Begroting OCW, onderdeel Cultuur (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2020D48654, datum: 2020-11-23, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2020-11-23 11:00: Begroting OCW, onderdeel Cultuur (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Begroting OCW 2021, onderdeel Cultuur
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 23 november 2020 overleg gevoerd met mevrouw Van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, over:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021 (35570-VIII);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 5 oktober 2020 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021 (Kamerstuk 35570-VIII) (35570-VIII, nr. 20);
het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020 (Zevende incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen vrije theaterproducenten in verband met COVID-19) (35627);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 november 2020 inzake uitwerking maatregelen tweede specifieke pakket voor de culturele en creatieve sector (2020Z21683);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 13 november 2020 inzake reactie op verzoek commissie over de brief van de Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) met het verzoek tot collectieve ontheffing voor culturele organisaties (32820, nr. 394);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 13 november 2020 inzake stand van zaken moties en toezeggingen met betrekking tot cultuur (32820, nr. 396);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 22 juni 2020 inzake herijking Canon van Nederland (32820, nr. 370);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 11 november 2020 inzake antwoorden op vragen commissie over de herijking Canon van Nederland (32820, nr. 395);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 5 november 2020 inzake antwoorden op vragen commissie inzake onderzoek graven voormalige Hofkapel Binnenhof (32820, nr. 392);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 8 juli 2020 inzake onderzoek graven voormalige Hofkapel Binnenhof (32820, nr. 376);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 3 juli 2020 inzake tentoonstellen Plakkaat van Verlatinghe, Unie van Utrecht en Apologie van Willem van Oranje (32820, nr. 374);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 2 november 2020 inzake antwoorden op vragen commissie over tentoonstellen Plakkaat van Verlatinghe, Unie van Utrecht en Apologie van Willem van Oranje (Kamerstuk 32820-374) (32820, nr. 393);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 14 september 2020 inzake opzet beleidsdoorlichting cultuur 2021 (31511, nr. 41);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 30 oktober 2020 inzake beantwoording vragen commissie over de opzet beleidsdoorlichting cultuur 2021 (31511, nr. 44);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 15 september 2020 inzake besluitvorming culturele basisinfrastructuur 2021-2024 (32820, nr. 383);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 7 oktober 2020 inzake afschrift van de reactie op de brief van de Vereniging van Friese Gemeenten en de provincie Fryslân over de ondersteuning van de lokale en regionale culturele infrastructuur (2020Z18175);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 21 september 2020 inzake reactie op verzoek commissie over een afschrift van de brief aan de Gemeente Zoetermeer met betrekking tot onderzoeksrapport "Verkenning Post 65" (32820, nr. 388);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 31 augustus 2020 inzake beleidsreactie op inspectierapport "Aanhoudend droog" (32820, nr. 379);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 6 oktober 2020 inzake rapport onderzoek toegankelijkheid culturele instellingen voor mensen met een beperking (32820, nr. 391);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 18 september 2020 inzake stand van zaken moties en toezeggingen met betrekking tot cultuur zomer 2020 (32820, nr. 389);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 17 september 2020 inzake instelling Commissie Collectie Nederland (32820, nr. 382);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 19 augustus 2020 inzake aanvullend advies Raad voor Cultuur over de aanvragen voor de culturele basisinfrastructuur 2021-2024 (32820, nr. 378);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 8 juli 2020 inzake cultuuronderwijs in het mbo (31524, nr. 471);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 26 juni 2020 inzake afschrift van de brief aan de Raad voor Cultuur over het gezamenlijke proces in aanloop naar het advies "wendbare en weerbare sector" (32820, nr. 373);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 juli 2020 inzake tussenrapportage onderzoek toegankelijkheid culturele instellingen voor mensen met een beperking (24170, nr. 233).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap,
Tellegen
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap,
De Kler
Voorzitter: Tellegen
Griffier: De Kler
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Van den Berge, Martin Bosma, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Van den Hul, Kwint, Paternotte, Van Raan en Tellegen,
en mevrouw Van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Aanvang 11.03 uur.
De voorzitter:
Een hele goede morgen. Ik open deze vergadering. Aan de orde is het
wetgevingsoverleg Cultuur. Ik heet de minister en haar ambtenaren
hartelijk welkom. Ik heet al mijn collega's hartelijk welkom hier in de
Oude Zaal. We gaan beginnen in begrotingsvolgorde. Dat betekent dat ik
als eerste het woord zou willen geven aan de heer Bosma van de
PVV.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dank u wel. Geeft u mij een seintje als ik nog één minuut te gaan
heb?
De voorzitter:
Ja.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dank u wel.
Voorzitter. Het is vandaag de laatste begroting van deze minister. We
maken vandaag de balans op van vier jaar cultuur onder deze minister. Ik
maak een rondje langs de velden. Achtereenvolgens behandel ik: 1.
subsidiekunst, 2. musea, 3. onze volkscultuur, en 4. bibliotheken.
1. Subsidiekunst. Kunstsubsidies zijn ingesteld door de NSB. De
nationaalsocialisten stelden kunstsubsidies in om kunst onderdanig te
maken aan de Staat. Kunst is een potentiële verzetsbron. Oplossing: je
maakt kunstenaars afhankelijk van subsidie en dan eten ze uit je hand.
De grondlegger van de kunstsubsidie, de socialist, Europeaan en NSB'er
Tobie Goedewaagen redeneerde aldus.
De staatsideologie anno 2020 is de diversiteitscultus, oftewel
anti-blank racisme. Blanken deugen niet en dienen te worden
teruggedrongen. Kunstenaars, afhankelijk gemaakt van soepsidie lopen als
makke schapen mee. Vroeger was kunst de allerindividueelste expressie
van de allerindividueelste emotie. Tegenwoordig is er nog maar één
criterium: de vraag of er wel voldoende zwarten in zitten. Elk kunstwerk
langs de raciale meetlat. Elk subsidievoorstel telt het aantal zwarten.
Chinezen of Lichtgetintiërs zijn van minder belang. Het gaat om zwarten.
Te weinig zwarten, geen soepsidie. Jammer bijvoorbeeld voor Ton Koopman,
een van 's werelds meest gerenommeerde Bachvertolkers. Nee, zijn Bach
barokorkest speelt geen werken van zwarten. Er spelen ook geen zwarten
mee. Probleem. Zijn orkest heeft geen concreet stappenplan, verwijt de
soepsidiegever. Daarmee bedoelen de linkse racisten dat er onvoldoende
plannen zijn om het aantal blanken te verminderen.
Culturele instellingen moeten een nulmeting uitvoeren, dus het aantal
blanken in kaart brengen om dan te gaan werken aan het verminderen
ervan. Je krijgt pas soepsidie als je eerst drie verklaringen
ondertekent, loyaliteitsverklaringen. Alle kunstsoepsidieclubs wordt
aangeraden een Chief Diversity Officer in te huren, oftewel een politiek
commissaris. Kunst is politiek geworden. De voorzitter van de Raad voor
Cultuur is een voormalig voorzitter van de PvdA: Marijke van Hees. De
voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad is een voormalig voorzitter van
de Partij van de Arbeid: Felix Rottenberg.
Voorzitter. Zijn alle kunstenaars laffe meelopers, schijterige klerken
van de staatsideologie, slappe kontkussers van de macht? Je zou het
bijna denken. Slechts een eenzame enkeling durft zich uit te spreken,
zoals fluitiste Lucie Horsch, 21 jaar. Zij zei toen ze de Nederlandse
muziekprijs in ontvangst nam van deze cultuurminister: "Als er alleen
nog maar diverse kunst mag bestaan, dan is het resultaat juist niet die
diversiteit, waar zo krampachtig naar wordt gestreefd." Voor de rest is
het stil. Alle kunstenaars marcheren eendrachtig mee en toucheren hun 30
zilverlingen. Mijn vraag aan de minister is: zou zij willen reageren op
de uitspraak van de fluitiste dat de diversiteitcultus juist leidt tot
culturele kaalslag, tot monotonie?
Twee. De musea. Ook daar is extreemlinks aan de macht. Een uitje naar
een museum is tegenwoordig een martelgang. Vroeger waren musea voor
iedereen, nu slechts voor een klein groepje social justice warriors. Ik
ging naar het Scheepvaartmuseum te Amsterdam. Vroeger vierden ze daar de
maritieme glorie van ons land. Nu moest ik er leren dat Michiel de
Ruyter van zijn voetstuk zou zijn gevallen, iets met slavernij. Er wordt
natuurlijk veel opgehitst tegen wat ze noemen "witte mannen". Er is
natuurlijk ook een tentoonstelling over het klimaat en natuurlijk ook
een tentoonstelling over slavernij — een verplicht nummer — natuurlijk
niet over slavernij door moslims. Dat is taboe voor links.
In de Efteling mag de kannibaal niet langer kinderen vermaken, want
zwart. Het Witte de With Kunstcentrum in Rotterdam wil die naam niet
meer dragen, want VOC. In het Mauritshuis, 100 meter hiervandaan, wordt
het borstbeeld van Maurits verwijderd, want kolonialisme en dan gaan de
linkse sneeuwvlokjes huilen. De bloempjes die afrikaantjes heten, mogen
die naam niet meer dragen, racisme. De moorkop deugt ook niet meer. Bij
het Gouden Kalf kijken ze vol bewondering naar de Oscars, waar films
langs het rassentribunaal gaan: eerst even de zwarten tellen en daarna
pas in productie. Het prachtige museum Ons' Lieve Heer op Solder werd
bedreigd in haar subsidie. Waarom? Omdat er teveel blanken werken. Er
komt wel geld uiteraard voor The Black Archives, gelinkt aan Kick Out
Zwarte Piet. Als tegen het VOC Café met geweld gedreigd wordt, zwijgt
deze minister. Ze vindt het wel best; er komt een andere naam. Het
Stedelijk Museum Amsterdam verklaart zich solidair met het racistische
en gewelddadige Black Lives Matter. Het heeft een tentoonstelling waarin
de terreurgroep RaRa wordt verheerlijkt. De nieuwe directeur kondigt nog
meer links activisme aan. Politiek correcte inteelt.
Ik dacht: weet je wat, ik geef me op als lid van de raad van toezicht
van de Oude Kerk. Ze zochten daar iemand. Ik wist van tevoren dat het
zinloos was, want diversiteit betekent: alleen toegang voor mensen met
de juiste mening, alleen slaven van de linkse kerk. Ik had mij het
mailtje kunnen besparen.
Onderwerp 3. Onze volkscultuur. Felicitaties aan George Soros, Lodewijk
Asscher, de VN, de NPO en andere laffe, achterbakse cultuurverraders. De
oorlog van totalitair links tegen Sinterklaas is uiterst succesvol. Een
eeuw aan traditie is nagenoeg vernietigd, in een paar jaar tijd. Bijna
nergens zie je gezellige sinterklaasetalages of sintverlichting meer,
nergens meer vrolijke Pieten. De Sint is verdwenen uit de
speelgoedcatalogus. Vrolijke sinterklaasintochten zijn vervangen door
demonstraties vol politie. Van een kinderfeest naar gewelddadige
manifestaties, treurig. Links idealisme wint.
De oorlog tegen Sinterklaas begint met Lodewijk Asscher, die als
wethouder in 2007 eiste dat het christelijke kruis verdwijnt van de
mijter van Sinterklaas, vanwege moslims. Dat was een van zijn eerste
daden. Hij had haast. Cultuurvernietiging staat altijd bovenaan bij
socialisten. Daarna wordt het plaatselijke sinterklaascomité het mes op
de keel gezet om Zwarte Piet te vernietigen. Als minister leidt Asscher,
die hier vandaag niet is — jammer — stiekeme bijeenkomsten op zijn
ministerie waar organisaties ertoe worden aangezet om Zwarte Piet te
vernietigen. De laffe en populistische PvdA geeft Sinterklaas een
nekschot in de hoop op een paar stemmen uit de Bijlmer.
De Sylvana Simonsen, die altijd worden gevolgd door de linksliberale
elites, geven aan dat het hen te doen is om de vernietiging van dit
oer-Hollandse feest. Het is namelijk white privilege en andere kreten
die deze zeurpieten importeren uit Amerika. Op Bonaire, ver verwijderd
van de linkse deugers, arriveerde zaterdag Sinterklaas en heel veel
Zwarte Pieten, vertolkt door heel veel zwarte mensen. Heeft de PvdA al
afstand genomen van dit racisme? In Venlo wordt gedemonstreerd tegen
Grijze Piet. Kick Out Zwarte Piet vindt die ook racistisch. Bakker
Schouten te Amsterdam, die een Zwarte Piet maakt, ziet zijn pand beklad
met de woorden: you're a racist. Een bakker die een taart maakt met
Zwarte Piet in Tiel, wordt geterroriseerd door idealisten. De minister
zwijgt. We horen deze minister wel als Johan Derksen een grap maakt over
homo's. Nee, dat kan echt niet; dan grijpt ze in.
Het gaat de zwarte racisten niet om Zwarte Piet. Dat is slechts een
kapstok. Het gaat ze om geld, macht en wraak op blanken. Etnisch
revanchisme. Zwarte Piet is slechts de smoes om autochtone Nederlanders
te raken waar het pijn doet. Het gaat ze om het uitrollen van een
anti-blanke, racistische agenda. Onze cultuur, onze feestdagen, onze
musea en onze kunst moeten gesloopt worden opdat wij makkelijker te
vervangen zijn. De lugubere diversiteitagenda is een voorwaarde voor de
omvolkingsagenda. Een volk dat niet meer weet dat het uniek is, is rijp
voor de sloop, voor omvolking.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, hebben de heer Van den Berge en mevrouw Geluk een
vraag.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik heb een hele tijd zitten luisteren, maar de heer Bosma maakt het hier
wel erg heel bont. Hij zit mensen verdacht te maken die er niet bij
zijn. Hij zit mensen letterlijk uit te schelden. Hij meet met twee
maten, want de vrijheid van meningsuiting geldt blijkbaar niet voor
mensen die een diversere cultuursector willen. Hij gebruikt het
omvolkingswoord, een extreemrechtse term uit de tijd van nazi-Duitsland.
Ik zou echt willen vragen om dit soort termen niet te gebruiken en om
mensen die hier niet aanwezig zijn om zichzelf te verdedigen, niet uit
te schelden en in een hoek te zetten. Volgens mij heeft het debat daar
niks aan en is dat ook niet hoe we hier normaal gesproken met elkaar in
debat gaan.
De heer Martin Bosma (PVV):
Het debat heeft heel veel aan mijn bijdrage. U zegt dat ik iemand
verdacht maak die er niet bij is. Ik refereerde aan de heer Asscher. Ja,
dat is de cultuurwoordvoerder van de Partij van de Arbeid, die jarenlang
de debatten doet hier. Die is er vandaag niet. We maken na vier jaar de
balans op van het beleid van de minister. Dan denk je: even praten met
meneer Asscher. Die is er dan niet. Dat snap ik, want aan het eind van
de middag wordt hij verhoord door de parlementaire
ondervragingscommissie. Dus het is mijn schuld niet dat de
cultuurwoordvoerder van de PvdA er niet is. Uitschelden heb ik niet
gedaan. En als ik het woord omvolking niet mag gebruiken, begrijp ik dat
echt niet, want dat is gewoon wat er gebeurt. Dat is wat GroenLinks
toejuicht en overal veroorzaakt. Dat is gewoon het vervangen van mensen.
Ga eens in de Schilderswijk kijken. Daar woonden vroeger blanke
Hagenezen. Die zijn allemaal verdreven. Daar wonen nu moslims. Dat
noemen we omvolking. Dat kun je leuk vinden. Dat kun je niet leuk
vinden. Mijn partij vindt dat niet leuk.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik ga er een paar punten uitpakken, want ik kan onmogelijk op alles
ingaan. Ik heb jarenlang in de Schilderswijk gewoond, dus ik hoef daar
niet te gaan kijken. Ik kom er nog steeds vaak. Ik heb er jarenlang
gewoond. De heer Bosma heeft het niet alleen over collega Asscher maar
over heel veel andere mensen, bijvoorbeeld over activisten die zich
inzetten voor een diverser Nederland en een diversere cultuursector. Hij
gebruikt daarbij termen die ik niet ga herhalen, maar ik vind dat wel
degelijk uitschelden. Ten slotte het woord omvolkingstheorie. Ik heb
daar al vaker discussies over gehad met een andere collega van u in
asiel- en migratiedebatten. Woorden doen ertoe. Ik vind echt dat wij dit
soort termen hier niet moeten bezigen. Wij vieren dit jaar 75 jaar
vrijheid. Dit is een historisch zwaarbeladen term. Volgens mij heeft u
dit ook helemaal niet nodig om hier uw statements te maken en argumenten
neer te zetten. Waarom haalt u er nou dit soort historisch beladen
termen bij, die veel mensen pijn doen?
De heer Martin Bosma (PVV):
Als we het hebben over het nazi-gedachtegoed, moeten we praten over
kunstsubsidies. Ik heb van het weekend nog even de biografie gelezen van
de grondlegger van de kunstsubsidies in Nederland, Tobie Goedewaagen,
een Hagenees, een socialist, een Europeaan, een NSB'er. Aan hem hebben
we de kunstsubsidies te danken. Als je het hebt over de ideeën van de
nazi's, moet je consequent zijn en niet zeggen dat je het ene woord niet
mag gebruiken en het andere woord wel. Of we zijn tegen het hele
spectrum van het nationaalsocialisme of we gaan er een soort kleine
selectie van maken — het is of het een of het ander — maar dan praten we
ook niet meer over kunstsubsidies, want dat maakt ook deel uit van het
gedachtegoed van de nationaalsocialisten.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Ik zou meneer Bosma willen vragen of hij in het Mauritshuis geweest
is.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ja, ik kom er met erg veel plezier.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Ik verstond het niet.
De heer Martin Bosma (PVV):
Neem me niet kwalijk. Ik kom er met erg veel plezier.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Hoe komt u er dan bij om zo'n eenzijdig verhaal op te hangen? Juist in
het Mauritshuis wordt het verhaal van alle kanten verteld, ook over de
slavernij.
De heer Martin Bosma (PVV):
Het enige wat ik zeg over het Mauritshuis is dat daar het borstbeeld van
Maurits verwijderd is. Dat mocht daar niet meer getoond worden, want
Maurits was met terugwerkende kracht ook verdacht of VOC of
kolonialisme. Dat is precies wat er gebeurt. Over de hele wereld zie je
dat standbeelden worden vernietigd en verwijderd. Daar zie je dit
voorbeeld van in het Mauritshuis.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Dat was het verhaal helemaal niet achter het verwijderen van dat
borstbeeld. Ik ben daar zelf geweest. Ik ben met hen in gesprek gegaan.
Net als alle musea veranderen ze zo af en toe de collecties. Dat
borstbeeld was niet iets waarvan je zegt dat het echt moet blijven en ze
hebben daartegenover een hele kamer ingericht die het hele verhaal
vertelt. Het Mauritshuishuis is een parel in onze museumwereld en daarom
vind ik het jammer dat het op deze manier weggezet wordt alsof het
racistisch is of zo. Dat vind ik erg jammer.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dat vind ik ook. Mevrouw Geluk is een van mijn allerfavorietste
collega's — dat weet ze — maar ze laat zich wel iets op de mouw spelden.
Er wordt altijd ontkend hoe het echt zit. De politiek correcte motivatie
daarachter wordt altijd zo veel mogelijk verdoezeld, maar Maurits werd
daar wel degelijk verwijderd om redenen van politieke correctheid, omdat
hij VOC et cetera, kolonialisme. Dat is de ware reden. Dat er nu in het
Mauritshuis, zoals in elk museum tegenwoordig, allemaal linkse clichés
over de slavernij worden gebezigd, pleit niet voor het Mauritshuis. Ik
was in de Oude Kerk. Daar is bijvoorbeeld een monument van een
Nederlander die gevochten heeft tegen de slavernij door moslims. Denkt u
nou echt dat ze dat op dat soort plekken laten zien? Nee, natuurlijk
niet, want dat is de slavernij waar ze nooit in geïnteresseerd zijn. De
linksen, die overal de macht hebben, zijn maar geïnteresseerd in één
soort slavernij en die hebben onze musea in handen. Dat is wat er aan de
hand is.
De voorzitter:
Mevrouw Geluk-Poortvliet, heel kort, want we doen interrupties in
tweeën.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Ik ben het niet met u eens over het Mauritshuis, maar dat blijft
zo.
De voorzitter:
De heer Van Raan heeft ook nog een vraag aan u.
De heer Van Raan (PvdD):
We horen een eloquent, welbespraakt, al dan niet kwetsend betoog over
cultuur. Uit de woorden van de heer Bosma maak je eigenlijk op dat hier
een soort absurdistische cultuurbevriezer aan het woord is. Hij mag dat
allemaal zeggen. Dat is allemaal prima. Dat hoort erbij, maar ik ben wel
nieuwsgierig naar hoe hij de rol van cultuur ziet in de verandering van
de maatschappij. Hij schetst een vrij statisch beeld. Daar spreekt ook
een soort verlangen uit naar vroeger, maar dat is mijn interpretatie.
Dat wil ik hem niet in de mond leggen.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Van Raan (PvdD):
Hoe kijkt hij aan tegen de rol van cultuur in de verandering van de
maatschappij?
De heer Martin Bosma (PVV):
Met het veranderen van de maatschappij verandert de cultuur. Het heeft
daar invloed op. Het een beïnvloedt het ander en vice versa. De
gewaardeerde collega van de Partij voor de Dieren suggereert dat er een
soort organische ontwikkeling aan de gang is in de musea en in de
kunstwereld. Dat is niet zo. Er is een piepkleine groep linkse, politiek
correcte activisten die overal de macht heeft overgenomen: in de musea,
in de kunstwereld en in de kunstsubsidiewereld. Dat zijn allemaal mensen
met extreemlinkse ideeën. Dat zijn mensen van intersectionaliteit. Dat
zijn mensen die het altijd hebben over kolonialisme, over diversiteit,
wat betekent: anti-blank racisme. Die mensen zijn daar aan de macht. Dat
is een hele kleine kliek. Andere mensen hebben daar niets te zeggen. Het
is een hele kleine groep met zeer scherpomlijnde meningen die daar zit
en daar de lakens uitdeelt. Vandaar dat als je naar het Stedelijk Museum
gaat, je een tentoonstelling ziet waarin RaRa gevierd wordt; gewoon
terroristen! Diezelfde kunstenaars verbranden dingen die refereren aan
de VOC. En dan heb je daarzo allerlei Black Lives
Mattertoestanden.
De voorzitter:
Oké ...
De heer Martin Bosma (PVV):
En waarom is dat? Is dat omdat er een organische ontwikkeling aan de
gang is? Nee, dat is omdat daar een kleine, linkse kliek politiek
correcte activisten aan de macht is. En wij moeten dat betalen. Dat moet
eens een keer stoppen.
De heer Van Raan (PvdD):
Ik kijk hier — mijn interpretatie, wederom — naar een hele angstige,
bange man, die niet in staat is om mee te gaan met de veranderingen. En
dat is heel jammer. Dank u wel, voorzitter.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik vind het vreemd dat linkse mensen altijd een soort lijntje met God
hebben en zeggen: het is niet meer van deze tijd. Linksen zeggen ook:
Zwarte Piet is niet meer van deze tijd. Dan vraag je: waarom dan niet?
En waarom is ramadan, en de islam, waar jullie zo'n fan van zijn ... Nou
ja, van ritueel slachten misschien dan niet, maar waarom is dat allemaal
dan wel nog van deze tijd? Dat snap ik niet. Hoe weten linkse mensen
altijd dat dingen niet meer van deze tijd zijn? Dat begrijp ik oprecht
niet, maar misschien leer ik het nog, voorzitter.
De voorzitter:
Gaat u verder.
De heer Martin Bosma (PVV):
Mijn vierde punt zijn onze bibliotheken. Die zijn ook gelijkgeschakeld.
Vroeger waren die er om kennis te verspreiden, nu om te verhinderen dat
mensen zelfstandig kennismaken met onze eeuwenoude tradities,
bijvoorbeeld die van Zwarte Piet. Bibliotheekbaas Anton Kok vergelijkt
mensen die Zwarte Piet vieren met fascisten. Let wel: wij betalen het
salaris van deze burgemeester in oorlogstijd. Een boekverbrander als
bibliotheekbaas, wie verzint het? En uiteraard horen we helemaal niets
van deze minister. Grappig, want Raymond Knops, de staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken, spreekt zich er wel tegen uit. Waarom zwijgt de
minister erover dat er boeken worden verwijderd uit bibliotheken? Ik
denk dat de minister zwijgt omdat ze het allemaal wel best vindt, net
zoals ze stil is als het VOC Café verdwijnt. De Koninklijke Bibliotheek
verklaart zich solidair met Black Lives Matter en deelt mee kritisch te
kijken naar de eigen collectie. Een opmaat dus tot boekenverwijderingen
op multiculturele basis. Totalitair links heeft de smaak te pakken. Nu
zijn Jip en Janneke aan de beurt. Die zijn ook niet meer van deze tijd,
vindt de Partij van de Arbeid, en die moeten ook al verdwijnen uit
bibliotheken. Het begin is er. Ze hebben de smaak te pakken, en we zijn
overgeleverd aan de goden.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu de heer El Yassini van de VVD.
De heer El Yassini (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk beginnen met wat onze
minister-president ook zei. De afgelopen maanden zijn we met 17 miljoen
Nederlanders bezig geweest om over een berg te komen, met een kaart die
ons maar gedeeltelijk de weg wijst. En de coronacrisis is nog niet
voorbij, al zien we in ieder geval wel hoop aan de horizon als het gaat
om bijvoorbeeld de vaccins en eventueel de medicijnen waaraan gewerkt
wordt. Maar het blijft Nederland heel hard raken, en dus ook de
culturele en creatieve sector. Deze sector was in maart een van de
eerste die op slot moesten; evenementen en concerten werden afgelast,
musea en theaters moesten sluiten en filmproducties werden stilgelegd.
De afgelopen twee weken hebben wij gezien dat er in deze moeilijke
tijden, waarbij de besmettingen omhooggingen, weer veel werd gevraagd
van deze sector: twee weken dichtgaan om te zorgen dat de besmettingen
omlaaggaan en om de druk op de zorg te drukken. Gelukkig kreeg de sector
in juni wel meer ruimte en werden de maatregelen versoepeld, maar met
die ademruimte werd geen oplossing gevonden in de cultuursector, een
sector die afhankelijk is van grote mensenmassa's als verdienmodel,
zoals in theaters, op festivals of bij concertpodia. Veel ondernemers
hebben geld en eigen vermogen in hun bedrijf gestopt, met name ook
ondernemers in die cultuursector. En dat alles om het maar draaiende te
houden, om maar op zoek te gaan naar die finishlijn, dat stukje hoop dat
we zo snel mogelijk deze kant op hopen te krijgen.
De voorzitter:
Er is een vraag van de heer Kwint.
De heer Kwint (SP):
Ja, dank. De heer El Yassini zegt: vanwege de hoge besmettingen moesten
de culturele instellingen weer dicht, moesten de theaters weer dicht. Ik
las in de krant dat dat helemaal niet zo was. Ik las in de krant dat de
enige reden dat de culturele instellingen weer dicht waren, was omdat
het kabinet van mening was dat er een signaal afgegeven moest worden aan
de bevolking, en dat dat nou eenmaal een goedkoper signaal was dan iets
doen aan de luchtvaart. Herkent de heer El Yassini dit? Of: wat zou hij
ervan vinden dat de culturele sector gebruikt zou worden als een soort
signaalfunctie richting de samenleving?
De heer El Yassini (VVD):
Ik heb niet meegekregen dat het een signaal zou zijn. Ik heb zelf ook de
persconferentie gezien, net als u, en ik heb gezien hoe het kabinet zijn
argumentatie heeft gegeven om de musea, de theaters et cetera voor twee
weken te sluiten, om daarbij ook meteen te zeggen dat het na die twee
weken ook meteen weer open kon. Dus ik weet niet aan welk artikel u
precies refereert, maar ik herken dit niet.
De heer Kwint (SP):
Ik zal u straks even een linkje sturen. Maar dan doorgaand op dat "weer
open en dicht". Want dat is zo'n beetje de rode draad door het
coronabeleid tot nu toe: hollen, stilstaan, open, dicht. En dan hoor ik
vanuit de culturele sector heel veel mensen die zeggen: weet je, we
hebben eigenlijk gewoon een van de twee nodig; geef ons óf meer ruimte
óf meer geld, want de ondersteuning is niet genoeg om dicht te kunnen
blijven en toch te overleven, maar we kunnen ook niet genoeg geld
verdienen, omdat we te weinig mogen. Herkent de VVD dat en is zij ook
bereid om de sector daarin te ondersteunen, om in ieder geval door deze
periode heen te kunnen komen?
De heer El Yassini (VVD):
Fijn dat de heer Kwint me in ieder geval even een linkje kan sturen.
Maar ik ben ook wel even benieuwd of dit nou inderdaad het officiële
argument van het kabinet is geweest, of dat dit een speculatie is
geweest in het artikel. Ik ben dus heel benieuwd naar het linkje, en ik
ga het graag met veel interesse lezen.
Dan nog even hierop terugkomend. Ik denk dat onze voorzitter, Klaas
Dijkhoff, het ook in de coronadebatten vaak genoeg heeft gezegd: dat het
een macabere dans is met dit virus. En dat is het probleem. We moeten
constant weer kijken wat er gebeurt, en we zien dat het kabinet ook
probeert om snel te schakelen op het moment dat die besmettingen
omhooggaan. Maar we doen het wel met 17 miljoen Nederlanders. En ik snap
dat de cultuursector zegt: het is voor ons een hele onzekere tijd. Ja,
dat klopt, maar het is een hele onzekere tijd voor heel Nederland, en
daarbij moeten we elkaar ook vasthouden. Daarom vind ik het ook
belangrijk dat dit kabinet, straks wanneer we bezig zijn met de
sneltesten, het vaccin voor corona en alle andere zaken, maar ook
volgende kabinetten goed gaan nadenken over hoe we de zaak op de rit
krijgen, hoe we ervoor zorgen dat er veel meer ademruimte kan komen,
hetzij financieel aan de ene kant, hetzij aan de andere kant met de
mogelijkheden geven om te openen, om ervoor te zorgen dat deze sector
ondersteund wordt. En dat betekent dus ook dat, als er een plan
uitgerold kan worden, ook wij als Cultuurwoordvoerders heel kritisch
kunnen kijken, om te zien welk gedeelte en welk aspect van dat plan
straks wordt uitgerold met de sneltesten en het coronavaccin, naar wat
dat plan is en het kabinet daarop kunnen bevragen. En ik denk dat we
samen met de heer Kwint op kunnen trekken om ervoor te zorgen dat deze
sector ook gewoon die ruimte krijgt die ze nodig heeft en
verdient.
De voorzitter:
De heer Van den Berge heeft een vraag.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ja, op dit punt, want dit biedt enige hoop. Vraagt collega El Yassini
dan ook, met mij, aan de minister: zorg er nou voor dat je als
cultuursector straks, als die sneltesten er zijn en dat vaccin er is,
vooraan in de rij kunt staan, dus dat de cultuursector voorgaat en dat
we bijvoorbeeld pas daarna gaan kijken naar — ik noem maar wat — de
luchtvaart? Gaat hij daarin net zo ver als ik?
De heer El Yassini (VVD):
Dit is wel iets waar ik mij een beetje aan stoor in de Kamer, omdat de
verschillende woordvoerders elke keer weer vragen om hun eigen sector,
waarop ze het woord op voeren, voorrang te geven. Dus zal de
woordvoerder van GroenLinks die de zorg doet, in de zorgdebatten zeggen:
de zorg moet voorop. En daar kan je dan veel argumenten voor geven. En
dan hoor ik dezelfde woordvoerder van GroenLinks van de portefeuille
Cultuur zeggen: de cultuursector moet voorop. En dan hoor ik
bijvoorbeeld weer andere sectoren die constant naar voren worden
gebracht. Ik denk dat, als wij samen gaan werken en dit kabinet de
ruimte geven om met een goed plan te komen om ervoor te zorgen dat het
voor Nederland op een goede manier opgesteld wordt, zodat we daar met
z'n allen van kunnen profiteren op het moment dat die ruimte er is, we
veel verder komen dan wanneer we sectoren tegen elkaar gaan uitspelen.
En ik denk dat de heer Van den Berge het met mij eens is dat dat laatste
niet is wat wij willen, dus dat we sectoren tegen elkaar uit gaan
spelen. Laten we samenwerken, laten we dus die verbinding maken, laten
we kijken hoe we met z'n allen in deze Kamer dit coronavirus kunnen
bedwingen en uiteindelijk ook verslaan. Dat stel ik voor.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Nu maakt collega El Yassini toch een beetje een karikatuur van mijn
vraag. Wat we tot nu toe in deze coronacrisis gewoon zien, en dat zal
niet snel veranderen vrees ik, is dat we voortdurend moeten kiezen in
schaarste. En we zien dat KLM en andere luchtvaartmaatschappijen deze
zomer wel mochten vliegen naar vakantiebestemmingen, maar dat de
evenementensector in Nederland gewoon stilstond. Het is dus voortdurend
kiezen in schaarste. En dan hoor ik collega El Yassini zeggen: nou, als
er straks sneltesten zijn en vaccins, dan moeten we dat als
Cultuurwoordvoerders kritisch bekijken. Dan denk ik: nou, dat biedt hoop
en daar wil ik op samenwerken. Maar ik stel gewoon een hele concrete
vraag: kunnen we, na alle klappen die de cultuursector al heeft moeten
opvangen, er dan in ieder geval voor zorgen dat de cultuursector een
keer vooraan staat, uiteraard samen met de onderwijs, handhavers en ook
anderen? Want het gaat mij niet alleen om cultuur. Maar dus niet dat
eerst KLM weer kan gaan vliegen voor allerlei vliegvakanties, en dat we
daarna nog eens een keer naar de evenementen en cultuur in eigen land
gaan kijken? Dat is gewoon een hele concrete vraag. Ik wil de heer El
Yassini vragen om die vraag gewoon te beantwoorden, en om er niet een
karikatuur van te maken.
De heer El Yassini (VVD):
Nou, ik zal in ieder geval even opmerken dat ik het vreemd vind dat,
wanneer ik de heer Van den Berge van GroenLinks oproep om samen te
werken, en ook met dit kabinet en de rest van de Kamer, om te kijken hoe
we met z'n allen in dit land kunnen profiteren van de verschillende
maatregelen die we kunnen nemen met een medicijn, met een vaccin, met
sneltesten, de heer Van den Berge dan plotseling roept dat het een
karikatuur is. Ik vind dat vreemd. Ik werk graag met u samen. Dus laten
we dat dan ook gewoon doen. Maar ik blijf bij het voorstel dat we het
kabinet ook de ruimte moeten geven om met een goed en gedegen plan te
komen, dat wij op een gegeven moment daar als parlement op controleren
en kijken wat er beter kan en daarvoor suggesties meegeven, en dat we
dan vervolgens met z'n allen samen gaan werken zodat we in Nederland met
z'n allen profiteren van dat stukje hoop dat we straks zien in een
vaccin, waarbij er veel meer ruimte komt voor alle Nederlanders, dus ook
in de cultuursector, zonder elke keer weer die sectoren tegen elkaar uit
te spelen. Laten we een keertje samenwerken, in plaats van de koppen
tegen elkaar te knallen om te kijken wie er gelijk heeft.
De heer Paternotte (D66):
Mooi dat de heer El Yassini van de VVD zegt dat hij wil dat de
cultuursector sneller gaat profiteren van nieuwe mogelijkheden die gaan
ontstaan. Wat dat betreft zou ik hem willen vragen hoe hij kijkt naar de
aanvullende Routekaart die is ontstaan als initiatief uit de
cultuursector. Dat is omdat ik denk dat niet veel mensen vragen om per
se voorrang te krijgen bij dingen als vaccinaties en sneltesten, maar ze
wel zeggen: kunnen we alsjeblieft logisch behandeld worden; dus als we
ons heel goed aan de regels houden, goede protocollen hebben,
oplossingen hebben voor hoe je het veilig kan doen, kunnen we dan
alsjeblieft ook wat ruimte krijgen om cultuur, die je ultiem samen moet
beleven, weer mogelijk te maken? Daarom zou ik hem de vraag willen
stellen hoe hij kijkt naar die aanvullende Routekaart.
De heer El Yassini (VVD):
Ik denk dat het inderdaad heel belangrijk is dat wij dat constant in de
gaten houden. In een van de eerste routekaarten werd de cultuursector
niet genoemd. Volgens mij worden er stappen genomen om dat nu wel te
doen, juist omdat we straks inderdaad met die sneltesten en vaccins ook
gewoon makkelijker kunnen op- en afschalen. Van die macabere dans moeten
we de stapjes op de een of andere manier uit ons hoofd leren. En daar
ben ik het dus inderdaad mee eens. Alleen moeten we daar niet bij
vergeten dat het niet alleen het Rijk is. We moeten ook samenwerken met
die voorzitters van de veiligheidsregio's. Waar wij vanuit het kabinet
bijvoorbeeld ruimte geven met proeftuinen en begin volgend jaar kijken
welke mogelijkheden er zijn, moet dit kabinet, deze minister samen met
haar collega's in het kabinet, er met de voorzitters van de
veiligheidsregio's in gesprek over gaan dat er ook daadwerkelijk ruimte
wórdt gegeven als dat kan, en dat dus niet in een soort reactie of kramp
alle experimenten of mogelijkheden eigenlijk meteen en direct de kop in
wordt gedrukt onder het mom van "een te groot risico", "te gevaarlijk",
"dat vinden we te eng". Ik snap dat die veiligheidsregio's een
verantwoordelijkheid hebben, maar daar speelt het kabinet ook een
belangrijke rol in. Dus ik denk: die eerste stap is richting die
Routekaart en inzicht hebben in hoe je kan op- en afschalen, vooral ook
in de culturele sector. Dat is een goede eerste stap, maar dat doen we
in samenwerking met de decentrale overheden.
De heer Paternotte (D66):
Samenwerking is natuurlijk altijd goed, maar die Routekaart is
natuurlijk van het kabinet. En ik denk dat de veiligheidsregio's van het
kabinet willen horen wat er op basis van de plannen van sectoren en
wetenschappelijke inzichten kan. Vandaar mijn vraag, want wij zullen de
komende tijd zien dat er vaccins zullen worden uitgerold die natuurlijk
als eerste bij de mensen in de zorg en natuurlijk bij ouderen en
kwetsbaren terechtkomen, terwijl we bijvoorbeeld ook weten dat er de
komende zomer weer een nieuw festivalseizoen is. We weten dat
evenementen in de buitenlucht in de zomer niet of nauwelijks een rol
spelen bij de verspreiding van het virus, en dat de cultuursector
bijvoorbeeld met die aanvullende Routekaart nu al met ideeën en plannen
komt voor hoe je dan meer mogelijk kunt maken. En daarom mijn vraag:
zegt u ook dat het goed is om die aanvullende Routekaart te gaan maken
en te kijken naar dit voorstel vanuit de cultuursector? Of zegt u: ik
laat dat nog een beetje in het midden, en we zien de komende tijd wel
wat er gebeurt?
De heer El Yassini (VVD):
Persoonlijk heb ik wel echt een voorkeur voor het kijken naar die
Routekaart, maar ik moet er wel even bij zeggen: ik ben geen expert, ook
niet als het gaat om het gedrag van grote groepen en hoe het virus zich
verder ontwikkelt. Het gaat dus om gedragspsychologie enerzijds en
medisch-virologische kennis anderzijds. Die heb ik niet, en daarom
moeten we het ook van experts hebben. Maar je ziet dus dat de
evenementensector daar ook een expert in is, en dat die ook gewoon met
goede plannen kan komen voor hoe je met crowdmanagement ervoor kan
zorgen dat risico en besmettingsgevaar zo klein mogelijk zijn. Nou, als
dat dus gebeurt in overleg met de sector en met specialisten en er wordt
gekeken naar die Routekaart, dan sta ik daar zeker wel voor open,
ja.
De voorzitter:
Gaat u verder.
De heer El Yassini (VVD):
Dank u wel. We hadden het erover dat deze sector afhankelijk is van
grote mensenmassa's als verdienmodel, in theaters, op festivals en
concertpodia. En veel ondernemers hebben al hun geld en eigen vermogen
er al in gestopt om het maar draaiende te houden. Dat zei ik net al. Dat
willen ze blijven doen, maar ik krijg in gesprekken ook het signaal dat
zij in deze echt heftige crisis echt wel hulp nodig hebben van de
overheid, zodat ze straks na de crisis weer kunnen opbouwen en
uiteindelijk ook op eigen benen weer hun eigen successen kunnen behalen.
En dat klinkt als muziek in mijn oren, omdat ik vind dat wij als
liberalen ook bereid moeten zijn om als overheid te helpen in tijden van
crisis en moeilijke situaties, om ervoor te zorgen dat mensen
uiteindelijk gewoon weer op eigen benen kunnen staan en succes kunnen
maken. En daarom ben ik zo blij dat dit kabinet, naast het geld dat het
sowieso al uitgeeft aan cultuur en cultuurbeleid, voor 2021 zo'n 890
miljoen, met de noodpakketten van 300 miljoen in de eerste golf en nu
482 miljoen voor de tweede golf, bijdraagt en helpt en steunt. En
daarbij heb ik nog niet eens de algemene maatregelen genomen, zoals de
NOW en de Tozo en de TVL, de tegemoetkoming vaste lasten - ik struikel
altijd over die afkortingen. Maar daarom is het ook belangrijk om die
coronasteun van 40 miljoen euro voor die vrije producenten vrij te
maken. Ik vind dat echt een hele belangrijke stap. Ik zal daar straks
verder op ingaan. Maar het is in ieder geval een goede eerste stap die
wordt genomen voor juist ook de ondernemers in die cultuursector, die
geen cent bekostiging of subsidie hebben gekregen de afgelopen decennia,
het altijd op eigen benen hebben gedaan, en nu even hulp nodig hebben in
deze crisis.
Ik heb zes punten waar ik snel doorgeen wil gaan, en ik wil een aantal
vragen stellen aan de minister. Ik ben benieuwd naar haar antwoorden.
Het eerste is regionale spreiding, met name de BIS, waar we het over
hebben gehad en waar we ook heel blij mee zijn, evenals met het Fonds
Podiumkunsten. In eerste instantie zag het ernaar uit dat de helft, 54%,
naar de stad Amsterdam ging. Ik ben blij dat dit kabinet de stap heeft
genomen om die regionale spreiding ook gewoon als een heel belangrijke
voorwaarde aan te houden, en ook gewoon die 15,8 miljoen vrij te maken
om het met die B-lijst, die wel goedgekeurd was maar geen geld
toegewezen kreeg, te regelen. Dus ik wil als eerste punt mijn
complimenten geven aan de minister en dit kabinet, die in deze tijden
ook gewoon echt de beslissing heeft genomen om met regionale spreiding,
cultuur voor heel Nederland een feit te maken. Dat vind ik heel
belangrijk.
Het tweede punt is corona en cultuur. Ik ben heel blij dat die 482
miljoen nu wordt vrijgemaakt. We hebben volgens mij vorige week maandag
de brief van het kabinet gehad waarin de verdeling stond. Dat was
hartstikke goed. Wij kijken dit verder aan. Dat zijn de stappen die de
minister gaat nemen, ik hoop dat de minister ons constant op de hoogte
houdt van hoe dat zich ontwikkelt. Maar ik heb wel even een vraag over
die 40 miljoen die voor de vrije producenten wordt uitgegeven, want ik
wil ook van de minister weten hóé die wordt uitgegeven. Zijn er
gesprekken met de vrije producenten om te kijken hoe we dat aanpakken?
Zorgen we bij die 40 miljoen ook voor die regionale spreiding, of gaat
alles naar een paar steden en zijn we het weer kwijt? Kan de minister
dus in ieder geval toezeggen dat daarvoor wel degelijk ook wordt gekeken
of dit voor heel Nederland is, en niet voor een aantal steden? En wat
belangrijk voor ons is, is hoe zij in ieder geval de ondernemers denkt
verder te kunnen helpen dan alleen met die 40 miljoen, en wat er verder
uit die gesprekken komt met de vrije producenten en ondernemers in die
sector.
Het tweede punt vind ik een hele vreemde. Wij hebben voor de zomer
gezegd, tijdens de cultuur-en-coronadebatten, dat gemeenten een
verantwoordelijkheid hebben en moeten bijdragen. Wat ik mooi vind, is
dat heel veel gemeenten gehoor hebben gegeven aan die oproep van de VVD.
Die zijn vervolgens huurkwijtscheldingen gaan doen richting culturele
instellingen. En wat bleek, vooral met de NOW? Dat die
huurkwijtschelding werd meegeteld als extra omzet. Dat vind ik vreemd en
bizar, want hoe worden negatieve lasten dan meegenomen in
omzetverhoging? Volgens mij zit er meer effect in de
winst-en-verliesrekening overall, maar wordt dat niet zomaar meegeteld
met de omzet. Kan de minister vertellen wat hier is gebeurd, en hoe dat
nu wordt gefikst, zodat we niet de situatie krijgen dat ze aan de ene
kant een huurkwijtschelding van de gemeente krijgen en aan de andere
kant niet genoeg worden gecompenseerd door de NOW, waar het
oorspronkelijk voor bedoeld is? Graag een reactie van de minister.
Het vierde punt dat ik heb gaat over zzp'ers. Mij viel op dat de
minister de Kamer erover heeft geïnformeerd dat het geld uiteindelijk
bij de zzp'ers kwam. En volgens mij was het de heer Kwint die daar in
vorige debatten echt een belangrijk punt van heeft gemaakt: hoe komt het
geld dat wij vrijmaken, uiteindelijk door bij die makers, die zzp'ers,
die kleine ondernemers? Toen heeft de minister volgens mij een onderzoek
gestuurd van — als ik het goed heb — de NAPK. Daar is volgens mij wat
misgegaan, en toen heeft de minister gezegd: eind van dit jaar ga ik
toch nog even een evaluatie doen om te kijken hoe we dat geld, als een
soort trickle-down effect, terecht kunnen laten komen bij makers en
zzp'ers. Hartstikke goed dat de minister dat doet, maar mijn vraag aan
de minister is of ze in de tussentijd wel met die makers in gesprek wil
gaan. Ik merk bijvoorbeeld dat zzp'ers, musici die normaal gesproken
voor concerten werkten, gewoon helemaal geen inkomen krijgen, en dus
echt flink de prijs betalen van deze coronacrisis. Kan de minister
aangeven of ze die gesprekken voert en dat ze die signalen serieus
neemt, om nu al te kunnen schakelen waar de problemen ontstaan?
Tot slot, twee laatste punten. Wij hebben vragen gesteld over ons varend
erfgoed. Daar is 15 miljoen voor gereserveerd. Alleen, dat geld blijft
op de plank liggen, omdat op dit moment nog niet helemaal duidelijk is
wie aanspraak kan maken op dat geld. Wij lezen in ieder geval en krijgen
signalen dat dit vooral te maken heeft met het feit dat wij in de wet
niet goed "bruine vloot" hebben gedefinieerd, dus wat die voor definitie
kent. Wat is nou exact volgens de definitie van de wet varend erfgoed?
Mijn vraag aan de minister is: klopt dit? Is het inderdaad zo dat wij
dat niet in de wet, een AMvB of andere stukken hebben vastgelegd,
waardoor het moeilijker is om nu het geld te verdelen? Is de minister
bereid om eventueel nog met een noodwet te komen om ervoor te zorgen dat
dit in ieder geval verankerd wordt, zodat wij in de toekomst voor onze
bruine vloot en ons varend erfgoed veel meer een kader hebben wat dat
dan precies betekent?
Tot slot wil ik graag vragen of de minister wil ingaan op de vragen van
met name de VVD die zij heeft beantwoord over de geboortepapieren van
Nederland en de Apologie van Willem van Oranje. De minister geeft aan
dat dat een propagandabrief is en daardoor als replica niet mee zou
moeten worden genomen met het Plakkaat van Verlatinghe en de Unie van
Utrecht. Nogmaals, het is mij nog niet helemaal duidelijk hoe de
minister daarop komt. Is dit een advies van experts en historici of
draagt zij dit voor als eigen mening? Graag antwoord van de
minister.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
De heer Paternotte heeft een vraag.
De heer Paternotte (D66):
Complimenten voor de vragen over nautisch erfgoed. Mijn collega Tjeerd
de Groot is bijna dagelijks bezig met varend erfgoed. Ik zal hem ook
vragen om met u contact te zoeken, zodat u daar samen in kunt optrekken.
Ik had nog een vraag willen stellen, omdat ik met veel belangstelling
het VVD-verkiezingsprogramma heb gelezen. Het VVD-verkiezingsprogramma
is natuurlijk veel linkser dan het ooit was, zoals wij konden lezen. Nu
staat er ook dat er meer geld naar het Fonds voor Cultuurparticipatie en
volkscultuur moet. Het is alleen niet helemaal duidelijk of dit nou
extra geld is, of dat dit ten koste moet gaan van andere cultuur. Ik
hoop een beetje dat u ons van deze twijfel kunt verlossen en kunt zeggen
dat de VVD nu voor het eerst sinds hele lange tijd zegt: dit is een goed
moment om meer geld te steken in de cultuursector.
De heer El Yassini (VVD):
Het is heel mooi om te zien hoe het verkiezingsprogramma verder ingaat
op cultuur en het cultuurbeleid. Daar ben ik heel erg trots op. Ik ga
wel een beetje flauw doen. Het is natuurlijk wel het
conceptverkiezingsprogramma van de VVD. Vorige week ben ik flink bezig
geweest met gesprekken met de leden daarover. Heel veel leden hebben ook
hier en daar amendementen. Ik kan dus nog niet exact zeker weten wat het
definitieve verkiezingsprogramma gaat worden. Ik ben heel benieuwd hoe
de leden daar verder op gaan reageren op ons congres. Ik ben in ieder
geval wel heel blij dat wij op dit moment kijken naar cultuur zoals
cultuur is bedoeld, namelijk als aanvulling op ons land, zowel in wat
het is en waar het voor staat, de intrinsieke waarde, als wat het doet
voor het vestigingsklimaat en een stukje leefbaarheid in dit land.
De heer Paternotte (D66):
Dat was vast het antwoord op een vraag, maar volgens mij niet per se
mijn vraag. Ik snap wel dat het een conceptprogramma is, maar over een
conceptprogramma is vast ook nagedacht. Is nou het doel van het
conceptprogramma dat er meer geld gaat naar de cultuursector, of dat er
geld wordt verschoven naar volkscultuur van andere cultuur?
De heer El Yassini (VVD):
Als ik het programma zelf had geschreven, had ik direct antwoord gehad.
Maar ik ben heel erg benieuwd wat er vervolgens achter de schermen ligt
en of dat inderdaad om meer geld gaat. Dat zien we gewoon met de
doorberekening van het CBS, waar het programma uiteindelijk naartoe zal
gaan. Dat financiële gedeelte komt dus later.
De voorzitter:
Heel kort, meneer Paternotte.
De heer Paternotte (D66):
U heeft toch niet als cultuurwoordvoerder niet gevraagd wat er precies
werd bedoeld met het VVD-programma? Het begint nu wel een curieuze
exercitie te worden. U bent ook benieuwd of er ...
De voorzitter:
De heer El Yassini, afrondend.
De heer El Yassini (VVD):
Wij zijn een ledenpartij, dus dat betekent dat ik gewoon samen met de
leden vragen kan en ga stellen. Het verkiezingsprogramma wordt
geschreven door de vereniging van de VVD, niet door de fractie van de
VVD. De vereniging presenteert het en ik heb daar heel veel vragen over.
Wij zullen dus in de ledenvergaderingen daar het gesprek over voeren.
Daar verheug ik mij op.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Van den Berge van GroenLinks voor zijn
bijdrage. Excuus, er is ook nog een vraag van de heer Kwint.
De heer Kwint (SP):
Ik ben een beetje verdekt opgesteld aan het einde van de tafel.
De heer El Yassini (VVD):
Ik zie u wel, meneer Kwint. Ik zie u wel.
De heer Kwint (SP):
Kijk, daar begint het allemaal mee. Laten we kijken of we dan ook zaken
kunnen doen. Let's get back to business. Ik vond het een
superinteressante verhandeling tussen D66 en VVD over of het in de
toekomst beter gaat worden met de cultuur, maar ik dacht: aangezien we
het vandaag over de begroting van komend jaar hebben ... Ik was ook heel
erg blij met de woorden over bijvoorbeeld het Fonds voor
Cultuurparticipatie. Nou ligt er vandaag een voorstel om ervoor te
zorgen dat juist amateurkunst en initiatieven waardoor jonge makers
geënthousiasmeerd worden voor cultuur, worden ondersteund. Ik was
benieuwd hoe de VVD in die discussie staat, zeker aangezien het ook nog
eens een keer uit de eigen voorraad van het ministerie gefinancierd
wordt. Volgens mij heeft u nu al de kans om nog voor de
VVD-ledenvergaderingen een deel van uw verkiezingsprogramma waar te
maken. Dat lijkt mij toch dubbele winst.
De heer El Yassini (VVD):
Om in ieder geval het conceptverkiezingsprogramma waar te maken, want
het is nog niet definitief. Ik heb het amendement gezien en ik vind het
heel goed dat u dit werk heeft verricht. Ik ben heel benieuwd hoe de
minister hiernaar kijkt. Dit is trouwens ook een groot compliment aan de
heer Kwint, want hij is echt de begroting ingedoken en heeft gekeken:
waar kunnen we het geld ombuigen naar die B-lijst van de
volkscultuurparticipatie? Het is heel makkelijk om een amendement in te
dienen en te zeggen: we halen het uit de algemene reserves en we zien
wel. Dit is echt gedegen onderzoek, gedegen werk geweest. Ik denk dat de
heer Kwint bedoelt dat het voor vier jaar is, maar in ieder geval voor
2021 zou het amendement voor de B-lijst een oplossing kunnen zijn. Ik
ben alleen benieuwd hoe de heer Kwint kijkt naar de overige drie jaar.
Straks wordt na de verkiezingen bij het nieuwe regeerakkoord besloten
wat daarmee wordt gedaan. Misschien kan de VVD daar haar steentje aan
bijdragen als het conceptverkiezingsprogramma definitief wordt. Dat zou
mooi zijn. Stel dat we dit amendement nu indienen. Hoe zorgen we er dan
voor dat we niet in de situatie terechtkomen dat het eerste jaar wel
wordt bekostigd maar de drie jaar erna niet, omdat de VVD en de SP
toevallig allebei niet mee mogen doen aan de formatie en andere partijen
het voor het zeggen hebben? Ik mis dus drie van in totaal vier jaar.
Maar op zich ... Ik ben benieuwd hoe de minister hierop reageert en als
hier een positief oordeel op komt, dan zijn we in ieder geval behoorlijk
wat stappen verder.
De heer Kwint (SP):
Hoe voorkom je dat er iets verandert? Dat voorkom je niet. Wij hebben
het vandaag over de begroting voor volgend jaar. We hebben een voorstel
gedaan om geld te halen uit het onderzoeksbudget dat het ministerie
extern kan uitgeven. Wat mij betreft is dat structureel. Ik denk dat die
instellingen recht hebben op die zekerheid. Ik denk dat ze anders een
heel onzekere toekomst tegemoet gaan. Hoe garandeer je dat? Door het
uiteindelijk vier jaar lang te regelen, maar dat geldt voor praktisch
alles wat we hier afspreken. Dat onderzoekspotje is in de afgelopen
jaren verdubbeld. Ik geef toe dat ik daar zelf ook weleens een bijdrage
aan heb geleverd door allerlei onderzoeksmoties in te dienen. Als je dan
mag kiezen tussen een extern onderzoek enerzijds en het ondersteunen van
cultuurparticipatie en mensen al op jonge leeftijd in aanraking laten
komen met cultuur anderzijds, dan zou ik voor dat laatste gaan. Ik hoop
dat behalve de ledenvereniging van de VVD ook de fractie van de VVD dat
punt kan volgen.
De heer El Yassini (VVD):
Daarom vind ik het ook belangrijk om te luisteren naar het oordeel van
de minister en te horen hoe zij ernaar kijkt. Dat wil ik meewegen. U
zult begrijpen dat als dat geld uiteindelijk naar instellingen gaat, dus
naar cultuur en niet naar steden of naar huur, de VVD blij zal zijn en
niet het zoveelste motietje zal indienen om iets te onderzoeken.
Overigens komt daar soms niet eens iets uit. Meneer Kwint weet hoe ik
hierover denk. Ik ben heel benieuwd hoe de minister hierop
reageert.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Oké. Dan is nu het woord aan de heer Van den Berge, GroenLinks.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb met interesse zitten luisteren naar de
verhandeling over het VVD-conceptverkiezingsprogramma. Ik hoop maar één
ding: dat het lid Halbe Zijlstra geen amendement heeft ingediend, want
dat zou slecht nieuws zijn. Wat er nu staat, is in ieder geval
hoopgevend.
Voorzitter. Ik ben van nature een optimist. Maar als ik kijk naar de
ramp die zich op dit moment voltrekt in de culturele sector, dan zie ik
weinig lichtpuntjes. Ik kijk wel met bewondering naar de wilskracht, de
creativiteit en de weerbaarheid van veel makers. Velen van hen vallen
nog steeds tussen wal en schip waar het gaat om coronasteun. Ze voldoen
net niet aan de criteria of lopen tegen de dichte deur van de
partnertoets aan omdat hun partner in de zorg werkt. En toch gaan ze
door met doen waar ze goed in zijn: mooie kunst en cultuur voor ons
maken. Maar hoelang houden zij het nog vol?
Voorzitter. Geen optimistisch beeld. Daar zijn wat GroenLinks betreft
een aantal redenen voor. Ten eerste vragen we als Tweede Kamer al sinds
maart met schriftelijke vragen, moties en amendementen om noodsteun voor
de makers, voor de zzp'ers en freelancers achter en voor de schermen. Ik
snap dan ook niet dat de minister nu pas goed laat onderzoeken of en in
welke mate de coronasteun bij makers zelf terecht komt. GroenLinks heeft
nooit veel vertrouwen gehad in het zogenaamde doorsijpeleffect. Niet
voor niets pleiten wij voor een crisisinkomen. Als je wil dat steun
direct bij de makers, bij zzp'ers terechtkomt, moet je werken aan een
heel direct crisisinkomen zonder partner- en vermogenstoets en niet
tegen beter weten in hopen en wachten op een soort doorsijpeleffect.
Graag een reactie van de minister op dit punt. Waarom wordt daar niet
voor gekozen?
En toch ook de vraag: waarom heeft het zo lang geduurd voordat dit
onderzoek werd gedaan? Want we hebben eerder schriftelijke vragen
gesteld. Die heeft de minister beantwoord door te verwijzen naar een
enquête van de NAPK. Dit onderzoek hadden we toch al veel eerder nodig?
Waarom komt het nu? Waarom niet eerder? En vooral: hoe gaat de minister
ervoor zorgen dat de nieuwe rijkssteun wél bij de makers
terechtkomt?
Voorzitter. Een ander knelpunt dat we zien is het gebrek aan
langetermijnperspectief. Al die ondernemende makers die naar creatieve
oplossingen zoeken, lopen tegen muren op. Laat ik één voorbeeld noemen:
theater Markant in Uden. Al sinds het voorjaar hebben zij een
proefopstelling waarmee ze naar eigen zeggen meer mensen kunnen
ontvangen binnen de anderhalvemeterregel. Ik vraag me dan toch af waarom
ongeveer acht maanden later daar nog steeds niet serieus naar gekeken is
en waarom we nog tot half januari moeten wachten op de fieldlabs. De
taskforce culturele en creatieve sector heeft een eigen routekaart
ontwikkeld; hij kwam al even langs. Is de minister bereid serieus naar
die routekaart te kijken en te bezien hoe deze onderdeel kan worden van
de nationale routekaart?
Hoe kijkt de minister in dit kader naar de nieuwe Duitse coronawet,
waarin cultuur een speciale status heeft gekregen? Beperkingen in de
culturele sector moeten voortaan expliciet onderbouwd worden. Dat
voorkomt in elk geval taferelen als een paar weken geleden, waarbij in
dezelfde persconferentie wordt gezegd dat sportscholen openblijven omdat
ze belangrijk zijn voor het welzijn van mensen, maar dat theaters
dichtgaan. Dan blijf je toch zitten met de vraag of kunst en cultuur dan
niet belangrijk zijn voor het welzijn van mensen. Graag een reactie van
de minister op dit punt.
Er zijn deelsectoren waarvoor nog steeds helemaal geen perspectief is.
In dit kader wil ik in het bijzonder aandacht vragen voor de
nachtcultuur en voor amateurkunst, zoals zangkoren. Welk perspectief
heeft de minister hun vandaag te bieden? Waarom kan er in een kerk wel
gezongen worden, maar in een koorvereniging niet? Dit zijn vragen
waarmee we zitten. Graag een reactie van de minister op dit punt. Welk
perspectief is er voor het nachtleven? Kan de minister aangeven of
sneltesten uitkomsten gaan bieden voor het nachtleven, evenementen,
amateurverenigingen en noem maar op?
Voorzitter. Ten slotte cultuur na corona. Talentontwikkeling en
cultuurparticipatie zijn belangrijker dan ooit om te garanderen dat we
straks weer kunnen genieten van mooie producties. Samen met de collega's
van SP en PvdA hebben we daarom een amendement ingediend om organisaties
als Frascati, PLAN Brabant en de twaalf organisaties op de B-lijst van
het Fonds Cultuurparticipatie te blijven ondersteunen, omdat het zo
belangrijk is dat zij hun werk blijven doen. Ik kijk uit naar de
appreciatie van de minister van onze amendementen.
Een ander belangrijk punt is het omscholingsfonds voor dansers. Dat
dreigt te verdwijnen, terwijl het voor dansers cruciaal is om een
carrière te hebben na hun professionele danscarrière. Is de minister
bereid om samen met de danssector te kijken hoe het voortbestaan van het
omscholingsfonds gegarandeerd kan worden?
Het is ook belangrijk dat de vraag naar kunst en cultuur weer op gang
komt na corona, of nu eigenlijk al. Is de minister bereid om de Sociaal
Creatieve Raad in dit geval om advies te vragen over maatregelen die we
zouden kunnen nemen om de vraag naar kunst en cultuur aan te jagen? Ik
denk zelf bijvoorbeeld aan publiekscampagnes en fiscale maatregelen,
maar de Sociaal Creatieve Raad heeft daar vast nog veel betere ideeën
over. De minister verwees in het kader van fiscale maatregelen eerder
naar de Geefwet, maar de anbi-status is voor individuele makers zoals
beeldende kunstenaars niet toegankelijk. Er is dus meer nodig. Een
bewezen instrument om de vraag naar kunst en cultuur te stimuleren is de
MBO Card. De basisfinanciering hebben we bij de begroting al weten te
redden, samen met onder andere VVD en CDA. Welke mogelijkheden ziet de
minister om de MBO Card verder te versterken, zoals de evaluatie van
Berenschot ook adviseerde?
Voorzitter, helemaal ten slotte: de toekomst van het cultuurbestel. Als
de coronacrisis iets heeft laten zien, is het wel hoe kwetsbaar het
huidige bestel is. Er ligt een mooi rapport van de Raad voor Cultuur. Ik
wil de minister vragen om haar eerste reactie hierop. Deelt zij de
mening van GroenLinks dat we toe moeten naar meerjarige financiering, in
plaats van kortere projectfinanciering, dat we moeten werken aan
regionale cultuurhubs, waar makers voor langere tijd aan verbonden
kunnen zijn, zodat ze een publiek kunnen opbouwen en van kleinere naar
grotere zalen kunnen doorgroeien? Deelt ze onze mening dat regionale
spreiding hierbij een aandachtspunt zou moeten zijn, zodat mensen overal
in Nederland van kunst en cultuur kunnen genieten?
Voorzitter. Ik kijk uit naar de beantwoording van de minister en ik hoop
aan het eind van dit debat wat optimistischer te kunnen zijn. Dank u
wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Geen vragen, dus dan gaan we door met mevrouw
Geluk-Poortvliet, CDA.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Voorzitter. Theaters zonder publiek. Musea zonder bezoekers. De
culturele en creatieve sector wordt hard geraakt door de coronacrisis.
Er is begrip voor maatregelen die noodzakelijk zijn voor de
volksgezondheid, maar er is ook onbegrip en woede als voor de zoveelste
keer beperkende maatregelen worden afgekondigd. Een componist schreef
mij: ik had een ongekend succesvol jaar kunnen hebben en nu wordt voor
de twintigste keer dit jaar de uitvoering van mijn werk verboden. Met
deze componist constateert de CDA-fractie dat de culturele en creatieve
sector perspectief nodig heeft.
De culturele en creatieve sector heeft financiële ondersteuning van de
overheid nodig om de coronacrisis te doorstaan. Er zijn generieke
steunmaatregelen van het Rijk, zoals de Tijdelijke noodmaatregel
Overbrugging voor Werkgelegenheid, de NOW, en er zijn aanvullende
steunmaatregelen van medeoverheden, andere ministeries, rijksfondsen,
instellingen en organisaties. Nu blijkt dat bij de afrekening van de NOW
de aanvullende steun wordt gekort op de generieke coronasteun vanuit
SZW. Het gevolg is dat de betreffende instellingen en creatieve
professionals alsnog in de problemen komen. Is de minister bereid om bij
haar collega van SZW aan te dringen op aanpassing van de regeling?
Bij de eerste steunpakketten is de aandacht vooral uitgegaan naar de
cruciale culturele infrastructuur. Maar ook voor de brede cultuursector
in de regio's en verder weg van de cruciale instellingen zijn de
gevolgen merkbaar. Dat leidt tot verschraling van het culturele aanbod,
en verschraling van het culturele aanbod raakt het welzijn van heel de
samenleving. "Het wekelijks samenkomen van onze cultuurverenigingen is
wezenlijk voor een blijvende binding", zo schrijven de Friese gemeenten.
"Vanzelfsprekend staat de volksgezondheid voorop, maar met de
RIVM-richtlijnen is het voor onze amateurverenigingen, koren en korpsen
lastig om geschikte repetitieruimte te vinden en staat de wekelijkse
samenkomst dus onder druk. Daarnaast leidt het tot hogere kosten voor de
alternatieve ruimtes. Ook zien we knelpunten ontstaan in de kleine
theaters en musea." Op welke wijze zorgt de minister ervoor dat bij de
verdeling van de middelen in 2021 voldoende recht wordt gedaan aan het
belang van de regionale culturele infrastructuur in de kleinere kernen
en gemeenten? De verdeling van de cultuurgelden over het land is scheef.
De inzet van de extra middelen volgt die verdeling. Welke stappen zet de
minister nu om de regio's beter in het cultuurbeleid te
verankeren?
Voorzitter. Bij historische plaatsen in dit land die het verhaal van
onze geschiedenis vertellen, denk je niet direct aan de Noordoostpolder.
Een verhaal van de maakbaarheid van ons land misschien? Nog geen 80 jaar
oud, niet verder terug dan mensenheugenis. Voor die tijd was daar de
Zuiderzee. Dat dachten we, totdat Yftinus van Popta in het nieuws kwam.
Eind oktober promoveerde hij in Groningen. Aan de hand van archeologisch
onderzoek naar archeologische vondsten — botten, bakstenen en aardewerk
— en met behulp van moderne technieken wist hij vier middeleeuwse dorpen
in de polder te lokaliseren. Soms heeft het twintigste-eeuwse
polderlandschap meer te vertellen over onze geschiedenis dan we op het
eerste gezicht denken. En juist in deze tijd is het belangrijk dat we
elkaar niet verdringen bij de bekende historische plaatsen, maar dat we
eropuit trekken om onbekende historische plaatsen te ontdekken. Dat
vergt een andere manier van denken: niet zo veel mogelijk mensen op zo
weinig mogelijk plaatsen, maar een verantwoord aantal mensen naar zo
veel mogelijk plaatsen. Is de minister bereid om de mogelijkheden
daarvoor te onderzoeken, bijvoorbeeld in samenwerking met gemeenten en
provincies?
Voorzitter. In het conceptverkiezingsprogramma staat een goed idee: in
een nationaal museum laten we zien hoe onze vrije democratische
samenleving is ontstaan en welke strijd mensen hiervoor hebben geleverd.
Ik heb het over het conceptverkiezingsprogramma van de SP. Dat is geen
nieuw idee. Sterker nog, Jan Marijnissen en Maxime Verhagen schreven er
al in 2006 een opinieartikel in Trouw over. Ze keken naar voorbeelden in
Duitsland, België en de Verenigde Staten. Het is er niet van gekomen,
maar het ideaal is gebleven. De CDA-fractie pleit vandaag niet voor een
nieuw museum. De coronacrisis stelt de cultuursector voor andere
uitdagingen. Maar wij willen het ideaal van een nationaal historisch
museum voor ogen houden. Is de minister bereid om in gesprek te gaan met
bijvoorbeeld de initiatiefnemers van Het verhaal van Nederland, om te
kijken hoe de geschiedenis van Nederland, juist in deze tijd, dichterbij
gebracht kan worden voor grote delen van de Nederlandse bevolking?
Voorzitter, tot slot. Twee jaar geleden constateerde de Kamer dat de
verantwoordelijkheid voor het behoud en de ontsluiting van muzikaal
erfgoed versnipperd is. Een belangrijke collectie is de
bladmuziekcollectie van de Stichting Omroep Muziek, de grootste
bladmuziekcollectie van Nederland. Juist in deze tijd, met allerlei
fysieke beperkingen vanwege de coronamaatregelen, staat de
gebruikswaarde van deze collectie buiten kijf. Met de website
muziekschatten.nl en sinds kort ook een podcast, timmert men aan de weg,
maar beheer, behoud en toegankelijkheid vergen blijvende aandacht.
Erkent de minister dat deze bladmuziekcollectie van de Stichting Omroep
Muziek zowel gebruikswaarde heeft als erfgoedwaarde, en is de minister
bereid stappen te zetten om deze muziekschatten voor musici en
luisteraars te behouden?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Geluk-Poortvliet. Er zijn geen vragen, dus ik ga
naar de heer Kwint van de SP.
De heer Kwint (SP):
Dank. Stel je voor: je bent kunstenaar, artistiek directeur, geluidsman,
bibliothecaris, en je leest in de krant dat er een grote ruzie is in het
kabinet over het coronabeleid, en dat een deel van het kabinet vond dat
er wel een daad gesteld moest worden, maar niet wist welke daad. Was dat
iets met de luchtvaart? Nee. Gingen de stampvolle Primarks dicht? Nee.
De bibliotheken, theaters en popzalen moesten weer dicht, ondanks dat
het aantal besmettingen daar fors meeviel. Ik kan me voorstellen dat je
dan ontploft. Dus niet omdat het nodig was — volgens die kranten dan —
maar omdat er een signaal afgegeven moest worden door een kabinet dat
regelmatig bij persconferenties zelf zo duidelijk is dat er drie dagen
lang gediscussieerd wordt over wat er nou precies bedoeld werd tijdens
die persconferentie. Wat denkt de minister als ze die artikelen leest?
Zat zij zelf bij die discussies? Is dit zo gegaan, want dit kan toch
niet zo zijn?
Ik zei het net al even tegen de heer El Yassini: het coronabeleid, ook
op het gebied van cultuur, is tot nu toe vooral heen en weer; een beetje
open, een beetje dicht; te weinig geld om te kunnen overleven, te weinig
ruimte om zelf geld te kunnen verdienen. Natuurlijk — en dat mag hier
ook wel gezegd worden — is er vreugde en blijdschap of in ieder geval
opluchting over de nieuwe steunpakketten die er zijn. Ze zijn hard
nodig, en dat geldt zeker ook voor het laatste pakket. Maar het
perspectief, daar blijft het naar zoeken. Want is er ondertussen na een
halfjaar van fieldlabs uitzicht op hoe de sector straks veilig en snel
weer open kan? Worden daar ook grote partijen als — ik noem maar wat —
een Ziggo Dome of Ahoy bij betrokken, zodat wanneer het beter is, er
echt ook snel weer aan de slag gegaan kan worden? Want er is geen sector
die zo snel iets uit de grond kan stampen als de evenementensector, maar
dan moeten ze wel die ruimte krijgen. Wij begrijpen dat de grote steden
nu al bezig zijn met het uitwerken van verschillende scenario's. Ik ben
ontzettend benieuwd in hoeverre het kabinet dat probeert te
ondersteunen. Want kunstenaars en ondernemers hebben geen cent aan
reserves meer.
Wat verwacht de minister dat volgend jaar wat dat betreft gaat brengen?
Want je kunt die reserves maar één keer opeten, en dat is wel wat er tot
nu toe dit jaar al gebeurd is. Zeker wanneer je samen met je partner een
bedrijf hebt, of je partner nog wel een baan heeft, kom je niet of
nauwelijks in aanmerking voor steun, terwijl je vaste lasten natuurlijk
wel gewoon doorlopen. En de heer Van den Berge had het er ook al over:
wanneer gaat die onzalige norm nou eindelijk eens een keer van tafel?
Het is toch niet meer van deze tijd dat we mensen afhankelijk maken van
het inkomen van hun partner? Hoe gaat het kabinet om met instellingen
die nu zien dat ook hun gemeentelijke subsidie wegvalt? Ik bedoel, we
hebben onder andere van het Metropole Orkest het bericht gekregen, maar
die zijn niet de enigen. Er zijn instellingen waarvan een gemeentelijke
subsidie wegvalt, waardoor ze, dus door het wegvallen van die subsidie,
eigenlijk ook niet meer kunnen voldoen aan de eisen die wij landelijk
aan ze gesteld hebben, waardoor ze in deze crisis dubbel in de problemen
komen. Sowieso zijn er bij een heleboel regionale instellingen in
gemeenten wel vragen, want — zo zeggen zij — er is ondertussen een
tweede pakket — waar ik heel blij mee ben — voor de BIS-instellingen
uitgeleverd, maar binnen de gemeenten moet een kleiner bedrag over meer
instellingen verdeeld worden, omdat een hele hoop gemeenten ook besloten
hebben om meer instellingen te gaan ondersteunen. Daardoor kan de
continuïteit van zalen of theaters in gevaar komen.
