Staat van de Europese Unie 2020 (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2020D27026, datum: 2020-06-29, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2020-06-29 13:30: Staat van de Europese Unie 2020 (Notaoverleg), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Staat van de Europese Unie 2020
VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Europese Zaken en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben op 29 juni 2020 overleg gevoerd met de heer Blok, minister van Buitenlandse Zaken, en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken, over:
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 juni 2020 inzake Staat van de Europese Unie 2020, inclusief kabinetsreactie op het rapport "De Europese Commissie in balans? Ambitie, organisatie en macht" (35403, nr. 1);
de brief van de voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken d.d. 4 juni 2020 inzake aanbieding ter besluitvorming de lijst van prioritaire voorstellen uit het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie voor 2020 (22112, nr. 2877);
het EU-voorstel d.d. 29 januari 2020: Werkprogramma Europese Commissie 2020, COM (2020) 37 (2020Z01495);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 21 februari 2020 inzake kabinetsappreciatie Commissiewerkprogramma 2020 (22112, nr. 2850);
het EU-voorstel d.d. 27 mei 2020: Herzien Werkprogramma Europese Commissie 2020 COM (2020) 440 (2020Z09577);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 8 juni 2020 inzake aangepast Commissiewerkprogramma 2020 (22112, nr. 2879);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 maart 2020 inzake Nederlanders bij de Europese Commissie en andere instellingen van de Europese Unie (35078, nr. 34);
de brief van het lid Leijten d.d. 17 maart 2020 inzake verslag van een werkbezoek van een rapporteur transparantie aan Brussel (22112, nr. 2852);
de brief van de Europese Commissie d.d. 1 april 2020 inzake verslag van een politieke dialoog over het rapport "De Europese Commissie in Balans? Ambitie, Organisatie en Macht" (34463, nr. 3).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Veldman
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Pia Dijkstra
De griffier van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Van Haaster
Voorzitter: Arib
Griffier: Van Haaster
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Arib, Bisschop, Emiel van Dijk, Jetten, Leijten, Anne Mulder, Van Ojik, Omtzigt en Ploumen,
en de heer Blok, minister van Buitenlandse Zaken, en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken,
alsmede de heer Azmani, lid Europees Parlement, de heer Eickhout, lid Europees Parlement, de heer Eppink, lid Europees Parlement, mevrouw Jongerius, lid Europees Parlement, mevrouw De Lange, lid Europees Parlement, mevrouw Rookmaker, lid Europees Parlement, de heer Ruissen, lid Europees Parlement en mevrouw In 't Veld, lid Europees Parlement.
Aanvang 13.34 uur.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van
maandag 29 juni 2020. Aan de orde is het debat over de Staat van de
Europese Unie 2020. Ik heet alle aanwezigen en in het bijzonder de
minister-president, de minister van Buitenlandse Zaken en de leden van
het Europees Parlement van harte welkom. Ook heet ik de Kamerleden
natuurlijk van harte welkom en de mensen die op afstand dit debat
volgen, niet op de publieke tribune maar misschien via Debat Direct of
de website van de Kamer.
De aanwezige leden van het Europees Parlement mogen het woord voeren en
dat moet eigenlijk informerend van karakter zijn. Het is de leden van
het Europees Parlement niet toegestaan om de leden van de Tweede Kamer,
de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken te
interrumperen. Volgens mij is dat wel duidelijk.
Dan geef ik nu het woord aan de heer Anne Mulder als eerste spreker,
namens de VVD.
De heer Anne Mulder (VVD):
Voorzitter, dank. Voor de coronacrisis was de wereld om ons heen al
instabiel: brexit, het Midden-Oosten, Rusland, een steeds assertiever
China, een handelsoorlog met de VS. De coronacrisis heeft deze
instabiliteit alleen nog maar eens extra blootgelegd. In deze onrustige
wereld vergroten we als Nederland onze veiligheid en welvaart door in
Europa, in de EU, samen te werken. De Europese landen kampen allemaal
met de economische gevolgen van de coronacrisis. Het is in ons belang,
het belang van Nederland, om als handelsland te zorgen dat we daar goed
uitkomen, zodat we kunnen blijven functioneren en we dat doen op zo'n
manier dat we andere landen niet nog een keer hoeven te helpen.
Daarbij moeten we in het achterhoofd houden dat de steun onder de
Nederlanders voor de Europese Unie broos is. We weten dat we profiteren
van de Europese Unie, we vinden het daarom noodzakelijk dat we lid zijn,
maar echt enthousiast is men niet. Men voelt zich eerst Nederlander en
dan pas Europeaan en wil ook niet te veel betalen.
De coronacrisis maakt een aantal zaken zichtbaar. Hoofdsteden blijken
nog steeds belangrijker dan Brusselse instituties. Toen premier Rutte
een toespraak hield op televisie, was iedereen aan de televisie
gekluisterd, als de voorzitter van de Europese Commissie dat doet, is
dat niet het geval. De Europese grenzen zijn er nog steeds. Even leek
het erop dat ze waren verdwenen, maar de coronacrisis heeft laten zien
dat ze er nog steeds zijn. De tegenstellingen tussen West-Europa en
Oost-Europa zijn vergroot. Hongarije en Polen hadden het al moeilijk met
de rechtsstaat en hebben de crisis misbruikt om daar verder de hand mee
te lichten. En ook de noord-zuidtegenstelling is verhoogd. De zwakke
punten in de overheidsfinanciën en de economieën van zuidelijke landen
werden weer eens extra zichtbaar. Ze hadden niet voldoende hervormd en
bezuinigd zodat de niet crisisresistent bleken. De coronacrisis maakt
ook duidelijk dat het kwetsbaar is als je afhankelijk bent van een of
twee landen voor je medische hulpmiddelen.
De Europese Commissie gaat weer verder. Vorige keer al grote woorden,
"dit is de "laatstekans-Commissie", en nu als het gaat om het
herstelfonds: this is Europe's moment. Een beetje een René Frogermoment
van mevrouw Von der Leyen. En brexit. Brexit wordt te vaak weggewoven
als "dat zijn die gekke Britten", maar misschien moeten we er lessen van
leren voor wat betreft arbeidsmigratie.
Hoe moeten we omgaan met de ontwikkelingen? Eerst de brexit. Veel
Britten stemden voor brexit omdat ze zich zorgen maakten over
arbeidsmigratie. En arbeidsmigratie heeft ook schaduwkanten. Het is goed
dat deze Kamer de Raad van State heeft gevraagd om een advies hoe wij
meer grip krijgen op arbeidsmigratie in de Europese Unie.
Daarnaast hebben we als Kamer een onderzoek laten doen door Clingendael
naar de Europese Commissie zelf. Daar komen weer een aantal elementen
uit. De Europese Commissie kenmerkt zich door het doen van grote
toespraken, grote, ambitieuze voorstellen met een visionaire
leiderschapsstijl. Maar is dat wel van toepassing in een Europese Unie
waar het uiteindelijk aankomt op compromissen en het overbruggen van
belangenverschillen? Wat is nou de taak van de Commissie? Ik wil daar
graag een reactie op hebben van het kabinet. Gaat de Commissie weer op
de oude voet door met grote woorden of gaat ze kijken hoe landen zélf
hun problemen kunnen oplossen in plaats van dat de Commissie dat steeds
wil overnemen? Dan krijg je immers integratie door verzuim: landen
kunnen het zelf niet dus de Europese Commissie staat klaar om die
verantwoordelijkheden over te nemen.
De voorzitter:
Voordat ik mevrouw Leijten het woord geef, wil ik het voorstel doen om
vier vragen in de eerste termijn te stellen.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik zou de volgende vraag aan de VVD willen stellen. Het is eigenlijk al
een constant geluid dat niet alleen de VVD maar ook de SP vaak maakt:
wat is de Europese Commissie toch politiek en hoe gaan we ons daar beter
tegen wapenen? Daar is een rapport over geschreven en daar is een
reactie op gekomen. Wat vindt de VVD nou van die reactie? Ik vind dat de
regering nogal om de hete brij heen beweegt.
De heer Anne Mulder (VVD):
U loopt op de zaken vooruit. We hebben eerst een reactie gezien van de
Europese Commissie op het rapport van de Kamer. Dat waren twee A4'tjes,
maximaal. Eigenlijk zei men: maakt u zich niet druk, wij vinden het de
discussie met het Nederlandse parlement niet waard. Ik was niet zo
tevreden over die reactie. En dan de reactie van het kabinet op het
rapport van de Kamer. Laat ik die seksloos noemen. Het rapport is heel
duidelijk. Het legt eigenlijk de bal op de stip voor het kabinet: zeg er
wat van. Dan komen er heel veel A4'tjes, seksloos. Nederland heeft wat
initiatiefjes, we sturen nog eens een brief als er een nieuwe Commissie
is geïnstalleerd en dat is het, terwijl ...
De voorzitter:
Zo'n woord uit uw mond, daar zit iedereen een beetje vreemd bij te
kijken.
De heer Anne Mulder (VVD):
Welk woord was dat?
De voorzitter:
Dat ga ik niet herhalen.
De heer Anne Mulder (VVD):
Seksloos? Ik had nog wel andere woorden, maar die heb ik geschrapt. Ik
dacht: dat haalt de censuur niet. Kortom, het kabinet zou zijn voordeel
moeten doen met ons rapport en er eens wat van moeten zeggen. Als je de
reactie van het kabinet leest, is het een beetje in-en-uitpraten. Het
accepteert maar hoe het is. Daarop wil ik straks een hele duidelijke
reactie van de premier. Ik weet dat hij het kan. Hij heeft gezegd: de
Commissie is een feestcommissie op zoek naar een feest. Dan kan hij ook
veel duidelijker zijn over dit rapport dat de Kamer heeft laten maken,
dus daar ben ik heel benieuwd naar.
Mevrouw Leijten (SP):
Een lang antwoord, maar de VVD is het met de SP eens. De regering draait
om de hete brij heen en dat zou ze niet moeten doen.
De heer Anne Mulder (VVD):
Wij zijn het eens en daar gaat het ook om. Als de Commissie het niet
doet, dan moeten wij zorgen dat als er de komende weken of maanden
misschien een herstelfonds komt, dat gepaard gaat met stevige
macro-economische voorwaarden zodat deze landen de volgende keer niet
hoeven aan te kloppen bij de Europese Unie. De Commissie moet ook eens
gaan controleren of landen zich aan de regels houden, het Stabiliteits-
en Groeipact. Neem Italië. Daar is het al jarenlang een probleem. Dat
was al voor de coronacrisis. En wat doet de Europese Commissie? Die doet
eigenlijk niks. Dan maken zachte heelmeesters stinkende wonden. Dat
geldt ook voor de rechtsstaat. Polen en Hongarije treden die met voeten.
De Commissie probeert wel wat te doen — dat deed de heer Timmermans goed
— maar pakt maar niet door; het lukt niet. Dus wat moet daar gebeuren?
Ik kijk naar het kabinet. Nederland heeft wat nodig van de Commissie:
een rationele Commissie, een baken van rust, een Commissie die
kostenbatenanalyses maakt en die handhaaft. Mevrouw Leijten
interrumpeerde me al. Graag een reactie van het kabinet, een duidelijke
reactie.
Dan verder. Ik had het over de gezondheidszorg. De Europese Unie kan
daar veel meer samenwerken, niet om bevoegdheden over te dragen naar
Brussel of één Europees zorgstelsel te hebben, maar als het gaat om de
beschikbaarheid van medicijnen. Dat geldt ook voor het sluiten van de
grenzen. Ik begrijp dat landen hun grenzen sluiten, maar je kan dat
afstemmen. Kijk bijvoorbeeld naar grensarbeiders tussen Nederland en
België die gelijk de dupe zijn of naar mensen in andere landen waar de
restaurants en cafés dicht zijn en die dan in een buurland gaan feesten.
Samenwerking ligt dan erg voor de hand. Dat kan een stuk beter.
Dan mondiaal. De Europese Unie kan — dat heeft de coronacrisis laten
zien — veel beter op het mondiale speelveld optreden door sterke
lidstaten. Dan vormen we met z'n allen een sterker economisch blok. Maar
ook in de relatie met China kan er meer wederkerigheid komen. We moeten
opletten dat China geen strategische bedrijven opkoopt die nu zwak zijn
door de crisis. Wat gaat Europa daartegen doen? Wat gaat het kabinet
daartegen doen? Wat doen we met de oneerlijke concurrentie uit China,
met al die bedrijven met staatssteun? En dan de handelsverdragen. Als
wij echt een blok willen vormen in de wereld, moeten we optrekken met
landen als Canada, Mexico, de Mercosur of Vietnam. Als we dat niet doen,
gaat China de regels dicteren.
Tot slot. In het najaar vindt er een conferentie plaats over de toekomst
van Europa. Wat de VVD betreft maken we geen grote sprongen voorwaarts,
maar kijken we hoe de EU ervoor staat, stellen we de moeilijke vragen
die ik net stelde en bezien we waar we de Europese Unie praktisch beter
kunnen maken.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Mulder. Dan is nu het woord aan de heer Azmani, ook
namens de VVD.
De heer Azmani (EP/VVD):
Voorzitter. Het is een eer om hier weer te mogen staan na ongeveer een
jaar na dato en vandaag te spreken over de Staat van de Europese Unie.
Ik heb maar vier minuten. Daarom wil ik ook één thema aansnijden. Dat
thema — sommige mensen zullen het raden — is polarisatie, een trend die
ik steeds vaker waarneem in onze samenlevingen. Bijvoorbeeld ook recent
hier in Nederland in het racismedebat. Mensen die propageren dat onze
samenleving inherent racistisch is staan tegenover hen die niet willen
inzien dat ook in onze samenleving mensen worden uitgesloten om wie ze
zijn, waar ze vandaan komen, hoe ze eruitzien of welke naam zij dragen.
En, voorzitter, het zal u niet verbazen dat ik dat zelf ook wel heb
mogen ervaren.
Polarisatie dient geen enkel nut. Het brengt ons niet verder.
Integendeel, het zorgt dat we verder van elkaar verwijderd raken. Ook in
het actuele debat in Europa worden tegenstellingen nodeloos versterkt.
We zitten midden in een crisis van een ongekende omvang. Een
gezondheidscrisis met grote economische gevolgen. In het eerste kwartaal
van dit jaar kromp de Europese economie met 3,2%. Nu we kunnen nadenken
over herstel is het van belang dat we dat samen doen. Helaas heeft de
discussie hierover zich verengd tot de vraag: behoor je tot de "frugals"
of ben je solidair? Een valse tegenstelling wat mij betreft, die het
debat niet ten goede komt. Met verwijten komen we niet verder. Maar voor
sommige mensen voelt het kennelijk lekker om die verschillen uit te
vergroten. Volgens mij zit de overgrote meerderheid van Nederland daar
helemaal niet op te wachten. Mensen verwachten van ons dat we deze
crisis samen aanpakken. Dat betekent niet dat we allemaal hetzelfde
moeten vinden. Over de aanpak moet je natuurlijk kunnen discussiëren.
Maar we moeten elkaar kunnen vinden in gedeelde waarden en een
gezamenlijk doel. Daarin zijn uit je eigen keurslijf stappen, luisteren
naar een ander en de samenwerking o zo belangrijk, juist in Europa, waar
27 landen er samen proberen uit te komen.
Een van de waarden die we in mijn optiek delen is solidariteit. Maar
solidariteit heeft alleen betekenis als het van twee kanten komt. Wat de
VVD betreft moeten de aandacht en focus daarom liggen op versterking en
modernisering van onze economieën, ook in de zuidelijke lidstaten.
Hierbij horen noodzakelijke hervormingen, maar ook investeringen om
andere uitdagingen zoals klimaat, digitalisering en migratie het hoofd
te bieden.
Samen sterker staan betekent ook dat grote landen als Frankrijk en
Duitsland moeten inzien dat het niet wenselijk is dat zij hun eigen
markten blijven afschermen. Juist nu moeten we de interne markt willen
voltooien. Dit kan 5 tot ruim 8% economische groei opleveren. Dan praten
we over 650 miljard tot 1,1 biljoen euro. Dan spreek je pas over een
echt herstelpakket.
Europese solidariteit dient nog een ander belang. De Europese Unie wordt
van alle kanten uitgedaagd. Van binnenuit door Hongarije en Polen, maar
ook van buiten. Coronadiplomatie, desinformatiecampagnes en toenemende
spanningen in de wereld doen ons realiseren dat de wereld ondanks de
lockdowns gewoon doordraait. En dat landen als Rusland en China lang
niet altijd de beste intenties hebben — dan druk ik mij nogal
voorzichtig uit. Deze Europese Commissie heeft de ambitie om van Europa
een wereldspeler te maken. Als de Europese Unie die wereldspeler wil
zijn en weerstand wil bieden aan de Poetins en Erdogans, dan moeten wij
assertiever worden op dat wereldtoneel. Dit kan alleen als de Europese
Unie met één mond spreekt. Dat betekent ook dat we ons moeten afvragen,
ook richting de regering, of we de buitenlandchef van de Europese
Commissie niet veel steviger in positie zouden moeten zetten.
Samenwerking levert uiteindelijk meer op dan verwijten en samen staan we
sterker. Dit vraagt dat wij in Nederland het belang van de Europese Unie
erkennen. Niet als een idealistisch vredesproject, maar als een
realistisch samenwerkingsverband dat bijdraagt aan de bescherming van
onze vrijheid, onze veiligheid, onze welvaart en onze democratische
waarden in een turbulente en onzekere wereld. Hierbij helpt polarisatie
niet. Dit helpt alleen onze uitdagers, zoals Rusland of China. Zij
zullen de lachende derden zijn als we blijven hangen in onnodige
tegenstellingen en verwijten. Polarisatie heeft geen enkel nut.
Integendeel, het breekt alleen maar af. Polarisatie breekt relaties af,
polarisatie breekt samenlevingen af en polarisatie breekt de Europese
Unie af.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Azmani. Ja, meneer Van Ojik, u mag iets vragen. Het
moet zeer informatief zijn.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik heb een informatieve vraag over de inbreng van de twee leden namens
de VVD. De een zegt: je moet de Europese Commissie vooral niet te veel
macht geven; die moet niet zo'n grote broek aantrekken. De ander zegt,
als ik het goed begrijp: de buitenlandvertegenwoordiger van de EU moet
juist meer bevoegdheden krijgen, want anders wordt Europa vermalen
tussen de grootmachten. Heb ik dat goed begrepen? Is deze bijdrage
onderling afgestemd voor deze bijeenkomst? En wie vertegenwoordigt nu de
VVD? Dat zijn mijn drie informatieve vragen, voorzitter.
De heer Azmani (EP/VVD):
Ik ga geen annotaties maken ten aanzien van de inbreng die mijn collega
namens de VVD-fractie in de Tweede Kamer brengt. Ik zie eigenlijk geen
grote verschillen, in die zin dat je zaken ook moet durven benoemen. Dat
doe ik hier ook. Dat deed ik ook toen de Commissie erg laat uit de
startblokken kwam in de eerste weken van de coronacrisis. Dus die
kritiek, dat commentaar, deel ik ook. Ik zie dus ook niet veel licht
tussen de inbreng van de vorige spreker en mijn inbreng. Wat het
buitenlandbeleid betreft denk ik inderdaad dat we moeten gaan nadenken
over de vraag hoe we ervoor zorgen dat men veel meer met één mond
spreekt. Een optie is om de buitenlandchef meer bevoegdheden te geven,
maar dat hoeft niet. Alleen het raamwerk zou dan anders moeten worden,
zodat lidstaten, of de voorzitter van de Raad namens die lidstaten, veel
meer die ruimte gaan pakken in het vacuüm dat er is. Of je geeft
inderdaad een vrij mandaat aan de High Representative, in dit geval
Borrell, op het moment dat er een acute interventie nodig is, maar wel
met het mandaat van de 27 lidstaten. Dat proces zal versneld moet worden
in plaats van dat het erg vertragend werkt, zoals je nu vaak ziet,
bijvoorbeeld bij een Turkse interventie in Noord-Syrië.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
De heer Azmani zegt dat je het op die en op die manier kunt doen. Maar
in zijn bijdrage meende ik hem toch echt te horen pleiten voor een
versterkte bevoegdheid van de heer Borrell, de hoge vertegenwoordiger.
Dat heb ik toch goed begrepen? Dat is belangrijk, want we gaan er hier
nog veel vaker over debatteren. Het is dan dus goed om te weten waar de
VVD staat op dit punt. De heer Borrell moet dus meer bevoegdheden
krijgen: dat is dacht ik wat de heer Azmani zei.
De heer Azmani (EP/VVD):
Ik zei letterlijk dat we hem misschien in een stevigere positie zouden
moeten zetten. Als de heer Van Ojik het verkiezingsprogramma van de VVD
voor de Europese verkiezingen terugleest, dan zal hij daarin ook een en
ander waarnemen over gekwalificeerde meerderheid versus
unanimiteit.
De voorzitter:
Dat was ook een informatief antwoord.
De heer Jetten (D66):
Ik zou allereerst de heer Azmani een compliment willen maken voor zijn
prachtige bijdrage tegen polarisatie. In de Europadebatten in Nederland
erger ik me er vaak aan dat we nogal snel in de stereotypes over onder
andere Zuid-Europese lidstaten schieten. Dat is zonde, want we moeten
toch samen uit deze crisis komen. Hij pleitte zojuist zeer terecht voor
een Europa dat ook een wereldspeler kan zijn. Daarvoor is wat D66
betreft nodig dat we ook snel tot die deal over dat Europese steunpakket
komen, zodat de Commissie in juli ook echt uit de startblokken kan komen
om een economische recessie in andere landen te voorkomen en daarmee ook
de klap in Nederland te verzachten. Is de heer Azmani met mij eens dat
het goed zou zijn als deze premier in juli op de Europese top al tot
zo'n akkoord komt?
De heer Azmani (EP/VVD):
Dat is weer geen informatieve vraag, voorzitter. Er wordt mij weer om
mijn mening gevraagd. Ik denk dat iedereen gebaat is bij het snel
kortsluiten van het gehele pakket. Maar dat moet dan wel onder bepaalde
voorwaarden zijn. Ik kan mij dus voorstellen dat het ook niet aan de
Nederlandse regering ligt om dat proces te willen vertragen, maar het
pakket moet dan wel voldoen aan de wensen die de Nederlandse regering
uit.
De heer Jetten (D66):
Als we dan toch het pleidooi tegen polarisatie doortrekken naar de
onderhandelingen op de Europese top, kan ik me voorstellen dat de oproep
van de heer Azmani aan het Nederlandse kabinet ook is om te luisteren
naar andere lidstaten en om niet alleen halsstarrig vast te houden aan
de eigen position paper, maar om ook te kijken waar je met elkaar de
deal kan sluiten in dat grotere Europese belang.
De heer Azmani (EP/VVD):
Luisteren vind ik altijd een groot goed. Dat zouden meer mensen mogen
doen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Azmani. Het is inderdaad net alsof u nooit bent
weggeweest. Dan is nu het woord aan de heer Emiel van Dijk namens de
PVV.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het debat over de Staat van de Europese Unie is
elk jaar weer een mooie poppenkast. Het is namelijk hét moment waarop de
eurofielen kunnen doen alsof de EU enige democratische legitimiteit
heeft. Dat doen ze dan hier door met de aanwezigheid van
Europarlementariërs, waar nog net 40% van de bevolking op heeft gestemd,
te gaan zitten ouwebeppen over de toekomst van de Europese Unie. Ik ben
dan ook blij dat ik dit feestje van deze boevensekte namens de PVV mag
komen verstoren. Ik zal proberen de ware aard van dit waardeloze project
een klein beetje bloot te leggen.
Ik heb slechts zes minuten, dus ik kom ter zake, voorzitter. De Europese
Unie is een megalomaan instituut dat voor Nederland niets meer betekent
dan een flink gepeperde rekening van een dikke 8 miljard euro per jaar
en verstikkende regelgeving die de Nederlandse democratie uitholt en
gekneveld houdt door middel van verordeningen, richtlijnen en
honderdduizenden pagina's aan politieke jurisprudentie van het EU-Hof,
het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en al die andere
wereldvreemde instellingen. Of het nu gaat om het de nek omdraaien van
de Nederlandse pulsvisserijsector, om de verplichting om alles en
iedereen je land binnen te laten of om de bemoeienis met de pensioenen
van miljoenen Nederlanders, Brussel is altijd haantje-de-voorste om
Nederland zaken te verbieden, op te leggen of met zijn tengels aan onze
vrijheden te zitten. De man die daar op zijn telefoon zit te kijken, is
ervoor verantwoordelijk dat we niets meer te zeggen hebben over ons
economisch beleid, over ons handelsbeleid, over ons eigen
migratiebeleid. Ondertussen rommelt hij ons steeds verder deze
EU-dictatuur in. Met het stoppen van tientallen miljarden Nederlandse
euro's aan belastinggeld in Europese fondsen, mechanismen, begrotingen
en overige faciliteiten heeft Rutte ons financieel de strop omgedaan. We
kunnen als Nederland geen kant meer op, behalve nog dieper het moeras
in. We staan aan de vooravond van de grootste machtsgreep van de EU in
jaren, met onder andere het coronaherstelfonds, dat voor 750 miljard aan
cadeautjes gaat uitdelen — van ons geld nota bene! — aan Frankrijk,
Italië en Griekenland, en de verhoogde EU-meerjarenbegroting van meer
dan 1.100 miljard euro, waarvan ook het merendeel naar Zuid- en
Oost-Europa zal verdwijnen en waarvoor wij mogen betalen. Dit zijn beide
instrumenten waarmee Nederland door Rutte nog dieper het moeras in wordt
getrokken. Overigens heb ik een vraag aan de premier over de
meerjarenbegroting van de EU: kan hij uitleggen hoe het mogelijk is dat
na de brexit de Europese Unie met 12% is gekrompen, maar de begroting
wel met 10% moet stijgen als het aan de Europese Unie ligt? Het is de
PVV bekend dat ze daar niet goed wijs zijn in Brussel, maar ik ben wel
benieuwd hoe de premier dit meent te kunnen rechtpraten.
Waarom is zo'n coronaherstelfonds überhaupt nodig, voorzitter? De
Italianen en Fransen kunnen prima op de kapitaalmarkten geld lenen tegen
een lage rente. Dat heeft mijn partijleider twee geleden hier glashelder
staan uitleggen. Wat betreft het bieden van coronahulp: de EU had al een
mechanisme voor civiele bescherming met een centrum voor
rampenbestrijding en bijbehorende honderden miljoenen euro's aan
belastinggeld, maar tijdens de coronacrisis deed de EU helemaal niets.
Italië, het land dat het hardst getroffen werd, moest nota bene hulp
krijgen vanuit Rusland en China, terwijl de EU en Nederland doodleuk
vrachtladingen met medische hulpmiddelen naar China stuurden. Wat ik
hiermee wil aantonen, is dat het de EU helemaal niet gaat om het bieden
van hulp, maar juist om het vergaren van macht door lidstaten financieel
en reglementair aan de leiband van de EU te krijgen.
Maar goed, voorzitter, de Staat van de Unie is een staat van ontbinding.
De ontrafeling van de EU is begonnen met het vertrek van de Britten.
Alle hel en verdoemenis die door Rutte werden gepredikt, zijn
uitgebleven. Ondanks de coronaperikelen gaat het beter dan ooit met de
Britten. Unilever kiest zelfs voor Londen in plaats van voor Rotterdam,
ondanks de brexit. Hoe duidelijk wil je het hebben? Een commercieel
bedrijf dat winst wil maken, kiest voor Groot-Brittannië, buiten de EU,
in plaats van voor Rotterdam, binnen de EU. Tot zover alle economische
argumenten vóór een Europese Unie. Wanhopig als de EU-baasjes zijn om
hun macht niet te verliezen, hebben ze tijdens de coronacrisis snel even
het starten van de toetredingsonderhandelingen met Albanië en
Noord-Macedonië erdoor gedrukt. Deze regering heeft dat zonder blikken
of blozen goedgekeurd. Over het democratisch tekort van de EU
gesproken!
Voorzitter. Deze manier van sluw dingen erdoor drukken is het enige dat
nog werkt: de uitbreiding van macht door toetreding van nieuwe
lidstaten, die vervolgens weer aan het EU-transferinfuus worden gelegd,
van Noord naar Zuid en van West naar Oost. Nederland wordt als
vazalstaat van de EU dan weer verplicht tot het afdragen van meer geld.
Zo wordt de EU-molensteen om onze nek steeds groter. Dát is de staat van
de Unie. De EU is lang over haar houdbaarheidsdatum heen, vecht om haar
macht te behouden en doet dit door de lidstaten democratisch en
financieel leeg te vreten. En de nepliberaal Rutte werkt daar gretig aan
mee.
Het is volgens de PVV hoog tijd dat we onszelf verlossen van deze
dictatuur in wording. Wij hebben vandaag dan ook maar één boodschap voor
premier Rutte: bevrijd ons uit deze dwangbuis van de eurofielen en
kondig namens Nederland een nexit aan. Gebruik al die tientallen, zo
niet honderden miljarden aan vrijgekomen geld voor onze eigen mensen. We
hebben het keihard nodig. Er staat ons een ongekende ontslaggolf te
wachten, en Rutte staat helaas te popelen om het geld naar Brussel en
Afrika te brengen in plaats van het hier uit te geven. Roep dus die
artikel 50-procedure in. Sluit een deal die in het voordeel is van
Nederland en geef de Nederlanders hun soevereiniteit en hun waardigheid
terug. Stop met die onderdanige vernedering van ons eens zo grote land
en geloof in de kracht van ons volk. Geloof in onze geografische
ligging. Geloof in onze infrastructuur, in onze havens, in onze mensen,
in onze ondernemers. Houd eens een keer op met al die spookverhalen dat
we het buiten de EU niet zouden kunnen, dat we maar een klein land zijn
en dat we buiten de EU niks in de melk te brokkelen zouden hebben. Want
het tegenovergestelde is waar. We hebben binnen de EU juist niets te
vertellen. Stop dus met mensen bang maken met spookverhalen over files
aan de grenzen en stop met angst en paniek zaaien. Kiest daarentegen net
als de PVV voor vrijheid en voor vertrouwen en Nederland en de
Nederlanders.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Emiel van Dijk. Dan geef ik nu het woord aan de heer
Omtzigt namens het CDA.
De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. In Europa hebben wij onze geschiedenis en in Europa en de
Europese Unie ligt de toekomst van ons land. Als wij geen Europese
samenwerking zouden hebben met onze bondgenoten, met onze buurlanden,
zouden wij moeilijker handeldrijven, zouden we moeilijker de grens over
kunnen gaan en zouden we het veel moeilijker vinden om onze boterham te
verdienen. In tegenstelling tot de suggestie die net werd gedaan kwamen
een aantal landen graag met militaire voertuigen binnen, maar waren het
de Duitse ziekenhuizen die Italiaanse en Nederlandse patiënten opvingen
tijdens de coronacrisis. Het idee om dat even te vergeten terwijl je
hier staat, omdat dat niet uitkomt, steekt mij zeer.
Daar zit overigens wel een kernprobleem van de Europese Unie. De
Europese Unie geeft meer hulp en zaken aan de Balkanlanden, een factor
10 meer, dan China en Rusland bij elkaar, maar ik moet wel zeggen dat
die andere twee het beter weten te verkopen. Zou de heer Rutte, de
minister-president, ook in het kader van het draagvlak onder de Europese
Unie en wat ze wel doet, eens goed willen kijken hoe we ervoor kunnen
zorgen dat daar geen scheve geopolitieke verhalen gaan ontstaan? Want
het is wel degelijk zaak om dingen samen aan te pakken. We spreken hier
elke twee weken over de coronacrisis. We kunnen hier lange verhalen
houden. Het ging niet perfect. Maar voor diegenen die even willen kijken
hoe de Europese landen op dit moment samen de coronacrisis te lijf gaan,
en dat graag willen vergelijken met hoe dat op dit moment in een aantal
Zuid-Amerikaanse landen of het land van Trump gaat: ik heb een voorkeur
voor de Europese samenwerking, en niet zo'n kleine. Want dankzij die
samenwerking, met alle moeizame stappen en alles wat erbij hoorde,
kunnen een groot aantal economieën nu een stukje opener worden dan ze
waren.
Die geopolitiek is overigens best belangrijk. Hoewel dat hier niet werd
genoemd door voorgaande sprekers, zal Europa meer zijn eigen broek
moeten ophouden. Het recente vertrek van grote hoeveelheden Amerikaanse
troepen uit Duitsland lijkt hier toch een heel klein beetje beleefd te
zijn als: het zal wel. Het zal wel níet. We zullen weten wat onze
positie in de wereld is en die is niet makkelijk. Maar als je meedoet in
zo'n Europese Unie, en dat doen we van harte, dan moet je wel goed
opletten of iedereen de regels nakomt. Wat dat betreft zitten er op dit
moment twee grote breuklijnen in de Unie.
