Water en wadden (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2020D50748, datum: 2020-12-01, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2020-12-01 17:00: Water en wadden (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (š origineel)
Tweede Kamer, Water en Wadden
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 1 december 2020 overleg gevoerd met mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, minister van Infrastructuur en Waterstaat, over:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2021 (35570-XII);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2021 (35570-J);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 4 november 2020 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2021 (35570-J, nr. 5);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 15 september 2020 inzake Deltaprogramma 2021 (35570-J, nr. 4);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 4 november 2020 inzake beantwoording vragen commissie over het Deltaprogramma 2021 (35570-J, nr. 6);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 30 september 2020 inzake 18e Voortgangsrapportage Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (32698, nr. 54);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 15 september 2020 inzake MIRT Overzicht 2021 (35570-A, nr. 4);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 15 juni 2020 inzake opzet beleidsdoorlichting Integraal waterbeleid (32861, nr. 60);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 31 augustus 2020 inzake reactie op verzoek commissie over de opzet van de beleidsdoorlichting Integraal waterbeleid (32861, nr. 61);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 10 juli 2020 inzake stand van zaken naar aanleiding van het algemeen overleg Water van 22 juni 2020 (27625, nr. 508);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 4 november 2020 inzake informatie over de invulling van een aantal moties en toezeggingen voor het wetgevingsoverleg Water van 11 november 2020 (27625, nr. 523);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 8 juli 2020 inzake update droogteperiode - overgang naar normaal waterbeheer (27625, nr. 509);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 4 november 2020 inzake versterken cyberweerbaarheid in de watersector (27625, nr. 522);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 18 mei 2020 inzake reactie op verzoek commissie over de brief van de Commissie voor de m.e.r. inzake het rapport over het onderzoek naar kwaliteit en kwantiteit van milieueffectrapportage (34287, nr. 27);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 9 juli 2020 inzake Ontwerp-Agenda voor het Waddengebied 2050 (29684, nr. 206);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 30 oktober 2020 inzake verzamelbrief Wadden (2020Z20163);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 14 januari 2020 inzake langetermijnoplossingsrichtingen bereikbaarheid Ameland na 2030 en onderzoek vertragingen verbinding (23645, nr. 711);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 25 maart 2020 inzake antwoorden op vragen commissie over lange termijn oplossingsrichtingen bereikbaarheid Ameland na 2030 en onderzoek vertragingen verbinding (Kamerstuk 23645, nr. 711) (23645, nr. 712);
de brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 9 november 2020 inzake beantwoording vragen gesteld tijdens het algemeen overleg Leefomgeving over de milieueffectrapportage (29383, nr. 348).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Agnes Mulder
De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en
Waterstaat,
Rijkers
Voorzitter: Agnes Mulder
Griffier: Schuurkamp
Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van Aalst, Van Brenk, Bromet, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Esch, Geurts, De Groot, LaƧin, Moorlag en Agnes Mulder,
en mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Aanvang 17.00 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag allemaal. Welkom bij de vergadering van de vaste commissie
voor Infrastructuur en Waterstaat. We hebben vandaag een
wetgevingsoverleg over water en Wadden. We hanteren vandaag de
begrotingsvolgorde. Dat betekent dat wij beginnen met de heer Van Aalst
van de PVV. Hij heeft acht minuten in eerste termijn en vier in tweede
termijn. We hebben net afgesproken dat het aan de leden zelf is hoe zij
die verdeling onderling maken. Wij houden het hier natuurlijk wel
nauwkeurig bij. U heeft de gelegenheid om vier vragen aan elkaar te
stellen. Dat mag u in ƩƩn keer doen of per onderwerp; dat is aan
u.
Het woord is aan de heer Van Aalst.
De heer Van Aalst (PVV):
Dank je wel, voorzitter. Nederlanders worden doodgegooid met berichten
vol rampspoed over klimaatverandering. Daar doen de meeste partijen ook
vandaag waarschijnlijk weer vrolijk aan mee. Zo wordt elke droogte met
beide handen aangegrepen om de groene maatregelen te legitimeren. De
droogte zou namelijk een direct gevolg zijn van die vreselijke
klimaatverandering en zou zodoende de schuld zijn van de gewone man die
in zijn dieselauto naar zijn werk gaat en die zich daarom scheel moet
betalen aan het duurzaamheidsgeneuzel. Maar met dat verhaal wordt nu
eindelijk eens keihard gebroken. Ten eerste omdat de minister zelf moet
toegeven dat de droogte dit jaar heel erg meeviel en er geen sprake was
van een watertekort. Dat is natuurlijk gek als je naar het doemverhaal
van het totale vernietigingsplan van links luistert. Ten tweede omdat
mijn eigen Universiteit Twente laatst nog naar buiten bracht dat ons
eigen watermanagement een belangrijke oorzaak is van de droogte waar we
in sommige jaren mee te maken hebben.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, is er een vraag van mevrouw Bromet. Maar voordat
ik haar het woord geef, heet ik natuurlijk ook de minister en haar
mensen van harte welkom, want die was ik spontaan vergeten en dat kan
natuurlijk niet de bedoeling zijn.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik zat te luisteren. Zijn de boeren die deze zomer zo klaagden over de
droogte dan zeurkousen volgens de heer Van Aalst?
De heer Van Aalst (PVV):
Ik val bijna van mijn stoel. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Gaat GroenLinks het nu opnemen voor de boeren? Nee, de boeren zijn geen
zeurkousen, de boeren zijn juist de mensen die er heel goed in zijn om
dit te regelen. Ik kan me herinneren dat GroenLinks de boeren uit de
waterschappen wilde kieperen omdat ze eigenlijk geen verstand van water
hadden. Nee, dat zijn geen zeurkousen. Daar moeten we juist veel meer
naar luisteren. "Boerenverstand" noemen we dat.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
En de boeren dan een regendansje laten doen.
De heer Van Aalst (PVV):
Nee hoor, dat is helemaal niet nodig. We moeten er gewoon met elkaar
naar kijken. Ik zal straks een motie indienen waarin staat dat we ons
eigen watermanagement goed moeten bekijken. Daar kom ik zo in mijn tekst
op terug. We hebben altijd geleerd dat we water moeten afvoeren, maar nu
doet de situatie zich voor dat we water juist moeten gaan vasthouden.
Dan hebben we die droogteproblemen niet. Daar kom ik dus zo op terug. Ik
reken dan ook op de volle steun van de nieuwe boerenpartij,
GroenLinks.
De voorzitter:
De heer Van Aalst vervolgt zijn betoog.
De heer Van Aalst (PVV):
Ik sta gewoon perplex! Ik ben helemaal van mijn Ć propos gebracht door
het boerenstandpunt van GroenLinks. Het ene moment draaien ze hen de nek
om en het andere moment zeggen ze: goh, die boeren. Tja.
Voorzitter. Ik ga verder. Een onderzoeker lichtte namelijk toe dat ons
systeem erop is ingericht om snel water af te kunnen voeren. Hierdoor
wordt er dus, wanneer het regent, minder water in de bodem opgenomen.
Een groot deel van de neerslag die in de grond zou moeten trekken, komt
daar niet meer terecht. Een duidelijk verhaal, waar we, als het aan de
PVV ligt, serieus naar moeten luisteren. Daar zullen we vandaag dan ook
toe oproepen middels een motie in de tweede termijn.
Voorzitter. We kloppen ons als Nederland altijd terecht op de borst als
het gaat over watermanagement, maar in dit geval moeten we ook niet
blind zijn voor de zwakke kanten van ons systeem. De PVV wil gewoon
investeren in goede en sterke dijken en niet in al die
natuur-/waterprojecten waar de overheid nu haar miljoenen insteekt. Meer
ruimte voor de rivier betekent ook een snellere afvoer van water en
zoals gezegd levert dat droogteproblemen op. Steek ons geld gewoon in
het versterken en verhogen van onze dijken waar dat nodig is.
Schoenmaker, houd je bij je leest, zou de PVV zeggen.
Dat lijkt ook hard nodig. Want kijk nou eens kritisch naar de aanpak van
de Afsluitdijk. Ontwerpfouten leiden daar tot enorme extra kosten. De
PVV wil daarover graag opheldering van de minister. Hoe is het mogelijk
dat dit project zo uit de klauwen aan het lopen is? Heeft de minister
nog wel controle over dit soort grote projecten? Het lijkt van niet,
anders was het waarschijnlijk niet zo enorm geƫscaleerd. Bij dezen dus
de vraag: wat gaat de minister doen om de controle terug te
pakken?
Voorzitter. Tot slot wil de PVV dat drinkwaterbedrijven in Nederland
zich bezighouden met schoon en goedkoop drinkwater. Wij willen niet dat
zij het geld van de mensen in Nederland gebruiken om zelf aan
ontwikkelingshulp te gaan doen. We hebben dat al eens eerder ingebracht.
Ook nu zien we weer dat Vitens via Vitens Evides International betrokken
is bij allerlei projecten in Afrika. Op hun website stellen ze dat dit
niet volledig betaald wordt met middelen uit donaties; ook middelen uit
de tarieven worden gebruikt. Wij maken daaruit op dat de gewone
Nederlander dus weer via zijn rekening meebetaalt aan zulke
ontwikkelingsprojecten. Kan de minister uitleggen om hoeveel geld het
hier gaat? En is zij het met de PVV eens dat ontwikkelingshulp iets zou
moeten zijn waar de mensen thuis zelf voor kunnen kiezen en niet iets
wat via dit soort constructies moet worden afgedwongen? Graag een
reactie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Voordat u klaar bent, heeft u nog een vraag van de heer LaƧin van de SP.
Welkom.
De heer LaƧin (SP):
Dank. Ik heb een vraag op het laatste punt. Ik ben het met de heer Van
Aalst eens dat drinkwaterbedrijven vooral moeten zorgen voor schoon en
betaalbaar drinkwater. De heer Van Aalst benoemt ƩƩn element van ƩƩn
bedrijf. Het geldt niet voor alle bedrijven die zich in Nederland
bezighouden met drinkwater. Wat wel voor alle drinkwaterbedrijven geldt,
is dat zij last hebben van vervuiling van bijvoorbeeld de chemische
industrie. Als wij dat benoemen in andere debatten, krijgen we de heer
Van Aalst vaak niet mee om ervoor te zorgen dat die bedrijven hun
vervuiling verminderen en minder gaan uitstoten. Vindt de heer Van Aalst
van de PVV ook dat we die bedrijven erop moeten aanspreken, zodat zij
niet continu nieuwe stoffen uitstoten, waardoor drinkwaterbedrijven met
hogere kosten komen te zitten voor schoon drinkwater vanwege de
zuivering?
De heer Van Aalst (PVV):
Volgens mij haalt de SP wat dingen door elkaar. Wij hebben altijd
gezegd: we kijken altijd goed naar de kwaliteit van water. Het mag nooit
ten koste gaan van de volksgezondheid. De SP haalt nu de chemische
bedrijven erbij, en volgens mij ook de medicijnresten die we allemaal in
het water zien. De waterbedrijven klagen met name over de
medicijnresten. De wedervraag die ik zou willen stellen aan de heer
LaƧin is: gaan we mensen dan geen medicijnen meer verstrekken omdat die
resten in ons water terechtkomen? Dat zou heel erg vervelend zijn. Is
dat wat de SP nu beoogt?
De heer LaƧin (SP):
Dat beoogt de SP natuurlijk niet. We moeten beter omgaan met
medicijnresten en ervoor zorgen dat die niet in het water terechtkomen.
Maar de vraag blijft staan. Chemische stoffen en giftige stoffen zijn
wel degelijk een probleem. Dat geven drinkwaterbedrijven zelf ook aan.
Dat verzint de SP niet; die informatie krijgen wij toegestuurd. Dus
nogmaals de vraag aan de PVV: vindt de PVV ook dat de chemische
industrie en de vervuilende industrie in Nederland iets moeten doen aan
hun vervuiling en uitstoot, zodat ons drinkwater goedkoop en schoon
blijft?
De heer Van Aalst (PVV):
Ik heb gesproken met al die waterbedrijven. In bijvoorbeeld het dossier
van Chemours hebben zij aangegeven dat er geen risico's zijn voor de
volksgezondheid en dat ze prima contact hebben met de chemische
industrie. U zegt dat de chemische industrie voor vervuild drinkwater
zorgt, maar ik zie dat punt dus niet helemaal. Ik heb geconstateerd dat
met name de medicijnresten op dit moment een groot probleem zijn. Daar
moeten we met elkaar naar kijken, maar ik zou hier niet willen roepen:
mensen, stop met het innemen van medicijnen, want anders vervuilt u ons
water. Ik zeg wel: wees zorgvuldig in waar het uiteindelijk terechtkomt.
Maar we gaan uiteindelijk allemaal naar het toilet en dan komen er
medicijnresten in het water, die dus terechtkomen bij de waterzuivering.
Ik hoor heel graag van de heer LaƧin van de SP hoe hij dat op een andere
manier op wil lossen. Nee, dat hoeft niet nu. Ik heb nog vier
interrupties in deze termijn.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
U ook bedankt, maar mevrouw Van Brenk van 50PLUS heeft ook nog een vraag
voor u.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik sluit me aan bij het laatste punt waarop de heer Van Aalst een vraag
stelde aan de minister, over de belastingtarieven van de waterbedrijven.
Waterbedrijven zouden voor hun buitenlandse activiteiten geen belasting
moeten heffen bij de inwoners. Kan de heer Van Aalst in ieder geval wel
begrijpen dat wij hier volgens mij met z'n allen enthousiast waren over
de Blue Deal? Het voorstel van het ministerie van IenW en het ministerie
van Ontwikkelingssamenwerking is dat we in het buitenland activiteiten
gaan ontplooien waarvoor de kennis die waterbedrijven hebben, bij
uitstek geschikt is om in te zetten. Het zou goed zijn dat in ieder
geval die kennis wel gedeeld wordt. Ik kan me voorstellen dat de PVV
begrijpt dat we, als zich een ramp voordoet ā te veel water, te weinig
water ā migratiestromen gaan krijgen, en daar zitten ze volgens mij ook
niet op te wachten.
De voorzitter:
Mag ik u allen gelijk aan het begin van deze vergadering vragen om toch
iets puntiger te zijn met uw vragen? Het hoeven geen betogen te zijn;
het zijn vragen. Het woord is aan de heer Van Aalst.
De heer Van Aalst (PVV):
Er komen in ƩƩn vraag inderdaad heel veel dingen voorbij. Ons standpunt
over ontwikkelingshulp zal ik hier niet opnieuw uitleggen, want dat is
mevrouw Van Brenk denk ik wel duidelijk. Zij sprak over het meenemen van
kennis. Als het een commercieel bedrijf is dat zijn kennis wil delen, is
dat aan het bedrijf zelf, maar op het moment dat de burger betaalt voor
een bedrijf en er kosten mee gemoeid zijn waar zij niet voor kiezen, wil
ik het niet terugzien op de rekening voor het drinkwater. Vanuit dat
oogpunt zeg ik: drinkwaterbedrijven, niet doorbelasten! Als het een
commerciƫle jongen is die zelf iets in het buitenland wil doen, heb ik
daar geen moeite mee. Maar zolang je belastinggeld binnenharkt, de
tarieven omhooggaan en dat geld vervolgens in Afrika uitgegeven wordt
aan een bodemloze put, om die beeldspraak maar te gebruiken, ben ik daar
wel klaar mee. Ik hoop dat dat een beetje een antwoord is op de vraag
van mevrouw Van Brenk.
De voorzitter:
Nou, nog niet helemaal, want ze heeft een vervolgvraag.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Die "bodemloze put" vind ik dan wel weer een triest voorbeeld in dit
geval, want waterputten zijn heel belangrijk, zeker in die landen. Maar
als de waterschappen voor het aantal fte dat ze inzetten, vergoed zouden
worden vanuit de ministeries, zowel Buitenlandse Zaken en
Ontwikkelingssamenwerking en IenW, zou dat dan wel een acceptabel iets
zijn voor de PVV?
De heer Van Aalst (PVV):
Nee, want volgens mij ben je dan belastinggeld richting Afrika aan het
pompen. U kent het standpunt van de PVV daarover. Verder wil ik meegeven
dat ik de waterschappen sowieso een andere rol ⦠Maar dat heb ik al eens
vaker beoogd hier te melden: wat ons betreft kunnen de waterschappen
instromen bij de provincies en daar intern worden. Volgens mij maken we
daar in ieder geval een slag voor de belastingbetaler. Ik denk dat er
wat geld bespaard kan worden, maar het is niet de bedoeling dat dan
verdwijnt naar de regimes in Afrika. Dus nee.
De voorzitter:
Dan komen we bij de tweede spreker in deze eerste termijn. Dat is de
heer Dijkstra van de VVD.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dank u, voorzitter. Water komt ieder jaar hier terug op de agenda. Dat
is een goede zaak. Nederland ā nederland, hĆØ, laagland ā en water zijn
onlosmakelijk met elkaar verbonden. Water is fijn. Water is functioneel.
Het geeft ons plezier, maar het kan ook een gevaar vormen. De zeespiegel
stijgt langzaam. We hebben steeds meer te maken met droogte en extreme
regenbuien. We hebben weliswaar in Nederland, het laagland, de veiligste
delta ter wereld, maar het blijft kwetsbaar en het is nooit
vanzelfsprekend. Als het gaat om waterveiligheid is Nederland nooit af.
Daarom hebben we het Deltaprogramma met een aanpak om problemen als
droogte en wateroverlast te identificeren en daarmee om te kunnen
gaan.
Ons land kent ook meer dan 5.000 kilometer aan vaarwegen. Die zijn van
belang voor een goed en efficiƫnt goederensysteem. Adequaat onderhoud en
tijdige vervanging van alles dat betrekking heeft op waterinfrastructuur
hoort daar dus ook bij en is van belang. We hebben het nationaal
Deltaprogramma, ruim 1,2 miljard euro per jaar, dat we in het Deltafonds
besteden samen met provincies, gemeentes en waterschappen om Nederland
veilig te maken, aantrekkelijk te houden en goed te blijven voorzien,
ook van zoet water. Ook voor klimaatadaptatie ā dat is dit kabinet
ingezet ā hebben we 200 miljoen beschikbaar gesteld voor de decentrale
overheden.
Voorzitter. Ik wil tijdens dit wetgevingsoverleg de nadruk leggen op
beheer en onderhoud van de waterwerken, waar ik zo op kom. Ik heb een
behoorlijk stuk over de Wadden. Ik vind het erg jammer dat het algemeen
overleg Wadden geannuleerd is, vanwege corona en andere redenen, maar ik
ga er toch behoorlijk wat tijd aan wijden. Ik heb ook nog wat specifieke
vragen.
Als het gaat om het beheer en onderhoud, dan zijn de hoofdvaarwegen
juist van belang. Het watersysteem dat we met elkaar hebben, is volgens
mij goed voor iets van 600 miljoen per jaar. Het heeft negatieve
gevolgen als onze binnenvaart, die onmisbaar is om grote hoeveelheden
goederen te kunnen verplaatsen in Noordwest-Europa, gestremd wordt door
bruggen of sluizen. Het is best apart dat we ondanks enorme volumes maar
7% van ons beschikbare budget besteden aan die waterwegen, terwijl daar
best nog wel winst te halen is om verstoppingen elders in het land ā
denk aan de vermindering van de files ā te voorkomen. Er zijn gelukkig
heel veel goede voorbeelden. Het mooiste vind ik altijd de bierbrouwers
die tegenwoordig met elektrische schepen de steden bevoorraden, maar ook
de grotere afstanden afleggen. In mijn eigen provincie heb je
bijvoorbeeld de Heinz ketchup, die vanuit Elst via de binnenvaart
richting Rotterdam gaat en vervolgens geƫxporteerd wordt naar
Engeland.
Het belang van de binnenvaart en een goed benutten van die waterwegen is
dus essentieel voor ons. Daarom ben ik zo blij dat we nieuwe
overnachtingshavens hebben en dat er ook steeds meer komen. Wat kan de
minister daarover zeggen, juist ook over het voortaan verplaatsen van
goederen over het water in plaats van over de weg? Je ziet ook dat
steden zo ontlast kunnen worden. Als het gaat om wonen en water is dat
ook een hele prima combinatie, maar ik vind het wel van belang dat de
maritieme functie gewaarborgd blijft. Naast dat we voldoende geld,
handjes en kennis moeten hebben bij de uitvoering in Rijkswaterstaat en
waterschappen, moet het niet zo zijn dat milieuregels, bijvoorbeeld de
stikstofproblematiek, onderhoud of aanleg verhinderen, zeker als het
gaat om de veiligheid. Wat kan de minister daarover zeggen?
Ik wil ook aandacht vragen voor de nieuwe bedreigingen die op ons
afkomen ā denk aan de ICT, waar we een keer een briefing over hebben
gehad ā want je wil niet dat hackers binnendringen in onze systemen en
daarmee toegang krijgen tot de bediening van sluizen en gemalen. In
potentie kunnen kwaadwillenden ons land grote schade toebrengen. Het
valt niet uit te sluiten dat er al pogingen zijn gedaan. Ik wil de
minister vragen een soort monitor op te zetten om de Kamer daarover
blijvend te kunnen informeren; als dat nodig is, moet dat in
vertrouwelijkheid.
Als ik kijk naar wateronderwerpen, dan zie ik dat er de afgelopen drie
jaar echt wel stappen vooruitgezet zijn op behoorlijk wat dossiers. Denk
aan de verzilting, waar we nu met elkaar een duidelijker standpunt
hebben ingenomen dat zoet water echt wel het beschermen waard is. Denk
ook aan de watertekorten van afgelopen zomer als het gaat om de
verdeling van het beschikbare drinkwater, het grondwaterpeil, dat
natuurlijk dramatisch laag was, wat ook slecht is voor de teelt. Denk
ook aan de stappen die gezet zijn wat betreft klimaatadaptatie, niet
alleen in de steden, maar juist ook in de dorpen en stroomgebieden, om
water beter te kunnen bergen en later te kunnen afvoeren. Ik wijs op het
project in Meerssen dat we volgens mij allemaal bezocht hebben, maar er
zijn er natuurlijk veel meer in Nederland. Dat is een goede zaak en een
goede ontwikkeling.
De economische waarde van water heb ik net al benadrukt met het noemen
van de binnenvaart, en het beperken van schade door wateroverlast in
feite ook. Waar ik benieuwd naar ben als het gaat om de kwaliteit: we
hebben natuurlijk de Kaderrichtlijn Water en ook het beschikbaar houden
van voldoende drinkwater op zandgronden. Wat kan de minister daarover
zeggen? Zijn die doelen nog wel relevant en actueel? Zijn die überhaupt
realiseerbaar? Hoe zorgen we ervoor dat we voldoende water op de droge
zandgronden kunnen beschermen en behouden?
Ten slotte. De kosten van de waterzuivering dienen natuurlijk in de hand
te worden gehouden. Ik heb wat brieven gehad van het IPO ā dat zijn de
provincies ā en van de Vewin ā de waterleidingbedrijven ā over de WACC.
Dat staat voor de gewogen gemiddelde kosten van kapitaal. Die regel
zorgt er eigenlijk voor dat je minder kunt investeren en dat kan tot
problemen leiden. Wat kan de minister daarover zeggen? Is er een
oplossing denkbaar? Want we willen dat er voldoende geĆÆnvesteerd blijft
worden en ook dat de kosten voor met name consumenten en bedrijven
natuurlijk niet uit de hand lopen. Hetzelfde geldt voor pfas. Daar
hebben we natuurlijk ook bepaalde richtlijnen en daar moet ook een soort
norm voor worden vastgesteld. Als je die norm helemaal op nul stelt, dan
is het eigenlijk ondoenlijk en onhaalbaar. Dus wat doen we dan wel en
hoe voorkomen we dat het drinkwater ontzettend duur gaat worden? Want
sommige berekeningen leiden tot een verdubbeling van de kosten. Dat
lijkt me niet heel erg fijn.
Dan kom ik op de Wadden, voorzitter. De Wadden, de Waddeneilanden en de
Waddenzee zijn een uniek en bijzonder natuurgebied. Daar moeten we echt
zorgvuldig mee omgaan. De VVD wil dat unieke gebied ook echt beschermen,
maar we willen niet dat het op slot gaat en dat er geen ontwikkeling
meer mogelijk is. Want het is een gebied waar mensen genieten van de
natuur, maar waar ook mensen wonen en hun boterham verdienen,
bijvoorbeeld in het toerisme en de visserij. De economie en de ecologie
moeten dus met elkaar in balans zijn. Bewoners en ondernemers zijn
altijd al onderdeel geweest van het waddengebied en dat moet ook zo
blijven.
Dan specifiek over de Waddeneilanden. We hebben als VVD behoorlijk wat
vragen gesteld over de bereikbaarheid van de Waddeneilanden en de
Waddenhavens. Dat is cruciaal voor het economisch belang. Dat heeft de
Tweede Kamer ook uitgesproken, maar toch is er continu gedoe, lijkt het
wel. Denk aan de Boontjes, het Westgat en de route naar Ameland. Wat kan
de minister zeggen over het behoud en het beschermen van die
verbindingen voor de eilanders en voor iedereen die de eilanden wil
bezoeken? In de Verzamelbrief Wadden wordt eigenlijk alleen maar
gesproken over duurzaamheidsdoelstellingen en over duurzaam en
klimaatneutraal baggeren. Dat begrijp ik niet zo goed, want dat is niet
waar onze motie, die we eerder in de Kamer aangenomen hebben gekregen,
over ging. Wat gaat de minister concreet doen om die vaargeulen op orde
te houden voor de goede bereikbaarheid van de Waddeneilanden en de
havens? Wat gaat ze daaraan doen zowel voor de korte termijn als de
lange termijn en specifiek als het gaat om de bereikbaarheid van
Ameland?
Voorzitter. Je moet een boot natuurlijk wel kunnen opstappen en
afstappen. Rijkswaterstaat knapt die gebieden dan op, maar het probleem
wordt niet echt aangepakt, is ons gevoel. De gebieden staan regelmatig
onder water en mensen kunnen dan niet van boord of aan boord. Hoe wordt
dit nou aangepakt? Zou je werk met werk kunnen maken?
Dan over de concessie, de overdracht naar de provincie Friesland van de
Waddenveren. We begrijpen dat eraan gewerkt wordt en dat er ook een
intentieverklaring is voor die overdracht. Maar cruciaal is natuurlijk
dat de klant er beter van wordt qua dienstverlening, kwaliteit en prijs.
Kan de minister aangeven hoe dat geborgd is? De VVD vindt het belangrijk
dat er ook heldere afspraken komen over het baggeren van de vaargeulen,
want die zijn nauw verbonden aan een concessie. Wat kan de minister
toezeggen en wat kan zij garanderen?
Over de Waddenagenda horen we vrij veel negatieve geluiden, zeker
recent. Daar komt ook nog eens een discussie overheen over een nationaal
landschapspark. Dat is volgens mij niet zoals het zou moeten zijn, want
ik had het al over de balans tussen ecologie en economie. Is die hier
wel voldoende geborgd? De Wadden zijn heel mooi, maar zijn natuurlijk
geen reservaat. Het lijkt erop dat er niet alleen gekeken wordt naar de
gevolgen voor de keten en de regio. Dat zie je bijvoorbeeld bij de
akkerbouw, maar ook bij het Westgat. Kan de minister een impactanalyse
laten maken van alle plannen met betrekking tot de sociale en
economische aspecten in de regio? Want we gaan zo meteen een
uitvoeringsagenda uitvoeren met elkaar. Hoe worden gemeentes en
ondernemers daarbij betrokken? De akkerbouwers hebben wat mij betreft
dus ook terecht de noodklok geluid. De VVD vindt dat de Waddenagenda
moet worden aangepast, ook naar aanleiding van het overleg met de
boeren. Is de minister daartoe bereid? Want dit ging immers over het
historische en traditionele medegebruik. Het lijkt erop dat dit in de
Waddenagenda ondergeschikt is gemaakt. Dit kan zelfs de doodsteek zijn
voor agrariƫrs. Hoe wordt dit geborgd? Hoe gaan we dit bewaken? Wanneer
wordt de Waddenagenda officieel vastgesteld? We nemen aan dat dit door
de Tweede Kamer gebeurt.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, meneer Dijkstra, is er een vraag van de heer De
Groot, en daarna van mevrouw Van Esch. De heer De Groot.
De heer De Groot (D66):
De heer Dijkstra is ongetwijfeld bekend met het feit dat de boeren
helemaal niet wilden aanschuiven bij de Waddenagenda zoals die er ligt,
maar daar gaat mijn vraag niet over. Die gaat over het herstellen van de
balans tussen de natuur en de economie. Als we die balans willen
herstellen, zullen we gegeven de staat van de natuur in het
waddengebied, de economie volledig moeten stilleggen. Dat is dus precies
de andere kant op. Wat is daarop uw reactie?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dat is erg onverstandig, want als je een goede natuur wilt hebben, moet
je eerst ook een goede economie hebben. De boeren waren hier al jaren en
die moeten hier ook kunnen blijven en een goede boterham kunnen
verdienen. Als je er alleen maar een natuurgebied van wilt maken, heb je
niet meer die balans.
De heer De Groot (D66):
Het is dus een volstrekt nietszeggend verhaal om het te hebben over
"balans", want als je het hebt over balans, zul je dus wel die natuur
moeten versterken. Je zult dus wel moeten inzetten op de
hoofddoelstelling van de Waddenzee, en niet, zoals de heer Dijkstra,
vooral de economie aanzetten, want dan gaat die hele situatie op de
Waddenzee nog meer uit evenwicht
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik ben het daar niet mee eens. Ik vind dat de economie altijd een
voorwaarde is om te kunnen blijven bestaan, in een goede omgeving. Het
kan niet zo zijn dat een van beide de overhand krijgt. Het gaat om de
balans. Daar waak ik voor. U zegt dat er geen ruimte is voor de
economie. Dat vind ik erg vervelend om te moeten constateren. Ik denk
dat de mensen in het noorden van het land daar ook niet zo over
denken.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik kan daar mooi op aanhaken, want mijn vraag gaat over hetzelfde. Het
gaat er niet om wat je wel of niet wilt. Het is gewoon een feitelijke
constatering dat het waddengebied in een ongunstige situatie zit wat de
natuur betreft. Uw eerste woorden waren volgens mij dat u het
waddengebied een belangrijk natuurgebied vindt, maar dan moeten we dus
wel degelijk iets doen aan die disbalans. Het is niet een kwestie van
kiezen. Het is gewoon feitelijke informatie. Het is een feit dat de
natuur nu achterloopt op de economische ontwikkelingen daar. Dan zouden
we daar toch iets aan moeten doen, helemaal als u zelf aangeeft dat u
het zo belangrijk vindt dat het een natuurgebied blijft?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
De Wadden zijn een prachtig gebied, een prachtig natuurgebied. Maar het
is niet zo dat mensen niet meer welkom zijn. Het is niet zo dat daar
geen economische activiteit kan plaatsvinden. Het is niet zo dat je niet
meer naar de Waddeneilanden mag varen omdat de natuur voorrang krijgt
boven alles. Wij vragen om een goede balans. Een balans betekent dat
twee dingen in evenwicht zijn, economie en ecologie.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Maar dan bent u het dus niet eens met die ontwerpagenda, die aangeeft
dat we naar een duurzame bescherming van het waddengebied moeten. In de
ogen van de Partij voor de Dieren betekent een duurzame bescherming van
het waddengebied dat we nu in ieder geval moeten werken aan het
tegengaan van die disbalans, die nu feitelijk aanwezig is. De natuur
heeft veel schade ondervonden van de economische activiteit.
De voorzitter:
En uw vraag is?
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Als je dus naar die duurzame bescherming wilt, moet je er wel degelijk
iets aan doen. Ik ben benieuwd of de VVD die hele ontwerpagenda die
voorligt, überhaupt niet ziet zitten.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Die ontwerpagenda moet natuurlijk worden uitgewerkt. Daarvoor is het een
ontwerpagenda. Mijn pleidooi is dat het in balans moet zijn. Het moet
niet zo zijn dat je alleen maar natuur hebt. Het moet niet zo zijn dat
je alleen maar bescherming op een duurzame manier hebt zoals u die
voorstaat, want dat betekent dat er geen ruimte meer is voor economische
activiteit en dat partijen die er al eeuwenlang actief zijn, moeten
vertrekken en er geen boterham meer kunnen verdienen. Dat is niet een
goede, gezonde situatie. Ik denk dat je allebei moet hebben, dus
bescherming van de omgeving maar ook economische activiteit en een goede
bereikbaarheid, in combinatie met elkaar. Dat hebben we in Nederland al
eeuwen gedaan, met heel veel functies die we combineren. Dat moeten we
dus ook hier doen. We moeten voorkomen dat ƩƩn richting de overhand
krijgt.
De voorzitter:
Mevrouw Bromet, GroenLinks. Daarna de heer Moorlag en daarna mevrouw
Dik-Faber. Mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
De heer Dijkstra heeft het over dƩ economie, maar onder dƩ economie kun
je ook een heleboel verschillende activiteiten verstaan. In de ogen van
GroenLinks is de grootste economische kracht van de Wadden het toerisme.
Daar komen de mensen voor naar de Waddeneilanden, voor de natuur, voor
de ruimte. Maar er zijn ook andere economische activiteiten, die wat
minder bijdragen aan de natuur en aan de aantrekkingskracht van de
Wadden, zoals de mijnbouw. Is de VVD bereid om een onderscheid te maken
tussen verschillende economische activiteiten, of is het: alles
opgestapeld op elkaar maar blijven doen?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Het is een terecht punt dat u toerisme noemt als belangrijke economische
drager. Zeker voor de eilanders is dat natuurlijk essentieel. Ik hoop
begin januari ook weer naar de eilanden te gaan, om daar te genieten van
de rust en ruimte, en om daarmee ook mijn steentje bij te dragen aan de
economie. We gaan natuurlijk geen chemische fabrieken op de
Waddeneilanden zetten. Dat zult u met me eens zijn.
De voorzitter:
Mevrouw Bromet. Haar laatste vraag.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Maar we gaan wel door met de mijnbouw in de Waddenzee?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
U bedoelt de zoutwinning, neem ik aan. Volgens mij is er niet zo veel
mis met de zoutwinning.
De voorzitter:
Dan gaan we door met de heer Moorlag.
De heer Moorlag (PvdA):
Ja, over de economische activiteiten aan de andere kant van het wad, dus
zeg maar in de kop van Friesland en Groningen. De heer Dijkstra toont
zich bezorgd over de agrarische sector en duidde die met name als
economie, maar de economie is daar toch veel breder? Denk aan de
wooneconomie. Kijk naar zo'n project als Holwerd aan Zee, naar hoeveel
waarde dat toevoegt aan zo'n gebied. Dat kan veel betekenen voor
toerisme en recreatie. Zou de heer Dijkstra dan niet eens afstand moeten
nemen van dat harde standpunt dat je ook wel in agrarische kringen
hoort, dat de Waddenzee eindigt bij de teen van de dijk? Kun je niet op
een verantwoorde manier toch hier en daar wat zout binnenlaten, wat een
betere natuurwaarde creƫert, maar wat ook bijdraagt aan de wooneconomie,
aan toerisme en recreatie? Een beetje meer nuance zou toch wel
passen.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Zeker. Ik hoop ook niet dat ik te rechtlijnig was en dat er geen nuance
in mijn verhaal zat. We hebben toerisme ook benoemd als economische
drager. Het is meer dan alleen de agrariƫr, natuurlijk. Maar ik vind het
wel van belang dat mensen die daar al eeuwenlang hun business hebben,
zoals aardappelteelt, dat kunnen blijven doen. Er zijn ook nieuwe
varianten denkbaar ā denk aan het project dat u net noemde ā waarbij je
die functies kunt combineren. Daar ben ik voor, als dat kan en als dat
uit kan. Maar het moet niet zo zijn ā dat was mijn pleidooi ā dat natuur
helemaal de overhand krijgt en dat je partijen die er al eeuwen zitten,
wegjaagt, dus dat ze daar niet meer hun bestaansrecht hebben. Dat zou ik
zonde vinden, want zonder een goede economie, ook in Noord-Friesland en
op de Waddeneilanden ⦠Dan heb je prachtige natuur, maar mogen de mensen
er niet meer in. Dat zou echt zonde zijn.
De heer Moorlag (PvdA):
Als de maatstaf is "economische activiteiten die al eeuwenlang
plaatsvinden", zie ik nog wel heel veel ruimte voor de natuur, want de
Westpolder is bijvoorbeeld ingepolderd in het jaar 1877. U weet dat een
paar jaar later de dijk doorbrak. Inmiddels is het allemaal agrarische
grond. Het Lauwersmeer is misschien nog maar 50 jaar ingepolderd. Er is
ook massieve weerstand om dat Lauwersmeer wat brak te maken. Ik begrijp
dus dat er wat licht aan het eind van de tunnel zit als de economische
activiteit er wat korter zit, dat de heer Dijkstra en de VVD op dat
terrein wat flexibeler zijn en ruimte zien voor wat meer zout water
binnendijks.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
We zien ruimte voor alles wat een goede balans brengt tussen de natuur
aan de ene kant en de economie aan de andere kant. Als er projecten zijn
die daaraan bijdragen, waardoor mensen hun boterham kunnen blijven
verdienen en op de plek kunnen blijven waar ze zitten, is dat mooi
meegenomen.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Meneer Dijkstra, excuses dat ik af en toe hier zit, maar het is even
niet anders. Goed nieuws, want ik heb een tijdje geleden gehoord dat de
heer Dijkstra vond dat in ieder geval twee gebieden in Nederland
beschermwaardig zijn, de Veluwe en het waddengebied. Dus die komen er
goed vanaf bij de VVD. Nu zegt de heer Dijkstra dat hij heel graag wil
dat eeuwenlange business daar kan blijven. Mijn grootvader haalde daar
de aardappels uit de grond, dus ik voel dat ook wel een beetje mee. Op
Schiermonnikoog is er bijvoorbeeld een zuivelcoƶperatie ontstaan. Dat
zijn boeren die gezegd hebben: we zitten hier al eeuwenlang, maar we
zijn wel in de eenentwintigste eeuw, dus het moet echt even anders. Zij
zijn een zuivelcoƶperatie gestart, waarbij ze kunnen boeren in balans
met de natuur.
De voorzitter:
En uw vraag is?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Is dit de economie die de VVD voor ogen staat, of wilt u vasthouden aan
de economie van de twintigste eeuw?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Nee, want het kenmerk van ondernemers is dat ze zich ook aanpassen aan
de omgeving en innovatief zijn. Als dit een mooi project is dat werkt:
prima. Als mensen maar wel de keuze hebben en niet door onze
Waddenagenda zo meteen gedwongen worden om te verkassen, omdat het niet
meer kan. Maar als ze zelf meegaan in de tijd en innovatief zijn, en op
die manier nieuwe business creƫren, in toerisme of in andere zaken, is
dat allemaal welkom. We zijn een liberale partij. We zijn voor
ondernemerschap. We houden ook van een mooie omgeving. Dat is even in
het kort het standpunt van de VVD.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Nou, deze liberale partij heb ik ook betrapt op de uitspraak dat de
Wadden mooie natuur zijn en bescherming verdienen. Dus ik daag de heer
Dijkstra ook uit om met de ondernemers na te denken over hoe ze in de
eenentwintigste eeuw kunnen ondernemen, met behoud en verbetering van de
natuur. Dan moeten we echt afscheid nemen van oude verdienmodellen. Maar
dan zijn er nieuwe verdienmodellen nodig, dus doe met mij mee. Laten we
die stap naar de eenentwintigste eeuw zetten.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ja, en het mooie is dat die ondernemers dat vaak zelf al doen. Daar heb
je die overheid vaak niet eens bij nodig. Als wij denken dat wij hier
aan de hand van een notitie of een agenda bepalen wat er gaat gebeuren,
dan kan ik u uit de droom helpen: dat heeft u gewoon mis. Het zijn vaak
ondernemers die als eerste het voortouw nemen en dit soort dingen gaan
doen. Ik ben pro ondernemer en ook pro natuur, want ik houd van beide.
Volgens mij kan het uitstekend samen. Ik zie de tegenstelling ook niet
goed, maar ik wil ervoor waken dat de een de bovenhand krijgt boven de
ander, want dan gaan het niet goed. Het is essentieel om die balans te
bewaken.
De voorzitter:
Mevrouw Van Brenk, 50PLUS. O, niet. Ik dacht dat u zwaaide. Dan is het
woord aan de heer LaƧin van de SP.
De heer LaƧin (SP):
Ik ben het met de heer Dijkstra eens dat een deel van de ondernemers
inderdaad zelf meegaat in die ontwikkeling. Het is tijd dat de VVD ook
eens meegaat in die ontwikkeling, want die blijft nog een beetje achter.
De heer Dijkstra zegt continu: die balans, die balans, die balans is
belangrijk. We moeten nu constateren dat die balans er de afgelopen
jaren niet is geweest en dat we daarom rondom de Wadden in de situatie
zitten dat er nu echt iets aan die natuur moet gebeuren. Ziet de VVD dat
de economie de afgelopen jaren juist de overhand heeft gehad, waardoor
we nu, juist voor de natuur en vooral voor de toeristische activiteiten,
de natuur moet laten aansterken? Dat moet de VVD toch ook gaan inzien?
Economie is veel breder dan alleen toerisme. Daarin moeten we gaan
schakelen als politiek, want dat bepalen wij wel degelijk.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Daar zitten drie punten in het betoog van de heer LaƧin waarop ik wil
reageren.
Een. Dat de SP het met ons eens, heb ik vaker met de heer LaƧin. Dat
vind ik altijd wel mooi. Hij houdt daar nooit zo van, maar dat toont aan
dat er aan beide kanten van het spectrum overeenkomsten zijn. Daarvoor
zit ik ook in de politiek.
Twee. Ik ga zelf begin komend jaar ook naar de Waddeneilanden, hoop ik,
als dat allemaal door kan gaan met corona. Maar ik ga daar ook naartoe
omdat het zo mooi is. Daarmee breng ik ook nog eens geld in het laatje
voor al die ondernemers die daarvan afhankelijk zijn. Die combinatie is
toch ideaal?
Ten slotte zegt u: de VVD is traditioneel. Nee, integendeel, de VVD is
juist de partij die heel veel loslaat. Wij gaan voor de goede balans.
Die is er daar volgens mij ook. Ik deel niet de mening dat het
waddengebied er qua natuurontwikkeling zo slecht voor staat dat het niet
meer mooi is. Het is een prachtig gebied. Dat blijft het ook. Er gelden
heel veel regels voor alle ondernemers op de eilanden en aan de kust
waaraan ze moeten voldoen. We moeten oppassen dat we niet doorslaan met
het een of het ander.
De voorzitter:
De laatste vraag van de heer LaƧin.
De heer LaƧin (SP):
Ik hoor de heer Dijkstra nu een aantal keer zeggen dat hij hoopt dat hij
in januari die kant op kan. Ik hoop het ook voor hem, maar dat gezegd
hebbende, wil ik de heer Dijkstra vragen: juist om ervoor te zorgen dat
mensen ernaartoe kunnen blijven gaan en de natuur niet verder wordt
aangetast, moeten we toch maatregelen treffen? De andere economische
activiteiten die daar plaatsvinden, moeten een tandje minder, zodat de
heer Dijkstra komende januari en volgend jaar januari en de januari
daarna naar de Waddeneilanden kan blijven gaan. Ziet de VVD dat? Ziet de
VVD dat zaken zoals gas- en zoutwinning en baggeren minder moeten
gebeuren, zodat de heer Dijkstra de komende jaren zo vaak als hij wil
naar de Waddeneilanden kan?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik vind het prachtig. Ik ga er nog steeds heen. Maar ik zie op dit
moment het probleem niet.
De heer LaƧin (SP):
Dat is het probleem.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik zie het probleem echt niet. Het zijn nog steeds mooie eilanden. Dat
blijft ook zo. Stel je voor dat we eenzijdig alleen maar natuur zouden
doen. Dan verjagen we ook het ondernemerschap daar. Je hebt allebei
nodig, dus daar wil ik voor waken. Het zijn prachtige eilanden. Dat
blijft ook echt zo. Daar gaan echt niet massaal grote activiteiten
plaatsvinden waardoor het in een keer verpest wordt, zoals andere
plaatsen aan de kust daarvoor een slecht voorbeeld zouden kunnen
zijn.
De voorzitter:
Daarmee vervolgt de heer Dijkstra zijn betoog. Hij zit op ruim 9
minuten.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dan kom ik op de coronacrisis en op dat ondernemerschap. Ook vanwege de
afhankelijkheid van toerisme, zag je daarbij juist dat de gevolgen op de
Waddeneilanden groot waren. Er is relatief een mono-economie die draait
op toerisme. We hebben eerder aan de CDA-staatssecretaris, mevrouw
Keijzer, gevraagd om met de Wadden in gesprek te gaan, maar daar is
eigenlijk niks uitgekomen. Dat is jammer. Ze wil wel in constructief
overleg. Het is overgedragen aan de minister van Binnenlandse Zaken.
Maar het overleg en het bezoek is allemaal niet doorgegaan. Het lijkt
een beetje: van het kastje naar de muur. Dus wanneer gaat er nu echt
iets gebeuren? En wie is nou eigenlijk de coƶrdinerend minister van de
Wadden? Ik hoop dat dat onze minister van Infrastructuur en Waterstaat
is, want dan weet ik zeker dat er wat gebeurt. Ik wijs er trouwens op
dat nergens het percentage steunaanvragen zo hoog was als op de
Waddeneilanden. Dat toont dus wel aan dat het heel erg economisch
gedreven is op de toerist.
Ten slotte een klein punt, namelijk het tekort aan kapiteins op de
veerboten. Zij moeten soms ook getest worden. Ze zoeken daar oplossingen
voor in verband met corona. Zouden daarvoor andere oplossingen mogelijk
zijn? Je zou bijvoorbeeld ook andere kapiteins, bijvoorbeeld van
riviercruises, daarvoor kunnen opleiden. Is daar niet een pragmatischere
en snellere oplossing voor?
Ten slotte vraag ik toch nog even aandacht ā ik kan het niet laten ā
voor de Afsluitdijk en de renovatie. Die duurt natuurlijk drie jaar
langer en valt een stuk duurder uit. We hebben daar vragen over gesteld.
Uit de antwoorden blijkt heel duidelijk dat de minister het ermee eens
is dat de hinder zo veel mogelijk beperkt moet worden, maar we hebben
hier wel mee te maken. Wellicht dat ze daar nog een paar woorden aan kan
wijden.
Dan sluit ik af, voorzitter.
De voorzitter:
U bent zelfs gewoon helemaal binnen de 11 minuten gebleven. Er is ook
nog een vraag voor u van de heer Van Aalst van de PVV.
De heer Van Aalst (PVV):
Ik wil er toch even gebruik van maken voordat de heer Dijkstra zo
meteen, na de verkiezingen, continu op dat eiland zit. Daar heeft hij,
geloof ik, alle tijd voor na de verkiezingen.
Ik hoor hem in zijn betoog vooral over ondernemers, ondernemers,
ondernemers en economie, economie, economie. Alle ondernemers op de
Waddeneilanden hebben het in coronatijd vreselijk zwaar gehad. Daar ben
ik het allemaal mee eens. Ik denk: best wijze woorden voor de heer
Dijkstra. Maar toen dacht ik bij mezelf: het is toch ditzelfde kabinet
onder leiding van de VVD dat nu al die regelingen voor die ondernemers
aan het versoberen is? Daar heb ik hem eigenlijk niet over
gehoord.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik vind het altijd heerlijk als de PVV zegt: het is toch dit kabinet
onder leiding van de VVD. Dat voelt echt goed. Ik hoop dat we dat ook zo
houden. Het is natuurlijk niet zo dat het onder leiding van alleen maar
de VVD staat; we werken samen met partijen. Het is een feit dat de
steunpakketten zijn doorgezet, tot 1 juli volgend jaar geloof ik, maar
ook dat je die niet op het niveau kan houden dat ze in het begin van de
coronacrisis hadden. Dat betekent dat je gaat kijken waar steun echt
heel erg nodig is, waarop die gericht moet zijn en waar die wat minder
kan. Daarop is continu maatwerk van toepassing, naast een aantal
generieke maatregelen voor alle sectoren.
De heer Van Aalst (PVV):
Mijn vervolgvraag is dan eigenlijk direct: waar kan het dan minder
volgens de VVD? Want dat vind ik wel interessant. Er moet blijkbaar heel
veel geld naar de ondernemers op de Waddeneilanden. Die komen echt
tekort. Dan moeten we ergens anders wat minder gaan doen. Welke
ondernemers gaat de VVD zo meteen dan niet meer helpen?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Het gaat er volgens mij niet zozeer om welke ondernemers wel of niet.
Het gaat erom dat je het steunpakket een beetje realistischer maakt en
aanpast aan de huidige tijd. Bijvoorbeeld bij de Tozo, voor de zzp'ers,
was op een gegeven moment de vraag: een partnertoets, wel of niet? Want
ja, je moet dit wel zo gericht mogelijk geven aan mensen die dat ook
echt nodig hebben. Dat soort maatregelen zit erin. Volgens mij vinden
hierover wel de debatten in de plenaire zaal plaats. Af en toe pik ik
daar wat van op, maar ik ben daarin geen specialist. Het gaat erom dat
we zo lang mogelijk een steunpakket hebben om samen uit de coronacrisis
te komen en dat we de gevolgen voor de grootste partijen ā tenminste, de
mensen die daar het meeste last van hebben ā zo veel mogelijk proberen
te verlichten.
De voorzitter:
En daarmee komen we bij mevrouw Bromet van GroenLinks.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik kan wel een uur praten over al die
onderwerpen die met water te maken hebben, want er is een rijkheid aan
onderwerpen en aan opgaves die voor ons liggen. Ik houd het vandaag dus
een beetje praktisch. Ik ga zeven minuten volpraten over zeven
onderwerpjes, ƩƩn minuut per onderwerp.
Het eerste onderwerp is bodemdaling en veen. We hebben daar vaker over
gesproken in het kader van grondwaterpeilen, maar naar nu steeds vaker
blijkt, hebben heel veel huiseigenaren last van een verzakking van hun
huis. Hun huizen staan soms op instorten en ze moeten zelf de kosten
betalen van de gevolgen daarvan. Ik zou aan de minister willen vragen
wat nou eigenlijk het plan van de minister is als het gaat om
bodemdaling in de bebouwde kom. Wat moeten die mensen die hun huis
langzaam de prut in zien zakken? Hoe kijkt zij aan tegen de belangen van
de huiseigenaren ten opzichte van de belangen van de landbouw? In de
NOVI staat een hele belangrijke zin waar GroenLinks heel blij mee is:
functie volgt waterpeil. Dat heeft enorme consequenties voor het omgaan
met waterpeilen en het geven van functies aan bepaalde stukken grond. Ik
zou graag van de minister horen hoe zij daarnaar kijkt.
Voorzitter. Het tweede onderwerp dat ik wil aanroeren, is de
Afsluitdijk. Werkzaamheden zijn vertraagd en er is een fout gemaakt bij
het invoeren van de gegevens, waardoor een budgetverhoging van 53
miljoen moet plaatsvinden. De gevolgen hiervan zijn onder andere dat het
fietspad drie jaar langer dicht blijft dan van tevoren bedacht was. Dat
betekent dat zes jaar lang niet over de Afsluitdijk gefietst en
gewandeld kan worden. Klopt dit, vraag ik aan de minister. Gisteravond
hebben de Staten van Noord-Holland de gedeputeerden opgedragen om met de
minister te gaan spreken over een oplossing hiervoor. Ik zou eigenlijk
aan de minister willen vragen of zij kan verkennen wat wƩl mogelijk is
voor de fietsers en wandelaars op de Afsluitdijk.
Voorzitter. Dan de Wadden. Daar is ook heel veel over te zeggen, maar
GroenLinks dringt al heel lang aan op het stoppen van de mijnbouw onder
de Waddenzee. Dat betreft niet alleen de zoutwinning, maar ook de
gaswinning. Bij het AO Mijnbouw Groningen spraken wij hier ook over.
Toen zei minister Wiebes dat het vergunningsstelsel voor de mijnbouw aan
een update toe is, en nog wel in deze kabinetsperiode. GroenLinks vindt
dat een heel goed voornemen. De vraag aan de minister is: wanneer kan de
Kamer een brief over deze update verwachten?
Voorzitter. Dan een onderwerp dicht bij mijn eigen huis. Ik was op
bezoek bij inwoners van het dorpje Uitdam die langs de Markermeerdijken
wonen. Dat is een monumentale dijk. We weten dat er een heleboel
dijkversterkingen plaats moeten vinden. Het
Hoogwaterbeschermingsprogramma is eigenlijk het grootste
dijkversterkingsprogramma sinds de Deltawerken. We hebben daar ook de
deltacommissaris over gesproken, maar in het dorpje Uitdam wordt al
dertien jaar met omwonenden gepraat over de manier waarop die
dijkversterking plaats moet vinden. Dat lijkt mij echt een heel slecht
voorbeeld van hoe je omgaat met zo'n dijkversterking. Ik hoop ook echt
niet dat dit illustratief is voor de manier waarop we in de rest van
Nederland dijken aan het versterken zijn, want dan schiet het niet op en
dan blijven de inwoners heel ontevreden. Wat mij altijd opvalt, is dat
de inwoners die zich heel druk maken over hun leefomgeving langzamerhand
volledige experts worden ā experts dijkversterking in dit geval ā en dat
zij ook met hele constructieve, innovatieve ideeƫn komen, in dit geval
over een kleibekleding van de dijk, zodat er weer planten groeien op die
dijk en het een natuurlijk uiterlijk heeft. Dat is goed voor de natuur
en goed voor het landschap. Mijn vraag aan de minister is eigenlijk heel
praktisch: kan zij samen met het Hoogheemraadschap Hollands
Noorderkwartier, het waterschap in dat gebied en de bewoners tot een
oplossing komen waar iedereen tevreden over is? Want het is echt een
gedrocht van een proces, als ik het zeggen mag.
Voorzitter. Dan een heel ander onderwerp, namelijk drinkwater. Jaarlijks
zijn er 500 gezinnen met kinderen in Nederland die worden afgesloten van
het water omdat ze de rekening niet kunnen betalen. Dat betekent dat er
soms maanden of jaren geen kraanwater in die huizen aanwezig is, de
kinderen ongewassen naar school moeten en de ouders niet eens kunnen
koken. Volgens GroenLinks is dat in strijd met het Kinderrechtenverdrag.
Er is een Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater.
Daar staat in dat kwetsbare consumenten beschermd moeten worden bij het
afsluiten van drinkwater. Kinderen vallen daar niet onder. Kan de
minister ervoor zorgen dat ook kinderen onder deze kwetsbare consumenten
komen te vallen?
Voorzitter. Dan iets wat mij heel veel verdriet doet. Dat is een
uitspraak van de rechter vorige week over het verbod op glyfosaat dat al
een aantal jaren op verhardingen geldt in gemeentes. Ik ben zelf ook
wethouder geweest en wij hebben daarin toen als gemeentebestuur ook een
omslag gemaakt van spuiten van gif naar borstelen. Dat hebben alle
gemeentes in Nederland gedaan. Alleen de gifindustrie heeft een proces
aangespannen en heeft dat gewonnen. Dus is het voor gemeentes weer
mogelijk om op verhardingen met onder andere glyfosaat te spuiten. Dat
is heel erg jammer, want de afgelopen jaren hebben de
drinkwaterbedrijven juist gemerkt dat het stoppen met spuiten gezorgd
heeft voor het minder vervuilen van de drinkwaterbronnen. Ik zou aan de
minister willen vragen of zij kan zorgen dat hier snel een reparatie op
komt. De Kamer wil dat dit niet kan. Zoals het in de wet was vastgelegd,
was het dus niet adequaat genoeg, maar het kan wel gerepareerd worden.
Ik ben heel benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt met het oog op de
drinkwatervoorziening.
Voorzitter. Tot zover.
De voorzitter:
Er is een vraag voor u van de heer Geurts. En ik dacht dat u nog niet
bij nummer zeven was; dus ik was heel benieuwd. Maar eerst de heer
Geurts.
De heer Geurts (CDA):
Ik zat even af te wachten waar mevrouw Bromet allemaal mee zou komen om
te kijken op welk punt ik een interruptie zou plaatsen. Ik ga terug naar
het eerste punt dat mevrouw Bromet met een glimlach bracht, maar dat wel
heel diep triest is en dat is het creƫren van de tegenstelling tussen
het buitengebied en het bebouwde gebied, waarbij zij ook een sneer
uitdeelde naar de agrarische sector. Ik heb een casus voor mevrouw
Bromet en dan mag ze zo meteen aangeven wat daarin de rol van de boer
is. In de binnenstad van Gouda hebben ze houten paalfunderingen die
gebaat zijn bij een hoog waterpeil. Ze hebben daar ook funderingen op
staal en die zijn gebaat bij een laag waterpeil. Wat is daarin de rol
van de boer, vraag ik aan mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Het wordt GroenLinks wel vaker aangewreven dat wij tegen de boeren
zouden zijn. Dat is niet zo. Wij wegen als GroenLinks belangen af en
daarbij zijn we niet tegen de boeren, maar tegen het systeem. Het
systeem is aldus dat er al honderden jaren verlaging van het
grondwaterpeil plaatsvindt, zodat er geboerd kan worden op het
veenweidegebied in Nederland. Dat heeft neveneffecten. Die bodemdaling
zorgt ervoor dat binnen de bebouwde kom steeds meer huizen last krijgen
van funderingsproblematiek. Dat is een belangentegenstelling. Ik heb
helemaal niet de zwartepiet neergelegd bij de boeren. Sterker nog, de
heer Geurts weet dat ik een hele initiatiefnota heb geschreven die heet
"Veen red je niet alleen". Dat was ook nadrukkelijk samen met de boeren.
Het gaat over nieuwe verdienmodellen, andere vormen van inkomstenbronnen
in het veenweidegebied. Dus ik ben het er niet mee eens dat wij een
valse tegenstelling creƫren, maar het is wel een belangenafweging en ik
vraag aan de minister wat zij daarvan vindt.
De heer Geurts (CDA):
Best wel interessant verhaal, vaker gehoord, maar het geeft geen
antwoord op de vraag die ik stelde. Je ziet gewoon dat in de binnenstad
van Gouda twee problemen bij elkaar komen. Dat wordt door een aantal
partijen steeds op het bordje geschoven van de grondeigenaren in het
buitengebied. Dat is niet het geval, want voor Gouda is er helemaal geen
verband daarmee. Dus nogmaals de vraag aan mevrouw Bromet: wat is nou de
rol van die grondeigenaren in het buitengebied voor de binnenstad van
Gouda?
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
De suggestie wordt gewekt dat het een heel eenvoudig probleem is,
waarbij je kunt kiezen voor de ene of de andere partij en dan de
oplossing kunt vinden door het ene belang te laten prevaleren boven het
andere belang. Dat is niet zo. In Gouda zijn de problemen enorm groot.
Daar hebben de bestuurders er volgens mij met pijn in het hart voor
gekozen om het waterpeil te verlagen, omdat de woningen anders gewoon
onder water lopen. Maar er zijn een heleboel gebieden in Nederland
waarin dit speelt. Ik had vandaag nog iemand uit Friesland aan de
telefoon. Die persoon zei: ik woon in het buitengebied, mijn woning
staat op instorten; ik moet het allemaal zelf betalen maar ik kan dat
niet betalen. Dat is diep triest.
De voorzitter:
Een derde vraag voor de heer Geurts. Mag hoor! U heeft er vier. Ik zie
dat hij er nog geen gebruik van maakt. Dat is aan hem. Is mevrouw Bromet
klaar met haar betoog?
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. We hadden afgesproken om creatief om te gaan met de minuten.
Dus ik heb een hele stapel moties.
De voorzitter:
Helemaal prima. Dan gaan we dat zo doen. Dan kom ik bij het CDA. Het
woord is aan de heer Geurts.
De heer Geurts (CDA):
Dank, voorzitter. Water, droogte en het voorkomen van verzilting van
landbouwgronden vormen een grote strategische uitdaging voor de komende
jaren. En dat we voor die grote uitdaging staan, is wel gebleken. Ik heb
het hier al vaker gezegd: heel Holland zakt. Naar schatting zijn zo'n
miljoen panden gevoelig voor bodemdaling en lage grondwaterstanden, en
daarmee voor droogte. De verzekeraars hebben becijferd dat een schade
van 54 miljard euro mogelijk is, alleen al voor panden. Schade aan
infrastructuur, zoals telefoonglasvezelkabels, riool- of waterleidingen,
wegen en bruggen, zit daar nog niet in. Het is een gigantisch probleem,
maar de minister rept er eigenlijk niet over. Wat gaat hier dan mis, zo
vraag ik aan de minister. Waarom gaan de alarmbellen bij de minister
niet af? Graag een reactie.
De minister zal mogelijk zeggen dat samen met de verzekeraars het Fonds
Duurzaam Funderingsherstel is opgetuigd. Daar wordt echter amper gebruik
van gemaakt en er is ook een heel aantal gemeentes die daar niet aan
meedoen.
Tot nu toe dachten wij bij schade vooral aan paalrot, maar nu moeten we
ook denken aan de veel voorkomende funderingen op staal. Ik gaf het net
al aan: die mix van panden op houten paalfunderingen, die gebaat zijn
bij een hoog waterpeil, en funderingen op staal, die gebaat zijn bij een
laag waterpeil, is een complex geheel. Dat laat de binnenstad van Gouda
zien. Ik ben voornemens straks een motie in te dienen die vraagt om een
maatschappelijke kosten-batenanalyse uit te voeren.
Voorzitter. Verdroging en watertekorten zijn complexe vraagstukken. De
verlaging van het oppervlaktewaterpeil en de daling van de
grondwaterstand zijn gerelateerd maar hebben niet dezelfde oorzaak. De
daling van de grondwaterstand is vooral een gevolg van de
neerslagtekorten, en niet de onttrekking door de landbouw voor
beregening is dus de boosdoener. Als je je er wat verder in verdiept,
dan raak je onder de druk van de manier waarop boeren zelf meer water
aan het bufferen zijn. Dat doen zij door bijvoorbeeld toepassing van
omgekeerde drainage. Sloten worden vol gehouden en via die drainage
wordt het water bij de wortels gebracht in plaats van beregenen. Kortom,
het echte probleem is de grotere verdamping door de
klimaatverandering.
Door de waterschappen is de laatste jaren hard gewerkt aan een verhoging
van grondwaterstanden door flexibel peilbeheer, het vormen van
zoetwaterbuffers en vergroting van de wateraanvoer uit de rivieren. De
volgende stap is ā dat zal de minister niet verbazen ā dat het CDA graag
een sluizencomplex in de Nieuwe Waterweg wil hebben om water minder snel
af te voeren naar de Noordzee.
En tot slot op dit punt, de hoogte van het peil wordt bepaald door de
waterschappen. Dat doen de waterschappen al eeuwen. Daar hebben ze ook
grote ervaring mee. De waterschappen worden democratisch gecontroleerd.
En voor de liefhebbers: voor een goede balans in het waterbeleid houdt
het CDA vast aan de geborgde zetels in het waterschap.
Dan medicijnresten.
De voorzitter:
Voordat u daarmee verdergaat, is er een interruptie van de heer Moorlag
van de PvdA.
De heer Moorlag (PvdA):
Ik moet even iets zeggen over die saldobenadering die de heer Geurts
hier toepast. Hij zegt: er valt regen, het grondwater daalt; dat komt
door een te grote verdamping en dat ligt niet aan onttrekkingen vanuit
de agrarische sector. Dat kan er bij mij niet in. Er valt regen, dat
zakt de grond in. Er verdampt inderdaad meer, maar als je dat water in
de grond laat zitten en het er niet uitpompt, dan verdampt het toch ook
niet? Dat is toch een wat te simpele benadering? Zou de heer Geurts dan
toch niet eens moeten kijken hoe wij ons grondwater gaan beheren? Moet
daar niet een goed plan voor moeten komen? Ik ben erg voor een
MKBA-benadering. Dat wil ik de heer Geurts ook wel meegeven.
De heer Geurts (CDA):
Dank voor de positiviteit over een mogelijke motie die ik ga indienen.
Het is toch echt zo dat de daling van de grondwaterstand een gevolg is
van het neerslagtekort. Veel simpeler kan ik het niet maken. Dat is
gewoon het feit. Ik heb daarbij betoogd dat de grondeigenaren ook met
innovatieve andere maatregelen proberen om het beregenen tegen te gaan.
Ik vind dat positieve ontwikkelingen. Maar het is echt zo simpel als ik
het hier heb voorgesteld. Soms is het zo simpel dat we niet geloven dat
het zo is.
De voorzitter:
Laatste interruptie, meneer Moorlag.
De heer Moorlag (PvdA):
Maar ook als je zegt dat het niet ligt aan de verdamping maar dat het
een neerslagtekort is: als er minder valt, moet je er ook minder uit
pompen, lijkt mij toch. Zouden we niet op een andere manier naar
grondwater moeten gaan kijken? Ik ben er ook erg voor om zuiniger met
water om te gaan. We kunnen een voorbeeld nemen aan de glastuinbouw,
waar veel minder water wordt gebruikt bij teelten. Ik maak toch wat
bezwaar tegen een benadering alsof grondwateronttrekking helemaal niks
te maken heeft met verdroging. Dat kost mij een beetje te veel lenigheid
van geest.
De heer Geurts (CDA):
Dan zou ik toch tegen de heer Moorlag willen zeggen: denk er toch nog
even goed over na hoe het in elkaar steekt, want de verlaging van het
oppervlaktepeil is de afgelopen jaren fors verminderd; dat is juist
verhoogd. Dat heb ik net ook aangegeven. Op steeds meer plekken worden
de sloten zo veel mogelijk vol gehouden. Daarmee wordt zoetwater
gebufferd. Bij mij in de buurt ā dat zijn zandgronden ā zijn ondernemers
bezig om obstakels in sloten te plaatsen zodat water zo veel mogelijk
gebufferd kan worden. Het waterschap waarin ik mag wonen, heeft naar ik
meen 4 ton beschikbaar gesteld om innovaties in het veld aan te jagen.
Het is echt zo simpel als ik het voorstel.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Wat ook simpel is en een feitelijke juistheid, is dat de afgelopen
decennia dik vervierhonderdvoudigd is wat boeren en bedrijven in
Nederland aan grondwater oppompen en gebruiken. Vervierhonderdvoudigd is
dat! Ook het aantal boeren dat met grondwater beregent, neemt enorm snel
toe. Dat blijkt gewoon uit cijfers die zijn gepubliceerd door het
Landelijk Grondwater Register. Ik ben wel benieuwd hoe de heer Geurts
daartegen aankijkt, want deze cijfers zijn toch ook gewoon feitelijke
juistheden. En is het grondwater niet juist het probleem als het gaat om
het behoud van drinkwater in Nederland?
De heer Geurts (CDA):
Ik heb niet al die cijfers in m'n hoofd, maar meestal als de Partij voor
de Dieren met cijfers begint, zit daar een halve waarheid in en niet de
hele waarheid. Dus ik zou me er eerst in moeten verdiepen. Ik heb juist
aangetoond, ook met de voorbeelden, dat juist de grondeigenaren in het
buitengebied steeds meer innovaties toepassen om het op de goede manier
te doen. Ik hoop dat de Partij voor de Dieren daar ook eens oog voor
gaat krijgen.
De voorzitter:
Laatste vraag, mevrouw Van Esch.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ja, dat is prima. Ik vind het wel net iets te makkelijk. Dit zijn geen
cijfers van de Partij voor de Dieren maar van het Landelijk Grondwater
Register. Ik vind dat u daar wel heel makkelijk overheen stapt. Dat zijn
geen cijfers die ik hier zelf oplepel. Dit komt gewoon uit een artikel
in Het Financieele Dagblad. Ik vind dat u er wel heel makkelijk
eroverheen stapt dat grondwater door boeren dus aanzienlijk meer wordt
gebruikt dan eerst en dat het gebruik zelfs vervierhonderdvoudigd is.
Volgens moeten we ook dat probleem serieus aankaarten. Als het CDA dat
niet inziet, dan vind ik dat echt wel een gemiste kans.
De heer Geurts (CDA):
Hier wordt weer een valse tegenstelling gecreƫerd. Ik hoop dat de Partij
voor de Dieren dan ook begrijpt dat die grondeigenaren in het
buitengebied ook heel veel water opvangen, in ieder geval minimaal
hetgeen ze gebruiken.
De voorzitter:
Daarmee vervolgt de heer Geurts zijn betoog. Hij zit op 2 minuut en 40
seconden.
De heer Geurts (CDA):
Dank, voorzitter. Ik gaf net aan dat ik voor die geborgde zetels
ben.
Dan kom ik bij de medicijnresten. Jaarlijks bereikt minstens 190 ton
medicijnresten het oppervlaktewater. Dat is veel meer dan de eerdere
schatting uit 2016 van 140 ton. Schrikt de minister met de CDA-fractie
hier ook zo van? En wat heeft de minister nou ondernomen om het te laten
dalen? Het is ook nog veel erger dan de eerder genoemde 190 ton. Ik kwam
erachter dat de werkelijke hoeveelheid medicijnresten die in het
oppervlaktewater komen, groter is. Al het medicijngebruik uit de vrije
verkoop en uit de specialistische zorg is onbekend en wordt niet
meegenomen. Als iedereen bijgekomen is van de schrik: het werkelijk
onvoorstelbare is dat er ook geen rekening wordt gehouden met
afbraakproducten die in het water weer de vorm van de oorspronkelijke
werkzame stof kunnen krijgen. Dat is een zogenaamde terugvorming. Ik las
in de cijfers van het RIVM dat de schattingen uiteenlopen van 50 tot 500
ton extra medicijnresten per jaar. Dat is een rapport van het RIVM uit
2016. Dan blijf de vraag over: welke maatregelen gaat de minister nu
nemen als je deze ongelooflijke getallen op je af ziet komen?
Voorzitter. Niet zo lang geleden, op 14 oktober, heeft de Europese
Commissie de chemicaliƫnstrategie gepubliceerd. Dat is een onderdeel van
de EU Green Deal. Dit loopt vooruit op het nulvervuilingsactieplan, dat
in 2021 volgt. We moeten ons voorbereiden op dat beleid. Hoe gaat de
minister dat doen, vroeg ik mij af toen ik die stukken zat te lezen.
Heeft de minister een beeld van de impact van die komende strengere
regels voor de Nederlandse situatie? De Europese Commissie wil de impact
op het milieu van de productie en het gebruik van geneesmiddelen
meenemen in de geneesmiddelenstrategie, die eind dit jaar gepubliceerd
zal worden. Wat gaat de strategie van de minister worden? Wordt het een
een-op-eenovername van de EU-richtlijn of kiest ze voor een kop op die
regelgeving? Ik zou daar vandaag graag wat duidelijkheid over
ontvangen.
Voorzitter. Het CDA hecht aan de kwaliteit van drinkwaterbronnen. We
zien echter medicijnresten als een van de grootst gevaren. Ik heb me al
eerder uitgelaten over de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Ik ben
voornemens straks een motie in te dienen die de regering verzoekt in
kaart te brengen of de doelen wel haalbaar zijn en wat de maatregelen
die nodig zijn om de richtlijn te halen, mogelijk zouden kosten. Want de
publieke drinkwaterbedrijven in Nederland staan voor een ongekende
opgave in de komende jaren. Een forse toename van het drinkwatergebruik,
toenemende droogte en klimaatverandering komen daar allemaal boven. De
financiering hiervan staat daardoor onder toenemende druk, mede door de
zogenaamde WACC. De VVD-fractie sprak er net ook al over. Kan de
minister de drinkwaterbedrijven meer mogelijkheden geven om de
financierbaarheid mogelijk te maken, zo vraag ik aan de minister.
De voorzitter:
Meneer Geurts, voordat u verdergaat, er is een interruptie van de heer
De Groot van de D66-fractie.
De heer De Groot (D66):
Het is fijn dat het CDA ook staat voor de doelen van de Kaderrichtlijn
Water. Dat wordt nog een hele opgave, niet alleen vanwege de
medicijnresten maar ook vanwege de nutriƫnten die vanuit de landbouw
uitspoelen in met name de kleine wateren. Is de heer Geurts ook bereid
om zich daarvoor hard te maken, om ervoor te zorgen dat we Ʃcht schoon
water krijgen, ook vanuit de landbouw?
De heer Geurts (CDA):
Ik sprak over de doelen van de Kaderrichtlijn Water, en daar is dit ook
een onderdeel van; laat daar dus geen onduidelijkheid over bestaan. Die
afspraken hebben we gemaakt. Alleen, gezien de grote opgaves die er zijn
maak ik me wel zorgen. Ik heb de medicijnen nog maar even als voorbeeld
aangehaald, want in deze Kamer wordt regelmatig gesproken over
gewasbeschermingsmiddelen, maar 140 ton resten van geneesmiddelen is
ruim acht keer de hoeveelheid aan gewasbeschermingsmiddelen die in het
oppervlaktewater terechtkomen. Dus laten we daar ook naar gaan kijken.
Er is in het verleden ā ik mag al geruime tijd Waterwoordvoerder zijn ā
wel over geneesmiddelen et cetera gesproken, maar echt grote stappen
worden er niet gezet. Ik zie in ziekenhuizen hele mooie initiatieven
maar ze stoppen op enig moment weer, omdat het geld op is. We hebben
hier dus echt een megaprobleem. Dat zal ook de doelen voor de
Kaderrichtlijn Water niet dichterbij brengen.
De voorzitter:
Laatste vraag, meneer De Groot.
De heer De Groot (D66):
Dank voor het antwoord. Dan trekken D66 en CDA graag samen op om
uiteindelijk die doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen als het
gaat om resten van gewasbescherming, zeker ook resten van medicijnen, en
de nutriƫnten uit de landbouw. Het is goed dat we alles op alles gaan
zetten om die doelen te halen.
De heer Geurts (CDA):
Als er zo positief wordt geƫindigd, ga ik daar niet meer op reageren,
want dan kan het alleen maar slechter worden. Laat ik het daar even bij
laten.
Voorzitter, ik ga verder met mijn betoog als u het toestaat, en kom bij
de cybersecurity. Het voelt wat ongemakkelijk om over dit onderwerp te
praten, met name over de veiligheid van de vitale waterwerken. In 2019
zijn we namelijk als Kamerleden vertrouwelijk gebriefd over de situatie.
De Algemene Rekenkamer gaf in het openbaar aan dat onze tunnels,
bruggen, sluizen en waterkeringen beter beveiligd zouden moeten worden
tegen die aanvallen. Ik zou graag van de minister horen hoe het er nu
echt voorstaat. Zijn bijvoorbeeld alle conclusies en aanbevelingen echt
opgevolgd en uitgevoerd? Want dat kan ik niet halen uit de procesbrief
die we recent hebben gekregen. Als dat in een vertrouwelijke briefing
besproken zou moeten worden, dan wil ik dat ook graag horen, want ik kan
me voorstellen dat dit in een vertrouwelijke situatie met ons gedeeld
moet worden. Maar ik wil het wƩl weten, zeg ik tegen de minister.
Dan de situatie in Oost-Nederland. Begin juli 2019 hebben vele partners,
waaronder Noordrijn-Westfalen en het ministerie, een overeenkomst
getekend omtrent waterveiligheid en klimaat. Die afspraken zijn niet
vrijblijvend maar kennen resultaatsverplichtingen. Nu is mij ter ore
gekomen dat het ministerie ā ik duid het maar even zo ā weinig
eigenaarschap toont. Daarbij is de minister zich er voldoende van bewust
dat die Duitse dijken, de zogenaamde dijkring 48, ook een deel van
Nederland beschermen. Stel je nou voor dat het in Duitsland misgaat, dan
hebben we in Nederland een probleem van ongekende omvang in het oosten
en daarmee ook in de rest van Nederland. Binnenkort komt er een
bestuurlijk Nederlands-Duitse bijeenkomst en ik vraag de minister om
daar zelf bij aanwezig te zijn en zich niet te laten vertegenwoordigen,
want ik heb geleerd dat de Duitsers dat toch niet zo aardig vinden.
Graag een reactie van de minister.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat een vraag van mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Die gaat nog wel over het vorige onderdeel. Ik ben blij dat het CDA in
ieder geval de cybersecurity aanstipt, want ik was heel teleurgesteld
dat van alle collega's behalve de heer Stoffer niemand gereageerd heeft
op de mondelinge vraag bij het vragenuur naar aanleiding van het
probleem van Waternet. Daar waren door ongelooflijk grove fouten 1,3
miljoen adresgegevens beschikbaar gekomen waarbij alles openstond voor
hackers. Niemand heeft daarop gereageerd. Ik zou dus graag willen weten
of de heer Geurts dan in ieder geval openstaat voor mijn pleidooi dat ik
straks houd om de minister hier echt meer regie op te laten nemen.
De heer Geurts (CDA):
Eerst even over het eerste punt: geen belangstelling tonen bij de
mondelinge vragen. Ik zal even een samenvatting geven. Zoals u weet,
worden er drie of vier mondelinge vragen gesteld en mag elke fractie
maar twee vragen stellen. Er wordt binnen de CDA-fractie best wel
gevochten over welke onderwerpen belangrijk zijn en welke woordvoerder
een vervolgvraag mag stellen. Dat heeft er dus niks mee te maken dat het
een onbelangrijk onderwerp is, maar met het feit dat er op dat moment
door de fractie een andere keuze wordt gemaakt.
Dat gezegd hebbende: ik heb ook kennis genomen van wat mevrouw Van Brenk
net aangaf. Ik denk dat daar adequaat op gereageerd is vanuit het
kabinet, voor zover het erover gaat. Ik heb ook gezien dat waterschappen
... Volgens mij is er zelfs al ƩƩn waterschap gecertificeerd. Dat heeft
het hoogste certificaat gekregen voor de informatiebeveiliging. Moet dat
nog beter? Dat zou kunnen, maar dat hoor ik dan graag van de minister.
Ik vind dit een aangelegenheid die sec bij de waterschappen zelf
thuishoort, omdat het hun gegevens zijn en we daar vanuit het Rijk niet
direct over gaan. Waar ik hier over sprak, zijn de dingen waar met name
de rijksoverheid over gaat: de tunnels, de bruggen, de sluizen en de
waterkeringen. Dat vind ik het belangrijkste punt op dit moment.
De voorzitter:
De laatste vraag van mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja, dit is mijn laatste vraag, maar ik stel hem toch bij dit onderwerp.
Voor mij zal dit ook een heel belangrijk punt worden richting de
minister. Ik vind het echt stuitend om te horen dat het CDA zegt: dit
gaat de overheid niet zo veel aan. Potverdorie, we hebben hier het
Nationaal Cyber Security Centrum, dat zegt: vitale aanbieders, je moet
een incident of een inbreuk melden. Maar hier is er niets gebeurd door
dat hele Waternet. Ik vind het echt ongelofelijk dat dat zomaar kan. Ik
vind echt dat er onvoldoende gekeken wordt vanuit de regering naar de
verantwoording over vitale zaken. Vitale waterwerken horen dat te
melden. Het lijkt wel alsof het CDA dat niet belangrijk vindt.
De heer Geurts (CDA):
Ik vind dit wel een bijzondere voorstelling van zaken. Ik geef aan wat
de prioriteiten bij de rijksoverheid zouden moeten zijn en dat dit een
prioriteit is die bij de waterschappen ligt, maar dat wil niet zeggen
dat wij het niet belangrijk vinden. Alleen, het ligt op een ander veld.
Ook daar zitten volksvertegenwoordigers en ook daar is er sprake van een
toezichthoudende taak. Mevrouw Van Brenk kan wel nee schudden ... We
hoeven hier als rijksoverheid toch niet alle taken van de gemeenteraden,
de Provinciale Staten of het algemeen bestuur van een waterschap over te
doen? Daar zitten ook volksvertegenwoordigers en volgens mij kunnen die
hun werk heel goed doen. Als u nog meer vragen heeft over waar de
rijksoverheid over gaat, dan zult u die aan de minister moeten stellen
en niet aan mijn fractie. Maar dat wil niet zeggen dat wij het niet
belangrijk vinden. Het ligt gewoon op een andere plek, zeg ik tegen
mevrouw Van Brenk.
De voorzitter:
U heeft nog bijna een halve minuut of iets meer, 35 seconden.
De heer Geurts (CDA):
Voorzitter, ten slotte. Over de Waddenagenda is veel te doen. Het
waddengebied, inclusief de noordelijke kleischil, wordt blijkbaar ineens
aangewezen als nationaal park. Ik wil opheldering over wat dit betekent
voor de landbouw, met name voor de pootgoedteelt in de noordelijke
kleischil. Is de minister bereid om eerst duidelijkheid te geven en om
geen onomkeerbare stappen te nemen?
Ook een goede bereikbaarheid van de Waddeneilanden is van groot belang.
Het CDA wil garanties van de minister rondom het toekomstige
vaargeulenonderhoud in de Waddenzee. Daarbij betrek ik ook het
vaarwegonderhoud in de buitendelta en de Waddenzee. Kortom, houd de
Waddenzeehavens bereikbaar, al is het alleen maar om mijn collega van de
VVD, de heer Dijkstra, zijn Waddenuitje te kunnen gunnen. Graag hoor ik
welke garanties de minister ons, maar nog belangrijker de
Waddenzeehavens en de heer Dijkstra, gaat bieden.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Ik kijk nog even rond. Dan komen we bij de volgende
spreker. Dat is de heer LaƧin van de SP. Hij heeft zeven minuten in de
eerste termijn.
De heer LaƧin (SP):
Dank, voorzitter. Tijdens het vorige WGO heb ik benadrukt dat 2020 een
belangrijk jaar zou worden als het gaat om onze waterkwaliteit en de
waterbeschikbaarheid. Dat belang is met de klimaatverandering en de
veranderende weersomstandigheden, zoals extreme buien en lange perioden
van droogte, niet minder geworden. Ik zal daar later in mijn inbreng op
terugkomen, want ik wil beginnen met de waterveiligheid.
Voorzitter. Met ons Deltaprogramma en onze deltacommissaris zijn we een
voorbeeld voor veel andere landen. Qua watermanagement doen we voor
weinig landen onder. En toch is het belangrijk dat we rekening houden
met de veranderende omstandigheden, zoals een stijgende zeespiegel en
dijken die op tijd versterkt moeten worden. Ik heb helaas het gesprek
met de deltacommissaris een paar weken terug moeten missen, maar wat mij
wel is bijgebleven van ons gesprek met de deltacommissaris vorig jaar,
is dat hij zei dat er wekelijks 1 kilometer aan dijkversterking moest
plaatsvinden. De vraag aan de minister is of dat ook gebeurd is en waar
dit dan heeft plaatsgevonden. Ik zal niet elke kilometer nagaan, maar ik
zou hier wel graag een toelichting op willen.
Voorzitter. Ik wil het ook hebben over cyberveiligheid. De heer Geurts
zei er al het een en ander over, maar ik ga me vooral aansluiten bij het
punt van mevrouw Van Brenk. Want de brief die de minister hierover naar
de Kamer stuurde, stelt ons niet gerust. Daarin schrijft de minister dat
ze op basis van de Waterwet en de Drinkwaterwet systeemverantwoordelijk
is voor de continuĆÆteit van het waterbeheer en de openbare
drinkwatervoorziening, en daarmee dus ook voor de cybersecurity. Ook is
zij rechtstreeks verantwoordelijk voor Rijkswaterstaat en is zij de
bevoegde autoriteit voor drinkwaterbedrijven die zijn aangewezen als
aanbieder van essentiƫle diensten.
Maar als het gaat om de digitale beveiliging van Waternet, dat onder
meer verantwoordelijk is voor het drinkwater en de afvalwaterzuivering
in en rondom Amsterdam, wijst ze naar de gemeente Amsterdam en het
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Die digitale beveiliging bleek na
onderzoek van Follow the Money zo lek als een mandje. Deze minister moet
haar verantwoordelijkheid nemen en ingrijpen waar dat kan, ook omdat
Waternet een kritisch extern onderzoek heeft achtergehouden voor de ILT.
Het is toch volstrekt onvoldoende als de ILT pas over een paar maanden
met een completer beeld van de situatie komt? Wat is er de afgelopen
maanden gebeurd om de gaten in het systeem te dichten en de beveiliging
op orde te brengen? Wat ons betreft had dat al gebeurd moeten zijn en
kunnen we niet nog maanden wachten om een beter beeld te krijgen. Over
andere drinkwaterbedrijven schrijft de minister dat de ILT geen signalen
heeft van misstanden, maar is het niet verstandig dat de ILT actief
toezicht gaat houden bij de drinkwaterbedrijven, zodat de verbeterpunten
die naar voren komen bij de auditrapporten, snel worden opgevolgd? Graag
een reactie van de minister.
Voorzitter. Dan kom ik bij het Bestuursakkoord Water. Dat akkoord loopt
eind dit jaar af. Ik heb daarom afgelopen juni, tijdens het AO Water,
gepleit voor een nieuw akkoord, omdat intensieve samenwerking tussen
Rijk, VNG, IPO, de Unie van Waterschappen en Vewin belangrijk is voor
bescherming tegen cybercrime maar ook voor het leveren van kwalitatief
goed water en voldoende zoetwater. Maar de minister schrijft dat een
formele voortzetting er voorlopig niet in zit, omdat de verkiezingen
naderen en andere departementen betrokken moeten worden, bijvoorbeeld
bij opgaven in de fysieke leefomgeving. Maar beide argumenten zijn wat
de SP betreft onvoldoende. Samenwerking op waterveiligheid en
waterkwaliteit staat wat mij betreft los van politieke kleur. En andere
departementen die een bijdrage moeten leveren, moeten door deze
minister, als verantwoordelijke, hierbij betrokken worden. Is de
minister het daarmee eens? Gaat zij zich toch inzetten om snel tot een
nieuw akkoord te komen?
Voorzitter. Dan de waterbeschikbaarheid. Door langdurige droogtes in
opeenvolgende jaren moet het beschikbare grond- en oppervlaktewater
beter verdeeld worden en moet er overgeschakeld worden naar een systeem
van beter vasthouden in plaats van afvoeren. Dit vergt regie en
samenwerking. Wat gaat de minister doen om te komen tot een gezond
watersysteem en om deze vervolgens te bevorderen en te bewaken? Welke
plannen liggen er bijvoorbeeld om het kunstmatig laag houden van het
waterpeil te stoppen? Graag een reactie.
Voorzitter. Het kwam net ook al naar voren bij de interruptie bij de
heer Van Aalst: de kwaliteit van drinkwaterbronnen staat steeds meer
onder druk. Dit blijkt ook uit de Nationale analyse waterkwaliteit.
Onder andere chemische stoffen, zoals inderdaad medicijnresten en
bestrijdingsmiddelen, zorgen ervoor dat de waterkwaliteit verslechtert
op sommige plekken en er meer gedaan moet worden om schoon drinkwater te
krijgen. Ik heb vorig jaar in dit debat gehamerd op de doelen uit de
Kaderrichtlijn Water, die net ook ter sprake kwam, die nog lang niet in
zicht zijn. Er wordt nu gewerkt aan de stroomgebiedbeheerplannen en aan
het Nationaal Water Programma. Uiteindelijk moeten deze deels regionale
plannen bij elkaar gebracht worden om de KRW-doelen te halen en de
drinkwaterkwaliteit te verbeteren. Hoe houdt de minister hier zicht op?
Kan zij met zekerheid zeggen dat deze plannen en maatregelen voldoende
zullen zijn om de KRW-doelen voor 2027 te halen? Ik ben ook benieuwd
naar de motie van de heer Geurts hierover.
Voorzitter. Ik heb eerder dit jaar een motie ingediend om de indicatieve
niveaus voor ernstige verontreiniging voor pfas in gebieden waar
grondwater wordt gebruikt voor drinkwatervoorziening gelijk te stellen
aan de indicatieve niveaus voor drinkwater zelf. Naar aanleiding van die
discussie is er een onderzoek gestart naar de relatie tussen beide en de
KRW-doelstellingen. Hoe staat het met dit onderzoek? Is de minister het
met mij eens dat er geen definitieve niveaus voor pfas vastgesteld
kunnen worden totdat dit onderzoek is afgerond en ook gedeeld is met de
Kamer?
Tot slot nog ƩƩn punt, voorzitter. Dat zijn de Wadden, door meerderen
hier aangehaald. Dan wil ik beginnen bij de scheepvaart. De ramp met de
MSC Zoe heeft enorme gevolgen gehad voor de natuur. Die zijn bijna twee
jaar na de ramp nog steeds zichtbaar. We hebben als Kamer meerdere
moties ingediend en aangenomen om de zuidelijke vaarroute te sluiten bij
slechte weersomstandigheden. De minister wil daar niet aan, maar wat
heeft zij tot nu toe gedaan om samen met Duitsland en Denemarken te
komen tot afspraken die een nieuwe ramp moeten voorkomen?
Tijdens de hoorzitting van een paar weken geleden vroeg de FNV aandacht
voor het belang van sjorren. De steeds groter wordende schepen en de
automatisering hebben het risico op slecht sjorren en verlies van
containers vergroot. Wat kan de minister doen om dit zowel nationaal als
internationaal te verbeteren? Het antwoord daarop kan wellicht ook
donderdag komen, maar misschien ook nu.
Voorzitter. Bij de Wadden, dat aangewezen is als UNESCO Werelderfgoed en
Natura 2000-gebied, passen geen grootschalige economische activiteiten
als het boren naar gas en zoutwinning. De bodem van de Waddenzee wordt
aangetast voor het economisch belang van bedrijven als de NAM en Frisia.
Dit moet wat ons betreft zo snel mogelijk stoppen. De regio moet hierin
leidend zijn. Wat gaat de minister doen met haar collega van EZK, de
heer Wiebes, om dit voor elkaar te krijgen? Mevrouw Bromet stelde er ook
al een vraag over. Onder meer de Waddenvereniging heeft aangegeven zich
zorgen te maken over de cumulatieve effecten van alle activiteiten in
het gebied. Wij delen die zorgen heel erg. Het is verstandig dat hier
onderzoek naar wordt verricht. Graag hoor ik van de minister wie of
welke partij hiervoor verantwoordelijk wordt gemaakt en ervoor gaat
zorgen dat er een helder beeld komt van alle cumulatieve effecten, zodat
we dat kunnen blijven volgen en daar vragen over kunnen blijven stellen.
Daar wil ik het in mijn eerste termijn bij laten.
Ik wil me nog wel aansluiten bij de vragen over de Afsluitdijk. Ik zal
daar zelf op terugkomen in het MIRT-debat als het gaat om de fietsers en
dergelijke. Maar die vragen zijn nu gesteld. Daar sluit ik me dus bij
aan.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker. Dat is de woordvoerder
van D66 voor acht minuten in eerste termijn.
De heer De Groot (D66):
Dank u wel, voorzitter. Dit is waarschijnlijk het laatste Water en
Wadden-WGO in deze periode. Het zijn ook wel mijn twee
lievelingsonderwerpen, moet ik eerlijk zeggen. Dat geldt zeker voor de
Wadden.
Water, voorzitter. We zijn als Nederlanders eigenlijk maar verwend als
het gaat om water. Schoon water komt uit de kraan en dat vinden we
vanzelfsprekend. We zijn er altijd goed in geweest om hoogwater op te
vangen met onze dijken. Maar de afgelopen jaren hebben we ook gezien dat
dat eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend is. We hadden drie
gortdroge zomers. Onze natuur verdroogde, de landbouw leed verliezen en
de huizen verzakten. Naast extreme droogte zagen we ook steeds meer
extreme vernatting, met stormen, met straten die blank stonden en met
een enorme hoeveelheid regen. De deltacommissaris zei het nog: willen we
het hoofd boven water houden, dan moet er echt een tandje bij.
Voor dat extra tandje moeten we een van de grootste knelpunten in de
wateropgave aanpakken. We moeten namelijk erkennen dat water als een
rode blauwe draad tussen de grote opgaven loopt. Wonen, werken, verkeer
en landbouw; in alle vraagstukken speelt dat water een centrale rol. Wij
hebben eigenlijk sinds de Tweede Wereldoorlog tussen alle functies
hekjes gezet. D66 vindt het tijd dat we die hekjes weer opengooien. Het
Noordzeeakkoord is een mooi voorbeeld van over die schutting, over dat
hekje kijken, om te kijken of je tussen die windmolenparken ook kunt
werken aan natuurversterking of misschien de kweek van zeewier.
Verschillende transities gaan allemaal hand in hand.
Dan het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Bij die waterveiligheidsopgave
zie ik toch weer die hekjes waar ik het net over had. In het programma
Ruimte voor de Rivier zagen we dat het werkelijk loont om
waterveiligheidsprojecten te doen met de natuur. Zelfs de heer Van Aalst
komt een beetje die richting op. Want die natuur kan ook een grote spons
zijn om het water vast te houden. Daarom nam de Kamer in 2018 ook de
motie van D66 aan die zei: neem de lessen uit dat programma nou mee naar
dat Hoogwaterbeschermingsprogramma. Maar uit het advies van het College
voor Rijksadviseurs van juli moet ik concluderen dat dit onvoldoende is
gebeurd. Mooie projecten zijn vooral een kwestie van toeval en geluk,
stelden zij. Het is afhankelijk van het enthousiasme van een enkele
ambtenaar of projectleider. Alhoewel ik blij ben dat we in Nederland dat
enthousiasme zeker zien, ook bij waterschappen, lijkt het alsof deze
mensen door het ministerie eerder worden tegengehouden dan gestimuleerd
om met projecten te komen die ook natuur- en omgevingswaarden hebben. De
minister zegt immers zelf: alles buiten waterveiligheid dat wordt
geambieerd, moet extern worden gefinancierd. En daar moeten ze dan zelf
potjes voor vinden. Terwijl de minister het dus steeds heeft over zo
veel mogelijk meekoppelen, zie ik een praktijk waarin dit gewoon niet
wordt gestimuleerd.
Voorzitter. Dat is werkelijk zonde, want Nederland is te klein en de
opgaves die we hebben, zijn te groot om niet met elk project ook meer
natuur en leefomgevingskwaliteit te creƫren. Ik wil de minister daarom
vragen: hoe gaat zij naast monitoren hoe vaak wordt meegekoppeld, ook
actief stimuleren dat dit gebeurt? Hoe gaat de minister ervoor zorgen
dat die doelstellingen uit de NOVI en de Omgevingswet om zo veel
mogelijk functies te combineren, nu en straks zo goed mogelijk zijn
geborgd in alle waterveiligheids- en riviermanagementprojecten?
Dan, voorzitter, vismigratie. Als ik het over natuurbehoud in het
waterbeheer heb, dan kom ik al snel op vismigratie. We weten allemaal
dat trekvissen zoals de paling het moeilijk hebben. De passeerbaarheid
van onze rivieren is van groot belang in het ervoor zorgen dat
beschermde trekvissen niet meer op de Rode Lijst hoeven te staan. De
minister zei in het vorige overleg: tegen 2021 zijn duizend knelpunten
opgelost. Dat zou ze tot 2027 doorzetten. Ik vraag me af: wat is hier de
stand van zaken en in welk programma is dit geborgd?
Dan de droogte. Complimenten aan de minister voor de stappen die al zijn
gezet. Ik vraag me alleen af ā D66 vraagt zich alleen af ā of we het
daarmee ook redden. Want als ik kijk naar het droogteprobleem, zie ik
vooral nog een heel bestuurlijk circus. Ik zie bijvoorbeeld nog geen
goed antwoord op de vraag van wie het grondwater nou is en hoe we daar
regie op moeten voeren. Wat ik wel zie, zijn boeren die enerzijds in de
winter nog steeds vooral water willen wegpompen in de waterschappen en
die anderzijds schadevergoeding eisen van drinkwaterbedrijven in de
zomer omdat het grondwaterpeil te laag staat. Ik zie woningeigenaren die
volgens een recent onderzoek van Deltares straks misschien
honderdduizenden euro's kwijt zijn aan het lage grondwaterpeil. En ik
zie drinkwaterbronnen die steeds kwetsbaarder worden.
Met de Beleidstafel Droogte en het Deltaprogramma Zoetwater zijn mooie
stappen gezet, maar de fundamentele zaken lijken te blijven liggen. Ja,
de NOVI spreekt sommige van dit soort kwesties aan, zoals het idee dat
de functie het peil moet volgen, maar een volledig ander watermanagement
kan niet alleen op de Omgevingswet leunen. Dat moet ook geborgd worden
in alle wetten en beleidsstukken over water en in de landbouwtransitie
om maar een voorbeeld te noemen. Ik vraag de minister of zij de
Omgevingswet gaat verankeren in de Waterwet en het bredere waterbeleid,
zoals het NWP. Gaat ze ook in overleg met haar collega's bij LNV om te
kijken of de waterproblematiek ook in de landbouwtransitie een
prominentere rol kan spelen?
Het is ook tijd voor het scheppen van orde in de bestuurlijke chaos. Ik
sprak laatst iemand uit de waterwereld en die zei dat je twintig jaar in
het wereldje kan zitten en dat dan nog steeds de bestuurlijke drukte,
alle overleggen, beleidstafels en weet ik niet wat je kunnen duizelen.
Logisch dat de vraag van wie het grondwater is in het algemeen zo'n
hoofdpijndossier is geworden. Goed dat de minister heeft aangekondigd
een interbestuurlijke studiegroep ā daar heb je er weer eentje ā
grondwater in te stellen, maar dan wil ik wel weten wanneer we daar de
resultaten van kunnen verwachten, of hiermee de taakverdeling tussen
provincies, gemeenten en waterschappen ook echt fundamenteel beter wordt
bepaald, inclusief de regie van het Rijk, en of ze hiermee het vraagstuk
gaat oplossen van van wie het grondwater is. Wordt dat ook meegenomen in
een nieuw te sluiten Bestuursakkoord ā daar is er weer een ā
Water?
Dan de Kaderrichtlijn Water. Er zijn collega's die daar ook aandacht
voor hebben gevraagd. Het dreigt, volgens de fractie van D66, echt een
PAS 2.0 te worden, want we weten nu al dat we de doelstellingen niet
gaan halen. We zitten met het mestbeleid en we zitten met de
Nitraatrichtlijn. De actieprogramma's daarbij zijn tot nu toe niet in
staat geweest om echt te zorgen voor schoon grondwater. Dat moet u toch
ook aan het hart gaan. Kan de minister als eindverantwoordelijke voor de
Kaderrichtlijn Water in overleg treden met haar collega van LNV om te
kijken of ook in het Deltaprogramma Agrarisch Waterbeheer wat meer
verplichtende maatregelen kunnen worden ingebouwd?
Voorzitter. Ik wil graag positief afsluiten op het onderwerp
water.
De voorzitter:
Voordat u dat gaat doen, is er een interruptie van de heer
Dijkstra.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik was even benieuwd naar wat u zei over de Kaderrichtlijn Water. U gaf
aan dat uw vraag was: wat zou je dan moeten doen? U gaf eigenlijk direct
zelf het antwoord ā u moet het zo maar even herhalen ā namelijk: je moet
agrarisch kijken, samen met die andere minister. Maar als dat nou ook
niet voldoende is? Wat dan? Ga je dan op een gegeven moment ook kijken:
jongens, moeten heel Nederland platleggen om de Kaderrichtlijn
Waterdoelstellingen te halen of gaan we kijken of het op een andere
manier wel lukt? Wat gaan we nou doen?
De heer De Groot (D66):
De heer Dijkstra van de VVD denkt heel digitaal: platleggen versus het
allemaal maar op zijn beloop laten. Daar is geen sprake van. We hebben
een mestbeleid dat nu 30 jaar lang niet in staat is geweest om de
verontreiniging van ons grondwater met nutriƫnten uit de agrarische
sector tegen te gaan. Dat betekent dus dat je daar echte keuzes moet
maken. Dat betekent dat je echt moet zorgen dat het mestbeleid werkzaam
wordt gemaakt. Er ligt nu een voorstel van de minister van LNV, waarin
eigenlijk die keuzes niet worden gemaakt. De grote keuze die je daar
moet maken, is: welke veehouderij is nou grondgebonden en welke niet.
Daar moet een definitie van komen. Dat is een van die zaken. Dat
betekent dat we niet moeten doorgaan met denken "we halen het wel" of
moeten spreken in termen van "dan leggen we het hele land plat", want
daar ga je ook niks mee redden, maar dat we gewoon echt moeten kijken
welke maatregelen we echt moeten gaan nemen en welke keuzes we met
elkaar moeten gaan maken.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dat is voor een deel een antwoord op mijn vraag, mestbeleid. Dan moet je
ook aangeven hoe en wat dan. Dan moet je ook leveren. Dan moet je ook de
consequenties weten. Wat denkt u dan van het buitenland? Ik zag laatst
een reportage over Belgiƫ, dat er nog steeds 400.000 woningen niet op
het riool zijn aangesloten. Ook dat spul sijpelt door naar Nederland.
Wat gaat u daar dan aan doen als D66?
De heer De Groot (D66):
Natuurlijk ga je daar met de Belgen over spreken.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik vind het allemaal nog een beetje vrijblijvend van de heer De Groot
van D66. Natuurlijk willen we het probleem oplossen, maar je moet ook
kijken of het haalbaar, betaalbaar en realiseerbaar is. Als je inderdaad
te maken hebt met dit soort excessen, zoals in Belgiƫ, en u stipt het
mestbeleid aan en u wordt daar verder weinig concreet in, dan denk ik
dat het aanmodderen blijft wat u betreft. Ik denk dat het ook wel handig
is om bij D66 enig realisme tussen de oren te krijgen: kan het überhaupt
wel? Die vraag moet je ook durven stellen, want anders blijft u er
omheen draaien.
De heer De Groot (D66):
De VVD is een partij die nu al tien jaar in de regering zit en in die
tijd heeft de VVD zogenaamd het realisme betracht. Dat heeft ertoe
geleid dat we met een gigantisch probleem zitten met de natuur, dat de
boeren nog steeds geen toekomst hebben en dat we de Kaderrichtlijn Water
niet gaan halen. Als dat realisme is ⦠Dat is gewoon pappen en
nathouden. D66 heeft voorstellen gedaan ā ik zal ze hier niet herhalen
want daar zal de voorzitter mij wellicht de ruimte niet toe geven, maar
anders graag ā om de problemen daadwerkelijk bij de wortel aan te
pakken. De VVD weigert de keuzes te maken die daarvoor nodig zijn.
De voorzitter:
Laatste vraag, meneer Dijkstra.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dan hadden we toch even een mooi debat met de heer De Groot. Ik stel
voor dat hij die voorstellen gewoon indient. Dan kijken we hoeveel
draagvlak daarvoor is. De consequenties moet u dan ook accepteren.
De heer De Groot (D66):
Ik zie de heer Geurts lachen, maar u kunt het even navragen bij uw
collega's in de commissie voor Landbouw. Er zijn tientallen voorstellen
door D66 gedaan en ook door deze Kamer aangenomen.
De heer Van Aalst (PVV):
Ik was wel even nieuwsgierig. Ik hoor de heer De Groot beginnen met "we
moeten de hekjes weghalen", maar naarmate het verhaal vorderde, kwamen
er volgens mij steeds meer hekjes bij. Het is namelijk D66 dat juist die
hekjes plaatst tussen de boeren en de rest. Het is juist D66 dat het
hekje plaatst tussen het positieve verhaal van het Noordzeeakkoord en de
vissers daarbuiten laat, die daar niet voor wilden tekenen. Dus als we
het over realisme hebben, vraag ik me iets af. U heeft net een verhaal
gehouden over hekjes weghalen, maar u heeft alleen maar meer hekjes
neergezet.
De heer De Groot (D66):
Dank voor deze vraag. Het gaat nou juist om de manier waarop je de
landbouw gaat bedrijven, dat je dat met de natuur gaat doen. We hebben
een soort industriƫle landbouw en die mag zijn gang gaan, terwijl de
ammoniak op het dichtstbijzijnde natuurgebied neerslaat en in het
grondwater, dat verder doorstroomt, de vervuiling zit. Je moet zorgen
dat je het met die natuur doet. Je moet dus geen scheiding maken tussen
landbouw en natuur, maar je moet het met de natuur doen. Zo kom je weer
in evenwicht en zo kun je ook blijven genieten van die mooie natuur,
waar ook uw achterban, neem ik aan, gaat wandelen.
De voorzitter:
De heer Van Aalst, laatste vraag.
De heer Van Aalst (PVV):
Ja, laatste vraag. Het is natuurlijk heel gek om uit de mond van D66
horen dat we de balans moeten zoeken met de natuur. Het waren
potverdorie honderden jaren lang de boeren die die combinatie opgezocht
hebben, die ervoor gezorgd hebben dat ik inderdaad op zondag met mijn
gezin de natuur in kon en dat die er prachtig bij lag. U bent degene die
zegt: "We draaien die boeren de nek om. We gaan ze halveren. We moeten
ermee kappen. Het is allemaal ellende wat die mensen veroorzaken." U
helpt hele gezinnen naar de knoppen en vervolgens gaat u zeggen: we
moeten de balans zoeken. Ik kan u ƩƩn ding vertellen: de constatering
die ik vandaag doe, is dat D66 de balans volledig kwijt is.
De heer De Groot (D66):
Als de heer Van Aalst van de PVV het voor het zeggen krijgt, houden we
helemaal geen natuur meer over in Nederland. We moeten erkennen dat de
landbouw zoals we die nu kennen op een aantal terreinen te ver is
doorgeschoten, dat we niet in staat zijn om de negatieve aspecten
daarvan op ons water en op de schone lucht teniet te doen. Dat betekent
dat we gewoon daar heldere keuzes in moeten maken. D66 heeft inderdaad
gezegd dat je daarvoor de veestapel moet halveren. Dan kom je weer in
evenwicht en dan krijg je een landbouw die ook voor de boeren weer
toekomst biedt. Dat is een sociaal verhaal. Dat heeft niets te maken met
het halveren van het aantal boeren, maar met het halveren van de
veestapel, het bieden van een toekomst voor de boeren die willen stoppen
en het helpen van boeren die door willen gaan met een duurzamere manier
van landbouw zodat we ook nog van de natuur kunnen genieten.
De voorzitter:
Dan gaat de heer De Groot nu door met zijn betoog. Hij heeft nog een
kleine twintig seconden. Maar u mag ook gebruikmaken van uw tweede
termijn, meneer De Groot. Die tijd mag u erbij trekken hoor.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Er kwam een compliment aan dus dat wil ik wel even horen!
De heer De Groot (D66):
Ik neem nu wat spreektijd van de minister over. Ik heb een heel mooi
voorbeeld en dat gaat over het Panorama Waterland. Dat is een project
van Vitens. Ik ga daar natuurlijk nu geen promotie voor maken, maar ik
doe het toch stiekem wel. Dit soort projecten laat heel goed zien waar
we naartoe moeten. Met slimme technieken wordt water daar optimaal
vastgehouden op de droge zandgronden, door het watersysteem zo in te
richten, op een andere manier, dat die natuur een spons wordt en het
water wordt vastgehouden. Dat doe je met de natuur, zeg ik tegen de heer
Van Aalst. Die heeft toch geen interrupties meer. Dan ga je dus ook de
landbouw aanpassen aan de natuur. Dan hou je een schitterend gebied over
waar nog voldoende water is, waar de natuur niet verdroogt en waar
mensen kunnen wonen en recreƫren en nog jaren kunnen genieten. Hoe
kunnen we nou dit soort projecten beter ondersteunen? Helpt het
aanwijzen van dit soort gebieden als NOVI-gebied daar bijvoorbeeld
bij?
Dan moet ik toch ook nog de Wadden nog doen, voorzitter. Ik ga dat kort
houden. Er is door anderen ook al wat over gezegd. We hebben een
hoofddoelstelling. Dat is een duurzame bescherming en ontwikkeling van
de Waddenzee als natuurgebied en behoud van het unieke open landschap.
Het is een enorme opgave om dat te gaan halen. Ik zie in de
ontwerpagenda niet bepaald heldere keuzes over zaken die toch echt wel
schuren met die hoofddoelstelling. Het is dus een document waarin
eigenlijk die keuzes niet worden gemaakt. Het gaat om keuzes die we
moeten maken ten aanzien van de delfstofwinning en de garnalenvisserij.
Ik wil daarom graag weten welke aanpassingen in het beleid er zijn of
worden gemaakt in deze gebiedsagenda ā wat gaat u, als u dan die keuze
maakt, niet meer doen? - en in het uitvoeringsprogramma, zodat die
doelstellingen alsnog behaald gaan worden. Welke keuzes worden gemaakt
en hoe worden wij als Kamer meegenomen in het uitvoeringsprogramma? Hoe
gaat dat bijdragen aan het behalen van die hoofddoelstelling? Komt
hiervoor bijvoorbeeld een jaarlijkse rapportage?
Dank u wel.
De voorzitter:
U ook bedankt. Dan komen we bij de collega van de PvdA. Dat is de heer
Moorlag. U hebt zes minuten voor uw inbreng in eerste termijn en drie in
de tweede, meneer Moorlag.
De heer Moorlag (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou bijna wat van mijn spreektijd uitlenen
aan de heer De Groot, die zo gloedvol sprak over innovatie. Dat sluit
ook aan bij wat mevrouw Bromet stelde over de dijk bij Uitdam. Dat zou
ook wel wat innovatiever kunnen. Ik heb ook signalen gehad dat het
mensen echt door de ziel snijdt dat daar beton wordt gebruikt. Als er
iets is wat zich leent voor innovatie waar je mensen blij mee zou kunnen
maken, is het toch een andere bekleding van die dijk.
Ik kom bij mijn eerste hoofdpunt en dat is hoe de weg- en waterbouw
erbij ligt. Dat is niet goed op dit moment. De effecten van de
coronacrisis zijn merkbaar. Die trekt een verwoestend spoor door de
economie heen. Je zult ook zien dat een aantal medeoverheden de hand op
de knip houdt en dat daardoor minder weg- en waterbouwprojecten
doorgaan. Wij hebben een deltaprogramma. Zoals door een van de sprekers
al is gezegd, moet er elk jaar een kilometer dijk bij komen en moet er
nog veel meer gebeuren. Maak daar nou eens anderhalve kilometer van de
komende jaren, of twee kilometer of drie kilometer. Daarmee kunnen wij
werkgelegenheid behouden en kunnen we voorkomen dat mensen de WW ingaan.
Ik heb ook goed nieuws: het kost helemaal niks. Het zijn kosten die je
in de toekomst moet gaan maken. Die kosten trek je weliswaar naar voren
toe, maar met een negatieve rente kost je dat letterlijk niks. Je spaart
ook toekomstige uitgaven uit. Mijn vraag aan de minister is of zij
bereid is om die investeringen, onder meer in het deltaprogramma, maar
ook in andere infrastructurele werken die onder haar bevoegdheid vallen,
te gaan versnellen.
Een van de zaken die niet versneld worden maar zelfs wat vertraagd, is
de Afsluitdijk. Dat is toch wel weer een pareltje aan een kralenketting
van projecten die niet binnen budget en ook niet binnen planning worden
gerealiseerd. In Friesland is er veel zorg bij de mensen of een
herziening van het project niet leidt tot aantasting van de
functionaliteit, maar ook van de esthetiek van het project. De
Afsluitdijk is belangrijk. Het is niet alleen een waterkering, maar ook
een iconisch object. Het is samen met de Chinese Muur een van de weinige
dingen die je vanuit de ruimte kunt zien. Ik heb zelf nog nooit de blik
vanuit dat perspectief erop mogen werpen, maar de Afsluitdijk is
iconisch, belangrijk voor toerisme en recreatie en belangrijk voor de
natuur. Wil de minister er zorg voor dragen dat er geen afbreuk wordt
gedaan aan de functionaliteit en de esthetiek van het project?
Voorzitter. De drinkwaterbedrijven staan voor kolossale investeringen.
Die investeringen zijn misschien niet zo groot als die van de
elektriciteitsnetwerkbedrijven, die de komende jaren 40 miljard moeten
investeren, maar er moet wel flink worden geĆÆnvesteerd. Dat zijn
verantwoorde investeringen. Er is zorg in de drinkwatersector of er wel
voldoende investeringscapaciteit komt. Daar heeft de afkorting "WACC"
betrekking op, die staat voor de gemiddelde kosten van kapitaal. Op welk
niveau wordt dat vastgesteld? Daar hoeft de minister hier geen antwoord
op te geven, want daar is een heel proces voor. Wel is mijn vraag aan
haar of zij wil bevorderen dat de waterbedrijven financieel gezien ruim
genoeg in de jas komen te zitten om de noodzakelijke investeringen te
doen, dus niet om dividenden aan de aandeelhouders te gaan verhogen ā er
zijn gelukkig ook waterbedrijven die helemaal geen dividend uitkeren ā
maar wel om voldoende investeringscapaciteit te hebben.
Voorzitter. Dan het grondwater. Daar hebben we toch jarenlang heel
weinig oog voor gehad. Ik schrok eerlijk gezegd van de twee artikelen
die vorige week in Het Financieele Dagblad stonden, waarin alles heel
systematisch en compact in kaart is gebracht. Het deed mij een beetje
denken aan de manier waarop wij in het verleden met de natuur omgingen.
Tijdens aardrijkskundeles heb ik nog landkaarten gezien waar geen
"natuur" op stond, maar "woeste gronden". Die schreeuwden erom om
ontgonnen te worden. Met grondwater is het in feite ook zo: ach, wat je
nodig hebt, dat gebruik je maar en trek je er maar uit; wie het eerste
komt, die het eerste maalt. Maar we komen toch met
verdelingsvraagstukken te zitten. Hoe gaat de minister die verdeling
regelen? Hoe gaat zij die verantwoord beheren? Hoe gaat zij, in termen
van sommige collega's, goed rentmeesterschap op het grondwater
uitoefenen? Het is gewoon een schaars goed. Er moet echt iets mee
gebeuren. Zo goed als wij onze waterhuishouding bovengronds op orde
hebben, zo slecht lijkt het ondergronds het geval te zijn. Dat is de
afgelopen jaren trouwens met meer beleidsitems zo geweest. Het is ook
niet voor niks dat er pas heel laat een structuurvisie voor de
ondergrond is gekomen. Je zou je bijna moeten afvragen of er geen
structuurvisie voor het grondwater zou moeten komen. Hoe kijkt de
minister daartegen aan?
De zorgen over de Kaderrichtlijn Water zijn mij ook uit het hart
gegrepen. Gaan we het allemaal wel halen? Naar mijn smaak moet dat wel.
Ik geloof niet in de tegenstelling tussen ecologie en economie, iets wat
de heer Dijkstra verwoordde. Er werd laatst gezegd: als je voor natuur
bent, ben je niet automatisch tegen boeren. Omgekeerd is dat ook niet
het geval. Ook hier moeten gewoon tijdig de goede investeringen worden
gedaan. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat we daar het tempo in
houden? Hoe gaan we bijvoorbeeld niet alleen kijken naar de
medicijnresten, die een terecht punt van zorg zijn van de heer Geurts,
maar gaan we bijvoorbeeld ook om met bestrijdingsmiddelen? Ik adviseer
de minister om haar ogen en oren wijd open te houden als de NVWA in de
ministerraad aan de orde komt. Het blijkt gewoon dat toezicht en
handhaving op een heleboel terreinen ernstig tekortschieten. Dat heeft
ook impact op het waterbeleid. Mijn vraag aan de minister is of zij daar
met een meer dan lui oog naar zou willen kijken.
Dank u wel.
De voorzitter:
U ook bedankt. Dan komen we nu volgens mij uit bij de ChristenUnie.
Mevrouw Dik-Faber heeft vier minuten in de eerste termijn.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb de stopwatch aangezet. Nederland en water
zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Water heeft ons veel gekost. Ik
denk aan de Watersnoodramp van 1953, maar ook aan de grote overstroming
die in 1995 dreigde. Onze kennis van water heeft ons ook veel opgeleverd
en wordt wereldwijd geprezen en vermarkt. Er zijn echter uitdagingen
waar we nog niet eerder voor hebben gestaan. Klimaatverandering zorgt
voor perioden van droogte, waardoor we veel meer ons best moeten doen om
water vast te houden in plaats van weg te voeren. Ook zorgen
medicijnresten, microplastics en chemische stoffen ervoor dat de
kwaliteit van ons water, ons drinkwater en daarmee ook onze leefomgeving
en onze gezondheid onder druk staan.
Eerst maar even de droogte. Om voldoende zoet water voor verschillende
functies beschikbaar te hebben, ook in periodes van droogte, moet ons
watersysteem opnieuw worden ingericht. In de NOVI, de Nationale
Omgevingsvisie, staan goede uitgangspunten. Hoe gaat de minister ervoor
zorgen dat deze ook doorwerken in het provinciale en gemeentelijke
ruimtebeleid? Hoe kan water drager worden van onze ruimtelijke
inrichting? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat bedrijven en
consumenten er ook veel bewuster van worden dat zoet water steeds meer
een schaars goed is?
Dan geneesmiddelen. Uit recent onderzoek van RIVM en Deltares blijkt dat
er zich in grond- en oppervlaktewater veel meer medicijnresten bevinden
dan eerder werd geschat. Dat is buitengewoon schadelijk voor zowel onze
eigen gezondheid als voor bodem, plant en dier. Sinds de door mij
geĆÆnitieerde rondetafel in 2013 ā ik schrok er even van, maar die was in
2013, zeven jaar geleden ā is het gevoel van urgentie bij alle
ketenpartijen gegroeid. Maar gebeurt er nu wel voldoende om dit probleem
aan te pakken? Ik denk dan niet alleen aan de end-of-pipemaatregelen,
zoals zuiveringen en inzameling door apothekers, maar ook aan een
bronaanpak. Zijn de meest voorkomende stoffen nu genormeerd? Ik weet dat
het moeilijk is, maar kan bijvoorbeeld Europa ons daarbij helpen? Halen
we de doelen van de Kaderrichtlijn Water en komt er een jaarlijkse
inzamelweek bij apothekers? Doen alle apothekers ook mee?
Voorzitter. Dan de WACC-systematiek, die ook door anderen al is
aangekaart. Drinkwaterbedrijven hebben een grote opgave om ons ook in de
toekomst te kunnen verzekeren van voldoende kwalitatief goed drinkwater.
De minister heeft ondanks aandringen van zowel de drinkwaterbedrijven
zelf als hun aandeelhouders, provincies en gemeenten, de
vermogenskostenvoet verder verlaagd, met verminderde
investeringsmogelijkheden tot gevolg. Wil de minister daarom in overleg
gaan met drinkwaterbedrijven en aandeelhouders en de WACC-methodiek
medio 2021 aanpassen, zodat bedrijven de sterk toegenomen investeringen
kunnen doen, die uiteindelijk ook ten goede komen aan het watersysteem
en in the end ook aan onze gezondheid?
Voorzitter. Ook het mooie waddengebied staat vandaag weer op de agenda.
De ontwerpagenda waddengebied 2050 bevat een prachtige doelstelling: een
duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied
en het behoud van het unieke open landschap. In de ontwerpagenda worden
echter weinig maatregelen genoemd die gaan bijdragen aan deze
doelstelling. Het is veel meer een grabbelton aan wensen en ideeƫn. Hoe
gaat dit alles bijdragen aan het realiseren van het doel? Zouden we niet
moeten komen met harde criteria, zodat we bepaalde ontwikkelingen langs
de meetlat kunnen leggen en de doelen, het beschermen en behouden van
dit mooie natuurgebied, daadwerkelijk bereikt worden?
Voorzitter. Ook mijn fractie maakt zich veel zorgen over de mijnbouw in
dit gebied. Mevrouw Bromet heeft daar ook al een en ander over gezegd,
zoals laatst ook aan de orde kwam in het overleg met de minister van
Economische Zaken en Klimaat. Ik vond het opvallend dat de provincie
Friesland het voorstel heeft gedaan om de zout- en gaswinning eerder te
beƫindigen. Omarmt de minister dat pleidooi?
Ten slotte het toerisme. Wat de ChristenUnie betreft zou het
waddengebied zich als toeristische bestemming moeten richten op
bezoekers die op zoek zijn naar rust en natuurbeleving. Het aanbod zou
zich hierop moeten richten en niet louter op de marktvraag, zoals deze
in de ontwerpagenda benoemd staat. Hoe zorgt de minister ervoor dat
toerisme en recreatie zich de komende jaren zo ontwikkelen dat die niet
ten koste gaan van het prachtige landschap en de waardevolle natuur?
Specifiek heb ik de vraag of zij onze zorgen deelt omtrent toeristische
concepten die leunen op snelvaren, een bekend probleem op de
Waddenzee.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
U ook bedankt.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik verstond het niet helemaal. Toeristische concepten die rusten op
�
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
De concepten die leunen op snelvaren.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
O, okƩ! Dan heb ik 'm.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik zie hele mooie routes met zeilboten en elektrische bootjes, maar ik
zie ook een andere ontwikkeling. Die baart mij zorgen.
De voorzitter:
Dank voor deze verheldering. Dan gaan we naar de Partij voor de Dieren.
Of is er nog een vraag? Nee? OkƩ. De microfoon stond nog aan en dan bent
u in beeld, minister. Zo werkt dat. Dan gaat de griffier altijd even
meekijken.
We gaan naar mevrouw Van Esch van de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dank u, voorzitter. Dan toch het begrotingsonderdeel water vanavond. Er
gaan miljoenen naar het herstellen van beekjes en ander klimaatadaptief
beleid. Wat de Partij voor de Dieren betreft zijn dat op zich aardige
stapjes, maar wij vragen wel of de minister inziet waarom wij eigenlijk
die kosten moeten maken. Zou het niet ook mogelijk zijn om die kosten
juist nĆĆ©t te hoeven maken? Wat ons betreft blijven we namelijk door een
gebrek aan visie gewoon water naar de zee dragen en blijven we
belastinggeld uitgeven om schade ongedaan te maken, die is veroorzaakt
door het faciliteren van economische belangen. Straks is er weer 80
miljard schade aan verzakkende huizen ā meer leden hebben het al gezegd
ā omdat de boeren het waterpeil laag willen hebben. Is de minister het
met ons eens dat het echt zonde van het geld en de moeite is om aan de
ene kant schade te laten ontstaan en aan de andere kant met
belastinggeld die schade dan weer te moeten herstellen?
De balans in het waterbeleid is er dus wat ons betreft absoluut niet.
Dat lezen we ook terug, onder andere in het Brabants Dagblad, waar
recentelijk nog in een artikel stond dat de natuur in Brabant 50 tot 60
miljard liter water nodig heeft. Water dat wel valt, maar nog steeds
voor landbouwbelangen wordt gebruikt: 80% van dat water wordt direct
afgevoerd. In het Parool stond nog zo'n voorbeeld, namelijk de inderdaad
1 miljoen huizen die dreigen te verzakken, grotendeels door droogte. Ook
in andere kranten zagen we de afgelopen tijd ecologen zeer dringend
aandringen op het ongedaan maken van de disbalans die we op dit moment
zien. Vindt de minister dat de belangen van de natuur, het milieu, het
klimaat, de dieren en de economie wel in balans zijn? Zo niet ā en wij
hopen dat de problemen van dit moment toch echt wel erkend worden ā wat
is dan haar visie, haar grote plan om die zaken wel in balans te
krijgen? Wij zien die balans nu niet en volgens mij is het woord
"balans" vandaag een soort kernthema. Ook de VVD had het daar al over,
maar volgens mij zien zij de balans precies de andere kant op gaan. Wij
vinden echt dat daar stappen in moeten worden gezet.
Voorzitter. Snel door naar het waddengebied, want ook daar zien we
hetzelfde probleem: die disbalans. De ontwerpagenda heeft het doel om in
2050 een duurzame bescherming te realiseren. Op zich kunnen wij het wel
eens zijn met dat doel, al zijn we daar wel echt een paar decennia te
laat mee. Als je ziet dat in het waddengebied continu gas- en
zoutwinning plaatsvindt, waardoor de bodem daalt; als je ziet dat de
keuze voor waar een elektriciteitskabel gelegd wordt, gemaakt wordt op
basis van welke optie het goedkoopst is in plaats van het minst
ingrijpend; als je tegelijk beseft dat dit UNESCO-werelderfgoed is,
vergelijkbaar met het Great Barrier Reef, dan wordt duidelijk dat die
balans dus echt heel erg scheef ligt. Dat vinden wij echt hypocriet,
want wat zouden wij de Australiƫrs boos aankijken als ze hun stroomkabel
dwars door het Great Barrier Reef trokken, simpelweg omdat dat de
goedkoopste optie was. Hier doen we iets vergelijkbaars gewoon
wel.
De ontwerpagenda is voor de Partij voor de Dieren nog visionair, omdat
het kabinet pas in 2050 de doelen wil halen. De ontwerpagenda is ook
onhaalbaar, omdat ontwikkeling, gebruik en economisch gewin bij dit
kabinet constant de voorrang krijgen op de belangen van de natuur. Echt
een disbalans dus. Ik vind het ook opmerkelijk dat de minister stelt dat
bescherming van de natuur in de Waddenzee werkt, ondanks dat de
ontwikkeling van de natuur achterblijft en terwijl de Waddenvereniging
stelt dat het overgrote deel van de Waddenzee in zeer ongunstige of
matig ongunstige staat verkeert.
Bij de bescherming van broedvogels in het waddengebied is zich een
ongunstige trend aan het ontwikkelen. Daarom ben ik benieuwd en wil ik
weten van de minister wat zij vindt van een resultaatverplichting,
bijvoorbeeld bovenop de hoofddoelstelling van het beschermen van het
gebied. Volgens mij ging D66 daar ook al op in. Moeten we niet die
hoofddoelstelling wel omarmen, maar tot een echte resultaatverplichting
komen om die doelstelling te halen? Die zien wij nu echt onvoldoende
terug. Kan de minister ook aangeven hoeveel handhavingscapaciteit er nu
is op die Waddenzee? Zou die niet verhoogd moeten worden, gezien het
behalen van die specifieke hoofddoelstellingen? Heeft de minister
scenario's voor de extensivering van het gebruik? In de ogen van de
Partij voor de Dieren is het namelijk echt nodig om minder gebruik te
maken van de Waddenzee en van het waddengebied om die hoofddoelstelling
te kunnen halen. Anders komen we er echt niet.
Voorzitter. Daarmee wilde ik afsluiten.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog anderhalve minuut voor de tweede termijn. Er is
nog een vraag van de heer Geurts.
De heer Geurts (CDA):
We willen allemaal graag aan het diner, maar wij hebben nog even de
cijfers nagekeken naar aanleiding van wat er daarstraks geroepen werd.
Het klopt van die halve waarheden. En het is nog veel erger, zeg ik
tegen de Partij voor de Dieren. Het is maar verhonderdvoudigd. Dus
vervierhonderdvoudigd klopt niet, met de waterputten. En 35% daarvan is
agrarisch gerelateerd. Dus 65% van de waterputten is niet agrarisch
gerelateerd.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dan moet u uw cijfers gewoon richting Het Financieele Dagblad melden. Ik
probeer hier niet om andere cijfers te noemen dan die in de krant zijn
opgeschreven en hier gewoon staan. Maar ik vind het wel interessant om
het nog over de waterputten te hebben. Een collega van u was namelijk
vanmiddag bij het mondelinge vragenuur heel duidelijk: als iets illegaal
is, moet je het ook handhaven. Dat ging toevallig over vuurwerk. Wij
hebben laatst een motie ingediend over illegale waterputten. Zelfs de
minister zei: oordeel Kamer als u de motie zo indient. Er worden
illegale waterputten geslagen en daar zouden we op kunnen handhaven. De
minister zei: dat vind ik helemaal niet erg om te doen. Maar het CDA
stemde daartegen en de VVD ook. Dat vind ik heel interessant. De
minister had de motie oordeel Kamer gegeven. Ik ben toch wel benieuwd.
Volgens mij bent u zo'n law-and-orderpartij. Ik zou wel willen weten
waarom u dan op dit specifieke punt van de illegale waterputten toch
tegen een motie stemt die zelfs van de minister oordeel Kamer heeft
gekregen.
De heer Geurts (CDA):
Dit is een hartstikke leuke bijdrage van de Partij voor de Dieren, maar
geen antwoord op de vraag en de stellingname die ik neerzet. De Partij
voor de Dieren beweerde zostraks in een interruptie richting mij dat er
een vervierhonderdvoudiging is geweest. Ik geef even de feiten aan, en
ik ben daarbij teruggegaan tot de Tweede Wereldoorlog. Het is een
verhonderdvoudiging, en 35% daarvan is gerelateerd aan de agrarische
sector. Afrondend zeg ik richting de Partij voor de Dieren: ik ben zo
ongelofelijk blij dat zij niet de rijksboekhouding in handen
hebben.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Het interessante is dat het CDA in de afgelopen jaren vaker aangaf dat
de Partij voor de Dieren met de verkeerde cijfers kwam. Dat hebben ze
vaker geprobeerd, ook bij films die de Partij voor de Dieren heeft
uitgebracht. Dan gingen ze heel hoog van de toren blazen dat het
allemaal foute cijfers waren, en uiteindelijk waren het altijd de juiste
cijfers die de Partij voor de Dieren gaf. Ik blijf het dus fascinerend
vinden dat het CDA constant dezelfde retoriek herhaalt, van dat wij
foute cijfers geven. En dan komt er gewoon onderzoek, bijvoorbeeld van
de Wageningen Universiteit. Die komen dan terug met cijfers en zeggen:
nee, de Partij voor de Dieren had gewoon gelijk en het CDA niet. Volgens
mij zou het dus veel slimmer zijn als het CDA op een andere manier het
debat in zou gaan. Want het is constant zo dat wat u aangeeft
uiteindelijk toch niet klopt en de feiten die de Partij voor de Dieren
noemt gewoon juist zijn.
De voorzitter:
En daarmee komen we in deze ronde bij mevrouw Van Brenk, 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. In verband met tijdgebrek volsta ik met het uitsluitend
vragen stellen aan de minister. Ik begin bij de kwestie Waternet.
Wanneer is het ILT-onderzoek afgerond? Wat is de reden dat het ILT bij
voorbaat al geen risico's ziet voor de drinkwaterlevering? Zijn er
gevaren voor de overige waterinfrastructuur? Welke acties worden er
genomen op het gebied van de bescherming van klantgegevens bij Waternet?
Graag een beschouwing van de voortgang van acties op het gebied van
cybersecurity bij vitale kunstwerken en bij andere waterbedrijven. Is de
minister het eens met 50PLUS dat een ernstig veiligheidsincident in de
vitale sector, en zo kun je dit toch wel zien, altijd gemeld moet worden
bij het NCSC, het Nationaal Cyber Security Centrum? Heeft het ministerie
het incident inmiddels gemeld bij het NCSC, naar aanleiding van de
Waternetartikelen? Is het NCSC alsnog op de hoogte gesteld? Het
ILT-onderzoek richt zich op vitale processen. Welke aandacht is er voor
de veiligheid van de gegevens van de 1,3 miljoen klanten? En nog maar
eens: er waren ruim 13.000 openstaande poorten, en 11 kwetsbaarheden
waarvan 5 kritiek. Vindt de minister dat ook onacceptabel? En nogmaals:
vindt de minister op basis van de huidige gegevens het management van
Waternet capabel voor zijn taak?
Dan de huidige zuiveringsheffing. Die is niet fair vormgegeven. Onze
motie hierover kon rekenen op een Kamermeerderheid. Wettelijk is het
mogelijk om gericht te heffen. Dat kan per verordening geregeld worden,
maar het gebeurt niet. Kan de minister daar een reactie op geven?
Ook voor bedrijven gaan de verhoudingen scheef. Er wordt vaak
aangeslagen op verbruik en niet op vervuiling. Wie dus water bespaart
maar veel vervuilt, betaalt minder dan een bedrijf dat relatief veel
water gebruikt maar weinig vervuilt. De vervuiler betaalt. Vindt de
minister dat ook in dit verband? Wat gaat zij doen om dit te
verbeteren?
Dan de medicijnresten. Is de minister het met ons eens dat het nieuwe
cijfer van 190 ton medicijnresten in het afvalwater schrikbarend hoog
is? Kan de minister een voortgang geven van het programma
"medicijnresten uit water" en de green deal inzake medicijnafval en de
effecten hiervan, ook in het licht van de grotere hoeveelheid
medicijnresten? Bent u bereid om in overleg te gaan met de minister van
VWS en andere betrokken partijen om te bezien of en hoe het mogelijk is
onnodig medicijngebruik verder terug te dringen? Wat vindt zij van het
pleidooi van 50PLUS voor meer preventie in de zorg en het kritisch
bezien van medicijngebruik in relatie tot waterkwaliteit? Kunt u een
update geven?
Dan Sluiskil. 50PLUS heeft al eerder schriftelijke vragen gesteld over
de gang van zaken in Sluiskil. Mensen daar ondervinden schade en
wateroverlast door het Kanaal Gent-Terneuzen. Bij de gemeente krijgt men
geen poot aan de grond en ook Rijkswaterstaat geeft niet thuis. Men
heeft zelfs een stichting opgericht en contact proberen te maken met het
ministerie, maar ook dat lukt niet. Wat gaat deze minister doen voor
deze mensen?
Is de minister bereid de indicatieve niveaus van ernstige
verontreiniging niet vast te stellen voordat de drinkwatersector haar
onderzoek naar het grondwater heeft afgerond?
De voorzitter:
Ik ga u hierbij toch onderbreken, want anders heeft u straks geen tweede
termijn meer over.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Klopt! Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
OkƩ, hartelijk dank!
Dan komen we hiermee aan het eind van de eerste termijn van de Kamer. Ik
ga schorsen zodat de minister alle antwoorden even goed kan
voorbereiden, maar ook zodat er wat gegeten kan worden. Dan kunnen wij
hier straks weer met een volle maag zitten. Ik schors tot 19.35 uur. U
heeft in totaal dus 40 minuten. Dat is iets korter dan gebruikelijk,
maar we hebben de tijd vanavond nog wel nodig. Ik schors deze
vergadering en dan zien we elkaar straks weer.
De vergadering wordt van 18.55 uur tot 19.37 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedenavond. We gaan door met de vergadering van de vaste Kamercommissie
voor Infrastructuur en Waterstaat. We hebben vandaag een
wetgevingsoverleg over water en Wadden, en ik geef het woord aan de
minister voor haar beantwoording in eerste termijn.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de leden voor de, zoals altijd in dit
debat, vind ik, positieve en constructieve inbreng. Wat dat betreft is
het debat over het water ook altijd bijzonder. Ja, ik ben heel
vergevingsgezind. Ik ben altijd blij met de sfeer in dit
wetgevingsoverleg Water. Ik wil toch even memoreren dat het voor dit
kabinet het laatste wetgevingsoverleg Water in missionaire status zal
zijn. Dat is toch ook wel belangrijk. Dan kijk ik even naar een aantal
leden van wie we nu al weten dat ze ons straks gaan verlaten, zoals
mevrouw Van Brenk en de heer LaƧin, en de heer Dijkstra natuurlijk. Van
anderen weet ik het niet allemaal, maar in ieder geval wil ik deze
Kamerleden alvast heel veel dank zeggen voor de inbreng. Mevrouw van
Brenk dacht "ik haal er nog even het maximale uit", want zij heeft met
mitrailleursnelheid vragen op mij afgevuurd! Ik ga dus maar snel
beginnen aan de beantwoording.
En misschien gaan we een klein beetje tijd winnen, voorzitter, omdat ik
de Kamer zou willen vragen of ik de vragen over twee onderdelen kan
beantwoorden bij het AO Maritiem. Dat is niet omdat ik die nu niet kan
beantwoorden, maar omdat de stukken die erbij horen, staan geagendeerd
voor het AO Maritiem. Dat gaat om de MSC Zoe en om de ligplaatsen. Ik
zou het anders niet plezierig vinden voor de andere woordvoerders, die
hier nu niet bij zijn en zich daar ook op hebben geprepareerd. Dus als
we die twee punten zouden kunnen verplaatsten naar het AO Maritiem,
winnen we daar misschien ook een klein beetje tijd mee, maar ik ga er
zeker graag over in gesprek. Het is overmorgen al, hoor ik nu zeggen.
Precies, dus dat is geen heel lang uitstel.
Dan zijn er nog een aantal vragen gesteld over mijnbouw. Die liggen echt
op het terrein van collega Wiebes, dus daarvoor verwijs ik ook echt naar
hem.
De voorzitter:
De minister gaat vast antwoorden in een aantal blokjes. Dat is van
belang voor de leden, zodat zij kunnen bepalen wanneer zij hun
interrupties willen plaatsen. Ik geef de leden in ieder geval vijf
vragen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik heb inderdaad een aantal blokjes. Het eerste blokje is
waterveiligheid en integraal riviermanagement. Het tweede blokje is
cyberveiligheid, dus cybersecurity. Het derde blokje is
klimaatadaptatie, droogte en zoet water. Dan heb ik daarna een blokje
drinkwater en waterkwaliteit. Dan een blokje over de Wadden en tot slot
nog wat in de categorie overig.
De voorzitter:
Er is een vraag van de heer LaƧin.
De heer LaƧin (SP):
Ja, een vraag, of eigenlijk een punt van orde. Ik heb wel een beetje
moeite met wat de minister net zei over de Wadden. We hebben het gehad
over gaswinning en zoutwinning, economische activiteit en cumulatieve
effecten. De Ontwerp Agenda voor het Waddengebied staat wel voor dit
debat geagendeerd. Daarom hebben een aantal sprekers ook vragen gesteld
over die specifieke onderwerpen. Dus als daar iets van een antwoord op
zou kunnen komen, zou ik dat toch wel waarderen, moet ik zeggen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Wat ik daarover in ieder geval weet, is dat collega Wiebes heeft
toegezegd om nog deze kabinetsperiode te komen met zijn visie op de
toekomst van het vergunningsstelsel mijnbouw. Mevrouw Bromet verwees
daar ook al naar. Ik heb hier voor mij liggen dat de brief in februari
2021 aan de Kamer zal worden aangeboden. Naast de visie op zich zal de
brief ook een overzicht bevatten van aanpassingen die al in gang gezet
zijn of op korte termijn uitgevoerd worden. Meer kan ik er ook echt niet
van zeggen.
Ja? Zal ik dan beginnen met het eerste blokje, over
waterveiligheid?
Natuurlijk is dat het pièce de résistance bij dit onderwerp in deze
commissie, want het begint natuurlijk met veiligheid. We zijn in
Nederland wel gewend aan onze situatie. Ik geloof dat de heer De Groot
daar ook aan refereerde. We zijn goed beschermd tegen overstromingen.
Dat hebben we goed geregeld. Wij voelen ons in Nederland veilig achter
de dijken. De heer Dijkstra zei ook: de veiligste delta ter wereld. Dat
is zeker terecht, maar het is ook van groot belang dat we eraan blijven
werken. En daar zijn ook investeringen voor nodig. Het werk is ook nog
niet af. We komen straks bij het HWBP ook nog wel te spreken over
toenemende eisen, ook door de zeespiegelstijging et cetera.
In 2050 willen we natuurlijk voldoen aan de nieuwe
waterveiligheidseisen. Er loopt op dit moment een landelijke
beoordelingsronde van de primaire keren en daar zijn de waterbeheerders
ook al volop mee aan de slag. Het is dan ook de bedoeling om in 2023 de
uitkomsten aan de Kamer te kunnen presenteren. We weten nu al dat er
zelfs na 2050 nog volop werk te doen zal zijn, want de
zeespiegelstijging is kernpunt van de volgende herijking van het
Deltaprogramma, die weer in 2026 plaats zal vinden. Dus met de huidige
aanpak zijn we voorlopig echt heel goed beschermd. Maar in het kader van
het Kennisprogramma Zeespiegelstijging wordt er ook bezien wat er nodig
zal zijn om goed voorbereid te zijn op de situatie na 2050, omdat dat
misschien ook wel weer een hele lange voorbereidingstijd zal vragen.
Daarbij wordt nadrukkelijk niet alleen gekeken naar waterveiligheid,
maar ook naar de gecombineerde effecten van de zeespiegelstijging:
droogte, extremer weer en de bevaarbaarheid van onze vaarwegen in haar
totaliteit.
Maatregelen om de primaire keringen aan de norm te laten voldoen, worden
natuurlijk uitgevoerd via de suppletieprogramma's voor de kust.
Versterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma en maatregelen in
het rivierengebied, waar het dan onder de kop van het Integraal Rivier
Management valt. De ontwikkeling van het programma Integraal Rivier
Management vordert gestaag. Ik was ook bijzonder blij ā ik kon er op het
laatste moment helaas zelf niet bij zijn ā dat bij het Deltacongres, het
digitale Deltacongres om iedereen gerust te stellen, een
intentieovereenkomst is gepresenteerd om de reeds gemaakte stappen ook
te borgen en om richting te geven aan het vervolg. Dus Rijk en regio
hebben hier de handen ineengeslagen om samen een integrale samenhangende
aanpak in de praktijk te brengen. Daar zie je ook de eerste voorbeelden
al van. Ik noem u dan bijvoorbeeld het Rivierklimaatpark IJsselpoort,
dat denk ik een hele mooie eerste is.
Dat even in zijn algemeenheid en dan kom ik nu op de specifieke vragen.
De heer Dijkstra heeft gezegd: het kan toch niet zo zijn dat
milieuregels onderhoud of aanleg verhinderen als het om de veiligheid
gaat? Nou, voor regulier beheer en onderhoud is geen natuurvergunning
nodig. Milieuregels verhinderen dus ook beheer en onderhoud niet. Voor
aanlegprojecten is in sommige gevallen wel extra onderzoek nodig. Dat
kost tijd, maar als het gaat om de waterveiligheid dan verhindert dat de
uitvoering niet. Dus de hoogwaterveiligheid mag op die manier op geen
enkele manier in het geding komen.
De heer LaƧin vroeg naar het Hoogwaterbeschermingsprogramma en dan
specifiek naar de 1 kilometer dijkversterking per week. Dat is een hele
mooie mijlpaal. Die omrekening naar 1 kilometer per week klopt
inderdaad. Ik moet eerlijk zeggen dat op dit moment dat tempo nog niet
wordt gehaald. Dat komt doordat de meest complexe projecten als eerste
zijn geagendeerd. De verwachting is dat we het uiteindelijk echt halen
en dat alles er in 2050 dus op voorbereid is. Maar er is juist begonnen
met de meest ingewikkelde trajecten, zodat het later ook steeds
makkelijker wordt. De waterbeheerders zijn op dit moment ook nog bezig
met de beoordeling van alle keringen. Dat beeld moeten we dus in 2023
landelijk hebben. Ik heb daar ook onlangs nog met de waterbeheerders
over gesproken om ook daar het tempo erin te houden, want de ILT moet
dat op haar beurt ook weer beoordelen. Ik heb de waterbeheerders ook
voorgehouden dat het niet zo kan zijn dat al die plannen en al die
beoordelingen opeens in het laatste halfjaar worden aangeleverd, want
dan krijgt je natuurlijk een enorme prop bij de ILT, omdat die dat niet
kan verwerken. Het is dus echt zaak dat er voortvarend aan wordt
doorgewerkt. Maar daar zijn de medeoverheden en de waterbeheerders het
ook mee eens.
De heer Moorlag zei: werk naar voren halen, want de medeoverheden houden
misschien de hand op de knip en er zijn minder weg- en
waterbouwprojecten. Bij de Taskforce infra, die ik met Rijkswaterstaat
heb ingesteld voor breed beheer en onderhoud, zitten de waterbouwers ook
aan tafel en die zijn dus ook betrokken bij dat hele proces van: wat kan
er naar voren gehaald worden en wat kan er versneld worden? Ik ben het
verder zeer met u eens dat daar zeker de waterbouw niet bij mag worden
vergeten. De gww-sector is de grond-, weg Ʃn waterbouw-sector en die
waterbouwers zitten dus ook aan tafel en denken ook mee. Als daar kansen
liggen om toch nog dingen naar voren te halen, dan zal ik daar zeker ook
wederom met collega Hoekstra over in gesprek gaan, zodat we waar
mogelijk met kasschuiven en dergelijke geld naar voren kunnen halen. Het
is niet mijn eigen bevoegdheid om dat zomaar te doen en dat zullen we
dus goed moeten onderbouwen. We zullen Ʃcht moeten laten zien dat die
projecten ook Ʃcht eerder uitgevoerd kunnen worden. Dan kunnen we daar
misschien ook nog wat meer in doen.
De voorzitter:
Daarover is een vraag van de heer Dijkstra van de VVD.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik ben heel blij dat de minister dat beaamt en ook bereid is om
investeringen in onze waterinfrastructuur naar voren te halen. Tijdens
mijn voorbereiding op dit overleg las ik ergens: 600 miljoen uitgesteld
onderhoud. Dat is toch wel een fors bedrag en ik hoop dat we dat kunnen
terugdringen. Als de minister de toezegging doet om met haar
collega-minister Financiƫn te kijken wat we eerder kunnen doen om te
zorgen dat onze logistiek en onze waterwegen op orde blijven en dat er
ook een inhaalslagje kan worden gepleegd bij dat uitgesteld onderhoud,
dan zou dat heel erg mooi zijn.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Jazeker. Wat ik net bedoelde te zeggen, is dat we het niet alleen doen
voor de weginfrastructuur en ook niet alleen voor de vaarwegen en het
spoor. Daar betrekken we de waterwerken zeker bij, want die hebben ook
beheer en onderhoud nodig. Als daar iets sneller kan, dan zullen we dat
zeker niet nalaten, om ook die sector aan het werk te houden.
De heer Van Aalst (PVV):
De afgelopen jaren hebben wij als PVV er al voor gepleit ons te richten
op onze primaire taak om die dijken te versterken. Het verbaast me dan
enigszins dat de minister nu het antwoord geeft: jaja, we zijn eerst
begonnen met de moeilijke projecten. Ik begrijp dat niet. Stop dan met
dit hobbyen en zorg dat die dijkversterking op orde is! Ik begrijp dat
echt niet. We hebben potverdorie een deltacommissaris en een heel
Deltafonds. Ik begrijp niet dat de minister het dan in haar hoofd haalt
om iets anders te gaan doen dan dijkversterking. Zorg dat we op schema
liggen! Dit is toch onze primaire taak? Het is echt ónbegrijpelijk dat
de minister aangeeft: jaja, we doen eerst de moeilijke dingen. Ja, weet
je, laat die hobby's liggen en ga lekker de dijken versterken en ervoor
zorgen dat de ... Ik begrijp het niet, echt niet.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik kan de heer Van Aalst geruststellen: niemand is zomaar met hobby's
bezig. Ik vind het juist een hele verstandige keuze van de
waterbeheerders om eerst de moeilijkste trajecten te doen. Het is
misschien makkelijker om met het laaghangende fruit te beginnen, maar
dan kom je straks aan het einde in de knel als je de moeilijkste
projecten overhoudt. Ik denk dat daar ook geleerd van kan worden. Ik heb
zelf ook de eerste 8 kilometer bij Delfzijl, een heel ingewikkeld
traject, mogen openen. Er wordt dus echt wel voortvarend aan gewerkt,
maar nogmaals: we moeten eerst nog die hele operatie door en overal het
onderzoek afronden naar wat er nog precies nodig is.
De heer Van Aalst (PVV):
Dat is precies wat wij de afgelopen jaren gezegd hebben. Dat was een
hele discussie over meekoppelkansen en al dat soort geneuzel. Toen
hebben wij gezegd: zorg nou eerst dat je je primaire taak uitvoert. Toen
zei de minister: nee, we kunnen het er allemaal bij doen. Nou, na vier
jaar blijkt dus dat we dat er allemaal niet bij kunnen doen. Dat is wat
ik bedoel. Stop nou met het hobbyen en kies voor je primaire taken. We
zien dat er bij de weginfrastructuur een hoop dingen zijn blijven liggen
en ik ben daarom blij met die motie van vorige week om het onderhoud
naar voren te halen. Maar jongens, kom op. We lopen allemaal te klagen
over die klimaatverandering die er zogenaamd zou zijn en die gigantische
zeespiegelstijging en wat doen we? We gaan hobbyen in plaats van onze
dijken te versterken. Ik begrijp dat niet. Ik begrijp niet waar de
prioriteiten van deze minister liggen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De prioriteiten van deze minister liggen bij de waterveiligheid, maar
als er meekoppelkansen liggen ā en die liggen er ā dan raad ik u aan om
naar dat project in Delfzijl te gaan kijken. Daar zeiden ze zelfs: het
kon minder. Nou, dat wil toch heel wat zeggen. Dan heb je echt een goed
project afgeleverd, waar heel mooie meekoppelkansen in zitten.
De heer LaƧin (SP):
Ik zal proberen om me iets constructiever op te stellen. De keuze om met
moeilijke projecten te beginnen, laat ik echt aan de professionals. Dat
vind ik prima. Ik heb er wel een beetje moeite mee dat de minister nu
zegt dat we nog niet op tempo zijn, omdat de moeilijke projecten eerst
zijn. Dan zou ik graag van de minister willen horen hoe de planning er
dan uitziet. Tot 2050 is het nog 30 jaar, uiteraard. Hoe lopen we dat
dan straks in? Dat hoeft wat mij betreft niet duidelijk te zijn voor de
komende 30 jaar, maar is er al een inkijkje? Zo ja, kan de minister dat
dan met ons delen, zodat ook de heer Van Aalst wat meer gerustgesteld
wordt en de minister af en toe ook gewoon kan hobbyen? Dat is ook
belangrijk.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik hoef niet te hobbyen. Ik weet niet of het mij gaat lukken om de heer
Van Aalst gerust te stellen, maar er wordt heel serieus gewerkt aan die
beoordelingen door het hele land. Die moeten we echt hebben. Iedereen is
er ook echt van overtuigd dat die vóór 2023 klaar moeten zijn. Maar ik
zal kijken of we eens een keer een inkijkje kunnen geven in wat er voor
de komende jaren al in de planning zit aan heel goede, belangrijke
waterveiligheidsprojecten.
Even kijken. De overnachtingshavens hebben we naar het AO Maritiem
verschoven.
Mevrouw Bromet heeft gevraagd of ik samen met het Hoogheemraadschap
Hollands Noorderkwartier en de bewoners van Uitdam tot een oplossing zou
kunnen komen voor de dijkversterking bij het dorp. Mevrouw Bromet noemde
daarvoor de kleibekleding. U noemde zelf al het Hoogheemraadschap
Hollands Noorderkwartier. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering
van het project Markermeerdijken. Dat is inclusief Uitdam. Het is dus
niet aan mij om daar gemaakte projectkeuzes ter discussie te stellen.
Juist voor Uitdam heeft een intensieve burgerparticipatie plaatsgevonden
onder leiding van de deltacommissaris. Dan hebben we het overigens over
de vorige deltacommissaris. Het huidige ontwerp voldoet aan alle
voorwaarden en is ook conform het advies van de deltacommissaris, dus ja
... Het projectplan is door de provincie goedgekeurd. De Raad van State
heeft alle beroepen ongegrond verklaard, dus het projectplan is daarmee
ook onherroepelijk.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Maar vindt de minister het niet een treurige conclusie dat je dertien
jaar met bewoners rond de tafel zit en dat er dan uiteindelijk een
variant uit komt waar niemand tevreden mee is? Is dat dan wat burgers
vertrouwen moet geven in de politiek? Ze zijn van het kastje naar de
muur gestuurd. Ze hebben met verschillende deltacommissarissen
gesproken. Ze hebben iedereen op die dijk ontvangen die maar iets te
zeggen had over die dijk en nu ligt er iets waar ze niet tevreden mee
zijn. Ik heb het niet alleen als incident willen opnoemen, maar ook als
voorbeeld voor de rest van al die dijkversterkingen die in Nederland
moeten plaatsvinden. Wat vindt de minister ervan? Ze gaf een heel
formeel antwoord, het is natuurlijk niet bevredigend, neem ik aan; ook
niet voor de minister.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Mevrouw Bromet heeft gelijk: je levert natuurlijk het liefst alleen maar
projecten op waar iedereen uiteindelijk helemaal 100% tevreden mee is.
Dat dat in dit geval niet zo is, vind ik natuurlijk ook heel erg jammer.
Maar dit traject heeft al zo ver in het verleden plaatsgevonden dat je
daar achteraf weinig meer aan kunt veranderen. Natuurlijk vinden we dat
juist heel belangrijk bij alle projecten die we doen. In het kader van
Ruimte voor de Rivier is het bijvoorbeeld heel vaak uitstekend gelukt om
mensen daar zo goed mogelijk bij te betrekken. Ik weet bijvoorbeeld ook
van een project van Ruimte voor de Rivier waarbij de bewoners het heel
erg jammer vonden dat de nieuwsbrief ophield, omdat het project afgerond
was. Het kan dus ook anders. Dat zal niet altijd overal lukken, maar ik
steun zeer uw pleidooi voor een hele goede participatie.
Dan heeft de heer Geurts gesproken over de samenwerking met
Noordrijn-Westfalen in het kader van Oost-Nederland. In 2019 is daar een
overeenkomst over waterveiligheid en klimaat gesloten. Hij vroeg of ik
van het belang van de Duitse kant van de zaak wel overtuigd ben. Dat
probleem zie ik zeker. De heer Pieper heeft daar ook regelmatig aandacht
voor gevraagd bij mij. De heer Geurts verzoekt mij om persoonlijk
aanwezig te zijn als er binnenkort een bestuurlijke bijeenkomst tussen
Nederland en Duitsland plaatsvindt. Bij de hoogwaterconferentie waar de
verlenging van die gemeenschappelijke verklaring werd ondertekend, kon
ik helaas niet aanwezig zijn. Zodra er meer bekend is over de regionale
bestuurlijke bijeenkomst met Noordrijn-Westfalen, word ik daar graag
voor uitgenodigd. In het huidige covidregime ā zo zou ik bijna zeggen ā
is het ook makkelijker om bij dat soort dingen aanwezig te zijn, omdat
ze meestal digitaal zijn. Dat is vaak veel eenvoudiger in de agenda in
te passen. Ik begrijp dat de voorbereiding van die bijeenkomst nog maar
net gestart is. Het waterschap Rijn en IJssel treft die voorbereidingen
samen met de provincie Gelderland. Ik ben graag bereid om te kijken of
ik daar in mijn agenda een plek voor kan vinden, want ik ben het met u
eens dat wij, als het in Duitsland niet goed gaat, daar straks heel veel
last van hebben.
Dan heeft mevrouw Van Brenk gevraagd wat ik ga doen voor de mensen in
Sluiskil. In 2018 heb ik u gemeld welke onderhoudsmaatregelen
Rijkswaterstaat heeft uitgevoerd aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen
ter hoogte van Sluiskil. Op dit moment zijn er geen aanvullende
maatregelen vanuit de beheertaak van Rijkswaterstaat beschikbaar of
gepland die zouden kunnen bijdragen aan het terugdringen van de
vochtoverlast. Rijkswaterstaat gaat wel in gesprek met de Stichting
Wateroverlast Sluiskil en met de betrokken wethouder van de gemeente
Terneuzen. Dat gesprek wordt op dit moment gepland. We gaan dus wel met
hen in gesprek.
De voorzitter:
Daarover is er een vraag van mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Mijn lid van de waterschappen en ook gemeenteraadslid aldaar stuurde mij
even een fotootje. Ik heb het hier. Ik kan het zo misschien even
doorsturen naar de minister of haar p.a. Het grondwater staat daar 30
centimeter onder het straatniveau. Het is daar echt een grote puinhoop.
Ik vind het fijn dat de minister in gesprek gaat met de bewoners, want
ik denk dat dat heel erg op prijs gesteld wordt. Maar het gaat erom dat
er een oplossing komt. Die mensen wachten al zo ontzettend lang en het
is daar dus echt urgent. Kan de minister dus, behalve dat ze in gesprek
gaat, dus ook nog echt iets gaan betekenen voor die bewoners?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat kan ik op dit moment niet inschatten. Het is daar inderdaad het
gevolg van de hoge grondwaterstand, zoals u aangeeft. Maar het peil dat
daar moet worden aangehouden, is onderdeel van een verdrag met het
Koninkrijk Belgiƫ aangaande het Kanaal van Gent naar Terneuzen. Dat
verdrag en daarmee ook het peil zijn sinds 1960 niet meer gewijzigd,
waardoor de oorzaak en dus ook de oplossing van die vochtoverlast niet
binnen de beheertaken van Rijkswaterstaat horen. Ik ga graag nog een
keer zelf met de mensen in gesprek. En als we er iets aan kunnen doen,
zullen we dat zeker ook op tafel leggen.
Voorzitter, dan kom ik bij de Afsluitdijk. Daar zijn door meerdere leden
vragen over gesteld. De vernieuwing van de Afsluitdijk is op dit moment
volop in uitvoering. Het is een heel groot, iconisch project, zeg ik
wederom in de richting van de heer Moorlag. Het bestaat uit meerdere
deelprojecten. Uiteraard gaat het om de versterking van de dijk zelf, de
bouw van gemalen, de keersluizen, de spuisluizen en de vernieuwing van
de rijksweg A7 over de Afsluitdijk zelf.
Ik heb u al eerder geĆÆnformeerd over het issue rond de hydraulische
randvoorwaarden. Dat zijn reeksen van combinaties van waterstanden en
golfhoogtes die kunnen optreden. Die worden uiteraard gebruikt om te
berekenen hoe sterk de constructies moeten worden gebouwd. Hoewel voor
het opstellen van die randvoorwaarden een uitgebreid proces is
doorlopen, waarbij ook diverse externe deskundigen zijn betrokken,
ontbrak toch een combinatie die voor het ontwerp ook van belang bleek te
zijn. Het ging om een combinatie van relatief lage waterstanden waarbij
toch vrij hoge golven kunnen optreden. Daardoor moesten er verschillende
aanpassingen aan het ontwerp worden gemaakt. Dat probleem spitst zich
toe op twee deelprojecten: de bouw van de nieuwe spuisluizen en de
renovatie van de bestaande spuisluizen. Door wijzigingen in de
randvoorwaarden wijzigen het ontwerp en de planning. De nieuwe
spuisluizen komen dus later beschikbaar dan eerder gepland en de
renovatie van de bestaande spuisluizen moet daarom ook gefaseerd worden
uitgevoerd, omdat het voor de waterveiligheid natuurlijk wel van belang
is dat er steeds voldoende water kan worden afgevoerd om het IJsselmeer
op peil te houden. De doorlooptijd van de renovatie wordt daardoor
langer. Het eerste beeld is dat de renovatie van de bestaande
spuisluizen in 2025 kan worden afgerond. De andere deelprojecten worden
niet of minder geraakt en komen naar verwachting dus gewoon in 2022 en
2023 gereed. Het gaat dan over het versterken van het dijklichaam, het
bouwen van de twee gemalen en de twee keersluizen en over de vernieuwing
van de weg. Duidelijkheid over de aanvullende kosten, waarnaar is
gevraagd, kan ik helaas op dit moment nog niet geven, want samen met de
aannemer worden op dit moment de voorkeursoplossing en de bijbehorende
kosten uitgewerkt. Zodra dat concreet wordt, zal ik u daar uiteraard
graag over informeren.
Er zijn hier ook specifieke vragen over gesteld. De heer Dijkstra vraagt
hoe het kan dat een project zo uit de klauwen loopt. Ik zeg het in uw
woorden. Ik heb net nog even uiteengezet hoe het zat met die
hydraulische randvoorwaarden. U mag van mij aannemen dat er natuurlijk
stapsgewijs vorderingen worden gemaakt. We zijn dat nu allemaal opnieuw
aan het bekijken. Het is een groot en complex project, waarbij er dus
gelukkig hele grote delen wel gewoon door kunnen gaan.
Mevrouw Bromet noemde het bedrag van 53 miljoen. Dat is afkomstig uit de
Najaarsnota. Dat betreft extra middelen voor het jaar 2020 die binnen
het bestaande totale projectbudget voor de Afsluitdijk vanuit een later
jaar naar het huidige kalenderjaar zijn gebracht. Hoeveel er in totaal
extra nodig zal zijn, weten we nog niet.
Er zijn ook meerdere vragen gesteld over het fietspad. Dat zal inderdaad
langer dicht moeten blijven. Fietsers en wandelaars zullen wel gebruik
kunnen blijven maken van de fietsbus, maar zodra het weggedeelte klaar
is, het langste deel van het traject, kan er over dat deel van de
Afsluitdijk natuurlijk ook weer gewoon gefietst worden. Dan zullen we
die delen van het fietspad natuurlijk weer openstellen. Voor de korte
termijn zijn de mogelijkheden beperkt. Ik ben graag bereid om nog eens
een keer te kijken wat er dan wel kan. Ik geloof dat mevrouw Bromet en
anderen, zoals de heer Moorlag, dat vroegen. Wij zijn graag bereid om,
net zoals in het verleden, met de Fietsersbond te kijken wat praktisch
is. Want het moet ook veilig blijven op de Afsluitdijk. Wat is er te
bedenken om het voor fietsers en wandelaars toch weer zo aantrekkelijk
mogelijk te maken? Ik haal er zelf een beetje hoop uit dat het langste
deel van de Afsluitdijk, te weten de weg zelf, gewoon wel volgens schema
opgeleverd kan worden. Maar ter hoogte van de sluizen zul je mogelijk
langer gebruik moeten maken van de fietsbus. Ik ben dus graag bereid om
ieder jaar te kijken wat er wƩl kan en wat we mogelijk kunnen
maken.
De heer Moorlag vroeg nog ā dat was ik zeer met hem eens ā of ik kon
zeggen dat er geen afbreuk mag worden gedaan aan de esthetiek en de
functionaliteit van de Afsluitdijk. We moeten nu niet penny wise, pound
foolish ofwel een lelijke ofwel een minder goed functionerende
Afsluitdijk gaan opleveren. Ik kan hem geruststellen, want we gaan geen
concessies doen aan de beoogde kwaliteit bij de vernieuwing van de
Afsluitdijk. De Afsluitdijk wordt met zorg ontworpen en ingericht. Die
moet Nederland weer voor langere tijd beschermen. Tegelijkertijd moet
het ook de plek blijven die iedere Nederlander graag wil bezoeken. De
Afsluitdijk kan met Google Earth of vanuit de ruimte worden bekeken,
maar ik denk dat de meeste mensen er toch liever echt overheen rijden,
wandelen of fietsen. We gaan daar dus geen concessies aan doen.
De voorzitter:
De heer Geurts heeft een vraag.
De heer Geurts (CDA):
Ik zat te luisteren naar het betoog van de minister. Wat mij dan opvalt,
is dat zij het bedrag van 53 miljoen noemt, maar eigenlijk in het
ongewisse laat wat het uiteindelijke bedrag gaat worden. Dat betekent in
mijn ogen dus dat het bedrag voor de schade nog veel hoger dan 53
miljoen gaat worden. Dat geld wordt uit het Deltafonds getrokken. Klopt
dat? Kan het bedrag vele malen groter worden? Dat is een. Want dit is
10% van de totale aanneemsom van 550 miljoen. En de tweede vraag die ik
daaraan gekoppeld heb, is of er nog een onderzoek gaat plaatsvinden. Ik
denk al te weten waar het fout zit. Maar wordt daar ook nog naar
gekeken? Want dit heeft er gewoon mee te maken dat Rijkswaterstaat de
verkeerde gegevens heeft aangeleverd aan de aannemer. Klopt die
veronderstelling?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik kan nu noch op de vraag over het totale eindbedrag, noch op de rest
van de vraag van de heer Geurts antwoord geven, omdat we het gesprek met
de aannemer op dit moment aan het voeren zijn. Zodra daar duidelijkheid
over is, zal ik u meteen informeren.
De heer Geurts (CDA):
Ik blijf dit toch een hele bijzondere situatie vinden. Dit is een open
eind. Dit kan nog wel 50 miljoen extra kosten. Ik vind het vreemd dat we
allemaal rustig blijven zitten, want dit is best wel nieuws. Het is
totaal niet duidelijk wat de nieuwe Afsluitdijk en het project gaan
kosten. Het heeft al 550 miljoen gekost. Er komt misschien wel 100
miljoen bij. Het komt uit het Deltafonds. Over de besteding daarvan gaan
wij. Ik vind dat er echt wel een goede verklaring terug moet komen. Dat
is ƩƩn. Twee. De gegevens zijn gewoon verkeerd aangeleverd door
Rijkswaterstaat bij de aannemer. Daar hoef je helemaal niet voor
gestudeerd te hebben. Dat kan de minister dus gewoon toegeven.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Maar dat hebben we ook gewoon beschreven in een brief. Daar valt ook
verder niets aan toe te geven. Ik leg u net uit dat het ook inderdaad zo
gegaan is. Een deel van de randvoorwaarden, een bepaalde reeks, die toch
wel van belang was voor het ontwerp, is niet aangegeven. Als uw
vervolgvraag is wat dat precies betekent voor de kosten, de planning en
het exacte ontwerp, dan is het antwoord dat we daar op dit moment nog de
gesprekken over voeren met de aannemer. U hebt helemaal gelijk dat er
een goede verklaring moet komen. Die zullen wij ook aan de Kamer doen
toekomen zodra die er is.
De heer Moorlag (PvdA):
Ik ben het wel eens met de heer Geurts en de kritische toon die hij
aanslaat. Het lijkt met deze projecten wel een beetje op het Piet
Paulusma-excuus: de verwachting was uitstekend, maar het weer heeft zich
er niet aan gehouden. Een keer kan dat gebeuren. Ik heb het in mijn
eerste termijn al gezegd. Het is geen pareltje, maar een kraaltje aan
een lange ketting met projecten. Wat gaat de minister structureel doen
om projecten beter in controle te houden en voor te bereiden om te
voorkomen dat er nog meer aanslagen op het Deltafonds of publieke
middelen gaan komen? Want dit is eerlijk gezegd wel een beetje een kras
op de reputatie van het ministerie. Als fouten van deze orde bij een
bedrijf voorkomen, dan is zo'n bedrijf failliet, weg. Als je kijkt naar
die projecten, dan waren er gewoon een stuk of vijf, zes, zeven, acht
bedrijven failliet op gegaan. Die orde van grootte heeft het. Dus het is
me wel wat.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Daar doe ik ook helemaal niets aan af. U kunt zich voorstellen dat ik
hier de eerste keer dat ik er kennis van nam, ook ontzettend de pee over
inhad. U zegt dat er meerdere projecten zijn waarbij grote tegenvallers
zijn. Overigens zijn ook aan de private kant, bij de aannemerij, fouten
gemaakt waar zij soms ook flinke scheuren in de broek mee hebben
opgelopen. Dat is precies de reden dat we destijds dat rapport aan
McKinsey hebben gevraagd. Wat kunnen we daarvan leren? Hoe zit het met
de risicoverdeling? Daarom gaan we ook nu aan de slag met de
tweefasenaanpak. Ik denk dat we daar volgende week bij het MIRT-overleg
ook nog op terug zullen komen. Daarom zijn we ook het intensiveren bij
Rijkswaterstaat. Er komen echt flink wat fte's bij om wat meer expertise
in huis te halen. Dus daar wordt echt wel aan gewerkt. Het heeft ook
vooral te maken met de risicoverdeling. We moeten misschien op een
andere manier omgaan met enorme, complexe projecten en die niet in ƩƩn
keer aanbesteden. Zo zijn we echt met de markt samen aan het kijken hoe
dat beter kan.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
We hebben 6 november vragen gesteld over de kosten van de Afsluitdijk.
Die heeft u heel keurig op 10 november al beantwoord. In de antwoorden
geeft u aan dat u in het komend voorjaar meer duidelijkheid kunt geven.
Wanneer is dat dan? Maken we dat nog mee? U geeft ook aan dat het niet
ten koste gaat van andere projecten die bekostigd worden uit het
Deltafonds. Kan ik dat ook zo lezen dat het niet ten koste van
waterveiligheidsprojecten en wat voor soort garantie kunt u daar dan op
geven?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat hangt natuurlijk af van wat voor soort garantie. Ik weet niet wat u
bedoelt met "garantie". We laten in ieder geval de waterveiligheid niet
in het geding komen, zoals ik ook in de richting van de heer Moorlag heb
aangegeven. De kwaliteit van de Afsluitdijk staat voorop. Daar mag geen
enkele twijfel over bestaan. Ik denk dat het daarom ook alleen maar goed
is dat die tekortkoming aan het licht is gekomen toen de bouwers er
daadwerkelijk mee aan slag gingen, anders zou je mogelijk een dijk
hebben gehad die bij die speciale combinatie van golven niet de druk zou
hebben aangekund bij die spuisluis. Het is dus goed dat dit naar boven
is gekomen. U vraagt wanneer het precies in het voorjaar zal zijn en of
u dat in de huidige missionaire status nog mee gaat maken. Ik ga er
eerlijk gezegd wel van uit dat dat nog moet lukken. Maar ik kan het niet
helemaal overzien, want het hangt natuurlijk toch van de gesprekken af
tussen de aannemer en Rijkswaterstaat. Het is in ieder geval echt wel de
bedoeling dat u daar nog voor de verkiezingen kennis van kunt
nemen.
De heer LaƧin (SP):
Ik zou dezelfde verontwaardiging die ik net ā terecht ā bij de heer
Geurts zag, ook graag zien bij zijn collega Postma als het gaat om de
verbreding van de A27 bij Amelisweerd. Die zou 1,2 miljard kosten, maar
we weten nu al dat die 1,5 miljard gaat kosten. 300 miljoen meer, en er
is nog niks gebeurd. Maar ik bleef rustig in mijn stoel zitten in plaats
van daarop te reageren, omdat ik dacht te hebben gehoord dat de minister
over die 53 miljoen zei dat dat een onderdeel is van het totale bedrag
dat al gereserveerd is, en dat dit naar voren is gehaald naar 2020. Dat
is geen extra uitgave, als ik het goed heb begrepen. Ik ben het wel heel
erg eens met de vraag hoe hoog de totale kosten kunnen zijn, maar die 53
miljoen is nog geen extra uitgave, als ik het goed heb begrepen. Die
wordt alleen naar voren gehaald.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Klopt. Die 53 miljoen die zat binnen het totale bestaande projectbudget
van de Afsluitdijk en is naar voren gehaald om niet in de problemen te
komen.
De voorzitter:
De minister vervolgt haar betoog.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik kom bij het blokje cyber. Mevrouw Van Brenk heeft tijdens het
vragenuurtje in september al gevraagd wat ik doe om de cyberweerbaarheid
in de watersector te versterken. De heer Geurts heeft er uitgebreid
aandacht voor gevraagd en ook anderen deden dat. Uit de brief van 4
november en de beantwoording van Kamervragen van 10 november hebt u
hopelijk kunnen opmaken dat dit onderwerp voor mij hoge prioriteit
heeft. Ik heb ook bij mijn aantreden cybersecurity in die waterwereld
geĆÆntroduceerd en ervoor gezorgd dat er een addendum aan het
Bestuursakkoord Water kwam et cetera. We hebben er extra middelen voor
ingezet en afspraken gemaakt met de waterpartners. Ik deel dus uw passie
voor dat onderwerp.
Om die ambities kracht bij te zetten, investeer ik dit jaar en volgend
jaar 22 miljoen euro om de cyberweerbaarheid in het waterdomein te
versterken. Daarvan is 8 miljoen euro beschikbaar voor de afspraken die
we hebben gemaakt in dat addendum bij het Bestuursakkoord Water. Er zijn
al goede stappen gezet, maar gezien de urgentie mag er ook best een
tandje bij. Ik heb dat volgens mij ook al wel eerder gezegd. We
bespreken ook met de waterpartners welke intensivering volgend jaar
haalbaar is. 11 miljoen van dat geld gaat naar Rijkswaterstaat voor het
versterkingsprogramma cybersecurity voor het hoofdwatersysteem, waar de
heer Geurts uitdrukkelijk aandacht voor vroeg. In de cybersecurity van
het Landelijk Meetnet Water wordt ook over vier jaar ook bijna 4 miljoen
extra geĆÆnvesteerd.
Het is misschien ook wel leuk om te vermelden dat het Landelijk Meetnet
Water onlangs de Computable Award 2020 in de categorie
overheidsprojecten heeft gewonnen. Het gebeurt niet zo vaak dat je dat
soort awards wint. Ik denk dat dat een mooi compliment is. Bij de
wedstrijd van ICT Media is hetzelfde project hoog geƫindigd in de
categorie meest innovatieve business-to-businessproject. Er wordt dus op
een innovatieve manier aan gewerkt.
De heer Geurts vroeg of alle aanbevelingen van de Rekenkamer zijn
opgevolgd. In mijn brief van 15 juni van dit jaar heb ik de Kamer
geĆÆnformeerd over de evaluatie van de aanbevelingen. Daaruit bleek toen
dat de meeste zijn uitgevoerd en dat een deel nu via een risicogestuurd
versterkingsprogramma wordt opgepakt. Ik kan me voorstellen dat de heer
Geurts zal zeggen: de devil kan in de details zitten. Ik wil ook graag
weten hoe het zit met de aanbevelingen die nog under construction zijn,
dus uw voorstel om daar een briefing over te krijgen wil ik graag
honoreren. Daar kan in een brede context wat meer verteld worden dan wij
schriftelijk zouden kunnen en mogen communiceren over
cybersecurity.
De heer Dijkstra heeft gevraagd of ik een monitor wil opzetten, waarbij
de Kamer mogelijk periodiek zou kunnen worden geĆÆnformeerd. Op dit
moment wordt er door de minister van JenV elk jaar een
cybersecuritybeeld opgesteld waarin de situatie en ook specifiek de
dreiging worden gemonitord. Dat omvat ook de watersector. Daarnaast
werken de betrokken inspectiediensten en BZK aan een jaarlijks
inspectiebeeld voor cybersecurity en een monitor met
prestatie-indicatoren voor bestuurders om de invoering van de Baseline
Informatiebeveiliging Overheid (BIO) inzichtelijk te maken en om te
kunnen sturen op de weerbaarheid tegen dreiging. Ook dat geldt ook voor
de watersector. Ik wil daarnaast niet nog een aparte monitor opzetten
maar dat onderdeel laten blijven zijn van het nationale beeld.
Dan de specifieke vragen over Waternet. Welke acties zijn er ondernomen
om de klantgegevens bij Waternet te beschermen? Dat is onderdeel van het
externe onderzoek dat in opdracht van Waternet wordt uitgevoerd. Het
beschermen van klantgegevens behoort niet tot mijn
systeemverantwoordelijkheid of ministeriƫle verantwoordelijkheid in het
kader van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen, de
Drinkwaterwet of de Waterwet. Dat hoort bij hen zelf. Het onderzoek van
de ILT richt zich vooral op de procesautomatisering en de continuĆÆteit
van het primaire proces. In dit geval gaat het dan om de continuĆÆteit
van het leveren van deugdelijk drinkwater. Daarin neem ik de
regie.
Wanneer is dat ILT-onderzoek dan af? Op basis waarvan maakt de ILT hard
dat drinkwaterinfra niet in gevaar komt? Het ILT-onderzoek bij Waternet
richt zich op twee onderzoeksvragen. De eerste is: voldoet Waternet aan
de verplichtingen? Dat geldt zowel voor de zorgplicht als de meldplicht,
zoals gesteld in de Wbni en het Bbni. De tweede vraag is: hoe is de
besturing bij Waternet ingericht? Is daarin een adequate sturing op
cyberveiligheid zichtbaar? Om daarvan een goed beeld te krijgen en goede
conclusies te kunnen trekken is een gedegen en zorgvuldig onderzoek
nodig. De eerste inschatting is dat de resultaten in maart 2021
beschikbaar zullen zijn. Op dit moment heeft de ILT geen reden om aan te
nemen dat de leveringszekerheid bij Waternet als gevolg van
cyberrisico's in het geding is. De ILT komt tot die bevinding op basis
van vertrouwelijke informatie uit het leveringsplan, de
verstoringsrisicoanalyse, het auditrapport van de procesautomatisering
en andere informatie die voor en na het gesprek met Waternet beschikbaar
is gekomen. De conclusie van de pentest en de wijze van communiceren
daarover door Waternet geven de ILT aanleiding om het onderzoek van
Waternet zelf niet af te wachten maar met haar eigen onderzoek te
starten, dat dus in maart 2021 beschikbaar komt.
De heer LaƧin heeft nog gevraagd wat de ILT de laatste maanden heeft
gedaan om de gaten te dichten. Begin maart 2021 hopen wij dus een
compleet beeld uit de diverse onderzoeken beschikbaar te hebben. Daar is
zij voortvarend mee aan de slag gegaan. Die twee onderzoeksvragen heb ik
u net gemeld.
Dan de vraag van de heer LaƧin of de ILT ook actief toezicht gaat houden
op de cybersecurity bij andere drinkwaterbedrijven. Zeker zal de ILT bij
alle drinkwaterbedrijven het toezicht op cybersecurity uitvoeren en de
komende jaren verder opbouwen. De ILT is op grond van het Bbni
aangewezen als toezichthouder op aanbieders van essentiƫle diensten,
waaronder ook de tien drinkwaterbedrijven. Daarnaast heeft zij
toezichthoudende taken op grond van de Drinkwaterwet zelf. Zij zal dat
actief blijven doen.
Dan de laatste vraag op dit onderwerp, ook van mevrouw Van Brenk: heeft
het ministerie dit veiligheidsincident ook gemeld bij het NCSC? Volgens
het Bbni bestaat er een meldplicht bij ernstige cyberincidenten bij
zowel NCSC als de toezichthouder. Dat is geen taak voor mijn ministerie.
In dit geval is geen sprake van een ernstig incident dat gemeld had
moeten worden vanwege de Waterwet, want het ging om een rapportage van
een pentest. Wel was het natuurlijk veel beter geweest als Waternet de
resultaten van die pentest eerder en liefst ook uit eigen beweging met
de ILT had gedeeld. De inhoud van die pentest wordt meegenomen in het
onderzoek door de ILT.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik heb hier twee keer schriftelijke vragen over gesteld en twee keer
antwoord gekregen. Ik ben gewoon ontevreden over de uitleg van de Wbni
(Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen). Als je op de website
van het Nationaal Cyber Security Centrum kijkt, dan staat daar toch echt
dat vitale aanbieders ā dat zijn al die waterbedrijven ā een incident
moeten melden dat gevolgen kan hebben voor de continuĆÆteit. Daar staat:
bij een inbreuk van de beveiliging van uw netwerken. Uit die pentest
bleek dat er 13.000 dingen openstonden. Wanneer zou het dan gemeld
moeten worden? Ik vind het ook heel bizar dat die pentest niet gemeld is
aan de minister of wie dan ook, terwijl ze toch wisten dat het heel erg
ernstig was. Wordt de minister daar niet een beetje meer wantrouwig
van?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik kijk daar natuurlijk objectief naar. Ik vond het artikel ook
zorgwekkend. Ik vind het ook goed dat de ILT dit onderzoek zeer gedegen
aanpakt. Als daar aanbevelingen uitkomen, dan zullen we daar serieus met
elkaar naar moeten kijken. Volgens mij zit de ILT hier bovenop. Ik heb
er ook alle vertrouwen in dat we straks een goed onderzoek
krijgen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat duurt maanden, omdat ze natuurlijk zo zorgvuldig willen zijn. Maar
wat gebeurt er in de tussentijd? Ik vind het bijna cynisch dat de
dijkgraaf die hierbij betrokken is, de voorzitter is van het Expertise
Netwerk Waterveiligheid. Deze dijkgraaf gaat over veiligheid en bij
Waternet is het gewoon een zooitje! De zaken worden niet geüpdatet. Het
management wil blijven werken met de Androidsystemen die niet meer
geactualiseerd worden. Ik vind het onbegrijpelijk dat dat kan en dat wij
erbij staan en ernaar kijken. Ik heb het gevoel dat wij nu een heleboel
dingen laten lopen. We zijn nu maanden verder en straks gebeurt er iets
vreselijks. Kan de minister ons de zekerheid geven dat dat niet gaat
gebeuren in de periode dat dat onderzoek loopt?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik terug op wat ik net al aangaf: de ILT ziet geen aanleiding om
daarvan uit te gaan. Anders had zij een ander geluid laten horen. Ik kan
de tekst nog een keer voorlezen, maar dat heeft geen zin. Ik verlaat mij
op het oordeel van de ILT. Ik ga ervan uit dat zij gedegen onderzoek
doet en dat zij daar niet meer tijd voor inruimt dan strikt
noodzakelijk. Ik ga er gewoon van uit dat wij daar in maart een goed
verslag van krijgen. De kwalificaties laat ik verder voor u. Ik wacht
eerst het onderzoek af.
De heer LaƧin (SP):
Ik ga even door op dit punt. Het bericht dat ons heeft bereikt over
Waternet dateert van ruim twee maanden geleden. We zijn nu dus twee
maanden verder en we moeten nog iets van vier of vijf maanden wachten op
een rapport van de ILT. Ik vertrouw er best op dat de ILT haar werk
serieus neemt en goed doet, maar ik wil net als mevrouw Van Brenk weten
wat er in de tussentijd gebeurt om die gaten te dichten. Dat hoeft niet
los van het rapport te staan. Als dit soort berichten verschijnt, als er
zo veel gaten in dat systeem zitten en als wij het Kamerbreed heel
belangrijk vinden dat de cybersecurity op orde is, dan moet daar meteen
actie op ondernomen worden. Ik kan niet leven met het antwoord van de
minister dat haar ministerie daar niet over gaat terwijl zij
daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de continuĆÆteit van het
waterbeheer, voor de openbare drinkwatervoorziening en daarmee ook de
cybersecurity. Ik zeg niet dat de minister nu maar meteen alles moet
overnemen. Er zijn nu stappen gezet. Er moeten gaten worden gedicht. Er
moet onderzocht worden welke mogelijke gaten er zijn bij andere
drinkwaterbedrijven. Dat zou voor deze minister nu prioriteit moeten
zijn. En "geen signalen bij de ILT" zegt mij niet zo heel veel, want die
signalen worden blijkbaar niet altijd doorgegeven. Dat hebben we ook in
deze situatie meegemaakt.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik heb niet gezegd dat er geen onderzoek naar wordt gedaan. Ik heb juist
aangegeven dat de ILT die taak heeft voor alle tien de
drinkwaterbedrijven en dat zij daar in toenemende mate werk van gaat
maken. In de specifieke casus-Waternet zegt de ILT naar aanleiding van
alle informatie die zij heeft kunnen zien, geen risico's te zien voor de
leveringszekerheid van deugdelijk drinkwater. Ik verlaat mij op de
expertise en het oordeel van de ILT. Verder wachten wij de onderzoeken
die Waternet zelf doet af, maar ik ben vooral gericht op de uitkomst van
het onderzoek van de ILT.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog. Ik denk dat u bij het derde blok was, hĆØ,
klimaatadaptatie, droogte, et cetera.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Klopt. Klimaatadaptatie, droogte en zoet water. Het is voor het derde
jaar op rij heel erg droog geweest in Nederland. Ik was een beetje
verbaasd door de inbreng van de heer Van Aalst, alsof er helemaal geen
vuiltje aan de lucht was deze zomer. Dat hing er maar net van af waar je
was. Nou dacht ik toch dat de heer Van Aalst ook regelmatig in het
Oosten verbleef. Daar is het op de zandgronden toch heel erg droog
geweest. Daar is echt een serieus probleem ontstaan, zowel voor de
landbouw als voor de natuur. Overigens is het ook droog in Zeeland, want
dat wordt vaak vergeten. Zij zijn omgeven door zout water en ook heel
erg afhankelijk van neerslag. Als het daar weinig regent, heb je meteen
problemen. Bij alle werkbezoeken die ik heb afgelegd, heb ik dat wel
degelijk heel veel meegemaakt. Zo ben ik bijvoorbeeld bij de
Springendalse Beek in Twente geweest, bij de Meanderende Maas, bij de
stuwwal Nijmegen, in Meerssen, waar velen van u ook geweest zijn, heb ik
begrepen, en bij de Zeeuwse boeren. Er zijn voorbeelden te over die
laten zien dat wij hier een hele grote uitdaging hebben met
elkaar.
Mijn inzet is erop gericht om Nederland weerbaarder te maken tegen de
droogte en watertekorten. Ik geloof dat u het bijna allemaal heeft
gezegd: we moeten water beter leren vasthouden. We moeten meer
gebruikmaken van zowel de landbouw als de natuur om een sponswerking te
creƫren. Heel veel waterbeheerders, eigenlijk allemaal, zijn daar in de
dagelijkse praktijk ook al mee aan de slag. We moeten natuurlijk kijken
naar de ruimtelijke inrichting en bij landgebruik moeten we ook meer
rekening houden met de waterbeschikbaarheid. Ik vind het heel goed en
ben er erg tevreden mee dat water als ordenend principe nu echt een
goede plek heeft gekregen in de NOVI; velen van u meldden dat ook. In
het voorjaar van 2021 zal ik een besluit nemen over een pakket aan
maatregelen van zowel Rijk en regio voor de tweede fase van het
Deltaplan Zoetwater met een omvang van 800 miljoen euro. Dat is twee
keer zo veel als in de eerste fase. Daar spreekt ook al iets van de
urgentie uit.
De voorzitter:
Er is een vraag van de heer Van Aalst van de PVV.
De heer Van Aalst (PVV):
Er ontstaat wat onduidelijkheid. Ik heb in mijn tekst gezegd dat het met
de droogte wel meeviel en dat we zeker geen watertekort hebben gehad.
Sterker nog, ik heb mijn zwembad gewoon tot het eind van de zomer kunnen
blijven vullen, zonder dat Vitens in de problemen kwam. In dat opzicht
was er geen probleem. Laten we eerlijk zijn: er was geen watertekort.
Als ik zo meteen mijn motie in tweede termijn indien, ga ik er dus ook
van uit dat die zomaar op oordeel Kamer kan rekenen. Als we ons
watermanagement op orde hebben en het water vast kunnen houden, hebben
we het probleem gewoon niet. Dat er droogte is, heb ik niet ontkend. Er
was droogte, maar het viel reuze mee. We hadden ten opzichte van de
jaren ervoor geen watertekort. De minister hoefde niet met een boot op
en neer om water te gaan verplaatsen. Dus pas ons watermanagement aan en
we hebben dat probleem niet meer.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Laat ik eens kijken of ik toch ergens bij aan kan sluiten. Als de heer
Van Aalst zegt dat we de droogte onder controle hebben als wij ons
watermanagement op orde hebben, dan ben ik dat met hem eens. Maar zover
zijn we nog niet, want we moeten nog veel doen aan het vasthouden van
water. Maar als we dat straks hebben, dan is dat mogelijk zo. Maar ik
heb toch echt bij mensen gestaan ⦠Ik noem bijvoorbeeld de
natuurbeheerders. Dan sta je heel treurig naast zo'n poel waar bepaalde
soorten horen te leven. Als je ernaartoe loopt, denk je nog dat het er
prachtig uitziet, totdat de boswachter ter plekke je vertelt dat het
helemaal niet goed is wat daar allemaal groeit, dat het daar niet hoort
en niet goed past in de biodiversiteit. Dan snap je waarom die mensen
daar met tranen in de ogen naast staan. En als je naast een boer staat
die zijn aardappeloogst ziet mislukken omdat hij niet op een goede
manier aan water kan komen, terwijl hij ook met allerlei innovatieve
technieken bezig is om water vast te houden ā de heer Geurts noemde een
paar goede voorbeelden zoals drainage van onderen; iedereen probeert van
alles te doen ā realiseer je je toch dat het een hele uitdaging is en
dat we er echt nog niet zijn.
De heer Van Aalst (PVV):
Het duurde even voor de minister op het punt kwam, maar volgens mij zijn
we het met elkaar eens. Het is exact wat ik aangeef. We hebben net
geconstateerd dat die boeren van alles willen. Wat mij betreft kunnen we
dat met elkaar oppakken, maar de grootste slag moet gemaakt worden bij
de overheid omdat we ervoor gekozen hebben water af te voeren in plaats
van vast te houden. Volgens mij komen we in die zin tot elkaar. Houd dat
water vast en ga in gesprek met die boeren, want die doen al van alles.
Volgens mij is het probleem niet zo groot en maakt u het groter dan het
is.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Laat ik het positieve eruit halen, namelijk dat de heer Van Aalst zei
dat hij het met mij eens was. Daar houd ik me dan aan vast. We gaan
samen verder aan de slag, want we zien toch dat er nog wel het een en
ander moet gebeuren om het water ook daadwerkelijk beter vast te houden.
Prima.
Mevrouw Van Esch zei dat er miljoenen naar de maatregelen gaan. Ziet de
minister in waarom we die kosten moeten maken? Kun je niet voorkomen dat
je die maatregelen moet nemen? Ik begrijp heel goed wat mevrouw Van Esch
hiermee wil zeggen, namelijk dat we problemen bij de bron aan moeten
pakken en dat het beter is om dingen te voorkomen dan naderhand de
schade te moeten herstellen. Als ik dat dan even naar de wereldwijde
schaal mag trekken: we hopen op 25 januari de Climate Adaptation Summit
2021 te houden, speciaal gericht op klimaatadaptatie wereldwijd. In dat
kader hebben we met kennisinstituten over de hele wereld echt laten zien
dat je zeven tot acht keer meer geld kwijt bent als je je maatregelen
niet op voorhand neemt en wacht tot er allerlei rampen gebeuren als
overstromingen enzovoorts. Kunnen we zeggen dat we alles met mitigatie
doen? Nee, daar zijn we helaas al te laat voor. Dat kan niet meer.
Klimaatadaptatie en mitigatie zullen allebei moeten.
Mevrouw Dik-Faber vroeg: hoe gaat de minister nou de uitkomsten uit de
Beleidstafel Droogte en het Deltaplan Zoetwater goed borgen in het
beleid? Ik noemde net al even de NOVI. Volgens mij had u het daar zelf
ook over. De voorkeursvolgorde uit de NOVI nemen we over in de regionale
strategieƫn van de zoetwaterregio's van het Deltaprogramma. De water
gebruikende sectoren, dus de bedrijven en de industrie, worden ook
meegenomen in dat proces van waterbeschikbaarheid. We gaan vraag en
aanbod echt goed in beeld brengen en kijken of we tot optimalisatie
kunnen komen. We proberen iedereen er goed bij te betrekken, juist ook
in de regionale omgevingsagenda's en gebiedsagenda's. Ik heb dat zien
groeien in de afgelopen paar jaar. De allereerste keren dat we de
MIRT-rondes hadden, moest ik iedere keer over klimaatadaptatie beginnen
en stond het verder eigenlijk niet op de agenda. De afgelopen keer vond
ik het daarom heel erg leuk om te zien dat ik er zelf eigenlijk niet
specifiek aandacht voor hoefde te vragen en dat ze er in iedere regio
mee aan de slag zijn. Ook daar bestaat enthousiasme voor projecten,
terwijl we ook weten dat gemeenten het financieel soms best moeilijk
hebben. Ik vind het bemoedigend dat ze daar toch geld voor willen
uittrekken.
Een onderwerp dat hier heel erg tegenaan schuurt, is het grondwater. De
heer De Groot sprak over de taakverdeling rondom dat grondwater. Van wie
is het nou eigenlijk? Precies dat soort vragen hebben mij ertoe gebracht
die interbestuurlijke studiegroep grondwater in te stellen. Na de eerste
droge zomer in 2018 heb ik de Beleidstafel Droogte ingesteld met alle
experts vanuit heel Nederland bij elkaar. Ik vond dat dat ontzettend
goed heeft gewerkt. Die hele lange lijst met aanbevelingen die daaruit
kwam, werd door iedereen gedragen. Iedereen is daar heel enthousiast mee
aan de slag. Dat was voor mij een trigger, want nu zitten we toch nog
met allerlei onduidelijkheden en vragen rondom dat grondwater. Kunnen we
niet weer datzelfde recept gebruiken door weer alle kennis en kunde bij
elkaar te brengen? Dan kunnen we die vragen rondom grondwater op
dezelfde manier van een set aanbevelingen voorzien, waarmee we dan aan
de slag kunnen. Die studiegroep zal aan het begin van het komende jaar
echt starten. Die gaat het in kaart brengen. Dat gaat geen jaren duren,
hoor. Met de Beleidstafel Droogte hadden we het ook in een jaar voor
elkaar. Iedereen zit nu in de uitvoering. Dat wil ik met grondwater op
dezelfde manier doen, zodat we daarna kunnen gaan aanpakken.
De heer Moorlag heeft hier ook vragen over gesteld, in het kader van de
verdelingsvraagstukken. Hij had het ook over rentmeesterschap. De
regulering van het grondwatergebruik ligt bij provincies en
waterschappen. De provincies zijn verantwoordelijk voor een goede
grondwaterbalans conform de Kaderrichtlijn Water.
Grondwateronttrekkingen vinden plaats via een vergunningsstelsel en
algemene regels van provincies en waterschappen. Op mijn verzoek zijn
IPO en de Unie van Waterschappen al langer bezig om die
grondwateronttrekkingen in kaart te brengen. De resultaten daarvan
verwacht ik begin volgend jaar. Dat loopt voor op de interbestuurlijke
studiegroep. Die studiegroep zal dus in bredere zin de beleidsopgave
inventariseren. Ik ga me niet mengen in de discussie over de cijfers
tussen de heer Geurts en mevrouw Van Esch, maar mij is ook wel
opgevallen dat veel particulieren zonder vergunning putten hebben
geslagen om hun tuinen enzovoort te besproeien. Ik zal eerlijk bekennen
dat ik een keer leedvermaak heb gehad toen ik zag dat iemand dat had
gedaan op een plek waar dat volgens mij helemaal niet kon. De mensen in
kwestie hadden een wit huis en het betrof ijzerhoudende grond. Zij waren
dus snel genezen van het sproeien, want de hele voorkant van het huis
werd oranje. Dan heb je wel even het gevoel dat boontje om zijn loontje
komt. Maar goed, dat is even een zijstapje. Ik dacht: als je het netjes
had gedaan, had je dat geweten. Ik denk dat zowel bij bedrijven als bij
particulieren er goed naar gekeken moet worden.
