Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling Justitie en Veiligheid op 24 november 2021
Brief regering
Nummer: 2021D45747, datum: 2021-11-25, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede ondertekenaar: S. Dekker, minister voor Rechtsbescherming (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: A. Broekers-Knol, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ()
Onderdeel van zaak 2021Z21448:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2021-12-07 17:15 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2021-12-02 13:15 ā Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2021-12-01 14:30 ā Reeds betrokken bij de begrotingsbehandeling van J&V. (Besluit)
- 2021-11-25 14:30 ā Behandeld. (Besluit)
- 2021-11-25 14:30: Begroting Justitie en Veiligheid (35925-VI) (voortzetting) (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2021-12-01 14:30: Procedures en brieven (hybride) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2021-12-02 13:15: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2021-12-07 17:15: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (š origineel)
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
1. Vraag:
De opleiding van agenten wordt verkort om hen sneller op straat te
krijgen. Hoe draagt dit bij aan de veiligheid van de agenten?
Antwoord:
De vernieuwing van deze opleiding heeft ertoe geleid dat aspiranten hun
opleiding in twee jaar voltooien en sneller als medewerker aangesteld
kunnen worden. Dit is mogelijk door een andere organisatie van het
onderwijs, het gebruik van digitale leermiddelen en het gebruik van
verschillende leerroutes gebaseerd op de achtergrond en voorkennis van
de aspiranten. Vorming en weerbaarheid is daarbij nog steeds een
wezenlijk onderdeel van de opleiding. De verwachting is dat de
verkorting van de opleiding niet leidt tot minder goed opgeleide agenten
op straat. Tijdens het gehele traject wordt door de Politieacademie en
het korps bij studenten, docenten en begeleiders de voortgang
gemonitord. Zodra er ervaring is opgedaan met de werking van de
vernieuwde basispolitieopleiding en de eerste aspiranten zijn
ingestroomd als medewerkers in het korps wordt de Inspectie van Justitie
en Veiligheid gevraagd aandacht te besteden aan de kwaliteit van de
vernieuwde basispolitieopleiding en de examinering daarvan.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
2. Vraag:
Is de minister bereid in te grijpen bij de pilots waarbij BOA's een
hoofddoek mogen dragen?
Antwoord:
Functies waarbij de overheid zich in de samenleving manifesteert met
behulp van de sterke arm, en gebruik maakt van dwangmiddelen, oefenen
een bijzondere overheidstaak uit. Bij de politie is afgesproken dat
uitingen van geloof of overtuiging geen onderdeel zijn van het uniform
en dat daar dus van af moet worden gezien. Dit is in het belang van het
gezag, de neutraliteit en de veiligheid van de politie op straat. De
politie vertegenwoordigt immers de staat. De MJenV onderschrijft deze
afspraak binnen de politie.
De positie van politieambtenaren is in diverse opzichten niet
vergelijkbaar met die van andere werknemers, zoals BOAās. In het geval
van BOAās geldt dat sprake is van lokaal gezag en werkgeverschap. De
uniformen van de BOAās zijn de verantwoordelijkheid van de
desbetreffende werkgever. Hiervoor heeft de VNG een handreiking
modeluniform BOA opgesteld, waarin ook staat dat ontwikkeling van het
uniform de verantwoordelijkheid van gemeenten is.
MJenV gaat over het besluit BOA en over de regeling domeinlijsten
BOA.
In het besluit BOA is geregeld dat ten aanzien van het uniform (artikel
26a) MJenV enkel over het insigne gaat: āIndien de buitengewoon
opsporingsambtenaar een uniform of bedrijfskleding draagt, wordt dat
uniform of die bedrijfskleding op een duidelijk zichtbare plaats
voorzien van een insigne, waarvan het model door Onze Minister wordt
vastgesteld.ā
Ten aanzien van de identificatie van de BOA is het volgende opgenomen in
het besluit (artikel 26): āBij het uitoefenen van zijn taak draagt
de buitengewoon opsporingsambtenaar een legitimatiebewijs bij zich,
waarvan het model door Onze Minister is vastgesteldā. Er is verder
geen landelijke wet- of regelgeving die gaat over de uniformen van de
BOAās.
Vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor de BOA gaat MJenV onder meer
over zaken die centraal beleid vergen (zoals bewapening),
professionalisering (betrouwbaarheid en bekwaamheid, getoetst via Dienst
Justis) van de BOA en de kaders voor een veilige taakuitvoering.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
3. Vraag:
Hoe lang gaat de vacaturestop door het begrotingstekort bij de Nationale
Politie duren? Is dat in 2024 opgelost?
Antwoord:
Afgelopen voorjaar 2021 verwachtte de politie een overschrijding van
haar budget. Naar aanleiding van deze verwachte overschrijding is o.a.
de maatregel genomen om een vacaturestop in te voeren voor de
niet-operationele functies. Er geldt geen vacaturestop voor operationele
functies. Deze maatregel ziet op het jaar 2021. In latere jaren zullen
we in de reguliere planning & control cyclus naar de keuzes moeten
kijken. Dit kan zowel binnen als buiten de begroting zijn. MJenV
verwacht van de korpsleiding dat zij bij deze keuzes eerst en vooral
naar de ca. 11.000 functies in de niet operationele sfeer kijkt.
Daarnaast zullen de GGP, het MIT, zeden en bewaken en beveiligen bij
deze keuzes ontzien worden.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
4. Vraag:
Is de minister bekend met de stadsmariniers? Dit is succesvol in R'dam.
Kunnen we dit in het landelijk overleg Veiligheid en politie
bespreken?
Antwoord:
MJenV is bekend met de stadsmariniers. In verschillende gemeenten wordt
een dergelijke functie ingezet. Hier is geen landelijk beleid op en dit
is een lokale aangelegenheid. MJenV gaat in gesprek met de
regioburgemeesters, de politie en het OM over de stadsmariniers, en
brengt het ook in bij het Strategisch Beraad Veiligheid om te bespreken
in hoeverre dit instrument onderdeel kan zijn van de aanpak van
criminaliteit en voor het vergroten van de veiligheid in
Nederland.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
5. Vraag:
Hoe kan de politie op tijd en zichtbaar zijn in de provincies van het
noorden en oosten van het land, waar de sluiting van politiebureaus
onverminderd door gaat? Graag de garantie dat niet meer politiebureaus
gesloten gaan worden.
Antwoord:
Het uitgangspunt van de Nederlandse politie is altijd zichtbaar te zijn
in wijken en dorpen, door heel Nederland. Een politiebureau is een van
de manieren waarop de politie aanwezig en beschikbaar is voor de
Nederlandse burger. In deze digitale tijd voldoet alleen een
politiebureau in een wijk niet meer. De politie zet in op meer
eigentijdse manieren van nabijheid zoals pop-up politiebureaus, digitale
beschikbaarheid van agenten in de wijk en andere innovatieve manieren om
aan te sluiten op de behoefte van burgers. Het overzicht van
politiebureaus en steunposten staat in het Strategisch Huisvestingsplan
Politie (SHP) dat na afstemming met het lokaal gezag is vastgesteld.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
6. Vraag:
Waar blijven de maatregelen tegen de gebruikers van harddrugs?
Antwoord:
Het gebruik van harddrugs is niet strafbaar. Het bezit van harddrugs
wel. Het Nederlandse drugsbeleid is gericht op een gebalanceerde aanpak,
waarbij oog is voor zowel gezondheid als veiligheid. Voor kleine
hoeveelheden voor eigen gebruik geldt dat deze volgens de Aanwijzing van
het Openbaar Ministerie in beslag worden genomen. Bezit van grotere
hoeveelheden wordt vervolgd en bestraft. Voor het niet bestraffen van
bezit van een gebruikershoeveelheid zijn goede redenen: ten eerste
moeten gebruikers van drugs zich veilig voelen om hulp te zoeken als er
zich bijvoorbeeld gezondheidsproblemen voordoen. Zij moeten niet uit
angst voor vervolging de EHBO gaan mijden. Ten tweede is het qua
capaciteit ondoenlijk voor politie en OM om gebruikers met dergelijke
kleine hoeveelheden in bezit te vervolgen. Overigens zet de
staatssecretaris van VWS nu ook al stevig in op preventie van het
gebruik van harddrugs. Samen met hem zal worden bezien welke bewezen
interventies om drugsgebruik te verminderen breder kunnen worden
ingezet.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
7. Vraag:
Waarom is MRb in zijn brief 'aanpak georganiseerde criminaliteit tijdens
berechting en detentie' niet ingegaan op de mogelijkheid van volledig
isolement, in Italiƫ 41bis-regime genoemd?
Antwoord:
De brief ziet op het beter tegengaan van voortgezet crimineel handelen in detentie door de zwaarste soort criminelen.
In Italiƫ noemen ze dat het 41bis-regime, in Nederland hebben we een soort gelijk regime, het EBI-regime.
Dit is een streng, sober en gecontroleerd regime met vergaande beperkingen. Denk hierbij aan zeer beperkt luchten, maximale controle op externe contacten, geen arbeid en minimaal contact met andere gedetineerden.
De kwetsbaarheid in dit regime zit op de ongecontroleerde contacten, zoals de toegang door advocaten, NGOās etc. Die hebben ook bij volledige isolatie ongecontroleerde toegang tot de gedetineerde.
De aangekondigde maatregelen uit mijn brief zien op het verminderen van deze kwetsbaarheid. Volledige isolatie is geen oplossing voor deze kwetsbaarheden.
In Italiƫ kent men het zogenaamde 41bis regime voor leden van maffiose organisaties. Verdenking van of veroordeling voor een dergelijk delict en de plaatsing in een specifiek detentieregime, kan doorwerken in verschillende onderdelen van het Italiaanse strafrechtsysteem. Onderdeel daarvan is dat er in beginsel geen vervoer meer plaats vindt van gedetineerden waarbij het vervoer als zodanig een bedreiging is van de openbare orde en veiligheid. Voor de langere termijn gaan we onderzoeken welke onderdelen van de Italiaanse aanpak ook in Nederland toepassing kunnen vinden.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
8. Vraag:
Is de minister het ermee eens dat cybersecurity een
minister-overkoepelende taak moet zijn met een aparte minister?
Antwoord:
Of er een aparte minister dient te komen voor cybersecurity met een
ministerie-overkoepelende taak is aan een nieuw kabinet. Digitale
veiligheid is een essentiƫle randvoorwaarde voor het slagen van de
digitale transitie. Hiermee moet cybersecurity geborgd zijn binnen elk
domein en elke bestuurskamer. De verschillende betrokken departementen
zijn binnen de huidige situatie vanuit hun eigen rol en
verantwoordelijkheid met elkaar met deze opgave aan de slag. Als
coƶrdinerend bewindspersoon zie ik het als mijn taak om dit werk niet
van hen over te nemen, maar mijn collegaās aan te sporen of te
adviseren. Een te gecentraliseerde aanpak van cyber gerelateerde
onderwerpen leidt mogelijk tot een verlies van expertise en
verantwoordelijkheid. Ik verwijs in dat verband ook graag naar het
advies van de CSR dat pleit voor een onderraad voor cybersecurity, en
naar het advies van de WRR over AI, waarin gepleit wordt voor een
digitale onderraad. Want we moeten waken voor een te versnipperde aanpak
en de eenheid in strategie en implementatie moet geborgd zijn. De
afgelopen jaren is ook mijn inzet geweest om zoveel mogelijk de
samenwerking te versterken.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
9. Vraag:
Is de minister bereid om onderzoek te doen naar de mogelijkheid om het
kennis hebben van sexueel misbruik en daar geen actie op ondernemen
strafbaar te stellen, waarmee slachtoffers van sexueel misbruik
voorkomen kunnen worden en slachtoffers beschermd kunnen worden?
Antwoord:
MRb heeft reeds naar aanleiding van signalen over seksueel misbruik binnen de gemeenschap van Jehovaās Getuigen onderzoek laten uitvoeren naar de opportuniteit van verruiming van de aangifteplicht voor ernstige seksuele misdrijven.
Voor bepaalde gevallen van seksueel misbruik bestaat namelijk al een aangifteplicht (160 Sv: kennis van verkrachting). Ook bestaan, buiten het strafrecht, verscheidene meldplichten, zoals de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Het onderzoek naar mogelijke verruiming van de aangifteplicht is verricht door het WODC en eind 2019 naar de Tweede Kamer verzonden.
Het onderzoek wees uit dat verruiming van de aangifteplicht geen meerwaarde heeft want het kan afbreuk doen aan het handelingsperspectief van hulpverleners als zij signalen van seksueel misbruik tegenkomen. Zij zouden dan altijd aangifte moeten doen waar bijvoorbeeld andere hulpverlening aan het slachtoffer meer op zijn plaats is.
Wel gaf het onderzoek steun voor het verkennen van verruiming van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van besturen van organisaties waarbinnen seksueel misbruik heeft plaatsgevonden.
MRb heeft vervolgens bij brief van augustus 2020 aangekondigd dat hij een nieuwe wettelijke regeling wil verkennen die besturen van particuliere organisaties verplicht kennis van seksueel misbruik te melden.[1] Het niet voldoen aan deze meldplicht zou dan strafbaar zijn.
Relevant voor de uitkomst van deze verkenning zijn de resultaten van het onderzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen naar de opvolging van de aanbevelingen van onder andere de commissies Deetman en De Vries.
Blijkt uit dit onderzoek dat het schort aan goede opvolging van deze aanbevelingen dan maakt dat extra bescherming van slachtoffers van seksueel misbruik via de weg van voornoemde meldplicht extra opportuun.
De uitkomsten van dat onderzoek worden voorjaar 2022 verwacht, waarna de Tweede Kamer wordt bericht over de opportuniteit van de instelling van een nieuwe wettelijke regeling.
[1] Kamerstukken 2019-2020, 29 279, nr. 553
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
10 . Vraag:
Hoe zit het nu met de uitrusting van agenten? Heeft iedereen die dat
nodig heeft in de eerste helft van 2022 een stroomstootwapen en
bodycam?
Antwoord:
Nee, er wordt nu gestart met de uitrol van het stroomstootwapen. Zoals
aangegeven in de brief van MJenV (Kamerstukken II, 2019/2020, 29628 nr.
916) duurt het opleiden van de agenten drie tot vijf jaren vanaf
2022. Per 1 januari 2022 wordt de huidige juridische constructie van de
beproeving verlengd om de uitrol te faciliteren. Gedurende deze periode
kan ook verder gewerkt worden aan de juridische en financiƫle vertaling
voordat overgegaan wordt tot wijziging van het Besluit Bewapening en
Uitrusting Politie. De politie is toegerust met bodycams. Daarvan zijn
er recentelijk 2000 aangeschaft.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
11. Vraag:
De politie geeft ook aan meer te willen werken met drones. Hoe kijkt de
minister daar tegenaan?
Antwoord:
De politie beschikt reeds over drones om in te zetten in haar
taakuitvoering ten behoeve van forensische opsporing,
verkeersongevallenanalyse en bij het handhaven van de openbare orde en
veiligheid.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
12. Vraag:
Kan de minister reageren op de noodkreet van bonden betreffende de
operationele doelstellingen?
Antwoord:
Toen MJenV aantrad was er een sterke noodzaak om in de capaciteit van de
politie te investeren. Dit kabinet heeft dan ook vanaf 2018 geĆÆnvesteerd
in uitbreiding van de operationeel inzetbare politiecapaciteit met 2.400
fte. Met de recente ondermijningsmiddelen en de motie Hermans loopt dat
nog eens op met 740 fte. Overigens zal pas in 2024-2025 de formatie en
bezetting naar verwachting weer in evenwicht zijn.
Fouten die we in het verleden nog weleens maakten, zoals uitbreiding van
taken waar geen geld voor beschikbaar kwam, zijn door dit kabinet niet
meer gemaakt. Voor wat de politie nu moet doen, is de politie volledig
gefinancierd. Dat is ook vastgesteld in het PM-onderzoek voorjaar
2021.
Dit voorjaar verwachtte de politie een overschrijding van haar budget in
2021 met 157 miljoen euro. Inmiddels blijkt uit de najaar cijfers dat de
prognose een overschrijding van 80 miljoen euro. is, en de verwachting
is dat dit bedrag dit jaar nog verder zal dalen.
De vervolgopdracht die MJenV zichzelf gegeven heeft, is dat MJenV wil
kijken naar wat er aan uitdagingen op de politie afkomt. Bijzondere
aandacht gaat daarbij uit naar de bedrijfsvoering die van groot belang
voor een dergelijke organisatie is, maar niet altijd op de voorgrond van
de belangstelling staat.
Dit maakt dat MJenV samen met de korpsleiding heeft laten kijken naar
wat meerjarig nodig is, zodat de politie niet alleen vandaag berekend is
op haar taak maar ook in de toekomst.
Uit het bij de verzamelbrief meegestuurde rapport blijkt dat de politie
meer zal moeten investeren in zaken als PTSS, informatievoorziening en
cybersecurity om toekomstbestendig te blijven. Deze onderwerpen komen
overeen met de onderwerpen die genoemd zijn in het position paper
politie en het PM-onderzoek. Met de extra intensiveringen wordt een deel
van deze posten opgelost.
Voor de begroting van 2022 verwacht de MJenV dat de kosten binnen het
totaal moeten kunnen worden ingepast. Deze begroting is sluitend. In
latere jaren zullen we in de reguliere planning & control cyclus
naar de keuzes moeten kijken. Dit kan zowel binnen als buiten de
begroting zijn. MJenV heeft de korpsleiding gevraagd te kijken naar
verdere mogelijkheden.
MJenV verwacht van de korpsleiding dat zij bij deze keuzes eerst en
vooral naar de circa 11.000 functies in de niet-operationele sterkte
kijkt. Daarnaast zullen de GGP, het MIT, zeden en bewaken en beveiligen
bij deze keuzes ontzien worden. Een eventuele aanvulling op de
politiebegroting is aan een volgend kabinet.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
13. Vraag:
Kunnen we de streefaantallen operationele agenten op straat met de
impulsen uit de augustusbrief en de middelen Hermans structureel halen
en wat is daarvoor nodig?
Antwoord:
Dit kabinet investeert fors in de politiecapaciteit en heeft de
operationele formatie uitgebreid tot ruim 2.400 fte in 2026. De
uitbreiding van de bezetting en de vervanging van het vertrekkend
personeel kost tijd en verloopt gestaag: de bezetting en formatie komen
vanaf 2024-2025 in balans. De extra middelen vanuit de augustusbrief en
de motie Hermans zorgen voor een additionele uitbreiding van de
capaciteit bovenop de 2.400 fte.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
14. Vraag:
Hoeveel fte gaat het extra geld opleveren bij politie, OM, ZM, FIOD,
Douane etc.? Welke resultaten mogen we verwachten? Waar stuurt de MJenV
op?
Antwoord:
In zijn brief van 4 oktober jl. heeft de MJenV uw Kamer geĆÆnformeerd
over de onderverdeling op hoofdlijnen van de extra structurele middelen,
die voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit beschikbaar zijn
gekomen. Met de betrokken partners worden op dit moment de concrete
doelstellingen en maatregelen verder uitgewerkt, inclusief de daarbij
benodigde uitbreiding van capaciteit en programmagelden. In deze brief
heeft de MJenV ook toegelicht op welke maatschappelijke effecten wordt
ingezet, zoals het voorkomen van jonge aanwas, het tegengaan van
criminele geldstromen en het weerbaar maken van logistieke knooppunten.
De nadere invulling van deze doelstellingen wordt de komende periode
uitgewerkt. Daarbij worden de middelen ingezet waar ze het meeste
verschil kunnen maken, zodat de brede ondermijningsaanpak een krachtige
gezamenlijke focus kent en versnippering wordt voorkomen. De nadere
uitwerking wordt in nauwe samenspraak met de betrokken organisaties en
met het Strategisch Beraad Ondermijning (SBO) gedaan. Dit betreft een
zorgvuldig traject met de partners, vanuit gezamenlijke doelstellingen
en een focus op het gezamenlijk te bereiken resultaat, om zo maximaal
effect te bereiken. Van deze uitwerking en voortgang zal MJenV uw Kamer
op de hoogte houden.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
15. Vraag:
Iedereen wil dat crimineel geld afgepakt wordt, maar waarom gebeurt het
dan nog steeds niet? Wat gaat de minister doen aan het feit dat we al
jaren een zeer mager resultaat bereiken?
Antwoord:
Het OM heeft vorig jaar 303 miljoen euro conservatoir beslag gelegd,
waaronder veel contant geld en cryptovaluta. Op verzoek van het
buitenland heeft het OM nog eens beslag gelegd op 184 miljoen euro. Het
incassoresultaat in 2020 bedroeg bijna 85 miljoen euro. Opgeteld dus
ruim een half miljard euro. In april dit jaar is een tweetal transacties
van het OM door rechtspersonen geaccepteerd van samen ruim 520 miljoen
euro. En onlangs is beslag gelegd op 25 miljoen euro aan cryptocurrency.
Ondanks deze resultaten kan en moet er meer crimineel vermogen uit de
markt worden gehaald. Dat is echter een complex en een langdurig
traject. Mede omdat crimineel vermogen vaak in het buitenland is
ondergebracht en dus moeilijk bereikbaar is vanuit Nederland. Daarnaast
past het MJenV niet om zich te mengen in de inhoudelijke koers van het
OM door resultaatdoelstellingen op te leggen. Wel wordt ingezet op drie
verbetersporen om de criminele geldstromen terug te dringen en de
afpakresultaten te verhogen: 1) het versterken van de randvoorwaarden
voor het leggen van beslag, door het bedrijfsvoeringsproces te
verbeteren, 2) het vergroten van wettelijke mogelijkheden (verruiming
strafrechtelijk executie onderzoek, non conviction based confiscation en
spoedbevriezing) en 3) het versterken van internationale samenwerking.
Door een beter bedrijfsvoeringsproces, nieuwe wetgeving en
internationale samenwerking kan een krachtige impuls gegeven worden aan
het afpakken van crimineel vermogen.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
16. Vraag:
Mijn fractievoorzitter heeft 200 miljoen euro extra geregeld om
Nederland veiliger te maken, meer dan de helft gaat gebruikt worden voor
700 extra wijkagenten. Dit gebeurt pas vanaf 2024, kan dit
sneller?
Antwoord:
Nee, dat kan helaas niet sneller. Van deze 700 fte agenten voor de wijk
is in de raming rekening gehouden met 350 fte instroom in de opleiding
in 2024 en 350 fte vanaf 2025. Op dat moment is er pas weer ruimte bij
de Politieacademie en in de eenheden om extra aspiranten op te
leiden.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
17. Vraag:
MJenV heeft aangegeven dat 700 wijkagenten worden verdeeld in overleg
met regioburgemeesters. Hoe gaat dit in zān werk? Is het koehandel? Meer
wijkagenten in de 16 probleemwijken of wellicht meer wijkagenten in
groeigemeenten?
Antwoord:
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de verdeling van de 700
agenten voor de wijk over en binnen de eenheden.
De verdeling van de agenten over de eenheden zal MJenV conform
Politiewet 2012 na bespreking met de Regioburgemeesters en de voorzitter
van het College van procureurs-generaal in het Landelijk Overleg
Veiligheid en Politie (LOVP) vaststellen. Hierbij wordt als basis de
door MJenV vastgestelde formatie voor de operationele sterkte van de
eenheden aangehouden, conform het Besluit verdeling sterkte en middelen.
Elke eenheid profiteert mee.
De verdeling van deze agenten binnen de regionale eenheden is
vervolgens aan de burgemeesters van de gemeenten in het gebied waarin de
regionale eenheid de politietaak uitvoert en de betrokken hoofdofficier
van justitie. In algemene zin is hierover met de Regioburgemeesters en
de voorzitter van het College van procureurs-generaal besproken dat er
behoefte is aan wijkagenten, aan ādigitale wijkagentenā en aan andere
agenten die in en voor de wijk werken, als ook aan agenten die in de
basisteams gaan werken aan de opsporing van veel voorkomende
criminaliteit. Tevens is uitgesproken dat het nodig is dat een aantal
van hen het accent jeugd en school krijgt.
Deze 700 fte komt uit de middelen voor veiligheid (motie
Hermans). Vanuit de ondermijningsmiddelen (preventie met gezag) komt
geld beschikbaar voor wijkagenten in de meest kwetsbare wijken. Over die
verdeling spreek ik nader met de politie en de vertegenwoordigers van de
gezagen.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
18. Vraag:
De commissie Bos heeft drie belangrijke aanbevelingen gedaan: - Hoeveel
informatie wettelijk mag worden verzameld en gedeeld. - Het overleg over
de beveiliging met de persoon die het betreft. - Ook moeten we scherp
kijken naar de capaciteit, zodat we geen mensen kwijt zijn die we in de
basispolitiezorg hard nodig hebben. Hoe gaat de minister deze drie
punten ondersteunen en hoe zorgt hij ervoor dat de noodzakelijk middelen
beschikbaar komen?
Antwoord:
MJenV ondersteunt de door de VVD aangedragen punten om aan de slag te
gaan met de aanbevelingen van de commissie Bos ten aanzien van een
toekomstbestendig stelsel bewaken en beveiligen.
Uw Kamer is bij brief van 12 november jl. geĆÆnformeerd over de
ingerichte Taskforce die de aanbevelingen van de commissie Bos verder
uitwerkt. In deze brief werden de agenda en werkzaamheden beschreven die
de Taskforce de komende periode met voorrang oppakt. Daar maken de
genoemde punten deel van uit.
De commissie Bos stelt dat het alleszins aannemelijk is dat het aantal
personen en objecten dat langdurig bewaakt en beveiligd moet worden,
verder zal toenemen. En dat het stelsel daarom geconfronteerd zal worden
met een capaciteitsprobleem waar de recent toegekende versterking maar
ten dele in voorziet. In de nadere uitwerking van de aanbevelingen van
de commissie Bos moet duidelijk worden hoe de noodzakelijke aanpassingen
van het stelsel zich verhouden tot de recente en toekomstige
versterkingen in capaciteit en kwaliteit, en welke aanvullingen dan nog
nodig zijn. In dat kader zullen nadere voorstellen voor versterking
worden uitgewerkt.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
19. Vraag:
Recidivisten van kleine delicten moeten wat betreft de VVD worden
aangemeld bij het veiligheidshuis en er moet dan ook direct gekeken
worden naar evt. broertjes en zusjes van de betrokkene, omdat de kans
groot is dat zij ook afglijden naar het criminele pad. Straf op maat
voor de jeugdige crimineel. En het liefst in de wijk waar het mis gaat.
En waar de jongere bekend is. Daarom kijkt de VVD met interesse naar de
wijkrechtbank. Wat zijn tot nu tot de ervaringen in Rotterdam Zuid en in
Amsterdam?
Antwoord:
Met de beschikbare middelen voor preventie met gezag zet ik in op
versterking van de wijkgerichte justitiƫle functie, waaronder naast de
Rechtspraak, het OM, reclassering etc. Deze functies worden de komende
jaren versterkt in samenhang met de integrale en wijkgerichte
preventieve aanpak, dus afhankelijk van de specifieke lokale
behoefte.
Binnen het programma Maatschappelijk effectieve rechtspraak lopen er
onder andere initiatieven met wijkrechtspraak. Wijkrechtspraak heeft als
doel om effectief bij te dragen aan het oplossen van uiteenlopende,
meervoudige problemen van mensen in bepaalde wijken. Het uitgangspunt is
dat er integraal wordt gekeken naar de verschillende problemen (en
rechtszaken) van iemand die bij de rechter komt, zoals bijvoorbeeld
schuldenproblematiek, verslaving of problemen in de thuissituatie. In
dat kader lopen er in Rotterdam en Amsterdam initiatieven met
wijkrechtspraak. In de afgelopen tijd behandelde de wijkrechtbank
kleinere strafzaken van bekennende verdachten met multiproblematiek. Het
gaat daarbij bijvoorbeeld om schuldenproblematiek, verslavingen of
problemen in de thuissituatie.
In Amsterdam is per 1 november jl. de Buurtrechter Venserpolder van
start gegaan, gericht op de aanpak van zgn. multiproblematiek. In
Rotterdam loopt sinds het voorjaar 2020 de pilot Wijkrechtspraak op
Zuid, een samenwerkingsverband van de rechtbank Rotterdam, het Openbaar
Ministerie, de advocatuur, de gemeente Rotterdam (wijkteam) en politie.
Doelgroep van het project zijn kwetsbare burgers met problemen op
meerdere leefgebieden in de wijken Hillesluis en Bloemhof en vanaf 1
augustus 2021 ook de Afrikaanderwijk, Feijenoord en Vreewijk. De pilot
loopt tot 31 december 2021, waarna het zal worden geƫvalueerd. Instroom
vindt plaats via het strafrecht of via het wijkteam.
Daarnaast is er de Wijkrechtbank Eindhoven. Dit is een initiatief van de
rechtbank Oost-Brabant, de lokale advocatuur, het Openbaar Ministerie,
de gemeente Eindhoven, de reclassering en de politie. In deze pilot
wordt tijdens de zitting onder regie van de rechter niet alleen een
beslissing genomen over bewijs en straf. Er wordt ook met
vertegenwoordigers van alle relevante organisaties gezocht naar een
duurzame en integrale oplossing voor de problematiek van de verdachte.
Het doel van deze aanpak is om te voorkomen dat iemand nogmaals in de
fout gaat en voor overlast zorgt in diens leefomgeving.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
20. Vraag:
Hoe staat het met de nabijheidsrechter? Werkt dat en wanneer horen we
daar meer over?
Antwoord:
Op dit moment liggen twee besluiten die horen bij de Experimentenwet
rechtspleging bij de Raad van State voor advies.
Na verwerking van het advies, kunnen de beide besluiten in het eerste
kwartaal van 2022 worden gepubliceerd in het Staatsblad.
Daarna kan het ontwerpbesluit voor het eerste experiment, de
nabijheidsrechter, in procedure worden genomen. Op dit moment wordt het
experiment met de nabijheidsrechter door de Rechtspraak, in samenwerking
met JenV uitgewerkt. Ik verwacht dat het experiment met de
nabijheidsrechter eind volgend jaar van start kan gaan.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
21. Vraag:
Kan de minister bevestigen dat we met het extra geld ook Nederlandse
agenten stationeren in Zuid-Amerika, om zo drugslijnen eerder te
signaleren en import te voorkomen?
Antwoord:
4 miljoen van de 434 miljoen euro die structureel extra beschikbaar is
gesteld in de Rijksbegroting is specifiek ingeruimd voor het aanvullend
verder ondersteunen van de internationale aanpak van ondermijning.
Momenteel zijn al meerdere Nederlandse verbindingsofficieren in de
Latijns-Amerikaanse regio werkzaam. Met de structurele financiering
willen we onder meer dit bestaande netwerk, dat naast de liaisons van de
politie ook uit verbindingsofficieren van de Douane en KMar en
magistraten van het OM bestaat, uitbreiden. Deze plannen worden de
komende tijd verder geconcretiseerd.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
22. Vraag:
De VVD wil dat de verkoop aan minderjarigen (zijnde de drugsrunners) als
een strafverzwarende omstandigheid gaat gelden bij de strafeis door het
OM, hoe denkt de minister hierover? Is de minister op de hoogte van het
feit dat de politie zeven unieke afnemers moet identificeren om een
dossier voor drugshandel rond te krijgen?
Antwoord:
De officier van justitie is verantwoordelijk voor het bepalen van de
strafeis en het College van procureurs-generaal beslist primair zelf
over de inhoud van strafvorderingsrichtlijnen. De minister van JenV
hoort daar gepaste afstand van te houden. Wel is de minister van JenV
bereid om aan het College in overweging te geven om de verkoop aan
minderjarigen in de richtlijn op te nemen als strafverzwarende
omstandigheid. Het identificeren van zeven unieke afnemers is overigens
geen vereiste. De richtlijn geeft ook voor ƩƩn of twee deals al een
mogelijke straf(eis) aan, gebaseerd op de aangetroffen hoeveelheid
drugs.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
23. Vraag:
Is de minister het eens dat er naast de politie in de wijken voldoende
recherchecapaciteit moet zijn, juist om een antwoord te hebben op de
kleine vergrijpen?
Antwoord:
Dit steunt MJenV. Dit is ook onderdeel van de door MJenV omarmde
politievisie op de GGP. Aandacht voor deze zogenaamde kleine vergrijpen,
ook wel de veelvoorkomende criminaliteit genoemd horen bij het standaard
takenpakket van de basisteams. Daarvoor moeten zij ook voldoende zijn
toegerust. Binnenkort zal met het OM en de regioburgemeesters de
verdeling van de extra capaciteit over de eenheden worden besproken.
Daarna volgt het traject van de verdeling van deze extra capaciteiten
binnen de eenheden. In al die gesprekken zal gelet op het takenpakket
van de basisteams en de specifieke behoefte van ieder basisteam
afzonderlijk tot een zo passend mogelijke verdeling van deze extra
capaciteit worden gekomen. Daarbij is dus ook oog voor de aanpak van de
veelvoorkomende criminaliteit.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
24. Vraag:
Is de minister bereid in de definitieve versie van de visie op de BOA
meer tekst te wijden aan de groene BOA en concreet antwoord te geven op
de vragen wat deze visie betekent voor de groene boa, diens uitrusting
en voor de samenwerking met de politie? En kan de minister bevestigen
dat dat aan de basis ligt voor de verdeling van de 5 miljoen euro?
Antwoord:
In de definitieve versie van de visie op de BOA zal door de MJenV ook
nader worden ingegaan op de groene BOA. Vanaf 2022 is structureel 5,5
miljoen euro extra voor de groene BOAās gerealiseerd. Dit komt ten
eerste ten goede aan extra capaciteit van de groene BOAās, zodat meer
groene BOAās kunnen worden ingezet op toezicht en handhaving in het
buitengebied. Daarnaast wordt voorzien in een tegemoetkoming van de
kosten voor de uitrusting en professionalisering van groene BOA's. Over
de exacte invulling worden momenteel nog gesprekken gevoerd met de
betrokken partijen. Het streven is om in het voorjaar van 2022 de
herijking afgerond te hebben op basis waarvan we de agenda voor de
beleidsontwikkeling van de BOA-functie en het BOA-bestel de komende
jaren kunnen invullen.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
25. Vraag:
De WGS is nodig. Ik begrijp dat de Eerste Kamer wacht op reactie van de
minister op de kritiek van de Autoriteit Persoonsgegevens. Waar zit het
nu en kan de minister kort inhoudelijk ingaan op de kritiek?
Antwoord:
Met het lid Michon-Derkzen is het kabinet van mening dat het
wetsvoorstel WGS van groot belang is voor een goede, multidisciplinaire
en gerichte aanpak van ondermijnende criminaliteit.
Voor de bestrijding van ondermijnende criminaliteit is het van groot
belang dat overheidsorganisaties informatie met elkaar kunnen delen.
Daarvoor is het belangrijk dat er grondslagen bestaan voor
multidisciplinaire gegevensverwerking. Het wetsvoorstel
gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden creƫert zulke
grondslagen. Deze grondslagen maken een einde aan de versnippering,
onvolledigheid en grote complexiteit in de gegevensuitwisseling waarmee
de samenwerkingsverbanden nu kampen.
Maar het wetsvoorstel voorziet ook in een reeks waarborgen om de
gegevensverwerking in goede en rechtmatige banen te leiden. Die
waarborgen zien op tal van aspecten, van het gebruik van gegevens tot
het toezicht daarop en het afleggen van verantwoording door de
samenwerkingsverbanden.
Dit wetsvoorstel is alvorens het naar de Tweede Kamer is gezonden,
tweemaal voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens en vervolgens aan
de Afdeling advisering van de Raad van State ter advisering. De door
beide adviescolleges geadviseerde concretiseringen en waarborgen zijn in
het wetsvoorstel overgenomen, en waar dit op enkele punten niet
gebeurde, is dit gemotiveerd toegelicht.
Van het derde advies van de AP over het wetsvoorstel WGS, dat op verzoek
van de commissie JenV uit de Eerste Kamer is uitgebracht, heeft MJenV
met belangstelling kennis genomen. Dit advies is op 19 april jl.
gevraagd, oorspronkelijk vanwege de aangenomen amendementen, maar de
commissie JenV verruimde dit uiteindelijk tot een verzoek over het
gehele wetsvoorstel.
Conform de verzoeken van het lid Omtzigt en de commissie Justitie en
Veiligheid van de Eerste Kamer om een reactie op het advies van de AP
ontvangen beide Kamers der Staten-Generaal zo spoedig mogelijk een brief
met de reactie op het advies van de AP.
Wat de inhoud betreft, uiteraard moeten door de AP genoemde zorgpunten
zo goed mogelijk worden geadresseerd, voor zover daarin niet reeds is
voorzien in het bij de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstel. De algemene
maatregel van bestuur die bij het wetsvoorstel behoort en momenteel in
voorbereiding is, biedt daartoe voor de meeste zorgpunten de
mogelijkheid.
De Eerste Kamer heeft daarnaast ook voorlichting over dit wetsvoorstel
gevraagd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. De
voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State is
vastgesteld op 17 november jl. en is ontvangen door de Eerste Kamer.
Naar aanleiding daarvan heeft de commissie JenV in de Eerste Kamer op 23
november jl. besloten om op 30 november verder te spreken over de
procedure met betrekking tot het wetsvoorstel. De voorlichting is op 24
november 2021 gepubliceerd. Ook effectieve misdaadbestrijding is
rechtsstatelijk handelen, aldus de Raad van State in de gisteren
verschenen voorlichting over de WGS. Overheidsorganisaties moeten
informatie met elkaar kunnen delen.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
26. Vraag:
Het MIT moet niet parasiteren op bestaande diensten en er moet geen
dubbel werk worden gedaan. Belangrijk is dat operationele interventies
onder bevoegd gezag zoals het OM plaats moeten vinden. Daarnaast moet er
afstemming zijn over de operationele interventies met de
moederorganisaties zoals de politie en FIOD. Kunnen we die afspraak
maken?
Antwoord:
Ja, die afspraak kunnen wij maken en dat is inderdaad op die manier voorzien.
De organisaties die samenwerken in het MIT zijn structureel versterkt: voor alle organisaties geldt dat zij het geld gekregen hebben om ontstane vacatures ƩƩn-op-ƩƩn weer in te vullen of extern te werven, ook voordat medewerkers richting het MIT gaan. Over het openstellen van vacatures in het MIT vindt op alle niveaus afstemming plaats.
Het MIT is een samenwerkingsverband, uitgaande van bestaande wettelijke kaders, waaronder de wettelijk geregelde gezagen.
Operationele interventies door de deelnemende operationele organisaties worden dan ook uitgevoerd onder aansturing van ƩƩn of meerdere gezagen, afhankelijk van de aard van de interventie. Dit is bijvoorbeeld voor het toezicht door de Douane, de Minister van Financiƫn en voor de opsporing door de politie, de Koninklijke Marechaussee of de officier van justitie.
Afstemming van operationele interventies vindt plaats in het multi-interventie overleg (MIO), waarin alle betrokken gezagen en de deelnemende operationele organisaties zijn vertegenwoordigd.Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
27. Vraag:
Passen we de Rotterdamse patseraanpak breder toe om van de kinderen de
met crimineel geld gekochte spullen af te nemen?
Antwoord:
Een van de belangrijke onderdelen van de Rotterdamse patseraanpak is het
stellen van grenzen, bijvoorbeeld door afpakken van statussymbolen die
met crimineel geld zijn gekocht. Het stellen van grenzen is een
belangrijk element in het voorkomen van criminele carriĆØres van
jongeren. Daarom zetten MJenV en MRb bij de aanpak van ondermijning in
op preventie met gezag. Jongeren in kwetsbare wijken wordt niet alleen
meer perspectief geboden met behulp van o.a. sociale
(gedrags-)interventies, opleiding en toeleiding naar werk, maar er
worden ook nadrukkelijk grenzen gesteld. Door te investeren in meer
zichtbaar formeel gezag in kwetsbare wijken en afspraken met justitiƫle
organisaties in de wijk, is er een duidelijke stok achter de deur die
leidt tot preventie met gezag. De manier waarop deze aanpak wordt
vormgegeven is afhankelijk van de lokale problematiek en vraagt daarmee
een combinatie van bewezen effectieve interventies Ʃn maatwerk.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
28. Vraag:
Wat de VVD betreft werken wij toe naar minimaal een half miljard
afgepakt vermogen per jaar, vanaf 2024. Gaat het wetsvoorstel non
conviction based confiscation ons daarbij helpen?
Antwoord:
Het conceptwetsvoorstel non conviction based confiscation kan leiden tot
de confiscatie van een goed of object dat in verband staat met
criminaliteit, zonder een daaraan voorafgaande veroordeling terzake van
een strafbaar feit. Het is daarmee een nieuwe interventie in aanvulling
op het wettelijk instrumentarium om de criminele geldstromen terug te
dringen. De opbrengsten uit de toepassing van de non conviction based
confiscation tellen mee met het incassoresultaat uit ontneming,
schikking ontneming en transacties. Juist omdat in een vroeg stadium
beslag wordt gelegd is de verwachting dat de opbrengsten hoger zullen
zijn.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
29. Vraag:
Dankzij de extra middelen kunnen diensten als de FIU en FIOD ook beter
opvolging geven aan signalen van verdachte geldstromen. Wat staat hen nu
nog in de weg?
Antwoord:
Bij de FIU-Nederland vindt op dit moment een wervingsproces plaats,
waarmee een capaciteitsuitbreiding naar 90 fte zijn beslag zal krijgen.
Recent heeft het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld voor de
brede aanpak van ondermijnende criminaliteit. Binnen deze structurele
investering zijn middelen gereserveerd voor de FIU-Nederland en de
(bijzondere) opsporingsdiensten. Een deel hiervan ziet op de
technologische intensivering bij de FIU-Nederland, zodat nog efficiƫnter
gewerkt kan worden bij de analyse van ongebruikelijke transacties. Ook
voor de verdere versterking in capaciteit van onder andere de
FIU-Nederland wordt structureel geld beschikbaar gesteld. Met deze
investeringen wordt tegemoet gekomen aan het groeiend aantal meldingen
van ongebruikelijke transacties. Het vervullen van de specialistische
functies is gezien de huidige krappe arbeidsmarkt niet eenvoudig.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
30. Vraag:
Hoe kunnen we de rotte appels in de beroepsgroepen makelaars, notarissen
en advocaten actiever aanpakken? In ieder geval door inzet van het
strafrecht naast het tuchtrecht.
Antwoord:
MJenV vindt het belangrijk dat facilitators die geen melding maken van
ongebruikelijke transacties of, erger, die meewerken aan witwassen
worden aangepakt. Daartegen kan en wordt strafrechtelijk,
bestuursrechtelijk en/of tuchtrechtelijk opgetreden door diverse
overheidsinstanties, zoals Wwft-toezichthouders, opsporingsdiensten en
het OM. In het kader van de aanpak van ondermijning gaat hier nog meer
aandacht naar uit, onder meer in het kader van het terugdringen van
criminele geldstromen en het versterken van het toezicht en de
handhaving. Het Multidisciplinair Interventie Team zal criminele
structuren, bedrijfsprocessen en verdienmodellen zichtbaar maken en
hierbij ook de rol van facilitators in beeld brengen. Op basis van deze
beelden kunnen vervolgens meer gerichte en effectievere interventies
worden ingezet om facilitators aan te pakken of kwetsbaarheden in legale
processen te verminderen. Tegelijkertijd wordt, samen met de relevante
branche- en beroepsorganisaties, gewerkt aan het vergroten van inzichten
in ongebruikelijke transacties en aan de weerbaarheid tegen criminele
inmenging.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
31. Vraag:
Hoe kan het dat er nu pas een reactie van de AP ligt op de Wet
gegevensdeling door samenwerkingsverbanden (WGS) terwijl de wet al
uitvoerig is besproken in de Tweede Kamer?
Antwoord:
Dit is niet het eerste advies van de Autoriteit Persoonsgegevens over
het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
(WGS).
Dit wetsvoorstel is alvorens het naar de Tweede Kamer is gezonden,
tweemaal voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens en vervolgens aan
de Afdeling advisering van de Raad van State ter advisering. De door
beide adviescolleges geadviseerde concretiseringen en waarborgen zijn in
het wetsvoorstel overgenomen, en waar dit op enkele punten niet
gebeurde, is dit gemotiveerd toegelicht.
Van het derde advies van de AP over het wetsvoorstel WGS, dat op verzoek
van de commissie JenV uit de Eerste Kamer is uitgebracht, heeft de MJenV
met belangstelling kennis genomen. Dit advies is op 19 april jl.
gevraagd, oorspronkelijk vanwege de aangenomen amendementen, maar de
commissie JenV verruimde dit uiteindelijk tot een verzoek over het
gehele wetsvoorstel.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
32. Vraag:
Het investeren in de strafrechtketen leidt tot het oppakken van een
groter aantal criminelen. Dit heeft een weerslag op de capaciteit van de
gevangenissen, ziet de minister dit ook?
Antwoord:
Als er meer criminelen worden opgepakt, dan leidt dat inderdaad tot een hogere capaciteitsbehoefte.
Voor de komende jaren wordt geĆÆnvesteerd in uitbreiding van de capaciteit in de strafrechtketen waaronder de capaciteit van het gevangeniswezen.
Daarnaast leidt de aanpak van georganiseerde criminaliteit en de ontwikkeling van die vormen van criminaliteit tot een grotere behoefte aan specifieke regimes voor zware criminaliteit.
Hierin wordt voorzien door een tweede EBI in Vlissingen en een derde Afdeling Intensief Toezicht (AIT).
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
33. Vraag:
Is de minister het met de VVD-fractie eens dat er in beginsel geen
gevangenissen meer moeten worden gesloten?
Antwoord:
Het sluiten van gevangenissen is niet aan de orde.
Op basis van de PMJ-prognoses wordt de komende jaren een stijging van de bezetting verwacht.
Voor uitbreiding van de capaciteit zijn dan ook extra middelen vrij gemaakt, zoals aan uw Kamer ook in juni is gemeld.
Voor het gevangeniswezen betreft dit 17 miljoen euro in 2022.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
34. Vraag:
Wat heeft de minister op werkbezoek in Italiƫ gezien en wat neemt hij
mee om hier toe te passen?
Antwoord:
In de brief van 22 november jl. heeft de MRb aangegeven wat hij in ItaliĆ« heeft gezien en welke aspecten hij daarvan wil toepassen in Nederland. Doel is het voortzetten van criminele activiteiten onmogelijk te maken en de maatschappelijke risicoās te verkleinen. Onderstaand drie belangrijke onderdelen van deze aanpak.
Het gaat ten eerste om het terugdringen van de risicoās van het vervoer van de buitencategorie gedetineerden terug te dringen. Onder andere door via videoverbindingen deel te nemen aan zittingen. De mogelijkheid daartoe wordt zo snel mogelijk bij de EBI in Vught gecreĆ«erd.
Ten tweede gaat het om het aanpassen van de regelgeving zodat plaatsing in de EBI ook mogelijk wordt bij de dreiging die uitgaat van iemands rol en positie in een crimineel netwerk.
Ten derde gaat het om het versterken van het toezicht op de advocatuur.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
35. Vraag:
De VVD wil ook dat er meer gebruik wordt gemaakt van drones om de
uithalers sneller te zien en eerder te pakken. De Douane wil dat graag.
Kan dat ook binnen de regels, vraag ik deze minister?
Antwoord:
De Douane maakt reeds gebruik van drones in de Rotterdamse haven. Dit
onder andere ter ondersteuning van haar reguliere toezicht op
containerterminals. Drones worden hierbij ook ingezet voor het
lokaliseren van insluipers ter plaatse. De Douane heeft hiervoor een
wettelijke grondslag in het Douanewetboek van de Unie en in de Algemene
Douanewet. De Douane onderzoekt momenteel of deze grondslag voor
toekomstige innovaties een verdere explicitering behoeft.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
36. Vraag:
Wat vindt de minister van het uitgangspunt dat zware criminelen met
leidinggevende functies in criminele organisaties in een EBI-regime
moeten zitten, waarbij het contact met de buitenwereld tot een strikt
noodzakelijk minimum wordt beperkt?
Antwoord:
Daar ben ik het mee eens.
Daarom pas ik de regelgeving aan zodat plaatsing in de EBI ook mogelijk wordt bij de dreiging die uitgaat van iemands rol en positie in een crimineel netwerk.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
37. Vraag:
met betrekking tot potentiƫle terugkeerders: in juni 2020 is
wetswijziging Wet Langdurig Toezicht aangekondigd, wanneer wordt deze
verwacht? Deze is belangrijk zodat we deze terroristen na detentie
maximaal kunnen blijven volgen.
Antwoord:
De genoemde wijziging is onderdeel van het Verzamelwetsvoorstel Justitie
en Veiligheid 2022.
De Raad van State heeft advies uitgebracht over dit wetsvoorstel. Dit
advies ā dat nog niet openbaar is ā wordt nu verwerkt.
Het wetsvoorstel zal naar verwachting in januari 2022 bij uw Kamer
worden ingediend.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)
38. Vraag:
De minister zegt dat hij het uniform van de BOA een lokale
aangelegenheid vindt. Daarom wil ik dat de minister de landelijke
regelgeving (Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar) aanpast om
regels over het uniform op te nemen. Is de minister hiertoe
bereid?
Antwoord:
|
|---|
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
39. Vraag:
Het asielbeleid in Nederland is voor het overgrote deel verklonken in
Europese wet- en regelgeving. Dat deze aan vernieuwing toe zijn is
overduidelijk. Helaas komen ook na de presentatie van het meest recente
voorstel van de commissie, vorig jaar september, de onderhandeling niet
los. Wat verwacht het kabinet nog van de onderhandelingen? Of heeft zij
haar hoop gevestigd op het Franse voorzitterschap om dit vlot te
trekken?
Antwoord:
De stand van zaken ten aanzien van de onderhandelingen over de
EU-voorstellen over het Migratiepact wordt regelmatig met uw Kamer
besproken. In december zal in aanloop naar de JBZ-raad weer een
commissiedebat over deze JBZ-Raad plaatsvinden. In algemene zin valt
echter te stellen dat de onderhandelingen langzaam en moeizaam verlopen.
Het krachtenveld is onveranderd en de belangen van lidstaten lopen
duidelijk uiteen. Maar het is ook niet zo dat er geen enkele vooruitgang
te melden valt. Afgelopen zomer is overeenstemming bereikt over de
Blauwe Kaart en is een compromis bereikt over het nieuwe mandaat van het
EU Asielagentschap (EUAA) en is ook op de externe dimensie werk veel
verzet. Afronden van de onderhandelingen zal nog meer tijd kosten, zeker
wanneer groepen lidstaten wel om meer solidariteit vragen, maar geen
aanvullende verantwoordelijkheid wensen, of wanneer lidstaten
stelselmatig āneeā blijven zeggen tegen het gehele pakket.
Voor het Franse Voorzitterschap zal asiel en migratie ook een prioriteit
zijn. Ook met het oog op de voorstellen ten aanzien van versterking van
de Schengenzone die binnenkort worden verwacht. De verwachting is dat
Frankrijk, net als het huidige Sloveens Voorzitterschap, zal zoeken naar
een manier om de pakketbenadering los te kunnen laten. Nederland zal het
Franse Voorzitterschap steunen bij deze aanpak.
De Nederlandse inzet is gebaseerd op de BNC-fiches die met uw Kamer zijn
gedeeld. Het Franse voorzitterschap moet nog beginnen; er liggen op dit
moment geen concrete, nieuwe voorstellen. Indien dergelijke voorstellen
verschijnen, wordt uw Kamer via de gebruikelijke kanalen
geĆÆnformeerd.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
40. Vraag:
Klopt het dat de Turkije-deal inmiddels is vernieuwd? Zo ja, onder welke
voorwaarden?
Antwoord:
Er is geen sprake van nieuwe afspraken tussen de EU en Turkije op het
gebied van asiel en migratie. De EU-Turkije Verklaring heeft zijn waarde
aangetoond om irreguliere migratie in de EgeĆÆsche Zee tegen te gaan. Er
is sprake van veel minder aankomsten, minder levensgevaarlijke
oversteken en nog belangrijker: veel minder verdrinkingen. Ook is er een
grote groep Syrische vluchtelingen die op een veilige en ordentelijke
manier naar de EU is overgekomen via hervestiging. Het kabinet en de
Europese Commissie zetten in op volledige uitvoering van de bestaande
Verklaring zodat deze ook effectief wordt toegepast, in al zijn
facetten. Hierover is de Commissie in gesprek met Turkije. Deze
gesprekken maken deel uit van de brede relatie tussen de EU en
Turkije.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
41. Vraag:
Wanneer van de EU als geheel weinig te verwachten valt en de druk van
migratie toeneemt, is het van belang zelf crisismaatregelen te nemen.
Het is daarvoor belangrijk te kijken naar een crisismechanisme waarin je
met een aantal gelijkgestemde landen de grens kunt sluiten. Hoe staat
het met de aangenomen motie Becker en welke landen heeft het kabinet
gesproken om te komen tot een crisismechanisme zoals een
mini-Schengen?
Antwoord:
Het kabinet werkt met gelijkgezinde landen aan een sterker, toekomst- en
crisisbestendiger Schengengebied om de bestaande ruimte van vrij verkeer
te behouden. De tekortkomingen van Schengen, die ertoe hebben geleid dat
verschillende lidstaten al geruime tijd interne grenscontroles
toepassen, moeten worden aangepakt. Het kabinet constateert
tekortkomingen, zoals secundaire migratiestromen, niet goed
functionerende asielprocedures en onvoldoende inzet van alternatieven
voor interne grenscontroles. Prioriteiten voor het kabinet zijn daarom
het versterken van de buitengrenzen, het verbeteren van analyse en
risico-gestuurde monitoring aan de binnengrenzen, het versterken van de
governance van het Schengengebied en het versterken van waarborgen in
tijden van crisis. Ten aanzien van dit laatste punt wordt ook gekeken
naar het verankeren van handelingsperspectief in de Schengengrenscode
wanneer sprake is van grootschalige secundaire migratiestromen binnen
het Schengengebied, waarbij binnengrenscontroles als laatste redmiddel
een mogelijkheid zijn. De hiervoor genoemde standpunten worden ook
richting de Commissie gezamenlijk met gelijkgezinde lidstaten
uitgedragen, in aanloop naar de publicatie van het voorstel tot
wijziging van de Schengengrenscode, dat op korte termijn wordt verwacht.
Al die stappen geven invulling aan de genoemde motie.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
42. Vraag:
Hoe zit het met het Post-Cotonou verdrag? Ziet de staatssecretaris
dezelfde aanknopingspunten in dit verdrag om te komen tot afspraken met
landen om onderdanen terug te nemen?
Antwoord:
Op 3 december 2020 bereikten de hoofdonderhandelaars van de EU en de
Organisation of African, Caribbean and Pacific States (OACP)
een politiek akkoord over een nieuwe partnerschapsovereenkomst tussen de
EU en 79 landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan.
Deze overeenkomst zal het huidige Cotonou verdrag opvolgen
(Post-Cotonou). Op 15 april 2021 is de tekst door de onderhandelaars
geparafeerd. Het kabinet heeft uw Kamer regelmatig geĆÆnformeerd over het
verloop van de onderhandelingen, eerst over de EU-interne besprekingen
over het EU-onderhandelingsmandaat en later over de onderhandelingen
tussen de EU en de organisatie van ACS-landen. Op 2 juni 2021 ontving uw
Kamer een kabinetsappreciatie van het ontwerpverdrag (Kamerstuk 21112,
nr. 3136). Verbeterde samenwerking op terugkeer en overname van
irreguliere migranten is een cruciaal element van de overeenkomst,
waarover ook een annex met operationele uitwerking is opgenomen (in lijn
met motie van het lid Becker Kamerstuk 21 501-04, nr. 208). In deze
annex worden concrete afspraken gemaakt over onder andere geldige
reisdocumenten en maximale reactietermijnen bij verzoeken tot terugkeer
en overname van irreguliere migranten. Graag verwijs ik u voor verdere
achtergrond naar de paragraaf over migratie en mobiliteit in deze
kabinetsappreciatie, alsmede de paragraaf over niet-naleving van
verplichtingen onder het verdrag.
De Europese Commissie heeft op 11 juni 2021 een voorstel voor een
Raadsbesluit ter ondertekening en voorlopige toepassing van het verdrag
gepubliceerd. Hierover wordt sindsdien in de Raad gesproken. Uw Kamer
zal hierover nader geĆÆnformeerd worden. Aangezien het Post-Cotonou
verdrag voorlopig nog niet van toepassing is, zal de toepassing van het
Cotonou-verdrag worden verlengd tot 30 juni 2022.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
43. Vraag:
Hoeveel asielzoekers zijn er inmiddels via de Wit-Rusland route naar
Nederland gekomen? Hoeveel van hen zijn conform de Dublin-afspraken
teruggestuurd naar bijvoorbeeld Litouwen, Polen of Duitsland?
Antwoord:
Op verschillende momenten tijdens de asielprocedure wordt de informatie
over de reisroutes vastgelegd, dit gebeurt door de IND als onderdeel van
de beoordeling van de asielaanvraag. De IND legt de reisroute vast in
een rapport van gehoor en beoordeelt hierbij onder meer of de
vreemdeling aan een ander land kan worden overgedragen. De reisroute
wordt niet op zodanige wijze vastgelegd dat hierover (buiten de
individuele zaak) veralgemeniseerde informatie kan worden gegenereerd.
Ook kunnen vreemdelingen de autoriteiten van de lidstaten ontwijken en
de mate van de registratie per lidstaat kan verschillen. Er zijn dan ook
geen precieze aantallen beschikbaar over hoeveel migranten tot nu toe de
Belarus route naar Nederland hebben genomen. De informatie en signalen
over reisroutes en mogelijke zichtbare trends worden in verschillende
gremia samengebracht en besproken, en komt onder meer terecht bij het
expertisecentrum mensenhandel en mensensmokkel (EMM). Naar schatting van
de Europese Commissie zijn er op dit moment ongeveer 2.000 personen die
zich op dit moment bevinden in het grensgebied tussen Polen en
Belarus. De informatie en signalen over reisroutes en mogelijke
zichtbare trends worden in verschillende gremia samengebracht en
besproken, en komt onder meer terecht bij het expertisecentrum
mensenhandel en mensensmokkel (EMM). De route van Belarus naar de EU
lijkt met name te worden gebruikt door Iraakse, Syrische en Jemenitische
vreemdelingen. Vanuit de keten is aangegeven dat in oktober zeker enkele
honderden asielzoekers via de Belarus route naar Nederland zijn
gekomen.
Het is nog te vroeg om informatie te kunnen verstrekken over het
terugsturen naar de landen Litouwen, Polen of Duitsland, aangezien de
desbetreffende personen nog in procedure zijn.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
44. Vraag:
Door de meerjarige productieprognose loopt ook de financiering van het
COA en de IND met respectievelijk 30% en 20% terug. Met het oog op de
huidige instroom en het vizier op het volgend jaar vraag ik de
staatssecretaris hoe die prognoses worden gemaakt en of de
staatssecretaris het zelf nog een goed instrument vindt.
Antwoord:
In de begroting voor 2022 zijn voor de komende jaren geen bezuinigingen
voorgesteld voor de IND en COA. Het beschikbare budget voor IND en COA
wordt door middel van de gebruikelijke bekostigingsafspraken jaarlijks
geactualiseerd op basis van onder andere de meest recente ramingen uit
de Meerjaren Productie Prognose (MPP). De MPP wordt periodiek bijgesteld
op basis van de inzichten, onzekerheden en aannames die op dat moment
van kracht zijn voorafgaand aan de reguliere momenten in de
Rijksbegroting (de voorjaarsnota / najaarsnota).
Het actuele beeld is anders dan de voor de begroting gehanteerde
prognose. Dit is inherent aan het prognosticeren van de asielinstroom,
wat aan vele externe factoren onderhevig is en daardoor erg complex
blijft. Juist omdat de asielinstroom zo volatiel is, heeft het kabinet
besloten om niet continu aanpassingen te treffen maar op vaste
begrotingsmomenten. Het gevolg van deze keuze is dat bij een majeure
verandering van het asielbeeld, de uitgangspunten van een voorliggende
begroting kunnen afwijken van de actuele situatie.
Het eerstvolgende begrotingsmoment wordt gebruikt om de begroting bij te
stellen. Daarmee is de MPP ƩƩn van de bronnen voor de financiƫle cyclus.
Bij de MPP wordt twee keer per jaar, februari en september, een
integrale analyse gemaakt van zowel de huidige alsook de te verwachten
ontwikkelingen rondom een groot aantal factoren die de komende jaren de
instroom van asielzoekers kunnen bepalen. Om de MPP te blijven
doorontwikkelen is er door het WODC onderzoek gedaan naar de governance
van de Meerjaren Productie Prognose. Op basis hiervan is er dit jaar ook
een beleidsreactie naar de Kamer gestuurd [1] met daarbij een
vervolgaanpak. In de beleidsreactie zijn ook de uitkomsten van EY naar
de doorlichting van de vreemdelingenketen en de IND meegenomen.
Het belangrijkste advies van EY ten aanzien van de prognoses was om een
externe audit in te richten die de totstandkoming van de MPP structureel
toetst. Deze ontwikkelingen worden op dit moment opgepakt en
doorgevoerd. Het merendeel van deze ontwikkelingen worden doorgevoerd in
2022, nadien zal de Kamer worden geĆÆnformeerd over de voortgang en
uitkomsten. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ziet de MPP
dan ook als een belangrijk en zorgvuldig sturings- en
planningsinstrument dat voortdurend in ontwikkeling is.
[1] (Kamerstukken II 2020/21, 19637, nr. 2765)
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
45. Vraag:
Wat is de verwachting van SJenV voor het komende jaar en welke
mogelijkheden ziet SJenV om met de gemeenten afspraken te maken over
snel opschaalbare asielopvang, waarbij gemeenten die hiertoe bereid zijn
ook gefinancierd worden voor deze stand-by capaciteit?
Antwoord:
Op dit moment is de verwachting dat onder gelijkblijvende omstandigheden
de COA-capaciteitsbehoefte ten aanzien van 2022 gemiddeld over het jaar
ongeveer 42.000 opvangplekken is, met dien verstande dat de achterstand
op de taakstelling vergunninghouders in de eerste helft van 2022 wordt
ingelopen.
Sinds dit jaar zijn er middelen beschikbaar om reservecapaciteit aan te
houden. Op de langere termijn gaat om ongeveer 2.000 opvangplekken. Voor
een geleidelijke toename van het aantal asielzoekers in de opvang kan
reservecapaciteit helpen om de groei op te vangen. Ook bij een afname
van het aantal asielzoekers kunnen middelen ten behoeve van
reservecapaciteit helpen om locaties niet meteen af te stoten, maar aan
te houden als reservecapaciteit.
In de Rijksbegroting zijn ten behoeve van het aanhouden van
reservecapaciteit door het COA de komende jaren de volgende middelen
beschikbaar:
2021: ⬠21.000.000
2022: ⬠28.000.000
2023: ⬠17.500.000
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
46. Vraag:
Klopt het dat de routes die door migranten worden afgelegd niet worden
geregistreerd door de IND met als doel verbanden te kunnen trekken,
informatie te delen, mensenhandel tegen te gaan etc.?
Antwoord:
Op verschillende momenten tijdens de asielprocedure wordt de informatie
over de reisroutes vastgelegd, dit gebeurt door de IND als onderdeel van
de beoordeling van de asielaanvraag. De IND legt de reisroute vast in
een rapport van gehoor en beoordeelt hierbij onder meer of de
vreemdeling aan een ander land kan worden overgedragen. De reisroute
wordt echter niet op zodanige wijze vastgelegd dat hierover (buiten de
individuele zaak) veralgemeniseerde informatie kan worden gegenereerd.
Wel wordt de informatie over reisroutes in verschillende gremia
samengebracht en besproken. De informatie en signalen over reisroutes
komt onder meer terecht bij het expertisecentrum mensenhandel en
mensensmokkel (EMM) waarbinnen IND, Politie, KMar, Inspectie SZW en OM
samenwerken om mensenhandel en mensensmokkel tegen te gaan.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
47. Vraag:
Het kabinet gebruikt in de huidige financieringssystematiek de zogeheten
meerjarige productie prognose. Bij voorjaarsnota is 200 miljoen euro
teruggestort naar het ministerie van Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking. Wat is er met die 200 miljoen gebeurd, vraag
ik de staatssecretaris? Is die weer teruggestort?
Antwoord:
De 198,6 miljoen euro is naar BHOS teruggestort, dit als gevolg van de
lagere toerekening eerstejaarsasiel. Conform bekostigingsafspraken wordt
de eerstejaars asielopvang vergoed vanuit de ODA-middelen van BHOS. De
totale middelen voor ODA zijn 4,88 miljard euro in 2021. De
ODA-toerekening is gebaseerd op de gerealiseerde en verwachte bezetting
bij COA van eerstejaarsasielzoekers.
Op basis van de Meerjaren Productie Prognose was de verwachting bij
voorjaarsnota:
Een lagere instroom dan eerder geprognotiseerd
Realisatie van de taakstelling vergunninghouders door gemeenten
Hogere uitstroom van asielzoekers.
Conform de afgesproken methodiek is het bedrag weer ter beschikking gekomen aan de ODA-middelen bij BHOS. Het actuele beeld laat zien dat de verschillende parameters zich in de praktijk anders hebben voorgedaan. Bij de komende begrotingsmomenten zal het kabinet op basis van de actuele raming bezien of de toerekening aan ODA moet worden verhoogd en of er daarnaast aanvullende (financiƫle) middelen noodzakelijk zijn.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
48. Vraag:
Hoe zit het met de aanscherping van de strafmaat voor
mensensmokkel?
Antwoord:
De Raad van State heeft advies uitgebracht over dit wetsvoorstel. Dit
advies ā dat nog niet openbaar is ā wordt nu verwerkt.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
49. Vraag:
Ik vrees dat het in het COA Ter Apel opnieuw over de schoenen gaat lopen
begin volgend jaar. Is SJenV voorbereid op opnieuw zoān scenario? Liggen
er plannen klaar om over te schakelen naar andere aanmeldlocaties?
Antwoord:
De situatie in Ter Apel baart de staatssecretaris aanhoudende zorgen. De
noodzaak voor aanvullende aanmeldcentra is evident, dit om de gemeente
Westerwolde, alwaar de locatie in Ter Apel gelegen is, op meer
structurele wijze te ontlasten. Naast de inspanningen die daartoe reeds
zijn gepleegd, is daarom in de bestuurlijke brief aan medeoverheden van
16 november jl. wederom gevraagd om de zoektocht naar het vormgeven van
Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locaties en het vormgeven van
additionele mogelijkheden voor aanmeldcentra en zogeheten identificatie
& registratiestraten voort te zetten. Hierbij wordt op dit moment
gewerkt aan een flexibele en semipermanente inlooplocatie als tweede
aanmeldcentrum waar het begin van het aanmeldproces door de betrokken
partijen kan worden uitgevoerd.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
50. Vraag:
Klopt het dat de sobere opvang van veilige landers in Ter apel en Budel
eindigt na dit jaar? Zo ja, hoe dit vanaf volgend jaar wordt ingevuld?
Ditzelfde geldt voor de pendeldienst tussen Emmen en Ter Apel rijdt. Ook
hiervoor lijkt de financiering vanaf volgend jaar te stoppen.
Antwoord:
In Ter Apel en Budel is er thans sobere opvang. Zij hebben publiekelijk
aangegeven niet bereid te zijn deze voort te zetten zolang andere
gemeenten niet eveneens voorzien in sobere opvang.
Om die reden is in de recente gesprekken met medeoverheden ook de
afspraak gemaakt om voor het einde van het jaar in te zetten op minimaal
twee locaties voor sobere opvang. Een daartoe strekkende oproep is
uitgegaan naar provincies en gemeenten.
Tussen station Emmen en Ter Apel rijdt sinds 2019 een pendelbus ter
ontlasting van buslijn 73. In 2021 hebben wij vanwege de bijzondere
positie van Ter Apel als enige gemeente met een aanmeldcentrum een
bedrag van 250.000 euro aan de gemeente Westerwolde verstrekt om
overlast te bestrijden. Dit bedrag is door de gemeente deels ingezet
voor de financiering van de pendelbus. Vervoerders zetten verder
verschillende maatregelen in uit de toolbox, zoals extra inzet van
toezichthoudend personeel voorzien van bodycams, extra toegangscontrole
op perrons en cameratoezicht op stations en in de voertuigen.
In overleg met de betrokken partijen is besloten om de pendelbus ook in
2022 voort te zetten. Hiervoor heeft het ministerie van Justitie en
Veiligheid een bijdrage van 250.000 euro beschikbaar gesteld. Voor de
periode van 2021 - 2022 heeft de gemeente Westerwolde, waar Ter Apel
onder valt, daarenboven een bedrag van 150.000 euro uit de SPUK-regeling
ontvangen. Dit kan bijdragen aan financiering van de pendelbus.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
51. Vraag:
Een ander probleem is de opvang van veiligelanders; een kleine groep die
grote problemen veroorzaakt. De middelen uit de toolbox lijken inmiddels
wel te zijn gebruikt en uitgeput. Wat heeft SJenV in petto voor de
gemeenten? Als zij extra veiligheidsmaatregelen willen nemen die geld
kosten, kunnen zij dan ook op de staatssecretaris rekenen?
Antwoord:
De toolbox omvat een palet aan instrumenten voor de aanpak van
overlastgevende asielzoekers. Deze instrumenten voorzien dagelijks in
een behoefte en hebben bij de aanpak van overlast een nut. Als sluitstuk
heeft Justitie en Veiligheid de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) in
Hoogeveen ter beschikking. Tegelijk is het zo dat al deze maatregelen
overlast niet in zijn geheel kan voorkomen. De staatssecretaris van JenV
heeft zowel in 2020 als in 2021 een bedrag van 1 miljoen euro
beschikbaar gesteld voor gemeenten om lokale maatregelen te treffen voor
de aanpak van overlastgevende asielzoekers. Het geld wordt gebruikt voor
onder meer cameratoezicht, extra boaās en coaches. Het is de intentie
dat jaarlijks voort te zetten.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
52. Vraag:
Recent heeft het Hof van justitie in een Oostenrijkse casus uitgesproken
dat lidstaten alleen mogen weigeren een opvolgend asielverzoek
inhoudelijk te behandelen wanneer daarvoor een expliciete wettelijke
grondslag is opgenomen in de wet. In Nederland is dit niet het geval.
Klopt dit, en is SJenV bereid om deze grondslag te creƫren?
Antwoord:
Het arrest waarop de heer Valstar van de VVD op doelt, betreft naar de
SJenV aanneemt het arrest van 9 september 2021 (ECLI:EU:C:2021:710). Dit
arrest staat de lidstaten niet in de weg opvolgende asielaanvragen af te
wijzen. Dit wordt in de regel nog altijd afgedaan.
Het hierbedoelde arrest gaat over de specifieke situatie waarin de
opvolgende aanvraag wordt afgewezen (louter) omdat de betreffende
elementen of bevindingen in een eerdere asielprocedure hadden kunnen
worden aangevoerd.
Deze in de Nederlandse praktijk gehanteerde en zogeheten
verwijtbaarheidstoets, neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000,
mist ingevolge het arrest de vereiste grondslag in de hogere
regelgeving.
Thans bestudeert de SJenV het arrest en de vraag of het noodzakelijk is
om naar aanleiding van dit arrest de Nederlandse wet- en regelgeving aan
te passen.
Hiertoe wordt een analyse gemaakt om de gevolgen van het arrest
inzichtelijk te maken. Vanzelfsprekend zal de SJenV de uitkomst van die
analyse delen wanneer daaruit noodzakelijke follow-up volgt.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
53. Vraag:
Sommige asielzoekers die uitgezet moeten worden weigeren mee te werken
aan het afnemen van een coronatest. Kan de staatssecretaris aangeven of
het alsnog lukt om deze mensen uitgezet te krijgen door deze mensen in
quarantaine te zetten? En welke landen werken daar aan mee? Welke landen
frustreren de boel?
Antwoord:
Verreweg de meeste bestemmingslanden hebben, net als Nederland, in
beginsel strenge inreisvereisten. Veelal wordt een geldige coronatest
gevraagd. Van belang is dat Nederland, binnen de bestaande wet-en
regelgeving, formeel niet beschikt over de mogelijkheid een
quarantaineperiode voorafgaand aan vertrek te verplichten. De Dienst
Terugkeer en Vertrek (DT&V) slaagt er in enkele individuele gevallen
in om na overleg met het bestemmingsland afspraken te maken over
alternatieven voor de coronatest die in Nederland moet worden afgenomen.
Daarbij moet gedacht worden aan afname van een coronatest bij aankomst
in het land van bestemming, al dan niet gevolgd door een
quarantaineperiode aldaar.
Verder is het kabinet met enkele andere Dublinstaten in gesprek om op
basis van wederkerigheid te komen tot Dublin-overdrachten, waarbij door
lidstaten wordt afgezien van verplichte tests of vaccinatie, maar waarin
op alternatieve wijze wordt voorzien in waarborgen.
Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)
54. Vraag:
Vorige week gaf de minister van Buitenlandse Zaken hier aan hulp te
hebben geboden aan Polen maar dat daar nog geen gehoor aan is gegeven.
Wat is de stand van zaken en welke vorm van hulp is er geboden? Is het
kabinet het met de VVD eens dat, na het zien van de beelden aan de
buitengrenzen van de EU, wij hier samen in moeten optrekken en dus ook
de gezamenlijke financiering ervan moeten dragen?
Antwoord:
Nederland heeft begrip voor de lastige situatie waarin Polen zich op dit
moment bevindt. minister Knapen heeft inderdaad aangegeven dat we steun
hebben aangeboden; dat hebben we als EU gedaan, bij monde van de
Commissie. Wanneer ondersteuning aan de Poolse grensbewaking wordt
geboden ligt het voor de hand dat in EU-verband, via Frontex, te doen.
Als er een verzoek van Polen komt voor ondersteuning bij grensbeheer dan
kijkt Nederland daar graag naar bijvoorbeeld via een Nederlandse
bijdrage aan Frontex operaties. Dit is ook in EU-verband zo uitgedragen.
Polen heeft echter niet om ondersteuning in de vorm van een Frontex
snelle grensinterventie of gezamenlijke operatie verzocht. Soortgelijke
steun is eerder ook aangeboden aan andere landen in de regio.
Voor effectief grensbeheer zijn diverse maatregelen nodig, zoals goede
surveillance, gebruik van informatie en risicoanalyse. Fysieke
grensmaatregelen kunnen hier ook onderdeel van zijn. Er ligt momenteel
nog geen concreet voorstel om EU financien in te zetten voor een
grensbarriĆØre. Als hiertoe een voorstel verschijnt, dan zal Nederland
daar natuurlijk naar kijken en deze op merites beoordelen.
Vanzelfsprekend moet het mogelijk blijven om asiel aan te vragen, zoals
in het Vluchtelingenverdrag en het EU-recht is vastgelegd.
Wel is in algemene zin recent extra geld vrijgemaakt onder het Fonds
voor geĆÆntegreerd grensbeheer (zogeheten BMVI) t.b.v. ondersteuning van
de lidstaten die geraakt worden door deze crisis (Litouwen, Letland en
Polen). Deze drie lidstaten krijgen reeds 360 miljoen onder dit fonds de
komende tijd, en daar wordt een zogeheten top-up aan toegevoegd van 200
miljoen voor 2021 en 2022 voor grensbeheer. Litouwen heeft reeds 36,7
miljoen noodondersteuning gekregen.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
55. Vraag:
Kan de minister de belofte waarmaken dat de relschoppers van afgelopen
weekend of week worden opgepakt? Ten koste van welke onderzoeken gaat
dit dan, want we weten dat er nog vele zaken liggen?
Antwoord:
Het Openbaar Ministerie en de politie hebben aangegeven alles op alles
te zetten als het gaat om de opsporing en vervolging van verdachten die
tijdens de rellen van afgelopen weekend strafbare feiten hebben
gepleegd. De eerste veroordelingen zijn reeds uitgesproken, en de
rechter heeft forse straffen opgelegd.
In Rotterdam is bijvoorbeeld een groot onderzoeksteam van de politie
gestart. Het opsporingsonderzoek naar de rellen is naar verwachting
tijdrovend aangezien er uren aan beeldmateriaal van cameraās moeten
worden geanalyseerd en er veel getuigen moeten worden gehoord. Het
opsporingsonderzoek richt zich niet alleen op deelnemers aan de rellen,
maar ook op de mogelijke organisatoren ervan die hebben opgeroepen tot
geweld, plunderingen en vernielingen.
Uiteraard betekent de intensiteit van deze onderzoeken dat er
geherprioriteerd moet worden in de volgorde van opsporingsonderzoeken.
Dat wil uiteraard niet zeggen dat verdachten van andere strafzaken er
mee weg komen. Wel kan het zijn dat andere opsporingsonderzoeken langer
duren. De keuzes hierin worden altijd op lokaal en regionaal niveau
gemaakt.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
56. Vraag:
Wat is er volgens de minister aan de hand dat er zoveel rellen
plaatsvinden? Waar komt dit vandaan, wat zijn de sociologische
verklaring hiervoor?
Antwoord:
Politie en de NCTV volgen ontwikkelingen als deze al langere tijd,
inclusief de mogelijke verklaringen ervoor. Dit wordt ook regelmatig
besproken met regioburgemeesters, het OM en de politie in het LOVP. Toch
wil de MJenV zich terughoudend opstellen als het gaat om sociologische
verklaringen. Zowel de politie als het dreigingsbeeld zijn niet primair
bedoeld om deze verklaringen te verschaffen. Wat wel een breder gedeeld
beeld is, is de tweedeling in de maatschappij die ontstaat door de
discussie omtrent corona. Dat krijgt de MJenV ook van wijkagenten terug,
die in de eerste linie staan. Radicalisering en extremisme worden
geanalyseerd en geduid door de NCTV.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
57. Vraag:
De laatste weken is er geld vrij gemaakt voor de politie en rechtsstaat.
Waarom nu pas? Hoe kon dit gebeuren, en gebeurt er dan voldoende? Hoe
veilig is onze samenleving dan, en hoe zien politie en rechtstaat er dan
uit?
Antwoord:
Het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland is een opgave
van continue aandacht en investeringen. Dat is niet begonnen bij dit
kabinet en houdt ook niet op aan het einde van onze termijn. De
afgelopen tijd heeft dit kabinet fors geĆÆnvesteerd in de politie. Zo is
sinds 2018 in het Regeerakkoord 291 miljoen euro geĆÆnvesteerd in o.a. de
operationele formatie (2400 fte) van de politie om deze uit te breiden.
Dit is echter niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Deze mensen
moeten namelijk worden opgeleid en daarom kost het enige tijd voordat ze
in de operatie terug te zien zijn. Gedurende de kabinetsperiode zijn ook
investeringen in bewaken en beveiligen gedaan, in de aanpak van
ondermijning, zedencriminaliteit en mensenhandel. Onlangs heeft het
demissionaire ingevolge de moties Eerdmans (434 mliljoen euro) en
Hermans (200 miljoen euro) vanaf 2022 opnieuw structureel geĆÆnvesteerd
in veiligheid en ondermijning. Het kabinet heeft dus al reeds vanaf de
start van haar termijn geĆÆnvesteerd in de politie. Bij intensiveringen
bij de politie en daarmee de opsporing, wordt ook gekeken of de partners
binnen de strafrechtketen extra versterking nodig hebben.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
58. Vraag:
Capaciteitsproblemen bij de Nationale Politie. Screening van aspiranten
gaat digitaal en via vragenlijsten. De aspiranten krijgen voornamelijk
digitaal les. Concluderend wat is de staat van de Politie over 5
jaar?
Antwoord:
Medewerkers van de politie, waaronder aspiranten, worden gescreend bij
indienstreding. Deze screening vindt plaats door middel van een gesprek,
meestal op politiebureaus, een check op sociale media en indien daar
dringende aanleiding voor is een huisbezoek, zoals geregeld in het
Besluit algemene rechtspositie politie, artikel 8a. In de COVID-19
periode hebben de gesprekken ook digitaal plaatsgevonden, welke
inmiddels weer op gebruikelijke wijze plaatsvinden.
Het nieuwe basispolitieonderwijs (PO21) is ontwikkeld op basis van
beroepsprofielen waarmee een duurzame basis is gelegd voor de komende
jaren. PO21 bestaat voor 60% uit onderwijs door de Politieacademie, de
zogeheten onderwijsdagen. Dit onderwijs op de Politieacademie bestaat
uit fysieke contacturen met de docent, werken in leerteams aan
casuĆÆstiek, praktische oefeningen en samenwerkingsopdrachten en
zelfstudie (grotendeels digitaal). Daarnaast krijgen de aspiranten ook
onderwijs in de praktijk, welke 40% van de opleiding beslaat. Tijdens
deze praktijkdagen staat de aspirant onder begeleiding van een
praktijkbegeleider en leert werkend. Onderwijsdagen en praktijkdagen
wisselen elkaar af en gedurende opleiding is het onderwijs van studenten
steeds meer gericht op de praktijk.
In een snel veranderende maatschappij wordt zowel van de politie als de
Politieacademie adaptief vermogen en flexibiliteit vereist, zodat snel
kan worden ingespeeld op nieuwe urgente maatschappelijke uitdagingen. De
Politieacademie heeft een kwaliteitsstelsel om de kwaliteit en
actualiteit van het politieonderwijs te waarborgen en daarmee de
kwaliteit van aspiranten die instromen als medewerkers in het korps.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
59. Vraag:
Er is sprake (geweest) van veel bezuinigingen bij de brandweer. De SP
heeft hier onderzoek naar gedaan. Er zijn veel brandweerkazernes
verdwenen, er is sprake van veel boosheid en bezorgdheid in de
organisatie en geen vertrouwen in de leiding. Wat is de reactie van de
minister op deze zorgen? Functioneert de veiligheidsregio eigenlijk
wel?
Antwoord:
In Nederland beschikken we over goede basisbrandweerzorg. De gemiddelde
opkomsttijd in Nederland is al jarenlang constant en snel. Ook het
aantal slachtoffers bij woningbranden is al jaren laag.
De inrichting van de basisbrandweerzorg is primair de
verantwoordelijkheid van de besturen van de veiligheidsregioās. Het
sluiten van een kazerne zegt niets over de slagkracht. De besturen van
de veiligheidsregioās stellen een dekkingsplan vast waarin wordt
toegelicht hoe de brandweerzorg in hun regio is geborgd en leggen aan de
hand van het dekkingsplan verantwoording af aan de gemeenteraden binnen
de regio.
De MJenV constateert evenwel dat het landelijke inzicht in
brandweercapaciteit nog onvoldoende is en hierover heeft hij uw Kamer op
19 november jl. geĆÆnformeerd. MJenV hecht belang aan het inzichtelijk
maken van trends en ontwikkelingen op het gebied van brandweerzorg
waarvoor een gedegen registratie van gegevens omtrent incidenten,
personeelscapaciteit, dekkingsplannen en financiering noodzakelijk
is.
Signalen vanuit de werkvloer bereiken MJenV ook, MJenV neemt deze
serieus en brengt deze onder de aandacht van het Veiligheidsberaad. De
inzet van brandweerpersoneel en de risicoās die zij in de uitvoering van
hun werk lopen zijn groot.
Met de brief van 3 februari 2021 (Tweede Kamer, 2020/21, 29 517, nr 198)
heeft het kabinet naar aanleiding van de evaluatie van de Wet
veiligheidsregioā s door de commissie Muller de totstandkoming van een
integraal wettelijk kader voor de crisisbeheersing en brandweerzorg
aangekondigd. De verdere versterking van de brandweerzorg zal een
belangrijk doel hierbij zijn.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
60. Vraag:
Hoe kan het dat de rechtspraak/de rechtbanken (weer) in de rode cijfers
staat?
Antwoord:
De verwachting is dat de kosten van de rechtspraak in 2021, als gevolg
van de genomen COVID-19 maatregelen, hoger zullen uitvallen dan geraamd.
De rechtspraak wordt met hogere kosten per zaak geconfronteerd evenals
met extra kosten in de bedrijfsvoering. Er zijn onder meer extra kosten
op IT-gebied en de ondersteuning daarvan, hogere schoonmaakkosten en
kosten voor extra inzet van personeel. Op basis van de realisatie over
2021 zullen de gevolgen van COVID-19 voor de Rechtspraak worden bezien.
Mocht eind 2021 negatief eigen vermogen zijn ontstaan, dan zal dit op
grond van het Besluit financiering rechtspraak (art. 17, lid 6) door de
minister van JenV volgend jaar worden aangezuiverd.
Daarnaast hebben de genomen maatregelen tot gevolg dat er minder zaken
kunnen worden afgedaan. Over de financiƫle effecten daarvan zijn voor
2021 reeds afspraken gemaakt met de Raad voor de rechtspraak met
betrekking tot de toepassing van de hardheidsclausule.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
61. Vraag:
Kan de rechtsprekende taak van de Raad van State ondergebracht worden
bij de rechtelijke macht. Zoals bijvoorbeeld een hof voor Bestuursrecht.
Hoe kijkt de Minister hier tegen aan?
Antwoord:
Rechters in Nederland zijn onpartijdig en onafhankelijk. Dat geldt voor
alle rechters, ook voor de rechters van de afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State. De gebeurtenissen naar aanleiding van de
Kinderopvangtoeslag affaire doen daar niets aan af.
Zeker, er zijn dingen niet goed gegaan, maar het kabinet distantieert
zich van de gedachte dat de bestuursrechters van de Raad van State niet
onafhankelijk of onpartijdig zouden zijn. Ook het rapport van de
ondervragingscommissie geeft geen aanleiding tot een dergelijke
conclusie.
Dat wil niet zeggen dat er nooit discussie mogelijk is over de
inrichting van de bestuursrechtspraak. Daarbij moet wel opgemerkt
worden: dit is al eerder geprobeerd, met het wetsvoorstel organisatie
hoogste bestuursrechtspraak. Dit bleek een bijzonder lastig en
weerbarstig traject.
De vier hoogste rechtscolleges en de Raad voor de rechtspraak hebben in
2017, na de intrekking van het wetsvoorstel, opgeroepen af te zien van
institutionele veranderingen. Zij wezen erop dat de eerdere voorgestelde
institutionele veranderingen roofbouw op de organisatie hebben gepleegd.
Ze vroegen nadrukkelijk om rust.
Het kabinet steunt deze oproep. Rechtzoekenden schieten er niets mee op
als de rechtsprekende taak bij de Raad van State wordt weggehaald.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
62. Vraag:
Waarom wordt er aangifte gedaan tegen klokkenluiders van de NCTV?
Antwoord:
Per brief van 22 november jl. is de Tweede Kamer geĆÆnformeerd dat er
geen onderzoek wordt gedaan naar een klokkenluider. Een klokkenluider
verdient te allen tijde bescherming. Voor het overige geldt dat wet- en
regelgeving bepalen dat iemand die in strijd met die wet- en regelgeving
informatie lekt, niet als een klokkenluider beschouwd kan worden.
In de Tweede Kamer is de nieuwe wet bescherming Klokkenluiders
aanhangig. Met de rechtstreekse werking van de EU-richtlijn wordt de
positie van klokkenluiders verder verbeterd. Deze wet en EU-richtlijn
geven een sterkere bescherming aan personen die misstanden of inbreuken
van Unie recht openbaar maken. Los hiervan geldt voor medewerkers van
het ministerie JenV een geheimhoudingsplicht die gehandhaafd moet worden
als er aanwijzingen zijn dat die geheimhouding is geschonden. In dat
verband lopen er op dit moment twee onderzoeken naar gelekte
departementaal gerubriceerde documenten die terecht zijn gekomen bij
partijen die daartoe niet gerechtigd zijn Ʃn die vallen onder de
geheimhoudingsplicht van ambtenaren. Vanuit de verantwoordelijkheid voor
het creƫren van een veilige werkomgeving voor alle medewerkers van het
ministerie kan het in sommige situaties nodig zijn om aangifte te doen
als vertrouwelijke informatie weglekt. Medewerkers moeten erop kunnen
vertrouwen dat informatie van hun hand niet door collegaās buiten hun
medeweten om wordt verstrekt aan onbevoegde derden. Juist binnen een
organisatie als de NCTV, waar vertrouwelijkheid van cruciaal belang is,
is het lekken van gerubriceerde documenten zorgelijk. In ƩƩn van de twee
hierboven genoemde onderzoeken heeft deze overweging inmiddels geleid
tot het doen van aangifte en daartoe doet de Rijkrecherche onderzoek.
Over de onderwerpen van betreffende documenten doe ik geen uitspraken in
het belang van het onderzoek.
Mocht gaandeweg de onderzoeken naar de gelekte documenten toch blijken
dat de medewerker(s) is (zijn) te beschouwen als klokkenluider die
voldoet(n) aan de gestelde voorwaarden uit de wet en EU-richtlijn en
indien gaandeweg zou blijken dat de keuze van de medewerker(s) voor
schending van de geheimhoudingsplicht voldoet aan de
rechtvaardigingsgronden voor openbaarmaking, zoals bedoeld in de
EU-Richtlijn, zal er vanzelfsprekend op worden toegezien dat de
medewerker(s) niet benadeeld wordt(en) conform de wet en
EU-richtlijn.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
63. Vraag:
Waarom is het budget voor de sociale advocatuur niet structureel?
Antwoord:
Er is structureel geld beschikbaar gesteld voor betere vergoedingen voor
aanbieders van gesubsidieerde rechtsbijstand, die liggen op het niveau
dat de commissie Van der Meer in scenario 1 heeft geadviseerd. Voor 2022
in hiervoor 154 miljoen euro beschikbaar gesteld, in een aflopende reeks
naar 64 miljoen euro structureel vanaf 2025. Ook in het vernieuwde
stelsel worden de vergoedingen op het niveau van scenario 1 van de
commissie Van der Meer gehandhaafd. Als de maatregelen van de
stelselvernieuwing vanaf 2025 ten volle renderen, ook in combinatie met
een bijdrage van de commerciƫle advocatuur, is, naar het zich nu laat
aanzien, het structurele bedrag van 64 miljoen per jaar hiervoor
toereikend.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
64. Vraag:
SP komt met eigen plan, huizen van het recht. Dit is een laagdrempelige
voorziening in de buurt. Dit kan op gebied van schulden,
multi-problematiek, en juridisch. Er moet recht gesproken worden door de
wijkrechter. Graag een eerste reactie van de minister
Antwoord:
MRb staat positief tegen dit plan van de SP. De toegang tot informatie,
advies en hulp moet dicht bij mensen georganiseerd worden, zodat het
voor mensen duidelijk is waar zij naartoe kunnen en zij laagdrempelig
geholpen kunnen worden. Het huis van het recht in Heerlen is ƩƩn van de
pilots die onder de stelselvernieuwing rechtsbijstand loopt en waarin
dit wordt beproefd. Maar ook in andere pilots wordt hier momenteel
ervaring mee opgedaan, waaronder in Rotterdam-Zuid en in negen andere
gemeenten onder leiding van Divosa. De uitkomsten van alle pilots wordt
afgewacht, waarna zorgvuldig afgewogen zal worden welke werkwijzen
structureel zullen worden voortgezet.
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
65. Vraag:
Slachtoffers van kinderontvoering hebben het idee dat overheid niets
doet. Is de minister bereid andere landen (meer) aan te spreken op
bestaande regels? Deze regels zijn er immers in het belang van het kind.
En is de minister bereid om een fonds te creƫren voor slachtoffers? Wat
gaat de minister doen om de positie van slachtoffers te
versterken?
Antwoord:
Achtergebleven ouders krijgen vanuit het Centrum Internationale
Kinderontvoering en de Nederlandse Centrale autoriteit internationale
kinderaangelegenheden emotionele, procedurele en juridische
ondersteuning.
Indien verdragslanden het Haags Kinderontvoeringsverdrag structureel
niet naleven spreekt MRb de verantwoordelijke minister hierop aan.
De beslissing tot het al dan niet teruggeleiden van het kind wordt
genomen door de rechterlijke instanties van dat land. Nederland kan niet
treden in beschikkingen van een buitenlandse rechterlijke instantie, dat
kunnen deze landen zelf ook niet.
De heer Van Nispen vraagt om een apart fonds voor slachtoffers van
kinderontvoering.
Het gaat bij kinderontvoering om civiele procedures. De Nederlandse
Staat springt ook bij andere civiele procedures in het buitenland
waarbij Nederlanders betrokken zijn, niet financieel bij. Om die reden
raadt MRb af om specifiek voor dit doeleinde een fonds in te
richten.
In het geval van procederen in het buitenland, kan een beroep worden
gedaan op de Raad voor Rechtsbijstand om te ondersteunen bij het
indienen van een verzoek om rechtsbijstand in het buitenland.
Daarnaast biedt het Haags Kinderontvoeringsverdrag de mogelijkheid voor
ouders om in een ander land dat partij is bij het verdrag een beroep te
doen op de gefinancierde rechtsbijstand onder gelijke voorwaarden als de
onderdanen van dat land (artikel 25 Haags verdrag).
Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)
66. Vraag:
Het onderzoek naar binnenlandse adoptie is mislukt. De overheid moet
zich niet meer beroepen om verjaring, gelet op de verantwoordelijkheid
van de overheid in het verleden. Bij interlandelijke adoptie is dat al
geregeld. Is de minister bereid dit toe te zeggen? Zo niet, dan zal ik
een motie hierover indienen.
Antwoord:
In het geval van interlandelijke adoptie doet MRb geen beroep meer op
verjaring gelet op de inhoud en conclusies van het rapport van de COIA
en een aangenomen motie van uw Kamer. De beweegredenen daarover zijn
toegelicht in de beleidsreactie bij het rapport van de COIA die in
februari jl. aan uw Kamer is gestuurd. De situatie bij binnenlandse
verschilt van die van interlandelijke adoptie. Het betreft een groep
(potentiƫle) eisers die veelal beschikten over Nederlandse dossiers en
die gebruik konden maken van het Nederlandse rechtssysteem. Ook gaat het
hier niet louter om kinderen, maar ook volwassenen die eerder in staat
geacht mogen worden om misstanden aan de kaak te stellen. Bij
binnenlandse adoptie gaat de periode waar het over gaat nog verder terug
dan bij interlandelijke adoptie. Zoals door MRb al vaker is toegelicht
kan na verloop van zeer veel jaren betrouwbare bewijsvoering niet alleen
moeilijk, maar ook zeer belastend zijn. Het categorisch uitsluiten van
het doen van een beroep op verjaring in bepaalde zaken is onwenselijk,
omdat het maatwerk en individuele beoordeling onmogelijk maakt. De
redelijkheid van een beroep op verjaring wordt van geval tot geval
getoetst door de rechter op basis van in de rechtspraak ontwikkelde
criteria.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
67. Vraag:
Kan de staatssecretaris bevestigen dat de Afghaanse vluchtelingen niet
na december nog in Heumensoord zitten. Wat gaat de staatssecretaris hier
aan doen?
Antwoord:
Door de hogere instroom dan verwacht en het achterblijven van de
uitstroom van vergunninghouders naar gemeenten ziet het COA zich
genoodzaakt om asielzoekers op te vangen in noodopvanglocaties. Dit zijn
locaties met een lager, doch afdoende, kwaliteitsniveau die minder
geschikt zijn voor langdurig verblijf.
Dat is niet gewenst , maar onder de huidige omstandigheden wel
noodzakelijk.
Op verscheidene locaties, zoals Heumensoord, maar ook in Leeuwarden en
Goes werken we met dergelijke noodopvang. In de komende periode breidt
deze noodopvang zich mogelijk verder uit, ook om de druk van andere
locaties af te halen, zoals Ter Apel.
De situatie rondom de opvangcapaciteit is nu dus nog niet zodanig dat
noodopvanglocaties kunnen worden gesloten. Dat blijft wel ons doel en
daar doen we ons best voor, in het bijzonder bij Heumensoord.
Tegelijkertijd kunnen we ons niet veroorloven om onszelf niet de vraag
te stellen welke additionele stappen noodzakelijk zijn, om op al die
locaties, dus ook Heumensoord, te voorzien in verbeteringen, ook in het
licht van de winterse maanden en een eventueel langer verblijf. Inzet
blijft dat te voorkomen en te streven naar de sluiting van Heumensoord
per 1 januari 2022.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
68. Vraag:
Waarom wordt er 128 miljoen bezuinigd op het COA? Waarom is dat geld
niet bij het COA gebleven? Zodat we straks niet weer overvolle AZC's
hebben?
Antwoord:
In de begroting voor 2022 zijn voor de komende jaren geen bezuinigingen
voorgesteld voor het COA. Het beschikbare budget voor het COA wordt door
middel van de gebruikelijke bekostigingsafspraken jaarlijks
geactualiseerd op basis van de meest recente ramingen.
In de begroting 2022 is een financiƫle reeks verwerkt op basis van de
besluitvorming bij voorjaarsnota 2021. Basis daarbij was de raming uit
februari 2021 waarbij het de verwachting was dat de asielinstroom lager
zou worden en dat uitstroom van vergunninghouders op peil zou blijven.
Op basis hiervan zijn de benodigde middelen voor 2021 en 2022 aangepast
en toegekend.
Al bij de komende Najaarsnota en vervolgens bij voorjaarsnota 2022 zal
het geactualiseerde beeld ten aanzien van de bezetting van het COA voor
2022 en verder, op basis van de Meerjaren Productie Prognose (MPP) van
februari 2022, worden voorgelegd aan het kabinet. De geactualiseerde
MPP-cijfers vormen de basis voor de besluitvorming over additionele
middelen.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
69. Vraag:
Nederland slaagt er niet goed in om mensen terug te sturen naar het land
van herkomst. Kan de staatssecretaris reageren op de column van dhr.
Sommer van 12 november jongstleden waarin wordt gesteld dat er zowel
voor Marokko als Algerije geen zicht meer is op uitzetting?
Antwoord:
Bij uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
van 2 april en 17 september 2021, waarover uw Kamer eerder is
geĆÆnformeerd, is geoordeeld dat er niet binnen een redelijke termijn
zicht op uitzetting bestaat naar de in de vraag genoemde landen. De
achtergronden zijn verschillend maar in beide situaties speelt een rol
dat door de maatregelen tegen de verspreiding van COVID-19, contact met
de ambassades en daadwerkelijke terugkeer al lange tijd problematisch
is.
Om deze reden zijn de vrijheidsontnemende maatregelen van deze groepen
na de uitspraken opgeheven als men niet de beschikking heeft over
reisdocumenten en er geen ander land van bestemming is. Dit is conform
de al langer bestaande lijn van jurisprudentie met een schadevergoeding.
Dat betekent overigens niet dat wordt berust in het verblijf; er wordt
nog steeds ingezet op terugkeer, zij het dat dit op dit moment niet
gedwongen kan zolang betrokkene niet over een geldig reisdocument
beschikt en voldoet aan de voorwaarden die vanwege COVID-19 worden
gesteld. Met beide landen wordt ondertussen gesproken over de
verbetering van terugkeersamenwerking. Daarnaast is de
terugkeersamenwerking met Marokko een speerpunt van het kabinet. Er is
bilateraal contact op verschillende niveaus met Marokko over een breed
aantal onderwerpen. Daarbij wordt ook de intentie voor versterkte
dialoog op het gebied van migratie en terugkeer onder de aandacht
gebracht. Hierbij heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken het
voortouw om de brede relatie te verbeteren. Samen met de Dienst
Terugkeer & Vertrek wordt maximaal ingezet om de medewerking van
landen van herkomst te hernieuwen, zodat vreemdelingen die het draagvlak
voor opvang en bescherming ondermijnen zo snel mogelijk vertrekken naar
het land van herkomst.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
70. Vraag:
Jezidiās vormen een bijzondere groep waar genocide op is gepleegd. Ik
stel daarom een speciaal programma voor, voor de slachtoffers hiervan,
dat ook gisteren aan de orde kwam tijdens de begrotingsbehandeling van
BHOS. Hoe zit SJenV daar in?
Antwoord:
Binnen de opvang zijn er geen specifieke programmaās voor specifieke
groepen vluchtelingen. Ook andere groepen die vluchten voor oorlog en
geweld kunnen te maken krijgen met traumatische ervaringen en psychische
problematiek. Om die reden is het van belang dat de asielzoekers ook
gedurende de periode in COA opvang volledige toegang hebben tot de
benodigde zorg. In Nederland is het zo geregeld dat de asielzoeker
hiertoe dezelfde toegang heeft als de Nederlandse burger.
In Nederland is in de asielopvang op vrijwel elk asielzoekerscentrum een
zogeheten GGZ-consulent aanwezig. Deze GGZ-consulent werkt onder de
verantwoordelijkheid van de huisarts en is een laagdrempelige ingang
voor personen met psychische problematiek. Ook heeft het COA
geĆÆnvesteerd in preventie via het programma Bamboo. De huisarts heeft
een cruciale rol. Die signaleert, behandelt of verwijst mensen naar de
generalistische basis-GGZ of de gespecialiseerde GGZ. De specialistische
GGZ richt zich op mensen met ernstige of complexe psychische
problemen.
Voorts verwijst de staatssecretaris van JenV naar de beantwoording op
vragen van de leden Van Dijk en Van Nispen van 28 oktober jl. inzake
Jezidische slachtoffers. Hier wordt ingegaan op gerichte hervestiging
via de UNHCR en daarnaast het geldende landgebonden asielbeleid dat
recht doet aan de kwetsbare positie waarin Jezidiās in hun land
verkeren.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
71. Vraag:
Je hoort schrijnende verhalen over pushbacks, die niets meer te maken
hebben met het recht op asiel dat Europa op papier nog heeft. Wat doet
de Staatssecretaris tegen de ellende aan de buitengrenzen van Europa te
weten in Polen, Griekenland en Spanje?
Antwoord:
Lidstaten zijn zelf primair verantwoordelijk voor de uitvoering van
grenstoezicht. Voor lidstaten aan de buitengrenzen is dit niet altijd
eenvoudig. Voorop staat echter dat optreden aan de grens altijd in lijn
moet zijn met Europees en internationaal recht.
Het is belangrijk dat er serieuze opvolging wordt gegeven aan dergelijke
beschuldigingen. Als hoeder van de verdragen zit de Commissie hier
bovenop. Zo assisteert de Commissie bij het opzetten van
monitoringsmechanismen, zoals dit bijvoorbeeld in Kroatiƫ recent is
opgezet.
Nederland benadrukt veelvuldig op politiek niveau het belang van het
naleven van het EU- en internationaal recht bij grensbewaking, ook als
follow-up van diverse moties in de Kamer. De staatssecretaris van JenV
deed dit onlangs nog tijdens de JBZ-Raad van oktober. Ook heeft
minister-president Rutte tijdens de Europese Raad van oktober zijn
zorgen uitgesproken over berichtgeving over vermeende pushbacks en
benadrukt dat het handelen aan de grens altijd in lijn dient te zijn met
Europees en internationaal recht. Ook brengt de staatssecretaris deze
problematiek actief op in contacten met haar collegaās, zoals afgelopen
maand in gesprek met haar Griekse en Kroatische ambtsgenoten. Nederland
zal dergelijke boodschappen blijven afgeven.
Vragen van het lid Werf, H. van der (D66)
72. Vraag:
Hoe wordt de inzet van extra niet-operationeel personeel meegenomen in
de besteding van het geld uit de motie-Hermans?
Antwoord:
De zogenaamde BUMA middelen kunnen reeds sinds 2019 worden ingezet voor
inhuur om het primaire proces te ontlasten zoals inzet medewerkers
Regionale Service Centra en externe inhuur (administratie) om de druk op
de GGP te ontzien. Deze middelen lopen af in 2021. Zoals MJenV ook in
zijn verzamelbrief van 19 november jl. heeft vermeld worden de
incidentele middelen ten behoeve van veiligheid uit de motie Hermans
ingezet voor de prioriteiten bij Politie die volgen uit het Position
Paper politie en het P&M-rapport. Dit heeft ertoe geleid dat
cumulatief 15 mln. wordt ingezet om de druk op de GGP te ontzien. Deze
middelen zijn dus een aanvulling op de Buma middelen.
Vragen van het lid Werf, H. van der (D66)
73. Vraag:
Ik hoor graag van het kabinet welke mogelijkheden het ziet om binnen de
middelen voor ondermijning, extra in te zetten op bewezen effectieve
preventieprojecten? Niet alleen voor jongeren, maar ook al voor
basisschoolkinderen?
Antwoord:
Bij de uitwerking van de integrale en wijkgerichte preventieve aanpak
door gemeenten zullen MJenV/MRb stimuleren dat er zoveel mogeljik
gebruik gemaakt wordt van bewezen effectieve interventies voor jongeren
en basisschoolleerlingen. Zo heeft MJenV in het commissiedebat van 16
juni 2021 toegezegd in te zetten op landelijke uitrol van Alleen Jij
Bepaalt Wie je Bent. Hiermee is inmiddels een start gemaakt.
Vragen van het lid Werf, H. van der (D66)
74. Vraag:
Hoe staat het met de uitvoering van mijn motie over het tegengaan van
onbewuste ontmoediging om aangifte te doen bij de zedenrecherche?
Antwoord:
Voor 1994 was de opsporing van seksuele misdrijven slechts in enkele
korpsen een specialisme. Richtlijnen voor opsporing van zedenzaken waren
er niet, uitsluitend richtlijnen voor de bejegening van
zedenslachtoffers. De opleiding was een niet-verplichte korte cursus.
Zedenrechercheurs waren minder goed opgeleid en werkten nauwelijks met
inzet van tactische opsporingsmiddelen. Ook ontbrak grondig
feitenonderzoek, waardoor dossiers vaak uit verklaringen van
slachtoffers en verdachten bestonden. De weinig kritische werkwijze van
de politie, die soms leidde tot strafrechtelijke missers, zoals onder
andere in de zaak Lancee, was in 1999 de aanleiding voor de nieuwe
richtlijnen in de vorm van twee Aanwijzingen van het College van
Procureurs Generaal in 1999.
Na de reorganisatie in 2013 zijn tien Teams Zeden en elf Teams
Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme gevormd. Hiermee zijn de
kwaliteit van de opsporing van zedenfeiten, online en offline, de
sturing/prioritering en personeelszorg op uniforme wijze geborgd. De
huidige opleiding Handelen in Zedenzaken (HZZ) is uitgegroeid tot een
opleiding van vijf maanden. Rechercheurs leren tot juridische
kwalificaties van een zedenzaak te komen en worden daarbij bewust van de
noodzaak een juiste balans te vinden tussen belangen van waarheidsvinden
en de bejegening van slachtoffers. De conclusies uit het
Inspectierapport āVerschillende perspectievenā rondom bejegening zijn
verwerkt in het onderwijs. Het vraagstuk van bejegening van het
slachtoffer bij het willen doen van aangifte, zodat het gevoel van
ontmoediging kan ontstaan, heeft in de huidige werkwijze de volle
aandacht. De HZZ is daarmee steeds up-to-date. Er dienen examens te
worden te worden behaald om een certificaat te behalen en aan de huidige
strenge kwaliteitsnorm te blijven voldoen.
De uitvoering van de motie Van der Werf inzake het monitoren van de
bejegening van slachtoffers, wordt betrokken bij het plan van aanpak van
de politie dat is opgesteld naar aanleiding van het Inspectierapport
inzake de Zedenportefeuille. Uw Kamer wordt hierover in het eerste
kwartaal van 2022 geinformeerd.
Vragen van het lid Werf, H. van der (D66)
75. Vraag:
Kan MRb alvast met het Centrum Seksueel Geweld om tafel, die al een
concrete visie hebben uitgewerkt over hoe een landelijke entree van mijn
aangenomen motie voor eerste hulp bij seksueel geweld bewerkstelligd kan
worden. Hoe staat MRb hier tegenover?
Antwoord:
Het ministerie voert, in samenwerking met het ministerie van VWS en de
VNG, regelmatig gesprekken met de Centra Seksueel Geweld (CSG) over de
hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld.
Daarin wordt ook de visie van de CSGās op de vormgeving van een
landelijke entree betrokken.
Recent is in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat uitvoering aan
de motie Van der Werf wordt gegeven door eerst een onderzoek uit te
voeren naar de behoeften van slachtoffers van seksueel geweld.
Vervolgens wordt bepaald wat de beste organisatievorm is om aan die
behoeften tegemoet te komen.
Vooruitlopend op de uitkomsten van dit onderzoek worden op initiatief
van Slachtofferhulp Nederland gesprekken gevoerd met de CSGās, politie
en Openbaar Ministerie om de huidige samenwerking voor zedenslachtoffers
in de praktijk al verder te versterken.
De Tweede Kamer wordt in het voorjaar nader geĆÆnformeerd over de
voortgang van deze activiteiten.
Vragen van het lid Werf, H. van der (D66)
76. Vraag:
Graag hoor ik van MJenV wat hij doet om gemeenten proactief te
ondersteunen in het vormgeven van beleid m.b.t. radicalisering,
extremisme en terrorisme?
Antwoord:
Het in de afgelopen jaren ontwikkelde beleid en de daaruit
voortvloeiende aanpak voor het tegengaan van de dreiging van extremisme
en terrorisme is breed toepasbaar en inzetbaar. Vanuit de verschillende
partners wordt er vol continu gewerkt om de opgedane kennis en ervaring
te gebruiken om de aanpak verder te versterken.
Personen die zijn geradicaliseerd en waarbij extremisme en/of terrorisme
een potentiƫle dreiging vormt kunnen worden opgenomen in de lokale
persoonsgerichte aanpak (PGA). De PGA is breed toepasbaar en de
betrokken partners en de werkwijze zijn zo ingericht dat deze op
verschillende vormen van extremisme en terrorisme kan worden ingezet.
Relevante partners zijn betrokken bij deze aanpak en worden doorlopend
toegerust om de dreiging die van een persoon uitgaat te onderkennen en
daarop te interveniƫren wanneer nodig. Niet alleen door middel van
gerichte trainingen (via bijvoorbeeld het Rijksopleidingsinstituut
tegengaan Radicalisering), ondersteuning en advies maar ook door het
beschikbaar stellen van de zogenoemde versterkingsgelden die gemeente
kunnen aanvragen om naar eigen inzicht de lokale aanpak verder te
verstevigen. De NCTV en de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (van het
ministerie van SZW) ondersteunen gemeenten met advies over beleid en
(lokale) aanpak. Bijvoorbeeld over het opzetten van een lokale aanpak,
(vroeg)signalering, het opzetten en onderhouden van lokale netwerken van
sleutelfiguren en omgaan met polarisatie. Wat betreft de preventieve
aanpak van radicalisering, hierover heeft de minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid op 19 november jl. uw Kamer per brief
geĆÆnformeerd.
Vragen van het lid Sneller, J.C. (D66)
77. Vraag:
We moeten kijken naar welke straffen gedragsverandering teweegbrenging.
Onlangs kwam het advies uit: stop met korte gevangenisstraffen omdat dit
niet helpt en heeft als gevolg veel detentieschade, en een hoge
recidive. Het advies is biedt alternatieve straffen aan, zoals taakstraf
en een enkelband. Waarom wuift MRb deze adviezen weg?
Antwoord:
Het advies van de RSJ over korte detenties wordt zeker niet weggewuifd.
Het advies biedt aanknopingspunten om sancties waaronder korte detenties
effectiever te maken. Bijvoorbeeld door het verbeteren van het advies
van de reclassering en de mogelijkheid om het sanctiepalet uit te
breiden met electronische detentie. Deze zullen samen met de
ketenpartners worden opgepakt.
De RSJ heeft de effectiviteit van sancties vooral vanuit het perspectief
van recidive bekeken. De effectiviteit betreft echter ook de
genoegdoening naar de maatschappij en het slachtoffer, vergelding en de
afschrikwekkende werking. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de
adviezen van de RSJ zullen dan ook worden bepaald door de bijdrage die
zij leveren aan de verschillende doelen van straffen.
Daarnaast roept het advies van de RSJ nog vragen op waarvoor
vervolgonderzoek noodzakelijk is. Zo wordt er aangegeven dat er sprake
is van detentieschade bij korte detenties waarover nog onvoldoende
bekend is. Het WODC zal daarom onderzoek doen naar het effect van korte
detenties en dit vergelijken met alternatieve sancties. Daarbij zal het
WODC niet alleen kijken naar het voorkomen van recidive en
detentieschade maar ook naar de effecten op de andere strafdoelen, zoals
vergelding en genoegdoening.
Vragen van het lid Sneller, J.C. (D66)
78. Vraag:
Toegang tot recht betekent kennis kunnen nemen van rechtelijke
uitspraken. Bij begroting BZK pleitte ik voor een wettelijke
publicatieplicht rechtszaken. Is de minister hiertoe bereid?
Antwoord:
De voorzitter van de Raad voor de rechtspraak heeft de ambitie
uitgesproken om op termijn te streven naar publicatie van 75% van de
uitspraken. De regering kan die ambitie alleen maar onderschrijven en
ondersteunen. Over de manier waarop die kan worden gerealiseerd ga ik de
komende periode graag met de Rechtspraak in gesprek. Daarover wordt uw
Kamer in het eerste kwartaal van volgend jaar nader geĆÆnformeerd. Het
publiceren van uitspraken is zeer arbeidsintensief en het aantal
gepubliceerde uitspraken kan pas significant stijgen als daarvoor de
juiste automatisering is ontwikkeld. Daarnaast zijn voor een
grootschalige publicatieplicht ook extra middelen nodig, waarin nu niet
is voorzien. In dat verband is een verplichting nu niet opportuun.
Vragen van het lid Sneller, J.C. (D66)
79. Vraag:
Een keten is zo sterk als de zwakste schakel, zo ook de strafrechtketen.
Kan de minister toelichten of alle schakels in de strafrechtketen worden
versterkt door de diverse posten (veiligheid en ondermijning) opgenomen
in de begroting? Is rekening gehouden met keteneffecten?
Antwoord:
Ja, bij genoemde posten is rekening gehouden met de effecten voor de
gehele keten. Ook in zijn algemeenheid geldt dat in de begroting
rekening wordt gehouden met de effecten op de verschillende schakels in
de keten, waar relevant mede ondersteund door de uitkomsten van het
Prognosemodel Justitiƫle ketens (PMJ). Ik verwijs ook naar de brief van
mijn collega voor Rechtsbescherming en mij van 19 november 2021 over de
voortgang van de implementatie van het actieplan strafrechtketen. Hierin
wordt specifiek ingegaan op de noodzaak om rekening te houden met de
effecten van zowel bezuinigingen als investeringen op de
ketenorganisaties en ook op de effecten van nieuw beleid en wetgeving op
diezelfde
ketenorganisaties.
Vragen van het lid Sneller, J.C. (D66)
80. Vraag:
Ik zie omtrent de sociale advocatuur en toegang tot het recht dat de
meevallers al worden ingeboekt. De dalende bedragen in de begroting zijn
hier het voorbeeld van, tegenvallers lijken zekerder dan meevallers. Zou
het niet verstandiger zijn om de winst pas in te boeken als deze behaald
is?
Antwoord:
Nee, MRb gaat ervan uit dat de maatregelen van de stelselvernieuwing, in
combinatie met een bijdrage van de commerciƫle advocatuur aan het
stelsel, voldoende zullen opbrengen om met een structureel bedrag van ā¬
64 miljoen een vergoeding op het niveau van scenario 1 van de commissie
Van der Meer te realiseren.
Tot aan 2025 ā het moment waarop de stelselvernieuwing in werking treedt
ā zijn jaarlijks hogere bedragen beschikbaar gesteld, omdat de
maatregelen dan nog niet zijn ingevoerd. De stelselvernieuwing hanteert
een lerende aanpak. Daarbij wordt steeds bekeken of meevallers en
tegenvallers nog steeds met elkaar in evenwicht zijn. Dit blijven we
monitoren.
Vragen van het lid Podt, A. (D66)
81. Vraag:
Wanneer komt er eindelijk een extra aanmeldcentrum om Ter Apel te
ontlasten?
Antwoord:
De noodzaak voor aanvullende aanmeldcentra is evident, dit om de
gemeente Westerwolde, waar de locatie in Ter Apel gelegen is, op meer
structurele wijze te ontlasten. Naast de inspanningen die daartoe reeds
zijn gepleegd, is daarom in de bestuurlijke brief aan medeoverheden van
16 november jl. wederom gevraagd om de zoektocht naar het vormgeven van
Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locaties en het vormgeven van
additionele mogelijkheden voor aanmeldcentra en zogeheten identificatie
& registratiestraten voort te zetten. Hierbij wordt gewerkt aan een
flexibele en semipermanente inlooplocatie als twee aanmeldcentrum waar
het begin van het aanmeldproces door de betrokken partijen kan worden
uitgevoerd.
Vragen van het lid Podt, A. (D66)
82. Vraag:
Hoe komt het dat de MPP in de praktijk niet realistisch is?
Antwoord:
De MPP wordt jaarlijks in februari en september bijgesteld op basis van
de inzichten, onzekerheden en aannames die op dat moment van kracht zijn
voorafgaand aan de reguliere momenten in de Rijksbegroting (de
voorjaarsnota / najaarsnota). Het actuele beeld is anders dan de voor de
begroting gehanteerde prognose. Dit is inherent aan het prognosticeren
van de asielinstroom, wat aan vele externe factoren onderhevig is en
daardoor erg complex blijft. Juist omdat de asielinstroom zo volatiel
is, heeft het kabinet besloten om niet continu aanpassingen te treffen
maar op vaste begrotingsmomenten. Het gevolg van deze keuze is dat bij
een majeure verandering van het asielbeeld, de uitgangspunten van een
voorliggende begroting kunnen afwijken van de actuele situatie. Het
eerstvolgende begrotingsmoment wordt gebruikt om de begroting bij te
stellen. Daarmee is de MPP ƩƩn van de bronnen voor de financiƫle cyclus.
Bij de MPP wordt twee keer per jaar een integrale analyse gemaakt van
zowel de huidige alsook de te verwachten ontwikkelingen rondom een groot
aantal factoren die de komende jaren de instroom van asielzoekers kunnen
bepalen. Om de MPP te blijven doorontwikkelen is er door het WODC
onderzoek gedaan naar de governance van de Meerjaren Productie Prognose.
Op basis hiervan is dit jaar ook een beleidsreactie naar de Kamer
gestuurd met daarbij een vervolgaanpak. In de beleidsreactie zijn ook de
uitkomsten van EY naar de doorlichting van de vreemdelingenketen en de
IND meegenomen. Het belangrijkste advies van EY ten aanzien van de
prognoses was om een externe audit in te richten die de totstandkoming
van de MPP structureel toetst. Deze ontwikkelingen worden op dit moment
opgepakt en doorgevoerd. Het merendeel van deze ontwikkelingen worden
doorgevoerd in 2022, nadien zal de Kamer worden geĆÆnformeerd over de
voortgang en uitkomsten. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
ziet de MPP dan ook als een belangrijk en zorgvuldig sturings- en
planningsinstrument dat voortdurend in ontwikkeling is.
Vragen van het lid Podt, A. (D66)
83. Vraag:
Veel gemeenten willen helpen, maar je kan ze niet overvallen met in
korte tijd veel asielzoekers op te moeten vangen. Er is ook structurele
financiering voor de hele keten nodig voor meer rust en draagvlak. Hoe
reflecteert SJenV zich op de afgelopen periode?
Antwoord:
De inzet en hulp die gemeenten en provincies de afgelopen periode hebben
getoond is niet onopgemerkt gebleven. De Staatssecretaris van Justitie
en Veiligheid is hen daar, samen met de andere leden van de Landelijke
Regietafel Migratie en Integratie (LRT), zeer erkentelijk voor. Het is
staande praktijk om gemeenten, via de structuur van de LRT en de
provinciale regietafels, zo goed mogelijk mee te nemen in de prognoses
zoals binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid bekend. Het is
evenwel een gegeven dat, de beste prognoses ten spijt, de instroom van
asielzoekers en daarmee opvangbehoefte onvoorspelbaar zijn.
Dat gezegd hebbende, heeft uw Kamer bij de Voorjaarsnota 2021 middelen
voor enige buffercapaciteit van het COA ter beschikking gesteld. Net als
bij de IND draagt dit eraan bij dat het COA een aantal locaties aan kan
houden in rustige tijden om die te kunnen inzetten op momenten dat dat
nodig is. Sinds het voorjaar 2021 is de bezetting bij COA aanzienlijk
toegenomen door een hogere asielinstroom en beperkte uitstroom van bijna
12.000 vergunninghouders in de AZC's naar gemeenten, waardoor alle
capaciteit is ingezet en vorming van buffercapaciteit nog niet is
gelukt.
Als de vraag naar opvangcapaciteit weer afneemt, kan met deze middelen
een zekere buffer worden gevormd.
Vragen van het lid Podt, A. (D66)
84. Vraag:
Het inzetten van migranten als geopolitiek wapen is een consequentie van
een gebrek aan migratiebeleid. Wat doet Nederland in dit verband om te
markeren dat over mensenrechten niet te onderhandelen valt?
Antwoord:
Belarus misbruikt migranten en brengt hen in gevaar om de EU onder druk
te zetten. Intern maakt het regime zich nog altijd schuldig aan zeer
ernstige mensenrechtenschendingen. Nederland wil dat dit onmiddellijk
stopt. Met EU-partners wil Nederland hiervoor alle mogelijke middelen
inzetten. Voorzichtig zien we ook al resultaat van deze inzet.
Ten eerste heeft de EU een akkoord bereikt over een krachtig pakket aan
nieuwe sancties, waarmee het regime geraakt wordt in de portemonnee. De
sancties richten zich specifiek op de actoren die zich met het
instrumentaliseren van migranten bezighouden. Nederland zal zich blijven
inzetten voor effectieve sancties richting Belarus.
Ten tweede zet Nederland zich in om in EU-verband gezamenlijk en
gecoƶrdineerd het gesprek te voeren met landen van oorsprong en transit
om de chartervluchten waarmee migranten naar Minsk worden gehaald te
stoppen. Deze aanpak heeft al geleid tot goede afspraken met
bijvoorbeeld Irak, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten. Dit zijn
positieve stappen.
Ten derde is het van belang dat EU-lidstaten die direct te maken krijgen
met deze georkestreerde migratiestroom aan hun buitengrenzen kunnen
rekenen op EU-steun. Dat gaat via Frontex, EASO, maar ook met extra
financiƫle steun voor grensbeheer. Uiteraard moet dit grensbeheer altijd
in lijn zijn met Europees en internationaal recht.
Vragen van het lid Podt, A. (D66)
85. Vraag:
Kunnen de asielzoekers die bij vrienden en familie wonen hun leefgeld
houden? De echte kosten worden immers bespaard omdat de asielzoekers hun
bed opgeven.
Antwoord:
Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 12 november jl. [1] is het voor
asielzoekers enkel mogelijk om op eigen verzoek buiten de COA-opvang te
verblijven, indien zij verblijven bij eerstegraads familieleden dan wel
een andere locatie vanwege medische redenen. Bij deze zogeheten
administratieve plaatsing doet de asielzoeker afstand van zijn
opvangplek en de bijbehorende verstrekkingen. Afgezien van het feit dat
de verstrekkingen voor asielzoekers naar hun aard (financieel of in
natura) wisselen gedurende het doorlopen van verschillende fasen in de
asielprocedure, kan het verstrekken van leefgeld mogelijke financiƫle
consequenties hebben voor uitkeringen en toeslagen voor de eerstegraads
familieleden die de asielzoeker onderdak bieden. Gelet op de druk op de
opvangcapaciteit van het COA, heeft het onderwerp de aandacht van het
ministerie van Justitie en Veiligheid en wordt samen met het COA bezien
hoe het gebruik van de administratieve plaatsing gestimuleerd en
eventuele (administratieve) belemmeringen weggenomen kunnen
worden.
[1] Kamerstukken 19637, nr. 2784.
Vragen van het lid Podt, A. (D66)
86. Vraag:
Kunnen we regelen dat asielzoekers met meldplicht die buiten de
COA-locatie verblijven dat zo dicht mogelijk in de buurt doen. Desnoods
bij politie in de gemeente waar zij verblijven?
Antwoord:
Het is van belang om eerst onderscheid te maken tussen de
administratieve meldplicht bij de korpschef van de politie (voor alle
asielzoekers), en de inhuisregistratie bij het COA (voor asielzoekers en
vergunninghouders). In de praktijk worden beide (mede namens de politie)
gecombineerd uitgevoerd door het COA op de opvanglocatie waar de bewoner
staat ingeschreven. Ten aanzien van administratief geplaatste
asielzoekers en vergunninghouders die gebruik maken van de
logeerregeling is het praktijk dat zij zich zo dicht mogelijk in de
buurt van hun verblijfplaats dienen te melden en registreren. Zij kunnen
dit doen bij de aangewezen COA-locatie in de omgeving van hun
verblijfplaats. Indachtig de wens om de druk op de opvangcapaciteit van
het COA te verlichten staat het ministerie van Justitie en Veiligheid in
contact met de politie en het COA om te bezien hoe eventuele
belemmeringen waar mogelijk weggenomen kunnen en moeten worden.
Vragen van het lid Podt, A. (D66)
87. Vraag:
Kunnen AMV'ers net als andere jongeren langdurige begeleiding krijgen na
18 jaar als dat nodig is?
Antwoord:
Het belang dat ex-amvās met een status, voor wie dit nodig is,
aanvullende opvang en begeleiding krijgen na het bereiken van de
18-jarige leeftijd is vele malen onderstreept. Het kabinet is daarom
voornemens om incidentele dekking voor de verlengde opvang en
begeleiding voor ex-amvās met een status te realiseren voor het jaar
2022. Daar worden momenteel gesprekken over gevoerd met de betrokken
departementen. Over de vraag op welke wijze deze verlengde opvang en
begeleiding op structurele wijze gefinancierd dient te worden zal een
volgend kabinet zich moeten buigen.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
88. Vraag:
Kan de minister reflecteren op hoe deze begroting ervoor gaat zorgen dat
deze politieagent niet nog een keer in Rotterdam de straat moet
verdedigen?
Antwoord:
De vraag naar veiligheid is altijd groter dan de middelen die
beschikbaar zijn. Dit is altijd zoeken naar een balans. De rellen in
Rotterdam en andere steden hadden niks met demonstreren te maken. De
MJenV is trots op hoe professioneel de politie heeft opgetreden. De
MJenV issamen met de regioburgemeesters, het OM en de politie in gesprek
over de duiding van de rellen en de mogelijkheden in de toekomst om
zulke rellen aan te pakken. Dit staat ook in de Kamerbrief die u vandaag
in afschrift heeft ontvangen. Hier is ook voldoende ruimte voor in de
begroting. De MJenV is van mening dat de begroting die er nu ligt de
politie voor nu voldoende heeft toegerust voor al haar taken. Dit kunt u
ook teruglezen in de verzamelbrief politie van 19 november jl.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
89. Vraag:
Er moeten scherpe keuzes gemaakt worden, want er zijn niet genoeg
agenten. Wat moet er volgens MJenV niet meer gebeuren? Moeten er minder
demonstraties toegelaten worden?
Antwoord:
Het demonstratierecht is ontegenzeggelijk een groot goed in onze
rechtstaat, maar een demonstratie mag geen dekmantel zijn voor gericht
geweld. De prioritering van de inzet van politiecapaciteit ligt bij het
lokaal gezag. De mate van vooraf ingeschatte, benodigde
politiecapaciteit hangt ook af van de wijze waarop de organisatoren van
demonstraties zich inspannen om zoān demonstratie in goede banen te
leiden. De burgemeesters en het OM zijn zich zeer bewust van de situatie
bij de politie. De MJenV spreekt hierover regelmatig met burgemeesters
en het OM.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
90. Vraag:
Hoe staat het met de wet aanpak straatintimidatie? Is de minister bereid
deze binnen drie maanden naar de Kamer te sturen?
Antwoord:
Het wetsvoorstel seksuele misdrijven bevat een strafbaarstelling van
seksuele intimidatie in het openbaar. Dit wordt strafbaar gesteld als
overtreding tegen de openbare orde in het Wetboek van Strafrecht. De
eerstvolgende stap in het wetgevingstraject is adviesaanvraag aan de
Afdeling advisering van de Raad van State, deze stap kan naar
verwachting nog dit jaar plaatsvinden. Nadat het advies van de Raad van
State is ontvangen kan indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede
Kamer plaatsvinden, zo mogelijk in het voorjaar van 2022.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
91. Vraag:
Is MJenV bereid om gehoor te geven aan de grote investering in de
politie die nodig is volgens het rapport 'fundament op orde'. En zo nee,
wat gaan we dan niet meer doen?
Antwoord:
Het vergroten van de veiligheid in Nederland is een opgave van continue
aandacht. De afgelopen tijd heeft dit kabinet fors geĆÆnvesteerd in de
politie. Zo is sinds 2018 de operationeel inzetbare politiecapaciteit
met 2400 fte uitgebreid, met speciale aandacht voor bewaken en
beveiligen, de aanpak van ondermijning, zedencriminaliteit en
mensenhandel.
Daar komen de additionele middelen ingevolge de moties Eerdmans (434
miljoen euro) en Hermans (200 miljoen euro) vanaf 2022 bij.
Uit het bij de verzamelbrief van 19 november jl. meegestuurde rapport
blijkt dat de politie meer zal moeten investeren in zaken als PTSS,
informatievoorziening en cybersecurity om toekomstbestendig te blijven.
Deze onderwerpen komen overeen met de onderwerpen die genoemd zijn in
het position paper politie en het PM-onderzoek 2021. Met de extra
intensiveringen wordt een deel van deze posten opgelost. Verdere
besluitvorming is aan het volgende kabinet en de korpsleiding.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
92. Vraag:
Kunnen we als Nederland eigenlijk wel twee grote rellen tegelijk aan, en
ziet de MinJenV dat dit een reƫel scenario is?
Antwoord:
De politie is getraind, voorbereid en uitgerust voor meerdere inzetten
op hetzelfde moment, zo ook rellen. Juist door de vorming van de
nationale politie is het zeer gemakkelijk om op te schalen. Als er
grootschalige inzet plaatsvindt wordt dit gecoƶrdineerd vanuit een NSGBO
(Nationale Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden). De politie heeft
zich daar afgelopen tijd in bewezen. Anderzijds is het ook zo dat als
zoiets langer zou aanhouden, ook de politie een grens bereikt. Dit heeft
de aandacht van MJenV.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
93. Vraag:
Kan de minister verzekeren dat mensen die het recht het hardst nodig
hebben niet de dupe worden en gewoon op een advocaat kunnen
rekenen?
Antwoord:
De toegang tot het recht is een van de fundamenten van de rechtsstaat.
In de Stelselvernieuwing Rechtsbijstand wordt ingezet op laagdrempelige
hulp en een integrale en duurzame oplossing van problemen van
rechtzoekenden. Mediation kan daarbij een belangrijke rol spelen. Ook in
het vernieuwde stelsel zullen rechtzoekenden echter rechtsbijstand
krijgen van een advocaat als dat nodig is om hun probleem op te lossen.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
94. Vraag:
Is de MinJenV het eens dat deze rellen voorkomen hadden kunnen worden
als we meer hadden geĆÆnvesteerd in wijkagenten en jongerenwerkers
?
Antwoord:
MJenV vindt dat dit niet zo ƩƩn-op-ƩƩn kan worden gesteld. Natuurlijk is
het goed om te investeren in de wijk en in jongerenwerkers, maar over de
oorzaken van deze rellen is nog lang niet alles bekend. Daarbij is ook
bekend dat een deel van de relschoppers doelbewust uit was op
confrontatie met de politie. Uiteraard zetten de politie en ook andere
partijen in op preventie in de wijken.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
95. Vraag:
Ziet het kabinet, net als de PvdA, mogelijkheden om de gebroken belofte
van de Moria-deal in te lossen?
Antwoord:
Er is geen sprake van een gebroken belofte. Over de uitvoering van het
uitzonderlijke herplaatsingsaanbod dat is gedaan naar aanleiding van de
branden op Lesbos in september 2020, en in welk kader 100 kwetsbare
vluchtelingen naar Nederland zijn overgebracht waaronder 57
minderjarigen, is uw Kamer uitgebreid geĆÆnformeerd. Voorts is uw Kamer
op 16 november jl. door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
geĆÆnformeerd over de actuele situatie van alleenstaande minderjarige
vreemdelingen in Griekenland. Het kabinet ziet op dit moment geen
aanleiding om verdere toezeggingen te doen op het gebied van
herplaatsing van alleenstaande minderjarige vreemdelingen uit
Griekenland. De Griekse autoriteiten hebben ook niet om een dergelijk
aanbod verzocht.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
96. Vraag:
Hoe rijmt de huidige situatie in de opvang onder erbarmelijke
omstandigheden zich met het beleid om mensen die in Afghanistan zij aan
zij met ons hebben gevochten warm te verwelkomen?
Antwoord:
De staatssecretaris wil het liefst dat iedereen wordt opgevangen in
reguliere COA-locaties. Alle reguliere opvanglocaties zitten op het
moment echter vol, daarom zijn de tijdelijke noodopvanglocaties voor nu
nog hard nodig. Het is namelijk belangrijk dat iedereen met recht op
opvang dat kan krijgen.
Het COA stelt alles in het werk om zo veel mogelijk de mate van opvang
en begeleiding te bieden op de noodopvanglocaties zoals die ook geboden
wordt op reguliere locaties.
De staatssecretaris vindt het belangrijk dat de Afghaanse evacuƩes snel
duidelijkheid krijgen over hun toekomst. Daarom beslist de IND ook
voortvarend in de procedures van de evacuƩes, waardoor snel
duidelijkheid komt over de verblijfsstatus van deze groep.
Het COA voert inmiddels ook huisvestingsgesprekken gevoerd op de
locaties waar Afghaanse evacuƩes verblijven zodat zij zo snel mogelijk
kunnen doorstromen naar gemeenten en hun leven in Nederland kunnen
opbouwen. Daarenboven wordt bij de Afghaanse evacuƩs ingezet op
contacten met de opleidings- en universitaire wereld, zoals UAF; en op
andere initiatieven zoals oriƫntatie op de arbeidsmarkt.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
97. Vraag:
Kan SjenV aangeven welke aanbevelingen op korte termijn worden
overgenomen uit het evaluatierapport 2018 om begeleiding van AMVās te
bevorderen?
Antwoord:
In het evaluatierapport van het amv-opvangmodel uit 2018 is gebleken dat
de opvang duidelijk is verbeterd ten opzichte van de daarvoor geldende
wijze van opvang. Over de reactie op de evaluatie is uw Kamer eind 2018
reeds per brief geĆÆnformeerd.[1] Er zijn in het rapport een aantal
aandachtspunten geĆÆdentificeerd maar er zijn geen concrete aanbevelingen
gedaan. Zo betrof een van de aandachtspunten de vraag over hoe amvās
zelf kijken naar scheiding tussen amvās met en zonder
verblijfsvergunning. Het WODC heeft hier onderzoek naar gedaan en
hierover heb ik uw Kamer per brief d.d. 24 september jl.
geĆÆnformeerd.[2]
Een ander aandachtspunt uit het rapport is de overgang van
minderjarigheid naar meerderjarigheid. Op korte termijn is het kabinet
voornemens de verlengde opvang en begeleiding van amvās voor ex-amvās
met een status te realiseren door middel van een incidentele dekking
voor het jaar 2022. Daar worden momenteel gesprekken over gevoerd met de
betrokken departementen. Over de vraag op welke wijze deze verlengde
opvang op structurele wijze gefinancierd dient te worden zal een volgend
kabinet zich moeten buigen.
[1] Kamerstukken II, vergaderjaar 2018-2019, 27 062, nr. 107.
[2] Kamerstukken II, vergaderjaar 2021-2022, 27062, nr. 2772.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
98. Vraag:
Eind 2021 zouden alle achterstanden bij de IND weggewerkt zijn. Maar de
grote voorraad asielzaken loopt op. Hoe gaat SJenV voorkomen dat we weer
grote achterstanden hebben?
Antwoord:
Voor het wegwerken van de achterstanden is in april 2020 een Taskforce
ingericht. Op 22 november 2021 warem van de 15.350 zaken uit die oude
voorraad 15.160 zaken afgehandeld, het restant bestaat voor een deel uit
zaken met een langdurige beslisbelemmering. De komende periode beslist
de IND over de nog openstaande zaken die vanaf 1 april 2020 zijn
ingestroomd. Op 22 november jl. was in circa 970 zaken sprake van een
overschrijding van de beslistermijn van zes maanden. Dat komt doordat
tot dusver prioriteit is gegeven aan het wegwerken van de oude voorraad.
Een deel van de ervaren medewerkers van de Taskforce zet het werk voort,
nu regulier in dienst van de IND. Ook blijven de overige (externe)
Taskforcemedewerkers tot het einde van het jaar aan de IND verbonden.
Alles wordt in het werk gesteld om de problematiek van de achterstanden
nog dit jaar op te lossen.
Het is de verwachting dat de IND in het eerste kwartaal van 2022 6.400
asielaanvragen moet afdoen om niet buiten de wettelijke termijn te
beslissen. Dit is een majeure opgave waarbij het noodzakelijk is dat
aanvullende maatregelen genomen worden. De ervaring die is opgedaan en
de lessen die geleerd zijn bij de Taskforce op het gebied van
schriftelijk horen en telehoren zullen hier zeker in meegenomen
worden.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
99. Vraag:
Hoe kijkt de minister naar de afhandeling van schade in Limburg?
Antwoord:
De Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) is een vangnetregeling
voor materiele schade. Het kabinet kan niet al het menselijk en
financieel leed vergoeden. Tegelijkertijd heeft het kabinet ook oog voor
de ernst van deze ramp en de samenloop met de coronapandemie en het
toeristische seizoen. Het kabinet probeert hierin een balans te vinden.
Een aantal gemeenten ā zoals Valkenburg aan de Geul - is zwaar getroffen
door de wateroverlast. De Wts komt slechts tegemoet in een deel van deze
materiele kosten. Gezien de relatief beperkte jaarlijkse baten en lasten
van de gemeenten in deze regio en de omvang van de
(bestemmings-)reserves kan redelijkerwijs van deze gemeenten niet
verwacht worden dat ze de materiele schade binnen hun lopende
begrotingen op kunnen vangen. Daarom worden deze gemeenten middels een
specifieke uitkering gecompenseerd. Zoals in de Kamerbrief van 13
augustus jl. gemeld betreft dit in ieder geval de gemeenten Valkenburg
aan de Geul, Gulpen-Wittem, Meerssen en mogelijk nog een aantal anderen.
Deze schade zal aanvullend gecompenseerd worden uit de algemene
middelen.
Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)
100. Vraag:
Aanpak van supportersrellen zorgt voor minder capaciteit voor
zedendelicten etc. PvdA is blij met brief over aanpak supportersrellen,
maar heeft een aantal vragen: wat wordt er geƫist in de
veiligheidslicentie en komt er een verplicht minimumbedrag voor
veiligheidsmaatregelen? Zou de minister dit af willen dwingen? En wat
vindt de minister van het lik op stuk beleid in de socialisering van de
voetbalclubs zelf?
Antwoord:
De veiligheidsverklaring van de KNVB die als licentievereiste geldt voor
een betaaldvoetbalorganisatie (bvo) om aan de competitie deel te nemen,
stelt eisen aan de veiligheidsorganisatie van de bvoās. Zo moeten zij
bijvoorbeeld plannen hebben voor calamiteiten, noodprocedures, en de
inzet van veiligheidspersoneel, en moeten er lokale veiligheidsafspraken
zijn gemaakt en de constructieve veiligheid van het stadion op orde
zijn.
Zoals ook gecommuniceerd in de brief van de MJenV aan de Tweede Kamer
van 19 november jl. ontwikkelt de KNVB, met de bvo“s en met advies van
de politie, minimumeisen in haar licentiesysteem met betrekking tot de
veiligheidscoƶrdinatoren en Supporters Liaison Officers (SLOās). Of een
minimumbedrag onderdeel is van deze eisen, is aan de KNVB.
Als een club niet voldoet aan de gestelde eisen, krijgen zij nu al
sancties van de KNVB of de onafhankelijke tuchtcommissie of
licentiecommissie van de KNVB. Daar ben ik voorstander van.
Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)
101. Vraag:
Er is betere en slimmere informatiedeling nodig bij de opsporing van
georganiseerde criminaliteit. Ook de G4 geeft de urgentie van voortgang
met de WGS en modernisering van het Wetboek van Strafvordering aan. Wil
de minister reageren op deze oproep van de G4?
Antwoord:
Voor de bestrijding van ondermijnende criminaliteit vindt ook het
kabinet het van groot belang dat overheidsorganisaties informatie met
elkaar kunnen delen. Daarom is, zoals mevrouw Kuik terecht stelt, het
wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) zo
belangrijk. Dat creƫert immers heldere grondslagen voor
multidisciplinaire gegevensuitwisseling en maakt een einde aan de
versnippering, onvolledigheid en complexiteit die nu in de praktijk
worden ondervonden. Het wetsvoorstel voorziet bovendien in een reeks
waarborgen om de gegevensverwerking in goede en rechtmatige banen te
leiden; die waarborgen zien op tal van aspecten, van het gebruik van
gegevens tot het toezicht daarop en het afleggen van verantwoording door
de samenwerkingsverbanden. Het wetsvoorstel is ingediend bij de Eerste
Kamer en de commissie JenV spreekt op 30 november verder over de
procedure met betrekking tot het wetsvoorstel, nu de gevraagde nadere
adviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens en de Afdeling advisering
van de Raad van State zijn ontvangen.
Ook de urgentie van modernisering van het Wetboek van Strafvordering
wordt onderkend. Met het oog op de voortgang van dit grote
wetgevingstraject is het wetsvoorstel voor het nieuwe wetboek in april
2021 voor advies voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van
State. Het advies wordt voorjaar 2022 verwacht. Indien ook het nieuwe
kabinet dit wetstraject wil voortzetten, zou het wetsvoorstel zo spoedig
als mogelijk na het verschijnen van het advies bij de Tweede Kamer
kunnen worden ingediend. Daarmee wordt tevens uitvoering gegeven aan de
motie Ellian.
In dit verband is verder van belang dat het voornemen bestaat om de
wettelijke regels die betrekking hebben op de verwerking van
persoonsgegevens in het politie- en justitiedomein te herzien. Daarbij
wordt ook gekeken naar een verbetering en vereenvoudiging van de
mogelijkheden voor politie en justitie om persoonsgegevens te delen met
partners buiten de strafrechtsketen.
Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)
102. Vraag:
Sleutel tot succes van anti-maffia aanpak in Italiƫ was gemeenschap die
zich tegen de maffia keerde. Zelfde kentering is nodig in NL rondom
drugscriminaliteit. De overheid kan dit niet alleen. Drugs is
ingeburgerd. Productie, gebruik en handel hebben alles met elkaar te
maken. Kan MJenV aangeven op welke schaal bezit van drugs ook
daadwerkelijk wordt beboet?
Antwoord:
Het bezit van harddrugs is in Nederland strafbaar. Voor kleine
hoeveelheden voor eigen gebruik geldt dat deze volgens de Aanwijzing van
het Openbaar Ministerie in beslag worden genomen. Bezit van grotere
hoeveelheden wordt vervolgd en bestraft. Hoewel het bezit van kleine
hoeveelheden drugs voor eigen gebruik niet wordt vervolgd, betekent dat
niet dat drugsbezit wordt gedoogd of zelfs goedgekeurd. Het is
belangrijk om te onderkennen dat gebruik niet los staat van handel en
productie en dat deze keten grote ondermijnende effecten heeft op onze
samenleving.
Volgens de Nationale Drugsmonitor zijn er in 2019 4445
softdrugsincidenten en 8720 harddrugsincidenten bij de politie
geregistreerd. Bij harddrugs gaat dit vooral om bezit, bij softdrugs
over vervaardiging. Er zijn in de NDM geen cijfers beschikbaar over het
precieze aantal boetes voor het bezit van drugs.
Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)
103. Vraag:
Kan de minister aangeven welke stappen zijn gezet m.b.t. de motie die
tijdens tijdens de APB is ingediend over het terugpakfonds? En kan de
minister zeggen of het mogelijk is om strafrechtelijke curators toe te
wijzen om verstopt vermogen uit het buitenland terug te kunnen halen
naar Nederland?
Antwoord:
De mogelijkheden en randvoorwaarden voor een teruggeeffonds, waarbij
incidenteel afgenomen objecten en gelden worden ingezet ten behoeve van
de samenleving, worden onderzocht. Begin 2022 start een pilot
maatschappelijke herbestemming waarbij incidenteel afgenomen criminele
vermogens of goederen worden teruggegeven aan de wijk. Hierbij zal
nadrukkelijk ook gekeken worden naar de relatie met het wetsvoorstel
voor non conviction based confiscation.
In internationale verdragen en overeenkomsten ontbreekt de juridische
titel voor een curator om medewerking te vragen aan of af te dwingen van
buitenlandse autoriteiten en instellingen. Een Nederlandse curator heeft
geen bevoegdheden over de grens. Voor het terughalen van vermogen dat
zich in het buitenland bevindt, is daarom samenwerking met buitenlandse
autoriteiten noodzakelijk. Dit internationale kader is er wel voor het
OM en de opsporingsautoriteiten. Op dit moment wordt onderzocht hoe
binnen het bestaande kader de internationale samenwerking kan worden
verbeterd.
Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)
104. Vraag:
We zien dat mensen geen kans hebben om hier te blijven, wel aan het
intimideren zijn en zich asociaal gedragen. Dit doet wat voor het
draagvlak. Mensen die onze hulp verdienen zijn dupe van. Hoe kunnen we
daar strenger mee omgaan?
Antwoord:
De aanpak van overlastgevende asielzoekers heeft de absolute prioriteit
van de SJenV, want asielzoekers die overlast veroorzaken tasten het
draagvlak aan voor de opvang van asielzoekers die echt onze bescherming
nodig hebben. Speciale ketenmariniers zijn inmiddels landelijk volop op
stoom met de zogenoemde Top-X aanpak. De meest hardnekkige
overlastgevers zijn in beeld en staan onder verscherpt toezicht.
Asielaanvragen van mensen die zich misdragen, worden versneld afgedaan,
zodat ook snel gewerkt kan worden aan een vertrek uit Nederland. De
ernstigste overlastgevers worden tijdelijk in een time-outplek
geplaatst, apart en in een sobere omgeving. Bij overlast met zeer grote
impact worden ze overgeplaatst naar de speciale Handhaving- en
Toezichtlocatie in Hoogeveen. In geval van criminele gedragingen is
strafrechtelijk onderzoek aan politie en OM. Intussen gaat de zoektocht
naar verdere aanscherpingen van maatregelen verder, samen met
ketenpartners, de strafrechtketen, gemeenten en andere betrokken
partijen.
Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)
105. Vraag:
Kunnen we niet meer doen met slimmere beveiligingscameraās in de
bestrijding van criminaliteit en de dreiging daarvan.
Antwoord:
De inzet van technologische middelen ten behoeve van de opsporing is
belangrijk. Beveiligingscameraās kunnen helpen in het kader van
bewijsmateriaal, maar kunnen ook een preventieve werking hebben. In de
bestrijding van criminaliteit worden cameraās op een aantal manieren
ingezet. Hierbij enkele voorbeelden:
- Art. 151c van de Gemeentewet gaat over cameratoezicht ten
behoeve van de openbare orde. Hierbij kan de raad bij verordening de
burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de
handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om voor
een bepaalde duur cameraās in te zetten ten behoeve van het toezicht op
een openbare of aan te wijzen plaats.
- De politie gebruikt bodycams omdat uit proeftuinen is gebleken
dat een bodycams het deƫscalerend vermogen van een politieagent kan
versterken, bijvoorbeeld tijdens demonstraties of horecadiensten.
- Vanuit het Breed Offensief Tegen Ondermijnende Criminaliteit
(BOTOC) zijn middelen voor weerbaarheid van beroepsgroepen beschikbaar,
waaronder journalisten. Werkgevers in de journalistieke sector kunnen
via PersVeilig voor journalisten in hun organisatie beschermende
middelen als bodycams of noodknoppen aanschaffen.
De ontwikkelingen in de technologie worden nauwlettend in de gaten
gehouden om te bezien hoe een slimmere inzet van technologie de
opsporing kan verbeteren.
Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)
106. Vraag:
Kan SJenV een update geven van de bestendigheid van de financiering van
Team-up?
Antwoord:
De activiteiten van TeamUp zien op het psychosociale welzijn van
kinderen en jongeren in de opvanglocaties van het COA. De
staatssecretaris vindt het belangrijk dat daar aandacht voor is. Om die
reden heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid deze activiteiten
eerder gesubsidieerd. Met TeamUp zijn afspraken gemaakt over het
voorzetten van de subsidie op korte termijn. Aan financiering voor de
langere termijn wordt gewerkt. De verwachting is dat onder het Europese
fonds voor Asiel, Migratie en Intergratie (AMIF) begin 2022 projecten
zoals van TeamUp kunnen worden ingediend. De besluitvorming over AMIF
financiering volgt naar verwachting dan voor de zomer 2022.
Met de gemaakte afspraken met TeamUp kunnen de activiteiten in ieder
geval binnen die periode tot de zomer 2022 worden uitgevoerd.
Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)
107. Vraag:
Hoe zit het met de groep gezinnen, waarover we hebben gehoord via
Defence for Children, die een formulier niet hebben ingevuld?
Antwoord:
In eerdere antwoorden op schriftelijke vragen van het lid Jasper van
Dijk heeft de staatssecretaris van JenV dit aspect van de
Afsluitingsregeling Langdurig Verblijvende Kinderen
(Afsluitingsregeling) toegelicht (vergaderjaar 2020ā2021, Aanhangsel van
de Handelingen, nr. 3601). Bij de Afsluitingsregeling zijn voorwaarden
gesteld, een hiervan was dat het moest gaan om kinderen door of voor wie
er een asielverzoek is ingediend ten minste 5 jaar voor het bereiken van
de meerderjarige leeftijd. Indien een kind in Nederland wordt geboren
gedurende de asielprocedure van de ouders, kan met een bepaald formulier
de lopende asielprocedure van de ouders ook geldig verklaard worden voor
dit kind. Bij de beoordeling van aanvragen op grond van de
Afsluitingsregeling werd de IND geconfronteerd met casuĆÆstiek waarin
ouders na afronding van hun asielaanvraag dit formulier indienden.
Daarop is in eerste instantie de werkwijze gehanteerd om, gelet op het
bijzondere, ruimhartige karakter van de Afsluitingsregeling, dergelijke
casuĆÆstiek welwillend te beoordelen. Deze werkwijze is enkele maanden
toegepast voordat is geconstateerd dat deze werkwijze niet houdbaar was.
De Afsluitingsregeling is immers bedoeld voor kinderen met een
asielachtergrond en niet voor kinderen die nĆ” de afronding van de
asielaanvraag van hun ouders zijn geboren. Na constatering dat een
dergelijk formulier geen juridische status heeft werd deze werkwijze
gestopt. Zaken waarin vreemdelingen eventueel een vergunning hebben
gekregen zijn niet herbeoordeeld. Gelet op het gelijkheidsbeginsel zijn
vergelijkbare zaken vervolgens ook beslist in het voordeel van de
vreemdeling. Zaken die niet vergelijkbaar zijn, zoals aanvragen van
kinderen voor wie een dergelijk formulier nooit is ingediend, zijn
getoetst aan de gebruikelijke voorwaarden. De Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft hierover geoordeeld dat
de situatie waarin een dergelijk formulier is ingediend, niet gelijk is
aan de situatie waarin het betreffende formulier niet is ingediend.
Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)
108. Vraag:
Situatie in Ter Apel moet op korte termijn worden opgelost, graag een
reactie van de staatssecretaris. Volgens mij ligt het er vooral aan dat
de doorstroom niet op gang komt.
Antwoord:
De situatie in Ter Apel baart de staatssecretaris aanhoudende zorgen. De
huidige drukte in nachtopvang in Ter Apel is zeer onwenselijk. Daarom
heeft het de absolute prioriteit van de staatssecretaris om Ter Apel te
ontlasten.
Om dit te kunnen doen zijn er snel meer opvangplekken nodig. Daarom
wordt nu hard gezocht naar nieuwe, grotere opvanglocaties die op zeer
korte termijn inzetbaar zijn. Aan medeoverheden is gevraagd om voor het
einde van het jaar nog 3.500 extra opvangplekken te realiseren.
Daarnaast zijn medeoverheden bij brief van 16 november jl. gevraagd om
de zoektocht naar het vormgeven van Gemeenschappelijke Vreemdelingen
Locaties en het vormgeven van additionele mogelijkheden voor
aanmeldcentra en zogeheten identificatie & registratiestraten voort
te zetten. Dit betekent concreet dat onder andere wordt onderzocht of
het mogelijk is om een flexibele of semipermanente inlooplocatie te
realiseren waar het begin van het aanmeldproces door de betrokken
partijen kan worden uitgevoerd. Aan de medeoverheden is ook gevraagd om
versneld de achterstand op het uitplaatsen van statushouders in te
lopen. Dat biedt ook ruimte in de opvanglocaties, waar nu rond de 12.000
statushouders gehuisvest zijn.
Er is regelmatig contact met de burgemeester van de gemeente
Westerwolde, alwaar Ter Apel gelegen is, om de problematiek te bespreken
en om samen naar oplossingen te zoeken. De inzet van alle betrokken is
erop gericht om zo snel mogelijk verbetering aan te brengen aan de
situatie in Ter Apel.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
109. Vraag:
Hoe wordt de verschijningsplicht van ouders bij rechtszaken van
minderjarige verdachten van de rellen in Rotterdam uitgevoerd?
Antwoord:
Op basis van artikel 496 en 496a van het wetboek van Strafvordering zijn
ouders in beginsel verplicht de terechtzitting van hun minderjarige kind
bij te wonen. Als de ouders niet verschijnen, wordt de zaak tot een
nadere datum aangehouden en kan het gerecht hun medebrenging gelasten.
Deze verschijningplicht is ongeacht het type delict dat gepleegd wordt
en draagt ertoe bij dat ouders meer dwingend bij het strafproces van hun
kind betrokken kunnen worden.
Ook bij de rechtszaken van minderjarigen verdachten van de rellen in
Rotterdam worden deze beginselen toegepast.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
110. Vraag:
Kan de minister de TK ter zijner tijd een nadere analyse voorzien van de
onderliggende oorzaak van deze rellen?
Antwoord:
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord op vraag
56.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
111. Vraag:
De politieorganisatie is niet up to date en niet op sterkte. Het is van
belang dat politie als gemeenschapspolitie nabij in de buurt is. Hoe zit
het met de opleidingscapaciteit voor politieagenten?
Antwoord:
De Politieacademie beschikt over voldoende capaciteit om de tussen het
korps en de politieacademie afgesproken jaarlijkse instroom van
aspiranten in de basispolitieopleiding aan te kunnen. Daarbij is ook van
belang dat er voldoende capaciteit in de eenheden is om de aspiranten te
begeleiden en in te werken.
De uitbereiding van de bezetting en de vervanging van het vertrekkend
personeel kost tijd en verloopt gestaag: de bezetting en formatie komen
vanaf 2024-2025 in balans. Zie ook het antwoord op vraag 112.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
112. Vraag:
De politieopleiding is verkort. Maar we zullen meer moeten doen en
wellicht ook extra inzet moeten plegen op nieuwe specialismen zoals
cyberopsporing. Het CDA denkt aan het opzetten van een tweede
politieacademie. Hoe kijkt de minister daar tegenaan?
Antwoord:
De Politieacademie beschikt over voldoende capaciteit om de tussen het
korps en de politieacademie afgesproken jaarlijkse instroom van
aspiranten in de basispolitieopleiding aan te kunnen. Dat geldt ook voor
de instroomafspraken voor specifieke deskundigen zoals cyberspecialisten
die met een korte opleiding (gericht op toepassen van het specialisme in
de politieorganisatie) instromen. Daarbij is ook van belang dat er
voldoende capaciteit in de eenheden is om de aspiranten en specialisten
te begeleiden en in te werken.
De uitbereiding van de bezetting en de vervanging van het vertrekkend
personeel kost tijd en verloopt gestaag: de bezetting en formatie komen
vanaf 2024-2025 in balans.
De Politieacademie mag samenwerkingsverbanden aangaan met andere
organisaties die zich bezig houden met het onderwerp veiligheid. Een
mooi voorbeeld van een van de samenwerkingsverbanden is het Centrum voor
Veiligheid en Digitalisering. Dit is een gezamenlijk initiatief van
Hogeschool Saxion, de Politieacademie, de Universiteit Twente en de
gemeente Apeldoorn, in samenwerking met het Opleidings- en Kenniscentrum
van de Koninklijke Marechaussee, de Koninklijke Landmacht, het Instituut
Fysieke Veiligheid, Stichting Aventus en Apeldoorn IT, het netwerk van
bedrijven en instellingen met IT-professionals. In dit kenniscentrum kan
aanstormend talent van de politie en Koninklijke Marechaussee
kennismaken met de nieuwste forensische digitale opsporingstechnieken en
digitale aanpak van ondermijning.
Het opzetten van een tweede Politieacademie heeft geen meerwaarde, zeker
gezien het feit dat de opleiding en het inwerken voor een groot deel in
de eenheden plaats vindt en daar ook voldoende capaciteit voor moet
zijn. Daarnaast kent de Politieacademie al een geografische spreiding
van 10 opleidingslocaties door het land.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
113. Vraag:
Is de minister bereid te bezien of het Centrum voor Veiligheid en
Digitalisering in Apeldoorn, waar ondernemers en publieke instellingen
kennis delen en vraagstukken met betrekking tot veiligheid en
digitalisering, ook meerwaarde heeft voor ons om bij aan te haken waar
het onze landelijke vragen en kennisbehoefte betreft?
Antwoord:
Het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering is een gezamenlijk
initiatief van Hogeschool Saxion, de Politieacademie, de Universiteit
Twente en de gemeente Apeldoorn, in samenwerking met het Opleidings- en
Kenniscentrum van de Koninklijke Marechaussee, de Koninklijke Landmacht,
het Instituut Fysieke Veiligheid, Stichting Aventus en Apeldoorn IT, het
netwerk van bedrijven en instellingen met IT-professionals. Het centrum
is een unieke samenwerking op het gebied van onderwijs, onderzoek en de
werkpraktijk. In dit kenniscentrum kan aanstormend talent van de politie
en Koninklijke Marechaussee kennismaken met de nieuwste forensische
digitale opsporingstechnieken en digitale aanpak van ondermijning. Om de
veiligheid in de digitale wereld te verbeteren is publiek-private
samenwerking van belang. Het nieuwe Centrum voor Veiligheid en
Digitalisering kan een bijdrage leveren aan het uitwisselen en opbouwen
van kennis en expertise. De overheidsorganisaties die direct belang
hebben om aan te haken bij dit centrum, werken al samen binnen dit
verband.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
114. Vraag:
Er zijn voor 2022 incidentele middelen beschikbaar gesteld voor
forensisch medisch onderzoek en de lijkschouw. Vraag is of hiermee
continuĆÆteit geborgd is; is de minister bereid te kijken wat hiervoor
nodig is, bijvoorbeeld met een mogelijkheid voor inzet verpleegkundige
specialisten?
Antwoord:
De MJenV heeft samen met VWS en BZK incidenteel ongeveer 4,5 mln.
beschikbaar gesteld in 2022 voor de opleiding van forensisch artsen en
de uitvoering van de wetenschappelijke agenda. De keuze over verdere
investeringen en bijbehorende middelen is aan het nieuwe kabinet. In de
beleidsreactie op het IGJ rapport over de zorgen over de gemeentelijke
lijkschouw door forensisch artsen die de minister van VWS mede namens de
ministers van BZK en JenV op 15 november jl. aan uw Kamer heeft
gestuurd, is dit ook aangegeven.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
115. Vraag:
De toegezegde gelden voor de hele keten komen wel summier terug bij het
gevangeniswezen, is daar wel voldoende aandacht voor?
Antwoord:
Het gevangeniswezen maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de investeringen in de strafrechtketen en is onderdeel van de ramingen Prognosemodel Justitiƫle Ketens (PMJ-ramingen).
Bij de investeringen in de strafrechtketen voor de versterking van aanpak van georganiseerde criminaliteit gaat het bij het gevangeniswezen onder meer om de extra EBI in Vlissingen en de uitbreiding van het aantal Afdelingen Intensief Toezicht zodat er voldoende capaciteit is voor het plaatsen en spreiden van zware criminelen. Daarnaast wordt geĆÆnvesteerd in de capaciteit voor beveiligd vervoer en persoonsbeveiliging.
Voor de benodigde capaciteit in de gehele strafrechtketen wordt het Prognosemodel Justitiƫle Ketens (PMJ-ramingen) gebruikt waarvan het gevangeniswezen een belangrijk onderdeel vormt.
De toegekende middelen voor het gevangeniswezen en de andere onderdelen van de Dienst Justitiƫle Inrichtingen in de begroting voor 2022 zijn in overeenstemming met de uitkomsten van de meest recente PMJ-ramingen. Voor de komende jaren voorspelt de PMJ-raming een stijging van de behoefte aan capaciteit bij de Dienst Justitiƫle Inrichtingen.
In totaal komt er 154 miljoen euro extra beschikbaar in 2022 voor de Dienst Justitiƫle Inrichtingen.
Voor het gevangeniswezen gaat het in 2022 om het creƫren van 300 extra plaatsen door het inzetten van buffercapaciteit. Het betreft capaciteit die in stand is gehouden voor stijgingen van de behoefte aan capaciteit. De middelen worden primair bestemd voor het realiseren van de uitbreiding van de personele capaciteit zodat deze cellen ook daadwerkelijk kunnen worden gebruikt.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
116. Vraag:
Kan de minister toelichten: waarom de Compagnie in Krimpen wordt
afgebouwd ondanks dat de pilot succesvol was?
Antwoord:
De Compagnie is een pilot gestart in 2016 om te experimenteren en te leren. Het leef- en werkklimaat is er zo ingericht dat het gedetineerden stimuleert om eenmaal uit de gevangenis een betaalde baan te hebben.
Met de Wet Straffen en Beschermen zijn in het land verschillende Beperkt Beveiligde Afdelingen (BBA) geopend. De Compagnie kan gezien worden als voorloper op de BBA, die net als De Compagnie in het teken staat van terugkeer naar de samenleving. Gedetineerden in de laatste fase van hun detentie kunnen vanuit de BBA buiten de muren aan het werk.
In Krimpen a/d IJssel komt geen BBA omdat de PI een locatie is waar gedetineerden met een hoog vlucht en/of maatschappelijk risico geplaatst kunnen worden. Dit gaat niet samen met het open regime en beperkte beveiligingsniveau van de BBA.
Afgelopen periode hebben DJI, Gevangenenzorg Nederland (GN) en het Ministerie van Justitie en Veiligheid gesproken over het vervolg op de Compagnie. Over de uitkomst daarvan heeft de Kamer recent een brief ontvangen.
Afgesproken is dat GN in PI Alphen a/d Rijn een aanpak ontwikkelt en beproeft gericht op toeleiding naar werk en arbeidsbemiddeling. Daarbij sluit GN zoveel mogelijk aan op de reguliere processen in de PI. Daarna volgt een landelijke uitrol in andere PIās en met andere vrijwilligersorganisaties.
Op die manier kunnen de waardevolle lessen van de Compagnie goed geborgd worden in de reguliere processen van DJI.
Voor het ontwikkelen, beproeven en delen van de aanpak van 2022 tot en met 2024 ontvangt GN een bijdrage van 525.000 euro.
Bij het maken van deze afspraken is ook gesproken over de afronding van de Compagnie in de PI Krimpen a/d IJssel. Deze afdeling zal per 1 februari 2022 ophouden te bestaan.
Voor de gedetineerden die nu op de Compagnie verblijven wordt tijdig voor een nieuwe plaatsing gezorgd. GN heeft toegezegd hen op individuele basis te blijven begeleiden richting arbeidsintegratie.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
117. Vraag:
Het is goed dat de minister bezig is met een visie op de BOA en
bijbehorende bevoegdheden. Een van de pilots die succesvol loopt is de
pilot in Utrecht. De huidige pilot loopt per 2022 af en is er een grote
wens om door te pakken en de volgende stap in de pilot te zetten door de
pilot te verlengen en ook ervaring op te doen met uitoefening van taken
richting gemotoriseerd verkeer in de stad, niet enkel de fietsers. Kan
die ruimte worden geboden?
Antwoord:
Op 12 november jl. heeft de MJenV uw Kamer geĆÆnformeerd over de
verlenging van de looptijd van pilot, van augustus 2021 tot maart 2022.
Hiermee kan een goede aansluiting worden geborgd tussen de huidige pilot
en een eventueel vervolg. Met een uitbreiding van de pilot met rijdend
gemotoriseerd verkeer kan niet worden ingestemd. Allereerst omdat de
pilot plaatsvindt onder het gezag van het Openbaar Ministerie (OM) en
het OM bepaalt of toevoeging van feiten aan de huidige pilot aan de orde
is.
Daarbij is relevant om te vermelden dat bij aanvang van de pilot niet is
gekozen voor handhaving door BOA“s op feiten met rijdend gemotoriseerd
verkeer anders dan waarvoor zij reeds bevoegd zijn, o.a. omdat dit type
overtredingen al snel primair aan veiligheid raakt ā het domein van de
politie ā en een grotere gevaarzetting met zich meebrengt. De pilot in
Utrecht moet in samenhang gezien worden met de bredere visie op de
BOA-functie en het BOA-bestel waar de MJenV met betrokken partijen aan
werkt, omdat dit traject o.a. over de taakomschrijving van de BOA en de
taakafbakening met de politie gaat. De evaluatie van de pilot in Utrecht
(die in concept gereed is) wordt meegenomen in het besluit over een
eventueel vervolg van de pilot na maart 2022. Dit besluit zal in nauwe
afstemming met OM en de politie plaatsvinden.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
118. Vraag:
In de praktijk knellen bevoegdheid van de politie soms door bijv.
benodigde toestemming OM. Bijvoorbeeld bij het verlenen van noodhulp bij
urgent vermiste personen. Zou er niet meer ruimte moeten zijn om meer
mandaat toe te kennen aan de politie om (snel) te kunnen handelen in dit
soort situaties?
Antwoord:
De politie en het OM hebben aangegeven dit beeld niet te herkennen. Ook
bij een urgente vermissing zonder verdenking van een strafbaar feit,
slaagt de politie erin om binnen zeer korte tijd een machtiging te
verkrijgen om bijvoorbeeld een telefoon uit te lezen. Om nog gerichter
en effectiever te zoeken beoogt het wetsvoorstel zoekmiddelen urgente
persoonsvermissingen te voorzien in een betere wettelijke verankering
van bevoegdheden die ingezet kunnen worden bij vermissingszaken. De
politie en het openbaar ministerie zijn bezig om een nadere
impactanalyse op het wetsvoorstel zoekmiddelen urgente
persoonsvermissingen uit te voeren. Daarbij wordt ook gekeken naar
relevante Europese jurisprudentie. De impactanalyse is aan het einde van
het jaar gereed.
Vragen van het lid Palland, H. (CDA)
119. Vraag:
Zou er voor de politie geen ruimte moeten zijn om mandaat te hebben om
te handelen. En dat de politie dan achteraf (of gedurende de actie) de
verantwoording aflegt in plaats van op momenten dat met de uitvoering
van strafrechtprotocollen kostbare tijd verloren gaat (bijvoorbeeld het
lokaliseren van de GSM van een slachtoffer)?
Antwoord:
Zie hiervoor het antwoord op vraag nummer 118.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
120. Vraag:
Denkt MJenV dat de huidige investering in de wijkagenten, die maar leidt
tot hooguit 1,5 wijkagent erbij, echt een verschil gaat maken voor het
feit dat de wijkagent geen tijd meer heeft voor zijn wijk?
Antwoord:
Zoals de MJenV in zijn verzamelbrief van 19 november 2021 heeft gesteld
is het aantal wijkagenten conform de 1 op 5000 norm. We zien dat het op
een aantal plaatsen knelt in de wijkzorg. De investeringen die in
dezelfde brief genoemd staan zijn een goede volgende stap. Het is de
overtuiging van de MJenV dat de extra middelen die ingevolge de motie
Hermans beschikbaar zijn gesteld voor extra agenten in de wijk, een
wezenlijk verschil gaan maken voor de lokale nabijheid van de politie.
Dit geldt voor de fysieke aanwezigheid van de politie in wijken en bij
scholen, maar ook de aanwezigheid van de politie op het web. Er komt
meer ruimte voor wijkagenten om voldoende tijd daadwerkelijk aan hun
wijk te besteden en om de norm van 1 wijkagent op 5.000 inwoners ook in
de komende jaren te kunnen blijven invullen.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
121. Vraag:
Het is belangrijk dat we stoppen met jojo-beleid. Dan weer bezuinigen,
dan weer investeren. Het leidt tot onrust en energieverspilling. Niet
alleen voor de politie, maar voor de hele Strafrechtsketen. Dit is ook
een van de uitkomsten van het onderzoek naar aanleiding van de motie
Rosenmüller. Deelt de minister deze conclusie? Graag een reactie.
Antwoord:
In de brief van 30 april 2021 aan de Eerste Kamer (in afschrift ook aan
de Tweede Kamer aangeboden) zijn de minister van Justitie en Veiligheid
en de minister voor Rechtsbescherming uitgebreid ingegaan op de
uitkomsten van het onderzoek dat ter uitvoering van de motie Rosenmƶller
is uitgevoerd door SEO economisch onderzoek. In deze reactie wordt
expliciet gewezen op de conclusie uit het onderzoek dat snel
opeenvolgende bezuinigingen en specifieke investeringen in een relatief
kort tijdsbestek vanuit een oogpunt van continuiteit risicoās opleveren
voor de onderzochte organisaties. In reactie op deze conclusie is
aangegeven dat dit als een belangrijke les voor de toekomst wordt
gezien, omdat continuiteitsrisicoās voor individuele organisaties in de
rechtsstaat uiteindelijk niet ten goede komen aan het functioneren van
de rechtsstaat als zodanig. In de brief van 19 november 2021 van de
minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor
Rechtsbescherming is het voorgaande nogmaals benadrukt, naar aanleiding
van een nader advies van het Bestuurlijk Keten Beraad strafrechtketen
over de uitkomsten van het onderzoek van SEO. Dit laat onverlet dat de
uiteindelijke vaststelling van de begroting door regering en parlement
het resultaat is van een bredere politieke afweging.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
122. Vraag:
Is het niet verstandig om voor branches zoals nagelsalons, zonnestudioās
of autoverhuurbedrijven een vergunningsplicht te regelen? Vanwege
bijvoorbeeld het witwassen via nagelsalons en zonnestudio's of
autoverhuur aan criminelen.
Antwoord:
Dit is een begrijpelijke vraag aangezien er branches zijn die kwetsbaar
zijn voor criminele activiteiten. Een landelijke vergunningplicht lijkt
een voor de hand te liggen remedie. Hieraan kleven echter ook bezwaren,
zoals een lastenverzwaring voor zowel bestuursorganen, bedrijven als
personen die ermee te maken krijgen. De noodzaak van een dergelijke
vergunningplicht moet goed worden onderbouwd en voldoen aan de vereisten
van proportionaliteit. Deze afweging kan het beste lokaal worden
gemaakt. De gemeenteraad kan dan vanuit de algemene verordenende
bevoegdheid een vergunningplicht invoeren.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
123. Vraag:
Waarom geven we de politie niet meer ruimte om zelf keuzes te maken voor
besteding van de toegekende middelen? Hoe zit het met de expertise en
zeggenschap van de politie zelf?
Antwoord:
De besteding van de toegekende middelen is nauw afgestemd met de
politie, juist omdat zij vanuit hun expertise en professionaliteit
kunnen reflecteren. Dit sluit overigens aan op de ontwikkelingen in het
politiebestel volgende uit de Commissie evaluatie Politiewet 2012,
waarbij de korpschef meer ruimte krijgt om zaken vanuit de
professionaliteit vorm te geven. Hierbij blijft de minister financiƫle
zaken als eindverantwoordelijke vast stellen, maar is er meer ruimte
voor de uitvoering. Zo stelt de politie haar eigen begroting binnen de
financiƫle kaders op en wordt deze door de minister vastgesteld.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
124. Vraag:
Hoe staat het met het terugdringen van de administratieve last van
agenten?
Antwoord:
Het is belangrijk dat agenten zoveel mogelijk tijd kunnen besteden aan
hun primaire taken. Daarom heeft het ministerie van JenV samen met de
politie de afgelopen jaren hard gewerkt aan het verminderen van
administratieve lasten van agenten. Tegelijkertijd blijkt uit de
tussenrapportage van de commissie Zuurmond die ik met uw Kamer heb
gedeeld dat de beleving van administratieve lasten diepe oorzaken
hebben.[1] De commissie Zuurmond voert op dit moment verdiepend
onderzoek naar deze oorzaken uit. Daarnaast heb ik de heer Bruins
gevraagd om een actieprogramma te leiden die ziet op het aanjagen van
een vermindering van administratieve lasten in de opsporing. De heer
Bruins heeft een eerste verkenning afgerond en zal op korte termijn
samen met partners in de strafrechtketen werken aan concrete
vermindering van rompslomp.
Verder is de politie gestart met ontwikkelen van
spraakherkenningssoftware om geluidsopnamen te transcriberen, zodat
agenten minder tijd kwijt zijn aan het uitwerken van verhoren. Daarnaast
wordt in het kader van het Vernieuwend Registeren de wijze van
afhandeling van veelvoorkomende strafbare feiten versimpeld, zodat
registratie minder tijd gaat kosten. Hierbij is het wel van belang te
noemen dat technologische oplossingen wel moeten voldoen aan hoge eisen
van betrouwbaarheid.
[1] Kamerstukken II 2019/20, 29628, nr. 964
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
125. Vraag:
Gemeenten hebben maar beperkte bevoegdheden om grote criminaliteit aan
te pakken en kunnen cruciale informatie nog niet delen met financiƫle
partners. Is het niet verstandig dat gemeenten deel uit gaan maken van
de Wwft? Moet de wet Bibob ook niet verder worden aangepast zodat
gegevens beter ingezet kunnen worden om criminelen aan te pakken?
Antwoord:
Momenteel ligt een wetsvoorstel tot wijziging Wet Bibob (2e tranche)
voor aan uw Kamer. Daarin wordt onder andere de ruimte voor
bestuursorganen om fiscale gegevens te onderzoeken verruimd.
Bestuursorganen behandelen zelf de relatief eenvoudige zaken, de meer
complexe zaken worden door het Landelijk Bureau Bibob (LBB)
gedaan. Omdat het bij politiegegevens vaak gaat om informatie die zacht
is of waarvan de juistheid niet vaststaat, is voor de duiding van die
gegevens heel specifieke kennis en capaciteit vereist. Het LBB heeft die
kennis en heeft om die reden meer bevoegdheden dan bestuursorganen. Het
LBB kan dus fiscale gegevens en politiegegevens betrekken bij het
onderzoek. Voor de vraag of gemeenten deel moeten gaan uitmaken van de
Wwft wordt verwezen naar het antwoord op vraag 30.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
126. Vraag:
Zedenzaken blijven veel te lang liggen. Wat gaat MJenV doen om dit
probleem aan te pakken?
Antwoord:
De zorgen van mevrouw Ellemeet worden gedeeld: de doorlooptijden van
zedenzaken moeten korter en verdienen onze blijvende aandacht.
De laatste jaren zijn ook al initiatieven genomen om de doorlooptijden
in zedenzaken te verbeteren. Het Bestuurlijk Ketenberaad (BKB) heeft
professionele ketennormen opgesteld, waarmee een standaard is ontstaan
om de doorlooptijden te kunnen toetsen. Zedenzaken zijn voor het BKB een
geprioriteerde zaakstroom, zodat de doorlooptijden extra worden
gemonitord.
Op 3 november jl. is in uw Kamer tijdens het Tweeminutendebat
Kindermisbruik en seksueel geweld een motie aangenomen die de regering
verzoekt om werk te maken van het versnellen van de doorlooptijden (31
015, nr. 231). Ik zie die motie als extra impuls om de doorlooptijden te
verbeteren. Er wordt hard aan gewerkt om uw Kamer spoedig over de
uitvoering van deze motie te informeren en ik zal uw Kamer uiterlijk
eerste kwartaal 2022 berichten over de voortgang.
Bij de uitvoering van de motie staat voorop dat integraal naar deze
problematiek wordt gekeken, dat wil zeggen dat zowel de doorlooptijden
bij de politie, het OM als de Rechtspraak daarbij zullen worden
betrokken.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
127. Vraag:
Eerder heb ik mijn zorgen uitgesproken over het gebrek aan toezicht. Die
worden gedeeld door de CTIVD. Waarom dit nu niet goed regelen, vraag ik
de minister?
Antwoord:
Alle inbreng t.a.v. wetsvoorstellen, waaronder het wetsvoorstel
verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding
en nationale veiligheid en het wetsvoorstel permanentmaking artikel 14.4
Rijkswet op het Nederlanderschap, wordt serieus genomen. Dat geldt zeker
voor de opinie van de CTIVD, maar ook de adviezen van de Autoriteit
Persoonsgegevens en de Raad van State die zich hierover ook hebben
gebogen. Bij de behandeling van wetsvoorstellen kan hierover nader met
uw Kamer worden gesproken.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
128. Vraag:
Kan de minister onderzoek doen naar welke specifieke groep jongeren die
een strafbaar feit hebben begaan geen VOG kunnen krijgen? Kan hier
breder (dan de gemeente Utrecht) wat aan gedaan worden?
Antwoord:
Een VOG is een verklaring waaruit blijkt dat het justitiƫle verleden van
een persoon geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke
taak of functie in de samenleving.
Justis beoordeelt per VOG-aanvraag of de aanvrager justitiƫle
documentatie op zijn naam heeft staan die, indien herhaald, een risico
vormen voor het doel waarvoor de VOG is aangevraagd.Indien een VOG wordt
geweigerd, is dat voor een specifieke functie.
Dit maakt dat geen uitspraken gedaan kunnen worden over een specifieke
groep jongeren die geen VOG kan krijgen.
Bij de beoordeling houdt Justis rekening met de leeftijd van de
aanvrager en geldt voor jongeren in beginsel een terugkijktermijn van
twee jaar. Deze termijn is zo kort met het oog op resocialisatie, waar
ik juist bij jongeren veel waarde aan hecht.
Justis heeft in het eerste kwartaal van 2021 van de 73.076 VOG-aanvragen
van personen onder de 23 jaar in 79 gevallen de VOG-afgifte geweigerd.
Dat is slechts 0,11% procent. In het tweede kwartaal weigerde
Justis 0,15% procent.
Het hebben van antecedenten leidt niet per definitie tot een
weigering. Wel kan MRb zeggen dat de meeste VOG-weigeringen bij jongeren
betrekking hebben op (meerdere) ernstige tot zeer ernstige delicten,
zoals geweldsdelicten of vermogensdelicten.
Op de website www.watdevog.nl kan iemand nagaan wat de kansen zijn op
het krijgen van een VOG. Ook wordt daar een toekomstperspectief geboden,
gelet op de terugkijktermijn.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
129. Vraag:
Hoe verhouden de signalen vanuit de gemeente Utrecht van jongeren die
een VOG geweigerd worden tot de brief van MRb waarin staat dat 1% van de
VOG's wordt geweigerd.
Antwoord:
MRb heeft begrepen van de gemeente Utrecht dat sommige jongeren met een justitieel verleden de VOG als belemmering ervaren voor het vinden van werk.
De gemeente Utrecht zet momenteel in op voorlichting over de VOG naar zowel jongeren als professionals.
In het algemeen kan MRb zeggen dat het beeld dat de VOG vaak en vanwege kleine delicten wordt geweigerd aan jongeren, onjuist is.
Justis heeft in het eerste kwartaal van 2021 van de 73.076 VOG-aanvragen van personen onder de 23 jaar in 79 gevallen de VOG-afgifte geweigerd. Dat is slechts 0,11% procent. In het tweede kwartaal weigerde Justis 0,15% procent.
De meeste VOG-weigeringen bij jongeren hebben betrekking op (meerdere) ernstige tot zeer ernstige delicten, zoals geweldsdelicten of vermogensdelicten.
Desondanks zijn er jongeren die ā al dan niet terecht ā geen VOG aanvragen uit angst voor een afwijzing.
Op de website www.watdevog.nl kunnen jongeren nagaan wat de kansen zijn voor verschillende banen voor het krijgen van een VOG. Ook wordt daar een toekomstperspectief geboden, gelet op de terugkijktermijn.
MRb hecht eraan nog te vermelden dat indien een VOG wordt geweigerd, dat voor een specifieke functie is. Bij een weigering heeft een jongere zeker nog wel kans om in een andere sector te kunnen werken.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
130. Vraag:
Kan de minister een reactie geven op het NRC artikel dat een officier
van justitie werd teruggefloten toen hij onderzoek bij de Landsadvocaat
wilde opschalen?
Antwoord:
Het is aan het OM, niet aan de MJenV, om de inzet op een strafrechtelijk
onderzoek te bepalen. Over die inzet laat de MJenV zich dan ook niet
uit.
Navraag bij het OM leert het volgende: het OM weerlegt de titel āOM-top
perkte onderzoek Pels Rijcken in" en het beeld dat volgt uit het artikel
dat de top van OM het onderzoek stil heeft gelegd.
Het strategisch besluit voor het temporiseren van de strafzaak is
voortgekomen uit intern beraad binnen het Functioneel Parket, dit is het
parket waar het onderzoek gedaan wordt.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)
131. Vraag:
Hoe zit het met de verdeling van middelen tussen terrorismeaanpak en de
aanpak van rechtsextremisme?
Antwoord:
De contraterrorisme aanpak richt zich niet op politieke opvattingen,
maar specifiek op extremisme en terrorisme, dus buitenwettelijke acties
en geweld. De aanpak kent een dreigingsgerichte inzet: alle CT middelen
staan beschikbaar voor alle vormen van terrorisme/extremisme en worden
gepast ingezet daar waar de dreiging er om vraagt.
Zoals ik uw kamer ook heb gemeld in de Kamerbrief van 26 oktober jl.
kunnen aanhangers van het rechts-extremisme volgens de daarvoor breed
toepasbare werkwijze opgenomen worden in de lokale (persoonsgerichte)
aanpak. De in de afgelopen jaren ontwikkelde werkwijze is daarmee
eveneens toepasbaar op de dreiging vanuit rechts-extremistische en
-terroristische hoek. Gemeentes hebben voor het jaar 2022 een aanvraag
kunnen doen voor de ondersteuning in het verder versterken van de lokale
aanpak. Hiervoor is rond de 7 miljoen voor beschikbaar, afhankelijk van
de toekenning. Daarnaast heeft het kabinet specifiek de eerste
noodzakelijke extra middelen vrijgemaakt ter versterking van de
inlichtingen en veiligheidsdiensten, oa. met als doel extra onderzoek
naar rechts-extremisme en samenhangende geweldsdreiging te doen.
Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)
132. Vraag:
Het benodigde budget voor de sociaal advocatuur is dankzij motie
Klaver/Ploumen geregeld. Kan MRb garanderen dat dit ook op langere
termijn geborgd is?
Antwoord:
Ja, zie verder het antwoord op vraag 63.
Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)
133. Vraag:
We begrijpen dat jongeren die voor een delict worden aangehouden en in
verzekering gesteld zijn wel in aanmerking komen voor betaalde advocaat
terwijl niet-aangehouden jongeren zelf rechtsbijstand moeten regelen.
Dit kan toch niet de bedoeling zijn, vraag ik de minister?
Antwoord:
Dit is het directe gevolg van de manier waarop de richtlijn over de
procedurele rechten in Nederland is geĆÆmplementeerd. In de richtlijn is
bepalend of er sprake is van vrijheidsbeneming. Indien de verdachte van
zijn vrijheid is benomen dan rust namelijk op de staat de bijzondere
verantwoordelijkheid om voor verdachte in voldoende rechtsbijstand te
voorzien, aangezien de verdachte door zijn detentie niet zelf in staat
wordt geacht rechtsbijstand in zijn zaak te regelen. Van
vrijheidsbeneming is sprake als de jeugdige na de aanhouding wordt
opgehouden voor onderzoek (dit is vlak vóór de inverzekeringstelling).
Dit verschil tussen wel of geen vrijheidsbeneming, is overgenomen in de
nationale implementatiewetgeving die op 1 juni 2019 in werking is
getreden. Ook de GL-fractie in deze Kamer heeft op 16 april 2019 met
deze implementatie ingestemd. Een ontboden minderjarige verdachte komt
overigens, afhankelijk van het inkomen, wel in aanmerking voor
gesubsidieerde rechtsbijstand. De niet aangehouden minderjarige
verdachte moet dit wel zelf (laten) regelen. Nu wijst de rechtbank
Amsterdam erop dat die implementatie niet goed zou zijn. MRb bestudeert
die uitspraak nog en overweegt hoger beroep. Verder is MRb momenteel in
gesprek met de ketenpartners en de Nederlandse Orde van Advocaten om te
kijken hoe de rechtsbescherming voor alle minderjarige verdachten, die
van een misdrijf worden verdacht en mogelijk bij veroordeling later
vrijheidsbeneming riskeren, nog beter geborgd kan worden. Daar is
laagdrempelige rechtsbijstand een belangrijk onderdeel van.
Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)
134. Vraag:
De staatssecretaris gaat uit van optimistische prognoses, het budget van
het COA gaat naar beneden. Waar gaat dat vanuit en is de
staatssecretaris een crisis aan het creƫren? GroenLinks wil graag een
brede evaluatie over hoe die prognoses tot stand komen.
Antwoord:
De staatssecretaris ziet de Meerjaren Productie Prognose (MPP) als
belangrijk sturings- en planningsinstrument binnen de migratieketen.
Daarmee is de MPP ƩƩn van de bronnen voor de financiƫle cyclus. De MPP
wordt periodiek, in februari en september, bijgesteld op basis van de
inzichten, onzekerheden en aannames die op dat moment van kracht zijn
voorafgaand aan de reguliere momenten in de Rijksbegroting (de
najaarsnota / voorjaarsnota). Het actuele beeld is anders dan de voor de
begroting gehanteerde prognose. Dit is inherent aan het prognosticeren
van de asielinstroom, wat aan vele externe factoren onderhevig is en
daardoor erg complex blijft. Juist omdat de asielinstroom zo volatiel
is, heeft het kabinet besloten om niet continu aanpassingen te treffen
maar op vaste begrotingsmomenten. Een beleidsreactie is met uw Kamer
gedeeld aangaande een WODC-onderzoek naar de governance van de Meerjaren
Productie Prognose. In de beleidsreactie zijn ook de uitkomsten van EY
naar de doorlichting van de vreemdelingenketen en de IND meegenomen. Het
belangrijkste advies van EY ten aanzien van de prognoses was om een
externe audit in te richten die de totstandkoming van de MPP structureel
toetst. Deze ontwikkelingen worden op dit moment opgepakt en
doorgevoerd, waardoor de staatssecretaris het niet opportuun acht om op
dit moment een nieuwe evaluatie te starten. Het merendeel van deze
ontwikkelingen wordt doorgevoerd in 2022, nadien zal de Kamer worden
geĆÆnformeerd over de voortgang en uitkomsten.
Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)
135. Vraag:
Als er bij veilige landers bijzonder aandacht wordt gevraagd voor de
positie van LHBTāers, waarom is er dan geen uitzondering en individuele
beoordeling voor deze groepen?
Antwoord:
Elke asielaanvraag wordt op individuele gronden beoordeeld en daarbij
wordt rekening gehouden met de specifieke positie en het individuele
relaas van de asielzoeker. In de (her)beoordelingen van veilige landen
van herkomst gaat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
standaard in op de positie van kwetsbare groepen. De situatie en de
specifieke positie van de groep in het betreffende land worden betrokken
bij de beoordeling. In sommige gevallen heeft dat ertoe geleid dat een
groep is uitgezonderd van de aanwijzing van veilig land van herkomst en
in sommige gevallen wordt er voor een groep verhoogde aandacht gevraagd.
In het algemeen geldt dat naarmate de situatie van een bepaalde groep
nijpender is, het eerder in de rede ligt voor die groep een uitzondering
te maken.
Uitzonderingsgroepen zijn uitgezonderd van de aanwijzing veilig land van
herkomst. Deze zaken behandelt de IND niet in de versnelde procedure in
spoor 2, maar in de standaard (verlengde) algemene asielprocedure in
spoor 4. Voor de aandachtscategorieƫn geldt dat de IND extra alert is op
de mogelijkheid dat de aanwijzing van een veilig land van herkomst in
het individuele geval niet kan worden tegengeworpen en een zaak daarom
mogelijk niet in de versnelde procedure in spoor 2, maar in de standaard
algemene asielprocedure in spoor 4 behandeld dient te worden. Tenslotte
is het relevant te noemen dat altijd op individuele basis geoordeeld kan
worden dat behandeling in spoor 4 in plaats van in spoor 2 aangewezen
is.
Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)
136. Vraag:
Hoe wordt binnen ministeries kritisch tegendenken vormgegeven? Is de
Minister bereid om te onderzoeken wat in wetgeving, bestuur en
rechtspraak nodig is om de burgers de rechtsbescherming te geven die zij
verdienen?
Antwoord:
Goede rechtsbescherming is een van de pijlers van onze rechtsstaat. Dit
onderwerp heeft dan ook de onverminderde aandacht van het kabinet. In de
kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire
Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK), op het rapport
Werken aan Uitvoering (WAU) en de diverse vervolgbrieven hierover is
uiteengezet welke acties zijn en worden ingezet als het gaat om het
versterken van de dienstverlening door de overheid, het verbeteren van
wet- en regelgeving en de aansluiting tussen beleid en uitvoering. Als
het gaat om de versterking van de kwaliteit van beleid en wetgeving is
in het bijzonder de brief van de minister voor Rechtsbescherming van 25
juni 2021 van belang. Ook brengen alle ministeries de komende tijd in
beeld welke mogelijke hardheden zich voordoen in wet- en regelgeving.
Daarnaast zijn de reflectierapporten van zowel de Raad van State, als de
bestuursrechters relevant. In deze rapporten reflecteren de
bestuursrechters zelf op verbeteringen voor de rechtsbescherming van
burgers.
In dit verband is relevant te melden dat het kabinet is gestart met de
uitvoering van de motie Omtzigt/van Dam. Deze motie verzoekt de regering
voorbereidingen te treffen om
een staatscommissie in te stellen die in brede zin het functioneren van
de rechtsstaat analyseert en met voorstellen komt om deze te versterken.
Ook versterking van de rechtsbescherming zal daarbij aandacht krijgen.
Ik zal, samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties, uw Kamer op zeer korte termijn daarover
informeren.
Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)
137. Vraag:
Kan de staatssecretaris ons verzekeren dat NL zich in de EU zal inzetten
voor de positie van humanitaire organisaties? Het redden van
mensenlevens kan en mag nooit strafbaar zijn.
Antwoord:
Namens de GroenLinks-fractie zijn hier op 16 november jl. vergelijkbare
schriftelijke vragen over gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken
en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Deze worden zo snel
mogelijk beantwoord.
Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)
138. Vraag:
Kan de minister mensenhandel prioriteit maken in de nieuwe
veiligheidsagenda?
Antwoord:
MJenV kan en wil vooruitlopend op overleg in het Landelijk Overleg
Veiligheid en Politie (LOVP) geen toezeggingen doen over de inhoud van
de volgende Veiligheidsagenda, alsmede hoe een thema verder wordt
uitgewerkt. Bovendien betreft de volgende Veiligheidsagenda (2023-2026)
een besluit van de nieuwe MJenV. Deze moet zich ā ook op inhoud ā kunnen
verbinden aan de nieuwe landelijke beleidsdoelstellingen. Het overleg in
het LOVP over de thematiek van de volgende Veiligheidsagenda zal in de
komende maanden plaatsvinden, Het thema mensenhandel zal worden
betrokken bij het gesprek met de gezagen in het LOVP.
Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)
139. Vraag:
Hoe staat het met het Noordzeehavenpact?
Antwoord:
Er is een nauwe samenwerking, zowel strategisch, tactisch als
operationeel tussen de Douane, politie en de Belgische en Duitse
autoriteiten om ondermijnende criminaliteit via de zeehavens tegen te
gaan. Daarbij wordt ook gekeken hoe de bestaande samenwerking kan worden
uitgebreid en versterkt om de weerbaarheid te verhogen en het
waterbedeffect tegen te gaan. In oktober jl. heeft MJenV hierover ook
gesproken gezamenlijk met zijn Belgische, Franse en Spaanse collegaās.
Deze partijen zijn hier erg enthousiast over. MJenV en MRb werken
momenteel met deze landen concrete afspraken uit om de
ondermijningsproblematiek in relatie tot de havens steviger aan te
pakken.
Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)
140. Vraag:
Kan de minister samen met het ROC tot een gerichte opleiding van
politievrijwilligers komen?
Antwoord:
MJenV steunt het belang en de bijdrage van de politievrijwilligers. De
afgelopen jaren is er veel gerealiseerd in de inbedding van de
politievrijwilliger in het politiebestel. Er zijn afspraken gemaakt voor
doorgroei van het aantal politievrijwilligers naar 5000 in 2027. De
instroom en opleiding van specialistische vrijwilligers (ESI) heeft de
afgelopen jaren plaatsgevonden en zal ook in de komende jaren worden
gecontinueerd. Het vernieuwde politieonderwijs (PO21) wordt dit jaar
door vertaald naar onderwijs voor politievrijwilligers en wordt vanaf
2022 aangeboden. Dan kunnen er weer nieuwe (breed) executief opgeleide
vrijwilligers instromen.
Het realiseren van de instroom van nieuwe politievrijwilligers is niet
alleen een verantwoordelijkheid van de Politieacademie, maar ook van de
politie eenheden; immers daar vindt de vorming in de praktijk plaats.
Dit vergt begeleiding vanuit de eenheid. Gezien de grote instroom van
aspiranten in de politieorganisatie de komende jaren is de
absorptiecapaciteit ten volle belast en is er weinig ruimte voor meer
instroom dan nu is afgesproken. Hierom heeft het opleiden van
politievrijwilligers door het ROC geen meerwaarde.
Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)
141. Vraag:
Wat kan de staatssecretaris doen om de brede inzet van het gebruik van
LOK-profielen aan te moedigen?
Antwoord:
Zoals is uiteengezet in de brief over de opsporing en vervolging van
mensenhandel van 17 november jl., is het werken met lokprofielen alleen
onder specifieke omstandigheden mogelijk. Recent heeft een lokprofiel
aan de basis gestaan van de opsporing en vervolging ter zake van
voorbereidingshandelingen van mensenhandel jegens een minderjarige,
waarin dit bevestigd is. De beslissing tot inzet van dergelijke
technologische middelen is voorbehouden aan het OM. SJenV blijft met
politie en OM in gesprek over de wijze waarop de strafrechtelijke aanpak
van mensenhandel, onder andere door middel van de inzet van
technologische middelen, verbeterd kan worden.
Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)
142. Vraag:
Structurele inzet op ondermijning in de hele keten. Kan de minister
bevestigen dat dit gaat om de hele keten inclusief de Rechtspraak?
Antwoord:
Ja. De structurele inzet op ondermijning komt ten goede aan de gehele
strafrechtketen, daarbij inbegrepen de Rechtspraak.
Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)
143. Vraag:
Financiering NCAB staat onder druk, kan de minister aangeven hoe dit in
2022 wordt gefinancierd? En structureel?
Antwoord:
Het is mijn bedoeling de financiering van de NCAB en zijn ondersteuning
structureel te maken en voor dat doel een half miljoen per jaar op de
begroting te reserveren.
Het lijkt de MJenV wel goed dat de NCAB en de NCDR naar synergie zoeken,
bijvoorbeeld door hun backoffice en kennis met elkaar te delen. Zo wordt
geborgd dat de bestrijding van antisemitisme de aandacht blijft houden
die het verdient, maar wordt tegelijkertijd samenhang gerealiseerd
tussen de aanpak van antisemitisme en de bestrijding van andere vormen
van discriminatie.
Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)
144. Vraag:
Kan het Kabinet een appreciatie geven op motie-Ceder, inzake de aanpak
van mensenhandel in Caribisch Nederland, ingediend tijdens de
begrotingsbehandeling van BZK?
Antwoord:
De motie van lid Ceder, ingediend bij de begrotingsbehandeling
Koninkrijksrelaties, verzoekt de regering in aanloop naar de herziening
van het Memorandum of Understanding (MoU) samen met de eilanden een
verkenning te doen naar de mogelijkheid, bereidheid en benodigdheden om
te komen tot een gezamenlijke bestrijding van mensenhandel in het
Caribisch deel van het Koninkrijk en verbetering van de opvang van
slachtoffers en op welke wijze Europees Nederland hierin kan
ondersteunen. Vooropgesteld, de aanpak van mensenhandel is een
landsaangelegenheid. Als de verkenning om te komen tot een gezamenlijke
bestrijding geĆÆnterpreteerd mag worden als een gezamenlijke evaluatie in
het kader van het MoU, kan SJenV de motie oordeel Kamer laten. Er vindt
voorafgaand aan herziening van het MoU een evaluatie plaats met
betrokken partners op de BES-eilanden, de landen in het Caribisch deel
van het Koninkrijk en Europese counterparts. Tijdens de evaluatie wordt
gezamenlijk bezien wat nodig is om tot een verbeterde samenwerking in de
aanpak van mensenhandel te komen. De landen gaan zelf over de stappen
die zij naar aanleiding van de evaluatie nemen.
Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)
145. Vraag:
Kan de minister reflecteren op de gokreclames of dit nu zo de bedoeling
was? Ook alle reclames die nu over ons heen donderen bijv. ook de
voetbalreclames. Willen we dit? Was dit verstandig? Of zullen we een
stapje extra zetten? De wet zou zien op kanalisaties, niet op het
trekken van nieuwe spelers of het trekken van spelers uit kwetsbare
groepen.
Antwoord:
Bij de opening van de markt was het te verwachten dat er een piek in reclame op zou treden.
Reclame heeft ook een doel in het kanaliseren van de vraag naar het vergunde aanbod.
Maar reclame mag niet gericht zijn op maatschappelijk kwetsbare groepen, zoals kinderen en jongeren, ongeacht het medium. Naast reclame op televisie of in geprinte media, geldt dit ook voor online reclame en reclame via social media.
Zo mogen er geen banners voor kansspelen op websites van kinderprogrammaās.
Ook mogen geen rolmodellen ingezet worden die een substantieel bereik hebben onder minderjarigen en jongvolwassenen of jonger zijn dan 25 jaar.
Dit wordt ook gehandhaafd. De Ksa heeft dit jaar al verschillende keren opgetreden richting aanbieders.
Zo is er een last onder dwangsom opgelegd aan een vergunninghouder vanwege de inzet van rolmodellen (beroepssporters) in een reclame en is een eerder opgelegde last onder dwangsom aan een andere partij geĆÆnd vanwege het richten van reclame op minderjarigen. Daarnaast heeft de Ksa verschillende partijen aangesproken op het gebruik van rolmodellen.
Nu al aanvullende, beperkende maatregelen treffen vind MRb te vroeg. De markt moet zich nog zetten.
Wel zal MRb samen met de Ksa de ontwikkelingen rond reclame na inwerkingtreding van de wet nauwlettend monitoren.
Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)
146. Vraag:
Hoe is de minister scherp op risicoās bij treinstransporten en kan hij
die verder doorlichten, in ieder geval de meest risicovolle.
Antwoord:
Hoewel de volumes bij treintransport relatief klein zijn (er komen elke
week rond de 250-400 containers via de trein vanuit China, en meer dan
25.000 per schip), is het belangrijk om ook scherp te zijn op de
goederenstromen die per trein ons land binnenkomen. De politie kijkt
momenteel of er in deze treinen uit China mogelijk sprake is van vervoer
van stoffen die te maken hebben met drugscriminaliteit, zoals
grondstoffen voor de productie van drugs. De Douane assisteert
hierbij.
Vragen van het lid Ceder,D. (CU)
147. Vraag:
Welke lessen heeft de Stas uit het rapport Ongehoord Onrecht
Vreemdelingenrecht getrokken en wanneer komt er een reactie?
Antwoord:
In een brief aan uw Kamer van 8 juli 2021 heeft de staatssecretaris
gereageerd op het bericht āBehandeling migranten lijkt op die van
slachtoffers toeslagenaffaireā (vergaderjaar 2020ā2021, 19 637, nr.
2758). Dit bericht ging onder andere over de bundel āOngehoord onrecht
in het vreemdelingenrechtā. Hierbij is aangegeven dat de
staatssecretaris het van groot belang acht dat ook binnen het
vreemdelingendomein wordt gekeken naar de menselijke maat en de mate
waarin de dienstverlening toegankelijk en passend is. Een werkgroep
bestaande uit vertegenwoordigers van het departement en de
uitvoeringsorganisaties DT&V, het COA en de IND bekijkt zorgvuldig
de uitvoeringspraktijk, beleid en regelgeving binnen het
vreemdelingendomein in het licht van de conclusies en aanbevelingen van
de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag en de bundel
āOngehoord onrecht in het vreemdelingenrechtā. In het nieuwe jaar zal uw
Kamer geĆÆnformeerd worden over de verdere voortgang.
Vragen van het lid Ceder,D. (CU)
148. Vraag:
In het reflectierapport van de RvS zijn ook vreemdelingenzaken
aangestipt, maar dit lag buiten de scope van het rapport terwijl het wel
goed zou zijn om hiernaar te kijken. Is SJenV het daarmee eens en bereid
om het verzoek bij de Raad van State neer te leggen?
Antwoord:
De staatssecretaris is niet bevoegd om dergelijke verzoeken bij andere
staatsmachten neer te leggen. Binnen de bevoegdheden van de
staatssecretaris wordt in het vreemdelingendomein gekeken naar de
menselijke maat en de mate waarin de dienstverlening toegankelijk en
passend is. Uw Kamer is hierover op 8 juli jl. geĆÆnformeerd
(vergaderjaar 2020ā2021, 19 637, nr. 2758).
Vragen van het lid Ceder,D. (CU)
149. Vraag:
In de begroting staat een bezuiniging bij het COA en de IND van 128
miljoen. Hoe kan het dat deze bezuiniging in de begroting staat. Bent u
het eens dat deze bezuiniging niet zal zorgen dat de rust zal
terugkeren, en we juist een nieuwe situatie van onrust aan het creƫren
zijn?
Antwoord:
In de begroting voor 2022 zijn voor de komende jaren geen bezuinigingen
voorgesteld voor het COA en de IND. Het beschikbare budget voor het COA
en IND wordt door middel van de gebruikelijke bekostigingsafspraken
jaarlijks geactualiseerd op basis van de meest recente ramingen.
In de begroting 2022 is een financiƫle reeks verwerkt op basis van de
besluitvorming bij voorjaarsnota 2021. Basis daarbij was de raming uit
februari 2021 waarbij het de verwachting was dat de asielinstroom lager
zou worden en dat uitstroom van vergunninghouders op peil zou blijven.
Op basis hiervan zijn de benodigde middelen voor 2021 en 2022 aangepast
en toegekend.
Al bij de komende Najaarsnota en vervolgens bij voorjaarsnota 2022 zal
het geactualiseerde beeld ten aanzien van de bezetting van het COA voor
2022 en verder, op basis van de Meerjaren Productie Prognose (MPP) van
februari 2022, worden voorgelegd aan het kabinet. De geactualiseerde
MPP-cijfers vormen de basis voor de besluitvorming over additionele
middelen.
Vragen van het lid Ceder,D. (CU)
150. Vraag:
Klopt het dat sinds intrekken van de discretionaire bevoegdheid het
aantal inwilligingen bij de IND is gekelderd? Kunt u exact vergelijkende
cijfers geven?
Antwoord:
In de periode dat de discretionaire bevoegdheid bij de staatssecretaris
van JenV lag, was het aantal afgegeven discretionaire
verblijfsvergunningen gemiddeld 100 per jaar. In de nieuwe situatie
geeft de IND minder dan 10 verblijfsvergunningen op basis van een
schrijnendheidstoets per jaar af. Dit is het gevolg van de wijziging van
de bevoegdheid die nu alleen tijdens de eerste aanvraagprocedure bij een
schrijnende situatie kan worden uitgeoefend. Deze schrijnende situatie
moet gelegen zijn in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de
vreemdeling betreffen.
Vragen van het lid Ceder,D. (CU)
151. Vraag:
In het kader van de discretionaire bevoegdheid: is de staatssecretaris
het eens dat de onrust niet is afgenomen en het beoogde doel - ook in
het licht van de wijzigingen bij de IND - niet is behaald?
Antwoord:
De discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris van Justitie en
Veiligheid is op 1 mei 2019 gewijzigd in de bevoegdheid van de
Hoofddirecteur van de IND om te beoordelen in de eerste
toelatingsprocedure of er sprake is van een schrijnende omstandigheid,
die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de
vreemdeling betreffen. Het oude stelsel leidde ertoe dat vreemdelingen
van wie een (eerste) aanvraag was afgewezen alsnog in Nederland bleven
in de hoop om uiteindelijk in aanmerking te komen voor een
discretionaire vergunning. Het nieuwe stelsel neemt deze prikkel om in
Nederland te blijven weg.
Vragen van het lid Ceder,D. (CU)
152. Vraag:
Er is een WODC rapport over veiligheid van bekeerlingen en LHBTIāers op
AZC'ers uitgekomen. Het WODC constateert te veel verschil tussen
locaties en pleit voor landelijke kaders en minimumnormen. Denkt SJenV
hieraan tegemoet te komen?
Antwoord:
Het COA kijkt bij de begeleiding en opvang naar de specifieke behoeften
van het individu. Wat betreft de opvang en begeleiding van LHBTI
bewoners draagt het COA hier onder andere aan bij door de inzet van
LHBTI-aandachtsfunctionarissen. Daarnaast is er aandacht voor de
deskundigheidsbevordering van de medewerkers op de specifieke
kwetsbaarheden van individuen binnen deze doelgroepen. In 2022 zal ook
voor bekeerlingen en religieverlaters een plan van aanpak worden gemaakt
om structurele aandacht voor bewustzijn en kennis over kwetsbaarheden
van deze personen te borgen. Verder onderzoekt het COA de mogelijkheden
om tijdens het inwerkprogramma van nieuwe medewerkers een module op te
nemen die meer aandacht besteedt aan de kwetsbaarheden van LHBTIās,
bekeerlingen en religieverlaters. Dit biedt iedere nieuwe COA-medewerker
dezelfde basis.
Naast de training en ontwikkeling van COA-medewerkers wordt ook ingezet
op de ontwikkeling van minimumstandaarden in de werkwijzen van het COA
om de opvang en begeleiding van kwetsbare groepen verbeteren. Deze
minimumstandaarden vormen onderdeel van het plan van aanpak dat COA
ontwikkelt onder andere in samenwerking met de externe
LHBTI-klankbordgroep met vertegenwoordigers van onder andere COC,
Rutgers, Verwey-Jonker, politie, Universiteit Utrecht en LGBT Asylum
support. Een uitgebreidere kabinetsreactie op het rapport zal de
staatssecretaris op korte termijn aan uw Kamer doen toekomen.
Vragen van het lid Ceder,D. (CU)
153. Vraag:
De commissie van Zwol heeft een aantal aanbevelingen gedaan, zijn deze
aanbevelingen opgevolgd en is hier toezicht op door de inspectie? Is de
staatssecretaris het met mij eens en gaat de staatssecretaris deze
opdracht m.b.t. de aanbevelingen formuleren?
Antwoord:
De commissie van Zwol heeft 4 juni 2019 een rapport uitgebracht. In 2021
heeft onderzoeksbureau EY onafhankelijk onderzoek gedaan naar het
functioneren van de keten en de IND. In dit onderzoek van EY is gekeken
naar de implementatie van de aanbevelingen van eerdere onderzoeken,
zoals van de commissie van Zwol. De aanbevelingen van de commissie van
Zwol die nog niet zijn opgevolgd zijn grotendeels overgenomen in de
aanbevelingen van EY en raakt de gehele keten. De inspectie bepaalt zelf
waar ze onderzoek naar doet, ze zijn daarin onafhankelijk.
154. Vraag:
|
|---|
Antwoord:
Nederland kan en mag geen vluchthaven zijn voor personen die worden
verdacht van oorlogsmisdaden en de staatssecretaris van JenV hecht er
sterke waarde aan dat uitgangspunt te blijven hanteren. Op personen op
wie de IND de 1F-status van toepassing acht ā een besluit waartegen de
vreemdeling in (hoger) beroep bij de rechter kan gaan ā rust een
vertrekplicht. Soms is gedwongen vertrek mogelijk en gebeurt dat ook.
Als dat niet het geval is, is het aan de vreemdeling om Nederland te
verlaten.
Een ambtsbericht is een deskundigenbericht dat de IND in de
1F-besluitvorming kan betrekken (= vaste jurisprudentie RvS). Een
vreemdeling heeft altijd de mogelijkheid het ambtsbericht op inhoud en
totstandkoming voor te leggen aan een rechter in beroep en hoger beroep.
Het kan, bijvoorbeeld omwille van bronbescherming, dat de rechter
oordeelt dat sommige onderdelen van het ambtsbericht slechts ter
kennisname van de rechtbank zijn en niet van de vreemdeling. Dat maakt
echter niet dat het ambtsbericht om die reden niet-transparant is.
Nederland heeft het uitgangspunt dat opsporing en vervolging zoveel
mogelijk plaatsvindt in het land waar de misdrijven zijn gepleegd.
Doorgaans bevindt zich daar het meeste bewijs en zijn de
procesdeelnemers ingevoerd in de taal, de cultuur en de achtergronden
van de gebeurtenissen. Daarnaast kunnen de zich daar bevindende
slachtoffers, nabestaanden en getuigen met eigen ogen zien dat en hoe er
recht wordt gedaan. Door te kijken of verdachten van deze misdrijven
uitgeleverd kunnen worden komt Nederland verdrags- en mensenrechtelijke
verplichtingen na die van wezenlijk belang zijn voor de handhaving en
het bestaan van de internationale rechtsorde. Indien uitlevering niet
aan de orde is of niet mogelijk is kan worden bezien of tot
strafrechtelijke vervolging in Nederland wordt overgegaan. Vervolging
voor oorlogsmisdrijven is in Nederland mogelijk op grond van de Wet
internationale misdrijven (WIM).
Vragen van het lid Meijeren, G. van (FvD)
155. Vraag:
In Nederland worden mensen uitgesloten van het sociaal maatschappelijk
leven terwijl J&V claimt voor de rechtstaat te zijn. Over welke
rechtstaat in Nederland hebben we het dan nog eigenlijk?
Antwoord:
Dan hebben we het over een rechtstaat, waar in artikel 22 van de
Grondwet staat: de overheid treft maatregelen ter bevordering van de
volksgezondheid.
Waar het parlement het volk vertegenwoordigt en regering en parlement
samen wetten maken.
Waar de maatregelen om een epidemie te bestrijden berusten op de
wet.
Waar steeds op proportionaliteit en subsidiariteit wordt getoetst.
Waar vreedzaam en met kennisgeving vooraf demonstreren bijkans heilig
is.
En waar mondkapjes, afwegingen over de sluiting van sectoren, handhaving
door burgemeesters zijn voorgelegd aan de onafhankelijke rechter, die ze
toetste en in stand liet.
Over die rechtstaat hebben we het.
Vragen van het lid Meijeren, G. van (FvD)
156. Vraag:
Waarom staat de minister erop dat het onderzoek naar ritueel
kindermisbruik koste wat het kost niet onafhankelijk en onder zijn
totale controle plaatsvindt? Is hij bereid toe te zeggen dat hij
tegemoet komt aan de wensen van de slachtoffers? Graag een
reactie.
Antwoord:
Overeenkomstig de toezegging van de MJenV in het CD Zeden van 16
september jl. zal uw Kamer voor het Kerstreces over de voortgang van de
werkzaamheden van de commissie georganiseerd rituele misbruik worden
geĆÆnformeerd. Wel hecht de MJenV er waarde aan nogmaals aan te geven dat
het onderzoek volledig onafhankelijk is en de commissie zonder
tussenkomst van de ambtenaren of de MJenV zijn onderzoek doet en
vervolgens tot conclusies en aanbevelingen kan komen.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
157. Vraag:
Er wordt op grote schaal informatie verzameld over burgers zonder
wettelijke grondslag, wetsvoorstel NCTV is ondermaats. Als overheden
ruimte hebben gekregen voor bepaalde maatregelen draaien zij dat niet
terug als de maatregel niet meer nodig is. De Wet Intrekking
Nederlanderschap ligt bijvoorbeeld voor verlenging voor. Ik vraag MJenV
hierop te reflecteren. Maken we de juiste afweging? Heeft MJenV een
concrete aanwijzing dat het beperken van vrijheden leidt tot meer
veiligheid?
Antwoord:
Bij iedere maatregel die noodzakelijk wordt geacht in het belang van
nationale veiligheid wordt de afweging gemaakt of deze proportioneel en
subsidiair is. Deze overweging wordt niet alleen gemaakt bij nieuwe
maatregelen, ook bestaande maatregelen worden periodiek tegen het licht
gehouden. Dit gebeurt onder andere door middel van evaluaties van
wetgeving en de bredere aanpak van nationale veiligheid.
Over de werkzaamheden van de NCTV is de Tweede Kamer meermaals
geĆÆnformeerd. De Tweede Kamer is hierover per brief van 12 april 2021,
21 mei 2021 en 2 november 2021 geĆÆnformeerd.
Voor wat betreft het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens
coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid kan
gemeld worden dat, zoals gebruikelijk bij dit soort belangrijke
wetsvoorstellen, er een consultatieronde is geweest, de Autoriteit
Persoonsgegevens om advies is gevraagd, en daarna de Raad van State
heeft geadviseerd. Met het verwerken van deze adviezen zijn extra
waarborgen in het wetsvoorstel opgenomen, dat op 9 november aan de
Tweede Kamer is verzonden. Bij de behandeling van de dit wetsvoorstel,
maar ook het wetsvoorstel permanentmaking artikel 14.4 Rijkswet op het
Nederlanderschap, kan hierover nader met de Tweede Kamer worden
gesproken.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
158. Vraag:
Ziet de minister kansen om te versnellen in de rechtspraak door in te
zetten op digitale middelen?
Antwoord:
Digitalisering van de rechtspraak blijft onverminderd belangrijk.
Digitalisering is niet alleen nodig om mee te gaan met de tijd, maar kan
ook bijdragen aan soepelere en snellere procesgang. MRb voert hierover
geregeld met de onafhankelijke rechtspraak overleg. Daarbij komen ook
maatregelen aan de orde die de afgelopen periode hun meerwaarde hebben
bewezen, zoals het online deelnemen aan zittingen via videoconferentie,
en wordt vooruit gekeken naar relevante ontwikkelingen, zoals de
aangekondigde verordening van de Europese Commissie over de
digitalisering van de justitiesector. Ook zet de rechtspraak in het
kader van Tijdige rechtspraak in op het gebruik van digitale middelen,
zoals een datumprikker en een plantool (een match tussen planbare zaken
en beschikbare zittingscapaciteit). In de digitalisering van de
rechtspraak worden betekenisvolle stappen gezet. Sinds begin 2019 loopt
het project Digitale Toegankelijkheid. In dit project wordt op
verantwoorde wijze verdere digitalisering van zaakstromen in het civiel
recht en bestuursrecht gerealiseerd. Resultaten worden in pilotvorm
getest en daarna, indien succesvol, landelijk uitgerold. Een voorbeeld
is de pilot voor beslagrekesten die met een positieve evaluatie is
afgesloten. Vanaf medio november kunnen advocaten nu bij rechtbanken in
heel Nederland digitaal beslagrekesten indienen. Met deze pilots ligt er
een technisch fundament voor overige zaakstromen, zoals echtscheidingen,
vreemdelingenzaken, volksverzekeringen en geldvorderingen in kanton. Ook
in het kader van de digitalisering van de strafrechtketen worden
belangrijke stappen gezet. Zo worden inmiddels ruim 99% van de zaken
tussen OM en rechtspraak in eerste aanleg digitaal afgehandeld.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
159. Vraag:
Welke stappen zijn ondernomen in deze begroting om etnisch profileren
tegen te gaan en het vertrouwen weer te herstellen?
Antwoord:
Met Politie voor Iedereen (PvI) is door de politie een programma opgezet
waarlangs de aanpak van discriminatie, inclusief het tegengaan van
etnisch profileren, wordt uitgevoerd. De MJenV heeft uw Kamer via het
laatste halfjaarbericht politie van juni jl. geĆÆnformeerd over het
realisatieprogramma. De volgende maatregelen zijn genomen om etnisch
profileren tegen te gaan:
1. Het Handelingskader proactief controleren is opgesteld en breed
binnen de politieorganisatie uitgerold, waarin de professionele norm van
objectiviteit wordt beschreven die de politie hanteert en ook de wijze
waarop zij met burgers wil omgaan. Het handelingskader maakt onderdeel
uit van de Integrale Beroepsvaardigheden Trainingen (IBT).
2. De versterking van het vakmanschap door opleiding en training in de
basisteams.
3. In eenheden zijn ambassadeurs voor professioneel controleren
aangesteld. Deze ambassadeurs lopen ook daadwerkelijk mee met collegaās
op straat om direct kennis over te dragen in de praktijk.
4. De proactieve controle kan worden uitgevoerd met gebruikmaking van de
digitale toepassing Mobiel Effectief op Straat (MEOS). Aan MEOS is een
extra functionaliteit toegevoegd ter ondersteuning bij professionele
controllers (de ProCo-functionaliteit). Via deze functionaliteit ziet
elke gebruiker van MEOS die informatie over een kenteken of een ID
opvraagt hoe vaak en hoe recent deze bevraging eerder is gedaan. Deze
informatie kan helpen om af te wegen of een controle wordt doorgezet of
niet. Uw Kamer is hierover recent geĆÆnformeerd in de beantwoording op
vragen van D66.
5. De wet preventief fouilleren wordt geƫvalueerd. Naar verwachting
wordt dit in het voorjaar van 2022 afgerond.
De aanpak die de politie heeft ontwikkeld voor professioneel controleren
wordt in de komende periode verder geĆÆmplementeerd en waar nodig
aangescherpt. De aanpak wordt geƫvalueerd via extern onderzoek naar
onder andere het gebruik en de bijdrage van de ProCo-functionaliteit in
MEOS en de effecten van de training met Virtual Reality simulaties. De
politieorganisatie beschikt daarnaast over een eigen Netwerk Divers
Vakmanschap waarin kennis over de leefstijlen, aandachtgebieden en
culturen in onze samenleving toegankelijk wordt gemaakt.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
160. Vraag:
Hoe werken deze ministers samen met BZK en Nationaal Coƶrdinator Racisme
en Discriminatie om deze problemen aan te pakken? Zijn daarvoor concrete
plannen opgesteld sinds het aantreden van deze coƶrdinator?
Antwoord:
Op 8 november 2021 heeft de minister van BZK, mede namens MJenV, uw
Kamer geĆÆnformeerd over het juridische toetsingskader dat het College
voor de Rechten van de Mens opstelt ten aanzien van het gebruik van
etniciteit in risicoprofielen. Zij zal u na het verschijnen daarvan in
december informeren over dit kader en dit vergezellen van een standpunt
van het kabinet met betrekking tot etnisch profileren.
Daar waar het de samenwerking met de NCDR betreft is het nog vroeg dag
om iets concreets te kunnen melden. De heer Baldewsingh is op 15 oktober
jl. begonnen. Het is goed denkbaar dat de problematiek van etnisch
profileren een van de prioritaire onderwerpen zal zijn waar hij zich
over zal willen buigen.
De NCDR heeft aangegeven het nationaal actieprogramma in juni 2022 af
ronden.
De interdepartementale samenwerking krijgt vooral vorm via een
hoogambtelijke stuurgroep waar de NCDR ook zitting in heeft.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
161. Vraag:
Is de minister bereid om overheidscommunicatie om te zetten in heldere
taal?
Antwoord:
Uitgangspunt is dat de Rijksoverheid in duidelijke en begrijpelijke taal
communiceert. Dit heeft continue aandacht.
Daarom is in 2019 door het ministerie van Binnenlandse Zaken Direct
Duidelijk Brigade opgericht.
Dit is een netwerk voor en door ambtenaren, die elkaar vrijwillig helpen
met duidelijke en toegankelijke communicatie. Dit netwerk heeft al
gezorgd voor de verbetering van honderden teksten in folders en op
overheidswebsites.
Daarnaast wordt op de site van de Rijksoverheid belangrijke informatie,
zoals over de Corona maatregelen, ook in eenvoudige taal gepubliceerd.
Zodat deze is voor bijna iedereen te begrijpen is.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
162. Vraag:
Gaat de minister stappen zetten om uitvoeringsorganisaties
beschikbaarder te maken, bijvoorbeeld door het subsidiƫren van loketten,
buurthuizen of bibliotheken. Ziet de minister mogelijkheden om zulke
initiatieven te steunen vanuit het nationaal groeifonds? Werkt de
minister al samen met gemeenten en uitvoeringsorganisaties om dit te
bewerkstelligen?
Antwoord:
Op de begroting 2022 is reeds veel geld vrijgemaakt voor de uitvoering
om onder andere een meer menselijke aanpak vorm te geven. Het kabinet
heeft zo in navolging van het rapport werk aan uitvoering (WaU), de
parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (PoK) en de
Tijdelijke commissie uitvoeringsorganisaties (TCU) de Werkagenda voor
Publieke Dienstverlening opgesteld. Daarin wordt onder meer samen met
gemeenten gewerkt aan het thema dienstverlening om deze aan burgers te
versterken. Doel daarbij is om te komen tot een overheid die op
eenvoudige wijze toegankelijk is voor iedereen. Naast de verdere opmars
van de digitale dienstverlening zal de burger ook een beroep kunnen
blijven doen op persoonlijk contact met de overheid. Begrijpelijke taal,
eenvoudige(re) procedures en waar nodig dienstverlening op maat. Ook
binnen JenV wordt aan dit thema gewerkt en samen met de taakorganisaties
in beeld gebracht hoe de dienstverlening verder kan worden ontwikkeld.
Gelet op alles wat er al loopt zie ik voor dit moment geen noodzaak om
aanvullend initiatieven te steunen vanuit het nationaal groeifonds, los
van de vraag of dergelijke initiatieven voldoen aan de criteria van het
nationaal groeifonds.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
163. Vraag:
Veiligheid beperkt zich niet tot alleen fysiek, maar ook digitaal.
Serieuze stappen op cyberveiligheid zijn nodig. Waarom zien we het
advies van de cybersecurityraad om 833 miljoen te investeren niet terug
in deze begroting? Hoe verhouden de 833 miljoen zich tot investeringen
die nodig zijn? Hoe is de kritiek uit dit advies meegenomen in de
herziening?
Antwoord:
Het Cybersecuritybeeld Nederland 2021 (CSBN 2021) laat zien dat
cyberaanvallen het zenuwstelsel van de maatschappij kunnen aantasten en
daarmee een risico voor de nationale veiligheid kunnen vormen. Daarnaast
blijft de omvang van cybercrime toenemen. Vanwege het toenemende belang
van digitale processen, de permanente digitale dreiging en criminele
activiteit, is het van belang ook de komende jaren in te zetten op een
stevige aanpak van cybersecurity en cybercrime. De Cyber Security Raad
(CSR) adviseert in zijn rapport aan het volgende kabinet om 833 miljoen
euro te investeren voor een integrale aanpak cyberweerbaarheid. Zoals
aangegeven in de beantwoording van schriftelijke vraag 444 vormt dit
advies een waardevolle bijdrage aan de strategievorming ten behoeve van
een integrale Nederlandse cybersecuritystrategie. Het is aan een volgend
kabinet om te bezien hoe wordt voortgebouwd op de ervaringen die onder
het huidige kabinet zijn opgedaan met de Nederlandse Cybersecurity
Agenda (NCSA) en de aanpak van cybercrime. Voor de zomer heb ik u
geĆÆnformeerd over de evaluatie van de NCSA, die ik in opdracht van het
WODC heb laten uitvoeren (Kamerstukken II 2020-2021, 26643, nr. 767.).
De conclusies uit deze rapporten van de CSR en het WODC zullen moeten
worden betrokken bij het opstellen van een nieuwe strategie. Tot de
beƫdiging van een nieuw kabinet zal het huidige kabinet acties blijven
uitvoeren op basis van de NCSA en de latere aanvullingen daarop,
waarover uw Kamer geĆÆnformeerd is in de jaarlijkse voortgangsrapportages
van de NCSA. Het volgende kabinet zal uiteindelijk moeten besluiten over
een nieuwe cybersecurity- en cybercrime-aanpak en de financiering
daarvan.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
164. Vraag:
Hoe kijkt de minister aan tegen de verwachte EU voorstellen omtrent het
uitwisselen van informatie en overdragen van straf procedures tussen
lidstaten. Is Nederland betrokken bij de consultaties?
Antwoord:
De grondgedachte dat overdracht van strafvervolging binnen de EU kan
worden vereenvoudigd spreekt MJenV in beginsel aan. Dit kan namelijk een
verdere bijdrage leveren aan het voorkomen van straffeloosheid.
De Commissie heeft onlangs een zogenoemde call for evidence for an
impact assessment over dit onderwerp gepubliceerd met het oog op
consultatie van onder meer de lidstaten over verschillende beleidsopties
op dit vlak. Het stuk zal binnen afzienbare termijn met het OM worden
besproken. Nederland zal daarna op de gebruikelijke wijze gebruikmaken
van de mogelijkheid om inbreng te leveren.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
165. Vraag:
Er zijn weinig middelen voor toezichthouders zoals het AP. Waarom wordt
hier niet structureel extra budget voor vrijgemaakt?
Antwoord:
Voor 2021 is het beschikbare budget van AP met 6 miljoen euro verhoogd
tot een bedrag dat gelijk is aan de realisatie van 2020 (24,6 miljoen).
Vanaf 2022 ontvangt de AP structureel 6 miljoen euro extra per jaar en
beschikt zij over een structureel kader van bijna 26 miljoen euro. Na
inwerkingtreding van de AVG in 2018 is haar budget gestegen naar
ongeveer 13 miljoen euro. Met het budget van 26 miljoen euro vanaf 2022
betekent dit een verdubbeling van het structurele AP-budget in slechts
een paar jaar tijd.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
166. Vraag:
Hoe werkt de minister samen met andere departementen en met ministerie
van Financiƫn om de integrale aanpak m.b.t. ondermijning en
georganiseerde criminaliteit tot stand te brengen?
Antwoord:
Voor een effectieve aanpak van georganiseerde, ondermijnende
criminaliteit is een integrale aanpak op lokaal, regionaal, nationaal en
internationaal niveau noodzakelijk. Op de verschillende opgaven wordt
nauw samengewerkt met betrokken departementen. Voor de versterking van
de aanpak van witwassen is bijvoorbeeld het Plan van Aanpak Witwassen
uit juni 2019 in gezamenlijkheid met het ministerie van Financiƫn
opgesteld. In het MIT werken politie, openbaar ministerie, FIOD,
Belastingdienst, Douane en KMar/Defensie samen om criminele structuren,
bedrijfsprocessen en verdienmodellen, die verweven zijn met of misbruik
maken van legale structuren en de legale economie, bloot te leggen en
duurzaam te verstoren. Ook bij het vormgeven van de preventieve aanpak
wordt samengewerkt met andere departementen, zoals BZK, SZW en OCW. Zo
richten we gezamenlijk een stevige interdepartementale aanpak in om meer
slagkracht te organiseren tegen ondermijnende criminaliteit. Om de
aanpak op alle niveaus te stimuleren, is het Strategisch Beraad
Ondermijning (SBO) ingericht. In het SBO nemen alle relevante partijen
in de gezamenlijke aanpak deel, waaronder de betrokken ministeries
(JenV, BZK, Financiƫn, SZW, OCW en VWS). Daarmee is het SBO een
belangrijke partner om de interdepartementale en interbestuurlijke
aanpak vorm te geven en als ƩƩn slagvaardige overheid te opereren.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
167. Vraag:
De ontvangen Kamerbrief over de uitvoering Europol en Eurojust gaat ook
in op de uitvoering van moties Volt over de analyse systeembenadering en
actieplan democratie. Kan de minister toezeggen de analyse te voltooien
en met Kamer te delen, en de Nederlandse inzet op het EU democratie
actieplan, inclusief ambtelijke inzet voor de motie, aan de Kamer zal
doen toekomen?
Antwoord:
Het kabinet neemt dit onderwerp zeer serieus. Onze samenleving kan niet
functioneren zonder een vrije pers.
Uiteraard houden wij u op de hoogte van de voortgang van de uitvoering
van uw motie. Een systeembenadering is een complexe en belangrijke vraag
en het kabinet zal een antwoord formuleren dat recht doet aan de vraag.
Ik doe dit samen met mijn collegaās van OCW, BZK en EZK.
Het kabinet heeft inmiddels in een tweetal stukken uw Kamer geĆÆnformeerd
over de stand van zaken in Nederland.
Ten eerste in de reactie op het Rapport over de Rechtstaat van 2021 dat de Europese Commissie heeft uitgebracht. Hierin is aandacht voor de mediapluriformiteit.
Ten tweede in het BNC-fiche bij de aanbeveling van de Europese Commissie inzake de bescherming van journalisten.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
168. Vraag:
Kan SJenV aangeven wat haar verwachtingen zijn van de voortgang van het
EU asiel- en migratiepact onder het Franse voorzitterschap?
Antwoord:
De stand van zaken ten aanzien van de onderhandelingen over de
EU-voorstellen over het Migratiepact wordt regelmatig met uw Kamer
besproken. In algemene zin valt te stellen dat de onderhandelingen
langzaam en moeizaam verlopen. Het krachtenveld is onveranderd en de
belangen van lidstaten lopen duidelijk uiteen. Maar het is ook niet zo
dat er geen enkele vooruitgang te melden valt. Afgelopen zomer is
overeenstemming bereikt over de Blauwe Kaart en is een compromis bereikt
over het nieuwe mandaat van het EU Asielagentschap (EUAA) en is ook op
de externe dimensie veel werk verzet. Afronden van de onderhandelingen
zal nog meer tijd kosten, zeker wanneer groepen lidstaten wel om meer
solidariteit vragen maar geen aanvullende verantwoordelijkheid wensen,
of wanneer lidstaten stelselmatig āneeā blijven zeggen tegen het gehele
pakket.
Voor het Franse Voorzitterschap zal asiel en migratie ook een prioriteit
zijn. Ook met het oog op de voorstellen ten aanzien van versterking van
de Schengenzone die binnenkort worden verwacht. De verwachting is dat
Frankrijk, net als het huidige Sloveens Voorzitterschap, zal zoeken naar
een manier om de pakketbenadering los te kunnen laten. Nederland zal het
Franse Voorzitterschap steunen bij deze aanpak.
De Nederlandse inzet is gebaseerd op de BNC-fiches die met uw Kamer zijn
gedeeld. Het Franse voorzitterschap moet nog beginnen; er liggen op dit
moment geen concrete, nieuwe voorstellen. Indien dergelijke voorstellen
verschijnen, wordt uw Kamer via de gebruikelijke kanalen
geĆÆnformeerd.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
169. Vraag:
Is de minister betrokken bij de uitvoering van de moties Kuik CS en
Simons voor het onderzoeken van de mogelijkheden voor het oprichten van
een constitutioneel hof? Zo ja op welke manier en wat is het tijdspad
voor het uitvoeren van deze moties?
Antwoord:
Zowel de MJenV als de MRb zijn bij de uitvoering van beide moties
betrokken. Laatstgenoemde minister is vanuit zijn politieke
verantwoordelijkheid voor het rechtsbestel zelfs als medeondertekenaar
betrokken. Zoals gebruikelijk bij grondwetswijzigingen is de
minister-president de eerste ondertekenaar en de Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties de tweede.
Bij de algemene politieke beschouwingen in september jl. heeft de
minister-president aangegeven dat de politieke besluitvorming aan een
nieuw kabinet is. Wel heeft hij toegezegd alvast met de technische
voorbereiding te starten.
Bij de begrotingsbehandeling van BZK heeft minister Ollongren toegelicht
dat de technische voorbereidingen zijn gestart en dat gewerkt wordt aan
een overzicht van de verschillende mogelijkheden tot toetsing, om zo de
politieke besluitvorming over de mogelijke invoering van een vorm van
grondwettelijke toetsing te faciliteren. Ook heeft zij toegezegd dit
overzicht met uw Kamer te delen, zodra het overzicht gereed is.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
170. Vraag:
Het Franse voorzitterschap geeft aan in te zetten op terugkeer en
partnerschappen met landen van herkomst. Daarnaast is ook preventie en
het aanpakken van de oorzaken van migratie een belangrijk element. Kan
de SJenV de samenwerking tussen JenV en BHOS hierop uiteenzetten?
Antwoord:
De samenwerking tussen de staatssecretaris en de minister van BZ en de
minister voor BHOS is uitstekend. Ook op ambtelijk niveau wordt
veelvuldig en nauw samengewerkt, onder meer bij de inzet om te komen tot
migratiepartnerschappen met belangrijke migratielanden, het voorkomen
van irreguliere migratie, het aanpakken van grondoorzaken van migratie
en het versterken van de terugkeersamenwerking. Deze samenwerking
geschiedt op basis van een gedeelde visie van het kabinet, namelijk de
Integrale Migratieagenda.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
171. Vraag:
Welke stappen heeft de minister ondernomen om de journalist die in
Griekenland was aangehouden (en inmiddels weer vrijgelaten) te
beschermen? Is de Griekse ambassadeur aangesproken of niet?
Antwoord:
Persvrijheid is een groot goed. Het is kwalijk dat een journalist
bedreigd wordt. Persvrijheid is een belangrijk onderdeel van Nederlands
buitenlandbeleid en Nederland zet zich hier wereldwijd voor in. We
vinden dat journalisten overal ter wereld ongehinderd hun werk moeten
kunnen doen. Van mijn collega van Buitenlandse Zaken begrijp ik dat er
contact is geweest tussen de journalist en de Nederlandse ambassade die
klaar stond om haar desgewenst bij te staan. Over deze zaak heeft de
staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen contact gehad met de
Griekse ambassadeur noch met haar Griekse collega. De minister van
Buitenlandse Zaken heeft in een debat met uw Kamer op 24 november jl.
aangegeven waar opportuun in gesprekken met de Griekse autoriteiten het
belang van dit onderwerp te onderstrepen.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
172. Vraag:
De Europese Commissie presenteerde gisteren een actieplan rondom de
situatie in Polen en Belarus. Hoe staat de SJenV daar tegenover? Hoe
werkt JenV samen ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van
Defensie om opvolging te geven aan deze situatie?
Antwoord:
Het kabinet werkt eensgezind aan de situatie rondom Belarus. Het kabinet
heeft met interesse kennis genomen van de mededeling van de Commissie en
bestudeert de mededeling. Uw Kamer wordt via de gebruikelijke kanalen
conform bestaande afspraken over informatievoorziening inzake
EU-voorstellen geĆÆnformeerd over de appreciatie van de mededeling.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
173. Vraag:
De SJenV geeft aan dat haar uitspraak dat het Nederlands asiel- en
migratiebeleid niet interfereert met de evacuaties, niet tegenstrijdig
is met de uitspraak van de voormalig minister van BZ. Deze minister gaf
aan dat Nederland nu eenmaal een ander asiel- en migratiebeleid heeft
dan andere landen, en daarom anders omgegaan is met de crisis en
evacuaties in Afghanistan. Kan de SJenV hierover uitweiden?
Antwoord:
Zoals eveneens aangegeven in de beantwoording van 24 november jl. van
een vergelijkbare schriftelijke vraag van de leden Dassen en Koekkoek
ziet het kabinet deze uitspraken niet als tegenstrijdig. Het kabinet
bevestigt de lezing dat het Nederlandse asiel- en migratiebeleid niet
geĆÆnterfereerd heeft met de evacuaties. Dat staat los van de Nederlandse
benadering van de crisissituatie en de uitvoering van de evacuaties in
vergelijking tot andere landen.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
174. Vraag:
Wanneer kan de correspondentie over de evacuatie uit Afghanistan aan de
TK worden toegekomen?
Antwoord:
Vanzelfsprekend stellen de betrokken departementen alles in het werk om
de gevraagde informatie zo spoedig mogelijk te doen toekomen. In de
periode waarop het verzoek van Volt betrekking had is er tussen de
medewerkers van de betrokken departementen veel communicatie geweest
over de situatie in Afghanistan. Het gaat hierbij naar verwachting om
vele duizenden stukken die bekeken moeten worden om te bepalen in
hoeverre deze informatie betrekking heeft op het gedane verzoek. Dit
vergt veel werk en tijd. Bij de betrokken departementen zijn er
daarnaast ook verschillende Wob-verzoeken binnengekomen die dezelfde
periode bestrijken. De informatie die in het kader van de Wob-verzoeken
wordt verstrekt, wordt openbaar. De op dat moment openbaar gemaakte
informatie sluit aan op het verzoek van uw Kamer. Een verzoek van uw
Kamer is uiteraard niet gelijk te stellen aan een Wob-verzoek. Voor
beide geldt echter dat gelet op de grote hoeveelheid werk die dit met
zich meebrengt, niet eenvoudig een termijn gegeven kan worden.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
175. Vraag:
Zal SJenV naar aanleiding van het Wob-verzoek inzake evacuatie
Afghanistan ook interne adviezen en berichten van de beleidsafdeling IND
(SUA) meesturen?
Antwoord:
Conform de Wob zullen alle in het Wob-verzoek gevraagde documenten
worden opgestuurd voor zover de Wob daarop van toepassing is. Het
Kabinet zal daarin zo veel mogelijk openheid betrachten.
Uw Kamer zal een overzicht van de in het kader van de Wob geopenbaarde
informatie ontvangen bij of onmiddellijk na de openbaarmaking.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
176. Vraag:
Wat zijn de bevindingen van de pilots om het rechtsbijstand stelsel
zoveel mogelijk te herzien? Wat zijn de ervaringen van rechtzoekenden
met deze pilots? Ziet de minister mogelijkheden de pilots te
institutionaliseren, zodat mensen die gebruik maken van mediation ook
een beroep kunnen doen op de rechtsbijstand? Hoe gaat de minister de
inzet stimuleren en de bekendheid van de mogelijkheid mediation
vergroten?
Antwoord:
Momenteel bevindt het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand zich
in de pilotfase die tot eind 2022 loopt. Het merendeel van de pilots
loopt nog en een aantal pilots die zich in een afrondende fase bevinden,
worden verder beproefd en doorontwikkeld. Eerste bevindingen zien met
name op de toegevoegde waarde van betere samenwerking tussen
hulpverleners, zoals wijkteams, sociaal raadslieden, Juridisch Loket en
sociale advocatuur. Daardoor worden juridische problemen sneller
gesignaleerd en effectiever opgepakt. Op basis van de evaluaties van de
pilots wordt in een later stadium bezien welke elementen een plek kunnen
krijgen in het nieuwe stelsel.
Het perspectief van de rechtzoekende en het zo vroeg mogelijk oplossen
van een probleem, waarbij het beroep op mediation een belangrijke
mogelijkheid is, staan centraal in de pilots. In de zesde
voortgangsrapportage, die voor het kerstreces aan uw Kamer zal worden
gezonden, wordt nader ingegaan op de diverse pilots en projecten.
In de brief van 25 juli 2021 (Kamerstuk II 2020/21, 29528, nr. 13.)
wordt uitgebreid ingegaan op de maatregelen die worden genomen om het
gebruik van mediation te stimuleren. Daarnaast wordt onderzocht of er
aanvullende maatregelen zijn die kunnen worden genomen. Ook in de
stelselvernieuwing rechtsbijstand is er aandacht voor het gebruik van
mediation en wordt bekeken hoe het gebruik van mediation kan worden
gestimuleerd. Overigens kunnen mensen die gebruik maken van mediation
ook nu al een beroep doen op rechtsbijstand. In de Wet op de
rechtsbijstand is voor minder draagkrachtigen de mogelijkheid opgenomen
tot het ontvangen van een toevoeging voor mediation
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
177. Vraag:
Zijn in de begroting extra fondsen beschikbaar gemaakt voor
rechtshulppakketten?
Antwoord:
De toekomstige rechtshulppakketten worden betaald uit het budget voor
gesubsidieerde rechtsbijstand. Het betreft immers gesubsidieerde
rechtsbijstand die momenteel in de vorm van toevoegingen wordt
verstrekt. Voor de ontwikkeling van de rechtshulppakketten door
professionals uit de praktijk zijn wel incidentele middelen beschikbaar
vanuit het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
178. Vraag:
Staat de staatssecretaris ook positief tegenover het verstrekken van 50
noodvisa aan internationale journalisten? Kan de staatssecretaris
toezeggen dat dit dit jaar nog gebeurd?
Antwoord:
De minister van Buitenlandse Zaken is leidend in het visumbeleid en de
visumafgifte. Nederland kent reeds verschillende procedures voor de
afgifte van visa en verblijfsvergunningen voor mensen die al dan niet
(tijdelijk) bescherming zoeken in Nederland. Wanneer een journalist in
nood beroep doet op bescherming of opvang, wordt daarom op basis van de
individuele situatie van betrokkene bekeken wat mogelijk is. Dit is
eerder beschreven in de Kamerbrief over de uitvoering motie Dassen/Van
der Lee over vergemakkelijken afgifte noodvisa journalisten van 23
augustus 2021.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
179. Vraag:
Wat is de rol van de IND bij evacuaties uit Afghanistan vóór 15
augustus?
Antwoord:
Voor 15 augustus was er geen sprake van evacuatie maar werden betrokken
personen via reguliere vluchten naar Nederland overgebracht. Het betrof
hier hoofdzakelijk tolken en hun gezinnen. De IND voerde de
werkzaamheden conform de tolkenregeling uit 2014. Dit hield in dat de
IND:
Via de ambassade een questionnaire toezond aan betrokkene en de gegeven informatie beoordeelde op onder andere de gezinssamenstelling;
de identiteitsdocumenten liet checken door KMar, een social media check deed met het oog op de nationale veiligheid; en
instemde met het verlenen van een visum voor de overkomst naar Nederland.
Voor de overkomst van het lokaal ambassadepersoneel heeft de IND voorlichting gegeven over de procedure en opvang in Nederland en is de IND betrokken geweest bij de beoordeling van de gezinssamenstelling.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
180. Vraag:
Kan de minister uitweiden over samenwerking met Europol en Eurojust
inzake de bescherming van (internationale) journalisten?
Antwoord:
Persvrijheid is een belangrijk onderdeel van Nederlands buitenlandbeleid
en Nederland zet zich hier wereldwijd voor in.
Journalisten moeten overal ter wereld ongehinderd hun werk kunnen
doen.
Europol en Eurojust kunnen op verzoek van een of meer lidstaten een
opsporingsonderzoek ondersteunen. Dat kan betrekking hebben op
strafrechtelijk onderzoek, ook indien sprake is van strafbare feiten
gepleegd tegen journalisten of in verband met bedreiging van
journalisten.
Beide organisaties hebben bijvoorbeeld op verzoek van de betrokken
nationale autoriteiten bijstand verleend aan het onderzoek naar de moord
op de Slowaakse journalist Jan Kuciak.
Verder bestaat er een EU netwerk van diensten belast met de bescherming
van publieke figuren waar methoden en expertise tussen diensten worden
gedeeld.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
181. Vraag:
Welke stappen neemt de staatsecretaris, juist nu het systeem onder druk
staat, om kwetsbare (kinderen en LHTBTQ) vluchtelingen te beschermen?
Hoe wordt voorkomen dat kinderen niet hoeven te verhuizen tijdens het
schooljaar?
Antwoord:
Het beleid van het COA zoals ook vastgelegd in de meerjarenstrategie van
het COA is er op gericht om het aantal verhuisbewegingen, zeker voor
kinderen, zoveel mogelijk te minimaliseren. Dit doet het COA onder
andere door kinderen zoveel mogelijk te plaatsen op een azc met een
langdurige bestuursovereenkomst.
Ingevolge de Opvangrichtlijn houdt SJenV te allen tijde rekening met de
specifieke situatie van kwetsbare personen. Het asielproces brengt
verplaatsingen met zich mee voor de betrokken vreemdelingen. Dit geldt
ook voor (gezinnen met) kinderen. Verhuizingen vinden plaats,
bijvoorbeeld vanwege een volgende stap in het asielproces, het sluiten
van een locatie, op eigen verzoek van de vreemdeling, of voor het borgen
van de veiligheid van op locatie.
Wanneer een verhuizing noodzakelijk is, wordt gebruik gemaakt van een
āverhuischecklistā voor het maken van afwegingen, een goede
voorbereiding en gedegen afstemming met alle betrokken partners. Indien
nodig gaat COA daarbij ook in gesprek met ouders over bewustwording van
de impact op het kind bij verhuizen.
De daadwerkelijke verhuizing vindt, indien dit het gevolg is van het
sluiten van een locatie, zoveel als mogelijk plaats in de schoolvakantie
om de overgang minder abrupt te laten zijn.
Het aantal verhuisbewegingen van kinderen wordt ook gemonitord. De
laatste cijfers, van 2020, zijn te vinden in de met uw Kamer gedeelde
Staat van de Migratie.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
182. Vraag:
Wordt er gegarandeerd dat gezinnen apart kunnen slapen van
alleenstaanden?
Antwoord:
Het COA zorgt ervoor dat in beginsel gezinnen zoveel mogelijk bij elkaar
opvang wordt geboden en waar dat kan afgescheiden van alleenstaande
bewoners. Dat betekent dat gezinnen op reguliere locaties in principe
niet samen met alleenstaanden in ƩƩn kamer of unit geplaatst worden.
Echter, gelet op het nijpende tekort aan opvangplekken bij het COA,
alsook de aard van de verschillende noodopvanglocaties die het COA
momenteel in gebruik heeft, wordt elk beschikbaar bed benut. Daarom kan
niet worden gegarandeerd dat gezinnen te allen tijde apart slapen van
alleenstaande bewoners.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
183. Vraag:
Hoe kan het dat er in navolging van de aangenomen motie Groothuizen nog
steeds geen plan van aanpak ligt om een minimale veiligheidsstandaard te
garanderen voor de kwetsbare asielzoekers?
Antwoord:
Per brief d.d. 5 maart jl.[1] is uw Kamer geĆÆnformeerd over de wijze
waarop er uitvoering gegeven zal worden aan de motie Groothuizen. Daarin
is een aantal concrete stappen genoemd waaronder een aantal
minimumstandaarden zoals bijvoorbeeld centrale afspraken over de rol van
aandachtsfunctionarissen en het creƫren van meer bewustwording voor de
kwetsbaarheid van lhbtiāers aan de hand van de regenboogagenda.
In dezelfde brief is ook aangegeven dat het WODC-onderzoek omtrent de
opvang en begeleiding van lhbti-asielzoekers en bekeerlingen een
belangrijke rol zou spelen in de verdere ontwikkeling van beleid. Dit
onderzoek is vrijdag 19 november jl. gepubliceerd en met dit rapport in
de hand zal in samenspraak met externe partijen bezien worden welke
verdere minimumstandaarden geĆÆdentificeerd kunnen worden.
[1] Kamerstukken II, vergaderjaar 2020-2021, 19 637, nr. 2705.
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
184. Vraag:
Hoe kan het dat Nederland asielaanvragen van lhbtqāers zo vaak afwijst
ten opzichte van aanvragen in Belgiƫ en Duitsland?
Antwoord:
Er kan niet zonder meer gesteld worden dat er meer LHBTI asielzoekers
worden afgewezen in Nederland dan in Duitsland en Belgiƫ. De werkwijze
in Nederland verschilt niet wezenlijk van de werkwijze die Belgiƫ en
Duitsland hanteren. Wel is Nederland gebonden aan het eigen landenbeleid
en de jurisprudentie van de Raad van State.
De IND beoordeelt elke asielaanvraag op individuele gronden. De IND
hoor- en beslismedewerker probeert tijdens het gehoor het authentieke
verhaal van de asielzoeker op papier te krijgen. Voor de beoordeling van
asielaanvragen van bekeerlingen en LHBTI-zaken zijn gerichte
Werkinstructies opgesteld (2019/18 en 2019/17). Aan de hand van deze
Werkinstructies wordt beoordeeld of een bekeerling/afvallige of LHBTI in
aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. Bij de
geloofwaardigheidsbeoordeling worden de individuele verklaringen van de
vreemdeling over de persoonlijke ervaringen en het authentieke verhaal
betrokken en wordt een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling door de
IND gedaan. Uit het recente WODC onderzoek naar de evaluatie van de
werkinstructies blijkt dat deze werkwijze aansluit bij de meest actuele
theoretische inzichten. Hierover heeft de staatssecretaris uw Kamer per
brief d.d. 1 oktober jl. geĆÆnformeerd (vergaderjaar 2021-2022, 19 637,
nr. 2772).
Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)
185. Vraag:
Inzake het wetsvoorstel van Europese Commissie om vervoersmaatschappijen
verplichten tot deling van passagiersinformatie. Kan SJenV nu een
indicatie geven voor Nederlandse inzet voor dit voorstel en is SJenV
betrokken bij de onderhandelingen?
Antwoord:
Uw Kamer is over een mogelijk voorstel van de Europese Commissie over de
herziening van de EU Advance Passenger Information (API) richtlijn (EU
2004/82 EG) geĆÆnformeerd (TK 22112 nr. 3162). Het betreft een
aankondiging voor een eventuele uitbreiding van het API-systeem, naar
onder andere intra-Schengen vluchten. Het kabinet staat hier in beginsel
positief tegenover, omdat het de veiligheid kan vergroten en meer
inzicht kan geven in migratiestromen binnen het Schengengebied zonder
reisbewegingen te verstoren. Daarbij is het belangrijk zorgvuldig te
kijken naar de gegevensbescherming. Zo moet onder andere het
doelbindingsbeginsel voor ogen worden gehouden.
Aangezien de Commissie onlangs heeft aangegeven dat de herziening van de
API-richtlijn pas eind 2022 is voorzien, is er op dit moment nog geen
sprake van onderhandelingen. Uw Kamer wordt vanzelfsprekend nader
geĆÆnformeerd zodra het voorstel van de Commissie bekend is.
186. Vraag:
| Het lijkt alsof onze rechtstaat aan het afbrokkelen is. Zijn onze waarborgen voldoende? |
|---|
Antwoord:
|
|---|
Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)
187. Vraag:
SJenV zei dat de migratiecrisis zou zijn opgelost voor 1 november, hoe
kijkt de staatssecretaris daar nu naar?
Antwoord:
Het is goed om te benadrukken dat er geen sprake is van een
migratiecrisis, wel is er om verschillende redenen sprake van een tekort
aan opvangplekken. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft
gezegd dat er begin november 4.000 opvangplekken zouden zijn
gerealiseerd. Dit is met hulp en inzet van alle betrokkenen, niet in de
laatste plaats medeoverheden, gelukt. Door de hogere instroom dan
verwacht en het achterblijven van de uitstroom naar gemeenten van de
bijna 12.000 vergunninghouders die thans in de AZC's verblijven ziet het
COA zich genoodzaakt om asielzoekers op te vangen in noodopvanglocaties.
Kanttekening is evenwel dat dergelijke locaties veelal tijdelijk van
aard zijn. Daarom wordt nu hard gezocht naar nieuwe, grotere
opvanglocaties die op zeer korte termijn inzetbaar zijn en voldoen aan
de gebruikelijke kwaliteitseisen. Aan medeoverheden is gevraagd om voor
het einde van het jaar nog 3.500 extra opvangplekken te realiseren en
1.500 statushouders versneld uit te plaatsen (deel van de achterstand op
de taakstelling).
Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)
188. Vraag:
Aanpak van SJenV inzake veilige-landers schiet tekort. Graag reactie van
SJenV op het plan āVeilige-landersā van JA21.
Antwoord:
De heer Eerdmans heeft in zijn eerste termijn een plan overgelegd met
daarin 11 aanbevelingen. De staatssecretaris van JenV waardeert zeer het
meedenken van individuele Kamerleden en wil recht doen aan deze
aanbevelingen en deze goed bekijken. De staatssecretaris zal spoedig op
deze aanbevelingen haar reactie geven.
Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)
189. Vraag:
Hoe kan het dat over enkele jaren 1/3 van de politie bestaat uit
onervaren aanwas? Hoe kan het verwachte pensioengat bij de politie een
verrassing zijn? En hoe gaat de politie deze uitdaging het hoofd
bieden?
Antwoord:
Van 2018 tot en met 2024 is er een verwachte uitstroom van agenten die
met pensioen gaan. Dat is een bovengemiddelde hoeveelheid mensen in die
jaren. Het huidige kabinet heeft ingezet op een structurele uitbreiding
van de politie. De uitbreiding van de bezetting en de vervanging van
politiemedewerkers die met pensioen gaan, een flinke vervangingsvraag,
kost tijd en verloopt gestaag: de bezetting en formatie komen vanaf
2024-2025 in balans. Deze in- en uitstroom vindt gefaseerd plaats.
Hierdoor is ook de komende jaren sprake van een gebalanceerde mix aan
ervaren en jonge goedopgeleide agenten. De kwaliteit van de
Politieacademie, versterkt door de vernieuwing van de
basispolitieopleiding, en de begeleiding in het korps borgen een
ordentelijke vervanging. De Politieacademie heeft bovendien een
kwaliteitsstelsel om de kwaliteit en actualiteit van het
politieonderwijs te waarborgen en daarmee de kwaliteit van aspiranten
die instromen als medewerkers in het korps.
Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)
190. Vraag:
Klopt het dat de norm betreffende hoeveelheid wijkagenten niet wordt
gehaald?
Antwoord:
Voor het antwoord op deze vraag verwijst MJenV u mede naar de
verzamelbrief politie van 19 november 2021. In deze brief staat dat deze
norm gehaald wordt, we zitten er op dit moment iets boven. Wel is bekend
dat in sommige gebieden de GGP onder druk staat. De gelden uit motie
Hermans vormen hier een mooie verbeterstap in. Als het gaat over de
politiecapaciteit, dan verdeelt de Minister van Justitie en Veiligheid
deze over de eenheden, en binnen de eenheden bepaalt het lokaal gezag
(burgemeester en openbaar ministerie) hoe het verdeeld wordt. Zo kan het
dus zijn dat er op basis van lokaal maatwerk een andere keuze wordt
gemaakt door het lokaal gezag.
Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)
191. Vraag:
Wij willen pleiten voor āthree strikes youāre outā, na derde vergrijp
langdurig de gevangenis in. Graag reflectie hierop van de
minister.
Antwoord:
Het concept van three strikes and you are out is bekend uit Britse en
Amerikaanse wetgeving en gaat ervan uit dat de rechter bij een derde
veroordeling voor een ernstig misdrijf in beginsel een levenslange
gevangenisstraf moet opleggen.
Het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak hanteren beleidsregels waarin
recidive als strafverzwarende omstandigheid wordt aangemerkt. Bij
lichtere delicten kan recidive er ook toe leiden dat de officier van
justitie niet zelf de zaak afdoet, maar de verdachte voor het herhaalde
vergrijp dagvaart. Als zich gevallen voordoen waarin iemand in het
verleden al voor een of meer zware delicten, waaronder levensdelicten,
is veroordeeld, is het helemaal niet uitgesloten dat de rechter die voor
de tweede of derde keer wordt geconfronteerd met zoān zwaar delict, komt
tot oplegging van levenslange gevangenisstraf. Daamee is het de facto al
zo dat recidive leidt tot langere en zwaardere straffen.
Het kabinet is niet onmiddellijk voorstander van een systematiek waarbij
de precieze strafverhoging ook automatisch vastligt, omdat daarmee
onvoldoende ruimte overblijft om per individueel geval een passende
straf op te leggen. Aan de andere kant ziet ook het kabinet de voordelen
van het incapacitatie-effect als criminelen steeds weer in herhaling
vervallen.
Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)
192. Vraag:
Dank voor de brief over het Deens model. Hierin worden veel redenen
aangegeven waarom dingen niet kunnen. Ik wil graag kijken wat er wel
kan. Is het mogelijk dat ik met uw directie migratiebeleid ga zitten om
te kijken wat er wel mogelijk is.
Antwoord:
Zoals altijd bestaat de mogelijkheid tot het afleggen van werkbezoeken
aan onderdelen van de uitvoering van de migratieketen of het organiseren
van technische briefings door uw Kamer waarbij ambtenaren kunnen worden
uitgenodigd. Daarnaast is het altijd mogelijk schriftelijke vragen te
stellen. Wij betrachten evenwel terughoudendheid als het gaat om het,
buiten de genoemde mogelijkheden om, in gesprek treden met ambtenaren
over vraagstukken die gaan over wenselijkheid van beleid. Die
vraagstukken lenen zich bij uitstek voor het debat tussen het kabinet en
uw Kamer.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
193. Vraag:
Hoe kunnen we de instituties van de rechtstaat zo goed mogelijk
beschermen tegen cybercriminaliteit?
Antwoord:
De zorg voor cybersecurity is een onderdeel van de beveiliging van de
betrokken organisaties. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)
helpt organisaties binnen de Rijksoverheid, waaronder organisaties in de
strafrechtketen, bij het treffen van maatregelen om de weerbaarheid te
verhogen. Ook deelt het NCSC dreigings- en incidentinformatie met hen.
Over het brede cybersecuritybeleid bent u geĆÆnformeerd met de Kamerbrief
over de Nationale Cybersecurity Agenda (NCSA) van afgelopen juni.
Bovendien is de opsporing van cybercrime als prioriteit van de politie
opgenomen in de Veiligheidsagenda.
Ook worden maatregelen genomen om de mogelijkheden van de opsporing in
de digitale wereld te versterken, zoals het verbeteren van de
mogelijkheden voor internationale samenwerking. Hierover bent u onder
meer geĆÆnformeerd met de Kamerbrief over de integrale aanpak van
cybercrime van afgelopen juni.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
194. Vraag:
Wat kan er nog meer gedaan worden om websites die kinderporno uitzenden
en prostitutiediensten aanbieden te verwijderen en de verspreiders ervan
aan te pakken?
Antwoord:
Materiaal van online seksueel kindermisbruik is uiterst schadelijk en
dit moet snel offline gehaald worden. In het kader van de
publiek-private aanpak van online seksueel kindermisbruik heeft een
groot deel van de providers zichzelf normen opgelegd. Op mijn verzoek
publiceert de TU Delft rapportages over welke hosters dit materiaal
hosten en hoe snel zij dit offline halen. Recent is een tussenrapportage
van TU Delft ontvangen. Ik houd dit actief in de gaten en we roepen
slecht presterende providers ter verantwoording. Zo blijven we zicht
houden op hosters die zich onvoldoende inspannen.
Straks kan met de komst van de bestuursrechtelijke autoriteit (juni
2022) ook bestuursrechtelijk gehandhaafd worden op bedrijven die
meldingen van kinderpornografisch materiaal niet accuraat wegwerken.
Bovendien richten politie en OM zich op het opsporen van misbruikers,
vervaardigers en verspreiders van dit soort afschuwelijk materiaal en op
keyplayers in de netwerken daarachter.
Verder komt in het wetsvoorstel regulering sekswerk een vergunningplicht
voor prostituees. Prostituees ontvangen een vergunningnummer wat vermeld
dient te worden in advertenties op websites. Als dit niet of niet juist
wordt gedaan moet hierop gehandhaafd worden. Ook worden faciliteerders
die uit winstbejag betrokken zijn bij illegale prostitutie strafbaar
gesteld.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
195. Vraag:
Hoe kan de minister zorgen dat sancties volledig, effectief en snel ten
uitvoer worden gelegd, juist ook daar waar het om kwetsbare mens gaat
die in de knel zitten?
Antwoord:
Uitgangspunt bij het uitvoeren van sancties is dat deze volledig, effectief en snel plaats vinden.
Dat geldt zeker ook voor daders die een schadevergoeding aan een slachtoffer moeten betalen. Voor deze maatregel geldt dat die niet kan worden ontlopen door hechtenis of gijzeling. De verplichting tot het betalen van de schadevergoeding vervalt daarmee niet en loopt ook tijdens detentie gewoon door.
Het CJIB doet er alles aan en heeft diverse mogelijkheden om betaling af te dwingen. Denk aan verhogingen of de inzet van een gerechtsdeurwaarder.
Daarnaast bestaat er voor slachtoffers de mogelijkheid om gebruik te maken van een voorschotregeling tot een maximum van 5.000 euro.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
196. Vraag:
Gaat de minister iets doen om kansarme kinderen die in aanmerkingen
komen voor adoptie in contact te brengen met mogelijke adoptie ouders in
Nederland?
Antwoord:
Voor de zomer heeft MRb met de Tweede Kamer gesproken over de toekomst
van interlandelijke adoptie. MRb heeft toegezegd voor het einde van het
jaar een brief aan de Tweede Kamer te sturen over de toekomst van
interlandelijke adoptie. Daar zal deze vraag ook in worden
meegenomen.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
197. Vraag:
Welke stappen neemt de minister om de politie haar taken uit te laten
voeren en de problemen van vandaag en morgen het hoofd te kunnen
bieden?
Antwoord:
Het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland is een opgave
van continue aandacht en investeringen. Dat is niet begonnen bij dit
kabinet en houdt ook niet op aan het einde van onze termijn. Daarom
heeft MJenV ambtelijk samen met de politie, het OM en de
regioburgemeesters gewerkt aan ambities voor de komende kabinetsperiode.
Dit is het position paper dat MJenV op 25 maart 2021 naar de Tweede
Kamer heeft gestuurd. De extra intensiveringen in ondermijning en
veiligheid dragen hier aan bij, evenals investeringen in de wijk en in
IV/interceptie. Welke investeringen hieruit uiteindelijk aanvullend
gedaan worden is aan het volgende kabinet.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
198. Vraag:
Hoe moeten de IND en COA het komende jaar rondkomen met minder geld,
maar met dezelfde instroom? Is de Staatsecretaris het eens dat er een
structureel grotere zak geld nodig is voor de uitvoering, en hoeveel
geld is er nodig voor het doorvoeren van de aanbevelingen die voortkomen
uit de doorlichting van de uitvoering?
Antwoord:
In de begroting voor 2022 zijn voor de komende jaren geen bezuinigingen
voorgesteld voor het COA en de IND. Het beschikbare budget voor het COA
en IND wordt door middel van de gebruikelijke bekostigingsafspraken
jaarlijks geactualiseerd op basis van de meest recente ramingen.
In de begroting 2022 is een financiƫle reeks verwerkt op basis van de
besluitvorming bij voorjaarsnota 2021. Basis daarbij was de raming uit
februari 2021 waarbij het de verwachting was dat de asielinstroom lager
zou worden en dat uitstroom van vergunninghouders op peil zou blijven.
Op basis hiervan zijn de benodigde middelen voor 2021 en 2022 aangepast
en toegekend.
Al bij de komende Najaarsnota en vervolgens bij Voorjaarsnota 2022 zal
het geactualiseerde beeld ten aanzien van de bezetting van het COA voor
2022 en verder, op basis van de Meerjaren Productie Prognose (MPP) van
februari 2022, worden voorgelegd aan het kabinet. De geactualiseerde
MPP-cijfers vormen de basis voor de besluitvorming over additionele
middelen.
Het doorvoeren van de aanbevelingen die voortkomen uit doorlichting
worden zoveel als mogelijk met bestaande middelen gefinancierd. Waar bij
de uitwerking van deze maatregelen aanvullende middelen benodigd zijn,
worden deze bij de reguliere begrotingsbesluitvorming betrokken.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
199. Vraag:
Is SJenV bereid de grenzen te sluiten voor veilige landers?
Antwoord:
Zoals vaker met uw Kamer gewisseld is het, mede op basis van
internationale verdragen en EU-recht, niet mogelijk de grenzen voor
personen uit veilige landen te sluiten. Wel is het mogelijk
asielverzoeken van personen uit veilige landen in een versnelde
procedure te behandelen en hen op te vangen in sobere opvang. Dat is dan
ook het uitgangspunt van het kabinetsbeleid.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
200. Vraag:
De huidige verdeling van wijkagenten krijgt onvoldoende aandacht. Is de
minister bereid onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid om
wijkagenten beter te verdelen?
Antwoord:
MJenV gaat over de verdeling van de capaciteit over de eenheden. Hoe de
capaciteit binnen de eenheid wordt ingezet, is aan het gezag (de
burgemeester en de officier van justitie). Het past niet bij de
stelselverantwoordelijkheid van MJenV als hij een rol gaat spelen in de
verdeling binnen de eenheden, daar is het gezag primair aan zet. Wat
MJenV wel kan doen is dit ter sprake brengen in het Landelijk Overleg
Veiligheid en Politie.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
201. Vraag:
Gaat minister de nationaal coƶrdinator antisemitismebestrijding
verlengen? Kan hij toezeggen dat dit niet ondergebracht wordt bij de
Nationaal Coƶrdinator tegen Discriminatie en Racisme?
Antwoord:
Het is mijn bedoeling de financiering van de NCAB en zijn ondersteuning
structureel te maken en voor dat doel een half miljoen per jaar op de
begroting te reserveren.
Het lijkt de MJenV wel goed dat de NCAB en de NCDR naar synergie zoeken,
bijvoorbeeld door hun backoffice en kennis met elkaar te delen. Zo wordt
geborgd dat de bestrijding van antisemitisme de aandacht blijft houden
die het verdient, maar wordt tegelijkertijd samenhang gerealiseerd
tussen de aanpak van antisemitisme en de bestrijding van andere vormen
van discriminatie.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
202. Vraag:
In het rapport ongekend onrecht was sprake van een gebrek aan
rechtsbijstand. Gefinancierde rechtsbijstand was dan ook een
aanbeveling, ook in de bezwaar- en beroepsfase. Hoe kijkt MRb
hiernaar?
Antwoord:
Aanvragen om gesubsidieerde rechtsbijstand voor de bezwaarfase in
belastinggeschillen worden getoetst aan zelfredzaamheid. In hoeverre kan
iemand zelf zijn belang behartigen, al dan niet met behulp van iemand
anders dan een advocaat? Dat is een belangrijke afweging voor de
toekenning van rechtsbijstand. Een afweging die begrijpelijk is vanuit
de doelstelling om het stelsel betaalbaar te houden, maar in de praktijk
mogelijk te stringent is toegepast. Overigens is in 2013 het beleid van
de Raad voor Rechtsbijstand zo aangepast (door middel van een aanpassing
van de werkinstructies) dat in kinderopvangtoeslagzaken juridische en/of
feitelijke complexiteit aangenomen wordt als er sprake is van een
gastouderbureau/bemiddelingsbureau die een wanordelijke boekhouding
heeft gevoerd. Daarmee werden dergelijke zaken ook in de bezwaarfase
toevoegingswaardig.
Voor rechtsbijstand in de beroepsfase geldt die toets overigens niet.
Dat betekent dus dat er alleen in de bezwaarfase sprake kon zijn van
geweigerde rechtsbijstand in belastingzaken als er geoordeeld werd dat
men geen advocaat nodig had om bezwaar te maken. Uit
gesprekken met de Raad voor de Rechtspraak is gebleken dat zij van
advocaten te horen hadden gekregen dat ze voor het beroep geen
rechtsbijstand meer aanvroegen, gelet op de strikte lijn die door
rechtbanken en Afdeling bestuursrechtspraak werd gevoerd in dergelijke
zaken.
MRb heeft sinds april van dit jaar de Regeling Advies Toevoeging
Zelfredzaamheid (RATZ) ingevoerd om te stringente toepassing van
zelfredzaamheid in onder andere belastingzaken te ondervangen. Met deze
regeling worden burgers, die anderszins niet of niet goed
geholpen(kunnen) worden, zo snel mogelijk van rechtshulp voorzien. In
deze regeling is specifieke aandacht voor de door de onderzoekscommissie
genoemde voorbeelden over bezwaren in belastingzaken en
afbetalingsregelingen.
Daarnaast doet het WODC onderzoek naar de beoordeling van de Raad voor
Rechtsbijstand in kinderopvangtoeslagzaken en de rol van het Ministerie
van Justitie & Veiligheid daarbij. Daarbij wordt ook gekeken hoe het
begrip zelfredzaamheid in de praktijk moet worden toegepast. Mrb
verwacht de resultaten in de eerste helft van 2022. Bij het vervolg op
de RATZ en het WODC onderzoek wordt de aanbeveling uit het
reflectierapport bestuursrechtspraak betrokken. Ook zal gekeken worden
welke ruimte er binnen de bestaande regelgeving is, met als doel de
uitsluitingsgronden in de toekomst minder strikt te hanteren.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
203. Vraag:
Hoe is het mogelijk dat de overheid in een democratische rechtstaat zo
georganiseerd is dat ze door middel van discrimineren op nationaliteit
en inkomen de meest kwetsbare burgers het recht hebben ontnomen en aan
hun lot hebben overgelaten? Wat is dit voor rechtstaat? Kan de Minister
hierop reflecteren?
Antwoord:
Het kabinet heeft in zijn reactie aan de Tweede Kamer van 15 januari
2021 op het rapport āOngekend Onrechtā aangegeven dat in de
toeslagenaffaire de grondbeginselen van de rechtsstaat zijn geschonden.
In de kabinetsreacties op de rapporten āOngekend Onrechtā en āWerken aan
Uitvoeringā (WAU) en de diverse vervolgbrieven hierover is
uiteengezet
welke acties zijn en worden ingezet als het gaat om het versterken van
de dienstverlening door de overheid, het verbeteren van wet- en
regelgeving en de aansluiting tussen beleid en uitvoering. Als het gaat
om de versterking van de kwaliteit van beleid en wetgeving is in het
bijzonder de brief van de minister voor Rechtsbescherming van 25 juni
2021 van belang. Daarnaast zijn de reflectierapporten van zowel de Raad
van State als de bestuursrechters relevant. In deze rapporten
reflecteren de bestuursrechters zelf op verbeteringen voor
de rechtsbescherming van burgers. Waar het gaat om het gebruik door de
overheid van persoonsgegevens die zijn gerelateerd aan iemands afkomst
kan worden gewezen op de eerste voortgangsrapportage over de uitvoering
van de moties van Marijnissen c.s. en Klaver c.s. relevant, die de
staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 21
oktober 2021 aan de Tweede Kamer heeft gezonden. Tot slot is in dit
kader van belang dat per 15 oktober 2021 een Nationaal Coƶrdinator
Discriminatie en Racisme is aangesteld, zoals de minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer heeft
gemeld. Het is duidelijk dat het onrecht en het leed dat aan
tienduizenden ouders en hun kinderen is aangedaan het vertrouwen in de
rechtsstaat ernstig heeft aangetast. Goede rechtsbescherming is een van
de pijlers van onze rechtsstaat. Daarom zet het kabinet alles op alles
om dit vertrouwen te helpen herstellen. De hierboven beschreven
maatregelen zijn onderdeel van die inzet.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
204. Vraag:
Zijn er nog meer slachtoffers van de onrechtmatige werkwijze van de
NCTV?
Antwoord:
In zijn algemeenheid wordt niet ingegaan op individuele zaken. Verzoeken
om inzage dan wel verwijdering van persoonsgegevens worden van geval tot
geval beoordeeld. Over de werkzaamheden van de NCTV is de Tweede Kamer
meermaals geĆÆnformeerd. De Tweede Kamer is hierover per brief van 12
april 2021, 21 mei 2021 en 2 november 2021 geĆÆnformeerd. Voor wat
betreft de werkwijze van de NCTV is in de kamerbrief van 12 april 2021
toegelicht, en dat heeft de MJenV tijdens het debat met uw Kamer op 15
juni 2021 herhaald, dat binnen de NCTV vaker discussie is geweest over
de juridische grondslag van internetmonitoring, maar dat de heersende
opvatting steeds is geweest dat er een algemene rechtsgrondslag voor
deze activiteit was, ook al was die niet vastgelegd in een formele wet.
Internetmonitoring door de NCTV is een werkwijze waarover de Tweede
Kamer door de jaren heen meermaals is geĆÆnformeerd, waarover in het
verleden transparantie is betracht door het aan te melden voor het
openbare verwerkingenregister onder het destijds geldende regiem van de
Wet bescherming persoonsgegevens en waarover niet door een rechter of
toezichthouder was geoordeeld dat de juridische grondslag ontbrak.
Door het project Taken en Grondslagen kwam de NCTV zelf tot het inzicht
dat die algemene rechtsgrondslag gezien de rechtsontwikkeling naar
huidige maatstaven als juridisch kwetsbaar moet worden bestempeld en dat
de tot dan toe gehanteerde juridische grondslag, verstevigd zou moeten
worden door de introductie van een grondslag in een formele wet. Op
grond van de conclusies van dit project zijn bepaalde werkzaamheden per
31 maart 2021 gestaakt, nog meer werkzaamheden zijn gestaakt na
correspondentie met de AP en is het wetsvoorstel Wet verwerking
persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding en
nationale veiligheid naar uw Kamer verzonden ter behandeling. Vervolgens
is, daarin gesterkt door de aangenomen motie van het lid Michon-Derkzen
tijdens het debat van 15 juni 2021 om met spoed met een bijzondere
wettelijke grondslag te komen voor de NCTV om persoonsgegevens te
verwerken voor de uitvoering van zijn bestaande analyse- en
coƶrdinatietaken, de hoogste prioriteit gegeven aan het aangekondigde
voorstel voor een Wet verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse
terrorismebestrijding en nationale veiligheid. Voor het wetsvoorstel
verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding
en nationale veiligheid kan gemeld worden dat, zoals gebruikelijk bij
dit soort belangrijke wetsvoorstellen, er een consultatieronde is
geweest, de Autoriteit Persoonsgegevens om advies is gevraagd, en daarna
de Raad van State heeft geadviseerd. Met het verwerken van deze adviezen
zijn extra waarborgen in het wetsvoorstel opgenomen, dat op 9 november
aan de Tweede Kamer is verzonden. Bij de behandeling van dit
wetsvoorstel kan hierover nader met de Tweede Kamer worden
gesproken.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
205. Vraag:
Discriminatie en onrechtmatig handelen door algoritmen komen voor. Hoe
gebeurt de toetsing van algoritmes door een ethische commissie? Is er
een algoritmeregister en wordt dat geregistreerd?
Antwoord:
MJenV benadrukt nogmaals dat de wijze waarop nieuwe technologieƫn worden
ingezet altijd in overeenstemming moet zijn met onze rechtsstaat.
Aan het begin van dit jaar is de motie van het lid Klaver c.s.
(Kamerstukken 2020/21, 35 510, nr. 16) die pleit voor een
algoritmeregister aangenomen door uw Kamer. De staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken heeft aangegeven dat uw Kamer in januari 2022 door
hem zal worden geĆÆnformeerd over de voortgang op deze motie.
Vooruitlopend hierop, en in afstemming met het ministerie van BZK is er
binnen het Ministerie van JenV reeds een werkgroep transparantie en
algoritmeregister gestart. Die werkt aan het bevorderen van
transparantie in het werken met algoritmes binnen JenV.
Voor het uitvoeren van een ethische toets voor het gebruik van nieuwe
technologieƫn bij de politie geldt dat zij telkens met voldoende
ethische en juridische waarborgen omkleed moeten zijn voordat zij
toegepast kunnen worden in de taakuitvoering door de politie. De politie
beschikt over en investeert in ethische deskundigheid om de inzet van
technieken niet alleen rechtmatig maar ook op ethisch verantwoorde wijze
te doen. Ook heeft zij een Ethische Klankbordgroep Politie in het leven
geroepen met externe deskundigen om ethische vraagstukken te toetsen.
Daarnaast moet conform de Wpg ook een
gegevensbeschermingeffectbeoordeling (GEB) worden uitgevoerd wanneer de
verwerking waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden
van personen oplevert. Tenslotte is de Europese Commissie in aanvulling
op de bestaande wettelijk vastgestelde regels met een voorstel voor een
AI Verordening gekomen.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
206. Vraag:
De Kamer weet van de NCTV casus via de klokkenluiders. Kan de minister
een eind te maken aan de jacht op klokkenluiders?
Antwoord:
Per brief van 22 november jl. is de Tweede Kamer geĆÆnformeerd dat er
geen onderzoek wordt gedaan naar een klokkenluider. Een klokkenluider
verdient te allen tijde bescherming. Voor het overige geldt dat wet- en
regelgeving bepalen dat iemand die in strijd met die wet- en regelgeving
informatie lekt, niet als een klokkenluider beschouwd kan worden.
In de Tweede Kamer is de nieuwe wet bescherming Klokkenluiders
aanhangig. Met de rechtstreekse werking van de EU-richtlijn wordt de
positie van klokkenluiders verder verbeterd. Deze wet en EU-richtlijn
geven een sterkere bescherming aan personen die misstanden of inbreuken
van Unie recht openbaar maken. Los hiervan geldt voor medewerkers van
het ministerie JenV een geheimhoudingsplicht die gehandhaafd moet worden
als er aanwijzingen zijn dat die geheimhouding is geschonden. In dat
verband lopen er op dit moment twee onderzoeken naar gelekte
departementaal gerubriceerde documenten die terecht zijn gekomen bij
partijen die daartoe niet gerechtigd zijn Ʃn die vallen onder de
geheimhoudingsplicht van ambtenaren. Vanuit de verantwoordelijkheid voor
het creƫren van een veilige werkomgeving voor alle medewerkers van het
ministerie kan het in sommige situaties nodig zijn om aangifte te doen
als vertrouwelijke informatie weglekt. Medewerkers moeten erop kunnen
vertrouwen dat informatie van hun hand niet door collegaās buiten hun
medeweten om wordt verstrekt aan onbevoegde derden. Juist binnen een
organisatie als de NCTV, waar vertrouwelijkheid van cruciaal belang is,
is het lekken van gerubriceerde documenten zorgelijk. In ƩƩn van de twee
hierboven genoemde onderzoeken heeft deze overweging inmiddels geleid
tot het doen van aangifte en daartoe doet de Rijkrecherche onderzoek.
Over de onderwerpen van betreffende documenten doe ik geen uitspraken in
het belang van het onderzoek.
Mocht gaandeweg de onderzoeken naar de gelekte documenten toch blijken
dat de medewerker(s) is (zijn) te beschouwen als klokkenluider die
voldoet(n) aan de gestelde voorwaarden uit de wet en EU-richtlijn en
indien gaandeweg zou blijken dat de keuze van de medewerker(s) voor
schending van de geheimhoudingsplicht voldoet aan de
rechtvaardigingsgronden voor openbaarmaking, zoals bedoeld in de
EU-Richtlijn, zal er vanzelfsprekend op worden toegezien dat de
medewerker(s) niet benadeeld wordt(en) conform de wet en
EU-richtlijn.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
207. Vraag:
Waarom wil de minister geen antwoord geven op de gestelde vragen over de
situatie rond het infiltratieonderzoek van commercieel bedrijf NTA,
gefinancierd door de NCTV? Waarom wil de minister zich daarover niet
verantwoorden?
Antwoord:
Recentelijk is veel aandacht geweest voor de berichtgeving rondom de
krachtenveldanalyses die bepaalde gemeenten hebben laten uitvoeren door
het adviesbureau NTA. De Kamervragen die DENK hierover heeft gesteld
zijn nog in behandeling en zullen spoedig naar de Kamer verstuurd
worden. Tevens heeft de Kamer een debat aangevraagd over de rol en
werkwijze van de NCTV alsmede de berichtgeving onderzoeken van NTA.
Zodoende zal hier spoedig uitgebreid met de Kamer over gesproken worden.
Op 26 oktober jl. is de Tweede Kamer reeds bij brief over deze kwestie
geĆÆnformeerd. Omdat de precieze afspraken over de uitvoering en
oplevering van de krachtenveldanalyses gemaakt zijn tussen gemeenten en
NTA, kunnen er geen uitspraken gedaan worden over de vraag of er
onrechtmatige onderzoeksmethodieken hebben plaatsgevonden. Burgemeesters
zullen in de verschillende gemeenten hun raden hierover informeren. Wel
kan geconstateerd worden dat de gemeenten nadrukkelijker gewezen hadden
kunnen worden op de vragen die binnen de NCTV leefden over gehanteerde
werkwijze door externe partijen, evenals op de beperkingen volgend uit
de privacywetgeving voor lokale opdrachten voor analyses. In algemene
zin blijven gemeentes altijd zelf verantwoordelijk voor de besteding van
gelden conform geldende wet- en regelgeving.
De zorgen van de Islamitische gemeenschappen over deze onderzoeken zijn
begrijpelijk en daarover wordt reeds het gesprek gevoerd met deze
gemeenschappen. Het vertrouwen herstellen heeft nu prioriteit omdat de
gemeenschappen essentieel zijn in de preventie van radicalisering.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
208. Vraag:
Ik roep SJenV op om in Europees verband haar ambtsgenoten aan te spreken
op de situatie aan de Poolse grens en de inzet van vluchtelingen voor
politieke belangen, en de gewelddadige pushbacks op open zee, en dit
gedrag sterk te veroordelen. Is SJenV bereid dat ook vandaag hier in de
TK te doen?
Antwoord:
Lidstaten zijn zelf primair verantwoordelijk voor de uitvoering van
grenstoezicht. Voor lidstaten aan de buitengrenzen is dit niet altijd
eenvoudig. Echter staat voorop dat optreden aan de grens altijd in lijn
moet zijn met Europees en internationaal recht.
Bij beschuldiging van pushbacks is het belangrijk dat hier serieuze
opvolging aan wordt gegeven. Als hoeder van de verdragen zit de
Commissie hier bovenop. Zo assisteert de Commissie bij het opzetten van
monitoringsmechanismen, zoals dit bijvoorbeeld in Kroatiƫ recent is
opgezet.
Nederland benadrukt veelvuldig op politiek niveau het belang van het
naleven van het EU- en internationaal recht bij grensbewaking, ook als
follow-up van diverse moties in de Kamer. De staatssecretaris van JenV
deed dit onlangs nog tijdens de JBZ-Raad van oktober. Ook heeft
minister-president Rutte tijdens de Europese Raad van oktober zijn
zorgen uitgesproken over berichtgeving over vermeende pushbacks en
benadrukt dat het handelen aan de grens altijd in lijn dient te zijn met
Europees en internationaal recht. Ook brengt de staatssecretaris deze
problematiek actief op in contacten met haar collegaās, zoals afgelopen
maand in gesprek met haar Griekse en Kroatische ambtsgenoten. Nederland
zal dergelijke boodschappen blijven afgeven.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
209. Vraag:
Gaat de Minister gehoor geven aan oproep beschreven in de brandbrieven
inzake politiecapaciteit en onderbezetting?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 12, 17 en 111.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
210. Vraag:
Als we kijken naar de toegang tot het recht kunnen we niet voorbij aan
het toeslagenschandaal. Wat is de rol van de rechtspraak hierin?
Antwoord:
Zowel de bestuursrechters als de Afdeling bestuursrechtrechtspraak van
de Raad van State hebben op hun eigen functioneren gereflecteerd.
Zij hebben confronterende conclusies getrokken over het eigen handelen,
waardoor veel burgers klem kwamen te zitten, en trekken daar lering
uit.
Zij gaan daar zelf mee aan de slag. De inhoud van het rechterlijk werk
is de verantwoordelijkheid van de onafhankelijke bestuursrechter
zelf. Daarom is het zo belangrijk dat de rechterlijk organisaties dit
onderzoek zelf hebben gedaan en hard werken aan een zo optimaal
mogelijke bestuursrechtspraak. En dat kan helpen om te voorkomen dat
burgers opnieuw klem komen te zitten tussen de raderen van wetgeving,
bestuur en bestuursrechtspraak.
Dat is een streven dat het kabinet van harte omarmt en het kabinet heeft
daarom ook zelf een groot aantal acties ingezet. Dit alles maakt het
onrecht niet ongedaan, maar kan het mogelijk wel in de toekomst
voorkomen.
Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den
Haan)
211. Vraag:
We moeten ervoor zorgen dat mensen zich thuis zo veilig mogelijk voelen,
om zo fysiek leed en angst te voorkomen zeker onder ouderen en
kwetsbaren. Er bestaat in sommige gemeenten een speciale subsidie om
koopwoningen te beveiligen. Kan de minister aangeven hoeveel gemeenten
deze subsidie hebben voor beveiligen voor huis? Zijn er ook
subsidiemogelijkheden voor huurwoningen? Hoe bekend is deze
subsidieregeling?
Antwoord:
Het is aan gemeenten zelf ervoor te kiezen een subsidie te verstrekken.
Het is niet bekend om hoeveel gemeenten het gaat. Wel is bekend dat
gemeenten eigen keuzes maken voor het subsidiƫren van particuliere
woningen of, zoals de gemeente Amsterdam, woningcorporaties, waar ook
veel ouderen wonen. Hiermee worden bijvoorbeeld sloten verbeterd of
andere maatregelen genomen.
Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)
212. Vraag:
Waarom moet ieder jaar opnieuw subsidieaanvraag worden ingediend voor de
veiligheids-10-daagse? Waarom geen langlopend programma met
projectleider bij het ministerie om het langdurig te borgen?
Antwoord:
De veiligheids-10-daagse is sinds 2019 vervangen door de maand van de
senioren. Hierdoor kunnen alle seniorenorganisaties participeren. De
organisaties hoeven hier geen subsidie voor aan te vragen.
Kwetsbare groepen verdienen onze aandacht. Zolang senioren regelmatig
slachtoffer worden van (digitale) criminaliteit zal deze campagne in de
maand april herhaald worden en zijn er beperkte subsidiemogelijkheden
voor informatieavonden en bijeenkomsten voor senioren.
Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)
213. Vraag:
Hoeveel mensen worden bereikt met de campagne Senioren en Veiligheid? Is
de minister van plan om deze campagne jaarlijks te gaan herhalen?
Antwoord:
De campagne Senioren en Veiligheid bestaat uit verschillende
onderdelen.
De webinars die door Catherine Keijl zijn gepresenteerd zijn door ruim 15.000 senioren bekeken.
Op de website maakhetzeniettemakkelijk.nl is in de campagnemaand informatie en advies met handelingsperspectief geplaatst. In april 2019 had de website ruim 40.000 unieke bezoekers die langer dan drie minuten op de site bleven. De cijfers van 2020 zijn niet bekend.
De campagne wordt door vele gemeenten en partners zoals politie, ouderenbonden en bibliotheken ondersteund. De ondersteuning bestaat uit het verspreiden van de informatiefilmpjes en andere content op social media.
Kwetsbare groepen verdienen onze aandacht. Zolang senioren regelmatig slachtoffer worden van (digitale) criminaliteit zal deze campagne in beginsel jaarlijks in de maand april herhaald worden.
Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)
214. Vraag:
Een aantal gemeenten heeft in 2019 een pilot gedaan door bewoners in
wijken met veel inbraken gratis of gesubsidieerd een digitale deurbel op
te laten hangen. Wat zijn de lessons learnt van deze pilot? Als deze
pilot succesvol was: is deze pilot ook omgezet naar een langlopend
programma? Hoeveel gemeenten meedoen of hebben gedaan.
Antwoord:
Er is aan vier gemeenten een bijdrage verstrekt voor een pilot met
digitale deurbellen (Almere, Nissewaard, Den Haag, Eindhoven).
Deze pilots zijn inmiddels ten einde. Uit de pilots bleek dat bewoners
zich over het algemeen veiliger voelden na het installeren van de
digitale deurbel.
De lessons learned, met name ten aanzien van de privacy-aspecten, worden
nog op de site van het CCV geplaatst.
In de pilot Almere een Programma van Eisen deurcameraās opgesteld door
het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Hierin
staan de specificaties waaraan het systeem van de deurcamera moet
voldoen. Daarin is met name aandacht besteed aan de regels omtrent het
ophangen van de cameraās zodat de cameraās niet op de openbare weg zijn
gericht.
Het is aan gemeenten om te besluiten of ze in het kader van het
gemeentelijk preventiebeleid de digitale deurbel willen
inzetten/subsidiƫren.
Daarbij kunnen ze gebruik maken van de lessen die zijn opgedaan tijdens
de pilots.
Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)
215. Vraag:
Het politiekorps vergrijst, voldoende instroom is van belang. De
politiebonden eisen 300 miljoen extra. Kan de Minister een reactie geven
op deze brandbrief?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 12 en 17.
Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)
216. Vraag:
Graag een reactie van de minister op het voorstel om ouderen persoonlijk
te gaan bereiken d.m.v. voorlichting in bijvoorbeeld buurtcentra en
thuis.
Antwoord:
Door corona zijn fysieke bijeenkomsten en informatieavonden niet
mogelijk geweest. Wanneer dergelijke bijeenkomsten weer mogelijk zijn,
zullen deze in samenwerking met de verschillende ouderenbonden worden
georganiseerd. Ten aanzien van de vorm zal nog overleg plaatsvinden.
Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)
217. Vraag:
Kan de minister aangeven waarom er niet in veel meer gemeenten ingezet
wordt op het tegengaan van mishandeling van ouderen in financiƫle zin?
Wat doen gemeenten en is dat genoeg? Er is landelijk regie nodig en het
is belangrijk dat dit van VWS overgaat naar JenV zoals toegezegd door
SVWS. Kan de minister aangeven hoe het daarmee staat?
Antwoord:
In veel gemeenten wordt ingezet op het tegengaan van (financiƫle) mishandeling van ouderen.
Bijna alle 28 regioās van het programma Geweld hoort nergens thuis geven aan over een aanpak ouderenmishandeling te beschikken.
Momenteel wordt met gemeenten een plan uitgewerkt om een expert pool op het gebied van ouderenmishandeling in te stellen.
Gemeenten kunnen hiermee experts inhuren om hen te ondersteunen in het ontwikkelen van de aanpak ouderenmishandeling.
Het voornemen is om financieel misbruik als specifiek thema hierin mee te nemen.
De start van deze expertpool wordt begin volgend jaar verwacht.
Tenslotte zal de staatssecretaris van VWS de regie blijven voeren op de aanpak van financiƫle ouderenmishandeling.
Gemeenten zijn onder de Wmo 2015 verantwoordelijk voor het
voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, waaronder
ouderenmishandeling. De minister van VWS is verantwoordelijk voor de
Wmo, dus overdragen van de beleidsverantwoordelijkheid op dit thema is
niet aan de orde.
Als het gaat over de strafrechtelijke aanpak van alle vormen van
mishandeling, dan ligt de verantwoordelijkheid uiteraard bij J&V. Om
die reden trekken wij nauw samen op in de aanpak van huiselijk geweld en
kindermishandeling, ook met de VNG.
Vragen van het lid Plas, C. van der (BBB)
218. Vraag:
Grote delen van het platteland zijn beland in een cyclus van
drugscriminaliteit. De minister maakt zich hier zorgen over, dus ik hoor
graag welke actieprogrammaās zullen worden ondernomen om deze cyclus te
doorbreken en welke concrete resultaten er tot nu toe zijn geboekt om de
drugscriminaliteit op het platteland aan te pakken?
Antwoord:
Binnen de aanpak van ondermijnende criminaliteit wordt met meerdere
acties ingezet op een weerbaar en veilig buitengebied. RIECs
ondersteunen gemeenten in hun aanpak o.a. door het aanbieden van
analyses en het aanstellen van een projectmanager specifiek voor het
buitengebied. JenV financiert daarnaast twee pilots van ZLTO. De eerste
pilot betreft een vertrouwenspersoon voor agrarische ondernemers en
bewoners in het buitengebied. De tweede pilot betreft het zoeken naar
integrale beleidsoplossingen voor problematiek rond leegstand van
agrarisch vastgoed. Ook wordt het Keurmerk Veilig Buitengebied steeds
vaker ingezet. Lokaal maken publieke en private partijen afspraken om
criminaliteit aan te pakken. Hiervoor wordt een netwerk met de betrokken
partijen opgezet, wordt toezicht geregeld en worden
voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Door deze acties worden
buitengebieden weerbaarder tegen drugscriminaliteit.
Vragen van het lid Plas, C. van der (BBB)
219. Vraag:
Wat doet MJenV om de inbraken en geweld op platteland door
dierenactivisten te voorkomen? Hoe hoog staat dierenactivisme op de
agenda?
Antwoord:
Actievoeren is toegestaan, tenzij het gaat om strafbare
(voorbereidings)handelingen of vormen van extremisme. Daar is aandacht
voor bij de betrokken opsporingsdiensten.
In navolging van eerdere incidenten hebben MJenV en de politie afspraken
gemaakt met de landbouworganisaties LTO en Producenten Organisatie
Varkenshouderij over uitwisseling van informatie en het instellen van
contactpunten. Tevens is er een factsheet opgesteld voor boerenbedrijven
en organisaties die te maken kunnen krijgen met dierenrechtenextremisme
en strafbare uitingen van dierenrechtenactivisme. Hierin staat wat men
kan doen bij verdachte situaties, bij bezettingen, bij slachtofferschap
en wat men in welke situatie kan verwachten van overheidspartijen.
Bovendien heeft de politie een handelingskader opgesteld, met
operationele adviezen voor de politie in het hele land.
Vragen van het lid Plas, C. van der (BBB)
220. Vraag:
Hoe staat de minister tegenover het vuurwerkverbod? Na ook de recente
kritiek? Hoe denkt de minister het vuurwerkverbod te handhaven? Hoeveel
inzet is nodig de komende maanden en gedurende oudjaarsnacht? Wat gaat
het de burger kosten? Kan de minister de toegenomen werklast op agenten
toelichten?
Antwoord:
Voor deze jaarwisseling bereidt het kabinet opnieuw een tijdelijk verbod voor op de verkoop- en het afsteken van consumentenvuurwerk.
Het kabinet wil daarmee de druk op de zorg verminderen.
Vorig jaar heeft een tijdelijk vuurwerkverbod 70% minder vuurwerkletsel opgeleverd en daarmee de zorg ontlast.
Het kabinet komt de vuurwerksector met een passende compensatie tegemoet net als vorig jaar.
MJenV begrijpt dat dit verbod voor veel liefhebbers van vuurwerk teleurstellend is.
De verkoop- en het afsteken van vuurwerk in de lichtste categorie blijft toegestaan. Het gaat dan om sterretjes, trektouwtjes en sierfonteintjes die het hele jaar door verkocht mogen worden.
De druk op de handhaving blijft onverminderd groot, ook tijdens de jaarwisseling.
De politie geeft aan dat een algeheel vuurwerkverbod op zichzelf de handhaving eenvoudiger maakt.
Het bezit, afsteken, vervoeren van al het vuurwerk - met uitzondering van categorie F1 - is dan immers verboden.
Een landelijk verbod is beter te handhaven dan de lokale afsteekverboden die per gemeente verschillen.
De politie houdt ook dit jaar rekening met maatschappelijk ongenoegen en bereidt zich daarop voor.
Tijdens de jaarwisseling hanteert de politie doorgaans een prioritering in de opvolging en afhandeling van meldingen. De veiligheid van burgers en hulpverleners staat daarbij voorop.
Afspraken over de invulling van de handhaving en daarmee samenhangende keuzes zullen op lokaal niveau worden gemaakt.
Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)
221. Vraag:
Kan JenV regelmatige updates verzorgen betreffende deze transformatie,
het stoppen van etnisch profileren door KMAR?
Antwoord:
Op 8 november 2021 heeft de minister van BZK uw Kamer geĆÆnformeerd over
het juridische toetsingskader dat het College voor de Rechten van de
Mens opstelt ten aanzien van het gebruik van etniciteit in
risicoprofielen. Zij zal u na het verschijnen daarvan begin december
informeren over dit kader en dit doen vergezellen van een standpunt van
het kabinet met betrekking tot etnisch profileren. Hierbij zal ook de
wens van de KMar om geen gebruik meer te maken van etniciteit als
risico-indicator worden betrokken.
Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)
222. Vraag:
Als Kmar het kan, waarom niet de politie, UWV, de Belastingdienst en de
gemeenten. Is het volgens de minister hoog tijd dat ook zij afzien van
etnisch profilerende algoritmes en risicoprofielen?
Antwoord:
Voor elke overheidsorganisatie geldt het discriminatieverbod van artikel
1 van de Grondwet. Hiervoor wordt onder meer verwezen naar de brief van
21 oktober jl. van de minister van BZK over de voortgang van de
uitvoering van de moties Marijnissen c.s. en Klaver c.s.
Daarin staat dat overheidsinstellingen zo snel mogelijk gegevens
rectificeren of wissen wanneer deze gebaseerd zijn op risicomodellen
waarin op een dergelijke manier gebruik is gemaakt van afkomst
gerelateerde gegevens. Daarnaast zet het kabinet zich in om
overheidsorganisaties te helpen om (indirecte) discriminatie te
voorkomen en daarmee aan de wet te voldoen. Hiertoe heeft het onder meer
richtlijnen voor data analyse door overheden en een Impact Assessment
Mensenrechten en Algoritmen ontwikkeld.
Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)
223. Vraag:
Hoe kan het dat de politie in Rotterdam er niet op berekend was dat het
zo uit de hand liep, terwijl er een maand geleden ook hardhandig is
ingegrepen door de politie bij het vreedzame woonprotest?
Antwoord:
Bij het woonprotest was sprake van een georganiseerde demonstratie waar
naar het zich laat aanzien sprake is geweest van mensen die zich
misdroegen rondom de demonstratie . Bij de rellen in Rotterdam was vanaf
het begin sprake van gericht geweld en bleek ook vanaf het begin dat de
demonstratie slechts een dekmantel is geweest. Tenslotte wijs ik erop
dat grootschalig optreden van de politie in algemene zin ook intern
wordt geevalueerd en verder dient het aanwenden van geweld altijd
geadministreerd te worden.
Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)
224. Vraag:
Kan de Minister toezeggen dat het tegengaan van profileren op etniciteit
en sociale klassen door verschillende instanties waaronder de overheid
een prioriteit is? Indien dit het geval is, kunnen we dan vandaag nog
beginnen met concrete stappen zetten?
Antwoord:
Etnisch profileren ā een vorm van discriminatie die zich kan voordoen
bij de uitvoering van controles ā moet worden tegengegaan. De politie
neemt diverse maatregelen om etnisch profileren tegen te gaan. Zie
hiervoor het antwoord op vraag 163.
Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)
225. Vraag:
Hoe zijn de bewindspersonen van plan om de juiste psychologische hulp te
bieden aan vluchtelingen en statushouders die dat nodig hebben?
Antwoord:
Gedurende de periode in COA opvang hebben (ook) asielzoekers met
traumatische ervaringen en psychische problematiek volledige toegang tot
de benodigde zorg. In Nederland is het zo geregeld dat de asielzoeker
hiertoe dezelfde toegang heeft als de Nederlandse burger. In Nederland
is in de asielopvang op vrijwel elk asielzoekerscentrum een zogeheten
GGZ-consulent aanwezig. Deze GGZ-consulent werkt onder de
verantwoordelijkheid van de huisarts en is een laagdrempelige ingang
voor personen met psychische problematiek. Ook heeft het COA
geĆÆnvesteerd in preventie via het programma Bamboo. De huisarts heeft
een cruciale rol. Die signaleert, behandelt of verwijst mensen naar de
generalistische basis-GGZ of de gespecialiseerde GGZ. De specialistische
GGZ richt zich op mensen met ernstige of complexe psychische
problemen.
Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)
226. Vraag:
Hoe kan het dat vluchtelingen in een welgesteld land als Nederland nog
steeds onder erbarmelijke omstandigheden worden opgevangen? Vinden de
bewindspersonen het normaal dat dit zo lang duurt voordat hier
verandering in komt?
Antwoord:
Zoals eerder aangegeven, wil ook de SJenV het liefst dat iedereen wordt
opgevangen in reguliere COA-locaties. Door de verhoogde asielinstroom en
het achterblijven van de uitstroom van vergunninghouders naar gemeenten
ziet het COA zich echter genoodzaakt om asielzoekers op te vangen in
noodopvanglocaties. Dit zijn locaties met een lager kwaliteitsniveau en
die minder geschikt zijn voor langdurig verblijf. Dat is niet gewenst,
maar onder de huidige omstandigheden helaas wel noodzakelijk. Er wordt
nu hard gezocht naar nieuwe, grotere opvanglocaties die op zeer korte
termijn inzetbaar zijn en voldoen aan de gebruikelijke kwaliteitseisen.
Aan medeoverheden is gevraagd om voor het einde van het jaar nog 3.500
extra opvangplekken te realiseren en 1.500 statushouders versneld uit te
plaatsen (deel van de achterstand op de taakstelling).
Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)
227. Vraag:
Vanuit een morele verplichting en historisch besef vraag ik de
demissionaire bewindspersonen om een onmiddellijk generaal pardon voor
ongedocumenteerde Surinamers.
Antwoord:
Bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 is bepaald welke personen
onderdaan van Nederland bleven en welke personen de Surinaamse
nationaliteit verkregen. Voor degenen die de Surinaamse nationaliteit
verkregen betekent dit dat zij voor langdurig verblijf in Nederland een
verblijfsvergunning nodig hebben, gelijk aan andere vreemdelingen.
Aanvankelijk gold er een soepele overgangsregeling voor Surinamers die
vijf jaar heeft geduurd. Daarna gold geen soepeler beleid meer, behalve
voor toelating om medische redenen. Er is na geruime tijd van
onafhankelijkheid geen reden meer onderdanen van Suriname anders te
behandelen dan andere onderdanen van landen buiten de Europese Unie.
Suriname is een veilig land waarnaar mensen kunnen terugkeren. Voor het
bieden van een generaal pardon is ook om die reden geen grondslag.
Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)
228. Vraag:
Hoe staat het met het stellen van heldere kaders rondom de bevoegdheden
van de NCTV? Waar haalt MJenV het lef vandaan een voorstel te doen voor
uitbreiding van de bevoegdheden van de NCTV?
Antwoord:
Over de werkzaamheden van de NCTV is de Tweede Kamer meermaals
geĆÆnformeerd. De Tweede Kamer is hierover per brief van 12 april 2021,
21 mei 2021 en 2 november 2021 geĆÆnformeerd. Door het project Taken en
Grondslagen kwam de NCTV zelf tot het inzicht dat die algemene
rechtsgrondslag gezien de rechtsontwikkeling naar huidige maatstaven als
juridisch kwetsbaar moet worden bestempeld en dat de tot dan toe
gehanteerde juridische grondslag, verstevigd zou moeten worden door de
introductie van een grondslag in een formele wet. Op grond van de
conclusies van dit project zijn bepaalde werkzaamheden per 31 maart 2021
gestaakt, nog meer werkzaamheden gestaakt na correspondentie met de AP
en is het wetsvoorstel Wet verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en
analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid naar uw Kamer
verzonden ter behandeling. Vervolgens is, daarin gesterkt door de
aangenomen motie van het lid Michon-Derkzen tijdens het debat van 15
juni 2021 om met spoed met een bijzondere wettelijke grondslag te komen
voor de NCTV om persoonsgegevens te verwerken voor de uitvoering van
zijn bestaande analyse- en coƶrdinatietaken, de hoogste prioriteit
gegeven aan het aangekondigde voorstel voor een Wet verwerking
persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding en
nationale Veiligheid.
Voor het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse
terrorismebestrijding en nationale veiligheid kan gemeld worden dat,
zoals gebruikelijk bij dit soort belangrijke wetsvoorstellen, er een
consultatieronde is geweest, de Autoriteit Persoonsgegevens om advies is
gevraagd, en daarna de Raad van State heeft geadviseerd. Met het
verwerken van deze adviezen zijn extra waarborgen in het wetsvoorstel
opgenomen, dat op 9 november aan de Tweede Kamer is verzonden. Bij de
behandeling van dit wetsvoorstel kan hierover nader met de Tweede Kamer
worden gesproken.
Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)
229. Vraag:
Binnen en buiten jeugdzorg is bekend dat de harde knip en abrupte einde
aan begeleiding van jongeren averechts werk. Hoe zit met begeleiding van
alleenstaande minder jarige vluchtelingen onder de 18 jaar?
Antwoord:
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) onder de 18 jaar worden
opgevangen en begeleid conform het amv-opvangmodel. De inzet binnen dit
model is zoveel mogelijk kleinschalig opvangen. Afhankelijk van de
leeftijd, vreemdelingrechtelijke status en mate van zelfstandigheid
worden amvās in de bijbehorende opvangvoorziening geplaatst. Per
opvangvoorziening varieert de mate van begeleiding. Alle amvās behouden
het recht op opvang en begeleiding tot hun 18de.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deelt de mening dat het
van belang is dat ex-amvās met een status, voor wie dit nodig is,
aanvullende opvang en begeleiding krijgen na het bereiken van de
18-jarige leeftijd. Het kabinet is daarom voornemens om incidentele
dekking voor de verlengde opvang en begeleiding voor ex-amvās met een
status in het jaar 2022 te realiseren. Daar worden momenteel gesprekken
over gevoerd met de betrokken departementen. Over de vraag op welke
wijze deze verlengde opvang en begeleiding op structurele wijze
gefinancierd dient te worden zal een volgend kabinet zich moeten
buigen.
Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)
230. Vraag:
De begeleiding van alleenstaande minderjarige vluchtelingen moet
verlengd worden zolang als zij dat nodig hebben. Verantwoordelijkheid
van het rijk, zijn er om bestaanszekerheid te garanderen voor iedereen
op Nederlands grondgebied. Hoe gaan de bewindspersonen zich hiervoor
inzetten. Hebben zij gedacht aan een nationale helpdesk?
Antwoord:
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) onder de 18 jaar worden
opgevangen en begeleid conform het amv-opvangmodel. De inzet binnen dit
model is zoveel mogelijk kleinschalig opvangen. Afhankelijk van de
leeftijd, vreemdelingrechtelijke status en mate van zelfstandigheid
worden amvās in de bijbehorende opvangvoorziening geplaatst. Per
opvangvoorziening varieert de mate van begeleiding. Alle amvās behouden
het recht op opvang en begeleiding tot hun 18de.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deelt de mening dat het
van belang is dat ex-amvās met een status, voor wie dit nodig is,
aanvullende opvang en begeleiding krijgen na het bereiken van de
18-jarige leeftijd tot maximaal 21 jaar. Het kabinet is daarom
voornemens om incidentele dekking voor de verlengde opvang en
begeleiding voor ex-amvās met een status in het jaar 2022 te realiseren.
Daar worden momenteel gesprekken over gevoerd met de betrokken
departementen. Over de vraag op welke wijze deze verlengde opvang en
begeleiding op structurele wijze gefinancierd dient te worden zal een
volgend kabinet zich moeten buigen.
De noodzaak van een nationale helpdesk wordt op dit moment niet
herkend.
Vragen van het lid Ephraim, O. (Groep van Haga)
231. Vraag:
Regelmatig hoor ik verhalen van mensen die een gestolen scooter of
e-bike terugzien op marktplaats. De politie onderneemt dan geen actie,
en gaf in een geval zelfs het advies aan een mevrouw om hier zelf op af
te gaan. Dit lijkt mij een bijzonder riskant advies, hoe zit de minister
dit?
Antwoord:
Aangifte doen heeft altijd zin, ook als de zaak niet wordt opgelost
helpen aangiftes politie en OM bijvoorbeeld om trends te ontdekken en
hierop te acteren. Daarnaast vormt heling een belangrijke pijler in de
bestrijding van vermogenscriminaliteit. Juist het volgen van de buit kan
de politie op het spoor van de dief brengen. Daarom worden verschillende
instrumenten ingezet om de buit beter te kunnen traceren. Denk onder
meer aan de database Stop Heling met aangiftes van gestolen goederen.
Iedereen kan hier een diefstalcheck doen alvorens een tweedehands goed
te kopen. Zo ook staat de politie open voor meldingen van slachtoffers
die hun eigen spullen op een verkoopsite aangeboden zien worden. Echter,
in dergelijke gevallen kan de politie niet direct optreden, maar dient
de procedure van pseudokoop gestart te worden. Dit legt een groter
beslag op de schaarse capaciteit van de politie.
Vragen van het lid Ephraim, O. (Groep van Haga)
232. Vraag:
Capaciteitsprobleem bij de politie moet niet leiden tot een gebrek aan
bescherming voor de burger bij kleine criminaliteit. Wat zijn de plannen
van MJenV hierover?
Antwoord:
Dit kabinet heeft vanaf het begin geĆÆnvesteerd in de versterking van de
politie. De uitbreidingen van de operationele formatie tellen op tot
2400 fte. Daarnaast investeert het kabinet n.a.v. de motie Hermans
aanvullend in 700 fte. In week 17 van dit jaar is de vernieuwde
basispolitieopleiding gestart, die twee in plaats van drie jaar duurt.
Dat is een belangrijke maatregel voor het versterken van de
politiecapaciteit. Het is goed nieuws voor de veiligheid van Nederland
dat er veel agenten bijkomen.
Maar het werven en goed opleiden van nieuwe agenten kost tijd. De
komende jaren is het onvermijdelijk dat er druk op de politiecapaciteit
blijft bestaan, vooral op de medewerkers die in de GGP belast zijn met
incidentafhandeling. Het kabinet heeft in 2019 al 91 miljoen euro
beschikbaar gesteld om de inzetbare politiecapaciteit op niveau te
houden (BUMA-gelden). Uit de incidentele middelen ten behoeve van
veiligheid uit de motie Hermans worden deze middelen aangevuld met 15
miljoen euro voor de jaren 2022 en 2023 voor het verminderen van de druk
op de GGP.
De korpsleiding heeft daarnaast aanvullende maatregelen opgesteld om de
GGP te ontlasten. Uiteraard vindt hierover afstemming plaats met bonden,
gezagen, medezeggenschap en met de MJenV. De eenheidschefs zullen in
overleg met het gezag maatregelen uit dit pakket kunnen nemen die passen
bij hun lokale problematiek.
De druk op de politiecapaciteit zal nog enige tijd voortduren. Er is ook
licht aan het einde van de tunnel. De bezetting zal de komende jaren
stijgen en de politie verwacht nog steeds dat de operationele formatie
en bezetting vanaf 2024 weer in balans zullen zijn.
Vragen van het lid Ephraim, O. (Groep van Haga)
233. Vraag:
Is de SJenV het eens dat we nauwelijks vluchtelingen meer kunnen
herbergen en opvang in de regio moeten stimuleren?
Antwoord:
Opvang en bescherming in landen in en om conflictregioās is voor het
kabinet de meest wenselijke optie. Het stelt hen namelijk in staat om,
zodra de situatie dat toelaat, snel terug te keren naar hun land van
herkomst en hun bestaan daar weer op te bouwen.
Opvang in de regio is dan ook een van de fundamentele pijlers van het
kabinetsbeleid, zoals vastgelegd in de Integrale Migratieagenda.
Verreweg de meeste vluchtelingen worden opgevangen in landen in de regio
van waar zij zijn gevlucht.
Vragen van het lid Ephraim, O. (Groep van Haga)
234. Vraag:
Is de SJenV het eens dat we een inhoudelijke discussie moeten starten
betreffende hoeveel vluchtelingen we kunnen herbergen?
Antwoord:
Het kabinet respecteert de internationale verdragen en afspraken waaraan
Nederland zich heeft verbonden. Uitgangspunt van het Nederlandse
migratiebeleid is en blijft dat Nederland veiligheid en bescherming
biedt aan mensen die vluchten voor oorlog, vervolging en geweld.
Een absolute bovengrens op het aantal asielzoekers dat in Nederland kan
worden opgevangen past niet bij dit uitgangspunt. Het zou op meerdere
vlakken indruisen tegen internationale en Europese wet- en regelgeving.
Daarnaast stuit een dergelijke bovengrens op grote praktische
bezwaren.
Door middel van een integrale benadering van het migratievraagstuk
streeft het kabinet na dat migratiebewegingen aansluiten op de
draagkracht en behoefte van de Nederlandse samenleving. De
staatssecretaris van JenV acht het van belang om nader te onderzoeken
hoe, indachtig dit streven, het migratiebeleid kan worden
vormgegeven.
De ACVZ is gevraagd om breed in kaart te brengen welke mogelijkheden
bestaan voor het gebruik van beleidsmatige richtgetallen bij sturing van
verschillende vormen van migratie, die zowel aan efficiƫntie als
draagvlak kunnen bijdragen. Hierbij is in het bijzonder aandacht
gevraagd voor het incorporatievermogen van de samenleving. U wordt
verwezen naar de brief Adviesvraag ACVZ beleidsmatige richtgetallenā aan
uw Kamer van 8 november jl.[1]
[1] Kamerstukken II 2020/21, 19637 nr 2783.
Vragen van het lid Ephraim, O. (Groep van Haga)
235. Vraag:
Een Ministerie van Demografie lijkt mij ook geen overbodige luxe, hoe
ziet het Kabinet dat?
Antwoord:
Demografie is een belangrijk onderwerp dat in samenhang moet worden
gezien met andere maatschappelijke opgaven, waaronder de tekorten op de
arbeidsmarkt en migratie. Eind dit jaar informeert het kabinet uw Kamer
over de motie Den Haan die het kabinet verzoekt, samen met de
planbureaus een methode te ontwikkelen om periodiek inzicht te kunnen
geven in demografische ontwikkelingen en te verkennen of en hoe een
staatscommissie «bevolkingsgroei en vergrijzing» aanbevelingen kan doen
voor beleidsopties, en hierover voor het einde van het jaar te
rapporteren. Hoe hieraan vorm te geven, is een keuze voor een volgend
kabinet.
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
236. Vraag:
Wil de regering een burgerlijke lus inbrengen in het bestuursrecht. Dat
wil zeggen: dat als een burger een fout maakt, dat hij/zij die ook mag
herstellen in het proces?
Antwoord:
De bestuurlijke lus geeft het bestuursorgaan de mogelijkheid om tijdens
de procedure de bestuursrechter gebreken in diens besluit te herstellen.
Eenzelfde herkansingsmogelijkheid voor de burger is er nu niet, maar dit
kan zeker worden onderzocht in het kader van de geplande aanpassing van
de Algemene wet bestuursrecht. Een wetsvoorstel hiervoor komt in het
voorjaar van 2022 in consultatie.
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
237. Vraag:
GRECO heeft acht aanbevelingen gedaan over de politie en het OM en alle
acht aanbevelingen zijn maar gedeeltelijk uitgevoerd. Wanneer worden
deze aanbevelingen volledig uitgevoerd?
Antwoord:
De politie en de KMar zijn in 2018 geƫvalueerd door GRECO. De
evaluatoren waren positief over de politie en de KMar en zij hebben
aanbevelingen gedaan om integriteitsbeleid te verbeteren. In 2021 is
Nederland tussentijds beoordeeld. Hierover is de Kamer geĆÆnformeerd per
brief op 6 juli jl.
Uiterlijk 30 september 2022 wordt gerapporteerd over de verwezenlijking
respectievelijk voortgang van de implementatie van de openstaande
aanbevelingen aangegeven in de Kamerbrief van 6 juli jl. van Ministerie
van BZK.
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
238. Vraag:
Er is een motie aangenomen over uithuisplaatsingen van de kinderen van
de toeslagenaffaire. Honderden kinderen zijn nog steeds niet bij hun
ouders en er is nog steeds geen meldpunt. Gaat het onderzoek naar de
uithuisplaatsingen binnen twee weken starten?
Antwoord:
Tijdens het debat over het Belastingplan heeft de minister voor
Rechtsbescherming toegezegd een brief aan de Kamer te sturen over onder
meer het in de motie gevraagde onderzoek. Deze brief zal op korte
termijn aan uw kamer worden gezonden.
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
239. Vraag:
Waarom worden de gerechtelijke uitspraken van de ABRvS over de
kinderopvangtoeslagen niet herzien?
Antwoord:
Een bestuursorgaan heeft de algemene bevoegdheid om terug te komen op
een eerder genomen besluit. Ook kan de overheid regelingen treffen om
gedupeerden tegemoet te komen. De regering heeft voor de gedupeerden van
de kinderopvangtoeslagaffaire ervoor gekozen deze twee middelen in te
zetten en zet daarbij alles op alles om de opgelopen schade zoveel
mogelijk te compenseren.
Herziening door de rechter op grond van artikel 8:119 AWB zal in deze
gevallen materieel niet tot een andere uitkomst leiden, aangezien het
onderliggende besluit reeds is teruggedraaid.
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
240. Vraag:
Komt er een reactie op het rapport van de Venetiƫcommissie over hoe we
een toeslagenaffaire in de toekomst gaan voorkomen?
Antwoord:
Het advies is uitgebracht op verzoek van de Voorzitter van de Tweede
Kamer, ter uitvoering van een motie van de heer Omtzigt. Het is daarom
in eerste instantie aan de Kamer om het rapport te agenderen en haar
reactie te bepalen. Naar wij begrepen hebben heeft de Kamer besloten het
advies te betrekken bij het nog te houden debat in de TK over de staat
van de rechtsstaat. Mocht blijken dat de Kamer een appreciatie van het
kabinet op dit advies op prijs stelt, dan is het kabinet daar zeer toe
bereid. In ieder geval zal het kabinet het advies gebruiken bij de
voorbereiding van de taakopdracht van de nog in te stellen
Staatscommissie Rechtsstaat, zoals al eerder met uw Kamer gedeeld.
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
241. Vraag:
Twee punten: 1) De selectie van rechters moet anders 2) En de ABRvS moet
ondergebracht worden bij de Hoven met cassatiemogelijkheden bij de Hoge
Raad. Is de regering bereid dit vorm te geven?
Antwoord:
Rechters in Nederland zijn onpartijdig en onafhankelijk. Er is dan ook
geen aanleiding om de selectie van rechters te wijzigen.
Navraag bij de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de
Raad van State leert dat slechts een klein deel van de staatsraden bij
de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een achtergrond
heeft in het openbaar bestuur.
|
|---|
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
242. Vraag:
Bent u bereid in gesprek te gaan met de rechters over hun buikpijn
betreffende de VOG, vreemdelingenrecht, zodat we weten of er nog meer
zaken zijn?
Antwoord:
Ja.
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
243. Vraag:
Kan er een speciale OvJ worden aangesteld om het moeilijke bewijs te
verzamelen voor IS-strijders die terugkeren, daders van genocide en het
houden van seksslaven te vervolgen?
Antwoord:
Bij het Openbaar Ministerie zijn reeds officieren van justitie
aangesteld die zich specifiek toeleggen op de vervolging van verdachten
van terroristische misdrijven. Opsporingsonderzoek naar en de vervolging
van terrorismeverdachten vindt plaats onder coƶrdinatie van de landelijk
terrorisme-officier van justitie. Deze coƶrdinerend officier van
justitie is bij het Landelijk parket ondergebracht. Deze officieren zijn
experts op het gebied van bewijslast tegen terrorismeverdachten, ook wat
betreft verdachten die zijn uitgereisd om zich bij terroristische
organisaties aan te sluiten. Bij het verzamelen van bewijsmateriaal
werken zij samen met onder andere de inlichtingendiensten. De
strafrechtelijke aanpak van voormalige IS-strijders heeft, als bekend,
veel aandacht van het openbaar ministerie.
Voor wat betreft genocide verwijs ik u naar het onderzoeksrapport van
het NIOD-Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocide Studies, over
de toegevoegde waarde van een gespecialiseerde officier van justitie die
zich specifiek zou richten op de vervolging van IS-strijders voor
genocide uit 2019, dat met uw Kamer is gedeeld. Nadat eerder al het OM
had aangegeven van mening te zijn dat het niet nodig was om een
gespecialiseerde officier van justitie te benoemen, gaf ook het NIOD aan
dat een focus op vervolging en berechting van uitsluitend IS-strijders
voor (medeplichtigheid aan) genocide in Nederland vermoedelijk te
beperkt zal zijn, waardoor de juridische dan wel praktische waarde van
een gespecialiseerde officier van justitie voor de vervolging van
IS-strijders voor genocide gering is. Er is toen de conclusie getrokken
dat de benoeming van een dergelijke officier van justitie de Nederlandse
aanpak van internationale misdrijven niet van de extra impuls zou
voorzien die daarmee beoogd werd.
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
244. Vraag:
Een aantal rechters van de RVS werkte eerste met de LA (Pels Rijcken).
Die adviseerde in 2009 en 2011 die harde aanpak toch te doen. Deze
ongemakkelijke waarheid wordt niet gemeld in het rapport. Vraag aan de
regering: Waren degene die het advies geschreven hebben voor de BD als
rechter betrokken bij deze rechtszaak?
Antwoord:
Er zijn vier staatsraden bij de Raad van State werkzaam die voorheen als
advocaat hebben gewerkt bij Pels Rijcken. Het advies van 18 decemer 2009
is geschreven door een medewerker van Pels Rijcken. Deze werkt niet bij
de Raad van State en heeft daar ook nooit gewerkt. De ABRvS kende dit
advies niet tot na de bevindingen van de Parlementaire
ondervragingscommissie Kindertoeslag uitspraken in oktober 2019.
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
245. Vraag:
Kunnen we bij de douane de VOG-screening invoeren? Die doen we al bij
taxichauffeurs en politieagenten.
Antwoord:
De staatssecretaris van FinanciĆ«n ā Toeslagen en Douane heeft toegezegd
te werken aan verscherpte screening bij de Douane. Dit gebeurt op de
twee manieren, namelijk het inzetten van continue screening en screening
middels de VOG politiegegevens. Het wetsvoorstel VOG Politiegegevens is
inmiddels aangenomen door de Eerste Kamer. De Staatssecretaris van
Financiƫn heeft functies bij de Douane voorgedragen om te worden
gescreend door middel van een VOG P. Deze functies heeft MRb opgenomen
in een regeling. Deze regeling wordt momenteel voorgehangen bij beide
kamers. De staatssecretaris van Financiƫn zal uw Kamer informeren over
de laatste stand van zaken van de continue screening bij de Douane.
Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
246. Vraag:
Kan het Kabinet een staatscommissie instellen die in gaat op de volgende
onderdelen: 1. Verhouding overheid en burger 2.Ondermijnende
criminaliteit 3. Klassenjustitie. Kan dit kabinet deze staatscommissie
instellen?
Antwoord:
De minister van BZK en de minister voor Rechtsbescherming werken
momenteel aan een conceptopdracht voor de staatscommissie naar
aanleiding van de motie Omtzigt/Van Dam. Deze motie verzoekt de regering
voorbereidingen te treffen om een staatscommissie in te stellen die in
brede zin het functioneren van de rechtsstaat analyseert en met
voorstellen komt om deze te versterken. Het streven is om de
conceptopdracht begin december 2021 aan de beide Kamers der
Staten-Generaal te sturen zodat hierover een debat kan plaatsvinden. In
dit debat over de conceptopdracht zal ongetwijfeld ook de verhouding
overheid-burger aan de orde komen.
Waar het het thema ondermijning betreft benadrukken de minister van
Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming dat hier
een omvangrijk programma voor loopt dat met een brede coalitie van
partijen inzet op een langdurige en intensieve bestrijding met een
combinatie van preventieve en repressieve maatregelen en internationale
samenwerking in verband met het transnationale karakter ervan. Om de
aanpak te intensiveren heeft het kabinet de afgelopen jaren aanzienlijke
hoeveelheid extra middelen beschikbaar gesteld. De focus moet nu liggen
op de implementatie van het programma. Met betrekking tot het thema
klassenjustitie wordt verwezen naar de brief van 19 november 2021 van de
minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor
Rechtsbescherming. In deze brief wordt uiteengezet dat een recent
verkennend onderzoek van het WODC naar klassenjustitie in de Nederlandse
strafrechtsketen, dat op 22 juni 2021 aan de Tweede Kamer is aangeboden,
gevolgd wordt door een haalbaarheidsstudie waarvan de resultaten in het
eerste kwartaal van 2022 worden verwacht. Dan zal ook een inhoudelijke
reactie volgen op de beide onderzoeksrapporten. Op basis van de
uitkomsten van de haalbaarheidsstudie zal worden bezien of een
vervolgonderzoek zal plaatsvinden.