[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

35307, eindtekst

Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet implementatie richtlijn harmonisatie en vereenvoudiging handelsverkeer tussen lidstaten)

Eindtekst

Nummer: 2019D46579, datum: 2019-11-14, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.doc), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2019Z17345:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De Tweede Kamer der Staten- PRIVATE  

Generaal zendt bijgaand door

haar aangenomen wetsvoorstel

aan de Eerste Kamer.

De Voorzitter,

14 november 2019



	Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet implementatie
richtlijn harmonisatie en vereenvoudiging handelsverkeer tussen
lidstaten)







VOORSTEL VAN WET



		Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden,
Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

	Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

	Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de
wetgeving inzake omzetbelasting aan te passen overeenkomstig artikel 1
van Richtlijn (EU) 2018/1910 van de Raad van 4 december 2018 tot
wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de harmonisatie en
vereenvoudiging van bepaalde regels in het btw-stelsel voor de
belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten (PbEU 2018, L
311);

	Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

	De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd:

A 

	Na artikel 3a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3b 

	1. In afwijking van artikel 3a, eerste lid, wordt de overbrenging door
een ondernemer van goederen die deel uitmaken van zijn bedrijfsvermogen
naar een andere lidstaat in het kader van de regeling inzake voorraad op
afroep niet gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende
titel.

	2. Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende
bepalingen wordt geacht sprake te zijn van de regeling inzake voorraad
op afroep wanneer: 

	a. de goederen door een ondernemer zelf worden verzonden of vervoerd of
voor zijn rekening door een derde partij worden verzonden of vervoerd
naar een andere lidstaat om die goederen daar, in een later stadium en
na aankomst, aan een andere ondernemer te leveren doordat die de macht
krijgt overgedragen om over deze goederen als eigenaar te beschikken
krachtens een bestaande overeenkomst tussen de beide ondernemers; 

	b. de ondernemer die de goederen verzendt of vervoert, zijn bedrijf
niet heeft gevestigd of geen vaste inrichting heeft in de lidstaat
waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd;

	c. de ondernemer voor wie de te leveren goederen zijn bestemd, voor
btw-doeleinden is geïdentificeerd in de lidstaat waarnaar de goederen
worden verzonden of vervoerd, en zowel zijn identiteit als het
btw-identificatienummer dat door die lidstaat aan hem is toegekend, bij
de ondernemer, bedoeld in onderdeel b, bekend zijn op het tijdstip
waarop de verzending of het vervoer aanvangt; en

	d. de ondernemer die de goederen verzendt of vervoert of dit voor zijn
rekening door een derde laat doen, het vervoer van de goederen opneemt
in het register, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel c, en,
overeenkomstig artikel 37a, eerste lid, onderdeel d, in de lijst de
identiteit vermeldt van de ondernemer die de goederen afneemt, evenals
het btw-identificatienummer dat aan deze is toegekend door de lidstaat
waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd. 

	3. Wanneer aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, en de
periode, genoemd in het vierde lid, is voldaan, zijn op het tijdstip van
overdracht van de macht aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid,
onderdeel c, om als eigenaar over de goederen te beschikken, de volgende
regels van toepassing: 

	a. een levering van goederen als bedoeld in tabel II, onderdeel a, post
6, wordt geacht te zijn verricht door de ondernemer die de goederen zelf
heeft verzonden of vervoerd of voor zijn rekening door een derde heeft
laten verzenden of vervoeren in de lidstaat vanwaar de goederen zijn
verzonden of vervoerd; 

	b. een intracommunautaire verwerving van goederen wordt geacht te zijn
verricht door de ondernemer aan wie deze goederen worden geleverd in de
lidstaat waarnaar de goederen werden verzonden of vervoerd. 

	4. Indien de goederen niet binnen twaalf maanden na aankomst in de
lidstaat waarnaar zij zijn verzonden of vervoerd, zijn geleverd aan de
ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of het zesde lid, en
geen van de situaties, genoemd in het zevende lid, zich heeft
voorgedaan, wordt een overbrenging als bedoeld in artikel 3a geacht te
zijn verricht op de dag na het verstrijken van de periode van twaalf
maanden. 

	5. In afwijking van het vierde lid wordt geen overbrenging als bedoeld
in artikel 3a geacht te zijn verricht indien:

	a. de macht om als eigenaar te beschikken over de goederen niet is
overgedragen en die goederen worden teruggezonden naar de lidstaat
vanwaar zij zijn verzonden of vervoerd binnen de periode, genoemd in het
vierde lid; en

	b. de ondernemer die de goederen heeft verzonden of vervoerd, de retour
ontvangen goederen opneemt in het register, bedoeld in artikel 34,
tweede lid, onderdeel c. 

	6. Indien de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, binnen
de periode, genoemd in het vierde lid, wordt vervangen door een andere
ondernemer, wordt op het tijdstip van de vervanging geen overbrenging
als bedoeld in artikel 3a geacht te zijn verricht, op voorwaarde dat: 

	a. alle andere voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, zijn vervuld; en


	b. de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de vervanging
opneemt in het register, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel c.


	7. Indien ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in het tweede of
zesde lid, binnen de periode, genoemd in het vierde lid, niet langer is
vervuld, wordt een overbrenging van goederen in de zin van artikel 3a
geacht te zijn verricht op het tijdstip dat de desbetreffende voorwaarde
niet langer is vervuld. Dit tijdstip is, afhankelijk van de
niet-vervulde voorwaarden, bepaald op de volgende momenten:

	a. indien de goederen worden geleverd aan een andere persoon dan de
ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of in het zesde lid:
onmiddellijk vóór een dergelijke levering;

	b. indien de goederen na aankomst in de lidstaat van bestemming worden
verzonden of vervoerd naar een ander land dan de lidstaat vanwaar zij
oorspronkelijk werden verplaatst: onmiddellijk vóór de aanvang van een
dergelijke verzending of een dergelijk vervoer; of

	c. indien de goederen worden vernietigd of gestolen of verloren zijn
gegaan: op de datum waarop de goederen daadwerkelijk werden vernietigd
of gestolen of verloren zijn gegaan, of indien het onmogelijk is om deze
datum te bepalen, op de datum waarop werd vastgesteld dat de goederen
waren vernietigd of gestolen of verloren zijn gegaan.

B 

	Na artikel 5b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5c 

	1. Indien dezelfde goederen het voorwerp van opeenvolgende leveringen
uitmaken en die goederen van een lidstaat naar een andere lidstaat
rechtstreeks van de eerste leverancier naar de laatste afnemer in de
keten worden verzonden of vervoerd, wordt de verzending of het vervoer
uitsluitend toegeschreven aan de levering aan de tussenhandelaar,
bedoeld in het derde lid.

	2. In afwijking van het eerste lid wordt de verzending of het vervoer
uitsluitend aan de levering van goederen door die tussenhandelaar
toegeschreven indien de tussenhandelaar aan zijn leverancier het
btw-identificatienummer heeft meegedeeld dat de lidstaat vanwaar de
goederen worden verzonden of vervoerd, aan hem heeft toegekend. 

	3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder tussenhandelaar
verstaan de leverancier in de keten die de goederen ofwel zelf verzendt
of vervoert ofwel voor zijn rekening door een derde laat verzenden of
vervoeren. De hier bedoelde tussenhandelaar kan niet de eerste
leverancier in de keten zijn. 

C 

	Aan artikel 34, tweede lid, worden, onder vervanging van de punt aan
het eind van onderdeel b door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd,
luidende:

	c. een register bij te houden van de goederen die hij in het kader van
de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in artikel 3b, al dan
niet door een derde partij verzendt of vervoert, en welk register de
inspecteur in staat stelt de correcte toepassing van dat artikel te
controleren;

	d. een register bij te houden van de goederen die aan hem in het kader
van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in artikel 3b, zijn
geleverd.

D

	Artikel 37a wordt als volgt gewijzigd:

	1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het eind
van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

	d. voor wie, met inbegrip van diens btw-identificatienummer, de
goederen zijn bestemd die in het kader van de regeling inzake voorraad
op afroep, bedoeld in artikel 3b, worden verzonden of vervoerd en geeft
hij kennis van iedere wijziging in de ingediende informatie.

	2. Aan het derde lid wordt toegevoegd “In afwijking van het eerste
lid geldt voor de informatie, bedoeld in onderdeel d, hetzelfde tijdvak
als bepaald voor leveringen als bedoeld in de onderdelen a en b”.

ARTIKEL II

	Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

ARTIKEL III

	Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie richtlijn harmonisatie
en vereenvoudiging handelsverkeer tussen lidstaten.

	Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Financiën,

De Staatssecretaris van Financiën,

 

 

 PAGE    

 PAGE   4