Mevrouw Bromet heeft het belangrijke punt van de bodemdaling aangekaart
en velen anderen deden dat ook.
Is er een vraag tussendoor?
De voorzitter:
Ja, er is een vraag tussendoor van de heer Moorlag.
De heer Moorlag (PvdA):
Het is goed dat er een studiegroep is, maar naar mijn smaak moet het
echt op systeemniveau worden bekeken. Het is ook een attitudekwestie. Ik
heb niet voor niets de vergelijking gemaakt met de woeste gronden. Als
je wat nodig had uit de natuur en er stond iets in de weg, dan sloopte
je het eruit of schoof je het weg. Daar zijn we anders over gaan denken.
Dat moet hier bij het grondwater eigenlijk ook. De minister noemde ze
al, de mensen die denken: ach, ik sla zelf wel een put. In het verleden
werd er ook weleens gezegd: ach ja, vissen gaat makkelijker zonder
visakte dan zonder hengel. Maar daar is het denken ook over veranderd.
Een studiegroep en kijken naar vergunningverlening is ƩƩn ding, maar er
moet naar mijn smaak echt een steek dieper worden gekeken. Hoe
beantwoordt de minister die vraag, dus dat we het op systeemniveau
systematisch anders kunnen gaan beheren?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Het hele brede spectrum ligt echt bij die interbestuurlijke studiegroep.
Die kan iedere vraag adresseren, eigenlijk op dezelfde manier als bij de
Beleidstafel Droogte. Van de governance tot alle andere aspecten konden
ze daarin meenemen. Dat doen we nu ook bij deze interbestuurlijke
studiegroep. Natuurlijk doen provincies en de Unie van Waterschappen
eigen dingen, maar zij brengen ook allemaal hun expertise in. We kijken
dus zowel naar de governance, naar het hele systeem, als naar de
misschien wel heel concrete aanbevelingen. Dat moet ik afwachten, maar
ze hebben de vrijheid om het geheel te bekijken.
De voorzitter:
Mevrouw van Esch van de Partij voor de Dieren en daarna mevrouw
Dik-Faber.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Mijn vraag ging specifiek hierover, want we horen heel veel experts en
mensen die zeggen dat we die studies al hebben, dat we al weten wat we
moeten doen, en dat we wel door kunnen blijven studeren en praten, maar
dat de oplossingen en de inventieve zaken die we moeten doen, allang
voorhanden zijn. Ik heb het gevoel dat we sneller kunnen dan we nu doen,
daar kent u, denk ik, de Partij voor de Dieren ook best goed in. Ik denk
dat we al weten welke problemen we moeten tackelen, maar dat het nu wel
heel veel een kwestie is van: een stuurgroep, een onderzoek, we komen er
volgend jaar, in 2021 op terug. Het voelt alsof we in herhaling
vervallen en daarvoor vind ik de urgentie van dit onderwerp te groot.
Dus ik ben toch benieuwd wat we concreet nu al kunnen gaan doen. We
hebben de oplossingen voorhanden; waarom zouden we nog wachten als we
allang werk kunnen maken van de problematiek?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Er is natuurlijk al heel veel kennis beschikbaar, maar een groot deel
toch ook nog niet. Daar wordt nu bijvoorbeeld ook door de provincies en
de Unie van Waterschappen aan gewerkt. Het mooie van deze club mensen
bij elkaar is juist dat zij het met elkaar in verband kunnen brengen.
Want alle verschillende bestuurslagen moeten hier toch op een bepaalde
manier mee aan de slag. U zegt dat het een herhaling van zetten is, maar
dat is het echt niet. Ik heb echt hoop dat we het succes herhalen, waar
volgens mij de hele Kamer blij mee was, van de Beleidstafel Droogte, die
in een jaar tot 46 goede aanbevelingen is gekomen waar iedereen nu mee
aan de slag is. Want sinds afgelopen zomer zien we echt dat we op het
gebied van grondwater nog eenzelfde soort vragen hebben. Het is er dus
echt op gericht om straks tot door iedereen gezamenlijk gedragen
concrete aanbevelingen te komen.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik blijf er toch bij dat ... Het klinkt misschien raar, maar ik ben het
in ƩƩn opzicht wel eens met de inbreng van de PVV, namelijk dat het niet
ligt aan de hoeveelheid regen die er valt in Nederland. Want er valt
weleens meer regen in Nederland dan vroeger, alleen het valt nu allemaal
in ƩƩn bepaald stukje van het jaar en daarna weten we niet hoe we het
goed kunnen opslaan. DƔt is het grote probleem dat we in Nederland
ervaren: we voeren in idioot snel tempo al dat water af en daarna zijn
we het kwijt. Volgens mij kunnen we daar zeker nu al gewoon op door. Ik
ben heel benieuwd of u erkent dat dit echt een megaprobleem is waar we
nu tegen aanlopen. We kunnen volgens mij daarin nu stappen zetten. De
heer Van Aalst is helemaal blij dat ik het met hem eens ben, gelukkig.
Volgens mij kunnen we al stappen zetten op dit punt en hoeven we daarmee
niet te wachten.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Maar dat is dan ook een heel groot misverstand. Ik gaf u namelijk net
aan, mevrouw Van Esch, dat we wat betreft de stimuleringsregeling voor
klimaatadaptatie al met allerlei projecten aan de gang zijn, zowel in
landelijk als stedelijk gebied. Daar zijn fantastische voorbeelden van.
Er wordt al heel veel aan gedaan. In Horst aan de Maas ben ik
bijvoorbeeld bij een project geweest waar ze een parkeerterrein hebben
met tegels die niet het water afvoeren maar helemaal opnemen. Dat is
fantastisch: als je met je gieter water op zo'n baksteen giet, neemt hij
dat helemaal op. Ik heb heel veel voorbeelden van waar we mee aan de
slag zijn. Ik gaf zojuist al aan dat we geen 400 miljoen maar 800
miljoen gaan inzetten voor het Deltaplan Zoetwater. Er zitten dus in die
stimuleringsregeling allemaal hele goede projecten om water beter vast
te houden. Ik noem ook de innovatieve projecten bij de landbouw. Er
gebeurt dus al heel veel. Maar ik vind het belangrijk dat we ten aanzien
van het specifieke probleem rondom grondwater wel alles in kaart krijgen
en dat we dan ook, net als bij de Beleidstafel Droogte, in ƩƩn keer een
totale ronde krijgen van wat we allemaal moeten doen, en we dus niet
alleen maar ad hoc aan de gang zijn. U hebt helemaal gelijk dat we
ondertussen natuurlijk wel bezig moeten blijven. Dat doen we dan ook
echt.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Volgens mij zat ik op de kleuterschool toen de overheid een campagne
had: wees wijs met water. Dat is al een hele tijd geleden en ik denk dat
campagnes niet meer van deze tijd zijn. Toch zie ik wel dat er bij het
bedrijfsleven, maar ook bij burgers, huishoudens, onvoldoende bewustzijn
is dat water schaars is. Ik meng me even niet in de discussie van de PVV
en de Partij voor de Dieren waar dat door komt, maar water is een
schaars goed in droge perioden. Hoe kunnen we burgers en bedrijven
meenemen in het zuinig omgaan met water?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Er is een variƫteit aan campagnes die ook tegenwoordig wel aan de gang
zijn. We hebben Operatie Steenbreek gehad, we hebben het NK Tegelwippen
gehad tussen Amsterdam en Rotterdam: tegel eruit, plant erin om het
water meer vast te houden. Ik ben in Dordrecht bij een woningcorporatie
geweest waar ze bij een nieuwbouwproject met de bewoners hebben
afgesproken dat ze een maximaal percentage van hun tuin mogen bestraten.
Dat ligt erin en meer mag niet, om zo te zorgen dat de grond goed water
kan absorberen. Er zijn heel veel zaken, zowel op provinciaal als op
gemeentelijk gebied. Ik ben in Enschede bij mensen thuis geweest die een
heel smal spleetje tussen twee woningen, waar je eigenlijk niks mee
kunt, hadden gebruikt om water in op te slaan dat ze in de zomer kunnen
gebruiken. Er gebeurt ontzettend veel. Ik wil hier niet de hele avond
over dat soort dingen vertellen, maar er gebeurt echt veel. Ik noem ook
een zandlopertje onder de douche dat een heel zielig huilend ijsbeertje
te zien geeft wanneer je te lang onder de douche staat. Nou ja, elk wat
wils, maar er gebeurt wel ontzettend veel, hoor.
De voorzitter:
Ja, mevrouw Dik-Faber, weet wat u vraagt!
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ja, zoals dat ijsbeertje en dat zandlopertje, geweldig. Nee, voorzitter,
ik weet wat ik vraag. Ik kijk niet heel veel tv, maar afgelopen zomer
tijdens de droge periode zag ik de interviews met mensen op straat,
waarbij werd gevraagd: het is zo enorm droog; geeft u zich daar ook
rekenschap van? Dan merk je toch dat mensen denken: dat is een probleem
dat anderen moeten oplossen. Ik wil mensen daar niet de schuld van
geven; wellicht speelt kennisachterstand een rol. Maar ik zie dat we in
de zomer als het droog is nog gewoon vrolijk onze auto wassen voor de
deur en dat we het zwembad in de tuin laten vollopen. Bij het
bedrijfsleven wordt de urgentie ook niet altijd gevoeld ā vaak wel, maar
ook vaak niet. Ik heb dus het gevoel dat er heel veel mooie dingen
gebeuren, maar alles bij elkaar waarschijnlijk niet genoeg. Ik vraag dus
toch aan de minister of zij haar creativiteit wil inzetten om een soort
Wees wijs met water 2.0 te bedenken.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik denk dat we daar samen met alle andere medeoverheden in de hele
waterketen voortdurend aan moeten blijven werken. U hebt gelijk: er
gebeurt veel, maar het is nog niet genoeg. Dat ben ik ook direct met u
eens. Maar laten we daar met z'n allen naar blijven kijken. Misschien is
het wel aardig om toch nog een keer voor u op een rijtje te zetten wat
we allemaal doen, al is het alleen maar omdat het gewoon leuk is om dat
allemaal te zien. Maar ik begrijp uw pleidooi heel goed. Van al die
mensen die bijvoorbeeld hun auto willen wassen in de zomer hebben we ook
gezegd: dat moeten ze dan vooral doen bij de wasstraat, waar het water
weer wordt opgevangen en hergebruikt, en niet met hun emmertjes en hun
tuinslang in de straat. Dan kun je die auto toch prima wassen, als je
dat graag wilt. Ik zie de heer Dijkstra helemaal opveren. Dat komt
goed.
De voorzitter:
Dan gaat de minister verder met haar betoog in het derde blok.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik had de bodemdaling nog in dit blok zitten. Mevrouw Bromet heeft daar
natuurlijk al heel veel tijd in gestoken met haar initiatiefvoorstel
over bodemdaling en veen. Wat is nou het plan? Het kabinet is natuurlijk
op allerlei manieren betrokken bij het tegengaan van die bodemdaling. De
minister van LNV heeft een veenplan opgesteld, waarin regionale
veenweidestrategieƫn worden ontwikkeld. Daarin wordt gebiedsgericht
gewerkt aan een aanpak van die bodemdaling. Specifiek voor het Groene
Hart hebben Rijk en regio ook een regiodeal om handelingsperspectieven
te bieden voor bodemdaling in veenweidegebieden. Daar is 20 miljoen voor
beschikbaar. In het kader van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie
voeren alle overheden nu ook stresstesten uit om de kwetsbaarheid voor
klimaatverandering in beeld te brengen. Daar hoort bodemdaling bij. Het
is dus ook aan de verschillende overheden om maatregelen te treffen. Het
Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek is ook al genoemd.
Huiseigenaren kunnen daar terecht voor informatie over de problematiek.
Het kabinet zal binnenkort ook nog komen met een reactie op het advies
van Rli over de bodemdaling in veenweidegebieden. Ik weet niet precies
wanneer, maar het komt wel binnenkort.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik weet dat er al allerlei initiatieven zijn. Het zijn kleine aanzetten,
een begin van een klein deel van de oplossing. Maar als je zelf
huiseigenaar bent, je huis op dit moment is verzakt en je weet dat je
ā¬100.000 of ā¬150.000 uit moet geven om je huis te redden, maar dat niet
hebt, dan sta je met lege handen. Ik zou de minister willen vragen om
daar toch wat meer oog voor te hebben, want alle initiatieven die ze
opnoemt, zijn initiatieven die in het landelijk gebied liggen, misschien
met uitzondering van die in het Groene Hart. Maar het gaat ook niet om
ƩƩn initiatief; het gaat gewoon over al die huizen. Ook lokale overheden
gaan dit niet oplossen. Het is echt een enorm probleem.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Jazeker, dat wil ik ook absoluut niet ontkennen, maar ik verwijs dan
toch ook naar de kabinetsreactie op het Rli-advies. Dat advies is
aangeboden aan de collega's Ollongren en Schouten. Zeker waar het water
raakt, zullen zij dat met mij afstemmen. Maar die reactie zal ook
binnenkort naar u toe komen.
Dan kom ik bij het volgende blokje: drinkwater en waterkwaliteit. Er
zijn door meerdere leden vragen gesteld over de doelen van de
Kaderrichtlijn Water; zijn die doelen wel realiseerbaar? Door op een
natuurlijke wijze water vast te houden ā dat is een mooi bruggetje naar
het vorige blok ā wordt er natuurlijk ook bijgedragen aan de doelen van
de Kaderrichtlijn Water en wordt tegelijkertijd ook de droogte
tegengegaan. Want zuiniger omgaan met water en hergebruik van water
dragen bij aan die doelen van de Kaderrichtlijn Water. Doen we nou wel
genoeg? In delen van het land komen de doelen al echt in zicht, maar met
name in het Maasstroomgebied ligt er nog een flinke uitdaging. Ik zal in
2021 een ex-ante-evaluatie laten uitvoeren op de voorgestelde
maatregelen van de ontwerp-stroomgebiedsbeheerplannen. Daarbij ga ik dan
ook de planMER op het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn betrekken.
Daarmee zal ik dan dus ook toetsen of we wel genoeg doen om die doelen
van de Kaderrichtlijn Water te halen.
Zitten daar ook verplichte maatregelen in om uitspoeling uit de landbouw
te verminderen, vroeg de heer De Groot. Samen met de collega van LNV
hebben we natuurlijk specifiek aandacht voor de landbouw. Daarin wordt
gezocht naar een mix van verplichte en vrijwillige maatregelen. Ik zie
zelf eigenlijk ook wel kansen om aan te sluiten bij de maatregelen die
toch genomen moeten worden in het kader van de stikstofuitstoot. Daar
zijn, denk ik, mooie win-winresultaten te behalen, want collega Schouten
is daar ook zeer voor te porren. Het heeft namelijk weinig zin om alleen
het stikstofprobleem aan te pakken in een bepaald gebied als vervolgens
door de hydrologische omstandigheden van verdroging diezelfde habitats
alsnog niet goed kunnen functioneren. We kijken dus ook echt samen waar
win-winsituaties te behalen zijn: als je toch met natuur aan de gang
moet, doe dan gelijk de hydrologie- en de stikstofaanpak samen.
Kan de minister in de ministerraad met betrekking tot de
gewasbeschermingsmiddelen goed blijven letten op de inzet van de NVWA,
zo vraagt de heer Moorlag. Het wegnemen van normoverschrijdingen van de
gewasbeschermingsmiddelen in water is onderdeel van de Toekomstvisie
gewasbescherming 2030 van de minister van LNV. Het toezicht op de
voorschriften door de NVWA hoort daarbij. En niet alleen ondergetekende
in de ministerraad, maar het hele ministerie houdt natuurlijk de ogen en
oren open of het ook bij dat onderdeel allemaal adequaat verloopt.
Kan ik projecten als Panorama Waterland verder ondersteunen, vroeg de
heer De Groot. Maar liefst in 34 grondwaterbeschermingsgebieden zijn
agrarische ondernemers, drinkwaterbedrijven, provincies, LNV en IenW al
samen aan de slag om uitspoeling van nitraat naar grondwater effectief
terug te dringen. Ik zal zorgen dat het programma Panorama Waterland in
dat kader ook de aandacht krijgt die het verdient.
Mevrouw Bromet heeft het over de uitspraak van de rechtbank met
betrekking tot de toepassing van glyfosaat buiten de landbouw. Chemische
onkruidbestrijding op verhardingen valt onder de verantwoordelijkheid
van mijn collega, staatssecretaris Van Veldhoven. Ik heb begrepen dat
zij de uitspraak zal bestuderen en uw Kamer via een brief daarover zal
informeren.
Dan de medicijnresten. Daar hebben bijna alle leden over gesproken. Het
RIVM rapporteert hogere aantallen; bent u bereid om met VWS in gesprek
te gaan om de verspilling van medicijnresten tegen te gaan? Met het
ministerie van VWS is intensief contact, ook over onnodig gebruik en
preventie. Mijn collega van VWS heeft daarover onlangs ook een brief
naar de Kamer gestuurd. Bij de Stuurgroep Water van 9 december
aanstaande ga ik ook verdere afspraken maken met alle ketenpartners over
die aanpak medicijnresten. Ik zal u daar volgend jaar ook nader over
informeren. Een voortgangsrapportage van alle maatregelen onder de
Ketenaanpak medicijnresten uit water is daar ook onderdeel van.
De voorzitter:
Meneer De Groot heeft een vraag voor u.
De heer De Groot (D66):
Ik had geen spreektekst aan medicijnresten gewijd, maar ik herinner me
een voorstel van mijn fractie ā deze Kamer heeft dat aangenomen ā om een
breng-mij-terugsticker op medicijnverpakkingen te plakken. Het is heel
simpel: als je medicijnen niet gebruikt, breng je die terug naar de
apotheek, die dan natuurlijk een acceptatieplicht heeft. Hoe staat het
daarmee?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik ga even kijken of het in mijn stapel zit. Omdat u in de eerste
termijn geen vraag heeft gesteld over de breng-mij-terugsticker, zit die
vast niet bij mijn antwoorden. Ik stel voor dat ik daar in de tweede
termijn even op terugkom.
Dan over de hoeveelheid medicijnresten. Die is hoger dan eerdere
RIVM-schattingen. In de richting van de heer Geurts zeg ik dat daarbij
wel moeten worden aangetekend dat de schattingsmethode is verbeterd. Het
onderstreept de noodzaak om de maatregelen van de ketenaanpak verder uit
te voeren. Zo gaan tien waterschappen voor 2023 aan de slag met een
vergaande zuiveringsstap bij vijftien rioolwaterzuiveringsinstallaties,
met een bijdrage van 30 miljoen van het Rijk. Het waren dus een paar
waterschappen ā denk bijvoorbeeld aan Aa en Maas, die daarbij vooropliep
ā maar dat gaat nu dus op veel grotere schaal gebeuren.
Vorige maand is er in zes ziekenhuizen een pilot gestart met de opvang
van rƶntgencontrastmiddelen, waarbij mensen een plaszak mee naar huis
krijgen; heel praktisch. Als die proef slaagt, gaat VWS zich vervolgens
inspannen om dat tot het nieuwe normaal te maken. De inzameling van
ongebruikte medicijnresten gaat ook steeds beter. In oktober hadden we
de Week van Ons Water. Toen was er een specifieke inzamelweek. We willen
dat jaarlijks herhalen, zodat mensen eraan herinnerd worden om de
medicijnen die ze nog in het kastje hebben staan en die over de datum
zijn, in die week naar de apotheek te brengen. Op dit moment zijn er nog
geen normen voor medicijnen onder de Kaderrichtlijn Water. De Europese
Commissie onderzoekt in het kader van de herziening van de Richtlijn
prioritaire stoffen de opname van enkele geneesmiddelen. Dat voorstel
wordt in 2022 verwacht.
In 2021 ā dat zeg ik in de richting van de heer Geurts ā komt de
Europese Commissie met een voorstel voor een zero pollution ambition.
Wij kijken daar uiteraard met belangstelling naar, want dat zou
belangrijk zijn om een Europees gelijk speelveld te behouden. Dat kan
tegelijkertijd bijdragen aan het verminderen van de verontreiniging via
de grote rivieren. Maar de staatssecretaris zal daar komend jaar op
terugkomen.
Dan heeft de heer LaƧin het nog gehad over pfas in het grondwater. Na
overleg met Vewin is een onderzoek naar pfas in grondwater gestart. In
de eerste helft van het komende jaar zullen de resultaten bekend zijn
over de aanwezigheid van pfas in het grondwater. De INEV's worden
gebruikt om de ernst van de bodemverontreiniging te beoordelen. Dat gaat
dan niet alleen over drinkwater, maar ook over de vraag of en welke
beheersmaatregelen genomen moeten worden voor het gebied dat
verontreinigd is. Het vaststellen van die INEV's is daarom ook niet
afhankelijk van het onderzoek naar pfas in grondwater; dat is echt
gebiedsgericht.
De heer LaƧin (SP):
Ik ben het absoluut niet eens met wat de minister hier zegt.
Drinkwaterbedrijven geven namelijk zelf aan dat, als de indicatieve
niveaus voor ernstige verontreiniging, de INEV's, hoger worden gesteld
dan de norm voor het drinkwater zelf, wij er veel meer werk aan hebben
om het te zuiveren. Daarom willen de drinkwaterbedrijven dat de INEV's
voor de gebieden waar het grondwater gebruikt wordt voor
drinkwatervoorziening gelijk worden gesteld aan de norm voor drinkwater
zelf. Dat is een wezenlijk verschil. Het is misschien wel
gebiedsafhankelijk, maar die twee hebben zeker wel met elkaar te maken.
Daarom heb ik in mei een motie ingediend om die gelijk te stellen.
Daarna is het onderzoek gestart. Ik zeg nu: doe daar geen definitieve
uitspraak over en leg geen definitieve waarde vast voordat het onderzoek
klaar is. Ik wil die garantie, die toezegging, van de minister.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Die definitieve normen leg ik ook niet vast. Dat ligt in eerste
instantie bij de staatssecretaris. Laat ik dit even hernemen en met de
staatssecretaris bespreken. Dat lijkt mij het verstandigst, want ik kan
dat nu niet zomaar voor haar gaan bepalen. Ik neem die vragen mee naar
de staatssecretaris.
De voorzitter:
En daar komt u vast op terug.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Daar wordt u uiteraard over geĆÆnformeerd, want anders hebt u er ook niet
veel aan.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik wil het nog even hebben over het vorige punt. De minister gaf aan dat
Europa nadenkt over normering in 2022. Dat gaat ook meetellen voor de
Kaderrichtlijn Water. Het is goed om te horen dat die normering er komt,
maar hoe gaat dat dan precies? Is Nederland aangehaakt bij die
discussie? Zwitserland is al behoorlijk ver hiermee. Wordt de kennis van
Zwitserland gebruikt? Als we moeten gaan zuiveren, wie gaat dan de
kosten betalen? Er zitten echt behoorlijk wat haken en ogen aan. Het
ging even heel snel. Ik ben blij dat die normering er komt, maar volgens
mij komen er ook heel veel vervolgvragen die allemaal wel een keer een
antwoord moeten krijgen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Zeker. Maar aangezien dit ook het terrein van de staatssecretaris is ...
Ik heb net aangegeven dat de staatssecretaris u daarover zal informeren
middels een brief. Ik ga ervan uit dat alle vragen die u hier nu over
stelt, ambtelijk zullen worden doorgeleid, zodat die meegenomen kunnen
worden.
De heer Geurts (CDA):
Het wordt nog druk bij de staatssecretaris, als ik het zo hoor. De vraag
die ik stelde, ging over de terugvorming van medicijnen. Die zitten in
het water en die krijgen dan hun oorspronkelijke werkzame stof terug.
Dat zou 50 tot 500 ton kunnen zijn volgens een publicatie van het RIVM.
Ik heb aan de minister gevraagd welke maatregelen zij daarvoor gaat
treffen, maar daar heb ik nog geen antwoord op gehad.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat antwoord moet ik u nog even schuldig blijven. Wellicht kunnen we
daar in de tweede termijn op terugkomen. Ik kan u daar nog geen antwoord
op geven. Ik ga proberen om dat in de tweede termijn te doen en anders
krijgt u het schriftelijk, want ik weet het op dit moment gewoon
niet.
De heer De Groot heeft nog vragen gesteld over de vismigratie. Wat is de
stand van zaken? Ieder jaar informeer ik uw Kamer over de stand van de
uitvoering van de maatregelen middels de Staat van Ons Water. Dit jaar
hebben we aangegeven dat er ruim 1.000 knelpunten zijn opgelost voor het
einde van 2021. Voor de periode 2022 tot 2027 worden er nog eens 600
knelpunten opgelost. Dat staat allemaal in de
ontwerpstroomgebiedbeheerplannen die aan het begin van komend jaar ter
inzage worden gelegd. Ik kan nu natuurlijk niet al die 1.000 en die 600
knelpunten gaan opnoemen. Die vindt u in de ontwerpen van de
stroomgebiedbeheerplannen, die begin 2021 ter inzage worden
gelegd.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik wil het nog even hebben over de Kaderrichtlijn Water. Daar zijn vele
debatten over gevoerd in dit huis. Ik heb hier een motie van 14 november
2016 van de heer Geurts, mevrouw Visser en de heer Bisschop met het
verzoek om in kaart te brengen of de doelen wel haalbaar zijn, wat de
maatregelen zijn om te KRW-doelen te halen en wat het zou kosten. Daar
is ongetwijfeld een keer een antwoord op gekomen, maar ik ben daar op
dit moment ook wel benieuwd naar. We hebben tot 2027 om te voldoen aan
de Kaderrichtlijn Water, maar de VVD wil wel graag weten wat het kost,
zodat we op een gegeven moment de afweging kunnen maken of we dit nog
willen of dat we hier op een andere manier aan kunnen voldoen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Willen we dit nog wel? Ik denk dat we die keuze niet meer hebben. Ik heb
een tijdje geleden in de antwoorden aangegeven dat we een aantal
analyses in gang hebben gezet. Die moeten laten zien of we op het goede
tijdpad liggen om het ook te gaan halen en in welk gebied er nog wat
extra's moet gebeuren. Dat inzicht hebben we nu nog niet. Op het moment
dat we dat allemaal in kaart hebben, kunnen we pas zien welke kosten
daarmee gemoeid zijn, in welk gebied en voor welke maatregelen. Die
afweging kunt u dan natuurlijk nog maken.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik bij de heer Van Aalst. Hij heeft vragen gesteld over de
kosten van ontwikkelingshulp op het gebied van drinkwater. In het
Drinkwaterbesluit is vastgelegd dat drinkwaterbedrijven maximaal 1% van
hun omzet mogen besteden aan projecten ten behoeve van de bevordering
van een goede drinkwatervoorziening in het buitenland. U knikt, want u
weet dat ook. Dit moet worden betaald uit de winst. Als je deze kosten
maakt, is de winst dus lager. Daarmee kun je stellen dat de consument
daar dan ook aan meebetaalt. Met deze samenwerking wordt overigens niet
alleen kennis gebracht, maar ook kennis opgehaald. Die kan in de
toekomst voor onze eigen drinkwatervoorziening van belang kan zijn,
bijvoorbeeld als het gaat om de droogteproblematiek, waar ze in andere
landen soms meer kennis van en ervaring mee hebben dan wij. Maar het is
dus gewoon vastgelegd in het Drinkwaterbesluit; als u dat wilt
veranderen, moet u dus een voorstel doen om dat Drinkwaterbesluit aan te
passen.
Mevrouw Bromet heeft aandacht gevraagd voor kinderen bij wie er sprake
zou kunnen zijn van het afsluiten van het water. Kinderen vallen niet
onder de kwetsbare gevallen. Dat is een keuze geweest bij het opstellen
van die regeling, om ook de groep niet te groot te maken. Maar er ligt
op dit moment wel een zaak bij de rechter om afsluiting voor gezinnen
met kinderen te voorkomen. De uitspraak wordt komend jaar verwacht.
Lopende die rechtszaak wil ik daar ook geen uitspraken over doen, maar
ik kan mevrouw Bromet wel geruststellen dat er tijdens de
coronamaatregelen is afgesproken dat er überhaupt, helemaal geen
huishoudens van drinkwater afgesloten worden. Zolang de maatregelen nog
niet zijn opgeheven, blijft dat zo.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Natuurlijk kunnen we wachten tot de rechter daar een uitspraak over
doet, en ik denk ook dat het verstandig is dat de minister daar even op
wacht. Maar los daarvan kun je natuurlijk ook zelf besluiten dat je
vindt dat kinderen tot een kwetsbare doelgroep behoren, ongeacht hoe de
uitspraak van de rechter uitvalt. Deze regel is door de overheid bedacht
en die kun je als overheid ook gewoon veranderen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat klopt, maar aangezien het op dit moment toch geen probleem is
vanwege de coronamaatregelen denk ik dat het verstandig is om eerst de
uitspraak van de rechter af te wachten. Die regeling is hier zo
vastgesteld, ook bewust.
Dan een vraag die door meerdere leden is gesteld. Daarbij gaat het over
de investeringsmogelijkheden van de drinkwaterbedrijven, de WACC. Het
klopt dat de financiering van investeringen van drinkwaterbedrijven
onder druk staat en dat drinkwaterbedrijven voor kolossale investeringen
worden gesteld. De ILT doet onderzoek naar de toekomstige investeringen
van de drinkwaterbedrijven en de relatie met deze WACC. Tot 2020 en 2030
zien we ook dat bedrijven veel meer willen investeren dan de afgelopen
jaren. Ik ben ook in overleg met de drinkwaterbedrijven om een oplossing
te vinden voor die financieringsproblemen. Ik verwacht daar aankomende
maanden al resultaten van en ik zal u daar in de aanloop naar een
volgend AO ook zeker over berichten.
Dan kom ik bij de Wadden, voorzitter. De eerste vraag hierover, van de
heer Dijkstra, staat in relatie tot het overleg over corona. U vroeg wie
coƶrdinerend minister voor de Wadden is. Dat had u goed gezien: ik ben
de coƶrdinerend minister voor de Wadden. Die eer heb ik. Maar de
collega-ministers hebben natuurlijk ook verantwoordelijkheden voor
bepaalde inhoudelijke dossiers die aan de Wadden gerelateerd zijn. Laat
ik eerst vaststellen dat de economische en maatschappelijke gevolgen van
de coronacrisis voor iedereen voelbaar zijn, zeker als je kijkt naar het
toerisme, de horeca en het sociale leven op de Waddeneilanden; maar dat
geldt natuurlijk overal. Daarom is er het steun- en herstelpakket met
tijdelijke financiƫle regelingen. Het kabinet moedigt ondernemers in het
waddengebied aan daar ook een beroep op te doen. In aanvulling daarop
heeft de staatssecretaris van EZK een Taskforce Samenwerking
Gastvrijheidssector ingesteld. Op verzoek van de regio's die sterk
afhankelijk zijn van het toerisme, zoals de Wadden, komt er op korte
termijn ook een gesprek om informatie en ervaringen uit te wisselen.
Daarnaast wordt voor de Waddeneilanden een programma opgesteld op het
gebied van wonen, werken, voorzieningen, zorg en onderwijs, duurzaamheid
en bereikbaarheid. Er worden dus veel gesprekken over gevoerd.
De heer De Groot zei dat er in de ontwerpagenda geen duidelijke keuzes
worden gemaakt. Welke aanpassingen in beleid zijn of worden er nog
gedaan? Het klopt dat de agenda een lange tijdshorizon heeft. Er wordt
echt op een strategisch niveau beschreven op welke wijze we de opgave
willen realiseren. In het uitvoeringsprogramma volgt dan de concrete
uitwerking van die agenda. Het uitvoeringsprogramma moet de komende
maanden verder worden uitgewerkt met de betrokken partijen. Het
programma zal ook voor advies voorgelegd worden aan de het
Omgevingsberaad. Na vaststelling in het Bestuurlijk Overleg Waddengebied
zal het dan uiteraard ook aan uw Kamer worden aangeboden. Het is ook de
bedoeling om de Kamer jaarlijks te informeren over de voortgang en over
het behalen van de hoofddoelstelling.
De heer De Groot (D66):
Betekent dat dan ook dat er in dat overleg keuzes worden voorgelegd? Als
je de hoofddoelstelling wilt halen, en dat wil de minister, dan zul je
ook met elkaar moeten besluiten wat je doet met thema's als mijnbouw en
visserij. Hoe ga je toerisme zodanig vormgeven dat het ook duurzaam is?
Hetzelfde geldt voor de scheepvaart enzovoort. Worden die keuzes ook
voorgelegd? Hoe ga je dat dan doen?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Die keuzes zullen eerst in gezamenlijkheid tot stand moeten komen. Ze
worden ook aan het Omgevingsberaad voorgelegd enzovoort. Ik kan meteen
de vraag van de heer Dijkstra beantwoorden. Hij vroeg of er een
impactanalyse voor alle plannen kan worden uitgevoerd. Wanneer wordt het
officieel vastgelegd? Er ligt nu een concept-Waddenagenda met een nota
van antwoord. Die wordt besproken in het bestuurlijk overleg later deze
week. Parallel wordt er ook gewerkt aan een uitvoeringsprogramma. Een
impactanalyse lijkt me heel zinvol als de agenda en het
uitvoeringsprogramma in samenhang worden bekeken. Die stukken zullen we
natuurlijk ook naar uw Kamer sturen. Het traject is dus als volgt:
vaststellen van de agenda en nota van antwoord op 3 december in het
Bestuurlijk Overleg Waddengebied en daarna toewerken naar het
uitvoeringsprogramma. Het is de bedoeling dat we dat deze zomer kunnen
vaststellen.
De heer De Groot (D66):
Dus als ik het goed begrijp, krijgen we dat uitvoeringsprogramma terug.
Daarin zijn keuzes gemaakt over de thema's die ik noemde, dus de
visserij, de mijnbouw, de scheepvaart en het toerisme, met het oog op de
hoofddoelstelling? Begrijp ik het zo goed?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, het is de bedoeling om in de uitvoeringsagenda een vertaling te
maken van hoe je komt tot die doelstellingen, zeker.
Mevrouw Van Esch heeft daar ...
De voorzitter:
Ik geloof dat er nog een vervolgvraag was.
De heer De Groot (D66):
Nou, ik wilde daar even een heel dikke streep onder zetten. Dank aan de
minister voor dit antwoord.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Mevrouw Van Esch vroeg of we een resultaatverplichting voor de
hoofddoelstelling zouden moeten krijgen. Die hoofddoelstelling moet
gehaald worden in 2050. Dat is de agenda. Het uitvoeringsprogramma
wordt, zoals ik net aangaf, in de komende maanden nader uitgewerkt. We
zullen jaarlijks de voortgang bespreken en daarbij ook aangeven hoe het
heeft bijgedragen aan het realiseren van de hoofddoelstelling. Je gaat
er met elkaar wel van uit dat je die hoofddoelstelling in ieder geval in
2050 hebt behaald.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik denk dat ik hier nog even op door wil gaan, om de streep die de heer
De Groot net zette, nog net iets explicieter te maken. Ik wil wel zeker
weten dat straks niet wordt gezegd "dit is het uitvoeringsprogramma" en
via moties of amendementen onderwerpen die we hebben aangedragen, in het
uitvoeringsprogramma ingevoerd moeten worden. We hebben het over de
ontwerpagenda en nu staan de Wadden expliciet op de agenda. Ik wil graag
weten in hoeverre de onderwerpen die door de Partij van de Dieren en ook
door D66 zijn aangedragen, onderdeel gaan uitmaken van die
uitvoeringsagenda. Kunnen we er zeker van zijn dat ze daar deel van
uitmaken? We hebben specifiek over de extensivering van het gebied
gesproken. Ik wil zeker weten dat dit onderdeel is van die
uitvoeringsagenda om te komen tot de hoofddoelstelling.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De agenda, het programma dat nu voorligt en dat we hopelijk met elkaar
kunnen gaan vaststellen, is natuurlijk de basis. Dat moet je vertalen in
het uitvoeringsprogramma. Er zullen niet opeens andere dingen in komen
te staan of dingen eruit vallen, want dan ben je het niet aan het
omzetten in een uitvoeringsprogramma.
De voorzitter:
Mevrouw Van Esch. Niet? Dan gaan we naar mevrouw Dik-Faber.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik wilde net een vraag van haar beantwoorden, misschien kan ik dat beter
eerst doen. Mevrouw Dik-Faber had gevraagd: moeten we niet met harde
criteria komen voor die maatregelen? Natuurlijk moeten de maatregelen
passen binnen de hoofddoelstelling voor de Waddenzee en het
waddengebied. Ze moeten daaraan bijdragen. Ik denk dat het goed is als
we eerst kijken hoe het uitvoeringsprogramma eruitziet en vervolgens met
elkaar kijken of dat hard genoeg is om in de tijd de verschillende
doelstellingen te kunnen behalen. Ik denk dat dit ook onderdeel is van
wat de heer Dijkstra aangaf over die impactanalyse: welk onderdeel uit
je actieprogramma gaat nou wat opleveren? Je wilt de uitwerking op een
bepaalde manier gekwantificeerd zien.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik probeer zo veel mogelijk grip te krijgen ā misschien wil de minister
mij dat vergeven ā op wat er nou precies gaat gebeuren. Er is een aantal
kernwaarden benoemd: rust, ruimte en stilte. We hebben straks een
uitvoeringsagenda. Hoe krijgen we nou specifiek die kernwaarden in
beeld? Hoe kunnen we dat vastpakken? Hoe ga je die kernwaarden toetsen?
Hoe ga je het uitvoeringsprogramma toetsen op het behoud van die
kernwaarden? Dat vind ik echt een heel lastige. Het zou heel behulpzaam
zijn om criteria op een rij te zetten.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik begrijp heel goed wat mevrouw Dik-Faber bedoelt, maar ik kan dat nu
nog niet aangeven, want er moet nog begonnen worden aan dat
uitvoeringsprogramma. Die slag zullen we moeten maken. Ik zie dat u
eigenlijk allemaal hetzelfde vraagt, zij het op verschillende manieren.