Dan naar de doelstellingen zoals de minister die verwoordde bij haar
aantreden. Doelstellingen die mij en ons zeer aanspraken: verjongen en
verbreden. En de SP snapt dan echt niet dat er straks twee
talentontwikkelingsplekken dreigen te verdwijnen die juist jonge makers
klaarstomen. Dan heb ik het natuurlijk over Frascati en PLAN Brabant.
Eerder heb ik samen met GroenLinks gevraagd om een onderzoek, om te
kijken hoe die plekken voor jonge makers zich ontwikkelen. We hebben
daar een brief over gekregen, maar die brief werd nogal in twijfel
getrokken door de instellingen zelf. We hebben de minister weer nieuwe
informatie voorgelegd. Zij heeft daar weer op gereageerd en zo
pingpongen we heen en weer. Maar de vraag blijft deze. De instellingen
staan op het punt van verdwijnen. De opleidingen luiden de noodklok. De
halve theatersector schaart zich achter deze instellingen. Waarom is er
nu niet voor gekozen om deze instellingen, die een positieve beoordeling
hebben gekregen, die een goed plan hadden ingeleverd, nu perspectief te
bieden, juist omdat ze ook na corona zo hard nodig zullen zijn? Immers,
ook direct na corona zal het carrièreperspectief voor jonge makers niet
ideaal zijn. Zij zullen iets extra tijd nodig hebben om zich te blijven
ontwikkelen. Het gaat relatief om zo weinig geld! We hebben flink ons
best gedaan — daarom hebben wij een amendement ingediend, samen met de
PvdA en GroenLinks — om het hele ministerie en de begroting
binnenstebuiten te keren om wat potjes te vinden. Alle lof en hulde aan
mijn medewerker trouwens wat dat betreft. Het gaat echt om weinig geld,
dus ik vraag iedereen om daar serieus naar te kijken. Dan kunnen we dit
probleem oplossen.
Wanneer je het over talentontwikkeling hebt en over verjongen en
verbreden, dan heb je het natuurlijk ook over cultuurparticipatie.
Epitome, Popsport, Solid Ground: allemaal instellingen die ook een
positieve beoordeling hebben gekregen van het Fonds voor
Cultuurparticipatie, maar allemaal waren ze toch de sigaar, terwijl je
het jonger, breder, diverser, zowel qua makers als qua publiek, zelden
ziet. Wat is daar uiteindelijk de afweging geweest? En waarom kwam er —
waar ik blij mee was — wel geld voor de afgekeurde aanvragen bij andere
fondsen, maar niet voor de positieve beoordelingen bij het Fonds voor
Cultuurparticipatie? Uiteindelijk wordt namelijk, zoals in de Volkskrant
heel terecht stond opgeschreven, niemand ooit professional die niet ooit
als amateur begonnen is. Gelukkig hebben we nog een hoekje van het
ministerie gevonden waar nog iets aan geld lag dat nog niet besteed was.
Dus hebben we, wederom samen met PvdA en GroenLinks, een amendement
ingediend om ervoor te zorgen dat ook bij de cultuurparticipatie een
paar instellingen die op deze manier echt dreigen te verdwijnen, kunnen
blijven voortbestaan. In dit geval was dat trouwens het potje
buitenlandse promotie, aangezien het de komende tijd in het buitenland
toch wel wat ingewikkelder zal worden om onze dingen te promoten, nu
makers er niet eens naartoe mogen vliegen. Wij denken dus dat dit geld
op dit moment beter besteed is aan deze instellingen.
Dit jaar herdenken en vieren we — al was het niet zoals we hadden
gehoopt — 75 jaar vrijheid. Er zijn steeds minder ooggetuigen van de
Tweede Wereldoorlog en juist daarom pleiten wij al langer voor het
behoud van erfgoed dat aan die dagen herinnert. Dan heb ik het in dit
geval over de Seyss-Inquartbunker, ondanks dat de minister — althans de
overheid eigenlijk, want het ligt tussen twee ministers in — die bunker
wil afstoten. Meerdere malen hebben wij gevraagd: zorg er nou voor dat
er een passende functie komt en blijft voor die bunker. Voordat je het
weet heb je nog een Anne Frank escaperoom. Nu blijkt uit Wob-stukken die
wij hebben gekregen dat die garantie er niet is. Ik vermoed dat er iets
fout is gegaan, maar wat er in die Wob-stukken staat — onder andere dat
we blij gemaakt worden met een dooie mus en dat mensen op het verkeerde
been worden gezet — kan volgens ons niet waar zijn. Hoe gaat de minister
nu garanderen dat deze bunker permanent een passende functie krijgt, die
recht doet aan het verleden?
Normaal gesproken sluit ik begrotingen traditioneel af met mijn klacht
dat ik vind dat het kabinet te weinig doet aan de doorverkoop van
concert- en sportkaartjes. Maar goed, er zijn op dit moment heel erg
weinig concert- en sportevenementen en de verkoop ligt ook redelijk
stil. Om dan toch met toegangskaarten te eindigen: in andere sectoren
wordt ernaar gekeken of de overheid garant kan staan voor uitstaande
tickets, bijvoorbeeld in de reisbranche. Zou zoiets ook in de cultuur,
maar bijvoorbeeld ook in de sport een idee zijn? Want hoe langer het
duurt, hoe groter de kans dat mensen uiteindelijk denken: ik heb dat
geld nu toch wel echt nodig. Het is leuk dat ik een voucher gekregen
heb, maar ik wil nu gewoon mijn geld terug. Dan gaan ze geld terugvragen
van instellingen, organisaties en ondernemers die dat op dit moment
eigenlijk niet kunnen missen. Heeft de minister enig idee hoe groot dit
probleem is? Is zij bereid om die regeling uit de reisbranche te
kopiëren?
Als laatste: wij hebben er alle begrip voor dat het op dit moment heel
ingewikkeld is om aansluitend beleid te maken in een sector die het zo
verschrikkelijk zwaar heeft als de cultuur, maar echt: geef óf meer
geld, óf meer ruimte, want anders is straks het virus weg en kunnen we
nog niet naar een theaterstuk, expositie, concert of wat dan ook, omdat
de plekken er dan misschien nog wel zijn, maar niemand meer om erin te
spelen.
Dank u.
De voorzitter:
Dank. Geen vragen. Dan gaan we naar de heer Paternotte van D66.
De heer Paternotte (D66):
Dank u wel, voorzitter. Mijn collega Salima Belhaj zit helaas een paar
honderd meter verderop voor de verhoren van de parlementaire
ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag en dus herleven de tijden van
een decennium geleden, toen ik in de Amsterdamse gemeenteraad
woordvoerder kunst en cultuur was, met het socialistische duoraadslid
Peter Kwint.
Voorzitter. Destijds hadden we niet kunnen voorzien dat de cultuursector
zo snel zo'n loodzware periode zou gaan kennen als deze. Want ik denk
dat iedereen afgelopen voorjaar, toen de eerste lockdown werd
afgekondigd, dacht aan al die kunstenaars die voelden dat het tapijt
onder hen vandaan werd getrokken. Theaters waar je een speld kunt horen
vallen, terwijl ze normaal gesproken het bruisende hart van dorp of stad
zijn. Natuurlijk, talloze bedrijven, restaurants, cafés moesten allemaal
dicht en konden niet anders dan hun spaarpotje aanspreken. Maar voor zo
veel culturele instellingen geldt hetzelfde, maar dan zonder dat er een
spaarpot was. De marges in de cultuur zijn er vaak niet naar om een
reserve aan te kunnen leggen voor barre tijden, en dus kwam de
coronaklap in de cultuursector dubbel zo hard aan. Dat is een gemis voor
ons allemaal, want juist de cultuursector wil je in crisistijd open
hebben en niet op slot. D66 zal vandaag dan ook vooral stilstaan bij de
vraag hoe we de culturele sector het snelst uit de crisis halen.
Voorzitter. Voordat ik dat doe, eerst een terugblik naar voor de
coronacrisis, want toen D66 dit kabinet in ging, werd beloofd dat de
sector voor het eerst in lange tijd weer een impuls zou krijgen en die
belofte is waargemaakt. Jaarlijks 80 miljoen erbij, uitbreiding van de
BIS, en dat heeft ruimte gegeven voor de vernieuwing die we ook
verwachten van een creatieve sector. Er is voor het eerst een Nijmeegse
rockband in de BIS; elke provincie een eigen museum en een nieuw
provinciaal museum in Almere voor Flevoland; een literair festival;
zeven muziekensembles en voor het eerst drie jeugddansgezelschappen in
de BIS. In deze begroting daarbovenop nog eens 15 miljoen euro extra
voor het Fonds Podiumkunsten, essentieel om zo veel mogelijk talent te
behouden. Eerder gold al hetzelfde voor Scapino Ballet en
Eurosonic.
Voorzitter. De coronacrisis heeft zelfs de stevigste ankers losgeslagen,
want de Nederlandse economie kromp met 8,5%, maar het aandeel van de
cultuursector in de economie kromp met maar liefst 32,3%. Het is dan ook
terecht dat het kabinet 1,6 miljard investeert om de sector door de
crisis te trekken. Dat is keihard nodig. Het belang van cultuur voor
onze economie toont ook het belang van een goede relatie tussen het
ministerie van Economische Zaken en de cultuursector. Dat is een relatie
die voor deze crisis eigenlijk nog in de kinderschoenen stond. De sector
heeft een serieus aanspreekpunt nodig. Er zijn heel veel cultuurmakers
zonder directe subsidie, zoals de vrije producenten, het impresariaat.
Die konden heel lang nergens terecht. Is de minister dit met ons eens?
En wil zij in gesprek met haar collega van EZK om ervoor te zorgen dat
de vrije cultuursector voortaan een vast aanspreekpunt heeft op het
ministerie van EZK, bijvoorbeeld in de vorm van een loket?
Voorzitter. Het is essentieel de sector zo snel mogelijk uit de crisis
te helpen. Dat kan, door nu al te kijken naar veilige alternatieven om
de cultuursector straks te heropenen. Er werden al even de mooie
experimenten in theater Markant te Uden genoemd, waar mijn collega
Belhaj ook is geweest. Deze maand organiseerde Salima Belhaj met de heer
Kwint een rondetafelgesprek om met professionals uit het nachtleven, de
evenementenbranche en festivals in gesprek te gaan over hoe we de sector
veilig kunnen heropenen. Hier werden heel veel goede suggesties gedaan,
zoals de aanvullende routekaart. De huidige routekaart van het kabinet
is namelijk zo strak dat ook als de besmettingen straks omlaaggaan,
instellingen vaak toch beter dicht kunnen blijven, terwijl besmettingen
nauwelijks plaatsvinden in cultuurinstellingen.
De alternatieve routekaart biedt voorstellen hoe weer meer publiek
aanwezig kan zijn bij concerten en voorstellingen. Ook best practices
uit het buitenland laten zien dat dit veilig kan. De Raad voor Cultuur
is ook voorstander van deze routekaart. Mijn vraag is welke
mogelijkheden de minister ziet om de huidige routekaart aan te vullen
met deze aanpassingen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de fieldlabs,
waar geëxperimenteerd wordt met creatieve oplossingen om snel meer
mogelijk te maken. Kan de minister toezeggen deze fieldlabs alle
noodzakelijke ruimte te geven om tot succesvolle resultaten te komen?
D66 wil namelijk zo veel mogelijk ruimte bieden aan hen die kunnen laten
zien dat heropening op grotere schaal veilig mogelijk ís. Wie snakt er
niet naar een festival of een volle concertzaal? Inmiddels weten we dat
het virus zich niet goed verspreidt in de zomer in de buitenlucht,
oftewel er moet toch een lichtpunt te plaatsen zijn, namelijk dat het
zomerseizoen doorgaat? Welke kansen ziet de minister in dit verband om
de culturele sector ook prioriteit te geven bij sneltesten?
Voorzitter. Vorige week stuurde de minister de verdeling van het tweede
steunpakket naar de Kamer. Wij zijn blij om te zien dat de minister veel
aandacht heeft voor makers en bijna 50 miljoen in hen investeert. We
hadden eerder al gevraagd naar creatieve mogelijkheden om kunstenaars
breder te ondersteunen. Maak kunst kopen aantrekkelijk en help zo
kunstenaars aan brood op hun plank. Helaas blijkt dit lastig.
Individuele kunstenaar konden bijvoorbeeld geen anbistatus krijgen. Maar
waar een wil is, is meestal een weg. Kan de minister onderzoeken of het
toch mogelijk is om individuele kunstenaars van een anbistatus te
voorzien, desnoods door het aanpassen van de voorwaarden? En als dit
echt niet kan, welke alternatieven ziet zij dan? Graag een
reactie.
Ook goed nieuws is dat gemeenten 150 miljoen euro krijgen om
bibliotheken, theaters en bioscopen overeind te houden. Dat geld heeft
alleen geen expliciet cultuurlabel. Het kan dus ook voor andere dingen
worden ingezet, wat leidt tot begrijpelijke zorgen. Kan de minister op
deze zorgen ingaan? Hoe wordt dit voorkomen? Kan er bijvoorbeeld toch
een doeluitkering van gemaakt worden? Of ziet de minister andere
mogelijkheden?
Daarnaast leven er nog steeds veel vragen over de verrekening van
OCW-steun met de omzetberekening in het kader van de NOW. Collega El
Yassini vroeg daar net ook al iets over. Ik had begrepen dat,
bijvoorbeeld bij de Leidse Schouwburg, er in eerste instantie ontheffing
van de huur kwam, die werd verrekend met de NOW. Dat zou nu niet meer
gebeuren. Wat ons betreft is dat terecht, maar misschien kan de minister
daar nog op ingaan. Want het is heel belangrijk dat dit soort
gemeentelijke steun niet ontmoedigd wordt door die verrekening met de
NOW.
D66 ziet dat het afvallen van productiehuizen Frascati en PLAN Brabant
in de de BIS-selectie voor talentontwikkeling voor veel onrust zorgt bij
toneelscholen en theaters, van Maastricht tot Arnhem. De enige twee
instellingen die aan genrevrije brede talentontwikkeling doen, moesten
nu voor het eerst een aanvraag bij de BIS doen. Wil de minister kijken
naar een oplossing? Ook maken wij ons zorgen over De Parade, die door de
coronacrisis ernstig in de knel komt vanwege gebrekkige mogelijkheden
voor krediet. De Parade krijgt geen subsidie, maar het is een echte
landelijke publiekslieveling, die zorgt voor de zomerse theatervreugde
waar we in de zomer van 2021 denk ik heel erg naar snakken. Wil de
minister met ze in gesprek om te kijken wat hier mogelijk is?
Tot slot nog een heel ander punt. Het is alweer een tijd geleden — door
corona lijkt het eigenlijk een eeuwigheid geleden — dat hier gesproken
werd over de kunst van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Christina en
die van de koninklijke familie in bredere zin. Het gaat om voor
Nederland waardevolle kunst. Een bijzondere houtskoolschets van Peter
Paul Rubens werd zomaar bij opbod geveild bij Sotheby's in New York en
1.600 tekeningen van het zeventiende-eeuwse Utrecht, de Atlas Munnicks
van Cleef, werden onderhands verkocht aan een privécollectie. Wat D66
betreft moeten we voor Nederland bijzondere kunst koesteren in plaats
van verkopen aan de hoogste bieder. Het is onwenselijk dat bijzondere
kunst zomaar naar het buitenland verdwijnt. Het riep bij ons de vraag
op: welke waardevolle kunst bezit de koninklijke familie nog meer, en is
dat inderdaad bezit van de koninklijke familie? Bestaat het risico dat
er dan opnieuw discussie over het eigendom ontstaat, en is deze kunst
wel goed beschermd? Is de minister het met ons eens dat het inzichtelijk
moet zijn welke waardevolle kunst van de koninklijke familie zelf is en
welke praktisch in bruikleen is van de Staat? Is zij bereid dit te
onderzoeken?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Er zijn twee vragen en nog een derde vraag. Allereerst de heer Van den
Berge, dan de heer Kwint en dan de heer Bosma.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Collega Paternotte stelde hele terechte vragen over De Parade en over de
anbistatus voor individuele makers. Ik sluit me daar graag bij aan. Ik
heb nog een andere vraag. Ik had het in mijn eigen betoog over de zorgen
die ik me maak over de steun aan gesubsidieerde instellingen die maar
beperkt, of misschien wel bijna niet doorsijpelt naar individuele
makers, zzp'ers en freelancers. Welke mogelijkheden ziet u nog om de
minister daarop te bevragen of er extra waarborgen en afspraken mogelijk
zijn? Welke mogelijkheden ziet hij?
De heer Paternotte (D66):
Ik herken heel erg het probleem dat de heer Van den Berge noemt. Want
dit is inderdaad wat ontstond: instellingen met een vaste subsidie, die
misschien ook wel tickets verkocht hebben, hebben geld in kas. De
individuele makers krijgen dat pas na de voorstelling, en de
voorstellingen gaan niet door. Dat is natuurlijk de ongelofelijke pijn
die corona inderdaad heel snel heeft veroorzaakt, wat ik net bedoelde
toen ik zei: het tapijt werd onder de cultuurmakers vandaan getrokken.
Dat is de reden waarom wij vragen wat je bijvoorbeeld kunt doen aan het
makkelijker maken van het verkopen van kunst en waarom we blij zijn dat
er nu een fors bedrag is gekomen voor de vrije producenten. Welke
mogelijkheden ik daarbij precies zie? Op zich ben ik nu even aan het
debatteren als cultuurwoordvoerder, dus ik wil daar best vrij over
nadenken, ook over wat je binnen de sector met garantiefondsen zou
kunnen doen. Maar ik denk dat het goed is dat ik mij aansluit bij de
vragen die u daarover heeft gesteld om te kijken of de minister daar nog
wat meer inzicht in kan geven.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik waardeer die open houding en ik hoop dat we samen oplossingen kunnen
vinden.
De heer Kwint (SP):
De verleiding is heel erg groot om vrijelijk te gaan filosoferen over
het kunstbezit van de koninklijke familie. Die neiging zal ik
onderdrukken, hoezeer ik die ook merk. D66 legt bij de minister de vraag
neer of we niet moeten nadenken over de jonge makers en
talentontwikkeling, en refereert daarbij specifiek aan Frascati en PLAN
Brabant, die nu buiten de boot dreigen te vallen. Dan komt er een
gespiegelde vraag uw kant op: heeft u daar ook over nagedacht? Zou u
bijvoorbeeld geneigd zijn om mee te gaan in ons voorstel om Frascati en
PLAN Brabant uit de problemen te helpen?
De heer Paternotte (D66):
Sowieso complimenten voor het feit dat de heer Kwint ... O nee, het is
mevrouw Van den Hul die twee amendementen heeft gemaakt, samen met de
heer Kwint. Er lopen dingen door elkaar, oké. Maar dat is sowieso
hartstikke goed. Ik ben heel benieuwd wat daarover gezegd kan worden.
Zoals ik het had begrepen was een deel van die bedragen die u noemt
juridisch verplicht voor andere zaken. Dan is het lastiger om ze in te
zetten voor het mooie doel dat we volgens mij allebei benoemen. Wij
constateren dat we natuurlijk een verschuiving hebben gehad van het FPK
naar de BIS en dat dit er ook toe heeft geleid dat nieuwe commissies
naar dezelfde instellingen gaan kijken. We zien nu inderdaad dat mensen
vanuit het hele land over PLAN Brabant en Frascati zeggen dat die wel
een belangrijk onderdeel zijn van de culturele infrastructuur van ons
land. Dat is ook de reden waarom ik de minister vraag om daarnaar te
gaan kijken.
De heer Kwint (SP):
Zeker, en complimenten daarvoor. Dat is heel goed. Ik wacht inderdaad
ook de reactie van de minister af. Misschien weet de heer Paternotte al
wat meer dan ik als het gaat om het juridisch verplichten, maar dat
horen we dan straks wel. Kijk, ik hang niet aan die dekking, maar het
lijkt me toch stug dat wij in een begroting van — wat is het? — 40
miljard uiteindelijk niet 1,2 miljoen kunnen vinden voor die twee
organisaties. Ik bedoel, als deze dekking niet kan, dan kunnen we toch
wel wat anders bedenken?
De heer Paternotte (D66):
Daarover ben ik het met de heer Kwint eens. Ik denk alleen dat je
daarbij de lat voor jezelf hoog moet leggen, omdat wij het onwenselijk
vinden als de politiek altijd het laatste oordeel heeft en dan nog een
hele grote herverdeling van cultuursubsidies gaat doen — dat delen wij
volgens mij — maar we ook niet moeten stoppen met nadenken als we zien
dat er in de culturele infrastructuur iets kan gaan gebeuren dat
misschien niet zo bedoeld was in de structuur. Dat is ook de reden
waarom ik die vraag stel.
De heer Martin Bosma (PVV):
Complimenten aan de heer Paternotte voor zijn mooie nationalistische
afsluiting. Hij zegt: de Nederlandse kunst moet in Nederlandse handen
blijven. Heel goed dat hij dat zegt. Dat is in lijn met het nationalisme
van D66 op kunstgebied, dat we vaker hebben gezien. Denk aan Pechtold,
die vocht voor het in Nederlandse handen krijgen van de Rembrandts, aan
Boris Dittrich, die pleitte voor het gebruik van het Nederlands op het
Eurovisie Songfestival en aan Boris van der Ham, die specifiek opkwam
voor de Nederlandse film. Dat nationalistische geluid is dus veilig bij
D66 en dat is heel mooi. Maar de heer Paternotte zegt ook iets over het
kunstbezit van de Oranjes, en ik meen te weten dat de heer Pechtold, de
voormalige fractieleider van de heer Paternotte, dat punt al heeft
gemaakt en dat er zelfs een commissie-Pechtold is geweest, die niet
alleen in kaart heeft gebracht wat de Oranjes zoal aan de muur hebben
hangen aan leuke schilderijtjes, maar ook hoe we daarmee om moeten gaan.
Dus de heer Paternotte vraagt de minister, als ik het goed begrijp, om
iets te regelen wat al geregeld is. Of zit ik ernaast?
De heer Paternotte (D66):
Allereerst dank voor de complimenten van de heer Bosma. Ik zal ze
overbrengen aan de heer Dittrich, de heer Van der Ham en de heer
Pechtold, al weet ik natuurlijk niet of die er blij mee zullen zijn.
Maar dat zullen we dan later zien. Ik weet nog wel dat er in 2013 een
commissie is ingesteld die onderzoek moest doen naar de provenantie, de
herkomst, van bepaalde kunst, maar dat is misschien iets anders dan de
vraag waar de exacte bezitsverhoudingen liggen. Volgens mij bent u beter
op de hoogte van de discussies die de afgelopen jaren in deze commissie
hebben plaatsgevonden, bijvoorbeeld over die houtskoolschets van Peter
Paul Rubens die in New York geveild is en waarvan het op dat moment dus
niet duidelijk was of die in eigendom was van de koninklijke familie of
in bruikleen was bij de koninklijke familie.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dat is natuurlijk een zaak waar wij hier vaak over hebben gesproken.
Vervolgens is daar de commissie-Pechtold uitgerold, die daarnaar gekeken
heeft. Ik vraag me nu dus af wat precies de agenda van D66 is om daar
nog een keer naar te willen kijken. Waar stuurt D66 dan op aan? Dat vind
ik een beetje vreemd eigenlijk.
De heer Paternotte (D66):
Het is toch jammer dat de heer Bosma eerst met complimenten komt als je
iets zegt, vanuit zijn perspectief, en hij daarna wat minder enthousiast
is over hoe je ervoor kunt zorgen dat kunstbezit in Nederland niet bij
opbod geveild wordt zonder dat Nederlandse musea er überhaupt iets van
weten. Wij willen duidelijk maken dat dat onwenselijk is, en daarom
breng ik het hier opnieuw op.
De voorzitter:
De heer El Yassini heeft ook nog een vraag.
De heer El Yassini (VVD):
Ja, inderdaad. De heer Paternotte spreekt over de Oranjes en de kunst en
noemde daarbij als voorbeeld de Rubens. Nou weet ik dat deze minister op
21 februari 2019 de opdracht heeft gegeven aan de commissie-Pechtold om
juist daarnaar een onderzoek te doen als het gaat om het verkopen van
kunst naar het buitenland. Ik hoor de heer Paternotte praten over 2013,
maar we zijn eind vorig jaar op de hoogte gesteld door de
commissie-Pechtold. De heer Paternotte zegt dat niet alles hem helemaal
duidelijk is, omdat hij mevrouw Belhaj vervangt. Hij doet dat
fantastisch, dat even vooropgesteld, maar de heer Paternotte gaat hier
nu wel een motie indienen op basis van iets wat hij niet helemaal zeker
weet. Ik zou hem dus willen vragen om eerst even de beantwoording van de
minister af te wachten voordat hij zegt dat hij het in kaart wil
brengen. Ik denk dat we eerst even moeten kijken wat de
commissie-Pechtold al heeft geregeld. Is de heer Paternotte het daarmee
eens?
De heer Paternotte (D66):
De heer El Yassini zegt nu dat ik een motie ga indienen, maar dat weet
hij alleen maar omdat ik hem net heb geappt dat we een motie overwegen
maar dat dat wel van de beantwoording afhangt. Ik denk dat we moeten
proberen te voorkomen dat dit soort afstemming hier nu zomaar op tafel
wordt gelegd. Ik doe dat nu overigens zelf, omdat ik daarmee de
onduidelijkheid die de heer El Yassini creëert wil ...
De voorzitter:
Er gebeurt van alles, voor en achter de schermen. De heer El
Yassini.
De heer El Yassini (VVD):
Ik had eigenlijk moeten roepen: spoiler alert! Het was niet een
bevraging. Meneer Paternotte heeft helemaal gelijk. Maar ik ben ook heel
benieuwd naar de antwoorden van de minister op de vragen van de heer
Paternotte. Volgens mij hebben wij dit vorig jaar uitgebreid besproken
en hebben we de commissie-Pechtold ook op de hoogte gesteld. Volgens mij
wordt dat nu al geregeld, dus ik denk dat de heer Paternotte met een
gerust hart in de tweede termijn achterover kan leunen.
De voorzitter:
Dat gaan we straks zien na de beantwoording door de minister. Het woord
is aan mevrouw Van den Hul van de PvdA.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Dank, voorzitter. Fijn om deelgenoot te mogen zijn van de transparantie
in de coalitie in deze prachtige historische zaal.
Tientallen musea dreigen binnen zes maanden te moeten sluiten. ID&T
schrapt 40% van de banen. Frascati Producties moet noodgedwongen dicht.
Je hoeft de krantenkoppen er maar op na te slaan en het is duidelijk dat
corona een desastreuze impact heeft op de culturele sector. De schade
loopt inmiddels in de miljarden en voor veel culturele instellingen is
het de vraag of ze de crisis überhaupt zullen overleven. De makers en
medewerkers, voor en achter de schermen, kampen met een omzetverlies tot
maar liefst 80%. De eerste golf van coronabesmettingen was
verschrikkelijk voor de kunst en cultuur in Nederland en inmiddels
hebben theaters, musea, schouwburgen en poppodia voor de tweede keer hun
deuren moeten sluiten. Deze tweede golf was voor de cultuur echt een
regelrechte ramp. Inmiddels is er gelukkig eindelijk een tweede
steunpakket voor de culturele en creatieve sector, maar het is nog niet
genoeg. Nog altijd wordt een groot deel van de sector niet of
onvoldoende bereikt, zoals makers, zowel voor als achter de schermen,
acteurs, componisten, beeldend kunstenaars, ontwerpers en musici. Velen
van hen worden niet of onvoldoende bereikt. Ze worden gedwongen als
zzp'er te werken en alle opdrachten zijn afgezegd. Ook het tweede
sectorspecifieke steunpakket zal juist hen onvoldoende helpen, met alle
gevolgen van dien.
Ik noem de niet of nauwelijks gesubsidieerde instellingen, poppodia,
festivals en evenementen. Ook deze cruciale onderdelen van de
cultuursector worden onvoldoende bereikt. Zij hebben voor 2021 nog geen
enkel perspectief en kunnen onvoldoende rekenen op steun. Ook ik maak
mij zorgen of de steun terechtkomt waar die zo hard nodig is, want het
bedrag dat wordt uitgekeerd aan gemeenten, is niet geoormerkt. Is de
minister bereid om hier een doeluitkering van te maken, zo vraag ook ik
mij af. Waarom worden instellingen nog altijd gekort op hun NOW wanneer
zij middelen uit het specifieke pakket voor cultuur ontvangen?
Naast voldoende steun heeft de sector perspectief nodig en dat ontbreekt
nog. Ik snap best dat er makers zijn die zeggen: "Waarom mag je wel naar
de meubelboulevard en niet naar het museum? Waarom mag je wel naar de
bouwmarkt, maar niet naar de bioscoop?" De routekaart van het kabinet
biedt ook voor de komende maanden geen soelaas. Maatwerk is nodig om de
sector perspectief te bieden. Over perspectief gesproken: het huidige
pakket richt zich op de korte termijn, namelijk de eerste zes maanden
van 2021. Maar wat is de visie van de minister voor de middellange en de
langere termijn? Want een groot deel van onze kunst en cultuur dreigt
corona niet te overleven. Er is dus meer steun nodig, een reddingsplan,
ook voor al die podia, festivals en plekken die niet gesubsidieerd zijn
en voor al die makers die al maanden niks verdienen. Dat is nodig voor
nu, maar zeker ook voor straks, zodat ze weer plannen kunnen maken,
investeringen kunnen doen en kunst en cultuur niet verloren gaan. Wij
doen daarom vandaag samen met GroenLinks en de SP hiertoe een voorstel
per amendement.
Dan over het bestel en de rolverdeling tussen de BIS en fondsen. Hoe
ziet de minister de toekomst van het bestel? Hoe oordeelt zij over de
aanbeveling van de Raad voor Cultuur om de aankomende cultuurnota te
verlengen? Het bestel heeft ook zijn weerslag op talentontwikkeling,
want ondanks dat de minister schrijft dat het juist nu van belang is dat
talent voor de sector behouden blijft, wat wij geheel onderschrijven,
kopten de kranten deze week dat Frascati Producties zijn deuren moest
sluiten. In het komende kunstenplan zijn er maar liefst 40% minder
plekken voor jonge makers. Dat betekent onherstelbare schade voor de
pijplijn van talentontwikkeling en het ontneemt de jonge makers die de
komende jaren van de kunstvakopleidingen komen, perspectief. Dat kan en
mag niet gebeuren met plekken waar nieuw talent zich kan ontwikkelen en
een nieuwe generatie makers opstaat.
Voorzitter. Kunst en cultuur zijn van en voor iedereen. Daarom is het
belangrijk dat de culturele en creatieve sector de diversiteit van de
Nederlandse samenleving reflecteert. Uit recent onderzoek van NRC onder
de 21 grootste kunstmusea blijkt dat van de 231 kunstinhoudelijke
medewerkers slechts 6 een niet-westerse achtergrond hebben. Dat komt
neer op 2,6%. Wat gaat de minister doen om te zorgen dat de culturele
sector ook echt een plek wordt waar we elkaar als gelijken kunnen
ontmoeten, zoals de ondertekenaars van de open brief uit juni het zo
treffend formuleerden?
Voorzitter. Tot slot de bibliotheken. De bibliotheek staat al jaren
onder druk en wordt in veel dorpen en gemeenten — recente voorbeelden
zijn onder andere Almelo en Amsterdam — met sluiting bedreigd. In
verschillende gemeenten is al niet eens meer een volwaardige
bibliotheekvoorziening. Dat mogen we niet laten gebeuren. Een
bibliotheek is niet alleen fijn voor een goed boek; het is ook dé plek
waar je huiswerk kunt maken als daar thuis geen plek voor is, waar je
vragen kunt stellen en waar je anderen kunt ontmoeten als je eenzaam
bent. De bibliotheek is ook onmisbaar in de strijd tegen
laaggeletterdheid en kansenongelijkheid, zoals recent onderzoek van het
CBS liet zien. Iedereen in Nederland moet toegang hebben tot de
bibliotheek in de nabije omgeving. Het stimuleringsfonds voor
bibliotheken moet daarom wat ons betreft worden uitgebreid, zodat in
elke gemeente een volwaardige bibliotheekvoorziening komt. Ook hiervoor
doen wij vandaag per amendement een voorstel, samen met GroenLinks en de
SP. Voor de kansen die je krijgt, mag het namelijk niet uitmaken waar je
woont.
De voorzitter:
Dank. Er is een vraag van de heer El Yassini.
De heer El Yassini (VVD):
Ook ik draag een warm hart toe aan bibliotheken. Vanuit mijn eerste
ervaring als kind weet ik nog hoe belangrijk de bibliotheek was voor
mijn ervaring met de rest van de wereld. Door boeken kwam ik namelijk
andere werelden tegen, en dat vond ik zo mooi. Het is mij dus uit het
hart gegrepen. Maar ik ben in de war, met name over de inzet van de
PvdA, omdat ik mevrouw Van den Hul van de PvdA hoor zeggen dat ze meer
wil doen voor bibliotheken. Sterker nog, in het amendement staat dat ze
wil dat er extra middelen worden gereserveerd voor een stimuleringsfonds
om bibliotheken voor iedereen overal mogelijk te maken, ongeacht inkomen
of plek. Maar hoe rijmt zij dat met bijvoorbeeld het voornemen van het
college van Amsterdam, waar de VVD niet in zit maar de PvdA wel, om te
bezuinigen? Ze moeten daar 3 miljoen bezuinigen. De helft daarvan is ten
laste van de bibliotheken, waardoor in ieder geval vier bibliotheken
horen te sluiten. Ik kan dat niet rijmen met waar de PvdA voor staat.
Kan mevrouw Van den Hul duidelijk maken waarom de PvdA in Amsterdam
besluit om bibliotheken te sluiten, terwijl de PvdA op landelijk niveau
zegt dat het een gotspe is als dat überhaupt gebeurt?
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Allereerst besluit de PvdA in Amsterdam niet om de bibliotheken te
sluiten. Dat is een voorstel van het college, dat hier vandaag niet op
de agenda staat. Maar wat daaronder ligt, is precies het probleem dat
dit amendement probeert op te lossen, namelijk dat er te weinig geld is
bij verschillende gemeenten om ervoor te zorgen dat er een dekkend
aanbod blijft. De gemeente Almelo kwam ook in het nieuws. Denk je dat
gemeente Almelo het leuk vindt om een bibliotheek te sluiten? Ik denk
dat geen enkele gemeente het plan om bibliotheken te sluiten graag wil
uitvoeren. Ik denk dat heel Nederland, van links tot rechts — we horen
het vandaag ook weer in de Kamer; de PVV heeft het over bibliotheken, de
VVD heeft over bibliotheken en de linkse oppositie heeft het over
bibliotheken — deelt dat bibliotheken belangrijk zijn. Van links tot
rechts delen wij dat daar de aanpak van laaggeletterdheid begint en dat
daar de aanpak van kansenongelijkheid begint. Volgens mij staan wij dus
echt aan dezelfde kant. De vraag is: wat is de VVD bereid te investeren
om ervoor te zorgen dat dit soort besluiten lokaal niet meer genomen
hoeven te worden? Het is namelijk geen besluit dat men wil nemen; het is
een besluit dat men gedwongen wordt te nemen, omdat de bekostiging niet
toereikend is. Daartoe doen wij vandaag, samen met GroenLinks en de SP,
een voorstel. Ik hoop van harte op de steun van de VVD.
De heer El Yassini (VVD):
Ik zit te luisteren naar de antwoorden van mevrouw Van den Hul. Laat ik
proberen het een plekje te geven. Mevrouw Van den Hul zegt dat het een
voorstel is van het college — de PvdA maakt daar onderdeel van uit —
maar dat het geen voorstel is van de PvdA. Dan kan ik concluderen dat de
PvdA in Amsterdam tegen dat bezuinigingsvoorstel gaat stemmen, zo lijkt
mij. Dat is dan de logische conclusie.
De voorzitter:
Mevrouw Van den Hul.
De heer El Yassini (VVD):
Nee, nog even in tweevoud. Ik hoor mevrouw Van den Hul in hetzelfde
antwoord ook zeggen: gelden zijn niet toereikend. We weten toevallig dat
de begroting van Amsterdam — vergeef mij als ik mij vergis — bijna 1
miljard is. Het kan aan mij liggen. Misschien is het zelfs meer.
De heer Paternotte (D66):
5 miljard.
