Preventie (medische-, leefstijl- en infectiepreventie)/verslavingszorg/drugsbeleid (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2021D04496, datum: 2021-02-01, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2021-02-01 13:30: Preventie (medische-, leefstijl- en infectiepreventie)/verslavingszorg/drugsbeleid (Notaoverleg), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Preventie (medische, leefstijl- en infectiepreventie) / verslavingszorg / drugsbeleid
VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 1 februari 2021 overleg gevoerd met de heer Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, over:
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 2 april 2020 inzake reactie op de petitie van de Aortastichting met betrekking tot AAA-screening (32793, nr. 476);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 30 april 2020 inzake wijzigingen in de reguliere programma's van neonatale screening en vaccinatie (32793, nr. 478);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 12 juni 2020 inzake publieksvoorlichting bevolkingsonderzoek borstkanker (32793, nr. 483);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 1 juli 2020 inzake onderzoek Jeugd en Riskant Gedrag 2019 (35300-XVI, nr. 166);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 8 juli 2020 inzake preventie longkanker (32793, nr. 489);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 29 juni 2020 inzake Vaccinatiegraadrapport 2019 en Voortgang "Verder met vaccineren" (32793, nr. 485);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 7 juli 2020 inzake stand van zaken Preventie in het zorgstelsel en de gecombineerde leefstijlinterventie bij overgewicht (32793, nr. 486);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 3 september 2020 inzake rapport RIVM onderzoek suikertaks (32793, nr. 492);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 4 september 2020 inzake beantwoording vragen commissie over de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid (LNG) 2020-2024 (Kamerstuk 32793-481) (32793, nr. 493);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 25 mei 2020 inzake Landelijke Nota Gezondheidsbeleid (LNG) 2020-2024 (32793, nr. 481);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 22 september 2020 inzake reactie op verzoek commissie over een afschrift van het antwoord op de brief van Transgender Netwerk Nederland (TNN) over de deelname van transgender personen aan bevolkingsonderzoeken (32793, nr. 495);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 5 oktober 2020 inzake bevolkingsonderzoeken op Caribisch Nederland (32793, nr. 498);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 30 oktober 2020 inzake antwoorden op vragen commissie over onder andere de voortgangsbrief Nationaal Preventieakkoord (32793, nr. 503);
de brief van de minister voor Medische Zorg en Sport d.d. 18 december 2019 inzake evaluatie en vervolg van Actieplan Etikettering van Levensmiddelen 2016 (31532, nr. 236);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 28 januari 2020 inzake reactie op verzoek commissie om een reactie op de petitie van het Diabetes Fonds over "Schrap kortingen op suikerbommen" (32793, nr. 472);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 11 mei 2020 inzake toezeggingen en onderzoeksresultaten thema's preventie en gezonde leefstijl (32793, nr. 479);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 22 juni 2020 inzake voortgangsbrief Nationaal Preventieakkoord (32793, nr. 484);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 27 oktober 2020 inzake prioritering binnen doelgroep Nationaal Programma Grieppreventie (32793, nr. 501);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 2 november 2020 inzake reactie op verzoek commissie inzake petitie "Burgerinitiatief verlagen leeftijd bevolkingsonderzoek darmkanker naar 50 jaar", namens actiegroep "Red 1000 levens" (32793, nr. 505);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 5 november 2020 inzake rapport Gezonde Schoollunch (32793, nr. 506);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 13 november 2020 inzake ontwikkeling nieuwe aanpak productverbetering en voedselkeuzelogo Nutri-Score (32793, nr. 507);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 13 november 2020 inzake onderzoek alcoholmarketing (27565, nr. 176);
de brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 20 november 2020 inzake kabinetsreactie Gezondheidsraad advies 5G en gezondheid (27561, nr. 51);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 20 november 2020 inzake verminderen van het aantal verkooppunten van tabaks- en aanverwante producten (32011, nr. 79);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 26 november 2020 inzake ontwikkelingen in de bevolkingsonderzoeken kanker (32793, nr. 508);
de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 27 november 2020 inzake Digitale Corona-inclusieve Volksgezondheid Toekomst Verkenning (25295, nr. 764);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 30 november 2020 inzake stand van zaken Nationaal Preventieakkoord (32793, nr. 510);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 4 december 2020 inzake deelname Rijksvaccinatieprogramma ten tijde van COVID-19, HPV-vaccinatie, Lareb en Waterpokken (32793, nr. 511);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 9 december 2020 inzake onderzoeken middelengebruik mbo-hbo-studenten, houding ouders en jaarcijfers alcohol bij SEH's (32793, nr. 514);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 9 december 2020 inzake informatie over een aantal tabaksgerelateerde onderwerpen (32011, nr. 80);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 december 2020 inzake preventie gehoorschade door versterkte muziek (32793, nr. 513);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 december 2020 inzake preventie en gezonde leefstijl (25295, nr. 840);
de brief van de minister voor Medische Zorg en Sport d.d. 17 december 2020 inzake voortgang PrEP-verstrekking (29477, nr. 688);
de brief van de minister voor Medische Zorg en Sport d.d. 3 december 2019 inzake THC-monitor 2018-2019 en drie cannabisrapporten (24077, nr. 451);
de brief van de minister voor Medische Zorg en Sport d.d. 18 december 2019 inzake afschrift brief aan PGMCG over thuisteelt cannabis voor medische doeleinden (2019Z25580);
de brief van de minister voor Medische Zorg en Sport d.d. 18 december 2019 inzake afschrift van het antwoord op de brief van Gemeente Zwartewaterland over problematiek medicinale cannabis (2019Z25678);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 4 maart 2020 inzake jaarbericht 2019 van de Nationale Drug Monitor (NDM) (24077, nr. 461);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 17 maart 2020 inzake antwoorden op vragen commissie over de integrale aanpak van lachgas (Kamerstuk 24077-452) (24077, nr. 460);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 9 december 2019 inzake integrale aanpak lachgas (24077, nr. 452);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 15 april 2020 inzake antwoorden op vragen commissie over de voortgangsbrief drugspreventie (24077, nr. 462);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 16 december 2019 inzake voortgangsbrief drugspreventie (24077, nr. 456);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 26 oktober 2020 inzake lachgas voorlichting en preventie (24077, nr. 465);
de brief van de minister voor Medische Zorg en Sport d.d. 13 november 2020 inzake THC-monitor 2019-2020 (24077, nr. 466);
de brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 december 2020 inzake voortgang drugspreventie (24077, nr. 468).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
Lodders
De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
Esmeijer
Voorzitter: Laan-Geselschap
Griffier: Heller
Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Bolkestein, Diertens, Dik-Faber, Van Esch, Van Gerven, Jansen, Kuik, Kuiken, Laan-Geselschap, Renkema en Sazias,
en de heer Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Aanvang 13.30 uur.
De voorzitter:
Collega's, het is 13.30 uur, dus ik wil maar strak beginnen. We hebben
een volle agenda voor vanmiddag. We zijn bij elkaar voor het notaoverleg
van de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport met
het onderwerp Preventie (medische, leefstijl- en infectiepreventie) /
verslavingszorg / drugsbeleid. Het is nogal een volle agenda, wat ik al
zei, met veel invalshoeken. Dat hebben we ook de afgelopen dagen kunnen
zien aan alle mails die daarover binnen zijn gekomen.
Er zijn tot nu toe acht partijen aanwezig. Ik verwelkom namens het CDA
collega Kuik, namens de SP de heer Van Gerven, namens de VVD de heer
Bolkestein, namens de PVV de heer Jansen, namens de Partij van de Arbeid
mevrouw Kuiken, namens de Partij voor de Dieren mevrouw Van Esch, namens
D66 mevrouw Diertens en namens GroenLinks de heer Van Ojik. Op de tweede
rang, maar daarom zeker niet minder van belang ...
De heer Renkema (GroenLinks):
Voorzitter, een kleine correctie op mijn achternaam. Hoewel ik veel
respect heb voor mijn collega Van Ojik, ben ik hem niet.
De voorzitter:
Ik heb zo'n respect voor u, meneer Renkema, dat ik Van Ojik op u
projecteer. Dat is namelijk ook een van de mensen van een andere partij
die mijn respect heeft verdiend de afgelopen jaren.
En dan namens 50PLUS mevrouw Sazias. We hebben een opplussing van de
spreektijd gehad naar zes minuten per fractie. Daar wil ik me strak aan
houden. Ik ben nogal van de tijd. Omdat er zo veel partijen zijn en zo
veel spreektijd, is het voorstel: twee interrupties in tweeën. Mocht het
nou echt anders lopen, dan kunnen we er altijd nog een verandering in
aanbrengen. Maar dat zou wat mij betreft de insteek zijn voor de
vergadering van vanmiddag. Zijn daar nog vragen over? Ik kondig aan dat
namens de ChristenUnie mevrouw Dik-Faber is aangeschoven, welkom. Zijn
er vragen van de collega's? Anders gaan wij van start vanmiddag met het
CDA. Ik kijk ook nog even naar de griffier, is daar nog iets aan toe te
voegen? Nee.
Het CDA, gaat uw gang.
Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter, dank. Er staat inderdaad een behoorlijk aantal punten op de
agenda. Ik begin met kanker. Een op de drie mensen in Nederland krijgt
te maken met kanker. Iedereen die het zelf of in zijn omgeving heeft
meegemaakt, weet dat het om meer gaat dan alleen het bestrijden van
zieke cellen. Het raakt ook je school, je werk, de mensen die van je
houden, je zelfvertrouwen. Laura Maaskant heeft indruk op mij gemaakt.
Zij zei heel duidelijk: ik wil als Laura gezien worden, niet als
ongeneeslijk ziek mens. Melissa zei het onlangs ook zo mooi bij Jinek:
ik bén niet mijn kanker; ik ben Melissa. Precies dat, het kijken naar de
hele mens, kan beter. Ook vanuit Europa is er een strategie tegen
kanker. Ook het KWF pleit al langer voor een nationale aanpak, een
strijdplan. Het CDA vindt het belangrijk dat we een stip op de horizon
zetten en ambitie hebben in de bestrijding van kanker. De overheid heeft
nu natuurlijk al een rol in onderdelen van het bestrijden van kanker,
maar we willen dat de overheid de regie pakt om samen met de wetenschap,
de zorg en het maatschappelijk middenveld te komen tot een veelzijdig
plan dat recht doet aan het maatschappelijk probleem dat kanker is voor
onze samenleving. Dat moet gaan van preventie tot nazorg en ook over de
emotionele kant van de patiënt en de familie. De overheid zou hier wat
het CDA betreft een regierol in moeten nemen en met een nationaal
actieplan voor kankerbestrijding moeten komen.
Voorzitter. Ik ga door naar het volgende onderwerp: leefstijlpreventie.
Dat gaat niet alleen over gezonder leven. Dat gaat ook over kansen
krijgen en volop mee kunnen doen. We zien een kloof tussen mensen met
een lagere sociaal-economische status en een hoge ses. In sommige wijken
in Rotterdam heeft een op de vier kinderen overgewicht. Dit vergt een
brede aanpak. Bij kinderen die overgewicht hebben, is het hele gezin
deel van de oplossing. We zien dat gemeenten daar hun steentje aan bij
willen dragen. Wij vinden ook dat gemeenten moeten kunnen ingrijpen om
bijvoorbeeld makkelijk grote fastfoodketens te weren en een maximum te
stellen aan het aantal fastfoodzaken per gebied. Want die vrije blije
liberale markt heeft ervoor gezorgd dat grote Amerikaanse fastfoodketens
over de rug van de gezondheid van vaak de allerarmsten geld
verdienen.
De voorzitter:
Mevrouw Kuik, u heeft een interruptie van mevrouw Kuiken.
Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik ben wat nieuwer in dit domein, maar ik zoek meteen bondgenoten. Dat
doe ik maar even naar aanleiding van dit pleidooi. De
gezondheidsverschillen blijven onverminderd groot. Dat roepen wij
eigenlijk al jaren, maar het komt niet tot concrete acties. Nu pleiten
gezondheidseconomen als Jochen Mierau om tot collectieve
gezondheidsdoelen te komen, net zoals we dat nu hebben gedaan met de
klimaatdoelen en het Klimaatakkoord.
De voorzitter:
Graag kort.
Mevrouw Kuiken (PvdA):
Mijn vraag is eigenlijk of het CDA daarvoor voelt.
Mevrouw Kuik (CDA):
Het is natuurlijk maar net hoe je het noemt, wat de woorden zijn.
Leefstijlpreventie gaat natuurlijk over het zetten van stippen op de
horizon. Wij vinden het belangrijk dat de gemeentes die daarin stappen
willen zetten, daarvoor de tools hebben. Ik vraag me af of dat nu
mogelijk is. We horen van de gemeente Rotterdam: we willen wat doen aan
de balans in onze stad, want we zien veel te veel fastfoodketens en daar
kunnen we weinig aan doen. Ik vraag de staatssecretaris welke wettelijke
middelen er zijn en wat we zouden moeten toevoegen om daar meer grip op
te krijgen. Want nu is het een vrije en blije liberale markt, maar dit
gaat wel ten koste van de gezondheid van mensen.
De voorzitter:
Mevrouw Kuiken, uw tweede vraag.
Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik zal er in mijn eigen inbreng nader op ingaan, maar ik denk dat we de
gezondheidsdoelen nu gewoon wettelijk moeten verankeren, zoals we ook
doen met de klimaatdoelen en het Klimaatakkoord. Want anders blijft het
vrijheid troef. Ik zit al wat langer in dit huis en ik kan me Agnes
Wolbert nog herinneren, een oud-Kamerlid dat hier vol vuur over sprak.
Dat geldt natuurlijk ook voor de heer Van Gerven van de SP. Ik denk dat
het tijd is voor meer wettelijke verankering en actie.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Van Esch.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Mevrouw Kuik mag er van mij ook nog wel op antwoorden, hoor.
De voorzitter:
U mag er zeker nog op antwoorden. Sorry, mijn interpretatie was ... Gaat
uw gang.
Mevrouw Kuik (CDA):
Dank, voorzitter. Ik denk dat wij daarover ook niet van mening
verschillen. Ik denk dat een heleboel collega's in deze commissie met
ons delen dat we stippen op de horizon moeten zetten om de verschillen
tussen de lagere sociaal-economische groep en de hogere
sociaal-economische groep te overbruggen, want die kloof is gewoon nog
veel te groot. Dat zal met preventie moeten, maar het is veel breder.
Het gaat ook over schuldenproblematiek. Je moet naar het veel bredere
plaatje kijken als je die kloof wilt overbruggen. Daar moeten we zeker
doelen op zetten, dus ik denk dat we gewoon op één lijn zitten.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik ben blij om te horen dat ook het CDA vindt dat gemeentes de
mogelijkheid moeten krijgen om fastfoodketens te weren. De Partij voor
de Dieren heeft dat al in verschillende gemeentes geprobeerd, maar daar
kregen we helaas weinig steun. Het is fijn dat dat landelijk wel zo is.
Vorige week kwam in Nieuwsuur een wetenschapper van de UvA aan het
woord. Hij gaf aan dat het vrij makkelijk is om dit te doen, namelijk
door een wijziging van de Warenwet. Ik ben benieuwd of u het met de
Partij voor de Dieren eens bent dat een wijziging van de Warenwet iets
is wat we vrij makkelijk aan de staatssecretaris kunnen vragen, zodat we
deze gemeentes daar heel snel mee kunnen helpen.
Mevrouw Kuik (CDA):
Ik ben er ook trots op dat Sven de Langen, wethouder van het CDA in
Rotterdam, dit zo op de kaart zet. Het is hem menens, want dit gaat over
de rug van de allerarmsten. Grote ketens verdienen daaraan. Wij kijken
welke wettelijke mogelijkheden er al zijn en wat er nog nodig is als dat
onvoldoende kan, want we horen van de gemeentes dat de instrumenten die
ze hebben, onvoldoende zijn om mee te werken. Dus ja, deze vraag speel
ik graag door aan de staatssecretaris, want wij vinden die ook
interessant. Zou de Warenwet een oplossing kunnen zijn om gemeenten meer
instrumenten in handen te geven om balans in een stad aan te kunnen
brengen?
De voorzitter:
Mevrouw Van Esch, uw tweede vraag.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik ben het daarmee eens, maar we weten al dat dat kan. Daar zijn al
onderzoeken naar gedaan en er is al aangegeven welke wijzigingen er
nodig zijn. Dus laten we als Kamer niet weer gaan onderzoeken hoe de
gemeentes dit kunnen gaan doen, want dan gaan we weer vertraging
aanbrengen in het systeem, terwijl wetenschappers al hebben aangegeven
dat er opties zijn. Ik hoop dat het CDA het met de Partij voor de Dieren
eens is dat we geen seconde langer kunnen wachten. We doen nu een oproep
aan de gemeentes, dus laten we als Tweede Kamer niet weer een onderzoek
uit gaan voeren naar de mogelijkheden, maar de mogelijkheden die er zijn
gewoon grijpen. Ik hoop van harte dat ik daarin steun krijg van het
CDA.
Mevrouw Kuik (CDA):
Daar is geen verschil van mening over. We moeten de gemeenten nu de
instrumenten in handen geven om hierop te kunnen handelen. Ik vraag de
staatssecretaris vooral of we iets over het hoofd hebben gezien waardoor
het nu al kan. Zo niet, dan moeten we kijken wat we moeten doen, want de
gemeenten moeten aan de slag kunnen.
De voorzitter:
U kunt verder met uw betoog.
Mevrouw Kuik (CDA):
Dan kom ik bij het kopje tabak. In de afgelopen jaren zijn er grote
stappen gezet richting een rookvrije generatie. Ik ben blij dat het
aantal verkooppunten van tabak in supermarkten dankzij de
motie-Kuik/Dik-Faber in de komende tijd drastisch naar beneden gaat, tot
2024. Dat is een belangrijke stap. Ik vraag de staatssecretaris wel hoe
hij dit voorbereidt, zodat het daadwerkelijk in 2024 stopt. Is er al
sprake van afbouw? De staatssecretaris heeft een nulmeting gedaan. Op
welke manier houdt hij in de gaten hoeveel verkooppunten er verdwijnen
dan wel erbij komen? Hoe wordt ook voorkomen dat er bedrijfjes bij komen
via subbedrijfjes van supermarkten? Ik denk daarbij ook even aan de
slijterijen. Ik wil graag dat de staatssecretaris dit in de gaten houdt,
want we zijn verder van huis als de supermarken van een kleine
dependance een tabakspeciaalzaak gaan maken.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Van Gerven.
De heer Van Gerven (SP):
Ik wil nog even terugkomen op het vorige punt. Ongezonde omstandigheden
maken ongezonde mensen. En een ongezond aanbod leidt ook tot ongezond
gedrag. Mevrouw Kuik hield ook een betoog over de sociaal-economische
gezondheidsverschillen. Zou het, omdat we in de praktijk zien dat het
niet goed gaat, niet een goed idee zijn om de kindermarketing op
ongezonde producten te verbieden?
Mevrouw Kuik (CDA):
Ja. Bij mijn weten gaat dat ook gebeuren, of ik moet iets hebben gemist.
Als ik iets heb gemist, dan sta ik daar helemaal achter. Zeker. Volgens
mij moet je kindermarketing vooral inzetten op gezonde producten,
bijvoorbeeld broccoli.
De heer Van Gerven (SP):
Nou, dan zullen we daartoe een motie indienen, want dat is interessant.
Er is geen verbod op marketing van ongezonde producten. Maar dat biedt
hoop, zeker nu het kabinet zich in een demissionaire status bevindt. 82%
of driekwart van het aanbod is ongezond, met name als we zien wat
supermarkten aanbieden voor kinderen. Maar goed, ik ben blij dat ook het
CDA vindt dat er een verbod moet zijn op kindermarketing van ongezonde
producten. Dan heeft de staatssecretaris toch nog werk omhanden. Dat
gunnen wij hem graag.
Mevrouw Kuik (CDA):
Ik hoor dat het verbod er nog niet is, maar dat de staatssecretaris daar
wel hard mee aan de slag was, dus ik hoor graag wat de stand van zaken
daarvan was. Wat ik al zei: zet die kindermarketing vooral in voor
gezonde producten, zoals fruit en groente.
Voorzitter. Afsluitend nog over de tabakspunten. Kan de staatssecretaris
ons ook een update geven van het experiment waarbij mensen met een
ernstige rookverslaving klinische hulp krijgen? Begrijp ik goed dat de
effecten hiervan nu niet worden onderzocht? Dus dat de pilot wel loopt,
maar dat de effecten niet worden onderzocht? Dat zou volgens mij
onhandig zijn, want we willen graag weten wat de uitkomsten zijn.
Voorzitter. Er is iets goed mis met onze samenleving als een op de vijf
vrouwen tussen de 18 ...
De voorzitter:
Excuus. Voordat u naar uw volgende punt gaat, heeft u nog een
interruptie van meneer Renkema.
De heer Renkema (GroenLinks):
Ja, nog even over tabak, want u ging al door naar het volgende punt. Het
klopt dat er grote stappen worden gezet, ook richting 2024. Maar nou
geldt voor tankstations en ook zogenaamde gemakszaken dat die nog tot
2030 verkooppunt kunnen zijn in het huidige beleid. Wat vindt het CDA
daarvan? Het duurt nog een paar jaar tot 2024, dus zou het niet zo
moeten zijn dat dan ook die tankstations en andere plekken daaronder
gaan vallen? Zouden we het dus niet in de tijd naar voren moeten
halen?
Mevrouw Kuik (CDA):
Het is natuurlijk van belang dat we het aantal verkooppunten drastisch
naar beneden brengen. Het grootste aandeel wordt gevormd door de
supermarkten. De supermarkten zijn natuurlijk ook de zaken waar
levensmiddelen worden verkocht. Als je het CDA vraagt waar onze
prioriteit ligt: wij hebben ervoor gekozen om vol in te zetten op die
supermarkten. Ja, de tankstations hadden wij ook in een motie staan,
maar we hebben afspraken gemaakt in de tijdlijn en de tankstations zijn
verder in de tijdlijn gezet. Die supermarkten beslaan zo'n 40% van het
aantal verkooppunten, dus daar maken we gewoon een hele grote klapper
mee. We wonen niet allemaal in de stad, dus bij die gemakszaken vinden
wij het belangrijk om ook goed te kijken naar de regiogebieden en hoe
het daar verdeeld is. Want je wilt ook voorkomen dat als gemakszaken
niet meer mogen, er dan allemaal extra zaakjes oppoppen. Dus ik vind dat
wel een belangrijk punt. In de brief van de staatssecretaris staat ook
dat er wel goed over wordt nagedacht wat voor effecten dat dan heeft. In
een plattelandsgebied kan net de Primera het punt zijn waar mensen tabak
halen. Als we die sluiten, wat gebeurt er dan? Komen er dan allemaal
speciaalzaken voor terug? Dat willen wij goed uitgezocht hebben. Het is
wel belangrijk om dat helder te hebben voordat je verdere stappen
zet.
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik moet eerlijk zeggen dat ik het voorbeeld van de Primera wel wat
ongelukkig vind, want dat is nou net een keten die helemaal draait om
tabak en die eigenlijk voor een belangrijk deel is ontwikkeld door de
tabaksindustrie. Dan kun je wel zeggen "het is een gemakszaak", maar het
is gewoon een tabakszaak. Ik vind het argument van de regio wat dat
betreft ook helemaal niet sterk; alsof iedereen in Nederland op
loopafstand van een supermarkt woont. Dat is niet het geval. Ik begrijp
niet dat het CDA zegt: nou ja, daar zijn indertijd afspraken over
gemaakt. In de brief van het kabinet schrijft de staatssecretaris zelf
dat als we van 2030 naar 2024 zouden gaan, die beleidsoptie mogelijk
210.000 mensen van het roken afhoudt en mogelijk tot 100.000
sterfgevallen kan voorkomen. Waarom kiest het CDA dan toch voor zo'n
milde aanpak ten aanzien van de gemakszaken en de tankstations? Dat
begrijp ik werkelijk niet.
Mevrouw Kuik (CDA):
Ik stoor me hier ook wel weer een beetje aan. We hebben hier echt
gigantische stappen gezet. Samen met mevrouw Dik-Faber hebben wij de
stap gezet om het aantal verkooppunten te halveren. Het is dus een
beetje flauw hoe dat wordt weggezet. Dan het punt van de regio. Volgens
mij denkt de heer Renkema vooral aan de stad, waar veel meer aanbod van
tabak is. Het liefst hebben wij zo min mogelijk aanbod en willen wij zo
snel mogelijk naar een rookvrije generatie — laat dat helder zijn — maar
er zullen altijd mensen zijn die roken, verslaafd zijn en dat blijven
doen. Ik vind dat je dan wel oog moet hebben voor de regio en dat je dan
ook moet kijken naar de vraag hoe dat verdeeld is. Het hoeft geen grote
hoeveelheid te zijn, maar ik vind wel dat je erover moet nadenken, want
als er in plaats daarvan allemaal speciaalzaken bij komen, waaronder
dependances van supermarkten, dan zijn we verder van huis dan met het
doel dat wij nu stellen. Ik vind het dus wel belangrijk om dat van
tevoren afgekaart te hebben.
De voorzitter:
De heer Renkema voor zijn tweede interruptie.
De heer Renkema (GroenLinks):
Mijn derde reactie in dit geval. Volgens mij moeten we af van het roken,
dus die ambitie delen we. Ik denk dat de oplossing echt gelegen is in
een vergunningenstelsel. Ik deel de zorg van mevrouw Kuik dat dat er
niet toe moet leiden dat we straks in elke supermarkt een soort
gespecialiseerde aparte winkel hebben waar dan weer tabak wordt gekocht.
Wat ik alleen niet begrijp, is het gemak waarmee wordt gezegd: voor 2024
doen we dat wel voor de supermarkten, maar de rest laten we nog even tot
2030. Dat zijn zes heel kostbare jaren. Wij constateren dat het CDA dat
minder belangrijk vindt.
Mevrouw Kuik (CDA):
Dat is klinkklare onzin. Wij denken daar serieus over na. We hebben niet
voor niets die stap gezet naar de supermarkten. Ook richting een nieuw
coalitieakkoord zullen wij als CDA kijken hoe wij extra stappen kunnen
zetten richting die rookvrije generatie.
De voorzitter:
Gaat u verder met uw betoog.
Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter, ik ga door met mijn betoog. Mijn volgende punt gaat over
seksueel overschrijdend gedrag. Dit is misschien wel een beetje een
noodkreet, want ik denk dat er iets goed mis is met onze samenleving als
een op de vijf vrouwen tussen 18 jaar en 24 jaar te maken heeft met
fysiek seksueel geweld. Het gaat om basisprincipes in onze samenleving,
waarbij er steeds nieuwe vormen van contact en nieuwe invloeden op het
gebied van seksualiteit zijn. Als we die niet onderhouden en niet bij de
tijd houden, dan komt dat niet vanzelf goed. Het is goed dat er een
campagne is — dat is de campagne #TotHier — maar dit vergt meer dan een
campagne. Er moet structureel aandacht voor zijn en dat begint bij
preventie. Ik vraag de staatssecretaris om samen met zijn collega's van
OCW en JenV de handen ineen te slaan om te kijken hoe we kwetsbaarheden
verminderen, de weerbaarheid verhogen en daders aanpakken en corrigeren.
In een tijd waarin social media worden ingezet door mensen die kwaad
willen, zou je eigenlijk ook willen dat de overheid en hulpverleners
meer gebruikmaken van diezelfde middelen om in contact te komen met die
jongeren om hen te beschermen.
Voorzitter. Tot slot drugs. Ik heb hier staan: jemig, wat duurt het lang
voordat we lachgas op lijst II van de Opiumwet zien. In deze tijd is
zelfs de lachgasverkoper van Amsterdam — hij noemde zichzelf "de koning"
— tot inkeer gekomen en noemt hij het een gevaarlijke drug. Ik hoor ook
jongeren zeggen: als het nou zo slecht is, dan was het toch allang
verboden? Hoe staat hier nou mee?
Voorzitter. Ik rond af.
De voorzitter:
Dit was uw spreektijd. Uw zes minuten zijn voorbij.
Mevrouw Kuik (CDA):
Oké. Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Van Gerven, gaat uw gang.
De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter. Voorkomen is beter dan genezen. Het is een waarheid voor
iedereen, maar hoe is de praktijk? Hoe gaat het met preventie in
Nederland, in het neoliberale land van Rutte? Filosoof René ten Bos
verwoordde het onlangs zeer treffend: "Heb je gezondheidsproblemen, dan
moet je vooral naar jezelf kijken. Ieder mens is zijn eigen ondernemer.
Gezondheidsproblematiek is dus een soort faillissement van het individu,
dus allemaal eigen verantwoordelijkheid." Maar wat heeft deze politiek
ons gebracht? De gezondheidsverschillen tussen rijk en arm nemen eerder
toe dan af. De publieke sector, die zo cruciaal is voor preventie, is
uitgekleed. De coronacrisis laat zien dat de arme mensen het hardst
worden getroffen. "Als we ons maar gedragen, komt alles goed" roept
Rutte, maar daarmee verdoezelt hij het falen van de overheid bij de
aanpak van corona. Voor het laatst voor de verkiezingen gaan we met deze
staatssecretaris in debat. Laat ik hem vragen terug te blikken op het
preventiebeleid van de afgelopen jaren. Is hij tevreden? Had de overheid
niet veel meer kunnen en moeten doen en, zo ja, wat dan? Wat wil hij nog
doen in de tijd die hem nu nog gegeven is? Tenminste, als
staatssecretaris; ik wil het niet te dramatisch maken! Waar staat hij in
het politieke discours als het gaat om de mantra van de eigen
verantwoordelijkheid? Het Preventieakkoord is toch het paradepaard van
deze staatssecretaris. Ik loop enkele zaken daaruit langs.
Allereerst gezond eten en gezond gewicht. We moeten toe naar een gezond
eetpatroon met de Schijf van Vijf als leidraad. Waarom is niet het
uitgangspunt gehanteerd om het aanbod gezond te maken als je wil dat
mensen gezond eten? De supermarkten moeten consumenten verleiden tot het
kopen van gezonde producten uit de Schijf van Vijf. Maar wat is de
praktijk? In bijna elke supermarkt worden ongezonde impulsaankopen
gestimuleerd door deze bij de kassa aan te bieden. 82% van de
folderaanbiedingen gaat over ongezonde producten. Kindermarketing van
ongezonde producten gaat gewoon door. De levensmiddelenindustrie geeft
aan dat er bij haar achterban geen draagvlak is voor de aanscherping van
de reclamecode. Dan is toch mijn vraag aan de staatssecretaris of we
niet moeten overgaan tot harde wetgeving.
Ook wijs ik op het terrein van de samenstelling van producten. Het harde
frituurvet en het harde vet met veel transvetten kosten 1.000 doden per
jaar ten opzichte van wanneer we vet zouden gebruiken zonder
transvetten, zonder harding. De Wereldgezondheidsorganisatie pleit ook
voor een verbod daarop. Wij soebatten daar al jarenlang over, net als
over de hoeveelheden suiker, zout en vet in producten. Waarom stellen we
geen harde normen, zo vraag ik de staatssecretaris, aan hoeveel er in
een product mag zitten. Waarom stellen we gezondheid niet boven de markt
en winstbejag?
Als we een inschatting maken van de effecten van het Preventieakkoord,
is er veel scepsis over de resultaten als het gaat om gezonde voeding en
problematisch alcoholgebruik. De producten en verkopers zaten namelijk
ook aan tafel. De preventieve doeleinden die werden geformuleerd, werden
dus gefrustreerd door financiële belangen. Want welk belang heeft
Heineken nu bij het verkopen van minder bier? De indruk bestaat dat de
tabaksparagraaf toch relatief wat scherper was dan die op de andere
tafels. Dat had zeker ook te maken met het feit dat de tabaksindustrie
niet aan tafel zat. Vindt de staatssecretaris dit ook? Zouden we bij
nieuwe preventieakkoorden of vervolgtafels niet moeten afspreken dat
financieel belanghebbenden daar geweerd worden?
De tabaksindustrie is dodelijk en kent eigenlijk geen scrupules. In deze
tijd zegt de directeur van de brancheorganisatie van de Nederlandse
tabaksindustrie: mensen roken niet omdat de industrie er is, maar omdat
mensen graag roken. Ook zegt hij, in deze tijd, in 2021, dat het
verslavingsprobleem erg wordt overdreven. Het doel is een rookvrije
generatie in 2040, maar hoe gaan we die bereiken als de verkooppunten
van tabak in tankstations pas in 2030 worden aangepakt? Waarom niet
doorpakken en de verkoop van tabak beperken tot tabakspeciaalzaken, en
een vergunningstelsel invoeren, een maatregel waarvan verwacht mag
worden dat hij effectief is?
Ik kom terug op de coronacrisis. Corona heeft een ernstiger beloop bij
dikke mensen en mensen die bijvoorbeeld COPD hebben door het roken. We
zien dat de GGD onvoldoende in staat is om alles te doen wat nodig is.
De afgelopen twintig jaar is de GGD uitgebeend, onopvallend en
sluipenderwijs, maar met grote gevolgen. De koepel voor artsen
Maatschappij en Gezondheid, waarvan er velen bij de GGD werken, heeft
becijferd dat we in Nederland in 2000 1.200 artsen Maatschappij en
Gezondheid hadden. Nu is dat met 40% gedaald tot 700.
De voorzitter:
U heeft een interruptie, meneer Van Gerven.
De heer Van Gerven (SP):
Oké, dan stop ik even.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Ik wil even terugkomen op het vorige punt over roken, sigaretten en
verkooppunten. Daar wordt veel over gesproken, en ook over het aanbod
van gezonde producten. Daar heeft de heer Van Gerven het ook over. Maar
ik ben benieuwd wat Van Gerven vindt van het feit dat wij het goedvinden
dat in sigaretten zelf benzeen, formaldehyde en arsenicum zit. Is de
heer Van Gerven het met 50PLUS eens dat juist die stoffen verboden
zouden moeten worden in sigaretten?
De heer Van Gerven (SP):
Ja, zeker. Ik weet niet of er arsenicum in mag zitten; volgens mij is
het niet de bedoeling dat dat in sigaretten zit. Alle giftige stoffen
uit sigaretten weren zal niet meevallen, want het is een
verbrandingsproces, dus je krijgt van alles binnen. Maar hoe minder erin
zit, hoe beter. Wij zijn met name groot voorstander van het terugdringen
van het nicotinegehalte in sigaretten, want als je dat drastisch
verlaagt, verminder je ook de kans op verslaving.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Precies; dat is namelijk juist het punt. Tabak alleen zou veel minder
verslavend zijn als er geen stoffen bij gestopt worden die de verslaving
juist ernstiger maken. Er zit arsenicum in, polonium, DDT, echt de meest
verschrikkelijke stoffen. Als mensen nou graag willen roken en we alleen
tabak in die sigaretten stoppen, dan zou de verslaving vermoedelijk al
een heel eind teruglopen.
De heer Van Gerven (SP):
Dat is een constatering. Die deel ik.
De voorzitter:
Dan heeft u vervolgens nog een interruptie, van mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik dacht: ik pak toch even mijn kans nu mijn buurvrouw ook vragen heeft
gesteld over tabak. Ik heb ook nog een vraag. De heer Van Gerven en ik
zitten allebei al een tijdje in de Kamer. Ik kan me nog herinneren dat
de SP tegen het rookverbod in de horeca was. Dat vonden ze geen goed
idee. Ik hoor de heer Van Gerven vandaag een pleidooi houden om het
aantal verkooppunten te beperken. Ik vraag me af: waar staat de SP nu
precies? Het was tot nu toe een vrij wankelmoedig beleid. Gaan we nu wel
steun krijgen van de SP voor het verminderen van het aantal
verkooppunten en voor het verhogen van de accijnzen op tabak?
De heer Van Gerven (SP):
In 1996 was het de SP die het eerste voorstel deed om alleen maar tabak
te verkopen in tabakspeciaalzaken. Mevrouw Dik-Faber heeft het over ons
voorstel van ruim tien jaar geleden, denk ik, om het toe te staan in
kleine cafés die moeilijk in staat waren om ruimtes te creëren om te
mogen roken. Daar was toen discussie over. Inmiddels is de situatie
natuurlijk drastisch gewijzigd. Dat geldt ook voor het besef bij de
bevolking en de sfeer. Wij zijn daar dus geen voorstander van. Wij zijn
voor een aanpak waarbij tabak alleen wordt verkocht in
tabakspeciaalzaken. Ik hoop dat ook de ChristenUnie die steunt. Dat zou
een aanmerkelijke aanscherping betekenen ten opzichte van de huidige
voorstellen die het kabinet doet.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Volgens mij hoeft de SP zich niet zo veel zorgen te maken over de
ChristenUnie. Het is goed om te horen dat de SP-fractie nu ook
ondubbelzinnig achter een nieuw tabaksbeleid staat, namelijk het
aanzienlijk beperken van het aantal verkooppunten tot
tabakspeciaalzaken. Ik heb nog niks gehoord over de accijnzen. Gaan die
bij de SP ook omhoog? We weten uit andere landen namelijk dat het
verhogen van de accijns ook enorm helpt.
De heer Van Gerven (SP):
Wij hebben de voorstellen voor accijnsverhogingen die het kabinet heeft
gedaan gesteund. Aanvankelijk zouden die meer omhoog gaan, maar dat is
weer teruggeschroefd onder invloed van de VVD, die we als zodanig ook
kennen. Maar het was de SP die een aantal jaren geleden ook een voorstel
heeft gedaan om de tabaksaccijnzen te verhogen en om de opbrengst
daarvan in te zetten in een preventiefonds. Wij zouden het een heel goed
idee vinden als dat weer zou gebeuren.
De voorzitter:
Ik denk dat u uw betoog kunt vervolgen.
De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter. Ik was gebleven bij de artsen Maatschappij en Gezondheid. Ik
wou de staatssecretaris vragen hoe hij dat beoordeelt. We hebben dus van
die artsengroep 40% minder artsen in Nederland, terwijl er 40% meer
huisartsen en specialisten zijn. Zouden we dus eigenlijk niet meer
artsen moeten opleiden en de vervolgopleiding van de artsen Maatschappij
en Gezondheid gelijk moeten trekken met de opleiding tot medisch
specialist en huisarts?
En dan afrondend, voorzitter. Is de staatssecretaris er voorstander van
om een preventiefonds in het leven te roepen, vergelijkbaar met het
Deltafonds en het Deltaplan, dat is gefinancierd uit algemene middelen
en bijvoorbeeld ook wordt gevoed met tabaks- en alcoholaccijnzen? Dan
kunnen we namelijk langdurig preventieve activiteiten waarborgen en
betalen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Keurig binnen de tijd. Ik geef graag het woord aan de heer Bolkestein
van de VVD.
De heer Bolkestein (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Gezondheid is het belangrijkste dat we hebben,
misschien wel het allerbelangrijkste. Het is de basis waarop we ons
kunnen ontwikkelen tot mens. Alles wat we nastreven is eigenlijk gebouwd
op een goede, in ieder geval lichamelijke en ook geestelijke,
gezondheid. Dus alles wat we willen als politieke partij, als VVD, maar
ik denk elke partij, en alle idealen die we hebben, beginnen eigenlijk
bij die basis van een mens. Daarom heeft die ook alle aandacht.
Gezondheid kan natuurlijk gewoon het gevolg zijn van pech of geluk
hebben. Er is een heleboel wat we niet kunnen uitsluiten en wat we als
samenleving niet naar ons toe kunnen trekken. We kunnen niet alles
regelen. Maar er zijn toch ook heel veel dingen waar we wel iets aan
kunnen doen. Daar gaat dit debat natuurlijk over: over wat we wél kunnen
doen. Dan is de vraag natuurlijk "wat?", maar de vraag is ook wel
"wie?". Dan zie ik eigenlijk drie partijen. Kijken we naar de mensen
zelf, kijken we naar de samenleving, naar het bedrijfsleven, of kijken
we naar de overheid? Wat ons betreft moet er altijd een balans zijn
tussen die drie: wijzelf, de maatschappij en de overheid. Dan geldt toch
een beetje dat hoe dichterbij de gezondheid komt, hoe persoonlijker het
is. Het individu is zelf degene die 's ochtends op de weegschaal staat
en naar zichzelf kijkt. Het individu is zelf degene die besluit om iets
te eten of niet te eten en iets te drinken of niet te drinken. De
overheid kán helemaal niet zo ver in het leven van mensen ingrijpen. De
vraag is natuurlijk ook of je dat moet willen. De overheid gaat niet
voor ons fietsen, wandelen, tennissen of voetballen. Wat de overheid kan
doen, is ons daarin stimuleren, ons helpen om dat te doen en
belemmeringen wegnemen. Een voorbeeld daarvan zijn de gecombineerde
leefstijlinterventies. In die programma's nemen mensen zelf het
initiatief om naar een hulpverlener toe te gaan en te zeggen dat ze hulp
nodig hebben: ik wil zelf mijn leven veranderen. Op dat moment moet
alles klaarstaan bij de overheid om mensen te helpen.
Mevrouw Diertens (D66):
Over de gecombineerde leefstijlinterventie hebben we het al eerder
gehad. Er zijn natuurlijk hulpverleners die via de POH of de huisarts
een dergelijk programma kunnen bieden, maar dat programma is nog niet
helemaal toegankelijk voor kinderen, begreep ik. Ook is het aanbod
vanuit sportscholen er nog niet helemaal. Doelt u daar ook op als u
vraagt of die interventies meer gefaciliteerd kunnen worden?
De heer Bolkestein (VVD):
Het was een vrij algemeen betoog tot nu toe, maar als u meteen de diepte
in wil gaan: ja, dat nemen we daar zeker in mee.
We hebben geen aantekeningen gedeeld volgens mij, maar mijn volgende
punt was wel de integratie die er moet zijn van sport in ons leven.
Sport is niet iets wat op een sportveld of op een sportschool ergens ver
weg gebeurt. De winst valt te behalen op het moment dat we zaken weten
te delen. Dan delen we bijvoorbeeld de kinderdagopvang met een
sportlocatie. Of we laten iemand van een sportschool, die ons helpt om
fit te blijven, meteen ook iets vertellen over ons eten. Integratie van
al die dingen is belangrijk en de overheid kan daarbij helpen. Met name
voor kinderen geldt daarbij dat financiële problemen van ouders nooit
gevolgen mogen hebben voor de vraag of kinderen sporten of niet.
Iedereen heeft het graag over kinderen, maar laten we de ouderen vooral
niet vergeten. Ook bij ouderen kunnen er financiële problemen spelen,
maar met name voor ouderen is sport een binding, en dat moet ook zo
blijven.
Ik wil nu iets zeggen over de taken voor de overheid. Behalve dat die
overheid mensen op deze punten moet helpen, zijn er ook taken die alleen
de overheid maar kan oppakken. Dat zit met name in de hoek van de
medische preventie. Bevolkingsonderzoeken bijvoorbeeld besparen
individuen veel leed en de maatschappij veel geld. Dat zijn dingen die
individuen niet kunnen; dat is een hele harde taak voor de overheid.
Daarom is het ook goed om daarop te letten. Nederland is goed in
bevolkingsonderzoeken, maar het zou mooi zijn als we
capaciteitsproblemen, zoals we die nu zien bij het borstkankeronderzoek
en bij de invoering van de dertienwekenscan, vóór zijn, zodat die dingen
sneller gaan.
Tot slot wil ik toch iets zeggen over het bedrijfsleven en de branche
zelf. Ik heb net gehoord dat andere sprekers direct naar wetgeving
neigen. Het probleem dat de VVD daarbij heeft, is dat wetgeving heel
vaak niet kan. De overheid kan niet alles tot in het detail regelen, dus
exact wat wij eten, hoe het gefabriceerd wordt en hoe het in het schap
ligt. We krijgen dan een samenleving die eigenlijk niet denkbaar en ook
niet wenselijk is.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van GroenLinks.
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik heb een tijdje naar de heer Bolkestein geluisterd en wat we hier
horen is eigenlijk een klassiek VVD-verhaal.
De heer Bolkestein (VVD):
Dank u wel.
De heer Renkema (GroenLinks):
Het is ook uiterst teleurstellend als je dat afzet tegen de crisis waar
we in zitten, want de VVD zegt dat preventie vooral een eigen
verantwoordelijkheid is. Je moet vooral zelf gaan fietsen en zelf gaan
sporten. De overheid kan daar eigenlijk niet zo veel aan doen. Die gaat
niet voor je fietsen. Dat klopt natuurlijk. Maar als hij zegt dat de
overheid eigenlijk niet veel meer kan doen dan nog eens een keer een
screening in een bevolkingsonderzoek, dan zit hij er volgens mij toch
volledig naast. Want we weten uit onderzoek dat de voedselindustrie
oppermachtig is in het beïnvloeden van de keuzes van mensen. Als ik lees
dat de tabaksindustrie de supermarkten ...
De voorzitter:
Het is een interruptie, meneer Renkema, geen betoog.
De heer Renkema (GroenLinks):
Dat weet ik. Mijn vraag komt, hoor. Als ik lees dat de tabaksindustrie
de supermarkten betaalt om producten op ooghoogte te leggen — dat heeft
de heer Bolkestein ook kunnen lezen; dat is allemaal uitgezocht door
Follow the Money — dan kan het toch niet zo zijn dat de VVD zegt dat dit
gewoon keuzes zijn die mensen zelf, individueel, maken? Dan is de rol
van de industrie problematisch. Nu komt mijn vraag. Zou de heer
Bolkestein eens kunnen reflecteren op de rol van de voedselindustrie als
het gaat over de gezondheid in Nederland?
De voorzitter:
Dat was ook uw vierde vraag, dus die was iets langer.
De heer Bolkestein (VVD):
Dan hebben we het wel over twee heel andere dingen. Tabak ligt in
supermarkten uit het zicht. Die ligt dus zeker niet op ooghoogte. U hebt
het over vergoedingen die de tabaksindustrie betaalt aan middenstanders.
Ik zou er niet voor willen pleiten dat die vergoedingen verdwijnen. Ik
denk dat middenstanders dat geld hard nodig hebben. Dat moet niet in de
zak van de tabaksindustrie blijven. We moeten dat niet proberen te
voorkomen. Dat mag best ten goede komen aan de middenstanders die daar
hard voor werken.
Ik had het over de verantwoordelijkheid die een branche neemt. Dan
hebben we het over de afspraken die de afgelopen vijf jaar zijn gemaakt
en de convenanten die nog uit de tijd van Edith Schippers stammen,
waarmee er grote stappen zijn gemaakt. Ja, er is zout uit eten gehaald.
Er is suiker uit eten gehaald en vet uit eten gehaald. De tijd van het
idee dat een smaakpanel alleen kijkt naar wat mensen het lekkerst vinden
en dat dat dan ook in het schap wordt gelegd, is allang voorbij. Het is
niet waar dat de branche geen verantwoordelijkheid neemt. De branche
doet dat wel en de overheid moet proberen om de relatie met die branche
goed te houden, want als de overheid alles wil gaan regelen, gaat ze
letterlijk zelf in de keuken staan om alle koekjes te bakken die we in
Nederland eten. Dat kan gewoon niet. Dat is gewoon niet denkbaar. Daar
zou ik dus tegen pleiten.
De voorzitter:
U geeft ruimte aan de heer Van Gerven. Meneer Van Gerven, gaat uw gang.
Dit is de derde.
De heer Van Gerven (SP):
Ja, ik mag nog. Ik kom even terug op het vorige punt van de screening.
Het is goed om te constateren dat de overheid een belangrijke taak heeft
in de bevolkingsonderzoeken. Nu is er veel discussie over de
CT-screening bij longkanker. De staatssecretaris heeft gezegd dat we
verder onderzoek doen, terwijl er toch aanwijzingen zijn dat het bij
longkanker tot een reductie van 26% zou leiden, als je de CT-screening
toe zou passen op bepaalde groepen. Het gaat dus om eerder opsporen en
minder sterfte. Hoe kijkt de VVD daartegen aan? Zou het toch niet zinnig
zijn om die CT-screening in te voeren?
De heer Bolkestein (VVD):
U overvraagt mij een klein beetje. U ben zelf arts, zo begrijp ik. Ik
kan nu niet meteen reageren op de vraag of dit wel of niet zinvol is. Ik
heb alleen gezegd dat dit een taak van de overheid is. Als die reductie
daar mogelijk is, moet dit zeker worden onderzocht en ingevoerd. Ik
wilde afronden.
De voorzitter:
Meneer Van Gerven heeft nog een vraag, zijn vierde.
De heer Van Gerven (SP):
Dan wil ik de vraag toch maar even doorgeleiden naar de
staatssecretaris. Zijn er toch geen mogelijkheden voor CT-screening bij
longkanker? Ik geloof dat dat NELSON-onderzoek heet. Dan weet de
staatssecretaris vast wel waar ik het over heb.
De voorzitter:
Dat was uw vierde interruptie. Meneer Bolkestein.
De heer Bolkestein (VVD):
Ik ga een beetje afronden. Ik voel wel mee met opmerkingen en vragen
zoals: waarom moet je in de supermarkt bij de kassa nog een keer al die
rolletjes snoep zien? Waarom moet je, als je benzine gaat afrekenen, nou
eerst een lange weg afleggen door de winkel en dan bij het afrekenen ook
nog gevraagd worden of je nog een rolletje ROLO wil? Daar begrijp ik ook
niet veel van. Ik zeg niet dat het allemaal prima is op deze manier. Ik
zeg dat de overheid die dingen niet allemaal zelf kan gaan regelen, maar
dat zij wel degelijk de taak heeft om met de branche in gesprek te zijn
en te blijven. Je raakt niet in gesprek met de branche door meteen met
wetgeving te komen. Wetgeving overweeg je op het moment dat je er echt
niet meer uit komt in de vorm van een convenant of met het maken van
afspraken. Dat is mijn punt.
Het laatste punt dat ik zou willen noemen, is dat we niet moeten
vergeten dat we met name bij misbruik, niet bij gebruik, moeten kijken
naar de achtergronden van mensen. De onderzoeken die we kregen in
voorbereiding op dit debat laten duidelijk zien dat er bij misbruik — te
veel vet, te veel eten, te veel roken, te veel drinken — eigenlijk
altijd sprake is van een achtergrond van problemen met wonen, werk of
schulden. Als overheid moeten we vooral bekijken hoe we die
achtergrondproblemen kunnen wegnemen bij mensen, zodat ze voor zichzelf
kunnen zorgen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij door naar de PVV. Nee, we hebben nog een
interruptie van mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Excuses dat ik zo achter u zit, maar dat kon even niet anders. Ik wil
even ingaan op het verbeteren van de productsamenstelling. Ik heb naar
het betoog van de heer Bolkestein geluisterd, waarin hij aangaf dat de
levensmiddelenindustrie heus wel stappen zet. Ik heb in vorige debatten
ook gezegd dat er stappen worden gezet, maar het zijn wel muizenstapjes.
Ze zijn te klein. Er is een wetenschappelijke commissie geweest en die
heeft dat ook zo beoordeeld. Die heeft gewoon gezegd: ze werken wel heel
erg hard, maar er gebeurt gewoon te weinig. Nu wordt er een convenant
gesloten met de levensmiddelenindustrie. Is de VVD er dan ook
voorstander van dat we die doelen echt gaan aanscherpen, zodat we echt
wat gaan doen aan de gezondheid van mensen en overgewicht, zeker
obesitas, in ons land gaan verminderen?
De heer Bolkestein (VVD):
De slag is niet in één dag te slaan. Het is niet dat het één convenant
is dat net is gesloten. Het is een beweging die al jarenlang bezig is.
De overheid moet die relatie goed houden en er druk op houden.
Natuurlijk moet de overheid de druk erop houden dat die doelen worden
gesteld; uiteraard.
De voorzitter:
Mevrouw Dik-Faber, uw vierde interruptie.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Het is mooi dat de overheid de druk erop moet houden en dat dit
inderdaad een proces van jaren is, maar als ik terugkijk naar de
afgelopen jaren, wás het ook gewoon een proces van jaren. Maar er is
gewoon echt te weinig gebeurd. Er zijn in dit land kinderen met
obesitas. Die kinderen eten hun leeftijd in kilo's aan snoep. Ik hoop
dat ik het goed zeg, maar ik zal de cijfers voor u opzoeken. Het is
schandalig hoe ongezond mensen zich voeden.
De voorzitter:
Dit is wel een interruptie, mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Zeker, voorzitter! De heer Bolkestein zegt dat het een proces van jaren
is en dat we in gesprek moeten blijven, maar vindt hij niet dat het nu
een keer klaar is en dat het tijd is om echt scherpere, afrekenbare
doelen te stellen en de levensmiddelenindustrie daar echt aan te
houden?
De heer Bolkestein (VVD):
Ja, ik vind dat er afrekenbare doelen moeten zijn. Maar we moeten niet
doen alsof dit een doel is dat we op een gegeven moment bereikt hebben.
We zijn veel beter dan vijf jaar geleden. Hopelijk zijn we over vijf
jaar veel beter dan nu. We kunnen niet zeggen: dit is het doel en vanaf
dan is alles goed. Zo werkt het niet. Er is een constante dialoog en een
constante verbetering. Zo zie ik het.
De voorzitter:
Dank u wel. Er zijn geen interrupties meer op de heer Bolkestein. Dan
gaan we door naar de heer Jansen van de PVV. Gaat u gang.
De heer Jansen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De coronacrisis laat ons het belang zien van een
goede gezondheid en een goede weerstand. Dat dit onderwerp leeft, blijkt
ook uit het aantal e-mails dat wij voorafgaand aan dit debat ontvingen.
Om het grote publiek te bereiken zijn er een aantal publiekscampagnes
gestart, die zich richten op bewegen, voeding, roken en alcoholgebruik.
Ik ken de PUUR-campagne, gericht op het stoppen met roken, maar van
campagnes gericht op de andere onderwerpen heb ik niks meegekregen. Wat
ik wel heb meegekregen is een campagne met een oneliner als "door binnen
te blijven, houden we corona buiten". Maar van noodgedwongen thuiszitten
knapt geen mens op. Waarom is de campagne erop gericht om zo veel
mogelijk binnen te blijven, terwijl naar buiten gaan juist gezond is en
buiten afspreken dus veel beter is dan binnen? Graag een reactie.
Voorzitter. De uitzichtloze coronamaatregelen leiden tot stress, te veel
eten, meer alcoholgebruik, te weinig bewegen en een verstoorde
nachtrust. Veel kinderen zitten de hele dag binnen naar schermen te
turen. Welke oplossing ziet de staatssecretaris voor deze
coronaleefstijlproblematiek? Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat het
dagelijks slikken van vitamine D kan zorgen voor een milder verloop en
beter herstel. Natuurlijk is het geen wondermiddel, maar als het van
invloed is, waarom wordt er dan niet ingezet op het gebruik onder het
mom "baat het niet dan schaadt het niet"?
Voorzitter. Ik ontving ook veel e-mails van verontruste ex-rokers die
zijn overgestapt op de e-sigaret. Deze mensen ervaren dagelijks
gezondheidswinst, maar ze maken zich grote zorgen over het verdwijnen
van de smaakjes die zij gebruiken. Ik heb zojuist een petitie,
ondertekend door zo'n 19.000 ongeruste gebruikers van e-sigaretten, in
ontvangst genomen, die ik graag aan de staatssecretaris wil
overhandigen. Ik hoop dat hij deze reacties zal gaan lezen en mee zal
nemen in zijn verdere overwegingen. Want het zou zonde zijn als het
verbieden van smaakjes ervoor zorgt dat veel van deze mensen terugvallen
in hun oude gewoonte en weer tabak zullen gaan roken.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Kuik.
Mevrouw Kuik (CDA):
Misschien nog even voor de helderheid. Is de PVV ook van mening dat we
moeten streven naar die rookvrije generatie? En ziet de PVV dan ook dat
die smaakjes van e-sigaretten vooral bedoeld zijn om jongeren aan het
roken te krijgen, en dus tegen die ambitie van de rookvrije generatie
ingaan?
De heer Jansen (PVV):
Een rookvrije generatie, ja, daar zijn wij ook voorstander van. Alleen,
wij zijn niet zo van het dwingende karakter dat ik zie bij een aantal
andere partijen, met name aan de linkerkant en misschien ook het CDA.
Wat betreft de smaakjes: net bij het aanbieden van de petitie waren een
aantal mensen aanwezig die geen jongvolwassenen, maar echt al ruim boven
de dertig waren. Een aantal waren zelf eigenaar van een verkooppunt en
een aantal waren gebruikers van de e-sigaret. Deze mensen geven aan dat
zij die smaakjes lekker vinden en dat ze daarom zijn overgestapt, niet
omdat zij jong zijn en het willen uitproberen. Het zijn gewoon
volwassenen die jarenlang hebben gerookt en hartstikke blij zijn dat ze
nu de kans krijgen om op een minder schadelijke variant over te stappen.
Het grote voordeel van de e-sigaret is dat je ook kunt doseren. Mensen
die op een gegeven moment van roken overstappen naar de e-sigaret,
kunnen langzaamaan de dosis nicotine verlagen tot een niveau dat zij
prettig vinden. Wie weet stoppen ze er in de toekomst wel helemaal mee.
Het geeft ze een kans om in stappen te minderen.
Mevrouw Kuik (CDA):
Smaakjes als popcorn, mojito, suikerspin, bosbessen: ziet de heer Jansen
niet ook in dat die juist bedoeld zijn om jongeren te lokken? En dat dit
juist iets is om te zorgen dat die jongeren beginnen met roken? Met die
rookvrije generatie hebben wij juist afgesproken dat we
verleidingstactieken van de tabaksindustrie zullen dwarsbomen.
De heer Jansen (PVV):
Ik ken een heleboel volwassenen die ook houden van suikerspinnen en al
dat soort smaakjes. Met popcorn is ook niets mis. Doe het alleen met
mate. Ga niet iedere dag een zak opentrekken. Maar als je bij wijze van
spreken één keer in de maand een keer trek erin hebt, dan neem je een
paar handjes popcorn. Dat is toch prima? Daar is toch niks mis mee? U
doet net alsof alleen kinderen degenen zijn die hier uiteindelijk op
kicken en dat is niet zo. Ook volwassenen vinden die smaakjes lekker.
Anders was het gebruik en de vraag ernaar niet zo groot.
De voorzitter:
U kunt volgens mij uw betoog vervolgen.
De heer Jansen (PVV):
Ik moest de plek weer even terugzoeken, voorzitter. Bovendien erkent de
staatssecretaris zelf ook dat er gezondheidswinst te behalen valt als
rokers overstappen op de e-sigaret. Maar toch stelt hij het gebruik
hiervan gelijk aan het veel schadelijkere, traditionele tabaksroken. Ook
het RIVM erkent dat smaakjes in de e-sigaret rokers helpen om volledig
over te stappen. Waarom dan toch halsstarrig volhouden dat het roken van
een e-sigaret een opstapje is naar het roken van tabak?
Voorzitter. Door de lockdown hebben gespecialiseerde e-sigaretwinkels
hun deuren moeten sluiten. Heeft de regering zicht op hoeveel ex-rokers
hierdoor zijn teruggevallen op het schadelijke tabak roken? Het
terugdringen van het aantal verkooppunten van tabak beperkt zich alleen
tot de supermarkten en heeft grote gevolgen voor onder andere de
supermarkten in de kleinere dorpen. Worden de belangen van deze
buurtsupers zorgvuldig meegewogen in het onderzoek naar de vermindering
van het aantal verkooppunten, evenals natuurlijk de belangen van de
inwoners van deze kleine dorpen?
Voorzitter. Tijdens de eerste coronagolf lagen de bevolkingsonderzoeken
stil. Kan de staatssecretaris aangeven of deze nu wel gewoon doorgaan en
op welke schaal? Wat als uit zo'n onderzoek blijkt dat er iets niet goed
is? Is er wel direct een adequate vervolgbehandeling nu de reguliere
zorg wederom grotendeels is afgeschaald?
Voorzitter. De brief waarin de staatssecretaris ingaat op een eerdere
vraag van de PVV over het opzetten van een nationaal programma
kankerbestrijding is ronduit teleurstellend. Verwijzen naar de
achterstanden die door corona zijn opgelopen ten aanzien van
oncologische zorg en vervolgens constateren dat een nationaal plan geen
meerwaarde heeft, is wat ons betreft broddelwerk. Natuurlijk moeten de
achterstanden prioriteit hebben en alle aandacht krijgen. Dat staat
helemaal los van onze vraag. Wij hebben gepleit voor meer onderzoek en
verdieping naar de oorzaken van de hoge prevalentie aan kanker in ons
land, met name longkanker. Collega Agema heeft meerdere keren gevraagd
waarom het in 2010 gestopte Nationaal Programma Kankerbestrijding geen
vervolg kan krijgen. Er liggen nu namelijk al twee rapporten waaruit
blijkt dat we er qua kankerprevalentie helaas niet zo goed voor staan in
Nederland.
Verwijzen naar het rookgedrag van vrouwen als oorzaak van onze hoge
score op het gebied van longkanker is wel heel rigide. Dat roken
longkanker veroorzaakt, weten we allang. Maar ook niet-rokers krijgen
longkanker. Ik begrijp dus werkelijk niet dat de staatssecretaris geen
verdieping wil van het onderzoek naar alle mogelijke oorzaken van
kanker. Ik noem nu longkanker, maar hetzelfde geldt natuurlijk voor
huidkanker, borstkanker of darmkanker. Kan de staatssecretaris nog eens
verduidelijken waarom hij geen landelijk, samenhangend plan van aanpak
wil om kanker te voorkomen en te bestrijden? Mogelijk kan een motie hem
op andere gedachten brengen.
Voorzitter. Dan de shishalounges. Enkele maanden geleden heeft de PVV
nog een amendement ingediend over uitbreiding van het rookverbod naar
shishalounges. De staatssecretaris ontraadde deze. De meerderheid van de
Kamer stemde tegen. Nu blijkt dat de staatssecretaris plotseling wel wil
optreden tegen de shishalounges. Komen er soms weer verkiezingen aan? Is
hier sprake van het betere jatwerk van een terecht zorgpunt van de PVV?
Graag een reactie.
Als afsluiter. Het belang van een goede gezondheid moge duidelijk zijn,
maar we moeten niet doordraaien in de maatregelen. We kunnen alles wat
niet gezond is, ontmoedigen, onbetaalbaar maken of verbieden, maar
maatregelen werken alleen als mensen het nut ervan inzien om iets te
doen of om er juist mee te stoppen. Dan zijn al die maatregelen
misschien niet eens nodig. Het is aan de overheid om voorlichting te
geven en waar nodig te ondersteunen. Maar keuzevrijheid is wat ons
betreft een belangrijk goed. Bovendien is en blijft gezondheid niet
maakbaar.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Van Esch.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Mijn interruptie past misschien perfect bij het laatste stukje van de
bijdrage van de PVV. Ik ben toch zo benieuwd … De PVV zegt pleitbezorger
te zijn van zo min mogelijk coronapatiënten en pleit ervoor om zo veel
mogelijk reguliere zorg door te laten gaan. Collega's Wilders en Agema
doen dat regelmatig. Veel mensen die op de ic liggen en corona hebben,
zijn mensen met bijvoorbeeld overgewicht of hart- en vaatziekten. Dat is
gewoon bewezen. Precies die groep zou je heel goed kunnen aanpakken door
juist op preventie te gaan zitten, door te proberen om die mensen
überhaupt geen overgewicht te laten hebben. Dan verbaast het me zo dat
de PVV bij preventie eigenlijk niet thuis geeft, ondanks het feit dat
het een heel goede methode is …
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik ben nu mijn vraag aan het formuleren. Het is een heel goede methode
om heel goed te voorkomen dat nog meer mensen met corona op de intensive
care terechtkomen. Dus ik snap dat verschil binnen de PVV niet. Ik ben
benieuwd of u mij dat kan uitleggen.
De heer Jansen (PVV):
Zoals ik ook in mijn een-na-laatste zin zei: de overheid is er voor
voorlichting en voor ondersteuning waar dat nodig is. Preventie is prima
als je dat op vrijblijvende basis doet. Als je mensen gaat dwingen om
een bepaalde richting te kiezen of om bepaalde producten wel of niet te
nemen, bereik je vaak het tegenovergestelde effect. Je ziet dat mensen
op vrijwillige basis veel langer vasthouden aan bijvoorbeeld stoppen met
drinken. Dat zag je ook weer in januari, met mensen die vrijwillig zijn
gestopt en dat zo lang mogelijk proberen vol te houden. Maar als je gaat
dwingen, als je alleen maar de prijs gaat verhogen en op die manier gaat
ontmoedigen, zullen mensen of doorgaan met het gebruik van het product
dat ze prettig vinden, ondanks de hogere prijs, of zoeken naar
alternatieven die misschien nog slechter zijn. En dat willen we juist
niet bereiken. Nogmaals, wat ons betreft: vrijblijvend en mensen
adviseren. Dat is de beste optie.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dan kan ik het PVV-coronabeleid ook niet meer zo serieus nemen, zo kan
ik u in dat opzicht aangeven. Je kunt juist ook heel veel doen om
bepaalde producten goedkoper te maken, groenten en fruit bijvoorbeeld. U
zegt dat u vindt dat mensen betere keuzes moeten hebben. De motie waarin
wordt verzocht de btw op groenten en fruit te verlagen, heb ik hier nog
liggen. Nou, dan hoop ik van harte dat de PVV die dan wel steunt, want
dat leidt tot prijsverlagingen.
De voorzitter:
Is dat uw vraag?
Mevrouw Van Esch (PvdD):
In dat opzicht ben ik daar wel nieuwsgierig naar. Volgens mij hoef ik
niet per se nog een vraag te stellen. Ik hoop echt dat de PVV haar
mening wat betreft preventie en de aanpak van corona gaat wijzigen, want
volgens mij komen we er anders echt niet en daarop zit ook de PVV, denk
ik, helemaal niet te wachten.
De heer Jansen (PVV):
Ik wil toch graag reageren.
De voorzitter:
Ja, u staat volledig in uw recht. Gaat uw gang. Wel via de microfoon
alstublieft.
De heer Jansen (PVV):
Ik hoop dat u de PVV wel serieus neemt in het coronadossier. Want laten
we heel wel wezen: wij waren een van de partijen die als allereerste,
ruim een jaar geleden, waarschuwden voor wat eraan zat te komen. Op dat
moment stak nog een heel grote meerderheid in de Kamer de kop in het
zand, evenals minister Bruins namens het kabinet. Achteraf hadden wij
helaas wel gelijk. Dat willen we niet, want het liefst hadden wij gezien
dat corona er helemaal niet was geweest, maar het is wel de situatie. De
punten die heer Wilders en mevrouw Agema al maandenlang inbrengen,
betreffen allemaal zaken die iedere keer, keer op keer, helaas wel
plaatsvinden. Als de meerderheid van de Kamer nou eerder en beter had
geluisterd, dan hadden we het aantal slachtoffers misschien kunnen
beperken en dan hadden we het aantal maatregelen misschien kunnen
inperken, waaronder bijvoorbeeld die verderfelijke avondklok waar
niemand beter van wordt.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Diertens.
Mevrouw Diertens (D66):
Ik wil graag een vraag stellen over de e-sigaret en de shishalounge. Als
ik het goed begrijp — u kunt het corrigeren als het fout is — zegt u dat
de e-sigaret vooral moet doorgaan, maar dat we de shishalounges moeten
verbieden. Dat lijkt mij redelijk inconsistent gedrag. Kunt u mij
misschien uitleggen waarom u wel voor het een bent, maar tegen het
ander?
De heer Jansen (PVV):
Ik ben zelf geen gebruiker, maar naar ik heb begrepen, is het heel vaak
de gewoonte dat mensen in een shishalounge de waterpijp met elkaar
delen. Ze zitten daar dus niet alleen; ze zitten daar met een hele grote
groep bij elkaar. Dat is nou een van de dingen die wij willen aanpakken.
Dat was ook de insteek van het amendement. Volgens mij was de heer Van
Gerven van de SP toen mede-indiener van dat amendement. Dat was de
insteek. Daarom zeggen wij: pak dat daar nou aan.
Mevrouw Diertens (D66):
In coronatijd is het misschien geen goede vraag of opmerking, maar juist
het samenzijn met verschillende mensen maakt mensen sociaal gezien, denk
ik, gewoon heel gezellig en beter. Ik snap de redenatie niet zo goed.
Waarom zou je verschil maken tussen het roken van een shisha, een
waterpijp, waarbij je rook met een smaakje inhaleert, en het roken van
een e-sigaret? Ik kan me voorstellen dat mensen die dingen ook doorgeven
bij het roken van een e-sigaret. Waarop wilt u hierbij gaan controleren?
Waar wilt u nou werkelijk op sturen?
De heer Jansen (PVV):
Nu snap ik mijn collega, mevrouw Diertens, niet meer zo goed, want
blijkbaar promoot zij nu dat we vooral met z'n allen de waterpijp moeten
gaan roken. Dat lijkt mij een heel slecht voorstel, want dat is volgens
mij slecht voor de mens. Maar goed, misschien ben ik wel verkeerd
geïnformeerd. En ja, wij maken dat onderscheid wel. Voor rokers die dat
willen, is de e-sigaret namelijk ook een stap op weg naar minderen en
uiteindelijk stoppen. Dat is hoe wij de e-sigaret zien, met smaakjes. En
dat is niet geval met een waterpijp, want daarbij kun je helemaal niet
minderen. Je doet dat met z'n allen in die ruimte of je doet het niet,
maar je kunt daar geen regelaar op zetten waardoor het gehalte lager
wordt. Dat werkt gewoon niet. Maar dat werkt wel bij de e-sigaret, en
dat is nou echt het essentiële verschil. Ik heb de petitie die ik aan de
staatssecretaris wil aanbieden hier trouwens in tweevoud. Ik zou u
willen adviseren om die ook eens te lezen, want daarin staan wel
degelijk een aantal zaken die van belang zijn. Het is echt niet zo dat
de gebruikers van de e-sigaret zeggen dat ze helemaal buiten schot
willen blijven. Zij staan ook open voor mogelijkheden, maar dan wel
graag in overleg. Tot nu toe is er niet eens een gesprek geweest tussen
deze staatssecretaris en de belangenverengingen. Geen enkel gesprek.
Daarom doen ze het op deze manier, via een petitie.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Diertens, voor uw laatste opmerking.
Mevrouw Diertens (D66):
Dan blijf ik toch nieuwsgierig naar het precieze effect: welke schade
wordt nu veroorzaakt door het gebruik van de waterpijp in een
shishalounge? Heeft u daarover ook een wetenschappelijk onderzoek of
petities?
De heer Jansen (PVV):
Volgens mij ben ik daar al eerder op ingegaan, zowel in afgelopen
vergaderingen als nu net. Ik wil het nog wel een keer vertellen, hoor.
Zendtijd voor politieke partijen vind ik prima.
De voorzitter:
Daar krijgen we allemaal betaald voor, maar dat doen we niet. Dank u wel
daarvoor. Dan gaan we door naar mevrouw Kuiken van de Partij van de
Arbeid.
Mevrouw Kuiken (PvdA):
O, ik dacht dat er eerst nog wat andere woordvoerders waren.
Dank u wel, voorzitter. Ik mag graag een tompoes eten. Alleen al als ik
denk aan een tompoes — je weet wel: dat roze laagje en die suiker — word
ik al blij in m'n hoofd. Ik denk dat dat voor heel veel mensen geldt.
Eten en zoetigheid zijn net zo verslavend als drugs. Net zoals heel veel
mensen, worstel ik ook al jarenlang met jojoën tussen de 70 kilo en 90
kilo. Dat kan een groot verschil maken op de gezondheid in een
mensenleven. In dat opzicht is het dus zo ontzettend belangrijk dat de
overheid volle kracht inzet op gezondheid en op overgewichtpreventie,
vanuit het idee van een gezonde levensstijl. Een kilootje meer of minder
hoeft niet erg te zijn, maar dat is het wel als dat nadelige gevolgen
heeft, zoals diabetes, last van de knieën, ademhalingsproblemen waardoor
je niet meer lekker kunt sporten, en alles wat daarbij komt
kijken.
Voorzitter. Dit is niet nieuw. We weten dit. We weten op basis van
wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen decennia hoe belangrijk het
is, dat het niet vanzelf gaat en dat het bovendien ook nog zo is dat het
qua gezondheid, levensstijl en preventie nogal verschilt uit wat voor
sociale klasse je komt. Er kan gewoon zeven jaar leeftijdsverschil zijn
als je in een armere buurt woont of in een rijkere buurt. Dat is ook de
reden dat mijn partij pleit voor zaken zoals een suikertaks, 0% btw als
het gaat om groente en fruit, maatregelen die een gezonde levensstijl
omarmen. Iemand zei op Facebook al: waarom niet gratis sporten voor alle
jongeren tot 18 jaar? Ik denk dat dat echt kan helpen. Sommige mensen
noemen dat betutteling, maar we vinden het ook niet meer betuttelend om
een autoriem of een kinderstoeltje in de auto te hebben. Dat zijn zaken
die we in de jaren zeventig nog heel ongewoon vonden. Ik denk dus dat
het ook tijd is om in ons moderne leven die knop om te gaan zetten, maar
dat gaat niet vanzelf.
Ik noemde Agnes Wolbert al. Ik denk dat wij samen als collega's zijn
gestart. Dat is nu een aantal jaren geleden — ik hou een beetje in het
midden hoelang geleden dat is. Maar zoals ik al zei, deed Agnes Wolbert
toen al datzelfde pleidooi. Maar er verandert weinig. Ik weet dat we van
convenant naar convenant gaan en dat we van goede bedoelingen naar goede
bedoelingen gaan, maar ik zou eigenlijk veel hardere maatregelen willen
nemen. Die schuwen we ook niet als het gaat over tabak, dus waarom
zouden we die dan wel schuwen als het gaat over een gezonde levensstijl
en over zaken die gewoon ongewenst zijn en belemmerend voor die gezonde
levensstijl? Heel veel landen om ons heen hebben ons daar al in gevolgd.
Kijk bijvoorbeeld naar de suikertaks. Die is er inmiddels in 43 landen,
en misschien is die teller inmiddels wel gestegen. Ik zou dus ook nu het
pleidooi willen doen richting de staatssecretaris om echt met hardere
maatregelen te komen als het gaat om preventie.
Ook de coronacrisis heeft ons weer laten zien hoe belangrijk dat is.
Corona discrimineert niet, maar we zien wel een grote populatie van
mannen met een zekere buikomvang die daarvan slachtoffer dreigen te
worden. Hoeveel winst hadden we niet kunnen bereiken als we deze mannen
en deze vrouwen eerder hadden bereikt en hun geholpen hadden om tot een
gezondere leefstijl te komen? Dat is niet makkelijk, want zoals ik al
zei: suiker en ongezond eten worden niet voor niets ook wel junkfood
genoemd. Het kan immers net zo verslavend werken. Maar bij roken kun je
ooit eens beslissen wel of niet te roken, terwijl je alle dagen moet
eten. Je moet alle dagen naar de supermarkt, je moet alle dagen koken,
je moet van begin tot einde van de dag gezonde keuzes maken. Dat is dus
helemaal niet zo eenvoudig. Mijn eerste oproep is dus: kom echt tot een
stevig pakket van preventiemaatregelen, waarvoor ik nu een aantal
voorbeelden heb genoemd.
Voorzitter. Mijn tweede pleidooi is dat de vrijblijvendheid eraf moet.
Ik zei het al heel even in mijn vraag richting mevrouw Kuik: is het niet
tijd om gezondheidsdoelen gewoon wettelijk te verankeren, net zoals we
dat bij de klimaatdoelen doen? Niet voor niets zei NZa-voorzitter Marian
Kaljouw al in Zorgvisie dat de collectieve gezondheidsdoelen alleen
gehaald kunnen worden als onafhankelijke instanties doorzettingsmacht
krijgen, als die wettelijk worden verankerd, om zo echt een doorbraak te
forceren. Nu is het te vrijblijvend, vooral ook omdat we het nooit aan
een getal willen ophangen. Wat dingen kosten, weten we. Maar wat dingen
opleveren, wordt vaak moeilijker gezien. We hebben berekend dat op het
moment dat we meer investeren in preventie, dat wel 8 miljard per jaar
kan opleveren. Ik denk dat die getallen nog weleens vele malen hoger
kunnen zijn als we de coronacrisis erbij optellen. Maar zolang we die
kosten en baten niet tegen elkaar afwegen, blijft het een discussiepunt.
Op het moment dat je het wettelijk verankert, heb je in ieder geval een
stok achter de deur om het gewoon te realiseren. Dus graag een reactie
van de staatssecretaris.
Voorzitter. Mijn derde punt betreft borstkanker. We zijn al een heel
eind op dat punt gekomen, maar een punt blijft nog staan. Dat gaat met
name over de lekkende of gescheurde implantaten. Dan is er geen verdere
reden tot onderzoek. Ik zie de staatssecretaris knikken, dus hij weet al
wat ik wil gaan vragen. Ik wil graag dat dat in de toekomst anders gaat,
dat er wel onderzoek plaatsvindt. Ik hoor hierop graag een reactie van
de staatssecretaris.
Voorzitter. Dat brengt mij tot mijn laatste punt.
De voorzitter:
U hebt nog vijftien seconden.
Mevrouw Kuiken (PvdA):
Preventie! Zowel als het gaat om het tegengaan van seksueel geweld als
om geestelijk welzijn, de coronacrisis heeft ook laten zien dat het zo
ontzettend belangrijk is om daarin te investeren. Ik hoor graag een
reactie van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties. Dan gaan we door naar
mevrouw Van Esch namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dank u, voorzitter. Vorige week stemde de Kamer voor onze motie om de
staatssecretaris van Volksgezondheid alle ruimte te geven om een
effectief preventiebeleid te ontwikkelen en om de basisgezondheid in
Nederland te verbeteren. Wat ons betreft, is dat een echte doorbraak,
want nu is er eindelijk een meerderheid in de Kamer die echt vooruit wil
op het gebied van preventie. We weten allemaal dat in de afgelopen
kabinetsperiode effectieve maatregelen die deze staatssecretaris had
willen doorvoeren, zijn tegengehouden. Maar nu kan deze staatssecretaris
dus ondanks zijn demissionaire status — nog even dan — op volle kracht
vooruit met dit preventiebeleid.
Dat is wat ons betreft echt fantastisch, want we hebben geen tijd te
verliezen. De helft van de volwassen Nederlanders is te zwaar en deze
mensen lijden vaak ook nog aan gerelateerde aandoeningen zoals diabetes
type 2 en hart- en vaatziekten. En die mensen zijn bovenal extra
kwetsbaar voor corona. Op de ic liggen bovengemiddeld veel mensen met
overgewicht. Er zijn alweer meer dan een miljoen mensen met diabetes
type 2, en dat komt niet zomaar uit de lucht vallen. We weten allemaal
hoe makkelijk het is om aan ongezond voedsel te komen en hoe moeilijk
het is om het te weerstaan. Maar de wetenschap zegt het al jaren. De
aanpak waarbij individuele keuzevrijheid centraal staat, werkt niet. Dus
pak nou die ongezonde leef- en voedselomgeving aan!
Voorzitter. Wat de Partij voor de Dieren betreft, is strengere wetgeving
nu dus echt niet anders dan noodzakelijk. Bedrijven die ongezonde
producten verkopen, hebben op dit moment zo goed als vrij spel. Het
overgrote gedeelte van de producten en aanbiedingen van supermarkten
zijn op dit moment gewoon ongezond. Driekwart van de producten voor
kinderen zijn ongezond. Driekwart van de producten! Het aantal
fastfoodrestaurants in Nederland is in de afgelopen jaren fors gegroeid.
In Utrecht is het aanbod zelfs verdubbeld. Ondertussen maken deze
bedrijven recordwinsten tijdens de coronacrisis terwijl er mensen met
overgewicht op de ic liggen.
Het wordt natuurlijk hoog tijd dat die bedrijven verantwoordelijkheid
gaan nemen en dat ze ook verantwoordelijk worden gehouden, want mensen
hebben recht op een gezonde omgeving. Ik wil daarom een aantal
voorstellen doen. Een aantal daarvan zullen mensen waarschijnlijk niet
vreemd in de oren klinken, want die hebben wij al vaker gedaan. Bij
dezen gaan wij dus nog een poging doen. Hoewel deze staatssecretaris
altijd al heel welwillend was, heeft hij nu echt het mandaat van de
Kamer gekregen om een stevig preventiebeleid te voeren. Ik ben dus heel
benieuwd hoever we dit keer gaan komen. Dat moet dit keer wel gaan
lukken. Hopelijk gaat dat gebeuren.
Ik noem allereerst de spoedwetswijziging waarmee gemeenten in staat
worden gesteld fastfoodrestaurants en snackbars te weren. Ik noemde die
wijziging net al even in een interruptiedebat met het CDA. De wethouders
in de vier grote steden gaven het al aan en met de coronacrisis is de
noodzaak echt enorm urgent geworden. Zodra die steunpakketten aflopen en
de economische crisis in volle hevigheid toeslaat, vrezen wij ook dat
veel winkeliers en horecaondernemers het niet redden en dat daar
fastfoodrestaurants voor in de plaats zullen komen. Door de Universiteit
van Amsterdam is al onderzoek uitgevoerd. Zij hebben aangegeven dat het
snel geregeld kan worden en de wetswijziging er gewoon kan zijn,
bijvoorbeeld door aanpassing van de Warenwet. Ik ben benieuwd hoe de
staatssecretaris daartegen aankijkt. Is hij bereid om te kijken hoe snel
we de Warenwet kunnen aanpassen om dit zo snel mogelijk voor gemeentes
mogelijk te maken?
Ten tweede kan het natuurlijk niet zo zijn dat het budget voor preventie
vanaf volgend jaar omlaaggaat. Daardoor komen cruciale programma's om
diabetes type 2 te voorkomen en de hulp om te stoppen met roken in het
gedrang. De Partij voor de Dieren vindt echt dat dat niet kan. Dit zou
vanaf 2022 zijn. Wij hopen dan ook dat we dit kunnen voorkomen en hebben
daar alvast een motie voor achter de hand. We hopen dat dit kan
veranderen.
Ten derde stel ik voor om een cruciale fout van het kabinet op de
valreep te herstellen. Dat is de cruciale fout om de btw op groenten en
fruit te verhogen. Wij vinden dat de btw op in ieder geval groenten en
fruit omlaag moet. Dat zou prima kunnen en wij vinden echt dat dit het
moment is om daarvoor te gaan.
Ten vierde stel ik voor om de suikertaks in te voeren en suiker zwaarder
te belasten. We weten dat de belasting op suiker in het Verenigd
Koninkrijk er echt voor heeft gezorgd dat er minder suiker wordt
toegevoegd aan bijvoorbeeld frisdrank. Er is al een aangehouden motie
van de Partij voor de Dieren op dit punt. Ik overweeg op dit moment om
haar in stemming te brengen, om nu echt werk te gaan maken van de
suikertaks in Nederland.
Voorzitter. Voordat ik afsluit, heb ik nog twee korte vragen. In het
najaar is er een motie aangenomen van mij en collega Van Meenen van D66
om scenario's uit te werken voor een gefaseerde landelijke implementatie
van de gezonde schoollunch. Ik ben benieuwd hoe het daarmee staat.
Kunnen we ervan uitgaan dat er straks een uitgewerkt plan op de
formatietafel ligt? Dat zou wat ons betreft heel fijn zijn. De motie
vroeg daar ook om en ik ben benieuwd wat de status is.
Dan mijn laatste vraag. Vorig jaar bleek uit het rapport van UNICEF dat
70% van de producten in het babyschap in de supermarkt ongezond is. 70%
van de voeding die mensen aan baby's geven en die ze kopen in de
supermarkt, is ongezond. Ik moet dit af en toe nog steeds tot mij laten
doordringen. Ouders weten niet eens dat hun baby te veel suiker
binnenkrijgt. Ik ben benieuwd wat de staatssecretaris op dit moment doet
om de supermarkten daarin tot verandering te dwingen, zou ik willen
zeggen, want hier moeten we echt zo snel mogelijk vanaf.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond; er zijn geen interrupties. Dan ga ik door
naar D66. Mevrouw Diertens, gaat uw gang.
Mevrouw Diertens (D66):
Dank u wel, voorzitter. Wat hebben we een turbulent jaar achter de rug,
een jaar waarin we vechten voor onze gezondheid, met goede zorg, maar
eigenlijk vooral met preventie. Het bestrijden van corona is preventie
in optima forma, van handen wassen tot vaccineren. Waarom? Omdat we
ernstige gezondheidsklachten en druk op de zorg hiermee kunnen
voorkomen. Preventie is ook actueler dan ooit. Het leeft, er is
urgentie. Veel mensen zijn ermee bezig en in bijna alle
verkiezingsprogramma's komt het voor. Bij het kabinet mis ik alleen het
urgentiebesef dat preventie veel breder is dan corona. Slechts bij één
persconferentie is het expliciet aangekaart, maar dat was vooral omdat
er in die week net een manifest was overhandigd aan het kabinet. Waarom
is er zo weinig aandacht voor? Ik lees wel dat er allerlei sessies zijn
geweest met wetenschappers, maar wat gaat er nu dan veranderen?
Dat urgentiebesef is wat mij betreft ook nodig voor onze mentale
gezondheid, want tijdens deze lockdown is het voor veel mensen des te
zwaarder geworden. Ook hier kunnen preventie en leefstijl helpen. Ik
hoor en lees veel positieve verhalen over hoe leefstijlgeneeskunde werkt
in de psychiatrie, als behandeling maar ook om ziekten te voorkomen. Is
de staatssecretaris reeds in overleg met veldpartijen in de psychiatrie
over dit onderwerp?
Voorzitter. Preventie is actueel en dat komt doordat preventiezorg
wegvalt. Dan wordt meteen zichtbaar hoe belangrijk dat is, zoals
bevolkingsonderzoeken. De staatssecretaris zei alles op alles te zetten
om de schaarse capaciteit optimaal te benutten. Is dit ook gebeurd of
blijven achterstanden oplopen? Ik wil hierbij inzoomen op de preventie
van zorg bij huidkanker. Bij de ergste vorm van huidkanker, het
melanoom, zijn er volgens het RIVM 1.600 tot 2.800 gezonde levensjaren
verloren gegaan door het uitvallen van zorg. Onderzoek toont aan dat al
met minimale voorlichting en gerichte preventie levens en kosten kunnen
worden bespaard. Is de staatssecretaris bereid een voorstel te doen om
preventie van huidkanker vorm te geven en hierover in gesprek te gaan
met het Integraal Kankercentrum Nederland?
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Jansen.
De heer Jansen (PVV):
Mijn vraag aan mevrouw Diertens namens D66 is: bent u voorstander van
het opnieuw invoeren van het Nationaal Programma Kankerbestrijding,
zoals we dat tot 2010 hadden?
Mevrouw Diertens (D66):
Ja, ik begrijp dat er veel samenhang is tussen de verschillende vormen
van preventie op het gebied van kanker. Mevrouw Kuik zei het al. Ook ik
vind het belangrijk dat er een integrale opzet komt voor de manier
waarop we met deze ziekte omgaan en voor de gebieden waarop we kunnen
inzetten. Per, oneerbiedig gezegd, kankersoort kan er een diverse aanpak
zijn. Maar ik denk dat er ook een gemene deler is die dit op de agenda
moet zetten.
De heer Jansen (PVV):
Dank voor uw antwoord, maar dan blijft de vraag: vindt u dat dat moet
worden vormgegeven in een nationaal programma, zoals dat er was tot
2010? Dat werkte tot die tijd, maar helaas is indertijd het besluit
genomen om ermee te stoppen. Zou het niet goed zijn om dat te
heroverwegen?
Mevrouw Diertens (D66):
Ik ben ook heel benieuwd wat onze staatssecretaris hierop gaat
antwoorden. Mevrouw Kuik en u hebben er vragen over gesteld. Het is
indertijd om redenen afgeschaft. Ik denk dat het goed is om te kijken
hoe dat weer kan worden ingevoerd.
De voorzitter:
U kunt met uw betoog verdergaan.
Mevrouw Diertens (D66):
Is de staatssecretaris bereid om een voorstel te doen … Pardon, dit heb
ik al gezegd. Dit zijn kansen die we niet mogen laten liggen.
Voorzitter. Dan iets over vaccineren. Ik constateer dat de focus nu erg
ligt op corona. Dat is terecht, maar tegelijkertijd moeten we rekening
houden met andere dreigingen. Dat kunnen lokale uitdagingen zijn, zoals
HPV en het rotavirus, maar ook dreigende pandemieën als ebola en zika.
Het rotavirus is al vaker besproken. Een aantal Europese landen
vaccineren al standaard alle kinderen tegen het rotavirus. Hoe kan het
dat we bij corona wel zo eensgezind zijn, terwijl er bij het rotavirus
zo veel verschillen bestaan? Wanneer komt de Gezondheidsraad met een
advies? Twee jaar geleden diende ik het met het CDA een motie in om te
vragen naar de rol van apothekers bij vaccineren. Ik lees momenteel
alleen dat men in gesprek is, maar wat is de status hiervan? Wat wilt u
precies?
Ten aanzien van virussen met een meer wereldwijde dreiging vraag ik de
staatssecretaris of we gaandeweg deze crisis ook meteen aan het
evalueren zijn. Zijn we al in kaart aan het brengen hoe we ons beter
kunnen voorbereiden op nieuwe pandemieën, door te kijken naar voorraden,
organisatie en wetenschappelijk onderzoek? Het is verstandig er nu over
na te denken, want we zien dat het onderzoek naar andere virussen
nagenoeg stilstaat door corona.
Graag zeg ik nog iets over preventie die wat minder zichtbaar, maar net
zo belangrijk is: de leefomgeving. Het streven moet zijn om een
leefomgeving te hebben die stimuleert om gezonde keuzes te maken,
bijvoorbeeld doordat je er veilig kan fietsen. Maar het kan ook gaan om
voeding. Het pleidooi van de wethouders van de grote steden begrijp ik.
Je wil niet dat alle voedselaanbod in je stad bestaat uit
fastfoodketens. Zij vragen instrumenten om hier beter op te kunnen
sturen, want dit vraagt wel uitzoekwerk. Wat is de beste en de
eerlijkste oplossing?
Over de supermarkten het volgende. Het is een plek waar we vaak komen,
zeker nu. In het Preventieakkoord is afgesproken dat supermarkten
consumenten gaan verleiden om meer producten binnen de Schijf van Vijf
te kopen, maar geen enkele supermarkt heeft duidelijke doelstellingen.
En maar liefst 82% van de aanbiedingen in de folders — het is al gezegd
— is juist ongezond. Is de staatssecretaris al in gesprek geweest met de
branche? Is hij het met mij eens dat het minste dat wij kunnen vragen
duidelijke doelstellingen zijn? En dat was toch ook het hele doel van
het Preventieakkoord?
Voorzitter, ten slotte. Het is goed dat het Preventieakkoord er deze
kabinetsperiode is gekomen en dat het onderwerp zo hoog op de agenda
staat. Dat doet mij heel erg goed. Ik zie het als een aftrap naar meer.
Met mijn initiatiefnota over een gezonde leefstijl, waarin ik pleit voor
gezond beleid, meer beweging, gezonde voeding en een gezonde
leefomgeving heb ik de koers geschetst voor de volgende stappen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk rond en ik zie dat er verder geen opmerkingen zijn.
Dan gaan we naar GroenLinks, naar de heer Renkema. Gaat uw gang.
De heer Renkema (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Dank aan de collega-Kamerleden in deze commissie
voor de uitbreiding van de spreektijd. Dat was volgens mij ook wel nodig
gezien de vele stukken op de agenda.
Eerst een wat algemener punt. In 2018 — het is al gememoreerd —
presenteerde het nu demissionaire kabinet het Preventieakkoord. Dat
gebeurde met de nodige trots. Heel veel organisaties hebben meegetekend
en er werd dan ook gezegd dat er een groot draagvlak was. Maar preventie
is cruciaal en dat blijkt ook wel in deze pandemie. Ik denk dat het
kabinet op een aantal punten toch heeft gefaald om een echt substantiële
verandering te bewerkstelligen. De reden waarom ik dat zeg, is dat het
RIVM bij de presentatie van het Preventieakkoord al aangaf dat de doelen
niet gehaald zouden worden. Met een mooi woord heette dat de
"ex-ante-evaluatie". Maar dat betekent eigenlijk dat op voorhand werd
gezegd: de doelstellingen zijn goed, maar de middelen schieten tekort.
Toen zei de staatssecretaris: ik kom nog met aanvullende maatregelen als
dat echt het geval blijkt te zijn. Die heb ik nog steeds niet gezien!
Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook: wanneer krijgen we die
extra maatregelen?
Dan een aantal meer specifieke punten en allereerst bevolkingsonderzoek.
Op dit moment zijn er circa 2.500 minder borstkankerdiagnoses dan
verwacht mocht worden. Minder diagnoses, maar ik vrees niet minder
nieuwe gevallen. Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om nu de
screeningscapaciteit laag is zelfonderzoek te promoten? En wat is het
perspectief op de langere termijn? Ook wil ik graag weten hoe hij kijkt
naar het aanbieden van een MRI-scan aan vrouwen met dicht
borstklierweefsel om ook bij hen vroegtijdige opsporing mogelijk te
maken.
Dan wil ik ook graag weten of hij een verlaging van de leeftijdsgrens
bij het onderzoek naar darmkanker wil overwegen. Ik vind het jammer om
te lezen dat hij op dit moment die urgentie niet voelt. Ik zou daar
graag meer over willen horen.
Ook vraag ik me af hoe de staatssecretaris staat tegenover het
introduceren van een landelijk bevolkingsonderzoek naar longkanker. De
SP vroeg er ook al naar.
In de brief aan de Kamer geeft de staatssecretaris aan dat de
vaccinatiegraad voor het eerst in vijf jaar licht is gestegen. Dat is
een heel positieve ontwikkeling. Toch is bijvoorbeeld een
vaccinatiegraad van 64% bij het HPV-vaccin laag. Ik zie dat de
staatssecretaris inzet op het tegengaan van desinformatie en het
verlenen van goede informatie, maar wat zijn de doelen in termen van
vaccinatiegraad voor deze inzet en op welke termijn kunnen die worden
behaald?
In 2018 suggereerde ik de introductie van een vaccinatiepaspoort. Nu,
met de huidige GGD-campagne, lijkt het vastleggen van de precieze
vaccinatie die iemand krijgt, essentieel. Is er bij de staatssecretaris
op dit punt sprake van voortschrijdend inzicht?
Wij staan positief tegenover de intentie van de staatssecretaris om het
aantal verkooppunten van tabak drastisch te verminderen. Ik vraag me wel
af waarom het verbieden van tabaksverkoop in bijvoorbeeld tankstations
pas na 2030 op de agenda staat. Daar hebben we zonet ook naar gevraagd
in het debat met het CDA. Waarom moet het nog zo lang duren? Ziet de
staatssecretaris mogelijkheden om in de wetgeving die hij nu ontwikkelt
voor de verkoop van tabak op internet en in de supermarkten alvast
ruimte te creëren om later ook tankstations en gemakszaken, lees
"tabakszaken", te kunnen reguleren? Ook is er op dit moment in Nederland
geen vergunning nodig om tabak te mogen verkopen. Als er zoals nu wordt
voorgesteld een verbod wordt ingevoerd voor supermarketen om tabak te
verkopen, verplaatst de markt zich dan niet? Hoe gaat de
staatssecretaris de controle op het aantal verkooppunten behouden? Zou
hij een vergunningstelsel willen overwegen?
Voorzitter. Al meer partijen hebben naar de suikertaks gevraagd. Mijn
fractie heeft de staatssecretaris al meerdere malen gewezen op het
wetenschappelijk bewezen belang van zo'n suikertaks. Er zijn berichten
verschenen over de invloed van de levensmiddelenindustrie en het
dwarsbomen daarvan ten tijde van het sluiten van het Preventieakkoord.
Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat het instellen van een suikertaks
ervoor zorgt dat de verkoop van die belaste frisdranken drastisch
afneemt. We zien dat dit in heel veel andere landen werkt en waarom gaat
de staatsecretaris dan toch verder met zijn toch vrijblijvende
gesprekken met de levensmiddelenindustrie? In dat verband maak ik me ook
zorgen over het Akkoord Verbetering Productsamenstelling. De
ChristenUnie vroeg er in een ander debat met de VVD ook al naar. Het
RIVM constateert dat na zes jaar dat Akkoord Verbetering
Productsamenstelling eigenlijk maar minimaal — dat zijn de woorden va
het RIVM — heeft bijgedragen aan verbetering van de
productsamenstelling. En toch kiest de staatssecretaris ervoor om weer
in gesprek te gaan over een nieuw akkoord met meer zelfsturing, maar
waarom geen bindende afspraken voor fabrikanten op
productverbetering?
De heer Bolkestein (VVD):
Ik hoor veel citaten uit RIVM-rapporten, die ik toch anders heb gelezen.
Zo daalt het gebruik van suiker in Nederland al tien jaar. Dat daalt
heel rap. Ziet u dat niet als een positieve uitwerking van het huidige
beleid? Of denkt u dat dat toeval is? Hoe kunt u dat dan plaatsen?
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik ontken zeker niet dat producenten langzaam maar zeker wat minder
suiker toevoegen aan producten. Het duurt alleen veel te lang. Uit het
onderzoek van het RIVM naar de suikertaks blijkt dat de verkoop van
suikerhoudende producten snel daalt op het moment dat daar een
prijsprikkel in zit. Dat blijkt ook in Groot-Brittannië het geval te
zijn. Daar heeft de levensmiddelenindustrie de overheid zelfs verzocht
om met een suikertaks te komen. Dan zie je dat juist de groepen die daar
het meest gevoelig voor zijn, steeds minder suiker gaan gebruiken.
Prachtig als er in de levensmiddelenindustrie ambities worden
uitgesproken en als dat ook leidt tot maatregelen, maar ze zijn te
langzaam en ze komen te laat.
De voorzitter:
Volgens mij kunt u uw betoog voortzetten. Geen vervolgvraag, begrijp ik?
Of toch wel?
De heer Bolkestein (VVD):
Toch wel. Mijn vraag was net ook al wanneer het snel genoeg is en wat
concrete doelen willen. Dit is een bewegend target. We hebben niet een
bepaald moment … Als ik u vraag op welk moment het goed is met de
hoeveelheid suiker, dan gaat u hopelijk aangeven dat zo'n moment niet
kan worden gevonden. Mijn vraag is dan wel op welke basis wij nu kunnen
zeggen dat het niet snel genoeg gaat. Als de huidige samenwerking tussen
branche en overheid wel degelijk resulteert in een vermindering van
suiker, op basis waarvan zeggen wij dan dat het niet goed is en dat het
sneller kan? Die lijn van de hoeveelheid suiker die wij gebruiken, gaat
heel steil naar beneden.
De heer Renkema (GroenLinks):
Ja, maar er gaat ook een lijn steil omhoog, namelijk het aantal mensen
met overgewicht. Het is geen bewegend target. Het is een middel. Wij
moeten ons richten op de doelen. Daarvoor zitten wij hier in de Tweede
Kamer en daarvoor hebben we een kabinet. Dat moet zeggen: wij willen af
van het aantal mensen met overgewicht, wij willen af van het aantal
mensen dat rookt; die aantallen moeten naar beneden. Als je die doelen
stelt, en dat is in het Preventieakkoord gebeurd, dan is het werkelijk
te bizar voor woorden dat het wetenschappelijk instituut dat je daarvoor
hebt en dat een advies geeft, het RIVM, op voorhand zegt: de maatregelen
die dit kabinet in het Preventieakkoord tegen overgewicht neemt, gaan
dit doel niet halen. Dat wisten we toen we dit drie jaar geleden
gepresenteerd kregen. Vandaar dat ik de discussie over de middelen een
afglijden vind. We moeten terug naar de doelen en dan blijkt dat zo'n
suikertaks het doel sneller dichterbij haalt, en dat zou ik heel graag
willen.
De voorzitter:
Gaat u door met uw betoog.
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik heb nog twee punten. Mijn collega van de Partij voor de Dieren zei
ook al even dat er een rapport ligt van het RIVM met als titel Gezonder
op de basisschool: schoollunches en meer bewegen. Ik wil graag nog wat
meer toelichting van de staatssecretaris daarop. Wat vindt hij daarvan
en wat gaat hij daarmee doen? Ik heb er in het verleden ook moties over
ingediend hoe het gaat als je via een schoollunch een aantal doelen kunt
bereiken, niet alleen gezondheid, maar nog veel meer doelen. Tijdens de
begroting — het is al even genoemd door mevrouw Van Esch — is een breed
gesteunde motie ingediend door de Partij voor de Dieren en D66 over het
uitwerken van een aantal scenario's voor hoe je zo'n
schoollunchprogramma in Nederland zou kunnen uitrollen. Hoever is het
kabinet daarmee en lukt het om bij de nieuwe formatie een aantal
scenario's op tafel te hebben liggen, zodat er snel kan worden
gehandeld?
Tot slot waarschuwen gedragswetenschappers ervoor dat de huidige
coronacrisis het drugsgebruik onder jongeren sterk bevordert. Heeft de
staatssecretaris hier op dit moment zicht op? Als dat niet het geval is:
zou hij bereid zijn om het effect van de coronapandemie op het
drugsgebruik onder Nederlandse jongeren in kaart te brengen en daarover
nog een reactie naar de Kamer te sturen?
Dat was het. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van mevrouw Kuik.
Mevrouw Kuik (CDA):
Het is interessant dat de heer Renkema eindigt met het aanpakken van
drugs of in ieder geval: hij ziet iets waar hij wat van vindt. Ziet de
heer Renkema ook het gevaar dat we, als we straks weer naar een festival
mogen en het weer mag, weer terugschieten in het oude normaal, waarin
een pilletje op festivals normaal is? Is de heer Renkema het met mij
eens dat we dat zouden moeten voorkomen?
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik weet niet wat het oude of het nieuwe normaal is als het gaat over
drugsgebruik. Ik denk dat we hier ook niet zitten om een debat te voeren
over drugsbeleid. We hebben het hier wel over gezondheid. Dat is volgens
mij echt een ander debat, dat we ook voeren met een andere
bewindspersoon. Wij staan vaak tegenover elkaar als het gaat over hoe
jongeren omgaan met drugs, maar volgens mij delen we dat de gezondheid
van jongeren altijd voorop moet staan. De maatregelen die je moet nemen
om te voorkomen dat er excessen ontstaan, daar kijken wij verschillend
naar. Bij het CDA neigen die maatregelen er eerder toe, het vooral te
verbieden, terwijl ze bij ons veel meer op het vlak van preventie en
voorlichting liggen. Mijn vraag aan de staatssecretaris betreft de
huidige coronapandemie. Heel veel jongeren zitten nu thuis, maar dat wil
niet zeggen dat ze daar geen drugs gebruiken. We hebben ook een aantal
voorbeelden in de media gezien van jonge kinderen die daarmee
experimenteren. Mijn vraag aan de staatssecretaris is wat op dit moment,
in die coronapandemie, de situatie is. Wat weten we daarvan? Dat gaat
niet zozeer over de situatie ná corona, laten we daar nog niet op
vooruitlopen.
De voorzitter:
Laatste punt van mevrouw Kuik. Gaat uw gang.
Mevrouw Kuik (CDA):
Maar daar hebben we het natuurlijk bij preventie wel over, bijvoorbeeld
het voorkomen van drugsgebruik. De heer Renkema kan zeggen dat we
daarover van mening verschillen, maar preventie gaat niet alleen over
voorlichten, maar ook over het voorkomen van gezondheidsschade. Drugs
zijn een breder probleem dan alleen de gezondheid van jongeren. Het gaat
ook om de jongeren die worden geronseld door drugscriminelen, dus
datgene wat de gebruiker mede mogelijk maakt.
De voorzitter:
Is dat uw vraag?
Mevrouw Kuik (CDA):
Mijn vraag is deze. We zien dat in de festivalbranche veel wordt
gebruikt. Ziet de heer Renkema ook niet een kans om aan de
staatssecretaris te vragen om, als straks die branche weer opengaat,
iets te doen aan preventie en het grote drugsgebruik op festivals te
voorkomen en terug te dringen?
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik zie het verband niet met mijn vraag. Dat wil ik nog één keer
toelichten. Wij vinden drugsgebruik onder jongeren, of het nou gaat over
ecstasy, wiet of andere pillen die geslikt worden, een probleem als het
leidt tot gezondheidsschade. Op het moment dat we zeggen "dat moeten we
beïnvloeden", dan kiest het CDA — daar hebben we de afgelopen jaren
verschillende keren nadrukkelijk met elkaar van mening over verschild —
voor het uitleggen van preventie als een soort juridische maatregel om
ervoor te zorgen dat je geen pillen meer kunt gebruiken als je naar een
festival gaat. Dat is dus eigenlijk controle bij de poort. Wij kiezen
ervoor om te zeggen: laten we heel goed kijken wat wel of niet mogelijk
is en zorg ervoor dat jongeren weten welke risico's ze nemen. Dat zal er
eerder toe leiden dat je bijvoorbeeld drugs laat testen dan dat je
probeert ze uit onze samenleving te krijgen, want de war on drugs, waar
het CDA de laatste jaren zo op hamert, heeft de afgelopen decennia
alleen maar geleid tot meer schade en meer criminaliteit dan
legalisering.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Bolkestein.
De heer Bolkestein (VVD):
Sorry voor de volgorde, maar ik moet even terug naar de suikertaks, want
ik wil niet dat in de lucht blijft hangen dat de VVD obesitas geen
probleem vindt. Dat vindt de VVD wel. De automatische conclusie "het
suikergebruik moet minder" is intuïtief heel begrijpelijk, maar het
RIVM-rapport, dat ik even gauw gegoogeld heb, zegt toch echt heel
duidelijk: "Het is niet duidelijk in hoeverre deze veranderingen in de
verkoop het directe gevolg zijn van de belasting." Het RIVM-rapport laat
dus juist zien dat er geen conclusies kunnen worden getrokken over de
effectiviteit van de suikertaks. Misschien is het beter om het dan even
goed te citeren.
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik heb dat rapport ook gelezen en ik vind dat het RIVM op dit punt
eigenlijk heel erg sterk het verband legt tussen causaliteit van een
maatregel en gewichtsafname. Maar zij constateren wel dat er minder
wordt verkocht. Zij zeggen: je kunt niet uitsluiten dat diezelfde mensen
ook andere maatregelen nemen, bijvoorbeeld — daar begon de heer
Bolkestein mee — dat ze meer zijn gaan fietsen. Dat kan. De causaliteit
tussen suikertaks en gewichtsafname wordt dus niet aangetoond volgens
het RIVM, maar wel een afname van het aantal producten dat mensen kopen
waar suiker in zit. We hebben hetzelfde rapport gelezen, neem ik
aan.
De heer Bolkestein (VVD):
Ik lees het net voor, ja.
De voorzitter:
Meneer Bolkestein, dank u wel. Meneer Renkema, was dat uw inbreng? Dan
gaan wij door naar 50PLUS. Mevrouw Sazias, gaat uw gang.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter. De roep om preventie wordt steeds groter en
breder vanuit alle vakgebieden. Maar het lukt slecht, want ons
gezondheidssysteem is daar helemaal niet op ingericht. Het uitgangspunt
is medicalisering wanneer er al iets mis is. Door de coronacrisis krijgt
het belang van een goede leefstijl steeds meer aandacht. Maar een
terugkomend probleem blijven de regionale verschillen op het gebied van
aandacht voor een gezonde leefstijl. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor
zorgen dat die regionale verschillen worden verkleind?
Dan over diabetes type 2. Er zijn al heel veel aanwijzingen waaruit
blijkt dat mensen met diabetes type 2 met een betere en actievere
leefstijl van hun medicijnen af kunnen komen. De bestaande GLI's,
gecombineerde leefstijlinterventies, zijn preventief en gericht op
overgewicht en gewichtsverlies, maar niet op het omkeren van diabetes
type 2. Wij vragen de staatssecretaris om te kijken of hij binnen het
Preventieakkoord specifieke programma's juist voor die omkering van
diabetes type 2 zou kunnen organiseren.
Overigens moet het niet alleen gaan over obesitas, maar ook over
ondervoeding. 50PLUS vraagt daar steeds aandacht voor. Ondervoeding,
vooral bij ouderen, is minstens ook een groot probleem. Daarvan zijn de
ziektekosten en de gevolgen niet onaanzienlijk.
Structurele financiering van preventie is ook een probleem. Die is er
niet. Dat helpt niet om goed door te kunnen pakken. Financiering moet
geregeld worden over de schotten heen. Hoe denkt de staatssecretaris dit
te gaan organiseren?
Voorzitter. Een aantal collega's hebben het al gehad over de
fastfoodketens en de gezonde leefomgeving. Kijk nou zelf als je hier de
Kamer verlaat; het is nog een karwei om hier in de buurt echt iets
gezonds te kopen. Nu blijkt dat gemeenten weinig kunnen doen om die
fastfoodketens te weren en dat zij een beroep doen op het Rijk om daar
regels voor te vinden. Een aantal collega's hebben daar al aandacht voor
gevraagd. Of dat nou via de Warenwet of de Omgevingswet moet, ik hoor
graag van de staatssecretaris hoe hij daar samen met de minister van
Binnenlandse Zaken mee aan de slag gaat.
Een ander onderwerp waar ik nog niks over gehoord heb, is valpreventie.
Dat is een belangrijk onderwerp voor 50PLUS. Het aantal valincidenten
nam in 2019 toe. Er werden in 2019 maar liefst 109.000 65-plussers op de
spoedeisende hulp behandeld na een valongeval. Bijna 80.000 van hen
liepen door hun val zelfs ernstig letsel op. De verwachting is dat dit
in 2020 verder zal toenemen, zeker nu de cursussen voor valpreventie
door corona stil zijn komen te liggen. Hoe gaat de staatssecretaris hier
extra aandacht voor vragen?
Voorzitter. Alzheimer Nederland en de Hersenstichting doen een dringend
beroep op ons om aandacht te besteden aan hersengezondheid om zo
dementie, depressie en beroertes te voorkomen. 50PLUS kan zich hier
helemaal in vinden en heeft het al eerder aan de orde gesteld. Minister
De Jonge heeft toegezegd zich hierover te buigen. Heeft hij daar
inmiddels al over gesproken met de staatssecretaris? Is de
staatssecretaris bereid om het verbeteren van de hersengezondheid
expliciet mee te nemen bij de maatregelen van het Nationaal
Preventieakkoord, om zo het risico op hersenaandoeningen te
verkleinen?
Dan heb ik nog een vraag over het bevolkingsonderzoek naar darmkanker.
Dat wordt nu gedaan bij mensen van 55 tot 75 jaar, maar dikkedarmkanker
komt steeds vaker bij jongere mensen voor. Zou de staatssecretaris een
mogelijk lagere ondergrens voor deelname willen overwegen, in elk geval
voor mensen die een erfelijke aanleg hebben?
Dan wil ik me dringend en van harte aansluiten bij de oproep van de heer
Renkema voor een MRI voor dicht borstweefsel. Daar zijn heel vaak
problemen mee. Heel veel vrouwen hebben daar last van. Tumoren kunnen
dan niet worden gezien, dus ik sluit me daar zeer bij aan.
Dan heeft 50PLUS ook nog een aantal vragen over de vaccinaties. Wat is
de stand van zaken wat betreft de motie die vraagt om maximaal in te
zetten op het binnen korte termijn beschikbaar maken van het
gordelroosvaccin voor mensen boven de 60 jaar? Zijn de vaccins inmiddels
beschikbaar of nog steeds niet? Kan de staatssecretaris toelichten hoe
dat komt? En hoe gaat het met het inenten van de ouderengroepen met het
pneumokokkenvaccin? De 60- tot 80-jarigen zouden van oud naar jong
worden uitgenodigd. Hoever zijn de huisartsen inmiddels?
Voorzitter. Veel mensen hebben hier ook gesproken over tabak en
e-sigaretten. Mentholsigaretten worden verboden. De e-sigaret willen ook
heel veel mensen verboden hebben. Ik herhaal nu mijn vraag aan de
staatssecretaris: waarom vinden wij het goed dat er producten worden
verkocht waar arsenicum in zit, ammoniak, die de luchtwegen verwijdt
zodat er extra diep geïnstalleerd kan worden, polonium, dat het extra
verslavend maakt, en benzeen? Dat is zeer kankerverwekkend en mag in
Nederland niet meer gebruikt worden voor industriële doeleinden, zoals
het maken van inkten, rubber of verfafbijtmiddelen, maar we mogen het
nog wel gewoon roken! Waarom staan wij toe dat die stoffen in sigaretten
zitten? Sigaretten is tabak, toch? Doe er tabak in en verder niks.
Dat is het slot van mijn bijdrage, voorzitter. Ik ben benieuwd naar de
beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie geen interrupties. Dan gaan we als
laatste spreker naar mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik laat hier ook even de klok meelopen.
Voorzitter. Dat veel mensen met overgewicht zwaarder getroffen worden
door corona laat zien dat preventie belangrijk is en eindelijk voeren we
daar vandaag een debat over. De noodzaak van preventie is nog nooit zo
groot en zichtbaar geweest. Het zorgstelsel moet veranderen. Het gaat
niet om ziekenzorg, zoals nu, maar om gezondheidszorg. We moeten van
ziekte en zorgverlening naar preventie en een gezonde leefomgeving. Het
zou goed zijn als preventie wordt georganiseerd over de schotten van de
zorg heen, zoals bij de zorg gericht op het stoppen met roken, zodat
zorgprofessionals en patiënten hier op alle niveaus mee aan de slag
kunnen gaan.
Dank aan de staatssecretaris voor wat hij in gang heeft gezet met de
leefstijlcampagne. Wanneer start deze? Door corona zal extra inzet op
leefstijlpreventie in de komende tijd niet overbodig zijn. Wij moedigen
de staatssecretaris dan ook aan om ook in demissionaire staat door te
gaan met het voorkomen van gezondheidsschade en het inzetten op de
preventieagenda.
Voorzitter. Gezonde voeding is een van de eerste onderwerpen die ik wil
bespreken. Het is goed om te lezen dat de Nutri-Score een eind gevorderd
is. Staan de seinen ook internationaal nog op groen, zodat de score
medio 2021 ook echt ingevoerd kan worden in ons land?
Ik ben wat minder optimistisch over het voedselaanbod. We kopen 70% van
onze voeding in de supermarkt. Daarmee hebben supermarkten een enorme
invloed op wat we kopen. Meer dan 80% van de aanbiedingen in
supermarktfolders is voor ongezonde voeding. Ik zou dat graag andersom
zien: 80% reclame voor gezonde voeding uit de Schijf van Vijf. Binnen
supermarkten staan nog veel te veel ongezonde producten op prominente
plaatsen. Spreekt de staatssecretaris de supermarkten, als partner van
het Preventieakkoord, ook aan op hun verantwoordelijkheid? En wat zijn
de resultaten?
Ik zei het al in mijn interruptiedebatje richting de VVD: het Akkoord
Verbetering Productsamenstelling is failliet. Er komt gelukkig een nieuw
systeem voor productverbetering met bindende afspraken voor de
levensmiddelenindustrie. De staatssecretaris gaat kijken of de doelen
scherper kunnen naar aanleiding van de consultatie, maar de doelen
moeten scherper. Kiezen we voor de industrie of voor de volksgezondheid?
Ik heb het nog even opgezocht, speciaal voor de heer Bolkestein.
Kinderen eten hun lichaamsgewicht aan suiker. Om nog preciezer te zijn:
het RIVM zegt dat kinderen tussen de 4 en 8 jaar 31 kilo suiker per jaar
eten. Dat zijn gegevens van twee jaar geleden. Dat moet anders; daar zal
iedereen het hopelijk over eens zijn.
Dan het straatbeeld. De oproep van de vijf wethouders is mij uit het
hart gegrepen. Ze constateren een voedselomgeving die steeds ongezonder
wordt en ook nog eens de ongelijkheden vergroot. De gemeenten hebben nu
te weinig instrumenten om daar iets aan te doen. Ik kan mij aansluiten
bij alle vragen die zijn gesteld hierover. Er is een wettelijk kader
nodig: de Omgevingswet of de Warenwet. Kan de staatssecretaris een
toezegging doen?
Dan de gecombineerde leefstijlinterventie. Ik noem Keer Diabetes2 Om.
Dat is vaak het gevolg van overgewicht. Met de GLI Keer Diabetes2 Om
wordt intensief gewerkt aan een gezondere levensstijl die het
overgewicht flink laat afnemen en diabetes type 2 in remissie brengt.
Het gaat om een curatieve interventie, dus dat betekent ook intensievere
en langere begeleiding. Dat verdient zich ook terug. Vandaar ons
pleidooi om hiervoor een aparte prestatie te maken, met een toereikende
vergoeding.
In het algemeen viel mij op dat gecombineerde leefstijlinterventie nog
weinig wordt voorgeschreven door huisartsen. Dat is jammer, want daarmee
missen we veel kansen. Hoe kan de staatssecretaris de gemeenten hierin
stimuleren? En hoe zorgen we ervoor dat artsen dit zorgaanbod vaker
zullen aanreiken?
Dan tabak. De staatssecretaris heeft veel gedaan om een rookvrije
generatie dichterbij te brengen. Het verminderen van verkooppunten is
essentieel om dat doel te bereiken. Met het verbieden van de verkoop in
supermarkten wordt al een belangrijke slag geslagen. We hopen dat de
staatssecretaris ook het wetgevingstraject snel gaat starten. Hoe wil
hij voorkomen dat er een verschuiving van de verkoop plaatsvindt door
een stijging van het aantal gemaks- en tabakszaken?
De evaluatie van de accijnsverhoging op sigaretten is bijna gereed. Kan
de staatssecretaris toezeggen dat als de resultaten bevredigend zijn,
hij alles in het werk stelt om de prijsverhoging die in het
Preventieakkoord is afgesproken, ook te realiseren?
De ChristenUnie zou verder graag zien dat als de horeca weer opengaat —
we hopen dat natuurlijk allemaal van harte — iedereen kan genieten op
het terras en dat de terrassen rookvrij zijn. Is de staatssecretaris
bereid om wetgeving voor te bereiden, zodat de nieuwe coalitie hier snel
meters mee kan maken?
Dan het onderwerp drugs. Een belangrijk onderdeel van preventie is het
terugdringen van het gebruik. Op het gebied van alcohol en tabak heeft
de staatssecretaris grote stappen gezet. Wat de ChristenUnie betreft
gaan we dat ook doen op het gebied van drugsgebruik. Ziet de
staatssecretaris ruimte om de aanpak van het Preventieakkoord ook te
gebruiken om met scholen, de verslavingszorg, burgemeesters en gemeenten
tot een preventieakkoord te komen voor het terugdringen van
drugsgebruik, in elk geval onder jonge mensen?
Er ligt een voorstel om lachgas toe te voegen aan lijst II van de
Opiumwet. Het streven is dat het lachgasbesluit in de tweede helft van
2021 in werking treedt. Dat moet het dan ook echt wel zijn. Liever
eerder dan later.
Tot slot in mijn laatste minuut nog één heel belangrijk onderwerp, de
mentale druk, de ggz. Ik merk dat dit juist ook in coronatijd meer
aandacht nodig heeft. 840.000 jongvolwassenen hebben te maken met een
psychische aandoening en er is een groot pleidooi voor meer
weerbaarheid. Ik snap dat, maar het probleem is volgens mij niet het
gebrek aan weerbaarheid maar de snelheid en de intensiteit van onze
samenleving. Wellicht herinnert de staatssecretaris zich het
rubberbootje van psychiater Dirk de Wachter, waarmee hij achter de
speedboot van onze samenleving aansnelt. Het zal moeilijk zijn om die
dynamiek in onze samenleving te veranderen, dus misschien moeten we ook
om die reden wel iets doen aan die weerbaarheid. Daarom mijn vraag:
vindt de staatssecretaris het een goed idee om een preventieprogramma
mentale gezondheid op te stellen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er zijn verder geen interrupties. Hiermee zijn we gekomen
aan het einde van de eerste termijn van de Kamer. Wij gaan over twintig
minuten over op de beantwoording in eerste termijn van het
kabinet.
De vergadering wordt van 15.15 uur tot 15.37 uur geschorst.
De voorzitter:
Collega's, het is twee minuten na het afgesproken tijdstip. Volgens mij
zit iedereen weer op z'n plek. We beginnen met de eerste termijn van het
kabinet en daarvoor geef ik graag het woord aan de
staatssecretaris.
Staatssecretaris Blokhuis:
Voorzitter, hartelijk dank. Ik begin met een algemene inleiding. Ik
spreek mijn dank uit aan de Kamerleden, waarbij volgens mij zonder
uitzondering het belang van preventie, gezonde leefstijl,
gezondheidsbevordering of welke term wij daar dan ook aan willen
koppelen, is benadrukt. Fijn dat dat zo breed gesteund wordt. Over het
pakket aan maatregelen dat je daaraan koppelt, verschillen wij soms
misschien van mening, maar ik hoor wel heel veel geluiden dezelfde kant
op, en dat stemt mij heel vrolijk.
In het algemeen kan ik zeggen dat juist in coronatijd mensen heel veel
aan een gezonde leefstijl hebben, en daardoor meer weerstand opbouwen.
Mensen met een gezonde leefstijl hebben minder kans op een ernstig
ziekteverloop bij infecties zoals corona. Mevrouw Kuik heeft daar
volgens mij ook expliciet op gewezen. Daar ga ik zo nog wat nader op in,
maar ik wil in dit verband nog een andere autoriteit citeren, Liesbeth
van Rossum van de Erasmus Universiteit, die samen met anderen vorig jaar
meerdere malen, ook eind vorig jaar nog, het kabinet en in het bijzonder
ondergetekende heeft benaderd met het verzoek om daar meer aandacht aan
te gaan besteden. Zij zeggen dat je juist in coronatijd het belang van
een gezonde leefstijl moet onderstrepen, omdat je daarmee zo veel
persoonlijke ellende en drama's kunt voorkomen; het is gewoon heel goed
voor de hele samenleving als mensen meer weerstand hebben, ook waar het
om de ziektelast gaat.
Wij werken nu ook samen aan een leefstijlcampagne. Ik weet niet of u
rond de kerst de campagne "Je hoeft geen rendier te zijn. Word gewoon
een wandeldier ..." heeft gezien. Die campagne moet een vervolg krijgen.
Dat was de aftrap van de campagne over leefstijl. Met het Nationaal
Preventieakkoord hebben we wat mij betreft een beweging ingezet die
eraan moet bijdragen dat we op drie belangrijke thema's — problematisch
alcoholgebruik, overgewicht en roken — forse stappen zetten in de
richting van een gezonder Nederland.
Tegelijkertijd, zo zeg ik in alle openheid, zijn we er niet met de
huidige inzet. Dat heb ik meerdere malen gezegd, bij de verschillende
preventiedebatten. Dat was al van begin af aan duidelijk. We hebben
grote ambities op die drie thema's, en het RIVM heeft aan het begin al
gezegd: bij roken kom je heel dicht in de buurt, maar bij die andere
twee moeten er echt nog een paar stappen extra worden gezet. Daar heb ik
nooit geheimzinnig over gedaan, sterker nog: dat rapport is openbaar.
Daar wordt ook door sommige Kamerleden van harte uit geciteerd. Uit een
extra verkenning van het RIVM blijkt niet alleen dat we nog extra
stappen moeten zetten, maar ook dat ten tijde van corona overgewicht
toeneemt en mensen vaker een sigaret pakken. Je ziet ook een andere
beweging, maar dat betreft een minderheid: er zijn mensen die juist
stoppen met roken omdat ze zien dat corona een longgerelateerde ziekte,
een longinfectie is. Maar meer mensen grijpen naar extra sigaretten,
overgewicht neemt toe, mensen zitten inderdaad te netflixen. Helaas
nemen ook de gezondheidsverschillen toe. Ook blijkt dat mensen te weinig
bewegen, terwijl dat nou juist zo belangrijk is voor onze fysieke en
mentale gezondheid. Het RIVM inventariseert op dit moment welke extra
stappen we nog kunnen zetten boven op wat we in het Preventieakkoord
hebben afgesproken over die belangrijke thema's. We hopen die
inventarisatie van het RIVM in maart te krijgen. Ik hoop dan ook naar de
Kamer te komen met concrete, daaraan gekoppelde voorstellen voor wat er
dan extra nodig is. Ik hoop daar dan uiteraard ook draagvlak voor te
krijgen in het parlement.
Voorzitter. Er is veel bereikt, maar er zijn meer maatregelen nodig om
de gezondheid van mensen te beschermen, vooral van kwetsbare mensen. Er
moet ook een omslag van "alle aandacht voor ziekte" naar "alle aandacht
voor preventie en gezondheidsbevordering" komen. Samen met de ministers
op VWS, minister De Jonge en minister Van Ark, hebben wij eind vorig
jaar, in aanloop naar wat wij steeds de "contourennota" noemen, een
discussienota het licht doen zien. De consultatieronde is net gisteren
afgelopen. Er zijn inmiddels veel reacties binnen. Ik kreeg vanmorgen
nog een hele mooie notitie van de GGD, die volop meedenkt en op
hoofdlijnen dezelfde rigoureuze keuzes maakt als wij in deze
discussienota, ook op het gebied van preventie. Ik wil onderstrepen dat
preventie wel een hele prominente plaats heeft in de discussienota die
wij hebben gepubliceerd. Dat was in de versie 1.0 veel minder het geval,
maar preventie heeft een steeds prominentere plaats gekregen. Ik ben
heel blij met bepaalde uitgangspunten die erin staan, zoals het
uitgangspunt dat we de vrijblijvendheid voorbij zijn en dat de
financiering veel steviger moet.
Los daarvan merk ik bij veel van onze partners bij de thematafels van
het Preventieakkoord veel enthousiasme om door te gaan. Ik merk ook dat
velen de ambitie hebben om grotere stappen te zetten. Dat krijgt voor
een deel ook zijn weerslag in de discussienota waarover ik het net
had.
Wij krijgen daarbij ook steun uit verdachte en onverdachte hoek. Laat ik
zeggen: vooral uit onverdachte hoek. Wanda de Kanter stort zich vol op
gezondheidsbevordering. Zij heeft daar zelfs haar werk als longarts in
belangrijke mate voor opzijgezet. Zij zegt terecht, en dat wil ik hier
wel graag quoten, dat in de zorg het verdienmodel te veel is gericht op
ziekte, in plaats van op het voorkomen van ziekte, preventie. Dat is wat
mij betreft ook een mooie aanloop naar een volgend kabinet. Dan is er
Michel van Schaik, die is verbonden aan een van de grootste banken van
Nederland, die stelt dat niet alleen de zorg zich met preventie moet
bezighouden, maar dat het ook gaat om een gezonde leefomgeving. Dat is
een hele brede benadering, maar er moet dus veel meer aandacht zijn voor
preventie in het algemeen.
Voorzitter. Het Nationaal Preventieakkoord levert een belangrijke
bijdrage en heeft een mooie beweging in gang gezet, maar ik hoop ook dat
het nieuwe kabinet dat stokje voortvarend overneemt en extra stappen
gaat zetten. Dat brengt mij bij de vraag van de heer Van Gerven …
De voorzitter:
Excuus dat ik u interrumpeer, maar heeft u blokjes? Dan kunnen wij daar
een beetje op anticiperen.
Staatssecretaris Blokhuis:
Heel goed! Ik heb nu nog een algemeen blokje preventie, over het belang
van preventie en de financiering. Dat is een algemeen blokje. Daarna heb
ik nog zes andere blokjes. Ik heb wel iets meer dan acht minuten,
hè?
De voorzitter:
U heeft er zes, net als de rest.
Staatssecretaris Blokhuis:
Maar ik dien geen moties in, voorzitter, dus …
De voorzitter:
Sorry dat ik u onderbreek, maar voor de collega's zeg ik nog even dat
zij twee interrupties in tweeën hebben tijdens de eerste termijn van de
staatssecretaris. De staatssecretaris vraag ik om zo meteen nog even de
blokjes te benoemen, zodat iedereen daarop kan anticiperen.
Staatssecretaris Blokhuis:
Dat ga ik nu gelijk doen. Ik ga zo eerst nog even iets algemeens zeggen
over preventie, maar de blokjes zijn daarna als volgt. Het eerste blokje
gaat over overgewicht, waar gezonde voeding bij hoort, het tweede blokje
gaat over tabak, het derde over drugs, het vierde over de
bevolkingsonderzoeken, het vijfde over vaccinaties en het zesde is het
blokje overig, waarvoor het mapje best wel dun is. Dat geeft weer
moed.
Voorzitter. Nog even over preventie in het algemeen. De heer Van Gerven
vroeg mij om een bespiegeling te geven aan de hand van de vraag: ben je
nou tevreden met waar je staat, of had je meer willen bereiken? Het was
ook een beetje een retorische vraag, want hij gaf zelf voor een deel het
antwoord dat we echt veel meer hadden kunnen bereiken. Dat ga ik ook
niet ontkennen; natuurlijk hadden we meer kunnen doen. Tegelijkertijd
ben ik oprecht trots op en blij met wat we hebben bereikt met het
Preventieakkoord. Het belangrijkste vind ik dat er een grote beweging in
gang is gezet die volgens mij ook niet meer te stoppen is. Het
maatschappelijk veld is heel breed bezig met het inzetten op preventie.
Heel veel acties zijn daaraan gekoppeld. Alle betrokkenen, de meer dan
70 ondertekenaars, zijn volop bezig om stappen te zetten. Zij verdienen
wat mij betreft allemaal een compliment. Ik deel het beeld van de heer
Van Gerven dat we er natuurlijk nog niet zijn. Dat zei ik net al. Zoals
ik net ook al aangaf, is het RIVM bezig met een scan van wat we nog meer
kunnen doen. Dat is in opdracht van mij. Ik verwacht het advies van het
RIVM in maart. Ik zie ernaar uit om daar dan gelijk weer over in gesprek
te gaan met de Kamer en om op basis van dat RIVM-advies te kijken wat we
nog meer kunnen doen.
De voorzitter:
U heeft daarop al direct een reactie van mevrouw Van Esch.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik heb een hele korte, feitelijke vraag: wanneer in maart? Is dat voor
17 maart? Of kunt u dat niet aangeven? Dat vind ik namelijk wel
...
Staatssecretaris Blokhuis:
Ik weet geen datum. Ik heb zelf helemaal geen agenda om dat voor of na
de verkiezingen te doen, eerlijk gezegd. Laten we veiligheidshalve
zeggen: de tweede helft van maart. Dat kan dan zelfs nog voor de
verkiezingen zijn, maar ik denk na de verkiezingen. Als mevrouw Van Esch
er nog voor de verkiezingen over wil praten, dan wil ik wel kijken of
het verhaal er voor de verkiezingen is, maar ik zou er zelf ook nog wel
een duiding aan willen koppelen, en daar moeten we ook wel even voor
nemen. Het lijkt me dus sowieso haast ondoenlijk om dat gesprek nog voor
de verkiezingen met de Kamer te voeren. Maar ik ben op elke datum
beschikbaar om met u te debatteren en een gesprek te voeren over
preventie, zoals u weet.
Voorzitter. Ik noemde eventjes het Preventieakkoord en wat we daarin
bereikt hebben. Los daarvan zijn er ook nog wel andere sporen die het
vermelden waard zijn, ook in reflectie op de vraag van de heer Van
Gerven. Ik noem de gecombineerde leefstijlinterventie. Ik ben er blij
mee dat er in de zorgverzekering nu een basis is om daaraan deel te
nemen. Dat is best een mijlpaal. Er zijn nog meer interventies die we
daar ook onder willen brengen, zeg ik even in de richting van mevrouw
Sazias, zoals valpreventie. Ik kom straks nog specifiek op haar vraag
daarover. Toevallig heeft het Zorginstituut vandaag haar addendum ...
Nee, het is "het Zorginstituut", dus het is "zijn". Het heeft zijn
addendum voor de aanpak van overgewicht bij kinderen openbaargemaakt. De
GLI is namelijk alleen voor volwassenen, zoals u weet. Dat brengt het
uitrollen en onder de werking van de Zorgverzekeringswet brengen van de
aanpak van overgewicht bij kinderen weer een stap dichterbij. Dat
betekent dat de GLI straks ook voor kinderen beschikbaar komt. Daar zijn
we een stap dichterbij.
Ik heb er ook een breed onderzoeksprogramma naar mogelijkheden van
leefstijlgeneeskunde opgezet bij ZonMw. Ik stimuleer de samenwerking
tussen belangrijke financiers. Niet alleen gemeentes zijn een
belangrijke financier van preventie, maar zeker ook de verzekeraars. In
de discussienota Zorg voor de Toekomst, die het kabinet heeft gestuurd
en waar ik het net over had, heb ik nog een aantal mogelijke
versterkingen op het gebied van preventie en consultatie aangebracht.
Waar het gaat om het wegnemen van vrijblijvendheid moet u denken aan het
versterken van de wettelijke grondslag voor gemeenten om wat te doen aan
preventie.
Mevrouw Diertens vroeg: er zijn sessies geweest met allerlei
wetenschappers en specialisten, maar wat gaat er nu veranderen? Dat wij
de urgentie in het vizier hebben, mag duidelijk zijn, want wij hebben
zelf het initiatief genomen om al die mensen bij elkaar te roepen. Naast
het Preventieakkoord, waar ik het over had, willen we in de notitie Zorg
voor de Toekomst de vrijblijvendheid uit het systeem halen. Dat betekent
het in de wetgeving, bijvoorbeeld de Wet publieke gezondheid, opnemen
van een verplichting voor gemeenten om, één, op thema's en voor bepaalde
doelgroepen in te zetten op preventie, en twee, de financiering beter te
regelen voor de taken die ze daarbij krijgen. Dat is mede een vrucht van
de gesprekken die we hebben met specialisten op dit terrein.
Daarmee beantwoord ik wat mij betreft ook de vraag van mevrouw Kuiken op
dit punt. Zij koppelde daar ook nog wel aan dat je eigenlijk
gezondheidsdoelen moet formuleren. Wat mij betreft zouden in de Wet
publieke gezondheid inderdaad thema's moeten worden benoemd waar
gemeenten op moeten acteren. Dan kun je denken aan thema's die nu in het
Preventieakkoord staan, maar waar nu geen enkele verplichting aan
gekoppeld is. Dat zou je kunnen uitbreiden met andere thema's en
doelgroepen. Ik kan me dan voorstellen dat je daar doelstellingen aan
koppelt. Ik zou er wel voor willen waken dat we dat heel gedetailleerd
inrichten, zodat gemeenten helemaal geen bewegingsruimte meer hebben om
er zelf invulling aan te geven. Zo ver zou ik dus niet willen gaan, maar
ik kan me voorstellen dat je doelen koppelt aan de thema's die we in de
wetgeving met elkaar formuleren. Ik denk dat mevrouw Kuiken in het debat
dat daarover gaat zeker op dit punt een inbreng zal hebben.
De voorzitter:
U heeft ook gelijk een interruptie van mevrouw Kuiken.
Mevrouw Kuiken (PvdA):
Mijn vraag is even: richt dat zich dan alleen op de gemeenten? Want er
liggen natuurlijk ook landelijke doelen die je vorm zal moeten geven. En
zo ja, is de staatssecretaris dan ook bereid om ons per brief
inzichtelijk te maken, voor zover dat nog niet beschikbaar was, hoe je
in ieder geval die gemeentelijke doelen, maar misschien ook landelijke
doelen vorm zou kunnen geven? Dan kan ik daar even mijn tandjes in
zetten ter voorbereiding.
Staatssecretaris Blokhuis:
Maar wij hebben natuurlijk het Preventieakkoord, waar de doelen inzitten
voor die drie belangrijke thema's, waar ik het al een aantal keer over
heb gehad. Die gaan wij de komende maanden niet aanscherpen of
bijstellen. Ik denk wel dat de vraag van mevrouw Kuiken wat verder
reikt, namelijk of er thema's zijn toe te voegen, bijvoorbeeld mentale
gezondheid of drugs, en of je daar dan niet ook doelen aan moet
koppelen. Dat lijkt me dan logisch, als je dat op die andere thema's ook
doet. Landelijke doelen? Ja. Lokaal vind ik wel primair een lokale
bevoegdheid. Ze hebben autonomie. Ze zijn wel gehouden aan de landelijke
doelen, maar daarbinnen kunnen ze wel differentiëren. Ik denk dat
bijvoorbeeld in de ene gemeente het thema alcohol veel prominenter in
beeld is dan in de andere gemeente. Net zo goed geldt omgekeerd dat het
thema drugs bij de ene gemeente meer in het vizier is dan bij de andere.
Ik zou wel hechten aan lokaal maatwerk op dat punt.
Voorzitter. Waar het gaat om de financiering …
De voorzitter:
U hebt nog een vraag van mevrouw Kuiken. Ga uw gang.
Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik geloof niet dat we het oneens zijn over wat we willen bereiken, maar
als je alleen maar kijkt naar de gemeenten, is het dan niet te
gemakkelijk? Want ook preventie ligt natuurlijk voor een deel op ons
eigen bord. Daar zoek ik natuurlijk ook gewoon die doelen in. Zou je dat
ook niet wettelijk moeten borgen?
Staatssecretaris Blokhuis:
Ik vind het een ingewikkelde vraag of je alle doelen in de wet moet
borgen, maar ik snap de vraag nu beter en natuurlijk is het antwoord
daarop ja. Als we kijken naar de doelen uit het Preventieakkoord die we
met elkaar hebben geformuleerd — kijk naar roken: een rookvrije
generatie, nul jongeren aan het roken — dan moet je daarvoor nogal wat
uit de kast halen. Ik denk dat de belangrijkste stappen in dat kader wel
door de rijksoverheid gezet worden, bijvoorbeeld in het verhogen van de
prijs van tabak of de beschikbaarheid bij supermarkten, om maar wat te
noemen. Dus ja, dat is een opgave van alle overheden, maar sterker nog:
ik vind het een opgave van de hele samenleving. Daarom hecht ik er ook
zeer aan als bijvoorbeeld het bedrijfsleven nu ook zijn vinger opsteekt
en zegt: kunnen wij ook wat doen in het kader van Vitaal Bedrijf? De
term is in de eerste termijn niet gevallen, maar het is heel mooi dat
ook het bedrijfsleven zegt dat ze er iets in moeten doen. De banken — ik
noemde net Michel van Schaik — moeten daar ook aandacht aan geven. En
een hele belangrijke die ik nog niet heb genoemd zijn de
zorgverzekeraars als belangrijke financier van het zorgstelsel. Er zijn
er een paar die echt staan te popelen. Sterker nog, er zijn
zorgverzekeraars die al stappen zetten in de richting van meer
preventie, niet alleen voor individuen, maar zelfs voor groepen. It
takes society to make the world healthier, zeg maar. Volgens mij zijn er
veel spelers aan bod, alleen om nou te zeggen dat we voor elke speler
een doelstelling moeten koppelen aan de wet? Als mevrouw Kuiken het in
die detailvorming zoekt, dan zou ik zeggen: nee. Dat vind ik te
specifiek. Ik zou meer overhuivende, brede doelen willen
formuleren.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan een interruptie van mevrouw Diertens.
Mevrouw Diertens (D66):
Ik vroeg me iets af. De staatssecretaris meldde dat GLI prominenter
aanwezig is, dat er overleg is met zorgverzekeraars en dat daar ook
valpreventie bij in komt en al dat soort zaken. Maar ik heb dit ook in
het sportdebat gevraagd en ik vraag het ook in dit preventiedebat: in
hoeverre worden sportscholen nu ook betrokken bij het aanbieden van
GLI-preventiemethoden? Dat gebeurt namelijk in Arnhem al heel goed
binnen een sportschool, ook met ondersteuning van een zorgverzekeraar.
In hoeverre is daar ook geïntegreerd beleid op?
Staatssecretaris Blokhuis:
Dat vind ik een goede vraag, omdat GLI goeddeels is afgehecht in de
Zorgverzekeringswet omdat de behandelaars, de huisartsen en de eerste
lijn mensen kunnen begeleiden, maar het beweegdeel bij de gemeenten zit.
Dat is wel spannend, want als een gemeente daar niet in investeert, heb
je nog geen goede match. Wij zijn voortdurend bezig om te kijken hoe we
GLI kunnen vervolmaken en beter kunnen uitrollen. Voor de
corona-uitbraak zag je bij GLI een enorm stijgende lijn. Sinds corona is
het wel blijven groeien, maar minder. Het is mede blijven groeien
dankzij de brede aandacht die ervoor is. Wij organiseren namelijk
oplopen — dat kan tegenwoordig helaas alleen maar virtueel — waarbij ook
gemeenten en wethouders en zelfs ook provincies aanhaken om te kijken
hoe zij hun aandeel kunnen pakken. Alles onder de Zorgverzekeringswet
brengen, zou kunnen — we willen daar serieus naar kijken — maar
vooralsnog willen we de verantwoordelijkheid voor het beweegdeel
behandelen in de Zorgverzekeringswet bij gemeenten laten. Volgens mij is
het ook vooral een cultuurverandering, en ik ben blij met de enorme
groei die we gehad hebben. Het is nu een zaak van het goed bekendmaken
en zorgen dat huisartsen goed kunnen doorverwijzen naar
beweegprogramma's. En dat ligt wel primair op het bordje van gemeenten.
Daar zou ik vooralsnog wel op blijven inzetten.
De voorzitter:
Een tweede doorvraag van mevrouw Diertens. Gaat uw gang.
Mevrouw Diertens (D66):
Die versnippering leidt er ook toe, zo heb ik mij laten vertellen, dat
bijvoorbeeld een Bas van de Goor Foundation, die bezig is met hele goede
dingen zoals wandelmeetings, niet in aanmerking komt voor een bijdrage
om dit te stimuleren, terwijl een organisatie die dat vanuit de overheid
doet, wel in aanmerking komt. Hij wordt dus niet ondersteund bij zo'n
goededoelenloop, die hij dus organiseert, en bij het actief onderzoek
dat hij doet met universiteiten en met andere belangrijke partners. Als
je het zo versnippert, ligt daar een gemiste kans. Er zijn initiatieven.
Laten we die bundelen en ook proberen om het financieel eerlijk te
verdelen in een eerlijk speelveld.
Staatssecretaris Blokhuis:
Laat het duidelijk zijn: ik heb een heel goede band met Bas van de Goor,
al was het alleen maar omdat hij uit de leukste gemeente van Nederland
komt en nog heel goed kan volleyballen ook. De diabeteschallenge waar
mevrouw Diertens het over heeft, is inderdaad vooral gericht op bewegen.
Dan kom je wel bij het punt dat dat vooral bij de gemeenten ligt. Ik wil
mevrouw Diertens wel beloven dat ik wil kijken of er haakjes zijn om dat
op een andere manier te financieren, maar ik ga geen overspannen
verwachtingen daarbij wekken, omdat het uitgangspunt wel steeds is het
volgende is. Bewegen: gemeente. Behandelen: zorgverzekering. Ik wil
hierop terugkomen, want ik hecht eraan dat de aanpak van Bas van de Goor
die bewezen effectief is, een vlucht krijgt en dat die niet het best
bewaarde geheim van de Veluwe blijft.
Voorzitter, mag ik verdergaan? Ik heb nog twee korte punten bij de
inleiding over preventie algemeen. De heer Van Gerven vroeg of ik bereid
ben om een preventiefonds in te richten. Dat heeft alles te maken met
het financieren van preventie. Heel in het algemeen kan ik zeggen dat ik
denk dat het niet de vraag is of er extra geld naar preventie moet in de
volgende kabinetsperiode, maar hoe en hoeveel. Ik weet niet of dat een
preventiefonds moet zijn. Dat is voor mij geen uitgemaakte zaak. Het is
wel een van de te verkennen varianten die we ook in beeld brengen. We
willen die in beeld hebben. Een preventiefonds wordt dus in beeld
gebracht, maar daarnaast bijvoorbeeld ook een brede doeluitkering die
naar gemeenten gaat of de reguliere route naar het Gemeentefonds.
Misschien zijn er nog wel meer varianten, bijvoorbeeld subsidies. We
kijken naar de verschillende instrumenten die mogelijk zijn. Volgens mij
hebben de heer Van Gerven en ik één belang, namelijk dat er geld naar
preventie gaat. De route waarlangs is een afgeleide vraag. Ik hoorde hem
vragen om een preventiefonds. Hij zei dat dat mooi zou kunnen, omdat je
dat bijvoorbeeld kunt voeden vanuit de tabaksaccijnzen en dan heb je een
soort doelheffing. Je kunt ook wel zeggen dat de accijnzen daarmee haast
een soort aflaat worden, zo van: als de tabaksindustrie maar accijnzen
betaalt, mag ze veel van die rotzooi verkopen en dan gaan wij ervoor
zorgen dat daar goede programma's op worden gezet. Ik zou dat liever
willen scheiden, maar ik gooi een preventiefonds niet bij voorbaat
weg.
Wij doen het volgende. We hebben AEF gevraagd om verschillende opties
van financieringsvormen in beeld te brengen. Dat wordt dit voorjaar
gepresenteerd. Dat geef ik dan mee als huiswerk aan een volgend kabinet
of als een dringend advies. Maar de verschillende varianten komen in
beeld. Volgens mij bedienen we de heer Van Gerven daar optimaal
mee.
De voorzitter:
De heer Van Gerven heeft een interruptie daarop. Gaat uw gang.
De heer Van Gerven (SP):
Ik heb geloof ik in mijn betoog de vergelijking gemaakt met het
Deltafonds en het Deltaplan. Dat is geloof ik in de orde van 1 miljard.
Dat geld kun je dan gebruiken voor drinkwatervoorziening, dijken
enzovoorts. Daarop kun je langjarig een plan maken. Het aantrekkelijke
daarvan is dat dat geld gewoon gegarandeerd is. Dat komt uit de algemene
middelen. Ik denk dat dit bij het preventiefonds ook wel van belang is,
omdat we heel veel discussies zien over waar het geld vandaan moet
komen. Moet dat van de verzekeraars, van de gemeenten of van die of die
komen? Daarom zeggen wij: doe nou zo'n preventiefonds uit de algemene
middelen, bijvoorbeeld, waarbij je natuurlijk ook de tabaks- en
alcoholaccijnzen kunt bedenken, want die vloeien ook naar de algemene
middelen. Maar dan heb je in ieder geval langjarig een groot budget,
waarmee je allerlei goede preventieve activiteiten langjarig door kan
laten gaan. Dat stel ik dan ook voor.
De voorzitter:
Dat zei u ook in uw eerste termijn, maar wat is uw vraag.
De heer Van Gerven (SP):
Jazeker. Mijn vraag gaat dus over die financieringsvormen. Laat de
staatssecretaris die uitzoeken en is hij daar ook een voorstander
van?
Staatssecretaris Blokhuis:
Ik hoop dat AEF meeluistert naar dit debat en anders zullen we hun dit
deel van het stenogram wel doorsturen. Wat mij betreft gaat AEF dit type
vraagstukken in beeld brengen bij de vraag welke financieringsvorm
optimaal is. Volgens mij hebben we hetzelfde belang en willen we ook
allebei de beste financieringsvorm. Dat kan misschien uitmonden in een
fonds, maar misschien zijn er ook andere routes. Als er maar goed geld
naar de preventie gaat.
De voorzitter:
Meneer Van Gerven, doorvragend.
De heer Van Gerven (SP):
Het probleem is dat preventie geld kost, maar dat je de opbrengst niet
weet. Zorgverzekeraars staan daarom niet te trappelen of misschien mogen
ze ook niet. Als je naar de letter van de Zorgverzekeringswet kijkt,
zijn er ook weer allerlei beren op de weg. Dat geldt ook voor gemeentes
enzovoorts. Onderkent de staatssecretaris die problematiek? Vindt hij
ook dat we naar een financiering moeten waarbij de langetermijneffecten
vooropstaan en niet de eventuele kortetermijnwinsten?
Staatssecretaris Blokhuis:
Het antwoord is volmondig ja. Volgens mij zijn de heer Van Gerven en ik
het daar volstrekt over eens. Wat dat betreft hebben we aan de SP een
goede bondgenoot in dit gevecht.
De laatste vraag bij dit punt was ook van de heer Van Gerven. Als je het
Nationaal Preventieakkoord een vervolg geeft — laten we met z'n allen
hopen dat het dat krijgt, althans het type aanpak — moet je dan de
partijen met financiële belangen overboord kieperen? Ik zeg het even in
mijn eigen woorden. Ik vind dat een vraag die een volgend kabinet moet
beantwoorden. Daarbij moeten ze wat mij betreft zwaar laten meewegen
welke vervolgstappen we kunnen zetten met of zonder die partijen. Ik heb
de vraag goed gehoord. Ik denk dat dit een vraag is voor een volgend
kabinet, dat dit naar eer en geweten moet invullen.
Dan wil ik verdergaan met het thema overgewicht, als eerste inhoudelijke
thema.
De voorzitter:
De heer Renkema heeft nog een interruptie.
De heer Renkema (GroenLinks):
Op basis van de laatste twee, drie zinnen die de staatssecretaris
uitsprak, heb ik nog wel een vraag. Beluister ik hem goed dat hij zegt:
als we naar de toekomst kijken en nieuw beleid maken, als het gaat om
doelen, maar zeker ook om de middelen, zou het goed zijn om aan tafel te
gaan zitten met de levensmiddelenindustrie en anderen, maar zou het ook
goed zijn om daarnaast een scenario te ontwikkelen waarin je dat niet
doet, omdat dat je misschien verder helpt in het bereiken van je doelen?
Beluister ik hem zo goed? Wil hij die twee dingen naast elkaar doen?
Daarbij wil ik ook de vraag stellen hoe hij terugkijkt op het proces dat
hij zelf in 2018 heeft doorlopen en waarover de afgelopen tijd
publicaties zijn verschenen.
Staatssecretaris Blokhuis:
De heer Van Gerven vroeg mij te reflecteren en nu vraagt de heer Renkema
het ook. Specifiek op dit punt is dat natuurlijk best wel ingewikkeld
balanceren geweest. Dat geef ik ronduit toe. Tegelijkertijd heb ik ook
mijn zegeningen geteld; ik zeg het even in de tale Kanaäns. Ik heb
gezien dat de levensmiddelenindustrie, de supermarkten, de slijterijen
en brouwers ook hun bijdrage willen leveren, bijvoorbeeld door 0,0% te
promoten of door in te zetten op een vergroting van het aandeel
caloriearme frisdranken. Dat heeft ook een plek gekregen in het
Preventieakkoord. Ik vind het wel heel mooi dat dit bereikt is, dus dat
in Nederland — ik kom straks terug op de suikertaks — het veld, in dit
geval de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie, zegt dat ze
weten dat frisdranken de hofleverancier zijn van suikers die mensen
consumeren en toezeggen dat ze die gaan reduceren met 25% in 2020 en 30%
in 2025. En ze liggen voor op schema; dat heb ik al meermaals gezegd in
debatten met de Kamer. Daarmee zijn we er natuurlijk niet en er zijn ook
andere voedingsonderdelen waar suiker in zit, en niet zo'n beetje ook,
maar dit vind ik wel heel mooie stappen die gezet zijn. Ik durf zelfs de
stelling aan dat we met deze stappen mét de industrie tot meer
suikerreductie komen dan landen die wel een suikertaks hebben. Die
stelling durf ik hier wel neer te leggen. Ben ik vies van een
suikertaks? Laat ik die maar gelijk even inkoppen dan. Ik heb heel
duidelijk tegen de Kamer gezegd dat ik dat een perspectiefrijk
instrument vind. Ik denk ook dat we in de aanloop naar een volgende
kabinetsperiode die vraag onder ogen moeten zien.
Dan specifiek inzoomend op de vraag van de heer Renkema of je een
scenario met of zonder de industrie maakt: ik zou het liefst het gesprek
aangaan met de industrie. Als ze zeggen "no way, dat maken we niet mee",
dan kijk je de tafel rond en stel je de vraag of we zonder of met
verdergaan en wat we willen bereiken. Dat is een politieke vraag, maar
ook een brede maatschappelijke vraag. Wat wil je met z'n allen bereiken?
Het belooft een spannende tijd te worden in die zin. Je zou heel veel
zin krijgen om er met je neus vooraan bij te zitten.
Voorzitter. Er zijn veel fracties die vragen hebben gesteld over btw en
suiker. Mevrouw Van Esch en mevrouw Kuik spraken erover, maar ook
anderen. De btw op groente en fruit verlagen of een suikertaks invoeren?
Ik zou daar heel veel over kunnen zeggen en ik zou heel mooie
beschouwingen kunnen geven over de btw, maar bij de btw is het wel even
spannend, want we zitten nog in een Europese context. Sterker nog, we
zitten niet in een nexit, dus we zitten gewoon in een Europese context
die ons bindt. We kunnen niet zomaar de btw naar nul verlagen. Wij
kunnen maar binnen bepaalde marges wat doen. Wij zijn links en rechts
gebonden om binnen de Europese context te opereren. Een suikertaks biedt
wel veel meer mogelijkheden. Dat doen ons omringende landen onbekommerd.
Van beide instrumenten zou ik willen zeggen: laten we daar alsjeblieft
niet keihard nee tegen zeggen, maar laten we die als serieus huiswerk
meegeven aan een volgend kabinet. Ik heb daar niet voor niks van gezegd
dat het een perspectiefrijk instrument is. Dat zou ik niet zeggen als ik
het zou wegwimpelen en zeggen: alsjeblieft, ik hoop niet dat een volgend
kabinet ermee aan de gang gaat.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
De Partij voor de Dieren pleit bijvoorbeeld voor het verlagen van de btw
op groente en fruit. Het liefst natuurlijk naar nul, maar ook wij weten
dat de Europese regelgeving zeer complex is op dit punt. Wat ik wel zou
willen meegeven, en daar ben ik toch wel benieuwd naar, is het volgende.
Vorige week is er een motie aangenomen waarin aangegeven wordt dat u als
staatssecretaris door kan gaan met het preventiebeleid. Er is een
meerderheid die zich achter die motie heeft geschaard. Dan zou het toch
juist heel mooi zijn om in ieder geval op dit soort punten niet te
wachten tot er een nieuw kabinet is, ook aansluitend bij uw eigen
pleidooi dat we eigenlijk geen tijd te verliezen hebben, zeker met de
coronacrisis waar we nu in zitten. Ik ben wel benieuwd naar uw mening,
want voor er een nieuw kabinet is, voor die formatie is afgerond en voor
we bezig zijn, zijn we minimaal een half jaar tot driekwart jaar verder.
Ik zou het echt heel erg zonde vinden om niet de mogelijkheden die er nu
al zijn tot uitwerking te zien komen, het liefst in uw handen. Dus ik
ben toch benieuwd: wat kunnen we nog?
Staatssecretaris Blokhuis:
Om te beginnen dank ik mevrouw Van Esch voor haar vertrouwen in mij en
voor het feit dat zij denkt: dan is het in goede handen. Dat is één.
Maar twee: er zijn een paar kaders waar we binnen vallen. Ik heb met
meer dan 70 organisaties dat Preventieakkoord getekend en ik vind wel:
een man een man, een woord een woord. Ik heb met die organisaties
ingezet op waar we nu staan en de maatregelen vormgegeven zoals we die
met elkaar hebben geformuleerd. Ik vind het wel ingewikkeld om
bijvoorbeeld buiten bestaande partners om te zeggen: wij gaan de
suikertaks invoeren. Daar waar we met heel veel pijn en moeite de balans
hebben gevonden die we nu hebben, vind ik het ingewikkeld om daar buiten
te gaan springen. Niettemin heb ik wel gezegd: ik vind dat
perspectiefrijke instrumenten en zou me kunnen voorstellen dat een
volgend kabinet opnieuw dat gesprek aangaat met dezelfde partners. Dat
vind ik een andere setting dan dat ik, bijna onbehoorlijk besturend,
zeg: weet je wat, jongens, we hebben afspraken maar ik ga er dwars
doorheen fietsen. Wij voeren die gesprekken aan de tafels van het
Preventieakkoord. Er zijn nu drie thematafels. Daar wordt dit type
gesprek gevoerd. Daar heb ik ook bij aangehaakt, maar ik vind wel dat ik
gehouden ben aan de afspraken die we daar hebben gemaakt. Dat is
een.
Twee is dat ik aan het RIVM gevraagd heb om met een extra set te nemen
maatregelen te komen. Ik sluit niet uit dat daar ook prijsmaatregelen
bij zitten. Dat zou mij de vrijmoedigheid kunnen geven om naar de Kamer
terug te komen en te zeggen: ik krijg dit advies en ik wil daar met u
het gesprek over aangaan om te kijken wat we allemaal in gang kunnen
zetten deze periode. Als laatste wil ik het volgende aan mevrouw Van
Esch meegeven. Als de Kamer in deze samenstelling — of ook zelfs in de
volgende, als ik daar demissionair nog verder aan het stuur zit — vindt
dat er met het nieuwe RIVM-rapport in de hand voldoende aanleiding is om
extra stappen te zetten, zal ik als staatssecretaris tot de laatste snik
blijven strijden voor een gezond Nederland.
De voorzitter:
Daar blijft het bij. Oké, prima. Staatssecretaris, ik vraag u ook naar
de klok te kijken, want het is interessante materie, maar we hebben ook
nog een interruptie van de heer Jansen. Gaat uw gang.
De heer Jansen (PVV):
Toch een korte vraag dan, in één termijn. Het kabinet is demissionair.
Volgens mij is het dan raar als wij extra stappen gaan zetten, want
volgens mij is dat op dat moment staatsrechtelijk niet helemaal juist.
Kan de staatssecretaris daar misschien even op ingaan?
Staatssecretaris Blokhuis:
Het is op zich staatsrechtelijk niet onjuist, tenzij ik iets doe wat de
Kamer niet wil. We gaan waarschijnlijk na de verkiezingen ook weer een
nieuw moment krijgen waarop thema's weer controversieel worden
verklaard, als er onderhandelaars aan het werk gaan om een nieuw akkoord
in elkaar te zetten. Maar als de Tweede Kamer het kabinet groen licht
geeft om stappen te zetten — zo simpel zit staatsrecht ook in elkaar —
en er bij het kabinet ook ambitie is, wat natuurlijk een belangrijke
randvoorwaarde is, dan zou het toch wel heel vreemd zijn als we juist in
deze periode waarin we zien hoe belangrijk het is dat mensen weerstand
hebben, zeggen: weet je wat, we gaan het komend halfjaar niks doen. De
randvoorwaarde die de heer Jansen formuleert, is volstrekt
vanzelfsprekend. Als de Kamer geen groen licht geeft, dan weet ik wie de
baas is in Nederland.
Voorzitter. Ik wil naar de gezonde schoollunches. Daar hebben
verschillende woordvoerders vragen over gesteld. Ik zal proberen de
antwoorden wat korter te maken, voorzitter. Heel kort over gezonde
schoollunches: er zijn verschillende scenario's in beeld, bijvoorbeeld
om alleen te focussen op, even plat gezegd, scholen met een lage SES,
mensen met een praktische opleiding en een lager inkomen. Gaan we
inzetten op de wijken waarin dat vooral dominant is? Of gaan we het heel
breed doen? Gaan we alleen inzetten op bewegen, of ook op gezonde
lunches? Die scenario's hebben we al aardig scherp. Die willen we ook
meegeven aan een nieuw kabinet, want dat was een concrete vraag van
partijen. Ik wil de Kamer op korte termijn informeren over hoe de vlag
erbij hangt en welke scenario's wij voor ogen hebben. Dat is misschien
ook weer een leuke uitnodiging voor een verder gesprek daarover.
De voorzitter:
Dat roept gelijk een interruptie op van mevrouw Van Esch.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik probeer de dingen wat scherper te hebben. "Op de korte termijn" vind
ik lastig in te schatten, aangezien we nog anderhalve week Kamerwerk
hebben. Is "korte termijn" dan nog voor het verkiezingsreces, of wordt
dat in het verkiezingsreces? Wat is korte termijn?
Staatssecretaris Blokhuis:
Het gaat allemaal echt best snel. Wij zijn op heel veel borden tegelijk
aan het schaken als het gaat om gezond eten. We komen in maart met een
advies. Dat is echt primair gericht op het nieuwe kabinet: deze
scenario's zijn denkbaar. Het duurste scenario kost echt heel veel
nullen. Ik kan me ook voorstellen dat de Kamer er in de samenstelling
van dat moment over wil spreken.
De voorzitter:
Even voor de helderheid en de kijkers thuis: u zegt nu voor de tweede
keer dat een Kamer erover wil spreken, maar het verkiezingsreces is
gewoon tot 30 maart. "Een Kamer die erover spreekt": dat is dus heel
bijzonder in een verkiezingsreces.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ik denk eerlijk gezegd dat de Kamer hiervoor niet terugkomt van reces.
Maar ik mag hopen dat de Kamer na de verkiezingen op een gegeven moment
weer gaat functioneren. Over die situatie heb ik het.
De voorzitter:
Er is nog een interruptie van mevrouw Sazias. Gaat uw gang.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Ik wil de staatssecretaris toch dringend vragen om vooral integraal te
denken en niet alleen te denken aan een gezonde lunch, los van
bijvoorbeeld bewegen. Want als je een beetje creatief bent, ga je
misschien met de klas lopen naar de schooltuin die een eind verderop is.
Daar kweek je zelf gezonde dingen, die je vervolgens eet. Dus probeer
vooral integraal te denken en de dingen te combineren.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ik ben het heel erg eens met mevrouw Sazias. Maar overigens gaat het in
die programma's voor een gezonde schoollunch niet alleen maar om dat
boterhammetje dat ze tussen de middag eten en zelf klaarmaken. Het gaat
juist over de combinatie met bewegen. Dat is bij alle programma's van
Onno van Schayck het uitgangspunt. Hij is hier de geestelijke vader van,
met de universiteit van Maastricht, die van Wageningen en het RIVM. Ik
ben het er helemaal mee eens.
Voorzitter. Door leden van verschillende fracties — mevrouw Van Esch, de
heer Van Gerven, mevrouw Kuik — zijn vragen gesteld over de gezonde
leefomgeving. Ook is gevraagd naar de fastfoodketens die oprukken — wat
doen we daar nou toch aan? — en naar de indringende brief en de voorzet
van gemeenten om daar werk van te maken. De suggestie is om bijvoorbeeld
de Warenwet of de Omgevingswet aan te passen of anderszins. Nou, dat
advies is net binnen. Het is een goed onderbouwd verhaal met daarin een
paar oplossingsrichtingen, waaronder de wetten die ik net noemde. Dat
moeten we bestuderen. Daar willen we wel zo snel mogelijk een reactie op
hebben, maar die is er niet van de ene op de andere dag. Ik beloof de
Kamer dat wij daar met een reactie op komen. Wij willen zo snel mogelijk
serieus bekijken hoe we gemeenten een fatsoenlijk instrumentarium kunnen
geven om daar wat tegen te doen.
De voorzitter:
Mevrouw Van Esch, uw derde interruptie. Dat geldt ook voor mevrouw
Kuik.
Staatssecretaris Blokhuis:
Misschien voordat u het vraagt: wij willen die in mei naar de Kamer
sturen. Volgens mij is er dan wel al een Kamer die functioneert.
De voorzitter:
U heeft blijkbaar een glazen bol. Mevrouw Kuik, gaat uw gang.
Mevrouw Kuik (CDA):
Het is mooi dat de staatssecretaris dit oppakt. Ik ben wel benieuwd:
ligt er dan ook wetgeving voor, zodat we dat instrument ook
daadwerkelijk aan de gemeenten kunnen geven?
Staatssecretaris Blokhuis:
Nee. Eerst wordt verkend welk instrumentarium zich het beste leent om
hieraan handvatten te geven. Maar wij zijn binnen twee maanden, of
binnen drie maanden vanaf nu, nog niet zover dat we ook al een
wetsvoorstel met daarbij een memorie van toelichting hebben. Ik weet ook
niet hoe complex dat is. Eerlijk gezegd, lijkt het mij niet heel simpel,
anders hadden we dat, denk ik, allang gedaan. Maar dan ligt vooral de
keuze voor via welke wettelijke route je dat doet. Ik ga ervan uit dat
de Kamer dan ook van het kabinet vraagt dat het gas geeft. We kunnen dat
doorontwikkelen terwijl we de brief naar de Kamer sturen.
De voorzitter:
Er wordt niet doorgevraagd. Dan nog een interruptie van mevrouw Van
Esch.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
In mijn bijdrage heb ik specifiek op dit punt aangegeven dat het
misschien wel al snel voelt, maar dat het wat ons betreft juist nog
sneller zou moeten. Dat komt vooral door de coronacrisis waar we nu in
zitten. Je zou het niet willen, maar helaas bestaat het risico dat
straks, als de coronamaatregelen worden afgebouwd, horecaondernemingen
en winkels noodgedwongen gesloten worden en dat fastfoodketens zich daar
in no time in gaan vestigen. Ik vrees dat we in mei misschien al bijna
te laat zijn. Ik heb het gevoel dat we dan achter de feiten aanlopen, en
dat zou ik echt zonde vinden. We merken dat in deze coronacrisis
plotseling toch heel snel van allerlei spoedwetgeving en van alles en
nog wat kan worden gerealiseerd. Ik zou hierop wel willen aandringen en
erop willen wijzen dat dit echt een coronagerelateerde wijziging zou
kunnen zijn die echt bijdraagt. Dus nogmaals de opdracht: kan het niet
toch sneller?
Staatssecretaris Blokhuis:
Ik hoor die wens. Ik deel zelfs de wens dat we zo snel mogelijk moeten
kijken wat we kunnen doen, maar ik denk dat we aan
valseverwachtingenmanagement doen als ik zeg dat we dat tussen nu en een
paar maanden even gaan regelen. Ik hoor wel de uitdrukkelijke wens van
mevrouw Van Esch. Ik zie hoe breed dit bij gemeenten leeft en ik kan me
voorstellen dat dit breder wordt gedeeld. Ik heb dus geen aansporing
nodig om zo snel mogelijk meters te maken, maar het vraagt om
zorgvuldigheid en we gaan niet sneller ten koste daarvan.
Voorzitter. Ik wil ingaan op de thematiek rond productverbetering.
Mevrouw Dik-Faber en andere woordvoerders hebben daar vragen over
gesteld: is dat niet te vrijblijvend? Volgens mij constateert mevrouw
Dik-Faber wel terecht dat we naar een nieuw regime gaan, waarbij de
overheid de regie pakt, wat echt nieuw is ten opzichte van de huidige
aanpak, en waarbij de overheid op de belangrijke thema's — vetten,
oliën, suiker, zout — in gesprek is met de voedselproducenten. Meneer
Van Gerven stelt bijvoorbeeld de vraag of je op dat punt niet gewoon
wetgeving moet overwegen. Nou, op één onderdeel, namelijk transvetzuren,
is er al wetgeving. Daarvoor is er al wetgeving dankzij Europa; er zijn
Europese afspraken. Wij moeten ons ook realiseren dat het bij deze
thematiek om een internationaal speelveld gaat. We kunnen in Nederland
bijvoorbeeld wel heel strikte eisen stellen op het gebied van zout,
suiker en vetten, maar we moeten ons realiseren dat een heel groot deel
van de producten gewoon uit het buitenland komt en dat die landen echt
niet gebonden zijn aan die wetgeving. Dat is dus wel een beperkende
factor. Een troostvolle gedachte daarbij is wel dat dit thema in Europa
hoog op de agenda staat. We hebben de Farm to Fork-strategy van de
Europese Commissie. Daarbij is het zeker de bedoeling om de
productsamenstelling te verbeteren. Dat is, zeg maar, de brede aanpak.
De aanpak die wij nu voor ogen hebben en waarover de
levensmiddelenindustrie met ons in gesprek is, of wij met hen, gaat over
een opvolging van het Akkoord Verbetering Productsamenstelling. Daarbij
neemt de overheid de regie. Deze nieuwe aanpak heeft een bredere focus,
richt zich op meer productgroepen en heeft ambitieuzere doelen dan de
huidige aanpak. Ik denk dus dat we eigenlijk op twee sporen bezig zijn.
Het Europese spoor zal langer duren. Dat is jammer. Qua
kortetermijnspoor: ambitieuzere doelen, overheid aan zet, met een
bredere focus. Overigens willen wij daarbij zo veel mogelijk aanhaken
bij de Schijf van Vijf. Dat verbaast de producenten ook niet.
Voorzitter. Dan het punt van mevrouw Van Esch over aanbiedingen voor
kinderen. Die zijn ongezond. Ook andere woordvoerders hebben daar
aandacht voor gevraagd. Bedrijven moeten verantwoordelijkheid nemen voor
het weren van ongezond eten. Daar ben ik het heel erg mee eens:
bedrijven moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Dat sluit volgens mij
ook aan bij het betoog van de heer Bolkestein: schoenmaker, blijf bij je
leest. Als we het dus hebben over gezonde productie, moeten we eerst
naar de producent kijken. Idealiter zie ik dat er alleen maar reclame
wordt gemaakt voor Schijf van Vijf-producten. Daar zijn we niet. We
hebben in de huidige regels over kindermarketing wel een aanscherping
gedaan. Voor mevrouw Kuik zeg ik eventjes dat die aanscherping eruit
bestond dat die licensed characters niet meer mogen: de Donald Ducks en
de Spongebobs en zo mogen niet meer op ongezonde producten staan. Dat
heeft de sector zelf bepaald. Dat maakt deel uit van het
Preventieakkoord. Maar dat wil niet zeggen dat ze ongezonde producten
niet meer mogen promoten. Dat klinkt een beetje als een spagaat, maar zo
zit de werkelijkheid wel in elkaar. Er zijn winkels die het goede
voorbeeld geven. Ik zou eigenlijk alle winkels willen uitnodigen dat te
doen. Het zal wel weggepiept worden, maar de Aldi geeft hierin het goede
voorbeeld. Zij koppelen kidsmarketing aan gezonde producten.
Mevrouw Kuiken (PvdA):
Er is niets mis met de Aldi, hoor!
Staatssecretaris Blokhuis:
Nee, maar volgens mij moeten bewindspersonen af en toe opletten met
welke merken ze noemen. Er is een winkelketen met een Duitse achtergrond
die begint met een A en eindigt op L-D-I, die daarin het goede voorbeeld
geeft. Die wil ik wat dat betreft een pluim op de hoed zetten.
Voorzitter. De heer Jansen heeft gevraagd naar vitamine D. Althans, hij
zei: baat het niet, schaadt het ook niet, en misschien kun je mensen
daartoe stimuleren. Het is zo dat wetenschappelijke adviescommissies
voor voeding binnen en buiten Europa concluderen dat onvoldoende is
aangetoond dat vitamine D werkelijk een belangrijk wapen is,
bijvoorbeeld tegen corona, en het risico op infecties vermindert. Maar
de studies die zijn gedaan, zijn vaak wel "observationele studies",
zoals we die noemen. Daarbij kan oorzaak en gevolg niet goed worden
aangetoond. Wij willen mensen dus ook geen schijnzekerheid bieden en
zeggen: neem flink vitamine D, want dan krijg je geen corona. Op die
eendimensionale manier willen we dat niet doen. Op dit moment zijn er
wel vitamine D-suppletieadviezen voor bepaalde bevolkingsgroepen:
vrouwen vanaf 50 jaar, mannen vanaf 70 jaar, kleine kinderen, mensen die
weinig buiten komen. Het zou goed zijn als dat suppletieadvies meer
gevolgd wordt. Het is gewoon een breed advies. Dat zeg ik in reactie op
de vraag van de heer Jansen.
Mevrouw Van Esch zegt: 70% van het babyschap is ongezond, dus wat doe je
om dat tegen te gaan? Dat klinkt best wel schokkend, maar het is zo dat
het babyschap veel bewerkte producten bevat. Daarvan moeten kleine
kinderen, net als andere consumenten, niet te veel consumeren. Dat weten
we. Ook voor onze kleine kinderen geldt dat het het beste is om de
Schijf van Vijf te volgen. Momenteel wordt in Europees verband de
Europese regelgeving rondom babyvoeding herzien — ook weer een
troostvolle gedachte. Nederland draagt daar ook een steentje aan bij.
Wij zetten ons in voor striktere samenstellingseisen om deze regelgeving
in lijn te brengen met voedingsaanbevelingen voor kleine kinderen. Dat
is de route die wij daarbij vooral willen bewandelen, om deze zogezegde
onbalans de andere kant op te klappen. Ik zie het liefst dat het 0% is,
maar in plaats van 70%-30% ook liever 30%-70%.
De heer Jansen stelt nog de boeiende vraag: het lijkt wel alsof er een
spagaat zit in de overheidsaanbevelingen, want jullie zeggen aan de ene
kant dat mensen zo veel mogelijk binnen moeten blijven, terwijl aan de
andere kant de staatssecretaris van Volksgezondheid mensen oproept om te
gaan wandelen. Ja, het is allebei. We vragen mensen binnen te blijven
als het niet nodig is om jezelf te vervoeren en er het risico is van
verspreiding van het virus. Aan de andere kant zeggen we ook: ga naar
buiten om te wandelen en pak dat half uur bewegen per dag. Dat hoeft op
zich niet strijdig te zijn met elkaar. Kijk, als je zegt dat het bewegen
er vooral uit moet bestaan dat we met z'n allen in een hele kleine
supermarkt gaan ronddwalen, dan is dat niet het advies. Ga naar buiten.
Gelukkig is er in Nederland nog voldoende ruimte om met z'n allen gewoon
gezond te wandelen. Beperk daarnaast wel het aantal bewegingen. We
stimuleren ook thuiswerken et cetera. Dat is geen tegenstelling.
Voorzitter. De heer Renkema vraagt: als de doelen niet worden gehaald,
komen er aanvullende maatregelen. Wanneer krijgen we die maatregelen? Ik
zie de vraag nu, maar het antwoord daarop heb ik al gegeven: als het
RIVM in maart met dat aanvullend advies komt, gaan we dat gesprek
vervolgen.
Er ligt nog een vraag van mevrouw Diertens over gezonde voeding. Die
vraag is in lijn met de vraag van mevrouw Van Esch. Ze zegt: 82% van de
aanbiedingen betreft ongezonde artikelen. Dat is zo. Dat wordt
geconstateerd door Questionmark in de Superlijst. Ik ben naar aanleiding
daarvan in gesprek gegaan met de supermarkten. Ik heb gezegd: jongens,
kunnen we daarin niet met z'n allen goede bewegingen maken? Ik voel mee
met de heer Bolkestein, die zegt: het zou toch wel heel mooi zijn als
supermarkten dan zelf hun verantwoordelijkheid pakken in plaats van dat
we alles in wetgeving omzetten. Dat gesprek voeren we. Ik blijf dat
gesprek voeren, maar met gesprekken verander je soms ook niet helemaal
de wereld. Dus ik zou ook niet willen uitsluiten dat je daar tot
striktere regels moet komen. Heel simpel: we hebben een displayban voor
sigaretten. Je kunt ook regels stellen rond waar je dingen positioneert
in de winkel, maar dat gaat wel heel ver. Ik zou dat niet willen
uitsluiten, maar ik zou wel eerst de weg van het elkaar overtuigen
willen bewandelen.
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Diertens.
Mevrouw Diertens (D66):
Het is heel mooi om dat te horen. U spreekt over Aldi, en dat is
natuurlijk een mooi voorbeeld. Ik ben op werkbezoek geweest bij enkele
franchiseondernemers van de Jumbo en Albert Heijn. Sommige
franchiseondernemers zijn heel actief bezig om die verandering in gang
te zetten. Ik zou u toch ook willen vragen om mee te nemen dat er binnen
hun eigen gremia eigenlijk al mooie voorbeelden zijn die uitgebreid
zouden kunnen worden. Er is draagvlak, ook onder de ondernemers zelf.
Dus wat gaan we daaraan doen?
Staatssecretaris Blokhuis:
Voorzitter. Nog een paar minuten verder en we hebben alle ketens gehad!
Maar ik vind het wel goed dat we in dit debat de mooie voorbeelden
noemen. Wat mij betreft, is dat ook heel erg stimulerend. Als je tegen
een ondernemer zegt dat er goede voorbeelden zijn, dat men die
voorbeelden over kan nemen en erover in gesprek kan gaan, dan wil zo
iemand op een gegeven moment niet die achterblijver zijn. Dan wil iemand
erbij horen. Dat is ook het karakter van de gesprekken die we althans op
dit punt voeren. De gesprekken over tabak hebben echt een andere toon.
Laten voorlopers het goede voorbeeld geven en anderen zeggen: die boot
willen we eigenlijk niet missen.
Voorzitter. Ik doe mevrouw Sazias te kort als ik het niet heb over
ondervoeding en ouderen. Daar heeft zij een vraag over gesteld. Zij
heeft er helemaal gelijk in dat de ziektekosten niet onaanzienlijk zijn.
Het is ook een complex probleem. We hebben daar wel aandacht voor.
Ondervoeding, zeker bij kwetsbare ouderen, is een belangrijk probleem,
zeker in coronatijd. De Stuurgroep Ondervoeding heeft op 1 augustus
vorig jaar van VWS de opdracht "borging aanpak ondervoeding" gekregen.
Daar wordt op dit moment aan gewerkt met de betrokken
beroepsorganisaties. Ondervoeding moet tijdig opgemerkt en aangepakt
worden. Wij proberen die cultuur dus breder te borgen.
Voorzitter. Daarmee ben ik klaar met het onderdeel voeding.
De voorzitter:
Ware het niet dat mevrouw Sazias en mevrouw Dik-Faber daar nog vragen
over hebben.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
We hebben een motie ingediend waarin wij hebben gevraagd om de thuiszorg
in te schakelen bij het probleem van ondervoeding. Een schoon huis is
natuurlijk van belang, maar even samen wat eten is minstens zo
belangrijk. Die motie is ruimschoots aangenomen, ik geloof zelfs met
algemene stemmen. Ik wil van de staatssecretaris horen hoe het daarmee
staat. Ik weet dat het een beetje op het bord van de heer De Jonge ligt,
maar misschien kan de staatssecretaris toch wat meer verduidelijking
geven.
Staatssecretaris Blokhuis:
Een mooie beeldspraak: "ondervoeding ligt op het bord". Volgens mij zit
dit aspect bij die "borging aanpak ondervoeding". Daarin wordt
meegenomen dat mensen die bij ouderen thuiskomen, zoals de thuiszorg,
hier aandacht voor hebben. Ik wil dat nog even checken en ik wil daar zo
mogelijk in tweede termijn op terugkomen. Als dat niet mogelijk is, kom
ik daar, ook in overleg met collega De Jonge, schriftelijk op
terug.
De voorzitter:
Dat is afdoende. Dan gaan we naar mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik zit nog even te kauwen op het antwoord van de staatssecretaris.
Natuurlijk zit Nederland in een open markt en is het heel erg lastig om
afspraken te maken met fabrikanten over productsamenstelling en over wat
er in het schap staat. Want ja, als onze eigen potjes niet smakelijk
genoeg zijn, worden ze niet verkocht, en dan haalt de supermarkt het wel
weer uit het buitenland. Ik snap dat het lastig is. Toch vind ik het ook
wel wat te gemakkelijk om te zeggen: we wachten op Europese afspraken.
Dat duurt te lang. Ik zie nu dat ouders ervan uitgaan dat wat in de
supermarkt verkocht wordt, goed is voor hun kinderen. Mensen kopen
producten in de supermarkt omdat ze denken: de NVWA ziet erop toe; dit
is goed voor mij. Dat is niet altijd zo. Ik vind dat de overheid hier
best een stap naar voren mag zetten om de gezondheid van mensen beter te
beschermen. Wat kunnen we binnen Nederland toch doen, vooruitlopend op
Europese besluitvorming?
Staatssecretaris Blokhuis:
Ik heb net proberen aan te geven dat wij twee sporen hebben. Het
Europese spoor zal langer duren, maar is veelbelovend: de Farm to Fork
strategy. Aan de andere kant doen we in Nederland ook wel wat. Dat heb
ik ook al meermalen aan de Kamer gemeld. Er komt een vervolg op het
Akkoord Verbetering Productsamenstelling, waarbij de overheid de regie
neemt. Dat is anders dan bij het huidige akkoord. Daar wordt
bijvoorbeeld gekeken naar de productgroepen die voor 3% of meer
bijdragen aan zoutconsumptie, suikerconsumptie en vet. Er wordt dus echt
heel gericht gekeken. Ik heb daar verschillende presentaties van gezien,
waar de producenten plat gezegd ook best een beetje zenuwachtig van
worden. Dat is in dit geval dan misschien een goed teken. Misschien is
het het beste als ik beloof de Kamer te informeren over dit specifieke
punt zodra er meer over bekend is. Dan weet mevrouw Dik mij wel te
vinden als zij vindt dat die inzet te beperkt of te weinig ambitieus is.
Nogmaals, er zijn dus twee sporen. Ik voeg daar nog één ding aan toe
over die ouders die de supermarkt binnenkomen en zeggen: hoe weet ik nou
waar het gezonde product staat? Het woord is in het debat niet gevallen,
maar ik hoop dat het voedselkeuzelogo Nutri-Score daar ook een bijdrage
aan levert. Consumenten kunnen dan zien dat als iets groen scoort, dat
in die productgroep de verantwoorde keus lijkt. Er zijn dus
verschillende sporen waarlangs we de gezonde keuze makkelijker proberen
te maken. Mooier kan ik het niet maken.
De voorzitter:
Wilt u daar nog op doorvragen?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik heb zelf Nutri-Score nog even genoemd en had de staatssecretaris
gevraagd of dat inderdaad medio dit jaar ingaat, omdat ik vermoed dat
dat consumenten inderdaad handelingsperspectief geeft. Verder wil ik de
staatssecretaris eigenlijk alleen maar verder aanmoedigen. De
levensmiddelenindustrie wordt zenuwachtig. Nou, het kan mij niet
zenuwachtig genoeg zijn. Geef ze maar pilletjes tegen de stress. Het
gaat hier gewoon om volksgezondheid. Er zijn echt nog hele grote stappen
te zetten. Nogmaals, ik neem straks afscheid van deze Kamer. Ik heb hier
achtenhalf jaar gezeten en obesitas en overgewicht zijn niet afgenomen.
Het is niet afgenomen. Ik weet niet in hoeverre het is toegenomen, maar
de urgentie is groter dan ooit.
De voorzitter:
Dank u. De geestelijke gezondheid van sommige mensen is blijkbaar minder
dan die van anderen. Staatssecretaris, gaat uw gang.
Staatssecretaris Blokhuis:
Het advies om pilletjes te geven neem ik niet over, want we willen ook
in de geestelijke gezondheidszorg demedicaliseren. Maar er zijn wel meer
mogelijkheden om stress tegen te gaan, bijvoorbeeld bewegen. Voor het
overige denk ik dat het juist een van de verdiensten van mevrouw
Dik-Faber is dat overgewicht terugdringen een van de ambities uit het
Preventieakkoord is. Dat is een majeure opgave. In 2040 overgewicht
hebben teruggedrongen met — uit mijn hoofd — 12% ten opzichte van nu,
dat is echt een hele forse opgave en daar zullen we heel veel voor van
stal moeten halen, waaronder inderdaad productverbetering.
De voorzitter:
Ik zie op dit moment verder geen interrupties.
Staatssecretaris Blokhuis:
Voorzitter, zal ik dan naar de tabak gaan?
De voorzitter:
Ja, graag.
Staatssecretaris Blokhuis:
Er is een aantal vragen gesteld, onder anderen door mevrouw Kuik, over
de verkooppunten. Zij juicht toe dat we bij de supermarkt zo snel
stappen zetten. Dat juich ik zelf ook heel erg toe. Dat is een enorme
beweging. Zij vraagt hoe je dat voorbereidt, ook de vervolgstappen voor
de andere sectoren. De ambitie om tot een rookvrije generatie te komen
kan alleen bereikt worden als we ook het aantal verkooppunten
terugdringen. Dat is ook door het RIVM aangetoond. In november 2020 heb
ik het plan van aanpak gestuurd om de verkooppunten terug te dringen.
Voor de supermarkt is dat vanaf 2024. Ik verwacht dat dat verbod gelijk
een groot positief effect gaat hebben, want het is met vlag en wimpel
het grootste verkooppunt in omzet en er komen, anders dan bij andere
verkooppunten, veel kinderen. Mevrouw Kuik zei dat al. De wetgeving is
in voorbereiding. De wetgeving zal bekrachtigd worden door een volgend
kabinet, mag ik hopen, en door de Kamer, want die moet er natuurlijk ook
wat over zeggen. Maar als we het hebben over de andere verkooppunten,
dan wijs ik erop dat na 2030 de verkoop van tabak verder gefaseerd wordt
afgebouwd bij de verkooppunten tabaksstations, pardon tankstations en
tabaks- en gemakszaken. Je hoopt eigenlijk dat er op een gegeven moment
nergens meer tabak is, maar voor het eindpunt in 2040 is de
veronderstelling dat er dan nog 5% van de bevolking rookt en dat tabak
alleen nog in heel specialistische tabakszaken wordt verkocht. Dit jaar
laat ik onderzoeken hoe die eindfase na 2030 vorm kan krijgen. We zetten
dus aan de ene kant wetgeving in gang, terwijl we aan de andere kant
kijken hoe we bij die andere verkoopstations kunnen komen tot een
afbouw. We zullen de economische impact, die onder meer door de heer
Bolkestein is genoemd, in beeld brengen. Daarnaast gaan we dan in op de
regionale spreiding van speciaalzaken en überhaupt de verkrijgbaarheid
van het product. Dat onderzoek is in voorbereiding. U ontvangt het,
gekoppeld aan een reactie van mij, in mei 2021. Dat is de volgende
toezegging alweer. Het wordt een druk voorjaar.
Voorzitter. Een belangrijke vraag die daaraan gekoppeld is, is hoe je
voorkomt dat er een beweging komt van supermarkten naar kleine
subzaakjes die als paddenstoelen uit de grond schieten. Dat is, denk ik,
een reële vrees, want het bloed kruipt soms waar het niet gaan kan.
Kijk, als een supermarkt in een heel afgelegen plaats stopt en er is
verder geen aanbod, dan is de veronderstelling dat er een verschuiving
plaatsvindt, dat de markt zijn werk doet en dat er een
tabaksspeciaalzaak voor in de plaats komt, althans voor het verkooppunt
in de supermarkt. We willen niet dat op elke plek waar nu een supermarkt
is, daarnaast een klein verkooppuntje van tabak ontstaat. We gaan de
vinger aan de pols houden. We zullen de ontwikkelingen monitoren. We
zullen verwachte verschuivingen in de markt in de gaten houden, want we
willen voorkomen dat per saldo het aantal verkooppunten toeneemt. Dan
zijn we namelijk in de aap gelogeerd. Wij verkennen daarom de komende
tijd nut en noodzaak van invoering van een registratiesysteem — dat zou
daarin kunnen helpen — en monitoring, waarom de leden Kuik en Dik-Faber
hebben gevraagd in hun motie. Ik zal de Kamer er medio 2021 over
informeren.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Renkema.
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik had op dit punt ook gevraagd naar een vergunningenstelsel. Juist met
een vergunningenstelsel kun je zicht houden op wie verkoper is van
tabak. Dat is een wat zwaarder instrument dan het alleen laten
registreren. Nu moeten we steeds onderzoek doen naar het aantal
verkooppunten. Dat zou je ook kunnen reguleren.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja. Daar heeft de heer Renkema helemaal gelijk in. In de aanloop naar
deze besluitvorming hebben we gezegd: het is het een of het ander, óf
een verbod, wat we nu in de supermarkten doen, óf vergunningen. De heer
Renkema zegt: je kunt ook allebei doen. Dat vraagt wel enorm veel tijd.
Elke vergunning vraagt handelingen en brengt regeldruk met zich mee. Er
is nog een wat principieel punt, dat misschien niet zwaar weegt. Ik kies
er niet voor, maar als je een vergunning geeft, heeft dat ook iets van
"de overheid staat het toe". Het is een legaal product, maar om er nog
een vergunning bij te geven met "nou, je hebt onze zegen" vind ik nog
wel een principieel drempeltje. Wat mij betreft kijken we de komende
tijd hoe je het beste kunt registreren. Dat maakt ook deel uit van het
onderzoek. Misschien blijkt daar wel uit dat een vergunningsstelsel het
makkelijkst is om te registreren. Maar misschien kan het ook via een
andere route zonder daarbij via een vergunning een soort brevet van
goedkeuring te geven.
De voorzitter:
Geen interrupties meer, dus u kunt verder met uw betoog.
Staatssecretaris Blokhuis:
De heer Jansen heeft een punt gemaakt van de e-sigaretten. Wij hebben
dat gesprek in de trant van "e-sigaretten zijn toch zo goed" bij elk
preventiedebat. Ik heb nooit ontkend dat e-sigaretten minder schadelijk
zijn dan gewone sigaretten. Daar zijn wij bondgenoten in. Sterker nog,
wij zijn ook bondgenoten in het feit dat mensen die willen afkicken van
hun rookverslaving, dat getrapt doen via het instrument e-sigaret. Daar
heb ik mij steeds een voorstander van betoond. Maar om nu te zeggen "die
e-sigaret is echt fantastisch om ernaast te hebben en het is prima als
mensen die gebruiken", vind ik niet goed. Uit onderzoek is gebleken dat
de e-sigaret ook schadelijke elementen bevat, zeker als daar nicotine
aan gekoppeld wordt. Ik heb een- en andermaal gezegd: ik wil de
e-sigaret over één kam scheren met de gewone sigaret. Daar is volgens
mij ook een hele, hele grote meerderheid voor in de Kamer. Maar als
mensen via die route willen afkicken, hebben ze brede steun van
diezelfde Kamer.
Die smaakjes ... Volgens mij kan ik het niet mooier formuleren dan
mevrouw Kuiken. Die smaakjes, dat is echt ... Ik ben bij het RIVM
geweest en je slaat steil achterover als je daar ziet hoeveel smaakjes
er zijn. Die zijn echt niet gericht op die paar vrolijke 30-plussers die
hier op het plein staan. Die zijn echt gericht op jonge mensen en als je
wilt streven naar een rookvrije generatie, dan moet je ook daar serieuze
stappen zetten. Hoe eerder die smaakjes bij e-sigaretten de wereld uit
zijn, hoe liever het mij is.
De heer Jansen (PVV):
Wat ik een beetje jammer vind, is dat de staatssecretaris ... Ik snap
zijn redenatie, maar hij sluit gewoon zijn ogen voor een hele grote
groep voormalige rokers die de e-sigaret gebruikt. Daar zitten heel veel
mensen bij die die smaakjes gewoon prettiger vinden dan geen smaak.
Kijk, we zijn het inderdaad met elkaar eens dat de e-sigaret ook slechte
bestanddelen bevat. Absoluut! Dat ben ik ook met u eens. Ik zeg ook
niet: vrijheid, blijheid, dat moet je allemaal doen. Ik zeg alleen dat
er heel veel mensen zijn die het wel degelijk gebruiken op weg naar
minderen en uiteindelijk misschien wel stoppen. En dat mis ik gewoon. Op
het moment dat wij de smaakjes gaan verbieden, gooi je de deur eigenlijk
rigoureus dicht en loop je het risico dat die mensen weer terugvallen in
hun oude gewoonte, een gewoonte die nog slechter is.
Staatssecretaris Blokhuis:
Volgens mij wordt het nu een beetje een herhaling van zetten. Ik verzet
mij niet tegen die verstokte rokers die zeggen: wij hebben gelukkig nu
de weg gevonden naar de e-sigaret, want dat is voor ons een way-out van
het roken. Daarover zijn we het niet oneens. Wat ik alleen wel
ingewikkeld vind, is dat het in de benadering van de heer Jansen een
product blijft dat voor veel meer mensen beschikbaar blijft. Ik vind het
daarbij zelf een risico dat uit onderzoek blijkt dat heel veel mensen
die de e-sigaret roken, daarnaast ook nog gewoon roken. In die zin vind
ik het gerechtvaardigd dat we ook op de risico's van de e-sigaret wijzen
en ondertussen mensen ondersteunen die het gebruiken als een instrument
om af te kicken. Volgens mij kan ik er niet meer over zeggen.
De heer Jansen (PVV):
Wij verschillen daarover van mening en dat zullen we blijkbaar blijven
doen. Nogmaals, in mijn optiek sluit de staatssecretaris zijn ogen voor
de positieve kant van het verhaal "de e-sigaret". Wat ik hoor en lees in
de petitie, die de staatssecretaris ook heeft gekregen, is dat de
staatssecretaris heel veel mensen ontmoedigt om de e-sigaret te
gebruiken door de smaakjes rigoureus te verbieden, zonder überhaupt het
gesprek te zijn aangegaan. Ik wil u overigens nogmaals vriendelijk
verzoeken om überhaupt eens contact te zoeken met de
belangenverenigingen die daarin genoemd worden. Nogmaals, ik vind het
jammer, maar het is helaas niet anders.
De voorzitter:
Wilt u daar nog op reageren, staatssecretaris? Zo niet, dan kunt u door
met uw betoog.
Staatssecretaris Blokhuis:
Dat was volgens mij geen vraag, maar ik ontmoedig mensen om de e-sigaret
te gebruiken, behalve die mensen die het gebruiken als tussenstap om af
te kicken. Maar volgens mij is het de derde keer dat ik dit zeg.
Voorzitter. Ik dacht dat mevrouw Kuik vroeg hoe het zit met mensen met
een extreme verslaving die intramuraal behandeld moeten worden. De
pilot, waarmee Verslavingszorg Noord Nederland onder leiding van de heer
Van de Graaf start, is een heel mooi initiatief, maar het is een pilot
die nog in de kinderschoenen staat. Volgens mij moet die formeel zelfs
nog van start gaan. Het punt dat mevrouw Kuik maakt, is natuurlijk wel
volkomen terecht: als je daarmee start, moet je wel de effecten daarvan
in beeld brengen. Wat mij betreft is dat vanzelfsprekend. Een klinische
behandeling is een duur traject en dan zou het wel heel vreemd zijn als
we daarvan de effecten niet in beeld brengen. We willen juist aantonen
dat het effect heeft om daar meer draagvlak voor te regelen. Ik zeg
graag toe dat we die effecten in beeld gaan brengen.
Voorzitter. Mevrouw Dik-Faber heeft gevraagd hoe het zit met die
terrassen. Zou je dat niet verder willen ontmoedigen of zelfs verbieden?
Het is begrijpelijk dat er een roep is om ook terrassen rookvrij te
maken, maar ik vind het wel een beetje een naar pleidooi in deze tijd.
De horeca-uitbaters hebben het namelijk al zo moeilijk. Dat laat
onverlet dat het tegelijkertijd een begrijpelijk pleidooi is. Ze weten
overigens ook dat dit leeft. De Koninklijke Horeca Nederland heeft tegen
mij gezegd: wij willen onze achterban stimuleren om het te doen. Er zijn
ook al uitbaters van horecagelegenheden die het uit zichzelf hebben
gedaan of hun terras hebben gesplitst in een rookvrij en een
niet-rookvrij deel. Ik ben wel bereid om in antwoord op de vraag van
mevrouw Dik-Faber te kijken op welke manier we terrassen rookvrij kunnen
maken. Dat is een heel breed antwoord, maar die beweging wil ik wel in
gang zetten, zonder nu te zeggen dat ik wetgeving in gang ga zetten om
het te verbieden. Ik ben dus graag bereid om te verkennen hoe we
terrassen rookvrij kunnen maken.
Voorzitter. De heer Jansen heeft een vraag gesteld over shishalounges.
Dat is mijn laatste vraag bij tabak, maar hij hoort eigenlijk niet bij
tabak, want als de shishalounges helemaal conform de wet handelen, komt
daar geen tabak meer in voor, want dat mag niet meer bij
horecagelegenheden. De heer Jansen vroeg: waarom doe je het nu wel? Is
dat voortschrijdend inzicht? Ja, het is misschien wel voortschrijdend
inzicht, maar dat voortschrijdend inzicht is wel gekoppeld aan een nieuw
feit. Eerder heb ik aangegeven dat ook aan kruidenrookproducten wel
degelijk gezondheidsrisico's zitten en dat ik het gebruik daarvan wil
blijven volgen, zodat aanvullende maatregelen overwogen kunnen worden
als er signalen zijn die daartoe aanleiding geven.
Die signalen komen nu en dat is voor mij een nieuw feit. De NVWA heeft
namelijk gezegd: wij hebben scherpe arboregelgeving en het is voor onze
mensen eigenlijk niet meer verantwoord om bijvoorbeeld langdurige
handhavingsonderzoeken te doen bij de shishalounges. Ze worden daar
blootgesteld aan te veel schadelijke stoffen. We kunnen een rijtje
noemen dat vergelijkbaar is met het rijtje dat mevrouw Sazias noemt bij
de sigaret. Ook bij de shishalounges zijn er schadelijke stoffen. De
NVWA zegt: wij vinden het zo erg dat wij onze handhavingsbezoeken korter
doen en voor een deel buiten. Dan zeggen we tegen de uitbater: kom maar
naar buiten; we gaan daar verder praten. Tegelijkertijd zitten daar
mensen binnen die de hele tijd in die dampen zitten. Ik wil op basis van
dat nieuwe feit — want het is echt een nieuw feit waar de NVWA ons mee
confronteert — alle varianten in beeld brengen, tot aan een rookverbod
bij shishalounges toe. Als dat laatste gebeurt, is volgens mij de heer
Jansen de eerste die zijn vlag gaat uithangen.
O, ik dacht dat hij …
De voorzitter:
Nee, u kunt gewoon door.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ik wil hem vooral nergens toe uitdagen.
De voorzitter:
Nee, hij is blij volgens mij. Hij mocht de vlag uithangen, toch?
De heer Jansen (PVV):
Ik wil nog een interruptie achter de hand houden, voorzitter.
De voorzitter:
Ja, dat dacht ik al. De staatssecretaris vervolgt.
Staatssecretaris Blokhuis:
Voorzitter. Drugs. De heer Renkema heeft gezegd: drugsgebruik onder
jongeren is sterk gestegen. Kan de staatssecretaris daarop reageren en
ook op wat de coronacrisis heeft gedaan voor het drugsgebruik? Wat zijn
bijvoorbeeld de gevolgen voor thuiszittende jongeren? Wij hebben een
aantal expertsessies georganiseerd de afgelopen tijd, met mensen die
daar echt goed zicht op hebben en die in de branche heel actief zijn, om
ze te kunnen vragen wat er gebeurt. Mevrouw Kuik zei in een interruptie:
de festivals zijn weg en daarmee is bijvoorbeeld het xtc-gebruik
ingezakt, maar andere vormen van drugs zoals cannabis, cocaïne, lsd,
paddo's en ketamine, maar ook 3-MMC nemen toe. Dat is heel zorgwekkend,
vind ik.
Niet voor niets hebben de minister van Justitie en Veiligheid en ik het
initiatief genomen om die nieuwe psychoactieve stoffen onder één noemer
te brengen, zodat ze makkelijker verboden kunnen worden. Er bestaat voor
verschillende middelen wel een verschil tussen de periode van de
lockdown en de fase van versoepelingen. Wat er gebeurt is dus een nogal
fluctuerend beeld. Wij willen bepaalde middelen harder terugdringen en
gewoon op de lijst van verboden artikelen zetten. Wij willen ook
scherper in beeld krijgen wat er nu aan de hand is, want zij zien nogal
een fluctuatie. Bijvoorbeeld de festivaldrugs zijn weg, maar andere
nemen toe. Wij kunnen daar nog niet altijd de vinger achter krijgen. Er
wordt op dit moment een rapportage gemaakt van dat gebruik en ik
verwacht dat rapport begin maart aan uw Kamer te verzenden. Volgens mij
komt die ook op de lijst van toezeggingen. Er wordt dus op dit moment
bekeken hoe het zit en het is het Trimbos-instituut dat dat in beeld
brengt.
Mevrouw Dik-Faber en mevrouw Kuik hebben in omgekeerde volgorde vragen
gesteld over lachgas. Hoe zit het daar nu mee? Daar ben je toch al mee
bezig? De regelgeving staat helemaal in de steigers. Daar zijn we klaar
voor. Wat complex is, is dat er dan ook gehandhaafd moet worden. Daar
zijn we nu volop over in gesprek en dat ligt vooral op het bordje van de
minister van Justitie en Veiligheid. Hoe zit het met de
handhavingscapaciteit en de daarmee gepaard gaande middelen? Dat gesprek
voeren we nu. Dat leidt wel tot enige vertraging. Ik zou het liever
gisteren dan vandaag op lijst II zetten, maar op dit specifieke punt
voeren we gesprekken en zodra die tot een resultaat leiden, is uw Kamer
de eerste die dat hoort. Van de urgentie hiervan hoeft niemand mij te
overtuigen. Het zit alleen nog vast op dit punt.
Voorzitter. Dit waren de drugs alweer.
Ik heb nog drie blokken te gaan. Ik begin met de bevolkingsonderzoeken.
De heer Bolkestein en mevrouw Diertens hebben aandacht gevraagd voor de
capaciteit bij de bevolkingsonderzoeken. Dat is een zorgpunt, een punt
van aandacht, bijvoorbeeld alleen al de interval in de
borstkankeronderzoeken, waarover ik de Kamer heb geïnformeerd. Daar
hebben we echt heel veel aandacht voor. Dat was ook een prominent punt
bij de begrotingsbehandeling begin december. Op grond van een motie ben
ik er ook aan gehouden om de Kamer voor 1 maart te informeren over wat
er kan bij het borstkankeronderzoek. Dat is niet een nieuwe toezegging,
maar iets waar ik aan gehouden ben. Voor 1 maart moet er dus een brief
van mijn kant naar de Kamer komen met wat wij doen om de
capaciteitsproblemen tegen te gaan. Voor alle bevolkingsonderzoeken
geldt dat de arbeidsmarktproblematiek een springend punt is. Dat geldt
in de hele zorg, maar ook hier. In het kader van de grote campagne Ik
Zorg wordt er heel specifiek ingezoomd op mensen die hieraan een
bijdrage kunnen leveren. Dat is in het algemeen de beantwoording op het
punt van de capaciteit.
De heer Jansen en de heer Bolkestein vroegen of het vervolgonderzoek wel
op orde is. Vanaf het begin van de zomer vorig jaar worden mensen weer
uitgenodigd voor de drie bevolkingsonderzoeken. Dan moet er ook een
vervolg zijn. Het wegwerken van de achterstanden gaat in een rap tempo.
Alles is erop gericht om de bevolkingsonderzoeken te laten doorlopen.
Bij het vervolgonderzoek is de capaciteit op dit moment toereikend. Bij
borstkankeronderzoek is het vervolgonderzoek wel toereikend, alleen is
de screening aan de voorkant door corona beperkt, omdat je daar met
fysieke beperkingen zit. Maar we hebben er alle aandacht voor om dat zo
veel mogelijk op te schalen en zo veel mogelijk op peil te houden.
Voorzitter. Dan de brede vraag die is gesteld door mevrouw Kuik en ook
door de heer Jansen over de regierol die de rijksoverheid moet pakken in
het onderzoek naar kanker. Volgens mij hebben verschillende andere
woordvoerders daar ook vragen over gesteld. Er zou een nationaal
actieplan tegen kanker moeten komen. Heel in het algemeen zou ik
daarover het volgende willen zeggen. Er gebeurt in Nederland natuurlijk
heel veel in het onderzoek naar het tegengaan van kanker en naar de
genezingsmogelijkheden; mondiaal zitten we echt in de top. In de brief
van 8 juli, die ik mede namens de minister voor Medische Zorg en Sport
aan de Tweede Kamer heb gestuurd over de preventie van longkanker, waar
ook verschillende woordvoerders specifiek naar hebben gevraagd, ben ik
ingegaan op een nationaal actieplan tegen kanker, dus de algemene vraag.
Ik heb in de reactie gezegd dat wij veel hebben gedaan om kanker tegen
te gaan: er zijn de drie bevolkingsonderzoeken naar baarmoederhals-,
borst- en darmkanker waar we het net over hadden, erkenning van
expertisecentra voor zeldzame vormen van kanker, en subsidies voor het
Integraal Kankercentrum Nederland en voor regionale oncologische
netwerken. Ik wil hardop de vraag stellen: wat voegt een nationaal
kankerplan … Wat een gek woord is dat. Ik zou zeggen: wat voegt een
nationaal actieplan tegen kanker toe aan wat we allemaal al doen? Als de
Kamer zegt "we willen meer de synergie zien van alles waar we mee bezig
zijn", dan wil ik dat graag toezeggen. Maar een apart actieplan tegen
kanker voegt volgens mij niet veel toe aan wat we nu al doen. Dat is
volgens mij een heleboel drukte organiseren die niet nodig is.
De voorzitter:
Ik zie twee interrupties, van mevrouw Kuik en mevrouw Sazias. Mevrouw
Kuik, gaat uw gang.
Mevrouw Kuik (CDA):
KWF heeft dit niet voor niets voorgesteld, omdat het op een aantal
punten toch de regie van de overheid mist. Dat is denk ik een heel
belangrijk punt, maar dat geldt ook voor het punt waar ik mee begon:
kanker gaat over meer dan alleen het bestrijden van de ziekte zelf. Het
gaat ook over de hele mens erachter. Daar zou volgens mij veel meer aan
kunnen gebeuren. Het zou helpen als er zo'n nationaal actieplan is,
waarin de krachten worden samengebundeld en stippen op de horizon worden
gezet.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja, wat ik in mijn antwoord alleen niet noemde — ik moest een beetje
opschieten, en terecht — is dat bijvoorbeeld het hele Nationaal
Preventieakkoord doorspekt is van de strijd tegen kanker. Er zijn
bijvoorbeeld 20.000 doden ten gevolge van roken: daar zitten ook mensen
bij met hart- en vaatziekten en andere ernstige ziekten, maar een heel
groot deel daarvan is door kanker. Voor overgewicht en ook voor alcohol
geldt hetzelfde. Er zijn mensen die omvallen vanwege kanker ten gevolge
van verkeerd gebruik van middelen. Dat brede beeld wordt natuurlijk met
zo'n Nationaal Preventieakkoord, maar ook op andere domeinen ingezet.
Artsen, niet alleen de huisarts maar ook de specialistische
hulpverlening, kijken veel breder en durven ook veel meer vragen te
stellen aan hun patiënten, dus volgens mij wordt dat meegenomen. Ik zou
liever in een heel korte notitie in beeld brengen waar we mee bezig zijn
om die synergie te laten zien in plaats van met elkaar een nationaal
actieprogramma tegen kanker in het leven te roepen. Ik wil dat niet
krampachtig tegengaan, maar laten we alsjeblieft de energie goed
inzetten.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Ik wil mevrouw Kuik graag hierin ondersteunen. Ik denk dat zij met een
actieprogramma niet alleen bedoelt hoe je de preventie vorm kunt geven,
maar ook hoe je met de ziekte omgaat. Ze knikt, dus ik ga ervan uit dat
ze het ermee eens is. Een belangrijk onderdeel daarvan is bijvoorbeeld
hoe werkgevers omgaan met mensen die kanker hebben of kanker hebben
gehad. Ik denk dat mevrouw Kuik dat ook bedoelt met dat nationale
actieprogramma. Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat hij niet goed
weet wat een nieuw actieplan nog kan toevoegen. Wat vindt hij dat er
bijvoorbeeld zou moeten gebeuren in de omgeving van IJmuiden, waar Tata
Steel zit en waar 25% meer longkanker voorkomt? Is dat geen punt waar
toch echt nodig wat aan moet gebeuren?
Staatssecretaris Blokhuis:
Dat laatste is sowieso een terechte vraag. Volgens mij gaan we dit
gesprek verkeerd voeren als ik mij heel hard verzet tegen een nationaal
actieplan tegen kanker. Ik zou willen voorstellen dat wij vanuit VWS in
beeld brengen wat er gedaan wordt en hoe de samenhang is en dat de Kamer
op basis van zo'n notitie de conclusie trekt "dat moet je breder
trekken, maak er een nationaal actieprogramma van" of dat de Kamer zegt
"daar gebeurt veel en wij hebben geen idee of daar nog wat aan kan
worden toegevoegd door een nationaal actieprogramma". Dat is mijn
suggestie.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Als het gaat om het aantal longkankergevallen in de omgeving van
IJmuiden, zou ik toch liever zien dat u daar in elk geval wel wat meer
haast achter zet. Dan kunnen we daarnaast rustig praten over een ander
actieprogramma.
De voorzitter:
De staatssecretaris nog hierop en meneer Bolkestein ook nog.
Staatssecretaris Blokhuis:
Als er vermoedens bestaan dat er ten gevolge van een bepaalde activiteit
op een bepaalde plek meer kanker voorkomt, dan ben ik het heel erg met
mevrouw Sazias eens dat je daarop moet inzoomen. Ik heb even niet paraat
hoe het hier precies mee zit. Dus óf ik kom er in de tweede termijn op
terug óf ik wil er schriftelijk op terugkomen.
De voorzitter:
De interrupties van mevrouw Sazias zijn op, dus ze kan hier niet op
reageren. Maar als ze knikt of niet knikt, denk ik dat het oké is om
daar later schriftelijk op terug te komen. Daar is ze mee akkoord.
Meneer Bolkestein.
De heer Bolkestein (VVD):
Ik kan me voorstellen dat de term "nationaal actieplan" de
staatssecretaris een beetje tegenstaat, omdat daar een soort suggestie
in zit dat er nog niks gebeurt en dat er actie moet worden ondernomen.
Dat zou niet mijn suggestie zijn, maar ik zou wel het initiatief willen
steunen en naar de inhoud willen kijken, of je het woord "actieplan" nou
fijn vindt of niet. Als de staatssecretaris het zou opvatten als een
oproep om met de verschillende partijen uit het veld wat vaker bij
elkaar te zitten en er een container voor te geven, een soort framework
voor te geven ...
Staatssecretaris Blokhuis:
Ik luister. Ik probeer als man met twee oren te luisteren, maar dat gaat
natuurlijk hopeloos mis. Maar ik heb wel gehoord wat de heer Bolkestein
vraagt.
De heer Bolkestein (VVD):
U begrijpt de strekking wel: om meer met de partijen, zoals het KWF, om
tafel te gaan zitten en meer in samenspraak met een antwoord aan ons te
komen. Volgens mij hoeft u het woord "actieplan" dan niet op te vatten
als iets wat u nog helemaal niet doet en wat nog helemaal niet
gebeurt.
Staatssecretaris Blokhuis:
Volgens mij overstijgt die vraag ook mijn portefeuille. Ik ben van
preventie, leefstijl en gezondheidsbevordering. Bijvoorbeeld hoe je
omgaat met mensen die al lijden aan de ziekte en de hele curatieve zorg,
dat ligt meer op het bordje van minister Van Ark. Ik zou deze vraag dus
sowieso met haar willen bespreken. Zullen we bij dit punt afspreken dat
we hier kort op terugkomen met een schriftelijke reactie, tenzij de
Kamer nu met een motie komt? Dat weet ik niet, maar ook bij zo'n motie
zou ik met hetzelfde voorstel komen. Laten we kort schriftelijk
reageren, want ik denk dat zelfs de tweede termijn nu te snel is om daar
breed op in te gaan. Ik ben heel welwillend; het is superurgent. Ik wil
alleen voorkomen dat we iets heel groots op onze nek halen, terwijl dat
misschien niet per se nodig is in het licht van wat we allemaal al
hebben.
De heer Bolkestein (VVD):
Volgens mij slaat de staatssecretaris de spijker op de kop. Als het de
portefeuilles hier overstijgt, dan overstijgt het natuurlijk in zekere
zin ook de samenwerking tussen de verschillende partijen in Nederland.
Als ik een klein beetje kan begrijpen wat mevrouw Kuik bedoelt met de
motie, wordt er volgens mij juist toe opgeroepen om boven de
portefeuilles en boven de ministeries uit te stijgen en alle partijen
samen aan tafel te hebben. Nogmaals, dat moet u niet zien als een
actieplan omdat er nu niks gebeurt. Het gaat veel meer om de
coördinatie. Ik kijk dan ook een beetje naar rechts; ik geloof dat
mevrouw Kuik knikt.
De voorzitter:
Daar is nu een toezegging op gedaan om dat, schriftelijk in ieder geval,
in beeld te brengen.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja.
De voorzitter:
Dat zijn veel toezeggingen, staatssecretaris. Dat heb ik al genoteerd.
Maar goed, dat vindt u fijn. We gaan door met uw betoog op dit
onderdeel.
Staatssecretaris Blokhuis:
Voorzitter, even een reactie op uw laatste opmerking: een aantal dingen
die ik heb toegezegd, zaten al in de pijplijn. Dus dat is niet iets wat
ik ter plekke verzin. Maar dit is echt een nieuwe toezegging die de
Kamer afdwingt.
Voorzitter. Ik ga nog in op een paar losse punten over het
bevolkingsonderzoek of daaraan gerelateerd. Over de vorm van kanker:
mevrouw Diertens had een aantal vragen over huidkanker en wat er op dat
punt precies gebeurt. Ter preventie van huidkanker is in 2019 het
Zonkrachtactieplan (ZAP) opgesteld door het RIVM in opdracht van ons
ministerie. Sindsdien werkt het RIVM met maatschappelijke partners samen
om huidkanker te voorkomen, waaronder met het IKNL, waar mevrouw
Diertens ook aan refereerde. De samenwerking waar zij naar vraagt, vindt
dus al volop plaats. Ik weet eerlijk gezegd niet wat de stand van zaken
is. Maar als antwoord op de vraag om daar aandacht aan te geven: dat
heeft al sinds 2019 vorm gekregen.
Dan de vraag van de heer Renkema naar het darmkankeronderzoek.
De voorzitter:
U heeft toch nog één interruptie van mevrouw Diertens. Even kijken. Dat
kan nog inderdaad. Ja, gaat uw gang.
Mevrouw Diertens (D66):
Nog maar één?
De voorzitter:
Ja, u heeft er nog één.
Mevrouw Diertens (D66):
Dan sla ik 'm over.
De voorzitter:
Dan slaat u 'm over. Oké. Dan houden we die nog tegoed. Sorry,
staatssecretaris, gaat uw gang.
Staatssecretaris Blokhuis:
Het darmkankeronderzoek naar 50 jaar verlagen, dat was het verzoek van
de heer Renkema. In de evaluatie van het bevolkingsonderzoek darmkanker
dat de Gezondheidsraad dit jaar gaat starten, wil ik die vraag graag
meenemen. Volgens mij heeft hij er al eerder aandacht voor gevraagd. Dat
heb ik toen een beetje afgehouden. Maar ik wil het graag meenemen in de
evaluatie van de Gezondheidsraad. Die evaluatie kan pas later beginnen
omdat er data nodig zijn van meerdere rondes die al gelopen hebben. Het
bevolkingsonderzoek loopt pas volledig sinds 2019. Maar ik neem de vraag
zeer serieus. Ik wil die graag betrekken bij de evaluatie van de
Gezondheidsraad.
Dan de vraag van mevrouw Kuiken, die even weg is, over lekkende
borstimplantaten. Daar heb ik het met haar collega, mevrouw Ploumen, al
diverse keren over gehad. Die lekkende implantaten zijn niet goed te
zien op een mammogram. Daarom blijft het belangrijk dat vrouwen die
implantaten hebben, die laten controleren door een cosmetisch chirurg.
Dat is eigenlijk de koninklijke route. Nevenbevindingen worden in de
regel niet doorgegeven aan vrouwen, omdat dat leidt tot overbodig
onderzoek en behandeling. Zo heb ik dat eerder ook beantwoord en dat
blijf ik ook consistent zeggen: vrouwen worden actief geïnformeerd dat
die nevenbevindingen niet altijd actief worden doorgegeven. Alleen als
er echt iets heel urgents is, wordt dat natuurlijk ook bij dat onderzoek
gemeld.
Voorzitter. Dit is wel grappig: op mijn briefje staat "vraag van de heer
Renkema van de fractie van de ChristenUnie". Welkom! Toch nog een
verrassende climax aan het einde van mijn eerste termijn! De heer
Renkema van GroenLinks, voor de Handelingen, vraagt naar een langere
termijn van het bevolkingsonderzoek. Van de bevolkingsonderzoeken naar
borstkanker en darmkanker vinden de evaluaties plaats, zoals ik net al
zei. Daaruit kunnen ook aanbevelingen komen voor verbetering van die
bevolkingsonderzoeken. Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is
recent vernieuwd. De komende tijd proberen we de inzet van de
zelfafnametest te verbeteren. Dat is een belangrijk nieuw element. Als
nieuwe soorten onderzoek nodig zijn — want ik denk dat dat ook achter de
vraag zit — blijven wij er natuurlijk steeds alert op of dat opportuun
is, zoals die screening naar longkanker. Daar heeft de heer Van Gerven
naar gevraagd. Volgens mij heeft hij ook verwezen naar die Nelsonstudie,
maar dat weet ik niet zeker. Die studie is veelbelovend, maar leent zich
niet voor uitrol naar een breed, landelijk bevolkingsonderzoek. De
gedachte daarachter is dat we bevolkingsonderzoeken die we hebben,
kunnen rubriceren naar bijvoorbeeld leeftijd, vanaf je 50ste, 55ste, of
naar een bepaalde objectief aan te wijzen groep. Bij longkanker is het
heel ingewikkeld om bij voorbaat al de groep af te bakenen en te zeggen:
dat onderzoek is voor deze groep. Dus om te zeggen dat we een breed
bevolkingsonderzoek naar longkanker in het leven gaan roepen: nee. Ik
heb al eerder de Kamer per brief aangegeven dat vooral wordt ingezet op
het ontmoedigen van roken, als belangrijkste oorzaak. Daar zoeken we
vooral onze kracht om mensen die dat risico lopen, van dat gevaar te
vrijwaren.
De voorzitter:
De laatste interruptie van de heer Renkema. Gaat uw gang.
De heer Renkema (GroenLinks):
Nog een algemene vraag over bevolkingsonderzoeken. Daar wordt heel
verschillend over gedacht, ook in de medische wereld. Enerzijds spoor je
mogelijk mensen op die ziek zijn, maar je creëert ook onrust bij mensen
bij wie de uitslag achteraf toch beter blijkt te zijn. Bovendien zijn er
kosten mee gemoeid, dus het is ook de vraag wat je wel en niet doet. Dat
onderzoek naar longkanker is inderdaad niet gedaan op een heel brede
leeftijdsgroep maar juist op rokers, of op mensen die zijn gestopt met
roken maar wel lang hebben gerookt. De meeste mensen die roken en
longkanker krijgen, horen die diagnose in fase vier van de ziekte. Dat
betekent dat ze niet zo veel kans meer hebben om die ziekte te
overleven. Ik heb er nog even naar gekeken; de stichting Longkanker
Nederland pleit er heel nadrukkelijk voor om dit wel te doen. Juist als
je mensen wilt motiveren te stoppen, kan een oproep tot een onderzoek —
ik weet dat dat zelfselectie is — mensen aanzetten om te zeggen: ik wil
onderzocht worden, maar ik wil ook de stap zetten naar stoppen met
roken. In die zin zit er ook een preventieve kant aan.
Staatssecretaris Blokhuis:
Zelfopgave is in de systematiek van bevolkingsonderzoeken die wij kennen
nu juist een drempel. Dat maakt het ingewikkeld. Dan zouden wij echt
naar een nieuwe systematiek moeten. Daar kiezen wij nu niet voor bij
VWS. Dat is één. Deze opmerking moet niet verkeerd uitgelegd worden,
maar stel je voor dat een roker een longonderzoek wil ondergaan en dat
uit dat onderzoek zou blijken dat hij schone longen heeft, dan is dat
niet de beste prikkel waardoor hij zegt: nou, dan kan ik wel stoppen.
Hij zal eerder zeggen: ik hoor bij dat sterke geslacht dat er niks van
ondervindt; jongens, huppakee! Volgens mij kan dat zelfs dat verkeerde
effect hebben. Maar met alle respect, longonderzoek kan mensen wel
degelijk voor heel veel ellende behoeden. Daar ben ik het gelijk mee
eens. Ik heb volgens mij voldoende aangegeven waarom wij, gelet op de
systematiek, daar nu niet voor kiezen.
De voorzitter:
Dan nog een interruptie van meneer Van Gerven.
De heer Van Gerven (SP):
Ik wil nog even doorgaan op die Nelsonstudie. Ongeveer 700 tot 800
screenings op borstkanker kunnen 1 sterftegeval voorkomen. Bij die
Nelsonstudie is dat 1 op 500. Dus 500 CT-screenings zouden 1 geval van
sterfte voorkomen. In die zin is het effectiever. Er wordt bijvoorbeeld
voorgesteld om de groep 60- tot 80-jarigen te nemen met 40 pakjesjaren.
Dan heb je een heel afgeperkte groep. Ik zou niet weten waarom dat
strijdig zou zijn met de bedoelingen van onze bevolkingsonderzoeken, ook
gelet op de criteria van Wilson en Jungner op basis waarvan je
bevolkingsonderzoek zou kunnen doen.
Staatssecretaris Blokhuis:
Volgens mij pleit de heer Van Gerven er niet voor om een heel
leeftijdscohort uit te nodigen maar om dat specifieker te doen. Wat ik
juist probeerde aan te geven in de richting van de heer Renkema maar ook
in de richting van de heer Van Gerven, die de vraag had gesteld, is: het
past in ieder geval niet in de huidige systematiek, waarin je mensen op
basis van leeftijd of andere objectieve kenmerken kunt uitnodigen. Dat
is een heel andere benadering dan wanneer mensen zichzelf moeten
opgeven. Ik zeg niet dat dat onderzoek slecht is en dat we dat nooit
moeten willen. Op dit moment kiest het kabinet daar nog niet voor, juist
omdat je moet afgaan op zelfopgave.
Voorzitter. Ik heb nog één vraag. Sorry dat het zo door elkaar heen
loopt; dat gaat zo in de hectiek van het moment. Dit is mijn laatste
antwoord op vragen die gesteld zijn over bevolkingsonderzoeken door de
heer Renkema en mevrouw Sazias van 50PLUS. Hoe zit het met het
MRI-onderzoek voor vrouwen met dicht borstweefsel? Ik heb de Kamer
daarover geïnformeerd. De Gezondheidsraad zegt: je moet eigenlijk niet
focussen op dat MRI-onderzoek; er is een nieuw type onderzoek,
CEM-onderzoek, dat kansrijk lijkt te zijn. Dat weten we niet zeker. De
conclusie die ik daaraan heb verbonden, is dat het niet wijs zou zijn om
nu alles in te zetten op het MRI-onderzoek en dat CEM-onderzoek maar
voor kennis aan te nemen. Er zijn wetenschappers die zeggen: dat
CEM-onderzoek is zeer perspectiefrijk; onderzoek dat ook. Ik bewandel nu
beide sporen. MRI houden we in beeld, maar daarnaast willen we
nadrukkelijk in beeld hebben hoe effectief dat CEM-onderzoek is. Ik heb
de Kamer geïnformeerd over wat wij nu doen. Wij bewandelen beide sporen
en nemen bij beide sporen de hoogst mogelijke spoed in acht. Ik wil zo
snel mogelijk weten welk van beide sporen het meest effectief is.
Volgens mij is dat ook het meest wijs. Want als we nu kiezen voor MRI
terwijl er mensen zijn die zeggen dat we voor CEM moeten kiezen, dan
zouden we daarmee het advies van de Gezondheidsraad trotseren en dat wil
ik niet.
Voorzitter. Ik ben bij het hoofdstukje vaccinaties.
De voorzitter:
Mevrouw Sazias, u bent helaas door uw interrupties heen. Ik weet dus
niet wat u ...
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Ik wilde even iets vragen. Ik weet niet of ik het gemist heb, maar ik
had ook nog gevraagd om het bevolkingsonderzoek voor darmkanker
eventueel wat te vervroegen.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja, daar ben ik op ingegaan in de richting van de heer Renkema: naar 50
jaar. Ik heb gezegd dat ik dat bij de evaluatie wil laten
meenemen.
De voorzitter:
Dan de vaccinaties.
Staatssecretaris Blokhuis:
In de eerste plaats is er een vraag van mevrouw Diertens over de
universele rotavirusvaccinatie. Daar heeft Nederland even een pas op de
plaats gemaakt. Er zijn Europese landen die dit ingevoerd hebben en er
zijn ook Europese landen die dit niet doen; laten we dat ook niet
vergeten. De landen die daartoe het besluit hebben genomen, hadden wel
vaak een hogere incidentie van het rotavirus dan Nederland, want in
Nederland loopt het sinds 2014 gelukkig terug. Het is een nare ziekte.
In 2018 is op basis van het advies van de Gezondheidsraad besloten om
rotavirusvaccins in te zetten voor kinderen uit risicogroepen; heel
risicogestuurd dus. Later is wel het inzicht doorgebroken dat dat ook
niet het meest effectief is en hebben wij opnieuw advies gevraagd aan de
Gezondheidsraad over wat nu het beste is. Het is niet: van uitstel komt
afstel. We willen echt het allerbeste en daarom hebben we opnieuw advies
gevraagd. Op dit punt staan we nu. Er is dus een nieuwe adviesaanvraag
gedaan aan de Gezondheidsraad. Dat advies wordt in de loop van dit jaar
afgegeven. Dat is geen toezegging, maar gewoon een feit dat
gebeurt.
Mevrouw Diertens vraagt ook wat de stand van zaken is ten aanzien van
haar motie over de rol van apothekers bij vaccinatie. Die werd als
kansrijk gezien. Sterker nog, ik begrijp van collega De Jonge dat
apothekers waar nodig bijspringen bij de covidvaccinatie. Dat is
eigenlijk al een deel van het honoreren van de motie van mevrouw
Diertens. Daarnaast gebeurt er meer. Vanuit VWS voeren we gesprekken met
apothekers over hun rol bij vaccinatie in het algemeen. In dat kader
zetten apothekers zich momenteel ook in om de informatieverstrekking
rond vaccineren te verbeteren. Informatievoorziening is ook een rol van
de apothekers. Ik ben ook in gesprek met apothekers en huisartsen in
samenwerking met het Netwerk Patiënteninformatie over de voorlichting
rond de COVID-19-vaccinatie en de verbetering daarvan. Dat is in lijn
met vorige punt, specifiek over COVID-19. Dat is eigenlijk het punt waar
mevrouw Diertens het met name over heeft: kunnen zij niet breder ingezet
worden, ook bij het actief zetten van de spuiten? Wij wachten de
uitkomst af van de verkenning van het vaccinatiestelsel voor een bredere
inzet van apothekers, ook in die zin. Die verkenning verwachten we
binnen enkele maanden. Daarin wordt de rol van de apothekers ook
meegenomen. Dat zal ook wel weer een toezegging zijn: binnen enkele
maanden informatie richting Kamer over de inzet en de rol van apothekers
in het kader van vaccineren. Misschien leest u het in de krant.
Het vaccinatiepaspoort van de heer Renkema kwam nog langs,
voorzitter.
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Kuiken.
Mevrouw Kuiken (PvdA):
Misschien even naar aanleiding hiervan en misschien is dat in deze
commissie al uitgebreid besproken: als je mensen serieus wilt nemen, ook
hun twijfels over vaccineren, denk ik dat het volgende in ieder geval
belangrijk is. Mensen die absoluut niet willen, overtuig je niet. Maar
vooral bij de mensen die twijfelen, moet je het niet hebben over "een
prikje", "paardenvlees" of andere bagatelliserende dingen. Ik denk dat
de echte twijfelaars echt overtuigd kunnen worden met goed onderbouwde
informatie. Dat wilde ik graag nog even meegeven.
Staatssecretaris Blokhuis:
Helemaal mee eens. Volgens mij stel je dan de goeie prioriteiten.
De voorzitter:
Het paspoort.
Staatssecretaris Blokhuis:
Het paspoort. De heer Renkema vraagt of we het vaccinatiepaspoort niet
toch kunnen centraliseren. Die vraag is des te urgenter in het kader van
corona, als ik de heer Renkema goed begrijp. De minister van VWS werkt
momenteel samen met het RIVM aan de realisatie van een burgerportaal.
Dat burgerportaal geeft Nederlanders via DigiD toegang tot hun eigen
vaccinatiegegevens. Volgens mij is dat hiermee in lijn. Ik heb het
destijds misschien iets anders verwoord. Het is eigenlijk een heel
modern vehikel, want het is een digitaal vaccinatiepaspoort. Mensen
kunnen gewoon via de digitale route, via DigiD, zelf hun eigen
vaccinatiegegevens inzien. Ik weet niet of je daar vervolgens een print
van kunt maken om anderen te overtuigen of om het te laten zien. De
eerste versie van dit portaal is in het voorjaar van dit jaar gereed.
Dat is geen toezegging, maar gewoon een feit.
Sorry, wat zei u? Privacy?
De voorzitter:
Graag via de microfoon! Want dit zijn de saillante opmerkingen. Even
kijken; gaat u door?
Staatssecretaris Blokhuis:
Er is nog een vraag gesteld door mevrouw Diertens: de vaccinatiegraad
ligt soms nog een beetje laag; wat zijn de doelstellingen? Dat ging
volgens mij met name over HPV. Ik weet niet of we daar een antwoord op
hebben. Nee, die vraag was van de heer Renkema, dus niet van de fractie
van D66 maar van de fractie van GroenLinks. In het algemeen kunnen we
wat betreft de vaccinatiegraad van de kindervaccinaties in het
Rijksvaccinatieprogramma constateren dat we op de goede weg lijken te
zijn, omdat de vaccinatiegraad weer toeneemt. Zelfs vorig jaar, in het
coronajaar, is er ontzettend veel werk verzet in de
jeugdgezondheidszorg. Een dikke pluim daarvoor. Nagenoeg alle
vaccinaties die gepland waren, konden ingezet worden. We blijven streven
naar 95%, omdat dat volgens de WHO een hele goede dekking lijkt te
garanderen.
Ik zit even te zoeken of ik het antwoord heb op de vraag over HPV. Die
zit hier niet in, denk ik. Daar moet ik in de tweede termijn op
terugkomen. Overigens kan ik daar in het algemeen wel iets over zeggen
in de richting van mevrouw Diertens, dus misschien hoef ik er dan in de
tweede termijn niet per se op terug te komen. De vaccinatiegraad voor
HPV is met reuzensprongen toegenomen. Die is echt met tientallen
procenten gegroeid in de afgelopen jaren. Men moet wennen aan het idee
dat dat al op die leeftijd wordt gegeven. Overigens gaan we het
vervroegen naar 9 jaar en worden ook jongens toegevoegd aan de
doelgroep. Maar als je ziet waar we vandaan komen ... We verstrekken die
gegevens ook aan de Kamer. De groei is fors.
Ik weet niet of we bij HPV streven naar 95%. Ik kijk even naar mijn
ondersteuning. Mikken we bij HPV ook op een vaccinatiegraad van 95%?
Volgens mij niet per se. Het werkt natuurlijk ook anders; dat is het
antwoord. Bij het RVP-programma, bijvoorbeeld voor kinkhoest en
rodehond, geldt groepsbescherming, maar bij HPV gaat het om individuele
bescherming. Dat is het antwoord.
De heer Renkema (GroenLinks):
We streven dus naar 100%?
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja, want hoe meer mensen gevaccineerd zijn, hoe meer individuen
beschermd zijn. We streven dus naar 100%, omdat we ervan overtuigd zijn
dat het een goede maatregel is. Maar het is echt van een andere orde dan
groepsbescherming, die geldt bij andere onderdelen van het RVP.
Mevrouw Diertens vroeg: zijn we nu een beetje aan het evalueren? Hoe
hangt de vlag er nu bij? En kunnen we ons voorbereiden op nieuwe
pandemieën? Ik denk eerlijk gezegd dat het belang van die vraag de orde
van deze vergadering overstijgt. De vraag hoe je je gaat voorbereiden op
pandemieën is zo breed dat die haast om een apart debat zou vragen. Ik
denk in ieder geval dat de coronapandemie heeft aangetoond dat het van
groot belang is dat we een goede infectieziektebestrijding hebben. Als
zich in Verweggistan, ergens in de wereld, een bepaald risico aandient,
moeten we niet denken dat dat hier niet komt, want corona heeft
aangetoond dat het in een paar sprongen hier zit. Meer in het algemeen
geldt dat wij sessies hebben over de lessons learned. Er komt een heel
boekwerk over de lessons learned van corona. Een van die lessons learned
betreft hoe we omgaan met het voorbereiden op pandemieën.
Er was nog een vraag van mevrouw Sazias over het gordelroosvaccin:
liggen we een beetje op schema en hoe gaat dat? Mevrouw Sazias weet als
geen ander dat de benadering is omgekieperd. We zijn eerst met de meest
kwetsbare doelgroep begonnen, de oudste mensen die hiervoor in
aanmerking komen. In de afgelopen winter zijn alle 73- tot 79-jarigen
opgeroepen om dat vaccin te halen. De opkomst was goed. De campagne is
ook goed verlopen, dus we gaan de cohorten verlagen. We gaan naar lagere
leeftijden. In het komend najaar, als de eerste groep is afgerond,
worden de mensen uit het cohort van 69 jaar tot 73 jaar uitgenodigd.
Mevrouw Sazias maakt daar nog lang geen deel van uit.
Ik heb nog één mapje: overig. Het zijn maar een paar vragen. De eerste
gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daar heeft mevrouw Kuik
een vraag over gesteld. We zijn bekend met de #TotHier-campagne van
Rutgers. In antwoord op schriftelijke vragen van de heer Wörsdörfer van
de VVD heb ik aangegeven dat er op korte termijn een brief komt over de
interdepartementale aanpak en preventie van seksueel grensoverschrijdend
gedrag. Dat is niet alleen iets van VWS, maar ook van de andere
betrokken departementen. In de brief die met de beantwoording van die
vraag is toegezegd, geef ik ook een overzicht van de interdepartementale
inzet, met aandacht voor het voorkomen van slachtoffer- en daderschap,
het versterken van tijdige signalering en het stoppen en duurzaam
oplossen van seksueel geweld. Het is een superbelangrijk onderwerp.
Loverboyellende heeft ermee te maken. Ik heb vorige week een oploop
gehad onder leiding van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
mevrouw Broekers-Knol, over mensenhandel. Dat is een hieraan gerelateerd
punt. Er is echt effort, ook van de ministeries van Buitenlandse Zaken,
Sociale Zaken, Justitie en Veiligheid, en natuurlijk van VWS.
Voorzitter. Mevrouw Diertens heeft gevraagd hoe leefstijlpreventie en
psychiatrie aan elkaar worden gekoppeld. Daar is naar mijn waarneming
steeds meer oog voor. Er zijn in de ggz steeds meer behandelaren,
psychologen en psychiaters die het belang zien van leefstijl. Het is
belangrijk dat de aanpak effectief is, om succesvol in te zetten bij
mensen met een psychische aandoening. Met het oog daarop is vorig jaar
door ZonMw een subsidieronde leefstijlgeneeskunde opengesteld. Dat is
eigenlijk bedoeld om iets waarvan u en ik er waarschijnlijk van
aovertuigd zijn dat het een meerwaarde heeft, een nog veel betere basis
te geven. Er moet overtuigend worden aangetoond dat leefstijlgeneeskunde
een bestaansrecht en een toegevoegde waarde heeft. Er zijn negen
projecten gehonoreerd bij ZonMw, waarvan er drie specifiek gericht zijn
op mensen met een psychische aandoening. Dat heeft dus volop aandacht.
Ik hoop dat dit eraan bijdraagt dat ook in de ggz aandacht voor
leefstijl een vlucht gaat nemen, maar dat kan wat mij betreft vooral
gebeuren na ommekomst van het onderzoek van ZonMw.
Mevrouw Diertens (D66):
Ik heb ...
De voorzitter:
Uw laatste vraag, mevrouw Diertens. Gaat uw gang.
Mevrouw Diertens (D66):
Ja, voorzitter, mijn laatste vraag. Die had ik ook bewaard, want ik heb
het thematijdschrift gelezen waarin ook de staatssecretaris werd
geïnterviewd. Daarin zijn een aantal uitkomsten van onderzoeken kenbaar
gemaakt. Ik maak me er toch wel zorgen over of preventie qua publiek
beleid, campagnes en al dat soort dingen wel aankomt bij de doelgroep
waarover we het hier hebben. Ik zou het dus toch wel fijn vinden om daar
nog meer over te weten te komen. Het is namelijk nog jong binnen de
psychiatrie. "Bewegen" is er al wat langer. Maar ik begreep dat het er
op andere terreinen, dus qua integrale aanpak, nog wel aan schort.
Staatssecretaris Blokhuis:
Dat is ook zo. Zoals ik net ook zei, ben ik bij een congres geweest. Dat
was al in 2019, denk ik, maar daar waren heel veel enthousiaste
behandelaren uit de ggz, waarin de cultuur van aandacht voor leefstijl
echt doordringt. Denk aan stoppen met roken, wat op zich eigenlijk weer
een psychische klacht is, want het is een soort verslaving. Maar denk
ook aan bewegen, gezond eten en gewicht. Dat zie je wel breed
doordringen, ook wel in het kader van het Nationaal Preventieakkoord.
Ook de ggz-instellingen zeggen bijvoorbeeld: wij willen rookvrij worden,
en dat geldt dus ook voor onze patiënten. Dat is een hele beweging. Daar
committeert de ggz zich aan. Dus volgens mij leeft het breed. Voeg dat
bij de drie onderzoeken in het kader van de ZonMw-studies, en dan denk
ik dat het volop op de agenda staat. We zouden altijd met z'n allen
harder willen, maar we kunnen soms niet harder lopen dan we doen.
Ik heb de allerlaatste vraag, voorzitter, en dat werd wel tijd ook, denk
ik. Die vraag is van mevrouw Sazias, over valpreventie: hoe gaat de
staatssecretaris daar extra aandacht voor vragen? Dat is een van de vier
kansrijke projecten die net als GLI onder de werking van de
Zorgverzekeringswet kunnen vallen. Als dat gebeurt, heb je echt een
brede vlucht, want dan is er ook een betaaltitel om daar aandacht aan te
besteden. We moeten daar nog wel een paar stappen voor zetten. Het
Zorginstituut werkt op dit moment aan de vraag of en in hoeverre
valpreventieactiviteiten zich lenen voor financiering uit de
Zorgverzekeringswet. Ik verken ook de verantwoordelijkheden die
gemeenten hebben rond valpreventie. Veel gemeenten investeren in het
kader van de Wmo al, bijvoorbeeld in het wegnemen van drempels of in
"Halt! U valt"-projecten. Aanvullend wordt op dit moment met het
werkveld in werksessies gesproken over wat er nog meer nodig is. Ik
hoorde de voorzitter net volgens mij zeggen dat tegenwoordig ook de
techniek ons niet in de steek laat: er zijn zelfs airbags om de gevolgen
van een val te minimaliseren. Ook die aandacht is er dus. Er zijn dus
verschillende sporen. Het heeft volop aandacht bij het ministerie van
VWS.
Voorzitter, ik wilde het daarbij laten. Dank u wel.
De voorzitter:
Ik kijk rond. Mevrouw Sazias zat al aan haar maximale aantal
interrupties.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Het is een vergeten vraag.
De voorzitter:
Een vergeten vraag. Ik kijk naar de heer Van Gerven. Valt het in
dezelfde categorie of heeft u een interruptie?
De heer Van Gerven (SP):
Ik weet niet of de vraag over de opleiding van artsen Maatschappij en
Gezondheid beantwoord is.
De voorzitter:
Dat ging over de opleiding. Dat antwoord heb ik inderdaad niet gehoord.
Ik kijk ook even naar mevrouw Sazias. Wat was uw openstaande vraag? Dan
ronden we dat bij dezen af.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Ik had graag een reactie van de staatssecretaris gehad over die giftige
stoffen die we overal uithalen, maar wel toestaan in sigaretten.
De voorzitter:
Daar heeft de staatssecretaris volgens mij indirect wel antwoord op
gegeven. Ik kijk even naar de staatssecretaris wat hij met de tweede
vraag wil doen.
Staatssecretaris Blokhuis:
Op de eerste vraag van de heer Van Gerven is het antwoord mij
aangeleverd, maar ik heb dat niet hier. Tenminste, ik denk dat ik het
heb kwijtgemaakt; laat ik eerlijk zijn. Maar de vraag nemen we zeer
serieus. Ik hoop dat de heer Van Gerven mij toestaat dat ik die in de
tweede termijn beantwoord, want daar gaan we een antwoord op geven. Dat
is één.
De giftige stoffen die voorkomen in sigaretten, zijn ons bekend. Dat
verklaart ook mijn enthousiasme om me er in Europees verband voor in te
zetten om wat te doen aan de hoeveelheden nicotine, teer en CO, maar ook
aan de specifieke giftige stoffen. Mevrouw Sazias kent de hele kist aan
vergif die in sigaretten zit. Ik geloof zelfs dat er rattengif in
sigaretten zit. Wij kunnen dat als Nederland — dat is in het kader van
Europese regelgeving zo geregeld — niet unilateraal zelf uitfaseren.
Daar moeten we het over hebben. Maar woensdag bijvoorbeeld wordt het
Europese cancer fighting plan gelanceerd door de commissaris voor
Gezondheid, mevrouw Kyriakides. Daar zit ook het rookverhaal volop in,
mede dankzij de fanatieke inzet van Nederland op dit punt. Dan gaat het
bijvoorbeeld over de hoeveelheden gif die zijn toegestaan in
sigaretten.
De voorzitter:
Dank aan de minister voor de beantwoording van alle gestelde vragen.
Staatssecretaris, excuus.; ik had u al opgewaardeerd en dat wordt weer
niet gewaardeerd. Dat is nou jammer. Dank voor de eerste termijn vanuit
het kabinet. Dan gaan we door naar de tweede termijn vanuit de Kamer. U
heeft een spreektijd van twee minuten maximaal, waarbinnen u ook moties
kunt indienen als u die heeft. Gezien de tijd vraag ik u om terughoudend
te zijn en elkaar niet te interrumperen in die twee minuten. Dan kunnen
we namelijk ook nog de waardering van het kabinet horen en vervolgens
gerustgesteld richting huis gaan. Om 21.00 uur gaat er namelijk een
avondklok in. Ik geef graag het woord aan het CDA, mevrouw Kuik.
Mevrouw Kuik (CDA):
Dank voorzitter. Ik ga er uptempo doorheen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een op de drie mensen in Nederland ooit kanker
krijgt;
overwegende dat leven met en na kanker meer is dan alleen
overleven;
overwegende dat de Europese Unie op korte termijn met een actieplan
tegen kanker komt;
verzoekt de regering samen met onder andere KWF Kankerbestrijding een
gezamenlijk nationaal actieplan kanker op te stellen waarbij uitgegaan
wordt van een gezamenlijke verantwoordelijkheid en in ieder geval
onderzoek naar nieuwe behandelingen geïntensiveerd wordt, maar ook
aandacht gegeven wordt aan preventie, laagdrempelige toegang tot kennis
en nazorg,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuik, Bolkestein, Diertens en
Sazias. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 517 (32793) (#1).
Mevrouw Kuik (CDA):
Dan de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal vestigingen van fastfoodketens de afgelopen
jaren toeneemt;
constaterende dat uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt
dat gemeenten geen juridische instrumenten hebben om tegen nieuwe
vestigingen van fastfoodketens op te treden;
overwegende dat gemeenten aangeven wettelijke instrumenten te willen
krijgen om nieuwe vestigingen van fastfoodketens te kunnen weren en een
gezonde voedselomgeving te stimuleren;
verzoekt de regering in kaart te brengen welke wettelijke en
niet-wettelijke instrumenten gemeenten nodig hebben om vestigingen van
fastfoodketens te kunnen weren en de Kamer uiterlijk eind 2021 een
wetsvoorstel met dit doel toe te zenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuik en Dik-Faber. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 518 (32793) (#2).
Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter, tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er iets goed mis is met de samenleving als meer dan een
op de vijf vrouwen en een op de achttien mannen tussen de 18 en 24 jaar
te maken hebben met fysiek seksueel geweld;
overwegende dat basiswaarden omtrent seksualiteit moeten worden
onderhouden omdat die onderhevig zijn aan nieuwe vormen van contact en
nieuwe invloeden via de digitale weg, waardoor het normenkader en het
stellen van grenzen kunnen vervagen;
verzoekt de regering een normenkader met professionals te ontwikkelen
met betrekking tot seksualiteit en grensoverschrijdend gedrag en deze in
het onderwijs te borgen;
verzoekt de regering tevens een aanpak van seksueel overschrijdend
gedrag uit te werken met als doel de kwetsbaarheden te verminderen, de
weerbaarheid te verhogen en daders aan te pakken en te corrigeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuik en Kuiken. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 519 (32793) (#3).
Meneer Renkema, een punt van orde?
De heer Renkema (GroenLinks):
Nee, ik heb een vraag over de motie. Dat kan toch?
De voorzitter:
Dat kan, maar laten we er alstublieft terughoudend in zijn. Anders komen
we niet aan de tijd.
De heer Renkema (GroenLinks):
De vraag is even wat mevrouw Kuik bedoelt met het woord
"normenkader".
Mevrouw Kuik (CDA):
Dat gaat over het gesprek bij burgerschap: waar geef je je grenzen aan?
We merken dat professionals dat lastig vinden. Ze willen niet hun eigen
normen opleggen. Maar het is wel fijn om een normenkader te hebben om
dat gesprek aan te gaan, omdat er allerlei nieuwe vormen zijn van
bijvoorbeeld social media, digitaal en internet. Jongeren komen
behoorlijk wat tegen. Ik denk dat we samen met professionals moeten
kijken hoe we de verlegenheid voor dat gesprek sowieso kunnen wegnemen
en hoe we jongeren kunnen helpen met het aangeven van grenzen en het
bepalen van grenzen voor henzelf.
De voorzitter:
Helder antwoord. De SP, meneer Van Gerven, gaat uw gang.
De heer Van Gerven (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb vier moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat voorkomen van ziekte beter is dan genezen;
overwegende dat artsen Maatschappij en Gezondheid (M+G) hiervoor een
belangrijke bijdrage leveren door als medisch expert (nieuwe)
gezondheidsproblemen en risico’s te signaleren, effectieve preventie te
onderzoeken en in te voeren en te adviseren voor beleid ter zake;
constaterende dat het aantal artsen M+G de afgelopen twintig jaar met
40% is gedaald van 1.200 naar 700 artsen, terwijl in dezelfde tijd het
aantal huisartsen en medisch specialisten in de curatieve sector met 40%
of meer is gegroeid;
constaterende dat er een groot tekort is aan artsen M+G en de
bekostiging van vervolgopleidingen in de sociale geneeskunde door de
overheid tot dusver zeer beperkt is gebleven;
verzoekt de regering de sociaalgeneeskundige vervolgopleiding tot arts
M+G qua financiering gelijk te trekken met de opleidingen tot medisch
specialist en huisarts,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven en Hijink. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 520 (32793) (#4).
Dat was al één minuut.
De heer Van Gerven (SP):
De volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij twee thematafels van het Preventieakkoord,
namelijk problematisch alcoholgebruik en overgewicht, de industrie met
haar commerciële belangen aan tafel zat en daarmee een negatieve invloed
had op de uiteindelijk geformuleerde preventieve doelstellingen;
verzoekt de regering bij een verdere uitwerking van het
Preventieakkoord, net zoals nu al is gebeurd met de tabaksindustrie, de
industrie niet te betrekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven en Hijink. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 521 (32793) (#5).
De heer Van Gerven (SP):
De derde motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat gezondheidspreventie het meeste effect heeft als het
langdurig en structureel wordt ingezet;
verzoekt de regering een preventiefonds in het leven te roepen ter
financiering van preventieve activiteiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven en Hijink. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 522 (32793) (#6).
De heer Van Gerven (SP):
En de laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat de resultaten van het Akkoord Verbetering
Productsamenstelling betreffende de gehaltes zout, verzadigd vet en
calorieën (suiker en vet), inclusief de later gemaakte extra afspraken,
tot op heden nog zeer beperkt zijn, wat onder andere blijkt uit de
impactanalyse van het RIVM;
van mening dat het ongewenst is dat de ontwikkelingen op het gebied van
productverbetering zo langzaam gaan;
verzoekt de regering te komen met een wettelijke normering op het gebied
van productsamenstelling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven en Hijink. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 523 (32793) (#7).
De heer Van Gerven (SP):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dan gaan wij naar de VVD, de heer Bolkestein.
De heer Bolkestein (VVD):
Dank u wel. Geen moties van de VVD. Ik ga één ding herhalen en meegeven
waar veel vragen over kwamen: in hoeverre moet de overheid op de stoel
gaan zitten van alle fabrikanten? Moet de overheid nou werkelijk de
Albert Heijn — daar komt weer een naam — gaan inrichten en het vloerplan
gaan opstellen? Moet de overheid in de keuken van de koekjesfabriek gaan
staan? Ik hoop dat de staatssecretaris er nog eens goed over nadenkt of
dát wel de werkelijkheid is die wij kunnen gaan creëren. Aan de andere
kant zie ik een wereld waarin de branche best wel wat
verantwoordelijkheid mag pakken, want die heeft men daadwerkelijk.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Jansen van de PVV.
De heer Jansen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat inmiddels uit twee recente onderzoeken, "Lung Cancer
in Europe" en "State of Health EU", blijkt dat Nederland hoog scoort als
het gaat om longkanker;
overwegende dat wij tot 2010 een Nationaal Programma Kankerbestrijding
hadden maar dat dit geen vervolg heeft gekregen;
van mening dat de oorzaak van de hoge prevalentie van en sterfte aan
long-, darm- en borstkanker in Nederland onderzocht moet worden;
verzoekt de regering weer een Nationaal Programma Kankerbestrijding in
te stellen teneinde de kankerbestrijding in alle opzichten te
optimaliseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jansen en Agema. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 524 (32793) (#8).
De heer Jansen (PVV):
Voorzitter. Mijn tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat de e-sigaret een middel is om te stoppen met het roken
van tabakssigaretten;
verzoekt de regering de maatregel om de smaakjes voor e-sigaretten te
verbieden, te heroverwegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jansen. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 525 (32793) (#9).
Dank u wel …
De heer Jansen (PVV):
Daarmee ben ik inderdaad aan het einde van mijn bijdrage,
voorzitter.
De voorzitter:
Geweldig, dank u wel voor deze toevoeging. Een terechte conclusie.
Mevrouw Kuiken.
Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. We lagen nog niet helemaal op hetzelfde bordje als het gaat
over gezondheidsdoelen. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat collectieve gezondheidsdoelen volgens gezondheidseconoom
Mierau en volgens de voorzitter van de NZa alleen gehaald kunnen worden
wanneer onafhankelijke overheidsinstanties doorzettingsmacht
hebben;
verzoekt de regering de Kamer een voorstel te zenden hoe collectieve
gezondheidsdoelen wettelijk kunnen worden verankerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuiken en Renkema. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 526 (32793) (#10).
Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dan de volgende motie over het bevolkingsonderzoek borstkanker.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat jaarlijks rond 6.500 vrouwen door het
bevolkingsonderzoek ontdekken dat ze borstkanker hebben;
overwegende dat in de voorlichting nog steeds staat dat een lekkend of
gescheurd implantaat geen reden is voor verder onderzoek;
verzoekt de regering de publieksinformatie bij borstkankerscreening aan
te passen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuiken en Renkema. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 527 (32793) (#11).
Mevrouw Kuiken (PvdA):
U heeft mijn naam niet voor niets gezien onder een aantal andere
moties.
Dank u wel. Ik ga de vergadering verlaten, maar ik ga de beraadslagingen
teruglezen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we over naar de Partij voor de Dieren. Mevrouw Van
Esch.
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dank u, voorzitter. Ik wil een motie indienen die zeer lijkt op de motie
van mevrouw Kuik naar aanleiding van de fastfoodrestaurants. Ons dictum
is net iets anders, dus ik dien de motie toch in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal fastfoodrestaurants en snackbars in
Nederland sterk is toegenomen de afgelopen jaren;
constaterende dat volgens de wetenschap de voedselomgeving een
belangrijke oorzaak is van toenemend overgewicht in de
samenleving;
constaterende de brandbrief van wethouders van de vier grote steden en
de gemeente Ede, waarin naar aanleiding van onderzoek van de
Universiteit van Amsterdam wordt opgeroepen tot een wetswijziging om
gemeenten de mogelijkheid te geven fastfoodrestaurants en snackbars, met
name in de buurt van scholen, te weren;
verzoekt de regering een dergelijke wetswijziging zo spoedig mogelijk
naar de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch, Kuiken, Renkema en
Sazias. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 528 (32793) (#12).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat wetenschappers en medici aantonen dat een gezonde
leefstijl bijdraagt aan een goede weerstand en daarmee aan het verlagen
van het risico op een ernstig ziekteverloop bij virussen zoals
corona;
constaterende dat de WHO uitspreekt dat dit het moment is om te
investeren in leefstijlpreventie;
constaterende dat de financiële middelen voor leefstijlpreventie dit
jaar en de komende jaren juist afnemen en dat hierdoor bijvoorbeeld
programma's tegen overgewicht en diabetes, hulp voor stoppen met roken
en andere interventies aflopen;
overwegende dat dit het slechtst mogelijke moment is om een stap terug
te doen als het gaat om leefstijlpreventie;
verzoekt de regering op korte termijn met een voorstel te komen,
inclusief de financiële middelen, om het preventiebeleid de komende
jaren op niveau te houden en waar nodig aan te vullen in de strijd tegen
corona,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch, Kuiken, Sazias en
Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 529 (32793) (#13).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat toegang tot gezond en duurzaam voedsel van groot
belang is;
verzoekt de regering de btw op groente en fruit te verlagen naar het
laagst mogelijke niveau,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch, Kuiken, Renkema, Van
Gerven en Sazias.
Zij krijgt nr. 530 (32793) (#14).
Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dank u wel. Daarmee wou ik afronden, maar ik wil nog zeggen dat ik nog
een aangehouden motie over de suikertaks heb. Ik heb in de beantwoording
van de staatssecretaris volgens mij al gehoord wat hij met die motie
gaan doen. Ik zal deze motie dus waarschijnlijk wel in stemming brengen,
maar ik zeg ter informatie dat dit dus een aangehouden motie is waarop
volgens mij al eerder een kabinetsreactie is gegeven.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan D66, aan mevrouw Diertens.
Mevrouw Diertens (D66):
Dank u wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording van de vragen. Ter
ondersteuning daarvan heb ik twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat huidkanker de meest voorkomende vorm van kanker is in
Nederland en dat het aantal nieuwe gevallen toeneemt;
constaterende dat deze vorm van kanker sterk gerelateerd is aan
uv-straling;
overwegende dat veel gevallen met voorlichting kunnen worden voorkomen
en dat samen met screening dit de kwaliteit van leven bevordert en
kosten bespaart;
verzoekt de regering om samen met de Stuurgroep Huidkankerzorg Nederland
een voorstel te doen voor een effectieve voorlichtingscampagne;
verzoekt de regering de Gezondheidsraad om advies te vragen op welke
wijze screening (kosten)effectief kan plaatsvinden, bijvoorbeeld door
een bevolkingsonderzoek, specifieke doelgroepen te screenen of
laesiespecifiek te screenen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diertens, Kuiken, Renkema, Van
Esch, Sazias, Kuik, Dik-Faber en Bolkestein.
Zij krijgt nr. 531 (32793) (#15).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de kans op diabetes, obesitas en hart- en vaatziekten
1,4 tot 2 maal zo groot is bij mensen met een psychiatrische
aandoening;
constaterende dat factoren die samenhangen met een psychiatrische
aandoening of behandeling, zoals bijwerkingen van medicatie en stress,
leefstijlverandering belemmeren;
constaterende dat deze doelgroep minder goed bereikt wordt door
voorlichtingscampagnes en dat bij leefstijlinterventie maatwerk
noodzakelijk is;
overwegende dat leefstijlpsychiatrie, door onder andere te concentreren
op beweging, voeding en slaap, het psychosociaal en cognitief
functioneren kan verbeteren en dit kan leiden tot verminderd
medicatiegebruik;
verzoekt de regering samen met het werkveld te onderzoeken hoe het
potentieel van leefstijlpsychiatrie beter benut kan worden en hoe de
betreffende doelgroep beter bereikt kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diertens, Bolkestein, Kuiken,
Renkema, Van Esch, Sazias, Kuik en Dik-Faber.
Zij krijgt nr. 532 (32793) (#16).
Mevrouw Diertens (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar GroenLinks. Meneer Renkema, gaat uw
gang.
De heer Renkema (GroenLinks):
Dank u wel. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording van de
vragen. Ik wilde nog even checken of ik nou de toezegging heb gehoord
dat in de verkenning van de mogelijkheden van een registratieplicht voor
verkooppunten van tabak ook naar de eventuele meerwaarde van een
vergunningenstelsel wordt gekeken, maar dat hoor ik straks.
Verder ben ik blij met de stappen die worden gezet naar een
burgerportaal waar iedereen kan zien hoe hij eigenlijk überhaupt is
gevaccineerd. Ik heb daar vaak aandacht voor gevraagd. Een jaar geleden
hadden we met een aantal partijen volgens mij ook een motie over een
persoonlijke gezondheidsomgeving. Die lijkt er nu te komen. Ik heb het
al vaker gezegd: we hebben dit voor onze huisdieren nog vaak beter
geregeld dan voor onze kinderen, jongeren of ouderen. Zoek op dit moment
maar eens uit wat je eigen vaccinatiegeschiedenis is. Dat is ontzettend
ingewikkeld.
Ik heb twee korte moties. Ik had er meer, maar door de toezeggingen van
de staatssecretaris heb ik er ook een paar aan de kant gelegd. De eerste
motie gaat over borstkanker.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat vrouwen met zeer dicht borstweefsel meer kans lopen om
borstkanker te krijgen;
overwegende dat het nog een paar jaar zal duren voordat een mammografie
met contrastvloeistof ingezet kan worden;
verzoekt de regering vroege opsporing van borstkanker mogelijk te maken
voor vrouwen die dit willen door middel van een MRI,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Renkema, Kuiken en Sazias. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 533 (32793) (#17).
De heer Renkema (GroenLinks):
Dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de staatssecretaris aangeeft dat het beperken van de
verkoop van tabak tot tabaksspeciaalzaken 210.000 mensen van het roken
af zou houden en mogelijk meer dan 100.000 sterfgevallen kan
voorkomen;
overwegende dat het de ambitie is om in 2040 een rookvrije generatie te
realiseren;
overwegende dat er momenteel onderzoek wordt gedaan naar het afbouwen
van tabaksverkoop bij tankstations en gemakszaken na 2030;
verzoekt de regering te onderzoeken en scenario's aan de Kamer aan te
leveren waarin zo mogelijk al vóór 2030 de verkoop van tabak in
tankstations en gemakszaken is afgebouwd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Renkema en Dik-Faber. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 534 (32793) (#18).
Mevrouw Diertens (D66):
Ik heb een foutje gemaakt en wil vragen of de heer Bolkestein nog
toegevoegd kan worden aan de motie over huidkanker.
De voorzitter:
Ik kijk naar de collega's en denk dat dat geen probleem is. Wij zullen
die naam toevoegen aan die motie. Was dat uw eerste of uw tweede
motie?
Mevrouw Diertens (D66):
Het was mijn eerste.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de administratie. Het is allemaal onder controle, dank
u wel. Dan gaan wij door naar 50PLUS. Mevrouw Sazias, gaat uw
gang.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Voorzitter, dank u wel. Het is wel duidelijk dat er nog heel wat stappen
gezet moeten worden als het gaat om preventie. Ook duidelijk is dat deze
staatssecretaris vooral een integrale blik moet hebben en met zijn
collega's moet overleggen. Over het actieplan kanker, over kanker in de
breedte en over kanker en werk moet hij gaan praten met de minister van
Sociale Zaken. Ik heb het aantal longkankergevallen in IJmuiden en
omgeving nog even opgezocht. Het is zelfs 51% meer. Ik zei 25%, maar het
is dus echt fors meer. Daarover moet de staatssecretaris gaan praten met
de minister van EZ. Met de minister van BZK moet hij praten over het
veranderen van de Warenwet of de Omgevingswet als het gaat om de
inrichting van de openbare ruimte met fastfoodketens.
Voorzitter. Ik heb heel veel moties meegetekend, van harte. Eén motie
heb ik toch nog zelf gemaakt. Die is nog ietsje breder dan die van
mevrouw Van Esch, maar zij heeft ook medeondertekend.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de helft van de mensen in Nederland te zwaar is en dit
aantal alleen maar dreigt toe te nemen;
overwegende dat uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam
blijkt dat een gezonde voedselomgeving bijdraagt aan de aanpak van
overgewicht;
overwegende dat gemeenten onvoldoende instrumenten hebben om de
voedselomgeving in een stad te reguleren, doordat het vaak ontbreekt aan
een wettelijke basis om bijvoorbeeld een fastfoodrestaurant tegen te
houden;
verzoekt de regering in samenspraak met gemeenten te bezien hoe
wettelijk verankerd kan worden dat gemeenten meer instrumenten krijgen
om te zorgen voor een gezonde voedselomgeving,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Sazias en Van Esch. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 535 (32793) (#19).
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan komen we ten slotte bij de ChristenUnie. Mevrouw
Dik-Faber, gaat uw gang.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Dank aan de staatssecretaris voor de
beantwoording van de vragen en alle toezeggingen. In het bijzonder ook
dank voor de enorme inzet waarmee hij het dossier preventie altijd weer
behartigt.
Voorzitter. Ik heb een aantal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat supermarkten deelnemen aan het Nationaal
Preventieakkoord;
constaterende dat supermarkten tot op heden circa 80% van hun reclames
wijden aan ongezonde producten;
verzoekt de regering supermarkten aan te spreken op hun
verantwoordelijkheid en afspraken met hen te maken dat 80% van de
reclames van supermarkten is voor producten uit de Schijf van Vijf, en
de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Sazias. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 536 (32793) (#20).
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Mijn tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het Nationaal Preventieakkoord afspraken zijn
gemaakt over het verhogen van de prijs van een pakje sigaretten in 2020,
2022 en 2023;
overwegende dat het kabinet een evaluatie doet naar grenseffecten van
deze maatregel en dat deze binnenkort zal worden opgeleverd;
overwegende dat de coronapandemie nog maar eens bewijst dat preventieve
maatregelen zoals een accijnsverhoging op tabak noodzakelijk zijn, en
dat meerdere landen om ons heen de accijnzen op tabak ook hebben
verhoogd;
verzoekt de regering om na ommekomst van het onderzoek alles in het werk
te stellen de afgesproken verhoging van de tabaksaccijns mee te kunnen
nemen in het Belastingplan 2022,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 537 (32793) (#21).
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Dan nog een motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 840.000 jongvolwassenen te maken hebben met een
psychische aandoening;
overwegende dat dit niet komt door een gebrek aan weerbaarheid, maar
door de snelheid en intensiteit van onze samenleving, en dat het
moeilijk is om deze dynamiek in de samenleving te veranderen;
verzoekt de regering de mogelijkheden en contouren van een nationaal
preventieakkoord mentale gezondheid te verkennen en de Kamer hierover
medio 2021 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Diertens. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 538 (32793) (#22).
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Mijn laatste motie dien ik niet in, omdat ik
ervan uitga dat de staatssecretaris de consultatieronde als het gaat om
productverbetering en productsamenstelling serieus neemt en de
doelstellingen ook echt heel erg hoog gaat leggen, in het belang van
onze volksgezondheid.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Met deze mooie woorden sluiten wij de tweede termijn van de
Kamer af. Gezien het grote aantal moties krijgt de staatssecretaris tien
minuten de tijd om alles even van een oordeel en een appreciatie te
voorzien.
De vergadering wordt van 17.44 uur tot 17.55 uur geschorst.
De voorzitter:
Collega's, we kunnen overgaan tot de appreciatie van het kabinet van de
door u ingediende moties, alle 22. Ik geef graag het woord aan de
staatssecretaris. Gaat uw gang.
Staatssecretaris Blokhuis:
Voorzitter, hartelijk dank. Als het kabinet een motie prima vindt, zeg
ik alleen "oordeel Kamer". Dat geldt voor de motie op stuk nr. 517 van
mevrouw Kuik c.s.: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 518 krijgt ook oordeel Kamer, maar wel met een
opmerking. Helemaal sympathiek, maar er staat "uiterlijk eind 2021". Ik
ben intrinsiek heel gemotiveerd om daar zo snel mogelijk werk van te
maken, maar pin ons hier niet op vast. Mag ik het lezen als: "te streven
om zo snel mogelijk"? Dat staat ook in het dictum van een andere motie,
volgens mij van mevrouw Van Esch. Als ik het mag lezen als "zo snel
mogelijk", dan is de intrinsieke motivatie er. Oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 519 krijgt oordeel Kamer, want ze is ondersteuning
van beleid.
De motie op stuk nr. 520 is spannender. Ik snap de intentie, maar ze is
een beetje prematuur. We zijn nog in overleg met de sector; de
gesprekken lopen nog. De motie beweegt zich voor een deel ook niet op
mijn dossier. Dat is op zich geen reden om er geen oordeel over te
hebben, maar ik zou haar willen ontraden omdat wij haar prematuur
vinden. Er lopen nog gesprekken over. Als die stuklopen vind ik het tijd
om aan de bel te trekken. De motie op stuk nr. 520 wordt ontraden.
De voorzitter:
Een korte reactie van de heer Van Gerven.
De heer Van Gerven (SP):
De staatssecretaris is eigenlijk niet ingegaan op mijn pleidooi, want
dat had hij gemist in de eerste termijn. Zou hij dat nog willen
toelichten bij deze motie? Om die te ontraden terwijl er nog niks over
besproken is, lijkt me wat prematuur.
Staatssecretaris Blokhuis:
Dan is het sowieso de wereld op z'n kop. De heer Van Gerven dient eerst
een motie in, ik ontraad die en dan zegt hij: maar dan wil ik eerst even
het antwoord op mijn vraag in eerste termijn. Ik wil graag daarop
ingaan, als dat mag. Volgens mij hebben we nog tijd, als ik het goed
heb.
De voorzitter:
Als u het kort kunt doen.
Staatssecretaris Blokhuis:
De opleidingen die de Koepel voor artsen Maatschappij + Gezondheid
verzorgt op het terrein van het cluster sociale geneeskunde en artsen
die deze opleiding volgen, heten artsen Maatschappij en Gezondheid. Dat
is geen nieuws voor de heer Van Gerven. Dat zijn in ieder geval artsen
die bij een GGD werken. Er zijn ook artsen die bijvoorbeeld voor een
zorgverzekeraar of het ministerie van Defensie werken. Het is een heel
breed spectrum. VWS is in overleg met de koepel — daaraan refereerde ik
bij de appreciatie van de motie — over de vormgeving en financiering van
de hele breedte van de opleiding en hoe alle betreffende werkgevers
hierbij betrokken kunnen worden. Wie verantwoordelijk is voor welk deel
van de opleiding voor alle artsen Maatschappij en Gezondheid, die dus
breed uitwaaieren, is afhankelijk van het uitstroomprofiel. Ik ben
verantwoordelijk voor die artsen die voor een gemeente werken op grond
van de Wet publieke gezondheid. Dat zijn jeugdartsen, tbc-artsen, artsen
infectieziektebestrijding en medisch milieukundigen. Andere
bewindspersonen zijn voor andere artsen verantwoordelijk. De angel van
mijn verhaal zit in het feit dat we die gesprekken voeren en dat we al
die werkgevers niet over één kam moeten gaan scheren. Mijn oordeel
blijft: ontraden.
De voorzitter:
De laatste opmerking van de heer Van Gerven. We gaan dit niet bij alle
moties zo doen.
De heer Van Gerven (SP):
De regering, het kabinet, de ministeries kunnen die opleiding
organiseren, los van waar de artsen later gaan werken. Dat wil ik even
opmerken. Ik zou de motie wel kunnen of willen aanhouden. Ik snap wel
dat er overleg is, ook met de collega's. Zou de staatssecretaris een
tijdstip kunnen aangeven wanneer hij denkt dat de uitkomst er is van het
overleg dat hij heeft en wanneer we een brief daarover zouden mogen
ontvangen?
Staatssecretaris Blokhuis:
Nog een brief? Ik zie het bezwaar op zich niet. U krijgt wel veel
brieven, als ik het lijstje met toezeggingen zie. Ik wil het verzoek wel
honoreren, maar duidelijk is dat de appreciatie van deze motie
"ontraden" blijft. Als de uitkomst er is, geven we dat aan.
De heer Van Gerven (SP):
En de termijn?
Staatssecretaris Blokhuis:
Dat komt in dezelfde brief. Of wil de heer Van Gerven eerst de termijn
weten en daarna ook de uitkomst van het gesprek, dus vraagt hij twee
dingen aan mij?
De heer Van Gerven (SP):
Nee, nee ...
De voorzitter:
Meneer Van Gerven, alstublieft, even concreet: trekt u de motie in of
houdt u haar aan?
De heer Van Gerven (SP):
Ik was heel concreet. Ik vroeg aan de staatssecretaris of hij een brief
wil sturen en of hij een termijn kan noemen wanneer de uitkomst van dat
overleg er is. Want het zou ook kunnen zijn dat het verzoek van de
koepel wordt gehonoreerd, als je in overleg bent.
Staatssecretaris Blokhuis:
Maar dan is het toch een kwestie van vertrouwen. Als ik toezeg dat ik de
uitkomst van het overleg deel, dan moet dat toch voldoende zijn. Ik weet
niet wat ...
De heer Van Gerven (SP):
Nee, maar ...
De voorzitter:
Meneer Van Gerven, dit is het antwoord van de staatssecretaris.
De heer Van Gerven (SP):
Ik vraag: wanneer kunnen we die brief ...
De voorzitter:
We gaan dit niet bij alle moties doen. De staatssecretaris heeft de
brief al toegezegd, en daar zit ook een termijn bij.
De heer Van Gerven (SP):
Wanneer kunnen we de brief verwachten op dat punt? Dat vragen we
altijd.
Staatssecretaris Blokhuis:
Die vraag snap ik en het antwoord is: medio 2021. Dat is een beetje
rekbaar, maar niet zó rekbaar.
De heer Van Gerven (SP):
Helder. Dan houd ik de motie aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Gerven stel ik voor zijn motie (32793, nr.
520) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Blokhuis:
De motie op stuk nr. 521 van de heren Van Gerven en Hijink vraagt om de
producenten die aanschuiven bij het Preventieakkoord, niet zijnde de
tabaksindustrie, niet te betrekken. In het licht van mijn antwoord in de
eerste termijn is het logisch dat ik die ontraad. Misschien dat het er
ooit een keer van komt, maar zeker nu niet. Laten we ze alsjeblieft een
kans geven.
De zesde motie is de motie op stuk nr. 522. Daarin wordt de regering
opgeroepen om een preventiefonds in het leven te roepen. Dat is
volstrekt in de lijn met de eerste termijn. Maar ik ben volstrekt in
lijn met mijn eerste termijn en zeg dat ik het prematuur vind om alleen
daarop te focussen, want ik wil juist verschillende opties hebben. Dus
ontraden, die zesde motie.
De zevende motie, die van de heren Van Gerven en Hijink, op stuk nr.
523, verzoekt de regering te komen met een wettelijke normering op het
gebied van productsamenstelling. Nou, daar zitten een paar
onmogelijkheden in. De EU kan dat wettelijk normeren; dat kan Nederland
niet alleen doen. En we zijn al een pad in met de sector, dat ik in het
kader van behoorlijk bestuur ook wil volgen. Dus in dat licht bezien:
ontraden, deze motie.
Voorzitter. De heer Bolkestein heeft geen motie ingediend, maar wel een
vraag gesteld; tenminste, hij heeft mij gevraagd om er nog eventjes kort
op te reflecteren dat de overheid niet op de stoel moet gaan zitten van
de koekjesbakker, supermarkten et cetera. Dat is wel zo, maar ik denk
dat er in het parlement ook wel breed draagvlak is voor het af en toe
interveniëren door de overheid, waar die sectoren aantoonbaar dingen
beter kunnen doen, en dat niet doen. Heel simpel: de sigarettenverkoop.
Als wij niet interveniëren, dan blijven ze dat misschien tot in de
eeuwigheid doen. En dat willen we niet, dus daar stellen we paal en perk
aan. Dan halen we dat gewoon uit de schappen als ze dat zelf niet doen,
of, zoals nu, met een kastje ervoor met een displayban. Dat is een
wettelijke regeling, dus er zijn wel degelijk voorbeelden van waar de
overheid intervenieert, volgens mij zelfs met steun van de VVD op dat
moment. Dit was een hele korte reflectie van mijn kant. Maar ik ben het
met u eens: we moeten altijd wel heel goed kijken naar wie aan zet is en
wie verantwoordelijk is.
Nu de achtste motie, die van de heer Jansen op stuk nr. 524, die vraagt
om een Nationaal Programma Kankerbestrijding. Dat is volgens mij in lijn
met de motie van mevrouw Kuik en daarvan heb ik gezegd ... Dan moet ik
consequent zijn. Volgens mij heb ik die oordeel Kamer gegeven. De vraag
bij deze motie is alleen de derde overweging: "van mening, dat de
oorzaak van de hoge prevalentie van en sterfte aan long-, darm- en
borstkanker in Nederland onderzocht moet worden". Dat veronderstelt dat
dat niet gebeurd is, en ik vraag me dat toch werkelijk af. Dus ik heb
daar echt nog een hele grote reserve. Ik kan me voorstellen dat een
eerder verzoek om met zo'n onderzoek met een brede aanpak te komen,
voldoende moet zijn. Het is niet mijn rol, maar ik zou de indieners van
de verschillende moties op het idee willen brengen om te kijken of er
dingen in elkaar geschoven kunnen worden.
De heer Jansen (PVV):
Daar wil ik wel over in conclaaf met mijn collega. De vraag is wel aan
de staatssecretaris: als ik die derde "van mening" laat vervallen,
krijgt ze dan wel oordeel Kamer? Dan lijkt het mij dat we tot elkaar
gaan komen.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja, want dan zitten er in de overweging geen controversiele punten, en
dan lijkt het dictum verdacht veel op dat van die andere motie. Ja,
oordeel Kamer als de derde overweging geschrapt wordt.
De voorzitter:
En die zien we dan in gewijzigde vorm tegemoet?
De heer Jansen (PVV):
Ik ga even in overleg en dan krijgt u haar in gewijzigde vorm te zien
deze week.
De voorzitter:
Dank u wel.
Staatssecretaris Blokhuis:
Nou, graag meneer Jansen. Snel zakengedaan.
Ik ben inmiddels bij de negende motie, die op stuk nr. 525. Ik denk dat
we elkaar daar minder snel bij kunnen vinden, in het licht van mijn
eerste termijn. Die achtste was toch over dat Nationaal Programma
Kankerbestrijding? Ik ben dus inmiddels bij de negende. Die ga ik
ontraden. Ze gaat over e-sigaretten, en daar heb ik heel veel woorden
over gewisseld.
De heer Jansen (PVV):
Mag ik een hele korte vraag stellen, voorzitter?
De voorzitter:
Ik denk dat alle argumenten al gewisseld zijn.
De heer Jansen (PVV):
Dat weet ik, maar de vraag is of de staatssecretaris wel gaat kijken
naar de petitie die ik heb aangeboden.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja, die ligt hier, en ik ben er nu naar aan het kijken.
De heer Jansen (PVV):
Met alle respect: het is een inhoudelijk verhaal. Er staan ook
onderzoeken in aangehaald, zowel internationaal als nationaal. Met alle
respect, als u dat naast zich neerlegt, dan zegt u gewoon tegen 19.000
mensen: zoek het maar uit.
De voorzitter:
Even via de voorzitter. Ik denk dat de overeenkomst is dat dit wordt
meegenomen, toch?
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja, ik zeg graag toe dat we het serieus bekijken.
De voorzitter:
Gaat uw gang, staatssecretaris.
Staatssecretaris Blokhuis:
Dan de tiende motie, de motie op stuk nr. 526 van mevrouw Kuiken en de
heer Renkema. In het dictum staat: "hoe collectieve gezondheidsdoelen
wettelijk kunnen worden verankerd". Ik zou haar eigenlijk zo willen
lezen: of we dat willen en hoe we dat dan doen. De intentie is volstrekt
helder, maar ik zou haar wel iets ruimer willen lezen, dus dat we ook
kijken óf we dat wettelijk willen doen. En daar maken we zeer serieus
werk van. Als die zo ruim gelezen mag worden — ik kijk naar de
mede-indiener — dan is het oordeel Kamer.
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik overleg daar even over met de eerste indiener; dat vind ik wel zo
netjes.
De voorzitter:
Dus op dit moment is het oordeel?
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja, als de motie alleen het hoe aangeeft, dan spreken we nu al met
elkaar af dat we in het recht, de wetgeving, de gezondheidsdoelen gaan
vastleggen, en dat vind ik wel echt een stap te ver. Ik wil daar zeer
serieus naar kijken, maar ik zou aan het onderzoek ook de vraag willen
koppelen of dat opportuun is.
De voorzitter:
Maar dan nog mijn vraag ...
De heer Renkema (GroenLinks):
Ja?
Staatssecretaris Blokhuis:
Met alleen het hoe zou ik haar op dit moment willen ontraden. En een
dringend verzoek: als ze mag worden gelezen als "of en hoe", dan is het
oordeel Kamer.
De voorzitter:
Meneer Renkema?
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik kan vast wel zeggen dat er een aangepaste motie komt. De precieze
formulering wil ik toch wel even met mevrouw Kuiken overleggen.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja.
De voorzitter:
Die aangepaste motie zien we tegemoet, maar de voorliggende motie krijgt
het oordeel ontraden.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja. En als er een aangepaste komt die anders is dan wat ik nu voorstel,
dan is het wel handig als het kabinet ernaar kijkt zonder een
appreciatie eraan te koppelen.
De heer Renkema (GroenLinks):
Komt goed.
Staatssecretaris Blokhuis:
Dan de elfde motie, de motie op stuk nr. 527 over publieksinformatie,
een hele sympathieke motie van mevrouw Kuiken en de heer Renkema.
Alleen, die gaat ervan uit dat het nog niet is aangepast, en ik heb in
mijn eerste termijn geprobeerd te zeggen dat het al is aangepast. Dus
deze motie is zeer sympathiek, maar echt overbodig en daarmee
ontraden.
De twaalfde motie, die op stuk nr. 528, komt heel dicht in de buurt van
de eerste motie. Die motie van mevrouw Van Esch c.s. zou ik graag
oordeel Kamer geven. Misschien is daar ook wat in elkaar te
schuiven.
Voorzitter. De dertiende motie, die op stuk nr. 529, is mij uit het hart
gegrepen, zo zeg ik even ronduit. Alleen zit er wel één adder onder het
gras, want ik zit niet alleen in het kabinet. Dus uiteraard moet ik
kijken of ik überhaupt langs Financiën kom met dit idee, maar ik ga mij
daar sterk voor maken. Dat zeg ik graag toe, maar dus met de disclaimer
erop dat dit ook op de zegen van Financiën moet kunnen rekenen en
daarmee van het kabinet. Maar in dat licht bezien: oordeel Kamer.
De veertiende motie over btw op groente en fruit, die op stuk nr. 530,
wil ik ontraden. Ik snap wel wat er gezegd wordt. Ik heb gezegd dat ik
wil dat er serieus naar zulk soort elementen wordt gekeken. Dus het is
geen onwil, maar het feit is wel dat er op dit moment voor groente en
fruit niet een apart btw-regime geldt, en het is heel moeilijk om die
alleen uit te zonderen. En dat is nog een kunst apart, want dan zullen
we zien dat er ineens overal groente en fruit in zit volgens de
producenten. En wat ook nog even spannend is: ik zou dit verhaal in een
bredere context willen zetten, en bijvoorbeeld ook kijken hoe je dingen
wilt financieren, of je dan de btw op andere dingen wilt verhogen. Die
dekking zit er niet in, dus in dat licht bezien: ontraden. Wel
sympathiek, maar ga het alsjeblieft ook wat breder bekijken. Dus
ontraden, die veertiende.
De vijftiende, die op stuk nr. 531: oordeel Kamer.
Nummer zestien, die op stuk nr. 532: oordeel Kamer.
Nummer zeventien, die op stuk nr. 533 van de heer Renkema, gaat volgens
mij over de MRI-scan. Die vraagt in de motie om de MRI beschikbaar te
stellen voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel. Ik heb juist
aangegeven dat ik niet uitsluit dat dat het zeker wordt, maar dat door
de Gezondheidsraad een alternatief wordt voorgedragen dat we ook zeer
serieus bestuderen. En alleen op dat ene paard wedden is niet in lijn
met het Gezondheidsraadsadvies, dus die zeventiende motie wil ik
ontraden.
De achttiende motie, die op stuk nr. 534.
De voorzitter:
Sorry, even een reactie van de heer Renkema.
De heer Renkema (GroenLinks):
Ja. Het gaat me even over de volgtijdelijkheid. De staatssecretaris
zegt: er zijn twee mogelijkheden, en ik wil ze allebei onderzoeken. De
strekking van deze motie is eigenlijk om, totdat die eerste methode er
nog niet is, namelijk zo'n mammografie met contrastvloeistof, MRI, die
wel gewoon mogelijk is, mogelijk te maken. Dat is eigenlijk de
strekking. Dus het gaat om de volgtijdelijkheid.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ja, maar dat is een misverstand. Ik snap nu de wens. Alleen, die
MRI-scan bestaat wel, maar voordat die echt geïmplementeerd kan worden,
zijn er heel veel stappen nodig, en dat vraagt ook tijd. Dus er is een
verkeerde veronderstelling, en het zou weleens kunnen dat dat
CEM-onderzoek bijna parallel of vlak daarna beschikbaar komt. Dus het is
een misverstand om te veronderstellen dat die MRI er nu al is en dat we
die dan uit de markt zouden halen. Dus beide lopen. Geen onwil. Ik wil
op beide gasgeven, zogezegd, maar ik wil ze ook allebei in de lucht
houden en niet door het aannemen van de motie de indruk wekken dat we
het CEM-onderzoek als alternatief daarnaast gaan introduceren. En als de
heer Renkema zegt "ik wil juist die MRI ook mogelijk blijven maken" ...
Op die koers zit ik ook: MRI of CEM, een van beide. Want wij gunnen de
betreffende vrouwen dat er zo snel mogelijk een heel adequaat instrument
beschikbaar is om hen te beschermen tegen een mogelijk ernstige
ziekte.
Voorzitter. Dit is me nog nooit overkomen. Ik heb die hele motie niet,
maar ik weet dat de achttiende motie van de heer Renkema, de motie op
stuk nr. 534, gaat over het versnellen van het onderzoeken naar het
aantal verkooppunten. Volgens mij is dat onderzoek er al vrij snel, maar
ik wil het zo snel mogelijk doen. En hoe sneller we hierin stappen
kunnen zetten, hoe liever. In dat licht bezien: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ja, meneer Renkema?
De heer Renkema (GroenLinks):
Het gaat niet over de snelheid, maar over het scenario om nog voor 2030
...
De voorzitter:
Maar hij zegt "oordeel Kamer", dus ik weet niet wat u nog meer
wil.
De heer Renkema (GroenLinks):
Ik wil hier geen misverstanden de wereld in gaan helpen.
Staatssecretaris Blokhuis:
O, nee, ik snap het. Ik zie het nu. Het is ook omdat ik een motie even
niet had en er een oordeel over gaf. Ik zie het hier staan. Maar wat mij
betreft blijft de appreciatie: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Nou, bijzonder. De negentiende motie?
Staatssecretaris Blokhuis:
De negentiende, die op stuk nr. 535 van mevrouw Sazias, is ook oordeel
Kamer.
Nummer twintig, die op stuk nr. 536, van mevrouw Dik-Faber en mevrouw
Sazias: oordeel Kamer.
Hetzelfde geldt voor die op stuk nr. 537: oordeel Kamer.
En de 22ste motie, op stuk nr. 538, van mevrouw Dik-Faber en mevrouw
Diertens: oordeel Kamer.
Daarmee heb ik alle moties gehad. Alleen de heer Renkema ben ik nog een
antwoord schuldig op het punt van registratie. En het antwoord daarop is
bevestigend.
De voorzitter:
Dank, staatssecretaris, en de ondersteuning hier ter plekke, maar ook
die aan de achterkant. Ik ga even een rondje maken, want mevrouw Sazias
heeft nog een punt van orde.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Ik zou in de tweede termijn nog even antwoord krijgen over het enorm
hoge aantal longkankergevallen in IJmuiden en omgeving, en de urgentie
om daar iets aan te doen.
De voorzitter:
Ik kijk naar de staatssecretaris.
Staatssecretaris Blokhuis:
Het is niet mijn specialiteit, maar wat ik hier in de gauwigheid zie, is
het onderzoek dat de GGD en het RIVM hebben gedaan. De GGD heeft de
kankerincidentie berekend in de periode 2004-2018, het RIVM in 2009. En
inderdaad, met hogere percentages, maar zowel GGD als RIVM geven aan dat
oorzakelijke verbanden moeilijk te leggen zijn naar Tata Steel alleen.
Het RIVM benadrukt dat het na blootstelling aan kankerverwekkende
stoffen vele jaren duurt voordat longkanker zich manifesteert. De
provincie Noord-Holland is bevoegd gezag als het gaat om de
vergunningverlening voor de activiteiten van Tata Steel. Onderdeel van
die vergunningverlening zijn de milieunormen, onder andere ten behoeve
van de bescherming van de gezondheid van omwonenden. En de provincie
Noord-Holland, dat dus het bevoegd gezag is en hier dus als eerste in
charge is, werkt hard aan de verbetering van de leefomgeving van de
omwonenden. Binnen het Schone Lucht Akkoord, dat wordt uitgevoerd door
mijn collega van IenW, werkt het Rijk verder samen met provincies,
gemeenten en stakeholders aan de permanente verbetering van de
luchtkwaliteit, om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te
realiseren. Het gaat niet alleen om deze specifieke locatie. De
provincie Noord-Holland en de IJmondgemeenten zijn partners in het
Schone Lucht Akkoord, en dat SLA bevat een groot aantal maatregelen om
emissies van luchtvaart en stoffen in diverse sectoren, waaronder de
industrie, terug te dringen. Dus Noord-Holland is als eerste in charge.
Dat zit er vol op, en het zijn partners in het programma, waarvan het
ministerie van IenW de trekker is.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk naar mevrouw Sazias. Ik denk ook dat dit een
problematiek is die misschien op dit moment het NO, waar wij nu over
gaan, enigszins te buiten gaat, maar dat u hiermee wel de urgentie van
uw vraag heeft kunnen benadrukken.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Zeker, voorzitter, maar als het hier om preventie gaat, dan hoort dit
daar echt wel bij. Nou, ik ben blij dat de provincie zich daar in elk
geval wel over buigt, maar het feit dat het RIVM zegt dat het
waarschijnlijk geen oorzakelijk gevolg is, vind ik echt een
ongelofelijke conclusie.
Staatssecretaris Blokhuis:
Ze hebben gezegd dat ze dat oorzakelijke verband niet hebben kunnen
aantonen.
De voorzitter:
Ja. Maar dit debat is in ieder geval voor de tweede termijn van dit
notaoverleg enigszins te groot en te belangrijk om hier op die manier te
voeren.
Ik kijk naar de collega's. Er zijn twaalf toezeggingen gedaan. Wilt u
dat ik ze allemaal voorlees? Het voorstel is om deze week al de
verslaglegging van dit overleg naar u te doen toekomen, zodat we voordat
we stemmen volgende week weten wat er is gedaan. U kunt dan ook in die
mail de toezeggingen teruglezen.
Is dat oké wat u betreft? Ja? Dank u wel. Uiteraard krijgt het
ministerie het ook. Alles is transparant tegenwoordig, dus zelfs het
ministerie mag meekijken. Niet te geloven!
Nogmaals dank aan alle ondersteuning, aan de staatssecretaris en aan de
collega's voor dit interessante debat over iets wat het leven van zo
veel mensen beïnvloedt. Ik sluit hierbij de beraadslaging en zie u
morgen terug bij de hoofdelijke stemming. Dank u wel.
Sluiting 18.15 uur.
| ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 87 (2020-2021) van 1 februari 2021 |
|---|
| Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |