35852 Advies Afdeling advisering Raad van State inzake Uitvoering van Deel III van de op 30 december 2020 te Brussel en Londen tot stand gekomen Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie enerzijds en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland anderzijds (PbEU 2020, L 444 en PbEU 2021, L 149) (Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU – VK Justitie en Veiligheid)
Uitvoering van Deel III van de op 30 december 2020 te Brussel en Londen tot stand gekomen Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie enerzijds en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland anderzijds (PbEU 2020, L 444 en PbEU 2021, L 149) (Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU – VK Justitie en Veiligheid)
Advies Afdeling advisering Raad van State
Nummer: 2021D21171, datum: 2021-06-01, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: Th.C. de Graaf, vicepresident van de Raad van State
Onderdeel van zaak 2021Z09600:
- Indiener: F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
- Medeindiener: S. Dekker, minister voor Rechtsbescherming
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2021-06-03 14:25: Aansluitend aan de Stemmingen: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2021-06-09 14:30: Procedures en brieven (videoverbinding) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2021-06-17 14:00: Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU – VK Justitie en Veiligheid (35852) (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2021-07-01 13:35: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2021-07-01 14:00: Verzoek om Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst VK-EU (35852) aan te melden als hamerstuk (E-mailprocedure), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2021-07-07 14:30: Procedures en brieven (videoverbinding) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2021-07-08 10:14: 35 852 (Uitvoering van Deel III van de op 30 december 2020 te Brussel en Londen tot stand gekomen Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie enerzijds en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland anderzijds (PbEU 2020, L 444 en PbEU 2021, L 149) (Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU – VK Justitie en Veiligheid)) (Hamerstukken), TK
Preview document (🔗 origineel)
No.W16.21.0099/II 's-Gravenhage, 14 april 2021
...................................................................................
Bij Kabinetsmissive van 7 april 2021, no.2021000688, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende uitvoering van Deel III van de op 30 december 2020 te Brussel en Londen tot stand gekomen Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie enerzijds en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland anderzijds (PbEU 2020, L 444) (Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU – VK Justitie en Veiligheid), met memorie van toelichting.
Het wetsvoorstel voorziet in de uitvoering van een deel van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Het betreft bepalingen die, onder meer, zien op de overlevering van gezochte personen met het oog op strafvervolging of de tenuitvoerlegging van straffen, en de doorgifte van persoonsgegevens van passagiers aan het Verenigd Koninkrijk.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de voorwaarden voor doorgifte van persoonsgegevens van passagiers aan het Verenigd Koninkrijk. In verband daarmee is aanpassing wenselijk van de toelichting.
1. Inleiding
Vanaf 1 januari 2021 wordt de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk (hierna: de HSO) voorlopig toegepast.1 Deze overeenkomst is op 30 december 2020 tot stand gekomen en bepaalt de relatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk sinds het Verenigd Koninkrijk op 31 januari 2020 uit de Europese Unie is getreden en per 1 januari 2021 de overgangssituatie waarin het terugtrekkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk voorzag, is afgelopen. De HSO bevat, onder meer, regels op het terrein van de samenwerking inzake rechtshandhaving en justitie in strafzaken (deel III). Met uitzondering van deel III, dient geen enkele bepaling van de HSO aldus te worden uitgelegd dat daarbij aan personen rechten worden toegekend of verplichtingen worden opgelegd, of dient op basis van de HSO een rechtstreeks beroep te kunnen worden gedaan binnen de interne rechtsorden van de partijen.2
Het wetsvoorstel strekt tot uitvoering van enkele bepalingen uit een aantal titels van deel III van de HSO. Het gaat om de doorgifte van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) (titel III), de overlevering van gezochte personen met het oog op strafvervolging of de tenuitvoerlegging van straffen (titel VII), wederzijdse rechtshulp (titel VIII) en de uitwisseling van informatie uit het strafregister (titel XI).
2. Voorwaarden voor doorgifte van PNR-gegevens aan het Verenigd Koninkrijk
Het wetsvoorstel voorziet in een afwijking van artikel 13 van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven (PNR-wet) voor de doorgifte van PNR-gegevens door de Passagiersinformatie-eenheid aan de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk.3 De doorgifte van deze gegevens aan het Verenigd Koninkrijk wordt inmiddels beheerst door de HSO. De doorgifte kan vanaf 1 januari 2021 doorgang vinden op basis van de Overeenkomst. Desondanks is het volgens de toelichting, mede in verband met lopende zaken, van belang op korte termijn de nationale wetgeving in lijn te brengen met de overeenkomst om eventuele onduidelijkheid voor de uitvoeringspraktijk weg te nemen, zodat de PNR-doorgifte aan het VK niet belemmerd wordt.4
Artikel 13 van de PNR-wet stelt verschillende voorwaarden voor de doorgifte van PNR-gegevens door de Passagiersinformatie-eenheid aan een autoriteit van een derde land, en vormt een implementatie van Richtlijn (EU) 2016/681 over het gebruik van PNR-gegevens voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit (PNR-richtlijn).5
De HSO bevat specifieke afspraken over de doorgifte van de PNR-gegevens aan het Verenigd Koninkrijk en over de daarbij in acht te nemen waarborgen.6 Ook bevat de HSO een tijdelijke waarborg voor de bescherming van persoonsgegevens in meer algemene zin.7 Tot het moment dat de Europese Commissie adequaatheidsbesluiten vaststelt over de doorgifte van persoonsgegevens8 wordt de doorgifte van persoonsgegevens vanuit de Unie aan het Verenigd Koninkrijk tijdelijk niet beschouwd als doorgifte aan een derde land.9 Dit onder de voorwaarde dat de gegevensbeschermingswetgeving in het Verenigd Koninkrijk, zoals die van toepassing was op 31 december 2020 en EU-conform was, niet wordt gewijzigd.
De toelichting gaat niet specifiek in op de verhouding van deze tijdelijke regeling tot titel III van deel III van de HSO en op de vraag of het daarmee wel noodzakelijk is om artikel 13 van de PNR-wet buiten werking te stellen voor het geval de wet in werking treedt vóór afloop van de gespecificeerde periode. Artikel 13 van de PNR-wet heeft immers betrekking op doorgifte aan derde landen.
De Afdeling merkt verder op dat enkele voorwaarden voor de doorgifte van PNR-gegevens10 niet terugkeren in de HSO. Zo bepaalt de HSO niet onder welke voorwaarden PNR-gegevens die langer dan zes maanden zijn bewaard en zijn gedepersonaliseerd mogen worden verstrekt aan de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk.11 Uit artikel 13 PNR-wet volgt dat dit alleen is toegestaan als daarvoor toestemming is gegeven door de officier van justitie en daarvan een kennisgeving is gedaan aan de functionaris gegevensbescherming, die de verwerking achteraf controleert.12 Deze voorwaarden gelden zelfs als het gaat om een verstrekking van dergelijke gegevens aan andere lidstaten.13
Gelet op het voorgaande rijst de vraag in hoeverre het beschermingsniveau voor de doorgifte van PNR-gegevens aan het Verenigd Koninkrijk op grond van de HSO afwijkt van het beschermingsniveau dat wordt geboden voor de doorgifte van PNR-gegevens aan (andere) derde landen en lidstaten op grond van de PNR-wet en de PNR-Richtlijn.
De Afdeling adviseert in de toelichting aan beide punten nader aandacht te besteden.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal
opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden
voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt
ingediend.
De vice-president van de Raad van State,
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W16.21.0099/II
In de voorgestelde wijziging van artikel 13 opnemen dat de doorgifte van PNR-gegevens aan het Verenigd Koninkrijk plaatsvindt met inachtneming van de HSO, om de doorwerking van de betreffende bepalingen van de HSO in de nationale rechtsorde te verzekeren.
Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, PbEU 2020, L 444.↩︎
Artikel COMPROV.16, eerste lid, HSO.↩︎
Voorgesteld artikel 13.↩︎
Toelichting, paragraaf 3.4 (Passagiersgegevens (PNR-gegevens)). Artikel LAW.PNR.22, derde en vierde lid, HSO regelt de doorgifte van PNR-gegevens aan de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk.↩︎
Richtlijn (EU) 2016/681 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit, PbEU 2016, L 119.↩︎
Artikelen LAW.PNR.20 en 23 t/m 34, HSO.↩︎
Artikel FIN.PROV.10a HSO.↩︎
Daarvoor moet een derde land een passend beschermingsniveau bieden.↩︎
Deze regeling geldt voor een periode van vier maanden en kan worden verlengd met maximaal twee maanden.↩︎
Zoals die zijn opgenomen in artikel 13 PNR-wet en de PNR-Richtlijn.↩︎
Ook de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 13, derde tot en met vijfde lid, PNR-wet, keren niet terug in de HSO.↩︎
Artikel 13, eerste lid, onder c, en artikel 10, tweede en derde lid, PNR-wet. Deze voorwaarde is gebaseerd op artikel 12, derde lid, PNR-richtlijn.↩︎
Artikel 10, tweede en derde lid, PNR-wet.↩︎