De heer El Yassini (VVD):
5 miljard! Kijk eens aan. Wil mevrouw Van den Hul dus eigenlijk zeggen
dat de PvdA in Amsterdam, waar voor 2,8 miljoen euro op cultuur
bezuinigd moet worden, in dat hele pakket van 5 miljard niks kan vinden,
maar wel geld uit kan geven aan — sorry dat ik het moet zeggen — linkse
hobby's, zodat die zichzelf richting de verkiezingen schouderklopjes kan
geven? Is de PvdA zichzelf dan niet belachelijk aan het maken door in de
oppositie te roepen dat er meer geld uit de algemene middelen moet
komen, maar zodra ze in een coalitie zit dezelfde beweging te maken en
te zeggen: helaas, pindakaas, maar we gaan vier bibliotheken
sluiten?
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Nee. Nogmaals, die besluiten van het college van Amsterdam, daar gaan
wij hier niet over. We zitten hier in een debat over het WGO
Cultuurbeleid, waar het landelijke cultuurbeleid en de financiering van
bibliotheken op de agenda staan. Die landelijke financiering volstaat
niet, waardoor er lokaal keuzes moeten worden gemaakt in schaarste. Dus
dat contrast, die tegenstelling die de heer El Yassini hier probeert te
schetsen, daarvan is geen sprake. Zowel landelijk als lokaal staan wij
pal voor een stevige cultuursector en voor investeringen in
bibliotheken. Er is geen enkele ruimte tussen die twee standpunten.
Daartoe hebben wij ook een amendement ingediend om die infrastructuur te
versterken. Ik hoop, nogmaals, van harte op de steun van de VVD voor dat
voorstel.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dit is toch een enorme schande. De sociaaldemocratie is de partij die
vroeger de arbeiders aan het lezen kreeg, de partij van Wibaut, Den Uyl
en Drees, die er gewoon voor zorgden dat er bibliotheken waren. In
Amsterdam zegt de Partij van de Arbeid: we hebben wel geld voor allerlei
klimaatdingetjes, voor nepvluchtelingen, die gaan we allemaal
financieren, die krijgen voorrang bij sociale woningbouw, dat doet de
Partij van de Arbeid. Amsterdam gaat van het gas los, wat ook miljarden
en miljarden kost. Daar heeft de PvdA wel geld voor, linkse hobby's — ik
citeer mijn collega van de VVD — maar dat die arbeiderskindertjes een
boekie kunnen halen, wat een lousy 2, 3 miljoen kost, daarvan zegt de
Partij van de Arbeid op een begroting van 5 miljard: daar hebben we geen
geld voor. Dan zit mevrouw Van den Hul hier een beetje de schone schijn
op te houden van: o, wij zijn zo voor de bibliotheken. Jullie zijn
helemaal niet voor de bibliotheken, jullie sluiten ze, dat is wat jullie
doen. Geef daar eens antwoord op.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Volgens mij heb ik dat antwoord net al gegeven. Er zit geen ruimte
tussen ons standpunt hier en het standpunt van de PvdA in de Amsterdamse
gemeenteraad, die net zo graag alle bibliotheken open wil houden als u
en ik. Er is alleen onvoldoende geld, en daar proberen wij hier vandaag
een voorstel voor te doen, dat proberen wij hier vandaag te regelen. In
plaats van hier van alles bij te gaan slepen, zoals voor de heer Bosma
te doen gebruikelijk is, kan hij ook gewoon voor ons amendement stemmen
en zorgen dat er daadwerkelijk in elke gemeente voldoende geld is, zodat
er geen bibliotheken gesloten hoeven te worden en zodat elk kind
dichtbij een bibliotheek heeft.
De heer Martin Bosma (PVV):
Wat is dat voor een apekool? Er is niet genoeg geld. Er is veel te veel
geld. De PvdA zwemt in het geld. De PvdA smijt met geld. Elke
belastingbetaler wordt uitgewrongen door de Partij van de Arbeid, maar
jullie geven het uit aan klimaatdingen, aan vluchtelingendingen, aan van
het gas los, daar hebben jullie geld voor. Maar gewoon voor die arbeider
op de hoek, die met zijn kind naar de bibliotheek wil gaan om gewoon een
boek te lenen, daar hebben jullie geen geld voor. Jullie zijn niet meer
die sociaaldemocratische partij van vroeger, jullie zijn niet meer de
partij van Drees en Den Uyl, dat is heel lang geleden. Daarom zitten
jullie kiezers tegenwoordig bij ons. Dat is het. Reageer daar eens
op.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Ik hoor geen vraag.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik zeg: reageer daar eens op. Dat is wat ik zeg.
De voorzitter:
Nee.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Ik zeg: ik hoor geen vraag.
De heer Martin Bosma (PVV):
Even voor het verslag: mevrouw Van den Hul reageert niet op wat ik zeg.
Dat is haar goed recht, maar ik stel het wel vast. Zij heeft geen
antwoord gegeven.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Voorzitter, ik constateer dat de heer Bosma aan mij geen vraag heeft
gesteld. Ik herhaal nogmaals mijn oproep aan de heer Bosma: steun ons
amendement voor meer geld voor de bibliotheken.
De heer Martin Bosma (PVV):
U geeft geen antwoord op wat ik inhoudelijk zeg. Het is gewoon een
politieke keuze van de PvdA: …
De voorzitter:
Dank.
De heer Martin Bosma (PVV):
… geld voor nepvluchtelingen, geld voor het klimaat, geld voor van het
gas los …
De voorzitter:
Dank
De heer Martin Bosma (PVV):
… geen geld voor arbeiders die gewoon een boek willen lenen.
De voorzitter:
Dank, meneer Bosma. De heer El Yassini heeft nog een interruptie.
De heer El Yassini (VVD):
Ik hoor mevrouw Van den Hul hier zeggen: we hebben het hier over het WGO
Cultuur, landelijk. Maar ondertussen heb ik haar partijleider, en ook de
cultuurwoordvoerder Lodewijk Asscher, constant een bibliotheek in Almelo
die eventueel zou worden gesloten horen bashen. Toevallig: daar zit een
VVD-wethouder. Maar op het moment dat het over Amsterdam gaat, het
bolwerk van de PvdA en de linkse partijen, hoor ik mevrouw Van den Hul
terugtrekkende bewegingen maken van: nee, we denken er hetzelfde over.
Echt, ik kan het niet begrijpen dat een partij die zegt op te komen voor
cultuur en die tegen de coalitie zegt dat je in crisistijd niet mag
bezuinigen, wat er ook gebeurt, vervolgens in Amsterdam, waar ze
onderdeel is van het college, terwijl de VVD in de oppositie zit, tegen
diezelfde VVD steeds zegt: het geld is op, dus het houdt op. Het gaat
hier om 2,8 miljoen euro, en er wordt 1,5 miljoen bezuinigd op de
bibliotheken.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer El Yassini (VVD):
Luister eens naar de woorden van uw eigen fractievoorzitter en zorg er
in Amsterdam voor dat er daar niet wordt bezuinigd om de culturele
sector in die stad verder te helpen.
De voorzitter:
Ook hier hoorde mevrouw Van den Hul geen vraag.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Ik hoor hier wederom geen vraag. Ik blijf erbij: de heer El Yassini
creëert hier nu een schijntegenstelling. Zowel de fractie van de Partij
van de Arbeid in de gemeenteraad van Amsterdam als de fractie van de
Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer wil dat er voldoende geld is om
alle bibliotheken open te kunnen houden. Daartoe dien ik samen met
GroenLinks en de SP een amendement in en ik reken, nogmaals, op de steun
van de heer El Yassini. Gezien zijn opwinding over dit onderwerp en het
warme hart dat hij de bibliotheeksector toedraagt, hoop ik van harte dat
hij ook voor ons amendement gaat stemmen om te zorgen dat dit soort
keuzes niet meer gemaakt hoeven te worden en om te zorgen dat er overal
in Nederland, bij elke gemeente, van Almelo tot Amsterdam en alles
ertussenin, voldoende geld is om te zorgen dat elk kind een bibliotheek
heeft.
De heer El Yassini (VVD):
Waar ik mij over opwind, is de hypocrisie van de PvdA, die echt op de
bres gaat staan voor de bibliotheken, daar een heel groot punt van
maakt, Lodewijk Asscher gaat overal, ook fysiek in bibliotheken,
aangeven hoe belangrijk dat voor hem is, en diezelfde PvdA die in het
Amsterdamse college zit zegt dan: joh, pech gehad, we gaan ons geld
liever uitgeven aan andere zaken. Nogmaals, een begroting van 5 miljard,
dus geen 5 miljoen, en vervolgens hoor ik de PvdA zeggen: we willen
allemaal hetzelfde, meer geld voor cultuur. Dan komt u met een
amendement waarbij u geld uit de algemene middelen wilt, alsof het al
Sinterklaas is. Nou, dat duurt nog eventjes, mevrouw Van den Hul. Ik ben
er klaar mee.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
De heer El Yassini maakt hier nu echt een toneelstuk van, en dat is het
niet. Wij hebben een linkse tegenbegroting ingediend. Hij luistert niet
eens naar mijn antwoord. Dan richt ik me maar tot u, voorzitter, wat
sowieso te doen gebruikelijk is.
De heer El Yassini (VVD):
Ik ben er klaar mee, mevrouw Van den Hul.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Wij hebben een tegenbegroting ingediend, waarin wij een aantal
voorstellen hebben gedaan, waaronder dus extra geld voor de culturele
sector en extra geld voor de bibliotheken. Daar dienen wij vandaag zoals
gezegd een amendement toe in. En nogmaals: ik reken van harte op de
steun, ook van de VVD.
De voorzitter:
Er is nog een vraag, van de heer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
Die gaat ook over bibliotheken, maar iets anders, want mevrouw Van den
Hul heeft overduidelijk geen antwoorden. We zien dat de bibliotheken,
die vroeger een bron van vrijheid waren, waar je gewoon kennis kon nemen
van alle informatie, nu worden gezuiverd, bijvoorbeeld van onze
geweldige kindervriend Zwarte Piet, omdat de linkse maffia ineens de pik
— excusez le mot, voorzitter — heeft op Zwarte Piet. Boeken van Zwarte
Piet worden overal verwijderd uit bibliotheken. Dat doet vele mensen
denken aan de jaren dertig. Nou heeft de PvdA in de Staten van Utrecht
ook gezegd dat er ook eens moet worden gekeken naar Jip en Janneke, want
gendertechnisch voldoet dat ook niet aan het ideaalbeeld van
socialisten. Kan mevrouw Van den Hul — dit is een vraag, dus daar kan ze
antwoord op geven — zeggen wat de komende jaren volgens de PvdA nog meer
verwijderd moet worden uit de bibliotheken?
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Ook dit schetst een karikatuur van de werkelijkheid. Niemand heeft
gepleit voor het verwijderen van Jip en Janneke uit bibliotheken. De
discussie ging over voortschrijdend inzicht. Met de bril van nu Jip en
Janneke lezen — ik raad de heer Bosma aan om dat een keer te doen —
zorgt bij mensen die in de 21ste eeuw leven wel tot enige verbazing. Ik
ken mensen die daarom Jip en Janneke omdraaien als ze het voorlezen. Dat
kan ook. Niemand heeft opgeroepen tot het verwijderen van Jip en
Janneke. Waar het debat over ging, is voortschrijdend inzicht.
Voortschrijdend inzicht leidt soms tot nieuwe inzichten dat wat vroeger
heel normaal was, met de kennis van nu dat niet is. En zo is er afscheid
genomen van meer ooit algemeen aanvaarde tradities. Ik noem het
palingtrekken. Dat vond men vroeger hartstikke normaal, dat zie ik nu
niet meer gebeuren op jaarmarkten, en gelukkig maar. Zo zijn er andere
voorbeelden van voortschrijdend inzicht. Het algemeen kiesrecht, waar in
deze zaal nog hevig over is gedebatteerd, ook zoiets. Kon men zich eerst
niets bij voorstellen. Inmiddels is dat heel normaal. Zo zijn er meer
dingen. Voortschrijdend inzicht, daar wordt echt niemand slechter
van.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb in de eenentwintigste eeuw met heel veel plezier Jip en Janneke
voorgelezen, en niet zoals die linkse wappies die dan Jip gaan zeggen
voor Janneke en Janneke voor Jip, maar gewoon zoals het is geschreven
door Annie M.G. Schmidt, die deel uitmaakt van de canon van Nederland,
waar de Partij van de Arbeid zich met meneer Plasterk voor heeft
uitgesproken. Maar dat is niet mijn vraag. Wat vindt de Partij van de
Arbeid ervan dat door heel Nederland boeken die Zwarte Piet vermelden
vernietigd worden, uit de collecties worden gehaald? Is dat niet gewoon
in strijd met de Grondwet, in strijd moet onze vrijheid? Hoe kijkt de
PvdA aan tegen dit soort socialistische boekverbrandingen?
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Over Zwarte Piet kan ik heel duidelijk zijn: ik ben heel erg blij dat
Nederland inmiddels ook daar een stap heeft gezet in voortschrijdend
inzicht en afscheid heeft genomen van een karikatuur die voor heel erg
veel mensen in Nederland heel erg kwetsend is. Ik ben heel erg blij dat
steeds meer gemeenten en scholen kiezen voor een Sinterklaasfeest waar
ieder kind zich welkom voelt en waar ieder kind zich in herkent. Daar
hoort ook bij dat we afscheid nemen van plaatjes die een beeld in stand
houden dat niet meer van deze tijd is.
De voorzitter:
En toen werd het stil. Meneer Van Raan, u heeft lang gewacht. U zit
allemaal te popelen, maar we gaan naar de laatste spreker van de kant
van de Kamer, en dat is de heer Van Raan.
De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. In het klassieke toneelstuk Op hoop van zegen
van Herman Heijermans trachten de zonen van de vissersweduwe Kniertje de
storm te bezweren. En op hoop van zegen bezweren de hedendaagse
creatievelingen de coronastorm. Het is inderdaad hopen op een zegen,
want het lijkt er weleens op dat de cultuursector wordt ingezet als een
afleidingsmanoeuvre, letterlijk voor de bühne. Gaan de besmettingen
omhoog, dan doen we al die coronaproof theaters, bioscopen en musea
dicht om de coronacrisis te bestrijden. En dan is het wel kopen, maar
geen cultuur. Wel de Action, maar niet het Rijksmuseum. Wel de
slachthuizen, maar niet de bibliotheken. We weten inmiddels dat de
minister hard vecht in het kabinet, want er komen extra steunpakketten.
Maar in totaal staat er tegenover het omzetverlies van 21,5 miljard een
rijksoverheidssteun van 1,6 miljard over twee jaar. Daarbij komt dat de
creatieve sector en de minister niet dezelfde analyse hebben van wie nou
precies hoeveel steun hebben ontvangen. Dat rechtvaardigt de vraag of de
steun genoeg is. Daar komt bij dat de steun eigenlijk bedoeld is voor
het creëren van een nieuw seizoensprogramma voor 2021. En dan luidt de
vraag: hoe kun je nou investeren wanneer je inkomsten met 80% zijn
gedaald? Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. De Partij voor de Dieren vindt ook dat naast extra
financiële steun andere maatregelen getroffen moeten worden. We zijn het
dan ook niet eens met de minister dat er genoeg fiscale mogelijkheden
zijn. Zo is de Geefwet alleen relevant voor instellingen met een
anbistatus en staan belastingaftrekbare donaties los van het aankopen
van de kunst. De vraag is dus: zijn er meer mogelijkheden? De heer
Paternotte verwees er ook al naar. De Partij voor de Dieren zal daarom
haar aangehouden motie over fiscale maatregelen in aangepaste vorm
indienen en de regering oproepen om het aankopen van kunstwerken gemaakt
door in Nederland werkende nog levende kunstenaars tot een bedrag van
€10.000 aftrekbaar te maken voor de belasting, en de btw-kaartverkoop te
herinvesteren in de creatieve sector. Graag een reactie.
Voorzitter. Ook de Raad voor Cultuur adviseert andere maatregelen.
Volgens de raad heeft de crisis zowel in de sector als in de samenleving
zaken blootgelegd die om aangrijpende aanpassingen vragen. Volgens de
Partij voor de Dieren is hier een belangrijke rol weggelegd voor de
Sociaal Creatieve Raad. Voor een cultuurverandering heb je immers
veranderaars nodig, en voor het herontwerpen van maatschappelijke
systemen kun je niet zonder ontwerpers. Beide zijn in overvloed aanwezig
in de culturele sector. Die Cultureel Creatieve Raad staat klaar om aan
de slag te gaan met vraagstukken als het betrekken van burgers in
Nederland bij de energietransitie en het tegengaan van de toenemende
polarisatie in Nederland. De minister zou met de raad in gesprek gaan
naar aanleiding van een aangenomen motie van de Partij voor de Dieren,
maar wij hebben vernomen dat dit maar in heel beperkte mate, of
eigenlijk helemaal niet, gebeurd is. Er kwam alleen een
ontvangstbevestiging van een brief. Als dat zo is, verzoeken wij de
minister met klem om wel in gesprek te gaan. Graag een reactie.
Voorzitter, ik rond af. Laat het tragische einde van het toneelstuk van
Herman Heijermans, Op hoop van zegen, geen voorbode zijn voor de
cultuursector, integendeel. Wij doen een oproep aan de minister voor
extra financiële steun en fiscale maatregelen en een stevige rol voor de
Sociaal Creatieve Raad, om beter uit de crisis te komen. En ik maak me
sterk dat er, als de heer Bosma een beetje z'n best doet, in de Sociaal
Creatieve Raad wellicht een plekje voor hem is weggelegd.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dat is voor de heer Bosma natuurlijk weer een uitdaging om een antwoord
te geven.
De heer Martin Bosma (PVV):
Het is schokkend dat de Partij voor de Dieren aan komt zetten met een
toneelstuk waarvan de bekendste zin luidt: de vis wordt duur
betaald.
De heer Van Raan (PvdD):
Ik zou bijna willen zeggen: ik heb geen vraag gehoord. Het klopt
overigens wel wat de heer Bosma zegt. De vis wórdt duur betaald.
De voorzitter:
U bent het eens. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste
termijn van de kant van de Kamer. Ik zou een uur willen schorsen, dus
wij zien elkaar terug om 13.45 uur.
De vergadering wordt van 12.48 uur tot 13.49 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan verder met het wetgevingsoverleg Cultuur. Ik zou de minister
graag het woord willen geven voor de beantwoording in eerste
termijn.
Minister Van Engelshoven:
Voorzitter, dank u wel. Ik dank de leden voor hun bijdragen in eerste
termijn. Er zijn nog wel kanttekeningen geplaatst, maar er is ook brede
steun uitgesproken voor de steunpakketten die dit kabinet specifiek voor
de culturele sector heeft opgesteld. Ik kom in mijn betoog ook nog wel
terug op uw vragen.
Dit is in deze kabinetsperiode mijn laatste wetgevingsoverleg Cultuur.
Ik wil daarom beginnen met een algemene introductie. Daar zullen al wel
een aantal vragen in beantwoord worden. Vervolgens zal ik ingaan op de
positie van zzp'ers en de makers, de 40 miljoen voor de vrije
producenten, de ondersteuning aan gemeenten, de experimenten en de
fieldlabs, sowieso het perspectief, de samenhang met de NOW, Frascati en
PLAN Brabant, waar veel vragen over zijn gesteld, het Fonds voor
Cultuurparticipatie, ODN ofwel het fonds voor de dansers en ten slotte
een hele hoop andere onderwerpen waar ook vragen over gesteld zijn en
die ik niet helemaal kon ordenen in blokjes.
Voorzitter. Ik moet u zeggen dat als u mij een jaar geleden had gevraagd
hoe ik mijn laatste debat in deze kabinetsperiode als cultuurminister
had gezien, ik mij dat heel anders had voorgesteld dan vandaag. De
crisis waarin we nu zitten, vraagt onze maximale aandacht. Dat is ook
logisch. Een aantal van u zei ook al dat de cultuursector een van de
zwaarst getroffen sectoren in deze crisis is: -32%. Het is dus terecht
dat de sector in deze crisis ook heel veel aandacht krijgt en veel
steun. We doen alles wat in onze macht ligt om de gevolgen van de
coronamaatregelen voor de cultuursector te dempen, maar het is ook
belangrijk om te blijven benoemen waarom we dat doen: omdat we het zo
belangrijk vinden dat schrijvers, theatermakers, filmers, ontwerpers en
beeldende kunstenaars de verhalen over onze omgeving en de wereld kunnen
blijven vertellen en omdat zij onze verbeeldingskracht misschien wel
juist nu moeten blijven uitdagen. Dankzij hun voorstellingen en verhalen
kunnen we onze eigen gedachten toetsen en ontwikkelen, en het erfgoed
blijft ons laten zien waar we vandaan komen en hoe we geworden zijn wie
we zijn. Kortom, cultuur laat in deze tijd eens te meer zien wat haar
intrinsieke waarde is. Het is belangrijk om dat nu te steunen, zodat we
niet alleen nu maar ook straks, als deze crisis voorbij is, van al dat
waardevolle in onze samenleving kunnen blijven genieten.
Voorzitter. Dat is ook meteen een van de misschien wrange lichtpuntjes
die ik, wat cultuur betreft, zie van de coronacrisis. Je hebt in deze
tijd in het cultuurdebat gemerkt dat cultuur misschien wel breder dan
daarvoor wordt gewaardeerd. Mensen zijn gaan zien hoe belangrijk die
sector is en hoe belangrijk het is om de mogelijkheid te hebben om te
genieten van een concert, een festival, muziek en theater. Ik hoor heel
veel meer mensen dan ik gedacht had, zeggen dat zij dat nu ontzettend
missen en dat zij het ontzettend belangrijk vinden dat dat blijft. Laten
we in dat opzicht misschien ook onze zegeningen tellen.
Dit kabinet had al voor het uitbreken van deze crisis vanuit overtuiging
stevig geïnvesteerd in de cultuursector met 325 miljoen voor de
erfgoedsector en structureel 80 miljoen voor de basisinfrastructuur en
een aantal specifieke thema's, zoals cultuureducatie en -participatie.
Daardoor werd het ook mogelijk om meer instellingen in de
basisinfrastructuur en bij de fondsen te honoreren. Gelukkig is er in
deze begroting ook vier keer 15 miljoen bij gekomen om het Fonds
Podiumkunsten aan te vullen.
Met deze middelen gebeuren natuurlijk fantastische dingen. Met de
erfgoedmiddelen is bijvoorbeeld de restauratie van de Sint Jan in Den
Bosch mogelijk gemaakt, maar ook — dat hebben we soms minder op ons
netvlies staan — het Waterloopbos in Marknesse. Ook worden meer
vrijwilligers gesteund in bijvoorbeeld de musea. Er is meer museumbezoek
voor scholieren mogelijk gemaakt. Tegelijkertijd hebben we een start
kunnen maken met de fair pay in de sector. Dat vind ik heel belangrijk.
Natuurlijk zijn we er nog niet, maar we hebben wel de eerste stap kunnen
zetten, met veel inzet van de sector daarbij. Maar we hebben in deze
kabinetsperiode ook een mooie plek voor het erfgoed in de Nationale
Omgevingsvisie, waarmee erfgoed echt een vaste plek krijgt in de
afweging die wij maken over de inrichting van onze omgeving. We hebben
ook geïnvesteerd in onze internationale culturele samenwerking en in nog
veel meer.
Maar de afgelopen acht maanden zijn we toch vooral bezig geweest met de
coronacrisis in de cultuursector en hoe we die het hoofd kunnen bieden.
En ja, dan zijn we blij met alles wat er te genieten valt en alles wat
ons perspectief blijft bieden. Ik ben er vooral van doordrongen dat we
in de sector moeten investeren om al dat moois te houden, want de zorgen
in de sector zijn groot: zorgen of je de deuren van je theater, je
museum of je bioscoop open kunt houden en hoeveel mensen je mag
ontvangen, zorgen of je door kunt gaan met het geven van danslessen of
zanglessen, zorgen over alle aanpassingen die nodig zijn om bezoekers en
cursisten veilig te kunnen ontvangen, niet in de laatste plaats zorgen
of je je baan wel houdt en of je nog een inkomen hebt en tot slot — dat
is voor de meeste makers misschien nog het zwaarst — ook zorgen of je
nog aan de slag kunt met datgene wat het belangrijkste is in jouw leven,
namelijk mooie dingen maken en het artistieke proces gaande
houden.
Ondanks al deze zorgen, die talrijk zijn, laat de sector zich van een
hele goede kant zien. Ik ben ongelofelijk onder de indruk van iedereen
in de sector. Ik ben onder de indruk van alle mooie initiatieven die er
zijn om het contact met publiek te onderhouden. Zoals je van deze sector
ook mag verwachten, is men daar buitengewoon creatief in. Denk
bijvoorbeeld aan de samenwerking afgelopen zomer tussen Museum Boijmans
Van Beuningen en Ahoy, waardoor je met een ter plekke geleende
elektrische auto kon kijken naar die fantastische collectie van Boijmans
Van Beuningen. Of kijk naar de voorstelling die onlangs in première ging
van Club Guy & Roni, Swan Lake, een voorstelling die nu live te zien
is in theaters. Daarbij zie je in kleine groepen een aantal scènes, maar
daarnaast is ook een onlinegameversie ontwikkeld door het onlinetheater
NITE HOTEL. Die voorstelling bereikt dus op diverse manieren het
publiek. Maar ik denk ook aan kleinere initiatieven waarbij
vrijwilligers proberen om binnen alle beperkingen te doen wat er nog wel
kan of waarbij muziekdocenten online lesgeven aan hun leerlingen.
De sector heeft zich buitengewoon wendbaar getoond, maar inmiddels is
wel gebleken dat we nog langere tijd te maken zullen hebben met
beperkingen. Daar zal ook deze sector het beste van moeten maken.
Hierbij komt naar boven dat de sector zich zeer wendbaar heeft getoond,
maar dat we wel heel erg moeten kijken naar de weerbaarheid van de
sector. Daar heeft de sector zeker op dit moment onze hulp bij nodig, nu
in concrete steun, maar ook voor straks: wat leren we van deze crisis om
te zorgen dat de sector er straks sterk uit komt, weerbaarder tegen dit
soort schokken.
Voorzitter. Ik zei het net al: nu de crisis langer duurt, heeft het
kabinet — ik zou zeggen: vanzelfsprekend — besloten dat ook de steun aan
deze sector verlengd moet worden. Het generieke pakket maatregelen is
natuurlijk verlengd. Daar heeft uw Kamer onlangs al een debat over
gevoerd met de betrokken bewindslieden, maar ook het specifieke pakket
voor de cultuursector is doorgetrokken tot 1 juli 2021.
Van het eerdere pakket van zowel generieke als specifieke steun maakte
de sector voor ongeveer 700 miljoen gebruik. Daar ben ik in mijn brief
van 16 november jongstleden op ingegaan. Er is in het voorjaar 300
miljoen ingezet om instellingen, makers en ondernemers in de culturele
en creatieve sector te ondersteunen in de periode tot en met december.
Daarbovenop komt nu dus een bedrag van 414 miljoen voor de periode van
januari tot juni 2021 en 40 miljoen extra voor het niet gesubsidieerde
deel in de podiumkunstensector. Voor de schade bij de lokale cultuur,
dus bij gemeenten, is 120 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten voor
2020. Daar komt eind dit jaar nog eens 8 miljoen bij voor de provincies.
In totaal gaat het inmiddels dus om zo'n 1,6 miljard waarmee
instellingen en ondernemers in de culturele en creatieve industrie
worden ondersteund. Die middelen zijn vooral bedoeld om dat artistieke
proces, dat zo belangrijk is, gaande te houden. Ik kom straks nog
uitvoeriger terug op de positie van de makers, maar wat we niet moeten
doen, is daar een tegenstelling creëren in de zin van: wat gaat nou naar
instellingen en wat gaat naar makers? Bij al die instellingen werken
makers en ze hebben elkaar allebei ook nodig. We moeten dus en-en doen
en zorgen dat daar een balans tussen is. Ik ga daar straks nader op
in.
Voorzitter. Ik heb u in een brief geschreven hoe dat pakket van 414
miljoen eruitziet. Een groot deel van dat pakket gaat naar het gewoon
doortrekken van de steun van 300 miljoen uit de eerdere maatregelen. Bij
de verlenging van die maatregelen hebben we vooral gekeken waar behoefte
is bij instellingen, bij ondernemingen en bij makers in de sector. We
hebben dus goed gekeken waar het goed gaat, waar men iets extra's nodig
heeft, waar we de regelingen misschien iets anders moeten maken.
Misschien is het goed om hier ook te memoreren dat we dit keer geen
rekening hebben gehouden met de reservepositie. Waar we dat bij de 300
miljoen nog wel deden, hebben we dat nu niet gedaan, want je kunt niet
blijven interen op reserves en we hebben ook niet altijd meer de actuele
cijfers daarvan.
In het pakket dat we nu hebben uitgewerkt, hebben we de keuze gemaakt om
verhoudingsgewijs meer middelen in te zetten voor makers en creatieve
professionals. Gelet op het debat van vanmorgen sluit dat ook aan bij de
wensen in uw Kamer.
In het tweede pakket is ook 150 miljoen beschikbaar gesteld om de lokale
en regionale infrastructuur te steunen. Dat zijn vaak de kleinere podia
en de kleinere theaters, maar er kan bijvoorbeeld ook heel veel
cultuureducatie mee gesteund worden. Er kunnen ook bibliotheken mee
gesteund worden. De financiering van bibliotheken is een lokale
verantwoordelijkheid. Hiermee geven we gemeenten de mogelijkheid om dat
te doen.
Verder versterken we ook de leenfaciliteiten bij het Nationaal
Restauratiefonds voor het erfgoed en de leenfaciliteiten bij
Cultuur+Ondernemen, die we ook iets hebben aangepast, niet alleen om
vrije producenten en makers te faciliteren in het maken van nieuwe
producties, maar ook om hun positie te verbeteren. We hebben gezorgd dat
die leningen ook toegankelijk zijn voor kleine zelfstandigen door ook
kleine leningen mogelijk te maken van bijvoorbeeld €10.000, met een heel
lage rente en goede voorwaarden, zodat zij ook weer kunnen investeren in
hun proces.
Met al deze accentverleggingen gaat er nu bijna 50 miljoen naar makers
en creatieve professionals. Dat doen we via de zes rijkscultuurfondsen,
die gezamenlijk met een pakket aan maatregelen komen om de werkpraktijk
van de makers te ondersteunen en het opdrachtgeverschap te stimuleren.
Dat gaat via heel directe subsidies. We hebben in het vorige pakket
gezien dat we daarmee geld vrij snel echt bij de makers kunnen
krijgen.
Daarnaast vergroot ik het budget van het programma Werktuig PPO. Daarbij
gaat het om de om- en bijscholing van zelfstandige makers. Dat geeft hun
de mogelijkheid van verbreding. Ik was daar laatst ook van onder de
indruk toen ik met hen in gesprek was. Een aantal makers zeiden: deze
tijd maakt het nodig dat wij onze praktijk verbreden. Zij worden daarin
ondersteund. We moeten er realistisch over zijn dat er ook gewoon makers
en zelfstandigen zijn die zeggen: in deze tijd gaat het mij niet meer
lukken om mijn eigen praktijk overeind te houden en ik moet mij dus om-
of bijscholen om op een andere manier mijn geld te verdienen. Maar daar
helpen we hen wel bij.
Daarnaast ondersteunen we de NPO bij de plannen om meer culturele
producties te ontwikkelen voor radio en televisie en om daar het komende
halfjaar een uitgebreid programma voor te maken. Daar zullen ook nieuwe
opdrachten aan makers van worden gegeven. Uiteraard kunnen in dit pakket
ook de rijksgesubsidieerde instellingen weer op steun rekenen. Ook
daarbij verwachten we dat die gesubsidieerde instellingen opdrachten
zullen geven voor nieuwe voorstellingen en nieuwe tentoonstellingen. We
gaan er daarbij van uit dat ook zzp'ers, flexwerkers, artiesten, vrije
producenten en jonge makers opdrachten krijgen en aan het werk gehouden
worden. Ik noem bijvoorbeeld het Nationale Theater, hier dichtbij, dat
altijd speelt. In wat zij op dit moment programmeren, krijgen juist heel
veel jonge makers een kans om hun productie te brengen. Dat zie ik op
heel veel plaatsen terug. Het Nationaal Restauratiefonds wordt met 20
miljoen aangevuld. Na overleg met de sector wordt ook het leenbedrag
verhoogd naar 3,5 miljoen.
Voorzitter. In het tweede pakket hecht ik er ook zeer aan om private
initiatieven verder te steunen. Ik vind het fantastisch hoe in deze tijd
ook de private fondsen en private gevers alles op alles zetten om de
sector zo goed mogelijk te ondersteunen. Ook om die reden stort ik 10
miljoen in het Kickstart Cultuurfonds. We hebben in de afgelopen maanden
gezien hoe dat Kickstart Cultuurfonds op een hele snelle en concrete
manier culturele ondernemers kan helpen bij het aanpassen van de
productie, van het theater en van het museum aan deze samenleving en aan
deze coronatijd. Heel veel ondernemers zijn daarmee ongelofelijk
geholpen geweest.
Tot slot ondersteun ik komend jaar ook het Theaterweekend, omdat het
heel goed is om juist in deze tijd te ondersteunen dat mensen op een
laagdrempelige manier kennis kunnen maken met het theater, zodat we
straks hopelijk ook weer breed publiek hebben.
In het nieuwe pakket nemen we ook een aantal nieuwe maatregelen. Ik
investeer onder andere 11 miljoen om te voorkomen dat instellingen en
filmproducenten waarvan de plannen door een onafhankelijke commissie als
positief zijn beoordeeld en dus van waarde zijn voor de culturele en
creatieve sector, in hun voortbestaan worden bedreigd. Instellingen die
buiten de subsidie vallen, krijgen hiermee dus een zachte landing. Een
hele hoop instellingen worden daar het komende halfjaar mee ondersteund.
Een deel van deze middelen gaat ook naar de Film Production Incentive,
zodat de investering in high-end series kan doorgaan.
Daarnaast investeren we 20 miljoen in de musea en de kunsthallen die
private collecties laten zien. Dat doen we langs twee lijnen: aan de ene
kant met het compenseren van inkomstenderving, zoals we dat ook bij
anderen doen, en daarnaast met een regeling voor het behoud en beheer
van hun collecties, juist omdat hier vaak jonge medewerkers meewerken
aan het behoud en het beheer van die collecties en omdat wij het
belangrijk vinden dat zij aan het werk kunnen blijven. Dat sluit ook aan
bij de hier eerder aangenomen motie-Ellemeet/Belhaj, die daarom
vroeg.
Voorzitter. Er zijn ook een aantal vragen gesteld over de steun van 150
miljoen voor de gemeenten.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Was dit het einde van het kopje zzp-makers?
Minister Van Engelshoven:
Nee, daar moet ik nog aan beginnen.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
O, dit was nog de introductie?
Minister Van Engelshoven:
Dit was nog de introductie daarvan.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Oké. Goed.
Minister Van Engelshoven:
Een aantal van u had vragen over de 150 miljoen voor de gemeenten. Laat
ik die hier alvast meenemen. Mevrouw Geluk-Poortvliet stelde de vraag:
krijgen de gemeenten waar veel geld uit de BIS of de fondsen naartoe
gaat, nu weer extra uit die 150 miljoen? Nee, met die 150 miljoen
sluiten we aan bij wat gemeenten eerder investeerden in cultuur. Dus een
gemeente die zelf investeert, krijgt nu ook meer steun. Het gaat dus
niet om wat er al vanuit het Rijk bij die gemeente landde, maar om wat
de gemeente zelf deed volgens — uit mijn hoofd — de Iv3-verdeling uit
het Gemeentefonds.
Velen vroegen: waarom gaat dat niet via een doeluitkering? De
doeluitkering kennen wij niet meer. Je kunt het op drie manieren doen:
de algemene uitkering uit het Gemeentefonds — dan komt het zogezegd in
de grote pot — de decentralisatie-uitkering en de zogenaamde SPUK, de
specifieke uitkering. Waarom hebben wij nou gekozen voor de
decentralisatie-uitkering? Dat is eigenlijk wat bedoeld wordt met een
doeluitkering. Bij de specifieke uitkering had ik van tevoren moeten
bepalen per gemeente: dat moet naar dat en dat type instelling voor
zoveel en dat moeten ze ook specifiek aan mij verantwoorden. Dat vonden
wij met de gemeenten samen een ondoenlijke operatie, die gemeenten
onvoldoende vrijheid geeft om te kijken waar lokaal de grootste nood
zit. Bovendien zou het zware administratieve lasten met zich meebrengen.
Volgens mij is dat niet wat wij willen. Een algemene uitkering vond ik
wat te vrijblijvend, want dan komt er inderdaad geen label op. Wat we nu
doen met deze decentralisatie-uitkering is dat er in de
decembercirculaire per gemeente een bedrag komt dat men kan besteden aan
cultuur. U heeft in de bijlage bij mijn brief kunnen zien welk bedrag
dat is, dus daar kan in geen enkel college en in geen enkele
gemeenteraad een misverstand over ontstaan. Ik weet dat de sector heel
nauwlettend in de gaten houdt dat dat geld in die gemeente ook aan
cultuur wordt uitgegeven. Bovendien zullen wij ook monitoren dat dat
gebeurt. Dus volgens mij zijn er in die zin voldoende waarborgen dat dat
geld ook daadwerkelijk aan cultuur wordt besteed.
