Verslag
Wijziging van de Uitleveringswet, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering ter uitvoering van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)
Nummer: 2020D09197, datum: 2020-03-05, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiΓ«le HTML versie (kst-35382-5).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.H. van Meenen, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid (Ooit D66 kamerlid)
- Mede ondertekenaar: M.C. Burger, adjunct-griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 35382 -5 Wijziging van de Uitleveringswet, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering ter uitvoering van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme .
Onderdeel van zaak 2020Z01674:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2020-09-17 10:45 β Wetsvoorstel zonder stemming aangenomen. (Besluit)
- 2020-09-10 13:45 β Agenderen voor plenair debat. (Besluit)
- 2020-09-09 15:30 β Aanmelden voor plenaire behandeling (als hamerstuk). (Besluit)
- 2020-03-05 14:00 β Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2020-02-06 15:00 β Inbrengdatum voor het verslag vastgesteld op 5 maart 2020. (Besluit)
- 2020-02-04 15:30 β Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2020-02-04 15:30 β In handen gesteld van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid (Besluit)
- 2020-02-04 15:30: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2020-02-06 15:00: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2020-03-05 14:00: Wijziging van de Uitleveringswet, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering ter uitvoering van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (35382) (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2020-09-09 15:30: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2020-09-10 13:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2020-09-17 10:45: Hamerstuk: Wijziging van de Uitleveringswet, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering ter uitvoering van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (35382) (Hamerstukken), TK
Preview document (π origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2019-2020 |
35 382 Wijziging van de Uitleveringswet, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering ter uitvoering van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
Nr. 5 VERSLAG
Vastgesteld 5 maart 2020
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.
I. Algemeen
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel tot wijziging van de Uitleveringswet, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering ter uitvoering van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (hierna: het wetsvoorstel). Zij hebben nog een enkele opmerking en een vraag bij het wetsvoorstel. Voornoemde leden lezen in de memorie van toelichting dat het wetsvoorstel wordt benut om een omissie te herstellen in het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht. Hierdoor wordt de uitoefening van rechtsmacht op basis van het actief personaliteitsbeginsel mogelijk gemaakt voor de door het Verdrag bestreken misdrijven zonder dat daaraan de eis van dubbele strafbaarheid wordt gesteld. De aan het woord zijnde leden vragen hoe vaak het is voorgekomen dat door deze omissie Nederland geen rechtsmacht kon uitoefenen ten aanzien van Nederlanders die in het buitenland een strafbaar feit plegen.
De voorzitter van de commissie,
Van Meenen
Adjunct-griffier van de commissie,
Burger