Rapport aan van de werkgroep Herziening provinciaal belastinggebied
Vaststelling van de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2021
Brief regering
Nummer: 2021D19965, datum: 2021-05-27, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-35570-C-5).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: K.H. Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Onderdeel van kamerstukdossier 35570 C-5 Vaststelling van de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2021.
Onderdeel van zaak 2021Z09089:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Volgcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2025-06-17 20:00 ⇒ Niet controversieel verklaren. (Besluit)
- 2023-09-06 18:30 ⇒ Niet controversieel verklaren. (Besluit)
- 2021-06-03 11:30 ⇒ Aanhouden totdat een kabinetsstandpunt zal zijn ontvangen van het nieuw aantredende kabinet. (Besluit)
- 2021-06-01 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2021-06-01 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2021-06-03 11:30: Procedurevergadering commissie Binnenlandse Zaken (videoverbinding) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2023-09-06 18:30: Extra procedurevergadering commissie Binnenlandse Zaken (groslijst controversieel verklaren) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2025-06-17 20:00: Extra procedurevergadering commissie BiZa (groslijst controversieel verklaren) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2020-2021 |
35 570 C Vaststelling van de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2021
Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 mei 2021
Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, het rapport aan van de werkgroep Herziening provinciaal belastinggebied1.
Tot de verkenning van alternatieven voor een toekomstig provinciaal belastinggebied is besloten naar aanleiding van het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 (Kamerstuk 32 813, nr. 342). Als uitwerking hiervan wordt momenteel door de Ministeries van Financiën en van Infrastructuur en Waterstaat onderzoek gedaan naar verschillende mogelijke varianten van Betalen naar Gebruik (BnG) van infrastructuur, ook wel aangeduid als een kilometerheffing. Daarmee zou de motorrijtuigenbelasting, die tevens de grondslag vormt voor de provinciale opcenten, op termijn (naar verwachting pas na 2025) geheel of gedeeltelijk kunnen komen te vervallen. Het rapport is eerder bij uw Kamer aangekondigd per brief van 7 december 2020 (Kamerstuk 35 570 B, nr. 13).
Het rapport is opgesteld door een ambtelijke werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg (IPO), het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Financiën. Tevens is expertise ingebracht door de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL), het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden (COELO), het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB).
Totdat BnG mogelijk wordt ingevoerd blijft het huidige provinciaal belastinggebied dat voornamelijk bestaat uit de opcenten op de motorrijtuigenbelasting intact. Het rapport benoemt daarom allereerst enkele aandachtspunten die binnen het huidige provinciaal belastinggebied geadresseerd zouden moeten worden als BnG pas op termijn – of niet – wordt ingevoerd.
Daarnaast zijn als alternatief voor de huidige opcenten diverse opties voor provinciale belastingen getoetst en beoordeeld als geschikt of niet-geschikt. De geschikte opties kunnen op verschillende manieren worden toegepast in een alternatief belastinggebied. Een en ander is afhankelijk van de invalshoek waarmee wordt gekeken naar de aanleiding voor het onderzoek en naar de analyse van het huidige belastinggebied. De werkgroep licht dit toe met de volgende tabel:
Alleen vervanging vinden voor opcenten MRB Beoogd doel: waarborgen toekomstbestendigheid (zie § 3.4.1) |
Ingezetenenheffing Voertuigenbelasting Provinciale OZB Opcenten kilometerheffing |
Geen afhankelijkheid van beleid andere overheden Beoogd doel: vergroten stabiliteit (zie § 3.4.3) |
Ingezetenenheffing Vestigingsheffing Voertuigenbelasting Provinciale OZB Toeristenbelasting |
Bredere grondslag dan alleen voertuigen Beoogd doel: grondslagverbreding (zie § 3.4.4) |
Ingezetenenheffing Vestigingsheffing Provinciale OZB Toeristenbelasting |
Vergroten democratische legitimatie Benoemd als kans (zie § 3.6.1) |
Ingezetenenheffing Provinciale OZB |
Niet dezelfde grondslag als andere overheden Beoogd doel: vergroten herkenbaarheid en begrijpelijkheid (zie § 3.4.2) |
Ingezetenenheffing Vestigingsheffing |
In de ambtelijke werkgroep is geen eenduidige voorkeur uitgesproken voor één van de beleidsvarianten. Uiteindelijk is het aan een nieuw kabinet om in overleg met de provincies te besluiten over de aangereikte bouwstenen voor een toekomstig provinciaal belastinggebied.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren
Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.↩︎