Mensenrechtenrapportage (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2020D25478, datum: 2020-06-22, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2020-06-22 15:30: Mensenrechtenrapportage (Notaoverleg), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (š origineel)
Tweede Kamer, Mensenrechtenrapportage
VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 22 juni 2020 overleg gevoerd met de heer Blok, minister van Buitenlandse Zaken, over:
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 16 juni 2020 inzake Mensenrechtenrapportage met de resultaten van het buitenlands mensenrechtenbeleid in 2019 (2020Z11253);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 18 mei 2020 inzake rapportage 2019 - Internationale mensenrechtenprocedures (32735, nr. 289);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 14 februari 2020 inzake de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden in de VN-Mensenrechtenraad (2020-2022) (32735, nr. 287);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 11 november 2019 inzake mensenrechten China (35207, nr. 32);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 17 juni 2020 inzake beantwoording vragen commissie over mensenrechten China (Kamerstuk 35207-32) (2020Z11312);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 april 2020 inzake informatie over de samenwerking van KPN met het Chinese bedrijf Tencent en het inkoopbeleid van de rijksoverheid en decentrale overheden in relatie tot mensenrechtenschendingen in Xinjiang (26485, nr. 328);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 1 mei 2020 inzake fiche: Mededeling EU-Actieplan mensenrechten en democratie 2020-2024 (22112, nr. 2871);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 19 juni 2020 inzake appreciatie VS-China-spanningen sinds de corona-uitbraak (2020Z11656).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Pia Dijkstra
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Van Toor
Voorzitter: Voordewind
Griffier: Konings
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Van Helvert, Karabulut, Koopmans, Kuzu, Van Ojik, Ploumen, Sjoerdsma, Van der Staaij en Voordewind,
en de heer Blok, minister van Buitenlandse Zaken.
Aanvang 15.32 uur.
De voorzitter:
Hierbij open ik de vergadering van de vaste Kamercommissie Buitenlandse
Zaken. Ik heet de leden, de minister en zijn ondersteuning welkom.
Wij bespreken vandaag hoofdzakelijk de rapportage over mensenrechten.
Dit doen wij Ć©Ć©n keer per jaar, voor de mensen die van buiten meekijken.
Het betreft hoofdzakelijk de projecten uit het Mensenrechtenfonds, maar
er staan ook andere brieven op de lijst. Die kent u allemaal. Het zijn
zeven brieven en er is vrijdag nog een brief bij gekomen over VS en
China en COVID-19.
Ik stel voor dat wij in eerste termijn twee interrupties doen in tweeƫn.
De spreektijden zijn eerder per fractie vastgesteld. Iedereen weet wat
zijn spreektijd is. Die kunt u weer verdelen in twee derde en een derde.
Als u dat anders wilt, wilt u dat dan van tevoren aangeven? Dan houden
we daar rekening mee.
Dan geef ik als eerste het woord aan de heer Koopmans namens de
VVD.
De heer Koopmans (VVD):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
U heeft acht minuten in de eerste termijn.
De heer Koopmans (VVD):
Ik ben u er dankbaar voor, voorzitter.
De mensenrechten worden heel ernstig geschonden in heel veel landen,
door repressieve regimes, door oorlog en conflict en soms door
onderdrukking door dominante groepen of zelfs door familieleden, met
gedogen van de staat, denk aan eerwraak en genitale verminking.
Er is ook een wereldwijde teruggang in democratisch geregeerde staten en
een toename van repressie. Ik noem dan met name China. In veel landen
komt daar de coronacrisis nog eens bovenop, die ook nog wordt gebruikt
om onderdrukking verder op te voeren.
De mensenrechten zijn fundamenteel belangrijk. Daarom gaat het de VVD om
effectiviteit. Hoe kunnen we de belangrijkste mensenrechten het meest
bevorderen? De focus van de VVD op effectiviteit is logisch en heeft ook
logische consequenties. Ik wil daar een aantal van bespreken. Het gaat
dan bijvoorbeeld niet om de zichtbaarheid van onszelf als gids van het
goede. Ik heb hier eerder ook gehoord dat wij overal en altijd
consistent moeten zijn en dat ons mensenrechtenbeleid herkenbaar moet
zijn als ergens iets fout gaat. Wat de VVD betreft gaat het er juist
niet om altijd overal hetzelfde te doen, ongeacht het land dat het doet.
Het gaat er al helemaal niet om dat wij herkenbaar zijn als land of als
partij. Het gaat juist om effectiviteit en dat betekent dus ook
maatwerk. Bovenal wil ik zeggen dat wij mensenrechtenbeleid niet voor
onszelf voeren, of specifiek voor Nederland, maar voor de slachtoffers
van mensenrechtenschendingen. We moeten selectief zijn, juist om
effectief te zijn.
Daarom ook moeten we focus aanbrengen. Niet iedere misstand moeten we
behandelen alsof het een fundamentele mensenrechtenschending is die het
Nederlandse of het Europese buitenlandbeleid moet aanpakken. Zo spreekt
het nieuwe mensenrechtenplan van de Europese Commissie heel prominent
over het steunen van klimaatactivisme als onderdeel van het
mensenrechtenbeleid. Dat is ten onrechte, zegt de VVD. Alleen in de
annex van dat plan spreekt men ook over marteling, over slavernij, over
geweld tegen minderheden. Ook als het slechts optisch bedoeld is, is dat
een volledige miskenning van het enorme belang van mensenrechten.
We moeten focus hebben, ook op de dingen die bij ons in de buurt zijn en
waar we iets aan kunnen doen. Ik zie bijvoorbeeld dat nu in Wit-Rusland
de oppositie wordt gearresteerd en weggezet in het kader van
verkiezingen die eraan komen. Mijn vraag aan de minister is wat de inzet
van de Europese Unie hierop is.
Ook kunnen we niet altijd en overal de wereld de les lezen. Naar degene
die alleen maar kritiek heeft, wil niemand luisteren. We moeten dan ook
niet slaan met iedere krantenkop. Ik heb een snelle berekening gemaakt ā
vergeef mij de details ā maar vorig jaar hebben wij ongeveer een derde
van onze moties aan mensenrechten besteed. Dat kan van belang zijn, maar
dan moeten wij wel oppassen dat we niet een soort confettibenadering
hebben. Dat zie ik ook in sommige van de projecten in de
Mensenrechtenrapportage. Want ondanks de motie die ik vorig jaar samen
met de heer Van Helvert indiende over het niet besteden van
mensenrechtengelden in OESO-landen, zie ik dat we in 2019 toch vanuit
het Mensenrechtenfonds projecten hebben betaald in Slowakije, in
Letland, in Estland, in Zuid-Korea en zelfs in Japan. Dat is toch niet
een arm land, zou ik zeggen; dat heeft een redelijke rechtsstaat en zou
dit ook zelf moeten kunnen oppakken. Ook is ā¬20.000 betaald voor een
cursus inclusieve bedrijfscultuur in Polen en ā¬20.000 voor een
filmfestival in Argentiniƫ. En los daarvan, Kazachstan is een heel
olierijk land. Nederland heeft, als ik het goed heb gezien, ā¬113.000
uitgegeven om Kazachstan te helpen bij de rapportageverplichtingen die
ze hebben uit hoofde van hun VN-lidmaatschap. Wij vragen wat deze keuzes
betekenen voor de prioriteiten. Waarom is niet meer aan ernstige
schendingen besteed? Want er is maar ā¬3.750 besteed aan een project
tegen slavernij in Mauritaniƫ, waar dit nog steeds een probleem
is.
De voorzitter:
Ik ga u even onderbreken, want ik heb een interruptiemelding van mevrouw
Ploumen van de Partij van de Arbeid.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik probeerde even te begrijpen waar de heer Koopmans vandaan komt en
waar hij heen gaat. Hij zegt enerzijds dat er overal ter wereld veel
meer mensenrechtenschendingen gerapporteerd worden. Dat is een feit.
Daarover zijn we het eens. Vervolgens verwijt hij de Kamer dat wij een
confetti van moties zouden aannemen, terwijl ik zou denken: hoe meer
mensenrechtenschendingen er zijn die wij met elkaar van belang vinden,
hoe meer we daarop zouden willen acteren. Hij zegt ook: laten we ons
focussen op de mensenrechten dichtbij. "Dichtbij" zie ik niet alleen
geografisch, maar ook wat betreft de aard. De heer Koopmans hecht veel
waarde aan de trans-Atlantische vriendschap. Je zou kunnen zeggen: de
Amerikanen zijn ons nabij. Is hij het dan met me eens dat als je
mensenrechtenschendingen wil aankaarten, je dat eigenlijk zonder
aanziens des persoons en des lands zou moeten doen, en dat je dus ook
degenen zou moeten aanspreken die je geografisch en misschien
ideologisch dichtbij vindt?
De heer Koopmans (VVD):
Het gaat er natuurlijk om dat je de ernstigste mensenrechtenschendingen
aanpakt en dat je daarnaast daar optreedt waar je het meest effectief
kan zijn. Wat dat laatste betreft zeg ik: we kijken ook naar landen
dichtbij, zoals Wit-Rusland. Ik noem ook Mauritaniƫ; dat is ook niet zo
heel ver weg. Het gaat in Mauritaniƫ om hele ernstige dingen. Verder
pleit ik voor effectiviteit, ook in de vorm van maatwerk. Je hoeft niet
iedereen op dezelfde manier aan te spreken. Het gaat er niet om dat
iedereen ziet dat je overal iets van vindt, maar het gaat erom dat je
datgene doet wat mogelijk kan helpen.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Daar zijn we het, denk ik, allemaal over eens. Het gaat over
effectiviteit. Tegelijkertijd zou ik de heer Koopmans willen voorhouden
dat sommige mensenrechtenschendingen zo verankerd zijn in gewoontes,
culturen en religies, dat het een hele lange adem vergt om daaraan te
werken. Als ik hem zo hoor, dan gaat hij ook nog eens voor snel
resultaat. Zou hij dat willen tegenspreken?
De heer Koopmans (VVD):
Ja, graag, aan de hand van een voorbeeld waar mevrouw Ploumen en ik
samenwerken, want wij hebben allebei opgetreden op het gebied van de
Rohingya. Althans, wij hebben de regering gevraagd om zich in te zetten
voor een rechtszaak tegen de genocide die, in ieder geval volgens de
rapportage die wij krijgen, in Myanmar plaatsvindt. Dat is een zaak van
de lange adem. Dat is ook een zaak die ver weg speelt; ik zal niet
claimen dat Myanmar dichtbij is. Maar het is enorm belangrijk. Het gaat
dus om focus en om effectiviteit: hier kan Nederland het verschil maken.
Wij zijn een land van internationaal recht; het Vredespaleis staat hier
om de hoek. Daar kunnen we iets doen. Maar je moet dus wel selectief
zijn, want als je overal rechtszaken begint tegen alles, dan zal niemand
zich er meer iets van aantrekken. Je moet dus gericht en selectief zijn
en kijken waar je het verschil kan maken. Daar pleit ik voor.
De voorzitter:
Ik zag een melding van de heer Van Ojik van GroenLinks.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik vroeg me af of de heer Koopmans eigenlijk een pleidooi houdt dat
inhoudt dat het kabinet op een aantal punten andere keuzes moet maken en
selectiever moet zijn.
De heer Koopmans (VVD):
Ik heb net gezegd dat ik kritiek heb op het feit dat er, ondanks de
motie die ik samen met de heer Van Helvert heb ingediend vorig jaar en
die met heel brede steun is aangenomen, toch projecten gefinancierd
worden in onder meer Japan en Zuid-Korea. Dus ja, daar hebben wij
kritiek op.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dus dat betekent dat de VVD-fractie vindt dat we moeten stoppen met het
financieren van dat soort projecten. Is dat omdat Japan een rijk land
is? Of wat is het? Ik begrijp dat nog niet helemaal goed. We doen in
totaal zo'n 750 projecten. Ik weet ook niet bij al die projecten precies
of ze helpen om de mensenrechtensituatie te verbeteren; daar ben ik
eerlijk in. Maar de heer Koopmans noemt een aantal specifieke projecten
die hij niet goed vindt. Dat begrijp ik toch goed? Die moeten niet meer
gefinancierd worden. Is dat wat hij hier wil zeggen? En zijn dat dan
alleen deze drie projecten? Zijn die andere 747 wel goed, wat de
VVD-fractie betreft? Of heeft hij een heel lange lijst waar hij er nu
toevallig een paar uit haalt? Ik ben gewoon benieuwd wat dit politiek
betekent.
De heer Koopmans (VVD):
De heer Van Ojik heeft mij net gehoord, denk ik. Ik heb gezegd dat we de
motie die de heer Van Helvert en ik hebben ingediend ā ik meen zelfs dat
de heer Van Ojik die heeft gesteund ā nog steeds belangrijk vinden.
Focus dus op projecten buiten het OESO-gebied. Waarom? Omdat dat gaat om
rijke landen die ook nog een functionerende rechtsstaat hebben. Niet dat
daar nooit iets fout gaat en niet dat daar geen belangrijke dingen
verbeterd zouden kunnen worden, misschien zelfs ook in de landen die ik
noem, maar als je focus wilt hebben en als je effectiviteit vooropstelt,
moet je kijken waar je dat daadwerkelijk uit kunt krijgen. Ik heb niet
gezegd dat deze projecten bij voorbaat absoluut onmogelijk zijn, maar ik
heb er kritische vragen over gesteld omdat ik er bij voorbaat niet van
uitga dat dit de meest effectieve besteding is van het geld. Maar ik
stel dit wel in de vorm van een vraag, want daarvoor zitten wij hier in
een debat.
De voorzitter:
Tot zover de interrupties. U kunt doorgaan met uw betoog. U heeft nog
drie minuten.
De heer Koopmans (VVD):
Voorzitter. We moeten ook met ons mensenrechtenbeleid niet de schijn
creƫren dat we zelf de mensenrechten ondermijnen. Dat zou gebeuren als
we alleen maar voor mensen zouden opkomen op basis van de identiteit van
het slachtoffer. We moeten dus niet alleen maar opkomen voor minderheden
met de religie die wij ook hebben, of voor mensen die een bepaalde
seksuele voorkeur hebben waarop wij ons willen profileren. Het gaat om
de slachtoffers, ongeacht hun religie en seksuele voorkeur en
huidskleur. We moeten daar handelen waar wij het verschil maken. Als
mensen vanwege hun religie, seksuele voorkeur of zoiets het slachtoffer
worden, moeten we natuurlijk voor ze optreden, maar niet specifiek omdat
we een bepaalde identiteit delen of daar sympathie voor hebben. We
moeten selectief zijn.
We moeten ook focussen op de bescherming van Nederlanders, want als wij
het niet doen, wie dan wel? Ik breng onze motie over huwelijksdwang en
genitale verminking van Nederlanders in het buitenland in herinnering.
Hoe staat het met de uitvoering van die motie? Gebeurt er genoeg aan
preventie in Nederland zelf, voordat die mensen op reis gaan naar hun
land van herkomst waar dit vaak gebeurt? Alleen als wij die focus
houden, kan mensenrechtenbeleid een eigenstandig terrein zijn. Onze
bondgenoten en de Nederlandse werkgevers en werknemers hebben begrip
voor onze nationale inzet voor de mensenrechten. Ze verwachten het zelfs
van ons, maar dan moeten we dus wel focus aanbrengen, want zij hebben
ook gezichtspunten en belangen die we mee moeten wegen. Als we dat niet
doen, verliezen we niet alleen de effectiviteit, maar ook het draagvlak
in Nederland en de rest van de wereld. Dat is slecht voor iedereen, het
meest nog voor de slachtoffers.
Effectief zijn betekent ook middelen inzetten. Nederland heeft een
robuust mensenrechtenbeleid en de VVD is daar een voorstander van. We
zijn buitengewoon actief, maar dan moeten we onze middelen wel gericht
inzetten. Dat heeft ook logische consequenties. De eerste is dat we de
relaties open moeten houden en ons dus niet moeten afkeren van iedereen
die ons niet aanstaat. Hoe zou bijvoorbeeld Saudi-Arabiƫ ooit naar ons
luisteren over het belang van vrouwenrechten als we Ć¼berhaupt weigeren
met hun regeringsleiders te spreken? Daarbij breng ik de actie voor
mevrouw Loujain al-Hathloul in herinnering. Ik hoop dat ik het goed
uitspreek. Morgen houdt Amnesty daar een actie voor. Ik kan daarbij
helaas niet aanwezig zijn, maar laat duidelijk zijn dat vrouwen die
bijvoorbeeld opkomen voor het recht om daar auto te rijden of die gewoon
opkomen voor vrouwenrechten, gesteund moeten worden. Die mogen niet
gearresteerd worden. Wij steunen de regering als zij daarover in gesprek
gaat met Saudi-Arabiƫ, maar dan moet dat gesprek wel mogelijk
zijn.
We moeten vervolgens ook investeren in economische relaties. Want waarom
zouden buitenlandse regeringen Ć¼berhaupt naar al onze kritiek luisteren?
Niet omdat we zoveel moties hebben aangenomen, maar omdat we een
relevante handelspartner zijn en een betrouwbare speler in de
internationale politiek.
De voorzitter:
Wilt u afronden?
De heer Koopmans (VVD):
Ik neem wat minuten van mijn tweede termijn.
Hoe effectief is het om vanuit Nederland kritiek te leveren op censuur
in Braziliƫ als we niet eens een handelsverdrag met Braziliƫ willen
sluiten? De antihandelspolitiek van een groeiend aantal partijen in
Nederland ondermijnt de effectiviteit van ons mensenrechtenbeleid,
terwijl zij juist zeggen dat dat zo belangrijk is.
We moeten ook gezamenlijk met onze EU-partners optreden. Nederland kan
niet alleen een effectief mensenrechtenbeleid voeren. Daarom moeten we
samen optrekken. Dat is bijvoorbeeld ook van belang in de relatie met
China. Er is een toenemende repressie tegen Oeigoeren, Tibetanen en nu
Hongkong-Chinezen. En er zijn nog veel meer misstanden daar. Hoe staat
het met de uitvoering van onze motie over het gezamenlijk met de EU
aangespreken van China op intimidatie van Oeigoeren, zelfs in
Nederland?
Ook moeten we ervoor zorgen dat we een gezamenlijk front hebben, opdat
Nederland geen strengere regels voor de eigen ondernemers creƫert dan
andere EU-landen, of dat nou is op het gebied van wapenexport,
consumentengoederenimport of iets anders. Hoe staat het met de aanpak
EU-breed? Kan de minister bevestigen dat wij het gelijk speelveld voor
ondernemers ā hierover staat iets op pagina 46 van de rapportage ā niet
ondermijnen?
Tot slot nog snel een paar punten, voorzitter. Het is goed dat wij lid
zijn van de VN-Mensenrechtenraad. Dat is een gebrekkig orgaan met menig
dictatuur en een eenzijdige focus op Israƫl, maar het is het enige forum
waarin iedereen probeert zijn best te doen. Het is goed dat we
doorzetten om die raad te moderniseren en de blik te verbreden. We
moeten ook onze middelen durven te gebruiken. Het voorstel over het
gebruik van verplaatsbare ontwikkelingshulp zal ik hier niet nog een
keer uitspinnen, maar ik spreek wel over het inzetten van militaire
middelen. Wij moeten het durven om onze militairen eventueel in te
zetten tegen terroristen en genocidairs. We zijn de militairen veel dank
verschuldigd voor het enorme werk dat zij doen voor de bescherming van
de mensenrechten.
We moeten ook internationale initiatieven blijven steunen. Nederland
doet er een hoop. Ik ga ze niet herhalen. Hoe staat het met onze motie
over de berechting van jihadgangers in Irak en Noord-Syriƫ? En hoe staat
het met de uitvoering van de motie over de rechtszaak tegen Myanmar?
Gambia staat nu alleen. Gambia kan dat niet alleen financieren. Wat
gebeurt er als Gambia die zaak ineens intrekt? Kan Nederland zich daar
niet nu al overwogen maar snel in gaan mengen?
Voorzitter. Kortom, de VVD staat voor een effectieve bescherming van de
mensenrechten. Daarvoor moeten we selectief zijn en focus hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik zie dat er een aantal woordmeldingen zijn. Ik geef u
meteen mee dat u nog Ć©Ć©n minuut over heeft voor de tweede termijn. Ik
zag dat de heer Sjoerdsma als eerste een vraag had.
De heer Sjoerdsma (D66):
Ik ben eigenlijk wel blij met het al jarenlange, consistente Nederlandse
mensenrechtenbeleid. Van mijn kant zal er dus niet heel veel kritiek
zijn op wat deze minister doet. Hij staat denk ik in een lange lijn van
verschillende ministers van Buitenlandse Zaken. Maar toen ik collega
Koopmans zo hoorde, vroeg ik me toch af wat hij nou bedoelt met
"selectief" en "dichtbij". Bedoelt hij dan dat een lhbti'er uit Kroatiƫ
wel mag worden geholpen, maar een lhbti'er uit Uganda niet? Is dat de
consequentie? En iemand die door gewetensnood of zijn geloof in
Noord-Afrika een probleem krijgt wel, maar zo iemand in Iran
bijvoorbeeld niet, omdat dat te ver weg is? Ik zoek een beetje naar waar
dat selectieve gebeurt en hoe met dat nagelschaartje van de heer
Koopmans wordt bepaald dat de mensenrechten niet universeel zijn, maar
selectief en dichtbij.
De heer Koopmans (VVD):
Ik heb juist benadrukt dat we niet moeten opkomen voor mensen van Ć©Ć©n
specifieke identiteit of Ć©Ć©n specifieke seksuele voorkeur of zo, maar
dat het universeel is. De VVD staat universaliteit voor, maar sommigen
staan die misschien niet zo voor. Die universaliteit is dus vooral van
belang. Effectiviteit betekent inzetten waar je het verschil kan maken.
Soms moet je daarvoor dichtbij zijn. Ik noemde bijvoorbeeld Wit-Rusland,
want dat heeft een hele hoop banden met de Europese Unie. Die wil
Wit-Rusland zelf aanhalen. Dan zou je zeggen dat de Europese Unie daar
wel wat middelen voor kan inzetten om daar effectief te zijn. Daar kan
je misschien meer invloed uitoefenen dan in een land dat heel ver weg
is. Maar ook als een land heel ver weg is en daar ernstige dingen
gebeuren, moeten we daarvoor opkomen, maar dan altijd in
gezamenlijkheid, waarbij we letten op effectiviteit. Laat ik nog maar
een keer het voorbeeld van de Rohingya noemen. Het is ver weg, maar het
is erg belangrijk. Dat betreft niet onze gedeelde identiteit, maar het
is wel heel belangrijk. Daar moeten we voor opkomen.
De heer Sjoerdsma (D66):
Hier worden natuurlijk veel dingen gezegd waar, denk ik, iedereen het
wel mee eens is, maar de heer Koopmans gaat voorbij aan een woord dat
hij net in zijn betoog meermaals heeft gebruikt, en dat is het woord
"selectief": sommigen wel en anderen niet. Ik hoor nu ook de heer
Koopmans zeggen: we moeten niet zo sterk inzetten op lhbti'ers; daar
moeten we niet voor opkomen. Hij zegt dat het ook niet geldt voor
journalisten en voor mensen met gewetensnood. Dat kan, maar het gaat
hierbij wel om kabinetsprioriteiten die ik van harte ondersteun, omdat
het ons uniek maakt. Onder Verhagen was het: mensenrechten gelden voor
iedereen, altijd en overal. Maar als ik de heer Koopmans zo hoor, klinkt
het een beetje alsof het vanuit de VVD zo is: mensenrechten, voor
sommigen soms en dichtbij. Zo werkt het volgens mij niet. Dat is ook
precies het Chinese narratief. Zij zeggen: het is niet universeel, maar
het is iets westers, het is dichtbij, het is selectief; ga weg met
jullie rechten. Nee, juist omdat mensenrechten universeel zijn en juist
omdat ze voor iedereen gelden, moet je daar geen onderscheid in maken.
Dus ik snap de woorden van de heer Koopmans hierover toch niet zo goed.
Of ik snap niet waarom hij het woord "selectief" gebruikt en hij vindt
eigenlijk wel dat het universeel is. Of hij moet nog een keer uitleggen
voor welke mensen hij echt niet wil opkomen, want dan wordt het
duidelijk.
De heer Koopmans (VVD):
Als de heer Sjoerdsma iets niet snapt, is het de karikatuur die hij zelf
maakt van de bijdrage die ik hier net heb geleverd, want "selectief"
betekent dat je daar moet kijken waar je effectief bent. En je bent niet
effectief als je, zoals ik de heer Sjoerdsma nu hoor zeggen, altijd,
overal, op alles hetzelfde reageert en dus over de hele wereld je eigen
maatstaf neerlegt. De universele mensenrechten zijn inderdaad
universeel, maar als je als Nederland alleen op dezelfde manier overal
op de wereld op alles reageert, dan moet je niet verwachten dat je enig
resultaat boekt. Als wij de mensenrechten echt zo belangrijk vinden ā
dat vinden wij ook, in ieder geval de VVD, maar ik denk dat de heer
Sjoerdsma die ook heel belangrijk vindt ā dan moeten we kijken waar we
het verschil kunnen maken en waar we effectief kunnen zijn. Dat betekent
dat je niet overal, in de hele wereld allemaal hetzelfde moet roepen en
de hele tijd bezig moet zijn met te zeggen "dit kan niet", maar dat je
moet kijken waar wij onze machtsmiddelen gericht kunnen inzetten. Dan
zou het heel fijn zijn als de heer Sjoerdsma en zijn partij ook een keer
bereid zouden zijn om effectief te zijn in het omgaan met de
machtsmiddelen die we hebben.
De voorzitter:
Dan kijk ik naar mevrouw Karabulut. Nee? Ik dacht dat ik nog ergens een
hand zag. Meneer Van Helvert misschien? Ik wil het niet uitlokken, maar
ā¦ Ik hoor dat de antwoorden helder zijn. Misschien zijn ze niet
bevredigend, maar ze zijn wel gegeven. OkƩ. Dan gaan we door naar de
heer Van Ojik. Heeft u nog een interruptie of wilt u uw bijdrage
leveren? U heeft nog een interruptie. Ja, dan krijgen we nog een
interruptie.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ja. Het gaat niet meer over die selectiviteit en effectiviteit, want
daar heeft de VVD niet het monopolie op. Wij zoeken allemaal hoe we door
selectief te zijn, effectief kunnen zijn. Mijn vraag gaat eigenlijk over
het volgende punt. De heer Van Helvert ā¦ Ik zeg steeds "Van Helvert". De
heer Koopmans zegt: we moeten handelsverdragen sluiten, anders kunnen we
niet effectief zijn. Ik heb de VVD leren kennen als een partij die zegt
dat je handel, economie en mensenrechten gescheiden moet houden. Ik ben
ervoor om die niet gescheiden te houden. Ik denk dat we met Braziliƫ zo
veel handel drijven dat we daar makkelijk leverage kunnen hebben op het
gebied van mensenrechten. Maar hoe ziet de heer Koopmans dat nou
eigenlijk? Stel dat we wel zo'n handelsverdrag hebben? Gaat de heer
Koopmans dan de handel met Braziliƫ gebruiken om op het gebied van
mensenrechten resultaten te boeken? Dat zou ik interessant vinden.
De heer Koopmans (VVD):
Het zou een wedervraag kunnen worden aan de heer Van Ojik. Waarom denkt
u dat, als wij goede kritiek hebben op Braziliƫ, Braziliƫ voor ons een
vergadering zou inruimen? Waarom zouden wij op het hoogste niveau met
Braziliƫ kunnen praten? Niet omdat ze van tevoren hebben gehoord dat
Nederland graag even kritiek wil uiten op het mensenrechtenbeleid, nee.
Ik geef zelf maar het antwoord voor de heer Van Ojik. Waarom zou
Braziliƫ naar ons willen luisteren als wij kritiek hebben op hun
mensenrechtenbeleid? Omdat ze ons hebben uitgenodigd, omdat Braziliƫ met
ons een band heeft op andere terreinen. Dan kun je als deel van dat
gesprek ook een kritisch geluid laten horen en duidelijk maken waar je
het verschil wilt maken. Dat betekent niet dat wij onze handelspolitiek
maar afhankelijk moeten maken van onze kritiek op het
mensenrechtenbeleid. Het betekent niet dat je niet kunt handelen met een
land als je het er niet mee eens bent, want dan blijven er maar heel
weinig landen over waar we mee kunnen handelen. Maar het hebben van
goede handelsrelaties biedt ons een basis voor en draagt bij aan de
mogelijkheid die we hebben om mensenrechtenkritiek te uiten. Als wij
onze handelsbanden verbreken met alle landen waar de heer Van Ojik en
ook de VVD kritiek op hebben, zitten wij hier alleen nog maar in de
Kamer om moties in te dienen dat het allemaal een schande is. Maar dan
zal er niemand meer naar luisteren.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dit bewijst precies het punt over effectiviteit, van wat de VVD onder
effectiviteit verstaat. De heer Bolsonaro in Braziliƫ was nog maar net
gekozen, toen de minister-president al in Brasilia met hem stond te
shinen op de foto. Waarom? Omdat we kennelijk een belangrijke relatie
met Braziliƫ hebben. De vraag is of je die relatie wilt gebruiken om de
kwestie van de mensenrechten aan de orde te stellen. Ik weet niet of dat
toen gebeurd is. Ik heb er toen maar heel weinig over gehoord. Daarvoor
heb je geen handelsverdrag nodig, daarvoor is het de vraag of je bereid
bent om de relatie die er is te gebruiken om mensenrechten op een
overtuigende manier aan de orde te stellen. Mijn vraag aan de heer
Koopmans is: is de VVD vanaf nu ā want ik heb altijd begrepen dat dat
niet zo is ā bereid om ook het gewicht van de economische relaties in de
schaal te leggen om op het gebied van mensenrechten iets voor elkaar te
krijgen? Want die zijn nu juist altijd, voor zover ik me kan herinneren,
door de VVD als twee gescheiden werelden gepresenteerd. De heer Koopmans
kijkt nu heel verstoord, maar dat is toch echt wel iets waar de VVD
tientallen jaren op gehamerd heeft.