De heer Paternotte (D66):
Volgens mij zijn dat allemaal heel geruststellende woorden van de kant
van de minister. Maar ik wil het nog even scherp maken. Begrijp ik
hieruit dat gemeenteraden en colleges in principe überhaupt niet de
wettelijke ruimte hebben om dit te besteden aan andere doelen dan
cultuur en de besteding zich dus zal beperken tot waar dat nodig is
binnen het cultuurdomein?
Minister Van Engelshoven:
Bij zo'n brede doeluitkering ... Stel dat een gemeenteraad in
meerderheid besluit om dat geld toch anders te besteden. Dan kunnen wij
daar geen stokje voor steken. Alleen, het college, de gemeenteraad en de
sector in de gemeente weten dat dit geld is gelabeld voor cultuur. Ik
heb hier nadrukkelijk overleg over gevoerd met de VNG, het IPO, de
stedelijke regio's en met de sector zelf. Hoe kunnen we dit nou op de
meest verstandige manier doen? Dit was de uitkomst van dat debat.
Debatten over steun aan de culturele sector zijn in de gemeenten ook
openbare debatten, dus ik ga ervan uit dat iedereen dat ook nauwlettend
in de gaten zal houden. Maar als u mij vraagt of ik er een stokje voor
kan steken als een gemeenteraad anders beslist, dan is het antwoord
daarop nee.
De heer Paternotte (D66):
Dat is op zich helder. Ik heb met een aantal wethouders contact gehad en
ik heb het idee dat dit in vrijwel alle gemeenten helemaal geen
discussie zal zijn, omdat inderdaad glashelder is waar dat geld voor
bedoeld is. Maar als een gemeenteraad het toch op de heupen krijgt en
besluit om bijvoorbeeld de parkeerbelastingen tijdelijk te verlagen, dan
hoort u dat waarschijnlijk snel. Heeft u op dat moment dan ook
instrumenten om voor die gemeente bijvoorbeeld een uitkering wel
degelijk specifieker te maken?
Minister Van Engelshoven:
Nee, want dat heet ook wel gewoon "lokale democratie". Maar je kunt er
wel van uitgaan dat de desbetreffende wethouder meteen een telefoontje
van mij kan verwachten dat dit niet de bedoeling was. Ik heb nergens de
indruk gekregen dat men voornemens heeft om dat geld anders te besteden.
Als oud-wethouder kan ik ook wel zeggen: als er een decembercirculaire
in het college valt waarbij staat dat dat geld voor cultuur is bedoeld,
dan vloeit dat geld ook naar de cultuurwethouder, tenzij je een enorme
andere noodsituatie hebt. Zo gaat dat ook wel aan de gemiddelde
collegetafel.
De voorzitter:
Dit leidt tot een vraag bij mevrouw Van den Hul.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Ja, want de minister zegt dat echt oormerken te ver gaat, maar dat is in
het verleden toch wel gebeurd, bijvoorbeeld met de gelden voor
jeugdarmoede? Daarbij is toch ook wel sprake geweest van een
doeluitkering?
Minister Van Engelshoven:
Mevrouw Van den Hul, wat ik u net heb uitgelegd, is dat wij de
doeluitkering niet meer kennen. We hebben de algemene uitkering, de
decentralisatie-uitkering of de SPUK. Bijvoorbeeld laaggeletterdheid of
vsv doen wij via die decentralisatie-uitkering, omdat het dan via de
circulaire gelabeld is, maar niet zoals bij de SPUK heel precies — "u
krijgt dit bedrag voor precies dat doel" — omschreven is. Dan moet je
het veel specifieker gaan omschrijven. Binnen de instrumenten die we
hebben, is dit dus volgens mij het beste wat we kunnen doen: heel
gericht gelabeld inzetten, maar wel met beleidsruimte voor de gemeente.
Dan kan die gemeente kijken wat op dat moment het hardst steun nodig
heeft. Is dat het museum, het theater, het poppodium of de bibliotheek?
Ik vind het ook echt goed dat men lokaal dat maatwerk kan leveren, want
wij kunnen niet van hier uit overzien waar in welke gemeente de noden
precies het hoogst zijn. Als ik dat via een specifieke uitkering zou
doen, zou ik dat allemaal aan de voorkant moeten labelen en zou men dat
ook op die manier aan mij moeten rapporteren.
Voorzitter. We hebben al eerder in dit huis gediscussieerd over de
basisinfrastructuur. Volgens mij moeten we dat hier niet overdoen. Er
zijn nog wel een aantal specifieke instellingen, waar u veel vragen over
heeft gesteld. Daar kom ik straks op terug.
Voorzitter. Even kijken wat nu een handige volgorde is. Ik ga dadelijk
nog wat dieper in op alle maatregelen en de situatie zoals die nu is,
maar het is misschien wel goed om dit moment ook even te nemen om
vooruit te blikken op de komende jaren. De komende vier jaar zijn meer
culturele instellingen dan ooit — of we het nu hebben over opera of
ontwikkelplek — verzekerd van een vaste plek in de basis. Er is meer
ruimte gekomen. We hebben ruimte genomen voor verbreding en vernieuwing.
Er is meer geld in de regio terechtgekomen, dus ook de spreiding over
het land is beter geworden. We zullen zeker ook het komend jaar coulance
bieden binnen die subsidies, om er ook voor te zorgen dat al die
instellingen zich kunnen aanpassen aan deze tijd. De zekerheid van die
meerjarige subsidie geeft ook stabiliteit in een hele onzekere
tijd.
We zien ook dat deze periode de zwakke plekken in ons stelsel heeft
blootgelegd. Een aantal van u heeft daarover gesproken. Het is een
sector met meer zzp'ers dan waar dan ook, zzp'ers die vaak maar kleine
contracten hebben, die soms moeilijk voor steun in aanmerking komen. We
zien dat ook over de volle breedte van het werk, van geluidsman of
geluidsvrouw, van uitvoerend kunstenaar op lokaal niveau tot uitvoerend
kunstenaar op wereldniveau. Eerlijke beloning is in deze sector nog
steeds kwetsbaar. We zetten daarin stappen, maar daarmee zijn we er nog
niet. We zien ook, en dat hebben we ook zeker in deze tijd gezien, een
ingewikkelde verdeling tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde
sectoren, de vrije markt en hoe ingewikkeld de betalingen lopen.
De Raad voor Cultuur heeft ook op mijn verzoek gekeken naar dat stelsel
en naar wat deze tijd ons leert voor het stelsel van morgen. Afgelopen
week hebben ze mij een advies uitgebracht met als titel Onderweg naar
overmorgen. Daarin zeggen ze eigenlijk: ga vooral nu alvast nadenken
over hoe het stelsel er straks moet uitzien en over wat we van deze
crisis kunnen leren voor dat nieuwe stelsel. Ik vind dat een verstandige
route om te gaan. We moeten daar ook over nadenken. Eigenlijk komt het
allemaal neer op de vraag hoe we de culturele wereld in Nederland in z'n
geheel weerbaarder maken. Dan moeten we het inderdaad hebben over de
verwevenheid van de lokale infrastructuur en de lokale
verantwoordelijkheid met die van het Rijk. De optelsom van de lokale
verantwoordelijkheid is namelijk veel groter dan die van het Rijk. Hoe
zijn die met elkaar verweven en hoe kunnen we daarin slimmer met elkaar
optrekken? Gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd. De positie van de
kwetsbare zzp'ers. Hoe kunnen we meer optrekken ook met de private
fondsen? En hoe kunnen we omgaan met het verdienvermogen in de sector?
We hebben gezien dat de sector daarin de afgelopen jaren noodgedwongen
grote stappen heeft gezet, maar dat maakt de sector tegelijkertijd
kwetsbaar.
Er ligt een goed advies van de Raad voor Cultuur. De heer Van den Berge
maar ook anderen vroegen mij wat mijn reactie is op dat advies. Ik denk
dat het een verstandig advies is, dat aan de ene kant zegt: je moet nu
met een aantal zaken gaan experimenteren. Er moet bijvoorbeeld meer
digitaal. Het plan dat we daarvoor bijvoorbeeld met de NPO hebben, biedt
daar ruime mogelijkheden voor. Aan de andere kant moet je ook nadenken
over ruimtelijke ontwerpen. Hoe moeten zalen er in de toekomst uitzien?
Je moet gaan kijken naar verdienvermogen, maar je moet ook het stelsel
gaan heroverwegen en daarover zou ik nu nog geen uitspraken willen doen.
Daar wil ik niet op vooruitlopen.
Ik heb de afgelopen weken heel veel gesprekken gehad met makers in de
sector. Die zeiden tegen mij: beslis daar alsjeblieft niet te snel over;
ga niet nu al zeggen "doe dit of doe dat", maar laat dit even
uittrillen, kijk even goed hoe we met elkaar verder komen en wat er nu
aan creativiteit ontstaat. Ik vind wel dat we dat proces in gang moeten
zetten. Ik ga dan ook met de raad kijken hoe ik met de raad, maar vooral
ook met de sector zelf, kan optrekken om tot een verbeterd voorstel te
komen voor het culturele bestel in de toekomst, zodat een nieuw kabinet
daar een besluit over kan nemen. Ik zou het namelijk vreemd vinden om
daar als minister in deze periode nog een besluit over te nemen. Ik vind
wel dat we erover moeten gaan nadenken, maar ik vind het echt aan een
nieuw kabinet om dat besluit te nemen. We moeten dat proces nu wel in
gang zetten.
Het is dan ook buitengewoon verstandig om nu al te zeggen: met deze
crisis zijn naast de kracht van ons stelsel ook een aantal hele
fundamentele kwetsbaarheden van dat stelsel naar boven gekomen. Daar
moeten we in de toekomst het hoofd aan gaan bieden. Ik ga mij beraden op
hoe ik dat proces in gang zet, maar voor mij staat één ding vast: dat
moeten we wel met de hele sector gezamenlijk doen, gesubsidieerd,
niet-gesubsidieerd, groot en klein en over het hele land
verspreid.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Dat is een mooi antwoord van de minister. Ik snap ook dat ze zegt: ik
kan die beslissingen nu niet nemen, maar ik wil het wel in gang zetten
en voorstellen gaan uitwerken voor een volgend kabinet. Ik denk dat dat
heel goed is. Ik zou daarbij willen vragen om naast de kwetsbaarheden
die de crisis heeft blootgelegd, ook te kijken naar de kansen die de
crisis biedt. Ik ben zelf bijvoorbeeld vaak kritisch op bijvoorbeeld
ondemandstreamingdiensten die te weinig aan makers betalen. Dat is
doorgaans ook zo, maar ze hebben wel een noodfonds ingesteld voor
Nederlandse filmmakers. Daar zie je dus eigenlijk ook een mooie
samenwerking tussen privaat en deels publiek. Zo zijn er meer
voorbeelden. Ik vind zelf het voorstel van Frascati en PLAN Brabant
interessant. Naast de reguliere talentontwikkeling willen ze kijken hoe
ze zzp'ers wat meer zekerheid kunnen geven. Ik denk dat de crisis dus
ook kansen biedt en het zou mooi zijn om dat mee te nemen in dit
proces.
Minister Van Engelshoven:
Ja, zeker. Het is heel terecht dat u dit zegt. De sector zelf zegt: we
zien een aantal dingen gebeuren die we straks kunnen meenemen in het
nieuwe stelsel, maar laat dat gewoon nog maar even gebeuren, zodat we
nog meer lessen kunnen leren. Het is wel goed om dat te doen.
Voorzitter. Ik kom nu bij het blokje zzp'ers en makers. Ik geloof dat u
daar allemaal vragen over had. Het moge duidelijk zijn, bij het tweede
steunpakket is mijn inzet geweest dat we zo veel mogelijk geld terecht
moeten laten komen bij de makers, bij zelfstandigen. Nogmaals, ook bij
instellingen werken heel veel makers. Zij worden daar aan het werk
gezet. We moeten dat niet zien als een tegenstelling, maar iets wat
dezelfde kant op beweegt. Zelfstandigen en makers in de sector houden we
het liefst aan het werk, maar als dat niet kan, is er bijvoorbeeld de
Tozo als een van de generieke maatregelen. In het eerste steunpakket
hebben we 27 miljoen uitgetrokken voor makers en creatieve
professionals. Dat wordt nu 50 miljoen. Dan gaat het om subsidies via de
rijkscultuurfondsen. Bij het eerste pakket hebben we gemerkt dat dit
heel goed werkt en dat het geld rechtstreeks bij de makers terechtkomt.
Ik zei het net al, leningen bij Cultuur+Ondernemen komen ook terecht bij
zelfstandigen. We stellen extra middelen voor scholing beschikbaar. Het
cultuurplan bij de NPO is ook bedoeld om meer makers aan het werk te
zetten. Ten slotte ga ik ervan uit dat instellingen die steun ontvangen
hun uiterste best doen om zo veel mogelijk makers en creatieve
professionals aan het werk te houden. Ik ga er ook van uit dat gemeenten
dat zullen doen, dus dat ze in hun eigen omgeving kijken hoe ze lokaal
hun makers aan het werk houden. Ik zie ook heel goede voornemens daartoe
bij gemeenten.
Een aantal van u vroeg of het trickledowneffect wel werkte. Hoe zit het
met het onderzoek naar de zzp'ers? Ik hecht eraan om hier het volgende
te zeggen. Geen misverstand: ook ik zie, net als iedereen volgens mij,
dat met name de zzp'ers in de culturele en creatieve sector heel hard
worden geraakt. Het recente onderzoek van het CBS, waar ik ook in mijn
brief naar verwees, bevestigde dat ook. Dat is ook precies de reden
waarom we bij het tweede steunpakket hebben gezegd dat daar meer geld
naartoe moet. Maar ook het geld dat naar de instellingen gaat moet daar
naartoe. Inderdaad was er een onderzoek van de NAPK. 71% van hun leden
heeft daarop gereageerd. 78% van deze NAPK-leden gaf aan dat de steun
geheel of gedeeltelijk doorging naar de zelfstandigen. Ik zie dat
onderzoek wel als een indicatie dat in ieder geval een deel van het geld
daar terechtkwam. Via de CBS-onderzoeken kijken we hoe we dat preciezer
in beeld kunnen krijgen.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Verschillende fracties hadden het er in de eerste termijn over dat het
echt bij de makers terecht moet komen. De minister zegt terecht dat het
niet of-of maar en-en is: én instellingen én makers. Onze zorg zit hem
vooral in die niet-gesubsidieerde hoek. We lezen in de brief dat
uiteindelijk 6.000 tot 7.000 makers bereikt zullen worden. Welk
perspectief biedt de minister aan de makers die buiten de regelingen en
ook buiten de subsidiekaders vallen, de groep die eigenlijk nergens
onder valt? Wat kan de minister voor hen betekenen?
Minister Van Engelshoven:
Wat wij zo goed mogelijk proberen te doen, is de keten op gang houden en
instellingen, makers en cultuureducatie dus zo veel mogelijk
ondersteunen. Maar we moeten soms ook eerlijk zijn naar elkaar. In een
crisis die zo groot is als deze en die de cultuursector zo hard raakt,
zal het niet lukken om elke zelfstandige maker in de culturele sector
aan het werk te houden. Daarom zegt het kabinet ook dat we voor die
groep van zelfstandigen de Tozo hebben. Ik weet dat dat op de lange
termijn geen perspectief biedt, vandaar dat we zeggen dat je ook moet
inzetten op scholing. Het kabinet wil dat mensen van werk naar werk gaan
en zet daar ook op in. Dat zien we ook gebeuren. Ook ik geef daarvoor
extra middelen, zodat we mensen die op dit moment hun werk niet kunnen
behouden, toch perspectief kunnen bieden. En ja, dat betekent voor
sommige zelfstandigen — ik hoop dat we die groep zo klein mogelijk
kunnen houden — dat ze, al is het maar tijdelijk, zullen moeten omzien
naar ander werk. Dat is het eerlijke verhaal dat we elkaar moeten
vertellen. Want hoe goed we ook proberen om de sector te steunen, als
theaters maar beperkt open zijn, er geen festivals en geen grote
concerten zijn, is er voor een deel ook geen werk. U hebt in de debatten
met het kabinet over de generieke steunpakketten afgesproken wat we
doen, bijvoorbeeld in het kader van een maatregel als de TVL, waar
beeldend kunstenaars nu onder vallen. Heel veel makers in de
zelfstandige praktijk vallen ook onder de TVL. Wat ik als minister doe
en wat de gemeenten doen in de keten is: zo veel mogelijk mensen in het
artistiek proces aan het werk houden, er eerlijk over zijn dat het niet
iedereen gaat lukken en ondersteunen bij scholing en verbreding om toch
anderszins een inkomen te kunnen blijven verdienen.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Ik hoor wat de minister zegt. De minister gaf net ook aan dat er al
mensen zijn die worden omgeschoold. We zagen afgelopen weekend daar nog
een onderwijsvoorbeeld van met een aantal zijinstromers op de pabo. Toch
ben ik er niet gerust op. De groep is best groot en daar zitten ook
mensen bij die ontzettend belangrijk zijn voor de toekomst van ons
cultuurlandschap. Mijn vraag aan de minister is toch: wat kunnen we,
behalve ons erbij neerleggen dat een deel deze crisis niet gaat
overleven, nog meer doen, juist voor die groep waar we het nu over
hebben, die dus buiten de boot valt maar wel echt steun verdient? Is de
minister bereid om te kijken wat er verder nog mogelijk is, juist om te
zorgen dat ze niet buiten de boot vallen?
Minister Van Engelshoven:
Ik heb net al gezegd: binnen het steunpakket dat wij hebben, binnen wat
we aan reguliere subsidies doen in de BIS en in de fondsen, heb ik
continu met gemeenten, met de taskforce en met de hele sector zelf
overleg over wat we met elkaar kunnen doen om maximaal mensen aan het
werk te houden en het artistieke en creatieve proces gaande te houden.
Dat vind ik namelijk heel belangrijk. Alleen, we moeten ook realistisch
zijn: het gaat niet voor iedereen lukken. Samen met collega Slob hebben
we de subsidies voor meer handen in de klas. We weten ook dat we,
bijvoorbeeld daar waar docenten ziek worden en klassen naar huis
gestuurd dreigen te worden, niet meteen heel veel mensen klaar hebben
staan als bevoegd docent. Maar we hebben wel mensen uit bijvoorbeeld de
creatieve sector die een dag op school les kunnen geven. Dat is ook een
manier om aan het werk te gaan. Ik zie gelukkig dat scholen weer
inzetten op cultuureducatie. Het is dus en-en-en: heel veel naast elkaar
zetten om zo veel mogelijk mensen aan het werk te houden. Dat doen we
ook met particuliere initiatieven. De particuliere fondsen helpen mee.
Doordat ik bijvoorbeeld 10 miljoen in het Kickstart Cultuurfonds stop,
gaan private fondsen ook weer geld bijleggen. Zo geven we overal
impulsen om mensen aan het werk te helpen. Maar in een crisis zo groot
als deze gaat dat nooit voor iedereen lukken. Dat realisme heb ik ook.
In alle sectoren die zwaar getroffen zijn, lukt het niet om iedereen aan
het werk te houden.
De heer Kwint (SP):
Dat zal iedereen tot op zekere hoogte begrijpen. De minister zegt nu een
paar keer dat we geen tegenstelling moeten schetsen tussen makers en
instellingen. Volgens mij was dat niet het punt. Het punt was meer of
deze manier van ondersteunen werkt. Zorgt hij ervoor dat het via de
instellingen uiteindelijk bij de makers terechtkomt? "Trickle down"
suggereert in ieder geval dat er ergens iets naar beneden druppelt. Voor
een heleboel makers is dat niet de realiteit waarbinnen ze werken,
misschien omdat instellingen dicht zijn, misschien omdat ze helemaal
zelfstandig zijn, misschien omdat ze ... In tegenstelling tot een
cellist die wordt ingehuurd bij een strijkkwartet, wordt een beeldend
kunstenaar niet ingehuurd om ergens onderdeel van te zijn. Hij maakt
iets, stelt dat tentoon en verkoopt het. Zo zullen meerdere onderdelen
van de culturele sector, juist de zelfstandigen die nu helemaal geen
opdrachten hebben, niets van doorstroom van instellingen ervaren. Is het
mogelijk om specifiek voor deze groep te kijken of bijvoorbeeld zoiets
als de partnertoets geschrapt kan worden, juist omdat de
inkomensgevolgen daar zo ontzettend groot zijn? Er is immers geen
instelling waar je aan verbonden bent en er druppelt niks naar beneden
vanuit het hulppakket.
Minister Van Engelshoven:
De discussie over de partnertoets in de Tozo heeft u volgens mij met de
collega van Sociale Zaken gevoerd. Wij hebben voor zelfstandigen één
steunmaatregel, los van de sector waaruit je komt. Nogmaals, via de
instellingen worden makers wel degelijk bereikt. U noemt het voorbeeld
van beeldend kunstenaars. Het Mondriaanfonds heeft middelen voor
opdrachten aan beeldend kunstenaars. Beeldend kunstenaars die een
zelfstandige praktijk hebben, vallen onder de TVL. Beeldend kunstenaars
kunnen, als ze zelfstandig ondernemend beeldend kunstenaar zijn, bij
Cultuur+Ondernemen kijken of ze een lening kunnen krijgen. Zo proberen
we langs allerlei kanten zo veel mogelijk iedereen te bereiken, maar we
moeten niet zeggen dat er niets bij de makers terechtkomt als we
instellingen steunen. Dat is niet waar, dus dat beeld moeten we niet
schetsen. Lost dat alles op? Dat heeft nooit iemand beweerd. Ik heb ook
het plaatje van de Kunstenbond gezien over trickle down en trickle up.
Je moet beide doen en dat is precies wat we met dit pakket doen. We
steunen heel veel instellingen, we steunen gemeenten, maar we steunen
ook de fondsen. We steunen dus van onderop via opdrachten aan
zelfstandige makers. Bij elkaar moet dat leiden tot een zo optimaal
mogelijke steun aan zowel de instellingen als de makers. Die hebben
elkaar ook heel hard nodig. Er is geen instelling die zich niet
realiseert dat ze uiteindelijk ook voor haar eigen voortbestaan
afhankelijk is van makers die daar op het podium staan. Ik ben continu
met de sector in gesprek over de vraag hoe we dat met elkaar zo goed
mogelijk kunnen doen. Het pakket dat er ligt, is ook de resultante van
die gesprekken. Dit is niet iets wat wij in ons eentje op het ministerie
zitten te bedenken. Na heel veel gesprek en overleg met de sector kom je
uiteindelijk tot een pakket waarvan je met elkaar zegt: op deze manier
helpen we met het beschikbare budget de sector in den brede zo goed
mogelijk deze crisis door.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Vooropgesteld: het is natuurlijk goed dat er in het tweede steunpakket
meer geld voor de makers komt. De minister zegt: er zullen ook mensen
uit de sector vertrekken, al is het maar tijdelijk. Dat is precies waar
mijn zorg zit. We lezen bijna elke dag krantenartikelen over de talent
drain die gaande is en we zien de CBS-cijfers. Heel veel mensen die nu
vertrekken zijn niet zomaar vervangbaar. Het gaat ook om heel goede
geluidstechnici achter de schermen en decorbouwers. Daarom wil ik toch
een dringende oproep doen, een oproep die aansluit op die van collega
Kwint: we moeten kijken of we niet alleen een basisinfrastructuur, maar
ook een basiscapaciteit en een basisexpertise op de been kunnen houden.
Daartoe zouden we ook met de gesubsidieerde instellingen afspraken
moeten maken. Het gaat ook mij niet om een tegenstelling; helemaal mee
eens. Maar het gaat er wel om hoe we ervoor zorgen dat we een
basisinfrastructuur inclusief makers overeind houden. Daar maak ik me
wel grote zorgen over. We zien de CBS-cijfers en we hebben zelf een
onderzoek laten doen, samen met het Platform voor Freelance Musici,
waaruit zorgwekkende cijfers naar voren komen over het doorsijpeleffect.
Welke mogelijkheden ziet de minister om ook de basiscapaciteit waar het
gaat om mensen, om expertise en om talent op peil te houden?
Minister Van Engelshoven:
Wat de heer Van den Berge vraagt, is eigenlijk wat ik bijna iedere dag
doe. Ik ben met de sector in zijn hele breedte en diversiteit in gesprek
over de vraag hoe we die puzzel zo goed mogelijk en voor zo veel
mogelijk mensen passend maken. Als ik de vrije producenten vraag "hoe
kunnen we ervoor zorgen dat u straks weer producties kunt maken?", dan
blijkt dat deze mensen zich heel goed realiseren dat ze daarvoor
technici, decorbouwers en kostuumontwerpers nodig hebben. Die
producenten zijn zich, of ze nou gesubsidieerd zijn of niet, als geen
ander ervan bewust dat ze afhankelijk zijn van kwaliteit in de hele
keten. Daarover heb ik continu het gesprek met hen. De vrije producent
die zou zeggen "steun mij en voor de keten heb ik even geen oog", weet
ook dat hij zichzelf flink in de vingers snijdt en in de periode daarna
geen goede productie meer van de grond krijgt. We zien dat die keten
ingewikkeld in elkaar zit. Het hele pakket is erop gericht om in de hele
breedte te steunen wat nodig is om in den brede de basisinfrastructuur
in de keten overeind te houden. Ik maak er wel een kanttekening bij,
namelijk dat je in een crisis van deze omvang ook realistisch moet zijn:
het gaat niet iedereen lukken. Ik vind dan ook dat ik de
verantwoordelijkheid moet nemen om ook middelen vrij te maken voor
bijvoorbeeld scholing.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Toch nog een vraag op dit punt. Ik snap wat de minister zegt, maar mijn
zorg is dat we vooral zicht hebben op de mensen die al een
subsidierelatie met de overheid hebben — dat is ook logisch, want die
doen projectvoorstellen op papier — maar dat we zo weinig zicht hebben
op al die creatieve ondernemers die jarenlang zelf de broek hebben
opgehouden, om het zo te zeggen. Ik hoor dit ook van wethouders met een
cultuurportefeuille van niet alleen mijn partij maar ook andere
partijen. Ik doe echt een dringend beroep op de minister. Als ze zegt
"dat doe ik al", dan zou ik daar graag meer zicht op hebben. Hoe werkt
dat concreet uit in cijfers? Hoeveel mensen worden geholpen? Hoeveel
capaciteit wordt in de benen gehouden? Ik hoor namelijk andere verhalen
van makers zelf en ook wel van lokale bestuurders. Misschien praten we
langs elkaar heen, maar ik zou graag meer zicht hebben op wat we
concreet doen en wat het effect daarvan is.
Minister Van Engelshoven:
Dat is een terechte vraag van de heer Van den Berge. We moeten er met
elkaar voor zorgen dat we het niet alleen hebben over beelden en
signalen die we krijgen. We moeten het echt goed in kaart brengen. Wat
is nou de impact van deze crisis op de sector in den brede? Mede op
verzoek van de taskforce, waarin de hele sector vertegenwoordigd is,
laten wij een onderzoek doen door de Boekmanstichting naar hoe dit
uitwerkt voor het hele veld. Dat is een breed onderzoek. Juist om de
vinger heel goed aan de pols te houden, doen we dit samen met de
taskforce. Mijn ministerie is daarbij betrokken, het CBS omdat die veel
cijfers hebben, maar ook het veld zit daarbij in een
begeleidingscommissie. Eigenlijk is hierbij de vraag wat nou de impact
is van deze crisis op een aantal gebieden of op de omzet in de hele
sector. Hoe zien de kosten eruit? Hoe zit het met betalingen aan
zzp'ers? En een hele belangrijke, wat is de economische schade als
geheel? Maar ook bijvoorbeeld, wat zijn de verschuivingen in
werkgelegenheid? We verwachten ook dat er wel verschuivingen in zijn
waar mensen wel en niet aan het werk komen.
Dat verwachten we in het komend voorjaar te kunnen opleveren. Dan weten
we heel precies hoe het zit. Door in gesprek te zijn met al deze groepen
denken we dat we het nu zo goed mogelijk in het steunpakket hebben
gedaan. Het voorjaar krijgen we er ook nader zicht op hoe dat uitwerkt,
zodat we ook op basis van die gegevens de mogelijkheid hebben om zo
nodig bij te stellen. Dat is natuurlijk wat we continu blijven doen: de
vinger aan de pols houden en waar nodig bijstellen. Ik zie ook dat heel
veel brancheorganisaties apart een enquête doen onder de achterban; u
krijgt die onderzoeken. Ons verzoek, dat ik hier mede doe namens de
taskforce, is ook om dat nu misschien even niet te doen en met z'n allen
de schouders eronder te zetten om in de breedte dat onderzoek goed te
doen. Want dan kunnen we het misschien net iets zorgvuldiger doen en net
iets completer dan heel veel enquêtes van heel veel brancheorganisaties,
hoe waardevol ook. We brengen dit gewoon heel precies in kaart.
Voorzitter. Dat was mijn blokje over de zzp'ers en de makers. Dan waren
er vragen, met name van de heer El Yassini over de inzet van de 40
miljoen voor de vrije producenten. Met name toen we een paar weken
geleden moesten besluiten om theaters weer echt te sluiten, hebben we
met elkaar geconstateerd dat er vrije producenten zijn die het toch al
niet makkelijk hadden. Die hebben nu geïnvesteerd in producties om dit
najaar, een belangrijk moment om je geld te verdienen als vrije
producent, opnieuw te verdienen. Dat zijn in de kern gezonde bedrijven,
maar die nu wel heel hard geraakt worden in hun verdienvermogen. Het
effect van deze steun moet zijn dat producenten weer kunnen investeren
in een nieuw seizoen, dat er straks gewoon aanbod is in theater en
concertzaal en dat er uiteindelijk voor heel veel mensen werkgelegenheid
is. De regeling biedt dus gedeeltelijk compensatie voor kosten van
investeringen die nu niet kunnen worden terugverdiend. Het bedrijf moet
wel in de kern financieel gezond zijn; daar kijken we naar. En je moet
opnieuw willen investeren in producties. Dat vind ik ook een belangrijke
voorwaarde, want we willen vooral de werkgelegenheid op peil houden. Dus
het gaat om compensatie van investeringskosten, gekoppeld aan producties
die gepland stonden in het laatste kwartaal van dit jaar en het eerste
halfjaar van 2021.
De doelgroep zijn vrije producenten in de podiumkunsten die geen vaste
subsidierelatie hebben met de overheid. De regeling zal zich primair
richten op producenten die investeren in producties voor verschillende
podia, schouwburgen en concertzalen van Nederland. Dat kan gaan om
zzp'ers; dat zijn vaak vrije producenten, maar ook om ondernemingen. En
het gaat ook om muzikale producties.
Wat niet in deze regeling valt, zijn de hele grootschalige evenementen,
festivals en het aanbod op scholen. Die laten we hier buiten. Het FPK
zal deze regeling uitvoeren en we maken deze regeling ook bijvoorbeeld
in nauw overleg met vertegenwoordigers van de sector, waaronder de VVTP.
We hopen deze regeling zo snel mogelijk rond te hebben. Daarnaast kan
deze groep gebruikmaken van de generieke maatregelen. Met name de NOW en
de TVL doen zeker ook wat voor deze groep ondernemers. Zij kunnen ook
terecht, bijvoorbeeld als het gaat om aanpassingen in theaters, bij het
Kickstart Cultuurfonds. Daarnaast kunnen vrije producenten ook bij
Cultuur+Ondernemen terecht voor leningen.
De heer Paternotte vroeg in dit kader waar de cultuurmakers zonder
directe subsidierelatie normaal terechtkunnen. Die kunnen altijd al
terecht bij het ministerie van EZK. We hebben bij EZK de topsector
creatieve industrie, die eigenlijk het reguliere aanspreekpunt is voor
de creatieve sector. In een hoop allianties werkt men daar samen.
Bijvoorbeeld bij het gesprek dat wij — de staatssecretaris van EZK, de
minister van VWS, de minister van JenV en ikzelf — nu voeren met de
evenementensector over de fieldlabs, is de topsector creatieve industrie
nauw betrokken als het vaste aanspreekpunt daar.
De heer Paternotte vroeg in dit kader — ik neem dit mee bij het punt van
de vrije producenten omdat zij niet gesubsidieerd zijn — naar de Parade.
Ik wil met hen in gesprek over hoe we hen kunnen steunen. Dat wil ik
graag doen. De constructie bij de Parade is best complex, want er treden
ook gesubsidieerde theatermakers op. Maar ik kan me goed voorstellen dat
voor hen iets als het Kickstart Cultuurfonds of een lening bij
Cultuur+Ondernemen soelaas zou kunnen bieden. Ik ga graag met hen het
gesprek aan hoe we dit festival, waar ook heel veel jonge theatermakers
een kans krijgen om zich te laten zien, in deze tijd overeind kunnen
houden. Zij hebben in die zin best een bijzondere constructie.
De heer Paternotte (D66):
Dank voor die toezegging. Wat de minister zegt, schetst inderdaad hoe
ingewikkeld het soms kan zijn. In dit geval de Parade biedt een podium
aan kunstenaars die soms uit een collectief komen dat subsidie of
ondersteuning krijgt. Aan de andere kant zie je heel vaak dat juist de
vrije producenten produceren voor podia die wel gesteund werden, maar
dat de impresariaten in het voorjaar niet betaald kregen voor de
voorstellingen die nog moesten komen, terwijl de tickets al wel verkocht
waren. De minister heeft het over de topsector creatieve industrie, en
dat snap ik, maar wat konden de vrije producenten op dat moment
verwachten van het ministerie van EZK? Is de manier waarop het in het
voorjaar is gegaan ook de manier waarop dat zou moeten gaan? Wij krijgen
terug dat velen het gevoel kregen dat ze daar niet per se
terechtkonden.
Minister Van Engelshoven:
Dat heeft verschillende elementen in zich. Wat ik mezelf in deze crisis
heb gerealiseerd, is dat het ministerie van OCW een heel natuurlijke
relatie heeft met de gesubsidieerde sector, maar soms minder met de
niet-gesubsidieerde sector. In deze tijd hebben wij de banden daarmee
aangehaald omdat we zien hoe het allemaal in elkaar grijpt en we dat
stelsel in die zin als geheel moeten zien. De vrije sector zal als het
gaat om cultuurbeleid in de toekomst meer onderdeel zijn van het
reguliere gesprek dat het ministerie van OCW heeft. Lessons learned zijn
ook dat we goed zicht moeten houden op het geheel van de sector. Waar de
vrije producenten steeds wel degelijk in gesprek zijn geweest met het
ministerie van EZK, gaat het om dat generieke steunpakket. In de
overgang van de TOGS naar de TVL zien we dat meer culturele ondernemers
onder die regeling vallen. Het is zo veranderd dat het ook beter past
voor de culturele sector. Ze hebben daar het loket dus wel degelijk
gevonden. Als ik uw vraag mag zien als "wil goed kijken of deze groep
ondernemers bij beide ministeries een goed aanspreekpunt heeft en altijd
weet waar ze terechtkunnen" dan zal ik daar nog eens goed naar kijken.
Het is een terechte vraag, zoals we ook hebben geleerd deze
crisis.
Voorzitter. Ik kom op de bruine vloot. We werken op dit moment samen met
EZK aan een regeling voor historische schepen. Het gaat bij de bruine
vloot om het behoud van historische schepen die commercieel worden
geëxploiteerd en waarvan het onderhoud wordt betaald uit die
exploitatie. Historische schepen vallen in de Erfgoedwet onder de
definitie van cultuurgoederen. Cultuurgoederen zijn roerende zaken die
deel uitmaken van het cultureel erfgoed. Cultuurgoederen worden op dit
moment in de Erfgoedwet niet verder uitgesplitst in subcategorieën noch
in de daarbij behorende definities. Als je dat wil gaan doen, moet je
namelijk ook een definitie maken voor schilderijen, voor
beeldhouwwerken, voor de hele kunstnijverheid, voor oldtimers, voor elk
denkbare categorie roerende zaak. Dat lijkt ons niet wenselijk.
Tot op heden zijn er geen schepen aangewezen als beschermde
cultuurgoederen op basis van de Erfgoedwet. We hebben gevraagd aan de
Commissie Collectie Nederland, in de wandelgangen ook wel de
commissie-Buma genoemd, om te kijken wat in het geheel van die
Erfgoedwet als beschermd moet worden aangewezen, met name als het gaat
om roerende erfgoederen. Ik zal met uw welnemen deze commissie meegeven
om daarbij ook te kijken naar het varend erfgoed. Want u kunt zich
voorstellen dat niet elk schip dat rondvaart voor die commerciële vaart,
ook gezien zal moeten worden als beschermwaardig. Wat nu door elkaar
loopt in de regeling voor die kleine vloot is dat het aan de ene kant
gaat om schepen die beschermwaardig moeten zijn, maar dat het aan de
andere kant erom gaat ervoor te zorgen dat hier een groep ondernemers
het hoofd boven water houdt.
De heer El Yassini (VVD):
Ik ben het in dit opzicht met de minister eens. Het gaat inderdaad om de
groep schepen die die bescherming nodig heeft, juist omdat ze een stukje
historisch erfgoed zijn. Maar ik hoor de minister ook zeggen: anders
zouden we dat voor alle roerende zaken moeten doen, zoals schilderijen.
Maar volgens mij is dat juist een onderdeel geweest van de
commissie-Pechtold, die heeft gekeken hoe we omgaan met roerende zaken
die worden verkocht naar het buitenland terwijl ze van belangrijke
historische waarde voor Nederland zelf zijn. Daar is de
commissie-Pechtold met een advies over gekomen. Maar die schepen zijn
natuurlijk ook roerende goederen waarover we met zijn allen moeten
nadenken wanneer ze in de categorie komen waarin als het misgaat we wel
iets willen behouden. Dus niet dat het plotseling zinkt en in het water
verdwijnt, letterlijk en figuurlijk.
Minister Van Engelshoven:
De commissie die kijkt naar Collectie Nederland zegt inderdaad iets over
toetsen op het moment dat het naar het buitenland gaat. Maar ze zegt ook
iets over: vinden we dat het voor Nederland behouden moet worden? Als je
dat zegt, betekent dat ook dat als het in Nederland is, je zorgt dat het
behouden blijft. Als je zegt "dit is Collectie Nederland, dit vinden we
zo belangrijk en beschermwaardig dat we het niet zomaar naar het
buitenland willen laten vertrekken", zou het heel gek zijn als je zegt:
maar als het een schip binnen Nederland betreft, vinden we wel dat het
gewoon mag zinken. Dat zou heel gek zijn. Dus Collectie Nederland zegt
iets over beschermwaardigheid als het gaat om het in Nederland te
houden, maar uiteraard ook iets over beschermwaardigheid als het in
Nederland is.
Voorzitter. Dan de experimenten, fieldlabs met de routekaarten. De heer
Paternotte vroeg mij naar de routekaart die de sector heeft gemaakt. Mag
ik hier een groot compliment maken aan de sector, die zich ondanks dat
zij op dit moment iedere dag snoeihard bezig is met het hoofd boven
water te houden, toch ook met elkaar in gesprek is gegaan over hoe voor
de sector in den brede een routekaart te maken die het pad van rechts
naar links beschrijft? Dat is dus van gesloten of bijna helemaal
gesloten naar zo veel mogelijk normaal opereren. Daarover zijn wij
inmiddels met de taskforce, die de routekaart heeft gemaakt, in gesprek.
Wij zijn ook in gesprek — mevrouw Geluk-Poortvliet vroeg daar volgens
mij naar — met gemeenten, die daar uiteraard ook een rol in spelen. In
het overleg met de veiligheidsregio's zien we dat weer terug. Er is dus
een zeer groot aantal partijen bij betrokken, omdat we met elkaar willen
kijken hoe we zo goed mogelijk voor de sector een pad neer kunnen zetten
met zo veel mogelijk perspectief, uiteraard met het oog op de veiligheid
en gezondheid van mensen. Daarover zijn we al enige tijd met de sector
in gesprek. Daar ga ik mee verder. Ik zal mijn uiterste best doen om dat
verder te brengen in de besluitvorming van het kabinet over het
perspectief voor de culturele sector.
Daarnaast hebben we met de evenementensector gesprekken over de
fieldlabs. Zoals ik zojuist al zei, zijn daar vier bewindslieden bij
betrokken. Dat gaat breed. Zo gaat het over festivals in de Ziggo Dome
en Ahoy, maar ook over grote sportevenementen en grote zakelijke
evenementen. Ze hebben met elkaar een soort pakket gemaakt van fieldlabs
die je zou kunnen doen, van licht naar zwaar. Je kunt je voorstellen dat
het iets makkelijker is om een fieldlab te organiseren voor een bioscoop
— hoe kun je meer mensen in een bioscoop toelaten? — dan voor een heel
groot popconcert of een heel groot openluchtconcert, waarbij je normaal
duizenden en duizenden mensen bij elkaar hebt. Dat voorstel hebben zij
neergelegd. Daar wordt door het RIVM naar gekeken. We hebben in het
laatste overleg met hen gezegd: we hopen dat, als het goed gaat met het
aantal besmettingen en de parameters die we daarvoor hebben, we half
januari het startschot kunnen geven voor die evenementen. Ik hoop van
harte dat dat kan. Ik zie namelijk ook dat de sector dit heel hard nodig
heeft om perspectief te krijgen. Alleen, ik vind dat we ook moeten
kijken of het op dit moment verantwoord is om te doen. Vandaar dat we
daar gezamenlijk — ik doel op de combinatie JenV, VWS, EZK en OCW — naar
kijken, in goed overleg met de sector. Over het doel zijn we het
allemaal eens, maar het is op dit moment echt zoeken naar het moment dat
we daar groen licht voor kunnen geven.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Nergens in die routekaart kom ik specifieke aandacht tegen voor
kwetsbare groepen, zoals ouderen, zodat die ook deel kunnen nemen aan
die culturele uitingen. Zij zijn over het algemeen grootgebruikers.
Eenzaamheid ligt op de loer. Ik zou dus graag uw aandacht daarvoor
willen vragen.
Minister Van Engelshoven:
Ja, dat is een terechte vraag. Die aandacht heeft de sector ook. Musea
zien heel goed dat er vragen zijn, zowel bij hun vrijwilligers als hun
bezoekers, over kwetsbare personen, over in hoeverre het ook voor hen
veilig gemaakt kan worden. Het is dus een terechte vraag. Ik zal het
meenemen in het overleg. We moeten kijken of we daar nog specifieke
dingen voor moeten doen.
De Raad voor Cultuur heeft in zijn advies Onderweg naar overmorgen
geadviseerd om experimenten en fieldlabs te organiseren. Daarvoor hebben
we 5 miljoen beschikbaar gesteld. Ik zie het plan dat we met de NPO aan
het ontwikkelen zijn als een heel goed fieldlab, om het zo maar te
noemen, voor hoe we het op digitaal niveau kwalitatief goed kunnen
maken. We zien dat er ongelofelijk veel geëxperimenteerd is met
onlinevoorstellingen, waarbij je een theatervoorstelling op afstand kunt
bekijken, maar het heeft nog niet altijd de kwaliteit die je zou willen.
Dat is jammer, want je wilt niet dat mensen iets digitaal zien en
denken: nou, als dat is wat in het theater gebeurt, ga ik straks
misschien maar niet. Die kwaliteit is dus heel belangrijk. Ik vind het
heel mooi dat we langs deze weg de fantastische makers die we hebben in
dit land, kunnen combineren met alles wat we bij de publieke omroep in
huis hebben aan fantastische regiemensen en belichting, en dat we dat
samen kunnen brengen in wat ik hoop dat fantastische producties worden
voor de huiskamer. De stille hoop die ik daar ook bij heb, is dat heel
veel mensen misschien voor het eerst een hele opera of
theatervoorstelling gaan zien of muziek gaan zien die ze nooit eerder
hebben gezien, en dan denken: goh, als het straks weer kan, ga ik echt
dat theater in. Op die kans, die mogelijkheid, hoop ik heel erg.
De voorzitter:
De heer Van den Berge heeft ook een vraag.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik vind het heel mooi dat die field labs eindelijk binnenkort gaan
beginnen. Dat is ook mijn vraag, want ik ben een beetje ongeduldig; laat
ik maar heel eerlijk zijn. Half januari is vanaf nu nog twee maanden,
maar dat is bijna een jaar nadat we de eerste voorstellen hoorden voor
experimenten en innovaties die we wel in andere landen zien gebeuren. In
Duitsland wordt er iets meer geëxperimenteerd. U noemde zelf theater
Markant Uden bijvoorbeeld. Volgens mij hoorden we in maart, april voor
het eerst over een proefopstelling. Dus mijn vraag is: waarom duurt het
zo lang? Had dat niet sneller gekund en kan het niet alsnog
sneller?
Minister Van Engelshoven:
U zei: een jaar geleden. Een jaar geleden hadden we nog geen corona, dus
het lijkt me sterk dat het al een jaar geleden … Nou ja, half januari …
eh … Ik begrijp uw ongeduld. Ik denk dat iedereen aan wie u het vraagt,
zou zeggen: liever gisteren dan morgen. Alleen, we hebben ook gewoon te
maken met een virus, helaas met een tweede golf en helaas met een grote
belasting van de zorg. Hoezeer ik ook sta te popelen om dit mogelijk te
maken, begrijp ik ook heel goed de zorgen van degenen die zeggen: we
moeten dat echt op een goede manier kunnen doen zonder te grote risico's
te lopen. Dat moeten we ook met elkaar doen. Dus ja, ik begrijp uw
ongeduld, maar er is niemand die hier onnodig aan de rem trekt. Laat dat
ook duidelijk zijn.
De voorzitter:
De heer Van den Berge. Nee? Gaat u verder.
Minister Van Engelshoven:
De heer Van den Berge en de heer Paternotte hadden vragen over
sneltesten in de culturele sector. Onderdeel van deze fieldlabs is het
inzetten van sneltesten. Als je een fieldlab wilt doen waar je 600
mensen in Ahoy wilt laten genieten van een concert, dan heb je die
sneltesten nodig. In het overleg dat we hebben gehad is ook gesproken
over het gebruik van sneltesten. Collega De Jonge van VWS heeft met de
sector afgesproken dat hij de evenementensector betrokken zal houden bij
de validatie van sneltesten.
De heer Van den Berge had het over theater Markant en zijn
veiligheidsprotocol. Ja, daar wordt naar gekeken. Theater Markant heeft
gekeken hoe het met shields binnen meer mensen de ruimte kan geven. Daar
wordt ook door TNO naar gekeken, bijvoorbeeld voor de horeca. Het
streven van iedereen is om zo goed mogelijkheid wetenschappelijk
onderbouwd de ruimte te geven voor die heropening. Ook daar hebben we op
13 november in het kabinet afspraken over gemaakt.
Ik zag ook vanmorgen in de krant een brief van een aantal wethouders uit
de grote steden die zich zorgen maken om het nachtleven. Ik begrijp hun
gevoel heel goed. Er is op dit moment weinig nachtleven en de danssector
… Dance is een van de betere Nederlandse exportproducten. We zouden dat
allemaal graag meer ruimte willen geven, maar we moeten de afweging
maken wat je veilig kunt organiseren. Dit kan op dit moment nog niet
veilig.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor zingen in koorverband. Het RIVM had op
zijn site een keurig protocol staan voor hoe je wel veilig met elkaar
kunt zingen, maar u heeft ook het laatste OMT-advies gezien waarin
staat: vanwege het aantal oplopende besmettingen adviseren we toch
indringend om zingen in amateurkoorverband even niet te doen, ook omdat
daar ook echt gevallen van besmettingen zijn vastgesteld. Ik vind het
ongelofelijk zwaar voor die hele koorsector. Er zingen in Nederland
900.000 mensen in koorverband. Die kan ik helaas op dit moment geen
perspectief bieden. Dat doet ongelofelijk zeer, maar als je ziet wat
daar aan besmettingen heeft plaatsgevonden en dat er bij koren mensen
overleden zijn, dan denk ik: soms moet je een keuze maken die pijnlijk
is maar wel verstandig.
Ja, meneer Van den Berge, ook kunst en cultuur zijn essentieel voor het
welzijn van mensen. Er is niemand in het kabinet die dat ontkent. Alleen
had de keuze die wij de vorige twee weken gelukkig gemaakt hebben om de
cultuursector dicht te gooien, ook gewoon te maken met ervoor zorgen dat
er zo min mogelijk verplaatsingen plaatsvinden. Als je aan de ene kant
mensen adviseert om zo veel mogelijk thuis te blijven, dan is dat
moeilijk te combineren met: ga een avondje uit. Dat heeft ook gewoon te
maken met het terugbrengen van het aantal bewegingen. Maar iedereen was
heel blij dat de theaters afgelopen donderdag weer opengingen.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik heb nog een korte vraag aan de minister over de amateurkoren. Ik
begrijp haar antwoord heel goed. Dat het een moeilijke afweging is,
begrijp ik. Maar dit zijn amateurverenigingen. Voor hen is het lastiger
om tot een voorstel voor een field lab te komen. Althans, dat stel ik me
zo voor, maar misschien vergis ik me. Is dat iets waar vanuit het
ministerie in ondersteund kan worden? Ik zag laatst, ik geloof bij
Nieuwsuur, een item over een Weens jongenskoor — ik kom even niet op de
naam — dat bijvoorbeeld in een zwembad oefende. Ik ben geen epidi…
-demiologist, maar zijn er mogelijkheden om te kijken of er in de trant
van field labs op dat terrein iets mogelijk is? Ik hoop dat ik het goed
uitsprak.
De voorzitter:
Ja, het is lastig. E-pi-di-demioloog, niet "logist". E… Laten we geen
poging meer wagen; we begrijpen wat we bedoelen.
Minister Van Engelshoven:
Er wordt ongelofelijk veel onderzoek gedaan naar het effect van zingen,
zowel nationaal als internationaal. Daar baseert het OMT zich op. Voor
professionele koren en zangers is het wel toegestaan en daarvan leer je
ook hoe het op een veilige manier kan. Als er enigszins de ruimte is —
het RIVM had daar een vrij precies protocol voor — dan kunnen we op die
voet stap voor stap verder. Dit is iets waar wij met het RIVM echt
bovenop zitten, want ik wil dit zo graag voor iedereen mogelijk maken.
Ik kan met dat zo goed voorstellen. Niet alleen missen mensen het
zingen, maar vooral het sociale contact. Maar dat geldt voor veel
plekken en groepen.
Voorzitter, ik wou naar het volgende blokje met uw welnemen.
De voorzitter:
Voordat u dat doet, heeft de heer Kwint nog een vraag.
De heer Kwint (SP):
Ja, over het terugbrengen van die bewegingen. Ik had ook nog het nodige
gevraagd over de totstandkoming van het besluit in de culturele sector
en wat daaraan ten grondslag lag. De minister zegt terecht dat een
avondje uit zich moeilijk combineert met de boodschap "blijf thuis". Ik
kan dat begrijpen, maar een middagje naar de Primark of "ga op vakantie
naar Curaçao" combineren zich ook slecht met de boodschap "blijf thuis".
Ik ben gewoon benieuwd hoe dat gegaan is. Ik lees in de krant en bij de
NOS dat het doorslaggevende argument om de culturele sector uiteindelijk
weer helemaal op slot te doen was om een signaal af te geven. Daar zou
ik wel bezwaar tegen hebben, dus ik ben benieuwd hoe die afweging
uiteindelijk tot stand gekomen is.
Minister Van Engelshoven:
Misschien is hier het probleem dat u in de krant en bij de NOS iets te
veel leest over discussies in het kabinet. Houdt u ook aan wat er op de
persconferentie wordt gezegd. Ik kan u niks vertellen over de discussie
in het kabinet. Dat kunt u over twintig jaar nalezen in de notulen. Het
is ook heel verstandig dat bewindslieden daar vrij kunnen spreken. Er is
al herhaaldelijk in uw Kamer uitgelegd hoe wij omgaan met oplopende
besmettingen: er wordt advies gevraagd aan het OMT, het OMT adviseert
het kabinet en wij moeten daar dingen in wegen, waarbij er natuurlijk
verschillende aspecten gewogen worden. Het is inderdaad … Je kunt altijd
… Ik snap ook wel dat je zegt: waarom een winkel open en een bioscoop
dicht? Daar kun je eindeloos over blijven soebatten. Supermarkten dicht
is best een ingewikkelde. Wij maken daar overigens niet hele gekke
andere afwegingen in dan de landen om ons heen. De heer Van den Berge
vroeg daarnaar. In Duitsland is de cultuursector met de wet in de hand
wel meer dicht dan in Nederland, dus ik weet niet of die sector daar
heel veel heeft aan die bepaling in de wet. Maar op basis van een
routekaart, een advies van het OMT worden zo zorgvuldig mogelijke
wegingen gemaakt over waar beperkingen en waar niet. Wat niet verstandig
is — maar dat werd net ook al hier gezegd ... Kijk, het helpt dan niet
heel erg ... Net als het in uw Kamer gaat, kunnen we in deze commissie
zeggen van: ja, er moet meer cultuur open. De een zegt: meer
detailhandel open. De ander zegt: meer horeca open. Je kijkt altijd naar
het totaalpakket. Ik hecht eraan om dit hier te zeggen: het gaat er niet
om dat het theater een onveilige omgeving was waar heel veel
besmettingen plaatsvonden, maar het gaat erom dat het bewegingen tot
stand brengt, dat het mensen bij elkaar brengt en dat het aantal
contacten daardoor toeneemt. Over elke weging kun je een eindeloos debat
voeren — dat snap ik — maar in de totaliteit der dingen moet je keuzes
maken. Die zijn niet altijd even makkelijk. Dat zeg ik u ook.
De heer Kwint (SP):
Het pleit voor de minister dat ze niks zegt over wat er in de
ministerraad besproken wordt. Ik constateer wel dat ze dan volgens mij
intussen in de minderheid is in haar eigen kabinet. Ik juich dit toe.
Hou dat vooral vol. Zo hoort dat. Dan even over die reisbewegingen. Ik
snap het: het is altijd het een of het ander en het is moeilijk
vergelijken. Maar het meest in het oog springende waar mensen in de
culturele sector zo ongeveer van door het dak gaan — en eerlijk gezegd
begrijp ik dat wel — is natuurlijk het vliegverkeer. Ik bedoel: dat is
de reisbeweging zelf. Daar wordt zo weinig aan gedaan. Als mensen weer
thuiszitten en hun eigen theater weer dicht moet vanwege het argument
"anders gaan er 30 man uit de buurt op weg naar een theater", dan snapt
de minister toch wel dat dat ongelofelijk veel kwaad bloed zet bij de
culturele sector?
Minister Van Engelshoven:
Voor iedereen geldt dat je over datgene wat het dichtst bij je staat en
wat je het meest lief is, verontwaardigd kunt zijn, boos kunt worden als
het daar nou net niet kan. Maar wij helpen elkaar niet in de discussie
om met elkaar perspectief te bieden als we steeds gaan zeggen: waarom
zij wel en ik niet? Wij proberen met elkaar een zo zorgvuldig mogelijke
weging te maken op basis van de adviezen die wij krijgen. Dat doen we zo
goed mogelijk. Ik kan me heel goed voorstellen dat, als je een
theatertournee gepland had, als die niet door kan gaan en het theater
dichtgaat, al het andere wat wel door kan gaan, woede opwekt. Dat kan ik
heel goed invoelen. Alleen, het is niet altijd mogelijk om met een
schaartje te knippen als het gaat om de vraag: waarom de een wel en de
ander niet? Daar zit gewoon een breed palet aan wegingen achter. Volgens
mij helpen we elkaar niet heel veel verder door continu te vragen:
waarom dat wel en waarom dit niet? Ik zou ook heel graag meer ruimte in
het hoger onderwijs hebben, meer ruimte in het mbo hebben. Ik zie ook
jongeren die praktijkonderwijs moeten missen. Deze crisis leidt nu
eenmaal tot heel veel pijnlijke beperkingen voor heel veel
sectoren.
De voorzitter:
De heer Van den Berge en dan de heer Paternotte.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
De maatregelen roepen volgens mij zo veel vragen op, omdat de afweging
tussen verschillende sectoren en belangen niet altijd wordt
geëxpliciteerd. Dat vind ik interessant aan die nieuwe Duitse wet. Die
is er sinds vorige week. De minister heeft gelijk dat er eerder ook
forse maatregelen zijn genomen in de Duitse culturele sector. Alleen,
mede naar aanleiding daarvan is deze wet er juist gekomen. Het is ook
een stuk erkenning dat de Duitse regeringen op deelstaatniveau en
federaal niveau, wanneer ze bijvoorbeeld sluitingsmaatregelen nemen in
de culturele sector, expliciet moeten motiveren waarom dat nodig is. Dat
spreekt mij wel aan. Ik stelde zelf de vraag: waarom mag je wel zingen
in de kerk en niet in een amateurkoorvereniging? Dat is een oprechte
vraag. Ik vind de vrijheid van religie een heel groot goed. Dat is een
grondrecht. Maar dat is de vrijheid van vereniging ook. Je staat het ene
wel toe op basis van een grondrecht en het andere niet. We laten
bijvoorbeeld de sportscholen open, omdat dat belangrijk is voor het
welzijn van mensen, terwijl we wel delen van de culturele sector
sluiten. Ook al zijn daar misschien goede redenen voor, als dat niet
geëxpliciteerd wordt, dan roept dat natuurlijk vragen op, bij mensen in
de sector en bij ons. Dat is waarom dit concept me heel erg aanspreekt.
Maak het expliciet. Volgens mij neemt dat ook vragen weg.
Minister Van Engelshoven:
Ook zonder dat het in de wet staat, proberen we het natuurlijk zo
expliciet mogelijk te maken. Want ik neem aan dat u ook zegt: maak het
ook expliciet voor onderwijs, voor het amateurvoetbal waar mensen zo
graag naartoe gaan. Zo kunnen we voor heel veel sectoren zeggen: maak
het expliciet. Volgens mij moeten we met elkaar de inspanning leveren om
zo goed mogelijk uit te leggen wat we doen. En dat moeten we voor alle
sectoren zo doen.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
De laatste keer op dit punt. Ik had eerder een interruptiedebat met de
heer El Yassini over luchtvaart versus cultuur. En dat zegt de heer El
Yassini: je moet sectoren niet tegen elkaar opzetten. Ik val hem nu niet
aan, ik spreek hem niet aan, ik vat alleen het interruptiedebat samen.
Want ik snap zijn reactie, eerlijk gezegd, wel. Ik ben er niet op uit om
sectoren tegen elkaar op te zetten, maar het is voortdurend kiezen in
schaarste. Dat is het ingewikkelde. Net zoals we begrotingsruimte
hebben, hebben we nu een soort reproductieruimte. En als het ene wel kan
en het andere niet, dan is wel de vraag: waarom wordt voor het ene
gekozen en voor het andere niet? Dat zijn natuurlijk de vragen die wij
hier allemaal hebben. En dat ontbreekt soms in die persconferentie. Je
hoort in één zin dat de sportscholen openblijven omdat dat belangrijk is
voor het welzijn van mensen, maar dat de theaters wel dichtgaan. Dat
houdt mij oprecht bezig en daarom blijf ik deze vraag herhalen: wat
kunnen we doen om dat explicieter te maken?
Minister Van Engelshoven:
Ik zal dat aan de woordvoerders bij de persconferentie meegeven. Er
wordt ook gepoogd om het zo expliciet mogelijk te maken. Dat is waarom
er bijvoorbeeld ook op verzoek van de Kamer een routekaart is gekomen.
Dat is om gewoon helder te maken om welke reden we welke afweging maken.
Maar we moeten ook realistisch zijn. Dat zal nooit voor 100% precies te
duiden zijn in een soort rationaliteit, omdat er ook heel veel op
inwerkt en het uiteindelijk altijd een optelsom der dingen is. Die
keuzes zijn ongelofelijk lastig.
Voorzitter. Dan wil ik toch door naar de …
De voorzitter:
Nee, er zijn nog meer vragen. Ik weet in ieder geval dat de heer
Paternotte nog een vraag heeft. Dat geldt ook voor mevrouw
Geluk-Poortvliet. Eerst mevrouw Geluk-Poortvliet.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
In het eerdergenoemde theater Markant in Uden, waar ik volgens mij als
eerste was, heeft men gesproken over een certificering. Ziet de minister
een mogelijkheid om verruiming toe te passen aan de hand van zo'n
certificering?
Minister Van Engelshoven:
Nee, die zie ik op dit moment niet, omdat de belangrijkste beperking op
dit moment zit in het maximaal aantal personen per theater. Wij hebben
op dit moment niet een soort systeem van nationale certificering, maar
we hebben wel gekeken naar de vraag of die schermen voldoende veiligheid
bieden om die 1,5 meter los te laten. Dat is de systematiek van theater
Markant en dat is ook waar TNO naar gekeken heeft. Dat is nog niet het
geval.
De voorzitter:
Heeft u een vervolgvraag, mevrouw Geluk-Poortvliet? Nee? Dan gaan we
naar de heer Paternotte.
De heer Paternotte (D66):
Ik ben woordvoerder hoger onderwijs en luchtvaart. Ik zat laatst ook bij
een asiel- en integratiedebat. Het voordeel is dat je dan kunt zien dat
dit soort gesprekken op alle terreinen plaatsvinden. Ik deel met de heer
Kwint en de heer Van den Berge dat ik in het voorjaar ook heel kritisch
was op hoe met de luchtvaart werd omgegaan. Er werd geen enkele formele
beperking opgelegd en ook niet duidelijk gemaakt wat nou wel en niet van
mensen verwacht werd. Ik zie dat de premier nu heel duidelijk heeft
gezegd "ga niet op vakantie" als advies voor de hele wereld — op een
enkel eiland na, wat ik ook niet zo goed begrijp. De hele wereld is op
oranje gezet in het reisadvies van Buitenlandse Zaken. Daar is in ieder
geval wel duidelijk iets rechtgetrokken. Dat geldt tot half
januari.
We kunnen het nooit helemaal zo doen dat alles op alle plekken helemaal
volkomen logisch is en niemand meer zegt: waarom kan dit dan wel en dat
dan niet? Dat is natuurlijk bij maatregelen die je nu neemt ongelofelijk
lastig. Er zitten nu asielzoekers op afdelingen opgesloten. In het hoger
onderwijs zitten studenten wat mij betreft te vaak thuis, terwijl er op
hogescholen en universiteiten vaak geen besmettingen zijn. Maar sommige
dingen zijn onvermijdelijk. Wat we alleen wel zouden willen, is dat het
zo veel mogelijk logisch is. In de luchtvaart wordt bijvoorbeeld veel
onderzoek gedaan naar ventilatie in vliegtuigen en hoe dat de
verspreiding van virussen voorkomt. Op basis daarvan is geconstateerd
dat je in vliegtuigen voldoende hebt aan het mondkapje. Wordt dat soort
kennis en informatie ook gedeeld om ervoor te zorgen dat we wel de
protocollen ontwikkelen en we ons niet alleen blind blijven staren op
uitgangspunten die in het begin van de pandemie al werden vastgesteld,
maar waarvan we inmiddels echt wel wat beter weten wat er wel en niet
veilig kan, en op basis waarvan bijvoorbeeld ook cultuurmakers en de
Raad voor Cultuur met die alternatieve routekaart komen?
Minister Van Engelshoven:
Door de sectoren heen moet je met elkaar daarvan willen leren.
Ventilatie speelt een rol in alle binnenruimtes. Wat leer je ook van
verschillende plekken over het organiseren van loopstromen? Daarom zijn
die experimenten en fieldlabs ook zo belangrijk. We zijn in Oostenrijk
en Duitsland geweest. We kijken ook naar de lessons learned daar en hoe
je zo snel mogelijk die kennis kunt gebruiken om ook hier dingen
mogelijk te maken. Geen misverstand daarover. U zegt: we willen zo snel
mogelijk weer dingen mogelijk maken. Dat wil iedereen. Alleen, de
volksgezondheid gaat hier wel echt voor. We doen eraan wat we kunnen. We
proberen ook zo goed mogelijk met elkaar samen te werken. En ja, het
advies: heel veel oranje gebied, ga niet op reis. Maar ik zou zeggen: ga
vooral straks wel naar het museum en het theater. De tijdslots in de
musea op doordeweekse dagen zijn niet altijd vol. Dus als je met het
thuiswerken een beetje kunt schuiven, kun je ook heel mooi even naar het
museum. Dan kun je vervolgens thuis nóg geïnspireerder aan je werk
gaan.
Voorzitter, dan wil ik toch overgaan naar de NOW, met uw welnemen. Er
waren terechte vragen van mevrouw Geluk-Poortvliet en de heer El Yassini
naar de samenloop met de NOW. We hebben gemeenten opgeroepen om de huur
kwijt te schelden, daar waar bijvoorbeeld een theater een pand van de
gemeente huurt. Dat werd vervolgens meegerekend in het omzetbegrip in de
NOW. Daar heb ik inmiddels — dat heb ik u ook in de brief meegegeven —
met Sociale Zaken de afspraak over gemaakt dat kwijtschelden van huur
niet meetelt in het omzetbegrip in de NOW. Het is goed dat we dat
publiek nog een keer zeggen. Daar heb ik met collega Koolmees een goed
gesprek over gehad. Dat hebben we inmiddels kunnen regelen. Ik zou dus
tegen alle gemeenten willen zeggen: maak gebruik van de mogelijkheid die
er is. Wat niet lukt om op te lossen, is ... Kijk naar de verhoren die
in een andere zaal plaatsvinden. We moeten ook aandacht hebben voor de
uitvoering. Als wij subsidies en extra steun niet zouden meerekenen voor
het omzetbegrip in de NOW en we daarin dus geen samenloop laten
ontstaan, dan is dat nauwelijks te doen in de uitvoering. Maar die
kwijtschelding van de huur kan wel en daarmee bied ik gemeenten volgens
mij ongelofelijk veel ruimte om instellingen tegemoet te komen. Ik was
zelf heel blij dat dat is opgelost. Overigens is het ook goed om te
weten dat een lening bij het Nationaal Restauratiefonds of bij
Cultuur+Ondernemen ook niet meegerekend wordt bij de verrekening met de
NOW.
De voorzitter:
Mevrouw Van den Hul heeft een vraag.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Ik snap toch niet helemaal wat nou precies het probleem is. Wij hadden
gevraagd waarom instellingen nog altijd worden gekort als zij middelen
uit het specifieke pakket voor cultuur ontvangen. Ik hoor de minister
zeggen: ja, dat is zo omdat het lastig uit te voeren is als je het
anders zou doen. Maar waar zit dat dan precies in? Waarom is dat zo
lastig? Het lijkt mij dat het juist andersom zou gelden, dat het
makkelijker is om ze überhaupt niet te korten. Dat is toch
eenvoudiger?
Minister Van Engelshoven:
Dit is niet iets wat alleen voor de cultuursector geldt. De NOW is een
uitkering die aan ongelofelijk veel bedrijven en instellingen wordt
verleend. Als we daarmee mensen willen helpen, dan moet dat snel zijn en
dan moet je de afrekening daarvan niet te ingewikkeld maken. Dat
betekent dat het in de uitvoering niet mogelijk is om per sector en per
inkomensstroom na te gaan of iets subsidie is of eigen inkomsten. Als je
dat allemaal uit elkaar moet halen, dan wordt de uitvoering gewoon heel
complex. Als je een regeling maakt — hetzelfde geldt wanneer ik
bijvoorbeeld een regeling maak die door DUO wordt uitgevoerd — dan laat
je de uitvoerende instelling een uitvoeringstoets doen. Daarin geven zij
aan wat ze wel en niet aankunnen in de uitvoering. Hiervan is gezegd:
als je dit gaat vragen, dan gaan we echt tegen ongelofelijke problemen
in de uitvoering aanlopen. Ik vind — op dat vlak heeft het kabinet
pijnlijke lessen geleerd — dat wij dat soort signalen vanuit de
uitvoering wel serieus moeten nemen en dat we daarmee rekening moeten
houden in de manier waarop wij instellingen steunen. Je kunt hier niet
zomaar alles bij elkaar optellen. Soms gaat het een ten koste van het
ander. Als we dat weten, moeten we de vinger aan de pols houden om te
kijken hoe het uiteindelijk werkt voor de instellingen, want daar gaat
het uiteindelijk om.
De voorzitter:
De heer El Yassini heeft ook een vraag.
De heer El Yassini (VVD):
Ik dank de minister dat zij, ook naar aanleiding van de brief die zij
naar de Kamer heeft gestuurd, duidelijk aangeeft dat huurkwijtschelding,
met name door gemeentes, niet meetelt voor de omzet met betrekking tot
de NOW-regeling. Ik heb nog wel even een vraag aan de minister, want
iets is voor mij nog niet helemaal duidelijk. Er zijn een aantal
instellingen die wel gekort zijn op de NOW vanwege huurkwijtschelding.
Is er al een reparatie geweest vanuit SZW? Want het is goed dat we dat
nu te horen krijgen, maar er zijn er dus wel een aantal die minder
hebben gekregen omdat de huurkwijtschelding wel werd meegeteld. Ik heb
een of twee voorbeelden uit Almere, die ik straks achter de schermen mee
kan geven. Is dat al gerepareerd, gefixt, door SZW? Mijn tweede vraag
is: communiceert de minister dit ook duidelijk met de VNG, zodat het
binnen alle gemeentes en alle cultuurinstellingen die gebruikmaken van
de NOW duidelijk wordt dat zij eventueel nog bezwaar kunnen indienen als
het toch niet gerepareerd wordt?
Minister Van Engelshoven:
Dat zijn twee terechte vragen. Wij zullen dit inderdaad nog een keer
helder communiceren met de VNG, voor zover dit nog niet is gebeurd. In
het overleg met de VNG is dit ook ter sprake gekomen. Zij hebben ook
mijn brief gehad, maar wij zullen dit nog een keer bevestigen. Daarbij
zal ik ook de uitspraak doen: zijn er gemeenten bekend waarin de
verrekening een probleem is geweest en is dat reparabel? Dat heb ik op
dit moment niet paraat.
De heer El Yassini (VVD):
Ik denk dat het verstandig is als dat even schriftelijk wordt afgedaan.
Misschien kan de minister, zodra zij dat heeft gedaan, er ons dan
eventjes over informeren of dat inderdaad het geval was, of er
reparaties hebben plaatsgevonden of dat er nog naar oplossingen wordt
gezocht. Zo worden wij als Kamer meegenomen als het gaat om een aantal
cultuurinstellingen die nu nog steeds tegen de problemen aanlopen dat
zij minder compensatie vanuit de NOW hebben gekregen terwijl ze daar
meer recht op hadden. Dan zijn we daarvan op de hoogte, zodat kabinet en
Kamer kunnen sparren over wat we verder moeten doen in de
toekomst.
Minister Van Engelshoven:
Ik ben graag bereid om te kijken en bij gemeenten na te vragen of er
instellingen zijn met problemen. Maar als u mij vraagt om voor u op een
rij te zetten waar een mogelijke samenloop is met kwijtschelding van
gemeentelijke huur en het ontvangen van de NOW door instellingen in de
culturele sector, dan is dat wel een hele grote opgave. Ik vraag me af
of die zinvol is.
De voorzitter:
Ik zie de heer El Yassini al nee schudden. Misschien is het goed om dat
even toe te lichten.
De heer El Yassini (VVD):
Ik zal het even verduidelijken. Ik vraag de minister niet om een
totaaloverzicht van alle cultuurinstellingen die de NOW-regeling hebben
aangevraagd en minder compensatie hebben gehad. Er zijn als het goed is
ook wel bezwaren ingediend door culturele instellingen die zeggen: ik
heb huurkwijtschelding gehad, maar nu wordt die meegeteld als omzet en
krijg ik minder compensatie; hoe zit dat? Volgens mij moet daar wel
makkelijker een lijstje van kunnen worden gemaakt. Ik neem aan dat deze
minister ook in contact treedt met de minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, juist omdat het de NOW-regeling raakt, om te kijken of
het ministerie van SZW gezien heeft dat dit is gebeurd en of het al
reparaties heeft uitgevoerd waar dat nodig was of bezwaren waren. Op het
moment dat wij het met z'n allen constateren en de minister terecht zegt
dat huurkwijtschelding niet voor de omzet telt, slaat het natuurlijk
nergens op als we het er voor de rest bij laten en er verder niks
gebeurt. Daar hebben die culturele instellingen en culturele
organisaties niets aan. Ik zou graag door de minister even op de hoogte
worden gesteld wat er uit het overleg is gekomen met SZW en of het al is
gerepareerd daar waar we het al weten, of dat dit nog moet
gebeuren.
Minister Van Engelshoven:
Het overleg met SZW voeren wij continu. Deze aanpassing en deze
verheldering komen voort uit dat overleg en slaan vervolgens neer in de
eisen die gesteld worden aan de accountantsverklaring. Ik zal bij SZW de
vinger aan de pols houden of er nou bezwaren zijn op dit punt als het
gaat om de afrekening van de NOW en of er dan op wordt geacteerd. Ik
weet niet wanneer de afrekening van de NOW klaar is, maar we zullen daar
de vinger aan de pols houden. Als daar een relevant signaal over is te
delen met uw Kamer, zal ik dat doen.
De heer Paternotte (D66):
Voor zover ik weet, staat pas sinds een week of zes überhaupt de
mogelijkheid open om een definitieve berekening NOW aan te vragen. Ik
vermoed dat voor de meeste instellingen geldt dat zij die nog helemaal
niet ingediend hebben. Het is vooral belangrijk dat alle instellingen
via de VNG weten waar ze recht op hebben. Ik had hetzelfde voorbeeld van
de Leidse Schouwburg gehoord, die inderdaad ervan uitging dat de
gemeentelijke kwijtschelding moest worden meegerekend, wat dus niet
hoeft. Maar in plaats van actief alle instellingen af te gaan, kan ik me
voorstellen dat het eerst duidelijk moet zijn voor de instellingen wat
ze in die definitieve berekening wel en niet moeten meenemen en dat er
dan überhaupt geen fouten in de definitieve berekening hoeven te worden
gemaakt.
Minister Van Engelshoven:
De kortste weg daarnaartoe is dat wat we hebben afgesproken met SZW, in
de instructie voor de accountants terechtkomt. Die maken uiteindelijk de
staat op voor de afrekening. Dat is gebeurd.
Voorzitter. Dan kom ik op het punt van de plekken voor
talentontwikkeling en meer specifiek Frascati en PLAN Brabant. Naar
aanleiding van de motie-Kwint/Ellemeet is er een briefwisseling geweest
tussen uw Kamer en mijzelf over de vraag om hoeveel plekken voor jonge
makers het gaat. Door zowel de 15 miljoen die er nu is voor het Fonds
Podiumkunsten als de extra middelen, de extra 44 miljoen in de BIS, is
het aantal plekken waar jong talent terechtkan in de basisinfrastructuur
en bij het Fonds Podiumkunsten gegroeid. Het aantal
ontwikkelinstellingen in de BIS is van drie naar vijftien gegaan,
Podiumkunstenfestivals van vier naar acht en jeugdpodiumkunsten van
negen naar twaalf. Tot slot stijgt het bij het FPK van 55 naar 65.
Daarnaast hebben we bij het Fonds Podiumkunsten nog een aantal
regelingen, zoals Nieuwe Makers, voor beginnende talentvolle makers, de
regeling Nieuwe Stukken, voor beginnende schrijvers, en de Werkbijdrage
Jong Talent, voor beeldend kunstenaars. Dat is er allemaal.
Daarnaast hebben wij een systematiek met elkaar. Ik maak uitgangspunten.
Na een debat in de Kamer vertaalt zich dat in een regeling voor de Raad
voor Cultuur, waaraan zij aanvragen toetsen. Dan hebben wij een besluit
van de Raad voor Cultuur over de toekenningen; daar hebben we hier het
debat over en dat is dan de basinfrastructuur. Zo is het dit jaar ook
gegaan, en als uitvloeisel van die besluitvorming zijn inderdaad
Frascati Producties en PLAN Brabant buiten de subsidie gevallen. Dat zou
in dit geval betekenen dat zij wel aanspraak kunnen maken op een
overbrugging voor een halfjaar.
Maar ik zie ook wel de achtergrond van de vragen die hierover worden
gesteld. Beide instellingen hebben gezamenlijk een plan gemaakt waarmee
ze eigenlijk in het hele land "vrij van genre", zoals de heer Paternotte
dat zei, de schoolverlaters een kans geven om de eerste stap te zetten.
Daarbij eindigen alle middelen die zij krijgen, rechtstreeks bij die
makers. Dat zit echt op ongeveer 95%. Het mooie van dat
samenwerkingsplan vind ik ook wel dat zij daarmee het hele land
bedienen. Van welke academie je ook komt, dit is wel de plaats waar dat
talent echt tot wasdom kan komen. Tegelijkertijd heb ik hier ook een
uitdaging. Want als je dit zou willen doen voor meer dan een halfjaar,
heb je ook voor een aantal jaren middelen nodig. Dus ik zie uw vraag en
ik heb daar ook wel begrip voor.
De heer Kwint heeft op dat punt een amendement ingediend. Hij vraagt mij
om met dit doel 1,4 miljoen uit het internationaal cultuurbeleid vrij te
maken. In 2019 heb ik hier samen met de collega's van Buitenlandse Zaken
een plan ingediend voor het meerjarig internationaal cultuurbeleid. Dat
kon op uw instemming rekenen en daar zijn wij nu mee aan de slag.
Bovendien is wat u in uw amendement voorstelt eigenlijk: structurele
ondersteuning bieden met incidentele middelen. Het gaat hier namelijk
over de middelen uit de begroting voor 2021 voor het internationaal
cultuurbeleid. De 1,4 miljoen die u noemt is geen bedrag dat als zodanig
in de begroting wordt genoemd. In de ontwerpbegroting voor 2021 staat
een bedrag van 7,3 miljoen voor het internationaal cultuurbeleid. Dat
bedrag wordt bij de Voorjaarsnota in 2021 nog verhoogd met bijdragen van
BZ. Dan gaat het dus om een totaalbedrag van 9,2 miljoen dat wij
besteden aan het internationale cultuurbeleid. U heeft gelijk dat niet
al dat geld al juridisch verplicht is, maar daar hebben we met de Kamer
wel beleidsafspraken over gemaakt. Dat geld gaat bijvoorbeeld naar de
cultuurfondsen die daarmee makers de mogelijkheid geven om zich
internationaal te presenteren. Dan kunnen we zeggen dat er op dit moment
niet veel mogelijkheden zijn om te reizen, maar cultuur is per definitie
grenzeloos. Het is dus ongelooflijk belangrijk dat die internationale
contacten voor makers beschikbaar blijven, en misschien juist nu hebben
zij daar hulp bij nodig. Dat geld gaat ook naar DutchCulture, naar Eye,
wat ook een internationale instelling is, naar het Nationaal Archief,
naar de RCE, en zo kan ik nog even doorgaan. Het probleem van uw
amendement is dat u geld weghaalt bij het internationaal cultuurbeleid,
dat we hier eerder hebben vastgesteld en dat ik belangrijk vind. Het is
een terrein waar je niet zomaar een streep door kunt zetten.
Desalniettemin begrijp ik de vraag over Frascati en PLAN Brabant. Ik zou
het volgende willen voorstellen. Ik zie dat dit belangrijke kansen kan
bieden om makers die nu heel weinig kansen hebben, juist die hele jonge
makers die net van school komen en die, breed in alle genres, nu weinig
kansen hebben om zich te presenteren, vooruit te helpen. Dat zou
betekenen dat we deze instellingen voor meer dan een jaar moeten helpen,
want met alleen een jaar kom je niet veel verder. Er moet ook
perspectief zijn. Ik wil met een soort gebaksvorkje door de begroting
voor cultuur gaan om te kijken of we daar voor de komende vierjarige
periode voldoende middelen uit naar boven kunnen harken en bij elkaar
kunnen schrapen om deze instellingen meerjarig vooruit te helpen. Voor
de stemming over deze begroting zal ik u daarover een brief schrijven,
want ik wil voorkomen dat er allerlei amendement komen over het
internationaal cultuurbeleid, dat ik heel belangrijk vind, juist in deze
tijd. Ik vind het te makkelijk om nu, in een tijd waarin internationale
contacten moeilijk zijn, niets te doen aan hulp om die contacten
mogelijk te maken, terwijl het cultuurbeleid vaak ook nog een heel
belangrijk voertuig is waar diplomatie en internationale contacten soms
moeilijk zijn. Ik vind het te makkelijk om te zeggen: we gaan daar nu
niet een handje helpen. Ik wil kijken of we dat anderszins kunnen doen.
Daar zal ik u dan voor de stemmingen een brief over sturen. Ik moet echt
even kijken wat er mogelijk is, maar ik begrijp uw vraag en ik weet dat
velen van u die vraag gesteld hebben. Ik vind dus dat ik de opdracht tot
mij moet nemen om te kijken wat maximaal kan zonder dat ik in andere
dingen die we ook heel belangrijk vinden, moet gaan schrappen.
De voorzitter:
De heer El Yassini heeft een vraag.
De heer El Yassini (VVD):
Sorry …
De voorzitter:
Ja, misschien is het niet heel erg netjes, want het ging aanvankelijk
over het amendement van de heer Kwint. Die is normaal heel snel, maar nu
even niet.
De heer El Yassini (VVD):
Zullen we het dan andersom doen? Dan geef ik even de ruimte aan de heer
Kwint en dan ben ik na de heer Kwint aan de beurt.
De voorzitter:
Tenzij de heer Kwint rustig wil afwachten. Meneer Kwint?
De heer Kwint (SP):
Het is mij om het even, voorzitter. Ik wil in ieder geval voorkomen dat
we het over tien minuten nog steeds hebben over wie er het eerst aan het
woord gaat komen.
De voorzitter:
Zegt u het maar.
De heer Kwint (SP):
Kijk, als de minister een andere manier ziet om het te regelen, dan ben
ik alleen maar blij. Zoals zij had kunnen vermoeden, was het voornaamste
doel van mijn amendement niet om het potje "internationaal
cultuurbeleid" te plunderen, maar om PLAN Brabant en Frascati overeind
te houden. Graag dus. Als dat lukt, is mijn amendement wat mij betreft
volkomen overbodig, aangezien het doel belangrijker is dan waar het geld
vandaan komt. Maar de minister moet niet doen alsof ik het totale potje
voor internationaal cultuurbeleid plunder. Zij zei zelf al: het is 9
miljoen. Daar halen we 1,4 miljoen van weg. Dan blijft er nog best wat
over. Ik hoop dat het de minister lukt. Mocht het niet lukken — ik kan
het me haast niet voorstellen op een begroting van zo veel miljarden —
dan hebben we ons amendement in ieder geval nog achter de hand.
Minister Van Engelshoven:
Laat ik de heer Kwint een compliment geven voor het feit dat hij een
poging heeft gedaan om binnen de begroting die middelen te vinden. Nee,
het gaat niet over het hele internationaal cultuurbeleid, maar ik ben
wel bang dat er onderdelen zullen sneuvelen waarvan we hier met elkaar
hebben vastgesteld dat we die belangrijk vinden. Ik ben zeer content dat
u mij de kans wilt geven om te kijken of we het anderszins kunnen
regelen, zodat we hier nog net iets meer ruimte kunnen maken voor dat
hele jonge talent.
De heer El Yassini (VVD):
Laat ik vooropstellen dat ik en de VVD het Frascati, dat met bepaalde
dingen bezig is, natuurlijk ook van harte gunnen om gewoon de ruimte te
krijgen om verder te gaan, ware het niet dat we het wel moeten doen met
het geld dat we hebben op de begroting. Daarom zei de minister zojuist
ook dat ze er met een vorkje doorheen gaat. Maar daar heb ik ook wel een
vraag over. Kijk bijvoorbeeld naar het Fonds voor Cultuurparticipatie.
Daar komt ze misschien straks op. Ook daarover heeft de heer Kwint —
weer mijn complimenten in zijn richting — een amendement ingediend
waarbij echt een dekking en een ombuiging wordt gezocht, in dit geval in
het onderzoekspotje. Ik ben er bang voor dat als we dat constant gaan
doen, er ook genoeg andere zaken zijn die weer geld nodig hebben. Ik
denk bijvoorbeeld aan die twaalf instellingen die op de B-lijst komen,
die goed genoeg bevonden zijn maar waar geen geld voor is. Hoe gaat de
minister voorkomen dat we elke keer wanneer we signalen krijgen vanuit
de sector, weer opnieuw gaan proberen om potjes te plunderen? Want op
een gegeven moment moeten we dan echt zeggen: het geld is echt op.
Waarom kiezen we dan wel voor Frascati en PLAN Brabant en bijvoorbeeld
niet voor die twaalf instellingen die op de B-lijst van het Fonds voor
Cultuurparticipatie staan? Dat vind ik even moeilijk.
Minister Van Engelshoven:
Die vraag snap ik heel goed. Ik zal u eerlijk zeggen dat ik dat ook
ingewikkeld vind, en wel hierom. Als je met elkaar een systematiek
afspreekt en zegt "we stellen hier de kaders vast en daar kan op
aangevraagd worden", dan is het dat ook binnen dat geld, op een gegeven
moment. Je moet ervoor uitkijken dat je vervolgens nog een rondje
politiek cherrypicking gaat krijgen. Ik wil naar deze kijken om een
aantal redenen. Het is een plan van twee instellingen die daarop
samenwerken en die daarin een functie hebben voor het hele land, juist
in deze crisis. Als je theatermaker bent, in welk genre dan ook, en net
van een opleiding komt, heb je eigenlijk nauwelijks kans om iets te
laten zien, om iets te doen. Ik vind het heel moeilijk om in deze
coronatijd te zeggen: dan vallen juist deze buiten de boot. Dat is voor
mij een overweging om dit te doen. Dat vind ik ook een afweging in
uitzonderlijke omstandigheden. Ik zeg nog niet dat het lukt, maar daarom
wil ik daarnaar kijken. Dat is ook omdat ik zie dat eigenlijk alle
opleidingen ook hebben gezegd: in deze tijd hebben we dit wel nodig om
die net afgestudeerden de springplank naar de markt te laten vinden.
Daarom zeg ik nu dat ik de bereidheid heb om daarnaar te kijken. Maar u
heeft helemaal gelijk dat we er geen gewoonte van moeten maken om te
zeggen: we hebben een besluitvorming in het stelsel, maar we gaan daar
als Kamer nog eens een keuze in maken. De ervaring leert overigens wel —
laat ik dat ook zeggen — dat iedereen bij iedere vierjarige periode
altijd het goede voornemen heeft om dat niet te doen in het stelsel, en
dat het wel gebeurt. In die zin is het dus ook niet heel gek. Maar ik
zeg hier dat ik de bereidheid heb om hiernaar te kijken, maar dan met
een andere financiering, juist omdat die jonge makers nu tegen zo veel
beperkingen aanlopen.
De heer El Yassini (VVD):
Ik snap de woorden van de minister, absoluut. En het zijn zware tijden,
absoluut. Maar ik spoel even terug naar het debat dat we voor de zomer
hebben gehad, specifiek ook over Frascati, want daar hebben een aantal
politieke partijen ook vragen over gesteld. Ik weet nog dat de minister
toen specifiek zei: ja, maar wacht eens even, jongens; Frascati is niet
de enige instelling in de bizz die jonge makers helpt, die een
springplank biedt. Ik kan even niet rijmen wat er is veranderd sinds dat
debat, want de coronacrisis ging toen ook in alle hevigheid los. In het
debat dat we voor de zomer hebben gehad, zei ik op basis van de
informatie die de minister mij gaf: dat betekent dus dat Frascati net
buiten de boot valt en dan houden we het daarbij, want het geld is op.
Dan spoel ik vooruit naar vandaag, en dan zegt de minister: ik ga toch
even kijken in mijn begroting wat ik kan doen. We moeten echt uitkijken,
want dit kan een slecht signaal zijn, omdat we daarmee naar buiten toe
zeggen: als je maar goed en hard genoeg lobbyt, dan is er altijd wel
ergens een potje te vinden. Ik vind dat we daar echt voorzichtig mee
moeten zijn. Nogmaals, ik gun het Frascati van harte. Maar we moeten
moeilijk beslissingen nemen met het schaarse geld dat we überhaupt van
de belastingbetaler hebben. Dus hoe rijmt de minister haar antwoord van
voor de zomer met haar antwoord nu?
Minister Van Engelshoven:
Dat is een hele goede en terechte vraag van de heer El Yassini. Het zou
inderdaad heel verkeerd zijn als ik zou zeggen: als je maar genoeg
lawaai maakt, dan krijg je uiteindelijk wel je zin. Zo mag het niet
zijn. Laat ik daar gewoon helder over zijn: zo mag het niet zijn. Wat er
gebeurd is, heeft ook te maken met voortschrijdend inzicht bij mij. Dat
inzicht is er niet eens zozeer gekomen door gesprekken met deze
instellingen zelf, maar juist in heel veel gesprekken met de academies,
met de sector in den brede, is mij gezegd: "U heeft gelijk; er zijn meer
ontwikkelplekken voor jong talent zowel bij de BIS als bij de fondsen.
Alleen, deze twee instellingen samen bedienen een categorie waarvan
sommigen zeggen dat de ontwikkeling net een stapje verder is en waarbij
de zorg groot is dat die anders geen plek zal vinden." Nadat ik daar
goed naar heb gekeken, heb ik gezegd: goh, daar hebben ze wat mij
betreft inhoudelijk gewoon een punt. Dat is dus voor mij de reden
geweest om te zeggen: ja, ik heb hier begrip voor. Maar u heeft helemaal
gelijk: het mag niet zo zijn dat als je maar voldoende kabaal maakt, de
minister altijd nog een potje vindt. Nogmaals, ik moet nog even heel
goed zoeken of ik het buiten de dekking van de heer Kwint kan vinden.
Daar kom ik zo snel mogelijk bij uw Kamer op terug.
Dan wilde ik door met het Fonds voor Cultuurparticipatie.
De voorzitter:
Graag.
Minister Van Engelshoven:
Ook hierbij is gevraagd of er bij het Fonds voor Cultuurparticipatie een
zogenaamde B-lijst is. Nee, er is geen B-lijst, maar hoewel ook het
Fonds voor Cultuurparticipatie meer geld had om instellingen te
honoreren is er zoveel aangevraagd dat ook een aantal instellingen die
een positieve beoordeling hebben gekregen, niet gehonoreerd kan worden.
Dat geldt overigens ook voor een aantal andere fondsen. Dan zou je dus
kunnen zeggen: als we hier bij het Fonds voor Cultuurparticipatie
beginnen, waarom doen we het dan niet bij alle fondsen? Je zou ook
kunnen zeggen: kennelijk hebben we in dit land zo veel kwaliteit, dat we
meer kwaliteit hebben dan waar er geld voor is.
Ook hierover heeft de heer Kwint een amendement ingediend. Ik heb er
altijd heel veel waardering voor als Kamerleden amendementen maken en
binnen de begroting geld daarvoor vinden door te zeggen: wij zien dat
dit niet juridisch verplicht is, dus kunnen we hier nog mee schuiven.
Bij dit amendement heeft de heer Kwint inderdaad voor 1 miljoen aan
middelen gevonden. Dat komt uit het onderzoeksbudget van OCW, waarvan
hij volgens mij zei dat dat de afgelopen jaren verdubbeld is. Dat heeft
er ook mee te maken dat wij nu moeten betalen voor een aantal gegevens
die wij eerder om niks van het CBS kregen. Dat is dus niet omdat wij
zomaar meer onderzoek zijn gaan doen. De heer Kwint vraagt wel heel vaak
om een onderzoek, dus daar zijn ook middelen voor nodig.
Ik zal u even een goed beeld geven van hoe het zit. Het onderzoeksbudget
voor 2021 bij Cultuur is 2,29 miljoen. Daarvan is 0,5 miljoen juridisch
verplicht, waaronder de gegevensleveranties van het CBS en de
evaluatiesubsidie instandhouding monumenten. Die zijn juridisch
verplicht en moeten we dus doen.
Van de 1,74 miljoen die dan resteert, is 1,1 miljoen wettelijk
verplicht. Die hebben we dus nog niet juridisch verplicht, want die
opdrachten zijn nog niet gegeven. Maar het is wel onderzoek dat ik
wettelijk moet doen of dat is toegezegd aan de Kamer. Aan die laatste
categorie kunnen we vrij gemakkelijk iets doen. Als u dat met z'n allen
vindt, kan ik gewoon zeggen: daar heeft u een andere keuze in gemaakt.
Wel wettelijk verplicht is bijvoorbeeld de beleidsdoorlichting Cultuur,
de monitoring en evaluatie van de steunpakketten en de evaluatie van het
Faroverdrag. In mijn optiek is een budget van 0,7 miljoen echt vrij. De
consequentie daarvan zou wel zijn — daar moet ik uw Kamer op wijzen —
dat we een streep halen door een aantal onderzoeken die ik u voor komend
jaar heb toegezegd, en dat geen enkel onderzoek meer gedaan kan worden.
Dat is waar u dan voor kiest.
Overigens geldt dan ook dat dit alleen voor 2021 geldt. Ik zeg dus: pas
op wat u doet, want u gaat hier instellingen die nu inderdaad boven die
zaaglijn zitten, nog voor een jaar honoreren. Daarna houdt het weer op,
want ik weet niet wat er volgend jaar bij de begroting gebeurt. Ook gaat
door een aantal onderzoeken die ik heb toegezegd, een streep. En op al
uw verzoeken om nog iets te onderzoeken of te monitoren, ga ik dan wel
een heel jaar lang nee zeggen. Om die reden ontraad ik dit amendement.
Dat zult u begrijpen, want ik kan ook niet toezeggen dat ik een aantal
onderzoeken die ik wettelijk verplicht ben te doen, niet meer ga doen.
Ze zijn inderdaad niet juridisch verplicht. Maar het is ook niet
verstandig om nu te zeggen: we doen dit voor een jaar en daarna zien we
wel weer. Dat is dus mijn oordeel over het amendement. Net als de heer
Kwint denk ik dat het heel mooi zou zijn als we nog instellingen kunnen
honoreren. Die hadden inderdaad een positief advies. Maar ik heb hier
met u kaders vastgesteld en ook budgetten voor die fondsen vastgesteld.
Daarbinnen hebben zij geopereerd. En dat is het dan ook even. Hulde dus
voor uw poging, maar u krijgt van mij nog geen 10.
De heer Kwint (SP):
Laat ik alle complimenten voor het vinden van potjes en zo maar gelijk
doorgeleiden naar mijn medewerker. Die is daar namelijk een stuk
bedrevener in dan ik; voordat ik alle complimenten krijg! Kijk, ik snap
natuurlijk dat de minister zegt: wacht even, als je hier 1 miljoen
weghaalt, is dat niet zonder consequenties. Ik vind het ook volkomen
terecht dat ze daarvoor waarschuwt. Want we halen nooit ergens geld
vandaan zonder consequenties. Wat ik minder goed begrijp, is dat de
minister zegt: ja maar, je doet het maar voor één jaar. Dat is met alles
wat wij hier doen. Elke begroting die wij vaststellen, is een begroting
die loopt tot volgend jaar. In die zin: ik denk dat een instelling daar
wel degelijk mee geholpen is. Ik kan me voorstellen dat men één jaar
geld beter vindt dan geen geld. Dan kunnen we volgens mij, zeker als er
een nieuw kabinet op komst is, prima alsnog een besluit nemen over wat
we met de rol van cultuur en participatie in brede zin willen gaan doen.
Of zie ik nu iets verkeerd?
Minister Van Engelshoven:
Natuurlijk kan het, maar u begrijpt ook dat ik daar niet op vooruit kan
lopen. Ik geef u hier gewoon mee dat u een subsidie voor één jaar regelt
en niet een meerjarige subsidie. Overigens heb ik een probleem met uw
dekking. Dat wil ik u meegeven. Om die reden ontraad ik het
amendement.
De heer El Yassini (VVD):
Aangezien de minister heel hard aan de slag gaat voor Frascati en PLAN
Brabant, wil ik haar vragen om met een pincet, een vork of een
gebaksvorkje erdoorheen te gaan en dat mee te nemen. Ik hecht veel
waarde aan de instellingen die hun stinkende best hebben gedaan, maar
dan toch net buiten de boot vallen. Het gaat om twaalf instellingen; dat
is niet niks. Ik vraag de minister om deze mee te nemen met dat
gebaksvorkje en ons voor de stemmingen op de hoogte te stellen. Wil de
minister dat toezeggen?
Minister Van Engelshoven:
Dat kan ik altijd doen, maar één ding kan ik u aan de voorkant meegeven:
de optelsom van die beide ga ik niet vinden. Als ik zo veel vrije ruimte
had in mijn begroting, had ik allang meer gedaan. Heb dus niet te grote
verwachtingen van wat achter de tanden van dat vorkje blijft
hangen.
De voorzitter:
De heer Van den Berge had dezelfde vraag als de heer El Yassini, heb ik
begrepen. Gaat u verder.
Minister Van Engelshoven:
Voorzitter. Dan kom ik bij de omscholing van Omscholing Dansers
Nederland. De heren El Yassini en Van den Berge en mevrouw Van den Hul
hebben daar vragen over gesteld. Het is inderdaad een vervelend
vraagstuk dat daar speelt. Het is misschien goed om het heel even toe te
lichten. In 2008 is in overleg met de sector besloten om de
arbeidsvoorwaardenmiddelen te versleutelen in de instellingssubsidies
van OCW en het Fonds Podiumkunsten. Dat is zonder specifieke
bestedingsverplichting of oormerking, maar wel met de veronderstelling
dat partijen premies zouden afdragen in dat fonds. Zoals we ook nu
zeggen, mag fair practice er eigenlijk niet van afhankelijk zijn of je
hoge of lage subsidie krijgt. Het gaat er ook om dat je als werkgever
keuzes maakt in wat je doet.
We zien dat dit in de sector een tijdlang helaas niet goed gebeurd is,
waardoor het omscholingsfonds nu leeg dreigt te raken. Inmiddels zijn er
wel weer afspraken gemaakt om dat in de nieuwe cao wel te gaan doen. De
verwachting is dat die algemeen verbindend zal worden verklaard. Dit
betekent wel dat er een gat ontstaat. Als ik er heel zakelijk naar kijk,
zeg ik: datgene waarvoor we destijds middelen hebben overgeheveld, heeft
de sector niet goed gedaan. Tegelijkertijd snap ik de vragen die hier
gesteld worden: moet een generatie dansers hiervan de dupe worden? We
hebben natuurlijk sectorbreed middelen vrijgespeeld voor Platform ACT,
voor de arbeidsvoorwaarden. Ik zie de vraag die hier ligt: hier moet
eenmalig iets gerepareerd worden om te voorkomen dat een generatie
dansers tussen wal en schip valt. Ik heb afgelopen vrijdag met hen
gesproken. Ik snap dat appel. De carrière van topdansers is met 35 jaar
wel een beetje klaar. Zij moeten zich echt omscholen om verder te kunnen
op de arbeidsmarkt. Ik ben ook heel blij dat partijen dat nu echt goed
in de cao gaan regelen en dat deze algemeen verbindend zal worden
verklaard, zodat dit voor de toekomst is opgelost.
Dus ook hier zeg ik: ik ben bereid om hiernaar te kijken. Ik wil alleen
nog wel goed met partijen in overleg omdat ik ook wel zie dat bij de
omscholing vanuit Omscholing Dansers Nederland iets andere voorwaarden
gelden dan in andere sectoren. Zo lagen er in het verleden afspraken om
bijvoorbeeld niet alleen de omscholing te vergoeden, maar ook
tussenliggend salaris te geven. Ik moet echt nog even goed met de sector
kijken wat precies het bedrag is en wat ook ten opzichte van andere
sectoren fair is in wat ik doe in de reparatie.
Nogmaals, ik vind dat werkgevers echt een taak hebben laten liggen
waarvoor zij destijds gewoon de middelen hebben meegekregen. Ik ben daar
best chagrijnig over. Als je werkgever bent in de dans, moet je als geen
ander begrijpen dat je ook verantwoordelijkheid hebt te dragen voor de
toekomst van die dansers. Gelukkig is het voor de toekomst gerepareerd,
maar ik vind dat ik hier als minister een verantwoordelijkheid heb
richting topdansers, die ik niet tussen wal en schip wil laten vallen.
Dus ik zeg hier tegen uw Kamer: ja, ik ga verder met hen in gesprek over
hoe we dit gat repareren, zodat ik niet een goede danser tussen wal en
schip laat vallen. Ik zal er voor de stemming bij u op terugkomen hoe we
dat kunnen doen.
Zij hebben bij mij het appel gedaan en dat zullen zij ook bij u hebben
gedaan, over voor 2,5 ton per jaar een miljoen, maar ik wil echt even
kijken wat daar voor getallen onder zitten en wat de voorwaarden zijn.
Want het zou gek zijn als ik als minister iets heel anders ga doen dan
ik voor andere sectoren doe. Maar ik zie dit probleem.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de klok. Er zijn een heleboel vragen beantwoord, maar
er zijn nog een aantal …
Minister Van Engelshoven:
Ik heb de blokjes gehad en wil nu in heel hoog tempo door de rest heen,
met uw welnemen.
De voorzitter:
Ja, graag. Voordat u daarmee begint, zeg ik dat het misschien wijs is om
die eerst af te ronden, dan kunnen we aan het einde kijken welke vragen
nog onbeantwoord zijn gebleven. Ik vrees dat we het anders niet redden
met de tijd.
Minister Van Engelshoven:
Voorzitter. Excuus als ik het een beetje in een willekeurige volgorde
doe. Dat is gewoon de volgorde waarin mijn blaadjes liggen. Excuus
daarvoor.
De heer Van den Berge had nog een vraag over het laden van de MBO Card.
Ja, u heeft als Kamer op initiatief van de CDA-fractie en volgens mij
met een aangenomen motie gezegd dat de MBO Card moet blijven. We weten
ook dat er een advies ligt: om die MBO Card waardevol te laten zijn,
moet je die laden. Ik heb u al aangegeven dat ik daar op dit moment niet
structureel de middelen voor heb. Als u mij vraagt of ik bereid ben om
in gesprek te gaan met de achterliggende partijen om te kijken hoe die
kaart beter benut kan worden binnen de huidige budgetten, ben ik altijd
bereid om dat gesprek te hebben.
Mevrouw Van den Hul had een vraag over bezuinigingen op bibliotheken. De
bibliotheekwet, die hier door mijn voorgangster is ingediend en ook door
de Kamer is geaccepteerd, legt de verantwoordelijkheid voor het in stand
houden van de bibliotheken bij gemeenten. Gemeenten hebben daar binnen
hun algemene uitkering ook de middelen voor. Ja, ik zie ook dat sommige
gemeenten het op dit moment financieel buitengewoon moeilijk hebben,
maar in de 150 miljoen die zij nu generiek krijgen, kunnen zij ervoor
kiezen om daar waar zij bibliotheken in de knel zien komen, dat geld in
te zetten om die bibliotheken open te houden. Dat is immers zo mooi, dat
we de keuze binnen die middelen aan gemeenten laten. Overigens, het
goede nieuws uit Almelo is dat de gemeenteraad daar het eerdere
voornemen om te korten op de bibliotheek ongedaan heeft gemaakt.
Mevrouw Geluk-Poortvliet had een aantal vragen over het historisch
bewustzijn dan wel Het verleden van Nederland. Het verleden van
Nederland is een televisieprogramma gemaakt door een producent. Als
minister van OCW moet ik verre blijven van inmenging in de programmering
bij de publieke omroep en al helemaal in die van specifieke programma's.
Dus nee, ik ga niet met die makers in gesprek. Wij gaan niet over de
inhoud van producties en dat moet het kabinet ook niet willen
gaan.
Mevrouw Geluk-Poortvliet had wel een heel terecht punt dat het in deze
tijd waarin het devies "vermijd drukte" is, goed zou zijn als
historische plaatsen in Nederland zo breed mogelijk worden bezocht. Zij
had een mooi voorbeeld van de Noordoostpolder. Ik kan iedereen
aanbevelen om een keer een bezoek te brengen aan Schokland. Het is er
ook in de winter heel prachtig, zeg ik uit eigen ervaring.
Het canonnetwerk Nederland krijgt van mij subsidie om het aantal
historische plaatsen in dat canonnetwerk uit te breiden, zoals de
Noordoostpolder. Die zit er nog niet in. Flevoland is de enige provincie
die er nog niks in heeft, maar het is misschien wel een goed idee. Maar
goed, Kamp Vught en Kamp Westerbork sluiten er dit jaar ook bij aan.
Daarnaast is het spreiden van toerisme dit jaar eveneens een thema in de
Nationale Omgevingsvisie. Gemeenten en provincies is gevraagd om daarop
een toeristische ontwikkelingsstrategie te ontwikkelen. Dus ja, ook
vanuit cultuurbeleid ondersteunen we dat breder en kijken we naar het
toegankelijk maken van historische plaatsen via dat canonnetwerk.
Mevrouw Geluk-Poortvliet had ook een vraag over het behoud van de
bladmuziekcollectie bij de Stichting Omroep Muziek. SOM heeft van 2016
tot en met 2019 een projectsubsidie van 1 miljoen meegekregen voor de
digitalisering van de bladmuziekcollectie, op voorwaarde dat de
geschatte structurele kosten voor het beheer en behoud van die
collectie, ongeveer €130.000 per jaar, onder de verantwoordelijkheid van
SOM zelf zouden vallen. Dat is een afspraak zoals we die bij vele andere
instellingen hebben: ja, je krijgt een incentive voor de digitalisering,
maar beheer en behoud van de collectie doe je zelf. Zo doen ook andere
instellingen dat, dus ik zie eigenlijk geen argument om dat voor SOM
anders te doen. Zij hebben hier destijds ruimhartig middelen voor
gekregen.
Dan zijn er door de heer Van Raan, de heer Van den Berge en ik dacht ook
de heer Paternotte vragen gesteld over het financieel meer aantrekkelijk
maken van het aanschaffen van kunst of het geven aan kunstenaars. Het is
misschien goed om te memoreren dat er op dit punt natuurlijk al wel een
hele hoop kan. We hebben de KunstKoopregeling bij het Mondriaan Fonds.
Daar kun je een lening voor 36 maanden treffen waarmee je stap voor stap
je kunstwerk kunt kopen. We hebben het verlaagde btw-tarief: 9% in
plaats van 21% waarbij kunst onder bepaalde voorwaarden onder dat
9%-tarief valt en we hebben de vrijgestelde bezittingen in box 3. En dan
ook nog de Geefwet.
Ik snap de vraag of het verruimd kan worden. Ik heb daarover
herhaaldelijk overleg gevoerd met de staatssecretaris van Financiën en
gevraagd hoe we iets kunnen doen voor die anbistatus. Het kunnen
verruimen van de al bestaande mogelijkheden is buitengewoon beperkt. Als
een stichting bijvoorbeeld een anbistatus heeft en die stichting
ondersteunt cultureel werk, dan kan dat. Wat niet kan, is dat het
een-op-een voor één kunstenaar is. Dat kan niet in een anbistatus. Ik
wil met alle plezier nog een keer bij Financiën navragen of zij daar op
korte termijn mogelijkheden zien, maar ik ben bang dat ik u dan moet
teleurstellen en met hetzelfde antwoord weer bij u terug zal komen. U
had hierover eventueel een amendement kunnen indienen op het
Belastingplan; misschien een tip voor volgend jaar.
De heer El Yassini had een vraag over de sleuteldocumenten. Ik kan hem
geruststellen: nee, ik heb zeker niet op eigen houtje besloten om de
Apologie van Willem van Oranje niet op te nemen. Een aantal argumenten
speelt daarbij een rol. Nogmaals, ik heb destijds gezegd: het is een
goed idee om die geboortepapieren tentoon te gaan stellen. Dat gaat
binnenkort ook gebeuren. Maar een aantal dingen speelt mee. De Apologie
van Willem van Oranje maakt geen onderdeel uit van de collectie van het
Nationaal Archief. Daarnaast hebben de deskundigen van het Nationaal
Archief mij bezworen dat het echt gaat om een andersoortig document dan
bijvoorbeeld de Unie van Utrecht en het Plakkaat van Verlatinghe. Die
worden beide beschouwd als documenten van officiële organen. De Unie van
Utrecht is een staatkundig verdrag tussen onafhankelijke gewesten. Het
Plakkaat van Verlatinghe is een gelegenheidsdocument waarin de
Staten-Generaal de Spaanse koning afzweert. Dat is een buitengewoon mooi
document. De Apologie van Willem van Oranje is daarentegen een
propagandageschrift, waarin Willem van Oranje reageert op zijn
vogelvrijverklaring door de koning van Spanje. Dat zijn de argumenten
die het Nationaal Archief mij heeft aangedragen. Ik hecht eraan om het
advies van deskundigen te volgen. Volgens mij wordt dit ook met maar
twee documenten een hele mooie tentoonstelling.
Dan de commandobunker van Seyss-Inquart. Ik geloof dat ik iedere keer
een serie schriftelijke vragen daarover krijg als een van uw leden daar
op bezoek is geweest. Het advies over het erfgoed en het beladen erfgoed
uit de Tweede Wereldoorlog komt volgend jaar, als ik het goed heb. Het
is niet zo dat er geen bescherming is als de overheid geen eigenaar is.
Dat is zeker niet het geval. Ja, die commandobunker is een belangrijke
getuige van het nationaalsocialisme in Nederland. Volgens mij is daar
bij niemand discussie over. Het is een rijksmonument. Daarmee is het in
ons erfgoedstelsel beschermd. Over de verkoop kan ik zeggen dat het
eigendom is van de Rijksgebouwendienst. Bij afstoot zal die de Leidraad
Afstoot Monumenten hanteren. Die is vorig voorjaar ontwikkeld om ervoor
te zorgen dat, als de rijksoverheid rijksbezit met een beschermde status
afstoot, het heel zorgvuldig gebeurt. Voor het verkoopproces wordt een
nota van uitgangspunten opgesteld. Daar is een participatietraject voor
ontwikkeld, zodat ook belanghebbenden daarin kunnen participeren. Op
basis van die nota van uitgangspunten vindt een voorselectie van
kandidaten plaats. Ik denk dus dat er heel zorgvuldig mee wordt
omgegaan. Ja, het is beschermd als rijksmonument. Ja, er geldt een nota
van uitgangspunten volgens de Leidraad Afstoot Monumenten, waarop een
participatietraject is afgesproken. Volgens mij is dat dus met alle
waarborgen omkleed.
Voorzitter. Dan kom ik op de Sociaal Creatieve Raad. Tegen de heer Van
Raan moet ik zeggen dat hij wel een beetje gelijk heeft. Ik had u
toegezegd dat wij de Sociaal Creatieve Raad zullen betrekken bij de
verdere reflectie op het culturele stelsel. Dat is tot nu toe wat
magertjes gebeurd, maar wel net iets meer dan "alleen een
ontvangstbevestiging". Ik zal de Sociaal Creatieve Raad ten volle
betrekken in het proces dat ik eerder schetste, over hoe we, geleerd
hebbend van deze crisis, het stelsel gaan herontwerpen. Ik zal de Kamer
in het voorjaar van 2020 een eerste terugkoppeling geven van sowieso
alle gesprekken die we in dat kader voeren.
Mevrouw Van den Hul en de heer Bosma hadden beiden vragen over de
diversiteit en inclusie in het culturele stelsel. Alleen, ik had het
gevoel dat hun opmerkingen nogal tegengesteld aan elkaar waren. Laat ik
er helder over zijn dat ik het van belang vind om een culturele sector
te hebben die meer divers en meer inclusief is. Daar hebben we ook bij
de basisinfrastructuur en bij de fondsen op ingezet. Daar heb ik met u
ook het debat over gevoerd en ik ben blij dat we in de uitkomst moeten
zeggen: dat is gelukt en het is belangrijk. Mijn uitgangspunt is dat
cultuur van en voor iedereen is. Dat betekent niet alleen dat iedereen
naar cultuur moet kunnen gaan, maar ook dat iedereen zijn verhaal daarin
moet kunnen zien. Als we de diversiteit in deze samenleving ten volle
willen benutten, dan is het heel belangrijk dat de diversiteit in ons
culturele stelsel ook ten volle tot uiting komt, want dan kunnen we ook
leren van elkaar en reflecteren op die werkelijkheid. Ik hecht er erg
aan dat dat gebeurt.
Het is daarom ook een centraal thema in beleid, of het nu gaat over
theater, over erfgoed of over film. Daarom hebben we ook de Code
Diversiteit & Inclusie. Die steunen we met middelen, om daar
uitdrukking aan te geven. Bij het monitoren, ook bij de Raad voor
Cultuur, van hoe instellingen omgaan met hun functie en of ze doen wat
ze beloofd hebben, is dit ook echt iets waaraan getoetst zal worden. Ik
hecht eraan om hier nog een keer te zeggen dat het hierbij om meer gaat
dan alleen het tellen wie nou de werknemers zijn bij een instelling en
wie er in het bestuur zit. Het gaat er met name om dat iedereen in onze
samenleving — waar je ook geboren bent, waar je ook woont, wat ook je
achtergrond is — zijn of haar verhaal op het podium, in de film, in de
bibliotheek moet kunnen zien en moet kunnen herkennen. De hoop is dat we
bereid zijn om ook van elkaar te leren en die verdieping in elkaar te
hebben.
De heer Bosma vroeg mij om hier in dit kader te reflecteren op wat de
jonge fluitiste zei. Ik was erbij toen ze dat zei. Ik heb haar toen de
prijs uitgereikt. Ik snapte op dat moment heel goed haar teleurstelling.
Zij trad daar op met een orkest dat net buiten de subsidies was
gevallen. Maar laten we nou niet doen alsof, als je in dit land Bach of
welke andere klassieke componist dan ook speelt en dat heel goed kunt,
er geen plaats meer voor je zou zijn in het bestel. Die plaats is er
zeker en er zijn er ook genoeg, maar er is meer dan dat. Maar het is
niet zo dat je om die reden buiten de subsidies valt. Ja, er moeten
keuzes gemaakt worden en we hebben gekozen voor een breder en diverser
bestel. Het is niet zo dat de optelsom daarvan meer van hetzelfde wordt.
Nee, het gaat er juist ook om, naar het geheel der dingen te kijken. Dat
doet de Raad voor Cultuur ook. Die kijkt niet alleen naar criteria per
instelling, maar ook naar het geheel der dingen.
Voorzitter, nog twee dingen tot slot. De heer Kwint vroeg naar een
garantiefonds tickets. Daar zit een zekere analogie in met de
reisbranche. EZK onderzoekt momenteel de mogelijkheid van een
voucherbank voor de reisbranche, waarbij de reisbranche een
kredietfaciliteit zou kunnen krijgen van de overheid om die voucherbank
te financieren. De vraag is — volgens mij was dat ook de vraag van de
heer Kwint — of je iets vergelijkbaars kunt doen voor de tickets in de
culturele sector. Daarover gaan wij met het ministerie van EZK in
overleg, want iedereen ziet dat die analogie er is. De "Bewaar je
ticket"-regeling is een groot succes, maar wij snappen ook dat er een
moment kan komen waarop mensen zeggen: nu wil ik toch mijn geld terug.
Dat moet je met elkaar goed regelen, dus we gaan daarover met EZK in
gesprek.
Tot slot de vraag van de heer Paternotte over het koninklijk kunstbezit.
Wat ik de heer Paternotte wil meegeven, is dat wij geen uitspraken doen
over privébezit, ook niet als het van het Koninklijk Huis is. De recent
gestarte Commissie-Collectie Nederland — we hadden het er al eerder over
vanmiddag — gaat wel onderzoeken welke cultuurgoederen in privaatbezit
extra bescherming behoeven en aangewezen zouden moeten worden als
beschermd cultuurgoed. Dat gebeurt dus wel, maar wij doen geen
uitspraken over wat privébezit is en wat dat niet is. Ik heb eerder ook
begrepen dat in de beantwoording van eerdere vragen hierover van de kant
van de minister-president is gezegd dat er geen onduidelijkheid is over
welke stukken eigendom van het Rijk zijn. Maar als u mij dat vraagt, ben
ik best bereid om nog een keer met het ministerie van AZ op te nemen of
we daar nu echt alle helderheid over hebben. Op dit moment zie ik geen
noodzaak voor nieuw onderzoek daarover. Als het gaat over de bescherming
van privébezit, wordt naar aanleiding van het rapport van de
commissie-Pechtold gekeken wat er in Nederlands privébezit is, van wie
dan ook, en wat daarvan op de lijst Collectie Nederland moet, zodat het
afdoende beschermd is.
Voorzitter. Dan ben ik aan het eind van mijn beantwoording in eerste
termijn.
De voorzitter:
Voordat we overgaan naar de tweede termijn, kijk ik naar de leden of er
nog vragen zijn over deze beantwoording. Ik zie de heer Kwint. Wie nog
meer? De heer El Yassini en de heer Paternotte. We kunnen twee dingen
doen. We kunnen nu ook door naar de tweede termijn. Het is mij om het
even. Zullen we gewoon de tweede termijn doen? Oké, dan gaan we dat
doen, met als eerste spreker de heer Bosma, wilde ik zeggen, maar die is
er niet. Dan geef ik graag het woord aan de heer El Yassini, VVD.
De heer El Yassini (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik houd mijn tweede termijn lekker kort. Volgens
mij heb ik officieel nog zeven minuten, maar die ga ik totaal niet
volmaken. Ik weet nu al dat er een aantal partijen zijn die hopen dat ze
wat ruilhandel met mij kunnen doen om wat meer minuutjes te krijgen. Ja,
ik zie de heer Van den Berge van GroenLinks al ja knikken, maar dat gaan
we niet doen.
Ik wil de minister bedanken voor de beantwoording en ook de leden voor
de discussie en de gesprekken die we hebben gehad over de cultuursector.
Ik ben blij dat we stappen zetten. Dat is belangrijk. Ik dien zelf met
een aantal collega's wat moties in, maar daar zullen mijn collega's
verder op ingaan. Dank voor alle antwoorden.
Ik heb nog één vraag over de geboortepapieren, of eigenlijk een
opmerking. Wat goed dat de minister zegt: ik luister naar experts. Dat
vind ik belangrijk. Dat doe ik zelf ook heel graag. Alleen spreek ik ook
experts — bijvoorbeeld historicus Waling, die letterlijk het boek heeft
geschreven over de geboortepapieren, dus niet de eerste de beste — die
ook heel duidelijk aangeven dat de Apologie van Willem van Oranje wel
degelijk erbij hoort. In dit opzicht is het ook wel interessant dat de
historici het er niet allemaal over eens zijn dat dit een propagandastuk
is. Dat zijn vooral de experts van het Nationaal Archief. Ik wil de
minister daarom vragen om toch nog eens, al is het maar even, het
gesprek aan te gaan met een aantal historici die een ander perspectief
hebben en echt te kijken wat zij zeggen, om vervolgens haar besluit te
nemen op basis van hoe ze samenwerken met het Nationaal Archief om te
kijken wat we wel en wat we niet tentoon kunnen stellen. Want het is
gewoon een belangrijk onderdeel van het drieluik dat wij hebben en ik
wil echt dat de minister even haar best doet om dit voor elkaar te
boxen.
Dat was het eigenlijk. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank. De heer Van den Berge.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
En ik heb nu dus de overgebleven minuten van collega El Yassini
gekregen?
De heer El Yassini (VVD):
Dat is aan de voorzitter, niet aan mij.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Dan ga ik heel snel drie korte vragen stellen en snel mijn moties
voorlezen. Allereerst de toezegging over de MBO Card. Ik ben er blij mee
dat de minister nogmaals in gesprek gaat met de betrokken partijen, dus
ik neem aan in ieder geval CJP, MBO Raad en JOB. Dat is in de eerste
plaats goed nieuws voor de culturele sector en mbo-studenten, maar ook
voor ons allemaal, want dat scheelt een motie.
Over de Sociaal Creatieve Raad zei de minister: ik ga ze overal bij
betrekken. Ik hoop dat dat ook betekent dat de minister de Sociaal
Creatieve Raad gaat betrekken bij het in kaart brengen van mogelijke
fiscale stimuleringsmaatregelen.
Ten slotte nog één punt. Het is uitgebreid gegaan over de NOW en dat
huurkwijtscheldingen daar niet meer voor meetellen, maar subsidies uit
het tweede steunpakket en ook subsidies van gemeenten tellen nog wel mee
in die omzetbepaling. Ik zou de minister willen vragen of zij er ook nog
eens naar zou willen kijken wat er mogelijk is om dat probleem op te
lossen.
Voorzitter. Dan de moties. Ik ga ze heel snel voorlezen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in augustus 14 miljoen werd gereserveerd voor
instellingen met een positieve beoordeling voor de BIS en meerjarige
fondssubsidies, waarvoor geen budget beschikbaar was;
constaterende dat in de uitwerking van het tweede steunpakket
uiteindelijk blijkt dat er 11,25 miljoen wordt ingezet voor die
overbruggingsregeling;
overwegende dat er nog steeds knelpunten zijn in de financiering van
organisaties met een positieve beoordeling die zich richten op
talentontwikkeling en cultuurparticipatie;
overwegende dat het zeker in deze coronatijd belangrijk is dat plekken
voor talentontwikkeling en cultuurparticipatie blijven bestaan;
verzoekt de regering om eventuele onderuitputting in het tweede
steunpakket met prioriteit in te zetten voor talentontwikkeling en
cultuurparticipatie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berge, Kwint en Van den
Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 101 (35570-VIII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat veel creatieve zzp'ers en freelancers — achter en voor
de schermen — nog steeds geen aanspraak kunnen maken op coronasteun, en
dat de minister hier onderzoek naar laat doen;
overwegende dat een "talent drain" gaande is in de culturele sector en
dat we alles op alles moeten zetten om talent en kwaliteit vast te
houden voor de culturele sector;
verzoekt de regering in gesprek te gaan met de taskforce culturele en
creatieve sector, Platform Aanvang!, vertegenwoordigers van individuele
makers, andere betrokken organisaties en instellingen die aanvullende
steun ontvangen, om te komen tot maximale afspraken om ervoor te zorgen
dat noodsteun ook bij individuele makers — inclusief zzp'ers en
freelancers — terechtkomt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berge, Van den Hul en
Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 102 (35570-VIII).
De heer Van den Berge (GroenLinks):
U hoort aan mijn leessnelheid dat we een hele goede bibliotheek hebben
in het Zeeuwse Tholen.
De voorzitter:
Ja, dank. Mevrouw Geluk-Poortvliet, aan u het woord.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Ik dank de minister voor de beantwoording. Over de SOM had de minister
gelijk: die kregen ook subsidie, maar ze moesten die ook zelf aanvullen.
Ze kregen die van de gemeente Hilversum, maar die trekt hun subsidie nu
in. Vandaar dat ik toch nog de volgende motie indien.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de bladmuziekcollectie van de Stichting Omroep Muziek
zowel gebruikswaarde als erfgoedwaarde heeft;
overwegende dat beheer, behoud, vindbaarheid, toegankelijkheid en
koppelingsmogelijkheden van de bladmuziekcollectie gewaarborgd moeten
zijn;
verzoekt de regering te onderzoeken wat er nodig is om de toekomst van
de bladmuziekcollectie van de Stichting Omroep Muziek en de toegang
daartoe veilig te stellen, en de Kamer daarover voor 1 februari 2021 te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Geluk-Poortvliet. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 103 (35570-VIII).
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Dan heb ik wegens tijdgebrek een stukje spreektekst moeten laten vallen,
maar ik heb er toch een motie over. Die gaat over CODART.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat CODART een wereldwijd brede netwerkorganisatie is voor
conservatoren van Nederlandse en Vlaamse kunst, met 700 leden in 30
landen;
overwegende dat CODART als zelfstandige stichting sinds 2009 subsidie
van OCW ontvangt via RKD - Nederlands Instituut voor
Kunstgeschiedenis;
overwegende dat onlangs is gebleken dat het RKD de samenwerking met
CODART anders wenst vorm te geven;
overwegende dat het beëindigen van de financiering die samenhangt met de
samenwerking ingaat tegen de bedoeling van de afspraken tussen beide
stichtingen uit 2007;
overwegende dat beëindiging van de financiering het einde betekent van
CODART;
constaterende dat het Rijksmuseum bereid is de subsidie van OCW door te
geven aan CODART en de onafhankelijkheid van CODART blijvend te
respecteren;
verzoekt de minister het gesprek aan te gaan met beide partijen om ze te
bewegen er met elkaar uit te komen en als terugvalmogelijkheid te
verkennen om de subsidie van circa €205.000 voor CODART voortaan via een
andere instelling in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld het Rijksmuseum, te
laten lopen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Geluk-Poortvliet. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 104 (35570-VIII).
Dank u wel. Dan gaan wij naar de heer Kwint.
De heer Kwint (SP):
Voorzitter, dank. Dank aan de minister voor alle antwoorden. Ik zal
straks nog even doorgaan op de twee punten waarover ik nog vragen had,
maar in ieder geval dank voor de toezegging om aan de slag te gaan met
PLAN Brabant en Frascati. Ik ben het buitengewoon met de minister eens
dat het altijd iets ongemakkelijks heeft om het in zo'n afgesproken
structuur over instellingen te gaan hebben. Maar de realiteit is ook dat
we hier uiteindelijk met z'n allen stemmen over wat er wel en wat er
niet gebeurt. Het is altijd een beetje zoeken naar een balans tussen die
twee.
Ik had nog een motie over de voucherbank, maar als de minister nu zegt:
dat heb ik eigenlijk al toegezegd, dan is de motie gewoon onzin. Maar
dat hoor ik dan achteraf wel, want ik heb geen aanvullende vragen
gesteld. Als zij nu zegt "dat is precies wat ik al ga doen", dan trek ik
de motie weer in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mede dankzij het initiatief Bewaar je ticket mensen
niet allemaal onmiddellijk hun geld terug hebben gevraagd toen sport- en
cultuurevenementen werden verplaatst wegens corona;
constaterende dat naarmate deze crisis langer duurt de kans toeneemt dat
mensen alsnog hun geld terugvragen, maar dat de sector momenteel die
financiële schade niet kan hebben;
verzoekt de regering om met spoed in gesprek te gaan met de betrokken
branches, zoals die zich verenigd hebben in de campagne Bewaar je
ticket, om zo spoedig mogelijk in kaart te brengen wat nut, noodzaak en
geschatte kosten van een zogenaamde voucherbank, zoals ook ingericht
voor de reisbranche, zouden kunnen zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint en El Yassini. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 105 (35570-VIII).
De heer Kwint (SP):
Dan nog even over de bunker waar we het net over hadden. Ik ben niet op
werkbezoek geweest. De aanleiding van mijn vragen was niet dat ik er
langs geweest was. De aanleiding was een Wob-verzoek dat gedaan is,
waarin de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zegt: het is helemaal niet
zo zeker dat die bunker in de toekomst niet voor minder passende
functies gaat worden ingezet. Sterker nog, ze hebben het over "mensen
blij maken met een dode mus" en ze zeggen dat "mensen op het verkeerde
been worden gezet". Dat stond in interne documenten van de RCE, die naar
boven kwamen in dat Wob-verzoek. Dat zouden wij niet willen en daarom de
volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat uniek (dader)erfgoed en archeologie uit de Tweede
Wereldoorlog belangrijk zijn voor ons collectieve geheugen;
constaterende dat het Rijksvastgoedbedrijf de unieke Seyss-Inquartbunker
wil verkopen;
voorts constaterende dat de RCE stelt dat het mogelijk is dat dit
vastgoed in de toekomst gebruikt gaat worden voor functies die minder
passend zijn;
verzoekt de regering opnieuw een pas op de plaats te maken met de
verkoop en linksom of rechtsom te garanderen dat de Seyss-Inquartbunker
blijvend een functie krijgt die bijdraagt aan het verdiepen, vergroten
en verankeren van de kennis van deze zwarte bladzijde van onze
geschiedenis,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint en Beckerman. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 106 (35570-VIII).
Het woord is aan de heer Paternotte.
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Dit was het eerste debat waarin de NSB de vaakst genoemde
politieke partij was, constateer ik na de opening van de heer Bosma en
de motie die zojuist is ingediend. We hebben drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de cultuursector en in het bijzonder individuele
makers keihard worden getroffen door de coronacrisis;
van mening dat zij elke extra steun hard nodig hebben en het daarom
interessant is om te bezien hoe aankoop van kunst aantrekkelijker
gemaakt kan worden;
verzoekt de regering met voorstellen te komen hoe het aanschaffen van
kunst van individuele kunstenaars aantrekkelijker wordt, en de Kamer
daarover voor het meireces 2021 te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en El Yassini. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 107 (35570-VIII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat is gebleken dat bij veel kunstwerken onduidelijkheid
bestaat over de vraag in welke mate deze het eigendom zijn van de
koninklijke familie dan wel het Rijk;
constaterende dat de commissie-Pechtold waarborgen heeft voorgesteld
voor de bescherming van Nederlandse cultuurgoederen en dat de
commissie-Buma (Commissie Collectie Nederland) nu werkt aan een
indexatie hiervan;
overwegende dat de kunstcollecties onder auspiciën van de koninklijke
familie en de door leden van de familie beheerde stichtingen in een
periode van eeuwen zijn gegroeid, en doorgaans niet is geregistreerd of
cultuurbezit uit hoofde van het ambt of op persoonlijke gronden is
verworven;
verzoekt de regering in overleg met de koninklijke familie en de
Commissie Collectie Nederland te verkennen hoe dit in kaart gebracht kan
worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte, Belhaj en Sneller.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 108 (35570-VIII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Raad voor Cultuur positief heeft geadviseerd over
de aanvraag van Frascati en PLAN Brabant voor de BIS-periode
2021-2024;
voorts constaterende dat in de integrale afweging de raad heeft
geadviseerd geen subsidie toe te kennen aan deze twee brede instellingen
voor talentontwikkeling;
overwegende dat het juist nu vanwege de crisis van belang is voor de
cultuursector om jong en beginnend talent te ondersteunen en te behouden
voor de podiumkunsten, in het bijzonder theater en dans;
overwegende dat het kabinet de ambitie heeft om de sector te vernieuwen
en te verbreden en te investeren in talentontwikkeling en dat beide
instellingen gezamenlijk een goed onderbouwd, aanvullend plan hebben
opgesteld waarin hun kerntaak voor de ontwikkeling van talent op een
duurzame manier tot uiting komt;
verzoekt de regering in gesprek te gaan met beide instellingen om te
onderzoeken of het mogelijk is om een oplossing te vinden voor de
stimulering van de groep jonge theatermakers, die specifiek door deze
instellingen een kans krijgen om hun talenten te ontwikkelen, en de
Kamer hierover voor de stemmingen over de cultuurbegroting te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en Geluk-Poortvliet.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 109 (35570-VIII).
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Mijn spreektijd zit er helemaal op, denk ik?
De voorzitter:
Ja. Heeft u nog een noodkreet?
De heer Paternotte (D66):
Nee, dat komt vast wel in de beantwoording van de minister weer
terug.
De voorzitter:
Dan is het woord aan mevrouw Van den Hul.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Dank, voorzitter. Het belangrijkste woord vandaag is "perspectief". Het
is goed dat we nu een noodpakket is, maar we moeten nu wel gaan kijken
naar de horizon daarna, want festivals en podia moeten nú beslissingen
nemen over volgend seizoen. Welke horizon hebben zij? Om daarbij te
helpen, dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de door het kabinet gepresenteerde routekaart bij
afschalen van maatregelen nauwelijks perspectief biedt voor
cultuurpodia;
overwegende dat vanuit de cultuursector het initiatief is ontstaan om
met een aanvullende routekaart te komen, waarin mogelijkheden komen om
op een veilige manier meer publiek toe te laten bij concerten en
voorstellingen;
verzoekt het kabinet in gesprek te gaan met de initiatiefnemers over hoe
de voorstellen van deze aanvullende routekaart van de culturele sector
aan kunnen sluiten op de huidige routekaart,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Hul en Belhaj. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 110 (35570-VIII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat makers keihard geraakt zijn door de
coronacrisis;
constaterende dat in het tweede steunpakket geen bijdrage is opgenomen
voor het Steunfonds Rechtensector;
overwegende dat de regeling een brede groep makers bereikt en aan het
werk houdt;
verzoekt de regering om ook in het tweede steunpakket een substantieel
bedrag op te nemen en uit te keren via het Steunfonds
Rechtensector,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Hul, Kwint en Van den
Berge. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 111 (35570-VIII).
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Het ging al even over de specifieke ODN-regeling, Omscholing Dansers
Nederland.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de ODN een zeer effectieve dansregeling is die
professionele dansers helpt om na hun danscarrière een tweede loopbaan
te starten;
van mening dat voor een eerlijke arbeidsmarkt in de danssector een goede
omscholingsregeling cruciaal is;
verzoekt de regering om binnen de begroting ruimte te zoeken voor een
eenmalige financiële ondersteuning van de ODN van 1 miljoen euro,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Hul. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 112 (35570-VIII).
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Tot slot de volgende motie, in aansluiting op de vraag die collega Van
den Berge hierover stelde.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeentelijke steun aan culturele instellingen wordt
verrekend met de NOW;
constaterende dat dit gemeenten huiverig maakt om additionele financiële
steun te verlenen;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de richtlijnen van de NOW
kunnen worden aangepast zodat steun niet met de NOW wordt
verrekend,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Hul. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 113 (35570-VIII).
De heer Van Raan, tot slot. Aan u is het woord.
De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Dank aan de minister voor het, zoals zij zelf
zegt, ten volle betrekken van de Sociaal Culturele Raad bij de verdere
planvorming. Ik heb twee moties aangehouden. Die ga ik indienen. Zij
zijn fiscaal georiënteerd. Ik geloof dat ik die moties dan niet hoef
voor te lezen. Ze zijn iets gewijzigd, maar omwille van de tijd zullen
we dat dan niet doen.
De voorzitter:
Als u ze al eerder heeft ingediend, hoeft dat inderdaad niet.
De heer Van Raan (PvdD):
Dank. Ik heb nog een vraag. We hebben een amendement ingediend. Ik heb
begrepen dat we daar in de tweede termijn nog een antwoord op
krijgen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dat is een goede vraag, meneer Van Raan. Ik heb geluisterd naar de
beantwoording. De minister heeft wel degelijk uw amendement behandeld,
maar heeft misschien niet helemaal expliciet uitgesproken dat het is
ontraden. De minister zegt dat zij hier straks nog op terugkomt.
Ik schors voor enkele ogenblikken, zodat we even alle moties kunnen
verzamelen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.
Minister Van Engelshoven:
Voorzitter. Ik zal zo mijn appreciatie geven van de moties. Er ligt ook
een aantal amendementen die ik nog niet van een appreciatie heb
voorzien.
Er ligt nog een vraag van de heer El Yassini. Excuus voor de vergissing
in eerste termijn, maar de deskundigen die hebben geadviseerd over de
apologie, waren niet van het Nationaal Archief maar van de Universiteit
Leiden en het Rijksmuseum. Het gaat om de keuze die gemaakt is om de
tentoonstelling te maken met deze twee. Het lijkt me niet dienstig en
volgens mij is het ook niet aan de minister om hierover met allerlei
historici in gesprek te gaan. Wij snappen de redenering. Dat heb ik ook
teruggelegd bij de indieners van de motie. Ik zal het Nationaal Archief
als tip meegeven dat er wellicht nog een keer een debat over
georganiseerd kan worden. Maar ik zie het niet als mijn taak om hierover
een discussie te voeren met een historicus.
Dan nog drie amendementen. Het amendement van mevrouw Van den Hul op
stuk nr. 98 gaat over extra geld voor de makers in de culturele sector.
Uw dekking komt uit de tegenbegroting. Het kabinet heeft op dat punt een
andere keuze gemaakt. U begrijpt dus dat ik dit amendement
ontraad.
Voor het amendement op stuk nr. 99 van mevrouw Van den Hul geldt
hetzelfde. Het kabinet heeft bij het Belastingplan een andere keuze
gemaakt voor de invulling. Wij gaan dus niet mee in uw dekkingsvoorstel.
Ik ontraad dus het amendement.
Dan het amendement van het lid Van Raan over de Sociaal Creatieve Raad.
U dekt dit uit een ander begrotingshoofdstuk. Even voor de goede orde:
volgens mij is het de gewoonte in deze Kamer dat het overhevelen van
geld van de ene naar de andere begroting meestal bij de Algemene
Financiële Beschouwingen wordt gedaan. Vanwege die techniek ontraad ik
ook dit amendement. Ik ga wel met de Sociaal Creatieve Raad in gesprek
om te zien wat we voor elkaar kunnen betekenen. Maar ik ontraad het
amendement.
De voorzitter:
Meneer Van Raan, kort.
De heer Van Raan (PvdD):
Ja, heel kort. We hebben uiteraard twee amendementen ingediend. Het
amendement dat het geld weghaalt, verloopt ook via een andere begroting.
Dus in die zin heb ik niet het idee dat wij tegen de begrotingsmores
hebben gehandeld. Dan klopt de redenering van de minister dus niet. Ik
weet niet of dit nog aanleiding geeft tot een ander oordeel.
Minister Van Engelshoven:
Ik geloof niet dat mijn collega's van IenW bereid zijn om hiervoor 2 ton
naar mijn begroting over te hevelen.
De heer Van Raan (PvdD):
Dat is wat anders.
Minister Van Engelshoven:
Dank voor het aanbod, maar nee, dank u.
Dan de moties. De motie op stuk nr. 101 van de leden Van den Berge,
Kwint en Van den Hul verzoekt de regering om eventuele onderuitputting
in het tweede steunpakket met prioriteit in te zetten voor
talentontwikkeling en cultuurparticipatie. Ik verwacht geen
onderuitputting bij de uitwerking van het tweede steunpakket. Overigens
is bij onderuitputting de afspraak dat de middelen dan ook terugvloeien
naar de schatkist. Ik heb gezegd dat wij stevig de vinger aan de pols
houden. Mocht nou gaandeweg blijken dat we bij een regeling in het
steunpakket dreigen geld over te houden, dan zou ik door de regels iets
bij te stellen dat beter kunnen laten landen. Als ik de motie zo mag
interpreteren dat u mij opdraagt om maximaal naar die ruimte te zoeken,
dan geef ik de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dat motie op stuk nr. 101 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Engelshoven:
De motie op stuk nr. 102 van de heer Van den Berge gaat over afspraken
om in het pakket te komen tot maximale steun aan individuele makers,
zzp'ers en freelancers. U vraagt mij om te proberen om daar met de hele
sector zo goed mogelijke afspraken over te maken. Dat was al mijn inzet.
Ik geef de motie oordeel Kamer, zodat ik ook tegen iedereen kan zeggen:
de Kamer steunt mij in deze inzet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 102 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Engelshoven:
De motie op stuk nr. 103, van mevrouw Geluk-Poortvliet, gaat over het
archief bladmuziek. U vraagt mij om te onderzoeken wat er nodig is om de
toegang van die bladmuziekcollectie veilig te stellen en u daar voor 1
februari over te informeren. Ik wil dat graag onderzoeken. Ik zeg daar
wel bij dat we daarvoor geen extra middelen gaan inzetten. Ik moet wel
kijken wat er binnen de bestaande afspraken kan, omdat ook voor andere
instellingen geldt dat men vaak geld heeft meegekregen voor de
digitalisering en het tot hun opdracht behoort om de toegang tot deze
collecties open te houden. Als ik namelijk tegen deze instelling ga
zeggen dat zij daar eventueel extra geld voor krijgt, dan krijg ik er
nog heel wat aan mijn deur. Maar waar we een handje kunnen helpen, doen
we dat natuurlijk graag. Met die invulling krijgt de motie dus oordeel
Kamer.
Dan de motie van mevrouw Geluk-Poortvliet op stuk nr. 104, over CODART.
Er is hier echt sprake van een verschil van inzicht tussen twee
organisaties. U zegt dat het Rijksmuseum bereid is om het beter te
borgen. U vraagt mij om het gesprek aan te gaan en te zorgen dat dit op
een goede manier landt. Ik ben bereid om dat te doen, dus deze motie
krijgt oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 105, van de heer Kwint, over Bewaar je ticket.
Wat u in de motie vraagt, is precies wat ik had toegezegd. We gaan met
EZK in gesprek om te kijken of we dit parallel kunnen trekken. Ik geef
de motie dus oordeel Kamer, want ik had dit al toegezegd.
Dan de motie over de Seyss-Inquartbunker, op stuk nr. 106. Die motie
ontraad ik. U vraagt mij om nu weer pas op de plaats te maken. We zijn
bezig om dit in een bijzonder zorgvuldig proces te doen. Het is
overigens ook niet aan mij om die pas op de plaats te maken, want dit
ligt bij het Rijksvastgoedbedrijf en is dus een verantwoordelijkheid van
de heer Knops. Maar ik heb u uitgelegd dat we dit heel zorgvuldig doen
en het met allerlei waarborgen omgeven, dus deze motie ontraad ik.
Dan de motie op stuk nr. 107, van de heer Paternotte en de heer El
Yassini, over een voorstel om het aanschaffen van kunst van individuele
kunstenaars aantrekkelijk te maken. Ik heb u aangegeven dat er al een
hoop kan en dat ik niet meteen hele grote mogelijkheden zie. Als u mij
vraagt of we toch niet een uiterste poging moeten doen om alle
creativiteit aan te boren, ook bij Financiën, om dat mogelijk te maken
en te kijken wat er kan, wil ik dat graag doen. Deze motie krijgt dus
oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 108, over de kunstcollecties in beheer van de
koninklijke familie. Ik heb u in mijn termijn gezegd hoe ik daarover
denk. We kijken hoe we de private collectie in het kader van Collectie
Nederland kunnen beschermen. Dat doet de commissie-Buma. Daarnaast doen
wij in de regel geen onderzoek naar wat privaat is en wat niet. Deze
motie ontraad ik dus.
Dan de motie op stuk nr. 109 van de heer Paternotte en mevrouw Geluk
over Frascati en PLAN Brabant. Gelet op het debat geef ik die oordeel
Kamer.
De motie van mevrouw Van den Hul en mevrouw Belhaj op stuk nr. 110 over
de aanvullende routekaart krijgt oordeel Kamer.
De motie van mevrouw Van den Hul op stuk nr. 111 over het Steunfonds
Rechtensector ontraad ik. We hebben het eerste steunpakket gematcht op
de eigen 5 miljoen van de rechtensector. Er zit nu substantieel geld in
het Letterenfonds. Het lijkt mij heel goed als het Letterenfonds kijkt
of het afspraken hierover kan maken met het Steunfonds Rechtensector, of
breder. Ik heb vandaag en in de brief toegelicht hoe wij het tweede
steunpakket inzetten. Als men vanuit de fondsen mogelijkheden ziet om op
te trekken met het Steunfonds Rechtensector en daar nog een keer te
matchen, lijkt mij dat heel goed. Ik zeg erbij dat mij in het kader van
het tweede steunpakket vanuit de rechtensector niet een vergelijkbaar
verzoek heeft bereikt. Deze motie ontraad ik.
De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 111. De motie op stuk nr. 110 heeft oordeel
Kamer, die op stuk nr. 111 is ontraden.
Minister Van Engelshoven:
Dan de motie op stuk nr. 112 over Omscholing Dansers Nederland. Ik heb
aangegeven dat ik daar graag naar wil kijken, maar voor mij is het
probleem met de motie dat mevrouw Van den Hul het vastpint op een bedrag
van 1 miljoen euro. Daar heb ik echt een probleem mee, omdat hier bij
voorbaat wordt gezegd dat het dat bedrag moet zijn. Dat terwijl ik heb
aangegeven dat ik er even goed naar wil kijken. ODN heeft 1 miljoen
gevraagd, maar ik heb aangegeven dat er best verschillen zijn in wat er
gebeurt in het scholingsfonds voor de danssector en in andere sectoren.
Ik vind ook een beetje dat ik hier moet kijken naar gelijke monniken,
gelijke kappen in wat ik steun, want ik moet op zoek naar extra
middelen. Het is van tweeën één: of ik ontraad de motie, maar dan ga ik
er overigens wel naar kijken, of mevrouw Van den Hul haalt de 1 miljoen
weg en dan krijgt de motie oordeel Kamer. Ik wil er met een open blik
naar kijken, maar ik laat me van tevoren niet vastpinnen op een
bedrag.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Ik haal "1 miljoen" weg. Het dictum wordt dan: "verzoekt de regering om
binnen de begroting ruimte te zoeken voor een eenmalige financiële
ondersteuning van de ODN".
Minister Van Engelshoven:
Dan krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Engelshoven:
Dan de motie op stuk nr. 113 van mevrouw Van den Hul. Dit is eigenlijk
het gesprek dat ik continu voer met Sociale Zaken, ook om te kijken hoe
we kunnen optimaliseren. Op het punt van de verrekening van de huur is
dat gelukt. Ik wil best nog een keer het gesprek aan om te kijken of het
veilig kan. Ik heb al aangegeven dat ik, gelet op de uitvoerbaarheid,
bezwaren zie van SZW. Als u mij vraagt om daar nog een keer naar te
kijken, wil ik dat graag doen. Uiteindelijk wil iedereen dat regelingen
optimaal samen lopen.
De voorzitter:
Dus de motie op stuk nr. 113 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Engelshoven:
Ja, oordeel Kamer.
De heer El Yassini (VVD):
Ik was voornemens om vooral lekker mijn mond te houden en dit overleg af
te tikken, maar nu hoor ik de minister iets zeggen waarvan ik me afvraag
hoe zij dit rijmt met juist de waarschuwing die ze aan de Kamer heeft
gegeven om niet nog meer complexe zaken om te gaan gooien, waardoor het
op een gegeven moment niet meer zichtbaar wordt en het één gekkenhuis
wordt. Ik vraag dat juist ook omdat er in een andere Kamer een andere
situatie gaande is, omdat de Kamer constant maar weer dingen vraagt die
uiteindelijk eindigen in een chaos. Hoe rijmt zij dat met haar "oordeel
Kamer" in dit specifieke geval?
Minister Van Engelshoven:
Mijn waarschuwing uit de eerste termijn blijft volop staan. We zijn ook
in het kabinet continu bezig met hoe we de steunregeling kunnen
optimaliseren en nog verbeteren. Maar ik zeg ook heel eerlijk tegen
mevrouw Van den Hul dat ik er een hard hoofd in heb dat hier nog meer
mogelijk is, juist omdat ik die zorg voor de uitvoering heb. Maar ik
vind ook dat ik te allen tijde de bereidheid moet hebben om te kijken of
daar nog iets op te bedenken is. Ik zeg u eerlijk: de kans dat dat zo
is, is "nee", maar ook bij SZW is men in het kader van het optimaliseren
van het pakket continu bezig met kijken hoe zij dit goed kunnen doen. De
kanttekening is dus dat ik de kans zeer gering acht dat het lukt, maar
je moet altijd bereid zijn op zoek te gaan naar een betere
oplossing.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde van dit debat gekomen. Ik dank de minister
voor de beantwoording. De toezeggingen zullen worden rondgemaild, ook
omwille van de tijd. Dan kunt u daar nog even goed naar kijken. Zij
zullen ook worden opgenomen in het registratiesysteem. De stemmingen
over de moties zijn volgende week dinsdag. De stemmingen over de
amendementen en de begroting zelf zijn op 8 december.
Ik denk dat ik daarmee al mijn mededelingen heb gedaan. Ik dank de
minister en haar medewerkers. Ik dank alle medewerkers van de Kamer voor
hun hulp en bijdragen en natuurlijk hartelijk dank aan mijn
collega's.
Sluiting 17.05 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 45 (2020-2021) van 23 november 2020 |
---|
Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |