[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2019D21249, datum: 2019-05-29, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-35210-VII-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 35210 VII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).

Onderdeel van zaak 2019Z10331:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2018-2019

35 210 VII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL 00
B. BEGROTINGSTOELICHTING 00
1. De departementale begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 00
a. Leeswijzer 00
b. Het beleid 00
a. Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties 00
b. De beleidsartikelen 00
c. De niet-beleidsartikelen 00
d. Agentschappen 00

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2019 wijzigingen aan te brengen in:

1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. De departementale begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII)

a. Leeswijzer

De eerste suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting 2019. De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de vastgestelde begroting 2019 opgebouwd.

De stand van de vastgestelde begroting 2019 is inclusief de nota’s van wijziging (Kamerstukken II 2018/2019 35 000 VII, nr. 7 en Kamerstukken II 2018–2019 35 000 VII, nr. 12).

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

1. Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

2. Nationale Veiligheid

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

3. Woningmarkt

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.

Ontvangsten: 5 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln.

Ontvangsten: 10 mln.

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 4 mln.

11. Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

12. Algemeen

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

13. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

b. Het beleid

a. Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstmutaties

Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2019 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Vastgestelde begroting 2019 5.560.406
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Bestrijding jihadisme 2 5.000
2) Woondeals 3 6.300
3) Omgevingswet 5 & 11 14.000
4) Doc-Direkt 11 27.499
5) Dienstverleningsafspraken 2019 11 15.000
6) Eindejaarsmarge 44.282
7) Overige mutaties 11.180
Stand 1e suppletoire begroting 2019 5.683.667
Toelichting uitgavenmutaties
1) Bestrijding jihadisme

Er wordt structureel € 5 mln. toegevoegd aan het budget van de AIVD voor de bestrijding van jihadisme.

2) Woondeals

Dit betreft een bijdrage € 6,3 mln. voor de totstandkoming van woondeals. Woondeals zijn een instrument om woningbouwproductie aan te jagen en de leefomgeving te verbeteren.

3) Omgevingswet

In 2019 wordt er voor de ontwikkeling van fase-1 van het Digitaal Stelsel Omgevingswet € 14 mln. beschikbaar gesteld. Hiervan is € 6 mln. vrijgemaakt binnen de begroting van BZK en wordt er € 8 mln. toegevoegd aan de begroting van BZK.

4) Doc-Direkt

Het betreft personele en materiële uitgaven voor Doc-Direkt, die samenhangen met de inkomsten die gedurende het jaar van overige departementen en derden (notariaat) worden ontvangen.

5) Dienstverleningsafspraken 2019

De uitgaven naar aanleiding van de dienstverleningsopdrachten betreffen verrekeningen die voortvloeien uit de Dienstverleningsafspraken 2019 (DVA) van het kerndepartement aan de baten-lastenagentschappen.

6) Eindejaarsmarge

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge van 2018 aan begrotingshoofdstuk VII. Deze wordt onder andere ingezet voor de huurtoeslag, City deals, CBS WoON-onderzoek, SSC-ICT en diverse overlopende posten op het gebied van rijksbrede bedrijfsvoering.

Vastgestelde begroting 2019 679.437
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Huurtoeslag 3 – 33.100
2) Surplus eigen vermogen DHC 3 2.377
3) Verkoop bufferzonegronden 5 3.750
4) Doc-Direkt 11 27.499
5) Dienstverleningsafspraken 2019 11 15.000
6) Surplus eigen vermogen RVB 12 9.487
7) Surplus eigen vermogen FMH 12 3.614
8) Overige mutaties 2.181
Stand 1e suppletoire begroting 2019 710.245
Toelichting ontvangstenmutaties
1) Huurtoeslag

Bij de uitvoering door de Belastingdienst zorgt het uitstellen van de stroomlijning van het invorderingsbeleid voor een verschuiving over de jaren. Dit leidt tot lagere ontvangsten in de eerste jaren en hogere ontvangsten in latere jaren. Daarnaast worden in de periode 2019–2024 minder terugvorderingen verwacht.

2) Surplus eigen vermogen DHC

Uit de jaarrekening 2018 blijkt dat het eigen vermogen van de DHC hoger is uitgekomen dan toegestaan. Conform de regeling agentschappen wordt dit surplus eigen vermogen afgeroomd (circa € 2,4 mln.).

3) Verkoop bufferzonegronden

De verkoop van bufferzonegronden leidt incidenteel tot € 3,8 mln. meerontvangsten.

4) Doc-Direkt

Doc-Direkt heeft gedurende het jaar inkomsten van overige departementen en derden (notariaat). Deze inkomsten zijn ter dekking van uitgaven.

5) Dienstverleningsafspraken 2019

De ontvangsten naar aanleiding van de dienstverleningsopdrachten betreffen verrekeningen die voortvloeien uit de Dienstverleningsafspraken 2019 (DVA) van het kerndepartement met de baten-lastenagentschappen.

6) Surplus eigen vermogen RVB

Uit de jaarrekening 2018 blijkt dat het eigen vermogen van de RVB hoger is uitgekomen dan toegestaan. Conform de regeling agentschappen wordt dit surplus eigen vermogen afgeroomd (circa € 9,5 mln.).

7) Surplus eigen vermogen FMH

Uit de jaarrekening 2018 blijkt dat het eigen vermogen van FMH hoger is uitgekomen dan toegestaan. Conform de regeling agentschappen wordt dit surplus eigen vermogen afgeroomd (circa € 3,6 mln.).

b. De beleidsartikelen
Artikel 1 Openbaar bestuur en democratie
Art.nr. Verplichtingen: 59.323 0 59.323 1.472 60.795 2.787 3.410 4.020 4.020
Uitgaven: 59.323 0 59.323 1.472 60.795 2.787 3.410 4.020 4.020
Waarvan juridisch verplicht (percentage) 82% 82%
1.1 Bestuur en regio 12.772 0 12.772 356 13.128 – 504 – 486 – 480 0
Subsidies 5.411 0 5.411 79 5.490 – 24 – 6 0 0
Bestuur en regio 2.073 0 2.073 79 2.152 – 24 – 6 0 0
Oorlogsgravenstichting (OGS) 3.338 0 3.338 0 3.338 0 0 0 0
Opdrachten 5.161 0 5.161 – 726 4.435 – 515 – 515 – 480 0
Bestuur en regio 5.161 0 5.161 – 751 4.410 – 540 – 540 – 505 – 25
Communicatie, kennisdeling en onderzoek 0 0 0 25 25 25 25 25 25
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 2.200 0 2.200 968 3.168 0 0 0 0
Diverse bijdragen 2.200 0 2.200 968 3.168 0 0 0 0
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 0 0 0 35 35 35 35 0 0
Bijdragen internationaal 0 0 0 35 35 35 35 0 0
1.2 Democratie 46.551 0 46.551 1.116 47.667 3.291 3.896 4.500 4.020
Subsidies 26.356 0 26.356 3.138 29.494 3.370 4.120 4.020 4.020
Verbinding inwoner en overheid 500 0 500 2.830 3.330 1.000 1.000 0 0
Toerusting en ondersteuning Politieke Ambtsdragers 3.059 0 3.059 – 535 2.524 – 450 – 300 0 0
Weerbaar bestuur 464 0 464 115 579 0 – 99 0 0
Politieke partijen 17.820 0 17.820 – 277 17.543 0 0 0 0
ProDemos 4.403 0 4.403 840 5.243 2.820 3.420 4.020 4.020
Comité 4/5 mei 110 0 110 0 110 0 0 0 0
Stichting Thorbeckeleerstoel 0 0 0 165 165 0 99 0 0
Opdrachten 12.346 0 12.346 – 4.169 8.177 – 479 – 1.024 – 720 – 400
Verbinding inwoner en overheid 10.462 0 10.462 – 6.654 3.808 – 3.253 – 3.660 – 3.060 – 2.260
Toerusting en ondersteuning Politieke Ambtsdragers 1.123 0 1.123 460 1.583 450 300 0 0
Weerbaar bestuur 761 0 761 2.025 2.786 2.324 2.336 2.340 1.860
Inkomensoverdracht 7.782 0 7.782 0 7.782 0 0 0 0
Toerusting en ondersteuning Politieke Ambtsdragers 7.782 0 7.782 0 7.782 0 0 0 0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 0 0 0 420 420 0 0 0 0
Diverse bijdragen 0 0 0 420 420 0 0 0 0
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 67 0 67 100 167 0 0 0 0
Bijdragen internationaal 67 0 67 100 167 0 0 0 0
Bijdragen aan agentschappen 0 0 0 1.627 1.627 400 800 1.200 400
Dienst Publiek en Communicatie 0 0 0 1.627 1.627 400 800 1.200 400
Ontvangsten 21.965 0 21.965 0 21.965 0 0 0 0
Toelichting
1.1 Bestuur en regio
Opdrachten
Bestuur en regio

Het gaat hier om diverse mutaties, waaronder de reallocatie van middelen (circa € 0,5 mln. meerjarig) naar artikelonderdeel 1.2 Democratie ter versterking van het lokaal bestuur. Daarnaast wordt er € 0,5 mln. gerealloceerd om de bijdragen aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en ICTU in het kader van het interbestuurlijk programma op het juiste instrument te verantwoorden. Tot slot wordt circa € 0,6 mln. beschikbaar gesteld vanuit de eindejaarsmarge 2018 voor de voortzetting en ondersteuning van City Deals.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
Diverse bijdragen

Dit betreft voornamelijk een overheveling van circa € 0,5 mln. vanuit opdrachten naar bijdragen aan ZBO’s/RWT’s om de bijdragen aan de VNG en ICTU in het kader van het interbestuurlijk programma op het juiste instrument te verantwoorden.

1.2 Democratie
Subsidies
Verbinding inwoner en overheid

Binnen de regeling Verbinding inwoner en overheid worden middelen gerealloceerd van opdrachten naar subsidies voor de bevordering van het democratisch burgerschap (€ 1,4 mln.). Het gaat hierbij om subsidies voor onder meer de herdenking van het slavernij verleden en het Europees burgerinitiatief. Voor het versterken van de lokale democratie worden middelen gerealloceerd (circa € 1,3 mln. in 2019, € 1 mln. in 2020 en 2021). Deze reallocatie is onder meer bedoeld om de burgerparticipatie te verhogen, bijvoorbeeld door het verstrekken van subsidie aan het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners.

ProDemos

Er worden middelen overgeboekt van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) naar de begroting van BZK ten behoeve van ProDemos. Het betreft een reeks die oploopt naar circa € 4 mln. structureel vanaf 2022. De middelen worden ingezet om jaarlijks meer leerlingen in het voortgezet onderwijs de gelegenheid te bieden om het parlement te bezoeken.

Opdrachten
Verbinding inwoner en overheid

Dit betreffen diverse reallocaties, waaronder het herschikken van € 2,7 mln. binnen de regeling Verbinding inwoner en overheid van opdrachten naar subsidies. Daarnaast worden middelen meerjarig overgeheveld van opdrachten naar bijdragen aan agentschappen om de middelen voor de voorlichtingscampagnes verkiezingen op het juiste instrument te verantwoorden (€ 0,8 mln. in 2019). Daarnaast zijn voor de versterking van de weerbaarheid van het lokaal bestuur middelen gerealloceerd binnen het instrument opdrachten (in 2019 een overheveling van € 2,1 mln.).

Weerbaar bestuur

De mutaties bestaan voornamelijk uit de meerjarige overheveling van middelen ten behoeve van de versterking van de weerbaarheid van het lokaal bestuur (in 2019 een overheveling van € 2,1 mln. vanuit de regeling Verbinding inwoner en overheid en circa € 0,5 mln. vanuit artikelonderdeel 1.1 Bestuur en regio). Daarnaast heeft er een herschikking plaatsgevonden van circa € 0,3 mln. binnen de regeling weerbaar bestuur van opdrachten naar subsidies voor het landelijk informatiefundament aanpak vakantieparken en Veerkrachtig Bestuur. Ook wordt er circa € 0,3 mln. overgeheveld naar bijdragen aan ZBO’s/RWT’s voor de bijdrage aan ICTU in het kader van de City Deal Zicht op Ondermijning.

Bijdragen aan agentschappen
Dienst Publiek en Communicatie

Ten behoeve van voorlichtingscampagnes verkiezingen door de Dienst Publieke Communicatie (DPC) wordt meerjarig budget overgeheveld vanuit opdrachten Verbinding inwoner en overheid om deze middelen op het juiste instrument te verantwoorden. Daarnaast wordt in 2019 circa € 0,9 mln. beschikbaar gesteld voor een bewustwordingscampagne over desinformatie.

Artikel 2 Nationale Veiligheid
Art.nr. Verplichtingen: 274.253 0 274.253 10.653 284.906 13.250 18.330 22.492 22.813
Uitgaven: 274.253 0 274.253 10.653 284.906 13.250 18.330 22.492 22.813
Waarvan juridisch verplicht (percentage) 100% 100%
2.1 AIVD apparaat 262.958 0 262.958 6.853 269.811 9.050 14.130 18.292 18.613
2.2 AIVD geheim 11.295 0 11.295 3.800 15.095 4.200 4.200 4.200 4.200
Ontvangsten 13.214 0 13.214 1.500 14.714 1.500 1.500 1.500 1.500
Toelichting
2.1 AIVD apparaat

Er worden ten behoeve van de Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen en Veiligheid (GA I&V) 2019–2022 extra middelen beschikbaar gesteld voor de AIVD. Tijdens het vaststellen van de GA I&V 2019–2022 is samen met de behoeftestellers geconstateerd dat meer inzet van de I&V diensten op enkele doelstellingen gewenst is. In 2019 betreft dit € 1 mln. voor de AIVD. Dit bedrag loopt stapsgewijs op tot € 14,5 mln. structureel in 2022, zodat rekening wordt gehouden met het absorptievermogen van de AIVD. De extra middelen maken het mogelijk beter tegemoet te komen aan de door de behoeftestellers geformuleerde doelstellingen.

Daarnaast wordt er structureel € 5 mln. extra beschikbaar gesteld voor de bestrijding van jihadisme. Van het Ministerie van Defensie ontvangt de AIVD bovendien € 2,8 mln. voor onderwerpen waarop samengewerkt wordt, waaronder op het gebied van cyber.

Ten slotte zijn er structureel hogere uitgaven (€ 1,5 mln.) als gevolg van de structurele toename van de aanvragen voor veiligheidsonderzoeken. Deze uitgaven worden gedekt door hogere ontvangsten.

2.2 AIVD geheim

Vanwege de groei van de dienst en daarmee de operationele activiteiten is er sprake van structureel hogere uitgaven. Dit werd de afgelopen jaren bij Najaarsnota gecorrigeerd met behulp van een herschikking uit artikel 2.1. Op basis van huidige inzichten wordt er voor 2019 € 3,8 mln. herschikt en vanaf 2020 structureel € 4,2 mln.

Ontvangsten

Als gevolg van de structurele toename van de aanvragen voor veiligheidsonderzoeken nemen de ontvangsten voor veiligheidsonderzoeken structureel met € 1,5 mln. toe. Deze ontvangsten dekken de hogere uitgaven.

Artikel 3 Woningmarkt
Art.nr. Verplichtingen: 4.104.088 0 4.104.088 9.813 4.113.901 8.900 – 3.400 – 18.700 – 34.200
Uitgaven: 4.104.213 0 4.104.213 9.813 4.114.026 8.900 – 3.400 – 18.700 – 34.200
Waarvan juridisch verplicht (percentage) 100% 100%
3.1 Woningmarkt 4.104.213 0 4.104.213 9.813 4.114.026 8.900 – 3.400 – 18.700 – 34.200
Subsidies 23.366 0 23.366 13.700 37.066 0 0 0 0
Binnenstedelijke transformatie 10.000 0 10.000 0 10.000 0 0 0 0
Woningmarkt 3.227 0 3.227 11.300 14.527 0 0 0 0
Bevordering eigen woningbezit (BEW) 6.239 0 6.239 0 6.239 0 0 0 0
Huisvestingsvoorziening statushouders 3.900 0 3.900 2.400 6.300 0 0 0 0
Opdrachten 3.366 0 3.366 – 294 3.072 0 0 0 0
Woningmarkt 3.366 0 3.366 – 294 3.072 0 0 0 0
Inkomensoverdracht 4.063.600 0 4.063.600 – 5.200 4.058.400 8.900 – 3.400 – 18.700 – 34.200
Huurtoeslag 4.063.600 0 4.063.600 – 5.200 4.058.400 8.900 – 3.400 – 18.700 – 34.200
Bijdragen aan agentschappen 11.291 0 11.291 – 686 10.605 – 333 – 333 – 333 – 333
Dienst van de Huurcommissie 6.908 0 6.908 3.377 10.285 0 0 0 0
ILT (Autoriteit woningcorporaties) 653 0 653 – 333 320 – 333 – 333 – 333 – 333
RVO (Uitvoeringskosten BEW) 3.011 0 3.011 – 3.011 0 0 0 0 0
RVO (Uitvoeringskosten Huisvestingsvoorziening statushouders) 719 0 719 – 719 0 0 0 0 0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 1.150 0 1.150 2.293 3.443 333 333 333 333
Woningmarkt 1.150 0 1.150 2.293 3.443 333 333 333 333
Bijdragen aan andere begrotingsstukken 1.440 0 1.440 0 1.440 0 0 0 0
Financiën en Nationale Schuld (H9) 1.440 0 1.440 0 1.440 0 0 0 0
Ontvangsten 521.000 0 521.000 – 30.723 490.277 – 44.000 – 12.400 1.800 1.000
Toelichting
3.1 Woningmarkt
Subsidies
Woningmarkt

Er wordt € 2,5 mln. beschikbaar gesteld voor de verbetering van 100 sociale huurwoningen op St.-Eustatius. Daarnaast is er € 2,5 mln. vanuit 2018 naar 2019 geschoven voor de uitvoering van de regeling Stimulering wooncoöperaties. Ook is € 6,3 mln. beschikbaar voor de totstandkoming van woondeals in 2019.

Huisvestingsvoorziening statushouders

Per 31 december 2018 zijn de aanmeldingen voor de Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders (TRSHV) gesloten. De verplichtingen voor de subsidieaanvragen lopen wel door. Daarvoor is € 2,4 mln. doorgeschoven naar 2019.

Inkomensoverdracht
Huurtoeslag

Over de jaren heen is er sprake van mee- en tegenvallers bij de huurtoeslag. Een verklaring voor de tegenvallers is dat de werkloosheid minder sterk gedaald is dan eerder gedacht. Dit zorgt in 2019 en 2020 voor hogere aantallen huurtoeslagontvangers en daarmee hogere uitgaven aan huurtoeslag. Ook een lagere inkomensontwikkeling zorgt voor hogere uitgaven. Anderzijds is er een lagere huurprijsontwikkeling door een lagere verwachte inflatie en wordt verwacht dat verhuurders minder gebruik zullen maken van de ruimte die zij hebben om de huren te verhogen. Dit zorgt voor lagere uitgaven bij de huurtoeslag in latere jaren, vanaf 2021.

Bijdragen aan agentschappen
Dienst van de Huurcommissie

De Dienst van de Huurcommissie (DHC) krijgt een extra bijdrage in 2019 voor de verbetering van de dienstverlening aan huurders en verhuurders en voor het wegwerken van de achterstanden bij de Huurcommissie.1

RVO (Uitvoeringskosten BEW)

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de (oude) regelingen voor het eigenwoningbezit (BEW) uit. De uitvoeringskosten worden jaarlijks verantwoord op artikel 4.1 Energietransitie en duurzaamheid onder het instrument bijdragen aan agentschappen. Het budget wordt daarom overgeheveld naar het juiste artikel en instrument.

RVO (Uitvoeringskosten Huisvestingsvoorziening statushouders)

De RVO voert de Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunningshouders uit. De uitvoeringskosten worden verantwoord op artikelonderdeel 4.1 Energietransitie en duurzaamheid onder het instrument bijdragen aan agentschappen. Het budget wordt daarom overgeheveld naar het juiste artikelonderdeel en instrument.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
Woningmarkt

Vanuit de eindejaarsmarge 2018 zijn onder andere middelen toegevoegd aan het budget voor het WoON-onderzoek dat uitgevoerd wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (€ 1,9 mln.).

Ontvangsten
Huurtoeslag

Bij de uitvoering door de Belastingdienst zorgt het uitstellen van de stroomlijning van het invorderingsbeleid voor een verschuiving over de jaren. Dit leidt tot lagere ontvangsten in de eerste jaren en hogere ontvangsten in latere jaren. Het uitstellen van de Wet beslagvrije voet leidt tot incidenteel hogere ontvangsten in de eerste jaren. Daarnaast worden in de periode 2019–2024 minder terugvorderingen verwacht.

Dienst van de Huurcommissie

Uit de jaarrekening 2018 blijkt dat het eigen vermogen van de DHC hoger is uitgekomen dan toegestaan. Conform de regeling agentschappen wordt dit surplus eigen vermogen afgeroomd (circa € 2,4 mln.).

