Nota van wijziging
Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met het opnemen van regels voor ouderparticipatiecrèches
Nota van wijziging
Nummer: 2021D01469, datum: 2021-01-13, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-35610-7).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: B. van 't Wout, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 35610 -7 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met het opnemen van regels voor ouderparticipatiecrèches.
Onderdeel van zaak 2020Z19647:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2021-02-03 13:00 ⇒ Reeds als hamerstuk aangemeld voor plenaire behandeling en afgedaan op 21 januari 2021. (Besluit)
- 2021-01-21 10:15 ⇒ Wetsvoorstel zonder stemming aangenomen. (Besluit)
- 2020-12-16 12:00 ⇒ Aanmelden voor plenaire behandeling in een wetgevingsoverleg. (Besluit)
- 2020-11-24 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2020-11-03 16:30 ⇒ Inbrengdatum voor het verslag vaststellen op 24 november 2020 te 14.00 uur. (Besluit)
- 2020-10-27 16:15 ⇒ Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2020-10-27 16:15 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Besluit)
Onderdeel van zaak 2021Z00505:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2021-02-03 13:00 ⇒ Betrekken bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel. (Besluit)
- 2020-10-27 16:15: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2020-11-03 16:30: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2020-11-24 14:00: Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met het opnemen van regels voor ouderparticipatiecrèches - 35610 (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2020-12-16 12:00: Procedures en brieven (digitaal) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2021-01-20 14:00: Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met het opnemen van regels voor ouderparticipatiecrèches (35610) (geannuleerd) (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2021-01-21 10:15: Hamerstuk: Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met het opnemen van regels voor ouderparticipatiecrèches (35610) (Hamerstukken), TK
- 2021-02-03 13:00: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2020-2021 |
35 610 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met het opnemen van regels voor ouderparticipatiecrèches
Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 13 januari 2021
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
In artikel I, onderdeel H, wordt in het voorgestelde artikel 1.60b, eerste lid, eerste volzin, «2 jaar» vervangen door: «1 jaar en 3 maanden».
Toelichting
In het voorstel van wet tot wijziging van de Wet kinderopvang in verband met het opnemen van regels voor ouderparticipatiecrèches was een aanloopperiode van twee jaar opgenomen. In die periode moet een nieuwe ouderparticipatiecrèche (opc) aantonen kwaliteit en continuïteit te kunnen waarborgen en hebben de ouders geen recht op kinderopvangtoeslag. De twee jaar is afgeleid van de huidige handelwijze van de toezichthouder. Na de start van een kindercentrum wordt drie maanden na registratie een onderzoek uitgevoerd. De praktijk leert dat een nieuw kindercentrum dan nog niet op volle toeren draait. In het daaropvolgende kalenderjaar wordt het vervolgonderzoek gedaan. Op dat moment kan verwacht worden dat een nieuw kindercentrum op volle kracht draait en kan de toezichthouder zich een reëel beeld vormen van de opvanglocatie. Het onderzoek biedt tevens handvatten voor toekomstige onderzoeken en de te controleren inspectieonderdelen voor die locatie. Met deze huidige handelwijze is daar een periode van om en nabij de twee jaar gemoeid.
Bezien is of voor ouders die hun kind onderbrengen bij nieuwe opc’s eerder recht op kinderopvangtoeslag kan ontstaan, door verkorting van de aanloopperiode. Daarbij is van belang dat verkorting niet ten koste zou gaan van de geboden opvangkwaliteit en de oordeelsvorming daarop. De uitkomst is dat een aanloopperiode van een jaar en drie maanden minimaal nodig is om een reëel beeld te krijgen van de praktijk van een startende opc, mede op basis van het onderzoek na registratie en het vervolgonderzoek die de toezichthouder in deze periode uitvoert. Dit zal aanpassing in de planning van de toezichthouder vergen, omdat het een kortere periode behelst dan in de huidige toezichtpraktijk, maar is wel haalbaar. Dit betekent dat na het onderzoek na registratie, de nieuwe opc een jaar heeft om te laten zien dat het kwalitatief goede en bestendige opvang kan bieden. Het vervolgonderzoek na registratie vindt namelijk plaats in het daaropvolgend kalenderjaar.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
B. van ‘t Wout