De heer Koopmans (VVD):
De heer Van Ojik draait het nu helemaal om. De heer Van Ojik, althans
zijn fractie, heeft zich gekeerd tegen het handelsverdrag met Braziliƫ.
Nu gaat het mij niet specifiek om Braziliƫ, het gaat erom dat de
GroenLinksfractie allemaal internationale economische verdragen
eigenlijk niet wil. Dat schaadt de mogelijkheid voor Nederland om
Ć¼berhaupt in gesprek te gaan met die landen. Want wanneer gaan wij, als
wij straks weer een GroenLinks-motie zien die zegt "laten wij schande
uitspreken over wat er gebeurt in dat land", die motie dan Ć¼berhaupt ter
sprake brengen als we niet eens het gesprek willen aangaan met dat land?
En dan zegt de VVD niet ā dat heeft de heer Van Ojik eerder niet gehoord
en dat zeg ik nu ook niet ā dat wij de handel afhankelijk moeten maken
van de mensenrechten. Ik zeg het precies omgekeerd: als wij niet een
normale band hebben met een land en daar handel mee kunnen voeren, op
welke basis willen ze dan ooit nog naar ons luisteren over de dingen
waar de heer Van Ojik, en overigens ook ik, het over willen
hebben?
De voorzitter:
Ik merk wel dat de betogen van de leden steeds langer worden. Dat siert
hen, maar we hebben wel een tijdslot waarin we zitten. Wilt u uw vraag
bondiger formuleren dan tot nu toe het geval is? De uitdaging is aan
mevrouw Karabulut.
Mevrouw Karabulut (SP):
Ik denk dat ik iets heb waar de heer Koopmans zijn steun aan zou kunnen
geven, heel effectief. Het WK wordt in 2022 in Qatar georganiseerd. De
afgelopen week werd bekend dat honderden arbeiders ondanks jarenlange
druk nog altijd hun loon niet uitbetaald hebben gekregen. Moderne
slavernij is daar aan de orde van de dag, evenals allerlei andere
misstanden. Ik wil de minister vandaag vragen om zich ervoor in te
zetten dat ongedaan te maken door aan Qatar aan te kondigen dat wij,
wanneer die misstanden niet zijn opgelost, geen officiƫle afvaardiging
zullen sturen. Uiteraard moet hij daarvoor in internationaal verband
steun zoeken. Zou zo'n voorstel dan wel op steun van de fractie van de
VVD kunnen rekenen?
De heer Koopmans (VVD):
Ik denk dat het uitgangspunt is dat je sport en politiek niet moet
vermengen. Ik luister naar de vraag. Mevrouw Karabulut kondigt via mij
aan dat zij een vraag aan de minister gaat stellen. Ik ben ook benieuwd
naar het antwoord.
Mevrouw Karabulut (SP):
Wat ik hier uitdrukkelijk niet doe, is sport en politiek vermengen. Wat
de sporters doen, hun eigen afwegingen, daar gaan de sporters zelf over.
Maar wij hebben de relatie met de minister en we hebben het hier over
mensenrechten. Die zijn in mijn ogen niet beperkt tot individuele of
culturele rechten. Het gaat ook om economische rechten. Ik zou graag
willen weten of de VVD-fractie het met ons eens is dat dit zou moeten
veranderen of dat ze zegt: ongeacht de vraag of moderne slavernij
bestaat of niet, moeten we hoe dan ook een afvaardiging sturen.
De heer Koopmans (VVD):
Als het woord "slavernij" valt, vind ik het heel belangrijk om even te
memoreren dat ik in mijn bijdrage heb gezegd dat ik het opvallend vond
dat wij heel beperkt geld gaven aan het bestrijden van de slavernij en
meer aan andere dingen. Dat even wat betreft de slavernij. Daar heb ik
vragen over gesteld. Over wat er in Qatar gebeurt, weet ik ā dat weet
mevrouw Karabulut ook ā dat wij het er vaker over hebben gehad en dat
het kabinet het ook heeft aangekaart in relatie met Qatar. Ik ben net
als mevrouw Karabulut benieuwd wat daar de reactie op is. Maar dat
verandert niets aan het eerdere antwoord dat ik heb gegeven. Of het nu
dwangarbeid is, slavernij, mensen die slechte werkomstandigheden hebben,
een slecht salaris of andere dingen, onrecht en misstanden in de wereld
willen wij aanpakken, maar wel op onze eigen manier.
De voorzitter:
Een tweede interruptie begrijp ik?
Mevrouw Karabulut (SP):
Nee, nee.
De voorzitter:
OkƩ, dan gaan we naar de heer Van Helvert namens het CDA.
De heer Van Helvert (CDA):
Ik heb ook een vraag aan de VVD. Ik kan me er iets bij voorstellen: niet
te veel confetti en dat het allemaal te klein is, hoewel soms iets in
het detail zit. Dat snap ik: niet te veel confetti. We moeten onze
middelen durven inzetten. Dat snap ik ook. Nederland moet er iets mee te
maken hebben en er iets uit kunnen halen. Dat snap ik ook. Maar we
hebben afgelopen week een groot debat gehad in de Kamer over een heel
groot mensenrecht, namelijk het recht op medische zorg in de wereld:
corona, Afrika. De AIV geeft een advies en zegt: er is een hele grote
crisis aan de hand. Juist in het belang van Nederland zelf, juist om die
grote migratiestromen naar Nederland en Europa tegen te gaan, juist in
het belang van Nederland om een tweede pandemie, een tweede golf van
covid tegen te gaan, moet Nederland samen met Europa het leiderschap
pakken en extra geld op dit punt vrijmaken voor Afrika. Een grote
crisis, geen confetti, samen met de EU: dus niet alleen met het
vingertje wijzen en in het belang van Nederland zelf. Dat je je niet
gelijk vastpint op 1 miljard, snap ik helemaal. Het is niet gratis. Maar
dat de VVD na deze woorden van de heer Koopmans zegt: ik doe bij
voorbaat helemaal niet mee en ik ben niet eens bereid om ernaar te
kijken, dat snap ik niet. Kan de heer Koopmans dat uitleggen?
De heer Koopmans (VVD):
De heer Van Helvert legt een citaat in de mond van de VVD, wat de VVD
volgens mij niet zo heeft gezegd. Misschien is dit de gelegenheid om de
heer Van Helvert in herinnering te brengen dat ā ik meen dat het op 23
maart was, in ieder geval erg aan het begin van de crisis ā mijn collega
Weverling en ikzelf vragen hebben gesteld aan het kabinet over wat er,
in het licht van de mogelijk erge crisis die naar Afrika komt met
corona, gedaan kan worden vanuit het bestaande budget voor
Ontwikkelingssamenwerkingsbudget van Nederland en van de Europese Unie.
Dus als de heer Van Helvert geĆÆnteresseerd is in de inzet van de VVD om
de grote crisis in Afrika te bestrijden, dan kan ik hem zeggen dat we
het misschien een beetje voor waren. We hebben er juist om gevraagd. Dat
vonden wij dus ook erg belangrijk.
De heer Van Helvert (CDA):
Ik begrijp het antwoord, maar het debat over onderzeeboten hebben we
later deze week. Nu moeten we even boven water blijven, ook de VVD. Een
hele goede vraag van de VVD: wat kunnen we doen zonder meer geld uit te
geven? Want dat was uw vraag: wat kunnen we doen zonder meer geld uit te
geven? Vervolgens komt er een advies van de AIV over een grote crisis,
geen confetti. Het advies was om samen met de EU in het belang van
Nederland iets extra's te doen en dus niet in je eentje met de vinger
wijzen. Dus niet iets wat we al hebben uitgegeven, maar iets extra's
doen. Dat past precies binnen de omschrijving die de heer Koopmans net
aan het mensenrechtenbeleid van de VVD gaf. En dan zegt de VVD: hier doe
ik bij voorbaat niet aan mee en ik ga er niet naar kijken, want dat is
wat de VVD gezegd heeft. Ze heeft tegen de motie gestemd. Hoe kan dat?
Dat past precies binnen de omschrijving die de heer Koopmans net aan het
VVD-mensenrechtenbeleid gaf. En dan zegt de VVD: hier doe ik bij
voorbaat niet aan mee en ik ga er niet naar kijken. Want dat is wel wat
de VVD gezegd heeft. Tegen de motie gestemd. Hoe kan dat?
De heer Koopmans (VVD):
Nogmaals herhaalt de heer Van Helvert een citaat dat hij zelf heeft
gecreƫerd. De VVD heeft gezegd: wij zijn niet voor het doorbreken van de
afspraken die we al hebben over het geven van ontwikkelingshulp. Wij
hebben afspraken over hoeveel er wordt besteed. De VVD heeft gezegd:
laten we kijken of we meer kunnen doen voor Afrika binnen datgene wat we
hebben afgesproken. Het lijkt mij heel goed dat wij ons houden aan de
afspraken en binnen die afspraken kijken wat we kunnen doen voor Afrika.
Dan vind ik het eigenlijk gek dat de heer Van Helvert dat niet opmerkt,
maar zijn eigen citaten creƫert.
De voorzitter:
De heer Kuzu ten slotte in deze ronde.
De heer Kuzu (DENK):
Het is een bekend standpunt van de VVD, vaak verwoord in verschillende
debatten, dat de handel gebruikt moet worden als hefboom om de
mensenrechten in de wereld te verbeteren. Dat heeft u weleens gezegd. We
kunnen de verslagen erop nakijken. Als dat niet het geval is, dan krijgt
u de mogelijkheid om het zo te verbeteren. U heeft vervolgens gesproken
over selectief zijn en over effect. Betekent dat dat we op landen die
afhankelijk zijn van de handel van Nederland, strenger moeten zijn wat
de naleving van mensenrechten betreft en daar meer voor zouden moeten
doen? En moeten we daar dan minder voor doen in landen waarvan Nederland
afhankelijk is?
De heer Koopmans (VVD):
De heer Kuzu poneert nu een hele brede stelling. Ik denk dat de
mensenrechten fundamenteel belangrijk zijn en dat je je dan ook op een
fundamentele manier ervoor moet inzetten daar waar je het verschil kan
maken. Wat hij eerder zei over handel als hefboom heb ik niet gezegd. Ik
heb juist gezegd, ook in de richting van de heer Van Ojik, "laten wij
zorgen dat wij handelsbanden hebben met landen, naast de gewone banden
die we op andere vlakken hebben, opdat we Ć¼berhaupt het gesprek kunnen
beginnen over de mensenrechten, die wij daarenboven zo belangrijk
vinden. Maar ik sta soms ook met de heer Kuzu aan dezelfde kant,
bijvoorbeeld in de strijd voor de rechten van Oeigoeren. Oeigoeren in
China worden heel ernstig onderdrukt, in kampen gezet. Ook Oeigoeren in
Nederland worden aangepakt en geĆÆntimideerd vanuit Bejing. De heer Kuzu
en ik staan aan dezelfde kant als wij zeggen "ongeacht of wij veel of
weinig handel doen met China, laten wij de Oeigoeren in Nederland, maar
ook die in China, proberen te beschermen". Als de Oeigoeren niet in
China zouden wonen, maar in Bhutan, een land waar wij relatief gezien
een stuk minder economische banden mee hebben, denk ik dat de heer Kuzu
en ik ook aan dezelfde kant zouden staan. Alleen zou dan het gesprek
moeilijker zijn, omdat we daar minder banden mee hebben.
De voorzitter:
Het moet echt bondiger, collega's.
De heer Kuzu (DENK):
Zeker. Het is fijn dat de heer Koopmans op zoek gaat naar een
gemeenschappelijke grond en die hebben we inderdaad als het gaat om de
situatie van de Oeigoeren in China. Maar de heer Koopmans weet ook dat
de heer Kuzu wat verder gaat dan de heer Koopmans in de manier waarop we
dat dan zouden moeten veroordelen. Waarom stel ik deze vraag heel
nadrukkelijk? Ik vind het fijn dat de VVD en DENK gezamenlijk optrekken
als het gaat om de situatie van de Oeigoeren in China, maar ik merk wel
een veel mildere toon wanneer het gaat over de recente gebeurtenissen in
de Verenigde Staten. Ik heb een motie gezien van de collega's van het
CDA en de VVD, waarin ze de regering op een heel vriendelijke wijze
vragen om de zorgen van de EU-lidstaten over te brengen naar de
Amerikaanse regering. Dat is eigenlijk taalgebruik dat ik niet van de
VVD gewend ben wanneer het gaat over andere landen als pak 'm beet Iran,
of China, of de Oeigoeren waarover we het hadden, of de Rohingya. Zijn
die mensenrechten voor u minder relevant en minder belangrijk?
De voorzitter:
Tot slot de heer Koopmans.
De heer Koopmans (VVD):
Ik twijfel even of de heer Kuzu deze vraag serieus bedoelt. De motie
waar hij op doelt, heeft de heer Kuzu namelijk zelf ook gesteund, meen
ik. Dan lijkt mij dat hij zich kan vinden in die woorden. Anders zou ik
hem graag de gelegenheid willen bieden om even te verklaren waarom hij
die motie heeft gesteund, ondanks het feit dat hij haar eigenlijk niet
goed vond.
De voorzitter:
Dat gaat hij ongetwijfeld in zijn eigen termijn doen, want ik kijk echt
naar de klok. We zijn nog maar bij de eerste spreker en we zijn al bijna
drie kwartier verder. Dus ik wil voorstellen dat u daar in uw eigen
termijn op terugkomt, meneer Kuzu. En ik wil door naar de heer Van Ojik
van GroenLinks.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het wel bijzonder vind
om aanwezig te zijn bij een debatje binnen de coalitie, in alle
transparantie gevoerd, waaruit blijkt dat het CDA extra geld voor
ontwikkelingssamenwerking wil en de VVD niet. Dat was voor mij nog geen
publieke informatie, dus ik vind het fijn dat nu te weten. Ik moet wel
zeggen dat het wel gĆŖnant is dat, terwijl de coalitie in alle
transparantie aan het kibbelen is, de mensen voor wie dat geld bedoeld
is, nu al vier maanden te maken hebben met de impact van een gigantische
crisis, een "ongekende crisis" zoals de heer Van Helvert zei, maar nog
geen cent extra van Nederlandse zijde hebben gezien, in weerwil van het
AIV-advies dat zegt dat Nederland 1 miljard extra beschikbaar zou moeten
stellen. Ik was niet van plan om dit op te brengen, maar gezien deze,
voor mij toch wel nieuwe politieke realiteit, hoor ik nu heel graag van
de minister hoe het kabinet vordert met het sturen van een reactie aan
het parlement naar aanleiding van dit spoedadvies, dat met stoom en
kokend water door de AIV moest worden gedaan maar nu ligt te verstoffen
op de plank bij het kabinet. Voorzitter, dat moest ik toch even in de
eerste minuut van mijn spreektijd opbrengen.
De heer Koopmans zei het ook al: als we kijken naar ā en dan kom ik bij
de mensenrechtenrapportage ā de situatie rond de mensenrechten
wereldwijd, dan wordt het er niet beter op, om maar eens een
understatement te gebruiken. Volgens Amnesty is voor het veertiende jaar
op rij het respect voor burgerrechten, democratie en rechtsstaat
afgenomen, in het jaar waarover we nu spreken, 2019. En het lijkt erop
dat de covidpandemie die trend verder versterkt. De noodmaatregelen die
worden genomen, voldoen niet altijd aan de eisen van
rechtsstatelijkheid, de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt, het
recht op vreedzame bijeenkomsten is problematisch in heel veel landen,
en de privacy komt onder druk te staan. En ik zou de minister willen
vragen wat voor specifieke inspanningen hij in EU-verband, maar
misschien ook in de VN-Mensenrechtenraad, de komende tijd zou kunnen
ondernemen om erop toe te zien dat al deze noodmaatregelen, met al die
potentieel negatieve consequenties voor de situatie rond de
mensenrechten, tijdelijk zijn en zo snel mogelijk weer tot het verleden
behoren. Dat lijkt me een hele belangrijke en actuele vraag op dit
moment.
Voorzitter. Mijn tweede punt. We hadden het er al even over: 750
projecten ongeveer, 135 miljoen euro besteed in 2019. Nederland is ā en
dat wil ik best zeggen, ook vanuit de oppositie ā een zeer belangrijke
en vooraanstaande speler waar het gaat om mensenrechten. En in
tegenstelling tot de heer Koopmans denk ik juist dat het feit dat we
daarin nĆĆ©t selectief zijn, zodat we niet het verwijt kunnen krijgen dĆ”t
we selectief zijn, weleens de kracht van het Nederlandse
mensenrechtenbeleid zou kunnen zijn. Dus ik ben heel benieuwd hoe de
minister dat eigenlijk ziet.
Vorig jaar hebben we uitgebreid gesproken over de vraag naar de
effectiviteit, want dat is natuurlijk een vraag die we ons allemaal
moeten stellen. De minister heeft toen gezegd, en ik probeer het nu even
heel kort in mijn eigen woorden samen te vatten: eigenlijk worden al die
projecten heel systematisch en goed geƫvalueerd, maar het is altijd
moeilijk om oorzaak en gevolg in dit soort gevallen van
mensenrechtenprojecten heel scherp in kaart te brengen. Ik zou voor dit
debat toch hopen dat we misschien een stapje verder kunnen zetten, want
er is wel degelijk altijd discussie over de vraag wat voor instrumenten
we nou wel en wat voor instrumenten we nou niet in bepaalde situaties
moeten toepassen. Amnesty International zegt bijvoorbeeld: we moeten
luider en vaker publiek van ons ongenoegen laten horen.
Mijn eigen partij heeft in onze Chinanotitie bijvoorbeeld gezegd: we
moeten mensenrechten veel prominenter op de agenda zetten als we met
China spreken, dus niet als een van de vele onderwerpen, maar bij wijze
van spreken duidelijk maken, a priori, dat respect voor burgerlijke
vrijheden en voor mensenrechten voor ons een centraal element in de
relatie is. De minister zelf heeft pas in een debat ā ik weet het niet
meer, volgens mij was het vorige week ā verwezen naar het permanente
issue van de sancties die altijd weer opkomt. De minister zegt: het is
niet gezellig op een EU-vergadering als het onderwerp van sancties niet
aan de orde komt. Dat is ook een instrument waar bijvoorbeeld de
Verenigde Staten veel vaker gebruik van maken. Ik denk dat we onszelf
moeten blijven uitdagen om kritisch te blijven nadenken over die
verschillende instrumenten van het mensenrechtenbeleid, nu we weten dat
de situatie verder verslechtert.
De voorzitter:
U hebt nog Ć©Ć©n minuut, althans, als u die zes minuten wil gebruiken. De
heer Koopmans heeft een vraag.
De heer Koopmans (VVD):
De heer Van Ojik en ik zijn het wel eens, in tegenstelling tot wat hij
misschien suggereert, over het feit dat de mensenrechten universeel zijn
en overal gelden. Maar de heer Van Ojik kiest zelf ook zijn momenten
waar hij optreedt. Ik herinner mij dat de heer Van Ojik een tijdje terug
mensenrechtengerelateerde vragen stelde over het lot van boswachters in
Roemeniƫ, bijvoorbeeld. Hij kiest ervoor om het daarover te hebben en
niet over ik weet niet wat voor mensenrechtenschendingen er op dezelfde
dag gebeurden in Niger of de Centraal-Afrikaanse Republiek. Welk
selectiemechanisme kiest hij? Of zegt hij: ik doe datgene wat ik net
ergens heb gelezen? Welk mechanisme?
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik vind dit niet een heel erg respectvolle vraag van de heer Koopmans; u
doet gewoon wat u net toevallig in de krant heeft gelezen. Boswachters
in Roemeniƫ of mensenrechtenschendingen in Niger, ik geloof niet dat het
heel behulpzaam is, en daar gaat de discussie over, om een rangorde aan
te brengen tussen het feit dat boswachters in Roemeniƫ worden vermoord
of dat meisjes in Niger worden besneden. Ik denk dat dat allebei
verschrikkelijk is en dat het onze taak en verantwoordelijkheid is om op
een zo effectief mogelijke manier te proberen dit soort misstanden op
het vlak van mensenrechten aan de kaak te stellen.
Ik zie heel weinig in een discussie over: waarom heb jij toen wel het
lot van die boswachters aan de orde gesteld, of het lot van de Rohingya
in Myanmar en niet deze kwestie. Natuurlijk moet je selectief zijn, maar
het is belangrijk dat degene met wie je spreekt, weet dat mensenrechten
uit de aard der zaak universeel zijn, zoals de heer Sjoerdsma net zei.
We moeten elkaar daar altijd op kunnen aanspreken. Ook de moord op een
boswachter in Roemeniƫ is een schending van mensenrechten. Ik zou die
niet in een rangorde willen zetten ten opzichte van een andere
schending. Ik vind dat volstrekt onproductief, voorzitter.
De heer Koopmans (VVD):
Ik ben heel blij dat de heer Van Ojik onderstreept wat ook de VVD zegt:
mensenrechten zijn universeel en gelden overal. Alleen, de heer Van Ojik
kiest zijn momenten om er op het ene punt wel over te beginnen en op het
andere niet. Dat neem ik hem helemaal niet kwalijk, want dat begrijp ik.
Ik zeg hier ook: laten wij selecteren en kijken waar wij effectief
kunnen zijn. Ik probeer een begin van een raamwerk neer te zetten hoe we
erover kunnen nadenken, hoe wij met respect voor de universaliteit toch
een begrijpbaar beleid kunnen hebben op grond waarvan wij keuzes maken
waar wij onze beperkte machtsmiddelen, financiƫle middelen en
aandachtsmiddelen op inzetten. En dan vraag ik aan de heer Van Ojik
welke criteria hij hanteert. Of zegt hij: nee, ik doe datgene wat er nu
voorkomt.
De voorzitter:
Ja, welke criteria? De heer Van Ojik.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Niemand heeft het monopolie op effectiviteit. Het treurige is juist dat
we opnieuw dit jaar, net als vorig jaar, het jaar daarvoor en het jaar
daarvoor, een mensenrechtenrapportage bespreken van een kabinet dat er
op alle mogelijke manieren, vaak met steun van de Kamer, van alles aan
doet om mensenrechten overal ter wereld ter discussie te stellen. Maar
de realiteit is dat de situatie rond mensenrechten in heel veel landen
achteruitgaat in plaats van vooruit. Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes,
maar die zijn helaas heel schaars.
Niemand heeft in die situatie het monopolie op effectiviteit. Om heel
specifiek op die vraag in te gaan ā en daar hoop ik mijn resterende
minuut voor te gebruiken ā die effectiviteit breng je niet aan door de
universaliteit te beperken maar door je instrumentarium te verfijnen. Ik
geloof dat we meer kunnen doen op het punt van het inzetten van
instrumenten. Misschien kiezen we te vaak voor een declaratie of
verklaring, terwijl we juist wel de handelsrelaties moeten inzetten of
bereid moeten zijn om zo nu en dan in het eigen vlees van onze
economische relatie te snijden. Dat is een verschil met de VVD.
De voorzitter:
Het is misschien handig als u die instrumenten in uw laatste minuut
aangeeft.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik doe dat liever nog als antwoord op de vragen van de heer
Koopmans.
De voorzitter:
Dat snap ik, maar er zijn hier nog meerdere sprekers.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
O, echt?
De voorzitter:
Ja. Gelukkig bent u zo sociaal dat u daarvoor begrip kan opbrengen.
Graag uw laatste minuut.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, ik ga dat doen en ik ga dat heel snel doen. Ik moet toch
kiezen in mijn laatste minuut. Ik neem China als voorbeeld, en dan wel
Hongkong, Tibet en Xinjiang. Ik denk dat alle drie de situaties, die
alle drie verschrikkelijk zijn en waartussen ik niet wil kiezen, een
eigen specifieke benadering vereisen. In Hongkong is de repressie van de
Chinese overheid succesvol. Er gaan steeds minder mensen de straat op en
er worden steeds meer mensen gearresteerd. Ik denk dat we meer moeten
doen om ngo's te ondersteunen en om mensen die in gevangenis komen,
juridisch te begeleiden. Dat zijn twee instrumenten die in Hongkong naar
mijn smaak effectief kunnen zijn. Ik hoop dat de minister daar straks op
wil reageren.
In het geval van Tibet denk ik dat het gaat om toegang tot Tibet in ruil
voor toegang tot West-Europa, bijvoorbeeld consulaten of bezoeken van
diplomaten, et cetera, et cetera. Ik denk dat dat wezenlijk is. De
Amerikanen hebben daarvoor met hun Tibet Policy and Support Act een heel
kader gemaakt. Ik denk dat dat een goed instrument is.
Voorzitter, en dan mijn laatste voorbeeld. Als het gaat om Xinjiang en
de Oeigoeren, denk ik dat we veel kritischer kunnen zijn ā ik heb daar
in het verleden met de minister ook over gesproken ā op de vraag of er
bijvoorbeeld Nederlandse bedrijven betrokken zijn bij de leverantie van
surveillanceapparatuur waarmee Oeigoeren in Xinjiang in de gaten worden
gehouden. Ik vind dat het kabinet daar veel te slap op acteert. Dat wil
ik graag toelichten als u mij daarvoor de kans geeft, maar dat doet u
waarschijnlijk niet.
De voorzitter:
Nou ...
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dit is een voorbeeld. Dit is mijn antwoord op de vraag van de heer
Koopmans of ik niet selectief ben. Ik ben wel selectief, maar in de
instrumenten, niet in de universaliteit van mensenrechten. Daar horen we
niet selectief in te zijn.
De voorzitter:
U gaat uiteraard over uw eigen spreektijd, maar ik gun u graag nog het
indienen van een motie in de tweede termijn. Daarvoor heeft u nog zeker
een minuut over. Ik hoor dat u daarvoor twee minuten over heeft, dus dat
gaat u redden. Maar ik denk dat u het hierbij laat? Ik zie u knikken.
Dan gaan we over naar de heer Sjoerdsma, als er geen interrupties zijn,
voor zijn bijdrage namens D66.
De heer Sjoerdsma (D66):
Dank, voorzitter. Waarom is er eigenlijk een G20? Waarom komen
Argentiniƫ, Australiƫ, Zuid-Afrika, Braziliƫ, de Verenigde Staten, de
Europese Unie en Saudi-Arabiƫ eigenlijk regelmatig bij elkaar om te
praten over de wereldeconomie? Waarom komen deze landen bij elkaar om te
praten over de wereldeconomie, en waarom doen de grootste
mensenrechtenvoorvechters dat eigenlijk niet? Waarom is er eigenlijk een
G20 en waarom is er geen M50, 50 landen die echt voor de mensenrechten
willen gaan, die dat samen bespreken en samen proberen daar iets aan te
doen, wereldwijd? Volgens mij is dat hoognodig, want samen met collega
Van Ojik moet ik ook dit jaar de deprimerende conclusie trekken dat de
mensenrechtensituatie enorm is verslechterd. Lhbti'ers worden verketterd
of vervolgd. Journalisten worden opgesloten, geĆÆntimideerd, vervolgd en
soms beschoten. Mensenrechtenverdedigers wordt de mond gesnoerd of ze
verdwijnen. Mensen die van hun geloof vallen, worden daarvoor vervolgd.
Mensen die hun geloof juist omarmen, verdwijnen in de gevangenis.
Andersdenkenden zijn strafbaar.
Voorzitter. Dit roept inderdaad de vraag op wat begrijpbaar
mensenrechtenbeleid is. Dat is universeel, maar ik denk dat
"begrijpbaar" voor Nederland ook is dat je je nadrukkelijker richt op
sommige dingen waarom Nederland bekendstaat. Als wij niet voor lhbti'ers
opkomen, wie doet dat dan wel wereldwijd? Als wij niet voor
andersdenkenden en atheĆÆsten opkomen, wie doet dat dan wel? Welk ander
land heeft een meerderheid van niet-gelovigen? Dat is eigenlijk alleen
Nederland. Als wij niet opkomen voor journalisten in deze tijd, welk
land doet dat dan wel?
Wat zijn nou de trends die deze verslechteringen veroorzaken? Ik zie er
drie. EĆ©n is de rol die China en Rusland spelen. Ik denk dat we niet
heel veel woorden hoeven vuil te maken aan de wijze waarop China en
Rusland dat doen. Dat doet China bijvoorbeeld door de universaliteit ter
discussie te stellen en Rusland door zich ronduit agressief te gedragen
in bepaalde delen van de wereld. Dat is Ć©Ć©n trend. De tweede trend is
het wegglijden van de Verenigde Staten. Dan gaat het om de manier waarop
zij de waarden in de buitenlandpolitiek dreigen los te laten en soms de
multilaterale orde dreigen te ondermijnen. Drie is, zou ik zeggen, de
beperkte aanwezigheid van de Europese Unie op het wereldtoneel. In deze
wervelwind hebben wij op dit moment nog onvoldoende vermogen om daar
echt iets aan te doen. Vandaar dat idee, misschien die noodkreet, voor
een M50. Ik vind dat Nederland een uiterste inspanning moet leveren om
dit tij te keren, om ervoor te zorgen dat we die voortrekkende rol weer
spelen als het gaat om mensenrechten, om vrijheden en om de bevordering
van internationale rechten. Laten we eens kijken of wij misschien zo'n
groep van 50 landen bij elkaar kunnen krijgen ā of 49 of 48 ā zodat we
in die VN-Mensenrechtenraad, in de VN, op specifieke landensituaties
gezamenlijk kunnen optreden. Effectiviteit zit 'm misschien gedeeltelijk
ook in een dergelijke gezamenlijkheid. Ik vraag de minister naar zijn
reactie. Zou hij een dergelijk initiatief zien zitten?
De voorzitter:
Daarover heeft mevrouw Ploumen een vraag.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Het zal u en de anderen en zeker ook de heer Sjoerdsma niet verbazen dat
ik zijn oproep zou willen ondersteunen. Ik zou nog even iets willen
vragen. Bij de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken hebben de
heer Van Ojik en ik de minister voorgesteld om een nieuwe, assertieve
coalitie te bouwen van landen die zich gecoƶrdineerd willen inzetten
voor de bescherming van mensenrechten. Ik heb daar sinds die tijd verder
eigenlijk niks meer over gehoord, om het maar even een beetje huiselijk
te zeggen. Maar volgens mij is dit eigenlijk min of meer hetzelfde,
hoewel de heer Sjoerdsma daar een mooie naam aan geeft, de M50. Die vind
ik zeer aansprekend. Maar volgens mij willen we hier hetzelfde. Deelt de
heer Sjoerdsma mijn waarneming dat hierop weinig voortgang is geboekt de
afgelopen periode, ondanks de goede inzet die Nederland in z'n
algemeenheid ook heeft?
De heer Sjoerdsma (D66):
Ik denk dat het inderdaad goed is om hier onderscheid te maken tussen de
duidelijke en veelomvattende Nederlandse inzet en het gewicht dat we om
ons heen weten te verzamelen. Natuurlijk trekken we altijd op in de
Europese Unie en heeft de Europese Unie gezamenlijk een groot gewicht,
ondanks het feit dat landen als Hongarije en Polen onze reputatie soms
wat moeilijker maken en ons soms ook wat ongeloofwaardiger maken als we
een bepaalde boodschap willen verkondigen. Dat is desalniettemin een
goede basis, maar het is natuurlijk niet voldoende. Als wij bijvoorbeeld
het narratief van China dat mensenrechten niet universeel zijn, willen
bestrijden, dan zullen we ervoor moeten zorgen dat landen als Taiwan,
Gambia, Zuid-Afrika en Australiƫ samen met ons optrekken. Er zullen
ongetwijfeld nuanceverschillen zitten tussen mijn voorstel en het
pleidooi van mevrouw Ploumen en de heer Van Ojik, maar in algemene zin
zijn we het daarover eens. Ik denk ook dat dat een goede weg voorwaarts
is. Het zal niet makkelijk zijn, maar als de G20 ook jaarlijks bij
elkaar kan komen en als je de actieprogramma's ziet die Saudi-Arabiƫ dan
optuigt, dan moet dit toch ook kunnen.
De voorzitter:
Mevrouw Ploumen, u laat het hierbij? Dan kunt u uw betoog voortzetten,
meneer Sjoerdsma.
De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. Er zijn gelukkig ook wel lichtpuntjes. Die moeten we ook
benoemen. De protesten in Sudan hebben bijvoorbeeld geleid tot de val
van de genocidair Bashir. Dappere mensen hebben laten zien dat het
maatschappelijk middenveld, als je ervoor gaat en als je ervoor strijdt
en als je bereid bent de meest verschrikkelijke offers te brengen, toch
een verschil kan maken en een dictator van zijn sokkel kan stoten. Ik
weet dat deze minister het regelmatig doet, maar ik wil hem nog eens
vragen om zijn Sudanese collega nog een keer nadrukkelijk te verzoeken
om president Bashir alsjeblieft wel door het strafhof te laten
berechten. Dat kan in Sudan of dat kan hier, maar daar hebben we al veel
te lang niks meer over gehoord.
Ook dichter bij huis kunnen we effectief zijn en onze machtsmiddelen
inzetten. Een motie hier, breed gesteund, begon als een motie met het
idee van mensenrechtensancties in de Europese Unie. Dat is nu bijna een
Europese wet. Mijn complimenten aan de minister dat hij zich daarvoor
blijft inzetten. Ik vraag hem wel waar die wet nou blijft. Eigenlijk
hadden we gezegd dat er dan maar een nationale wet moest komen. Dat is
ongeveer anderhalf jaar geleden. We hebben de minister vergeven ā
terecht, denk ik ā dat hij Europees nog steeds bezig is, maar ik vind
wel dat die Europese wet er dan ook moet komen en dat er zo snel
mogelijk moet worden begonnen met het listen van mensen. Graag een
reactie van deze minister hoe hij dat ziet. Misschien kan hij ook de
Hoge Vertegenwoordiger in dezen tot spoed manen, want het ligt nu voor
een groot deel bij de Hoge Vertegenwoordiger. En misschien kan hij
hierin samen met het Duitse voorzitterschap optrekken, want ik weet dat
de Duitsers er ook waarde aan hechten om dit voor elkaar te krijgen. In
tegenstelling tot de VVD geef ik hiervoor dus mijn complimenten aan de
minister. Ik vind dat hij hierop zeer actief is geweest en de juiste
dingen doet.
Voorzitter. In mijn laatste minuut wil ik iets zeggen over journalisten
en persvrijheid, een onderwerp dat mij zeer aan het hart gaat.
Wereldwijd wordt hun het werk steeds moeilijker gemaakt, in landen als
Syriƫ en Afghanistan, maar helaas ook in landen als de Verenigde Staten.
De vrije pers is van onschatbare waarde voor het achterhalen van de
waarheid, van feiten, voor het onderscheiden van fake news en echt
nieuws. Ik moet constateren dat een organisatie als Free Press Unlimited
na een jarenlange goede samenwerking met het ministerie haar subsidie
heeft verloren, juist op een moment dat dit werk echt nodig is. Ik ga me
absoluut niet met tenders bemoeien. Dit is een besluit van het
ministerie, maar ik wil wel aan de minister vragen wat er nou is gebeurd
met deze middelen. Bestaat het noodfonds voor journalistiek waar de
Kamer om heeft gevraagd nog? Blijft de financiering van dit noodfonds op
peil? En waar is het geld naartoe dat naar deze organisatie ging? Wordt
dat nog steeds aan persvrijheid besteed? Dat vind ik wel echt enorm
belangrijk, ook gelet op het regeerakkoord.
Voorzitter. Tot slot heel kort over een andere zeer kwetsbare groep: de
lhbti'ers. Ook hier is de trend negatief. Ook hier moet Nederland zich
juist uitspreken. Ik zou het een groot en goed gebaar vinden als
ambassadeurs waar ook ter wereld als het enigszins kan zouden meelopen
met prides en met intochten in landen waar deze groep onder druk staat.
Ik weet dat veel ambassades nu langzaamaan weer opengaan, dus ik vraag
de minister of hij bereid is om die oproep te ondersteunen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik zie dat mevrouw Karabulut een interruptie wil plegen.
Nee? OkƩ; u doet uw microfoon aan. Het idee is dat we het rondje afgaan,
dus dan kom ik bij de heer Van der Staaij.
De heer Van der Staaij (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met een citaat. "Wij beschouwen
deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk zijn
geschapen, dat zij door hun Schepper met zekere onvervreemdbare rechten
zijn begiftigd en dat daartoe behoren het leven, vrijheid en het
nastreven van geluk." U herkent het al. Het is een beroemde zin uit de
Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 4 juli 1776. Wat ons
betreft is dit nog steeds een heel mooie verwoording van de waardigheid
en de kostbaarheid van ieder mens. Vanuit die noties dragen wij ook
fundamentele mensenrechten een warm hart toe in het besef dat we vaak
maar ten dele in staat zijn om de kloof tussen wens en werkelijkheid te
overbruggen.
Voorzitter. De minister gaf in zijn voorwoord in de
Mensenrechtenrapportage 2019 aan dat de hele coronapandemie als een
soort van contrastvloeistof soms ook maatschappelijke en politieke
problemen zichtbaar maakt. Ik vond dat een herkenbaar beeld. Zo trof het
ons dat we in verschillende rapportages terug zagen komen dat in een
aantal landen het seksueel misbruik van kinderen in de afgelopen periode
is toegenomen. Kennelijk waant men zich wat veiliger door alle aandacht
die de pandemie met zich meebrengt. Als we oog willen hebben voor het
feit dat mensenrechten niet alleen offline gelden, maar ook online, dan
zou ik vandaag ook bijzondere aandacht willen vragen voor dat
onlinekindermisbruik. Ik hoorde dat dit de afgelopen periode ook zo is
toegenomen. Mijn vraag is of de minister mogelijkheden ziet om deze
misstanden actief en effectief te bestrijden.
Voorzitter. Een tweede punt dat ik wil benoemen is het seksueel geweld
tegen meisjes en vrouwen. Wereldwijd zijn honderdduizenden van hen
ongewild prostituee. Er is veel aanpak en veel inzet op seksuele
gezondheid en rechten, maar ik zou ook aandacht willen vragen voor de
meer harde aanpak waardoor daders achter tralies belanden en
slachtoffers achter ramen en tralies worden bevrijd. Vandaar ook de
vraag of de minister hier extra aandacht aan wil besteden.
Voorzitter, dan kom ik op een andere beleidsprioriteit en dat is de
vrijheid van godsdienst. Er is een amendement van mijn hand aangenomen
waarmee extra geld beschikbaar wordt gesteld voor psychische en
geestelijke zorg aan geloofsvervolgden. Mijn vraag is hoe dat concreet
wordt besteed en ingezet.
Dan richt ik mij nog op een aantal landen. In China worden aan allerlei
groepen, waaronder christenen, ernstige beperkingen opgelegd. Zeker bij
zo'n groot land als China vraagt dit om een eensgezind antwoord. Daarom
vraag ik of de minister vooruitgang ziet in een meer brede, Europese,
trans-Atlantische benadering om ook China te bewegen de mensenrechten en
de legitieme belangen van regionale actoren te respecteren. Het ging net
al over Tibet, Hongkong en Taiwan. Ik zou ook de landen rond de
Zuid-Chinese Zee willen noemen.
Voorzitter. Dan Vietnam. Onbekend maakt onbemind, maar soms ook
onbeschermd. Dat viel ons op toen we onlangs een rapportage zagen over
de problemen die christenen in Vietnam ervaren. Specifieke groepen
worden van overheidswege onderdrukt: Hmong en Montagnards. Het zou goed
zijn als, ook in het kader van het beleid rondom godsdienstvrijheid,
hier oog voor kan zijn, ook via onze ambassade in Hanoi.
Tot slot. In Algerije moesten sinds 2018 zo'n twintig kerken de deuren
sluiten. De protestantse kerk in Algerije roept daarom de internationale
gemeenschap op te bevorderen dat ook Algerijnse autoriteiten toestaan
dat kerken heropend worden en dat daar erediensten worden gehouden en
dat ze efficiƫnt en eerlijk bejegend worden door de speciale nationale
commissie voor niet-islamitische religieuze groeperingen. Mijn vraag is
of ook de minister zich daarvoor zou willen inzetten.
Voorzitter, tot zover mijn bijdrage.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan heeft u nog twee minuten over voor de tweede
termijn.
Dan ga ik naar de andere kant van de zaal. De heer Kuzu namens
DENK.
De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Elke dag worden we geconfronteerd met berichten
dat er in de wereld mensen op basis van hun afkomst, hun geaardheid, hun
geloof of hun huidskleur worden onderdrukt. Het doet pijn dat we in de
wereld nog steeds niet zover zijn dat de mensenrechten van iedere
wereldburger worden gerespecteerd. Laten we dan dichtbij beginnen. Zo
hebben we onze zogenaamde "trans-Atlantische vrienden". Daarmee bedoel
ik de Verenigde Staten van Trump, waar in de afgelopen periode op een
schokkende wijze mensenrechten zijn geschonden. Politiegeweld. Traangas
tegen vreedzame demonstranten. Institutioneel racisme. Wat DENK betreft
past alleen een keiharde veroordeling van het beleid van Trump, en niet
de zalvende taal die een aantal collega's hier in de Kamer bezigden om
op vriendschappelijke wijze de zorgen over te brengen. Is de regering
bereid om het beleid van president Trump, die maling heeft aan de
internationale rechtsorde en die de mensenrechten in zijn eigen land
niet respecteert, gewoon keihard te veroordelen? Graag een
reactie.
Voorzitter. DENK is ook klaar met de zalvende taal bij de wandaden van
de Israƫlische regering tegen de Palestijnen. DENK is er klaar mee dat
de internationale gemeenschap toekijkt hoe een volk wordt vertrapt.
Onlangs werd het voornemen van de Israƫlische regering bekend om opnieuw
Palestijnse gebieden te jatten. Een middelvinger naar de internationale
gemeenschap van de Israƫlische regering, die hiermee de zoveelste
VN-resolutie aan zijn laars lapt. Afgelopen donderdag zei Borrell, Hoge
Vertegenwoordiger van de EU, dat als Israƫl opnieuw land annexeert, dit
significante gevolgen zal hebben voor de betrekkingen met de Europese
Unie. Die dreigende taal kennen we, maar aan woorden hebben de
Palestijnen niks. Die hebben daden en solidariteit nodig. Welke gevolgen
zou het jatten van land van de Palestijnen door de Israƫlische regering
volgens de regering moeten hebben? Sancties? Het opschorten van de
associatieovereenkomst? Is het, gezien de ronkende en dreigende retoriek
van de Israƫlische regering, niet de hoogste tijd om over te gaan tot
erkenning van Palestina, om aan de Israƫlische regering duidelijk het
signaal af te geven dat Nederland staat voor de soevereiniteit van de
Palestijnen?
Voorzitter. Dan de Oeigoeren, moslims die op een wrede wijze worden
onderdrukt door de Chinese autoriteiten, een wreed lot dat ook de
Hui-minderheid in China ondergaat. DENK wil hiervoor een duidelijke
veroordeling van de regering. We zien dat moslims worden onderdrukt,
worden vastgezet, worden beroofd van hun identiteit, worden bespioneerd
en vermoord. Dan kan de Nederlandse regering niets anders doen dan een
veroordeling uitspreken en dan kan zij het niet laten bij de zwakke
woorden "ernstige zorgen". Is de regering bereid om die veroordeling uit
te spreken? Is de regering bereid om ondubbelzinnig uit te spreken dat
er sprake is van grootschalige mensenrechtenschendingen tegen de
Oeigoeren, en niet meer te spreken van ā ik citeer ā "het waarschijnlijk
achten van grote mensenrechtenschendingen"?
DENK vraagt ook aan de regering om de situatie van de Oeigoeren blijvend
internationaal te agenderen, druk op China te houden, te pleiten voor
een factfinding mission in Xinjiang en voor gerichte sancties tegen
individuen die verantwoordelijk zijn voor de misdaden tegen de Oeigoeren
en om ervoor te zorgen dat producten die tot stand zijn gekomen door
dwangarbeid van Oeigoeren niet in Nederland terechtkomen en dat
Nederlandse bedrijven hier niet aan bijdragen.
En tot slot op dit punt: Uyghur Support Group Nederland heeft een
brandbrief gestuurd over de zorgen over de corona-uitbraak voor
Oeigoeren die vast zijn gezet in die kampen. Kan de regering iets voor
deze mensen betekenen?
Voorzitter. Tot slot de Rohingya in Myanmar. 126.000 Rohingya worden
vastgehouden in kampen. Zaterdag zag ik een schrikbarende reportage over
Rohingya-vluchtelingen die opeengestapeld in vluchtelingenkampen in
mensonterende omstandigheden leven. Ze lijden onder overstromingen
vanwege hevige regen en in de kampen is corona uitgebroken. Wat kan de
regering in het kader van noodhulp betekenen voor de acute en
zorgwekkende situatie van de Rohingya in vluchtelingenkampen? Ook op dit
punt overweeg ik een motie.
En klopt het dat de regering van Myanmar het bevel van het
Internationaal Gerechtshof om te rapporteren over de maatregelen die ze
neemt om de Rohingya te beschermen, inmiddels heeft opgevolgd? Kan de
minister aangeven wat er in dit rapport over staat ā ik heb ernaar
gezocht maar ik heb het niet kunnen vinden ā en wat de appreciatie van
de regering van dit rapport is? Hoe gaat de regering zich in de komende
tijd ervoor inspannen dat de daders van de mensenrechtenschendingen
tegen de Rohingya zich moeten verantwoorden voor het Internationaal
Strafhof?
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog anderhalve minuut over voor de tweede termijn.
Ik ga naar mevrouw Ploumen namens de Partij van de Arbeid.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Collega's zeiden het ook al: het gaat helemaal
niet goed met de mensenrechten. Het gaat dus eigenlijk helemaal niet
goed met de mensen en de menselijkheid. Het baart ons grote zorgen dat
die mensenrechtenschendingen niet alleen maar voorkomen in landen waar
we dat, erg genoeg, al heel lang hebben gezien, maar ook en steeds meer
in landen die wij beschouwen als vrienden of bondgenoten of die
geografisch dicht bij ons horen. Kijk maar naar de lhbti-vrije zones in
Polen, de moord op de journalisten in de Europese Unie, in Malta
bijvoorbeeld, maar ook naar de Verenigde Staten, waar de pers gebreideld
wordt en waar gedreigd wordt om medewerkers van het Internationaal
Strafhof met sancties te belasten. Mijn eerste vraag ā ook een beetje in
het licht van de M50 ā is: wat gaat de minister doen om een krachtige
respons te laten horen, niet alleen op mensenrechtenschenders ver weg,
maar ook dichtbij? Wat is de stand van zaken rond het bouwen van die
internationale coalitie waarover de heer Sjoerdsma en ik al eerder
spraken?
In dat licht was er vorige week een stemming in de Mensenrechtenraad
over de dood van George Floyd in de Verenigde Staten. Op verzoek van 54
Afrikaanse staten is een resolutie, waarin het gaat over de brutaliteit
waarmee mensen van Afrikaanse afkomst dagelijks te maken krijgen in
verschillende regio's in de wereld, voorgelegd aan de Mensenrechtenraad.
Wat is de inzet van Nederland geweest in dat debat en op welke manier
gaat Nederland binnen de Mensenrechtenraad, samen met onder andere die
54 Afrikaanse staten, dit onderwerp verder agenderen?
Voorzitter. Als het slecht gaat met de mensenrechten, gaat het doorgaans
nog slechter met de rechten van vrouwen. De heer ā¦ Nou ben ik zijn naam
vergeten. Dat is helemaal ernstig.
De heer Koopmans (VVD):
Ik zou willen interrumperen, maar ik weet niet tegen wie.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Koopmans, ik had het kunnen weten. De heer Koopmans refereerde al aan de
situatie van vrouwen in Saudi-Arabiƫ. Ik kan morgen wel bij de actie van
Amnesty International zijn. Dat is ook meer dan nodig. De vraag aan de
minister is: wat doet de Nederlandse regering om, bijvoorbeeld in
relatie tot Saudi-Arabiƫ, dit onderwerp blijvend te agenderen? Hoe zit
het eigenlijk met die G20-bijeenkomst, waar Saudi-Arabiƫ gastheer
is?
Vrouwelijke mensenrechtenverdedigers hebben het vaak nog moeilijker dan
mannen. Dat bleek ook uit een rapport dat de Verenigde Naties
publiceerde in februari 2019. We kunnen in de mensenrechtenrapportage
lezen dat Nederland daar aandacht voor heeft, waarvoor dank. De vraag
is: ziet de minister net als wij dat onder invloed van de
COVID-19-crisis die rechten vaak nog verder onder druk komen te staan?
Wat is de extra inzet die er gepleegd wordt?
Dan wil ik me aansluiten bij de heer Kuzu over het lot van de Oeigoeren
en van de Rohingya. We hebben daar samen met andere collega's al eerder
naar gevraagd. Ik zou willen vragen wat Nederland doet om de situatie in
Jemen duurzaam te verbeteren. Het is daar echt dramatisch, mede onder
invloed van de COVID-19-crisis, maar het gaat daar al langer heel
slecht.
Ik zou de minister ook het volgende willen vragen. Dit weekend is een
Iraanse Nederlander aangevallen in Nederland. Dat hebben we al eerder
gezien. De heer Van Ojik en ik hebben eerder gevraagd of er niet een
speciaal meldpunt moest komen. De minister zei toen dat mensen naar de
politie kunnen gaan, maar ik zou hem toch willen vragen of hij dat in
het licht van de voortdurende aanslagen in Nederland niet nog eens moet
herzien.
Voorzitter. Dan mijn laatste woorden, want ik denk dat ik niet heel veel
tijd meer heb.
De voorzitter:
U heeft nog anderhalve minuut in de eerste termijn.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
OkĆ©, en dan ook nog voor de tweede termijn? O ā¦ Dan heb ik nog een vraag
aan de minister ā de heer Sjoerdsma sprak er ook al over. In de
afgelopen tien jaar werden 941 journalisten vermoord, gerapporteerd door
Reporters Without Borders. Ik denk eerlijk gezegd dat er nog veel meer
journalisten vermoord zijn, maar dat ze niet op die manier in de
treurige statistieken terechtkomen. Op welke manier zal Nederland het
komende jaar de vrije pers in landen waar die onder druk staat, blijven
steunen? Niet alleen financieel, maar wat doet de minister om daar ook
aandacht voor te vragen? Een bijeenkomst van de UNESCO is, als ik het
goed heb begrepen, verplaatst naar het najaar. Ik zou dat graag even van
de minister bevestigd willen zien, omdat het zo'n belangrijk onderwerp
is.
Tot slot. Toen de minister net aantrad, heeft hij mij een groot plezier
gedaan door rond te vragen of een sanctieregime tegen seksueel geweld
tegen vrouwen en meisjes in oorlogssituaties haalbaar zou zijn binnen de
Verenigde Naties. De minister zei toen dat er geen draagvlak voor is. Ik
zou daarvoor willen blijven pleiten. Hoe ziet hij dat nu? Is hij in
staat gebleken om zijn toezegging gestand te doen om in Europese
wetgeving dit onderdeel specifiek op te nemen? Dat betekent dat, als in
oorlogen en conflicten seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes wordt
gepleegd, de daders daarvan persoonlijk aangepakt en gestraft kunnen
worden. Ik zou graag van de minister willen weten of dat gelukt is en
hem alvast willen bedanken voor zijn inzet daarop.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Van Helvert namens het
CDA.
De heer Van Helvert (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De afgelopen week was ik live online op
Instagram met de Nederlandse acteur DĆ©fano Holwijn. Op een gegeven
moment kwam er op Instagram iemand live in beeld en was het beeld
helemaal zwart. DĆ©fano, de gastheer van de masterclass, zei: doe het
licht even aan in uw kamer, want we kunnen u niet zien. Maar dat wilde
de spreker niet. De spreker begon vervolgens allemaal racistische taal
uit te slaan naar de heer DĆ©fano Holwijn, puur en alleen omdat de heer
DĆ©fano Holwijn een net wat bruiner getinte huid heeft dan ik heb. Toen
dacht ik: wij hebben binnenkort een gesprek over mensenrechten
wereldwijd. En kijk hier nou: ik zit hier in Nederland op Instagram met
een Nederlandse acteur, met duizenden kijkers. We zaten er allemaal bij.
En het gebeurt gewoon. Het is ongelooflijk. Ik moet u eerlijk zeggen dat
ik in die mate nog nooit had meegemaakt dat iemand in Nederland zo
racistisch werd bejegend, waar ik gewoon bij zat. Ik schaamde me dat dat
nog kon in Nederland.
Toen dacht ik: ik ga het volgende week hebben over de mensenrechten in
de hele wereld, maar ik kan het niet laten om te benoemen dat het ook in
Nederland zo ernstig gebeurt. Ik vond het heel erg. Ik weet niet of dit
gelijk helpt, maar laten we alsjeblieft zorgen dat we dit in Nederland
echt niet toelaten, dat we het gesprek opzoeken en dat het echt niet
uitmaakt wat voor kleurtje je huid heeft. Natuurlijk, onbekend maakt
onbemind. Mensen vinden iets wat anders is vaak eng. Maar laten we
nondepie ervoor zorgen dat we elkaar aanspreken en in gesprek raken en
elkaar niet op die manier vernederen en kleineren. Ik vond het
schokkend. Het heeft mij geraakt en u merkt wellicht aan mijn trillende
stem dat dit nog steeds het geval is. Ik ben er echt van geschrokken. En
dat in eigen land.
De voorzitter:
Meneer Van Helvert, mevrouw Karabulut heeft hier een vraag over.
Mevrouw Karabulut (SP):
Dat kan ik me helemaal voorstellen. Dat racisme, dat dagelijkse racisme,
is afschuwelijk. Daarover komt binnenkort een debat. Ik hoop dat we,
door de schrik naar aanleiding van de moord op George Floyd, door het
debat, de discussie maar vooral door de drijvende kracht vanuit de
samenleving, nu eindelijk maatregelen gaan treffen om het systemische
racisme in eigen land aan te pakken. Waar ik uw steun voor zou willen
vragen, is het volgende. Ik wil het voorstel doen om moderne slavernij
in Qatar aan te pakken, waar in 2022 het WK gepland staat. Daar komt ook
heel wat racisme bij kijken. Bij deze moderne slavernij worden honderden
arbeidsmigranten niet uitbetaald maar als moderne slaven gehouden, en
zijn al duizenden te komen overlijden met onder andere de bouw van
stadions. Ik zou heel graag onze minister willen vragen om daar geen
officiƫle afvaardiging naartoe te sturen als dat niet is opgelost en
uiteraard om andere collega's te vragen datzelfde te doen. Kan ik
daarvoor ā alstublieft, zou ik bijna willen zeggen ā op steun van de
fractie van het CDA rekenen?
De heer Van Helvert (CDA):
Moties zie ik graag tegemoet. Daar waar we racisme of discriminatie
kunnen tegengaan, help ik graag. Ik kan niet bij voorbaat weten wat er
in de motie staat, maar ik zie deze graag tegemoet.
De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, nog een vervolgvraag.
Mevrouw Karabulut (SP):
Ik dacht het toch vrij duidelijk en eenvoudig uitgelegd te hebben. Het
is geen nieuw probleem. Al jarenlang is er moderne slavernij in Qatar.
Een heel sterk instrument om daar eindelijk een keer iets aan te doen
vanuit ons en vanuit andere landen, is om daar stelling tegen te nemen
en actie te ondernemen. Is de heer Van Helvert het met mij eens dat,
zolang dat niet is opgelost, wij geen officiƫle afvaardiging zouden
moeten sturen naar het WK in Qatar in 2022, ja of nee?
De heer Van Helvert (CDA):
Ik ben ervoor dat we dat zo snel mogelijk oplossen, maar laten we dan
wel even vragen wat er meer helpt: gaan we het gesprek niet aan en
blijven we weg of gaan we er juist naartoe om te proberen af te dwingen
dat het opgelost wordt? Ik zie de motie graag tegemoet. Volgens mij
willen we die kar dezelfde kant op trekken. Maar het feit dat ik een
weerzin heb tegen racisme, leidt niet tot de vanzelfsprekendheid dat ik
vanaf nu elke SP-motie steun. Die winstwaarschuwing wil ik wel eventjes
geven.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Helvert (CDA):
OkƩ, ik dacht dat er nog een interruptie kwam.
Meneer de voorzitter. Afgelopen week heeft er een gesprek plaatsgevonden
met staatssecretaris Pompeo van de Verenigde Staten en de Europese
minister van Buitenlandse Zaken. De heer Koopmans en ik hebben een motie
ingediend om te kijken of wij onderzoek kunnen doen naar hoe we racisme
gezamenlijk kunnen tegengaan. Ik wilde vragen naar de stand van zaken.
Is het gelukt of hebben we het op een andere manier kunnen aandragen om
dat op te pakken met de Verenigde Staten?
Over de speciale gezanten van de EU hebben we eerder aan de minister van
Buitenlandse Zaken gevraagd of hij zich sterk kan maken voor een nieuwe
speciale gezant voor de vrijheid van religie en levensovertuiging binnen
de EU. Dat is ook omdat onze speciale gezant al erg goed werk heeft
verricht, maar heel graag wil samenwerken met de speciale gezant van de
EU. De minister zei toen dat hij er inzet voor pleegde, maar dat hij nog
niet alle landen aan zijn zijde had. Ik wilde vragen of dat inmiddels is
gelukt. Welke landen verzetten zich nog en hoe kunnen wij de minister
daarbij helpen? Ik overweeg om een motie daartoe in te dienen. Dat is
niet zozeer omdat ik vind dat de minister geen goed werk doet, want ik
ben ervan overtuigd dat de minister zijn uiterste best doet, maar omdat
ik het van belang vind dat wij als parlement aan andere landen in Europa
laten weten dat dit voor ons een heel belangrijk punt is. Het staat ook
in het coalitieakkoord.
De Verenigde Naties presenteerden vorig jaar oktober cijfers over de
vervolging omwille van religie en levensovertuiging. Mensen die een
bepaalde religie aanhangen of juist zeggen dat ze niets willen geloven
en geen geloof opgelegd willen krijgen, krijgen het steeds zwaarder. De
grootste groep zijn christenen, maar een enorm "goede" tweede zijn de
moslims. Ik plaats "goede" tussen aanhalingstekens, want het is juist
niet goed. Zo werd gepresenteerd hoe groot de groepen zijn die vervolgd
worden. Dat is een verschrikkelijke situatie. Het staat ook niet voor
niets in ons coalitieprogramma dat wij daarvoor willen opkomen. In het
Verenigd Koninkrijk heeft de minister van Buitenlandse Zaken een rapport
laten opstellen. Daarin staat dat de wijze waarop christenen vervolgd
worden in sommige landen, zeker in Afrika, heel erg gaat lijken op wat
wij genocide noemen. Ik wilde vragen of de minister van Buitenlandse
Zaken bereid is om samen met de VN te kijken of we een bredere coalitie
kunnen maken om in landen waar christenen of anderen vervolgd worden,
breder in te zetten. Wat wordt onze inzet daarop? Ik vraag dat omdat wij
het ook in ons coalitieprogramma hebben staan. We hebben nog tien
maanden om het coalitieprogramma uit te voeren.
Over China maak ik me grote zorgen. Daar komen we in de moeilijke
situatie dat China een enorm opkomende economische macht is. Het land is
voor de hele wereld van belang als het gaat om de handel, maar
mensenrechten worden op gigantische schaal geschonden. Of ik het nu heb
over de Falun Gong, orgaanroof, Tibet, Hongkong, christenen, Oeigoeren,
Taiwan niet te vergeten ā wordt dat het volgende Hongkong? ā het is er
echt heel erg. Ik zou u op twee specifieke punten iets willen vragen.
Wat kunnen we als politici doen? In 2015 heeft de Raad van Europa het
Verdrag inzake orgaanhandel aangenomen. Dat is nog niet geratificeerd in
Nederland. Wanneer mogen we de ratificatie ervan verwachten?
Over de Oeigoeren weten we dat in de Verenigde Staten de Uyghur Human
Rights Policy Act is aangenomen. Is de minister bereid om ook naar zo'n
wet te kijken en er draagvlak voor te vinden bij de ministers in
Buitenlandse Zaken? Wellicht kunnen we zoiets in Europa heel goed
doen.
De voorzitter:
Mevrouw Ploumen heeft een laatste vraag.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Een meer informatieve vraag eigenlijk. Goed dat de heer Van Helvert
aandacht vraagt voor de situatie in China en daarbinnen voor het
onderwerp orgaanroof. Ik heb daar heel veel berichten over gekregen,
mijn collega's misschien ook wel. Dat ging met name over het feit dat
orgaanroof ook zou plaatsvinden binnen de kampen waar Oeigoeren zitten.
Er wordt gesuggereerd dat het levende mensen betreft. De minister
schrijft in zijn antwoord dat hij daar geen bewijs voor heeft. Ik zou
aan de heer Van Helvert willen vragen of hij het met mij eens is dat we
aan de minister moeten vragen of er een specifieke factcheck gedaan moet
worden, omdat het onduidelijk is waarop de aanname gebaseerd is dat het
niet aan de orde zou zijn. Kortom, naast de suggestie van de heer Van
Helvert zou ik er ook graag meer van willen weten. Ik zou de minister
daartoe willen oproepen.
De heer Van Helvert (CDA):
Ik ben dat helemaal eens met mevrouw Ploumen. Ik heb al eerder een vraag
aan de minister gesteld over orgaanroof. Toen zei de minister dat het
zeer waarschijnlijk plaatsvindt. In Europa is men er veel helderder
over. Die hebben blijkbaar bronnen die we in Nederland nog niet hebben.
Er wordt gezegd: die orgaanroof is een feit en wij willen dat tegengaan.
Vandaar dat ze dat verdrag in de Raad van Europa hebben aangenomen en
gevraagd hebben aan de landen om het te ratificeren. Ik zou het heel
goed vinden als de minister zou kijken welke kennis er in Europa en de
EU aanwezig is, dat ze in de Raad van Europa zeggen dat het zo is. En
wat het verschil is met de uitspraak van de minister dat we het niet
zeker weten. Er is een aantal getuigenissen van artsen. Zij zeggen dat
het gebeurt, dat ze zelfs onder druk gezet zijn om dit te doen en dat
het ook in de Oeigoerse kampen gebeurt. Daar worden mensen gewoon als
vee gehouden ā het klinkt echt heel erg ā en als er op aanvraag een
orgaan nodig is, wordt iemand uit de veestapel geplukt om het aan te
bieden. Dat is natuurlijk verschrikkelijk. Ik ben er dus groot
voorstander van om er meer informatie over in te winnen. Vandaar ook
mijn vraag. Als de minister zegt dat hij zich gesteund voelt als de
Kamer er een heel duidelijke uitspraak over doet, dan ben ik gerust
bereid om een motie in te dienen met het verzoek om het verdrag van de
Raad van Europa over orgaanroof zo snel mogelijk te ratificeren. Ik hoor
graag de minister erover of dat noodzakelijk is.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog. U heeft er nog Ć©Ć©n minuut voor, als u twee minuten
voor uw tweede termijn wilt reserveren.
De heer Van Helvert (CDA):
OkƩ, dank u wel. Een korte vraag over Suriname. Vorig jaar sprak ik met
de heer Santokhi. Hij was op bezoek in de Tweede Kamer en zei toen al
dat hij de verkiezingen wilde winnen en de relatie met Nederland wilde
verbeteren. Dat ligt in Suriname gevoelig. Hij kan dat dus niet altijd
even hard roepen, zeg ik maar even. Hij wil het wel en hij heeft ook
signalen gegeven dat te willen. Is er al contact geweest met het kabinet
in Nederland? Kunnen wij de heer Santhoki op een of andere manier
helpen? Ik begrijp dat er ook een groot tekort is aan medische
voorzieningen nu daar de eerste golf van COVID-19 raast. Wat kunnen wij
doen om onze vrienden, laat ik het zo maar zeggen, in Suriname te
helpen?
Als het gaat om Zuid-Afrika zou ik willen vragen wat de minister kan
doen tegen het grote geweld tegen ondernemers en boeren en de
onteigening van boeren. Klopt het, herkent de minister het signaal dat
ngo's, maar ook kerken worden belet door de rijksoverheid in Suriname om
voedsel uit te delen, omdat de overheid dat zelf wil doen en daardoor
dus ook zelf bepaalt wie wel en geen voedsel krijgt? Dan laat ik hierbij
ā¦ Sorry, zei ik Suriname? Het laatste betrof Zuid-Afrika. Daarvoor ging
het over Suriname, toen ik het over Santhoki had.
Voorzitter. Tot zover in eerste instantie. Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Karabulut namens de
SP.
Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter. Er is nog ander groot coalitienieuws, namelijk dat de VVD
blijkbaar grote kritiek heeft op het mensenrechtenbeleid van de eigen
minister. Impliciet werd gesteld dat dat ineffectief zou zijn. Ik ben
erg benieuwd naar de reactie van de minister.
Voorzitter. Mensenrechten zijn sociaal, economisch, cultureel, politiek
en ecologisch van aard en ze zijn universeel. Mensenrechten zouden te
allen tijde ondergeschikt moeten zijn aan handelsbelangen. Het probleem
in het huidige hyperkapitalisme is dat steeds vaker de winsten in plaats
van de mensen vooropstaan. Dat verschilt natuurlijk per land, per
systeem, maar het is een groeiend probleem van het systeem, wat ook
ongelijkheid in de hand werkt. We bespreken het mensenrechtenbeleid van
Nederland. Ook ik ben er blij mee dat daar aandacht aan wordt besteed.
Wij hebben daarin inderdaad een unieke positie, maar zouden er nog veel
sterker in kunnen worden, zeker gezien de verslechterende
omstandigheden.
Wij bespreken dit ook tegen de achtergrond van de dood van George Floyd
in de VS vorige maand, inderdaad vermoord door een politieagent, met
grote protesten als gevolg ervan, maar ook de COVID-19-pandemie, die,
zoals we ook zien, eveneens wordt misbruikt door autoritaire leiders om
mensenrechtenverdedigers en journalisten aan te vallen. Ik wil dan ook
de minister vragen of hij het met mij eens is dat, gezien deze
ontwikkelingen, er nu een schepje bovenop gedaan moet worden. Zal hij
zich in de maanden die hem nog resteren als minister van Buitenlandse
Zaken extra inspannen om de mensenrechten hoger op de agenda te krijgen,
ook waar het bedrijven betreft die zich ook aan de mensenrechten zouden
moeten houden? Ik wil de minister ook vragen of hij conform de oproep
van organisaties die zich dag en nacht met mensenrechten bezighouden,
bereid is om de kennis en capaciteit op ambassades op het gebied van
mensenrechten te versterken en zich nog regelmatiger publiekelijk uit te
spreken over mensenrechtenverdedigers die worden aangevallen.
Voorzitter. Dat brengt mij op China, een land waar Nederland grote
zakelijke belangen heeft. Vorig jaar kreeg de minister een dikke
onvoldoende van de Tweede Kamer omdat in de Chinanotitie de
mensenrechten er nogal bekaaid afkwamen. Omdat de Kamer de minister
dwong tot meer focus en meer inzet op mensenrechten, hebben wij een
nieuwe brief ontvangen. Maar voorzitter, ik wil de minister vragen wat
er nu feitelijk en praktisch veranderd is met die nieuwe brief. Is de
minister bereid om met China te bespreken of zij opnieuw de nu al jaren
stilliggende dialoog aangaan met de Dalai Lama en zijn
vertegenwoordigers? De Tibetanen staan hier ook te demonstreren om hun
geluid te laten horen. Graag een reactie.
Voorzitter. Wat mensenrechten en China betreft is er momenteel ook een
andere grote uitdaging, namelijk de groeiende spanning tussen twee
grootmachten, de VS en China, twee kernwapenstaten. Als dat op een
militair conflict zou uitdraaien, zou dat een enorme escalatie
betekenen. In dat verband vind ik de positie van Josep Borrell, dat de
EU geen kant zou moeten kiezen, een wijze koers. Ik vraag aan de
minister of hij die koers kan ondersteunen.
Voorzitter. Dat brengt mij bij een ander onderwerp, maar het gaat echt
nog steeds allemaal om mensenrechten: het WK in Qatar, dat over twee
jaar is. Amnesty International stelt dat honderden arbeiders in dat land
maar liefst zeven maanden niet betaald zijn. Het toont de uitbuiting en
in feite de moderne slavernij die gepaard gaat met de voorbereiding op
het wereldkampioenschap voetbal. Een aantal van de stadionbouwers ā
overigens allemaal arbeidsmigranten ā zouden inmiddels deels uitbetaald
zijn, maar duidelijk is dat dit zonder de interventie van Amnesty niet
gelukt zou zijn. Dit zijn de zichtbaren, maar er worden ook nog
duizenden andere onzichtbare arbeidsmigranten als moderne slaven
gehouden. De minister is met Qatar in dialoog over verbetering van de
arbeidsomstandigheden. Dat is hartstikke goed, maar het is niet genoeg.
Actie is nodig. Ik vraag de minister om internationaal in overleg te
gaan met andere landen om te komen tot een gezamenlijke afspraak dat
straks, in 2022, geen officiƫle afvaardiging wordt gestuurd naar het WK
in Qatar, als niet alle arbeiders die het toernooi mogelijk hebben
gemaakt volledig zijn uitbetaald, tot op de laatste cent. Wil de
minister zich daarvoor inspannen?
Voorzitter. Dan Palestina en Israƫl. Zoals bekend dreigt de nieuwe
Israƫlische regering grote delen van het bezette Palestina te annexeren.
Hoe treurig is dat? Dat zou zomaar volgende maand kunnen gebeuren. De
steun van de Verenigde Staten lijkt Israƫl hiervoor al op zak te hebben.
Ik heb hier eerder aandacht voor gevraagd en doe dat opnieuw, vooral
omdat het nu echt tijd is ā¦
De voorzitter:
Nog Ć©Ć©n minuut.
Mevrouw Karabulut (SP):
... om te handelen. Het standpunt van de EU en van Nederland is bekend:
annexatie is illegaal en daar moet Israƫl niet toe overgaan. Maar
waarschuwingen alleen zijn niet genoeg. Is de minister bereid om een
plan te maken met concrete acties die hij zal ondernemen als dit
gebeurt? Allerlei mensen die zich internationaal al jarenlang
bezighouden met dit onderwerp zeggen: je moet nu ook acties op tafel
durven te leggen, bijvoorbeeld opzeggen of opschorten van het
associatieakkoord, maar ook het erkennen van Palestina of een verbod op
producten uit illegale nederzettingen. Ik hoor graag van de minister wat
hij gaat doen.
Voorzitter. Wat betreft de persvrijheid die al jaren onder druk staat en
een mogelijke stop op Free Press Unlimited hoor ik ook graag van de
minister of dat klopt en of dat dan ook betekent dat het budget minder
wordt, wat mij heel problematisch lijkt.
Tot slot zou ik een oproep van The Young Papua Collective aan de
minister willen doen. Ze vragen of hij zich wil uitspreken tegen
racisme, onderdrukking en politiegeweld tegen Papoea's in Indonesiƫ. Ik
hoop van harte dat de minister dat zal doen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Karabulut. De heer Koopmans heeft nog een vraag aan
u.
De heer Koopmans (VVD):
Nog even los van dat het natuurlijk niet zo is dat het "kritiek op de
minister" genoemd kan worden als ik kritiek uit op moties die onder meer
van mevrouw Karabulut komen. Maar mijn vraag is een andere. Is er een
situatie denkbaar dat mevrouw Karabulut, de SP, het zou steunen dat wij
militaire middelen inzetten om ernstige mensenrechtenschendingen te
bestrijden?
Mevrouw Karabulut (SP):
Ja.
De voorzitter:
Een kort en helder antwoord.
De heer Koopmans (VVD):
Heel fijn. Ik denk dat ik voortaan ook de vragen van mevrouw Karabulut
zo ga beantwoorden. Zou mevrouw Karabulut dan een voorbeeld kunnen
geven? Ik denk bijvoorbeeld aan het bestrijden van terroristen die
ergens genocide plegen. Is mevrouw Karabulut bereid om dan ook
Nederlandse militairen in te zetten en zou ze dus ook bereid zijn om
Defensie daarin te steunen?
Mevrouw Karabulut (SP):
Kijk, er zijn verschillende missies die mijn fractie in het verleden
heeft gesteund. Die kan de heer Koopmans zo opzoeken. Dat is Ć©Ć©n. Die
moeten altijd voldoen aan internationaal recht. Het moet effectief zijn
en het moet proportioneel zijn. Dat is twee. Maar voorzitter, mijn
fractie steunt niet ā en ik ben daar trots op en ik zou willen dat we
daar het komend halfjaar nog volop over zouden kunnen debatteren ā de
oorlogen die de VVD-fractie heeft gesteund omdat de VS dat vroegen. Die
zouden het terrorisme uitbannen en ons veiliger maken, maar hebben
uiteindelijk geleid ā ik noem de illegale invasie van Irak in 2003 ā tot
iets zo monsterachtigs als de IS, maar ook tot een permanente oorlog in
Afghanistan. Daar zitten we al bijna twintig jaar! De VVD zou daar heel
stoer de taliban verdrijven, maar zit inmiddels indirect aan tafel met
de taliban. Dat soort oorlogen steunen we niet. Die zijn permanent en
ineffectief.
De voorzitter:
U heeft uw eerste antwoord weer ruim gecompenseerd met uw tweede
antwoord.
OkƩ, dan vraag ik de heer Koopmans alsnog om even het voorzitterschap
waar te nemen, zodat ik mijn eigen inbreng kan leveren.
Voorzitter: Koopmans
De voorzitter:
Dank. Dan geef ik nu het woord aan de heer Voordewind namens de
ChristenUnie.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Goed dat we hier weer over spreken. Ik dank de
minister en al zijn medewerkers voor het uitgebreide werk dat zij hebben
geleverd om inzichtelijk te maken wat dit ministerie feitelijk allemaal
heeft gedaan om te pleiten voor een verbetering van die mensenrechten.
Het ligt niet aan het werk van Nederland dat we toch weer moeten
constateren dat die mensenrechtenschendingen opnieuw, helaas, helaas,
zijn toegenomen. Maar toch zijn er kleine lichtpuntjes, en de minister
schetst die lichtpuntjes ook. En ik was er persoonlijk ook blij mee dat
we, inderdaad door die massabetogingen, in Sudan een omwenteling zien,
dat daar meer vrijheden gaan komen. Ik ben ook persoonlijk blij om in
het afgelopen jaar te zien dat mevrouw Asia Bibi uiteindelijk was
vrijgekomen uit Pakistan, en ook om te zien dat er een vreedzame
transitie in Algerije heeft plaatsgevonden. Maar deze situaties lossen
natuurlijk de problemen, zelfs in deze landen, ook niet op. Als we
kijken naar ā collega Van der Staaij noemde het al ā Algerije: twintig
kerken zijn in het afgelopen jaar gesloten, en de christelijke
minderheid wordt er nog steeds onderdrukt. De blasfemiewet in Pakistan
gaat maar door; opnieuw zijn er mensen gearresteerd en dreigen de
doodstraf te krijgen door het gebruiken en het vals beschuldigen van
blasfemie. En ook in Rusland zien we dat journalisten en oppositieleden
nog steeds de gevangenis ingaan. Ik zou daarbij specifiek aandacht
willen vragen voor Dennis Christensen, die als Jehova's getuige mogelijk
verdwijnt in een strafkolonie van Rusland. Wat kan de minister, wat kan
de EU via de minister, misschien nog voor hem betekenen?
Voorzitter. We zien dat autoritaire regimes en totalitaire regimes
doodsbang zijn voor mensen met een geloof - en soms zelfs voor mensen
zonder een geloof, als we denken aan Iran. En daarom is precies die
vrijheid van godsdienst en levensovertuiging zo belangrijk. 260 miljoen
christenen worden vanwege hun geloof, simpelweg vanwege hun geloof,
vervolgd, gediscrimineerd, soms gemarteld en gedood. Daar is uitgebreide
research naar gedaan door Open Doors, die ik hier toch maar eens wil
noemen, voorzitter. Kan de minister deze omvang ook bevestigen? Het
staat niet in het mensenrechtenrapport. Daar worden wel andere cijfers
genoemd, maar wij krijgen steeds te horen dat het nu 260 miljoen
christenen zijn die worden vervolgd vanwege hun geloof. Als we dat
afzetten ā en het is altijd lastig om dingen af te zetten tegen elkaar,
maar we zoeken toch een beetje een evenwicht in de bestedingen ā tegen
het geld: er is 55 miljoen te besteden in het mensenrechtenfonds, en we
zien dat er dan 5 miljoen besteed wordt aan die belangrijke
godsdienstvrijheid. En ik zie ook dat er meer geld is vrijgemaakt, maar
uiteindelijk komen we toch op een budget van 5 miljoen op een totaal van
55 miljoen. Ik vraag de minister om daar toch eens naar te kijken, of we
iets meer evenwicht in die bestedingen aan de prioriteiten zouden kunnen
aanbrengen.
Voorzitter. Dan China. De collega's refereerden er al aan: de situatie
verslechtert. Speerpunt is de godsdienstvrijheid. Recent zijn 47 van de
eigen geregistreerde kerken gesloten; dat zijn officiƫle kerken, die
erkend worden door de Chinese overheid, die nu gesloten worden. Wat kan
de minister daarover, ook het liefst natuurlijk in EU-verband, voor
opheldering krijgen, om dit aan de kaak te stellen?
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, zie ik een interruptie van de heer
Sjoerdsma.
De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. Ja, een korte, verhelderende vraag. De heer Voordewind
vraagt om een wat beter evenwicht. Niemand kan natuurlijk tegen een
evenwicht zijn, maar de vraag is dan toch een beetje waar de heer
Voordewind dan het geld vandaan haalt voor dat evenwicht, waar hij gaat
bezuinigen.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Goede vraag. Ik heb ook even naar dat staatje gekeken op ā wat is het? ā
pagina 54, waar de verdeling staat over de zes. Ik zie daar
verschillende prioriteiten. Ik zie daar verschillende bedragen. Ik zie
daar ook wat onevenwichtigheden in de bedragen. Ik kan het natuurlijk
niet precies ... Het hangt ook van de projecten af, waar je het geld zou
kunnen wegzetten. Maar ik kijk dan naar bijvoorbeeld de belangrijke
geloofsvervolging en zie dat daar 5 miljoen aan besteed wordt, ik zie
dat er soms voor andere prioriteiten veel meer besteed wordt. Ik ga nu
niet bedragen noemen, maar ik zou de minister wel willen vragen om eens
te kijken naar de evenwichtigheid van die prioriteiten, om dat ook wat
meer te weerspiegelen in de bedragen die we tot nu toe zien.
De heer Sjoerdsma (D66):
Evenwicht is natuurlijk altijd goed, nogmaals. Maar als de heer
Voordewind zegt ā want dat zegt hij natuurlijk eigenlijk ā "er moet meer
geld naar geloofsvrijheid", en geloofsvrijheid is ook belangrijk, dan
moet hij wel vertellen waar dat geld vandaan komt. Zegt hij dan: "minder
geld naar lhbti-rechten"; "minder geld naar mensenrechtenverdedigers";
"minder geld naar persvrijheid"? Het is gewoon belangrijk om dat even
scherp te hebben, anders blijft het heel onduidelijk wat de heer
Voordewind precies voorstelt. Want ja, als u het mij vraagt, wil ik ook
heel graag dat er meer geld komt voor lhbti, en ook meer geld voor
journalisten, en ook voor mensenrechtenverdedigers. Maar aangezien het
geld helaas niet aan de Binnenhofboom groeit, zal dan de wedervraag
zijn: waar gaan we dat geld dan vandaan halen? Dat moet dan wel heel
duidelijk zijn.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik snap de vraag. Het is ook logisch als je dit aan de kaak stelt. Wat
ik heb gezegd, is: kijk eens even, minister, naar die evenwichtigheid.
Ik constateer dat er voor godsdienstvrijheid ā nogmaals ā 5 miljoen
beschikbaar is in 2019. Ik constateer dat er voor internet en vrijheid
van meningsuiting bijna 20 miljoen beschikbaar is - en dan heb ik het
nog niet over het overige programma, waar nog eens een keer 7 miljoen
bij komt. Het is altijd pijnlijk om te kijken of je ergens wat af kunt
krijgen en ergens wat bij kunt doen, maar wat ik de minister simpelweg
vraag, is: kijk eens naar die verdeling. Ik weet ook dat de minister
afhankelijk is van het aanbod van projecten, maar iets meer verdeling
als het gaat om die godsdienstvrijheid zou ik waarderen van deze
minister.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. China heb ik aan de kaak gesteld. Dan ons punt, ik geloof
van Van der Staaij, die zei: is het niet zo dat er met betrekking tot
die godsdienstvrijheid juist in coronatijd met name christenen maar ook
andere religies, religieuze minderheden in Pakistan, India, Iran
bijvoorbeeld, meer te lijden hebben dan voorheen, als het gaat om
scapegoating, oftewel de zondebok zoeken, mensen die worden uitgesloten
van hulpgoederen et cetera? Ik krijg die signalen ook. Is het niet een
idee om onze speciale gezant godsdienstvrijheid eens te vragen om daar
onderzoek naar te doen, en eventuele aanbevelingen voor ondersteuning
van dit soort religieuze minderheden?
Voorzitter. Dan de EU-gezant. Ik ondersteun het pleidooi van collega Van
Helvert, die zegt: het is toch bizar dat dat mandaat niet wordt
verlengd. Heeft de minister mogelijkheden om daar toch nog eens extra
aan te trekken? En ik noemde Pakistan al even. De heer Mulook, de
advocaat van Asia Bibi, is hier. Ik waardeer de inzet van de minister
daarvoor. Hij heeft hier een veilig onderkomen gehad toen hij bedreigd
werd. Maar ik wil het punt hier toch nog maken. Als het gaat om die
Shelter Cities. Via Shelter City is hij hier onder een dak gekomen. Daar
zijn wij erg dankbaar voor, maar we weten ook dat het soms lastig is om
visa te kunnen krijgen, vooral als ze langer lopen dan drie maanden,
want dan zou er asiel moeten worden aangevraagd. Is er niet een
mogelijkheid om te kijken of we een speciale status voor die
mensenrechtenverdedigers zouden kunnen krijgen, in plaats van dat ze dan
meteen naar de asielstatus zouden moeten?
Dan, ten slotte, de VN-Mensenrechtenraad. De minister heeft ooit de
ambitie uitgesproken: als we weer lid worden, gaan we dat vaste
agendapunt 7 aan de kaak stellen, namelijk dat Israƫl daar als enige
land vast op staat. Is de minister van plan dat nu ook te gaan doen? En
welke resultaten hoopt hij dan te behalen? Voorzitter, ik laat het bij
deze inbreng. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef nu weer het woord aan de heer Voordewind om als
voorzitter verder te gaan.
Voorzitter: Voordewind
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb even overlegd, en ik denk dat het misschien
verstandig is om ook even een break te hebben om een boterham of wat dan
ook te eten. Dan kan de minister overleggen met de ambtenaren met
betrekking tot de antwoorden. Ik stel voor dat wij een pauze nemen van
25 minuten. We zouden dan kwart voor zes weer beginnen. Ik schors de
vergadering tot kwart voor zes.
De vergadering wordt van 17.17 uur tot 17.50 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de minister van Buitenlandse Zaken voor zijn
beantwoording van de vragen van de leden in de eerste termijn.
Minister Blok:
Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat twee dingen, die ook in de inleiding
van eigenlijk alle Kamerleden wel terugkwamen, tegelijk waar zijn. Het
ene is dat Nederland ā¦
De voorzitter:
Sorry, ik geef de leden nog even mee dat we in principe twee
interrupties doen bij de minister.
Minister Blok:
Nou was ik net zo lekker begonnen ā¦ Het ene is dat Nederland een grote
traditie heeft als voorvechter van mensenrechten. Je ziet, bijna
ongeacht de samenstelling van het kabinet, dat Nederland daarin een
vooraanstaande rol speelt en wil spelen. Dat wordt ook breed gedeeld,
hoewel er wel accentverschillen zijn tussen partijen, zoals ook in dit
debat. Maar Nederland behoort altijd tot een groep landen die daarin
voorop wil lopen. Dat is het positieve nieuws.
Het negatieve nieuws is ā velen van u wezen daarop ā dat Amnesty en
anderen erop wijzen dat we al een heel aantal jaren te maken hebben met
een achteruitgang van belangrijke vrijheden en democratische rechten. We
zien dat in een aantal landen maatregelen tegen de pandemie gebruikt
worden om vrijheden in te perken. Ik zal straks nader ingaan op wat
Nederland daar dan weer tegenoverstelt. De heer Van Ojik vroeg er
specifiek naar. Maar het beeld wereldwijd is eerder zorgelijk dan dat
wij heel veel lichtpunten zien. Die zijn er gelukkig wel, zoals de
recente arrestatie, ten behoeve van het ICC, van een van de hoofddaders
in Darfur, en breder, de regimewisseling in Sudan. Zo nu en dan voegt
zich weer een land toe aan de lijst van landen waar het huwelijk
mogelijk is voor mensen van gelijk geslacht. Dus ja, er zijn ook
lichtpunten, maar mensenrechten staan wereldwijd, veraf en nabij, onder
druk.
De vraag of Nederland selectief is, die zich vooral afspeelde in een
interruptiedebatje aan het begin, wens ik krachtig ontkennend te
beantwoorden. Nederland komt op voor mensenrechten waar dat aan de orde
is. De Kamer weet dat ook collega-EU-landen worden aangesproken als dat
nodig is, en dat zij ook langs een strengere meetlat worden gelegd dan
niet-EU-leden, omdat we als leden van de EU rechtsstatelijke normen met
elkaar hebben afgesproken die we nu eenmaal buiten de EU, helaas, niet
hebben afgesproken. Als landen zich daar niet aan houden, biedt dat ons
een reden om landen daarop aan te spreken.
Ik heb de Kamer ook regelmatig geĆÆnformeerd over mijn inzet met
betrekking tot artikel 7, de rechtsstatelijkheidsprocedure die richting
Polen en Hongarije loopt, over de gesprekken die ik op Malta gehad heb
over de vervolging van de daders van de moord op Daphne Caruana Galizia
en over het contact dat ik heb gehad met de Hongaarse collega, naar
aanleiding van de Wet bijzondere bevoegdheden in verband met de
pandemie. Overigens heb ik inmiddels gelezen dat het voornemen is om die
wet weer in te trekken. Dat is dus weer goed nieuws, maar er blijven ook
daar nog een heel aantal zorgen over.
Dit betekent altijd dat wij ook focus hanteren. Dat was een wens van de
heer Koopmans en een vraag van de heer Van Ojik. Ja, we hebben in dit
regeerakkoord extra geld met elkaar afgesproken. Dat is ook ingezet, ook
voor een extra inzet op ambassades. Dat was een vraag van mevrouw
Karabulut. Zij vroeg: doet u nu meer? We hebben de Kamer ook
gerapporteerd over de manier waarop we dat inzetten, deels in
programma's, deels voor extra menskracht op ambassades.
We hanteren daarbij zes prioriteiten, omdat de opgave zo enorm is dat je
een aantal keuzes moet maken. De eerste prioriteit is vrijheid van
meningsuiting, inclusief internetvrijheid. Daar geven we inderdaad ā de
heer Van der Staaij wees erop ā veel aan uit, maar het is een belangrijk
en ook zorgelijk instrument. Een beperking van het internet is heel
zorgelijk. De kracht die het internet kan hebben, ook bij bewegingen ten
goede ā denk aan wat er in Sudan is gebeurd ā is heel belangrijk.
Dan de vrijheid van religie en levensovertuiging. Daar zijn ook veel
vragen over gesteld, waar ik op in zal gaan. Dan gelijke rechten voor
vrouwen en meisjes, waar ook veel vragen over zijn gesteld. Vervolgens
opkomen voor mensenrechtenverdedigers en opkomen voor lhbti. Als laatste
opkomen voor de internationale rechtsorde en de strijd tegen
straffeloosheid. Nogmaals, het is een keuze, maar het is een keuze die
bewust gemaakt is bij het regeerakkoord, waar ik mij ook comfortabel bij
voel.
Een ander leidend principe is het vormen van coalities, zeg ik ook in
reactie op de vragen van de heer Van Ojik. Dat is een gesprek dat ik
vaak met de Kamer voer en dat ook achter een deel van de vragen die
vandaag gesteld zijn, ligt. Om effectief te kunnen zijn moet je
coalities vormen. Ik zal straks ingaan op de suggestie van de heer
Sjoerdsma, maar helemaal alleen optreden betekent over het algemeen een
verzwakking van je positie, omdat dat ook gebruikt kan worden: er was
maar Ć©Ć©n land dat iets zei of durfde te zeggen. Gelukkig lukt het vaak
om coalities te vormen, dus ook dat is een ruggengraat van het
Nederlandse mensenrechtenbeleid.
Voorzitter. Na deze inleiding moest ik mij natuurlijk buigen over de
onderverdeling. Die zal deze keer toch per woordvoerder zijn, want ik
kon geen logische andere onderverdeling vinden.
De voorzitter:
Dat snap ik.
Minister Blok:
Soms zal ik bij een woordvoerder dan weer een vooruitverwijzing naar een
volgende woordvoerder opnemen, omdat die daar ook op terugkwam.
De voorzitter:
Over uw introductie heeft de heer Koopmans nog een vraag.
De heer Koopmans (VVD):
Misschien is het inmiddels al opgelost, maar door de inleiding van de
minister kreeg ik even de indruk dat er ook verwarring tussen ons zou
zijn. Maar, als ik de minister goed begrijp ā dat vraag ik dan nog maar
ā zijn wij het helemaal eens. Mensenrechten zijn fundamenteel belangrijk
en zijn universeel. Nederland moet daar optreden waar het effectief kan
zijn. Dat betekent dat wij focus moeten aanbrengen en dat wij keuzes
moeten maken met betrekking tot de projecten die wij kunnen
ondersteunen. Dat heeft de minister uiteindelijk ook gezegd, volgens
mij. Als ik dat goed heb begrepen, dan is er geen misverstand tussen
ons. Het gaat mij om de universaliteit ā daar staan wij voor ā maar ook
om focus vanwege de noodzaak van effectiviteit.
Minister Blok:
Mevrouw Karabulut meende een ernstig meningsverschil te zien tussen u en
mij, maar de dingen die u nu zei, zijn in ieder geval ā¦ Ik moet ook even
nadenken of u eerder aanstoot heeft gegeven. Mensenrechten zijn
universeel: ja. Nederland brengt uit praktische overwegingen de
speerpunten in het regeerakkoord aan en zoekt naar coalities om
effectief te zijn: ook ja.
Dan kom ik bij de vragen van de heer Koopmans. Hij ging eerst in op de
situatie in Wit-Rusland, een van de landen van het Oostelijk
Partnerschap van de Europese Unie. Dat biedt ons ook een extra hefboom
om daar het volgende aan de orde te stellen: wij willen met u
samenwerken, maar wij verwachten dan ook van u respect voor
mensenrechten en democratie. In het verleden is daarvoor een
wapenembargo ingesteld. Dat geldt op dit moment nog steeds, in ieder
geval tot maart 2021. Binnen de bilaterale relatie, maar ook binnen het
EU-nabuurschapsbeleid speelt die waarde van mensenrechten en democratie
een enorme rol.
De heer Koopmans kwam terug op een punt dat hij ook heeft vastgelegd in
een motie: de besteding van gelden in OESO-landen. In reactie op die
motie heb ik toen aangegeven dat ik sowieso nog eens zou kijken naar de
besteding, maar dat die in een aantal gevallen wel heel logisch is,
omdat die plaatsvindt in een OESO-land, maar gericht is op een ander
land. De heer Koopmans noemde onder meer Zuid-Korea. Daar heb ik zelf
een project bezocht, gefinancierd door Nederland en gericht op
Noord-Korea. Dat is volgens mij een heel waardevol project. Een aantal
van de projecten in Oost-Europa heeft ook betrekking op pers,
radiozenders en internet, gericht op de landen ten oosten van EU-landen.
Overigens is een groot deel van deze overzichten openbaar. Sommige
projecten kunnen we helaas niet bekendmaken, maar als de Kamer er prijs
op stelt, kan het natuurlijk altijd vertrouwelijk. Het heeft te maken
met de veiligheid van de betrokken mensen.
De heer Koopmans vroeg of Nederland streeft naar een gelijk speelveld.
Hij doelde, dacht ik, specifiek op de wapenexport vanuit EU-landen. Er
is afstemming over het hanteren van wapenexportcriteria en restricties
binnen de Europese Unie. Nederland zit in sommige gevallen aan de
strenge kant. Dat geldt specifiek voor wapenleveranties aan landen
betrokken bij de strijd in Jemen. Ik heb zowel in de EU als in de VN
gepleit voor een volledige stopzetting van de leveranties, maar dat
heeft niet tot resultaat geleid. Op dat laatste gebied is Nederland wat
strenger dan andere EU-landen. Ik denk dat het goed is om te blijven
streven naar een eensgezinde inzet, maar ik vrees wel dat de praktijk is
dat, als je naar een EU-lijn zou willen, die op een aantal onderdelen
soepeler zou zijn dan de Nederlandse lijn. Ik denk niet dat een groot
deel van de Kamer die keuze zou steunen. Dat is een realiteit waarmee we
moeten werken. Maar in ieder geval streven we naar zo veel mogelijk
eensgezindheid.
De heer Koopmans vroeg hoe het zit met de follow-up van zijn amendement
over de bestrijding van huwelijksdwang en achterlating van Nederlandse
meisjes. Wij ondersteunen daarvoor het landelijk knooppunt. Dit jaar zit
er wat vertraging in in verband met de pandemie, maar onze inzet blijft
net als vorige jaren voorlichting rond de zomervakantie en
ondersteuning, met name in de landen waar dat helaas met enige regelmaat
voorkomt.
Dan vroeg de heer Koopmans als eerste ā de heer Kuzu ging er later ook
op in ā naar de Nederlandse inzet bij de procedure die Gambia is
aangegaan bij het Internationaal Gerechtshof tegen Myanmar. Naar
aanleiding van de motie van de heer Koopmans hebben wij landen benaderd
met de vraag of zij samen met ons Gambia wilden ondersteunen. Ik heb er
al eerder op gewezen dat ik natuurlijk heel blij ben met de samenwerking
met Canada, maar dat het toch ook wel veelzeggend is dat het op dit
moment Canada en Nederland zijn. Dat doet niet af aan onze energie. De
procedure loopt op dit moment. Er is een reactie van Myanmar ā de heer
Kuzu vroeg ernaar ā maar die is niet openbaar. Die kan ik dus ook niet
openbaar maken. Onze inzet blijft om samen met Canada, en ik hoop ooit
nog eens met meer landen, Gambia daarin te ondersteunen.
De heer Kuzu (DENK):
Puur uit interesse: ik ben benieuwd waarom het niet openbaar is.
Minister Blok:
Dat is een procedure van het Internationaal Gerechtshof waar ik mij aan
moet houden. Als zij het niet openbaar maken, ben ik niet in de positie
om het te doen.
De heer Kuzu (DENK):
Is het niet mogelijk dat landen zoals Canada, Nederland en Gambia bij
het Internationaal Strafhof de verdedigingslinie van de Myanmarese
overheid vraagt om het openbaar te maken? Het is een ernstige zorg die
al lang hier in het Nederlandse parlement is geagendeerd. Er is veel
internationaal over gesproken. Er ligt eindelijk een reactie van de
Myanmarese overheid, maar we weten niet welke maatregelen ze hebben
genomen om de Rohingya-vluchtelingen te beschermen.
Minister Blok:
Ik kom in tweede termijn terug op de procedures van het Internationaal
Gerechtshof. Die ken ik niet uit het hoofd, maar ik heb zomaar het
vermoeden dat dit een standaardprocedure is. Daar kom ik op terug.
De heer Koopmans (VVD):
Ik heb nog een vraag als de minister klaar is met dit punt.
Minister Blok:
Met Myanmar wel, maar ik heb nog twee vragen ā¦
De heer Koopmans (VVD):
Over Myanmar wil ik nog een vervolgvraag stellen. Ik begrijp dat op dit
moment Gambia nog steeds het enige land is dat deze procedure trekt. Ik
begrijp dat Nederland druk bezig is om te kijken wat we samen met de
Canadezen en misschien met anderen kunnen doen. Ik maak me wel enige
zorgen. Binnenkort zijn er weer verkiezingen in Gambia. Daarnaast kan
Gambia dit alleen maar financieren, naar ik begrijp indirect, via
Saudi-Arabiƫ, via de Organisatie van de Islamitische Conferentie. Ik
maak me dus enigszins zorgen dat Gambia zich op enig moment misschien
terug zal trekken. Is het niet mogelijk dat Nederland kijkt wat
Nederland op wat kortere termijn zou kunnen doen? Ik vraag daarbij
aandacht voor de mogelijkheid om dat op basis van artikel 62 van het
Statuut van het Internationaal Gerechtshof te doen, dat anders is dan
artikel 63. Ik zal de minister niet vragen daarin te treden, maar
misschien kan hij dat meenemen.
Minister Blok:
Ik begrijp alle zorgen, maar ik vind dat we geen stappen moeten zetten
voordat ze nodig zijn. Gambia is die procedure begonnen en Nederland
heeft met Canada aangekondigd die te steunen. Op dit moment loopt de
procedure. Sterker, er is een reactie op gekomen. Die is vertrouwelijk,
dat is ongemakkelijk. Ik heb nu geen reden om voor te sorteren op iets
wat zou kunnen gebeuren, maar nog niet gebeurd is. Wij zijn zeer
betrokken. Zowel bij ontwikkelingen ten goede als ten kwade zal
Nederland zorgvuldig kijken wat ons te doen staat. Maar voorlopig hebben
we in ieder geval een vervolgstap kunnen zetten. Overigens waren volgens
mij de verhoren die wel openbaar waren, op zich al heel
betekenisvol.
De heer Koopmans vroeg ook naar de voortgang van de berechting van
jihadgangers in Irak en Noord-Syriƫ. Helaas is er, maar dat zal niemand
verrassen, als gevolg van zowel de epidemie als het langdurig afwezig
zijn van de regering in Irak weinig voortgang geboekt. We hebben recent
weer overlegd met de zeven andere Europese landen waarmee we gelijk
optrekken over hoe we een vervolgstap kunnen zetten nu er weer een
nieuwe regering is in Irak. Ik heb in het kennismakingstelefoongesprek
met de nieuwe Iraakse minister van Buitenlandse Zaken aan de orde
gesteld dat ik hier graag een vervolg aan wil geven. Maar hij zat net op
zijn stoel en dat is dus nog niet concreter geworden. Het blijft mijn
inzet om dit met de andere landen tot een succes te maken.
Dan vroeg de heer Koopmans hoe ik uitvoering heb gegeven aan de motie om
in de EU de intimidatie van Oeigoeren in Europese landen aan de orde te
stellen. Dat heb ik tijdens de laatste Raad Buitenlandse Zaken gedaan.
Ik weet dat de Hoge Vertegenwoordiger Borrell de positie van de
Oeigoeren ook aan de orde heeft gesteld in zijn gesprek met de Chinese
minister, zoals ik dat overigens eerder ook al in mijn gesprek met hem
had gedaan. Ook hiervoor geldt dat, naast de bescherming die wij
Oeigoeren in Nederland geven, mijn inzet inderdaad is dat andere
Europese landen hier met ons optrekken.
Dat brengt mij bij de heer Van Ojik die daar ook een vraag over had.
Maar zijn eerste vraag, bij interruptie, ging over het AIV-advies over 1
miljard extra voor Afrika ter bestrijding van de pandemie. Daarover is
het gesprek binnen het kabinet gaande. Collega Kaag is daar de leidende
minister. Zoals u weet, zijn begrotingsgesprekken altijd een hele kluwen
van gesprekken. Zodra daar een uitkomst van is, hoort u dat. Tot op
heden is dat nog niet zo.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dit punt stond niet op de agenda, maar de heer Van Helvert begon erover
in de richting van de heer Koopmans. Daarmee maakte hij duidelijk dat er
in de coalitie verschillend wordt gedacht. Ik meende ook een zekere
irritatie te horen. Wanneer kunnen we dat ongeveer verwachten? Het is
een spoedadvies dat is gevraagd bij de AIV. De AIV heeft dat met spoed
geleverd en nu zitten we al twee maanden, zo zeg ik uit mijn hoofd, te
wachten omdat de coalitie onderling aan het kibbelen is over of we wel
of niet het advies moeten overnemen. Heeft de minister enig idee wanneer
we het antwoord op dat advies tegemoet kunnen zien?
Minister Blok:
Het kan geen grote verbazing wekken dat een doorwrocht advies met een
financiƫle claim enige aandacht vraagt. Het zou raar zijn als we, hoe
goed het doel ook mag zijn, grote bedragen per omgaande zouden kunnen
toezeggen. Normaal gesproken lopen zulke claims mee in de gewone
begrotingsbesluitvorming. Dat zou betekenen dat u daar na de zomer over
hoort. Ik ben niet de eerste minister die de gesprekken hierover voert,
dus ik kan geen inschatting van de datum geven.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dat realiseer ik me, maar nogmaals, het is niet door de oppositie
opgebracht in dit overleg, maar door een partij van de coalitie. Daarom
voel ik me vrij om er bij de minister over door te vragen. Hij zegt dat
het normaal in de begrotingscyclus meeloopt, maar zoals de minister heel
goed weet, zitten we niet in een normale situatie. Dat is de reden dat
er al tientallen miljarden buiten de reguliere begrotingscyclus om zijn
gespendeerd. Dat vind ik hartstikke goed, want dat was echt nodig. Nu
gaat het om een paar honderd miljoen voor Afrika en moet het ineens in
de gewone begrotingscyclus mee, tot chagrijn van in ieder geval het CDA
en vermoedelijk van nog een paar andere partijen in de coalitie. Kan de
minister toch hier toezeggen dat dit allemaal geregeld is, voordat we
straks allemaal met reces gaan? Gaat hij zich daar als minister van
Buitenlandse Zaken en dus ook als coƶrdinerend bewindspersoon voor het
Nederlands buitenlands beleid sterk voor maken? Dat zou toch moeten
kunnen, lijkt mij.
Minister Blok:
Dank voor de extra taken die u mij toedicht. Ik wil de indruk wegnemen
dat de eerder bestede of toegezegd miljarden ā de heer Van Ojik heeft er
gelijk in ā in verband met de pandemie per kerende post zijn toegezegd.
Daar zijn lange en ingewikkelde afwegingen en besprekingen aan
voorafgegaan, binnen het kabinet en met de betrokkenen. Het is op zich
niet vreemd dat dit hierbij ook gebeurt. Nogmaals, ik kan niet toezeggen
dat er ineens een snellere besluitvorming over plaatsvindt, wel dat er
serieus naar gekeken wordt.
De heer Van Ojik vroeg in te gaan op de situatie in China en de manier
waarop de Europese Unie daarop inspeelt. Hij vroeg het ook breder: hoe
doen we dat trans-Atlantisch? Dat is een zeer terechte vraag, omdat ik
in mijn gesprek met de Verenigde Staten, het EU-gesprek met de Verenigde
Staten, steeds benadruk dat het in de omgang met China over een
onderwerp als mensenrechten, waar we het vandaag over hebben, van enorme
toegevoegde waarde is om Ć©Ć©n lijn te trekken. Ik heb dat zelfs vorige
week weer opgebracht in mijn bijdrage aan het gesprek met minister
Pompeo. Op een heel aantal terreinen is dat overigens ook zo. In de
VN-Mensenrechtenraad zijn gemeenschappelijke acties geformuleerd tussen
EU-landen en de Verenigde Staten als het gaat om de mensenrechten in
China. Dat lukt daar gelukkig goed, maar er is zeker ruimte voor
verbetering.
De Europese keuze en de Nederlandse keuze zijn heel sterk: onderhoud
intensieve relaties op alle gebieden waarover je het eens kunt zijn, of
dat nu handel is, klimaat of het functioneren van belangrijke onderdelen
van multilaterale orde, hoewel we daarover ook meningsverschillen hebben
met China. Maar zorg dat je zo veel mogelijk gedeelde belangen hebt,
zodat je ook een platform hebt om onderwerpen waarover je het niet eens
bent, zoals mensenrechten, aan de orde te kunnen stellen. Dat is een
logische lijn. Speelt de EU zelf die rol goed genoeg? Heel behoorlijk,
maar het kan beter. De heer Van Ojik wees terecht op Hongkong-Xinjiang.
Ik vond dat er een heldere, goede verklaring was over Hongkong. Ik
herinner me dat de heer Van Ojik eerder zei dat er nog geen
onmiddellijke reactie was. Nee, maar wel een goede EU-verklaring. Dan
spreek je toch met dat grote blok van EU-landen.
De positie van de Oeigoeren heeft Borrell namens ons aan de orde
gesteld. Dat doen we zelf ook bilateraal. Willen we uiteindelijk
effectief zijn op het gebied van mensenrechten naar China, maar ook naar
heel veel andere landen, dan is dat een kwestie van eensgezind
EU-optreden. Daar is wat mij betreft geen twijfel over. Dat is steeds
mijn inzet. Dat is ook de reden dat ik blij ben. De heer Sjoerdsma
spoorde mij nog eens aan met betrekking tot het
mensenrechtensanctieregime. Ik ben blij dat de volgende stap daarvoor is
gezet. We zijn het gelukkig eens geworden over wat in essentie de inhoud
moet zijn. De vervolgstap is nu om het in de juiste juridische
bewoording vast te leggen. Ik ben optimistisch over het realiseren
daarvan. Vervolgens kan dat instrument in die gevallen ingezet worden
waar we daarvoor een meerderheid kunnen vinden.
De heer Van Ojik vroeg of er berichten zijn dat Nederlandse bedrijven
betrokken zijn bij de levering van surveillanceapparatuur die gebruikt
wordt in Xinjiang. Ik heb daar geen rechtstreekse berichten over
gehoord. Wel benadrukken we bij Nederlandse bedrijven het toepassen van
de OESO-richtlijnen. Dat is een voorwaarde als ze gebruik willen maken
van het exportinstrumentarium. Als het weer mogelijk is om bijeenkomsten
te organiseren, zullen wij een kennisbijeenkomst met Nederlandse
bedrijven organiseren over het belang van het in beeld hebben van en het
transparant maken van de hele toeleveringsketen, om zo in beeld te
kunnen brengen of er sprake is van mogelijke inzet van dwangarbeid van
Oeigoeren.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Nog even over eventuele betrokkenheid van Nederlandse bedrijven. Dat
weten we inderdaad niet, maar we hebben er in het dertigledendebat wel
over gesproken naar aanleiding van berichten dat Nederlandse lokale
overheden zakendoen met Nederlandse bedrijven die wellicht betrokken
zijn bij de levering van surveillanceapparatuur aan Xinjiang. Als dat
waar blijkt te zijn, zou ik van de minister willen weten of hij het
ermee eens is dat dit eigenlijk in strijd is met de OESO-richtlijnen. Je
zou als overheid ook kunnen zeggen dat je het niet weet ā dat is wat de
minister zegt ā maar dat je er actief achteraan gaat om te kijken of dat
misschien zo is. Er zijn immers berichten dat het wel zo is. Ik kan het
ook niet persoonlijk controleren, maar ik zou willen dat de minister wil
weten of het klopt. Als het klopt, zou ik willen dat hij tegen die
bedrijven zegt: dat kan niet, want het is in strijd met de
OESO-richtlijnen.
Minister Blok:
Het is niet de eerste keer in dit debat dat de heer Van Ojik nog een
taakje bedenkt. Het is niet zo dat de Nederlandse overheid centraal
controleert wat een bedrijf maakt en aan wie het exporteert, tenzij er
vergunningen nodig zijn, zoals bij wapenexport en dual use. Voor heel
veel IT-goederen is geen specifieke vergunning nodig, dus die inzage
hebben we niet. De vraag of ik dat even wil gaan uitzoeken, betekent dat
de Nederlandse overheid een enorm controleapparaat moet gaan opzetten om
te kijken wat Nederlandse bedrijven doen. Ze kunnen ook toeleverancier
zijn, of het kan om onderdelen gaan. U vraagt om een overheidsapparaat
dat we niet hebben en waar ik ook wat ongemakkelijke associaties bij
krijg. Vandaar de route die ik heb geschetst. We bieden bedrijven de
mogelijkheid om deel te nemen aan bijeenkomsten, waarbij we ze
informeren over de risico's die ze lopen in China. Dat zijn risico's die
ze zelf ook niet moeten willen lopen en over het algemeen ook niet
willen lopen. Daarmee bieden wij hen de gelegenheid om hun
toeleveringsketen te analyseren. Dat kunnen zij wel en dat kan ik niet.
Langs die route bereiken we heel veel van wat de heer Van Ojik
wil.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik realiseer mij dat dit mijn laatste vraag is. Ik zou het toch iets
specifieker willen maken. Als ik goed geĆÆnformeerd ben, is
surveillanceapparatuur toegevoegd aan lijst van dual use-goederen in het
Wassenaar Arrangement. Misschien kan de minister, eventueel in tweede
termijn, dat bevestigen of ontkennen. Als het zo is, dan zou ik denken
dat er inderdaad een vergunningplicht is, zoals de minister zegt. Dan is
het de verantwoordelijkheid van de overheid. Ik wil de minister niet met
allerlei taken ā¦, of eigenlijk wil ik de minister wĆ©l met allerlei taken
opzadelen. Dat lijkt me prima. Daar zitten we hier vandaag voor. Ik wil
hem vragen om na te gaan of het wel of niet klopt dat Nederlandse
bedrijven die dual use-surveillanceapparatuur leveren, bekend zijn met
alle risico's, waarover de minister en ik het eens zijn volgens mij, die
we eigenlijk willen vermijden.
Minister Blok:
U begint met een heel praktisch extra werkje, namelijk uitzoeken of
surveillanceapparatuur op de dual-uselijst staat. De vraag ligt bij mijn
ambtenaren. Als dat voor het tweede termijn lukt, kan ik daarop
terugkomen. Anders wordt het later.
De heer Sjoerdsma gaf aan dat de zorgelijke situatie met betrekking tot
mensenrechten, waar ook ik mee begon, in ieder geval hem aanleiding
geeft om nog eens te kijken of het huidige systeem, de huidige coalities
afdoende zijn. Hij suggereert om een nieuwe coalitie te vormen. Mevrouw
Ploumen ging daar ook op in. Nederland zoekt steeds naar coalities. Dat
heb ik ook in mijn inleiding betoogd. En we zoeken niet alleen, maar
zijn daar ook succesvol in. We zijn zeer actief in de Freedom Online
Coalition, die gaat over internetvrijheid. We zijn zeer actief in een
heel aantal landen als het gaat om lhbti-rechten. We zijn zeer actief
met een heel aantal landen als het gaat om de vrijheid van religie. We
hebben afgelopen jaar eigenlijk voor het eerst sinds lange tijd weer een
conferentie in het kader van het Istanbulproces georganiseerd.
We proberen regelmatig zelf met initiatieven te komen en daar steun voor
te verwerven. Het mensenrechtensanctieregime waar de Kamer mij toe heeft
uitgenodigd is een bekend voorbeeld daarvan, maar bijvoorbeeld ook het
bewijsvergaringsmechanisme Irak-Syriƫ. Nederland is daar zeer leidend in
en was tijdens het VN-Veiligheidsraadlidmaatschap initiatiefnemer voor
een resolutie tegen honger als wapen en initiatiefnemer voor een listing
van mensenhandelaren. Het is een lange lijst, die aangeeft dat ik het
vormen van coalities en ongebruikelijke coalities net als de heer
Sjoerdsma heel effectief vind. Ik zou het lastig vinden om een soort van
"vaste vijftig" te gaan zoeken, maar ik weet niet of de heer Sjoerdsma
dat bedoelt. Ik wil namelijk voorkomen dat er een groepje ontstaat van
westerse landen, zeg ik maar even oneerbiedig, die zeggen: kijk ons het
eens even goed voor elkaar hebben en de rest van de wereld vertellen dat
zij net zo moeten worden als wij. Ik zeg het even oneerbiedig, maar dat
is wel een risico dat je dan loopt.
Ik merk in de praktijk dat wij soms op het ene onderwerp op het terrein
van de mensenrechten coalities kunnen vormen met landen die wij op een
ander terrein niet kunnen vormen. Bijvoorbeeld als het gaat om vrijheid
van godsdienst en levensovertuiging, kan ik soms een coalitie vormen met
landen die ik niet aan mijn zijde vind als het gaat om rechten van
vrouwen en meisjes, specifiek seksueel-reproductieve rechten. Toch wil
ik op beide terreinen coalities kunnen vormen. Op een ander terrein,
persvrijheid bijvoorbeeld, heb ik dan soms weer een net iets andere
groep. Als ik de oproep van de heer Sjoerdsma zo mag interpreteren dat
hij zegt: zorg dat je zo groot mogelijke coalities kan vormen die
maatwerk zijn, afhankelijk van het onderwerp, dan deel ik dat
zeer.
De heer Sjoerdsma (D66):
Van mijn kant alleen maar waardering voor al die coalities die al zijn
gesmeed. Ik zal de minister zeker niet opzadelen met dubbel werk, dus ik
snap prima dat een lhbti-coalitie een andere coalitie is dan eentje op
het gebied van godsdienstvrijheid. Maar dan gaat het ook over specifieke
onderwerpen. Waar ik een beetje naar op zoek ben ā en ik ruil mijn idee
graag in voor een beter idee, dus wellicht dat we het daar ook over
moeten hebben ā is dit. Als ik kijk naar de economie, dan zie ik een
aantal landen, overigens ook heel verschillende landen die ook heel
verschillend nadenken over de economie, bijeenkomen om te praten over de
financiƫle stabiliteit in de wereld. Daar worden dan verklaringen over
afgelegd en soms ook wat dingen besloten. Ik zoek eigenlijk naar iets
wat net zo zichtbaar is op het gebied van mensenrechten. Dat kan een
keer over Ć©Ć©n onderwerp gaan, maar het kan ook gaan over meerdere
onderwerpen of over een zeer zorgwekkende ontwikkeling in een bepaald
land, gewoon iets waarmee je die steun voor mensenrechten en
internationaal recht zichtbaar kunt maken. Ik heb namelijk het idee dat
het om ons heen langzaam afbrokkelt. Dan moeten we daar een soort
groepsvorming tegenoverzetten. Dat is mijn sterke gevoel.
Minister Blok:
Ik ben het eens met de groepsvorming. Ik loop aan tegen de praktijk die
de heer Sjoerdsma ook herkent, dat het wisselende groepen zijn. Nog niet
genoemd heb ik het initiatief van Frankrijk en Duitsland ā de Kamer
waarschijnlijk wel bekend ā de alliantie voor multilateralisme, die
duidelijk ook een reactie is op de tendens die de heer Sjoerdsma en ook
anderen beschrijven. Laten we met gelijkgezinde landen, en dat is een
forse groep, ons sterk maken voor het multilateralisme. Dan zie je
overigens dat het een opgave is om vanuit die gemeenschappelijke
doelstelling te komen tot concrete acties, want dan kom je inderdaad op
het niveau van of specifieke landen, of specifieke rechten waar je voor
op wilt komen. En dan zie je toch weer deelverzamelingen ontstaan. Wat
mij betreft is die discussie ook niet afgesloten en mag u mij altijd
uitdagen om coalities te blijven vormen, maar een vast format dat nĆĆ©t
een duplicatie is van het Frans-Duitse initiatief en nĆĆ©t uitsluitend is
naar landen die ik juist mee zou willen nemen, is nogal een
opgave.
Specifiek over de positie van lhbti vroeg de heer Sjoerdsma of het de
Nederlandse lijn is dat onze ambassadeurs, vertegenwoordigers deelnemen
aan de lokale gaypridemanifestaties. Dat is iets wat wij zeer
aanmoedigen en het is inderdaad eigenlijk standaardpraktijk.
Dan ging de heer Sjoerdsma in op de positie van Free Press Unlimited.
Mevrouw Karabulut vroeg daar ook naar. Wij financieren twaalf projecten,
en met "wij" bedoel ik heel Buitenlandse Zaken, dus een deel van collega
Kaag en een deel van mijn begroting. Twaalf projecten van Free Press
Unlimited. Van een daarvan is aangekondigd dat het beƫindigd wordt,
gewoon omdat het de tender niet heeft gewonnen. Dat heeft geen
betrekking op het noodfonds dat inderdaad op initiatief van de heer
Sjoerdsma is opgericht. Dat noodfonds blijft bestaan. Natuurlijk is Free
Press Unlimited altijd welkom om ook weer aan nieuwe tenders deel te
nemen, maar ik vind het tegelijkertijd wel zuiver dat we met een
tendersystematiek werken, omdat dit natuurlijk iedereen scherp en
creatief houdt.
Op het mensenrechtensanctieregime ben ik net ingegaan.
De heer Sjoerdsma (D66):
Eens. Ik heb ook nadrukkelijk gezegd dat ik mij niet uitspreek over de
resultaten van deze tender. Maar de minister zegt nu: met dat noodfonds
komt het goed, dat is ergens anders ondergebracht, daar hoeft u zich
geen zorgen over te maken. Dat is belangrijk. Maar ik heb een tweede
vraag en die is ook erg belangrijk. Nu deze organisatie, die natuurlijk
specifiek op het gebied van persvrijheid werkt, de tender niet heeft
gewonnen, gaat dan het geld dat niet naar die organisatie gaat, wel naar
persvrijheid? Ik vraag dat omdat we nadrukkelijk een aantal ambities
hebben neergelegd, niet alleen in het regeerakkoord, maar ook gewoon in
mensenrechtendebatten daarna, in moties van de Kamer, breed gesteund; we
zijn dat in oppositie en coalitie eigenlijk wel met elkaar eens. Dat is
dus eigenlijk mijn zorg. Ik vind het ook jammer voor deze organisatie,
want volgens mij is het een uitstekende organisatie, maar mijn zorg is
dat het geld niet wegloopt van dit belangrijke onderwerp.
Minister Blok:
Volgens mij is het project ā het heet Power of Voices ā naar een
soortgelijke organisatie gegaan, maar op het bedrag wil ik in tweede
termijn even terugkomen, want ik wil dat precies voor de bril
hebben.
Ook met betrekking tot persvrijheid vroeg de heer Sjoerdsma, en mevrouw
Ploumen ging daar later op in, naar het Nederlandse voornemen om met
UNESCO een World Press Freedomconferentie te organiseren. Die was
gepland voor april, maar moest helaas gecanceld worden. We hebben er in
overleg met UNESCO voor gekozen om dat inderdaad op 9 en 10 december,
wereldmensenrechtendag te organiseren, online, omdat fysiek nog te
kwetsbaar is. En als we het nog verder wegschuiven, dan lopen we ook het
risico dat het ons uit handen valt. We gaan het dus op deze manier doen
en ik vind het ook spannend om dat virtueel te doen, wel met een
centrale rol voor het World Forum hier in Den Haag. We gaan daar zo veel
mogelijk lawaai maken, omdat inderdaad ā dat is ook de aanleiding voor
de vraag van de heer Sjoerdsma ā helaas heel veel journalisten hun leven
niet zeker zijn. Dat is ook een van de onderwerpen waarvoor we hier
aandacht zullen moeten vragen. En ik bevestig de heer Sjoerdsma opnieuw
dat wij de Sudanese regering oproepen om de heer al-Bashir door het ICC
te laten berechten, in Den Haag of anders in Khartoum.
De voorzitter:
De heer Sjoerdsma nog?
De heer Sjoerdsma (D66):
Ja, voorzitter, omdat mijn vragen iets specifieker waren, zowel over de
Europese Magnitskywetgeving als over al-Bashir. Over die Europese
Magnitskywetgeving zou ik eigenlijk heel graag horen dat deze minister
met het Duitse voorzitterschap maar ook met de Hoge Vertegenwoordiger
aan de slag gaat om ervoor te zorgen dat die wet er echt dit jaar komt.
En ik ben ook echt wel een beetje benieuwd. Ik zeg dit best wel vaak, en
andere collega's van mij zeggen het ook: ik weet zeker dat de minister
daar hard aan werkt, maar ik heb eigenlijk geen beeld meer van waar het
staat. Dus misschien dat de minister ook een beetje een update kan
geven, van: dit is wat er nu gebeurt, dit is waar het achter de schermen
op hangt. Ik heb namelijk een beetje het idee dat het na december, toen
de minister een mooie stap heeft gemaakt, een beetje is verdwenen, en ik
wil eigenlijk dat het weer naar de oppervlakte komt en dat er een
handtekening wordt gezet.
Minister Blok:
Ja. Ik heb per saldo goed nieuws, maar ik ging daar misschien te snel
overheen toen ik aangaf dat we het eens zijn geworden over de
uitgangspunten, en dat nu dus de opgave is om dat juridisch te
verankeren in een Raadsbesluit, dat vervolgens weer moet worden
aangenomen. Maar we zitten nu dus in een stadium van unanimiteit over de
uitgangspunten, en dat is goed nieuws. De heer Borrell trekt eraan. Het
was onder zijn heel verse voorzitterschap, volgens mij in zijn eerste
vergadering, dat hij mijn voorzet overnam dat zijn dienst EDEO dat nu
zou gaan voorbereiden. En ik weet dat het Duitse voorzitterschap,
collega Maas, hier ook heel graag een succes van wil maken. Dus: ik kan
het niet garanderen, maar ik hoop van harte dat wij dit jaar, deze
kabinetsperiode, dit met succes, dus met een Raadsbesluit, bekroond
zien.
De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. Dat is inderdaad goed nieuws.
De voorzitter:
U bent nu echt over uw interrupties heen.
De heer Sjoerdsma (D66):
Dit is mijn vierde.
De voorzitter:
Nee, we doen de interrupties in tweeƫn en u heeft een interruptie
geplaatst en daarna nog twee vragen gesteld, en twee vragen zijn
hetzelfde als weer een interruptie.
De heer Sjoerdsma (D66):
Als ik het wel heb, heb ik drie afzonderlijke vragen gesteld, en heb ik
dus nog een vierde vraag. En we hebben volgens mij afgesproken dat we
vier vragen zouden doen.
De voorzitter:
We doen de vragen in tweeƫn, maar ja.
De heer Sjoerdsma (D66):
Ik dank u voor uw coulance, voorzitter, die wordt zeer
gewaardeerd.
De voorzitter:
U heeft nu drie losse vragen gesteld ...
De heer Sjoerdsma (D66):
Klopt.
De voorzitter:
... en dan heeft u nog Ć©Ć©n losse vraag over. Dat is ook prima.
De heer Sjoerdsma (D66):
OkƩ, dank u. Ik zal er geen gloedvol betoog meer van maken, maar nog wel
even Ć©Ć©n vraag over Sudan. Ik weet dat mevrouw Karabulut er nu even voor
wil gaan zitten. Ik zeg: twee koffie, voor mevrouw Ploumen en mevrouw
Karabulut, en dan gaan we.
Nee, dus nog Ć©Ć©n vraag over Sudan, want ik weet dat de minister ā want
dat zei hij net ook ā in Europa er altijd voor pleit om ervoor te zorgen
dat deze man voor het Strafhof komt, of dat nou in Sudan is of hier.
Maar iets specifieker: ik zou hem willen vragen om dit op korte termijn
ook nog een keer rechtstreeks met zijn Sudanese collega op te nemen,
want ik weet dat daarover in Europa wordt gesproken, maar dat daar vaak
Ć³ver de Sudanese regering wordt gesproken, en misschien niet al te vaak
mƩt de Sudanese regering. Misschien dat ik het niet goed heb, maar ik
zou het toch waarderen als de minister die poging zou willen
wagen.
Minister Blok:
Ik heb dit ook rechtstreeks overgebracht, zowel aan de minister als aan
de premier. De premier was ook onze gast bij de Raad Buitenlandse Zaken.
Maar ik zeg graag toe dat ik bij de volgende ontmoeting met de Sudanese
minister, die ik hoop wel weer te realiseren zodra wij weer mogen
vliegen en als het dan nog niet geregeld is zoals de heer Sjoerdsma en
ik het willen, dit opnieuw aan de orde zal stellen.
De heer Van der Staaij ging ook in op de gevolgen van de covidepidemie
en hij gaf aan dat die leidt tot extra seksueel misbruik, zowel online
als ook fysiek. Ik gaf al aan dat dat een van onze zes speerpunten is,
de positie van vrouwen en meisjes. Dat betekent bijvoorbeeld dat
Nederland geld beschikbaar stelt voor het VN Trust Fund tegen geweld
tegen vrouwen en meisjes. En we doen dat ook in EU-verband specifiek
naar aanleiding van de gevolgen van de covidepidemie. Seksueel misbruik
dat uiteindelijk het internet bereikt, bestrijden wij natuurlijk
nationaal; de Nationaal Rapporteur Mensenhandel doet daar regelmatig
verslag over. Maar ook specifiek op ons terrein ā collega Kaag heeft
daar het voortouw ā hebben wij een project samen met Terre des Hommes,
dat zich specifiek inzet tegen kindermisbruik online.
De kerksluitingen in Algerije noemde de heer Van der Staaij. Daar is de
situatie dat Algerije wettelijk vrijheid van religie kent, maar de
berichten over kerksluiting zijn mij bekend. Ik heb het daar ook zelf,
toen ik anderhalf jaar geleden in Algerije was, aan de orde gesteld. De
heer Douma, de gezant vrijheid van religie en levensovertuiging, heeft
Algerije ook op zijn planning staan. Zodra hij weer mag reizen, zal hij
dit zo nodig, natuurlijk als de berichten tegen die tijd gunstig zijn,
weer namens mij aan de orde stellen.
De heer Van der Staaij ging ook in op de positie van minderheden: de
Hmong en de Montagnards in Vietnam. Dat heeft aandacht zowel van de
ambassade in Vietnam als ook van de International Religious Freedom
Alliance, een van die coalities waarin Nederland actief is specifiek met
betrekking tot vrijheid van religie en levensovertuiging. En bij
bilaterale bezoeken stellen wij ook in Vietnam mensenrechtensituaties en
ook de vrijheid van godsdienst aan de orde.
Dan vroeg de heer Van der Staaij naar de uitvoering van zijn amendement
om psychische en geestelijke zorg aan te bieden aan personen die worden
vervolgd om religieuze redenen. Dit is besteed via Freedom House, en
heeft betrekking op een aantal projecten, met name in het Midden-Oosten:
Irak, Libanon, de Palestijnse gebieden, Egypte.
Dan kom ik bij de heer Kuzu. Ook hij ging uitgebreid in op de situatie
in Xinjiang. Ik heb ook richting de heer Van der Staaij al aangegeven
dat wij dat zowel bilateraal als in EU-verband nadrukkelijk aan de orde
stellen. En een onderdeel van dat aan de orde stellen is onze oproep om
een factfinding mission mogelijk te maken naar Xinjiang. Het is niet zo
dat reizen naar het gebied helemaal verboden is, maar wij vinden het van
groot belang dat daar bij voorkeur de Hoge Vertegenwoordiger voor de
Mensenrechten van de VN een factfinding mission zou kunnen doen.
Daarnaast stellen wij de situatie in Xinjiang aan de orde in de
Mensenrechtenraad, wat recent ook is gebeurd in de ā zoals dat heet ā
"periodic review".
De heer Kuzu vroeg mij ook om in te gaan op de dood van George Floyd en
de protesten in de Verenigde Staten. We hebben dat recent hier in de
RBZ-voorbespreking besproken, en in het vragenuur ben ik daarop
teruggekomen. Ik heb in de voorbespreking toegezegd dat ik in de Raad
Buitenlandse Zaken aan de orde zou stellen dat geweld tegen journalisten
bestraft moet worden, en hoe belangrijk het is dat alle landen, de VS,
Nederland en welk land dan ook, strijden tegen racisme. Er is ook de
uitvoering van de motie van de heer Van Helvert en de heer Koopmans. Dus
dat is van mijn kant aan de orde gesteld. En daarmee is dat niet klaar.
De heer Van Helvert had een beeldende beschrijving van zijn ervaringen
van hoezeer racisme ook in Nederland leeft. Dus wij zullen elkaar daarop
moeten blijven aanspreken. Tegelijkertijd heb ik aangegeven dat de
Verenigde Staten een democratische rechtsstaat zijn, dat de agenten die
betrokken waren bij de dood van George Floyd ontslagen en gearresteerd
zijn, en nu dus in handen van onafhankelijke rechters zijn. Zo hoort
dat, maar het hoort ook zo dat politici zich dan even van een mening
onthouden totdat de rechter gesproken heeft. Zo hoort dat, maar het
hoort dan ook dat politici zich even van een mening onthouden totdat de
rechter gesproken heeft.
Dan vroeg de heer Kuzu naar mijn standpunt over de aangekondigde
annexatieplannen van de nieuwe Israƫlische regering. Mevrouw Karabulut
ging daar later ook op in. Daarover heb ik al eerder, ook in deze
commissie, aangegeven dat ik hoop dat het niet zo ver komt, omdat dit in
strijd zou zijn met het internationale recht. Ik heb in mijn eerste
gesprek ā dat was een telefonisch gesprek ā met de nieuwe IsraĆ«lische
collega, de heer Ashkenazi, die boodschap ook overgebracht. De Kamer
heeft waarschijnlijk ook gezien dat de heer Borrell, ook namens mij, een
soortgelijke boodschap heeft overgebracht en dat de Duitse minister
Maas, als inkomend voorzitter van de Europese Unie, vorige week naar
Israƫl is geweest. Hij heeft daar een soortgelijke boodschap
gebracht.
Ik ga niet vooruitlopen op wat er gebeurt als daar stappen gezet worden
die wij niet willen. U weet dat wij in het buitenlandbeleid zorgvuldig
en stap voor stap opereren.
De heer Kuzu (DENK):
Als VVD, CDA, ChristenUnie en D66 een regeerakkoord afspreken, kijk ik
ook naar de coalitiepartijen. Dan denk ik dat de coalitiepartijen er
alles aan zullen doen om een minister eraan te herinneren wat er in dat
regeerakkoord staat en dat men wenst dat zaken worden uitgevoerd. Nu is
het zo dat in het nieuwe Israƫlische regeerakkoord staat dat er gebieden
geannexeerd gaan worden. Ik zie dat onze minister heeft gebeld om over
te brengen dat hij dat zal afkeuren. Ik zie uitspraken van de EU-Hoge
Vertegenwoordiger dat dit significante gevolgen zal hebben voor de
betrekkingen met de Europese Unie. Waar denkt de minister aan op het
moment dat dit gebeurt?
Minister Blok:
Ja, die vraag had u gesteld en die heb ik ook beantwoord door te zeggen
dat mijn hoop is dat het niet zo ver komt. Ik heb inderdaad enige
ervaring met Nederlandse regeerakkoorden. Het is altijd goed als de
oppositie daar veel aandacht voor heeft. Mijn ervaring is dat ook in
Nederland niet alles wordt uitgevoerd wat erin staat. Soms vind ik dat
fijn, soms vind ik dat minder fijn, maar het is wel de realiteit. Dat
zou in Israƫl ook zo kunnen zijn, maar nogmaals, ik ben het gesprek
aangegaan, maar ik ga niet vooruitlopen op: wat als?
De heer Kuzu (DENK):
Ik vind dit een rare stelling, want aan die hoop hebben de Palestijnen
helemaal niks. Die zien eigenlijk jaar in, jaar uit gebeuren dat hun
leefgebied steeds nauwer wordt. Regeren betekent ook dat je anticipeert
op mogelijke ontwikkelingen. Je ziet dat er heel duidelijk een afspraak
is gemaakt. We weten ook hoe de Verenigde Staten erin staan. We weten
ook hoe de internationale gemeenschap de afgelopen jaren constant heeft
geageerd tegen de mensenrechtenschendingen, de illegale annexaties van
Palestijns grondgebied. Waarom spreken we niet uit dat we sancties
treffen als het voornemen in het regeerakkoord van Israƫl wordt
uitgevoerd, bijvoorbeeld dat we de associatieovereenkomst opzeggen, de
Palestijnse Staat erkennen of zullen pleiten voor sancties? Waarom wil
de minister daar niet toe overgaan? Waarom laat hij het bij hoop?
Minister Blok:
De heer Van Ojik wees er al terecht op dat ik weleens zeg dat, als het
woord "sancties" niet valt tijdens een bijeenkomst van deze commissie ā
ik had het niet over de EU, want daar zijn ze niet zo happig op sancties
ā het niet echt gezellig is geworden. Gelukkig ben ik nu ook weer niet
teleurgesteld. Het kabinet denkt vooruit en doet dat ook in overleg met
gelijkgezinde landen, maar opereert stap voor stap.
Dan vroeg de heer Kuzu ook ā¦
De voorzitter:
Mevrouw Karabulut heeft hier ook nog een vraag over.
Mevrouw Karabulut (SP):
Ja, op dit punt. Die discussie hebben we zeker gehad. Steevast zegt de
minister dan wat hij net zei. Maar vorige week wilde hij het s-woord
sowieso niet in de mond nemen. Dat is niet zijn hobby. Dat begrijp ik,
want het is niet per se altijd effectief, maar soms moet het. Vorige
week wilde hij ook niet overgaan tot een veroordeling van de VS, want
het ging niet om een schending van het internationale recht. Maar nu wil
het geval dat Israƫl natuurlijk keer op keer het internationale recht
schendt. Keer op keer spreekt de minister uit dat hij dit niet wenst,
maar toch gaat men door. De hele wereld weet dat zij niet
verantwoordelijk worden gehouden ā dat weten ze ā en dat er
straffeloosheid heerst. Dus ik vraag de minister of het huidige beleid
van zich wel uitspreken maar daar geen vervolg aan verbinden effectief
is. Zou de minister in ieder geval willen uitspreken dat er, wanneer dit
gebeurt, zeker een vervolg aan zal worden verbonden?
Minister Blok:
Ook nu stelt mevrouw Karabulut een vraag die hier met grote regelmaat,
overigens zeer terecht, aan de orde komt: hoe effectief is het
Nederlandse optreden, of breder, het buitenlandse beleid in zijn
algemeenheid? Daar begon de bijdrage met betrekking tot mensenrechten
van heel veel van u eigenlijk mee, net als die van mij. Dat is dus een
relevante vraag. Volgens mij komen we dan steeds tot de conclusie dat
het geen optie is om niks te doen, dat je om effectief te zijn in
coalitieverband moet optreden, dat je steeds het overleg moet zoeken en
dan met andere landen moet kijken wat de uitkomst is. En dan heb je nog
steeds geen garantie voor de uitkomst. Als dat wel zo was, hadden we
waarschijnlijk dit overleg gecanceld, omdat iedereen net zo geworden was
als Nederland. We zitten hier omdat we wel willen, maar helaas in heel
veel landen niet de vooruitgang zien die wij wensen.
Specifiek met betrekking tot Israƫl heb ik helder aangegeven wat
Nederland denkt over het voornemen. Ik ga niet vooruitlopen op wat er
gebeurt als dat voornemen realiteit wordt.
Mevrouw Karabulut (SP):
Zelfs de meest rechterflank in de VS heeft zich nu tegen annexatie
gekeerd, omdat heel veel mensen inzien dat dit tot nog grotere problemen
zal leiden voor de Israƫli's en natuurlijk ook voor de Palestijnen. Ik
begrijp best dat de minister nu niet wil zeggen welke maatregelen hij
zal treffen, maar de minister kan toch niet ontkennen dat het in ieder
geval niet aanmoedigt tot niet-annexeren als je niet uitspreekt dat er
consequenties aan zullen worden verbonden? Ik kan nog namen noemen, maar
ik weet niet of dat meer indruk maakt op de minister. De internationale
gemeenschap en ook VN-mensenrechtenexperts zeggen: alsjeblieft,
Nederland, Europese Unie, maak duidelijk dat we dit niet pikken, dat de
verantwoordelijken zullen worden gestraft en dat we Israƫl op zijn minst
verantwoordelijk zullen houden wanneer het deze stap zet. Kan de
minister daar dan iets van laten blijken?
Minister Blok:
Dit wordt een herhaling van zetten. In mijn contact met de Israƫlische
minister heb ik heel helder duidelijk gemaakt ā mevrouw Karabulut is
weer niet gelukkig, maar dat is ook erg hoog gegrepen ā hoe Nederland
denkt over het voornemen. Het is ook zuiver om wanneer dat voornemen nog
niet is uitgevoerd, niet te speculeren op: wat dan? Zelfs niet als,
zoals mevrouw Karabulut zegt, hele rechtse mensen in de Verenigde Staten
dat zouden vinden. De Verenigde Staten zijn een ander land, waar mensen
ook recht hebben op hun mening, of ze nu rechts of links zijn.
De voorzitter:
U wilt uw tweede interruptie hieraan wijden, mevrouw Karabulut?
Mevrouw Karabulut (SP):
Mijn derde vraag, zou ik willen zeggen, voorzitter.
De voorzitter:
Uw derde vraag. Dat kan.
Mevrouw Karabulut (SP):
Dan zegt de minister dus met zoveel woorden dat we afwachten tot ze
overgaan tot annexatie. Dan ā als, dan ā gaat de minister misschien
zeggen dat we er consequenties aan verbinden. Dit is natuurlijk een hele
ernstige schending van het internationale recht. De minister is als
minister verantwoordelijk om dat internationale recht en de
internationale rechtsorde te bevorderen. Ik vind het gewoon echt treurig
dat we bij Israƫl wel weer blaffen maar niet durven zeggen dat we zullen
bijten wanneer ze daartoe overgaan.
Minister Blok:
Volgens mij is dit dezelfde vraag met andere woorden. Mijn antwoord is:
dit was geen vraag.
De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, nog een vierde vraag? Nee? OkƩ, dan gaan we verder
met de beantwoording.
Minister Blok:
De heer Kuzu had met betrekking tot Myanmar de vraag gesteld over de
procedure bij het Internationaal Hof. Die heb ik al eerder beantwoord
bij de heer Koopmans. Hij vroeg wat Nederland kan betekenen met
betrekking tot hulp bij de situatie in de kampen, die door de epidemie
en het weer nog verder verslechterd is. Collega Kaag heeft dit in april
met de collega uit Bangladesh besproken en heeft aangegeven dat een deel
van de extra gelden die zij heeft uitgetrokken ā ze heeft 100 miljoen
gereserveerd in verband met de pandemie ā ook daarvoor beschikbaar zal
zijn.
Dan kom ik bij mevrouw Ploumen. Zij begon met een betoog dat ik herken,
over de gevolgen van de pandemie voor de mensenrechten. Ik ben daar in
mijn inleiding op ingegaan. Ik ga in op een aantal specifieke
vragen.
Allereerst de vrouwenrechten in Saudi-Arabiƫ. Ik heb in februari, meen
ik, Saudi-Arabiƫ bezocht, daar met de ministers gesproken en het punt
daar zeer nadrukkelijk aan de orde gesteld. Ik heb daarbij namen genoemd
van betrokken mensenrechtenverdedigsters. Dat is bilateraal gebeurd. Dat
is een zaak die wij via de Mensenrechtenraad aan de orde stellen, ook
daar weer zo veel mogelijk samen met andere landen.
Mevrouw Ploumen vroeg ook naar de deelname aan de G20. Nederland is geen
vast lid van de G20. Het is weliswaar de zeventiende economie, maar de
samenstelling is geografisch gespreid. Wij zijn dit jaar niet
aanwezig.
Dan vroeg mevrouw Ploumen of ik nog een vervolg wil geven aan de inzet
die ik op haar voorzet heb gedaan toen we lid waren van de VN
Veiligheidsraad, om sancties te realiseren tegen de daders achter geweld
tegen vrouwen en meisjes. In de VN onderhouden wij nauw contact met
gelijkgezinde landen die ons opgevolgd zijn. Ik wil nou niet suggereren
dat die even iets moeten realiseren wat mij niet gelukt is, maar
natuurlijk kijken we met hen naar kansen om dit alsnog te doen. Ik gaf
al aan dat de andere route, het Europese mensenrechtensanctieregime, nu
werk in uitvoering is en dat onderdeel van de onderhandelingen is of we
dit er ook onder kunnen laten vallen. Er is geen twijfel over het grote
belang van het bestrijden van deze inderdaad grootschalig voorkomende
wandaden.
Bij de situatie in Jemen proberen we onze constructieve rol te spelen.
Tijdens de pledging conferentie heeft collega Kaag 15 miljoen kunnen
toezeggen. Daarnaast hebben we nauw contact met de VN, met Martin
Griffiths. Ik heb het ook aan de orde gesteld tijdens mijn bezoek aan de
regio. Er lijken wat lichtpuntjes te zijn van de kant van de emiraten en
Saudi-Arabiƫ wat het openstaan voor vredesbesprekingen betreft.
Daartegenover staat een nieuwe interne verdeeldheid in het land zelf. We
proberen aan de goede kant te duwen. Er lopen ook nog OS-programma's ter
ondersteuning van de gezondheidszorg om de nood te lenigen. Het houdt
onze volle aandacht, maar mevrouw Ploumen heeft gelijk dat de situatie
daar nog steeds verschrikkelijk is. Ik kan het niet mooier maken.
Dan vroeg zij naar aanleiding van het neersteken van een Iraanse
Nederlander vorige week of ik de achtergronden daarvan ken. Zij noemde
opnieuw de mogelijkheid van een apart meldpunt. Het is nu in handen van
de politie en het Openbaar Ministerie, dus ik moet dat onderzoek
afwachten. De vraag om een apart meldpunt is mij vaker gesteld, niet
alleen met betrekking tot Iraniƫrs, maar ook met betrekking tot
Oeigoeren. Mijn antwoord is steeds: punt 1: dat het formeel bij de
collega van Justitie en Veiligheid ligt en punt 2: dat ik zeer gehecht
ben aan de zeer toegankelijke Nederlandse politie, waar je veilig
aangifte kunt doen. Ik vind dat echt onderdeel van de Nederlandse
rechtsstaat en ik ben er trots op dat we dat systeem hebben. Er zijn
twee verschillende doelgroepen waarvan ik begrijp dat ze bezorgd zijn.
Ik vind echter dat het creƫren van een systeem van een meldpunt per
doelgroep geweld doet aan het systeem. Ik vind het van belang dat we bij
onderwijs en inburgering aan mensen duidelijk maken dat je in Nederland
veilig naar de politie kunt. Ik realiseer me dat het bijzonder is ā er
zijn heel veel landen waar je niet in de buurt van de politie gevonden
wilt worden ā maar in Nederland kun je veilig aangifte doen.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik heb de minister ook gevraagd welke positie Nederland heeft ingenomen
in de Mensenrechtenraad toen vorige week door een aantal Afrikaanse
landen aandacht is gevraagd voor ā ik zeg het even in mijn woorden ā het
racisme, dat alles naar aanleiding van de dood van George Floyd als
gevolg van excessief politiegeweld.
Minister Blok:
Die resolutie is niet in stemming gebracht, maar bij acclamatie
aangenomen. Dat was overzichtelijk. Nederland heeft daar gewezen op het
punt dat ik ook hier gemaakt heb, dat de Verenigde Staten een
democratische rechtsstaat is en dat wij vinden dat het langs die route
aangepakt moet worden. Er was geen stemming over de resolutie.
De heren Van Helvert en Voordewind gingen in op de rapportage van onder
meer Open Doors dat de vervolging van christenen, en overigens ook van
moslims, in heel veel landen toeneemt. In aantallen zijn christenen de
grootste groep. Dat is precies de reden waarom Nederland een actieve rol
speelt. U heeft daarvoor als fracties de opdracht gegeven in het
regeerakkoord door dit een van de speerpunten te maken, door mij te
vragen daar in Nederland een speciale gezant voor aan te stellen. Dat is
de reden waarom ik actief ben, en de heer Douma namens mij, in de
International Religious Freedom Alliance. Dat is ook de reden waarom
Nederland het initiatief heeft genomen om weer een congres in het kader
van de Istanbul-conferentie in Nederland te organiseren om het proces
dat een beetje vast was geraakt, weer vlot te trekken. Ik vrees dat de
heer Van Helvert gelijk heeft dat we daarmee door moeten gaan.
De heren Van Helvert en Voordewind vroegen naar de inzet voor verlenging
van het mandaat van de Europese gezant voor godsdienstvrijheid. Dat is
de Nederlandse inzet. De Commissie heeft net aangekondigd dat zij dat
niet wil doen. Ik leg de vraag dus opnieuw bij de heer Borrell, de Hoge
Vertegenwoordiger. Er is een groepje landen dat daar steun aan verleent,
dus ik heb nog steeds hoop. Maar het is geen gelopen race, moet ik
eerlijk zeggen. Ik blijf eraan trekken.
De heer Van Helvert vroeg over de situatie van de Oeigoeren hoe ik
aankijk tegen het voorbeeld van de Uyghur Human Rights Policy Act die in
de Verenigde Staten is aangenomen. Voor Nederland vind ik altijd de
logische lijn bij ā daar zijn ze weer ā sancties, de lijn van coalities.
Het mensenrechtensanctieregime dat in bewerking is in de Europese Unie,
noemt geen specifieke landen en geen specifieke
mensenrechtenschendingen. Het kan dus ingezet worden voor welk land of
welke schending dan ook.
De heer Van Helvert vroeg hoe het staat met de ratificatie van het
verdrag van de Raad van Europa met betrekking tot orgaanhandel. Daarover
zal het kabinet, geleid door de collega's van VWS en Justitie en
Veiligheid, dit najaar een voorstel naar de Kamer sturen. Dat komt
terug.
Over het gesprek met de heer Pompeo heb ik gerapporteerd.
Dan vroeg de heer Van Helvert naar de situatie in Zuid-Afrika.
De heer Van Helvert (CDA):
Ik heb nog een vraag onder het kopje China, over de Uyghur Human Rights
Policy Act. Mensen zeggen natuurlijk terecht dat we sancties kunnen
opleggen als we het samen met anderen doen, want daar hebben we beleid
voor. Dat geldt natuurlijk ook in de Verenigde Staten. De Verenigde
Staten hebben echter gezegd dat de situatie van de Oeigoeren qua omvang
en schaal zo bijzonder is dat we daar speciale aandacht voor zouden
moeten hebben. Die wet zegt meer dan: we doen alleen wat sancties. De
act spreekt over "wellicht sancties", maar ook over het verantwoordelijk
stellen van leden van een communistische partij via de
Magnitsky-wetgeving en over het steunen van Radio Free Asia in Xinjiang.
Zo doen ze een aantal diplomatieke inspanningen. Er wordt een heel scala
in die act genoemd. De vraag is: zouden we in Europa ā het lijkt me
handiger om het in Europa te doen en niet alleen in Nederland ā voor
deze speciale situatie op deze schaal, met zo'n grote groep Oeigoeren,
ook niet zoiets kunnen doen? Dat is meer dan alleen sancties.
Minister Blok:
De heer Van Helvert noemt een aantal componenten, waaronder de
Magnitskywet. Dat is precies de reden dat ik verwijs naar het lopende
traject voor een mensenrechtensanctieregime. Gelukkig geeft de heer Van
Helvert net als ik aan dat Nederland al dit type maatregelen in Europees
verband zal treffen om effectief te zijn. De Verenigde Staten doen dat
inderdaad vaak alleen, maar die hebben ook de grootste economie ter
wereld en meer dan 200 miljoen inwoners. Dan betekent dat wat. Dus, in
zijn algemeenheid: ik begon mijn betoog met de uitspraak dat we de inzet
voor mensenrechten bilateraal doen, maar zo veel mogelijk ook via de
Europese Unie. Dat geldt hier dus ook.
De heer Van Helvert (CDA):
Ja, dat begrijp ik en dat vind ik ook heel goed. Van elk puntje dat ik
noem, kan de minister zeggen wat hij eraan doet. Op losse onderdelen is
de minister dus goed bezig met de Oeigoeren, zou je kunnen zeggen. Dat
deden de Verenigde Staten ook, maar omdat de schaal zo bijzonder is en
omdat het zo'n grove schending van mensenrechten is van een hele
bevolkingsgroep, hebben ze voorgesteld om al die losse dingen te
bundelen in de Uyghur Human Rights Policy Act. Dus: hoe gaan wij ons
specifieke beleid op de Oeigoeren vormgeven en kijken wat ministers
overal doen op dat punt? Dat zou je volgens mij ook in Europa kunnen
doen. De minister geeft aan dat hij voor een heleboel zaken al goede
dingen doet, maar dat zijn allemaal losse punten, al dan niet samen met
Europa. Zou dat geen reden zijn om het eens te bundelen in een soort
Uyghur Policy Act in Europa? Dus juist om al die dingen die de minister
al goed doet en anderen wellicht ook, zichtbaar te maken, zodat andere
ministers uitgenodigd worden om erbij aan te sluiten.
Minister Blok:
Ik zou het echt in de juiste volgorde doen. Ik kon gelukkig, zeg ik
tegen de heer Sjoerdsma en breder tegen de Kamer, hoopvol zijn over het
realiseren van het mensenrechtensanctieregime. Dat is nogal een opgave
in een Europa waar het woord "sanctie" tot minder handengeklap en
klimmen op de banken leidt dan in de Nederlandse Tweede Kamer. Laten we
dat nu eerst realiseren. Laten we kijken hoe we dat kunnen toepassen in
specifieke situaties, zoals de heer Van Helvert noemt, of op andere
plekken in de wereld. Vervolgens kunnen we kijken of er aanvullende
maatregelen zijn en of die daaronder passen. Ik kan zo maar inschatten
dat diezelfde Europese landen die meestal niet zo enthousiast zijn over
sancties, maar nu in de meewerkstand staan voor het
mensenrechtensanctieregime, een beetje kriegelig worden als wij, voordat
het af is, zeggen dat we nog een idee hebben. Het is ook een beetje een
kwestie van: count your blessings. Als er onvoldoende instrumenten
uitkomen, hebben we een moment om beargumenteerd landen te benaderen en
te zeggen dat er volgens ons nog iets extra's nodig is. Dat vind ik nu
nog te vroeg.
De heer Van Helvert ging met betrekking tot Zuid-Afrika in op zijn
eerder gemaakte punt van de plaatsmoorden. Dat is inderdaad een heel
schrijnend verschijnsel, dat ik tijdens mijn bezoek aan Zuid-Afrika aan
de orde gesteld heb bij de collega-minister. Hij erkende dat het veel
voorkomt. Overigens gaf hij ook aan dat geweld tegen en moord op andere
groepen en individuen helaas in de Zuid-Afrikaanse samenleving heel veel
voorkomen, maar dat het nadrukkelijk de aandacht heeft van de
Zuid-Afrikaanse overheid. Ik ken geen berichten dat de Zuid-Afrikaanse
overheid kerken zou belemmeren bij voedselhulp. Als daarover additionele
informatie is, sta ik daarvoor open.
Wat betreft Suriname is het natuurlijk goed dat er verkiezingen hebben
plaatsgevonden. De officiƫle uitslag moet nog bevestigd worden door de
kiescommissie. Dat is een bijzondere stap, maar de officiƫle uitslag
geeft de heer Santokhi aan als winnaar. De officiƫle bevestiging moet
nog komen. Vervolgens is het aan de Surinaamse politici zelf om de
presidentsverkiezing te organiseren. Nederlandse inzet is altijd
geweest: normale, gezonde diplomatieke betrekkingen met Suriname. Het
feit dat er geen ambassadeur is maar een zaakgelastigde is een keuze van
de Surinaamse regering, niet van ons. Onze boodschap aan Suriname is
altijd geweest dat wij vinden dat een gewone uitwisseling van
ambassadeurs op zijn plaats is.
Omdat Suriname flink getroffen wordt door de pandemie, heeft Nederland
medische hulpgoederen geleverd en aangekondigd. De beademingsapparatuur
is nog onderweg, dacht ik. Er is ook net een zending aangekomen. Die
ondersteuning leveren wij.
De voorzitter:
Ik vraag even of u kunt inschatten hoeveel tijd u nog nodig heeft. We
hebben nog een tweede termijn van de Kamer met moties. Daar gaat ook nog
wat tijd in zitten en we hebben in principe tot 19.30 uur. Ik begrijp
dat de minister een kwartiertje uitloop heeft. Ik kijk even rond of de
collega's dat ook hebben. Dat geeft ons iets speling, maar we zitten
alsnog krap in de tijd. Zullen we dat doen? We mikken op 19.45 uur, maar
dan nog moeten we haast maken.
Minister Blok:
Nou, maar nu dwingt u mij te kiezen om de beantwoording van mevrouw
Karabulut of de heer Voordewind te laten vervallen.
De voorzitter:
Nee, ik vraag u of u de vragen in gecomprimeerde vorm kunt
beantwoorden.
Minister Blok:
Nou, dan zal ik u beiden beantwoorden. Mevrouw Karabulut vroeg naar het
Midden-Oosten en de Verenigde Staten. Die vraag heb ik misschien niet
helemaal naar tevredenheid beantwoord, maar ik heb het wel aan de orde
gesteld. Zij vroeg mij in te gaan op de achterstallige betalingen aan
arbeiders in Qatar. Ze vroeg mij om er aandacht voor te vragen en ook
alvast aan te kondigen dat Nederland niet zal deelnemen aan het WK
Voetbal als de problemen niet worden opgelost. De situatie van de
arbeiders in Qatar, meestal migranten uit Zuidoost-Aziƫ, is inderdaad
reden tot zorg en aandacht. Ik was vorig jaar in Qatar en heb dat toen
bij de regering aan de orde gesteld. Ik heb met de ILO gesproken, die
daar goed werk doet. Gelukkig was er toen sprake van een aantal
verbeteringen. Dat wil niet zeggen dat alle zorgen zijn weggenomen. Met
betrekking tot de achterstallige salarissen begrijp ik dat de autoriteit
van Qatar inmiddels boetes heeft opgelegd aan bedrijven. Er zijn ook
verboden opgelegd om verder te werken aan WK-prioriteiten. Op dit moment
zijn er volgens mijn informatie nog wel openstaande salarisbetalingen.
Zowel de autoriteit van Qatar als de ILO laat weten dat de inzet is om
dit zo snel mogelijk op te lossen.
De voorzitter:
Mevrouw Karabulut heeft hier een vraag over.
Mevrouw Karabulut (SP):
Begrijp ik dat de minister de gevraagde inzet deelt, namelijk dat men
ervoor moet zorgen dat tot 2022 alle achterstallige betalingen zijn
ingelost en dat we anders geen officiƫle delegatie sturen? Althans dat
hij zich daarvoor gaat inspannen in internationaal verband? Ik denk dat
ik de minister er niet aan hoef te herinneren dat men een aantal jaren
geleden al had beloofd om het kafalasysteem, de moderne slavernij, af te
schaffen. Dat is niet gebeurd. Er geldt ook nog steeds de doodstraf voor
homo's en de FIFA is natuurlijk op zeer corrupte wijze tot de keuze voor
Qatar gekomen, dus er zijn nog veel meer redenen. Ik zal heel blij en
tevreden zijn als de minister ons voorstel omarmt, natuurlijk met het
idee dat het overbodig zal zijn, maar mochten ze nog steeds slaven
houden op een moderne manier, dan sturen we in ieder geval geen
officiƫle afvaardiging.
Minister Blok:
Ik heb aangegeven dat ik zelf via de ILO aan de orde heb gesteld dat de
positie van gastarbeiders verbeterd moet worden en dat de regering
maatregelen heeft genomen. Ook nu, naar aanleiding van de berichten over
achterstallige betalingen, heeft dat geleid tot verbeteringen maar nog
niet tot het volledig verdwijnen van het probleem. Ik weet nu al dat
mevrouw Karabulut heel verdrietig wordt, maar ik ga niet zeggen: als dit
of dat niet gebeurd is, dan gaan we boycotten, sancties opleggen en erop
slaan. Ook in dit geval zet ik mij in voor verbetering, maar ga ik niet
meteen aankondigen dat er sancties en boycotten gaan plaatsvinden.
Dan vroeg mevrouw Karabulut om in te gaan ā¦
De voorzitter:
Mevrouw Ploumen heeft nog een vraag.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Even doorgaand op deze kwestie. In 2013 is al een motie aangenomen om
voortdurend overleg te hebben met de nationale sportkoepels en ook met
de internationale sportfederaties om te voorkomen dat dit soort
schendingen van mensenrechten, van werknemersrechten, een gewoonte wordt
eigenlijk. Ik dacht dat dit misschien een goed moment is om aan de
minister te vragen of dat structurele overleg nog steeds bestaat en of
dit, mocht het een beetje verwaterd zijn, niet een heel goede aanleiding
is om dat dan weer te hernemen.
Minister Blok:
Dat moet ik nagaan. Ik hoop dat dat in tweede termijn lukt. Anders kom
ik daar schriftelijk op terug.
Mevrouw Karabulut vroeg ook naar de situatie van de Papoea's in
Indonesiƫ. In mijn gesprek met mijn Indonesische collega, laatstelijk
nog tijdens het staatsbezoek, benadruk ik het grote belang van de
vrijheid van demonstratie, vrijheid van meningsuiting, ook specifiek
voor Papoea's. Nederland erkent wat zo plechtig "de territoriale
integriteit" heet van Indonesiƫ, dus inclusief het westelijke deel van
Nieuw-Guinea. Maar Nederland erkent tegelijkertijd, in het kader van de
wereldwijde gelding van de mensenrechten, dat mensen vrij voor hun
mening moeten kunnen uitkomen en moeten kunnen demonstreren.
Dan kom ik bij de vragen van de heer Voordewind.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dit is mijn laatste vraag, voorzitter. Goed dat de minister dat zegt in
antwoord op vragen van mevrouw Karabulut, en daar zij wij het ook
allemaal mee eens. Alleen bereiken ons toch bijna elke twee weken
berichten van ernstige mensenrechtenschendingen, ook door de politie,
van het neerslaan van betogingen en het beperken van de vrijheid van
mensen. De vraag is dan toch aan de minister wat voor mogelijkheden hij
nog ziet om de Indonesische autoriteiten ervan te overtuigen dat dit
niet een ā¦ Kijk, het is een gewoonte geworden en daar moet men vanaf,
want het zijn gewoon mensenrechtenschendingen. Dus welke opties ziet de
minister om dit nogmaals en indringend onder de aandacht te brengen van
Indonesiƫ?
Minister Blok:
Het feit dat Nederland dat ook bilateraal doet ā¦ Ik moet eerlijk zeggen
dat ik op dit terrein niet meteen coalities voor ogen heb, maar
Nederland heeft als oud-kolonisator natuurlijk een bijzondere
geschiedenis. De toetreding van voormalig Nederlands Nieuw-Guinea tot
Indonesiƫ geeft ons hierin een bijzondere positie. Het feit dat ik dat
consequent doe, wordt dus zeker opgemerkt. Ik moet toegeven dat dat er
niet toe leidt dat wij onmiddellijk een verbetering zien, maar ik vrees
dat dat een rode draad is in een heel aantal landen en situaties.
Indonesiƫ is natuurlijk wel een land met een levendige democratie, een
rechtspraak die ook vaak zijn mannetje of vrouwtje staat. Ik blijf dit
dus aan de orde stellen zolang dat nodig is, en mevrouw Ploumen heeft
gelijk: dat is ook op dit moment gewoon nodig.
De heer Voordewind ging in op de verhoudingen tussen de bestedingen
vanuit de Mensenrechtenraad aan de zes prioriteiten. Zijn zorg is dat er
onvoldoende naar de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging gaat.
Wij proberen dat redelijkerwijs gelijk te doen, maar ik dacht dat hij
zelf ook al aangaf dat de besteding ook beĆÆnvloed wordt door de
projecten die voorgesteld worden. Dat zijn tenderprocedures. Voor een
deel zijn het overigens ook decentraal bestede gelden, waar onze posten
kijken naar goede bestedingsmogelijkheden. Dat speelt hier zeker ook.
Als er in een jaar meer goede voorstellen zijn rond bijvoorbeeld
internetvrijheid dan rond godsdienstvrijheid, is het niet zozeer een
politieke keuze, maar een pragmatische keuze dat we kiezen voor die
projecten die de meeste toegevoegde waarde hebben, terwijl het
natuurlijk allemaal belangrijke doelen zijn.
De heer Voordewind ging specifiek in op de positie van Jehova's getuigen
in Rusland en de heer Christensen. Ook daarvoor geldt dat wij bilateraal
de vrijheid van godsdienst aan de orde stellen in Rusland, overigens ook
breder de mensenrechten. We hebben ook al zorgen over de positie van de
lhbti. Onze inmiddels veelgenoemde en -geroemde gezant spreekt hier ook
regelmatig zijn zorgen over uit en dit is ook typisch weer een onderwerp
waarop wij coalities vormen. Bij Rusland kan dat ook via Europese
organen, bijvoorbeeld de Raad van Europa en de OVSE, dus dat doen we ook
langs die groepen.
De voorzitter:
Ik kijk even of de heer Koopmans tijdelijk voorzitter wil zijn?
Voorzitter: Koopmans
De voorzitter:
Zeker. Ik dacht ik maak een punt van orde om het voorzitterschap van u
over te nemen, maar bij dezen. Ik geef het woord aan de heer
Voordewind.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Even een vraag aan de minister, via u, voorzitter. Het klopt, ik heb
gekeken naar de verhoudingen en dan blijkt dat we voor een post
substantieel meer uitgeven dan voor andere posten. Mijn vraag was meer
of de minister nog eens zou willen kijken, misschien in aanloop naar de
begroting, of er wat meer balans in de zes prioriteiten aangebracht zou
kunnen worden. Ik begrijp best dat we daar nu niet uitkomen, maar als ik
naar de cijfers kijk, zie ik nogal grote verschillen. Ik begrijp best
dat je afhankelijk bent van de projectvoorstellen, maar we kunnen
natuurlijk ook via de ambassade signalen uitdoen naar de organisaties om
aan te geven dat we nog mogelijkheden hebben.
Minister Blok:
Ik zou makkelijk kunnen zeggen "ja, ik streef naar een balans", maar ik
heb even niet voor ogen hoeveel er al is aanbesteed ook voor volgend
jaar. U vraagt naar de begroting van volgend jaar, maar het zijn
natuurlijk vaak meerjarige projecten. Het kan zijn dat ik daar
schriftelijk op moet terugkomen. Er wordt nu even gekeken of ik dat in
tweede termijn kan doen of dat het schriftelijk moet.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik zou in tweede termijn alleen een motie indienen. Of ik die motie
indien, hangt voor mij wel af van het antwoord op die vraag. Maar als de
minister zegt: ik zoek het uit en ik kom er bij de begroting op terug
hoe die verhouding is, dan hoef ik daar geen motie over in te
dienen.
Minister Blok:
Dat uitzoeken kan ik ook wel voor de begroting, het gaat mij er meer om
dat ik niet zo kan beoordelen welk deel nog beĆÆnvloedbaar is bij de
komende begroting, omdat het vaak ook om meerjarige tenders gaat. U
krijgt van mij een overzicht van wat er al vastligt. Ik denk
schriftelijk, dat lijkt me ook het handigst bij bedragen. Dan kunt u
zelf afwegen of u daar nog actie op wilt ondernemen.
De voorzitter:
Vervolgt u uw beantwoording.
Voorzitter: Voordewind
Minister Blok:
De sluiting van kerken in China is zowel bilateraal aan de orde gesteld
als tijdens de bespreking in de Mensenrechtenraad van de situatie in
China. Dat heeft ook onze volle aandacht.
Bij die Mensenrechtenraad vroeg de heer Voordewind wat onze inzet is om
te zorgen dat agendapunt 7, de situatie in Israƫl en de bezette
gebieden, wordt geschrapt. Dat is ook wat de motie van de heer Van der
Staaij wil. Nederland is tegen dat item 7, omdat wij vinden dat alle
mensenrechtenschendingen ongeacht het achterliggende land aan de orde
gesteld moeten worden, maar dat heeft ertoe geleid dat Ć©Ć©n onderdeel ook
niet meer via artikel 7 aan de orde wordt gesteld, maar bij artikel 2.
Daarnaast hebben wij met een heel aantal gelijkgezinde landen de
bewoordingen van de resoluties die dan nog wel onder artikel 7 worden
ingebracht, zo weten aan te passen dat daarin geen nodeloos eenzijdige
bewoordingen meer worden gekozen. Dus zolang het artikel bestaat zal
onze inzet, ook dit weer in coalities, zijn om er zo min mogelijk
althans zo gebalanceerd mogelijk resoluties in onder te brengen.
Dan vraagt de heer Voordewind naar de situatie in Pakistan, enerzijds
die van de advocaat van mevrouw Asia Bibi, die hier inderdaad onderdak
heeft gehad in het kader van het Shelter Cityprogramma. Zijn vraag is:
dat is een tijdelijk programma; daarnaast kunnen mensen een visum
aanvragen, maar dat is ook tijdelijk. Een visum kan verlengd worden als
mensen vanwege hun veiligheidssituatie niet terug kunnen keren. Ik kan
natuurlijk niet zo beoordelen of dat geldt voor de heer Mulook, de
advocaat, maar als dat aan de orde is, dan is dat wel grond om een visum
te kunnen verlengen.
Ook met betrekking tot Pakistan en de rol van de religieuze minderheden,
christenen maar ook andere religieuze minderheden, werkt mijn ministerie
in nauwe samenspraak met onze ambassade aan een rapportage over die
situatie, dus er kan te zijner tijd een ambtsbericht gepubliceerd
worden.
Dan hoop ik hiermee de vragen in eerste termijn beantwoord te
hebben.
Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter. Er was nog Ć©Ć©n belangrijke vraag van mij blijven liggen,
namelijk of de minister bereid is om er bij China op aan te dringen om
het gesprek met de Dalai Lama te hervatten, dat al een aantal jaren stil
ligt, op basis van de Memorandum on genuine autonomy.
Minister Blok:
Daar moet ik echt eventjes naar kijken. Ik heb dat memorandum niet zo
voor de geest. De mensenrechtensituatie in Tibet heb ik ter sprake
gebracht en brengen wij ook ter sprake zolang dat nodig is. Maar dit
memorandum heb ik gewoon niet paraat, dus daar moet ik op
terugkomen.
Mevrouw Karabulut (SP):
Kan de minister dan zo meteen bij de beantwoording of bij een reactie op
de moties even aangeven dat hij bereid is om er bij China op aan te
dringen dat ze in ieder geval dat gesprek met de Dalai Lama, of zijn
vertegenwoordigers dan, hervatten? Die vraag was de vorige keer in het
Chinadebat ook al onbeantwoord gebleven. Vandaar dat ik er extra scherp
op was.
Minister Blok:
Ik zal proberen het te achterhalen.
De voorzitter:
Maar u heeft ook een tweede termijn. Dus ik stel voor om de vragen die u
nog heeft, nog even snel te noemen voordat u uw motie, als u die heeft,
indient.
Is er behoefte aan een korte schorsing voor eventuele moties? Nee? Zo
niet, dan gaan wij over tot de tweede termijn. Ik geef als eerste het
woord aan de heer Koopmans. EĆ©n minuut spreektijd.
De heer Koopmans (VVD):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van de
vragen. Ik ben blij dat meerdere collega's, bijna iedereen, het hier
hebben gehad over effectiviteit en toegevoegde waarde. Dat doet
natuurlijk niet af aan de universaliteit van de mensenrechten, maar
geeft ons wel focus op de verplichting daartoe. Ik had het nog niet
uitgesproken, maar dank voor de inzet op het gebied van de persvrijheid;
heel mooi.
Ik vraag de minister nog wel twee dingen. Een: fijn dat hij zegt dat
veel projecten in Oost-Europa gericht zijn op niet de landen daar, maar
landen verder weg, en om nogmaals kritisch te kijken in het licht van
die motie-Van Helvert/Koopmans ā of omgekeerd ā of het echt nodig is om
projecten op te zetten zoals dat gebeurt in Japan, in Argentiniƫ. Daar
hoeft hij nu niet op te antwoorden, maar ik neem aan dat hij dat in de
volgende ronde meeneemt.
En tot slot nog die zaak tegen Myanmar over de Rohingya. Ik zou de
minister willen vragen of hij ons nog, misschien na het reces, kan
berichten over hoe het staat, ook in het licht van het gevaar of in
ieder geval het risico dat Gambia deze zaak mogelijk een keer laat
vallen, en ook in het licht van het feit dat als Nederland alleen maar
duidelijk kenbaar maakt dat Nederland wil interveniƫren, eventueel op
basis van artikel 62, dat dat die zaak al ondersteunt. Dat zullen de
Rohingyaslachtoffers daar, denk ik, goed kunnen gebruiken. Tot zover,
dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan naar de heer Van Ojik, GroenLinks.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. En dank aan de minister. Ik heb in eerste
termijn geprobeerd om te betogen dat de discussie over selectiviteit en
effectiviteit vooral in relatie tot het instrumentarium dat we inzetten,
zal moeten worden gevoerd. Ik heb daarbij de voorbeelden Tibet, de
Oeigoeren en Hongkong genoemd. En ik wil dat graag nu met de volgende
motie onderstrepen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat respect voor universele mensenrechten in China op
meerdere manieren onder druk staat;
constaterende dat de vrijheid van Tibetanen, Oeigoeren en inwoners van
Hongkong steeds verder wordt ingeperkt;
verzoekt de regering de effectiviteit van de huidige inzet van
instrumenten van mensenrechtenbeleid in de relatie met China tegen het
licht te houden en voorstellen te ontwikkelen voor vergroting van de
impact van dit beleid, en de Kamer daarover uiterlijk in het voorjaar
van 2021 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Ojik. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 290 (32735).
Wilt u de moties op volgorde voor u neerleggen, zodat de bode ze kan
oppakken? Ja, dank u wel.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Mijn tweede motie gaat over de gevolgen van de covidpandemie. Ik had de
indruk dat de minister na de inleiding zei dat hij daar straks, later,
nog wat uitgebreider op zou terugkomen. Ik heb dat gemist, maar dat kan
aan mij liggen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de bestrijding van de covidpandemie wereldwijd gepaard
gaat met de invoering van noodmaatregelen die op gespannen voet staan
met de rechtsstatelijkheid, met beperking van de vrijheid van
meningsuiting en de persvrijheid en met de inperking van de
demonstratievrijheid;
verzoekt de regering zich er in EU-verband en in het kader van de VN
voor in te spannen dat deze maatregelen tijdelijk zijn en worden
ingetrokken zo snel als de volksgezondheid dat toelaat, en de Kamer na
de zomer over deze inspanningen te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ojik, Sjoerdsma, Karabulut
en Ploumen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 291 (32735).
Die komt ook op de stapel. Ja, okƩ.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Sjoerdsma, D66.
De heer Sjoerdsma (D66):
Dank, voorzitter. En dank aan de minister voor zijn beantwoording. Ik
denk dat hij een aantal duidelijke dingen heeft gezegd over hoe de
effectiviteit van je mensenrechtenbeleid ook afhankelijk is van de
universaliteit daarvan, zodat je niet beticht kan worden van
selectiviteit of van meten met twee maten. En dat is volgens mij ook
cruciaal. Het is de les die dit kabinet ook heeft geleerd rondom de
Chinastrategie. Dat was best wel een lang debat met de Kamer, maar daar
heeft het kabinet uiteindelijk duidelijk gekozen voor een consistente
lijn. En dat was eigenlijk de lijn: voor iedereen, altijd en
overal.
Ik wil nog vier kleine onderwerpen aanstippen in de tijd die mij
resteert. Ik wil de minister bedanken voor de inzet van hemzelf en zijn
medewerkers als het gaat om lhbti-rechten, en zijn toezegging dat, waar
dat mogelijk is, diplomaten, ambassadeurs, zullen meelopen met lokale
gayprides en eventueel strafzaken zullen bijwonen. Als het gaat om
persvrijheid ben ik nog benieuwd wat het antwoord is op het geld dat nu
niet meer aan Free Press Unlimited wordt gegeven, en in hoeverre dat nu
aan persvrijheid wereldwijd wordt besteed. Ik ben eigenlijk ook benieuwd
welke organisatie het is die dat nu dan wel heeft gekregen. Ik zeg dit
ook omdat ik het echt onwaarschijnlijk belangrijk vind, zeker in deze
tijd waarin de waarheid een steeds marginaler bestaan leidt, waarin
leugens hoogtij vieren, waarin fake news zelfs afkomstig is van de
Amerikaanse president, dat Nederland dat wel goed doet en ook blijft
doen. En als dat niet via deze organisatie is, dan graag via een andere
organisatie, maar het moet wel duidelijk zijn dat die inzet overeind
blijft.
Het derde onderwerp is de Magnitskywetgeving. Ik denk dat het heel erg
belangrijk is dat we het eens zijn over de uitgangspunten, al had ik
stiekem ook het gevoel dat we het ergens wel eens waren over die
uitgangspunten. Die juridische verankering klinkt een beetje alsof dat
door de mensen van de Hoge Vertegenwoordiger moet gebeuren. Ik zou ze
wel willen vragen om dat echt met enig tempo te doen. Kijk, als we het
eens zijn over de uitgangspunten ... En ik weet dat je, als je tien
juristen bij elkaar zet ... Ja, je kan dan nog steeds heel lang praten,
maar het creĆ«ert wel een vacuĆ¼m waarin de Europese Unie op dit terrein
niks van zich kan laten horen.
Helemaal tot slot. De minister heeft, denk ik, een aantal goede dingen
gezegd over coalities bouwen. Ik zou hem willen uitdagen om te kijken
wat er bijvoorbeeld op de aankomende VN-vergadering ā ik hoop dat dat
fysiek kan in New York; dat zou voor iedereen heel goed zijn, en ook
goed nieuws zijn voor de wereld als dat zou kunnen ā mogelijk is om daar
op een zichtbare manier ā dat gebeurt natuurlijk altijd in New York ā op
een wat grootschaligere manier, een misschien wat massalere manier,
zichtbaar te maken dat daar een hele grote groep landen wel degelijk
tegenwicht wil bieden tegen de afbrokkelende internationale rechtsorde,
tegen de afbrokkelende mensenrechten, en daar een statement wil maken:
tot hier en niet verder, wij staan hiervoor!
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik nu naar de andere kant van de tafel: de heer
Kuzu.
De heer Kuzu (DENK):
Dank voor de beantwoording van de vragen. Fijn dat er noodhulp geleverd
gaat worden aan de Rohingya in de vluchtelingenkampen. Op welke termijn?
Want ik heb begrepen dat de nood nu erg hoog is.
De minister zou in zijn tweede termijn terugkomen op een vraag die ik
heb gesteld over de procedures van het Strafhof.
Dan rest mij het voorlezen van een aantal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er zorgwekkende berichten verschijnen over Oeigoeren
die in interneringskampen te lijden hebben onder corona;
verzoekt de regering deze zorg internationaal te agenderen bij de
WHO,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 292 (32735).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Oeigoeren in Xinjiang ingezet worden voor
dwangarbeid;
van mening dat Nederland en het Nederlandse bedrijfsleven hier nooit aan
zouden mogen bijdragen;
constaterende dat de regering een kennissessie voor Nederlandse
bedrijven over risicoās bij het ondernemen in China zou organiseren,
maar deze door COVID-19 is uitgesteld;
overwegende dat informatie over mensenrechten in China bedrijven kan
helpen met verantwoord ondernemen in China en dat de
informatievoorziening hierover vanuit bijvoorbeeld de RVO beter kan en
moet;
verzoekt de regering om in de communicatie over ondernemen in China in
de richting van Nederlandse bedrijven explicieter en duidelijker
aandacht te besteden aan verantwoord ondernemen in relatie tot de
mensenrechtenschendingen in China,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 293 (32735).
De heer Kuzu (DENK):
We hebben het met de minister ook gehad over de situatie in Israƫl en
Palestina. Daarover gaan de volgende moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om de Palestijnse staat te erkennen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 294 (32735).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om zich internationaal in te spannen voor draagvlak
voor de erkenning van de Palestijnse staat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 295 (32735).
U bent wel over uw tijd heen.
De heer Kuzu (DENK):
Ik heb nog een laatste korte.
De voorzitter:
Dan moet die echt kort zijn.
De heer Kuzu (DENK):
Ja.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering, indien Israƫl overgaat tot het annexeren van nog
meer Palestijns grondgebied, Palestina te erkennen als onafhankelijke
staat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 296 (32735).
Dan ga ik over naar mevrouw Ploumen, Partij van de Arbeid.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dank aan de minister voor het beantwoorden van de vragen. Als het goed
is, komt hij in zijn termijn nog terug op mijn vraag over het overleg
dat er moet zijn tussen de nationale en internationale sportkoepels en
-federaties over mensenrechten, met name, specifiek, over
werknemersrechten.
Voorzitter. Ik heb nog een motie naar aanleiding van de situatie in
Jemen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aandacht voor Jemen, waar de ergste humanitaire
crisis ter wereld gaande is, onvoldoende is;
constaterende dat niet alleen honger en oorlog de inwoners van Jemen
bedreigen maar dat ook alle partijen zich schuldig maken aan grove
mensenrechtenschendingen;
overwegende dat alleen een breed inclusief en politiek proces kan leiden
tot een vredesakkoord;
overwegende dat Nederland ā vanwege de jarenlange relatie op het gebied
van ontwikkelingssamenwerking en vanwege de inzet in de
Mensenrechtenraad in GenĆØve ā een bijzondere positie in dit conflict
heeft;
verzoekt de regering om zowel in bilateraal als multilateraal verband
zich te blijven inzetten om het conflict in Jemen onder de aandacht te
brengen en te bevorderen dat er een inclusieve politieke oplossing komt
voor het conflict, waarbij ondersteuning aan het VN-proces leidend
is;
verzoekt de regering tevens om de Nederlandse positie in de
Mensenrechtenraad te gebruiken om druk te blijven houden op alle
partijen ten aanzien van gerechtigheid en naleving van mensenrechten en
humanitair oorlogsrecht, en middels voorzetting van humanitaire
diplomatie de humanitaire operationele context te blijven
verbeteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ploumen, Karabulut, Van Ojik en
Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 297 (32735).
Dat was uw bijdrage, begrijp ik, mevrouw Ploumen?
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ja, ik neem ook aan dat ik mijn tijd al gebruikt heb.
De voorzitter:
U zit redelijk in uw tijd.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dan kan ik dadelijk nog wat vragen stellen aan de minister in tweede
termijn. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Ik moet het niet uitlokken, begrijp ik. Meneer Van Helvert.
De heer Van Helvert (CDA):
Voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen.
Over de Uyghur Act proef ik het zo dat het erop leek dat de minister
zocht naar een aantal argumenten. Het kan dat het niet opportuun is om
het nu te doen omdat Nederland al het Magnitsky-idee oppert. Dat snap
ik. Dat betekent wel dat we heel goed in de gaten moeten houden ā
misschien kan de minister ons dat openlijk of ergens tussen de regels
door laten weten ā wanneer het wel een goed moment is om een volgend
mooi idee te lanceren vanuit Nederland. Het blijft belangrijk om dat te
doen.
Dank voor de hulp aan Suriname. Over Zuid-Afrika wil ik zeggen dat de
minister ook actief moet kijken als de regering iets toezegt, om in de
gaten te houden dat het tegengaan van geweld daadwerkelijk gebeurt. Alle
geweld, zeg ik dan absoluut. Dat wil ik gezegd hebben. Ik zal een aantal
links en aanknopingspunten sturen over het tegengaan van het uitdelen
van voedsel, dat de staat verbiedt aan ngo's en onder andere ook aan
kerken.
Ik heb twee moties. De eerste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat op dit moment ruim een derde van de wereldbevolking te
maken heeft met vervolging vanwege het geloof;
overwegende dat de vrijheid van gelovigen de komende jaren nog meer
onder druk zal komen te staan;
constaterende dat de Europese Unie zich in moet blijven zetten voor de
vrijheid van godsdienst en levensovertuiging;
constaterende dat het mandaat van de EU speciaal religiegezant eind
december 2019 is verstreken;
roept de regering op om zo spoedig mogelijk bij de voorzitter van de
Europese Commissie Ursula von der Leyen aan te dringen op handhaving van
het mandaat van de EU-religiegezant,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Helvert en Voordewind. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 298 (32735).
De heer Van Helvert (CDA):
Dan de volgende motie. Die is wat korter. Die hangt even af van het
antwoord van de minister. Ik kan die altijd nog intrekken. Hij zei: VWS
komt met iets in het najaar. Ik vind het van belang dat dat gebeurt. Ik
dien de motie dus in en we kunnen daarna kijken of die nodig blijkt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in China op grote schaal organen worden geroofd van
levende Falun Gongbeoefenaars en andere minderheden;
overwegende dat Nederlands orgaantoerisme naar China mede bijdraagt aan
grove mensenrechtenschendingen aldaar;
verzoekt de regering het verdrag van de Raad van Europa tegen de handel
in menselijke organen zo spoedig mogelijk ter ratificatie voor te leggen
aan deze Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Helvert. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 299 (32735).
Ik dank de heer Van Helvert. Dan gaan we luisteren naar mevrouw
Karabulut van de SP.
Mevrouw Karabulut (SP):
De eerste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat arbeiders die in Qatar werken aan de voorbereiding van
het WK-voetbal in 2022 met ernstige vormen van uitbuiting geconfronteerd
blijven worden, waaronder salarissen die maandenlang niet uitbetaald
worden;
verzoekt de minister internationaal in overleg te gaan met andere landen
om te komen tot een gezamenlijke afspraak dat straks, in 2022, geen
officiƫle afvaardiging wordt gestuurd naar het WK als arbeiders die het
toernooi mogelijk hebben gemaakt niet volledig zijn uitbetaald, tot op
de laatste cent,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut, Ploumen en Van Ojik.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 300 (32735).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de nieuwe Israƫlische regering zich heeft voorgenomen
delen van bezet Palestijns gebied te annexeren;
constaterende dat annexatie een grove schending van het internationale
recht is;
overwegende dat Nederland en de EU in het verleden herhaaldelijk
maatregelen hebben getroffen tegen landen die het internationale recht
schenden;
verzoekt de minister, bij voorkeur met gelijkgestemde andere landen,
opties in kaart te brengen van (mogelijk) te nemen maatregelen indien
Israƫl overgaat tot annexatie van Palestijns gebied,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut, Ploumen en Van Ojik.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 301 (32735).
Mevrouw Karabulut (SP):
Ook deze motie is medeondertekend door collega Ploumen van de Partij van
de Arbeid en collega Van Ojik van GroenLinks en zou eigenlijk door alle
partijen en alle Kamerleden ondersteund moeten worden, zo zeg ik
daarbij.
De voorzitter:
Dat moeten we afwachten bij de stemming.
Mevrouw Karabulut (SP):
Dan de laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de persvrijheid wereldwijd meer en meer onder druk
staat;
verzoekt het kabinet niet te bezuinigen op dit aspect van het
Nederlandse mensenrechtenbeleid, maar juist te kijken of extra
investeringen mogelijk zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut, Ploumen en Van Ojik.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 302 (32735).
Mevrouw Karabulut (SP):
En ook deze motie wordt medeondertekend door collega Ploumen van de
Partij van de Arbeid en collega Van Ojik van GroenLinks.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even of de heer Koopmans mijn rol weer wil
overnemen.
Voorzitter: Koopmans
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Voordewind namens de ChristenUnie.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik had nog twee korte vragen en een motie. De eerste vraag luidt als
volgt. Het online seksueel misbruik van kinderen is vertienvoudigd,
hebben we begrepen van Europol. De minister zei dat er een project van
Terre des Hommes over online seksueel misbruik was gefinancierd. Ik
vraag mij af welke financiering dat precies betrof, want ik kon het niet
achterhalen.
De tweede korte vraag gaat over de erkenning van de Armeense genocide.
Als er Ć©Ć©n mensenrecht is geschonden, dan is het dat er een genocide
heeft plaatsgevonden in Armeniƫ. President Erdogan heeft een
internationale heksenjacht afgekondigd op degenen die zich inzetten voor
erkenning van de Armeense genocide. Kan de minister erop aandringen,
zowel in EU-verband als bilateraal, deze heksenjacht te bestrijden en
Turkije hierop aan te spreken?
Tot slotte, voorzitter, een motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende de berichten over toenemende systematische discriminatie
en onderdrukking van christenen en andere religieuze minderheden in
onder andere India, Pakistan en Iran vanwege COVID-19;
overwegende dat de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging een
onvervreemdbaar mensenrecht is en speerpunt in het Nederlandse
mensenrechtenbeleid;
verzoekt het kabinet de speciaal gezant voor de vrijheid van godsdienst
en levensovertuiging op te dragen onderzoek te doen naar de vermeende
verslechterde positie van christenen en andere religieuze minderheden in
deze landen en daarin aanbevelingen te doen voor het Nederlandse
mensenrechtenbeleid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind en Van Helvert. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 303 (32735).
Voorzitter: Voordewind
De voorzitter:
Ik denk dat we er verstandig aan doen om enkele minuten te
schorsen.
Minister Blok:
Ik heb nog geen enkele motie.
De voorzitter:
U heeft nog geen enkele motie. Ze komen eraan.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We gaan verder met de tweede termijn van de kant van het kabinet. De
minister zal reageren op de openstaande vragen en de moties beoordelen.
Het woord is aan de minister.
Minister Blok:
Dank u wel, voorzitter. De heer Koopmans vroeg mij om in te gaan op de
projecten in OESO-landen. De motie is aangenomen en zal uitgevoerd
worden. Nogmaals, er zijn gewoon projecten die betrekking hebben op
zaken in niet-OESO-landen maar die gedaan worden vanuit OESO-landen. Ik
geef graag na de zomer een voortgangsrapportage over de procedure in
Myanmar. Het is een beslissing van het Hof dat de informatie niet
openbaar is. Daar heb ik zelf geen invloed op. Dat was een vraag van de
heer Kuzu in eerste termijn.
De heer Van Ojik had twee moties. Hij vraagt de regering om de
effectiviteit van de huidige inzet in de relatie met China tegen het
licht te houden en voorstellen te ontwikkelen voor vergroting van de
impact en de Kamer in het voorjaar van 2021 te informeren. Dat doe ik
graag in het kader van de Mensenrechtenrapportage. Die krijgt u sowieso
in het voorjaar. Met die aanvulling geef ik de motie oordeel
Kamer.
De tweede motie van de heer Van Ojik verzoekt de regering zich er in EU-
en VN-verband voor in te spannen dat maatregelen in het kader van de
covid-pandemie tijdelijk zijn. Ook die motie laat ik graag aan het
oordeel van de Kamer.
Dan de heer Sjoerdsma. Ik zal zijn waardering voor de inzet van onze
mensen voor de lhbti-rechten wereldwijd graag overbrengen. Ik kom
schriftelijk terug op de besteding van de gelden binnen persvrijheid,
omdat dat voor een deel nog werk in uitvoering is, voor een deel
meerjarige projecten betreft en voor een deel ook voor de begroting van
collega Kaag is. Ik zorg er graag voor dat u daarvan voor de begroting
een overzicht heeft.
Ja, ik maak tempo met het mensenrechtensanctieregime. Het bouwen van
coalities tijdens de ANVR neem ik graag op mij. De ANVR zal volgens de
huidige planning niet fysiek plaatsvinden en het is ook nog niet erg
helder hoe dat wel gebeurt, maar het doel om coalities te bouwen, deel
ik.
De heer Kuzu. Ik moet schriftelijk terugkomen op de stand van zaken
noodhulp Rohingya. Dat valt ook onder collega Kaag, maar die informatie
krijgt u.
Dan een aantal moties. De motie-Kuzu op stuk nr. 292, die de regering
verzoekt om de zorg over de Oeigoeren te agenderen binnen de WHO. De
inzet van de Nederlandse regering is om de WHO niet te politiseren. De
WHO doet belangrijk werk. Het is ingewikkeld genoeg. Ik stel de positie
van de Oeigoeren zeker aan de orde, in de Mensenrechtenraad, in de EU en
in andere fora, maar niet in de WHO. Dus deze motie moet ik
ontraden.
Dan de motie-Kuzu op stuk nr. 293, die verzoekt dat Nederlandse
bedrijven explicieter en duidelijker aandacht besteden aan verantwoord
ondernemen en mensenrechtenschendingen in China. Daarover wil ik
overleggen met de collega's van BHOS en EZK, want ik weet niet uit het
hoofd wat de informatie is die de RVO verstrekt. Ik wil u dus vragen om
die motie aan te houden, dan kom ik daar schriftelijk op terug.
De voorzitter:
Meneer Kuzu, houdt u de motie aan?
De heer Kuzu (DENK):
Als de minister toezegt daar schriftelijk op terug te komen en daar een
termijn aan kan koppelen, dan kan ik de motie aanhouden.
Minister Blok:
Ik moet even overleggen met de collega's, dus ik hoop dat dat voor het
zomerreces lukt.
De heer Kuzu (DENK):
Prima.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Kuzu stel ik voor zijn motie (32735, nr. 293) aan
te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Blok:
De motie-Kuzu op stuk nr. 294 verzoekt de regering de Palestijnse staat
te erkennen. Die ontraad ik.
De motie-Kuzu op stuk nr. 295 verzoekt de regering om zich
internationaal in te spannen voor draagvlak voor de erkenning van de
Palestijnse staat. Die ontraad ik ook.
En de motie-Kuzu op stuk nr. 296 om bij annexatie over te gaan tot
erkenning van de Palestijnse staat, onraad ik ook.
De motie-Ploumen c.s. op stuk nr. 297 over Jemen verzoekt de regering,
de Nederlandse positie in de Mensenrechtenraad te gebruiken om druk te
blijven houden op partijen. Die laat ik graag aan het oordeel van de
Kamer. Eens met de voortdurende inspanning die daar nodig is.
Mevrouw Ploumen had nog een vraag of er naar aanleiding van een motie
uit 2013 nog is gesproken met de sportkoepels. In alle eerlijkheid: ik
krijg het bericht "niet recent". Dat overleg vindt ook niet door mijn
ministerie plaats, dus ik geef maar zo eerlijk mogelijk antwoord.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dank voor dat antwoord. Het is natuurlijk niet helemaal wat wij ervan
hadden verwacht, maar het is goed dat we het wel weten. Zou de minister,
onder andere met het oog op de situatie in Qatar zoals mevrouw Karabulut
die agendeerde, niet in gang willen zetten dat zijn collega van Sport,
wellicht samen met hem, gaat bedenken hoe die kritiek geagendeerd kan
blijven worden? Voorlopig is het namelijk nog niet opgelost,
helaas.
Minister Blok:
We komen zo meteen op de motie van mevrouw Karabulut. Ik ben graag
bereid om even met de collega van VWS te overleggen hoe er gevolg
gegeven is en mogelijk nog gegeven kan worden aan die motie uit 2013,
maar dan moet ik daar ook schriftelijk op terugkomen. Dan doe ik dat
ook.
De heer Van Helvert vroeg wanneer het tijd is om te kijken naar verdere
stappen met betrekking tot wetgeving specifiek voor Oeigoeren. Mijn
voorstel zou zijn: wanneer we weten wat het mensenrechtensanctieregime
precies behelst. Ik heb u al aangegeven dat ik er toch wel optimistisch
over ben dat dat niet lang meer hoeft te duren.
Dan twee moties van Van Helvert. De motie op stuk nr. 298 roept de
regering op om bij de voorzitter van de Europese Commissie aan te
dringen op de handhaving van de EU-religiegezant. Bij de voorzitter van
de Commissie heeft dat geen zin meer, want de Commissie heeft besloten
dat zij dat niet als Commissie gaat doen. Ik heb u aangegeven dat ik dat
wil doen bij de Hoge Vertegenwoordiger; die mag het wel zelf. Dus als u
daar "Hoge Vertegenwoordiger" in kunt vullen, dan kan ik het oordeel aan
de Kamer laten. Maar in deze vorm moet ik de motie ontraden, want "de
pap is al gestort", zoals we dat in Zeeland zouden zeggen.
De heer Van Helvert (CDA):
Dan zou ik de minister willen bedanken voor de suggestie om dat aan te
passen. Ik doe dat graag.
De voorzitter:
OkƩ, en dan is die oordeel Kamer?
Minister Blok:
Dan is die oordeel Kamer.
De tweede motie, die op stuk nr. 299, verzoekt de regering het verdrag
van de Raad van Europa met betrekking tot de handel in menselijke
organen zo spoedig mogelijk voor te leggen. Ik wil vragen die motie aan
te houden. Daar wil ik schriftelijk op terugkomen, na een overleg met de
collega's van VWS en JenV, omdat zij de leidende ministers zijn. Dus ook
daar het verzoek om die aan te houden.
De voorzitter:
Het verzoek om de motie aan te houden. Ik zie de heer Van Helvert
knikken.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Helvert stel ik voor zijn motie (32735, nr.
299) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Blok:
Mevrouw Karabulut verzoekt in internationaal overleg te gaan met andere
landen om onmiddellijk te komen tot de gezamenlijke afspraak dat er in
2022 geen officiƫle afvaardiging naar de WK in Qatar wordt gestuurd als
arbeiders niet volledig zijn uitbetaald. Die motie dreigt weer met
sancties en boycotten, terwijl we in overleg zijn om de misstanden op te
lossen. Dus deze moet ik ontraden.
Mevrouw Karabulut (SP):
Dit is noch een boycot, noch een sanctie; het is juist om te
ondersteunen waar de minister mee bezig is. Dus op het moment dat ze
alles in orde maken, dan kan de minister gewoon een officiƫle
afvaardiging sturen. Dit is als drukmiddel bedoeld, wat ook Amnesty
International en anderen bepleiten, voor wat zou moeten gebeuren.
Misschien kan dit de minister nog op iets andere gedachten
brengen.
Minister Blok:
Er staat: "... geen officiƫle afvaardiging wordt gestuurd". Dat is toch
een boycot? Dat betekent toch dat Nederland en de andere landen die ik
moet benaderen, boycotten? Het is op zichzelf waar dat er organisaties
zijn die dat ook vinden. Maar u vraagt of ik dat vind, en daarop is mijn
antwoord: nee, mijn inzet is ervoor te zorgen dat die betaling
plaatsvindt, maar niet om meteen te dreigen met een boycot.
Mevrouw Karabulut (SP):
Indien de betalingen niet plaatsvinden. Dus als de minister zegt "ik
ontraad deze motie", dan zegt hij daarmee: als Qatar nog steeds in 2022
geen uitbetaling of niet alle uitbetalingen heeft verricht, dan sturen
wij gewoon die afvaardiging. Dat is wat de minister daarmee dan zegt,
indirect.
Minister Blok:
Dat is een woordenspel dat wij vaak hebben. Dan zegt mevrouw Karabulut
iets waarvan ze zegt dat ik dat zeg. Ik heb dat niet gezegd. Dus dat
herhaal ik maar, dat ik dat niet gezegd heb.
Mevrouw Karabulut verzoekt in de twaalfde motie, die op stuk nr. 301, de
minister met gelijkgestemde landen opties in kaart te brengen voor
mogelijk te nemen maatregelen indien Israƫl overgaat tot annexatie. Tja,
daar is mijn reactie ook dezelfde, maar dat zal mevrouw Karabulut niet
verbazen en niet gelukkig maken. Ik ga nu niet stappen zetten voor een
gebeurtenis waarvan de inzet is dat die niet plaatsvindt. Dus deze moet
ik ook ontraden. Als ik ze alleen in kaart breng, dan gaat u namelijk
weer vragen om dat openbaar te maken, en dat ga ik nou juist niet
doen.
De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, kort.
Mevrouw Karabulut (SP):
Ja, voorzitter. Gaat het dan wel gebeuren als de annexatie wel
plaatsvindt? Gaat de minister dan wel iets doen?
Minister Blok:
Dat is dezelfde vraag, opnieuw gesteld. De inzet is eerst om dat te
voorkomen.
Mevrouw Karabulut (SP):
De minister wacht af totdat de annexatie heeft plaatsgevonden, en dan
gaat hij misschien, maar misschien ook niet, zoals we gewend zijn, iets
doen. Ongelofelijk.
De voorzitter:
De minister geeft zijn antwoord.
Minister Blok:
Tja, mijn bijdrage aan het levensgeluk van mevrouw Karabulut is
vanmiddag beperkt.
De voorzitter:
De dertiende motie, die op stuk nr. 302.
Minister Blok:
Ook van mevrouw Karabulut. Die verzoekt het kabinet niet te bezuinigen
op dit aspect van het mensenrechtenbeleid, maar juist te kijken waar
investeringen mogelijk zijn. Ik heb helemaal geen inzet om te bezuinigen
op wat dan ook, maar dit is typisch een motie voor de begroting, dus ik
wou vragen om die aan te houden tot de begroting. U krijgt voor die tijd
een reactie op de vraag van de heer Sjoerdsma over een overzicht van de
besteding van die gelden.
De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, bent u van zins om die aan te houden? Dat is niet het
geval? Of u laat het ons nog weten of ze wordt aangehouden bij de
stemmingen van volgende week dinsdag?
Mevrouw Karabulut (SP):
Als ik haar aanhoud, dan laat ik dat weten, voorzitter.
Minister Blok:
OkƩ. Als zij niet wordt aangehouden, ontraad ik haar, omdat ik vind dat
dit bij de begroting aan de orde hoort te zijn.
De voorzitter:
Bij niet-aanhouden is het ontraden.
Minister Blok:
De heer Voordewind verzoekt het kabinet de gezant voor de vrijheid van
godsdienst en levensovertuiging op te dragen onderzoek te doen naar de
positie van christenen en andere religieuze minderheden in deze landen.
Die zijn dan eerder genoemd. Dat vind ik niet logisch voor de speciaal
gezant. Hij heeft daar ook het apparaat niet voor. Ik heb u aangegeven
dat er een ambtsbericht komt over Pakistan. Dat laten we dan ook niet
alleen door de gezant doen. Maar om iemand in zijn eentje zo'n
veelomvattend onderzoek te laten doen, vind ik niet logisch voor zijn
taakopvatting. En ik heb niet zomaar een apparaat om dat met hem te gaan
doen. Dus het ambtsbericht gaan we doen, maar deze motie op stuk nr. 303
moet ik ontraden.
Voorzitter: Koopmans
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Even een misschien verhelderende opmerking: het gaat hier niet over het
in den breedte analyseren van deze landen. Het gaat over de berichten
over mogelijk toenemende systematische discriminatie, oftewel: kan de
speciaal gezant nagaan of er sprake is van toenemende systematische
discriminatie vanwege COVID-19? Dat is de strekking. Het gaat dus niet
over een heel breed nieuw onderzoek, maar over de vraag of de geruchten
over een toename vanwege COVID-19 kloppen. Dus een quickscan, als het
ware.
Minister Blok:
Dat is echt iets anders dan wat hier staat. Hier staat: opdracht geven
om onderzoek te doen naar een aantal landen. Dan moet ik de heer
Voordewind verzoeken om een aangepaste motie te maken en in te dienen.
Daar kan ik zo nodig ook schriftelijk op reageren. Maar deze formulering
is echt niet uitvoerbaar voor de arme heer Douma.
De voorzitter:
Meneer Voordewind, wilt u nog reageren?
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dan neem ik de suggesties over om haar aan te passen, naar de vorm van
een quickscan. Want het gaat mij erom of er een verslechtering
plaatsvindt door of vanwege covid.
Minister Blok:
Een quickscan kunnen we leveren. Dan laat ik haar oordeel Kamer.
De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dan pas ik haar op die manier aan. Dan begrijp ik dat zij oordeel Kamer
krijgt.
Minister Blok:
Ja.
De voorzitter:
Dat is het geval. Dan krijgt u het voorzitterschap terug.
Voorzitter: Voordewind
De heer Kuzu (DENK):
Ik wil de motie op stuk nr. 292 intrekken. Ik ben ontvankelijk voor het
argument van de minister.
De voorzitter:
Aangezien de motie-Kuzu (32735, nr. 292) is ingetrokken, maakt zij geen
onderwerp van beraadslaging meer uit.
Dank u wel. Dan zijn we hiermee ā¦ Meneer Van Ojik nog?
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik dacht zomaar dat u wilde concluderen dat we aan het einde zijn
gekomen van de tweede termijn. Maar de minister heeft beloofd, dacht ik,
om in tweede termijn nog terug te komen op die kwestie van de eventuele
levering van surveillanceapparatuur door Nederlandse bedrijven en het
Wassenaar Arrangement. Ik vind het prima als dat schriftelijk gebeurt.
Daar heb ik geen enkel probleem mee, maar ik wil het wel even gezegd
hebben.
Minister Blok:
Dat moet inderdaad schriftelijk, want die informatie heb ik niet zo
snel.
De voorzitter:
Ik had ook nog een vraag gesteld over de Armeense genocide en de inzet
van president Erdogan om iedereen te vervolgen, zelfs internationaal,
die zou pleiten voor erkenning van de genocide.
Minister Blok:
Ook daar kom ik schriftelijk op terug, want die kwam in tweede termijn
opeens op. Ik weet niet uit mijn hoofd wat president Erdogan wel of niet
heeft gezegd. Ik ben graag bereid om dat te laten nagaan, maar dan komen
we er schriftelijk op terug.
De voorzitter:
Ja. Mevrouw Karabulut, een resterende vraag?
Mevrouw Karabulut (SP):
Ja, een vraag die ik ook al in eerste termijn en ook al in het vorige
debat over China heb gesteld, namelijk of de minister bereid is er bij
China op aan te dringen om het gesprek met de Dalai Lama te hervatten.
Dat ligt al een aantal jaren stil.
Minister Blok:
Daar heeft mevrouw Karabulut gelijk in. Ik ben bereid, en doe dat
overigens ook, om de Chinezen op te roepen om de contacten met
vertegenwoordigers van de Tibetanen op te starten. Maar graag een beetje
vrije keuze in welke vertegenwoordigers dat dan zijn.
Mevrouw Karabulut (SP):
Prima. Dank aan de minister.
De voorzitter:
Ja, dank aan de minister. Dan rest mij niks anders dan heel snel de
toezeggingen op te lezen.
De minister komt schriftelijk terug op de procedures van het Internationaal Gerechtshof ten aanzien van het openbaar maken van de reactie van Myanmar op de uitspraken in de zaak die door Gambia ā¦
Minister Blok:
Nee, daarvan heb ik al gezegd: dat is de procedure van het gerechtshof
en die kan ik niet veranderen. Ik heb aan de heer Koopmans beloofd dat
ik in het najaar terugkom op de voortgang van de procedure.
De voorzitter:
Dan komt u na de zomer, begrijp ik, terug op de voortgang van het proces
dat Gambia heeft aangespannen.
De heer Koopmans (VVD):
En op de Nederlandse inspanning daarbij.
De voorzitter:
En op de Nederlandse inspanning daarbij. Dat wordt genoteerd door de
adjunct-griffier.
De minister komt schriftelijk terug op het overleg met de nationale en internationale sportbonden over mensenrechten met betrekking tot Qatar.
Wanneer denkt de minister dat te doen?
Minister Blok:
Dat is in overleg met de collega van VWS en die moet ik een beetje
ontzien, want die heeft nogal een klusje. Ik kan niet garanderen dat dat
voor het reces lukt.
De voorzitter:
Maar dan in ieder geval in de zomer, neem ik aan.
De minister komt schriftelijk terug op de vraag of surveillanceapparatuur in de categorie dual-usegoederen valt.
Wanneer?
Minister Blok:
Daar gaan wij zelf over, dus dat kan voor het zomerreces.
De voorzitter:
Voor de zomer.
Dit najaar ontvangt de Kamer het wetsvoorstel over de ratificatie van het internationaal verdrag over orgaandonatie.
Minister Blok:
Nou, niet van mij. U ontvangt een brief van de collega's die daarover
gaan. Ik weet nog niet wat de inhoud van die brief is.
De voorzitter:
De minister komt schriftelijk terug op de besteding van de gelden ten aanzien van persvrijheid.
Minister Blok:
Voor de begroting.
De voorzitter:
De minister komt schriftelijk terug op de stand van zaken bij de noodhulp aan de Rohingya.
Minister Blok:
Ja.
De voorzitter:
De minister geeft een schriftelijke reactie op de motie op stuk nr. 293 van het lid Kuzu, voor het reces, en de motie op stuk nr. 299 van de heer Van Helvert. Dat zijn twee aangehouden moties.
Minister Blok:
Over orgaandonatie ga ik in overleg met de collega's. Welke motie van de
heer Kuzu?
De heer Kuzu (DENK):
Over de informatievoorziening over mensenrechten in het kader van
maatschappelijk verantwoord ondernemen van bedrijven in China.
Minister Blok:
Ja, daarover moet ik even overleggen.
De voorzitter:
De minister komt in de aanloop naar de begrotingsbehandeling schriftelijk terug op de balans in de bestedingen van de middelen over de zes focusgebieden.
En tenslotte: de minister komt terug op de uitspraak van de heer Erdogan als het gaat om de vervolging van eenieder die bepleit de Armeense genocide te erkennen.
Minister Blok:
Ja.
De voorzitter:
Dat waren de toezeggingen. De stemmingen over de ingediende moties zijn
volgende week dinsdag. Ik dank de collega's voor hun geduld. Ik dank de
minister en de ondersteuning. Ik sluit de vergadering.
Sluiting 20.10 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 73 (2019-2020) van 22 juni 2020 |
---|
Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |