Behandeling van het voorstel van wet houdende wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs met het oog op de verbetering van de rechtsbescherming van mbo-studenten
Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs met het oog op de verbetering van de rechtsbescherming van mbo-studenten
Brief regering
Nummer: 2021D42734, datum: 2021-11-10, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiƫle HTML versie (kst-35625-8).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: I.K. van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 35625 -8 Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs met het oog op de verbetering van de rechtsbescherming van mbo-studenten.
Onderdeel van zaak 2021Z19973:
- Indiener: I.K. van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2021-11-16 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2021-11-25 10:15: Procedurevergadering (hybride) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2022-01-27 10:35: Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs met het oog op de verbetering van de rechtsbescherming van mbo-studenten (35625) (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2024-02-29 12:35: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (š origineel)
Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
Vergaderjaar 2021-2022 |
35 625 Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs met het oog op de verbetering van de rechtsbescherming van mbo-studenten
Nr. 8 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10Ā november 2021
Met deze brief vraag ik uw aandacht voor het wetsvoorstel verbetering rechtsbescherming mbo-studenten dat bij uw Kamer aanhangig is (Kamerstuk 35Ā 625). Dit wetsvoorstel heeft tot doel de rechtspositie en rechtsbescherming van mbo-studenten te verbeteren, onder meer door voorschriften over schorsing en verwijdering in de wet op te nemen en toegankelijke geschillenprocedures te introduceren voor mbo-studenten. Ook voorziet het wetsvoorstel in overdracht van de rechtsprekende taak van het College van beroep voor het hoger onderwijs aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Op 4Ā december 2020 heeft uw Kamer het verslag over het wetsvoorstel uitgebracht (Kamerstuk 35Ā 625, nr.Ā 5) en op 28Ā mei 2021 heb ik de nota naar aanleiding van het verslag aan uw Kamer aangeboden (Kamerstuk 35Ā 625, nr.Ā 6). Op 3Ā juni 2021 heeft de vaste commissie OCW besloten dat het wetsvoorstel kon worden aangemeld voor plenaire behandeling. Daarna heeft het wetsvoorstel in achtereenvolgende weken steeds op de voorraadagenda van de Kamer gestaan, echter zonder dat het kwam tot het vaststellen van een (definitieve) datum voor de plenaire behandeling. Vervolgens is in de procedurevergadering van de vaste commissie van 4Ā november jl. een voorstel besproken om het wetsvoorstel op 13Ā december a.s. in een wetgevingsoverleg te behandelen. In deze procedurevergadering is evenwel besloten om het wetsvoorstel plenair te behandelen. Ik ga er vanuit dat dit betekent dat het wetsvoorstel niet eerder dan in januari 2022 zal worden behandeld.
Doordat het wetsvoorstel nog niet plenair is behandeld, is er inmiddels druk komen te staan op de beoogde invoeringsdatum van het wetsvoorstel: 1Ā augustus 2022.1 Dit heeft enerzijds te maken met de tijd die de Eerste Kamer nodig zal hebben voor de behandeling van het wetsvoorstel. Anderzijds komt dit door de voorbereidingen die in het bijzonder mbo-instellingen zullen moeten treffen. Te denken valt aan het inrichten van geschillenprocedures en -commissies en het aanpassen van de inschrijvingsprocedures. Voor deze wijzigingen is bovendien vaak afstemming met de medezeggenschap nodig en zijn instellingen afhankelijk van softwareleveranciers die aanpassingen moeten verrichten. Instellingen hebben tijdig duidelijkheid nodig. Het is daarom nodig om in ieder geval de minimale invoeringstermijn van twee maanden tussen de publicatie van een regeling en de inwerkingtreding aan te houden die geldt volgens de Ā«vaste verandermomentenĀ». Daarnaast zal het gezien de omvang van het wetsvoorstel nodig zijn om ook na inwerkingtreding instellingen te ondersteunen bij de invoering van het wetsvoorstel.
Dit betekent dat de wet in beginsel uiterlijk 1Ā juni 2022 zou moeten worden gepubliceerd in het Staatsblad om op 1Ā augustus 2022 te kunnen worden ingevoerd. Bij een plenaire behandeling in uw Kamer in januari 2022, acht ik dit niet meer mogelijk, omdat er onvoldoende tijd zou resteren voor de behandeling in de Eerste Kamer, kijkend ook naar de omvang en strekking van dit wetsvoorstel. De invoering van het stelsel van rechtsbescherming in het mbo zou dan met een jaar opschuiven, naar 1Ā augustus 2023.2 Ik geef uw Kamer in overweging na te gaan of het mogelijk is het wetsvoorstel nog voor het Kerstreces te behandelen en in stemming te brengen. In dat geval zouden de genoemde publicatie- en inwerkingtredingsdatum nog wel haalbaar kunnen zijn.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
I.K. van Engelshoven
Voor de overdracht van de rechtsprekende taak van het CBHO aan de ABRvS gold als beoogde inwerkingtredingsdatum 1Ā januari 2022. Deze datum is thans niet meer haalbaar, gelet op het feit dat de behandeling in de Eerste Kamer nog moet plaatsvinden.ā©ļø
Voor de overdracht van de rechtsprekende taak van het CBHO aan de ABRvS kan in dat geval āĀ in overleg met de ABRvSĀ ā mogelijk worden gekozen voor inwerkingtreding op 1Ā januari 2023.ā©ļø