Artikel 4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit
Art.nr. Verplichtingen: 78.008 77.500 155.508 – 22.205 133.303 4.368 3.467 4.500 0
Uitgaven: 209.008 77.500 286.508 – 22.205 264.303 4.368 3.467 4.500 0
Waarvan juridisch verplicht (percentage) 99% 99%
4.1 Energietransitie en duurzaamheid 202.955 77.500 280.455 – 22.575 257.880 4.542 3.510 4.500 0
Subsidies 180.889 6.000 186.889 – 12.697 174.192 3.000 3.500 4.500 0
Beleidsprogramma Energiebesparing 0 3.500 3.500 0 3.500 0 0 0 0
Energietransitie en duurzaamheid 2.412 2.500 4.912 163 5.075 0 0 0 0
Energiebesparing Koopsector 13.000 0 13.000 – 11.000 2.000 3.000 3.500 4.500 0
Energiebesparing Huursector 130.477 0 130.477 16.140 146.617 0 0 0 0
Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) 35.000 0 35.000 – 18.000 17.000 0 0 0 0
Opdrachten 1.100 1.500 2.600 – 593 2.007 0 0 0 0
Beleidsprogramma Energiebesparing 0 1.500 1.500 0 1.500 0 0 0 0
Energietransitie en duurzaamheid 1.100 0 1.100 – 593 507 0 0 0 0
Bijdragen aan agentschappen 20.717 25.000 45.717 – 29.836 15.881 1.542 10 0 0
Dienst Publiek en Communicatie 60 0 60 0 60 0 0 0 0
Diverse Agentschappen 750 0 750 0 750 0 0 0 0
ILT (Handhaving Energielabel) 500 0 500 – 430 70 0 0 0 0
RVO.nl (Energietransitie en duurzaamheid) 6.580 0 6.580 8.007 14.587 42 10 0 0
RVO.nl (Uitvoering Energieakkoord) 12.413 25.000 37.413 – 37.413 0 1.500 0 0 0
RVO.nl (Uitvoeringskosten FEH) 414 0 414 0 414 0 0 0 0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken 249 45.000 45.249 20.551 65.800 0 0 0 0
Economische Zaken (H13) 249 0 249 – 249 0 – 249 – 249 – 249 – 249
Gemeentefonds (H50) 0 45.000 45.000 0 45.000 0 0 0 0
EGO 0 0 0 20.800 20.800 249 249 249 249
4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit 6.053 0 6.053 370 6.423 – 174 – 43 0 0
Subsidies 1.751 0 1.751 1.693 3.444 1.693 1.693 1.693 993
Bouwregelgeving en bouwkwaliteit 1.751 0 1.751 1.693 3.444 1.693 1.693 1.693 993
Opdrachten 3.273 0 3.273 – 1.823 1.450 – 1.867 – 1.736 – 1.693 – 993
Bouwregelgeving en Bouwkwaliteit 3.273 0 3.273 – 1.823 1.450 – 1.867 – 1.736 – 1.693 – 993
Bijdragen aan agentschappen 51 0 51 0 51 0 0 0 0
ILT (Toezicht EU-Bouwregelgeving) 51 0 51 0 51 0 0 0 0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 650 0 650 500 1.150 0 0 0 0
Toelatingsorganisatie 650 0 650 500 1.150 0 0 0 0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken 328 0 328 0 328 0 0 0 0
Infrastructuur en Waterstaat (H12) 328 0 328 0 328 0 0 0 0
Ontvangsten 91 0 91 0 91 0 0 0 0
Toelichting
4.1 Energietransitie en duurzaamheid
Subsidies
Energiebesparing Koopsector

Voor de Subsidieregeling Energiebesparing Eigen Huis (SEEH) voor Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) schuift € 11 mln. door naar latere jaren. De besluitvorming bij VvE’s voor leningen kent een lange doorlooptijd. Om die redenen hebben de VvE’s een langjariger budget nodig dan oorspronkelijk voorzien. Het kasritme wordt met deze kasschuif hierop aangepast.

Energiebesparing Huursector

Bij tweede suppletoire begroting 2018 is € 20 mln. ingezet voor het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF). Dit wordt dit jaar gecorrigeerd door € 20 mln. vanuit het NEF-budget over te hevelen naar de Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (STEP). Daarnaast wordt de budgetoverschrijding van STEP in 2018 van circa. € 3,9 mln. in mindering gebracht op het beschikbare budget voor 2019.

Nationaal Energiebespaarfonds (NEF)

Bij tweede suppletoire begroting 2018 is € 20 mln. ingezet voor het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF). Dit wordt dit jaar gecorrigeerd door € 20 mln. vanuit het NEF-budget over te hevelen naar de Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (STEP). Daarnaast betreft het een overboeking vanuit de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) naar de begroting van BZK voor de financiering van laadpalen voor elektrische auto’s op parkeerterreinen van VvE’s (€ 2 mln.).

Opdrachten
Energietransitie en duurzaamheid

In het kader van het «Innovatieprogramma aardgasvrije en frisse basisscholen» wordt circa € 0,4 mln. overgeboekt naar het Gemeentefonds. Daarnaast wordt er circa € 0,2 mln. herschikt om de bijdragen aan het Provinciefonds en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselzekerheid (LNV) op het juiste instrument te verantwoorden.

Bijdragen aan agentschappen
RVO.nl (Energietransitie en duurzaamheid)

Dit betreft onder andere diverse reallocatie in het kader van de jaaropdracht 2019 voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Zo wordt er vanuit de regeling RVO.nl (Uitvoering Energieakkoord) € 6 mln. overgeheveld voor het beheer van het energielabel. Ook wordt er vanuit artikel 3.1 Woningmarkt circa € 3,8 mln. overgeheveld voor de uitvoering van woonregelingen zoals de Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunningshouders.

RVO.nl (Uitvoering Energieakkoord)

Het gaat hier om diverse mutaties, waaronder een herschikking van bijdragen aan agentschappen naar bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken om de middelen voor het innovatieprogramma CO2-neutrale gebouwde omgeving op het juiste instrument te verantwoorden (€ 20,8 mln.). Daarnaast betreft het een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) voor de Demonstratie energie-innovatie regeling (DEI-regeling) en de regeling Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP) (ca. € 12 mln.). Ook wordt er € 6 mln. gerealloceerd naar RVO.nl (Energietransitie en duurzaamheid) ten behoeve van de RVO.nl jaaropdracht 2019. Tot slot wordt er € 1,5 mln. doorgeschoven naar 2020 voor de nieuwe bepalingsmethode energieprestatie (BENG-eisen), die op 1 januari 2020 van kracht wordt.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken
EGO

Om de middelen voor het innovatieprogramma CO2-neutrale gebouwde omgeving op het juiste instrument te verantwoorden, worden deze overgeheveld van bijdragen aan agentschappen naar bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken (€ 20,8 mln.).

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit
Subsidies
Bouwregelgeving en Bouwkwaliteit

De meerjarige middelen voor het bouwbesluit worden herschikt van opdrachten naar subsidies om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.

Opdrachten
Bouwregelgeving en Bouwkwaliteit

De meerjarige middelen voor het bouwbesluit worden herschikt van opdrachten naar subsidies om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
Toelatingsorganisatie

De behandeling van de wet kwaliteitsborging is vertraagd en ligt nog in de Eerste Kamer. De niet bestede middelen uit 2018 worden toegevoegd aan het budget 2019 voor de toelatingsorganisatie wet kwaliteitsborging in de bouw.

Artikel 5 Ruimtelijke ordening en omgevingswet
Art.nr. Verplichtingen: 94.897 0 94.897 10.354 105.251 3.999 0 0 0
Uitgaven: 102.919 0 102.919 9.284 112.203 3.999 0 0 0
Waarvan juridisch verplicht (percentage) 84% 84%
5.1 Ruimtelijke ordening 59.745 0 59.745 – 716 59.029 – 1 0 0 0
Subsidies 1.895 0 1.895 212 2.107 0 0 0 0
Basisregistraties 680 0 680 0 680 0 0 0 0
Programma Ruimtelijk Ontwerp 1.215 0 1.215 0 1.215 0 0 0 0
Ruimtelijk instrumentarium (diversen) 0 0 0 212 212 0 0 0 0
Opdrachten 9.304 0 9.304 – 656 8.648 – 1 0 0 0
Basisregistraties Ondergrond (BRO) 1.651 0 1.651 – 170 1.481 0 0 0 0
Gebiedsontwikkeling 1.416 0 1.416 – 250 1.166 0 0 0 0
Nationale Omgevingsvisie 1.450 0 1.450 0 1.450 0 0 0 0
Programma Ruimtelijk Ontwerp 2.377 0 2.377 – 24 2.353 – 1 0 0 0
Ruimtegebruik bodem (diversen) 265 0 265 0 265 0 0 0 0
Ruimtelijk instrumentarium (diversen) 1.865 0 1.865 – 212 1.653 0 0 0 0
Windenergie op zee 280 0 280 0 280 0 0 0 0
Bijdragen aan ZBO's / RWT's 36.945 0 36.945 – 4.990 31.955 0 0 0 0
Basisregistratie Ondergrond (BRO) 8.900 0 8.900 – 8.380 520 0 0 0 0
Geo-informatie 2.278 0 2.278 1.440 3.718 0 0 0 0
Diverse bijdragen 0 0 0 1.950 1.950 0 0 0 0
Kadaster (Basisregistraties) 25.767 0 25.767 0 25.767 0 0 0 0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken 0 0 0 4.718 4.718 0 0 0 0
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 0 0 0 4.400 4.400 0 0 0 0
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 0 0 0 300 300 0 0 0 0
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 0 0 0 18 18 0 0 0 0
Bijdragen aan medeoverheden 2.550 0 2.550 0 2.550 0 0 0 0
Diverse projecten Ruimtelijke Kwaliteit 2.550 0 2.550 – 2.550 0 0 0 0 0
Projecten Nota Ruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Gemeenten 0 0 0 2.550 2.550 0 0 0 0
Bijdragen aan agentschappen 9.051 0 9.051 0 9.051 0 0 0 0
RVB 2.356 0 2.356 0 2.356 0 0 0 0
RWS (Leefomgeving) 6.245 0 6.245 0 6.245 0 0 0 0
Basisregistratie Ondergrond (BRO) 450 0 450 0 450 0 0 0 0
5.2 Omgevingswet 43.174 0 43.174 10.000 53.174 4.000 0 0 0
Subsidies 4.000 0 4.000 0 4.000 0 0 0 0
Eenvoudig Beter 4.000 0 4.000 0 4.000 0 0 0 0
Opdrachten 20.172 0 20.172 – 6.652 13.520 0 0 0 0
Eenvoudig Beter 1.900 0 1.900 0 1.900 0 0 0 0
Aan de Slag 18.272 0 18.272 – 6.652 11.620 0 0 0 0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken 0 0 0 1 1 0 0 0 0
Aan de Slag 0 0 0 1 1 0 0 0 0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 0 0 0 15.140 15.140 1.000 0 0 0
Kadaster 0 0 0 9.115 9.115 500 0 0 0
Geonovum 0 0 0 3.030 3.030 500 0 0 0
ICTU 0 0 0 700 700 0 0 0 0
Aan de Slag 0 0 0 2.295 2.295 0 0 0 0
Bijdragen aan agentschappen 8.904 0 8.904 8.210 17.114 3.000 0 0 0
Aan de Slag 8.104 0 8.104 8.010 16.114 3.000 0 0 0
RWS (Eenvoudig Beter) 800 0 800 0 800 0 0 0 0
RIVM 0 0 0 200 200 0 0 0 0
Bijdragen aan medeoverheden 10.098 0 10.098 – 6.699 3.399 0 0 0 0
Aan de Slag 10.098 0 10.098 – 6.699 3.399 0 0 0 0
Ontvangsten 3.824 0 3.824 3.750 7.574 0 0 0 0
Toelichting
5.1 Ruimtelijke ordening
Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
Basisregistratie Ondergrond (BRO)

In totaal is € 8,3 mln. herschikt om middelen op de juiste instrumenten te verantwoorden. Het betreft onder andere een reallocatie van € 4,4 mln. naar het instrument bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken voor een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) ten behoeve van de realisatie en het beheer van de BRO. Daarnaast wordt binnen het instrument circa € 1,4 mln. herschikt naar Geo-informatie voor de inzet van Geonovum voor de BRO en circa € 2 mln. technisch herschikt naar diverse bijdragen voor de inzet van het Kadaster en ICTU.

Geo-informatie

Binnen het instrument wordt circa € 1,4 mln. gerealloceerd vanuit Basisregistratie Ondergrond (BRO) naar Geo-informatie voor de inzet van Geonovum voor de BRO.

Diverse bijdragen

Dit betreft een technische herschikking binnen het instrument van circa € 2 mln. vanuit Basisregistratie Ondergrond (BRO) voor de inzet van het Kadaster en ICTU.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Vanuit het instrument bijdragen aan ZBO’s/RWT’s wordt € 4,4 mln. gerealloceerd voor een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) ten behoeve van de realisatie en het beheer van Basisregistratie Ondergrond.

Bijdragen aan medeoverheden
Diverse projecten Ruimtelijke Kwaliteit

Dit betreft een herschikking binnen het instrument van ca. € 2,5 mln. naar de regeling Gemeenten voor bestaand Rotterdams gebied.

Gemeenten

Dit betreft een herschikking van circa € 2,5 mln. vanuit Diverse projecten Ruimtelijke Kwaliteit ten behoeve van het programma bestaand Rotterdams gebied voor projecten die bijdragen aan het ontwikkelen van de Rotterdamse haven en het gelijktijdig verbeteren van het woon- en leefklimaat.

5.2 Omgevingswet
Opdrachten
Aan de Slag

Bij de eerste suppletoire begroting 2018 zijn er middelen voor 2019 en 2020 voor de Omgevingswet toegevoegd aan het instrument opdrachten. Voor 2019 wordt een deel van de beschikbare middelen voor de ontwikkeling van fase-1 van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) naar de instrumenten bijdragen aan ZBO’s/RWT’s en bijdragen aan agentschappen overgeheveld, zodat de uitgaven op het juiste instrument verantwoord worden.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
Kadaster

Om de beschikbare middelen op het juiste instrument te verantwoorden worden er middelen gerealloceerd binnen artikelonderdeel 5.2 Omgevingswet. Er wordt vanuit de instrumenten opdrachten en bijdragen aan medeoverheden circa € 6,6 mln. overgeheveld naar de bijdrage aan het Kadaster. Daarnaast wordt er € 2,5 mln. extra toegevoegd aan het budget voor de ontwikkeling van fase-1 van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Geonovum

Om de beschikbare middelen op het juiste instrument te verantwoorden worden er middelen gerealloceerd binnen artikelonderdeel 5.2 Omgevingswet. Er wordt vanuit de instrumenten opdrachten en bijdragen aan medeoverheden circa € 1,5 mln. overgeheveld naar de bijdrage aan Geonovum. Daarnaast wordt er € 1,5 mln. extra toegevoegd aan het budget voor de ontwikkeling van fase-1 van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Aan de Slag

Om de beschikbare middelen op het juiste instrument te verantwoorden worden er middelen gerealloceerd binnen artikelonderdeel 5.2 Omgevingswet. Er wordt vanuit de instrumenten opdrachten en bijdragen aan medeoverheden circa € 2,3 mln. overgeheveld naar de regeling Aan de Slag.

Bijdragen aan agentschappen
Aan de Slag

Om de beschikbare middelen op het juiste instrument te verantwoorden worden er middelen gerealloceerd binnen artikelonderdeel 5.2 Omgevingswet. Er wordt vanuit de instrumenten opdrachten en bijdragen aan medeoverheden circa € 2 mln. overgeheveld naar het instrument bijdragen aan agentschappen. Daarnaast wordt er € 6 mln. extra toegevoegd aan het budget voor de ontwikkeling van fase-1 van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De toevoeging bestaat uit € 1 mln. voor Kennis- en exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP) en € 5 mln. voor Rijkswaterstaat (RWS).

Bijdragen aan medeoverheden
Aan de Slag

Om de beschikbare middelen op het juiste instrument te verantwoorden, wordt er vanaf het instrument bijdragen aan medeoverheden in totaal circa € 6,7 mln. gerealloceerd naar onder andere bijdragen aan ZBO’s/RWT’s en bijdragen aan agentschappen.

Ontvangsten
Verkoop van bufferzonegronden

De verkoop van bufferzonegronden leidt incidenteel tot € 3,8 mln. meerontvangsten.

Artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving
Art.nr. Verplichtingen: 174.479 0 174.479 5.724 180.203 – 2.280 – 5.080 – 5.080 – 2.080
Uitgaven: 174.479 0 174.479 5.724 180.203 – 2.280 – 5.080 – 5.080 – 2.080
Waarvan juridisch verplicht (percentage) 48% 48%
6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving 78.034 0 78.034 5.524 83.558 – 2.280 – 5.080 – 5.080 – 2.080
Subsidies 200 0 200 26 226 0 0 0 0
Overheidsdienstverlening 200 0 200 26 226 0 0 0 0
Opdrachten 19.028 0 19.028 – 580 18.448 – 2.080 – 2.080 – 2.080 – 2.080
Informatiebeleid 6.687 0 6.687 0 6.687 0 0 0 0
Informatiesamenleving 2.000 0 2.000 – 80 1.920 – 80 – 80 – 80 – 80
Overheidsdienstverlening 10.341 0 10.341 – 500 9.841 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000
Bijdragen aan agentschappen 45.156 0 45.156 6.063 51.219 – 200 – 3.000 – 3.000 0
Agentschap Telecom 1.600 0 1.600 0 1.600 0 0 0 0
Logius 22.860 0 22.860 6.063 28.923 – 200 – 3.000 – 3.000 0
RvIG 5.560 0 5.560 0 5.560 0 0 0 0
RVO.nl 7.150 0 7.150 0 7.150 0 0 0 0
UBR 7.986 0 7.986 0 7.986 0 0 0 0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 12.900 0 12.900 41 12.941 0 0 0 0
CBS 500 0 500 0 500 0 0 0 0
ICTU 4.500 0 4.500 41 4.541 0 0 0 0
KvK 7.900 0 7.900 0 7.900 0 0 0 0
Bijdragen aan medeoverheden 700 0 700 – 26 674 0 0 0 0
Gemeenten 700 0 700 – 26 674 0 0 0 0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken 50 0 50 0 50 0 0 0 0
Ministerie van Buitenlandse Zaken (H5) 50 0 50 0 50 0 0 0 0
6.5 Identiteitsstelsel 39.502 0 39.502 0 39.502 0 0 0 0
Opdrachten 19.938 0 19.938 – 11.950 7.988 0 0 0 0
Identiteitsstelsel 19.938 0 19.938 – 11.950 7.988 0 0 0 0
Bijdragen aan agentschappen 19.564 0 19.564 850 20.414 0 0 0 0
RvIG 19.564 0 19.564 850 20.414 0 0 0 0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 0 0 0 11.100 11.100 0 0 0 0
ICTU 0 0 0 11.100 11.100 0 0 0 0
6.6 Investeringspost digitale overheid 56.943 0 56.943 200 57.143 0 0 0 0
Subsidies 0 0 0 2.440 2.440 500 0 0 0
Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid 0 0 0 2.440 2.440 500 0 0 0
Opdrachten 56.943 0 56.943 – 47.893 9.050 – 27.289 – 10.250 0 0
Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid 56.943 0 56.943 – 47.893 9.050 – 27.289 – 10.250 0 0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 0 0 0 3.575 3.575 2.800 3.100 0 0
ICTU 0 0 0 500 500 250 0 0 0
Diverse bijdragen 0 0 0 3.075 3.075 2.550 3.100 0 0
Bijdragen aan medeoverheden 0 0 0 3.150 3.150 2.600 750 0 0
Gemeenten 0 0 0 3.150 3.150 2.600 750 0 0
Bijdragen aan agentschappen 0 0 0 38.928 38.928 21.389 6.400 0 0
RVO.nl 0 0 0 4.500 4.500 500 0 0 0
RvIG 0 0 0 5.900 5.900 2.900 1.700 0 0
Logius 0 0 0 26.000 26.000 15.250 4.200 0 0
UBR 0 0 0 1.478 1.478 1.589 0 0 0
Diverse bijdragen 0 0 0 1.050 1.050 1.150 500 0 0
Ontvangsten 1.609 0 1.609 – 1.186 423 – 1.189 – 1.189 – 1.189 – 1.189
Toelichting
6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving
Opdrachten
Overheidsdienstverlening

Als onderdeel van het programma Digitale Inclusie, is een meerjarige bijdrage geleverd (€ 0,5 mln. voor 2019) aan het Programma Tel mee met Taal, van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen Tel mee met Taal, dient voor het vervolgprogramma aanpak basisvaardigheden.

Bijdragen aan Agentschappen
Logius

Er hebben herschikkingen plaatsgevonden in de financiering door Logius van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Twee herschikkingen vanuit het Gemeente- en Provinciefonds betreffen samen € 5,6 mln. Vanuit het Gemeentefonds wordt € 3,3 mln. overgeboekt, dit betreft de doorbelasting van DigiD en MijnOverheid 2019. In het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFV) van mei 2018 is besloten dat de doorbelasting van niet-transactiegerichte GDI voorzieningen ook vanuit het Gemeente- dan wel Provinciefonds verlopen. Dit betreft een herschikking van € 2,3 mln.

