Fraudeopsporing en gebruik van tweede nationaliteit door de Belastingdienst (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2021D04689, datum: 2021-02-01, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2021-02-01 14:00: Fraudeopsporing en gebruik van tweede nationaliteit door de Belastingdienst. (Notaoverleg), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Fraudeopsporing en gebruik van tweede nationaliteit door de Belastingdienst
VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Financiën heeft op 1 februari 2021 overleg gevoerd met mevrouw Van Huffelen, staatssecretaris van Financiën - Toeslagen en Douane, en de heer Vijlbrief, staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, over:
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 13 oktober 2020 inzake onderzoek naar projectcode 1043 (31066, nr. 711);
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 13 oktober 2020 inzake beantwoording vragen commissie over onder andere informatie over de Fraude Signalering Voorziening (FSV) en het gebruik van FSV binnen de Belastingdienst (Kamerstuk 31066, nr. 681) (31066, nr. 710);
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 13 oktober 2020 inzake antwoorden op vragen commissie over rectificatie van de brief van 28 april 2020 over Voortgangsrapportage Toeslagen (Kamerstuk 31066, nr. 637) (31066, nr. 708);
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 13 oktober 2020 inzake het gebruik van nationaliteit in risicomodellen en selectieregels bij de Belastingdienst (31066, nr. 707);
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 13 oktober 2020 inzake concept plan van aanpak "Herstellen, Verbeteren en Borgen" (31066, nr. 709);
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Toeslagen en Douane d.d. 17 november 2020 inzake antwoorden op vragen commissie over de reactie op het rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens over de verwerking van de nationaliteit van aanvragers van kinderopvangtoeslag (Kamerstuk 31066, nr. 683) (2020Z21857);
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 7 januari 2021 inzake bericht van het Openbaar Ministerie inzake de aangifte van 19 mei 2020 van het vermoeden van knevelarij en beroepsmatige discriminatie (31066, nr. 768);
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Toeslagen en Douane d.d. 18 januari 2021 inzake reactie op verzoek van de commissie op niet-volledige beantwoording van vragen over de reactie op het rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens over de verwerking van de nationaliteit van aanvragers van kinderopvangtoeslag (31066, nr. 771);
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 29 januari 2021 inzake reactie op de motie van de leden Azarkan en Van Kooten-Arissen over monitoren van de voortgang van de cultuurverandering (Kamerstuk 35510, nr. 31) (2021Z01857);
de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 29 januari 2021 inzake reactie op moties inzake kinderopvangtoeslag (35510, nr. 49);
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 27 januari 2021 inzake stand van zaken Herstellen, Verbeteren, Borgen (HVB) (2021Z01585).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Tielen
De griffier van de vaste commissie voor Financiën,
Weeber
Voorzitter: Tielen
Griffier: Freriks
Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Azarkan, De Jong, Leijten, Lodders, Nijboer, Omtzigt, Van Otterloo, Snels, Tielen en Van Weyenberg,
en mevrouw Van Huffelen, staatssecretaris van Financiën - Toeslagen en Douane, en de heer Vijlbrief, staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst.
Aanvang 14.00 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag en welkom iedereen in de Groen van Prinstererzaal, maar
vooral ook de mensen die meekijken via de livestream. Welkom ook aan
staatssecretaris Vijlbrief en staatssecretaris Van Huffelen en aan de
leden Leijten namens de SP, Snels namens GroenLinks, Azarkan namens
DENK, De Jong namens de PVV, Nijboer namens de PvdA, Van Otterloo namens
50PLUS en Van Weyenberg namens D66. Ik verwacht ook nog de leden die
namens het CDA en de VVD zullen spreken, maar die staan nog op de gang.
We hebben tot 19.00 uur uur vanavond het notaoverleg over
fraudeopsporing en het gebruik van de tweede nationaliteit door de
Belastingdienst. Dit is een notaoverleg en dat betekent dat de
Kamerleden in debat kunnen met beide aanwezige staatssecretarissen,
waarbij er in de tweede termijn mogelijkheid is tot het indienen van
moties. Ik wil elk lid vijf minuten spreektijd geven en in de eerste
termijn twee interrupties in tweeën toestaan. Mocht halverwege blijken
dat het aantal interrupties omhoog moet, dan kunnen we dat alsnog
uitbreiden. Inmiddels heet ik ook de heer Omtzigt namens het CDA
welkom.
Mevrouw Leijten (SP):
Dit is een overleg waar vijf uur voor staat. Ik zou eigenlijk willen
kijken of er ruimte is voor iets meer spreektijd in de eerste
termijn.
De voorzitter:
En bij "iets meer" heeft u in gedachten?
Mevrouw Leijten (SP):
Tien minuten! Nee hoor, zes minuten.
De voorzitter:
Daarom vraag ik het altijd eventjes, want bij de een kan "iets meer"
weer wat anders betekenen.
De heer Azarkan (DENK):
Mijn collega was mij voor. Ik zat zelf aan vijf minuten en 45 seconden
te denken, want dat is ongeveer de spreektijd die ik heb, maar ik sta
met alle liefde toe dat het zes minuten wordt.
De heer Omtzigt (CDA):
Ook graag zes minuten, maar ik neem aan dat u de interrupties op onszelf
bedoelt, want ik zou graag wat meer interrupties op de
staatssecretarissen willen hebben. Op onszelf vind ik twee meer dan
voldoende.
De voorzitter:
Ik geef een vinger en mijn hand verdwijnt al. Tussen de eerste termijn
van de Kamer en de eerste termijn van het kabinet wil ik opnieuw kijken
naar het aantal interrupties. Ik zal uw verzoek daarbij dan in het
achterhoofd houden. Het hangt er ook een beetje van af hoe snel we de
eerste termijn gaan doen. Ik hoor voldoende steun voor zes minuten, maar
u zult begrijpen dat ik er dan wel heel streng op zal toezien.
Mevrouw Leijten, u mag het debat aftrappen namens de Socialistische
Partij.
Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Het gaat vandaag over fraudeopsporing en het gebruik van de
tweede nationaliteit. Voor mensen die in de fraudeopsporing voor de
wielen zijn gekomen en kapot zijn gemaakt, is dit een uiterst pijnlijk
dossier, omdat er meer niet geweten wordt dan wel. Maar als ze dan iets
weten, krijgen ze geen antwoorden waarom iets zo is. Bijvoorbeeld
Nasmir. Ik ken Nasmir nu bijna anderhalf jaar. Een prachtige moeder,
mooi gezin, maar volledig kapotgemaakt. Ze is geboren in Rotterdam en is
Nederlandse. In haar dossier staat overal: eerste nationaliteit Turkse.
Hoe kan dit? Zij vraagt dit nu al een jaar en er moet vandaag gewoon een
antwoord op komen. Waarom hebben geboren Nederlanders bij de
Belastingdienst als eerste nationaliteit Marokkaans, Turks of
anderszins? Dat kan niet. Waar zit die fout? Waarom krijgt Nasmir dit
antwoord niet? Waarom krijgen anderen dat antwoord niet? Het is ook niet
de eerste keer dat ik die vraag stel. Het is ontzettend pijnlijk om te
weten dat er vorige week nog een systeem is uitgezet waarin de
nationaliteit werd gebruikt, maar waarom die nationaliteit werd
gebruikt, waarom dit kan bestaan en wie dat heeft toegelaten en
geaccordeerd, wordt ons weer niet gemeld. En ik ben daar een beetje
klaar mee, want ik weet dat het allang geweten wordt.
In zo'n beetje alle stukken die de POK heeft gekregen is het, als het
over de nationaliteit ging, weggelakt. Laat het maar zien. Wat staat
daar? Welke selectie heeft er plaatsgevonden en waarom? Waarom moeten
mensen die geselecteerd zijn op hun afkomst zich nu gaan melden bij het
College voor de Rechten van de Mens om te laten toetsen of ze
gediscrimineerd zijn? Dat weet de Belastingdienst namelijk allang. En
dan zegt de Autoriteit Persoonsgegevens "er heeft discriminatie
plaatsgevonden", maar sinds vorige week weten we ook dat de Autoriteit
Persoonsgegevens alleen heeft gekeken naar het gebruik van
nationaliteit. We weten dat de discriminatie op inkomen en gezinsgrootte
ook heel groot is geweest. We weten dat de risicoselectie en de modellen
van Toeslagen zijn uitgezet, deze zomer, maar waarom? Hoeveel mensen
zijn er slachtoffer geworden? Dát wordt ons weer niet verteld. En ik ben
er klaar mee, voorzitter.
Er wordt veel meer geweten op het ministerie dan ons wordt verteld. Daar
zouden we toch mee stoppen? En weet u waarom het is? Niet om mijn eigen
nachtrust, hoor. En niet omdat iemand van de mensen die hier zitten er
een boterham minder onder eet. Maar omdat die ouders zitten met die
vragen. En dat is zo pijnlijk, het doet ze pijn. Ze zijn vertrapt door
de overheid. Dat is erkend, er is een kabinet afgetreden, en er is nog
steeds geen helderheid over wat er met ze is gebeurd. En hoe kan je nou
zeggen dat je opnieuw wilt beginnen met een Belastingdienst van de
menselijke maat, als je dat niet eens ziet?
Voorzitter. Staatssecretaris Van Huffelen zegt: er is gediscrimineerd.
Maar waar dan, door wie dan, hoe dan? We zien nu in Wob-stukken dat er
allerlei vrije invulvelden in het beheer van het relatiesysteem zijn.
Daarop werd, ook weer, een risicoselectie uitgeworpen. Hoe vaak? Wie
moest er dan gecontroleerd worden? Waarop werd geselecteerd? We weten,
het is ook buiten Toeslagen gebeurd. Bij de inkomstenbelasting was er de
code 1043; de slachtoffers daarvan overlopen mijn mailbox ook. Wat
gebeurt daarmee? Komen die ook in een compensatieregeling, worden die
ook allemaal opgepikt? Allemaal vragen waar we nog steeds geen antwoord
op krijgen. En dan een brief die een van de slachtoffers kreeg: "Op 14
augustus aangevraagd: sta ik in de FSV". Hij kreeg afgelopen
vrijdagavond om één minuut voor twaalf — je gelooft het niet, voorzitter
— een niet-ondertekende brief, maar dat is vanwege corona, dat het
"helaas nog niet is gelukt". Een halfjaar verder! Een verzoek "sta ik in
de FSV?". Dat is hier toegezegd. Waarom wordt dit niet geregeld?
Iedereen die een verzoek doet, moet het gewoon binnen een week horen.
Kan de staatssecretaris dat toezeggen? En waarom is aan de landsadvocaat
vooral gevraagd waarom er géén inzicht zou moeten worden gegeven in de
FSV? Ik vind het pijn op pijn en fout op fout wat hier gebeurt.
En dan het niet in aanmerking komen voor minnelijke of wettelijke
schuldsanering omdat je of opzet/grove schuld werd verweten, of omdat je
in de FSV stond, of een hogere belastingschuld had dan €10.000. Ik heb
hier een automatisch gegenereerde brief waarin een moeder wordt
afgewezen. Een automatisch gegenereerde brief! Dit heeft mensen echt een
klap in het gezicht gegeven. Maar hoe is het mogelijk dat hier
werkinstructies op waren? Welke vaktechnische coördinator, of wie dan
ook, heeft dit goedgekeurd? En als dat zo lang is goedgekeurd, hoe weten
we dan zeker dat dat niet meer gebeurt? "CAF-team stopt", wordt even
aangekondigd in de brief. Dat is een logische keuze. Maar hoeveel
onderzoeken zitten daar nou nog waarvan we weten: dat deugt niet? Zelfs
een hulpdienst van de SP is aangepakt door CAF-diensten. Dat was geen
facilitator die geldelijk gewin had; die hielp mensen met hun
belastingaangifte. Die mensen zijn allemaal jarenlang gebrandmerkt. Wat
gaat de Belastingdienst daarmee doen? En die tijd heeft de
Belastingdienst wel: duw maar vooruit, doe maar opnieuw onderzoek. Maar
die mensen hebben die tijd niet. Dus ik wil vandaag voornamelijk horen
van de staatssecretaris Vijlbrief en staatssecretaris Van Huffelen dat
dit nú wordt geregeld, en niet na een onderzoek, en niet pas als er een
totaalbeeld is bij de Belastingdienst of het ministerie. Nu eerlijk
zijn, nu oplossen wat nu bekend is.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Leijten. Dan geef ik het woord aan de heer Snels,
die spreekt namens de fractie van GroenLinks.
De heer Snels (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Het toeslagenschandaal begon met CAF 11, met het
rapport van de Ombudsman in 2017. Inmiddels moet de trieste conclusie
zijn dat we zelfs na alle onderzoeken en na de parlementaire
ondervraging nog niet tot de bodem zijn beland. Want zodra het gaat om
de zwarte lijst die ze hebben bij de Belastingdienst, etnische
profilering, discriminatie, gebrekkige informatiehuishouding bij de
overheid, wordt duidelijk dat het nog veel groter is dan alleen de
kinderopvangtoeslag. Van enkele tientallen naar honderden naar
duizenden, en wellicht naar honderdduizenden mensen die slachtoffer zijn
geworden van een doorgeslagen fraudeaanpak bij de Belastingdienst en bij
andere overheidsorganisaties.
In voorbereiding op het overleg heb ik eens geprobeerd om na te gaan hoe
groot de uitstraling is vanuit de toeslagen. Ik zie tien gebieden en
deelgebieden waarnaar het toeslagenschandaal zich heeft
uitgebreid.
1. De honderdduizenden mensen binnen en buiten Toeslagen die op de
zwarte lijst stonden en daardoor extra hard aangepakt werden en worden.
Hiernaar zal onderzoek gedaan worden, maar waarom wordt er alleen
gekeken naar individuele gevallen en wordt niet onderzocht naar welke
instanties die zwarte lijsten allemaal gegaan zijn? Met wie zijn ze
gedeeld? Dat is toch uiteindelijk waar de schoen wringt?
2. De automatische weigering van een minnelijk schuldentraject voor
mensen op de zwarte lijst met schulden hoger dan €10.000. Hoe groot is
deze groep slachtoffers volgens de staatssecretarissen? Hoe krijgen we
hen in beeld? Bij FSV moet het uitgangspunt toch zijn dat mensen die
onevenredig hard geraakt zijn door de fraudeaanpak gecompenseerd moeten
worden? Ik heb hierover een motie in voorbereiding.
3. Naar het fraudestempel dat automatisch lijkt te zijn toegekend aan
mensen met een toeslagenschuld hoger dan €1.500 wordt onderzoek gedaan.
Kunnen we dat inderdaad in februari verwachten?
4. Het basisregistratiesysteem BVR, waarin de tweede nationaliteit
stond, zou allang verwijderd zijn, maar er bestond toch nog een kopie en
die is vervolgens jarenlang door de Douane gebruikt. Wat zijn hier de
gevolgen van? Hoe weten we of die kopie niet nog op andere plekken
binnen de Belastingdienst wordt gebruikt?
5. De institutionele vooringenomenheid van de CAF-teams betreft niet
alleen de kinderopvangtoeslag, zo weten we inmiddels, maar heeft ook een
uitstraling naar andere toeslagen: de zorgtoeslag, de huurtoeslag en het
kindgebonden budget. Hoe gaan we deze mensen, deze slachtoffers, in
beeld krijgen? Hoe gaan we hen compenseren?
6. De stopgezette processen bij de Belastingdienst: een hele tabel in de
bijlagen omdat onze Belastingdienst zich niet aan de wet houdt. Is dit
allemaal naar aanleiding van het KPMG-rapport van deze zomer? Waarom
zijn sommige processen dan pas onlangs stopgezet? Hoeveel processen gaan
er de komende tijd nog stopgezet worden?
7. De werking van de fraudeaanpak in de inkomstenbelasting, projectcode
1043. Wanneer krijgen we hier duidelijkheid over?
8. De discriminerende werking van algoritmen. Zie bijvoorbeeld het
recente Rekenkamerrapport. We kregen wat algemene reacties van het
kabinet over de vorige week aangenomen moties, maar het punt is dat we
zo snel mogelijk moeten stoppen met discriminerende variabele
risicomodellen en algoritmen. Graag een reactie. Ik vraag ook alvast een
reactie van deze staatssecretarissen op het NOS-onderzoek waaruit blijkt
dat ook gemeenten volop gebruikmaken van algoritmen en we simpelweg niet
weten of die discriminerend uitpakken. Dat is zeer ernstig.
9. Door het kabinet is een bredere inventarisatie van hardheden in het
stelsel toegezegd. Dat gaat ook over de sociale zekerheid. Denk
bijvoorbeeld aan die vrouw die voor duizenden euro's achterna werd
gezeten, omdat ze hulp kreeg bij de boodschappen. Hoe gaat dit
uitgezocht en in kaart gebracht worden? Wanneer is het klaar?
10. Vorige week zaten we hier met de Autoriteit Persoonsgegevens. Wat
zij zei, was werkelijk schokkend. Er is nog zo veel onrechtvaardigheid
en discriminatie waar we geen zicht op hebben, simpelweg omdat we geen
zicht hebben op hoe de algoritmen precies werken, hoe informatie bij de
overheid beheerd wordt en welke informatie door welke instanties
allemaal gedeeld wordt. De vraag aan het kabinet is: hoe krijgen we dat
eindelijk eens in beeld? Hoe zorgen we ervoor dat we zo snel mogelijk
beleid hebben om daar een einde aan te maken? Graag een reactie.
Voorzitter, ten slotte. Precies vanwege die uitwaaiering van het
toeslagenschandaal naar heel veel andere overheidsdiensten, regelingen
en slachtoffers, steunt mijn fractie de motie van de SP om tot een
parlementaire enquête te komen. Precies deze uitwaaiering van het grote
probleem dat we hier hebben, vraagt wat mij betreft om een parlementaire
enquête.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Snels. Ik geef het woord aan de heer Azarkan, die
spreekt namens DENK.
De heer Azarkan (DENK):
Dank, voorzitter. Als ik alle stukken tot mij neem, denk ik: wie heeft
hier nou het overzicht? Wie weet nog hoe het staat met die zwarte
lijsten, met het gebruik van algoritmes? Hoe kan die giftige combinatie
zo hebben huisgehouden binnen de overheid?
Voorzitter. Het is helder dat de Belastingdienst gediscrimineerd heeft
op basis van afkomst, nationaliteit en geboorteplaats. Dat gebeurde bij
de aanvraag. Als er een aanvraag werd gedaan, werden er mensen uitgepikt
om zich nader te verklaren, om alles aan te leveren wat ze konden
aanleveren. Keer op keer werden ze afgewezen. Maar het gebeurde ook bij
de fraudeaanpak. Ook daarbij werd gediscrimineerd en werden mensen met
een andere afkomst dan de Nederlandse eruit gepikt. Daarnaast is de wet
op minimaal vier plekken overtreden. Daardoor zijn, naar het zich laat
aanzien, tienduizenden burgers van migrantenafkomst — Antilliaanse,
Marokkaanse, Turkse, Afghaanse, Surinaamse, Ghanese Nederlanders —
jarenlang ambtelijk en bestuurlijk mishandeld en gemarteld; het leven
werd hun onmogelijk gemaakt. De slachtoffers die ik spreek, stellen zich
allemaal dezelfde vragen. Waarom heeft dit kunnen gebeuren in ons
Nederland? Waarom ben ik eruit gepikt? Wat heb ik nou misdaan om zo
mishandeld te worden? Hoe krijg ik compensatie voor mijn schade?
Voorzitter. Het doel van dit overleg is dat we steeds meer inzicht
krijgen in hoe dit zich heeft kunnen voordoen. Stapje voor stapje, brief
voor brief, zien we de contouren van die systemische aanpak. We zien het
gebrek aan controle. Als op enig moment het gebruik van nationaliteit
verboden wordt, zien we dat ambtenaren het zelf in een vrij invoerveld
in een databasebestand alsnog gaan bijhouden. We zien het misbruik van
de gegevens. We zien de zwarte lijsten, waarvan het bestaan eerst
ontkend werd. Ik heb daar echt verschillende vragen over gesteld. Nou
blijken er misschien wel 211 verschillende lijsten te zijn. We zien dat
het misbruik niet alleen bij de kinderopvangtoeslag zat, maar ook bij de
inkomstenbelasting en de omzetbelasting. Dat sluit aan bij signalen die
mij al in 2015 bereikten over ondernemers met een migrantenafkomst die
eruit werden gepikt en extra streng werden gecontroleerd.
Voorzitter. Hoe zit het binnen de overheid nou eigenlijk met die
automatische verwerking van gegevens, met het gebruik van die
algoritmen? Hoeveel zijn dat er? Wie bedenkt ze? Wie houdt daar toezicht
op? Hoe toetsen we nou aan de voorkant op onwenselijke uitkomsten zoals
discriminatie? De antwoorden van de staatssecretaris zijn voor mij echt
teleurstellend. Ik trek de volgende conclusie op basis van die
antwoorden: de Belastingdienst en de overheid in de breedte hebben geen
enkele controle op of overzicht van het gebruik van de tweede
nationaliteit in algoritmen. Want de Belastingdienst, de gemeente, de
politie en andere overheidsdiensten maken massaal gebruik van algoritmes
en risicoprofileringssystemen waarvan de precieze werking onduidelijk en
ongedefinieerd is. Ze voldoen niet aan de principes van zorgvuldigheid,
transparantie en proportionaliteit. We spreken hier nu over, maar
vanmorgen zag ik alweer een bericht dat er zeker 25 gemeentes in
Nederland zijn die voorspellende algoritmen en
risicoprofileringssystemen gebruiken. Ondanks het falen van deze
systemen, met alle gevolgen van dien, blijft de overheid ze
inzetten.
Wat mij betreft was de toeslagenaffaire het topje van de ijsberg. De
problematiek rond de inzet van deze systemen wordt steeds zichtbaarder.
We zagen al dat zo'n systeem in Roermond door de politie werd gebruikt
in het Sensingproject. We zien dat het nu ook in de gemeente Nissewaard,
die geen informatie wil vrijgeven over de fraudeopsporingsalgoritmen die
ze gebruiken, in werking treedt. En dat terwijl we een week geleden een
zeer kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer kregen waarin hij
concludeerde dat er van alles mis was bij het gebruik van algoritmes
door de overheid. Er wordt namelijk geen aandacht besteed aan die
ethische aspecten. Er wordt niet vooraf nagedacht over de vraag of
discrimineren en etnisch profileren voorkomen kunnen worden. Geen
transparantie, geen toetsbaarheid en geen rechtsbescherming.
Voorzitter. Ik was tevreden toen mijn motie werd aangenomen met het
verzoek om een brede doorlichting op discriminatie en etnisch
profileren, breed binnen de overheid, en om de invoering van een
wettelijk kader. Het is echt teleurstellend om te lezen hoe dat afgedaan
wordt. In plaats van dat er allerlei lampjes gaan branden, is er veel
terughoudendheid bij de uitvoering, zo merk ik op. Terwijl er nog
dagelijks mensen lijden onder het handelen van onze overheidsdiensten,
zegt de staatssecretaris dat de brede doorlichting ergens bij een
commissie, wellicht in de loop van dit jaar of misschien volgend jaar,
bij de uitvoering in de tas wordt gestopt. Dat is toch geen urgentie?
Laten we niet dezelfde fout maken als bij de toeslagenaffaire. Daarvan
wisten we het al in 2017 en te lang hebben mensen moeten lijden omdat er
niet gehandeld werd.
Voorzitter. Ik ga afronden. Het baart mij zorgen dat we gewoon geen
duidelijk beeld hebben van welke overheidsinstanties welke algoritmes op
welke manier gebruiken, en of daarmee mensen geautomatiseerd worden
gediscrimineerd. Ik wil eigenlijk dat de staatssecretaris in actie komt,
dat hij dit zo snel mogelijk laat toetsen, dat hij dit breed laat
doorlichten.
Voorzitter, echt tot slot. Kun je ongestraft twaalf jaar lang
tienduizenden burgers discrimineren? Mag je twaalf jaar lang de wetten
overtreden met allerlei algoritmes, met ongekend veel leed tot gevolg?
Mag je de rechtsstaat op deze ongekende wijze schenden? DENK vindt van
niet. Wij vinden daarom dat de verantwoordelijke ambtenaren, maar ook
minister Hoekstra én minister-president Rutte, zich moeten verantwoorden
voor dit misdadig handelen.
Dank.
De voorzitter:
Precies zes minuten, meneer Azarkan. Dank u wel. Het woord is aan de
heer De Jong. Hij spreekt namens de PVV.
De heer De Jong (PVV):
Voorzitter, hartelijk dank. Het ongekend onrecht dat duizenden mensen in
deze toeslagenaffaire is aangedaan, moet niet alleen worden veroordeeld
en hersteld, maar mag ook nooit meer gebeuren. Natuurlijk moeten echte
fraudeurs keihard worden aangepakt. Dat hebben wij ook altijd bepleit en
daar kan niemand het mee oneens zijn. Maar dan moet het wel gaan om
echte fraudeurs, mensen die willens en wetens de boel flessen, niet om
onschuldige mensen, mensen die een klein administratief foutje maken.
Maar dat heeft de Belastingdienst wel gedaan, onder verantwoordelijkheid
van staatssecretarissen en ministers.
Buiten het oog van de Tweede Kamer en zonder dat wet- en regelgeving dit
voorschreef, heeft men jarenlang onschuldige mensen opgejaagd,
gecriminaliseerd en op zwarte lijsten gezet. Toeslagen werden zonder
onderzoek groepsgewijs stopgezet. Met de alles-of-nietsbepaling en de
onterechte aanduiding "grove schuld" zijn duizenden mensen financieel de
afgrond ingejaagd. Daardoor liepen huwelijken op de klippen, raakten
mensen hun huis kwijt, raakten ze in gigantische schulden en zijn ze
jarenlang in de armoede geduwd. Wanneer slachtoffers om hulp vroegen en
zich wilden verdedigen, keek zowel de Belastingdienst als de rechter de
andere kant op. Geen uitleg. Geen mogelijkheid om foutjes te herstellen.
Geen betalingsregelingen. Geen medewerking. Geen rechtsbescherming.
Onschuldige mensen die willens en wetens mentaal en financieel kapot
zijn gemaakt, maakten geen schijn van kans. Het is een ongekende schande
dat dit in een land als Nederland kan gebeuren.
Deze ellende heeft zich kunnen voltrekken, omdat de Kamer jarenlang is
voorgelogen en belangrijke informatie, zoals de memo-Palmen, voor de
Kamer is achtergehouden. We zijn misleid, voor de gek gehouden. We
wisten het niet. En dat is dramatisch. We hadden veel eerder als Kamer
kunnen ingrijpen en het leed van de slachtoffers kunnen aanpakken als we
veel eerder eerlijk en compleet waren geïnformeerd. Het
tegenovergestelde is gebeurd, met alle gevolgen van dien.
Nu belooft het kabinet beterschap, maar de praktijk laat iets anders
zien. Die laat zien dat de betrokken ambtenaren die voor deze ellende
hebben gezorgd, er gewoon mee wegkomen. Zij worden nog steeds beschermd
en deze bewindspersonen houden hen nog steeds de hand boven het hoofd.
En waarom? Iedere ambtenaar die ervoor gezorgd heeft dat stukken werden
achtergehouden, dat de wet onmenselijk hard werd geïnterpreteerd en dat
deze ellende zich heeft kunnen voltrekken, moet er vandaag nog uit. Die
mensen moeten niet wegkomen met een gedeelde verantwoordelijkheid. Nee,
die moeten gewoon wegwezen. Wanneer maakt deze staatssecretaris schoon
schip en stopt het onterecht beschermen van dit soort lui? Hoe kun je de
problemen bij de Belastingdienst oplossen wanneer dramatisch falen geen
gevolg heeft? Graag een reactie.
Waarom blijft dit kabinet de Kamer en de slachtoffers voor de gek
houden? De slachtoffers zouden immers toch snel worden gecompenseerd?
Waarom moet ik dan lezen dat duizenden slachtoffers nog steeds niet zijn
gecompenseerd, en dat nog steeds niet is geregeld dat schulden die
ontstaan zijn door deze ellende, worden kwijtgescholden of worden
overgenomen door de overheid wanneer private instellingen niet
meewerken? De Kamer heeft niet voor niets op dit punt de motie-Wilders
aangenomen om dat te gaan regelen. Wanneer worden de slachtoffers
eindelijk gecompenseerd en volledig schadeloosgesteld? Wanneer gaat u de
aangenomen PVV-motie uitvoeren? Hoe zit het met de BKR-registraties van
deze mensen? Zijn die inmiddels geschrapt? Deze mensen moeten toch met
een schone lei kunnen beginnen? Graag een reactie.
Voorzitter. Dan de fraudebestrijding. We moeten fraude met toeslagen en
uitkeringen aanpakken. Die aanpak moet dan natuurlijk gericht zijn op de
echte fraudeurs, niet op onschuldige mensen. Bij de bestrijding van
fraude mag het registreren van nationaliteit geen taboe zijn. Het kan
immers een heel goed instrument zijn om fraude aan te pakken waar die
zich voordoet. Wij stellen dan ook voor om de gemeente en de
Belastingdienst standaard de nationaliteit te laten registreren, dus die
van Nederlanders, Zweden en Belgen, maar ook die van Turken en
Marokkanen. Deze gegevens moeten vervolgens ongebruikt worden
opgeslagen. We gaan dus niet het enkele feit dat iemand een andere
nationaliteit heeft, dan gebruiken als risico-indicator voor fraude. Pas
wanneer bijvoorbeeld de Belastingdienst ziet dat er binnen een bepaalde
groep op objectieve wijze kan worden vastgesteld dat er overmatig veel
fraude wordt geconstateerd, moet er gericht gecontroleerd kunnen worden.
Nationaliteit kan dan een van de indicatoren zijn. Daar is de
registratie van nationaliteit dus voor nodig. Daar is niets mis mee. Dat
is gewoon op basis van feitelijke, objectieve constateringen ervoor
zorgen dat je de verzorgingsstaat beschermt tegen misbruik. We hebben
gezien aan de Bulgarenfraude dat het hard nodig is om die fraude te
bestrijden. Het kan toch niet zo zijn dat onschuldigen worden gepakt,
maar echte fraudeurs daar keer op keer mee kunnen wegkomen. Maar dat
dreigt nu wel te gebeuren.
De voorzitter:
Voor u verdergaat, meneer De Jong, is er een interruptie van mevrouw
Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik verbaas me er zo over dat de PVV wil blijven registreren wat iemands
nationaliteit is, zodat je daarop zou mogen zoeken als er veel
gefraudeerd zou worden. Stel dat er in een woonwijk veel fraude
plaatsvindt. Vindt de heer De Jong dan ook dat iedereen in die woonwijk
aan onderzoek moet worden onderworpen?
De heer De Jong (PVV):
Nee, dat vind ik niet. Op het moment dat je ziet dat er binnen een
bepaalde groep overmatig veel fraude wordt gepleegd, vind ik dat je daar
gericht naar moet kunnen kijken. Wat wij voorstellen, is ook niet iets
nieuws. Dat hebben we al jarenlang aangegeven. Toen het in 2014 niet
meer mogelijk was om nationaliteit te registreren, waren wij daar
tegenstander van. Wij vinden dat je fraude moet bestrijden waar die
fraude voorkomt. Het is hier misgegaan toen de Belastingdienst kennelijk
gegevens heeft gebruikt voor de hele groep. Dus het standaard feit dat
je bijvoorbeeld niet een Nederlander bent, werd gebruikt om te denken
dat je dan automatisch een fraudeur zou zijn. Daar zijn wij tegen.
De voorzitter:
Mevrouw Leijten heeft een vervolgvraag.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik denk dat er echt wel bepaalde woonwijken zijn met riante woningen van
een bepaalde oppervlakte en met mensen met een exorbitant vermogen,
waarvan, als we alles zouden gaan registreren op het gebied van
belastingontwijking, we iedereen extra zouden gaan controleren. Toch zou
ik me daartegen verzetten, want als je in Aerdenhout woont, ben je niet
per definitie iemand die aan belastingontwijking doet. Ik vind dat wij
onze overheid zo moeten inrichten dat het niet uitmaakt waar je vandaan
komt, waar je woont en wat je verdient, maar wat je doet. Dat is toch
een veel beter strategie dan nu toch weer koersen op het registreren van
zaken die geen relatie hebben met mogelijke fraude?
De heer De Jong (PVV):
Nou, ik ben het er niet helemaal mee eens. Natuurlijk is iemand die geen
Nederlander is niet per definitie een fraudeur. Het is schandalig om dat
maar te kunnen suggereren. Dat vinden wij ook niet. Maar waar we ook
niet naartoe moeten gaan, is dat we iets simpels als een nationaliteit
niet meer mogen registreren omdat we bang zijn dat we dan iedereen over
één kam gaan scheren. Dat is niet de bedoeling. We moeten op datgene
waarmee fraude wordt gepleegd, gericht kunnen controleren. Dat betekent
dus niet dat je alle Bulgaren moet controleren op het moment dat er één
Bulgaar is die fraude pleegt. Maar als je ziet dat er overmatig veel
fraude wordt gepleegd binnen een groep, waarom zou je dat niet mogen
controleren? Als blijkt dat heel veel Chinezen of heel veel Nederlanders
in een bepaald gebied of bij een bepaalde zaak fraude plegen, dan moet
je die ook aanpakken. Waar ik me nu zo'n zorgen over maak, is dat het
opvragen van nationaliteit bij onderzoeken naar georganiseerd misbruik
en oneigenlijk gebruik van toeslagen niet meer mogelijk is. In de
beantwoording van de feitelijke vragen over het rapport staat dat ook
gewoon. Een indicator die je zou kunnen gebruiken bij een
Bulgarenfraude, wordt ons zo dus gewoon ontnomen. Daar is niemand bij
gebaat. Daar is de sociale zekerheid niet bij gebaat. Uiteindelijk zijn
gewone, goedwillende mensen daar ook niet bij gebaat, want als er geld
gaat naar fraudeurs die daar elke keer mee weg kunnen komen, blijft er
minder geld over voor de mensen die goedwillend zijn. Dat zou nooit de
bedoeling mogen zijn.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik ga daar helemaal in mee, maar juist nationaliteit is geen
selectiemechanisme. De Bulgarenfraude is zo gaan heten, omdat dat
toevallig georganiseerde criminaliteit was van makelaars hier, in
Rotterdam, die daarvoor Bulgaren gebruikten. Maar het had ook een dorp
in Polen kunnen zijn geweest. Dan was het "de Polenfraude" geweest. Dus
het zegt niks over Bulgaren en het zegt niks over Polen. En Nasmir, over
wie ik het had en die gewoon geboren Rotterdamse is, wordt tot in lengte
der dagen in haar eerste nationaliteit, dat Turk-zijn, geduwd, terwijl
ze dat niet is. Het gaat erom wat iemand doet. Bij het tegengaan van
georganiseerd misbruik gaat het niet om nationaliteit, maar om goed zien
waar het gebeurt. Juist daarin hadden ze totaal het verkeerde spoor,
omdat ze maar bleven kijken naar cultuur en naar nationaliteit. Zelfs de
PVV hebben ze daarmee verhaaltjes op de mouw gespeld. Zelfs de PVV denkt
nu dat het nodig is om nationaliteit erbij te betrekken. Volgens mij is
dat de domste manier van opsporen. Als je namelijk naar de ene groep
kijkt, dan kan de andere groep blijven lopen. Daarom is dus niet
nationaliteit een indicatie, maar datgene wat je doet. Slim opsporen is
dus veel meer dan registreren, een grote selectie maken en daarmee dus
wél iedereen over één kam scheren. Het is heel zonde dat de PVV het niet
aandurft om dat te erkennen.
De heer De Jong (PVV):
Je ziet dat de Belastingdienst op een schandalige wijze mensen die
onschuldig zijn gecriminaliseerd heeft, jarenlang achternagezeten heeft
en ervoor gezorgd heeft dat huwelijken stukliepen. U, mevrouw Leijten,
heeft zelf samen met de heer Omtzigt geweldig werk verricht om dat
probleem naar voren te halen. Daar mag iedereen, ook de slachtoffers, u
heel erkentelijk voor zijn, want dat heeft u hartstikke goed gedaan.
Maar als de Belastingdienst echt schandalig heeft gereageerd en echt
verschrikkelijke dingen heeft gedaan, moeten we niet een element dat zou
kunnen helpen bij fraudebestrijding gelijk maar helemaal schrappen. Het
gaat me er niet om dat op het moment dat je een niet-Nederlander bent,
je gelijk een fraudeur bent. Sterker nog, dat willen we níét. Mijn
voorstel is juist om dat niet te doen. Mijn voorstel is om, gewoon zoals
we voor 2014 ook deden … Waarom kon iets voor 2014 wel en na 2014 niet?
Ik wil het registreren van nationaliteit opnieuw invoeren. Daar doe je
dan vervolgens niks mee. Dat zet je gewoon vast en dat bescherm je goed.
Op het moment dat je ziet dat er binnen een bepaalde groep overmatig
veel fraude wordt gepleegd, moet je het bij de opsporing van fraude als
een van de elementen kunnen gebruiken. Dus niet het enkele feit van de
nationaliteit moet worden gebruikt; het is een van de indicatoren. Ik
zou niet weten wat daar mis aan is. Wat er mis is, is de manier waarop
de Belastingdienst met die mensen is omgegaan. Daar vindt u de PVV aan
uw zijde.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, is er een interruptie van meneer Azarkan.
De heer Azarkan (DENK):
Ja, waar te beginnen? Het eerste deel van het verhaal had ook van een
van ons kunnen zijn en in het tweede deel haalt hij alles onderuit. De
heer De Jong zegt eigenlijk: wat de Belastingdienst deed, discrimineren,
was verschrikkelijk, maar ik heb liever dat ze nog een stapje verder
gaan; ik wil eigenlijk dat ze straks … Ik denk dat hij op dat punt nog
niet de juiste informatie heeft. Wat de Belastingdienst heeft gedaan, is
exact wat de heer De Jong in zijn tweede deel zegt. Die heeft gekeken
naar een aantal variabelen. Want je kunt niet … Hallo, alsof je alleen
kunt zeggen: ik haal er iemand uit met een andere nationaliteit. Ze
keken wel degelijk naar het inkomen, ze keken naar een aantal variabelen
en ze keken ook naar nationaliteit. Eigenlijk zegt de heer De Jong: dat
is de werkwijze die ik zo snel mogelijk weer ingevoerd wil hebben; ik
wil dat er naar hartenlust wordt gediscrimineerd. Begrijp ik dat goed,
meneer De Jong, zeg ik via u, voorzitter.
De heer De Jong (PVV):
Nee, daar begrijpt u helemaal geen ene snars van. Wat wij willen, is
namelijk het registreren van nationaliteit. En wat er niet is misgegaan,
is het registreren van nationaliteit. Wat er mis is gegaan, is dat
onschuldige mensen werden gecriminaliseerd. Dat het moment dat jij een
foutje maakte bij de registratie je opeens opzet/grove schuld kreeg. Dat
je niet werd geholpen bij herstel. Dat je geen verweer kreeg. Dat de
rechter de andere kant op keek. Dat is er misgegaan en niet zozeer de
registratie. Wat er mis is gegaan, is dat de Belastingdienst heel fout
met die mensen is omgegaan. Dat had nooit mogen gebeuren. Suggereren dat
de PVV oproept tot discriminatie? Ik heb u toch iets hoger zitten dan
deze rare uitspraak. Wij hebben zelfs moties van uw eigen partij, van
uzelf, meneer Azarkan, gesteund waarin we daarvan afstand nemen. Ik
begrijp uw vraag dus niet helemaal goed. Wat wij willen, is dat de
registratie van nationaliteit weer wordt ingezet, maar dat mensen die
onschuldig zijn gewoon met rust worden gelaten. Dat lijkt me
logisch.
De voorzitter:
Meneer Azarkan van DENK, een vervolginterruptie.
De heer Azarkan (DENK):
Kent de heer De Jong het verschil tussen correlatie en causaliteit?
Snapt hij dat het hebben van een nationaliteit op zich niet leidt tot
het feit dat je fraudeert? Ik begrijp niet … Kan de heer De Jong mij
uitleggen wat het bijhouden van nationaliteit … Dat is een vurige wens,
wat naar mijn oordeel leidt tot discriminatie of oneigenlijk gebruik.
Wat is de causaliteit met dat iemand dan de verkeerde dingen doet? Waar
zit 'm dat dan in? In de genen? Waar zit 'm dat in?
De heer De Jong (PVV):
In de genen? Wat is dat nou toch? Voor mij is het onderwerp iets te
serieus om dit soort gekke dingen erbij te halen, meneer Azarkan.
Serieus, ik heb u de afgelopen periode gevolgd en ik had het idee dat u
zich echt druk maakte over de groep mensen waarvan u zegt dat u zich
druk daarover maakt. Dan zou ik u toch afraden om over de rug van
diezelfde mensen hier een beetje uw PVV-haat naar voren te brengen. Ik
breng hier serieus iets naar voren. Als er aantoonbaar veel fraude wordt
gepleegd binnen een bepaalde groep, moet je als een van d e indicatoren
de kenmerken van die groep kunnen registreren, de nationaliteit kunnen
registreren. Daar gaat het ons om. En nee, het simpele feit dat je uit
een ander land komt of dat je een andere nationaliteit hebt, betekent
natuurlijk niet per definitie dat je fraudeert. Dat zou van de gekke
zijn. Het maakt mij namelijk helemaal niet uit uit welk land je komt of
waar je vandaan komt. Als je fraude pleegt, moet je keihard worden
aangepakt. Ook als het gaat om de groep mensen waar we het hier vandaag
over hebben, maakt het me niet zoveel uit wat hun achtergrond is. Het
maakt me uit dat ze slachtoffer zijn. Het maakt me uit dat die mensen
zijn gecriminaliseerd, dat die mensen financieel en mentaal kapot zijn
gemaakt. Het gaat me niet om huidskleur. Het zou u ook niet om
huidskleur of achtergrond moeten gaan, ook niet als het gaat om deze
groep mensen.
De heer Azarkan (DENK):
Ik krijg bijna tranen in mijn ogen van dit geweldige verhaal, maar wat
eronder zit is pure discriminatie. Dat is wat de Belastingdienst deed en
waarvan de heer De Jong zegt dat het echt misbruik is. Dat is exact wat
hij betoogt in het tweede deel: houd de afkomst bij. Dat probeert hij te
verpakken in allerlei andere zaken, maar hij geeft geen antwoord op mijn
vraag. Mijn vraag is: hoe verhoudt iemands afkomst zich met het feit dat
hij fraudeert? Waarom is het belangrijk om dat groepsgewijs te doen? Ik
ken natuurlijk de verhalen van de PVV. Als er door mensen met een andere
afkomst iets wordt gedaan in de samenleving, dan staan ze hier als
eerste om moord en brand te schreeuwen. Als er in Urk zaken gebeuren die
niet kunnen, dan hebben die mensen geen afkomst. Dat is dan niet
relevant. Mijn vraag aan de heer De Jong is: wat is de relevantie van de
afkomst, anders dan dat je dan als PVV kunt zeggen "kijk eens, die
buitenlanders deugen niet"? Wat is dat nou? Dit is een serieuze vraag:
wat maakt dat iemands afkomst relevant is bij fraude?
De heer De Jong (PVV):
Afkomst is volgens mij vooral voor u heel belangrijk en relevant. U
heeft het namelijk alleen maar over afkomst en niet over
slachtoffers.
De heer Azarkan (DENK):
Niet weglopen.
De heer De Jong (PVV):
Nee, ik breng naar voren wat u doet. U heeft het de hele tijd over
afkomst en ik heb het over slachtoffers. Ik heb het over mensen die zijn
gecriminaliseerd door de Belastingdienst. U heeft het over hun
etniciteit. U bent hier degene die het heeft over achtergrond en
huidskleur, niet ik. U doet dat. Ik neem aan dat u dat vanuit politiek
gewin misschien handig vindt om te doen. Maar het is naar de mensen om
wie het gaat niet helemaal eerlijk.
Nu de reden waarom wij willen registreren. Op het moment dat wij zien
dat er binnen een bepaalde groep overmatig veel fraude wordt gepleegd,
moeten wij daar wat mee doen. Dat betekent het volgende. Als we op
objectieve wijze constateren dat er binnen een bepaalde groep meer
fraude wordt gepleegd, moet er gericht gecontroleerd worden. Daarmee
zeggen we niet dat iedereen binnen die groep gelijk een fraudeur is,
zeker niet. Er is ook geen vooringenomenheid die sommige medewerkers van
de Belastingdienst bleken te hebben, zeker niet. Objectief constateren
dat er fraude is en dan gewoon controleren. Ik snap niet wat daar mis
mee is. Wat er mis is, is de manier waarop de Belastingdienst met deze
mensen is omgegaan. Slachtoffers, meneer Azarkan, slachtoffers.
De voorzitter:
De laatste vraag van meneer Azarkan.
De heer Azarkan (DENK):
Dank, voorzitter. Dan even als laatste vraag, zodat ik het goed begrijp:
wat leggen we dan vast van al die mensen die geen andere nationaliteit
hebben, dus mensen zoals Leon de Jong? Wat leggen we vast over hun
afkomst of achtergrond? Daaronder zitten immers ook veel mensen die
fraude plegen. Er is misschien geen causaal verband, maar het zou best
kunnen correleren met misbruik. Wat leggen we vast van Nederlanders die
geen tweede nationaliteit hebben?
De heer De Jong (PVV):
Bij Nederlanders is het zo dat je als Nederlander wordt geregistreerd.
Ik neem aan dat als je een toeslag aanvraagt, ook je adres en noem maar
op wordt geregistreerd. Stel dat er in een straat in Gouda overmatig
veel fraude wordt gepleegd. Waarom zou je dan niet binnen die straat
…
De heer Azarkan (DENK):
De hele straat?
De heer De Jong (PVV):
Nee, je zegt niet dat die hele straat fraudeur is. Zo denk ik niet.
Misschien denkt u zo, maar ik niet. Als je ziet dat er in een bepaalde
straat veel fraude wordt gepleegd, moet je daar kunnen controleren. Net
zoals je op een bepaald kruispunt waar veel ongelukken gebeuren, gaat
kijken wat daar aan de hand is. Ik zie niet zozeer wat daarvan het
probleem is. Het probleem hier is niet zozeer de registratie, maar de
manier waarop onder toeziend oog van staatssecretarissen en ministers
onschuldige mensen keihard zijn gecriminaliseerd. We zouden ervoor
moeten vechten om deze mensen te geven waar ze recht op hebben, namelijk
recht. We moeten dus als de sodemieter beginnen om die €30.000 eens uit
te keren en die BKR-registratie te schrappen. We moeten gewoon eens gaan
doen waar die mensen op zitten te wachten en geen gekke debatjes voeren
over weet ik allemaal. Het gaat om die mensen. Ik hoop dat de
staatssecretarissen het licht gezien hebben, maar ik houd mijn hart
vast, want nog steeds is het bedrag niet uitgekeerd en zijn die mensen
als fraudeur bestempeld. Ze zouden met een schone lei moeten kunnen
starten, maar dat is nog steeds niet zo. Daar zouden we het vandaag over
moeten hebben wat mij betreft. Maar met registreren is niks mis.
De voorzitter:
Meneer Van Weyenberg heeft ook een interruptie voor u.
De heer Van Weyenberg (D66):
Ik sloeg even aan op het interruptiedebatje met de heer Azarkan. Die
kreeg het verwijt over nationaliteiten te beginnen, maar volgens mij was
dat het voorstel van de heer De Jong van de PVV. Die zei namelijk: we
moeten nationaliteit een plek geven zodat dit een rol kan hebben in de
risicomodellen. We hebben hier een briefing gehad van de Autoriteit
Persoonsgegevens. Even los ervan dat ik het persoonlijk geen goed idee
vind, omdat iedereen op voorhand onschuldig is en dat het feit wat mijn
buurman doet niets zegt over of ik meer of minder schuldig ben of meer
of minder zou moeten worden gecontroleerd, zegt de Autoriteit
persoonsgegevens er letterlijk over: dat is onrechtmatig, dat is in
strijd met de wet. De heer De Jong zegt het eigenlijk wel prima te
vinden om die tweede nationaliteit mee te nemen omdat dat volgens hem
informatie oplevert. De Autoriteit Persoonsgegevens zegt echter dat dat
onrechtmatig is.
De heer De Jong (PVV):
Ja, met andere woorden: wij vinden dat er een voorstel over moet worden
gedaan. We hebben vorige week een motie ingediend waarin we zeggen dat
de registratie van nationaliteit gewoon moet kunnen. Wat de
Belastingdienst heeft gedaan wat betreft Nederlander en
niet-Nederlander: dat hebben ze op onrechtmatige wijze gebruikt op een
grote groep mensen. Dat is niet goed geweest, maar wat wij willen is
iets anders. Wij willen de nationaliteit registreren. Op het moment dat
je aantoonbaar ziet dat er binnen een bepaalde groep overmatig veel
fraude wordt gepleegd, moet je die groep kunnen controleren. Daarmee zeg
je niet dat die hele groep bestaat uit fraudeurs, zeker niet, maar je
moet het wel als een van de indicatoren kunnen gebruiken. Wat is daar
nou mis mee?
De heer Van Weyenberg (D66):
Er blijft een inconsistentie tussen waar de heer De Jong zegt dat het
een schande is en waar hij zegt: als je het heel netjes doet, is het
eigenlijk best wel goed. Wat er volgens mij en D66 en ik denk ook alle
andere collega's niet eerlijk aan is, is dat je gewoon meer kans hebt om
op basis van je achternaam, straat, geloof of nationaliteit te worden
gecontroleerd. Ik vind het niet eerlijk dat iemand meer kans heeft om te
worden gepakt voor hetzelfde vergrijp omdat we toevallig kijken naar
zijn nationaliteit. Dat is toch gewoon rechtsongelijkheid? Iedereen die
iets verkeerds doet moet evenveel kans hebben om te worden gestraft,
maar bij de heer De Jong komt de ene groep meer onder het zoeklicht dan
de andere groep. Ik vind dat een ongelijke behandeling.
De heer De Jong (PVV):
Dat is helemaal niet waar. Dat klopt helemaal niet. Dit is een beetje uw
eigen quotetjes naar voren brengen, terwijl u helemaal niet heeft
geluisterd naar wat ik heb voorgesteld. Wat ik naar voren breng is het
registreren van nationaliteit en vervolgens daar niets mee doen. Waar de
Belastingdienst de fout mee in is gegaan, is dat ze dat gewoon standaard
als een soort fraude-indicator hebben gebruikt. Dat willen wij niet. Wij
willen het niet gebruiken als een standaardfraude-indicator. Echter, als
we zien dat onder een bepaalde groep mensen overmatig veel fraude wordt
gepleegd, willen wij dat er wat betreft die groep extra gecontroleerd
gaat worden. Daarmee zeg je niet dat die hele groep fraudeur is maar ga
je wel binnen die groep kijken of er nog meer fraude is, omdat kennelijk
objectief is aangetoond dat er binnen die groep meer fraude wordt
gepleegd. Dat is wat ik heb voorgesteld. Dan kunt u wel weer vanuit uw
eigen verhalen die interrupties blijven plaatsen, maar het zou wel
helpen als u gewoon luistert naar het voorstel.
De heer Van Weyenberg (D66):
Ik heb heel goed naar het voorstel geluisterd, maar de kern is dat dit
precies een van de casussen is die zijn gebeurd, namelijk ten aanzien
van mensen met een Ghanese nationaliteit. Daar waren een aantal
fraudezaken. Er is toen op nationaliteit gezocht en daar heeft de
Autoriteit Persoonsgegevens van gezegd: dat is oneerlijk want daardoor
heb je die mensen op een andere manier behandeld dan mensen zonder
Ghanese nationaliteit. Daar is precies gebeurd wat de heer De Jong
voorstelt. Daar is de Autoriteit Persoonsgegevens terecht heel kritisch
op en daar heeft het kabinet ook zijn verontschuldiging voor aangeboden,
want dat is discriminatie en dat moeten we gewoon niet willen, meneer De
Jong.
De heer De Jong (PVV):
Wat we zeker niet moeten willen, is dat we de dingetjes weghalen. Wat de
Autoriteit Persoonsgegevens ook heeft gezegd, is dat het om een hele
kleine groep Ghanezen ging. Het was dus niet objectief vastgesteld dat
binnen die groep mensen veel fraude werd gepleegd. Dat heeft de
Autoriteit Persoonsgegevens aangegeven. Ik heb het rapport gelezen,
meneer Van Weyenberg. Dus als u citeert uit dat rapport, doet u dat dan
wel volledig. Daar is het misgegaan omdat een kleine groep mensen fraude
pleegde en daardoor de hele groep werd gecontroleerd, terwijl wij
zeggen: het moet aantoonbaar zijn dat het om een grote groep gaat en dan
controleren. Daar is het misgegaan. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens
geeft dat aan. Ik begrijp dus niet zo goed wat u nou wilt met deze
interruptie. Het gaat erom dat de Autoriteit Persoonsgegevens juist een
reden geeft waarom het daar toen niet goed is gegaan. Noem dat dan
ook.
De voorzitter:
Meneer Van Weyenberg, in laatste instantie.
De heer Van Weyenberg (D66):
Steeds een ander antwoord en steeds een andere uitvlucht om aan te geven
waarom eigenlijk iedereen het verkeerd begrepen heeft, maar de kern in
het voorstel van de heer De Jong is dat je meer kans hebt om te worden
gecontroleerd als andere individuen, die dezelfde nationaliteit hebben
als jij, iets verkeerds hebben gedaan. En dat is gewoon ongelijke
behandeling. Dat is oneerlijk. Dat is discriminatie. Dat zegt ook de
wet. Dat moeten we dus gewoon niet bepleiten. En het feit dat de heer De
Jong er steeds dingen bij haalt … Dit is volgens mij precies het punt.
Maar goed, de heer De Jong en ik gaan het niet eens worden. Dat verbaast
mij niet, maar de heer De Jong probeert hier eigenlijk op een heel
redelijke toon een heel onredelijk voorstel te doen. Dat is de kern van
wat hier gebeurt.
De heer De Jong (PVV):
Waar de heer Van Weyenberg niet tegen kan, is dat het een heel redelijk
voorstel is, waarbij ik me heel redelijk onderbouw. Waar u ook niet
tegen kan, is dat ik naar aanleiding van uw vraag, citerend uit het
rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens … Pak het er even bij, beste
mensen! Wat zeggen ze over die Ghanezen? Er was niet aangetoond dat er
een grote groep was die fraude pleegde; daar is het misgegaan. En daar
ben ik het mee eens, want je kan niet een kleine groep mensen pakken om
dat over de hele groep uit te smeren. Ik vind dat er substantieel fraude
moet worden gepleegd, overmatig veel, binnen bepaalde groepen. Nee, dat
moet natuurlijk niet worden gedaan; je moet geen fraude plegen. Maar ik
wil dat je kunt controleren als je ziet dat er binnen een bepaalde groep
substantieel veel fraude wordt gepleegd. Dus lees uw stukken, meneer Van
Weyenberg. Als u een vooringenomen interruptie plaatst, is dat helemaal
niet erg, maar de mensen thuis en de slachtoffers hebben daar helemaal
niets aan. Helemaal niets.
De voorzitter:
De heer Nijboer heeft ook een interruptie voor u.
De heer Nijboer (PvdA):
Racisme en discriminatie zijn een geniepig gif, omdat je het vaak heel
moeilijk kunt bewijzen als het je overkomt. Je ziet niet zo vaak dat
iemand dat in een Kamerdebat niet in de mond durft te nemen, maar het
wel expliciet doet. Ik zal daar een heel simpel voorbeeld van geven, dat
ook de Autoriteit Persoonsgegevens heeft gegeven in de hoorzitting
vorige week. Stel dat je groen of paars bent en in een auto rijdt.
Degene die paars is, wordt elke dag staande gehouden door de politie,
elke dag weer, want de paarsen zijn de zogenaamd grotere risicogroep.
Die paarse laat zijn papieren zien en krijgt geen bekeuring, want heeft
niks verkeerd gedaan. Vindt de heer De Jong dat dan ook onrechtmatig en
ongewenst en discriminatie?
De heer De Jong (PVV):
Op het moment dat je zegt dat alle mensen die paars zijn allemaal moeten
worden gecontroleerd zonder dat je kunt aangeven dat er substantiële
problemen zijn, dan vind ik dat fout, ja. Maar als er in een bepaalde
wijk overmatig veel jonge mensen zijn die in overmatig dikke, dure
auto's rijden, vind ik ook dat je best weleens mag kijken wat daar
eigenlijk precies gebeurt, zonder dat je die mensen gelijk beschuldigt
van fraude of misbruik of noem maar op. De heer Nijboer zegt in zijn
inleiding dat het zo moeilijk te pinpointen is als racisme of
discriminatie je overkomt. Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar het
is ook altijd heel lastig als iemand daarvan op een geniepige wijze
wordt beticht en als je in zo'n sfeer wordt genoemd terwijl je heel
realistische, goede voorstellen doet. Dat vind ik ook … Benoem het dan
en onderbouw het. Als je ziet dat er binnen een bepaalde groep mensen
overmatig veel fraude wordt gepleegd en als je dat kunt objectiveren en
onderbouwen, vinden wij dat je moet kunnen controleren. Daarmee zeg ik
niet dat die hele groep een fraudeur is; zeker niet. Maar je wilt kunnen
kijken wat er aan de hand is. Daar is niets ergs aan en daar is niets
engs aan. Dat is heel redelijk.
De heer Nijboer (PvdA):
Ik benoem en onderbouw het. In de coalitie waarvan de PVV deel
uitmaakte, in ieder geval als gedoogpartner, is de sociale zekerheid
stelselmatig doorgelicht: hoe kunnen we mensen met een andere
nationaliteit op achterstand zetten? Daar is stelselmatig naar gekeken:
bij de AOW-opbouw, bij de aanspraak op voorzieningen … Dat is bewust
gedaan. Daar is de partij van de heer De Jong ook trots op. Hier is een
evident voorbeeld. Hij haalt er zelf dikke auto's bij. Daar ben ik het
mee eens; dat vinden wij allemaal. Als je in een heel dikke auto rijdt
terwijl je bijstand krijgt, zegt iedereen: daar mag je best even gaan
kijken. Maar dat was mijn voorbeeld niet. Mijn voorbeeld zat alleen in
kleuren, groen en paars. Verder heb ik daarbij expres alles weggelaten.
De heer De Jong stelt voor: hou bij wie er groen is en hou bij wie er
paars is, en beslis dan zelf op enig moment dat je alle groene of alle
paarse de hele tijd gaat aanpakken. Die krijgen dan misschien geen
straf, want daar wil de heer De Jong nog een beetje bij wegblijven, maar
de uitkomst zal natuurlijk zijn dat die veel vaker worden gepakt, en dat
is discriminatie. En dat staat de heer De Jong voor.
De heer De Jong (PVV):
Dit is zo smerig, dit is zo laag-bij-de-gronds, om hier huidskleur bij
te halen! Hoe haalt u het in uw hoofd? Dan kan de heer Azarkan wel gaan
lachen, die alleen maar naar huidskleur kijkt, als het gaat om de
slachtoffers, maar waarom doet de heer Nijboer van de Partij van de
Arbeid dat? Dat is de partij die zelf een minister heeft geleverd die
voor deze ellende medeverantwoordelijk is en die dan makkelijk zegt dat
hij maar geen lijsttrekker meer wordt. Prima, maar hij heeft ondertussen
wel mensen kapotgemaakt. Dan kunt u wel gaan lachen, maar waarom doet u
dat? Waarom lacht u? Er zijn slachtoffers. Uw eigen Asscher is daarvoor
verantwoordelijk. Wat bent u nu aan het doen? Neem daar
verantwoordelijkheid voor. En huidskleur erbij halen. Ik heb geen moment
gesproken over huidskleur. Het gaat mij niet om huidskleur. Kom dan niet
bij mij aanzetten met huidskleur. Het is schandalig om dat erbij te
halen. En over de rug van die slachtoffers zo'n verwijt maken is
schandalig. Schandalig! Uw eigen partij die die mensen zo in de
problemen heeft geholpen. Hoe haalt u het in uw hoofd?
De voorzitter:
Ik stel voor dat u doorgaat met uw inbreng. U heeft nog ongeveer
anderhalve minuut.
De heer Nijboer (PvdA):
Ik wil alleen even vaststellen dat ik niet overtuigd ben door dit
antwoord van de heer De Jong. Ik vond het eigenlijk op alle fronten geen
inhoudelijk antwoord op de opmerkingen die ook door collega's zijn
gemaakt.
De heer De Jong (PVV):
Dit is wel lekker inhoudelijk; lacherig dit nog eventjes onderstrepen.
Niet ingaan op de verantwoordelijkheid van Asscher, van uw eigen partij,
die in een commissie heeft gezeten om mensen onbehoorlijk hard aan te
pakken. Dan kunt u wel gaan lachen, maar daar neemt u geen
verantwoordelijkheid voor. U kunt wijzen naar andere partijen, maar het
is uw eigen minister geweest die die mensen zo in problemen heeft
geholpen.
De voorzitter:
Meneer De Jong, gaat u verder met uw inbreng. U heeft nog ongeveer
anderhalve minuut de tijd.
De heer De Jong (PVV):
Zeker, voorzitter. De staatssecretaris geeft zelf aan dat het schrappen
van de registratie van nationaliteit ervoor zorgt dat zij georganiseerde
criminaliteit daarmee niet meer kunnen zien. Dat is niet te geloven. Hoe
gaan we dan in hemelsnaam nog zo'n Bulgarenfraude zien en voorkomen? Het
kan niet zo zijn dat fraude kan lonen en dat goedwillende mensen hiervan
de dupe zijn.
Voorzitter, ik rond af. Het is schandalig dat onschuldige mensen op
zwarte lijsten zijn gezet, dat onschuldige mensen zo de vernieling in
zijn geholpen. De Belastingdienst, de bestuursrechter en de betrokken
bewindspersonen moeten zich kapot schamen. Het mag nooit meer gebeuren.
Wij als Kamer moeten ons niet laten misleiden met nietszeggende
zinnetjes als "ik betreur het", "we moeten er alles aan doen om de
slachtoffers zo snel mogelijk hun recht te geven". Geen mooie woorden
meer, gewoon resultaten leveren en kom over de brug.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Uw interrupties waren op, meneer Azarkan.
De heer Azarkan (DENK):
Ik wil even iets rechtzetten.
De voorzitter:
Ja, dat is volgens mij wat we het hele debat proberen te doen. Een kort
punt van orde van meneer Azarkan.
De heer Azarkan (DENK):
Een kort punt, voorzitter. De heer De Jong doet net alsof alle anderen
het verkeerd hebben. Hij citeert de Autoriteit Persoonsgegevens, maar
die zegt klip-en-klaar — want ik hou ervan om in het dossier te duiken —
dat in de mailwisseling wordt benadrukt dat er geen duidelijke relatie
is gevonden tussen mogelijk misbruik en nationaliteit. Nou snap ik wel
dat de heer De Jong zegt dat je het niet moet gebruiken als
selectiecriterium. Als uit alle andere onderdelen blijkt dat ze
frauderen, moet je die groep kunnen vinden. Die moet je zo kunnen
pakken, dat is wat hij eigenlijk zegt.
De voorzitter:
Nu gaat u toch iets verder dan alleen uw citaat. U gaat toch weer in
debat.
De heer Azarkan (DENK):
Om het goed te begrijpen. Hij onderschrijft de conclusies van de AP, dat
er geen relatie is tussen afkomst en fraude, maar hij zegt dat je het
wel moet registreren, want dan kun je ze heel snel vinden. Dat is wat
hij eigenlijk zegt.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Azarkan. Nee, meneer De Jong, dit was geen
interruptie, dit was een punt van orde dat een beetje uit de hand
liep.
De heer De Jong (PVV):
Hij geeft een bepaalde weergave van mijn woorden.
De voorzitter:
Nee, dat gaan we niet doen.
De heer De Jong (PVV):
Dat kan toch niet? Dat is een persoonlijk feit.
De voorzitter:
Ik doe uw microfoon uit. Ik trap er niet meer in. Klaar. U heeft uw
punten gemaakt, meneer Azarkan heeft zijn punten gemaakt. We gaan door
met het debat, zodat u op elkaar kunt interrumperen. U heeft nog
interrupties staan, meneer De Jong. Meneer Azarkan ging buiten zijn
boekje, maar dat ga ik niet aan anderen toestaan.
Het woord is aan meneer Van Weyenberg.
De heer Van Weyenberg (D66):
De heer Van Otterloo en de heer Nijboer waren eerder, maar ik vind het
prima zo. Ik probeerde recht te doen aan de collega's die eerder in de
zaal waren dan ik.
Voorzitter. We praten vandaag over heel veel stukken. De heer Azarkan
zei: wie heeft het overzicht nog? Dat gevoel herken ik wel van toen ik
mij door de verschillende informatie heen las, en ook wel worstelde af
en toe. Er zijn inderdaad nog heel veel vragen. De heer Snels noemde net
tien punten over de besmettingen die zijn opgetreden. Laten we ermee
beginnen dat er een knalhard rapport ligt van de Autoriteit
Persoonsgegevens, die vorige week in hun toelichting bij ons benadrukten
dat op tal van punten onrechtmatig is gehandeld, waardoor mensen zijn
gediscrimineerd. Bijvoorbeeld door hoe is omgegaan met een dubbele
nationaliteit. Naarmate we eerst bezig zijn met de afhandeling van het
kinderopvangtoeslagschandaal komt daar nu eigenlijk een veel breder
schandaal achter vandaan, waarbij nog heel veel onderzoek naar de
grootte daarvan plaatsvindt. Het is cruciaal dat dat zo snel mogelijk
duidelijk wordt en dat mensen die slachtoffer zijn van de registratie in
dat systeem worden erkend, worden herkend en ook recht hebben om daar
dan ook voor te worden gecompenseerd. Dat begint bij de vraag om hoeveel
mensen het nu eigenlijk gaat, want dat is nog steeds niet helder. Er
lopen studies, en ik hoop echt dat dit niet zo lang gaat duren als met
de kinderopvangtoeslag, dat we hier weer twee, drie jaar mee bezig zijn.
Wat is hier nou het tijdpad? Wanneer gaan we dit nou doen? Als ik daar
nog specifiek naar kijk, zie ik dat bijna 2.500 van de getroffen ouders
in de kinderopvangtoeslag ook in het FSV-risicosysteem stonden. Dat
betekent echt iets voor hun beoordeling. Heb ik het goed begrepen, vraag
ik de staatssecretaris, dat als bij de beoordeling blijkt dat je daarvan
onderdeel bent geweest, je alleen al daardoor institutioneel
vooringenomen bent behandeld?
Uit dat gebruik van die dubbele nationaliteit bleek dan ook nog eens dat
in heel veel wetten toch nog die dubbele nationaliteit gewoon in de
toepassing werd gehanteerd. Er was een kopie van het relatiesysteem en
daaruit werd toch nog gewoon getrokken door de Douane. Hebben we nou
echt het beeld scherp? Of hoor ik over een maand weer dat er nog drie
systemen open zijn? Blijkt dan dat het registratiesysteem die kopie toch
nog operationeel gebruikt? We hebben het over uitsluitlijsten,
toezichtlijsten, kliksignalen, frauderisico-indicatoren,
fraudesignaleringsvoorzieningen, Aanpakteam Veelplegers, normen- en
waardenkader, repressieve handhaving, ob-carrouselfraude, interne- en
externe signalen, het risicoclassificatiesysteem toeslagen en het
verwerken van fraudesignalen. Hebben we nou al die signalen in beeld, of
zijn er nog meer clubs en plekken waar bijvoorbeeld op basis van
informatiedeling sprake is van fraudebestrijding? Of hebben we nu
inmiddels het totale overzicht? Of gaan we de komende maanden nog
allerlei nieuwe zaken tegenkomen? Is dit nou een uitputtend overzicht
van alle fraude-opsporingsmodellen en processenteams die bij de
Belastingdienst draaien? Hebben we dat overzicht nu?
Dan is er een werkinstructie dat bij een individuele schuld boven de
€10.000 samen met zo'n FSV-registratiemelding fraudepost of de
kwalificatie opzet/grove schuld een verzoek tot minnelijke
schuldsanering werd afgewezen. Mevrouw Leijten begon daar al mee. Dat is
natuurlijk gewoon een schande. Dat is weer een schande, nadat eerst
onder de bezielende leiding van mevrouw Leijten al duidelijk werd hoe
bij de kinderopvangtoeslag met die opzet/grove schuld werd omgegaan. Ja,
we weten alleen niet of in de praktijk die werkinstructie is gebruikt.
Dat vind ik best een rare constatering, want het zou ook een probleem
zijn als je werkinstructies hebt die niet worden gebruikt. Dan gaat er
ergens in je organisatie ook iets mis. Ik geef toe dat dit een beetje
damned if you do and damned if you don't is. Maar wat is hier nou
gebeurd en wanneer wordt dat nou helder? Want het feit dat het allemaal
werkinstructies zijn, dat kan ook niet het geval zijn. Wanneer horen we
dat? In blessuretijd van dit dossier, bij de wetsbehandeling, is dit
toegevoegd aan de compensatiereling. Zover zou het nu niet moeten
komen.
We hebben bakken aangenomen moties van mevrouw Marijnissen, van meneer
Klaver, waar ongeveer de hele Kamer onder staat, en van meneer Azarkan.
Maar die algoritmes zijn gewoon een probleem, omdat ze zelflerend zijn.
Als we niet weten wat erin zit, bevestigen ze bepaalde beelden en
patronen, waardoor het systeem zich als het ware versterkt in de
aannames die er in het begin zijn in gestopt. Daardoor komt het eigen
gelijk van die discriminatie bevestigd in die modellen. Daarom zijn er
terecht moties ingediend om daartegen op te treden, maar dat is
natuurlijk veel breder dan alleen de Belastingdienst. De heer Azarkan
noemde net het voorbeeld uit Roermond. De Kamer steunde de oproep van
GroenLinks niet om ook bij de politie al die systemen te schonen. Gaan
we nou echt die systemen bij alle overheidsinstellingen schonen, dat
algoritmeregister maken en zorgen dat we ook weten wat erin zit? Want ik
denk dat heel veel mensen die ermee werken geen idee hebben hoe die
algoritmes zijn opgebouwd. Ik heb dat ook niet, dat is een vak apart.
Gaan we dat nou doen? Want anders hebben we de zaadjes voor toekomstige
discriminatie in de systemen gestopt, systemen die dat beeld ook nog
eens bevestigen, waardoor de discriminatie steeds erger wordt.
Dan heb ik nog één vraag over de tekst, over de hardheid van de wet- en
regelgeving. We hebben afgelopen week weer veel stukken gekregen. Daarin
staat dat er bij de inventarisatie van de hardheden in de uitvoering van
wet- en regelgeving drie knelpunten zijn. Een daarvan is: knellende wet-
en regelgeving kan samenhangen met interdepartementale afstemming. Dat
vond ik een intrigerend zinnetje. Wat wordt daarmee bedoeld, zo vraag ik
de bewindslieden. Staat hier eigenlijk dat de opdrachtgevers van de
Belastingdienst, namelijk de ministeries die verantwoordelijk zijn voor
bijvoorbeeld de zorgtoeslag of de huurtoeslag, tegen het ministerie van
Financiën of de Belastingdienst zeggen: nee, nee, het moet wel strenger;
we accepteren niet dat u meer rekening gaat houden met hardheid? Wat
staat hier? Wat wordt bedoeld met dit zinnetje? Zijn dit gewoon strenge
opdrachtgevers? Zo niet, hebben ook de strenge opdrachtgevers dan
inmiddels aandacht voor de volgens mij door de hele Kamer gesteunde
moties om meer rekening te houden met wat er echt gebeurt en om daarvoor
dus regels, die hardheidsclausules, op te nemen? Is dat inmiddels ook
bij die opdrachtgevers geland? Want anders hoor ik het graag. Dan gaan
we hier een nieuw debat voeren, maar dan wil ik graag de opdrachtgevende
ministeries, van SZW, VWS en Wonen, er ook bij; dan gaan we praten over
de vraag of zij de regels wel willen aanpassen.
Voorzitter. Volgens mij ben ik door mijn tijd heen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ja, u bent door uw tijd heen. Maar mevrouw Leijten heeft een
interruptie voor u. Dat is de laatste interruptie van mevrouw Leijten in
deze termijn.
Mevrouw Leijten (SP):
Het heeft mij dik een jaar gekost om duidelijk te krijgen dat
opzet/grove schuld veel groter was dan ons werd voorgehouden. Toen ik de
stukken van de parlementaire ondervragingscommissie kon inzien als lid
van die commissie, lag ik er wakker van dat ze dat tóén al wisten op het
ministerie. Je gaat mij niet vertellen dat ze nu niet gewoon weten
hoeveel mensen o/gs hebben gekregen, zowel bij Toeslagen als daarbuiten,
hoeveel mensen er onterecht in de FSV zitten of hoeveel mensen er op
andere lijsten staan. Ze weten het gewoon al. Is de heer Van Weyenberg
van D66 bereid om vandaag, samen met de SP, het volgende te zeggen? "We
trekken hier een streep. Wat je weet, laat je nu weten — want die ouders
hebben geen tijd — en wat je nog niet weet, zoek je verder uit. Maar we
laten je niet meer wegkomen met de uitspraak: nader onderzoek, nader
onderzoek, nader onderzoek. Het duurt te lang. We kunnen het niet nog
verder vooruitschuiven." Is D66 bereid om deze oproep van de SP vandaag
voluit te steunen?
De heer Van Weyenberg (D66):
Ja, als de oproep van mevrouw Leijten is … U weet het al: ik kan dat
niet bewijzen. Dat weet ik niet. Ik lees allemaal brieven over
uitzoeken. Laat ik het, indachtig deze oproep, zo vragen: ik wil in dit
debat horen — en anders wil ik het deze week gewoon op schrift krijgen —
wat ze nu precies wel en niet weten. Want ik wil niet meemaken, zo zeg
ik tegen mevrouw Leijten, dat we over een jaar moeten constateren dat
bewindslieden hier zeggen dat ze het niet weten, terwijl het dan wel
bekend is. Een van mijn vragen is nu dan ook: wat hebben de
bewindslieden gedaan om zeker te weten dat het antwoord dat ze aan de
Kamer geven correct is? Want in het rapport van de parlementaire
ondervragingscommissie — mevrouw Leijten was daar lid van — schrijft de
commissie, heel mooi geformuleerd, dat de informatiepositie van de
bewindslieden zo was, dat ze niet in staat waren om goed antwoord te
geven omdat het hun niet was verteld. Dat is even mijn samenvatting.
Mijn vraag aan de bewindslieden is dus: hoe weet u nou zeker dat dit
klopt? Wat hebt u gedaan of bent u nog aan het doen om te zorgen dat u
die organisatie echt binnenstebuiten keert, zodat u niet over een jaar
hoeft te constateren dat er al cijfers en informatie waren die niet naar
boven zijn gekomen in de organisatie? Dat was een lang antwoord;
excuses, voorzitter.
De voorzitter:
Héél kort, mevrouw Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
De parlementaire ondervragingscommissie ziet inderdaad dat er een
probleem is met de interne informatiehuishouding, maar constateert ook
dat informatie vaak niet naar de Kamer gaat omdat dat politiek wel
handig uitkomt. Dat wil ik niet meer. Die ouders kunnen niet meer
wachten. Ik hoor het antwoord van D66 zo, dat ze onze oproep steunen.
Maar op grond van alles wat ik zie en lees en wat er door het
Wob-verzoek vorige week naar buiten is gekomen, denk ik dat er al veel
meer bekend is. Ze moeten gewoon over de brug komen met die
informatie.
De heer Van Weyenberg (D66):
Juist omdat het zo ernstig is, stel ik niet wat ik niet kan bewijzen;
dat begrijpt mevrouw Leijten. Mijn vraag is wel: hoe weten we nu zeker
dat die informatie er niet is en wat wordt er nu gedaan om alles naar
boven te halen? Want ik ben het helemaal met mevrouw Leijten eens — en
dat geldt overigens niet alleen in deze zaak, maar überhaupt — dat als
die informatie er is, die gemeld moet worden. Ik denk ook dat de
bewindslieden het vandaag zouden willen weten en melden. Ik wil gewoon
zeker weten dat het antwoord op de vraag van mevrouw Leijten volmondig
"ja" is, zodat we zeker weten dat wat nu onderzocht wordt, nog niet
bekend is. Anders zou het inderdaad een schandelijke vertraging zijn,
waar echt niemand mee geholpen is.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Weyenberg. Dan geef ik het woord aan de heer
Omtzigt. Hij spreekt namens het CDA.
De heer Omtzigt (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Een halfjaar geleden zei ik tegen de twee
staatssecretarissen: als er nou nog wat is in die kast en als u nog wat
lijken heeft, gooi ze er dan alsjeblieft uit; doe het gewoon. Deze brief
doet mij denken dat er echt nog een paar kasten gesloten zijn gebleven.
Hoe kan dat zijn gebeurd?
Vraag twee. Er staan allerlei zaken op de agenda. Ik ga wat de collega's
gedaan hebben, dus even langs, maar zij zijn nog niet toegekomen aan de
aangifte. Er is een afwijzing van de aangifte. Het OM zegt dat er geen
vervolging ingesteld wordt, maar sinds de aangifte bij het OM zijn bij
de Belastingdienst tal van zaken naar boven gekomen die te maken hebben
met het vernietigen van documenten. Er is veel meer informatie naar
boven gekomen over discriminatie; de collega's hebben daar al veel
dingen over gezegd. Is er onderzoek naar gedaan of er grond is voor een
aanvullende aangifte of dat er nog nadere signalen zijn dat er
ambtsmisdrijven gepleegd zijn? En heeft u daar mondeling of schriftelijk
advies over gevraagd?
Voorzitter. De Belastingdienst is in een buitengewoon slechte staat. We
wisten al dat ze zich niet hielden aan de Algemene wet bestuursrecht,
dat ze stukken achterhielden bij de rechter, dat ze toeslagen stopgezet
hebben en dus de Awir overtreden hebben, dat ze fiscale wetten
overtreden hebben zodat ze zelf een naheffing moesten opleggen, dat ze
scholingsaftrek fout toegepast hebben en dat ze zelf de Vpb niet konden
bijhouden. En in deze brief staat ook nog dat ze zich niet aan de AVG,
de privacywet, en aan de Archiefwet houden. Soms lijkt het makkelijker
om te vragen aan welke wetten de Belastingdienst wél voldoet. Dat zeg ik
niet met veel vreugde, want de Belastingdienst moet rechtsstatelijk
handelen en heeft dat niet gedaan. Waarom duurt het tot 2024 voordat de
Belastingdienst aan de AVG voldoet, zoals ik zie in het lijstje dat
daarbij staat?
Voorzitter. Die fraudebestrijding is uit de hand gelopen. Dat zien we.
We hebben het hier vandaag dus over FSV. Daarin zitten niet alleen de
ouders — daar heeft mevrouw Leijten het al over gehad — maar ook kleine
ondernemers en mensen van de inkomstenbelasting. Het gaat hier dus niet
meer om die afgebakende groep van 30.000 mensen. We hebben het over
300.000 mensen. 300.000! Mijn eerste vraag is hoe je een systeem kunt
laten ontstaan waar ongeveer 5.000 ambtenaren en later 1.000 ambtenaren
bij konden en dit dan niet ontdekken?
Daar heb ik een aantal specifieke vragen over. In dit systeem stonden
300.000 mensen. Volgens de GEB, de gegevenseffectrapportage, is dat
gedeeld met ongeveer iedereen: met gemeentes, met het Openbaar
Ministerie, met de politie, met de woningbouwcorporatie en met wat dan
ook. Dan voldoet dat toch aan de definitie van "datalek"? Indien het een
datalek is, dient iedereen toch binnen 72 uur geïnformeerd te worden?
Dan hoeven hier toch geen Kamerdingen ingediend te worden? Dus graag
daarop een uitgebreide en juridische reactie: is dit een datalek of
niet? En hoe gaat de Belastingdienst die mensen informeren?
Er zijn 280 inzageverzoeken geweest. Het duurt tweeënhalve dag om zo'n
verzoek af te handelen. Zo komen we er natuurlijk nooit. We hebben dit
systeem uit de lucht gehaald, maar wij hoeven niet te zeggen dat er
nooit fraudesignalen zijn bij de Belastingdienst. Dit systeem is
onbruikbaar geworden. Hebben we nu wel een systeem waarbij serieuze
fraudesignalen worden vastgelegd op een serieuze manier, die voldoet aan
de geldende wet- en regelgeving? Want laten we niet naïef doen waardoor
we over twee jaar hier komen en zeggen: we hebben weer bepaalde fraude
niet opgemerkt. Dan gaan we weer precies de andere kant op
slingeren.
Hetzelfde probleem zie ik met 1043. Met de oorspronkelijke gedachte is
niets mis: belastingplichtigen met de hoogste aftrekposten extra
controleren. Maar bij de uitwerking gaat het mis. Mensen die heel erg
ziek zijn en heel hoge zorgkosten hebben, moeten ieder jaar alles
opnieuw insturen en alles verantwoorden. Zij worden elk jaar opnieuw
bekeken met een fraudebril. Juist bij die vooringenomenheid over fraude
gaan echt alle, maar dan ook alle alarmbellen af. Bij het onderzoek naar
1043 worden cijfers gegeven over de aangiften die onder dit intensieve
toezicht stonden. Daarbij valt op dat in 2015 en 2016 ongeveer twee keer
zoveel aangiften zijn behandeld als gemiddeld en dat vanaf 2018 bijna
het dubbele als gemiddeld wordt gecorrigeerd op de behandelde aangiften.
Kunt u hiervoor een verklaring geven? En zijn er vanaf 2018 echt zoveel
meer fouten en aangiften aangetroffen of wordt gewoon alles standaard
afgewezen en gecorrigeerd? 1043 wordt nu hersteld, maar in de brief
staat niet duidelijk wanneer je uit 1043 komt. Is dat nu als je eenmaal
de juiste aangifte hebt ingediend of als je een aangifte indient die
volgens het systeem geen risico's bevat?
Dit is nog niet het einde, want we vroegen eerder of er nog andere
zwarte lijsten zijn. Het antwoord was nee. Het blijken er 211 te zijn,
waarvan 21 met risicosignalen, 15 met fraudeverdenkingen, 23 met
nationaliteit en 148 die nog moeten worden uitgezocht. Hoe kijkt u aan
tegen de eerdere antwoorden aan de Kamer? Hoe kunnen we 211 lijsten
missen, nota bene na een uitvraag bij de hele Belastingdienst? Hoe kan
dat? En de Douane heeft ook nog 1,17 miljoen Nederlanders met een
dubbele nationaliteit bijgehouden.
Voorzitter. Wanneer voldoet de Belastingdienst aan de AVG en de
Archiefwet? En hoe gaat iemand toezicht houden op de AVG? Hoe komt het
dat er een functionaris gegevensverwerking is die niet bij de
Belastingdienst zit maar op het ministerie? We hebben dus een dienst met
bijna 30.000 medewerkers en een van de meest gecompliceerde
dataverzamelingen van Nederland en die heeft zelf geen functionaris
gegevensverwerking; er zit er eentje op het ministerie. Hoe denkt u op
deze manier aan de privacywetgeving te voldoen? Dat is voor mij toch
echt wel een grote vraag.
Hoe zit het met het onderzoek naar de zoekgemaakte poststukken? Hoe zit
het met het onderzoek van de erfgoedinspectie naar de verdwenen
belangrijke stukken? En welke onderhandelingen zijn op dit moment gaande
met de AP? Dat zijn nog drie uitstaande vragen. Ik heb nog een vierde
vraag. In dat hele fraudesignaleringssysteem vroegen we of ook
slachtoffers van misbruik opgenomen waren. Daar hebben we nog geen
antwoord op gekregen.
Tot slot, voorzitter.
De voorzitter:
Uw tijd is om, meneer Omtzigt.
De heer Omtzigt (CDA):
Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen het advies van de landsadvocaat
dat bij de Wob naar buiten gekomen is, waarbij de landsadvocaat
eigenlijk alles doet om de mensen die op FSV staan, niet te informeren?
Is dat een fatsoenlijke manier van advies geven of is het gewoon tijd om
een ander kantoor te zoeken als landsadvocaat?
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Ik ga naar de overkant van de zaal. Ik wil
het woord geven aan mevrouw Lodders namens de VVD.
Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter. Duizenden ouders zijn slachtoffer geworden van de
kinderopvangtoeslagaffaire. Vandaag richten we ons op de fraudeopsporing
en het gebruik van de tweede nationaliteit, maar heel veel loopt
natuurlijk ook door elkaar heen. Dat is op zich logisch, want wat er
gebeurd is, is natuurlijk heel erg ernstig. Daar zijn al vele woorden
aan gewijd.
Het is terecht dat er veel vragen zijn gesteld over het verleden, want
die heb ik ook. Maar tegelijkertijd moeten we natuurlijk ook kijken naar
de toekomst. Voordat ik mijn vragen stel, zou ik beide bewindspersonen
op voorhand willen vragen om straks in hun reactie onderscheid te maken.
Daarbij gaat het om de toekomst — de structurele toekomst: hoe kunnen we
ervoor zorgen dat dit echt nooit meer gebeurt? — maar tegelijkertijd zou
ik ook aandacht willen hebben voor de grote groep ouders die nu in
allerlei hersteltrajecten zitten. Daar moeten we ook zorg voor hebben.
Dat zijn misschien oplossingen die nog niet helemaal zijn zoals je die
in de toekomst zou willen hebben, maar we moeten daar wel oog voor
hebben.
Voorzitter. Ik heb een aantal vragen over de FSV. Ik wil me aansluiten
bij alle collega's die daar al heel veel terechte vragen over hebben
gesteld. Hoe heeft het zolang kunnen duren? Hoe heeft het zo kunnen zijn
dat gegevens met andere overheidsdiensten zijn gedeeld? Hoe gaan we
ervoor zorgen dat het gebruik van deze zwarte lijsten en met name de
vinkjes die door deze lijsten in de systemen zijn aangezet — zo noem ik
het maar; dat heb ik eerder gedaan — weer uitgezet gaan worden?
Iedereen op de FSV-lijst zal geïnformeerd worden. Ook daar zijn al veel
vragen over gesteld. Dat is veel werk; mevrouw Leijten refereerde daar
net aan. De staatssecretaris heeft toegezegd dat ze daar in het eerste
kwartaal op terug wil komen. Dat vind ik lang duren, want die lijsten
zijn er. Dus waarom kan dat niet sneller? Nog belangrijker: wat gebeurt
er in de tussentijd? Want tijdens het vorige debat over de
voortgangsrapportage hersteloperatie heb ik al aangegeven dat mensen bij
wie herstel heeft plaatsgevonden, weer geconfronteerd zijn met meldingen
dat zij onterecht kinderopvangtoeslag hadden ontvangen over een periode
waarin dat niet eens het geval was. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor
zorgen dat het dossier van deze mensen waarbij het herstel heeft
plaatsgevonden — nog even los van vervolgstappen, als mensen die willen
zetten in het kader van de Commissie Werkelijke Schade — in alle
haarvaten van de dienst wordt opgeschoond? Niets is erger voor deze
mensen dan wanneer het weer van voren af aan lijkt te beginnen.
Tegelijkertijd is er ook de vraag hoe dat zit met de andere overheids-
en/of semioverheidsdiensten.
Door een aantal mensen is al gerefereerd aan het gesprek met de
Autoriteit Persoonsgegevens. De AP heeft aangegeven: als informatie van
deze lijsten gedeeld is met andere overheidsdiensten of
semioverheidsdiensten, dan moet die informatie terstond verwijderd
worden. Maar dan moeten deze organisaties wel weten dat ze deze
informatie onrechtmatig hebben verkregen. Wat gaan de bewindspersonen
doen, of wat hebben zij al gedaan, om deze informatie zo snel mogelijk
te laten verwijderen? In dat kader vraag ik de staatssecretaris ook naar
de voortgang van de beantwoording van mijn schriftelijke vragen over het
vervangen van een bsn-nummer. Vorige week — of misschien is het iets
langer geleden — las ik een oproep van een advocaat die een heel aantal
ouders bijstaat. En gezien de vele vragen van vandaag en de ervaringen
van de ouders denk ik oprecht dat het voor een grote groep ouders een
uitkomst zou kunnen bieden als zij oprecht met een schone lei willen en
kunnen beginnen. Collega's hebben, denk ik, al de vragen gesteld over
waarom zo'n wijziging van het bsn-nummer wellicht een oplossing kan
zijn. Het is een ingrijpende maatregel, maar ik denk wel een die
waterdicht zou kunnen zijn.
Afgelopen week hebben wij verschillende brieven ontvangen met de aanpak.
Nou, echt enorm veel acties. Maar wat ook opvalt is de grote hoeveelheid
onderzoeken. En onderzoek is natuurlijk belangrijk om de onderste steen
boven te krijgen, maar hoe gaan we ervoor zorgen dat er samenhang tussen
de verschillende onderzoeken wordt aangebracht? Hoe gaan we ervoor
zorgen dat gedurende die onderzoeken wel die stappen voorwaarts gezet
worden? Een van de belangrijke punten is de cultuurverandering in de
organisatie. Ik heb daar veel over gelezen. Ik zou dan van de
staatssecretaris — en daar waar ik "staatssecretaris" zeg, moeten ze
zelf even aangeven wie waarop ingaat — wel een nadere toelichting daarop
willen hebben. Want we lezen dat de monitoring van de voortgang van de
cultuurverandering zal plaatsvinden in de periodieke
voortgangrapportages van zowel Toeslag alsook de Belastingdienst. Dan
gaat het om de cultuurverandering in de organisatie en het kennisniveau
onder medewerkers bij het gebruik van gevoelige persoonsgegevens; dat
moet vergroot worden. Maar voor ons als commissie voor Financiën is het
natuurlijk ontzettend belangrijk om te weten welke cultuurverandering,
welke gewenste cultuurverandering, wordt ingezet. Hoe wordt het
kennisniveau verhoogd? Uit de brieven van afgelopen week blijkt namelijk
— en ook daar hebben de collega's al aan gerefereerd — dat nog niet
overal de seinen op rood staan. Ik bedoel, als bij de Douane duidelijk
wordt dat daar toch alweer wat langer de informatie bekend was, dan denk
ik: wat moet er dan gebeuren voordat het vlaggetje op oranje of
lichtrood staat? Dat moet dan gewoon drie vlaggen rood zijn. Dus ik wil
daar graag een reactie op.
Voorzitter. Tegelijkertijd — en dat klinkt misschien raar, maar ik wil
het niet onvermeld laten — moeten we ook weten hoe er wordt omgegaan met
fraudeaanpak, die natuurlijk ook nodig blijft. De Autoriteit
Persoonsgegevens heeft een aantal suggesties gedaan. Ik zou graag daar
ook een reactie van het kabinet op willen.
Een van de punten die ik onderbelicht vind in alle brieven, onderzoeken
en dergelijke die we krijgen, is de ICT. Mijn vraag is: is de ICT bij de
Belastingdienst voldoende op orde? En ik denk dat de vraag stellen, hem
ook beantwoorden is; ik denk het namelijk niet. Volgens mij werken we
ook daar heel veel met houtje-touwtje, zijn er geen verbindingen
aangebracht tussen de systemen en geeft dat veel ellende.
De voorzitter:
Wilt u afronden, mevrouw Lodders?
Mevrouw Lodders (VVD):
O, excuus ... Ik had nog een aantal vragen over discriminatie. We weten
allemaal hoe belangrijk is om dat terug te dringen. Ik probeer het even
samen te vatten. Het kabinet heeft aangegeven dat het zal overgaan tot
het instellen van een staatscommissie. Kan daar meer duiding aan gegeven
worden? In de laatste brief die ik daarover heb gelezen, vond ik nog
niet heel erg duidelijk wat we wanneer kunnen verwachten. En dan is het
ook relevant hoe daar naar andere ministeries wordt gekeken in het kader
van die discriminatie.
En dan, voorzitter, nog twee zinnen tot slot, als het mag. De ene is:
algoritmen. Daar kregen wij een brief over. Volgens mij was het de
staatssecretaris van Binnenlandse Zaken die hem ondertekende. Nou, daar
kan je bijna een apart debat over voeren met elkaar. Ik denk dat dat ook
belangrijk is, ook gezien datgene wat de autoriteit met ons heeft
gedeeld. Mijn vraag nu is hoe de samenhang van BZK, Financiën, maar ook
allerlei andere ministeries, wordt bespoedigd.
En de allerlaatste vraag is kort. Vorige week is de staatssecretaris
begonnen met de €30.000 uit te keren. Volgende week hebben we het
natuurlijk over de hersteloperatie, maar mijn vraag is: is er een
wettelijke grondslag om te zorgen dat er niet geïncasseerd wordt door
schuldeisers? Is er een noodknop? Daar zou ik graag een reactie op
willen hebben en dan kom ik daar in tweede termijn op terug.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Lodders. Meneer Nijboer, het woord is aan u.
De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Voor dit debat stelde ik mezelf de vraag: wat weten we nu
eigenlijk? We weten natuurlijk een heleboel van het ongekend onrecht,
van de ellende van ouders, van het onrecht dat hun is aangedaan. Maar al
twee jaar geleden werd er gezegd dat de Belastingdienst discrimineert.
Eigenlijk al eerder dan twee jaar geleden, maar twee jaar geleden werd
het een beetje erkend. Toen is er onderzoek gedaan door de Autoriteit
Persoonsgegevens. Dat duurde ellenlang. Ik heb zelf een paar keer in een
plenair debat tegen de vorige staatssecretaris gezegd: als er sprake van
is dat een overheidsdienst discrimineert, kun je dat niet zo lang boven
de markt laten hangen. Ik wil de staatssecretarissen vragen hoe het nu
precies zit. Wat weet u op dit moment van wat er is gebeurd ten aanzien
van discriminatie, etnisch profileren, zwarte lijsten en zo verder? Ik
vrees dat het antwoord is: we hebben een heleboel onderzoeken lopen en
er nog een heleboel uitgezet. Ik vind dat eigenlijk niet kunnen in een
rechtsstaat. Je weet dat je belangrijkste dienst gediscrimineerd heeft.
Dat kunnen we nu wel vaststellen. Maar we weten nog steeds niet precies
hoe, waardoor mensen met theorietjes van dit en dat kunnen wegkomen. We
weten nog steeds niet hoe een en ander met elkaar in verband staat. Bij
een aantal kinderopvanginstellingen en CAF-zaken is het wel duidelijk:
je kwam op een lijst en vervolgens werd er onrechtmatig gehandeld. Dat
is de samenhang. Maar we weten het nog niet voor de hele dienst en we
weten ook niet hoe een en ander is gedeeld met de inlichtingendienst.
Eerlijk gezegd had ik er geen notie van dat we zo'n dienst hadden die
inkomensinformatie over bijstandsgerechtigden deelt met gemeentes.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Een particuliere stichting.
De heer Nijboer (PvdA):
Ja, een particuliere stichting. Maar we zijn nog niet aan het begin van
een notie van wat er precies aan de hand is. Ik vind dat het niet zozeer
deze staatssecretarissen in persoon maar wel het kabinet te verwijten is
dat het al zo lang speelt en dat er zo weinig duidelijk is. Nu krijgen
we weer een stapel onderzoeken waarvan we de eindtijd niet weten.
Anderhalf jaar onderzoek naar discriminatie ... Vorige week hebben we de
heer Wolfsen gehoord. Ik heb, net als de collega's, vragen gesteld. Ze
zijn weliswaar onafhankelijk, maar bij zo'n grote kwestie mag dat
eigenlijk niet zo lang duren. Ik vind dat er een verantwoordelijkheid
voor het kabinet ligt. Als zo'n organisatie dat niet kan, moet het zelf
de feiten eerder op tafel willen hebben.
Voorzitter. De heer Wolfsen hield een betoog — ik geloof dat de heer
Azarkan daar eerder al op wees, net als de heer Snels — dat als je door
discriminatie onrecht wordt aangedaan, dat heel moeilijk te bewijzen is,
zeker in een individueel geval. Bewijs maar eens dat je gediscrimineerd
wordt. Dat is overigens breed in de samenleving een heel groot probleem.
Dat brengt ook heel veel schade met zich mee. Ik ben wel benieuwd hoe
het kabinet tegenover schadevergoeding staat als de overheid heeft
gediscrimineerd. Is dat niet een terecht punt? Ik ben helemaal geen
voorstander van een Angelsaksische cultuur waarin overal boetes,
vergoedingen en rechtszaken uit voort moeten komen. Ik wil niet naar
zo'n samenleving toe. Tegelijkertijd zien we dat het levens kan
ontwrichten en ook heeft ontwricht. Als de overheid discrimineert —
artikel 1 van de Grondwet is er niet voor niks — doen we dan wel genoeg?
We zoeken het niet snel genoeg uit. Nou "we", het kabinet zoekt het niet
snel genoeg uit. Is er wel genoeg recht gedaan aan mensen die dit is
overkomen?
Dan nog een vraag over de oorzaak, voorzitter. Over die algoritmes komt
ongetwijfeld een apart debat. Wat ik mij bij de Belastingdienst in het
bijzonder afvraag, is welke rol die Broedkamer nou heeft gespeeld. Dat
was een beetje het paradepaardje van de voorvorige staatssecretaris. We
gingen met een paar knappe koppen — dat paste er wel bij — met een stel
ingenieurs, naar de data van de Belastingdienst kijken. Daar is best wel
wat gedoe over geweest. USB-sticks die het pand konden verlaten waren
niet goed beveiligd. Maar meer principieel: is er wel zuiver omgegaan
met de privacy van mensen? Is dat niet ook een bron geweest voor deze
aanpak? Ik ben wel benieuwd wat de staatssecretarissen daarover te
zeggen hebben.
Voorzitter. Tot slot nog een gevoelig onderzoek, het memo-Palmen.
Daarvan vraag je je toch wel in goed gemoed af: in hoeverre weet je het
echt niet en in hoeverre wil je het niet weten? Er wordt dan weer
aanbesteed en dat moet dan over de verkiezingen heen worden getild. Op
den duur vind ik het ook wel een keer mooi geweest. Door de
ondervragingscommissie weten we precies wat er in dat memo heeft
gestaan. Dat moet toch sneller dan 1 juli, met externe aanbesteding en
weet ik wat niet allemaal, boven tafel kunnen komen? Dus het is ook de
wil om echt alle informatie direct publiek te maken. Die vraag is
natuurlijk door de ondervragingscommissie beantwoord. Die wil was er
niet. Sterker nog, er werd bewust tegengewerkt. Maar die vraag blijft
natuurlijk, zowel ten aanzien van discriminatie als ten aanzien van zo'n
memo-Palmen, met al die onderzoeken, ook nu nog elke dag spelen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Nijboer. En dan last but definitely not least van de
zijde van de Kamer de heer Van Otterloo namens 50PLUS.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter. Aan mij de eer om een slotakkoord te geven.
Zoals het hoort bij een slotakkoord, resoneert daarin alles wat
voorafgaand al is gevraagd. Maar ik moet zeggen dat ik vorige week geen
beste week had door achter elkaar de AP en de Algemene Rekenkamer hier
langs krijgen, want dat gaf alleen maar aan in wat voor moeras we
verzeild zijn geraakt. Het kenmerk van een moeras is ook dat er veel rot
materiaal in zit, en daarmee dus ook veel dingen waar je nu niet bij
komt en die dan af en toe naar boven komen met giftige gassen.
Ik heb ook deel uitgemaakt van de tijdelijke commissie Digitale
toekomst. Ik heb me dus al veel langer zorgen gemaakt over de algoritmes
en het gemak waarmee de overheid de algoritmes hanteerde en te weinig
wist wat er feitelijk speelde. In dat opzicht zou ik ook een
vergelijking willen maken. We weten dat de heer Hamers alsnog wordt
vervolgd voor zijn rol bij de ING. Maar daar waren nog compliance
officers die probeerden het witwassen tegen te gaan. Hier zie ik niets
van een staande organisatie waarin gekeken wordt of de reguliere
wetgeving wel wordt nageleefd door het geheel. De heer Omtzigt had het
daar ook al over. Dan is er iemand bij Financiën die daarnaar kijkt.
Maar dat kan toch niet? Bij zo'n grote dienst, die zo ingrijpt in de
persoonlijke levenssfeer, en die er ook nog voor zorgt dat gegevens niet
alleen bij andere overheidsinstanties maar ook bij private instellingen
terechtkomen, waar lokale overheden dan ook weer gebruikmaken? Zo kom je
nooit van een lijst af als je eenmaal op een zwarte lijst staat.
Ik onderschrijf veel van de vragen van mijn collega's. In dat opzicht
zijn wij ook tot de conclusie gekomen dat een parlementaire enquête een
weg is om daar meer helderheid over te krijgen, maar dat die nooit mag
leiden tot het uitstellen van het oplossen van de problemen van de
mensen die het slachtoffer zijn geworden. Daarbij wijs ik ook op de
immateriële schade. Ik heb dat overigens anderhalf jaar geleden ook
gedaan, toen ik vond dat je niet moest wachten op een rechtmatige weg
maar het gewoon moest behandelen als schade aangericht door de overheid,
waardoor je ook ruimte hebt om de immateriële schade van mensen te
vergoeden. Als nu alleen maar wordt gekeken welke schade mensen
materieel hebben geleden, dan ga je nog weer voorbij aan de immateriële
schade. Dan kan het dus gebeuren dat iemand alleen van schulden verlost
is, maar nog niet verder op weg geholpen wordt.
Het registreren van nationaliteit moet een functie hebben. Als het geen
functie heeft, moet het ook nergens komen te staan. Ik moest even aan
iets anders denken. Ik zag in het kader van een kunstproject in
Zandvoort een boekje van de gemeente Zandvoort met de statistische
gegevens zo rond mijn geboortejaar. Daarin werden mensen als autochtoon
aangeduid als beide ouders geboren waren in Zandvoort en de persoon zelf
er ook geboren was. Dat is dus een hele andere discussie over
"autochtoon" en "allochtoon", maar het bracht me wel weer tot het besef
dat dat een hele glijdende schaal is. Ik vraag me af of ik mij nog moet
verantwoorden omdat ik in mijn stamboom iemand heb staan die in 1749 in
Den Haag is geboren. Daar staan ook mensen in die van de Veluwe komen.
Dat betekent dat ik ook nog iets van een boerenafkomst heb. Uw weet:
boeren staan er toch bekend om dat ze nogal wat fraude plegen met
allerlei regelgeving. Moet ik dan ook nog nadenken of ik niet ergens
geregistreerd sta?
Wij hier zijn natuurlijk allemaal geregistreerd als potentiële
fraudeurs, omdat wij als politieke ambtsdragers in het kader van de Wet
witwassen, fraude en terrorismefinanciering getoetst worden en daarom
soms niet meer bij een bankrekening kunnen, omdat wij geacht worden
omkoopbaar te zijn. Dat zijn ook van die dingen die een keer in de wet
zijn opgenomen met waarschijnlijk goede redenen, om ergens anders in
Europa wat te doen, maar die vervolgens direct op ons terugslaan. Dat
betekent dat je dus heel voorzichtig moet zijn met de kenmerken en
alleen maar kenmerken moet gebruiken die te maken hebben met de
werkelijke kans op fraude. Fraude moet je namelijk bestrijden, maar dat
moet je doen door de goeie dingen te doen. Ik ondersteun daarmee het
betoog van de heer Nijboer. Zoals de APG ook aangaf: als je een bepaalde
groep veel controleert, komt die altijd meer terug in de rapportages,
maar dat betekent niet dat daarmee de kans groter is. Het gaat erom dat
je de werkelijke kansberekening doet. Dat vraagt dus om veel
intelligentere manieren. Dat vraagt ook om zeer grote zorgvuldigheid bij
het omgaan met alle gegevens.
Laat ik het zo zeggen: ik zou al tevreden zijn als voor 90% van de
vragen die wij hier met z'n allen gesteld hebben een tevredenstellend
antwoord komt. Anders moet ik terug naar een zin die ik ooit een keer in
het verleden heb gebruikt: there's something rotten in the state of de
Belastingdienst, of de IRA, the Internal Revenue Agency. Het gaat niet
goed. Het is een staat in de staat en vervolgens heeft het een
uitwerking die in heel veel mensenlevens diepingrijpend is.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Otterloo. Daarmee zijn we aan het eind gekomen
van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk naar de beide
staatssecretarissen. Hoelang willen zij schorsen om hun eerste termijn
voor te bereiden?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Twintig minuten.
De voorzitter:
We gaan twintig minuten schorsen. Dat betekent dat we om 15.50 uur in
deze zaal verdergaan met de eerste termijn van de zijde van de kabinet.
Tot zo.
De vergadering wordt van 15.31 uur tot 15.53 uur geschorst.
De voorzitter:
Welkom terug bij dit notaoverleg. We zijn toegekomen aan de eerste
termijn van de zijde van het kabinet. Ik geef de heer Vijlbrief,
staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, als eerste het woord,
maar niet voordat ik heb afgesproken hoeveel interrupties elk lid mag
gebruiken. Ik heb mij inmiddels bedacht. Ik sta u vijf korte vragen toe
en dan mag u zelf bepalen hoe u dat reguleert. Ik let er wel streng op
dat niemand eroverheen gaat.
Mevrouw Lodders (VVD):
Wellicht een punt van orde: gaat u straks na de beantwoording gelijk
door met de tweede termijn? Dit in het kader van het indienen van
moties.
De voorzitter:
Dat is een goede vraag. Ik denk het wel, kijkend naar de klok. Het is nu
vijf voor vier en we hebben tot uiterlijk 19.00 uur. Dus ik denk dat we
in één keer doorgaan. Dus als u uw medewerkers daarover wil informeren …
Overigens: schrijven mag ook gewoon, hoor.
Mevrouw Lodders (VVD):
Als u genoegen neemt met geschreven moties, dan is het oké.
De voorzitter:
Ja, dat kan ook gewoon. Meneer Vijlbrief, het woord is aan u.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter, dank u wel. Ik zal de antwoorden voor mijn rekening nemen
over de FSV, 1043 en CAF, algoritmes en diversen . Mevrouw Van Huffelen
zal antwoorden over de nationaliteit, het AP-rapport en de dingen die
meer te maken hebben met toeslagen en schulden. Klopt dat?
Staatssecretaris Van Huffelen:
Nee.
Staatssecretaris Vijlbrief:
O, maar ik begin wel alvast. Nu al tweespalt!
Ik hecht eraan om aan het begin van dit debat nog eens te zeggen — dat
geldt voor ons allebei denk ik — dat discriminatie niet mag en niet kan.
Dat hebben we ook steeds gezegd. De heer Omtzigt vroeg in dat verband
wat voor eisen je moet stellen aan de Belastingdienst. Nou ja, dat die
aan de wetten voldoet en dat die rechtsstatelijk handelt. En dat is
gewoon niet gebeurd. Wij hebben de vaste en ferme wil om alles boven
tafel te krijgen. Dat was al zo in het debat van 4 maart vorig jaar en
dat geldt nog steeds. Ik verbeeld mij toch wel dat we in ieder geval één
ding hebben veranderd en dat is dat we echt als politieke leiding
uitstralen naar de ambtenaren en de Belastingdienst zelf dat het niet de
bedoeling is dat er dingen blijven liggen. En ik geloof ook niet dat dit
laatste gebeurt. Het is wel waar dat er zo nu en dan lijken uit de kast
vallen die wij niet eerder waren tegengekomen. Ik denk dat ik namens ons
tweeën spreek als ik zeg dat we wat ik net noemde, ook steeds als doel
hebben gehad. Waarom hebben we dan dat doel? Dat doel hebben we omdat ik
vind dat het zo hoort. Er wordt ook niet meer gelakt. U kent ook mijn
opvatting over artikel 68. Alles naar de Kamer toe; dat helpt. Ik heb
het al een keer gedaan — toen vond iedereen het doodeng — bij de BIK. Ik
heb toen alle ambtelijke stukken daarbij meegestuurd en dat is mij prima
bevallen. Ik had een afschuwelijk debat daarna maar vervolgens was alles
wel "out in the open". En zo hoort het. Dus dat is echt mijn lijn en ik
probeer het ook vol te houden om het zo te doen.
De heer Azarkan heeft gevraagd wie nog het overzicht heeft en wie nog
weet wat er gebeurt binnen de Belastingdienst. Ik geloof dat ik oprecht
kan zeggen dat het overzicht over alle problemen die er zijn, is
toegenomen in het afgelopen jaar. Ik meen dat ik inmiddels ook redelijk
doorgrond — ik denk dat ik die analyse deel met veel leden van deze
Kamer — waar het vandaan komt. Het komt namelijk allemaal voort uit
doorgeslagen ideeën over het jagen op fraude waar dan een heleboel
dingen uit rollen. Daar rollen zwarte lijsten uit. Ik kom straks nog
uitgebreid op de FSV terug. Verder noem ik 1043, waarbij mensen ieder
jaar weer moeten aantonen dat ze chronisch ziek zijn terwijl ze dat al
een keer hebben aangetoond met papieren; dan hoort dat in één keer klaar
te zijn en daarna niet meer. Enzovoorts, enzovoorts. Dan zit er wel een
probleem — ik zeg het maar eerlijk tegen mevrouw Leijten — in het tempo
van het oplossen van deze dingen. Wij doen onze stinkende best en wij
proberen het zo snel mogelijk te doen maar soms moet ik gewoon zeggen:
wat u daar wilt, begrijp ik wel maar het kan niet, maar ik kan het wel
zo en zo doen. Ik kom er overigens straks nog per onderwerp op terug,
zodat u daar uitgebreid op kunt reageren als u dat wilt. Ik zal dus
steeds per onderwerp aangeven wanneer we iets denken te kunnen oplossen.
Sommige dingen kunnen sneller en sommige andere dingen duren langer.
Maar dat beeld van de heer Nijboer — dan hebben we zo'n belangrijk
onderwerp en dan wordt daar anderhalf jaar over gedaan: dat duurt veel
te lang — deel ik ook. Ik ben net zo ongeduldig … Nou, net zo ongeduldig
… Ik ben zeer ongeduldig, minstens zo ongeduldig als hij. Dat delen wij
gewoon. Dat willen wij ook allebei. Mevrouw Van Huffelen en ik willen
allebei dat we die problemen oplossen voor die mensen. Daar gaat het ons
om. Als u de indruk heeft dat wij dingen niet leveren omdat wij iets
willen verhullen: dat is echt niet het geval. Soms is het zo dat wij het
ook niet weten en daar balen we dan ook verschrikkelijk van. Dat gold
bij dat systeem dat aan was blijven staan rond die tweede nationaliteit.
Daar worden stevige gesprekken over gevoerd, maar dat is dan wat het
is.
De Fraude Signalering Voorziening, FSV. Vorig jaar begonnen, naar
aanleiding, dacht ik, van signalen van … Ik geloof dat ik hier toen op
mijn tafel heb zitten trommelen en dat is gepersifleerd door Arjen
Lubach. Daar word ik nog steeds mee gepest. Maar ik vond het ook een
schandaal dat die informatie niet uit de dienst zelf kwam. Die kwam,
geloof ik, van journalisten af of van uw Kamer. In ieder geval kwam die
niet van ons zelf af. Daar baalden we toen verschrikkelijk van. Wij
hebben op 27 februari die applicatie uit de lucht gehaald, zoals dat
heet. Ik kom straks terug op de terechte opmerking dat je fraude wel
moet blijven bestrijden. Maar we hebben toen in ieder geval die
applicatie uit de lucht gehaald en we hebben KPMG opdracht gegeven om te
zoeken naar soortgelijke systemen, FSV-achtigen. We hebben van de zomer
daarover een melding gemaakt. Ik kom straks nog precies terug op wat we
toen hebben uitgezet en wat niet, de vraag van de heer Snels.
In ieder geval moet je constateren, en dat deed de heer Omtzigt vrij
raak, dat er inmiddels veel van dat soort lijstjes zijn. Of die allemaal
te kwalificeren zijn als "zwarte lijsten", laat ik maar even in het
midden. Maar als er ooit het antwoord is gegeven dat er geen zwarte
lijsten waren, dan was dat incorrect. Die waren er wel en de grootste
daarvan was FSV. Nu blijkt dat FSV ook gebruikt is in het kader van de
minnelijke schuldsanering. Een FSV-kwalificatie en/of een
o/gs-kwalificatie, samen met een hoge schuld boven de €10.000, leidde
tot het automatisch afwijzen van een minnelijke schikking. Dat vinden
wij onacceptabel, zoals ik in de brief heb geschreven. Dat vind ik
onacceptabel. We moeten wel uitzoeken, zeg ik in alle eerlijkheid, om
hoeveel gevallen dat ging en wat er precies aan de hand is geweest. Dat
weten we niet. Dat gaan we nu doen of dat zijn we aan het doen. Dan kan
daar eventueel op den duur compensatie bij horen. Ik kan mij daar iets
bij voorstellen, maar voordat ik dat soort dingen heel hard zeg, is het
wel verstandig om uit te zoeken wat er precies gebeurd is. In ieder
geval werd automatisch een verzoek tot minnelijke schuldsanering
geweigerd op het moment dat je een hoge schuld had en in dat systeem
geregistreerd stond en/of o/gs had. Dat vinden wij niet
acceptabel.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat een interruptie van meneer Azarkan.
De heer Azarkan (DENK):
In de beantwoording van een van de vragen stelt de staatssecretaris dat
KPMG heeft vastgesteld dat er aan de zes basisvoorwaarden vanuit de AVG
niet voldaan is, ten aanzien van de zwarte lijst, de FSV. Ik vraag me
oprecht af hoe zoiets kan. Je zou toch zeggen: binnen de Belastingdienst
is men continu met data bezig, informatie over burgers. Dat gebeurt door
de hele overheid. Ik weet gewoon niet zo goed, en ik weet ook niet of de
staatssecretaris dat weet, hoe dat nou toch kan. Als je iets gaat doen
met zulke verstrekkende gevolgen, dan doe je dat ook vanuit een bepaald
kader. Een zo'n kader is de AVG. Er zijn misschien ook andere. Ik vraag
mij af hoe zoiets dan gaat. Kan de staatssecretaris daar iets op
zeggen?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik probeer het debat van vorig jaar terug te halen. Wij hebben volgens
mij dit debat gehad in juni.
De heer Azarkan (DENK):
Dat klopt, ja.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Toen hebben wij het daarover gehad en toen hebben wij geconstateerd dat
daar — de heer Omtzigt zei: zo zie je dat alles in elkaar grijpt — de
functionaris gegevensbescherming toen niet stevig genoeg had opgetreden,
weet ik nog, zeg ik tegen de heer Azarkan. Er lag een GEB, maar in die
GEB stond, als ik het me goed herinner — ik zit nu in mijn geheugen te
graven — dat het niet oké was, maar die GEB was onderaan de stapel
geraakt en daardoor was dat FSV gewoon blijven draaien. Dat was wat er
gebeurd was, om heel precies te antwoorden waarom die aan was blijven
staan. Toen hebben we dat ding direct uitgegooid, om het maar even
simpel te zeggen. Maar daaruit blijkt — ik zal straks nog een wat
preciezer antwoord daarop geven aan de heer Omzigt — dat die
functionaris gegevensbescherming bij de Belastingdienst, die functie,
versterkt moet worden. Dat kan niet één persoon zijn. Ik herken het
gevoel van de heer Omtzigt. Daarbij komt er extern toezicht. Er komt een
inspecteur-generaal op de Belastingdienst en die komt er niet voor niks,
want het gaat om deze dingen. Dit had nooit mogen gebeuren.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog. O nee, voordat u uw betoog vervolgt: mevrouw
Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
Die automatische afwijzingen op basis van een hoge belastingschuld, o/gs
of FSV kan je toch gewoon uit de computer trekken? Dat zijn toch
automatisch gegenereerde afwijzingen? Hoezo weten we niet hoeveel mensen
het zijn?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Omdat het er enorm veel zijn. We moeten vanaf 2012 gaan kijken. Het gaat
om enorme aantallen.
Mevrouw Leijten (SP):
Hoeveel?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Weten we niet.
Mevrouw Leijten (SP):
Ja! Dit vind ik ...
De voorzitter:
Meneer Vijlbrief, wilt u de microfoon uitzetten, vooral voor de mensen
thuis? Mevrouw Leijten, uw vervolgvraag.
Mevrouw Leijten (SP):
Bij benadering dan? 10.000, 100.000 of meer? "We weten het niet" kan ik
niet accepteren. Er ligt een werkinstructie dat je automatisch afwijst,
waarvan ik al gevraagd heb: hoe heeft dat ooit de vaktechnische lijn, de
juristen van de Belastingdienst, kunnen passeren? Ja, onacceptabel. Maar
dan wil je toch weten … Dat is dan toch een computer geweest? Dan kan je
dat toch eruit trekken?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Wat ik in mijn hoofd heb zitten en wat ik in stukken heb gezien, is dat
er dan minstens tienduizenden dingen gecontroleerd moeten gaan worden.
Daarom zei ik net … Ik begrijp de onrust, maar dat is wel wat we moeten
doen. We zullen moeten kijken wat er bij de minnelijke schuldsanering
precies is afgewezen en waarom.
Mevrouw Leijten (SP):
De staatssecretaris begon met: ik ga ervan uit dat iedereen mij gelooft
dat we niks voor de Kamer achter willen houden. Daar willen we nog
altijd van uitgaan, maar dit constateer je en dit vind je onacceptabel.
We vonden de zwarte lijst onacceptabel. Nog steeds krijgen mensen geen
inzage. Je kan toch gewoon zien: op deze gronden zijn er 10.000, 20.000,
80.000 mensen afgewezen en we zoeken nu uit of dat terecht is. Ik wil
dat gewoon weten. Weet u waarom? Toen wij op 4 juli 2019 het debat
hadden met de voorganger van deze staatssecretarissen, vroegen we
allemaal: hoeveel mensen vielen onder CAF? Dat werd ons niet gezegd,
omdat de Belastingdienst niet zeker was van het getal. Maar dat het er
minimaal 8.000 waren, wisten ze wel. Zeg nou wat je weet. Geen
verstoppertje meer, niet vooruitschuiven. Dat is mijn oproep geweest in
eerste termijn. Weer de oproep: het is een computersysteem geweest dat
mensen automatisch heeft afgewezen. We vinden het allemaal onacceptabel,
maar zijn dat 10.000, 20.000, 80.000 slachtoffers? Ik wil het gewoon
weten.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik ga hier niet gokken. Ik wil mevrouw Leijten best een brief sturen,
maar ik ga hier niet gokken hoeveel het er zijn. Ik weet het gewoon nu
niet. Het is helemaal niet zo raar dat ik dat niet weet, want nogmaals,
daarvoor moet er door bestanden worden gegaan. Ik begrijp het gebrek aan
begrip hier niet.
Mevrouw Leijten (SP):
Wat ik niet begrijp, is dat dit niet de eerste vraag is die deze
staatssecretarissen stellen. Er komt iets boven tafel, je schrikt je
wezenloos, je schrijft ons een brief dat het onacceptabel is en we
krijgen allemaal ook nog een telefoontje om voorbereid te worden. Want
ja, er staat toch iets in de brief wat niet zo gemakkelijk is. De eerste
vraag is toch: hoeveel mensen?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Mevrouw Leijten kan ervan uitgaan dat dat ook de eerste vraag was die ik
stelde. Ik heb het antwoord nu alleen niet. De Belastingdienst geeft het
antwoord nog niet. Ik kan ze op z'n kop houden. Dat ga ik van de week
doen. Ik ga ze schudden. Ik kan proberen om vrijdag een brief naar u te
sturen, maar ik heb het nu niet. Ik heb het vorige week gevraagd toen
het helder werd. Toen hebben we de brief gestuurd. Zo is het
gegaan.
De heer De Jong (PVV):
Dit is een zeer belangrijk debat. Op de allereerste vraag die gesteld
wordt aan de staatssecretaris, weet de staatssecretaris het antwoord
niet. U kunt wel nee knikken, maar u heeft gewoon uw zaakjes niet op
orde. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat mensen zo ongelofelijk zijn
gedupeerd, maar dat u geen antwoord weet op de allereerste vraag die
wordt gesteld? Hoe moeten wij er dan vertrouwen in hebben dat dit goed
wordt opgelost? U kunt de eerste vraag, namelijk over hoeveel mensen we
het hebben, niet eens beantwoorden. U kunt wel zeggen dat u graag begrip
wilt of dat het niet zo raar is dat u dat niet weet, maar het is
hartstikke raar dat u dat niet weet. U bent de staatssecretaris! U bent
er verantwoordelijk voor! Hoe gaat u dit oplossen?
De voorzitter:
Zullen we proberen om via de voorzitter te praten? Dank u wel, meneer De
Jong. Staatssecretaris Vijlbrief.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter, ik zal proberen om kalm te blijven. Dit is niet heel fair
van de heer De Jong. Ik heb gezegd dat ik de Kamer vrijdag een brief zal
sturen en dat ik de Belastingdienst nog een keer op zijn kop zal houden
om te zien hoeveel het er zijn. Ik heb uitgelegd waarom dat niet
eenvoudig was. Dat is het.
De voorzitter:
Meneer Omtzigt.
De heer De Jong (PVV):
Nee, nee, nee.
De voorzitter:
O, sorry! Meneer De Jong, in tweede instantie.
De heer De Jong (PVV):
De staatssecretaris zegt dat het niet fair is en dat hij zich kalm zal
houden. Wat is dat nou weer? U moet zich juist niet kalm houden. U moet
er als de sodemieter voor zorgen dat dit wordt opgelost voor die mensen.
Dat is wat er moet gebeuren. Mevrouw Leijten stelt als eerste een vraag
en u weet het antwoord niet. Ik hoop dat u zo meteen met betere
informatie kan komen richting de Kamer, want anders schieten we hier
helemaal niets mee op. Ik wil graag serieus genomen worden als Kamerlid
als ik de vraag stel hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat u het
antwoord op de vraag om hoeveel mensen het gaat, niet weet. Wanneer gaat
u de Kamer daar goed over informeren? Ik wil graag nu een datum weten.
Ik wil weten wanneer u de Kamer daarover informeert en of er nog meer
vragen zijn waarop u het antwoord niet weet, want anders kunnen we net
zo goed stoppen met dit notaoverleg en verder debatteren op het moment
dat u uw zaakjes wel op orde heeft.
De voorzitter:
Ik ga u toch nog een keer vragen om via de voorzitter te spreken, meneer
De Jong. Alstublieft. Staatssecretaris Vijlbrief.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik ga vrijdag een brief sturen met de aantallen. De aantallen die hier
genoemd worden, in een stukje dat ik hier heb, is dat er waarschijnlijk
300.000 tot 500.000 beschikkingen handmatig doorgenomen moeten worden.
Misschien dat er nu enig begrip voor is dat het even duurt.
De heer De Jong (PVV):
Nee.
Mevrouw Leijten (SP):
Dit wilden we weten.
De voorzitter:
Ik zou de interruptie nu willen toekennen aan de heer Omtzigt.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik snap dat er iets doorgenomen moet worden als het gaat om de
beschikkingen over minnelijke schuldsanering, maar dit is een
geautomatiseerd systeem. Daar staan 300.000 namen in en dat is een jaar
geleden in de kluis gelegd. We hebben een geautomatiseerd systeem, dus
ik ga ervan uit dat je dit via een query kan doen. De Belastingdienst
kan overal query's naar doen, ook als het niet mag, dus doe dan ook eens
een keer een query als wij daarom vragen. Dan kun je kijken hoeveel
mensen het stempel o/gs hebben en als fraudeur bestempeld zijn. Dat is
de vraag. Je hebt dik 300.000 mensen in dat systeem zitten. Dat is een
illegaal systeem. Dat weten we nu een jaar en we willen onderzoek. De
Kamer vraagt constant: hoeveel van die mensen zijn als fraudeur
bestempeld? Zij hebben daar hun hele leven last van, bijvoorbeeld omdat
ze bij de woningbouw geen woning konden krijgen of omdat ze bij de
gemeente geen baan konden krijgen en niet wisten waarom. Dan is het toch
logisch dat de Kamer na een jaar zegt: vertel ons hoeveel er als
fraudeur geregistreerd staan? Ik neem toch aan dat dat ergens uitgezocht
is bij de Belastingdienst.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Maar dit is preciezer. Het gaat hier om zaken waarin geen minnelijke
schuldsanering is toegekend. Daarvan kan sprake zijn geweest als je een
schuld had die hoger was dan €10.000. Dan kan het óf o/gs óf FSV zijn
geweest. Wat in de kluis ligt, is FSV. Je zou een query kunnen draaien
op FSV en een hogere schuld dan €10.000. Dat zou je kunnen doen. Dat is
een manier om het te doen, maar dan heb je nog niet de hele sample. Ik
heb net toegezegd aan de Kamer dat ik vrijdag een briefje zal sturen
waarin ik zal proberen om de aantallen en de methode waarop we
hierachter kunnen komen, preciezer te duiden. De Kamer kan er volledig
van uitgaan dat dit inderdaad de eerste vraag is die ik gesteld heb,
zoals mevrouw Leijten zei. Ik dank de heer Omtzigt voor zijn idee over
hoe we dit kunnen doen. We moeten even kijken hoe we dit kunnen doen,
maar ik ga het proberen.
De voorzitter:
Meneer Omtzigt, in tweede instantie.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik maak nog even een onderscheid. Er wordt geantwoord op de vraag over
minnelijke schuldhulpverlening. Ik kan me voorstellen dat het even duurt
om uit te zoeken hoe vaak dat gebeurd is. Maar ik wil gewoon weten
hoeveel mensen in de FSV het stempel "fraudeur" hebben gekregen, want
daar ging een heleboel mis. Het ging niet alleen mis omdat je dan niet
toegelaten mag worden tot de minnelijke schuldhulpverlening. Er gaat dan
heel veel meer mis in dit land. Dus hoeveel van de 300.000 mensen die in
de FSV stonden, in die illegale zwarte lijst, hadden het stempel
"fraudeur"? Is daar in de afgelopen tijd bij benadering een antwoord op
gezocht bij de Belastingdienst?
De voorzitter:
Als meneer Omtzigt zijn microfoon uitzet, kan ik het woord geven aan
staatssecretaris Vijlbrief.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Daar kom ik in de tweede termijn op terug. Daar moeten we even naar
kijken.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dit waren opzet/grove schuld en minnelijke schuldsanering. Dan hebben we
bij FSV het punt van de inzage, en dan heb ik het volgens mij over de
motie-Marijnissen uit een ander debat. Het traject heeft een aantal
stappen. We moeten kijken wie allemaal een brief moet krijgen. Mijn
eerste neiging is om te denken … Sorry, ik ben nu in de war. Ik heb het
over de inzage in de FSV. Maar eerst toch maar even de brief. Wie hebben
er allemaal in de FSV gestaan? Ik heb de neiging om te denken dat dat
iedereen uit FSV kan zijn, maar ik moet daar even checken hoe het zit
met de vraag of, als er nou echte fraudesignalen zijn die mogelijk tot
rechterlijke actie kunnen leiden, we die mensen een brief moeten sturen.
Dat is nog de enige uitzoekvraag die we hebben bij het ingaan op de
motie-Marijnissen. We sturen zo snel mogelijk een brief. Ik dacht dat in
de brief stond dat we twee maanden nodig hebben om daarvoor een plan van
aanpak te maken. Dat gaan we sneller doen dan dat: zo snel
mogelijk.
De voorzitter:
Eerst mevrouw Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
Dan stel ik vast dat we hier pijnlijk genoeg een jaar verloren hebben.
Een jaar geleden is het in de kluis gelegd. Een jaar geleden zei de
staatssecretaris: het is mogelijk dat mensen recht hebben op compensatie
als ze hier onterecht in staan, en we gaan het nu analyseren. Op 12 juni
geeft de landsadvocaat een advies op vragen van de Belastingdienst
waarom er toch vooral niet verstrekt mag worden. En nu is het 1 februari
en nu zijn er nog twee maanden nodig om het uit te zoeken. Dank je de
koekoek! Die mensen hebben die tijd niet.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik zei net dus dat ik dat sneller zal doen dan die twee maanden. Want
volgens mij kan dit sneller, en we gaan proberen in de komende week zo'n
brief naar iedereen te sturen.
De voorzitter:
Een voor een. Mevrouw Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
Dan wil ik ook graag antwoord op dat ene zinnetje dat ons ooit is
gemeld, dat ze erachter zijn gekomen dat de FSV proactief gedeeld is met
andere overheden. Dan kun je zeggen dat de Kamer is geïnformeerd, maar
wanneer, met welke overheden, met welk doel en hoe werkt dat door? Die
mensen willen dat weten; zij worden op alle vlakken van hun leven nog
steeds aangepakt. We hebben die tijd niet. Als de staatssecretaris zegt
dat hij het nog deze week wil doen, dan is dat hartstikke fijn. Daar
moeten we staan. Maar waarom dan een verzoek gedaan aan de landsadvocaat
om vooral uit te zoeken waarom er redenen zijn om geen inzicht te geven?
Ik vind dat zonde van de tijd en zonde van het geld. Ik vind dat
eigenlijk sprake is van het gebruiken van je macht om hier de boel te
traineren. Ik vind dat niet netjes. En dit is ook van een half jaar
geleden, en dat is ons nooit meegedeeld. Wij vragen in ieder debat met
staatssecretaris Van Huffelen inzage in FSV. Die wordt hier iedere keer
voor de leeuwen gegooid. En dan komt er een Wob, en daarin wordt gewoon
duidelijk dat de Belastingdienst advies vraagt over hoe ze het niet kan
verstrekken. Dat is niet fijn.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik ben het op dit punt met mevrouw Leijten eens. We gaan dus zo snel
mogelijk inzage geven.
Mevrouw Lodders (VVD):
Ik heb hier ook wel een klein beetje moeite mee. De stap voorwaarts van
de staatssecretaris kan ik alleen maar waarderen; hij geeft aan dat hij
daar moeite mee heeft. Maar het is wel zoals mevrouw Leijten zegt: we
zijn dan wel heel veel tijd verloren. Ik ga ervan uit dat de
staatssecretaris nog komt op mijn vraag als het gaat om deze informatie
die gedeeld is met andere overheden. Hoe simpel is het op het moment dat
die lijsten er zijn, om iedereen een briefje te geven: u staat op deze
lijst, maar wat de gevolgen zijn weten we niet; daar gaan we verder
onderzoek naar plegen. Maar deel het de mensen in ieder geval mee. De
openheid die naar de Kamer is toegezegd, moeten we ook betrachten
richting de ouders. Ik denk dat de ouders heel goed in staat zijn om te
beoordelen wat dat betekent. Maar het geeft in ieder geval misschien een
klein beetje rust dat die stap vooruit wordt gezet. Alle onderzoek ten
spijt moeten we zo snel mogelijk een uitdraai maken en dan maar in de
brief aangeven dat we er op een later moment op terugkomen.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dit was ongeveer het plan. Ik ben het daarmee eens. We gaan zo snel
mogelijk een briefje sturen. Dat is wat ik net zei in antwoord op
mevrouw Leijten. Daar ben ik het mee eens; dat gaan we doen.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik ben benieuwd of het als datalek is gekwalificeerd. De lijst was
illegaal; dat heeft de Autoriteit Persoonsgegevens gezegd. Als je een
illegale lijst bijhoudt die met niemand gedeeld is, kun je op de
deleteknop drukken en dat is het dan. Maar als je een illegale lijst
bijhoudt die je daarna met de halve wereld deelt — en dat is toch
meegedeeld — dan is het een datalek. Als het een datalek is, zegt de
AVG: je moet binnen 72 uur iedereen op die lijst informeren. Volgens mij
is die lijst gedeeld en heeft u te maken met een datalek dat u moet
melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Of u had het vorig jaar
februari of maart moeten melden. Klopt dat en betekent dit dat u
iedereen een brief moet sturen binnen drie werkdagen?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Mag ik op deze vraag zo terugkomen, als ik het heb over de verspreiding
van de FSV? Dan pak ik deze vraag ook gelijk mee: is dit een datalek of
niet? Dan maak ik dit deel even af.
De voorzitter:
Dat gaat u zo doen, maar meneer Snels wil u daar nog iets op meegeven,
geloof ik.
De heer Snels (GroenLinks):
Ik zat heel goed te luisteren naar de staatssecretaris. Begrijp ik nou
goed dat een van de redenen waarom het zo lang duurt om mensen een brief
te sturen over die zwarte lijst, de afweging is dat er misschien ook
mensen op kunnen staan die terecht onderwerp zijn van fraudeonderzoek?
Zo begrijp ik een beetje de reactie van de staatssecretaris, maar dan is
het volgens mij gewoon een belangenafweging. De belangen van de mensen
en de ouders die ten onrechte op die zwarte lijst staan, moeten wij dan
volgens mij belangrijker achten. Zij moeten zo snel mogelijk een brief
krijgen. Dan hebben we gewoon maar pech als er een paar mensen of
rechtspersonen op staan die zo'n brief misschien beter niet hadden
kunnen ontvangen. Dat is volgens mij de belangenafweging. Als u de Kamer
zo hoort, denk ik dat het belang van de fraudeaanpak maar even wat
minder zwaar moet wegen dan het belang van het informeren van
mensen.
De voorzitter:
Ik geef de staatssecretaris het woord voor een reactie en om dit blokje
af te maken.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik geloof dat ik in mijn reactie op mevrouw Leijten al min of meer zei
dat ik denk dat dit het zal gaan worden, gelet op het feit dat we zo
snel mogelijk die briefjes gaan sturen. Ik neig er zelf naar om dat
voorrang te geven boven het andere aspect, maar voordat ik hier nou
toezeggingen ga doen, in de trant van "dat doe ik morgen", is het wel
verstandig om nog eens af te wegen of het zo moet of niet. De
motie-Marijnissen is duidelijk. Die is gewoon aangenomen en die wil ik
zo snel mogelijk uitvoeren.
Hieraan verwant zijn de inzageverzoeken in FSV. Waarom duurt dat zo
lang? De heer Omtzigt zei daar al wat over in zijn eerste termijn en
mevrouw Leijten zei er iets over. Het duurt lang omdat er door
specialisten goed naar gekeken moet worden. Ik heb vanmiddag nog bedacht
of je twee soorten inzage zou kunnen hebben, namelijk een soort snelle
inzage, "sta ik erin of niet?" — maar goed, dat weet je straks als je
dat briefje krijgt — en een wat diepere inzage. Daar is dan meer
specialistische kennis voor nodig. Ik wil best even doorbroeden op dat
idee. Ik ga proberen de achterstand die is opgelopen de komende tijd in
te lopen. We hebben zo veel tijdpaden, maar ik dacht dat we dit in maart
ingelopen zouden moeten hebben.
Dat brengt mij bij de informatie-uitwisseling van de FSV met derden. Er
was geen directe koppeling van FSV naar andere instanties, maar het kan
zijn dat er in contacten door medewerkers van de Belastingdienst en
medewerkers van andere instanties wel degelijk informatie is gedeeld.
Maar er was geen directe afspraak. Er was geen directe koppeling van FSV
naar andere instanties. Gezien de signalen die mevrouw Van Huffelen en
ik krijgen, namelijk dat FSV vaak wel een rol speelde, is het in ieder
geval in sommige gevallen duidelijk dat er wel degelijk informatie
geleverd is. Dit is typisch zo'n voorbeeld. Dit zal iedereen ook
begrijpen. Er liggen geen vaste afspraken over uitwisseling, maar ik zal
precies moeten gaan kijken waar er eventueel is uitgewisseld, naar
aanleiding van de signalen die we hadden. Maar er zijn dus geen vaste
afspraken daarover.
In datzelfde blokje zit de vraag: is dit nou een datalek of niet? Dat is
een vraag die ik eerder ook zelf intern gesteld heb. Twijfelachtig. Bij
een datalek gaat het om toegang tot of vernietigen, wijzigen en
vrijkomen van persoonsgegevens bij een organisatie zonder dat dit de
bedoeling van deze organisatie is en zonder dat dit wettelijk is
toegestaan. Het feit dat FSV te breed bekeken kon worden binnen de
Belastingdienst — daar begon het allemaal mee: veel te veel mensen — is
in die zin geen datalek. Maar ik denk dat de heer Omtzigt een punt
heeft: als dat gestructureerd bij anderen terecht is gekomen, is er wel
sprake van een datalek. In ieder geval kunnen we constateren dat we die
72 uur niet meer halen, want die is al een tijdje terug verstreken. Het
enige wat ik in dat licht nu kan doen, is dus zo snel mogelijk die
mensen informeren met een briefje. Over de vraag of je dit moet
beoordelen als datalek, wil ik even met de AP gaan praten, gewoon to be
sure about it. Er zijn verschillende manier om daarnaar te kijken, zoals
ik net zei.
De voorzitter:
Heeft u nog veel rondom dit onderwerp?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik wilde nog iets zeggen over compensatie. Ik denk dat het verstandig is
dat we de komende maanden een aantal dingen gaan uitzoeken. Als er
aanleiding voor is — dat heeft veel te maken met het eerste punt waar we
net een stevige discussie over hadden, dat punt van de schuldsanering en
überhaupt de registratie in FSV — lijkt het me voor de hand te liggen
dat we tot compensatie overgaan. Maar we moeten eerst kijken of daartoe
aanleiding is en dat gaan we de komende tijd doen. Zo zit het systeem in
elkaar. Ik beloof mevrouw Leijten en anderen dat dit echt met snelheid
zal gebeuren. Er zit een politieke lijn in van graag willen en niet van
traineren, maar dat weet ze.
De voorzitter:
Mevrouw Lodders heeft een interruptie.
Mevrouw Lodders (VVD):
Ik ben op zoek naar een woord waarmee ik toch een klein beetje mijn
ongenoegen kan uiten. Ik heb begrip voor alles wat er ligt en de
ingewikkeldheid. Eind vorig jaar tijdens het debat over de
hersteloperatie kinderopvang heb ik aangegeven — nog los van de
Commissie Werkelijke Schade, maar dat heeft hier helemaal niets mee te
maken — dat ouders na de hersteloperatie weer brieven kregen van de
dienst. In januari — dat heb ik nog niet in een debat naar voren
gebracht, maar dat heb ik wel informeel doorgegeven — wordt er gewoon
loonbeslag gelegd. En dan krijg ik nu te horen dat het de hoogste
prioriteit heeft. Maar wat gebeurt er dan met iets wat ik eind vorig
jaar in een debat naar voren heb gebracht? Wat is er in de
tussenliggende tijd gebeurd? Ik zit hier natuurlijk niet voor jandoedel.
Als er niets mee gebeurt of als er meer tijd nodig is, dan wil ik dat
graag weten. Maar ik voel me eigenlijk toch wel een beetje bij de neus
genomen. Ik wil data: wanneer gaat wat gebeuren? Ik ben daar eigenlijk
niet van; dat is ook de reden waarom de afgelopen periode niet altijd
heb meegedaan met de vragen. Ik vind namelijk dat het ook werkbaar moet
zijn. Maar verdikkeme, dit voelt echt niet oké. Ik krijg die ouders aan
de telefoon en anderen krijgen ouders aan de telefoon. Je geeft de
signalen door. Waarom? Omdat je het voor die ouders wilt oplossen en het
voor andere ouders wilt voorkomen. Eind vorig jaar is er een debat — ik
zie mevrouw Leijten instemmend knikken: ze weet precies over wie het
gaat — en dan krijg ik nu te horen "we gaan het zo snel mogelijk
regelen". Wat is er in de afgelopen maanden gebeurd?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik twijfel even of ik of de andere staatssecretaris die vraag moet
beantwoorden; een van de twee. Rond FSV hebben we in de brief
beschreven, inclusief een uitgebreide tabel, welke stappen we allemaal
hebben genomen. Ik heb net toezeggingen gedaan rond het informeren van
iedereen die in FSV staat. Ik heb toezeggingen gedaan rond de inzage als
mensen dat willen. Ik heb iets gezegd over compensatie en ik heb gezegd
dat we zo spoedig mogelijk — daar zal ik vrijdag een briefje over sturen
— proberen uit te vinden om hoeveel mensen het ging in het geval van die
minnelijke schuldsanering. Dat heb ik toegezegd. Ik kan in dat briefje
van vrijdag ook best een tabel opnemen met wanneer wat komt, als u dat
helpt. Maar dat is volgens mij niet uw vraag. Uw vraag is volgens mij
specifiek gericht op de toeslagenkant en de ouderkant. Dan moet mevrouw
Van Huffelen hem beantwoorden en kan ik hem niet beantwoorden.
Mevrouw Lodders (VVD):
Nee, nee, alle begrip, maar mijn punt is dat wij hier in deze debatten,
waar wij veel over deze kwestie spreken — en dat is belangrijk, want er
zijn zo verschrikkelijk veel mensen bij betrokken — signalen doorgeven,
en dat je het gevoel hebt dat er niets met die signalen gedaan wordt. En
dat wekt ongenoegen bij mij, een onbevredigd gevoel. En — ik zal
proberen om me netjes uit te drukken — het maakt me helemaal niet uit
wie deze vraag beantwoordt, en het mag ook straks in tweede termijn,
maar ik wil graag horen wat er gebeurt als wij dit soort signalen delen.
Waarom krijgen we dan niet eerder te horen dat het toch anders
zit?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Laten we kijken of mevrouw Van Huffelen antwoord kan geven, en anders
kom ik in tweede termijn hierop terug.
De voorzitter:
Voor u verdergaat, de heer DENK. O sorry, dat is vandaag de tweede keer.
Meneer Azarkan van DENK, u bent de personificatie van uw partij voor
mij, sorry. Maar de heer Azarkan had een interruptie.
De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter, ik zoek daar helemaal niks achter, dank. Maar ik proef ook
een beetje dat gevoel dat mevrouw Lodders heeft, en dat — denk ik — veel
mensen hier hebben: het gevoel van urgentie. Ik gaf het in mijn plenaire
bijdrage al aan. Als je nou toch constateert dat er dagelijks mensen
slachtoffer zijn, in dit geval van de uitwisseling van informatie … Zo
heb ik ook contact met een gezin dat binnenstebuiten is gekeerd door de
gemeente. En ze weten niet waarom. En vervolgens zijn ze daar zo ontdaan
over dat ze een klacht hebben ingediend bij de AP. De AP weigert het in
uitvoering te nemen. Daar dient volgende week een zaak over, omdat ze
gewoon willen dat het uitgezocht wordt. En wat ik dan constateer, is dat
we, als we met een aantal collega's die signalen hebben, met elkaar
moeten willen dat er als de wiedeweerga gekeken wordt hoe die
uitwisseling is geweest, of gemeenten konden bellen, of er misschien
delen van informatie zijn gedeeld, en waar dat dan is verschenen. Dan is
het toch ontzettend belangrijk dat dat ergens gestopt wordt, dat we dat
snel onderzoeken en vervolgens zeggen dat daar in de een of andere vorm
iets aan gedaan moet worden, want anders blijft het toch doorgaan?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Voor zover het de FSV betreft, moet dat gestopt zijn, want de FSV wordt
niet meer gebruikt, even voor alle helderheid. Dus als dat de vraag is
van de heer Azarkan … Maar de vraag over de gegevensuitwisseling was een
vraag over wat er in het verleden allemaal is gebeurd met die
FSV-signalen. Daar heb ik net wat over gezegd.
De heer Azarkan (DENK):
Nee, wacht even. Kijk, de FSV, die kluizen … Ik heb even teruggekeken.
In juli werd al gemeld: 150.000 mensen. Mij gaat het erom dat er op enig
moment informatie is uitgewisseld vanuit de Belastingdienst met
woningbouwcorporaties, met gemeenten, met allerlei organisaties waar
burgers iets mee te schaften hebben. En die burgers ondervinden daar
nadeel van. Dus het feit dat het gebruik gestopt is, wil niet zeggen
dat, als er los daarvan in het verleden uitwisseling is geweest … Die
delen van informatie gaan hun eigen leven leiden. Dus is er bijvoorbeeld
een briefje gegaan naar een aantal gemeenten met "u heeft informatie
ontvangen; verbied het gebruik", " die informatie had nooit gestuurd
mogen worden", "u moet die niet gebruiken, u moet die deleten" et
cetera? Dat is mijn vraag. Wat is er nou gebeurd met die signalen
waardoor mensen elke keer daar de dupe van werden en niet vooruit konden
komen? Of zeggen we nog steeds tegen die mensen: vecht er maar tegen, ga
uw recht maar halen?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik zal voor de tweede termijn nagaan wat er is gebeurd met die
specifieke signalen waar de heer Azarkan het over heeft. Wanneer het
gaat om in het algemeen, herhaal ik mijn punt van net: er was, voor
zover wij weten, geen systematische uitwisseling, maar er heeft wel
uitwisseling plaatsgevonden, want dat heeft mevrouw Van Huffelen in een
aantal gesprekken geconstateerd. En u ook; u zegt dat nu ook. Maar het
blijft natuurlijk moeilijk, want dat zijn gevallen. En ik moet daar even
over nadenken, maar om bij die gevallen nou naar alle gemeenten een
briefje te sturen … Ik moet even nadenken over deze suggestie, of je
briefjes moet gaan sturen naar andere instanties, van: als u ooit
gegevens hebt gehad van ons, beschouw die als niet-bestaand. Dat is
namelijk eigenlijk wat u zegt, zo zeg ik tegen de heer Azarkan.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik citeer even uit de vragen van collega Leijten van maart 2020: "Kunt u
aangeven met welke overheidsinstanties gegevens uit de FSV zijn
gedeeld?". De Belastingdienst heeft bijvoorbeeld op grond van artikel 54
van de Wet SUWI de wettelijke verplichting om gegevens te verstrekken.
Nou, dan gaan ze naar het UWV. Ze gaan naar allerlei convenanten, zoals
het RIEC-convenant. En dat betekent dus dat we hier een illegale lijst
hebben, dat het niet structureel gedeeld is. En let op dat heel subtiele
woordje "structureel" of "gestructureerd". Er zijn dus wel data gedeeld.
Er is dus iemand als fraudeur gekenmerkt, wat we al een jaar lang weten.
We weten dat dat onterecht was, en we weten nog steeds niet hoeveel
mensen er als fraudeur gekenmerkt zijn. Deze mensen staan nu in allerlei
systemen van de overheid als fraudeur bekend. Deze mensen hebben op dit
moment nog steeds geen brief van de Belastingdienst ontvangen, en ze
staan bij het UWV als fraudeur geregistreerd. Nou, dat is leuk, kan ik
je verzekeren, als je een uitkering aanvraagt! Dan word je op je kop
gehouden. Bij de woningbouwcorporaties krijg je geen huurwoning. Bij de
gemeente krijg je problemen met de schuldhulpverlening. Hoe kan het, als
u — zeg ik via u, voorzitter, tegen de staatssecretaris — de
rechtsstatelijkheid hoog hebt zitten, dat er het afgelopen jaar geen
poging ondernomen is om dat uit die systemen te halen? Deze mensen
hebben daar last van, dag in, dag uit. Ik ga zo de andere
staatssecretaris er werkelijk waar doorheen halen om het feit dat we
naar het College voor de Rechten van de Mens moeten om dat recht te
zetten. U weet het zélf als overheid. U weet zélf waar ze in stonden.
Dat moet rechtgezet worden. Hoe komt het dat u dat niet zelfstandig
gedaan heeft naar die partners waarvan u aan de Kamer verteld heeft dat
u daarmee die gegevens deelt?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Laat mij, voordat ik hierop een antwoord ga geven, even nagaan in welke
mate dat in het afgelopen jaar gebeurd is. Dat is volgens mij de eerste
vraag die beantwoord moet worden. En als het waar is dat dat in
onvoldoende mate gebeurd is, dan moeten we dat rechtzetten. We gaan het
sowieso melden aan mensen als ze erin stonden, maar daar hebben we het
al over gehad. Dan moeten we ook dit recht gaan zetten. Maar eerst wil
ik nagaan in hoeverre dat niet gebeurd is, want het gaat nu heel
snel.
De heer Omtzigt (CDA):
Dit debat was voor ons om dat na te gaan. Kijk, ik snap dat we in het
eerste debat, een paar dagen nadat zoiets stopgezet werd en die GEB
ineens op het bureau kwam te liggen, niet alle informatie hadden. Ik
neem aan dat hier een jaar aan gewerkt is. We hebben een indrukwekkende
lijst met onderzoeksvragen gezien, waarvan er al tien beantwoord
schijnen te zijn. De eerste die de Kamer hier stelt — ik ben overal als
fraudeur aangemerkt, hoe krijg ik het uit de systemen? — lijkt niet
beantwoord te zijn. U kunt zich toch voorstellen dat dat een vraag is
die als eerste bij de hele Kamer opkomt en dat we ons niet kunnen
voorstellen dat de top van de Belastingdienst zich deze vraag niet
gesteld heeft? Heeft de top van de Belastingdienst gedacht: laten we het
UWV eens bellen en zeggen dat ze dat moeten verwijderen? Of: laten we
het RIEC eens bellen om te zeggen "u moet dat verwijderen"? Heeft men
gedacht: laten wij de woningbouwcorporaties eens bellen? Of moeten we
alles zelf vragen als Kamer?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik ga dit na en kom erop terug in tweede termijn of dit niet gebeurd
is.
De heer Snels (GroenLinks):
Mijn vraag ligt een beetje in het verlengde hiervan. Bij de stukken zit
ook een onderzoeksvoorstel om de effecten van FSV te onderzoeken. Dat
onderzoek is in mei vorig jaar aangekondigd. Nu krijgen we een
onderzoeksvoorstel en moet het nog uitgezet worden. Wat mij opvalt in
dat onderzoeksvoorstel, is dat het een steekproefonderzoek is, waarbij
we gaan kijken naar een aantal slachtoffers en kijken hoe het dan
gewerkt heeft. Maar de vragen van de heer Omtzigt had ik eigenlijk ook.
Niet alleen om het stil te zetten maar om te weten waar die informatie
nou gedeeld is. Dan begin je toch op macroniveau te vragen aan al die
overheidsinstanties: hebben jullie van de Belastingdienst informatie
gekregen met het stempeltje FSV? Dat zou toch bij dat onderzoek
betrokken moeten worden? Dan pas kun je in de gaten krijgen … Ik moet de
hele tijd denken aan die hoorzitting vorige week met de Autoriteit
Persoonsgegevens. We weten als overheid niet welke informatie er gedeeld
wordt. Dit lijkt mij een uitgesproken voorbeeld. Dan kun je niet alleen
een steekproefonderzoek doen, dan moet je alle betrokken instanties
bevragen en misschien ook de ouders zelf: door welke instantie wordt u
eigenlijk achtervolgd? Dan pas kun je dieper graven naar waar informatie
van de Belastingdienst allemaal terecht is gekomen.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dit is onderdeel van het onderzoek. Dit is een van de dingen in het
grote onderzoek dat er gaat komen en wat we heel snel gaan doen. Ik heb
er versnelling op gezet, zodat het ook snel gaat gebeuren. Of een
steekproefonderzoek een goede methode is? Ik wil best even kijken of je
daar nog andere dingen bij moet doen. Volgens mij ging de vraag van de
heer Omtzigt een stukje terug, namelijk of er het afgelopen jaar contact
is geweest op het niveau van de instanties. Daar wil ik in tweede
termijn op terugkomen.
Voorzitter, ik ga door.
De voorzitter:
Ja, u vervolgt uw betoog.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Er werd een aantal keren gevraagd, en terecht, hoe je in de toekomst
omgaat met fraudesignalen. We zijn bezig met wat heet de tijdelijke
signalenvoorziening, die beter beschermd is en waarbij alle dingen die
verkeerd zijn gegaan bij de FSV goed zullen moeten gaan. Parallel aan al
het onderzoek dat aan de FSV zit et cetera probeert de Belastingdienst
die nieuwe fraudevoorziening te bouwen. In de brief daarover staan een
aantal kenmerken waaraan die fraudevoorziening moet voldoen.
Door de heer Omtzigt is verder gevraagd naar "al die lijsten". Het
antwoord dat ooit gegeven is over het niet bestaan van zwarte lijsten
was onjuist. Dat kunnen we nu rustig constateren. Het was er niet een,
het waren er meer. Of je al die 211 en ook al die lokale kladblokken
moet gaan zien als zwarte lijsten, is nog weer een vraag, maar het klopt
in ieder geval dat het er veel meer waren.
Daarmee heb ik volgens mij alle vragen over de FSV voor dit moment gehad
en wil ik nu graag doorgaan naar 1043.
De heer Azarkan (DENK):
Ik heb nog een feitelijke vraag. Kan de staatssecretaris uitsluiten dat
informatie vanuit die FSV gedeeld is met het inlichtingenbureau?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Nee, ik denk niet dat ik dat kan uitsluiten. Ik kijk nu ook even naar
achteren … Nee, het lijkt mij dat ik het niet kan uitsluiten.
De voorzitter:
Gaat u verder met het volgende onderwerp.
Staatssecretaris Vijlbrief:
1043 is een code die door de Belastingdienst wordt geplakt op aangiftes
waarin men iets aantreft wat men niet begrijpt of waar men nadere vragen
over heeft. Dan word je, zoals dat zo fijn heet, uitgeworpen. Wat er mis
is gegaan bij dat 1043 is dat mensen achtervolgd zijn door de
Belastingdienst en ze steeds zijn gevraagd aan te tonen dat ze chronisch
ziek zijn of wat dan ook. Dat is gewoon misgegaan. Door de ADR wordt er
onderzoek naar gedaan en zij komen in februari, dus deze maand, met
bevindingen. Dat is al snel. De Kamer weet dat toen 1043 helder werd, ik
dat ook stopgezet heb. Het wordt op dit moment dan ook niet gebruikt.
Kan 1043 theoretisch ook weer tot een compensatievraag leiden? Ja,
theoretisch wel, maar daarvoor heb ik echt dat onderzoek nodig. Ik moet
eerst goed zien wat daar in de praktijk allemaal gebeurd is. Dan kunnen
we ook nader bekijken of er reden is om tot compensatie over te
gaan.
Ten aanzien van 1043 werd ook gevraagd: wanneer raakte je dat nou kwijt?
Nou, daar zit precies het probleem, namelijk dat je dat kwijt zou moeten
raken zodra je had aangetoond dat alles oké was met je aangifte. Doordat
je het niet kwijtraakte, bleef dat aan je plakken. Ik moet er wel bij
zeggen dat ik regelmatig iemand van de Belastingdienst aan de telefoon
krijg die aangeeft dat 1043 eigenlijk wel noodzakelijk is, omdat 1043
natuurlijk het geautomatiseerde systeem is om aan te geven dat er iets
mis kan zijn met een aangifte. Mijn reactie daarop is steeds weer dat ik
1043 pas aan ga zetten wanneer daar voldoende waarborgen omheen zijn
gecreëerd. Dat staat ook zo in de brief.
Dan was er nog een vraag over CAF. Volgens mij was het mevrouw Leijten
die vroeg: u bent gestopt, maar wat betekent dat nou voor de zaken die
er nog liggen? Ook voor de zaken die er nog liggen, hebben we besloten
dat we daar niets meer mee gaan doen. Dat is klaar. Daar doen we niks
meer mee. We zullen nog wel naar die casus kijken om te zien wat daar
verder in zit, maar we gaan dit niet meer gebruiken om mensen verder
lastig te vallen. Dat dus even over CAF.
Mevrouw Leijten (SP):
Het is natuurlijk niet voor het eerst dat we over CAF en ook over CAF
buiten Toeslagen praten. Ook daarover hebben wij gevraagd vaker
gevraagd: wat is de analyse, wat is daar gebeurt; zitten daar zaken bij
die vergelijkbaar zijn met wat we bij Toeslagen hebben gezien? Wanneer
krijgen wij die informatie?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik kom daar in de tweede termijn op terug. Dat moet ik even nagaan.
Zoals ik al heb gezegd, is het in ieder geval stopgezet, ook in oude
gevallen.
Mevrouw Leijten (SP):
Er zijn mij meerdere rechtszaken bekend die nog lopen van mensen die
onder de code 1043 opnieuw alles moesten aanleveren om aan te tonen dat
zij wel recht hadden op de aftrek ziektekosten. Die rechtszaken lopen
gewoon door. Die mensen hebben voor 2016 en 2017 al gewonnen, maar ze
moeten nu voor 2018 toch weer naar de rechtbank, omdat bezwaren
automatisch worden afgewezen. Ik snap dat de staatssecretaris daar nu
geen antwoord op heeft, maar ik zou wel heel graag zien dat dat dan ook
stopt. Die mensen worden voor hun al ingeleverde aanslagen nog steeds
gecontroleerd onder 1043 en soms ook onder 1044.
De voorzitter:
Ik zie de staatssecretaris knikken.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik begrijp het verzoek. Ik zal ernaar kijken. Ik zal kijken wat ik daar
wel en niet kan doen, maar dat zei mevrouw Leijten ook al.
De voorzitter:
Ik zag dat de heer Omtzigt ook nog een interruptie heeft. Dat noopt mij
ertoe om te zeggen dat u zo allemaal wel door de interrupties heen
vliegt. Meneer Omtzigt.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik heb hier de Wob-stukken van afgelopen woensdag. Wob-stuk 68 is een
PIA, een privacy impact assessment. Daar staat gewoon in dat die
FSV-gegevens gedeeld zijn met een lijst dingen waarvan ik even helemaal
niet meer weet hoe lang die is. Daarin staat het RIEC, het UWV … Dat
staat er gewoon allemaal in. De bronnen zijn de RGB, de toeslagen, de
vaste lasten van de giro, de aanslaggegevens van de
vennootschapsbelasting, de WOZ. Dat wordt dan geregistreerd in FSV, de
netwerkmap en de Q-schijven, waar ze ook niet altijd alles kunnen
vinden. U stuurt die stukken dus gewoon naar buiten. Die worden naar
buiten gegooid. Daar staat gewoon in dat het in FSV staat. En
tegelijkertijd gaan wij de informatie nog een keer uitvragen. Ik verzoek
u dus echt om aan te geven waar die FSV nu gedeeld is.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ja, dat zal ik doen. Maar volgens mij is er nu een misverstand tussen de
heer Omtzigt en mij, want het enige wat ik heb gezegd, is dat het niet
structureel is. Dit gaat volgens mij om individuele signalen die zijn
gegeven naar aanleiding van vragen, maar ik zal dat nog een keer heel
precies navragen. Het is ook niet gewenst, maar dat is weer een ander
punt. Ik zal het precies navragen. Ik dacht dat we vrijdag sowieso even
een briefje moesten sturen. Dan kom ik daar nog wel even op terug.
De voorzitter:
Gaat u verder met uw inbreng, staatssecretaris.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik kijk even wat ik nog mis in de antwoorden.
Misschien moet ik nog even iets zeggen over de algoritmes, waar de heer
Azarkan lang over heeft gesproken. Wij zijn bezig om te kijken of we in
ieder geval op die algoritmes bij de Belastingdienst een ethische
commissie — dat woord gebruikte hijzelf — zouden kunnen zetten die zich
buigt over de vormgeving van die algoritmes. Daar wordt ook rijksbreed
naar gekeken, maar ik ben eigenlijk van plan om dat binnen de
Belastingdienst zo snel mogelijk te doen, als dat goed gaat. Dat zou
mijn antwoord zijn op die vraag.
De vraag van de heer Omtzigt is van dezelfde orde; daar heb ik al eerder
antwoord op gegeven. Hij vroeg: hoe kun je nou in je eentje toezicht
houden op die enorme dienst? Ik heb al wat gezegd over het uitbreiden
van het kantoor van de privacy officer en het externe toezicht, dat
daarin toch echt een belangrijke rol moet gaan spelen.
De heer Snels heeft nog een aantal vragen gesteld over wat er uit- en
aangezet is op een gegeven moment. In de zomer hebben we naar aanleiding
van het rapport van KPMG een aantal systemen uitgezet. We hebben gekeken
of het ontbreken van de GEB zodanig zwaar was dat het systeem inderdaad
uit moest. In sommige gevallen was dat zo, in andere gevallen hebben we
die weer kunnen aanzetten. In januari van dit jaar hebben we bij een
aantal systemen hetzelfde gehad. Uit mijn hoofd gezegd waren dat drie
systemen rond de omzetbelasting. Die hebben we wel weer aangezet, omdat
die systemen tamelijk cruciaal zijn om überhaupt omzetbelasting binnen
te kunnen krijgen, maar we hebben wel eerst uitgezocht of het ontbreken
van de juiste GEB zodanig ernstig was dat ze uit moesten blijven. Dat is
eigenlijk steeds de lijn. De lijn is steeds: we zetten het uit, we
kijken hoe het ermee staat en hoe ernstig het is, en als het nodig is,
grijpen we in en laten we het uit; als het niet nodig is, zetten we het
weer aan en gaan we tegelijkertijd proberen die systemen AVG-proof te
maken. Ik zeg er wel eerlijk bij dat dit een soort sisyfuswerk is —
moeilijk woord — in die zin dat dit jaren gewoon niet goed gegaan is en
dat er niet voldoende onderhoud aan gedaan is. Dan krijg je dit soort
ellendige dingen. Dat is een antwoord op die vraag.
Ik ben er bijna, voordat ik het woord overdraag. Ik kan me herinneren
dat de heer Nijboer nog vroeg naar de beruchte Broedkamer of de beroemde
Broedkamer; ik weet eigenlijk niet hoe ik het moet noemen. Die afdeling
bestaat sinds eind 2016 niet meer. In het debat over de Belastingdienst
eind vorig jaar — dat kan ik me nog heel goed herinneren — zei hij: ja,
maar een deel van die Broedkamer is overgegaan in iets anders en is
gereïncarneerd in Data & Analytics. In oktober 2019 is door de AP
geconstateerd dat de tekortkomingen die de Broedkamer had, er niet
langer waren, dus dat zou op zich in orde moeten zijn nu.
De heer Snels vroeg nog naar de hardheden in het stelsel. Binnen de
Belastingdienst zijn we op dit moment een inventarisatie aan het
uitvoeren waarbij ook medewerkers wordt gevraagd — dat is ook een aantal
keren in de debatten gezegd: betrek de medewerkers daar nou bij — naar
de mogelijke hardheid in het stelsel. Volgens mij wordt daar ook
interdepartementaal naar gekeken. We verwachten dit af te ronden in de
zomer van 2021, dus van dit jaar.
De heer Omtzigt vroeg specifiek naar het aantal casussen in project
1043. Ik zou hem willen vragen of hij de gegevens aan mij door zou
kunnen geven, zodat ik daarnaar kan kijken, zoals ik dat altijd doe. Het
gaat dan specifiek om die 1043-mensen met hoge zorgkosten, die hij in
eerste termijn noemde.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik wil een feitelijke opmerking maken. Het zijn gewoon de data die ik
uit de brief van de staatssecretaris zelf gehaald heb.
De voorzitter:
Zullen we daar zo op terugkomen? Er zijn nog een paar anderen die ook
nog wat willen vragen, dus misschien kan de staatssecretaris eerst even
zijn blokje afmaken.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dit is het eigenlijk. Ik ben klaar.
De voorzitter:
De staatssecretaris heeft zijn blokjes af. Eerst meneer Snels.
De heer Snels (GroenLinks):
Ik had nog een vraag over de algoritmen. De FSV staat vandaag in het
brandpunt van dit debat: de lijsten, de data, wat staat er allemaal in?
De vragen over de risicomodellen en de algoritmen volgen daaruit. Ik
snap dat het kabinet nadenkt over ethische commissies en een raamwerk om
het in de toekomst beter te doen, maar kan de staatssecretaris
uitsluiten dat er nu nog algoritmen zijn die een discriminerende werking
hebben en die nog steeds gebruikt worden in het fraudebeleid? Dat is
eigenlijk mijn vraag. Daaruit volgt de vraag of die zo snel mogelijk
worden uitgezet.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik moet daar even over nadenken. Naar aanleiding van de FSV hebben we
het KPMG-onderzoek gehad, waarbij we een aantal systemen zijn gaan
uitzetten. Dat ging vooral over privacy. Vervolgens is er een breder
onderzoek gedaan en daar kwamen die tweehonderdzoveel lijstjes uit. Dat
is de privacykant. Aan de kant van algoritmen durf ik eigenlijk nu geen
antwoord te geven. Het zou zeer onvoorzichtig zijn als ik het nu zou
uitsluiten, want ik weet het gewoon niet. De vervolgvraag is dan
natuurlijk: als u het niet kunt uitsluiten, wat gaat u er dan aan doen?
Geef mij even de kans om dat na te vragen. Dan kom ik er straks op
terug. Het is een goeie vraag.
De voorzitter:
Er worden over het algemeen louter goeie vragen gesteld.
De heer Nijboer (PvdA):
De staatssecretaris zegt dat het nu wel goed gaat met die
persoonsgegevens en die analyses. Dat hoop ik dan maar. Mijn vraag was
gericht op het verleden. In hoeverre speelde die Broedkamer een rol in
al deze overtredingen en uiteindelijk de ellende waarin mensen zijn
beland? Dat was mijn vraag, die nog niet zo makkelijk te beantwoorden
is. Dat geef ik de staatssecretaris onmiddellijk toe. Pas als je echt
begrijpt hoe het is gegaan, doe je recht aan het leed dat mensen is
aangedaan. Dat geldt voor discriminatie, maar het geldt ook voor deze
whizzkids die een beetje aan de gang zijn gegaan met die gegevens. Daar
wil ik wel het naadje van de kous van weten. Ik snap best dat het niet
in deze vergadering kan, maar ik wil het wel graag weten.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik zal de vraag meenemen. Ik begrijp de vraag. Er is een datalek en
gedoe geweest, zoals de heer Nijboer ook weet. Ik zat toen in een andere
rol op het departement, dus ik kan me dit herinneren, maar dit weet ik
niet. Ik moet het vragen. Het moet meegenomen worden in het
onderzoek.
De heer Nijboer (PvdA):
En dat gaat ook gebeuren, zo vraag ik de staatssecretaris. Wordt dit
uitgezocht?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Jazeker. Als het nu nog niet in het onderzoek zit, ga ik het eraan
toevoegen.
Mevrouw Lodders (VVD):
Ik heb nog twee onbeantwoorde vragen waarvan ik ervan uitga dat deze
staatssecretaris erop ingaat. Ten eerste mijn vraag over de ICT. Is die
ook echt een probleem? Dat is dus een wat groter punt. Ten tweede het
gebruik van de algoritmen. Ik heb gevraagd om vooral de samenhang te
bewaken tussen de verschillende ministeries. Ik heb het idee dat ik daar
eigenlijk geen echt antwoord op heb gehad. Ik heb wel gehoord welke
stappen de staatssecretaris gaat zetten, maar hoe wordt die samenhang
geborgd?
Staatssecretaris Vijlbrief:
En dan komt daarbij in hoeverre de cultuur daarin een rol speelt.
Mevrouw Lodders (VVD):
Ook dat, maar ik dacht dat dat misschien bij de andere staatssecretaris
ligt.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Wat die samenhang betreft denk ik dat mevrouw Van Huffelen dat beter
weet dan ik. Zij was bij het debat. Ik meen dat er rond de algoritmes de
afspraak is gemaakt dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties daar een algehele actie op zet. Ik kijk even naar
mijn buurvrouw of dat zo is. Ik neem aan dat daarin die samenhang wordt
meegenomen. Is dat niet wat mevrouw Lodders bedoelt?
Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter, ik zie dit dan maar niet als interruptie. Die samenhang
…
De voorzitter:
Nee, het was uitlokking van de staatssecretaris.
Mevrouw Lodders (VVD):
Exact, het was uitlokking van de staatssecretaris. En daarvoor ging het
gewoon over niet-beantwoorde vragen. Ik refereerde aan de brief van de
staatssecretaris van Binnenlandse Zaken over algoritmen. In mijn eerste
termijn heb ik gezegd: daar moeten we eigenlijk een apart debat over
voeren. Mijn belangrijkste zorgpunt is: hoe gaan we die samenhang
bewaken? Dat wordt volgens mij niet gedaan, omdat ik de staatssecretaris
net in de richting van de heer Snels hoorde zeggen: ik ga een onderzoek
doen naar … Dat is dan weer een onderzoek specifiek gericht op Financiën
en ik vind dat de samenhang bewaakt moet worden. Hoe wordt de samenhang
bewaakt? Het mag in overleg met de collega beantwoord worden, maar ik
wil wel gemarkeerd hebben dat dit mijn vraag en mijn zorg is.
Staatssecretaris Vijlbrief:
We zullen even kijken wanneer die vraag beantwoord wordt: ofwel in
tweede termijn ofwel op een andere manier. Daar zullen we even naar
kijken. Ik denk dat ik daarover ook even contact met BZK moet
hebben.
Voorzitter. Als u het goedvindt, pak ik die andere twee vragen nog even
op. Die gaan over ICT en over de cultuur. Eerst maar de ICT. Mevrouw
Lodders en ik hebben het begin december in het debat over de
Belastingdienst daar al heel uitgebreid over gehad. De situatie rond ICT
is bij de Belastingdienst aan het verbeteren, maar er is nog steeds
sprake van een ICT-achterstand. Er is een technische achterstand, zoals
dat genoemd wordt. Die technische achterstand drukt bij nieuwe dingen
eigenlijk steeds weer op de Belastingdienst. We hebben het daar al
uitgebreid over gehad in het kader van het Belastingplan et cetera.
Volgens mij is de oplossing hiervoor de volgende. Men moet door met het
vernieuwen van het ICT-systeem, dat voor een deel met plakband aan
elkaar zit, zoals de Belastingdienst zelf zegt. Voorts heb ik ook
destijds in dat debat gezegd: wanneer het om specifieke zaken gaat die
veel ICT-capaciteit kosten, is het verstandig om die dan maar buiten de
deur te doen. De CO2-heffing in de industrie is hier een
voorbeeld van. Die wordt door de NEa gedaan, en niet door de
Belastingdienst. En met betrekking tot box 3 heb ik al eerder tegen
mevrouw Lodders gezegd: het zou best kunnen dat we dat op de een of
andere manier in een systeem buiten de deur moeten onderbrengen of dat
we in ieder geval een systeem moeten huren.
Er lopen forse programma's op het gebied van de cultuur. Mevrouw Van
Huffelen en ik hebben in het afgelopen jaar geprobeerd om ons daar
tussen alle bedrijven door mee bezig te houden. Dat doen we samen met de
Belastingdienst. Ik constateer even hoe het was toen wij aantraden. Toen
was er bij de Belastingdienst niet een cultuur van automatisch openheid
van zaken geven. Daar heb ik erg over geklaagd in het debat van 4 maart,
met de trommel op de tafel. Ik meen te kunnen constateren dat daar een
verbetering in zit, dat de Belastingdienst daar wel leert. Maar dat gaat
langzaam. Het is ook een hele grote organisatie. Daarbij is volgens mij
de politieke leiding heel belangrijk. Het is heel belangrijk dat wij
continu tegen de Belastingdienst blijven zeggen: het doet er niet toe of
het goed of slecht nieuws is, maar wij melden dit wel; wij melden het in
de volle omvang. Dat is voor de cultuur in de Belastingdienst extreem
belangrijk.
Is dat helemaal gelukt? Nee, dat is niet helemaal gelukt. Daar zijn ook
proeven van onbekwaamheid van, zeg maar van de afgelopen tijd. Maar ik
verbeeld mij wel dat men toch in veel rangen binnen de Belastingdienst
heeft begrepen dat het niet leveren van informatie gewoon niet bijdraagt
aan wat dan ook. Ik geloof echt dat het beter is geworden. Er zitten
veel meer aspecten aan die cultuur, zoals training op belangrijke
aspecten. Daar staat ook iets over in de brief. Er zit daar dus wel
vooruitgang in. Maar dit is een grote organisatie met 30.000 mensen. Ik
zeg er ook nog een keer bij tegen mevrouw Lodders: de leiding van die
organisatie is inmiddels in handen van drie dg's. Dat zijn drie in hun
rol in ieder geval nieuwe dg's. Ik heb het meeste te maken met de dg
Belastingdienst. De dg Belastingdienst komt van buiten de overheid. De
dg Belastingdienst is ook geschrokken van wat hij aantrof in de
Belastingdienst, maar de man is wel al ruim een halfjaar dag en nacht
bezig om te proberen juist dit te verbeteren. Dan gaat het om de
informatievoorziening, de openheid, et cetera et cetera.
Dat wilde ik daar nog over kwijt, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van Weyenberg.
De heer Van Weyenberg (D66):
Ik heb nog een heel aantal onbeantwoorde vragen. Ik hoop dat het wel
mogelijk is om die te beantwoorden. Sommige daarvan zijn misschien voor
de andere staatssecretaris, maar laat ik er dan toch maar even twee of
drie noemen. Ik heb een vraag gesteld over dat hele overzicht van
uitsluitlijsten, toezichtlijsten, kliksignalen, fraude-indicatoren, et
cetera et cetera. Is er nu inmiddels een uitputtend overzicht van alle
fraudeopsporingsmodellen?
Een werkinstructie wordt sinds maart niet meer gebruikt, maar er moeten
toch dingen worden uitgezocht. Wat zegt dat eigenlijk over het gebruik
van werkinstructies in een organisatie? Als de werkinstructie niet wordt
uitgevoerd, vind ik dat namelijk ook wel iets. Dan gaat er ook iets
mis.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik pak eerst het laatste punt. Mijn vrees is dat de werkinstructie wel
is uitgevoerd. Dat betekent dat er gedaan is wat in die werkinstructie
staat. Dat is ook precies de reden waarom wij in het begin een stevig
debat hadden over de vraag: hoe ga je daar dan mee om? Dan gaat het om
die schuldsanering. Dus ik denk dat die wel gewoon gebruikt is. Wat
betreft die lijsten denken we dat we inmiddels een redelijk uitputtend
overzicht hebben van alles wat er bijgehouden wordt in de dienst. Dat
zijn die 211 lijsten die de heer Omtzigt eerder noemde. Kan ik
garanderen dat het er geen 214 zijn? Nee. Maar kan ik garanderen dat we
hiermee het grootste deel nu toch wel in het vizier hebben, het
overgrote deel? Het antwoord op die vraag zou moeten zijn: ja, want we
zijn al bijna een jaar bezig om dit allemaal boven tafel te trekken.
Maar dat varieert, zeg ik tegen de heer Van Weyenberg. Dat varieert van
lijsten die groot zijn, FSV, tot kleine lijsten op lokaal niveau. En dan
nog blijkt dat er een kopie is gemaakt van het BVR, waar zoals u weet —
dat hebben we gemeld in de brief — de nationaliteit nog in zat.
De heer Van Weyenberg (D66):
Ja. Als je hoort dat dingen niet meer worden gebruikt, denkt niemand van
ons dat er nog kopieën zijn die nog wel worden gebruikt. Dat dit soort
dingen naar boven komen … Het is nodig dat de stal schoon wordt gemaakt.
Je schrikt er wel van.
Over die werkinstructie. Nog steeds is niet duidelijk of die leidend is
geweest. Het blijft heel onduidelijk. Je gebruikt de instructie of je
gebruikt haar niet. Is het alleen een zoektocht naar aantallen of is het
ook een zoektocht naar gebruik?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Beide, ook naar gebruik.
De heer Van Weyenberg (D66):
Dan kom ik weer terug bij mijn eerste vraag. Dan misschien maar mijn
laatste vraag. Er is ook overleg over hoe je fraudeaanpak in de toekomst
wilt doen. De heer Omtzigt zei er in zijn eerste termijn al iets over.
Sommige dingen moet je blijven doen. Er is nu overleg, ook met de sg van
het ministerie, met de opdrachtgevende departementen. Het hoeft niet
stante pede, maar ik zou wel een antwoord willen krijgen op de vraag hoe
een nieuwe, goed geborgde fraudeaanpak wordt gemaakt. Kan die ook met de
Kamer worden gedeeld, zodat wij dit als Kamer kunnen meemaken? Wij
willen niet meekijken bij toezichtsvertrouwelijke dingen, maar ik wil
wel weten, net zoals ik dat zie bij sommige andere uitvoerders, wat de
grote dingen zijn en hoe de fraudeaanpak wordt gedaan. Dan hebben we er
zicht op of in de nieuwe fraudeaanpak binnen de lijntjes wordt
gekleurd.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dit staat abstract beschreven in de brief. Laat ik de heer Van Weyenberg
toezeggen — ik weet niet op welke termijn, dat moet ik in de tweede
termijn zeggen — dat wij op een zeker termijn naar u toe komen met het
idee wat daarover bestaat. Daar wordt door de Belastingdienst aan
gewerkt. Ik zal het graag delen met de Kamer; ik weet alleen niet op
welke termijn. Binnen een maand, hoor ik achter me zeggen.
De voorzitter:
Dat hoorde ik ook. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Huffelen voor
haar deel van deze eerste termijn.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een drietal onderwerpen: in ieder geval
het thema discriminatie waar we het net over hadden, iets meer over
informatievoorziening en vragen vanuit de parlementaire ondervraging, en
ten slotte de hersteloperatie.
Ik begin met het thema discriminatie. U heeft het gezegd en we hebben
het vaker gezegd: de overheid mag absoluut niet discrimineren. De AP
heeft in het onderzoek dat in juli vorig jaar is gepresenteerd, laten
zien dat we dat wel gedaan hebben en dat we mensen zonder Nederlandse
nationaliteit of met een dubbele nationaliteit vaker hebben
gecontroleerd. Dat kan niet en dat mag niet. Dat moet natuurlijk
helemaal niet gebeuren bij een overheidsorganisatie en dus ook niet bij
de Belastingdienst. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat gelijke
gevallen ook gelijk behandeld worden. Het is om die reden voor ons
belangrijk dat we echt alles op alles zetten om discriminatie uit te
bannen. Tegelijkertijd is het pijnlijk om te zien dat we toch weer
dingen vonden: vorige maand die reservekopie van het BVR waarin dubbele
nationaliteiten waren geregistreerd. Inderdaad is er veel onderzoek
gedaan naar welke lijsten waarin zaten, en deze is in het eerste
onderzoek niet naar boven gekomen. De lijst is wel boven water gekomen
in verder onderzoek dat we naar nationaliteit hebben gedaan. Ik hoop
vooral dat we niet te veel blijven vinden. Alles wat we vinden, laten we
steeds onmiddellijk aan u zien. We laten zien wat er gevonden is en
onderzoeken ook wat de gevolgen daarvan zijn.
Bij het thema toeslagen kan het BVR gevolgen hebben gehad, maar dat
lijkt beperkt te zijn. Op dit moment hebben we namelijk een driedubbel
slot op de deur. Onze eigen systemen bij Toeslagen hebben we allemaal
geschoond qua dubbele nationaliteit. Dat is uiteindelijk vorig jaar
zomer afgerond. De kans dat de dubbele nationaliteit via andere
dienstonderdelen weer bij ons binnenkomt, is heel beperkt. Dat is
eigenlijk het tweede slot op de deur. Alleen wanneer iemand niet
geregistreerd is bij Toeslagen en er toch vragen zijn, gaan wij terug
naar andere systemen. Als er in die andere systemen informatie zit die
hier niet in zou moeten staan, zou die alsnog overgenomen kunnen worden.
Iedere vier weken schonen wij onze eigen systemen om te zorgen dat
informatie die daar niet in thuishoort, ook echt wordt verwijderd. Dat
is heel erg belangrijk, denk ik. Ik ga zo meteen nog even in op het
thema discriminatie bij de Douane, maar we zijn ervan doordrongen dat
discriminatie niet alleen maar zit in de technische maatregelen, dus
zorgen dat het niet meer in de systemen staat, niet meer geregistreerd
wordt en niet meer gebruikt wordt in risicomodellen enzovoorts,
enzovoorts, enzovoorts, maar dat het natuurlijk ook gaat over de cultuur
van de organisatie, de manier waarop er met en over mensen wordt
gesproken. Daar zei de heer Azarkan ook al iets over. Dat is voor ons
ook een heel belangrijk punt. We hebben in de brief ook aangegeven wat
we doen om te zorgen dat we in de organisatie veel en ruim spreken over
dat thema, hoe je om moet gaan met vooroordelen of met informatie. Daar
besteden we veel aandacht aan.
Ik wilde nog specifiek ingaan op het thema nationaliteit bij de Douane.
Die kopie van dat BVR is naar boven gekomen omdat er binnen de Douane
intern onderzoek is gedaan naar de wettelijke grondslagen die er zijn
voor nationaliteit en het gebruik daarvan. We hebben al eerder
aangegeven dat we nationaliteit alleen maar willen gebruiken als daar
ook een wettelijke basis voor is. Onze voorganger Menno Snel heeft dat
ook aangegeven. Uit dat onderzoek bij de Douane bleek in oktober vorig
jaar dat er drie applicaties waren waarin de tweede nationaliteit nog
werd getoond. Dat gegeven kwam dan uit dat kopie-BVR-systeem. Toen dat
werd ontdekt, is er gestart met een traject om het tonen daarvan te
beëindigen. Dat is inmiddels afgerond, maar wat daar niet goed is
gegaan, is dat het niet onmiddellijk aan mij is gemeld en dat ik het dus
ook niet onmiddellijk aan u heb kunnen melden. Maar dit systeem wordt
niet meer gebruikt, de data zijn eruit verdwenen en niet alleen u, maar
ook de Autoriteit Persoonsgegevens is hierover geïnformeerd. We zijn aan
het doorzoeken en blijven doorzoeken; dat zei ik al. Daaruit bleek dat
er vorige week nog een database was vastgeknoopt aan een van die drie
applicaties, een lokale kopie. Die applicatie is afgelopen donderdag, 28
januari, in z'n geheel uitgezet. Die bestanden worden dan ook geschoond.
Ook dat wordt zo snel mogelijk gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens
om te zorgen dat ook hiermee verder niks meer mis kan gaan. Het ging in
dit geval van vorige week dus niet meer over het BVR-systeem, dat ook op
andere plekken effecten zou kunnen hebben gehad; het ging over een
speciale lokale applicatie van de Douane.
Wat hier aan de orde is, is dus het volgende. Zodra we iets merken,
zodra we iets zien, gaan we het onmiddellijk aan u melden. Dat blijft
ongelofelijk belangrijk en daar moeten we ook intern steeds weer de
focus op hebben. U vroeg ook: weet u nou of alles al boven water is?
Daar ga ik zo meteen ook iets over zeggen. Dat weten we dus niet. We
weten dat we heel veel werk hebben gedaan, maar er worden ook nog steeds
dingen gevonden, bijvoorbeeld in die reservekopieën of in een database
die daar dan weer aan hangt. Zodra we merken dat dat aan de orde is,
gaan we daarmee aan het werk. Dat zullen we in alle gevallen melden,
niet alleen aan u, maar zeker ook aan de Autoriteit
Persoonsgegevens.
Mevrouw Leijten (SP):
Het is mij opgevallen dat een dag voor het debat met deze
staatssecretaris, de minister-president en de minister van Financiën
over het aftreden van het kabinet en het rapport van de parlementaire
ondervragingscommissie, de melding aan de Autoriteit Persoonsgegevens is
gedaan. Kunt u ervoor zorgen dat dat dan onverwijld ook naar de Kamer
komt en dat daar niet nog een week tussen zit? Want dat valt mij gewoon
op. Je ziet het en je meldt het. Dat is het juiste. Maar meld het ons
direct! Er zitten nu tien dagen tussen, maar met welk doel? En het had
natuurlijk in het debat betrokken kunnen worden, snapt u?
Staatssecretaris Van Huffelen:
Ik ben het helemaal eens met mevrouw Leijten. De volgende keer zullen
wij als het boven water komt ook onmiddellijk een briefje naar de Kamer
sturen met die informatie erin, en uiteraard ook naar de AP, want dat is
ook niet onbelangrijk.
Ik ga even door met de vragen die gesteld zijn op het gebied van
nationaliteit en discriminatie. De eerste vraag was van mevrouw Leijten.
Zij zei: hoe kan het nou dat er bij iemand als eerste nationaliteit, of
beter gezegd als nationaliteit — want we hebben geen tweede
nationaliteit meer — een buitenlandse nationaliteit staat, terwijl
iemand Nederlander is? Ik kan daar, eerlijk gezegd, niet iets over
zeggen, want dat is informatie die wij overnemen van de gemeente. Maar
dat is natuurlijk niet oké. En bij die individuele casus: als u mij laat
weten over wie het gaat, dan ga ik heel snel met de betrokken gemeente
hierover in gesprek, want dan kunnen we zorgen dat er een goede
nationaliteit wordt geregistreerd. Want laten we daar helder over zijn:
de registratie van nationaliteiten gebeurt in het systeem van de
gemeente, en wij nemen de data van de gemeente ook weer over. Maar laat
u mij dat vooral weten, want dat is absoluut niet de bedoeling.
Ik wil nog iets zeggen over een onderwerp dat de heer Azarkan aangaf.
Hij zei dat in het AP-rapport ook werd aangegeven dat wij geselecteerd
hebben op geboorteplaatsen, namen of achternamen. Dat klopt niet. De AP
constateert dat wij niet op een goede manier, onrechtmatig, gebruik
hebben gemaakt van nationaliteit. Dat had niet gemogen; dat is
discriminatoir. Maar het is niet zo dat wij ook geselecteerd hebben op
geboorteplaats, naam of iets anders. De AP heeft juist aangegeven dat
dat niet is gebeurd, en daarom noemen zij ook niet dat er sprake is van
etnisch profileren. En ik snap wel dat het voor heel veel mensen wat
arbitrair is welke term je gebruikt, maar dat is wat de Autoriteit
Persoonsgegevens daarin aangeeft.
Er werd nog een vraag gesteld over …
De voorzitter:
Voor u verdergaat, mevrouw Van Huffelen, heeft de heer Azarkan daar toch
nog een vraag over.
De heer Azarkan (DENK):
Ik denk dat het goed is dat de staatssecretaris helder aangeeft hoe dat
dan opgenomen was. Dus daar werd niet op geselecteerd. Maar kan de
staatssecretaris ook uitsluiten dat dat wel bijvoorbeeld in dat
vrije-invoerveld werd bijgehouden? Ik zie haar nee schudden. Als ik het
goed begrijp, werd er niet de geboorteplek bijgehouden of de achternaam?
Nou, die laatste werd weer wel bijgehouden, maar ze dienden niet als
selectiemiddel?
Staatssecretaris Van Huffelen:
In het onderzoek van de AP is dat niet naar voren gekomen. Wat wij zelf
hebben gezien en ook al eerder hebben gewisseld, in het debat dat wij
onlangs hadden rondom de parlementaire ondervragingscommissie, is dat
wij hebben geconstateerd dat discriminatoire of onwenselijke opmerkingen
in dossiers van mensen zijn terechtgekomen. En het zou heel goed kunnen
dat dat ook gebeurd is in termen van vrije velden, en dat gaan we ook
verder onderzoeken. In het kader van het FSV-onderzoek dat KPMG heeft
gedaan, is ook gekeken waar bijvoorbeeld nationaliteit is genoemd. Maar
als dat aan de orde is, dan gaan wij ermee aan de slag om te zorgen dat
dat ook wordt gemeld aan de persoon over wie het gaat, en zullen we er
ook voor zorgen dat er adequaat wordt gehandeld. Maar volgens dat
onderzoek dat gaat over de systemen en de selectiemethoden enzovoort dat
door de AP is gedaan, is niet op achternaam of geboorteplaats
geselecteerd, maar wel op nationaliteit en op tweede
nationaliteit.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Ik ga even door. Het BVR-systeem, daar heb ik volgens mij al meer over
gezegd in mijn inleiding. Het is dus een systeem voor Beheer van
Relaties, waar die tweede nationaliteit in een kopie van dat systeem is
ontdekt, via die route — zoals ik net vertelde — van het onderzoek dat
is gedaan bij de Douane. Daar had dat schoonwerk dus eerder moeten
worden gedaan. Het is ongelooflijk naar dat dat nu naar boven is
gekomen, maar inmiddels is daar dus actie op ondernomen.
Dan is er de vraag van GroenLinks over wat dat voor effect zou kunnen
hebben gehad op de Douane. Het is geregistreerd daar, er was ook inzage
in het systeem, er was ook de mogelijkheid voor medewerkers van de
Douane om dat te zien. Het lijkt niet gebruikt te zijn voor welke soort
van besluitvorming dan ook, maar dat gaan we verder uitzoeken. We gaan
daar dus naar kijken. Het is helder dat deze informatie niet in die
systemen van de Douane had mogen komen. En het is er dus in gekomen via
die kopie van BVR, die gebruikt is.
Ik ga dan naar de vraag van de SP, die eigenlijk doorgaat — zoals ik hem
tenminste heb begrepen — op een motie die is aangenomen door uw Kamer,
namelijk: wat kunt u eraan doen om te zorgen dat van mensen die op een
of andere manier in het verleden geselecteerd zijn door de
Belastingdienst op basis van het hebben van een tweede nationaliteit of
een niet-Nederlandse nationaliteit, wordt uitgezocht of je hen daar meer
actief op kunt attenderen, of kun je actief uitzoeken wat daar gebeurd
is? Toen we daarover een debat hadden, vroeg de heer Kwint, de collega
van mevrouw Leijten, of we die oude systemen nog hebben waar die dubbele
nationaliteit in staat. Dan zou je in staat zijn op basis daarvan te
zien wie een dubbele nationaliteit heeft. Die hadden we niet meer, want
we hadden al die tweede nationaliteiten geschoond. We hebben wel
aangegeven dat we aan het werk gaan om te zorgen dat we er iets mee
kunnen als we enigszins kunnen achterhalen of mensen geselecteerd zijn
op basis van tweede nationaliteit of niet-Nederlandse nationaliteit. Dat
is ongelofelijk ingewikkeld. Om de vraag voor te zijn om die
reservekopie die we in de kluis hebben gestopt, te gaan gebruiken: ik
wil daar wel naar kijken, maar ik vind het heel ingewikkeld om die toch
weer op een of andere manier te gebruiken. Maar goed, wij gaan daarnaar
kijken. Dat doen wij dan in het kader van een reactie op de motie die
daarover is aangenomen.
Er is ook gevraagd om hoeveel mensen het gaat. Dat kan ik niet helemaal
overzien. We weten wel hoeveel mensen met een dubbele nationaliteit in
onze systemen stonden, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat die
mensen allemaal op de een of andere manier gedupeerd zijn. We komen daar
schriftelijk op terug.
Dan de vraag van de PVV of we niet dubbele nationaliteit of
nationaliteit zouden willen registreren, waarover u onderling van alles
heeft gewisseld. Volgens mij is de AP daar heel helder over. Wij kunnen
alleen maar nationaliteit registreren wanneer daar een wettelijke basis
voor is. Dat kunnen we overigens ook alleen maar wanneer wij de
informatie daarvoor krijgen. Die krijgen we van gemeenten en die geven
geen dubbele nationaliteiten meer door sinds 2015. Wij willen deze
informatie dus ook alleen maar gebruiken, nogmaals, als daar een
wettelijke basis voor is, bijvoorbeeld bij het werk wat mijn collega
doet op het gebied van erf- en schenkbelasting. Dan is de nationaliteit
die je hebt, relevant om in aanmerking te komen voor bepaalde
belastingvrijstellingen of anderszins.
Dan de vraag van mevrouw Lodders over de staatscommissie. In de
kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire
ondervragingscommissie hebben wij inderdaad aangegeven dat wij dat gaan
doen. De minister van BZK is daarmee aan het werk, om te zorgen dat er
een nationaal coördinator komt. Deze maand wordt de verkenning afgerond,
heb ik als informatie meegekregen. Ik begrijp dat er ook door de Eerste
Kamer wordt gewerkt aan een onderzoek naar discriminatie, om daar
periodiek invulling aan te geven, maar deze maand komt er dus meer
informatie over wat de staatscommissie gaat doen. Op eigen titel zeg ik
erbij dat ik er enorm aan hecht dat we dat gezamenlijk goed doen. Net
als bij dat andere thema dat u noemde, is het ook hier van belang dat we
dat met elkaar gaan oppakken. Niet voor niets hebben we in de
kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire
ondervragingscommissie ook gezegd dat we er zeker van willen zijn of dit
fenomeen zich alleen heeft voorgedaan bij de Belastingdienst. Het kan
wellicht ook bij andere uitvoeringsorganisaties een rol hebben
gespeeld.
De voorzitter:
Er is een interruptie van meneer De Jong.
De heer De Jong (PVV):
De staatssecretaris is niet bereid om nationaliteit te registreren voor
bijvoorbeeld fraudebestrijding. Daarover heb ik twee vragen. Eén: hoe
gaat u dan in hemelsnaam een volgende Bulgarenfraude herkennen? Ik zie
in de beantwoording van de feitelijke vragen over het rapport dat het
opvragen van nationaliteit bij onderzoek naar georganiseerd misbruik en
oneigenlijk gebruik van toeslagen niet meer mogelijk is. Dat is toch wel
heel erg. Hoe gaat u het bijvoorbeeld oplossen als er binnen een
bepaalde nationaliteit overmatig veel slachtoffers zijn? We weten ook
dat er bijvoorbeeld gastouderbureaus zijn geweest die juist gebruik
hebben gemaakt van een bepaalde groep mensen, die via die mensen fraude
hebben proberen te plegen. Hoe gaat u dat dan oplossen? Ik kan me zomaar
voorstellen dat het ook heel goed zou zijn als we de slachtoffers
gericht zouden kunnen vinden. Hoe kijkt u daar tegenaan?
Staatssecretaris Van Huffelen:
Het thema fraudebestrijding blijft ongelofelijk belangrijk, daar heeft
mijn collega Vijlbrief ook iets over gezegd. Dan gaat het niet alleen
over de ouders bij de kinderopvangtoeslag, maar ook over bureaus en daar
zullen we ook werk moeten doen. Dan gaan we uit van het thema wat er
fout is gegaan, welke fraude is er gepleegd. Dat kunnen we natuurlijk
blijven onderzoeken en dat zullen we ook blijven doen. We hebben niet in
de laatste plaats binnen de Belastingdienst de FIOD, een organisatie die
zich ook richt op het vinden en onderzoeken van fraude. Daar is
nationaliteit geen noodzakelijk gegeven voor. Sterker nog, we hebben in
eerdere debatten die we hebben gehad over het thema risicomodellen,
gemerkt dat nationaliteit helemaal niet op een of andere manier
dienstbaar was voor het doen van onderzoek. Dus wij gaan dat niet meer
doen omdat er geen wettelijke basis voor is, omdat we ook niet zien dat
we er enig nut van hebben en ook omdat het niet mag.
De voorzitter:
Meneer De Jong heeft er toch een vervolgvraag op.
De heer De Jong (PVV):
Geen enkel nut, dat is toch wel apart. Kijk we kunnen van mening
verschillen. De staatssecretaris wil het niet. Zij wil gewoon geen
nationaliteit registreren. Dat kan, maar zeggen dat het geen enkel nut
heeft … Op het moment dat we objectief hebben vastgesteld dat er binnen
een bepaalde groep overmatig veel fraude wordt gepleegd, wat is er dan
mis mee om dan ook te kijken naar wat daar aan de hand is? Dan kan het
helpen om als een van de indicatoren de nationaliteit daarvoor te
gebruiken. Wat zou er mis mee zijn om dat te gebruiken bij
fraudebestrijding? Een ander onderdeel ervan is dat er slachtoffers zijn
van fraude. Er zijn mensen die gebruikt zijn, waar de fraude mee is
gepleegd. Waarom zou je de nationaliteit er dan niet bij kunnen
gebruiken om juist ook die mensen te helpen? Leg mij dat eens uit,
alstublieft.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Ik weet niet waar ik zou moeten beginnen, maar ik begin er dan maar mee
dat we in Nederland artikel 1 van de Grondwet hebben, wat betekent dat
we gelijke gevallen gelijk moeten behandelen. Een van de thema's die
juist zo pregnant aan de orde is en waar we dit debat in vele vormen al
eerder over hebben gevoerd, gaat erover dat we niet een criterium of een
specificatie van mensen mogen gebruiken als die niet een wettelijke
basis kent. Wij gebruiken nationaliteit wanneer we dat nodig hebben
omdat een regeling in de belastingen bijvoorbeeld wel geldt voor mensen
die Europeaan zijn en niet voor mensen die niet-Europeaan zijn. Dat is
in het geval van de toeslagen niet nodig. Wij registreren dus alleen
maar wanneer er een wettelijke basis voor is en we gaan niet onderzoeken
op basis van nationaliteit omdat dat helemaal geen factor is die van
belang is. Het is niet zo dat als er twee Duitsers gefraudeerd hebben,
we daarmee alle Duitsers moeten gaan onderzoeken, en ook niet als het er
100 zijn enzovoorts, enzovoorts. Dat doen we niet omdat er geen basis
voor is en omdat het ook niet past bij de manier waarop in ieder geval
deze regering haar werk wil doen. Er is ook geen basis voor in de
Grondwet om dat te doen.
De voorzitter:
In volgende instantie, meneer De Jong.
De heer De Jong (PVV):
Het heeft ook helemaal niets met artikel 1 te maken. En dan zeggen: als
er twee Duitsers zijn die fraude plegen. Heeft de staatssecretaris mijn
inbreng gehoord? Heeft zij gehoord dat ik het bijvoorbeeld heb gehad
over de georganiseerde misdaad? We mogen er toch van uitgaan dat de
staatssecretaris die gaat over de Belastingdienst, het belastinggeld
goed uitgegeven wil zien worden? We zouden toch ook willen dat
belastinggeld niet terechtkomt bij fraudeurs? Kijkend naar de
Bulgarenfraude was er een kenmerk, namelijk Bulgaar. En niet alle
Bulgaren zijn fraudeurs en het was ook zeker niet zo dat het ging over
een specifieke groep Bulgaren, maar de naam is eraan gekoppeld omdat het
er specifiek onderdeel van uitmaakt. Je kunt natuurlijk nooit zeggen dat
een bepaalde nationaliteit een fraudeursnationaliteit is, zeker niet,
maar het zou in de opsporing kunnen helpen. Als de staatssecretaris zegt
dat ze dat niet gaat doen, dan ben ik benieuwd hoe ze georganiseerde
fraude gaat aanpakken als het bijvoorbeeld gaat om groepen die een
bepaald kenmerk met zich meedragen waar we dan zogenaamd niet naar mogen
kijken. Hoe gaat zij dat dan doen?
Staatssecretaris Van Huffelen:
Het is misschien goed als we nog een keer wat uitgebreider ingaan op hoe
we toezicht houden bij Toeslagen. We hebben eerder al gesproken over hoe
wij kijken naar wat er aan de hand is, hoe we mensen die een aanvraag
doen waarvan we denken dat ze geen recht hebben op toeslagen, toch
kunnen helpen om te zorgen dat ze de juiste aanvraag doen en hoe we
ervoor zorgen dat waar er mogelijk sprake is van misbruik, we die kunnen
bestrijden. Daar hebben wij het gegeven nationaliteit niet voor nodig.
Dat hebben we al eerder in debatten gewisseld. Ik heb uw voorstel goed
gehoord, maar ik ga dat niet overnemen. Als u wilt dat dat wel gebeurt,
dan stel ik voor dat u daar bijvoorbeeld een motie over indient.
De voorzitter:
Meneer Snels heeft ook nog een interruptie voor u.
De heer Snels (GroenLinks):
Toch nog even op dit punt, want dit is belangrijk. Vorige week was het
ook een beetje raar toen de premier ineens als VVD-lijsttrekker ging
praten. Hier blijft onduidelijkheid over bestaan. Het is toch zo,
staatssecretaris, dat het niet alleen niet mag, dat het niet effectief
is en dat het niet helpt bij fraudeopsporing, maar dat het ook gewoon
niet wenselijk is? We gaan het fraudebeleid toch niet baseren op
nationaliteit, op etniciteit, op seksuele voorkeur of op stemvoorkeur?
We gaan ook geen PVV'ers extra controleren, omdat dat niet wenselijk is.
Als we dat doen, als we deze informatie gaan bijhouden via
risicomodellen, algoritmes of persoonlijk, dan zetten we de deur open
naar profilering en dat is nou precies wat we niet willen. Het is niet
effectief en het mag niet, maar we willen het ook niet.
Staatssecretaris Van Huffelen:
U haalt mij de woorden uit de mond en volgens mij zei ik ook dat deze
regering dit een onwenselijke vorm van selectie zou vinden. Daarom doen
we het ook niet. Uw partij is weliswaar geen lid van deze regering, maar
u onderschrijft dit beleid wel en daar ben ik verheugd over.
De voorzitter:
Meneer Azarkan heeft ook nog een interruptie.
De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter, dank dat u mij de eer gunt. Het is toch altijd bijzonder om
een partij te horen spreken over het tegengaan van discriminatie,
terwijl die partij daar zelf voor veroordeeld is. Althans, voor
belediging. Discriminatie was de aanklacht. Maar daar gaat het allemaal
niet om.
In de brief staat dat het gebruik van nationaliteit in 2018 op enig
moment is beëindigd. Er staat: omdat men daar de toegevoegde waarde niet
meer van inzag. Kennelijk deed het niet zo veel meer. Ik was daar toch
wat verbaasd over. Mijn vraag is eigenlijk vrij simpel: kunnen we inzage
krijgen in de documenten die hebben geleid tot het stoppen van het
gebruik van nationaliteit? Dat was kennelijk gebaseerd op informatie
waaruit bleek dat dat geen onderscheidend karakter meer had.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Dat wil ik zeker geven. Het was overigens niet zozeer dat we dat niet
meer zinvol vonden. Op dat moment was ook al duidelijk dat het niet
gewenst was, dat het niet kon en niet mocht. Daarnaast werd
geconstateerd dat het ook geen effect had, dus de systemen die er
gebruik van maakten, maakten er geen gebruik meer van omdat het niet
werkte. Maar ik vind het prima om daar nog iets meer details over te
geven. We hebben daar eerder over gewisseld, maar we hebben zeker meer
informatie over hoe dat precies is gegaan.
De voorzitter:
Ik dacht dat u aan het einde van uw bijdrage was.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Nee, dit was het stukje over discriminatie, maar er waren nog andere
vragen.
De voorzitter:
O ja, dat klopt. We hebben nog informatievoorziening, POK en
herstel.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Precies. Ik hoop dat ik daar iets sneller doorheen kan,
voorzitter.
Mevrouw Leijten stelde een vraag over de informatie die aan de POK is
gegeven en over de zwartgelakte — in dit geval witgelakte — stukken over
nationaliteit. Dat heeft twee achtergronden. Ten eerste zijn er
specifieke afspraken gemaakt met de POK over de aanlevering daarvan.
Maar omdat wij die informatie gewoon willen delen, hebben wij de
informatie die wij hebben opgestuurd, inmiddels op het web gezet. Alle
passages die over nationaliteit gaan, zijn ontlakt, dus die informatie
is gewoon beschikbaar.
Dan de vraag van de heer Nijboer over het memo-Palmen. Ik heb daarover
afgelopen vrijdag een brief naar u gestuurd. Die ging specifiek over dat
onderzoek. Meneer Nijboer is er niet meer, maar die ging over de wens om
beter te begrijpen wat er is gebeurd met dat memo, mede naar aanleiding
van de vragen die de heer Omtzigt daarover stelde. Dat zijn hele
gedetailleerde vragen, bijvoorbeeld over welke medewerker in het kader
hiervan een actiepuntenlijst heeft bijgehouden enzovoorts enzovoorts.
Die informatie heb ik op dit moment niet. Ik weet dat ook de POK heel
veel werk heeft verricht op dit gebied, maar om het boven water te
krijgen, moeten wij echt aanvullend onderzoek laten doen. Dat gaan we
ook doen. Als het eerder naar buiten kan, dan doen we het eerder, maar
we willen het wel goed en grondig laten doen. We zullen dat dus zo snel
mogelijk doen, zo zeg ik tegen de heer Nijboer. Ik wil ook nog even
ingaan op een vraag die gedeeltelijk al is beantwoord door mijn collega,
de heer Vijlbrief, en dat is de vraag van mevrouw Lodders over het
doorgeven van de signalen over het systeem. Dat specifieke signaal dat u
heeft genoemd, zijn we aan het onderzoeken. Dat ging erover dat als je
al in een traject van herbeoordeling zit, er op de een of andere manier
toch dingen fout gaan in je aanvraag. We hebben een eerste kleine clou,
waar ik u op dit moment echter nog niet te veel in wil meenemen omdat
het echt nog maar een kleine clou is. Ik zorg ervoor dat u zo snel
mogelijk weet hoe het gekomen is dat er aanvullend aan de behandeling,
het herstel enzovoorts toch iets gebeurt waardoor iemand vervolgens niet
de behandeling krijgt die hij moet krijgen. Dus wij zijn dat in het
systeem bij Toeslagen aan het uitdiepen.
Dan ga ik door naar de vragen die er waren over het herstel. Vanavond
krijgt u sowieso van mij de uitgebreide voortgangsrapportage over het
herstel bij Toeslagen. Volgende week woensdag 10 februari hebben we er
met elkaar een debat over. Dus ik zou nu niet al te veel willen aangeven
wat er aan de orde is. Gevraagd is hoe het ermee staat. Wij zijn heel
hard aan het werk om te zorgen dat we ouders integraal blijven
behandelen en dat we de €30.000 uitkeren; dat hebben we vorige week in
de eerste ronde gedaan en dat blijven we in batches de komende tijd ook
doen. Over de meer uitgewerkte planning komen we nog te spreken.
De heer Snels vroeg naar institutionele vooringenomenheid bij andere
toeslagen. In december hebben we aangegeven dat de compensatieregeling
die we hebben gemaakt, ook geldt voor de andere toeslagen, dus voor
huur, zorg en kindgebonden budget. Dat wordt nu verder uitgewerkt.
Inmiddels kunnen mensen ook gebruikmaken van de noodvoorziening wanneer
dat aan de orde is. Samen met de betrokken departementen Binnenlandse
Zaken, Sociale Zaken en VWS zorgen we ervoor dat we zo snel mogelijk aan
de slag kunnen om mensen te compenseren die het slachtoffer zijn van
deze situaties. We hebben het beeld dat het wel minder ernstig is dan
bij de kinderopvangtoeslag, maar dat laat onverlet dat het ook bij een
aantal mensen best heel veel impact gehad kan hebben.
De heer De Jong heeft gevraagd naar het meewerken van private
instellingen aan kwijtschelding. Uw Kamer heeft bij motie van de heer
Wilders daartoe een oproep gedaan. Ik ben in gesprek met die private
partijen om te kijken wat zij kunnen doen. In de voortgangsrapportage
kom ik daar ook op terug. De doelstelling daarbij is dat we willen
zorgen dat de mensen die gecompenseerd worden door ons, zo veel mogelijk
van dat bedrag kunnen houden en ze ook van hun schulden af zijn, zodat
ze een nieuwe start kunnen maken en ook financieel uit de problemen
zijn.
De heer De Jong heeft verder een vraag gesteld over de BKR-registratie.
Er is ook een motie over aangenomen. Ik ben in overleg met de BKR om te
zorgen dat die BKR-registraties kunnen worden verwijderd. Dat is niet
een heel erg eenvoudige actie want de BKR-registraties komen van
schuldeisers. De schuldeisers moeten aan de BKR doorgeven dat die
registraties moeten worden weggenomen. Maar dat niet alleen, zij moeten
er ook voor zorgen dat de registratie bij de BKR dat je ooit in de
problemen hebt gezeten en die zo'n vijf jaar blijft bestaan, ook wordt
weggehaald. De BKR wil daar heel graag aan meewerken. Wij gaan kijken
hoe we dit met de uitwisseling van data op een betrouwbare manier,
indachtig dit hele debat, met elkaar kunnen doen.
Dan was er nog een vraag van de heer Omtzigt over discriminatie en het
College voor de Rechten van de Mens.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, heeft meneer De Jong nog een interruptie.
De heer De Jong (PVV):
Heel kort: wanneer gaat u de Kamer specifiek informeren over de BKR en
over het overnemen van schulden wanneer private instellingen niet willen
meewerken? Want het gaat er toch om dat de mensen zo snel mogelijk met
een schone lei kunnen beginnen en ook zo snel mogelijk financieel de
ruimte krijgen die ze ook verdienen.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Dat doe ik bij voorkeur zo snel mogelijk, want voor ouders is het
natuurlijk heel belangrijk om te weten wat er met hun schulden gaat
gebeuren. We hebben al gezegd dat publieke partijen hun schulden
doorstrepen. Dat doen we overigens ook met terugwerkende kracht voor
ouders die al gecompenseerd zijn en inmiddels al een aantal
overheidspartijen hebben betaald. We zorgen dus dat dat goed geregeld
wordt. Ik heb de private schuldeisers natuurlijk niet in de hand. Zij
bepalen zelf of ze mee zullen doen met de kwijtschelding waartoe is
opgeroepen. Ik ga de komende tijd met hen aan de slag om te zien of we
dat zo snel mogelijk kunnen doen. Het is heel moeilijke om daar een
precieze termijn voor te geven. Ik hoop daar zo snel mogelijk op terug
te kunnen komen. In ieder geval kan ik u op 10 februari vast daarover
iets meer melden, maar op dit moment nog niet.
Dan ...
De voorzitter:
De heer Van Otterloo heeft ook een interruptie voor u.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ja, over de private schuldeisers. Die heb je in verschillende vormen. We
hebben gehoord dat mensen ook geld hebben geleend van familie, maar dat
is een wat ander verhaal. Ik zou aandacht willen vragen voor een
specifieke groep van private schuldeisers, namelijk de bureaus die door
de Belastingdienst zelf zijn ingeschakeld om de incasso te verzorgen.
Juist de incassokosten zorgden voor een geweldige verhoging. Is er een
speciaal beleid mogelijk ten aanzien van de incassobureaus die u zelf
als Belastingdienst — ik zeg het even in overdrachtelijke zin, dat
begrijpt u, voorzitter — heeft ingeschakeld en waarmee een contractuele
relatie is? Kan die contractuele relatie ook gebruikt worden in het
kader van de vermindering van de schulden?
Staatssecretaris Van Huffelen:
We hebben gezegd dat publieke schulden kwijt worden gescholden. Als de
schuld van iemand inmiddels is opgelopen door invorderingskosten,
rentes, boetes enzovoorts, enzovoorts, dan gaat dat onderdeel mee in de
kwijtschelding. Dat wordt dus meegenomen in de kwijtschelding, dus dan
is het probleem waarover u het heeft voor de publieke organisaties ook
niet meer aan de orde. We strepen de hele schuld door.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ik wil de term "gepast misbruik" hier niet van toepassing verklaren,
maar "gepast gebruik" wel. Incassobureaus zijn partijen waarmee de
overheid ook zaken doet. Ik zou toch denken dat zij wat gevoeliger zijn
voor druk dan een willekeurige andere particuliere schuldeiser als het
gaat om het verminderen van de schuldenlast en het niet-opeisen van die
€30.000. Hetzelfde geldt voor de incassokosten die bijvoorbeeld bij de
huur of de energierekening aan de orde zijn.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Ik moet even kijken of ik u helemaal precies begrijp. Volgens mij heeft
u het niet zozeer over een bureau dat wordt gevraagd om te incasseren
namens de overheid, maar over schulden die zijn overgedragen aan zo'n
bureau en vervolgens zijn doorverkocht. In dat soort situaties gaan we
kijken hoe we dat ook oplossen, want het is niet de bedoeling dat het
blijft hangen. De achtergrond zijn nog steeds publieke schulden, die we
moeten kwijtschelden. Overigens heb ik van mijn collega's begrepen — ik
weet niet of ik dat 100% zeker kan zeggen — dat het doorverkopen van
schulden door de overheid al een tijdje niet meer gebeurt, dus ik hoop
dat er niet te veel van dit soort situaties zijn.
De voorzitter:
In derde instantie.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ik had het niet zozeer over het doorverkopen van schulden, ik had het
erover dat heel veel schulden in de particuliere sfeer — ik noem ook
nutsvoorzieningen, verhuurders — geweldig zijn opgelopen door kosten van
incassobureaus. Ik kan wel zeggen dat het mij een doorn in het oog is
hoe die bureaus de afgelopen twee decennia gegroeid zijn: van kleine
organisaties naar heel grote, met geweldig grote kantoren die allemaal
betaald moeten worden. Uiteindelijk komen de kosten daarvan bij de
schuldenaar terecht. Dat speelt bij mij ook een rol. Kan daar ook niet
wat vanaf in het kader van het overleg met de particuliere
schuldeisers?
Staatssecretaris Van Huffelen:
Als u het in dit geval heeft over private schulden: we hebben gevraagd
aan private schuldeisers — ik heb met name gesproken met de grotere
partijen zoals banken, verzekeraars, woningcorporaties en
energiebedrijven — om hetzelfde te doen, dus om ook de schulden kwijt te
schelden. In dat kader zullen dit soort kosten moeten worden meegenomen,
want ze zijn onderdeel van hetgeen nog openstaat als schuld van de
gedupeerde. Ik snap uw punt. We nemen het mee en ik hoop daar zo snel
mogelijk wat meer helderheid over te kunnen bieden.
Dan de vraag van de heer Omtzigt over discriminatie en het College voor
de Rechten van de Mens. Daar waar wij bij gedupeerde ouders in hun
dossier of anderszins kenmerken kunnen vinden waaruit blijkt dat zij
gediscrimineerd zijn, zullen wij daar in alle gevallen naar handelen in
de zin van dat wij dat tegen hen vertellen. We hebben een aantal
situaties gezien waarin dat is gebeurd. U kent die situaties. We zullen
ervoor zorgen dat het ook helder is. In veel gevallen geven ouders aan,
ook in gesprekken met mij, zich gediscrimineerd te voelen door de manier
waarop ze telefonisch of anderszins behandeld zijn. Er is geen fysiek,
feitelijk bewijs op basis waarvan dat helder is. Het zou heel goed
kunnen, en ik denk dat het ook zeker zo is, dat ouders op die manier
onheus en dus totaal niet oké door ons zijn bejegend. Als dat zo is, is
het College voor de Rechten van de Mens — daarom heb ik het college ook
gevraagd om dit te doen — de instantie bij uitstek om te kijken naar de
vraag hoe je daarmee kunt omgaan. Zij kunnen de ouder horen. Zij zullen
dan ook proberen meer informatie te verzamelen en de Belastingdienst,
die in de beklaagdenbank staat, om het zo te zeggen, vragen om te
bewijzen dat dit niet is gebeurd. Dat maakt dat wij in een andere
situatie terechtkomen. Wij hebben steeds gezegd: wanneer het College
vindt dat er sprake is van discriminatoir gedrag — dat hoeft niet te
blijken uit feitelijke, fysieke stukken, dat kan ook blijken uit
verhalen over de manier waarop men is behandeld in gesprekken, in
correspondentie of anderszins — kan het College een rol spelen. Ook op
dat punt kom ik terug in de voortgangsrapportage die u vanavond van mij
ontvangt. Inmiddels hebben zich ook al mensen gemeld bij het
College.
Dan is er gevraagd naar aantallen registraties in FSV. Vanuit Toeslagen
hebben we daar wel onderzoek naar gedaan. We zijn ten aanzien van ouders
die zich bij ons als gedupeerden van de kinderopvangtoeslagen gemeld
hebben, nagegaan of zij ook vermeld stonden in FSV. We hebben ook
gekeken naar de registraties met een o/gs-label. In de groep van de
kinderopvangtoeslag hebben ongeveer 9.000 mensen een o/gs-label met een
openstaande schuld. We hebben dat eerder gewisseld. Toen ging het om
ongeveer 8.500. Het is dus iets opgelopen. Dat komt omdat meer ouders
zich gemeld hebben. Er is ook een o/gs-populatie zonder openstaande
schuld. Ik ben nog aan het onderzoeken wat het aantal precies is. Als ik
wat meer informatie over deze mensen heb, wil ik ze, zoals afgesproken,
benaderen en aanschrijven.
Er is ook sprake van een overlap. Van de plusminus 10.000 ouders die wij
eind december in beeld hadden, staan ongeveer 2.500 ouders geregistreerd
in FSV. Inmiddels is dat aantal gegroeid. In het stuk dat u krijgt,
staan meer details. Er waren dus ongeveer 2.500 in FSV geregistreerd en
ook ongeveer 2.500 in o/gs. Die overlapten niet volledig, maar sommige
ouders waren zowel in o/gs als in FSV geregistreerd. Overigens
beoordelen we een ouder steeds integraal. De zaakbehandelaar kijkt of
iemand een o/gs-label heeft gekregen. Dat is relevant voor de
compensatieregeling. Hij kijkt ook of iemand geregistreerd is in FSV.
Dat is wat mij betreft heel belangrijk. Inmiddels hebben we ontdekt dat
het ook relevant is om te kijken of iemands partner in FSV heeft
gestaan, want soms stond de toeslagaanvrager niet geregistreerd in FSV
en had hij ook geen o/gs, maar was er toch iets met fraude. Dan bleek de
partner daarin te staan. Die doorwerking is dus groter geweest dan we
soms hebben gedacht. Dat is precies de reden waarom bij het herstel van
toeslagen steeds nagegaan is wat er is gebeurd, of iemand een o/gs-label
of een FSV-kwalificatie heeft gekregen. Dit vanwege twee heel
belangrijke doorwerkingen die dit gehad kan hebben, namelijk het niet
krijgen van een persoonlijke betalingsregeling als uitvloeisel van de
o/gs, maar zeker ook het thema van het niet meewerken aan een minnelijke
schuldhulpverlening bij gemeenten. In veel van de gesprekken die ik heb
gevoerd, is dat veel aan de orde geweest. Zoals ook aangegeven in de
reactie van het kabinet op de POK willen we overheidsbreed meer kijken
naar de schuldenproblematiek. Het is natuurlijk zo dat er meer gevolgen
kunnen zijn, ook waar het gaat om andere overheidsinstanties, die
ongelofelijk belangrijk zijn om verder te onderzoeken.
De heer Snel heeft gevraagd naar de o/gs-grenzen. Overigens laat helder
zijn dat we o/gs niet meer gebruiken. In het verleden hebben drie
grenzen een rol gespeeld bij o/gs. Er was een grens van €1.500, er was
een grens van €3.000 en er was een grens van €10.000. De grens van
€1.500 is de grens die tot 2017 werd gebruikt. Alles wat eronder zit,
kan nooit tot een o/gs leiden. Daaronder krijg je altijd een
persoonlijke betalingsregeling. Dat is op zich ook wel begrijpelijk
vanuit het perspectief dat als het werd afgewezen je nog altijd in 24
termijnen mocht betalen. Onder de €1.500 zijn die termijnen ook veel
lager en door veel mensen ook te dragen, wat overigens niet voor
iedereen geldt. We hebben — daar hebben we u over geïnformeerd — een
notitie gevonden over het zetten van de grens van o/gs bij €3.000. De
ADR doet er nu nog onderzoek naar of dat voorstel ook is omgezet in
beleid. Dan is er nog de grens van €10.000 waar mijn collega Vijlbrief
al een en ander over heeft gezegd en die ook wel eerder naar boven is
gekomen, bijvoorbeeld omdat die in het rapport van de commissie-Donner
werd gebruikt als een van de grenzen om te compenseren, die we
uiteindelijk overigens niet hebben overgenomen omdat we inmiddels al
meer informatie hadden. Het is overigens zo dat er ook nog wel situaties
zijn gevonden waarbij er onder de €1.500 een o/gs is gesteld. Daar
moeten we echt nog in duiken want we kunnen dat niet vinden. Nogmaals,
daar komen we binnenkort op terug. Helder is dus dat wanneer de
kwalificaties o/gs onterecht waren — in het geval van toeslagen hebben
we ontdekt dat dit in de grote, grote, grote meerderheid van de gevallen
zo is — mensen recht hebben op compensatie waarbij het dan gaat om
minimaal €30.000.
De heer Omtzigt vroeg verder hoe het staat met het onderzoek dat we aan
het doen zijn naar zoekgeraakte poststukken en de erfgoedinspectie. Daar
komt vanavond in de VGR meer informatie over maar we zijn ermee aan de
slag.
Hij vroeg verder welke onderhandelingen er nog gaande zijn met de
Autoriteit Persoonsgegevens. Er wordt op dit moment niet onderhandeld
met de AP. We wachten nog wel de sanctie van de AP af die deze heeft
aangekondigd op basis van het rapport uit juli. De AP onderzoekt verder
nog de FSV, maar dat is nog niet afgerond.
Mevrouw Lodders heeft een vraag gesteld over de cultuur. Daar heeft mijn
collega al iets over gezegd waar het gaat om de blauwe kant van de
Belastingdienst. Wij zijn bij Toeslagen op een heel intensieve manier
aan het werk met elkaar om te zorgen dat signalen vanuit de werkvloer
sneller naar boven komen. Dat is ongelofelijk belangrijk, zeker als je
kijkt naar het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie. We
hebben allerlei sessies waarin we dilemma's met elkaar bespreken en er
met elkaar wordt gesproken over wat er wel en niet goed gaat in de
uitvoering en hoe we ervoor zorgen dat die signalen naar boven komen,
zodanig gestructureerd dat het niet alleen binnen het departement maar
ook richting de opdrachtgevers gebeurt. In de voortgangsrapportage over
Toeslagen zullen we ook wat meer over dat onderwerp zeggen, maar de kern
van het verhaal is toch hoe we omgaan met degenen die toeslagen
aanvragen, hoe dienstverlenend we zijn, hoe we selecteren op fraude en
hoe we ervoor zorgen dat we de juiste dingen doen. Dat blijft
ongelofelijk belangrijk. Ik ben blij dat we inmiddels met de nieuwe
leiding van Toeslagen er veelvuldig en indringend over spreken, op een
manier die in ieder geval wat mij betreft de juiste toon heeft.
Verder vroeg mevrouw Lodders of er een wettelijke grondslag is om te
voorkomen dat de €30.000, dus het minimale bedrag dat we gaan betalen
aan ouders die gedupeerd zijn, niet wordt geïncasseerd door
schuldeisers. Ik heb met de publieke schuldeisers gesproken en ook met
de VNG om te kijken of de gemeenten ook hun schulden bij ouders kunnen
kwijtschelden. Bovendien voer ik gesprekken met de private schuldeisers,
zoals met de Nederlandse Vereniging van Banken, Aedes, het Verbond van
Verzekeraars en Energie-Nederland om te kijken of we tot een goede
oplossing kunnen komen. Als het gaat om de publieke schuldeisers zorg ik
ervoor dat we met hen die schulden kunnen wegstrepen, maar als het gaat
om de private schuldeisers kan ik dat op dit moment niet op basis van
een wettelijke grondslag. Ik denk dat het goed is dat we daar nog verder
over komen te spreken.
Dat waren de vragen die volgens mij aan mij gesteld waren.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik weet niet precies aan wie van de twee ik het moet vragen, maar ik zou
nog iets willen weten over de aangifte en of er nog nadere zaken zijn
die naar boven zijn gekomen die nopen tot een appreciatie. We zien nu
heel veel extra zaken die met discriminatie te maken hebben en met
documenten die kwijtgemaakt zijn en andere dingen. Mijn vraag is of dat
inmiddels is uitgezocht. Mijn tweede vraag betreft de landsadvocaat. Het
was een nogal raar advies dat in de Wob opdook. Dat ging over de FSV.
Het leek er daarbij op dat de Belastingdienst vroeg hoe ze ervoor kon
zorgen dat ze de documenten vooral niet aan de ouders hoeft te
verschaffen en dat de landsadvocaat er wel zo maximaal over meedacht dat
het leek alsof de landsadvocaat zelf op en over de rand van de wet ging
en hij dingen zei als "hardop denkend". Ik verwacht toch echt wel wat
meer van een landsadvocaat die een paar honderd euro per uur verdient
dan "hardop denkend". Als er uit de wet volgt dat er inzage moet zijn,
dan dient de landsadvocaat dat netjes te adviseren en anders dient u een
ander advocatenkantoor te vinden als landsadvocaat.
De voorzitter:
Ik kijk even naar staatssecretaris Vijlbrief.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Daar ga ik straks in de tweede termijn op in.
De voorzitter:
In tweede termijn komt meneer Vijlbrief daarop terug.
Staatssecretaris Van Huffelen:
We hebben aangifte gedaan. We hebben daar uitgebreid met elkaar over
gesproken. Het OM heeft die aangifte ook in behandeling genomen en heeft
besloten niet tot vervolging over te gaan. Ook in eerdere discussies
hebben we gekeken of er reden is om opnieuw of anderszins aangifte te
doen. De advisering die we daarover hebben gekregen, is dat dit niet
nodig is. Het OM heeft het allemaal onderzocht en heeft ook in de
breedte kunnen kijken. Er is wat ons betreft geen reden om aanvullende
aangifte te doen ofwel om een procedure te beginnen op basis waarvan
opnieuw zou moeten worden gekeken naar deze situatie.
De voorzitter:
In laatste instantie, meneer Omtzigt.
De heer Omtzigt (CDA):
Er is kennelijk aanvullende advisering geweest over het doen van
aangifte. Wie heeft die advisering gedaan, op basis waarvan en wat was
daar de uitkomst van?
Staatssecretaris Van Huffelen:
Dat is intern bij ons op het ministerie gebeurd. Als u daar de stukken
van wilt hebben, dan geef ik die graag.
De heer Omtzigt (CDA):
Heel graag. Het zou heel fijn als die mee zouden komen bij de
voortgangsrapportage of voor het AO.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Ik zal dat in de brief doen van vrijdag, die we sowieso naar u
toesturen.
Mevrouw Lodders (VVD):
Ik had nog een vraag gesteld over het bsn.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Sorry, soms vallen er dingen tussen twee staatssecretarissen. Dat
onderwerp ligt bij het ministerie van BZK. Dat gaat over het bsn.
Inderdaad is de vraag gesteld of het wijs zou zijn om dat te doen, om de
vervolgschade bij ouders weg te nemen. Binnenlandse Zaken is daar heel
terughoudend in, maar ik vind dat we daar nog heel goed naar moeten
kijken. Binnenlandse Zaken is terughoudend, omdat aan zo'n bsn heel veel
gekoppeld is. Je komt dan voor de vraag te staan hoe je ervoor zorgt dat
iemands pensioenrechten niet ineens vervallen zijn enzovoorts. Onlangs
is er een boek uitgebracht door een oud-voorlichter van de gemeente
Rotterdam, die per ongeluk dood verklaard was. Hij gaf aan wat er dan
allemaal in één keer allemaal misgaat. Dat komt doordat die gegevens en
die systemen aan elkaar zijn gekoppeld. Wij moeten dus heel goed kijken
of dat wenselijk is. Nogmaals, vanuit BZK is men heel kritisch over de
vraag of dat goed en wenselijk is. Wat ik wel van belang blijf vinden,
overigens met u, is dat we er goed achter komen waar de gegevens van de
ouders zijn gebleven. Daarom geven we iedere ouder niet alleen een brief
met als inhoud "u bent geen fraudeur, u hebt het niet fout gedaan", we
zorgen er ook voor dat dit zo veel mogelijk wordt doorgegeven aan andere
instanties waarmee de ouders te maken hebben. Dat is bijvoorbeeld die
lijst waarover we het hadden van partijen die mogelijkerwijs informatie
over ouders zouden kunnen hebben gekregen.
Mevrouw Lodders (VVD):
Ik heb schriftelijke vragen gesteld over het bsn, dus ik ga ervan uit
dat die keurig beantwoord worden. Het kabinet heeft de gelegenheid om
daar drie weken over te doen. Dit is een serieuze vraag, een serieus
verzoek. Ik weet dat deze staatssecretaris daar ook serieus naar wil
kijken. Maar ouders hebben er helemaal niets aan als naar verschillende
ministeries wordt gewezen. Volgende week hebben we een debat over de
hersteloperatie. Ik zou het daarom echt op prijs stellen, niet zozeer
voor mij, maar voor de ouders die het betreft, dat we daar helderheid
over krijgen, zodat we daarop mogelijkerwijs nog voor het
verkiezingsreces stappen kunnen ondernemen als we vinden dat dat nodig.
Want ik snap de terughoudendheid, maar tegelijkertijd verwijs ik naar de
ellende die sommigen meemaken die al hersteld zijn en continu in
allerlei problemen terechtkomen. Ik denk dat je ook op dit punt een
afweging moet maken — daar zullen ouders vooral als eersten aan zet zijn
— of ze dat willen, ja of nee. Ik verwijs nog even naar het feit dat ik
eind vorig jaar over de vinkjes heb gesproken, waarover ik ook nog
steeds geen duidelijkheid heb. Dat vind ik wel erg lang duren. Ouders
hebben behoefte aan snelle duidelijkheid. Kan de staatssecretaris
toezeggen dat wij die beantwoording tijdig voor het debat van volgende
week kunnen ontvangen?
Staatssecretaris Van Huffelen:
Ik kan in ieder geval toezeggen dat ik daar mijn uiterste best voor zal
doen. Maar ik ben daarbij enigszins afhankelijk van Binnenlandse
Zaken.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik begon mijn verhaal met Nasmir, geboren in Rotterdam. De
staatssecretaris heeft haar zelf ook een keer gesproken. Het gaat niet
goed met haar, en dat komt doordat ze geen antwoord krijgt op wezenlijke
vragen die ze heeft. Een daarvan is: waarom sta ik als "Nationaliteit
één: Turks" in alle dossiers van de Belastingdienst, ik ben geboren in
Rotterdam, ik ben Nederlandse? Ik zou daarop graag uw antwoord willen
weten.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Ik zei daar in het begin van mijn beantwoording al iets over. Ik kan in
de zaak van een individuele ouder niet goed aangeven waarom dat zo is.
Maar als iemand als eerste nationaliteit de Nederlandse heeft, dan moet
dat ook in het systeem staan. Ik hoop daar snel informatie over te
hebben. Dan ga ik graag in gesprek met de gemeente Rotterdam, want dat
is degene die de nationaliteit van iemand moet registreren. Dat ga ik
dus graag doen als dit voor iemand een heel belangrijk thema is. In de
gesprekken die ik heb gevoerd met ouders, ben ik ook mensen tegengekomen
die bijvoorbeeld stateloos bleken te zijn. Dat was de oorzaak van heel
veel problemen bij de Belastingdienst. Dat kunnen wij niet zomaar
oplossen, maar we kunnen wel helpen om dat op te lossen.
De voorzitter:
Laatste instantie, mevrouw Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik noem hier Nasmir, die we misschien allemaal wel kennen, omdat ze zo
dapper is geweest haar verhaal te vertellen. Maar het gaat niet alleen
om haar, het gaat om heel veel ouders die zeggen: ik ben gewoon
Nederlander, ik heb me eigenlijk nog nooit gediscrimineerd gevoeld,
totdat ik mijn dossier zag, want daarin staat dat ik dat niet ben. Hoe
kan zoiets nou optreden? Waar komt die informatie vandaan? Van de
gemeente? Dat kan ik me niet voorstellen, want ze heeft gewoon een
Nederlands paspoort. Komt het wellicht van de politie die dat anders
doet? Ik wil daar gewoon meer van weten. Ik vind het heel erg lastig.
Want ik wil haar ook recht in de ogen kunnen aankijken. Zo'n vraag moet
beantwoord worden, we moeten weten hoe het komt, zodat we het ook op
kunnen lossen. Dit is een voorbeeld, maar het gaat natuurlijk om veel
meer mensen die verkeerd in de systemen staan of stonden, met hun eerste
of tweede nationaliteit. Dat is pijnlijk. Een antwoord is dus
nodig.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Het antwoord dat ik kan geven, is dat ik heel goed snap dat, als je met
een andere nationaliteit geregistreerd staat, dat totaal niet oké is. En
dat de tweede nationaliteit in het verleden bij Toeslagen een rol heeft
gespeeld, is ook evident. We hebben daar uitgebreid met elkaar over
gesproken. De registratie van nationaliteiten gebeurt in het bronsysteem
dat de Belastingdienst en heel veel overheidsinstanties gebruiken, en
dat wordt beheerd door gemeenten. Dus als het daar goed in staat, zou
het er bij ons ook goed in moeten staan. Als dat in een specifiek geval
niet zo is, dan wil ik dat, nogmaals, heel erg graag gaan uitzoeken. Als
het komt doordat er in een dossier naar een tweede nationaliteit wordt
verwezen, omdat er misschien een opmerking is gemaakt over iemands
tweede nationaliteit, dan zou dat totaal niet mogen en dan moeten we dat
boven water halen. Maar als u zegt dat het over iemand gaat die bij de
Belastingdienst onjuist geregistreerd is als het gaat om de eerste
nationaliteit, dan moeten we dat samen met de gemeenten oplossen, want
daar moet de informatie vandaan komen.
De voorzitter:
Goed. Hiermee komen we aan het eind van de eerste termijn. Ik wil direct
doorgaan met de tweede termijn, want het is al zes uur geweest, en om
zeven uur sluiten we deze zaal, zodat iedereen hopelijk zonder geglibber
weer tijdig thuis kan zijn. Bijna iedereen is al door zijn interrupties
heen, dus dat maakt het overzichtelijk. De tweede termijn van de zijde
van de Kamer begint met mevrouw Leijten. U hebt daarvoor allen maximaal
twee minuten. Mevrouw Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Ik weet niet zo goed waar ik moet beginnen. We zijn nu zo'n
beetje een jaar bekend met FSV en we gaan nu pas vaart maken. Er is een
jaar verloren, en ik vind dat echt niet kunnen. De staatssecretaris zegt
dat hij de Belastingdienst nog niet op de kop heeft gehouden voor dit
debat, dus dan doet hij dat wel voor een briefje. Hij zegt heel vaak
"een briefje", waarmee hij daar een beetje over schampert. Hij weet toch
dat hij naar de Kamer moet komen, dat dit erg belangrijk is en dat we zo
veel vragen hebben. Als de staatssecretaris de Belastingdienst
ondersteboven moet houden, dan had hij dat natuurlijk vóór het debat
moeten doen. Dan zetten we er nog druk op met de vraag hoeveel mensen in
dat automatische systeem geen toegang hebben gekregen tot minnelijke
schuldsanering, en dan krijgen we te horen dat dat er 300.000 zijn. Wat?
Vervolgens vraag ik aan de staatssecretaris hoe het zit met die o/gs. We
weten hoeveel we er hebben stopgezet, omdat we dat toen als Kamer hebben
afgedwongen, namelijk 8.500. De staatssecretaris zegt dat hij het bij
benadering weet, maar een getal noemt hij niet. Hoelang moet je naar
zoiets vragen? In antwoord op het mechanisme "het staat nog niet stil,
dus we weten het niet zeker" zeg ik: zeg het dan bij benadering. Want
ook in de hersteloperatie worden cijfers steeds bij benadering
aangegeven. Dat snappen wij dan ook. Maar gaat het hier om 10.000, om
100.000 of om 300.000 mensen? Het is veel, maar dan weten we wel hoe
groot de problemen zijn. Ik weet niet hoe vaak ik de o/gs-vraag heb
gesteld. Misschien moet ik dan de staatssecretaris eens op de kop gaan
houden, zodat het antwoord komt. We moeten hier eigenlijk niet om
lachen, want het is zo treurig. Want de gevolgen gaan heel ver. Dat er
nog informatie naar boven kan komen, dat snap ik. Dat is net zoals de
vraag hoe zo'n werkinstructie kan, die ertoe leidt dat 300.000 keer een
minnelijke schuldsanering niet wordt toestaan. Automatisch! Hoe kan die
worden toegelaten in die vaktechnische lijn? "Ja, ja, ja: dat moeten we
uitzoeken" horen we dan. Dit zijn de wezenlijke punten en ik kan moties
indienen tot ik een ons weeg, maar ik heb niet het idee dat het ergens
aankomt. Hoe kan dat nou?
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Leijten. Meneer Snels.
De heer Snels (GroenLinks):
Voorzitter. Ik deel wel het ongeduld van mevrouw Leijten en ik heb een
ongemakkelijk gevoel over dit debat. Dat heeft ermee te maken dat … Met
de toeslagen zijn we nu twee, tweeënhalf jaar bezig en daar komen we nu
eindelijk op een pad dat we mensen kunnen gaan compenseren. Maar wat de
effecten zijn van FSV, de zwarte lijst, de onterechte informatie in zeg
maar de spreadsheet, hoe die informatie gebruikt is in risicoselectie en
algoritmes: de staatssecretaris komt er nog op terug, maar we weten het
eigenlijk nog niet. In hoeverre die informatie gedeeld is met andere
overheidsorganisaties, bijvoorbeeld in de sociale zekerheid: we weten
het nog niet.
Ik heb een beetje het ongemakkelijke gevoel dat wij nog maar aan het
begin staan van de verdere uitstraling van wat begonnen is bij CAF 11,
en dat geeft mij een zeer ongerust gevoel. Wat in ieder geval wel
vaststaat voor mij, is dat ook de mensen die ten onrechte op de zwarte
lijst, de FSV-lijst stonden en daar last van hebben gehad, als
potentiële fraudeurs zijn weggezet, recht hebben op compensatie. Vandaar
deze motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in instructies stond dat verzoeken voor een traject
van minnelijke schuldsanering automatisch afgewezen moesten worden als
mensen op de zwarte lijst (FSV) stonden en een belasting- of
toeslagenschuld hadden van €10.000 of meer;
constaterende dat er signalen zijn dat persoonsgegevens op de zwarte
lijst van de Belastingdienst gedeeld zijn met allerlei andere
organisaties, zoals gemeenten en woningcorporaties, en dat mensen en hun
naasten hierdoor zonder duidelijke grondslag nog jarenlang achterna zijn
gezeten als fraudeur;
overwegende dat mensen materiële en immateriële schade gehad kunnen
hebben van een vermelding op de zwarte lijst, omdat zij ten onrechte
geen minnelijk schuldentraject aangeboden kregen of omdat zij ten
onrechte als fraudeur zijn bestempeld of als potentiële fraudeur zijn
behandeld;
overwegende dat slachtoffers in de kinderopvangtoeslag gecompenseerd
worden omdat ze onterecht als (potentiële) fraudeur zijn behandeld en
wegens de harde uitwerking van het stelsel;
verzoekt de regering in kaart te brengen hoeveel mensen door een
vermelding op de zwarte lijst ten onrechte geschaad zijn, welke schade
deze mensen ondervonden hebben, en op basis hiervan een mogelijke
compensatieregeling uit te werken voor onterecht geraakte
slachtoffers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Snels, Leijten, Azarkan,
Nijboer, Van Weyenberg, Lodders, Omtzigt en Van Otterloo.
Zij krijgt nr. 776 (31066).
Dank u wel, meneer Snels. Meneer Azarkan.
De heer Azarkan (DENK):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de staatssecretarissen voor de
beantwoording. Ik denk dat het winst is dat we in deze toeslagenaffaire
hebben kunnen vaststellen hoe ingrijpend het kan zijn als informatie
over met name afkomst of nationaliteit en wel degelijk ook woonplaats —
ik heb dat nog even nagekeken, de woonplaats staat er wel bij — verkeerd
uitpakt, waardoor mensen tien jaar lang het leven echt onmogelijk wordt
gemaakt. Ik vind het winst dat we dat zien en volgens mij is er in de
breedte bereidheid om dat niet meer te laten voortduren.
Ik ben een beetje matig gestemd. Ik wil het glas graag halfvol zien. U
ziet dat ik mijn best doe om positief te blijven, maar er moet echt een
tandje bij. Ik weet dat het kabinet demissionair is, ik weet dat we over
twee weken met reces gaan, maar ik zie toch heel graag dat in de
tussentijd doorgepakt wordt. Doorgepakt op die brede doorlichting,
doorgepakt op het op de kop houden van de Belastingdienst, met name om
te kijken waar het pijn doet, waar de burgers zijn die op dit moment
pijn hebben van dat handelen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat we dat
echt zo snel mogelijk oplossen.
Voorzitter. Ik heb twee korte moties. Als u mij toestaat, zal ik die
uitspreken.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Toeslagen jarenlang het kenmerk nationaliteit heeft
gebruikt in haar risicoselectiesysteem en bij uitvragen in het kader van
onderzoek naar misbruik van sociale regelingen;
van oordeel dat hier een discriminerende werking van uitgaat, en de
overheid nooit mag discrimineren;
verzoekt de regering om ieder direct of indirect gebruik van
nationaliteit of etniciteit bij risicoprofilering in de wetshandhaving
onmiddellijk en expliciet te verbieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan en Van Weyenberg. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 777 (31066).
U heeft nog een tweede korte motie, begreep ik.
De heer Azarkan (DENK):
Ja. Ik moet even iemand wegdrukken.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet richtlijnen heeft ontwikkeld voor het
toepassen van algoritmische data-analyses;
overwegende dat deze richtlijnen een aantal waarborgen zouden moeten
geven op het gebied van de toetsbaarheid, verantwoording en validatie
van het gegevensbeheer;
verzoekt de regering om deze richtlijnen, voordat zij van kracht worden,
te laten toetsen door een ethische commissie, opdat deze richtlijnen
voldoen aan alle toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de AVG, de
Wbp en antidiscriminatiewetgeving,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Azarkan. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 778 (31066).
Dank u wel, meneer Azarkan. Dan geef ik het woord aan de heer De
Jong.
De heer De Jong (PVV):
Voorzitter, hartelijk dank. Ik ben gewoon teleurgesteld in dit overleg,
met name over de houding van de staatssecretaris, die wel onvoorbereid
richting dit overleg lijkt te zijn gegaan, simpele vragen over aantallen
niet kan beantwoorden, 25 keer achterom moet kijken naar de ambtenaren
en in tweede termijn op zaken terug moet komen. De staatssecretaris
vraagt om begrip, maar dat begrip is er eigenlijk helemaal niet. Ik kan
me niet voorstellen dat je bij een notaoverleg over iets wat zo groot
is, niet gewoon alle stukken, alles waar de Kamer naar vraagt, paraat
hebt. Ik hoop echt dat het de komende tijd beter gaat en dat er voor de
slachtoffers snel compensatie komt. Met "zo snel mogelijk" kun je zo
weinig. Dit speelt al een hele tijd. Ik hoop dus dat het beter gaat,
maar met alle respect, dit notaoverleg heeft dat gevoel niet bij mij
opgeroepen. Laten we hopen dat het beter gaat.
Voorzitter. Dan een motie met betrekking tot fraudebestrijding.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet er zorg voor te dragen dat de BRP wederom
enkelvoudige en meervoudige nationaliteiten gaat registeren, zodat
uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst, gemeenten en UWV deze
als risico-indicator kunnen gebruiken, doch alleen bij gebleken
oververtegenwoordiging van fraude binnen een bepaalde
nationaliteit,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Jong en Wilders. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 779 (31066).
Ik kan het woord geven aan de heer Van Weyenberg voor zijn tweede
termijn.
De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik vind dit ook best een ingewikkeld debat,
omdat er nog zo veel onduidelijk is. Inmiddels zijn we toch al een hele
tijd verder sinds we de afkorting FSV voor het eerst gingen gebruiken in
debatten hier. Er moet nog heel veel worden uitgezocht. We kunnen nog
heel weinig zeggen over hoeveel mensen er geschaad zijn en waar gegevens
uiteindelijk zijn beland. Daar komt ook nog de link bij met de
minnelijke schuldsanering en . Ik heb de motie van collega Snels op dit
laatste punt daarom ook mede ondertekend. Dat moet duidelijk worden en
mensen die daardoor getroffen zijn, moeten worden gecompenseerd.
Breder heb ik ongemak bij hoeveel er blijkbaar nog moet worden
uitgezocht. Een deel van de antwoorden komt in tweede termijn, maar ik
hoop wel — veel mensen moeten nog, wat was het ook alweer, op hun kop
worden gekeerd — dat er al goede dingen gebeuren. Ik wacht de nadere
beantwoording in tweede termijn af. Ik zeg eerlijk dat ik nog niet
helemaal gerustgesteld ben door wat ik tot nu toe heb gehoord.
Voorzitter. Wat betreft algoritmes, dubbele nationaliteit en zorgen dat
je risicomodellen op orde zijn: ik ben blij met de toezegging dat we van
tevoren te horen krijgen wat de nieuwe fraudeaanpak wordt en dat we er
ook over kunnen praten, zodat het allemaal wel binnen de regels gebeurt
en mensen niet het slachtoffer worden van een doorgeslagen jacht of van
fouten.
Er zijn heel veel moties aangenomen over algoritmes — niet alleen bij de
Belastingdienst maar breder bij de overheid. Ik zal geen nieuwe
indienen. Ik heb hier een hele stapel voor me. Die moeten nu vooral
worden uitgevoerd met kracht. Op één punt was het nog niet gelukt een
Kamermeerderheid te krijgen, daarom heb ik met de heer Azarkan meegedaan
om het punt van de wettelijke borging te regelen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Meneer Omtzigt.
De heer Omtzigt (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben eigenlijk teleurgesteld. Ik vraag me een
beetje af wat we het afgelopen jaar gedaan hebben. Er is een zwarte
lijst en op het moment dat er een zwarte lijst is, ga je uitzoeken wat
er met die zwarte lijst gebeurd is. Daar heb je op zich helemaal geen
Tweede Kamer voor nodig. Je ziet die effectrapportage. Je weet het niet
onmiddellijk, dat snappen we heel goed. Dan ga je het uitzoeken. Als wij
in de Wob-documenten moeten gaan zoeken om te zien dat ze gedeeld worden
en bij de ouders moeten vaststellen dat ze gedeeld worden, dan hoop ik
toch dat ik een antwoord krijg van de staatssecretaris op de vraag met
wie ze gedeeld zijn. Dan hoef ik het woordje "gestructureerd" er niet
bij te hebben. Ik wil gewoon weten of ze gedeeld zijn. Zijn ze gedeeld,
dan is dat voldoende om te begrijpen dat er actie ondernomen moet
worden. Dat is ook precies de reden waarom ik net vroeg naar
ambtsmisdrijven. Ik zal het hier maar gewoon helder zeggen: de regering
moet zich aan de wet houden en als de wet zegt "u moet deze mensen
melden", dan moet u dat melden, anders hoef ik hier geen privacywet aan
te nemen. Het is echt heel ernstig dat ik wederom moet vragen aan welke
wetten de Belastingdienst niet voldoet. Aangezien de Belastingdienst
wetten moet uitvoeren die de burger best wel naar vindt af en toe,
steekt het dubbel zo hard, zeg ik er maar bij. Ik wacht dus ook even met
een reactie op het advies van de landsadvocaat, dat gewoon bedoeld lijkt
om mensen geen inzage te geven. Ik wacht echt op een oordeel. Ik wil
weten wat u daarvan vindt. Ik ben ook benieuwd wat er over die aangifte
gevraagd en geadviseerd is. Ik wacht de adviezen over de onderzoeken af
en ik verwacht zo meteen echt een antwoord op de vraag hoeveel mensen
als fraudeur bestempeld zijn die dat niet waren.
Voorzitter. Tot slot toch maar deze motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering een overzicht op te stellen van alle wetten waaraan
de Belastingdienst zich de afgelopen zeven jaar niet gehouden
heeft;
verzoekt de regering dit overzicht binnen twee weken aan de Kamer te
doen toekomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 780 (31066).
De voorzitter:
Meneer Van Weyenberg wil daar iets op zeggen.
De heer Van Weyenberg (D66):
Nee, ik wil een vraag stellen. Ik neem aan dat de heer Omtzigt hier
doelt op waar dat structureel misgaat en niet op elke individuele
overtreding. Het kunnen ook individuele acties zijn als het gaat om het
niet aan de wet houden, maar volgens mij bedoelt de heer Omtzigt wanneer
het systematisch gebeurt.
De heer Omtzigt (CDA):
Wat de heer Van Weyenberg zegt, klopt inderdaad. Ik ben er niet op uit
om ergens een klein ding te vinden waarbij iemand één dag over een
termijn heen gaat. Dat is niet wat ik bedoel. Wat ik bedoel is: waar
waren de instructies en in welke maanden of jaren is een bepaalde wet
genegeerd? Ik snap ook wel dat van die 211 lijsten er één of twee zullen
zijn van de afdeling lokaal kladblok. Nou, dat zoeken we uit en dat zal
allemaal wel. Maar zo'n FSV en de Algemene wet bestuursrecht, waardoor
mensen achttien maanden moesten wachten in plaats van zes weken en het
stopzetten van beleid voor toeslagen zonder dat er voorafgaand onderzoek
gedaan is; daar gaat het mij om. Die lijst wil ik nu eens een keer
compleet hebben. Ik vraag daar al een jaar om en daarom doe ik het maar
even met een motie.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Ik geef het woord aan mevrouw Lodders.
Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter. Ook wat mij betreft een onbevredigend gevoel als het gaat om
de FSV, die zwarte lijsten. Ik had even meegeschreven tijdens een
interruptie van de heer Azarkan. Hij zei het heel treffend zoals ik het
ook bedoelde: FSV is gestopt. Dat wordt nog een keer bevestigd door de
staatssecretarissen, maar deze lijsten zijn gedeeld en burgers hebben
nadeel ondervonden. Wat ik heel erg lastig vind — en daar heb ik toch
nog onvoldoende antwoord op gekregen — is dat de Autoriteit
Persoonsgegevens zegt dat deze informatie zo snel mogelijk moet worden
geschrapt, maar dan moet je natuurlijk als andere overheidsinstelling of
semioverheidsinstelling wel weten dat je die informatie onrechtmatig
hebt gehad. Het kan toch niet zo zijn dat we niet weten aan wie we wat
sturen. Nou, dat brengt me bij de ICT. Dat betekent wat mij betreft dat
de ICT ook echt wel een stap moet zetten om dit soort dingen beter aan
elkaar te verbinden, zodat we inzicht hebben in wat we met informatie
doen. Dus ook op dat punt zou het goed zijn als de staatssecretaris aan
gaat geven — dat hoeft niet per se binnen twee of drie weken, want het
lijkt me vrij ingewikkeld — welke investeringen juist op dit punt met
betrekking tot de ICT nodig zijn.
Voorzitter. Nog heel even kwamen de zoekgeraakte stukken aan de orde.
Ook daar heb ik eerder schriftelijke vragen over gesteld, weliswaar voor
ondernemers, maar volgens mij zou het ook heel goed hierop van
toepassing zijn: ga aan de slag met een track and trace. Als ik online
een website bezoek kan ik 's nachts bij wijze van spreken nog zien waar
mijn pakketje is en dan weet ik wie dat in behandeling heeft. Dus ik
hoop dat ook deze vragen voor volgende week beantwoord zijn.
Tot slot, voorzitter, heb ik een motie. Ik stelde de vraag niet voor
niks: we hebben volgende week het debat over de hersteloperatie, maar ik
maak me echt zorgen over de schuldeisers en dan met name de private
schuldeisers. De staatssecretaris bevestigde eigenlijk ook dat er nog
niet een echt wettelijke grondslag is. Dus vandaar de volgende
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ouders die behoren tot de hersteloperatie toeslagen in
(problematische) schuldenposities kunnen zitten;
verzoekt de regering maatregelen te nemen waardoor alle schuldeisers
tijdelijk een pauzeknop indrukken voor de invordering van hun vordering,
waardoor met rust tot een oplossing kan worden gekomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Lodders. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 781 (31066).
Mevrouw Lodders (VVD):
Excuus voor het feit dat de motie niet netjes is uitgetikt, maar ik ben
vandaag wat onthand. Ik ga er ook over nadenken om wellicht een
amendement voor te bereiden; dat moet natuurlijk om die wettelijke
grondslag te creëren bij wetgeving. Ik denk namelijk dat we hier heel
snel aan de slag moeten. Aan de ene kant zie je dat vorige week is
begonnen met €30.000 uitkeren, maar het kan natuurlijk niet zo zijn —
daar hebben we allemaal heel veel over gezegd in de afgelopen weken —
dat er schuldeisers zijn die dan die €30.000 opeisen. Dat moeten we dus
volgens mij echt snel regelen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Lodders. Meneer Nijboer.
De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Ik denk dat we kunnen vaststellen dat de Kamer van links tot
rechts teleurgesteld is over dit overleg. Dat zit in twee dingen. Ten
eerste, omdat die ouders natuurlijk nog steeds in de dikke ellende
zitten en niet helder hebben welke rol de discriminatie nou precies
heeft gehad, hoe dat nou precies heeft plaatsgevonden en dat het zo lang
boven de markt heeft kunnen hangen. De Kamer heeft daar keer op keer
naar gevraagd. En ten tweede, omdat ik toch wel een beetje de indruk heb
dat het pas in beweging is gekomen nadat de Kamer wat heeft gevraagd. Er
zijn toch best veel voor de hand liggende vragen gesteld door collega's
hier en ook door mijzelf die niet beantwoord zijn.
Sterker nog, er zijn best veel vragen gesteld, nog maar een jaar
geleden, waarop toezeggingen zijn gedaan die niet zijn nagekomen. Dat er
vandaag nog zoveel dingen onbeantwoord zijn, kan gewoon niet, zeker niet
in zo'n kwestie. Ik vraag de staatssecretaris om daarop te reflecteren.
Hoe kan het nou dat we zo'n ondervragingscommissie hebben gehad, dat we
hier al jaren achterheen lopen, dat het kabinet is afgetreden en dat er
nog zoveel vragen in zo'n debat onbeantwoord blijven? Dat is voor die
ouders natuurlijk het allerteleurstellendst, maar dat is ook politiek
teleurstellend.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Nijboer. Meneer Van Otterloo.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter. Ook mijn dank aan beide staatssecretarissen,
maar ik moet wel constateren dat we vóór het vorige zomerreces de wet
hebben aangepast om te zorgen dat men tot uitkering kon overgaan.
Vervolgens hadden we een AO waaruit bleek dat er nog weer een paar
maanden bij moesten komen omdat het allemaal goed en rechtmatig geregeld
moest worden.
Zo langzamerhand heb ik de indruk dat het hier niet alleen gaat over een
heel treurige zaak maar dat het ook het tempo heeft van een treurmars.
We komen heel langzaam vooruit en het lijkt bijna alsof we net zo veel
tijd nodig hebben om het probleem op te lossen als waarin het jaren
geleden is ontstaan. Ik heb vorige week geprobeerd om de ballingschap te
voorkomen van de Tweede Kamer naar B67, maar ik ben zo langzamerhand
bang dat we pas nadat die ballingschap is afgelopen dit probleem hebben
opgelost. Want we zijn al vele jaren bezig met het probleem, we weten
zo'n twintig maanden dat we een oplossing moeten vinden, en nog steeds
gebeurt er heel weinig voor mensen die in de knel zitten en heel weinig
ook structureel, in wat daaronder zit, wat ik "het moeras" heb genoemd.
Daarom had ik vorige week met de AP en de Algemene Rekenkamer een wat
treurige week als het ging over algoritmes.
De voorzitter:
Uw muzikale metaforen doen bijna denken dat u een andere voornaam heeft
dan u heeft. Dank u wel, meneer Van Otterloo.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dat was een andere tak, ja.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de
Kamer. Er staan nog een aantal vragen open, ook uit de eerste termijn,
en er is een aantal moties ingediend. Ik kijk even hoeveel tijd de
staatssecretarissen nodig hebben om hun tweede termijn voor te
bereiden.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Tien minuten.
De voorzitter:
Over tien minuten verzamelen we ons weer hier. Dat betekent dat ik u
hier weer om 18.35 uur terugzie.
De vergadering wordt van 18.25 uur tot 18.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Het is tijd om ons notaoverleg te vervolgen. Ik geef het woord aan
staatssecretaris Vijlbrief, die nog een aantal openstaande punten had
uit de eerste termijn en wellicht zijn appreciatie geeft van een aantal
moties. Motie 5 bestaat niet, als u straks denkt dat u die gemist hebt
op de lijst, maar dat komt doordat er ergens iets bij het enthousiast
doornummeren mis is gegaan. Staatssecretaris Vijlbrief.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter, dank u wel. Met het oog op de klok lijkt het me slim dat ik
de openstaande vragen nog even naloop. We gaan een brief sturen aan
mensen die in FSV staan. De bedoeling is om dat te doen in
februari/maart. Dat zullen we zo snel mogelijk doen. Daar zit een
probleem dat ik al eerder aangaf, en dat is: hoe sneller we dat doen,
hoe minder onderscheid we kunnen maken tussen mensen in FSV, het
fraudeurs/criminelen-punt. Ik heb al in eerste termijn gezegd, bij een
interventie van de heer Snels, dat wij zullen kiezen voor de ouders, als
er gekozen moet worden. Maar ik wil nog wel even de ruimte hebben om dat
op een nette manier te doen.
Dan hebben we het lang gehad over het tijdpad van een onderzoek naar
schuldsanering. Ik heb daarbij aangegeven dat we met handwerk door heel
veel verzoeken moeten. Het zijn niet drie- tot vijfhonderdduizend
gevallen waarbij het afgewezen is, maar het zijn drie- tot
vijfhonderdduizend gevallen waar minnelijke schuldsanering aan de hand
geweest kan zijn. Dat zijn alle faillissementen en minnelijke
schuldsaneringsverzoeken. Geautomatiseerd selecteren kunnen we daar heel
moeilijk. Dat betekent dat het tijd kost, maar ik ga mijn uiterste best
doen om dat zo snel mogelijk te doen. Ik zal bij het onderzoeksrapport
van de ADR in februari een tussenrapportage geven hoever we daarmee
zijn.
Om dat even af te pellen. Van die groep van drie- tot vijfhonderdduizend
moeten we dus gaan afpellen welke minnelijke schuldsanering hebben
aangevraagd, welke daarvan zijn afgewezen, welke daarvan meer dan
€10.000 schuld hadden en welke daarvan in FSV stonden op een
o/gs-kwalificatie. Dat is de reden dat het tijd kost.
We gaan de convenantpartners een signaal geven over de informatie uit
FSV. Er is informatie bij wie dat allemaal terecht is gekomen, na een
WOB-verzoek, denk ik. Ik heb al gezegd dat ik met "niet gestructureerd"
bedoelde dat het geen beleid was om dat te delen, maar dat is wel
gebeurd. Wij zullen de convenantpartners zo snel mogelijk een signaal
geven over het feit dat deze informatie uit deze specifieke lijst
komt.
De voorzitter:
Het lijkt me handig om even te wachten tot alle vragen beantwoord zijn.
Dan kunt u straks interrumperen, meneer Omtzigt.
Staatssecretaris Vijlbrief:
De heer Omtzigt had in eerste termijn de vraag gesteld over 1.043 mensen
die heel erg ziek zijn, die daardoor hoge zorgkosten hebben en die elk
jaar alle stukken opnieuw moeten insturen. Ik ben het ermee eens dat dat
niet zo hoort en ik ga regelen dat dat niet meer zal gebeuren.
Even kijken of ik daarmee de belangrijkste vragen heb gehad. Ik dacht
het wel. De samenhang tussen de departementen op het gebied van
algoritmen moet worden geborgd door BZK en JenV. Hierbij wordt ook de
uitkomst van het ARK-onderzoek naar algoritmen meegenomen. Dat zal op
deze manier vorm moeten krijgen. Dat richting mevrouw Lodders.
Dan de vraag van de heer Omtzigt in eerste termijn of het AVG-compliant
was in 2024. Die vraag had ik gemist in eerste termijn, sorry. Ja, dat
klopt. Dat komt doordat we door een gigantische hoeveelheid van 900
applicaties heen moeten. Ik kom straks even terug op zijn motie over de
wetgeving waar je allemaal aan moet voldoen. Dat is bijvoorbeeld de AVG,
de WIO, de informatiehuishouding, de Archiefwet, dus dat is een
gigantische klus.
Dan de vraag over het advies van de landsadvocaat. Was de bedoeling
daarvan om te vragen aan de landsadvocaat om gronden te geven waarop we
geen inzage moeten geven? Volgens mij was dat niet de bedoeling, maar ik
kan me voorstellen dat het advies zo gelezen is. In ieder geval heb ik
er niks mee gedaan, maar dat moet de Kamer opgevallen zijn. Ik ga wel
mensen inzage geven.
De heer Omtzigt (CDA):
Goed dat de convenantpartners geïnformeerd worden. Ik had gehoopt dat
dat al gedaan was, maar goed dat dat gebeurt. Het zou zomaar kunnen dat
de convenantpartners die informatie van de Belastingdienst overnemen en
er in hun systemen niet bij zetten dat die informatie van de
Belastingdienst komt. We zitten hier echt met een probleem, omdat de
overheid informatie verdeelt en niet logt waar het vandaan komt. De
Belastingdienst weet niet wanneer hij dat deelt. Ik kan me zomaar
voorstellen dat het RIEC of het UWV zegt dat zij niet weten waar die
informatie vandaan komt. En dan staat er een vinkje achter iemands naam.
Ik vraag de staatssecretaris om binnen twee of drie weken terug te
koppelen hoe die informatie gedeeld is en wat er gedaan kan worden om
onterechte vinkjes weg te halen. Dat is wat de Kamer nu al een tijd
vraagt, maar wij komen daar nog niet uit, geloof ik.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dat wil ik toezeggen, maar ik kan niet beoordelen of de termijn van twee
à drie weken afdoende is. Ik wil toezeggen dat we dit gaan
proberen.
De heer Omtzigt (CDA):
Dank. Dan krijgen wij die brief op hopelijk redelijk korte termijn over
waar het naartoe gegaan is, of dat bijgehouden is en zo niet, hoe dat
eruit gehaald wordt. Dat is de crux van de vraag die hier op tafel ligt.
Je kunt mensen wel brieven sturen, maar als het dan niet uit de systemen
gehaald wordt en als je niet weet waar het zit, hebben we een
probleem.
Twee. Ik heb hier bakken vragen gesteld sinds 2017 over de
Belastingdienst en of die AVG-compliant was. Daar heb ik allemaal hele
ingewikkelde antwoorden op gehad, maar het was altijd: we zijn er bijna.
Wat is er in de tussentijd gebeurd? Ben ik hier jarenlang met alle
AVG-vragen een beetje voor het lapje gehouden; dat we nu gaan beginnen
om te kijken of de Belastingdienst aan de AVG voldoet?
Staatssecretaris Vijlbrief:
We weten inmiddels dat een aantal systemen van de Belastingdienst niet
aan de AVG voldeed. Dat weet de heer Omtzigt ook. Ik noem FSV en we
hebben er nog een aantal andere aangetroffen. Wat we nu doen, is dat we
een doel hebben gezet of een datum waarop we AVG-compliant moeten zijn.
Ik probeerde in mijn antwoord aan te geven dat dat een enorme bulk werk
is, omdat we door al die systemen heen moeten. Dit is de werkelijke
situatie.
De heer Omtzigt (CDA):
Er was een actieplan in 2018 om de Belastingdienst AVG-compliant te
maken. Dat is met de Kamer gedeeld. Er is gezegd dat de Belastingdienst
voldoet aan de AVG. Als er in een uithoek iets gevonden wordt, in een
kantoor met 30.000 medewerkers, zoals de heer Van Weyenberg vroeg, be my
guest, dat snap ik. Maar is dat een faketraject geweest? Waar zit ik
hier precies naar te kijken? Er was een heel traject afgerond. In
meerdere AO's is daarnaar gevraagd. Toen werd gezegd: ja, we zijn er
ongeveer. En nu horen we dat u er nog een keer vier jaar over gaat doen
voordat u aan de AVG voldoet. Kunt u bij de volgende brief ook even
vertellen wat voor traject dat geweest is, of dat een soort fictief
traject in een parallelle werkelijkheid geweest is?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik lach, maar niet uit blijheid. Dat zal ik doen. Ik zal nagaan wat daar
precies gebeurd is. Ik geef de heer Omtzigt nu een eerlijk assessment
van de situatie nu, maar dat weet hij ook wel. Maar ik zal naar het
traject kijken.
Mevrouw Leijten (SP):
Door de andere staatssecretaris werd gezegd dat soms een partner
aanleiding kon zijn voor het niet verstrekken van toeslagen. En nu zijn
best veel ouders ook bezorgd over hun kinderen, want sommige ouders
hebben al volwassen kinderen. Er komt nog informatie onze kant op. Is
het mogelijk om daarin antwoord te geven of mensen die in FSV stonden,
aangepakt zijn, al dan niet onterecht, en of hun kinderen ook getarget
zijn?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik zit even hardop te denken. Dat zou in ieder geval uit dat grote
FSV-onderzoek moeten komen, dat gaat starten, waarin wordt gekeken naar
de gevolgen voor burgers en bedrijven. Of we dat op korte termijn kunnen
leveren, daarvoor kijk ik even naar mijn collega. Ik vrees dat dat
lastig is.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Als u mij toestaat, voorzitter, ik denk dat we daar twee routes in
moeten volgen. Bij het herstel voor individuele ouders kijken we naar
wat er precies in FSV is opgenomen. We hebben wel gegevens over kinderen
gevonden. Zij waren niet zelfstandig in FSV opgenomen, maar wel dat er
sprake was van kinderen, bijvoorbeeld omdat er een signaal was dat te
maken had met de kinderopvangtoeslag. Als wij ouders individueel
beoordelen, om te kijken wat er aan de hand is, kijken we dus ook
uitgebreid naar wat er in FSV staat, inclusief de kinderen. Dat nemen we
in ieder geval mee. Dat doen we dus lopende het hersteltraject. Als het
gaat om meer fundamentele koppelingen, dan denk ik dat we die wel in dat
grotere onderzoek mee moeten nemen, maar waar we het bij gedupeerde
ouders zien, kunnen we het gelijk meenemen.
De voorzitter:
De appreciatie van de moties die aan u zijn toegewezen.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter. Die eerste motie wordt vrij breed ondersteund, heb ik de
indruk. De regering geeft daar graag oordeel Kamer aan. De motie van de
heer Azarkan en de heer Van Weyenberg op stuk nr. 777 zal ik
doorgeleiden, want die gaat niet alleen over de Belastingdienst, maar
die is breder. Die zal ik doorgeleiden naar de collega's van BZK en JenV
voor een oordeel. De motie op stuk nr. 778 van het lid Azarkan kan ik
oordeel Kamer geven. De vierde motie doet mevrouw Van Huffelen. Dan de
motie-Omtzigt op stuk nr. 780 over alle wetten waar de Belastingdienst
zich niet aan heeft gehouden: ja, maar ik moet wel zeggen dat twee weken
daar een wat erg krappe termijn is. Mevrouw Leijten zegt: ga een rondje
maken langs advocaten. Ik doe mijn best maar ik ga geen twee weken
beloven. Ik kijk even naar de heer Omtzigt hoe we dit oplossen.
De heer Omtzigt (CDA):
Nou ja, ik weet niet of we beseffen wat we hier zeggen. Ik heb hier de
tekst van de Kamervragen uit 2018 of de Belastingdienst voldoet aan de
AVG. Het is echt heel serieus dat ik een beetje wanhopig als Kamerlid
een motie indien: mag ik weten aan welke wetten de regering niet
voldoet? Als dit niet op orde is, bent u niet in control als
staatssecretaris van de Belastingdienst. Dit is de basis. Dit is niet
zomaar een vraagje, dit is heel serieus, dus ik neem aan dat u alles uit
de kast trekt om dit zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Die laatste toezegging heeft de heer Omtzigt van mij, maar ik wou
enigszins aan verwachtingenmanagement doen. Ik zal het zo snel mogelijk
beantwoorden.
De voorzitter:
Wat is uw appreciatie van deze motie?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dan is de appreciatie oordeel Kamer, als de heer Omtzigt mij deze
vrijheid wil toestaan. Dan zijn er nog twee voor mijn collega.
De voorzitter:
Voor mevrouw Van Huffelen.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Er waren nog drie openstaande thema's waar ik kort iets over wil zeggen.
Het eerste gaat over de aantallen. Mevrouw Leijten vroeg hoeveel mensen
bij Toeslagen een o/gs-kwalificatie hebben gekregen zonder openstaande
schuld. Ik gaf aan dat ik het precieze aantal nog niet heb, en dat
klopt. Het zijn er ongeveer 9.000, maar we hebben ze nog niet helemaal
in beeld. Zodra we dat doen, en dat is in de komende weken, laat ik u
daar meer over weten, want het is ook een groep mensen die potentieel
gedupeerd is en voor compensatie in aanmerking komt.
De heer Nijboer is er niet meer maar hij vroeg, net als de heer Van
Otterloo, wat er nou gebeurt. Als het gaat om het herstel van de
toeslagen zijn we wel degelijk aan de slag gegaan met het FSV-bestand.
Los van de grotere analyses die er plaatsvinden, zijn wij met ouders aan
het kijken — of beter gezegd: wij onderzoeken dat actief en delen dat
mee — of zij geregistreerd staan in FSV en of dat voor hun partner geldt
en wat er eventueel over hun kinderen in staat. Dat nemen wij mee en dat
laten we ze ook weten. Wij nemen dat dus mee in de beoordelingen.
Daarmee kunnen we zien wat er gebeurd is, zoals we ook kijken of ze een
o/gs-kwalificatie hebben gehad, want beide zijn relevant voor het
beoordelen van de compensatie.
Dan iets preciezer over het thema van de woonplaats, waar de heer
Azarkan naar vroeg, maar hij is er ook niet meer. Ja, de AP heeft
gekeken of woonplaats werd meegenomen, maar daarbij zijn geen
overtredingen geconstateerd, dus dat is dan voor de zekerheid, zal ik
maar zeggen.
Dan twee moties. De motie van de heer De Jong op stuk nr. 779 wil het
kabinet ten zeerste ontraden. Ik denk dat ik daar voldoende over heb
gezegd. De motie van mevrouw Lodders op stuk nr. 781 zou ik oordeel
Kamer willen geven, vooral omdat ik denk dat het ontzettend relevant is
om te kijken of we iets van zo'n pauzeknop kunnen vinden, omdat het goed
zou zijn als er rust is terwijl we bezig zijn met uitzoeken welke
schulden er überhaupt zijn en met overleg met de schuldeisers over het
wegstrepen daarvan. Daarom geef ik deze motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Mevrouw Leijten, nog een interruptie.
Mevrouw Leijten (SP):
Het ging procedureel een beetje snel. We zien de tekst van de moties pas
later, als ze uitgedeeld worden. Dat geeft niks, maar ik moet eerlijk
zeggen dat ik het een beetje een raar figuur vind. Er is een motie
aangenomen die zegt: als het niet anders kan, dan neem je de private
schulden maar over. Dat is toch gewoon een aangenomen motie? Dat is dan
toch het uitgangspunt? Hoe sympathiek deze motie over een pauzeknop ook
is, dat is niet wat de meerderheid van de Kamer heeft gezegd. Als deze
motie wordt aangenomen, is dat wel een voorbode op het uiteindelijk
overnemen van die schulden. Ik wil niet dat de regering dat anders ziet.
Anders vind ik dat een beetje raar. Ik snap mevrouw Lodders en ik wil de
inzet totaal niet ondermijnen, want nu hebben mensen problemen, nu
krijgen mensen €30.000 en nu is er nog niks geregeld, dus een pauzeknop
is goed, maar die andere aangenomen motie ligt er wel. Ik wil
procedureel maar aangeven dat die daarmee niet zomaar weg kan
zijn.
De voorzitter:
Volgens mij denkt niemand dat ook. Dat is het mooie van ons
registratiesysteem. Het is allemaal genummerd en geapprecieerd.
Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter, staat u mij toe. Mevrouw Leijten reageert op de motie die ik
zojuist heb ingediend. Zonder er iets aan af te doen, ik constateer
precies wat mevrouw Leijten zegt. Om die reden heb ik deze motie
ingediend en ben ik ook al aan het nadenken over een amendement,
desnoods vreemd, want ik vind wel dat dat bedrag naar die ouders toe
moet, en wel voor 1 mei. Dan kan het niet zo zijn dat in de tussentijd
om tot een oplossing te komen — een, twee of drie weken, hoelang er
nodig is — geïncasseerd kan worden of beslag gelegd kan worden. Dat is
de intentie achter dit verhaal, maar volgens mij zijn we het eens. Ik
hecht eraan om dat nog een keer extra te benoemen.
De voorzitter:
Ook dit soort dingen zijn allemaal vastgelegd in de Handelingen en
allemaal nazoekbaar, doorzoekbaar, enzovoorts. Mevrouw Leijten, tot
slot.
Mevrouw Leijten (SP):
Volgens mij zei ik ook dat ik geen reden had om te twijfelen aan de
inzet, maar ik vind dat de aangenomen motie de basis is, maar ik twijfel
niet aan de inzet.
De heer De Jong (PVV):
Kan de staatssecretaris bevestigen dat die motie-Wilders zal worden
uitgevoerd en dat daar niets aan in de weg staat; dat deze motie daarbij
ook niet in de weg staat?
Staatssecretaris Van Huffelen:
In lijn met wat hier eerder gewisseld is: die motie ligt er, die staat.
De uitspraak van de Kamer is helder. Wanneer nog niet duidelijk is welke
schuldeisers ouders precies hebben, en dat weten we natuurlijk niet,
althans ik weet dat niet — en ze weten het zelf misschien ook niet
helemaal meer, omdat ook schuldeisers uit het verleden zich kunnen laten
zien — is het zeker zo dat het enorm helpt wanneer er een mogelijkheid
is om dat eerst uit te zoeken, daarom is deze motie oordeel Kamer. Wat
er daarna met die schulden gebeurt, is dan de volgende stap.
De heer De Jong (PVV):
Wat er daarna met die schulden gebeurt, op het moment dat wij erachter
komen dat private partijen niet meewerken of dat die mensen op welke
wijze dan ook nog steeds in de problemen zitten, is het zo dat de
overheid dan die schulden overneemt. Dat is de motie die is aangenomen
en zo moet die ook worden uitgevoerd.
De voorzitter:
We gaan het debat niet heropenen, meneer De Jong. Uw punten zijn
duidelijk. Ook die zijn opgenomen in de Handelingen. Het dictum van de
motie is volgens mij ook terugvindbaar, dus de regering zal daarop
terugkomen. Daar is voldoende over gezegd.
Daarmee zijn wij aan het eind gekomen van dit notaoverleg. Er zijn zes
moties ingediend, waarvan er vijf geapprecieerd zijn. Daar wordt
volgende week dinsdag over gestemd. Ik hoop en verwacht dat de
staatssecretarissen de appreciaties namens BZK en JenV tijdig naar de
Kamer kunnen laten komen.
Als u er prijs op stelt, kan ik nog zeven toezeggingen met u delen, om
die te toetsen. Daar hebben we nog een paar minuten voor, dus dat ga ik
gewoon doen. Dan kunt u kijken of ook dat goed genoteerd gaat
worden.
De staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, meneer Vijlbrief, zegt toe dat hij de Kamer zal informeren over hoeveel mensen te maken hebben gehad met het afwijzen van een verzoek tot minnelijke schuldsanering als gevolg van de registratie in FSV of de kwalificatie opzet/grove schuld.
Op welke termijn ongeveer denkt u?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dat moet ik even nagaan. Enkele weken.
De voorzitter:
Dan gaan we dat terugzoeken in de Handelingen. Die termijn heeft u
aangegeven, maar die hebben wij niet opgeschreven. Die gaan wij
toevoegen. Enkele weken.
De staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, meneer Vijlbrief, zegt toe dat hij de Kamer zal informeren over het informeren van personen die op een zwarte lijst staan, naar aanleiding van de motie-Marijnissen c.s.
De staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst zegt aan het lid Van Weyenberg toe dat hij de Kamer binnen een maand zal informeren over de fraudeaanpak van de Belastingdienst.
De heer Van Weyenberg (D66):
Ook over de nieuwe fraudeaanpak, van tevoren.
De voorzitter:
Is dat ook binnen een maand?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dat heb ik al eerder toegezegd.
De voorzitter:
Dan de vierde toezegging:
De staatssecretaris van Financiën - Toeslagen en Douane, mevrouw Van Huffelen, zegt aan het lid Azarkan toe de Kamer nader te informeren over het niet meer gebruiken van de tweede nationaliteit door de Belastingdienst.
Ik hoor dat mevrouw Van Huffelen iets wil aanscherpen bij de vierde
toezegging.
Staatssecretaris Van Huffelen:
Dat ging niet over het niet meer gebruiken. De vraag was precies wat er
was gebeurd in 2018, op het moment dat het uit de risicomodellen was
gevallen. Het moet even iets specifieker waar het over gaat, want anders
is het een iets te grote vraag. Maar daar komen we op terug.
De voorzitter:
Met deze toelichting kunnen we de toezegging nader concretiseren.
Dan gaan we door naar de vijfde toezegging:
De staatssecretaris van Financiën - Toeslagen en Douane zegt toe aan het lid De Jong om de Kamer te informeren over het kwijtschelden van schulden door private schuldeisers en het verwijderen van BKR-registraties.
De staatssecretaris van Financiën - Toeslagen en Douane zegt toe aan het lid Omtzigt de Kamer in de al toegezegde brief van aanstaande vrijdag te informeren over het aanvullende advies over het doen van aangifte.
De staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst zegt het lid Omtzigt toe om de Kamer te informeren over het gebruik van FSV-registraties door andere partijen.
De heer Omtzigt (CDA):
Dank daarvoor. Welke convenantpartners data gehad hebben, of die
convenantpartners dat opgeslagen hebben, de mensen kunnen informeren of
het kunnen wissen en of daaruit volgt dat er een datalek is, dat zijn de
vragen die ik stelde. Dat moet in die brief staan die we dan
krijgen.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ja.
De voorzitter:
Met die aanscherping kan ook die toezegging de Toezeggingenregistratie
in. Hartelijk dank aan u allen. Veilig thuis en tot de volgende
keer.
Sluiting 18.59 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 88 (2020-2021) van 1 februari 2021 |
---|
Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |