Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) (35300-XIII) op 19 november 2019
Brief regering
Nummer: 2019D47029, datum: 2019-11-20, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E.D. Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat
- Mede ondertekenaar: M.C.G. Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (Lid Keijzer)
Onderdeel van zaak 2019Z22650:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat (2017-2024)
- Stemmingen en besluiten:
- 2019-12-17 16:00 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2019-12-11 14:25 ā Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2019-11-26 16:30 ā Betrokken bij de begrotingsbehandeling. (Besluit)
- 2019-11-20 19:15 ā Behandeld. (Besluit)
- 2019-11-20 19:15: Begroting Economische Zaken en Klimaat (35300-XIII) (voortzetting) (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2019-11-26 16:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat (2017-2024)
- 2019-12-11 14:25: Aansluitend aan de stemmingen: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2019-12-17 16:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (š origineel)
beantwoording van vragen op het terrein van de minister van EZK
Antwoorden op de vragen gesteld door de PVV
1. Kan er een MKB-toets voor alle maatregelen rond stikstof en PFAS uitgevoerd worden?
Het uitgangspunt voor nieuwe wet- en regelgeving is dat indien er substantiƫle regeldrukeffecten worden verwacht voor het mkb, er een mkb-toets wordt uitgevoerd conform het comply or explain principe zoals door de Kamer gevraagd in het kader van de motie Wƶrsdƶrfer. Dit geldt uiteraard ook voor de maatregelen rond stikstof en PFAS. De coƶrdinerend minister voor stikstof is de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de coƶrdinerend minister voor PFAS is de minister voor Milieu en Wonen (M&W).
2. Welke bedrijven worden financieel geraakt door de maatregelen naar aanleiding van stikstof en PFAS? Kunt u voor het Kerstreces een opsomming geven van bedrijven die hier aan onderdoor zijn gegaan of zullen gaan?
Het kabinet is zich zeer bewust van de grote impact van de stikstofproblematiek op ondernemers en bedrijven. Van ondernemers hoor ik uit de eerste hand hoe frustrerend het is als je opdrachten en inkomsten onder druk staan en je belemmerd wordt in je groei en ambities. De brancheverenigingen informeren mij over de bredere gevolgen voor hun achterban. Met informatievoorziening over individuele bedrijven ben ik uiteraard zeer terughoudend. Het is nu nog niet goed mogelijk de gevolgen van de stikstof- en PFAS-problemen voor de economie en voor individuele bedrijven te kwantificeren. Recent heeft het Economisch Instituut voor de Bouw al effecten in kaart gebracht en de komende tijd zullen waarschijnlijk ook andere onderzoeksinstituten als De Nederlandse Bank (DNB) en het Centraal Planbureau (CPB) in hun publicaties aandacht besteden aan de economische effecten van de stikstof- en PFAS-problematiek.
3. De Noodwet van de PVV is toegepast op dijkverzwaring (veiligheid), kan deze ook op de hele economische sector worden toegepast?
Het initiatiefwetsvoorstel van de leden Kops, Graus en Van Aalst voor de Tijdelijke noodwet stikstof (Kamerstuk 35333, nr. 2) betreft meer dan dijkverzwaring. Blijkens artikel 2 van het voorstel gaat het om woningbouw, de bouw van infrastructuur en landbouw in de zin van artikel 1, onderdeel g, van de Meststoffenwet, behoudens projecten die zien op megastallen. De indieners van het initiatiefwetsvoorstel gaan zelf over de reikwijdte van het voorstel. Het initiatiefwetsvoorstel is door de Tweede Kamer om advies voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Het is nu primair aan de Raad van State om zich over het wetsvoorstel en zijn reikwijdte uit te spreken.
3. BTW-verlaging van 9 naar 6 procent - dit kan ten koste van winstbelasting multinationals. Graag reactie.
De btw-verhoging maakte onderdeel uit van een geheel pakket aan maatregelen en past in het idee consumptie meer en gelijker te belasten om daartegenover arbeid lager te belasten.
4. Graag een reactie op valse concurrentie door het CBS. Kan dit in kaart worden gebracht? Aanstaande donderdag is gesprek tussen CDB en MOAR en VBO, kan ƩƩn of beide bewindspersonen hierbij aanschuiven?
Afgelopen jaar is vanuit het ministerie met bedrijven, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en andere overheidsinstellingen (belangrijke gebruikers van de statistieken van het CBS) gesproken om beter inzicht te krijgen in de relevante ontwikkelingen, wie daarbij welke rol heeft en hoe zij daarmee omgaan. In de afgelopen maanden is er onder meer ook gesproken met vertegenwoordigers van de door het lid Graus aangehaalde organisaties, de MOA en het VBO. Ook de heer Van Hulst heeft als onafhankelijk adviseur met uiteenlopende partijen gesproken.
Wat betreft de aanvullende statistische diensten die het CBS levert, is de aanbeveling van de heer Van Hulst dat het CBS een stap terug doet. Dit zal ik de komende tijd vastleggen in beleidsregels. Momenteel liggen deze in concept voor in een openbare internetconsultatie. Alle betrokkenen worden aangespoord daarop te reageren, om daarmee zo breed mogelijk nadere suggesties op te halen. Afhankelijk van deze reacties wordt bezien of eventuele vervolggesprekken nodig zijn.
Meer informatie hierover is te vinden in de reactie brief over dit onderwerp (Kamerstuk 35000-XIII nr. 84).
Antwoorden op de vragen gesteld door de VVD
1. Graag een reactie van de minister op SF6 lekkende windmolens.
Zwavelhexafuoride (SF6) wordt vooral gebruikt bij midden- en hoogspanning voor isolatie en als blusmiddel, in onder meer schakelstations en windturbines.
De totale emissie van SF6 als broeikasgas is nog te verwaarlozen ten opzichte van de emissie van alle andere broeikasgassen. Hier is Europese wetgeving op van toepassing. Deze wetgeving bevat bepalingen die de emissies (zoveel mogelijk) moeten voorkomen. Bijvoorbeeld door eisen aan reparatie van apparatuur, certificering van personeel en ondernemingen die met deze gassen werken.
Ondanks deze maatregelen komen er helaas in de praktijk soms nog zeer beperkt lekkages voor.
In de eerste helft van 2020 brengt de Europese Commissie een rapport uit over alternatieven voor SF6 in middenspanning. Naar aanleiding daarvan kan de Europese Commissie vervolgens een wetsvoorstel indienen waarbij het ā op termijn ā verboden gaat worden om nieuwe middenspanning apparatuur met SF6 op de Europese markt te brengen.
2. Graag de snel uitkomsten van de motie Sienot/Agnes Mulder over energie-investeringen in het buitenland om het doel voor hernieuwbare energie in 2020 te halen.
Het lid Harbers verwijst naar de motie Sienot/Agnes Mulder die de regering verzoekt te verkennen hoe het Joint Project Mechanism ingezet kan worden voor het behalen van de duurzame-energieopwekkingsdoelstelling (Kamerstuk 32813, nr. 256). In de recente brief over de Klimaat- en Energieverkenning van 1 november jl. (Kamerstuk 32813, nr. 400) wordt uitvoering gegeven aan de motie. De verkenning naar de mogelijkheden voor het inzetten van deze buitenlandse opties heeft uitgewezen dat er momenteel geen gezamenlijke projecten zijn die tijdig operationeel kunnen zijn en dus nog kunnen bijdragen aan het aandeel in 2020.
3. Minister zegt uiterlijk 2019 onderzoek naar kernenergie te hebben uitgevoerd. Hoe staat het hiermee?
In juni jl. is een motie aangenomen van de leden Agnes Mulder (CDA) en Yesilgƶz-Zegerius (VVD) (Kamerstuk 35167, nr. 15) die de regering verzoekt de mogelijke rol van kernenergie in de energiemix en de kosten en voorwaarden van de bouw van nieuwe kerncentrales in andere landen in beeld te brengen en de Tweede Kamer uiterlijk einde 2019 te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek.
Ik ben met de uitvoering van deze motie bezig, het onderzoek loopt nog. Ik verwacht in het eerste kwartaal 2020 uw kamer te informeren met een brief, waarbij ik inga op de belangrijkste conclusies uit dit onderzoek. Het onderzoek is niet eind 2019 gereed maar begin 2020 omdat het selecteren van een geschikt bureau, dat de vraag uit deze motie kon oppakken, en de opdrachtverlening meer tijd hebben gevergd dan vooraf ingeschat.
4. Er is behoefte aan een buffer voor regelbaar vermogen in de toekomstige energiemix. Hoe geeft de minister dat vorm?
Ik acht de betrouwbaarheid van het energiesysteem van groot belang. Om de leveringszekerheid ook met een energiemix die grotendeels uit wind en zon bestaat te kunnen borgen is behoefte aan flexibiliteit. Deze flexibiliteit kan uit verschillende bronnen komen, zoals demand side respons, (sturen op de vraag), grootschalige opslag van energie, conventioneel regelbaar vermogen, CO2-vrij regelbaar vermogen en interconnectie. Om de leveringszekerheid te kunnen waarborgen zijn al deze factoren van belang. Waterstof wordt een belangrijk medium voor de opslag van energie. Hiertoe wordt een ambitieus waterstofprogramma gestart. Mijn beeld is dat de elektriciteitsmarkt er op dit moment voldoende op is toegerust om deze flexibiliteit tot stand te laten komen. Wel is het van belang de ontwikkeling van de flexibiliteit, waaronder regelbaar vermogen, goed te blijven monitoren. Ik zal uw Kamer hier medio 2020 nader informeren.
5. Hoe voorkomt de minister dat investeringen als gevolg van het klimaatbeleid niet in Nederland maar elders worden gedaan?
Met het Klimaatakkoord is een gebalanceerd pakket van maatregelen overeengekomen voor de industrie. Daarmee is er naast de CO2-heffing ook ondersteuning voor bedrijven om de noodzakelijke investeringen te maken. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de opname van technieken voor CO2-reductie in de industrie in de verbrede SDE+, het missie-gedreven innovatiebeleid waarmee goedkoper reductiepotentieel voor de industrie wordt ontsloten en met de clusteraanpak.
Daarnaast zijn er ook de nodige controles voor het geval anderszins gezonde bedrijven toch in de problemen dreigen te raken door klimaatmaatregelen. Voor de invoering van de CO2-heffing wordt een speelveldtoets uitgevoerd om het beleid in andere landen en de risicoās op weglek scherp in beeld te brengen. In het Klimaatakkoord is ook opgenomen dat het kabinet monitort of werkgelegenheidsverlies dreigt op te treden in de industrie door de stapeling van CO2-heffing en andere klimaatmaatregelen, en een draaiboek opstelt voor ingrijpen door het kabinet als werkgelegenheidsverlies dreigt op te treden bij intrinsiek gezonde bedrijven. Over de monitoring zal jaarlijks verslag worden gedaan in de Voortgangsmonitor Klimaatbeleid. Het draaiboek zal o.a. de maatregelen waarmee bedrijven geholpen kunnen worden bevatten. Deze maatregelen worden op dit moment onderzocht, bijvoorbeeld op staatssteunaspecten. Hiervoor is 125 miljoen euro beschikbaar.
6. Wanneer komen de in 2020 te verstrekken SDE-subsidies tot uitkering? Deze moeten transparant volgbaar zijn.
Ik onderschrijf het belang van transparantie over de verwachte kasuitgaven voor de SDE+. Een overzicht van de verwachte kasuitgaven van al afgegeven SDE+-beschikkingen wordt daarom na afloop van een openstellingsronde aan uw Kamer verstrekt.
De SDE+-subsidies worden op dit moment verstrekt op basis van de geproduceerde hoeveelheid energie in een jaar. Dit betekent dat de betreffende subsidies tot uitbetaling komen gedurende de looptijd van het project. SDE+-projecten hebben daarbij een bouwtijd van maximaal 4 jaar en ontvangen daarna maximaal 16 jaar subsidie. Oftewel subsidiebeschikkingen die in 2020 worden afgegeven, leiden in de periode 2020 tot 2040 tot kasuitgaven.
7. Elektriciteitsnet. Bepaalde delen van het land raken overbelast. Regie moet worden versterkt. Verzoek om oog te hebben voor de dreigende onevenredige machtspositie van netbeheerders en voor de positie van consumenten. Daarnaast staat 700 MW aan projecten on hold. Is verlening van de SDE+ voor deze projecten mogelijk?
Op 28 juni jl. ben ik in de brief over netcapaciteit (Kamerstuk 30196, nr. 699) ingegaan op de maatregelen die nodig zijn om het dreigende tekort aan capaciteit in het net op te lossen. De huidige schaarste op het elektriciteitsnet kan niet voor alle gevallen op korte termijn opgelost worden en kan zelfs de komende jaren in omvang toenemen. De inzet is om dit zo kort en beperkt als mogelijk te houden, zodat marktpartijen hernieuwbare elektriciteitsprojecten kunnen blijven realiseren. Ik ben in overleg met alle partijen om op alle mogelijk manieren samen te werken aan het zo snel mogelijk vergroten van de capaciteit in het elektriciteitsnet. Ik ben ervan overtuigd dat als we met alle betrokken partijen al onze creativiteit inzetten, de regelgeving wijzigen zoals in de eerder genoemde brief aan uw Kamer is aangekondigd en de prikkels de goede kant op laten wijzen, we de goede stappen zetten om de schaarste in het net op te lossen. Daarbij moeten we nadrukkelijk oog hebben voor een evenwichtige balans tussen netbeheerders, projectontwikkelaars en consumenten, zodat de prikkels gericht zijn en blijven op het zoveel mogelijk aansluiten van duurzame opwek op land. Daarbij wordt ook gekeken om maatregelen in de Energiewet op te nemen die ruimte en prikkels creƫren voor netbeheerders voor anticiperende investeringen in netinfrastructuur die de energietransitie en het tijdig halen van de doelstellingen ondersteunen.
Er zijn projecten die in een eerdere openstellingsronde van de SDE+ een subsidiebeschikking hebben ontvangen maar waarvoor op dit moment onvoldoende ruimte op het elektriciteitsnet is. Voor projecten waarvoor de verwachting is dat op korte termijn wel ruimte is op het elektriciteitsnet biedt de regeling de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) de ruimte om uitstel van de start van de bouw te verlenen, indien voldoende voortgang wordt gemaakt met de voorbereiding van de bouw. Voor de overige projecten geldt dat deze een nieuwe aanvraag kunnen doen voor de realisatie van een project op een locatie waar wel ruimte op het elektriciteitsnet is. Een eerste mogelijkheid hiervoor is de extra openstellingsronde van de SDE+ in het voorjaar van 2020.
8. De overheid betaalt via EBN mee aan het opruimen van oude olie- en gasplatforms op de Noordzee. Een transitieplan moet duidelijk maken welke infrastructuur we in de toekomst nog nodig hebben. Spant de minister zich daarvoor in?
De komende 10 tot 20 jaar wordt een groot deel van de olie- en gasinfrastructuur op de Noordzee buiten werking gesteld. Die infrastructuur zal door mijnbouwondernemingen moeten worden opgeruimd, tenzij er mogelijkheden zijn voor hergebruik in het kader van de energietransitie naar duurzame vormen van energievoorziening. Door Nexstep, het samenwerkingsverband van NOGEPA en EBN, wordt in kaart gebracht wanneer welke infrastructuur voor hergebruik in aanmerking komt. Er is een voorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet in voorbereiding. Dat ligt nu ter advisering bij de Raad van State. Een van de voorstellen is om meer regie te krijgen en termijnen te stellen aan verwijdering en hergebruik. De verwachting is dat dit wetsvoorstel komend voorjaar aan uw Kamer verstuurd wordt.
Antwoorden op de vragen gesteld door GroenLinks
1. Zijn de bewindslieden bereid om het beprijzen van uitstoot breder in de economie op te leggen en om bedrijven die te weinig investeren en verduurzamen fiscaal zwaarder te belasten? Hoe zien zij de relatie met het nieuwe Kennis & Innovatie Convenant? Kent dat niet te weinig focus, en is dit niet oud geld in een nieuwe vergaarbak?
Om de CO2-uitstoot breed in de economie te verminderen zal vanaf 2021 de industrie middels een nationale CO2-heffing bovenop de Europese ETS beprijsd worden. Verder wordt de uitstoot ook impliciet belast, voornamelijk via de energiebelasting en de Opslag Duurzame Energie (ODE). Daarnaast wordt gekozen voor stimulering. Bijvoorbeeld: via de SDE++-regeling worden CO2-reducerende maatregelen gesubsidieerd. Aanvullende beprijzing is geen onderdeel van de afspraken gemaakt in het kader van het Klimaatakkoord.
Het nieuwe missiegedreven innovatiebeleid, dat is bekrachtigd in het ondertekende kennis- en innovatieconvenant, bouwt voort op het topsectorenbeleid, en doet daar een aantal scheppen bovenop. Er zijn veel meer partners bij betrokken dan in de afgelopen jaren het geval was ā met navenant grotere budgetten tot gevolg ā en nog belangrijker: de maatschappelijke uitdagingen staan voortaan centraal, en niet langer bepaalde sectoren. Binnen de missies die zijn geformuleerd rondom de verschillende maatschappelijke uitdagingen zal de komende jaren, in samenwerking in de gouden driehoek (bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid) geprioriteerd moeten worden.
2. Gaat de minister kolencentrales sneller sluiten?
Het is om verschillende redenen zeer onwenselijk om per 2020 kolencentrales te sluiten. Verschillende onderzoeken laten zien dat een zeer substantieel deel van de nationale CO2-reductie die kan worden bereikt met sluiting van meer kolencentrales in 2020 teniet wordt gedaan door extra uitstoot in het buitenland. Hoe langer de overgangstermijn, hoe lager de kosten en hoe minder de weglekeffecten, daarom zijn de voorgestelde overgangstermijnen in het huidige wetsvoorstel verbod op kolen verstandig. Naar mate andere landen hun elektriciteitsmix verduurzamen zullen nationale CO2-reducerende maatregelen, zoals dit wetsvoorstel, in steeds mindere mate leiden tot een toename van CO2-uitstoot in omringende landen.
Volgens Frontier (2016) is de weglek bij sluiten alle 5 de centrales in 2020 98% en bij sluiting alle 5 de centrales in 2030 63%. Echter varieert het per onderzoek, CE Delft (2019) zegt bijvoorbeeld sluiting 3 nieuwe centrales in 2020 zorgt voor 50% weglek. Door het hoge percentage weglek bij sluiting in 2020 is het klimaat er minder bij geholpen de centrales zo snel te sluiten. Daarmee is een vervroegd verbod op kolen ook niet kosteneffectief.
Tevens gaat eerdere sluiting of vervroegen van het verbod op kolen naar 2020 ten koste van de leveringszekerheid. De markt heeft dan veel te kort de tijd om de weggevallen productie op te kunnen vangen. Ik acht het daarom vanuit leveringszekerheidsperspectief niet verstandig een dergelijk groot aandeel van de capaciteit op deze korte termijn uit de markt te halen.
We willen niet aan de ene kant leveringszekerheidsproblemen creƫren om vervolgens aan de andere kant het met andere maatregelen (zoals een capaciteitsmechanisme) het te moeten repareren. Naast dat dit een enorme marktingreep zou zijn, is dit juridisch zeer complex. Bovenal willen we niet dat de burger dubbel gaat betalen voor beide zaken.
3. De winning van aardwarmte gaat langzaam. Wat gaat de minister doen om dat probleem aan te pakken?
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) werkt aan de versterking en versnelling van geothermie. Enerzijds door een robuust kader van wet en beleid te ontwikkelen. Dit gebeurt onder andere door de aanpassing van de mijnbouwwet specifiek voor geothermie, aanpassing van het financieel instrumentarium (o.a. SDE+) ter stimulering van geothermie, en het ontwikkelen van risicobeleid. Daarnaast werkt het ministerie met de sector aan innovatie en kostenreductie, de uitwerking van industriestandaarden en het vergroten van de kennis van de ondergrond (o.a. de Seismische Campagne Aardwarmte Nederland). Tevens is het ministerie van EZK voor geothermie ook bevoegd gezag en geeft het een aantal van de benodigde vergunningen af. Hier werkt het ministerie onder andere via de wetswijziging toe naar kortere procedures. Daarnaast wordt de medewerkerscapaciteit voor het afgeven van vergunningen vergroot.
Antwoorden op de vragen gesteld door het CDA
1. Hoe wil de minister de plannen voor vergroening van bedrijven ondersteunen? Hoe helpt de minister regionale clusters om sterker uit de energietransitie te komen? Hoe ver zijn de plannen hiervoor?
Naar aanleiding van het hoofdstuk industrie in het Klimaatakkoord gebeurt er veel zowel binnen de industrie zelf als bij de overheid voor de industrie.
Er wordt gewerkt aan de verbreding van de SDE+. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is daarbij gevraagd om advies uit te brengen over CO2-reductiemaatregelen in de industrie, zoals CCS (carbon capture and storage) en e-boilers, voor de SDE++ 2020. Mede op basis van dit advies zal besloten worden over de openstelling van de SDE+ 2020. Hierover zal ik uw Kamer in het voorjaar van 2020 informeren..
Ook zet het kabinet in op kostendaling voor technieken waarmee de industrie de klimaattransitie kan realiseren. Via de Klimaatenvelop worden pilots en demoās gestimuleerd om zo te komen tot verdere ontwikkeling en kostenreductie. De DEI+ wordt nu geschikt gemaakt voor bijvoorbeeld toepassing van waterstof. Sinds dit jaar kan dit voor pilots en de inzet is dat ook mogelijk te maken voor demoās medio 2020. Daarover lopen nu gesprekken met Brussel.
Een goede infrastructuur is belangrijk voor het realiseren van de afspraken uit het klimaatakkoord door de industrie. De Taskforce Infrastructuur inventariseert dit jaar de knelpunten en komt maart 2020 met voorstellen voor het wegnemen van deze knelpunten. In het tweede kwartaal van 2020 geeft het kabinet een reactie op het advies van deze taskforce.
De industrie is zelf aan de slag gegaan met het vormgeven van de regionale koplopersprogrammaās voor de industrieclusters, met ondersteuning vanuit EZK. Op dit moment worden in alle clusters de programmaās verder uitgewerkt.
De CO2-heffing moet borgen dat de reductiedoelstelling van de industrie wordt gerealiseerd. Er wordt momenteel hard gewerkt aan de vormgeving van de heffing conform de kaders uit het Klimaatakkoord. Begin april is de consultatie van het concept-wetvoorstel voorzien.
2. Graag een reactie van de minister over hoe het staat met de clusteraanpak voor de industrie, zoals ook bepleit door de SER en in het Klimaatakkoord.
De industrie is zelf aan de slag gegaan met het vormgeven van de regionale koplopersprogrammaās voor de industrieclusters, met ondersteuning vanuit EZK. Op dit moment worden in alle clusters de concrete programmaās verder uitgewerkt.
De clusters willen met deze koploperprogrammaās de transitie versnellen en synergiemogelijkheden optimaal benutten. Zij profileren zich hiermee als proeftuin en versnellingskamer, wat nieuwe ambitieuze, innovatieve bedrijven kan aantrekken, die zich in Nederland sneller en beter kunnen voorbereiden op de nieuwe economie en deze kennisvoorsprong internationaal kunnen vermarkten.
Koepelorganisaties VNO-NCW en VEMW coƶrdineren de afstemming en voortgang tussen de verschillende clusters en organiseren een driewekelijks overleg met de voorzitters van de verschillende clusters, in nauwe samenwerking met EZK.
Vanuit EZK wordt de voortgang gemonitord via het uitvoeringsoverleg. Hier worden ook de overkoepelende knelpunten en vraagstukken van de industriƫle clusters geagendeerd.
3. Kan stimulering SDE++ naar voren worden gehaald, zodat bedrijven in 2020 al aanvragen kunnen doen?
Ja, de planning is dat bedrijven in 2020 voor het eerst een aanvraag kunnen doen voor de SDE++. De verbreding van de SDE+ wordt op dit moment uitgewerkt. Daarbij is voorzien dat uw Kamer in het voorjaar van 2020 wordt geïnformeerd over de uiteindelijke vormgeving van de nieuwe regeling. De SDE++ regeling (verbrede SDE+) wordt in september volgend jaar opengesteld met een verplichtingenbudget van circa ⬠5 miljard. Bedrijven kunnen daarmee al in 2020 een aanvraag doen voor de SDE++. Op dit moment wordt de regeling verder uitgewerkt, wordt de staatsteunprocedure volledig doorlopen zijn en bereidt RVO.nl de openstelling van de regeling voor. Overigens is de voorbereidingstijd ook nodig voor marktpartijen die een aanvraag willen doen.
4. Regionale energie strategieƫn moeten worden goedgekeurd door gemeenten en provincies. Wie heeft hierin het eigenaarschap voor draagvlak van de regionale energie strategie?
Het voortouw voor de regionale energiestrategieĆ«n (RESāen) ligt bij de decentrale bestuurders van gemeenten, provincies en waterschappen. Zij zijn op dit moment aan de slag met het opstellen van concept-RESāen, samen met hun raden, staten en algemene vergaderingen, lokale en regionale belanghebbenden en bewoners. Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak is een van de kernelementen van het RES-proces, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord.
De betrokken partijen hechten eraan dat de gestelde doelen worden gehaald. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen de partijen. Mochten de regioās er uiteindelijk onverhoopt niet in slagen om gezamenlijk te komen tot een invulling van de afgesproken doelen, dan treden de gezamenlijk afgesproken borgingsafspraken in werking. Deze gezamenlijke borgingsafspraken worden nu opgesteld. Rijk en decentrale overheden werken samen om te voorkomen dat later in het traject problemen ontstaan en om te borgen dat we het nationale doel gaan halen.
5. De overheid moet de regie nemen in infrastructuur. De minister is ermee bezig, zijn er oplossingen die de minister naar voren kan halen?
Ja, in de brief over netcapaciteit van 28 juni jl. (Kamerstuk 30196, nr. 699) ben ik ingegaan op de maatregelen die nodig zijn om het dreigende tekort aan capaciteit in het net op te lossen en heb ik toegelicht welke oplossingen naar voren gehaald kunnen worden. Ik zie dat netbeheerders op dit moment volop investeren in het net. Zo gaat TenneT ⬠215 miljoen investeren in het hoogspanningsnet in Noord-Nederland. De netbeheerder wil dat de capaciteit voor zonne- en windparken met 2 gigawatt wordt uitgebreid. Dat komt neer op zo'n zeven miljoen zonnepanelen of ongeveer vierhonderd windturbines. Ook heb ik in de brief enkele wettelijke maatregelen aangekondigd, die in de Energiewet zullen worden opgenomen. Vooruitlopend hierop worden enkele wijzigingen voor gebieden met schaarste al uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur onder de Crisis- en Herstelwet. Inmiddels is er een algemene maatregel van bestuur in voorbereiding die voor het einde van dit jaar geconsulteerd kan worden. Begin 2020 ontvangt uw Kamer een vervolgbrief over netcapaciteit
6. De inwerkingtreding van de Warmtewet 2.0 is gepland voor 1 januari 2022. Waarom is hier zoveel tijd voor nodig?
De motie Mulder1 vraagt om versnelde invoering van de warmtewet per 1-1-2021. Ik begrijp en deel het gevoel van urgentie. Ook ik wil zo snel mogelijk uitvoering geven aan afspraken uit het Klimaatakkoord. De daarin genoemde invoeringsdatum voor de Warmtewet 2.0 per 1-1-2022 is echter al uitermate ambitieus gelet op de omvang en complexiteit van de voorliggende vraagstukken en de samenhang met andere wetgeving. De laatste wijzigingen van de huidige wet moeten binnenkort nog ingaan. Het voorgenomen wetstraject bevat verstrekkende voorstellen op het gebied van de ordening van de warmtemarkt, de tariefstelling en de verduurzaming. Dit raakt op sommige onderdelen ingrijpend aan de rollen en taken van veel betrokken partijen in de warmtemarkt, zoals de gemeenten, warmtebedrijven en Autoriteit Consument en Markt (ACM). Het overhaasten van het wetgevingsproces zou het debat over het fundamentele karakter van deze voorstellen naar mijn mening tekort doen en zelfs contraproductief kunnen zijn. Met een nog snellere invoeringsdatum kunnen onvoldoende de praktische consequenties van de wijzigingen worden doordacht en georganiseerd. Om die redenen houd ik mij aan de afspraak in het Klimaatakkoord, die uitgaat van een nieuwe Warmtewet per 2022.
7. Is het mogelijk dat de overheid eigen bouwkundigen gaat detacheren in Groningen voor de versterkingsopgave? Zijn er geen andere opties om het proces te versnellen?
Het aantal opnames en beoordelingen groeit in Q4 2019 naar het gewenste niveau. Er worden volop opdrachten in de markt gezet. Tegelijkertijd blijf ik samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zoeken naar alle creatieve manieren om capaciteit in de markt te vergroten, en om de beschikbare capaciteit optimaal te benutten. Zo willen we bijvoorbeeld, samen met de regio, in een te sluiten Bouwakkoord per aanstaande januari afspraken maken met de bouwsector.
8. Kunnen de minister en de staatssecretaris aangeven wat we nog van deze regering kunnen verwachten op het gebied van vitale sectoren of bedrijven met vitale kennis, wat niet, en wanneer?
Het kabinet werkt aan een brede investeringstoets. De toets zal gelden voor alle vitale infrastructuur, maar ook voor technologie die raakt aan de nationale veiligheid. Bedrijven die in deze categorieën vallen, moeten overnames en investeringen melden. In de loop van 2020 biedt de minister van EZK samen met de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) een wetsvoorstel hiertoe aan bij uw Kamer. De minister van EZK biedt uw Kamer begin volgend jaar een wetsvoorstel aan waarmee een Europese Verordening wordt geïmplementeerd. Hiermee wordt in oktober 2020 een contactpunt operationeel waarmee lidstaten onderling informatie zullen uitwisselen over investeringen uit derde landen.
Voor de vitale sector telecommunicatie is een wetsvoorstel ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) bij uw Kamer ingediend. Eind dit jaar ontvangt u van de staatssecretaris van EZK de nota naar aanleiding van het verslag en een nota van wijziging met betrekking tot dit wetsvoorstel. Meer specifiek voor de risicoās bij de uitrol van 5G die samenhangen met toeleveranciers van technologie voor deze telecommunicatienetwerken zijn aanvullende beveiligingsmaatregelen aangekondigd. Beoogd wordt volgende maand een algemene maatregel van bestuur te publiceren ter implementatie hiervan.
9. Hoe staat het met de motie van het lid Yesilgƶz-Zegerius, mede door het CDA ingediend, over mkb en Klimaatakkoord? Zijn de MKB-toets en deze motie samen voldoende waarborg dat een stapeling van (klimaat- en duurzaamheids)regels ondernemers niet de nek om draait, maar ook zorgt voor een betere concurrentiepositie voor de ondernemer?
De mkb-impacttoets is een analyse van de effecten van de afspraken in het Klimaatakkoord. In de uitvoering van het onderzoek wordt ook gesproken met mkb-bedrijven, vergelijkbaar met de mkb-toets. Daarbij kijkt de impacttoets naar de effecten, zowel de kosten als de baten, van deze maatregelen op verschillende soorten mkb-bedrijven in diverse sectoren. De uitkomsten zullen onder andere inzichtelijk maken of en zo ja, waar stapeling van maatregelen dreigt. Het onderzoek zal ook aandacht schenken aan het handelingsperspectief van mkb-bedrijven. De uitkomsten hiervan zullen worden meegenomen in de uitvoering van het Klimaatakkoord en onderdeel vormen van voorlichting richting mkb-ondernemers. Daarnaast wordt ook de mkb-toets ingezet indien bij de uitwerking van klimaat- en duurzaamheidsmaatregelen in nieuwe concrete wet- en regelgeving de verwachting is dat er substantiƫle regeldrukeffecten worden verwacht voor het mkb. De uitkomsten van het onderzoek worden begin 2020 verwacht.
10. Hoe gaan we het (maak)industriebeleid van de toekomst vormgeven? Hoe kijkt de regering aan tegen het āManifest voor een Europese industriepolitiekā van Frankrijk en Duitsland van eerder dit jaar? Wat is de Nederlandse strategie? Hoe zorgen we ervoor dat de maakindustrie, die Nederland van oudsher kenmerkt, in Nederland blijft? Zijn we straks nog steeds een āmaaklandā, maar dan gericht op hoogwaardige, duurzame en kennisintensieve producten i.p.v. alleen massaproductie? Hoe borgen we dat?
Het kabinet heeft een brief geschreven met de visie op Europese concurrentiekracht (Kamerstuk 21501-20, nr. 73, 13 mei 2019). Hiervoor moeten we eerst kijken naar het verbeteren van de condities, zoals het versterken van de interne markt, en dit aanvullen met een modern innovatie- en industriebeleid om leidend te zijn in de transitie naar een digitale en duurzame economie. Verder moeten we inzetten op een gelijk speelveld wereldwijd en zorgen dat de EU en de lidstaten in staat zijn om de economische veiligheid te borgen. Binnenkort komt de groeistrategie die ook relevant is voor de verdere ontwikkeling van de maakindustrie. Veel van de uitdagingen van de Nederlandse maakindustrie worden geadresseerd in het nieuwe missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid, zoals in het bijzonder de kennis en innovatieagendaās voor sleuteltechnologieĆ«n, de circulaire maakindustrie en de ambitieuze internationaliseringsagenda van de hightech sector. Daarnaast draagt de implementatieagenda smart industry bij aan de digitalisering van de maakindustrie en worden in het Techniekpact belangrijke uitdagingen met betrekking tot human capital opgepakt.
11. Vraag aan de staatssecretaris, ga nou eens met deze partijen en het CBS om tafel, kijk wat die rol van het CBS zou moeten zijn, en kijk waar de toegevoegde waarde zit van die bedrijven.
Zie het antwoord bij PVV, vraag 4.
Antwoorden op de vragen gesteld door de SP
1. Minister legt een groter deel van de ODE bij bedrijven. Maar wel vooral bij ziekenhuizen, scholen etc.; niet bij de grootste vervuilers. Dat is niet rechtvaardig. Is de minister het daarmee eens?
Nee. In de brief bij het voorstel voor een Klimaatakkoord (Kamerstuk 32813, nr. 342) heeft het kabinet aangekondigd het aandeel dat bedrijven bijdragen aan de ODE per 2020 te verhogen van 1/2 naar 2/3. Deze verhoging komt voor rekening van alle grootverbruikers, waaronder die in de industrie. Met het Belastingplan 2020 is deze ODE-schuif geeffectueerd.
2. SP stelt voor om het deel waarover je geen ODE-belasting betaalt te verhogen. Op die manier komen de zwaarste lasten bij de echt grote verbruikers. Is de minister daartoe bereid?
Nee. In de brief bij het voorstel voor een Klimaatakkoord (Kamerstuk 32813, nr. 342) heeft het kabinet aangekondigd het aandeel dat bedrijven bijdragen aan de opslag duurzame energie (ODE) per 2020 te verhogen van 1/2 naar 2/3. Deze verhoging komt voor rekening van grootverbruikers, waaronder die in de industrie. Met het Belastingplan 2020 is deze ODE-schuif geeffectueerd.
Daarnaast wordt in het Belastingplan geregeld dat de belastingvermindering in de energiebelasting fors wordt verhoogd waardoor de belastingen op energie voor huishoudens in 2020 dalen ten opzichte van 2019. De huishoudportemonnee wordt daarmee vanaf 2020 in belangrijke mate ontzien. Een verdere verhoging van de bijdrage van de industrie komt neer op een onevenredige belasting van het bedrijfsleven, ook van het deel van de industrie dat internationaal concurreert. Daarom ben ik hier niet toe bereid.
3. Kabinet geeft geen geld uit aan het verduurzamen van sociale huur. In de Urgenda-voorstellen staan sociale huurwoningen op 1. Waarom geeft het kabinet er dan toch geen geld aan uit? Het voorstel van de SP is: nu huishoudens 1/3 van de ODE gaan betalen, geef hen ook 1/3 van de opbrengsten, en begin daarbij bij de slechtste woningen. Is de minister het daarmee eens?
In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt om tot en met 2022 100.000 corporatiewoningen (āde startmotorā) te verduurzamen. Daarmee lopen de corporatiewoningen voorop. Het kabinet stelt hiervoor geld beschikbaar. Er gaan dus wel degelijk middelen naar de verduurzaming van sociale huurwoningen. De minister voor W&M is coƶrdinerend minister hiervoor. Daarnaast kunnen particulieren gebruik maken van maatregelen uit de ISDE, die vanuit de ODE zijn gefinancierd, voor kleine duurzame warmte opties na 2020. Vanaf 2021 wordt de ISDE uitgebreid naar isolatie.
4. Meer zeggenschap voor mensen over energie. Hier is niets van terecht gekomen. De energiemarkt is een vechtmarkt geworden. Of ziet de minister dit anders?
Mijn beeld is dat burgers steeds actiever worden op de energiemarkt. Consumenten wisselen steeds vaker van energieleverancier, wekken zelf een deel van hun energie op, zijn lid van een energie-coƶperatie, enzovoort. Ik verwacht dat deze ontwikkeling de komende jaren doorzet. In het Klimaatakkoord zijn daarbij diverse afspraken gemaakt om burgers meer zeggenschap te geven over de opwekking van energie in de omgeving. Zo zijn er afspraken gemaakt rond burgerparticipatie bij de RESāen, energieprojecten en de aanpak rond aardgasvrije wijken. Onderdeel daarvan is het streven naar 50% lokaal eigendom bij energieprojecten in 2030. Daarnaast worden energiecoƶperaties op diverse manieren gestimuleerd, bijvoorbeeld via een ontwikkelfaciliteit voor energiecoƶperaties die coƶperaties ondersteunt in de ontwikkelfase. Deze zal naar verwachting op 1 januari 2020 operationeel zijn.
5. Marktwerking energiemarkt heeft het slechter gemaakt. Daarom neemt energiearmoede toe. In landen om ons heen zien we weer publieke energievoorzieningen. Waarom niet in Nederland?
In Europa en Nederland is er gekozen voor een geliberaliseerde energiemarkt waar marktpartijen vrij kunnen concurreren. De energiemarkten, waaronder de elektriciteits- en gasmarkten, in Nederland en Europa zijn daarbij onderworpen aan een uitgebreid regulerend kader. Dit regulerend kader is er zowel op gericht op de diverse publieke belangen te borgen alsmede de bescherming van de positie van de consument. Een belangrijk element van de energiemarkt is daarbij dat
via de publieke netwerkinfrastructuur alle energieproducenten toegang tot alle klanten en huishoudens in Nederland hebben. Dit dwingt en nodigt energieproducenten uit om onderling sterk te concurreren op onder andere prijs, om zo klanten vast te houden of voor zich te winnen. Hiermee houden we de energieprijzen voor alle huishoudens zo laag mogelijk. Daarmee komt de marktwerking de betaalbaarheid ook ten goede, jaarlijks stappen vele consumenten over naar een andere energieproducent om zo hun energierekening te verlagen. Het kabinet beschouwt daarbij het inkomensbeleid integraal en weegt dit jaarlijks alle plussen en minnen in de koopkrachtbesluitvorming.
Uit het rapport van PBL āmeten met twee matenā uit december 2018 blijkt overigens dat Nederland in Europees perspectief relatief goed scoort op betaalbaarheid van de energierekening voor huishoudens en relatief weinig energiearmoede kent.
6. Het principe van de vervuiler betaalt zou voorop moeten staan. Hoe gaat de regering motie Beckerman cs uitvoeren en de industrie voor eigen vervuiling laten betalen?
De motie Beckerman (Kamerstuk 32813, nr. 351) verzoekt de regering haar belofte na te komen en huishoudens en het mkb niet op te laten draaien voor de kosten van de transitie in de industrie. In de brief bij het voorstel voor een Klimaatakkoord (Kamerstuk 32813, nr. 342) heeft het kabinet aangekondigd het aandeel dat bedrijven bijdragen aan de ODE per 2020 te verhogen van 1/2 naar 2/3. Deze verhoging komt voor rekening van grootverbruikers, waaronder die in de industrie. De bijdrage van de industrie aan de ODE loopt door deze lastenverschuiving op naar ⬠550 miljoen in 2030. Dit is gelijk aan het bedrag dat de industrie maximaal voor CO2-reducerende maatregelen uit de SDE++ in 2030 kan ontvangen. Met het Belastingplan 2020 wordt deze ODE-schuif geëffectueerd. Daarnaast wordt in het Belastingplan geregeld dat de belastingvermindering in de energiebelasting fors wordt verhoogd, waardoor de belastingen op energie voor huishoudens in 2020 dalen ten opzichte van 2019. Ik beschouw de motie hiermee als ingevuld.
7. We blijven verdienen aan Groningen. Hoeveel daarvan
gaat naar de Groningers? Hoeveel komt er bij gedupeerden terecht?
De gasbaten waren de laatste 55 jaar aanzienlijk en
daarvan is maar een beperkt deel naar Groningers gegaan. Inmiddels
slinken deze snel en fors na het besluit de gaswinning zo snel als
mogelijk volledig te beƫindigen. Voor gedupeerden in Groningen geldt dat
schade vergoed wordt en dat alles versterkt zal worden wat nodig is.
Daarnaast heeft het kabinet het Nationaal Programma Groningen opgericht.
Met het NPG wordt ⬠1,15 miljard beschikbaar gesteld, dat ten goede komt
aan de mensen in Groningen. Een overzicht van tot nu toe gehonoreerde
projecten is te vinden op
https://www.nationaalprogrammagroningen.nl/projecten-informatie.
8. Woningen die uit het HRA-model als veilig kwamen, blijken toch onveilig. Stopt de minister met het HRA model?
NAM heeft de wettelijke plicht om de veiligheidsrisicoās van de winning voor het hele gebied in kaart te brengen. De HRA die zij hiervoor gebruikt is een internationaal erkende methodiek. Het model is op dit moment het enige model dat voor het totale gebied inzicht geeft in de risicoās, dit is niet mogelijk met de Nationale Praktijk Richtlijn. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en de Mijnraad adviseren om voor de veiligheidsanalyse gebruik te maken van het HRA-model. Bij de versterkingsopgave wordt de uitkomst van het HRA-model alleen gebruikt voor de prioritering. Bij de beoordeling van een individueel gebouw vindt altijd een opname plaats, op basis waarvan wordt beoordeeld of en zo ja welke versterkingsmaatregelen noodzakelijk zijn.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State gaat in haar uitspraak over het instemmingsbesluit voor het Groningenveld 2018ā2019 (201810054/1/A1) uitgebreid in op het HRA model en concludeert dat berekeningen met het model ten grondslag mogen liggen aan de prioritering van de opnames en beoordeling. Ook SodM, TNO en een panel van hoogleraren onderschrijven het advies van de Mijnraad van 29 juni 2018 (Kamerstuk 33 529, nr. 498) om de HRA te hanteren om de prioritering te bepalen. Zodra er definitieve uitkomsten zijn van de steekproef in de batch 1581 informeer ik de Tweede Kamer nader.
Antwoorden op de vragen gesteld door D66
1. Ik verzoek de minister om snel met de Warmtewet 2.0. te komen en om de warmteprijs tot die tijd te bevriezen. Graag een reactie van de minister hierop.
Bevriezen van de warmtetarieven vergt aanpassing van de Warmtewet. We werken aan een andere tariefsystematiek in Warmtewet 2.0. In de huidige wet staat dat de maximumprijs is gebaseerd op de integrale kosten die een verbruiker zou moeten maken voor het verkrijgen van dezelfde hoeveelheid warmte bij het gebruik van gas als energiebron (art 5, lid 2a). De wet geeft de ACM niet de ruimte om lagere maximum tarieven dan de op basis van de gasreferentie vast te stellen of te differentiƫren zoals in de vraag aangegeven. Met de recente wetswijziging zijn onderdelen van de methodiek voor het vaststellen van het maximum tarief wel verder aangescherpt.
Het tarief dat de ACM vaststelt betreft een maximum. De warmtebedrijven kunnen ook lagere tarieven hanteren. Mede op aandringen van uw Kamer ben ik hierover met de grotere warmtebedrijven in gesprek. Diverse warmtebedrijven hanteren in 2019 ook al lagere tarieven dan de maximum toegestane.
2. Huishoudens die op het collectieve WKO systeem zijn aangesloten krijgen nu water van 12 graden Celsius, volgens de warmtewet moet dit warmer zijn (warm genoeg om te douchen). Kan MEZK toezeggen dat hij geen stappen zet tot de rechter een uitspraak heeft gedaan en hierover gedebatteerd is?
WKO-systemen leveren per definitie warmte op lagere temperaturen, die vervolgens opgewaardeerd moeten worden voor verwarming en warm tapwater. Dit betreft een bewezen techniek, die al veel wordt toegepast. De rechter heeft in 2016 geoordeeld dat ook deze lagere temperaturen onder de reikwijdte van de Warmtewet vallen. Dat vraagt echter wel om aangepaste tariefregels. Daarom zijn (tarief)regels opgesteld, die per 1 januari 2020 ingaan. De nieuwe (tarief)regels voor WKO (Warmte Koude Opslag) dienen als extra bescherming voor de gebruiker. De regels over temperatuurcategorieƫn en WKO staan in het Warmtebesluit. Dat Besluit is in 2018 voorgehangen in de Kamer. Uitstellen van invoeren betekent ook dat overige wijzigingen in de warmtetarieven niet doorgaan.
3. In de Bosatlas voor duurzaamheid worden datacenters als warmtebron aangewezen, maar restwarmte wordt niet aangemerkt als duurzaam. Hoe zorgt de minister ervoor dat we deze warmte gaan benutten?
Verschillende productielocaties waar restwarmte vrij komt, kunnen als warmtebron worden ingezet mits langdurig beschikbaar. Datacentra zijn daar een voorbeeld van. Restwarmte wordt daarbij aangemerkt als een duurzame energiebron. Restwarmte betreft CO2-vrije warmte, ongeacht het productieproces dat de restwarmte veroorzaakt. De CO2 die vrijkomt bij het productieproces wordt namelijk volledig toegerekend aan dat primaire proces, niet aan de overtollige restwarmte. In de nieuwe regelgeving voor nieuwe gebouwen (BENG) wordt het inzetten van restwarmte al positief gewaardeerd. Ook in de Warmtewet 2.0 zullen regels opgenomen worden om het nuttig hergebruik van restwarmte te stimuleren.
Antwoorden op de vragen gesteld door de PvdA
1. Hoe kunnen we er zeker van zijn dat de partijen die hebben deelgenomen aan het Klimaatakkoord niet alleen afspraken maken, maar ook nakomen?
Antwoord:
In elke sector zijn sectorale uitvoeringsoverleggen en een overkoepelend voortgangsoverleg ingesteld. Aan deze overleggen nemen (vertegenwoordigers van) de partijen deel die nodig zijn voor de uitvoering en zich gecommitteerd hebben aan het Klimaatakkoord. De uitvoeringsoverleggen zijn gericht op het uitwerken van afspraken en het gezamenlijk oplossen van problemen.
Het algehele kader voor de borging van doelbereik van het Klimaatakkoord is de Klimaatwet en de daarin voorgeschreven borgingcyclus. Het kabinet zal jaarlijks in de Klimaatnota rapporteren over de voortgang en de prognose van doelbereik. De Klimaatnota wordt opgesteld op basis van de Klimaat- en Energie Verkenning (KEV) van PBL. Naast de KEV zal jaarlijks, bij de Klimaatnota, de Voortgangsmonitor Klimaatbeleid verschijnen. Hierin wordt de feitelijke voortgang van het Klimaatbeleid gemonitord, inclusief de gemaakte afspraken uit het Klimaatakkoord. Indien uit de Voortgangsmonitor blijkt dat afgesproken maatregelen door betrokkenen niet of niet afdoende worden uitgevoerd, is directe actie noodzakelijk en spreken partijen elkaar aan in de uitvoeringsoverleggen en/of het overkoepelende voortgangsoverleg.
Elke twee jaar, voor het eerst in 2021, brengt het kabinet cf. de Klimaatwet een rapportage uit over de voortgang op basis waarvan bestaande maatregelen kunnen worden geĆÆntensiveerd en/of extra maatregelen kunnen worden aangekondigd indien hiertoe aanleiding is in het licht van de doelstellingen van de Klimaatwet.
Elke vijf jaar, voor het eerst in 2024 wordt, wordt het Klimaatplan herzien met een horizon van 10 jaar. Een eventuele resterende opgave om te komen tot 49% reductie in 2030 zal dan (opnieuw) over sectoren worden verdeeld. De analyses voor deze herijking zullen in 2023 worden uitgevoerd.
Antwoorden op de vragen gesteld door de ChristenUnie
1. In de financiƫle sector worden nog veel investeringen gedaan in fossiel. Wat kan de minister doen om de financiƫle sector te bewegen tot veel meer groene investeringen?
Ik blijf nationaal en internationaal de samenwerking opzoeken. Nationaal heb ik dat gedaan binnen het klimaatakkoord. Hierbinnen heeft de financiƫle sector op eigen initiatief een commitment afgesloten. Ik blijf samen met mijn collega van Financiƫn in gesprek met de sector om een ambitieuze invulling van dit commitment na te streven. In dit commitment geven de ondertekenaars aan alle relevante investeringen en beleggingen in lijn te brengen met het akkoord van Parijs. Het commitment is vrijwillig, maar niet vrijblijvend, en er zal jaarlijks over de voortgang gerapporteerd worden. Nederlandse instellingen lopen hiermee voorop. Ik zet me ervoor in dat Europese en andere internationale financiƫle instellingen dit goede voorbeeld volgen. Uit het klimaatakkoord zullen vele projecten komen. Ik blijf met de sector in gesprek over de mogelijkheden om hier te investeren op een marktconforme wijze.
Er dient daarnaast in Europa snel een ambitieuze taxonomie te komen zodat helder wordt wat een groene/duurzame investering is. Verder streef ik na dat er ook op internationaal niveau aandacht is voor het onderwerp āgroene investeringenā, om zo te komen tot meer kennis, uniformiteit, en het risico op verplaatsing van fossiele investeringen te voorkomen.
De Nederlandse staat geeft het goede voorbeeld door een groene obligatie uit te geven. Dit geeft de groene kapitaalmarkten een zet.
2. De minister zou in gesprek gaan met de regio over voldoende geestelijke zorg. Wat is het resultaat hiervan? Is er contact over met VWS?
Uw Kamer heeft eerder verzocht om in overleg met de regio en met het bestuur van het Nationaal Programma Groningen (NPG) te komen tot een oplossing voor het tekort aan geestelijke zorg. Het onderwerp is onder de aandacht gebracht van het bestuur van het NPG, waarbij is benadrukt dat geestelijk verzorgers een belangrijke rol kunnen spelen bij de aanpak van de sociale en psychische gevolgen van de aardbevingsproblematiek in Groningen.
Tijdens het Bestuurlijk Overleg van 5 juni jl. hebben Regio en Rijk afgesproken dat de aardbevingsgemeenten middelen krijgen om de komende twee jaar extra capaciteit in te zetten voor de sociale en emotionele ondersteuning van inwoners. Hiervoor is gezamenlijk ⬠5,4 miljoen vrijgemaakt. De kosten worden 50/50 verdeeld tussen het NPG en het Rijk. De aardbevingsgemeenten kunnen naar eigen inzicht de middelen inzetten voor sociale en emotionele ondersteuning, bijvoorbeeld voor coaches of geestelijke verzorgers. Afgesproken is om de inzet van de ⬠5,4 miljoen voor sociale en emotionele ondersteuning over twee jaar te evalueren. De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en EZK, regio en GGD Groningen trekken hierin samen op.
Antwoorden op de vragen gesteld door de Partij voor de Dieren
1. Urgenda. De rechter zei al dat de doelstelling van 2030 niet kan wegnemen dat er een gevaarlijke situatie ontstaat als niet snel maatregelen worden getroffen. Hoe later, hoe meer van het ācarbonbudgetā op gaat. Is de minister bereid de criteria van het kabinet los te laten en de maatregelen te nemen zodat het doel wordt gehaald? Waarom neemt het kabinet niet maatregelen om tot de onderkant van de bandbreedte te komen?
De uitspraak van de rechter stelt dat de nationale uitstoot in 2020 van broeikasgassen met 25% moet zijn verminderd ten opzichte van 1990. De rechter laat zich niet uit over de wijze waarop het kabinet deze opgave moet realiseren. Het is aan het kabinet om klimaatmaatregelen te treffen die deze doelstelling realiseren en kan daarbij randvoorwaarden stellen aan de maatregelen die ze hiervoor inzet.
Het kabinet wil de benodigde maatregelen voor uitvoering van het Urgenda-vonnis inzetten om een snelle start te maken met het reduceren van CO2, en tegelijkertijd voorkomen dat deze maatregelen het draagvlak voor het klimaatbeleid op de langere termijn ondermijnen. Om deze reden kiest het kabinet ervoor om in het kader van de uitvoering van het Urgenda-vonnis aanvullende maatregelen te treffen die i) kosteneffectiviteit zijn, ii) beperkte weglekeffecten kennen naar het buitenland, iii) op (enig) draagvlak kunnen rekenen en iv) aansluiten bij de doelen en systematiek van het Klimaatakkoord.
Het kabinet acht het niet wenselijk om deze criteria los te laten: maatregelen die uiterst kostbaar zijn, geen bijdrage leveren aan het (mondiale) klimaatprobleem en (daarom) niet kunnen rekenen op draagvlak ondermijnen de transitie op de langere termijn. Daar is het klimaat niet bij gebaat.
Het streven van het kabinet is en blijft om de benodigde opgave te realiseren. Het kabinet baseert zijn beleid op de ramingen van PBL. Deze kennen een middenwaarde, maar ook een forse onzekerheidsbandbreedte. Om rekening te houden met deze onzekerheid blijft het kabinet de komende periode actief zoeken naar maatregelen die aan de criteria voldoen om uitvoering te geven aan het vonnis.
2. Technische maatregelen moeten de uitstoot van stikstof in de landbouwsector verminderen. Deze maatregelen werken niet of slecht. En toch worden hier miljoenen euroās in geĆÆnvesteerd. Waarom zet de minister zijn principes opzij? Waar is hier de kosteneffectiviteit?
Het kabinet inventariseert momenteel alle mogelijke maatregelen die een bijdrage kunnen leveren aan de reductie van de stikstofuitstoot. Bij de beoordeling van maatregelen vormt kosteneffectiviteit een van de criteria.
3. De krimp van de veehouderij is onvermijdelijk. Wil de minister hierover duidelijk zijn naar de minister van LNV?
Zoals aangekondigd in de brief van 13 november 2019 (Kamerstuk 35334, nr. 1), komt het kabinet in december met een aanvullend pakket aan maatregelen waarbij de ambitie is om tot een generieke drempelwaarde te komen. Het kabinet werkt momenteel aan de maatregelen die onderdeel zullen zijn van dit pakket. Daarbij wordt in alle relevante sectoren bezien welke kosteneffectieve maatregelen kunnen worden ingezet. De verantwoordelijkheid voor dit dossier ligt bij de Minister van LNV als coƶrdinerend bewindspersoon.
4. In reactie op de uitbreiding van Schiphol en Lelystad: wanneer gaat de minister van Klimaat de minister van Infrastructuur tot orde roepen?
De minister van Infrastructuur en Waterstaat werkt momenteel aan een nota over de luchtvaart. Uw vraag wordt naar de minister van Infrastructuur en Waterstaat doorgeleid.
5. Is de minister bereid een onderzoek uit te laten voeren naar het begrip ecocide?
Over het begrip ecocide is al het nodige bekend. Nader onderzoek naar dit begrip draagt daar niet direct aan bij. Het begrip ecocide wordt vooral in verband gebracht met het strafbaar stellen van het veroorzaken van grootschalige schade aan ecosystemen. De internationale klimaatonderhandelingen zijn echter niet gericht op het strafbaar stellen van milieuonvriendelijk gedrag maar juist gericht op nationale bijdragen voor de oplossing van het vraagstuk.
Antwoorden op de vragen gesteld door 50PLUS
1. Hoe kunnen we ouderen compenseren voor het feit dat niet geĆÆndexeerd wordt, mogelijk gekort wordt op pensioenen en dat de gasbelasting omhoog gaat?
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is hard bezig te bezien hoe om te gaan met āonnodigeā kortingen. Hij heeft vandaag hierover een brief gestuurd. Ik verwijs u naar de door hem verstuurde brief.
Het klopt dat de belasting op gas stijgt. Echter, de belastingvermindering op de energiebelasting stijgt ook. Tezamen daalt bij gemiddeld verbruik het belastingdeel op de energierekening daarmee in 2020 met 100 euro. De doorrekening van het CPB laat bovendien zien dat maatregelen in het Klimaatakkoord positieve inkomenseffecten kennen, ook voor gepensioneerden.
2. Leeftijdsgrens stimuleringsfonds volkshuisvesting is 75-plus. Deze grens is willekeur en riekt naar leeftijdsdiscriminatie. Is de minister bereid deze grens te laten vallen?
Dit dossier valt niet binnen het beleidsterrein van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Ik geleid de vraag door naar de minister van M&W.
3. 50-Plus wil dat mensen die niet extra kunnen betalen, maar wel alle stappen van schuldhulpverlening hebben doorlopen, geen extra kosten hoeven te betalen. Graag reactie hierop van minister.
Schulden, armoede en de daarbij behorende schuldhulpverlening hebben de aandacht van dit kabinet. Daarom zijn in het regeerakkoord hierover afspraken gemaakt en is de staatssecretaris van SZW de ābrede schuldenaanpakā begonnen. Voor de laatste stand van zaken op het terrein van schuldhulpverlening inclusief fraudeaanpak verwijs ik u door naar de staatssecretaris van SZW en de staatssecretaris van FinanciĆ«n.
4. De gestegen ODE maakt dat veel glastuinbouwers lastig de lasten kunnen dragen. Dit werkt contraproductief, de glastuinbouwers voelen zich niet gesteund te verduurzamen. Kan de minister hierop reageren?
Het is van belang om de verschillende sectoren, waaronder de glastuinbouw, te ondersteunen bij de gewenste verduurzaming. De afgelopen jaren heeft de glastuinbouw met name een beroep op de SDE+ kunnen doen voor de verduurzaming van kassen, middels geothermie, de aanschaf van zonnepanelen en zonthermie. Op dit moment wordt de SDE+ verbreed van hernieuwbare energie naar CO2-reductie, hierbij wordt ook gekeken naar opties in de glastuinbouw waaronder de benutting van restwarmte en de daglichtkas. Anders dan voor de industrie het geval is, geldt er daarbij geen maximum op het beroep dat de glastuinbouw op deze regeling kan doen. Daarnaast zal de minister van LNV in overleg met de sector bezien hoe de extra klimaatgelden voor landbouw in 2020 ten goede kunnen komen aan de glastuinbouw, met name gericht op verduurzaming en elektrificatie, waarbij ook oog is voor bedrijven die deze overstap al hebben gemaakt en of die in de derde schijf ODE elektriciteit zitten. Het eerste overleg hierover wordt op korte termijn georganiseerd om dit verder met elkaar handen en voeten te geven. Op deze manier wordt de glastuinbouw ondersteund bij de gewenste verduurzaming.
5. Er moet een tandje bij op klimaatmaatregelen. Leidt dit tot extra inspanningen en investeringen? De Algemene Rekenkamer geeft aan dat er onduidelijkheid is over hoe extra maatregelen worden ingezet. Kan de minister hier duidelijkheid over geven? Wordt er wel geĆÆnvesteerd in de meest effectieve maatregelen?
Op basis van het regeerakkoord is jaarlijks bijna ⬠4 miljard beschikbaar voor de financiering van klimaat-en energietransities. Het grootste deel van dit bedrag gaat naar de Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE++). Voor deze regeling is een bedrag beschikbaar dat oploopt naar ⬠3,3 miljard in 2030.
Tot 2030 maakt de regering door middel van de klimaatenvelop ⬠300 miljoen per jaar vrij voor het opbouwen van expertise en het uitvoeren van proefprojecten. Er zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld om uitvoering te geven aan het Urgenda-vonnis (tot en met 2020 ⬠500 miljoen) voor een breed palet aan maatregelen en er is extra geld uitgetrokken in het kader van het Klimaatakkoord. Een overzicht van de budgettaire gevolgen van het Klimaatakkoord (inkomsten en uitgaven) staat in een budgettaire tabel die op 3 juli aan de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstuk 32 813, nr. 348). De EZK -2020 bevat het āOverzicht maatregelen ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en CO2-reducerende maatregelen (uitvoering Urgenda-vonnis). Effectiviteit en efficiĆ«ntie zijn belangrijke overwegingen bij de keuze van de maatregelen.
6. Kunnen we richting bewustwording consumenten een tandje bijzetten m.b.t. energiebesparing en onnodig energieverbruik? Ziet de minister voor zichzelf daar een rol?
In het Klimaatakkoord gebouwde omgeving is een belangrijke rol weggelegd voor energiebesparing en daarmee het voorkomen van onnodig energieverbruik. Hiervoor zijn meerdere afspraken gemaakt, zoals een warmtefonds, kostenreductie en subsidie voor energiebesparing. Betrokken partijen trekken hier gezamenlijk op, waarbinnen een belangrijke rol is weggelegd voor de rijksoverheid. De minister van BZK is hier binnen het Rijk primair voor verantwoordelijk.
Daarnaast zijn er diverse campagnes om de consument bewust te maken, zoals momenteel de campagne āIedereen doet watā.
7. Hoe staat het met de doorlooptijden bij de TCMG? Hoe zit het met de aannemersvariant? Het aantal aannemers lijkt niet voldoende. Is er al zicht op meer aannemers?
De actuele stand van zaken van de schadeafhandeling door de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) in cijfers en grafieken is te vinden op de website van de TCMG: https://www.schadedoormijnbouw.nl/over-de-tcmg/cijfers. Ten aanzien van de doorlooptijden bij de TCMG is de stand van zaken als volgt:
| Meldingen | Aantal |
|---|---|
| Openstaande meldingen die maximaal 0.5 jaar geleden zijn ingediend bij de TCMG | 13.012 |
| Openstaande meldingen die tussen 0.5 en 1 jaar geleden zijn ingediend bij de TCMG | 1.177 |
| Openstaande meldingen die tussen 1 en 2 jaar geleden zijn ingediend bij de TCMG | 2.979 |
| Openstaande meldingen die langer dan 2 jaar geleden zijn ingediend bij de TCMG | 608 |
| Afgehandelde aanvragen door TCMG sinds 19 maart 2018 | 25.103 |
Circa 3.000 bewoners van de groep openstaande meldingen hierboven hebben overigens nog niet gereageerd op het aanbod uit de stuwmeerregeling. Zij hebben tot 1 januari 2020 om hun keuze bekend te maken. De Stuwmeerregeling is van toepassing op openstaande schademeldingen die vóór 13 juni 2019 zijn ingediend en die betrekking hebben op schade door mijnbouw binnen het effectgebied.
Vooralsnog zijn er op dit moment voldoende aannemers beschikbaar om de schade te herstellen. De TCMG biedt al enige tijd een aannemersvariant aan waarbij aannemers de ontstane schade direct kunnen herstellen. Deze mogelijkheid wordt door de TCMG actief onder de aandacht van aanvragers gebracht. Van deze mogelijkheid wordt echter maar beperkt gebruikt gemaakt. De TCMG blijft de aannemersvariant actief onder de aandacht brengen.
Antwoorden op de vragen gesteld door de SGP
1. Hoe groot is de kans dat de grote industriebedrijven er met het geld van de SDE++ van door gaan? Waar blijft de MKB-toets voor klimaatmaatregelen? Is de minister bereid in kaart te brengen wat de belastingen/lastenverzwaringen betekenen voor de verschillende sectoren? Is de verdeling nog wel eerlijk?
Bij de verbreding van de SDE++ is afgesproken dat de industrie in 2030 voor maximaal 550 miljoen aan ondersteuning kan ontvangen voor de CO2-reducerende maatregelen uit de SDE++. Dit is gelijk aan de bijdrage van de industrie aan de ODE in dat jaar. Daarnaast worden de effecten van de ODE-schuif gemonitord voor die sectoren waarvoor de impact het grootst is.
De mkb-impacttoets, die begin 2020 wordt verwacht, is een analyse van de effecten van de afspraken in het Klimaatakkoord. Daarbij kijkt de impacttoets naar de effecten, zowel de kosten als de baten, van de klimaatmaatregelen op mkb-bedrijven in diverse sectoren. De uitkomsten zullen inzichtelijk maken of en zo ja, waar stapeling van maatregelen dreigt. Het onderzoek zal ook aandacht schenken aan het handelingsperspectief van mkb-bedrijven. De uitkomsten hiervan zullen worden meegenomen in de uitvoering van het Klimaatakkoord en onderdeel vormen van voorlichting richting mkb-ondernemers. Daarnaast wordt ook de mkb-toets ingezet indien bij de uitwerking van klimaat- en duurzaamheidsmaatregelen in nieuwe concrete wet- en regelgeving de verwachting is dat er substantiƫle regeldrukeffecten optreden voor het mkb.
2. Gemeente Groningen loopt voor op aardgasvrije wijken, maar ze zetten nu projecten in de ijskast door gebrek aan budget. Er is 1 miljard nodig. Gemeenten zouden 150 miljoen krijgen volgens het Klimaatakkoord. Hoe zit dit en hoe zorgt het kabinet ervoor dat gemeenten hun heldenrol waar kunnen maken?
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de gemeenten voor de eerste 3 jaar totaal ⬠150 miljoen extra middelen krijgen om hun regierol bij het aardgasvrij maken van wijken in te vullen. Voor de periode hierna is afgesproken dat, aan de hand van een artikel 2 onderzoek, in kaart wordt gebracht wat nodig is om de regie te vervullen.
Daarbij worden gemeenten onder andere ook via het programma aardgasvrije wijken en het expertise centrum warmte ondersteund met kennis, ervaring en informatie om deze nieuwe rol goed vorm te geven.
Voor de uitvoering van de wijkaanpak zet het kabinet een breed en samenhangend pakket van maatregelen in, waaronder financieringsinstrumenten, kostenreductie, subsidies en een schuif in de energiebelasting.
3. Duurzame energieopgave regio: geef de regio ruimte om in te zetten op energiebesparing ipv alleen windmolens te plaatsen. Knelpunt is het ontbreken van goede garantieregelingen voor energiedienstverleners. Kunnen zij niet ook gebruikmaken van borgstellingskrediet MKB?
De BMKB is in beginsel beschikbaar voor alle ondernemingen. Uitgesloten van de BMKB zijn echter bedrijven die niet kunnen classificeren als onderneming en ondernemingen die kwalificeren als financier.
Over de toegang van energiedienstverleners tot de BMKB is gesproken met een aantal financiers. Hieruit blijkt dat energiedienstverleners vaak partijen zijn die enkel financiering leveren aan mkb-bedrijven voor duurzame energie investeringen. Zoān partij laat zich voor de BMKB niet anders kwalificeren dan als financier. Daarnaast zijn er energiedienstverleners die alleen diensten leveren aan een beperkt aantal leden, niet openstaan voor nieuwe klanten en daarmee niet kwalificeren als onderneming.
Mogelijk zijn er ook energiedienstverleners die gericht zijn op levering van energie, service of equipment aan derden en wel binnen de reikwijdte van de BMKB passen. In dat geval staan RVO.nl en EZK open om mee te denken over de toepasbaarheid van de BMKB regeling.
4. Stikstof en CO2: onorthodoxe maatregelen worden niet geschuwd en dat moet ook. SGP voegt er graag aan toe: Terugdringen van koopzondagen. Wil de minister kijken wat dit aan milieuwinst kan opleveren?
Dit is eigenlijk juist een orthodoxe maatregel. Zoals aangekondigd in de brief van 13 november jl. (Kamerstuk 35334, nr. 1), komt het kabinet in december met een aanvullend pakket aan stikstofreducerende maatregelen waarbij de ambitie is om tot een generieke drempelwaarde te komen. Het kabinet werkt momenteel aan de maatregelen die onderdeel zullen zijn van dit pakket. Daarbij wordt in alle relevante sectoren bezien welke kosteneffectieve maatregelen kunnen worden ingezet.
Antwoorden op de vragen gesteld door DENK
1. Waar blijven de mogelijkheden voor mkb-financiering via het investeringsfonds en de groeibrief? DENK vindt dat investeringsfonds niet alleen maar voor innovatie en groei moet zijn, maar ook financiering voor kleine ondernemers, waarbij 0% rente wordt doorgegeven aan mkb. Graag een reactie van de minister hierop. Qredits zou ook ondergebracht moeten worden bij het investeringsfonds. Graag een reactie van de minister hierop.
De brief over het versterken van het duurzame verdienvermogen van Nederland gaat dit jaar naar de Kamer. Daarnaast ben ik samen met de minister van Financiƫn aan het onderzoeken hoe een investeringsfonds kan worden opgericht om het verdienvermogen te versterken. Hierover wordt begin 2020 aan de Kamer gerapporteerd.
Qredits is een private stichting die door de overheid financieel wordt ondersteund met een achtergestelde lening en garanties op leningen van derden. De overheid kan deze private stichting niet onderbrengen bij een nog op te zetten investeringsfonds.
2. Pensioenfondsen beschikken over 1600 miljard euro aan vermogen. Pensioenfondsen zouden veel meer dan 12% in Nederland moeten investeren. Zij zouden dit kunnen doen via investeringsfonds, maar ook via Volksbank/ABN Amro. Dan moeten deze wel voor een belangrijk deel in publieke handen blijven. Graag een reactie van de minister hierop.
Dit dossier valt niet binnen het beleidsterrein van het ministerie van EZK. Ik geleid de vraag door naar de minister van SZW.
Antwoorden op de vragen gesteld door het lid Van Haga
1. Nieuw belastingplan: herziening van Box 3. Waarom moet dit betaald worden door de Box 3 belegger? Waarom wordt je dubbel gestraft als je een belegging hebt hierop?
Deze vraag ligt op het beleidsterrein van de minister van Financiƫn en uw vraag wordt doorgeleid naar deze minister.
2. VAR verklaring voor ZZPers, waarom moest dit veranderd worden?
Deze vraag ligt op het beleidsterrein van de minister van Financiƫn en uw vraag wordt doorgeleid naar deze minister.
3. Loondoorbetalingsverplichting 2 jaar bij ziekte. Dit is voor kleine ondernemers niet te doen. Minister: is er een poging te wagen om te kijken of bedrijven tot 25 medewerkers gevrijwaard worden van deze rompslomp? Uitbereiding vaderschapsverlof in hetzelfde kwadrant. Waarom geen uitzondering?
Deze vraag ligt op het beleidsterrein van de minister van SZW en uw vraag wordt doorgeleid naar deze minister.
4. Waarom mag je eigenlijk in de aanleg fase van nieuwbouw niet compenseren met de oude gebruiksfase?
Deze vraag ligt op het beleidsterrein van de minister van LNV en uw vraag wordt doorgeleid naar deze minister.
5. Vergunningen geothermie worden pas na 6 maanden afgegeven. Waarom gaat dit traag en niet binnen termijn van 6 weken?
De procedures voor afgifte van de verschillende noodzakelijke vergunningen voor geothermie zijn in de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) en de Mijnbouwwet vastgelegd. De termijnen voor de verschillende procedures zijn zes weken tot zes maanden. Bij een deel van de vergunningen die wij afgeven vindt vertraging plaats. Dit heeft verschillende oorzaken. Voordat een vergunning voor geothermie kan worden ingediend, dient eerst een m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden doorlopen. Deze procedure loopt momenteel veel vertraging op als gevolg van de stikstofproblematiek. De wijziging van de Mijnbouwwet in 2017 stelt in het kader van de zorgvuldigheid extra eisen aan afstemming en advisering in de procedures en de regionale overheden hebben meer behoefte aan overleg. Dit maakt de doorlooptijden voor de verschillende procedures in een aantal gevallen langer. Eventuele bezwaar- en beroepsprocedures kunnen een verdere vertraging van verschillende maanden veroorzaken.
6. Rijks- en gemeentemonumenten zijn niet te verduurzamen vanwege regels van de overheid. Juist monumenten moeten ook verduurzaamd worden. Kan hier op landelijk niveau iets aan gedaan worden?
Verduurzaming van de (bestaande) utiliteitsbouw is een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord. Daarbij zijn specifiek afspraken gemaakt over de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Daarvoor worden routekaarten voor 12 te onderscheiden sectoren in het maatschappelijk vastgoed vastgesteld. Tot die sectoren behoren ook het Rijksvastgoedbedrijf, het vastgoed van gemeenten en de daartoe te rekenen monumenten. De routekaarten inventariseren ook de randvoorwaarden en sectorale knelpunten en dragen mogelijke oplossingen aan. De routekaarten en voortgang van de uitvoering ervan worden besproken in het uitvoeringsoverleg Gebouwde Omgeving.
Beantwoording van vragen op het terrein van de staatssecretaris van EZK
Antwoorden op de vragen gesteld door de PVV
1. Verzoek is om meer middelen beschikbaar te maken voor kennisverspreiding mkb
Kennisverspreiding richting het mkb is belangrijk om de kansen van nieuwe technologieĆ«n en werkwijzen te kunnen benutten. Ik geef hier op verschillende manieren al invulling aan. Denk bijvoorbeeld aan het programma Versnelling digitalisering mkb, aan de Smart Industry Hubs die zich richten op het innovatievolgend mkb en aan specifieke activiteiten gericht op kennisverspreiding binnen een bepaalde sector, bijvoorbeeld in het kader van de bouw- en retail-agenda. Daarnaast zijn in het kader van de MIT-regeling (Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren) kennisvouchers beschikbaar voor mkb-bedrijven in de topsectoren. Ook leveren organisaties als de Kamers van Koophandel (KvK), RVO.nl en de ROMās (Regionale Onwikkelingsmaatschappijen) ieder op hun eigen wijze een belangrijke bijdrage aan kennisverspreiding richting het mkb.
Door dit kabinet zijn extra middelen aan de TO2-instellingen (Toegepast Onderzoek Organisaties) ter beschikking gesteld om in samenwerking met branches en mkb-ondernemers de kennisverspreiding naar het mkb ter hand te nemen. In het eerste kwartaal van 2020 zal ik de Kamer informeren over hoe de TO2ās de ⬠7,5 miljoen die hiervoor aan hen ter beschikking is gesteld zullen invullen. Ook zal ik medio volgend jaar een evenement organiseren over de benutting van kennis, waarbij de resultaten van kennisverspreiding naar het mkb aan de orde zullen komen.
2. Kunt u een oproep aan de banken doen om meer te doen voor mkb-financiering, incl. initiatief voor een volksspaarbank in dit verband?
Banken verstrekken nog steeds de meeste kredieten aan het mkb alhoewel het aandeel van non-bancaire financiering aan het stijgen is. Voor ondernemers die niet bij de bank terecht kunnen is financiering door Qredits een mogelijkheid. Banken dragen tevens bij aan de funding van Qredits, zodat Qredits met die funding zelf kleine kredieten kan verstrekken. Ik benadruk regelmatig bij banken dat ze naast doorverwijzing aan Qredits ook goed moeten doorverwijzen naar andere financiers als ze de ondernemer niet zelf kunnen helpen (bijvoorbeeld met het instrument Financieringstafels). Volgens de banken, in de gedragscode kleinzakelijke financieringen, gebeurt dit bij 17% van de afwijzingen die zij doen. Andere marktinitiatieven op de mkb-financieringsmarkt juich ik ook toe. Een volksspaar- of leenbank voor het mkb vanuit de overheid past niet in het kabinetsbeleid.
3. Graag een reactie op het behouden van de verruimingen in de BMKB
In de brief over Beleidsvisie mkb-financieringsmarkt van 5 november jl. (Kamerstuk 32 637, nr. 386) heb ik aangekondigd de kredietverlening aan het mkb te blijven ondersteunen door de verruimingen in de BMKB (ingesteld tijdens de crisisperiode) voort te zetten tot medio 2022. Daarmee geef ik uitvoering aan de motie Wƶrsdƶrfer (VVD) āhandhaven verruimingen BMKBā (Kamerstuk 35 200 XIII, nr. 13).
4. AI: hoe kan kennis en toepasbaarheid hiervan worden vergroot binnen maritiem, agrarische sector, veiligheid, maar ook voor toezichthouders en waakhonden, waaronder DNB, ACM, zonder de innovatie te belemmeren?
Om ontwikkeling en toepassing van kennis over AI (artificiƫle intelligentie) te bevorderen is publiek-private samenwerking essentieel. Deze samenwerking tussen kennisinstellingen, onderwijs, bedrijven en overheden staat centraal binnen het nieuwe missiegedreven innovatie- en topsectorenbeleid, waarin AI een sleuteltechnologie is. De Nederlandse AI Coalitie speelt hierbij een belangrijke rol. Hier doen bedrijven aan mee uit de landbouw, transportsector, zorg, veiligheidsdomein, financiƫle dienstverlening en de maakindustrie. Ook de overheid zelf is deelnemer; mijn eigen ministerie, maar bijvoorbeeld ook de ministeries van BZK, LNV, Defensie en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De coalitie is ook in gesprek met toezichthouders zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en DNB.
5. Regionale ongelijkheid moet worden aangepakt over de grens, bijvoorbeeld door nivellering van accijnzen. Graag een plan van aanpak, kunt u aangeven hoe dit ervoor staat?
Het kabinet maakt veel werk van het wegnemen van belemmeringen die mensen in de grensregioās ervaren. Samen met Duitse en Belgische overheden, met name de deelstaten Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen en Vlaanderen, worden onder coƶrdinatie van de minister van BZK de belangrijkste knelpunten op het terrein van infrastructuur en sociale zaken en werkgelegenheid aangepakt. Zo zijn dit jaar zijn afspraken gemaakt om grensinfopunten te financieren, die burgers informeren en adviseren over wonen, werken, studeren en ondernemen in de grensregio. Dit zal in 2020 en daarna zijn beslag krijgen.
Ik zet via Interreg-programmaās in op innovatie, duurzaamheid, de energietransitie en klimaatadaptatie en het verminderen van de barriĆØrewerking van grenzen. Zo heeft in Noord-Nederland een aantal partijen de handen ineen geslagen om ƩƩn gezamenlijke grensoverschrijdende onderwijs- en arbeidsmarktregio te creĆ«ren. Ook vanuit de regio-envelop worden middelen beschikbaar gesteld aan grensoverschrijdende initiatieven via de Regiodeals met Twente, Parkstad Limburg, Zuid-Oost Drenthe en de Achterhoek. Elke Regiodeal is een kwestie van maatwerk, gericht op de specifieke opgaven in de regio. Hiermee levert dit kabinet een bijdrage aan de brede welvaart (economie, ecologie en sociaal) van regioās. Overigens gaat de staatssecretaris van FinanciĆ«n over nivellering van accijnzen in grensregioās.
6. Kunt u, in overleg met OCW, een plan van aanpak maken voor oer-Hollandsche ambachten?
Vakmensen zijn enorm belangrijk. Onze economie zou niet meer kunnen functioneren zonder deze mensen. Daarom is het ook belangrijk goed te kijken naar kleine, unieke beroepen. OCW financiert om die reden het meldpunt specialistisch vakmanschap bij de SBB, de samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs en bedrijfsleven. De subsidie loopt tot en met 31 december 2020. Dit meldpunt helpt kleine, unieke beroepen om levensvatbaar te blijven door het organiseren van goed beroepsonderwijs.
Daarnaast heeft EZK MKB!dee. Dit is een experimentele regeling, waarbij wordt gekeken hoe we ondernemers kunnen stimuleren meer te investeren in de versterking van kennis en vaardigheden van hun personeel. Kleine, unieke beroepen kunnen zelf een MKB!dee indienen of leren van initiatieven van anderen.
7. Op het gebied van toerisme, graag een reactie op het voorstel voor een rem op het hoge aantal stijgingen in heffingen om gelijk speelveld te verkrijgen.
Waar het gaat om algemene heffingen van de Rijksoverheid, leiden deze niet tot ongelijk speelveld in Nederland. Daar waar het gaat om regionale en lokale heffingen, betreft het een bevoegdheid van andere overheden. Specifiek voor toerisme is er het instrument van de toeristenbelasting. Toeristenbelasting behoort tot het gemeentelijk belastinggebied. Iedere afzonderlijke gemeente kan bepalen of toeristenbelasting wordt geheven en hoe de inkomsten hieruit worden besteed.
8. Is de regering bereid meer fiscale mogelijkheden te creĆ«ren voor zzpāers die sparen voor hun pensioen?
Bij het Pensioenakkoord is bepaald dat onderzocht wordt hoe zzpāers kunnen participeren in bestaande pensioenregelingen van de sector waarin zij werkzaam zijn. Fiscaal gezien zijn betaalde premies voor oudedagsvoorzieningen voor ondernemers in de inkomstenbelasting (bredere groep dan zzpāers) aftrekbaar van de winst. Daarnaast bestaat er voor ondernemers in de inkomstenbelasting de mogelijkheid om een deel van de winst te reserveren in de fiscale oudedagsreserve met uitstel van belastingheffing. Het kabinet is dus van mening dat er voldoende mogelijkheden zijn voor zzpāers om fiscaal gunstig te voorzien in hun oudedagsvoorziening. De Rijksoverheid heeft informatie beschikbaar gesteld over o.a. de fiscaliteit van de pensioenen van zzpāers op diverse websites.
9. Kunt u onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om in Born geproduceerde Miniās in te zetten als overheidsvoertuigen?
Overheden die voertuigen inkopen zullen met die opdrachten veelal uitkomen boven de Europese aanbestedingsdrempels. Dan is het niet mogelijk om die opdrachten voor te behouden aan Nederlandse ondernemingen of, zoals in dit geval, ondernemingen die in Nederland produceren. Het mooie daarvan is dat het dus ook niet mogelijk is voor andere EU-landen om de in Nederland geproduceerde Miniās uit te sluiten omdat ze niet in hun land geproduceerd zijn. Het gaat kortom bij de aanbestedingsdrempels om gelijke kansen voor het bedrijfsleven. Nederlandse bedrijven en werknemers hebben op die manier ook baat bij de Europese interne markt.
10. Graag een reactie op het verzoek om samenwerking tussen VNG en marktstandplaatshouders om verruiming van het vergunningenbeleid en bestaande vergunningen niet in te trekken. Dit geldt ook voor kermisondernemers; kan de staatssecretaris in gesprek met Kermisondernemers, o.a. over ontheffing voor milieuzones?
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vergunningenbeleid. Daarbij kunnen gemeenten kiezen voor het beperken van het aantal vergunningen vanwege bijvoorbeeld ruimtelijke orde of veiligheid. Daar kan ik niet in treden. Bovendien is mijn bewegingsruimte beperkt door de Europese Dienstenrichtlijn en de jurisprudentie daarover. Ik kan wel bij gemeenten onder de aandacht brengen dat indien een gemeente kiest voor het beperken van het aantal vergunningen, ze dat degelijk moet onderbouwen en ze dan ook terdege rekening moet houden met de terugverdientijd voor de betrokken ondernemer. Dit heb ik gedaan met mijn brief over de problematiek van schaarse vergunningen en de ambulante handel (Kamerstuk 32637, nr. 381). Hierin heb ik ook verwezen naar het rapport van de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel die in dat kader veel informatie biedt waar gemeenten hun voordeel mee kunnen doen. Tenslotte heb ik in deze brief aangegeven dat ik in contact zal blijven met de VNG om te bezien of de aanbevelingen uit de brief en uit het rapport van de CVAH tot verbetering leiden.
Antwoorden op de vragen gesteld door de VVD
1. HĆ©t mkb bestaat niet. Er zijn ZZPāers, winkeliers, scale-ups, start-ups, familiebedrijven. De grootte of hoeveelheid fte zegt niet genoeg over een mkb. Graag een reactie op het verzoek om meer differentiatie binnen het mkb te maken op type, grootte en branche.
Het mkb is inderdaad groot en zeer divers. In opdracht van het
ministerie van EZK verzamelt het CBS data over het mkb om recht te doen
aan deze diversiteit. Naast grootteklasse (aantal fte) wordt
gedifferentieerd naar sector, leeftijd en groeisnelheid. Het is derhalve
mogelijk gericht onderzoek te doen naar specifieke groepen binnen het
mkb. Het ontsluiten van deze extra informatie kost extra geld. EZK
verleent in het kader van het Jaarbericht van de Staat van het MKB
jaarlijks de opdracht aan het CBS om deze mkb-specifieke data te
verzamelen. Het ComitƩ voor ondernemerschap heeft de leiding over het
proces en maakt keuzes over eventuele accenten die worden gelegd.
Hierover wordt jaarlijks gerapporteerd in het Jaarbericht, welke op 8
oktober jl. aan uw Kamer is aangeboden (Kamerstuk 32637, nr. 382).
In gevallen waarin op zeer specifieke groepen wordt gezocht kan de
anonimiteit van de bedrijven in het geding komen. In die gevallen
gebiedt de CBS-wet geheimhouding en kunnen de data niet worden
gedeeld.
2. Wanneer komt de Wet Markt en Overheid?
Ik ben op dit moment bezig met een wetsvoorstel waarin ik de algemeenbelanguitzondering in de Wet Markt en Overheid aanscherp. Hiermee geef ik uitvoering aan het regeerakkoord. Het is mijn bedoeling het wetsvoorstel in het eerste kwartaal van 2020 voor advisering bij de Raad van State in te dienen, en later dat jaar in uw Kamer in te dienen.
3. Als kleine bedrijven een geschil hebben met grote bedrijven is er vaak sprake van juridische ongelijkheid. Herkent de staatssecretaris dit? En wat is ze bereid hier aan te doen?
Ik herken deze discussie en heb hier in mijn MKB-actieplan een verkenning naar aangekondigd. In een brief van 4 november jl., waarmee ik uw Kamer attendeerde op een recente marktstudie van de ACM naar de rol van verzekeraars op de autoschadeherstelmarkt, heb ik toegezegd ernaar te streven uw Kamer nog dit jaar te informeren over de uitkomsten van deze verkenning (Kamerstuk 32637, nr. 385). Daarnaast heb ik u op 12 november jl. per brief geĆÆnformeerd over de evaluatie van de Wet betaaltermijnen grote bedrijven. Ik heb hierin aangekondigd dat ik voornemens ben de wettelijke betaaltermijn aan te scherpen naar 30 dagen, waar deze nu 60 dagen is (Kamerstuk 32637, nr. 388).
4. Mkb en grootbedrijf: door het verpandingsverbod dat in sommige contracten wordt afgedwongen laat het mkb veel geld liggen. Waar blijft de wet om dit aan te pakken?
Ik verwacht dat de minister voor Rechtsbescherming dit voorstel op korte termijn bij de Raad van State zal kunnen indienen voor advies.
Antwoorden op de vragen gesteld door het CDA
1. De āFraudehelpdeskā bevordert dat ondernemers zĆ©lf aan de slag gaan met het voorkomen van criminaliteit. Een goed initiatief. Echter, volgend jaar schrapt EZK haar jaarlijkse bijdrage van ⬠250.000, en wij kregen het signaal dat de toegezegde middelen over 2019 nog niet zouden zijn uitbetaald. Klopt dat? En is de staatssecretaris bereid samen met haar collegaās bij JenV tot een werkbare oplossing voor de Fraudehelpdesk komen?
De Fraudehelpdesk doet inderdaad goed werk, maar dat wil niet zeggen dat de middelen daarvoor op de begroting van EZK thuishoren. Fraudebestrijding hoort bij het domein van de minister voor Rechtsbescherming. Dat de Fraudehelpdesk ook ondernemers helpt, maakt dit niet anders.
Bij de behandeling van de begroting van 2013 heeft uw Kamer mijn ambtsvoorganger dringend gevraagd om, naast de subsidie door het ministerie van J&V, een deel van de bekostiging van de Fraudehelpdesk voor zijn rekening te nemen. EZK heeft als gevolg daarvan van 2013 tot en met 2018 een bijdrage van een kwart miljoen euro per jaar geleverd aan de Fraudehelpdesk. Daarmee heeft mijn departement het verzoek, dat formeel voor 2013 en 2014 was gedaan, zeer ruimhartig ingevuld.
Inmiddels zijn we al geruime tijd met elkaar in gesprek over het afbouwen van die hulp van EZK. Vorig jaar heb ik aan de Fraudehelpdesk en aan J&V aangegeven dat ik voor 2019 alleen nog een bijdrage zal doen, als dit nodig is om tot een nette overdracht of afronding van die bijdrage te komen. Dat EZK voor 2019 middelen zou hebben toegezegd is dus niet juist. De Fraudehelpdesk is erop gewezen dat ze zelf met het departement van J&V een structurele oplossing over de financiƫle middelen moeten vinden.
2. Industrieterreinen worden vol gezet met grote logistieke bedrijfshallen. En op sommige plaatsen leidt tot ongewenste effecten, zoals āverdozingā van het landschap, aantasting van de leefbaarheid en verdringing van andere, lokale mkb-bedrijven. Logistiek die bijdraagt aan de maakindustrie, en zorgt voor een grotere toegevoegde waarde van het regionale ecosysteem, is wat ons betreft prima. Maar logistiek die bouwt op duizenden hectares landbouwgrond, met een geringe toegevoegde waarde in een regionaal ecosysteem en een hoge druk legt op onze infrastructuur, daar mag van ons de rem op. Is de staatssecretaris dat met het CDA eens, dat we duidelijke keuzes moeten maken? En mag ik daar een reflectie op?
De wat u āverdozingā van het landschap noemt tast inderdaad op sommige plekken het open karakter van het Nederlandse landschap aan. Anderzijds is er ook het economisch belang van de logistieke sector. Niet alleen voor de lokale maakindustrie die u noemt, maar ook voor de distributie en detailhandel. Meer dan de helft van die distributiecentra, zeker in de Randstad, bedienen namelijk de supermarkten bij u in de wijk en de pakketjes die u thuis online besteld. De inpassing van deze functies in de ruimte en de weging van de verschillende belangen is primair een zaak van provincies en gemeenten. Het Rijk heeft in de ontwerp-Nationale Omgevingsvisie (NOVI) de nationale belangen en afwegingskaders aangegeven. De minister van BZK heeft in het AO over de NOVI van vorige maand toegezegd in februari 2020 een brief aan de Tweede Kamer te sturen over met name keuzes en sturing in de ruimtelijke ordening. āVerdozingā is een van de themaās waar zij op terug wil komen in deze brief. De minister van BZK zal daarnaast (mede namens de departementen LNV, OCW en EZK) een āBeleidsbrief Landschapā aan de Kamer sturen. Hierin zal ook aandacht besteed worden aan het rapport van het College van Rijksadviseurs over āVerdozingā. Tevens wordt hierbij het vorige week uitgebrachte advies van het PBL over āZorg voor het landschapā betrokken.
3. Handelsmissies zijn belangrijk voor ons bedrijfsleven om opdrachten binnen te halen. Hoe zijn of worden mkbāers betrokken bij Nederlandse handelsmissies naar het buitenland?
Buitenlandse markten zijn ontzettend belangrijk voor Nederlandse bedrijven. Het kabinet juicht internationaal ondernemen dan ook toe: Bedrijven met buitenlandse klanten zijn doorgaans innovatiever, productiever en hebben betere overlevingskansen. In het MKB-actieplan geeft het kabinet de verschillende acties die de dienstverlening en het advies rondom internationaal ondernemen moeten verbeteren. Het kabinet zet bijvoorbeeld in op sterkere samenwerking tussen publieke en private partners waarbij kennis en inzet worden gebundeld en de slagkracht vergroot, ook voor het mkb. Deze samenwerking leidt tot verschillende meerjarige internationale programmaās en projecten, waarbij participatie van het mkb vaak een belangrijke voorwaarde is. Daarnaast wordt er jaarlijks een aantal handelsmissies georganiseerd die ondernemers de kans bieden om zich te oriĆ«nteren op internationale marktkansen en het werken aan een internationaal netwerk. De verantwoordelijkheid van deze handelsmissies ligt bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hun inzet is dat zowel grote bedrijven als het mkb deelneemt aan deze handelsmissies.
Voorzitter, in het Regeerakkoord staat dat het kabinet werk maakt van het wegnemen van belemmeringen die mensen ervaren in de grensregioās. Bijvoorbeeld ten aanzien van infrastructuur en sociale zaken en werkgelegenheid.ā Wat is hiervan de status? Een goede grensoverschrijdende infrastructuur voor personen en goederen moet ook vanuit economische en kennisontwikkelingen hogere prioriteit krijgen. Graag een reactie van de staatssecretaris.
Zie het antwoord bij PVV, vraag 5.
Antwoorden op de vragen gesteld door de SP
1. Afgelopen maanden regende het klachten over energiebedrijven die lokken, onwettig contracten aansmeren. Kabinet legt verkoop via telefoon aan banden. Er zullen meer contracten aan de deur worden verkocht. Is de minister bereid dit in Nederland te verbieden, zoals in omringende landen?
Deze signalen hebben mij ook bereikt. De sector moet zich deze signalen serieus aantrekken. In Nederland kennen we voor verkoop aan de deur een systeem van wetgeving, aangevuld met zelfregulering en een handhavingsmechanisme. Zo hebben consumenten wettelijk een bedenktijd van 14 dagen en de verkoper moet gelijk een afschrift van de overeenkomst verstrekken, zodat de consument kan nalezen waarvoor hij heeft getekend. De ACM kan handhaven als deze regels niet nageleefd worden. Bovendien kunnen gemeenten verdere eisen te stellen aan de deurverkopers in hun gemeente.
Daarnaast hebben we in Nederland zelfregulering die door verkopers gerespecteerd moet worden. Zo zijn er stickers die je naast je voordeur kan plakken. Verkopers mogen dan niet aanbellen. Wanneer deze regels worden overtreden en er komt een overeenkomst tot stand, dan kan de consument daar achteraf alsnog vanaf. De Reclame Code Commissie ziet toe op naleving van deze zelfreguleringsafspraken.
Op basis van de vorige week in Brussel aangenomen New Deal (modernisering van Europese consumentenregels) kunnen lidstaten het verkoopkanaal āverkopen aan de deurā als zodanig niet verbieden. Uitwassen kan ik vanzelfsprekend wĆ©l aanpakken. De ACM doet naar aanleiding van de recente klachten onderzoek naar agressieve en misleidende werving bij de verkoop van energiecontracten. Ik zal zelf ook in gesprek gaan met energieleveranciers over hun verkooppraktijken. Wanneer daar aanleiding toe is, zal ik niet nalaten in te grijpen.
Antwoorden op de vragen gesteld door D66
1. Op dit moment heeft de Autoriteit Persoonsgegevens niet genoeg capaciteit om de AVG te handhaven. Ziet de staatssecretaris dat probleem ook?
Het kabinet heeft recent fors geïnvesteerd in de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de toezichthouder op de AVG: vanaf 2018 structureel ⬠5 miljoen en vanaf 2019 nog eens structureel ⬠2 miljoen. Bij de Voorjaarsnota 2019 is voorzien in een verdere structurele verhoging met ⬠3,4 miljoen; daarmee komt het budget voor 2019 op ⬠18,6 miljoen.
Voorts heeft de Minister voor Rechtsbescherming in een brief aan uw Kamer (Kamerstuk 32761, nr.149) een extern onderzoek aangekondigd naar wat de AP verder nodig heeft voor een goede taakvervulling. Begin 2020 worden de uitkomsten daarvan verwacht. Ik verwijs u dan ook verder naar mijn collega van Justitie en Veiligheid die over de AVG gaat.
2. Kennis- en innovatieconvenanten zijn mooi voorbeeld van samenwerking tussen publiek, bedrijven en kennisinstellingen. Wel nodig dat overheid blijft investeren in wetenschap die nodig is voor economische groei. Investeringen in sleuteltechnologieƫn blijven achter. Wat gaat de minister hieraan doen?
Het KIC laat inderdaad zien dat voor sleuteltechnologieën in 2020 ⬠570 miljoen beschikbaar wordt gesteld door private partijen en ⬠100 miljoen door publieke partijen, vooral TNO, NWO en het ministerie van EZK. Maar ik verwacht dat in de loop van 2020 extra publiek budget binnen het KIC schuift naar de sleuteltechnologieën. Het KIC bevat ⬠1,5 miljard aan middelen die nog worden toebedeeld, op basis van de ingediende projecten en plannen, waarvan de beste voor financiering in aanmerking komen. Ik wijs ook op de PPS-toeslag op mijn begroting. Die volgt het investeringsbedrag van bedrijven. Daaruit kwam in 2018 ca. ⬠100 miljoen terecht bij sleuteltechnologieën en ik verwacht dat dit in 2020 minstens hetzelfde bedrag zal zijn.
Daarnaast is bij Voorjaarsnota een reeks voor technologie toegevoegd aan de begroting van EZK, oplopend tot ⬠10 miljoen structureel; in 2020 is dat ⬠7,5 miljoen. Verder zal uit het Europese programma Horizon in 2020 een aanzienlijk bedrag ten goede komen aan sleuteltechnologieĆ«n in Nederland; ik verwacht ⬠100 tot 150 miljoen. En ik verwacht dat ook dat andere partners, zoals de regioās, het RIVM, de universiteiten en de Hogescholen een deel van hun beschikbare middelen investeren in sleuteltechnologie. In totaal leidt dat tot ruwweg een miljard voor sleuteltechnologieĆ«n in het KIC.
3. Het Songfestival is belangrijk voor de promotie van Nederland. Verzoek aan staatssecretaris om te kijken of er mogelijkheden zijn voor een bijdrage aan het Songfestival vanuit het toerismebudget (NL branding).
Het Songfestival is als evenement uitstekende promotie voor Nederland. Vanuit het toerismebudget zijn er geen middelen om een bijdrage te leveren aan de begroting van dit evenement. Het Songfestival biedt uiteraard mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven in bijvoorbeeld de toeristische sector en de creatieve industrie om Nederland goed te profileren. Vanuit EZK is hiervoor via RVO.nl en NBTC kennis en expertise beschikbaar, bijvoorbeeld als het gaat om de ondersteuning van side-events voor ondernemers, kennis van promotie, buitenlandse markten en gasten.
Antwoorden op de vragen gesteld door PvdA
1. Toerisme genereert twee keer zoveel omzet dan landbouw. We hebben een heel ministerie voor landbouw, maar voor toerisme doen we dat niet. Hoeveel fte is bezig met toerisme bij EZK? We hebben bijna geen beleid hiervoor op Rijksniveau. Er ligt een advies over hoe toerisme te spreiden van drukke locaties naar elders in het land. Vraag aan de Stas: is ze bereid de kern van dat advies op te volgen en is ze bereid om op innovatieve wijze toch een aantal proefprojecten te starten om toeristische druk te verspreiden (Amsterdam/Giethoorn)?
Bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zijn specifiek voor het onderwerp toerisme twee fte beschikbaar.
Het kabinetsstandpunt op het rapport āWaardevol Toerismeā van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur wordt in december aan uw kamer aangeboden.
Met de provincies heb ik op 9 oktober de Actieagenda Perspectief 2030 gepresenteerd. De Landelijke Data Alliantie is ƩƩn van de eerste projecten waar we gezamenlijk aan werken. Binnen de Data Alliantie kunnen proefprojecten met lokale partijen vorm krijgen.
Antwoorden op de vragen gesteld door de ChristenUnie
1. Kennis- en innovatieconvenanten zijn mooi voorbeeld van samenwerking tussen publiek, bedrijven en kennisinstellingen. Wel nodig dat overheid blijft investeren in wetenschap die nodig is voor economische groei. Investeringen in sleuteltechnologieƫn blijven achter. Wat gaat de minister hieraan doen?
Zie het antwoord bij D66, vraag 2.
2. Kan de staatssecretaris garanderen dat winkeliers die gedwongen moeten verhuizen binnen een winkelcentrum (vb. Dordrecht) het recht behouden om winkels niet te openen op zondag als zij dat niet willen?
Het lid Bruins verwijst naar de berichten over gedwongen verhuizing binnen het winkelcentrum Sterrenburg, waar enkele huurders gedwongen moeten verhuizen voor de renovatie. Met betrekking tot de zondagsopenstelling verandert er in dit geval in principe niets aan de afspraken, omdat de andere winkeliers niet verhuizen. Winkeliers zijn vrij om met elkaar of de verhuurder afspraken te maken over openingstijden op zondag, en een wijziging daarvoor kan in beginsel alleen in overleg tussen beide partijen.
Ik ben daarnaast voornemens een wetsvoorstel in te dienen dat de winkelier meer rechten geeft om niet akkoord te gaan met een wijziging van openingstijden, bijvoorbeeld wanneer een winkeliersvereniging met meerderheid van stemmen besluit tot bepaalde openingstijden, waar de winkelier niet mee eens is. Ik wil in situaties als dezen aan winkeliers een uitdrukkelijk instemmingsrecht toekennen. Ik ben mij daarnaast bewust van de wens van de Kamer om gedwongen zondagsopenstelling verder tegen te gaan. Ik ben me nog aan het beraden of ik aanvullende maatregelen tref bovenop het huidige wetsvoorstel. Ik ben daar met de sector over in gesprek.
Antwoorden op de vragen gesteld door 50Plus
1. Op welke wijze is er aandacht voor knelpunten, zoals producent van duurzaam asfalt die niet mee mag doen met aanbesteding omdat hij de enige is?
Het is bij overheidsopdrachten niet mogelijk om specifiek te vragen naar ƩƩn bepaalde producent. Hiermee ontneem je de gelijke kansen voor andere ondernemers om mee te doen bij aanbestedingen. Aanbestedende diensten mogen wel milieueisen of duurzaamheidscriteria hanteren bij overheidsopdrachten. Op die manier kan een aanbestedende dienst duurzaam inkopen en kunnen ondernemers die duurzaam asfalt produceren alsnog meedingen naar overheidsopdrachten. PIANOo biedt ondersteuning aan overheden die duurzaam willen inkopen. Overigens ben ik niet bekend met deze casus. Dat een ondernemer de enige is die een bepaald product aanbiedt kan als zodanig geen reden zijn om een bedrijf uit te sluiten bij aanbestedingen, zolang de gunningscriteria maar zo geformuleerd zijn dat eerlijke mededinging mogelijk is.
2. De overheid moet een rol nemen om bestemming van panden te wijzigen. Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om gemeenten hiervoor te stimuleren en faciliteren?
Veel vooral middelgrote Nederlandse steden staan voor omvangrijke transformatieopgave om hun binnensteden ook voor de toekomst aantrekkelijk te houden. Dat betekent kernwinkelgebieden compacter maken en andere functies dan retail weer een plek geven in de binnenstad. Hierbij hebben gemeenten een rol om ervoor te zorgen dat panden nieuwe functies kunnen krijgen. Binnen de Retailagenda werken publieke en private partijen samen om gemeenten hierin te ondersteunen. Er worden intervisiebijeenkomsten georganiseerd om kennis en ervaringen uit te wisselen. Er wordt uitleg gegeven over specifieke regelingen en instrumenten, zoals bijvoorbeeld over de Dienstenrichtlijn of het terugbrengen van overtollige plancapaciteit. Een ander initiatief van de Retailagenda is de inzet van reviewteams die gemeenten kunnen adviseren.
Antwoorden op de vragen gesteld door de SGP
1. Ondernemers durven geen klacht in te dienen bij een aanbesteding, omdat ze vaak meerdere aanbestedingen doen en als ze het wel doen wordt de klacht vaak te laat behandeld. SGP pleit voor betere rechtsbescherming in vorm van een aanbestedingsautoriteit bijv. onder de vleugels van ACM. Graag een reactie van de Stas hierop.
In mijn brief van 12 juli jl. (Kamerstuk 34252, nr. 13) en de beantwoording van de Kamervragen van mevrouw Palland (CDA) 31 oktober jl. (Kamerstuk 2019 D42874) heb ik maatregelen aangekondigd ter verbetering van de rechtsbescherming bij aanbesteden. Dit is ook besproken in het Algemeen Overleg over Aanbesteden op 31 oktober. Deze maatregelen zien op professionalisering van klachtenloketten, betere toegang tot de rechter en behoud van de Commissie van Aanbestedingsexperts als stok achter de deur. De inrichting van een aanbestedingsautoriteit is hier geen onderdeel van, zoals ook toegelicht in mijn brief van 12 juli jl. Met deze maatregelen wordt de rechtsbescherming van ondernemers verbeterd. De komende periode worden deze maatregelen nader uitgewerkt en ik zal uw Kamer daarover te zijner tijd nader informeren.
2. Wanneer kan de Kamer het wetsvoorstel tot het tegengaan van gedwongen zondagsopenstelling tegemoet zien?
Het afgelopen jaar heb ik samen met de sector onderzocht hoe om te gaan met de motie Stoffer/Verhoeven (Kamerstuk 35000 XIII, nr. 61). Ik verwacht begin volgend jaar uitsluitsel te kunnen geven hoe hier mee om te gaan.
Antwoorden op de vragen gesteld door DENK
1. Wat vindt de staatssecretaris van de daling van het ondernemersvertrouwen? Wat gaat zij doen om het tij te keren?
De conjunctuur enquête voor ondernemers (in het niet-financiële bedrijfsleven) meet elk kwartaal het ondernemersvertrouwen. Het ondernemersvertrouwen ligt ruimschoots boven het gemiddelde (2,1) sinds de start van de meting in 2008. Wel is het ondernemersvertrouwen na een piek in het eerste kwartaal van 2018 per saldo gedaald. In het vierde kwartaal van 2019 komt deze met (6,6) lager uit dan het ondernemersvertrouwen in het voorgaande kwartaal (10,6). Er zijn forse verschillen tussen sectoren in ondernemersvertrouwen. Het meest positief zijn de ondernemers in de bouw in de delfstoffenwinning en de autohandel en -reparatie is het sentiment negatief.
De verwachtingen voor het vierde kwartaal voor de totale omzet, de export, inkooporders, personeel en investeringen zijn per saldo positief, maar wel veel minder positief dan in 2018 het geval zien. Deze cijfers geven weer dat het belangrijk is om te blijven werken aan een goed ondernemersklimaat. Het kabinet is zich daar ten volle van bewust en werkt hier hard aan. Onder meer met het MKB-actieplan, het missie gedreven innovatiebeleid, ons startup- en scale-up beleid en de nieuw aangekondigde acties in de beleidsvisie mkb-financieringsmarkt.
2. De grootste zorg bij ondernemers is het personeelstekort. Wat gaat het kabinet hieraan doen? Deelt de minister dat we in onze economie meer werk van arbeidsmigratie moeten maken en dat we diversiteit moeten omarmen?
Het kabinet neemt het personeelstekort bij ondernemers uiterst serieus. Om die reden hebben we besloten om het Techniekpact voort te zetten en is personeel ƩƩn van de belangrijkste themaās in het MKB-actieplan. In de Voortgangsrapportage van het Techniekpact (Kamerstuk 32 637, nr. 373), die ik op 20 mei jl. naar uw Kamer heb gestuurd, informeren we over de stand van zaken van de acties van betrokken partijen. Niet alleen de ministeries van SZW, OCW en EZK zijn betrokken, maar ook regioās, onderwijsinstellingen, werknemers, brancheorganisaties en werkgevers. Een vergelijkbaar stuk over het MKB-actieplan heb ik op 11 juli jl. naar uw Kamer gestuurd (Kamerstuk 32 637, nr. 379). In de stukken ziet u hoeveel er gebeurt. Er gebeurt veel meer, maar ik zal een voorbeeld eruit lichten, omdat we hier zelf over gaan.
MKB!dee: Dit is een experimentele regeling, waarmee we ondernemers proberen te stimuleren door meer te gaan investeren in scholing en ontwikkeling. Dat doen we door ondernemers uit te dagen met ideeƫn te komen voor het oplossen van belemmeringen. Vervolgens krijgt de ondernemer subsidie om zijn idee uit te voeren. Vorig jaar zijn er 14 aanvragen toegekend. Ik verwacht begin december een nieuwe tranche te kunnen toekennen. Door het succes vorig jaar is er dit jaar flink meer geld beschikbaar: 7,8 miljoen euro. In 2020 is er 10 miljoen euro beschikbaar en in 2021 7 miljoen euro. We trekken samen op met SZW.
3. Het mkb komt te weinig aan krediet. Wel Qredits, maar dit gaat gepaard met een hoge rente. De zwakste schouders dragen hierdoor de zwaarste lasten. Deelt de minister deze mening en dat het onrechtvaardig is dat kleine ondernemers met deze hoge rente te maken krijgen?
Qredits heeft ruim 17.000 kredieten verstrekt aan kleine en startende ondernemers met haalbare ondernemersplannen die bij de bank geen financiering verkrijgen. Op dit moment verstrekt Qredits ruim 350 kredieten per maand. Naast krediet kunnen ondernemers bij Qredits coaching/begeleiding krijgen. Deze ondernemers hebben door Qredits hun ondernemersplannen kunnen realiseren. Voor deze kredieten betalen ondernemers een rentevergoeding aan Qredits. De rente van Qredits wordt onder andere bepaald door de kosten van Qredits. De rente is met afsluitprovisie een inkomstenbron voor Qredits om zo de kosten te dekken voor het verstrekken en beheren van kredieten. Daarnaast dient Qredits de kosten als gevolg van kredieten die niet worden terugbetaald (defaults) en de fundingkosten (rente die Qredits betaalt aan haar financiers) uit de inkomsten te dekken. Qredits heeft de afgelopen jaren een positief resultaat behaald en heeft daarom toen het kon de rente voor ondernemers verlaagd; zowel in 2017 als in 2018 is de rente met 1% verlaagd. De rente voor een microkrediet bedraagt 8,75% en voor een mkb kredieten tussen de 5,75 en 7,75%.
4. Kleine ondernemers kunnen niet het risico nemen om mensen aan te nemen omdat er geen betaalbare verzekeringen zijn voor zieke werknemers. De overheid zou dit risico op zich moeten nemen en daarmee zorgen voor betere werkgelegenheid. Graag een reactie van de minister hierop. Private verzekeraars zouden komen met een aanbod voor verzekering. Hoe staat het hiermee?
Dit ligt niet op het beleidsterrein van EZK, maar op dat van SZW.
5. Discriminatie bij ondernemers. Onderzocht moet worden of FIOD en Belastingdienst ondernemers van migratie-komaf extra controleren. Is de minister bereid dit te onderzoeken?
De minister van EZK gaat niet over de uitvoering door de Belastingdienst/FIOD. De staatssecretaris van FIN is daarvoor verantwoordelijk.
6. Discriminatie bij aanbestedingen. Onderzoek naar hoe en op welke manier ondernemers mogelijk gediscrimineerd worden bij aanbestedingen. Graag een reactie.
De aanbestedingsregels creƫren een gelijk speelveld tussen ondernemers. Het kan niet zo zijn dat ondernemers gediscrimineerd worden bij aanbestedingen. Dit is zelfs strafbaar. Het is daarom belangrijk dat ondernemers altijd aangifte doen van discriminatie. Dit kan bijvoorbeeld bij de klachtafhandeling van de aanbestedende dienst en door contact op te nemen met het antidiscriminatiebureau.
Antwoorden op de vragen gesteld door lid Van Haga
1. Criminelen genieten de bescherming van hun privacy. Zo niet de ondernemers die straks worden opgenomen in het UBO-register. Wat doet de regering om de privacy van ondernemers beter te beschermen?
De openbaar beschikbare gegevens blijven beperkt tot het minimum dat krachtens de vierde herziene Witwasrichtlijn verplicht openbaar moet worden gemaakt, namelijk naam, geboortemaand en -jaar, woonstaat, nationaliteit en de aard en omvang van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang. Er worden praktische maatregelen voorzien om de gegevens van UBOās te beschermen. De UBO-gegevens kunnen alleen door middel van stuksgewijze bevraging worden verkregen. Bulklevering van deze gegevens is niet voorzien. Net als in het Handelsregister is het niet mogelijk op naam van natuurlijke personen te zoeken. De informatie is alleen beschikbaar door te zoeken op de naam van de onderneming of rechtspersoon.
Tot slot kunnen UBOās in uitzonderlijke omstandigheden en per geval afscherming van hun informatie aanvragen. Deze uitzondering is aan de orde indien toegang tot de informatie de UBO blootstelt aan een onevenredig risico, een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie of als de UBO minderjarig of handelingsonbekwaam is. Het wetsvoorstel UBO-register zal naar verwachting in de eerste week van december plenair worden behandeld.
2. Wat gaan we op korte termijn doen aan de transportkosten vanuit China in de e-commerce sector?
Tijdens het extra Wereldpostunie congres eind september in Geneve zijn afspraken gemaakt die ervoor zorgen dat de zorgen over oneerlijke concurrentie vanuit China door te lage verzendtarieven sneller worden geadresseerd dan bij de eerdere internationale afspraken in de Wereldpostunie. Chinese webshops kunnen minder lang profiteren van de huidige lage vergoeding. Bovendien wordt de BTW vrijstelling voor e-commerce zendingen uit derde landen onder de 22 euro per 1 januari 2021 afgeschaft. Bij invoer van goederen is in principe in Nederland BTW verschuldigd. Wel geldt op dit moment een vrijstelling van BTW voor goederen met een waarde tot maximaal 22 euro. Op grond van nieuwe Europese regelgeving wordt deze vrijstelling per 1 januari 2021 afgeschaft. Een wetsvoorstel waarmee deze regels worden geĆÆmplementeerd zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2020 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Vanaf de inwerkingtreding van dat voorstel moet over alle goederen die worden ingevoerd BTW worden betaald, dus ongeacht de waarde. Ook hiermee wordt een factor weggenomen die tot verschil leidde tussen de kosten voor Nederlandse webshops en ondernemers in derde landen zoals China.
3. Kunt u een overzicht van alle maatregelen van alle ministeries die de afgelopen 2 jaar zijn genomen die de ondernemers in positieve en negatieve zin hebben getroffen?
Niet alle maatregelen worden vastgelegd in regelgeving en niet elke vorm van regelgeving bevat een of meerdere maatregelen. Om de ervaren regeldruk door ondernemers te verminderen heb ik een actief beleid dat uitgaat van de grootste knelpunten in ervaren regeldruk en die regeldruk aanpakt. Instrumenten als de mkb-toets, life-events, de strategische commissie betere regelgeving en niet te vergeten de toetsing door het ATR dragen bij aan reductie van de ervaren regeldruk. Ik rapporteer hier regelmatig over aan de Kamer.
Kamerstuk 30196 nr. 663. Motie Mulder (CDA), dictum: Verzoekt de regering, het wetgevingstraject van de wijziging van de Warmtewet te versnellen en het wetswijzigingsvoorstel begin 2020 aan de Kamer aan te bieden zodat inwerkingtreding op 1 januari 2021 mogelijk wordt.ā©ļø