Daarnaast komt een deel van de middelen voor een opdracht voor de ontwikkeling van een nieuwe centrale e-procurement berichtenvoorzieningen uit 2018 pas in 2019 tot betaling (€ 0,9 mln.). De middelen hiervoor zijn via de eindejaarmarge 2018 meegenomen naar 2019.

6.5 Identiteitsstelsel
Opdrachten
Identiteitsstelsel

De bijdragen aan ICTU en RvIG voor de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) zijn naar de juiste instrumenten herschikt, van opdrachten naar bijdragen aan ZBO’s/RWT’s (€ 11,1 mln.)en naar bijdragen aan agentschappen (€ 0,9 mln.).

Bijdragen aan agentschappen
RvIG

De bijdrage aan RvIG voor de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) is naar het juiste instrument herschikt, van opdrachten naar bijdragen aan agentschappen (€ 0,9 mln.).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
ICTU

De bijdrage aan ICTU voor de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) is naar het juiste instrument herschikt, van opdrachten naar bijdragen aan ZBO’s/RWT’s (€ 11,1 mln.).

6.6 Investeringspost digitale overheid

Het budget van de investeringspost wordt ingezet middels de investeringsagenda, welke begin dit jaar is vastgesteld. De investeringsagenda is één van de instrumenten om de doelstellingen van de agenda NL DIGIbeter te realiseren. De investeringsagenda is tot stand gekomen in samenwerking met andere departementen, uitvoeringsorganisaties en medeoverheden. Voorwaarde daarbij was dat de investeringen bijdragen aan de doelstellingen van NL DIGIbeter en dat het een gezamenlijke investering is, om het overheidsbrede karakter van NL DIGIbeter te benadrukken. Om uitvoering te kunnen geven aan de voorstellen uit de agenda worden van het instrument opdrachten middelen overgeheveld naar de verschillende juiste instrumenten.

Subsidies
Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

Dit betreft een bijdrage aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (€ 2,4 mln.) voor het voorstel Common Ground. Dit behelst onder andere een nieuwe infrastructuur voor de uitwisseling van gegevens binnen en tussen gemeenten om het gebruik van brondata in dienstverleningsprocessen beter mogelijk te maken.

Opdrachten
Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

Om uitvoering te kunnen geven aan de goedgekeurde voorstellen uit de investeringsagenda worden van het instrument opdrachten middelen overgeheveld naar de verschillende andere instrumenten.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
Diverse bijdragen

Er wordt € 3 mln. gerealloceerd naar bijdragen aan ZBO’s/RWT’s, onder andere voor het ondersteunen van minder digivaardigen via het netwerk van bibliotheken en voor de afronding van de ontwikkelingsfase van het rijbewijs met een eID functie door de RDW.

Bijdragen aan medeoverheden
Gemeenten

Er wordt € 3,1 mln. van opdrachten overgeheveld naar bijdragen aan medeoverheden voor «Haal Centraal». Dit is een gezamenlijk initiatief van gemeenten en uitvoeringsorganisaties om door middel van gestandaardiseerde interactie-afspraken voor softwareprogramma’s, gegevens uit de basisregistraties te halen. Dit maakt aansluiting op de basisregistraties eenvoudiger.

Bijdragen aan agentschappen
RVO.nl

Het budget voor RVO.nl (€ 4,5 mln.) is vooral bestemd voor het beheer en de ontwikkeling van eIDAS, waarmee op Europees niveau digitale identificatie en inloggen bij de overheid wordt geregeld.

RvIG

Er wordt € 5,9 mln. van opdrachten overgeheveld naar de bijdrage aan RvIG. Zo verkent RvIG samen met grote afnemers van BRP-informatie nieuwe mogelijkheden om deze informatie te distribueren. Daarnaast is RvIG initiatiefnemer voor het ontwikkelen en testen van prototypes waarmee de mobiele telefoon kan worden ingezet voor identificatie. Tot slot is RvIG betrokken bij het beheer en de ontwikkeling van eIDAS.

Logius

Logius is als de grootste uitvoeringsorganisatie voor voorzieningen van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) een belangrijke partner voor de Digitale Overheid. Bij een groot aantal programma’s en projecten is Logius dan ook betrokken en daarom worden er middelen overgeheveld naar de bijdrage aan Logius (€ 26 mln.). Het gaat daarbij onder andere om het Programma Machtigen, vernieuwingen voor MijnOverheid en het programma eID. Ook ontvangt Logius een bijdrage voor een onderzoek naar een herinrichting van de GDI infrastructuur om deze om te zetten naar generieke services en een onderzoek naar de obstakels in het gebruik van Standard Business Reporting.

UBR

Er wordt € 1,5 mln. van opdrachten overgeheveld naar de bijdrage aan UBR voor de ontwikkeling van een Platform voor Open Overheidsinformatie.

Artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid
Art.nr. Verplichtingen: 33.427 0 33.427 8.278 41.705 – 16 – 16 – 16 – 16
Uitgaven: 33.427 0 33.427 8.278 41.705 – 16 – 16 – 16 – 16
Waarvan juridisch verplicht (percentage) 74% 74%
7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid 24.941 0 24.941 8.278 33.219 – 16 – 16 – 16 – 16
Subsidies 7.165 0 7.165 255 7.420 0 0 0 0
Bedrijfsvoeringsbeleid 200 0 200 5 205 0 0 0 0
Werkgeversbeleid 731 0 731 – 731 0 – 623 – 623 – 647 – 647
A&O-fonds 3.400 0 3.400 0 3.400 0 0 0 0
Overlegstelstel 2.834 0 2.834 0 2.834 0 0 0 0
Diverse subsidies 0 0 0 981 981 623 623 647 647
Opdrachten 10.916 0 10.916 22 10.938 – 2.929 – 2.929 – 2.929 – 2.929
Bedrijfsvoeringsbeleid 3.530 0 3.530 1.920 5.450 0 0 0 0
Werkgeversbeleid 4.647 0 4.647 – 1.898 2.749 – 2.929 – 2.929 – 2.929 – 2.929
Kwaliteit Management Rijksdienst 2.739 0 2.739 0 2.739 0 0 0 0
Bijdrage aan agentschappen 6.860 0 6.860 5.129 11.989 813 813 813 813
Kwaliteitsverbetering 1.528 0 1.528 0 1.528 0 0 0 0
Werkgeversbeleid 0 0 0 745 745 813 813 813 813
Bedrijfsvoeringsbeleid 0 0 0 1.837 1.837 0 0 0 0
UBR (Arbeidsmarkt Communicatie) 5.332 0 5.332 2.547 7.879 0 0 0 0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 0 0 0 2.472 2.472 2.100 2.100 2.100 2.100
Bedrijfsvoeringsbeleid 0 0 0 115 115 0 0 0 0
Digitale dienstverlening 0 0 0 300 300 0 0 0 0
Werkgeversbeleid 0 0 0 2.057 2.057 2.100 2.100 2.100 2.100
Bijdragen aan andere begrotingshoofstukken 0 0 0 400 400 0 0 0 0
Bedrijfsvoeringsbeleid 0 0 0 400 400 0 0 0 0
7.2 Pensioenen en uitkeringen 8.486 0 8.486 0 8.486 0 0 0 0
Bijdragen aan ZBO's/RWT's 8.486 0 8.486 0 8.486 0 0 0 0
Stichting Administratie Indonesische Pensioenen 8.486 0 8.486 0 8.486 0 0 0 0
Ontvangsten 520 0 520 0 520 0 0 0 0
Toelichting
7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid
Subsidies
Werkgeversbeleid

Dit betreft een technische herschikking van € 0,7 mln. binnen het instrument van Werkgeverbeleid naar Diverse subsidies.

Diverse subsidies

Dit betreft voornamelijk een technische herschikking van € 0,7 mln. binnen het instrument van Werkgeversbeleid naar Diverse subsidies. Daarnaast wordt via de eindejaarsmarge 2018 € 0,2 mln. toegevoegd aan het budget ten behoeve van een overlopende post met betrekking tot de subsidie aan het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP).

Opdrachten
Bedrijfsvoeringsbeleid

Vanuit de eindejaarsmarge 2018 wordt circa € 2,5 mln. toegevoegd aan het budget vanwege overlopende posten op het gebied van rijksbrede bedrijfsvoering, rijksinkoop en rijkshuisvesting. Daarnaast worden er vanuit opdrachten middelen herschikt naar bijdragen aan agentschappen voor diverse uitgaven op het gebied van inkoop (€ 0,5 mln.).

Werkgeversbeleid

Vanuit opdrachten vindt er een herschikking plaats naar bijdragen aan ZBO’s/RWT’s ten behoeve van de bijdrage aan ICTU voor onder andere het programma InternetSpiegel en het programma Vensters (€ 1,5 mln.). Ook wordt er € 0,8 mln. gerealloceerd naar bijdrage aan agentschappen voor de bijdrage aan EC O&P (onderdeel van UBR) ten behoeve van advisering, onderzoek en uitvoeringskosten (€ 0,8 mln.). Daarnaast wordt er via de eindejaarsmarge 2018 € 0,5 mln. toegevoegd aan het budget ten behoeve van overlopende posten, waaronder uitgaven met betrekking tot de implementatie van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Bijdragen aan Agentschappen
Werkgeversbeleid

Er wordt circa € 0,8 mln. gerealloceerd vanuit opdrachten naar bijdragen aan agentschappen voor de bijdrage aan EC O&P (onderdeel van UBR) ten behoeve van advisering, onderzoek en uitvoeringskosten.

Bedrijfsvoeringsbeleid

Vanuit de klimaatenvelop uit het regeerakkoord is € 1,1 mln. beschikbaar gesteld voor het benutten van de inkoopkracht van de overheid voor het versnellen van duurzame transities, het inschakelen van kwetsbare groepen en om innovatief in te kopen. Daarnaast worden er vanuit opdrachten middelen herschikt naar bijdragen aan agentschappen ten behoeve van diverse uitgaven op het gebied van inkoop (€ 0,5 mln.).

UBR (Arbeidsmarkt Communicatie)

Het betreft de verschillende bijdragen van diverse departementen voor het aantrekken en behouden van ICT-professionals bij de rijksoverheid (€ 2,5 mln.).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s
Werkgeversbeleid

Er vinden herschikkingen plaats van opdrachten naar bijdragen aan ZBO’s/RWT’s om middelen op het juiste instrument te verantwoorden. Het betreft met name een herschikking ten behoeve van de bijdrage aan ICTU voor onder andere het programma InternetSpiegel en het programma Vensters (€ 1,5 mln.).

Artikel 9 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid
Art.nr. Verplichtingen: 117.329 0 117.329 2.689 120.018 7.997 318 283 250
Uitgaven: 117.329 0 117.329 2.689 120.018 7.997 318 283 250
Waarvan juridisch verplicht (percentage) 92% 92%
9.1 Doelmatige Rijkshuisvesting 52.758 0 52.758 2.689 55.447 7.997 318 283 250
Bijdragen aan agentschappen 52.758 0 52.758 2.689 55.447 7.997 318 283 250
RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis) 15.713 0 15.713 0 15.713 0 0 0 0
RVB (Bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat) 22.798 0 22.798 2.689 25.487 7.997 318 283 250
RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ) 2.884 0 2.884 0 2.884 0 0 0 0
RVB (Bijdrage voor monumenten) 4.791 0 4.791 0 4.791 0 0 0 0
RVB (Bijdrage voor rijkshuisvesting) 6.572 0 6.572 0 6.572 0 0 0 0
9.2 Beheer materiële activa 64.571 0 64.571 0 64.571 0 0 0 0
Opdrachten 6.987 0 6.987 0 6.987 0 0 0 0
Onderhoud- en beheerkosten 6.987 0 6.987 0 6.987 0 0 0 0
Bekostiging 45.860 0 45.860 0 45.860 0 0 0 0
Zakelijke lasten 45.860 0 45.860 0 45.860 0 0 0 0
Bijdragen aan agentschappen 11.724 0 11.724 0 11.724 0 0 0 0
RVB 11.724 0 11.724 0 11.724 0 0 0 0
Ontvangsten 99.782 0 99.782 0 99.782 0 0 0 0
Toelichting
9.1 Doelmatige Rijkshuisvesting
Bijdragen aan agentschappen
RVB (Bijdrage voor Hoge Colleges van Staat)

Er worden middelen toegevoegd voor kosten aanvullend op de normale bedrijfsvoeringskosten voor de gebruikers van het Binnenhof. Destijds is € 12,5 mln. beschikbaar gesteld en apart gezet ten behoeve van deze zogeheten niet-huisvestingskosten, zonder dat er zicht was op wat de gebruikers nodig hebben. Circa de helft van het destijds beschikbaar gestelde bedrag is gereserveerd voor de terugverhuizing in 2025.

Ten slotte loopt de afschrijvingsperiode van de vervangingsinvesteringen voor het pand Bezuidenhoutseweg 67 verder dan de huidige ramingsperiode. Daarom wordt budget uit 2019 (€ 1,8 mln.) en 2020 (€ 3,5 mln.) pas in 2021–2024 ingezet.

c. De niet-beleidsartikelen
Artikel 11 Centraal apparaat
Art. nr. Verplichtingen: 399.997 1.400 401.397 44.994 446.391 3.598 3.598 3.182 2.750
Uitgaven: 399.997 1.400 401.397 44.994 446.391 3.598 3.598 3.182 2.750
11.1 Apparaat (excl. AIVD) 399.997 1.400 401.397 44.994 446.391 3.598 3.598 3.182 2.750
Personele uitgaven 204.802 1.400 206.202 15.479 221.681 823 823 440 320
waarvan: Eigen personeel 185.949 1.400 187.349 7.013 194.362 508 508 240 120
waarvan: Inhuur externen 14.842 0 14.842 8.376 23.218 315 315 200 200
waarvan: Overige personele uitgaven 4.011 0 4.011 90 4.101 0 0 0 0
Materiele uitgaven 195.195 0 195.195 29.515 224.710 2.775 2.775 2.742 2.430
waarvan: Bijdrage SSO's 179.375 0 179.375 28.468 207.843 2.842 2.842 2.842 2.530
waarvan: ICT 0 0 0 3.150 3.150 0 0 0 0
waarvan: Overige materiële uitgaven 15.820 0 15.820 – 2.103 13.717 – 67 – 67 – 100 – 100
Ontvangsten 17.432 0 17.432 44.366 61.798 1.870 1.870 1.694 1.694
Toelichting
11.1 Apparaat (excl. AIVD)
Personele uitgaven
waarvan: Eigen personeel

De mutaties betreffen voornamelijk de uitgaven voor eigen personeel van Doc-Direkt (€ 8,8 mln.), die samenhangen met de inkomsten gedurende het jaar van overige departementen en derden (notariaat). Daarnaast betreft het personele uitgaven (€ 5,7 mln.) voor de uitvoering van de Dienstverleningsafspraken tussen de baten-lastenagentschappen. Ook daar staan inkomsten tegenover. Verder wordt binnen het instrument circa € 2 mln. technisch herschikt naar inhuur externen. Tot slot wordt er € 2,5 mln. overgeheveld naar de begroting van Koninkrijkrelaties (IV) ten behoeve van de informatiebeveiliging bij de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).

waarvan: Inhuur externen

De mutaties betreffen de uitgaven voor inhuur externen van Doc-Direkt (€ 0,6 mln.), die samenhangen met de inkomsten gedurende het jaar van overige departementen en derden (notariaat). Daarnaast wordt voor de ontwikkeling van fase-1 van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) € 4 mln. toegevoegd aan het budget. Tot slot wordt binnen het instrument circa € 2 mln. technisch herschikt vanuit eigen personeel.

Materiële uitgaven
waarvan: Bijdrage SSO’s

De mutaties op materiële uitgaven betreffen onder andere de uitgaven voor bijdragen aan SSO’s van Doc-Direkt (€ 12,9 mln.), die samenhangen met de inkomsten gedurende het jaar van overige departementen en derden (notariaat). Daarnaast betreft het de uitgaven voor uitvoering van de Dienstverleningsafspraken tussen de baten-lastenagentschappen, waar eveneens inkomsten tegenover staan (€ 9,3 mln.). Tot slot wordt binnen het instrument circa € 3,6 mln. herschikt vanuit overige materiële uitgaven.

waarvan: ICT

Dit betreft de uitgaven voor ICT van Doc-Direkt (€ 3 mln.), die samenhangen met de inkomsten gedurende het jaar van overige departementen en derden (notariaat).

waarvan: Overige materiële uitgaven

Dit betreft onder andere de overige materiële uitgaven van Doc-Direkt (€ 2,2 mln.), die samenhangen met de inkomsten gedurende het jaar van overige departementen en derden (notariaat). Daarnaast wordt binnen het instrument circa € 3,6 mln. herschikt naar bijdrage SSO’s.

Ontvangsten

Dit betreft voornamelijk de inkomsten die Doc-Direkt gedurende het jaar heeft van overige departementen en derden (notariaat). Deze inkomsten zijn ter dekking van de personele en materiële uitgaven (€ 27,5 mln.).

Daarnaast betreft het onder andere ontvangsten van de Dienstverleningsafspraken voor de standaard dienstverlening aan de baten-lastenagentschappen (€ 15 mln.).

Artikel 12 Algemeen
Art.nr. Verplichtingen: 6.558 0 6.558 22.708 29.266 357 352 290 69
Uitgaven: 6.558 0 6.558 22.708 29.266 357 352 290 69
12.1 Algemeen 6.558 0 6.558 22.708 29.266 357 352 290 69
Subsidies 444 0 444 274 718 357 352 290 69
Diverse subsidies 394 0 394 274 668 357 352 290 69
Koninklijk Paleis Amsterdam 50 0 50 0 50 0 0 0 0
Opdrachten 912 0 912 0 912 0 0 0 0
Diverse opdrachten 313 0 313 0 313 0 0 0 0
Internationale Samenwerking 599 0 599 0 599 0 0 0 0
Bijdrage aan agentschappen 0 0 0 22.434 22.434 0 0 0 0
SSC-ICT (Eigenaarsbijdrage) 0 0 0 22.434 22.434 0 0 0 0
Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken 5.202 0 5.202 0 5.202 0 0 0 0
Financiën en Nationale Schuld (Belastingdienst) 5.202 0 5.202 0 5.202 0 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0 13.101 13.101 0 0 0 0
Toelichting
12.1 Algemeen
Bijdragen aan agentschappen
SSC-ICT (Eigenaarsbijdrage)

Het tekort op het eigen vermogen van SSC-ICT wordt conform de Regeling agentschappen aangevuld tot nul, dit betreft een aanvulling van € 22,4 mln. Hiervoor worden onder andere de ontvangsten gebruikt die zijn ontstaan uit de afroming van het surplus eigen vermogen van FMH (€ 3,6 mln.) en RVB (€ 9,5 mln.). Daarnaast is er € 9,3 mln. uit de eindejaarsmarge 2018 ingezet.

Ontvangsten

De ontvangsten zijn ontstaan uit de afroming van het surplus eigen vermogen van FMH (€ 3,6 mln.) en RVB (€ 9,5 mln.). Deze ontvangsten worden ingezet voor de dekking van het tekort op het eigen vermogen van SSC-ICT.

Artikel 13 Nog onverdeeld
Art.nr. Verplichtingen: 0 0 0 29.851 29.851 27.671 26.296 24.705 24.541
Uitgaven: 0 0 0 29.851 29.851 27.671 26.296 24.705 24.541
13.1 Loonbijstelling 0 0 0 19.568 19.568 18.533 17.941 16.899 16.771
13.2 Prijsbijstelling 0 0 0 8.783 8.783 9.138 8.355 7.806 7.770
13.3 Onvoorzien 0 0 0 1.500 1.500 0 0 0 0
Toelichting
13.1 Loonbijstelling

Dit betreft de loonbijstelling voor het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (€ 19,6 mln.).

13.2 Prijsbijstelling

Dit betreft de prijsbijstelling voor het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (€ 8,8 mln.).

13.3 Onvoorzien

De totale eindejaarsmarge over 2018 is € 54,5 mln. Daarvan is € 53 mln. ingezet ter dekking van diverse uitgaven elders binnen de (Rijks)begroting. De resterende € 1,5 mln. zal worden ingezet voor een bijdrage aan gemeente Zundert ten behoeve van de aanpak van Fort Oranje (via het gemeentefonds). Dit zal op een volgend begrotingsmoment worden geëffectueerd.

d. Baten-lastenagentschappen
Rijksdienst voor identiteitsgegevens (RvIG)
Baten
Omzet moederdepartement 35.944 6.764 42.708
Omzet overige departementen 0 0
Omzet derden 32.603 32.603
Rentebaten 0 0
Vrijval voorzieningen 20.407 20.407
Bijzondere baten 4.737 – 4.737 0
Totaal baten 93.691 2.027 95.718
Lasten
Apparaatskosten 91.148 6.764 97.912
– Personele kosten 16.788 3.567 20.355
– Waarvan eigen personeel 13.859 3.567 17.426
– Waarvan inhuur externen 2.929 2.929
– Waarvan overige personele kosten 0 0
Materiële kosten 74.360 3.197 77.557
– Waarvan apparaat ICT 1.250 1.250
– Waarvan Bijdrage aan SSO's 165 165
– Waarvan overige materiële kosten 72.945 3.197 76.142
Rentelasten 0 0
Afschrijvingskosten 1.350 0 1.350
– Materieel 1.350 0 1.350
– Waarvan apparaat ICT 1.350 1.350
Waarvan overige materiële afschrijvingskosten 0 0
– Immaterieel 0 0
Overige lasten 1.193 0 1.193
– Dotaties voorzieningen 1.193 1.193
– Bijzondere lasten 0 0
Totaal lasten 93.691 6.764 100.455
Saldo van baten en lasten 0 – 4.737 – 4.737
Toelichting
Baten
Verwerkingswijze inzet Schuld aan gebruikers BRP

Conform Besluit Basisregistratie Personen (BRP) artikel 13 lid 3 worden positieve exploitatieresultaten bij het reguliere beheer van de BRP verrekend met de gebruikers van de BRP door de tarieven in volgende jaren zoveel mogelijk te stabiliseren en eventuele tekorten op de begroting aan te vullen vanuit de balanspost «Schuld aan gebruikers BRP». In de ontwerpbegroting is deze verrekening opgenomen als bijzondere baten. Volgens de verslaggevingsregels kwalificeert een dergelijke verrekening echter niet als bijzondere baten. Om te voldoen aan geldende verslaggevingsregels is besloten geen bijzondere baten te presenteren, maar een negatief resultaat op de begroting. Het negatieve resultaat wordt vervolgens aangevuld vanuit de Schuld aan gebruikers BRP.

Aanvullende opdrachten RvIG

In de loop van 2018 – maar na het opstellen van de ontwerpbegroting 2019 – zijn de opdrachten «Transitie en continuïteit van LAA» en «eIDAS» aan RvIG verstrekt ad € 3.734.700 respectievelijk € 3.029.300. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2019 was de aard en omvang van deze opdrachten nog onvoldoende bekend om opname in de begroting te rechtvaardigen.

Lasten
Transitie en continuïteit van Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)

In 2018 is besloten om de werkzaamheden rondom de LAA over te hevelen van ICTU naar RvIG. Deze werkzaamheden resulteren voor RvIG in aanvullende ambtelijke loonkosten (€ 2,7 mln.) en kosten voor (ICT-)ondersteuning van het in te zetten personeel (€ 1,0 mln.). De verwachting is dat volledige personele bezetting en transitie ultimo 2020 zal zijn gerealiseerd. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2019 was de aard en omvang van deze werkzaamheden nog onvoldoende zeker.

Opdracht Electronic Identities And Trust Services (eIDAS) (BRPk)

In 2018 is de voorziening BRPk omtrent uitvoering van de eIDAS-verordening opgeleverd en per 28 september 2018 in gebruik genomen. Het beheer van deze voorziening is belegd bij RvIG. De kosten voor deze beheeropdracht zijn voor 2019 begroot op € 3.029.300, bestaande uit loonkosten voor ambtelijk personeel (€ 0,8 mln.) en kosten voor het beheer en exploitatie van de ICT-voorziening (€ 2,2 mln.). Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2019 was de aard en omvang van deze werkzaamheden nog onvoldoende zeker.

Kasstroomoverzicht
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2019 139.446 139.446
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 68.547 2.027 70.574
Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–) – 91.148 – 6.764 – 97.912
2. Totaal operationele kasstroom – 22.601 – 4.737 – 27.338
Totaal investeringen (–/–) – 2.000 – 2.000
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0
3. Totaal investeringkasstroom – 2.000 0 – 2.000
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–) 0 0
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 0
Aflossingen op leningen (–/–) – 2.000 2.000 0
Beroep op leenfaciliteit (+) 2.000 – 2.000 0
4. Totaal financieringskasstroom 0 0 0
5. Rekening-courant RHB 31 december 2019 (=1+2+3+4) 114.845 – 4.737 110.108
Toelichting
Leenfaciliteit

Vanwege de verlenging van de geldigheidsduur van paspoorten en identiteitskaarten (reisdocumenten) voor volwassenen heeft RvIG een egalisatiereserve (langlopend vreemd vermogen) gevormd. Deze egalisatiereserve wordt in de periode 2019–2023 volledig aangewend. Zodoende kan deze reserve deels worden ingezet om kortlopende investeringen (die voor 2023 volledig zijn afgeschreven) te financieren waardoor RvIG geen aanspraak hoeft te maken op de leenfaciliteit voor 2019.

Uitvoeringorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)
Baten
Omzet moederdepartement 70.235 1.222 71.457
Omzet overige departementen 154.556 15.731 170.287
Omzet derden 10.495 – 3.451 7.044
Rentebaten 0 0 0
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 0 0 0
Totaal baten 235.286 13.502 248.788
Lasten
Apparaatskosten 233.320 13.931 247.251
– Personele kosten 152.598 6.834 159.432
– Waarvan eigen personeel 132.593 2.741 135.334
– Waarvan inhuur externen 13.756 2.843 16.599
– Waarvan overige personele kosten 6.249 1.250 7.499
Materiële kosten 80.722 7.096 87.818
– Waarvan apparaat ICT 2.815 622 3.437
– Waarvan Bijdrage aan SSO's 15.931 1.487 17.418
– Waarvan overige materiële kosten 61.976 4.987 66.963
Rentelasten 2 0 2
Afschrijvingskosten 1.964 – 428 1.536
– Materieel 797 – 490 307
– Waarvan apparaat ICT 17 50 67
– Waarvan overige materiële afschrijvingskosten 0 – 540 – 540
– Immaterieel 1.167 62 1.229
Overige lasten 0 0 0
– Dotaties voorzieningen 0 0 0
– Bijzondere lasten 0 0 0
Totaal lasten 235.286 13.502 248.788
Saldo van baten en lasten 0 0 0
Toelichting
Baten

De verwachte toename en mutaties van de omzet is met name een gevolg van een groeiende vraag naar de producten en diensten van UBR:

– bij UBR|Ontwikkelbedrijf stijgt de verwachte omzet als gevolg van de uitrol van het ict-traineeship (€ 3 mln.);

– bij UBR|Personeel i.o. door indexatie op de budgetgefinancierde dienstverlening en door een verwachte verschuiving tussen omzet derden en overige departementen (netto-effect op omzet van € 3 mln.);

– Bij UBR|Rijksbeveiligingsorganisatie (RBO) als gevolg van uitbreiding van het leveringsgebied (€ 7 mln.).

Lasten

Tegenover de verwachte omzetstijging staat een toename van personeelsgerelateerde kosten. Voor UBR|RBO geldt dat een deel van de dienstverlening door middel van uitbesteding op de beveiligingsmarkt plaatsvindt.

Kasstroomoverzicht
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2019 7.404 7.404
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 235.286 19.445 254.731
Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–) – 233.322 – 19.452 – 252.774
2. Totaal operationele kasstroom 1.964 – 7 1.957
Totaal investeringen (–/–) – 1.000 – 1.000
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0
3. Totaal investeringkasstroom – 1.000 0 – 1.000
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–) 0 0
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 0
Aflossingen op leningen (–/–) – 727 – 727
Beroep op leenfaciliteit (+) 1.000 1.000
4. Totaal financieringskasstroom 273 0 273
5. Rekening-courant RHB 31 december 2019 (=1+2+3+4) 8.641 – 7 8.634
Toelichting

De toename van gevraagde dienstverlening leidt tot een verhoging in de operationele kasstroom.

FMHaaglanden (FMH)
Baten
Omzet moederdepartement 83.111 7.176 90.287
Omzet overige departementen 36.208 418 36.626
Omzet derden 3.119 – 270 2.849
Rentebaten 0 0 0
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 0 0 0
Totaal baten 122.438 7.324 129.762
Lasten
Apparaatskosten 115.336 7.872 123.208
– Personele kosten 39.263 3.322 42.585
– Waarvan eigen personeel 35.466 1.941 37.407
– Waarvan inhuur externen 3.796 1.381 5.178
– Waarvan overige personele kosten 0 0 0
Materiële kosten 76.073 4.550 80.623
– Waarvan apparaat ICT 61 – 1 60
– Waarvan Bijdrage aan SSO's 47.383 1.350 48.733
– Waarvan overige materiële kosten 28.629 3.201 31.830
Rentelasten 341 – 87 254
Afschrijvingskosten 6.761 – 461 6.300
– Materieel 6.761 – 461 6.300
– Waarvan apparaat ICT 0 0 0
Waarvan overige materiële afschrijvingskosten 0 0 0
– Immaterieel 0 0 0
Overige lasten 0 0 0
– Dotaties voorzieningen 0 0 0
– Bijzondere lasten 0 0 0
Totaal lasten 122.438 7.324 129.762
Saldo van baten en lasten 0 0 0
Toelichting
Baten en lasten

De hogere omzet is het gevolg van meer afname van zowel de generieke als specifieke dienstverlening. De toename van de generieke dienstverlening is enerzijds het gevolg van de vorming van het huidige kabinet. Het gaat daarbij met name om extra afname van vervoer en werkplekken. Anderzijds heeft het betrekking op nieuwe dienstverlening die FMH levert zoals kunstadvies.

De hogere omzet bij specifieke dienstverlening heeft betrekking op het uitvoeren van projecten als gevolg van wijzigingen in het Masterplan Den Haag en meer verzoeken tot wijziging (VtW’s) dan aanvankelijk ingeschat.

Kasstroomoverzicht
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2019 16.973 – 4.375 12.598
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 122.438 7.324 129.762
Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–) – 115.677 – 6.863 – 122.540
2. Totaal operationele kasstroom 6.761 461 7.222
Totaal investeringen (–/–) – 9.100 – 1.623 – 10.723
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0
3. Totaal investeringkasstroom – 9.100 – 1.623 – 10.723
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–) 0 – 3.618 – 3.618
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 0 0
Aflossingen op leningen (–/–) – 6.962 2.094 – 4.868
Beroep op leenfaciliteit (+) 9.100 1.623 10.723
4. Totaal financieringskasstroom 2.138 99 2.237
5. Rekening-courant RHB 31 december 2019 (=1+2+3+4) 16.772 – 5.438 11.334
Toelichting
Investeringen

De toename in investeringen wordt veroorzaakt door investeringen in audiovisuele middelen en meubilair.

Uitkering aan moederdepartement

Overeenkomstig artikel 25, tweede lid van de Regeling Agentschappen wordt het surplus eigen vermogen (€ 3,6 mln.) aan de eigenaar (Moederdepartement) uitgekeerd.

Shared Service Centrum (SSC ICT)
Baten
Omzet moederdepartement 69.896 – 2.483 67.413
Omzet overige departementen 248.510 – 40.723 207.787
Omzet derden 385 – 385 0
Rentebaten 0 0 0
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 0 0 0
Totaal baten 318.791 – 43.591 275.200
Lasten
Apparaatskosten 248.826 – 39.676 209.150
– Personele kosten 139.353 – 24.553 114.800
– Waarvan eigen personeel 90.872 – 10.672 80.200
– Waarvan inhuur externen 42.826 – 13.826 29.000
– Waarvan overige personele kosten 5.655 – 55 5.600
Materiële kosten 109.473 – 15.123 94.350
– Waarvan apparaat ICT 93.250 – 17.700 75.550
– Waarvan Bijdrage aan SSO's 14.223 1.877 16.100
– Waarvan overige materiële kosten 2.000 700 2.700
Rentelasten 250 – 250 0
Afschrijvingskosten 69.715 – 13.265 56.450
– Materieel 62.022 – 14.722 47.300
– Waarvan apparaat ICT 62.022 – 14.722 47.300
Waarvan overige materiële afschrijvingskosten 0 0 0
– Immaterieel 7.692 1.457 9.149
Overige lasten 0 9.600 9.600
– Dotaties voorzieningen 0 2.000 2.000
– Bijzondere lasten 0 7.600 7.600
Totaal lasten 318.791 – 43.591 275.200
Saldo van baten en lasten 0 0 0
Toelichting

Begin 2019 is een herijkt financieel jaarplan opgesteld. Dit jaarplan is het resultaat van een uitgevoerde analyse van de tekorten die de afgelopen jaren alsmede van een extern onderzoek. Zo is, onder andere, de omzetinschatting van de standaard- als de maatwerkdienstverlening, op basis van de laatste prognoses, neerwaarts bijgesteld hetgeen aan de lastenkant heeft geleid tot een aanpassing van de personele en materiële lasten.

Dit financieel jaarplan is afgestemd met de leden van het Bestuurlijk Overleg SSC-ICT en vormt de basis voor de nu gepresenteerde mutaties en de verwachte omzetraming.

Voor de overige lasten zijn kosten voorzien die één op één worden doorbelast naar afnemers voor maatwerkprojecten. Tevens zijn hier kosten opgenomen welke zijn geraamd voor de verbetermaatregelen die naar aanleiding van het externe onderzoek worden uitgevoerd.

Kasstroomoverzicht
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2019 17.000 17.000
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 318.791 – 43.591 275.200
Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–) – 249.076 7.891 – 241.185
2. Totaal operationele kasstroom 69.715 – 35.700 34.015
Totaal investeringen (–/–) – 47.118 – 21.980 – 69.098
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0
3. Totaal investeringkasstroom – 47.118 – 21.980 – 69.098
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–) 0 0 0
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 22.435 22.435
Aflossingen op leningen (–/–) – 69.715 13.265 – 56.450
Beroep op leenfaciliteit (+) 47.118 21.980 69.098
4. Totaal financieringskasstroom – 22.597 57.680 35.083
5. Rekening-courant RHB 31 december 2019 (=1+2+3+4) 17.000 0 17.000

Overeenkomstig artikel 25, tweede lid van de Regeling Agentschappen draagt de eigenaar (moederdepartement) zorg voor het aanvullen van het tekort over 2018 (€ 22,4 mln.).

Het bedrag aan investeringen voor 2019 is met € 21,9 mln. neerwaarts bijgesteld. Als grondslag hiervoor gelden de met de afnemers afgestemde vervangings- en uitbreidingsinvesteringen in het kader van Life Cycle Management.

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)
Baten
Omzet moederdepartement 148.757 148.757
Omzet overige departementen 856.165 20.000 876.165
Omzet derden 129.668 129.668
Rentebaten 500 500
Vrijval voorzieningen 0 0
Bijzondere baten 50.085 10.000 60.085
Totaal baten 1.185.175 30.000 1.215.175
Lasten
Apparaatskosten 251.706 15.000 266.706
– Personele kosten 191.029 10.000 201.029
– Waarvan eigen personeel 172.279 10.000 182.279
– Waarvan inhuur externen 18.750 18.750
– Waarvan overige personele kosten 0 0
Materiële kosten 60.677 5.000 65.677
– Waarvan apparaat ICT 31.400 5.000 36.400
– Waarvan Bijdrage aan SSO's 0 0
– Waarvan overige materiële kosten 29.277 29.277
Rentelasten 89.713 89.713
Afschrijvingskosten 350.583 0 350.583
– Materieel 350.583 0 350.583
– Waarvan apparaat ICT 0 0
– Waarvan overige materiële afschrijvingskosten 0 0
– Immaterieel 0 0
Overige lasten 493.173 15.000 508.173
– Dotaties voorzieningen 4.000 4.000
– Bijzondere lasten 489.173 15.000 504.173
Totaal lasten 1.185.175 30.000 1.215.175
Saldo van baten en lasten 0 0 0
Toelichting
Baten

De gestegen baten uit omzet overige departementen en de bijzondere baten hangen met name samen met meer voorziene inzet dan begroot op direct afrekenbare producten en met activeerbare uren voor projecten onderhanden werk.

Lasten

De apparaatskosten stijgen als gevolg van meer voorziene omzet en door gestegen loon- (o.a. CAO) en materiële kosten. De stijging bijzondere lasten vloeit onder andere voort uit hogere kosten voor direct afrekenbare producten.

Kasstroomoverzicht
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2019 454.661 – 62.620 392.041
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 1.812.028 30.000 1.842.028
Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–) – 1.522.301 – 30.000 – 1.552.301
2. Totaal operationele kasstroom 289.727 0 289.727
Totaal investeringen (–/–) – 665.000 – 72.000 – 737.000
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 36.000 36.000
3. Totaal investeringkasstroom – 629.000 – 72.000 – 701.000
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–) 0 – 9.487 – 9.487
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 0
Aflossingen op leningen (–/–) – 367.105 – 367.105
Beroep op leenfaciliteit (+) 665.000 72.000 737.000
4. Totaal financieringskasstroom 297.895 62.513 360.408
5. Rekening-courant RHB 31 december 2019 (=1+2+3+4) 413.283 – 72.107 341.176
Toelichting

De beginstand rekening courant bij Rijkshoofdboekhouding (RHB) is aangepast naar de stand van 31 december 2018, zoals deze voortvloeit uit de jaarrekening 2018. De operationele kasstromen wijzigen door hogere kosten die tevens uitgaven zijn. Overeenkomstig artikel 25, tweede lid van de Regeling Agentschappen wordt het surplus eigen vermogen (€ 9,5 mln.) aan de eigenaar (Moederdepartement) uitgekeerd.

Dienst van de Huurcommissie (DHC)
Baten
Omzet moederdepartement 6.776 – 1.505 5.271
Omzet overige departementen 0 0
Omzet derden 5.854 0 5.854
Rentebaten 0 0
Vrijval voorzieningen 0 0
Bijzondere baten 0 0
Totaal baten 12.630 – 1.505 11.125
Lasten
Apparaatskosten 9.731 1.319 11.050
– Personele kosten 6.449 703 7.152
– Waarvan eigen personeel 5.259 – 1.258 4.001
– Waarvan inhuur externen 700 1.961 2.661
– Waarvan overige personele kosten 490 0 490
Materiële kosten 3.282 616 3.898
– Waarvan apparaat ICT 1.184 – 23 1.161
– Waarvan Bijdrage aan SSO's 0 0 0
– Waarvan overige materiële kosten 2.098 639 2.737
Rentelasten 0 0
Afschrijvingskosten 75 0 75
– Materieel 75 0 75
– Waarvan apparaat ICT 74 74
– Waarvan overige materiële afschrijvingskosten 0 0
– Immaterieel 0 0
Overige lasten 2.824 721 3.545
– Dotaties voorzieningen 0 0 0
– Bijzondere lasten 2.824 721 3.545
Totaal lasten 12.630 2.040 14.670
Saldo van baten en lasten 0 – 3.545 – 3.545
Toelichting
Baten
Omzet moederdepartement

De bijdrage van het moederdepartement in de kosten voor aanpassingen in de bedrijfsvoering (totaal € 3,5 mln.) wordt als een directe vermogensstorting op het eigen vermogen geboekt en niet als omzet gerekend.

Lasten
Apparaatskosten

Vanaf 1 januari 2019 is de nieuwe organisatie van de Dienst van de Huurcommissie een feit en is de personele reorganisatie afgerond. Als gevolg van de reorganisatie hebben meerdere medewerkers gebruik gemaakt van een stimuleringspremie bij ontslag op eigen verzoek. Daarnaast is een aantal medewerkers vanaf 1 januari 2019 een Van Werk Naar Werk traject ingegaan. Dit verklaart de afname van de kosten voor eigen personeel. De toename van inhuur externen wordt deels verklaard door het opvangen van genoemde uitstroom van vaste medewerkers en deels door extra inhuur van medewerkers om de achterstanden in de werkvoorraad terug te dringen.

Materiële kosten

De toename van de materiële kosten betreft extra kosten voor informatiebeveiliging, de Raad van Advies en de zittingsleden (in verband met wijzigingen in de governance vanaf 1 januari 2019) en communicatie.

Overige lasten

Onder de bijzondere lasten vallen kosten die verband houden met de doorontwikkeling van het nieuwe ICT-systeem, werkzaamheden ter verbetering van de dienstverlening van de Dienst van de Huurcommissie, aanpassing van de website en verhuiskosten.

Saldo van baten en lasten

Naar verwachting bedraagt het exploitatieresultaat € 3,5 mln. negatief. Daar staat een extra eenmalige bijdrage van het moederdepartement tegenover. Deze komt direct ten gunste van het eigen vermogen op de balans. Het surplus aan eigen vermogen per 31 december 2018

(€ 2,4 mln.) vloeit conform regeling agentschappen terug naar het moederdepartement.

Kasstroomoverzicht
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2019 2.590 2.590
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 12.630 – 1.505 11.125
Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–) – 12.555 – 2.040 – 14.595
2. Totaal operationele kasstroom 75 – 3.545 – 3.470
Totaal investeringen (–/–) 0 0
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0
3. Totaal investeringskasstroom 0 0 0
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–) 0 – 2.380 – 2.380
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 3.545 3.545
Aflossingen op leningen (–/–) 0 0
Beroep op leenfaciliteit (+) 0 0
4. Totaal financieringskasstroom 0 1.165 1.165
5. Rekening-courant RHB 31 december 2019 (=1+2+3+4) 2.665 – 2.380 285
Toelichting

De eenmalige uitkering aan het moederdepartement betreft het surplus aan eigen vermogen per ultimo 2018. De eenmalige storting door het moederdepartement betreft de bijdrage voor de kosten genoemd bij de bijzondere lasten.


  1. Kamerstukken II 2018–2019 27 926, nr. 311.↩︎