De eerste breuklijn zit op het financiële vlak. Europese landen moeten
hun eigen financiën op orde houden. Dat klinkt helemaal niet gek, want
dat vragen we ook van gemeentes in Nederland. Het kan niet zo zijn dat
dit op lange termijn niet het geval is. In een uitzonderlijke situatie
zoals de coronacrisis help je elkaar, maar het is niet de bedoeling om
hier een permanente transfer te gaan opzetten van welke omvang dan ook.
Ik vraag de regering dan ook als eerste wat de stand van zaken is rond
de onderhandelingen over dat coronaherstelfonds. Nederland had als inzet
om dat met leningen te doen en om er eerlijke voorwaarden bij te maken.
Hoezo is Polen de derde ontvanger van gelden volgens de Commissie,
terwijl dat land op zich goed de coronacrisis aan het doorkomen is,
zowel in termen van volksgezondheid als in economische termen?
Waarschijnlijk zijn zij er volgend jaar al bovenop, maar andere landen
niet. Dat heeft niets met die schade te maken. Dat hebben we hier in het
vorige debat ook besproken. Ik zou daar graag een update van krijgen van
de regering.
De tweede breuklijn, voorzitter, is de rechtsstaat. Wat er op dit moment
in Polen gebeurt is ernstig. Het is zo ernstig dat een aantal rechters
in de rest van de Unie uitspraken van Poolse rechters niet langer
erkent. Dat is niet iets kleins, want als u een probleem in Polen heeft,
bijvoorbeeld als privépersoon omdat u een gemengd huwelijk heeft en een
echtscheiding wilt of als u een handelscontact in Polen hebt, dan moet u
erop kunnen vertrouwen dat de Poolse rechter daar een eerlijke uitspraak
over doet. Onze rechters zeggen op dit moment in Europa steeds vaker
"hmm, niet helemaal" vanwege de politieke invloed daar. Dat ondermijnt
het. Kan de regering garanderen dat het in het volgende MFK volstrekt
duidelijk is dat die rechtsstatelijkheid een voorwaarde is voor het
ontvangen van fondsen uit de Europese Unie? Ook daarvoor zijn landen
overigens zelf verantwoordelijk.
Een ander land dat daar problemen mee heeft — u kent mijn hobby,
voorzitter — is Malta. Malta heeft bijna drie jaar na de aanslag op
journaliste Daphne Caruana Galizia nog steeds het probleem dat een heel
aantal corruptieschandalen daar nog steeds niet opgelost wordt. De
attorney general zegt dat hij eigenlijk wacht op hulp uit Europa of dat
hij nog een bericht van de familie nodig heeft. Is Nederland bereid om
samen met een aantal andere landen aan te bieden dat er een joint
investigation team komt naar een aantal van die corruptiezaken, die ook
uitwaaieren, een daarvan zelfs naar Nederland, maar ook naar Italië en
Duitsland? Dan kunnen we effectief de problemen daar bestrijden. Geen
toezicht op banken in Malta betekent dat die bank zonder toezicht hier
een filiaal kan openen. De verkoop van paspoorten op Malta — daar hebben
we met z'n allen hier vragen over gesteld — leidt ertoe dat iemand hier
kan komen wonen. En er zijn nogal wat mensen komen wonen die een wat
groter strafblad in het buitenland hebben.
Voorzitter. Ik zou graag willen weten hoe het op dit moment met de
brexit staat. Bij de brexit hoort natuurlijk het probleem dat
Groot-Brittannië zijn best doet om een soort belastingparadijs te
worden. Hoe gaan wij daarmee om op dit moment? Ziet de regering nog
mogelijkheden om de harde brexit uit te stellen? Die heeft namelijk wel
degelijk grote schade voor niet alleen de Britse economie, maar ook voor
de Nederlandse.
Wat transparantie betreft betekent het initiatief van Renske Leijten en
mij dat er een conferentie komt bij de Venetië-Commissie daarover met
een aantal lidstaten. Het zou zeer wenselijk zijn als de Europese Raad
daar zelf aan deelneemt. Mijn verzoek aan de Nederlandse regering is of
zij ervoor wil pleiten dat de Europese Raad deelneemt aan die
conferentie. Het gaat namelijk over hoe ze communiceren naar nationale
staten. Ze zijn tot nu toe niet uitgenodigd omdat ze formeel geen lid
zijn van de Venetië-Commissie, maar zonder de Europese Unie kunnen we
toch niet praten over dat gebrek aan transparantie dat daar zit.
Voorzitter, nog twee kleine opmerkingen. Eén: kunt u nog iets doen voor
klokkenluidster Roelie Post? We hebben daar vorig jaar een Kamerbrede
motie over gehad. Twee: hoe staat het met de uitvoering van de
Kamerbrede motie over de mensen van Vredestein, die door een raar
besluit van de Commissie hun baan dreigen kwijt te raken?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. De heer Jetten heeft een vraag aan u.
De heer Jetten (D66):
In april heeft de heer Omtzigt een motie ingediend, die ook door de
Kamer is aangenomen, die het kabinet oproept geen nieuwe vormen van
schuldmutualisatie te accepteren. Nu zien we inmiddels de voorstellen
voor de Europese top van over een aantal weken, en daarin wordt wel
degelijk voorgesteld dat de Europese Commissie geld mag lenen en dat de
lidstaten daarvoor garant staan. Onder andere Het Financieele Dagblad en
The Economist, maar ook CDA-Europarlementariër Esther de Lange zeggen:
dat is eigenlijk een vorm van gezamenlijk schulden aangaan. Is de heer
Omtzigt dat met mij eens, en ziet hij ook dat de premier die ruimte moet
krijgen om in juli tot een akkoord te komen over dat noodzakelijke
coronaherstelfonds?
De heer Omtzigt (CDA):
Het interessante is dat wij hier een hele strakke lijn meegegeven hebben
aan de minister-president. En dat is: ga uit van zo veel mogelijk
leningen en niet zomaar van giften die je leent; en als je giften wilt
geven, dan financier je dat ook uit nationale bijdragen. Dat is de vraag
die wij daar neergelegd hebben. Overigens was dit volgens de president
van de Nederlandse centrale bank nou weer net geen mutualisatie van
schulden, maar ik zit niet te wachten — zeg ik in alle eerlijkheid — op
uitgaven nu die gefinancierd worden met bijdragen in een toekomstig MFK,
dus ik wil de regering dat ook buitengewoon op het hart drukken.
De heer Jetten (D66):
Dat is ook waarom we dit soort debatten voeren: zodat we het kabinet het
een en ander kunnen meegeven. Maar ik hoor hier nu, net zoals in het
vorige debat over 1% MFK en noodfonds, ook wel enige nuancering van de
heer Omtzigt: dat het kabinet ook de ruimte moet krijgen om tot een goed
Europees herstelfonds te komen, mits dit ook aan voorwaarden voldoet om
te blijven hervormen, en dat dan schuldmutualisatie en eventueel ook
giften in plaats van alleen maar leningen bespreekbaar zijn.
De heer Omtzigt (CDA):
Wij zitten daar niet op te wachten en wij waren daar ook vrij duidelijk
in. En als wij hier als Kamer constant blijven uitspreken dat wij het
niet eens zijn met de voorzichtige vier, of misschien wel de
"voorzichtige vijf" als Finland meedoet, om ervoor te zorgen dat landen
hun eigen broek ophouden, dan maken we het hier heel moeilijk voor onze
minister-president. Want ik vind zijn inzet lovenswaardig; lovenswaardig
om ervoor te zorgen dat die inzet er ook echt is. Het gekke is dat
niemand het hier raar vindt wanneer Zuid-Europese landen voor hun belang
opkomen, en iedereen het raar vindt als Noord-Europese dat doen. Die
andere landen, als ze dit debat zien, lachen zich werkelijk dood.
De heer Jetten (D66):
Laten we voor volgend jaar ook andere spelregels afspreken, zodat dit
een nog leuker debat wordt met de Europarlementariërs erbij.
De heer Omtzigt (CDA):
Zeker!
De heer Jetten (D66):
Maar als ik het dan zo mag samenvatten: wij hebben als Kamer onder
andere met die motie-Omtzigt eigenlijk een inspanningsverplichting aan
de premier meegegeven, en niet zozeer een resultaatsverplichting. Wij
kijken, als er eenmaal een deal ligt, of dat een verstandige deal is, in
het Europese belang maar ook in het Nederlandse belang.
De heer Omtzigt (CDA):
In ieder geval bekijk ik of het een verstandige deal is in het
Nederlandse belang en ook in het Europese belang. Ik draai dat even om,
zeker als het om Nederlands belastinggeld gaat. En ik vind het bijzonder
raar dat andere collega's hier dat anders doen. Ik heb al gezegd: er is
een verschil in opvatting over wat schuldmutualisatie is, want je staat
hier alleen maar garant voor je eigen portie. Dat is wat anders dan dat
je die oude eurobonds, waarvan toen zelfs Lex Hoogduin voor pleitte, zou
uitgeven — zie dat interview in het FD van vandaag. Dus dat is totaal
wat anders. Maar daarmee zeg ik nog niet dat ik erg gelukkig met deze
vorm ben, en dan druk ik mij nogal mild uit.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Dan is nu het woord aan mevrouw De Lange,
Europarlementariër voor het CDA.
Mevrouw De Lange (EP/CDA):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Aangezien het tegenwoordig
geaccepteerd is om inspiratie te halen uit leiders van andere politieke
families — ik denk natuurlijk aan de kandidaat-lijsttrekker van D66, die
haar waardering uitte voor Angela Merkel, bij mijn weten nog steeds een
christendemocraat in hart en nieren — en dit tegenwoordig dus kan, heb
ik me voor vandaag laten inspireren door een bekend sociaaldemocraat, en
een échte Europeaan: Tony Blair. In 2005 was het Verenigd Koninkrijk
voorzitter van de Europese Unie. En geconfronteerd met de vraag van
Nigel Farage, waarom er in hemelsnaam Europees geld naar de net
toegetreden nieuwe lidstaten ging, praatte hij er niet omheen, maar gaf
hij duidelijk aan wat de EU de Britten bracht: een verenigd continent en
economische ontwikkeling. En natuurlijk moesten er volgens Blair dingen
anders in de EU. Maar dan moest je wel een visie hebben. Niet "nee"
roepen vanaf de zijlijn, maar samen de schouders eronder zetten.
Voorzitter. Twee aspecten van deze speech van Tony Blair spreken me aan.
Allereerst is dat het vermogen om helder aan te geven waarom we in
Europa samenwerken. Vaak wordt die vraag, ook in Nederland, versmald tot
een economisch vraagstuk: de interne markt. Ook het stuk de Staat van de
Unie staat er weer bol van. Begrijpt u me niet verkeerd: voor een land
waarvan 70% van de export naar EU-landen gaat, is die markt uiteraard
van groot belang. Nederland profiteert er ook meer van dan andere
lidstaten. Maar is die EU dan slechts een markt, een pure
kosten-batenanalyse, puur een kwestie van netto-ontvangers en
nettobetalers? Voor mij is de EU ook een rechtsstaat. De heer Omtzigt is
daar al op ingegaan. Het is privacybescherming, het is rentmeesterschap
en het is wederkerigheid. De EU is de wijze waarop we met elkaar willen
omgaan op dit continent, en de wil om gemeenzaam op te trekken in de
wereld, omdat je samen sterker staat dan alleen.
Ten tweede wist Tony Blair waar hij heen wilde. Visie is namelijk niet
vies. Waar wil je dat Europa over tien jaar staat? Dáár moeten we het
over hebben. Het CDA wil een Europa dat zijn verantwoordelijkheid neemt
voor de volgende generaties. Die zadel je dus niet op met een onhoudbare
schuld. In de discussie over het economisch herstelpakket pleiten wij er
dan ook samen met onze EVP-collega's voor — dat doen wij als enige
fractie, wat ook weleens gezegd mag worden — dat indien de Commissie
schulden aangaat, er al in déze periode wordt begonnen met het aflossen
daarvan. De heer Omtzigt heeft al aangegeven dat dat nog een hele grote
"indien" is. En, meneer Jetten: dat zijn geen eurobonds. Dat weet u ook
verdomd goed; de Europese Commissie leent al jaren op de kapitaalmarkt,
dus het lijkt me niet zo zuiver om dat over één kam te scheren. Maar
onze inzet als EVP-fractie — en daar zijn we de enige in, in het
Europees Parlement — is dus: indien de Commissie die grote schuld
aangaat op de kapitaalmarkt, wordt er al in déze periode begonnen met
het aflossen daarvan. Dit om "uitstel is afstel", wat ik nog weleens
proef ik bij andere fracties, te voorkomen.
Het CDA wil, ten tweede, ook een Europa waarin we zorgdragen voor onze
omgeving en het klimaat. Wij staan dus achter het streven om van Europa
het eerste klimaatneutrale continent ter wereld te maken. Maar we
waarschuwen ook. Als de Green Deal betekent dat we voor ons duurzame
openbare vervoer ook in Nederland massaal Chinese elektrische bussen
aanschaffen, dan zal het niet werken. Dus moeten de Europese
aanbestedingsregels anders. We moeten staatsgesteunde bedrijven uit onze
tenders kunnen weren. Strategische belangen moeten zwaarder kunnen
meewegen in het mededingingsbeleid. Ik weet dat ik niks mag vragen, maar
ik ben heel benieuwd wat de premier en de minister van Buitenlandse
Zaken daarover te zeggen hebben. Er moeten ook afspraken mogelijk zijn
tussen boeren, inkopers en supermarkten, zodat hogere eisen aan onze
landbouw niet alleen een kostenpost zijn voor de boeren, maar ook een
kans, en een eerlijke prijs opleveren.
Tot slot wil het CDA een Unie de opkomt voor onze waarden in de wereld.
De tijd is te kort om alles te noemen. Maar het gaat bijvoorbeeld om de
bescherming van privacy en data op ónze manier, en niet die van de VS of
van China. Het gaat ook om ónze bijzondere verantwoordelijkheid jegens
Afrika.
Voorzitter. Vijftien jaar zijn een eeuwigheid. Vijftien jaar geleden
durfde Tony Blair, ook al was het niet altijd populair, het verhaal
áchter de markt, het waarom van de Europese Unie te onderstrepen en zijn
visie uiteen te zetten. Sinds hem heeft geen enkele Britse premier dat
meer aangedurfd. Laat dat een waarschuwing voor ons zijn. Die kant
moeten we hier niet op. We moeten weg van discussies die vooral gaan
over wat we níet willen en over de korte termijn. We moeten discussies
voeren over wat we wél willen en waar we heen moeten, het liefst met
idealen en als het kan ook nog met een beetje bevlogenheid. Ik zou tegen
de premier en de minister van Buitenlandse Zaken willen zeggen: probeert
u het eens.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw De Lange. Dan geef ik nu het woord aan de heer
Jetten namens D66.
De heer Jetten (D66):
Voorzitter. In de begindagen van mei 1948 waren de ogen van de wereld
gericht op Den Haag. Honderden Europeanen — politici, religieuze
leiders, schrijvers, kunstenaars, vakbondsleiders en werkgevers — vulden
de Ridderzaal tot de nok. Ze waren gekomen voor het driedaagse Congres
van Europa, een initiatief van de Europese Beweging van Winston
Churchill. Voor de generatie die zo veel verleden had te verstouwen, was
de noodzaak en de betekenis van de Europese integratie evident: nooit
meer oorlog! Generaties na hen hadden de luxe de Europese eenwording
anders te bezien. Voor de generatie van David Cameron en Mark Rutte
betekende Europa in de eerste plaats meer welvaart, handel en vrij
reizen, een economisch wonder. Europa werd voor hen een gegeven, een
boom waar je de vruchten van plukt zonder na te denken over het licht,
het water of het snoeiwerk dat noodzakelijk is voor groei en
bescherming. Mijn generatie erft een Europa dat bedreigd wordt door
nationaal populisten die konden groeien op de vruchtbare grond van die
nalatigheid. Mijn generatie zei in het Verenigd Koninkrijk in
meerderheid nee tegen brexit maar kreeg die toch. Zo bleek: wat niet op
waarde wordt geschat, kan verloren gaan. Voor de jongste generatie is
het vrije burgerschap van de Europese Unie net zo vanzelfsprekend als de
lucht die we inademen, maar de structuur en de instituties die onze
vrijheid bewaken houden geen stand als we ze voor lief nemen. Europa
moet vooruit of zal vallen.
Waar China en Rusland uitblinken in autocratie en Amerika vervalt in
stuurloos kapitalisme kan de Europese Unie de hoop zijn voor de toekomst
van de wereld. Europa kan een bastion worden van vrijheid en menselijke
waardigheid als we de betonrot in Polen, Hongarije en Malta met even
groot enthousiasme willen wegpoetsen als de schuldenberg in Italië.
Europa kan een toonbeeld zijn van democratie als we de angst voor echte
Europese democratie laten varen. Europa kan de wereld redden van een
dreigende klimaatramp als we onze economische macht gebruiken als
hefboom voor een groene revolutie. Het kan. Als wij het willen. Als de
lidstaten het willen. Als Nederland het wil. En daar ligt een probleem
want in Nederland is het parlementaire debat langzaam in zichzelf
gekeerd. In de Staat van de Unie schrijft het kabinet dat de EU bij
mensen een gevoel van verlies van regie kan oproepen. De oplossing
daarvoor is natuurlijk: de EU moet leveren. Dat klinkt goed maar het is
ook wat schizofreen, want de EU, dat is Nederland. Als de EU niet
levert, is dat meestal het resultaat van een lidstaat die op de rem
trapt. Alle mooie woorden in Zürich, Berlijn of Straatsburg ten spijt,
is dat steeds vaker Nederland zelf. Het is onze eigen
verantwoordelijkheid de Unie in staat te stellen te doen wat mensen
ervan vragen. Het is de taak van het kabinet om mensen mee te nemen in
overwegingen én compromissen. Dat is natuurlijk een verschrikkelijk
cliché en u vraagt zich misschien af of ik hier niks beter te vertellen
heb, maar ga maar na, het gebeurt al jaren niet meer. Het kabinet met
Wilders wilde geld terug. Daar werd niets van vernomen. Het kabinet met
Timmermans wilde regels terug. Daar werd niets van vernomen. Rutte wilde
geen cent meer naar de Grieken. Daar hebben we het nodige over gehoord.
Hoe zou het dan komen dat mensen daarna een gebrek aan regie
ervaren?
Voorzitter. We staan nu voor monumentale keuzes. Dat begint met een
gebrek aan politieke verantwoording. Dat wringt. Als we elkaar weer
willen verstaan, zullen we eerst weer naar elkaar moeten luisteren. In
de Ridderzaal, meer dan 70 jaar geleden, verliep dat uitstekend. De
aanstaande conferentie over de toekomst van Europa komt als geroepen.
Maar eerst moeten we onszelf de vraag durven stellen: welk Europa willen
wij? De VVD liet in aanloop naar dit debat bij monde van Malik Azmani
weten weg te willen van polarisatie en valse tegenstellingen. Het was
net ook een mooie bijdrage in dit debat. Ik ben het daar hartgrondig mee
eens. Daarom stel ik voor dat we in aanloop naar die conferentie een
nationaal gesprek organiseren, een burgerforum, waarin we
tegenstellingen overbruggen, met als uitkomst de Nederlandse inzet voor
die Europese conferentie. Ik vraag de premier om een reactie.
Voorzitter, tot slot. Voor het zover komt, mag het kabinet niet
stilzitten. Daarom heb ik nog een aantal vragen.
Ten eerste, de interne markt. Hoe herstellen en verdiepen we onze
interne markt zo snel mogelijk, ook op digitaal vlak, om sterker uit
deze crisis te komen?
Ten tweede, de strijd tegen de klimaatcrisis. Is de premier van mening
dat wat er nu ligt aan voorgestelde investeringen voldoende zal zijn om
de Green Deal uit te kunnen voeren?
Dan Europa als speler in de wereld. Is de premier bereid zich tijdens
het Duitse voorzitterschap samen met Angela Merkel hard te maken voor
het afschaffen van veto's in het buitenlandbeleid?
Tot slot, voorzitter. Door het sluiten van de Europese grenzen lopen
Nederlandse universiteiten zoals Maastricht en Wageningen tegen het
grote probleem aan dat buitenlandse studenten bij gebrek aan visa en
reismogelijkheden wegblijven van de Nederlandse universiteiten. Kan het
kabinet zich ervoor inzetten dat studenten van buiten de EU in het
komende collegejaar ook hier kunnen studeren?
Dank u wel.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Steeds vaker is het Nederland zelf die op de rem trapt, zei de heer
Jetten. Daar ben ik het mee eens. De vraag die ik aan hem zou willen
stellen, is: wat kunnen we de komende negen maanden nog verwachten van
D66? D66 is namelijk een partij waarin ik me als vertegenwoordiger van
GroenLinks vaak goed kan vinden als het gaat om Europa, maar ik word
elke keer een beetje teleurgesteld. Want dan vraagt de heer Jetten iets
en zegt de premier dat hij de voorstellen om het regeerakkoord open te
breken, afwacht. Dan vraag ik drie maanden later: is het regeerakkoord
al opengebroken? Dan blijkt er niks gebeurd te zijn. En dan zegt de heer
Jetten in een interview met het NRC: we moeten nodig het regeerakkoord
openbreken. Ik heb een heel concrete vraag. Wat kunnen we de komende
negen maanden verwachten van D66 waardoor Nederland niets steeds het
land is dat op de rem trapt?
De heer Jetten (D66):
Wij hebben dit debat twee weken geleden ook gevoerd. Daarin hebben de
heer Van Ojik en ik gewisseld dat we op een aantal dossiers wel degelijk
verbetering zien, bijvoorbeeld als het gaat om de klimaatambities en de
digitale ambities. Ons kabinet probeert daarin kopgroepen te vormen om
in Europa stappen verder te komen. De komende weken gaan we zien, denk
ik, dat we in Europa tot een akkoord komen over een Europees
herstelfonds. Dat past naar mijn verwachting niet honderd procent binnen
de afspraken die we vier jaar geleden tijdens de formatie hebben
gemaakt, maar op dat punt heb ik al eerder aan de premier meegegeven:
die ruimte krijgt u van mij, van D66, als dat in het Europese en het
Nederlandse belang is.
Tot slot zie ik in de komende maanden toch echt nog wel een kans bij het
Duitse voorzitterschap van de Europese Commissie. Duitsland heeft
aangegeven nu onder andere op migratie eindelijk doorbraken te willen
boeken. Dat is echt hoognodig, want het migratiedossier ligt al jaren
stil. Nederland is daarin een van de landen die amper aan tafel zit als
er wel creatief wordt nagedacht. Ik noem de Maltadeal van een tijd
geleden, waaraan Nederland gewoon niet meedeed. Er werd ook alleen maar
bot nee gezegd en er werd geen enkele poging gedaan om tot een
alternatief te komen. Mijn oproep aan het kabinet is: gebruik dat Duitse
voorzitterschap om mee te denken en ook op migratie tot doorbraken te
komen.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voor alle duidelijkheid hoop ik met de heer Jetten dat er op dat punt
van de migratiedeal die hij noemde, voortgang geboekt kan worden. Ik heb
een vraag. De heer Jetten maakt de analyse dat Nederland het land is
geworden dat te vaak op de rem trapt. Daar zijn we het over eens. Het is
niet zo dat de premier bang is dat hij van D66 de ruimte niet krijgt.
Dat kan ik wel verklappen aan de heer Jetten. De premier denkt dat hij
van anderen hier de ruimte niet krijgt. Die krijgt hij ook niet. Ik heb
goed geluisterd naar wat anderen hier zeiden. De vraag is — ik realiseer
me heel goed dat die vraag makkelijker gesteld dan beantwoord is — hoe
de heer Jetten de impasse van de opstelling van Nederland, dat nog
steeds met zijn voet op de rem zit, de komende maanden gaat helpen
doorbreken.
De heer Jetten (D66):
Door samen met de heer Van Ojik, en gelukkig ook regelmatig met de
collega's van de Partij van de Arbeid, in al deze debatten hiervoor
aandacht te vragen. We hebben te maken met een grote meerderheid in deze
Kamer die elke keer onmogelijke moties aanneemt en daarmee het kabinet
klemzet. Als Europawoordvoerder en als fractievoorzitter van D66 zie ik
het als mijn taak om elke keer op de andere kant van de medaille te
wijzen, in de hoop en overtuiging dat we er uiteindelijk beweging in
kunnen krijgen.
De heer Anne Mulder (VVD):
Misschien nog even als vervolg op de vraag van de heer Van Ojik. De heer
Jetten heeft gezegd dat hij het regeerakkoord zou openbreken. Ik moet
zeggen dat ik hem nog niet met een voorstel heb gezien. Ik weet niet
wanneer hij daarmee komt. Maar dat is mijn vraag niet.
De voorzitter:
O.
De heer Anne Mulder (VVD):
De heer Jetten houdt zo'n hallelujaverhaal over de Europese Unie, maar
heeft de Europese Unie nou ook niet nadelen? Neem bijvoorbeeld
arbeidsmigratie. Je ziet dat heel veel mensen uit Oost-Europese landen
naar Nederland komen. Daar loopt het leeg; mensen komen naar Nederland.
Je ziet het karakter van wijken veranderen. Je ziet slechte
arbeidsomstandigheden. Zou daar nou niet iets aan moeten gebeuren, zoals
deze Kamer wil en waarover zij ook voorlichting heeft gevraagd aan de
Raad van State? Waarom kijkt de heer Jetten daarvan weg?
De heer Jetten (D66):
Dat doe ik helemaal niet. Sterker nog, ik heb zelf vorig jaar
voorstellen gedaan om juist op dit punt door te pakken. Die Europese
arbeidsmigratie hebben we nodig; het is een van de grote verworvenheden
van de Europese eenwording. Maar er zit wel degelijk een schaduwkant
aan. Kijk naar de erbarmelijke staat van huisvesting van heel veel
arbeidsmigranten in Nederland. Kijk naar de problemen die zich op dit
moment in slachthuizen voordoen. Die zijn er omdat werkgevers en
uitzendbureaus hun verantwoordelijkheid niet nemen en we daar met onze
eigen inspectiediensten te weinig op toezien. Dit zijn onderwerpen waar
we als Europa op moeten leveren, om te laten zien dat iedereen kan
meekomen. Het verschil tussen u, meneer Mulder, en mij is dat u net in
uw eigen bijdrage alleen maar met de vinger wees naar Brussel en
allemaal andere mensen die blijkbaar hun werk niet goed doen. Ik zeg:
"Dat is één deel van het verhaal. De andere kant is dat Europa ook
wijzelf zijn. De Nederlandse regering zit in Brussel aan tafel als er
over dit soort belangrijke onderwerpen wordt gesproken. Als je daar een
doorbraak in wil, kun je niet alleen maar met de vinger naar de Europese
Commissie wijzen, maar moet je ook aan het kabinet vragen welke inzet
het heeft getoond om tot verbetering te komen."
De heer Anne Mulder (VVD):
Je kan als een struisvogel de kop in de grond steken, zoals D66 doet. Je
ziet het aan de brexit: de Britten wilden mede vanwege arbeidsmigratie
uit de Unie. Die arbeidsmigratie is misschien te veel doorgeschoten. De
Kamer ziet dat ook en vraagt aan de Raad van State een advies daarover:
hoe krijgen we meer grip op arbeidsmigratie? En wat doet D66-"halleluja,
EU"? Tegen die motie stemmen. Dan ontken je toch de problemen van de
Europese Unie. Dan dender je maar door. Is het dan gek dat heel veel
Nederlanders afhaken bij het verhaal van D66?
De heer Jetten (D66):
Nee, Nederlanders haken af — dat deden de Britten in Groot-Brittannië
ook — als ze jaar in, jaar uit alleen maar euroscepsis horen in het
parlement, als ze alleen maar euroscepsis horen van regeringsleiders die
het niet aandurven om aan draagvlak te bouwen. Dat is mijn oproep hier
vandaag. Dat sluit aan bij het idee — wat dat betreft ben ik meer van de
lijn-Azmani dan de lijn-Mulder als het om de VVD gaat — dat je
polarisatie tegengaat door het hele verhaal te vertellen. Dat is wat we
in deze Europese debatten meer zouden moeten doen.
Mevrouw Leijten (SP):
Het verbaast mij altijd zo dat mensen die pro-Europees zijn en het over
eenwording hebben — dat is volgens mij niet iets wat we hebben
afgesproken — kritische geluiden, als die er zijn, wegzetten als
"populisme" of "anti-EU-sentiment". Zou het juist niet heel goed zijn om
beter naar die kritische geluiden te luisteren en zaken die niet goed
gaan op te lossen, om op die manier het draagvlak voor Europese
samenwerking te vergroten?
De heer Jetten (D66):
Kritische geluiden zijn natuurlijk altijd goed. Je wilt namelijk dat de
Europese Commissie haar werk goed doet, dat het Europees Parlement goed
in stelling wordt gebracht en dat onze regeringsleiders uiteindelijk tot
goede afspraken komen. Kritiek is dus goed. Maar mijn oproep is: laten
we wel het hele verhaal met elkaar blijven vertellen en niet alleen maar
vervallen in stereotypes over Zuid-Europese landen, terwijl zij zich
boos zitten te maken over onze belastingconstructies waardoor Italiaanse
bedrijven in Nederland zitten en niet in Italië. Dus dat is mijn oproep.
Dat is ook de reden waarom ik dat burgerforum voorstel. Ik denk dat
iedereen die thuis zit mee te kijken — ik hoop dat het veel mensen zijn
— het verloop van dit debat van tevoren wel zo'n beetje uit had kunnen
tekenen. Dat brengt ons dus geen stap verder in de manier waarop we naar
de toekomst van de Europese samenwerking kijken. Mijn hoop is dat we,
als we een burgerforum organiseren met een goede afspiegeling van de
Nederlandse samenleving en goede begeleiding erbij, bijvoorbeeld 100
Nederlanders lange tijd met elkaar het gesprek kunnen laten voeren over
hoe de toekomst van Europa eruit moet zien en welke taken en
bevoegdheden we daar wel of misschien juist niet willen beleggen. Op die
manier kunnen we misschien uit de valse tegenstellingen komen die we in
dit soort debatten vaak naar elkaars hoofd slingeren.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik vroeg iets anders en daar ga ik ook graag op door. Ik vroeg
bijvoorbeeld: als iets niet goed gaat, moet je iemand daar toch op
kunnen wijzen en moet je daar toch kritiek op kunnen hebben? U vindt dat
we niet moeten afgeven op de zuidelijke landen; daar ben ik het mee
eens, heel erg. U vindt dat we iets moeten doen aan
belastingconstructies; daar ben ik het mee eens, want daar doen we veel
te weinig aan. Maar we zien ook dat er nu bijvoorbeeld geld in de
economie wordt gepompt door de ECB, miljarden. Er is uitgezocht dat die
miljarden niet in onze samenleving terechtkomen, maar direct worden
doorgegeven aan de aandeelhouders voor dividenduitkeringen. Nou doe ik
gewoon de oproep aan de Nederlandse regering om naar de ECB te gaan en
daar aan te geven: dat vinden we niet zo leuk; we hebben een Tweede
Kamer en die wijst ons daarop. En weet je wat mij dan zo tegenvalt? Dat
D66 dan tegenstemt.
De heer Jetten (D66):
Bij die specifieke motie was dat heel simpel omdat wij de
onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank respecteren. Maar de
analyse van mevrouw Leijten is wel terecht: er worden heel veel
miljarden in de economie gepompt door de Europese Centrale Bank en die
komen vaak op verkeerde plekken terecht. Maar de vraag is: waarom moet
de Europese Centrale Bank zo veel miljarden in de economie pompen?
Simpelweg omdat we er in Brussel niet in slagen om politiek en
bestuurlijk op te treden op de momenten dat het nodig is. We mogen blij
zijn dat de Europese Centrale Bank dit doet en voorkomt dat rentes op
staatsleningen oplopen en dat andere landen daarmee in heel zwaar weer
komen. Het is dus een oplossing die ik liever niet zou zien, omdat we de
Europese Commissie en de Europese regeringsleiders in staat stellen om
zelf politiek daadkrachtig op te treden in zo'n economische crisis, maar
de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we de Europese Centrale Bank nu wel
nodig hebben, omdat we dat met z'n allen in Brussel nog onvoldoende
doen.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
Dit is echt een cirkelredenering van D66: we spreken ons niet uit voor
die motie, want we mogen niet iets politieks vinden van de ECB omdat die
onafhankelijk is, maar het is wel heel fijn dat de ECB politiek optreedt
omdat de regeringsleiders iets niet doen. Precies dit is de klem. De
hele discussie over de euro zullen we morgen voeren, want dan hebben we
weer een debat over de Ecofin. Maar op het moment dat je zo'n lofzang
houdt op de Europese eenwording, iets wat volgens mij niet is
afgesproken, vind ik het echt heel jammer dat je wegkijkt van terechte
kritiek. Volgens mij kun je daarmee een stap verder gaan zetten.
De heer Bisschop (SGP):
Ik hoor collega Jetten een gloedvol betoog houden voor een burgerforum.
Honderden Nederlanders zouden gedurende een langere periode met elkaar
in gesprek moeten. Ik herinner me dat de Europese Commissie — ik meen
twee jaar geleden — met een paper kwam, een soort whitepaper, waarin
vijf scenario's voor de toekomst van Europa werden geschetst. Sindsdien
is het oorverdovend stil geworden. Waarom zou een burgerforum wél tot
resultaat kunnen leiden, terwijl men nog niet eens tot een basale
fundamentele discussie komt over de verschillende denkrichtingen over de
toekomst van Europa? Een gemiste kans, toch?
De heer Jetten (D66):
Ja, misschien is het een gemiste kans dat dat twee jaar geleden niet is
gelukt. In de conferentie over de toekomst van Europa wordt ook gevraagd
aan nationale parlementen om in eigen land de dialoog op te starten en
om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk mensen input kunnen leveren bij
de vraag: wat willen we dan met de toekomst van Europa? Mijn vrees is
dat als we daar niet het een en ander voor organiseren, het oorverdovend
stil blijft omdat het misschien te veelomvattend of te abstract blijft.
Het mooie zou zijn — hoop ik — als je met zo'n burgerforum, met een
aantal mensen die er voor langere tijd voor worden uitgenodigd, echt de
rust en de ruimte hebt om er met elkaar over te praten en om de vraag te
stellen welke dingen de Europese Unie voor ons zou moeten oplossen, van
welke onderwerpen men misschien wil dat de nationale overheid ze zelf
blijft doen en hoe Europa de thema's die je wel Europees wilt, ook op
een effectieve manier kan doen.
De heer Bisschop (SGP):
De Commissie-Juncker heeft een start gemaakt of heeft althans
aangekondigd hier een brede discussie over te gaan voeren. Daar is dus
helemaal niets van terechtgekomen. Waarom zou de nieuwe Europese
Commissie — nou ja, "nieuw", zij is inmiddels ook al enige maanden oud —
wél slagen? Waarom zou zij de oude draad niet oppakken? Want er liggen
ideeën. Tekent dit nou niet precies datgene wat het wantrouwen tegen de
EU keer op keer voedt? Omdat ze niet op een zorgvuldige manier zaken
afhechten en dan wel zogenaamd … Voor velen is dat een suikerdot
voorhouden en zeggen: kijk, als je daar nou aan sabbelt, dan mag je toch
meedoen. Datgene wat aangekondigd was, werd blijkbaar te bedreigend
gevonden of wat dan ook, want er kwam iets op gang en dat wordt niet
doorgezet. Is dit niet een van de kernpunten van de kritiek op de EU?
Deelt collega Jetten die kritiek ook?
De heer Jetten (D66):
Als de heer Bisschop zegt dat er regelmatig op onderwerpen een begin
wordt gemaakt maar er uiteindelijk niet wordt geleverd, en dat dat tot
teleurstellingen leidt: ja, zeker. Ik zou dan zelf onder andere het
migratiebeleid als voorbeeld willen noemen. We hebben al jarenlang
verschrikkelijke, mensonterende toestanden aan de grens, maar we slagen
er met elkaar in Europa niet in om dat goed op te lossen. Dan begrijp ik
dat mensen daar teleurgesteld over zijn.
Dan over het plan-Juncker van destijds en mijn voorstel nu voor een
burgerforum. Ik denk dat wij als nationaal parlement beter in staat zijn
om zo'n dialoog in Nederland te organiseren dan de Commissie in Brussel
dat is. Daarom vind ik het ook verstandig dat bij de instelling van de
conferentie over de toekomst van Europa, aan nationale parlementen wordt
gevraagd om na te denken over hoe ze in hun eigen lidstaat de dialoog
willen faciliteren.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ik hoor de collega van D66 hier praten over het oprichten van een
burgerforum, maar ik word daar wel een beetje kriegelig van. Het was
namelijk D66 dat het referendum in Nederland de nek heeft omgedraaid.
Toen de burgers zeiden "dit willen wij niet met de Europese Unie, wij
willen geen Europese grondwet", was het D66 dat dat toch heeft
toegestaan en er niet van terug is gekomen. We hebben het gezien met de
EU-grondwet en met het associatieverdrag met Oekraïne. We zien het nu
weer bij de brexit, die wordt afgedaan als ware het het resultaat van
euroscepsis. De brexit is niet het resultaat van euroscepsis, maar van
uw onvermogen en onwil om te luisteren naar de stem van het volk en te
doen wat de burgers u opdragen. Ik vind het dus een beetje hypocriet van
de collega van D66 om hier te komen prediken over een burgerforum,
terwijl ze de mening van de burger met voeten treden, iedere keer
weer.
De heer Jetten (D66):
Als de PVV niet bang is voor wat er in zo'n burgerforum wordt besproken,
zou ik zeggen: laten we het dan samen organiseren.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dat is een te makkelijk antwoord. Laat de collega gewoon eens reageren
op wat D66 de afgelopen jaren heeft gedaan als het gaat om democratie en
burgerinspraak. Het gaat mij niet om een nieuw op te richten
burgerforum.
De heer Jetten (D66):
Nee, maar dan hebben we even samen vastgesteld dat het wel interessant
kan zijn om die meningen op die manier op te halen. En ja, bij de
intrekking van het referendum heb ik gezegd: een raadgevend referendum
is niet de vorm om mensen op een goede manier te laten meepraten. Dat
doe je met een correctief bindend referendum, waarvan de uitspraak
vaststaat. Je moet niet alleen aan het eind van het proces kijken hoe je
mensen bij politieke besluitvorming kunt betrekken, maar juist ook aan
het begin. Ga met mensen het gesprek aan over wat zij belangrijk vinden.
We hebben met die conferentie over de toekomst van Europa de kans om dat
tijdig en in alle rust te doen en om daarmee los te komen van de
polarisatie die we al zo lang in dat Europese debat in Nederland
zien.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ik weet niet of er veel mensen zijn die dit verhaal accepteren. Ik
geloof het in elk geval niet. Ik denk dat de collega van D66 zich achter
de oren moet krabben als hij weer met voorstellen voor burgerinspraak
komt, terwijl hij er verantwoordelijk voor is dat die Europese Unie
steeds meer gehaat wordt door normale mensen. Iedere keer als burgers
kritiek hebben, als burgers zeggen "dit willen we niet; tot hier en niet
verder", dan geeft u die meneer daar het fiat om ons land in de
uitverkoop te doen. Ik zou daar even goed over nadenken voordat u weer
met op het oog sympathieke voorstellen komt.
De heer Jetten (D66):
Die scepsis wordt gevoed door dit soort grote woorden te gebruiken over
de premier. Je zou met elkaar kunnen uitleggen dat wij samen Europa
zijn. Het is in het Nederlands belang om compromissen te sluiten en een
stap vooruit te komen en onze welvaart en vrijheid te blijven
verdedigen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jetten. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw In 't
Veld, Europarlementariër van D66.
Mevrouw In 't Veld (EP/D66):
Mevrouw de voorzitter, leden van de Tweede Kamer, minister-president,
minister. De Staat van de Unie is anders dan we ons zes maanden geleden
hadden voorgesteld. Europa moet gaan herstellen van de grote klap. Dat
wordt niet gemakkelijk, maar samen kunnen we het. De Europese Commissie
en het Europees Parlement hebben een agenda met hervormingen voorgelegd.
Er is veel aandacht voor de ambities die het kabinet ook formuleert in
de Staat van de Unie. Helaas ligt datzelfde kabinet vervolgens dwars bij
het Europese herstelplan en brengt het alles terug tot twee cijfers
achter de komma.
Nederland, ooit Europese founding father, nu aanvoerder van de vrekkige
vier, ingegeven door kortstondig politiek gewin. Ook hier hoor ik weer
een hoop — laat ik het beleefd noemen — misverstanden over Europa
debiteren. Collega's, het is spelen met vuur. Op den duur gaan
Nederlanders geloven die karikaturen en leugens de waarheid zijn. Zo
wordt een klein vuurtje snel een uitslaande brand die niet meer geblust
kan worden. Net als het brexitongeluk ligt dan ook een nexident op de
loer.
Ik wil het kabinet ook oproepen om die andere crisis in Europa te
adresseren: de minder tastbare crisis van de afbrokkelende Europese
belofte, de belofte van recht, democratie en gelijkwaardigheid. Te veel
mensen in Europa ervaren die waarden niet in de praktijk. Zo gaven velen
de afgelopen weken de luide boodschap af dat racisme ook een Europees
probleem is, een probleem van ons allemaal. Dan moet ook het antwoord
Europees zijn.
Er woedt ook een rechtsstaatscrisis in Europa. In Polen en Hongarije
worden zogenaamde communistische rechters vervangen door vertrouwelingen
van het regime, wordt de linkse liberalen media de mond gesnoerd en
worden wetenschappers het land uit gepest. Voor sommigen zal het als een
bekende agenda klinken. Er worden homovrije zones ingesteld.
Vrouwenrechten worden honderd jaar teruggedraaid. Maar zo ferm als het
kabinet zich publiekelijk uitspreekt over begrotingszondaars, zo
voorzichtig en diplomatiek is het over de afbraak van de rechtsstaat.
Maar autocraten gaan niet weg door stille diplomatie. In plaats van
onbuigzaamheid op het Europese herstelplan zou ik liever onbuigzaamheid
zien op de Europese waarden, luid en niet gefluisterd.
Pal staan voor onze waarden moet het kabinet ook op het terrein van
migratie. Er zijn mensonterende toestanden in Griekse
vluchtelingenkampen en aan de Hongaarse grens. Vluchtelingen worden
terugverscheept naar de hel in Libië. Kaalgeschoren en naakt worden ze
vanuit Kroatië terug de grens over gestuurd. Het welvarendste continent
ter wereld is een dodelijk fort Europa geworden. En een van de
welvarendste landen van die Europese Unie weigert om kinderen op te
nemen uit de Griekse kampen. Nederland wil dan ineens wel de beurs
trekken voor opvang ter plaatse, maar verantwoordelijkheid laat zich
niet afkopen. En dat terwijl talloze Nederlandse gemeenten klaarstaan om
kinderen op te vangen. Nederland kan beter dan dit. Europa kan beter dan
dit. En deze crisis biedt ons een unieke kans samen een grote sprong
vooruit te maken een betere toekomst in, een toekomst gebouwd op
duurzaamheid, rechtvaardigheid, zorgzaamheid en solidariteit.
Maar een grote sprong maken vergt moed en leiderschap. Bondskanselier
Merkel vertelt het eerlijke verhaal en creëert draagvlak en daarmee doet
ze het nog goed in de peilingen ook. Zij creëert draagvlak ook voor
moeilijke stappen. Premier Rutte, u nam de Nederlanders mee in de
coronamaatregelen. U was eerlijk over de twijfels en de onzekerheden en
over de noodzaak van pijnlijke maatregelen. Vertel nu ook het eerlijke
verhaal over Europa. Nederlanders zijn nuchter en pragmatisch genoeg om
te weten dat Europa geven en nemen is, maar uiteindelijk in ons aller
belang.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw In 't Veld. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van
Ojik van GroenLinks.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Europa moet een speler zijn en niet het
speelveld. Dat zei de minister-president enkele weken geleden in het
debat dat we toen hadden ter voorbereiding van de Europese top. Hij
schaart zich daarmee in het koor van Europese leiders die op zoek zijn
naar een nieuwe rol voor de Europese Unie op het wereldtoneel. Waarom is
dat nodig? We kennen de lijstjes inmiddels. De VS trekken zich terug als
leider van de vrije wereld. Wat is ons antwoord? Hopen we op betere
tijden? Doen we er een schepje bovenop? Proberen we de VS over te halen?
Hebben we wel een antwoord?
China word steeds assertiever, schendt op grote schaal de mensenrechten
en wint aan invloed, elders in Azië maar ook in Europa. Ook in Nederland
ontdekten we met enige gêne dat bestrijding van de covidpandemie zonder
Chinese mondkapjes een stuk ingewikkelder zou zijn geweest. Welke
conclusie trekken we hieruit? Er was, dacht ik, vorige week ook een
EU/China-top. Wat leverde dat op, zo vraag ik aan de minister van
Buitenlandse Zaken of de premier. Wat leverde dat op en hoe gaan we
verder? Het zijn geen gemakkelijke vragen, maar toch hoor ik graag van
de minister-president hoe hij aankijkt tegen de rol van de Unie op dit
zo turbulente wereldtoneel.
In een recente studie van het Haags Centrum voor Strategische Studies
concludeert Rob de Wijk en ik citeer "dat een beleidsombuiging zonder
precedent noodzakelijk is". Nederland staat voor de keuze om in te
zetten op verdere verdieping van de EU of toestaan dat deze verwatert,
waardoor er geen antwoord kan worden gegeven op de uitdagingen die de
crisis veroorzaakt. Hoe ziet het kabinet dit? Hoe zou die verdieping
eruit moeten zien? Het lijkt wel alsof het kabinet in een spagaat zit.
Enerzijds het risico erkennen dat we steeds meer een speelveld zijn en
niet een speler, maar anderzijds een schijnbaar gebrek aan urgentie. Een
boek meenemen naar een Europese top waar over het geld wordt
onderhandeld. Of, ook weer na de laatste top, de minister-president die
zei — als hij goed werd geciteerd — "nou, we hebben nog wel even".
Terwijl zo ongeveer al zijn collega's probeerden de urgentie van het
snel komen tot een akkoord te benadrukken. Misschien kan de
minister-president daar eens op ingaan.
Voorzitter. Boven op de wereldwijde teruggang in de stand van de
democratie kwam de coronacrisis. Dit was voor veel politieke leiders
aanleiding om extreme maatregelen door te voeren: het uitroepen van de
noodtoestand met bijbehorende noodwetten, het nog verder beperken van
vrijheden, protestbewegingen en het werk van journalisten. Morgen komt
een motie daarover in stemming, die ik vorige week bij het debat over de
Mensenrechtennota heb ingediend. Ik hoop dat het kabinet zich ervoor wil
gaan inzetten om die maatregelen zo snel als de gezondheidssituatie het
toelaat, weer terug te draaien. Maar veel van die bedreigingen zijn ook
permanent. Anderen hebben daar ook al over gesproken.
Het Duitse voorzitterschap geeft hopelijk perspectief om dit de komende
maanden weer prominent op de EU-agenda te zetten. Ik denk daarbij
bijvoorbeeld aan een nieuwe impuls voor de artikel 7-procedure tegen
Hongarije. Zou Nederland zich daar sterk voor willen maken? Europese
steun voor het maatschappelijk middenveld in Hongarije en Polen, maar
ook elders in de Europese Unie. Als het kan via het MFK, waar nu toch
weer opnieuw bezuinigingen dreigen of waar het terugschroeven dreigt
voor het daarvoor beschikbare budget. Kan de minister zich ervoor
inzetten dat dit niet gaat gebeuren? Maar we kunnen ook denken aan het
doorzetten van voorwaarden aan de ontvangst van de EU-subsidies, het MFK
natuurlijk, maar je zou ook aan het herstelfonds zelf kunnen denken. Zou
het kabinet daarop willen reageren?
Voorzitter. Ik wilde heel graag ook ingaan op de situatie van de
vluchtelingen in Europa, maar zowel de heer Jetten als mevrouw In 't
Veld heeft dat eigenlijk al uitgebreid gedaan. De praktijk van het
Europees vluchtelingenbeleid is schokkend en ik hoef aan de voorbeelden
die zojuist door mevrouw In 't Veld zijn gegeven, niets toe te voegen.
Waarom is Nederland hier zo stil over? Hoort een humane opvang van
kwetsbare vluchtelingen niet het basiskenmerk te zijn van de
waardengemeenschap die we met de EU ook willen zijn? Wil Nederland zich,
beter laat dan nooit, aansluiten bij die groep van landen die niet
alleen maar de verantwoordelijkheid afschuiven, maar die daadwerkelijk
zelf iets doen?
Daar laat ik het bij.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Eickhout, lid van het
Europees Parlement voor GroenLinks.
De heer Eickhout (EP/GroenLinks):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter, en dank u wel aan de geachte
Kamerleden, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister-president.
Terecht erkent het kabinet in de Staat van de Unie dat een sterke EU als
relevante speler in de wereld direct samenhangt met de Nederlandse
belangen en waarden. Vele kwesties moeten ook Europees met urgentie
worden aangepakt. Klimaatverandering, migratiebeleid en aanpak van
belastingontwijking: vele thema's die eigenlijk geen uitstel kunnen
verdragen. Maar de COVID-19-crisis staat nog aan het begin. Economische
en sociale gevolgen kunnen het handelingsbekwame Europa bedreigen. Het
is daarom, denk ik, ook wel heel goed om te proberen te gaan leren van
de crisis van tien jaar geleden.
Laten we teruggaan naar de crisis van tien jaar geleden, de eurocrisis.
Vele EU-toppen, een tergend langzaam proces, dat alleen maar meer
onzekerheid gaf aan de financiële markten en de crisis verder verdiepte.
Alle politieke energie raakte verloren in allerlei reddingspakketten die
in paniek in elkaar gezet moesten worden. Uiteindelijk was het de ECB,
we hebben het hier al eerder gehoord, die de euro redde met inderdaad
nogal onconventioneel monetair beleid. Daar kunnen terecht vragen over
gesteld worden, maar stiekem waren heel veel politici dolblij dat de ECB
er stond.
Deze eurocrisis heeft diepe wonden geslagen in Europa. De kloof tussen
Noord en Zuid is nog groter geworden en de bezuinigingsagenda die door
Europa trok, heeft de crisis onnodig diep en lang gemaakt. Vergelijk dat
bijvoorbeeld met de Verenigde Staten van Obama, tien jaar geleden. Hij
investeerde wél in de economie en rolde wél een investeringsagenda uit.
De VS zijn dus ook veel sneller uit die crisis gekomen.
Grote vraag is of de juiste lessen zijn getrokken uit de eurocrisis van
tien jaar geleden. De Commissie lijkt lessen getrokken te hebben.
Duitsland, ja, collega Esther de Lange onder leiding van mevrouw Merkel
lijkt de juiste lessen te trekken. Maar nu is de grote vraag of
Nederland de juiste lessen trekt. De Europese klap van de
COVID-19-crisis dreunt nog hard na, juist ook in de landen die in de
eurocrisis extra getroffen werden, zoals Italië en Spanje. Als we dan
kijken naar staatssteun die nu uitgerold wordt door Europa, zien we een
nog grotere scheefheid in de oplossingen. Van de 2.000 miljard euro komt
de helft door Duitsland, waardoor er een nog grotere kloof tussen Noord
en Zuid ontstaat. Er is dus een Europees reddingspakket nodig.
Maar de grote vraag is of het Nederlandse standpunt dat wil inzien. Ik
vat dat standpunt samen als minder geld, alleen leningen,
macro-economische voorwaarden. Dat klinkt weer als die
bezuinigingsagenda: geen haast. Maar willen we wel die financiële
markten weer op een crisis laten gokken? Willen we weer de ECB het werk
laten doen? Willen we weer de kloof tussen arm en rijk laten groeien?
Willen we weer nationale schulden laten groeien? Dat is de grote vraag.
Laten we daarom erkennen dat een Europees herstelfonds nodig is om
armoede te voorkomen en daaraan werken. Laten we erkennen dat giften
nodig zijn om verdere staatsschulden te voorkomen. Zonder voorwaarden?
Nee. Natuurlijk moeten er voorwaarden zijn, Er moet geïnvesteerd worden
in een nieuwe economie. Daarom ben ik ook heel blij met de aangenomen
motie van de heer Van Ojik, dat er geen geld van dat herstelpakket naar
fossiel mag gaan. Het herstel moet namelijk een duurzaam herstel zijn,
met inachtneming van de rechtsstaat.
Nu een informatieve vraag aan het kabinet. Charles Michel zal een ronde
doen en zal u ook bellen, zeg ik via de voorzitter. Het Nederlandse
kabinet zal om twee prioriteiten worden gevraagd. Maar de grote vraag
is: zal een van die twee prioriteiten van Nederland zijn dat de
investeringen naar een toekomstige groene economie moeten? Of zijn het
alleen maar twee prioriteiten van minder geld?
Die hervormingen zijn nodig, maar daarvoor zullen we ook het semester
moeten aanpassen. Want het hoe is geen democratisch proces. Wil dit
kabinet puur informatief ook ervoor zorgen dat het proces van het
semester met aanbevelingen voor landen ook democratischer wordt?
De laatste informatieve vraag. In de aanbevelingen voor het semester
voor Nederland zegt de Europese Commissie keer op keer: Nederland moet
zijn belastingconstructies aanpakken. Is Nederland van plan om niet
alleen andere landen erop te wijzen dat ze de aanbevelingen moeten
uitvoeren maar ook zelf aanbevelingen zoals het aanpakken van onze
belastingconstructies uit te voeren?
Tot zover mijn informatieve vragen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Eickhout. Dan is nu het woord aan mevrouw Leijten
namens de SP.
Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Of het nou een bankencrisis is of de uitbraak van corona, de
noodzaak tot een green deal, de geopolitieke situatie of de brexit: als
je pro-Europa bent, pro-eenwording, is altijd alles een reden om de
Europese samenwerking nog meer te verdiepen. Altijd. Altijd hetzelfde
bandje wat aanstaat. En dan denk ik: tja. Tegelijkertijd krijgen wij het
verwijt dat we altijd een kritische noot kraken. Komen we op deze manier
nou wel verder in het debat?
We dachten dus: we gaan als Kamer gewoon eens onderzoek doen naar die
rol van de Europese Commissie. Het is een groot machtscentrum en er gaat
veel geld doorheen van lidstaten naar andere lidstaten. Wat is die
positie nou precies ten opzichte bijvoorbeeld van lidstaten? Ja, die
positie is erg sterk. Wij zijn nog een democratisch opgebouwd land met
sterke instituten. Maar landen waar dat verder weg is, landen die nog
niet zo lang een democratie zijn, kunnen helemaal niet op tegen die
macht. Dat perspectief zou je gewoon moeten erkennen. Willen we met
elkaar landen worden die allemaal de kans hebben om hun democratie en
hun maatschappelijk middenveld op te bouwen, dan doe je dat niet door
een opgelegde interne markt die van alles afdwingt waarvan je zou
zeggen: dat is niet belangrijk voor de mensen en de inwoners, dat is
alleen maar een kruiwagen voor het bedrijfsleven. Ik vind het heel
jammer dat de regering daar niet op in is gegaan. Ik sluit me aan bij de
heer Mulder dat we dat wel scherp moeten krijgen, want het is een macht
die we niet goed kunnen controleren, net zoals we het geld niet goed
kunnen controleren. Iedere dag, iedere week — laat ik er iedere week van
maken — komt er wel een bericht naar buiten dat er met Europese fondsen,
met Europees geld al dan niet corruptie is dan wel al dan niet zaken
zijn die niet goed zijn. Dat is natuurlijk desastreus voor het
draagvlak, helemaal op het moment dat je kritisch bent op nieuw geld, op
een al dan niet nodig herstelfonds en gewoon vraagt: nou, wijs eens aan
waar dat nodig is. Dan word je meteen weggezet als "zuinig" en "je staat
op de rem". In dit geval steunt de SP de lijn van de regering. Alleen
hebben wij gezegd dat we giften zeker niet uitsluiten voor de zuidelijke
landen.
Voorzitter. Waar ik me erg veel zorgen over maak in de Staat van de
Europese Unie, is de macht van het grote bedrijfsleven, de lobby. Daar
hebben we het heel vaak over: het grote bedrijfsleven dat via de
miljardeninjectie van de ECB daar ook flink de financiële vruchten van
plukt. Daar mag je dan niks van zeggen. Maar vandaag zou ik het eens
willen hebben over de Permanente Vertegenwoordiging van onze regering in
Brussel, waarvan we weten dat die driekwart van de tijd besteedt aan het
kruiwagen zijn voor datzelfde grote bedrijfsleven. Ik wil dat het anders
gaat. Ik wil dat de Permanente Vertegenwoordiging meer gaat doen aan
bijvoorbeeld het helpen ontwikkelen van democratieën, het steunen van
landen waar je vrije pers nodig hebt of het aanspreken van landen waar
de rechtsstaat nu onderuit glijdt. Ik hoor daar graag een nieuwe visie
op, want ik vind onze rol via de Permanente Vertegenwoordiging niet zo
fraai erop staan.
Wat wil je dan wel met Europa? Dat is natuurlijk ook zo'n vraag die in
dit debat over de Staat van de Europese Unie beantwoord moet worden. Ik
wil dat we naar sterke rechtsstaten gaan, omdat dat van belang is voor
inwoners, omdat dat van belang is voor journalisten. Daar is de regering
het altijd met de mond wel mee eens, maar ik zie te weinig resultaat. Ik
schaam me ervoor dat vluchtelingen zo ontzettend slecht behandeld
worden. Keer op keer spreken we daarover, maar er wordt niks opgelost.
Ik vind dat echt ... We staan gewoon in ons hemd. Hoe kan je nou in de
wereld anderen de les lezen over mensenrechten, terwijl aan je eigen
Europese grenzen mensen worden doodgeschoten, simpelweg omdat ze op de
vlucht zijn?
Voorzitter. Ik wil een transparantere Unie. Daar ben ik al een jaar of
drie samen met Pieter Omtzigt flink mee bezig. We trekken naar Brussel,
we trekken naar Venetië. Er is wel wat in beweging. Ja, namens de Kamer,
voorzitter. Het was uw opdracht. We hadden u gevraagd te gaan, maar
goed. Het verzoek van mijn mederapporteur over transparantie was dat de
Europese Raad zich natuurlijk aan moet gaan sluiten bij het gesprek over
transparantie. Heel graag, want blijkbaar is de minderheidspositie van
Nederland er ook niet doorslaggevend in dat er nou eindelijk iets
gebeurt.
Voorzitter. Toen de Green Deal werd gepresenteerd, zei
Commissievoorzitter Von der Leyen dat het zoiets was als de maanlanding.
Zoiets groots gingen ze doen. Ik zou nou zo graag willen dat wij groen
beleid krijgen dat landt in de volkswijken, zodat iedereen er iets aan
heeft. Waar gesproken wordt over het verduurzamen van het ov gaat het
alleen maar over transport en niet over mensen. We moeten naar een
Europese samenwerking gaan die ten dienste is van mensen, de natuur, de
vooruitgang en de wetenschap en niet per se die grote bedrijven.
Voorzitter. Ik zou graag willen afsluiten met de conferentie, want nou
gaat het echt gebeuren, hè. Nou gaan we echt praten over de toekomst van
de Europese Unie. Nou gaat het echt gebeuren, hè. Er komt een
conferentie die wordt opgezet door de Europese Commissie. Ik ga ervan
uit dat we daar toch wel degelijk scenario's en geluiden waarbij de
Europese Commissie een minder centrale rol gaat spelen, ook gewoon mogen
bespreken.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Leijten. Dan is nu het woord aan mevrouw Ploumen
namens de PvdA.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Op 6 maart van dit jaar gebeurde er in Leiden
iets heel bijzonders. Als eerste gemeente gaf Leiden gehoor aan een
noodoproep om kinderen die in hun eentje in de Griekse kampen zitten, op
te vangen. Leiden zei: met elkaar lukt ons dat; het is misschien één
schoolklas voor onze stad. Van Bergen tot Breda en van Groningen tot
Goes volgden andere gemeenten dit voorbeeld. Partijen, links en rechts,
het midden, iedereen kwam samen. Maar ondanks dat brede draagvlak in het
land weigert dit kabinet nog altijd om kinderen in nood te helpen en
maken ze schijnbewegingen die misschien politiek even mooi eruitzien,
maar die geen kind nog geholpen hebben. Andere collega's zeiden het ook
al. Het geeft geen pas om zo weg te kijken. Het geeft ook geen pas om zo
hardvochtig te zijn. En dan geeft het al helemaal geen pas om dan wel
anderen de les te lezen. Ik zou heel graag een reactie van het kabinet
willen, maar eigenlijk zou ik veel liever nog actie willen.
De afgelopen maanden voelden we weer hoe afhankelijk wij van elkaar
zijn. De toevoer van mondkapjes moest van allerlei andere landen komen,
we moeten onze kennis bundelen om tot een vaccin en een medicijn te
komen tegen corona en we waren heel erg blij met de helpende hand van
buurland Duitsland toen heel zieke mensen niet meer op ic's hier in
Nederland terechtkonden. Dat samenwerken was niet alleen nodig in het
diepste van de crisis, maar hebben we ook nodig bij het herstel.
Gezamenlijke inspanningen om tot een vaccin te komen moeten doorgaan.
Het kabinet moet zich daarbij ook genereus tonen, want een vaccin alleen
voor Nederland of alleen voor Frankrijk of alleen voor Duitsland of
alleen voor Europa zou al te zelfzuchtig zijn. Er moet een vaccin komen
dat toegankelijk en betaalbaar is, ook voor de armste landen. Wil het
kabinet zich daar in Europa voor inzetten?
Die samenwerking is ook nodig voor het economisch herstel. Ik zou de
minister-president willen zeggen dat knuffelen met Macron niet genoeg
is. Hij moet zich echt aan de politieke zijde van Macron en Merkel
scharen, want ook Nederland heeft niets te winnen als Italië en Spanje
door hun hoeven zakken. Het CPB constateerde dat onlangs nog. De Partij
van de Arbeid is voorstander van een evenwichtig en gebalanceerd
economisch herstelprogramma. Subsidies en leningen, duidelijke duurzame
voorwaarden. Een programma waar Nederlandse bedrijven en Nederlandse
werknemers ook van kunnen profiteren.
Over bedrijven gesproken: als we sterker en slimmer uit de coronacrisis
willen komen — dat is het voornemen van iedereen — dan kan dat door te
investeren in duurzame groei. Groei waar iedereen van kan profiteren.
Groei die schoon en eerlijk is. De Partij van de Arbeid steunt dan ook
het voornemen van de Commissie om dat Europese herstel een groen herstel
te laten zijn. We hebben daar wel voorwaarden bij. We willen graag dat
elk bedrijf dat Europese steun krijgt aan moet kunnen tonen op welke
manier ze gaan bijdragen aan een duurzame wereld. Is het kabinet bereid
om op Europees niveau duidelijke voorwaarden te stellen aan bedrijven
die steun krijgen, bijvoorbeeld door een verplicht advies van het recent
gelanceerde Just Transition Platform?
Voorzitter, dan de rechtsstaat. Ook anderen spraken daar al over. Vaak
gaat het tussen de kloof tussen oost en west of de kloof tussen noord en
zuid, maar er is een hele, hele, hele diepe kloof aan het ontstaan
tussen democratische en autocratische landen binnen Europa, een kloof
tussen vrijheid en onderdrukking. De coronacrisis wordt door autoritaire
leiders misbruikt om de macht naar zich toe te trekken, om de vrijheid
van meningsuiting te breidelen, om journalisten op te sluiten en
activisten het leven zuur te maken. Het zal u niet verbazen dat met name
premier Orbán deze groep landen aanvoert. Is het kabinet bereid om dit
aan de kaak te stellen? Is het kabinet bereid om expliciet en
nadrukkelijk Hongarije ter verantwoording te roepen? En, ik sluit me aan
bij de suggestie van de heer Van Ojik, is het mogelijk om een impuls te
geven aan de artikel 7-procedure? Want daar hebben we in de afgelopen
periode eigenlijk alleen maar meer in plaats van minder reden toe
gekregen.
Voorzitter, tot slot. Er is een vacature voor leider van de vrije wereld
nu de president van de Verenigde Staten onze vrijheid niet lager
verdedigt. Wat de Partij van de Arbeid betreft zou Europa die vacature
moeten vervullen. Maar daarvoor is wel nodig dat we eensgezind optreden
en ook dat Nederland zich dus inzet voor een Europa waarin iedereen zich
vrij en veilig kan voelen en waarin iedereen kan meeprofiteren van de
groei.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ploumen. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw
Jongerius namens de PvdA in het Europees Parlement.
Mevrouw Jongerius (EP/PvdA):
Dank u, voorzitter, en dank voor de gastvrijheid in uw huis. Dit is wel
bijzonder eigenlijk. Wie vanuit Nederland Brussel binnenrijdt, maakt
vrijwel altijd als eerste kennis met het Robert Schumanplein, een
rotonde midden in de Europese wijk. In het midden van die chaos neemt de
bestuurder al snel de verkeerde afslag. Ik zie dat Schumanplein
eigenlijk wel een beetje als een metafoor voor onze Unie, waar we voor
de keuze staan welke afslag te nemen.
Waar Merkel en Macron de keuze maakten om over hun eigen schaduw heen te
springen om op zoek te gaan naar de uitweg uit de coronacrisis, lijkt
het kabinet te volharden in zijn njet. Ik vind "de vrekkige vier" geen
geuzennaam. Het schaadt de Nederlandse belangen en de keuze van de
Partij van de Arbeid is daarom anders. Neem bijvoorbeeld het onderwerp
belastingen. Dat is net al aangeraakt, maar door de slopende
belastingcompetitie tussen de lidstaten zit onze winstbelasting al
decennia in de race naar de bodem. Mensen en bedrijven betalen netjes
hun belasting, multinationals ontwijken deze en ik dacht: mag ik aan de
vragen van collega Eickhout twee vragen toevoegen? Nu de Amerikanen
lijken te aarzelen, pleit de Nederlandse regering net als de PvdA voor
een Europese digitale taks? En zo niet, komt de regering dan met een
eigen plan? Dat lijkt mij nuttig en nodig.
Ook lijkt het mij nuttig en nodig dat we kijken naar het onderwerp
arbeid. De arbeidsmigratie is net al aangeraakt door meneer Mulder. Ook
wij maken ons grote zorgen over wat er gebeurt met mensen die over de
grens hun boterham verdienen. De coronacrisis heeft laten zien hoe
kwetsbaar deze werknemers zijn. De Duitse regering kiest ervoor een
einde te maken aan subcontracting in de vleessector. Ik zou zeggen: dat
kunnen we ook. Ik kan natuurlijk niet vragen naar de reactie op het
rapport van de commissie-Roemer — het schijnt dat dat pas morgen
verschijnt — maar laat ik nou zeggen: als jullie er hier mee aan de slag
gaan, dan zorg ik in Europa voor een pleidooi voor de herziening van de
Uitzendrichtlijn, want we moeten een einde maken aan die afhankelijkheid
middels werk, huisvesting en vervoer. Het is tijd dat we daar een einde
aan maken.
Tot slot de eerlijke handel. In tijden van corona hebben we gezien waar
een eenzijdige kijk op winst toe leidt. In het Europese Parlement zijn
we nu onder onze leiding bezig met een Europese zorgplichtwet, die
bedrijven wereldwijd bindt aan eisen op het gebied van duurzame en
sociale standaarden als ze zaken willen doen. We hebben het dan over het
verdrag van Parijs, de internationale standaarden voor mensenrechten en
de fundamentele ILO-verdragen. Bedrijven die rekening houden met mens en
milieu krijgen wat ons betreft niet te maken met oneerlijke concurrentie
van ondernemingen die het verprutsen.
Afrondend. Robert Schuman — hij was een christendemocraat, zeg ik tegen
mevrouw De Lange — zei: het verenigd Europa zal moeten worden opgebouwd
door middel van concrete verwezenlijkingen, waarbij een feitelijke
solidariteit als uitgangspunt zal moeten worden genomen. Ik, als
sociaaldemocraat, pleit bij deze regering voor het luisteren naar deze
christendemocraat. Want samen staan we sterker.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Jongerius. Dan geef ik nu het woord aan de heer
Bisschop namens de SGP. Ik ben benieuwd wie u gaat citeren.
De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Ik dacht: tegenwoordig blijken alle ideologische
scheidslijnen als vla en soep door elkaar te lopen. Ik zie dat de
vertegenwoordigers van D66 zich verwijderen bij mijn geluid, want ik was
van plan om een krachtig duidelijk en principieel geluid te laten horen
over de EU.
Voorzitter. Het debat over de Staat van de Europese Unie is een
jaarlijks terugkerend moment van bezinning over de toestand en de
toekomst van Europa. Het is altijd weer een vreugde om dan ook de
collega's vanuit het Europees Parlement te mogen ontmoeten. Het is een
moment om ons te bezinnen op de vraag: waar staat de EU, waar koerst de
EU op af en wat vinden wij daarvan? Als onderwijsman ga ik dit jaar de
EU voorzien van een aantal cijfermatige waarderingen — dat doe ik
volgens het Nederlandse systeem, zeg ik erbij — juist omdat die gewoonte
tegenwoordig als gevolg van de coronatijd een beetje onder druk lijkt te
komen.
Voorzitter. Vroeger had je op de schoolrapportjes een kolommetje "vlijt,
orde en netheid". En gedrag, hoor ik uit de zaal. Ja, het was "vlijt,
gedrag, netheid", geloof ik. Laat ik daar eens mee beginnen. Eerst met
de ijver, vlijt. De EU krijgt alleen al gezien de zes kernambities van
ons een ruime 8. Voortvarend worden voortdurend nieuwe stukken het land
ingestuurd, Europa overgezonden enzovoorts. Een 8. Gedrag krijgt echter
een 4. Waarom? Ik vrees maar al te zeer dat er onvoldoende gekeken wordt
naar de oprechte zorgen en kritiek die vervolgens vanuit het grondvlak
richting de EU, de Europese leiders en de instituties uitgezonden
worden. Ik vrees dat die hen onvoldoende bereiken of onvoldoende
interesseren. In ieder geval worden ze niet serieus genomen. Ik verwijs
naar 2016, toen de Britten besloten de EU te verlaten. Ondanks het feit
dat dit nadrukkelijk te maken heeft met de beduchtheid voor verdere
federalisering van de EU, zie je dat onverkort aan hetzelfde traject
wordt vastgehouden en zie je dat die koers in allerlei voorstellen —
soms bijna letterlijk verwoord, maar ook soms impliciet aanwezig — nog
steeds de koers is die de EU voor ogen staat.
Voorzitter. Dan de netheid. Eerlijk gezegd heb ik er een hele tijd over
zitten dubben wat het cijfer daarvoor zou moeten zijn: is het een 3 of
wordt het toch een 4? Ik ben er ook niet goed uitgekomen, zeg ik er
eerlijk bij. Je ziet dat vrijwel alles wordt gebruikt voor verdere
economische politieke eenwording. Er is onvoldoende afhechting van
voorgestelde zaken. In een interruptiedebatje met collega Jetten heb ik
zonet al een voorbeeld daarvan gegeven. Er worden proefballonnetjes
opgelaten. Vroeger was het bijvoorbeeld zo dat de lidstaten primair hun
eigen financiële en economische problemen oplosten. Maar wat zie je nu
gebeuren? De coronacrisis wordt aangegrepen om voorstellen te doen
waardoor het lijkt alsof die verantwoordelijkheid bij de EU terechtkomt.
Dat is een proefballon. Collega's hebben al benoemd welke haken en ogen
daaraan vastzitten. Ik laat dat dus om des tijdswille rusten. Hierbij
denk ik ook aan de Green Deal. Afgelopen week hebben we daar nog over
gedebatteerd in deze Kamer. Op sommige punten lijkt de Green Deal
nadrukkelijk een poging te doen om het roer van de lidstaten over te
nemen. Dan heb je én niet goed geluisterd, én je hecht het niet goed af
én je laat een proefballonnetje op: jij zorgt voor vervuiling. Dat
betekent dus dat netheid ruim onvoldoende is. Ziet de minister — ik moet
ook nog een vraag stellen — ook de discrepantie tussen het ambitieniveau
van veel Europese leiders en voorstellen, en het draagvlak daarvoor op
het grondvlak, bij veel burgers?
Voorzitter. Dan management en organisatie. De EU krijgt een 5. Ze hebben
de zaken keurig op orde. Volgens Clingendaelexperts is het probleem
echter dat de instituties een dusdanige kennisvoorsprong hebben dat
zwakke lidstaten op achterstand komen en dat er dus te weinig gedeeld
wordt. Mijn vraag aan de minister-president is dan ook: hoe kunnen we
voorkomen dat dat realiteit wordt?
Ik laat het SGP maar even zitten. Dat is in dit geval het Stabiliteits-
en Groeipact.
Voorzitter. Ik wil nog een voldoende in het vooruitzicht stellen. Die
betreft het geopolitieke inzicht. Wij delen van harte datgene wat de EU
ons voor ogen houdt, namelijk: let op, als individuele lidstaten ben je
geen speler; je zult dus moeten samenwerken met de EU. Dat omarmen we.
Daar zijn we het van harte mee eens. We hebben ook een ruime voldoende
voor het beleid ten aanzien van de cyberstrategieën, de
informatica.
De voorzitter:
Meneer Bisschop ...
De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, ik rond af. De SGP gunt de EU van harte een diploma, cum
laude zelfs. Maar dan moet de EU soms juist even een pas op de plaats
durven maken. Ik ben benieuwd of de EU daarin leerbaar is of hardleers
blijft. De premier moedig ik van harte aan om te blijven streven naar
Europese samenwerking, met behoud van staatssoevereiniteit oftewel de
lidstaten op de bok. Ik wens dat ook de collega's van het EU-parlement
toe.
Ik dank u wel, voorzitter, ook voor uw eindeloze geduld.
De voorzitter:
Nou! Dank u wel, meneer Bisschop. Dan is nu het woord aan de heer
Ruissen, Europarlementariër van de SGP.
De heer Ruissen (EP/SGP):
Mevrouw de voorzitter, hartelijk dank voor de uitnodiging. Ik vind het
een hele eer om vandaag in uw Kamer een bijdrage te mogen leveren aan
het debat over de Staat van de Unie en meer in het bijzonder ook de
positie van Nederland hierin.
De voorzitter:
Zien jullie hoe het ook anders kan gaan? Het is echt allemaal
vriendelijk en dankbaar en ... Ik vind dat heel fijn om te horen. Dank u
wel.
De heer Ruissen (EP/SGP):
Dank u wel. Nogmaals, ik waardeer het echt. Dat wil ik dus ook in alle
oprechtheid tot uitdrukking brengen.
Voorzitter. Nederland moet assertiever worden. Dat is eigenlijk mijn
belangrijkste oproep vandaag. Tot voor kort hadden we nog de Britten,
die we de kastanjes uit het vuur konden laten halen, maar dat zal
Nederland nu toch echt zelf moeten doen. Op financieel gebied lukt dat
inmiddels vrij aardig, heb ik de indruk als ik zo afga op de signalen
die we opvangen uit Rome, Lissabon en Madrid. Als minister Hoekstra daar
een standbeeld zou hebben, zou hij inmiddels waarschijnlijk van zijn
sokkel zijn getrokken.
Maar ook op andere gebieden mag Nederland best eens meer van zich laten
horen. Als het gaat over het steunpakket, zou ik vooral willen meegeven:
hou vooral voet bij stuk. Voor knuffelen met Macron is het echt nog veel
te vroeg. Laat de Fransen eerst zelf nog maar eens naar bijvoorbeeld hun
pensioenleeftijd kijken. Ik daag de minister-president vandaag uit om
drie keer heel duidelijk nee te zeggen: nee tegen nieuwe Europese
belastingen, nee tegen een transferunie en nee tegen een substantiële
verhoging van de EU-begroting.
Op welke andere terreinen is een assertiever Nederland dringend gewenst?
Ik wou vijf concrete punten noemen. Allereerst de godsdienstvrijheid.
Recent heeft de Europese Commissie besloten het mandaat voor de speciale
EU-gezant niet te verlengen. Dat is een zeer slecht signaal in een tijd
waarin christenvervolging juist sterk toeneemt. Ik hoop dat de
Nederlandse regering bereid is er bij de Commissie op aan te dringen om
dit besluit terug te draaien.
Mijn tweede punt is de relatie met Israël. De Associatieraad, het
officiële kader voor de dialoog op ministerieel niveau, is al sinds 2012
niet meer bijeengekomen, ondanks dringende uitdagingen en grote gedeelde
belangen. Dit wordt nota bene geblokkeerd door de Raad, de Raad van
Ministers wel te verstaan, niet door de Commissie, want die wil wel. Ik
hoop van harte dat de regering ertoe bereid is er alles aan te doen wat
in haar vermogen ligt om de Associatieraad met Israël weer bijeen te
laten komen.
Punt drie. De biodiversiteitsstrategie wordt ook genoemd in de Staat van
Europa. Het kabinet is daar zeer lovend over, maar realiseert het zich
wel dat het waarschijnlijk een nieuwe stikstofcrisis 2.0 over zich
afroept als het instemt met de ambitieuze Natura 2000-doelstellingen die
worden voorgesteld? Hoe kijkt het kabinet aan tegen het voorstel van de
Commissie om 30% van de zee aan te wijzen als beschermd natuurgebied? In
het Noordzeeakkoord heeft het kabinet zijn handtekening gezet onder 15%.
Ik neem aan dat het kabinet op het schaakbord van de
biodiversiteitsstrategie inzet op hetzelfde percentage en dus die 30%,
voorgesteld door de Commissie, afwijst.
Punt vijf: de opbouw van de sociale pijler. Nederland is hier wel heel
erg meegaand. Zelfs met de 100 miljard euro aan leningen voor
arbeidstijdverkorting stemde Nederland uiteindelijk gewoon in. Meer
assertiviteit is hier wat ons betreft echt nodig. Deelt het kabinet onze
mening dat er geen Europees minimumloon moet komen en is het bereid om
op zoek te gaan naar nieuwe coalities om zo'n Europees minimumloon tegen
te houden?
Tot slot, voorzitter. Het is goed om te lezen dat het kabinet de
noodzaak inziet van meer Nederlanders bij de Europese instellingen. Goed
om te zien dat daar nu ook concreet aan gewerkt wordt. Nogmaals, dat is
echt hard nodig, want Nederlanders bij de Commissie kun je met een
lantaarntje zoeken.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ruissen. Dit was keurig binnen de spreektijd, meneer
Bisschop. Dan is nu het woord aan de heer Eppink namens Forum voor
Democratie.
De heer Eppink (EP/FvD):
Geachte mevrouw de voorzitter, het is ook mij een genoegen om uw Kamer
te mogen toespreken vandaag over de Staat van de Europese Unie. In
Brussel vliegen de honderden miljarden je om de oren. Inzet is het
herstelfonds, het kernstuk van het wettelijk programma van de Europese
Commissie. Misschien mag ik wat dingen zeggen als ervaringsdeskundige
die zeven jaar in de Europese Commissie heeft gewerkt? Het herstelfonds
is in zijn opzet een mengsel van corruptie en chantage; zware woorden.
Zuid-Europa wordt verkocht, Midden- en Oost-Europa wordt omgekocht — zie
Polen — en Noord-Europa wordt afgeperst. De data voor de verdeelsleutel
dateren van 2015. Dat is vijf jaar geleden. De Commissie heeft eerst een
verdeling van de gelden over de lidstaten bepaald en vervolgens een
methode gezocht om deze uitgaven te rechtvaardigen. Het herstelfonds
heeft dus weinig te maken met corona, maar alles met geld voor
machtsverwerving en macht in Brussel.
Ik wil de Kamer en de regering waarschuwen voor de vier valstrikken van
Brussel met dit herstelfonds van 750 miljard euro. Nederland hangt aan
de lat voor 31 miljard. Dat is €4.000 netto per huishouden. Vergeet
daarbij niet onze eigen armen. 12% van onze bevolking leeft onder de
armoedegrens. Eén op de vijf huishoudens kampt met moeilijke
schulden.
Valstrik nummer één is de tijdelijke verdubbeling van de bijdrage aan de
Europese begroting. Het plafond gaat van 1% naar 2%, zogenaamd
tijdelijk. Maar iedereen in Brussel weet dat niets zo permanent is als
tijdelijk, zeker als het gaat over geld. Wie betaalt die verdubbeling?
Nederland is al de grootste nettobetaler per hoofd van de bevolking. De
premier zal zeggen: we bedingen een korting. Kortingen wil iedereen wel,
maar uiteindelijk zal een volle rekening betaald moeten worden.
Valstrik twee is dat het geld wordt verdeeld onder harde voorwaarden.
Dat liedje kennen we. Telkens blijken voorwaarden loze beloften.
Frankrijk heeft sinds de invoering van de euro veertien jaar niet
voldaan aan het afgesproken criterium inzake begrotingstekorten en heeft
nog nooit voldaan aan het criterium van de staatsschuld. Het werd zelfs
veroordeeld door het Europees Hof van Justitie. Maar de Commissie
schreef geen boetes uit, parce que c'est la France. Wat de Fransen
willen, is Europese schuldendeling om eigen tekorten te
financieren.
De derde valstrik is de terugbetaling van die 750 miljard euro aan
giften en leningen. Tot 2028 betalen de lidstaten alleen rente, en
daarna wordt het totale bedrag in 30 jaar terugbetaald - althans, dat is
de bedoeling. Maar dat gaat niet gebeuren. Ontvangende landen zeggen
dan: het geld is op. De betalende landen krijgen dan het verzoek nog
eens te betalen, en telkens worden schulden bijgemaakt.
De vierde valstrik is de zogenaamde "noodzaak" van Europese belastingen.
Maar dat is helemaal niet nodig. "Italië is een rijk land, en heeft dat
geld helemaal niet nodig", aldus de president van de Italiaanse centrale
bank, Ignazio Visco. Dat heeft hijzelf gezegd. Ook heeft Italië een
grote goudvoorraad, de vierde ter wereld; vier keer meer dan Nederland,
overigens. "Het land heeft dus geen geld nodig, maar hervormingen",
aldus de heer Visco, de baas van de Italiaanse centrale bank. Spanje wil
graag een basisinkomen invoeren, dat wij niet eens hebben. Frankrijk wil
zijn welvaartsstaat met een 35-urige werkweek en een pensioen op 61
graag behouden, betaald door ons, en onze oosterburen. Dit onder het
moment van solidariteit, maar misschien is het onze naïviteit. Gelukkig
volgt er nog een ratificatieprocedure voor alle 27 landen, en dat is een
hordenloop van ruim 50 parlementen. De Tweede Kamer, deze Kamer, en de
Eerste Kamer beslissen of Nederland een onomkeerbare transferunie
ingaat, waarover de heer Omtzigt heeft gesproken. Die heeft het effect
van fuik, premier.
Mag ik afsluiten met een preadvies, voorzitter? Ik zeg dus: als dat plan
hier komt, afwijzen. En de EU is een Icarus op weg naar de zon. En de
premier ... Mag ik misschien nog één feitelijke vraag stellen,
voorzitter?
De voorzitter:
Nou, dat ligt eraan hoelang, want u bent ver over uw spreektijd
heen.
De heer Eppink (EP/FvD):
Dat is vijf seconden. Is hij bereid om in het ultieme geval een veto uit
te spreken, of sluit hij het gebruik van een veto uit bij de komende
Europese top?
Dank u.
De voorzitter:
O, dat valt wel mee. Meneer Eppink, een informatieve vraag van de heer
Anne Mulder.
De heer Anne Mulder (VVD):
Een informatieve vraag. Van wie zijn de volgende quotes? "Een nexit zet
Nederland automatisch op de menukaart". "Nederland exporteert jaarlijks
120 miljard euro naar de EU, en dat schept 1,5 miljoen banen". "Zodra
Nederland uit de gemeenschappelijke markt treedt, staat dat op het
spel." Weet u van wie die quotes zijn?
De heer Eppink (EP/FvD):
Ja, dat weet ik precies: dat is een quote van zeker zes jaar geleden, en
toen deed men de poging om de Europese Unie te hervormen. Een zekere
David Cameron zat daarachter, maar hij kreeg weinig gedaan. En ik heb
gezien dat de Europese Unie — ik heb gezegd dat ik zeven jaar bij de
Commissie heb gewerkt — niet hervormbaar is. De Europese Unie is niet
hervormbaar. En wat zien we nu in het debat over de toekomst van Europa?
Het Europees Parlement wil een resolutie: volledig naar een federaal
Europa. Uw geestverwant Guy Verhofstadt spreekt in het Europees
Parlement zelfs over een "Europese staat". Dan vraag ik hem altijd: zeg
dat eens in het Duits, dat klinkt anders. Wij willen met een voorstel
komen om een gemeenschap van soevereine staten als alternatief naar
voren te brengen in dat debat. En ik hoop dat we met D66, de afschaffer
van het referendum, dat debat kunnen voeren.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Anne Mulder.
De heer Anne Mulder (VVD):
Weet u mijn vraag nog? Weet u nog wat ik vroeg?
De heer Eppink (EP/FvD):
Ja, dat weet ik, ja.
De heer Anne Mulder (VVD):
En wat is het antwoord?
De heer Eppink (EP/FvD):
Het antwoord is dat we intussen zo ver zijn gekomen, dat onze belangen
in een transferunie volledig worden geschaad, en dat daarom het moment
is gekomen om aan de mensen te vragen, dus aan de burgers in een
referendum: wilt u in deze transferunie, of wilt u dat niet? Dat is het
punt waar we staan nu. En u bent waarschijnlijk een van die politici die
zeggen: ach, het is allemaal niet zo erg. We zitten erin en u rommelt
Nederland een transferunie in. Dank u, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter:
Wacht u heel even, want de heer Anne Mulder heeft nog een vraag. De
laatste vraag.
De heer Anne Mulder (VVD):
Ik had drie quotes, en mijn enige vraag was: van wie waren die
quotes?
De heer Eppink (EP/FvD):
Nou, die zijn van mij, dat heb ik toch duidelijk gezegd? Dat heb ik zes
jaar geleden gezegd, ja.
De voorzitter:
Oké, Dank u wel, meneer Eppink. Ik geef tot slot het woord aan mevrouw
Rookmaker, ook lid van het Europees Parlement.
Mevrouw Rookmaker (EP/Rookmaker):
Hartelijk dank, mevrouw de voorzitter. Fijn dat ik de Tweede Kamer hier
mag toespreken en hier te gast mag zijn. Het is een primeur: ik ben het
Europees Parlementslid voor de Partij voor de Toekomst, sinds vandaag.
Het was nog niet helemaal tot de Kamer doorgedrongen, misschien.
De voorzitter:
Nee, nee, nee, mevrouw Rookmaker. U bent gekozen, maar u bent hier niet
namens die partij. Die is ontstaan na de verkiezingen. Dan is het
formeel geen partij.
Mevrouw Rookmaker (EP/Rookmaker):
Ik wil het hier toch even aangeven, zodat iedereen weet wie ik
vertegenwoordig.
De voorzitter:
Maar dat is niet een partij die eigenlijk niet aan de verkiezingen heeft
meegedaan. Zo werkt het.
Mevrouw Rookmaker (EP/Rookmaker):
Prima.
Geachte mevrouw de voorzitter. Vier kernpunten van de Europese Unie —
vrij verkeer van personen, producten, diensten en kapitaal — zijn het
fundament onder de Europese interne markt. Schengen, het opheffen van de
in- en uitvoerbeperkingen binnen de Europese Unie ... Pardon, ik ben
even van mijn à propos. Ik begin even opnieuw.
Vier kernpunten van de Europese Unie — vrij verkeer van personen,
producten, diensten en kapitaal — zijn het fundament onder de Europese
interne markt. Schengen, het opheffen van in- en uitvoerbeperkingen
binnen de Europese Unie en uniforme regelgeving met betrekking tot
datastreaming zijn een paar succesvolle voorbeelden van zaken waarvan
iedere burger heeft kunnen profiteren. Deze vrijheden hebben zich in de
jaren dat de Europese interne markt bestaat steeds verder ontwikkeld,
hetgeen ons welvaart en vrede heeft gebracht.
De vier fundamenten van de Europese interne markt zijn echter onder druk
komen te staan. Het vertrek naar een ever closer union is een trein die
niet meer te stoppen is. Het is een streven dat voortdurend maar
verdergaat. Het heeft geleid tot steeds meer bemoeienis van Europa op
tal van gebieden. Dit heeft tot versnippering van het budget geleid en
tot versnippering van de slagkracht.
Tegelijkertijd hebben we te maken met grote, structurele problemen. Er
is een migratieprobleem, dat ad hoc en niet effectief wordt aangepakt,
wat de roep om bijzondere maatregelen versterkt. De brexit, die voor
alle Europeanen tot beperkingen zal leiden, ook bij ons, kan niet worden
gecompenseerd door de toetreding van nieuwe lidstaten uit de Balkan, die
veel armer zijn en minder ontwikkeld. De schuldenproblematiek, nog verre
van opgelost, neemt alleen nog maar toe en staat innovaties en nieuwe
investeringen in de weg. En last but not least zorgt de COVID-19-crisis
voor een nieuwe, onverwachte extra last, waarvan het nog maar de vraag
is hoeveel burgers, bedrijven en overheden die zullen kunnen
dragen.
Voorzitter. Men zou verwachten dat een centraal bestuursorgaan, zoals ik
de Europese Commissie beschouw, geconfronteerd met bovenstaande
problemen, zijn ambities bijstelt: minder plannen en dus minder
versnippering. Goed uitgevoerde plannen kunnen uitgekiende, speciale
projecten een betere kans van slagen geven. Minder "ever closer union"
en meer functionele integratie, zoals de EU ooit is bedoeld: problemen
samen oplossen, omdat voor sommige zaken nou eenmaal samenwerking nodig
is. Denk bijvoorbeeld aan grensbewaking van de buitengrenzen, maar ook
aan investeren in infrastructuur, om het vrije verkeer te
verbeteren.
Maar helaas laten de laatste acties van de Europese Commissie het
tegendeel zien. Het is volle kracht vooruit, niet met het aanpakken van
bestaande structurele problemen, maar met de promotie van de EU en de
uitbreiding van de macht van de Europese Commissie, die deze koopt met
subsidies en afdwingt met steeds meer regelgeving. De Europese Commissie
heeft, aangemoedigd door het Europees Parlement, gevraagd om extra
budget en extra bevoegdheden: meer geld en meer macht naar
Brussel.
Prioriteren is een begrip dat de EC heel vaak gebruikt, maar veel te
weinig toepast. De Europese Commissie laat echte problemen liggen en
pakt met graagte nieuwe projecten op. Een reizend congrescircus volgend
jaar, om de Europese Unie te promoten, is daar een voorbeeld van.
Voorzitter, daarom een bondig antwoord op de vraag: wat dan wel en hoe
dan wel? In het kort: nu doen wat strikt noodzakelijk is en, vooral,
laten wat overbodig is. Daarom terug naar de basis met een stevige regie
vanuit Den Haag. Daarom vraag ik de Nederlandse premier zich in te
zetten voor de volgende vier punten zodat het draagvlak van de EU
behouden blijft. Punt een. Een beperking van de plannen en het budget
van de Europese Commissie. Alle plannen die worden uitgevoerd beter
onderbouwen.
De voorzitter:
Gaat u afronden, mevrouw Rookmakers?
Mevrouw Rookmaker (EP/Rookmaker):
Ik ben er bijna. Punt twee. Doorgaan met het wegnemen van belemmeringen
voor organisaties en bedrijven. Punt drie. Een serieuze en structurele
aanpak van het migratieprobleem door een effectieve bewaking van de
buitengrenzen.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Rookmaker (EP/Rookmaker):
En het vierde en belangrijkste punt … komt een andere keer.
De voorzitter:
Dat kan ook. Dank. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste
termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors de vergadering tot 16.00
uur.
De vergadering wordt van 15.37 uur tot 16.00 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik geef de minister-president het woord.
Minister Rutte:
Voorzitter. De minister van Buitenlandse Zaken zal alle vragen
beantwoorden, behalve die over de begroting en het steunfonds. Die zal
ik zelf doen.
Ter inleiding een enkel woord. Vorig jaar was de State of the Union, de
Staat van de Unie, er ook. We hebben toen teruggeblikt op de
crisisjaren: de financiële crisis, gevolgd door een economische crisis
en daarna, in 2015 en 2016, de migratiecrisis. Vanaf dat moment dachten
we natuurlijk allemaal dat we de blik naar voren konden richten. Dat is
toch anders uitgepakt, eerlijk gezegd. De wereld ligt er namelijk heel
anders bij.
Inmiddels lijkt Nederland de ergste piek van de corona-epidemie gehad te
hebben. Dat geldt gelukkig ook voor de rest van Europa. We hopen
allemaal dat we een tweede golf kunnen voorkomen, maar de crisis zette
natuurlijk wel een aantal belangrijke Europese verworvenheden onder
druk. Denk bijvoorbeeld aan het vrije verkeer van goederen, het vrije
verkeer van personen en het sluiten van de interne grenzen. Dat was
natuurlijk nodig om de verspreiding van het virus tegen te gaan, maar
het heeft er ook voor gezorgd dat cruciale waardeketens in Europa werden
doorbroken. Ik was heel blij dat de grens Nederland-Nedersaksen en de
grens Nederland-Noordrijn-Westfalen zijn opengebleven, want met name die
laatste is, na de Amerikaans-Canadese grens, een van de drukste grenzen
ter wereld, ook in goederen. Juist vanwege dit grote vraagstuk is het
terecht dat het herstel van de interne markt op dit moment een van
topprioriteiten is, uiteraard ook tegen de achtergrond van de
financieel-economische schade. Daar kom ik zo nog op terug als we praten
over het steunfonds. Want dat raakte ons, zeker ook als
handelsland.
Daarbij zijn in de eerste termijn van de Kamer twee dingen genoemd die
cruciaal zijn. Een daarvan is solidariteit. Azmani sprak daarover. Dat
betekent niet alleen dat je een ander helpt in nood, maar ook dat het
niet gek is om aan het land dat steun ontvangt, te vragen: wat ga jij
doen om het de volgende keer zelf te kunnen oplossen? Een tweede punt is
natuurlijk het feit dat de Europese Unie niet alleen een handelsblok is,
maar ook een waardengemeenschap. Een goed functionerende Unie qua
interne markt, klimaat en justitiële samenwerking, valt of staat met
wederzijds vertrouwen. Daarvoor is eerbiediging van de rechtsstaat, van
die waardengemeenschap, essentieel. Daarin ben ik het eens met een
aantal sprekers, waaronder Pieter Omtzigt. Een crisis, onder welke
omstandigheden dan ook, mag nooit een inperking betekenen van die
fundamentele vrijheden. Tegen de achtergrond van die paar inleidende
opmerkingen, is er ook een enkele vraag gesteld.
De eerste is: waar staan we nu met die onderhandelingen? We zijn eerlijk
gezegd niet heel veel verder dan vorige keer. U kent de Nederlandse
desiderata. In de eerste plaats is dat behoud van de rebates, de
kortingen. Dat is cruciaal, want anders kom je nooit uit de klassieke
MFK-discussie. Ten tweede is dat, voor wat betreft het herstelfonds, het
grote belang van hervormingen. Landen die daarop een beroep doen, moeten
laten zien wat zij nu gaan doen om een volgende keer geen beroep meer te
hoeven doen op de Europese collectieve solidariteit. Dat gaat echt nog
wel even duren. Onlangs was er ook een Europese Raad. Daar heeft u het
verslag van gezien, waarin je dat ook terugziet. Er komt weer een nieuwe
Europese Raad aan. Er is inmiddels ook heel veel overleg achter de
schermen gaande. De Franse president Macron was hier vorige week. Er
komen de komende tijd nog meer inkomende bezoeken en heel veel
getelefoneer. Je hoopt 17 juli een eind te zijn.
Ik wil niet zeggen dat er geen urgentie is, want die is er natuurlijk
wel. Maar het moet wel goed zijn. Goed is beter dan snel. De snelheid is
van belang, maar er ligt natuurlijk wel al een bestaand pakket van 540
miljard. Dat is vlak voor Pasen goedgekeurd in de eurogroep. Dat wordt
op korte termijn operationeel. Een deel daarvan is natuurlijk al
operationeel. Dat betreft de 240 miljard die gereserveerd is voor
out-of-pocket-COVID-19-kosten. De laatste keer dat ik even in de pot
keek, zat de 240 miljard er nog helemaal in. Wat dat betreft staat die
dus klaar. Er wordt nu ook gewerkt aan de randvoorwaarden rondom SURE,
de 100 miljard, en het EIB-programma. In ieder geval is de 240 miljard
van het ESM er al. Nogmaals, dat lijkt nog totaal niet aangesproken te
zijn. Er zijn natuurlijk historische lage rentes. In Italië is het nu
1,8%. Dat was in 2012 5%. Je ziet dus dat die rentes ook heel laag
staan. Daarmee — dat is ook belangrijk — zijn de schulden van alle
lidstaten volgens de Commissie houdbaar.
Ook is het zo dat een snel akkoord niet meteen leidt tot betalingen,
want de lidstaten zullen dan eerst hun hervormings- en
investeringsplannen moeten opstellen. Eigenlijk kunnen ze gewoon nu al
beginnen met het opstellen van die plannen. In die zin is het ook geen
ramp als het iets langer zou duren, dus dat het niet 17 of 18 juli is,
maar na de zomer. Dan gaat er niet iets vreselijk mis. Ik wil hier niet
zeggen dat ik de snelheid niet belangrijk vind, maar ik vind kwaliteit
nóg belangrijker.
Het is waar dat het VK de Unie verlaat, maar het is iets te simpel om te
zeggen dat daarmee op geen enkele manier de bedragen omlaaggaan. Die
gaan wel degelijk omlaag. Überhaupt zijn de onderhandelingen over de
omvang van het MFK nog gaande. Nederland zegt: wat het ook wordt, wij
vinden wat wij nu aan het klassieke MFK betalen — de februaridiscussie —
wel ongeveer fatsoenlijk, uiteraard rekening houdend met inflatie en
economische groei. Daarom is, naast de hervormingen voor dat
recoveryinstrument, het behoud van de rebates voor het klassieke MFK van
vitaal belang; dat is een van onze twee cruciale ingangstickets naar de
discussie.
Dan de rechtsstatelijkheid. Ik zei daar net al iets over. Het is voor
ons heel belangrijk om die te koppelen aan ontvangsten van EU-subsidies.
Wij zijn daar een groot voorstander van. Dat staat ook wel bekend als
"conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstatelijkheid". Die zijn
wat ons betreft onlosmakelijk verbonden met de moderne Europese
begroting. Nederland blijft zich in de MFK-onderhandelingen dan ook
inzetten voor een effectieve rule of law-conditionaliteit. Dat is ook in
lijn met de motie-Van der Graaf cum suis die — wanneer was het? —
recentelijk is ingediend. Wij zien er dan ook op toe dat er in de
aankomende openingsonderhandelingsbox, de negobox, die de voorzitter van
de Europese Raad, Charles Michel, binnenkort zal presenteren, een
stevige tekst, een strakke passage, staat over de rule of
law-conditionaliteit. Er is een grote groep lidstaten — maar het geldt
ook voor de Commissie en zeker ook voor het Europees Parlement — die op
dit punt aan onze kant staat.
Voorzitter. Tot slot nog twee punten. Willen wij het semester
democratischer maken? Ik denk dat dat al onderdeel is van het
democratisch proces, aangezien het in de Raad uitvoerig wordt besproken
en het unaniem bekrachtigd wordt door de Europese Raad. Dat gebeurt
uiteraard allemaal onder parlementair toezicht hier, via de geannoteerde
agenda's en de algemeen overleggen die daarover plaatsvinden.
Helemaal tot slot Vredestein. Daar wil ik eigenlijk in het openbaar niks
over zeggen. We proberen daar achter de schermen — ik ben daar zelf ook
bij betrokken — hard aan te werken en binnen de termijn die in de motie
is gevraagd met een reactie te komen. Er wordt dus aan gewerkt — ik ben
er vandaag zelf ook weer mee bezig geweest — maar ik kan daar in het
openbaar niet veel over zeggen. Dat blijft spannend. Ik heb nog geen
garanties.
De voorzitter:
Dan ga ik eerst naar de heer Van Ojik en dan naar de heer Mulder.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Als u het goedvindt, wil ik nog even terug naar het punt van de
rechtsstatelijkheid en de conditionaliteit. Die discussie heeft zich tot
nu toe vooral afgespeeld rond het MFK. Ik vroeg de minister-president:
zou dat niet ook voor het herstelplan als zodanig moeten gelden? Voor
het MFK geldt dat je daar alleen aanspraak op kunt maken als je voldoet
aan een aantal minimale eisen van rechtsstatelijkheid. Zou de
minister-president bereid zijn om dat ook voor het herstelplan zelf als
voorwaarde te stellen en dat in de onderhandelingen daarover mee te
nemen?
Minister Rutte:
Je hebt het klassieke MFK en het recoveryinstrument, maar die zijn
uiteindelijk één geheel. Ik zal dus nog even ambtelijk advies vragen of
ik totaal uit de bocht schiet als ik hier ja op zeg. Het antwoord lijkt
naar "ja" te neigen, maar ik ga even kijken — ambtelijk wordt nu
meegeluisterd — of ik niet de fout inga met de "ja" die ik nu geneigd
ben te geven. Dus ik kom erop terug in de tweede termijn.
De voorzitter:
Dat is prima.
De heer Anne Mulder (VVD):
Ik heb een groot punt gemaakt van het functioneren van de Europese
Commissie. De Europese Commissie heeft allerlei grote visies, maar zij
moet vooral ook toezien op verdragen, zoals het Stabiliteits- en
Groeipact. Als Italië zelf niet hervormt en de Commissie er niet
achteraan zit, dan komt uiteindelijk alles terecht bij de premier, in de
Europese Raad. Dan mag hij streng zijn naar Italië en vragen om
hervormingen, omdat anderen het laten afweten. Zachte heelmeesters maken
stinkende wonden. Graag zou ik hierop het commentaar horen van de
premier. Hij wijst nu naar de minister van Buitenlandse Zaken. Dat mag.
Maar dit is zo belangrijk. Het komt altijd terecht in de Europese Raad
en daar zit de premier. Ik wil graag weten wat hij van de Europese
Commissie vindt.
Minister Rutte:
Van de Europese Commissie? Daar vind ik verder niks van. Die is er en
die is belangrijk. Nederland is een land dat zich altijd heeft thuis
gevoeld bij een communautaire aanpak, en het liefst niet een al te
intergouvernementele aanpak, omdat je dan toch een Europa van de grote
lidstaten krijgt. Het voordeel van het Europa van de Commissie is dat je
daarmee ook het belang van kleinere lidstaten … Nou is Nederland
inmiddels de vijfde economie van Europa en veel groter dan de zesde
economie — we zijn een soort tussencategorie — dus laten we ons ook niet
te klein maken. Nochtans en kortom: de Commissie is van belang.
Maar ik ben het ook eens met Mulder, die sprak over het toezicht dat de
Commissie gehouden heeft op de schuldenregel, op de tekortregel; ik meen
dat de heer Eppink en anderen daar ook aan refereerden. Er is hier vaak
kritiek geuit op het feit dat daar toen te weinig toezicht op is
gehouden. Nederland heeft in 2011 natuurlijk voorstellen gedaan om
versterking van een begrotingscommissaris te krijgen, vergelijkbaar met
de Commissaris voor Mededinging. Uiteindelijk is dat voor een deel
gelukt, in het twopack en in het sixpack in de onderhandelingen eind
2011, maar het ging niet zover als wij wilden. In de praktijk zie je dus
dat het er voor het Stabiliteits- en Groeipact vaak toch gefetcht wordt,
dat het een beetje wordt: niet nu, maar dan volgend jaar. Heel soms
krijg je het gevoel dat het anders ligt voor grotere lidstaten, zeker
voor hele grote lidstaten. Kun je het daar dan ook van vragen? Ja, daar
kun je het ook van vragen, zouden wij dan zeggen. Dat is natuurlijk een
van de redenen waarom wij een klein beetje wantrouwend zijn, niet zozeer
tegenover deze Commissie, als wel tegenover het stelsel, en met
wantrouwen kijken naar de vraag: als je straks hervormingen moet
beoordelen in het kader van het herstelplan, wil je dat dan uitsluitend
bij de Commissie neerleggen? Daarom zijn we daar kritisch op.
De heer Anne Mulder (VVD):
Als je een beetje doorvraagt, dan komt de minister-president wel op
stoom. Hij mag daar wat de VVD betreft veel uitgesprokener over zijn.
Een Commissie die verzaakt, daar heeft Nederland last van. Dan moeten
wij in het kamp van de frugal four, de zuinige of verstandige vier,
omdat de Commissie verzaakt. Dan kijkt de premier eerst naar de minister
van Buitenlandse Zaken, naar die brief, en dat is prima, maar hij moet
zelf ook wat gaan vinden van de Commissie. Want we hebben er niks aan en
hij komt zelf in de frontlinie omdat zij haar werk niet doet. Dus trek
van leer, niet zo'n slappe brief in de trant van: we schrijven nog eens
een brief naar de Commissie als ze net is geïnstalleerd dat ze op
proportionaliteit en subsidiariteit moet letten. Nou, die spannende
brief heeft de feestvreugde in het Berlaymont echt verstoord, hoor. Nee,
erop gaan zitten, stevig erop gaan zitten!
Minister Rutte:
Op de commissie?
De heer Anne Mulder (VVD):
Nou, niet letterlijk, maar aanpakken, benoemen.
Minister Rutte:
Volgens mij zijn we het eens, alleen zou dit vandaag in de rolverdeling
voor Blok zijn. Die gaat er misschien nog wel iets over zeggen.
De heer Anne Mulder (VVD):
U moet het doen!
Minister Rutte:
Ja, ja, ja, dat snap ik. Maar als u ons allebei uitnodigt, hebben we
toch iets van een rolverdeling in de beantwoording. Dat neemt niet weg
dat het in het dagelijks werk natuurlijk ook mij persoonlijk
regardeert.
De voorzitter:
Ja, ik zie het. Meneer Mulder is helemaal …
Minister Rutte:
De heer Mulder is helemaal op stoom!
De voorzitter:
Ja. De heer Emiel van Dijk.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ik vond dat de premier wel heel makkelijk over mijn vraag heen stapte.
Als de Britten vertrokken zijn en de EU daarmee krimpt met minstens 12%,
betekent dat niet automatisch dat er ook een daling in de bijdrage van
de lidstaten verwacht wordt. Mijn vraag was: hoe kan het nou dat als de
EU met 12% inkrimpt — er gaan geloof ik 65 miljoen mensen vertrekken —
en de EU dus gigantisch kleiner wordt, er toch een verhoging wordt
voorgesteld in Brussel? Dat getuigt toch niet van enige realiteitszin
daar? Of is de premier dat niet met mij eens?
Minister Rutte:
Nou, het is iets te extreem gesteld. Dat verbaasde mij, juist van u. Het
is iets genuanceerder. In het Commissievoorstel uit mei 2018 is sprake
van een stijging van ongeveer 5%. Dat plafond is vervolgens ook nog in
navolgende onderhandelingsvoorstellen omlaaggegaan. Die grotere omvang
heeft natuurlijk ook wel te maken met inflatie en economische groei. Het
is dus ook niet zo dat dit allemaal extra geld is dat naar Europa gaat.
Er is dus wel degelijk tot op zekere hoogte gecorrigeerd. Nederland
heeft uiteindelijk gezegd: zo interessant vinden wij het niet eens als
de rest van de Unie bereid is om meer geld uit te geven, ondanks het
vertrek van de Britten. Wij willen dat wij ongeveer gaan landen bij de
afdracht die wij hadden, plus inflatie en economische groei. Als de rest
dan bereid zou zijn meer te betalen, is dat aan de rest.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dus die 1% van het bruto nationaal inkomen is gewoon een harde eis? Daar
wordt niet aan getornd? Is dat de garantie die de premier hier
meegeeft?
Minister Rutte:
Nee, dat is zeker geen garantie, want die 1% is niet zo interessant.
Interessanter is waar wij netto op uitkomen. Extreem gesteld: stel dat
de hele Europese Unie zou zeggen "we gaan 2% uitgeven; we gaan het
budget verdubbelen", maar Nederland voor die verdubbeling een rebate
krijgt ten grootte van dat hele verschil. Ja, weet je, dan moet de rest
vooral doen wat ze willen als zij daartoe bereid zijn, als wíj
uiteindelijk rechts onderaan de streep maar ongeveer landen bij wat we
in het verleden hebben uitgegeven, plus economische groei en inflatie.
Dat is onze inzet. Ik verwacht dat het niet precies op die inzet zal
landen. Dat lukt nooit, maar ik denk dat we er in de buurt kunnen
komen.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
We hebben dus gezien dat de Europese Unie van ongeveer 6 miljard per
jaar naar 7 miljard per jaar naar nu ruim 8 miljard is gegaan en straks,
als we de voorspellingen mogen geloven, op 12 miljard per jaar uitkomt
voor wat Nederland gaat afdragen. Mijn vraag is dan de volgende. Stel
dat ze het willen verdubbelen naar 2%. Dat is allemaal leuk en aardig,
maar de premier zegt hier dus gewoon dat het sowieso niet meer gaat
worden dan die 8 miljard die we dit jaar hebben afgedragen. Dat is het
eerste.
Dan een tweede vraag die ik aan de premier had over het herstelfonds. We
gaan kijken of de landen die nu in een economische crisis zitten, het de
volgende keer wel goed hebben gedaan als we ze al die centjes geven uit
die 750 miljard en dergelijke. Mijn vraag aan de premier is hoe dat
destijds is gegaan met Griekenland, dat toen miljarden heeft gekregen
die we met rente zouden terugkrijgen.
Minister Rutte:
Eerst even op het eerste punt. De huidige discussie, in februari, heb ik
toch wel gevolgd, zo af en toe opkijkend uit mijn biografie. Toen zaten
wij op — wat zal het zijn geweest? — 1,03 of 1,04. Het is ook niet zo
dat we erg ver boven die 1 zaten. Ik heb toen ook steeds gezegd: als
jullie boven de 1 gaan zitten, moet dat op de een of andere manier weer
gecorrigeerd worden voor Nederland. Wij willen uiteindelijk niet meer
betalen dan we betaalden, plus inflatie en economische groei. Als je
naar de laatste voorstellen kijkt die op tafel lagen — dat was op
zaterdag of vrijdagmiddag — dan begon dat gat behoorlijk dicht te lopen.
Uiteindelijk liep dat vast, omdat een aantal andere landen zeiden te
willen vasthouden aan geen rebates en niet te willen bezuinigen op
cohesie en andere dingen. Uiteindelijk is dat dus niet gelukt, maar er
lagen op een gegeven moment voorstellen die echt wel aardig in de
richting kwamen van wat wij wilden. Zo onredelijk was dat blijkbaar
niet. Nog steeds geldt dat Nederland zegt: wij willen ongeveer daarop
landen. Vervolgens kun je dan gaan praten over dat herstelfonds. Daarom
is behoud van de rebates voor ons heel essentieel, naast de voorwaarden
van hervormingen die zijn gekoppeld aan het herstelfonds en het
recoveryfonds. Dat is echt een heel groot punt. Als die er niet blijven,
dan is het mijn voorspelling dat het heel moeilijk is om er ooit uit te
komen. Als dat geblokkeerd wordt — er zijn nog steeds ook grote landen
die zeer tegen die rebates zijn — dan kom je er niet uit. Die rebates
zijn echt cruciaal om er uit te komen. Op die vraag over Griekenland heb
ik me niet precies voorbereid, maar daarover zijn afspraken gemaakt, ook
op het punt dat de PVV hier maakt.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Emiel van Dijk.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Het is geen antwoord op de vraag. De premier had natuurlijk heel simpel
kunnen zeggen: we betalen dit jaar 8 miljard en dat gaat niet meer
worden.
Minister Rutte:
Plus inflatie, plus economische groei.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ja, maar de economische groei zal volgens het CPB min 6% zijn. Dus er
kan nog meer vanaf.
Minister Rutte:
Wat je doet, is dat je je bijdrage corrigeert voor inflatie en
economische groei. Anders zou het natuurlijk niet redelijk zijn, want
dan ga je feitelijk omlaag. Ik vind het redelijk dat Nederland als een
van de "nettoost betalers" buiten de grafieken om zegt: wij vinden echt
dat we ongeveer moeten landen waarop we zaten. Als de rest dan meer wil
betalen … Het lijkt overigens wel mee te vallen. In de laatste stukken
zaten we op 1,03, 1,04. Het is dus ook niet zo dat het 1,1 of 1,2 was.
Maar van dat verschil zeiden wij: oké, de rest kan dat willen doen, maar
wij … Daarom zijn die rebates en dat hele principe van die kortingen zo
belangrijk. Daar zijn we nog niet. Daar liggen echt nog een paar hele
grote problemen op tafel. In het klassieke MFK blijven de kortingen
zeven jaar overeind. Zo niet, dan zie ik het somber in. Eppink
refereerde ook met enig wantrouwen aan de hervormingsbereidheid van een
aantal landen tot nu toe. Als dat niet gebeurt, als we dat niet hard
kunnen krijgen … Weet je, je moet vanuit solidariteit bereid zijn om te
helpen. Daar zijn we ook toe bereid. Maar daar hoort ook een andere
solidariteit bij. Landen moeten zeggen: we begrijpen dat het een keer
klaar is, we begrijpen dat we zelf moeten zorgen om op hetzelfde niveau
te komen als landen als Duitsland en Nederland. Wat is daarvoor
uiteindelijk nodig? Het is geen leuk nieuws, maar het gaat dan om
hervormingen van het pensioenstelsel en de arbeidsmarkt. Bij een aantal
andere landen gaat het specifiek om het belasting- en
justitiestelsel.
De heer Jetten (D66):
Allereerst aanhakend op dit interruptiedebatje: ik denk dat Griekenland
samen met bijvoorbeeld Ierland en Portugal een van de landen is die na
de vorige crisis is gaan hervormen en nu ook leningen terugbetaalt. Dit
debat kan beelden oproepen over andere Europese lidstaten, maar de
Grieken zijn door een diep dal gegaan en we hebben veel van ze gevraagd,
maar ze houden zich ook aan hun deel van de afspraken. Dan mijn vraag,
want de premier herhaalt in dit debat zijn inzet als het gaat om de
hoogte van het MFK, om en nabij de 1%, en het belang van de korting op
de Nederlandse afdracht. Dat is een faire inzet die je als politieke
partij of als kabinet mag hebben. We zagen bij de onderhandelingsrondes
in februari en maart echter dat, als de andere Europese lidstaten en de
Commissie Nederland tegemoet gaan komen op die 1% of de rebate, ze dat
geld weghalen bij belangrijke hervormingen zoals de verduurzaming en de
digitalisering en de koppeling met de rechtsstaat, die dan weer wat
wordt losgelaten. Mijn vraag aan de premier is: hoe bewaakt hij de goede
balans tussen de hoogte van de Nederlandse afdracht aan de ene kant,
maar aan de andere kant de breed gedeelde inhoudelijke wens van deze
Kamer om in te zetten op verduurzaming, digitalisering en bewaking van
de rechtsstaat?
Minister Rutte:
Daar doen we ook onze uiterste best voor. Maar het is waar: Europa is
een ouderwetse economie met een ouderwetse begroting, waarvan nog steeds
honderden miljarden naar de landbouw gaan, waar Nederland nauwelijks
iets van terugkrijgt, omdat wij een hele moderne landbouw hebben. Er
gaat ook nog steeds heel veel geld naar cohesie — dat snap ik — maar ik
begrijp nog steeds niet waarom Duitsland en Nederland ook geld uit die
cohesiefondsen krijgen. Het was eigenlijk bedoeld voor de allerarmste
gebieden. Er zitten een aantal designfouten in, maar dat is een
politieke realiteit. Die ga je echt niet zomaar veranderen.
De heer Jetten (D66):
Dat ben ik zeer met de premier eens. D66 pleit ook al jaren voor
hervorming van die Europese begroting als het gaat om die cohesiefondsen
en die landbouwfondsen. Dat is echt zonde, want we zouden die miljarden
beter kunnen verleggen naar investeringen die bijdragen aan die moderne
economie van de toekomst. Nederland profiteert van alle lidstaten het
meest van de interne markt. Zou het niet veel beter zijn dat de premier
zijn volle politieke gewicht in die hervorming en modernisering zou
werpen in plaats van net even dat 0,1 procentpuntje in de Nederlandse
afdracht als het ultieme doel in de onderhandelingen te hanteren?
Minister Rutte:
Als ik die biografie niet meeneem, kan ik beide doen.
De heer Bisschop (SGP):
Het is natuurlijk mooi dat Nederland ruimschoots profiteert van de EU,
zoals alle lidstaten profiteren van de EU. We moeten ons dus niet laten
aanleunen dat wij de profiteurs zijn ten koste van anderen. Nee, we
profiteren met z'n allen. Ik denk dat het goed is om dat punt goed vast
te houden, want in de discussie wordt dat nogal eens wat
scheefgetrokken.
Even terug naar de financiering. Bij 1,1% of 1,0% kan ik me iets
voorstellen. We nemen ook allemaal de drang vanuit de EU waar om
eigenstandig belasting te gaan heffen, via de techbelasting of via wat
dan ook. Welke plaats neemt dat in in het financiële plaatje dat de
premier schetst? Als ik de premier tot nu toe goed heb begrepen, zal dat
in ieder geval nooit een rechtstreekse EU-belasting worden. Twee. Als
die al wordt geheven, dan valt die binnen het budget dat nu beschikbaar
is. Is dat een correcte weergave?
Minister Rutte:
Ja, dan vervangt het dus het bni. Het is geen blauwe envelop en een
nieuwe grondslag zou inderdaad een stukje bni-sleutel vervangen. Dat is
de op het nationaal inkomen gebaseerde afdracht. In de praktijk is, denk
ik, de politieke taxatie reëel dat er weinig op de zeef blijft liggen en
dat komt niet doordat wij alles blokkeren. De discussie in februari ging
over plastic en die platte ETS-laag of die ETS-plak die er nu is. Dat
werd al door een heel aantal lidstaten geblokkeerd. Het zou mij niet
verbazen als er uiteindelijk alleen maar plastic overblijft. En beide is
voor ons gunstig, hè. Voor onze afdrachtspositie is zowel die ETS-plak
als plastic gunstig. Dat is een andere grondslag. Het is geen belasting.
Het is gewoon een andere grondslag naast de bni-sleutel. Maar ja, nog
los van wat Nederland daarvan vindt, ik denk niet dat we daar uit gaan
komen. Er zijn zo veel lidstaten die zo veel van die dingen blokkeren
dat ...
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik wil graag even terugkomen op het punt van de urgentie. De
minister-president heeft daarover gesproken en zegt eigenlijk: de
laatste keer dat ik in die pot met geld keek, zat er nog aardig wat in
en we moeten ons niet te veel laten haasten. Nou heb ik de indruk dat
veel van zijn collega's daar een ander oordeel over hebben, een oordeel
dat ook door de politieke urgentie is ingegeven. Het is belangrijk dat
de EU snel over de financiën tot een akkoord komt, omdat er zo veel
andere uitdagingen op ons bordje liggen. Ik zeg het maar even in mijn
eigen woorden. Is dat een benadering, een analyse, die de minister
aanspreekt? En als dat zo is, wat zegt hem dat dan over de noodzaak om
snel tot een akkoord over het MFK en het herstelplan te komen?
Minister Rutte:
Prima. Ik zit ook niet te wachten op meer dan nodig is qua tijd. Als we
er 17 juli uit kunnen zijn, is dat prachtig, maar ik heb net verteld
welke twee ontzettend belangrijke punten Nederland inbrengt. En het
wordt echt lastig als dat niet lukt. We willen die rebates houden en ten
tweede zeggen we dat de landen die nu een beroep doen op de
solidariteit, echt fors moeten gaan hervormen. We gaan kijken. We gaan
kijken wat er gebeurt. Maar het lijkt me niet verstandig om voor de
snelheid te zeggen "weet je, dan doen we de helft van die rebate en dan
betalen we toch een miljard extra" of "ach, die hervormingen, ze hebben
het al 30 jaar niet gedaan en waarom zouden we dan nu opeens zo moeilijk
doen". Mijn punt daarbij was dat het huis niet instort als het langer
duurt, omdat die landen gewoon nu al kunnen beginnen met het opstellen
van die hervormings- en investeringsplannen. Die moeten ze toch maken.
Ze krijgen pas geld als zo'n plan is ingeleverd. Als het wat langer
duurt, is dus niet zo erg. Je maakt dan een plan voor een pot die er nog
niet is. Die pot komt er misschien wel of niet, maar als die er wel
komt, heb je wel intussen die plannen gemaakt. Die moet je toch maken en
dat kost ook tijd.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dat kan ik volgen. Dat is het financiële argument dat er nog geld is.
Mijn vraag ging over de politieke noodzaak om snel tot een akkoord te
komen. De voorzitter van de Europese Raad gaat bij alle regeringsleiders
langs. Iedereen mag twee punten noemen. Als we niet uitkijken, liggen er
straks dus heel veel punten op tafel. Hoeveel precies weet ik zo snel
niet eens. De vraag is dan wat de regeringsleiders en onze
minister-president gaan doen, niet alleen, ook al snap ik dat heel goed,
om zijn twee punten op tafel te leggen, maar om ervoor te zorgen dat er
binnen afzienbare tijd een toenadering tussen al die verschillende
punten en een akkoord komen.
Minister Rutte:
Ja, jeetje. Ik ben hier gebleven. Ik ben geen voorzitter van de Europese
Raad geworden. Dat gaat Charles Michel oplossen, want anders had ik zijn
baan moeten gaan doen. Ik ben er nou juist voor om af en toe in het
eigen envelopje te kijken of het wel goed gaat met onze punten.
Natuurlijk gaan we ook proberen om bij allerlei andere zaken
compromissen te smeden, maar, sorry, die twee dingen zijn toch echt
belangrijk! Nederland hangt buiten de grafiek van de nettobetalers en
daarom willen wij die rebates. En sorry, het moge zo zijn dat de Fransen
al tien of vijftien jaar lang niet voldoen aan alle SGP-doelstellingen
en andere landen — dat werd hier althans verteld — niet hebben hervormd,
maar daar willen we nou juist een verandering in. Dat is heel
fundamenteel. Dan wordt de basale belofte van Maastricht, waar we toch
allemaal zo voor waren, weer belangrijk: het gezamenlijk toegroeien naar
een hoger niveau van economische kracht. Dat wordt weer belangrijk, om
ervoor te zorgen dat Europa in een polaire wereld met China en Amerika
een rol kan spelen en dat wij echt kunnen "project ourselves on the
world stage", zei iemand in een speech in Zürich vorig jaar op 13
februari. Daarvoor is belangrijk dat je ook een economisch sterke
Europese Unie hebt en dat zijn we op dit moment onvoldoende, omdat een
heel aantal landen ver beneden hun economisch potentieel presteren,
omdat zij die moeilijke besluiten niet nemen.
Vervolgens bellen ze ons en zeggen "we hebben hier grote problemen, wil
je helpen?" Dan zeggen wij "oké, doen we", want we moeten hier met z'n
allen uit zien te komen, "maar dan moet je wel laten zien dat jullie de
vereiste dingen nu doen en de moeilijke politieke besluiten nemen".
Daarmee bedoel ik niet bezuinigen, want daar hebben we het nu niet over
en ook niet belastingverhogingen. Ik bedoel gewoon de moeilijke
hervormingen op pensioenen, de arbeidsmarkt, belastinginning, het
bestrijden van corruptie et cetera, die in dat type landen nodig zijn.
Dat vind ik een redelijk verzoek.
Mevrouw Leijten (SP):
De heer Van Ojik zei het al: er wordt nu een rondje gemaakt en iedereen
mag twee punten noemen. Dan valt mij op dat Nederland de punten
hervormingen en kortingen heeft gekozen. Kan de minister-president
uitleggen hoe zij tot die keuze zijn gekomen? Er liggen hier namelijk
meerdere Kamermoties die ook nog andere dingen vragen.
Minister Rutte:
O, dat is niet limitatief. Ik heb alleen geschetst … ik heb trouwens
Charles Michel ook niet horen zeggen "je mag maar twee dingen noemen".
Anders heb ik die vraag genegeerd toen ik hem sprak van de week en veel
meer punten genoemd. Ik noem ook the rule of law en ik noem
vanzelfsprekend ook de grondslag waarop in dat herstelfonds gekeken
wordt op basis van welke economische rationaliteit nu eigenlijk de
verdeling van dat fonds toegekend wordt. Daar zit nu bijvoorbeeld een
grondslag in waar wij vraagtekens bij hebben gezet, en wel de
werkloosheidscijfers 2015-2019, en niet de spring forecast. Ik hoorde
hier iemand zeggen: het is toch bijzonder dat een economie die 4% krimp
heeft en in één jaar herstelt, Polen, de derde meest beneficiërende
economie is van dit fonds. Daar stellen wij wel vragen bij. En er zijn
heel veel andere dingen. Alle moties worden uitgevoerd, althans als ze
zijn aangenomen.
Mevrouw Leijten (SP):
Er is een belangrijke motie geweest die zei: de Kamer spreekt uit dat na
de brexit het MFK niet stijgt. We hebben eigenlijk de regering altijd
gesteund in het onacceptabel noemen van het aanvankelijke voorstel. Toen
het nieuwe voorstel kwam en het MFK alweer hoger was, leek Nederland dat
los te laten. Daar zat een herstelfonds bij waarvan de regering zei
"daar zijn wij nog niet van overtuigd". Maar ik zie dus dat er nu wel
degelijk op een enorme glijbaan naar beneden gegaan wordt en ik maak mij
daar zorgen over. Wij hebben een technische briefing gehad van de
ambtenaren van Buitenlandse Zaken over dat nieuwe voorstel en dan zie ik
dus dat we in zeven jaar wel degelijk van 7 miljard naar 12, 14 miljard
per jaar afdracht zouden gaan. Ik krijg dat niet uitgelegd.
Minister Rutte:
Daar zijn we toch niet voor?
Mevrouw Leijten (SP):
Nee, maar ik hoor geen vragen meer bij het herstelfonds; misschien
hooguit nog een beetje over hoe het verdeeld wordt. In het vorige debat
was Nederland daar nog niet van overtuigd.
Minister Rutte:
Nee, maar …
Mevrouw Leijten (SP):
Daar is dus blijkbaar een stap gezet die D66, GroenLinks en de PvdA zo
graag willen.
Minister Rutte:
Wat is de vraag? Want ik hoor geen vraag.
Mevrouw Leijten (SP):
Er is blijkbaar een stap gezet!
Minister Rutte:
Nee hoor, er is sinds het vorige debat niets veranderd. Alles wat daar
gezegd is, staat nog steeds.
Mevrouw Leijten (SP):
Het is dus niet zo dat Nederland nu twee prioriteiten heeft gekozen,
namelijk dat die hervormingen moeten gebeuren en dat de kortingen moeten
blijven …
Minister Rutte:
Nee, ik ga u helemaal geruststellen.
Mevrouw Leijten (SP):
Wij staan gewoon nog waar we stonden? We betwijfelen dat dat
herstelfonds nodig is, we willen absoluut niet dat het MFK veel hoger
wordt, we halen liever investeringen naar voren — want dat was toch het
standpunt — en we houden vast aan die kortingen. Want ik vind het wel
belangrijk om te weten waar we staan.
Minister Rutte:
Nou ja, we hebben dat allemaal uitvoerig besproken in het vorige debat,
een paar weken geleden. Ik ga dat hier niet allemaal herhalen. Alleen
wat ik nu schets is dat er voor een soort entreeticket naar die
discussie hier, denk ik, nu twee dingen er uitspringen, namelijk
hervormingen in ruil voor solidariteit en dan niet zeggen "o, we krijgen
de mogelijkheid om te investeren in de groene economie", of "we krijgen
de mogelijkheid om te investeren, dat doen we in groen en dat doen we in
hervorming". Nee, dat is een verstandige investering, dat is geen
hervorming. Een hervorming betreft eigenlijk altijd pensioenen en de
arbeidsmarkt, want dat zijn eigenlijk de enige twee
productiviteitsverhogende hervormingen die snel leiden tot meer
economische groei, naast natuurlijk belastinginning,
corruptiebestrijding en al die andere zaken. Dit zijn twee grote.
Ten aanzien van het MFK-klassiek is het nog steeds onze positie dat wij
vinden dat wat wij betaalden ongeveer wel genoeg was, plus groei en
inflatie, want dat blijft ook. Daarmee is die rebate belangrijk en
daarom noem ik die twee. Maar er zijn natuurlijk nog 30 andere dingen
genoemd die we ook allemaal in ons hoofd hebben zitten.
De voorzitter:
Dank u wel. We wachten heel even totdat de katheder is schoongemaakt.
Dan is het woord aan de minister van Buitenlandse Zaken
Minister Blok:
Dank u wel, voorzitter. Ik zag hoe fijn u het vond dat iedereen begon
met constateren hoe fijn het was hier weer te zijn. Dat geldt ook voor
mij.
De heer Bisschop noemde dit het "jaarlijkse moment van bezinning". Dat
is een beetje gereformeerde term, als u mij toestaat, maar ik herken er
toch wel iets van. U voegde daar een aantal rapportcijfers aan toe. Daar
zal ik zo op terugkomen, maar volgens mij staat buiten kijf — ik wil
niet zeggen dat iedereen dat in zijn bijdrage had, maar de meeste
partijen toch wel — dat voor een land als Nederland samenwerking met de
buren cruciaal is. Daarom zijn wij een van de grondleggers van de
Europese Unie; de heer Jetten wees er terecht op. Het is en blijft onze
volle inzet om daar een van de actiefste spelers in te zijn.
Dat neemt niet weg dat internationale samenwerking altijd extreem
complex is. Als je Nederlandse coalitiepolitiek al ingewikkeld vindt,
begin dan maar niet aan Europa. Met 27 landen met een verschillende
geschiedenis en een verschillende economische positie is het extreem
lastig samenwerken. Er is geen alternatief voor, maar de uitkomsten zijn
ingewikkelder, ingewikkelder uit te voeren, ingewikkelder uit te leggen
dan in een land met coalities van vier partijen of soms minder. Maar
vanuit ons nationaal belang is er geen alternatief voor die
samenwerking. En vanuit de geopolitieke realiteit — een van de
onderwerpen waar ik zo meteen op terugkom — moeten we samenwerken wil
Nederland en wil Europa sterk staan in, zoals dat plechtig heet, een
"multipolaire wereld", waarin verschillende machtsblokken opkomen die
onze waarden niet delen.
Dus waar de heer Bisschop de Europese Unie een 4 gaf voor gedrag en een
8 voor vlijt, zou ik de Europese Unie vooral op haar talenten in
wiskunde-3 willen beoordelen: het oplossen van vergelijkingen met drie
onbekenden. De heer Omtzigt kijkt nu meteen om, want dit is ook zijn
liefhebberij. Dat is natuurlijk het werk dat je voortdurend aan het doen
bent: op volkomen nieuwe terreinen oplossingen bedenken met heel veel
spelers. Woest ingewikkeld en het gaat soms mis, maar gelukkig vaak ook
goed. Het gaat meestal langzamer dan je wil, maar dat was bij dat
proefwerk wiskunde ook zo. Ik zie mevrouw Ploumen nu knikken: tja, dan
was opeens de tijd om en stonden er nog twee sommen op de achterkant van
het blaadje. Maar de realiteit is dat iemand die wiskunde-3-opgaves moet
maken. Dat doen we in de Europese Unie en alle onderdelen daarvan.
De opgaven die aan mij zijn toegedeeld, zijn de institutionalia zoals
dat heet, het functioneren van de Commissie, de conferenties van Europa,
geopolitieke vragen, de rechtsstaat, brexit, de interne markt en de
Green Deal en nog een aantal overige vragen.
Allereerst het functioneren van de Commissie. De heer Mulder ging daar
uitgebreid op in in zijn bijdrage en ook in het debat met de
minister-president. Ik heb met belangstelling het rapport van
Clingendael gelezen waar de Kamer om gevraagd had. Ik herkende ook een
aantal van de omschrijvingen die daarin staan. Aan het begin van deze
kabinetsperiode zijn we heel helder geweest over het functioneren van de
Commissie. Dat was ook een onderdeel van het eerste debat hier over de
Staat van de Unie. Voor ons als kabinet is cruciaal dat de Europese Unie
concrete resultaten levert. We hebben daar een heel aantal speerpunten
bij aangegeven, waarbij natuurlijk de economische speerpunten zitten van
een nog beter functionerende interne markt, maar ook heel duidelijk
rechtsstatelijkheid, vergroening en een effectief vreemdelingenbeleid.
Van onze kant zijn er heel heldere speerpunten gegeven, die we gelukkig
ook terugzien in de strategische agenda. Wat ons betreft is de eerste
taak van de Commissie uitvoering van die strategische agenda. Zij zijn
degenen die de wetgevingsvoorstellen horen te doen. Daarbij hoort ook
die geopolitieke rol, waar ik straks verder op in zal gaan.
Cruciaal voor het goed functioneren van de Commissie én het vertrouwen
van het publiek is het handhaven van gemaakte afspraken. De Commissie
is, zoals dat zo mooi heet, de hoeder van de verdragen. Iedere keer als
dat niet of onvoldoende gebeurt, of dat nou het Stabiliteits- en
Groeipact is, de rechtsstatelijke onderdelen van het verdrag of welk
deel dan ook, vreet dat aan het functioneren van de Unie en vreet dat
aan het vertrouwen van het publiek in de Europese Unie. Vandaar dat wij
zo benadrukken dat de Commissie die rol als hoeder van de verdragen moet
pakken.
De heer Jetten ging in — mevrouw Leijten voegde zich daar later bij — op
de conferentie over de toekomst van Europa die nu is aangekondigd. Zoals
de heer Jetten aangaf, gaat die ook over de vraag: welk Europa willen
wij? Vanuit Nederland hebben we steeds aangegeven, in lijn met het
betoog dat ik net houd: een Europa dat levert op die terreinen waar
Europa een belangrijke rol speelt en die we ook helder aangegeven met
het kabinet. Dus laat deze conferentie nagaan hoe we beter echte
resultaten kunnen boeken. Bij het proces van nadenken over hoe het beter
kan hoort natuurlijk een goede input van en verantwoording naar de
volksvertegenwoordiging. Vandaar dat wij steeds gepleit hebben,
overigens krachtig aangemoedigd door de Kamer, voor betrokkenheid van de
nationale parlementen. Dat is voor mij ook de logische route om het
contact met het publiek te houden. Ik weet dat er ook ideeën bestaan
over aparte publieksconsultaties. Daar kan je niet tegen zijn, maar het
kan niet in de plaats komen van de democratisch gekozen
volksvertegenwoordiging.
De heer Anne Mulder (VVD):
Ik wil graag terug naar het toezicht. De minister van Buitenlandse Zaken
zegt dat het toezicht belangrijk is op allerlei manieren; anders vreet
het het vertrouwen in de Europese Unie op. Is dat toezicht op dit moment
voldoende?
Minister Blok:
Wij zouden er natuurlijk geen speerpunt van maken als we zouden zeggen
dat het altijd goed is gegaan. Het Stabiliteits- en Groeipact werd zowel
door de premier als door mijzelf genoemd als onderdeel dat we ook
weleens wat teleurgesteld zijn in de toezichthoudende rol van de
Commissie. De reden dat we het bovenaan zetten is niet dat het nooit
goed is, maar wel dat het scherper en consequenter moet.
De heer Anne Mulder (VVD):
Dit is nu al een paar jaar zo. Blijkbaar dringt Nederland erop aan, maar
doet de Commissie dat niet. Wat moet Nederland dan nu nog doen om de
Commissie wel in de juiste richting te krijgen?
Minister Blok:
U ziet bijvoorbeeld dat wij in onze voorstellen voor het MFK een
koppeling leggen tussen het recht op geld en het nakomen van
rechtsstatelijkheidsafspraken. Dat is ook zo'n deel van het toezicht. Op
die manier geven wij daar invulling aan, allemaal weer tegen de
achtergrond van het feit dat we over de begroting, dus het MFK,
uiteindelijk met 27 landen overeenstemming moeten bereiken. Maar wij
proberen het te vertalen in concrete bijvoorbeeld financiële
gevolgen.
De heer Anne Mulder (VVD):
Gaat dat nou succes hebben of moet Nederland misschien toch andere
instrumenten gaan inzetten, als de Commissie maar niet wil?
Minister Blok:
Hm, wanneer sturen wij de Karel Doorman?
De heer Anne Mulder (VVD):
Ja, precies. Ik maakte een rustige opmerking. Ik merkte dat bij de heer
Rutte, maar het is scherp, hè? Italië hervormt niet, de Commissie
handhaaft niet en wij staan aan de lat om ze te helpen. Het is niet
zomaar iets. Het holt de steun voor de Europese Unie uit. En ja, we
sturen de Karel Doorman. Wat gaat Nederland nou doen, behalve een brief
sturen aan het parlement: wij moedigen — wat staat er nou? — het debat
in de Kamer aan over de Europese Commissie? Nee, er moet wat
gebeuren.
Minister Blok:
Dat zijn we met elkaar eens, maar dat is toch het hele debat dat u net
ook met de minister-president voerde over de voorwaarden die Nederland
stelt aan een steunpakket. Een deel van de Kamer zegt daarvan "daar gaat
u te ver in", maar volgens mij sluit het heel goed aan bij de lessen uit
het verleden waar de heer Mulder op wijst. Uit zichzelf worden moeilijke
maatregelen niet genomen, dus doen wij dat nu bij dat herstelplan. Dus
is het onderdeel van de randvoorwaarden die wij stellen aan de nieuwe
begroting, het MFK. Op die manier proberen we echt de lessen uit het
verleden in de praktijk te brengen. Dat is nog wel een heftige strijd.
In die zin vind ik de formulering van de Karel Doorman nog helemaal niet
zo gek gevonden, toch een beetje "ik val aan, volg mij".
Terug naar de ... Ja, de heer Van Ojik kent zijn klassiekers! Mevrouw
Leijten vroeg of in de conferentie over de toekomst van Europa ook
scenario's worden besproken waarin de Commissie een minder centrale rol
speelt. Dat minder centraal mag van mij, alleen moet je wel heel precies
zijn over "minder centraal". Ik gaf net aan dat bij de handhaving wat
mij betreft de Commissie haar rol meer pakt, maar als mevrouw Leijten
bedoelt of er ook ruimte is voor scherpe gedachten over Europa, ook over
een kleinere rol van de commissie, dan zeg ik dat ik vind dat er, juist
door de nationale volksvertegenwoordiging erbij te betrekken, geen
filter moet zijn op gedachten die misschien wat minder welkom
zijn.
De heer Omtzigt (CDA):
Die Karel Doorman gaat 'm niet worden. Karel Doorman was nog moedig
genoeg om te zeggen "ik val aan, volg mij", maar in Brussel is er geen
rivier waar je met een flink schip overheen kunt varen en de Karel
Doorman is ook nog een ziekenhuisschip. Als je dat gaat afsturen op
Brussel, met wat humanitaire hulp, wordt dat niet echt gezien als een
dreigementje waar we wat mee kunnen. Ik zou toch wel iets meer willen
van deze minister. En in dit specifieke geval: even kijken naar de
afspraken die we de afgelopen tijd gemaakt hebben. Vorig jaar is de
afspraak gemaakt dat schulden herstructureerbaar moet zijn. Met een
moeilijk woord: single-limb CAC's. Dat betekent dat je een
schuldafschrijvingsmechanisme bij lidstaten moet hebben als er te grote
schulden zijn. Dat vonden wij belangrijk. Dat wordt niet
geïmplementeerd. Staat de Nederlandse regering er nog voor dat die
afspraak wel nagekomen wordt door de 26 andere EU-lidstaten?
Minister Blok:
Volgens mij was dat onderdeel van het ESM dat collega Hoekstra heeft
uitonderhandeld en is het op dat onderdeel inderdaad nog niet voltooid.
Maar het is nog steeds volledig de inzet van de Nederlandse regering.
Het is niet alleen de inzet, het is ook gekomen in die afspraken. Ze
zijn alleen nog niet unaniem onderschreven.
De heer Omtzigt (CDA):
Kijk, daar zijn we dus: ze zijn nog niet unaniem onderschreven en we
willen al naar het volgende pakket, terwijl het vorige pakket, dat wel
ondertekend was door iedereen — daar stonden echt 27 handtekeningen
onder, althans de eurohandtekeningen — niet wordt uitgevoerd. Legt de
Nederlandse regering opnieuw op tafel dat het wel uitgevoerd wordt?
Anders zitten we iedere keer nieuwe afspraken te maken terwijl we de
vorige niet uitgevoerd hebben.
Minister Blok:
De Nederlandse regering heeft dat voorstel niet ingetrokken.
De heer Omtzigt (CDA):
Dat het niet ingetrokken is, lijkt me helder, want het moet uitgevoerd
worden. Dat is precies wat de heer Mulder hier constant zegt. Een van de
dingen waarom die Europese Unie draagvlak verliest, is niet dat we een
gebrek aan afspraken hebben. Die afspraken kan ik hier met karrevrachten
binnenrijden. Het is het gebrek aan uitvoering van de afspraken. Ik
vraag of het vorige setje afspraken gewoon tot de uitvoering behoort.
Anders denken ze: joh, we kunnen nieuwe afspraken maken, wat maakt het
uit? Dus zet de Nederlandse regering erop in dat uitvoering van die
afspraken voorwaarde is om weer nieuwe afspraken te maken?
Minister Blok:
De heer Omtzigt brengt het alsof hier een verschil van mening is. De
Nederlandse regering had en heeft dat standpunt. Het is ook in de
afspraken gekomen. Het is alleen door een land nog niet ondertekend. Ja,
u kunt net doen of we daarover van mening verschillen, maar we
verschillen niet van mening.
De heer Omtzigt (CDA):
Mijn concrete vraag is: luistert het land dat het niet ondertekend heeft
naar de naam Italië? Het is natuurlijk niet toevallig dat dat land het
niet ondertekend heeft. Dat land wil nu graag dat nieuwe pakket. Dan
neem ik toch aan dat we zeggen: voor we het over dat nieuwe pakket
hebben, wordt ook die laatste afspraak nog even nagekomen?
Minister Blok:
Hoe dat in de tijd gaat lopen kan ik niet voorspellen, omdat het ESM
niet per se onderdeel van het nieuw te onderhandelen pakket is. Maar wil
je een beroep kunnen doen op het ESM, dan moet je uiteindelijk wel
tekenen.
De heer Omtzigt (CDA):
Oké. Die laatste zin heb ik gehoord. Ze moeten het uiteindelijk
ondertekenen. Op de manier waarop de Nederlandse regering dat afdwingt,
wacht ik met grote belangstelling af.
Minister Blok:
Zeker.
De heer Jetten (D66):
Ik wil toch nog even door op het punt van het toezicht op het
Stabiliteitspact. Hier lijkt de sfeer te ontstaan dat de Europese
Commissie er strenger op moet toezien. Ja, je hebt daar streng toezicht
van de Europese Commissie voor nodig, maar is de minister het met mij
eens dat in de afgelopen jaren ook vaak de Europese Commissie hele
kritische aanbevelingen heeft gedaan over specifieke lidstaten, die
vervolgens niet worden overgenomen door de regeringsleiders?
Minister Blok:
Ook die situatie heeft zich voorgedaan. Beide hebben zich voorgedaan. De
aanbevelingen van de Commissie hadden scherper gekund tegen de
achtergrond van de daadwerkelijke prestatie van landen. Maar de heer
Jetten heeft ook gelijk dat de Europese Commissie soms scherpe
aanbevelingen deed en dat die niet werden overgenomen door de
Raad.
De heer Jetten (D66):
Dit is mijn meer centrale boodschap in dit debat: als we het draagvlak
onder de mensen willen vergroten, mensen willen meenemen in wat er in
Europa speelt, dan moeten we niet alleen maar vingerwijzen naar de
Europese Commissie maar ook kritisch zijn op hoe we als afzonderlijke
lidstaten soms blokkeren dat er wordt ingegrepen, dat er toezicht wordt
gehouden of dat er hervormingen kunnen worden afgedwongen. Het is fijn
dat de minister dat ook op deze manier beantwoordt. Wat kan het kabinet
doen in deze komende gesprekken om dit ook onderdeel van het pakket te
laten zijn?
Minister Blok:
Het toezicht op de randvoorwaarden die de premier noemde is natuurlijk
cruciaal. Met alle respect, Nederland heeft daar toch ook enig gezag in,
omdat wij zeker niet perfect zijn maar wel bij de crisis van 2010-2012
hebben laten zien dat wij steeds bereid waren om lastige maatregelen te
nemen, omdat dat goed was voor ons land, voor de banen en voor de
houdbaarheid van de financiën. Ook was toen altijd heel expliciet een
argument dat we ons daar in Europa toe verplicht hadden. Dus dat geeft
ons ook het recht om nu in deze discussie te zeggen: willen we zo'n
recoverypakket kunnen onderschrijven, dan moet de afspraak over het
handhaven van de voorschriften ook heel helder en hard zijn.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Minister Blok:
De heer Van Ojik vroeg onder de categorie "blik vooruit, conferentie
over de toekomst van Europa" hoe het kabinet zich gaat inspannen voor
steun aan het maatschappelijke middenveld in Europa. Dat doen we langs
twee lijnen. Er zit een onderdeel in de Europese begroting, die nog niet
uitonderhandeld is, die die ruimte geeft. Daarnaast weet de heer Van
Ojik dat onze regering, ikzelf en de collega van JenV, de regeringen van
landen waar het maatschappelijk middenveld onder druk staat — we hebben
het onder andere over Hongarije gehad — daar ook rechtstreeks op
aanspreekt.
Mevrouw Leijten vroeg naar de inzet van het kabinet rond transparantie.
Ik weet dat mevrouw Leijten en de heer Omtzigt, maar eigenlijk de hele
Kamer, terecht het kabinet steeds aansporen om daar stappen in te
zetten. Het Europees Parlement speelt daar overigens ook een belangrijke
rol in. Wij trekken aan dezelfde kant van het touw. Wij hebben afgelopen
jaar een heel aantal voorstellen voor transparantie met tien lidstaten
naar voren gebracht. In mijn gesprekken met collega-ministers die niet
tot die tien behoren, benadruk ik iedere keer hoe belangrijk het is dat
zij daar ook aan meedoen. Het Duits voorzitterschap zullen wij
natuurlijk opnieuw aanmoedigen om hiermee verder te gaan. Duitsland is
een land waar we veel geestverwanten op dit gebied vinden.
Mevrouw Leijten stelde dat de PV driekwart van de tijd besteedt aan
bedrijven. Ik weet niet waar die informatie op gebaseerd is. De PV is
beschikbaar voor Nederlanders, Nederlandse organisaties en Nederlandse
bedrijven als luisterend oor. De PV is natuurlijk neutraal maar wel een
belangrijke wegwijzer in Brussel. Maar ik ken geen informatie waaruit
zou blijken dat driekwart van hun tijd aan bedrijven besteed zou
worden.
De voorzitter:
Eerst de heer Omtzigt, dan mevrouw Leijten voor een toelichting op haar
vraag.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik heb een concrete vraag. Naar aanleiding van het rapport van mevrouw
Leijten en mij en het advies dat we hier hadden, heeft de
Venetië-Commissie beloofd om samen met de lidstaten te kijken naar de
transparantie van de Europese Raad. Zij gaat een onderzoek doen bij de
lidstaten, en een conferentie met de lidstaten en de rapporteurs
organiseren. Maar zij kan formeel de Europese Raad niet dwingen om ook
mee te doen. Echter, dit zou een hele rare conferentie zijn zonder
Europese Raad. Want het gaat over de Raadstukken. Dus de vraag aan de
Nederlandse regering was: wilt u ervoor zorgen dat de Raad officieel
aanbiedt om aanwezig te zijn, zodat daar een discussie plaatsvindt als
de lidstaten of de rapporteurs een idee hebben en we het daarover kunnen
hebben?
Minister Blok:
Ja, die vraag had de heer Omtzigt gesteld. Die had ik onder het hoofdje
rechtsstaat, maar zal ik nu beantwoorden. De Venetië-Commissie valt
onder de Raad van Europa, maar de Europese Unie is weer geen lid van de
Raad van Europa. Dat weet de heer Omtzigt natuurlijk. De optie van
aansluiten van de Europese Unie bij het onderzoek is om die reden niet
mogelijk. Ik zou het wel logisch vinden om als de resultaten van dat
onderzoek bekend zijn, op die basis opnieuw met de tien geestverwante
landen en hopelijk nieuwe bondgenoten te bepleiten dat de stappen met
betrekking tot transparantie, waarmee naar ik aanneem de
Venetië-Commissie ook zal komen, ter hand worden genomen.
De heer Omtzigt (CDA):
De Venetië-Commissie heeft beloofd twee dingen te doen. Het eerste wat
zij doet, is een onderzoek bij de lidstaten. Ik snap dat de Europese
Unie daar niet aan meedoet, hoewel de Europese Unie — mind you — een van
de belangrijkste financiers van de Venetië-Commissie is. Het tweede punt
is dat er op basis daarvan een conferentie komt met de lidstaten om te
kijken hoe het daar functioneert, dus hoe nationale parlementen
informatie wel of niet krijgen van de Europese Raad. Dat is hier
constant het probleem. Er is een discussie tussen regeringsleiders, maar
wij weten niet wie welke positie ingenomen heeft. Dat is de kern van wat
wij willen weten. Daar gaan de parlementen dus over praten. Dan zou het
toch heel fijn zijn als er vertegenwoordigers van de Europese Raad
aanwezig zijn om uit te leggen waarom hun standpunt links- of rechtsom
is en waarom dat soms geheim blijft. Dus mijn vraag aan de Nederlands
regering is of zij zich ervoor wil inzetten dat bij de conferentie ook
vertegenwoordigers van de Europese Raad aanwezig zijn, zodat zij kunnen
uitleggen wat daar gebeurt.
Minister Blok:
Het lijkt mij eerlijk gezegd logisch dat als nationale parlementen
constateren dat zij onvoldoende informatie hebben, zij hun eigen
regering daarop aanspreken, zoals u heel consequent doet. De Europese
Raad is een verzameling van regeringsleiders of, in geval van de
vak-Raden, van vakministers. Het lijkt mij toch logisch dat dit langs de
route van de nationale parlementen langs de nationale regeringen aan de
orde wordt gesteld.
De heer Omtzigt (CDA):
Nee, dat is niet logisch omdat er ooit, toen Timmermans hier overigens
minister was, een richtsnoer aangenomen is waarachter al die 27
regeringsleiders zich verschuilen en zeggen: wij kunnen dat richtsnoer
alleen met unanimiteit veranderen; wij willen wel, maar de andere niet.
Daarom komt er nooit informatie. Het is constant praten tegen de muur.
Als hier, in één kamer, de regeringsleiders gaan praten en daar, in een
andere kamer, de parlementen, dan hebben we het natuurlijk nooit over
een oplossing. Het is toch logisch dat als een conferentie georganiseerd
wordt, iedereen eens bij elkaar gaat zitten en zegt: vinden we dit nu
wel of niet redelijk? Dan kan zelfs het antwoord mij nog niet bevallen
in de conferentie — daar houd ik echt wel rekening mee — maar het gaat
erom dat vertegenwoordigers van de Raad daar aanwezig zijn. Kunt u daar
alstublieft voor zorgen?
Minister Blok:
Als Nederland met dat verzoek komt, dan zal de tegenvraag zijn waarom.
De Europese Raad is een verzameling van 27 nationale vertegenwoordigers,
premiers. Als daar een vertegenwoordiging gaat zitten bij het werk van
de Venetië-Commissie, wat is dan het standpunt van die
vertegenwoordiging? Stel dat er van die 27 landen 10 landen, die met ons
die brief ondertekend hebben, vol voor transparantie zijn, 10 lauw en 7
tegen. Stel dat dit het geval is. Wat is dan het standpunt dat de
vertegenwoordiger van de Europese Raad daar moet inbrengen?
De voorzitter:
Tot slot op dit punt de heer Omtzigt.
De heer Omtzigt (CDA):
Dat is aan de vertegenwoordiger van de Europese Raad. Maar het afwezig
willen zijn bij een discussie over de transparantie van de Europese
Raad, terwijl die transparantie ontbreekt door de Europese Raad, en bij
een conferentie die door heel Europa georganiseerd wordt, zou ik een
bijzonder trieste uitkomst vinden. Daarom vraag ik om er wel voor te
zorgen dat er een aanwezigheid is. Dat daar niet altijd bindende
toezeggingen gedaan kunnen worden, had ik al wel een beetje begrepen.
Maar dat er niet deelgenomen wordt aan de discussie over transparantie
omdat dat misschien wel te transparant zou zijn, vind ik toch wel een
trieste gang van zaken.
Minister Blok:
Die persoon of personen die daar zitten namens de Europese Raad staan
dan voor dat onmogelijke dilemma: moeten wij nou het standpunt
vertegenwoordigen van de tien landen die voor transparantie zijn, van de
tien die het niet zo veel kan schelen of van de zeven die echt tegen
zijn? Dan kan zo'n persoon dus alleen maar toehoorder zijn. Het is een
beetje moeilijk om de Nederlandse regering op te dragen "gaat u eens
heel erg bepleiten dat daar meneren of mevrouwen namens de Europese Raad
bij zitten" zonder dat heel helder is aan te geven wat dat toevoegt. Dit
terwijl een andere route wel heel logisch is, namelijk die langs de
nationale parlementen, die net zoals u dat hier doet hun nationale
regeringen, premier en ministers, kunnen aansporen om wel werk te maken
van die transparantie. Volgens mij is dit een heel praktisch punt,
hoor.
Mevrouw Leijten (SP):
Hier moeten we nog maar op terugkomen, want het zou inderdaad een flater
zijn als nationale parlementen hun rechten onderzoeken om te weten of ze
regeringen wel kunnen controleren, zeker via wat er gebeurt in de
Europese Raden, en als dat gremium helemaal afwezig is bij die
discussie. Maar de minister herkende die driekwart van de tijd niet. Het
klopt, hoor; het is 73%, dus net niet driekwart van de tijd, dat de
Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging vooral afspraken heeft met het
grote bedrijfsleven. Dit komt gewoon uit het rapport Captured states.
Daar heeft deze minister al een keer op gereageerd. Dat is van een
lobbywaakhond. In de reactie daarop zei de minister eigenlijk: wat doen
we het goed, hè, want het is bij ons in ieder geval in kaart te brengen
welke tijd de Permanente Vertegenwoordiging besteedt aan bedrijfsleven
of misschien publieke belangen. Mijn punt is dit. Hiervoor is
transparantie zo belangrijk. Nu we weten dat dat gebeurt, wil ik
eigenlijk dat de regering zorgt voor een andere koers van de Permanente
Vertegenwoordiger, zodat die wat minder de kruiwagen wordt voor het
grote bedrijfsleven.
Minister Blok:
Ik ga dat rapport dan even laten opzoeken, want het zou mij zeer
verbazen als het zo is dat 73% van de tijd naar bedrijven gaat. Maar er
is kennelijk een rapport over, dus daar ga ik eens even naar
kijken.
Mevrouw Leijten (SP):
Daar heeft de minister al een keer op gereageerd en een brief over
geschreven.
Minister Blok:
Dan ga ik daar nog even naar kijken. De Kamer vraagt mij met enige
regelmaat om brieven. Ik krijg iedere avond zó'n tas mee. Dan teken ik
ze ook allemaal. Soms moet ik dus even terugkijken wanneer welke brief
in de tas zat.
Mevrouw Leijten (SP):
U kan toch ook gewoon ingaan op de inhoud van de vraag?
Minister Blok:
Ja, maar dat begint met de vraag of het cijfer klopt.
Mevrouw Leijten (SP):
Als ik vragen stel over bizarre sponsoring van de Permanente
Vertegenwoordiging door Heineken en banken, dan moeten we dat allemaal
maar laten gebeuren. Helaas is een motie daarover verworpen in deze
Kamer. Maar ik wil vandaag gewoon het voorstel doen dat de Nederlandse
Permanente Vertegenwoordiger daar niet de kruiwagen van het
bedrijfsleven is, maar van andere belangen die wij belangrijk vinden. Ik
ga die motie toch gewoon indienen, ook al weet de minister niet meer
welke rapporten er zijn.
Minister Blok:
Ik heb gezegd dat ik het rapport op zal zoeken. Het zou mij zeer
verbazen als 73% van de tijd besteed wordt aan grote bedrijven, maar ik
ga ernaar kijken.
Voorzitter. Dan kom ik bij het onderwerp geopolitiek. Heel veel
Kamerleden stelden terecht aan de orde dat het, in een wereld waarin de
Verenigde Staten zich helaas terugtrekken uit een aantal internationale
afspraken, Rusland en China steeds assertiever worden en in een aantal
landen aan de randen van Europa, maar soms ook binnen de Europese Unie
zelf, een aantal principes van rechtsstatelijkheid, internationaal recht
en democratie ter discussie gesteld worden, van belang is dat de
Europese Unie zo eensgezind mogelijk en zo slagvaardig mogelijk
optreedt. De heer Van Ojik formuleerde dat als: hoe zorg je ervoor dat
de Europese Unie speler is en geen speelveld? De heer Azmani vroeg naar
een grote rol voor de Hoge Vertegenwoordiger buitenlands beleid van de
Europese Unie.
In de commissie Buitenlandse Zaken geef ik met grote regelmaat aan dat
effectief buitenlands beleid voor Nederland eigenlijk altijd neerkomt op
het vormen van coalities, het optreden in coalities. Ik heb een sterke
voorkeur voor een EU-27, maar mijn inleidende opmerking over hoe
moeilijk het is — het is gewenst, maar ook moeilijk — om met 27 landen
één front te vormen, geldt al helemaal bij buitenlands beleid. Je merkt
dat heel veel landen daar nog meer dan op andere terreinen gehecht zijn
aan nationale soevereiniteit. Tegelijkertijd schreef bijvoorbeeld mijn
Duitse collega Maas ongeveer een halfjaar geleden in een opiniestuk dat
ook voor Duitsland, de grootste economie in de Unie, geldt: buitenlands
beleid betekent samenwerken met andere Europese landen. Er zijn gelukkig
zeer veel gelijkgezinden.
Als je dan op concrete vragen komt — hoe stel je je op tegenover China,
zoals de heer Mulder en de heer Van Ojik aan de orde stelden — dan zie
je toch helaas vaak dat er verdeeldheid is tussen landen die economisch
afhankelijker zijn van China dan andere landen. Je ziet dat met
betrekking tot Rusland. Je ziet soms successen. Zo trekken wij gelukkig
samen aan een EU-mensenrechtensanctie-instrumentarium. Nederland heeft
aangegeven dat we een stap zouden willen zetten naar meer
slagvaardigheid van de Europese Unie door
gekwalificeerdemeerderheidsbesluitvorming mogelijk te maken,
bijvoorbeeld bij het opleggen van sancties en het standpunt van de
Europese Unie in internationale organisaties. Ik moet eerlijk opbiechten
dat helaas een heel aantal landen in de Unie ook die stap niet wil
zetten. Maar ik heb dan toch de hoop, net als met andere onderwerpen die
nog niet gelukt zijn, dat de realiteit van de nieuwe, vaak onzekere
wereld uiteindelijk toch ook andere landen gaat overtuigen dat we dit
soort stappen moeten gaan maken.
De heer Van Ojik vroeg ook concreet wat de EU-Chinatop heeft opgeleverd.
Het feit dat wij dat vaste overleg hebben, vind ik al winst. Dat lijkt
heel mager, maar ik vind dat echt in een wereld waarin veel
internationale overleggen worden gecanceld. Het zal de heer Van Ojik
niet verrassen dat daar echt gevoelige onderwerpen op tafel liggen,
zoals mensenrechten en de situatie in Hongkong, maar ook zaken als
eerlijke concurrentie en wederzijdse investeringsbescherming. We hebben
daar helaas nog geen conclusies bereikt, maar als oud-diplomaat weet de
heer Van Ojik ook dat het feit dat we om tafel zitten en dat we de wil
hebben om dat te blijven doen, de mogelijkheid biedt om daar
uiteindelijk wel resultaat te bereiken.
De heer Ruissen vroeg of Nederland nog kansen ziet om een EU-gezant voor
godsdienstvrijheid in deze Commissieperiode in stand te houden. De
Commissievoorzitter heeft laten weten dat de Commissie het niet zal
doen. Dat is voor mij aanleiding om het te bepleiten bij de Hoge
Vertegenwoordiger, want die kan dat ook zelf doen. Ook daarin probeer ik
voldoende landen met ons mee te krijgen om dat te realiseren. Het proces
loopt nog, dus ik heb nog hoop op een positieve uitkomst.
De heer Ruissen vroeg ook waarom er al geruime tijd geen Associatieraden
met Israël hebben plaatsgevonden. Nederland is een voorstander van het
houden van de Associatieraad. Dat hebben wij tot op heden dus steeds
bepleit. Als we het over de EU en Israël hebben, zult u mij vergeven dat
ik er ook wel op wijs dat de Hoge Vertegenwoordiger en wijzelf in
bilaterale contacten aan Israël hebben laten blijken dat wij plannen
voor annexatie geen realiteit hopen te zien worden. Het is nog geen 1
juli, maar dat zou echt zorgelijk zijn.
Dan kom ik op de vragen met betrekking tot de rechtsstaat. De heer Van
Ojik vroeg of wij een nieuwe impuls willen geven aan de artikel
7-procedure zoals die op dit moment vanuit de Commissie richting
Hongarije en vanuit het Europees Parlement richting Polen loopt.
Nederland heeft beide procedures gesteund en neemt daar ook actief in
deel. Het is nu aan Duitsland om te beslissen of er weer een hoorzitting
wordt gehouden. Nederland heeft in ieder geval nog steeds een aantal
zorgen, die we ook bilateraal onder de aandacht hebben gebracht.
De heer Omtzigt vroeg hoe ik duid dat rechtbanken in de Europese Unie
aarzelen om Poolse verdachten over te leveren. Het past mij in de
scheiding der machten natuurlijk niet om een oordeel te hebben over wat
rechtbanken in individuele gevallen beslissen, maar het erkennen van
elkaars rechtsstelsel is natuurlijk een van de wezenlijke onderdelen van
de Europese Unie. Dus een tendens waarbij dat niet meer gebeurt, zodat
er bijvoorbeeld geen verdachten worden uitgeleverd en geen vonnissen
over de grens worden uitgevoerd, zou vreten aan een van de belangrijke
fundamenten van de Unie.
De heer Omtzigt vroeg met betrekking tot het onderzoek naar de moord op
journaliste Daphne Galizia op Malta of Nederland voor een joint
investigation team zou willen pleiten, als ik hem goed begrepen heb. Het
onderzoek is op dit moment in de handen van de Maltese rechter, een
Maltese onderzoeksinstelling. En wij volgen dat natuurlijk met grote
aandacht. Nu daar een nationaal onderzoek loopt, is het eigenlijk niet
logisch, en is er eigenlijk ook geen logische juridische grondslag, om
daar als Nederland een joint investigation team, dus een internationaal
onderzoeksteam, op te gaan zetten. We hebben indertijd wel op verzoek
van Malta expertise aangeleverd bij het onderzoek naar de toedracht van
het misdrijf.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik denk dat mijn vraag verkeerd verstaan is en dat ik hem dus verkeerd
geformuleerd heb. Nederland heeft met het NFI inderdaad zeer waardevol
werk gedaan in het uitzoeken van de toedracht, maar het probleem in
Malta is dat daar best wel sprake is van een hoop beschuldigingen over
corruptie op het allerhoogste niveau, maar dat in Malta die onderzoeken
bijna nooit uitmonden in veroordelingen. Voor "bijna nooit" mag u ook
"nooit" zien. Onder andere de Daphne Caruana Galizia Foundation en ook
een aantal internationale ngo's zeggen: dat los je alleen op door een
aantal landen in Europa jit's te laten instellen in een aantal van die
zaken. En misschien kan de minister daar via brieven op terugkomen, om
met zijn collega's in casu Duitsland, Italië, wellicht zelfs Montenegro
— maar dat gaat even te ver voor de details — te bespreken en te
bekijken hoe men er gezamenlijk via Europol, want dat bracht vorige keer
de doorbraak, voor kan zorgen dat een of twee landen helpen voor
expertise die daar ontbreekt, zodat die zaken opgelost worden, omdat dat
criminaliteit is die niet alleen Malta ondermijnt, maar uiteindelijk de
hele EU ondermijnt.
Minister Blok:
Ik ga graag in op de suggestie van de heer Omtzigt om schriftelijk te
kijken naar de mogelijkheden die er zijn. Daar zal ik ook de collega van
Justitie en Veiligheid bij betrekken, want je komt dan natuurlijk ook op
juridische vragen als op welke grondslag en met welke bevoegdheden een
team aan het werk kan. Maar ik zal in overleg met hem daar schriftelijk
op terugkomen.
De heer Omtzigt (CDA):
Dank. Wij weten dat Europol al op de hoogte is van grensoverschrijdende
criminaliteit daar. Voor een jit moet een ander land ook betrokken zijn
en moet er ook een buitenlandse band zijn. Nou, in de zaak waarover we
het hebben, zijn er daar minstens een tiental van. Dus bevoegdheid en
aanleiding voldoende; hier is het geen probleem om een juridische basis
te vinden.
De voorzitter:
Prima, gaat u verder.
Minister Blok:
Daar komen we op terug. Ik kom op de brexit. Daar vroeg ook de heer
Omtzigt of er nog een mogelijkheid is tot uitstel. Dat is zeer moeilijk.
Tot 1 juli bestond de mogelijkheid om op verzoek van het Verenigd
Koninkrijk uitstel toe te passen, maar het Verenigd Koninkrijk heeft
luid en duidelijk laten weten daar geen gebruik van te maken. Wij zouden
het juist verstandig vinden; we hebben nu nog maar weinig tijd. Maar nu
het verzoek er niet is, kunnen wij dat niet ongedaan maken. Dus zou je
het nog in de periode tot 1 januari, de feitelijke brexitdatum, alsnog
verlenging willen bereiken, dan vraagt dat én een verzoek én instemming
van 27 landen. Dat zal extreem moeilijk zijn. Dus de komende tijd gaan
we vol inzetten op enerzijds de onderhandelingen vanuit de Europese Unie
gezamenlijk met het Verenigd Koninkrijk om alsnog goede afspraken te
maken over handel, personenverkeer, databescherming,
criminaliteitsbescherming, dus wat betreft Nederland een brede agenda,
en moeten we ons tegelijkertijd ook voorbereiden — helaas weer — op het
risico van een no-dealbrexit. Ik heb de Kamer al aangegeven dat ik in
augustus met een overzicht zal komen van de voorbereidingen
daarvoor.
De heer Omtzigt vroeg om specifiek in te gaan op de mogelijkheid dat het
Verenigd Koninkrijk een belastingparadijs aan de poorten van de Europese
Unie wordt. Onderdeel van de besprekingen is het zich houden aan de
OESO-richtlijnen op belastinggebied. Die afspraken bestaan en het is ook
logisch dat we die onderdeel maken van een nieuw akkoord.
De heer Jetten gaf aan dat de coronacrisis ook een kans biedt, zoals een
crisis vaak een kans biedt, om een stap te zetten met betrekking tot de
interne markt, specifiek op digitaal gebied. Daar ben ik het zeer mee
eens. We zien daar twee routes voor. Naast de voorwaarden die de premier
noemde voor zowel een recoveryfonds als een nieuwe meerjarenbegroting,
hoort daarbij ook inzet op de transformatie van de economie. Dat betreft
een meer digitale economie en een veel groenere economie en de
implementatie van de Green Deal. Over die Green Deal krijgen we
overigens nog wel een impact assessment in september omdat we op dit
moment nog niet goed kunnen overzien hoeveel financiering er nodig is om
de ambities te realiseren. Wel is onze inzet om 25% van de
meerjarenbegroting te besteden aan klimaatgerelateerde investeringen en
is het de ambitie van het kabinet om de
CO2-reductiedoestelling van 55% te realiseren.
Mevrouw Ploumen vroeg of we bij het verstrekken van steun willen kijken
naar duurzaamheidscriteria. Mevrouw Jongerius formuleerde het zo scherp
dat zij zich afvroeg of bedrijven niet beschermd moeten worden tegen
bedrijven buiten de Europese grenzen die andere criteria hebben met
betrekking tot mensenrechten en duurzaamheid. Dat laatste legt
natuurlijk wel een bom onder het systeem van vrijhandel. Ik vrees dat
het zou betekenen dat heel veel bedrijven in Afrika, Azië en
Zuid-Amerika daarmee geheel of gedeeltelijk de toegang tot de Europese
markt zouden verliezen met grote economische gevolgen in die landen. Ik
ben erg voor het maken van afspraken in handelsakkoorden die betrekking
hebben op milieuvoorwaarden en sociale standaarden, maar het creëren van
een "fort Europa" waarbinnen je hele hoge standaarden hanteert door je
af te sluiten van de wereld daarbuiten die je daarmee ook toch wel de
mogelijkheid ontneemt om een hogere standaard te bereiken, zou wat mij
betreft te ver gaan.
Met betrekking tot een belasting op digitale economie vroeg mevrouw
Jongerius of het kabinet voorstander is van een Europese maatregel op
dat gebied. Ik stop even omdat er volgens mij nu een vraag komt over het
vorige punt.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
De minister wist mijn vraag heel goed te reproduceren, maar gaf geen
antwoord, wat ik een beetje jammer vind.
Minister Blok:
Nou val ik weer stil, want dan moet u specifieker vragen wat u niet
duidelijk was aan het feit dat ik het onverstandig vond om muren op te
trekken naar Afrika, Azië en Zuid-Amerika.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Mijn vraag was of we geen voorwaarden moeten stellen aan steun aan
bedrijven in het kader van verduurzaming. Dat hebben we eerder al gedaan
toen het ging om nationale steunpakketten. Dus is het een logische
gedachte om dat ook in Europees verband te doen.
Minister Blok:
Dan doelt mevrouw Ploumen, neem ik aan, op die onderdelen van het
recoverypakket die naar bedrijven zouden gaan. U heeft mij al horen
zeggen dat ik het logisch vind dat de groene ambities en de digitale
ambities daar onderdeel van zijn. Hoe je dat precies moet vertalen naar
de ontvangende partij, vind ik een terechte vraag maar gaat wel een
beetje ver voor het debat nu. Je zult dan te maken hebben met gebieden
waar je een oude, vervuilende industrie wil helpen transformeren of waar
je de beroepsbevolking wil helpen omscholen. Dan kan het zijn dat je met
dat doel nog steeds een beetje geld aan het verstrekken bent aan een
bedrijf of een omscholingsorganisatie die betrokken is bij een type van
activiteit waar je vanaf wil. Tegelijkertijd wil je dat de investeringen
gericht zijn op de meer duurzame activiteiten. Zo is het te beschrijven.
Hoe je dat precies vastlegt in voorwaarden, is een terechte vraag. Maar
dat kan ik nu niet helemaal voor u invullen.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik stel de minister gerust. Ik heb dadelijk een motie die dat heel
netjes en precies verwoordt, dus die kan hij dan oordeel Kamer
geven.
Minister Blok:
Ik heb de capaciteiten van mevrouw Ploumen nooit onderschat. Zij gaat zo
meteen helemaal het antwoord hierop geven in haar motie.
Mevrouw Jongerius vroeg naar de visie van het kabinet op belasting voor
bedrijven die actief zijn in de digitale economie. Wat ons betreft is de
hoofdroute de internationale route via de OESO. Daarmee voorkom je
namelijk dat het alleen een Europese afspraak is. Daarmee voorkom je ook
dat je weer een impuls zou geven aan de handelsoorlog. Mevrouw Jongerius
zal namelijk ook de scherpe reacties op zulke initiatieven vanuit de
Verenigde Staten hebben gezien. We hebben er allemaal het meeste aan
wanneer dat in een aantal landen tegelijk gebeurt. Als dat gebeurt, zal
de keuze van het kabinet zijn: laten we het netjes implementeren in
Europa, maar de opbrengsten van zo'n belasting zijn dan wel nationale
opbrengsten. Het wordt niet een nieuw eigen middel voor de Europese
Unie.
Dan heb ik nog een aantal vragen over diverse onderwerpen, waaronder een
vraag van de heer Mulder over de gevolgen of de lessen van de pandemie
voor het belang van EU-beleid rond de beschikbaarheid voor medicijnen en
hulpmiddelen. Dat is inderdaad een les die we geleerd hebben. Dat
betekent dat we nu, nu we in feite natuurlijk nog in de pandemie zitten,
goed in kaart moeten brengen hoe die afhankelijkheden lopen en wat
daarop het antwoord zal zijn. In hoofdlijnen is dat het spreiden van je
risico's. Ook daarbij zou ik willen vermijden dat het de vorm krijgt van
het afsluiten van Europa voor de rest van de wereld. Specifiek met
betrekking tot vaccins weet de heer Mulder ongetwijfeld dat Nederland
zich, eerst met een groep landen en vervolgens ook Europabreed, heeft
ingezet voor het tegen een redelijk tarief beschikbaar komen van zo'n
vaccin in Nederland en Europa, en overigens ook in Afrika, op het moment
dat de ontwikkeling van zo'n vaccin tot een succes leidt.
In verband met de besprekingen die nu in de Europese Unie lopen over het
weer mogelijk maken van reisverkeer met een aantal landen buiten de
Europese Unie, vroeg de heer Jetten of we daarbij willen kijken naar de
positie van studenten. De Nederlandse inzet is inderdaad om ruimte te
bieden voor uitzonderingen voor studenten. Dat kan overigens wel
betekenen dat ze daarna thuisquarantaine in acht moeten nemen, maar ik
deel met de heer Jetten het belang van een soepele toegang voor
studenten.
De heer Omtzigt vroeg, niet voor het eerst, naar de procedure rond
mevrouw Post. Ook niet voor het eerst geef ik hem daarop het oprechte
antwoord dat een individueel arbeidsconflict tussen een werkgever, niet
zijnde de Nederlandse overheid, en een werknemer ook opgelost moet
worden tussen die werkgever en werknemer. De Nederlandse regering kan
daarin alleen maar wensen dat er een goede oplossing komt. Maar
aangezien wij niet de werkgever zijn, kunnen wij die oplossing niet
bieden.
Mevrouw Jongerius vroeg wat wij vinden van de Duitse initiatieven met
betrekking tot de uitzendconstructies in de vleessector. Zij wees er
terecht op dat het kabinet deze week komt met een reactie op het rapport
van de commissie-Roemer, dat ook ingaat op arbeidsmigranten. Ik wil
collega Koolmees daarbij niet voor de voeten lopen. De reactie
komt.
De heer Van Ojik vroeg naar de positie van vluchtelingen in Griekenland.
Al lang is het zo dat de situatie in de kampen aan de grenzen grote
zorgen oproept. Ik ben zelf ook op bezoek geweest in het kamp Moria. Men
hanteert daar inderdaad volstrekt andere standaarden en praktijken dan
wij hanteren in de Nederlandse asielopvang. Dat is de reden dat
Nederland zowel direct alsook via de Europese Unie ondersteuning
verleent: financieel, maar er zijn ook mensen aanwezig met
deskundigheid. Collega Broekers heeft heel recent een apart steunpakket
aan Griekenland aangeboden met het oog op minderjarige asielzoekers.
Uiteindelijk is ieder ontvangend land verantwoordelijk. Nederland staat
in de top vijf van landen als het gaat om het aantal asielaanvragen. Wij
leveren daar ook de benodigde faciliteiten voor. Maar Griekenland
ondersteunen we vanwege de bijzondere druk daar.
De heer Ruissen had een vraag over de biodiversiteitsstrategie. Die is
net binnengekomen. De Kamer krijgt dan altijd het kabinetsstandpunt in
een BNC-fiche toegestuurd, maar daar wordt nu nog aan gewerkt. Dus op
dat punt moet ik enig geduld vragen aan de heer Ruissen.
Voorzitter, hiermee hoop ik de vragen in de eerste termijn beantwoord te
hebben.
De voorzitter:
Dat dacht ik ook. Meneer Van Ojik, op het vorige punt, maar dan heel
kort, want ik weet toevallig dat dat onderwerp in verschillende debatten
aan de orde is geweest. Ik weet ongeveer wat u gaat vragen. Ik ken
u.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Kunt u mij misschien op weg helpen?
De voorzitter:
Iets met Griekenland.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Als u het goedvindt, voorzitter, wil ik, in reactie op het antwoord van
de minister, dat punt graag iets breder trekken. Ik geloof dat meerdere
fracties er al over hebben gesproken. Als we in de Unie willen spreken
over rechtsstatelijkheid, mensenrechten of een waardengemeenschap, dan
zou de omgang met vluchtelingen — dat gaat echt veel verder dan de
situatie op de Griekse eilanden, die inderdaad schokkend is — een
kernelement van de Nederlandse opstelling moeten zijn. Dan gaat het over
het terugsturen van mensen naar Libië. Dan gaat het om de situatie aan
de buitengrenzen, zoals in Kroatië, aan de Grieks-Turkse grens en aan de
Italiaanse grens. Er verandert maar niks. We zeggen hier echt al
jarenlang tegen elkaar dat het eigenlijk niet kan. We wachten al
jarenlang op een doorbraak in de onderhandelingen tussen de lidstaten of
op een initiatief van de Commissie dat gesteund wordt door de lidstaten.
En het komt er maar niet van. Ik zou de minister dus willen vragen om,
hoe belangrijk de situatie op de Griekse eilanden ook is, het breder te
trekken en het te zien als een integraal onderdeel van waar we ons voor
inzetten op het gebied van democratie, mensenrechten en behoud van de
rechtsstaat.
Minister Blok:
Ik noemde niet voor niets een van de speerpunten van de inzet van de
Nederlandse regering voor de Europese agenda: migratie. Het is volstrekt
duidelijk dat de oplossingen op het hele traject van migratie — landen
van oorsprong, mensenhandel, grensbewaking, goede beoordeling van
asielaanvragen — om Europese samenwerking en nieuwe Europese afspraken
vragen. Het is onze volle inzet om dat te realiseren. We hopen ergens in
de loop van de zomer de nieuwe Europese voorstellen te krijgen.
Specifiek over de situatie in Griekenland of andere plekken aan de
buitengrenzen: ja, die zijn vaak schrijnend. Daarom helpt Nederland
zowel bilateraal — in financieel opzicht en personeel opzicht — alsook
via de Europese Commissie. Maar het kan niet zo zijn dat er nationale
verantwoordelijkheden worden overgenomen. Dat zou een ongewenst en niet
te verdedigen effect zijn.
Nogmaals, Nederland staat binnen de Europese Unie op de vijfde plek van
de 27 landen als het gaat om het aantal asielverzoeken. We vangen ze
hier met eigen middelen en eigen kosten op. Het zou niet fair zijn om
vanuit die positie te zeggen: bovenop wat wij doen, gaan wij nog een
heleboel extra doen. Daar moet echt dat door mij zeer vurig gewenste,
door het hele kabinet zeer vurig gewenste, nieuwe Europese migratiepact
een oplossing voor bieden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we nu toegekomen aan de tweede termijn van de zijde
van de Kamer. De heer Anne Mulder namens de VVD staat al klaar.
De heer Anne Mulder (VVD):
Voorzitter. Het was me een plezier om hier vandaag te debatteren, ook
met de collega's uit het Europees Parlement, die elk op hun eigen manier
een passie voor de Europese Unie delen.
Voorzitter. Ik ga nog even door op de rol van de Commissie en mijn wens
dat Nederland die aan de orde stelt. Ik heb de kabinetsreactie op het
Clingendaelrapport dat in opdracht van de Kamer is gedaan, "seksloos"
genoemd. Ik merkte het bij de minister-president. Toen ik begon over de
Commissie zei hij: nou ja, ik vind daar niet zo veel van. Dan moet je
hem echt prikkelen om er wat meer van te vinden. En er is alle reden toe
om dat te doen. We hebben het vaak gehad over Italië, ook vorig jaar.
Het Italiaanse centraal planbureau had macro-economische cijfers, maar
de Italiaanse regering accepteerde die niet, want die had rooskleuriger
cijfers, en de Europese Commissie accepteerde dat allemaal. Dat helpt
natuurlijk niet. Eigenlijk zou de Europese Commissie moeten zorgen dat
elk land een eigen, onafhankelijk CPB heeft, want dan maak je lidstaten
sterker. Maar Italië gaat verder: het profiteert van de lage rente in de
eurozone, doet onvoldoende aan hervormingen — de bevolking kiest ook
partijen die geen hervormingen willen — en heeft een zwarte economie zo
groot als die van Portugal, en daarna houdt het de hand op bij de
Europese Unie. De Europese Commissie laat dat gebeuren, en dan moet
Nederland tegengas gaan geven. Daarom zou ik het wat harder aan de orde
stellen, in plaats van het een beetje te bagatelliseren of misschien
eigenlijk een beetje te accepteren. Een acceptatiefase is in dezen nooit
goed.
Tot slot. Nederland zal dus op zijn hoede moeten zijn als het gaat om de
nieuwe Europese meerjarenbegroting en om het herstelfonds. Daarvoor
moeten voorwaarden worden geformuleerd, die ook stevig moeten worden
nageleefd.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Mulder. Dan geef ik nu het woord aan de heer Emiel
van Dijk van de PVV.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Een hoop mooie praatjes hier van zowel links als
rechts, van de VVD tot het kabinet. Allemaal kritisch, allemaal voor de
bühne. Let op de woorden van de PVV: straks wordt er gewoon ingestemd
met een verhoogd budget. Er wordt straks ingestemd met een toekomstig
migratieplan van de Europese Commissie. We hebben al een klein
voorproefje kunnen krijgen van het Renew-plan, met megalomane
opvangcentra in de Europese Unie en zonder afbreuk te doen aan het recht
om in de Europese Unie buiten de opvangcentra asiel aan te vragen. Voor
de PVV is er dan ook geen andere optie dan die verschrikkelijke Europese
Unie te verlaten. Daarom dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering artikel 50 van het Verdrag betreffende de werking
van de Europese Unie in te roepen en een nexit af te kondigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Emiel van Dijk en Maeijer. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 2 (35403) (#1).
Een korte vraag, mevrouw Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
Het is gebruikelijk dat we onze politieke punten naar voren brengen en
dat we met elkaar gedegen debatteren, maar iedere week ligt er zo'n
motie en iedere week is de stemverhouding hetzelfde. Wat zijn we dan nog
aan het doen, vraag ik aan de PVV. Het is echt duidelijk, maar zij is
vorige week in stemming gebracht, zij staat morgen op de stemmingslijst
en nu gaan we er donderdag weer over stemmen. Wat zijn we hier aan het
doen?
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Nou, zorg er een keer voor dat ie aangenomen wordt met uw steun! Dan zal
ik u helpen.
Mevrouw Leijten (SP):
U gaat het debat volledig uit de weg! Waarom zijn we dan nog met elkaar
aan het debatteren? Het maakt mij niet uit; u mag dat standpunt hebben.
Het is genoegzaam duidelijk, want we stemmen er zo'n beetje iedere week
drie keer over. Ik vind echt dat we elkaar ook een beetje serieus moeten
nemen.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ik ga het debat niet uit de weg. Ik heb hier net een vurig pleidooi
gehouden waarom wij als PVV vinden dat we uit de Europese Unie moeten
stappen. Mevrouw Leijten is rustig op de stoel blijven zitten. Dat is
haar eigen keuze, maar dat wij het debat uit de weg gaan, is natuurlijk
een beetje een cheap shot. Dus als er verder nog vragen zijn? Ik sta
hier, voorzitter.
De voorzitter:
Niet uitlokken. Dank u wel, meneer Emiel van Dijk. Dan geef ik nu het
woord aan de heer Omtzigt namens het CDA.
De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter, dank u wel. En dank aan de regering voor de antwoorden, niet
dat de Kamer vandaag een totale barrage aan vragen heeft gesteld
vandaag, maar de antwoorden waren vrij helder.
Ik maak een kleine aanvulling op het punt van D66. Er zijn inderdaad
heel veel buitenlandse studenten van buiten de Unie die terug willen.
Dat is heel belangrijk, maar als familie- en gezinspartij krijg je ook
nog heel veel mails van mensen die verliefd of verloofd zijn met iemand
van buiten. Misschien zou u daar ook nog naar kunnen kijken of dat
werkelijk maanden moet duren.
Voorzitter. Ik ga nog even terug naar een paar toezeggingen. Ik heb de
minister van Buitenlandse Zaken goed gehoord dat die single-limb CAC's
gewoon geïmplementeerd worden. We kunnen niet het vorige setje afspraken
laten liggen voordat we het nieuwe setje afspraken gaan maken. Dan maken
we ons ongeloofwaardig. Ik ziet dat graag terug in de uitkomsten.
Wat dat rechtsstatelijkheidsmechanisme betreft heb ik echt vuur bij de
regering gezien om die rechtsstaat te verbeteren. Die rechtsstaat is
niet alleen belangrijk voor Poolse burgers, maar ook voor Nederlandse
burgers als zij bijvoorbeeld in Polen gearresteerd worden. Dan moet die
rechtsstaat werken. Daarom verwacht ik ook dat dat rechtsstaatmechanisme
overeind blijft in de onderhandelingen.
Ik zie uit naar de brief over de samenwerking met de jit's in Malta,
samen met een aantal andere landen. Ik vind dat erg belangrijk.
Ik kom terug op Roelie Post. Zij was een klokkenluider. Als het een
arbeidsconflict was, dan zou ik het snappen, maar dat is het niet.
Ik ben blij dat er achter de schermen over Vredestein wordt gesproken.
We verwachten volgende week een update. Ik snap dat het moeilijk is,
maar je kunt hier niet groots over de EU praten en dan straks door
staatssteun elders hier een hele fabriek kwijtraken. Het zijn lastige
onderhandelingen, waarmee ik deze bewindspersonen veel succes
wens.
Ik heb een motie en die gaat natuurlijk over informatievoorziening.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland een voortrekkersrol speelt in zowel de EU
als binnen de Raad van Europa in de strijd om meer transparantie van
democratische processen;
constaterende dat er mede op verzoek van Nederland een conferentie over
transparantie georganiseerd zal worden door de Venetië-Commissie;
overwegende dat een actieve betrokkenheid van de EU bij het onderzoek
van de Venetië-Commissie inzake transparantie wenselijk is;
verzoekt de regering er daarom op aan te dringen bij het voorzitterschap
van de Europese Raad om deel te nemen aan de nog in te plannen
conferentie over transparantie van de Venetië-Commissie, en de Kamer
over de uitkomst te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 3 (35403) (#2).
De heer Omtzigt (CDA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Dan geef ik nu het woord aan de heer Jetten
namens D66.
De heer Jetten (D66):
Voorzitter. Dank aan het kabinet voor de beantwoording. Allereerst een
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de problemen met de rechtsstaat in Hongarije en Polen
onverminderd voortduren en dat Nederland zich hier actiever tegen uit
moet spreken;
constaterende dat op dit moment de Raad in de artikel 7-procedure moet
vaststellen dat er een risico is op ernstige schending van de Europese
waarden van artikel 2 in Polen en Hongarije, maar dat dit
stilligt;
verzoekt de regering bij de eerstvolgende Raad Algemene Zaken te
bepleiten de artikel 7-procedure voort te zetten en deze constatering
officieel te doen;
verzoekt de regering daarnaast zich bij de onderhandelingen voor het
nieuwe MFK onverminderd in te zetten voor conditionaliteit op het gebied
van rechtsstaat en tevens voor het vermijden van een besparing op de
"Justice, Rights and Values"-heading waar nu met 20% op wordt
gekort,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jetten en Van Ojik. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 4 (35403) (#3).
De heer Jetten (D66):
Nogmaals, dank voor de beantwoording van het kabinet. De komende weken
staan belangrijke onderhandelingen op de rol over een ambitieus herstel
van Europa uit deze coronacrisis, om economische schade niet alleen in
Zuid-Europa maar ook in ons eigen land zoveel mogelijk te voorkomen. Wat
D66 betreft staan vergroening, digitalisering en een koppeling met de
rechtsstaat bovenaan de prioriteitenlijst. Dat hoorde ik ook in de
beantwoording van het kabinet.
Ik dank de minister voor de toezegging als het gaat om de toelating van
buitenlandse studenten tot Nederlandse universiteiten. Ik zou hem wel
willen vragen om hier enig tempo aan toe te voegen, want veel van die
studenten moeten nu de keuze maken of ze daadwerkelijk in Nederland
komen studeren. Dat is ook belangrijk voor Europese universiteiten en
hogescholen, om te weten waar ze aan toe zijn. Kan de minister in tweede
termijn nog aangeven op welke termijn hij hier meer duidelijkheid over
verwacht?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jetten. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw In 't
Veld namens D66.
Mevrouw In 't Veld (EP/D66):
Voorzitter. Dank u wel. Ik weet dat wij de kans hebben om nog iets te
zeggen. Die kans wil ik graag nog even gebruiken. We staan in Europa op
het punt dat we moeten besluiten of we deze crisis gaan gebruiken om
kansen te grijpen. Daarvoor is draagvlak belangrijk, en ik heb een
aantal Kamerleden horen zeggen "nou ja, dat draagvlak vinden
Nederlanders allemaal maar niks." Maar draagvlak moet je creëren. Ik heb
al eerder gezegd dat Merkel dat ook doet, en dat dat betekent dat je ook
een eerlijk verhaal moet vertellen. Ik heb hier vanmiddag weer veel te
veel karikaturen, mythes, halve waarheden, onwaarheden en incomplete
waarheden gehoord over de zuiderlingen die maar niet willen hervormen in
vergelijking met de noorderlingen. Dat zijn karikaturen. Ik vind het
jammer dat de discussie daarmee belast wordt. Zo krijgen we geen
draagvlak.
We zeggen ook dat de Europese Commissie meer moet doen aan handhaving
van de regels, en daar ben ik het zeer mee eens en sommige van mijn
collega's ook. Maar dan moet je ook bereid zijn om de Commissie de macht
te geven om dat te doen, en dat gebeurt vaak niet. Ik zou hopen dat we
na de discussie van vandaag een iets eerlijker gesprek gaan voeren over
hoe we met elkaar doorgaan met de Europese Unie. Wat we in de afgelopen
maanden gezien hebben maakt één ding duidelijk: in de wereld van vandaag
redden we het alleen maar als we dat samen doen als Europeanen op basis
van vertrouwen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Mevrouw Leijten heeft een informatieve vraag, ben ik bang.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik vind het eigenlijk echt niet kunnen dat een europarlementariër andere
parlementsleden en andere gekozen volksvertegenwoordigers zo toespreekt.
Dat wou ik toch even gezegd hebben.
De voorzitter:
Dank.
Mevrouw In 't Veld (EP/D66):
Ik weet niet precies wat de informatieve vraag was, maar …
De voorzitter:
Het was een opmerking.
Mevrouw In 't Veld (EP/D66):
We zijn hier allemaal gekozen en we hebben allemaal een mening. Europa
gaat me zeer aan het hard, mevrouw Leijten, en ook ik ben zeer kritisch
op hoe dingen werken. Ik wil graag dat Europa hervormd wordt, maar ik
stel wel vast dat er dan draagvlak moet zijn voor een echte, eerlijke
discussie over hoe we dat gaan doen.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik stel voor dat de geachte vertegenwoordiger van het Europees Parlement
gewoon eens naar een volkswijk gaat om te praten met mensen over het
draagvlak dat er is. Ik denk dat ze beter tegen de Eurocommissarissen
kan zeggen dat ze minder megalomane plannen moeten presenteren en meer
moeten kijken naar wat er nodig is voor de echte hardwerkende
Nederlander of de hardwerkende Bulgaar of de hardwerkende Italiaan in
plaats van iedere keer vanuit de ivoren toren zo met dedain te spreken
over mensen die kritiek hebben: "het is de lange teen niet waard", "het
is allemaal niet voor het draagvlak". Ik ben dat toontje een beetje
beu!
De voorzitter:
Mevrouw In 't Veld, u mag er heel kort iets op zeggen.
Mevrouw In 't Veld (EP/D66):
Twintig seconden. Ivoren torens zijn ook karikaturen. Ook in Italië,
Griekenland en Bulgarije, u zegt het zelf, zijn er volkswijken net zoals
in Nederland. Als ik hoor hoe er wordt gesproken over het gebrek aan
bereidheid bij bijvoorbeeld Italianen om te hervormen, terwijl de
Italianen in die volkswijken een hoge prijs hebben betaald, vind ik dat
betreurenswaardig.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw In 't Veld, de heer Omtzigt heeft ook een
vraag.
De heer Omtzigt (CDA):
Nu wij de uitnodiging krijgen om ons gedrag te veranderen, wil ik ook
aan de collega Europarlementariër vragen wat nou de drie dingen zouden
zijn waarvan zij denkt: als de Unie en het Europees Parlement dit beter
zouden doen — en daar zetten wij op in — dan zouden we daar meer
draagvlak creëren. Hoe gaat zij dat bereiken?
Mevrouw In 't Veld (EP/D66):
Een van de dingen, ik heb het net genoemd, is bijvoorbeeld handhaving.
Ik erger me er gek aan dat wij met z'n allen, Nederland in de Raad, wij
in het Europees Parlement, wetten en regels maken en dat vervolgens de
handhaving wordt gedecentraliseerd. Dan krijg je dieselgate,
privacyschandalen met Facebook, het Stabiliteitspact dat niet volledig
wordt gehandhaafd en zo kan ik de lijst helemaal aanvullen. Dus laten we
zeggen: áls we Europese regels maken, dan ook voldoende bevoegdheden
erbij om die echt strak te handhaven. Maar de lidstaten accepteren dat
niet. Daar zit een beetje het knelpunt. Ik zou graag meer handhaving
willen.
De heer Omtzigt (CDA):
En nummer twee en drie?
Mevrouw In 't Veld (EP/D66):
Nummer twee is er eentje die u volgens mij ook na aan het hart ligt:
transparantie. U weet dat er al sinds 2011 een voorstel ligt voor meer
transparantie, meer openbaarheid van bestuur, maar dat zit vast bij de
Raad. En de derde ligt, denk ik, bij migratie en asiel: dat zouden we
echt veel beter, niet alleen humaner, maar ook effectiever kunnen doen
als we het samen doen. Ook dat zit, tot nu toe in ieder geval, vast in
de Raad. Dat zou vertrouwen geven aan de mensen dat Europa wel degelijk
dat soort kwesties kan oplossen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik grijp in voordat de mp ook nog gaat interrumperen, want
ik zie hem een beetje ongeduldig kijken.
U neemt een andere route, zie ik, mevrouw In 't Veld. De heer Van Ojik
namens GroenLinks.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, ik dacht dat er een heuse fittie ontstond tussen het
Europese en het nationale parlement en dat leek me wel de moeite waard,
dus ik dacht "ik houd een beetje afstand", want voordat je het weet kom
je daartussen klem te zitten.
Ook ik begin graag met een motie. Die gaat over de voorwaardelijkheid
van de rechtsstatelijkheid en het herstelfonds. De minister-president
heeft toegezegd — dank overigens aan de bewindslieden voor de
beantwoording — dat hij daarop in tweede termijn zal terugkomen. Ik weet
natuurlijk niet wat hij gaat zeggen, vandaar de motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie aangeeft dat herstel moet worden
gebaseerd op respect voor fundamentele rechten en de rechtsstaat;
overwegende dat lidstaten die geld willen ontvangen uit het herstelfonds
volgens het plan van de Commissie vooraf maatregelen moeten aandragen
die de groene en digitale transformatie bevorderen;
van mening dat gezien de afbrokkeling van de rechtsstaat in diverse
EU-lidstaten de EU alle mogelijke instrumenten moet inzetten om
schendingen van de rechtsstaat binnen de EU te voorkomen;
verzoekt de regering om zich in EU-verband ervoor in te spannen dat
lidstaten die geld willen ontvangen uit het herstelfonds moeten kunnen
aantonen hoe zij gevolg geven aan de aanbevelingen die worden opgenomen
in het Europese jaarverslag over de rechtsstaat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ojik en Jetten. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 5 (35403) (#4).
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, ik heb nog een opmerking, als u mij toestaat. Ik ben toch
wel gefascineerd door de discussie — dat kwam ook door het antwoord van
de minister-president — over het Nederlands belang en het algemeen of
het Europees belang. De minister-president zegt — ik zeg het even in
mijn eigen woorden: je moet me toch gunnen dat ik sta voor het
Nederlands belang, want als ik voor het Europees belang wilde opkomen,
was ik wel voorzitter van de Europese Raad geworden. Zo zei hij het
ongeveer, ik hoop dat ik hem daarmee recht doe. Het punt van het hele
debat — althans het punt dat ik graag nog een keer zou willen
onderstrepen — is nu juist dat er tussen die twee belangen geen
tegenstelling bestaat. In heel veel zaken die vandaag zijn langsgekomen
— klimaat, migratie, digitalisering, economie — vallen het Nederlands
belang en het Europees belang op heel veel punten samen. Ik zou de
minister-president willen uitnodigen om op dat snijvlak te opereren. Dan
is hij een staatsman.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dan is hij iemand die met tien jaar ervaring in de Europese Raad een
belangrijke rol kan spelen. Sorry, voorzitter, ik hoorde u niet, anders
was ik gestopt. Excuus daarvoor.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Eickhout namens
GroenLinks.
De heer Eickhout (EP/GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. De heer Jetten vatte het samen en zei: ik heb
gehoord dat de investeringen in de groene economie en digitalisering
bovenaan het prioriteitenlijstje staan. Dat is niet mijn conclusie. Als
ik goed heb geluisterd, staat er bovenaan het lijstje van prioriteiten
de rebate en economische hervormingen. Dan krijg ik toch echt het gevoel
dat dit kabinet de lessen van de vorige crisis niet geleerd heeft. Want
wat bedoelen we dan met die economische hervormingen? Dan zou het gaan
over arbeidsmarkt, pensioenen, belastingen. Dat klinkt een beetje als de
klassieke VVD-agenda: de arbeidsmarkt moet hervormd worden. Volgens mij
moet het over de werkloosheid gaan, die gigantisch aan het groeien is
binnen Europa. Juist de flexwerkers en zelfstandigen bijvoorbeeld worden
het hardst geraakt door die werkloosheid. Zijn dat dan precies die
arbeidsmarkthervormingen die dit kabinet nu ook Zuid-Europa wil
opleggen? Dit is een heel duidelijke neoliberale
hervormingsagenda.
Deze Kamer lijkt het debat altijd alleen maar te voeren over voor of
tegen Europa. Het moet hier gaan om wat voor economie we willen. Dit
lijkt een VVD-agenda, een hervorming van de arbeidsmarkt, hogere
werkloosheid, terwijl we juist moeten leren van de crisis. We moeten
investeren. We hebben een investeringsagenda nodig om werkloosheid tegen
te gaan, banen te creëren. Dan is er wel degelijk een investering nodig
in digitalisering en groene economie. Dat zijn de banen die nodig
zijn.
De voorzitter:
Meneer Eickhout, ik dacht dat ik…
De heer Eickhout (EP/GroenLinks):
Dat wilde ik toch even kwijt. En ik had u niet gehoord.
De voorzitter:
Nou, aardige gast. U begon allemaal heel aardig, maar het loopt een
beetje uit de hand. De heer Omtzigt.
De heer Omtzigt (CDA):
Als wij in het Europees Parlement zouden gaan staan en zouden vertellen
"het moet hier gaan over …" hebben we een heel interessant verhaal. Ik
meen echt in de verantwoordelijkheden … Laat het wat en waarom in de
Europese Unie nou volstrekt scheef zitten. Maar de reflectie is "jullie
moeten dit doen en jullie moeten dat doen", wat we hier al voor de
tweede keer horen vanuit het Europees Parlement: hier moet het daarover
gaan en hier moet het daarover gaan. Dan zou ik toch enige reflectie
willen hebben over de rol van het Europees Parlement in het hele proces
en waar het daarover zou moeten gaan. Dat lijkt me interessanter. Het
alternatief is gewoon op de Kamerlijst komen staan voor 21 maart volgend
jaar.
De voorzitter:
Dit was een punt van orde, denk ik.
De heer Eickhout (EP/GroenLinks):
Ik wil graag antwoorden.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Eickhout (EP/GroenLinks):
Meneer Omtzigt, ik nodig u heel graag uit om heel kritisch te gaan
kijken naar het Europees Parlement. Er zijn allerlei zaken die verbeterd
kunnen worden, maar ik wil hier duidelijk maken dat de agenda waarover
we het in Europa hebben, een politieke agenda is: wat voor een economie
willen we? En dan is het heel duidelijk dat ik als GroenLinks'er een
heel duidelijke visie heb op wat de economie zou moeten zijn en dat ik
hoop dat Nederland, als mijn land ook, zijn prioriteiten daarop kiest.
Dit verhaal houd ik ook in het Europees Parlement. Ik sta hier als
GroenLinkser en mijn verhaal in het Europees Parlement is daar net zo
fel als hier.
De heer Omtzigt (CDA):
Als dit één ding niet was, dan is het kritiek op felheid. Ik geloof dat
het mij niet in dank zou worden afgenomen als ik die hier zou uiten. Het
was ook geen kritiek op het verhaal. Dit hoeft niet helemaal mijn
verhaal te zijn. Daar gaat het niet om. Het kritiekpunt ging over iets
heel fundamenteels, namelijk de rollen die Europarlementariërs hebben in
deze Kamer, en dat zij hier nu komen vertellen wat wij zouden moeten
bediscussiëren en waar we het hier over zouden moeten hebben. Daar ging
het net even over. Die andere meningen zijn helemaal prima. Hier graag
enige reflectie op.
De voorzitter:
Ik denk dat de heer Omtzigt de verhoudingen een beetje probeert aan te
geven. Jullie zijn onze gasten en natuurlijk kunnen jullie hier jullie
bijdrage leveren. Op het moment dat het te inhoudelijk wordt, kom je in
een andere situatie terecht. Ik zie de heer Bisschop al staan.
Waarschijnlijk wil hij daar staatsrechtelijk ook iets over zeggen. Ik
denk dat de opmerking daarop slaat: niet zozeer op de inhoud, maar meer
op hoe wij hier als Kamerleden zijn gekozen, hoe jullie zijn gekozen en
hoe de verhoudingen tot elkaar zijn.
De heer Eickhout (EP/GroenLinks):
Dat vind ik prima, maar dan moeten we het gaan hebben over wat we willen
met de Staat van de Unie. Als wij hier als Europarlementariërs niet eens
onze inhoudelijke passie …
De voorzitter:
Nee, dat zeg ik niet.
De heer Eickhout (EP/GroenLinks):
Nee, dat zegt u niet. Het gaat erom aan wie ik dit verhaal adresseer. Ik
doe dat al genoeg aan mijn kiezers in het Europees Parlement. Op dit
moment, bij deze Staat van de Unie, adresseer ik het aan de Nederlandse
regering. Daar worden wij ook voor uitgenodigd. Anders moeten we wat mij
betreft het model gaan evalueren.
De voorzitter:
Misschien is dat een goed idee. De heer Bisschop.
De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, een kleine opmerking. Ik was het niet meer van plan, maar nu
opnieuw gerechtvaardigd wordt dat de heer Eickhout op deze wijze de
Tweede Kamer de les leest, zou ik zeggen: prima om dat verhaal gloedvol
te vertellen. Ik hoop dat hij dat nog lang mag doen, maar doe dat dan
vanuit eigen kracht en niet met een opgeheven vingertje, met: hier zou
het over moeten gaan in deze ruimte. Ik zou dat als boodschap willen
meegeven. Dat komt buitengewoon onprettig over. Dan heb je geen
gelijkwaardig gesprek. Je hebt dan het gevoel dat de schoolmeester even
langskomt. Ja sorry, ik heb mezelf ook als schoolmeester gepresenteerd.
Misschien dat ik het daarom herken. Die schoolmeester vertelt dan
eventjes hoe het hier moet gebeuren. Nee, wij doen dit vanuit onze
verantwoordelijkheid. Ik zou de gasten willen uitnodigen om vanuit hun
EP-verantwoordelijkheid hun bijdrage te leveren. Daar wil ik het graag
bij laten, voorzitter.
De voorzitter:
Volgens mij is hier genoeg over gezegd.
De heer Eickhout (EP/GroenLinks):
Dan wil ik mijn excuses aanbieden.
De voorzitter:
Nee, dat hoeft ook weer niet.
De heer Eickhout (EP/GroenLinks):
Maar dat wil ik wel. Als het zo is geïnterpreteerd dat ik hier kom
vertellen wat de Kamer moet doen: dat zei ik niet. In ieder geval
bedoelde ik dat niet. Ik vind de prioriteiten die dit kabinet kiest heel
onverstandig. Daar had ik kritiek op. Ik hoop dat ik dat in deze setting
toch mag zeggen.
De voorzitter:
Goed. Nou wil de premier iets terugzeggen, maar dat doen we niet. Dank u
wel, meneer Eickhout. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Leijten
namens de SP. Zij gaat niet op de heer Eickhout en mevrouw In 't Veld
reageren. Ik denk dat zij gewoon een motie gaat indienen.
Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Ik sta hier om de regering te controleren en om haar aan te
sporen als ik denk dat iets beter moet. Ik sta hier zeker niet om te
verkondigen dat de crisis gebruikt moet worden om kansen te grijpen. Ik
denk dat dat niet verkocht zal worden. Ik denk ook niet dat dat het
draagvlak vergroot. Houd zicht op de bal. Als iets nodig is en je wilt
dat doen, discussieer het dan goed uit.
Ja, wij willen graag dat er solidariteit is; zeker met de landen die het
nu moeilijk hebben. En ja, wij willen graag samenwerken voor mens,
natuur en milieu. We willen niet dat de Europese Unie een hangmat blijft
of nog verder wordt voor multinationals. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit cijfers van 2017 en 2018 is gebleken dat driekwart
van de gesprekken van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland in
Brussel met de bedrijvenlobby was;
overwegende dat hiermee het private belang buitenproportioneel veel
vaker wordt meegenomen dat het publieke belang;
verzoekt de regering de Permanente Vertegenwoordiging minder als
kruiwagen van banken en multinationals in te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 6 (35403) (#5).
Mevrouw Leijten (SP):
Let wel: in maar 15% van de gevallen werd er gesproken met
maatschappelijke organisaties. Ik vind dat niet in verhouding. Een
overheid moet niet zo leunen naar multinationals. De Permanente
Vertegenwoordiging is de Nederlandse overheid in Brussel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Leijten. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw
Ploumen namens de PvdA.
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter. Mijn eerste motie is meer een handreiking aan de minister.
Hij kwam er niet uit, wij wel.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het bedrijfsleven een belangrijke rol heeft in de
transitie naar een duurzaam Europa;
constaterende dat de eisen tot verduurzaming aan Europese bedrijven die
steun krijgen op dit moment te vrijblijvend zijn;
van mening dat bedrijven alleen steun mogen ontvangen wanneer zij een
bijdrage leveren aan de verduurzaming van de Europese economie;
verzoekt de regering zich in EU-verband in te zetten voor een
verplichting voor bedrijven om een transitieplan op te stellen als
voorwaarde voor steun uit het herstelfonds,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ploumen. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 7 (35403) (#6).
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Een tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de vele besmettingen met het coronavirus in sectoren
waarin veel arbeidsmigranten werken, zoals bijvoorbeeld de vleessector,
de kwetsbare positie van Europese uitzendkrachten heeft
blootgelegd;
constaterende dat deze kwetsbare positie (mede) het gevolg is van de
praktijk van het inhuren van goedkope arbeidskrachten via onderaanneming
en dat dit ook in Nederland plaatsvindt;
overwegende dat Duitsland het voornemen heeft de inhuur van Europese
uitzendkrachten via onderaannemers te verbieden en een Europees
actieplan heeft aangekondigd;
verzoekt de regering samen met Duitsland op te trekken om in
samenwerking met de Europese arbeidsinspectie te komen tot een stevig
Europees actieplan ter verbetering van de arbeidsomstandigheden van
Europese uitzendkrachten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ploumen. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 8 (35403) (#7).
Mevrouw Ploumen (PvdA):
De derde motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie heeft toegezegd in het eerste
kwartaal van 2021 met wetgeving voor een Europees bindende zorgplicht
voor alle ondernemingen te komen;
van mening dat bedrijven verantwoordelijkheid moeten nemen voor de
eerbiediging van arbeids- en milieurechten in hun productieketens;
verzoekt de regering binnen de EU-lidstaten actief steun te verwerven
voor een bindende zorgplicht voor alle ondernemingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ploumen. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 9 (35403) (#8).
Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ploumen. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw
Jongerius namens de PvdA. U mag niemand uitlokken.
Mevrouw Jongerius (EP/PvdA):
Ik mag niemand uitlokken, maar ik heb zomaar het idee dat we een
evaluatie van dit debat met liefde zullen voeren. Wij zullen daaraan,
als gasten aan tafel, ook graag onze bijdrage leveren.
De minister-president had het over de designfouten in Europa. Met de
moties die collega Ploumen net heeft voorgelezen, hebben we geprobeerd
die designfouten te herstellen als het gaat om arbeidsmigranten.
Gelukkig is de stemming over de motie pas na de reactie van minister
Koolmees op de plannen van Emile Roemer die morgen gepresenteerd worden.
U kunt de reactie dus meenemen.
Als het gaat over de zorgplicht, hoop ik oprecht dat u ook wat
positiever zou willen kijken naar de voorstellen zoals Didier Reynders
die in bewerking heeft. Het is belangrijk te kijken hoe we samen, vanuit
dit huis en vanuit het huis in Brussel, dus vanuit Nederland en vanuit
de Unie, de Unie duurzamer en eerlijker kunnen maken als het gaat om
eerlijk werk, eerlijke handel en eerlijke belasting voor het
grootkapitaal. En ja, er moet op Europees en internationaal niveau
worden samengewerkt als het gaat over belastingen. Maar juist nu Trump
heeft laten weten dat hij zich niets gelegen laat liggen aan de
OESO-plannen, is het tijd voor plan B. Ik hoop daarom dat er ook aan dat
plan B gewerkt kan worden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Jongerius. Dan geef ik nu het woord aan de heer
Bisschop namens de SGP.
De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst dank aan de bewindspersonen voor de
beantwoording van de vragen. Ik zal niet op allerlei discussies ingaan,
want de evaluatie zal ongetwijfeld de nodige vruchten afwerpen en input
van diverse zijden krijgen. Ik beperk mij tot het voorlezen van één
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Europese Unie bestaat uit 27 gelijkwaardige
lidstaten;
verzoekt de regering te bevorderen dat lidstaten zich daarom gelijkelijk
houden aan het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), gelijkelijk beoordeeld
worden inzake rechtsstatelijkheid en een gelijke invloed kunnen
uitoefenen op de aard en de mate van Europese samenwerking;
verzoekt de regering tevens in dat kader te blijven inzetten op concrete
naleving van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, en op
meer transparantie en optimale betrokkenheid van nationale parlementen
bij het wetgevingsproces,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 10 (35403) (#9).
De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bisschop. Dan geef ik nu het woord aan de heer
Ruissen namens de SGP.
De heer Ruissen (EP/SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben heel blij dat ook het kabinet het belang
inziet van een EU-gezant voor godsdienstvrijheid. Het is teleurstellend
dat de Commissie-Von der Leyen het mandaat niet verlengd heeft, maar het
is dan wel weer goed om te horen dat in ieder geval het kabinet bereid
is om zich in te zetten voor het onderbrengen van een eventuele
EU-gezant onder de Hoge Vertegenwoordiger. Dat lijkt me een goede
strategie en u vindt ons wat dat betreft aan uw zijde.
Goed ook om te vernemen dat u het belang inziet van het bijeenkomen van
de associatieraad voor de contacten met Israël. Maar op dit punt is er
in mijn beleving ook echt wel actie nodig, omdat één of enkele lidstaten
dit daadwerkelijk blokkeren.
Het BNC-fiche met betrekking tot de biodiversiteitsstrategie zien we
natuurlijk met belangstelling tegemoet. Ik heb hier in ieder geval een
hele duidelijke waarschuwing neergelegd: neem de doelstellingen die
daarin opgenomen staan, niet zomaar een-op-een over, want ze gaan heel
ver. Ze gaan in ieder geval stukken verder dan wat er bijvoorbeeld in
het Noordzeeakkoord is overeengekomen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ruissen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Eppink
namens Forum voor Democratie.
De heer Eppink (EP/FvD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik zal het kort houden en me netjes
gedragen.
Ik heb eigenlijk één punt waarop ik wil terugkomen en dat is het
spanningsveld waarover de premier het had, namelijk het spanningsveld
tussen de korting en de voorwaarden voor hervormingen. Ik steun hem als
hij zegt "geen geld zonder voorwaarden", maar ik merk zelf dat er aan de
linkerzijde van het Europees Parlement een enorme afkeer is van
voorwaarden. Ze zeggen dan: "Hoe durf je dat te zeggen? Wij hebben
geleden en wij moeten dat geld hebben." Spanje krijgt waarschijnlijk een
bedrag van 85 miljard en wil "el rento básico" invoeren, een
basisinkomen, terwijl wij in Nederland met meer armoede te kampen gaan
krijgen vanwege de recessie. Mensen met lage inkomens gaan lijden en dat
geldt ook voor mensen die geen werk hebben.
Ik wil hem vragen of hij bereid is om bij de onderhandelingen over het
herstelfonds een veto in te zetten. Daar zijn drie mogelijkheden voor.
Ten eerste kan het bij de omvang van de meerjarenbegroting, ten tweede
bij het feit dat de Europese Commissie schulden maakt — dat mag niet
volgens artikel 311 — en ten derde bij de invoering van nieuwe Europese
belastingen. Dat zijn drie troefkaarten. Zegt hij "dat zijn inderdaad
drie troefkaarten, die ga ik mogelijk gebruiken"? Of zegt hij "nou nee,
dat past niet in de huidige sfeer, daar begin ik niet aan"?
Dank u, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. O, mevrouw Leijten heeft nog een vraag voor u, meneer
Eppink.
Mevrouw Leijten (SP):
Het komt wel vaker voor dat een kleine fractie niet kan meedoen aan een
debat, maar het moet mij van het hart: op dit moment is de
fractievoorzitter van Forum voor Democratie, die hier moties kan
indienen, die verzoeken kracht kan bijzetten, die zijn collega's hier
kan interrumperen, bezig met een gesprek in zijn eigen studie over de
toekomst van de Europese Unie. Hij is dus niet hier aanwezig. Het moet
mij van het hart dat ik dat een enorme minachting vind van ons
Kamerwerk.
De voorzitter:
Dan heeft u uw punt gemaakt.
De heer Eppink (EP/FvD):
Nou, in ieder geval ben ik er geweest.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik zou daar wel een reactie op willen hebben. Ik bedoel: het is best
bijzonder dat wij hier een debat hebben, dat de heer Eppink hier
toezeggingen vraagt aan de Nederlandse regering. Het staat hem vrij om
allerlei toezeggingen te vragen aan de Europese Commissie. Het zou hem
ook sieren om dat in het Europees Parlement te doen en dat doet hij ook.
Ik heb allerlei vragen van hem gezien; dat is prima. Hoe kijkt hij
ertegen aan dat deze vragen, die hij ongetwijfeld buitengewoon relevant
vindt en die ook via motie gevraagd hadden kunnen worden, niet door de
Forum voor Democratie-fractieleden hier gesteld worden, omdat zij bij
dit debat afwezig zijn, omdat ze een filmpje aan het opnemen zijn over
de toekomst van de Europese Unie?
De heer Eppink (EP/FvD):
Ik ben hier uitgenodigd om mee te doen aan dit debat. Dat heb ik gedaan.
De fractie is een kleine fractie van twee mensen, die veel zaken moeten
doen. De zaken die hij hier had kunnen doen, kan ik zelf ook doen, door
het stellen van vragen. Dat heet samenwerking in een kleine partij,
althans qua aantal Kamerleden in een kleine fractie. U heeft wat dat
betreft de luxe van de grootheid. Als u in een fractie zou zitten van
twee mensen, dan zou u merken dat er altijd wordt geroepen "o, hij was
er niet; hij was er niet!" Ja, je kunt maar op één plek tegelijk
zijn.
De heer Omtzigt (CDA):
Als ze in een ander debat waren, dan hoort u mij daar niet over. Dit is
ook de eerste keer dat ik erover begonnen ben. Maar het gaat hier
vandaag over de toekomst van de Europese Unie. Daar zijn zeer
uiteenlopende meningen over en de fractievoorzitter van FvD twittert dat
hij vandaag een filmpje opgenomen heeft over de toekomst van de Unie,
terwijl hij zelf afwezig was in een debat over de toekomst van de Unie
en zijn Europarlementariër vragen stelt om iets af te dwingen, die hij
helemaal niet kán stellen hier. De fractievoorzitter zelf had ze wel
kunnen stellen in dit debat. Wat vindt de Europarlementariër van de
fractie van Forum voor Democratie hiervan?
De heer Eppink (EP/FvD):
De vragen die ik stel, zijn vragen die hij ook gesteld zou hebben. Dat
ik die vragen stel als gast van deze bijeenkomst, daar heb ik mij op
gericht. Dat is een vorm van samenwerking in een kleine partij.
Misschien wordt het later een grotere partij, dan zal het niet meer
voorkomen. Dat kan ik u dan beloven.
De heer Omtzigt (CDA):
Het blijft een rare figuur vandaag. Ongeveer elke Europarlementariër
lijkt in dezen aan een vorm van rolvermenging te doen. Nou, volgens mij
niet elke, maar wel een aantal.
De heer Eppink (EP/FvD):
Ik heb mij keurig aan de regels gehouden zoals ze zijn.
De heer Omtzigt (CDA):
Er worden hier toezeggingen gevraagd …
De heer Eppink (EP/FvD):
Ik heb niemand hier kwalijk toegesproken of wat dan ook. Ik gedraag mij
als gast, meneer Omtzigt, en misschien mag ik volgend jaar weer als gast
komen.
De heer Omtzigt (CDA):
Dat hoop ik van harte.
De heer Eppink (EP/FvD):
Dank u!
De heer Omtzigt (CDA):
Maar de bedoeling was dat de vragen informatief van aard zouden zijn en
de toezeggingen die u van de regering vraagt, zijn aan de Tweede Kamer.
Die worden vandaag dus níét gedaan vanwege de fractie van Forum voor
Democratie.
De heer Eppink (EP/FvD):
Mijn vragen waren informatief van aard.
De voorzitter:
Goed, dank u wel. Dan is tot slot het woord aan mevrouw Rookmaker.
Mevrouw Rookmaker (EP/Rookmaker):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Alle aanwezigen, van links tot
rechts, zowel de Nederlandse parlementariërs als de Europarlementariërs,
hebben hier vandaag aangegeven dat zij zich zorgen maken over de
slagkracht van en de handhaving vanuit de Europese Unie. Daar zijn we
het volgens mij links en rechts ook over eens.
Mijn punt 4 dat ik wilde maken, ga ik nu alsnog maken. Ik denk dat de
Europese Unie heel veel profijt kan hebben van een sterke regie en
voorbeeldfunctie vanuit Den Haag. Ik denk dat het belangrijk is om een
goed, functioneel project op te gaan zetten. Dat wil zeggen, ik pleit
hier voor Nederlandse steun voor een railnetwerk in Europa, een
hogesnelheidslijn die alle grote steden in de Europese Unie verbindt.
Dat is heel onorthodox misschien, maar dat doe ik vandaag toch gewoon
eventjes.
Daar wou ik het bij laten.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Rookmaker. Dan schors ik de vergadering voor tien
minuten.
De vergadering wordt van 18.11 uur tot 18.23 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik geef de minister-president het woord.
Minister Rutte:
Het ontbrekende antwoord van mij richting de heer Van Ojik was:
ja.
De voorzitter:
Weet u waar het over ging?
Minister Rutte:
Ik heb geen idee, maar het antwoord is ja; de heer Van Ojik had gelijk.
Jazeker. Het ging over de rechtsstatelijkheidskoppeling, of die ook
breder was naar het herstelfonds. Tja, als we én het antwoord én de
vraag vergeten zijn, dan hebben we een probleem.
De vragen van de heer Eppink zijn zeer terecht, maar het is nu te vroeg,
vind ik, om over veto's te gaan praten; daar ga je later naar kijken.
Dat instrument houden we zeker, op alles, permanent, in ieder debat, bij
elk onderwerp, in de achterzak, en we sluiten het nooit uit.
Dan de paar moties. De eerste motie, die op stuk nr. 2, onder verwijzing
naar de vele debatten hierover: ontraden.
De derde motie — de moties die ik heb overgeslagen, gaat de heer Blok zo
doen — op stuk nr. 4: oordeel Kamer. Het sluit aan bij de Nederlandse
inzet.
De vierde motie, op stuk nr. 5, vind ik zeer sympathiek, maar hier is
het betere de vijand van het goede. Waarom is dat zo? Uiteraard
voorstander van de conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat;
uitvoerig besproken. Er ligt nu een voorstel van de Commissie en dat
steunen wij. En dat voorstel van de Commissie ... Het wordt nog een hele
hijs, een heel gevecht, om dat erdoorheen te krijgen. In dat voorstel
van de Commissie speelt het Europese jaarverslag over de rechtsstaat
geen rol. Dat speelt dus geen rol, en willen we dat gaan toevoegen, dan
wordt het echt ingewikkeld. Het wordt al een enorme kluif om wat de
Commissie nu voorstelt, erdoorheen te krijgen. Dus ik zou willen vragen
om dit niet te doen, en wil daarom deze motie ontraden. Ik ben het
helemaal eens met van alles en nog wat, maar het maakt het alleen maar
complexer en voegt, vrees ik, niet veel toe in de kwaliteit die we
uiteindelijk willen.
De zesde motie, die van mevrouw Ploumen op stuk nr. 7: ontraden. Er ligt
een voorstel voor een verordening, die op basis van vrijwilligheid het
opstellen van een transitieplan vraagt. Het verplicht stellen gaat veel
te ver, en is ook niet relevant voor elk bedrijf. Nederland is ook voor
vrijwillig, en niet verplicht.
Voorzitter. De andere moties gaat mijn collega, de minister van
Buitenlandse Zaken, afwikkelen.
De voorzitter:
Dank u wel. Wacht u heel even, de heer Van Ojik wil nog wat vragen. Ik
weet niet wat de heer Van Ojik gaat zeggen. Ga uw gang.
De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de minister-president gewoon kan
blijven zitten, want gezien zijn volmondig "ja" op de vraag — want die
twee dingen hangen natuurlijk samen — heb ik, na grondig overleg met
mijn mede-indiener de heer Jetten, besloten om de vierde motie, die op
stuk nr. 5, in te trekken.
De voorzitter:
Aangezien de motie-Van Ojik/Jetten (35403, nr. 5) is ingetrokken, maakt
zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.
De voorzitter:
Ik geef nu het woord aan de minister van Buitenlandse Zaken.
Minister Blok:
Allereerst de tweede motie, op stuk nr. 3, van de heer Omtzigt, die
"verzoekt de regering erop aan te dringen bij het voorzitterschap van de
Europese Raad om deel te nemen aan de nog in te plannen conferentie over
transparantie van de Venetië-Commissie". Zoals ze nu geformuleerd is,
kan ik die aan het oordeel van de Kamer laten, en zullen we ons daarvoor
inzetten.
De vijfde motie, op stuk nr. 6, van mevrouw Leijten, was naar aanleiding
van de door haar genoemde 73% die volgens een door haar genoemd rapport
door de PV besteed zou worden aan grote bedrijven. Daarover heeft de
Kamer al eerder een brief van mij gehad, dus dit is een beetje een
herhaling van zetten. Maar de brief moest even opgedoken worden: het was
in maart 2019, dus al meer dan een jaar geleden. Daarin is aangegeven
dat het overzicht waarop het rapport gebaseerd is, uitgaat van een
rapportage van het bezoeken van bedrijven - dus niet van alle gevoerde
gesprekken, zoals mevrouw Leijten nu suggereert. De Permanente
Vertegenwoordiging voert veel meer gesprekken, maar daar ging deze
rapportage niet over. Dus waar ik net al verbaasd reageerde op de
stelligheid waarmee zij zei dat 73% van de gesprekken gevoerd zou worden
met bedrijven, is dat al ontkracht in een brief van maart. En daarom
ontraad ik natuurlijk ook deze motie, die gebaseerd is op al eerder
weerlegde onjuistheden.
De zevende motie, die van mevrouw Ploumen op stuk nr. 8, gaat in — wat
mevrouw Jongerius ook al aangaf — op het vraagstuk van de
arbeidsmigranten, waar morgen een brief over komt van het kabinet. Ik
zou dus echt willen vragen om die motie aan te houden totdat de brief
van het kabinet er is.
De voorzitter:
Welke motie bedoelt u? Die op stuk nr. 8. En als die motie niet wordt
aangehouden?
Minister Blok:
Ik zou dat waarderen, want dan zou er morgen een reactie van collega
Omtzigt ... eh collega Koolmees zijn. Maar Omtzigt is ook welkom,
hoor.
De achtste motie, op stuk nr. 9, verzoekt de regering binnen
EU-lidstaten actief steun te verwerven voor een bindende zorgplicht voor
alle Europese ondernemingen. Die motie begint met de constatering dat de
Europese Commissie in het eerste kwartaal van 2021 met een voorstel zal
komen. Dan lijkt me de logische volgorde dat we eerst het voorstel
afwachten waar de Europese Commissie mee komt, voordat wij kunnen gaan
zeggen wat wij van het voorstel vinden. Deze motie moet ik
ontraden.
De motie op stuk nr. 10 van de heer Bisschop verzoekt de regering te
bevorderen dat lidstaten zich gelijkelijk houden aan het Stabiliteits-
en Groeipact, gelijkelijk beoordeeld worden inzake rechtsstatelijkheid,
een gelijke invloed kunnen uitoefenen en zich te blijven inzetten voor
naleving van subsidiariteit en evenredigheid en transparantie en
optimale betrokkenheid van nationale parlementen bij het
wetgevingsproces. Dat is een heleboel maar ik ben het er allemaal mee
eens Deze laat ik aan het oordeel van de Kamer.
Voorzitter, dan hoop ik dat hiermee alle moties van advies zijn
voorzien.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit notaoverleg.
Over de ingediende moties zullen we deze week op donderdag stemmen. Ik
dank de Europarlementariërs en ik dank de Kamerleden, de
minister-president, de minister van Buitenlandse Zaken en ik sluit de
vergadering.
Sluiting 18.32 uur.
| ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 81 (2019-2020) van 29 juni 2020 |
|---|
| Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |