Lijst met EU-voorstellen commissie J&V t/m 27 mei 2020
Lijst met EU-voorstellen
Nummer: 2020D18610, datum: 2020-05-14, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 4
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H. Schoor, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2020Z08702:
- Indiener: A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2020-06-04 10:00: Procedures en brieven (via videoverbinding) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2020-06-04 10:00: Procedures en brieven (via videoverbinding) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Overzicht nieuw gepubliceerde EU-voorstellen
Datum: 27-05-2020
Voorstellen verschenen in de periode t/m 27 mei 2020
Naar aanleiding van het vastgestelde rapport ‘Voorop in Europa’ (Kamerstuk 33936, nr. 2) wordt standaard op de procedurevergadering een overzicht geagendeerd van nieuwe ontwerp-EU-verordeningen en richtlijnen, Groen- en Witboeken, mededelingen en openbare raadplegingen op het terrein van J&V die sinds de vorige procedurevergadering zijn verschenen. Dit geldt ook voor voorstellen voor (Raads)besluiten en verslagen die niet uitsluitend technisch van aard zijn. Naar aanleiding van dit overzicht kan de commissie besluiten een of meer vermelde EU-voorstellen die van belang worden geacht in behandeling te nemen. Daartoe worden in de kolom ‘Opmerking’ behandelvoorstellen gedaan. Los hiervan wordt u door de regering geïnformeerd via BNC-fiches, geannoteerde agenda’s en de voortgang in EU-dossiers zoals vastgelegd in informatieafspraken met de Kamer (Kamerstuk 22112, nr. 1985).
Onderaan deze lijst (bijlage) treft u een overzicht aan van vaak voorkomende EU-instrumenten en een (niet uitputtend) overzicht van momenten waarop u als commissie of als fractie invloed kunt uitoefenen op de vorming van EU beleid: hetzij via het kabinet; hetzij zelf in Brussel.
| Nummer | Publicatie- datum |
Soort | Titel | COM-nummer | Deadline Sub.toets |
Opmerking |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Onderwerpen op het terrein van Justitie& Veiligheid | ||||||
| 1. | 11 mei 2020 | Verslag | VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2011/99/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende het Europees beschermingsbevel | COM (2020) 187 | Voorstel: voorkennisgeving aannemen Noot: De richtlijn ziet op de erkenning van het Europees beschermingsbevel (EPO) in burgerlijke en strafzaken en heeft ten doel de bescherming van personen die bescherming behoeven (slachtoffers en potentiële slachtoffers) te versterken wanneer zij naar een andere lidstaat reizen of verhuizen. In dit verslag wordt beoordeeld in hoeverre de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan de richtlijn te voldoen. De Commissie stelt vast dat de nationale uitvoeringsbepalingen over het algemeen bevredigend zijn, met name wat het mechanisme voor de erkenning van EPO´s betreft. Uit de analyse van de praktische toepassing van de richtlijn blijkt wel dat haar potentieel nog niet volledig is benut. |
|
| 2. | 11 mei 2020 | Verslag | VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ | COM (2020) 188 | Voorstel: desgewenst betrekken bij een eerstvolgend schriftelijk overleg over de JBZ-Raad Noot: De richtlijn voorziet in een aantal rechten voor slachtoffers van strafbare feiten en bijbehorende plichten voor de lidstaten. De richtlijn is het belangrijkste instrument op EU-niveau dat van toepassing is op slachtoffers van strafbare feiten. In dit verslag wordt beoordeeld in hoeverre de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan de richtlijn te voldoen. Uit deze beoordeling blijkt dat het volledige potentieel van de richtlijn nog niet wordt benut. De Commissie concludeert dat de richtlijn in onvoldoende mate wordt uitgevoerd. Tegen 21 lidstaten lopen inbreukzaken (niet tegen Nederland). Opmerking: de Europese Commissie beoogt nog dit jaar met een nieuwe EU-strategie voor slachtofferrechten te komen. |
|
| 3. | 20 april 2020 | mededeling | MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Vierde jaarverslag over de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije | COM (2020) 162 | Voorstel: kabinetsreactie vragen en daarbij vragen in te gaan op de toekomst van EU-Turkije samenwerking op het gebied van migratie Noot: De Faciliteit is een coördinatiemechanisme waarmee snel, doeltreffend en doelmatig EU-steun beschikbaar wordt gesteld voor vluchtelingen in Turkije. De Faciliteit wordt ingezet voor het verlenen van humanitaire bijstand en ontwikkelingshulp. Het totale budget dat door de Faciliteit wordt gecoördineerd, beloopt 6 miljard euro en wordt in twee tranches beschikbaar gesteld. In de mededeling informeert de Commissie over de uitvoering van de Faciliteit. |
|
| 4. | 8 mei 2020 | Mededeling | MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD over de tweede beoordeling van de toepassing van de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU | COM (2020) 222 | Voorstel: voor kennisgeving aannemen Noot: Op dit moment geldt een tijdelijke beperking voor niet-essentiële reizen naar de EU tot 15 mei 2020. De Commissie verzoekt de Schengenlidstaten en de geassocieerde Schengenlanden om de beperking van niet-essentiële reizen vanuit derde landen naar het EU+-gebied met nog eens 30 dagen te verlengen, d.w.z. tot en met 15 juni 2020. Het kabinet heeft in de Voortgangsbrief maatregelen aanpak Covid-19 op terrein JenV (2020D18914) laten weten de aanbeveling over te nemen om het inreisverbod voor niet-essentiële reizen naar het Nederlandse deel van de Schengenzone te verlengen tot en met 15 juni 2020. |
|
Bijlage: behandelmogelijkheden EU-voorstellen
Hieronder treft u een overzicht aan van vaak voorkomende EU-instrumenten en een (niet uitputtend) overzicht van momenten waarop u als commissie of als fractie invloed kunt uitoefenen op de vorming van EU beleid: hetzij via het kabinet; hetzij zelf in Brussel.
Indien de Europese Commissie een als prioritair aangemerkt EU-voorstel publiceert, wordt dit met een behandelvoorstel op de agenda van een procedurevergadering geagendeerd. In EU-notities en EU-signaleringen, bijvoorbeeld ter voorbereiding op bijeenkomsten van Europese Raden, wordt ook ingegaan op parlementaire beïnvloedingsmomenten in het EU-proces.
| Soort Instrument | Toelichting | Mogelijke beïnvloedingsmomenten |
|---|---|---|
| Wetgevende, bindende rechtshandelingen1 | ||
| Verordening | Een verordening heeft een algemene strekking, is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Dit betekent dat een verordening algemene regels stelt die voor een ieder gelden, direct van toepassing zijn in de nationale rechtsorde en voorrang hebben op (eventueel strijdig) nationaal recht. Soms is aanvullende wetgeving nodig om de verordening volledig te operationaliseren (bijvoorbeeld bij het aanwijzen van een nationale toezichthouder). Een door de EU wetgever (Raad en/of Europees Parlement) aangenomen verordening komt niet terug in de Kamer voor behandeling. |
|
| Richtlijn | Een richtlijn is verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat - aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen. Lidstaten dienen richtlijnen om te zetten in nationaal recht - pas dan treden de regels in werking. Een richtlijn laat zo ruimte aan lidstaten om zelf invulling te geven aan het verwezenlijken van een gemeenschappelijk vastgesteld doel. In de praktijk kunnen richtlijnen zeer gedetailleerde bepalingen bevatten. Daarnaast bieden richtlijnen geen soms geen enkele ruimte om andere regels te stellen. Een aangenomen richtlijn komt terug in de Kamer indien er implementatiewetgeving wordt voorgesteld. | |
| (Besluit) | Een besluit is verbindend in al zijn onderdelen. Indien de
adressanten worden vermeld, is zij alleen voor hen verbindend. Met
besluiten kunnen algemeen verbindende voorschriften worden toegepast op
een concreet geval. Daarnaast kunnen besluiten ook algemeen verbindende
voorschriften bevatten. In dat laatste geval is sprake van een
wetgevende handeling, in dat eerste geval niet. Voor wetgevende besluiten kan gekozen worden als richtlijnen en verordeningen niet geschikt zijn als instrument. Niet-wetgevende besluiten kunnen gericht zijn tot individuele of alle lidstaten (bv. maatregelen tegen onrechtmatige staatssteun) of individuen (natuurlijke personen en rechtspersonen) (bv in mededingingszaken). Verder is er nog een aantal bijzondere besluiten, zoals direct op de Verdragen gebaseerde uitvoeringsbepalingen; besluiten van de Europese Raad (bv het meerjarenplan op JBZ-gebied); en besluiten op het terrein van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid en besluiten tot het sluiten van internationale verdragen. Deze zijn in de regel niet wetgevend. Indien een besluit alleen door de Commissie wordt genomen, is het een niet-wetgevend besluit. Besluiten op voorstel van de Europese Commissie, genomen door de Raad en het Parlement zullen in de regel wetgevend zijn. Dit zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld. |
|
| Niet-wetgevende bindende rechtshandelingen | ||
| Gedelegeerde handeling | In een wetgevingshandeling (richtlijn, verordening) kan aan de Europese Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling. Essentiële onderdelen van een gebied worden uitsluitend bij een wetgevingshandeling geregeld en kunnen derhalve niet het voorwerp zijn van bevoegdheidsdelegatie. Experts, o.a. uit nationale lidstaten geven in een expertgroep advies over een voorstel tot gedelegeerde handeling. De Commissie stelt de handeling vast. Raad en Europees Parlement kunnen bezwaar maken of de bevoegdheid van de Commissie om de gedelegeerde handeling vast te stellen intrekken. |
|
| Uitvoerings-handeling | Indien de implementatie van Unierecht volgens uniforme standaarden van procedurele aard moeten plaatsvinden, kan de Europese Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om uitvoeringshandelingen vast te stellen. Uitvoeringshandelingen gaan vaak om een nadere praktische of technische uitwerking van regels die al bestaan, zoals templates, procedures, deadlines, etc. Er wordt over onderhandeld door comités van nationale ambtenaren, voorgezeten door de Europese Commissie. De Commissie stelt de uitvoeringshandeling vast. |
|
| Handelingen vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing | Deze procedure komt nog voor in Europese wetgeving van voor 2009. Bij deze procedure wordt de Europese Commissie geadviseerd door een zogeheten regelgevend comité met toetsing met vertegenwoordigers van lidstaten. Dit comité spreekt zich met gekwalificeerde meerderheid van stemmen uit over het voorstel. EP en Raad kunnen bezwaar maken. |
|
| Bijzondere rechtshandelingen | Er bestaan nog andere typen niet-wetgevende rechtshandelingen waarvan op voorhand niet te zeggen zijn of zij bindend zijn of niet. Bijvoorbeeld meerjarige kaderprogramma’s of actieprogramma’s. Deze programma’s worden vastgesteld volgens dezelfde wetgevingsprocedures als richtlijnen en verordeningen. Het is zaak goed in de teksten te bezien wat de voorgestelde rechtskracht is. |
|
| Niet-bindende handelingen (soft-law) | ||
| Advies, aanbeveling, mededeling | De EU kent een grote hoeveelheid uiteenlopende typen beleid (‘soft law’) zonder bindende rechtskracht, maar soms met juridische effecten, zoals aanbevelingen en adviezen, resoluties, verklaringen, notificaties, mededelingen, handboeken, gedragscodes, etc. Zij kunnen op verschillende manieren toch effect hebben: zo is bijvoorbeeld de Europese Commissie (en soms ook de lidstaten) gebonden aan het eigen beleid. Daarnaast moet bij de toepassing van het ‘harde’ Unierecht gekeken worden naar soft-law. |
|
| Overige handelingen en instrumenten | ||
| Routekaart, actieplannen, strategie, agenda | Via routekaarten, actieplannen, strategieën en agenda’s informeert de Europese Commissie belanghebbenden en burgers over nieuwe initiatieven, evaluaties en geschiktheidscontroles. In deze documenten voor nieuwe initiatieven wordt uitgelegd wat het probleem is, wat de Commissie wil bereiken, waarom juist de EU maatregelen moet nemen, wat de toegevoegde waarde is en welke alternatieven er zijn. In deze documenten voor evaluaties en geschiktheidscontroles wordt bepaald wat er geëvalueerd moet worden en welke aspecten moeten worden onderzocht. |
|
| Groen- en witboek | Groenboek: een discussiestuk, waarmee de Europese Commissie de stand van zaken inventariseert omtrent een onderwerp. Ook doet ze aanbevelingen voor nieuw beleid. Witboek: hierin zet de Europese Commissie uiteen hoe zij bepaalde doelen wil bereiken. Vaak worden in een witboek al concrete voorstellen uitgewerkt en toegelicht. De Europese Commissie nodigt overheden, nationale parlementen en andere organisaties uit om binnen een bepaalde termijn op een Groen- of Witboek te reageren. |
|
| Openbare raadpleging (consultatie) | Als de Europese Commissie nieuw beleid ontwikkelt of bestaande wetgeving herziet, organiseert ze meestal een openbare raadpleging of consultatie. Particulieren, bedrijven en organisaties met belangen of expertise op het betrokken gebied kunnen de Commissie helpen om invulling te geven aan haar voorstellen, voordat ze die ter bespreking en goedkeuring naar de Raad en het Europees Parlement stuurt. Bekijk alle openbare raadplegingen op "Uw stem in Europa" . |
|
| Uitgelicht: twee specifieke parlementaire instrumenten bij nieuw gepubliceerde EU-voorstellen | ||
Subsidiariteitstoets (richting EU) |
Bij een subsidiariteitstoets toetst een nationale (Kamer van een) Parlement of de EU bevoegd is om hier actie op te nemen, of dat beleid/wetgeving beter op lokaal, regionaal of nationaal niveau kan worden gemaakt. Bij een negatief oordeel wordt een brief met daarin de subsidiariteitsbezwaren (een zogenaamd ‘gemotiveerd advies’) aan de Europese Commissie verzonden. De nationale parlementen kunnen binnen acht weken bezwaar maken uit een oogpunt van subsidiariteit. Een zgn. “gele kaart” is voor de Commissie geldig als 1/3 van de nationale parlementen een voorstel in strijd acht met het subsidiariteitsbeginsel. De Europese Commissie moet dan haar voorstel heroverwegen. In totaal zijn er 28 Parlementen met 41 Kamers in de EU. Elk parlement krijgt 2 stemmen, maar bij een bicameraal stelsel, zoals in Nederland, krijgt elke kamer 1 stem. Om een gele kaart te trekken moeten er 19 stemmen worden gehaald. |
|
| Behandel-voorbehoud (richting regering) | Zodra de Europese Commissie een wetgevend voorstel heeft gepresenteerd, kan de Kamer binnen 8 weken besluiten dat zij het voorstel van dusdanig politiek belang acht, dat de Kamer door de regering op bijzondere wijze geïnformeerd wil blijven worden over de EU onderhandelingen. De Kamer stelt het kabinet hiervan schriftelijk op de hoogte. Binnen vier weken na dit besluit vindt er een overleg plaats met het kabinet - tot aan dit overleg wordt het kabinet geacht op de onderhandelingen inzake dit dossier in de EU geen onomkeerbare beslissingen te nemen. Tijdens dit overleg worden afspraken gemaakt over de informatieverstrekking door het kabinet aan de Kamer, over het verloop van de onderhandelingen en over een eventueel vervolgoverleg. Deze afspraken worden in een brief aan het kabinet vastgelegd. Zodra het nadere overleg heeft plaatsgevonden, wordt het behandelvoorbehoud opgeheven. |
|
Wetgevingshandelingen moeten zijn vastgesteld volgens een zogeheten wetgevingsprocedure, zoals omschreven in de Europese verdragen. Het kan gaan om de gewone wetgevingsprocedure op grond van art. 294 EU-Werkingsverdrag (VWEU) of een bijzondere wetgevingsprocedure. In het verdragsartikel waarin de bevoegdheid om wetgeving op een bepaald terrein te maken moet letterlijk het woord ‘wetgevingsprocedure’ staan.↩︎
Krachtens de standaard EU-informatieafspraken (Parlis 22112-1985) ontvangt de Kamer over alle nieuwe wetgevende en niet-wetgevende EU voorstellen een kabinetsappreciatie in de vorm van een zgn. “BNC fiche” (‘Beoordeling nieuwe commissievoorstellen). met daarin onder andere rechtsbasis, subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel, alsook het krachtenveld in Europa. De Kamer ontvangt elk fiche binnen zes weken, of binnen drie weken als in de prioriteitenlijst reeds een subsidiariteitstoets of behandelvoorbehoud is voorzien.↩︎