[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling Justitie en Veiligheid op 24 november 2021

Brief regering

Nummer: 2021D45747, datum: 2021-11-25, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2021Z21448:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

1. Vraag:
De opleiding van agenten wordt verkort om hen sneller op straat te krijgen. Hoe draagt dit bij aan de veiligheid van de agenten?

Antwoord:
De vernieuwing van deze opleiding heeft ertoe geleid dat aspiranten hun opleiding in twee jaar voltooien en sneller als medewerker aangesteld kunnen worden. Dit is mogelijk door een andere organisatie van het onderwijs, het gebruik van digitale leermiddelen en het gebruik van verschillende leerroutes gebaseerd op de achtergrond en voorkennis van de aspiranten. Vorming en weerbaarheid is daarbij nog steeds een wezenlijk onderdeel van de opleiding. De verwachting is dat de verkorting van de opleiding niet leidt tot minder goed opgeleide agenten op straat. Tijdens het gehele traject wordt door de Politieacademie en het korps bij studenten, docenten en begeleiders de voortgang gemonitord. Zodra er ervaring is opgedaan met de werking van de vernieuwde basispolitieopleiding en de eerste aspiranten zijn ingestroomd als medewerkers in het korps wordt de Inspectie van Justitie en Veiligheid gevraagd aandacht te besteden aan de kwaliteit van de vernieuwde basispolitieopleiding en de examinering daarvan.

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

2. Vraag:
Is de minister bereid in te grijpen bij de pilots waarbij BOA's een hoofddoek mogen dragen?

Antwoord:
Functies waarbij de overheid zich in de samenleving manifesteert met behulp van de sterke arm, en gebruik maakt van dwangmiddelen, oefenen een bijzondere overheidstaak uit. Bij de politie is afgesproken dat uitingen van geloof of overtuiging geen onderdeel zijn van het uniform en dat daar dus van af moet worden gezien. Dit is in het belang van het gezag, de neutraliteit en de veiligheid van de politie op straat. De politie vertegenwoordigt immers de staat. De MJenV onderschrijft deze afspraak binnen de politie.
De positie van politieambtenaren is in diverse opzichten niet vergelijkbaar met die van andere werknemers, zoals BOA’s. In het geval van BOA’s geldt dat sprake is van lokaal gezag en werkgeverschap. De uniformen van de BOA’s zijn de verantwoordelijkheid van de desbetreffende werkgever. Hiervoor heeft de VNG een handreiking modeluniform BOA opgesteld, waarin ook staat dat ontwikkeling van het uniform de verantwoordelijkheid van gemeenten is.

MJenV gaat over het besluit BOA en over de regeling domeinlijsten BOA.
In het besluit BOA is geregeld dat ten aanzien van het uniform (artikel 26a) MJenV enkel over het insigne gaat: ā€˜Indien de buitengewoon opsporingsambtenaar een uniform of bedrijfskleding draagt, wordt dat uniform of die bedrijfskleding op een duidelijk zichtbare plaats voorzien van een insigne, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.’
Ten aanzien van de identificatie van de BOA is het volgende opgenomen in het besluit (artikel 26): ā€˜Bij het uitoefenen van zijn taak draagt de buitengewoon opsporingsambtenaar een legitimatiebewijs bij zich, waarvan het model door Onze Minister is vastgesteld’. Er is verder geen landelijke wet- of regelgeving die gaat over de uniformen van de BOA’s.

Vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor de BOA gaat MJenV onder meer over zaken die centraal beleid vergen (zoals bewapening), professionalisering (betrouwbaarheid en bekwaamheid, getoetst via Dienst Justis) van de BOA en de kaders voor een veilige taakuitvoering.

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

3. Vraag:
Hoe lang gaat de vacaturestop door het begrotingstekort bij de Nationale Politie duren? Is dat in 2024 opgelost?

Antwoord:
Afgelopen voorjaar 2021 verwachtte de politie een overschrijding van haar budget. Naar aanleiding van deze verwachte overschrijding is o.a. de maatregel genomen om een vacaturestop in te voeren voor de niet-operationele functies. Er geldt geen vacaturestop voor operationele functies. Deze maatregel ziet op het jaar 2021. In latere jaren zullen we in de reguliere planning & control cyclus naar de keuzes moeten kijken. Dit kan zowel binnen als buiten de begroting zijn. MJenV verwacht van de korpsleiding dat zij bij deze keuzes eerst en vooral naar de ca. 11.000 functies in de niet operationele sfeer kijkt. Daarnaast zullen de GGP, het MIT, zeden en bewaken en beveiligen bij deze keuzes ontzien worden.

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

4. Vraag:
Is de minister bekend met de stadsmariniers? Dit is succesvol in R'dam. Kunnen we dit in het landelijk overleg Veiligheid en politie bespreken?

Antwoord:
MJenV is bekend met de stadsmariniers. In verschillende gemeenten wordt een dergelijke functie ingezet. Hier is geen landelijk beleid op en dit is een lokale aangelegenheid. MJenV gaat in gesprek met de regioburgemeesters, de politie en het OM over de stadsmariniers, en brengt het ook in bij het Strategisch Beraad Veiligheid om te bespreken in hoeverre dit instrument onderdeel kan zijn van de aanpak van criminaliteit en voor het vergroten van de veiligheid in Nederland.

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

5. Vraag:
Hoe kan de politie op tijd en zichtbaar zijn in de provincies van het noorden en oosten van het land, waar de sluiting van politiebureaus onverminderd door gaat? Graag de garantie dat niet meer politiebureaus gesloten gaan worden.

Antwoord:
Het uitgangspunt van de Nederlandse politie is altijd zichtbaar te zijn in wijken en dorpen, door heel Nederland. Een politiebureau is een van de manieren waarop de politie aanwezig en beschikbaar is voor de Nederlandse burger. In deze digitale tijd voldoet alleen een politiebureau in een wijk niet meer. De politie zet in op meer eigentijdse manieren van nabijheid zoals pop-up politiebureaus, digitale beschikbaarheid van agenten in de wijk en andere innovatieve manieren om aan te sluiten op de behoefte van burgers. Het overzicht van politiebureaus en steunposten staat in het Strategisch Huisvestingsplan Politie (SHP) dat na afstemming met het lokaal gezag is vastgesteld.

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

6. Vraag:
Waar blijven de maatregelen tegen de gebruikers van harddrugs?

Antwoord:
Het gebruik van harddrugs is niet strafbaar. Het bezit van harddrugs wel. Het Nederlandse drugsbeleid is gericht op een gebalanceerde aanpak, waarbij oog is voor zowel gezondheid als veiligheid. Voor kleine hoeveelheden voor eigen gebruik geldt dat deze volgens de Aanwijzing van het Openbaar Ministerie in beslag worden genomen. Bezit van grotere hoeveelheden wordt vervolgd en bestraft. Voor het niet bestraffen van bezit van een gebruikershoeveelheid zijn goede redenen: ten eerste moeten gebruikers van drugs zich veilig voelen om hulp te zoeken als er zich bijvoorbeeld gezondheidsproblemen voordoen. Zij moeten niet uit angst voor vervolging de EHBO gaan mijden. Ten tweede is het qua capaciteit ondoenlijk voor politie en OM om gebruikers met dergelijke kleine hoeveelheden in bezit te vervolgen. Overigens zet de staatssecretaris van VWS nu ook al stevig in op preventie van het gebruik van harddrugs. Samen met hem zal worden bezien welke bewezen interventies om drugsgebruik te verminderen breder kunnen worden ingezet.

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

7. Vraag:
Waarom is MRb in zijn brief 'aanpak georganiseerde criminaliteit tijdens berechting en detentie' niet ingegaan op de mogelijkheid van volledig isolement, in Italiƫ 41bis-regime genoemd?

Antwoord:

  • De brief ziet op het beter tegengaan van voortgezet crimineel handelen in detentie door de zwaarste soort criminelen.

  • In ItaliĆ« noemen ze dat het 41bis-regime, in Nederland hebben we een soort gelijk regime, het EBI-regime.

  • Dit is een streng, sober en gecontroleerd regime met vergaande beperkingen. Denk hierbij aan zeer beperkt luchten, maximale controle op externe contacten, geen arbeid en minimaal contact met andere gedetineerden.

  • De kwetsbaarheid in dit regime zit op de ongecontroleerde contacten, zoals de toegang door advocaten, NGO’s etc. Die hebben ook bij volledige isolatie ongecontroleerde toegang tot de gedetineerde.

  • De aangekondigde maatregelen uit mijn brief zien op het verminderen van deze kwetsbaarheid. Volledige isolatie is geen oplossing voor deze kwetsbaarheden.

  • In ItaliĆ« kent men het zogenaamde 41bis regime voor leden van maffiose organisaties. Verdenking van of veroordeling voor een dergelijk delict en de plaatsing in een specifiek detentieregime, kan doorwerken in verschillende onderdelen van het Italiaanse strafrechtsysteem. Onderdeel daarvan is dat er in beginsel geen vervoer meer plaats vindt van gedetineerden waarbij het vervoer als zodanig een bedreiging is van de openbare orde en veiligheid. Voor de langere termijn gaan we onderzoeken welke onderdelen van de Italiaanse aanpak ook in Nederland toepassing kunnen vinden.

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

8. Vraag:
Is de minister het ermee eens dat cybersecurity een minister-overkoepelende taak moet zijn met een aparte minister?

Antwoord:
Of er een aparte minister dient te komen voor cybersecurity met een ministerie-overkoepelende taak is aan een nieuw kabinet. Digitale veiligheid is een essentiĆ«le randvoorwaarde voor het slagen van de digitale transitie. Hiermee moet cybersecurity geborgd zijn binnen elk domein en elke bestuurskamer. De verschillende betrokken departementen zijn binnen de huidige situatie vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid met elkaar met deze opgave aan de slag. Als coƶrdinerend bewindspersoon zie ik het als mijn taak om dit werk niet van hen over te nemen, maar mijn collega’s aan te sporen of te adviseren. Een te gecentraliseerde aanpak van cyber gerelateerde onderwerpen leidt mogelijk tot een verlies van expertise en verantwoordelijkheid. Ik verwijs in dat verband ook graag naar het advies van de CSR dat pleit voor een onderraad voor cybersecurity, en naar het advies van de WRR over AI, waarin gepleit wordt voor een digitale onderraad. Want we moeten waken voor een te versnipperde aanpak en de eenheid in strategie en implementatie moet geborgd zijn. De afgelopen jaren is ook mijn inzet geweest om zoveel mogelijk de samenwerking te versterken.

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

9. Vraag:
Is de minister bereid om onderzoek te doen naar de mogelijkheid om het kennis hebben van sexueel misbruik en daar geen actie op ondernemen strafbaar te stellen, waarmee slachtoffers van sexueel misbruik voorkomen kunnen worden en slachtoffers beschermd kunnen worden?

Antwoord:

  • MRb heeft reeds naar aanleiding van signalen over seksueel misbruik binnen de gemeenschap van Jehova’s Getuigen onderzoek laten uitvoeren naar de opportuniteit van verruiming van de aangifteplicht voor ernstige seksuele misdrijven.

  • Voor bepaalde gevallen van seksueel misbruik bestaat namelijk al een aangifteplicht (160 Sv: kennis van verkrachting). Ook bestaan, buiten het strafrecht, verscheidene meldplichten, zoals de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

  • Het onderzoek naar mogelijke verruiming van de aangifteplicht is verricht door het WODC en eind 2019 naar de Tweede Kamer verzonden.

  • Het onderzoek wees uit dat verruiming van de aangifteplicht geen meerwaarde heeft want het kan afbreuk doen aan het handelingsperspectief van hulpverleners als zij signalen van seksueel misbruik tegenkomen. Zij zouden dan altijd aangifte moeten doen waar bijvoorbeeld andere hulpverlening aan het slachtoffer meer op zijn plaats is.

  • Wel gaf het onderzoek steun voor het verkennen van verruiming van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van besturen van organisaties waarbinnen seksueel misbruik heeft plaatsgevonden.

  • MRb heeft vervolgens bij brief van augustus 2020 aangekondigd dat hij een nieuwe wettelijke regeling wil verkennen die besturen van particuliere organisaties verplicht kennis van seksueel misbruik te melden.[1] Het niet voldoen aan deze meldplicht zou dan strafbaar zijn.

  • Relevant voor de uitkomst van deze verkenning zijn de resultaten van het onderzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen naar de opvolging van de aanbevelingen van onder andere de commissies Deetman en De Vries.

  • Blijkt uit dit onderzoek dat het schort aan goede opvolging van deze aanbevelingen dan maakt dat extra bescherming van slachtoffers van seksueel misbruik via de weg van voornoemde meldplicht extra opportuun.

  • De uitkomsten van dat onderzoek worden voorjaar 2022 verwacht, waarna de Tweede Kamer wordt bericht over de opportuniteit van de instelling van een nieuwe wettelijke regeling.

[1] Kamerstukken 2019-2020, 29 279, nr. 553


Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

10 . Vraag:
Hoe zit het nu met de uitrusting van agenten? Heeft iedereen die dat nodig heeft in de eerste helft van 2022 een stroomstootwapen en bodycam?

Antwoord:
Nee, er wordt nu gestart met de uitrol van het stroomstootwapen. Zoals aangegeven in de brief van MJenV (Kamerstukken II, 2019/2020, 29628 nr. 916) duurt het opleiden van de agenten drie tot vijf jaren vanaf 2022. Per 1 januari 2022 wordt de huidige juridische constructie van de beproeving verlengd om de uitrol te faciliteren. Gedurende deze periode kan ook verder gewerkt worden aan de juridische en financiƫle vertaling voordat overgegaan wordt tot wijziging van het Besluit Bewapening en Uitrusting Politie. De politie is toegerust met bodycams. Daarvan zijn er recentelijk 2000 aangeschaft.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

11. Vraag:
De politie geeft ook aan meer te willen werken met drones. Hoe kijkt de minister daar tegenaan?

Antwoord:
De politie beschikt reeds over drones om in te zetten in haar taakuitvoering ten behoeve van forensische opsporing, verkeersongevallenanalyse en bij het handhaven van de openbare orde en veiligheid.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

12. Vraag:
Kan de minister reageren op de noodkreet van bonden betreffende de operationele doelstellingen?

Antwoord:
Toen MJenV aantrad was er een sterke noodzaak om in de capaciteit van de politie te investeren. Dit kabinet heeft dan ook vanaf 2018 geĆÆnvesteerd in uitbreiding van de operationeel inzetbare politiecapaciteit met 2.400 fte. Met de recente ondermijningsmiddelen en de motie Hermans loopt dat nog eens op met 740 fte. Overigens zal pas in 2024-2025 de formatie en bezetting naar verwachting weer in evenwicht zijn.

Fouten die we in het verleden nog weleens maakten, zoals uitbreiding van taken waar geen geld voor beschikbaar kwam, zijn door dit kabinet niet meer gemaakt. Voor wat de politie nu moet doen, is de politie volledig gefinancierd. Dat is ook vastgesteld in het PM-onderzoek voorjaar 2021.

Dit voorjaar verwachtte de politie een overschrijding van haar budget in 2021 met 157 miljoen euro. Inmiddels blijkt uit de najaar cijfers dat de prognose een overschrijding van 80 miljoen euro. is, en de verwachting is dat dit bedrag dit jaar nog verder zal dalen.

De vervolgopdracht die MJenV zichzelf gegeven heeft, is dat MJenV wil kijken naar wat er aan uitdagingen op de politie afkomt. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de bedrijfsvoering die van groot belang voor een dergelijke organisatie is, maar niet altijd op de voorgrond van de belangstelling staat.

Dit maakt dat MJenV samen met de korpsleiding heeft laten kijken naar wat meerjarig nodig is, zodat de politie niet alleen vandaag berekend is op haar taak maar ook in de toekomst.

Uit het bij de verzamelbrief meegestuurde rapport blijkt dat de politie meer zal moeten investeren in zaken als PTSS, informatievoorziening en cybersecurity om toekomstbestendig te blijven. Deze onderwerpen komen overeen met de onderwerpen die genoemd zijn in het position paper politie en het PM-onderzoek. Met de extra intensiveringen wordt een deel van deze posten opgelost.

Voor de begroting van 2022 verwacht de MJenV dat de kosten binnen het totaal moeten kunnen worden ingepast. Deze begroting is sluitend. In latere jaren zullen we in de reguliere planning & control cyclus naar de keuzes moeten kijken. Dit kan zowel binnen als buiten de begroting zijn. MJenV heeft de korpsleiding gevraagd te kijken naar verdere mogelijkheden.

MJenV verwacht van de korpsleiding dat zij bij deze keuzes eerst en vooral naar de circa 11.000 functies in de niet-operationele sterkte kijkt. Daarnaast zullen de GGP, het MIT, zeden en bewaken en beveiligen bij deze keuzes ontzien worden. Een eventuele aanvulling op de politiebegroting is aan een volgend kabinet.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

13. Vraag:
Kunnen we de streefaantallen operationele agenten op straat met de impulsen uit de augustusbrief en de middelen Hermans structureel halen en wat is daarvoor nodig?

Antwoord:
Dit kabinet investeert fors in de politiecapaciteit en heeft de operationele formatie uitgebreid tot ruim 2.400 fte in 2026. De uitbreiding van de bezetting en de vervanging van het vertrekkend personeel kost tijd en verloopt gestaag: de bezetting en formatie komen vanaf 2024-2025 in balans. De extra middelen vanuit de augustusbrief en de motie Hermans zorgen voor een additionele uitbreiding van de capaciteit bovenop de 2.400 fte.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

14. Vraag:
Hoeveel fte gaat het extra geld opleveren bij politie, OM, ZM, FIOD, Douane etc.? Welke resultaten mogen we verwachten? Waar stuurt de MJenV op?

Antwoord:
In zijn brief van 4 oktober jl. heeft de MJenV uw Kamer geĆÆnformeerd over de onderverdeling op hoofdlijnen van de extra structurele middelen, die voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit beschikbaar zijn gekomen. Met de betrokken partners worden op dit moment de concrete doelstellingen en maatregelen verder uitgewerkt, inclusief de daarbij benodigde uitbreiding van capaciteit en programmagelden. In deze brief heeft de MJenV ook toegelicht op welke maatschappelijke effecten wordt ingezet, zoals het voorkomen van jonge aanwas, het tegengaan van criminele geldstromen en het weerbaar maken van logistieke knooppunten. De nadere invulling van deze doelstellingen wordt de komende periode uitgewerkt. Daarbij worden de middelen ingezet waar ze het meeste verschil kunnen maken, zodat de brede ondermijningsaanpak een krachtige gezamenlijke focus kent en versnippering wordt voorkomen. De nadere uitwerking wordt in nauwe samenspraak met de betrokken organisaties en met het Strategisch Beraad Ondermijning (SBO) gedaan. Dit betreft een zorgvuldig traject met de partners, vanuit gezamenlijke doelstellingen en een focus op het gezamenlijk te bereiken resultaat, om zo maximaal effect te bereiken. Van deze uitwerking en voortgang zal MJenV uw Kamer op de hoogte houden.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

15. Vraag:
Iedereen wil dat crimineel geld afgepakt wordt, maar waarom gebeurt het dan nog steeds niet? Wat gaat de minister doen aan het feit dat we al jaren een zeer mager resultaat bereiken?

Antwoord:
Het OM heeft vorig jaar 303 miljoen euro conservatoir beslag gelegd, waaronder veel contant geld en cryptovaluta. Op verzoek van het buitenland heeft het OM nog eens beslag gelegd op 184 miljoen euro. Het incassoresultaat in 2020 bedroeg bijna 85 miljoen euro. Opgeteld dus ruim een half miljard euro. In april dit jaar is een tweetal transacties van het OM door rechtspersonen geaccepteerd van samen ruim 520 miljoen euro. En onlangs is beslag gelegd op 25 miljoen euro aan cryptocurrency. Ondanks deze resultaten kan en moet er meer crimineel vermogen uit de markt worden gehaald. Dat is echter een complex en een langdurig traject. Mede omdat crimineel vermogen vaak in het buitenland is ondergebracht en dus moeilijk bereikbaar is vanuit Nederland. Daarnaast past het MJenV niet om zich te mengen in de inhoudelijke koers van het OM door resultaatdoelstellingen op te leggen. Wel wordt ingezet op drie verbetersporen om de criminele geldstromen terug te dringen en de afpakresultaten te verhogen: 1) het versterken van de randvoorwaarden voor het leggen van beslag, door het bedrijfsvoeringsproces te verbeteren, 2) het vergroten van wettelijke mogelijkheden (verruiming strafrechtelijk executie onderzoek, non conviction based confiscation en spoedbevriezing) en 3) het versterken van internationale samenwerking. Door een beter bedrijfsvoeringsproces, nieuwe wetgeving en internationale samenwerking kan een krachtige impuls gegeven worden aan het afpakken van crimineel vermogen.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

16. Vraag:
Mijn fractievoorzitter heeft 200 miljoen euro extra geregeld om Nederland veiliger te maken, meer dan de helft gaat gebruikt worden voor 700 extra wijkagenten. Dit gebeurt pas vanaf 2024, kan dit sneller?

Antwoord:
Nee, dat kan helaas niet sneller. Van deze 700 fte agenten voor de wijk is in de raming rekening gehouden met 350 fte instroom in de opleiding in 2024 en 350 fte vanaf 2025. Op dat moment is er pas weer ruimte bij de Politieacademie en in de eenheden om extra aspiranten op te leiden.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

17. Vraag:
MJenV heeft aangegeven dat 700 wijkagenten worden verdeeld in overleg met regioburgemeesters. Hoe gaat dit in z’n werk? Is het koehandel? Meer wijkagenten in de 16 probleemwijken of wellicht meer wijkagenten in groeigemeenten?

Antwoord:
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de verdeling van de 700 agenten voor de wijk over en binnen de eenheden.

De verdeling van de agenten over de eenheden zal MJenV conform Politiewet 2012 na bespreking met de Regioburgemeesters en de voorzitter van het College van procureurs-generaal in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) vaststellen. Hierbij wordt als basis de door MJenV vastgestelde formatie voor de operationele sterkte van de eenheden aangehouden, conform het Besluit verdeling sterkte en middelen. Elke eenheid profiteert mee.

De verdeling van deze agenten binnen de regionale eenheden is vervolgens aan de burgemeesters van de gemeenten in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert en de betrokken hoofdofficier van justitie. In algemene zin is hierover met de Regioburgemeesters en de voorzitter van het College van procureurs-generaal besproken dat er behoefte is aan wijkagenten, aan ā€˜digitale wijkagenten’ en aan andere agenten die in en voor de wijk werken, als ook aan agenten die in de basisteams gaan werken aan de opsporing van veel voorkomende criminaliteit. Tevens is uitgesproken dat het nodig is dat een aantal van hen het accent jeugd en school krijgt.

Deze 700 fte komt uit de middelen voor veiligheid (motie Hermans). Vanuit de ondermijningsmiddelen (preventie met gezag) komt geld beschikbaar voor wijkagenten in de meest kwetsbare wijken. Over die verdeling spreek ik nader met de politie en de vertegenwoordigers van de gezagen.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

18. Vraag:
De commissie Bos heeft drie belangrijke aanbevelingen gedaan: - Hoeveel informatie wettelijk mag worden verzameld en gedeeld. - Het overleg over de beveiliging met de persoon die het betreft. - Ook moeten we scherp kijken naar de capaciteit, zodat we geen mensen kwijt zijn die we in de basispolitiezorg hard nodig hebben. Hoe gaat de minister deze drie punten ondersteunen en hoe zorgt hij ervoor dat de noodzakelijk middelen beschikbaar komen?

Antwoord:
MJenV ondersteunt de door de VVD aangedragen punten om aan de slag te gaan met de aanbevelingen van de commissie Bos ten aanzien van een toekomstbestendig stelsel bewaken en beveiligen.

Uw Kamer is bij brief van 12 november jl. geĆÆnformeerd over de ingerichte Taskforce die de aanbevelingen van de commissie Bos verder uitwerkt. In deze brief werden de agenda en werkzaamheden beschreven die de Taskforce de komende periode met voorrang oppakt. Daar maken de genoemde punten deel van uit.

De commissie Bos stelt dat het alleszins aannemelijk is dat het aantal personen en objecten dat langdurig bewaakt en beveiligd moet worden, verder zal toenemen. En dat het stelsel daarom geconfronteerd zal worden met een capaciteitsprobleem waar de recent toegekende versterking maar ten dele in voorziet. In de nadere uitwerking van de aanbevelingen van de commissie Bos moet duidelijk worden hoe de noodzakelijke aanpassingen van het stelsel zich verhouden tot de recente en toekomstige versterkingen in capaciteit en kwaliteit, en welke aanvullingen dan nog nodig zijn. In dat kader zullen nadere voorstellen voor versterking worden uitgewerkt.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

19. Vraag:
Recidivisten van kleine delicten moeten wat betreft de VVD worden aangemeld bij het veiligheidshuis en er moet dan ook direct gekeken worden naar evt. broertjes en zusjes van de betrokkene, omdat de kans groot is dat zij ook afglijden naar het criminele pad. Straf op maat voor de jeugdige crimineel. En het liefst in de wijk waar het mis gaat. En waar de jongere bekend is. Daarom kijkt de VVD met interesse naar de wijkrechtbank. Wat zijn tot nu tot de ervaringen in Rotterdam Zuid en in Amsterdam?

Antwoord:
Met de beschikbare middelen voor preventie met gezag zet ik in op versterking van de wijkgerichte justitiƫle functie, waaronder naast de Rechtspraak, het OM, reclassering etc. Deze functies worden de komende jaren versterkt in samenhang met de integrale en wijkgerichte preventieve aanpak, dus afhankelijk van de specifieke lokale behoefte.
Binnen het programma Maatschappelijk effectieve rechtspraak lopen er onder andere initiatieven met wijkrechtspraak. Wijkrechtspraak heeft als doel om effectief bij te dragen aan het oplossen van uiteenlopende, meervoudige problemen van mensen in bepaalde wijken. Het uitgangspunt is dat er integraal wordt gekeken naar de verschillende problemen (en rechtszaken) van iemand die bij de rechter komt, zoals bijvoorbeeld schuldenproblematiek, verslaving of problemen in de thuissituatie. In dat kader lopen er in Rotterdam en Amsterdam initiatieven met wijkrechtspraak. In de afgelopen tijd behandelde de wijkrechtbank kleinere strafzaken van bekennende verdachten met multiproblematiek. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om schuldenproblematiek, verslavingen of problemen in de thuissituatie.

In Amsterdam is per 1 november jl. de Buurtrechter Venserpolder van start gegaan, gericht op de aanpak van zgn. multiproblematiek. In Rotterdam loopt sinds het voorjaar 2020 de pilot Wijkrechtspraak op Zuid, een samenwerkingsverband van de rechtbank Rotterdam, het Openbaar Ministerie, de advocatuur, de gemeente Rotterdam (wijkteam) en politie. Doelgroep van het project zijn kwetsbare burgers met problemen op meerdere leefgebieden in de wijken Hillesluis en Bloemhof en vanaf 1 augustus 2021 ook de Afrikaanderwijk, Feijenoord en Vreewijk. De pilot loopt tot 31 december 2021, waarna het zal worden geƫvalueerd. Instroom vindt plaats via het strafrecht of via het wijkteam.

Daarnaast is er de Wijkrechtbank Eindhoven. Dit is een initiatief van de rechtbank Oost-Brabant, de lokale advocatuur, het Openbaar Ministerie, de gemeente Eindhoven, de reclassering en de politie. In deze pilot wordt tijdens de zitting onder regie van de rechter niet alleen een beslissing genomen over bewijs en straf. Er wordt ook met vertegenwoordigers van alle relevante organisaties gezocht naar een duurzame en integrale oplossing voor de problematiek van de verdachte. Het doel van deze aanpak is om te voorkomen dat iemand nogmaals in de fout gaat en voor overlast zorgt in diens leefomgeving.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

20. Vraag:
Hoe staat het met de nabijheidsrechter? Werkt dat en wanneer horen we daar meer over?

Antwoord:
Op dit moment liggen twee besluiten die horen bij de Experimentenwet rechtspleging bij de Raad van State voor advies.
Na verwerking van het advies, kunnen de beide besluiten in het eerste kwartaal van 2022 worden gepubliceerd in het Staatsblad.
Daarna kan het ontwerpbesluit voor het eerste experiment, de nabijheidsrechter, in procedure worden genomen. Op dit moment wordt het experiment met de nabijheidsrechter door de Rechtspraak, in samenwerking met JenV uitgewerkt. Ik verwacht dat het experiment met de nabijheidsrechter eind volgend jaar van start kan gaan.
Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

21. Vraag:
Kan de minister bevestigen dat we met het extra geld ook Nederlandse agenten stationeren in Zuid-Amerika, om zo drugslijnen eerder te signaleren en import te voorkomen?

Antwoord:
4 miljoen van de 434 miljoen euro die structureel extra beschikbaar is gesteld in de Rijksbegroting is specifiek ingeruimd voor het aanvullend verder ondersteunen van de internationale aanpak van ondermijning.
Momenteel zijn al meerdere Nederlandse verbindingsofficieren in de Latijns-Amerikaanse regio werkzaam. Met de structurele financiering willen we onder meer dit bestaande netwerk, dat naast de liaisons van de politie ook uit verbindingsofficieren van de Douane en KMar en magistraten van het OM bestaat, uitbreiden. Deze plannen worden de komende tijd verder geconcretiseerd.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

22. Vraag:
De VVD wil dat de verkoop aan minderjarigen (zijnde de drugsrunners) als een strafverzwarende omstandigheid gaat gelden bij de strafeis door het OM, hoe denkt de minister hierover? Is de minister op de hoogte van het feit dat de politie zeven unieke afnemers moet identificeren om een dossier voor drugshandel rond te krijgen?

Antwoord:
De officier van justitie is verantwoordelijk voor het bepalen van de strafeis en het College van procureurs-generaal beslist primair zelf over de inhoud van strafvorderingsrichtlijnen. De minister van JenV hoort daar gepaste afstand van te houden. Wel is de minister van JenV bereid om aan het College in overweging te geven om de verkoop aan minderjarigen in de richtlijn op te nemen als strafverzwarende omstandigheid. Het identificeren van zeven unieke afnemers is overigens geen vereiste. De richtlijn geeft ook voor ƩƩn of twee deals al een mogelijke straf(eis) aan, gebaseerd op de aangetroffen hoeveelheid drugs.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

23. Vraag:
Is de minister het eens dat er naast de politie in de wijken voldoende recherchecapaciteit moet zijn, juist om een antwoord te hebben op de kleine vergrijpen?

Antwoord:
Dit steunt MJenV. Dit is ook onderdeel van de door MJenV omarmde politievisie op de GGP. Aandacht voor deze zogenaamde kleine vergrijpen, ook wel de veelvoorkomende criminaliteit genoemd horen bij het standaard takenpakket van de basisteams. Daarvoor moeten zij ook voldoende zijn toegerust. Binnenkort zal met het OM en de regioburgemeesters de verdeling van de extra capaciteit over de eenheden worden besproken. Daarna volgt het traject van de verdeling van deze extra capaciteiten binnen de eenheden. In al die gesprekken zal gelet op het takenpakket van de basisteams en de specifieke behoefte van ieder basisteam afzonderlijk tot een zo passend mogelijke verdeling van deze extra capaciteit worden gekomen. Daarbij is dus ook oog voor de aanpak van de veelvoorkomende criminaliteit.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

24. Vraag:
Is de minister bereid in de definitieve versie van de visie op de BOA meer tekst te wijden aan de groene BOA en concreet antwoord te geven op de vragen wat deze visie betekent voor de groene boa, diens uitrusting en voor de samenwerking met de politie? En kan de minister bevestigen dat dat aan de basis ligt voor de verdeling van de 5 miljoen euro?

Antwoord:
In de definitieve versie van de visie op de BOA zal door de MJenV ook nader worden ingegaan op de groene BOA. Vanaf 2022 is structureel 5,5 miljoen euro extra voor de groene BOA’s gerealiseerd. Dit komt ten eerste ten goede aan extra capaciteit van de groene BOA’s, zodat meer groene BOA’s kunnen worden ingezet op toezicht en handhaving in het buitengebied. Daarnaast wordt voorzien in een tegemoetkoming van de kosten voor de uitrusting en professionalisering van groene BOA's. Over de exacte invulling worden momenteel nog gesprekken gevoerd met de betrokken partijen. Het streven is om in het voorjaar van 2022 de herijking afgerond te hebben op basis waarvan we de agenda voor de beleidsontwikkeling van de BOA-functie en het BOA-bestel de komende jaren kunnen invullen.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

25. Vraag:
De WGS is nodig. Ik begrijp dat de Eerste Kamer wacht op reactie van de minister op de kritiek van de Autoriteit Persoonsgegevens. Waar zit het nu en kan de minister kort inhoudelijk ingaan op de kritiek?

Antwoord:
Met het lid Michon-Derkzen is het kabinet van mening dat het wetsvoorstel WGS van groot belang is voor een goede, multidisciplinaire en gerichte aanpak van ondermijnende criminaliteit.

Voor de bestrijding van ondermijnende criminaliteit is het van groot belang dat overheidsorganisaties informatie met elkaar kunnen delen. Daarvoor is het belangrijk dat er grondslagen bestaan voor multidisciplinaire gegevensverwerking. Het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden creƫert zulke grondslagen. Deze grondslagen maken een einde aan de versnippering, onvolledigheid en grote complexiteit in de gegevensuitwisseling waarmee de samenwerkingsverbanden nu kampen.

Maar het wetsvoorstel voorziet ook in een reeks waarborgen om de gegevensverwerking in goede en rechtmatige banen te leiden. Die waarborgen zien op tal van aspecten, van het gebruik van gegevens tot het toezicht daarop en het afleggen van verantwoording door de samenwerkingsverbanden.

Dit wetsvoorstel is alvorens het naar de Tweede Kamer is gezonden, tweemaal voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens en vervolgens aan de Afdeling advisering van de Raad van State ter advisering. De door beide adviescolleges geadviseerde concretiseringen en waarborgen zijn in het wetsvoorstel overgenomen, en waar dit op enkele punten niet gebeurde, is dit gemotiveerd toegelicht.

Van het derde advies van de AP over het wetsvoorstel WGS, dat op verzoek van de commissie JenV uit de Eerste Kamer is uitgebracht, heeft MJenV met belangstelling kennis genomen. Dit advies is op 19 april jl. gevraagd, oorspronkelijk vanwege de aangenomen amendementen, maar de commissie JenV verruimde dit uiteindelijk tot een verzoek over het gehele wetsvoorstel.

Conform de verzoeken van het lid Omtzigt en de commissie Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer om een reactie op het advies van de AP ontvangen beide Kamers der Staten-Generaal zo spoedig mogelijk een brief met de reactie op het advies van de AP.

Wat de inhoud betreft, uiteraard moeten door de AP genoemde zorgpunten zo goed mogelijk worden geadresseerd, voor zover daarin niet reeds is voorzien in het bij de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstel. De algemene maatregel van bestuur die bij het wetsvoorstel behoort en momenteel in voorbereiding is, biedt daartoe voor de meeste zorgpunten de mogelijkheid.

De Eerste Kamer heeft daarnaast ook voorlichting over dit wetsvoorstel gevraagd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. De voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State is vastgesteld op 17 november jl. en is ontvangen door de Eerste Kamer. Naar aanleiding daarvan heeft de commissie JenV in de Eerste Kamer op 23 november jl. besloten om op 30 november verder te spreken over de procedure met betrekking tot het wetsvoorstel. De voorlichting is op 24 november 2021 gepubliceerd. Ook effectieve misdaadbestrijding is rechtsstatelijk handelen, aldus de Raad van State in de gisteren verschenen voorlichting over de WGS. Overheidsorganisaties moeten informatie met elkaar kunnen delen.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

26. Vraag:
Het MIT moet niet parasiteren op bestaande diensten en er moet geen dubbel werk worden gedaan. Belangrijk is dat operationele interventies onder bevoegd gezag zoals het OM plaats moeten vinden. Daarnaast moet er afstemming zijn over de operationele interventies met de moederorganisaties zoals de politie en FIOD. Kunnen we die afspraak maken?

Antwoord:

  • Ja, die afspraak kunnen wij maken en dat is inderdaad op die manier voorzien.

  • De organisaties die samenwerken in het MIT zijn structureel versterkt: voor alle organisaties geldt dat zij het geld gekregen hebben om ontstane vacatures ƩƩn-op-ƩƩn weer in te vullen of extern te werven, ook voordat medewerkers richting het MIT gaan. Over het openstellen van vacatures in het MIT vindt op alle niveaus afstemming plaats.

  • Het MIT is een samenwerkingsverband, uitgaande van bestaande wettelijke kaders, waaronder de wettelijk geregelde gezagen.

  • Operationele interventies door de deelnemende operationele organisaties worden dan ook uitgevoerd onder aansturing van ƩƩn of meerdere gezagen, afhankelijk van de aard van de interventie. Dit is bijvoorbeeld voor het toezicht door de Douane, de Minister van FinanciĆ«n en voor de opsporing door de politie, de Koninklijke Marechaussee of de officier van justitie.

  • Afstemming van operationele interventies vindt plaats in het multi-interventie overleg (MIO), waarin alle betrokken gezagen en de deelnemende operationele organisaties zijn vertegenwoordigd.Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

27. Vraag:
Passen we de Rotterdamse patseraanpak breder toe om van de kinderen de met crimineel geld gekochte spullen af te nemen?

Antwoord:
Een van de belangrijke onderdelen van de Rotterdamse patseraanpak is het stellen van grenzen, bijvoorbeeld door afpakken van statussymbolen die met crimineel geld zijn gekocht. Het stellen van grenzen is een belangrijk element in het voorkomen van criminele carrières van jongeren. Daarom zetten MJenV en MRb bij de aanpak van ondermijning in op preventie met gezag. Jongeren in kwetsbare wijken wordt niet alleen meer perspectief geboden met behulp van o.a. sociale (gedrags-)interventies, opleiding en toeleiding naar werk, maar er worden ook nadrukkelijk grenzen gesteld. Door te investeren in meer zichtbaar formeel gezag in kwetsbare wijken en afspraken met justitiële organisaties in de wijk, is er een duidelijke stok achter de deur die leidt tot preventie met gezag. De manier waarop deze aanpak wordt vormgegeven is afhankelijk van de lokale problematiek en vraagt daarmee een combinatie van bewezen effectieve interventies én maatwerk.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

28. Vraag:
Wat de VVD betreft werken wij toe naar minimaal een half miljard afgepakt vermogen per jaar, vanaf 2024. Gaat het wetsvoorstel non conviction based confiscation ons daarbij helpen?

Antwoord:
Het conceptwetsvoorstel non conviction based confiscation kan leiden tot de confiscatie van een goed of object dat in verband staat met criminaliteit, zonder een daaraan voorafgaande veroordeling terzake van een strafbaar feit. Het is daarmee een nieuwe interventie in aanvulling op het wettelijk instrumentarium om de criminele geldstromen terug te dringen. De opbrengsten uit de toepassing van de non conviction based confiscation tellen mee met het incassoresultaat uit ontneming, schikking ontneming en transacties. Juist omdat in een vroeg stadium beslag wordt gelegd is de verwachting dat de opbrengsten hoger zullen zijn.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

29. Vraag:
Dankzij de extra middelen kunnen diensten als de FIU en FIOD ook beter opvolging geven aan signalen van verdachte geldstromen. Wat staat hen nu nog in de weg?

Antwoord:
Bij de FIU-Nederland vindt op dit moment een wervingsproces plaats, waarmee een capaciteitsuitbreiding naar 90 fte zijn beslag zal krijgen. Recent heeft het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld voor de brede aanpak van ondermijnende criminaliteit. Binnen deze structurele investering zijn middelen gereserveerd voor de FIU-Nederland en de (bijzondere) opsporingsdiensten. Een deel hiervan ziet op de technologische intensivering bij de FIU-Nederland, zodat nog efficiƫnter gewerkt kan worden bij de analyse van ongebruikelijke transacties. Ook voor de verdere versterking in capaciteit van onder andere de FIU-Nederland wordt structureel geld beschikbaar gesteld. Met deze investeringen wordt tegemoet gekomen aan het groeiend aantal meldingen van ongebruikelijke transacties. Het vervullen van de specialistische functies is gezien de huidige krappe arbeidsmarkt niet eenvoudig.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

30. Vraag:
Hoe kunnen we de rotte appels in de beroepsgroepen makelaars, notarissen en advocaten actiever aanpakken? In ieder geval door inzet van het strafrecht naast het tuchtrecht.

Antwoord:
MJenV vindt het belangrijk dat facilitators die geen melding maken van ongebruikelijke transacties of, erger, die meewerken aan witwassen worden aangepakt. Daartegen kan en wordt strafrechtelijk, bestuursrechtelijk en/of tuchtrechtelijk opgetreden door diverse overheidsinstanties, zoals Wwft-toezichthouders, opsporingsdiensten en het OM. In het kader van de aanpak van ondermijning gaat hier nog meer aandacht naar uit, onder meer in het kader van het terugdringen van criminele geldstromen en het versterken van het toezicht en de handhaving. Het Multidisciplinair Interventie Team zal criminele structuren, bedrijfsprocessen en verdienmodellen zichtbaar maken en hierbij ook de rol van facilitators in beeld brengen. Op basis van deze beelden kunnen vervolgens meer gerichte en effectievere interventies worden ingezet om facilitators aan te pakken of kwetsbaarheden in legale processen te verminderen. Tegelijkertijd wordt, samen met de relevante branche- en beroepsorganisaties, gewerkt aan het vergroten van inzichten in ongebruikelijke transacties en aan de weerbaarheid tegen criminele inmenging.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

31. Vraag:
Hoe kan het dat er nu pas een reactie van de AP ligt op de Wet gegevensdeling door samenwerkingsverbanden (WGS) terwijl de wet al uitvoerig is besproken in de Tweede Kamer?

Antwoord:
Dit is niet het eerste advies van de Autoriteit Persoonsgegevens over het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS).

Dit wetsvoorstel is alvorens het naar de Tweede Kamer is gezonden, tweemaal voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens en vervolgens aan de Afdeling advisering van de Raad van State ter advisering. De door beide adviescolleges geadviseerde concretiseringen en waarborgen zijn in het wetsvoorstel overgenomen, en waar dit op enkele punten niet gebeurde, is dit gemotiveerd toegelicht.

Van het derde advies van de AP over het wetsvoorstel WGS, dat op verzoek van de commissie JenV uit de Eerste Kamer is uitgebracht, heeft de MJenV met belangstelling kennis genomen. Dit advies is op 19 april jl. gevraagd, oorspronkelijk vanwege de aangenomen amendementen, maar de commissie JenV verruimde dit uiteindelijk tot een verzoek over het gehele wetsvoorstel.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

32. Vraag:
Het investeren in de strafrechtketen leidt tot het oppakken van een groter aantal criminelen. Dit heeft een weerslag op de capaciteit van de gevangenissen, ziet de minister dit ook?

Antwoord:

  • Als er meer criminelen worden opgepakt, dan leidt dat inderdaad tot een hogere capaciteitsbehoefte.

  • Voor de komende jaren wordt geĆÆnvesteerd in uitbreiding van de capaciteit in de strafrechtketen waaronder de capaciteit van het gevangeniswezen.

  • Daarnaast leidt de aanpak van georganiseerde criminaliteit en de ontwikkeling van die vormen van criminaliteit tot een grotere behoefte aan specifieke regimes voor zware criminaliteit.

  • Hierin wordt voorzien door een tweede EBI in Vlissingen en een derde Afdeling Intensief Toezicht (AIT).

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

33. Vraag:
Is de minister het met de VVD-fractie eens dat er in beginsel geen gevangenissen meer moeten worden gesloten?

Antwoord:

  • Het sluiten van gevangenissen is niet aan de orde.

  • Op basis van de PMJ-prognoses wordt de komende jaren een stijging van de bezetting verwacht.

  • Voor uitbreiding van de capaciteit zijn dan ook extra middelen vrij gemaakt, zoals aan uw Kamer ook in juni is gemeld.

  • Voor het gevangeniswezen betreft dit 17 miljoen euro in 2022.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

34. Vraag:
Wat heeft de minister op werkbezoek in Italiƫ gezien en wat neemt hij mee om hier toe te passen?

Antwoord:

  • In de brief van 22 november jl. heeft de MRb aangegeven wat hij in ItaliĆ« heeft gezien en welke aspecten hij daarvan wil toepassen in Nederland. Doel is het voortzetten van criminele activiteiten onmogelijk te maken en de maatschappelijke risico’s te verkleinen. Onderstaand drie belangrijke onderdelen van deze aanpak.

  • Het gaat ten eerste om het terugdringen van de risico’s van het vervoer van de buitencategorie gedetineerden terug te dringen. Onder andere door via videoverbindingen deel te nemen aan zittingen. De mogelijkheid daartoe wordt zo snel mogelijk bij de EBI in Vught gecreĆ«erd.

  • Ten tweede gaat het om het aanpassen van de regelgeving zodat plaatsing in de EBI ook mogelijk wordt bij de dreiging die uitgaat van iemands rol en positie in een crimineel netwerk.

  • Ten derde gaat het om het versterken van het toezicht op de advocatuur.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)


35. Vraag:

De VVD wil ook dat er meer gebruik wordt gemaakt van drones om de uithalers sneller te zien en eerder te pakken. De Douane wil dat graag. Kan dat ook binnen de regels, vraag ik deze minister?

Antwoord:
De Douane maakt reeds gebruik van drones in de Rotterdamse haven. Dit onder andere ter ondersteuning van haar reguliere toezicht op containerterminals. Drones worden hierbij ook ingezet voor het lokaliseren van insluipers ter plaatse. De Douane heeft hiervoor een wettelijke grondslag in het Douanewetboek van de Unie en in de Algemene Douanewet. De Douane onderzoekt momenteel of deze grondslag voor toekomstige innovaties een verdere explicitering behoeft.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

36. Vraag:
Wat vindt de minister van het uitgangspunt dat zware criminelen met leidinggevende functies in criminele organisaties in een EBI-regime moeten zitten, waarbij het contact met de buitenwereld tot een strikt noodzakelijk minimum wordt beperkt?

Antwoord:

  • Daar ben ik het mee eens.

  • Daarom pas ik de regelgeving aan zodat plaatsing in de EBI ook mogelijk wordt bij de dreiging die uitgaat van iemands rol en positie in een crimineel netwerk.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

37. Vraag:
met betrekking tot potentiƫle terugkeerders: in juni 2020 is wetswijziging Wet Langdurig Toezicht aangekondigd, wanneer wordt deze verwacht? Deze is belangrijk zodat we deze terroristen na detentie maximaal kunnen blijven volgen.

Antwoord:
De genoemde wijziging is onderdeel van het Verzamelwetsvoorstel Justitie en Veiligheid 2022.
De Raad van State heeft advies uitgebracht over dit wetsvoorstel. Dit advies – dat nog niet openbaar is – wordt nu verwerkt.
Het wetsvoorstel zal naar verwachting in januari 2022 bij uw Kamer worden ingediend.

Vragen van het lid Michon-Derkzen, I. (VVD)

38. Vraag:
De minister zegt dat hij het uniform van de BOA een lokale aangelegenheid vindt. Daarom wil ik dat de minister de landelijke regelgeving (Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar) aanpast om regels over het uniform op te nemen. Is de minister hiertoe bereid?

Antwoord:

Functies waarbij de overheid zich in de samenleving manifesteert met behulp van de sterke arm, en gebruik maakt van dwangmiddelen, oefenen een bijzondere overheidstaak uit. Bij de politie is afgesproken dat uitingen van geloof of overtuiging geen onderdeel zijn van het uniform en dat daar dus van af moet worden gezien. Dit is in het belang van het gezag, de neutraliteit en de veiligheid van de politie op straat. De politie vertegenwoordigt immers de staat. De MJenV onderschrijft deze afspraak binnen de politie.
De positie van politieambtenaren is in diverse opzichten niet vergelijkbaar met die van andere werknemers, zoals BOA’s. In het geval van BOA’s geldt dat sprake is van lokaal gezag en werkgeverschap. De uniformen van de BOA’s zijn de verantwoordelijkheid van de desbetreffende werkgever. Hiervoor heeft de VNG een handreiking modeluniform BOA opgesteld, waarin ook staat dat ontwikkeling van het uniform de verantwoordelijkheid van gemeenten is.

MJenV gaat over het besluit BOA en over de regeling domeinlijsten BOA.
In het besluit BOA is geregeld dat ten aanzien van het uniform (artikel 26a) MJenV enkel over het insigne gaat: ā€˜Indien de buitengewoon opsporingsambtenaar een uniform of bedrijfskleding draagt, wordt dat uniform of die bedrijfskleding op een duidelijk zichtbare plaats voorzien van een insigne, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.’
Ten aanzien van de identificatie van de BOA is het volgende opgenomen in het besluit (artikel 26): ā€˜Bij het uitoefenen van zijn taak draagt de buitengewoon opsporingsambtenaar een legitimatiebewijs bij zich, waarvan het model door Onze Minister is vastgesteld’. Er is verder geen landelijke wet- of regelgeving die gaat over de uniformen van de BOA’s.

Vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor de BOA gaat MJenV onder meer over zaken die centraal beleid vergen (zoals bewapening), professionalisering (betrouwbaarheid en bekwaamheid, getoetst via Dienst Justis) van de BOA en de kaders voor een veilige taakuitvoering.


Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

39. Vraag:
Het asielbeleid in Nederland is voor het overgrote deel verklonken in Europese wet- en regelgeving. Dat deze aan vernieuwing toe zijn is overduidelijk. Helaas komen ook na de presentatie van het meest recente voorstel van de commissie, vorig jaar september, de onderhandeling niet los. Wat verwacht het kabinet nog van de onderhandelingen? Of heeft zij haar hoop gevestigd op het Franse voorzitterschap om dit vlot te trekken?

Antwoord:
De stand van zaken ten aanzien van de onderhandelingen over de EU-voorstellen over het Migratiepact wordt regelmatig met uw Kamer besproken. In december zal in aanloop naar de JBZ-raad weer een commissiedebat over deze JBZ-Raad plaatsvinden. In algemene zin valt echter te stellen dat de onderhandelingen langzaam en moeizaam verlopen. Het krachtenveld is onveranderd en de belangen van lidstaten lopen duidelijk uiteen. Maar het is ook niet zo dat er geen enkele vooruitgang te melden valt. Afgelopen zomer is overeenstemming bereikt over de Blauwe Kaart en is een compromis bereikt over het nieuwe mandaat van het EU Asielagentschap (EUAA) en is ook op de externe dimensie werk veel verzet. Afronden van de onderhandelingen zal nog meer tijd kosten, zeker wanneer groepen lidstaten wel om meer solidariteit vragen, maar geen aanvullende verantwoordelijkheid wensen, of wanneer lidstaten stelselmatig ā€˜nee’ blijven zeggen tegen het gehele pakket.

Voor het Franse Voorzitterschap zal asiel en migratie ook een prioriteit zijn. Ook met het oog op de voorstellen ten aanzien van versterking van de Schengenzone die binnenkort worden verwacht. De verwachting is dat Frankrijk, net als het huidige Sloveens Voorzitterschap, zal zoeken naar een manier om de pakketbenadering los te kunnen laten. Nederland zal het Franse Voorzitterschap steunen bij deze aanpak.

De Nederlandse inzet is gebaseerd op de BNC-fiches die met uw Kamer zijn gedeeld. Het Franse voorzitterschap moet nog beginnen; er liggen op dit moment geen concrete, nieuwe voorstellen. Indien dergelijke voorstellen verschijnen, wordt uw Kamer via de gebruikelijke kanalen geĆÆnformeerd.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

40. Vraag:
Klopt het dat de Turkije-deal inmiddels is vernieuwd? Zo ja, onder welke voorwaarden?

Antwoord:
Er is geen sprake van nieuwe afspraken tussen de EU en Turkije op het gebied van asiel en migratie. De EU-Turkije Verklaring heeft zijn waarde aangetoond om irreguliere migratie in de EgeĆÆsche Zee tegen te gaan. Er is sprake van veel minder aankomsten, minder levensgevaarlijke oversteken en nog belangrijker: veel minder verdrinkingen. Ook is er een grote groep Syrische vluchtelingen die op een veilige en ordentelijke manier naar de EU is overgekomen via hervestiging. Het kabinet en de Europese Commissie zetten in op volledige uitvoering van de bestaande Verklaring zodat deze ook effectief wordt toegepast, in al zijn facetten. Hierover is de Commissie in gesprek met Turkije. Deze gesprekken maken deel uit van de brede relatie tussen de EU en Turkije.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

41. Vraag:
Wanneer van de EU als geheel weinig te verwachten valt en de druk van migratie toeneemt, is het van belang zelf crisismaatregelen te nemen. Het is daarvoor belangrijk te kijken naar een crisismechanisme waarin je met een aantal gelijkgestemde landen de grens kunt sluiten. Hoe staat het met de aangenomen motie Becker en welke landen heeft het kabinet gesproken om te komen tot een crisismechanisme zoals een mini-Schengen?

Antwoord:
Het kabinet werkt met gelijkgezinde landen aan een sterker, toekomst- en crisisbestendiger Schengengebied om de bestaande ruimte van vrij verkeer te behouden. De tekortkomingen van Schengen, die ertoe hebben geleid dat verschillende lidstaten al geruime tijd interne grenscontroles toepassen, moeten worden aangepakt. Het kabinet constateert tekortkomingen, zoals secundaire migratiestromen, niet goed functionerende asielprocedures en onvoldoende inzet van alternatieven voor interne grenscontroles. Prioriteiten voor het kabinet zijn daarom het versterken van de buitengrenzen, het verbeteren van analyse en risico-gestuurde monitoring aan de binnengrenzen, het versterken van de governance van het Schengengebied en het versterken van waarborgen in tijden van crisis. Ten aanzien van dit laatste punt wordt ook gekeken naar het verankeren van handelingsperspectief in de Schengengrenscode wanneer sprake is van grootschalige secundaire migratiestromen binnen het Schengengebied, waarbij binnengrenscontroles als laatste redmiddel een mogelijkheid zijn. De hiervoor genoemde standpunten worden ook richting de Commissie gezamenlijk met gelijkgezinde lidstaten uitgedragen, in aanloop naar de publicatie van het voorstel tot wijziging van de Schengengrenscode, dat op korte termijn wordt verwacht. Al die stappen geven invulling aan de genoemde motie.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

42. Vraag:
Hoe zit het met het Post-Cotonou verdrag? Ziet de staatssecretaris dezelfde aanknopingspunten in dit verdrag om te komen tot afspraken met landen om onderdanen terug te nemen?

Antwoord:
Op 3 december 2020 bereikten de hoofdonderhandelaars van de EU en de Organisation of African, Caribbean and Pacific States (OACP) een politiek akkoord over een nieuwe partnerschapsovereenkomst tussen de EU en 79 landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan. Deze overeenkomst zal het huidige Cotonou verdrag opvolgen (Post-Cotonou). Op 15 april 2021 is de tekst door de onderhandelaars geparafeerd. Het kabinet heeft uw Kamer regelmatig geĆÆnformeerd over het verloop van de onderhandelingen, eerst over de EU-interne besprekingen over het EU-onderhandelingsmandaat en later over de onderhandelingen tussen de EU en de organisatie van ACS-landen. Op 2 juni 2021 ontving uw Kamer een kabinetsappreciatie van het ontwerpverdrag (Kamerstuk 21112, nr. 3136). Verbeterde samenwerking op terugkeer en overname van irreguliere migranten is een cruciaal element van de overeenkomst, waarover ook een annex met operationele uitwerking is opgenomen (in lijn met motie van het lid Becker Kamerstuk 21 501-04, nr. 208). In deze annex worden concrete afspraken gemaakt over onder andere geldige reisdocumenten en maximale reactietermijnen bij verzoeken tot terugkeer en overname van irreguliere migranten. Graag verwijs ik u voor verdere achtergrond naar de paragraaf over migratie en mobiliteit in deze kabinetsappreciatie, alsmede de paragraaf over niet-naleving van verplichtingen onder het verdrag.

De Europese Commissie heeft op 11 juni 2021 een voorstel voor een Raadsbesluit ter ondertekening en voorlopige toepassing van het verdrag gepubliceerd. Hierover wordt sindsdien in de Raad gesproken. Uw Kamer zal hierover nader geĆÆnformeerd worden. Aangezien het Post-Cotonou verdrag voorlopig nog niet van toepassing is, zal de toepassing van het Cotonou-verdrag worden verlengd tot 30 juni 2022.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

43. Vraag:
Hoeveel asielzoekers zijn er inmiddels via de Wit-Rusland route naar Nederland gekomen? Hoeveel van hen zijn conform de Dublin-afspraken teruggestuurd naar bijvoorbeeld Litouwen, Polen of Duitsland?

Antwoord:
Op verschillende momenten tijdens de asielprocedure wordt de informatie over de reisroutes vastgelegd, dit gebeurt door de IND als onderdeel van de beoordeling van de asielaanvraag. De IND legt de reisroute vast in een rapport van gehoor en beoordeelt hierbij onder meer of de vreemdeling aan een ander land kan worden overgedragen. De reisroute wordt niet op zodanige wijze vastgelegd dat hierover (buiten de individuele zaak) veralgemeniseerde informatie kan worden gegenereerd. Ook kunnen vreemdelingen de autoriteiten van de lidstaten ontwijken en de mate van de registratie per lidstaat kan verschillen. Er zijn dan ook geen precieze aantallen beschikbaar over hoeveel migranten tot nu toe de Belarus route naar Nederland hebben genomen. De informatie en signalen over reisroutes en mogelijke zichtbare trends worden in verschillende gremia samengebracht en besproken, en komt onder meer terecht bij het expertisecentrum mensenhandel en mensensmokkel (EMM). Naar schatting van de Europese Commissie zijn er op dit moment ongeveer 2.000 personen die zich op dit moment bevinden in het grensgebied tussen Polen en Belarus. De informatie en signalen over reisroutes en mogelijke zichtbare trends worden in verschillende gremia samengebracht en besproken, en komt onder meer terecht bij het expertisecentrum mensenhandel en mensensmokkel (EMM). De route van Belarus naar de EU lijkt met name te worden gebruikt door Iraakse, Syrische en Jemenitische vreemdelingen. Vanuit de keten is aangegeven dat in oktober zeker enkele honderden asielzoekers via de Belarus route naar Nederland zijn gekomen.
Het is nog te vroeg om informatie te kunnen verstrekken over het terugsturen naar de landen Litouwen, Polen of Duitsland, aangezien de desbetreffende personen nog in procedure zijn.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

44. Vraag:
Door de meerjarige productieprognose loopt ook de financiering van het COA en de IND met respectievelijk 30% en 20% terug. Met het oog op de huidige instroom en het vizier op het volgend jaar vraag ik de staatssecretaris hoe die prognoses worden gemaakt en of de staatssecretaris het zelf nog een goed instrument vindt.

Antwoord:
In de begroting voor 2022 zijn voor de komende jaren geen bezuinigingen voorgesteld voor de IND en COA. Het beschikbare budget voor IND en COA wordt door middel van de gebruikelijke bekostigingsafspraken jaarlijks geactualiseerd op basis van onder andere de meest recente ramingen uit de Meerjaren Productie Prognose (MPP). De MPP wordt periodiek bijgesteld op basis van de inzichten, onzekerheden en aannames die op dat moment van kracht zijn voorafgaand aan de reguliere momenten in de Rijksbegroting (de voorjaarsnota / najaarsnota).

Het actuele beeld is anders dan de voor de begroting gehanteerde prognose. Dit is inherent aan het prognosticeren van de asielinstroom, wat aan vele externe factoren onderhevig is en daardoor erg complex blijft. Juist omdat de asielinstroom zo volatiel is, heeft het kabinet besloten om niet continu aanpassingen te treffen maar op vaste begrotingsmomenten. Het gevolg van deze keuze is dat bij een majeure verandering van het asielbeeld, de uitgangspunten van een voorliggende begroting kunnen afwijken van de actuele situatie.

Het eerstvolgende begrotingsmoment wordt gebruikt om de begroting bij te stellen. Daarmee is de MPP ƩƩn van de bronnen voor de financiƫle cyclus. Bij de MPP wordt twee keer per jaar, februari en september, een integrale analyse gemaakt van zowel de huidige alsook de te verwachten ontwikkelingen rondom een groot aantal factoren die de komende jaren de instroom van asielzoekers kunnen bepalen. Om de MPP te blijven doorontwikkelen is er door het WODC onderzoek gedaan naar de governance van de Meerjaren Productie Prognose. Op basis hiervan is er dit jaar ook een beleidsreactie naar de Kamer gestuurd [1] met daarbij een vervolgaanpak. In de beleidsreactie zijn ook de uitkomsten van EY naar de doorlichting van de vreemdelingenketen en de IND meegenomen.

Het belangrijkste advies van EY ten aanzien van de prognoses was om een externe audit in te richten die de totstandkoming van de MPP structureel toetst. Deze ontwikkelingen worden op dit moment opgepakt en doorgevoerd. Het merendeel van deze ontwikkelingen worden doorgevoerd in 2022, nadien zal de Kamer worden geĆÆnformeerd over de voortgang en uitkomsten. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ziet de MPP dan ook als een belangrijk en zorgvuldig sturings- en planningsinstrument dat voortdurend in ontwikkeling is.

[1] (Kamerstukken II 2020/21, 19637, nr. 2765)

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)


45. Vraag:
Wat is de verwachting van SJenV voor het komende jaar en welke mogelijkheden ziet SJenV om met de gemeenten afspraken te maken over snel opschaalbare asielopvang, waarbij gemeenten die hiertoe bereid zijn ook gefinancierd worden voor deze stand-by capaciteit?

Antwoord:
Op dit moment is de verwachting dat onder gelijkblijvende omstandigheden de COA-capaciteitsbehoefte ten aanzien van 2022 gemiddeld over het jaar ongeveer 42.000 opvangplekken is, met dien verstande dat de achterstand op de taakstelling vergunninghouders in de eerste helft van 2022 wordt ingelopen.

Sinds dit jaar zijn er middelen beschikbaar om reservecapaciteit aan te houden. Op de langere termijn gaat om ongeveer 2.000 opvangplekken. Voor een geleidelijke toename van het aantal asielzoekers in de opvang kan reservecapaciteit helpen om de groei op te vangen. Ook bij een afname van het aantal asielzoekers kunnen middelen ten behoeve van reservecapaciteit helpen om locaties niet meteen af te stoten, maar aan te houden als reservecapaciteit.

In de Rijksbegroting zijn ten behoeve van het aanhouden van reservecapaciteit door het COA de komende jaren de volgende middelen beschikbaar:
2021: € 21.000.000
2022: € 28.000.000
2023: € 17.500.000

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

46. Vraag:
Klopt het dat de routes die door migranten worden afgelegd niet worden geregistreerd door de IND met als doel verbanden te kunnen trekken, informatie te delen, mensenhandel tegen te gaan etc.?

Antwoord:
Op verschillende momenten tijdens de asielprocedure wordt de informatie over de reisroutes vastgelegd, dit gebeurt door de IND als onderdeel van de beoordeling van de asielaanvraag. De IND legt de reisroute vast in een rapport van gehoor en beoordeelt hierbij onder meer of de vreemdeling aan een ander land kan worden overgedragen. De reisroute wordt echter niet op zodanige wijze vastgelegd dat hierover (buiten de individuele zaak) veralgemeniseerde informatie kan worden gegenereerd. Wel wordt de informatie over reisroutes in verschillende gremia samengebracht en besproken. De informatie en signalen over reisroutes komt onder meer terecht bij het expertisecentrum mensenhandel en mensensmokkel (EMM) waarbinnen IND, Politie, KMar, Inspectie SZW en OM samenwerken om mensenhandel en mensensmokkel tegen te gaan.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

47. Vraag:
Het kabinet gebruikt in de huidige financieringssystematiek de zogeheten meerjarige productie prognose. Bij voorjaarsnota is 200 miljoen euro teruggestort naar het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Wat is er met die 200 miljoen gebeurd, vraag ik de staatssecretaris? Is die weer teruggestort?

Antwoord:
De 198,6 miljoen euro is naar BHOS teruggestort, dit als gevolg van de lagere toerekening eerstejaarsasiel. Conform bekostigingsafspraken wordt de eerstejaars asielopvang vergoed vanuit de ODA-middelen van BHOS. De totale middelen voor ODA zijn 4,88 miljard euro in 2021. De ODA-toerekening is gebaseerd op de gerealiseerde en verwachte bezetting bij COA van eerstejaarsasielzoekers.

Op basis van de Meerjaren Productie Prognose was de verwachting bij voorjaarsnota:

  • Een lagere instroom dan eerder geprognotiseerd

  • Realisatie van de taakstelling vergunninghouders door gemeenten

  • Hogere uitstroom van asielzoekers.

Conform de afgesproken methodiek is het bedrag weer ter beschikking gekomen aan de ODA-middelen bij BHOS. Het actuele beeld laat zien dat de verschillende parameters zich in de praktijk anders hebben voorgedaan. Bij de komende begrotingsmomenten zal het kabinet op basis van de actuele raming bezien of de toerekening aan ODA moet worden verhoogd en of er daarnaast aanvullende (financiƫle) middelen noodzakelijk zijn.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

48. Vraag:
Hoe zit het met de aanscherping van de strafmaat voor mensensmokkel?

Antwoord:
De Raad van State heeft advies uitgebracht over dit wetsvoorstel. Dit advies – dat nog niet openbaar is – wordt nu verwerkt.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

49. Vraag:
Ik vrees dat het in het COA Ter Apel opnieuw over de schoenen gaat lopen begin volgend jaar. Is SJenV voorbereid op opnieuw zo’n scenario? Liggen er plannen klaar om over te schakelen naar andere aanmeldlocaties?

Antwoord:
De situatie in Ter Apel baart de staatssecretaris aanhoudende zorgen. De noodzaak voor aanvullende aanmeldcentra is evident, dit om de gemeente Westerwolde, alwaar de locatie in Ter Apel gelegen is, op meer structurele wijze te ontlasten. Naast de inspanningen die daartoe reeds zijn gepleegd, is daarom in de bestuurlijke brief aan medeoverheden van 16 november jl. wederom gevraagd om de zoektocht naar het vormgeven van Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locaties en het vormgeven van additionele mogelijkheden voor aanmeldcentra en zogeheten identificatie & registratiestraten voort te zetten. Hierbij wordt op dit moment gewerkt aan een flexibele en semipermanente inlooplocatie als tweede aanmeldcentrum waar het begin van het aanmeldproces door de betrokken partijen kan worden uitgevoerd.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

50. Vraag:
Klopt het dat de sobere opvang van veilige landers in Ter apel en Budel eindigt na dit jaar? Zo ja, hoe dit vanaf volgend jaar wordt ingevuld? Ditzelfde geldt voor de pendeldienst tussen Emmen en Ter Apel rijdt. Ook hiervoor lijkt de financiering vanaf volgend jaar te stoppen.

Antwoord:
In Ter Apel en Budel is er thans sobere opvang. Zij hebben publiekelijk aangegeven niet bereid te zijn deze voort te zetten zolang andere gemeenten niet eveneens voorzien in sobere opvang.
Om die reden is in de recente gesprekken met medeoverheden ook de afspraak gemaakt om voor het einde van het jaar in te zetten op minimaal twee locaties voor sobere opvang. Een daartoe strekkende oproep is uitgegaan naar provincies en gemeenten.

Tussen station Emmen en Ter Apel rijdt sinds 2019 een pendelbus ter ontlasting van buslijn 73. In 2021 hebben wij vanwege de bijzondere positie van Ter Apel als enige gemeente met een aanmeldcentrum een bedrag van 250.000 euro aan de gemeente Westerwolde verstrekt om overlast te bestrijden. Dit bedrag is door de gemeente deels ingezet voor de financiering van de pendelbus. Vervoerders zetten verder verschillende maatregelen in uit de toolbox, zoals extra inzet van toezichthoudend personeel voorzien van bodycams, extra toegangscontrole op perrons en cameratoezicht op stations en in de voertuigen.

In overleg met de betrokken partijen is besloten om de pendelbus ook in 2022 voort te zetten. Hiervoor heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid een bijdrage van 250.000 euro beschikbaar gesteld. Voor de periode van 2021 - 2022 heeft de gemeente Westerwolde, waar Ter Apel onder valt, daarenboven een bedrag van 150.000 euro uit de SPUK-regeling ontvangen. Dit kan bijdragen aan financiering van de pendelbus.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

51. Vraag:
Een ander probleem is de opvang van veiligelanders; een kleine groep die grote problemen veroorzaakt. De middelen uit de toolbox lijken inmiddels wel te zijn gebruikt en uitgeput. Wat heeft SJenV in petto voor de gemeenten? Als zij extra veiligheidsmaatregelen willen nemen die geld kosten, kunnen zij dan ook op de staatssecretaris rekenen?

Antwoord:
De toolbox omvat een palet aan instrumenten voor de aanpak van overlastgevende asielzoekers. Deze instrumenten voorzien dagelijks in een behoefte en hebben bij de aanpak van overlast een nut. Als sluitstuk heeft Justitie en Veiligheid de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) in Hoogeveen ter beschikking. Tegelijk is het zo dat al deze maatregelen overlast niet in zijn geheel kan voorkomen. De staatssecretaris van JenV heeft zowel in 2020 als in 2021 een bedrag van 1 miljoen euro beschikbaar gesteld voor gemeenten om lokale maatregelen te treffen voor de aanpak van overlastgevende asielzoekers. Het geld wordt gebruikt voor onder meer cameratoezicht, extra boa’s en coaches. Het is de intentie dat jaarlijks voort te zetten.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

52. Vraag:
Recent heeft het Hof van justitie in een Oostenrijkse casus uitgesproken dat lidstaten alleen mogen weigeren een opvolgend asielverzoek inhoudelijk te behandelen wanneer daarvoor een expliciete wettelijke grondslag is opgenomen in de wet. In Nederland is dit niet het geval. Klopt dit, en is SJenV bereid om deze grondslag te creƫren?

Antwoord:
Het arrest waarop de heer Valstar van de VVD op doelt, betreft naar de SJenV aanneemt het arrest van 9 september 2021 (ECLI:EU:C:2021:710). Dit arrest staat de lidstaten niet in de weg opvolgende asielaanvragen af te wijzen. Dit wordt in de regel nog altijd afgedaan.
Het hierbedoelde arrest gaat over de specifieke situatie waarin de opvolgende aanvraag wordt afgewezen (louter) omdat de betreffende elementen of bevindingen in een eerdere asielprocedure hadden kunnen worden aangevoerd.
Deze in de Nederlandse praktijk gehanteerde en zogeheten verwijtbaarheidstoets, neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000, mist ingevolge het arrest de vereiste grondslag in de hogere regelgeving.
Thans bestudeert de SJenV het arrest en de vraag of het noodzakelijk is om naar aanleiding van dit arrest de Nederlandse wet- en regelgeving aan te passen.
Hiertoe wordt een analyse gemaakt om de gevolgen van het arrest inzichtelijk te maken. Vanzelfsprekend zal de SJenV de uitkomst van die analyse delen wanneer daaruit noodzakelijke follow-up volgt.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

53. Vraag:
Sommige asielzoekers die uitgezet moeten worden weigeren mee te werken aan het afnemen van een coronatest. Kan de staatssecretaris aangeven of het alsnog lukt om deze mensen uitgezet te krijgen door deze mensen in quarantaine te zetten? En welke landen werken daar aan mee? Welke landen frustreren de boel?

Antwoord:
Verreweg de meeste bestemmingslanden hebben, net als Nederland, in beginsel strenge inreisvereisten. Veelal wordt een geldige coronatest gevraagd. Van belang is dat Nederland, binnen de bestaande wet-en regelgeving, formeel niet beschikt over de mogelijkheid een quarantaineperiode voorafgaand aan vertrek te verplichten. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) slaagt er in enkele individuele gevallen in om na overleg met het bestemmingsland afspraken te maken over alternatieven voor de coronatest die in Nederland moet worden afgenomen. Daarbij moet gedacht worden aan afname van een coronatest bij aankomst in het land van bestemming, al dan niet gevolgd door een quarantaineperiode aldaar.
Verder is het kabinet met enkele andere Dublinstaten in gesprek om op basis van wederkerigheid te komen tot Dublin-overdrachten, waarbij door lidstaten wordt afgezien van verplichte tests of vaccinatie, maar waarin op alternatieve wijze wordt voorzien in waarborgen.

Vragen van het lid Valstar, P. (VVD)

54. Vraag:
Vorige week gaf de minister van Buitenlandse Zaken hier aan hulp te hebben geboden aan Polen maar dat daar nog geen gehoor aan is gegeven. Wat is de stand van zaken en welke vorm van hulp is er geboden? Is het kabinet het met de VVD eens dat, na het zien van de beelden aan de buitengrenzen van de EU, wij hier samen in moeten optrekken en dus ook de gezamenlijke financiering ervan moeten dragen?

Antwoord:
Nederland heeft begrip voor de lastige situatie waarin Polen zich op dit moment bevindt. minister Knapen heeft inderdaad aangegeven dat we steun hebben aangeboden; dat hebben we als EU gedaan, bij monde van de Commissie. Wanneer ondersteuning aan de Poolse grensbewaking wordt geboden ligt het voor de hand dat in EU-verband, via Frontex, te doen. Als er een verzoek van Polen komt voor ondersteuning bij grensbeheer dan kijkt Nederland daar graag naar bijvoorbeeld via een Nederlandse bijdrage aan Frontex operaties. Dit is ook in EU-verband zo uitgedragen. Polen heeft echter niet om ondersteuning in de vorm van een Frontex snelle grensinterventie of gezamenlijke operatie verzocht. Soortgelijke steun is eerder ook aangeboden aan andere landen in de regio.

Voor effectief grensbeheer zijn diverse maatregelen nodig, zoals goede surveillance, gebruik van informatie en risicoanalyse. Fysieke grensmaatregelen kunnen hier ook onderdeel van zijn. Er ligt momenteel nog geen concreet voorstel om EU financien in te zetten voor een grensbarriĆØre. Als hiertoe een voorstel verschijnt, dan zal Nederland daar natuurlijk naar kijken en deze op merites beoordelen. Vanzelfsprekend moet het mogelijk blijven om asiel aan te vragen, zoals in het Vluchtelingenverdrag en het EU-recht is vastgelegd.

Wel is in algemene zin recent extra geld vrijgemaakt onder het Fonds voor geĆÆntegreerd grensbeheer (zogeheten BMVI) t.b.v. ondersteuning van de lidstaten die geraakt worden door deze crisis (Litouwen, Letland en Polen). Deze drie lidstaten krijgen reeds 360 miljoen onder dit fonds de komende tijd, en daar wordt een zogeheten top-up aan toegevoegd van 200 miljoen voor 2021 en 2022 voor grensbeheer. Litouwen heeft reeds 36,7 miljoen noodondersteuning gekregen.


Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

55. Vraag:
Kan de minister de belofte waarmaken dat de relschoppers van afgelopen weekend of week worden opgepakt? Ten koste van welke onderzoeken gaat dit dan, want we weten dat er nog vele zaken liggen?

Antwoord:
Het Openbaar Ministerie en de politie hebben aangegeven alles op alles te zetten als het gaat om de opsporing en vervolging van verdachten die tijdens de rellen van afgelopen weekend strafbare feiten hebben gepleegd. De eerste veroordelingen zijn reeds uitgesproken, en de rechter heeft forse straffen opgelegd.

In Rotterdam is bijvoorbeeld een groot onderzoeksteam van de politie gestart. Het opsporingsonderzoek naar de rellen is naar verwachting tijdrovend aangezien er uren aan beeldmateriaal van camera’s moeten worden geanalyseerd en er veel getuigen moeten worden gehoord. Het opsporingsonderzoek richt zich niet alleen op deelnemers aan de rellen, maar ook op de mogelijke organisatoren ervan die hebben opgeroepen tot geweld, plunderingen en vernielingen.

Uiteraard betekent de intensiteit van deze onderzoeken dat er geherprioriteerd moet worden in de volgorde van opsporingsonderzoeken. Dat wil uiteraard niet zeggen dat verdachten van andere strafzaken er mee weg komen. Wel kan het zijn dat andere opsporingsonderzoeken langer duren. De keuzes hierin worden altijd op lokaal en regionaal niveau gemaakt.

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

56. Vraag:
Wat is er volgens de minister aan de hand dat er zoveel rellen plaatsvinden? Waar komt dit vandaan, wat zijn de sociologische verklaring hiervoor?

Antwoord:
Politie en de NCTV volgen ontwikkelingen als deze al langere tijd, inclusief de mogelijke verklaringen ervoor. Dit wordt ook regelmatig besproken met regioburgemeesters, het OM en de politie in het LOVP. Toch wil de MJenV zich terughoudend opstellen als het gaat om sociologische verklaringen. Zowel de politie als het dreigingsbeeld zijn niet primair bedoeld om deze verklaringen te verschaffen. Wat wel een breder gedeeld beeld is, is de tweedeling in de maatschappij die ontstaat door de discussie omtrent corona. Dat krijgt de MJenV ook van wijkagenten terug, die in de eerste linie staan. Radicalisering en extremisme worden geanalyseerd en geduid door de NCTV.

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

57. Vraag:
De laatste weken is er geld vrij gemaakt voor de politie en rechtsstaat. Waarom nu pas? Hoe kon dit gebeuren, en gebeurt er dan voldoende? Hoe veilig is onze samenleving dan, en hoe zien politie en rechtstaat er dan uit?

Antwoord:
Het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland is een opgave van continue aandacht en investeringen. Dat is niet begonnen bij dit kabinet en houdt ook niet op aan het einde van onze termijn. De afgelopen tijd heeft dit kabinet fors geĆÆnvesteerd in de politie. Zo is sinds 2018 in het Regeerakkoord 291 miljoen euro geĆÆnvesteerd in o.a. de operationele formatie (2400 fte) van de politie om deze uit te breiden. Dit is echter niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Deze mensen moeten namelijk worden opgeleid en daarom kost het enige tijd voordat ze in de operatie terug te zien zijn. Gedurende de kabinetsperiode zijn ook investeringen in bewaken en beveiligen gedaan, in de aanpak van ondermijning, zedencriminaliteit en mensenhandel. Onlangs heeft het demissionaire ingevolge de moties Eerdmans (434 mliljoen euro) en Hermans (200 miljoen euro) vanaf 2022 opnieuw structureel geĆÆnvesteerd in veiligheid en ondermijning. Het kabinet heeft dus al reeds vanaf de start van haar termijn geĆÆnvesteerd in de politie. Bij intensiveringen bij de politie en daarmee de opsporing, wordt ook gekeken of de partners binnen de strafrechtketen extra versterking nodig hebben.

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

58. Vraag:
Capaciteitsproblemen bij de Nationale Politie. Screening van aspiranten gaat digitaal en via vragenlijsten. De aspiranten krijgen voornamelijk digitaal les. Concluderend wat is de staat van de Politie over 5 jaar?

Antwoord:
Medewerkers van de politie, waaronder aspiranten, worden gescreend bij indienstreding. Deze screening vindt plaats door middel van een gesprek, meestal op politiebureaus, een check op sociale media en indien daar dringende aanleiding voor is een huisbezoek, zoals geregeld in het Besluit algemene rechtspositie politie, artikel 8a. In de COVID-19 periode hebben de gesprekken ook digitaal plaatsgevonden, welke inmiddels weer op gebruikelijke wijze plaatsvinden.

Het nieuwe basispolitieonderwijs (PO21) is ontwikkeld op basis van beroepsprofielen waarmee een duurzame basis is gelegd voor de komende jaren. PO21 bestaat voor 60% uit onderwijs door de Politieacademie, de zogeheten onderwijsdagen. Dit onderwijs op de Politieacademie bestaat uit fysieke contacturen met de docent, werken in leerteams aan casuĆÆstiek, praktische oefeningen en samenwerkingsopdrachten en zelfstudie (grotendeels digitaal). Daarnaast krijgen de aspiranten ook onderwijs in de praktijk, welke 40% van de opleiding beslaat. Tijdens deze praktijkdagen staat de aspirant onder begeleiding van een praktijkbegeleider en leert werkend. Onderwijsdagen en praktijkdagen wisselen elkaar af en gedurende opleiding is het onderwijs van studenten steeds meer gericht op de praktijk.

In een snel veranderende maatschappij wordt zowel van de politie als de Politieacademie adaptief vermogen en flexibiliteit vereist, zodat snel kan worden ingespeeld op nieuwe urgente maatschappelijke uitdagingen. De Politieacademie heeft een kwaliteitsstelsel om de kwaliteit en actualiteit van het politieonderwijs te waarborgen en daarmee de kwaliteit van aspiranten die instromen als medewerkers in het korps.

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

59. Vraag:
Er is sprake (geweest) van veel bezuinigingen bij de brandweer. De SP heeft hier onderzoek naar gedaan. Er zijn veel brandweerkazernes verdwenen, er is sprake van veel boosheid en bezorgdheid in de organisatie en geen vertrouwen in de leiding. Wat is de reactie van de minister op deze zorgen? Functioneert de veiligheidsregio eigenlijk wel?

Antwoord:
In Nederland beschikken we over goede basisbrandweerzorg. De gemiddelde opkomsttijd in Nederland is al jarenlang constant en snel. Ook het aantal slachtoffers bij woningbranden is al jaren laag.
De inrichting van de basisbrandweerzorg is primair de verantwoordelijkheid van de besturen van de veiligheidsregio’s. Het sluiten van een kazerne zegt niets over de slagkracht. De besturen van de veiligheidsregio’s stellen een dekkingsplan vast waarin wordt toegelicht hoe de brandweerzorg in hun regio is geborgd en leggen aan de hand van het dekkingsplan verantwoording af aan de gemeenteraden binnen de regio.
De MJenV constateert evenwel dat het landelijke inzicht in brandweercapaciteit nog onvoldoende is en hierover heeft hij uw Kamer op 19 november jl. geĆÆnformeerd. MJenV hecht belang aan het inzichtelijk maken van trends en ontwikkelingen op het gebied van brandweerzorg waarvoor een gedegen registratie van gegevens omtrent incidenten, personeelscapaciteit, dekkingsplannen en financiering noodzakelijk is.
Signalen vanuit de werkvloer bereiken MJenV ook, MJenV neemt deze serieus en brengt deze onder de aandacht van het Veiligheidsberaad. De inzet van brandweerpersoneel en de risico’s die zij in de uitvoering van hun werk lopen zijn groot.
Met de brief van 3 februari 2021 (Tweede Kamer, 2020/21, 29 517, nr 198) heeft het kabinet naar aanleiding van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’ s door de commissie Muller de totstandkoming van een integraal wettelijk kader voor de crisisbeheersing en brandweerzorg aangekondigd. De verdere versterking van de brandweerzorg zal een belangrijk doel hierbij zijn.

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

60. Vraag:
Hoe kan het dat de rechtspraak/de rechtbanken (weer) in de rode cijfers staat?

Antwoord:
De verwachting is dat de kosten van de rechtspraak in 2021, als gevolg van de genomen COVID-19 maatregelen, hoger zullen uitvallen dan geraamd. De rechtspraak wordt met hogere kosten per zaak geconfronteerd evenals met extra kosten in de bedrijfsvoering. Er zijn onder meer extra kosten op IT-gebied en de ondersteuning daarvan, hogere schoonmaakkosten en kosten voor extra inzet van personeel. Op basis van de realisatie over 2021 zullen de gevolgen van COVID-19 voor de Rechtspraak worden bezien. Mocht eind 2021 negatief eigen vermogen zijn ontstaan, dan zal dit op grond van het Besluit financiering rechtspraak (art. 17, lid 6) door de minister van JenV volgend jaar worden aangezuiverd.
Daarnaast hebben de genomen maatregelen tot gevolg dat er minder zaken kunnen worden afgedaan. Over de financiƫle effecten daarvan zijn voor 2021 reeds afspraken gemaakt met de Raad voor de rechtspraak met betrekking tot de toepassing van de hardheidsclausule.

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

61. Vraag:
Kan de rechtsprekende taak van de Raad van State ondergebracht worden bij de rechtelijke macht. Zoals bijvoorbeeld een hof voor Bestuursrecht. Hoe kijkt de Minister hier tegen aan?

Antwoord:
Rechters in Nederland zijn onpartijdig en onafhankelijk. Dat geldt voor alle rechters, ook voor de rechters van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gebeurtenissen naar aanleiding van de Kinderopvangtoeslag affaire doen daar niets aan af.

Zeker, er zijn dingen niet goed gegaan, maar het kabinet distantieert zich van de gedachte dat de bestuursrechters van de Raad van State niet onafhankelijk of onpartijdig zouden zijn. Ook het rapport van de ondervragingscommissie geeft geen aanleiding tot een dergelijke conclusie.

Dat wil niet zeggen dat er nooit discussie mogelijk is over de inrichting van de bestuursrechtspraak. Daarbij moet wel opgemerkt worden: dit is al eerder geprobeerd, met het wetsvoorstel organisatie hoogste bestuursrechtspraak. Dit bleek een bijzonder lastig en weerbarstig traject.

De vier hoogste rechtscolleges en de Raad voor de rechtspraak hebben in 2017, na de intrekking van het wetsvoorstel, opgeroepen af te zien van institutionele veranderingen. Zij wezen erop dat de eerdere voorgestelde institutionele veranderingen roofbouw op de organisatie hebben gepleegd. Ze vroegen nadrukkelijk om rust.

Het kabinet steunt deze oproep. Rechtzoekenden schieten er niets mee op als de rechtsprekende taak bij de Raad van State wordt weggehaald.

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

62. Vraag:
Waarom wordt er aangifte gedaan tegen klokkenluiders van de NCTV?

Antwoord:
Per brief van 22 november jl. is de Tweede Kamer geĆÆnformeerd dat er geen onderzoek wordt gedaan naar een klokkenluider. Een klokkenluider verdient te allen tijde bescherming. Voor het overige geldt dat wet- en regelgeving bepalen dat iemand die in strijd met die wet- en regelgeving informatie lekt, niet als een klokkenluider beschouwd kan worden.
In de Tweede Kamer is de nieuwe wet bescherming Klokkenluiders aanhangig. Met de rechtstreekse werking van de EU-richtlijn wordt de positie van klokkenluiders verder verbeterd. Deze wet en EU-richtlijn geven een sterkere bescherming aan personen die misstanden of inbreuken van Unie recht openbaar maken. Los hiervan geldt voor medewerkers van het ministerie JenV een geheimhoudingsplicht die gehandhaafd moet worden als er aanwijzingen zijn dat die geheimhouding is geschonden. In dat verband lopen er op dit moment twee onderzoeken naar gelekte departementaal gerubriceerde documenten die terecht zijn gekomen bij partijen die daartoe niet gerechtigd zijn Ć©n die vallen onder de geheimhoudingsplicht van ambtenaren. Vanuit de verantwoordelijkheid voor het creĆ«ren van een veilige werkomgeving voor alle medewerkers van het ministerie kan het in sommige situaties nodig zijn om aangifte te doen als vertrouwelijke informatie weglekt. Medewerkers moeten erop kunnen vertrouwen dat informatie van hun hand niet door collega’s buiten hun medeweten om wordt verstrekt aan onbevoegde derden. Juist binnen een organisatie als de NCTV, waar vertrouwelijkheid van cruciaal belang is, is het lekken van gerubriceerde documenten zorgelijk. In ƩƩn van de twee hierboven genoemde onderzoeken heeft deze overweging inmiddels geleid tot het doen van aangifte en daartoe doet de Rijkrecherche onderzoek. Over de onderwerpen van betreffende documenten doe ik geen uitspraken in het belang van het onderzoek.
Mocht gaandeweg de onderzoeken naar de gelekte documenten toch blijken dat de medewerker(s) is (zijn) te beschouwen als klokkenluider die voldoet(n) aan de gestelde voorwaarden uit de wet en EU-richtlijn en indien gaandeweg zou blijken dat de keuze van de medewerker(s) voor schending van de geheimhoudingsplicht voldoet aan de rechtvaardigingsgronden voor openbaarmaking, zoals bedoeld in de EU-Richtlijn, zal er vanzelfsprekend op worden toegezien dat de medewerker(s) niet benadeeld wordt(en) conform de wet en EU-richtlijn.

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

63. Vraag:
Waarom is het budget voor de sociale advocatuur niet structureel?

Antwoord:
Er is structureel geld beschikbaar gesteld voor betere vergoedingen voor aanbieders van gesubsidieerde rechtsbijstand, die liggen op het niveau dat de commissie Van der Meer in scenario 1 heeft geadviseerd. Voor 2022 in hiervoor 154 miljoen euro beschikbaar gesteld, in een aflopende reeks naar 64 miljoen euro structureel vanaf 2025. Ook in het vernieuwde stelsel worden de vergoedingen op het niveau van scenario 1 van de commissie Van der Meer gehandhaafd. Als de maatregelen van de stelselvernieuwing vanaf 2025 ten volle renderen, ook in combinatie met een bijdrage van de commerciƫle advocatuur, is, naar het zich nu laat aanzien, het structurele bedrag van 64 miljoen per jaar hiervoor toereikend.

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

64. Vraag:
SP komt met eigen plan, huizen van het recht. Dit is een laagdrempelige voorziening in de buurt. Dit kan op gebied van schulden, multi-problematiek, en juridisch. Er moet recht gesproken worden door de wijkrechter. Graag een eerste reactie van de minister

Antwoord:
MRb staat positief tegen dit plan van de SP. De toegang tot informatie, advies en hulp moet dicht bij mensen georganiseerd worden, zodat het voor mensen duidelijk is waar zij naartoe kunnen en zij laagdrempelig geholpen kunnen worden. Het huis van het recht in Heerlen is ƩƩn van de pilots die onder de stelselvernieuwing rechtsbijstand loopt en waarin dit wordt beproefd. Maar ook in andere pilots wordt hier momenteel ervaring mee opgedaan, waaronder in Rotterdam-Zuid en in negen andere gemeenten onder leiding van Divosa. De uitkomsten van alle pilots wordt afgewacht, waarna zorgvuldig afgewogen zal worden welke werkwijzen structureel zullen worden voortgezet.

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

65. Vraag:
Slachtoffers van kinderontvoering hebben het idee dat overheid niets doet. Is de minister bereid andere landen (meer) aan te spreken op bestaande regels? Deze regels zijn er immers in het belang van het kind. En is de minister bereid om een fonds te creƫren voor slachtoffers? Wat gaat de minister doen om de positie van slachtoffers te versterken?

Antwoord:
Achtergebleven ouders krijgen vanuit het Centrum Internationale Kinderontvoering en de Nederlandse Centrale autoriteit internationale kinderaangelegenheden emotionele, procedurele en juridische ondersteuning.
Indien verdragslanden het Haags Kinderontvoeringsverdrag structureel niet naleven spreekt MRb de verantwoordelijke minister hierop aan.
De beslissing tot het al dan niet teruggeleiden van het kind wordt genomen door de rechterlijke instanties van dat land. Nederland kan niet treden in beschikkingen van een buitenlandse rechterlijke instantie, dat kunnen deze landen zelf ook niet.
De heer Van Nispen vraagt om een apart fonds voor slachtoffers van kinderontvoering.
Het gaat bij kinderontvoering om civiele procedures. De Nederlandse Staat springt ook bij andere civiele procedures in het buitenland waarbij Nederlanders betrokken zijn, niet financieel bij. Om die reden raadt MRb af om specifiek voor dit doeleinde een fonds in te richten.
In het geval van procederen in het buitenland, kan een beroep worden gedaan op de Raad voor Rechtsbijstand om te ondersteunen bij het indienen van een verzoek om rechtsbijstand in het buitenland.
Daarnaast biedt het Haags Kinderontvoeringsverdrag de mogelijkheid voor ouders om in een ander land dat partij is bij het verdrag een beroep te doen op de gefinancierde rechtsbijstand onder gelijke voorwaarden als de onderdanen van dat land (artikel 25 Haags verdrag).

Vragen van het lid Nispen, M. van (SP)

66. Vraag:
Het onderzoek naar binnenlandse adoptie is mislukt. De overheid moet zich niet meer beroepen om verjaring, gelet op de verantwoordelijkheid van de overheid in het verleden. Bij interlandelijke adoptie is dat al geregeld. Is de minister bereid dit toe te zeggen? Zo niet, dan zal ik een motie hierover indienen.

Antwoord:
In het geval van interlandelijke adoptie doet MRb geen beroep meer op verjaring gelet op de inhoud en conclusies van het rapport van de COIA en een aangenomen motie van uw Kamer. De beweegredenen daarover zijn toegelicht in de beleidsreactie bij het rapport van de COIA die in februari jl. aan uw Kamer is gestuurd. De situatie bij binnenlandse verschilt van die van interlandelijke adoptie. Het betreft een groep (potentiƫle) eisers die veelal beschikten over Nederlandse dossiers en die gebruik konden maken van het Nederlandse rechtssysteem. Ook gaat het hier niet louter om kinderen, maar ook volwassenen die eerder in staat geacht mogen worden om misstanden aan de kaak te stellen. Bij binnenlandse adoptie gaat de periode waar het over gaat nog verder terug dan bij interlandelijke adoptie. Zoals door MRb al vaker is toegelicht kan na verloop van zeer veel jaren betrouwbare bewijsvoering niet alleen moeilijk, maar ook zeer belastend zijn. Het categorisch uitsluiten van het doen van een beroep op verjaring in bepaalde zaken is onwenselijk, omdat het maatwerk en individuele beoordeling onmogelijk maakt. De redelijkheid van een beroep op verjaring wordt van geval tot geval getoetst door de rechter op basis van in de rechtspraak ontwikkelde criteria.


Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

67. Vraag:
Kan de staatssecretaris bevestigen dat de Afghaanse vluchtelingen niet na december nog in Heumensoord zitten. Wat gaat de staatssecretaris hier aan doen?

Antwoord:
Door de hogere instroom dan verwacht en het achterblijven van de uitstroom van vergunninghouders naar gemeenten ziet het COA zich genoodzaakt om asielzoekers op te vangen in noodopvanglocaties. Dit zijn locaties met een lager, doch afdoende, kwaliteitsniveau die minder geschikt zijn voor langdurig verblijf.
Dat is niet gewenst , maar onder de huidige omstandigheden wel noodzakelijk.
Op verscheidene locaties, zoals Heumensoord, maar ook in Leeuwarden en Goes werken we met dergelijke noodopvang. In de komende periode breidt deze noodopvang zich mogelijk verder uit, ook om de druk van andere locaties af te halen, zoals Ter Apel.

De situatie rondom de opvangcapaciteit is nu dus nog niet zodanig dat noodopvanglocaties kunnen worden gesloten. Dat blijft wel ons doel en daar doen we ons best voor, in het bijzonder bij Heumensoord. Tegelijkertijd kunnen we ons niet veroorloven om onszelf niet de vraag te stellen welke additionele stappen noodzakelijk zijn, om op al die locaties, dus ook Heumensoord, te voorzien in verbeteringen, ook in het licht van de winterse maanden en een eventueel langer verblijf. Inzet blijft dat te voorkomen en te streven naar de sluiting van Heumensoord per 1 januari 2022.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

68. Vraag:
Waarom wordt er 128 miljoen bezuinigd op het COA? Waarom is dat geld niet bij het COA gebleven? Zodat we straks niet weer overvolle AZC's hebben?

Antwoord:
In de begroting voor 2022 zijn voor de komende jaren geen bezuinigingen voorgesteld voor het COA. Het beschikbare budget voor het COA wordt door middel van de gebruikelijke bekostigingsafspraken jaarlijks geactualiseerd op basis van de meest recente ramingen.

In de begroting 2022 is een financiƫle reeks verwerkt op basis van de besluitvorming bij voorjaarsnota 2021. Basis daarbij was de raming uit februari 2021 waarbij het de verwachting was dat de asielinstroom lager zou worden en dat uitstroom van vergunninghouders op peil zou blijven. Op basis hiervan zijn de benodigde middelen voor 2021 en 2022 aangepast en toegekend.

Al bij de komende Najaarsnota en vervolgens bij voorjaarsnota 2022 zal het geactualiseerde beeld ten aanzien van de bezetting van het COA voor 2022 en verder, op basis van de Meerjaren Productie Prognose (MPP) van februari 2022, worden voorgelegd aan het kabinet. De geactualiseerde MPP-cijfers vormen de basis voor de besluitvorming over additionele middelen.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

69. Vraag:
Nederland slaagt er niet goed in om mensen terug te sturen naar het land van herkomst. Kan de staatssecretaris reageren op de column van dhr. Sommer van 12 november jongstleden waarin wordt gesteld dat er zowel voor Marokko als Algerije geen zicht meer is op uitzetting?

Antwoord:
Bij uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 april en 17 september 2021, waarover uw Kamer eerder is geĆÆnformeerd, is geoordeeld dat er niet binnen een redelijke termijn zicht op uitzetting bestaat naar de in de vraag genoemde landen. De achtergronden zijn verschillend maar in beide situaties speelt een rol dat door de maatregelen tegen de verspreiding van COVID-19, contact met de ambassades en daadwerkelijke terugkeer al lange tijd problematisch is.
Om deze reden zijn de vrijheidsontnemende maatregelen van deze groepen na de uitspraken opgeheven als men niet de beschikking heeft over reisdocumenten en er geen ander land van bestemming is. Dit is conform de al langer bestaande lijn van jurisprudentie met een schadevergoeding. Dat betekent overigens niet dat wordt berust in het verblijf; er wordt nog steeds ingezet op terugkeer, zij het dat dit op dit moment niet gedwongen kan zolang betrokkene niet over een geldig reisdocument beschikt en voldoet aan de voorwaarden die vanwege COVID-19 worden gesteld. Met beide landen wordt ondertussen gesproken over de verbetering van terugkeersamenwerking. Daarnaast is de terugkeersamenwerking met Marokko een speerpunt van het kabinet. Er is bilateraal contact op verschillende niveaus met Marokko over een breed aantal onderwerpen. Daarbij wordt ook de intentie voor versterkte dialoog op het gebied van migratie en terugkeer onder de aandacht gebracht. Hierbij heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken het voortouw om de brede relatie te verbeteren. Samen met de Dienst Terugkeer & Vertrek wordt maximaal ingezet om de medewerking van landen van herkomst te hernieuwen, zodat vreemdelingen die het draagvlak voor opvang en bescherming ondermijnen zo snel mogelijk vertrekken naar het land van herkomst.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

70. Vraag:
Jezidi’s vormen een bijzondere groep waar genocide op is gepleegd. Ik stel daarom een speciaal programma voor, voor de slachtoffers hiervan, dat ook gisteren aan de orde kwam tijdens de begrotingsbehandeling van BHOS. Hoe zit SJenV daar in?

Antwoord:
Binnen de opvang zijn er geen specifieke programma’s voor specifieke groepen vluchtelingen. Ook andere groepen die vluchten voor oorlog en geweld kunnen te maken krijgen met traumatische ervaringen en psychische problematiek. Om die reden is het van belang dat de asielzoekers ook gedurende de periode in COA opvang volledige toegang hebben tot de benodigde zorg. In Nederland is het zo geregeld dat de asielzoeker hiertoe dezelfde toegang heeft als de Nederlandse burger.

In Nederland is in de asielopvang op vrijwel elk asielzoekerscentrum een zogeheten GGZ-consulent aanwezig. Deze GGZ-consulent werkt onder de verantwoordelijkheid van de huisarts en is een laagdrempelige ingang voor personen met psychische problematiek. Ook heeft het COA geĆÆnvesteerd in preventie via het programma Bamboo. De huisarts heeft een cruciale rol. Die signaleert, behandelt of verwijst mensen naar de generalistische basis-GGZ of de gespecialiseerde GGZ. De specialistische GGZ richt zich op mensen met ernstige of complexe psychische problemen.

Voorts verwijst de staatssecretaris van JenV naar de beantwoording op vragen van de leden Van Dijk en Van Nispen van 28 oktober jl. inzake Jezidische slachtoffers. Hier wordt ingegaan op gerichte hervestiging via de UNHCR en daarnaast het geldende landgebonden asielbeleid dat recht doet aan de kwetsbare positie waarin Jezidi’s in hun land verkeren.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

71. Vraag:
Je hoort schrijnende verhalen over pushbacks, die niets meer te maken hebben met het recht op asiel dat Europa op papier nog heeft. Wat doet de Staatssecretaris tegen de ellende aan de buitengrenzen van Europa te weten in Polen, Griekenland en Spanje?

Antwoord:
Lidstaten zijn zelf primair verantwoordelijk voor de uitvoering van grenstoezicht. Voor lidstaten aan de buitengrenzen is dit niet altijd eenvoudig. Voorop staat echter dat optreden aan de grens altijd in lijn moet zijn met Europees en internationaal recht.

Het is belangrijk dat er serieuze opvolging wordt gegeven aan dergelijke beschuldigingen. Als hoeder van de verdragen zit de Commissie hier bovenop. Zo assisteert de Commissie bij het opzetten van monitoringsmechanismen, zoals dit bijvoorbeeld in Kroatiƫ recent is opgezet.

Nederland benadrukt veelvuldig op politiek niveau het belang van het naleven van het EU- en internationaal recht bij grensbewaking, ook als follow-up van diverse moties in de Kamer. De staatssecretaris van JenV deed dit onlangs nog tijdens de JBZ-Raad van oktober. Ook heeft minister-president Rutte tijdens de Europese Raad van oktober zijn zorgen uitgesproken over berichtgeving over vermeende pushbacks en benadrukt dat het handelen aan de grens altijd in lijn dient te zijn met Europees en internationaal recht. Ook brengt de staatssecretaris deze problematiek actief op in contacten met haar collega’s, zoals afgelopen maand in gesprek met haar Griekse en Kroatische ambtsgenoten. Nederland zal dergelijke boodschappen blijven afgeven.


Vragen van het lid Werf, H. van der (D66)

72. Vraag:
Hoe wordt de inzet van extra niet-operationeel personeel meegenomen in de besteding van het geld uit de motie-Hermans?

Antwoord:
De zogenaamde BUMA middelen kunnen reeds sinds 2019 worden ingezet voor inhuur om het primaire proces te ontlasten zoals inzet medewerkers Regionale Service Centra en externe inhuur (administratie) om de druk op de GGP te ontzien. Deze middelen lopen af in 2021. Zoals MJenV ook in zijn verzamelbrief van 19 november jl. heeft vermeld worden de incidentele middelen ten behoeve van veiligheid uit de motie Hermans ingezet voor de prioriteiten bij Politie die volgen uit het Position Paper politie en het P&M-rapport. Dit heeft ertoe geleid dat cumulatief 15 mln. wordt ingezet om de druk op de GGP te ontzien. Deze middelen zijn dus een aanvulling op de Buma middelen.

Vragen van het lid Werf, H. van der (D66)

73. Vraag:
Ik hoor graag van het kabinet welke mogelijkheden het ziet om binnen de middelen voor ondermijning, extra in te zetten op bewezen effectieve preventieprojecten? Niet alleen voor jongeren, maar ook al voor basisschoolkinderen?

Antwoord:
Bij de uitwerking van de integrale en wijkgerichte preventieve aanpak door gemeenten zullen MJenV/MRb stimuleren dat er zoveel mogeljik gebruik gemaakt wordt van bewezen effectieve interventies voor jongeren en basisschoolleerlingen. Zo heeft MJenV in het commissiedebat van 16 juni 2021 toegezegd in te zetten op landelijke uitrol van Alleen Jij Bepaalt Wie je Bent. Hiermee is inmiddels een start gemaakt.

Vragen van het lid Werf, H. van der (D66)

74. Vraag:
Hoe staat het met de uitvoering van mijn motie over het tegengaan van onbewuste ontmoediging om aangifte te doen bij de zedenrecherche?

Antwoord:
Voor 1994 was de opsporing van seksuele misdrijven slechts in enkele korpsen een specialisme. Richtlijnen voor opsporing van zedenzaken waren er niet, uitsluitend richtlijnen voor de bejegening van zedenslachtoffers. De opleiding was een niet-verplichte korte cursus. Zedenrechercheurs waren minder goed opgeleid en werkten nauwelijks met inzet van tactische opsporingsmiddelen. Ook ontbrak grondig feitenonderzoek, waardoor dossiers vaak uit verklaringen van slachtoffers en verdachten bestonden. De weinig kritische werkwijze van de politie, die soms leidde tot strafrechtelijke missers, zoals onder andere in de zaak Lancee, was in 1999 de aanleiding voor de nieuwe richtlijnen in de vorm van twee Aanwijzingen van het College van Procureurs Generaal in 1999.

Na de reorganisatie in 2013 zijn tien Teams Zeden en elf Teams Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme gevormd. Hiermee zijn de kwaliteit van de opsporing van zedenfeiten, online en offline, de sturing/prioritering en personeelszorg op uniforme wijze geborgd. De huidige opleiding Handelen in Zedenzaken (HZZ) is uitgegroeid tot een opleiding van vijf maanden. Rechercheurs leren tot juridische kwalificaties van een zedenzaak te komen en worden daarbij bewust van de noodzaak een juiste balans te vinden tussen belangen van waarheidsvinden en de bejegening van slachtoffers. De conclusies uit het Inspectierapport ā€œVerschillende perspectievenā€ rondom bejegening zijn verwerkt in het onderwijs. Het vraagstuk van bejegening van het slachtoffer bij het willen doen van aangifte, zodat het gevoel van ontmoediging kan ontstaan, heeft in de huidige werkwijze de volle aandacht. De HZZ is daarmee steeds up-to-date. Er dienen examens te worden te worden behaald om een certificaat te behalen en aan de huidige strenge kwaliteitsnorm te blijven voldoen.

De uitvoering van de motie Van der Werf inzake het monitoren van de bejegening van slachtoffers, wordt betrokken bij het plan van aanpak van de politie dat is opgesteld naar aanleiding van het Inspectierapport inzake de Zedenportefeuille. Uw Kamer wordt hierover in het eerste kwartaal van 2022 geinformeerd.

Vragen van het lid Werf, H. van der (D66)

75. Vraag:
Kan MRb alvast met het Centrum Seksueel Geweld om tafel, die al een concrete visie hebben uitgewerkt over hoe een landelijke entree van mijn aangenomen motie voor eerste hulp bij seksueel geweld bewerkstelligd kan worden. Hoe staat MRb hier tegenover?

Antwoord:
Het ministerie voert, in samenwerking met het ministerie van VWS en de VNG, regelmatig gesprekken met de Centra Seksueel Geweld (CSG) over de hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld.
Daarin wordt ook de visie van de CSG’s op de vormgeving van een landelijke entree betrokken.
Recent is in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat uitvoering aan de motie Van der Werf wordt gegeven door eerst een onderzoek uit te voeren naar de behoeften van slachtoffers van seksueel geweld. Vervolgens wordt bepaald wat de beste organisatievorm is om aan die behoeften tegemoet te komen.
Vooruitlopend op de uitkomsten van dit onderzoek worden op initiatief van Slachtofferhulp Nederland gesprekken gevoerd met de CSG’s, politie en Openbaar Ministerie om de huidige samenwerking voor zedenslachtoffers in de praktijk al verder te versterken.
De Tweede Kamer wordt in het voorjaar nader geĆÆnformeerd over de voortgang van deze activiteiten.

Vragen van het lid Werf, H. van der (D66)

76. Vraag:
Graag hoor ik van MJenV wat hij doet om gemeenten proactief te ondersteunen in het vormgeven van beleid m.b.t. radicalisering, extremisme en terrorisme?

Antwoord:
Het in de afgelopen jaren ontwikkelde beleid en de daaruit voortvloeiende aanpak voor het tegengaan van de dreiging van extremisme en terrorisme is breed toepasbaar en inzetbaar. Vanuit de verschillende partners wordt er vol continu gewerkt om de opgedane kennis en ervaring te gebruiken om de aanpak verder te versterken.

Personen die zijn geradicaliseerd en waarbij extremisme en/of terrorisme een potentiële dreiging vormt kunnen worden opgenomen in de lokale persoonsgerichte aanpak (PGA). De PGA is breed toepasbaar en de betrokken partners en de werkwijze zijn zo ingericht dat deze op verschillende vormen van extremisme en terrorisme kan worden ingezet. Relevante partners zijn betrokken bij deze aanpak en worden doorlopend toegerust om de dreiging die van een persoon uitgaat te onderkennen en daarop te interveniëren wanneer nodig. Niet alleen door middel van gerichte trainingen (via bijvoorbeeld het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering), ondersteuning en advies maar ook door het beschikbaar stellen van de zogenoemde versterkingsgelden die gemeente kunnen aanvragen om naar eigen inzicht de lokale aanpak verder te verstevigen. De NCTV en de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (van het ministerie van SZW) ondersteunen gemeenten met advies over beleid en (lokale) aanpak. Bijvoorbeeld over het opzetten van een lokale aanpak, (vroeg)signalering, het opzetten en onderhouden van lokale netwerken van sleutelfiguren en omgaan met polarisatie. Wat betreft de preventieve aanpak van radicalisering, hierover heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 19 november jl. uw Kamer per brief geïnformeerd.


Vragen van het lid Sneller, J.C. (D66)

77. Vraag:
We moeten kijken naar welke straffen gedragsverandering teweegbrenging. Onlangs kwam het advies uit: stop met korte gevangenisstraffen omdat dit niet helpt en heeft als gevolg veel detentieschade, en een hoge recidive. Het advies is biedt alternatieve straffen aan, zoals taakstraf en een enkelband. Waarom wuift MRb deze adviezen weg?

Antwoord:
Het advies van de RSJ over korte detenties wordt zeker niet weggewuifd. Het advies biedt aanknopingspunten om sancties waaronder korte detenties effectiever te maken. Bijvoorbeeld door het verbeteren van het advies van de reclassering en de mogelijkheid om het sanctiepalet uit te breiden met electronische detentie. Deze zullen samen met de ketenpartners worden opgepakt.
De RSJ heeft de effectiviteit van sancties vooral vanuit het perspectief van recidive bekeken. De effectiviteit betreft echter ook de genoegdoening naar de maatschappij en het slachtoffer, vergelding en de afschrikwekkende werking. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de adviezen van de RSJ zullen dan ook worden bepaald door de bijdrage die zij leveren aan de verschillende doelen van straffen.
Daarnaast roept het advies van de RSJ nog vragen op waarvoor vervolgonderzoek noodzakelijk is. Zo wordt er aangegeven dat er sprake is van detentieschade bij korte detenties waarover nog onvoldoende bekend is. Het WODC zal daarom onderzoek doen naar het effect van korte detenties en dit vergelijken met alternatieve sancties. Daarbij zal het WODC niet alleen kijken naar het voorkomen van recidive en detentieschade maar ook naar de effecten op de andere strafdoelen, zoals vergelding en genoegdoening.

Vragen van het lid Sneller, J.C. (D66)

78. Vraag:
Toegang tot recht betekent kennis kunnen nemen van rechtelijke uitspraken. Bij begroting BZK pleitte ik voor een wettelijke publicatieplicht rechtszaken. Is de minister hiertoe bereid?

Antwoord:
De voorzitter van de Raad voor de rechtspraak heeft de ambitie uitgesproken om op termijn te streven naar publicatie van 75% van de uitspraken. De regering kan die ambitie alleen maar onderschrijven en ondersteunen. Over de manier waarop die kan worden gerealiseerd ga ik de komende periode graag met de Rechtspraak in gesprek. Daarover wordt uw Kamer in het eerste kwartaal van volgend jaar nader geĆÆnformeerd. Het publiceren van uitspraken is zeer arbeidsintensief en het aantal gepubliceerde uitspraken kan pas significant stijgen als daarvoor de juiste automatisering is ontwikkeld. Daarnaast zijn voor een grootschalige publicatieplicht ook extra middelen nodig, waarin nu niet is voorzien. In dat verband is een verplichting nu niet opportuun.

Vragen van het lid Sneller, J.C. (D66)

79. Vraag:
Een keten is zo sterk als de zwakste schakel, zo ook de strafrechtketen. Kan de minister toelichten of alle schakels in de strafrechtketen worden versterkt door de diverse posten (veiligheid en ondermijning) opgenomen in de begroting? Is rekening gehouden met keteneffecten?

Antwoord:
Ja, bij genoemde posten is rekening gehouden met de effecten voor de gehele keten. Ook in zijn algemeenheid geldt dat in de begroting rekening wordt gehouden met de effecten op de verschillende schakels in de keten, waar relevant mede ondersteund door de uitkomsten van het Prognosemodel Justitiƫle ketens (PMJ). Ik verwijs ook naar de brief van mijn collega voor Rechtsbescherming en mij van 19 november 2021 over de voortgang van de implementatie van het actieplan strafrechtketen. Hierin wordt specifiek ingegaan op de noodzaak om rekening te houden met de effecten van zowel bezuinigingen als investeringen op de ketenorganisaties en ook op de effecten van nieuw beleid en wetgeving op diezelfde
ketenorganisaties.

Vragen van het lid Sneller, J.C. (D66)

80. Vraag:
Ik zie omtrent de sociale advocatuur en toegang tot het recht dat de meevallers al worden ingeboekt. De dalende bedragen in de begroting zijn hier het voorbeeld van, tegenvallers lijken zekerder dan meevallers. Zou het niet verstandiger zijn om de winst pas in te boeken als deze behaald is?

Antwoord:
Nee, MRb gaat ervan uit dat de maatregelen van de stelselvernieuwing, in combinatie met een bijdrage van de commerciĆ«le advocatuur aan het stelsel, voldoende zullen opbrengen om met een structureel bedrag van € 64 miljoen een vergoeding op het niveau van scenario 1 van de commissie Van der Meer te realiseren.
Tot aan 2025 – het moment waarop de stelselvernieuwing in werking treedt – zijn jaarlijks hogere bedragen beschikbaar gesteld, omdat de maatregelen dan nog niet zijn ingevoerd. De stelselvernieuwing hanteert een lerende aanpak. Daarbij wordt steeds bekeken of meevallers en tegenvallers nog steeds met elkaar in evenwicht zijn. Dit blijven we monitoren.


Vragen van het lid Podt, A. (D66)

81. Vraag:
Wanneer komt er eindelijk een extra aanmeldcentrum om Ter Apel te ontlasten?

Antwoord:
De noodzaak voor aanvullende aanmeldcentra is evident, dit om de gemeente Westerwolde, waar de locatie in Ter Apel gelegen is, op meer structurele wijze te ontlasten. Naast de inspanningen die daartoe reeds zijn gepleegd, is daarom in de bestuurlijke brief aan medeoverheden van 16 november jl. wederom gevraagd om de zoektocht naar het vormgeven van Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locaties en het vormgeven van additionele mogelijkheden voor aanmeldcentra en zogeheten identificatie & registratiestraten voort te zetten. Hierbij wordt gewerkt aan een flexibele en semipermanente inlooplocatie als twee aanmeldcentrum waar het begin van het aanmeldproces door de betrokken partijen kan worden uitgevoerd.

Vragen van het lid Podt, A. (D66)

82. Vraag:
Hoe komt het dat de MPP in de praktijk niet realistisch is?

Antwoord:
De MPP wordt jaarlijks in februari en september bijgesteld op basis van de inzichten, onzekerheden en aannames die op dat moment van kracht zijn voorafgaand aan de reguliere momenten in de Rijksbegroting (de voorjaarsnota / najaarsnota). Het actuele beeld is anders dan de voor de begroting gehanteerde prognose. Dit is inherent aan het prognosticeren van de asielinstroom, wat aan vele externe factoren onderhevig is en daardoor erg complex blijft. Juist omdat de asielinstroom zo volatiel is, heeft het kabinet besloten om niet continu aanpassingen te treffen maar op vaste begrotingsmomenten. Het gevolg van deze keuze is dat bij een majeure verandering van het asielbeeld, de uitgangspunten van een voorliggende begroting kunnen afwijken van de actuele situatie. Het eerstvolgende begrotingsmoment wordt gebruikt om de begroting bij te stellen. Daarmee is de MPP één van de bronnen voor de financiële cyclus. Bij de MPP wordt twee keer per jaar een integrale analyse gemaakt van zowel de huidige alsook de te verwachten ontwikkelingen rondom een groot aantal factoren die de komende jaren de instroom van asielzoekers kunnen bepalen. Om de MPP te blijven doorontwikkelen is er door het WODC onderzoek gedaan naar de governance van de Meerjaren Productie Prognose. Op basis hiervan is dit jaar ook een beleidsreactie naar de Kamer gestuurd met daarbij een vervolgaanpak. In de beleidsreactie zijn ook de uitkomsten van EY naar de doorlichting van de vreemdelingenketen en de IND meegenomen. Het belangrijkste advies van EY ten aanzien van de prognoses was om een externe audit in te richten die de totstandkoming van de MPP structureel toetst. Deze ontwikkelingen worden op dit moment opgepakt en doorgevoerd. Het merendeel van deze ontwikkelingen worden doorgevoerd in 2022, nadien zal de Kamer worden geïnformeerd over de voortgang en uitkomsten. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ziet de MPP dan ook als een belangrijk en zorgvuldig sturings- en planningsinstrument dat voortdurend in ontwikkeling is.

Vragen van het lid Podt, A. (D66)

83. Vraag:
Veel gemeenten willen helpen, maar je kan ze niet overvallen met in korte tijd veel asielzoekers op te moeten vangen. Er is ook structurele financiering voor de hele keten nodig voor meer rust en draagvlak. Hoe reflecteert SJenV zich op de afgelopen periode?

Antwoord:
De inzet en hulp die gemeenten en provincies de afgelopen periode hebben getoond is niet onopgemerkt gebleven. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is hen daar, samen met de andere leden van de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie (LRT), zeer erkentelijk voor. Het is staande praktijk om gemeenten, via de structuur van de LRT en de provinciale regietafels, zo goed mogelijk mee te nemen in de prognoses zoals binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid bekend. Het is evenwel een gegeven dat, de beste prognoses ten spijt, de instroom van asielzoekers en daarmee opvangbehoefte onvoorspelbaar zijn.

Dat gezegd hebbende, heeft uw Kamer bij de Voorjaarsnota 2021 middelen voor enige buffercapaciteit van het COA ter beschikking gesteld. Net als bij de IND draagt dit eraan bij dat het COA een aantal locaties aan kan houden in rustige tijden om die te kunnen inzetten op momenten dat dat nodig is. Sinds het voorjaar 2021 is de bezetting bij COA aanzienlijk toegenomen door een hogere asielinstroom en beperkte uitstroom van bijna 12.000 vergunninghouders in de AZC's naar gemeenten, waardoor alle capaciteit is ingezet en vorming van buffercapaciteit nog niet is gelukt.
Als de vraag naar opvangcapaciteit weer afneemt, kan met deze middelen een zekere buffer worden gevormd.

Vragen van het lid Podt, A. (D66)

84. Vraag:
Het inzetten van migranten als geopolitiek wapen is een consequentie van een gebrek aan migratiebeleid. Wat doet Nederland in dit verband om te markeren dat over mensenrechten niet te onderhandelen valt?

Antwoord:
Belarus misbruikt migranten en brengt hen in gevaar om de EU onder druk te zetten. Intern maakt het regime zich nog altijd schuldig aan zeer ernstige mensenrechtenschendingen. Nederland wil dat dit onmiddellijk stopt. Met EU-partners wil Nederland hiervoor alle mogelijke middelen inzetten. Voorzichtig zien we ook al resultaat van deze inzet.

Ten eerste heeft de EU een akkoord bereikt over een krachtig pakket aan nieuwe sancties, waarmee het regime geraakt wordt in de portemonnee. De sancties richten zich specifiek op de actoren die zich met het instrumentaliseren van migranten bezighouden. Nederland zal zich blijven inzetten voor effectieve sancties richting Belarus.

Ten tweede zet Nederland zich in om in EU-verband gezamenlijk en gecoƶrdineerd het gesprek te voeren met landen van oorsprong en transit om de chartervluchten waarmee migranten naar Minsk worden gehaald te stoppen. Deze aanpak heeft al geleid tot goede afspraken met bijvoorbeeld Irak, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten. Dit zijn positieve stappen.

Ten derde is het van belang dat EU-lidstaten die direct te maken krijgen met deze georkestreerde migratiestroom aan hun buitengrenzen kunnen rekenen op EU-steun. Dat gaat via Frontex, EASO, maar ook met extra financiƫle steun voor grensbeheer. Uiteraard moet dit grensbeheer altijd in lijn zijn met Europees en internationaal recht.

Vragen van het lid Podt, A. (D66)

85. Vraag:
Kunnen de asielzoekers die bij vrienden en familie wonen hun leefgeld houden? De echte kosten worden immers bespaard omdat de asielzoekers hun bed opgeven.

Antwoord:
Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 12 november jl. [1] is het voor asielzoekers enkel mogelijk om op eigen verzoek buiten de COA-opvang te verblijven, indien zij verblijven bij eerstegraads familieleden dan wel een andere locatie vanwege medische redenen. Bij deze zogeheten administratieve plaatsing doet de asielzoeker afstand van zijn opvangplek en de bijbehorende verstrekkingen. Afgezien van het feit dat de verstrekkingen voor asielzoekers naar hun aard (financieel of in natura) wisselen gedurende het doorlopen van verschillende fasen in de asielprocedure, kan het verstrekken van leefgeld mogelijke financiƫle consequenties hebben voor uitkeringen en toeslagen voor de eerstegraads familieleden die de asielzoeker onderdak bieden. Gelet op de druk op de opvangcapaciteit van het COA, heeft het onderwerp de aandacht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en wordt samen met het COA bezien hoe het gebruik van de administratieve plaatsing gestimuleerd en eventuele (administratieve) belemmeringen weggenomen kunnen worden.

[1] Kamerstukken 19637, nr. 2784.

Vragen van het lid Podt, A. (D66)

86. Vraag:
Kunnen we regelen dat asielzoekers met meldplicht die buiten de COA-locatie verblijven dat zo dicht mogelijk in de buurt doen. Desnoods bij politie in de gemeente waar zij verblijven?

Antwoord:
Het is van belang om eerst onderscheid te maken tussen de administratieve meldplicht bij de korpschef van de politie (voor alle asielzoekers), en de inhuisregistratie bij het COA (voor asielzoekers en vergunninghouders). In de praktijk worden beide (mede namens de politie) gecombineerd uitgevoerd door het COA op de opvanglocatie waar de bewoner staat ingeschreven. Ten aanzien van administratief geplaatste asielzoekers en vergunninghouders die gebruik maken van de logeerregeling is het praktijk dat zij zich zo dicht mogelijk in de buurt van hun verblijfplaats dienen te melden en registreren. Zij kunnen dit doen bij de aangewezen COA-locatie in de omgeving van hun verblijfplaats. Indachtig de wens om de druk op de opvangcapaciteit van het COA te verlichten staat het ministerie van Justitie en Veiligheid in contact met de politie en het COA om te bezien hoe eventuele belemmeringen waar mogelijk weggenomen kunnen en moeten worden.

Vragen van het lid Podt, A. (D66)

87. Vraag:
Kunnen AMV'ers net als andere jongeren langdurige begeleiding krijgen na 18 jaar als dat nodig is?

Antwoord:
Het belang dat ex-amv’s met een status, voor wie dit nodig is, aanvullende opvang en begeleiding krijgen na het bereiken van de 18-jarige leeftijd is vele malen onderstreept. Het kabinet is daarom voornemens om incidentele dekking voor de verlengde opvang en begeleiding voor ex-amv’s met een status te realiseren voor het jaar 2022. Daar worden momenteel gesprekken over gevoerd met de betrokken departementen. Over de vraag op welke wijze deze verlengde opvang en begeleiding op structurele wijze gefinancierd dient te worden zal een volgend kabinet zich moeten buigen.


Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

88. Vraag:
Kan de minister reflecteren op hoe deze begroting ervoor gaat zorgen dat deze politieagent niet nog een keer in Rotterdam de straat moet verdedigen?

Antwoord:
De vraag naar veiligheid is altijd groter dan de middelen die beschikbaar zijn. Dit is altijd zoeken naar een balans. De rellen in Rotterdam en andere steden hadden niks met demonstreren te maken. De MJenV is trots op hoe professioneel de politie heeft opgetreden. De MJenV issamen met de regioburgemeesters, het OM en de politie in gesprek over de duiding van de rellen en de mogelijkheden in de toekomst om zulke rellen aan te pakken. Dit staat ook in de Kamerbrief die u vandaag in afschrift heeft ontvangen. Hier is ook voldoende ruimte voor in de begroting. De MJenV is van mening dat de begroting die er nu ligt de politie voor nu voldoende heeft toegerust voor al haar taken. Dit kunt u ook teruglezen in de verzamelbrief politie van 19 november jl.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

89. Vraag:
Er moeten scherpe keuzes gemaakt worden, want er zijn niet genoeg agenten. Wat moet er volgens MJenV niet meer gebeuren? Moeten er minder demonstraties toegelaten worden?

Antwoord:
Het demonstratierecht is ontegenzeggelijk een groot goed in onze rechtstaat, maar een demonstratie mag geen dekmantel zijn voor gericht geweld. De prioritering van de inzet van politiecapaciteit ligt bij het lokaal gezag. De mate van vooraf ingeschatte, benodigde politiecapaciteit hangt ook af van de wijze waarop de organisatoren van demonstraties zich inspannen om zo’n demonstratie in goede banen te leiden. De burgemeesters en het OM zijn zich zeer bewust van de situatie bij de politie. De MJenV spreekt hierover regelmatig met burgemeesters en het OM.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

90. Vraag:
Hoe staat het met de wet aanpak straatintimidatie? Is de minister bereid deze binnen drie maanden naar de Kamer te sturen?

Antwoord:
Het wetsvoorstel seksuele misdrijven bevat een strafbaarstelling van seksuele intimidatie in het openbaar. Dit wordt strafbaar gesteld als overtreding tegen de openbare orde in het Wetboek van Strafrecht. De eerstvolgende stap in het wetgevingstraject is adviesaanvraag aan de Afdeling advisering van de Raad van State, deze stap kan naar verwachting nog dit jaar plaatsvinden. Nadat het advies van de Raad van State is ontvangen kan indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer plaatsvinden, zo mogelijk in het voorjaar van 2022.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

91. Vraag:
Is MJenV bereid om gehoor te geven aan de grote investering in de politie die nodig is volgens het rapport 'fundament op orde'. En zo nee, wat gaan we dan niet meer doen?

Antwoord:
Het vergroten van de veiligheid in Nederland is een opgave van continue aandacht. De afgelopen tijd heeft dit kabinet fors geĆÆnvesteerd in de politie. Zo is sinds 2018 de operationeel inzetbare politiecapaciteit met 2400 fte uitgebreid, met speciale aandacht voor bewaken en beveiligen, de aanpak van ondermijning, zedencriminaliteit en mensenhandel.
Daar komen de additionele middelen ingevolge de moties Eerdmans (434 miljoen euro) en Hermans (200 miljoen euro) vanaf 2022 bij.
Uit het bij de verzamelbrief van 19 november jl. meegestuurde rapport blijkt dat de politie meer zal moeten investeren in zaken als PTSS, informatievoorziening en cybersecurity om toekomstbestendig te blijven. Deze onderwerpen komen overeen met de onderwerpen die genoemd zijn in het position paper politie en het PM-onderzoek 2021. Met de extra intensiveringen wordt een deel van deze posten opgelost. Verdere besluitvorming is aan het volgende kabinet en de korpsleiding.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

92. Vraag:
Kunnen we als Nederland eigenlijk wel twee grote rellen tegelijk aan, en ziet de MinJenV dat dit een reƫel scenario is?

Antwoord:
De politie is getraind, voorbereid en uitgerust voor meerdere inzetten op hetzelfde moment, zo ook rellen. Juist door de vorming van de nationale politie is het zeer gemakkelijk om op te schalen. Als er grootschalige inzet plaatsvindt wordt dit gecoƶrdineerd vanuit een NSGBO (Nationale Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden). De politie heeft zich daar afgelopen tijd in bewezen. Anderzijds is het ook zo dat als zoiets langer zou aanhouden, ook de politie een grens bereikt. Dit heeft de aandacht van MJenV.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

93. Vraag:
Kan de minister verzekeren dat mensen die het recht het hardst nodig hebben niet de dupe worden en gewoon op een advocaat kunnen rekenen?

Antwoord:
De toegang tot het recht is een van de fundamenten van de rechtsstaat. In de Stelselvernieuwing Rechtsbijstand wordt ingezet op laagdrempelige hulp en een integrale en duurzame oplossing van problemen van rechtzoekenden. Mediation kan daarbij een belangrijke rol spelen. Ook in het vernieuwde stelsel zullen rechtzoekenden echter rechtsbijstand krijgen van een advocaat als dat nodig is om hun probleem op te lossen.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

94. Vraag:
Is de MinJenV het eens dat deze rellen voorkomen hadden kunnen worden als we meer hadden geĆÆnvesteerd in wijkagenten en jongerenwerkers ?

Antwoord:
MJenV vindt dat dit niet zo ƩƩn-op-ƩƩn kan worden gesteld. Natuurlijk is het goed om te investeren in de wijk en in jongerenwerkers, maar over de oorzaken van deze rellen is nog lang niet alles bekend. Daarbij is ook bekend dat een deel van de relschoppers doelbewust uit was op confrontatie met de politie. Uiteraard zetten de politie en ook andere partijen in op preventie in de wijken.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

95. Vraag:
Ziet het kabinet, net als de PvdA, mogelijkheden om de gebroken belofte van de Moria-deal in te lossen?

Antwoord:
Er is geen sprake van een gebroken belofte. Over de uitvoering van het uitzonderlijke herplaatsingsaanbod dat is gedaan naar aanleiding van de branden op Lesbos in september 2020, en in welk kader 100 kwetsbare vluchtelingen naar Nederland zijn overgebracht waaronder 57 minderjarigen, is uw Kamer uitgebreid geĆÆnformeerd. Voorts is uw Kamer op 16 november jl. door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geĆÆnformeerd over de actuele situatie van alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Griekenland. Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding om verdere toezeggingen te doen op het gebied van herplaatsing van alleenstaande minderjarige vreemdelingen uit Griekenland. De Griekse autoriteiten hebben ook niet om een dergelijk aanbod verzocht.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

96. Vraag:
Hoe rijmt de huidige situatie in de opvang onder erbarmelijke omstandigheden zich met het beleid om mensen die in Afghanistan zij aan zij met ons hebben gevochten warm te verwelkomen?

Antwoord:
De staatssecretaris wil het liefst dat iedereen wordt opgevangen in reguliere COA-locaties. Alle reguliere opvanglocaties zitten op het moment echter vol, daarom zijn de tijdelijke noodopvanglocaties voor nu nog hard nodig. Het is namelijk belangrijk dat iedereen met recht op opvang dat kan krijgen.
Het COA stelt alles in het werk om zo veel mogelijk de mate van opvang en begeleiding te bieden op de noodopvanglocaties zoals die ook geboden wordt op reguliere locaties.
De staatssecretaris vindt het belangrijk dat de Afghaanse evacuƩes snel duidelijkheid krijgen over hun toekomst. Daarom beslist de IND ook voortvarend in de procedures van de evacuƩes, waardoor snel duidelijkheid komt over de verblijfsstatus van deze groep.
Het COA voert inmiddels ook huisvestingsgesprekken gevoerd op de locaties waar Afghaanse evacuƩes verblijven zodat zij zo snel mogelijk kunnen doorstromen naar gemeenten en hun leven in Nederland kunnen opbouwen. Daarenboven wordt bij de Afghaanse evacuƩs ingezet op contacten met de opleidings- en universitaire wereld, zoals UAF; en op andere initiatieven zoals oriƫntatie op de arbeidsmarkt.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

97. Vraag:
Kan SjenV aangeven welke aanbevelingen op korte termijn worden overgenomen uit het evaluatierapport 2018 om begeleiding van AMV’s te bevorderen?

Antwoord:
In het evaluatierapport van het amv-opvangmodel uit 2018 is gebleken dat de opvang duidelijk is verbeterd ten opzichte van de daarvoor geldende wijze van opvang. Over de reactie op de evaluatie is uw Kamer eind 2018 reeds per brief geĆÆnformeerd.[1] Er zijn in het rapport een aantal aandachtspunten geĆÆdentificeerd maar er zijn geen concrete aanbevelingen gedaan. Zo betrof een van de aandachtspunten de vraag over hoe amv’s zelf kijken naar scheiding tussen amv’s met en zonder verblijfsvergunning. Het WODC heeft hier onderzoek naar gedaan en hierover heb ik uw Kamer per brief d.d. 24 september jl. geĆÆnformeerd.[2]

Een ander aandachtspunt uit het rapport is de overgang van minderjarigheid naar meerderjarigheid. Op korte termijn is het kabinet voornemens de verlengde opvang en begeleiding van amv’s voor ex-amv’s met een status te realiseren door middel van een incidentele dekking voor het jaar 2022. Daar worden momenteel gesprekken over gevoerd met de betrokken departementen. Over de vraag op welke wijze deze verlengde opvang op structurele wijze gefinancierd dient te worden zal een volgend kabinet zich moeten buigen.

[1] Kamerstukken II, vergaderjaar 2018-2019, 27 062, nr. 107.
[2] Kamerstukken II, vergaderjaar 2021-2022, 27062, nr. 2772.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

98. Vraag:
Eind 2021 zouden alle achterstanden bij de IND weggewerkt zijn. Maar de grote voorraad asielzaken loopt op. Hoe gaat SJenV voorkomen dat we weer grote achterstanden hebben?

Antwoord:
Voor het wegwerken van de achterstanden is in april 2020 een Taskforce ingericht. Op 22 november 2021 warem van de 15.350 zaken uit die oude voorraad 15.160 zaken afgehandeld, het restant bestaat voor een deel uit zaken met een langdurige beslisbelemmering. De komende periode beslist de IND over de nog openstaande zaken die vanaf 1 april 2020 zijn ingestroomd. Op 22 november jl. was in circa 970 zaken sprake van een overschrijding van de beslistermijn van zes maanden. Dat komt doordat tot dusver prioriteit is gegeven aan het wegwerken van de oude voorraad. Een deel van de ervaren medewerkers van de Taskforce zet het werk voort, nu regulier in dienst van de IND. Ook blijven de overige (externe) Taskforcemedewerkers tot het einde van het jaar aan de IND verbonden. Alles wordt in het werk gesteld om de problematiek van de achterstanden nog dit jaar op te lossen.
Het is de verwachting dat de IND in het eerste kwartaal van 2022 6.400 asielaanvragen moet afdoen om niet buiten de wettelijke termijn te beslissen. Dit is een majeure opgave waarbij het noodzakelijk is dat aanvullende maatregelen genomen worden. De ervaring die is opgedaan en de lessen die geleerd zijn bij de Taskforce op het gebied van schriftelijk horen en telehoren zullen hier zeker in meegenomen worden.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

99. Vraag:
Hoe kijkt de minister naar de afhandeling van schade in Limburg?

Antwoord:
De Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) is een vangnetregeling voor materiele schade. Het kabinet kan niet al het menselijk en financieel leed vergoeden. Tegelijkertijd heeft het kabinet ook oog voor de ernst van deze ramp en de samenloop met de coronapandemie en het toeristische seizoen. Het kabinet probeert hierin een balans te vinden. Een aantal gemeenten – zoals Valkenburg aan de Geul - is zwaar getroffen door de wateroverlast. De Wts komt slechts tegemoet in een deel van deze materiele kosten. Gezien de relatief beperkte jaarlijkse baten en lasten van de gemeenten in deze regio en de omvang van de (bestemmings-)reserves kan redelijkerwijs van deze gemeenten niet verwacht worden dat ze de materiele schade binnen hun lopende begrotingen op kunnen vangen. Daarom worden deze gemeenten middels een specifieke uitkering gecompenseerd. Zoals in de Kamerbrief van 13 augustus jl. gemeld betreft dit in ieder geval de gemeenten Valkenburg aan de Geul, Gulpen-Wittem, Meerssen en mogelijk nog een aantal anderen. Deze schade zal aanvullend gecompenseerd worden uit de algemene middelen.

Vragen van het lid Kathmann, B. (PvdA)

100. Vraag:
Aanpak van supportersrellen zorgt voor minder capaciteit voor zedendelicten etc. PvdA is blij met brief over aanpak supportersrellen, maar heeft een aantal vragen: wat wordt er geƫist in de veiligheidslicentie en komt er een verplicht minimumbedrag voor veiligheidsmaatregelen? Zou de minister dit af willen dwingen? En wat vindt de minister van het lik op stuk beleid in de socialisering van de voetbalclubs zelf?

Antwoord:
De veiligheidsverklaring van de KNVB die als licentievereiste geldt voor een betaaldvoetbalorganisatie (bvo) om aan de competitie deel te nemen, stelt eisen aan de veiligheidsorganisatie van de bvo’s. Zo moeten zij bijvoorbeeld plannen hebben voor calamiteiten, noodprocedures, en de inzet van veiligheidspersoneel, en moeten er lokale veiligheidsafspraken zijn gemaakt en de constructieve veiligheid van het stadion op orde zijn.
Zoals ook gecommuniceerd in de brief van de MJenV aan de Tweede Kamer van 19 november jl. ontwikkelt de KNVB, met de bvoĀ“s en met advies van de politie, minimumeisen in haar licentiesysteem met betrekking tot de veiligheidscoƶrdinatoren en Supporters Liaison Officers (SLO’s). Of een minimumbedrag onderdeel is van deze eisen, is aan de KNVB.
Als een club niet voldoet aan de gestelde eisen, krijgen zij nu al sancties van de KNVB of de onafhankelijke tuchtcommissie of licentiecommissie van de KNVB. Daar ben ik voorstander van.


Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)

101. Vraag:
Er is betere en slimmere informatiedeling nodig bij de opsporing van georganiseerde criminaliteit. Ook de G4 geeft de urgentie van voortgang met de WGS en modernisering van het Wetboek van Strafvordering aan. Wil de minister reageren op deze oproep van de G4?

Antwoord:
Voor de bestrijding van ondermijnende criminaliteit vindt ook het kabinet het van groot belang dat overheidsorganisaties informatie met elkaar kunnen delen. Daarom is, zoals mevrouw Kuik terecht stelt, het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) zo belangrijk. Dat creƫert immers heldere grondslagen voor multidisciplinaire gegevensuitwisseling en maakt een einde aan de versnippering, onvolledigheid en complexiteit die nu in de praktijk worden ondervonden. Het wetsvoorstel voorziet bovendien in een reeks waarborgen om de gegevensverwerking in goede en rechtmatige banen te leiden; die waarborgen zien op tal van aspecten, van het gebruik van gegevens tot het toezicht daarop en het afleggen van verantwoording door de samenwerkingsverbanden. Het wetsvoorstel is ingediend bij de Eerste Kamer en de commissie JenV spreekt op 30 november verder over de procedure met betrekking tot het wetsvoorstel, nu de gevraagde nadere adviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens en de Afdeling advisering van de Raad van State zijn ontvangen.

Ook de urgentie van modernisering van het Wetboek van Strafvordering wordt onderkend. Met het oog op de voortgang van dit grote wetgevingstraject is het wetsvoorstel voor het nieuwe wetboek in april 2021 voor advies voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Het advies wordt voorjaar 2022 verwacht. Indien ook het nieuwe kabinet dit wetstraject wil voortzetten, zou het wetsvoorstel zo spoedig als mogelijk na het verschijnen van het advies bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend. Daarmee wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie Ellian.

In dit verband is verder van belang dat het voornemen bestaat om de wettelijke regels die betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens in het politie- en justitiedomein te herzien. Daarbij wordt ook gekeken naar een verbetering en vereenvoudiging van de mogelijkheden voor politie en justitie om persoonsgegevens te delen met partners buiten de strafrechtsketen.

Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)

102. Vraag:
Sleutel tot succes van anti-maffia aanpak in Italiƫ was gemeenschap die zich tegen de maffia keerde. Zelfde kentering is nodig in NL rondom drugscriminaliteit. De overheid kan dit niet alleen. Drugs is ingeburgerd. Productie, gebruik en handel hebben alles met elkaar te maken. Kan MJenV aangeven op welke schaal bezit van drugs ook daadwerkelijk wordt beboet?

Antwoord:
Het bezit van harddrugs is in Nederland strafbaar. Voor kleine hoeveelheden voor eigen gebruik geldt dat deze volgens de Aanwijzing van het Openbaar Ministerie in beslag worden genomen. Bezit van grotere hoeveelheden wordt vervolgd en bestraft. Hoewel het bezit van kleine hoeveelheden drugs voor eigen gebruik niet wordt vervolgd, betekent dat niet dat drugsbezit wordt gedoogd of zelfs goedgekeurd. Het is belangrijk om te onderkennen dat gebruik niet los staat van handel en productie en dat deze keten grote ondermijnende effecten heeft op onze samenleving.
Volgens de Nationale Drugsmonitor zijn er in 2019 4445 softdrugsincidenten en 8720 harddrugsincidenten bij de politie geregistreerd. Bij harddrugs gaat dit vooral om bezit, bij softdrugs over vervaardiging. Er zijn in de NDM geen cijfers beschikbaar over het precieze aantal boetes voor het bezit van drugs.

Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)

103. Vraag:
Kan de minister aangeven welke stappen zijn gezet m.b.t. de motie die tijdens tijdens de APB is ingediend over het terugpakfonds? En kan de minister zeggen of het mogelijk is om strafrechtelijke curators toe te wijzen om verstopt vermogen uit het buitenland terug te kunnen halen naar Nederland?

Antwoord:
De mogelijkheden en randvoorwaarden voor een teruggeeffonds, waarbij incidenteel afgenomen objecten en gelden worden ingezet ten behoeve van de samenleving, worden onderzocht. Begin 2022 start een pilot maatschappelijke herbestemming waarbij incidenteel afgenomen criminele vermogens of goederen worden teruggegeven aan de wijk. Hierbij zal nadrukkelijk ook gekeken worden naar de relatie met het wetsvoorstel voor non conviction based confiscation.
In internationale verdragen en overeenkomsten ontbreekt de juridische titel voor een curator om medewerking te vragen aan of af te dwingen van buitenlandse autoriteiten en instellingen. Een Nederlandse curator heeft geen bevoegdheden over de grens. Voor het terughalen van vermogen dat zich in het buitenland bevindt, is daarom samenwerking met buitenlandse autoriteiten noodzakelijk. Dit internationale kader is er wel voor het OM en de opsporingsautoriteiten. Op dit moment wordt onderzocht hoe binnen het bestaande kader de internationale samenwerking kan worden verbeterd.

Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)

104. Vraag:
We zien dat mensen geen kans hebben om hier te blijven, wel aan het intimideren zijn en zich asociaal gedragen. Dit doet wat voor het draagvlak. Mensen die onze hulp verdienen zijn dupe van. Hoe kunnen we daar strenger mee omgaan?

Antwoord:
De aanpak van overlastgevende asielzoekers heeft de absolute prioriteit van de SJenV, want asielzoekers die overlast veroorzaken tasten het draagvlak aan voor de opvang van asielzoekers die echt onze bescherming nodig hebben. Speciale ketenmariniers zijn inmiddels landelijk volop op stoom met de zogenoemde Top-X aanpak. De meest hardnekkige overlastgevers zijn in beeld en staan onder verscherpt toezicht. Asielaanvragen van mensen die zich misdragen, worden versneld afgedaan, zodat ook snel gewerkt kan worden aan een vertrek uit Nederland. De ernstigste overlastgevers worden tijdelijk in een time-outplek geplaatst, apart en in een sobere omgeving. Bij overlast met zeer grote impact worden ze overgeplaatst naar de speciale Handhaving- en Toezichtlocatie in Hoogeveen. In geval van criminele gedragingen is strafrechtelijk onderzoek aan politie en OM. Intussen gaat de zoektocht naar verdere aanscherpingen van maatregelen verder, samen met ketenpartners, de strafrechtketen, gemeenten en andere betrokken partijen.

Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)

105. Vraag:
Kunnen we niet meer doen met slimmere beveiligingscamera’s in de bestrijding van criminaliteit en de dreiging daarvan.

Antwoord:
De inzet van technologische middelen ten behoeve van de opsporing is belangrijk. Beveiligingscamera’s kunnen helpen in het kader van bewijsmateriaal, maar kunnen ook een preventieve werking hebben. In de bestrijding van criminaliteit worden camera’s op een aantal manieren ingezet. Hierbij enkele voorbeelden:

- Art. 151c van de Gemeentewet gaat over cameratoezicht ten behoeve van de openbare orde. Hierbij kan de raad bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare of aan te wijzen plaats.
- De politie gebruikt bodycams omdat uit proeftuinen is gebleken dat een bodycams het deƫscalerend vermogen van een politieagent kan versterken, bijvoorbeeld tijdens demonstraties of horecadiensten.
- Vanuit het Breed Offensief Tegen Ondermijnende Criminaliteit (BOTOC) zijn middelen voor weerbaarheid van beroepsgroepen beschikbaar, waaronder journalisten. Werkgevers in de journalistieke sector kunnen via PersVeilig voor journalisten in hun organisatie beschermende middelen als bodycams of noodknoppen aanschaffen.

De ontwikkelingen in de technologie worden nauwlettend in de gaten gehouden om te bezien hoe een slimmere inzet van technologie de opsporing kan verbeteren.

Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)

106. Vraag:
Kan SJenV een update geven van de bestendigheid van de financiering van Team-up?

Antwoord:
De activiteiten van TeamUp zien op het psychosociale welzijn van kinderen en jongeren in de opvanglocaties van het COA. De staatssecretaris vindt het belangrijk dat daar aandacht voor is. Om die reden heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid deze activiteiten eerder gesubsidieerd. Met TeamUp zijn afspraken gemaakt over het voorzetten van de subsidie op korte termijn. Aan financiering voor de langere termijn wordt gewerkt. De verwachting is dat onder het Europese fonds voor Asiel, Migratie en Intergratie (AMIF) begin 2022 projecten zoals van TeamUp kunnen worden ingediend. De besluitvorming over AMIF financiering volgt naar verwachting dan voor de zomer 2022.
Met de gemaakte afspraken met TeamUp kunnen de activiteiten in ieder geval binnen die periode tot de zomer 2022 worden uitgevoerd.

Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)

107. Vraag:
Hoe zit het met de groep gezinnen, waarover we hebben gehoord via Defence for Children, die een formulier niet hebben ingevuld?

Antwoord:
In eerdere antwoorden op schriftelijke vragen van het lid Jasper van Dijk heeft de staatssecretaris van JenV dit aspect van de Afsluitingsregeling Langdurig Verblijvende Kinderen (Afsluitingsregeling) toegelicht (vergaderjaar 2020–2021, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 3601). Bij de Afsluitingsregeling zijn voorwaarden gesteld, een hiervan was dat het moest gaan om kinderen door of voor wie er een asielverzoek is ingediend ten minste 5 jaar voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd. Indien een kind in Nederland wordt geboren gedurende de asielprocedure van de ouders, kan met een bepaald formulier de lopende asielprocedure van de ouders ook geldig verklaard worden voor dit kind. Bij de beoordeling van aanvragen op grond van de Afsluitingsregeling werd de IND geconfronteerd met casuĆÆstiek waarin ouders na afronding van hun asielaanvraag dit formulier indienden. Daarop is in eerste instantie de werkwijze gehanteerd om, gelet op het bijzondere, ruimhartige karakter van de Afsluitingsregeling, dergelijke casuĆÆstiek welwillend te beoordelen. Deze werkwijze is enkele maanden toegepast voordat is geconstateerd dat deze werkwijze niet houdbaar was. De Afsluitingsregeling is immers bedoeld voor kinderen met een asielachtergrond en niet voor kinderen die nĆ” de afronding van de asielaanvraag van hun ouders zijn geboren. Na constatering dat een dergelijk formulier geen juridische status heeft werd deze werkwijze gestopt. Zaken waarin vreemdelingen eventueel een vergunning hebben gekregen zijn niet herbeoordeeld. Gelet op het gelijkheidsbeginsel zijn vergelijkbare zaken vervolgens ook beslist in het voordeel van de vreemdeling. Zaken die niet vergelijkbaar zijn, zoals aanvragen van kinderen voor wie een dergelijk formulier nooit is ingediend, zijn getoetst aan de gebruikelijke voorwaarden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft hierover geoordeeld dat de situatie waarin een dergelijk formulier is ingediend, niet gelijk is aan de situatie waarin het betreffende formulier niet is ingediend.

Vragen van het lid Kuik, A. (CDA)

108. Vraag:
Situatie in Ter Apel moet op korte termijn worden opgelost, graag een reactie van de staatssecretaris. Volgens mij ligt het er vooral aan dat de doorstroom niet op gang komt.

Antwoord:
De situatie in Ter Apel baart de staatssecretaris aanhoudende zorgen. De huidige drukte in nachtopvang in Ter Apel is zeer onwenselijk. Daarom heeft het de absolute prioriteit van de staatssecretaris om Ter Apel te ontlasten.

Om dit te kunnen doen zijn er snel meer opvangplekken nodig. Daarom wordt nu hard gezocht naar nieuwe, grotere opvanglocaties die op zeer korte termijn inzetbaar zijn. Aan medeoverheden is gevraagd om voor het einde van het jaar nog 3.500 extra opvangplekken te realiseren.

Daarnaast zijn medeoverheden bij brief van 16 november jl. gevraagd om de zoektocht naar het vormgeven van Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locaties en het vormgeven van additionele mogelijkheden voor aanmeldcentra en zogeheten identificatie & registratiestraten voort te zetten. Dit betekent concreet dat onder andere wordt onderzocht of het mogelijk is om een flexibele of semipermanente inlooplocatie te realiseren waar het begin van het aanmeldproces door de betrokken partijen kan worden uitgevoerd. Aan de medeoverheden is ook gevraagd om versneld de achterstand op het uitplaatsen van statushouders in te lopen. Dat biedt ook ruimte in de opvanglocaties, waar nu rond de 12.000 statushouders gehuisvest zijn.

Er is regelmatig contact met de burgemeester van de gemeente Westerwolde, alwaar Ter Apel gelegen is, om de problematiek te bespreken en om samen naar oplossingen te zoeken. De inzet van alle betrokken is erop gericht om zo snel mogelijk verbetering aan te brengen aan de situatie in Ter Apel.


Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

109. Vraag:
Hoe wordt de verschijningsplicht van ouders bij rechtszaken van minderjarige verdachten van de rellen in Rotterdam uitgevoerd?

Antwoord:
Op basis van artikel 496 en 496a van het wetboek van Strafvordering zijn ouders in beginsel verplicht de terechtzitting van hun minderjarige kind bij te wonen. Als de ouders niet verschijnen, wordt de zaak tot een nadere datum aangehouden en kan het gerecht hun medebrenging gelasten. Deze verschijningplicht is ongeacht het type delict dat gepleegd wordt en draagt ertoe bij dat ouders meer dwingend bij het strafproces van hun kind betrokken kunnen worden.
Ook bij de rechtszaken van minderjarigen verdachten van de rellen in Rotterdam worden deze beginselen toegepast.

Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

110. Vraag:
Kan de minister de TK ter zijner tijd een nadere analyse voorzien van de onderliggende oorzaak van deze rellen?

Antwoord:
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 56.

Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

111. Vraag:
De politieorganisatie is niet up to date en niet op sterkte. Het is van belang dat politie als gemeenschapspolitie nabij in de buurt is. Hoe zit het met de opleidingscapaciteit voor politieagenten?

Antwoord:
De Politieacademie beschikt over voldoende capaciteit om de tussen het korps en de politieacademie afgesproken jaarlijkse instroom van aspiranten in de basispolitieopleiding aan te kunnen. Daarbij is ook van belang dat er voldoende capaciteit in de eenheden is om de aspiranten te begeleiden en in te werken.
De uitbereiding van de bezetting en de vervanging van het vertrekkend personeel kost tijd en verloopt gestaag: de bezetting en formatie komen vanaf 2024-2025 in balans. Zie ook het antwoord op vraag 112.

Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

112. Vraag:
De politieopleiding is verkort. Maar we zullen meer moeten doen en wellicht ook extra inzet moeten plegen op nieuwe specialismen zoals cyberopsporing. Het CDA denkt aan het opzetten van een tweede politieacademie. Hoe kijkt de minister daar tegenaan?

Antwoord:
De Politieacademie beschikt over voldoende capaciteit om de tussen het korps en de politieacademie afgesproken jaarlijkse instroom van aspiranten in de basispolitieopleiding aan te kunnen. Dat geldt ook voor de instroomafspraken voor specifieke deskundigen zoals cyberspecialisten die met een korte opleiding (gericht op toepassen van het specialisme in de politieorganisatie) instromen. Daarbij is ook van belang dat er voldoende capaciteit in de eenheden is om de aspiranten en specialisten te begeleiden en in te werken.
De uitbereiding van de bezetting en de vervanging van het vertrekkend personeel kost tijd en verloopt gestaag: de bezetting en formatie komen vanaf 2024-2025 in balans.

De Politieacademie mag samenwerkingsverbanden aangaan met andere organisaties die zich bezig houden met het onderwerp veiligheid. Een mooi voorbeeld van een van de samenwerkingsverbanden is het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering. Dit is een gezamenlijk initiatief van Hogeschool Saxion, de Politieacademie, de Universiteit Twente en de gemeente Apeldoorn, in samenwerking met het Opleidings- en Kenniscentrum van de Koninklijke Marechaussee, de Koninklijke Landmacht, het Instituut Fysieke Veiligheid, Stichting Aventus en Apeldoorn IT, het netwerk van bedrijven en instellingen met IT-professionals. In dit kenniscentrum kan aanstormend talent van de politie en Koninklijke Marechaussee kennismaken met de nieuwste forensische digitale opsporingstechnieken en digitale aanpak van ondermijning.

Het opzetten van een tweede Politieacademie heeft geen meerwaarde, zeker gezien het feit dat de opleiding en het inwerken voor een groot deel in de eenheden plaats vindt en daar ook voldoende capaciteit voor moet zijn. Daarnaast kent de Politieacademie al een geografische spreiding van 10 opleidingslocaties door het land.

Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

113. Vraag:
Is de minister bereid te bezien of het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering in Apeldoorn, waar ondernemers en publieke instellingen kennis delen en vraagstukken met betrekking tot veiligheid en digitalisering, ook meerwaarde heeft voor ons om bij aan te haken waar het onze landelijke vragen en kennisbehoefte betreft?

Antwoord:
Het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering is een gezamenlijk initiatief van Hogeschool Saxion, de Politieacademie, de Universiteit Twente en de gemeente Apeldoorn, in samenwerking met het Opleidings- en Kenniscentrum van de Koninklijke Marechaussee, de Koninklijke Landmacht, het Instituut Fysieke Veiligheid, Stichting Aventus en Apeldoorn IT, het netwerk van bedrijven en instellingen met IT-professionals. Het centrum is een unieke samenwerking op het gebied van onderwijs, onderzoek en de werkpraktijk. In dit kenniscentrum kan aanstormend talent van de politie en Koninklijke Marechaussee kennismaken met de nieuwste forensische digitale opsporingstechnieken en digitale aanpak van ondermijning. Om de veiligheid in de digitale wereld te verbeteren is publiek-private samenwerking van belang. Het nieuwe Centrum voor Veiligheid en Digitalisering kan een bijdrage leveren aan het uitwisselen en opbouwen van kennis en expertise. De overheidsorganisaties die direct belang hebben om aan te haken bij dit centrum, werken al samen binnen dit verband.

Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

114. Vraag:
Er zijn voor 2022 incidentele middelen beschikbaar gesteld voor forensisch medisch onderzoek en de lijkschouw. Vraag is of hiermee continuĆÆteit geborgd is; is de minister bereid te kijken wat hiervoor nodig is, bijvoorbeeld met een mogelijkheid voor inzet verpleegkundige specialisten?

Antwoord:
De MJenV heeft samen met VWS en BZK incidenteel ongeveer 4,5 mln. beschikbaar gesteld in 2022 voor de opleiding van forensisch artsen en de uitvoering van de wetenschappelijke agenda. De keuze over verdere investeringen en bijbehorende middelen is aan het nieuwe kabinet. In de beleidsreactie op het IGJ rapport over de zorgen over de gemeentelijke lijkschouw door forensisch artsen die de minister van VWS mede namens de ministers van BZK en JenV op 15 november jl. aan uw Kamer heeft gestuurd, is dit ook aangegeven.

Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

115. Vraag:
De toegezegde gelden voor de hele keten komen wel summier terug bij het gevangeniswezen, is daar wel voldoende aandacht voor?

Antwoord:

  • Het gevangeniswezen maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de investeringen in de strafrechtketen en is onderdeel van de ramingen Prognosemodel JustitiĆ«le Ketens (PMJ-ramingen).

  • Bij de investeringen in de strafrechtketen voor de versterking van aanpak van georganiseerde criminaliteit gaat het bij het gevangeniswezen onder meer om de extra EBI in Vlissingen en de uitbreiding van het aantal Afdelingen Intensief Toezicht zodat er voldoende capaciteit is voor het plaatsen en spreiden van zware criminelen. Daarnaast wordt geĆÆnvesteerd in de capaciteit voor beveiligd vervoer en persoonsbeveiliging.

  • Voor de benodigde capaciteit in de gehele strafrechtketen wordt het Prognosemodel JustitiĆ«le Ketens (PMJ-ramingen) gebruikt waarvan het gevangeniswezen een belangrijk onderdeel vormt.

  • De toegekende middelen voor het gevangeniswezen en de andere onderdelen van de Dienst JustitiĆ«le Inrichtingen in de begroting voor 2022 zijn in overeenstemming met de uitkomsten van de meest recente PMJ-ramingen. Voor de komende jaren voorspelt de PMJ-raming een stijging van de behoefte aan capaciteit bij de Dienst JustitiĆ«le Inrichtingen.

  • In totaal komt er 154 miljoen euro extra beschikbaar in 2022 voor de Dienst JustitiĆ«le Inrichtingen.

  • Voor het gevangeniswezen gaat het in 2022 om het creĆ«ren van 300 extra plaatsen door het inzetten van buffercapaciteit. Het betreft capaciteit die in stand is gehouden voor stijgingen van de behoefte aan capaciteit. De middelen worden primair bestemd voor het realiseren van de uitbreiding van de personele capaciteit zodat deze cellen ook daadwerkelijk kunnen worden gebruikt.

Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

116. Vraag:
Kan de minister toelichten: waarom de Compagnie in Krimpen wordt afgebouwd ondanks dat de pilot succesvol was?

Antwoord:

  • De Compagnie is een pilot gestart in 2016 om te experimenteren en te leren. Het leef- en werkklimaat is er zo ingericht dat het gedetineerden stimuleert om eenmaal uit de gevangenis een betaalde baan te hebben.

  • Met de Wet Straffen en Beschermen zijn in het land verschillende Beperkt Beveiligde Afdelingen (BBA) geopend. De Compagnie kan gezien worden als voorloper op de BBA, die net als De Compagnie in het teken staat van terugkeer naar de samenleving. Gedetineerden in de laatste fase van hun detentie kunnen vanuit de BBA buiten de muren aan het werk.

  • In Krimpen a/d IJssel komt geen BBA omdat de PI een locatie is waar gedetineerden met een hoog vlucht en/of maatschappelijk risico geplaatst kunnen worden. Dit gaat niet samen met het open regime en beperkte beveiligingsniveau van de BBA.

  • Afgelopen periode hebben DJI, Gevangenenzorg Nederland (GN) en het Ministerie van Justitie en Veiligheid gesproken over het vervolg op de Compagnie. Over de uitkomst daarvan heeft de Kamer recent een brief ontvangen.

  • Afgesproken is dat GN in PI Alphen a/d Rijn een aanpak ontwikkelt en beproeft gericht op toeleiding naar werk en arbeidsbemiddeling. Daarbij sluit GN zoveel mogelijk aan op de reguliere processen in de PI. Daarna volgt een landelijke uitrol in andere PI’s en met andere vrijwilligersorganisaties.

  • Op die manier kunnen de waardevolle lessen van de Compagnie goed geborgd worden in de reguliere processen van DJI.

  • Voor het ontwikkelen, beproeven en delen van de aanpak van 2022 tot en met 2024 ontvangt GN een bijdrage van 525.000 euro.

  • Bij het maken van deze afspraken is ook gesproken over de afronding van de Compagnie in de PI Krimpen a/d IJssel. Deze afdeling zal per 1 februari 2022 ophouden te bestaan.

  • Voor de gedetineerden die nu op de Compagnie verblijven wordt tijdig voor een nieuwe plaatsing gezorgd. GN heeft toegezegd hen op individuele basis te blijven begeleiden richting arbeidsintegratie.

Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

117. Vraag:
Het is goed dat de minister bezig is met een visie op de BOA en bijbehorende bevoegdheden. Een van de pilots die succesvol loopt is de pilot in Utrecht. De huidige pilot loopt per 2022 af en is er een grote wens om door te pakken en de volgende stap in de pilot te zetten door de pilot te verlengen en ook ervaring op te doen met uitoefening van taken richting gemotoriseerd verkeer in de stad, niet enkel de fietsers. Kan die ruimte worden geboden?

Antwoord:
Op 12 november jl. heeft de MJenV uw Kamer geĆÆnformeerd over de verlenging van de looptijd van pilot, van augustus 2021 tot maart 2022. Hiermee kan een goede aansluiting worden geborgd tussen de huidige pilot en een eventueel vervolg. Met een uitbreiding van de pilot met rijdend gemotoriseerd verkeer kan niet worden ingestemd. Allereerst omdat de pilot plaatsvindt onder het gezag van het Openbaar Ministerie (OM) en het OM bepaalt of toevoeging van feiten aan de huidige pilot aan de orde is.
Daarbij is relevant om te vermelden dat bij aanvang van de pilot niet is gekozen voor handhaving door BOAĀ“s op feiten met rijdend gemotoriseerd verkeer anders dan waarvoor zij reeds bevoegd zijn, o.a. omdat dit type overtredingen al snel primair aan veiligheid raakt – het domein van de politie – en een grotere gevaarzetting met zich meebrengt. De pilot in Utrecht moet in samenhang gezien worden met de bredere visie op de BOA-functie en het BOA-bestel waar de MJenV met betrokken partijen aan werkt, omdat dit traject o.a. over de taakomschrijving van de BOA en de taakafbakening met de politie gaat. De evaluatie van de pilot in Utrecht (die in concept gereed is) wordt meegenomen in het besluit over een eventueel vervolg van de pilot na maart 2022. Dit besluit zal in nauwe afstemming met OM en de politie plaatsvinden.

Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

118. Vraag:
In de praktijk knellen bevoegdheid van de politie soms door bijv. benodigde toestemming OM. Bijvoorbeeld bij het verlenen van noodhulp bij urgent vermiste personen. Zou er niet meer ruimte moeten zijn om meer mandaat toe te kennen aan de politie om (snel) te kunnen handelen in dit soort situaties?

Antwoord:
De politie en het OM hebben aangegeven dit beeld niet te herkennen. Ook bij een urgente vermissing zonder verdenking van een strafbaar feit, slaagt de politie erin om binnen zeer korte tijd een machtiging te verkrijgen om bijvoorbeeld een telefoon uit te lezen. Om nog gerichter en effectiever te zoeken beoogt het wetsvoorstel zoekmiddelen urgente persoonsvermissingen te voorzien in een betere wettelijke verankering van bevoegdheden die ingezet kunnen worden bij vermissingszaken. De politie en het openbaar ministerie zijn bezig om een nadere impactanalyse op het wetsvoorstel zoekmiddelen urgente persoonsvermissingen uit te voeren. Daarbij wordt ook gekeken naar relevante Europese jurisprudentie. De impactanalyse is aan het einde van het jaar gereed.

Vragen van het lid Palland, H. (CDA)

119. Vraag:
Zou er voor de politie geen ruimte moeten zijn om mandaat te hebben om te handelen. En dat de politie dan achteraf (of gedurende de actie) de verantwoording aflegt in plaats van op momenten dat met de uitvoering van strafrechtprotocollen kostbare tijd verloren gaat (bijvoorbeeld het lokaliseren van de GSM van een slachtoffer)?

Antwoord:
Zie hiervoor het antwoord op vraag nummer 118.


Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)

120. Vraag:
Denkt MJenV dat de huidige investering in de wijkagenten, die maar leidt tot hooguit 1,5 wijkagent erbij, echt een verschil gaat maken voor het feit dat de wijkagent geen tijd meer heeft voor zijn wijk?

Antwoord:
Zoals de MJenV in zijn verzamelbrief van 19 november 2021 heeft gesteld is het aantal wijkagenten conform de 1 op 5000 norm. We zien dat het op een aantal plaatsen knelt in de wijkzorg. De investeringen die in dezelfde brief genoemd staan zijn een goede volgende stap. Het is de overtuiging van de MJenV dat de extra middelen die ingevolge de motie Hermans beschikbaar zijn gesteld voor extra agenten in de wijk, een wezenlijk verschil gaan maken voor de lokale nabijheid van de politie. Dit geldt voor de fysieke aanwezigheid van de politie in wijken en bij scholen, maar ook de aanwezigheid van de politie op het web. Er komt meer ruimte voor wijkagenten om voldoende tijd daadwerkelijk aan hun wijk te besteden en om de norm van 1 wijkagent op 5.000 inwoners ook in de komende jaren te kunnen blijven invullen.
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)

121. Vraag:
Het is belangrijk dat we stoppen met jojo-beleid. Dan weer bezuinigen, dan weer investeren. Het leidt tot onrust en energieverspilling. Niet alleen voor de politie, maar voor de hele Strafrechtsketen. Dit is ook een van de uitkomsten van het onderzoek naar aanleiding van de motie Rosenmüller. Deelt de minister deze conclusie? Graag een reactie.

Antwoord:
In de brief van 30 april 2021 aan de Eerste Kamer (in afschrift ook aan de Tweede Kamer aangeboden) zijn de minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming uitgebreid ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek dat ter uitvoering van de motie Rosenmƶller is uitgevoerd door SEO economisch onderzoek. In deze reactie wordt expliciet gewezen op de conclusie uit het onderzoek dat snel opeenvolgende bezuinigingen en specifieke investeringen in een relatief kort tijdsbestek vanuit een oogpunt van continuiteit risico’s opleveren voor de onderzochte organisaties. In reactie op deze conclusie is aangegeven dat dit als een belangrijke les voor de toekomst wordt gezien, omdat continuiteitsrisico’s voor individuele organisaties in de rechtsstaat uiteindelijk niet ten goede komen aan het functioneren van de rechtsstaat als zodanig. In de brief van 19 november 2021 van de minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming is het voorgaande nogmaals benadrukt, naar aanleiding van een nader advies van het Bestuurlijk Keten Beraad strafrechtketen over de uitkomsten van het onderzoek van SEO. Dit laat onverlet dat de uiteindelijke vaststelling van de begroting door regering en parlement het resultaat is van een bredere politieke afweging.

Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)

122. Vraag:
Is het niet verstandig om voor branches zoals nagelsalons, zonnestudio’s of autoverhuurbedrijven een vergunningsplicht te regelen? Vanwege bijvoorbeeld het witwassen via nagelsalons en zonnestudio's of autoverhuur aan criminelen.

Antwoord:
Dit is een begrijpelijke vraag aangezien er branches zijn die kwetsbaar zijn voor criminele activiteiten. Een landelijke vergunningplicht lijkt een voor de hand te liggen remedie. Hieraan kleven echter ook bezwaren, zoals een lastenverzwaring voor zowel bestuursorganen, bedrijven als personen die ermee te maken krijgen. De noodzaak van een dergelijke vergunningplicht moet goed worden onderbouwd en voldoen aan de vereisten van proportionaliteit. Deze afweging kan het beste lokaal worden gemaakt. De gemeenteraad kan dan vanuit de algemene verordenende bevoegdheid een vergunningplicht invoeren.

Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)


123. Vraag:

Waarom geven we de politie niet meer ruimte om zelf keuzes te maken voor besteding van de toegekende middelen? Hoe zit het met de expertise en zeggenschap van de politie zelf?

Antwoord:
De besteding van de toegekende middelen is nauw afgestemd met de politie, juist omdat zij vanuit hun expertise en professionaliteit kunnen reflecteren. Dit sluit overigens aan op de ontwikkelingen in het politiebestel volgende uit de Commissie evaluatie Politiewet 2012, waarbij de korpschef meer ruimte krijgt om zaken vanuit de professionaliteit vorm te geven. Hierbij blijft de minister financiƫle zaken als eindverantwoordelijke vast stellen, maar is er meer ruimte voor de uitvoering. Zo stelt de politie haar eigen begroting binnen de financiƫle kaders op en wordt deze door de minister vastgesteld.

Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)

124. Vraag:
Hoe staat het met het terugdringen van de administratieve last van agenten?

Antwoord:
Het is belangrijk dat agenten zoveel mogelijk tijd kunnen besteden aan hun primaire taken. Daarom heeft het ministerie van JenV samen met de politie de afgelopen jaren hard gewerkt aan het verminderen van administratieve lasten van agenten. Tegelijkertijd blijkt uit de tussenrapportage van de commissie Zuurmond die ik met uw Kamer heb gedeeld dat de beleving van administratieve lasten diepe oorzaken hebben.[1] De commissie Zuurmond voert op dit moment verdiepend onderzoek naar deze oorzaken uit. Daarnaast heb ik de heer Bruins gevraagd om een actieprogramma te leiden die ziet op het aanjagen van een vermindering van administratieve lasten in de opsporing. De heer Bruins heeft een eerste verkenning afgerond en zal op korte termijn samen met partners in de strafrechtketen werken aan concrete vermindering van rompslomp.

Verder is de politie gestart met ontwikkelen van spraakherkenningssoftware om geluidsopnamen te transcriberen, zodat agenten minder tijd kwijt zijn aan het uitwerken van verhoren. Daarnaast wordt in het kader van het Vernieuwend Registeren de wijze van afhandeling van veelvoorkomende strafbare feiten versimpeld, zodat registratie minder tijd gaat kosten. Hierbij is het wel van belang te noemen dat technologische oplossingen wel moeten voldoen aan hoge eisen van betrouwbaarheid.

[1] Kamerstukken II 2019/20, 29628, nr. 964
Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)

125. Vraag:
Gemeenten hebben maar beperkte bevoegdheden om grote criminaliteit aan te pakken en kunnen cruciale informatie nog niet delen met financiƫle partners. Is het niet verstandig dat gemeenten deel uit gaan maken van de Wwft? Moet de wet Bibob ook niet verder worden aangepast zodat gegevens beter ingezet kunnen worden om criminelen aan te pakken?

Antwoord:
Momenteel ligt een wetsvoorstel tot wijziging Wet Bibob (2e tranche) voor aan uw Kamer. Daarin wordt onder andere de ruimte voor bestuursorganen om fiscale gegevens te onderzoeken verruimd. Bestuursorganen behandelen zelf de relatief eenvoudige zaken, de meer complexe zaken worden door het Landelijk Bureau Bibob (LBB) gedaan. Omdat het bij politiegegevens vaak gaat om informatie die zacht is of waarvan de juistheid niet vaststaat, is voor de duiding van die gegevens heel specifieke kennis en capaciteit vereist. Het LBB heeft die kennis en heeft om die reden meer bevoegdheden dan bestuursorganen. Het LBB kan dus fiscale gegevens en politiegegevens betrekken bij het onderzoek. Voor de vraag of gemeenten deel moeten gaan uitmaken van de Wwft wordt verwezen naar het antwoord op vraag 30.

Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)


126. Vraag:
Zedenzaken blijven veel te lang liggen. Wat gaat MJenV doen om dit probleem aan te pakken?

Antwoord:
De zorgen van mevrouw Ellemeet worden gedeeld: de doorlooptijden van zedenzaken moeten korter en verdienen onze blijvende aandacht.

De laatste jaren zijn ook al initiatieven genomen om de doorlooptijden in zedenzaken te verbeteren. Het Bestuurlijk Ketenberaad (BKB) heeft professionele ketennormen opgesteld, waarmee een standaard is ontstaan om de doorlooptijden te kunnen toetsen. Zedenzaken zijn voor het BKB een geprioriteerde zaakstroom, zodat de doorlooptijden extra worden gemonitord.

Op 3 november jl. is in uw Kamer tijdens het Tweeminutendebat Kindermisbruik en seksueel geweld een motie aangenomen die de regering verzoekt om werk te maken van het versnellen van de doorlooptijden (31 015, nr. 231). Ik zie die motie als extra impuls om de doorlooptijden te verbeteren. Er wordt hard aan gewerkt om uw Kamer spoedig over de uitvoering van deze motie te informeren en ik zal uw Kamer uiterlijk eerste kwartaal 2022 berichten over de voortgang.

Bij de uitvoering van de motie staat voorop dat integraal naar deze problematiek wordt gekeken, dat wil zeggen dat zowel de doorlooptijden bij de politie, het OM als de Rechtspraak daarbij zullen worden betrokken.

Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)

127. Vraag:
Eerder heb ik mijn zorgen uitgesproken over het gebrek aan toezicht. Die worden gedeeld door de CTIVD. Waarom dit nu niet goed regelen, vraag ik de minister?

Antwoord:
Alle inbreng t.a.v. wetsvoorstellen, waaronder het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid en het wetsvoorstel permanentmaking artikel 14.4 Rijkswet op het Nederlanderschap, wordt serieus genomen. Dat geldt zeker voor de opinie van de CTIVD, maar ook de adviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad van State die zich hierover ook hebben gebogen. Bij de behandeling van wetsvoorstellen kan hierover nader met uw Kamer worden gesproken.

Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)

128. Vraag:
Kan de minister onderzoek doen naar welke specifieke groep jongeren die een strafbaar feit hebben begaan geen VOG kunnen krijgen? Kan hier breder (dan de gemeente Utrecht) wat aan gedaan worden?

Antwoord:
Een VOG is een verklaring waaruit blijkt dat het justitiƫle verleden van een persoon geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving.
Justis beoordeelt per VOG-aanvraag of de aanvrager justitiƫle documentatie op zijn naam heeft staan die, indien herhaald, een risico vormen voor het doel waarvoor de VOG is aangevraagd.Indien een VOG wordt geweigerd, is dat voor een specifieke functie.
Dit maakt dat geen uitspraken gedaan kunnen worden over een specifieke groep jongeren die geen VOG kan krijgen.
Bij de beoordeling houdt Justis rekening met de leeftijd van de aanvrager en geldt voor jongeren in beginsel een terugkijktermijn van twee jaar. Deze termijn is zo kort met het oog op resocialisatie, waar ik juist bij jongeren veel waarde aan hecht.

Justis heeft in het eerste kwartaal van 2021 van de 73.076 VOG-aanvragen van personen onder de 23 jaar in 79 gevallen de VOG-afgifte geweigerd. Dat is slechts 0,11% procent. In het tweede kwartaal weigerde Justis 0,15% procent.
Het hebben van antecedenten leidt niet per definitie tot een weigering. Wel kan MRb zeggen dat de meeste VOG-weigeringen bij jongeren betrekking hebben op (meerdere) ernstige tot zeer ernstige delicten, zoals geweldsdelicten of vermogensdelicten.

Op de website www.watdevog.nl kan iemand nagaan wat de kansen zijn op het krijgen van een VOG. Ook wordt daar een toekomstperspectief geboden, gelet op de terugkijktermijn.

Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)

129. Vraag:
Hoe verhouden de signalen vanuit de gemeente Utrecht van jongeren die een VOG geweigerd worden tot de brief van MRb waarin staat dat 1% van de VOG's wordt geweigerd.

Antwoord:

  • MRb heeft begrepen van de gemeente Utrecht dat sommige jongeren met een justitieel verleden de VOG als belemmering ervaren voor het vinden van werk.

  • De gemeente Utrecht zet momenteel in op voorlichting over de VOG naar zowel jongeren als professionals.

  • In het algemeen kan MRb zeggen dat het beeld dat de VOG vaak en vanwege kleine delicten wordt geweigerd aan jongeren, onjuist is.

  • Justis heeft in het eerste kwartaal van 2021 van de 73.076 VOG-aanvragen van personen onder de 23 jaar in 79 gevallen de VOG-afgifte geweigerd. Dat is slechts 0,11% procent. In het tweede kwartaal weigerde Justis 0,15% procent.

  • De meeste VOG-weigeringen bij jongeren hebben betrekking op (meerdere) ernstige tot zeer ernstige delicten, zoals geweldsdelicten of vermogensdelicten.

  • Desondanks zijn er jongeren die – al dan niet terecht – geen VOG aanvragen uit angst voor een afwijzing.

  • Op de website www.watdevog.nl kunnen jongeren nagaan wat de kansen zijn voor verschillende banen voor het krijgen van een VOG. Ook wordt daar een toekomstperspectief geboden, gelet op de terugkijktermijn.

  • MRb hecht eraan nog te vermelden dat indien een VOG wordt geweigerd, dat voor een specifieke functie is. Bij een weigering heeft een jongere zeker nog wel kans om in een andere sector te kunnen werken.

Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)

130. Vraag:
Kan de minister een reactie geven op het NRC artikel dat een officier van justitie werd teruggefloten toen hij onderzoek bij de Landsadvocaat wilde opschalen?

Antwoord:
Het is aan het OM, niet aan de MJenV, om de inzet op een strafrechtelijk onderzoek te bepalen. Over die inzet laat de MJenV zich dan ook niet uit.

Navraag bij het OM leert het volgende: het OM weerlegt de titel ā€œOM-top perkte onderzoek Pels Rijcken in" en het beeld dat volgt uit het artikel dat de top van OM het onderzoek stil heeft gelegd.

Het strategisch besluit voor het temporiseren van de strafzaak is voortgekomen uit intern beraad binnen het Functioneel Parket, dit is het parket waar het onderzoek gedaan wordt.

Vragen van het lid Ellemeet, C.E. (GL)

131. Vraag:
Hoe zit het met de verdeling van middelen tussen terrorismeaanpak en de aanpak van rechtsextremisme?

Antwoord:
De contraterrorisme aanpak richt zich niet op politieke opvattingen, maar specifiek op extremisme en terrorisme, dus buitenwettelijke acties en geweld. De aanpak kent een dreigingsgerichte inzet: alle CT middelen staan beschikbaar voor alle vormen van terrorisme/extremisme en worden gepast ingezet daar waar de dreiging er om vraagt.

Zoals ik uw kamer ook heb gemeld in de Kamerbrief van 26 oktober jl. kunnen aanhangers van het rechts-extremisme volgens de daarvoor breed toepasbare werkwijze opgenomen worden in de lokale (persoonsgerichte) aanpak. De in de afgelopen jaren ontwikkelde werkwijze is daarmee eveneens toepasbaar op de dreiging vanuit rechts-extremistische en -terroristische hoek. Gemeentes hebben voor het jaar 2022 een aanvraag kunnen doen voor de ondersteuning in het verder versterken van de lokale aanpak. Hiervoor is rond de 7 miljoen voor beschikbaar, afhankelijk van de toekenning. Daarnaast heeft het kabinet specifiek de eerste noodzakelijke extra middelen vrijgemaakt ter versterking van de inlichtingen en veiligheidsdiensten, oa. met als doel extra onderzoek naar rechts-extremisme en samenhangende geweldsdreiging te doen.


Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)

132. Vraag:
Het benodigde budget voor de sociaal advocatuur is dankzij motie Klaver/Ploumen geregeld. Kan MRb garanderen dat dit ook op langere termijn geborgd is?

Antwoord:
Ja, zie verder het antwoord op vraag 63.

Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)

133. Vraag:
We begrijpen dat jongeren die voor een delict worden aangehouden en in verzekering gesteld zijn wel in aanmerking komen voor betaalde advocaat terwijl niet-aangehouden jongeren zelf rechtsbijstand moeten regelen. Dit kan toch niet de bedoeling zijn, vraag ik de minister?

Antwoord:
Dit is het directe gevolg van de manier waarop de richtlijn over de procedurele rechten in Nederland is geïmplementeerd. In de richtlijn is bepalend of er sprake is van vrijheidsbeneming. Indien de verdachte van zijn vrijheid is benomen dan rust namelijk op de staat de bijzondere verantwoordelijkheid om voor verdachte in voldoende rechtsbijstand te voorzien, aangezien de verdachte door zijn detentie niet zelf in staat wordt geacht rechtsbijstand in zijn zaak te regelen. Van vrijheidsbeneming is sprake als de jeugdige na de aanhouding wordt opgehouden voor onderzoek (dit is vlak vóór de inverzekeringstelling). Dit verschil tussen wel of geen vrijheidsbeneming, is overgenomen in de nationale implementatiewetgeving die op 1 juni 2019 in werking is getreden. Ook de GL-fractie in deze Kamer heeft op 16 april 2019 met deze implementatie ingestemd. Een ontboden minderjarige verdachte komt overigens, afhankelijk van het inkomen, wel in aanmerking voor gesubsidieerde rechtsbijstand. De niet aangehouden minderjarige verdachte moet dit wel zelf (laten) regelen. Nu wijst de rechtbank Amsterdam erop dat die implementatie niet goed zou zijn. MRb bestudeert die uitspraak nog en overweegt hoger beroep. Verder is MRb momenteel in gesprek met de ketenpartners en de Nederlandse Orde van Advocaten om te kijken hoe de rechtsbescherming voor alle minderjarige verdachten, die van een misdrijf worden verdacht en mogelijk bij veroordeling later vrijheidsbeneming riskeren, nog beter geborgd kan worden. Daar is laagdrempelige rechtsbijstand een belangrijk onderdeel van.

Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)

134. Vraag:
De staatssecretaris gaat uit van optimistische prognoses, het budget van het COA gaat naar beneden. Waar gaat dat vanuit en is de staatssecretaris een crisis aan het creƫren? GroenLinks wil graag een brede evaluatie over hoe die prognoses tot stand komen.

Antwoord:
De staatssecretaris ziet de Meerjaren Productie Prognose (MPP) als belangrijk sturings- en planningsinstrument binnen de migratieketen. Daarmee is de MPP één van de bronnen voor de financiële cyclus. De MPP wordt periodiek, in februari en september, bijgesteld op basis van de inzichten, onzekerheden en aannames die op dat moment van kracht zijn voorafgaand aan de reguliere momenten in de Rijksbegroting (de najaarsnota / voorjaarsnota). Het actuele beeld is anders dan de voor de begroting gehanteerde prognose. Dit is inherent aan het prognosticeren van de asielinstroom, wat aan vele externe factoren onderhevig is en daardoor erg complex blijft. Juist omdat de asielinstroom zo volatiel is, heeft het kabinet besloten om niet continu aanpassingen te treffen maar op vaste begrotingsmomenten. Een beleidsreactie is met uw Kamer gedeeld aangaande een WODC-onderzoek naar de governance van de Meerjaren Productie Prognose. In de beleidsreactie zijn ook de uitkomsten van EY naar de doorlichting van de vreemdelingenketen en de IND meegenomen. Het belangrijkste advies van EY ten aanzien van de prognoses was om een externe audit in te richten die de totstandkoming van de MPP structureel toetst. Deze ontwikkelingen worden op dit moment opgepakt en doorgevoerd, waardoor de staatssecretaris het niet opportuun acht om op dit moment een nieuwe evaluatie te starten. Het merendeel van deze ontwikkelingen wordt doorgevoerd in 2022, nadien zal de Kamer worden geïnformeerd over de voortgang en uitkomsten.

Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)

135. Vraag:
Als er bij veilige landers bijzonder aandacht wordt gevraagd voor de positie van LHBT’ers, waarom is er dan geen uitzondering en individuele beoordeling voor deze groepen?

Antwoord:
Elke asielaanvraag wordt op individuele gronden beoordeeld en daarbij wordt rekening gehouden met de specifieke positie en het individuele relaas van de asielzoeker. In de (her)beoordelingen van veilige landen van herkomst gaat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid standaard in op de positie van kwetsbare groepen. De situatie en de specifieke positie van de groep in het betreffende land worden betrokken bij de beoordeling. In sommige gevallen heeft dat ertoe geleid dat een groep is uitgezonderd van de aanwijzing van veilig land van herkomst en in sommige gevallen wordt er voor een groep verhoogde aandacht gevraagd. In het algemeen geldt dat naarmate de situatie van een bepaalde groep nijpender is, het eerder in de rede ligt voor die groep een uitzondering te maken.
Uitzonderingsgroepen zijn uitgezonderd van de aanwijzing veilig land van herkomst. Deze zaken behandelt de IND niet in de versnelde procedure in spoor 2, maar in de standaard (verlengde) algemene asielprocedure in spoor 4. Voor de aandachtscategorieƫn geldt dat de IND extra alert is op de mogelijkheid dat de aanwijzing van een veilig land van herkomst in het individuele geval niet kan worden tegengeworpen en een zaak daarom mogelijk niet in de versnelde procedure in spoor 2, maar in de standaard algemene asielprocedure in spoor 4 behandeld dient te worden. Tenslotte is het relevant te noemen dat altijd op individuele basis geoordeeld kan worden dat behandeling in spoor 4 in plaats van in spoor 2 aangewezen is.

Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)

136. Vraag:
Hoe wordt binnen ministeries kritisch tegendenken vormgegeven? Is de Minister bereid om te onderzoeken wat in wetgeving, bestuur en rechtspraak nodig is om de burgers de rechtsbescherming te geven die zij verdienen?

Antwoord:
Goede rechtsbescherming is een van de pijlers van onze rechtsstaat. Dit onderwerp heeft dan ook de onverminderde aandacht van het kabinet. In de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK), op het rapport
Werken aan Uitvoering (WAU) en de diverse vervolgbrieven hierover is uiteengezet welke acties zijn en worden ingezet als het gaat om het versterken van de dienstverlening door de overheid, het verbeteren van wet- en regelgeving en de aansluiting tussen beleid en uitvoering. Als het gaat om de versterking van de kwaliteit van beleid en wetgeving is in het bijzonder de brief van de minister voor Rechtsbescherming van 25 juni 2021 van belang. Ook brengen alle ministeries de komende tijd in beeld welke mogelijke hardheden zich voordoen in wet- en regelgeving. Daarnaast zijn de reflectierapporten van zowel de Raad van State, als de bestuursrechters relevant. In deze rapporten reflecteren de bestuursrechters zelf op verbeteringen voor de rechtsbescherming van burgers.
In dit verband is relevant te melden dat het kabinet is gestart met de uitvoering van de motie Omtzigt/van Dam. Deze motie verzoekt de regering voorbereidingen te treffen om
een staatscommissie in te stellen die in brede zin het functioneren van de rechtsstaat analyseert en met voorstellen komt om deze te versterken. Ook versterking van de rechtsbescherming zal daarbij aandacht krijgen. Ik zal, samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, uw Kamer op zeer korte termijn daarover informeren.

Vragen van het lid Krƶger, S. (GL)

137. Vraag:
Kan de staatssecretaris ons verzekeren dat NL zich in de EU zal inzetten voor de positie van humanitaire organisaties? Het redden van mensenlevens kan en mag nooit strafbaar zijn.

Antwoord:
Namens de GroenLinks-fractie zijn hier op 16 november jl. vergelijkbare schriftelijke vragen over gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Deze worden zo snel mogelijk beantwoord.

Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)

138. Vraag:
Kan de minister mensenhandel prioriteit maken in de nieuwe veiligheidsagenda?

Antwoord:
MJenV kan en wil vooruitlopend op overleg in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) geen toezeggingen doen over de inhoud van de volgende Veiligheidsagenda, alsmede hoe een thema verder wordt uitgewerkt. Bovendien betreft de volgende Veiligheidsagenda (2023-2026) een besluit van de nieuwe MJenV. Deze moet zich – ook op inhoud – kunnen verbinden aan de nieuwe landelijke beleidsdoelstellingen. Het overleg in het LOVP over de thematiek van de volgende Veiligheidsagenda zal in de komende maanden plaatsvinden, Het thema mensenhandel zal worden betrokken bij het gesprek met de gezagen in het LOVP.

Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)

139. Vraag:
Hoe staat het met het Noordzeehavenpact?

Antwoord:
Er is een nauwe samenwerking, zowel strategisch, tactisch als operationeel tussen de Douane, politie en de Belgische en Duitse autoriteiten om ondermijnende criminaliteit via de zeehavens tegen te gaan. Daarbij wordt ook gekeken hoe de bestaande samenwerking kan worden uitgebreid en versterkt om de weerbaarheid te verhogen en het waterbedeffect tegen te gaan. In oktober jl. heeft MJenV hierover ook gesproken gezamenlijk met zijn Belgische, Franse en Spaanse collega’s. Deze partijen zijn hier erg enthousiast over. MJenV en MRb werken momenteel met deze landen concrete afspraken uit om de ondermijningsproblematiek in relatie tot de havens steviger aan te pakken.

Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)

140. Vraag:
Kan de minister samen met het ROC tot een gerichte opleiding van politievrijwilligers komen?

Antwoord:
MJenV steunt het belang en de bijdrage van de politievrijwilligers. De afgelopen jaren is er veel gerealiseerd in de inbedding van de politievrijwilliger in het politiebestel. Er zijn afspraken gemaakt voor doorgroei van het aantal politievrijwilligers naar 5000 in 2027. De instroom en opleiding van specialistische vrijwilligers (ESI) heeft de afgelopen jaren plaatsgevonden en zal ook in de komende jaren worden gecontinueerd. Het vernieuwde politieonderwijs (PO21) wordt dit jaar door vertaald naar onderwijs voor politievrijwilligers en wordt vanaf 2022 aangeboden. Dan kunnen er weer nieuwe (breed) executief opgeleide vrijwilligers instromen.

Het realiseren van de instroom van nieuwe politievrijwilligers is niet alleen een verantwoordelijkheid van de Politieacademie, maar ook van de politie eenheden; immers daar vindt de vorming in de praktijk plaats. Dit vergt begeleiding vanuit de eenheid. Gezien de grote instroom van aspiranten in de politieorganisatie de komende jaren is de absorptiecapaciteit ten volle belast en is er weinig ruimte voor meer instroom dan nu is afgesproken. Hierom heeft het opleiden van politievrijwilligers door het ROC geen meerwaarde.

Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)

141. Vraag:
Wat kan de staatssecretaris doen om de brede inzet van het gebruik van LOK-profielen aan te moedigen?

Antwoord:
Zoals is uiteengezet in de brief over de opsporing en vervolging van mensenhandel van 17 november jl., is het werken met lokprofielen alleen onder specifieke omstandigheden mogelijk. Recent heeft een lokprofiel aan de basis gestaan van de opsporing en vervolging ter zake van voorbereidingshandelingen van mensenhandel jegens een minderjarige, waarin dit bevestigd is. De beslissing tot inzet van dergelijke technologische middelen is voorbehouden aan het OM. SJenV blijft met politie en OM in gesprek over de wijze waarop de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel, onder andere door middel van de inzet van technologische middelen, verbeterd kan worden.

Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)

142. Vraag:
Structurele inzet op ondermijning in de hele keten. Kan de minister bevestigen dat dit gaat om de hele keten inclusief de Rechtspraak?

Antwoord:
Ja. De structurele inzet op ondermijning komt ten goede aan de gehele strafrechtketen, daarbij inbegrepen de Rechtspraak.

Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)

143. Vraag:
Financiering NCAB staat onder druk, kan de minister aangeven hoe dit in 2022 wordt gefinancierd? En structureel?

Antwoord:
Het is mijn bedoeling de financiering van de NCAB en zijn ondersteuning structureel te maken en voor dat doel een half miljoen per jaar op de begroting te reserveren.

Het lijkt de MJenV wel goed dat de NCAB en de NCDR naar synergie zoeken, bijvoorbeeld door hun backoffice en kennis met elkaar te delen. Zo wordt geborgd dat de bestrijding van antisemitisme de aandacht blijft houden die het verdient, maar wordt tegelijkertijd samenhang gerealiseerd tussen de aanpak van antisemitisme en de bestrijding van andere vormen van discriminatie.

Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)

144. Vraag:
Kan het Kabinet een appreciatie geven op motie-Ceder, inzake de aanpak van mensenhandel in Caribisch Nederland, ingediend tijdens de begrotingsbehandeling van BZK?

Antwoord:
De motie van lid Ceder, ingediend bij de begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties, verzoekt de regering in aanloop naar de herziening van het Memorandum of Understanding (MoU) samen met de eilanden een verkenning te doen naar de mogelijkheid, bereidheid en benodigdheden om te komen tot een gezamenlijke bestrijding van mensenhandel in het Caribisch deel van het Koninkrijk en verbetering van de opvang van slachtoffers en op welke wijze Europees Nederland hierin kan ondersteunen. Vooropgesteld, de aanpak van mensenhandel is een landsaangelegenheid. Als de verkenning om te komen tot een gezamenlijke bestrijding geĆÆnterpreteerd mag worden als een gezamenlijke evaluatie in het kader van het MoU, kan SJenV de motie oordeel Kamer laten. Er vindt voorafgaand aan herziening van het MoU een evaluatie plaats met betrokken partners op de BES-eilanden, de landen in het Caribisch deel van het Koninkrijk en Europese counterparts. Tijdens de evaluatie wordt gezamenlijk bezien wat nodig is om tot een verbeterde samenwerking in de aanpak van mensenhandel te komen. De landen gaan zelf over de stappen die zij naar aanleiding van de evaluatie nemen.

Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)

145. Vraag:
Kan de minister reflecteren op de gokreclames of dit nu zo de bedoeling was? Ook alle reclames die nu over ons heen donderen bijv. ook de voetbalreclames. Willen we dit? Was dit verstandig? Of zullen we een stapje extra zetten? De wet zou zien op kanalisaties, niet op het trekken van nieuwe spelers of het trekken van spelers uit kwetsbare groepen.

Antwoord:

  • Bij de opening van de markt was het te verwachten dat er een piek in reclame op zou treden.

  • Reclame heeft ook een doel in het kanaliseren van de vraag naar het vergunde aanbod.

  • Maar reclame mag niet gericht zijn op maatschappelijk kwetsbare groepen, zoals kinderen en jongeren, ongeacht het medium. Naast reclame op televisie of in geprinte media, geldt dit ook voor online reclame en reclame via social media.

  • Zo mogen er geen banners voor kansspelen op websites van kinderprogramma’s.

  • Ook mogen geen rolmodellen ingezet worden die een substantieel bereik hebben onder minderjarigen en jongvolwassenen of jonger zijn dan 25 jaar.

  • Dit wordt ook gehandhaafd. De Ksa heeft dit jaar al verschillende keren opgetreden richting aanbieders.

  • Zo is er een last onder dwangsom opgelegd aan een vergunninghouder vanwege de inzet van rolmodellen (beroepssporters) in een reclame en is een eerder opgelegde last onder dwangsom aan een andere partij geĆÆnd vanwege het richten van reclame op minderjarigen. Daarnaast heeft de Ksa verschillende partijen aangesproken op het gebruik van rolmodellen.

  • Nu al aanvullende, beperkende maatregelen treffen vind MRb te vroeg. De markt moet zich nog zetten.

  • Wel zal MRb samen met de Ksa de ontwikkelingen rond reclame na inwerkingtreding van de wet nauwlettend monitoren.

Vragen van het lid Bikker, M.H. (CU)

146. Vraag:
Hoe is de minister scherp op risico’s bij treinstransporten en kan hij die verder doorlichten, in ieder geval de meest risicovolle.

Antwoord:
Hoewel de volumes bij treintransport relatief klein zijn (er komen elke week rond de 250-400 containers via de trein vanuit China, en meer dan 25.000 per schip), is het belangrijk om ook scherp te zijn op de goederenstromen die per trein ons land binnenkomen. De politie kijkt momenteel of er in deze treinen uit China mogelijk sprake is van vervoer van stoffen die te maken hebben met drugscriminaliteit, zoals grondstoffen voor de productie van drugs. De Douane assisteert hierbij.


Vragen van het lid Ceder,D. (CU)

147. Vraag:
Welke lessen heeft de Stas uit het rapport Ongehoord Onrecht Vreemdelingenrecht getrokken en wanneer komt er een reactie?

Antwoord:
In een brief aan uw Kamer van 8 juli 2021 heeft de staatssecretaris gereageerd op het bericht ā€˜Behandeling migranten lijkt op die van slachtoffers toeslagenaffaire’ (vergaderjaar 2020–2021, 19 637, nr. 2758). Dit bericht ging onder andere over de bundel ā€˜Ongehoord onrecht in het vreemdelingenrecht’. Hierbij is aangegeven dat de staatssecretaris het van groot belang acht dat ook binnen het vreemdelingendomein wordt gekeken naar de menselijke maat en de mate waarin de dienstverlening toegankelijk en passend is. Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van het departement en de uitvoeringsorganisaties DT&V, het COA en de IND bekijkt zorgvuldig de uitvoeringspraktijk, beleid en regelgeving binnen het vreemdelingendomein in het licht van de conclusies en aanbevelingen van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag en de bundel ā€˜Ongehoord onrecht in het vreemdelingenrecht’. In het nieuwe jaar zal uw Kamer geĆÆnformeerd worden over de verdere voortgang.

Vragen van het lid Ceder,D. (CU)

148. Vraag:
In het reflectierapport van de RvS zijn ook vreemdelingenzaken aangestipt, maar dit lag buiten de scope van het rapport terwijl het wel goed zou zijn om hiernaar te kijken. Is SJenV het daarmee eens en bereid om het verzoek bij de Raad van State neer te leggen?

Antwoord:
De staatssecretaris is niet bevoegd om dergelijke verzoeken bij andere staatsmachten neer te leggen. Binnen de bevoegdheden van de staatssecretaris wordt in het vreemdelingendomein gekeken naar de menselijke maat en de mate waarin de dienstverlening toegankelijk en passend is. Uw Kamer is hierover op 8 juli jl. geĆÆnformeerd (vergaderjaar 2020–2021, 19 637, nr. 2758).

Vragen van het lid Ceder,D. (CU)

149. Vraag:
In de begroting staat een bezuiniging bij het COA en de IND van 128 miljoen. Hoe kan het dat deze bezuiniging in de begroting staat. Bent u het eens dat deze bezuiniging niet zal zorgen dat de rust zal terugkeren, en we juist een nieuwe situatie van onrust aan het creƫren zijn?

Antwoord:
In de begroting voor 2022 zijn voor de komende jaren geen bezuinigingen voorgesteld voor het COA en de IND. Het beschikbare budget voor het COA en IND wordt door middel van de gebruikelijke bekostigingsafspraken jaarlijks geactualiseerd op basis van de meest recente ramingen.

In de begroting 2022 is een financiƫle reeks verwerkt op basis van de besluitvorming bij voorjaarsnota 2021. Basis daarbij was de raming uit februari 2021 waarbij het de verwachting was dat de asielinstroom lager zou worden en dat uitstroom van vergunninghouders op peil zou blijven. Op basis hiervan zijn de benodigde middelen voor 2021 en 2022 aangepast en toegekend.

Al bij de komende Najaarsnota en vervolgens bij voorjaarsnota 2022 zal het geactualiseerde beeld ten aanzien van de bezetting van het COA voor 2022 en verder, op basis van de Meerjaren Productie Prognose (MPP) van februari 2022, worden voorgelegd aan het kabinet. De geactualiseerde MPP-cijfers vormen de basis voor de besluitvorming over additionele middelen.

Vragen van het lid Ceder,D. (CU)


150. Vraag:
Klopt het dat sinds intrekken van de discretionaire bevoegdheid het aantal inwilligingen bij de IND is gekelderd? Kunt u exact vergelijkende cijfers geven?

Antwoord:
In de periode dat de discretionaire bevoegdheid bij de staatssecretaris van JenV lag, was het aantal afgegeven discretionaire verblijfsvergunningen gemiddeld 100 per jaar. In de nieuwe situatie geeft de IND minder dan 10 verblijfsvergunningen op basis van een schrijnendheidstoets per jaar af. Dit is het gevolg van de wijziging van de bevoegdheid die nu alleen tijdens de eerste aanvraagprocedure bij een schrijnende situatie kan worden uitgeoefend. Deze schrijnende situatie moet gelegen zijn in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen.

Vragen van het lid Ceder,D. (CU)

151. Vraag:
In het kader van de discretionaire bevoegdheid: is de staatssecretaris het eens dat de onrust niet is afgenomen en het beoogde doel - ook in het licht van de wijzigingen bij de IND - niet is behaald?

Antwoord:
De discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is op 1 mei 2019 gewijzigd in de bevoegdheid van de Hoofddirecteur van de IND om te beoordelen in de eerste toelatingsprocedure of er sprake is van een schrijnende omstandigheid, die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen. Het oude stelsel leidde ertoe dat vreemdelingen van wie een (eerste) aanvraag was afgewezen alsnog in Nederland bleven in de hoop om uiteindelijk in aanmerking te komen voor een discretionaire vergunning. Het nieuwe stelsel neemt deze prikkel om in Nederland te blijven weg.

Vragen van het lid Ceder,D. (CU)

152. Vraag:
Er is een WODC rapport over veiligheid van bekeerlingen en LHBTI’ers op AZC'ers uitgekomen. Het WODC constateert te veel verschil tussen locaties en pleit voor landelijke kaders en minimumnormen. Denkt SJenV hieraan tegemoet te komen?

Antwoord:
Het COA kijkt bij de begeleiding en opvang naar de specifieke behoeften van het individu. Wat betreft de opvang en begeleiding van LHBTI bewoners draagt het COA hier onder andere aan bij door de inzet van LHBTI-aandachtsfunctionarissen. Daarnaast is er aandacht voor de deskundigheidsbevordering van de medewerkers op de specifieke kwetsbaarheden van individuen binnen deze doelgroepen. In 2022 zal ook voor bekeerlingen en religieverlaters een plan van aanpak worden gemaakt om structurele aandacht voor bewustzijn en kennis over kwetsbaarheden van deze personen te borgen. Verder onderzoekt het COA de mogelijkheden om tijdens het inwerkprogramma van nieuwe medewerkers een module op te nemen die meer aandacht besteedt aan de kwetsbaarheden van LHBTI’s, bekeerlingen en religieverlaters. Dit biedt iedere nieuwe COA-medewerker dezelfde basis.

Naast de training en ontwikkeling van COA-medewerkers wordt ook ingezet op de ontwikkeling van minimumstandaarden in de werkwijzen van het COA om de opvang en begeleiding van kwetsbare groepen verbeteren. Deze minimumstandaarden vormen onderdeel van het plan van aanpak dat COA ontwikkelt onder andere in samenwerking met de externe LHBTI-klankbordgroep met vertegenwoordigers van onder andere COC, Rutgers, Verwey-Jonker, politie, Universiteit Utrecht en LGBT Asylum support. Een uitgebreidere kabinetsreactie op het rapport zal de staatssecretaris op korte termijn aan uw Kamer doen toekomen.

Vragen van het lid Ceder,D. (CU)


153. Vraag:
De commissie van Zwol heeft een aantal aanbevelingen gedaan, zijn deze aanbevelingen opgevolgd en is hier toezicht op door de inspectie? Is de staatssecretaris het met mij eens en gaat de staatssecretaris deze opdracht m.b.t. de aanbevelingen formuleren?

Antwoord:
De commissie van Zwol heeft 4 juni 2019 een rapport uitgebracht. In 2021 heeft onderzoeksbureau EY onafhankelijk onderzoek gedaan naar het functioneren van de keten en de IND. In dit onderzoek van EY is gekeken naar de implementatie van de aanbevelingen van eerdere onderzoeken, zoals van de commissie van Zwol. De aanbevelingen van de commissie van Zwol die nog niet zijn opgevolgd zijn grotendeels overgenomen in de aanbevelingen van EY en raakt de gehele keten. De inspectie bepaalt zelf waar ze onderzoek naar doet, ze zijn daarin onafhankelijk.

154. Vraag:

Iedereen die oorlogsmisdadiger is moet weg en heeft geen recht hier te blijven. Echter dit label kan zorgen voor taferelen die niet in deze rechtsstaat horen. Herkent SJenV deze zorgen in een aantal specifieke gevallen? Bent u bereid om ambtsberichten transparanter te maken? Kunnen wij zelf overgaan tot het vervolgen van mensen in gevallen waar het in het land van herkomst niet het geval lijkt te zijn?

Antwoord:

Nederland kan en mag geen vluchthaven zijn voor personen die worden verdacht van oorlogsmisdaden en de staatssecretaris van JenV hecht er sterke waarde aan dat uitgangspunt te blijven hanteren. Op personen op wie de IND de 1F-status van toepassing acht – een besluit waartegen de vreemdeling in (hoger) beroep bij de rechter kan gaan – rust een vertrekplicht. Soms is gedwongen vertrek mogelijk en gebeurt dat ook. Als dat niet het geval is, is het aan de vreemdeling om Nederland te verlaten.

Een ambtsbericht is een deskundigenbericht dat de IND in de 1F-besluitvorming kan betrekken (= vaste jurisprudentie RvS). Een vreemdeling heeft altijd de mogelijkheid het ambtsbericht op inhoud en totstandkoming voor te leggen aan een rechter in beroep en hoger beroep. Het kan, bijvoorbeeld omwille van bronbescherming, dat de rechter oordeelt dat sommige onderdelen van het ambtsbericht slechts ter kennisname van de rechtbank zijn en niet van de vreemdeling. Dat maakt echter niet dat het ambtsbericht om die reden niet-transparant is.

Nederland heeft het uitgangspunt dat opsporing en vervolging zoveel mogelijk plaatsvindt in het land waar de misdrijven zijn gepleegd. Doorgaans bevindt zich daar het meeste bewijs en zijn de procesdeelnemers ingevoerd in de taal, de cultuur en de achtergronden van de gebeurtenissen. Daarnaast kunnen de zich daar bevindende slachtoffers, nabestaanden en getuigen met eigen ogen zien dat en hoe er recht wordt gedaan. Door te kijken of verdachten van deze misdrijven uitgeleverd kunnen worden komt Nederland verdrags- en mensenrechtelijke verplichtingen na die van wezenlijk belang zijn voor de handhaving en het bestaan van de internationale rechtsorde. Indien uitlevering niet aan de orde is of niet mogelijk is kan worden bezien of tot strafrechtelijke vervolging in Nederland wordt overgegaan. Vervolging voor oorlogsmisdrijven is in Nederland mogelijk op grond van de Wet internationale misdrijven (WIM).

Vragen van het lid Meijeren, G. van (FvD)

155. Vraag:
In Nederland worden mensen uitgesloten van het sociaal maatschappelijk leven terwijl J&V claimt voor de rechtstaat te zijn. Over welke rechtstaat in Nederland hebben we het dan nog eigenlijk?

Antwoord:
Dan hebben we het over een rechtstaat, waar in artikel 22 van de Grondwet staat: de overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.
Waar het parlement het volk vertegenwoordigt en regering en parlement samen wetten maken.
Waar de maatregelen om een epidemie te bestrijden berusten op de wet.
Waar steeds op proportionaliteit en subsidiariteit wordt getoetst.
Waar vreedzaam en met kennisgeving vooraf demonstreren bijkans heilig is.
En waar mondkapjes, afwegingen over de sluiting van sectoren, handhaving door burgemeesters zijn voorgelegd aan de onafhankelijke rechter, die ze toetste en in stand liet.
Over die rechtstaat hebben we het.

Vragen van het lid Meijeren, G. van (FvD)

156. Vraag:
Waarom staat de minister erop dat het onderzoek naar ritueel kindermisbruik koste wat het kost niet onafhankelijk en onder zijn totale controle plaatsvindt? Is hij bereid toe te zeggen dat hij tegemoet komt aan de wensen van de slachtoffers? Graag een reactie.

Antwoord:
Overeenkomstig de toezegging van de MJenV in het CD Zeden van 16 september jl. zal uw Kamer voor het Kerstreces over de voortgang van de werkzaamheden van de commissie georganiseerd rituele misbruik worden geĆÆnformeerd. Wel hecht de MJenV er waarde aan nogmaals aan te geven dat het onderzoek volledig onafhankelijk is en de commissie zonder tussenkomst van de ambtenaren of de MJenV zijn onderzoek doet en vervolgens tot conclusies en aanbevelingen kan komen.


Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

157. Vraag:
Er wordt op grote schaal informatie verzameld over burgers zonder wettelijke grondslag, wetsvoorstel NCTV is ondermaats. Als overheden ruimte hebben gekregen voor bepaalde maatregelen draaien zij dat niet terug als de maatregel niet meer nodig is. De Wet Intrekking Nederlanderschap ligt bijvoorbeeld voor verlenging voor. Ik vraag MJenV hierop te reflecteren. Maken we de juiste afweging? Heeft MJenV een concrete aanwijzing dat het beperken van vrijheden leidt tot meer veiligheid?

Antwoord:
Bij iedere maatregel die noodzakelijk wordt geacht in het belang van nationale veiligheid wordt de afweging gemaakt of deze proportioneel en subsidiair is. Deze overweging wordt niet alleen gemaakt bij nieuwe maatregelen, ook bestaande maatregelen worden periodiek tegen het licht gehouden. Dit gebeurt onder andere door middel van evaluaties van wetgeving en de bredere aanpak van nationale veiligheid.

Over de werkzaamheden van de NCTV is de Tweede Kamer meermaals geĆÆnformeerd. De Tweede Kamer is hierover per brief van 12 april 2021, 21 mei 2021 en 2 november 2021 geĆÆnformeerd.

Voor wat betreft het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid kan gemeld worden dat, zoals gebruikelijk bij dit soort belangrijke wetsvoorstellen, er een consultatieronde is geweest, de Autoriteit Persoonsgegevens om advies is gevraagd, en daarna de Raad van State heeft geadviseerd. Met het verwerken van deze adviezen zijn extra waarborgen in het wetsvoorstel opgenomen, dat op 9 november aan de Tweede Kamer is verzonden. Bij de behandeling van de dit wetsvoorstel, maar ook het wetsvoorstel permanentmaking artikel 14.4 Rijkswet op het Nederlanderschap, kan hierover nader met de Tweede Kamer worden gesproken.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

158. Vraag:
Ziet de minister kansen om te versnellen in de rechtspraak door in te zetten op digitale middelen?

Antwoord:
Digitalisering van de rechtspraak blijft onverminderd belangrijk. Digitalisering is niet alleen nodig om mee te gaan met de tijd, maar kan ook bijdragen aan soepelere en snellere procesgang. MRb voert hierover geregeld met de onafhankelijke rechtspraak overleg. Daarbij komen ook maatregelen aan de orde die de afgelopen periode hun meerwaarde hebben bewezen, zoals het online deelnemen aan zittingen via videoconferentie, en wordt vooruit gekeken naar relevante ontwikkelingen, zoals de aangekondigde verordening van de Europese Commissie over de digitalisering van de justitiesector. Ook zet de rechtspraak in het kader van Tijdige rechtspraak in op het gebruik van digitale middelen, zoals een datumprikker en een plantool (een match tussen planbare zaken en beschikbare zittingscapaciteit). In de digitalisering van de rechtspraak worden betekenisvolle stappen gezet. Sinds begin 2019 loopt het project Digitale Toegankelijkheid. In dit project wordt op verantwoorde wijze verdere digitalisering van zaakstromen in het civiel recht en bestuursrecht gerealiseerd. Resultaten worden in pilotvorm getest en daarna, indien succesvol, landelijk uitgerold. Een voorbeeld is de pilot voor beslagrekesten die met een positieve evaluatie is afgesloten. Vanaf medio november kunnen advocaten nu bij rechtbanken in heel Nederland digitaal beslagrekesten indienen. Met deze pilots ligt er een technisch fundament voor overige zaakstromen, zoals echtscheidingen, vreemdelingenzaken, volksverzekeringen en geldvorderingen in kanton. Ook in het kader van de digitalisering van de strafrechtketen worden belangrijke stappen gezet. Zo worden inmiddels ruim 99% van de zaken tussen OM en rechtspraak in eerste aanleg digitaal afgehandeld.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

159. Vraag:
Welke stappen zijn ondernomen in deze begroting om etnisch profileren tegen te gaan en het vertrouwen weer te herstellen?

Antwoord:
Met Politie voor Iedereen (PvI) is door de politie een programma opgezet waarlangs de aanpak van discriminatie, inclusief het tegengaan van etnisch profileren, wordt uitgevoerd. De MJenV heeft uw Kamer via het laatste halfjaarbericht politie van juni jl. geĆÆnformeerd over het realisatieprogramma. De volgende maatregelen zijn genomen om etnisch profileren tegen te gaan:
1. Het Handelingskader proactief controleren is opgesteld en breed binnen de politieorganisatie uitgerold, waarin de professionele norm van objectiviteit wordt beschreven die de politie hanteert en ook de wijze waarop zij met burgers wil omgaan. Het handelingskader maakt onderdeel uit van de Integrale Beroepsvaardigheden Trainingen (IBT).
2. De versterking van het vakmanschap door opleiding en training in de basisteams.
3. In eenheden zijn ambassadeurs voor professioneel controleren aangesteld. Deze ambassadeurs lopen ook daadwerkelijk mee met collega’s op straat om direct kennis over te dragen in de praktijk.
4. De proactieve controle kan worden uitgevoerd met gebruikmaking van de digitale toepassing Mobiel Effectief op Straat (MEOS). Aan MEOS is een extra functionaliteit toegevoegd ter ondersteuning bij professionele controllers (de ProCo-functionaliteit). Via deze functionaliteit ziet elke gebruiker van MEOS die informatie over een kenteken of een ID opvraagt hoe vaak en hoe recent deze bevraging eerder is gedaan. Deze informatie kan helpen om af te wegen of een controle wordt doorgezet of niet. Uw Kamer is hierover recent geĆÆnformeerd in de beantwoording op vragen van D66.
5. De wet preventief fouilleren wordt geƫvalueerd. Naar verwachting wordt dit in het voorjaar van 2022 afgerond.

De aanpak die de politie heeft ontwikkeld voor professioneel controleren wordt in de komende periode verder geïmplementeerd en waar nodig aangescherpt. De aanpak wordt geëvalueerd via extern onderzoek naar onder andere het gebruik en de bijdrage van de ProCo-functionaliteit in MEOS en de effecten van de training met Virtual Reality simulaties. De politieorganisatie beschikt daarnaast over een eigen Netwerk Divers Vakmanschap waarin kennis over de leefstijlen, aandachtgebieden en culturen in onze samenleving toegankelijk wordt gemaakt.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

160. Vraag:
Hoe werken deze ministers samen met BZK en Nationaal Coƶrdinator Racisme en Discriminatie om deze problemen aan te pakken? Zijn daarvoor concrete plannen opgesteld sinds het aantreden van deze coƶrdinator?

Antwoord:
Op 8 november 2021 heeft de minister van BZK, mede namens MJenV, uw Kamer geĆÆnformeerd over het juridische toetsingskader dat het College voor de Rechten van de Mens opstelt ten aanzien van het gebruik van etniciteit in risicoprofielen. Zij zal u na het verschijnen daarvan in december informeren over dit kader en dit vergezellen van een standpunt van het kabinet met betrekking tot etnisch profileren.

Daar waar het de samenwerking met de NCDR betreft is het nog vroeg dag om iets concreets te kunnen melden. De heer Baldewsingh is op 15 oktober jl. begonnen. Het is goed denkbaar dat de problematiek van etnisch profileren een van de prioritaire onderwerpen zal zijn waar hij zich over zal willen buigen.

De NCDR heeft aangegeven het nationaal actieprogramma in juni 2022 af ronden.

De interdepartementale samenwerking krijgt vooral vorm via een hoogambtelijke stuurgroep waar de NCDR ook zitting in heeft.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)


161. Vraag:
Is de minister bereid om overheidscommunicatie om te zetten in heldere taal?

Antwoord:
Uitgangspunt is dat de Rijksoverheid in duidelijke en begrijpelijke taal communiceert. Dit heeft continue aandacht.
Daarom is in 2019 door het ministerie van Binnenlandse Zaken Direct Duidelijk Brigade opgericht.
Dit is een netwerk voor en door ambtenaren, die elkaar vrijwillig helpen met duidelijke en toegankelijke communicatie. Dit netwerk heeft al gezorgd voor de verbetering van honderden teksten in folders en op overheidswebsites.

Daarnaast wordt op de site van de Rijksoverheid belangrijke informatie, zoals over de Corona maatregelen, ook in eenvoudige taal gepubliceerd. Zodat deze is voor bijna iedereen te begrijpen is.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

162. Vraag:
Gaat de minister stappen zetten om uitvoeringsorganisaties beschikbaarder te maken, bijvoorbeeld door het subsidiƫren van loketten, buurthuizen of bibliotheken. Ziet de minister mogelijkheden om zulke initiatieven te steunen vanuit het nationaal groeifonds? Werkt de minister al samen met gemeenten en uitvoeringsorganisaties om dit te bewerkstelligen?

Antwoord:
Op de begroting 2022 is reeds veel geld vrijgemaakt voor de uitvoering om onder andere een meer menselijke aanpak vorm te geven. Het kabinet heeft zo in navolging van het rapport werk aan uitvoering (WaU), de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (PoK) en de Tijdelijke commissie uitvoeringsorganisaties (TCU) de Werkagenda voor Publieke Dienstverlening opgesteld. Daarin wordt onder meer samen met gemeenten gewerkt aan het thema dienstverlening om deze aan burgers te versterken. Doel daarbij is om te komen tot een overheid die op eenvoudige wijze toegankelijk is voor iedereen. Naast de verdere opmars van de digitale dienstverlening zal de burger ook een beroep kunnen blijven doen op persoonlijk contact met de overheid. Begrijpelijke taal, eenvoudige(re) procedures en waar nodig dienstverlening op maat. Ook binnen JenV wordt aan dit thema gewerkt en samen met de taakorganisaties in beeld gebracht hoe de dienstverlening verder kan worden ontwikkeld. Gelet op alles wat er al loopt zie ik voor dit moment geen noodzaak om aanvullend initiatieven te steunen vanuit het nationaal groeifonds, los van de vraag of dergelijke initiatieven voldoen aan de criteria van het nationaal groeifonds.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

163. Vraag:
Veiligheid beperkt zich niet tot alleen fysiek, maar ook digitaal. Serieuze stappen op cyberveiligheid zijn nodig. Waarom zien we het advies van de cybersecurityraad om 833 miljoen te investeren niet terug in deze begroting? Hoe verhouden de 833 miljoen zich tot investeringen die nodig zijn? Hoe is de kritiek uit dit advies meegenomen in de herziening?

Antwoord:
Het Cybersecuritybeeld Nederland 2021 (CSBN 2021) laat zien dat cyberaanvallen het zenuwstelsel van de maatschappij kunnen aantasten en daarmee een risico voor de nationale veiligheid kunnen vormen. Daarnaast blijft de omvang van cybercrime toenemen. Vanwege het toenemende belang van digitale processen, de permanente digitale dreiging en criminele activiteit, is het van belang ook de komende jaren in te zetten op een stevige aanpak van cybersecurity en cybercrime. De Cyber Security Raad (CSR) adviseert in zijn rapport aan het volgende kabinet om 833 miljoen euro te investeren voor een integrale aanpak cyberweerbaarheid. Zoals aangegeven in de beantwoording van schriftelijke vraag 444 vormt dit advies een waardevolle bijdrage aan de strategievorming ten behoeve van een integrale Nederlandse cybersecuritystrategie. Het is aan een volgend kabinet om te bezien hoe wordt voortgebouwd op de ervaringen die onder het huidige kabinet zijn opgedaan met de Nederlandse Cybersecurity Agenda (NCSA) en de aanpak van cybercrime. Voor de zomer heb ik u geïnformeerd over de evaluatie van de NCSA, die ik in opdracht van het WODC heb laten uitvoeren (Kamerstukken II 2020-2021, 26643, nr. 767.). De conclusies uit deze rapporten van de CSR en het WODC zullen moeten worden betrokken bij het opstellen van een nieuwe strategie. Tot de beëdiging van een nieuw kabinet zal het huidige kabinet acties blijven uitvoeren op basis van de NCSA en de latere aanvullingen daarop, waarover uw Kamer geïnformeerd is in de jaarlijkse voortgangsrapportages van de NCSA. Het volgende kabinet zal uiteindelijk moeten besluiten over een nieuwe cybersecurity- en cybercrime-aanpak en de financiering daarvan.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

164. Vraag:
Hoe kijkt de minister aan tegen de verwachte EU voorstellen omtrent het uitwisselen van informatie en overdragen van straf procedures tussen lidstaten. Is Nederland betrokken bij de consultaties?

Antwoord:
De grondgedachte dat overdracht van strafvervolging binnen de EU kan worden vereenvoudigd spreekt MJenV in beginsel aan. Dit kan namelijk een verdere bijdrage leveren aan het voorkomen van straffeloosheid.
De Commissie heeft onlangs een zogenoemde call for evidence for an impact assessment over dit onderwerp gepubliceerd met het oog op consultatie van onder meer de lidstaten over verschillende beleidsopties op dit vlak. Het stuk zal binnen afzienbare termijn met het OM worden besproken. Nederland zal daarna op de gebruikelijke wijze gebruikmaken van de mogelijkheid om inbreng te leveren.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

165. Vraag:
Er zijn weinig middelen voor toezichthouders zoals het AP. Waarom wordt hier niet structureel extra budget voor vrijgemaakt?

Antwoord:
Voor 2021 is het beschikbare budget van AP met 6 miljoen euro verhoogd tot een bedrag dat gelijk is aan de realisatie van 2020 (24,6 miljoen). Vanaf 2022 ontvangt de AP structureel 6 miljoen euro extra per jaar en beschikt zij over een structureel kader van bijna 26 miljoen euro. Na inwerkingtreding van de AVG in 2018 is haar budget gestegen naar ongeveer 13 miljoen euro. Met het budget van 26 miljoen euro vanaf 2022 betekent dit een verdubbeling van het structurele AP-budget in slechts een paar jaar tijd.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

166. Vraag:
Hoe werkt de minister samen met andere departementen en met ministerie van Financiƫn om de integrale aanpak m.b.t. ondermijning en georganiseerde criminaliteit tot stand te brengen?

Antwoord:
Voor een effectieve aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit is een integrale aanpak op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau noodzakelijk. Op de verschillende opgaven wordt nauw samengewerkt met betrokken departementen. Voor de versterking van de aanpak van witwassen is bijvoorbeeld het Plan van Aanpak Witwassen uit juni 2019 in gezamenlijkheid met het ministerie van Financiƫn opgesteld. In het MIT werken politie, openbaar ministerie, FIOD, Belastingdienst, Douane en KMar/Defensie samen om criminele structuren, bedrijfsprocessen en verdienmodellen, die verweven zijn met of misbruik maken van legale structuren en de legale economie, bloot te leggen en duurzaam te verstoren. Ook bij het vormgeven van de preventieve aanpak wordt samengewerkt met andere departementen, zoals BZK, SZW en OCW. Zo richten we gezamenlijk een stevige interdepartementale aanpak in om meer slagkracht te organiseren tegen ondermijnende criminaliteit. Om de aanpak op alle niveaus te stimuleren, is het Strategisch Beraad Ondermijning (SBO) ingericht. In het SBO nemen alle relevante partijen in de gezamenlijke aanpak deel, waaronder de betrokken ministeries (JenV, BZK, Financiƫn, SZW, OCW en VWS). Daarmee is het SBO een belangrijke partner om de interdepartementale en interbestuurlijke aanpak vorm te geven en als ƩƩn slagvaardige overheid te opereren.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

167. Vraag:
De ontvangen Kamerbrief over de uitvoering Europol en Eurojust gaat ook in op de uitvoering van moties Volt over de analyse systeembenadering en actieplan democratie. Kan de minister toezeggen de analyse te voltooien en met Kamer te delen, en de Nederlandse inzet op het EU democratie actieplan, inclusief ambtelijke inzet voor de motie, aan de Kamer zal doen toekomen?

Antwoord:
Het kabinet neemt dit onderwerp zeer serieus. Onze samenleving kan niet functioneren zonder een vrije pers.

Uiteraard houden wij u op de hoogte van de voortgang van de uitvoering van uw motie. Een systeembenadering is een complexe en belangrijke vraag en het kabinet zal een antwoord formuleren dat recht doet aan de vraag. Ik doe dit samen met mijn collega’s van OCW, BZK en EZK.

Het kabinet heeft inmiddels in een tweetal stukken uw Kamer geĆÆnformeerd over de stand van zaken in Nederland.

  • Ten eerste in de reactie op het Rapport over de Rechtstaat van 2021 dat de Europese Commissie heeft uitgebracht. Hierin is aandacht voor de mediapluriformiteit.

  • Ten tweede in het BNC-fiche bij de aanbeveling van de Europese Commissie inzake de bescherming van journalisten.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

168. Vraag:
Kan SJenV aangeven wat haar verwachtingen zijn van de voortgang van het EU asiel- en migratiepact onder het Franse voorzitterschap?

Antwoord:
De stand van zaken ten aanzien van de onderhandelingen over de EU-voorstellen over het Migratiepact wordt regelmatig met uw Kamer besproken. In algemene zin valt te stellen dat de onderhandelingen langzaam en moeizaam verlopen. Het krachtenveld is onveranderd en de belangen van lidstaten lopen duidelijk uiteen. Maar het is ook niet zo dat er geen enkele vooruitgang te melden valt. Afgelopen zomer is overeenstemming bereikt over de Blauwe Kaart en is een compromis bereikt over het nieuwe mandaat van het EU Asielagentschap (EUAA) en is ook op de externe dimensie veel werk verzet. Afronden van de onderhandelingen zal nog meer tijd kosten, zeker wanneer groepen lidstaten wel om meer solidariteit vragen maar geen aanvullende verantwoordelijkheid wensen, of wanneer lidstaten stelselmatig ā€˜nee’ blijven zeggen tegen het gehele pakket.

Voor het Franse Voorzitterschap zal asiel en migratie ook een prioriteit zijn. Ook met het oog op de voorstellen ten aanzien van versterking van de Schengenzone die binnenkort worden verwacht. De verwachting is dat Frankrijk, net als het huidige Sloveens Voorzitterschap, zal zoeken naar een manier om de pakketbenadering los te kunnen laten. Nederland zal het Franse Voorzitterschap steunen bij deze aanpak.

De Nederlandse inzet is gebaseerd op de BNC-fiches die met uw Kamer zijn gedeeld. Het Franse voorzitterschap moet nog beginnen; er liggen op dit moment geen concrete, nieuwe voorstellen. Indien dergelijke voorstellen verschijnen, wordt uw Kamer via de gebruikelijke kanalen geĆÆnformeerd.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)


169. Vraag:
Is de minister betrokken bij de uitvoering van de moties Kuik CS en Simons voor het onderzoeken van de mogelijkheden voor het oprichten van een constitutioneel hof? Zo ja op welke manier en wat is het tijdspad voor het uitvoeren van deze moties?

Antwoord:
Zowel de MJenV als de MRb zijn bij de uitvoering van beide moties betrokken. Laatstgenoemde minister is vanuit zijn politieke verantwoordelijkheid voor het rechtsbestel zelfs als medeondertekenaar betrokken. Zoals gebruikelijk bij grondwetswijzigingen is de minister-president de eerste ondertekenaar en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties de tweede.

Bij de algemene politieke beschouwingen in september jl. heeft de minister-president aangegeven dat de politieke besluitvorming aan een nieuw kabinet is. Wel heeft hij toegezegd alvast met de technische voorbereiding te starten.

Bij de begrotingsbehandeling van BZK heeft minister Ollongren toegelicht dat de technische voorbereidingen zijn gestart en dat gewerkt wordt aan een overzicht van de verschillende mogelijkheden tot toetsing, om zo de politieke besluitvorming over de mogelijke invoering van een vorm van grondwettelijke toetsing te faciliteren. Ook heeft zij toegezegd dit overzicht met uw Kamer te delen, zodra het overzicht gereed is.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

170. Vraag:
Het Franse voorzitterschap geeft aan in te zetten op terugkeer en partnerschappen met landen van herkomst. Daarnaast is ook preventie en het aanpakken van de oorzaken van migratie een belangrijk element. Kan de SJenV de samenwerking tussen JenV en BHOS hierop uiteenzetten?

Antwoord:
De samenwerking tussen de staatssecretaris en de minister van BZ en de minister voor BHOS is uitstekend. Ook op ambtelijk niveau wordt veelvuldig en nauw samengewerkt, onder meer bij de inzet om te komen tot migratiepartnerschappen met belangrijke migratielanden, het voorkomen van irreguliere migratie, het aanpakken van grondoorzaken van migratie en het versterken van de terugkeersamenwerking. Deze samenwerking geschiedt op basis van een gedeelde visie van het kabinet, namelijk de Integrale Migratieagenda.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

171. Vraag:
Welke stappen heeft de minister ondernomen om de journalist die in Griekenland was aangehouden (en inmiddels weer vrijgelaten) te beschermen? Is de Griekse ambassadeur aangesproken of niet?

Antwoord:
Persvrijheid is een groot goed. Het is kwalijk dat een journalist bedreigd wordt. Persvrijheid is een belangrijk onderdeel van Nederlands buitenlandbeleid en Nederland zet zich hier wereldwijd voor in. We vinden dat journalisten overal ter wereld ongehinderd hun werk moeten kunnen doen. Van mijn collega van Buitenlandse Zaken begrijp ik dat er contact is geweest tussen de journalist en de Nederlandse ambassade die klaar stond om haar desgewenst bij te staan. Over deze zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen contact gehad met de Griekse ambassadeur noch met haar Griekse collega. De minister van Buitenlandse Zaken heeft in een debat met uw Kamer op 24 november jl. aangegeven waar opportuun in gesprekken met de Griekse autoriteiten het belang van dit onderwerp te onderstrepen.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

172. Vraag:
De Europese Commissie presenteerde gisteren een actieplan rondom de situatie in Polen en Belarus. Hoe staat de SJenV daar tegenover? Hoe werkt JenV samen ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Defensie om opvolging te geven aan deze situatie?

Antwoord:
Het kabinet werkt eensgezind aan de situatie rondom Belarus. Het kabinet heeft met interesse kennis genomen van de mededeling van de Commissie en bestudeert de mededeling. Uw Kamer wordt via de gebruikelijke kanalen conform bestaande afspraken over informatievoorziening inzake EU-voorstellen geĆÆnformeerd over de appreciatie van de mededeling.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

173. Vraag:
De SJenV geeft aan dat haar uitspraak dat het Nederlands asiel- en migratiebeleid niet interfereert met de evacuaties, niet tegenstrijdig is met de uitspraak van de voormalig minister van BZ. Deze minister gaf aan dat Nederland nu eenmaal een ander asiel- en migratiebeleid heeft dan andere landen, en daarom anders omgegaan is met de crisis en evacuaties in Afghanistan. Kan de SJenV hierover uitweiden?

Antwoord:
Zoals eveneens aangegeven in de beantwoording van 24 november jl. van een vergelijkbare schriftelijke vraag van de leden Dassen en Koekkoek ziet het kabinet deze uitspraken niet als tegenstrijdig. Het kabinet bevestigt de lezing dat het Nederlandse asiel- en migratiebeleid niet geĆÆnterfereerd heeft met de evacuaties. Dat staat los van de Nederlandse benadering van de crisissituatie en de uitvoering van de evacuaties in vergelijking tot andere landen.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

174. Vraag:
Wanneer kan de correspondentie over de evacuatie uit Afghanistan aan de TK worden toegekomen?

Antwoord:
Vanzelfsprekend stellen de betrokken departementen alles in het werk om de gevraagde informatie zo spoedig mogelijk te doen toekomen. In de periode waarop het verzoek van Volt betrekking had is er tussen de medewerkers van de betrokken departementen veel communicatie geweest over de situatie in Afghanistan. Het gaat hierbij naar verwachting om vele duizenden stukken die bekeken moeten worden om te bepalen in hoeverre deze informatie betrekking heeft op het gedane verzoek. Dit vergt veel werk en tijd. Bij de betrokken departementen zijn er daarnaast ook verschillende Wob-verzoeken binnengekomen die dezelfde periode bestrijken. De informatie die in het kader van de Wob-verzoeken wordt verstrekt, wordt openbaar. De op dat moment openbaar gemaakte informatie sluit aan op het verzoek van uw Kamer. Een verzoek van uw Kamer is uiteraard niet gelijk te stellen aan een Wob-verzoek. Voor beide geldt echter dat gelet op de grote hoeveelheid werk die dit met zich meebrengt, niet eenvoudig een termijn gegeven kan worden.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

175. Vraag:
Zal SJenV naar aanleiding van het Wob-verzoek inzake evacuatie Afghanistan ook interne adviezen en berichten van de beleidsafdeling IND (SUA) meesturen?

Antwoord:
Conform de Wob zullen alle in het Wob-verzoek gevraagde documenten worden opgestuurd voor zover de Wob daarop van toepassing is. Het Kabinet zal daarin zo veel mogelijk openheid betrachten.
Uw Kamer zal een overzicht van de in het kader van de Wob geopenbaarde informatie ontvangen bij of onmiddellijk na de openbaarmaking.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

176. Vraag:
Wat zijn de bevindingen van de pilots om het rechtsbijstand stelsel zoveel mogelijk te herzien? Wat zijn de ervaringen van rechtzoekenden met deze pilots? Ziet de minister mogelijkheden de pilots te institutionaliseren, zodat mensen die gebruik maken van mediation ook een beroep kunnen doen op de rechtsbijstand? Hoe gaat de minister de inzet stimuleren en de bekendheid van de mogelijkheid mediation vergroten?

Antwoord:
Momenteel bevindt het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand zich in de pilotfase die tot eind 2022 loopt. Het merendeel van de pilots loopt nog en een aantal pilots die zich in een afrondende fase bevinden, worden verder beproefd en doorontwikkeld. Eerste bevindingen zien met name op de toegevoegde waarde van betere samenwerking tussen hulpverleners, zoals wijkteams, sociaal raadslieden, Juridisch Loket en sociale advocatuur. Daardoor worden juridische problemen sneller gesignaleerd en effectiever opgepakt. Op basis van de evaluaties van de pilots wordt in een later stadium bezien welke elementen een plek kunnen krijgen in het nieuwe stelsel.

Het perspectief van de rechtzoekende en het zo vroeg mogelijk oplossen van een probleem, waarbij het beroep op mediation een belangrijke mogelijkheid is, staan centraal in de pilots. In de zesde voortgangsrapportage, die voor het kerstreces aan uw Kamer zal worden gezonden, wordt nader ingegaan op de diverse pilots en projecten.

In de brief van 25 juli 2021 (Kamerstuk II 2020/21, 29528, nr. 13.) wordt uitgebreid ingegaan op de maatregelen die worden genomen om het gebruik van mediation te stimuleren. Daarnaast wordt onderzocht of er aanvullende maatregelen zijn die kunnen worden genomen. Ook in de stelselvernieuwing rechtsbijstand is er aandacht voor het gebruik van mediation en wordt bekeken hoe het gebruik van mediation kan worden gestimuleerd. Overigens kunnen mensen die gebruik maken van mediation ook nu al een beroep doen op rechtsbijstand. In de Wet op de rechtsbijstand is voor minder draagkrachtigen de mogelijkheid opgenomen tot het ontvangen van een toevoeging voor mediation

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

177. Vraag:
Zijn in de begroting extra fondsen beschikbaar gemaakt voor rechtshulppakketten?

Antwoord:
De toekomstige rechtshulppakketten worden betaald uit het budget voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Het betreft immers gesubsidieerde rechtsbijstand die momenteel in de vorm van toevoegingen wordt verstrekt. Voor de ontwikkeling van de rechtshulppakketten door professionals uit de praktijk zijn wel incidentele middelen beschikbaar vanuit het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

178. Vraag:
Staat de staatssecretaris ook positief tegenover het verstrekken van 50 noodvisa aan internationale journalisten? Kan de staatssecretaris toezeggen dat dit dit jaar nog gebeurd?

Antwoord:
De minister van Buitenlandse Zaken is leidend in het visumbeleid en de visumafgifte. Nederland kent reeds verschillende procedures voor de afgifte van visa en verblijfsvergunningen voor mensen die al dan niet (tijdelijk) bescherming zoeken in Nederland. Wanneer een journalist in nood beroep doet op bescherming of opvang, wordt daarom op basis van de individuele situatie van betrokkene bekeken wat mogelijk is. Dit is eerder beschreven in de Kamerbrief over de uitvoering motie Dassen/Van der Lee over vergemakkelijken afgifte noodvisa journalisten van 23 augustus 2021.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

179. Vraag:
Wat is de rol van de IND bij evacuaties uit Afghanistan vóór 15 augustus?

Antwoord:
Voor 15 augustus was er geen sprake van evacuatie maar werden betrokken personen via reguliere vluchten naar Nederland overgebracht. Het betrof hier hoofdzakelijk tolken en hun gezinnen. De IND voerde de werkzaamheden conform de tolkenregeling uit 2014. Dit hield in dat de IND:

  • Via de ambassade een questionnaire toezond aan betrokkene en de gegeven informatie beoordeelde op onder andere de gezinssamenstelling;

  • de identiteitsdocumenten liet checken door KMar, een social media check deed met het oog op de nationale veiligheid; en

  • instemde met het verlenen van een visum voor de overkomst naar Nederland.

Voor de overkomst van het lokaal ambassadepersoneel heeft de IND voorlichting gegeven over de procedure en opvang in Nederland en is de IND betrokken geweest bij de beoordeling van de gezinssamenstelling.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

180. Vraag:
Kan de minister uitweiden over samenwerking met Europol en Eurojust inzake de bescherming van (internationale) journalisten?

Antwoord:
Persvrijheid is een belangrijk onderdeel van Nederlands buitenlandbeleid en Nederland zet zich hier wereldwijd voor in.

Journalisten moeten overal ter wereld ongehinderd hun werk kunnen doen.

Europol en Eurojust kunnen op verzoek van een of meer lidstaten een opsporingsonderzoek ondersteunen. Dat kan betrekking hebben op strafrechtelijk onderzoek, ook indien sprake is van strafbare feiten gepleegd tegen journalisten of in verband met bedreiging van journalisten.

Beide organisaties hebben bijvoorbeeld op verzoek van de betrokken nationale autoriteiten bijstand verleend aan het onderzoek naar de moord op de Slowaakse journalist Jan Kuciak.

Verder bestaat er een EU netwerk van diensten belast met de bescherming van publieke figuren waar methoden en expertise tussen diensten worden gedeeld.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

181. Vraag:
Welke stappen neemt de staatsecretaris, juist nu het systeem onder druk staat, om kwetsbare (kinderen en LHTBTQ) vluchtelingen te beschermen? Hoe wordt voorkomen dat kinderen niet hoeven te verhuizen tijdens het schooljaar?

Antwoord:
Het beleid van het COA zoals ook vastgelegd in de meerjarenstrategie van het COA is er op gericht om het aantal verhuisbewegingen, zeker voor kinderen, zoveel mogelijk te minimaliseren. Dit doet het COA onder andere door kinderen zoveel mogelijk te plaatsen op een azc met een langdurige bestuursovereenkomst.
Ingevolge de Opvangrichtlijn houdt SJenV te allen tijde rekening met de specifieke situatie van kwetsbare personen. Het asielproces brengt verplaatsingen met zich mee voor de betrokken vreemdelingen. Dit geldt ook voor (gezinnen met) kinderen. Verhuizingen vinden plaats, bijvoorbeeld vanwege een volgende stap in het asielproces, het sluiten van een locatie, op eigen verzoek van de vreemdeling, of voor het borgen van de veiligheid van op locatie.
Wanneer een verhuizing noodzakelijk is, wordt gebruik gemaakt van een ā€œverhuischecklistā€ voor het maken van afwegingen, een goede voorbereiding en gedegen afstemming met alle betrokken partners. Indien nodig gaat COA daarbij ook in gesprek met ouders over bewustwording van de impact op het kind bij verhuizen.
De daadwerkelijke verhuizing vindt, indien dit het gevolg is van het sluiten van een locatie, zoveel als mogelijk plaats in de schoolvakantie om de overgang minder abrupt te laten zijn.
Het aantal verhuisbewegingen van kinderen wordt ook gemonitord. De laatste cijfers, van 2020, zijn te vinden in de met uw Kamer gedeelde Staat van de Migratie.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

182. Vraag:
Wordt er gegarandeerd dat gezinnen apart kunnen slapen van alleenstaanden?

Antwoord:
Het COA zorgt ervoor dat in beginsel gezinnen zoveel mogelijk bij elkaar opvang wordt geboden en waar dat kan afgescheiden van alleenstaande bewoners. Dat betekent dat gezinnen op reguliere locaties in principe niet samen met alleenstaanden in ƩƩn kamer of unit geplaatst worden. Echter, gelet op het nijpende tekort aan opvangplekken bij het COA, alsook de aard van de verschillende noodopvanglocaties die het COA momenteel in gebruik heeft, wordt elk beschikbaar bed benut. Daarom kan niet worden gegarandeerd dat gezinnen te allen tijde apart slapen van alleenstaande bewoners.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

183. Vraag:
Hoe kan het dat er in navolging van de aangenomen motie Groothuizen nog steeds geen plan van aanpak ligt om een minimale veiligheidsstandaard te garanderen voor de kwetsbare asielzoekers?

Antwoord:
Per brief d.d. 5 maart jl.[1] is uw Kamer geĆÆnformeerd over de wijze waarop er uitvoering gegeven zal worden aan de motie Groothuizen. Daarin is een aantal concrete stappen genoemd waaronder een aantal minimumstandaarden zoals bijvoorbeeld centrale afspraken over de rol van aandachtsfunctionarissen en het creĆ«ren van meer bewustwording voor de kwetsbaarheid van lhbti’ers aan de hand van de regenboogagenda.

In dezelfde brief is ook aangegeven dat het WODC-onderzoek omtrent de opvang en begeleiding van lhbti-asielzoekers en bekeerlingen een belangrijke rol zou spelen in de verdere ontwikkeling van beleid. Dit onderzoek is vrijdag 19 november jl. gepubliceerd en met dit rapport in de hand zal in samenspraak met externe partijen bezien worden welke verdere minimumstandaarden geĆÆdentificeerd kunnen worden.

[1] Kamerstukken II, vergaderjaar 2020-2021, 19 637, nr. 2705.

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

184. Vraag:
Hoe kan het dat Nederland asielaanvragen van lhbtq’ers zo vaak afwijst ten opzichte van aanvragen in BelgiĆ« en Duitsland?

Antwoord:
Er kan niet zonder meer gesteld worden dat er meer LHBTI asielzoekers worden afgewezen in Nederland dan in Duitsland en Belgiƫ. De werkwijze in Nederland verschilt niet wezenlijk van de werkwijze die Belgiƫ en Duitsland hanteren. Wel is Nederland gebonden aan het eigen landenbeleid en de jurisprudentie van de Raad van State.
De IND beoordeelt elke asielaanvraag op individuele gronden. De IND hoor- en beslismedewerker probeert tijdens het gehoor het authentieke verhaal van de asielzoeker op papier te krijgen. Voor de beoordeling van asielaanvragen van bekeerlingen en LHBTI-zaken zijn gerichte Werkinstructies opgesteld (2019/18 en 2019/17). Aan de hand van deze Werkinstructies wordt beoordeeld of een bekeerling/afvallige of LHBTI in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. Bij de geloofwaardigheidsbeoordeling worden de individuele verklaringen van de vreemdeling over de persoonlijke ervaringen en het authentieke verhaal betrokken en wordt een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling door de IND gedaan. Uit het recente WODC onderzoek naar de evaluatie van de werkinstructies blijkt dat deze werkwijze aansluit bij de meest actuele theoretische inzichten. Hierover heeft de staatssecretaris uw Kamer per brief d.d. 1 oktober jl. geĆÆnformeerd (vergaderjaar 2021-2022, 19 637, nr. 2772).

Vragen van het lid Koekkoek, M. (Volt)

185. Vraag:
Inzake het wetsvoorstel van Europese Commissie om vervoersmaatschappijen verplichten tot deling van passagiersinformatie. Kan SJenV nu een indicatie geven voor Nederlandse inzet voor dit voorstel en is SJenV betrokken bij de onderhandelingen?

Antwoord:
Uw Kamer is over een mogelijk voorstel van de Europese Commissie over de herziening van de EU Advance Passenger Information (API) richtlijn (EU 2004/82 EG) geĆÆnformeerd (TK 22112 nr. 3162). Het betreft een aankondiging voor een eventuele uitbreiding van het API-systeem, naar onder andere intra-Schengen vluchten. Het kabinet staat hier in beginsel positief tegenover, omdat het de veiligheid kan vergroten en meer inzicht kan geven in migratiestromen binnen het Schengengebied zonder reisbewegingen te verstoren. Daarbij is het belangrijk zorgvuldig te kijken naar de gegevensbescherming. Zo moet onder andere het doelbindingsbeginsel voor ogen worden gehouden.

Aangezien de Commissie onlangs heeft aangegeven dat de herziening van de API-richtlijn pas eind 2022 is voorzien, is er op dit moment nog geen sprake van onderhandelingen. Uw Kamer wordt vanzelfsprekend nader geĆÆnformeerd zodra het voorstel van de Commissie bekend is.

186. Vraag:

Het lijkt alsof onze rechtstaat aan het afbrokkelen is. Zijn onze waarborgen voldoende?

Antwoord:

De Venetiƫcommissie was in haar recente rapport over de Nederlandse rechtsstaat kritisch en constructief. De Venetiƫcommissie constateert dat Nederland in algemene zin een goed functionerende rechtsstaat heeft, met sterke democratische instituten, en waardeert dat de instituties meteen aan de gang zijn gegaan om het vertrouwen te herstellen.
Zij geeft ook aan dat er op onderdelen wel het een en ander te verbeteren valt en heeft daar een aantal aanbevelingen voor gedaan, die zowel de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht aangaan. Het advies is - zoals u weet - uitgebracht op verzoek van de Voorzitter van de Tweede Kamer.
Nederland is een solide democratische rechtsstaat, maar er is wel iets aan de hand, zo veel mag duidelijk zijn naar aanleiding van de POK en het vervolg erop dit jaar. Daarom heeft het kabinet bijna 90 acties ingezet om de problemen aan te pakken en zo het geschade vertrouwen van de burger in de overheid terug te winnen. Zo is het kabinet bezig met de voorbereidingen voor de opdrachtverlening voor een staatscommissie rechtsstaat. Het streven is dat MBZK en MRb de conceptopdracht op korte termijn naar uw Kamer sturen.


Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)

187. Vraag:
SJenV zei dat de migratiecrisis zou zijn opgelost voor 1 november, hoe kijkt de staatssecretaris daar nu naar?

Antwoord:
Het is goed om te benadrukken dat er geen sprake is van een migratiecrisis, wel is er om verschillende redenen sprake van een tekort aan opvangplekken. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft gezegd dat er begin november 4.000 opvangplekken zouden zijn gerealiseerd. Dit is met hulp en inzet van alle betrokkenen, niet in de laatste plaats medeoverheden, gelukt. Door de hogere instroom dan verwacht en het achterblijven van de uitstroom naar gemeenten van de bijna 12.000 vergunninghouders die thans in de AZC's verblijven ziet het COA zich genoodzaakt om asielzoekers op te vangen in noodopvanglocaties. Kanttekening is evenwel dat dergelijke locaties veelal tijdelijk van aard zijn. Daarom wordt nu hard gezocht naar nieuwe, grotere opvanglocaties die op zeer korte termijn inzetbaar zijn en voldoen aan de gebruikelijke kwaliteitseisen. Aan medeoverheden is gevraagd om voor het einde van het jaar nog 3.500 extra opvangplekken te realiseren en 1.500 statushouders versneld uit te plaatsen (deel van de achterstand op de taakstelling).

Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)

188. Vraag:
Aanpak van SJenV inzake veilige-landers schiet tekort. Graag reactie van SJenV op het plan ā€˜Veilige-landers’ van JA21.

Antwoord:
De heer Eerdmans heeft in zijn eerste termijn een plan overgelegd met daarin 11 aanbevelingen. De staatssecretaris van JenV waardeert zeer het meedenken van individuele Kamerleden en wil recht doen aan deze aanbevelingen en deze goed bekijken. De staatssecretaris zal spoedig op deze aanbevelingen haar reactie geven.

Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)

189. Vraag:
Hoe kan het dat over enkele jaren 1/3 van de politie bestaat uit onervaren aanwas? Hoe kan het verwachte pensioengat bij de politie een verrassing zijn? En hoe gaat de politie deze uitdaging het hoofd bieden?

Antwoord:
Van 2018 tot en met 2024 is er een verwachte uitstroom van agenten die met pensioen gaan. Dat is een bovengemiddelde hoeveelheid mensen in die jaren. Het huidige kabinet heeft ingezet op een structurele uitbreiding van de politie. De uitbreiding van de bezetting en de vervanging van politiemedewerkers die met pensioen gaan, een flinke vervangingsvraag, kost tijd en verloopt gestaag: de bezetting en formatie komen vanaf 2024-2025 in balans. Deze in- en uitstroom vindt gefaseerd plaats. Hierdoor is ook de komende jaren sprake van een gebalanceerde mix aan ervaren en jonge goedopgeleide agenten. De kwaliteit van de Politieacademie, versterkt door de vernieuwing van de basispolitieopleiding, en de begeleiding in het korps borgen een ordentelijke vervanging. De Politieacademie heeft bovendien een kwaliteitsstelsel om de kwaliteit en actualiteit van het politieonderwijs te waarborgen en daarmee de kwaliteit van aspiranten die instromen als medewerkers in het korps.

Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)

190. Vraag:
Klopt het dat de norm betreffende hoeveelheid wijkagenten niet wordt gehaald?

Antwoord:
Voor het antwoord op deze vraag verwijst MJenV u mede naar de verzamelbrief politie van 19 november 2021. In deze brief staat dat deze norm gehaald wordt, we zitten er op dit moment iets boven. Wel is bekend dat in sommige gebieden de GGP onder druk staat. De gelden uit motie Hermans vormen hier een mooie verbeterstap in. Als het gaat over de politiecapaciteit, dan verdeelt de Minister van Justitie en Veiligheid deze over de eenheden, en binnen de eenheden bepaalt het lokaal gezag (burgemeester en openbaar ministerie) hoe het verdeeld wordt. Zo kan het dus zijn dat er op basis van lokaal maatwerk een andere keuze wordt gemaakt door het lokaal gezag.

Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)

191. Vraag:
Wij willen pleiten voor ā€œthree strikes you’re outā€, na derde vergrijp langdurig de gevangenis in. Graag reflectie hierop van de minister.

Antwoord:
Het concept van three strikes and you are out is bekend uit Britse en Amerikaanse wetgeving en gaat ervan uit dat de rechter bij een derde veroordeling voor een ernstig misdrijf in beginsel een levenslange gevangenisstraf moet opleggen.

Het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak hanteren beleidsregels waarin recidive als strafverzwarende omstandigheid wordt aangemerkt. Bij lichtere delicten kan recidive er ook toe leiden dat de officier van justitie niet zelf de zaak afdoet, maar de verdachte voor het herhaalde vergrijp dagvaart. Als zich gevallen voordoen waarin iemand in het verleden al voor een of meer zware delicten, waaronder levensdelicten, is veroordeeld, is het helemaal niet uitgesloten dat de rechter die voor de tweede of derde keer wordt geconfronteerd met zo’n zwaar delict, komt tot oplegging van levenslange gevangenisstraf. Daamee is het de facto al zo dat recidive leidt tot langere en zwaardere straffen.

Het kabinet is niet onmiddellijk voorstander van een systematiek waarbij de precieze strafverhoging ook automatisch vastligt, omdat daarmee onvoldoende ruimte overblijft om per individueel geval een passende straf op te leggen. Aan de andere kant ziet ook het kabinet de voordelen van het incapacitatie-effect als criminelen steeds weer in herhaling vervallen.

Vragen van het lid Eerdmans, J. (JA21)

192. Vraag:
Dank voor de brief over het Deens model. Hierin worden veel redenen aangegeven waarom dingen niet kunnen. Ik wil graag kijken wat er wel kan. Is het mogelijk dat ik met uw directie migratiebeleid ga zitten om te kijken wat er wel mogelijk is.

Antwoord:
Zoals altijd bestaat de mogelijkheid tot het afleggen van werkbezoeken aan onderdelen van de uitvoering van de migratieketen of het organiseren van technische briefings door uw Kamer waarbij ambtenaren kunnen worden uitgenodigd. Daarnaast is het altijd mogelijk schriftelijke vragen te stellen. Wij betrachten evenwel terughoudendheid als het gaat om het, buiten de genoemde mogelijkheden om, in gesprek treden met ambtenaren over vraagstukken die gaan over wenselijkheid van beleid. Die vraagstukken lenen zich bij uitstek voor het debat tussen het kabinet en uw Kamer.


Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

193. Vraag:
Hoe kunnen we de instituties van de rechtstaat zo goed mogelijk beschermen tegen cybercriminaliteit?

Antwoord:
De zorg voor cybersecurity is een onderdeel van de beveiliging van de betrokken organisaties. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) helpt organisaties binnen de Rijksoverheid, waaronder organisaties in de strafrechtketen, bij het treffen van maatregelen om de weerbaarheid te verhogen. Ook deelt het NCSC dreigings- en incidentinformatie met hen. Over het brede cybersecuritybeleid bent u geĆÆnformeerd met de Kamerbrief over de Nationale Cybersecurity Agenda (NCSA) van afgelopen juni. Bovendien is de opsporing van cybercrime als prioriteit van de politie opgenomen in de Veiligheidsagenda.

Ook worden maatregelen genomen om de mogelijkheden van de opsporing in de digitale wereld te versterken, zoals het verbeteren van de mogelijkheden voor internationale samenwerking. Hierover bent u onder meer geĆÆnformeerd met de Kamerbrief over de integrale aanpak van cybercrime van afgelopen juni.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

194. Vraag:
Wat kan er nog meer gedaan worden om websites die kinderporno uitzenden en prostitutiediensten aanbieden te verwijderen en de verspreiders ervan aan te pakken?

Antwoord:
Materiaal van online seksueel kindermisbruik is uiterst schadelijk en dit moet snel offline gehaald worden. In het kader van de publiek-private aanpak van online seksueel kindermisbruik heeft een groot deel van de providers zichzelf normen opgelegd. Op mijn verzoek publiceert de TU Delft rapportages over welke hosters dit materiaal hosten en hoe snel zij dit offline halen. Recent is een tussenrapportage van TU Delft ontvangen. Ik houd dit actief in de gaten en we roepen slecht presterende providers ter verantwoording. Zo blijven we zicht houden op hosters die zich onvoldoende inspannen.

Straks kan met de komst van de bestuursrechtelijke autoriteit (juni 2022) ook bestuursrechtelijk gehandhaafd worden op bedrijven die meldingen van kinderpornografisch materiaal niet accuraat wegwerken. Bovendien richten politie en OM zich op het opsporen van misbruikers, vervaardigers en verspreiders van dit soort afschuwelijk materiaal en op keyplayers in de netwerken daarachter.

Verder komt in het wetsvoorstel regulering sekswerk een vergunningplicht voor prostituees. Prostituees ontvangen een vergunningnummer wat vermeld dient te worden in advertenties op websites. Als dit niet of niet juist wordt gedaan moet hierop gehandhaafd worden. Ook worden faciliteerders die uit winstbejag betrokken zijn bij illegale prostitutie strafbaar gesteld.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

195. Vraag:
Hoe kan de minister zorgen dat sancties volledig, effectief en snel ten uitvoer worden gelegd, juist ook daar waar het om kwetsbare mens gaat die in de knel zitten?

Antwoord:

  • Uitgangspunt bij het uitvoeren van sancties is dat deze volledig, effectief en snel plaats vinden.

  • Dat geldt zeker ook voor daders die een schadevergoeding aan een slachtoffer moeten betalen. Voor deze maatregel geldt dat die niet kan worden ontlopen door hechtenis of gijzeling. De verplichting tot het betalen van de schadevergoeding vervalt daarmee niet en loopt ook tijdens detentie gewoon door.

  • Het CJIB doet er alles aan en heeft diverse mogelijkheden om betaling af te dwingen. Denk aan verhogingen of de inzet van een gerechtsdeurwaarder.

  • Daarnaast bestaat er voor slachtoffers de mogelijkheid om gebruik te maken van een voorschotregeling tot een maximum van 5.000 euro.


Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

196. Vraag:
Gaat de minister iets doen om kansarme kinderen die in aanmerkingen komen voor adoptie in contact te brengen met mogelijke adoptie ouders in Nederland?

Antwoord:
Voor de zomer heeft MRb met de Tweede Kamer gesproken over de toekomst van interlandelijke adoptie. MRb heeft toegezegd voor het einde van het jaar een brief aan de Tweede Kamer te sturen over de toekomst van interlandelijke adoptie. Daar zal deze vraag ook in worden meegenomen.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

197. Vraag:
Welke stappen neemt de minister om de politie haar taken uit te laten voeren en de problemen van vandaag en morgen het hoofd te kunnen bieden?

Antwoord:
Het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland is een opgave van continue aandacht en investeringen. Dat is niet begonnen bij dit kabinet en houdt ook niet op aan het einde van onze termijn. Daarom heeft MJenV ambtelijk samen met de politie, het OM en de regioburgemeesters gewerkt aan ambities voor de komende kabinetsperiode. Dit is het position paper dat MJenV op 25 maart 2021 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De extra intensiveringen in ondermijning en veiligheid dragen hier aan bij, evenals investeringen in de wijk en in IV/interceptie. Welke investeringen hieruit uiteindelijk aanvullend gedaan worden is aan het volgende kabinet.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

198. Vraag:
Hoe moeten de IND en COA het komende jaar rondkomen met minder geld, maar met dezelfde instroom? Is de Staatsecretaris het eens dat er een structureel grotere zak geld nodig is voor de uitvoering, en hoeveel geld is er nodig voor het doorvoeren van de aanbevelingen die voortkomen uit de doorlichting van de uitvoering?

Antwoord:
In de begroting voor 2022 zijn voor de komende jaren geen bezuinigingen voorgesteld voor het COA en de IND. Het beschikbare budget voor het COA en IND wordt door middel van de gebruikelijke bekostigingsafspraken jaarlijks geactualiseerd op basis van de meest recente ramingen.

In de begroting 2022 is een financiƫle reeks verwerkt op basis van de besluitvorming bij voorjaarsnota 2021. Basis daarbij was de raming uit februari 2021 waarbij het de verwachting was dat de asielinstroom lager zou worden en dat uitstroom van vergunninghouders op peil zou blijven. Op basis hiervan zijn de benodigde middelen voor 2021 en 2022 aangepast en toegekend.

Al bij de komende Najaarsnota en vervolgens bij Voorjaarsnota 2022 zal het geactualiseerde beeld ten aanzien van de bezetting van het COA voor 2022 en verder, op basis van de Meerjaren Productie Prognose (MPP) van februari 2022, worden voorgelegd aan het kabinet. De geactualiseerde MPP-cijfers vormen de basis voor de besluitvorming over additionele middelen.

Het doorvoeren van de aanbevelingen die voortkomen uit doorlichting worden zoveel als mogelijk met bestaande middelen gefinancierd. Waar bij de uitwerking van deze maatregelen aanvullende middelen benodigd zijn, worden deze bij de reguliere begrotingsbesluitvorming betrokken.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

199. Vraag:
Is SJenV bereid de grenzen te sluiten voor veilige landers?

Antwoord:
Zoals vaker met uw Kamer gewisseld is het, mede op basis van internationale verdragen en EU-recht, niet mogelijk de grenzen voor personen uit veilige landen te sluiten. Wel is het mogelijk asielverzoeken van personen uit veilige landen in een versnelde procedure te behandelen en hen op te vangen in sobere opvang. Dat is dan ook het uitgangspunt van het kabinetsbeleid.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

200. Vraag:
De huidige verdeling van wijkagenten krijgt onvoldoende aandacht. Is de minister bereid onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid om wijkagenten beter te verdelen?

Antwoord:
MJenV gaat over de verdeling van de capaciteit over de eenheden. Hoe de capaciteit binnen de eenheid wordt ingezet, is aan het gezag (de burgemeester en de officier van justitie). Het past niet bij de stelselverantwoordelijkheid van MJenV als hij een rol gaat spelen in de verdeling binnen de eenheden, daar is het gezag primair aan zet. Wat MJenV wel kan doen is dit ter sprake brengen in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

201. Vraag:
Gaat minister de nationaal coƶrdinator antisemitismebestrijding verlengen? Kan hij toezeggen dat dit niet ondergebracht wordt bij de Nationaal Coƶrdinator tegen Discriminatie en Racisme?

Antwoord:
Het is mijn bedoeling de financiering van de NCAB en zijn ondersteuning structureel te maken en voor dat doel een half miljoen per jaar op de begroting te reserveren.

Het lijkt de MJenV wel goed dat de NCAB en de NCDR naar synergie zoeken, bijvoorbeeld door hun backoffice en kennis met elkaar te delen. Zo wordt geborgd dat de bestrijding van antisemitisme de aandacht blijft houden die het verdient, maar wordt tegelijkertijd samenhang gerealiseerd tussen de aanpak van antisemitisme en de bestrijding van andere vormen van discriminatie.


Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

202. Vraag:
In het rapport ongekend onrecht was sprake van een gebrek aan rechtsbijstand. Gefinancierde rechtsbijstand was dan ook een aanbeveling, ook in de bezwaar- en beroepsfase. Hoe kijkt MRb hiernaar?

Antwoord:
Aanvragen om gesubsidieerde rechtsbijstand voor de bezwaarfase in belastinggeschillen worden getoetst aan zelfredzaamheid. In hoeverre kan iemand zelf zijn belang behartigen, al dan niet met behulp van iemand anders dan een advocaat? Dat is een belangrijke afweging voor de toekenning van rechtsbijstand. Een afweging die begrijpelijk is vanuit de doelstelling om het stelsel betaalbaar te houden, maar in de praktijk mogelijk te stringent is toegepast. Overigens is in 2013 het beleid van de Raad voor Rechtsbijstand zo aangepast (door middel van een aanpassing van de werkinstructies) dat in kinderopvangtoeslagzaken juridische en/of feitelijke complexiteit aangenomen wordt als er sprake is van een gastouderbureau/bemiddelingsbureau die een wanordelijke boekhouding heeft gevoerd. Daarmee werden dergelijke zaken ook in de bezwaarfase toevoegingswaardig.

Voor rechtsbijstand in de beroepsfase geldt die toets overigens niet. Dat betekent dus dat er alleen in de bezwaarfase sprake kon zijn van geweigerde rechtsbijstand in belastingzaken als er geoordeeld werd dat men geen advocaat nodig had om bezwaar te maken. Uit gesprekken met de Raad voor de Rechtspraak is gebleken dat zij van advocaten te horen hadden gekregen dat ze voor het beroep geen rechtsbijstand meer aanvroegen, gelet op de strikte lijn die door rechtbanken en Afdeling bestuursrechtspraak werd gevoerd in dergelijke zaken.
MRb heeft sinds april van dit jaar de Regeling Advies Toevoeging Zelfredzaamheid (RATZ) ingevoerd om te stringente toepassing van zelfredzaamheid in onder andere belastingzaken te ondervangen. Met deze regeling worden burgers, die anderszins niet of niet goed geholpen(kunnen) worden, zo snel mogelijk van rechtshulp voorzien. In deze regeling is specifieke aandacht voor de door de onderzoekscommissie genoemde voorbeelden over bezwaren in belastingzaken en afbetalingsregelingen.

Daarnaast doet het WODC onderzoek naar de beoordeling van de Raad voor Rechtsbijstand in kinderopvangtoeslagzaken en de rol van het Ministerie van Justitie & Veiligheid daarbij. Daarbij wordt ook gekeken hoe het begrip zelfredzaamheid in de praktijk moet worden toegepast. Mrb verwacht de resultaten in de eerste helft van 2022. Bij het vervolg op de RATZ en het WODC onderzoek wordt de aanbeveling uit het reflectierapport bestuursrechtspraak betrokken. Ook zal gekeken worden welke ruimte er binnen de bestaande regelgeving is, met als doel de uitsluitingsgronden in de toekomst minder strikt te hanteren.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

203. Vraag:
Hoe is het mogelijk dat de overheid in een democratische rechtstaat zo georganiseerd is dat ze door middel van discrimineren op nationaliteit en inkomen de meest kwetsbare burgers het recht hebben ontnomen en aan hun lot hebben overgelaten? Wat is dit voor rechtstaat? Kan de Minister hierop reflecteren?

Antwoord:
Het kabinet heeft in zijn reactie aan de Tweede Kamer van 15 januari 2021 op het rapport ā€œOngekend Onrechtā€ aangegeven dat in de toeslagenaffaire de grondbeginselen van de rechtsstaat zijn geschonden. In de kabinetsreacties op de rapporten ā€œOngekend Onrechtā€ en ā€œWerken aan Uitvoeringā€ (WAU) en de diverse vervolgbrieven hierover is uiteengezet
welke acties zijn en worden ingezet als het gaat om het versterken van de dienstverlening door de overheid, het verbeteren van wet- en regelgeving en de aansluiting tussen beleid en uitvoering. Als het gaat om de versterking van de kwaliteit van beleid en wetgeving is in het bijzonder de brief van de minister voor Rechtsbescherming van 25 juni 2021 van belang. Daarnaast zijn de reflectierapporten van zowel de Raad van State als de bestuursrechters relevant. In deze rapporten reflecteren de bestuursrechters zelf op verbeteringen voor
de rechtsbescherming van burgers. Waar het gaat om het gebruik door de overheid van persoonsgegevens die zijn gerelateerd aan iemands afkomst kan worden gewezen op de eerste voortgangsrapportage over de uitvoering van de moties van Marijnissen c.s. en Klaver c.s. relevant, die de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 21 oktober 2021 aan de Tweede Kamer heeft gezonden. Tot slot is in dit kader van belang dat per 15 oktober 2021 een Nationaal Coƶrdinator Discriminatie en Racisme is aangesteld, zoals de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer heeft gemeld. Het is duidelijk dat het onrecht en het leed dat aan tienduizenden ouders en hun kinderen is aangedaan het vertrouwen in de rechtsstaat ernstig heeft aangetast. Goede rechtsbescherming is een van de pijlers van onze rechtsstaat. Daarom zet het kabinet alles op alles om dit vertrouwen te helpen herstellen. De hierboven beschreven maatregelen zijn onderdeel van die inzet.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

204. Vraag:
Zijn er nog meer slachtoffers van de onrechtmatige werkwijze van de NCTV?

Antwoord:
In zijn algemeenheid wordt niet ingegaan op individuele zaken. Verzoeken om inzage dan wel verwijdering van persoonsgegevens worden van geval tot geval beoordeeld. Over de werkzaamheden van de NCTV is de Tweede Kamer meermaals geĆÆnformeerd. De Tweede Kamer is hierover per brief van 12 april 2021, 21 mei 2021 en 2 november 2021 geĆÆnformeerd. Voor wat betreft de werkwijze van de NCTV is in de kamerbrief van 12 april 2021 toegelicht, en dat heeft de MJenV tijdens het debat met uw Kamer op 15 juni 2021 herhaald, dat binnen de NCTV vaker discussie is geweest over de juridische grondslag van internetmonitoring, maar dat de heersende opvatting steeds is geweest dat er een algemene rechtsgrondslag voor deze activiteit was, ook al was die niet vastgelegd in een formele wet. Internetmonitoring door de NCTV is een werkwijze waarover de Tweede Kamer door de jaren heen meermaals is geĆÆnformeerd, waarover in het verleden transparantie is betracht door het aan te melden voor het openbare verwerkingenregister onder het destijds geldende regiem van de Wet bescherming persoonsgegevens en waarover niet door een rechter of toezichthouder was geoordeeld dat de juridische grondslag ontbrak.

Door het project Taken en Grondslagen kwam de NCTV zelf tot het inzicht dat die algemene rechtsgrondslag gezien de rechtsontwikkeling naar huidige maatstaven als juridisch kwetsbaar moet worden bestempeld en dat de tot dan toe gehanteerde juridische grondslag, verstevigd zou moeten worden door de introductie van een grondslag in een formele wet. Op grond van de conclusies van dit project zijn bepaalde werkzaamheden per 31 maart 2021 gestaakt, nog meer werkzaamheden zijn gestaakt na correspondentie met de AP en is het wetsvoorstel Wet verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid naar uw Kamer verzonden ter behandeling. Vervolgens is, daarin gesterkt door de aangenomen motie van het lid Michon-Derkzen tijdens het debat van 15 juni 2021 om met spoed met een bijzondere wettelijke grondslag te komen voor de NCTV om persoonsgegevens te verwerken voor de uitvoering van zijn bestaande analyse- en coƶrdinatietaken, de hoogste prioriteit gegeven aan het aangekondigde voorstel voor een Wet verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid. Voor het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid kan gemeld worden dat, zoals gebruikelijk bij dit soort belangrijke wetsvoorstellen, er een consultatieronde is geweest, de Autoriteit Persoonsgegevens om advies is gevraagd, en daarna de Raad van State heeft geadviseerd. Met het verwerken van deze adviezen zijn extra waarborgen in het wetsvoorstel opgenomen, dat op 9 november aan de Tweede Kamer is verzonden. Bij de behandeling van dit wetsvoorstel kan hierover nader met de Tweede Kamer worden gesproken.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

205. Vraag:
Discriminatie en onrechtmatig handelen door algoritmen komen voor. Hoe gebeurt de toetsing van algoritmes door een ethische commissie? Is er een algoritmeregister en wordt dat geregistreerd?

Antwoord:
MJenV benadrukt nogmaals dat de wijze waarop nieuwe technologieƫn worden ingezet altijd in overeenstemming moet zijn met onze rechtsstaat.

Aan het begin van dit jaar is de motie van het lid Klaver c.s. (Kamerstukken 2020/21, 35 510, nr. 16) die pleit voor een algoritmeregister aangenomen door uw Kamer. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken heeft aangegeven dat uw Kamer in januari 2022 door hem zal worden geĆÆnformeerd over de voortgang op deze motie. Vooruitlopend hierop, en in afstemming met het ministerie van BZK is er binnen het Ministerie van JenV reeds een werkgroep transparantie en algoritmeregister gestart. Die werkt aan het bevorderen van transparantie in het werken met algoritmes binnen JenV.

Voor het uitvoeren van een ethische toets voor het gebruik van nieuwe technologieƫn bij de politie geldt dat zij telkens met voldoende ethische en juridische waarborgen omkleed moeten zijn voordat zij toegepast kunnen worden in de taakuitvoering door de politie. De politie beschikt over en investeert in ethische deskundigheid om de inzet van technieken niet alleen rechtmatig maar ook op ethisch verantwoorde wijze te doen. Ook heeft zij een Ethische Klankbordgroep Politie in het leven geroepen met externe deskundigen om ethische vraagstukken te toetsen. Daarnaast moet conform de Wpg ook een gegevensbeschermingeffectbeoordeling (GEB) worden uitgevoerd wanneer de verwerking waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van personen oplevert. Tenslotte is de Europese Commissie in aanvulling op de bestaande wettelijk vastgestelde regels met een voorstel voor een AI Verordening gekomen.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

206. Vraag:
De Kamer weet van de NCTV casus via de klokkenluiders. Kan de minister een eind te maken aan de jacht op klokkenluiders?

Antwoord:
Per brief van 22 november jl. is de Tweede Kamer geĆÆnformeerd dat er geen onderzoek wordt gedaan naar een klokkenluider. Een klokkenluider verdient te allen tijde bescherming. Voor het overige geldt dat wet- en regelgeving bepalen dat iemand die in strijd met die wet- en regelgeving informatie lekt, niet als een klokkenluider beschouwd kan worden.
In de Tweede Kamer is de nieuwe wet bescherming Klokkenluiders aanhangig. Met de rechtstreekse werking van de EU-richtlijn wordt de positie van klokkenluiders verder verbeterd. Deze wet en EU-richtlijn geven een sterkere bescherming aan personen die misstanden of inbreuken van Unie recht openbaar maken. Los hiervan geldt voor medewerkers van het ministerie JenV een geheimhoudingsplicht die gehandhaafd moet worden als er aanwijzingen zijn dat die geheimhouding is geschonden. In dat verband lopen er op dit moment twee onderzoeken naar gelekte departementaal gerubriceerde documenten die terecht zijn gekomen bij partijen die daartoe niet gerechtigd zijn Ć©n die vallen onder de geheimhoudingsplicht van ambtenaren. Vanuit de verantwoordelijkheid voor het creĆ«ren van een veilige werkomgeving voor alle medewerkers van het ministerie kan het in sommige situaties nodig zijn om aangifte te doen als vertrouwelijke informatie weglekt. Medewerkers moeten erop kunnen vertrouwen dat informatie van hun hand niet door collega’s buiten hun medeweten om wordt verstrekt aan onbevoegde derden. Juist binnen een organisatie als de NCTV, waar vertrouwelijkheid van cruciaal belang is, is het lekken van gerubriceerde documenten zorgelijk. In ƩƩn van de twee hierboven genoemde onderzoeken heeft deze overweging inmiddels geleid tot het doen van aangifte en daartoe doet de Rijkrecherche onderzoek. Over de onderwerpen van betreffende documenten doe ik geen uitspraken in het belang van het onderzoek.
Mocht gaandeweg de onderzoeken naar de gelekte documenten toch blijken dat de medewerker(s) is (zijn) te beschouwen als klokkenluider die voldoet(n) aan de gestelde voorwaarden uit de wet en EU-richtlijn en indien gaandeweg zou blijken dat de keuze van de medewerker(s) voor schending van de geheimhoudingsplicht voldoet aan de rechtvaardigingsgronden voor openbaarmaking, zoals bedoeld in de EU-Richtlijn, zal er vanzelfsprekend op worden toegezien dat de medewerker(s) niet benadeeld wordt(en) conform de wet en EU-richtlijn.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

207. Vraag:
Waarom wil de minister geen antwoord geven op de gestelde vragen over de situatie rond het infiltratieonderzoek van commercieel bedrijf NTA, gefinancierd door de NCTV? Waarom wil de minister zich daarover niet verantwoorden?

Antwoord:
Recentelijk is veel aandacht geweest voor de berichtgeving rondom de krachtenveldanalyses die bepaalde gemeenten hebben laten uitvoeren door het adviesbureau NTA. De Kamervragen die DENK hierover heeft gesteld zijn nog in behandeling en zullen spoedig naar de Kamer verstuurd worden. Tevens heeft de Kamer een debat aangevraagd over de rol en werkwijze van de NCTV alsmede de berichtgeving onderzoeken van NTA. Zodoende zal hier spoedig uitgebreid met de Kamer over gesproken worden. Op 26 oktober jl. is de Tweede Kamer reeds bij brief over deze kwestie geĆÆnformeerd. Omdat de precieze afspraken over de uitvoering en oplevering van de krachtenveldanalyses gemaakt zijn tussen gemeenten en NTA, kunnen er geen uitspraken gedaan worden over de vraag of er onrechtmatige onderzoeksmethodieken hebben plaatsgevonden. Burgemeesters zullen in de verschillende gemeenten hun raden hierover informeren. Wel kan geconstateerd worden dat de gemeenten nadrukkelijker gewezen hadden kunnen worden op de vragen die binnen de NCTV leefden over gehanteerde werkwijze door externe partijen, evenals op de beperkingen volgend uit de privacywetgeving voor lokale opdrachten voor analyses. In algemene zin blijven gemeentes altijd zelf verantwoordelijk voor de besteding van gelden conform geldende wet- en regelgeving.

De zorgen van de Islamitische gemeenschappen over deze onderzoeken zijn begrijpelijk en daarover wordt reeds het gesprek gevoerd met deze gemeenschappen. Het vertrouwen herstellen heeft nu prioriteit omdat de gemeenschappen essentieel zijn in de preventie van radicalisering.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

208. Vraag:
Ik roep SJenV op om in Europees verband haar ambtsgenoten aan te spreken op de situatie aan de Poolse grens en de inzet van vluchtelingen voor politieke belangen, en de gewelddadige pushbacks op open zee, en dit gedrag sterk te veroordelen. Is SJenV bereid dat ook vandaag hier in de TK te doen?

Antwoord:
Lidstaten zijn zelf primair verantwoordelijk voor de uitvoering van grenstoezicht. Voor lidstaten aan de buitengrenzen is dit niet altijd eenvoudig. Echter staat voorop dat optreden aan de grens altijd in lijn moet zijn met Europees en internationaal recht.

Bij beschuldiging van pushbacks is het belangrijk dat hier serieuze opvolging aan wordt gegeven. Als hoeder van de verdragen zit de Commissie hier bovenop. Zo assisteert de Commissie bij het opzetten van monitoringsmechanismen, zoals dit bijvoorbeeld in Kroatiƫ recent is opgezet.

Nederland benadrukt veelvuldig op politiek niveau het belang van het naleven van het EU- en internationaal recht bij grensbewaking, ook als follow-up van diverse moties in de Kamer. De staatssecretaris van JenV deed dit onlangs nog tijdens de JBZ-Raad van oktober. Ook heeft minister-president Rutte tijdens de Europese Raad van oktober zijn zorgen uitgesproken over berichtgeving over vermeende pushbacks en benadrukt dat het handelen aan de grens altijd in lijn dient te zijn met Europees en internationaal recht. Ook brengt de staatssecretaris deze problematiek actief op in contacten met haar collega’s, zoals afgelopen maand in gesprek met haar Griekse en Kroatische ambtsgenoten. Nederland zal dergelijke boodschappen blijven afgeven.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

209. Vraag:
Gaat de Minister gehoor geven aan oproep beschreven in de brandbrieven inzake politiecapaciteit en onderbezetting?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 12, 17 en 111.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)


210. Vraag:
Als we kijken naar de toegang tot het recht kunnen we niet voorbij aan het toeslagenschandaal. Wat is de rol van de rechtspraak hierin?

Antwoord:
Zowel de bestuursrechters als de Afdeling bestuursrechtrechtspraak van de Raad van State hebben op hun eigen functioneren gereflecteerd.
Zij hebben confronterende conclusies getrokken over het eigen handelen, waardoor veel burgers klem kwamen te zitten, en trekken daar lering uit.
Zij gaan daar zelf mee aan de slag. De inhoud van het rechterlijk werk is de verantwoordelijkheid van de onafhankelijke bestuursrechter zelf. Daarom is het zo belangrijk dat de rechterlijk organisaties dit onderzoek zelf hebben gedaan en hard werken aan een zo optimaal mogelijke bestuursrechtspraak. En dat kan helpen om te voorkomen dat burgers opnieuw klem komen te zitten tussen de raderen van wetgeving, bestuur en bestuursrechtspraak.
Dat is een streven dat het kabinet van harte omarmt en het kabinet heeft daarom ook zelf een groot aantal acties ingezet. Dit alles maakt het onrecht niet ongedaan, maar kan het mogelijk wel in de toekomst voorkomen.


Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)

211. Vraag:
We moeten ervoor zorgen dat mensen zich thuis zo veilig mogelijk voelen, om zo fysiek leed en angst te voorkomen zeker onder ouderen en kwetsbaren. Er bestaat in sommige gemeenten een speciale subsidie om koopwoningen te beveiligen. Kan de minister aangeven hoeveel gemeenten deze subsidie hebben voor beveiligen voor huis? Zijn er ook subsidiemogelijkheden voor huurwoningen? Hoe bekend is deze subsidieregeling?

Antwoord:
Het is aan gemeenten zelf ervoor te kiezen een subsidie te verstrekken. Het is niet bekend om hoeveel gemeenten het gaat. Wel is bekend dat gemeenten eigen keuzes maken voor het subsidiƫren van particuliere woningen of, zoals de gemeente Amsterdam, woningcorporaties, waar ook veel ouderen wonen. Hiermee worden bijvoorbeeld sloten verbeterd of andere maatregelen genomen.

Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)

212. Vraag:
Waarom moet ieder jaar opnieuw subsidieaanvraag worden ingediend voor de veiligheids-10-daagse? Waarom geen langlopend programma met projectleider bij het ministerie om het langdurig te borgen?

Antwoord:
De veiligheids-10-daagse is sinds 2019 vervangen door de maand van de senioren. Hierdoor kunnen alle seniorenorganisaties participeren. De organisaties hoeven hier geen subsidie voor aan te vragen.

Kwetsbare groepen verdienen onze aandacht. Zolang senioren regelmatig slachtoffer worden van (digitale) criminaliteit zal deze campagne in de maand april herhaald worden en zijn er beperkte subsidiemogelijkheden voor informatieavonden en bijeenkomsten voor senioren.

Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)

213. Vraag:
Hoeveel mensen worden bereikt met de campagne Senioren en Veiligheid? Is de minister van plan om deze campagne jaarlijks te gaan herhalen?

Antwoord:
De campagne Senioren en Veiligheid bestaat uit verschillende onderdelen.

  • De webinars die door Catherine Keijl zijn gepresenteerd zijn door ruim 15.000 senioren bekeken.

  • Op de website maakhetzeniettemakkelijk.nl is in de campagnemaand informatie en advies met handelingsperspectief geplaatst. In april 2019 had de website ruim 40.000 unieke bezoekers die langer dan drie minuten op de site bleven. De cijfers van 2020 zijn niet bekend.

  • De campagne wordt door vele gemeenten en partners zoals politie, ouderenbonden en bibliotheken ondersteund. De ondersteuning bestaat uit het verspreiden van de informatiefilmpjes en andere content op social media.

Kwetsbare groepen verdienen onze aandacht. Zolang senioren regelmatig slachtoffer worden van (digitale) criminaliteit zal deze campagne in beginsel jaarlijks in de maand april herhaald worden.

Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)

214. Vraag:
Een aantal gemeenten heeft in 2019 een pilot gedaan door bewoners in wijken met veel inbraken gratis of gesubsidieerd een digitale deurbel op te laten hangen. Wat zijn de lessons learnt van deze pilot? Als deze pilot succesvol was: is deze pilot ook omgezet naar een langlopend programma? Hoeveel gemeenten meedoen of hebben gedaan.

Antwoord:
Er is aan vier gemeenten een bijdrage verstrekt voor een pilot met digitale deurbellen (Almere, Nissewaard, Den Haag, Eindhoven).
Deze pilots zijn inmiddels ten einde. Uit de pilots bleek dat bewoners zich over het algemeen veiliger voelden na het installeren van de digitale deurbel.

De lessons learned, met name ten aanzien van de privacy-aspecten, worden nog op de site van het CCV geplaatst.
In de pilot Almere een Programma van Eisen deurcamera’s opgesteld door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Hierin staan de specificaties waaraan het systeem van de deurcamera moet voldoen. Daarin is met name aandacht besteed aan de regels omtrent het ophangen van de camera’s zodat de camera’s niet op de openbare weg zijn gericht.

Het is aan gemeenten om te besluiten of ze in het kader van het gemeentelijk preventiebeleid de digitale deurbel willen inzetten/subsidiƫren.
Daarbij kunnen ze gebruik maken van de lessen die zijn opgedaan tijdens de pilots.

Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)

215. Vraag:
Het politiekorps vergrijst, voldoende instroom is van belang. De politiebonden eisen 300 miljoen extra. Kan de Minister een reactie geven op deze brandbrief?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 12 en 17.

Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)

216. Vraag:
Graag een reactie van de minister op het voorstel om ouderen persoonlijk te gaan bereiken d.m.v. voorlichting in bijvoorbeeld buurtcentra en thuis.

Antwoord:
Door corona zijn fysieke bijeenkomsten en informatieavonden niet mogelijk geweest. Wanneer dergelijke bijeenkomsten weer mogelijk zijn, zullen deze in samenwerking met de verschillende ouderenbonden worden georganiseerd. Ten aanzien van de vorm zal nog overleg plaatsvinden.

Vragen van het lid Haan, L. de (Lijst den Haan)

217. Vraag:
Kan de minister aangeven waarom er niet in veel meer gemeenten ingezet wordt op het tegengaan van mishandeling van ouderen in financiƫle zin? Wat doen gemeenten en is dat genoeg? Er is landelijk regie nodig en het is belangrijk dat dit van VWS overgaat naar JenV zoals toegezegd door SVWS. Kan de minister aangeven hoe het daarmee staat?

Antwoord:

  • In veel gemeenten wordt ingezet op het tegengaan van (financiĆ«le) mishandeling van ouderen.

  • Bijna alle 28 regio’s van het programma Geweld hoort nergens thuis geven aan over een aanpak ouderenmishandeling te beschikken.

  • Momenteel wordt met gemeenten een plan uitgewerkt om een expert pool op het gebied van ouderenmishandeling in te stellen.

  • Gemeenten kunnen hiermee experts inhuren om hen te ondersteunen in het ontwikkelen van de aanpak ouderenmishandeling.

  • Het voornemen is om financieel misbruik als specifiek thema hierin mee te nemen.

  • De start van deze expertpool wordt begin volgend jaar verwacht.

  • Tenslotte zal de staatssecretaris van VWS de regie blijven voeren op de aanpak van financiĆ«le ouderenmishandeling.

Gemeenten zijn onder de Wmo 2015 verantwoordelijk voor het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, waaronder ouderenmishandeling. De minister van VWS is verantwoordelijk voor de Wmo, dus overdragen van de beleidsverantwoordelijkheid op dit thema is niet aan de orde.

Als het gaat over de strafrechtelijke aanpak van alle vormen van mishandeling, dan ligt de verantwoordelijkheid uiteraard bij J&V. Om die reden trekken wij nauw samen op in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, ook met de VNG.


Vragen van het lid Plas, C. van der (BBB)

218. Vraag:
Grote delen van het platteland zijn beland in een cyclus van drugscriminaliteit. De minister maakt zich hier zorgen over, dus ik hoor graag welke actieprogramma’s zullen worden ondernomen om deze cyclus te doorbreken en welke concrete resultaten er tot nu toe zijn geboekt om de drugscriminaliteit op het platteland aan te pakken?

Antwoord:
Binnen de aanpak van ondermijnende criminaliteit wordt met meerdere acties ingezet op een weerbaar en veilig buitengebied. RIECs ondersteunen gemeenten in hun aanpak o.a. door het aanbieden van analyses en het aanstellen van een projectmanager specifiek voor het buitengebied. JenV financiert daarnaast twee pilots van ZLTO. De eerste pilot betreft een vertrouwenspersoon voor agrarische ondernemers en bewoners in het buitengebied. De tweede pilot betreft het zoeken naar integrale beleidsoplossingen voor problematiek rond leegstand van agrarisch vastgoed. Ook wordt het Keurmerk Veilig Buitengebied steeds vaker ingezet. Lokaal maken publieke en private partijen afspraken om criminaliteit aan te pakken. Hiervoor wordt een netwerk met de betrokken partijen opgezet, wordt toezicht geregeld en worden voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Door deze acties worden buitengebieden weerbaarder tegen drugscriminaliteit.

Vragen van het lid Plas, C. van der (BBB)

219. Vraag:
Wat doet MJenV om de inbraken en geweld op platteland door dierenactivisten te voorkomen? Hoe hoog staat dierenactivisme op de agenda?

Antwoord:
Actievoeren is toegestaan, tenzij het gaat om strafbare (voorbereidings)handelingen of vormen van extremisme. Daar is aandacht voor bij de betrokken opsporingsdiensten.
In navolging van eerdere incidenten hebben MJenV en de politie afspraken gemaakt met de landbouworganisaties LTO en Producenten Organisatie Varkenshouderij over uitwisseling van informatie en het instellen van contactpunten. Tevens is er een factsheet opgesteld voor boerenbedrijven en organisaties die te maken kunnen krijgen met dierenrechtenextremisme en strafbare uitingen van dierenrechtenactivisme. Hierin staat wat men kan doen bij verdachte situaties, bij bezettingen, bij slachtofferschap en wat men in welke situatie kan verwachten van overheidspartijen. Bovendien heeft de politie een handelingskader opgesteld, met operationele adviezen voor de politie in het hele land.

Vragen van het lid Plas, C. van der (BBB)

220. Vraag:
Hoe staat de minister tegenover het vuurwerkverbod? Na ook de recente kritiek? Hoe denkt de minister het vuurwerkverbod te handhaven? Hoeveel inzet is nodig de komende maanden en gedurende oudjaarsnacht? Wat gaat het de burger kosten? Kan de minister de toegenomen werklast op agenten toelichten?

Antwoord:

  • Voor deze jaarwisseling bereidt het kabinet opnieuw een tijdelijk verbod voor op de verkoop- en het afsteken van consumentenvuurwerk.

  • Het kabinet wil daarmee de druk op de zorg verminderen.

  • Vorig jaar heeft een tijdelijk vuurwerkverbod 70% minder vuurwerkletsel opgeleverd en daarmee de zorg ontlast.

  • Het kabinet komt de vuurwerksector met een passende compensatie tegemoet net als vorig jaar.

  • MJenV begrijpt dat dit verbod voor veel liefhebbers van vuurwerk teleurstellend is.

  • De verkoop- en het afsteken van vuurwerk in de lichtste categorie blijft toegestaan. Het gaat dan om sterretjes, trektouwtjes en sierfonteintjes die het hele jaar door verkocht mogen worden.

  • De druk op de handhaving blijft onverminderd groot, ook tijdens de jaarwisseling.

  • De politie geeft aan dat een algeheel vuurwerkverbod op zichzelf de handhaving eenvoudiger maakt.

  • Het bezit, afsteken, vervoeren van al het vuurwerk - met uitzondering van categorie F1 - is dan immers verboden.

  • Een landelijk verbod is beter te handhaven dan de lokale afsteekverboden die per gemeente verschillen.

  • De politie houdt ook dit jaar rekening met maatschappelijk ongenoegen en bereidt zich daarop voor.

  • Tijdens de jaarwisseling hanteert de politie doorgaans een prioritering in de opvolging en afhandeling van meldingen. De veiligheid van burgers en hulpverleners staat daarbij voorop.

  • Afspraken over de invulling van de handhaving en daarmee samenhangende keuzes zullen op lokaal niveau worden gemaakt.


Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)

221. Vraag:
Kan JenV regelmatige updates verzorgen betreffende deze transformatie, het stoppen van etnisch profileren door KMAR?

Antwoord:
Op 8 november 2021 heeft de minister van BZK uw Kamer geĆÆnformeerd over het juridische toetsingskader dat het College voor de Rechten van de Mens opstelt ten aanzien van het gebruik van etniciteit in risicoprofielen. Zij zal u na het verschijnen daarvan begin december informeren over dit kader en dit doen vergezellen van een standpunt van het kabinet met betrekking tot etnisch profileren. Hierbij zal ook de wens van de KMar om geen gebruik meer te maken van etniciteit als risico-indicator worden betrokken.

Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)

222. Vraag:
Als Kmar het kan, waarom niet de politie, UWV, de Belastingdienst en de gemeenten. Is het volgens de minister hoog tijd dat ook zij afzien van etnisch profilerende algoritmes en risicoprofielen?

Antwoord:
Voor elke overheidsorganisatie geldt het discriminatieverbod van artikel 1 van de Grondwet. Hiervoor wordt onder meer verwezen naar de brief van 21 oktober jl. van de minister van BZK over de voortgang van de uitvoering van de moties Marijnissen c.s. en Klaver c.s.
Daarin staat dat overheidsinstellingen zo snel mogelijk gegevens rectificeren of wissen wanneer deze gebaseerd zijn op risicomodellen waarin op een dergelijke manier gebruik is gemaakt van afkomst gerelateerde gegevens. Daarnaast zet het kabinet zich in om overheidsorganisaties te helpen om (indirecte) discriminatie te voorkomen en daarmee aan de wet te voldoen. Hiertoe heeft het onder meer richtlijnen voor data analyse door overheden en een Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmen ontwikkeld.

Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)

223. Vraag:
Hoe kan het dat de politie in Rotterdam er niet op berekend was dat het zo uit de hand liep, terwijl er een maand geleden ook hardhandig is ingegrepen door de politie bij het vreedzame woonprotest?

Antwoord:
Bij het woonprotest was sprake van een georganiseerde demonstratie waar naar het zich laat aanzien sprake is geweest van mensen die zich misdroegen rondom de demonstratie . Bij de rellen in Rotterdam was vanaf het begin sprake van gericht geweld en bleek ook vanaf het begin dat de demonstratie slechts een dekmantel is geweest. Tenslotte wijs ik erop dat grootschalig optreden van de politie in algemene zin ook intern wordt geevalueerd en verder dient het aanwenden van geweld altijd geadministreerd te worden.

Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)

224. Vraag:
Kan de Minister toezeggen dat het tegengaan van profileren op etniciteit en sociale klassen door verschillende instanties waaronder de overheid een prioriteit is? Indien dit het geval is, kunnen we dan vandaag nog beginnen met concrete stappen zetten?

Antwoord:
Etnisch profileren – een vorm van discriminatie die zich kan voordoen bij de uitvoering van controles – moet worden tegengegaan. De politie neemt diverse maatregelen om etnisch profileren tegen te gaan. Zie hiervoor het antwoord op vraag 163.

Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)

225. Vraag:
Hoe zijn de bewindspersonen van plan om de juiste psychologische hulp te bieden aan vluchtelingen en statushouders die dat nodig hebben?

Antwoord:
Gedurende de periode in COA opvang hebben (ook) asielzoekers met traumatische ervaringen en psychische problematiek volledige toegang tot de benodigde zorg. In Nederland is het zo geregeld dat de asielzoeker hiertoe dezelfde toegang heeft als de Nederlandse burger. In Nederland is in de asielopvang op vrijwel elk asielzoekerscentrum een zogeheten GGZ-consulent aanwezig. Deze GGZ-consulent werkt onder de verantwoordelijkheid van de huisarts en is een laagdrempelige ingang voor personen met psychische problematiek. Ook heeft het COA geĆÆnvesteerd in preventie via het programma Bamboo. De huisarts heeft een cruciale rol. Die signaleert, behandelt of verwijst mensen naar de generalistische basis-GGZ of de gespecialiseerde GGZ. De specialistische GGZ richt zich op mensen met ernstige of complexe psychische problemen.

Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)

226. Vraag:
Hoe kan het dat vluchtelingen in een welgesteld land als Nederland nog steeds onder erbarmelijke omstandigheden worden opgevangen? Vinden de bewindspersonen het normaal dat dit zo lang duurt voordat hier verandering in komt?

Antwoord:
Zoals eerder aangegeven, wil ook de SJenV het liefst dat iedereen wordt opgevangen in reguliere COA-locaties. Door de verhoogde asielinstroom en het achterblijven van de uitstroom van vergunninghouders naar gemeenten ziet het COA zich echter genoodzaakt om asielzoekers op te vangen in noodopvanglocaties. Dit zijn locaties met een lager kwaliteitsniveau en die minder geschikt zijn voor langdurig verblijf. Dat is niet gewenst, maar onder de huidige omstandigheden helaas wel noodzakelijk. Er wordt nu hard gezocht naar nieuwe, grotere opvanglocaties die op zeer korte termijn inzetbaar zijn en voldoen aan de gebruikelijke kwaliteitseisen. Aan medeoverheden is gevraagd om voor het einde van het jaar nog 3.500 extra opvangplekken te realiseren en 1.500 statushouders versneld uit te plaatsen (deel van de achterstand op de taakstelling).

Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)

227. Vraag:
Vanuit een morele verplichting en historisch besef vraag ik de demissionaire bewindspersonen om een onmiddellijk generaal pardon voor ongedocumenteerde Surinamers.

Antwoord:
Bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 is bepaald welke personen onderdaan van Nederland bleven en welke personen de Surinaamse nationaliteit verkregen. Voor degenen die de Surinaamse nationaliteit verkregen betekent dit dat zij voor langdurig verblijf in Nederland een verblijfsvergunning nodig hebben, gelijk aan andere vreemdelingen. Aanvankelijk gold er een soepele overgangsregeling voor Surinamers die vijf jaar heeft geduurd. Daarna gold geen soepeler beleid meer, behalve voor toelating om medische redenen. Er is na geruime tijd van onafhankelijkheid geen reden meer onderdanen van Suriname anders te behandelen dan andere onderdanen van landen buiten de Europese Unie. Suriname is een veilig land waarnaar mensen kunnen terugkeren. Voor het bieden van een generaal pardon is ook om die reden geen grondslag.

Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)

228. Vraag:
Hoe staat het met het stellen van heldere kaders rondom de bevoegdheden van de NCTV? Waar haalt MJenV het lef vandaan een voorstel te doen voor uitbreiding van de bevoegdheden van de NCTV?

Antwoord:
Over de werkzaamheden van de NCTV is de Tweede Kamer meermaals geïnformeerd. De Tweede Kamer is hierover per brief van 12 april 2021, 21 mei 2021 en 2 november 2021 geïnformeerd. Door het project Taken en Grondslagen kwam de NCTV zelf tot het inzicht dat die algemene rechtsgrondslag gezien de rechtsontwikkeling naar huidige maatstaven als juridisch kwetsbaar moet worden bestempeld en dat de tot dan toe gehanteerde juridische grondslag, verstevigd zou moeten worden door de introductie van een grondslag in een formele wet. Op grond van de conclusies van dit project zijn bepaalde werkzaamheden per 31 maart 2021 gestaakt, nog meer werkzaamheden gestaakt na correspondentie met de AP en is het wetsvoorstel Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid naar uw Kamer verzonden ter behandeling. Vervolgens is, daarin gesterkt door de aangenomen motie van het lid Michon-Derkzen tijdens het debat van 15 juni 2021 om met spoed met een bijzondere wettelijke grondslag te komen voor de NCTV om persoonsgegevens te verwerken voor de uitvoering van zijn bestaande analyse- en coördinatietaken, de hoogste prioriteit gegeven aan het aangekondigde voorstel voor een Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale Veiligheid.
Voor het wetsvoorstel verwerking persoonsgegevens coƶrdinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid kan gemeld worden dat, zoals gebruikelijk bij dit soort belangrijke wetsvoorstellen, er een consultatieronde is geweest, de Autoriteit Persoonsgegevens om advies is gevraagd, en daarna de Raad van State heeft geadviseerd. Met het verwerken van deze adviezen zijn extra waarborgen in het wetsvoorstel opgenomen, dat op 9 november aan de Tweede Kamer is verzonden. Bij de behandeling van dit wetsvoorstel kan hierover nader met de Tweede Kamer worden gesproken.

Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)

229. Vraag:
Binnen en buiten jeugdzorg is bekend dat de harde knip en abrupte einde aan begeleiding van jongeren averechts werk. Hoe zit met begeleiding van alleenstaande minder jarige vluchtelingen onder de 18 jaar?

Antwoord:
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) onder de 18 jaar worden opgevangen en begeleid conform het amv-opvangmodel. De inzet binnen dit model is zoveel mogelijk kleinschalig opvangen. Afhankelijk van de leeftijd, vreemdelingrechtelijke status en mate van zelfstandigheid worden amv’s in de bijbehorende opvangvoorziening geplaatst. Per opvangvoorziening varieert de mate van begeleiding. Alle amv’s behouden het recht op opvang en begeleiding tot hun 18de.

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deelt de mening dat het van belang is dat ex-amv’s met een status, voor wie dit nodig is, aanvullende opvang en begeleiding krijgen na het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Het kabinet is daarom voornemens om incidentele dekking voor de verlengde opvang en begeleiding voor ex-amv’s met een status in het jaar 2022 te realiseren. Daar worden momenteel gesprekken over gevoerd met de betrokken departementen. Over de vraag op welke wijze deze verlengde opvang en begeleiding op structurele wijze gefinancierd dient te worden zal een volgend kabinet zich moeten buigen.

Vragen van het lid Simons, S. (BIJ1)

230. Vraag:
De begeleiding van alleenstaande minderjarige vluchtelingen moet verlengd worden zolang als zij dat nodig hebben. Verantwoordelijkheid van het rijk, zijn er om bestaanszekerheid te garanderen voor iedereen op Nederlands grondgebied. Hoe gaan de bewindspersonen zich hiervoor inzetten. Hebben zij gedacht aan een nationale helpdesk?

Antwoord:
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) onder de 18 jaar worden opgevangen en begeleid conform het amv-opvangmodel. De inzet binnen dit model is zoveel mogelijk kleinschalig opvangen. Afhankelijk van de leeftijd, vreemdelingrechtelijke status en mate van zelfstandigheid worden amv’s in de bijbehorende opvangvoorziening geplaatst. Per opvangvoorziening varieert de mate van begeleiding. Alle amv’s behouden het recht op opvang en begeleiding tot hun 18de.

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deelt de mening dat het van belang is dat ex-amv’s met een status, voor wie dit nodig is, aanvullende opvang en begeleiding krijgen na het bereiken van de 18-jarige leeftijd tot maximaal 21 jaar. Het kabinet is daarom voornemens om incidentele dekking voor de verlengde opvang en begeleiding voor ex-amv’s met een status in het jaar 2022 te realiseren. Daar worden momenteel gesprekken over gevoerd met de betrokken departementen. Over de vraag op welke wijze deze verlengde opvang en begeleiding op structurele wijze gefinancierd dient te worden zal een volgend kabinet zich moeten buigen.
De noodzaak van een nationale helpdesk wordt op dit moment niet herkend.


Vragen van het lid Ephraim, O. (Groep van Haga)

231. Vraag:
Regelmatig hoor ik verhalen van mensen die een gestolen scooter of e-bike terugzien op marktplaats. De politie onderneemt dan geen actie, en gaf in een geval zelfs het advies aan een mevrouw om hier zelf op af te gaan. Dit lijkt mij een bijzonder riskant advies, hoe zit de minister dit?

Antwoord:
Aangifte doen heeft altijd zin, ook als de zaak niet wordt opgelost helpen aangiftes politie en OM bijvoorbeeld om trends te ontdekken en hierop te acteren. Daarnaast vormt heling een belangrijke pijler in de bestrijding van vermogenscriminaliteit. Juist het volgen van de buit kan de politie op het spoor van de dief brengen. Daarom worden verschillende instrumenten ingezet om de buit beter te kunnen traceren. Denk onder meer aan de database Stop Heling met aangiftes van gestolen goederen. Iedereen kan hier een diefstalcheck doen alvorens een tweedehands goed te kopen. Zo ook staat de politie open voor meldingen van slachtoffers die hun eigen spullen op een verkoopsite aangeboden zien worden. Echter, in dergelijke gevallen kan de politie niet direct optreden, maar dient de procedure van pseudokoop gestart te worden. Dit legt een groter beslag op de schaarse capaciteit van de politie.

Vragen van het lid Ephraim, O. (Groep van Haga)

232. Vraag:
Capaciteitsprobleem bij de politie moet niet leiden tot een gebrek aan bescherming voor de burger bij kleine criminaliteit. Wat zijn de plannen van MJenV hierover?

Antwoord:
Dit kabinet heeft vanaf het begin geĆÆnvesteerd in de versterking van de politie. De uitbreidingen van de operationele formatie tellen op tot 2400 fte. Daarnaast investeert het kabinet n.a.v. de motie Hermans aanvullend in 700 fte. In week 17 van dit jaar is de vernieuwde basispolitieopleiding gestart, die twee in plaats van drie jaar duurt. Dat is een belangrijke maatregel voor het versterken van de politiecapaciteit. Het is goed nieuws voor de veiligheid van Nederland dat er veel agenten bijkomen.

Maar het werven en goed opleiden van nieuwe agenten kost tijd. De komende jaren is het onvermijdelijk dat er druk op de politiecapaciteit blijft bestaan, vooral op de medewerkers die in de GGP belast zijn met incidentafhandeling. Het kabinet heeft in 2019 al 91 miljoen euro beschikbaar gesteld om de inzetbare politiecapaciteit op niveau te houden (BUMA-gelden). Uit de incidentele middelen ten behoeve van veiligheid uit de motie Hermans worden deze middelen aangevuld met 15 miljoen euro voor de jaren 2022 en 2023 voor het verminderen van de druk op de GGP.

De korpsleiding heeft daarnaast aanvullende maatregelen opgesteld om de GGP te ontlasten. Uiteraard vindt hierover afstemming plaats met bonden, gezagen, medezeggenschap en met de MJenV. De eenheidschefs zullen in overleg met het gezag maatregelen uit dit pakket kunnen nemen die passen bij hun lokale problematiek.

De druk op de politiecapaciteit zal nog enige tijd voortduren. Er is ook licht aan het einde van de tunnel. De bezetting zal de komende jaren stijgen en de politie verwacht nog steeds dat de operationele formatie en bezetting vanaf 2024 weer in balans zullen zijn.

Vragen van het lid Ephraim, O. (Groep van Haga)

233. Vraag:
Is de SJenV het eens dat we nauwelijks vluchtelingen meer kunnen herbergen en opvang in de regio moeten stimuleren?

Antwoord:
Opvang en bescherming in landen in en om conflictregio’s is voor het kabinet de meest wenselijke optie. Het stelt hen namelijk in staat om, zodra de situatie dat toelaat, snel terug te keren naar hun land van herkomst en hun bestaan daar weer op te bouwen.

Opvang in de regio is dan ook een van de fundamentele pijlers van het kabinetsbeleid, zoals vastgelegd in de Integrale Migratieagenda. Verreweg de meeste vluchtelingen worden opgevangen in landen in de regio van waar zij zijn gevlucht.

Vragen van het lid Ephraim, O. (Groep van Haga)

234. Vraag:
Is de SJenV het eens dat we een inhoudelijke discussie moeten starten betreffende hoeveel vluchtelingen we kunnen herbergen?

Antwoord:
Het kabinet respecteert de internationale verdragen en afspraken waaraan Nederland zich heeft verbonden. Uitgangspunt van het Nederlandse migratiebeleid is en blijft dat Nederland veiligheid en bescherming biedt aan mensen die vluchten voor oorlog, vervolging en geweld.
Een absolute bovengrens op het aantal asielzoekers dat in Nederland kan worden opgevangen past niet bij dit uitgangspunt. Het zou op meerdere vlakken indruisen tegen internationale en Europese wet- en regelgeving. Daarnaast stuit een dergelijke bovengrens op grote praktische bezwaren.

Door middel van een integrale benadering van het migratievraagstuk streeft het kabinet na dat migratiebewegingen aansluiten op de draagkracht en behoefte van de Nederlandse samenleving. De staatssecretaris van JenV acht het van belang om nader te onderzoeken hoe, indachtig dit streven, het migratiebeleid kan worden vormgegeven.
De ACVZ is gevraagd om breed in kaart te brengen welke mogelijkheden bestaan voor het gebruik van beleidsmatige richtgetallen bij sturing van verschillende vormen van migratie, die zowel aan efficiĆ«ntie als draagvlak kunnen bijdragen. Hierbij is in het bijzonder aandacht gevraagd voor het incorporatievermogen van de samenleving. U wordt verwezen naar de brief Adviesvraag ACVZ beleidsmatige richtgetallen’ aan uw Kamer van 8 november jl.[1]

[1] Kamerstukken II 2020/21, 19637 nr 2783.

Vragen van het lid Ephraim, O. (Groep van Haga)

235. Vraag:
Een Ministerie van Demografie lijkt mij ook geen overbodige luxe, hoe ziet het Kabinet dat?

Antwoord:
Demografie is een belangrijk onderwerp dat in samenhang moet worden gezien met andere maatschappelijke opgaven, waaronder de tekorten op de arbeidsmarkt en migratie. Eind dit jaar informeert het kabinet uw Kamer over de motie Den Haan die het kabinet verzoekt, samen met de planbureaus een methode te ontwikkelen om periodiek inzicht te kunnen geven in demografische ontwikkelingen en te verkennen of en hoe een staatscommissie «bevolkingsgroei en vergrijzing» aanbevelingen kan doen voor beleidsopties, en hierover voor het einde van het jaar te rapporteren. Hoe hieraan vorm te geven, is een keuze voor een volgend kabinet.


Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

236. Vraag:
Wil de regering een burgerlijke lus inbrengen in het bestuursrecht. Dat wil zeggen: dat als een burger een fout maakt, dat hij/zij die ook mag herstellen in het proces?

Antwoord:
De bestuurlijke lus geeft het bestuursorgaan de mogelijkheid om tijdens de procedure de bestuursrechter gebreken in diens besluit te herstellen. Eenzelfde herkansingsmogelijkheid voor de burger is er nu niet, maar dit kan zeker worden onderzocht in het kader van de geplande aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht. Een wetsvoorstel hiervoor komt in het voorjaar van 2022 in consultatie.

Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

237. Vraag:
GRECO heeft acht aanbevelingen gedaan over de politie en het OM en alle acht aanbevelingen zijn maar gedeeltelijk uitgevoerd. Wanneer worden deze aanbevelingen volledig uitgevoerd?

Antwoord:
De politie en de KMar zijn in 2018 geëvalueerd door GRECO. De evaluatoren waren positief over de politie en de KMar en zij hebben aanbevelingen gedaan om integriteitsbeleid te verbeteren. In 2021 is Nederland tussentijds beoordeeld. Hierover is de Kamer geïnformeerd per brief op 6 juli jl.

Uiterlijk 30 september 2022 wordt gerapporteerd over de verwezenlijking respectievelijk voortgang van de implementatie van de openstaande aanbevelingen aangegeven in de Kamerbrief van 6 juli jl. van Ministerie van BZK.

Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

238. Vraag:
Er is een motie aangenomen over uithuisplaatsingen van de kinderen van de toeslagenaffaire. Honderden kinderen zijn nog steeds niet bij hun ouders en er is nog steeds geen meldpunt. Gaat het onderzoek naar de uithuisplaatsingen binnen twee weken starten?

Antwoord:
Tijdens het debat over het Belastingplan heeft de minister voor Rechtsbescherming toegezegd een brief aan de Kamer te sturen over onder meer het in de motie gevraagde onderzoek. Deze brief zal op korte termijn aan uw kamer worden gezonden.

Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

239. Vraag:
Waarom worden de gerechtelijke uitspraken van de ABRvS over de kinderopvangtoeslagen niet herzien?

Antwoord:
Een bestuursorgaan heeft de algemene bevoegdheid om terug te komen op een eerder genomen besluit. Ook kan de overheid regelingen treffen om gedupeerden tegemoet te komen. De regering heeft voor de gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire ervoor gekozen deze twee middelen in te zetten en zet daarbij alles op alles om de opgelopen schade zoveel mogelijk te compenseren.
Herziening door de rechter op grond van artikel 8:119 AWB zal in deze gevallen materieel niet tot een andere uitkomst leiden, aangezien het onderliggende besluit reeds is teruggedraaid.

Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

240. Vraag:
Komt er een reactie op het rapport van de Venetiƫcommissie over hoe we een toeslagenaffaire in de toekomst gaan voorkomen?

Antwoord:
Het advies is uitgebracht op verzoek van de Voorzitter van de Tweede Kamer, ter uitvoering van een motie van de heer Omtzigt. Het is daarom in eerste instantie aan de Kamer om het rapport te agenderen en haar reactie te bepalen. Naar wij begrepen hebben heeft de Kamer besloten het advies te betrekken bij het nog te houden debat in de TK over de staat van de rechtsstaat. Mocht blijken dat de Kamer een appreciatie van het kabinet op dit advies op prijs stelt, dan is het kabinet daar zeer toe bereid. In ieder geval zal het kabinet het advies gebruiken bij de voorbereiding van de taakopdracht van de nog in te stellen Staatscommissie Rechtsstaat, zoals al eerder met uw Kamer gedeeld.

Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

241. Vraag:
Twee punten: 1) De selectie van rechters moet anders 2) En de ABRvS moet ondergebracht worden bij de Hoven met cassatiemogelijkheden bij de Hoge Raad. Is de regering bereid dit vorm te geven?

Antwoord:
Rechters in Nederland zijn onpartijdig en onafhankelijk. Er is dan ook geen aanleiding om de selectie van rechters te wijzigen.

Navraag bij de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State leert dat slechts een klein deel van de staatsraden bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een achtergrond heeft in het openbaar bestuur.

Rechters in Nederland zijn onpartijdig en onafhankelijk. Dat geldt voor alle rechters, ook voor de rechters van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gebeurtenissen naar aanleiding van de Kinderopvangtoeslag affaire doen daar niets aan af.

Zeker, er zijn dingen niet goed gegaan, maar het kabinet distantieert zich van de gedachte dat de bestuursrechters van de Raad van State niet onafhankelijk of onpartijdig zouden zijn. Ook het rapport van de ondervragingscommissie geeft geen aanleiding tot een dergelijke conclusie.

Dat wil niet zeggen dat er nooit discussie mogelijk is over de inrichting van de bestuursrechtspraak. Daarbij moet wel opgemerkt worden: dit is al eerder geprobeerd, met het wetsvoorstel organisatie hoogste bestuursrechtspraak. Dit bleek een bijzonder lastig en weerbarstig traject.

De vier hoogste rechtscolleges en de Raad voor de rechtspraak hebben in 2017, na de intrekking van het wetsvoorstel, opgeroepen af te zien van institutionele veranderingen. Zij wezen erop dat de eerdere voorgestelde institutionele veranderingen roofbouw op de organisatie hebben gepleegd. Ze vroegen nadrukkelijk om rust.

Het kabinet steunt deze oproep. Rechtzoekenden schieten er niets mee op als de rechtsprekende taak bij de Raad van State wordt weggehaald.

Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

242. Vraag:
Bent u bereid in gesprek te gaan met de rechters over hun buikpijn betreffende de VOG, vreemdelingenrecht, zodat we weten of er nog meer zaken zijn?

Antwoord:
Ja.

Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

243. Vraag:
Kan er een speciale OvJ worden aangesteld om het moeilijke bewijs te verzamelen voor IS-strijders die terugkeren, daders van genocide en het houden van seksslaven te vervolgen?

Antwoord:
Bij het Openbaar Ministerie zijn reeds officieren van justitie aangesteld die zich specifiek toeleggen op de vervolging van verdachten van terroristische misdrijven. Opsporingsonderzoek naar en de vervolging van terrorismeverdachten vindt plaats onder coƶrdinatie van de landelijk terrorisme-officier van justitie. Deze coƶrdinerend officier van justitie is bij het Landelijk parket ondergebracht. Deze officieren zijn experts op het gebied van bewijslast tegen terrorismeverdachten, ook wat betreft verdachten die zijn uitgereisd om zich bij terroristische organisaties aan te sluiten. Bij het verzamelen van bewijsmateriaal werken zij samen met onder andere de inlichtingendiensten. De strafrechtelijke aanpak van voormalige IS-strijders heeft, als bekend, veel aandacht van het openbaar ministerie.

Voor wat betreft genocide verwijs ik u naar het onderzoeksrapport van het NIOD-Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocide Studies, over de toegevoegde waarde van een gespecialiseerde officier van justitie die zich specifiek zou richten op de vervolging van IS-strijders voor genocide uit 2019, dat met uw Kamer is gedeeld. Nadat eerder al het OM had aangegeven van mening te zijn dat het niet nodig was om een gespecialiseerde officier van justitie te benoemen, gaf ook het NIOD aan dat een focus op vervolging en berechting van uitsluitend IS-strijders voor (medeplichtigheid aan) genocide in Nederland vermoedelijk te beperkt zal zijn, waardoor de juridische dan wel praktische waarde van een gespecialiseerde officier van justitie voor de vervolging van IS-strijders voor genocide gering is. Er is toen de conclusie getrokken dat de benoeming van een dergelijke officier van justitie de Nederlandse aanpak van internationale misdrijven niet van de extra impuls zou voorzien die daarmee beoogd werd.

Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

244. Vraag:
Een aantal rechters van de RVS werkte eerste met de LA (Pels Rijcken). Die adviseerde in 2009 en 2011 die harde aanpak toch te doen. Deze ongemakkelijke waarheid wordt niet gemeld in het rapport. Vraag aan de regering: Waren degene die het advies geschreven hebben voor de BD als rechter betrokken bij deze rechtszaak?

Antwoord:
Er zijn vier staatsraden bij de Raad van State werkzaam die voorheen als advocaat hebben gewerkt bij Pels Rijcken. Het advies van 18 decemer 2009 is geschreven door een medewerker van Pels Rijcken. Deze werkt niet bij de Raad van State en heeft daar ook nooit gewerkt. De ABRvS kende dit advies niet tot na de bevindingen van de Parlementaire ondervragingscommissie Kindertoeslag uitspraken in oktober 2019.

Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

245. Vraag:
Kunnen we bij de douane de VOG-screening invoeren? Die doen we al bij taxichauffeurs en politieagenten.

Antwoord:
De staatssecretaris van FinanciĆ«n – Toeslagen en Douane heeft toegezegd te werken aan verscherpte screening bij de Douane. Dit gebeurt op de twee manieren, namelijk het inzetten van continue screening en screening middels de VOG politiegegevens. Het wetsvoorstel VOG Politiegegevens is inmiddels aangenomen door de Eerste Kamer. De Staatssecretaris van FinanciĆ«n heeft functies bij de Douane voorgedragen om te worden gescreend door middel van een VOG P. Deze functies heeft MRb opgenomen in een regeling. Deze regeling wordt momenteel voorgehangen bij beide kamers. De staatssecretaris van FinanciĆ«n zal uw Kamer informeren over de laatste stand van zaken van de continue screening bij de Douane.

Vragen van het lid Omtzigt, P.H. (Omtzigt)

246. Vraag:
Kan het Kabinet een staatscommissie instellen die in gaat op de volgende onderdelen: 1. Verhouding overheid en burger 2.Ondermijnende criminaliteit 3. Klassenjustitie. Kan dit kabinet deze staatscommissie instellen?

Antwoord:
De minister van BZK en de minister voor Rechtsbescherming werken momenteel aan een conceptopdracht voor de staatscommissie naar aanleiding van de motie Omtzigt/Van Dam. Deze motie verzoekt de regering voorbereidingen te treffen om een staatscommissie in te stellen die in brede zin het functioneren van de rechtsstaat analyseert en met voorstellen komt om deze te versterken. Het streven is om de conceptopdracht begin december 2021 aan de beide Kamers der Staten-Generaal te sturen zodat hierover een debat kan plaatsvinden. In dit debat over de conceptopdracht zal ongetwijfeld ook de verhouding overheid-burger aan de orde komen.

Waar het het thema ondermijning betreft benadrukken de minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming dat hier een omvangrijk programma voor loopt dat met een brede coalitie van partijen inzet op een langdurige en intensieve bestrijding met een combinatie van preventieve en repressieve maatregelen en internationale samenwerking in verband met het transnationale karakter ervan. Om de aanpak te intensiveren heeft het kabinet de afgelopen jaren aanzienlijke hoeveelheid extra middelen beschikbaar gesteld. De focus moet nu liggen op de implementatie van het programma. Met betrekking tot het thema klassenjustitie wordt verwezen naar de brief van 19 november 2021 van de minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming. In deze brief wordt uiteengezet dat een recent verkennend onderzoek van het WODC naar klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtsketen, dat op 22 juni 2021 aan de Tweede Kamer is aangeboden, gevolgd wordt door een haalbaarheidsstudie waarvan de resultaten in het eerste kwartaal van 2022 worden verwacht. Dan zal ook een inhoudelijke reactie volgen op de beide onderzoeksrapporten. Op basis van de uitkomsten van de haalbaarheidsstudie zal worden bezien of een vervolgonderzoek zal plaatsvinden.