U wilt zeker weten dat die doelstellingen gehaald worden. Wat betekent
dat dan? Wanneer bereik je wat? Ik stel me voor dat we dat middels die
impactanalyses bij het uitvoeringsprogramma doen. We zetten dus niet
zomaar wat acties op een rijtje in het uitvoeringsprogramma, maar maken
ook inzichtelijk wat het doet voor het behalen van de
doelstellingen.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dank voor de beantwoording. Ik ben nu wel even benieuwd of we op
dezelfde lijn zitten wat betreft de vraag wat een duurzame bescherming
realiseren in 2050 eigenlijk betekent. Ik ben benieuwd of de minister
daarop een antwoord kan geven. Wat houdt die doelstelling volgens haar
in? Waar gaan we dan naartoe in 2050?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat is wel een hele brede vraag. Ik denk niet dat het verstandig is dat
ik die nu ga proberen te beantwoorden door een definitie te geven. Ik
vind dit nu juist iets van alle gebiedspartijen in het proces. Zij
moeten daar samen invulling aan geven. Zij hebben deze agenda ook samen
opgesteld en zij zijn ook als eerste aan zet om aan de slag te gaan met
het actieprogramma.
De voorzitter:
Een laatste vraag van mevrouw Van Esch.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dit antwoord verbaast mij. We hebben het hier over een ontwerpagenda.
Volgens mij is het de minister die daar een doel in 2050 aan verbindt.
Ik vraag dan: wat is uw doel, hoe ziet u die duurzame bescherming van
het waddengebied voor zich? Ik vind dat een essentiƫle vraag, die hier
prima gesteld kan worden en die ook in de ontwerpagenda een rol speelt.
Als u zegt dat u de minister bent die over de Wadden gaat ā volgens mij
bent u dat ā vind ik dat u hier wel iets van een antwoord op zou kunnen
formuleren.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik toch in de algemeenheden terecht, dus dat het een oplossing
moet zijn die toekomstproof is, een oplossing die duurzaam is op alle
mogelijke manieren, voor zowel mens als natuur. Het gaat er natuurlijk
om welke invulling je daar per beleidsterrein aan geeft. Daar zijn al
die mooie doelen voor geformuleerd en daar moet nog een agenda bij komen
voor hoe je dat haalt.
De heer Geurts (CDA):
Ik zat even na te denken. Wat betekent hetgeen de minister zegt nou
precies? Ik heb betoogd dat als ik die Waddenagenda zo lees, dadelijk de
hele pootgoedsector kan verdwijnen. Is dat ook de bedoeling van de
Waddenagenda?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik denk dat de heer Geurts wel weet wat ik nu ga antwoorden. Natuurlijk
is dat niet de bedoeling. Het is nooit een doelstelling om een bepaalde
sector ergens te verjagen of iets dergelijks. Het gaat om een advies. U
had het over dat nationale park. Ik geloof dat de heer Dijkstra daar ook
naar vroeg. Het is een advies van de Commissie Verkenning Nationale
Parken. Die voorstellen raken bevoegdheden van heel veel verschillende
partijen: provincies en nationale parken. De collega van LNV gaat dat
advies bespreken met die partijen. Maar het kan nooit de bedoeling zijn
om een sector, de pootteelt, om zeep te helpen.
De heer Geurts (CDA):
Dank in ieder geval. Daar ben ik het mee eens en al blij mee, maar dat
komt dus op enig moment terug naar de Kamer, of het echt een nationaal
park wordt, ja of nee. Kijk, we moeten de heer De Groot een beetje in de
gaten houden, want anders is heel Nederland tot nationaal park benoemd.
Dus ik wil wel een beetje de hand aan de kraan hebben opdat de heer De
Groot niet de overmacht krijgt.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De collega van LNV kan dat niet eens alleen besluiten. Daar is ook de
provincie nog bij betrokken et cetera. Daar wordt uw Kamer zeker over
geĆÆnformeerd. Dat durf ik zonder ruggespraak met collega Schouten wel te
beloven.
Mevrouw Van Esch heeft nog gevraagd naar de handhavingscapaciteit op de
Waddenzee. Door de beschikbare capaciteit van ongeveer 18 fte vanuit de
Waddenunit van LNV en RWS effectief in te zetten en samen te werken op
het terrein van toezicht en handhaving vinden wij dat voldoende. Dus dat
zijn 18 fte.
De heer Dijkstra had het nog over het baggeren: wat gaan we doen om de
vaargeulen op orde te houden voor de bereikbaarheid van de havens en
Ameland? Het op juiste diepte en breedte houden van de vaargeulen en
daarmee dus ook de goede bereikbaarheid van de Waddeneilanden en de
havens heeft onze volle aandacht. De aanbesteding vaargeulonderhoud
Waddenzee bevat daarnaast de doelstelling om de CO2-uitstoot
bij het baggeren met 30% te verminderen. Aan de vaargeul Holwerd-Ameland
is in het bijzonder aandacht besteed, omdat daar relatief veel afvaarten
waren vertraagd; u kent het rapport-Lievense uit 2019. Daaruit volgt dat
de staat van de vaargeul slechts 4% bijdraagt aan de vertragingen van de
afvaarten. Overige factoren voor vertragingen zijn ā dat zal u niet
verbazen ā de weeromstandigheden en de waterstanden. De situatie is
inmiddels wel flink verbeterd door het aanleggen van de vloedgeul in
2018. De aanbesteding bevindt zich op dit moment in de
inschrijffase.
De heer Dijkstra heeft nog aandacht gevraagd voor het tekort aan
kapiteins op de veerboten. Dat is verkend met de reders. Zij geven aan
dat er op dit moment geen tekort is.
De heer Dijkstra heeft nog gevraagd naar de concessie Waddenveren. Rijk
en provincie verwachten dat de decentralisatie hiervan van toegevoegde
waarde kan zijn voor de reiziger. Concessieverlening voor het meeste ov
komt daarbij in handen van ƩƩn partij, te weten de provincie, dus lokale
en regionale verbindingen kunnen daarmee worden versterkt. Daarom gaat
collega Van Veldhoven met de provincie een traject in om te
inventariseren welke kennisvragen er nog openliggen. Er zal ook een
tijdspad voor het proces opgesteld worden. Zij zal u daar in een later
stadium over informeren.
Is de minister bereid, vraagt de heer Dijkstra nog, om de agenda aan te
passen na overleg met de boeren? Diverse landbouworganisaties hebben een
zienswijze ingediend op de ontwerpagenda. 5 november en ook hedenmiddag
nog was er een gezamenlijk gesprek van IenW en LNV met een brede
vertegenwoordiging van de landbouw. LTO Noord, de Nederlandse
akkerbouwvereniging, de pootaardappelensector en de Nederlandse
melkveehoudersvereniging waren daarbij vertegenwoordigd. Op basis van de
zienswijzen en het gesprek is de agenda op een aantal punten
aangepast.
Wat doen we om stapeling van effecten in en onder de Waddenzee op
langere termijn, om verdere klimaatverandering te voorkomen? Het
Kennisprogramma Zeespiegelstijging, het Programma naar een rijke
Waddenzee en het uitvoeringsprogramma spelen daar een belangrijke rol
bij. Er vindt via het Deltaprogramma onderzoek en monitoring plaats en
er worden pilots uitgevoerd. Een belangrijke basis daarbij is een scherp
beeld, juist van die cumulatieve effecten. Daarnaast doen we ā heel
belangrijk; daar hebben we het nog helemaal niet over gehad ā
natuurversterkende maatregelen via de Programmatische Aanpak Grote
Wateren, waar we ook deze MIRT-ronde weer hele mooie afspraken over
hebben kunnen maken. Daar wordt gewerkt vanuit het principe: ecologie en
economie versterken elkaar; dan is het woord "balans" weer terug. Ik
denk dat we ook in de Programmatische Aanpak Grote Wateren weer hele
mooie stappen zetten.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat is er een vraag van de heer LaƧin.
De heer LaƧin (SP):
Ja, op dit punt, want ik heb dit specifiek in mijn eerste termijn
genoemd: de cumulatieve effecten, de monitoring daarvan, van alle
economische activiteiten in de Waddenzee en de effecten daarvan op de
natuur. De minister zei eerst: de ontwerpagenda is mijn
verantwoordelijkheid. Kunnen we hier vaststellen dat het monitoren van
die cumulatieve effecten bij deze minister ligt en dat deze minister dus
ook aan te spreken is op het moment dat dat niet goed gaat?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Het begint natuurlijk met een goede impactanalyse: wat gaan we überhaupt
doen? Daarna moet je het monitoren, en dat doen we natuurlijk met
elkaar. Maar ik weet niet of ik de vraag goed begrijp.
De heer LaƧin (SP):
Nee, u ...
De voorzitter:
Nou vooruit, u mag nog een keer, maar het is wel de laatste.
De heer LaƧin (SP):
Heel kort. Ik vraag wie verantwoordelijk is voor het monitoren van die
cumulatieve effecten en wie daarop aanspreekbaar is, welke minister dat
is. Dat is de vraag die ik wil stellen en het antwoord dat ik wil
hebben.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Op het eerste gezicht ben ik dat, samen met de minister van LNV, maar
laat ik dat in tweede termijn nog even heel precies voor u
formuleren.
Mevrouw Dik-Faber heeft het gehad over het snel varen. Bij ingrepen of
handelingen in het waddengebied gaan we uit van duurzame bescherming.
Toerisme is uiteraard toegestaan binnen die hoofddoelstelling, maar we
moeten natuurlijk ook wel kijken ... Het hangt ervan af wat er dan
precies gebeurt in het kader van snel varen of wat voor impact dat
heeft. Het kan nooit ƩƩn grote ... Hoe heten die dingen ook weer, die
enorme, nou ja, die enorme speedboten. Het kan natuurlijk nooit zijn dat
het een racecircuit wordt; ik noem maar wat. Dat kan niet, dus dat is
weer een definitiekwestie. Het mag niet ten koste gaan van de
hoofddoelstelling.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik denk dat dit heel precies aangeeft dat het ontzettend nodig is dat er
criteria komen. Nu gaan we toch kijken of een activiteit die zich
aandient weer goed in te passen is, terwijl wat mij betreft niet de
activiteiten die we willen ondernemen leidend zouden moeten zijn, maar
de natuurwaarden in het gebied. Ik wil helemaal niet economie, toerisme
en alles uitsluiten, maar de natuur en de natuurlijke kwaliteiten moeten
de basis zijn. Van daaruit ga je kijken: past het? Maar het mag nooit zo
zijn dat een activiteit zich aandient en dat we ons in allemaal bochten
gaan wringen om het toch maar weer voor elkaar te krijgen. Dit is
precies waarom ik me zo zorgen maak.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan doe ik toch nog een poging om mevrouw Dik-Faber gerust te stellen.
Dan sluit ik weer even aan bij wat ook de heer LaƧin vroeg. Het gaat
natuurlijk altijd om een cumulatie van effecten. Daarom is een
impactanalyse ook zo belangrijk bij alles wat je doet, of het nou een
economische activiteit is of iets wat je voor de natuur denkt te
bewerkstelligen. Je kijkt dan: wat levert het nou op en hoe verhoudt
zich dat tot de andere projecten? Want ƩƩn individueel project is
misschien niet schadelijk voor een doelstelling, maar als het er heel
veel meer zijn misschien wel, en omgekeerd ook. Ik denk dat dat nog eens
duidelijk maakt dat het heel belangrijk is om bij de uitvoeringsagenda
te kijken: wat draagt het bij aan het doel en hoe verhoudt het zich tot
de rest in het totale actieprogramma?
Mevrouw Dik-Faber heeft een vraag gesteld ā dan heb ik de laatste vraag
hierover, denk ik ā over het pleidooi van de provincie Friesland om de
gaswinning eerder te beƫindigen. Het uitgangspunt is dat
mijnbouwactiviteiten onder de Waddenzee alleen worden toegestaan als het
veilig en verantwoord kan en er geen schade optreedt aan de natuur. Hier
zit ik eigenlijk alleen maar weer de tekst van de minister van EZK voor
te lezen. Ik heb u om die reden ook verwezen naar de minister van EZK.
Dit voegt weinig toe.
Dan hebben we nog het Bestuursakkoord Water; inmiddels zit ik in het
mapje overig. Dat loopt inderdaad bijna af. De heer LaƧin pleit voor een
nieuw akkoord. Zoals ik in mijn brief voor dit debat heb gemeld, zijn de
partners het met mij eens dat het Bestuursakkoord Water, het huidige
akkoord, ons veel heeft gebracht. Er is zeker bereidheid om vanuit de
inhoud te blijven werken aan samenwerking op het gebied van water,
waarbij nadrukkelijk wel de verbinding met andere opgaven van belang
wordt geacht. Ik heb samen met de partners verkend voor welke
onderwerpen afspraken nodig zijn na afloop van het Bestuursakkoord Water
op 31 december. Uit die verkenning zijn in ieder geval een aantal
onderwerpen gekomen: cybersecurity, de watertoets, data en innovatie. Ik
wil daar graag nadere afspraken over maken in de Stuurgroep Water.
Overigens wil ik u best het geheim verklappen dat ikzelf ook heel graag
het Bestuursakkoord Water wil verlengen, maar dat andere partners ook
wel weer zoiets hadden van: is dat nou wel nodig, we werken wel goed
samen en we hebben al zoveel overleg. Het Bestuursakkoord Water is
natuurlijk niet het enige vehikel om gezamenlijke doelstellingen te
halen, maar ik ben in ieder geval blij dat we deze delen hebben
geĆÆnventariseerd, waarvan iedereen ook ziet dat het toegevoegde waarde
heeft om dat weer in een nieuw akkoord vast te leggen.
De heer De Groot heeft nog gevraagd: "Gaat de minister natuur- en
omgevingswaarden stimuleren bij waterveiligheidsprojecten en ook in het
rivierengebied? Hoe zorgen we nou dat de doelstellingen uit de NOVI en
de Omgevingswet worden geborgd?" De primaire doelstelling van het
Hoogwaterbeschermingsprogramma is natuurlijk waterveiligheid.
Ruimtelijke inpassing wordt daaruit gefinancierd. Aanvullende opgaven
voor ruimtelijke kwaliteit zijn een verantwoordelijkheid van de
gebiedspartners. Door de waterschappen wordt met brede verkenningen in
een vroeg stadium samenwerking gezocht om ruimtelijke kwaliteit ook een
plek te kunnen geven. Momenteel wordt er door heel veel partijen ook wel
integraal gewerkt in het rivierengebied. Klimaatpark IJsselpoort, het
voorbeeld dat ik u straks noemde, is daar een mooi voorbeeld van. De
opgaven in het rivierengebied voor de verschillende gebruiksfuncties
zijn natuurlijk heel groot en vragen ook om een integrale aanpak op
riviersysteemniveau. Volgens mij hebt u in het verleden juist in het
kader van integraal riviermanagement er aandacht voor gevraagd om van de
voordelen van Ruimte voor de Rivier gebruik te blijven maken. Dat is
precies wat we doen in het kader van het verder beleidsmatig uitwerken
van het Programma Integraal Riviermanagement. Daar wordt u natuurlijk
verder over geĆÆnformeerd.
De heer De Groot (D66):
Zou dit ook gelden voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma, mede in het
licht van de NOVI, die zegt dat als je functies kunt combineren, dat
leidend is? Dat gaat toch nog iets verder. Ik zeg niet dat je vanuit het
Deltaprogramma natuur moet gaan aanleggen. Dat zeg ik uitdrukkelijk
niet. Maar als je bezig bent met dijkversterking, doe dat dan mƩt de
natuur, met behulp van de natuur, zodat je op die manier de voordelen,
zoals u ook schetst, kunt bereiken.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De regels rondom het Hoogwaterbeschermingsprogramma liggen natuurlijk
vast. Maar je ziet wel ā dat merkte ik ook in alle MIRT-overleggen ā dat
we in het kader van juist de NOVI en de Omgevingswet nu naar nieuwe
manieren moeten zoeken: hoe ga je dat verder samen invullen? Ik zal
graag het gesprek verder voeren met de medeoverheden over hoe we precies
water als leidend principe ook in de NOVI verder vorm en inhoud kunnen
geven.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Dit klinkt natuurlijk heel erg logisch en niemand zou snappen waarom het
niet zo zou gebeuren, maar in het Deltaprogramma en in het
Hoogwaterbeschermingsprogramma staat de bepaling dat het altijd sober en
doelmatig moet gebeuren. Zo staat het in de Waterwet. Verhindert die
omschrijving dat we ook natuur kunnen aanleggen op die plekken, omdat
dat soms misschien niet sober en doelmatig genoeg is?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik denk dat we er wel naar moeten blijven streven om de voorziening zelf
ā het programma is er voor de waterveiligheid ā sober en doelmatig te
laten gebeuren. Dat staat voorop. Dat neemt helemaal niet weg dat je
meekoppelkansen heel goed kunt gebruiken, maar de voorziening op zich,
of dat nou een dijk is of een verruiming of wat dan ook, moet je
natuurlijk wel in de eerste plaats doelmatig en in de tweede plaats
sober doen. Dat is gewoon het principe dat je niet onnodig geld gaat
uitgeven.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Dat snap ik, maar zijn er ook niet juist kansen, ook in verband met de
gelden die beschikbaar komen voor natuur en de stikstofproblematiek? Die
zitten natuurlijk geparkeerd in een ander potje op een ander ministerie,
maar die zou je soms heel goed kunnen gebruiken, juist ook op dit
terrein. Hoe kunnen we dat nou voor elkaar krijgen?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat is precies wat ik bedoelde in mijn antwoord aan de heer De Groot.
Dat hebben we bijvoorbeeld ook bij projecten rondom de Meanderende Maas
gezien. Ook daar gaven de waterschappen aan dat ze veel verschillende
financieringsstromen hebben die ieder misschien goed zijn voor het doel
dat ze daar gaan realiseren, maar dat ze het gecombineerd niet kunnen
gebruiken. Laten we daar dus ook het gesprek over voeren met de
medeoverheden, met de waterschappen. Hoe kun je straks de bestaande
programma's die we hebben het beste combineren met de Omgevingswet en de
nieuwe principes die daarbij horen?
Dan ben ik toe aan het laatste blaadje, met een vraag van mevrouw Van
Brenk over de zuiveringsheffing waterschap huishoudens. De vervuiler
betaalt; dat is eigenlijk het principe dat mevrouw Van Brenk graag
terugziet. De waterschappen kunnen bij de zuiveringsheffing voor
huishoudens nu al kiezen tussen heffen op basis van drinkwatergebruik en
heffen op basis van vervuilingseenheden. Die keuze leggen zij vast in de
verordening, maar die keuzemogelijkheid hebben ze dus. Alle
waterschappen heffen nu op basis van vervuilingseenheden en niet op
basis van waterverbruik. Dat doen ze om doelmatigheidsredenen, want het
verzamelen en toepassen van gegevens over drinkwatergebruik is voor hen
bewerkelijker dan het bijhouden van de huishoudgroottes. Bedrijven
worden voor de zuiverings- en verontreinigingsheffing aangeslagen op de
hoeveelheid vuillast in combinatie met waterverbruik. Hier wordt het "de
vervuiler betaalt"-principe dus wel toegepast. De waterschappen hebben
die mogelijkheid dus, alleen doen ze dat om doelmatigheidsredenen
niet.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat ze het niet doen, weten we. De Kamer heeft die motie heel breed
aangenomen. We zien dat er of ƩƩn vervuilingseenheid is of drie
vervuilingseenheden zijn. Dat is in principe niet fair. Onze concrete
vraag is de volgende. De Kamer zegt: wij willen eigenlijk dat dat
eerlijker moet, op een faire manier, dus ƩƩn, twee of drie enzovoorts.
Wat kan de minister doen om dat nog eens te stimuleren bij de
waterschappen?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik denk dat ik mevrouw Van Brenk dan alleen maar kan aanbieden om die
vraag nog eens bij de Unie van Waterschappen neer te leggen. Ja? Dan
doen we dat.
Dan ben ik erdoorheen, voorzitter.
De voorzitter:
Dan ga ik de vergadering voor twee minuten schorsen ⦠O, u heeft nog een
vervolgvraag. Excuus, mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Sorry, voorzitter. Ik ben heel spaarzaam geweest met mijn inbreng. Ik
heb nog ƩƩn vraag over. Ik had een vraag nog niet kunnen stellen, dus ik
dacht: daar maak ik dan nog even gebruik van. Gelukkig hebben een
heleboel collega's al een deel van mijn vragen weggenomen, maar ik heb
nog twee puntjes. Die probeer ik in ƩƩn vraag te stellen. Dat is heel
kort. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving is namens de minister bezig
met een rondgang langs diverse partijen over dat rapport Geborgd
gewogen. Ik wil graag weten wat de minister gaat doen zodra in december
het rapport is opgeleverd. Ik zou een heel slechte ambassadeur van SDG 6
zijn als ik dat niet nog even zou melden. Ik zou aan de minister willen
vragen of zij iets kan zeggen over de stand van zaken van de Blue
Deal.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Kan ik iets zeggen over de stand van zaken van de Blue Deal? Ik denk dat
ik daar in tweede termijn op moet terugkomen. Er komen, net als bij de
campagnes waar mevrouw Dik-Faber naar vroeg, willekeurige voorbeelden in
mij op en dat is misschien niet het beste overzicht. Laat ik daarop
terugkomen.
Nou ben ik van mijn Ć propos. Wat was uw eerste vraag ook al weer? O ja,
wat ik ga doen met het rapport Geborgd gewogen. Dat hangt natuurlijk af
van hoe dat rapport eruitziet. Volgens mij hebben we daar al eerder over
gesproken. Ik dacht dat de heer De Groot daar een motie over heeft
ingediend ooit. We werken toe naar goede beslisinformatie voor een
volgend kabinet, dacht ik. Het hangt er een beetje vanaf. Ik heb
inderdaad nog de verwachting dat ik het rapport in december krijg.
Afhankelijk van welke adviezen en wat voor dingen daarin staan, zal ik
mij moeten beraden op hoe ik daarmee omga. Meer kan ik er niet van
maken. Ik heb nog steeds de verwachting dat ik het in december ga
ontvangen. Ik ga zeker nog naar de Kamer reageren begin 2021.
De heer Moorlag (PvdA):
Ik heb niet zozeer een vraag, maar meer een opmerking: het gegeven is
dat de minister in ieder geval tot de verkiezingen missionair is. Het
zou dus kunnen zijn dat zij onder de kerstboom zit en dat er, al onweert
het niet vaak in december, een bliksemschicht van wijsheid inslaat en
dat er vervolgens toch een standpunt van de minister komt naar
aanleiding van dat rapport. Ik geef het maar in overweging.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Struck by lightning onder de kerstboom. Ik weet niet wat me allemaal te
wachten staat, maar ik ben benieuwd. We gaan het zien.
De voorzitter:
Daarmee komen we aan het eind van de eerste termijn van de regering. Ik
schors voor twee minuten, zodat we even de benen kunnen strekken en de
handen kunnen wassen. Dan komen we zo lekker fit weer terug en gaan we
door met de tweede termijn.
De vergadering wordt van 21.47 uur tot 21.52 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan snel door met de tweede termijn van de Kamer. Als eerste geef ik
het woord aan de PVV, de heer Van Aalst.
De heer Van Aalst (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga het kort houden. Ik heb goed geluisterd
vanavond en ik zal kort de balans opmaken. De balans die ik heb
opgemaakt, is dat D66 nog steeds in hokjes denkt en heel druk is met de
breng-me-terugstickers, dat GroenLinks inmiddels vriend van de boeren is
geworden, dat de heer Dijkstra van de VVD binnenkort op een onbewoond
Waddeneiland zit en dat de minister nog steeds verder hobbyt. Dat
allemaal gezegd hebbende, kom ik dan maar met een constructieve motie,
om het compleet te maken. Ja, helaas had ik geen woorden voor de heer
Geurts, dus dat heb ik maar gelaten. Het is toch het CDA, een beetje
moeilijk qua richting.
Dus, voorzitter, de volgende motie. O, ik hoor iemand "concurrenten"
zeggen. Nou ja, tja ⦠Bilateraal hebben we het er even over gehad. De
heer Geurts zegt dat Gelderland tegenwoordig ook onder het oosten valt.
Nou ja, dat gaan we dan zien. Maar dit brengt me bij de volgende
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat droogte deels te wijten is aan ons eigen
watermanagement;
van mening dat dit mee moet worden genomen in het benoemen van de
problemen van droogte en de aanpak daarvan;
verzoekt de regering de gevolgen van het eigen watermanagement mee te
nemen in de aanpak van de droogte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 64 (35570-XII).
De heer Van Aalst (PVV):
Voorzitter, afsluitend. Dit sluit natuurlijk aan bij onze inbreng in
eerste termijn: houd het water vast, in plaats van dat we het allemaal
afvoeren. Dank u wel.
De voorzitter:
U bedankt. Maar er is een vraag aan u van mevrouw Van Esch. Ik sta twee
vragen toe in deze ronde. Mevrouw Van Esch.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik wil even zeker weten dat de motie van de PVV ook gaat over
watermanagement in de industrie en de landbouw, want ook daar hebben we
nog wel wat te doen om water vast te houden. Is de motie zo breed
geĆÆnterpreteerd dat we dus ook vinden dat de landbouw en de industrie
dit op een andere manier moeten vormgeven?
De heer Van Aalst (PVV):
Ik heb haar heel breed opgesteld. In die zin, inderdaad. Ik zie heel
veel kwaliteit en boerenverstand. Het lijkt me heel goed dat we die gaan
meenemen in het watermanagement. Ik hoop dat dat het antwoord is op uw
vraag.
De voorzitter:
Dan komen we bij de heer Dijkstra van de VVD.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dank u wel. Het is al laat, vind ik. Ik zal het dus niet allemaal
herhalen. Ik dank de minister voor de beantwoording. Ik vind dit wel een
leuke commissie, omdat je verschillende woordvoerders hebt op infra,
maar ook op LNV-gebied. Dat verrijkt. Het was een goede avond, over een
belangrijk onderdeel van de begroting. Daar gaat het tenslotte om.
Ik heb ƩƩn motie. Die is heel lang, dus ik begin maar meteen met
voorlezen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er onduidelijkheid en onzekerheid is over de gevolgen
van alle plannen voor bewoners, ondernemers, economische sectoren, de
keten, de werkgelegenheid en de voedselvoorziening door alle plannen
rondom de Wadden;
constaterende dat de pootaardappelsector in de noordelijke kleischil een
toonaangevende positie in de wereld heeft en van cruciaal belang is voor
de voedselvoorziening voor mensen wereldwijd;
spreekt uit dat economische sectoren, zoals de pootaardappelsector, de
ruimte moeten blijven houden in de noordelijke kleischil om hun
activiteiten uit te voeren;
verzoekt de regering in beleidsstukken en beleidsuitvoering, zoals de
Agenda voor het Waddengebied en het bijbehorende uitvoeringsprogramma,
te zorgen dat de positie en activiteiten van economische sectoren, zoals
de pootaardappelsector, maar ook breder de akkerbouw en toerisme,
voldoende worden geborgd;
verzoekt de regering met betrokkenheid van (agrarische) ondernemers en
bewoners een impactanalyse te maken voor de Waddenagenda en het
bijbehorende uitvoeringsprogramma, voordat deze definitief worden
vastgesteld, waaruit de gevolgen voor economische sectoren en de regio
duidelijk worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Remco Dijkstra en Geurts. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 65 (35570-XII).
Er is een vraag van de heer De Groot.
De heer De Groot (D66):
Realiseert de heer Dijkstra zich dat je die impactanalyse alleen kunt
doen in het licht van de hoofddoelstelling, zoals die is
gedefinieerd?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
De motie heb ik net voorgelezen. We hebben daar eerder een debat over
gehad. De letterlijke tekst van de motie geldt. We hebben een debat
gehad over de balans tussen economie en ecologie.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer De Groot.
De heer De Groot (D66):
Als je een impactanalyse vraagt, is dat natuurlijk de impact op het
bereiken van de hoofddoelstelling. Zo kan ik 'm eigenlijk wel
steunen.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik hoop dat de heer De Groot de motie gaat steunen zoals die op dit
moment voorligt.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik heb goed geluisterd naar de motie. Ik heb die hier nog niet op
papier, maar volgens mij staat er: een impactanalyse op economische
sectoren zoals pootaardappelen en toerisme. De natuur staat daar niet
bij. Is de heer Dijkstra bereid om die impactanalyse te verbreden tot
zowel de economische kant als de ecologische kant?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Nou, ik kijk even wat de minister van de motie vindt zoals die er op dit
moment ligt, en als er een aanpassing nodig is, kan ik die altijd
overwegen.
De voorzitter:
Prima. Dan komen we bij mevrouw Bromet. En omdat u heeft aangekondigd
dat u meerdere moties heeft, is het voor de volgorde wel goed als u die
dan omgekeerd op uw tafel legt ā dat klinkt misschien een beetje tuttig
nu ā zodat de bode ze daarna in ƩƩn keer kan ophalen en ze in de goede
volgorde liggen voor de verslaglegging.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dat zegt u tegen mevrouw Bromet, hĆØ? Niet dat ik tuttig word gevonden,
want wat mij betreft hoeft dat natuurlijk helemaal niet. Maar het is
goed.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Het is bijzonder dat de VVD tegenwoordig al blind moties afwijst die ze
nog niet kent. Het debat zou hier toch plaats moeten vinden, zou je
zeggen.
Ik heb een hele stapel moties. Over de eerste heb ik getwijfeld, omdat
ik best tevreden ben met de toezeggingen van de minister over de
Afsluitdijk. Ter onderstreping van die toezeggingen wil ik de motie toch
graag indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat enkele projecten bij de renovatie van de Afsluitdijk
vertraging oplopen;
overwegende dat de versterking van de Afsluitdijk daardoor meer gaat
kosten;
overwegende dat het fietspad op de Afsluitdijk daardoor drie jaar langer
dicht blijft, wat betekent dat deze in totaal zes jaar niet toegankelijk
is voor wandelaars en fietsers;
verzoekt de regering te verkennen wat er mogelijk is om fietsers en
wandelaars over de Afsluitdijk te laten gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet, De Groot, Van Esch,
Moorlag en LaƧin.
Zij krijgt nr. 66 (35570-XII).
Er is een vraag van de heer Van Aalst.
De heer Van Aalst (PVV):
Ik probeer even te begrijpen wat er in de motie staat. Hoor ik mevrouw
Bromet nou zeggen dat we die mensen van het fietspad af gaan halen en
naar de weg gaan brengen, zodat ze de Afsluitdijk over kunnen?
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik zal het even uitleggen. De Afsluitdijk wordt drie jaar afgesloten
voor fietsers en wandelaars. Dat dreigt nu zes jaar te worden. En omdat
GroenLinks dat een onwenselijke situatie vindt, lijkt het ons goed als
de minister in overleg gaat met de Fietsersbond, zoals zij gezegd heeft,
om op zoek te gaan naar oplossingen om die fietsers en die wandelaars
toch deels of helemaal of eerder ā het is maar wat eruit komt en wat er
mogelijk is ā over de Afsluitdijk te laten gaan.
De heer Van Aalst (PVV):
Ja, dan heb ik het volgens mij goed begrepen. Ze gaan dus op de weg bij
het andere verkeer als ik dat zo hoor, want een ander alternatief is er
in mijn optiek niet. Dat was ook mijn vraag, maar dan hoor ik ook graag
van de minister wat dat doet voor de verkeersveiligheid.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik hoor allemaal interpretaties die ik niet genoemd heb, maar die zijn
voor rekening van de PVV.
De volgende motie gaat over het onderwerpje waar het debatje tussen de
heer De Groot en de minister over ging, en over de combinatie van de
ambities die er zijn en de onmogelijkheden die er nu nog lijken te
zijn.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat met het Deltaprogramma en Hoogwaterbeschermingsprogramma
de komende decennia veel dijkversterkingen in Nederland zullen
plaatsvinden;
overwegende dat dit kansen biedt voor milieu, landschap en natuur, zoals
ook door het College van Rijksadviseurs aangegeven;
overwegende dat het wettelijke en beleidskader rondom Deltaprogramma en
Hoogwaterbeschermingsprogramma met bijvoorbeeld de bepaling "sober en
doelmatig" in de Waterwet hier niet optimaal op is toegerust;
verzoekt de regering onafhankelijk advies in te winnen of en waar dit
wettelijke en beleidskader van de Waterwet aanpassing behoeft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 67 (35570-XII).
Er is ook een vraag van de heer Geurts. Wil mevrouw Bromet in de
tussentijd haar microfoon even uitzetten? De camera gaat namelijk mee
met de microfoon.
De heer Geurts (CDA):
Ik zat net even te luisteren naar die motie. Het gevolg daarvan zou
kunnen zijn ā en ik denk dat het dat ook is ā dat het kader van het
Deltafonds wordt aangetast. Het mooiste wat we hebben, is het
Deltaprogramma. Welk kabinet er ook zit, er is altijd geld voor
beschikbaar en het gaat bij de kabinetsformatie altijd als het ware
geruisloos door. Ik merk dat er met deze motie nu een poging gewaagd
wordt om er weer wat aan toe te voegen, waardoor die fundering verzwakt.
Ik maak me er oprecht zorgen over of GroenLinks van plan is om
zogenaamde meekoppelkansen net zo belangrijk te maken als het
Hoogwaterbeschermingsprogramma.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik kan de heer Geurts geruststellen: dat is helemaal niet de bedoeling
van GroenLinks. Het is de bedoeling van GroenLinks dat als er ergens een
dijkversterking plaatsvindt en er kansen zijn voor de natuur, er dan
niet op grond van soberheid en doelmatigheid wordt verzuimd om daar
gelden bij te halen. De motie vraagt eigenlijk alleen maar om een
onafhankelijk advies. Al die andere stappen die daarna zullen volgen en
die de heer Geurts nu al invult, zijn nog helemaal niet aan de
orde.
De heer Geurts (CDA):
Ik kan toch niet anders concluderen dan dat dit een verkenning is om de
fundering van ons Hoogwaterbeschermingsprogramma en Deltafonds gewoon
omver te werpen. Ik waarschuw de collega's er wel voor dat dat het
gevolg is van deze motie.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
GroenLinks heeft geen enkele reden om dat te doen, dus dat is absoluut
niet aan de orde.
De volgende motie gaat over gif.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het gerechtshof in Den Haag op 24 november 2020
uitspraak heeft gedaan waardoor het weer is toegestaan om professioneel
bestrijdingsmiddelen toe te passen op verhardingen en andere
oppervlakten buiten de land- en tuinbouw;
overwegende dat bij innamepunten voor drinkwater sinds het verbod een
afname van de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen zoals glyfosaat in
het water te zien is, en het verbod daar waarschijnlijk aan heeft
bijgedragen;
verzoekt de regering zo snel als mogelijk een toereikende
rechtsgrondslag te creƫren in de wet die het mogelijk maakt het eerdere
door de Kamer ingestelde verbod weer te bekrachtigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en De Groot. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 68 (35570-XII).
U heeft nog tweeƫnhalve minuut.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in het Hoogwaterbeschermingsprogramma geen geld
gereserveerd is voor natuurmaatregelen die verdergaan dan de ruimtelijke
inpassing;
overwegende dat het juist bij dijkversterkingen wenselijk is om de
natuur in de omgeving te versterken en dit vaak de veiligheid en de
stikstof- en klimaatproblematiek ten goede komt;
overwegende dat bewoners veel expertise hebben opgedaan op het gebied
van natuurinclusieve oplossingen van dijkversterking maar dat zij
nauwelijks betrokken worden bij de uitwerking;
overwegende dat er nu een concrete situatie is met betrekking tot de
dijkversterking in Uitdam;
verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat bewoners en het
hoogheemraadschap binnen afzienbare tijd met een gezamenlijke oplossing
voor de dijkversterking bij Uitdam komen, en de Kamer hierover te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en Moorlag. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 69 (35570-XII).
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. Dan de laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende er jaarlijks 500 tot 750 gezinnen met kinderen worden
afgesloten van drinkwater, omdat hun ouders de waterrekening niet kunnen
betalen;
constaterende dat sommige kinderen hierdoor soms maanden tot jaren
zonder kraanwater moeten leven;
overwegende dat drinkwater een primaire levensbehoefte is en dat het
afsluiten van drinkwater bij kinderen in strijd is met het
Kinderrechtenverdrag;
constaterende dat "kwetsbare consumenten" niet mogen worden afgesloten
van drinkwater, maar kinderen momenteel niet onder die definitie
vallen;
verzoekt de regering om kinderen op te nemen in de definitie van
"kwetsbare consumenten" in de Regeling afsluitbeleid voor
kleinverbruikers van drinkwater, om ervoor te zorgen dat kinderen nooit
zonder drinkwater komen te zitten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en Renkema. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 70 (35570-XII).
Hartelijk dank, mevrouw Bromet. Dan gaan wij naar de heer Geurts van het
CDA.
De heer Geurts (CDA):
Dank, voorzitter. Twee moties. De eerste gaat over de impact van droogte
op funderingen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat onderzoek naar de gevolgen van droogte in stedelijk
gebied in Nederland nog in de kinderschoenen staat;
constaterende dat funderingsproblemen structurele schade aan een pand
kunnen aanrichten, zoals schade door vochtoverlast en waterschade, maar
ook breuken aan nutsvoorzieningen kunnen opleveren;
verzoekt de regering een maatschappelijke kosten-batenanalyse ten
aanzien van het waterpeil uit te voeren, en deze met Prinsjesdag 2021
naar de Kamer toe te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts, De Groot, Dik-Faber en
Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 71 (35570-XII).
De heer Geurts (CDA):
De tweede en laatste motie in dit wetgevingsoverleg.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de doelen voor het oppervlaktewater vanwege de
Kaderrichtlijn Water in 2027 moeten zijn behaald;
constaterende dat de hoeveelheid medicijnresten in het oppervlaktewater
elk jaar stijgende is;
overwegende dat het er sterk op begint te lijken dat de doelen op veel
plaatsen niet te halen zijn, ook niet als er zeer kostbare maatregelen
worden genomen;
verzoekt de regering in kaart te brengen of de doelen wel haalbaar zijn
en wat de maatregelen nodig om de Kaderrichtlijn Water-doelen te halen,
zouden kosten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts, Remco Dijkstra en
Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 72 (35570-XII).
Daar is een vraag over van de heer LaƧin.
De heer LaƧin (SP):
Ik wil deze vraag stellen aan de heer Geurts omdat ik hoor dat ook de
naam van de heer Dijkstra onder deze motie staat, en die was net heel
helder. Hij maakte het behalen van de doelen in de Kaderrichtlijn Water
optioneel. De minister was daar klip-en-klaar over: dat is niet
optioneel, we gaan ze gewoon halen en moeten kijken wat daarvoor nodig
is. Is het ook de insteek van de heer Geurts dat we die doelen moeten
halen en dat we in kaart willen brengen wat daarvoor nodig is, zonder in
twijfel te trekken of we die doelen wel willen halen?
De heer Geurts (CDA):
Ik zat even na te denken. Het is een serieuze vraag, maar volgens mij
heeft de heer De Groot in een interruptie op mijn spreektekst dit ook al
gevraagd. Het antwoord blijft gewoon hetzelfde. De afspraken die we
hebben gemaakt, hebben we gewoon na te komen. Punt.
De voorzitter:
Komen we daarmee aan het einde van de termijn van de heer Geurts?
De heer Geurts (CDA):
Nou, ik heb nog ƩƩn opmerking. Ik had de minister een vraag gesteld waar
zij in tweede termijn op zou terugkomen. Ik herinner haar daar nog maar
even aan. Ik ben erachter gekomen dat er geen rekening wordt gehouden
met afbraakproducten die in het water weer de vorm van een
oorspronkelijk werkzame stof kunnen krijgen. Dat noemen ze een
terugvorming. Die zouden weleens 50 tot 500 ton extra medicijnresten per
jaar kunnen bewerkstelligen. Ik weet dit op basis van de update over
medicijnresten en waterkwaliteit van 12 oktober 2020 van het RIVM. Ik
wil daar toch graag een reactie op. Als dat nu niet lukt, dan graag
schriftelijk en op korte termijn, of in ieder geval zodanig snel dat we
erover kunnen spreken in het eerstvolgende overleg waarin water aan de
orde komt. Want mijn fractie maakt zich hier oprecht zorgen over.
Voorzitter. Laatste punt. Ik dank de minister voor de gegeven antwoorden
tot op heden.
De voorzitter:
U ook bedankt. Er ligt ook nog een vraag van D66 voor de tweede termijn,
over de breng-mij-terugsticker en van mevrouw Van Brenk over de Blue
Deal.
Dan gaan we door met de SP. De heer LaƧin.
De heer LaƧin (SP):
Dat lijkt mij een strak plan, voorzitter. Ik wil de minister danken voor
haar antwoorden. Ik merkte dat de minister heel erg enthousiast al die
voorbeelden opnoemde van wat er lokaal en op individueel niveau gebeurt.
Ik denk dat we die dingen vooral moeten toejuichen, maar ons vooral ook
moeten realiseren dat de strijd tegen klimaatverandering of het beter
vasthouden van het water ook echt systeemkritiek en een ander systeem
vergt en dat we niet te veel moeten leunen op maatregelen die twee buren
samen nemen, of op tegelwippen tussen Amsterdam en Rotterdam. Dat is
allemaal leuk en draagt zeker bij, maar ik denk dat we hier wel echt een
serieus debat aan het voeren zijn over enorme opgaves die voor ons
liggen. Dat wilde ik gezegd hebben.
Dan over cybersecurity. Ik wil van deze minister eigenlijk de toezegging
dat zij ons schriftelijk laat weten wat de ILT tot nu toe heeft gedaan,
zodat we niet hoeven wachten tot maart totdat het rapport over Waternet
komt, maar we ook tussentijds geĆÆnformeerd worden over wat er de
afgelopen tijd is gebeurd. Ik hoop daar een toezegging op te krijgen en
heb een motie over het actief doorlichten van de andere
drinkwaterbedrijven.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister van IenW systeemverantwoordelijke is voor
de continuĆÆteit van het waterbeheer en de openbare drinkwatervoorziening
en daarmee ook de cybersecurity;
overwegende dat de minister de zorgen over de grote risico's bij
essentiƫle drinkwaterinfrastructuur niet geheel heeft kunnen
wegnemen;
verzoekt de regering de ILT opdracht te geven om de cybersecurity bij
drinkwaterbedrijven actief door te lichten zodat verbeterpunten zo
spoedig mogelijk opgepakt en opgelost worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden LaƧin en Van Brenk. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 73 (35570-XII).
De heer LaƧin (SP):
Voorzitter. Dan over de INEV's en pfas-drinkwater. Ik heb, zoals ik al
zei, hierover in mei van dit jaar een motie ingediend. Toen ging de
minister erover. Ik vraag er nu over door. Dan krijg ik als antwoord dat
de staatssecretaris erover gaat. Volgens mij is het zo dat dit over
drinkwater gaat en dat de minister daarvoor verantwoordelijk is. De
vraag die ik stelde, heeft de minister wat mij betreft onvoldoende
beantwoord. Daarom heb ik ook op dit punt een motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het RIVM INEV's voor de stoffen pfos, pfoa en GenX
heeft vastgesteld voor grond en grondwater;
overwegende dat de indicatieve niveaus die zijn vastgesteld voor
grondwater dat gebruikt wordt voor drinkwatervoorziening aanzienlijk
hoger liggen dan de indicatieve richtwaarden voor deze stoffen in het
drinkwater;
overwegende dat verdere verontreiniging van het grondwater risicoās
oplevert voor de drinkwatervoorziening;
overwegende dat het kabinet heeft toegezegd onderzoek te doen naar
uitloging naar het grondwater en de relatie met de KRW-doelstellingen en
de resultaten hiervan te betrekken bij verdere besluitvorming;
verzoekt de regering geen verdere stappen te nemen in het vaststellen
van INEVās voor pfas totdat het onderzoek is afgerond en de resultaten
daarvan zijn verstuurd naar de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid LaƧin. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 74 (35570-XII).
De heer LaƧin (SP):
Tot slot over de Wadden. Ik ben blij om te horen, maar dat gaat de
minister zo meteen in tweede termijn nog bevestigen, wie nou de
eindverantwoordelijke is als het gaat om de cumulatieve effecten van de
economische activiteit op de natuur. Ik vind dit ontzettend belangrijk.
Ik denk inderdaad, zoals de heer De Groot ook zei, dat het doel van die
ontwerpagenda altijd centraal moet staan en dat ā dat wil ik echt gezegd
hebben ā de regio, de bestuurders daar, een centrale rol moeten spelen
in het vaststellen daarvan. We moeten niet, zoals bij de Luchtvaartnota,
gaan zien dat er 434 zienswijzen worden ingediend waar vervolgens
helemaal niks mee gebeurt. Ik vind dat een belangrijk punt en ik wil het
daarom ook onderstrepen.
Daar wil ik mijn inbreng bij laten, voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
U ook bedankt. Dan komen we bij de heer De Groot van D66.
De heer De Groot (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik vind dit altijd een prettig overleg, want
iedereen hier heeft iets met water. Voor D66 staat de natuur centraal
evenals het water, dat natuurlijk leidend is voor ons land. De
autowaspartij, de VVD, heeft weer iets anders met water. Maar zo hebben
we in ieder geval allemaal wat.
Fijn dat de minister heel duidelijk is over de Kaderrichtlijn Water en
dat ook de collega's heel duidelijk zijn over die kaderrichtlijn. Het is
geen kwestie meer van willen, maar van kunnen. Dat betekent dat als daar
een gat tussen zit, we met elkaar moeten kijken waar we scherpe keuzes
gaan maken.
Dank ook aan de minister voor haar duiding van de rol van het
uitvoeringsprogramma voor de Wadden. Daar worden dus de keuzes in
gemaakt. Dat is heel fijn. Ik heb nog een aanvullende vraag. Hoe zorgen
we er ook voor dat uiterlijk 2050 die hoofddoelstelling wordt gehaald?
Wordt dat ook daar bij die keuzes geschetst? Dat lijkt mij logisch, maar
ik hoor het graag nog even van de minister.
Dan heb ik drie moties, voorzitter.
De voorzitter:
Maar u heeft nog maar een minuut. Dus dat wordt een beetje lastig. U was
namelijk in uw eerste termijn wat ⦠Als de commissie coulant is, ben ik
het ook. Vooruit dan maar.
De heer De Groot (D66):
Dan dank ik de collega's en de voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de hoofddoelstelling voor de Waddenzee, "een duurzame
bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het
behoud van het unieke open landschap", breed gedragen is onder
belanghebbenden;
constaterende dat het behalen van deze doelstelling significante
inspanningen vergt van alle betrokkenen;
verzoekt de regering jaarlijks te rapporteren welke voortgang is geboekt
in het bereiken van de hoofddoelstelling voor de Waddenzee en hoe deze
voortgang is bereikt;
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Groot. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 75 (35570-XII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de passeerbaarheid van rivieren en wateren een
struikelblok vormt in het behouden van gezonde trekvispopulaties;
overwegende dat niet alle aangebrachte migratievoorzieningen op dit
moment goed functioneren voor alle soorten trekvissen;
overwegende dat migratievoorzieningen door gebrekkig beheer en onderhoud
na enige tijd niet meer goed functioneren;
verzoekt de regering om in de stroomgebiedbeheerplannen vast te leggen
dat naast de aanleg van vispassages bij sluizen en centrales in het
kader van de Kaderrichtlijn Water ook het beheer en onderhoud van deze
vispassages moeten worden opgenomen in de beheer- en
onderhoudprogramma's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Groot en Dik-Faber. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 76 (35570-XII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Kamer met de motie-De Groot verzocht de lessen uit
Ruimte voor de Rivier mee te nemen in het
Hoogwaterbeschermingsprogramma;
overwegende dat het College van Rijksadviseurs een set aanbevelingen
deed aan het Rijk en medeoverheden om de ruimtelijke kwaliteit beter in
de wateropgave te integreren;
overwegende dat ook in de NOVI is opgenomen dat functies bij voorkeur
worden gecombineerd;
verzoekt de regering om ten behoeve van de formatie een verkenning te
doen met medeoverheden hoe aandacht voor ruimtelijke kwaliteit nog meer
verbonden kan worden met de wateropgave, en de Kamer te informeren welke
mogelijkheden er zijn om dit zo veel mogelijk te stimuleren in het
waterbeleid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Groot en Bromet. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 77 (35570-XII).
Hartelijk dank. Dan gaan we door naar de heer Moorlag.
De heer Moorlag (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Er
zijn een aantal goede woorden gesproken, maar toch hecht ik er wel aan
om die met moties te onderstrepen. Ik zal het zo meteen nog kort
toelichten, voor zover ik daartoe spreektijd heb.
De voorzitter:
In totaal heeft u drie minuten.
De heer Moorlag (PvdA):
OkƩ. Aan de andere kant mocht de heer De Groot daar ook overheen gaan.
Er wordt nu gelachen, maar dat gaat allemaal van mijn spreektijd af.
Daarom ga ik snel door naar de moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat investeringen in weg- en waterbouw stagneren en dat dit
de werkgelegenheid en bedrijven in deze sector ernstig bedreigt;
overwegende dat verdere versnelling van de investeringen in
noodzakelijke en onontkoombare waterbouwkundige werken in het kader van
de realisering van onder meer het nationaal Deltaprogramma helpen om de
werkgelegenheid te behouden en bedrijven overeind te houden;
verzoekt de regering investeringsprojecten naar voren te halen en
versneld te realiseren;
verzoekt de regering tevens in overleg en samenwerking met
waterschappen, provincies, gemeenten en het bedrijfsleven te
inventariseren welke projecten zich hiervoor lenen, en de Kamer over de
uitkomsten spoedig te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 78 (35570-XII).
De heer Moorlag (PvdA):
Ik hoop dat die motie een beetje behulpzaam is in het lastige overleg
dat de minister moet voeren met haar collega van Financiƫn.
De tweede motie, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in de realisatie van het project Afsluitdijk sprake is
van bouwtijd- en kostenoverschrijding;
overwegende dat de iconische Afsluitdijk grote waarde heeft, niet alleen
als waterkering, maar ook voor auto- en scheepvaartverkeer, voor
natuurbehoud en -ontwikkeling en voor toerisme en recreatie;
verzoekt de regering in de verdere realisatie van het project geen
concessies te doen aan de kwaliteit, functionaliteiten en esthetiek van
het project,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorlag en Bromet. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 79 (35570-XII).
De heer Moorlag (PvdA):
Dan de derde motie, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een te laag vastgestelde WACC de drinkwaterbedrijven
belemmert in het doen van noodzakelijke investeringen die van belang
zijn voor de leveringszekerheid en kwaliteit van drinkwater;
verzoekt de regering bij de vaststelling van de WACC te borgen dat de
drinkwaterbedrijven de sterk toenemende investeringen in de
leveringszekerheid en waterkwaliteit kunnen financieren en
uitvoeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 80 (35570-XII).
De heer Moorlag (PvdA):
Voorzitter. Over de tweede motie, over de Afsluitdijk, merk ik nog kort
op dat de minister daar de goede woorden over heeft gesproken. Alleen,
ik denk dat het de bestuurders in Friesland wel wat meer comfort geeft
als er wat vastgelegd wordt. Na de verkiezingen ontstaat een heel
kwartetspel met functies en ingewikkeldheden. Dan biedt zo'n motie, als
die goed en geborgd in de Handelingen vastligt, toch wat extra comfort.
Maar ik wil wel benadrukken dat de minister wat mij betreft de goede
dingen daarover gezegd heeft.
Dank u wel.
De voorzitter:
U ook bedankt. Dan komen we bij mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie.
Zij heeft twee minuten.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van
alle vragen. Ik ga vanwege de tijd maar gelijk mijn beide moties
indienen. Ik hoorde net ook al een motie over de WACC, maar ik ga er
hier ook een indienen. Ik heb twee mede-indieners: de heer Geurts en de
heer Remco Dijkstra. Dus we moeten even kijken hoe we dat oplossen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat drinkwaterbedrijven de komende jaren voor forse
uitdagingen staan om de kwaliteit en kwantiteit van het drinkwater op
peil te houden;
overwegende dat hier stevige investeringen voor moeten worden
gedaan;
overwegende dat drinkwaterbedrijven bereid zijn dit te doen, maar worden
belemmerd bij het aantrekken van het kapitaal door de
WACC-methodiek;
verzoekt de regering om in overleg te treden met drinkwaterbedrijven en
aandeelhouders/overheden om te komen tot een tijdige herziening van de
WACC (ingaande 2022) teneinde continuĆÆteit van de drinkwaterbedrijven en
hun kerntaken te kunnen waarborgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Geurts en Remco
Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 81 (35570-XII).
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
De tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de landschappelijke kwaliteiten en identiteit van de
Waddeneilanden onder druk staan door de groei van het toerisme;
constaterende dat in de ontwerp-Agenda voor het Waddengebied 2050
uitgebreid wordt ingegaan op het problematische dilemma tussen
leefbaarheid, landschappelijke, historische en natuurwaarden enerzijds
en recreatie en toerisme anderzijds;
overwegende dat rust, ruimte en stilte tot kernwaarden van het
Waddengebied zijn benoemd;
overwegende dat deze kernwaarden in de ontwerp-Agenda voor het
Waddengebied 2050 geen onderdeel uitmaken van de strategieƫn betreffende
toerisme;
verzoekt de regering om de kernwaarden rust, ruimte en stilte uit te
werken in criteria, zodat een duidelijk afwegingskader ontstaat bij het
uitwerken van deze kernwaarden in de uitvoeringsagenda,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en De Groot. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 82 (35570-XII).
Dan komen wij aan het eind van de termijn van mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Geen spreektijd meer? OkƩ.
De voorzitter:
Dan gaan we naar mevrouw Van Esch van de Partij voor de Dieren. Zij
heeft anderhalve minuut.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Dan ga ik snel beginnen. Ik wil mij in eerste
instantie aansluiten bij de opmerkingen van de heer LaƧin. Ik zag dat de
minister enorm enthousiast is. Ik vind haar enthousiasme heel mooi als
ze het heeft over wat burgers kunnen doen om hun waterverbruik te
verminderen. Het is mooi om het zwembad van de heer Van Aalst af te gaan
bouwen en om die auto van de VVD niet meer te gaan wassen, maar ik wil
haar ook even prikkelen om een aantal mooie, enthousiaste voorbeelden te
noemen van hoe we het grondwaterpeil gaan verhogen, hoe we ervoor gaan
zorgen dat de industrie minder water gaat verbruiken en van andere
initiatieven. Ik ben benieuwd of de minister daar ook enthousiasme over
kan tonen en of ze kan bezien of dat verder kan.
Dan twee moties over het Waddengebied. Ik vind de duurzame bescherming
die de minister voorschrijft, nog een beetje zorgelijk. Als we hier over
duurzame bescherming praten, vind ik het zorgelijk dat ze dat dan toch
gaat overlaten aan partners. Daarom ga ā¦
De voorzitter:
Ik zou u willen vragen of u de moties nu wil voorlezen, want u bent al
bijna over uw tijd.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ja, maar ⦠Kijk, als de heer De Groot het ook krijgt, ga ik dat toch
doen. Maar ik ga nu twee moties indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de staat van de natuur in het Waddengebied ongunstig
is en zich niet positief ontwikkelt;
overwegende dat de ontwikkeling van de natuur beter gemonitord en zo
nodig bijgestuurd kan worden indien er afrekenbare (tussen)doelen worden
gesteld;
verzoekt de regering om kwantitatieve en afrekenbare doelen en
tussendoelen te formuleren voor de natuurontwikkeling in en rond het
Waddengebied,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch en Wassenberg. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 83 (35570-XII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de zeespiegel stijgt als gevolg van de
klimaatverandering en het smelten van het poolijs;
constaterende dat het effect van deze zeespiegelstijging verergerd wordt
door de bodemdaling die het gevolg is van gas- en zoutwinning in de
Waddenzee;
constaterende dat de Waddenzee als getijdengebied uniek is in de wereld
en daarom opgenomen is in de Werelderfgoedlijst van UNESCO;
overwegende dat schade aan de Waddenzee waar mogelijk voorkomen moet
worden;
verzoekt de regering om scenario's met betrekking tot het uitfaseren van
gas- en zoutwinning uit te werken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch en Wassenberg. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 84 (35570-XII).
Hartelijk dank. Dan gaan we naar de laatste spreker in deze ronde. Dat
is mevrouw Van Brenk van 50PLUS. Zij heeft een minuut.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat waterkunstwerken en de watervoorziening vitale sectoren
zijn en aangemerkt worden als aanbieder van essentiƫle
dienstverlening;
overwegende dat cybercriminaliteit helaas reƫle een dreiging is, ook in
deze vitale sector;
overwegende het feit dat alles op alles moet worden gezet om te
voorkomen dat deze vitale sector op enige wijze slachtoffer wordt van
cybercriminaliteit, en structurele en serieuze monitoring derhalve
vereist is;
overwegende de situatie bij Waternet;
verzoekt de regering jaarlijks een door het Nationaal Cyber Security
Centrum uitgevoerde, geaccordeerde rapportage van ieder waterschap en de
drinkwaterbedrijven naar de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk en LaƧin. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 85 (35570-XII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Kamer heeft uitgesproken dat het "wenselijk is te
streven naar een nieuwe vormgeving, waarin gestreefd wordt naar een
evenredige zuiveringsheffing op basis van drinkwatergebruik";
overwegende dat het volgens de wet al mogelijk is om deze evenredige
heffing voor huishoudens bij verordening toe te passen;
verzoekt de regering na te gaan waar de belemmeringen zitten om deze
verordening toe te passen en waterschappen vervolgens te helpen deze
belemmeringen weg te nemen, zodat gekomen kan worden tot een meer
evenredige zuiveringsheffing voor huishoudens,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 86 (35570-XII).
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter, mag ik u bedanken voor uw bezielende leiding?
De voorzitter:
Nou!
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dit is het laatste WGO Water. Ik merk dat iedereen elkaar straks gaat
missen, dus misschien kunnen we een reünie afspreken bij het zwembad van
de heer Van Aalst.
De voorzitter:
Hahaha. Nou, meneer Van Raan, wat zegt u daarvan? O, sorry!
Hahaha.
De heer Van Aalst (PVV):
Als er geen watertekort is, is dat geen enkel probleem.
De voorzitter:
Dat is wel weer grappig. Wij komen aan het eind van de tweede termijn
van de Kamer. Wij gaan schorsen tot twintig voor, want het is nogal een
logistiek hier met alle moties. Dan kan er even goed naar worden
gekeken. Om 22.40 uur krijgen wij het oordeel van deze minister over
alle moties die vanavond zijn ingediend.
De vergadering wordt van 22.27 uur tot 22.43 uur geschorst.
De voorzitter:
Welkom terug bij de vergadering van de vaste Kamercommissie voor
Infrastructuur en Waterstaat. De minister zal ingaan op de moties en nog
een enkele vraag.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Voorzitter, ik stel voor dat ik eerst nog even de vragen beantwoord die
waren blijven liggen.
De vraag van de heer Geurts ging over afbraakresten van medicijnen die
dan weer in de oorspronkelijke vorm terug zouden kunnen komen. Dat
hebben wij nu niet op een niveau van beantwoording dat ik de heer Geurts
gun. Ik stel voor dat we dat schriftelijk doen, dus daar komen wij dan
nog op terug.
De heer LaƧin had het over de monitoring van cumulatieve effecten en
vroeg wie nou verantwoordelijk is. Als coƶrdinerend minister ben ik
verantwoordelijk voor een goede impactanalyse en het inzichtelijk maken
van de cumulatieve effecten van de maatregelen die we treffen. De
minister van LNV is verantwoordelijk voor het monitoren van de
natuurwaarden. Gezien de samenhang daartussen nemen wij altijd beiden
deel aan het bestuurlijk overleg Wadden en aan de Gebiedsagenda Wadden,
maar in principe sta ik aan de lat voor die cumulatieve effecten.
De heer De Groot had het nog over de breng-mij-terugsticker. Het idee
van de breng-mij-terugsticker is uitgebreid aan de orde geweest binnen
de Ketenaanpak medicijnresten uit water. De minister van VWS heeft u
daar schriftelijk over geĆÆnformeerd. Ik citeer nu even. Daarin wordt
gezegd dat het een sympathiek idee is maar dat het wel weer een extra
handeling vraagt van de apotheker en mogelijk zorgt voor aanvullende
kosten. Bovendien bestaat de kans dat een extra sticker de aandacht
afleidt van de waarschuwingsboodschappen op doosjes, capsules enzovoort,
die van groot belang zijn voor veilig gebruik. Daarom is er ingezet op
het opzetten van een landelijke inzamelweek om daarmee terugbrengen te
stimuleren. Ik gaf u daarstraks al aan dat wij die inzamelweek jaarlijks
willen herhalen.
Mevrouw Van Brenk vroeg naar de voortgang op de Blue Deal. U zult
begrijpen dat de situatie door corona is gewijzigd. Alle partnerschappen
zijn in gang gezet. Die geven met aanpassingen nog steeds uitvoering aan
hun samenwerking. De tussenevaluatie begin komend jaar gaat gewoon door.
Mede op basis van de uitkomsten zal in 2021 een besluit worden genomen
over de tweede uitvoeringsfase. U snapt dat uitgaande missies allemaal
zijn gecanceld. Die worden mogelijk hervat in de loop van komend jaar.
Er zijn wel heel veel digitale activiteiten geweest: e-learning,
webinars ⦠Maar juist in die landen zijn de digitale voorzieningen weer
niet helemaal op orde. De huidige planning is niet meer haalbaar. Die
wordt aangepast. U wordt bij de tussenevaluatie gewoon weer op de hoogte
gesteld.
Even zien hoor. De heer LaƧin zei: allemaal leuk en aardig dat u
voorbeelden geeft over individuele burgers, maar u moet terdege beseffen
dat u op systeemniveau verantwoordelijk bent. Eigenlijk zei mevrouw Van
Esch ook zoiets. Het is absoluut niet mijn bedoeling geweest om het te
bagatelliseren of wat dan ook door deze voorbeelden te noemen. Ik ben
mij terdege bewust van mijn systeemverantwoordelijkheid.
Mevrouw Van Esch vroeg: kun je nou nog eens een voorbeeld noemen van de
industrie of zo? Toen schoot mij meteen het voorbeeld te binnen van een
bierbrouwer uit het zuiden des lands waar het proceswater naderhand
teruggegeven wordt aan de landbouw in de omgeving om de velden te
irrigeren. Dus er zijn ook vanuit de industrie hele goede voorbeelden te
vinden. Maar goed, laat ik niet weer een hele rij voorbeelden gaan
noemen. Anders wordt het heel laat, want we moeten al die moties ook nog
doen.
Volgens mij heb ik dan alle vragen beantwoord, voorzitter.
De heer LaƧin (SP):
Ik had gevraagd of de minister schriftelijk kan nasturen wat er bij
Waternet is gebeurd de afgelopen maanden. En ik had over inspraak van de
regio bij de uitvoeringsagenda Wadden nog de vraag gesteld of zij een
prominente plek kunnen krijgen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Op allebei de vragen kan ik heel kort antwoorden: ja. Laten we dat ook
nog schriftelijk doen. Nee, laat ik het nog praktischer doen. Ik heb in
de richting van de heer Geurts toegezegd om u een briefing te geven. Ook
bij dit specifieke punt van Waternet zijn bepaalde zaken vertrouwelijk.
Ik denk dat het handiger is om het in die briefing mee te nemen.
Schriftelijk kan ik niet alle informatie van de ILT met u delen. Dat kan
wel als we dat in zo'n setting doen.
De voorzitter:
Het is aan de heer LaƧin om later te bepalen of hij dat wel of niet wil.
Hij wil natuurlijk het liefst zo veel mogelijk in de openbaarheid en dat
snappen we allemaal.
De heer LaƧin (SP):
Precies, voorzitter. Wat openbaar zou kunnen graag wel
schriftelijk.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan doen wij schriftelijk wat de ILT kan delen. Dan kunt u zelf kijken
of u tijdens die brede briefing nog vragen hierover wilt stellen.
Wat die regionale inspraak betreft, dat is bij uitstek een proces van de
regio, dus dat is zeker de bedoeling.
De heer De Groot (D66):
Ik had nog gevraagd in hoeverre in het uitvoeringsprogramma ook het
traject wordt geschetst om uiterlijk 2050 die hoofddoelstelling te
halen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik kan niet helemaal inschatten op welk detailniveau dat allemaal kan,
maar dit hele uitvoeringsprogramma wordt ingesteld om die
hoofddoelstellingen te halen. Over hoe concreet dat precies kan zijn in
zo'n eerste uitvoeringsprogramma kan ik geen uitspraak doen, maar dat is
wel waar wij naar streven.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de moties.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Voorzitter. Ik zal ze heel snel doen.
De motie-Van Aalst op stuk nr. 64 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 65 krijgt ook oordeel Kamer, want ik heb die als
volgt begrepen. Zo'n agenda is natuurlijk niet in beton gegoten. Ik wil
wel echt de agenda gaan vaststellen, maar ik heb juist begrepen dat u en
anderen graag impactanalyses willen. Als daaruit blijkt dat je je
doelstellingen niet haalt, dan ga je die agenda natuurlijk aanpassen.
Het is een agenda tot 2050, dus het zal een levend document zijn. Wij
gaan hier komende week mee starten, maar als uit impactanalyses blijkt
dat zaken niet bijdragen aan de doelstellingen of andere nare effecten
hebben, dan is het natuurlijk zaak om die agenda aan te passen. Met die
kanttekening geef ik haar graag oordeel Kamer.
Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 66 van mevrouw Bromet. Die
krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
Minister, u gaat ontzettend snel, maar ik krijg het verzoek om de
oordelen te herhalen voor de verslaglegging. De motie op stuk nr. 64,
oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 65, oordeel Kamer. De motie op stuk
nr. 66 ā heb ik dat goed verstaan ā oordeel Kamer?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, hoor.
De voorzitter:
Ik check het even. U bent nu bij de motie op stuk nr. 67. Dat klopt
toch, hĆØ?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik ben nu bij de motie-Bromet op stuk nr. 67. Die ontraad ik omdat ik
niet het pad op wil om de Waterwet te gaan wijzigen. Die is echt bedoeld
voor de waterveiligheid. Ik vind dat dat zo moet blijven. Er zijn nu
voldoende andere mogelijkheden om te verbreden buiten die Waterwet, dus
die motie ontraad ik.
De voorzitter:
We komen nog even terug bij de motie op stuk nr. 66, want daar is een
vraag over van de heer Van Aalst.
De heer Van Aalst (PVV):
Ik vind het op zich een sympathieke motie, maar ik heb nog geen antwoord
gekregen op de vraag of dit gevolgen gaat hebben voor de
verkeersveiligheid. Als de minister dat toezegt, dan begrijp ik het.
Maar ik haal hier niet uit wat we gaan doen met de fietsers en de
wandelaars.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik heb de motie zo verstaan dat we goed gaan kijken wat er wel en niet
op een verkeersveilige manier kan voor fietsers en wandelaars. Op die
manier kan ik haar oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Dus de motie op stuk nr. 66, oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 67,
ontraden. Dan de motie op stuk nr. 68.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, die is ook van mevrouw Bromet en die gaat over de gewasbescherming
op verharding. Ik zou u willen vragen om die motie aan te houden. Er is
morgen een AO Circulaire economie. Er komt ook nog een AO
Gewasbescherming. Dat lijkt mij meer de plek om het met de
staatssecretaris te bespreken.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik ga er even over nadenken.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan wordt die motie ontraden.
De voorzitter:
Dan is het oordeel "ontraden". Op dit moment wordt de motie op stuk nr.
68 ontraden.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 69 gaat over Uitdam. Daar hebben we al genoeg over
gewisseld en daar ga ik niet op terugkomen. Ik ontraad die motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 69: ontraden.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 70. Die ontraad ik ook, omdat
er in deze zaak een uitspraak van de rechter komt. Ik heb al aangegeven
dat ik dat wil afwachten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 70: ontraden.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik zou deze motie graag aanhouden, voorzitter.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Bromet stel ik voor haar motie (35570-XII, nr.
70) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Geurts, bij de motie op stuk nr. 71.
Ik zou de heer Geurts willen verzoeken om deze motie nog even aan te
houden tot de kabinetsreactie van de collega's van BZK en LNV op het
Rli-advies over bodemdaling er is. Dat zal binnenkort komen.
De heer Geurts (CDA):
Ik houd de motie vooralsnog even aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Geurts stel ik voor zijn motie (35570-XII, nr.
71) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel. Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 72 van de heer Geurts.
Die geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 72: oordeel Kamer.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 73 van de heer LaƧin over
cybersecurity. Deze motie ontraad ik. Doorlichting vindt plaats door
middel van de beoordeling van audits, leveringsplannen en onderzoek naar
kwetsbaarheden. Dat onderzoek vindt dus gewoon al plaats.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 73 wordt dus ontraden.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan de motie op stuk nr. 74. Die ontraad ik ook. Ik heb toegezegd dat de
staatssecretaris u zal informeren. Het onderzoek naar concentraties van
pfas in grondwater staat los van de INEV's.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 74: ontraden. Daar is een vraag over van de heer
LaƧin.
De heer LaƧin (SP):
Ik volg de minister in dezen niet. Er zijn voor pfas indicatieve niveaus
over ernstige verontreiniging. Die zijn nu in concept vastgesteld. Wij
hebben daar zes, zeven maanden geleden vragen over gesteld. Er is een
onderzoek gaande naar die waarden in relatie tot de waarden voor
drinkwater en de KRW-doelstellingen. Deze motie vraagt om daarvóór geen
definitieve stappen te nemen. Dat lijkt me logisch, toch, als er een
onderzoek gaande is naar dat onderwerp?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik kan er niets anders van maken dan dat het onderzoek naar de
concentraties van pfas in het grondwater op zich losstaat van die
INEV's. Ik houd het bij het oordeel ontraden.
De heer LaƧin (SP):
Die indicatieve niveaus, die INEV's, zijn er voor pfas. Die zijn dus
niet los van elkaar te zien. Ik begrijp niet dat de minister dat zegt.
Het zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging met
pfas-stoffen. Hoe kan dat dan los van elkaar staan?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan heb ik een tussenvoorstel. Ik vraag de heer LaƧin om de motie aan te
houden. Wij zullen in de tussentijd u schriftelijk informeren over
waarom dit anders zit. Dan kunt u de motie daarna misschien alsnog in
stemming brengen. Anders blijf ik bij het oordeel "ontraden".
De heer LaƧin (SP):
Dan zou ik willen vragen of dat schriftelijke oordeel er voor volgende
week dinsdag kan komen, want dan zijn de stemmingen.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, dat gaan we doen.
De voorzitter:
Tot die tijd heeft de motie wel als oordeel ontraden gekregen.
De heer LaƧin (SP):
Dan houd ik de motie nu gewoon even aan totdat het schriftelijke oordeel
er is.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer LaƧin stel ik voor zijn motie (35570-XII, nr. 74)
aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 75 van de heer De Groot. Die krijgt
oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 75: oordeel Kamer.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 76 van de heer De Groot: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 76: oordeel Kamer.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 77 van de heer De Groot: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 77: oordeel Kamer.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 78 van de heer Moorlag: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 78: oordeel Kamer.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 79 van de heer Moorlag: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 79: oordeel Kamer.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 80 van de heer Moorlag gaat over de WACC. Ik
verzoek de heer Moorlag om die motie aan te houden. Ik ben in overleg
met de drinkwaterbedrijven over een oplossing voor die problemen. Ik
verwacht daar de komende maanden resultaten van. Wellicht helpt het u
ook nog een beetje dat ik de motie op stuk nr. 81 van mevrouw Dik-Faber
op hetzelfde punt wel oordeel Kamer kan geven. Die van u gaat net iets
verder.
De heer Moorlag (PvdA):
Ik kan ook goed leven met de tekst van de motie van mevrouw Dik-Faber.
Ik ga na afloop dus even met mevrouw Dik-Faber kijken of ik
medeondertekenaar kan worden. Dan trek ik deze motie in.
De voorzitter:
Aangezien de motie-Moorlag (35570-XII, nr. 80) is ingetrokken, maakt zij
geen onderwerp van beraadslaging meer uit.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Van de motie op stuk nr. 81 had ik net al aangegeven: oordeel
Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 81 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 82 van mevrouw Dik-Faber: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 82 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 83 van mevrouw Van Esch wil ik ontraden, want in de
Natura 2000-beheerplannen en in de Kaderrichtlijn Water zijn al
kwantitatieve doelen opgenomen. Die worden ook gemonitord, ook in
trilateraal verband met Duitsland en Denemarken. Het is dus niet nodig
om nog extra kwantitatieve doelen toe te voegen. Dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 83 wordt ontraden.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat geldt ook voor de volgende motie van mevrouw Van Esch, de motie op
stuk nr. 84 over het uitfaseren van gas- en zoutwinning. Dat is het
terrein van de collega van EZK en het uitgangspunt is dat concessies die
zijn verleend, doorgang vinden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 84 wordt ontraden.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 85 van mevrouw Van Brenk over de monitoring door
het NCSC wil ik ontraden, want het NCSC is niet de bevoegde autoriteit
voor de waterschappen, gemeenten en drinkwaterbedrijven. Het NCSC heeft
een ondersteunende adviesfunctie en geen toetsende taak.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Zou het mogelijk zijn dat het NCSC hier een coƶrdinerende rol in speelt?
De minister heeft ook de motie van de heer LaƧin en mijzelf ontraden
vanuit de gedachte dat het niet nodig is omdat er audits zijn. Maar de
chaos bij Waternet was niet gemeld en was niet gezien. Wie weet dus wat
er nog meer in dat land speelt? De minister heeft geen idee en had ook
geen idee. Ik heb er dus echt behoefte aan dat er een club is die daar
gewoon even induikt. Kan de minister dan in ieder geval zeggen op welke
manier het wƩl zou kunnen?
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik zie op dit moment geen aanleiding om iets te gaan veranderen aan de
taken en bevoegdheden van de verschillende gremia. De ILT is ook bezig
met dat onderzoek naar Waternet. Dat wil ik echt eerst afwachten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 85 wordt ontraden.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Maar we gaan wel positief eindigen, want de motie op stuk nr. 86 van
mevrouw Van Brenk geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 86 krijgt oordeel Kamer.
Daarmee komen we aan het einde van de behandeling van de moties. Ik heb
nog een heel aantal toezeggingen. Die wil ik even voorlezen, zodat u
kunt checken of het allemaal klopt en of wij het hier samen goed hebben
gehoord en gezien.
De minister stuurt de Kamer begin 2021 een overzicht van de planning van de waterveiligheidsprojecten met betrekking tot dijkversterking. Dat was een toezegging aan de heer LaƧin.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat kunt u in principe allemaal terugvinden in het Deltaprogramma, maar
we zullen even de goede verwijzingen daarvoor naar de Kamer
sturen.
De voorzitter:
Ik ga verder met de toezeggingen.
De Kamer ontvangt in het voorjaar van 2021 nadere informatie over de aanvullende kosten, de planning en het ontwerp van de Afsluitdijk naar aanleiding van de gesprekken die met de aannemer worden gevoerd en de uitgewerkte voorkeursoplossing. Dat was een vraag van de hele commissie.
Binnenkort komt het kabinet met een reactie op het advies van de Rli over bodemdaling in veenweidegebieden. Dit was een toezegging aan mevrouw Bromet en de commissie.
In het voorjaar van 2021 wordt de Kamer geĆÆnformeerd over de aanpak van de medicijnresten in drinkwater en de Ketenaanpak medicijnresten.
De minister zal de vragen van de heer LaƧin over het vaststellen van de INEV's in drinkwater voorleggen bij de staatssecretaris en het antwoord zal per brief naar de Kamer worden gestuurd; dat betreft de hele discussie van net van de heer LaƧin.
De Kamer ontvangt voor het volgende algemeen overleg Water meer informatie over de investeringsmogelijkheden van drinkwaterbedrijven in relatie tot de WACC.
De vragen van de heer Geurts over de terugvorming van afbraakresten van medicijnen in water zullen schriftelijk worden beantwoord.
Naar aanleiding van het verzoek van de heer Geurts om een technische briefing over cybersecurity zal een datum worden gezocht in januari 2021.
De Kamer ontvangt schriftelijke informatie over het onderzoek dat de ILT uitvoert naar de cybersecurity bij Waternet. Dat is een toezegging aan de heer LaƧin en ook een beetje aan mevrouw Van Brenk.
Daarmee zijn we gekomen aan het eind van de toezeggingen. Heb ik nog
iets gemist?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik heb een hele belangrijke toezegging gekregen. Ik weet alleen niet
precies wanneer, maar de minister gaat praten met de bewoners van
Sluiskil. Daar staan ze echt om te springen. Ik vind het dus fantastisch
dat die toezegging er is. Dus graag een datum, maar die toezegging is er
in ieder geval.
De voorzitter:
Het punt is: als u als Kamerlid een toezegging krijgt waar niet direct
een brief achteraan komt, dan noteren wij die hier niet op de lijst als
toezegging. Maar om het even ingewikkeld te maken op de late avond: dat
wil niet zeggen dat het geen toezegging is.
Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik weet ook niet of het een toezegging was of niet, maar ik heb de
minister wel horen zeggen dat er in februari een brief over mijnbouw in
de Waddenzee komt.
De voorzitter:
Dat was volgens mij al een eerdere toezegging van minister Wiebes.
Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat is geen nieuwe toezegging van mij.
De voorzitter:
Dat heeft de minister hier vanavond volgens mij herhaald. Dan is het
geen nieuwe toezegging. Ja, ik ben toch nog wel scherp aan het eind van
de avond.
Lieve mensen, ik dank u allen voor uw inbreng vanavond en ik dank
iedereen die dit thuis heeft gevolgd. Ik wens iedereen een goede reis
naar huis en nog een gezegende avond. Ik sluit de vergadering.
Sluiting 23.05 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 57 (2020-2021) van 1 december 2020 |
---|
Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |