35972 Advies Afdeling advisering Raad van State inzake wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het schrappen van het instemmingsrecht van medezeggenschapsorganen van onderwijsinstellingen bij de inzet van coronatoegangsbewijzen in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs
Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het schrappen van het instemmingsrecht van medezeggenschapsorganen van onderwijsinstellingen bij de inzet van coronatoegangsbewijzen in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs
Advies Afdeling advisering Raad van State
Nummer: 2021D45136, datum: 2021-11-22, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: Th.C. de Graaf, vicepresident van de Raad van State
Onderdeel van zaak 2021Z21171:
- Indiener: H.M. de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Medeindiener: I.K. van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Medeindiener: F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
- Medeindiener: K.H. Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Volgcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Volgcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2021-11-23 13:15: Extra procedurevergadering (fysiek) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2021-11-23 15:30: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2021-11-29 14:00: Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het schrappen van het instemmingsrecht van medezeggenschapsorganen van onderwijsinstellingen bij de inzet van coronatoegangsbewijzen in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs (TK 35 972) (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2021-12-06 12:00: Extra procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2022-01-27 12:00: Procedurevergadering VWS (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
No.W13.21.0344/III 's-Gravenhage, 18 november 2021
...................................................................................
Bij Kabinetsmissive van 16 november 2021, no.2021002262, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het schrappen van het instemmingsrecht van medezeggenschapsorganen van onderwijsinstellingen bij de inzet van coronatoegangsbewijzen in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, met memorie van toelichting.
1. Inleiding
Het wetsvoorstel schrapt artikel 58ra, vierde lid, Wpg. Daarin wordt nu bepaald dat indien bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de inzet van coronatoegangsbewijzen (ctb’s) op het terrein van het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, de medezeggenschapsorganen van onderwijsinstellingen daarbij een instemmingsrecht hebben. Deze wijziging houdt verband met het voornemen om bij amvb de mogelijkheden van inzet van ctb’s uit te breiden naar de genoemde sectoren en vervolgens in een later stadium bij ministeriële regeling te kunnen bepalen dat daadwerkelijk tot inzet van ctb’s wordt overgegaan, op welke sectoren het van toepassing zal zijn en de daarbij geldende voorwaarden en zorgplichten te bepalen.
De reden dat het onderhavige wetsvoorstel nu in procedure wordt gebracht, is blijkens de toelichting dat het – vanwege de oplopende besmettingen – nodig kan zijn het ctb verplicht te stellen voor deze onderwijsinstellingen. Daarmee is de keuze niet langer aan het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling. In een situatie waarin de toepasselijke regels door de minister worden bepaald en er geen beleidsruimte meer is voor de instellingen is ook geen formele rol meer weggelegd voor de medezeggenschapsorganen.
2. Rol van medezeggenschapsorganen
De Afdeling advisering van de Raad van State begrijpt de voorgestelde schrapping van het instemmingsrecht van medezeggenschapsorganen zo dat deze alleen erop gericht is de politieke afweging omtrent het al dan niet verplichten van het ctb in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, op een later moment beter mogelijk te maken. In zoverre kan de Afdeling het wetsvoorstel onderschrijven. Daarbij geldt, zo blijkt ook uit de toelichting, dat de vraag of en zo ja, onder welke voorwaarden ctb’s met het oog op de epidemiologische situatie ook daadwerkelijk worden ingezet, later op grond van de dan bestaande situatie moet worden beantwoord.
De oorspronkelijke bedoeling van artikel 58ra, vierde lid, Wpg, was de rol van medezeggenschapsorganen te verzekeren.1 De toelichting bij het voorstel vermeldt dat het dwingende karakter van de maatregel en de spoedeisendheid om er op korte termijn mee te kunnen werken, er niet aan in de weg staan om het gesprek met de medezeggenschap en andere partijen, waaronder studenten, te voeren over de wijze van uitvoering van de maatregelen en het monitoren van de effecten ervan.2 Mede met het oog op het noodzakelijke draagvlak voor de inzet van het ctb is effectieve betrokkenheid van (onder meer) werknemers en studenten van belang.
De Afdeling adviseert in de toelichting nader in te gaan op de wijze en inhoud van de betrokkenheid van deze partijen wanneer het ctb bij ministeriële regeling verplicht zou worden gesteld.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij
het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het
voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De vice-president van de Raad van State,
Zie toelichting bij amendement-Paternotte c.s. (Kamerstukken II 2020/21, 35807, nr. 56).↩︎
Toelichting van het voorstel, onder ‘Doelstelling van het voorstel’ en ‘Consultatie overig’.↩︎