheden zich onvoldoende bewust
zijn van de (financiële) risico's die ze lopen door toenemende
weerextremen;
constaterende dat de financiële schade door de gevolgen van weerextremen
voor zowel bedrijven als particulieren vaak onverzekerd is en ook niet
of slechts gedeeltelijk worden gedekt door de WTS;
verzoekt de regering te onderzoeken welke grote dekkingsgaten er tussen
WTS en de nu gebruikelijke verzekeringen zijn en hoe dit het beste is op
te lossen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 24 (35000-J).
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
En dan nog twee vragen. De eerste gaat over de Kaderrichtlijn Water. Ik
hoor de minister zeggen dat er op dit moment nog geen normen zijn voor
microplastics en ik wil graag van haar weten of zij zich in Europa wel
wil gaan inzetten voor normen voor microplastics binnen de
Kaderrichtlijn Water.
Met betrekking tot PFOA dat bij de productie van GenX vrijkomt, ben ik
heel benieuwd naar de antwoorden van de minister in tweede termijn. Dank
voor dit debat.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Dik-Faber. Zij spreekt namens de
ChristenUnie.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil de minister bedanken voor de
beantwoording van alle vragen die zijn gesteld. Ik heb nog twee
moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat medicijnresten in water een belangrijk onderdeel is
van de green deal duurzame zorg;
overwegende dat zuivering door rioolwaterzuiveringsinstallaties
belangrijk is om het doel te realiseren;
verzoekt de regering concreet te maken op welke termijn de acties uit de
green deal uitgevoerd zullen zijn, wanneer de
rioolwaterzuiveringsinstallaties medicijnresten gaan zuiveren en wat het
effect zal zijn op de concentraties in het water,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en De Groot. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 26 (35000-J).
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
En dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat nieuwe, meer milieuvriendelijke
gewasbeschermingsmiddelen voor de landbouw in
grondwaterbeschermingsgebieden onvoldoende door de markt worden opgepakt
omdat er meerkosten aan verbonden zijn;
overwegende dat daardoor boeren in grondwaterbeschermingsgebieden
aangewezen zijn op verouderde middelen;
verzoekt de regering zich in te spannen voor snellere toelating van
nieuwe gewasbeschermingsmiddelen in
grondwaterbeschermingsgebieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 27 (35000-J).
Dank u wel.
Ik heb in totaal twintig moties en één amendement geteld. Ik stel voor
dat we eventjes schorsen, want die moeten even bekeken worden. We
schorsen tot 18.00 uur. Dank u wel.
De vergadering wordt van 17.43 uur tot 18.03 uur geschorst.
De voorzitter:
Dank voor het geduld. We gaan verder met de tweede termijn. De minister
zal haar oordeel over, haar appreciatie van de ingediende moties geven.
Dat zijn er twintig. Er is ook een amendement ingediend door 50PLUS.
Misschien is het voor de volgorde goed om dat ook nog eventjes te
benoemen. Het is ontraden, maar misschien kan de minister de reden nog
geven, dan hebben we het hele verhaal achter elkaar. Ik geef de minister
het woord.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Het amendement (35000-XII, nr. 19) had ik al ontraden, vanwege een
niet-deugdelijke dekking. Mevrouw Van Brenk heeft daarna gevraagd: als
ik een andere dekking heb, steunt u het dan wel? Ik heb gezegd: dat is
niet nodig, want we hebben voldoende budgetten voor dergelijke
innovatieve projecten. Ik blijf dus bij mijn oordeel "ontraden".
Ik ga de moties een voor een langs. Daarna heb ik nog een paar
antwoorden op vragen, maar wat ik nog te beantwoorden heb, is alleszins
overzichtelijk. De motie op stuk nr. 8 over de concrete waterprojecten
kan ik oordeel Kamer geven. De motie op stuk nr. 9 kan ik overnemen,
mits …
De voorzitter:
Bij een wetgevingsoverleg kunnen moties niet worden overgenomen, dus dan
is de motie ook aan het oordeel van de Kamer, denk ik.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Als ik de motie overneem, heb ik helemaal mijn eigen voorwaarden, maar
als ik de motie oordeel Kamer geef, zal ik die er toch even bij
vermelden, zodat u ook weet hoe ik de motie opvat. In de motie wordt
verzocht om de Kamer regelmatig te informeren over de Markermeerdijken.
Ik kan oordeel Kamer geven, mits ik de motie als volgt mag uitleggen.
Via de reguliere halfjaarlijkse voortgangsrapportage over het
Hoogwaterbeschermingsprogramma-2 zal ik de Kamer twee keer per jaar
informeren over planning en budget van alle HWBP-2-projecten, dus
inclusief de Markermeerdijken. Provinciale Staten hebben een motie om
burgers te betrekken bij de verdere uitwerking van het projectplan
Markermeerdijken aangenomen. Die motie zal uitgevoerd worden door het
waterschap en de provincie zal daar toezicht op houden. Als ik de motie
zo mag uitleggen, kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Als indiener ga ik akkoord met die uitleg.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 10, waarin de regering wordt
verzocht om één coördinerend minister aan te wijzen met betrekking tot
de veenbodemdaling en een vervolgonderzoek te doen. Ik vind het een hele
sympathieke motie, maar ik vind haar wel ontijdig, omdat u binnenkort
nog antwoorden ontvangt, onder andere van BZK en LNV. Ik vind dat het
kabinet zich daar echt gezamenlijk een oordeel over moet kunnen vormen,
dus ik wil hier nu nog geen oordeel over uitspreken. Ik verzoek de
indiener dus om de motie aan te houden tot ik er contact met de
collega's over heb kunnen hebben.
De heer Geurts (CDA):
En als de motie niet aangehouden wordt door de indiener?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan ontraad ik haar, omdat ik haar echt ontijdig vind.
De heer Geurts (CDA):
Dan ga ik daar nog eens even over nadenken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 10 wordt mogelijk aangehouden. Meneer Geurts denkt
er nog even over na of hij haar aanhoudt of niet. Als zij in stemming
komt, wordt zij ontraden.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 11, waarin de regering wordt
verzocht spoedig een wetsvoorstel aan de Kamer voor te leggen waarbij
waterschappen de mogelijkheid krijgen om meer energie op te wekken. De
heer Geurts gaf het zelf eigenlijk al aan. Ik zou hem graag hetzelfde
verzoek doen als zo-even, namelijk om de motie aan te houden, omdat we
daarover de gesprekken voeren. Het klimaatakkoord loopt ook. Ik denk dus
dat we op niet al te lange termijn duidelijkheid kunnen geven. Tot die
tijd zie ik graag dat de motie wordt aangehouden.
De heer Geurts (CDA):
Voorzitter, de motie op stuk nr. 11 zal ik aanhouden.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Geurts stel ik voor zijn motie (35000-J, nr. 11)
aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik bij de motie-De Groot op stuk nr. 12, waarin de regering
wordt verzocht om de lessen uit de evaluatie van Ruimte voor de Rivier
mee te nemen in het Hoogwaterbeschermingsplan. Die motie geef ik oordeel
Kamer.
De voorzitter:
Ik kom nog even terug op de motie op stuk nr. 11. Die is aangehouden,
maar wat is het oordeel van de minister als zij in stemming komt?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik dacht dat de heer Geurts daarvan al aangaf dat hij die wilde
aanhouden. Dus dan hoef ik daar het hoofd niet meer over te
buigen.
De voorzitter:
Oké, dan gaan we verder met de motie-De Groot op stuk nr. 12. Ja, dit is
ook nieuw voor mij.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat geeft niets, we gaan gewoon vrolijk door.
Over de motie op stuk nr. 12 had ik oordeel Kamer gegeven.
De motie-De Groot op stuk nr. 13 gaat over de verzegeling van de
vuilwatertank in de pleziervaart. Ik zou graag van hem horen of hij het
ermee eens is dat het dan moet gaan om plezierjachten zonder zuivering
aan boord. Anders kan ik het niet uitvoeren. Als ik het zo mag lezen,
kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Meneer De Groot, bedoelt u dat ook?
De heer De Groot (D66):
Zeker. Zo kunt u de motie lezen. Dank u wel.
De voorzitter:
Ja. Dan is de motie op stuk nr. 13 oordeel Kamer gegeven.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik bij de motie-Van Brenk op stuk nr. 14. Die verzoekt de
regering zich op te blijven stellen als visitekaartje voor SDG 6. Nu
zegt u misschien weer dat ik geen moties kan overnemen, maar die is
eigenlijk ondersteuning van beleid. Die is dus overbodig.
De voorzitter:
Overbodig, en dat betekent?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, dan ontraad ik haar. Dat is wel raar, want ik steun het wel heel
erg. Maar als wij dingen gaan bevestigen die wij toch met z'n allen al
vinden … Het rare is een beetje dat je bij een wetgevingsoverleg een
motie niet kunt overnemen.
De voorzitter:
Die kan overbodig zijn, ontraden worden of oordeel Kamer gegeven worden
als de Kamer daar een uitspraak over wil. Mevrouw Van Brenk, wat wilt
u?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik wil natuurlijk dat de minister de motie overneemt.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Maar dat kan niet.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dan zou ik zeggen: oordeel Kamer. Dat lijkt mij toch het minst. Ja, dit
is zo sympathiek.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, het is wel heel sympathiek, maar ik moet toch uw regels volgen. Dus
ik kan in dit geval niet anders. Wellicht kunt u het nog een keer ergens
anders proberen, maar in dit wetgevingsoverleg kan ik de motie niet
overnemen. Dus: wordt ontraden.
De voorzitter:
Ontraden. We volgen even de procedure zoals die hoort.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Misschien wordt mevrouw Van Brenk dan blij van de motie op stuk nr. 15,
want die kan ik oordeel Kamer geven. Die heeft betrekking op de
legionellaonderzoeken et cetera.
De motie-Van Brenk op stuk nr. 16 wil ik ontraden, want die verzoekt de
regering de knelpunten met spoed ter hand te nemen. Wij gaan het wel
zelf analyseren, maar wij gaan niet zelf de knelpunten ter hand nemen.
Om die reden ontraad ik haar.
Dan kom ik bij de motie-Teunissen op stuk nr. 17. Die verzoekt de
regering om vergroening te stimuleren door het als een van de criteria
op te nemen. Ik kijk nog even naar mevrouw Teunissen. Als ik de motie zo
mag lezen dat het niet per se bij ieder project moet zijn … Want dan kan
het natuurlijk niet; er zullen ook projecten zijn waarbij het niet van
toepassing is. Maar als u zegt dat het een van de dingen is die
afgewogen moet worden, kan ik de motie oordeel Kamer geven.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De uitleg van de minister was tevens ook de strekking die ik bedacht
voor de motie. Dus ik ben het er helemaal mee eens.
De voorzitter:
Ik begrijp dat die daarmee, met de uitleg van de minister, oordeel Kamer
heeft?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja.
Dan kom ik bij de motie-Teunissen op stuk nr. 18. Daarover is mijn
advies aanhouden, want dit valt onder het bronbeleid en dat zit in de
portefeuille van de staatssecretaris.
Hetzelfde geldt voor de motie-Teunissen op stuk nr. 19 over de
rubbergranulaatkorrels. Dat is ook een bronaanpak en dat ligt ook op het
terrein van de staatssecretaris. Dus ook graag aanhouden.
De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Teunissen. Over de ballonnen en over rubberkorrels,
gaat u die aanhouden?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Daarover ga ik nog even in beraadslaging met mijn fractie.
De voorzitter:
Anders is het oordeel van de minister?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Anders moet ik ze nu ontraden omdat ze op het terrein van de
staatssecretaris liggen.
Dan kom ik bij de motie-Laçin op stuk nr. 20. Die moet ik ook ontraden,
want de ILT kan niet REACH-dossiers gaan controleren. De ILT ziet toe op
nationale uitvoering van REACH. Dit loopt overigens ook via de
staatssecretaris. Zij is ook bezig met verbetervoorstellen in
EU-verband. Dus als u daar nog nadere vragen over heeft, moet ik toch
echt ook naar de staatssecretaris verwijzen.
De voorzitter:
Meneer Laçin, het is ook uw motie.
De heer Laçin (SP):
Ja, ja, daarom voorzitter. Volgens mij klopt het niet wat de minister
zegt. De ILT gaat daadwerkelijk over de dossiers die in Nederland worden
aangeleverd, om die te beoordelen. Dat is de strekking van deze motie.
Het gaat er niet om dat de ILT alle Europese dossiers gaat controleren,
maar de dossiers die in Nederland komen, voor producten die hier in
gebruik worden genomen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan is de motie volgens mij overbodig, want dat doet de ILT al. Die
kijkt al naar de Nederlandse dossiers.
De heer Laçin (SP):
De vraag is of ze dat actiever kunnen doen, omdat het Europese
chemieagentschap nu een seintje geeft en de ILT daarop wacht. De vraag
in deze motie is: kan de ILT niet zelf met meerdere dossiers aan de
slag? Als we op het Europese chemieagentschap gaan wachten, dan krijgen
we dus bijna geen signalen, is de conclusie vanuit het onderzoek.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik blijf toch bij het advies "ontraden", omdat ik hier niet kan
voorsorteren op hoeveel dossiers de ILT moet behandelen. Ze moeten ook
wel worden aangedragen. We kunnen daar niet zelf zomaar meer van gaan
maken.
De voorzitter:
Dan komen we bij de motie-Laçin/Teunissen op stuk nr. 21, over de
Omgevingswet en lozingen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Die motie heeft betrekking op de Omgevingswet en dat is de portefeuille
van de minister van BZK. Om die reden ontraad ik de motie.
Dan kom ik bij de motie-Kröger c.s. op stuk nr. 22, waarin de regering
wordt verzocht een overzicht te maken van de stappen rondom de
zandwinning in het IJsselmeer en de Kamer daarover te informeren. Die
kan ik oordeel Kamer geven.
Bij de motie-Kröger c.s. op stuk nr. 23, met het verzoek om bij de
aanpak opkomende stoffen speciale aandacht te besteden aan het ontstaan
van potenteel zeer zorgwekkende stoffen had ik geschreven: dit is
eigenlijk niks nieuws, dus die kan ik overnemen. Maar dan geldt
hetzelfde als wat ik net bij de motie van mevrouw Van Brenk had,
namelijk dat overnemen niet kan. En dus moet ik de motie ontraden, omdat
die overbodig is. Het is niet anders.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Volgens mij is er dan toch een beetje een misverstand, want in de aanpak
opkomende stoffen, zoals die met de Kamer is gedeeld, is er op dit
moment niet specifiek aandacht voor stoffen die ontstaan in
productieprocessen. Dit gaat niet om stoffen die een bedrijf actief wil
produceren, maar om stoffen die ontstaan in het reactorvat of later, in
de afvallozing. Daar moeten we aandacht voor hebben. Ik kan me
voorstellen dat de minister denkt: hier moet ik even over nadenken. Dus
ik kan de motie ook aanhouden, waarbij de minister een brief toezegt
waarin op deze thematiek wordt ingegaan. Daar gaat het specifiek
om.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Om daar nu weer in een brief specifiek op terug te komen ... "Al dan
niet in een vat": dat moet toch gewoon in het proces meegenomen zijn.
Dus ik blijf er toch bij dat het op zich niet nieuw is. Ik zou de motie
hebben kunnen overnemen, maar moet deze ontraden, omdat dit een
wetgevingsoverleg is.
Dan de motie-Kröger/Smeulders op stuk nr. 24 over klimaatadaptief
bouwen. Op dat punt kan ik mevrouw Kröger wel weer wat blijer maken,
want die motie kan ik oordeel Kamer geven.
De motie-Kröger op stuk nr. 25 gaat over dekkingsgaten tussen de WTS en
de nu gebruikelijke verzekeringen. Daarvan heb ik gezegd dat ik het
onderzoek niet nodig vind. Ik heb wel toegezegd dat ik graag met de
verzekeraars nog eens in gesprek ga over de vraag hoe zij daar meer
duidelijkheid over kunnen bieden. Dus die toezegging hebt u, maar ik
vind deze motie niet nodig en die ga ik dus ontraden.
Dan kom ik bij de motie-Dik-Faber/De Groot op stuk nr. 26, waarin de
regering wordt verzocht om concreet te maken op welke termijn de acties
uit de green deal uitgevoerd zullen zijn. Die motie kan ik oordeel Kamer
geven.
De voorzitter:
De laatste motie is de motie-Dik-Faber op stuk nr. 27, over de toelating
van gewasbeschermingsmiddelen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Omdat dit echt ook het beleidsterrein is van de minister van LNV, zou ik
willen voorstellen om deze motie aan te houden, zodat zij daar ook het
hare van kan vinden.
De voorzitter:
Mevrouw Dik-Faber?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
De minister van LNV en volgens mij ook de staatssecretaris van IenW en
deze minister: er is hier een hele delegatie bij betrokken. Ik zal de
motie aanhouden in afwachting van de brieven die ongetwijfeld naar de
Kamer zullen komen.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Dik-Faber stel ik voor haar motie (35000-J, nr.
27) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Dan heeft de minister nog een aantal vragen gekregen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Het was redelijk overzichtelijk. Het pleidooi van de heer Geurts was om
toch vooral te hopen dat 2019 een heel saai jaar zal worden op het
gebied van water en klimaat. Dat lijkt mij uitstekend, want we zitten
allemaal niet te wachten op nog meer records die sneuvelen. Maar dat
hebben we niet in de hand, dus we moeten wel zorgen dat we voorbereid
zijn.
Dan is er nog gevraagd naar de Kaderrichtlijn Water en de fitnesscheck.
Is daarover al een positie ingenomen? Dat is niet het geval. Op dit
moment vindt er ambtelijk overleg plaats, de eerste sonderingen met
andere lidstaten, maar standpunten worden er nog niet ingenomen.
Over de Waddenautoriteit heb ik u aangegeven dat de planning in het
voorjaar komt. Dan zal dus ook verdere invulling worden gegeven aan het
vervolgproces.
Dan heb ik nog de waterschappen en het grondwater. De waterschappen zijn
bevoegd gezag voor de kleine onttrekkingen en het peilbeheer, de
peilbesluiten. De waterschappen hebben, zoals u ook heeft vermeld, een
zorgplicht om schade aan functies zo veel mogelijk te voorkomen. Als het
waterschap zijn taak goed heeft uitgeoefend en dus een zorgvuldige
belangenafweging heeft gedaan, en als het maatregelen heeft genomen om
schade te voorkomen, dan zal het waterschap niet aansprakelijk worden
gehouden. Maar uiteindelijk is de beslissing daarover aan de rechter.
Die moet dat toetsen.
Dan is er nog gevraagd naar de versnellingstafel.
De voorzitter:
Op het punt hiervoor, meneer De Groot.
De heer De Groot (D66):
Over de Kaderrichtlijn Water. Ik begrijp dat er verkennende gesprekken
zijn, maar er zijn nog geen posities ingenomen en geen papers en dat
soort dingen ingediend door Nederland.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat klopt. Dat wordt verwacht in het voorjaar. Verwacht wordt dat we
rond april of mei zover zijn dat er papers komen.
De versnellingstafel. 14 januari was de eerste versnellingstafel
stoffen. De ambitie zit in het uitvoeringsprogramma opkomende stoffen en
medicijnresten. Ik zal de voortgang bewaken en eventuele nieuwe acties
voor de vergunningverlening et cetera in beeld brengen.
Dan is er nog gevraagd of de microplastics meegenomen kunnen worden in
de Kaderrichtlijn Water. Dat is geen stof waarvoor de Kaderrichtlijn
Water normering kan stellen. Dat moet meegenomen worden in de bronaanpak
zwerfvuil. Ik zal uw verzoek overbrengen aan de staatssecretaris die
daarover gaat.
Voorzitter. Dan ben ik, denk ik, ook door de vragen heen.
De voorzitter:
Aanvullende vragen? Mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik mis sowieso een antwoord op de vraag die ik
had over PFOA als stof die vrijkomt in de productie van GenX. Dat was
een vraag die stond.
Met betrekking tot die Kaderrichtlijn Water zei de minister in eerste
termijn: op dit moment zitten microplastics niet in de Kaderrichtlijn
Water en zijn daar geen normen voor. Vervolgens was mijn vraag of
Nederland zich in Europa wil inzetten om microplastics onderdeel te
maken van de Kaderrichtlijn Water. Dan zegt de minister dat dat niet
mogelijk is. Dat is niet wat ik begrijp vanuit het Europese veld.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan lijkt het me verstandig dat we daar nog even goed naar kijken. Het
is nu in ieder geval niet een mogelijkheid, omdat het geen onderdeel is
van de Kaderrichtlijn Water. Als we dat in de toekomst anders zouden
willen ... Ik krijg door dat het meegenomen zou kunnen worden in de
bronaanpak van het zwerfvuil, maar laten we dan nog even heel precies
nagaan, ook in samenspraak met de staatssecretaris, waar dat het beste
belegd zou kunnen worden.
U had gelijk over PFOA, mevrouw Kröger. Ik dacht straks te zien dat u
knikte toen ik zei: ik ga proberen dat in tweede termijn te
beantwoorden. Maar ik wil het graag heel precies doen en stel u voor dat
ik dat toch schriftelijk ga doen, op zo kort mogelijke termijn.
De voorzitter:
De heer Laçin nog kort. Allemaal één vraag en daarna zijn we
klaar.
De heer Laçin (SP):
Ik neem aan dat mijn punt over de provincie wordt meegenomen in die
brief.
Ik had nog een vraag gesteld over het varend ontgassen en over de
stoffen in Duitsland. Kunnen we dat hier implementeren?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik had al het idee dat hier twee dingen langs elkaar heen liepen en dat
uw vraag inderdaad betrekking had op Duitsland en de verschillende
benzineachtige types. Zoals ik al had gezegd, zou ik in een brief
informatie geven voor het algemeen overleg Maritieme zaken. Ik stel voor
dat ik deze specifieke vervolgvraag van u daar ook in meeneem.
De heer Van Aalst (PVV):
Ik hoor dat de brief nog komt over PFOA bij Chemours, hoe het nou zit en
of het daadwerkelijk vergund is of niet. Ik zie dat het RIVM ook dingen
roept over dat de stoffen wel vergund worden tijdens het
productieproces, dus ik ben wel nieuwsgierig: was PFOA dat vrijkomt bij
het productieproces nu wel of niet vergund bij Chemours?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik heb al toegezegd aan uw twee collega's om dat zo zorgvuldig en
duidelijk mogelijk in een brief aan uw Kamer op te schrijven.
De voorzitter:
Waren dat uw antwoorden? Dan heb ik een aantal toezeggingen genoteerd.
Het is een hele waslijst, vijftien stuks, dus let goed op.
Daar ga ik.
In het voorjaar van 2019 wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van het kennisprogramma klimaatverandering.
In het voorjaar van 2019 zal de minister de Kamer informeren over de aanbevelingen die voortkomen uit de beleidstafel droogte.
De minister zal in gesprek gaan met de verzekeraars over de risico's van klimaatschade en de invulling van verzekeringen bij waterschade.
De vraag bij een aantal van deze toezeggingen is: wanneer? Misschien
is het het beste als we één datum hebben voor alles.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
In ieder geval voor het volgende algemeen overleg Water, maar ik ga er
niet langer over doen dan noodzakelijk is. We gaan gewoon een overleg
plannen. Mevrouw Kröger had het eigenlijk iets specifieker over het gat
tussen de twee verzekeringen. Daarover ga ik het gesprek voeren.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
En daar krijgen we een brief over, neem ik aan.
De voorzitter:
Ja, want wat ik voorlees, de toezeggingen, zijn allemaal dingen die
schriftelijk worden bevestigd.
De minister zal de Kamer informeren over de situatie in Arnhem met betrekking tot het bouwen in de uiterwaarden en de Beleidsregels grote rivieren.
Wanneer?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Voor de kerst.
De voorzitter:
Dat is al snel.
De minister zal de Kamer informeren over de uitkomsten van haar pogingen om meer landen te betrekken bij de klimaatadaptatietop. Daar ben ik blij mee.
De minister streeft ernaar om de Kamer begin 2019 te informeren over de voortgang van de vorming van één beheerautoriteit Waddenzee en zal daarnaast de contouren van de beheerautoriteit schetsen in een brief.
De minister zal de Kamer nader informeren over de visvrije zone bij het Haringvliet. Dat was een vraag van D66.
Wanneer?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat moet ik even in afstemming met de collega van LenV doen. Laat ik
zeggen begin 2019. Ik durf niet met zekerheid "voor de kerst" te zeggen.
Begin 2019.
De voorzitter:
Het komt eraan.
De minister zal in een brief het proces dat doorlopen is rondom de zandwinningslocatie in het IJsselmeer uiteenzetten.
Er komt dus een brief …
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Voor de kerst.
De voorzitter:
Oké, dat is ook weer snel.
Voor het volgende algemeen overleg Water zal de minister de Kamer informeren over de voortgang van de aanpak van de knelpunten in de samenwerking tussen overheden in de afvalwaterketen.
Medio 2019 of zo veel eerder als mogelijk zal de Kamer worden geïnformeerd over de mogelijkheden om preventieve voorschriften in de regelgeving voor legionella bij rwzi's, rioolwaterzuiveringsinstallaties, en afvalwateringzuiveringsinstallaties van bedrijven op te nemen.
Daar bent u het mee eens? Dat is het geval, mooi.
De vraag met betrekking tot de ontgassingsinstallaties — hoeveel zijn er nodig? — zal worden beantwoord in een brief die voor het AO Maritiem in december aan de Kamer wordt gestuurd. De specifieke vervolgvraag van de heer Laçin zal hierin worden meegenomen.
De minister zal met haar collega van Justitie en Veiligheid overleggen over artikel 351 van het Wetboek van Strafrecht en de Kamer over de uitkomsten informeren. Dat was een vraag van de heer Geurts.
De minister zal de Kamer informeren over de relatie tussen GenX en PFOA.
Wanneer ongeveer?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat ga ik ook snel doen, dus ook voor de kerst.
De voorzitter:
Voor de kerst.
De minister zal de Kamer in een brief haar reactie sturen op de brandbrief die gestuurd is door de Stichting Veteranenziekte. Volgens mij was dat een vraag van mevrouw Van Brenk en mevrouw Teunissen.
Wanneer komt die brief?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Welja, we doen het allemaal voor de kerst. We werken gewoon even
door.
De voorzitter:
En de laatste. Jullie hebben echt iets te vieren onder de kerstboom!
De minister gaat samen met de staatssecretaris in gesprek over de mogelijkheden om microplastics onderdeel te laten zijn van de Kaderrichtlijn Water.
Dat zijn de vijftien toezeggingen. Er zijn twintig moties en één
amendement ingediend. Over die moties en het amendement gaan wij op 4
december stemmen. Een korte nabrander van de heer De Groot. Is die echt
nodig?
De heer De Groot (D66):
Ik hoop het niet. Misschien heb ik het gewoon gemist, namelijk de
toezegging om met de collega van VWS in gesprek te gaan over de
breng-mij-terugsticker op de verpakkingen van medicijnen en de Kamer
daarover te informeren.
De voorzitter:
Voor de kerst!
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Daar moet ik voor de zekerheid over zeggen: begin 2019. Over dingen die
ik zelf in de hand heb durf ik wel te zeggen "voor de kerst", maar als
er een collega bij betrokken is, pak ik voor de zekerheid liever iets
meer tijd.
De voorzitter:
Ik dank de minister en de ondersteuning. Ik dank iedereen die interesse
had in dit WGO en ik dank de collega's.
Sluiting 18.28 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 16 (2018-2019) van 26 november 2018 |
---|
Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |