Wet implementatie richtlijnen elektronische handel (35527) (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2021D07120, datum: 2021-02-11, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2021-02-11 17:00: Wet implementatie richtlijnen elektronische handel (35527) (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Wet implementatie richtlijnen elektronische handel
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Financiën heeft op 11 februari 2021 overleg gevoerd met de heer Vijlbrief, staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, over:
het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet implementatie richtlijnen elektronische handel) (35527);
de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 5 februari 2021 inzake uitvoeringstoets noodspoor wetsvoorstel implementatie richtlijnen elektronische handel (Kamerstuk 35527) (2021Z02500).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Tielen
De griffier van de vaste commissie voor Financiën,
Weeber
Voorzitter: Tielen
Griffier: Freriks
Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Leijten, Lodders, Palland, Snels, Tielen en Van Weyenberg,
en de heer Vijlbrief, staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst.
Aanvang 17.19 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag. Het is bijna het einde van de reguliere Kamerperiode en wij
hebben als commissie voor Financiën samen met staatssecretaris Vijlbrief
nog een topstuk op de agenda staan, namelijk de Wet implementatie
richtlijnen elektronische handel (35527). Dat is het onderwerp van dit
wetgevingsoverleg, dat de komende kleine twee uur plaatsvindt. Welkom
aan staatssecretaris Vijlbrief. Welkom aan mevrouw Palland namens het
CDA, mevrouw Lodders namens de VVD, meneer Snels namens GroenLinks,
meneer Van Weyenberg namens D66 en mevrouw Leijten namens de
Socialistische Partij.
Ik besloten om de volgorde van de sprekers te bepalen op basis van de
grootte van de fracties. Ik geef daarom als eerste het woord aan mevrouw
Lodders voor haar eerste termijn.
Mevrouw Lodders (VVD):
Dat is verrassend. Dank u wel, voorzitter. Ik ga snel van start en ik
probeer ook even snel door de tekst te gaan, omwille van de tijd. Excuus
als het snel gaat.
Voorzitter. De implementatie van de richtlijnen elektronische handel is
bedoeld om de concurrentievoorwaarden tussen bedrijven binnen en buiten
Europa meer gelijk te trekken. Voor onze ondernemers leidt dit voorstel
tot een administratieve en financiële lastenverlichting. Tot zover het
goede nieuws.
Als deze wet niet zo belangrijk zou zijn voor onze hardwerkende
ondernemers, hadden we deze wet wat mijn fractie betreft vandaag niet
behandeld. Inhoudelijk regelt deze wet een aantal goede zaken, maar de
uitvoering is niet op orde.
De staatssecretaris schrijft dat hij verheugd is dat de Belastingdienst
het voorstel via een noodspoor kan uitvoeren. Ik begrijp die
jubelstemming eerlijk gezegd niet, want met het noodspoor worden
knelpunten van een niet-tijdige implementatie weggenomen, maar het
noodspoor kent serieuze risico's en onzekerheden. Het oordeel in de door
de Belastingdienst opgestelde uitvoeringstoets is heel kritisch. Er
wordt gesproken van een lagere dienstverlening en langere
doorlooptijden. De kans bestaat dat het aantal fouten toeneemt en de wet
is alleen beheerst uitvoerbaar bij een gematigd aantal deelnemers.
Daarnaast is er geen inzicht in de financiële gevolgen van de risico's
voor de ondernemer en de Belastingdienst en is de Algemene Rekenkamer al
langer heel kritisch over de implementatie van deze wet. De Algemene
Rekenkamer voelde zich zelfs genoodzaakt om voor de parlementaire
behandeling een stevige brief naar het parlement te sturen. Dat heb ik
nog niet vaak gezien. En dan lezen we ook nog dat al die risico's een
extra inspanning van ondernemers vragen en dat ze ook nog niet besproken
zijn met de vertegenwoordigers van het mkb. Dat begrijp ik niet.
Voorzitter. Ik heb een aantal kritische noten gekraakt over de begin
vorig jaar in gang gezette reorganisatie van de Belastingdienst en de
gevolgen daarvan. De situatie waarin we nu beland zijn, zie ik als een
rechtstreeks gevolg van die ondoordachte zet. Begin vorig jaar
waarschuwde de dienst in een stevige brief aan minister Hoekstra voor
een vacuüm in de besturing en de regievoering van de noodzakelijke
ontwikkelingen in de informatievoorziening, die al langer onder druk
stond. Dit signaal uit de dienst is genegeerd door de minister, evenals
de kritische houding van de Kamer. De Kamer wacht namelijk nog steeds op
de haalbaarheidstoets van de ontvlechting van de Belastingdienst waarin
de consequenties, de uitvoeringsrisico's en de meerwaarde helder zouden
worden gerapporteerd. Het is jammer dat de heer Bruins weg is, want mijn
vraag aan de staatssecretaris is wanneer de Kamer de uitvoering krijgt
van de motie-Bruins c.s. Ik zal het nummer achterwege laten. Als de
minister niet wil leveren, dan vraag ik deze staatssecretaris de
signalen uit de dienst serieus te nemen en de haalbaarheidstoets uit te
voeren, want tussen de regels door lezen we in deze uitvoeringstoets dat
deze noodgreep ook gevolgen heeft voor andere onderdelen. Ik wil daar
dan ook graag meer duidelijkheid over.
Voorzitter. De gevolgen voor de rijksbegroting worden in antwoord op een
van mijn vragen wat gemakkelijk weggeschreven, maar de huidige situatie
rond deze wet kan niet losgezien worden van andere ontwikkelingen binnen
de dienst. We hebben het nu over het noodspoor, waarbij sprake is van
30.000 deelnemers, waarvoor 450 mensen moeten worden aangetrokken.
Vorige week hebben we deze staatssecretaris aan de tand gevoeld over de
zwarte lijsten, de FSV-lijsten, waarbij wel 300.000 dossiers doorgezocht
moeten worden. Ook daarvoor zal een grote hoeveelheid mensen moeten
worden aangetrokken, wat directe gevolgen heeft voor de rijksbegroting,
zeg ik via de staatssecretaris richting de minister van Financiën. Ook
zijn bemoeienis zou dus op z'n plaats zijn.
Voorzitter. Ik heb een aantal concrete vragen die ik kort en bondig zal
formuleren voor de korte termijn. Daarnaast vraag ik de staatssecretaris
hoe hij de Kamer de komende maanden zal informeren over de voortgang van
het noodspoor en de definitieve oplossing. Aan de hand van die
informatie zal mijn fractie dan ook de vinger aan de pols houden. Op
welke manier gaat de staatssecretaris de ondernemers betrekken bij de
realisatie van het noodspoor, het aanleveren van de informatie en de
definitieve oplossing? Wat gebeurt er als er meer dan de genoemde 30.000
deelnemers zijn? Wat zijn dan de gevolgen voor de ondernemers? Hoe gaat
de staatssecretaris hun tegemoetkomen?
De gegevens van de ondernemers worden zo veel mogelijk geautomatiseerd
ontvangen. Wat is "zo veel mogelijk"? En wat wordt hiermee bedoeld? Wat
zijn de gevolgen als de uitwisseling van de gegevens met de andere
lidstaten niet goed functioneert?
De dienstverlening van de BelastingTelefoon zal niet werken. Dat wordt
doorgeleid naar de inspecteur. Wat betekent dit voor het reguliere werk
van de inspecteur? Wat betekent dit voor de ondernemers?
De NOB wijst ons op mogelijke fraude met iOSS-nummers. Mijn fractie
deelt die zorg. Hoe wordt er gecontroleerd op fraude? Hoe wordt
voorkomen dat goedwillende platforms de dupe worden van de kwaadwillende
die de gegevens van het platform misbruiken?
Voorzitter, tot slot. Er moet structureel meer inzicht komen in de
ontwikkelcapaciteit van de ICT, de kosten ervan en de keuzes die daarin
gemaakt worden. Ik stel voor de nog op te tuigen inspectie voor de
Belastingdienst hier een belangrijke rol in te geven. Ik hoor graag van
de staatssecretaris hoe hij daarin staat.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Lodders. Mevrouw Leijten heeft een vraag voor
u.
(De bel uit de plenaire zaal klinkt)
Mevrouw Leijten (SP):
En dan gaat meteen een bel af. Dat zijn wij hier in de Kamer gewend.
Kijk, mevrouw Lodders, we kunnen natuurlijk ook gewoon zeggen: we gaan
dit niet doen; de risico's zijn te groot. De Belastingdienst kan het
niet aan. De kans op fraude is te groot. De kans bestaat dat we in een
totaal moeras belanden en dat we een volgende toeslagenaffaire
organiseren, maar dan op een andere manier. Zouden we deze
staatssecretaris niet de opdracht moeten geven om zijn goede lijntjes in
Brussel te gebruiken om te zeggen dat we het niet aankunnen? We kunnen
het gewoon niet aan. Het kabinet is net gevallen over de
toeslagenaffaire. We weten allemaal dat dat heel heftig was, want wij
zijn allemaal ook woordvoerder op dat dossier. Je ziet dit nu aankomen.
De noodseinen staan op rood, rood, rood. Als het ingaat, gaat het maar
in voor 30.000 bedrijven, terwijl wij er een miljoen hebben. Dat is dus
al raar. Het risico op fraude is echt heel groot. Moeten we nu dan
überhaupt wel ja zeggen tegen deze implementatiewet?
Mevrouw Lodders (VVD):
Dat is echt een worsteling. Dat is dus een zeer terechte vraag van
mevrouw Leijten, maar ik ben begonnen met de vaststelling dat het een
gemakkelijkere keuze was geweest als deze wet niet zo belangrijk was
voor onze ondernemers. We hebben die tijd niet. Ik zou in ieder geval
niet voor mijn rekening willen nemen dat … Ik heb een aantal vragen
gesteld over het noodspoor dat nu opgetuigd is. Ik wil graag eerst het
antwoord van de staatssecretaris op die vragen horen. We nemen inderdaad
een risico doordat we deze route moeten kiezen. Maar nogmaals,
ondernemers wijzen nu richting het buitenland. Zij wijzen naar al die
landen waar ze mee handelen, of dat nu Duitsland, België of nog iets
verder is. Dat vind ik ook geen gewenste situatie.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik snap het heel goed en ik snap de positie van mevrouw Lodders ook. We
zouden ook willen weten hoe het in de afgelopen tijd zo heeft kunnen
komen. Maar toch staan wij nu voor die keuze. Volgens mij is het ook
onverantwoord om te zeggen: dan bieden we deze gammele noodbrug maar aan
waarvan we niet weten of die halverwege knapt, maar als dat zo is, dan
ligt iedereen in het ravijn. Ik vind dat risico op fraude namelijk echt
heel heftig. Ik zou de VVD dus toch in overweging willen geven om ook
een noodspoor met niet implementeren te bieden, zodat er een betere brug
over dat ravijn kan worden gebouwd.
Mevrouw Lodders (VVD):
Ik stel voor dat we toch eerst de reactie van de staatssecretaris op
mijn vragen afwachten. Nogmaals, het is echt een dilemma, maar ik kies
dan wel voor ondernemers, voor het noodspoor. Ik hoop dat alle inzet
daarop gericht is en dat de staatssecretaris ons daarbij nog enigszins
behulpzaam kan zijn met zijn antwoorden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan het CDA, bij monde van mevrouw
Palland.
Mevrouw Palland (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Collega Lodders zei het net al: het zou goed
nieuws moeten zijn dat dit wetsvoorstel voorligt. Maar de
staatssecretaris en zijn voorgangers brengen ons toch wel in een
moeilijk parket met de implementatie van de richtlijnen e-commerce. Het
noodspoor is geen goede optie, maar een te late implementatie is ook
geen optie, mede met het oog op risico's voor ondernemers en een
EU-inbreukprocedure. We moeten de schade zo veel mogelijk zien te
beperken, maar dat is lastig, want we gaan in ieder geval negen maanden
al het werk voor de onestopshop handmatig doen, terwijl we geen idee
hebben wat er precies op ons af gaat komen. Zo lezen we in de brief dat
er 100 fte kan worden aangetrokken. Daarboven wordt het problematisch.
Maar in de uitvoeringstoets lezen we dat 450 fte nodig is. In de
gedeelde notitie van de CIO Belastingdienst staat dat het aantal
medewerkers op termijn zelfs zou kunnen groeien naar 1.000. Wat betekent
dit concreet? Hoeveel fte is er naar schatting nodig tijdens het
noodspoor in het gematigde scenario, en hoeveel in een
worstcasescenario? En hoe gaan we al deze mensen adequaat
opleiden?
Gezien de grote risico's vragen we de staatssecretaris de Kamer
nauwgezet, in ieder geval tweemaandelijks, op de hoogte te houden van
het verloop bij de Belastingdienst tijdens de uitvoering van de
noodvoorziening, zodat tijdig kan worden gesproken over bijsturing. De
staatssecretaris is niet ingegaan op onze vraag in de schriftelijke
ronde over wat het plan van aanpak of terugvalscenario is als het
noodspoor niet werkt. Daar moeten we echt op voorbereid zijn. Graag zien
we een uitgewerkt terugvalscenario tegemoet.
Kan de staatssecretaris ook aangeven wat precies de gevolgen zijn voor
de modernisering van andere btw-voorzieningen, voor de continuïteit van
de btw-heffing en voor welke projecten? Kan de staatssecretaris
toezeggen dat hij de Kamer direct en separaat middels een brief op de
hoogte stelt wanneer dergelijke risico's zich manifesteren?
Voorts lijkt het ons sterk dat ondernemers het accepteren dat hun
btw-aangiftes niet goed of veel te laat verwerkt worden, en dat
lidstaten het accepteren dat zij btw-inkomsten mislopen. Graag ontvangen
wij een inschatting van de kosten van mogelijke procedures van bedrijven
en lidstaten tegen Nederland, en ook wat de maximale schade is die kan
optreden als het misgaat met het noodspoor.
Tot slot nog enkele korte vragen. Waarom zijn de enorme problemen niet
spontaan en separaat aan de Kamer medegedeeld? Kan dit in dusdanig
risicovolle gevallen in de toekomst wel gebeuren? Waarom is niet ex-ante
een toets van het BIT, dat nu het Adviescollege ICT-toetsing heet,
uitgevoerd op het nood- en het hoofdspoor? Binnen welke termijn zou wel
een toets kunnen worden uitgevoerd, in ieder geval op het
hoofdspoor?
Tot slot. Kan de staatssecretaris ingaan op de door ons gevraagde
safeguards om te garanderen dat een op EU-niveau afgesproken
implementatiedatum gedurende het proces haalbaar blijft?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Palland. Mevrouw Leijten heeft een vraag voor
u.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik hoor al dat de CDA-fractie akkoord is met deze gammele brug die
mogelijk halverwege het ravijn niet stevig genoeg is; ze gaat gewoon
instemmen. U vraagt nu om tweemaandelijks op de hoogte gehouden te
worden. Om heel eerlijk te zijn vind ik het zo bizar. Wij vragen
eigenlijk altijd aan de Belastingdienst om ons tweemaandelijks op de
hoogte te houden. Daardoor zitten we ze te frustreren met nog meer
bureaucratie, en onszelf ook, terwijl we hen niet in staat om een regel
fatsoenlijk uit te voeren. Moeten wij niet gewoon als Kamer nu zeggen:
ja, wij willen dat eenloketprincipe, en ja, we zijn te laat met
invoeren, maar we doen het de Belastingdienst niet aan, en daarmee die
ondernemers ook niet? Dan zouden we aan meneer Vijlbrief en de regering
moetenvragen om zich te melden in Brussel en te zeggen: de regering is
net gevallen, onze Belastingdienst piept en kraakt in zijn voegen en we
kunnen dit niet veilig uitvoeren. Is dat niet een veel betere lijn dan
een tweemaandelijkse rapportage en nog een BIT-toets, of hoe dat
allemaal ook heet?
Mevrouw Palland (CDA):
Ik ben ook begonnen met die worsteling. Ik hoorde het u ook voorleggen
aan collega Lodders, en terecht. Dat is ook een worsteling. Ik vraag
niet alleen om tweemaandelijks op de hoogte te worden gehouden, maar ook
om een terugvalscenario. Het feit dat nu, vrij laat, op tafel ligt dat
we moeten overgaan tot deze noodsprongen, geeft natuurlijk ook aan dat
het eerder voorzien had moeten worden. We moeten hiervan leren en we
moeten ook kijken hoe we als Kamer de informatiepositie beter op orde
krijgen, zodat we ook kunnen bijsturen. Daar is dat ook voor bedoeld. U
zult het toch met ons eens zijn dat we dat moeten doen. Daarnaast vinden
wij het van belang dat we antwoorden krijgen op de vragen die hier nog
leven en op de risico's die eraan zitten, en dat er een terugvalscenario
komt voor het moment dat er toch haken en ogen zitten aan het noodspoor.
We hebben daarnaast met elkaar afgesproken dat we de BIT-toetsen gaan
uitvoeren, juist op ICT-projecten. Dan moeten we dat hier ook doen. Het
lijkt me dus heel logisch dat ik daarnaar vraag.
Mevrouw Leijten (SP):
Het zijn allemaal logische vragen. Alleen, de vraag is of het startpunt
en de eindconclusie logisch zijn. Als u om een terugvaloptie vraagt,
denk ik: hoe dan? Kijk naar wat de Belastingdienst de afgelopen jaren
over zich heen gedenderd heeft gekregen: ze moesten onwijs veel doen
voor de brexit, de toeslagenaffaire weet iedereen, er is nu een
reorganisatie gaande. Het staat gewoon op een rood sein. Er is een
risico op fraude. En dan vraagt u om nog een terugvaloptie op het
noodpad te maken. Volgens mij is de beste terugvaloptie: het nu niet
doen. Want anders staan we hier in het najaar of volgend jaar rond deze
tijd met een enorm schandaal. En dan? Heeft de CDA-fractie erover
nagedacht dat je misschien als uiteindelijke consequentie moet nemen dat
we het nu niet doen omdat we het niet verantwoord vinden?
Mevrouw Palland (CDA):
Dit is een heel lastig parket. U trekt de conclusie al aan de andere
kant, terwijl bij ons de afweging de andere kant op valt. Er is
geprobeerd om uitstel te krijgen. We staan nu voor deze opgave. Daarom
ook de vragen aan de staatssecretaris. Hij staat hier ook voor. Hij legt
het niet voor niks ook aan ons voor. We moeten hierop voorbereid zijn en
de risico's goed in beeld hebben, ze monitoren en kijken of we
mitigerende maatregelen kunnen treffen. Ik hoor daar graag de
beantwoording van de staatssecretaris op, om toch te kijken hoe we
hiermee het beste kunnen voortgaan, ook omdat er allerlei gevolgen zijn
als we dit nu niet doen.
De voorzitter:
Het woord is aan de D66-fractie, aan meneer Van Weyenberg.
De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het wordt potentieel een klein beetje eentonig.
Hier krijg je wel echt buikpijn van. Ik had me, ga ik eerlijk zeggen,
voorgenomen om een wet met zo'n uitvoeringstoets nooit aan te nemen.
Toch is er wel een gigantisch dilemma, omdat de wet niet aannemen ook
heel grote gevolgen heeft voor heel veel ondernemingen waar mensen
werken die internationaal zakendoen.
Ik wil dus eerst één stapje terug: hoe zijn we hier nou gekomen? Ik ben
mij ervan bewust dat de geschiedenis al wat verder, zelfs voor het
aantreden van de huidige staatssecretarissen, begon. Hebben we ons nou
gewoon ongenadig rijk gerekend over wat we in Brussel aan uitstel konden
krijgen? Hoe kan het eigenlijk dat wij zo'n uitzonderlijke positie
hebben ten opzichte van al die andere landen? Wij hebben over het
algemeen op heel veel terreinen nog steeds een goede belastingdienst,
dus hoe kan het dat de rest van Europa het allemaal zonder enige
noemenswaardig grote problemen op tijd geïmplementeerd krijgt, en wij
niet? Is dat techniek? Is dat onrust door de reorganisatie? Ik sluit me
aan bij de vragen van mevrouw Lodders daarover.
Ik heb gister vragen gesteld over het volgende. Toen werd mij verteld
dat ik dat vandaag moest doen met het oog op de klok. We wachten nog
steeds op de uitvoering van de motie die is als eerste is ingediend door
collega Bruins. Er is heel veel onrust over de reorganisatie binnen de
Belastingdienst. Ik heb af en toe de indruk dat ik hier meer te maken
heb meteen consultantsrapport dat snel af moest op een politiek
opportuun moment en dat daadkracht uit moest stralen, waarna, zoals in
sommige consultanttradities, het rapport op de grond bleef liggen. Hoe
staat dit nu? En is dit nou wel een verantwoord pad om mee door te gaan?
Is er een relatie tussen die onrust en bijvoorbeeld waar we vandaag
staan? Ik wil dat niet een-op-een koppelen, maar het is wel een van de
punten om echt naar te vragen. Er zijn hier grote reorganisaties
aangekondigd, inmiddels meer dan een jaar geleden. Tot nu toe heb ik er
meer problemen van gezien dan dat ze bijdragen aan de oplossing. Graag
een reflectie. En waar blijft inderdaad de uitvoering van de motie die
door de heer Bruins is ingediend, waar volgens mij veel partijen onder
stonden? Want je kunt niet zoiets stoers aankondigen, dan je handen eraf
trekken en tegen de twee staatssecretarissen zeggen: succes ermee.
Voorzitter. Dan terug naar deze richtlijn. Ik maak eruit op dat er
volgens de staatssecretaris echt geen enkel ander alternatief is dan dit
noodspoor. Het is goed dat de uitvoeringstoets er ligt, die in het
jargon echt veel rooie vlaggetjes heeft. De staatssecretaris heeft toch
de keuze gemaakt dat hij denkt dat hij ermee door kan met de dienst. Ik
zou hem willen vragen dat toch nog iets meer toe te lichten. Dat doet de
staatssecretaris volgens mij ook niet jubelend. Ik ga er bijna van uit
dat er wel een pakje paracetamol bij dit dossier doorheen is gegaan. Dit
is echt een probleem.
Laat ik de vraag van mevrouw Leijten voor zijn: het is extra een
probleem als halverwege dan ook nog het bruggetje instort. Ik vind het
anders dan met de toeslagenaffaire. Daar kwamen mensen in de penarie.
Hierbij zitten mensen, als we niks doen, straks ook gigantisch in de
penarie en moeten we iets. En ja, ik wil ook graag de komende tijd horen
of dit onder controle is, maar ik wil nu vooral iets meer horen over
waarom de staatssecretaris uiteindelijk de afweging maakt dat het maar
zo moet. Dat is toch wel mijn korte samenvatting. Ik denk dat het goed
is als hij dat ons nog één keer vertelt. Ik neem aan dat men, toen dit
binnenkwam, echt nog een keer geprobeerd heeft om meer tijd te krijgen,
maar dat dit ons gewoon echt niet gegeven is in Brussel. Dan is er de
keuze om het niet te doen, met grote schade voor ondernemers. De
staatssecretaris kan misschien nog iets meer zeggen wat dit in de
praktijk zou betekenen. Ik zou ook nog iets meer toelichting willen
horen op hoe de staatssecretaris met die rooie vlaggen het proces zo
heeft ingericht dat hij toch denkt dat dit kans van slagen heeft.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Weyenberg. Het woord is aan de heer Snels namens
de GroenLinksfractie.
De heer Snels (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Van het ene debat naar het andere debat is het
dossier nog op mijn werkkamer blijven liggen, maar ik had het voorbereid
voor maandag en sowieso kan ik me bij veel van de voorgangers
aansluiten.
Toch heb ik nog een aantal vragen. Ik had eerder vandaag een debat met
de staatssecretaris waarin hij een bevlogen betoog had over het belang
van internationale en Europese samenwerking, hoe belangrijk dat is en
hoe belangrijk hij dat vindt. Als je dan kijkt naar de implementatie van
deze Europese richtlijn, moet je je toch doodschamen? Waarom heeft het
zo lang geduurd? Is dit nou de wijze waarop Nederland in de Europese
samenwerking uitvoering geeft aan Europese afspraken? Uiteindelijk zijn
we bij dat noodspoor beland omdat we veel te laat uitvoering hebben
gegeven aan internationale afspraken die van belang zijn.
Vorige week vrijdag, op een laat moment, kregen we die uitvoeringstoets.
Verschillende collega's hebben er al over gesproken. Die
uitvoeringstoets staat vol met rode vlaggetjes. Het gaat heel veel
menskracht kosten. Heel veel moet handmatig gebeuren. De risico's zijn
hoog. Hoe gaan we daar nou als Kamer over geïnformeerd worden als de
risico's zo uit de hand lopen dat het consequenties heeft voor
ondernemers?
Mijn derde vraag gaat over het noodspoor. Dat lijkt op het debat dat we
hiervoor hadden: we staan met de rug tegen de muur, we moeten een
besluit nemen en dit besluit is nodig omdat, als we het niet doen, al
die duizenden ondernemers zich moeten gaan registreren in al die landen
waar ze handel mee drijven. Dan kun je ongeveer uittellen wat er
gebeurt. Dat heeft heel, heel, heel grote consequenties voor
ondernemers. Wij zijn ook niet voor niets in het weekend en daarvoor
door verschillende ondernemers en ondernemersorganisaties benaderd om
dit wetsvoorstel echt nog te behandelen. Klopt het inderdaad dat de
consequenties van het niet op tijd, voor 1 juli, implementeren van dit
noodspoor zo groot zijn voor ondernemers?
Ten vierde, voorzitter. Ik heb natuurlijk ook een beetje gekeken naar de
oorzaken van de trage implementatie van deze afspraak. Ook ik was
buitengewoon kritisch in het debat met de minister van Financiën ruim
een jaar geleden over het toen snelle besluit om de Belastingdienst op
te splitsen en te ontvlechten. Ik zag daar grote risico's in en heb daar
heel veel vragen over gesteld, destijds ook over dat hele snelle advies
van ABDTOPConsult. Het besluit van de minister kwam al eerder dan dat
het advies klaar was. Dat was een advies van: we hebben al een besluit
genomen, maar we vragen nog een advies zodat we ons besluit ook ergens
op kunnen baseren. Dat gebeurde ook zonder echte inspraak van
medewerkers van de Belastingdienst. Daar is natuurlijk heel veel onrust
ontstaan. Die onrust bij de medewerkers van de Belastingdienst, de
ontvlechting waar we nu een jaar mee bezig zijn, met ook terechte vragen
over waar de uitvoering van de motie-Bruins blijft, zijn die nou enige
oorzaak voor het feit dat wij nu te maken hebben met deze trage
implementatie?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Snels. Dan is het woord aan de Socialistische Partij
bij monde van mevrouw Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Als een lid van de ondervragingscommissie — of misschien net
niet meer, want ik weet niet of de commissie al is opgeheven — kan ik
hier zeggen dat die ontvlechting al veel eerder besloten is door het
kabinet. ABDTopconsult heeft inderdaad een soort voorbereidend
flitsonderzoek gedaan, maar het was eigenlijk al besloten. Ze hebben
namelijk besloten om het niet te presenteren omdat het zou lijken, na
ommekomst van het eerste rapport van Donner, dat ze de vlucht naar voren
kozen met een reorganisatie. Maar daartoe was eigenlijk al besloten. Die
staatssecretarissen zijn ermee opgezadeld. Er wordt gedaan alsof
Hoekstra dat allemaal heeft bedacht, maar het was al besloten. Dat is
echt gewoon zo. Al die stukken zijn openbaar geworden, dus u kunt daarin
gaan grasduinen en dan zult u het gewoon vinden.
Ik maak me echt heel veel zorgen over het voorliggende wetsvoorstel en
de implementatie daarvan. Ik vind het eigenlijk onverantwoord om het te
doen. Ik heb alle argumenten eigenlijk al genoemd, en anderen ook. Als
we het niet aannemen, betekent dat dat bedrijven zich in het buitenland
moeten gaan registreren. Maar als we het wel aannemen, betekent dat dat
er maar 30.000 geholpen kunnen worden van de potentieel 1 miljoen
bedrijven die dit nodig zouden kunnen hebben. Er wordt gezegd dat het
onverantwoord is voor de dienst. We hebben gezegd dat we
uitvoeringstoetsen willen hebben, om te weten of de Belastingdienst het
aankan. Want de discussie over de Belastingdienst, die zucht en steunt
onder allerlei maatregelen, is natuurlijk niet van de laatste tijd; die
is al van veel langer geleden. Daarom zijn die uitvoeringstoetsen er
gekomen. En nou ligt er een uitvoeringstoets die zegt: niet doen. Dan
vind ik gewoon dat we het eigenlijk niet moeten doen. Ik zou de
staatssecretaris dus willen vragen welke opties er nou nog zijn. Is het
ergens in te huren? Kunnen we tijdelijk gebruikmaken van een buurland?
Want waarom kunnen andere landen dit wel?
Natuurlijk moeten we dat doen, maar we moeten ook een besluit nemen. En
ik vind het eerlijk gezegd onverantwoord om dit nu te doen. Aan de ene
kant kun je namelijk zeggen: als we het niet doen, hebben bedrijven er
last van. Maar aan de andere kant kun je zeggen: als we dit invoeren en
het niet werkt, dan hebben ze er nog meer last van. Wij maken ons
namelijk ook heel veel zorgen over de kans op fraude door onrechtmatig
gebruik van het iOSS-nummer. Ik heb staan: dat is een soort
tussenpersoon-btw-heffingsnummer. Hoe leg je zoiets uit? Maar goed, wij
begrijpen hier wat er bedoeld wordt. Het risico op die fraude is gewoon
groot. Op heel veel vlakken weten we nu, met datalekken en gebruik van
bsn's, wat een risico dat kan zijn voor een persoon, maar wat voor
risico's zitten hierachter voor bedrijven? Ik vind het heel eerlijk
gezegd niet verantwoord. En natuurlijk is er nu druk om dit aan te
nemen, maar we moeten goede wetten aannemen. Ook moet de Belastingdienst
het uit kunnen voeren. De positie van de SP is dus echt dat we dit nu
gewoon niet moeten doen. Uitstel vragen, kijken of je op een buitenland
mee kan liften voor de tijdelijkheid en dit misschien gewoon op een hele
andere manier snel invoeren: ik vind deze oplossing echt de slechtste
van alle mogelijke opties. Het gaat houtje-touwtje gebeuren en met
uitzendkrachten, naast alle andere opdrachten; mevrouw Lodders maakte er
al een opsomming van.
Over de inbreukprocedure maak ik me trouwens niet zo heel veel zorgen.
Er zijn heel veel wetten die wij veel te laat implementeren. Tegen de
tijd dat we daar zijn, kunnen we gewoon zeggen: we hebben een
demissionair kabinet; kijk wat er is gebeurd. Maar goed, volgens mij is
het helder waar wij de bal willen leggen. Het is gewoon
onverantwoord.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Leijten. Mevrouw Lodders heeft een interruptie voor
u.
Mevrouw Lodders (VVD):
Ja, want mevrouw Leijten begint over de inbreukprocedure. Ik ben daar
bewust niet over begonnen. Het zal ongetwijfeld zo zijn dat er een
inbreukprocedure gestart wordt vanuit Europa als wij niet op tijd
implementeren, waarin ze ons in gebreke stellen omdat we het niet tijdig
hebben gedaan. Maar voordat die er is, zijn we al weer een heel stuk
verder. Dat mag ik natuurlijk allemaal formeel niet zeggen en het is ook
niet netjes, maar het is wel de praktijk. Daar wilde ik dus niet aan
toetsen. De afweging van de VVD-fractie is vooral gelegen bij de
ondernemers. Dat wilde ik even verduidelijken.
Mevrouw Leijten (SP):
Het is geen verwijt aan wie daaraan gaat hangen, maar mijn grootste
dilemma is dat we het nu niet voor alle ondernemers regelen en dat er
dus sowieso een groep zal zijn die wellicht de uitvlucht naar het
buitenland moet maken. En als het niet goed geregeld is, helpen we ze
niet. Dan helpen we ze van de regen in de drup. Dat vind ik het
moeilijke eraan. Ik vind ook alle vragen terecht die zijn gesteld — hoe
komt het dat we hier staan en welke signalen zijn er wel of niet
opgevangen? — maar wij staan nu voor de keuze om wel of niet voor zo'n
wet te stemmen. En we hebben hier in de Kamer afgesproken dat die
uitvoeringstoets van wezenlijk belang is. Hoe vaak heb ik niet een
amendement ingediend waarop werd gereageerd met: ja, we willen het
misschien wel, maar het kan écht niet? Dat was dan voor u allemaal de
reden om tegen te stemmen. Dit vind ik echt, want ik maak mij wel zorgen
om die dienst, om heel eerlijk te zijn. En we hebben ook nog én brexit,
én de toeslagen … Nou goed.
Mevrouw Lodders (VVD):
Maar die zorgen delen mevrouw Leijten en ik. Daar zit niks tussen, echt
niet. Alleen is het aantal ondernemers dat hiervan gebruik kan maken
naar schatting 30.000, maar kan men die schatting volgens mij nog niet
goed maken. Daar ligt een goede vraag richting de staatssecretaris om
daar nog eens op in te gaan. Als er niet meer dan 30.000 ondernemers
zijn, lijkt dat een route, maar ook daar is geen duidelijkheid over. Dit
is dus de afweging die we gemaakt hebben. Laten we vooral snel overgaan
tot de beantwoording en dan de afweging nog een keer maken.
De voorzitter:
Inderdaad, na de inbreng van deze vijf fracties, met bij elkaar bijna
100 zetels, komen we aan het eind van de eerste termijn van de Kamer. De
staatssecretaris wil graag vijf minuten de tijd om zijn termijn voor te
bereiden. Dat betekent dat we om 17.55 uur verdergaan.
De vergadering wordt van 17.49 uur tot 17.53 uur geschorst.
De voorzitter:
Welkom terug. We gaan in de behandeling van de Wet implementatie
richtlijnen elektronische handel over naar de beantwoording door
staatssecretaris Vijlbrief in eerste termijn.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter, dank u wel. Ik wilde eigenlijk beginnen met de voordelen van
deze richtlijn en uitleggen waarom deze zo belangrijk is, maar ik denk
dat ik ga beginnen met iets anders, namelijk met het aanbieden van
excuses aan de Kamer voor hoe dit gegaan is. Dit had niet zo gemogen. Ik
zal straks proberen uit te leggen wat ik hier zelf aan gedaan heb het
afgelopen jaar. Ik zal het straks proberen toe te lichten, maar ik
herhaal mijn welgemeende excuses. De Kamer wordt hier eigenlijk voor een
onmogelijk dilemma geplaatst en dat had niet mogen gebeuren.
Maar waar wij nu zijn, is waar wij zijn. Wat zijn nu precies de
voordelen van de implementatie van deze richtlijn? Dat is een aantal
keren gevraagd. Eén. Het level playing field wordt hersteld voor
aanbieders van buiten de Europese Unie. Onder €22 is men nu vrijgesteld
van btw en dat is straks niet meer zo. U zei al dat u belobbyd werd door
ondernemersorganisaties. Dat werd ik ook. Voor ondernemers is dit
belangrijk. Het tweede is dat er een uitbreiding is van de
eenloketaangifte. Om te voorkomen dat voor al die kleine pakketjes van
buiten de EU separaat btw-aangifte moet worden gedaan per land — de heer
Snels wees daar geloof ik op — kun je nu terecht bij één loket. Alleen
moet dat ene loket dan wel werken. Daar gaan we het zo over hebben. Het
derde is dat platformaangifte mogelijk is. Veel producten van buiten de
EU worden via een platform aangeboden en verkocht. Dat wordt nu mogelijk
met dit systeem. Als Nederland per 1 juli niet klaar zou zijn, kunnen
Nederlandse ondernemers daar geen gebruik van maken en moeten ze
separaat btw-aangifte doen in alle lidstaten waar ze goederen en
diensten aan de consument leveren en zich daar registreren. Als de
Nederlandse Belastingdienst niet klaar zou zijn, kan er tijdelijk ook
geen btw worden ontvangen en verstuurd. Daar is geen exact bedrag aan te
koppelen, maar het kan om groot geld gaan.
Dat zijn de redenen waarom deze richtlijn van belang is. Ik zal u toch
even moeten meenemen in een terugblik naar hoe dit nou gelopen is. Dan
wordt misschien ook duidelijk waarom we in deze situatie zitten. Het
pakket btw e-commerce is in december 2017 aangenomen, gevolgd door een
aanvullende richtlijn op 12 maart 2019. Bij het aannemen van het pakket
in 2017 is al in de Raadsconclusies aangegeven dat invoering per 2021
zeer tijdkritisch was. Dat stond toen al in de Raadsconclusies. Dan komt
eigenlijk de wortel van het probleem. In de eerste helft van 2019 is er
een herprioritering van werkzaamheden van de Belastingdienst geweest,
waarbij de zogenaamde implementatie van het bsn uit het
btw-identifiatienummer naar voren is gehaald en dit naar achteren is
geschoven. De Autoriteit Persoonsgegevens vroeg daar overigens om. Nu
terugkijkend is dat gewoon een verkeerde beslissing geweest. Althans,
het was een beslissing die niet expliciet gemeld is aan de Kamer.
Volgens mij en volgens de bronnen is wel gemeld dat we iets naar voren
haalden, maar er iets niet gezegd dat dit daardoor naar achteren schoof.
De Kamer had zich daar een oordeel over kunnen vormen. Ik kan alleen
maar triest naar de heer Snels kijken. Dit kun je niet doen met Europese
richtlijnen, want je weet dat je die dingen op tijd moet invoeren. Even
los van inbreuk en infractie — dat gaat allemaal over boetes — hier gaat
het om belangen van ondernemers. Hier had gewoon opgelet moeten worden,
maar dat is niet gebeurd.
Ik schakel maar even naar mijn eigen aanwezigheid op het departement. Ik
trof dit dossier aan in de tweede week dat ik staatssecretaris was, in
de eerste volle week van februari van het vorige jaar. Ik moet eerlijk
zeggen — de mensen die erbij waren kunnen dit bevestigen — dat ik die
mensen met grote ogen heb aangekeken toen ze zeiden: we kunnen dit in
2024 implementeren. Ik zei: "2024? Maar de datum is 2021." Nee, was het
antwoord, in 2024. Toen heb ik ze na dat gesprek weggestuurd met de
opdracht: je gaat het maar regelen, je gaat gewoon regelen dat het zo
snel mogelijk kan en ik wil horen hoe het kan. Tegelijkertijd is er een
onderhandelingssituatie ontstaan in de Europese Unie over de datum. Wij
hebben toen samen met de Duitsers, die ook implementatieproblemen hadden
— overigens van andere aard, namelijk problemen bij de douane en niet
bij de btw zelf — geprobeerd om die datum dan in ieder geval naar 1
januari 2022 te krijgen. Dat werd een onderhandeling in Brussel.
Uiteindelijk zijn we akkoord gegaan met 1 juli 2021, omdat we anders
teruggevallen waren naar de oorspronkelijke datum. Dat is wat er
gebeurde in de onderhandelingen in Brussel. Ik heb dat toen aan de Kamer
gemeld. De Belastingdienst zat inmiddels op 1 januari 2022. Men had
geherprioriteerd in de portefeuille, opnieuw, op 2022, maar niet op 1
juli 2021. Vervolgens heb ik de Belastingdienst gevraagd: kunnen jullie
alsjeblieft regelen dat er toch kan worden geïmplementeerd? Daar is dit
noodspoor uitgekomen. Ik vertel dit niet omdat ik hier blij mee ben. Ik
heb mijn excuses al aangeboden; ik ben er niet trots op. Maar in mijn
jaar heb ik er alles aan gedaan om het toch op tijd geïmplementeerd te
krijgen. Dat is wat er gebeurd is, dit is het eerlijke verhaal.
Mevrouw Lodders vroeg: hebben jullie dan overlegd met het
mkb-bedrijfsleven? Ja, dat hebben we gedaan, onder andere met VNO-NCW en
Transport en Logistiek Nederland, met allerlei organisaties. Ik wil
mevrouw Lodders best toezeggen — ik denk namelijk dat dit kritisch is —
dat we met die organisaties zeker de komende maanden in gesprek blijven
om te zorgen dat dat noodspoor op de goede manier wordt gebouwd en ook
kan worden gebruikt vanaf 1 juli 2021. Overigens wordt — daar kom ik zo
wel op in het kader van allerlei rapportages et cetera — het hoofdspoor
langzamerhand naast het noodspoor gezet en wordt een en ander
geïntegreerd. Ik ga straks nog iets zeggen over de aantallen en de
risico's. Dat is een goed punt van mevrouw Leijten.
Misschien mag ik dit blokje even afmaken?
De voorzitter:
Maakt u het blokje even af.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dan vroegen de heer Van Weyenberg en de heer Snels waarom er zo lang
gehoopt is op extra uitstel. Ik denk niet dat er zo lang gehoopt is. Ik
heb echt gedacht: misschien dat we uitstel krijgen tot 1 januari 2022.
Dan hadden we het noodspoor op deze manier in ieder geval niet nodig
gehad. Ik heb daar vorig jaar wel op gehoopt, maar ik heb het niet
verwacht. Mijn ervaring is ... Het is licht absurd. Het is in 2017
aangenomen. Dit hadden we al van kilometers moeten zien aankomen.
Iedereen die dat zegt, heeft gewoon gelijk. Dit is ook een les. Aan het
einde zal ik proberen nog wat lessen te trekken. Dus gehoopt dat we naar
2022 konden gaan misschien wel, maar verwacht niet.
Ik ga straks nog apart iets zeggen over de ontvlechting. Een goede vraag
is of de ontvlechting of de haastige organisatie de oorzaak is van dit
probleem. Het unisono antwoord hierop is: nee, ik geloof niet dat er een
oorzakelijk verband is tussen die twee zaken. De heer Snels en mevrouw
Lodders vroegen daarnaar. Ik ga straks apart nog iets zeggen over de
ontvlechting, maar ik geloof niet dat het daaraan ligt. Het is gewoon
een beslissing in 2019 geweest om prioriteit te geven aan iets anders en
vervolgens is er een periode geweest waarin er te weinig gebeurd is.
Vervolgens kwam ik binnen en ben ik hierop gaan drukken. Daar is dit
uitgekomen. Ik zeg dat niet om mezelf als held neer te zetten. Dat ligt
niet aan het feit dat stukken van de organisatie uit elkaar worden
getrokken. Ik ben het overigens erg met mevrouw Leijten eens dat de
organisatie natuurlijk onder hevige druk staat. Daar zijn mevrouw
Leijten en ik het al een hele tijd over eens.
Het is ook waar dat deze organisatie last heeft van de beeldvorming en
dat een heleboel mensen bij de Belastingdienst, het overgrote deel, daar
helemaal niets aan kunnen doen. Ik laat geen kans onbenut om in alle
uitingen die ik publiek doe de Belastingdienst te prijzen. Vorige week
in het FSV-debat heb ik dat niet gedaan. Toen heb ik het gehad over "die
tent", en dat had ik niet moeten doen. Ik was boos en had niet de
informatie die ik graag aan de Kamer wilde geven. Ik was gewoon boos en
zei iets verkeerds. Dat overkomt mij ook weleens. Dat had ik niet moeten
doen. Maar in al mijn uitingen over de Belastingdienst prijs ik ze juist
voor het feit dat ze vorig jaar in de coronatijd echt ongelofelijk snel
— het snelst in Europa — in staat zijn geweest om belastinguitstel te
regelen en dergelijke. Ik zeg alleen maar ... Nee, niet alleen maar
aardige dingen, maar ik probeer aardige dingen te zeggen. Tegelijkertijd
is er wel iets fors misgegaan. Dat herkent mevrouw Leijten ook, denk ik.
Het is steeds dat dilemma waar ik en ook mevrouw Van Huffelen allebei in
zitten als we het over de Belastingdienst hebben. We proberen aan te
geven dat er iets enorm is misgegaan. Dat is niet uw schuld en dat is
niet mijn schuld. We proberen dat aan te geven en tegelijkertijd probeer
ik op te komen voor de gewone medewerkers en naar hen te luisteren.
Misschien doen we dat te weinig en misschien moeten we dat meer gaan
doen. Dat kan allemaal waar zijn, maar dit is wel hoe ik in de wedstrijd
zit.
De voorzitter:
Dat is het einde van het blokje terugblik, denk ik. Staatssecretaris,
als u de microfoon uitzet, dan geef ik mevrouw Lodders het woord voor
een interruptie.
Mevrouw Lodders (VVD):
Ik sloeg even aan op het contact met het bedrijfsleven. Ik heb het er
niet bij; dit ging allemaal over het vorige debat, dus ik was iets
minder goed voorbereid. In de nota naar aanleiding van het verslag, maar
dan de tweede … Dat heeft een naam. Dat is de nota naar aanleiding van
het nader verslag; u heeft gelijk, dank, meneer Van Weyenberg. Daarin
geeft de staatssecretaris aan dat er geen contact is geweest met het
bedrijfsleven en dat ze dat gaan opstarten. Daar sloeg ik op aan. Dat is
de reden waarom ik dit naar voren breng. Ik vind het spijtig dat ik dat
daar moest lezen, dus dat wilde ik even rechtzetten.
Voorzitter. Ik neem punt twee gelijk mee. Ik ga ervan uit dat de
staatssecretaris zo dadelijk nog ingaat op de haalbaarheidstoets. De
staatssecretaris geeft nu in ieder geval al aan dat er geen verband is
tussen de ontvlechting van de dienst en de problemen, maar dat deel ik
niet. Ik zal dadelijk goed luisteren om te kijken of hij me alsnog kan
overtuigen. Maar wij vragen al een jaar lang naar de haalbaarheidstoets.
Vanuit de dienst — want daar wordt ontzettend hard gewerkt — wordt ook
al heel lang het signaal gegeven: haal dat nou niet uit elkaar. Want met
name ICT en de BelastingTelefoon zijn onderdelen die vanuit die
ontvlechting uit elkaar getrokken worden. Het is niet nieuw dat ik dit
naar voren breng. Dat deed ik al vaker. Er wordt dus blijkbaar niet de
moeite genomen om ons op basis van een haalbaarheidstoets te overtuigen
dat het allemaal niets met elkaar te maken heeft.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik geloof dat ik mevrouw Lodders begrijp. Ik kom straks apart terug op
de haalbaarheidstoets en de ontvlechting. Ik had uw vraag en de vraag
van de heer Snels zo begrepen: is dit probleem bij e-commerce het
laatste jaar nou veroorzaakt door de ontvlechting? Zo had ik u begrepen.
Daar durf ik rustig nee op te zeggen, want de BelastingTelefoon en de
ICT zitten bij de Belastingdienst nog gewoon bij elkaar. Die zijn niet
uit elkaar getrokken. Dan kunt u zeggen: ja, dat kan ik niet beoordelen,
want ik heb nooit wat van jullie gehoord. Daar heeft mevrouw Lodders dan
weer een punt, maar dit is wat ik nu zeg. Het afgelopen jaar is eerder
door mij geprobeerd met kunst- en vliegwerk — niet door mij trouwens,
maar door de mensen bij de Belastingdienst om precies te zijn — dit
probleem op te lossen, maar dat is niet veroorzaakt door dit punt.
Mevrouw Lodders heeft natuurlijk gelijk dat als je de ICT uit elkaar zou
trekken in drie delen, je dan dit soort problemen zou kunnen krijgen. Ik
begrijp de redenering. Die is totaal logisch. Maar voor zover mijn
informatie strekt — en die strekt vrij ver op dit terrein — is dit geen
direct gevolg.
Je kunt natuurlijk altijd vragen — dat hangt ook een beetje in de lucht
— of het dan door de onrust bij de Belastingdienst komt dat dit soort
dingen moeizamer gaan. Ja, ik denk dat de sfeer op het ogenblik niet
bijdraagt aan het tempo van al dit soort dingen en er niet aan bijdraagt
dat men iedere dag fluitend naar zijn — in de coronatijd — computer
loopt; u begrijpt wat ik bedoel. Maar dat directe verband zie ik niet.
Ik kom straks graag nog terug op de ontvlechting. Daar vraagt u terecht
naar.
Mevrouw Lodders (VVD):
En dat punt van het bedrijfsleven? Ik hoor de toezegging en ik hoor dat
we een terugkoppeling krijgen. Prima.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ja, dat komt nog.
Mevrouw Lodders (VVD):
Daarom stel ik de vraag. Dat stond in de nota naar aanleiding van het
nader verslag.
De voorzitter:
Dan gaan we van een terugblik naar een vooruitblik, maar niet voordat
meneer Snels een interruptie heeft gedaan.
De heer Snels (GroenLinks):
Voorzitter, u heeft trouwens gelijk: dit is een wetgevingsoverleg, dus
we moeten niet te veel tijd besteden aan terugblikken. Maar het wordt
wel op prijs gesteld dat de staatssecretaris wat antwoorden geeft. Dan
toch even een terugblik. Wat ik niet goed begrijp, is het volgende. Het
kan voorkomen dat er vanwege de Autoriteit Persoonsgegevens en soms
vanwege de Kamer geherprioriteerd moet worden. De bsn-nummers kregen
voorrang boven dit project. Maar dan moet op dat moment in de
herprioritering toch ook nagedacht worden over wat het betekent voor de
implementatie van deze richtlijn als die even wat minder aandacht
krijgt? Dus hoe kan het nou dat het allemaal zo lang duurt voordat we in
de gaten krijgen: o, nu lopen we tegen allerlei grenzen aan, nu gaan we
de data niet halen? Uiteindelijk moeten we een noodspoor verzinnen. Ik
begrijp nog niet hoe dat nou op die manier kan gebeuren.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik probeer even na te gaan waar we zitten in de tijd, maar volgens mij
was er die min of meer noodlottige beslissing van "schuif dit dan maar
door". En ik weet niet precies wat daar gebeurd is, want ik heb daar
niet met mijn voorganger over gebeld, maar ik constateer gewoon dat in
ieder geval totdat ik daar tegenover mensen zat die het deden en zeiden
"2024", er naar mijn mening gewoon niet zo veel was gebeurd. Dus ik weet
niet hoe ik dat netjes zeg, maar ... Dat is van de wagen gevallen - al
is dat meer met tweedehandstelevisies? Dat is van de tafel gevallen.
Maar daarom bood ik ook mijn excuses aan. Hier is gewoon onvoldoende
aandacht voor geweest. Ik bedoel, daar valt niets anders over te zeggen
dan dat het fout is.
De heer Snels (GroenLinks):
Nee, de staatssecretaris bood zijn excuses aan dat dat niet is
medegedeeld aan de Kamer. We geven nu prioriteit aan de nummers in 2019,
maar op dat moment moet je volgens mij — want anders mag je het ook niet
herprioriteren, want dan weeg je dat ene af tegen dat andere en de
gevolgen van het ene tegen de gevolgen van het andere — in de gaten
hebben wat dat kan betekenen voor dit invoeringstraject. En blijkbaar is
dat dus niet op dat moment gebeurd in 2019, noch door de dienst, noch
door de ambtelijke of politieke leiding.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ja, of nee, ik weet niet. Maar ik denk in ieder geval dat dit klopt. Ik
kan het reconstrueren vanaf eind januari 2020. En toen kreeg ik dit
antwoord "2024", waar ik een lichte hartverzakking van kreeg.
Mevrouw Leijten (SP):
Ik denk dat het heel erg goed is dat de staatssecretaris er op deze
manier op terugkijkt, en dat we er ook van leren. Ik moet helaas de
vergadering verlaten. Ik vind dat echt heel rot. "We volgen het
uiteraard" — zo heet dat dan — en dan zullen we ook kijken wat we doen
met de stemming. Maar ik begrijp — en dat is mijn laatste vraag — dat er
nu dus een noodroute ligt voor een halfjaar, en dat het daarna
verantwoord is. Heb ik dan de staatssecretaris goed begrepen?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Misschien mag ik het u nog beter laten begrijpen. Ik vind zelf de
noodroute verantwoord, anders zou ik die niet voorgesteld hebben aan de
Kamer. Anders geformuleerd: u mag mij erop afrekenen als dat niet
verantwoordelijk blijkt te zijn. Ik denk dat dit verantwoord is, ondanks
die rode vlag. Ik ga daar straks nog meer over zeggen, maar u moet nu de
vergadering verlaten. Ik ga daar dus nog meer over zeggen, maar ik vind
dat verantwoord. En ja, langzamerhand wordt — zeg maar — die hoofdroute,
de ICT, maar met de hand gedaan. Eigenlijk is het kenmerk van de
noodroute: je doet meer met de hand. Inderdaad, de parallel met het
nazoeken van de enorme aantallen FSV-dossiers waar mevrouw Lodders op
wees, die is er; dat gebeurde ook met de hand. Dat is wat je doet. En
dat hoofdspoor wordt dan steeds belangrijker. Of dat helemaal aan het
eind van dit jaar al — ik kijk even naar de achterbank — is overgenomen
door het hoofdspoor, of dat het nog een stukje noodspoor is, weet ik
eerlijk gezegd niet. Ik hoor het antwoord: april '22 helemaal
geautomatiseerd.
Mevrouw Leijten (SP):
Oké. Dan is mijn laatste opmerking: ik zou het heel erg waarderen als de
staatssecretaris ons er actief van op de hoogte houdt als er iets niet
goed gaat. Maar de SP zit niet te wachten op een tweemaandelijkse
rapportage, en het verlies aan heel veel ambtelijke drukte daar. Dus dat
zou ik alvast aan willen geven. En ik hoop dat ik via deze band mijn
CDA-collega ook kan overtuigen.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Leijten. Meneer Vijlbrief?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik ga verder. U zei dat dit een wgo is, en ik dus naar voren moet kijken
en niet naar achteren. U heeft helemaal gelijk, dus ik ga nu naar voren
kijken. Er zijn door diverse leden vragen over het noodspoor gesteld. Ik
ga even heel precies uitleggen wat we daar eigenlijk doen. Per 1 april
2021, dus dit jaar, kunnen ondernemers in Nederland zich al registreren
voor dat eenloketsysteem. 1 juli 2021 treedt het wetsvoorstel in werking
en is de Douane gereed. 1 augustus 2021 kunnen de ondernemers hun eerste
maandelijkse eenloketaangifte indienen, over juli. We kunnen dan ook de
betalingen over die aangiften ontvangen, en overboeken naar andere
lidstaten; en andersom kan dat dan ook. Voor kwartaalaangevers zijn we
in oktober klaar. En als dat noodspoor werkt naar verwachting, zal het
bedrijfsleven bij de inschrijving en de indiening van aangiftes hier zo
min mogelijk last van hebben. Eigenlijk moeten zij het niet merken. Het
verschil is alleen dat het geen computer is die aan het werk is, maar
iemand met een hand. Dat is volgens mij in essentie de simpelste manier
om het uit te leggen. Het noodspoor ziet dus op de interne verwachting
van de Belastingdienst.
Nu waren er een aantal vragen en ik geef toe dat ik er daarom vanmorgen
nog een keer helemaal ingedoken ben. Hoe zit het bijvoorbeeld precies
met die 30.000, met die huidige verwachting? Dat komt een beetje doordat
die uitvoeringstoets eigenlijk zegt: het is uitvoerbaar, maar dan moeten
er niet te veel komen, want anders lukt het natuurlijk niet meer. In
essentie is dat niet waar! Dan kan het ook nog lukken, alleen moeten we
er dan nog meer mensen neerzetten. De schaalbaarheid zit daar. De
schaalbaarheid van het systeem zit in het feit dat je meer mensen kunt
inhuren. Dat kost veel geld. Mevrouw Palland vroeg daarnaar, maar ik kom
straks nog terug op de precieze vragen van mevrouw Palland. Mevrouw
Lodders vroeg mij er ook naar, maar in essentie zullen wij per 1 juli
weten hoeveel deelnemers er precies zijn. Dan weten we, als het goed is,
ook precies hoeveel mensen we nodig hebben. Ik denk daarom dat die datum
van 1 juni … Ik zeg dat even tegen mevrouw Palland, want die vroeg om
monitoring en tweemaandelijkse rapporten. Ik ben het wel een beetje met
mevrouw Leijten eens dat we de Belastingdienst niet nog meer rapporten
moeten laten maken, maar de vraag van mevrouw Palland is natuurlijk
terecht. We komen er zo nog wel even over te spreken, maar ik denk dat
ik ergens in de loop naar 1 juni een keer een rapportage naar de Kamer
zal moeten sturen over hoe het loopt. Op 1 juni maken we dan de balans
op: hoeveel mensen zijn er en hoeveel mensen hebben we daarvoor
nodig?
Dat mitigeert ook wel het risico waar mevrouw Leijten het over had. Als
je van 30.000 uitgaat, lijkt een miljoen mij wel aan de forse kant, laat
ik het zo maar zeggen. Het kunnen er wel meer zijn, want de
Belastingdienst weet dat simpelweg niet. Ik heb vanmorgen nog weer een
keer gevraagd: weten we dan niet wat het maximale is? Volgens mij vroeg
iemand van de leden wat de worst case is. Het is eigenlijk niet de worst
case maar de best case, want veel mensen gaan dan dat platform of dat
loket gebruiken. Dat weten we dus niet precies, maar wat we wel weten is
dat het systeem in principe schaalbaar is.
De heer Van Weyenberg (D66):
Het is schaalbaar en je weet dat het op 1 juni moet draaien. Ik heb
daarover een vraag, want ik kan niet helemaal inschatten of je als je
extra mensen moet hebben … Je moet die mensen immers opleiden. We hebben
bij de hersteloperatie, heel belangrijk en ingewikkeld werk,
bijvoorbeeld gezien dat je dat niet in een week in de vingers hebt. De
mensen die dat kunnen, heb je ook niet binnen een week gevonden. Ik kan
dit werk gewoon niet goed overzien, zeg ik eerlijk, maar is dit echt
dusdanig schaalbaar dat je binnen een maand extra mensen operationeel
kunt hebben? Dat is wat ik de staatssecretaris eigenlijk hoor
zeggen.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dat is de veronderstelling, zie ik nu ook hier in mijn briefing staan.
We gaan dus uit van die 30.000, het aantal waar we het iets eerder over
hebben gehad. Verder zijn er 55.000 meldingen in andere lidstaten
waarbij er ook Nederlandse btw wordt betaald. Er is ook een scenario van
55.000 respectievelijk 110.000. Wij gaan er in principe van uit dat we
extra mensen kunnen vinden en op tijd kunnen opleiden als het nodig is
om extra mensen in te huren. Ik ben ook kritisch over het proces — dat
heeft u gehoord — maar ik ben iets minder kritisch over de mate waarin
dit, zeg maar, een brug is die ieder moment kan instorten. Dat lijkt mij
een ietwat overdreven kwalificatie.
Mevrouw Palland (CDA):
Wat de staatssecretaris zegt over die schaalbaarheid klinkt enigszins
geruststellend: we gaan uit van die 30.000, maar als het meer is, dan
kan dat. Dat heeft dan met mensen en capaciteit te maken, maar in de
uitvoeringstoets lezen wij toch iets anders. Daar staat niet alleen dat
het een fte-consequentie zou hebben, maar ook: bij een gematigd aantal
deelnemers lijkt het nog redelijk beheerst uitvoerbaar, maar bij grotere
aantallen nemen de risico's en de onzekerheden toe. Dat is toch een
ander aspect dan: bij grotere aantallen proberen we nog een aantal extra
fte's in te huren, want dan hebben we het onder controle. Er ligt
namelijk al een behoorlijke opgave. Ik denk dat de uitvoeringstoets op
toch nog wat aanvullende risico's en beheersaspecten wijst.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Mevrouw Palland heeft totaal gelijk. Dit is het risico waar mevrouw
Leijten de nadruk op legde. Wat gebeurt er als er veel meer komen dan
die 30.000? Er zijn inderdaad nog andere risico's en die staan allemaal
in die uitvoeringstoets. Daarbij spelen, in jargon, een aantal
mitigerende factoren, maar het blijft natuurlijk zo dat het handmatige
proces an sich, in zichzelf, meer risico's oplevert dan een ICT-proces.
Er is gewoon een grotere kans op fouten en dat is volgens mij wat de
uitvoeringstoets bedoelt te zeggen. Zo heb ik althans zelf de
uitvoeringstoets begrepen. Ik kan hierover ook wel citeren, hoor.
"Risico. De verwerkingsprocessen functioneren niet of onvoldoende juist,
volledig en tijdig. Bij grote volumes loopt het handmatige proces vol
waardoor doorlooptijd van posten oploopt, adequate foutafhandeling stokt
en fouten niet meer opgelost worden." Dit lijkt me nou typisch een
voorbeeld dat je met meer mensen wel aan zou moeten kunnen. Dit zou je
met extra mensen kunnen doen. Maar het simpele feit dat een handmatig
proces per definitie gevoeliger is voor risico's, lijkt mij
onvermijdelijk.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik zit even te kijken of ik hiermee een aantal vragen heb opgelost.
Mevrouw Palland vroeg of er een terugvaloptie is voor het noodspoor, een
soort nood-noodspoor. Ik moet gewoon eerlijk zijn en kort en krachtig
nee antwoorden. Als ik dat had gehad, dan had ik dat liever gedaan dan
dit noodspoor. Dat is er niet. Je zou kunnen zeggen dat het aannemen van
extra mensen als het nodig is een soort terugval is, maar dat is een
beetje een flauw antwoord. Maar of er een andere manier is? Mevrouw
Leijten suggereerde creatief: kunnen we geen belastingdienst in het
buitenland inhuren? Dat heb ik even gecheckt en het antwoord is nee. Al
die dingen zijn wel bekeken, maar we hebben ons hier gewoon een beetje
klemgezet. Dit is het dus wel zo ongeveer.
Mevrouw Palland vroeg of er claims van het bedrijfsleven te verwachten
zijn. Nee, dat verwacht ik niet. De btw-heffing kan gewoon doorgaan. De
bedrijven kunnen btw betalen en een melding doen, maar het is wel zaak
dat de Belastingdienst bedrijven die gebruik willen maken van de
invoerregeling, een specifiek onderdeel, zo snel als mogelijk een
invoernummer geeft, want anders kan de Douane het weer niet
verwerken.
Het risico van niet goed werkend berichtenverkeer met andere
EU-lidstaten wordt tijdig getest met Brussel. Daar vroeg mevrouw Lodders
naar.
Ik denk daarmee al een aantal vragen over de risico's te hebben
beantwoord, maar ik heb er nog een paar. Ik weet niet meer wie het was,
maar iemand zei dat er zelden zo'n kritisch ARK-rapport had gelegen. Ik
heb een paar weken geleden contact gehad met de heer Irrgang van de ARK,
die het rapport heeft geschreven of heeft laten schrijven. De kritiek
van de ARK zit natuurlijk op het proces. Ik heb al gezegd wat ik daarvan
vind en daar hoef ik, denk ik, verder niks meer over te zeggen. Maar de
heer Irrgang benadrukte vooral het risico dat optreedt als we dit niet
zouden doen. Als we niks hadden, wat zou dat dan betekenen? Daar gaat
het ARK-rapport toch vooral over. Ik ben dat van harte met hem eens en
volgens mij de Kamer ook.
Mevrouw Palland had het over een BIT-toets. Als ik het goed begrijp,
wordt dit nu voor het hele project, het noodspoor plus het hoofdspoor,
aangevraagd bij het adviescollege. Dat gebeurt min of meer as we speak.
We kunnen dat niet apart voor het noodspoor doen, want het BIT heeft een
soort drempel. Die doen geen kleine projectjes, want die willen alleen
grote dingen doen om te voorkomen dat ze worden overspoeld. Wij zullen
vragen om die toets te maken, maar dat gaat dus niet alleen over het
noodspoor, maar ook over het hoofdspoor. We verwachten dat advies ergens
in de loop van dit jaar. In mijn briefing staat "later in 2021" en dat
is dus in de loop van het jaar.
Hier is niet naar gevraagd, maar ik ga het toch maar zeggen, want ik
vind het belangrijk om te zeggen. Er is één ding dat mij niet helemaal
bevalt, maar waar wel de onafhankelijkheid van uitvoeringstoetsen uit
blijkt. De Kamer kan zo controleren dat ik die niet zelf schrijf! Er
wordt gewezen op verdringingsrisico's in de IV-portefeuille en dat
irriteert mij lichtjes. Ik heb laten navragen om hoeveel IV-dagen het in
totaal gaat. Het gaat om 700 plus 800 is 1.500 IV-dagen en dat is — ik
kijk even naar de achterbank — 0,25% van de totale IV-portefeuille. Dat
het andere projecten zou wegduwen, vind ik een ietwat overtrokken beeld
in de uitvoeringstoets. Ik zeg het nog maar een keer: 0,25%! Ik ben het
op dat punt niet met de toets eens, maar dat mag ook.
De voorzitter:
Mevrouw Lodders heeft daar een vraag over.
Mevrouw Lodders (VVD):
Dit vind ik wel een aardige benadering van de staatssecretaris en ik
neem zijn woorden uiteraard graag serieus, maar tegelijkertijd meldt
zo'n uitvoeringstoets dat niet voor niets. Ik ga er dan ook een beetje
van uit dat ik de conclusie mag trekken dat de uitwerking van deze wet,
het noodspoor en de implementatie van het definitieve spoor, verdrongen
is en daarmee afwijkt van de wens van de Kamer over het bsn-nummer … Nee
… Help me even!
Staatssecretaris Vijlbrief:
De btw.
Mevrouw Lodders (VVD):
Ja, dank u wel. Daar waren deze verdrongen en er moeten volgens mij dus
wel degelijk afwegingen gemaakt worden, want het potje is niet
onbeperkt.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik zit over de beeldspraak van het niet onbeperkte potje na te denken,
maar het vat …
Mevrouw Lodders (VVD):
Niet in beelden denken!
Staatssecretaris Vijlbrief:
Sorry. Maar het vat is in die zin wel onbeperkt, omdat ik vrij zeker
weet dat de ICT-capaciteit van de Belastingdienst sinds 2019 is
uitgebreid. Dat is het eerste punt. Op het tweede punt heeft mevrouw
Lodders gelijk. Het is natuurlijk zo dat als dit project ooit verdrongen
is, het wel iets moest voorstellen. Dat is eigenlijk de simpele
redenering van mevrouw Lodders. Die redenering is correct, maar hier
hebben we het over het gebruik van het noodspoor. Het noodspoor zelf
vraagt IV-capaciteit. Daarvan is de verdringing, die 1.500 fte, heel
klein ten opzichte van … We hebben het er vaker over gehad en ik denk
daarom dat mevrouw Lodders ook weet dat het probleem is dat …
(De stemmingsbel klinkt.)
De voorzitter:
Ik stel voor dat we even wachten totdat de stemmingsbel is
afgelopen.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Dat is wel een hele lange bel!
Voorzitter. Waar ik eerder "IV-fte's" zei, bedoelde ik IV-dagen, maar
dat maakt niet uit, want het gaat om de schaal. Ik wilde tegen mevrouw
Lodders zeggen dat wij eerder debatten over de IV-capaciteit bij de
Belastingdienst hebben gevoerd en dat wij daarom beiden weten dat een
probleem van de Belastingdienst is dat heel veel van de IV-capaciteit
opgaat aan — laat ik het zo maar zeggen — het onderhoud van het systeem.
Dat maakt dat er eigenlijk heel weinig extra capaciteit is. Dat is de
reden waarom de Belastingdienst in zo'n uitvoeringstoets opschrijft dat
er 1.500 dagen verdrongen kunnen worden. Als je dat vergelijkt met de
vrije capaciteit is het vrij veel, maar als je het vergelijkt met de
totale capaciteit, is het niet veel. Dat is de redenering. Mijn
redenering is dus: je kunt hier wel praten over verdringing, maar dit
moet op die totale IV-portefeuille dan maar kunnen. Dan wacht je even
een maand langer met onderhoud. Dat is niet fraai, maar zo is het dan
wel.
Mevrouw Lodders (VVD):
Maar die laatste zin is nou het allerbelangrijkste: dan wachten we maar
een maand langer op onderhoud. Was het maar zo simpel! We wachten, denk
ik, al heel lang op het moment dat het achterstallige onderhoud
ingelopen is. Dat is geen verwijt aan de staatssecretaris, maar een
verwijt aan ons allemaal. Ik heb namelijk al wel vaker gezegd dat het
niet zo heel erg leuk is om veel geld te investeren in ICT-capaciteit.
Dat speelt overigens niet alleen bij de Belastingdienst, want dat is
overheidsbreed een punt. Ik mag woordvoerder zijn over de NVWA en daar
zie ik exact hetzelfde. Mijn punt is dus meer: pas op en zet het niet te
gemakkelijk weg als iets wat eigenlijk geen verdringingseffect kan
hebben. Ik denk dat ieder uur IV-capaciteit zeer kostbaar is en dat het
dus altijd te maken heeft met verdringing. Maar goed, volgens mij zijn
we het in de kern eens. We leggen het allebei op een iets andere manier
uit, maar het probleem is er wel degelijk.
Staatssecretaris Vijlbrief:
We zijn het in de kern inderdaad eens en ik begrijp deze uitleg van
mevrouw Lodders.
Laat ik doorgaan met de vraag hoe ik ervoor ga zorgen dat goedwillende
platforms niet de dupe worden van misbruik met btw-registratienummers.
In de uitvoeringstoets is inderdaad aangegeven dat er een frauderisico
is — daar hebben we eerder over gesproken — doordat het toezicht op het
noodspoor nog niet optimaal is. Dat verhoogt het risico op misbruik van
de registratienummers van platforms. Ik heb eerder gezegd dat het
platform niet aansprakelijk zal worden gesteld als het voldoende
zorgvuldig is geweest met zijn registratienummer. Een goedwillend
platform heeft dus eigenlijk niets te vrezen en de Belastingdienst zal
de kwaadwillenden aanspreken.
Voorzitter, dat was het deel waarin ik vooruitkeek. Ik wil nu nog enkele
minuten wijden aan hoe we dit in de toekomst voorkomen en wat voor soort
controle we hierop gaan zetten. Welke controletoren moet ervoor zorgen
dat dit niet nog een keer gebeurt?
Ik heb in reactie op de heer Snels al eerder gezegd dat risico's lopen
met Europese implementatie gewoon niet oké is. Het gaat me eigenlijk ook
helemaal niet om de infractie, de inbreukprocedure. Het zijn gewoon
wetten en die wetten moeten geïmplementeerd worden, want wat zitten we
anders met elkaar te doen? Ik ben dat dus met de heer Snels eens. Een
ander groot ding voor de toekomst is de discussie die ik net met mevrouw
Lodders voerde over de IV-capaciteit. In de Voorjaarsnota van 2020 zijn
specifiek voor de IV van de Belastingdienst extra middelen beschikbaar
gesteld. Het is echt zaak dat we proberen om die middelen ook echt, zeg
maar, op de grond te krijgen, zodat het echt tot extra capaciteit gaat
leiden.
Mevrouw Lodders voegde daaraan toe dat de Kamer ook echt inzicht moet
hebben in hoe het zit met de ontwikkelcapaciteit van de ICT, de kosten
en keuzes. Kan daar een rol liggen voor de nog op te tuigen inspectie?
Ik zal de Kamer op heel korte termijn een brief sturen over die
inspectie, maar het korte antwoord is ja. Het iets langere antwoord is
dat de inspectie onafhankelijk moet zijn en dat ik die inspecteur, man
of vrouw, wel de opdracht kan geven om daar- of daarnaar te kijken, maar
het is niet de bedoeling dat ik deze mensen ga instrueren, want dan
schieten we ons doel voorbij. Maar ik zal graag aan die inspectie
doorgeven dat ICT-capaciteit een belangrijk aandachtsgebied zou moeten
zijn.
Dan wil ik ten slotte nog iets zeggen over ontvlechting en de motie van
Bruins en al zijn vrienden, de motie-Bruins c.s.
Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter, misschien is het goed om voor de Handelingen te melden dat
de motie-Bruins c.s. is opgenomen als Kamerstuk 31066, nr.584.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter. Wij komen nog voor de verkiezingen naar de Kamer met een
update van de stand van zaken rond de ontvlechting. Dat kan ik mevrouw
Lodders en de rest van de leden — iedereen heeft dit punt genoemd —
toezeggen. "Nog voor de verkiezingen" wil zeggen: in de komende vijf
weken. Op welke manier weet ik nog niet precies, maar het punt van de
haalbaarheidstoets zullen we daarin meenemen. Ik zal daarin ook aandacht
geven aan de vraag of die ontvlechting eigenlijk verantwoordelijk is
voor dit probleem. Dat is ook een beetje de vraag die boven het debat
zweeft. Ik heb hierover eerder gezegd dat dat niet het geval is. Er is
tegelijkertijd ook gevraagd of het verantwoordelijk is voor de huidige
problemen bij de Belastingdienst, de sfeer et cetera. Ik denk dat ik
daar in die brief op moet ingaan. Dat kan ook niet anders, want iedereen
verbindt dat met elkaar. In ieder geval één krant doet dat continu. Het
is dan ook een serieuze vraag.
Voorzitter, daarmee dacht ik … Nee, misschien moet ik over de monitoring
nog één keer iets zeggen. Het zou dus mijn voorstel aan de Kamer zijn
dat ik in ieder geval op 1 juni — dat is, mevrouw Palland, het moment
waarop we het aantal klanten kennen — kom met een rapportage.
Daartussenin zal ik nog komen met een rapportage over hoe het nou
eigenlijk loopt in dat noodspoor. Dat komt dus neer op: hoe staat het
nou eigenlijk met het maken van dat noodspoor, het inschrijven et
cetera? Vervolgens moeten we kijken hoe we het vanaf 1 juli in de
normale rapportages kunnen inpassen. Het noodspoor draait dan immers.
Mevrouw Lodders of mevrouw Palland vroeg hiernaar, maar ik zeg
natuurlijk toe dat ik de Kamer direct over ieder gebleken probleem in
het noodspoor zal rapporteren. Maar dat past bij de excuses die ik aan
het begin heb aangeboden.
Voorzitter, dat was mijn eerste termijn.
De voorzitter:
Eerst heeft mevrouw Palland nog een vraag.
Mevrouw Palland (CDA):
Misschien nog even op dat laatste punt. Het woord "rapportage" had ik
nog niet in de mond genomen, maar ik heb natuurlijk wel gezegd dat we de
voortgang nauwgezet moeten volgen, temeer omdat er geen terugvaloptie
is. We zijn hiervan afhankelijk en we moeten dit dus gewoon doen. Dan is
niet alleen het noodspoor voor de eerste zes maanden relevant, want ik
heb ook gelezen dat die handmatige ondersteuning mogelijk anderhalf tot
twee jaar geboden zou moeten worden. Er is verder ook de migratie, want
dat is ook een heel kritisch proces wanneer we overgaan op dat
hoofdspoor. Het lijkt me daarom toch goed om dit nauwgezet te volgen.
Dat hoeft niet met uitgebreide capaciteit vergende rapportages, maar wel
met korte brieven over de stand van zaken, inclusief de kerngegevens.
Dan weten we tijdig wanneer het uit de pas lijkt te gaan lopen met onze
verwachtingen.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik ben het gewoon met mevrouw Palland eens. Laat ik het zo doen: ik
stuur tussen nu en 1 juni een soort tussenrapportage over het bouwen. Op
1 juni stuur ik een rapportage over hoeveel mensen zich nu eigenlijk
gemeld hebben en hoe het zit met de capaciteit. Ik denk dat het dan
verstandig is om vanaf 1 juli eens in de twee of drie maanden een gewone
rapportage hierover te sturen. Dat worden dan in straattaal korte snappy
rapportages. Dat wil zeggen dat het tabellen worden met een korte uitleg
en geen kletsverhalen over hoe het er allemaal voor staat. Ik ga dan
gewoon rapporteren, en vooral problemen rapporteren. Ik zie mevrouw
Lodders kijken en ik zeg haar dat ik er ook voor zal zorgen dat er een
soort permanente feedbackloop is met de ondernemersorganisaties. Als er
problemen zijn, horen we dat dan direct.
De voorzitter:
Dat is het einde van de eerste termijn. We gaan gelijk door naar de
tweede termijn van dit wetgevingsoverleg en daarvoor geef ik het woord
aan mevrouw Lodders.
Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter, hartelijk dank. Ik dank de staatssecretaris voor de
beantwoording en voor de toezeggingen die ik heb gehoord. Ik ben heel
blij dat we een terugkoppeling krijgen over het overleg met het
bedrijfsleven. Ik ga ervan uit dat de staatssecretaris dan ook openstaat
voor signalen uit het bedrijfsleven over de problemen waar men daar
tegen aanloopt. Ik ga ervan uit dat hij dan ook aan een oplossing gaat
werken.
Voorzitter. Ik kan het gemist hebben en dan lees ik het verslag er wel
op na, maar ik heb ook gevraagd naar de dienstverlening. De
dienstverlening via de BelastingTelefoon zal niet werken en vragen
worden daarom doorgeleid naar de inspecteur. Dat betekent een
behoorlijke werklast, ballast, voor de inspecteur en ik wil graag weten
wat dat precies betekent, want hierdoor kan de inspecteur andere dingen
dus niet doen. Ook hier zie je dus verdringing van activiteiten.
Misschien kan de staatssecretaris daar nog op ingaan.
Mijn laatste punt is de ICT en daarover wil ik een motie indienen. Ik
heb wel vaker aandacht gevraagd voor de ICT en de ontwikkelcapaciteit.
Ik denk dat het heel goed is om in aanloop naar de kabinetsformatie echt
goed in beeld te brengen wat er nodig is en welke financiële middelen er
nodig zijn. Ik heb dat overigens ook over de NVWA gevraagd. Als dat in
beeld is, ligt dat in ieder geval op tafel. Of er dan een keuze wordt
gemaakt, is aan de mensen die dan aan tafel zitten, maar we hebben het
dan in ieder geval wel.
Voorzitter, mag ik een beroep op u doen? De motie is door vier mensen
ondertekend, maar we hebben er vijf nodig om de motie in te kunnen
dienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er onvoldoende inzicht is in de ontwikkelcapaciteit
van ICT, de kosten en de keuzes (prioritering);
verzoekt de regering ICT specifiek onderdeel te laten zijn van de op te
tuigen inspectie op de Belastingdienst, en deze inspectie gevraagd en
ongevraagd te laten rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Lodders, Snels, Van Weyenberg en
Palland. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 12 (35527).
Omdat ik niet alleen uw voorzitter maar ook lid van deze Kamer ben,
steun ik de indiening van deze motie. Daarmee maakt ie dus toch
onderdeel uit van de beraadslaging.
Mevrouw Lodders (VVD):
Dat was mijn allerlaatste motie, voorzitter!
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Lodders. Mevrouw Palland, wilt u gebruikmaken van uw
tweede termijn?
Mevrouw Palland (CDA):
Misschien heel kort. Ik heb van tevoren nagedacht of er punten zijn die
ik in een motie aan het kabinet moet markeren en vastleggen. Gezien de
discussie die we net hebben gehad is dat, denk ik, niet nodig.
Ik concludeer dat de staatssecretaris heeft aangegeven dat de BIT-toets,
waar wij echt aan hechten, al is aangevraagd en dat die nog dit jaar
naar ons toe zal komen. Daarbij zal in ieder geval op dat hoofdspoor
worden ingegaan. Verder zullen wij van de voortgang van dit toch wel
moeilijke proces op de hoogte worden gehouden via beknopte snappy
brieven annex rapportages. We zullen het voor mevrouw Leijten geen
rapportage noemen, maar zij wilde ook graag op de hoogte worden
gehouden, dus … We nemen haar daarin gewoon mee. We nemen haar dus ook
daarin mee.
Ik vind het van belang dat de staatssecretaris ook heeft teruggeblikt,
waarbij hij vooral heeft aangegeven dat de implementatie van Europese
richtlijnen niet van tafel moet vallen. Hij heeft aangegeven dat
daarvoor extra IV-capaciteit is betrokken. Ik wil nog eens onderstrepen
dat dat dit soort richtlijnen geïmplementeerd moeten zijn. Het mag niet
meer voorkomen dat dit soort belangrijke omzettingen tussen wal en schip
vallen als we keuzes gaan maken binnen de organisatie of als we gaan
herprioriteren.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Palland. Meneer Van Weyenberg heeft aangegeven geen
gebruik te maken van zijn tweede termijn. Meneer Snels wenst dat ook
niet. Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de
Kamer. De motie moet worden gekopieerd. Ik kijk even naar de
staatssecretaris. Kan hij meteen antwoorden?
Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik heb dan nog even een minuut nodig.
De voorzitter:
Dan gaan we zo weer verder na een korte schorsing van anderhalve minuut,
of 90 seconden.
De vergadering wordt van 18.38 uur tot 18.40 uur geschorst.
De voorzitter:
Dan vraag ik de staatssecretaris om te reageren op de nog openstaande
vragen en om een appreciatie te geven van de motie.
Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter, dank u wel. Dank aan de Kamer. Mevrouw Lodders stelde een
vraag over het feit dat de BelastingTelefoon sommige, maar niet alle
vragen kan beantwoorden. Dat verschil is subtiel. De BelastingTelefoon
pakt wel de algemene vragen, maar er wordt doorgeschakeld naar de
inspecteur voor specifieke vragen. Kan dat tot verdringing leiden bij de
inspecteurs? Het antwoord op die vraag lijkt mij "ja". Dat kan
natuurlijk als er extra werk bij komt. Ik zal in de eerste rapportage —
ik denk dat dat het beste is — even specifieker op de vraag ingaan of
dat iets betekent voor de capaciteit bij de inspecteurs. Dat is
eigenlijk de onderliggende vraag van mevrouw Lodders. Dat zeg ik graag
toe.
Dan blijft de breedgedragen motie van mevrouw Lodders en anderen over de
ICT en de rol van de inspectie nog over. Ik herhaal: ik zou hier oordeel
Kamer aan willen geven, want ik ben het hiermee eens. Ik zou daar
nogmaals één ding bij willen zeggen: het is echt expliciet niet de
bedoeling dat de bewindslieden op Financiën opdrachten geven aan de
inspecteur, aan de inspectie. We moeten het dus doen zoals ik het net
zei. Je geeft in de taakopdracht van de inspectie mee dat die
nadrukkelijk ook naar de ICT kan en mag kijken. Dat zal die ook doen,
gegeven de problematiek. Daarna is de inspectie vrij om gevraagd en
ongevraagd te rapporteren en advies te geven, zoals mevrouw Lodders ook
schrijft in haar motie. Dat is volgens mij de goede manier van
interpreteren. Het dictum hoeft niet te worden gewijzigd, maar als we
het daarover eens zijn, geef ik de motie graag oordeel Kamer.
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer de staatssecretaris. Als u de microfoon uitzet, ga ik
dit wetgevingsoverleg afsluiten, maar niet dan nadat ik nog een paar
huishoudelijke mededelingen heb gedaan. Er wordt gestemd over dit
wetsvoorstel en de bijbehorende motie op 25 februari aanstaande. Dat is
over twee weken. Ik kijk even naar de griffier. Waren er nog
toezeggingen? Er waren wel wat toezeggingen, maar die waren al verkapt
in een aantal brieven.
Mevrouw Lodders, van niemand weten we precies of die wel of niet zal
terugkeren na de verkiezingen, maar van u weten we het wel, want u bent
straks niet meer bij ons. Dit was uw laatste wetgevingsoverleg.
Hartelijk dank. Ik heb vanmiddag bij de procedurevergadering al enkele
woorden gewijd aan de wijze waarop u kleur geeft aan de finesses van
belasting. U heeft ook vandaag weer laten zien hoe u zich vastbijt in de
problematiek en hoe u dat ook echt een stap vooruit wilt brengen. Namens
de commissie bedank ik u daarvoor.
Ik wens iedereen een goed verkiezingsreces toe. Maar goed, we zien
elkaar vast nog wel een keer.
Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter, hartelijk dank voor uw mooie woorden, vanmiddag al en nu
weer. Het voelt heel gek. Het voelt ook nog niet als het laatste, want
het zijn nog geen verkiezingen en je weet in deze "gekke" omgeving maar
nooit wat er gebeurt. Maar heel veel dank. Ik heb het met heel veel
plezier gedaan. Ik vind het een ontzettend mooi onderwerp. Het raakt ons
allemaal. In die zin heb ik geprobeerd daar wel een accent in aan te
brengen. Dank u wel.
(Applaus)
De voorzitter:
Dank u wel.
Sluiting 18.44 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 99 (2020-2021) van 11 februari 2021 |
---|
Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |